H.C. McEntire – Lionheart

Merge

‘I have found heaven in a woman’s touch’ zingt Heather McEntire in het openingsnummer “A Lamb, A Dove” op haar solodebuut Lionheart. Goed om te horen, zou mijn antwoord op deze ontboezeming zijn. Maar in North-Carolina, waar McEntire geboren en getogen is, ligt dit heel anders. Lesbisch zijn is daar nog steeds zoiets als vloeken in de kerk. McEntire heeft dat aan den lijve ondervonden want ze groeide ook nog eens op in een streng religieus gezin. Haar ouders waren en zijn nog steeds volgelingen van de omstreden evangelist Billy Graham. Geen wonder dat Heather McEntire zich hier allesbehalve thuisvoelde, wegging en haar eerste muziek géén country was, de muziek van haar thuisstaat, maar punk met de band Bellafea. Daarna maakte ze met haar band Mount Moriah drie albums waarop ze geloof en afkomst diep onder de loep nam en de muziek toch steeds meer de kant van de country(rock) opschoof. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op haar eerste soloalbum, uitgebracht met haar initialen H.C. in plaats van voornaam Heather, verkent ze hoe ze haar eigen geloof en homoseksualiteit vorm kan geven in combinatie met haar achtergrond en toch weer de country uit haar jonge jaren. Al zou ik het eerder roots willen noemen dan country. Lionheart bevat negen sprankelende alt.countrysongs waarop McEntire hulp krijgt van ‘southerners’ als Tift Merritt, Angel Olsen, Amy Ray, William Tyler en Phil Cook. Punkrocker Kathleen Hannah van Bikini Kill produceerde de plaat. Het resultaat is een persoonlijk album met goede songs en vooral prima zang dat bij elke luisterbeurt groeit. Heather McEntires solodebuut is een autobiografisch relaas waarin ze thema’s onder de loep neemt die ze van zich af moést schrijven. Helaas nog steeds nodig in de ogenschijnlijk tolerante wereld van nu.

File: H.C. McEntire – Lionheart
File Under: Warme muziek van de koude grond
File Facebook: [H.C. McEntire op Facebook]
File Twitter: [Tweets van H.C. McEntire]

Tim Knol – Cut The Wire

Excelsior

De afgelopen jaren zullen niet makkelijk geweest zijn voor Tim Knol. In 2010 debuteerde hij met zijn gelijknamige album waarop hij liet horen dat hij geboren is met melancholie in zijn stem en een natuurtalent heeft voor het schrijven van prachtige melodieuze liedjes. En zoals dat gaat met bliksemstarten komen vervolgens de onvermijdelijke druk en verwachtingen om de hoek kijken. Op derde album Soldier On uit 2015 was Knol zijn band kwijtgeraakt aan de nieuwe upcoming singer-songwriter Douwe Bob. Wellicht dat hij daardoor even genoeg had van de gevoelige liedjes en in 2015 met het bandje The Miseries een album met garagerock maakte. Overigens eveneens van hoog niveau. Solo was het even stil, even leek het er zelfs op dat hij de muziek in zou ruilen voor de fotografie. Inmiddels, acht jaar na de start, is Tim Knol 28 jaar. En gelukkig is er nu toch weer een plaat. Op het vierde album Cut The Wire brengt Knol dertien wonderschone liedjes voor het voetlicht. Ze klinken stuk voor stuk sprankelend, fris en ontspannen, en alsof hij ze zo uit zijn mouw schudt. Gitarist Anne Soldaat is altijd aan Knols zijde gebleven en is dat op dit album ook, zowel als gitarist als producer. Op “Going Places” en “Kickin’ ‘”hoor je weer eens waarom hij misschien wel de beste gitarist van Nederland is. De productie van Cut The Wire is klein en sober en dat is maar goed ook want dat doet recht aan de pure liedjes van Knol. Er valt veel te genieten, van westcoast-achtige pop in “Whispering Heart” en “Sweet Melodies” en het door pedal-steel meer rootsy “Cut The Wire” en “A Kid’s Heart”. De geest van de jaren ’60 pop zoals The Kinks die maakten waart rond in “Listen Love” en “Last Call”. Maar ik vind Tim Knol op zijn best als hij pure, verstilde melodieuze liedjes maakt zoals in, voor mij, het prijsnummer “Polaroids”. Het kleine “Blind Eye”, met prachtig akoestisch gitaarintro, is ook schitterend en “Song For Grandma”, het eerbetoon aan zijn overleden oma, is de mooiste herdenking die je als kleinzoon kunt maken. Tim Knol lijkt op Cut The Wire de plezier in de muziek teruggevonden te hebben door te doen wat hij het beste kan: mooie, melodieuze liedjes maken. Meer is er niet nodig.

File: Tim Knol – Cut The Wire
File Under: Sweet melodies
File Facebook: [Tim Knol op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Tim Knol]

First Aid Kit – Ruins

Columbia

Toen de Zweedse gezusters Söderberg van First Aid Kit alweer vier jaar geleden hun derde album Stay Gold op het grote label Columbia uitbrachten was ik even bang dat ze voorgoed een knieval hadden gedaan voor het grote publiek. De sound was gelikter en hun voorkomen ook. Het deed hen geen kwaad, single “My Silver Lining” werd een grote hit en de dames toerden door Amerika en vele andere plekken op de wereld. Keerzijde was dat de zussen elkaar op den duur even goed zat waren en de langdurige relatie van Klara op de klippen liep. Kennelijk heeft dat voor een soort reset gezorgd want op het vierde album Ruins is de popsound wat meer naar de achtergrond verdwenen en focussen ze zich meer op rootsmuziek. Producer Mike Mogis, die de vorige twee albums produceerde, is ingeruild voor Portlands finest Tucker Martine (The Decemberists, Neko Case, My Morning Jacket, Laura Veirs) en ze worden muzikaal bijgestaan door veteranen Peter Buck (REM), Glenn Kotche (Wilco) en McKenzie Smith (Midlake). Gezamenlijk kleuren zij de songs prachtig in. Ruins is de weerslag van zware jaren, een verbroken relatie en misschien wel het verlies van de onschuld. Bij vluchtige beluistering kunnen de tien liedjes wat oppervlakkig overkomen. Maar schijn bedriegt, beluister dit album niet als achtergrondmuziek maar vaak en grondig, desnoods met koptelefoon. Ruins bevat de beste, meest melancholische en hartverscheurendste songs die de zusjes maakten. Zo’n liedje als “Fireworks” dat héél meezingbaar is maar o zo onweerstaanbaar. Of het venijnige “It’s A Shame”, de mooie countrysong “Postcard” of het schitterend met strijkers gearrangeerde “My Sweet Love”. De relatiebreuk van Klara wordt prachtig bezongen in titelsong “Ruins” en in het juweel “To Live A Life”. De grootste troef van First Aid Kit is nog steeds hun bloedmooie (samen)zang die weer een stukje doorleefder klinkt. Om een album met de titel Ruins te maken heeft het leven wat meer over de zussen heen moeten gaan met alle ups en downs die daar bij horen. Het levert hun mooiste album op dat ik nu al koester.

File: First Aid Kit – Ruins
File Under: Pleister voor gebroken harten
File Facebook: [First Aid Kit op Facebook]
File Twitter: [Tweets van First Aid Kit]

Mimile – Stornoway

Eigen beheer

In de jaren zestig bewees Sly & The Family Stone al dat de klarinet een “funky” instrument is; laat staan een basklarinet. Nu klinkt Hubert-Jan Hubeeks basklarinet allerminst funky in ‘I Still Do’. Het fraai ingetogen derde nummer op Stornoway, het nieuwste album van Mimile. Maar het album trapt juist wél funky af met opener ‘Perfectly Wrong’. En daarmee verrast voormalig The Scene-bassiste Emile Blom van Assendelft. Ze lijkt sowieso gegroeid in haar rol als leading lady van Mimile op deze tweede langspeler. Het muzikale avontuur op deze plaat heeft ongetwijfeld ook te maken met de fraaie locatie waar Emilie inspiratie opdeed voor de nieuwe nummers. Dat was op het Schotse eiland Lewis (in Schots-Gaelisch: Eleòdhas) in de Buiten-Hebriden. Een locatie waaraan het album (en de titeltrack) haar naam ontleent. Stornoway (in Schots-Gaelisch: Steòrnabhagh) is immers de hoofdstad van de Schotse Buiten-Hebriden. De fraaie foto’s aan de binnenzijde van het tekstboekje bij de CD maken de avonturier in mij in ieder geval wakker en zorgen voor de nodige reiskriebels. Naast de verrassende opener ‘Perfectly Wrong’ en het fraaie ‘I Still Do’, zijn ‘You Win’, waarop Emilie en haar mannen bevangen lijken door de geest van David Byrne en titeltrack ‘Stornoway’ de hoogtepunten. Vooral op die laatste track — met een duidelijke Pink Floyd-feel — is niet beknibbeld op extra strijkers (de van het Pavadita Tango String Quartet afkomstige Sophie de Rijk en Eva van der Poll, nemen daarvoor de honneurs op viool waar in dit nummer). Na een eerste draaibeurt overdonderd de veelheid aan stijlen nog een beetje, maar om met Jan Douwe Kroeske te spreken: “Stornoway is een groeiplaatje.”

File: Mimile – Stornoway
File Under: Groeiplaatje
File Social: [Facebook] [Twitter] [Instagram]

Tyler Childers – Purgatory

Thirty Tigers

Een country-album met de titel Purgatory, dat belooft vast heavy shit te worden. Purgatory betekent immers vagevuur. Gelukkig blijkt het allemaal niet zo dreigend te zijn als het lijkt. Childers is een 26-jarig talent uit Kentucky. In 2011 debuteerde hij als negentienjarige met Bottles And Bibles. Voor opvolger Purgatory kroop Sturgill Simpson in de huid van producer. Zijn invloed is hoorbaar in de tien mooie countryliedjes op dit album. Maar het is vooral de getalenteerde Childers zelf die hier de dienst uitmaakt. Zijn songs zijn verhalend en goed en zijn stem is lekker rauw en knauwend. Het doet me denken aan Steve Earle in zijn jonge en beste jaren. Purgatory laat, kort gezegd, stap voor stap de ontwikkeling horen van de rebel Childers die niet vies is van alcohol en een snuif (“I Swear (To God)”) die doorzet na grote tegenslagen (“Born Again”) en langzaamaan volwassen wordt (“Whitehouse Road”). Hij ontmoet zijn grote liefde (“Honky Tonk Flame”), komt in rustiger vaarwater, gaat zelfs mediteren (“Universal Sound”) en wordt uiteindelijk een gelukkig getrouwd man (“Lady May”). In het titelnummer “Purgatory” wordt het centrale thema nog eens goed uitgelegd. De hel leek de enige uitweg voor ‘sinner’ Childers maar door zijn katholieke vriendin leerde hij dat er nog een uitweg is middels het vagevuur waar fouten niet definitief zijn. Een soort tussenfase. Tyler Childers vergelijkt dit proces met de fase waarover dit album gaat, de periode in de tijd dat hij zijn ouderlijk huis verliet en op eigen benen ging staan. Het vallen en opstaan waarmee dat vinden van je eigen leven en plek gaat is zijn eigen ‘purgatory’, ofwel ‘hell with hope’ zoals hij dat zelf omschrijft. Vorig jaar rond deze tijd was Honest Life van Courtney Marie Andrews het eerste muzikale hoogtepunt van dat jaar, dit jaar valt die eer te beurt aan Purgatory, een album dat ik keer op keer opzette en steeds mooier vond worden. Andrews’ album belandde uiteindelijk op 1 in mijn jaarlijst van 2017, ben benieuwd hoe ver Tyler Childers dit jaar uiteindelijk gaat komen. Ik voorspel ver, heel ver.

File: Tyler Childers – Purgatory
File Under: Hell yes!
File Facebook: [Tyler Childers op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Tyler Childers]