Wâldrock 2006
We hadden het allemaal goed voor mekaar: perskaarten, fotopas en drie interviews. Het zou een mooie, hete, doch aangename dag worden.
We meldden ons zoals afgesproken bij de keet naast het betonpad. Alles lag klaar en al snel liepen we via het zogeheten Betonpad, inclusief onze consumptiebonnen, richting backstage area. Daar passeerden we al snel het merendeel van de leden van Stream of Passion. Toen we ons goed en wel achter het grote podium gesettled hadden, begon op het hoofdpodium Trivium te spelen. We hebben deze jonge gasten met name van achter het podium aangehoord, alleen het slot van deze heavy metal-act hebben we vanaf het veld bekeken.
Shaboon en Bloodsimple hebben we helaas gemist, maar we hadden nog een boel bands te gaan. Op naar de - voor ons - eerste band in de tent: Born From Pain. Zij stonden eerder in het voorprogramma van zowel Six Feet Under als Soulfly. Gelijk de eerste verrassing van de dag. De stevige hardcore van eigen bodem werd overtuigend gespeeld en zanger Ché Snelting heeft een heel behoorlijke strot. Het strakke Wâldrock-schema maakt dat meteen na afloop van dit energieke optreden in de tent (Ticht) de volgende band op het hoofdpodium (Iepen) begint. DevilDriver, de band rond Coal Chamber-zanger Dez Fafara, vermaakte aldaar het publiek met echte metal(core).
Hierna begon het festival voor ons eigenlijk pas echt: Stream of Passion was namelijk aan de beurt in de Ticht. Eind januari waren wij al bij één van hun eerste concerten in P60 te Amstelveen. Maar goed, een festivaloptreden van veertig minuten valt niet te vergelijken met een concert in een zaal en de nodige intimiteit werd toch wel gemist. Naast eigen nummers van hun debuut cd Embrace the Storm speelden ze opvallend veel Ayreon-nummers. Daar is op zich niets mis mee, maar toch. Leuk was ook dat ze Ambeons nummer "Cold Metal" deden. Bij het nummer "Pain" zagen we Jan-Chris de Koeijer van Gorefest aan de zijkant van het podium staan, die had best even de rol van Devin Townsend op zich mogen nemen, maar helaas.
Overigens zagen we geregeld leden van Gorefest geïnteresseerd naar andere optredens kijken. Dan betraden de mannen van Stone Sour de main stage. Enkel en alleen van een afstandje aanschouwd en beluisterd. Wat echter wel opviel was dat de bekende ballad "Brother" niet gespeeld werd. We maakten ons weer op om naar de tent te gaan voor het optreden van Kamelot. De Amerikanen brachten een aardige mix van oudere en nieuwere nummers. Zanger Roy Khan wist het publiek goed mee te krijgen. Tijd voor Alice in Chains. Uiteraard met onze gedachten bij de tijd dat de grunge op kwam en zeer benieuwd hoe zanger William DuVall de overleden Layne Staley waardig zou vervangen. En dat deed hij naar behoren. Z'n stem kwam redelijk in de buurt en voor ons was het met name leuk om al die oude bekende nummers eens live te horen (o.a. "Them Bones", "Damn That River" en "Would?"). Jammer alleen dat ze "The Rooster" niet speelden.
Inmiddels was het alweer zes uur geweest en stond After Forever op het programma. Het was een tijd geleden dat we ze gezien hebben. Maar het klonk zeker als van ouds: strak en energiek. Met een mix van alle albums maakten ze er een mooie show van, waarbij opviel dat vooral de nummers van 'Decipher' nog steeds de meeste overtuiging hebben. De afsluiter was, zoals de laatste maanden gebruikelijk: Europes 'The Final Countdown'.
Het optreden van de oude rockers Y&T lieten we voor wat het was. In die tijd namen we een kijkje op de Metal Market. Daar moet je uiteraard op zo'n festival even langs gaan om goedkoop een of meerdere cd's te scoren. Wel op tijd weer de neus uit de cd-bakken gehaald om naar de tent te gaan voor Nile. Zeer duidelijk de hardste band van de dag. Hun muziek is helaas niet echt ons ding, met grote uitzondering van Blacksmith, die wel van deze death metal houdt: "De eerste paar nummers verzopen in een vreselijk snare-geluid, maar dat het daarna beter werd en alsnog een goed optreden werd gegeven. Ed Warby stond in ieder geval sprakeloos te kijken naar de capriolen van nieuwe drummer George Kollias".
Soulfly bracht vervolgens een mooie show op het hoofdpodium. Ritmisch en hard als altijd. Leuk om ze weer eens te aanschouwen. Drummer Roy Mayorga en zanger Corey Taylor van Stone Sour verblijdden het publiek met een energiek gastoptreden.
In de tent: Helloween, de band waar Blizzard erg benieuwd naar was: "Ik ken lang niet al hun muziek, maar van veel van de bands waar ik graag naar luister wordt altijd gezegd dat ze goed naar de mannen van Helloween hebben geluisterd." En uiteraard hebben ze dan gelijk. Maar welke band is niet geïnspireerd door bepaalde andere (sterke) bands. Eigenlijk geen een, nietwaar?
Afsluiter van het door ruim 7000 bezoekers bezochte festival waren de oer-rock-'n-rollers van Motörhead. Slechts half beluisterd, omdat we ons moesten opmaken voor de reis huiswaarts.
Of het komt doordat het in het nuchtere Friesland werd gehouden of door het zeer aangename warme weer, we weten het niet, maar alles op het festival ging zeer gemoedelijk en beheerst. Zo liepen we rond twaalven weer naar de auto met nog het slot van Motörhead op de achtergrond. Een geslaagd, en vast niet laatste, Wâldrock voor ons!
Lelijke mannen, een incidentele mooie vrouw en geen Parker Fly's. Wat een k*t festival ;-)
Ik hou van lelijke mannen die lelijke muziek maken...





