Leya - Watch You Don't Take Off
Voor sommige artiesten hoop je dat het hebben van bekende vriendjes helpt hen zelf een grote naam te worden. Zo denk ik over Leya in ieder geval. Zanger Ciaran Gribbin van deze Ierse band kan het heel goed vinden met de heren van Snow Patrol. Gary Lightbody is een grote fan van hun muziek en vooral de stem van Gribbin, en noemt deze een van de meest bijzondere die hij in lange tijd gehoord heeft. Mooie woorden natuurlijk, maar Gary vindt het klaarblijkelijk echt. Anders nodigde hij Ciaran vast niet uit om plaats te nemen in een zes koppen tellend koortje dat Snow Patrol assisteerde bij een secret gig in het Royal Opera House en om op Eyes Open mee te zingen. Ik moet Gary ook wel een beetje gelijk geven. Al hoor ik in de muziek en de stem van Ciaran wel heel veel andere bandjes die een plekje hebben verworven in mijn cd-kast. Het mooie aan het debuut van Watch You Don't Take Off, vind ik de vele gezichten van de plaat. De door HotPress tot Ierland's grootste belofte voor 2006 uitgeroepen band kan ingetogen en schaars begeleid klinken zoals in een mooi nummer van Ben Christophers, maar kan ook uit haar voegen barsten van de bombast zoals Muse dat kan. Tussendoor maken ze dan ook nog liedjes van Coldplay- en Keane-achtige onschuld, waarbij ze het gebruik van een heel peloton strijkers niet schuwen. En in alle liedjes trekt inderdaad Ciaran met zijn lenige stem steeds weer de aandacht. Daar moet je tegen kunnen, maar als je houdt van goedgedoseerde melodramatiek, dan ben je bij Leya aan het juiste adres.
File Under: Een plaat met vele aangename gezichten.
File Audio: [The Dream The Money Bought]
My Latest Novel - Wolves
Ik kom er eerlijk voor uit. Ik ben een downloader. Vele platen haal ik binnen via de geijkte kanalen en vele platen gooi ik ook weer weg. En de pareltjes die ik vind, die worden vervolgens aangeschaft. Want hoe makkelijk downloaden ook is, er gaat toch niets boven een echte cd, met een boekje. En daarnaast wil ik natuurlijk dat mijn favoriete artiesten ook in de toekomst nog plaatjes gaan maken. Ik gebruik het internet in feite zoals ik voorheen de platenzaak gebruikte. En een enkele keer om me weer eens in jeugdsentiment te wentelen. Zoals na de eerste keer dat ik Wolves van My Latest Novel beluisterde. De eerste associatie die ik had: Immaculate Fools! En meteen rijst de vraag dan: waar zijn ze gebleven? Een zoektocht over het internet leverde niet veel op, een zoektocht langs de geijkte downloadkanalen ook niet veel. Wel vond ik hun "grootste hit", "Immaculate Fools" getiteld. Ze bestaan dus niet meer. Jammer, maar niet onoverkomelijk, want Glaswegians My Latest Novel vullen de lacune meer dan verdienstelijk. Minder elektrisch dan de Fools, meer Schots, als u wilt, maar met hetzelfde gevoel. Denkt u aan een The Arcade Fire, wellicht aan een Tindersticks, een beetje Belle and Sebastian, The Decemberists of een akoestische Mogwai. Maar denkt u vooral aan My Latest Novel. Mooie gedragen liedjes afgewisseld met epische uitbarstingen. Nu al bijna de plaat van het jaar. En volgende week staan ze gewoon op The Music in My Head. Laat het niet aan u voorbij gaan...
File Under: Jaarlijstjesvoer!
File Audio: [ MySpace]
Gina Villalobos - Miles Away
Toch aardig dat de kritiek op de vorige plaat van Gina Villalobos weerlegd wordt op haar nieuwe cd, Miles Away. Rock 'N' Roll Pony was te netjes en vooral de begeleidingsband klonk te braaf om de muziek voor de 'dirty country rock' door te laten gaan die Gina Villalobos pretendeerde te maken. Miles Away brengt haar een stuk verder in die richting. Deze derde cd (de vierde als we haar liveplaat Live meetellen) geen mijlen ver verwijderd (pun intended) van Rock 'N' Roll Pony, maar een grote stap in de goede richting is het wel. Dat ze liedjes kan schrijven had ze al wel aangetoond, maar het titelnummer van Miles Away en "Somebody Save Me" behoren tot het beste wat er op dit moment in het singer/songwriter-wereldje gemaakt wordt. Tel daarbij op dat haar stem een nog rafeliger braam gekregen heeft dan ze al had en de titel 'new queen of Country Rock' is nog maar een klein beetje overdreven. Wel moeten Mary Gaultier en Lucinda Williams zo langzamerhand een fikse groep zangeressen naast zich dulden in de categorie van de hele groten als we het hebben over dames in de countryrock.
File Under: Bijna eregalerij
File Audio: [Miles Away] [Somebody Save Me]
House of Shakira - Live At Firefest 2005
Uiteindelijk haalde de rerelease van House of Shakira's Lint net niet mijn jaarlijstje over 2005, maar dat scheelde niet veel. De cd draait hier sindsdien met enige regelmaat zijn rondjes, dus toen zij onderwerp waren van de eerste Lion Music-dvd-release Live at Firefest 2005 was ik, ehm, verre van ongelukkig dat ik hem te bespreken kreeg. De setlist was een mooie overzicht van de studio-albums van de Zweden, dus mijn verwachtingen waren hooggespannen toen ik de dvd de speler inschoof. In prettig onopgesmukte opnamen, zonder flitsende beeldwisselingen of andere zaken die afleiden van de muziek, zag ik een goede, hardwerkende band, die zijn stinkende best deed om het publiek nog een beetje mee te krijgen. Ik hoorde boevndien goede songs en vakkundig spel. Geen moment kreeg ik echter het gevoel dat ik dezelfde band hoorde als bij Lint. Waar op Lint de band een Extreme-achtige combinatie van hypercommercieel en stronteigenwijs toonde, blijkt daar live weinig van over te blijven. Begrijp me niet verkeerd: het is nog steeds een prima klinkende rockband met behoorlijke songs, maar het meest onderscheidende van House of Shakira - de popmelodieëen in een rockjasje met een sterke rol voor de koortjes - valt op deze dvd bijna niet op. Opvallender zijn eigenlijk de bonusopnamen op de dvd: beelden uit de tijd dat ze nog The Station heetten, met zowel de band als het publiek in heel foute jasjes met schoudervullingen en met kapsels die je een poedel nog niet zou aandoen. Live at Firefest 2005 is goed, maar ik zet liever Lint nog een keer op.
File Under: Meer wanddecoratie dan schilderij
Mark Knopfler & Emmylou Harris / Stef White & Kersten de Ligny
Op papier leek het me wel een mooie combinatie, de samenwerking tussen Mark Knopfler en Emmylou Harris. Niet dat ik het nou van de laatste cd's van Knopfler warm krijg, maar toch, ik was wel nieuwsgierig wat het smaakvol sobere gitaarwerk van Knopfler zou doen met de nog immer wonderschone stem van countrygodin Emmylou Harris. Het schijnt dat ze zeven jaar aan de liedjes van All the Roadrunning gesleuteld hebben. Nou, ik hoor het er niet aan af. Of misschien hoor je juist wel terug dat ze er zo lang aan gewerkt hebben en dat ze alles wat er maar gepolijst kon worden ook daadwerkelijk gladgestreken is. Het maakt dat All The Roadrunning vol staat met liedjes die qua spanning gelijk staan aan het kijken naar het groeien van mos op de klinkers in de Kalverstraat: d'r gebeurt geen zak. Nou vooruit, in één of twee liedjes slaat er nog wel iets van een vonk over, maar de meeste nummers staan zo bol van het gedreutel dat zelfs de stem van Emmylou ze niet kan pimpen tot iets dat het me ook maar een beetje warm kan maken.
Nee, doen mij dan maar de debuut-cd van de mij tot het verschijnen van deze cd volstrekt onbekende Stef White & Kersten de Ligny. Op zich zijn de liedjes hierop ook braaf, is Stef White geen gitarist van het kaliber Mark Knopfler (sterker nog het belangrijkste gitaarwerk laat hij over aan Martin van Helden) en Kersten de Ligny (ook al is ze geschoold aan Academie voor Lichte Muziek) geen tweede Emmylou Harris. Toch raken deze liedjes mij veel meer dan de gladgestreken werkjes van Knopfler & Harris. Gewoon omdat ze puur zijn en wel ergens over gaan. Zoal bijvoorbeeld het openingsnummer "A Million Cries". Vlak bij het huis waar de ouders van De Ligny wonen werd Theo van Gogh overhoop geschoten. Over die ingrijpende gebeurtenis schreef De Ligny een liedje, waarin ze de desoriëntatie van onze samenleving mooi verwoord. Het tweetal laveert in hun grotendeels akoestische liedjes opvallend soepel op en neer tussen country en folk. Alhoewel de twee solo zingend prima hun boontjes kunnen doppen, vind ik het toch het mooiste als hun stemmen samenkomen zoals bijvoorbeeld in "Day's Getting Longer" en " Let Me Take You Away". Eigenlijk is het bizar dat ik met een Nederlands duo de vieze smaak van twee enorme grote namen kan én moet wegspoelen, maar het gebeurt toch.
File Under: Te gladgestreken en braaf
File: Stef White & Kersten de Ligny - Stef White & Kersten de Ligny
File Under: Ook braaf, maar wel folk/americana die je wel wat doet.
The Czars - John Grant
'Misschien dat ik gewoon helemaal met muziek ga stoppen.'
Eigenlijk had hier een heel ander verhaal moeten staan. Misschien zou het dan niet zo bijster interessant zijn geweest, maar toch had ik dat zelf liever zo gezien. Gewoon het zoveelste interview met een artiest die na jarenlang te hebben moeten knokken eindelijk de waardering krijgt die hij verdient. Alweer zo'n Amerikaan die na een bescheiden succes in Europa dan toch een platendeal in eigen land heeft weten te scoren. Eentje die knopen heeft doorgehakt en klaar is voor een mooie toekomst.
Het zou iemand van The Czars kunnen zijn, bijvoorbeeld. Binnenkort kun je hun verzameling covers Sorry I Made You Cry gewoon in de schappen van de lokale platenboer vinden. Voorheen was deze alleen via de website van Bella Union te bestellen. Het gaat dus voor de wind met The Czars. Toch? Of is hier sprake van niets is zoals het lijkt? Ik belde met zanger John Grant.
Lees verder..Persil - Comfort Noise
Wat de wijlen Engels DJ John Peel van dit tweede album Comfort Noise zou vinden zullen we nooit weten. Feit is wel dat David Lingerak en Martine Brinksma alias Persil veel aan hem te danken hebben. Ze mochten maar liefst drie sessies bij hem doen. Het album is dan ook niet voor niets aan hem opgedragen. De Engelsen houden sowieso van Persil, want ze toerden een aantal keren uitgebreid door het Verenigd Koninkrijk. De laatste keer zelfs met The Wedding Present, die overigens ook bedankt wordt. Daarnaast staken ze ook twee keer de grote plas over om in Amerika hun gelijk te halen. Nederland werd uiteraard niet vergeten, maar echt veel indruk hebben ze hier nog niet gemaakt. Daar zou eigenlijk met dit album verandering in moeten komen, want de muziek van Persil is toegankelijker dan ooit. Aanvankelijk was het allemaal lo-fi gericht, maar inmiddels is het langzaam aan het opschuiven naar de elektropop. De lijn van de vorig jaar verschenen EP Tune-up wordt doorgetrokken. Er is duidelijk extra aandacht besteed aan het stemgeluid, voorheen niet de sterkste kant van Persil, dat ik nu zelfs als prettig ervaar. Persil waait met hun geluid langzaam richting Garbage, Pet Shop Boys en zelfs Madonna. Niet de minste, maar ook de indiekant wordt niet vergeten getuige de nog steeds aanwezige ronkende gitaar en de vreemde bliepjes. De liedjes klinken op het eerste oor luchtig, spontaan en veelal dansbaar, maar over de invulling, gezien alle details, is goed nagedacht. Persil lijkt het allemaal in zich te hebben om een breder en dus meer publiek te bereiken.
File Under: Perfecte albumtitels
File Audio: [Vijf tracks][of op de luisterpaal tijdelijk helemaal]
Dirty Pretty Things - Waterloo to Anywhere
Pete Doherty schreeuwt zo wanhopig om aandacht dat ik bijna met hem te doen krijg. Ik twijfel of het allemaal zijn eigen keuze is wat er met hem gebeurt, maar vrees het ergste. Ondertussen heeft hij het zelfs zo bont gemaakt dat platenmaatschappij Rough Trade hem de afgelopen week aan de kant geschoven heeft. Van het muzikale genie waar velen hem voor hielden is zo nog maar weinig meer over en dat is best spijtig. Door al die aandacht voor Doherty zou je bijna vergeten dat er nóg een Libertines-mannetje was dat ook een aardig moppie muziek kon maken: Carl Barât. Waar Doherty in de volle spotlights Babyshambles oprichtte, startte Barât in de schaduw Dirty Pretty Things op. In relatieve rust werkte hij aan hun debuutplaat Waterloo to Anywhere. En dat heeft in ieder geval een album opgeleverd dat een stuk evenwichtiger (en beter) is dan Down in Albion van Babyshambles. Eigenlijk is Dirty Pretty Things gewoon een doorstart van Libertines, zonder Doherty en aangevuld met Temple Cooper Clause-bassist Didz Hammond. Hoewel kort (slechts 36 minuten) is het wel bijna in alle elf songs goed raak. Strakke, op een punkrockbedje van The Clash gekweekte liedjes, die zich met groot gemak tussen je lippen nestelen. Het zal niemand verbazen dat de geest van Doherty veelvuldig rondwaart op Waterloo to Anywhere. Wie "Bang Bang You're Dead" gehoord heeft zal dat niet meer kunnen ontkennen en weet ook: Pete heeft het voorgoed verbruid bij Carl. Waterloo to Anywhere is dan ook eigenlijk gewoon het logische vervolg op de laatste titelloze Libertines-cd, en misschien zelfs wel beter.
File Under: Barât is beter af zonder Doherty
File Audio: [Hier]
The Czars - Sorry I Made You Cry
Ik heb er serieus al eens over nagedacht welke van mijn ledematen ik zou willen missen om gezegend te zijn met een stem als die van John Grant. Omdat ik dan waarschijnlijk urenlang onder de douche zou staan te galmen, is het wellicht handig om in ieder geval beide benen te behouden. Dan maar een arm minder. Zoek ik wel een andere muzikant om me te begeleiden. Daarin zou ik ook op John Grant lijken. Na de release van het laatste reguliere album Goodbye heeft hij zo'n beetje de volledige band ontslagen en kon hij ook op zoek gaan naar nieuwe muzikanten. Feitelijk bestaat de band alleen nog maar uit de frontman. Gelukkig heeft hij beide armen nog zodat hij zo nu en dan een aardig moppie piano kan spelen. Sorry I Made You Cry is een verzameling covers waarvan een deel reeds als b-kantje door het leven ging. Gek genoeg geeft dit album meer dan eens duidelijk aan dat Grant's stem alleen al The Czars bestaansrecht geeft. Het gros van de nummers wordt met een minimale begeleiding gebracht. Hierdoor zijn de schijnwerpers gericht op die krachtige, loepzuivere stem. Daarnaast vormt het album, ondanks het feit dat de nummers uit verschillende periodes stammen, door deze minimalistische aanpak een coherent geheel. Enig minpuntje is dat de verzameling voornamelijk uit tranentrekkende ballads bestaat, waardoor het beluisteren ervan best een hele zit is. Het is te hopen dat het hier een 'tussendoortje' en geen 'afscheidscadeautje' betreft. Maar daarover meer in het interview dat ik met de zanger had.
File Under: Die stem! Die stem!
Lauren Hoffman - Choreography
Het is zondagmorgen acht uur als ik de derde cd van Lauren Hoffman met een suf hoofd opzet. De eerste warme dagen van het jaar zijn alweer achter de rug. Ik heb in een overmoedige bui besloten de wekker te zetten en te gaan zwemmen. Het merendeel van de mensheid ligt nog lekker in bed; alleen of in de armen van hun geliefde. Geen beter moment dan dit om deze cd te beluisteren, blijkt achteraf. Het nummer "Broken" is een romantisch liedje met twinkeltjes dat me doet denken aan warm water waar je in meestroomt. Ook "As the stars" is een sensueel, romantisch nummer. Ik denk jaloers aan eerdergenoemde stelletjes die nog samen slapen. De stem van Lauren doet me denken aan een ademhaling; hij past goed bij de muziek, is bij vlagen sensueel en mystiek en datzelfde geldt voor haar teksten. Haar mentor en goede vriend Jeff Buckley verdronk op het moment dat haar eerste cd naar hem onderweg was. Zijn invloed komt naar voren in "White sheets" en "Love gone wrong". Zelf zegt ze nog niet over zijn dood heen te zijn en dat ze altijd probeert, in elke noot en elk liedje, haar uiterste best te doen ter ere van zijn nagedachtenis. Dat heeft ze gedaan in de meerderheid van de nummers, maar ze gaat de mist in bij een wat meer poppy nummer: "Hiding in plain sight". Dat is dan ook, wat mij betreft, het enige minpuntje op deze cd die perfect past bij een zwoele zomer.
File Under: Jaloersmakend voor seksloze singles
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Broken]
Ernst Langhout & Johan Keus - Dylan yn it Frysk 2
In een globaliserende wereld is het moeilijk om je identiteit te behouden en dus worden op micro- en meso-niveau verwoede pogingen ondernomen om McDonalds te pareren en identiteitsverlies te compenseren. Dat heeft er onder andere toe geleid dat zelfs de Friezen, die zich gewoonlijk rustigjes in Friesland ophielden, zich opeens in het Nederlandse cultuurlandschap beginnen te profileren. Naast Abe Lenstra bestaat er vandaag de dag ook zoiets als Friese fado van Nynke Laverman en brengen Ernst Langhout en Johan Keus alweer hun tweede editie van Dylan in het Fries uit, ofwel Dylan yn it Frysk 2. Een linguïstische uitdaging. Op het eerste gehoor is er voor mij werkelijk geen touw aan vast te knopen waar Langhout over zingt. Daarbij zijn sommige klassiekers compositorisch zodanig omgevormd dat ook daar de aanwijzingen schaars voorhanden zijn: "Subterranean Homesick Blues" (Unwennigens Blues) blijkt relaxed gerapt door gastmuzikant Remon de Jong, "Lay, Lady, Lay" (Lis, Famke, Lis) komt nog het dichtst bij een primitief bezweringsritueel. Met tekstboekje in de hand bijt ik me vast in "It is swier waar dat oer ús komme sil": 'Ik klom op 'e kaam fan tsien mistige bergen, ik swalkte yn oarden dêr't stoarmen my tergen, ik doarme yn djippe en dûnkere wâlden, ik focht op 'e see om myn skip te behâlden.' Ik waan me in een verloren gegaan oud-Nederlands epos. Daar draagt ook het schallende stemgeluid van bevlogen bard Langhout aan bij. Harmen Wind - de 'oersetter' - heeft erg vrij vertaald. Troubadour Langhout klimt op de kam van tien bergen, Dylan zwalkt op de hellingen van twaalf bergen rond. And never the twain shall meet. Maar dat geeft natuurlijk allemaal niets. Zo blijkt immers gelukkig maar weer voor mij alsook voor de Fries: welke cultuur hij zich ook eigen maakt, of het nu fado is of folk: het is en blijft Fries.
File Under: t' Blijft Fries
Phoenix - It's never been like that
Het komt niet uit Engeland, het is geen debuutplaat, het is ook al geen hype en tóch is het een leuk gitaarbandje. Sterker nog, de stem van zanger Thomas Mars van het Franse Phoenix herken je uit duizenden. Over zijn tweede plaat Alphabetical heeft-ie vier jaar mogen doen, deze derde is er na twee jaar al. Verdorie, is dat niet wat snel? Kan deze zomerpopplaat wel op tegen de jongste knallers, zoals dat debuut van The Feeling dat eraan komt? En waarom is nou net het suffe "Long Distance Call" (met dito saaie clip) op single uit? Al met al, een hoop vragen rondom mijn favoriete Franse popband (die overigens nog nóóit een fatsoenlijke cd-hoes uitgebracht heeft). De sterren staan niet fraai voor Phoenix, dus moet ik ze maar even helpen. Want dju zeg, zo'n slechte plaat is dit helemaal niet! Okee, het is geen parel zoals United of Alphabetical waren, maar "Napoleon Says" en "Rally" zijn toch uitmuntende zomerliedjes. De titel It's never been like that slaat er vermoedelijk op dat de hele plaat (voor het eerst) bol staat van de vlotte nummers. Dat was ook wel nodig: Phoenix staat bekend om hun laidback popliedjes en bloedmooie ballads. De live-optredens mochten al wel langer wat steviger. Maar er zijn nu eenmaal bands die snelle liedjes uitbundiger doen. Dat zorgt voor een matige eerste indruk van dit album. Ik hoor het speelplezier te weinig terug, ondanks de warme productie van mijn househeld Monsieur Jo. Maar, is Phoenix op plaat niet altijd wat melancholiek geweest? Dit belooft in elk geval een vrolijke live-tournee.
File Under: Schoenmaker, blijf... hm, eigenlijk is het toch wel lekker
File Audio/Video: [ MySpace]
Andy Timmons Band - Resolution
Ik schaam me. Niet een beetje "oh?"-schaamte, maar dieprood-tot-in-de-nek-schaamte. Ik kende voor dit album Andy Timmons namelijk niet. Ter verdediging kan ik aanvoeren dat hij begon in het poppy hairmetalbandje Danger Danger en vervolgens jaren bandleider van Olivia Newton-John (!) was en zich dus niet echt in mijn blikveld bevond, maar dit is bepaald niet zijn eerste solo-album. En hij tapt hier toch uit een buitengewoon prettig vaatje. Het instrumentale Joe Satrianivaatje namelijk. Andy Timmons is een album lang instrumentale krachtpatserij uit zijn gitaar aan het toveren. En toch is hij niet gewoon de zoveelste Satrianikloon. Timmons heeft namelijk meer dan bovengemiddelde kwaliteiten. Op het hele album is nergens de gitaar gedubbeld, is nergens iets met effecten verdoezeld, het is wat je noemt puur en ongezoet. En als dat je eenmaal is opgevallen, valt ook op hoe zeldzaam goed de techniek van deze Timmons is. Geen toontje wordt te abrupt afgebroken, geen akkoord klinkt niet op zijn plaats. Alleen al op technische kwaliteiten kun je dit album alleen maar buitengewoon knap vinden. De composities - de helft van Timmons, de andere helft samen met bassist Mike Daane en drummer Mitch Marine - zijn dromerig, uitbundig, heftig rockend, jazzy, beklemmend en vrolijk, maar altijd zijn het buitengewoon fraai opgebouwde stukken, met fabelachtig goed gitaarwerk. Dit is geen album voor wie coupletje-refreintje-coupletje zoekt. De liefhebber van instrumentale gitaaralbums wordt hier echter heel blij van. En ik ga Andy Timmons voortaan in de gaten houden.
File Under: Veel te onbekend
File Audio: [Deliver Us] [Resolution] [Redemption]
Mink Jaguar - Mink Jaguar
Ik zit de hele week al met mijn gedachten in de pophistorie. Dit komt door documentaires op de - overigens geweldige - digitale tv-zender Geschiedenis. Het thema is namelijk 50 jaar popmuziek. Tussendoor zijn er allerlei bekende personen die over hun top vijf mogen vertellen. Zo is Chuck Berry de favoriet van Arend Jan Heerma van Voss. Hij stipt nog maar even aan dat hij het grote voorbeeld was van The Beatles en The Stones. Tussen de historie door vraagt de actualiteit mij ook om aandacht in de vorm van de debuutalbum van het Australische drietal (drums, bas, gitaar, zang) Mink Jaguar. Zij gaan anno 2006 - hoe kan het ook anders met zo'n bandnaam - (ook) op onderzoek naar het verleden zoals dat eerder de kevers en de stenen deden met negen covers waaronder nummers van Chuck Berry en Wanda Jackson. Het geheel wordt aangevuld met zes eigen nummers. Als dit album als releasejaar 1965 had gehad dan was het een elpee die er mocht zijn. Nu het echter toch alweer een paar jaar later is, is er weinig urgentie bij deze cd. Toch is het best een leuk album waar vooral het allerlaatste en bovendien eigen nummer "Anywhere But There" er uit springt. Dit lijkt me een prima startpunt voor het schrijven van een volgend album vol met eigen nummers. Ik heb zo'n vermoeden dat deze dan wel eens op zou kunnen vallen tussen alle releases van nu.
File Under: En nu helemaal zelf
File Audio: [Vier maal hiero]
BJ Baartmans - Verpand
Ik vond het een behoorlijke verrassing toen ik in mijn brievenbus een nieuwe cd vond van BJ Baartmans en dat deze een Nederlandse titel droeg. Ik dacht gelijk aan JW Roy, die andere vaandeldrager van de Nederlandse americana, die ook onlangs (en voor het eerst) een Nederlandstalig album uitbracht. Voor Baartmans geldt hetzelfde. De zes cd's die hij tot nu toe uitbracht, Where Lovers Go is de meest recente uit 2004, waren allemaal in het Engels. Het schijnt dat het komt door de waardering in het buitenland voor zijn teksten en het ontbreken daaraan in Nederland, dat hij begonnen is met het schrijven van liedjes in zijn eigen taal. Nou, dat zullen we weten. Vanaf het eerste moment dat ik Verpand op zet ben ik er een beetje stil van. De ingetogen zingende BJ verbaast me met "Paradijs", zijn min of meer vernederlandste versie van "Do me right do wrong" zoals dat op Where Lovers Go stond. En ook met zijn andere liedjes, waarin hij zichzelf begeleidt op gitaar en smaakvol bijgestaan wordt door onder andere Sjako's Wouter Planteijdt, Powderblue's Marjolein van der Klauw en het Gustav Klimt Strijkkwartet raakt hij de juiste snaar. Baartmans stemgeluid is in het Nederlands een kruising tussen het hese van Thé Lau en het accent van Jack Poels, en dat levert een heel erg mooi resultaat op. Bovendien blijkt Baartmans in de teksten op Verpand een zeer bekwame tekstschrijver. Een die strooit met opvallende details in zijn teksten. Zo kan ik me niet voorstellen dat het toeval is dat Baartmans in "Het land waar alles overwaait" Diepenheim noemt. Daar woont immers al maanden zijn nieuwe bandmaat André Manuel. Ik ben benieuwd of Baartmans volgende cd wel weer in het Engels zal zijn, van mij hoeft het niet per se.
File Under: Om je oren aan te verpanden.
Vreid - Pitch Black Brigade
Historische gebeurtenissen van de twintigste eeuw vormen de rode draad op Pitch Black Brigade, de tweede cd van het Noorse gezelschap Vreid. In het bijzonder de twee Wereldoorlogen en de opkomst en neergang van totalitaire regimes zoals de voormalige DDR en USSR. Op de voorkant van de hoes prijkt een groot embleem van de pikzwarte brigade, terwijl op de achtergrond twee slagschepen door het ijs varen. Opeens heb ik last van een déjà vu! Na Torch Bearer en Keep of Kalessin is dit al de derde band op rij waar ik een oordeel over mag vellen die wat met bootjes en oorlogen heeft. Is dit soms een nieuwe trend? Ik weet het niet en eerlijk gezegd boeit het ook niet want opnieuw is het resultaat om de vingers bij af te likken. Vreid werd opgericht door de overgebleven leden van Windir, nadat frontman Valfar in 2004 om het leven kwam. Hun typerende stijl wordt op het nieuwe album verder uitgewerkt en kun je het best omschrijven als een combinatie van Black 'n Roll zoals we die van Barathrum kennen, afgewisseld met meer old school blackmetal-partijen. De bas staat lekker hard in de mix, wat de nodige groove oplevert en het gebruik van elektronica zorgt voor sfeervolle intro's en meer epische passages. Hoogtepunt is ongetwijfeld "Hengebebjørki", een ruim negen minuten durend spektakel waar het beste wat de band te bieden heeft voorbij komt, maar ook rauwe krakers als "Pitch Black" en "Hang 'em All" mogen er zijn. Ik denk dat ik vanaf nu alleen nog maar cd's over oorlogen en schepen ga luisteren, dat bevalt me uitstekend!
File Under: Medal of Honour
Mood 0 / For A While / Noor
Het eerste nummer van Sing a Body, de eerste langeafstandsspeler van Mood 0, is eigenlijk geen nummer. "Show Me Where The Moon Is Kept" is twee minuten lang spookachtige geluiden, die er voor zorgen dat je, als het volume van je stereo niet hoog genoeg staat, verbaasd naar het klokje gaat staren: dat loopt, maar is er nu wel of geen muziek? Wel dus, maar heel zachtjes. Als je het volume opschroeft kom je gelijk op het juiste volume aan bij "Rob Them Blind", een sfeervol, maar aan het einde plots naar een hardere climax toewerkend nummer. Muzikaal zit het op de rest van de cd ook wel goed met deze band uit Middelharnis. Het enige waar ik wat problemen mee heb is de zang van Jory Martens. Zolang hij ingetogen zingt kan ik zijn stem wel verdragen, gaat hij zijn stem verheffen dan loopt me het vellenkip over de rug. En dat gevoel blijf ik houden bij de andere nummers. Verbetert dit op een volgende plaat, dan hoor je mij verder niet meer klagen.
For A While bestaat iets meer dan drie jaar en timmert vooral lokaal, in Friesland, aan de weg. Dat blijft voorlopig ook wel zo. Hun ep-tje Wish I Never Met You is typisch een voorbeeld van een product van een jeugdsoosbandje. Vroeger nam zo'n bandje een tapeje op voor vrienden en familie, tegenwoordig wordt het een cd-tje. Ik kocht tientallen van die dingen van bevriende bandjes en als ik ze nu terugluister hoor ik pas goed van welk bedenkelijk niveau sommige zijn. For A While maakt met Wish I Never Met You geen ep-tje van bedenkelijk niveau, maar hun (and I quote) indie orientated rock ontstijgt nergens de grijze middelmaat. Dat brengt je niet naar de Paradiso of Vera, maar naar de Gloppe, de Zevende Hemel en Iduna. Daar is For A While dan ook zo ongeveer kind aan huis.
Dan is noor toch al wel een stukje verder. Maar goed, die brachten in 2004 met a perfect concubine een meer dan behoorlijke debuutplaat uit. Nu is er een tweetal nieuw bandleden (een drummer en een gitarist). En een nieuw, twee tracks tellend, singletje dat i wish i was ringo star heet. Het titelnummer is een lekker rockend opgefokt, met distortion doorspekt nummer met ook nog eens fijne ooh-lalala-koortjes. Het andere nummer "welcome to my kingdom" is een stuk meer ingetogen en laat meer de referenties die ik noemde bij hun debuut (Radiohead en Smashing Pumpkins). Een nieuwe cd schijnt wel in de pijplijn te zitten en zeker het titelnummer van deze single belooft niets dan goeds voor dat album.
File Under: U hoort mij alleen klagen over de zanger van dienst
File: For A While - Wish I Never Met You
File Under: Voor in de jeugdsoos
File: noor - i wish i was ringo star
File Under: Hup mannen, ga die tweede cd eens opnemen!
Calexico - Garden Ruin
Ze kunnen natuurlijk niet voor eeuwig in het spookstadje bij de Mexicaanse grens blijven rondhangen. De scharnieren van de saloondeurtjes beginnen steeds harder te knarsen en te piepen van het vele woestijnzand. De zinderende hitte wordt steeds ongemakkelijker. Iedere dag weer. Dezelfde mensen. Hetzelfde sfeertje. Hetzelfde rondje op de tredmolen. Het is een vertrouwd maar tegelijk ook een verstikkend gevoel geworden. Joey veegt het zweet van zijn voorhoofd. Hij kijkt zijn kompaan met een veelzeggende blik in de ogen. John knikt minzaam. Hij heeft maar een half woord nodig. Ook hij voelt dat de tijd rijp is voor een andere aanpak. Tijd voor die frisse bries. Tijd om eens duidelijk te zeggen waar het op staat. Ze besluiten te vertrekken bij zonsopgang. Het wordt een mooie, heldere dag. Natuurlijk zal het even wennen zijn, maar het voelt goed. De nieuwe omgeving met haar nieuwe geluid. Geen moeilijk begaanbare slingerweggetjes meer, maar toegankelijke brede paden. Joey en John kijken elkaar glimlachend aan. Want ook al praten ze over gisteren alsof het een ver verleden betreft, ondertussen weten ze maar al te goed dat ze diep van binnen hetzelfde zijn gebleven. Zolang ze dat niet vergeten, is er voor hen geen vuiltje aan de lucht. Vertrouwen in de toekomst. Vertrouwen in zichzelf. Overtuigd van hun eigen gelijk. Want of je er nu blij mee bent of niet, gelijk hebben ze.
File Under: Calexico is dood, lang leve Calexico!
File Audio: [Cruel]
File Video: [Cruel]
Rob Zombie - Educated Horses
Wanneer ik m'n mp3-speler willekeurig nummers laat afspelen, zijn er een paar albums waarvan ik tracks op elk moment prettig vind om te horen. Of ik nou moe ben, slaperig, de pest in heb of juist heel vrolijk ben. Zita Swoon's Camera Concert: A Band In A Box is er zo een, Lohues' Grip ook. De laatste weken is er langzaam een bijgekomen: de nieuwe van Rob Zombie. Dat verraste me, want ik ben nooit zo onder de indruk geweest van zijn eerdere werk. Ik vond het teveel typisch Amerikaanse gimmickglam en te weinig écht muzikale klasse. Zo nu en dan best leuk, maar nooit genoeg om mijn aandacht te krijgen. Met "Educated Horses" is dat veranderd. Belangrijkste oorzaak is vermoedelijk John 5, die vanaf dit album tot de band van Zombie is toegetreden. Nu neemt de gitaar ook een belangrijker rol in dan de elektronica. John 5's schrijftalent en spel maken "Educated Horses" tegelijkertijd rauw en retecommercieel, terwijl Rob Zombie zelf iets meer richting Alice Cooper is gegaan met zijn zang, waardoor hij melodieus, verstaanbaar en toch ruig uit de hoek komt. Zeker, verwantschap met Trent Reznor is er nog steeds. Dat is ook niet gek, want John 5 was al gitarist bij het briljante Reznor/Halford-project Two. De nummers variëren van commerciële repeterende anthems als "American Witch" en "Foxy, Foxy" en het aan Suzi Quatro (!) herinnerende "The Scorpion Sleeps" tot fraai opgebouwde stukken als het hypnotiserende "Death of it all". De echte fans moeten eerst eens luisteren of ze het niet té commercieel vinden, de tot-nu-toe-geen-fans moeten juist óók eens luisteren. Wat mij betreft heeft Rob Zombie de band gevonden die hij nodig had. Rauw én reuze toegankelijk, dat is weinigen gegeven. Vanaf nu is Rob Zombie er een van.
File Under: Geslaagde rauwe glam
File Video: [Foxy, Foxy (Windows Media)]
Venus in Flames - Shadowlands
Over het algemeen zijn mensen zodra ze worden geconfronteerd met iets nieuws geneigd voornamelijk datgene op te pikken wat ze al ((h)er)kennen. Omdat mensen dan in feite instemmen met wat overeenkomstig is met henzelf, loopt een ontmoeting met het andere al gauw uit op een eenzijdige bevestiging van het zelf en wordt in volle zelfgenoegzaamheid louter het ego gestreeld. En waarom ook niet. Het vreemde onderbrengen in de zin van gelijktrekken in vastomlijnde, vertrouwde kaders en rubrieken is immers 'the easy way out', gaat vrijwel vanzelf.
Moeilijk en een hele kunst is het vreemde - het eigene van het andere - tot je toe te laten. Ik zeg met nadruk kunst, want misschien ligt dit eigene van het andere niet zozeer aan de zijde van de artiest of in zijn muziek, maar in de eerste plaats bij je eigen oren die het andere zouden moeten kunnen horen. Om iets van het andere te weten te komen zou je zelf moeten veranderen. Het eigene van het andere volledig tot je nemen is echter niet mogelijk, je zou volledig weggespoeld worden. Zo bezien lukt een ontmoeting alleen als een bewegen tussen vreemd, anders, nieuw en vertrouwd, eigen, gebruikelijk.
Lees verder..File: Venus in Flames - Shadowlands
File Under: Zoek de vier aanwijzingen!
File Audio: [Gewoon op zijn homepeetsj]
Saturnus - Veronika Decides To Die
Weet u nog, doommetal-van-voor-de-zangers? De tijd waarin de grote klassiekers van Paradise Lost en Anathema uitkwamen? Toen gothic nog gewoon de benaming was voor schimmige neo-wave en doommetal werd gezien als het wat trage broertje van deathmetal? Juist, zulke doommetal maakt Saturnus dus. Van de allerzwaarste en de meest melancholieke soort. Maar dan zonder de zangeressen en met slechts subtiel gebruik van de toetsen. Alsof het nog steeds 1991 is. Na een moeilijke periode van zes jaar komt het half gerenoveerde zestal terug met een stuk loepzuivere doomdeathmetal van de bovenste plank. Huilende gitaren, diepe grunts, zwoegende drums en een stel heerlijke, bijna Floydiaanse gitaarsolo's, allen verpakt in lange loodzware songs, waarvan de opener "I Long" bijna elf minuten bedraagt. Ga er maar aan staan. Gelukkig wordt de luisteraar niet doodverveeld en weet de band de songs nu eens wel verrassend te houden. Zoals met de pakkende riff van "Pretend" en de heerlijke melodieën in "Descending". Of de manier waarop de oegrunt wordt afgewisseld met plechtige speeches. Dit alles wordt afgemaakt met een gastsolo van Mercyful Fate's Michael Denner en een lekker zware productie van Flemming Rasmussen (bekend van Metallica's oude platen). Een klein uurtje lang zware kost voor de melancholieke fijnproever. Hiermee komt de liefhebber van de betere doomdeath de zomer wel door.
File Under: Melodieuze doomdeath van de bovenste plank
File Audio: [Saturnus op MySpace]
Don Caballero / Dysrhythmia
Wat Axl Rose is voor Guns N'Roses, is drummer Damon Che voor Don Caballero: het enige overgebleven originele lid. Er is echter wél een heel groot verschil tussen Guns N'Roses en Don Caballero. Nu Che de band met verse krachten opnieuw heeft opgericht - hij verliet hiervoor het overigens zeer interessante Bellini - is Don Caballero nog steeds de moeite waard. En wie de nummers heeft gehoord die krijspaard Rose ingezongen heeft voor de nieuwe Guns N'Roses weet dat dat voor die band al lang niet meer geldt. Gelukkig is Che niet zo beroerd gaan drummen als Axl is gaan zingen en maakt hij ook niet van die tegenwoordig overbodige hardrock. Don Caballero mag dan ondertussen links en rechts ingehaald zijn door andere experimentele rockers, het zojuist verschenen World Class Listening Problem laat horen dat Don Cab nog steeds muziek van waarde maakt. Tien tracks vol eigenaardige wendingen, maar ook repeterende patroontjes. Als ik Don Caballero zou willen vergelijken met een andere band of muzikant, dan heb ik altijd de neiging om Mike Patton erbij te halen. Ik denk dat Patton dolgraag zou willen zingen in een experimenteel combo als Don Cab, maar tegelijkertijd vrees dat hij de boel met zijn zang mooi naar de kloten zou helpen. Nee, de progressieve rock van Don Caballero, die bol staat van de jazzinvloeden is zo, zonder zanger, precies goed.
Precies goed zonder zanger doet ook Don Cabs nieuwe labelgenoot Dysrhythmia zijn ding op Barriers and Passages. Het zijn een beetje de vuige zonen van Don Caballero, al zou de gitarist ook best een kindje van Joe Satriani kunnen zijn. Maar goed, het album van Dysrhythmia is net even een stuk trashier en meer tegen metal aanschurend dan de nieuwe cd van al die vaders. De übercoole foto op de openingspagina van hun website laat een band zien die in trance zijn ding doet. En zo klinkt Dysrhythmia ook. Gefocust en met een adembenemende hoeveelheid technische bagage brengt het drietal uit Philadelphia hun muziek ten gehore met als doel je met een kluitje het riet in te sturen en in verwarring achter te laten. En verdomd, dat lukt ze aardig, meer dan aardig zelfs.
File Under: De muziek die Tool niet kon maken
File Audio: [check]
File: Dysrhythmia - Barriers and Passages
File Under: ...en daar weer de bastaardzonen van, met dope d'r bij
File Audio: [check]
Final Fantasy - He Poos Clouds
Een vreemde titel maar weer van Owen Pallett, de zanger-violist van wat inmiddels het soloproject Final Fantasy is. Waar we op het vorige album al mochten genieten van songtitels als "Learn To Keep Your Mouth Shut, Owen Pallett" en "Thats When The Audience Died", krijgen we dit keer een manifest voor de kiezen: na het horen van het tweede album mocht niemand meer gedachtes hebben om zelfmoord te plegen, en verder moest door het verschijnen van het album bewerkstelligd worden dat de verschillende toverscholen van Dungeons & Dragons enigszins aan de tijd werden aangepast ...huh? Voorwaar geen eenvoudige taak. Tsja, waarom zou je het jezelf ook makkelijk maken... Is het ook gelukt allemaal? Owen vindt zelf van wel, naar het schijnt. De meester-arrangeur heeft zeker weer een aantal goede grepen gevonden om de argeloze luisteraar te boeien. De tracks zijn veel spannender te noemen dan die van Has A Good Home. We horen deze keer griezelige echo/reverb zang, koortjes en cello-uithalen, maar nog steeds die grappig vreemde teksten en die mooie harmonie met het vioolspel. "Song Song Song" doet met die drukke percussie en het volle geluid een vrolijke duit in het zakje. Of Dungeons and Dragons hier nu beter van is geworden betwijfel ik, maar Final Fantasy wel!
File Under: Volle harmonieën en de betere snaarwerkjes
File Audio: [Hier]
The Apers - Do The Aper! / The Punkrock Don't Stop!
Er zijn vast tijden geweest dat het minder goed ging met de Rotterdamse Apers. Op dit moment bevinden ze zich aan de andere kant van de oceaan vanwege hun tournee door de VS en ze hebben ook nog eens tegelijkertijd twee nieuwe platen in de winkel liggen. Dat is overigens niet helemaal waar, want het betreft hier geen nieuw materiaal maar een heus duo aan tribute-cd's. Het tienjarig bestaan van de band wordt uitgebreid gevierd met het uitgeven van Do The Aper! - vijftien covers door Nederlandse en Belgische acts - en The Punkrock Don't Stop, waarop achttien bands van over de hele wereld hun licht laten schijnen over liedjes van The Apers. Omdat je bij dit soort projecten nu eenmaal niet om het noemen van namen heen kan, zal ik er meteen maar een zwik uitgooien, wat te denken van (van eigen bodem): I Against I, Face Tomorrow, Peter Pan Speedrock, Travoltas, El Guapo Stuntteam en (van wat verder weg) Zatopeks, Ritalins, Sonic Dolls.
Dat is nog maar het topje van de ijsberg en een lijstje om behoorlijk trots op te zijn. Zoals zo vaak zijn het juist de uitvoeringen die afwijken van het origineel en daar een eigen draai aangeven die er uitspringen, met als persoonlijke favoriet de liedjes die door de Travoltas worden gespeeld. Naast de wat bekendere bands is er ook ruimte gemaakt om de aandacht te vestigen op enkele kleinere namen, die zo een kans wordt geboden om tot een wat groter publiek door te dringen. Al met al een ludieke en plezierige manier om eer te bewijzen aan een van Nederlands leukste en meest sympathieke bands en tegelijkertijd een mooi overzicht te geven van wat er zoal nog meer in het genre te beleven valt.
File Under: Een waardig eerbetoon
Giuntini Project - II & III
Aldo Giuntini begon in 1988 zijn Giuntini Project samen met producer Dario Mollo. Het eerste resultaat zag in 1990 het daglicht, met Charles Bowyer als zanger. Bij het vervolg in 1997 heeft Bowyer nog wat te doen als achtergrondzanger, maar is inmiddels ex-Black Sabbathzanger Tony Martin gerecruteerd als zanger. Hoewel Giuntini op zijn site allerlei gitaristen als voorbeeld noemt behalve Sabbath's Tony Iommi, mag je rustig concluderen dat - wellicht indirect via die voorbeelden - diens spel van grote invloed is geweest. Guintini Project II is bijna naadloos een vervolg op Tony Martin's werk bij Black Sabbath.
Deel II is opnieuw uitgebracht bij het verschijnen van deel III, en ook bij III is Tony Martin de zanger. Is het gebrek aan originaliteit erg? Och, in dit geval gaat het adagium "beter goed gekopiëerd dan slecht verzonnen" wel op. Het zijn geen complete kopiëen van Sabbath-songs, maar ook zonder muzikaal inzicht kunnen de overeenkomsten je niet ontgaan. Met Tony Martin was Sabbath's zware rock wat sneller dan in andere bezettingen, en ook bij het Giuntini Project is de rock-met-blueswortels net wat sneller. De uitvoeringen zijn van grote klasse, evenals de productie. De songs op III (met een cover van de Martin/Iommi-song "Anno Mundi") overtuigen net wat meer dan op deel II. Maar beide albums kun je zonder schaamte naast je Sabbathalbums zetten. Het zijn geen kopieën, maar toch herleven er oude tijden. Lekkerrrr!
File Under: Oude tijden herleven
File Audio: (III) [Gold Digger] [Que es la Vida] [Early Warning]
The Music In My Head - Vooraf
Een beetje paradoxaal is het wel. Net nu het buitenfestivalseizoen goed en wel op gang komt, gaan we weer een weekendje naar binnen. Want Den Haag's leukste muziekfestival slaan we ook dit jaar niet over. Niet dat het dan ook meteen hondenweer moet wezen in het weekend van 8 en 9 juni, want The Music In My Head valt natuurlijk wel mooi te combineren met een dagje strand. En dat maakt het alleen maar leuker. Het experiment om het Paard van Troje als festivallocatie te gebruiken wordt doorgezet, want dat is goed bevallen.
Alleen betekent dat, dat er keuzes gemaakt moeten worden. Want de kleine zaal maakt zijn naam waar en als uw favoriete bandje daar staat, dan moet u er vroeg bij zijn. We gaan dus even door het programma heen, zodat een mooie route vastgesteld kan worden. 18 bandjes in twee dagen, het wordt weer hard werken...
Lees verder..Zero 7 - The Garden
Je kunt zeggen van ze wat je wilt, maar ze hebben wel een neusje voor talent, Henry Binns and Sam Hardaker, de twee mannen achter de knoppen bij Zero 7. Voor hun eerste cd Simple Things ontdekten ze min of meer Mozez, Sia Furler en Sophie Barker. De eerste bracht vorig jaar een aardig solo-album uit, het album van Furler is verbluffend mooi. Voor hun tweede cd duikelden ze uit Denemarken Tina Dickow op, die daar toen al behoorlijk groot was overigens. Ook zij heeft een magistrale stem, die het heel goed deed bij de zwoele klanken van When It Falls. Voor hun nieuwste cd The Garden wisten de heren wederom Furler te strikken en uit de hoge hoed toverden ze in 2005 de Zweedse snarenstreler en fluisterzanger José Gonzalez, die ondertussen, vooral dankzij zijn muziek die gebruikt werd in een Sony-reclame natuurlijk, in zijn uppie al Paradiso uitverkoopt. Bovendien blijkt Henry Binns zelf ook een talent en beschikt hij over een heel behoorlijke soulvolle stem. Geen slechte score voor een bandje dat toch wel vaak afgedaan wordt als een vale Air-kloon. Dat stickertje van Air-kloon kunnen we met The Garden overigens ook voorgoed er vanaf pulken. The Garden is veel stijlrijker en mooier dan het laatste Air-album, Talkie Walkie. Bijvoorbeeld in de single "Futures". Die mengt op zeer aangename wijze laidback westcoast folkrock met geraffineerde elektronica terwijl Gonzales zijn snaren tokkelt en zingt. Wonderschoon. Daarnaast schakelt Zero 7 ook veel vaker over naar een hoger (maar nog steeds relaxed) tempo dan op de twee voorgangers. Dat maakt The Garden eerder triphoppy en verkwikkend als een frisse zomerbui, dan loungy en loom als een broeiere zomermiddag.
File Under: Verkwikkend als een frisse zomerbui
File Audio: [Flashmeuk op de site]
Kieran McMahon - Falling deeper under a spell
Een impressionistisch cd-hoesje waarbij McMahon mij als een Vincent van Gogh uit de eenentwintigste eeuw aankijkt. Een Noord-Ier, geboren als zevende in een gezin van negen kinderen, opgegroeid in het onrustige Belfast van de jaren '70 en tegenwoordig wonend in Berlijn. Deze man moet wat te vertellen hebben, denk ik voordat ik ga luisteren. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog, maar in eerste instantie kan ik de cd maar matig waarderen. Ik vind McMahons stem niet bijzonder en de muziek is erg gelijkmatig. Ook zijn teksten zijn niet van een spectaculair niveau. Uit de titelsong; 'I wondered if what I felt was really true, I wondered but when I looked I knew'. De cd moet echter een kans krijgen want naarmate McMahon vordert, neemt mijn waardering toe. Het is inderdaad niet de Ierse folk zoals we die kennen, maar in de stem van McMahon komt wel een zekere melancholie naar voren die de Ieren vaak kenmerkt. De muziek is vooral van akoestische inslag en dat gecombineerd met de stem van McMahon geeft een goede combinatie die in het nummer "Life's a Breeze" heel lieflijk en lichtvoetig aandoet. Daarmee is dat het enige wat luchtiger nummer, want Falling deeper under a spell is een serieuze cd met poetische teksten gecombineerd met akoestische muziek. Daarmee geeft McMahon dan toch wel een beeld, alhoewel indirect, van zijn gedachten en gevoelsleven dat ongetwijfeld te maken heeft met het opgroeien in het grauwe en gewelddadige Belfast van zijn jeugd. De cd eindigt met het pareltje "Don't want the night to end" waarin het beste zit van alle eerder beschreven elementen als poëzie, akoestische muziek en de melancholieke stem van McMahon. Hier bespeur ik dan toch de Ierse inslag. Ik ben tevreden.
File Under: Wachten op de Belfast child
Poney / Talking To Teapots
Als je veel geluidsdragers hebt dan moet je een systeem bedenken hoe je e.e.a. opruimt. Er zijn mensen die dit op muzieksoort doen. Ik heb alles in mijn kast alfabetisch staan en dan op de volgorde waarin e.e.a. is verschenen. Er is nu echter een probleem, want ik heb een split-cd van Poney en Talking To Teapots. De vraag is of deze bij de P of de T moet valt echter in het niet bij de idee om dit te gaan doen. Het is een geweldig om twee bands de kans te geven hun ding te doen waardoor de lengte van de cd maximaal benut wordt. Hiermee zou je tevens kunnen voorkomen dat muzikanten de cd gaan vullen met zwakker restmateriaal. En als koper krijg twee lofi-albums voor de prijs van één. Wie kan er hier nu bezwaar tegen hebben? Eerder was er op Ines Boukov Records al een split van Grandaddy en John Wayne Shot Me. Nu is er allereerst Poney met leden uit België en Frankrijk die zich op People Don't Know What laten inspireren door de eerder genoemde Grandaddy, maar ook The Velvet Underground. De nummers zijn op zich oké, maar de kwaliteit van de muzikanten begint uiteindelijk toch wel wat te storen. Wat een vreselijke saxpartijen staan er bijvoorbeeld op. De nummer zijn ook wel wat te eenvormig om echt te blijven boeien. Hetgeen mij blij maakt dat er nog een tweede kans is. Er is namelijk ook het Zweedse Talking To Teapots die zich op 12 To 21 Seconds Left Right Left To Live laat inspireren door Pavement, Gong en Frank Zappa. De nummers zijn prima, de muzikanten brengen het goed en de nummers zijn afwisselend. Bovendien is er de prachtige bandnaam die al aangeeft dat er genoeg gekte aanwezig is. Mijn probleem van het opbergen is dan ook meteen opgelost. Deze cd gaat bij de T van Talking To Teapots. Ik zou echter kunnen overwegen als de serie groter wordt een aparte rij te gaan maken. De idee lijkt me namelijk prima voor een vervolg. Of het zover komt zal blijken.
File Under: Beetje saaie lofi
File: Talking To Teapots - 12 To 21 Seconds Left Right Left To Live
File Under: Ik ben niet gek, ik praat met theepotten
File Audio: [Check: MySpace]
Time Requiem - Optical Illusion
Met de nodige voorzichtigheid en wantrouwigheid plaats ik cds van keyboard- of andere instrumentvirtuosen in mijn cdspeler. Je weet immers maar nooit wat voor stortvloed aan extreem gepiel je te horen krijgt als ze echt losgelaten worden. Dat gevoel had ik ook toen ik Optical Illusion, het derde studioalbum van Time Requiem, onder ogen kreeg en in m'n cd-lade stopte. Time Requiem is de band rondom toetsenist Richard Andersson. Nu heb ik in het najaar van 2005 ook het solo-album van Andersson al beluisterd, en daar had hij al dezelfde mensen om zich heen verzameld die nu dit album hebben verzorgd. Ook hier is zanger Göran Edman (ex-Yngwie Malmsteen) van de partij. Met zijn veelzijdige stem verzorgt hij op de acht neo-classical progressive metal nummers de zang. Tussendoor is er voldoende ruimte voor de heren om hun solo's, die op dit album absoluut niet ontbreken, kwijt te kunnen. In hoge snelheid komen de verschillende klanken op je af, met een veelzijdigheid aan muzikale invloeden. Andersson heeft zich zowel laten inspireren door de oude klassieke meesters als Bach, Vivaldi en Mozart als door hedendaagse films en musicals. Helaas vind ik de nummers over de hele linie niet altijd even goed en komen niet alle nummers even vol en krachtig naar voren. Dit komt mede door de productie die ik net iets te mat en te vlak vind. Maar verder is het een zeker wel een goed album binnen dit genre geworden.
File Under: Voor de echte neo-classical liefhebber
Endstand - The Time Is Now
Een goede hardcoreplaat moet voor mij voldoen aan enkele eenvoudige minimumeisen. Er moet allereerst sprake zijn van gedrevenheid en passie in de uitvoering van de liedjes, daar staat of valt de hele handel mee. Voeg daarbij een vet opgenomen gitaar- en drumgeluid en gebruik dit om de muziek lekker dynamisch te maken. Niet de hele tijd aan één stuk door rammen maar af en toe een slepende passage tussendoor, dat doet mij deugd. Wanneer aan dit recept gehoor wordt gegeven zijn we vaak al een heel eind. Dan blijft de zanger nog over. Bij hem ligt niet zelden de sleutel tot het wel of niet maken van een topplaat. Het Finse Endstand heeft de pech niet over een zanger van de buitencategorie of zelfs maar basiscategorie te beschikken. Puur instrumentaal klopt het allemaal best wel aardig op The Time Is Now, maar het monotone geblaf van voorman Janne is, op zijn zachts gezegd, nogal irritant. De beste man lijkt geen enkel onderscheid te kunnen maken tussen hard en zacht en ramt zijn teksten op gelijke wijze over zowel de rustige als de harde stukken. Toch jammer, want qua composities mankeert er weinig aan. Mijn goedbedoelde advies is dan ook simpel: trek een andere (echte) zanger aan en wie weet wat er allemaal nog kan gebeuren. Maar goed, na tien jaar noeste arbeid komt zo'n opmerking vast als mosterd na de maaltijd.
File Under: Ongecontroleerd geblaf
File Audio: [Right From The Start]
Johan - THX JHN
Beste Johan,
Is het alweer zo'n 5 jaar geleden? Zal het dan toch waar zijn dat de jaren steeds sneller voorbij lijken te gaan naarmate je ouder wordt? Het is fijn om weer eens wat van je te horen. Liever een sporadisch maar waardevol contact dan de deur bij elkaar platlopen om uiteindelijk elkander niks meer te vertellen hebben. Ik had je dit de vorige keer al willen zeggen, maar om de een of andere reden kwam dat er nooit van. Want hoewel ik er om bekend sta niet echt hang naar vroeger te hebben, weet jij toch altijd weer een gevoel van nostalgie bij me op te roepen. Dat gevoel van bij de platenzaak aan de luisterbar zitten met een zorgvuldig uitgekozen stapeltje plaatjes. Een daarvan zou ik uiteindelijk ruilen voor het bijeen gespaarde geld dat ongeduldig in mijn portemonnee wachtte om te worden gespendeerd. Misschien werd het R.E.M. of The Posies. Wie weet zelfs een oudje van The Byrds of The Beatles. En vervolgens wekenlang niets anders draaien dan die ene plaat en daarvan intens gelukkig worden. Eentje die geen minuut te lang was, gevuld met een stuk of elf gitaarpoppareltjes die na beluistering niet meer uit je hoofd weg te branden zijn. Even bestond de wereld alleen nog maar uit die ene plaat. Verliefd was ik. En nu zit ik hier achter m'n toetsenbord. Een ik-weet-niet-hoeveel-gieg aan harde schijf vol muziek. Voorlopig bestaat mijn wereld echter alleen nog maar uit dit ene plaatje. Intens gelukkig.
Grtn,
Fl ndr
File: Johan - THX JHNFile Under: Bedankt Johan. Bedankt!
File Audio: [Luisterpaal]
File Video: [Oceans]
Yeah Yeah Yeahs - Show Your Bones
Het is me de laatste jaren zelden gebeurd dat ik een retehip bandje opwindend of zelfs maar leuk vond. Van Strokes , Arcade Fire, Arctic Monkeys, het ging allemaal een beetje schouderophalend langs me heen. De indiehipsters Yeah Yeah Yeahs aanvankelijk dus ook. Ga maar na: naaldhakken, veel te hippe coupe en dito kleding van designer Christian Joy. Da's niets voor mij, dacht ik. Niet dat ik nou zo'n belegen muzieksmaak heb, maar ach, waarom zou ik dacht ik. Nu al lang niet meer. Of er dan bij de Yeah Yeah Yeahs ook daadwerkelijk iets bijzonders aan de hand is? Misschien wel, ik weet niet waar het aan ligt, want übervernieuwend is het niet direct wat dit trio uit New York laat horen. Daarvoor liggen invloeden van Siouxsie Sioux, PJ Harvey, Hole en meer van dat soort dames er een beetje te dik bovenop. Wat ik wel weet is dat hun tweede plaat Show Your Bones me vanaf de eerste draaibeurt en het eerste nummer grijpt. Show Your Bones begint namelijk Hoekig en Megacatchy met "Gold Lion". Het kan niet anders dan dat je ongemerkt aan het eind van het liedje gezellig en opgewonden met de in Zuid Korea geboren Karen O (kort voor Orzolek) mee loopt te 'Ooh ooh, ooh ooh, ooh ooh, ohh ohh'-en. Misschien is het wel doordat Show Your Bones zo catchy is, dat ik bij vlagen denk nummers en tekstroven van anderen erin te herkennen. Zo moet "Phenomena" (met gastrolletje van Money Mark op toetsen) bijvoorbeeld wel geïnspireerd zijn door LL Cool J's "Phenomenon", dat kán gewoon niet missen. Net zoals het niet kan missen dat ik niet hip genoeg ben om kaartjes te hebben voor hun concert van aanstaande dinsdag in de Melkweg. Dat is natuurlijk al strak uitverkocht en ik begrijp wel waarom. 'I think that I'm bigger than the sound', zingt Karen O. Ik kan ondertussen niets anders dan dat beamen.
File Under: Ome Storm en hip, het moet niet gekker worden.
File Audio: [ MySpace is voor hipsters, toch?]
The Charlatans - Simpatico
Gisteravond ben ik met collega's bij wijze van bedrijfsuitje naar een voorstelling van 'De Wereldband' geweest. Een gezelschap van zes virtuoze muzikanten, die een voorstelling hebben gemaakt die voornamelijk bestaat uit de draak steken met muziek uit alle windstreken, zoals Chinese Opera, Griekse Bouzouki of Spaanse Flamenco. Deze voorstelling is duidelijk een parodie en bedoeld om om te lachen. Simpatico van The Charlatans is - vooral als je naar soms nogal duistere teksten luistert - niet bedoeld om bij te schuddebuiken. Ik vraag me echter af of The Charlatans zich realiseren dat deze plaat toch af en toe overkomt als een niet serieus te nemen parodie. Openingstrack en single "Blackened Blue Eyes" klinkt klassiek Charlatans. Een lekker vet Madchester-nummer met een dansbaar druggy ritme. "NYC (There's No Need To Stop)" is een prima te pruimen track met funky basis. "Muddy ground" klinkt dan weer als Richard Ashcroft en bevind zich nog stevig in het Noorden van de UK, maar zo rond de 6e track komt er een kentering in het album en krijgen de nummers meer een ska en zelfs een reggae-smaak. "City of the dead" klinkt alsof de Lunatics alsnog uit het asylum van The Specials zijn ontsnapt, en daarmee wordt pijnlijk duidelijk dat de stem van Tim Burgess niet echt geschikt is voor dit type muziek. "When the Lights go out in London" had zo maar een niet al te brutaal nummertje van Hard-Fi kunnen zijn, In "Glory Glory" komt de geest van Damon Albarn om de hoek kijken en "The Architect" klinkt met z'n ska-ritmes downright silly. Geen idee wat The Charlatans met deze plaat wilden bereiken. Ze hebben duidelijk eens iets anders willen proberen, maar klinken daarin niet consistent en niet overtuigend. Alsof ze moeite hadden om keuzes te maken, want de sfeer van de tracks is nogal wisselend en een logische opbouw lijkt te ontbreken. En te lachen valt er ook niets.
File Under: Geen 'curried goat', geen 'kippers'
File Audio: [ MySpace]
Moos - Inkling (CD/DVD)
Ooit mocht ik van iemand een Roland MC-303 lenen en ermee spelen. Het is een goedkope editie van de TB-303, de godfather onder de sequencers. Echt een gaaf apparaat om mee te klooien. Zeker als het je eerste ervaring met een sequencer is, moet je even de documentatie door, maar dan heb je ook in no time een beat en een melodie in elkaar gezet die je kunt laten loopen. Vanaf dat moment kun je gaan proberen met o.a. welke cutoff- en resonantie-waarden je zo bruut mogelijke geluiden krijgt. Dat laatste is de grote hobby van Maurice Dohmen en Jorrit Poelen, alias Moos. Hun eerste album Inkling is gebaseerd op twee EP's en is een ratjetoe van remixen, net wat te langdradige sequencerrijke techno (die maar niet voluit wil stampen) en wat melodischere elektronica die zich ergens tussen Plaid en Bentley Rhythm Ace in bevindt. De nummers uit die laatste categorie vind ik het best geslaagd, omdat deze het meest als een afgerond geheel klinken. Al met al is Inkling een mooie en terechte naam; de toon is gezet, Moos laat horen het talent te hebben om pakweg de Nederlandse Ewan Pearson te worden, puur door wat beter te doseren. Een veelbelovende toekomst ligt in het verschiet.
File Audio: [ MySpace] [Download het hele album (na maken van login)]
File Video: [De hele dvd-livemix van 10 minuten als videocast]
Venturia - The New Kingdom
Het valt niet mee om op te vallen in de progrock, maar Venturia krijgt het voor elkaar. Zo hebben ze een zanger én een zangeres: de Amerikaan Marc Ferreira, met een melodieuze stem die op zijn tijd ook flink kan rocken en zangeres Lydie Robin, die een wat klassiekere stijl heeft zonder meteen te vervallen in ijle sprookjesmetalzang. Het zangduo van dit Franse vijftal, op dit album nog bijgestaan door een toetsenist/gitarist, heeft ook materiaal gekregen dat hen ruim de kans geeft om uit te blinken. Venturia zwiert van progmetal naar poprock en terug, zonder dat dat ook maar één moment geforceerd lijkt. Je zou ze kunnen vergelijken met die andere Franse progrockers Lord of Mushrooms. Die bleken ook al in staat bijna poppy melodieusheid te verenigen met technische vaardigheden en tempo- en sfeerwisselingen die prog zo eigen zijn. Dit Venturia vind ik zelfs nog een tikkie beter. De songs zijn lekker stevig, met heerlijk voortstuwend drumwerk, solo's waar solo's passen en mede door de wisselwerking tussen de stemmen van Ferreira en Robin een eigen stijl. De liedjes hebben een kop en staart en zijn stuk voor stuk goed uitgebalanceerde werkjes, soms pop met een rockrandje, soms metal met een prograndje, soms prog met een poprandje. Voeg daarbij een loepzuivere productie en je kunt niet anders concluderen dan dat The New Kingdom helemaal áf is.
File Under: Parbleu! C'est merveilleux, hein?
File Audio: [The New Kingdom medley]
Planet Orange - Drip Drop Drippin'
Ik heb nu helemaal niets meer met voetbal, maar dat was bij mij als kind anders. Naast het zelf beoefenen, wedstrijden live en op tv bekijken en het kopen van tijdschriften, luisterde ik naar de voetbalverslagen op de radio. Als dit 's avonds was dan moest dit stiekem. Mijn oranje AM-radiootje deed zijn taak prima, en moest bij alarm - i.v.m. ouders die naar boven kwamen - diep weggestopt worden onder de dekens. Ik moet aan deze tijd denken als ik achterover geleund in de tuinstoel naar het derde album van Planet Orange genaamd Drip Drop Drippin' aan het luisteren ben. Links van me hoor ik live de geluiden die uit het Arnhemse Gelredome weerklinken. Rechts van me heeft de buurman een bijpassend radioverslag opgezet. Het lijkt een spannende wedstrijd waar het geluid van het publiek mij nu stereo bereikt. Op de achtergrond is er de Groningse band. Ik moet aan Tom Waits denken, maar dan één die minder whiskey heeft gedronken, graag een dansje maakt, niet wars is van wat elektronica, David Gilmour in zijn begeleidingsband lijkt te hebben en ook graag uitgestrekt bijkomt van de zware dag. Per nummer wordt er voorzichtig een doelpunt gescoord. Het voetbal is ondertussen op zijn climax, na een paar ah's en oh's wordt er eindelijk een doelpunt gescoord. Het gejuich breekt los. Als er dan een lange bijna stilte volgt is het uiteindelijk afgelopen. De wedstrijd Vitesse - Twente blijkt in 1-1 te zijn geëindigd. Dat mijn radiootje oranje was dat is vast geen toeval, want de echte winnaar is in mijn ogen echter Planet Orange. Een band die je de kans moet geven om je mee te laten slepen om vervolgens Drip Drop Drippin' een plaatsje in je hart te geven.
File Under: Juich juich
Ignite - Our Darkest Days
Ik heb geen CD in mijn bezit die ik zó vaak heb gedraaid als A Place Called Home van Ignite; een beest van een plaat die nog steeds even goed is als de eerste keer dat ik hem hoorde. Dat is inmiddels al weer zes jaar geleden en hij duurt ook maar een half uurtje, veel te kort natuurlijk om al die tijd door te komen. Het schijnt iets met persoonlijke problemen en blablabla te maken gehad te hebben dat het allemaal zo lang moest duren, maar nu is daar dan eindelijk (prijs de Heer) opvolger Our Darkest Days. Deze titel geeft al direct aan dat het geen eenvoudige bevalling was maar dat zal mij op dit moment worst zijn, de plaat is namelijk steengoed geworden en al het tergende wachten ben ik inéén klap vergeten. Wat een geniale nummers staan hier op zeg, ik kan er niet over uit. Zanger Zoli is een immens blok energie die je door de speakers naar binnen zuigt en meeneemt in veertien perfecte liedjes. De wereld staat op zijn kop wanneer juist een nummer met de titel "Slowdown" er voor zorgt dat ik heel erg de behoefte krijg om hard te gaan rennen. Alles valt hier op de juiste plaats en het kan niet anders of ook deze topper krijgt een legendarische status. Ik hoop dat het niet nodig zal zijn, maar met Our Darkest Days kan ik gerust weer zes jaar vooruit.
File Under: My Brightest Day
File Audio: [Alles op MySpace]
Keep of Kalessin - Armada
Mocht ik het vorige week al even hebben over een Zweeds collectief dat een superplaat afleverde gebaseerd op de grootste zeeslag uit de Eerste Wereldoorlog, deze keer is het de beurt aan de Noorse wapenbroeders van Keep of Kalessin, die de verrichtingen van de Spaanse Armada als uitgangspunt hebben genomen voor hun nieuwe werkje. Kon bandleider Obsidian C, tevens live-gitarist van Satyricon, op de in 2003 verschenen mcd Reclaim nog gebruik maken van überdrummer Frost (Satyricon) en de legendarische Mayhem-zanger Attila Csihar, deze keer zag hij zich weer genoodzaakt om met zijn oude drummer Vyl en de relatief onbekende bassist Wizziac en zanger Thebon verder te gaan. Het resultaat is er echter niet minder om want Armada is echt een briljante plaat geworden. Grootste troef is het onmenselijk snelle gitaarwerk van Obsidian C, die Jeff Waters (Annihilator) doet verbleken en snelheden haalt die alleen op Duitse autosnelwegen toegestaan zijn. Bovendien bestaan de gitaarpartijen vaak uit meerdere lagen, waardoor er een heerlijke blackmetal-sound ontstaat. Neemt niet weg dat ook de overige bandleden hun mannetje staan. De ritmesectie klinkt als een Zwitsers uurwerk en hoewel de zang voor het genre af en toe aardig afwijkend is, geeft dit juist dat beetje originaliteit wat bij anderen vaak ontbreekt. De strijd op het zilte water lijkt opnieuw een prima onderwerp te zijn en ik zou het geweldig vinden als onze eigen God Dethroned het eerbetoon aan Michiel de Ruyter, "Firebreath", verder uitwerkt tot een meedogenloos album over onze eigen eens zo superieure zeemacht.
File Under: Geef acht!
Taking Back Sunday - Louder Now
In de categorie 'nummers waarmee je binnen twee minuten een hele zaal op zijn kop zet' scoort Taking Back Sunday met "What's it feel like to be a ghost?", het openingsnummer van hun nieuwe cd Louder Now bijna een perfecte tien, met een zoen van de juffrouw erbij! Gitaren starten, gitaren en drums vallen bij, zangers beginnen ingetogen en na vijftig seconden knallen. Op zich simpel, maar als het mij na verschrikkelijk veel draaibeurten nog niet gaat vervelen dan heb je het als band goed gedaan. Als de heren hier niet hun concert van 29 mei aanstaande in de Melkweg mee openen en het publiek gelijk uit zijn dak gaat dan eh... nee, ik eet mijn schoenen toch maar niet op. Sowieso is er niets verkeerd aan Louder Now. Ik was er even bang voor dat de overstap naar major Warner zou leiden tot concessies in het geluid van Taking Back Sunday. Luisterend naar Louder Now kun je alleen maar concluderen dat dit geenszins het geval is. Wel heeft Taking Back Sunday met beide handen alle mogelijkheden aangegrepen die een major een band kan bieden om hun geluidshorizon te verbreden, maar verder is er hoegenaamd geen bal veranderd. De nieuwe cd Louder Now klinkt hierdoor rijker en verder uitgekristalliseerd. Dat maakt dat de liedjes nog geraffineerder en melodieuzer klinken dan op voorganger Where You Want To Be zonder aan hardheid in te boeten. Het maakt Louder Now tot een grote knaller die hier overuren maakte op kantoor. Het is maar goed dat er hier geen webcam hangt, want geregeld stonden we in een pose die beter past bij een bezoek van een concert dan bij een normale houding achter het bureau. Laten we het er maar op houden dat we oefenden voor 29 mei, want daar zijn we echt wel allebei.
File Under: Knallen!
File Audio: [ MySpace]
Takuma Itoi / Glim / Mimi Secue
Zie het als een verlate voorjaarsschoonmaak. Het werd hoog tijd dat ik de boel eens onderhanden ging nemen. En dat geldt dan natuurlijk ook voor die stapeltjes cd's die nog overal rondslingeren. Zoals dit drietal (release eind 2005, foei André!) afkomstig van het laptobbyisten labeltje Karate Joe. Bring on the Fennesz-klonen! Oké, dat is misschien een beetje kort door de bocht. De suizende geluidslandschappen die doorkruist worden over het hobbelige glitch-pad van Takuma Itoi komen misschien nog dichtste bij de muziek van de eerdergenoemde laptovenaar. Hoewel er groot kans is dat we op hetzelfde pad Glim met z'n minimalistische sneeuwbloemen-op-de-ruiten-elektronica tegen zullen komen. Zijn klanktapijtjes voelen echter wat warmer aan dan de gruizige ruisgolven van zijn labelmaatje.
De man achter deze mousepad, Andreas Berger genaamd, komen we ook tegen in het Oostenrijkse collectief Mimi Secue. Bij hen is de digitale vriend slechts een onderdeel van de bandsound. Hun verstilde post-rock met een vleugje americana en fluisterzang doet mij meteen aan L' altra denken. Naila is hiermee dan ook veruit mijn favoriet van deze drie schijfjes. Een serene rust spreidt zich als een warm elektronisch dekentje tijdens een koude winternacht over mij heen. Hmmm, fijn hoor. Een nadeel: zo komt er alsnog niks van mijn voorgenomen schoonmaakactie terecht.
File Under: Gruizige ruisgolven
File Audio: [Intro][Trans]
File: Glim - Aerial View Of Model
File Under: Minimalistische sneeuwbloemen-op-de-ruiten-elektronica
File Audio: [Sloth][Glaze]
File: Mimi Secue - Naila
File Under: En daar gaat m'n schoonmaakwoede...
File Audio: [Something Sometimes][Grey]
Pearl Jam - Pearl Jam
Wat ik van het nummer "Inside Job" vond, vroeg ze me. Ze is een diehard Pearl Jam-fan en ze kent mijn scepsis over de laatste Pearl Jam platen. Eigenlijk over alle Pearl Jam-platen na Vitalogy. De single "World Wide Suicide" vond ik niet zo bijzonder en ik had haar al verteld dat ik Eddie Vedder wat vermoeid vond klinken. Maar "Inside Job" zou toch in mijn straatje moeten passen volgens haar. En toen ik er even voor ging zitten, moest ik dat beamen. En ik merkte overigens ook dat het album ging groeien. Alleen groeide het een andere kant op dan ik in eerste instantie verwachtte. Met Pearl Jam lijkt Pearl Jam zich een beetje naar de AOR hoek, de radiovriendelijke Amerikaanse (hard)rock, te bewegen. Nu vind ik dat niet noodzakelijkerwijze verkeerd, je kunt niet altijd kwaad blijven immers en ik hou wel van een potje lekker potje AOR op zijn tijd. Maar toen ik de knop had omgezet van Pearl Jam als grunge band naar Pearl Jam als conventionele Amerikaanse hardrockband viel alles ineens op zijn plaats. En dan is Pearl Jam gewoon een goede plaat, met "Inside Job" als goede uitschieter, waarin ik paradoxaal genoeg weer een vleugje Ten ("Why Go") hoor. Het is een mooie afsluiter voor de concerten en die slotsolo is een puik vehikel om een kwartiertje op door te jammen. Maar ik hoor de bootlegs wel, als ze dat gaan doen. Want om nu 45 euro neer te gaan leggen voor een conventionele hardrockband, dat vind ik dan weer teveel van het goede.
File Under: Het is maar wat je er van verwacht
Frontline - Circles
Het klinkt wellicht vreemd, maar van de andere FU-schrijvers ken ik er precies twee ook van gezicht. Okee, dat ligt ook aan mij, want we komen elkaar zelden bij concerten tegen. De kans is groot dat ik precies één keer tegelijk met een andere FU'er bij een concert ben geweest. Vandaag maak ik echter kennis met nummer drie. Volstrekt buiten FU om, overigens. De betreffende FU-collega wordt namelijk zoiets als een dubbelcollega: we gaan voor hetzelfde bedrijf werken. Ik denk heel anders over konijntjes, maar verder hebben we genoeg gemeen om het prettig te laten verlopen: we webloggen allebei, we zijn allebei grote muziekliefhebbers en hebben beiden niet het meest gangbare gevoel voor humor. Goed, Frontline zal voor hem al niet interessant meer zijn als 'ie de lelijke mannen op leeftijd op de hoes ziet, terwijl ik deze cd best te pruimen vind. Maar ja, Frontline is dan ook een AOR-act in de hoek van Bonfire en Jaded Heart. Duits-clean, niet bijster origineel maar wel van gedegen kwaliteit. Dat is ook niet zo gek, want de mannen van Frontline draaien al heel wat jaren mee. Zanger Stephan Kaemmerer en gitarist Robby Boebel al vanaf het debuut in 1994, bassist Hutch Bauer en drummer Rami Ali al sinds 1997. Gevieren hebben ze in het begin van hun bestaan heel wat juridische ellende en gedoe met labels achter de rug, maar ze brengen nu toch al hun achtste album uit. Tien degelijke maar ook een tikkie voorspelbare songs met evenzo degelijke als voorspelbare arrangementen. Zoals bij veel Duitse bands zit er aardig wat echo op de zang van Kaemmerer. Zijn enigszins hoge stem is niet slecht, maar irriteert mij wat omdat hij voortdurend tegen de grens van zijn bereik lijkt te zitten. Liefhebbers van Duitse rock en AOR zullen daar echter weinig problemen mee hebben. Ongeacht wat ze van konijntjes vinden.
File Under: Had ik al gezegd dat het gedegen is?
File Audio: [My Vision] [ meer fragmenten op de site]
Marike Jager - The Beauty Around
Vele mensen doen een beetje minnetjes over de Grote Prijs van Nederland. Dat er nooit eens een band of artiest die die prijs wint écht doorbreekt. Ik vind dat een beetje gezeur. Er zijn altijd nog véél meer artiesten die nooit de Grote Prijs van Nederland gewonnen hebben, het dapper blijven proberen, en óók niet doorbreken. Ik heb goede hoop dat Marike Jager al dat zure volk voorgoed de mond gaat snoeren. Iets meer dan twee jaar nadat ze haar eerste echte optreden deed op een open podium in Maastricht, de stad waar ze destijds studeerde, won ze in 2003 de Grote Prijs in de categorie singer/songwriter. Overtuigend zelfs. Met diezelfde overtuiging besloot ze ook haar zaakjes verder zelf te regelen. Eerst bracht ze een EP-tje in eigen beheer uit en nu brengt ze op haar eigen label haar eerste volledige cd uit: The Beauty Around. En The Beauty Around is een verdomd goede singer/songwriterplaat, kan ik verklappen. Niet een cd vol dreinende liedjes van een zangeres die het hele leed van de wereld op haar schouders meezeult, maar een die bijna uit elkaar ploft van de mooie en diverse liedjes. Folky, bluesy, twangy, jazzy en rocky (I t/m IV), Marike kan het allemaal met speels gemak aan. Mooi is ook haar stem met vele klankkleuren. Deze rijkdom doen me alleen maar aan grote mevrouwen denken. Carol van Dijk, Sarah Bettens, een niet krolse Tori Amos en ook de naam van Dani Klein schoot me al door het hoofd terwijl ik luisterde hoe Marike prachtig zong, begeleidt door haar muzikale maatje Henk Jan Heuvelink op toetsen of zichzelf begeleidend op gitaar. Het maakt The Beauty Around tot een heerlijk frisse debuutplaat. 'Chapeau!' zeg je in zo'n geval, geloof ik. Bij deze dus: Chapeau!
File Under: Logenstraf ze Marike! Logenstraf ze!
File Audio: [MarikeSpace]
Celtic Frost - Monotheist
Voor ik aan de bespreking van dit plaatje begin, zal ik eerst een bekentenis moeten afleggen die mijn geloofwaardigheid als metalscribent weinig goeds zal doen: ik ben nauwelijks bekend met het klassieke materiaal van Celtic Frost. Natuurlijk weet ik dat die band van immense invloed isgeweest op alle extreme metal na 1984, en dat To Mega Therion en Into The Pandemonium gelden als de pionierschijven op black- en deathmetalgebied, alleen ik ben er nooit echt ingedoken. Tegen de tijd dat ik naar metal begon te luisteren (pak em beet vanaf 1989) was die band ook allang ingehaald door bands het nog extremer deden en had de band haar eigen glazen op een grandioze wijze ingegooid door het uitbrengen van de glamrockplaat Cold Lake, inclusief poedelkapsels. Begin jaren 90 kwam er nog een revanche plaat in de vorm vanVanity/Nemesis, alleen ging die zo'n beetje langs iedereen heen, en werd het stil rond Tom G. Warrior en consorten. Tot nu. Het intussen langverwachte Monotheist ligt nu in mijn speler en verdomd, da's toch een zeer lekkere pot zware, duistere metal, die in niets doet denken aan die glam-blamage en gewoon teruggrijpt naar de extreme duistere sound. Alleen dan in een vette moderne productie. Sfeervol is het sleutelwoord, de riffs zijn heftig en dwars en Tom's zang is van de angstaanjagende soort. Monotheist is geen makkelijke plaat, maar wel een gedurfde waarvoor je de tijd moet nemen. Als je bereid bent ervoor te gaan zitten openbaart zich een bescheiden meesterwerkje. En da's knap, voor een eerste plaat sinds 13 jaar.
File Under: Sfeervolle black/death
File Audio: ["Ground" in streaming audio]
Hoobastank - Every man for himself
Vorige week dinsdag, tijdens een van de sonische exercities van Oceansize, keek ik eens om me heen. Ik zag weinig vrouwen en veel lelijke mannen. Waarmee ik maar weer eens een oud theorietje van mij voor de dag haalde: hoe harder de muziek, hoe lelijker het publiek. En ja, ik geef toe: ik trek het schoonheidsgemiddelde ook niet omhoog. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, er liepen ook best leuke dames in de zaal, maar ze waren op één hand te tellen. Overigens geldt het niet alleen voor harde muziek, maar ook voor eventuele rauwe randjes. Hoe rauwer het randje, hoe eerder vrouwen afhaken. Het principe werd nog eens bevestigd toen ik op de website van Hoobastank terechtkwam. Als je bij de vriendjes van Hoobastank kijkt zie je vrouwen, vrouwen en nog een vrouwen. En een enkele lelijke vent. En dan weet je, analoog aan bovenstaande theorietjes, meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. Toegankelijk rock, met een incidenteel rockrandje, die best wel stoer klinkt, maar zo glad is als een aal is. Every Man for himself is een soort van nu metal light. Het een en ander is best goed aan te horen en verveeld niet echt, maar echt beklijven doet het ook niet. Het is een puik poprock plaatje voor het mooie zomerse weer van het moment, maar met een ietwat tegenwind prefereer ik toch een wat rauwer randje om me aan vast te houden. Of ik ben natuurlijk niet lelijk genoeg voor Hoobastank. Dat kan ook...
File Under: Nu metal light de zomerse dagen...
The Maggots - Monkey Time
Aapjes kijken is een favoriete bezigheid van veel mensen in de dierentuin. Ik haat echter de traditionele dierentuinen. Dieren die hier zitten hebben vaak weinig bewegingsruimte. Dit vind ik zielig. Gelukkig doen ze het tegenwoordig bij heel veel dierentuinen beter door het leefgebied van de dieren na te bootsen. Het aapjes kijken, al heb ik andere favoriete dieren, wordt dan in ieder geval een stuk aantrekkelijk. Als ik mensen in al hun eigenaardigheden wil bestuderen dan zit ik liever een middag op het terras. Het Zweedse The Maggots geven op hun vierde album Monkey Time! het resultaat van hun observatie van het aapjes kijken onder de mensen met als specialiteit de liefde. Ik mag in ieder geval hopen dat het viertal garagerockers het allemaal niet zelf meegemaakt heeft. Hoe dan ook, het levert wel een album op met door de sixties geïnspireerde garagerocksongs waarbij een consequent geluid neergezet wordt als een leefgebied waarbinnen ze zich muzikaal mogen bewegen. Er is de gitaar die bescheiden een eigen weg mag gaan, het orgel dat door alle nummers heen jengelt en de zanger die wat zeurderig - zonder overigens vervelend te zijn - om aandacht vraagt. Samen maken ze echter songs waar menigeen zijn naam onder zou willen zetten. Naast eigen songs is er ook ruimte voor drie covers waarvan ik alleen het origineel namelijk die van The Flirtations kan achterhalen. De nummers wordt in ieder geval keurig zonder op te vallen opgenomen in het repertoire. Het aapjes kijken is na 35 minuten voorbij: niet te lang, niet te kort, wel goed genoeg om te mogen promoveren naar de Zweedse Eerste Divisie waar ze uit mogen komen tegen Mando Diao en Caesars Palace. Al zal er het leefgebied nog wat versterkt moeten worden om niet kansloos te zijn.
File Under: Sixties Garagerock uit Zweden
Paul Simon - Surprise
Toen ik zelf nog een Junior was, verbaasde ik me altijd over de hoeveelheid lp's die mijn vader had. Ruim twee meter lp's, netjes geordend op componist. Dat vond ik toen heel veel. Op de onderste plank was een paar, en misschien was het er zelfs inderdaad maar één - centimeter gereserveerd voor popmuziek. Raar genoeg niet voor die van het zware soort. Je zou verwachten dat iemand die een liefhebber is van (zwaar) klassiek zijn popmuziek wel zou zoeken in de bombastische symfonische rock. Mijn vader niet dus. Vooral beschaafde Nederlandstalige lp's stonden er. En daarnaast het onvermijdelijke Bridge Over Troubled Water. Ik vond dat veel leuker dan die zware klassieke lp's. Paul Simon werd zo een artiest die we beiden wel konden waarderen, maar het werd er niet een waar we zonodig een complete collectie van moesten hebben. Ja, Graceland, die hebben we allebei, maar die plaat heeft zo'n beetje iedereen die ik ken. Ik denk dat ik voor vaderdag Surprise, Paul Simon's nieuwe cd, ga kopen voor mijn vader. Het is namelijk zo'n soort popalbum gevonden waar we beiden van kunnen genieten. Aan de hand van producer Brian Eno heeft Simon een fijne popplaat afgeleverd. Paul Simon zal natuurlijk altijd luchtig, een tikje monotoon maar wel zuiver blijven zingen zoals hij dat al decennialang doet, maar in sommige nummers klinkt hij voor zijn doen erg ruw. En dat is best fijn. Daarnaast heeft Eno er voor gezorgd voor een veel meer rockgeoriënteerd en vooral ook veel meer divers geluid. Zo flirt Simon in bijvoorbeeld "Everything About It Is a Love Song" zelfs een beetje met drum'n'bass en in "Wartime Prayers" met bijna Waters-achtige koren. Surprise is dan ook als titel zeer doeltreffend gekozen.
File Under: Voor fitte vutters, maar ook voor hun kinderen en daar weer de kinderen van, natuurlijk.
File Audio: [Playert]
None More Black - This Is Satire
De afgelopen paar maanden heeft het Californische Fat Wreck Chords nog maar weer eens bewezen waarom het inmiddels een van de belangrijkste en meest toonaangevende platenlabels is op punk gebied. Het bedrijf van NOFX' Fat Mike heeft een uitstekend gevoel voor het aantrekken van nieuwe bands en het afstoten van minder interessante oudjes. Ze houden zich enkel bezig met waar ze goed in zijn - Punk dus - en laten zich niet in met andere muziekstijlen, dat is wel zo overzichtelijk. Het gebeurt dan ook niet al te vaak dat een nieuwe Fat Wreck CD mij niet zo bevalt, maar omdat de uitzondering nu eenmaal de regel bevestigt, is dit nu toch een keertje het geval. De tweede plaat van None More Black is namelijk nogal middelmatig, zeker ten opzichte van het andere punkrockmateriaal waar we de laatste tijd mee verwend zijn. This Is Satire kabbelt vooral nogal saai voort en is niet ronduit slecht te noemen maar heeft eigenlijk helemaal niets bijzonders in zich. De liedjes missen kracht, iets wat ook te wijten valt aan de duffe productie (die gitaren moeten potverdikkie knallen!), en geen van de dertien nummers heeft ook maar een klein beetje van het Heilige Vuur in zich. Toch opvallend, voor een groep met voormalige bandleden van enkele zeer gepassioneerde hardcorebands. Ik zal dit enkele geval door de vingers zien maar hoop wel dat men hier in de toekomst geen gewoonte van gaat maken.
File Under: Next!
File Audio: [Under My Feet][You Suck! But Your Peanut Butter Is OK]
Guillemots - From the Cliffs
Hebt u uw ballads het liefst zachtgesmeerd en zijig?
Houdt u het liefst van zorgvuldig gestemde melodieën? Fijn voor u.
Sla dit stukje dan maar gelijk over, want daar hebben de Guillemots namelijk totaal de zeekoetenschijt aan. Hun lievelingswoord luidt namelijk 'theatraal'. Hun sympathieke crooner Fyfe Dangerfield zit regelmatig vér naast de nog verantwoorde zanglijn en het is de groep vermoedelijk tienmaal worst dat geen enkel liedje in deze vorm de radio of de disco zal halen. Maar negatief vind ik dat niet. Want From the Cliffs is een prachtig weirde EP (hun derde alweer, zoek vooral ook naar We're Here), met acht popliedjes met jazz-invloeden. Zo eentje om te koesteren vóórdat het deze zomer te verschijnen debuutalbum Verve From the Windowpane alle schoonheid misschien wel gladstrijkt voor de massa. Laat ik het wat eerlijker uitdrukken; dit is een magistraal zooitje. From the Cliffs is pure romantiek, niks voor op de achtergrond: dit is intense muziek om live te beleven. Bij hun optreden op London Calling eind 2005 kwam de band niet voor niets in een optocht midden door de volle zaal aanparaderen. De Guillemots hebben de brille om je als luisteraar met een enkel catchy wereldrefrein ("Who left the lights off, baby?", waaraan ik al sinds november verslaafd ben) of een rijpe beat ("Trains to Brazil") volledig in te pakken, om je vervolgens ecstatisch op een heel ander station weer buiten te zetten. Als deze band nou normale nummers zou schrijven, was het een grootse combinatie van The Divine Comedy, The Arcade Fire en Absynthe Minded geweest. Nu is het nog een ruwe diamant. Laat je meeslepen!
File Under: Heerlijk rare jonge Engelse bandjes
File Ecard: hier
File Audio: MySpace
File Luisterpaal: De VPRO is lief
Mos Generator - The Late Great Planet Earth
Ja leuk, stukkies schrijven, maar daar heb ik vandaag helemaal geen tijd voor. Ik probeer immers het hele Internet vol te schrijven en vandaag is één lange dag met politieke gebeurtenissen. Als politiek columnist van Sargasso word ik vast geacht dat te volgen en ik wil niet ontslagen worden. Maar ja, hier bij File Under ook niet, en ik weet niet of u het weet, maar we worden met de karwats achterna gezeten als we niet op tijd zijn. Dan maar alletwee tegelijk. Ik open hierbij de beraadslagingen. Meneer de voorzitter, zelf definiëert het trio Mos Generator zijn muziek niet echt: "Call it 70's rock. Call it 'stoner rock'. Call it fuckin' 'heavy metal'!" - Meneer de Voorzitter, ik maak bezwaar tegen die laatste typering! - Nou ja, heavy metal in de Black Sabbath-betekenis. Maar voor een stonerrockband zit er verrassend weinig Black Sabbath in. - Ja maar voorzitter, wat denkt de geachte afgevaardigde dan van die logge riffs? - Tuurlijk, meneer de voorzitter, die zijn er. Maar die zitten toch vooral in de hoek van Kyuss en Queens of the Stone Age. Log en zwaar, maar tegelijkertijd riffs die buitengewoon melodieus zijn en je hypnotiserend meevoeren. Minder hitparademateriaal dan Queens of the Stone Age, maar dat ligt aan andere dingen. Want, meneer de voorzitter, soms nemen ze ineens flink gas terug en beginnen ze aan lange jams, typisch jaren 70 werk: het gaat niet noodzakelijk ergens naartoe, maar lekker is het wel. Afrondend, meneer de voorzitter: Mos Generator is te eigenwijs voor grote verkoopcijfers, maar beslist een aanwinst.
File Under: Motie van blijdschap, meneer de voorzitter
File Audio: [ MySpace]
Blackmail - Aerial View
'Ik vind dit zo'n rare, maar wel steengoede plaat.'
'Waarom dat dan?'
'Nou, ik moet echt de hele tijd aan Rush denken. Maar dat komt volgens mij vooral door de productie van dit album van Blackmail. Die lijkt heel veel op hoe Rush dat bij hun eerste 'moderne' album Counterparts deden. Daarop lieten doe Canadezen voor het eerst echt horen dat ze met hun tijd mee gingen. En af en toe moet ik denken door de stem van de zanger aan I Am Kloot, maar dat is veel lieverder muziek.'
'Als jij Rush noemt in een recensie, dan haken alle mensen af. Rush is verschrikkelijk. Alleen al die zanger! En deze cd is zeker alles behalve verschrikkelijk!'
'Waar zou jij het mee vergelijken dan?'
'Het lijkt wel een beetje op Placebo, vind ik. Maar Placebo houd ik hooguit een paar nummertjes uit en deze cd hebben we toch al wel een keer of drie gehoord ondertussen. Ik vind het precies de goeie zwaarte hebben. Dat komt volgens door hoe het gitaar- en basgeluid samengaan. Beiden bijna even laat en niet van dat gepiel of een overdaad aan bombast.'
'Yup, maar gitarist Kurt Ebelhäuser is dan ook geen koekenbakker. Da's een verschrikkelijk goede gitarist. Ik heb maar één bezwaar: Aerial View duurt nog geen veertig minuten. In die tijd kan ik niet eens naar mijn werk fietsen. Tien minuten meer had van mij wel gemogen.'
'Ik vind het wel prettig als een band geen opvullertjes gebruikt en gewoon alleen die liedjes neemt die goed genoeg zijn.'
'Daar heb je gelijk in. En zwakke liedjes staan er ook niet op. Helemaal waar, maar ik zal je Counterparts toch nog eens laten horen. Je zult versteld staan.'
File Under: Straffe Duitse indie-rock
File Audio: [ MySpace]
Neil Young - Living With War
Wat is er toch met de popmuziek aan de hand, dat de belangrijkste protestplaat tegen de oorlog in Irak gemaakt wordt door Neil Young? Nota bene iemand die al in 1970 een felle aanklacht tegen oorlog schreef (al ging "Ohio" in de eerste plaats over de vier gedode studenten in een demonstratie tegen de oorlog in Vietnam)! De vorige CD van Neil Young, Prairie Wind - nog maar een half jaar oud - was vooral naar binnen gericht en ging over ouderdom en het onvermijdelijke einde. Ook Living With War gaat over verderf, maar dan zoals die moedwillig veroorzaakt wordt in een oorlog. De woede over de Irak-oorlog en het presidenschap van George W. Bush ("Let's Impeach The President") klinkt door in de houthakkersgitaren zoals Neil Young ze in zijn grootste periode kon laten klinken en in de directheid waarmee de soms prachtige songs ("Shock and Awe"!) zijn opgenomen. In eerste instantie dacht ik dat het te maken had met het feit dat Living With War eerst via het internet te beluisteren was, voordat de plaat in de winkels lag, maar ook de CD heeft een bijna lo-fi geluid. De band voor deze plaat bestaat uit een trio: gitaar, bas en drum, aangevuld met trompet en een 100-koppig (!) koor die deze beste Neil Young-songs sinds jaren van een intense kracht voorzien. Het is een gotspe: als er iets goeds voortgekomen is uit de Irak-oorlog, dan is het deze wederopstanding van Neil Young.
File Under: De terugkeer van Neil Young
File Audio: [Living With War]
Lampshade - Let's Away
Ik moet thuis nog steeds een keer de dimmer van de lichtjes in de voorkamer vervangen. Of op z'n minst opnieuw monteren. Als je dat ding nu tot halverwege draait, standje gezellig schemerig, gaan de lampjes nogal eens ongezellig knipperen. Alsof ieder moment de telefoon over zal gaan en er aan de andere kant van de lijn een spooky stem mij informeert dat ik over een week zal komen te overlijden. Wel spannend dus, maar allesbehalve aangenaam. Nog minder gezellig is het als de lampjes zomaar ineens besluiten voluit gaan branden. Dat is niet eens spannend meer, maar vet irritant. Het Zweeds/Deense collectief Lampshade lijkt ook problemen met hun dimmer te hebben. Ten tijde van hun debuutalbum Because Trees Can Fly, waarop de band nog duidelijk zoekende was, stond dat ding halverwege. Standje gezellig schemerig dus. Door het defect schoot men echter af en toe in de knipperstand of tastte men plotseling in het duister. Een veelbelovend plaatje, vond ik. Maar op Let's Away lijkt de dimmer te zijn dolgedraaid en staan de composities ineens in het felle licht. En dan valt op dat het allemaal niet zo veel voorstelt. Lampshade ontpopt zich als een saaie variant van This Beautiful Mess en de zang van engeltje-in-spé Rebekkamaria vertoont irritante Björkiaanse maniertjes. De gevoelige snaar wordt zelden geraakt. Pas tegen het eind lijkt de band de dimmer weer onder controle te hebben en een slinger richting schemerduister te hebben gegeven. Maar dan is het wat mij betreft helaas al te laat.
File Under: Effe dimmen ja
File Audio: [New Legs][Disse Fugle]
We vs. Death - We Too Are Concerned, We Are Too Concerned
Mijn oude kamergenoten zie ik nog maar weinig. Dat krijg je met die flexibele organisaties waarbij het eenvoudig switchen is tussen teams. Dat flexibele is best prettig, maar het weinige zien, dat vind ik wel jammer. Ik trof het dan wel steeds met mijn kamergenoten. En niet alleen omdat ze eigenlijk alle muziek accepteerden die ik draaide, het waren ook nog eens toffe gasten. Het mooie was dat ze van de vaak voor hen onbekende muziek die ik draaide ook nog wel eens dingen gingen kopen. Afgelopen week stond mijn oude kamergenootje plots bij me op de kamer. De muziek die ik draaide viel hem gelijk op. 'Oei! Dit is mooi! Dit lijkt wel een beetje op dat Spaanse bandje dat je ooit voor me kocht. Ach, kom, hoe heten ze ook al weer... El Columpio Asesino. Dat was het! Prachtig, die trompetten!' Ik moest hem gelijk geven. Af en toe doet We vs. Death - het ging hier namelijk om hun eindelijk verschenen eerste volledige album - wel een beetje denken aan deze Spanjolen. Voordat ik hem kon vertellen was het was griste hij het boekwerkje dat erbij hoorde van de tafel. 'Oei! Ook al zo prachtig!' En weer moest ik hem gelijk geven. We Too Are Concerned, We Are Too Concerned is een tot in de puntjes verzorgd album. Een stijlvol vormgegeven digipack met daarin een cd en min of meer tot mijn verbazing ook een dvd. Daarop worden vier nummers van We vs. Death begeleid door filmpjes, geschoten door Kistmet-drummer Boudewijn Rosenmuller. De beelden van Utrecht en omgeving passen mooi bij We vs. Death. Hun ietwat onderkoelde, melancholische post-rock leent zich, net als veel van hun genregenoten, voor film. Het liefst films zonder tekst, net als de muziek van We vs. Death. Alhoewel, als je goed luistert dan vertellen de trompet, de gitaar en warme Fender Rhodes wel degelijk verhalen die je aan het denken zetten. En ik ben vast niet de enige die dat hoort...
File Under: Mooi zowel qua inhoud als qua verpakking
File Audio: [Hoera! Geen MySpace deze keer, maar YouMakeMusic]
Sick Of It All
Death to Tyrants, leve Sick Of It All!
De New Yorkse hardcore helden Sick Of It All bestaan twintig jaar en vieren dat met het nieuwe album Death To Tyrants. En wat een goed album is dat! De gebroeders Lou en Pete Koller waren in Amsterdam om het album te promoten. Even op en neer naar Europa voor een paar interviews. In het hotel aangekomen ontmoeten we de broers die al in de lobby zitten te wachten. Ondanks de jetlag van de mannen hebben we een relaxed gesprek, waarbij vooral Lou op de praatstoel zit.

Scott Stapp - the Great Divide
'Hé!', riep ik, na de eerste zanglijnen van the Great Divide gehoord te hebben. Deze plaat van de christelijke ex-Creed zanger Scott Stapp klinkt namelijk precies zoals het bandje van mijn destijds vriendje toen ik veertien was. Overspoeld door herinneringen werd ik. Overspoeld! Hoe de oefenruimte rook, hoe de bank altijd een beetje klam was en hoe vol de asbak zat terwijl ik en de drummer de enige twee waren die rookten. En hoe ze het zouden gaan maken. En hoe ik tegen beter weten in, met gans m'n hart, hoopte dat het zou lukken. Want dan mocht ik mee op toer. En zou ik backstage mogen op Pinkpop. Het doorbreken was volgens de jongens namelijk geen kwestie van 'of', het was een kwestie van 'wanneer'. Natuurlijk kwam het bandje van mijn destijds vriendje toen ik veertien was niet verder dan de oefenruimte, een demo op een cassette en een optreden of vier in de Soos. Afijn. De producers moeten hetzelfde gevoel hebben gehad als ik toen op de bank in de oefenruimte. Hoe ze het tegen beter weten in hoopten, wanneer Scott in de studio stond te zingen of de gitaar stond in te spelen. En hoe ze knarsend naar hem gelachen moeten hebben, toen hij de teksten voorlas. Hoe er vast één tussen heeft gezeten die zich zo'n snurkend lachje liet ontvallen en toen een beetje beschaamd gauw een beter heenkomen zocht op het toilet.. En hoe ze, wanneer ze Scott in zijn bolide door het keukenraam zagen wegrijden, elkaar op de schouders hebben geklopt. "Op hoop van zegen, jongens. Op hoop van zegen."
File Under: Herinneringen aan klamme banken
File Audio: [Had u ook een vriendje met een bandje?]
File Video: [Of met lange haren?]
Dexter Jones' Circus Orchestra - Morbyn Outtakes
Kort plaatje, korte recensie. Schrijven voor Fileunder heeft zo zijn voordelen. Ik krijg geregeld zomaar platen toegestuurd van onze opperdespoot, waar ik dan mijn mening over mag geven, en over het algemeen zijn die niet verkeerd. En ik leer ook nog eens wat nieuwe bands kennen via deze weg. Zoals bijvoorbeeld dit Dexter Jones' Circus Orchestra. Ik had er nog nooit van gehoord, maar na enig speurwerk kwam ik er achter dat ook deze jongens uit Umea, Zweden komen (ik begin toch benieuwd te worden wat ze daar nu in het grondwater stoppen). Juist, datzelfde Umea waar Meshuggah, Refused, Selfmindead en het recent door mij besproken Jr. Ewing ook al vandaan komen. Hardcore dus? Vergeet het maar, DJCO is zo retro als het maar kan. Een vleugje Southern, een beetje bluesy maar vooral erg eind jaren zestig, zo kun je de sound van dit orkest het best omschrijven. Lekkere lome rock, absoluut niet vernieuwend maar ook zeker niet slecht. Enigszins vergelijkbaar met bands als Kings Of Leon en Caesars Palace. Vier nummers in iets meer dan een kwartier krijgt de luisteraar en dan is het weer uit met de pret. Puike eerste kennismaking met dit gezelschap.
File Under: Retro rock
File Audio: [In Front Of You All]
The Horror The Horror / The Tyde
Als lezer kun je je soms behoorlijk ergeren aan recensenten. Ze lijken betweterig en blasé en soms niet echt geïnteresseerd in hun onderwerp. Dingen die ik als schrijver bij File Under probeer te vermijden. Maar nu ik alweer een tijdje met groot plezier zelf stukjes schrijf over muziek kan ik me er wel wat bij voorstellen. Wanneer je je elke dag door enorme bergen muziek moet heenwerken kan je er behoorlijk knirfterig van worden als het niveau tegenvalt. Deze week bijvoorbeeld had ik vijf cd's om te luisteren. Drie ervan heb ik terzijde gelegd voor nadere beluistering en een meer afgewogen oordeel. Twee cd's sprongen er meteen uit. Of eigenlijk sprongen ze er helemaal niet uit. En dat terwijl ik me bij het zien van namen als Joel Lindström en Mattias Axelsson meteen enorm verheugde op The Horror The Horror, want ik heb nu eenmaal iets met Scandinavische bandjes. Als het dan tegenvalt, valt het ook meteen goed tegen. Want The Horror is een kleurloos, gemiddeld indie-pop album, waar je je als liefhebber zeker geen buil aan valt, maar er was bij mij geen enkel greintje van opwinding of verrassing waarneembaar. Er is weinig Scandinavisch te horen aan The Horror The Horror. Ze hebben een vrij inwisselbare, kleurloze sound en hadden net zo makkelijk uit Amerika kunnen komen.
The Tyde komt daar écht vandaan. Hun cd bevat indiepop met mellow surf-invloeden, waarvoor je vandaag de dag echt niet meer uit de US afkomstig hoeft te zijn. Ook Three's Co., The Tyde's cd, die ik al langer heb liggen en meerdere malen heb beluisterd kon me zodanig weinig boeien dat ik er steeds meer tegenaan ging hikken om er een stukje over te schrijven. Als je niks positiefs of eigenlijk ook niks écht negatiefs te zeggen hebt, kan je maar beter je mond houden, toch? Anders word je zo'n verzuurde recensent waar iedereen een hekel aan heeft. Ik laat het oordeel dus maar gewoon een keer aan de lezers. Misschien kunnen jullie er meer soep van koken. Ik ga een cd luisteren waar ik me wel over kan opwinden.
File Under: geen horror, geen feest
File Audio: [Fragmenten]
File: The Tyde - The Tyde
File Under: Alle dagen feest is ook zoiets.
File Video: [Brock Landers]
Planet Asia - The Sickness Part One
Tuut Yo man Turf dit uit Tuut Pomp die poep Tuut Yeah Respect aan de negerbuurt Spreek iets in na de piep Piep Broeders Welkom in mijn getto Moederneukers Waar zullen we het eens over hebben Ik blaas reps en ik verkoop kraak Wil je mijn hele nare jeugd horen Neger Neger Anders kan ik het ook wel over Sjors Boes hebben Bloed aan zijn gulp Bub me de schijt Ik haal mijn geweren wel even We schieten hem gewoon helemaal aan vredes Gangsta Gangsta Begrijp je wel wat ik zeg Luister naar mijn vette poep Zwarte zwarte negers Beat Yo Vecht tot mijn vloei Ik groeide op in Californië Sinds 98 doe ik in cd's Gangsta Ik ben gewoon al keihard major geweest man Maar ik kom net zo keidoop terug Yo Negers Begint het trucje al te vermoeien Mijn dikke bieten zijn onverslaanbaar Yo Nee het is geen pretje, slechte-reet spelen Het is moordtijd Negers Skit!
Rappers zijn een beetje de telemarketeers van de muziekwereld. Minstens zo belangrijk vind ik naast hun tekst de samples. Opgezwolle was eerder dit jaar de eerste rapplaat die ik echt trok; deze vond ik eerlijk gezegd maar zo-zo. Teveel clichés. Maar er staan twee goede tracks op, "Act like you know" en "U Betta Die". Vanwege de gran di oze samples. Die Amerikaanse negers kunnen het wel even wat beter dan onze Lange Frans...
Einde Skit!
Yo Heb je je hele autobio ingesproken ofzo Steen die poep Piep Uw bericht is te lang. Nog een bericht opnemen?
File Under: Goed geproduceerde hiphopplaat met twee goede samplenummers en een hoop standaardmeuk
File Audio: [Gold Chain General]
Mötley Crüe - Carnival of Sins Live
Dé band waarvan in 1981 niemand had verwacht dat ze in 2006 nog zouden bestaan is Mötley Crüe. Naast aanvaringen met de wet voor auto-ongelukken, mishandelingen en ander "larger than life"-gedrag, was het vooral het drank- en drugsgebruik van de heren dat een bestaan van meer dan 25 jaar onwaarschijnlijk maakte. Maar zowaar, het is 2006 en ze bestaan nog. Mötley Crüe was voor mij altijd zo'n band met best aardige nummers maar niet goed genoeg voor een heel album. Maar een dubbellive-album maakt het plots wel interessant voor mij. Ten eerste omdat ik een liefhebber ben van live-albums, ten tweede omdat je bij live-albums meestal de beste nummers bij elkaar hebt. Dat dat bij dit album niet voldoende is, valt de heren musici niet eens te verwijten. Het is degene die achter de knoppen gezeten heeft die zijn gage terug moet betalen. Wat een prutswerk! Ik heb bootlegs die beter klinken. Goed, dat Vince Neil's stem naar achteren is gemixt is gezien 's mans beperkte vocale kwaliteiten niet eens zo gek. Dat het geluid van het publiek wel heel opzichtig omhoog wordt gedraaid tussen de nummers is ook niets nieuws meer. Maar de bas van Nikki Sixx en de bassdrums van Tommy Lee staan zo belachelijk ver naar voren dat het een dubbel-cd lang irriteert. Misschien is het een poging het geheel wat meer rockgevoel mee te geven, maar dat is dan zo knullig gedaan dat het de hele cd verknalt. Dan kun je alle krakers erop gezet hebben, van "Shout at the devil" en "Kickstart my heart" tot "Dr. Feelgood", het blijft een live-album dat gewoon ondermaats is van kwaliteit. Kleine observatie tot slot: het blijft merkwaardig dat zo'n op en top Amerikaanse commerciële rockband "Anarchy in the UK" ten gehore brengt. Eigenlijk zou dat verboden moeten worden...
File Under: Alleen voor ramptoeristen
The Red Krayola - Introduction
Ooit volgde in yogalessen, na de inspanning werd er bij de ontspanning vage new age-muziek gedraaid waarna ik als het ware zwevend naar huis toe ging om de hele avond vervolgens innerlijke rust te vinden. Ja, ja. Naar nu blijkt is dit echter thuis ook zo op te roepen. Achter deze ervaring kwam ik door Introduction van The Red Krayola bij het ontwaken te draaien. Zij doen - al zou je anders vermoeden met deze albumtitel - al 40 jaar hun ding. Voor hen die deze periode even de kant opkeken kan ik melden dat hun werk ergens ligt tussen muziek van Captain Beefheart and The Magic Band, Tindersticks en Pere Ubu (waar het belangrijkste bandlid Mayo Thompson ooit deel van uitmaakte). Introduction begint na wat gepiep en gesproken woord ingetogen. Heel voorzichtig wordt er wat harder op het gaspedaal getrapt, maar nergens wordt er een snelheidsovertreding gemaakt. Wat er wel is dat is een groep muzikanten onder leiding van Mayo Thompson die weten wat spelen is. Zijn stem (soms tegen valsheid aanzittend) is er eentje waar je tegen moet kunnen, maar wat mij betreft past het prima bij de sombere songs waar juist de details (ik noem de accordeon, piano, synthesizer en ukelele) voor de schoonheid zorgen. Ik blijf een cd lang in bed liggen om wakker te worden. De muziek heeft voor een zwevend gevoel gezorgd waar ik zelfs na een frisse douche in blijf hangen. De hele dag komt er weinig uit mijn vingers, maar voel ik me prima Laat al die klusjes in mijn huis maar een dag wachten. Dit is genieten!
File Under: Muziek voor een heerlijk dagje zweven
Torchbearer - Warnaments
Vroeger keek ik naar de Duitse kinderserie Ravioli. Als vader en moeder Düwel op vakantie gaan en de kinderen alleen achterblijven, besluiten deze om elke avond hun lievelingskostje ravioli te eten. Met het geld wat ze hiermee besparen kopen ze allerlei leuke dingen. Overdaad schaadt echter en na een paar avonden is de lust in ravioli weg en proberen ze van alles om maar niet thuis te hoeven eten. Ik betrap mijzelf op hetzelfde gedrag als het aankomt op het luisteren van de zoveelste Zweedse metalodieuze release. De grote hoeveelheid van op elkaar lijkende bands heeft de behoefte naar nieuw wapengekletter gewoon wat getemperd. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen want Torchbearer heeft met Warnaments een puike prestatie geleverd. Dit conceptalbum is gebaseerd op de Zeeslag bij Jutland waar de Britten en Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten om de suprematie op het water. Sonar- en granaatgeluiden, ijzingwekkende solo's, dieprochelende grunts afgewisseld met heftig gekrijs, gesproken stukken en sfeerverhogende keyboardstukken worden in gezet om de heroïek en hectiek van deze strijd uit te beelden. Bovendien ligt het tempo moordend hoog waardoor je het gevoel krijgt dat een dodelijk vijandelijk salvo elk moment een eind aan je leven kan maken. De uitslag van de slag was uiteindelijk onbeslist, ware het niet dat de Britten de meeste slachtoffers en materiele schade hadden. Torchbearer heeft zijn werk beter gedaan en deelt met dit album een genadeloze klap uit aan de concurrentie. Mijn ziel hebben ze in ieder geval gewonnen.
File Under: Luitenant-Admiralen van de zee.
Red Hot Chili Peppers - Stadium Arcadium
Wanneer een band een dubbelalbum maakt en daarover in alle media hard begint te roepen dat het het Magnum Opus is geworden, treedt er bij mij spontaan een oerreactie in werking: ik krijg bobbeltjes op hele vreemde plaatsen en scheid vocht af vanuit holtes waar ik verder niet op in zal gaan. Eerst maar eens horen, voordat ik dat soort grootspraak geloof. Ik kon het me ook niet zo goed voorstellen trouwens, dat de Red Hot Chili Peppers na het matige By The Way nu opeens wel een toppertje zouden maken, en dan zeker ook nog 28 nummers, pffffffff. Het is in alle interviews ook weer het oude liedje, veel gebazel over drugsgebruik, gebeterde levens en vaag gedoe over mediteren en yoga. Ik heb het al veel vaker gelezen en ik ben er niet van onder de indruk. Des te opvallender dat ik wel behoorlijk onder de indruk ben van het megalomane Stadium Arcadium. De enorme golf van inspiratie die over de Peppers is gekomen heeft zijn vruchten afgeworpen en er zitten een paar puike pruimen tussen. Het tijdperk van funky en freakystyle ligt al decennia achter ons en daarmee vergelijken is waanzin, in de moderne tijd maken Kiedis & co onvervalste popliedjes met zo hier en daar een lekkere rocker tussendoor. Het meest in het gehoor springend is het verder verfijnde gitaarspel van Frusciante - die zich steeds verder begeeft richting De Perfecte Gitaarsolo - en de heerlijke losse drums van Smith, die soms geniale ritmes aanhoudt maar het nooit overdreven gek maakt. De samenzang en koortjes zijn nog een stukje verder verfijnd en zelfs Kiedis begint langzaam maar zeker een echte zanger te worden. Beweren dat het alle 28 even goed is zou overdreven zijn, maar een slecht nummer is simpelweg niet te onderscheiden. Dat is op zich al een prestatie van formaat en maakt Stadium Arcadium misschien niet het állerbeste album van de Peppers, maar toch zeker eentje dat daar erg dicht bij in de buurt komt.
File Under: De pepers in bloedvorm
Korpiklaani - Tales along the road
Soms kun je je zo vergissen. Ik gilde naar Storm dat ik door de plaatjes voor mijn reguliere vrijdagbijdrage was en voor ik het wist lag er een verse lading te recenseren meuk, waarvan ik op het eerste gezicht helemaal niets kende. Dan dus maar afgaan op de hoesjes. Die van Korpiklaani was het vaagste. Een tekening van een trolachtig sujet met een gewei en een soort van percussie-instrument. Op hoop van zegen dan maar, dus. Doch, echter vanaf de eerste noot gleed er een brede grijns op mijn gezicht en kreeg ik een enorme neiging om in mijn eentje door mijn kamer te pogoën. En die grijns is niet verdwenen. Zelfs niet na het ettelijke keren draaien van Tales along the road. De Finnen van Korpiklaani brengen een uiterst aanstekelijke vorm van hummpa metal, in het Finntroll straatje, maar met meer folkinvloeden. Een soort van Flogging Molly, maar dan meer metal en Fins. En met echte instrumenten als de accordeon, fluit en de jouhikko. Van die herrie waar je niet stil bij kunt staan en waar je enorme dorst van krijgt! En waarvan het mooie weer nog mooier wordt. Ze moesten deze jongens maar eens (als opener) naar Lowlands halen. Dan blijf je waarschijnlijk drie dagen grijnzen...
File Under: Drie kwartier pure lol, die je de hele dag doet grijnzen!
The Sainte Catherines - Dancing For Decadence
Een hele tijd geleden - en dan heb ik het toch al snel over een jaar of tien - was ik erg enthousiast over de Fat Wreck Chords band Good Riddance. Hun eerste twee platen draai ik nog steeds met regelmaat en veel plezier. Het is dan ook een bloody shame dat die knakkers sindsdien eigenlijk alleen maar matige en slechte platen hebben uitgebracht, alsof in twee klappen de bron van creativiteit was uitgedroogd. Toen ik The Sainte Catherines voor de eerste keer hoorde was ik direct in de veronderstelling dat Good Riddance er de brui aan had gegeven en aan een doorstart onder een andere naam was begonnen. Dancing For Decadence klinkt zo ontzettend naar die eerste gekoesterde platen dat het geen toeval meer kan zijn. Dat is het blijkbaar wel, want deze band heeft niets te maken met die andere en komt zelfs uit een heel ander land - Canada i.p.v. de VS. Vooral de stem en zanglijnen van Hugo Mudie komen me zó enorm bekend voor dat het me niets zou verbazen als hij gewoon een alter-ego is van Good Riddance' Russ Rankin. Deze overeenkomsten moet u overigens niet opvatten als negatieve kritiek, integendeel, ik ben namelijk zeer verheugd dat deze plaat is uitgekomen, hij is namelijk steen- en steengoed! Twaalf heerlijke nummers die onafgebroken doorrocken maar altijd een zeker melodramatisch randje hebben. Dit is in grote mate te danken aan de superstrot van de eerder aangehaalde zanger maar ook aan de gepaste teksten en topproductie, waarin met name de gitaren een prominente plaats opeisen. Het aantal goede punkbands uit Canada is dan zeer schamel, met The Sainte Catherines en Propagandhi als belangrijkste vaandeldragers zijn ze wel meteen van een ongekende klasse!
Deze Canadezen zijn dit weekend in België en Nederland. En wel hier:
vr. 12 mei NEERPELT(B) - Het Hent
za. 13 mei DORDRECHT - Anarres
En omdat het zo'n coole cd is doen we maar weer eens een prijsvraag! Klik hier voor de opgave!
File Under: Verplichte kost voor punkrockers
File Audio: [Ring Of Fire = 4 Points][The Shape Of Drunks To Come]
Blue Tears - The Innocent Ones
Sommige cd's zijn vooral prettig als het begin mei is en de temperatuur eindelijk waarden heeft bereikt waarmee je buiten op je balkon je krantje kunt lezen. Dat zijn vooral cd's uit het genre van de als-je-haar-maar-goed-zit-rock. Lekker makkelijke deuntjes, met net genoeg gitaar om het nog rock te blijven noemen en met een vrolijkheid en onbezorgdheid waar ze midden in de winter niet mee ann zouden moeten komen. Blue Tears heeft de nieuwe cd dan ook prima gepland. Ik laat de Bon Joviesque melodieën en na-na-na's voorbij komen en begin niet eens te frisbeeën met de cd. Integendeel, ik loop vrolijk mee te zingen! Blue Tears is een gezelschap dat in 1990 al het debuutalbum uitbracht, maar in de malaise voor rockbands van de negentiger jaren een van de vele slachtoffers was. Jammer, want hoewel de diepgang van Blue Tears die van een origamibootje is, zouden ze hier een jaar of vijf eerder dik mee gescoord hebben. De ergste malaise is voorbij, dus misschien krijgt dit tweede album wat sneller een opvolger. Hun ongecompliceerde radiorock doet veel aan Bon Jovi denken, mede door de licht gruizige stem van zanger/gitarist/componist Gregg Fulkerson en de catchy deuntjes met anthemachtige refreinen. Een enkele keer zet Fulkerson het gruisknopje wat hoger en komt er Springsteenachtige begeleiding tevoorschijn, soms mag het allemaal nog een tandje steviger en zit er wat House of Lords in, maar het is toch vooral veel Bon Jovi. Uit de tijd dat die nog enthousiast waren, dat wel. Een fijn mooiweerplaatje, dat ik de komende tijd vast nog wel eens vaker zal draaien. Als het weer een beetje meewerkt.
File Under: Fijn mooiweerplaatje
Shane Alexander
Al maanden zeurde Junior me aan mijn hoofd dat'ie een keer mee wilde naar een concert. En ik hem steeds maar weer vertellen dat dat écht te laat wordt voor een vierjarige en dat bovendien het geluid meestal al te hard is voor zijn vader, dus al helemaal voor hem. Het hielp niet, het gezeur bleef. Ik zocht wel naar concerten die overdag plaats zouden vinden, maar die waren eigenlijk altijd te ver weg of kwamen ongelegen. Toen kwam er het mailtje van distributeur Lucky Dice. Shane Alexander, die zojuist zijn prachtige tweede cd Stargazer afgeleverd had, zou een extra middagconcert geven in Utrecht. In Café de Stad om precies te zijn. Dat was een mooie gelegenheid om Junior te laten proeven aan de geneugten van een live optreden. Alexander speelt zijn muziek namelijk semi-akoestisch, dus te hard zou het ook niet zijn.
Dus ging Junior aan de slag met potloden en papier, want voor zo'n overzeese gast moet je natuurlijk wel een passend cadeau meebrengen. En aangezien Shane ook net vader geworden is, wat is er dan mooier dan een fijne potloodtekening persoonlijk overhandigd door Junior zelf, die vervolgens dichtklapte omdat Engels wel heel eng is. Dus stelde ik zelf Shane maar een handvol vragen die hij met plezier beantwoordde...
Lees verder..Jolie Holland - Springtime Can Kill You
De lente kan je doden. Ik vond het door de tegenstrijdigheid een prachtige titel die Jolie Holland aan haar nieuwe plaat gegeven had. Lente dat is toch het nieuwe begin, de geboorte, en doden is ehm, tja, ehm doden? Maar nu de lente een week geleden op hol geslagen is, vind ik de lente een stuk minder mooi. De pollen vliegen in zulke grote hoeveelheden door de lucht, dat ze mijn ogen maken tot die van een tot moes geslagen, in de touwen hangende bokser en mijn neus is al lang geen Niagara meer, maar gevuld met gestold kaarsenvet. En een inhalator is noodzakelijk om het ademen een beetje in goede banen te leiden. Doden doet de lente me nog niet, maar onaangenaam ziek en down voel ik me wel. Die gemoedstoestand verandert overigens mijn mening over de nieuwe plaat van Jolie Holland niet. Springtime Can Kill You, de derde mooie plaat van Holland, is een logisch vervolg op het in 2004 verschenen Escondia. Ze handhaaft het lo-fi live gevoel van debuut Catalpa, maar maakt goed (en slechts waar nodig) gebruik van de mogelijkheden die opnemen in een studio met zich mee brengt. Wat ik zo fijn vind aan Springtime Can Kill You zijn de vele subtiele lagen in de liedjes, zonder dat het volgestampt en als een wall of sound gaat klinken. Bijvoorbeeld in "Nothing To Do But Dream". Luister je oppervlakkig, dan hoor je een getormenteerde vrouw zingen die spaarzaam begeleid wordt. Luister je geconcentreerder (of vaker, dat kan ook), dan komen de andere laagjes waarin accordeon, bas en tweede stem verstopt zitten naar boven drijven en gaat de slidegitaar ook veel meer zijn werk doen. Holland klinkt in andere liedjes dan weer als een oude vrouw, dan weer als een jong onschuldig meisje; erg mooi hoe ze met haar stem kan spelen. Er zullen vast zuurpruimen zijn die zullen blijven beweren dat het nóóit meer zo mooi en ontroerend in al haar eenvoud wordt als op Catalpa, maar als zij de fout maken Springtime Can Kill You op de grote hoop van easy listening te gooien hebben ze maar met een half oor geluisterd. Of zaten buiten in de zon een witbiertje te drinken, terwijl ik binnen aan het niezen was...
File Under: Mooie hatsjie, hatsjie, hatsjie!
File Audio: [Spring Time Can Kill You] [Crazy Dreams]
The Booby Traps - The Booby Traps
Als je in een net gebouwde woning gaat wonen dan ligt de tuin er kaal bij. Ik mag dus aan het schoffelen en het spitten. Werk dat ik - gelukkig - niet dagelijks hoef te doen. Als het schoffelen gebeurd is en de tuin onkruidvrij is dan begint het echte werk. Om mij wat extra energie te geven besluit ik doping te gaan gebruiken. De debuutplaat van de Australische garagerockband The Booby Traps lijkt me hier wel geschikt voor. Als de hulptroepen gearriveerd zijn dan ga ik de tuin in zonder de muziek. Ik neurie "Rock 'n' Roll Highschool" van The Ramones, gevolgd door "Going Down To Liverpool" van The Bangles en "Leader Of The Pack" van The Shangri-Las. Het werk gaat me prima af en na een paar uur ligt de tuin er omgespit bij. Als ik dan koffie ga drinken zet ik de muziek weer aan. Ik bedenk me dat het eigenlijk niet zo vreemd is dat ik nou net die songs aan het neuriën was: de songs zijn van het rechttoe-rechtaan garagerocksoort en de band kent een zangeres en bovendien ook een achtergrondzangeres. Er is weinig mis mee, maar de nummers hadden van mij wat ruiger en minder clean opgenomen mogen worden. Zeker als je voor de bandnaam The Booby Traps gekozen hebt. Deze knal zal weinig schade opleveren. Zeker als het helemaal aan de andere kant van de aarde gebeurd en het live niet ondersteund wordt.
File Under: Australisch knalletje
File Audio: [Op MySpace]
Love Equals Death - Nightmerica
Wanneer je op het hoesje van Nightmerica zou afgaan zou je een zeer duistere en zware plaat verwachten. Een freaky meisje kijkt je op de voorkant in trance aan voor een grimmig donkere achtergrond en binnenin is het al niet veel vrolijker, met allerlei enge mannen die zo angstaanjagend als mogelijk poseren. Als de desbetreffende band zich dan ook nog eens Love Equals Death heeft genoemd belooft het een pittige luisterervaring te gaan worden. Hier komt echter weinig van terecht want de dertig volgende minuutjes is het typische Amerikaanse west-coast punkrock wat de klok slaat. Het hoesje had net zo goed vrolijk wit kunnen zijn want hier is weinig doom of gothic aan te ontdekken. Geen enkel probleem hoor, van mij hoeft het allemaal niet zo grimmig, ik vind het prima zo! Love Equals Death doet me nog het meeste denken aan AFI, ten tijde van hun eerste drie albums, toen ze nog niet Emo waren maar gewoon steengoede punkrock maakten. Dat doet LED ook, niet meer en niet minder. Enkele prutdeuntjes daargelaten is Nightmerica dan ook een lekker ongecompliceerd plaatje geworden wat prima past in de catalogus van label Fat Wreck Chords. Nu alleen nog even dat vreemde donkere imago opzij zetten.
File Under: Niet eng maar toegankelijk
File Audio: [Bombs Over Brooklyn][Pray For Me]
Ian Gillan - Gillan's Inn
Soloprojecten, met nieuwe versies van oude songs en ook nog eens met vele gasten. Drie zaken die zelden tot een fraai resultaat leiden. Maar Ian Gillan heeft ook buiten Deep Purple memorabele momenten gehad, met Episode Six, Gillan en de Ian Gillan Band. Het uitstapje bij Black Sabbath was op zijn minst een ongelukkige episode in 's mans carrière, maar zeker niet zo beroerd als het vaak wordt afgedaan. Op deze solo-cd heeft Gillan de hulp ingeroepen van mensen waarmee hij in een band zit (heel Deep Purple komt langs), zat (Jon Lord, Joe Satriani, Tony Iommi en Maiden's Janick Gers), heeft opgetreden (Ronnie James Dio) en een enkele "verse" kracht (Uli Jon Roth, Jeff Healey). Desondanks is het geen rommelig zootje geworden. De basis is namelijk gelegd door steeds dezelfde band met onder andere Gillan's manager, gitarist Michael Lee Jackson. De andere bijdragen zijn daar overheen gelegd, zodat er toch een consistent geheel is ontstaan. Met hier en daar verrassingen zoals de vioolsolo op "Smoke on the Water", rockhumor (de blinde Jeff Healey laten meespelen op "Demon's Eye" en "When A Blind Man Cries") maar vooral veel pret. Gillan heeft de afgelopen decennia weliswaar aan bereik ingeleverd, maar niet aan inhoud en overtuigingskracht, zoals hij hier steeds weer laat horen in als vanouds rocksongs met een stevige portie blues en funk. De achterzijde van de cd is een smakelijk dvd-gedeelte met making of-documentaire, het hele album in 5.1 surround, bonustrack, pre-ripped geluidsbestanden (!), live-bootlegbeelden van Deep Purple met Satriani en "Smoke on the water" met gitaarsolo naar keuze. Bij mij vertikt het dvd-gedeelte in mijn pc afgespeeld te worden, maar verder is er niets mis met deze cd. Geen klassieker, maar wel dikke pret voor Gillan én de luisteraar.
File Under: Vakkundige dikke pret
File Audio: [fragmenten van alle songs op de promosite]
File Video: [trailer en nog veel meer lekkers op dezelfde plek]
NOFX - Wolves in Wolves Clothing
Na het onlangs uitgebrachte zoethoudertje Never Trust A Hippy is'ie er dan eindelijk, het nieuwe album van NOFX, Wolves In Wolves' Clothing. Ik heb me er op verheugd en niet voor niets. Het is weer overduidelijk NOFX wat de klok slaat, maar dat maakt het niet minder leuk. Achttien nummertjes, de ene wat beter dan de andere. Wat moet je bijvoorbeeld met een Spaans nummer dat door El Hefe wordt gezongen en een nummer wat erg veelbelovend begint en dan opeens wegvaagt en dan ophoudt? Wat maakt het allemaal uit, het is NOFX en de rest is zeker wel leuk. Het is ook wel lang wachten geweest op echt leuke dingen van NOFX, na Heavy Petting Zoo zijn de albums er niet beter op geworden. Daar brengt dit album gelukkig verandering in. Of zit ik mezelf nou gewoon voor de gek te houden en klinkt het allemaal zo lekker omdat het vandaag zulk ontzettend lekker weer is en dit soort nummers met de zon in je gezicht altijd goed klinken. Nah, dat zal toch niet, hmm het hoesje is ook wel erg zonnig-geel...Ach kom nou, alle twijfel verdwijnt als "The man I killed" langskomt! Wat een heerlijk deuntje en dan gelijk daarna doorstuiteren met nog meer fijne riedeltjes. Geen politiek geneuzel deze keer, maar nummers over hele andere dingen: 'I am swimming in a sea of pee', dat zijn de teksten die we willen horen!
File Under: NOFX!
Snow Patrol - Eyes Open
Omdat ik de bekerfinale tussen Ajax en PSV niet bijster interessant vond, begon ik wat te zappen. Zo viel ik pardoes midden in "You're All I Have" - ben ik overigens de enige die daar iets Tragically Hip-achtigs in hoort? -, de nieuwe single van Snow Patrol, die ze live speelden bij Top of The Pops. Ik zag bevestigd wat ik ook al vond bij het beluisteren van hun nieuwe album, Eyes Open: de heren klinken niet alleen een tikkie vermoeid, ze ogen ook nog eens vermoeid. Alsof ze, zelfs nu de nieuwe plaat al lang klaar is, nog steeds last hebben van de druk die het leveren van een opvolger van het megasuccesvolle Final Straw vast en zeker met zich meebracht. Snob als ik ben, vond ik zelf dat album al een tik minder dan de - alleen al om de titels - briljante voorgangers When It's All Over We Still Have to Clear Up en Songs for Polar Bears. Natuurlijk vond ik "Spitting Games" en ook "Run" beste toffe nummers, dat nog wel. En ook Eyes Open staat weer vol met catchy nummers. Het schrijven daarvan kun je met een gerust hart aan Gary Lightbody en zijn mannen overlaten. Maar toch... voor mijn gevoel is Snow Patrol stapje voor stapje een andere band geworden. Een meer volwassen band, die donders goed weet wat het publiek wil horen en ze dat ook geeft. Met Eyes Open laat Snow Patrol min of meer horen klaar te zijn met optredens in clubs en door te willen stomen naar grote concerthallen waar de Coldplays van deze wereld spelen. Ik gun het ze van harte, maar hoop dat ze mij ooit ook nog eens trakteren op een plaat die ze terugbrengt in de kleine clubs. En dan liefst ook weer met een briljante titel, want dat is Eyes Open natuurlijk allerminst.
File Under: Voor het grote publiek.
File Audio: [Natuurlijk op MySpace]
The Black Heart Procession - The Spell
Begrafenismuziek. Dat las ik ergens als oordeel over het vorige album van The Black Heart Procession, Amore del Tropico. Waarom het predikaat begrafenismuziek? Was er iemand doodgegaan dan? Het is mij wat te gemakkelijk, een dergelijk labeltje. Het zet je zomaar op het verkeerde been. Zeker, zanger Pall Jenkins klinkt dan wel alsof hij net afscheid van zijn dierbaren heeft genomen, maar wat druipt er een prachtige droeve sfeer van de muziek van deze mannen! The Spell is inmiddels het vijfde album van het Amerikaanse Black Heart Procession. De liedjes hebben trage, langzame tempi, van subtiele percussie, geleid door folky violen, solide gitaarrifjes en piano's. Hier en daar moet je denken aan het zwarte van Nick Cave, soms aan het emotionele van ene Michael Stipe in zijn vroege jaren, maar eigenlijk is het veel dramatischer van aard, droefheid troef. Melancholie, maar wel schitterend! De emotioneel, bijna huilerig gedragen songs gaan over bekoring, betovering en in de ban zijn van een liefde, ook op het voorlaatste album al een groots item. Rode draad op alle albums van de band tot nu toe is het terugkerende nummer "The Waiter". Favorieten zijn het wonderschone "The Letter" en het ruigere "GPS". Je moet best even wennen aan de manier van zingen, maar grafmuziek? Bepaald niet, tenzij je er door komt te overlijden aan een gebroken hart...
File Under: Vrolijk niet nee, maar wel bitterzoet
File Audio: [Not Just Words ]
Absentee - Schmotime
Het is 5 mei: de zon schijnt, het is warm. Het Bevrijdingsfestival in Zwolle heeft een goede line-up. Een ideale dag dus om daar eens een dag rond te gaan hangen. Naast het kijken van bandjes is er tussendoor tijd om de standjes af te lopen. Het leukste zijn voor mij de standjes waar vinyl of cd's te koop zijn. Uiteraard. Argeloos wandel ik met mijn vingers door de bakken, maar ik ben plots wakker. Het is net of ik mijn eigen collectie tegenkom. Ik zie namelijk erg veel promo's voorbij komen die ik zelf het afgelopen jaar gerecenseerd heb. Als ik de laatste van Centro-Matic en Blues Brother Castro tegenkom moet ik naar adem happen. Veel gekker moet het toch niet worden. Maar jawel, daar is de eerste volwaardige release Schmotime van het Londense Absentee. Een release die zelfs over drie dagen uitkomt en die ik onderweg naar het festival aan het draaien was om me een mening over te vormen. Ik krijg het er warm van. Die warmte past op zich wel weer prima bij deze schijf. Er is de diepe warme baritonstem van Dan Michaelson. Er is de warme ruimtelijke sound waar producer James Ford voor zorgde die je vooral op een goede stereo-installatie moet draaien. Er zijn elf catchy liedjes die voor een glimlach zorgen met dito "ernstige" teksten. De conclusie was voor mij duidelijk: Absentee had ik hier op de wei willen horen spelen. De cd had ik dan na afloop graag voor de volle prijs gekocht. De recensent die deze cd al voor de release dacht te moeten verkopen verdient een verbanning naar een onbewoond eiland zonder muziek waar het niet fijn toeven is.
File Under: Bij mooi weer hoort dito muziek
Robert Haagsma - Vinylfanaten
1100 CD's, een paar honderd LP's en een kleine kastplank met singles, EP's en 10"s, groter is mijn platenverzameling niet. Nee, dan de collectioneurs in Robert Haagsma's Vinylfanaten: bij hen gaat om de grote getallen: 10.000 platen, 30.000 platen, 40.000 platen. Slapen op een matras die bovenop de dozen met platen ligt. De vloer laten controleren of die enorm vol kasten wel gedragen kunnen worden. Een uitbouw aan je huis voor je verzameling. Dochterlief die bij de ouders op de slaapkamer moet omdat haar eigen slaapkamertje nodig is voor de kasten met LP's. De monomanie kent nauwelijks grenzen bij de 24 geinterviewde verzamelaars. Afwisselend worden min of meer bekende (Jules Deelder, Miss Djax, Berend Dubbe, Johan Derksen) en onbekendere verzamelaars geinterviewd, waaronder een opvallend aantal namen uit de groep mensen rond Aardschok. Naast Metal Mike van Rijswijk - die zijn verzameling van soms zeer zeldzame picture discs aan een ruw gestucte muur gespijkerd heeft - en André Methorst komt Robert Haagsma zelf ook uit die wereld. Van die heavy metal- en hardrockverzamelaars heeft vrijwel iedereen de zeldzame Soundhouse Tapes van Iron Maiden in bezit gehad. En koopt André Methorst op een platenbeurs zelfs een jaren daarvoor door hem zelf verpatst exemplaar van een LP terug. Zo klein is blijkbaar die wereld. Maar de doelgroep is toch niet zo klein dat uitgeverij Het Spectrum Robert Haagsma de mogelijkheid bood om dit boek te maken, gevuld met fascinerende gesprekken met gepassioneerde mensen voor wie hun wereld soms alleen maar draait rond muziek, muziek en nog eens muziek. En allemaal op vinyl, want de CD - of erger, de MP3 - daar moeten de meesten niet zoveel van hebben. Vinylfanaten, inderdaad.
File Under: Verzamelaars
Astrosoniq - Speeder People
Ik was het helemaal eens met Zeke's stukje over de nieuwe cd van Tool. 10000 Days is een lang, vermoeiend album, dat het niet haalt bij zijn voorgangers. Een track maken van ruim tien minuten en het zo lang interessant houden voor een luisteraar is al heel erg moeilijk, laat staan een album van bijna tachtig minuten. Zo moeilijk dat het zelfs een erkende grootheid als Tool niet lukt deze keer. Zul je altijd zien dat er vervolgens een cd op je bureau belandt die ook de limieten aftast van de hoeveelheid muziek die op een zilveren schijfje past, maar het wel spannend weet te houden. Sterker nog, het bandje in kwestie met hun eigengereide mengelmoes van stijlen een klassieker in spe afleveren. En laat het hier nog om een Nederlandse band gaan ook! Astrosoniq's vierde cd Speeder People is een heus meesterwerkje geworden. Het collectief uit Oss sleept je zeventig minuten mee in een kolkend album met als uitgangspunt jaren zeventig helden als Sabbath, Zeppelin en Kiss, maar veel breder uitwaaierend in stijlen. Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen met het uitdelen van complimenten. Bij zanger Fred van Bergen? Af en toe snauwt en gromt hij als James Hetfield op een goede dag en doet en passant even een paar Dio's alsof die rock 'n' roll-kabouter alleen maar in sprookjes bestaat. Bij drummer Marcel van de Vondervoort die subtiel, maar stevig en wat meer op de achtergrond dan bij voorgaande cd's de boel opstuwt? Of bij gitarist Ron van Herpen die met zijn spectrum van gruizige stonerriffs tot messcherpe metalsolo's wat meer op de voorgrond treedt? Nee, het is het collectief van Astrosoniq - niet voor niets worden de chauffeur en de merchandisedame óók genoemd in de line-up - dat er voor zorgt dat Speeder People een heuse mijlpaal geworden is in de Nederlandse rockgeschiedenis. Petje op, petje af.
File Under: Voorbestemd een klassieker te worden
File Audio: [ MySpace]
Juvenile - Reality Check
Jarenlang volgde ik hip-hop zo toegewijd dat ik alle artiesten uit het genre die er ook maar enigszins toe deden op zijn minst van naam kende, zowel uit Amerika als uit de Lage Landen. Dat deze tijd steeds verder achter mij begint te liggen, blijkt regelmatig en ook weer toen de cd van Juvenile op de mat viel. Ehh.. even denken hoor, Juve-wie ook alweer? De naam zei mij weinig tot niets maar dat ligt niet aan de beste man zelf, zo begrijp ik uit de informatie die de platenmaatschappij meelevert. Juvenile is in Southern rap kringen een Hele Meneer en hij levert met Reality Check zowaar al zijn 7e (!) solo album af. Weer wat geleerd dus. De geboren en getogen New Orleansenaar rapt met rauwe stem zijn straatverhalen over meestal synthesizerige en computerachtige beats. Muziek die waarschijnlijk het beste werkt in langzaamrijdende auto's met trottoirschuddende subwoofers of in zweterige clubs waar de champagne vloeit, de dames schaars gekleed zijn en er niet op een (nep-)diamantje meer of minder op je tand, trui of ring wordt gekeken. Het is zeker geen slechte cd, en als je van rechttoe, rechtaan rap uit Het Zuiden houdt zelfs een goede, maar het is alleen niet echt mijn smaak. Het siert Juvenile trouwens wel dat hij behalve over de bekende onderwerpen - hosselen, bitches en geld - op het openingsnummer de belabberde hulpverlening rond de Katrina ramp aan de kaak stelt en zijn album ook heeft opgedragen aan de slachtoffers. Gastrollen zijn er trouwens nog voor onder meer Fat Joe, Ludacris, Paul Wall en zanger Brian McKnight.
File Under: Degelijk gemaakte Zuidelijke straatrap uit New Orleans
File Audio:[Preview 5 songs in Flash player]
Soul Clap - St. Paul & Leroy Rey
'I'm not drinking any fucking Merlot,' roept ik weet niet meer precies wie in Sideways, de film en dat is natuurlijk onzin. Je kunt wel principieel volhouden dat je Merlot niet lekker vindt, maar als je alle Merlots van de wereld naast elkaar zet, ben je waarschijnlijk verbaasd hoe groot de verschillen zijn. Net als roepen dat je Zuid-Afrikaanse wijn de lekkerste van de wereld vindt ook nergens op slaat. Zo weet ik ook wel dat ik kant noch wal raak als ik roep dat ik niets van soul moet hebben. Dat doe ik dus ook niet meer. Er zijn waarschijnlijk een heleboel soulplaten die me na aan het hart zouden gaan liggen, als ik de tijd had me in het genre te verdiepen. Ooit krijg ik daar nog wel tijd voor, zo pleeg ik te denken, zodat ik niet ten onder ga aan de dingen die ik nog niet ken. Daarom geneer ik me ook allesbehalve voor het kopen van een soulverzamelaartje. Een dubbelalbum, van St. Paul en Leroy Rey. Allebei de dj's mixten, na afgelopen zomer samen in de Groove Tube op Lowlands een prachtfeestje te hebben gebouwd, hun lievelingsplaatjes uit het soulgenre aan elkaar en maakten er twee volle platen van. Op het eerste schijfje, dat van St. Paul, vind ik met Michael Jackson, Dusty Springfield en Marvin Gaye de meeste bekende namen. Daar overheerst de rauwe, pure soul, waar ik stiekem toch van lijk te houden. Op het tweede schijfje is het de wat zwoelere, verleidende soul die me probeert mee te voeren. Dat lukt minder goed, merk ik. Maar, geen man overboord, want zo'n verzamelaar geeft voor de niet-kenners een aardig overzicht en voor de kenners zou het minimale gedraai aan de knoppen - ik bedoel gewoon, zonder dat het irritant is - wel eens tot nieuwe inzichten kunnen leiden. Complimenten ook voor de hoes. Overtuigingskracht alom. Nu nog verkopen, maar als verzamelaar is de investering zeer de moeite waard.
File Under: Of course I'm drinking Merlot
Blue Skies At War - You Pour The Gasoline I'll Light The Match
Het heeft bijna drie jaar geduurd voordat de debuutplaat van het Canadese Blue Skies At War (website is (tijdelijk?) offline) in Europa en Nederland werd uitgebracht en als je het mij vraagt is dat de voornaamste reden dat de plaat nogal overkomt als een ferme klodder mosterd na een flink vullende maaltijd. Want, even terugdenkend aan 2003, de tijden waren ooit een stuk gunstiger voor een emo-bandje. Tegenwoordig kun je je kont niet keren vanwege de gevoelige-maar-ook-stoere gitaarbandjes en er zijn er niet zo heel veel die boven de middelmaat uitsteken. Dat is des te zuurder voor Blue Skies At War, wat nu een beetje naast de boot lijkt te vissen. Wellicht dat ik drie jaar geleden heel anders tegen You Pour The Gasoline I'll Light The Match aan had gekeken, maar daar is het nu een beetje te laat voor. Is ben simpelweg niet meer zo onder de indruk van twee zangers die een emotionele snik afwisselen met bulderend geschreeuw. Ik ken het al en ik heb het veel beter gehoord. Stiekem hoop ik dat de band in werkelijkheid allang klaar is met een nieuwe plaat die wél bijzonder is en zich weet te onderscheiden. Als dat het geval is, dan zij het ze vergeven en kan ik ze vooral aanbevelen om wat meer vaart te zetten achter de distributie, wie weet lopen ze dan niet meer mijlenver achter de troepen aan.
File Under: Verjaarde emorock
File Under: In 2003 hadden ze blijkbaar nog geen MP3's
Lefties Soul Collection - Hutspot
Het was mijn nieuwbakken buurman die er voor zorgde dat er weer eens op een andere manier gegrooved werd in mijn huis dan door alleen maar ronkende gitaren. Hij kwam me persoonlijk een cd'tje van zijn eigen band kwam overhandigen. Soul, funk, jazz en alles wat daar tussendoor groovet, het gaat eigenlijk allemaal grotendeels langs me heen als het geen stronteigenwijze avant-garde tic mee gekregen heeft. Onterecht wellicht, want als je de krenten uit de pap zoekt, dan is er genoeg voorhanden dat ook voor een rocker interessant is. Neem bijvoorbeeld Lefties Soul Connection. Een Amsterdamse viermansformatie die volkomen langs mij heen gegaan is, maar een stevige naam opgebouwd heeft met hun optredens, die ook veelvuldig buiten de grenzen van ons kikkerlandje plaatsvonden. Hoe breed hun horizon ook is, hun debuutplaat draagt wel degelijk een oer-Hollandse naam: Hutspot. En deze komt ook nog eens uit op het platenlabel dat zich tot voor kort beperkte tot iets wat ik zou beschrijven als oer-Hollandse pop: Excelsior. Hutspot is grotendeels een verzameling van tracks die voorheen alleen maar op single - echt vinyl hè, geen glimmende zilveren schijfjes van samengeperst polycarbonaat - verkrijgbaar waren. Tot een inconsistente verzameld allegaartje leidt dit allerminst. Met de gierende Hammond van Alviz als dominant groovend middelpunt, breit dit kwartet de ene na de andere ophitsende swinger aan elkaar. Opvallend hierbij is hun versie van DJ Shadow's "Organ Donor", die opvallend goed tot zijn recht komt in het Lefties-jasje. Dat de heren daarnaast een medley brengen met daarin Meters-nummers is niet meer dan logisch. Daar liggen immers hun wortels als coverband. Misschien dat ik me ook maar eens in de Meters moet verdiepen.
File Under: Hutspot is geen lentemaal, maar smaakt wel lekker in mei.
Venus - The Red Room
That's it, ik ga emigreren! Naar Belgie. Nee hoor, geintje, ik hou toch teveel van m'n eigen landje. Maar na Koninginnedag vorige week en Bevrijdingspop eergister waar een prachtband als Coparck genegeerd werd door het publiek, dat alleen opveerde bij een nummer dat nota bene bekenheid geniet door een kaasreclame, ga je het wel degelijk overwegen. Zeker als je alweer een likkebaardend lekker plaatje uit Brussel mag bespreken. The Red Room, het derde album van Venus, is zo'n plaat die je volledig in beslag neemt. Openingstrack "Here and Now" is een dreigende blues waarop Madrugada patent leek te hebben. Je kruipt bijna onder je bureau om de donkere wolken te ontwijken. Maar als de donkere wolken wegtrekken openbaart zich een blauwe wolkenhemel waarin majestueuze vogels naar grote hoogte stijgen om weer gracieus naar beneden te glijden. Venus werkt regelmatig naar een snijdende climax toe op een manier die we kennen van bijvoorbeeld Muse. Maar dan scheurend en minder pompeus. Daarvoor is Venus te intiem. Bij vlagen doet de stem van Marc Huygens me denken aan Chris Chameleon. De band kan zo klein en bijna teder zijn dat het je de dreiging bijna doet vergeten en je in slaap laat wiegen totdat de grommende bas, krabbende viool en pulserende drum je weer doet wakker schrikken. "Add stars to the skies" - een nummer wat de sfeer van PJ Harvey ademt - is er zo een. The Red room is dus zeker geen makkelijk plaatje. Toch word je er vanaf het begin door meegesleept. Het is te hopen dat mocht Venus ooit op een Nederlands festival spelen het publiek het geduld kan opbrengen om eens goed naar hen te luisteren. Zo niet, dan moet ik misschien toch echt eens de daad bij het woord voegen en emigreren.
File Under: Achter de wolken schijnt de zon
Herod - Rich Man's War... Poor Man's Fight
Ik heb weer zo'n dag. Niet vooruit te branden en de hele dag door gapen. Jawel, ik heb goed geslapen, braaf gezond gegeten en momenteel staat voor de derde keer de koffie te pruttelen, voor de mokken nummers zes en zeven. Gisteravond heb ik een lekker ontspannen avondje gehad, met lekker eten en goed gezelschap, misschien dat de vermoeidheid er nu uit komt. Bij de mokken zes en zeven en m'n krantje is het tijd voor maatregelen. Geen kalme muziek, maar lekkere van-dik-hout-zaagt-men-plankenmetal. Hé wacht, ik moest nog iets luisteren, Herod. Hmm, misschien dat dat helpt. Herod maakt klassieke metal, buitengewoon Engels klinken hoewel ze uit Buffalo, New York komen: twinsolo's zover het oog reikt, een voortdurend uithalende zanger en gas terugnemen is hooguit even op adem komen voor de volgende killerriff. Op hun eigen site maken ze de vergelijking met Iron Maiden, Judas Priest en Queensrÿche, maar eerlijk gezegd vind ik alleen die met Iron Maiden echt kloppen. Herod heeft bijvoorbeeld absoluut niet de verfijning van Queensrÿche. Als je dan toch een vergelijking met Amerikaanse bands moet trekken, zou ik eerder verwijzen naar de rauwheid van WASP en het tempo van alles wat er in het kielzog van Metallica ontstond . Maar goed, dat is maar kleine kanttekening. Want Herod is misschien zo origineel als een klusprogramma bij een commerciële omroep, het is genietbaar vakwerk. En ik ben wakker.
File Under: Lekker wakker worden
File Audio: [Lies And Betrayal]
File Video: [Lies And Betrayal (Windows Media)][(Quicktime)]
Dan Penn and Spooner Oldham - Moments From This Theatre: Live
Twee oude mannen, een piano, een akoestische gitaar en een release van opnames uit 1998. Mijn eerste gedachte zonder ook maar een noot gehoord te hebben was: moet dit nu? De tijd dat het hip was om je ding unplugged te gaan doen ligt toch wel weer even achter ons. De reden van deze release blijkt echter een hele goede. Het is namelijk een heruitgave van een reeds in 1999 verschenen album i.v.m. de komende Europese tour van Dan Penn en Spooner Oldham. Zij zijn dan ook niet de minste. Zij schreven samen nummers als "I Met Her In Church" en "Cry Like A Baby" bekend van The Box Tops. Penn schreef samen met Chips Moman "At The Dark End Of The Street" dat o.a. bekend werd door James Carr. Al deze nummers aangevuld met elf andere door hun zelf (soms samen met anderen) geschreven songs op diverse locaties in 1998 in de U.K. en Ierland opgenomen om dus op het album Moments From This Theatre: Live te verschijnen. Normaliter gaan semi-akoestische nummers mij snel vervelen. Hier is dit door het sterke country- en soulsongmateriaal echter niet het geval. Integendeel het is een erg prettig album dat mij een prima aanbeveling lijkt om ze de komende tour eens te gaan bekijken. Penn en Oldham lijken mij twee oude krasse knarren die oude tijden weer kunnen doen herleven.
File Under: Binnenkort bij u in het theater
Sworn Enemy - The Beginning Of The End
Fans van Agnostic Front, Anthrax, Biohazard, Caliban, Exodus, God Forbid, Hatebreed, Heaven Shall Burn, Killswitch Engage, Madball, Metallica, Merauder, Pro-Pain, Shattered Realm, Slayer, Still Remains en alle andere wreedaardige en hakkende bands die me nu even niet te binnen schieten, opgelet: ik kan het mij niet voorstellen dat er ook maar één liefhebber van de wat hardere muziekstijlen naar The Beginning Of The End kan luisteren zonder ook maar één keer zijn wilde haren los te gooien en eens flink met zijn hoofd te rammelen. De tweede van Sworn Enemy is namelijk een knaller van jewelste. Ja, je leest het goed, deze cd heerst! De combinatie van agressieve trashmetal en de nodige hardcore is er ééntje om je pink en wijsvinger bij af te likken. Tuurlijk denk je, dat heb ik allemaal al een keer gehoord. Of je bent niet zo weg van kruisbestuivingen. Dat is spijtig dan want dit orkestje gaat tekeer als een razende stier en verdient zeker een luisterend oor. Geen hokjesgeneuzel, gewoon rammen. Metal, hardcore or whatever je maakt met een gitaar en je hart en dat klinkt dan zo. Period.
File Under: Soldiers number one.
File Audio: [ MySpace]
Tarantula AD - Book of Sand
Ik heb het gehad met Paul Witteman. Nu was ik al niet echt een fan, maar nadat hij zijn klassieke muziek in een tv -interview toch wel ver boven de popmuziek stelde had ik het helemaal met hem gehad. Je moet er naar leren luisteren was zijn devies, alsof je alle popmuziek over één kam kunt scheren en het allemaal hapklare brokken zijn. Neem bijvoorbeeld eens Book Of Sand van het New Yorkse gezelschap Tarantula A.D. De cd opent op het eerste deel (The Century Trilogy I Conquest) bombastisch met drums en ronkende alsof er een heavy metalband gaat beginnen. Deze nemen echter plaats voor een viool en cello die de sfeer vervolgens klassiek van aard maakt om vervolgens weer bombastisch te eindigen. Hierna rockt het weer verder, maar is er een overgang naar een symfonisch nummer met een akoestische inslag dat David Gilmour op zijn laatste album zou willen hebben staan om hierna via een bombastische weg weer klassiek te eindigen. Hierna mag Devendra Banhart samen met Sierra Casady van CoCoRosie de eerste tekstregels 'zingen.' De cd is dan nog niet halverwege. De conclusie heb ik echter al getrokken: Tarantula A.D. maakt een cd die in geen enkel hokje te plaatsen is. Ik heb echter nog nooit zo'n vermakelijke cd gehoord met een diversiteit aan genre's waarvan ik er zelfs een aantal niet hoog heb zitten. Verder pas ik op wat ik zeg, want voor ik het weet zit ik op één lijn met P.W.
File Under: Past in geen enkel hokje
November Coming Fire - Dungeness
Na het overweldigend brute WItness van Modern Live Is War, vorig jaar, heeft het eventjes geduurd voordat er weer een moderne hardcoreband opstond om een eigen draai te geven aan het genre. Begrijp me niet verkeerd, er zijn genoeg vette platen uitgekomen, maar echt vernieuwend was het toch niet. Daarom is het lekker dat de debuutplaat van het Engelse November Coming Fire het weer eens over een andere boeg gooit. Op Dungeness hoor ik een geluid wat voorheen voor mij nog niet bekend was. Wellicht enigszins geïnspireerd door het meedogenloze en unieke geluid van het eerder aangehaalde MLIW maar met een geheel eigen draai. Vooral het gitaargeluid is vrij bijzonder voor een hardcoreband: de distortion staat zowaar eens niet op standje elf maar er wordt een soort semi-cleane variant gebruikt. Dit, in combinatie met de gefrustreerde en zwaar overstuurde vocalen, geeft de CD iets heel speciaals. Het neigt ietwat naar de post-hardcore van bands als Neurosis en Isis maar dan, prijs de Heer, zonder de tergende lange nummers. Blijkbaar is het prima mogelijk om een vergelijkbare sfeer en impact te creëren zonder dat daar per definitie de acht minuten per nummer voor overschreden moeten worden. Een beetje toegankelijker dus, en daardoor ook makkelijker om af en toe slechts een gedeelte van de plaat te beluisteren, in plaats van min of meer gedwongen te worden om er tachtig minuten voor te gaan zitten. Al met al dus een prima visitekaartje van een uitstekende band.
File Under: Post-hardcore voor mensen met weinig tijd
File Audio:[Klik]
Tiamat - The Church of Tiamat (DVD)
Ik kom echt de gekste dingen tegen als ik mijn oude tape collectie eens doorloop. Gebroederlijk naast een Grandmix uit 1987 staat een bandje met spellen voor de Acquarius. Maar voordat een hoop lezers al afhaken omdat ze geen flauw idee hebben wat een tape is... dat is een cassettebandje waar je vroegâh allerlei dingen mee op kon nemen en later weer afspelen. Zie het als de voorloper van mp3 toen internet nog niet voor de gemiddelde gebruiker beschikbaar was (laat ik maar wijselijk even een verhandeling over de geschiedenis van internet vermijden). En tapejes waar dus hét middel om platen (en later cd's) mee op te nemen, zodat je die thuis kon beluisteren (lang leve de bibliotheek!). Maar terug naar mijn doorloopactie: een paar jaar geleden had ik mijn collectie al eens doorgenomen om te kijken wat ik alsnog op cd wilde aanschaffen. Er staat mij echter niets van bij dat ik toen de betreffende tape die ik nu zocht weggegooid heb, maar ik kon hem dus niet vinden. En toch herkende ik nog wel nummers van de live dvd van Tiamat genaamd The Church of Tiamat. Maar ligt dat nu aan het feit dat ik de "lost tape" nooit heb gehad of dat alles op elkaar lijkt? Ik weet nog wel dat in de periode 1992/1993 Tiamat door velen op handen werden gedragen en dat ze in die periode zelf een of twee keer langs zijn gekomen in het Nijmeegse Staddijk. Ik vond ze in die tijd wel grappig, maar liet de concerten langs me heen gaan. Ik vind ze nog steeds wel grappig en heb nu een concert in huis met de DVD. Maar waarom ze nog steeds zo populair zijn in Polen gaat ook langs mij heen. Geloof me, voor de fans is het een fijn schijfje met als bonus een soort geschiedschrijving van de carrière van Tiamat: van een opname van een nummer tijdens hun eerste live show in 1990 tot aan een promo video van hun Prey album in 2003.
File Under: Weer meer voer voor liefhebbers
The Last Vegas - Seal the Deal
Alles komt eens terug, naar het schijnt. Dat geldt voor trends, dat geldt voor mode en dat geldt voor muziek. Wat nu populair is zal ooit uitgekost worden, om vervolgens over tien jaar weer populair te worden. Zo kruipen de laatste tijd veel hardrockbands uit de jaren tachtig weer onder hun steen vandaan. Whitesnake tourt weer, Hanoi Rocks tourt weer, Mötley Crue tourt weer en zelfs Poison is weer bij elkaar. Dit alles met een goede schop in de hardrockkont van Justin Hawkins. Het is ook wel te begrijpen. Je kunt natuurlijk niet zoals Korn en zijn kloontjes eeuwig boos blijven. Je wordt ook wat ouder, milder, wat vergevingsgezinder. En dan verlang je naar goudeerlijke hardrock, met eventueel wat metalrandjes. Van die hardrock waar je met je uitdijend bierbuikje en je dunner wordende haar ook nog op mee kunt bangen, na kantoortijd. Goudeerlijke hardrock zoals die van The Last Vegas op hun laatste werkje Seal the Deal. Een klassieke combinatie van AC/DC en Motörhead opgevoerd met Ramones hormonen en Maiden solo's. Van die lekkere dubbele. Denk aan de eerste plaat van The Darkness maar dan zonder bombast en speenvarken. Of aan Danko Jones, maar dan minder kaal. Natuurlijk is geen noot origineel, maar dat is ook noodzakelijk. Want we willen wel weten wat we voor de kiezen krijgen als we voor het podium staan. Biertje erbij en gaan. Al moeten we ervoor naar f*cking Venlo of Den Helder...
Hier kunt u goudeerlijk hardrocken de komende maand:
22-06 Venlo - Kafe de Splinter
23-06 Rotterdam - Primitive festival
25-06 Den Helder - De Bliksem
26-06 Venlo - Kafe de Splinter
File Under: Goudeerlijk, donkerbruine hardrock...
Shaka Ponk - Loco con da frenchy talkin'
Er is weinig, heel weinig dat ik van metal weet. Ik weet niet welke bands in het genre het belangrijkst zijn, noch welke het hardst, noch welke het baarddragendst. Ik weet niet of metal alleen iets van de jaren tachtig is, of dat het nog altijd op veel aandacht van in het leven teleurgestelde tieners kan rekenen. En ik weet al helemaal niet of het verplicht is om als metalmuzikant die uitgedroogde, in een Xenos-theedoek gebundelde rietpluimen op je hoofd te dragen. Misschien dat je daar een bepaalde vrije keus in hebt, en dat maïsplant op zich wel toegestaan is, maar dat dat een verhoogde kans op stengelrot met zich meebrengt. Dat soort dingen moet ik allemaal nog leren. Het enige dat ik met zekerheid over metal durf te zeggen is dat de liefhebbers ervan niet op dezelfde manier tegen konijntjes aankijken als ik. Volgens het persbericht bij Loco con da frenchy talkin' fuseert Shaka Ponk hiphop en electro met metal. Metal! En ik moet zeggen, het is minder eng dan ik dacht. Mijn onderlip trilde bij beluistering niet of nauwelijks. Soms, als het repetitieve gitaargeronk met precies de juiste timing over de electronisch gegenereerde beats heengeverfd is, lijkt de muziek wel wat op bepaalde tracks van Romance Bloody Romance. Death From Above 1979 is metal, concludeer ik hieruit. En als ik daarmee iets heel doms zeg dan spijt dat me, en geef ik je hierbij het recht om die Xenos-theedoek uit je kapsel te halen en je met je uitgedroogde rietpluimen flink op mijn gezicht uit te leven.
File Under: Hiphop, electro, metal en een aap op de hoes
File Audio: [Ik ben een beetje klaar met MySpace]
Prince - 3121
Prince? Prikkie, ben je nou helemaal gek geworden? Nee hoor, ik ben al heel lang een Prince-adeptje. Niet dat dat het vorige decennium in dat opzicht iets was om blij van te worden. Meneer Nelson bracht knap beroerd materiaal uit met een enkele uitzondering ( Diamonds and Pearls, The Gold Experience) en het leukste materiaal stond in feite op cd's met restjes. Zo was Chaos and Disorder een van de leukste releases, mede omdat hij daar zijn gitaar weer veelvuldig gebruikte. De rest van de albums stonden vol vaak plichtmatige funk en zwijmelballads waar je jeuk van kreeg. Musicology was een stap in de goede richting, maar toch ook maar half geslaagd. Zijn nieuwe werkje 3121 is weer een stap verder de goede kant op. Vernieuwend is Prince al lang niet meer, maar de cleane en toch dampende funk van Black Sweat doet je denken aan de tijden van Sign o' the times. Zijn gitaar laat hij nog veel te vaak staan, al is "Fury" een welkome uitzondering. Maar de funk is weer zoals 'ie hoort te zijn: swingend, dampend en moddervet. Luister maar eens naar "Get on the Boat" en probeer stil te blijven zitten. Ja, je bewoog, ik zag het wel! De rest van de songs had ook op Diamonds and Pearls gepast: de songs zijn ingetogen, maar geen inspiratieloze zwijmelballads. De vernieuwing is al een tijdje weg, maar het is goed om te horen dat De Purperen Geilneef alle nieuwe arrenbiesterretjes nog probleemloos zijn hooggehakte hielen kan laten zien.
File Under: Verdomd, hij kan het nog! nu die gitaren nog...
Juana Molina - Son
Eindelijk, heel erg eindelijk, lijkt de lente dan echt door te breken.. Het is er gosternokke ook tijd voor ook! Maar wat graag zou ik mijn carbonnen ros bestijgen en de heuvels rond de Keistad pijnigen. Het zit er even nog niet in. Nog twee, drie weken en dan ben ik weer van ze verlost: pollen. Ze nemen mijn adem weg, maken mijn ogen klein en vermoeid en mijn neus lijkt wel de Niagara van tijd tot tijd. Horror, dat is het. 's Avonds ga ik nog even naar buiten.. Dan pak ik gehuld in een fleece het laatste staartje zon en warmte van de dag mee. Met de dubbele deuren opgeslagen zit ik dan even op de nog immer troosteloze zandvlakte. Binnen zingt Juana Molina. Haar nieuwe, vierde cd, Son is net uit. Als ik mijn ogen dicht doe - dat is overigens maar een klein te overbruggen stukje nu - dan is de tuin klaar. Ik vertaal zonder moeite de klanken van Molina in de kleuren van de tuin. Veel soorten hosta's steken hun kop op en de kerstrozen bloeien prachtig. Ik ruik lavendel, hoor de wind zachtjes zuchten door de taxushagen die de tuin breken. De buxus begint al flink te groeien, net als het vertederend kleine kruidenhoekje. Het idee voor de grote lijn van de tuin hebben we wel ergens anders vandaan, maar het in elkaar knutselen, dat hebben we zelf gedaan. Stekjes van de hele familie en vrienden staan er in. Eigenlijk hebben we niets gekocht. Dan tikt mevrouw Storm me op de schouder: 'Je zit toch niet te pitten hé'. Nee hoor. Nou ja, vooruit dan, dagdromen.
File Under: Hopelijk wordt de tuin uiteindelijk ook zo mooi.
VA - They'll have to catch us first
Het moment dat ik dacht 'verrek, eigenlijk ben ik best wel veel met muziek bezig tegenwoordig' was toen ik bij toeval ging onthouden bij welke platenmaatschappij sommige bands zaten. Daarvoor had ik nog het naïeve idee dat verzamel-cd's samengesteld zouden worden om mensen te plezieren met één en dezelfde stijl muziek, maar dan van meerdere bands. Op de verzamelaar They'll have to catch us first wordt er gek genoeg in tig stijlen nieuwsgierig makend werk gespeeld, maar is er toch één gelijke noemer: die van de leuke, alternatieve popmuziek. Er zijn 14 fijnzinnige bandjes bij elkaar gescharreld (en nee, niet eens de Arctic Monkeys) die staan te springen om u met hun liedjes blij te maken. Sons And Daughters. Four Tet. Adem. Archie Bronson Outfit. Voor een verzamelaar vind ik dit een puik ding, en hij kost nog geen drol ook. Franz Ferdinand laat in het nieuwe "L. Wells" horen nog steeds een heerlijk sleazy feestband te zijn en The Kills houden gruizig huis met "Love is a deserter". Alleen dat is al top. Maar ook grijpen er liedjes naar je keel, zoals de opener van Psapp (groeinummer), Quasi's "Peace and Love" en Clearlake's "It's Getting Light Outside" (die titel weerspiegelt precies de balorige Monday-Morning-5:19-sfeer waarom ik dit zo mooi vind...)
We deden weer een prijsvraag! En gaven een stapeltje verzamelaars weg! Hoera! Hoera! Hoera! Met grote dank aan de mijnheren van Munich. Maar zoals u begrijpt zijn ze allemaal ondertussen vergeven
File: VA - They'll have to catch us firstFile Under: Skates mee en de zonnige buitenlucht in!
File Audio: Clearlake
File Video: Franz
Sahg - I
De riff. De heilige gitaarriff. Voor sommige bands draait daar allemaal om. Hele genres zijn er zelfs op gebaseerd, zie bijvoorbeeld doommetal en stoner. En laat Sahg zich nu precies op het snijvlak van deze stijlgebieden bevinden. Logge doommetal van klassieke snit met een lichte stonersaus over de gitaren. Slepend, ploegend en een tikkie ouderwets stampt dit Noorse kwartet zich door de 9 nummers plus intro op haar debuut. Black Sabbath moet haast wel hun favoriete band zijn, en ook van Monster Magnet, Trouble en Kyuss zullen ze vast wel platen van in de kast hebben staan. Strot Olav heeft een prettig snerende doch heldere stem die enigszins doet denken aan die van Tony Martin (ex-Black Sabbath), hooguit wat bezwerender. Een stem die prima bij het zware gebeuk van de instrumenten past. Vernieuwend is het allemaal zeker niet, maar voor de kwaliteit die Sahg levert mag ook wel wat gezegd worden. Overtuigd van eigen kunnen zetten de heren hier gewoon een sterk en behoorlijk sfeervol doomdebuut neer. Dit is dus weer een van de vele prima platen van de laatste tijd. Niets meer maar vooral ook niets minder.
File Under: Epische doommetal met een snufje stoner
File Audio: [Sahg op MySpace]
Messer Chups - Hyena Safari
Een paar jaar gelden was ik behoorlijk actief in de weer als vrijwilliger voor een lokaal poppodium. Met vaste regelmaat kwamen daar gemaskerde surfbandjes om hun in reverb gedrenkte deuntjes het nauwelijks gevulde zaaltje in te slingeren. Ik ben de tel op een gegeven moment kwijt geraakt. Het waren er zo veel en ze waren onderling zo inwisselbaar dat ik me op een gegeven moment ging afvragen of er niet gewoon telkens hetzelfde bandje achter die maskers schuil ging. Nu vond ik de muziek in de regel best wel te pruimen, maar ook hier gold op een gegeven moment de gouden regel dat overdaad schaadt. Wellicht dat ik daarom ook nooit echt de behoefte heb gehad om mijn collectie met een wagonlading galmende surfwerkjes aan te vullen. Hooguit eentje van uitschieters als Man Or Astroman? en Fifty Foot Combo. Meer niet. Dat er op Hyena Safari van de Russische snarenkletteraars Messer Chups een versie van "Popcorn" te vinden is, getuigt niet van originaliteit. De uit allerhande b-films gesamplede geluidsfragmentjes evenmin. En dat antieke Scooby Doo horrorsfeertje is ook allesbehalve verrassend. Maar het moet gezegd worden: Messer Chups levert wel kwaliteit af. Wat mij betreft hoeft er dus niet meteen voor aanschaf naar de platenboer te worden gesurft. Zij die nog een leuk schijfje in het genre zoeken, zullen met Hyena Safari geen miskoop in huis halen.
File Under: Dengdeggedengdedengdedengdeng...Woehaha!...etc.
File video: [Flashmeuk (the horror!)]
The Hickey Underworld
Wetton/Downes - Icon (Acoustic TV Broadcast)
Toen onze Gr.R. een Gr.Retje was (en aardig om te zien), ging het al mis. Vanwege diverse reden, ik heb daar hele theorieën over, die ik best wel eens wil verklaren, maar dan met een glaasje bier erbij, raakte ik vroeg in de ban van de muziek. Met radiocassetterecordertje zat ik iedere vrijdag om de top 40 op te nemen (en maar hopen dat je direct na de DJ op het juiste moment op rec drukte). En ik zat regelmatig bij een vriend van mij, die wat ouder was, singletjes op te nemen. Vooral die laatste teeps luister ik nog wel eens in een vlaag van nostalgie. Een van de nummers die stevast op de teeps terugkwam was "Heat of the Moment" van Asia. Nog volledig onwetend van hokjes in de muziek vond ik dat een puike plaat. Deze geschiedenis schoot mij door het hoofd toen ik Icon Acoustic TV Broadcast van Wetton/Downes opzette. De plaat opent met een prachtige (akoestische) uitvoering van "Heat of the Moment". Zo mooi dat me de tranen in de ogen schoten en Gr.R., zich weer even een Gr.Retje waande, verbaasd dolend door die prachtige speeltuin der muziek. Het nummer blijft fier overeind in een setting van piano, akoestische gitaar, cello en meerstemmige zang en het toont maar weer eens aan, dat goede nummers in alle versies overeind blijven. Ook op de rest van de plaat wordt kundig gemusiceerd door Wetton en Downes, met ondersteuning van Hugh MacDowell (van ELO faam) op cello. De plaat lijdt alleen onder het bekende euvel van "unplugged" platen, op een gegeven moment gaat alles op elkaar lijken en wordt het teveel. De DVD die van het geheel geschoten is, is volledig irrelevant, want no budget gefilmd en de heren Wetton en Downes zijn niet bepaald fotogeniek (meer). Icon (de cd) is een verplichte aanschaf voor alle Asia fans, vanwege "Heat of the Moment" en een aanrader voor een ieder die even weer willen weten hoe tranentrekkend mooi muziek soms kan zijn...
File Under: Van de mooie dingen die nooit voorbij gaan...
File Audio: [Diverse snippets]
Shogun Kunitoki - Tasankokaiku
Soms weet ik niet precies waarom ik geïntrigeerd raak door een stukje muziek dat op een ander moment waarschijnlijk mijn aandacht niet had kunnen trekken en op een nog ander moment zelfs had kunnen vervelen. Ik heb Tasankokaiku - geen flauw idee wat het betekent - al meerdere keren in de cd-speler gehad en mijn meningen varieerden telkens weer. Van vervelend tot intens en van een gapende open mond tot een verwonderde open mond. Nu ik dit schrijf is het donker, na een voor het eerst sinds tijden weer warme dag. In mijn huis brandt maar weinig licht. Een goede dag en een goede tijd voor Shogun Kunitoki, merk ik. Hoe is Finland? Past Shogun Kunitoki in Nederland? Zeven lange tracks vol geluid. Zweverig, daardoor soms dromerig. Dronerig, daardoor soms drammerig, maar nu met verve: waar de analoge synths eerder verveelden, verleiden ze nu. Door de orgels waan ik me in grote ruimtes. Het subtiel opgebouwde mysterie uit elke track moet worden opgelost voor het einde van het nummer. Dit zijn zeven afleveringen van een politieserie in één. Als in hypnose zit ik de plaat uit. Niet meer precies wetend welk jaar het is - er zit nogal wat elektronica in de plaat die riekt naar vervlogen tijden -, maar ook niet welk uur van de dag. Het is donker, dus ik zal wel moeten gaan slapen. Dat ga ik dan ook maar doen. Het was een goede dag voor Shogun Kunitoki; morgen kan alles weer anders zijn.
File Under: Op goede momenten past Shogun Kunitoki ook in Nederland
File Audio: [Montezuma]
The Black Box Revelation
The Loved Ones - Keep Your Heart
Ik ben de eerste om toe te geven dat het schrijven van stukjes over plaatjes zo subjectief als de pleuris is. Wanneer ik een enorme rotdag heb gehad zal ik weinig inlevingsvermogen hebben ten aanzien van dat matige plaatje dat ik nog moet behandelen, terwijl ik na een topdag eerder geneigd ben om de missertjes met de mantel der liefde te bedekken. In die context moet u dan ook dit stukje over het debuut van The Loved Ones lezen, want ik kom net thuis van een prachtige dag fietsen in de prille lentezon en heb er wel zin an. Het doet me dus weinig dat Keep Your Heart het zoveelste inwisselbare punkrockschijfje is dat niets nieuws aan het genre toevoegt en geen enkel originele invalshoek of, ten minste, poging daartoe bevat. De drie uit Philadelphia afkomstige bandleden jatten alles bijelkaar, van Green Day tot Face To Face en de complete Fat Wreck Chords-stal. Dit doen ze desalniettemin dermate goed dat de plaat prima te pruimen is en eenvoudigweg dertien lekkere catchy liedjes bevat die een goed geluimd mens alleen maar vrolijker maken. Zeker geen hoogvlieger of uitschieter maar goed genoeg voor een mooie dag in mei.
File Under: Punkrock van een alleraardigst niveau
File Audio: [Suture Self] [Jane]
Survivor - Reach
Frontiers heeft inmiddels een naam hoog te houden als het gaat om het uitbrengen van materiaal van Grote Namen Van Weleer. Ze brachten cd's uit van Journey en Toto, die zich beide revancheerden voor jaren geen of matig materiaal, binnenkort komt er een nieuw House of Lords-album uit en nu is er Survivor met hun eerste nieuwe materiaal in zeventien jaar. Goed, Survivor is natuurlijk een bijna-one-hit-wonder, want de meesten kennen van Survivor alleen "Eye of the Tiger", maar feitelijk hebben ze een respectabel oeuvre. Erg wisselend van kwaliteit, dat wel, niet in het minst door de vele bezettingswisselingen. Reach moet een nieuwe start worden voor het vijftal, dat wordt aangevoerd door Jimi Jamison en Frankie Sullivan. In de line-up is ook voormalig Malmsteen-bassist Barry Dunaway terug te vinden. Met het titelnummer begint het prima. Een pakkend intro, een dito refrein en indrukwekkende zang van Jamison. Helaas weet Survivor het bij lange na geen heel album vol te houden. Halverwege is het inmiddels afgezakt tot een voor Survivor beschamend doorsnee poprockwerkje. Compositorisch klopt het allemaal wel, de arrangementen zijn ook erg verantwoord, maar de melodieën verrassen geen moment en van anthemwaardig materiaal is al helemaal geen sprake. De Survivorfan zal hier vast nog wel zijn momenten in vinden, voor anderen is het waarschijnlijk gewoon een van de vele releases in plaats van De Nieuwe Survivor. Na zeventien jaar moet het toch beter kunnen dat dit...
File Under: Hopelijk de uitzondering die de regel bevestigt
File Audio: [Reach] [meer fragmenten]
Collective Soul - Youth
Heel toepasselijk heette de Best Of... die van Collective Soul in 2001 verscheen 7even Year Itch. Niet dat de heren hier ooit de Top 40 haalden overigens, maar in Amerika scoorden ze een flink aantal hits. Maar na zeven jaar zat iedereen binnen de band aan zijn taks en was het buigen of barsten geworden. Heel normaal in relaties, dus waarom niet binnen een band. Want als een relatie een twijfelachtige plaat oplevert, zoals Blender uit 2000, dan is het misschien maar beter om er een punt achter te zetten. Dat vond platenmaatschappij Warner in ieder geval wel, en nam afscheid van de heren. Maar de broertjes Ed en Dean Roland vonden dat ze zelf nog niet klaar waren met de wereld, werkten aan hun relatie en pimpten de band met een nieuwe gitarist (Joel Kosche). Die periode van bezinning heeft de band goed gedaan, moet ik zeggen. Van de postgrunge van weleer - met een beetje geluk ken je het minuscule hitje "Shine" nog - is echter weinig terug te horen. Op Youth (in de USA overigens al twee jaar uit) breit Collective Soul op zich verder waar ze gebleven waren met Blender, maar doet wel alles beter dan op dat album. Grappig is dat Ed Roland met de jaren steeds meer op David Bowie gaat lijken qua stem. Muzikaal gezien heeft Youth ook flink wat overlap met de ordinaire pop/rock-cd's van de Thin White Duke. Als ik de woorden van Roland in "Better Now" moet geloven ('I'm feeling happy like Christmas') voelt het voor hem en zijn band eindelijk weer okay. En dat hoor je op Youth duidelijk terug.
File Under: Degelijke pop/rock met postgrunge twist.
File Audio: [Een pop-up spelert]
File Video: [Better Now]
Centro-Matic - Fort Recovery
Als ik een nieuwsbrief van een popzaal in Nederland lees kom ik de naam van de alt.country rockband Centro-Matic tegen. Ik juich. Ze komen eindelijk weer naar ons land, deze band is toch wel mijn favoriete Will Johnson's creatie. Oké, met South San Gabriel en in zijn uppie is het ook fijn, maar met deze band is het toch pas echt compleet. Bij een nieuwe tour hoort uiteraard een nieuw album. Aangezien de vorige naar mijn bescheiden mening toch wel tot het beste van 2003 - jemig is dat al zo lang geleden - hoorde zijn de verwachtingen hooggespannen. Als Fort Recovery dan op de deurmat ligt dan weet ik niet hoe snel ik deze in de lade van de cd-speler moet stoppen. En dan valt het tegen. Niet zozeer omdat het slecht is, maar omdat het door het huis springen van plezier niet past bij de ingetogen songs van Johnson. Het album geeft echter langzaam zijn geheimen prijs: de prachtige albumopbouw die klinkt als een grote trip, de muzikale details, de teksten, de effectieve inzet van moderne elektronica, (niet geheel onbelangrijk) de kwaliteit van de nummers zelf en ook de sobere productie die genoemd mag worden. Na een hele reeks draaibeurten ben ik dan ook helemaal om. Centro-Matic heeft het hem weer geflikt. Mijn verbazing is er echter over drie prachtige bonustracks die al meteen weggegeven worden bij de eerst release. Naar het blijkt om te voorkomen dat Europeanen deze cd in Amerika bestellen. Als ik Amerikaan was zou ik het wel weten. Deze release moet je hebben.
Je kunt de cd in de winkel kopen, maar je kunt het ook doen icm een concertbezoek. Trek je agenda en zet er één van de volgende dagen in:
16 mei - Brussel - Ancienne Belgique (BE)
17 mei - Amsterdam - Paradiso
18 mei - Rotterdam - Rotown
20 mei - Heythuysen - Tom Tom
21 mei - Utrecht - Tivoli / De Helling
22 mei - Zichem - Den Hemel (BE)
File Under: Oops, they did it again
File Audio: [Triggers And Trash Heaps][En hier nog het e.e.a.]
Moonspell - Memorial
Naar aanleiding van het in 2003 uitgebrachte album The Antidote is er uitgebreid getourd, met onder andere Opeth, Cradle of Filth en Type O Negative. Nu, drie jaar later, komt Moonspell met de opvolger, Memorial. De Portugese heren brengen al sinds hun eerste mini-album in 1994 gothic metal. Dit nieuwe album klinkt wederom goed en ze gaan gewoon verder waar ze gebleven waren. De diverse invloeden uit hun eigen vaderland, andere stromingen, en wat ze her en der onderweg hebben opgepikt, worden weliswaar duidelijk in de muziek gebruikt, maar het blijft toch gewoon gothic metal. Zwaar en laag, krachtig en energiek, maar bovenal melodieus. Op deze zevende langspeler is er nagenoeg geen cleane zang meer van Fernando Ribeiro, bijna alles is ingeruild voor zijn kenmerkende en eigenzinnige manier van grunten. En hij wordt daar af en toe aangenaam in bijgestaan door een zangeres. Een aantal nummers wordt voorafgegaan door mooie filmische, orchestrale instrumentale nummers. Een absolute uitschieter vind ik "Proliferation", dat zo in een film als The Matrix gebruikt had kunnen worden. Opmerkelijk feitje: ik merkte dat ik gedurende het album het volume steeds een standje hoger zette. Een beetje volume werkt beter bij deze cd. Dertien nummers en net geen heel uur later heb ik zitten genieten van een goed, stevig en afwisselend album.
File Under: Memorabele gothic metal
File Audio en Video: [Flash intro Finisterra]
Doll by Doll - Revenge of Memory
Het exacte verhaal achter de release van deze live-opname ken ik niet. Maar hoe bizar is het dat je reguliere platen nog nooit op CD zijn uitgebracht en een brakke live-opname uit de tijd voordat je band ueberhaupt een platencontract had, wel? Doll by Doll maakte tussen 1977 en 1983 vijf platen die nooit gedigitaliseerd zijn. Een soundboardtape van een optreden in de Sheffield Limit Club uit 1977 is daarentegen bij Cooking Vinyl terechtgekomen, label van voormalig Doll by Doll-voorman Jackie Leven. Het geluid van Revenge of Memoryis - als verwacht - behoorlijk iel en dun en wat het meest opvalt is hoe vals de band soms speelt. "Butcher Boy" doet bijna pijn aan je oren. Maar de liedjes laten een energieke band horen die - anders dan de meeste punkbands uit die tijd - hun liedjes lang voort durfden te laten duren en wel degelijk konden spelen, zonder te vervallen in een typisch pubrock-idioom. De voordracht van zanger Jackie Leven is het meest opvallend, helemaal als je zijn latere soloplaten kent. Het lijkt alsof hij al in 1977 zijn stem verpest had en niet nu pas klinkt als een doorgerookte en doorgezopen weirdo. Ik vrees dat Revenge of Memory niet het vehikel zal zijn waarmee Doll by Doll terug in de belangstelling komt. Hoogstens zal het de rechthebbenden triggeren om de vijf uitgebrachte LP's van Doll By Doll toch op CD te gaan uitbrengen.
File Under: Voer voor historici
Shane Alexander
Tori Amos - Fade To Red (DVD)
Ik dacht al dat het zo was, maar even snel de AMG raadplegen leerde mij dat ik inderdaad al langer afgehaakt ben als fanatieke Tori Amos-adept dan dat ik het wel was. Dat gebeurt me eigenlijk niet zo heel snel met artiesten waar ik ooit wel voor in de rij voor het postkantoor had willen gaan liggen als mijn zusje dat niet voor me gedaan had. Bij Tori Amos dus wel. De enige cd's die ik nog wel met enige regelmaat van haar draai zijn de eerste twee en de magnifieke Crucify EP. De rest staat te verstoffen in de kast. Ik hoor overigens van veel mensen dat ze hetzelfde hebben met deze tante: Je koopt toch nog maar weer die nieuwe cd's, maar doet er eigenlijk verder niets mee. De box met live-cd's die niet zo lang geleden verscheen onder de titel The Original Bootlegs heb ik dan ook maar wijselijk links laten liggen. De DVD Fade To Red daarentegen is wél weer een heel leuk hebbedingetje. Hierop komen op een paar na alle clips die Tori Amos gemaakt heeft langs. Waarom deze eraf gelaten zijn is me een raadsel. Niet dat ik ze mis overigens, maar toch, als je dan een bijna complete collectie uitbrengt, doe het dan ook helemaal compleet, zou ik zeggen. Maar daar houdt het gemopper ook wel op, want de video's van Tori Amos zijn stuk voor stuk allemaal meer dan de moeite waard. En je vraagt je verbaasd af waarom ze zo weinig op MTV en aanverwanten te zien zijn geweest of zitten soms daar Tori Amos-liefhebbers die aan hetzelfde lijden als ik? Overigens houd ik normaal niet zo van de mogelijkheid om commentaar van een artiest zelf op zijn nummers te horen (of het moet om Lemmy en zijn maten gaan), de mogelijkheid om Amos zelf te horen spreken bij de clips heb ik meer gebruikt dan ik van tevoren gedacht had.
File Under: Veel leuker dan twee uur MTV kijken
Malibu Stacy - G
Stom, tja, naief, zeker. Maar ja, de supermarkt was ook gewoon open. Ook al was Koninginnedagdan een dag verplaatst i.v.m. de zondagsrust, het was toch ook gewoon een zaterdag? Dus de stad in op zoek naar een koptelefoontje. Helaas. Alle winkels gesloten, maar verder wel een hoop synthetische zooi te koop tijdens een grote parade van Hollandse platvloersheid, oranje uitdossingen en walmende frietkramen. Zo'n dag waarop je je afvraagt of Het Goede Doel het 24 jaar geleden niet bij het rechte eind had om naar België te willen vertrekken. Goede bandjes hebben ze daar in ieder geval genoeg! Malibu Stacy is er een van. G is van voor tot achter een sprankelende feestplaatje. Een vleugje Pulp ("Sh Sh", "I naked"), een snufje electro, een beetje Ash in hun begindagen ("Killing all the young gods"). Lekker ongedwongen indiepopmuziek met een grote POP. Echt een bandje dat niet zou misstaan op London Calling als je niet wist dat het zes jonge Walen waren. Single "Los AnGeles" bijvoorbeeld heeft zo'n lekkere zomerse drive - inclusief Woo-hoo-hoo-koortjes en reutelend orgeltje - dat je onmiddelijk zin krijgt om rond te huppelen. De nummers hebben gelukkig een stevige gitaarbasis (bijvoorbeeld "VHF-UHF"), zodat het allemaal niet te zoet wordt en ook nog een beetje punkrockt. "Runaways" heeft zelfs een beetje een Arctic Monkeys-feel. Zo blijft G perfect in evenwicht. Als het weer nu ook nog een beetje meewerkt is dit plaatje vandaag in ieder geval mijn perfecte zondagsrustverstoring!
File Under: Lekker zonnige zondagrustverstoring
File Audio: [ MySpace]
David Fridlund - Amaterasu
Soms is het bij het zien van de hoes al duidelijk wat voor muziek er op het schijfje staat. In het geval van David Fridlund - nu solo, maar ook frontman van David & The Citizens - is het wel heel erg duidelijk. Een crèmekleurige voorkant met aan de rechterkant een kleedje met geborduurde vlinders. Linksboven naam van artiest en album, in een ouderwetse handschriftletter! Dat wordt zuchten en steunen met een Zweedse singer-songwriter, dacht ik. Maar dan, de opening met een titelloze track: ruis of regen. Misschien een auto, maar geen David. "Circles", een zangerige, dromerige vrouwenstem die van Sarah Culler blijkt te zijn. Opnieuw geen David, maar halverwege deze tweede track laat ie van zich horen. Een zoet duet, dat bij het refrein in de verte wel wat doet denken aan rockstructuren waarvan Fridlund zich bij The Citizens vast vaker bedient. Toch is het geborduurde kleedje op de voorkant van het album niet helemaal ongepast. Of helemaal niet. Culler blijft voortdurend aanwezig en vult Fridlund prima aan. Tandenborstel en tandpasta. Even aanwezig als Fridlund en Culler is de piano. Dat geluid moet dan maar het water zijn waar de mond mee gespoeld wordt, om in die rare beeldspraak te blijven. Het album duurt lang, maar is evenwichtig - wat eigenlijk een vervelend woord is. Soms wat vrolijker, soms wat melancholischer, maar zuchten en steunen doe ik maar weinig. David Fridlund is niet overweldigend, maar van droefenis op de stopknop drukken weet hij te voorkomen. Singer-songwriter met een piano en meer; best leuk eigenlijk.
File Under: Muziek voor bij het borduren, maar eigenlijk helemaal niet zo stom als borduren
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Alleen van dat bandje waar ie eerst in zat...]
File Weblog: [David is nu ziek, zegt ie en in Zweden schrijf je weblogg met twee g's]
Tool - 10,000 Days
Zelfs in deze tijd, waarin de nieuwe releases de muziekliefhebber werkelijk waar om de oren vliegen, heeft Tool er geen enkel probleem mee om vijf lange jaren uit te trekken voor het maken van een nieuwe CD. De fans zijn dit inmiddels wel gewend en kunnen eigenlijk al voor het beluisteren van 10,000 Days inschatten wat ze te wachten staat. Tool gooit er, als gewoonlijk, een schepje meer van hetzelfde bovenop en verfijnt daarmee een geluid dat uit tienduizenden te onderscheiden is. Het artwork is anno 2006 nóg een beetje meer verzorgd (vet, die stereoscopische lenzen!), de riffs zijn zo mogelijk nóg strakker en het trommelwerk is nu helemáál onmenselijk goed. Voor zover de voorspelbare loftrompet, want er is ditmaal ook wat negatiefs op te merken. Ik begin mij zo langzamerhand iets te veel te ergeren aan de tergend lange en onnodige vullertjes die de nummers aan elkaar zouden moeten plakken. Inmiddels weet ik exact op welk moment ik welk stukje moet skippen, maar het is van de zotten dat deze onzin een plek heeft op zo'n mooi verzorgd album. Op Lateralus en Aenima was dit ook al het geval, maar werd het nog net genoeg binnen de perken gehouden, terwijl ik er nu echt erg moe van word. Op deze manier krijg ik potverdikkeme de 80 minuten ook wel vol! 10,000 Days is hierdoor een plaat geworden waar helaas te vaak en te lang om de hete brei wordt heen gedraaid. Als het losgaat, dan gaat het absoluut erg goed los, maar vervolgens zakt de boel weer veel te veel in om de boog gespannen te houden. Hierdoor is Tool er, voor de eerste keer in zijn bestaan, niet in geslaagd om het voorgaande album te overtreffen. Over vijf jaar weer een kans.
File Under: Te weinig Tool, te veel geneuzel
File Audio: [Op de site]













































