
Lowlands 2006 - Zaterdag achteraf
'Oh pappa, wat een mooi armbandje heb je om!' Ik zet mijn ogen op kwart voor drie en kijk naar links. Daar zit de Jongedame. Duim in de mond, muis onder de arm, rode Janneke-pyjama aan. Ik kijk op de wekker. Urf, kwart over zes. Misschien was slapen op de Lowlands-camping, in plaats van in mijn eigen warme nestje thuis, toch een beter idee geweest. Maar dan had ik last gehad van volop Volendamse folklore, hoorde ik later op de dag van Dubbel Mono. Dan liever het schelle stemgeluid van de Jongedame, die zich verwondert over mijn persbandje.
En ik moet toegeven, het schittert inderdaad fijn in het schaarse licht dat door het gordijn onze slaapkamer binnendringt. Junior komt er even later ook aangelopen: 'Hoeveel dagen moet je nog naar het concert, papa?' Ik vertel hem dat het alleen nog vandaag en morgen is en dat we dan helaas weer een jaar moeten wachten tot de volgende Lowlands. Want als ik op de eerste dag terugkijk hebben we ons toch wel goed vermaakt met de bandjes die we gezien hebben.
Wat later dan verwacht gaat de bel, maar ruim op tijd om de Oude Helden van Urban Dance Squad aan het werk te kunnen zien. Op weg naar Biddinghuizen lullen George en ik over de goede oude tijd. Scherp op mijn netvlies staat nog altijd het concert van UDS in het Muziekcentrum in Enschede, waar het zo hard tekeer ging dat er ziekenauto's aan te pas moesten komen. Dat valt nu op Lowlands wel mee gelukkig en helaas. UDS is niet mat, maar bij het laaiend vuur van vroeger valt het toch wel een beetje in het niet. De snelheid van Rudeboy's pasjes en zijn venijn lijken wel gehalveerd. Bovendien missen we DJ DNA behoorlijk. Toch is het tof om die oude bekenden weer te begroeten. Het wordt zo drie kwartier sentiment happen onder het motto: oude liefde roest niet, maar UDS wel een beetje. Van corrosievorming had Gorefest gisteren toch een stuk minder last. Wie voorlopig zeker nog niet roesten zijn de heren van Mastodon. Goedemorgen-zonder-zorgen wat een strak gedrilde dondermachine is dat live nog meer dan op plaat! En het fijne aan het geheel was dat je gewoon naar het concert kon staan luisteren zonder oordoppen, waardoor het nog een intensere ervaring werd. Superbe hoe ze het geluid afgesteld hadden in de Grolsch.
Dat goede geluid was sowieso opvallend in bijna alle tenten. Eigenlijk waren er maar heel weinig momenten waarop we dachten: 'Godsamme, ik moet maandag ook nog weer naar mijn collega's kunnen luisteren!' Bij de rare zeekoeten van Guillemots was het wel een beetje hard, maar toch een dol feestje. Nou kan een band met een sexy bassiste bij voorbaat al niet kapot bij ons, als ze ook nog eens contrabas speelt dan ehm.. nou ja, lijkt me logisch allemaal. In de intieme Lima waren ze helemaal op hun plek en in bloedvorm. De band gebruikte totaal andere arrangementen dan op cd en kwam er zelfs met vlag en wimpel mee weg om schijnbaar op gevoel solo's in te lassen. Bovendien is Fyfe Dangerfield een charismatische frontman met een fijn gevoel voor popliedjes vol doldwaze wendingen. Maar niet zo dwaas als Al Jourgensen en zijn Ministry. Eigenlijk vatte het sms-je van Dubbel Mono het helder samen: 'Ministry = ziek.' Daar was geen woord teveel van gezegd. In Paradiso een paar jaar terug verzandde Ministry al in een geluidsbrij; wie nu bij de Essent-tent, ongeveer 150 meter verderop, een gesprek probeerde te voeren over hoe beroerd Jourgensen eruit zag lukte dat niet. Daar had hij vast een goede reden voor. Dit was niet meer leuk.
Hard kan natuurlijk wel degelijk leuk zijn. Als je het doet samen met een springding als Jemima Pearl achter de microfoon bijvoorbeeld. In twintig minuten - terwijl ze eigenlijk voor vijfenveertig minuten op de rol stonden - trapte Be Your Own Pet continu het gaspedaal dieper en dieper in. Jemima gunde zichzelf en haar maatjes nauwelijks tijd om adem te halen en wilde al maar sneller. In de vijfde versnelling de bocht door kan dus best wel, als je maar goed stuurt. De overgang van de kolkende India naar de brave Juliet was dan ook te groot toen we daar eenmaal binnen gedrongen om Fink te gaan bekijken. Hij schrok zelf volgens mij ook een beetje van de grootte van de tent waarin hij akoestisch optrad met zijn twee ook tot eenvoudige muzikanten bekeerde producers en dj's. Wij waren in ieder geval niet echt onder de indruk, maar dat lag misschien ook wel aan de orkaan waarin we net rondgetold hadden. Even wat rust was wel op zijn plek nu, maar dan zonder muziek.
Falafel dan maar? Ja lekker! En veel sneller dan gisteren gelukkig. In de verte hoorden we een bekend riedeltje komen vanuit de Bravo. De Infadels coverden "Steady, As She Goes" van the Raconteurs. Shit ja! Jack White en Brendan Benson! Daar keken we naar uit! En wij niet alleen, want de Grolsch was al behoorlijk afgeladen toen we ruim voor aanvang arriveerden. Dat zorgde ervoor dat we op wederom op de aardig rotte plek voor de basspeakers belandden. Hierdoor leek het in eerste instantie alsof de heren er weinig van bakten, maar toen we eenmaal op een betere plek stonden bleek het tegendeel. Het deed ons bovendien deugd om te zien dat Brendan Benson veel meer dan we verwacht hadden een hoofdrol opeiste, zelfs bij de gitaarsolo's. Het sterkste aan Raconteurs blijft de afwisseling tussen het superieure powerpopgevoel van Brendan Benson en de rare strapatsen van Jack White. Voorlopig duimen we even dat Broken Boy Soldiers niet de enige release blijft van deze Detroitse supergroep. Zoveel interessanter ook dan Jack zijn andere speeltje.
Na deze glorieuze comeback van jaren zeventiger rock was het weer een forse overgang naar het platte Engels van Mike Skinner's Streets. En eerlijk is eerlijk, we kwamen vooral om aapjes te kijken. Zou Skinner weer dezelfde fout maken als twee jaar terug, toen hij meer van de wereld was dan welke andere Lowland-ganger ook en er werkelijk waar helemaal niets van bakte. Nee dus. Skinner had geleerd, nipte aan een versgezet bakkie leut en deed zijn ding ongeveer honderd keer beter dan de vorige keer. Natuurlijk moest hij zelf ook nog even terugkomen - al zal hij zich er waarschijnlijk weinig van herinneren - op het voorval, het leverde immers met "Fake Streets Hats" zelfs een nummer op voor zijn laatste cd. Degelijk is een raar woord om te gebruiken voor een mannetje als Skinner, maar het is hier wel op zijn plaats. Een ander die ook een behoorlijk verleden met zich meezeult is Carl Barât van de Dirty Pretty Things. Hij zeulde niet zelf zijn fles Jameson mee, dat liet hij over aan zijn tweede gitarist. Drinken ervan deed hij natuurlijk wel, met ongeduldige teugen. Je zou verwachten dat het de boel wel een beetje in de hens zou zetten. Maar helaas, óf Dirty Pretty Things hadden niet hun dag óf zijn niet zo geweldig als je zou vermoeden naar aanleiding van hun toch meer dan behoorlijke plaat van eerder dit jaar. Jammer was het wel.
Iemand van wie van te voren al vast stond dat hij niet zou kunnen teleurstellen was Iggy Pop. Als een waar rock'n'roll monster stortte hij samen met zijn Stooges hun krakers over de afgeladen Grolsch uit. Tot ver buiten de tent stonden de mensen te kijken naar hoe de spijkerbroek van Iggy steeds verder en verder afzakte. Een raadsel blijft wel waarom ze twee keer "I Wanna Be Your Dog" speelden. We hebben het tenslotte hier toch niet over een band met maar één album in haar repertoire. Maar goed, dat kleine schoonheidsfoutje kunnen we ze wel vergeven. Legendarisch is een groot woord, maar als er over een decennium een boek verschijnt over vijfentwintig jaar Lowlands dan zal dit optreden niet onvermeld blijven en vergezeld gaan van een foto van Iggy die de gitaarversterkers berijdt.
Of Massive Attack in dat boek een prominente plek krijgt valt te betwijfelen. Misschien ook wel, maar dan vanwege de lichtshow bij hun show die uit de kunst was. Wat ons nog het meest verbaasde was dat deze triphoppers er in slaagden om de diepte van het geluid van Mezzanine en Blue Lines live ook met ordinaire instrumenten wisten te creëren. Door de bijzondere muur van licht achter de muzikanten, waarop tegen het einde wat anti-oorlogsleuzen geprojecteerd werden, viel bovendien niet op dat de show verder behoorlijk statisch was. Langzaam zoemden ze ons in slaap. Tijd om maar eens op te stappen, morgen is er immers weer een dag.
Op weg naar de auto hoorden we Gogol Bordello nog een lawaaierig feestje maken in de India, maar het volk stond tot ver buiten de tent te kijken naar hun verrichtingen. En eigenlijk wilden we de zoemende toestand waarin Massive Attack ons gebracht had nog wel even vasthouden. Even Junior en de Jongedame een nachtzoen brengen in plaats van de hele nacht wachten op een set van MSTRKRFT die volgens de opgebleven malloten niet meer bleek dan een (op zich aardige) techno-dj-set van twee uur. Bovendien was het geluid hier wél erg kut. Van "Easy Love" waren alleen de bassen te horen. Laat mij dan maar slapen.

I Wanna Be Your Dog werd eenmaal gespeeld met Steve MacKay.
Tuurlijk hadden ze nog veel meer kunnen spelen (We Will Fall!), maar het materiaal van Raw Power verviels sowieso omdat Ron op dat album bass speelt, en James Williamson, die er niet bij was, gitaar.
Maar zo moeilijk zijn die akkoorden toch niet? :)
Slechts twee minpuntjes bij Iggy & The Stooges: dat We Wil lFall niet gespeeld werd en - sorry Mr. MacKay - dat die sax soms zo ver naar voren klonk.
Maar het was alles bij elkaar wel zo ontzettend goed dat ik niet eens gemerkt heb dat iemand bovenop mijn voet is gaan staan. Pas de volgende ochtend zag ik dat mijn linkersok vol bloed zat. True Iggy-style.
Mijn schoenen gingen naar de klote in de pit. Als dat geen rock and roll is :)
Mijn sok bleek na afloop vol bloed te zitten. Da's pas rock 'n 'roll Iggy-style!
Ik zat thuis dronken op de bank.
Heb ik nu gewonnen?
als je dronken was wel peter.
Mijn zaterdag op Lowlands uitgedrukt in minnen, plussen dan wel 'mwah':
- De Kevers (+, het ratjetoe aan zangers en zangeressen dat covers van The Beatles in het Nederlands kwam zingen, op de teksten uit 2003 van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Erg leuk)
- Mastodon (-, heel kort gezien, beoordeeld als een onnavolgbare bak herrie waar ik geen zin in had. Hard weggelopen)
- Guillemots (++, dat verzin je toch niet! Dit keer waren van "Who left the lights off baby" de coupletten geniaal en was er juist nauwelijks iets te volgen van het gouden refrein en de nu al legendarische saxofoonsolo. De muziek, de show, het geluid, het gevoel: dit was werkelijk bril-fucking-jant. Maar ik houd mijn hart vast of de Guillemots zullen doorbreken: kan mainstreampubliek zoveel pure originaliteit wel aan?)
- Ministry (mwah, retestrak in een halflege Alpha, maar ja, ik heb het laatste half uur nu eenmaal vergeefs zitten wachten op New World Order)
- Spearhead (++, voorspelbaar maar wat een heerlijke funk blijft dit toch)
- Raconteurs (++. Schreven Rockgeschiedenis. Hun album is een leuk onschuldig popplaatje met een vrolijk singletje enzo, maar ik beluister het nu met compleet andere oren. Op cd hoor je namelijk het furieuze gekrijs van Jack White nauwelijks. Of al die scheurende solo's. En dat orgel, dat écht bijna als Led Zeppelin klonk. Ik had opeens het gevoel alsof ik naar de eredivisie van de muziek zat te kijken, naar een nieuwe supergroep, alsof alle Franzen, Greendays, Peppers en The Darknessen van deze wereld als irrelevante peuters in de hoek gezet werden. En de eentonige The White Stripes die ik nooit leuk gevonden heb ook, trouwens. Dit was echt VET.)
- Scissor Sisters (++, helaas maar 15 minuten van gezien, erg leuk en nog beter dan de vorige keer. Heerlijk geluid ook)
- Massive Attack (+, erg statig, mooie lichtshow, Air voor bejaarden. Kakte helaas wel genadeloos in na het veel te korte Unfinished Sympathy)
- 90's Now (mwah, slecht discofeestje in de Grolsch, fout fout zet niet aan tot dansen. Het was dat ik met vrienden was...)
- MSTRKRFT (+, ik was die malloot ja, en opgebleven tot half vijf)
Mijn commentaar op de UDS heb ik bij de foto-entry al gegeven. Het verslag hierboven komt toch ook dicht bij mijn mening. Is het dan toch nostalgie dat ik het een van de hoogtepunten van het festival vond?
Over Iggy heb ik niets toe te voegen. Legendarisch is inderdaad een groot woord, maar misschien wel van toepassing.
Jammer dat ik de Guillemots heb gemist. 'k Heb alleen het laatste nummer of zo meegemaakt.
Bij Massive Attack had ik niet zo'n goed zicht op het podium, dus ik kan niet al te veel zeggen over de lichtshow/videoshow. Maar muzikaal gezien vond ik het wel wat mat. Ben na 15-20 minuten dan ook maar weggegaan.
Nog niet genoemd, maar wel een erg leuk feestje was Spearhead. Michael Franti is een ongelooflijke positivo en soms was 'ie misschien iets te hard bezig het publiek te bespelen, maar het klonk prima. Veel nieuw werk, helaas niet mijn favoriet People In Tha Middle gespeeld, maar toch een uitstekend optreden.




