File Under: is aan het puffen
Anathema - A Natural Disaster
Ze halen het zelf een beetje op hun hals, die jongens van Anathema, door A Natural Disaster vlak na het ingaan van de wintertijd uit te brengen. Ik zie de koppen in de (niet metal)bladen al (weer) verschijnen: "Herfstplaat van het jaar". Niets is namelijk minder waar dan dat. Alsof een goudklomp als deze zich alleen leent voor de dagen waarop er steeds minder daglicht is. Welk een flauwekul! Zoveel pracht moet ook schitteren in de zon, glimmen in de neerstromende regen en schallen uit de luidsprekers op de eerste lentedag. De metalheads die niet mee gegroeid zijn met Anathema zullen waarschijnlijk wel definitief afhaken na deze CD. Zie die puur gericht zijn op gitaargeweld en de emotionele uithalen van Danny Cavanagh kunnen alleen nog hun hart echt ophalen in "Pulled Under". Dat nummer zit overigens precies op de goede plaats, iets voorbij de helft, van de CD, want van "Harmonium" tot het instrumentale "Childhood Dream" lijkt het of Anathema je op het verkeerde wil zetten door sluimerend steeds een stukje ingetogener voor de dag te komen. Daardoor is de prikkel die de geluidsmuur van "Pulled Under" geeft zo verdomde intens en precies op het goede moment. En terwijl je daarvan aan het bekomen bent wordt je verrast door een zangeres te horen in het titelnummer in plaats van Cavanagh. A Natural Disaster sluit wat dat betreft naadloos aan op "A Fine Day To Exit". dat ook al het metalgenre grotendeels achter zich gelaten had. Sterker nog het is de overtreffende trap er van die cd! Weldoordachte, bloedmooie melodieën, stemmig gitaarwerk, maar af en toe ook intense rock. Geef maar toe, dat wil je toch altijd horen en niet alleen in de herfst?
File Under: Voer voor jaarlijst
This Beautiful Mess - Temper The Wind To The Shorn Lamb
This Beautiful Mess leek de afgelopen tijd wel een duiventil. Sinds de release van hun debuut Falling On Deaf Ears is de helft van de band gestopt met de band en vervangen. Drummer Axel Kabboord werd gitarist Axel Kabboord en Lydia Wever is de band op toetsen komen versterken. This Beautiful Mess is nu dus een vijfmansformatie. Deze bezettingswisselingen hebben de band er alleen maar beter opgemaakt, blijkt bij beluistering van Temper The Wind To The Shorn Lamb. Qua stemming kruipt This Beautiful Mess verder van Radiohead en consorten vandaan en meer richting At The Close Of Every Day. Niet zo raar natuurlijk omdat Axel Kabboord daar ook gitaar in speelt. Deze verschuiving in stemming, maar vooral ook de warme toetsenpartijen en stem van Lydia zijn echt een aangename aanvulling op het geluid van This Beautiful Mess. Dat wordt gelijk in opener "Come One Come All" al duidelijk, waarin Lydia's (tweede) stem schittert. Haar zang en toetsen blijven een CD lang de subtiele ragfijne rode draad waarlaan de pareltjes worden geregen. De sfeer mag dan wat bedrukter zijn dan op Falling On Deaf Ears, de plaat is ook veel diverser en dat is misschien nog wel de grootste winst die This Beautiful Mess boekt op Temper The Wind To The Shorn Lamb. This Beautiful Mess weet elf nummers lang de luisteraar te boeien met mooie stemmige melodieën en teksten. Arjen van Wijk geeft aan het richtingsgevoel verloren te hebben dat deze plaat een zoektocht is naar wat echt belangrijk is. Als dat dit soort mooie platen oplevert zou je bijna hopen dat de zoektocht een onuitvoerbare queeste wordt.
File: This Beautiful Mess - Temper The Wind To The Shorn Lamb
File Under: Indiepop
The Violet Subgroove - How to succeed... without even trying
Ze bedoelen het vast goed die Jungs von The Violet Subgroove met hun stelling dat ze modern zijn en niet trendy of cross over en ver verwijderd blijven van trends als Nu Metal en andere trendy muziekstijlen. Dat kun je best allemaal stellen, maar dat is natuurlijk nog geen garantie voor een goede plaat! Wat je op How to succeed... without even trying voorgeschoteld krijgt is vooral een afgelikte boterham. Wie zit te wachten op een soundalike Alice In Chains (de eerst twee tracks klinken als kliekjes van Dirt), Layne Staley is helaas al meer dan een jaar dood en die moeten ze met rust laten en niet proberen te imiteren. Maar goed ben je net over die ergernis heen krijg je vervolgens een halfbakken cliché ska-nummer over je heen. En zo rol je van de ene ellende in de andere, want daarna na dat ska-geneuzel krijg je ook nog een kijkonseenspunkzijn track over je heen (en dat doen ze later nog eens dunnetjes over). Ben je lekker mee en nog niet eens halverwege ook, zucht. De rest van de plaat maakt het er ook niet echt makkelijker op. Nergens een kleine frisse verrassing, nergens een vleugje originaliteit die de CD richting uit het zompige moeras zou kunnen trekken. Het is niet eens saai dat is misschien nog wel het ergste. Het is vlees nog vis. Het is overbodig. En dat zijn de ergste platen om uit te zitten. Ik heb het idee dat op How to succeed.... without even trying nog enkele woordjes moeten volgen. Vul het zelf maar aan. Zucht
File: The Violet Subgroove - How to succeed... without even trying
File Under: Overbodig alternatief
Favez - Bellefontaine Avenue
Knappe jongen die tot meer dan twee bands komt uit Zwitserland zo hij daarom gevraagd wordt. Yello, daar komen de meesten nog wel op. En een beetje metalhead die is blijven hangen in de jaren tachtig weet daar nog Celtic Frost aan toe te voegen. Favez zullen ze niet zo snel noemen. Hun vorige plaat From Lausanne, Switzerland maakte duidelijk dat daar wel hun roots liggen. Duidelijkheid staat sowieso hoog bij ze in het vaandel. Daarom noemen ze hun nieuwe CD maar naar de plek waar deze opgenomen is, Bellefontaine Avenue, noemen ze een op Motorhead leest geschoeide recht voor zijn raap nummer "Heavy Metal 10" en het nummer dat qua potentieel het meest kans maakt op een top-40-notering "It's a Hit". Waarom moeilijk doen als het gemakkelijk kan. Wat dat betreft zetten de Zwitsers je in "Emmanuel Hall" een beetje op het verkeerde been, want dat begint eigenlijk best ingetogen. De refreinen laten ook daarin al horen waar Favez verder garant voor staat: ongecompliceerde, gemakkelijk in het oor liggende liedjes met hoog meezinggehalte. Hierbij moet je denken aan Jimmy Eat World aangevuld met een mix van Weezer, Therapy? en af en toe een zwerfkei uit de rotstuin van Soundgarden, met als rode draad de kenmerkende ietwat heze ijle stem van Chris Wicky, die af en toe doet denken aan James Dean Bradfield van de Manic Street Preachers. Niet hemelschokkend, wel lekker.
File: Favez - Bellefontaine Avenue
File Under: From Lausanne, Switzerland
Lawn - Backspace
Na twee nummers van Backspace is het al duidelijk dat Lawn er geen gras over laat groeien en maar gelijk laat horen hoeveel ze gegroeid zijn sinds hun debuutplaat Lawn-dro-mat uit 2001. Die vooruitgang zal voor een groot deel ook te danken zijn aan de vele optredens die Lawn de afgelopen twee jaar gedaan heeft zowel in binnen- als buitenland (vooral Duitsland werd nogal eens aangedaan). Hierbij valt op dat ze als ze voorprogramma's deden, dit bij steeds grotere acts was. Het hoogtepunt hiervan had het naprogramma van Queens of the Stone Age moeten worden, maar dat werd helaas voor hen afgelast. Al dat optreden heeft Lawn meer dan op Lawn-Dro-Mat een eigen smoel gegeven, waarbij vooral het tegendraadse duoslaggitaarwerk van de broertjes Van 't Veer (zoals bijvoorbeeld in opener "Tide") opvalt. Ook zijn beiden er qua zang flink op vooruitgegaan. De ijle zang had van mij dan ook nog wel wat verder naar voren gemogen in de mix, die is er nu goed genoeg voor. En als ze dan hun zang ook nog eens combineren met de goddelijke stem van Anneke van Giersbergen (The Gathering) zoals in "Fix" ontstaat iets prachtigs, dat als single misschien nog wel een bescheiden hitje kan worden ook. Überhaupt heeft Lawn slim haar gasten gecast voor deze plaat. De tweede stem die CarmenKata hen ter beschikking stelt op onder andere het titelnummer, één van de mooiste nummers van de cd, is echt een perfect gekozen aanvulling en hetzelfde kan gezegd worden van de violen van Audiotranparents Andreas Willemse her en der op de CD. Enige klacht die ik nog heb is dat ze het gas wel iets vaker wat verder open zouden mogen draaien zoals in "Frontseat" wel gebeurt. Al met al drijft Lawn wat verder af van de post-rockrijtjeshuizen richting een eigen ontworpen huis en tuin. Met een gazonnetje, maar dat is logisch.
File Under: Indie Rock
The Strokes - Room on Fire
Sinds ik vanmorgen las dat Elliott Smith een einde aan zijn leven gemaakt had en ik ondertussen naar de ellendige nieuwe plaat, Room on Fire, van The Strokes luisterde spookt me maar één gedachte door mijn hoofd: "Waarom moest dit nu gebeuren met Elliott Smith en waarom was het niet één van die mannetjes van the Strokes?". Als één van hen dat nou gedaan had en Smith was zich wat beter gaan voelen (het ging al slecht met hem), dan was de Strokes hype een mooi afgerond geheel geweest en hadden we nu waarschijnlijk geen last gehad die totaal niets toevoegt aan Is This It?. En als het dan een beetje had mee gezeten dan had Elliott zijn From A Basement On The Hill kunnen afronden. Ga snel uit elkaar Strokes. Rust zacht Elliott. "Bye", (Figure no 8).
File: The Strokes - Room on Fire
File Under: Who cares?
Burma Shave - Smile City
Het zou zomaar een vraag kunnen zijn in de serie popquizzzzzen die de NPS vanaf 7 november gaat uitzenden: Hoe heet het Haagse bandje dat begin jaren 90 een klein hitje had met "Hippies". Ik zou het antwoord wel weten als hij gesteld wordt dan. Mijn quizmaatje ook wel denk ik. Nu maar hopen dat Matthijs van Nieuwkerk ons ook daadwerkelijk deze vraag gaat stellen. Oh ja, het antwoord ben ik je nog schuldig, dat is natuurlijk: Burma Shave. Het is heel lang, te lang eigenlijk, stil geweest rondom deze band nadat ze in 1997 door Sony gedropt werden. Sterker nog, ik dacht eigenlijk dat Burma Shave, dat al sinds 1984(!) aan de weg timmert, helemaal niet meer bestond. Niets blijkt minder waar. Er is nu zelfs een nieuwe CD, Smile City. En die borduurt verder op waar Burma Shave zich in bekwaamd had in de loop der jaren, een zompig moeras van blues en rock uit een (heel) ver verleden, met een behoorlijk arsenaal aan samples. Die zijn het die de plaat interessant maakt voor mensen van rond de dertig die net als ik af en toe met weemoed terugdenken aan die goede jaren zo halverwege de jaren 90. Niet gek ook dat soms de geest van wijlen Urban Dance Squad rond lijkt te dolen op Smile City, aan gezien Michel Schoots weer achter de knoppen plaatsnam tijdens de opname, net als op de eerste CD uit 1992. In dik tien jaar slechts vier platen uitbrengen is eigenlijk een beetje te weinig voor een band van het kaliber Burma Shave, hopelijk moeten we niet weer zo lang wachten op een opvolger.
File: Burma Shave - Smile City
File Under: Rock vol nostalgie
Circle - Alotus
Sinds 1991 vecht het Finse Circle, niet te verwarren natuurlijk met het Belgische Emo gezelschap, tegen haar demonen. Door zo onvoorspelbaar mogelijke muziek te maken en elke keer weer verrassend uit de hoek te komen probeert bandleider Jussi Lethisalo zijn duivels te verdrijven. De ene keer lukt hem dat wat beter dan de andere keer. Op het briljante Prospekt uit 2000 zat de duivel hem aardig op de hielen. En dat was te horen ook. Een kolkende massa van jaren zeventig Krautrock vermengd met bijna gekmakende nummers die veelal opgebouwd werden rond één gitaarriff deden je vermoeden dat de duivel het kwintet bijna voor zich gewonnen had. Op het nieuwe album Alotus is bijna alles anders. De adrenaline kick is grotendeels verdwenen, de duivel lijkt getemd. Wat gebleven is, is de onderhuidse spanning en hypnotiserende één riff gitaarpartijen die nu echter grotendeels tammer klinken, bijna alsof ze de demonen onder controle hebben en op hun lauweren rusten. Slechts af en toe weten de hoorntjes zich nog door de dikke hoofdhuid heen te persen en dat levert de momenten van gekte die Prospekt zo bijzonder maakten en Alotus redden.
File: Circle - Alotus
File Under: Iets meer gekte zou niet gek zijn
Sr. Chinarro - El ventrílocuo de sí mismo
Het klink een beetje nonchalant en bijna een beetje ongeinspireerd wat Sr. Chinarro je voorschotelt op El ventrílocuo de sí mismo. Maar als je wat beter luistert, dan blijkt dat schijn, zoals wel vaker, bedriegt. Dat dit zo lijkt komt namelijk vooral door de monotone donkere stem van Antonio Luque, die wel een beetje doet denken aan de zingende Italiaanse advocaat Paolo Conte. Maar dan wel de Spaanse indie-variant. En een productieve bovendien, want Sr. Chinarro levert met El ventrílocuo de sí mismo zijn 8e album in 9 jaar af en produceerde daarnaast ook nog eens een stuk of 6 EPs. Niet echt iemand die ongeinspireerd is dus. En dat monotone lijkt alleen in eerste instantie maar, want luister je er wat langer naar, dan ontrafelt zich namelijk vanzelf het geheim van de mooie gitaarlijntjes. Antonio Luques stem wordt namelijk wel aangenaam ondersteund door mooie dynamische melodieën, die liggen ergens tussen de eerste Smiths en Arab Strap, waarbij vooral de combinatie van het elektrieke en akoestische gitaarwerk in het oog springt. Het verbaast me dan ook niets dat bands als Migala en Manta Ray Sr. Chinarro bewonderen, ook hij maakt, net als zij intelligente, misschien ietwat obscure maar voor al mooie liedjes die het Spaanse leven ademen.
File: Sr. Chinarro - El ventrílocuo de sí mismo.
File Under: Charmante Spanjaarden
Supergroover - Supergroover
Soms lijkt het wel of platenmaatschappijen en masse liggen te slapen. Ik snap echt niet dat geen van hen Supergroover nog opgepikt heeft en groot gemaakt heeft. Ik kan me niet voorstellen dat ze niet opvielen bij de finale van de Grote Prijs van Nederland waar ze een beetje een vreemde eend in de bijt waren tussen alle 'standaard' pop-rock bands. Daar is hun muziek die ergens tussen Lamb en Kosheen, maar af en toe ook vlakbij Zuco 103 moet er voor hun drum & bass veel te opzwepend voor. Het is echt verfrissend om te horen hoe deze Duits-Nederlandse formatie met een klassieke band set-up (bas, drum, gitaar en toetsen) een vet organisch geluid neer zet. Door die band line-up kan Supergroover ook meer variëren in haar geluid waardoor uitstapjes richting jazzy en af en toe een toef wereld en rock gemakkelijker te maken zijn, wat voor mij nogal een pré is. De basis van de tracks blijft echter liggen bij dance. Bij het beluisteren van Supergroover is het ook gelijk weer helder waarom je 'echte' drums bijna altijd zult prefereren boven die geprogrammeerde krengen. Wat drummer Patrick heeft laten vastleggen voor het nageslacht klinkt zoveel lekkerder en natuurlijker dan zo'n doos ooit zal kunnen doen, maar nog steeds ongelofelijk strak. De show wordt toch wel gestolen door zangeres Brenda, die met haar weergaloze stem die niet onderdoet voor Kosheens' Sian Evans, Zuco 103's Lilian Vieira en af toe zelfs doet denken aan Björk. Nee, Supergroover komt er wel. Dit moet het haast wel gaan maken bij een groter publiek, dat kan bijna niet anders. Als er maar een platenmaatschappij wakker wordt. Of je de CD bestelt via hun site waar ook samples te horen zijn.
File: Supergroover - Supergroover
File Under: Drum'n Band
Ocean - Fogdiver
Je oren hebben precies twee seconden om te wennen aan Fogdiver EP van The Ocean daarna knallen de gitaren furieus uit je oren op een allerminst misselijke manier. De hoes toont je alleen een opgedroogde oceaan en zo start de EP ook met het titelnummer. Het brandt gewoon je speakers uit en zorgt dat je na een kleine vier minuten even naar adem moet happen en ff een glaasje water te tappen om het vochtniveau weer een beetje op peil te brengen. Gelukkig kun je daarna even afkoelen en ontspannen in "Endusers", met mooie uitgesponnen gitaarlijnen. Op Fogdiver, hun eerste CD voor een 'echte' platenmaatschappij, verwoordt het Berlijnse collectief hun standpunten zonder woorden en dat doen ze met muziek die ligt ergens tussen Godspeed! You Black Emperor en Neurosis. Raar genoeg is op het podium de samenstelling van de band anders dan op de CD. Dan laten ze de violen en cello's weg. Het zal me benieuwen wat er dan van overblijft, want in het cineastische "The Melancholy Epidemic" is er nogal een nogal prominente rol voor deze strijkers weggelegd. Dit geeft een nogal schril contrast met de hamerende drums en gitaarpartijen dat wel verrassend is. Het heeft misschien nog niet overal een geheel eigen smoel, maar het is wel knap hoe ze geheel instrumentaal weten te boeien en als ze voortborduren op wat op "The Melancholy Epidemic" ingezet is komt er vast nog wel wat mooiers dan deze toch al niet kinderachtige EP.
File: Ocean - Fogdiver
File Under: Ambient Soundtrack Doomrock (zeggen ze zelf)
The Robocop Kraus - Living With Other People
Als er één band is die veel te vroeg opgedoekt is de laatste jaren, dan is het wel Dismemberment Plan. Met Emergency & I en Change leverden zij twee pareltjes van tegendraadse indie. Bij vlagen hoor je op Living With Other People van The Robocop Kraus dezelfde opzwepende eigenwijze combinatie van drums, staccato gitaren, toetsen én zang voorbijkomen. En, nog belangrijker natuurlijk, van bijna een zelfde niveau als Dismemberment Plan. Dat is niet het enige waar Robocop Kraus leentjebuur speelt hoor. Met een zanger die klinkt als de schreeuwversie (in de goede zin van het woord) van Robert Smith (waar hebben ze die kwekerij staan waar ze die zangers tot volle wasdom brengen die lijken op deze treurwilg?) dondert Robocop Kraus ook vooral nog een boel Clash en trendy, maar lekkere (the Faint) wave-electronica op de plaat. Ik denk zelfs dat als the Clash nog had bestaan, ze geklonken zouden hebben als the Robocop Kraus. Opruiend, schreeuwerig, nihilistisch, hoekig maar oh zo pakkend. Een potpourri van klanken die je terug doen denken aan vervlogen tijden, maar o zo 200x zijn door manier waarop dit klankboeket geschikt is. En dat allemaal strak in het pak en met een bizar gevoel voor humor en van duitse orgine. Hoe is het mogelijk en wat wil je nog meer?
File Under: Zo zou the Clash geklonken hebben in 2003
Blackstrap - Ghost Children
Het verbaast me helemaal niets dat Fireside's Pelle Gunnerfeldt zo enthousiast was over de demo's die Blackstrap hem toezond. Qua sfeer zijn er namelijk zeer zeker overeenkomsten met de laatste twee platen van Fireside. Op Ghost Children broeit het namelijk ook. Niet het broeien van de zon, daar is het te koud voor op dit moment in Scandinavië. Het is meer het broeien van een oververhitte Zweedse sauna. Zompig walst de wall of sound je speakers uit. De lagen muziek liggen dichter op elkaar gestapeld dan de vette mist op een kille herfstmorgen gewoon. Dan doen de zonnestralen van "Sunrise" je goed en de laagjes emo uit de eerste single "In Colored Ways" en "Jointly and Seperately" voelen ook fijn. Zelfs over suffe computerboxen of goedkope koptelefoontjes klinkt het overweldigend, in de woonkamer is het zelfs kamervullend, of het gas nu vol open staat of subtiel als in "Midnight Stars". Het is duidelijk dat het lange tijd experimenteren met het geluid zijn vruchten afwerpt en geperfectioneerd wordt door de eindmix van Gunnerfeldt. Het klinkt misschien een beetje lullig voor Pelle, maar Ghost Children ligt een stuk beter in het oor dan de laatste Fireside en dat kon voor een deel wel eens zijn eigen schuld zijn.
File: Blackstrap - Ghost Children
File Under: Broeiplaat
Larry Cook - Greetings from Promiseville
Wie is Larry Cook? Dat vraag ik me nu al af sinds ik Greetings From Promiseville in de CD-speler heb zitten. Zijn naam en CD-titel zijn nog net geen Google Whack. Jaja ik weet dat dat eigenlijk twee woorden moeten zijn, maar toch.... Het begeleidend schrijven probeert ons zand in de ogen te strooien dat deze multi-instrumentalist (handig, want hij bespeelt alle instrumenten zelf omdat hij geen vrienden heeft) echt uit Promiseville komt, maar volgens de Terraserver bestaat Promiseville helemaal niet en als Microsoft zegt dat iets niet bestaat dan is dat natuurlijk ook echt zo. Bestaat deze folkrocker die muziek maakt die ergens ligt in het straatje ligt dat loopt van Waterboys City naar Dylan Village wel echt? En van wie heeft hij nu ook al weer "I Walked With The Devil's Best Friend" gejat? Gaat er achter de naam Larry Cook niet stiekum iemand schuil die we onder een andere naam kennen? Zijn stem klinkt in ieder geval niet onbekend, maar zeker ook niet onprettig en zijn gitaarspel is in ieder geval erg goed verzorgd op Greetings From Promiseville. Voorlopig moeten we het dus maar doen met een niet gevulde website, een tikkeltje brave, maar wel lekkere CD en een zak vol vraagtekens.
File: Larry Cook - Greetings from Promiseville
File Under: Folk Rock uit ehhhhh ja uit wat eigenlijk?
Da Skoda's - Psychadelicious
Vroeger, eigenlijk nog niet zo heel lang geleden, stonden Skoda's gelijk aan inferieure koekblikken uit Tsjechië. Sinds Skoda echter in handen is van de Deutsche Gründlichkeit van het Volkswagen concern zijn ze aardig bezig hun imago op te poetsen. Je kunt je afvragen waar Da Skoda's zich naar vernoemd hebben. Deutsche Gründlichkeit stralen ze in ieder geval niet uit op hun tweede CD Psychadelicious. Je gaat niet echt zitten in een eng netjes sturende Skoda Fabia, maar eerder in een koekblik van voor de val van de muur. Wel goed geproduceerd hoor, opvallend goed zelfs voor een eigen beheer plaat, maar niet van die Duitse degelijkheid aan liedjes. Eerder liedjes die je doen denken aan Arno ("Miss Lumberjack"), Tom Waits ("Daniëls Song"), zelfs de Beach Boys ("Swimming") en garagerock met overheerlijke orgeltjes ("Oh-Yeah"). Misschien wel een iets te grote diversiteit voor een EP-tje. Toch is het niet verbazend dat de heren vorig jaar de "Oogst van Overijssel" gewonnen hebben, want daar ligt de muziek lekker genoeg voor in het gehoor en zoals gezegd er is voor elk wat wils en dat doet het altijd goed.
File: Da Skoda's - Psychadelicious
File Under: Leuk nieuw modelletje op oude leest
Sharko - Sharko III
Luisterend naar Sharko III, de nieuwe CD van Sharko, kom je bijna in de verleiding om ze klakkeloos onder het kopje "Antwerpen" te plaatsen. Het geluid van wat ooit als éénmansband begon, maar ondertussen is uitgegroeid tot een heus trio rond David Bartholomé, sluit vrijwel naadloos aan op de Antwerpse Scene (dEUS, Zita Swoon, Moondog Jr. etc.). Toch maar beetje voorzichtig zijn hiermee, want Bartholomé is tenslotte wel een Waal. Snel maar vertellen dat ook Beck nog om het hoekje komt kijken in "Luv Mix". Hoe dan ook, Sharko is dan wel net een tikkeltje minder eigenwijs (braver zou ze te kort doen) dan we gewend zijn uit de Antwerpse scene. Maar aangezien dEUS een tijdje stil ligt en Zita Swoon, maar niet een briljante opvolger op het geniale Moondog Jr. Everyday... moet de hongerige Belgie-watcher toch op zoek naar alternatieven om die honger te stillen. En dan draagt Sharko voldoende aan om de rommelende maag te stillen en gaan liedjes als "Rip Off (a phone call)", "King Fu" en "Y.M.C.O (Goodbye Bono Fox)" er in als Gods woord in een ouderling.
File Under: Brussel is minder eigenwijs dan Antwerpen
Neal Morse - Testimony
Jehova's proberen je te bekeren door hun voet tussen je deur te zeggen en je in een goed gesprek de juiste weg te laten vinden. Ik zal niet suggereren dat Neal Morse het probeert met zijn eerste solo-plaat sinds zijn vertrek uit Spock's Beard, Testimony, maar alleen al kijkend naar de songtitels heeft hij wel een beetje de schijn tegen en door de twee uur die de plaat duurt zit zijn voet ehhh CD toch wel lang je speler vast. Het verrast me eigenlijk meer dat Morse komt met een symfo-album, ik had verwacht dat Testimony meer in de lijn zou liggen van zijn vorige solo-albums. Niets van dat al dus. Testimony sluit naadloos aan op Snow van vorig jaar voordat Morse geroepen werd door De Man om Spock's Beard te verlaten. Zelden zal een muzikant zo open en bloot over zijn bekering gezongen hebben en daar heb ik, ondanks mijn bedenkingen, wel respect voor. Het is aangenaam te horen hoe Morse zijn hele repertoire recyclet zonder te vervelen, maar je af en toe wel doet fronsen en denken: "Waar hoorde ik dit eerder". Catchy koortjes, majestueuze melodieën, natuurlijk gefreak, Testimony has it all en gelukkig, ik heb nergens het gevoel dat Morse mij naar zijn kant van de streep probeert te trekken. Maar toch, maar toch. Ik mis ze echt wel op deze plaat: Nick, Alan, Ryo and Dave. Nu wordt pas echt duidelijk dat Neal Morse dan misschien wel de aardappels aanleverde en een groot gedeelte van de jus, maar de finishing touch zat'em toch in de tweede stem en vloeiende, soulvolle, drumwerk van Nick D'Virgilio, de licks van Alan, het maniakale van Ryo en het ronkende van Dave. Nee, ik ben niet teleurgesteld in Testimony het is op-en-top Neal, maar als God weer eens wat weet zorg dan alsjeblieft ooit nog eens voor een reunie.
File: Neal Morse - Testimony
File Under: En God zag dat het goed was (2)!
Danko Jones - We Sweat Blood
Geen gelul, maar spelen. Danko Jones gaat recht op zijn doel af. Zijn tours door Europa zijn ware strooptochten. Elke bezoeker van zijn concerten windt hij om zijn vingers ongeacht geslacht, waar Danko er zelf geen twijfel over laat bestaan welk geslacht zijn voorkeur heeft. In slechts 34 minuten doet Jones met zijn strijdmakkers waar anderen een uur of meer voor uit zouden moeten trekken. Vol gas scheurt We Sweat Blood langs Monster Magnet ("Dance" is opzwepend en groovy als Dave Wyndorf in zijn beste dagen), toont zich een volwaardige opvolger van wijlen Phil Lynnot (let ook eens op hoeveel het logo op de hoes lijkt op dat van Thin Lizzy) in onder andere "I love living in the city" en "Strut", opvallend hoeveel zijn stem dezelfde soul heeft als deze rockdode. En dan citeert hij ook nog eens onbeschaamd uit Aerosmiths' "Walk This Way" ('I was a high school loser, never made it with a lady' in "Heartbreak's a blessing") en doet hij je mijmerend terugdenken aan de goede tijd van Anthrax in "Wait a minute") . Misschien is het maar goed dat dit allemaal gebeurt met de intensiteit van Henry Rollins waardoor hij ook jou je voordat je er erg in hebt om zijn vinger gewonden heeft. Zo krijg je nooit de kans om je te storen aan al die bronnen van energie die hij aanboort en heb je geen moment om je af te vragen of Danko Jones ook nog iets aan diepgang te bieden zou kunnen hebben. Gelikt en overdonderend gaan prima hand in hand, dat blijkt maar weer drommels goed op We Sweat Blood.
File: Danko Jones - We Sweat Blood
File Under: Bloed Zweet & Rock and Roll
The Fire Theft - The Fire Theft
Even denk ik dat het de tocht is die me de rillingen op mijn rug veroorzaakt, maar bij controle van de deuren en ramen blijken die toch echt allemaal potdicht te zitten. Het is dus echt de muziek die dit veroorzaakt en tot me tot aan mijn kruin verpakt in kippenvel. De voortekenen in november vorig jaar logen er natuurlijk al niet om, The Fire Theft kon wel eens met iets groots op de proppen komen. En dat blijkt nu, bijna een jaar later, helemaal waar. Eerst grijpt het intro van "Uncle Mountain" me aan en vervolgens snijdt de stem van Jeremy Enigk me de adem af. Voor ik het weet worden mijn ogen nat bij "Oceans Apart" en daarna wordt het maar alleen maar erger. Ik weet niet of je het nog emo kunt noemen, daar is het misschien wel teveel voor verpopt/rockt maar mij maakt het in ieder geval wel emotioneel. Dat had ik bij de laatste fabuleuze Sunny Day Real Estate, The Rising Tide, en dat heb ik nu weer bij The Fire Theft. Nog melodieuzer (meer toetsenwerk vooral) dan de laatste twee Sunny Day Real Estate albums, maar weet toch steeds op dezelfde manier te zorgen de continue onderhuidse spanning die SDRE ook zo kenmerkte. Zoveel schoonheid op één plaat als op deze had ik nog niet gehoord dit jaar en ik schat zo in dat The Fire Theft ook niet meer overtroffen gaat worden van nu tot januari.
File: The Fire Theft - The Fire Theft
File Under: Plaat van het jaar
Audiotransparent - Audiotransparent
Audiotransparent heeft de wind vol mee in de zeilen. Het lijkt bijna een sprookje! Ga maar na: welke (nog wel) kleine band gebeurt het nu dat ze zonder ook maar één plaat uitgebracht te hebben in het voor programma kan staan van een grote band als the Tindersticks? En dan zo veel indruk op deze maken dat ze voor een tweede optreden opgetrommeld worden en daar ook nog eens de show stelen en een bizar aantal CDs verkopen voor een charmant klein label als LVR. Dat kunnen niet zo heel veel bands deze Groningers navertellen. Daar komt nog bij dat nu de debuutplaat van Audiotransparent ook voor de rest van Nederland in de schappen ligt dit sprookje gewoon doorgaat. Want ze hebben met hun Audiotransparent een mooie, stemmige plaat afgeleverd die klinkt als een warm meergranen brood gebakken uit de oogst van de akkers van Radiohead, Low en een hele trits post-rockbands. In "Lowhigh" galmt "No Surprises", maar dat komt vooral door de xylofoon en "Memory Lane" zou zo op repertoire kunnen van Coldplay qua sfeer. Geen misselijk werk dus wat hier geleverd wordt. Op enkele nummers wordt het Audiotransparent Orchestra ondersteund door Chantal Acda op zang en dat geeft die nummers een meerwaarde. De mensen die dit jaar At The Close of Every Day's Zalig zijn de armen van geest aanschaften, kunnen dat met deze plaat ook blind doen, qua sfeer is Audiotransparent vergelijkbaar en qua kwaliteit al helemaal.
File Under: Melancholische Post-Rock
Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns - In the Fishtank 10
Het blijft een interessant gegeven die Fishtank experimenten van Konkurrent. Stop twee bands in een studio geef ze een paar dagen om wat op te nemen en breng het uit op CD. Het is dan altijd een groot voordeel dat bands in hun normale leven het experiment niet schuwen. Nou wat dat betreft zit je wel goed bij Motorpsycho en Jaga Jazzist. De twee kennen elkaar al goed en hadden al vaker samen het podium gedeeld. Maar werkt zoiets dan ook samen in de studio? Dat is dan natuurlijk de vraag. Gelijk maar het antwoord: Ja het werkt! De combinatie Motorpsycho en Jaga Jazzist klinkt als een geoliede machine op deze 10e editie van In The Fishtank. De kopersectie van Jaga Jazzist blaast weer leven in Motorpsycho, waardoor deze opleeft van hun tegenvallende laatste plaat It's A Love Cult. Vooral het subtiele "Pills, Powders and Passion Plays" en de funky "Theme de YoYo"-cover van het in pop/rock-kringen vrijwel onbekende The Art Ensemble of Chicago laten zeer geslaagd samenspel horen. De twee partijen leggen elkaar vooral in "Theme de YoYo" het vuur na aan de schenen. Motorpsycho staat live natuurlijk ook nogal bekend om de lang uitgesponnen versies van hun nummers wat niet door iedereen altijd gewaardeerd wordt (ik ben er al eens bij weggelopen), maar op het afsluitende en dik twintig minuten klokkende "Tristano" lukt het ze meer dan behoorlijk om de aandacht vast te houden, accumulerend van een bijna stil repeterend geluid tot een steeds grotere kakofonie. Hopelijk heeft het Fishtank-gebeuren ook een positief effect op de volgende plaat van Motorpsycho.
File: Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns - In the Fishtank 10
File Under: Jazz rock!