TV on the Radio - Return to Cookie Mountain
Als je als band niet als 'melting pot' door het leven wil gaan, moet je de verschillende invalshoeken van je muziek zo goed samensmelten dat het iets nieuws oplevert. En dat moet je dan zo goed doen, dat een recensent gangbare labels en hokjes wel móet laten varen en zich kan concentreren op wat er op de plaat staat. Niet alleen de invloeden, maar de som der delen. De New Yorkse band TV on the Radio blinkt bijvoorbeeld uit in weinig alledaagse melodielijnen, die door weergaloze samenzang Afrikaans aandoen. De experimentele elektronische rock'n'roll - dat hokje is nog breed genoeg om geen hokje te zijn - die met deze zangpartijen gepaard gaat, komt voort uit een redelijk standaard basisinstrumentarium: drums, bas, gitaar. Een originele aanvulling van onder andere cello, fluit, sitar en klarinet maakt de spookachtige - uptempo of niet, de liedjes van TV on the Radio zijn niet van hier - tracks een voor een de moeite waard om naar te luisteren. En laat de tracks een voor een raken aan allerlei dingen die we kennen, wat er uiteindelijk door de speakers knalt is nieuw. Er is geen band zoals TV on the Radio en de meeste links heeft Return to Cookie Mountain met het eerste album Desperate Youth, Bloodthirsty Babes en misschien wel met soortgenoot Chikinki uit Engeland, maar dat was het dan ook wel. Dit is een ijzersterke (luister)plaat. Misschien wel de verrassendste plaat van het jaar. En waar ik mag dansen op "Wolf Like Me" zal ik de dj zoenen.
File Under: Niet te labelen, bovendien geldt 1+1=3
File Audio: [TV on the Radio]
Fleshies - Scrape The Walls
Wakker worden met een dikke vette kikker in je keel. De laatste herinnering die je hebt is van een uur of 01:00 vannacht, maar toch schijn je pas om 06:00 je nest ingekropen te zijn. Eenmaal uit bed braak je de fles water die je zojuist hebt leeggedronken bijna in zijn geheel in de gootsteen. Die verdomde lading slijm in je keel wil er maar niet uit. Je denkt nog even aan een flinke gorchel-sessie maar bent bang dat de gevolgen daarvan niet te overzien zullen zijn. Stel je even deze situatie voor als uitgangspunt om een nieuwe plaat in te spelen. Het zou me niet verbazen als de Fleshies die aanpak hadden bij het opnemen van Scrape The Walls, het derde officiële album. Er is geen enkele moeite gedaan om het gescheur en gekraak van de gitaren weg te werken en volgens mij zijn ze zelfs trots op de prominent aanwezige valse tonen. Wat hier gebeurt zou je kunnen zien als de muzikale equivalent van een actief sloopbedrijf waar een legertje pedicures hun nagels over schoolborden schrapen. En het mooie is dat het onvoorstelbare resultaat van al deze waanzin vrij geniaal is. Er wordt heel erg veel moeite gedaan om het zo goed mogelijk te verbloemen, maar stiekem staan er zeventien heerlijke liedjes op de CD. De lading gruis en vijf keer over de kop gaande distortion maakt het allemaal iets minder toegankelijk maar daardoor des te spannender. Dit is zoveel chaos dat de boel uiteindelijk weer perfect in elkaar blijkt te passen.
File Under: Low-fi heldendom
File Audio: [The Disadvantage][Half Werewolf, Half Vampire...You Are In BIG Trouble][Gay Holiday]
The Brought Low - Right On Time
Ik vermaak me werkelijk kostelijk met al die (semi-)nieuwe bandjes die spelen alsof ze recht uit het begin van de jaren zeventig afkomstig zijn, alsof Professor Barabas' Teletijdmachine stiekem ergens bij Woodstock staat. De Australiërs van Wolfmother zetten een heerlijk potje ouderwetse rock neer, het album Kaleidoscope van de Zweden van Siena Root was nog een tikje ouderwetser en de New Yorkse band The Brought Low tapt uit hetzelfde vaatje. Laat de Stones een southern rock-plaat maken en je krijgt Right on Time. De lome en tegelijkertijd schelle gitaarsound van Richards en de wat zeurderige zang á la Mick Jagger, het nadrukkelijk meetinkelende pianootje. En natuurlijk waren de Stones destijds niet de enigen met zo'n sound, dus ja, je hoort er ook Lynyrd Skynyrd, The Faces en nog wat van die iconen in. Het klinkt allemaal reuze bekend, maar is al heel lang niet meer zo lekker gedaan. Inmiddels is The Brought Low weer een trio, maar het album is opgenomen met een band van vier. Dat resulteert in lekker voortstomende semi-southern-rock met precies de juiste mix van losheid in het spel, niet te overdadige productie en tegelijkertijd retestrak samenspel. Wie terugverlangt naar de begindagen van The Black Crowes heeft nu een alternatief.
File Under: verrukkelijke Stonesy southern rock
File Audio: {A Better Life] [Hail Mary] [ MySpace]
Flogging Molly - Whiskey On A Sunday
Aan de ene kant verbaast het me dat Flogging Molly niet gewoon met een live-DVD op de proppen komt. Het is immers zo'n band die op plaat al wel zijn mannetje staat, maar live nog veel meer tot zijn recht komt. Wie rustig kan blijven staan bij de energieke optredens van de band rond bandleider en zanger Dave King moet zich nodig na laten kijken. Aan de andere kant vind ik het juist wel goed dat Flogging Molly met Whiskey On A Sunday niet kiest voor de geijkte weg door een bij voorbaat al geslaagd optreden vast te leggen. Whiskey On A Sunday is namelijk een echte documentaire - natuurlijk wel rijkelijk gelardeerd met livebeelden - geworden. De mij verder onbekende regisseur Jim Dziura volgde de band twee jaar en schetst een mooi beeld van het reilen en zeilen rond de band en de (h)eerlijke verrichtingen op het podium. In interviews komen alle bandleden uitgebreid aan het woord. Hierbij is vooral het verhaal van Dave King over zijn jeugdjaren in Ierland waarin hij door visaproblemen gescheiden van zijn moeder en in armoede opgroeide interessant om te horen. Nou zijn die interviews natuurlijk leuk om één of twee keer te kijken, maar dan houdt het wel zo'n beetje op. Dat snappen de zes mannen en vrouw ook wel en daarom zit bij de DVD als bonus ook nog een cd. "Laura" is een outtake van Withing A Mile of Home, maar had zeker niet misstaan hierop. Daarna volgen vier akoestische tracks waarin blijkt dat de liedjes van King en kompanen akoestisch misschien nog wel beter zijn dan op het podium. Tot slot mag je nog vijf nummers lang genieten van het homecoming concert dat Flogging Molly gaf in The Wiltern Theatre in Los Angeles waaronder een twaalf minutend durende versie van "Black Friday Rule", waarbij het zweet zo ongeveer uit je speakers druipt. Heerlijk.
File Under: Dorstig makend.
Grave - As Raptures Comes
In november van dit jaar zal Grave tezamen met Dismember, Entombed en Unleashed in Europa te zien en te horen zijn tijdens de Masters of Death tour 2006, iets waar ikzelf reikhalzend naar uitkijk. Bovengenoemde grootheden zorgden begin jaren negentig voor een heuse golf van supervette Zweedse deathmetal, een periode waar bij mij mede dankzij deze meesters de eerste metalkriebels op kwamen zetten. Om de fans alvast wat te masseren, verschijnt deze zomer het zevende studioalbum van Grave, As Raptures Comes, gemixt door niemand minder dan metalgoeroe Peter Tätgren. De sympathieke heren van Grave hebben heel goed begrepen dat het anno 2006 niet echt meer overtuigend is om je hele album in midtempo voorbij te laten komen en hebben er dan ook goed aan gedaan om de snelheid op dit schijfje te variëren van ultratraag gehak tot en met lekkere snelle blastbeats en alles wat daar tussen zit. Bovendien is de eigen herkenbare speelstijl niet verdwenen, waardoor het hele album een heerlijke groove kent. Neem daarbij nog de nodige betoverende solo's en de minst voor de handliggende cover, ´Them Bones´ van Alice in Chains, notabene één van de grondleggers van de grunge, en je hebt een cd in handen die je met gemak de hele zomer kan luisteren zonder ook maar één keer te vervelen. Gooi alle andere geluidsdragers maar uit je auto, zet dat stapeltje wat op je cd-speler ligt aan de kant, want voorlopig hoef je naar niets anders te luisteren.
File Under: Masters of Death
Tom Petty - Highway Companion
'Wat een saaie plaat is dit zeg.'
'Vind je?'
'Ja, die dreutelliedjes met semi-akoestische slaggitaar, die truc doet deze man al jaren volgens mij. Tom Petty is het toch?'
'Inderdaad. Toch ben ik het niet helemaal met je eens hoor. Okay, dat van die dreutelliedjes wel, dat doet hij inderdaad veelvuldig. Er staan echter wel degelijk liedjes op die anders zijn. Hé wacht, we zijn ook niet bij het begin begonnen. Ik zet 'em even op het eerste nummer, dat is wel een sterk nummer.'
(Terug naar "Saving Grace")
'Je hebt gelijk. Maar ik heb wel het gevoel dat ik het ergens van ken.'
'Met een beetje goede wil kun je er een versnelde versie van de riff van "Roadhouse Blues" van The Doors in horen. Zoiets hoorde ik er ook al in. Als Tom Petty afwijkt van zijn vaste stramien dan wordt hij gelijk veel interessanter als muzikant. Let er maar op voor dit nummer geldt hetzelfde.'
(Vooruit naar "Jack")
'Verdomd, je hebt gelijk. Dit is óók wel een leuk nummer door die onderkoelde bluesy sfeer die het heeft. En die ballad van net, na dat eerste nummer, die is ook wel mooi.'
'Da's "Square One", dat nummer schreef Petty voor de film Elizabethtown. Daar speelt Orlando Bloom in mee.'
'Orlando Bloom. Dat vinden ze allemaal zo'n mooie jongen. Ik vind hem zo gladjes en saai. Doe mij maar Johnny Depp zijn tegenspeler in Pirates, veel intrigerender.'
'Laten we het er maar op houden dat Highway Companion Orlando Bloom- en Johnny Depp-liedjes bevat en dat we de Depp-liedjes het leukst vinden.'
'Helemaal mee eens.'
File Under: Als Tom zijn eigen Highway verlaat is 'ie op zijn interessantst
Dirty Rig - Rock did it
Ongeveer tegelijkertijd met Guns N'Roses deed ene Kory Clarke zijn intrede in het rockwereldje. Maar waar Guns N'Roses het "street credibility" imago cultiveerde, was Kory Clarke de lieveling van de rockjournalisten omdat hij zijn bandje Warrior Soul begonnen was als vehikel voor zijn poëzie. Zelfs bij optredens van de band nam hij regelmatig de tijd om weer eens wat gedichten voor te lezen. In de praktijk hadden Clarke en Guns N'Roses één groot probleem gemeen: de drugs. Waar Guns N'Roses er voor het verscheiden nog flink wat commercieel succes uit had weten te peuren, kwam Warrior Soul niet verder dan een aantal platen met juichende kritieken zonder de bijbehorende verkoopcijfers, zoals Drugs Gods & The New Republic. Na een semi-soloproject (glamrockers The Space Age Playboys) was hij te horen op wat tribute-albums en in 2005 dook hij op bij de New Yorkse rockers Dirty Rig. Sleazerock á la de snellere songs van Guns N'Roses, waar Clarke's rauwe stem uitstekend bij past. Maar poëzie is er niet meer te bekennen in de teksten van Clarke. Titels als "Suck It", "Drunk again" en "Hot porno star" zeggen wat dat betreft genoeg. En ja, dat gaat een hele cd lang door. Maar als je dat puberaal gedoe even verdringt blijft er een cd over met lekker uptempo sleazerock. Een paar songs komen niet veel verder dan een riff, het is voor geen meter origineel en een potentiële klassieker is het al helemáál niet, maar het een lekker tussendoorthje is het zeker. Wil je iets meer niveau, kijk dan eens naar de recente rereleases van Warrior Soul.
File Under: Cartoonrock, maar wel lekker
File Audio Flashplayer op de site
Pfaff / The Ik Jan Cremers
"Jij, CDs branden?," zegt mijn vriendin op een vragende toon tegen me. "Ja, de nieuwe van Pfaff is alleen te downloaden via het internet. Voor de grove prijs van wel 5 Euro trouwens. Ik luister echter graag muziek op de stereo-installatie en niet op de pc. Vandaar," antwoord ik. Bij de nieuwe Pfaff hebben we het eigenlijk over Bas Jacobs. Jacobs is één van de personen achter That Dam! Records. Een label dat toegevoegd aan of los van hun magazine al de nodige releases op de markt heeft gebracht. Hieronder ook eerdere albums van zijn eigen band Pfaff. De 2006-versie van Pfaff heeft een behoorlijke update ondergaan: de twee drummers zijn vertrokken, Alice Bron (ex- The Riplets) is ervoor in de plaats gekomen, gitarist en zanger c.q. schreeuwlelijk Jacobs is gebleven. Het resultaat op How To Explain De Flipstand To A Friend lijkt op het eerste gehoor wat minder te "garagerocken" dan de voorganger Berliner Blick/Che Fa Da Se Fa Per Tre, maar als je goed luistert klinkt het nog steeds gemeen vuig. Als je bovendien de teksten beluisterd hebt dan is er weinig veranderd. Pfaff is nog steeds Pfaff.
Relevant is het om te weten dat "De Flipstand", behalve een bijzonder succesvol, maar nooit expliciet uitgelegd standje dat in Ik Jan Cremer gebezigd wordt, ook een single van diezelfde Jan Cremer was. Waarmee de link gelegd is met de nieuwe band van Jacobs: The Ik Jan Cremers. Jawel. Zij brengen een debuutalbum uit getiteld Bowling With The Cremers. Dit is geen laken van een ander pak, want ook dit kwartet zoekt het in vuige rock. De songs hebben wel wat meer structuur, maar het piept en knarst nog genoeg. Het geheel is wel wat gevarieerder, maar werkt nog steeds toe naar het doel om prachtig te scoren en weer vol energie verder te gaan naar het volgende doel. Liefhebbers van de muziek van Jacobs komen dus voldoende aan hun trekken, al hadden de cds met beide nog geen van een half uur van mij wel wat langer mogen duren. Pfaff komt aan het eind van het jaar of begin volgend jaar trouwens alweer met een opvolger. Ondertussen gaat Jacobs naar Londen verhuizen. Ik ben benieuwd welke wegen het nog meer op kan gaan met deze (garage)rocker met een goed hart voor de muziek.
File: Pfaff - How To Explain De Flipstand To A Friend / The Ik Jan Cremers - Bowling With The CremersFile Under: Scoren en doorgaan
File Audio: [Pfaff: No fun Being Me][Pfaff: Sink My Head][Pfaff: Nog meer op My Space]
File Audio: [The Ik Jan Cremers: Eeny Meany Miny Mo][The Ik Jan Cremers op My Space]
Lily Allen - Alright, Still
De zuurpruimen van deze wereld zullen haar succes zien als een groots vooropgezet plan. De platenindustrie is er immers op uit om ons volledig in de zeik te nemen. Niet voor niets vinden 'ze' steeds weer nieuwe manieren uit om zoveel mogelijk pecunia uit onze spaarvarkentjes te kloppen. Natuurlijk is het dan volkomen terecht om bij iedere (internet)hype een levensgroot vraagteken te zetten. Het liefst eentje met een sierlijke krul. Maar zeg nou zelf; daar word je toch zohooo vreheeselijk moehoe van! Als ik namelijk voor de tigste keer Lily Allen gelijk een dartel bijtje - opgepast voor haar angel - door mijn bloem- en kleurrijke achtertuin laat fladderen, zal het me allemaal een hele grote dikke Beierse barbecueworst wezen. En zelfs die smaakt dan in al zijn aangebrandheid met veel te veel vettige saus nog lekker. Op haar debuutalbum lost Lily de door de MySpace-hype opgeklopte torenhoge verwachtingen moeiteloos in. In haar zomercocktail mixt ze ska, reggae, jungle, hiphop, R&B en een flinke scheut pop op onweerstaanbare wijze tot een smakelijk geheel. Achteloos schudt de 21-jarige brutale Britse de een na de andere briljante popdeun uit haar mouw. Dat daar nog een soort vermiste Spice Girls b-kant tussendoor glipt is haar vergeven. Zo berenslecht is die niet eens. En wie de grap van de feestelijke afsluiter "Alfie" niet snapt, moet voor straf samen met alle andere zwartkijkende zuurpruimen een zonnige vierdaagse uitlopen.
File Under: Zomerplaat 2006. Punt.
File Audio: Duh
Frost - Milliontown
Jem Godfrey pakte het slim aan. In plaats van dat hij na een grondige inventarisatie van de meest relevante spelers binnen de hedendaagse symfonische rock een mailtje stuurde naar John Mitchell (o.a. Arena en Kino) met de mededeling 'Hoi, ik ben Jem Godfrey en ik ben schrijver van miljoenen verkopende singels voor onder andere Atomic Kitten, Blue en Holly Vallance. Nu wil ik eens wat anders doen dan het schrijven van hitparademeuk. Wil je met mij een progressief rock cd-tje opnemen?' stuurde hij zijn demo's zonder noemenswaardige info naar John. Ik weet ook niet of ik met zo'n verleden te koop zou lopen als ik als volslagen onbekende binnen de scene een symfoplaat zou wil maken en graag zou zien dat mensen mijn demo's onbevooroordeeld beluisteren. Het werkte in ieder geval wel, want Mitchell kan met Frost een nieuwe band aan zijn waslijst met bandjes toevoegen. En daar mag hij best trots zijn, want op Milliontown haalt met heel gevarieerd gitaarwerk het beste in zichzelf boven. Net als Andy Edwards en John Jowitt, de ritmetandem van IQ die ook deel uit maken van Frost, overigens. Ze krijgen hier ook alle ruimte voor. Jem Godfrey blijkt niet alleen veel talent te hebben voor het schrijven van hitsingles, maar minstens net zo veel aanleg voor het pennen van stevige symfonische rock. Je hoort wel dat Godfrey invloeden opgepikt heeft bij zijn inventarisatie. Het terughoren van Dream Theater, Chroma Key, Pain of Salvation, Flower Kings, Spock's Beard en natuurlijk IQ, Arena en Kino op Milliontown is dan ook logisch, maar gelukkig nergens irritant dominant. Die invloeden, vermengd met zijn onmiskenbare talent voor het schrijven van soepel in het gehoor liggende liedjes en productionele kwaliteiten - waarbij Godfrey Yes' 90125 als staalkaart noemt - culminerend in het vijfentwintig minuten klokkende epische titelnummer maken Milliontown tot een absolute aanrader voor iedere symfo-liefhebber.
File Under: Hier krijg ik het niet koud van.
Michael Kiske - Kiske
Oef, is dat even schrikken! Michael Kiske, zanger van Helloween - in de toptijd met Keeper of the Seven Keys - en van Place Vendome, heeft een solo-album uitgebracht en daar staat voor geen meter hardrock op. Echt waar! Kiske heet het album, en het is met wat goede wil hooguit poprock te noemen, niet harder dan pakweg The Beatles of Crowded House. Laten we wel zijn, dat zijn geen namen die je meteen met Michael Kiske associeert. Fikse uithalen wel ja, maar die staan hier dus niet op. Gierende gitaarsolo's en dubbele bassdrums ook, maar die zijn evenmin te horen. Wel veel laidback akoestische gitaren en een viool(!). Ik vrees dat dat het lastig gaat maken om van dit album een succes te maken. Wie Kiske kent verwacht iets anders dan dit, wie dit materiaal leuk zou kunnen vinden laat het album vermoedelijk liggen omdat 'ie Kiske niet kent. Het materiaal zou dus buitengewoon goed moeten zijn om mensen alsnog te overtuigen. En hoewel Kiske prima zingt en de songs zeker niet heel beroerd zijn, zijn ze te eenvormig om echt indruk te maken. Bij vrijwel elke song zou je niet opkijken als het het een medium tempo-Robbie Williams-song zou zijn, inclusief de zanglijnen van die Engelse quasi-rocker. Wanneer dan de elf songs bovendien allemaal hetzelfde mid-tempo stramien volgen zakt het album door gebrek aan variatie halverwege in om niet meer overeind te komen. Robbie Williams hoeft zich nog geen zorgen te maken.
File Under: De Duitse Robbie Williams
File Audio: [ MySpace]
Johan
'Zou je dat wel doen, een rosétje op een terras? Kan gevaarlijk zijn hoor', waarschuwt Johan voorman Jacco de Greeuw gitarist Maarten Kooijman als deze een rosé bestelt. Maarten neemt het risico. Jacco, bassist Diets Dijkstra, drummer Jeroen Kleijn en Mister Excelsior Ferry Roseboom nemen net als ik liever een biertje. We zijn beland op het nieuwe riante tuinterras van café De Speeltuin in Breda.
De bandleden hebben een drukke dag achter de rug, gevuld met promotionele activiteiten rondom het recentelijk verschenen derde album. Na het instore optreden in de platenzaak om de hoek heb ik de band naar dit terras geleid om met Jacco en Maarten te babbelen over het album dat de flitsende titel THX JHN heeft meegekregen. 'En dan wil jij zeker weten waar die vandaan komt?', vraagt Jacco. Uiteraard.
Lees verder..Wallspace - Nightweather
Naar het schijnt namen broer en zusje Elias nog nooit eerder een cd op. Sterker nog, voordat ze Wallspace oprichten zaten ze nog nooit eerder in een bandje. Met dat in het achterhoofd is hun debuut-cd Nightweather een behoorlijke prestatie te noemen. En beginnen ze met "How's Ya Love Life" ook nog eens overtuigend. Zus doet na een zin gezongen te hebben al denken aan Patti Smith en PJ Harvey, het rifje van het nummer in eerste instantie aan Lou Reed's "Vicious" en verderop in het nummer ga je als vanzelf de Rolling Stones in betere tijden erbij denken. Je kunt zeker met een slechter nummer beginnen op je debuut en die kun je wel vinden op dit debuut ook. Bijvoorbeeld het titelnummer dat een beetje saai voortdreutelt met de dan in eens zeurderige in plaats van energieke stem van Savannah. Een lichtpuntje in dat nummer is er hooguit nog als er mondharmonica gespeeld wordt door broer Nick. Ook treurig is het reggaeliflafje "Where Has The Singer Gone". Dat dit trio wel degelijk meer hun mars heeft blijkt uit het zich voortslepende en met sober pianowerk doorspekte "Meet Me By The Lighthouse". Maar als ik dan toch mijn voorkeur uit mag spreken doe mij dan maar liedjes als het lekkere up-tempo "I Don't Wanna Future" en "Death Of The Cool", waarin Elias, kirrend zingend de hoofdrol voor zich op eist. Dan is zij, en gelijk ook haar band, op haar best.
File Under: Dat kan nog veel leuker worden.
Para One - Epiphanie
Deze plaat kan de boeken in als de eerste die ik heb ontdekt dankzij het Nederlandse Vice Magazine, de Geenstijl onder de papieren muziekreclameblaadjes die je gratis bij je platenboer mag meegrissen. Vice vergeleek dit debuut van Para One, alias de 27-jarige Jean-Baptiste de Laubier, met Les Rythmes Digitales en dan heb je mijn aandacht meteen. Maar die vergelijking klopt voor geen meter. Para One is lang niet zo poppy. Het lijkt eerder wat op de Dax Riders, maar omdat geen hond dat wil kennen in Nederland zal ik Para One even omschrijven: het is funky zangloze Franse house, vet aangezet met jaren-80-synthesizers en met fijne samplestunts op zijn tijd. En met 'vet aangezet' bedoel ik echt vet op het lompe af. Para One combineert zware beats en Bastian-achtig keyboardwerk met hoger klinkende snerpende melodielijnen, met als resultaat gedegen klinkende funkfiltertechno. Maar het leukst vind ik het compleet verknipte stuk in "Clubhoppn". Dat is grensverleggend als je het in clubs zou opzetten, alleen is het hele nummer eromheen daarvoor niet goed genoeg gedoseerd. Op zich kun je het maken van een goedgemixte hit best aan Para One overlaten, zoals in single "Dudun dun" (waarvan op zijn beurt MSTRKRFT weer een remix maakte), of het trancy "Midnight Swim", maar de opbouw is gewoon niet overal op het album even handig. Dat is zonde, want de sound en de ideeën zijn wèl goed. Remixers kunnen hun lol op. Kan Para One groot worden? Als dat zelfs met het retecommerciële Hot van de Dax Riders maar niet wil lukken, zal het voor Para One ook niet direct stormlopen. Net als Les Rythmes Digitales moet Jean-Baptiste het hebben van reclamemakers die zijn muziek onder een reclamespot ofzo willen zetten. Dáárvoor is Epiphanie namelijk perfect.
File Under: Leuke vluchtroute tussen supersubtiel en überlomp
File Audio: [teaser] [ MySpace]
Eidolon - The Parallel Otherworld
Eidolon is zo'n band die er hard voor heeft moeten werken om te komen waar ze nu zijn. In 1993 begonnen de Canadese broertjes Glen (gitaar) en Shawn Drover (drums) met hun band en stapje voor stapje kregen ze steeds meer erkenning. Zo werd Glen al eens gevraagd om het een en ander bij te dragen aan een King Diamond-album en twee jaar geleden doken beide broertjes plots op in Megadeth. Eidolon werd daarmee echter niet opgeheven. Integendeel, er werd alweer een nieuwe zanger gezocht - deze keer Pagan's Minds Nils K. Rue - die in een oude bandfoto gephotoshopt werd voor het hoesje en met The Parallel Otherworld leveren de broertjes gewoon weer een nieuw werkje af. Met een cover van King Diamond's "The Oath" en een rijtje gastmuzikanten, maar vooral weer met prima songs. "The Oath" vind ik er eerlijk gezegd wat minder in passen, maar ik ben dan ook nooit een liefhebber geweest van het gegil van dat heerschap. De powermetal van Eidolon is verder - zeker met Rue als zanger - te omschrijven als het heavy broertje van Queensrÿche. De opbouw van de songs is zeer vergelijkbaar, maar de heren kiezen ervoor de kamerbrede riffs nog wat verder naar voren te mixen, waardoor het allemaal nog een tikkeltje heaviër wordt. Er worden veel prima powermetalplaten uitgebracht, maar dit is er zo een waar je merkt dat de zanger het grote verschil kan zijn. Rue weet het geheel met zijn krachtige uithalen een epische kwaliteit mee te geven die je niet zo vaak tegenkomt. Hmm? Operation: Mindcrime-kwaliteit, ja. Dat de tien songs op dit album meer dan een uur in beslag nemen is iets waar je mij dan ook niet over zult horen klagen.
File Under: Epische powermetal uit een andere wereld
File Audio: [Flashplayer op de site]
Orson - Bright Idea
De heren van Orson zien er met hanekam, gleufhoedjes en tattoos uit als een Amerikaanse ska-punkband. Maar dat zijn ze niet. Bright Idea staat vol met deuntjes die van alles wat, maar niks helemaal zijn. Orson klinkt als een mix van Maroon 5 zonder de cheesieness, Hall & Oates zonder de soul, The Knack zonder de punk en The Police zonder Sting, Copeland en tja, ook zonder Summers... In "Already Over" probeert zanger Jason Pebworth in de langzamere stukken diepzinnig te klinken als ware hij Jeff Buckley, om vervolgens zinnen als "You are the psycho bitch from hell" uit te kramen. Ik durf bijna te beweren dat ik Jeff zich hoor omdraaien in zijn graf! De volgende track, "Downtown" klinkt dan weer net zo slap AOR als - herinnert u zich deze nognognog? - Clout's "Save me". I kid you not. En als klap op de vuurpijl wordt in "So Ahead Of Me" Unintended van Muse ook nog door een ska-gehaktmachine gehaald. Singles "Bright Idea" en "No Tomorrow" hebben daarentegen een prettig vrolijke niks aan de hand radiovriendelijkheid waar niemand zich een buil aan kan vallen. Ik durf dan ook te voorspellen dat hele volksstammen deze zomer de radio harder zullen zetten als er een plaatje van Orson langskomt. In de UK hadden ze namelijk al een grote hit. U begrijpt na dit stukje waarschijnlijk wel dat ik dan hard zal rennen om de uitknop in te drukken...
File Under: Radiovriendelijke niksigheid
File Audio: Hier is de hele CD is te beluisteren
Inumane / Sideways
Het Utrechtse Inumane noemt zich "de grondlegger van melodrastic rock: een unieke combinatie van stevige rock en melodie". Dat is een statement waarmee je verwachtingen oproept die je op je eerste studio-EP moet kunnen waarmaken. Wanneer het vervolgens om een sterk door Pearl Jam en Nirvana beïnvloede band met wat vleugjes nu metal blijkt te gaan, gaat zo'n statement tegen je werken. Da's jammer, want zo slecht is de EP niet. Okee, het barst allemaal niet van de originaliteit, maar de uitvoeringen zijn strak en goed uitgebalanceerd. Zanger Rachid Reijers heeft Eddie Vedder-achtige zanglijnen die mij na verloop van tijd wat gaan tegenstaan, maar dat heb ik bij Eddie Vedder zelf ook. Voor de liefhebber, zullen we maar zeggen. De cd is perfect verzorgd met een fraai ontwerp en een Flashmenu dat toegang biedt tot een videoclip en allerlei informatie.
De Randstedelijke symforockers van Sideways brengen een soort vroeg-Marillionesque symfo: toetsen en gitaar in een gelijkwaardige rol in lange composities met ritme- en sfeerwisselingen. Hier en daar is het Engels van Alex Visser niet geheel accentloos, maar dat maakt hij goed met Fish-achtige zanglijnen en de nodige dramatiek in zijn zang. De composities - geen enkele korter dan 7 minuten! - blijven afwisselend en worden niet dichtgeplempt met twintig lagen synths. Zo nu en dan had het net iets sneller gemogen, maar dat zal vermoedelijk aan onervarenheid in de studio gelegen hebben. ...And there is light smaakt in elk geval naar meer.
File Under: Met iets meer bescheidenheid een aardig begin
File Audio: [Change]
File Video: [Change (Quicktime)]
File: Sideways - ...And there is light
File Under: Nederlandse symfolichtje
File Audio: [fragmenten van alle songs]
Alias & Tarsier - Brookland / Oaklyn
Björk. Het is alweer twee jaar geleden dat we iets van haar hoorden, afgezien van pogingen om haar fans uit te melken door middel van schandalig dure heruitgaves en Greatest Hits-albums. Totdat haar nieuwe album verschijnt hebben we nu Brookland / Oaklyn, een plaat die doet denken aan Björk's muziek, door de elektrische tapijten van anticon-producer Brendon 'Alias' Whitney en de zang van Rona "Tarsier" Rapadas. De samenwerking tussen Alias en Tarsier werd op een opmerkelijke manier geboren: toen Tarsier de instrumentale plaat Muted (2003) van Alias hoorde ging ze daar gelijk teksten en zangmelodieën overheen bedenken. Die mailde ze naar Alias, die zo enthousiast werd dat hij voorstelde om maar gelijk een hele plaat samen te maken, waarvan Brookland / Oaklyn het resultaat is. Een leuk idee, maar wellicht de oorzaak van het grootste manco van de plaat: een gebrek aan spanning en variatie. Om nog maar eens op Björk terug te komen: een plaat als haar Homogenic wordt spannend doordat de rustige soundscapes van "Jóga" naast de keiharde beats van "Pluto" staan. Alias en Tarsier proberen wel soms wat pit in de plaat te brengen, bijvoorbeeld door raps te mixen in nummers als "Luck and Fear" en "Last Nail", maar het blijft toch allemaal redelijk op de vlakte. Wellicht dat Alias en Tarsier de volgende keer elkaar beter kunnen gaan inspireren in de studio dan via cyberspace.
File Under: Best mooi, maar eigenlijk vrij saai
File Audio: Veel muziek op MySpace.
Adam West - Longshot
Het kwartet van muzikanten dat Adam West telt is uitermate productief. Sinds hun oprichting in 1990 hebben ze op zich niet bijzonder veel full length cd's uitgebracht, maar het aantal 7-inch singles, 10 inches en unieke bijdragen aan compilatie-cd's is zo ongeveer onovertroffen. Zelfs voor een diehardfan lijkt het me vrijwel geen doen om alles wat Jake Starr en zijn mannen, vaak in kleien oplages uitbrengen, te verzamelen. Gelukkig beseffen de heren dat zelf ook en Longshot: Songs For Broke Players 2001-2004 is dan ook al de derde verzamelaar die Adam West uitbrengt in haar bestaan. Hebben de mensjes - en dat zijn er natuurlijk heel, heel veel meer dan degenen die wel alles bezitten - die niet alles in hun bezit hebben van Adam West wat gemist tot nu toe? Gedeeltelijk, want het blijft natuurlijk wel een zooitje allegaar zo'n verzamelaar. Zowel qua geluids- als songkwaliteit als. De invloeden van andere bands laat Adam West blijken uit de keuze van covers die ze op singletjes gebruiken voor de B-kanten. Ik vind het in ieder geval uiterst vermakelijk om Jake Starr, die volgens het begeleidend schrijven bij deze cd geen vocals bespeeld maar throat, Twisted Sister's "You Can't Stop Rock-N-Roll" te horen zingen. Zo heeft Dee Snider dat nummer altijd al willen horen, gok ik zo: de rauwe versie vind ik onweerstaanbaar. Hetzelfde geldt ook voor de andere covers op Longshots covers van Kiss ("Deuce") en Misfits ("Where Eagles Dare"). Met covers van Dead Boys en Uncle Sam laten deze vuige rockers bovendien blijken wel degelijk verder gekeken te hebben dan hun neus lang is en dat hun eigen nummers niet detoneren bij de covers geeft wel aan dat hun eigen materiaal ook dit voor elkaar is.
File Under: Geinige verzamelaars
Orthodox - Gran Poder
DUNNN........... Dunnn............. DUNNN............. Dunnn............. Dunnn..........
Orthodox doet aan doom. Hele trage, dikke, sludgy drone-doom. Met van die lange, alsmaar repeterende gitaarriffs en hele trage, opbouwende nummers. Zo staan er maar liefst vier nummers op de cd, ze weten er toch een dik uur mee te vullen. De ene song nog trager en smeriger dan de vorige. Met van die lange opbouwstukken. Ja, de kunst van het herhalen hebben ze goed door. Alsmaar harder en harder, een wall-of-sound die werkelijk alles verpulvert. Wat dat betreft hebben ze wel wat weg van die monnikspijen van SunnO))). Die zijn namelijk net zo langdradig. Om niet te zeggen strontvervelend. Want enig doorzettingsvermogen is wel vereist bij dit soort muzikale uitputtingsslagen. Je moet het maar aankunnen: minimale riffs tot aan het maximaal toelaatbare uitgestrekt, vervormde wanhoopszang, hier en daar een los-uit-de-pols-improvisatie van een snaarinstrument, zoemende versterkers en van die lange, trage opbouwstukken. Continu herhaald. En dat duurt, en dat duurt. U begrijpt, mijn kopje thee is het niet. Sorry. Drone-hippies en doom-liefhebbers met een open mind (en veel geduld) kunnen hier vast meer mee.
File Under: Drone-doom...met van die lange, trage opbouwstukken
File Audio: [Dronend op Myspace]
Couch - Figure 5
Ik kan me het nog goed herinneren. Tenminste, die ene opmerking dan. Tijd en plaats zijn me ontschoten. De naam van het bandje ook. We waren denk ik met een man of twintig, het barpersoneel incluis. We stonden allemaal in dezelfde straal van de denkbeeldige cirkel vanaf het podium. En muzikanten bijten niet. Echt niet. Die waren veel te druk op dat podium in de weer om zichzelf, gebogen over hun instrumenten, in het zweet te post-rocken. Traag dreigend naar een climax toe om vervolgens de opgebouwde muur van geluid weer zorgvuldig af te breken. 'Eigenlijk zijn het gewoon intro's zonder liedjes'. Dat was 'm. Die ene opmerking. Raak. Je zou het als iets negatiefs kunnen opvatten. Maar als het goed gedaan wordt is het juist bijzonder knap. Bloedspannend. Een intro dat zo goed in elkaar steekt en zoveel aan spanning opbouwt dat je het liedje niet eens meer nodig hebt. Hooguit een keertje loos gaan in een bevrijdende bak euforische herrie. Op hun vijfde album van het Duitse collectief Couch vinden we negen van dat soort intro's. Slechts enkelen daarvan herbergen die belofte van het liedje. Een onvervalste bevrijdende allesverzengende gitaareruptie is helaas nergens te vinden. Na de deconstructie van poging nummer negen blijf ik met een onvoldaan gevoel op de driezitsbank liggen. Snakkend naar een album vol met liedjes.
File Under: Negen intro's
File Audio: Waar denk je
Trespassers W - The Noble Folly Of Rock'n'Roll
Eigenlijk had ik vandaag tijd vrijgemaakt om een recensie te schrijven over The Noble Folly Of Rock'n'Roll van Trespassers W. Ik las echter net in de krant dat de geniale Syd Barrett is overleden. Dat doet pijn. Er was echter een tijd dat ik nog geen weet had van zijn bestaan. Ik ging toen naar de Middelbare School (begin jaren tachtig) en zat ook nog op dansles. Het was nog vrijwillig ook. We kregen de cha-cha-cha, de Engels wals, de tango en ook mijn favoriete dans de rock 'n' roll. Nu is het nooit zover gekomen dat ik mijn danspartner door de lucht kon gooien en weer opvangen, maar het rondtollen was op zich al leuk genoeg. Dit ging meestal op nummers uit de jaren '50 zoals die van Elvis Presley. Van psychedelica en lofi-muziek had ik nog geen weet. Wel dus van rock 'n' roll, ook al is de term inmiddels uitgehold. Het Haagse Trespassers W komt na een album over seks en eentje over drugs nu met een album over - juist ja - rock'n'roll. Ik ben echter met mijn gedachten bij Barrett. Ik moet hem echt uit mijn gedachten bannen, want de recensie wil ik vandaag nog de deur uit hebben. Cor Gout en zijn talrijke muzikanten kijken op The Noble Folly Of Rock'n'Roll terug op de jaren '50. Dus komen er onderwerpen voorbij als de Cadillac, Peggy-Sue, de jukebox en ook de onvermijdelijke dansleraar. Echte rock 'n' roll durf ik het niet te noemen, maar wel een liedjesalbum geïnspireerd op en met onverwachte wendingen als was er al psychedelica, avantgarde en lofi in die jaren. En bij wie zijn de laatste drie termen ook van toepassing? Precies: Barrett.
File Under: De Trespassers W -trilogie en mijn recensie zijn af
File Audio: [Do The Don't]
Thom Yorke - The Eraser
The more you try to erase me
The more, the more
The more that I appear
De laatste drie albums van Radiohead vond ik nooit meteen goed. Ik ben een The Bends-aanhaker, en als je mij vraagt welk nummer van Hail To The Thief er voor mij bovenuitsteekt zeg ik "A Wolf At The Door", want dat is kippenvel vanaf het begin. De moeilijkere nummers vergen trouw en volharding, zoals de meer Autechre-achtige als "Backdrifts" maar net zo goed "Let Down" uit 1997. Uiteindelijk word je daarvoor bijna altijd (extra) beloond. Uitzondering zijn de b-kantjes; daar zit sinds 2000 regelmatig prullaria tussen. Het richtsnoer om je aan op te trekken tussen het gepriegel blijft altijd de stem van iezegrim Thom Yorke, waarvoor in de jaren de gekste bijvoeglijke naamwoorden zijn verzonnen. En zo is het ook weer op zijn onverwacht verschenen eigen album The Eraser, dat hij samen met Nigel Godrich maakte. Ik tel twee instant-prachtige, naderhand opeens bijblijvende langzame nummers, "Analyse" en "Cymbal Rush", en iets slechts zit er sowieso niet bij. Iets echt abstract Autechre-achtigs ook niet, trouwens, ondanks het weinige gitaarwerk. Het album haalt af en toe het niveau van Hail To The Thief. Eigenlijk is The Eraser dus gewoon 'wat je verwacht had', maar dat is stiekem minder dan ik ervan hoopte. The Eraser klinkt uniek maar weinig urgent of agressief. Het is echt een persoonlijk album geworden, met opvallend open en politieke teksten - nouja, voor Thoms doen dan ("Atoms for Peace", "Harrowdown Hill"). The Eraser vereist geconcentreerd luisteren, maar is niet zo'n groeier als de voorgaande Radiohead-albums, omdat dit keer de gelaagdheid en afstandelijkheid daarvoor ontbreken. Toch weten alle nummers je ergens te betoveren, van dichtbij, als een subtiele bries in deze hittegolf die je meeneemt naar een oord met wolken en donderkoppen, schuimende golven en vervaarlijk spiedende slagschaduwen.
File: Thom Yorke - The EraserFile Under: Cola dark
File Video: "Cymbal Rush" live!
Mono - You Are There
Vorige week haalde ik mijn racefiets uit de schuur. Aan het zadel hing nog steeds het bewijs van deelname aan de Cyclosportive Velomediane, Claudy Criquielion uit 2004. Ookal wordt de honger naar asfalt nu wel weer aangewakkerd door de Tour de France, het komt er al tijden niet meer van om op die Giant Cadex te stappen en eens lekker een stuk te toeren. Geen rust, geen tijd, geen niks. Doodzonde, want ik heb altijd veel lol gehad aan het knallen op dat stuk carbon. Dat die fiets nu toch uit de schuur kwam, komt gedeeltelijk door het Japanse Mono. Hun nieuwe plaat You Are There is zo'n plaat die me er weer doet aan herinneren hoe verschrikkelijk mooi het is om Alpen- of Pyreneeëncols te bestrijden. Het traag aan je voorbijtrekkende landschap, geschetst door langzaam voortrekkende gitaarpartijen. Hameren op drums als de hartslag die je voelt beuken op je slapen, omdat je eigenlijk niet meer kunt. Scherpe bekkenslag als de warmte die je naar binnenzuigt en je longen lijkt te verbranden. De pompende, pulserende bas als de benen die gestaag de pedalen en het gestoken bergverzet rond laten malen. En vooral de euforie over het behalen van de top van bergen als de Mt.Ventoux of de Col d'Agnel. 's morgens vroeg, met alleen de wind die het gras in de bermen streelt en je eigen adem als metgezel. Jij bent daar, boven op de berg om vervolgens met ontzagwekkende snelheid je naar beneden te storten, het dal in. Op zoek naar een nieuw hoogtepunt.
File Under: Japanse endorfine.
File Audio: [The Flames Beyond The Cold Mountain]
File Audio: [Gelukkig niet in het Japans]
Two Gallants
'We gaan waar de muziek ons brengt'
'Het is niet altijd interessant te praten over de levens die vandaag de dag worden geleefd. Die hele digitale wereld is toch een beetje zielloos.' Aldus Adam Stephens, een van de twee Two Gallants uit San Francisco. Niet bepaald een quote die je verwacht van een band die zich vrij vertaald "De Rokkenjagers" noemt, naar een verhaal van James Joyce.
Maar het woordenboek geeft meer mogelijkheden. "Ridderlijk" en "nobel" bijvoorbeeld. Ook geen woorden waar je direct aan denkt als je tegenover de wat introverte en scruffy ogende twintigers zit. Maar wel woorden die passen bij de vervlogen tijden waarover ook schrijver Joyce verhaalde. Tijden van een leven in de marge en het recht in eigen hand nemen. Van echte, maar ook van falende mannen. Tijden van een zekere authenticiteit ook.
Lees verder..VA - Folk Off
Niet te ver van de uitgang, niet te ver van het podium, niet te ver van de tap, ik zocht een geschikt plekje in de overvolle zaal. Ik was maar net op tijd binnen. Op zich was ik best op tijd de deur uit gegaan, maar het was nog veel drukker dan ik verwacht had. Hoe vaak gebeurt het ook zo'n clash op neutraal terrein tussen twee folkgrootmachten als de Britse eilanden en Amerika? Het wás nog nooit gebeurd wist de aan een ferme joint zuigende jongeman naast me te vertellen. Daarom was hij hier ook en hij begon uit zijn blote hoofd de namen op te noemen die zo het strijdperk zouden betreden. Tunng, James Yorkston, Eighteenth Day of May en als hofdame voor de Britten Vashti Bunyan! Ik zag hem dromerig kijken bij het noemen van die naam. Hij - ik gok 22 - leek wel verliefd op deze invloedrijke singer/songwriter uit de jaren zeventig. Raar dat ze nu tegenover Animal Collective zou komen te staan, het bonte Amerikaanse gezelschap dat toch gedeeltelijk verantwoordelijk was voor haar opmerkelijke comeback. Na de Britse namen noemde de jongen ook de bekende namen op van de Amerikanen. Animal Collective - natuurlijk - Marissa Nadler, Richard Swift, Espers, Laura Cantrell, Mi and L'Au en met vanzelfsprekend als kopman Sufjan Stevens. Bij het noemen van die laatste naam klonk respect in zijn stem door. En terecht, want de cd's van Stevens zijn imposant. We praatten nog wat over de andere artiesten die ook op zouden treden en kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat zo'n wedstrijd toch maar ongepast was voor een in het algemeen vredelievend genre als folk. We hadden het nog niet tegen elkaar gezegd of Rob da Bank, de grote motor achter deze Folk Off!-clash betrad het podium, tikte op de microfoon en deed zoals geluidsmannen altijd doen: 'test, one two, test.' Alle blikken waren op hem gericht.. Wat zou hij gaan zeggen. 'Dames en heren, ik heb net overlegd met de artiesten, ze zien af van de wedstrijd.' - boegeroep en gefluit klonken uit de zaal - 'Ssst.. ssssst. De muzikanten hebben besloten dat ze in plaats allemaal een liedje, samen zullen spelen en dat we wel kijken hoe lang deze avond nog gaat duren.' Ik kan je verzekeren, bij een gemiddeld puberconcert wordt er niet zo hard gejuicht als er door deze uitverkochte zaal. En terecht.
File Under: De top van de New Folk & Psychedelica verzameld.
File Audio: [Folk that!]
MSTRKRFT - The Looks
He, jaaaaa! Eindelijk is The Looks uit! Het is een van de eerste electrohouseplaten van weer een hele nieuwe generatie, die het logische poppy robotdiscovervolg vormt op Vet Geluid-keizer Tiefschwarz en technostampert Vitalic. Soulwax liep met hun Nite Versions weer eens voorop en liet horen wat voor een lekkere lichte robotdisco je kunt maken met distorted gitaren. Alleen hadden zij zich dan weer teveel blindgestaard op de productie. Voor de lekkere melodieën moest je elders wezen. Zo kwamen het afgelopen jaar talloze geweldige singles en remixen uit van Justice, Digitalism en Kavinsky. Van die drie zult u nog veel goeds horen het komend jaar. Een andere prominente naam was MSTRKRFT; dat duo bestaat uit de bassist en de producer van Death From Above 1979 en bracht al een stuk of vijftien sterke remixes uit, van nummers van Bloc Party tot aan Wolfmother toe. Iedereen die het mp3-wereldje en MySpace een beetje bijhoudt heeft zeker de helft allang gehoord, en heeft zelfs heel het prima The Looks al een maand in huis. Het was dan ook niet zo moeilijk om al in april de geschift blije hitsingle "Easy Love" op de lokale draaitafels te leggen. Nou, daar wordt een beetje discotheek heel gelukkig van, kan ik u vertellen. En nu het ding dan eindelijk uit is, de eerstvolgende platenzaak die mij tegenkomt óók.
File Under: Another killer on the dancefloor
File Audio: Hipster-alert!
File Video: "Easy Love" op de site en "Work On You" hier
Vertigo - 2
Soms vraag je je af wat er gebeurd zou zijn als je niet die ene beslissing had genomen waarmee je je leven omgooide. Joseph Williams heeft dat vast ook gedacht. Als zoon van vermaard soundtrackcomponist John Williams werd hij omringd door muziek. Hij was als broekie zanger van Toto in de commercieel succesvolste dagen met het album The Seventh One toen hij besloot te vertrekken en het als acteur te proberen. Dat werd geen succes, maar hij wist zijn brood te verdienen als componist van muziek voor film en televisie. In 1993 vroeg Frontiers-baas Perugino hem voor een AOR-project met zijn huisproducer en -bassist Fabrizio Grossi (Glenn Hughes, Starbreaker) en daar is nu een vervolg op uitgekomen. Hoewel de bezieling nog wel eens wil ontbreken in van die typische projectalbums, is dat hier bepaald niet het geval. Williams heeft een aantal topmuzikanten tot zijn beschikking, want naast Grossi zitten drummer Virgil Donati (Ring of Fire, Soul SirkUS) en Alex Masi in de band. Daarnaast staan er gewoon puike songs op dit album. Wanneer je de goede maar vrij nasale stem van Joseph Williams geen probleem vindt, heb je hier dan ook een heerlijk album aan. Luister maar eens naar "In the blink of an eye" of "Holy". Lekker stevig gitaarwerk, Williams in vorm en geen overmaat aan ballads. De drums hadden iets minder blikkerig gemogen, maar dat is maar een kleine aanmerking bij een album waar verder eigenlijk alles aan klopt.
File Under: Zeer geslaagd project
File Audio: [In the blink of an eye] [meer fragmenten]
Strapping Young Lad - The New Black
Het is typisch weer een geintje voor metal maniak Devin Townsend: op The New Black, de nieuwe cd van Strapping Young Lad, bespeelt hij alle gitaren die je linkerspeaker geselen. Uit de rechter komen de denderende partijen van zijn minstens zo maniakaal snarenverslindende maatje Jed Simon. The New Black verschijnt opvallend snel na Alien, dat nog maar een krap jaar oud is. Het schijnt iets te maken met het platencontract waar Townsend graag klaar mee wil zijn om Strapping Young Lad voorlopig even in de koelkast te kunnen zetten. Dit betekent overigens niet dat The New Black een snel afgeraffeld geheel is geworden. Integendeel, het niveau op The New Black is zoals gewoonlijk bij deze heren weer extreem hoog. Wel is The New Black een meer divers en daardoor ook wellicht makkelijker - er komt zelfs trompetten en heldere vrouwenzang voorbij! - te verteren album geworden dan Alien. Voor zover zoiets bestaat bij een cd van Strapping Young Lad. Gelukkig zijn er natuurlijk nog altijd verbluffende blastbeats van drummonster Gene Hoglan die af en toe weer ronduit adembenemend zijn; je vraagt je echt af hoe iemand dit doet met slechts twee armen en benen. Toch is The New Black het Strapping Young Lad-album geworden dat het meest in de buurt komt van het geluid van de soloalbums van Devin Townsend en waarbij ik vaak aan City uit 1997 terug moet denken. Geinig is om een nieuwe versie van "Far Beyond Metal", dat tot nu toe alleen maar op het live-album No Sleep Till Bedtime te vinden was, terug te horen op The New Black. Net zoals zo vaak bij Townsend een nummer dat goed is voor een enorme grijns op je smoelwerk. Ik hoop dan ook dat Strapping Young Lad niet voor eeuwig in de vriezer blijft, daar is deze band veel te bijzonder voor.
File Under: Far Beyond Metal.
File Audio: [Ja, baas]
The Wedding Present - Search For Paradise
Dave Gedge heeft best wel een lelijke kop. Dat is zo'n beetje de enige conclusie die valt te trekken na het bekijken van de videoclips van The Wedding Present. De weinig originele lowbudget clips voegen weinig tot niks toe aan de singles van het vorig jaar verschenen comeback album Take Fountain. Allen ademen een jaren negentig indie sfeertje uit. Daarbij wordt zo regelmatig ingezoomd op het schots en scheve fietsenrek van de heer Gedge dat het wellicht alleen interessant is voor een student tandheelkunde. Positieve uitzondering is het in Amsterdam gefilmde clipje bij de sobere live uitvoering van "Perfect Blue" in Paradiso. Om het maar even in een aloud cliché te vangen: vooral leuk voor de fans. Dat geldt in principe ook voor de verzameling singles en B-kantjes. Dat restmateriaal is verre van slecht maar het zijn niet voor niets B-kantjes geworden. De volgzame fan zal deze singles waarschijnlijk al lang zelf hebben aangeschaft en moet het doen met drie niet eerder verschenen akoestische versies, twee van de eerder genoemde clips en een stukje 'behind the scenes'-footage. De niet-fan is nog steeds beter af met het album Take Fountain. Zoals zo vaak bij dit type verzamelaars rijst bij mij de vraag wat nu precies het nut ervan is. Ik kan helaas niks anders verzinnen dan voer voor de fanatieke fan.
File Under: Leuk voor de fanatieke fan
Max Sedgley - From the Roots to the Shoots
Max is drummer, dj en producer, maar voornamelijk drummer. Dat was Max al toen hij nog een klein Maxje was. Drummer dan. En daarna werd hij ook nog dj en producer. Omdat ie gewoon heel veel kan, zeggen de mensen. En Max werkt hard, dus Max doet heel veel van wat hij heel goed kan. Eerst drumde hij alleen. Bij de groten hoor: Roni Size, King Kooba, Organic Audio & Noel McKoy. Allemaal dansmannen. Maar Max wilde meer. Daarom heeft Max nu een plaatje. Het plaatje opent met het beste nummer, "Happy", dat Max al heel lang geleden maakte. Het werd in 2004 gebruikt als muzikale omlijsting bij het Engelse voetbalelftal. Misschien dat het nu de mensen nog bekend in de oren klinkt. Zelfs de mensen overzees. Max wilde een zomerplaatje maken. Met van alles een beetje. Een beetje disco. Een beetje p-funk. Een beetje breakbeat. Een beetje house. Een beetje hiphop. Maar door van alles een beetje te doen, hangt de plaat van beetjes aan elkaar. Dat was Max vergeten. En als hij dan nog eens een plaat vol singles had gemaakt, dan was het niet erg. Dan kon de promo de prullenbak in en dan kon hij lekker op vinyl zijn dansplaatjes een voor een gaan uitbrengen. Na "Happy" volgen dan bijvoorbeeld "Celebrity" en misschien nog "Déjà vu". Maar eigenlijk volgt daarna niks meer. Max ligt nu in bed. Zijn zonden te overdenken. Het is dan wel een zomerplaatje geworden, maar het is niet helemaal gebrandmerkt door zijn talent, door zijn hand. Hij baalt. De plaat is ook nog eens iets te gladjes...
File Under: Een gladde zomerdansplaat. P-funk en dan nog van alles een beetje.
Greg Graffin - Cold As The Clay
Ik had er zo op gehoopt dat hij hetzelfde kunststukje zou flikken als Bruce Springsteen eerder dit jaar deed. Het is toch één van mijn weinige idolen en zo iemand gun je het beste. De ingrediënten waren ook aanwezig - in een paar dagen een aantal traditionals en wat nieuwe folky nummertjes opnemen met wat goede bekenden/vrienden - maar blijkbaar pakt dat toch niet altijd even goed uit. Bad Religion zanger Greg Graffin probeerde met de plaat American Lesion één keer eerder iets solo met gevoelige liedjes en dat was, om het netjes te zeggen, niet echt een succes. Op de schitterende pianocover van "Cease" na, eerder opgenomen als punkrockstamper, was het allemaal nogal saai en bloedeloos. Dit keer zou het met Cold As the Clay allemaal anders worden en daar verheugde ik mij dan ook heel erg op. Met Bad Religion zielsverwant Brett Gurewitz als producent zou een écht folkalbum opgenomen worden en Graffin zou bewijzen dat hij heus wel meer kan dan harde gitaarmuziek overzingen. Een folkalbum is het ook geworden, inclusief de onvermijdelijke banjo en madoline, maar daar is ook alles mee gezegd. Hooguit het titelnummer kan mij bekoren en verder verzandt de plaat in een soort oubollig geneuzel waarvan in mij niet kan voorstellen dat iemand er veel plezier aan beleeft. Opeens valt het op dat die stem, die zo fantastisch op zijn plek is op al die mooie punkalbums, helemaal niet zo bijzonder is en al zeker niet in staat om een hele CD met luisterliedjes te dragen. Kappen dus met die ongein en hup, als de wiedeweerga de studio in om een nieuwe plaat met zijn bandje te maken!
File Under: Iets met een schoenmakers en een leest
File Audio: [Hier staan twee liedjes]
David & The Citizens - Are You In My Blood? (EP)
Sommige plaatjes hoef je niet veel woorden aan vuil te maken. Die zijn gewoon zoals ze zijn. Niet wereldschokkend fantastisch, niet bedroevend slecht. Gewoon lekkere rechtdoorzee indiepop. Are You In My Blood? van het Zweedse David & The Citizens is er zo een. De EP bevat vier vrolijk stemmende up-tempo gitaarpopliedjes en een ballad, waarvan de titeltrack en single er meteen uitspringt. De sound hangt een beetje tussen Amerikaanse nerd-punk van bands als Nada Surf en meerstemmige classic Britpopzang, waarmee maar weer eens bewezen wordt dat de Scandinaviers daar erg goed in zijn (al verraadt dat scherpe eind-esje in hun verder onberispelijke Engels het toch altijd weer). Soms aangelengd met saxofoon en een orgel completeert David & The Citizens hun eigen geluid. In hun thuisland is dit kwartet heel populair. Of het ze met deze ep ook in de rest van Europa lukt durf ik me af te vragen. Als voorproefje van een later dit jaar verschijnende complete cd maken ze met dit plaatje in ieder geval een voorzichtige start. Als er op die cd meer groeibriljantjes als ballad "Sometimes Forever", met een scherp scheurend gitaar die de melancholie van de song perfect ondersteunt, staan heb ik er al een stuk meer vertrouwen in.
File Under: Gewoon lekker indie-plaatje
File Audio: [Hiero]
Wide Mouth Mason - Shot Down Satellites
Ergens rond mijn achttiende, in 1998, was ik fan van de Worldwide Rockshow, een radioprogramma op de Britse legerzender BFBS, gepresenteerd door Kal Sutherland. Op mijn eerste studentenkamer had ik geen kabel, dus geen Kink FM, en we zaten nog in het podcastloze tijdperk, dus was ik erg blij met de twee uurtjes onbekende muziek in de ether per week. Kal's radioprogramma barstte van de Noord-Amerikaanse radiorock, met die eeuwige Def Leppard en Our Lady Peace, maar hij draaide ook de leukere (destijds nog punkige) Engelse bandjes, zoals Feeder en A. Een aantal tracks van het vorig jaar uitgekomen album van het Canadese rocktrio Wide Mouth Mason zou er perfect tussengepast hebben, destijds. De band begon in 1995 en qua sound zijn ze op Shot Down Satellites ongeveer even veel veranderd als Balkenende-III. Aan het genre wordt geen flinter toegevoegd: de schelle zang hebben we eerder gehoord, de riffs zijn dertien uit een dozijn, kortom, de liedjes rocken simpel rechttoe-rechtaan je oor in en uit. Dat maakt Shot Down Satellites nog geen slechte plaat, al schijnt dit wel het meest commerciële WMM-album tot dusver te zijn. De uptempo single "I Love Not Loving You" is lekker om het hoofd op mee te deinen, en ook de Alice in Chains-ripoff in het titelnummer en de aanstekerballad "Rust" kunnen me best bekoren, zo lang ik ze tenminste niet te vaak hoor. Wel zonde vind ik dat de band overal saai binnen de lijntjes kleurt; de solo in "Worse Than Before" kan honderd keer vuiger, "Unfolding" leunt echt te veel op één riff en "Eleven" lijkt wel een matige cover van Supergrass. Jongens, ik wil meer bezieling!
File Under: Hap-slik-weg gedateerde middelmaatrock uit Canada
File Audio: "Eleven", "Rust" en "I Love Not Loving You"
Kevn Kinney's S.T.A.R. - Comin' Round Again
Kevn Kinney ontdekte ik pas bij zijn vorige album, Sun Tangled Angel Revival. Dat album eindigde prompt in mijn jaarlijstje en zou nog wat plaatsen hoger staan als ik het lijstje nu zou moeten maken. Er is nu een opvolger voor dat album, Comin' round again, vooralsnog alleen in Nederland uitgebracht bij het nieuwe Nederlandse label Rosa Records van promotor Robbie Klanderman en Sportweek-hoofdredacteur Frans Lomans. Het recept voor dit album is weinig anders: Americana in songs die verraderlijk eenvoudig lijken, maar intussen kleine pareltjes zijn in compostie én uitvoering. Luister maar eens naar "40 Miles of mountain road", dat als een gestaag voortdenderende trein naar het einde jaagt. Of "Blues on top of blues", waarin Kinney's 14-jarige zoon Tyler fraaie harmonicapartijen ten beste geeft en waarin nog even een verwijzing naar "All you need is love" van The Beatles voorkomt. Het niveau van het vorige album haalt Comin' round again net niet. Daarvoor zijn twee zaken verantwoordelijk: het iets minder warme geluid en het feit dat er deze keer een paar songs tussen staan die aardig zijn, maar geen voltreffer genoemd kunnen worden. De warmte mis ik vooral in de zang. Bij Sun Tangled Angel Revival leek Kinney met zijn schuurpapieren strot recht voor je te zitten, terwijl op dit album de zang wat meer naar achteren gemixt lijkt. Die zang is overigens nog steeds kippenvelveroorzakend intens. En ach, wat die voltreffers betreft: acht voltreffers op een album met 11 songs, daar zouden de meesten voor tekenen...
File Under: Americana boordevol doorleefde passie
Setherial - Death Triumphant
Blackmetal-liefhebbers discussiëren erg veel over wat nu wel en niet goed is. Sommigen willen het snel, anderen weer langzaam. De één houdt van melodieus, terwijl de ander van eindeloos gebeuk houdt. Wel of geen keyboards, heldere of toch liever een authentieke productie. Rauw of atmosferisch, terug naar de basis of juist weer experimenteel en zo kan ik nog wel even doorgaan. Blackmetal is kennelijk heel persoonlijk, persoonlijker dan andere metalstromingen . Een genre dat teruggrijpt naar oergevoelens. Gevoelens die vaak diep verborgen liggen en moeilijk bereikbaar zijn. Wat bij de één werkt, zal bij een ander alleen maar een averechts effect hebben. Er is eigenlijk maar één test om vast te stellen of het gebodene bij jou de juiste snaar raakt en dat is luisteren. Ik kan alleen maar voor mijzelf vaststellen of het werkt en Death Triumphant van het Zweedse gezelschap Setherial mist bij mij zijn uitwerking niet. Het grootste gedeelte van het album bestaat uit voortrazende en agressieve songs, zij het dat er af en toe wat gas wordt teruggenomen en er ruimte is voor midtempo-stukken en technisch vernuft. Nieuwe zanger Infaustus heeft een verstaanbare strot, iets wat ikzelf als een pluspunt beschouw. Setherial heeft ook nu weer geen behoefte aan experimenten of ellenlange intermezzo's en blijft trouw aan de basis. Een helder geproduceerde basis wel te verstaan, je bent dus gewaarschuwd als je daar niet tegen kan. Ik hou daar echter wel van en dat maakt deze cd een genot om naar te luisteren. En luisteren is precies wat je moet doen als je echt wil weten of je moet hebben of niet.
File Under: Voor mij werkt 'ie.
Glow - Gone, But Never Forgotten
Ik weet niet precies hoe en wanneer het gebeurd is, maar op de één of andere manier is de lompe rock uit de jaren zeventig weer helemaal hip. Vooral Wolfmother scoort momenteel met een plaat die zomaar dertig jaar geleden gemaakt had kunnen zijn en langzaam maar zeker volgen er meer bands. Het Spaanse Glow moet het vooralsnog doen met een plaat in eigen beheer maar het zou mij verbazen als Gone, But Never Forgotten niet snel door een maatschappij wordt opgepakt. Moet Wolfmother het met name hebben van de hysterische Robert Plant-ige zang en de vrij snelle stamprock hebben, Glow schroeft nog een paar tandjes terug naar het tempo dat we vooral kennen van de oude Black Sabbath. De eerste tonen van de plaat zijn zo onheilspellend traag en laag dat ik echt zit te wachten op de kerkklokken van Sabbath Bloody Sabbath. Die klokken blijven uit maar al die ander Sabbath handelsmerken - roept iemand daar riff? - zijn uitvoerig vertegenwoordigd. Doordat het allemaal zo traag en loom is schurkt het ook nog een beetje aan tegen de steenmuziek van Kyuss en, in mindere mate, Queens Of The Stoneage. Enige minpunt is de veel te magere productie en het doffe geluid, ongetwijfeld te wijten aan het beperkte budget, maar het zij ze vergeven. Zo meedogenloos goed als Wolfmother is het (nog) niet maar als zelfs een stelletje do-it-yourself Spanjolen al tot zo'n plaat in staat zijn staat ons nog heel wat leuks te wachten wanneer de revival écht doorzet.
File Under: Gouden tijden herleven
File Audio: [Stone Circle]
Puffy AmiYumi - Splurge
"Don't call me if you listen to country" is mijn favoriete stukje tekst op Splurge, want ik denk daarbij altijd met weemoed terug aan de tijd dat ik zelf mijn vrienden uitzocht op de mate waarin hun muzieksmaak overeenstemde met de mijne. Die dagen liggen ver achter me, en ik heb inmiddels Sufjan Stevens-fans onder mijn beste vrienden. Maar toch. Toch had het iets moois. Er is nog meer dat 'Tienerjaren! Denk terug aan je tienerjaren!' schreeuwt aan Splurge, en ik vermoed dat dat de voornaamste reden is voor mijn obsessieve liefde voor het album. Zo zijn er bijvoorbeeld ouderwetse punkrockmomenten (producers op Splurge zijn onder andere Jon Spencer en Dexter Holland) die doen denken aan hoe je door je kamertje heen en weer sprong omdat je een vier stond voor natuurkunde. En melodieuze glittermomenten die horen bij een schoolfeest in de aula, waarbij er tegen het einde van de avond confetti uit de lucht viel, en je met omhooggehouden handpalmen naar boven tuurde. Wachtend tot de dj ('de dj' hier zijnde 'Melvin uit de vijfde') voor de laatste keer wat onmiskenbaar Europese beats dropte. En meer van dat. Maar Puffy AmiYumi heeft meer dan alleen een nostalgische waarde, want de twee eeuwigdurende tienermeisjes hebben in de afgelopen tien jaar vrijwel eigenhandig de Shibuya-kei naar het grote publiek gebracht. Wat niet per se een goede ontwikkeling is, maar hoe kun je een band wier laatste cd een liedje bevat over het willen zijn van een mol in godsnaam iets kwalijk nemen? Nee maar echt, hoe?
File Under: Punkrock voor bij een melkliga
File Video: [Mogura Like][Tokyo, I'm On My Way] [Nice Buddy]
VA - The Pet Series Volume 5 (The Rabbit)
'Ik heb gisteren jullie konijn nog gezien, het gaat goed met hem.' De vader van mevrouw Storm zei het vorig weekend tegen me en het deed me deugd dat te horen. Stiekem waren we best wel gehecht geraakt aan dat in ons huis rondhobbelende konijn. Goed, we verfoeiden hem wel als hij weer eens aan een kabeltje of plint knabbelde, of een keuteltje rond liet slingeren, maar het grootste deel van de tijd was het een heel gezellig huisdier. Hij paste zelfs heel mooi bij de kleuren van de marmoleum vloer en de rest van de inrichting van ons huis. Zijn huis. Met pijn in ons hart namen we afscheid van hem toen bleek dat Junior heel erg allergisch voor hem was, maar we zochten wel een heel goed huis voor hem. Gezellig bij een ander konijn (een vrouwtje) peuzelen aan brokjes en hooi, in een heel ruim hok. Ik denk niet veel aan hem, maar als ik dat wel doe dan word ik toch altijd een beetje melancholisch. Bijna net zo melancholisch als de stuk voor stuk ingetogen liedjes op dit vijfde deel van The Pet Series, dat als titel The Rabbit meegekregen heeft. Solo (het mooie "I've Heard This Before"), Safe Home (met het Spinvis-achtige "Nog Niet Voorbij"), audiotransparent en Anderson (ook allebei met innemende liedjes) zijn de bekendste artiesten op deze verzamelaar. Het mooie echter aan deze dierenserie van het Nederlandse label Volkoren is dat er juist ook plek is voor onbekende artiesten en dat deze zelden (en op deze aflevering zelfs helemaal niet wat mij betreft) kwalitatief onderdoen voor de liedjes van de grote namen die met hun konijnen op de foto gingen en niet eerder uitgebrachte liedjes ter beschikking stelden.
Weet je wat? Omdat we zo van konijnen houden doen we weer een prijsvraag! En geven een stapeltje Rabbits weg! Hoera! Hoera! Hoera! Met grote dank aan de mijnheren van Volkoren.
File: VA - The Pet Series 5, The RabbitFile Under: Intieme liedjes verzameld.
Stream of Passion
Stream of Passion, zo had eigenlijk ieder project van Arjen Lucassen wel kunnen heten. Al zijn projecten lijken geboren te zijn vanuit passie voor muziek en dan vooral passie voor het maken van muziek met mensen waar Arjen zelf bewondering voor heeft.
Toen Lucassen voor zijn laatste Ayreon-album (The Human Equation) op zoek ging naar relatief onbekend talent reageerden velen op zijn oproep om materiaal te sturen, waaronder de Mexiaanse zangeres Marcela Alejandra Bovio Garcia. Toen hij opnames van haar hoorde stond het kippenvel op zijn armen. Met haar moest en zou hij in zee gaan.
Lees verder..Akira Kajiyama + Joe Lynn Turner - Fire without Flame
Moeiteloos onthoud ik allerlei namen van bands, muzikanten, producers, engineers en koffiejuffrouwen die hun medewerking verlenen aan de albums die ik in m'n kast heb staan. Behalve als het Japanners zijn. Voor mij heten ze allemaal Suzuki of Kawasaki. Best lullig, want van Amerikanen heb ik ook niet het idee dat ze allemaal Smith of Jones heten. En toch kom ik niet verder dan "Akira Kawasaki" van Loudness en "die knakker van TMG". Akira Kajiyama gaat geheid "die vent van Joe Lynn Turner en Glenn Hughes" worden. Terwijl hij toch een heel aangenaam plaatje heeft afgeleverd, dat ik zeker nog wel eens uit de kast zal trekken. Kajiyama - eerder gitarist bij het Hughes Turner Project en bij solo-albums van Turner - heeft alles op dit album zelf ingespeeld en hij heeft verder alleen Joe Lynn Turner nog ingeschakeld om de zang voor z'n rekening te nemen. Dat het zo nu en dan behoorlijk op Rainbow lijkt mag geen verrassing heten. De aanwezigheid van Turner's herkenbare stemgeluid en stijl én het genre - goed in het gehoor liggende rock met melodieus gitaarspel - zorgen daar wel voor. In sommige deuntjes zijn ook typische Blackmore-gitaarlijntjes te horen. Dat neemt niet weg dat Kajiyama's stijl van spelen anders is, zodat het geen complete rip-off wordt. Eén ding had Kajiyama beter niet zelf kunnen doen: de drums. Niet dat die genant slecht zijn, maar je mist de subtiliteit en variatie die een echte drummer zou kunnen aanbrengen. Misschien zou die er ook meer oor voor hebben hoe het drumgeluid hoort te klinken. In elk geval niet zoals het kale geluid dat op dit album te horen is. Dat is echter de enige serieuze kritiek op dit album. Heb je het een en ander van Joe Lynn Turner in de kast staan, dan moet je dit album zeker eens beluisteren. Ik ga nog even op de naam oefenen.
File Under: Akira Kasija...Akira Kiwaja...die vent van Joe Lynn Turner en Glenn Hughes
Nick Castro & The Young Elders - Come Into Our House
Nick Castro heeft met zijn nieuwe cd Come Into Our House er een afgeleverd waar ik gedurende de tijd dat ik 'em draai een beetje een haat-liefdeverhouding mee ontwikkeld heb. Heb ik de rust in mijn lijf om geconcentreerd te luisteren en (en dat is dus echt iets heel anders) is er weinig ander geluid dat me hindert, dan kan ik namelijk best genieten van de idyllische liedjes die Castro maakt samen met zijn nieuwe band The Young Elders. Maar om bijvoorbeeld uiteindelijk uitbundig te kunnen genieten van het klaterende water dat volgt op bijna negen minuten van om elkaar heen dartelende en afwisselende instrumenten zoals dat heel geleidelijk en subtiel gebeurt in het instrumentale "Voices From The Mountain" moet je niet afgeleid worden. En laat dat nou bij mij maar hoogstzelden het geval zijn. Vrijwel altijd zoemt er wel een PC, trein, telefoon, kinderen, vriendin of weet ik veel wat mee op de achtergrond en dat irriteert me vooral als de lange zangloze nummers gaandeweg aan me voorbijtrekken. Die eisen van je dat je je concentratie vasthoudt om de mooie overgangen door een heel peloton aan obscure instrumenten te kunnen appreciëren. In de nummers waarin Castro (vaak samen met andere leden van zijn veelkoppige band) zingt heb ik dat wat minder, maar die nummers zijn nou juist weer een tikkeltje te braaf in de leer en daardoor wordt het op de lange duur saaie pastorale folk. Toch denk ik dat ik ergens op een verlaten Alpenweide op mijn rug in het gras liggend met deze cd in de diskman best behoorlijk in vervoering zou kunnen raken.
File Under: Folk voor in je uppie op een berg.
Damien Youth - Phantoms of Fabels
'Kun je echt niet beter een minidisc-speler nemen in plaats van die cassetterecorder?', vroeg ze toen nog. En ze had gelijk hoor. Mijn argument dat we ontelbaar veel bandjes hadden liggen, bleek na verloop van tijd niet echt steekhoudend. Nu staat dat ding een beetje troosteloos in een hoekje van de kamer. Onder de videorecorder. Niet eens aangesloten. Mijn laatste excuus was dat ik van al die verzameltapes nog wel een keertje cd-tjes zou gaan fikken. Yeah right. Bandjes draaien we nooit meer. Daarom is het maar goed dat ze bij Zygote Records de moeite hebben genomen om enkele cassettes die Damien Youth heeft uitgebracht op CD te zetten. Psychedelische liedjes met een tik. Uiteraard stuk voor stuk lekker lo-fi opgenomen. En als het een beetje sleept, dan hoort dat zo. Een van de nummers draagt de titel "I Know Where Robyn Hitchcock Lives". En volgens mij gaat Damien dan ook regelmatig bij hem op de koffie (of thee, natuurlijk). Phantoms of Fabels deed me namelijk meteen denken aan wat ik al eerder hoorde op Hitchcock's doe-het-zelf albums. Hoewel Damien's muziek niet eens daarvoor onder doet, sloeg bij beluistering tegen het einde echter de verveling toe. Dat deed Hitchcock dan toch net ietsjes beter. Ach ja, die had het trucje op zijn beurt weer afgekeken bij de onlangs overleden Syd Barrett. The Madcap Laughs; mooi album was dat. Die heb ik volgens mij nog wel ergens op een bandje liggen.
File Under: Bij gebrek aan Syd Barrett
File Audio: [Zijn Spees]
Thursday - A City By The Light Divided
Ik weet nog goed hoe het begon: een van mijn vrienden stond rood aangelopen aan de deur. 'Dit MOET je horen!' riep hij, liep rechtsreeks naar mijn stereo en pakte de toen nieuwe Thursday (Full Collapse uit 2001) uit zijn discman en stopte hem in mijn speler. Binnen een paar seconden was ik gevloerd. Wat een ongelooflijk goede band vond ik dit! Melodieuze emosongs, voldoende hardcore, excesssief geschreeuw en geweldige zang. Een jaar lang was ik echt hooked. Opvolger War All The Time viel me echter zo tegen (ondanks de gelikte producte kan ik me nauwelijks vier deunen voor de geest halen) dat ik ze uit het oog verloor. Vorig jaar verrasten ze me gelukkig weer met een spetterende Buzzcocks-cover, en nu is er dan de nieuwe. Een echte make-or-break-plaat. En ze maken het. Poppier en tegelijk extremer dan ooit. Het beste van vroeger in combinatie met de strakke sound van de vorige plaat, met ruimte voor afwisselende invulling. Zoals in de messcherpe screamo in "At This Velocity", poppy en zanggericht in "We Will Overcome", spannend in "Running From The Rain" en gewoon geniaal in "Counting 5-4-3-2-1". Totaal-emo waar de concurrentie nog een puntje aan kan zuigen. Eindelijk zet Thursday neer wat ze altijd al in zich hadden, en klopt het hele plaatje.
File Under: Totaal-emo
File Audio: [ MySpace]
The Ipanemas - Samba Is Our Gift
Goed, een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, maar een samba-album dat je eind februari ontvangt is als het proberen binnen te komen op de miljonairsfair in een zwerverskloffie: volstrekt belachelijk. Samba en bossanova - en zeker van het relaxte soort zoals Wilson Das Neves en Neco maken - is in mijn optiek gemaakt voor deze mooie zomermaanden, als je 's avonds na dag van werken in een zogenaamd top gekoeld of airconditioned kantoor op het terras achter je huis geniet van de laatste slierten zomerzon. Daarbij is het me om het even of ik hap in een vers gezette kop cappuccino of slurp aan een tintelfrisse cocktail of koud biertje. Het gaat om het pakken van mijn moment net als in een Nescafé-reclame, maar dan met lekkere koffie en betere muziek. Nou, daar leent de combinatie van mijn kekke koffiebonenverpulveraar, nieuwbakken liefde voor Grolsch Weissen en de cd Samba Is Our Gift van The Ipanemas zich dus perfect voor deze warme zwoele avonden. Als je de cd opzet in je huiskamer is het net of de twee oude mannen - qua leeftijd en mate van legendarisch zijn, zijn ze een beetje de Braziliaanse tegenhangers van de krasse knarren van Buena Vista Social Club - en hun bandmaten daar zitten te spelen voor jou. Die waardering mijnerzijds geldt vooral voor de liedjes waarin door Neco of Wilson gezongen wordt. De instrumentaaltjes gaan me ondanks het mooie snarenwalsen van Neco en het verfijnde drumspel van Wilson na verloop van tijd toch een beetje tegenstaan. Om dat te waarderen heb ik denk ik toch echt uitzicht op een onbewolkte hemel en sneeuwwitte stranden nodig.
File Under: Laidback krasse knarren Bossa Nova en Samba
Trashlight Vision - Alibis And Ammunition
Trashlight Vision bewandelt op debuutalbum Alibis And Ammunition een dunne lijn. Ze zoeken hun inspiratie duidelijk bij grootheden als The Ramones en The Clash, in combinatie met vuile jaren tachtig Rock als Mötley Crue en aanverwanten. Op zich een gewaagde combinatie, was het niet dat ze hun liedjes volledig laten afhangen van één (of soms twee) gitaarlickjes en slingeren hierdoor steeds tussen opwindend en saai heen. Wanneer het riffje goed is, is het nummer dat er aan opgehangen wordt prima te pruimen maar helaas is dit te weinig het geval. Meestal heb ik het na een minuut herhaling wel gehoord en begint hier de verveling toe te slaan. Ook een cover van The Ramones' (die dit kunstje overigens heel wat beter beheersten) "Bonzo Goes To Bitburg" kan daar geen verandering in brengen. Het lijkt er sterk op alsof de band weliswaar een hoop goede ideeën heeft maar te weinig om daar twaalf liedjes van te bakken. Alles bijelkaar opgeteld en afgetrokken kom ik tot net genoeg materiaal om een goede EP samen te stellen. En als ik dan toch aan het zuurpruimen ben moet ook nog even gezegd worden dat ik er van overtuigd ben dat één en ander waarschijnlijk een stuk beter te pruimen was geweest met een productie waar wat meer tijd voor was genomen. Het lijkt er nu potverdikke op alsof ik de ruwe opnames zit te beluisteren, zo vlak en kaal klinkt het. Voor afgeraffeld huiswerk kreeg ik vroeger een onvoldoende.
File Under: Creatieve armoede
File Audio: [Hier twee liedjes]
Johnny Cash - American Recordings V: A Hundred Highways
Twee jaar heeft Rick Rubin er naar verluidt over gedaan om dit vijfde deel in de American Recordings-reeks te voltooien. De zangpartijen zijn opgenomen in de periode vlak na de dood van Johnny Cash's ega June Carter, maar de rest van de instrumenten zijn er later door Rick Rubin onder gezet. Met die kennis wordt in retrospect duidelijk hoe belangrijk zijn rol was bij de totstandkoming van dit majestueuze project. Want A Hundred Highways is een logische volgende stap. De gezondheid van Johnny Cash was zeer slecht toen deze tracks opgenomen werden en hij speelt zelf geen enkele gitaarpartij meer, maar het geluid en ook de keuze van covers (in dit geval bijvoorbeeld Gordon Lightfoot's "If You Could Read My Mind") en nieuwe versies van eigen, oudere nummers is ongeveer hetzelfde. Alleen die stem, die soms donderende, soms gebroken Stem van Johnny Cash: hier klinkt een man die berust en hoop heeft op een hiernamaals (opener "Help Me" en de naar verluidt laatste track die Johnny Cash geschreven heeft, "Like the 309", over de trein die zijn lichaam naar zijn laatste rustplaats zal brengen). Toch klinkt A Hundred Highways niet als een variant op My Mother's Hymn Book, de collectie religieuze songs uit de boxset Unearthed (ook separaat gereleased). Daarvoor klinkt A Hundred Highways te aards, te zeer gebonden aan het niet altijd even religieuze verleden van Johnny Cash. 'I'm free of the chain gang now', zingt hij in de gelijknamige track en dat moet maar troost bieden na zijn dood. Samen met het bericht dat Rick Rubin bezig is met de voorbereiding op het volgende deel in deze reeks monumenten voor een monumentale zanger, American Recordings VI.
File Under: Monumentale Platen
Tunng - Comments of the Inner Chorus
Zo'n mobiel van bamboe dat voor open deuren of ramen hangt bij sommige mensen, daar kan ik best wel slecht tegen. Zeg maar gerust dat ik het geluid vanaf het minste zuchtje wind al heel irritant vind. Daarom was ik niet onverdeeld positief toen de openingstrack van Comments of the Inner Chorus van Tunng begon met van die vervelende natuurklanken. Het verschil echter met een bamboebiel is dat dit intro spannender wordt, omdat het langzaamaan vergezeld wordt door een scala aan elektronica om te eindigen met de noodkreet "Break in the sun, till the sun breaks down!" en daardoor een opmaat vormt voor de rest van het album: mooie, lieve, zachte liedjes, ingezongen door de serene stemmen, niet zelden tweestemmig, van Sam Genders en Mike Lindsay begeleid door een akoestische gitaar en een paar handen vol Notwist-achtige fluisterelektronica. De combinatie van niet alleen de stemmen, maar ook de verschillende muzikale stijlen werkt op dit album misschien minder goed dan op de supermooie eersteling Mother's daughter and other songs - een paar liedjes zijn gewoon erg saai en vallen een beetje uit de toon - maar daar waar Genders en Lindsay op hun best zijn, stopt mijn hart eventjes met kloppen om maar niets van deze bosrijke fluistermuziek te missen. Of te verstoren. "Woodcat", "Jenny again" en "It's because. we've got hair" zijn liedjes waardoor je in elk geval zeker weet dat die bamboebiel zonder pardon het raam uit geflikkerd kan worden.
File Under: Bosnimfenmuziek van achter de bosjes
File Audio: [Woodcat]
Islands - Return To The Sea
Het is een grappig maar ook verwarrend iets wat de heren Jim Diamonds en J'Aime T'ambour - niet hun echte namen, maar dat snap je zelf ook wel - doen. Ze begonnen een band (The Unicorns), namen een heerlijke cd (Who Will Cut Our Hair When We´re Gone?) op, toerden een beetje en hieven de band op. Om met hetzelfde gemak weer een nieuwe band (Th' Corn Gangg) te beginnen die liedjes van hun oude band uitvoerde, maar dan met rappers in plaats van zangers. En nu zijn ze al weer een nieuwe band (Islands) begonnen en brengen met Return To The Sea - ik lees overigens consequent Islands Return To The Sea als titel en die vind ik veel mooier - weer een heerlijke cd. Op zich begrijp ik die verandering van bandnaam ook wel. Zo'n rariteitenkabinet als die cd van The Unicorns was, is Islands namelijk niet. Het zijn veel meer mooie en minder doldrieste, maar nog steeds niet-alledaagse popliedjes die de heren maken met Islands. IJzersterke popliedjes bovendien. Neem alleen al de negen minuten durende opener "Swans (Life After Death)" met zijn repeterende drumshuffle, het alleen al het om de titel geestige Shins-achtige " Don't Call Me Whitney, Bobby" of de eersteklas bijdrage van rap-vrienden Subtitle en Busdriver in het slepende "Where There's A Will There's A Whalebone". Het enige wat ik nu vrees is dat het ook voor Islands blijft bij deze debuut-cd, maar gezien het verleden van de heren ben ik niet bang dat er niet iets anders prachtigs op zal volgen.
File Under: Hun eerste en laatste maar toch heerlijke cd?
File Audio: [Een eiland vol vriendjes]
WHY?
'Be vulnerable!'
Zon. Hitte. Metropolis 2006. In de Waterfront-, Patronaat-, Mezztent is het ook heet. Zo heet dat een deel van het optreden van WHY? door velen net buiten de tent wordt gevolgd, in de schaduw. Zo heet, dat zanger Ioni Wolf na een paar nummers zijn lichtblauwe bloes uittrekt, teneinde gigantische zweetplekken te voorkomen. Hij heft zijn handen nogal eens ten hemel. Om zich te excuseren voor een afgezegd optreden in Nederland. Om te zeggen dat hij het fijn vindt dat hij er is.
WHY? is een van de hoogtepunten van de verder wat lauwe editie van Metropolis. Na het optreden spreek ik, in een veel te warme tent die als kleedkamer dient, met Ioni Wolf. Een knappe man, die met zijn snor en krullend haar, dat nu eens niet onder een hiphoppet of dito muts zit, wel wat weg heeft van een jonge Frank Zappa.
Lees verder..Casino66 - Deliver Light
Sleazerock en glamrock worden tegenwoordig vooral in Scandinavië gespeeld. Maar eerlijk is eerlijk, ze zijn er daar ook verdomd goed in. Ze slagen er vooral in een lekker rauwe livefeel mee te geven aan studio-opnamen. Hanoi Rocks kan het, Zan Clan ook en de jongste loot aan de sleaze-glambøøm heet Casino66. Zes mannetjes met plakkerige piekhaartjes, in nette, maar zorgvuldig nonchalant gerangschikte pakkies en een bestudeerd-arrogante blik. Jup, ze houden zich braaf aan de imagoregeltjes. Maar wat maakt het uit, het gaat om de muziek en die is heel prettig. Deliver Light heet het werkje, het is een EP en die bevat 5 songs. Zelf roepen ze heel bescheiden dat je het moet beluisteren wanneer "you like The Rolling Stones, Queen, Guns 'N Roses, Thin Lizzy or maybe even Belinda Carlisle", maar vooral de Engelse glam van Sweet en aanverwanten lijkt het geluid bepaald te hebben. Vijf songs van tussen de 3 en 4 minuten, met goeie hooks en refreinen, een lekker rauwe stem met de juiste gradatie verveling erin, Casino 66 houdt zich netjes aan de conventies. Net iets té wat mij betreft. Bij vijf songs is het nog hartstikke leuk, maar voor een heel album zullen ze net iets meer moeten brengen. Iets meer sleaze en iets minder glam lijkt me het recept. Er is echter ook goed nieuws: dat lijken ze ook wel in zich te hebben. Ik ben dus benieuwd naar een volledig album.
File Under: Verdomd løk
File Audio: [ MySpace]
Panic! At The Disco - A Fever You Can't Sweat Out
'He, zet die radio eens wat zachter,' klonk het van boven, 'de kinderen komen steeds uit bed van de herrie die jij op hebt staan.' Mevrouw Storm liet op niet mis te verstane wijze horen dat ik het volume een beetje teveel opgeschroefd had in de huiskamer. Toen de kids eenmaal sliepen en mevrouw Storm beneden was, kreeg ik nog een sneer en gelijk ook de vraag wat ik in godesnaam met deze puberale bubbelgumpop moest. Weet zij veel en daarnaast: sorry hoor, maar ik word echt een heel blij kind van Panic! At The Disco's eerste cd A Fever You Can't Sweat Out. Ergens eind vorig jaar al las ik een aardig vernietigende recensie op Pitchfork over deze plaat en heb het daarom - ik heb Pitchfork hoog zitten - verder maar genegeerd toen die hele Panic! At The Disco-hype later de kop op stak. Je moet weten dat als elke vriend (ruim één miljoen ondertussen!) van de heren op MySpace de cd gekocht had, dan waren ze al lang miljonair geweest namelijk. Maar nu ik min of meer per ongeluk toch hun cd te horen kreeg, ben ik toch behoorlijk besmet geraakt met het virus dat Panic! At The Disco verspreidt. Het rare is dat ik het deels best wel eens ben met de kritiek van Pitchfork, maar mijn hemel, wie hier stil bij kan blijven zitten is echt een hele zure droge pruim. Op een poppy, uptempo manier heeft Panic! een verschrikkelijk aanstekelijke vorm van, wat je met een beetje goede wil nog, emo zou kunnen noemen. Toeters, Cher-vocoders, elektro, chaos, samples, de hele rimram gooien ze door elkaar tot een grote springerige dolle boel. Heerlijk leeg amusement zou ik bijna zeggen, maar daar zou ik de heren gezien het overduidelijk wel aanwezige talent behoorlijk tekort mee doen.
File Under: Ik ben er goed ziek van :)
File Audio: [ MySpace]
Mahavatar - From The Sun, The Rain, The Wind, The Soil
Na enkele demo's te hebben afgeleverd heeft Mahavatar het voor elkaar gekregen om hun debuutalbum, From The Sun, The Rain, The Wind, The Soil, uit te brengen. Mahavatar is vanuit de straten van New York City ontsprongen toen de Jamaicaanse gitariste Karla Williams de krachten bundelde met de Israëlische vocaliste Lizza Hayson. Daar kwamen later nog twee internationale bandleden bij, bassist Szymon Maria Rapacz uit Polen en gitarist/vocalist Shahar Mintz eveneens uit Israël - momenteel zoeken ze nog een drummer. En dit zorgt uiteraard en gelukkig ook voor een geheel eigen sound en een mooie smeltkroes van stijlen. Met invloeden vanuit de jazz tot aan reggae en van blues tot aan tribal. En dat dan in een heel duidelijk en stevig rock- en metaljasje gegoten. Kortom vele stijlen vermengd tot een geheel. Gelukkig is het geen vreemde brij geworden, maar een goed samenspel tussen de diverse stijlen. Zangeres Lizza Hayson heeft ook nog eens een flinke strot, waarmee ze af en toe flinke grunts naar buiten gooit, waarbij je al snel de link legt met Angela Gossow, de zangeres van Arch Enemy. Verder lijkt haar stem soms op die van Guano Apes-zangeres Sandra Nasic, inclusief de af en toe scream-uithalen en het lekker rauw op je dak krijgen daarvan. En daarnaast doen sommige nummers me weer denken aan Senser, in "By The Numbers" bijvoorbeeld. De productie had misschien net iets beter gemogen, maar het geheel klinkt niet verkeerd, integendeel. Mahavatar weet hele originele, energierijke en eigenzinnige muziek te maken.
File Under: Metal gesmeed vanuit allerlei elementen
File Audio: [@MySpace]
File Video: [Deep Cobble]
The Advantage - Elf-Titled
Marketingtechnisch gezien komt The Advantage op precies het juiste moment met een plaat waarop ze muziek van oude Nintendo-spelletjes "analoog" uitvoeren. De generatie die opgroeide met Nintendo-spellen is op dit moment volwassen, kapitaalkrachtig en heeft behoefte aan nostalgie. Terwijl babyboomers voor de zoveelste keer een "Best of the sixties" -cd kopen kunnen de twintigers zich nu onderscheiden met iets heel anders: Elf-titled. Zestien Nintendo-"klassiekers" als Metroid en Bomberman vertolkt door een bandje in rock-bezetting. De transformatie van bliepjes en blopjes naar snaren en drums is fascinerend. Oude computermuziek heeft natuurlijk z"n charme (zoals bij bijvoorbeeld Commodore 64-muziek), maar op "echte instrumenten" hoor je pas de kwaliteit van de Nintendo-composities. Er zijn spannende baslijntjes, fantasierijke melodietjes en de sfeer van het spel wordt op de juiste manier in muziek omgezet. Vijftien jaar geleden had ik het waarschijnlijk te druk om de aarde te redden of skeletten neer te hakken om veel aandacht aan de muziek van een spel te besteden. Daar was één uitzondering op. Niet een stoer spel, zoals Castlevania of Batman, maar Ducktales. Zo geweldig was dat spel niet, maar de muziek van het "maan-level" was onvergetelijk en staat ook op Elf-titled. Dat nummer laat uitstekend horen dat de leden van The Advantage technisch goede muzikanten zijn: het riffje aan het begin van het nummer is duidelijk niet geschreven voor trage mensenvingers maar voor snelle computerchips. Toch krijgen de bandleden het klaar om het riffje met dezelfde schwung als het origineel te spelen. Elf-titled is een feest van herkenning en nostalgie maar laat daarnaast ook horen dat het herinterpreteren van bestaande muziek iets compleet nieuws kan opleveren.
File Under: 8-bit Nintendo klassiekers als gespeeld als rocknummers
File Audio: [Castlevania 3 medley], meer mp3s op de ongelofelijk lelijke Advantage website
Counting Crows - New Amsterdam: Live At Heineken Music Hall
Gatver, ik haat Hinnikenbier. Het is gedrocht. Objectief ben ik dan ook niet, want ik kom uit het Oosten. Daar houden ze nu eenmaal van dat merk met de G. Het spreekt dus vanzelf dat ik nog nooit in die bierhal in Amsterdam was. Ook al omdat ik niet van grote massa's houd. Ik was dus ook niet bij de concerten die de in ons land erg populaire Counting Crows op drie avonden in februari 2003 aldaar gaven. Dit was zelfs al voor de samenwerking met Bløf - die ik overigens nooit begrepen heb -, maar waarschijnlijk wel een nieuwe doelgroep aangeboord heeft. Misschien wel voor deze nieuwe lichting is er nu een dubbelcd uit is met een geknipte versie van deze avonden getiteld New Amsterdam: Live At Heineken Music Hall - wat zou het biermerk eigenlijk betaald hebben voor de vermelding van hun naam? -. Adam Duritz en zijn mannen putten voornamelijk uit materiaal van hun laatste studioalbum uit alweer 2002 Hard Candy aangevuld met een selectie van ouder materiaal. De normaal wel eens te lange monologen van de frontman zijn zo ongeveer verwijderd. Wat overblijft is een af en toe juichende menigte en vooral prachtig uitgevoerde niet rammelende uitvoeringen van de nummers. Door het knippen heb ik echter niet de indruk naar een live optreden te luisteren, maar naar een studio optreden met ingemixt publiek. Dat is jammer, maar door de samenstelling van de nummers is het voor de verzamelaars van live albums een prima aanvulling op de alweer uit 1998 stammende Across A Wire. Voor de nieuwkomer is het een prima kennismaking met de Amerikanen en voor de fan een aan te schaffen ding. Mocht je echter niet meer dan een liefhebber zijn dan kun je het album best laten. Eén nieuw nummer "Hazy" is een te magere aanvulling op de collectie. Bovendien is de band aan nieuw materiaal aan het werken en wie zegt dat dit ene nummer daar dan niet alsnog op staat.
File Under: En nu snel weer een studioalbum!
Quallofill - The Man Who Likes Trouble
Het uit Limburg afkomstige Rotterdamse duo Quallofill won in 2004 de derde prijs van de Grote Prijs van Zuid Holland Singer-songwriter. Toch kun je hun muziek lastig als singer-songwriter omschrijven. De liedjes zijn niet zozeer verhaaltjes als wel collages van geluidjes met sferische zang. Dat zegt eigenlijk nog weinig, maar wanneer je weet dat Quallofill een synthetisch vulmiddel voor o.a. slaapzakken en luchtbedden is en je ziet het sixties geinspireerde hoesje van The Man Who Likes Trouble, is het gelijk een stuk minder lastig de muziek van Quallofill te duiden. Ze klinken als een futuristische film waarin iedereen zilveren bodysuits draagt en zich neervleit in witte fiberglas 'bubble-chairs'. Barbarella, maar dan zonder harde actie. Toch is het te gemakkelijk om Quallofill in een retro-hoekje te drukken. Ze zijn veel moderner en experimenteler en bevinden zich eerder in de dezelfde sferen als een band als Hooverphonic. Dit maakt dat de liedjes van Quallofill niet altijd zo toegankelijk zijn als de bedrieglijk eenvoudig klinkende riedeltjes op eerste gehoor doen geloven. Ambachtelijk in elkaar gezette geluidslagen dwingen je min of meer dieper te luisteren. Daarbij is de stem van Léonne van Dongen - hoe mooi ook - soms een storende factor. Persoonlijk had ik liever gehad dat de geluidsexperimenten een drijvender, pittiger kracht geweest waren. Maar dat is muggeziften. The Man Who Likes Trouble is gewoon een heel groovy plaatje voor lange zwoele zomeravonden.
File Under: Groovy
File Audio: [ MySpace]
Citriniti - Between The Music And Latitude
De naam van het label kan je soms enorm op het verkeerde been zetten. Toen ik het cd'tje van Citriniti opzette, verwachtte ik bluesrock van voor tot achter. Logisch, want het is een release van Mascot Records en de "executive producer" is Mike Varney, de man achter onder andere Shrapnel Records die zijn plaatjes uitbrengt via Mascot en het zusterlabel Provogue. Zo kreeg ik bijvoorbeeld albums van Pat Travers en Eric Gales. Vanaf de eerste tonen is echter duidelijk dat dit Citrini uit een heel ander vaatje tapt. Ze zeggen zelf op hun site dat Mike Varney eigenlijk de enige was die hun muziek had kunnen uitbrengen, maar dat zullen we maar zien als overdrijving uit dankbaarheid. Between The Music And Latitude staat namelijk boordevol instrumentale, technisch hoogstaande muziek, vol breaks, vliegende solo's en Vaiaanse kolder. Als ik had moeten gokken op welk label dit zat, had ik meteen "Favored Nations!" geroepen, het label van diezelfde Vai. Dat ze zo afwijken van het profiel van het label zou ze nog wel eens kunnen opbreken. Ik hoop van niet overigens, want wat de broertjes Danilo (drums) en Domenico (bass) Citriniti en gitarist Fabrizio Leo hier laten horen is absoluut de moeite waard. Fusion, jazz, gierende rocksolo's, drums waarop elk gaatje vakkundig dichtgemept wordt en baspartijen die van bassist én luisteraar uithoudingsvermogen vergen, deze cd staat er vol mee. Ben je al een tikkie onrustig, dan is dit geen aanrader. Voor de momenten waarop je je wil laten meeslepen door magnifieke instrumentale fusion-jazz-rock-metal is dit daarentegen een perfect plaatje.
File Under: Instrumentale kijk-mamma-zonder-handen-rock
File Audio/Video: [volop muziekjes en filmpjes op de site]
The Divine Comedy - Victory For The Comic Muse
Het is babytijd! Overal zijn ze. Zomaar. Kennissen komen ermee aanzetten, vrienden beginnen erover in discussies (aargh!), ze krijsen over terrassen en mensen fietsen ermee op straat. De baby's groeien aan de bomen als wuppies aan een binnenspiegel. En nou denkt u misschien, gaat die Stonehead niet wat rap? Vorige week meldde hij nog een vriendin gescoord te hebben en nou heeft-ie het al over kinderen - nee, wees gerust, op mij is eerder de eerste song van de nieuwe boreling van The Divine Comedy van toepassing. Triomf! Jubel! Weet u nog hoe magistraal mooi hun vorige cd was? Sommige cd's kun je alleen maar met een brok in je keel op nummer één in je muziekjaarlijst neerzetten. OK Computer van Radiohead. Funeral van The Arcade Fire. En dus het tijdloze, miskende vorige werk van Neil Hannon en zijn grote orkest, dat destijds de glorieuze wederopstanding van een doodgewaande popband vormde. Inmiddels is Neil een stuk opgewekter. De titel Victory For The Comic Muse is dan ook volledig terecht (en een knipoog naar het eigen debuut Fanfare For The Comic Muse uit 1990): de nieuwe cd is veel minder melancholisch dan het meesterwerk Absent Friends en daarom ook niet even goed, maar bevat verder alle grootse elementen (er werkten 26 muzikanten mee) en is natuurlijk weer zéér Brits, inclusief de briljante ironie in de zo kenmerkende songteksten van Hannon. Tot de topnummers horen het huppelmakende "Mother Dear", de fraaie Associates-cover "Party Fears Two" en jawel, "To Die A Virgin", om hard te draaien en breed bij te grijnzen. Let ook op het detail in "A Lady Of A Certain Age": als Hannon zingt over de geboorte van twee kinderen, komt er een vioollijn bij. Heb je ze weer, die baby's.
File Under: In zijn eentje mooier dan alle Nights of the Proms bij elkaar
File Audio: MySpace, Diva Lady (realaudio/ wma)
John Waite - Downtown Journey of the Heart
Ik beschouw het maar als een van de voordelen van internet. Platenmaatschappijen zijn minder afhankelijk van de distributiedeals. Cd's kunnen namelijk gemakkelijk via de post verstuurd worden en een internetpagina voor de bestellingen is voldoende. In Duitsland ontstaat een soort van symphogigant, waarop cd's verschijnen waar de reguliere platenmaatschappijen hun neus voor ophalen, maar die toch redelijke oplages halen. En in Italië zijn ze bezig om in no time een AOR-moloch uit de grond te stampen. Want had Frontiers had Toto al binnen, tot mijn verbazing zie ik nu dat John Waite zich ook al bekeerd heeft tot de Italiaanse AOR-kerk. De eerste cd die bij Frontiers uitkomt is Downtown Journey of the Heart, een soort van opnieuw opgenomen resumé van zijn carrière. En daar ben ik over het algemeen niet zo kapot van, van dat soort cd's, want het duidt op creatieve armoede. Er is wel voor een aantal nieuwe arrangementen gekozen, maar die blijven dicht bij de originelen. Van "Missing You" is een puik duetje gemaakt. Bij een (live opgenomen?) "Isn't It Time" is de producer hard de bocht uit gevlogen en "When I see you smile" is in de nieuwe versie gewoon een aanfluiting. Voor de rest is het een degelijk plaatje met een wat meer bluesy feel en dat staat Waite op zich best goed. Alleen blijft het opgewarmde prak. Wellicht moest Waite maar eens de studio ingeschopt worden met de Frontiers sessiecats die Danny Vaughn ook hielpen. Dan kon er best eens iets spetterends ontstaan, want een goddelijke stem heeft de man nog steeds...
File Under: Opgewarmde prak met hier en daar een lekker hapje...
Shadows Fall - Fallout From The War
Een tussendoortje, dat is wat Fallout From The War is. Zoals de titel al suggereert vinden we op deze Cup-a-Soup-cd vooral overblijfselen die niet op het in 2004 verschenen The War Within zijn beland. Dat maakt mij altijd een beetje huiverig. Komt dat omdat het schrijfproces van nieuw materiaal niet helemaal loopt zoals gepland, wil de platenmaatschappij nog wat extra geld verdienen aan het succesverhaal dat Shadows Fall heet of lag er werkelijk nog wat goed materiaal op de plank? Laten we het maar op het laatste houden en het volste vertrouwen er in hebben dat binnen niet al te lange tijd een echte nieuwe schijf van deze Amerikanen verschijnt. Voor wie d-e hype gemist heeft, de muziek van deze mannen kun je het best omschrijven als een mix van trash en melodieuze heavy metal, afgewisseld met de nodige hardcore- en punkinvloeden. En juist deze invloeden lijken bij de zes aanwezige tweede-kans-liedjes de boventoon te voeren. Frivole meezingrefreinen, agressie en attitude voeren de boventoon. Dit is een kant van Shadows Fall die mij uitstekend bevalt! Vooral "Carpal Tunnel" en de absolute kraker "Goin, Goung Gone" zijn van hoog niveau. Naast deze zes nummers, staan er ook nog twee recyclesongs en drie covers op dit album. "December" (Only Living Witness) is daarvan wat mij betreft het best geslaagd, mede door de mooie zang en de puike gitaarriff. De jolige afsluiter "Teasn', Pleasn" (Dangerous Toys) zorgt voor een glimlach op mijn gezicht en al met al is dit lekkermakertje toch zeker geen gemakkelijke zakkenvuller geworden. De trek is even gestild, maar de honger blijft.
File Under: 16:00 uur Fallout From The War, dat zouden meer mensen moeten doen.
Cansei De Ser Sexy - Cansei De Ser Sexy
Als ik denk aan Brazilië, dan denk ik in eerste instantie aan met mooi volk gevulde sneeuwwitte playa's, daarna aan voetbal en met een beetje geluk nog aan de tropische regenwouden. Als ik dan een muziekje bij die beelden moet verzinnen, dan klinkt dat ongeveer zoals de door Ronaldinho voor het WK-voetbal gecompileerde cdtje. Het laatste waar ik dan aan denk is een kunstcollectief dat bestaat uit een vijftal bleekscheterige jonge meisjes die samen met een drummer / gitarist met mooie vlassnor - of pornosnor zo u wilt - een springerig, pretentieloos electroclashplaatje dat luistert naar de titel Cansei De Ser Sexy (wat zoveel betekend als moe van het sexy zijn) maken. Toch is dit het geval bij CSS, dat zoals het een kunstcollectief betaamt natuurlijk gezellig provoceert met de mogelijkheid die de S-en in hun naam bieden en waar je met een beetje goede wil ook de S van Peaches die haar vorige plaat Fatherfucker sierde in kunt zien. Die link met Peaches is sowieso snel gelegd met hun uiterlijk (al ontbreken de gouden bikini's) en met titels als "Art Bitch", "Let's Make Love and Listen To Death From Above", "CSS Suxxx". Maar de vijf dames van CSS boezemen mij lang niet zoveel angst in als Peaches in haar eentje doet en klinken ook véél speelser en onschuldiger dan deze in Berlijn residerende tante. Soms zijn ze zelfs bijna Go-Go's-achtig lief. Eigenlijk is het op deze manier wel een hele aardige combinatie en leuker dan die cd van Ronaldinho. Al zie ik daar beelden van sneeuwwitte playa's bij in gedachten en hier vieze stinkende buitenwijken van steden. Ik twijfel even wat ik leuker vind...
File Under: De vertaling van de titel is stom.
Wâldrock 2006
We hadden het allemaal goed voor mekaar: perskaarten, fotopas en drie interviews. Het zou een mooie, hete, doch aangename dag worden.
We meldden ons zoals afgesproken bij de keet naast het betonpad. Alles lag klaar en al snel liepen we via het zogeheten Betonpad, inclusief onze consumptiebonnen, richting backstage area. Daar passeerden we al snel het merendeel van de leden van Stream of Passion. Toen we ons goed en wel achter het grote podium gesettled hadden, begon op het hoofdpodium Trivium te spelen. We hebben deze jonge gasten met name van achter het podium aangehoord, alleen het slot van deze heavy metal-act hebben we vanaf het veld bekeken.
Lees verder..Peaches - Impeach My Bush
Peaches is (in elk geval voor mij) de engste vrouw ter wereld, en die uitspraak heeft nogal wat betekenis uit de mond van iemand die al drie jaar dagelijks met de metro reist. Haar een nymfomane noemen is een schandelijke belediging voor haar exorbitante obsessie voor seks, want ze is iets veel ergers dan dat. Volgens mij rijdt ze tegen alles op wat haar pad kruist, of dat nou een lantaarnpaal is of een rolstoelgebonden oud vrouwtje in het park. Met zulke onbeschaamde dwanggedachtes over geslachtsverkeer kan het niet anders dan dat alle teksten die Peaches over haar kale electrobeats heenblaft voor een groot deel bestaan uit synoniemen voor zowel de mannelijke als de vrouwelijke plasser. Sommige tekstuele vondsten zijn ontzettend leuk, maar het is jammer dat ze dat zelf ook lijkt te vinden. 'Hurts so good I got a soregasm', zingt ze bijvoorbeeld, maar dan ook meteen dertig keer achter elkaar. Wie heeft daar iets aan? Ik persoonlijk verstond haar de eerste keer al. Impeach My Bush is liedjesachtiger dan Peaches' voorgaande albums, en daarmee is dit voor haar doen een bijna familievriendelijk plaatje. Maar in het geval van Peaches betekent dat nog niet dat je tijdens je eerstvolgende familieweekend bij je opa op schoot zinnetjes uit bijvoorbeeld "Tent In Your Pants" kunt reciteren. Vooral niet als je uit een nudistenfamilie komt, want die tekst slaat dan dus echt helemaal nergens op.
File Under: Nymfolectro
File Video: [Peaches tijdens de opname van haar derde album] [Twee Amerikaanse meisjes dansen op Peaches' onsterfelijke klassieker "Fuck the Pain Away"]
Def Leppard - Yeah!
De leden van Def Leppard hebben de nodige ellende achter de rug, náást de gebruikelijke verslavingen. Drummer Rick Allen verloor een arm toen er een boom stond op de plek waar hij wilde rijden. Def Leppard had de klasse Allen te steunen en sindsdien functioneert hij prima als drummer met één arm. Het eerste album na dat drama was het megasucces Hysteria. De vreugde duurde niet lang, want tijdens de jaren durende opnamen van het volgende album overleed gitarist Steve Clarke. Sindsdien is het behelpen met het materiaal van Def Leppard. Dat is ook niet zo gek, want Clarke was dé songschrijver van de band. Inmiddels zijn de restantjes van Clarke op, waren de vorige twee albums verzamelaars en is er nu een coversalbum. Hoezo creatieve armoede? Maar goed, de keuze van de covers is niet verkeerd. Songs van Engelse bands uit het eind van de jaren zestig en uit de jaren zeventig. De enige uitzondering qua herkomst is Blondie ("Hanging on the telephone"). Soms zijn de versies te getrouw aan het origineel (Thin Lizzy's "Don't believe a word") of wel erg voor de hand liggend (Rod Stewart's "Stay with me" en T-Rex' "20th Century Boy"), maar meestal zijn ze er aardig in geslaagd het een echt Def Leppard-gevoel mee te geven. Luister maar eens naar E.L.O.'s "10538 Overture" of David Essex' "Rock on". Uiteindelijk is dit door de keuze van de songs gewoon een lekker swingend plaatje geworden. Liever covers dan matige songs, zullen we maar zeggen. Alleen fans worden schandalig afgezet: in de VS zijn er maar liefst drie verschillende versies te krijgen, met steeds weer andere bonustracks. Europa krijgt géén bonustracks...
File Under: Beter goed gejat...
File Audio: [fragmenten op de site]
Sufjan Stevens - The Avalanche
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Wijze woorden van Goethe. Ik weet niet of Sufjan Stevens ze - al dan niet in de best mogelijke Engelse vertaling Within limitations the Master is first revealed - kent, maar ik denk het wel. Aanvankelijk wilde hij immers van zijn vorig jaar verschenen meesterwerk Illinois een dubbel-cd maken. Toen dacht hij aan Goethe, begon vervolgens te wikken, te wegen en te schrappen, Zo zorgde hij ervoor dat we alleen de allermooiste liedjes te horen kregen op de plaat die als ondertitel Sufjan Stevens Invites You To: Come on Feel the Illinoise draagt. En nu zit ik me af te vragen of het eigenlijk wel slim is om The Avalanche met als ondertitel Outtakes and Extras from the Illinois Album! uit te brengen. Aan de ene kant had ik liever gezien dat hij gewoon snel door gegaan was met zijn doel om alle staten van de Verenigde Staten op muziek te zetten en was razend nieuwsgierig wat de volgende staat zou zijn die hij zou vereeuwigen. Aan de andere kant... er staan weer zulke verschrikkelijk mooie (nieuwe) liedjes op The Avalanche dat het domweg dood- en doodzonde zou zijn geweest als we ze niet te horen hadden gekregen. En ook de alternatieve versies van de van Illinois bekende nummers, waaronder maar liefst drie van "Chicago", zijn als Appel-Kaneel Culisuiker pareltjes op een versgebakken pannenkoek: niet te versmaden dus. De enige vraag die The Avalanche dan ook oproept is: Wat ligt er in Godesnaam nog meer voor moois op de plank te verstoffen? Nou ja daarnaast natuurlijk ook: Wanneer komen die andere platen? Hop Sufjan, aan de slag!
File Under: Is Sufjan Stevens een genie of wat?
Scott Walker - The Drift
Ik kom er niet vaak, maar heel enkel ga ik uit eten in een haute cuisine-restaurant. Ik moet me dan in figuurlijke zin overgeven aan luxe en als een heer behandeld willen worden. Ik moet oog hebben voor de details: de opmaak en de bereiding van het gerecht, de bediening en de accommodatie. Het is immers geen bunkertent, maar een wereld voor de man (en vrouw) van stand. Dat dit soms ook voor muziek geldt is me na een eerste draaibeurt van The Drift van de alweer 63-jarige Scott "The Sun Ain't Gonna Shine Anymore" Walker al snel duidelijk. Ik kan dit album niet consumeren zoals ik dit met veel albums wel kan. Ik moet het behandelen als was ik in het eerder genoemde restaurant. Als ik door niets of niemand gestoord kan worden besluit ik om mij de tijd ervoor te nemen. Ik doe de gordijnen dicht, schenk me een glas rode wijn in, zet het vinyl op en neem plaats op de bank. De stem van Walker komt in tien nummers zwaarmoedig op mij af. Op The Drift - zijn vorige album was alweer van 1995 - komen thema's rond Elvis Presley, Benito Mussolini en Srebrenica samen. De muzikale begeleiding is doeltreffend: soms heftig met een heel strijkerorkest dan weer slechts Walker die zichzelf begeleidt op zijn akoestische gitaar. Alsof hij Jacques Brel, Ute Lemper, Brian Eno en Bryan Ferry in een persoon is. Na de draaisessie nip ik aan mijn tweede glas wijn om het geheel te laten bezinken. Dit is bijzonder, dit is anders, als een luxe maaltijd waar je echt voor moet gaan zitten.
File Under: Exclusief uit muziek beluisteren gaan
File Video: [Hesse]
Sonic Youth - Rather Ripped
Er is de laatste twee maanden al veel gezegd en geschreven over deze nieuwe Sonic Youth-plaat. Vanaf het moment dat de plaat gelekt is lijkt het alsof iedereen al een mening heeft gevormd over de plaat. Op het grote ILM-forum raakten ze er in elk geval maar niet over uitgepraat, zo goed moest deze schijf zijn. Al die twee maanden heb ik mij in kunnen houden en en heb ik gewoon netjes gewacht tot het moment van de officiele release, zodat mijn mening misschien als mosterd na de maaltijd komt. Maar in een notendop: het wachten is absoluut niet voor niets geweest. Ik vond de vorige twee studioplaten, 2002's Murray Street en 2004's Sonic Nurse, al niet misselijk (beiden belandden hoog in mijn jaarlijsten), maar dit Rather Ripped gaat er qua totaalkwaliteit nog een stukje overheen. Zo poppy en pakkend als op deze 12 tracks (de bonustrack even niet meegerekend) is de band volgens mij in haar hele carrière nooit geweest, en er staat werkelijk geen enkele misser tussen. De gedecideerde, meer gearrangeerde lijn zoals ingezet op de vorige twee platen is hiermee bijna geperfectioneerd, zou je denken. Voorbeelden te over: opener "Reena" is pakkend en enorm to-the-point met een fantastische hook, "Do You Believe In Rapture" kent een geweldige Velvet Underground-sfeer, "Rats" is een als vanouds dwarsige, typische Lee Ranaldo-track en "The Neutral" gaat voor mij persoonlijk de geschiedenis in als een van de mooiste Kim Gordon-liedjes aller tijden. Kim is sowieso enorm op dreef op deze plaat, waar ze zich vroeger nog wel eens op een bizar hijgerige manier door de nummers heen worstelde, zingt ze nu zuiverder als ooit tevoren en tilt ze met haar inbreng de plaat nog verder omhoog. Afijn, ik kan er lang en breed over lullen, maar dit is naar mijn bescheiden mening een van de betere platen uit Sonic Youth's grote oeuvre, en meteen een ideale instapplaat voor mensen die nog niet bekend zijn met deze grootmeeesters.
File Under: Hun meest poppy plaat is wederom een goeie
File Audio: [ MySpace]
Amusement Parks on Fire - Out Of The Angeles
Eigenlijk had ik van te voren kunnen weten dat het afzien zou worden. Het was dom op de fiets naar het werk te gaan. 's Morgens was het nog een fijn fris tripje van vijftien kilometer geweest. Heerlijk fietsend door het bos en langs het spoor dat kantoor en huis van elkaar scheidt, Raconteurs op de discman. Ik floot de dieren het bos uit en had er echt zin aan. Hoe anders werd de terugweg. Ten eerste was het tropisch heet, ten tweede vond ik het nodig om achter een snelle vogel op een racefiets aan te karren die het nodig vond om harder dan dertig kilometer per uur te rijden. De reden dat mijn fietstocht nóg zwaarder werd kwam door een negentienjarige snotaap met zijn band die ik in mijn discman gestopt had. Het was natuurlijk al zwoel pufferig weer, de dikke benauwde laag muziek die Amusement Parks on Fire opnam voor hun nieuwe cd Out Of The Angeles en over me heen stortte terwijl het zweet al over mijn lijf gutste van het harde fietsen, maakte dat ik naar lucht moest happen. Verstikkend galmende gitaarpartijen, ijle galmende zang, nagalmende drums. Alles galmt na en slaat je knetterhap voor je kop en op je benen bij deze tropische temperaturen. Post-shoegaze noemen ze het. Nou, na een kleine tien kilometer fietsen met snoeihard Amusement Parks on Fire moest ik van mijn fiets anders zou ik er vast en zeker af gevallen zijn. En het enige waar ik nog naar kon staren waren mijn schoenen.
File Under: Een ware Muur.
File Audio: [Yup]
Soledad Brothers - The Hardest Walk
Met de temperaturen dezer dagen heb je geen rock 'n' roll nodig om te zweten. De rhythm 'n' blues van Soledad Brothers is op hun nieuwste plaat goddank ook niet meer zo elementair: psychedelica en soul hebben hun intrede gedaan. Hun Detroit-roots zijn ze niet uit het zicht verloren, maar de invloed van de Stones-in-hun-Mick-Taylor-tijd wordt steeds belangrijker. Van langzame spannende blues - "Dark Horses" en "Crying Out Loud (Tears of Joy)" - via het bizarre freejazz-interemezzo "White Jazz" gaat het tot een aan Otis Redding refererende en met blazers opgetuigde soulstamper ("Good Feeling"). Deze uitbreiding van hun muzikale palet heeft ook personele consequenties, want van trio zijn ze nu een kwartet geworden en naast blazers hoor je banjo's, een cello, min of meer exotische percussie en nog zo wat. De liedjes zijn er alleen maar sterker door geworden. Het is dat Jack White's Raconteurs de beste Detroit-plaat dit jaar gemaakt hebben, anders zou ik ogenblikkelijk Soledad Brothers' The Hardest Walk nomineren. En wees niet bang, want in de basis zijn ze nog steeds rock 'n' roll, al is het maar omdat de zanger van het trio (dat voor deze plaat uitgebreid is tot kwartet) zich Johnny Walker noemt.
File Under: Opgetuigde blues
File Audio [Downtown Paranoia Blues]
The Futureheads - News and Tributes
Hoge ogen gooiden ten eerste de jongen die mij destijds de debuutplaat van The Futureheads adviseerde te kopen, ten tweede deze debuutplaat zelf en ten derde de band die deze plaat had gemaakt. Ik was weg van de originele, haastige punkpop die wel leek op bands als Hot Hot Heat en Maxïmo Park, maar die anders was. Beter. Ik ging om door de koortjes met Barry Hyde aan het front. Ik ging uitkijken naar het concert - Lowlands 2005 - en naar het onvermijdelijke tweede album. Een paar luisterbeurten heeft het al gehad. Op verschillende plekken en ik weet het niet. News and Tributes is een goed tweede album, maar ik weet het niet. Ik kan niet ontkennen dat ik opnieuw gegrepen ben door de liedjes van Barry en z'n mannen, maar het gevoel is weg. Ik hou enorm van de [bleh]sound[/bleh] van de band, maar dacht misschien dat het alleen maar paste bij uptempo liedjes. Dat de plaat nu volstaat met gitaarliedjes waarvan het tempo een stuk lager ligt dan ik van de eerste plaat gewend was, verrast me zo erg, dat ik moet wennen. Niet aan de koortjes die gebleven zijn, niet aan de rinkelende punkgitaartjes, niet aan de rockende mannen, maar aan de combinatie van die drie met het nieuwe tempo. The Futureheads zijn me niet kwijt, ze laten me als een volwassen vrouw gewoon even aan hun nieuwe plaat, met zoals het eigenlijk niet hoort goede, maar ook slechte liedjes, wennen. En dat is hun goed recht. Bovendien, een plaat vol dezelfde liedjes op het debuut had betekend dat er niets nieuws onder de zon zou zijn. Nou, zon genoeg dacht ik zo.
File Under: Niet slecht; een wenplaat
File Audio: [Ja baas]
Blues Brother Castro
De Pixies voorbij
'Ik denk dat we met de vorige plaat een klein beetje de fout hebben gemaakt te openen met een nummer dat heel duidelijk een stijlquote was van de Pixies. We waren toen nog helemaal niet aan het nadenken over dat mensen daar dan meteen een mening over gaan vormen. Het leek ons gewoon wel grappig de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Maar dat heeft anders uitgepakt.'
Aan het woord is Leon Caren, zanger en gitarist van het Amsterdamse Blues Brother Castro. De band die zich ongetwijfeld wereldkampioen mag noemen als het gaat om het verzamelen van recensies waarin hun muziek vergeleken wordt met die van de Pixies. Een band die Caren - laat daar geen misverstand over bestaan - geweldig vindt. Maar dat ze er op zouden lijken? 'Onzin. Zeker de laatste plaat heeft niets met de Pixies te maken.'
Lees verder..The Raconteurs - Broken Boy Soldiers
Ik wil Jack White wel op mijn blote knieën bedanken dat hij samen met zijn vriend Brendan Benson een bandje is begonnen. Ik hoop namelijk dat dit ervoor zorgt dat Brendan Benson eindelijk eens de aandacht (en de verkoopcijfers) krijgt hier in Nederland en België die hij meer dan verdient op basis van de geleverde kwaliteit op zijn soloplaten Lapalco en The Alternative To Love. Het zou niet meer dan terecht zijn als hij solo mee surft op de golf van aandacht die The Raconteurs krijgen. En die kans is groot, want wat Jack White doet is immers hot. Het was niet voor niets dat ze afgelopen vrijdag speelden in een zweterig uiverkochte Melkweg, zaterdag in de stralende zon op het hoofdpodium van Werchter en in augustus ook op Lowlands zullen staan. Een goede zaak, want Broken Boy Soldiers is een heerlijke, (eigenlijk zelfs te) korte plaat waarop beide heren hun liefde betuigen voor retromuziek. En dan vooral de liefde voor Led Zeppelin en The Beatles blijkt bij beluistering. De manier waarop White en Benson elkaar in de nummers aanvullen met tweede stemmen of in harmonieuze samenzang maakt de liedjes alleen al bijzonder en supercatchy. Nou is zowel de muziek van White Stripes als Brendan Benson solo, alhoewel behoorlijk verschillend, dat natuurlijk ook al. Bijzonder is wel dat zelfs als liedjes uitmonden weirde psychedelische stampers zoals het titelnummer er zich altijd meeneuriezinnetjes aandienen die zich in je grijze massa nestelen. Wat dat betreft ben ik blij dat Jack en Brendan na het samen schrijven van "Steady, As She Goes" besloten dat dat liedje wel een bandje verdiende. Wij verdienen namelijk ook bandjes als The Raconteurs, want die zijn tof en broodnodig!
File Under: Vertel me dat het niet eenmalig is, heren vertellers, vertel het me!
File Audio: [Verpakt in erg coole flash]
File Audio: [Voor verhalen moet u hier zijn]
Boards of Canada - Trans Canada Highway (EP)
Wat de mannen van Boards of Canada precies voor ingrediënten in hun liedjes stoppen, Joost mag het weten, maar er wordt wel eens wat geheimzinnig gedaan met numerologie, en ook stond er een vage link naar David Koresh' sekte op Geogaddi, het voorlaatste album. Feit is wel dat er een speciale werking uitgaat van hun elektronische muziek. Op de onlangs verschenen Trans Canada Highway EP (elders uitgebracht op 06-06-'06..) wordt uitgaande van het broeierige "Dayvan Cowboy", afkomstig van het album The Campfire Headphase, een denkbeeldige trip gemaakt. Spookrijdend over lange rechte wegen met eenzame wegrestaurants en afgezet met telegraafpalen kom je met deze zes nummers tellende EP in een andere wereld terecht. Gesteund door zware trage bassen glijdt "Skyliner" stroperig onder je wielen door. Van "Dayvan Cowboy" is als klap op de vuurpijl ook een heuse [videoclip] gemaakt. Ook die clip doet een beroep op een bepaalde sfeer, een emotie bijna. De gelijkgestemde Odd Nosdam tenslotte, voerde van dit nummer nog een remix uit, waarbij de noise-effecten nog eens gekwadrateerd worden...
File Under: Een mooi tussendoortje
File Video: [Dayvan Cowboy]
Jeff Scott Soto - Essential Ballads
Suikerspinnen worden zelden helemaal opgegeten. Logisch ook, want na drie happen van dat mierzoete spul heb je meteen weer voor een jaar genoeg gehad. Datzelfde heb ik met albums vol ballads. Ik heb helemaal geen hekel aan ballads, maar ze ontlenen meestal hun kracht aan het feit dat ze een rustpunt zijn tussen een reeks stevige songs. Zeker, Thin Lizzy's "The Sun Goes Down" en Extreme's "More Than Words" zijn sowieso ijzersterke songs. Maar ik zou er niet aan moeten denken een album vol met dergelijke songs te beluisteren. Cd's vol rockballads zijn dus ook nooit aan mij besteed geweest. Een cd vol ballads van Jeff Scott Soto is om dezelfde reden niet iets waarvan ik spontaan een polonaise begin te lopen. Hoe goed de stem van Soto ook is, het is gewoon teveel van het goede. Ondanks dat het verschil in songs groter is dan je zou verwachten. Er staan powerballads op, maar ook songs met een suikerzoet latinsfeertje ("Still be loving U") en songs die pure softsoul zijn ("4U"). Het heeft iets van het meest recente werk van Santana: knap gedaan allemaal, en je herkent de klasse ook wel, maar je zit continu te wachten op het moment dat het echt begint te knallen. Sterker nog: de écht sterke songs ("Sacred eyes", "Holding on") verliezen een deel van hun kracht omdat ze in zo'n laf smakend rijtje softe songs zijn ondergebracht. Dit album is niets voor de meeste rock- of AOR-liefhebbers, het is vooral bestemd voor de fans - er staan drie heel behoorlijke "nieuwe" songs op - en voor de mensen die Knuffelrock deel 1 t/m 24 in de kast hebben staan.
File Under: Een suikerspin, hooguit drie happen per jaar
File Audio: [Holding On] [meer fragmenten]
Silent Poets - Sun
Er zijn veel dingen op de wereld die ik niet begrijp. Heel veel. Of, ik wil ze niet begrijpen, dat kan ook. Koopzondag. Ibiza. De miljonairsbeurs. James Blunt. Hobby's zoals theezakjespapiertjes vouwen. Mensen die altijd maar zeiken. Zwarte maillots als het meer dan twintig graden is. Mevrouw Verdonk. Mentholsigaretten. En lounge. En lounge heet tegenwoordig geen lounge meer - ik zei het al eerder - maar aangezien de fatboys nog welig tieren, geloof ik niet dat het echt afgelopen is met het onderuit gezakt luisteren naar saaie muziek. Down tempo abstract hip hop, kopt het bijgevoegde perspapiertje. Het internet rept van triphop en acid jazz. En we plakken labels omdat we niet anders kunnen, maar die labels verdient dit plaatje niet. Bij triphop denk ik aan Portishead, en daar lijkt Silent Poets niet op. Bij down tempo abstract hip hop, denk ik aan een markante stem die rustig, maar pregnant door de nummers heen praat. Bij acid jazz denk ik aan van alles, maar niet aan de muziek die op dit plaatje staat. De muziek van producer Shimoda is saai en middelmatig. Niet slechts rustig, niet slechts down tempo elektronica, niet slechts goed in de marge, maar domweg saai. Lounge zoals lounge wellicht bedoeld is. En dat is precies de reden waarom ik lounge niet begrijp.
File Under: Waarom ik lounge niet begrijp...
Guns Up! - Outlive
Het kan bijna geen toeval meer zijn dat bijna al mijn favoriete hardcoreplaten relatief kort zijn. Ze zitten meestal zo rond de 20 a 25 minuten en de liedjes zijn zelden langer dan een minuut of twee. Het zal wel iets te maken hebben met een soort begeerte naar meer of iets dergelijks, feit is dat op deze CD's te weinig tijd is om de liedjes te laten verslappen of vervelen. Je wilt meer en daarom luister je hem nog maar eens, en nog eens. Dat is voor Outlive van het Amerikaanse Guns Up! niet anders. 23 minuutjes en de repeatknop kan zijn werk weer doen. Je zou de band op dit album kunnen zien als een combinatie van de oude Madball met de langzamere nummers van Slayer. Het gitaargeluid is ongekend vet en de liedjes lijken geschreven te zijn om door duizend kelen meegebruld te worden. Soms moet je niet teveel praten of schrijven over een plaat en het net zo kort en krachtig houden als de muziek.
File Under: Brute kracht
File Audio: [You Break]
House of Lords - World Upside Down
Vorig jaar kwam plots het nieuws dat House of Lords weer een nieuw album zou uitbrengen, ondanks de commercieel mislukte voorganger The Power And The Myth. Dat was een allesbehalve slecht album, maar wellicht iets te progressief ten opzichte van het oude materiaal. De fans waren in meerderheid in elk geval niet erg gecharmeerd van het album. Voor het nieuwe album zou ook toetsenist Gregg Guiffria weer meedoen, daarmee de meest succesvolle formatie completerend. De praktijk is bij dit album anders. Het is ongeveer een James Christian Band geworden, want Guiffria is geen bandlid, al speelt hij op het album de toetsen, en van de anderen is geen spoor meer te bekennen. Dat was voor mij een grote teleurstelling, want naast de stem van James Christian is ook het drumwerk van killerdrummer Ken Mary bepalend geweest voor het geluid. Gitarist Jimi Bell (ooit de laatste afvaller voor Ozzy, die toen koos voor Zakk Wylde) en drummer B.J. Zampa kennen elkaar van de Geezer Butler Band en Wayne, bassist Jeff Kent is voor mij een totale onbekende. House of Lords klinkt op dit album niettemin weer als het ouderwetse House of Lords: strakke rocksongs die in alles over the top zijn, of het nu de bombast, de toetsen, de riffs, de koortjes of de galmende zang is. Dat begint bij het toetsenintro "The Mask of Eternity" en eindigt pas bij het slotnummer "World Upside Down". Maar hoe goed Zampa z'n werk ook doet, ik blijf de machtige klappen van Ken Mary missen. Nou ja, ik ben dan ook een van de mensen die The Power and The Myth wèl goed vond. Als ik eerlijk ben had het geluid van mij nóg wel wat grootser en bombastischer gemogen op World Upside Down, maar dat deze herstart een geslaagde is staat buiten kijf. AOR-fans, trek je portemonnee maar, want deze mag je niet aan je voorbij laten gaan.
File Under: De zoveelste herstart, maar nu een met perspectief
File Audio: [fragmenten van alle songs] [hele Japanse bonustrack "Gone"]
Muse - Black Holes and Revelations
Ik ben niet noodzakelijkerwijs hip. Integendeel zelfs. Ik dender over het algemeen achter de hypes aan en ik vind dat wel goed zo. Ik pik later wel de krenten uit de pap. Dat ik bij het eerste optreden van Muse in Nederland was, in eenhalf vol Paradiso, is dus eigenlijk een wonder. Dat ik de cd toen ook al had en erg goed vond nog meer. Maar goed, ik was dan ook danig gehersenspoeld door mederecensent Merie. We zijn inmiddels zo'n tien jaar verder en de vierde plaat (live-album Hullabaloo tel ik niet mee) is inmiddels uit. En ik ben er eens even goed voor gaan zitten. Want Muse weigert om twee keer dezelfde plaat te maken, een loffelijk streven overigens. Met Absolution keek Muse nog of de term bombastisch een overtreffende trap kent, met Black Holes and Revelations gaan ze weer een andere kant op. De nodige bombast wordt gelukkig niet geschuwd, maar men heeft voor een meer elektronische aanpak gekozen. En dat misstaat de band helemaal niet. Met "Take a Bow" komen ze voorbeeldig met de deur in huis vallen en het niveau blijft onverminderd hoog, met "City of Delusions" als absolute uitschieter. Vraag is alleen, hoe gaan ze dit live uitvoeren? De concerten van de Absolution-tour vond ik maar matigjes omdat ze alles geforceerd met zijn drieën wilden doen en Black Holes is nog meer een studioplaat dan Absolution al was. Ik zou zeggen, huur een degelijke toetsenist en gaan met die banaan. Want mits goed ondersteund vraagt Black Holes om een afgeladen Alpha-tent die volledig dak uit zijn dak gaat. Ik heb er zin in...
File Under: Revelatie van het jaar!
File Audio: [Op de site]
File Audio: [Geen zwart gat hier]
Gadget - The Funeral March
Grindhonden doen het graag kort en heftig. Zo ook de doorbijters van het Zweedse gezelschap Gadget, die met The Funeral March hun tweede volwaardige cd afleveren. Hun ideeën zijn zo intens, dat ze nooit langer dan twee minuten duren. En door de furieuze snelheden die zij bereiken, is de waanzin na krap een half uurtje al voorbij. Maar geloof me als ik zeg dat dit één van de meest heftige halfuurtjes is die ik dit jaar gehoord heb. Nadenken is nauwelijks nog mogelijk na het beluisteren van dit misselijkmakende schijfje. In je hoofd blijft alleen nog chaos achter. Is dit wat je voelt als het einde nabij is? Als je longen zich met water vullen en het lijkt of je onder water kunt ademhalen? Als er zolang op je hoofd geslagen is, dat het bloed uit je oren komt maar je nog wel bij bewustzijn bent? Als je nog net die vrachtwagen ziet die je een seconde later vermorzelt? Als je de knal van het pistool al wel gehoord hebt, maar de kogel nog onderweg is? Als je verbrand vlees ruikt, maar je nog niet in de gaten hebt dat het niet van de barbecue komt? Als je langzaam wakker wordt en het tot je doordringt dat er een tuintje op je buik ligt? Voorlopig hoop ik daar nog niet achter te komen. Tot die tijd neem ik genoegen met dit puike surrogaat.
File Under: GRINDCORE
Manyfingers - Our Worn Shadow
De naam Manyfingers is een rare voor een eenmansband. Het suggereert dat er toch tenminste meer dan tien verschillende vingers aan te pas zijn gekomen bij het bespelen van de instrumenten die de revue passeren op Our Worn Shadow, de wonderschone tweede plaat van Manyfingers. Dat is voor het grootste deel mooi niet waar. Het brein achter Manyfingers, Chris Cole (ook veelvuldig op tour met Matt Elliot) doet namelijk zo ongeveer alles in zijn uppie. Oké, hij krijgt een heel klein beetje hulp van twee tenortubablazers, een kornetblazer en een zangeres. Maar het zijn niettemin vooral de tien vingers van Cole die in gezet zijn bij de opnamen van Our Worn Shadow. Nou zijn er zat multi-instrumentalisten die in hun eentje een plaatje opnemen, maar Cole is anders dan de meeste van hen. Hoe bijzonder hij zijn nummers creëert blijkt als je de DVD gaat bekijken die bij Our Worn Shadow zit. Deze laat zien hoe Cole, gehesen in een toepasselijk Hood-shirt, de tracks opbouwt. Hij begint vaak met een instrument te bespelen, hangt deze in een loop en gaat vervolgens op zoek naar een ander instrument en begint met de loop mee te spelen, voegt deze toe aan een nieuwe loop en zoekt verder. Zo bouwt hij zijn tracks laagje voor laagje op en breekt ze desgewenst ook weer af. Een boeiend schouwspel waarin Cole zijn nummers, die logischerwijs vol herhalingen zitten, maar ook genoeg verrassende wendingen kennen, dat uitmondt in zowel adembenemende explosieve uitbarstingen als oogstrelende en meeslepende minimalistische avant-gardistische schetsen. Soms doet hij denken aan Four Tet, maar als hij de accordeon te hand neemt denk je al snel aan Yann Tiersen. Op bepaalde momenten moest ik zelfs denken aan de Canto Ostinato, het meesterwerk voor vier vleugels van Nederlander Simeon ten Holt. Toch zijn het hier altijd slechts de tien vingers van Chris Cole die het werk doen en ik verbaas me elke draaibeurt weer wat er voor moois hier uit voortgekomen is.
File Under: Had ik maar meer dan twee handen om mee te applaudisseren
File Audio: [Voor het betere loopwerk]
Good Riddance - My Republic
Een jaar of twaalf geleden bezocht ik eens met wat vrienden een concert van Good Riddance in Rotterdam. Het optreden was kleinschalig en gaandeweg kwam de band steeds meer op dreef, zodat uiteindelijk alle bezoekers uit hun pan gingen. Aangezien dat voor mij en mijn vrienden geen gewoonte was betekende dit dat er blijkbaar een klein beetje magie in de lucht had gezeten. Reden genoeg om eens flink in te slaan bij het merchandiser-stalletje. Eerst maar even de CD's gekocht, en doet u daar meteen maar zo'n leuk t-shirtje bij. Vol trots showden wij de volgende dag op school onze brute nieuwe kledingstukken maar kregen wel heel wat scheve gezichten te zien. Achterop het shirt stond namelijk - in van die gotische letters - loeigroot geschreven "Nazi's!". Het geoefende oog zag ook dat hier voor, in véél kleinere lettertjes, het zinnetje "this shirt repels" stond, maar de betekenis daarvan drong niet bij iedereen even snel door. Het resultaat was dat wij een dag lang aangekeken werden alsof we de zojuist opgerichte lokale neo-nazi afdeling waren. Het hoeft geen verdere uitleg dat ik het lapje stof sindsdien niet meer uit de kast heb gehaald. Deze anekdote illustreert een beetje de moeizame relatie die ik door de jaren heen met Good Riddance heb gehad. Soms briljante liedjes, dan weer een baggernummer, maar altijd de allesomvattende zware politieke en maatschappelijke boodschap. In de beginjaren nam ik dit voor lief, omdat de liedjes nu eenmaal steengoed waren en er daarom geen reden tot klagen mocht zijn, maar later werd het saai en voorspelbaar. En dan is er opeens My Republic, eindelijk weer een echte knaller die - ondanks dat het misschien wel het meest politiek getinte album is - zowaar alle aandacht weer vestigt op goede muziek. Geen softe poppunk meer maar terug naar de felle hardcore. Voor dit soort albums loop ik gerust nog eens een dagje voor lul rond.
Lees ook het interview met Good Riddance.
File: Good Riddance - My RepublicFile Under: Strak en goed, zoals het altijd moet
File Audio: [Shame][Darkest Day]
VA - Worldbeaters Volume 5, 6, 7 en 8
Wat ben ik toch een mazzelaar. Ik schrijf namelijk voor File Under. De promo's vliegen me om de oren: ik blijf op deze manier goed op de hoogte, mag er een mening over hebben en krijg de cd zelf ook nog. In het geval Worldbeaters Volume 5, 6, 7 en 8 is het eigenlijk helemaal makkelijk te doen, want ik kan zo - met wat kleine aanpassingen - de recensie over volume 3 en 4 overnemen. De landen waar de gewezen beatbands uit kwamen komen weer uit allerlei windstreken, zoals Nieuw Zeeland, Indonesië, Frankrijk, Mexico en Peru. Bands die nu even aan de vergetelheid ontrukt worden, ook al verscheen het meeste materiaal al eerder. Uit Nederland is er op volume 5: Johnny Kendall & The Heralds; op Volume 7: Motions (ooit voorprogramma van het roemruchte Stones-concert in het Kurhaus), Rhythms; op volume 8: Persons. Vier schijfjes vol beatmuziek uit de roemruchte jaren '60. Verdere informatie over de bands ontbreekt nog steeds, maar via het internet is er dus wel het e.e.a. te vinden. Hier zal ik dit keer dus niet over gaan zeuren, wel dat de CD's vriendelijker geprijsd hadden mogen worden of bijvoorbeeld uitgebracht hadden mogen worden in een aantrekkelijke box - denk aan de Nuggetsboxen. Er is in Nederland namelijk maar één recensent voor File Under die dit leuks voor nop op de deurmat zag vallen.
File Under: Cd's met beatmuziek uit de vergetelheid ontrukt voor de generatie van nu
























