Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. – La Nòvia

Bam Balam Records

Er zijn van die bands waar ik me eigenlijk niet goed in durf te verdiepen. Acid Mothers Temple bracht, als ik goed geteld heb, ruim honderdtwintig platen uit in iets meer dan twintig jaar. Dat deed het in veel verschillende incarnaties: van The Melting Paraiso U.F.O. via Acid Maso Temple, Acid Mothers Afrirampo tot Acid Mothers Temple & The Cosmic Inferno en nog zo nog een aantal. Het los-vaste combo van Japanse muzikanten geldt als één van de grootheden van de moderne psychedelica, bestaat sinds 1995 en noemt zich een ‘soul collective’. La Nòvia is één van hun sleutelplaten en er zijn op YouTube talloze live-versies terug te vinden. Een ‘one-song-album’: één enkel nummer, uitgesmeerd over een hele plaat van zo’n veertig minuten. Als ik het goed heb begrepen is “La Nòvia” in de kern een Frans folkliedje en halverwege klinkt er dan ook een koortje dat a capella een thema zingt. Hiervoor hoorden we spannende Krautrock, zo nu en dan opgaand in drone-sounds, bedachtzaam en zelden ontsporend. Hoogstens mag een gitaar even van zich afslaan met een paar fuzz-akkoorden. Na het a cappella-intermezzo gaat de rem er wel af en klinkt het bij tijd en wijle alsof een bluesrockband zich verliest in gierende psychedelica, inclusief dissonante akkoorden en feedback. Iets van de fascinatie voor die Japanners die hun Europees volkswijsje zo naar hun hand weten te zetten, maar toch hun eigen kleur meenemen begrijp ik. Maar het toetje op deze heruitgave, een twintig minuten durende live-versie van La Nòvia, opgevoerd in New York in 2016 is net iets beter behapbaar.

File: Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. – La Nòvia

File Under: Een Japanse theeceremonie op elektrische gitaar.

The Sidekicks – Texas Of The North

Eigen Beheer

Eigenlijk heb ik me qua landschap nooit afgevraagd of Texas nou op Groningen lijkt, maar het zou zowaar kunnen. Geen idee. De overeenkomst zou ook wel iets met de bluesmuziek te maken kunnen hebben. Bluesband The Sidekicks komt uit Groningen en deze release heeft als titel meegekregen Texas Of The North, vandaar dus mijn gedachten. The Sidekicks bestaan uit oude knarren die je zou kunnen kennen als Hans van Lier & The Sidekicks, maar Van Lier is inmiddels geen onderdeel meer van deze bluesband. Het album was echter al klaar, en zo horen we naast nummers waar Van Lier aan meeschreef ook zijn gitaarwerk. Weggooien is ook al zoiets. Maar goed, inmiddels is er een vervanger dus kwam de plaats alsnog uit. De foto op de hoes heeft wel wat en de stempel ´Made In Meulnhorn´, de thuisbasis, is wel grappig. Het gaat echter om de muziek, en er is niets mis met hun blues. Op zang is er Ted de Haan. Hij heeft een lekkere strot, er zijn twee gitaristen, een bassist en nog een drummer. Bovendien worden er de nodige kundige muzikanten toegevoegd. Dat begint al meteen op opener “Minnesota Mama” met een vette bluesharp. Het is zo’n nummer die een café op zijn kop zet, waar het bier rijkelijk van gaat stromen en waarna het zweet van de muren klotst. The Sidekicks houden zich echter in het volgende nummer ”On My Own” in. Er is wel ruimte om bij te komen en om lekker luchtgitaar te spelen, maar hierna gaat het in “Boogie Disease” in een lekker tempo verder. De temperatuur stijgt. Om hierna weer af te koelen in “This Is The Blues”, waar ik wel aan die andere Noorderling Harry Muskee moet denken. Zo kan ik wel even doorgaan. Persoonlijk vind ik dan een nummer als Land Of Hope dan weer wat te poppy en vooral teveel `lalalala´. Maar goed als ik dan een track als “Leaving Home” hoor dan is het wat mij betreft weer prima in orde. Of een “Best Days” die toch wat te gladjes is, maar als je dan “Not An Angel” hoort dan is het wat mij betreft weer goed. Kortom een plaat waar je je niet voor hoeft te schamen, en weer een bewijs dat er genoeg fijne bluesbands in ons land bestaan. Ook in Groningen.


File: The Sidekicks – Texas Of The North
File Under: Groningse bluesmannen

File Social: [Twitter] [Facebook]

Josy & The Pony Vs. The Poneymen – Hippodrone Club

Rockerill Records

Wat als Danny Mommens en Els Pynoo met hun Vive La Fête geen electro hadden omarmd maar surf, instro’s en rockabilly-met-feedback? Rare vraag wellicht, maar de gouden formule van Franstalige zuchtmeisjeszang over wat-voor-genre-dan-ook werkt altijd. En dus ook als de eveneens Belgische, maar Waalse Josette Ponette, alias Josy, en Bobby Poney, alias The Pony, met The Poneymen als begeleidingsband tien door fuzz en staccato surfgitaarwerk gedomineerde tracks opnemen. The Poneymen heten, als waren ze Ramones, allemaal Poney: Ponitalian Stallone, Poney Manfred, Poney Jr., Poney MegaGrossbeat, Poney Noir, Akim Poney en (bent u daar nog?) Maxi Poney. De namen van de gastmuzikanten zal ik u besparen. Ook de titels van de nummers hebben last van humor: “Louis Sttalllone 007”, “H!!! Hue H!!! Han”, “Horses & Whores” (met een verder geheel Franstalige tekst), “Mexican Hippic Sauce (Vegan Version)” enzoverder. Maar deze band afdoen als flauwe onzin is te kort door de bocht. Man? Or Astro-man combineerden flauwe grappen ook met prima songs. In “Anesse Topless” werkt het bijvoorbeeld uitstekend en als in “La Belle Ponasse” vol gas gegeven wordt, levert dat een opwindende track op. Wellicht helpt het dat mijn Frans te roestig is om eventuele tekstuele grollen te begrijpen, wat de aandacht voor de liedjes, het lekkere zangwerk en de mooie gitaarmuren ten goede komt. Toch geldt: humor iets meer doseren, dan worden de liedjes ook beter.

File: Josy & The Pony Vs. The Poneymen – Hippodrone Club

File Under: Instro galop, pardon: galore!

Jake Xerxes Fussell – What In The Natural World

De vader van gitarist/zanger Jake Xerxes Fussell bestudeerde als musicoloog traditionals uit voornamelijk het zuiden van de Verenigde Staten. Op zijn zoektochten naar mooie liedjes nam hij de kleine Jake vaak mee. Fussell senior kan zijn muzikale opvoeding als geslaagd beschouwen. Jake Xerxes Fussell bewerkt op zijn tweede album What In The Natural World vergeten of nooit gehoorde traditionals. Niet de songs die uit ten treure gecoverd zijn maar echte verborgen parels. “Jump For Joy” van Duke Ellington en “Bells Of Rhymney” zijn misschien nog wel bekend, laatsgenoemde in de versie van The Byrds. Fussell schreef zelf de muziek voor zijn versie en zo krijgt deze song een heel nieuw gezicht. En dat doet hij met alle negen liedjes op dit album. Nergens heb ik het idee dat ik naar bewerkingen van oude liedjes aan het luisteren ben omdat Fussell er met zijn knappe gitaarspel en ook nog eens goede stem in slaagt ze eigentijds te laten klinken. Neem nu een liedje als “Have You Ever Seen Peaches Growing On A Sweet Potato Vine?” (wat een titel!). Het klokt ruim zes minuten en veel meer dan Fussells gitaar en stem hoor je niet maar toch blijft het boeien. Wanneer dit album gepresenteerd zou worden als een blues/folkalbum uit 2017 zou ik het onmiddellijk geloofd hebben. Des te leuker om te weten dat deze, soms stokoude, songs door Fussell weer onder de aandacht gebracht worden. De cirkel is zo weer rond en What In The Natural World is een waardevolle toevoeging aan de Amerikaanse muziekgeschiedenis.

File: Jake Xerxes Fussell – What In The Natural World
File Under: Muziekrecycler
File Facebook: [Jake Xerxes Fussell op Facebook]

Week 28, 2017

Janineka
The Dears – Times Infinity Volume Two

Prikkie
Thomas Wynn & The Believers – Wade Waist Deep

DubbelMono
Gil Scott-Heron – The Revolution Will Not Be Televised

Ludo
Glen Campbell – Adiós

tBeest
Public Service Broadcasting – Every Valley

Ewie
The Cubical – Blood Moon

Gr.R.
Devin Townsend Project @ Dynamo Metal Fest

Storm
Joe Satriani – Surfing With The Alien

The Shins – Heartworms

Columbia/Sony

Eigenlijk heb ik nooit zo goed geweten wat ik met The Shins moest. Niet dat ik de muziek van de Amerikanen vervelende muziek vind. Maar waarom raakt het me de ene keer? Zijn het de liedjes? Is het de aparte productie? En waarom heb ik er soms even geen behoefte aan? Is het te gladjes? Is het door The Beatles en The Beach Boys al wel eens veel beter gedaan? Feit is dat The Shins met Heartworms nu hun vijfde album uitbrengen sinds 2001. Van de begin-Shins is alleen James Mercer nog over. Hij schreef alle nummers waarin hij terugkijkt op zijn leven en tekende ook voor de productie. Het aparte herkenbare geluid van The Shins hoor je nog maar sporadisch, de productie is minder herkenbaar geworden. Wat vooral opvalt is dat Mercer de nummers niet meer uit zijn mouw lijkt te schudden. Hij is zoekende naar de juiste muzikale weg en dat pakt qua resultaat wisselend uit. Om er maar een positieve draai aan te geven. Het ritme heeft een opvallendere rol gekregen in “Painting A Hole”, alsof ze een Talking Heads-je willen doen. Het levert een erg fijne track op. In “Cherry Hearts” krijgen de synths en drums een opvallende psychedelische rol, maar zonder het liedje uit het oog te verliezen. Toch duurt het nog even voordat ik erin kom. De vijfde track “Mildenhal” heeft weer iets van de oude poppie magie en wil me een dansje laten maken. Hierna worden er doelpunten achter elkaar gescoord met liedjes waar ik blij van word. Als ik het voor het zeggen had gehad, dan had ik voor een andere volgorde van de nummers gekozen. Het afsluitende “The Fear” nog even noemen wegens de gevoelige snaar die hij hier weet te raken.


File: The Shins – Heartworms
File Under: The Shins solo

File Social: [Twitter] [Facebook]

Hauschka – What If

City Slang

Ik ben van nature nogal een piekeraar en dan ook nog eentje die nog wel eens vergeet dat er achter grijze wolken altijd blauwe lucht zit. Dat er maar weinig nodig is om het wolkendek te doen openbreken, dat wil er bij mij niet altijd in. Wat als… wordt bij mij vaak gevolgd door een zin vol zorgen. Wat dat betreft heb ik aan de nieuwe Hauschka-cd What If dan ook weinig positieve hulp. De titels van negen tracks die volgen op deze twee woorden zetten mij steeds weer aan het denken en geven een onrustig beklemmend gevoel. Bijna op het angstige af bij tijd en wijle. Op deze nieuwe cd koppelt Volker Bertelmann zijn prepared piano aan kletterende en zoemende elektronica wat dat gevoel van onrust alleen nog maar verder prikkelt. Maar wel op een prettige prikkelende manier. U snapt: What If is alles behalve een strootje tussen je lippen kabbelpianoplaat. Zelfs als hij begint met sec piano zoals in “I Can’t Express My Love”, dan zwerft er een extra laag mee die zorgt dat je niet liefdevol mijmerend wegdroomt. Toch heeft het door de repeterende geluidspatronen (niet eens per se melodieën) waar Hauschka altijd zo fijn mee experimenteert als geheel een hypnotiserende werking. Check bijvoorbeeld maar eens “Familiair Things Disappear”, dat door de weirde elektronica lekker spacey wordt.

mij=City Slang

File: Hauschka – What If
File Under: Wat als..

Millionaire – Sciencing

Unday

Ergens rond de eeuwwisseling was het en we kwamen voor de hoofdact. Geen idee meer wie dat waren, maar nog wel dat we in het Zwolse Hedon ondersteboven werden geblazen door het voorprogramma. Toen ze opkwamen waren we nog vooral bezig met ouwehoeren en ons bier, maar merkten wel op dat de zanger bekend was: speelde hij niet in Mauro Pawlowski’s Evil Superstars? Een minuut later hielden we onze mond (alleen nog open om bier in te gieten en met verbazing toe te kijken): Tim Van Hamels Millionaire ging los. Vunzige, opzwepende en funky sleazerock met rare ritmes en geweldig gitaarwerk. Hun debuutplaat bleek meer van dit recept te bieden en Outside the Simian Flock is sindsdien een klassieker. Na opvolger Paradisiac gaat Millionaire op pauze, al werkt Tim Van Hamel een soloplaat en een hele serie projecten af, waar The Hickey Underworld en Magnus de bekendste van werken. In Magnus speelde uiteraard ook Tom Barman van dEUS, waar Van Hamel ook in speelde; het blijft een incestueuze bende, dat Belgische muziekleven. Nu, ruim tien jaar na dato ligt er een nieuwe plaat. Minder rauw, minder hard. En ook funkier. Sciencing doet verlangen naar live-optredens (ik schat: elk festival in de Benelux). Om Tim Van Hamel Frans te horen zingen in het Serge Gainsbourg-achtige “L’homme Sans Corps”, een duet af te zien werken (“Silent River”) en het meest Millionaire-oude-stempel nummer “Busy Man” te ondergaan. Buitenbeentje-maar-toch-weer-niet “Under A Bamboo Moon”, een zweverige, bijna spirituele track, lijkt uitermate geschikt om op een zwoele, warme zomeravond het rauwe festivalzweet er uit te dansen. En dan ben ik benieuwd wat er tijdens het instrumentale “Visa Running” in de zaal gaat gebeuren. Topplaat.


File: Millionaire – Sciencing
File Under: Jaarlijstjesvoer

Jason Isbell And The 400 Unit – The Nashville Sound

Thirty Tigers

Dat er nog nooit een stukje over Jason Isbell op File Under geschreven is mag ik gerust een grote schande noemen. Aan de man zelf ligt dat niet, hij heeft er aanleiding genoeg voor gegeven. Van 2001 tot 2007 was hij één van de Drive-By Truckers en in datzelfde jaar bracht hij zijn eerste solo-album uit. Tijdens zijn jaren met de band liep hij een fikse alcohol-en drugsverslaving op. Isbells vrouw en zijn goede vriend Ryan Adams grepen uiteindelijk in 2012 in en na een gedwongen opname maakte een afgekickte Isbell in 2013 het schitterende Southeastern over zijn nieuwe, nuchtere leven. Op de al net zo mooie opvolger Something More Than Free uit 2015 is hij gelukkiger dan ooit en verheugt hij zich op zijn aanstaande vaderschap. Zijn band The 400 Unit, genoemd naar de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis in Alabama, heeft Isbell echter nooit vaarwel gezegd. In 2009 en 2011 maakten ze al samen een album en nu hebben ze de handen weer ineen geslagen voor The Nashville Sound. Verwacht bij het horen van deze titel geen country-album, het slaat op het feit dat het in de country-hoofdstad in de legendarische RCA-studio’s is opgenomen. Isbells muziek is americana in de stijl van Bruce Springsteen, Wilco en Ryan Adams. Angst om te verliezen wat je hebt is de rode draad op dit album. Zo baalt hij in “Anxiety” dat stress je zo in de weg kan zitten en verwoordt hij in het mooie “If We Were Vampires” de angst dat het onvermijdelijk is dat de ene helft van een stel op een gegeven moment alleen overblijft. Isbell maakt zich ook flink kwaad over het Amerika in tijden van Trump. In “White Man’s World” gaat hij tekeer tegen de privileges die blanken hebben en dan ook nog vooral mannen. “Cumberland Gap” is een venijnige ode aan de mijnwerkers. Wat opvalt is Jason Isbells stem die tegelijk scherp en vol emotie is. Een stem die je bijna tot luisteren dwingt wat geen enkele moeite kost, gezien de uitstekende teksten en de enorm goede en melodieuze liedjes. Soms denk je Ryan Adams te horen, de stemmen lijken wel wat op elkaar en de muziek ook, maar Isbell zingt nét even wat krachiger. Het was moeilijk om de twee juwelen van solo-albums te overtreffen en dat doet The Nashville Sound dan ook niet. Desondanks is het een van de betere albums die ik dit jaar hoorde van één van de grootste americana-talenten van dit moment.

File: Jason Isbell And The 400 Unit – The Nashville Sound
File Under: Americana’s finest
File Facebook: [Jason Isbell op Facebook]
File Twitter: [Jason Isbell op Twitter]

Week 27, 2017

Prikkie
Igorrr – Savage Sinusoid

Ewie
R. Stevie Moore & Jason Falkner – Make It Be

Ludo
Vince Staples – Big Fish Theory

Storm
Do Make Say Think – Stubborn Persistent Illusions

Janineka
HAIM – Something To Tell You

DubbelMono
Bonnie Prince Billy – Best Troubadour

Vonx
Bob Marley – Soul Rebels

Gr.R.
Midnight Oil @ O2Appolo

tBeest
Ride – Weather Diaries