Clipping. – Splendor & Misery

Clipping – Splendor & MiseryRapper Daveed Diggs is bekender vanwege zijn glansrol in de hitmusical Hamilton dan van zijn formatie clipping. en de experimentele hiphop die steeds meer teruggrijpt naar The Last Poets en Gil Scott Heron. Het zijn spoken rhyme performances die begeleid worden door Kraftwerkiaanse geluidjes en bliebs en verpakt zijn in een moderne rap-opera. Splendor & Misery is uiteindelijk wat Michael Franti ooit voor ogen had met zijn Disposable Heroes of Hiphoprisy. Het concept verhaalt over de enige overlevende aan boord van een vrachtschip. Slechts een boordcomputer is de enige getuige van het eenzame leven dat er nog over is na een politieke clash waarbij de mensheid is uitgeroeid. De boordcomputer als verteller? Het is koel, afstandelijk, zakelijk en industrieel. Pas wanneer de levensvatbaarheid van Diggs een voldongen feit wordt, hoor je bij “Air ‘Em Out” voor het eerst een dansbare hiphoptrack terug waar clipping. tot zijn recht komt. De menselijkheid, het gevoel en de emotie herstellen maar langzaam na een ramp van desastreuze orde. “Story 5” is het nieuwe “Amazing Grace” en is het moment dat bezinning en bezieling terugkomen in het leven van de rapper. Splendor & Misery is een optelsom van 9, 2001, A Space Odyssey, Moon en 28 Days Later. Een gedurfd verhaal waar de gemiddelde hiphopfan niets mee kan, maar die nou eenmaal gemaakt moest worden. Daveed Diggs is tenslotte niet zomaar een rapper, hij is een hiphopmusicalster met visie.

mij=Sub Pop

File: Clipping – Splendor & Misery
File Under: Kille luisteropera van een hiphopper

The Hunna – 100

The Hunna - 100Britpop nieuwe stijl. In Engeland maakt het niet uit of het nieuwe stijl of oude stijl is. The Hunna heeft met zijn single “Bonfire” een puik indierockpareltje afgeleverd waarmee de band zich in de kijker wist te spelen van het grote publiek. Het leek op een trucje. Een beetje goochelen met wat spanningsbogen, een beetje rekken en strekken met wat emo-invloeden en de beste wave-pop in de beste Engelse traditie. En dan trek je met gemak heel wat singalong-fans die van 30 Seconds To Mars houden, over de streep. De Engelsen begrijpen wat dat betreft dat er geen verschil is tussen het oude werk van Tears For Fears en The Script. Als je het maar krachtig genoeg neerzet. De valkuil voor dit kwartet is dat de band zich wil gaan meten met typisch Amerikaanse punkrock. Dat is voor Engelsen vaak een stap te ver omdat ‘t niet in de Engelse genen zit. Emo en wave zijn prima alternatieven die aansluiten op de Britpop en die overtuigend blijven voor een groot publiek. De melodieuze tienerdramatiek past prima bij de vocalen van zanger Ryan met zijn fraaie tongval. Daar hoeft geen Amerikaans spierballenvertoon aan toegevoegd te worden. The Hunna zou volgens mij ook niet anders willen.

mij=Bright Antenna

File: Hunna – 100
File Under: Stevige indierock als Britpop verpakt

Iguana Death Cult – The First Stirrings of Hideous Insect Life

Het gonst de laatste tijd op mijn Facebook-tijdlijn Iguana Death Cult. Aan de ene kant gaat dit over hun komende debuutalbum, aan de andere kant over de optredens die hieruit voortkomen. Nou is dit Rotterdamse kwartet al een tijdje bezig om een explosieve livestatus op te bouwen, maar een eerste plaat is toch weer een extra stap. Al die vrinden die hierop zaten te wachten kunnen helemaal gerust zijn, want The First Stirrings of Hideous Insect Life (dat is nog eens een titel) is een geweldige plaat geworden. Garagerock, surf, fuzz, psychedelica, 60s, wat er ook voorbij komt: het geluid is smerig en de nummers zijn energiek. Qua productie heeft Chris van Velde goed werk verricht. Prijsnummer is wat mij betreft “Whispers” dat aanvankelijk aan The Sonics doet denken, maar echt helemaal los gaat. De letters op de promo-cd zijn bijna niet te lezen, maar dit is nou zo’n plaat die je eigenlijk op vinyl hoort te hebben. Daar zullen mijn vrinden het ongetwijfeld over eens zijn. Maar bovenal is dit voorlopig mijn favoriete 2017-release.

mij= Amphibian Records

File: Iguana Death Cult – The First Stirrings of Hideous Insect Life
File Under: Ongewoon uit eigen land

File Social: [Facebook]

Dinosaur Pile-Up – Eleven Eleven

Dinosaur Pile-Up – Eleven ElevenWil je groeien, dan zul je bepaalde zaken aan anderen moeten overlaten. Delegeren en vertrouwen afgeven. Je kunt in je eentje niet alle ballen proberen hoog te houden. Dat is zo ongeveer wat Matt Bigland een tijdje terug voor aanvang van deze derde plaat te horen kreeg van producer Tom Dalgety die de succesvolle carrière van Royal Blood lanceerde. En dus moest Matt zijn drumstokjes afstaan aan Mike Sheils en zijn bas aan Jim Cratchley. Het doel? Een volledige focus op songschrijverij, een nietsontziend gitaarspel en heel krachtige vocalen. Waar het debuut nog kan worden weggeschreven als punkrock- en Nirvana-ripoff, daar zien we met deze derde schijf heel wat groei. Het is qua geluid grotesk, zwaar en hard geworden. Bigland doet zijn naam eer aan en heeft waarschijnlijk het licht gezien door bands als Royal Blood, Silverchair en Smashing Pumpkins. Da’s knap. Maar nog net niet onderscheidend genoeg. De liedjes zijn wat ze zijn maar missen de kwinkslagen die nodig zijn om te kunnen blijven boeien. En tekstueel levert Matt Bigland ook niet echt het niveau af waar zijn producer vast naartoe wilde werken. Daarmee is Eleven Eleven vooral een verdomd stevige collegerock-plaat geworden zonder de aanstekelijkheid en het meezinggehalte van een Weezer of de eendagsvlieg Wheatus. Ach, er staan heel wat briljante solo’s op. Ik ben benieuwd hoe de vierde cd van Dinosaur Pile-Up wordt.

mij=So Recordings

File: Dinosaur Pile-Up – Eleven Eleven
File Under: College-rock met metalriffs

Eric Johnson – EJ

‘Song explorations on acoustic guitar and piano’ luidt de ondertitel van het album EJ van gitarist Eric Johnson. Ik kan opgelucht ademhalen. Ik vreesde even voor lange elektrische gitaarsoli en als ik ergens een hekel aan heb is het wel aan nooit ophoudende kunstjes van gitaristen. Op de akoestische gitaar kan ik er al veel beter tegen. Eric Johnson was mij geheel onbekend maar schijnt in muzikantenkringen een grote naam te zijn. De 62-jarige gitarist heeft een behoorlijke staat van dienst met zijn instrumentale rock waarin hij verschillende stijlen zoals jazz en country samenbrengt. In 1987 en 1992 won hij er zelfs een Grammy voor. Ook was hij gitarist bij Cat Stevens en Christopher Cross en tourde hij als G3 met collega-gitaarbeulen Steve Vai en Joe Satriani. Op zijn zesde solo-album doet hij het wat rustiger aan en laat hij de elektrische gitaar in de koffer. De liedjes zijn soms instrumentaal, zoals het fenomenaal gespeelde “Mrs. Robinson” van Simon & Garfunkel, maar Johnson zingt ook en zeker niet onverdienstelijk. De dertien liedjes hebben een beetje een jaren zeventig Cat Stevens-achtige sound. Het album maakt duidelijk dat Eric Johnson een uitmuntende gitarist is. Dat was mij echter in iets minder songs ook wel duidelijk geworden. Dertien liedjes technische perfectie is mij iets te veel van het goede en zal voornamelijk muzikanten aanspreken die hier (terecht) hun vingers bij zullen aflikken. Voor mij als ‘gewone’ luisteraar duurt dit iets te lang en wordt het op den duur zelfs, hoe goed en knap het ook is, een beetje saai. Dan ga zelfs ík verlangen naar een kleine solo op de elektrische gitaar om de boel een beetje wakker te schudden.

mij=Provogue / Mascot

File: Eric Johnson – EJ
File Under: Muziek voor muzikanten
File Facebook: [Eric Johnson op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Eric Johnson]

Blackberry Smoke – Like An Arrow

Blackberry Smoke – Like An ArrowWeet je hoe moeilijk het is om de platgetreden paden nog begaanbaar te houden? En om toeristen nog enthousiast te krijgen voor een product dat schijnbaar al vervallen is voordat je er erg in hebt? Blackberry Smoke uit Atlanta trekt zich niets aan van genre-slijtages en rockt gewoon sneller en steviger door dan de concurrentie. Like An Arrow borduurt voort op de southern rock-traditie van Lynyrd Skynrd en Allman Brothers maar kan net zo makkelijk mee in de country, bluegrass en hardsoul. Leon Russell zou jaloers zijn. Blackberry Smoke is er veel aan gelegen om wereldwijd gezien te worden als een nieuwe Black Crowes. Automatisch zal de band wereldwijd een plek verwerven als de publieksfavoriet op festivals waar niemand moeite mee heeft. En dat de band a propos heel wat pubers en tieners kennis kan laten maken met de kracht van een goed potje southern rock, da’s dan mooi meegenomen. Een winwin-situatie voor alles en iedereen.

mij=Earache

File: Blackberry Smoke – Like An Arrow
File Under: Southern Rock will rise again

Afterschool Special – The 123s of Kid Soul

Kinderen die zo nodig volwassenen na moeten doen, waarbij het vooral volwassenen zijn die het pushen en er geld mee verdienen. Het is van alle tijden. Ook in onze tijd waar hele volksstammen kijken naar The Voice Kids waar vooral John Mol en consorten geld verdienen. Ik zal echter niet de prediker uit gaan hangen, want het is het bruggetje naar de cd The 123 of Kid Soul vol liedjes die geïnspireerd lijken door een kindergroep uit vervlogen tijden: The Jackson 5. Volgens mij werden zijn gedreven door de vader, en het bracht roem, maar of ze er gelukkig van werden betwijfel ik. Op deze cd staan negentien nummers die met de nodige soul gebracht worden gezongen door kinderen die het zover ik na kan gaan niet ver geschopt hebben in de popmuziek. Het klinkt allemaal best aardig (goede muzikanten) en sommige liedjes zijn zelfs wel het draaien waard, maar het is met wel erg veel net te hoog zingende kinderstemmetjes teveel van het goede. Waar ik vooral moeite mee heb dat is dat kinderen zingen over de liefde, zoals The Bennet’s in “I Want A Little Girl”. Welke viespeuk zal dat geschreven hebben? Of Brotherly Five die hun meisje verliezen in “Losing My Girl”. Het is me wat. Wat ik echter vooral mis is de achtergrond van al die liedjes. Het kan zijn dat dit komt doordat ik een promo-exemplaar voor me heb, maar ik zou het de verhalen best willen lezen. Alleen om hier nou de volle mep in de winkel voor te betalen. Mwaah.

mij=The Numero Group

File: Afterschool Special – The 123s of Kid Soul
File Under: Kindersterren in de maak