Crossing Border 2006 - Voorpret
Tussen alle nieuwe festivals die proberen as hip as can be te zijn, lijkt Crossing Border welhaast een bejaarde naam geworden te zijn. Vergeet niet, ooit was het nieuw om muziek en gesproken woord naast elkaar te programmeren. Crossing Border in Nederland en De Nachten in België begonnen er misschien wel als eerste mee, en steeds meer festivals durfden het aan om genreoverschrijdend te programmeren.
Het betekent niet dat deze formule uitgemolken is, dat er weer iets anders moet gebeuren, maar het betekent wel dat deze formule niet meer zomaar zonder meer werkt. Ook de organisatie van oud-gediende Crossing Border zal zijn best moeten doen om zijn kop boven het maaiveld uit te blijven steken
Lees verder..Wah Wah #3
Vroeger gingen we ook wel eens weg in de herfstvakantie, maar meestal was dat om te kamperen in eigen land. Nu niet, we gingen met de hele familie naar Mallorca. Ik had er tevoren mijn twijfels over, want wat moet ik in godsnaam in zo'n all-in vakantieoord met héél véél Duitsers om me heen en de hele dag door gratis eten en drinken? Maar verdomd, het beviel me, mede door het bizar mooie weer, zo goed dat ik het zo weer zou doen. Mijn zusjes hadden stapels tijdschriften opgespaard en meegenomen om te lezen bij het zwembad. Ik niet, ik had maar één blad bij me: het derde nummer van de Wah Wah. Deze had ik zorgvuldig - en met enige moeite, want ik vond de vorige nummers heel leuk - bewaard voor deze vakantie. Een 'moeilijk' boek lezen in de zon terwijl ik met een schuin oog let op wat de Jongedame en Junior uitspoken in het zwembad vind ik niets en vluchtig door maanden oude tijdschriften bladeren en achterhaalde artikelen lezen evenmin. De stukken in de Wah Wah hebben daar geen last van. Ze zijn net als die in haar evenknieën Hard Gras en de Muur vrijwel altijd tijdloos. Alhoewel in dit nummer de voorpublicatie uit De Beatles Bijbel van Bob Spitz en de kritiek op het boek van de winnaar van de Eerste Nederlandse Beatlesquiz Bastiaan Bommeljé van wel degelijk actueel is. En in zekere zin geldt hetzelfde voor het - wederom - hilarische verhaal van Peter Buwalda die op kerstavond met zijn vriendin Marieke Z. perse Walk The Line moet zien in Hengelo en het mooie portret dat Wim de Jong maakte over zijn Sjako!-held Wouter Planteijdt. Ontroerend is de ontmoeting die Vera de Jonckheere had met Kris Kristofferson, waar haar overleden broer enorm fan van was, maar zij totaal niet en hoe hier verandering in kwam. Precies in het vliegtuig terug las ik het stripje van Barbara Stok over de avonturen van de Straaljagers in Spanje. Ik verlangde nog geen twee seconden nadat ik op het vliegveld Münster/Osnabrück in de frisse buitenlucht stond al weer terug naar de warmte van dat land.
File Under: Vakantielectuur par excellence
Thomas Dybdahl - One Day You'll Dance For Me, New York City
Dybdahl is in thuisland Noorwegen een superster, die metalen platen op zijn naam heeft staan. Waar daar zijn volgende plaat alweer is verschenen, moeten wij het hier tot maart doen met het slotstuk van zijn oktober-trilogie. Dybdahl bewandelt in deze serie eenzelfde weg als Nick Drake, wiens driekoppige oeuvre eigenlijk ook een herfstige trilogie is. Dybdahl begon ambitieus en pakte groot uit met That Great October Sound. Een volle rijk gearrangeerde plaat en het hoogtepunt uit de serie. Daarna kreeg hij de blues in Stray Dogs. Zijn nieuwste werkje One Day You'll Dance For Me, New York City is eigenlijk een korte epiloog. Vergelijk 't met Pink Moon. Zo pijnlijk intiem als daar wordt het niet, maar de man heeft wel zijn neiging tot het grote gebaar achterwege gelaten. Hier blijft hij overeind met slechts zijn stem en subtiele begeleiding. En wat voor een stem, ergens tussen Antony, David Sylvian en Jeff Buckley: rijk van kleur als het genoemde seizoen. Voor wie bekend is met de eerdere twee delen is het allemaal van vertrouwde kwaliteit. Prachtige piano-partijen en de kenmerkende zoemende vibrafoons. Af en toe wat knisperende percussie en een Zweedse gesproken woord sample voor de juiste sfeer. Bevatte Stray Dogs al een geweldig duet met de Noorse popprinses (een soort Annie) Bertine Zetlitz.. Deze keer zingt de al even charmante actrice Silje Salomonsen mee in het nummer "Henry". Wat een lieve stem. Dybdahl blijft een klasbak, die meer verdient dan twaalf betalende bezoekers in Den Haag, zoals hem in 2005 overkwam. Sterker nog, het zou terecht zijn als de titel geen grootspraak bleek te zijn.
File Under: Dat geweldige oktober geluid
File Audio: [Hier]
Solaire - ... And Then I Strapped Explosives To My Body
Ze waren een beetje ongerust bij Dying Giraffe Recordings dat het pakket niet aangekomen was of dat we zelfs geen aanleiding zagen om iets te zeggen over hun nieuwe telg ... And Then I Strapped Explosives To My Body van de Rotterdamse band Solaire. Nee, zo erg is het allemaal niet hoor. Het debuutalbum bleef alleen even liggen door de aanhef: T.a.v.: Ewie. En dan nog vet afgedrukt ook. Ik heb me echt dagen af lopen vragen waarom een label een stukje van mij wil. Nu schrijf ik meestal wel positief over cd's, maar dat heeft meer met de kwaliteit te maken dan met mijn positieve aard. Op die manier kwamen twee bands aan hun stukjes die ook op dit label zitten, NiCad en Mummy's A Tree. Nu is dan deze cd van Solaire aan de beurt, verpakt in een grijze wat saaie digipack. Helaas, en dat meen ik oprecht, wordt die saaie lijn verder doorgetrokken in de muziek. post-rock, want in dit muziekgebied begeeft de band zich, is wat mij betreft al een wat gezapig genre aan het worden. Solaire speelt hun tracks braaf, zoals het hoort zeg maar. Het verrast of beter gezegd, gezien de titel, het explodeert nergens. Dit zal toch moeten wil Solaire boven het grote maaiveld uitkomen van alleen al de diverse Nederlandse bands in dit genre. Ik zou dan ook als ik de band was eens nadenken waarom ik voor Solaire zou moeten kiezen en niet voor hun collega's. Een paar samples, hier en daar wat zang en af en toe gitaargegrom is echt te weinig. Met de vriendelijke groeten van Ewie, maar meer kan ik er echt niet van maken.
Solaire is op de volgende dagen live door het hele land te aanschouwen:
4 november in Stubnitz Amsterdam
5 november in Effenaar Eindhoven (voorprogramma Under Byen)
18 november in Sound Record Store Rotterdam
26 november in Stalles Rotterdam
27 november in The Little Cave Rotterdam
21 december in Simplon Groningen
23 december Manifesto Hoorn (voorprogramma The Gathering)
2 februari Perron 55 Venlo
File Under: Tja, post-rock
File Audio: [5x in stream op de website van Solaire]
Bif Naked / Britt Black
Vanaf de cover kijkt een schaars geklede dame me zwoel aan. Bif Naked heet ze, en de schaarse kleding van deze Canadese lijkt vooral tot doel te hebben haar zwaar getatoëerde velletje tentoon te spreiden. Het doet wel wat aan de Christina Aguilera's en Pinks van deze wereld denken. Zelfbewust en krachtig maar niet te beroerd het aantrekkelijke lijf in de strijd te gooien. Muzikaal is het een stukje steviger dan bij de hiervoor genoemde dames, maar ook dit album is duidelijk gemaakt met het oog op hitparadesucces. De composities zijn goed opgebouwd, de instrumentatie zorgt regelmatig voor een een vleugje nu-metal, maar het is nergens te wild of lastig te volgen. Het is echter aan het gevarieerde stemgebruik van mevrouw Naked te danken dat het interessant blijft om naar te luisteren. Oudere jongeren als ik zullen er waarschijnlijk wel wat Pat Benatar in herkennen, jongere lezers zullen met een naam als Gwen Stefani (No Doubt) haar stem beter thuis kunnen brengen. Alleen is de keuze van Metallica's "Nothing Else Matters" als cover wat gemakkelijk. Het voegt weinig toe aan het origineel. Als je het mij vraagt is deze uitsluitend gekozen als gimmick voor de publiciteit. Maar goed, voor het grootste deel is het wat gladde maar prettige pretpoprock met een punkrandje en hier en daar een wat heftiger riff ertussendoor. Licht verteerbaar maar het blijft niettemin probleemloos een cd lang leuk. Toch zou het wel eens een goede keuze kunnen zijn als de dame wat van de gebaande paden afwijkt. Dat doet ze namelijk in "Ladybug Waltz" en dat is prompt een hele spannende song. Al met al is dit een heel behoorlijke cd met de belofte van meer.
Land- en labelgenote Britt Black kijkt even zwoel in de camera, is iets meer gekleed en iets schaarser getatoeëerd. Belangrijker is dat ze ook producer/engineer/songwriter Peter Karroll deelt met Bif Naked. Waar Biff Naked toch vooral poppy is, is Britt Black echter een stuk steviger. Nog steeds met songs met hitparadeformat, dat wel. Ook hier een niet al te opvallende cover, nu van The Cults "She Sells Sanctuary". Ziet u al een patroon? Ik ook. En toch moet ook hier geconcludeerd worden dat het een heel prettig werkje is. Bif Naked en Britt Black zijn twee kanten van dezelfde medaille, Bif Naked voor de popliefhebbers, Britt Black voor de rockliefhebbers. Formulewerk, dat zeker, maar als al het formulewerk zo goed uitgevoerd zou worden zou het er al een stuk beter uitzien met de muziekwereld...
File Under: Een tikkie braaf, maar toch leuk
File Audio: [fragmenten van alle songs op de site] [ MySpace]
File: Britt Black - Blackout
File Under: De andere kant van de medaille
File Audio/Video: [op de site] [en natuurlijk op MySpace]
Joan of Arc - The Intelligent Design Of Joan Of Arc
Ik was er wel aan toe hoor: slecht geproduceerde, lekker nonchalante gitaarpop met een zanger die er niks van kan. Zoals ze die in de jaren negentig nog maakten. Zucht. Nieuwste plaatje van Joan of Arc dus in de speler proppen, en hopen op het beste. Welnu, The Intelligent Design Of Joan Of Arc, vol out-takes, b-kantjes en dergelijke uit hun 10-jarige (hieperdepiep hoera) bestaan, voldoet zonder problemen aan alle bovenstaande criteria. Het lijkt alsof de mannen zonder enige voorbereiding het oefenhok ingedoken zijn en het eerste wat in ze opkwam opgenomen hebben. Dat het geluid op een moment zelfs bijna wegvalt hoeft geen belemmering te vormen het desbetreffende nummer ("busy bus, sunny sun") gewoon op de cd te zetten, integendeel. En de zanger zou nog heel wat kunnen opsteken van de toonvastheid van een Will Oldham. Helaas blinkt Joan of Arc niet uit in goede ideeën. Wel halen behoorlijk wat muzikale fratsen uit in de nummers: vreemde ritmes, samples en andere computerdingetjes, maar zelden kan het echt bekoren. De nummers kabbelen loom voort, zelden wordt versneld of het volume even lekker opengedraaid. En als je dan weet dat het album liefst 1 uur en een kwartier duurt, dan kan je begrijpen dat het op een gegeven moment doorbijten wordt het album überhaupt in een ruk te beluisteren. En dat kan niet de bedoeling zijn. Maar ook als de heren wat kritischer waren geweest en het album een half uur korter gemaakt hadden, was dit niet meer dan een aardig album geworden. Af en toe lekker sfeervol door de toevoeging van toetsen of een trompetje, hier en daar een aardig melodielijntje, meer kan ik er helaas niet van maken.
File Under: B-kantjes, het woord zegt het al
File Audio: [you (single)]
Isobel Campbell - Milkwhite Sheets
Toen ik Isobel Campbell voor het eerst zag - dat was dit jaar op Motel Mozaique - had ik niet eens met haar te doen. Er ging niets uit van de getormenteerde ziel die daar op het podium stond. En dat was nog voor haar optreden. Het werd niet beter toen ze begon te zingen. Haar ijle stem was niet bijzonder genoeg om te imponeren en het publiek verliet voor het einde van het optreden de zaal of begon luidkeels door haar heen te praten. Nadat vorig jaar de plaat verscheen die Isobel Campbell met Mark Lanegan maakte, ligt er alweer een nieuwe plaat in de schappen, waar het meisje het weer alleen probeert. En wat ze probeert ligt ergens tussen dromerige folk en melkwitte luisterpop, op dit album ontdaan van alles wat maar in de weg zou kunnen zitten. Gitaar en percussie zijn echter niet genoeg om te verbloemen dat de ijle stem van Campbell te ijl is om sterke liedjes neer te zetten en haar cellospel kan niet toevoegen wat Lanegan vorig jaar nog toevoegde. Op dit album lijkt alles een beetje op elkaar en blijft er helemaal niets hangen van wat Campbell de luisteraar aanreikt. Net zo voorzichtig als haar stem, lijkt ze te willen zeggen: 'Ik heb een liedje gemaakt. Misschien, het hoeft niet hoor, maar misschien wilt u er eens naar luisteren?' En ach, ik heb het geprobeerd, maar met de aanblik van Campbells droeve ogen nog op mijn netvlies gebrand, moet ik toegeven dat er getormenteerde zielen zijn waar ik liever, veel liever naar luister. Campbell kabbelt. Ze speelt haar rol niet goed.
File Under: Campbell kabbelt
File Audio: [Zowel op eigen site als op MySpace nog geen enkel woord over, laat staan een lied van de nieuwe plaat]
George Byrne - Foreign Water
Een paar recensies geleden vroeg ik me nog af wat er tegenwoordig aan leuks uit Australië en omstreken komt. Nog excuses aan alle Powderfinger-fans voor het niet noemen van hun naam, maar dit terzijde. Het debuutalbum van tegenvoeter George Byrne kletterde onlangs door mijn brievenbus en sindsdien ben ik de hele tijd op zoek geweest naar de naam waaraan de muziek en stem van deze singersongwriter uit Sydney mij doet denken. De naam die de gehele tijd op het puntje van mijn tong zat te wiebelen, trok ik vandaag eindelijk uit mijn Benno: Dolorean. Net als de mannen uit Portland maakt Byrne droefgeestige, herfstbladgekleurde americana met een licht psychedelische inslag. Hij beschikt over een prettig in het gehoor liggende lichthese stem, ergens tussen die van Dolorean's Al James en een jonge David Gilmour in. Muzikaal gezien gaat hij echter iets traditioneler te werk. Het wordt pas echt interessant als er van de platgebaande, slingerende alt.kuntry-landweggetjes wordt afgeweken en Byrne onder leiding van Tim Powles (The Church) en Jonathan Burnside (The Sleepy Jackson) wat meer het psychedelische bos in duikt. Dat maakt hem nog geen Wilco maar het voorkomt in ieder geval dat het album ongemerkt aan de luisteraar voorbij trekt. Een 'veelbelovend debuut' heet dat dan in vaktermen.
File Under: Herfstbladgekleurde americana met een licht psychedelische inslag
File My Space: [Yup]
Mad Max - In White EP
De Duitsers van Mad Max waren begin dit jaar ineens terug met een nieuw album. Echt heel enthousiast werd ik er niet van. Ze slaagden er wat mij betreft niet in de oude glorie te doen herleven. Het enige nieuwe op de cd was het feit dat ze plots met christelijke teksten kwamen opdraven. Met de EP In White trekken ze die lijn door en de holy-holy-holy's zijn niet van de lucht. Nou vind ik dat best, als de muziek maar goed is. Op het vorige album viel dat nogal tegen, op dit album hebben ze gekozen voor een semi-akoestische benadering die een stuk prettiger stemt. Hardrock kun je het alleen niet meer noemen. Eerder op Amerikaanse leest geschoeide akoestische poprock. Het is dan ook niet voor niets dat ze met "Open The Eyes Of My Heart" al stevig hebben gescoord in de VS. Het feit dat in het logo het kruis groter is dan de bandnaam en de heren zelf in witte kleding met grote kruisen voorop vereeuwigd zijn, zal op die markt ook niet tegengewerkt hebben. Stryper scoorde daar immers ook al mee voordat het muzikaal iets voorstelde. Zes songs staan er op deze EP, waarvan "To Hell And Back Again" en "Bad Day In Heaven" nieuwe versies van songs van het vorige album zijn en "Lonely Is The Hunter" van Stormchild afkomstig is. Met deze EP maken ze duidelijk dat de christelijke boodschap geen eenmalig uitstapje was en dat er bovendien muzikaal het nodige veranderd is. Of ze daarmee hun oude fanschare inwisselen voor een nieuwe zal nog moeten blijken.
File Under: Mad Max alias Streiper
File Audio: [ MySpace]
My Chemical Romance - The Black Parade
Over AFI's December Underground schreef Leon Verdonschot in juli nog 'meer opgeblazen drama ga je niet meer treffen dit jaar'. Met alle respect voor Leon, maar hallo hee, met de opgeblazen dramatiek op het nieuwe album van My Chemical Romance kun je een heel seizoen Hart van Nederland vullen, alle komende lijsttrekkersdebatten, het hele ego van Jort Kelder en dan kun je nóg altijd met een zeppelin op en neer naar New Jersey terwijl je vier tragediën van Shakespeare opvoert. De band vond het namelijk tijd om na hun doorbraakalbum Three Cheers For Sweet Revenge alles uit de kast te trekken voor de opvolger. Zoals daar zijn: trompetten, een orkest, lalala-koortjes, rockabilly-solo's, slepende mainstreamballads, een compleet verhaal en een bijna belachelijke video. En dat dan ook nog zonder de oude punk-attitude helemaal te verliezen. Kortom, Panic at the Disco kan wel weer inpakken; deze Muse-achtige emopop-bombast gaat het heuuulemaal maken. En nu vraag je natuurlijk aan mij: wat vind je daar nou van? Kan dat allemaal maar zomaar? MAG dat eigenlijk wel? Nou, flikker maar op: absoluut! Er zijn de afgelopen jaren hele massa's voorgekookte emo-crap tegelijk losgelaten op de jeugd - hoed je overigens voor de puristische zuurpruimen die roepen dat het allemáál rotzooi was, en dan typisch het fijne vorige MCR-album - maar The Black Parade is heerlijk, uitmuntend en brengt zelfs totale euforie. Vergelijk het oude gekwelde "I'm not okay" maar eens met de nieuwe "We Are The Champions" voor vampieren, getiteld "Welcome to the Black Parade". Oke, zo heel sterk is dat middenstuk ervan niet, maar op het album is verder echt geen zwak moment te bespeuren. Al gaat het nergens over, is het allemaal zo fake als Harry Potter-fanfiction die nog geschreven moet worden en zullen de overgeproduceerde songs live niet echt overkomen, wat boeit het?
File Under: Schminken is gewoon leuk
File Video: [Je weet dat je het wil zien]
The Bullfight - One Was A Snake
Stierenvechten is een wreed schouwspel dat wat mij betreft liever vandaag dan morgen verboden mag worden. Spanjaarden en Portugezen denken daar echter heel anders over. Voor hen is het een bijna magisch ritueel. Een levensgevoel, spiritualiteit, romatiek, "duende". Het traditionele gevecht op leven en dood als ware het een dans. Het grommen en snuiven van het opgejaagde dier. Het geklap en geklater van het publiek. De opzwepende muziek. De elegantie en moed van de toreador. Zou het Rotterdamse The Bullfight deze beelden in het hoofd hebben gehad toen ze hun bandnaam verzonnen? Wanneer je naar de cd One Was A Snake zou je het bijna denken. De plaat is doortrokken van donkere romantiek, verpakt in meeslepende melodieën. Violen en gitaren als wapperende rode lap. Pianoritmes en roffelende drums het stampen van de hoeven en in zwarte lakleer gestoken voeten. Een metalige snaredrum het geluid van de zwaarden. Alles opbouwend naar de onvermijdelijke climax. Hier is geen plaats voor lichtzinnige lach. In de arena van The Bullfight strijden The Cure in hun donkerste periode, Tindersticks, Gavin - Each man kills the thing he loves - Friday en Jaques om de eer tot er géén winnaar is. Sluit de gordijnen, steek een kaars aan, sla de eerste twee nummers van de cd over en laat je meeslepen door de meerstemmige gothiek van "No Thorns, No Roses". Ervaar het gevoel wat The Bullfight is. Zonder bloedvergieten, maar wel met gevoel in de donder. Het is een warme herfst in Rotterdam.
File Under: Donkere romantiek zonder bloedvergieten
File My Space: [The Bullfight]
J. Tillman - Minor Works
Als ik een stuk vooruit fiets op mijn reisgenote en een Duits dorpje nader zit hij daar plotseling, de roofvogel. Het is een valk. De afstand tussen mij en de vogel is zo'n vijf meter. Hij kijkt mij droevig aan. Ik stop en stap af. Ik kan de vogel tot een paar meter naderen. Hij lijkt gewond, maar niet zichtbaar. Misschien is hij ergens tegenaan gevlogen. Zijn nek is echter niet gebroken. Hulp kunnen wij niet bieden. We weten niets van roofvogels, zijn op de fiets en moeten bovendien vandaag nog een heel eind. We gaan naar het eerstvolgende huis, waar toevallig twee vrouwen buiten zitten. Ik leg het uit, zij begrijpen het probleem. Eén van de vrouwen zegt dat haar man zo thuis komt en vast wel wat kan betekenen voor onze vogel. Wij knikken, wij hopen het. In mineur gaan we verder. Wij gaven het lot van de vogel over voor zover we er al iets over te zeggen hadden. Het lot. Het kan alle kanten opgaan. Zo ook dat van J. Tillman. Op zeer beperkte schaal (100-300 stuks) bracht hij zijn albums uit. Het lot dat zoveel singer-songwriters ondergaan, als ze al iets uitbrengen. Tillman trok echter zijn winnend lot. Damien Jurado ontdekte hem via een toegestopte demo. Jesse Sykes las een artikel in een plaatselijk blaadje en bracht hem in contact met Fargo Records. En zo brengt deze droefsnoet in 2006 zijn liedjes uit op een groot label onder de albumtitel Minor Works en mag hij bovendien dit jaar nog mee als support met Jurado langs o.a. de Nederlande podia. Hij zal zijn weg wel vinden, maar of de vogel nog leeft zal ik nooit te weten komen. Ik hoop dat zijn lot hem ook gunstig gezind was.
File Under: Man met gitaar en sobere begeleiding
File Audio: [Crooked Roof]
Def Leppard - Hysteria
Toen Def Leppard's Hysteria uitkwam in augustus 1987, hingen onze monden wagenwijd open bij de eerste keer dat we deze LP beluisterden. Wat deze vijf mannen in heel veel studiotijd in de Wisseloordstudio's in Hilversum en een handvol andere studio's samen met Mutt Lange opgenomen hadden grensde voor ons gevoel aan het ongelofelijke. Een maatstaf voor moderne hardrock, dat was het geworden, zo oordeelden wij snotapen: de lat werd hier heel, héél hoog gelegd. We verbaasden ons over de magistrale stereo-effecten die door de hele plaat verweven zaten en de manier waarop Def Leppard een oplossing gevonden had voor het probleem Rick Allen, die door een auto-ongeluk een arm miste. Ondanks de dikke productie bleven de ballades "Love Bites" en het titelnummer overeind. Een magistrale mix van popelementen in hardrock ingebed, dat was het. De zestien miljoen keer dat Hysteria over de toonbank ging, dat was niet meer dan logisch en verdiend..
Het is nu bijna twintig jaar geleden dat Hysteria verscheen. Genoeg reden om deze plaat nog eens opnieuw uit te brengen in een Deluxe Edition. De productie hierbij nog eens onder handen nemen, dat was als vanzelfsprekend niet nodig. Maar ik moet wel bekennen dat ik me eens achter de oren krabde bij het opnieuw beluisteren. Was dit het nu? Ik ben natuurlijk ook twintig jaar ouder geworden en heb niet stil gezeten qua verbreden van muzikale horizonten. En dan laat ik even in het midden of mijn smaak beter geworden is. Ik kan me nog wel voorstellen dat ik dit als dertienjarige puber dit heel, héél erg gaaf gevonden heb, maar ik kan me niet inbeelden dat als deze cd nu uit zou komen, ik nog steeds stijl achterover zou slaan van de effecten in "Gods of War" of "Rocket". Daarvoor is er teveel veranderd en doorontwikkeld sinds 1987. Toch denk ik dat iemand die tegenwoordig nog veel hardrock, AOR of hoe je het ook wilt noemen luistert en nog nooit een nummer van Hysteria gehoord heeft wel onder de indruk zal zijn, want super verjaard klinkt het nou ook weer niet. Bovendien zal een nieuweling in zijn nopjes zijn met het zeer uitgebreide boekje en de zestien bonustracks die deze Deluxe Edition bevat. Datzelfde geldt ook voor wie Hysteria nog steeds koestert. Als je een early adopter was dan was je misschien zelfs wel aanwezig bij de vier nummers die opgenomen zijn in het Noorderligt in Tilburg in 1987. Ook al jaren plat.
File: Def Leppard - HysteriaFile Under: Stiekem toch een klassieker.
Tommy Emmanuel - The Mystery / Live at Her Majesty's Theatre (dvd)
De Australiër Tommy Emmanuel is getooid met de titel cgp, certified guitar player. Deze titel is hem ooit verleend door Chet Atkins, zijn voorbeeld en mentor. Die titel is slechts twee anderen ten deel gevallen. En inderdaad, Emmanuel is een zeer vaardig gitarist. Op de akoestische gitaar, wel te verstaan, want een elektrische gitaar komt er niet aan te pas. Emmanuel beoefent de stijl die "fingerpicking" heet, zonder enige verdere begeleiding. De songs zijn meestal door hemzelf geschreven, maar hij vertolkt ook een instrumentale versie van Billy Joel's "And So It Goes". Veelzijdig is de man zeker, want het gaat van ragtime tot folky tot blues en op een nummer zingt hij, samen met zijn vriendin, de Amerikaanse singer/songwriter Elizabeth Watkins. En toch ben ik er niet helemaal enthousiast over. Ik blijf het vooral "heel knap" vinden en dat hoort niet de eerste kwaliteit van muziek te zijn. Het moet me raken en dat doet dit album niet echt. Ik ben natuurlijk ook vooral een liefhebber van elektrische gitaar. Misschien is dit een overdosis akoestisch voor mij en wordt de folkliefhebber hier wèl blij van. Een ander puntje van kritiek is dat Emmanuel veelzijdig is, maar juist daardoor amper een eigen stijl lijkt te hebben. Aandachtspuntje voor de volgende keer.
Het is geen verrassing dat de live-dvd, opgenomen in zijn thuisland, van hetzelfde laken een pak is. Een meneer met zijn gitaar op een podium in een intiem zaaltje. Deels overlappen de songs, maar er staan ook andere songs op, zoals covers van "Somewhere Over The Rainbow" (Judy Garland) en een heerlijk bluesy "Heartbreak Hotel" (Elvis Presley). Met name door de covers is de variëteit in tempo groter en dat komt de dvd zeker ten goede. Ook hier is Elizabeth Watkins bij een paar songs van de partij. Emmanuel staat met veel plezier te musiceren, al lijkt hij gezien de wat al te guitige blikken de zaal in zijn eigen capaciteiten als entertainer te overschatten. Of er zat voornamelijk familie in de zaal, dat kan ook. Daarnaast lijkt hij een enkele keer snelheid te verkiezen boven zorgvuldigheid, wat me juist bij iemand die het moet hebben van zijn spel niet handig lijkt. Dat neemt niet weg dat de man zijn ambacht beheerst. Zijn plaats op een label als Favored Nations is dan ook alleszins begrijpelijk.
File Under: Folky fingerpicking
File Audio: [Antonella's Birtday] [meer fragmenten]
Wetton/Downes - Icon - Never in a Million Years
Tot hoever kun je een concept uitmelken? Binnenkort verschijnt Rubicon, de tweede cd van Icon, het project van John Wetton en Geoffrey Downes. De eerste cd is in 2005 verschenen en dit jaar verscheen al een DVD met een akoestische sessie. En nu ligt er een live album, Never in a Million Years, met Icon-nummers en met Asia-nummers. En dat terwijl Asia ook weer bij elkaar is in de originele bezetting (Downes, Wetton, Howe en Palmer). Daarvan zal ook vast binnenkort wel weer nieuw werk verschijnen. Kortom, als u een doorgewinterde Wetton en/of Downes-fan bent kunt u voorlopig de knip blijven trekken. De kritische en/of armlastige Wetton/Downes-fan luistert echter voor hij overgaat tot de aanschaf van Never in a Million Years. Niet dat het een slechte plaat is, maar deze plaat voegt niets belangwekkends toe aan het oeuvre.. Downes en Wetton worden geholpen door gitarist John Mitchell, ook al zo'n druk mannetje (It Bites is weer bij elkaar, maar dan zonder Dunnery) en drummer Steve Christey. Bekwame muzikanten die, met zijn vieren, dan ook adequaat hun taak vervullen. Het blijft alleen allemaal zo netjes binnen de lijntjes. En dat is nu wat je net niet wilt horen op een liveplaat. Dan was die akoestische sessie toch beter cq. verrassender. Kortom, de compleetheidsfanaticus rent onverwijld naar de winkel, de overigens wachten tot de uitverkoop begonnen is. Alhoewel, met de huidige stroom releases lijkt die al begonnen...
File Under: Overbodige liveplaat
Beirut - Gulag Orkestar
Dé wereldmuziek-stroming van het moment is gypsy folk. Zigeuners zijn in. Volgend jaar is het waarschijnlijk tijd voor de rumba. Tot dat moment is hier Beirut. Gulag Orkestar is alweer een tijdje uit, maar verdient zeer zeker alsnog wat aandacht op File Under. Al is het maar omdat de maker Zach Condon pas 20 jaar oud is en nu al een behoorlijk goede plaat heeft gemaakt. Condon's biografie leest als een goede avonturenroman: een jongen uit New Mexico die stopt met school, door Europa reist en daar het Balkan-versus te pakken krijgt. (Ik zie hier al snel die foute gids uit Everything Is Illuminated voor me, in de film gespeeld door Eugene Hutz) Condon werd door een paar beroemde fans onder de hoede genomen, zoals Jeremy Barnes van Neutral Milk Hotel, waar zijn muziek dan ook wel enige gelijkenis mee vertoond. Sterker vind ik de verwantschap met andere NMH navolgers als The Decemberists. Een lekker theatraal sfeertje dus. Dichter bij huis is deze plaat een melancholisch dansfeest in Russische dranktinten waarop ook De Kift zou kunnen spelen. Gezwollen vocalen, rammelende percussie, hommeles in Bratislava en romantische ansichtkaarten uit Italië. Rammel met de tamboerijn, blaas de schalmei, dans op tafel in een Berlijns café, maar vergeet niet, als de gordijnen dicht zijn en het doek is gevallen, helpt sterk water niet meer om de duivels uit je hoofd te verdrijven. Een goed stel benen in een kort jurkje mogelijk wel.
File Under: Topografisch naamdroppen voor gevorderden. (Of: Wereldplaat)
File Audio: [Postcard From Italy][Mount Wroclai (Idle Days)]
Under Byen - Samme Stof Som Stof
Wie een keer oog in oog heeft gestaan met Under Byen's Henriette Sennenvaldt, verdronken is in die mooie ogen onder haar donkere wenkbrauwen en haar live heeft horen zingen, weet dat er zoiets als een God bestaat. Zo'n zeldzaam schepsel als Henriette kan namelijk niet verwekt zijn door stervelingen, maar slecht geschapen door iets bovennatuurlijks. Wat dat betreft zit ze - vast niet toevallig - ook precies in de goede band. Under Byen gaat al sinds haar oprichting, zwervend tussen stromingen, eigenwijs haar eigen gang. Maar doet ondertussen niet moeilijk over iets aards zoals het maken van een remix voor een Rammstein-nummer. En als iets mijlenver van Under Byen verwijderd ligt, dan zijn het wel de marcheerbare ritmes van Rammstein. Deze en andere nevenbezigheden maakten wel dat er lang gewacht moest worden op hun nieuwe cd Samme Stof Som Stof. Maar het was het wachten zeker waard. Samme Stof Som Stof klinkt, ondanks de bezettingswisselingen die er geweest zijn in de tussentijd, nog steeds zoals ik verwacht had dat de volgende stap van Under Byen na Det Er Mig Der holder Traeerne Sammen zou klinken, maar overdondert me toch. De band laveert sierlijk tussen avant-garde, klassiek en pop/rock en zorgen met hun tegendraadse, maar toch melodieuze nummers, dat je door de immer spannende instrumentatie die de stem van Henriette omringen als van zelf meegezogen wordt in de muziek. Als je visioenen krijgt van Kate Bush en Björk bij het beluisteren van Samme Stof Som Stof, dan verbaast me dat niets. Ik kreeg ze ook, maar hopelijk zie je dan ook net als ik de jaloerse bewonderende blik in hun ogen...
File Under: Deense bovenaardse betovering.
File Audio: [Den her sang handler om at få det bedste ud af det][Af samme stof som stof]
Misery Signals - Mirrors
Je moet tegenwoordig wel van hele goede huize komen als je nog wil opvallen in de al zo overvolle zee der heavy releases. Helemaal in de metalcore-hoek, waar het al zo dringen is aan de top. Misery Signals doet nu haar tweede gooi naar een plaats in de eredivisie der bruten en voorwaar, ze komen er zeer aardig vanaf. Nu is metalcore niet per definitie mijn ding wegens vaak te doorsnee en te weinig melodieus, maar muzikaal weet dit vijftal mij prima te vermaken. Lompe riffs die hier en daar niet vies zijn van wat linke ritmiek, verpletterende sound, harde beatdowns, ultrastrak drumwerk, allemaal vakwerk van het granieten soort. Misery Signals klinkt Amerikaans, modern en enigszins gelikt, neigt vooral naar druk door elkaar lopende riffs, maar wisselt deze af met spaarzaam geplaatste tokkelpartijen en cleane stukken. Alleen het doorsnee geschreeuw doet enigszins afbreuk aan het geheel, iets meer variatie had hier zeker goed gedaan. Voor de rest blijft er boven de streep een vette metalcore-schijf over, niets meer en niets minder, goed voor menig huiskamermosh dan wel vensterbankdive.
File Under: Verpletterende metalcore
File Audio: [Hierzo ]
La Ira De Dios - Archaeopterix
Ik dacht toch redelijk verschoond te zijn van vooroordelen, maar ik blijk ze ook te hebben. Bij de muziek die in Peru gemaakt wordt kon ik me niets anders voorstellen dan een groep muzikanten met trommels en panfluiten gehuld in traditionele kleding. Dit blijkt erg kortzichtig te zijn nu ik de cd Archaeopterix van La Ira de Dios gehoord heb. Het viertal (zang, gitaar, bas, drums en effecten) maakt namelijk een mix van, houd je vast, psychedelica, post-rock, garage rock, krautrock en stoner. De songs zijn voorzien van een Spaanstalige teksten die gezien het volume van de zang op de achtergrond een rol lijken te spelen, maar die vertaald voor de liefhebber in het bijgesloten boekje staan. De Archaeopterix is de oervogel der vogels. Hij kon zweven, maar nog niet vliegen. La Ira de Dios zweeft ook, vijf nummers lang met nummers met een behoorlijke tijdsspanne tot bijna 25(!) minuten. Iets wat ik normaliter niet trek, maar waar ik nu graag een uitzondering voor maak. Het album vind ik namelijk van voor naar achteren boeiend en roept bij mij de vraag op of ze ooit wel eens in ons land gespeeld hebben. Ik hoop het niet, want ik wil graag vooraan staan bij het eerste optreden op onze bodem om te kunnen zeggen dat ik erbij was. Ik vrees echter dat ik naar ze toe zal moeten vliegen, eventueel elders in Europa. Luister eens naar de sampler van het album en meld je aan voor de File Under -muziekreis.
File Under: Peru herontdekt
File Audio: [De albumsampler staat hier]
Underworld & Gabriel Yared - Breaking and Entering OST
Okay. Allemaal even een hand in de lucht wie er bij de combinatie soundtrack en Underworld meteen denkt aan Born Slippy. Wat zegt u? 'Shouting Lager! Lager! Lager!' Inderdaad, dat was dus ook hetgeen waaraan ik meteen moest denken toen ik vernam dat de twee overgebleven Underworld-heren, Karl Hyde en Rick Smith, met een nieuwe soundtrack op de proppen zouden komen. Dat het een samenwerking met Gabriel Yared (o.a. verantwoordelijk voor de soundtrack van tranentrekkers als The English Patient, City of Angels en Cold Mountain) betrof, zag ik daarbij voor het gemak even over het hoofd. Eerlijk gezegd moest ik eerst opzoeken wie het nu ook alweer was. En dan valt het best een beetje vies tegen dat de soundtrack in kwestie, die voor Anthony Minghella's Breaking and Entering, meer Yared dan Underworld blijkt te zijn. Dus is het geen energieke stuiterplaat vol Born Slippy's, maar eentje met sfeervolle - nou vooruit dan: smaakvolle - muzikale behangetjes die het vast goed zullen doen als begeleiding voor een fraaie trage panning shot van een even zo fraai landschap of stadsgezicht. Met hier en daar een voorzichtig elektronisch beatje eronder. U leest het goed: voorzichtig. Nooit gedacht dat ik bij de naam Underworld de behoefte zou hebben aan een kaasplankje met een goed glas wijn. Wie wil er nog een toastje?
File Under: Geen Lager! Lager! Lager! maar een rood wijntje...
File My Space: [Onderwereld]
C-Mon & Kypski - Where The Wild Things Are
"Oh, die", zei een kennis van me. "Ik vind ze best cool, alleen die naam he..." Geez, wat is dat toch met mensen? De naam 'Fokke en Sukke' onthouden ze, een woord als 'sim-chip' ook nog, maar ''C-Mon en Kypski', dat is teveel gevraagd, kennelijk. Nog één keer dan: deze Utrechtse band heeft vier bandleden, waaronder beatcreator C-Mon (hij heet Simon, vandaar) en de Nederlands kampioen turntablism Kypski. Je kent ze van dat geniale scratchnummer met een van de gaafste video's van 2004, "Shitty Bum". Wat je vermoedelijk niet kent van ze - ach, wie ook wel - is een half uur 'rare groove' dat ze vorig jaar hebben uitgebracht, getiteld Dutch Rare Food, met het fijne "Rock di Mexicano" erop. Dat was toch echt een van de vetste remix-cd's van vorig jaar. Het nieuwste album van C-Mon & Kypski moet hen de grote doorbraak bezorgen. Qua album zit dat wel goed. Dit Where The Wild Things Are, genoemd naar een kinderboek, barst weer van de originaliteit. Met gastartiesten als de Amsterdam Klezmer Band en Pete Philly, en daarbij beats die variëren van Prodigy tot Air snoepen de nummers uit de gekste hoeken. Het album krijgt daardoor het maximalistische van bijvoorbeeld de Basement Jaxx. Wie C-Mon & Kypski live gezien heeft, weet bovendien dat ze nog veel feller en funkier kunnen dan dit. Maar... nu de Grote Hit nog. Lastig. Pijnpunt, zelfs. Single "Bumpy Road" vind ik 'wel aardig', maar niet meer, en de suffe clip helpt ook niet echt. Als ik mocht kiezen: mijn heel-erg-favoriete nummer is het vlammende "Eyes on the Road", met Voicst. Met stip het leukste nummer dat Voicst ooit heeft opgenomen. Maar ja, da's weer te wild om een hit te worden. Ach, we wachten gewoon af. De Marco Borsato-truc is er altijd nog.
File Under: Smeuïg tot op de bodem
File Audio: MySpace
File Video: Bumpy Road
Alamo Race Track - Black Cat John Brown
Toen ik voor het eerst het nieuwe nummer "Black Cat John Brown" van de gelijknamige CD van Alamo Race Track op MySpace hoorde, moest ik gelijk aan Zwartmoor denken. Dit was mijn moeders kat, ooit ook mijn kat. Onze oude kat genaamd Poes werd geboren in 1971 en in die tijd zouden bijvoorbeeld de lichtvoetige nummers "Stanley vs Hannah" en "Kiss Me Bar" niet hebben misstaan. Poes overleed; zij is trouwens 20 jaar oud geworden. Toen wilden we een nieuwe kat. In die tijd, de eind jaren tachtig zou je makkelijk de voortstuwende nummers "Don't Beat This Dog" en "Northern Territory" op de radio kunnen horen. Van mijn moeder hoefde er niet zo nodig een nieuwe kat te komen. Maar mijn vader, broertje en ik wilden er wel één. Zij nam meestal het grootste deel van de verzorging op zich. Toch kwam er een nieuwe kat en we namen ook meteen zijn broertje mee, zodat ze elkaar als speelkameraadje hadden. Na een aantal dagen of weken, hadden we ze Zwartmoor en Mickey Mouse gedoopt. Zwartmoor natuurlijk vanwege zijn zwarte vacht en Mickey Mouse vanwege het vangen van veel muizen. Zwartmoor snapte toen hij jong was absoluut niet hoe dat in zijn werk ging. Hij heeft het geleerd van Mickey Mouse en vervolgens ving Mickey Mouse geen muis meer. Zou hiervoor het gedreven nummer "The Killing" zijn geschreven? Mickey Mouse overleed en vervolgens zijn we Zwartmoor ook Poes gaan noemen. We smokkelden toch al met die namen, maar nu werd het definitief Poes. Toevallig keek ik op 16 oktober naar De Wereld Draait Door en daar vertelde Ralph Mulder van Alamo Race Track dat hij het nummer "Black Cat John Brown" geschreven heeft naar aanleiding van bezoekjes van een zwarte kat. Bij het nummer "On The Beach" heeft gezien het oosterse geluid vast een Siamees geholpen. Bij de resterende nummers kun je zelf een kat uit een land of decennium bedenken die eraan meegeholpen heeft. De hele popgeschiedenis is in ieder geval één grote inspiratiebron. Ik zou zweren dat Mickey Mouse en Poes aan hun tiende leven zijn begonnen, en dat ze speciaal voor mij voor deze schitterende cd gezorgd hebben.
File Under: Voer voor dierenvrienden
File Audio: [Luister]
File You tube: [Kleedkamersessie]
File Gastschrijver=[Marian]
Dead Moon - Echoes Of The Past
Fred Cole was halverwege de jaren zestig voor het eerst op een plaat te horen en het garagerockcombo Dead Moon dat hij er met zijn vrouw Toody Conner en drummer Andrew Loomis op na houdt, bestaat ook al zolang ik me kan heugen. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig speelden ze in mijn herinnering minimaal één keer per maand in de Vera, zodat ze een deel van mijn persoonlijke soundtrack uit die jaren bepaald hebben.
Een dubbelaar die hun output compileert katapulteert mij dan ook in ene terug naar die jaren. Primitieve garagerock, uit de bocht gierende psychedelica en opwindend raggen, maar allemaal met een bijna lieve ondertoon. De leukste opa en oma uit de rock 'n' roll, van dat stigma komt het echtpaar Cole-Connor nooit weer af, ondanks de fles Jack Daniels op het podium.
En als we het dan toch over stigma's hebben: onverbrekelijk met Dead Moon verbonden zijn hun live-shows. Hoe aardig hun platen ook zijn, live zijn ze op hun best. Het is dan ook een beetje curieus om te zien dat er slechts één live-track ("5440 or Fight") op Echoes Of The Past te vinden is. Verder zijn de songs keurig van alle verschenen platen geplukt en aangevuld met een single en wat losse tracks.
Een mooie introductie tot Dead Moon, maar niet compleet zonder Fred Cole, Toody Conner en Andrew Loomis live gezien te hebben. Het goede nieuws is dat ze in november weer naar Nederland komen, mocht je ze afgelopen september gemist hebben.
Dead Moon is live te zien op 23 november in P60 te Amstelveen en op 26 november in Vera te Groningen
File: Dead Moon - Echoes Of The PastFile Under: Nog Lang Niet Dood
File My Space: [Twee tracks]
Breamgod - Breamgod
Wafwafwaf riff riff wafwaf waf riff riff wafwaf langzamere riff wafwaf snellere brug-riff wafwaf riff riff waf. Zie hier het schema waar Breamgod zich gedurende negen nummers en 25 minuten strak aan weet te houden. Iedere wafwaf is op dezelfde toonhoogte, althans als je daar van kunt spreken, en iedere riff riff is vet maar gaat na een keer of veertig herhalen wel behoorlijk vervelen. Het schijnt dat deze Finse metaalhoofden bijna tien jaar nodig hadden om met deze CD op de proppen te komen en dat is toch echt wel erg lang. Het is dan ook vooral de vraag waar ze al die tijd aan besteed hebben. Aan de teksten zal het niet zijn, die flatst mijn kleine neefje in een half uurtje voor u in elkaar, en ook voor het ontwerp van het hoesje (categorie Photoshop standaard achtergrondjes) heeft men vast niet al te veel tijd ingeruimd. Nee, dan zal het toch de muziek zijn die zoveel moeite heeft gekost en dat is toch wel een beetje zonde. Er zijn heel wat andere bands in het metal-hardcore genre die met veel meer gemak een veel betere plaat maken, waardoor het toch wel gerechtvaardigd is om te stellen dat Breamgod weliswaar een goddelijke naam draagt, maar dat er weinig heilig vuur te bespeuren valt op dit stukje snurkmetal.
File Under: Snurkmetal
File Audio: [Death's Certain, Life's Not]
Cul de Sac - Ecim
Strange Attractors is een label uit Portland dat voortgekomen is uit een radioprogramma met dezelfde naam. Ik kan wel mijn best doen om hun doelen naar het Nederlands te vertalen, maar in het Engels is het ook wel gelijk duidelijk: 'Strange Attractors Audio House is inspired by and strives to document challengingdocument challenging, "out" music. Experimental Rock, Folk, Space/Psychedelia/Acid, Free Jazz, Drone/Ambient, freaky Techno, Minimalist, obscure 60's/70's freakouts, Noise...anything which by it's nature honestly experiments with sound and form is welcome in our corner.' Verwacht geen alledaagse mainstream kost dus met een Strange Attractors-labeltje op de achterkant te vinden in de platenzaak. Mooi aan Strange Attractors is dat ze ook een speciaal plekje ingeruimd hebben in hun catalogus voor heruitgaven en nooit eerder uitgebrachte releases. Eerder verschenen er al twee Kinski releases, de vijfde release in deze serie is wederom een waardevolle, want Ecim, de debuut-cd van Cul de Sac, is een schier onvindbare cd geworden sinds zijn uitgave in 1991. Dit collectief rond gitarist Glenn Jones maakt een verwarde mengelmoes van krautrock en avant-garde met hier en daar een new wave-feel die zeer de moeite waard is. Luister maar eens naar het op een bepaalde manier Cure-achtige en zwaar hypnotiserende openingsnummer "Death Kit Train". .Gezongen wordt er maar spaarzaam op Ecim, maar in het van Tim Buckley bekende "Song To The Siren" - waar dit als vanzelfsprekend wel gebeurt - leidt dit tot een zeer intrigerende cover. Maar dat intrigerend geldt net zo hard voor de rest van de nummers op deze heruitgave.
File Under: Strange Attractors Resurrection Series Vol 5 en dat er nog maar veel mogen volgen.
File Audio: [Death Kit Train]
Devastations - Coal
De drie Australiërs Hugo Cran, Tom Carlyon en Conrad Standish, die samen het trio Devastations vormen, beschikken wat mij betreft in ieder geval over de juiste vrienden. Ik noem Mick Harvey en Alexander Hacke (beiden Bad Seeds), maar ook de Tindersticks en The Black Heart Procession horen bij hun vriendenkringetje. Die vriendschap hoor je ook terug als invloeden op hun muziek: piano, orgeltjes en de zingende zaag-achtige Optigan worden niet geschuwd. De zang, soms meerstemmig, is stuwend maar melancholisch en warm van karakter, de teksten zijn wat donker en versluierd. Het toevoegen van de heldere damesstem van de Nieuw-Zeelandse Bic Runga en het gastspel van een stoet aan muzikanten maken dit tot een aangenaam en duister werkje met rock-randjes. Want naast de sluimerende ballad-achtige constructies wordt er ook fiks gerockt (in "What's A Place Like This Doing In A Girl like You?" en "Take You Home"). Het perfecte strijkwerk her en der in de nummers, vormt het tweede album van Devastations tot een zeer goed te verteren pareltje. Omdat echte parels ook niet makkelijk zijn te vinden, zijn ze maar vanuit Down Under gekomen en hebben zich in Berlijn gevestigd. De term "Tropical Goth" viel in Australië reeds om een beschrijving te geven van het type muziek wat het trio maakt...
File Under: Tropische Goth (que..?)
File Audio: [Sex & Mayhem ][Coal]
Theatredes Vampires
Needle And The Pain Reaction - Pheromone
Er was een tijd dat ik de trotse bezitter was van een munten-, postzegel- en stickerverzameling. Er was een tijd dat het leek alsof elke Belg bij geboorte een instrument in zijn wieg leerde bespelen, zo hoog was de kwaliteit van de releases. Er was een tijd dat ik elpees kocht voor hun prachtige hoezen. Er was een tijd dat het meedoen van bepaalde artiesten garant stond voor weer een fijne release. En dan is er Needle And The Pain Reaction. Het Gentse rocktrio met in hun geledingen Peter de Bosschere (An Pierlé & The White Velvet), Lucce Waegeman (o.a. ex- Starfighter) en Wim Deliveyne. Zij leveren op het label Kinky Star van Danny Mommens (Viva la Fête) hun tweede album af genaamd Pheromone. Muzikaal te omschrijven als Smashing Pumpkins meets Pavement meets Dinosaur Jr, maar dan anders: ahum. Een album dat het theoretisch allemaal zou moeten hebben voor een groot muziekliefhebber als ik. Ik heb echter nooit een band gezien die hun naam zoveel eer aan deed, Needle And The Pain Reaction. Alsof een geliefde een mes dwars door je hart steekt: De nummers zijn te simpel en voorspelbaar, het gitaarwerk is beperkt en uiteindelijk domweg vervelend, het geheel klink bovendien als een (rammelende) demo ondanks dat middelen niet geschuwd zijn door het inschakelen van producer David Vella (o.a. Rammstein) en de zang is na een paar nummers ronduit irritant. Het enige leuke is de getekende hoes en de bijgeleverde sticker. De vraag is dan ook waar mijn stickerverzameling eigenlijk gebleven is.
File Under: De sticker mag in mijn plakboek
File Audio: [Afblijven]
The Answer - Rise
Toen in de Britse media de superlatieven over The Answer niet ophielden, werd ik wat wantrouwend. Slecht trekje van me, dat weet ik, maar mijn eerste gedachte was dat er zeker een Engelse tegenhanger van Wolfmother moest worden gevonden. Dat valt gelukkig erg mee. The Answer - Ieren, maar dat zijn geen Britten zoals Almeerders geen Amsterdammers zijn - haalt de inspiratie net zoals Wolfmother uit het begin van de jaren zeventig, maar klinkt daarbij eerder als de Black Crowes en Thunder. Overeenkomsten met Wolfmother zijn er dus genoeg, maar ze klinken duidelijk anders. Zanger Cormac Neeson is daar overigens voor een belangrijk deel debet aan, want hij klinkt regelmatig als het rauwere broertje van Robert Plant - of misschien moet ik gezien het leeftijdsverschil eerder van een onechte zoon spreken. Ook elders waart de geest van Led Zep rond: in het gitaarwerk, maar misschien meer nog in de drums. Nee, de originaliteitsprijs gaan ze niet winnen. Maar u snapt dat ik dat als gerontorocker ook niet per sé noodzakelijk vind. Integendeel, ik lust er wel pap van! De productie is lekker rauw en in your face gehouden waardoor je soms het idee krijgt dat de gitarist maar drie meter van je vandaan staat. Luister maar eens naar "Memphis Watch", een heerlijk lome blues. Of naar "Be What You Want", met dat onweerstaanbare orgeltje. Of naar "Preachin'", met die heerlijke slidegitaar en gospelzangeressen op de achtergrond. Ach, weet je wat, luister 'm maar helemaal. Want voorzover er overeenkomsten met Wolfmother zijn, zijn het alleen de goede. Als dit een hype is, dan is het wel een verdomd lekkere.
File Under: Hype hype hoera!
File Audio: [Flashplayer] [ook live-opnamen op de site] [ MySpace] [e-card]
File Video: [Under The Sky]
Max Richter - Songs From Before
Bijna maakte ik de fout door te gaan zeggen dat het samenvallen van de begin van de herfst en de nummers "Autumn Music 1" en "Autumn Music 2" wel heel mooi samen vallen. Gelukkig bedacht ik me op tijd dat de herfst al een maandje aan de gang is en om precies te zijn al op 23 september om drie minuten over zes en niet 23 oktober, de dag dat Max Richter's derde cd Songs from Before verschijnt. Feit is wel dat de titels van Autumn Music 1 en 2 helemaal op hun plaats zijn. Begeleid door repeterende pianopatronen dwarrelen de door violen gespeelde roodbruin gekleurde bladeren langzaam, maar gestaag van de bomen naar de grond, waar ze stil blijven liggen om langzaam te vergaan. Sowieso zie je bij de neoklassieke muziek van Richter al snel filmbeelden. Wat niet raar is ook, als je weet dat Richter een veelgevraagd componist is voor filmmuziek. Zijn invloeden haalt Richter uit de wat meer ingetogener, klassiek getinte post-rock van Rachel's, minimal artiesten als Philip Glass, Steve Reich en Arvo Pärt en de fraaie fletse tinten van Sigur Ròs. Hij voegt hieraan zelf nog wat fraaie, bijna speelse elektronica toe. Zo gebruikt hij bijvoorbeeld ruis van korte golf radio bijna als een volwaardig instrument met hypnotiserende krachten. Smaakvolle aanvulling aan het geheel zijn de door Robert Wyatt voorgedragen teksten van Haruki Murakami. Voor Fat Cat's sublabel 130701, waarop ook de cd's van Set Fire To Flames en Sylvain Chauveau verschenen, is Songs From Before zo een waardevolle aanvulling.
File Under: Songs voor altijd.
File Audio: [Klik hier]
File Audio: [Yup]
Sophia - Technology Won't Save Us
Ogenschijnlijk vlotjes en eenvoudig bouwt Robin Proper-Sheppard aan zijn muzikale CV. Alweer de vijfde release (buiten de tour-verzamelaar gerekend). Maar het moest dit keer van ver komen. Een eerste schrijf/opnamesessie werd afgebroken en de muziek ervan in de prullenbak gegooid. Een tijd van bezinning en een 'eenzame' periode van schrijven (en schrappen) in een afgelegen landhuis volgde. Een akoestische tour en een lange zomer in de studio verder werd Technology Won't Save Us dan toch geboren. De titel refereert aan het tragische verhaal van een vader en zoon die bij een wandeling aan de Engelse kust overvallen werden door mist en opkomend water. Hoewel er constant contact was met de reddingsdiensten middels mobiele telefoon, bleek het onmogelijk ze te redden. Ook het nummer "Lost" heeft een droevig doch berustend uitgangspunt: het overlijden van Robin's moeder. Maar waar de tekstuele thema's zich amper onderscheiden van eerdere platen, is het muzikale spectrum aanzienlijk rijker geworden. Tussen de lieflijke openingsklanken (denk aan Mercury Rev's Deserter Songs) en de laatste tonen van de plaat ("Theme fom May Queens No. 3", het hardste nummer tot nu toe dat onder de Sophia-titel uitkwam) word je heen en weer geslingerd tussen up-tempo rockliedjes, georkestreerde ballads en filmische instrumentals. De plaat is divers maar komt toch meer als een eenheid over dan haar voorganger. Ondanks een ietwat tegenvallende akoestische tour kan het nu niet anders: Sophia gaat met deze plaat geen oude fans verliezen, maar wel veel nieuwe winnen. Terecht!
File Under: Geen herfst zonder Sophia. Jaarlijstfähig.
File Audio: [Klik]
File Audio: [Fijne e-card]
The Black Maria - A Shared History Of Tragedy
Een dikke twee jaar geleden maakte powertrio Chevelle een plaat die later voor mij persoonlijk de beste van 2004 zou blijken. Ondanks mijn overweldigende enthousiasme moet ik nu constateren dat dit weinig zin heeft gehad en het nog steeds vrijwel onmogelijk is om de CD ergens in de winkel te kopen (online bestellen kan natuurlijk altijd). De zo verdiende doorbraak is dus uitgebleven en Chevelle blijft een band voor de kenners onder ons. Ik heb de vrees dat het met het Canadese vijftal The Black Maria net zou kunnen verlopen. Hun schitterende nieuwe CD zou wel eens volledig overspoeld kunnen worden door de Emo-hype die - vooral in de VS - nog steeds in volle hevigheid doorwoekert. Het is een oneerlijke wereld, want ondanks dat de eerste tonen van A Shared History Of Tragedy de aanwezigheid van Emo doen vermoeden is het album zo veel meer dan dat. Knappe melodieën die nu eens niet gaan vervelen maar steeds beter worden, een dijk van een zanger die geen drang heeft om geforceerd te krijsen terwijl hij dat niet kan, sfeervolle arrangementen met viool en piano die niet kitsch aanhoren maar perfect op hun plaats zijn. Het geheel is een stuk bombastischer opgezet dan mijn gekoesterde Chevelle maar doet er vaak genoeg aan denken. In een eerlijke wereld zou niet Panic At The Disco de hitlijsten bevolken maar The Black Maria.
File Under: Een klein pareltje in een container met mosselen
File Audio: [Klik]
Union of Knives - Violence & Birdsong
Ik ben niet het type dat lang blijft stilstaan bij een keuze die achteraf gezien niet de juiste is gebleken. Dat neemt echter niet weg dat ik soms flink kan balen van een gemiste kans. Samen met mijn lief was ik begin dit jaar voor File Under erop uit getrokken om verslag te doen van het Eurosonic festival. Een plek bij uitstek om verkeerde keuzes te maken. Zo ben ik er inmiddels achter gekomen dat tijdens onze zoektocht naar het Minervum - alwaar ik constateerde dat Wir Sind Helden niet mijn ding was - in Huize Maas het Schotse Union Of Knives waarschijnlijk juist wel helemaal mijn ding stond te zijn. Helemaal over het hoofd gezien. Waarom? Was het de in mijn ogen niet geheel correcte aanduiding 'Muse meets Massive Attack' in de bio? Nergens gieren ze op z'n Bellamy's megalomaanuit de bocht en hoewel alle beats uit een kastje komen, is de muziek nooit verhuld in aardedonkere triphop. De muziek van Union Of Knives komt door de combinatie van fijne vocalen, knisperende elektronica en shoegazende gitaartjes over pompende beats in mijn oren meer in de buurt van Carpark North en The Cooper Temple Clause ("Taste For Harmony" lijkt qua melodie zelfs een broertje van hun "Blind Pilots"). Ook de door het middelmatige Lights teleurgestelde Archive-fans kunnen bij de Union terecht. Wie weet staan ze met een beetje geluk begin volgend jaar wederom op een podium ergens in Groningen. Dan ga ik voor de herkansing.
File Under: Gewoon helemaal mijn ding
File My Space: [Jouw ding?]
Squarepusher - Hello Everything
Ik wil je even wijzen op een nieuw fenomeen. Geen tijdperk is zo goed digitaal gedocumenteerd geweest als dat van de laatste vijf jaar. Besef je eigenlijk wel dat je kinderen, en je kleinkinderen, en je voltallige nageslacht nog tot in lengte van jaren zullen uitzoeken wat jij toen in 2006 zoal voor informatie achterliet op het internet? Over honderd jaar, als we weer driehonderd complete muziekgenres verder zijn, zullen er mensen googlen op 'Squarepusher' (zou Google nog bestaan tegen die tijd?) en zullen ze zich afvragen hoe tijdsgebonden dit stukje is. Want Squarepusher - alias Tom Jenkison - maakt nu al precies 10 jaar geen muziek die je zomaar 'even' opzet. Futuristisch en virtuoos, maar ook ondoorgrondelijk en 'vervelende piepknor' mag je deze extreem vage IDM rustig noemen. Wat deden wij anno 2006 met deze muziek? Het antwoord luidt waarschijnlijk "de single opzetten". Ik ken niet het hele oeuvre van Squarepusher, maar de mij bekende albums hebben allemaal in elk geval één geweldige track. Het geniale "Tundra" op debuut Feed Me Weird Things uit 1996, "My Red Hot Car" op Go Plastic uit 2001 - dat album was verder onbeluisterbare crap trouwens - en dit keer is het "Planetarium", dat je zelfs een vrolijke variant op "Tundra" zou kunnen noemen. Opvallend is dat Hello Everything toegankelijker dan ooit begint: het eerste kwartier is zelfs best prettig om op de fiets te luisteren. Maar dan zakt de plaat in: zes minuten lang het geluid van een ver overvliegend vliegtuig en dan nog wat zacht opgenomen akoestisch gedreutel, op de fiets is dat behoorlijk ergerlijk. Ook de tweede helft van Hello Everything is zo opgebouwd: vier coole nummers die nog best Dance Dance Revolution- of TuxRacer-achtergrondmuziek hadden kunnen zijn - Aphex Twin-fans moeten het briljante "The Modern Bass Guitar" absoluut checken - en tot slot tien minuten onuitstaanbare ambient. Tja. Had dan die digitale singles "Hanningfield Window" en "Exciton" op het album gezet (zie audiolink). Op de ambientzut na is Hello Everything in elk geval een erg goed IDM-album geworden.
File Under: Al 10 jaar weird
File Audio/Video: [alles op de officiële site]
Pedestrian - Ghostly Life
De herfstvakantie is bijna afgelopen en de natuur laat zien dat de zomer nu toch ook echt voorbij is. De bladeren beginnen te verkleuren en de eerste zijn al gevallen. Toen ik vanochtend de auto startte om boodschappen te gaan doen, lagen er al behoorlijk wat gele bladeren op de motorkap. De bomen zijn misschien nog wel niet kaal maar dat is een kwestie van tijd. Nu ben ik niet iemand die depressief wordt zodra de dagen korter worden. Misschien zelfs het tegendeel. Ik vind de herfst best wel een leuk jaargetijde. 's Avonds op de bank met een glas wijn, een goed boek en mooie muziek maar dit is pas echt gezellig als het op tijd donker wordt. Welke muziek? Dat verandert regelmatig. De laatste dagen is dat onder andere de nieuwe cd van Pedestrian. Ghostly Life zoals dat album heet, is een fascinerende plaat. Pedestrian, of eigenlijk Joel Shearer samen met wat andere muzikanten, was mij tot nu toe onbekend. Bij toeval kwam ik op hun (mooie) website terecht en daar hoorde ik de elf songs van de plaat voor het eerst. "Dit lijkt wel erg veel op Jeff Buckley," was mijn eerste reactie. Nu ik de plaat ook echt in huis heb, blijkt dit eerste gevoel redelijk te kloppen. De intensiteit en tegelijk de gevoeligheid waarmee de nummers gespeeld worden, dat was ook het eerste wat me aan Grace, het debuut van Jeff Buckley, beviel. Dit is heel duidelijk aanwezig op "Come Down After" en "The Abundance Of". Op andere songs hoor je weer iets terug van U2 en Radiohead maar Joel kan zeer goed op eigen benen staan zoals je kunt horen aan "This Pretty Girl" en het titelnummer. Overigens bestaat er ook een rap-artiest met de naam Pedestrian (zijn echte naam is James Brendan Best). Ik neem aan dat beide heren dit binnenkort wel zullen gaan uitvechten, zeker als Joel Pedestrian een beetje succesvol blijkt te zijn.
File Under: Overwhelmed
File Audio: [Streaming via het mannetje]
Manitou / Wolf
Manitou is een Fins gezelschap dat erg goed naar Megadeth heeft geluisterd. Opvallend is de vocale gelijkenis van zanger Markku Pihlaja met Dave Mustaine in sommige nummers. Mustaine heeft toch geen doorsnee stemgeluid, maar behalve de zanglijnen van Mustaine heeft Pihlaja ook de nasale uithalen, het geknepen stemgeluid en het vibrato á la Mustaine perfect onder de knie. Ook muzikaal is het menigmaal Megadeth wat de klok slaat: hakkende riffs in een machtige productie en solo's met de snelheid van het licht. Op andere songs is er een gelijkenis met die andere Grote Melodieuze Metalband, Savatage ten tijde van Zak Stevens. Hoewel er dus geen nieuwe paden worden bewandeld, blijft het door de zeldzaam strakke uitvoering en de uitstekende productie een buitengewoon prettig album om naar te luisteren. Het grootste pluspunt van dit Manitou is wel dat ze ook de aandacht vast weten te houden wanneer het tempo wat omlaag gaat. Je hebt niet het idee dat, zoals zo vaak bij andere bands in het genre, het tempo alleen even wordt ingehouden om het volgende stuk hak- en beukwerk beter te laten uitkomen, zeg maar. Juist in die langzamere stukken hoor je hoe goed dit Manitou eigenlijk is. Liefhebbers van het betere melodieuze metalwerk zullen aangenaam verrast zijn.
Wanneer ik op de site van het Zweedse Wolf kom, krijg ik een schermpje met de tekst 'So you’re using Netscape? Well, now’s the time to change. Download Explorer here. It’s free, and shares it’s name with a really cool guitar', waarna ik niet meer verder kan. Afgezien van het feit dat ik met Opera over de woelige baren van het internet surf, kan ik er met mijn pet niet bij dat je als band je site voor gebruikers moeilijk of niet toegankelijk maakt. Wil je nou dat mensen op je site komen of niet? Het is te hopen dat ze hier goed voor betaald worden, want in hun genre is het al een hele klus om uit de kosten te komen. Wolf speelt namelijk heavy metal van de oude stempel, in het straatje van Iron Maiden en - daar zijn ze weer - Megadeth: voortdenderende drums, killerriffs, snelle solo's en vooral een sirene als zanger. Muzikaal zit het allemaal prima in elkaar, maar tegelijkertijd verrast het geen moment. Been there, done that. Voornamelijk voor de pure NWOBHM-fans, zullen we maar zeggen.
File Under: Mmm...magistrale melodieuze metal
File Audio: [Psychoracer] [meer fragmenten op de site] [ MySpace]
File Video: [Fools In Control]
File: Wolf - The Black Flame
File Under: Gelukkig hebben ze meer verstand van gitaren
File Audio: [voor straf geen linkjes]
Intwine - Pyrrhic Victory
Intwine heeft het bewonderswaardige vermogen op het podium vrijwel dezelfde kwaliteit geluid te produceren als in de studio. Met soundwizzard Gordon Groothedde achter de knoppen is dat een enorme prestatie. Zowel in de huiskamer als in de Melkweg (waar Intwine onlangs speelde in het kader van de Amsterdamse première van de film Nachtrit waarvoor de band een deel van de soundtrack verzorgde) knalt een krachtige, donkere mix van metal en emocore uit de boxen. Bijzonder effectief. En Roger Peterson is zonder meer een groot zanger. Wat betreft de composities sta ik evenwel verscheurd tussen de interessante en voor de nodige afwisseling zorgende breaks, oosterse viooltjes en sampletjes enerzijds en de niet bijzonder sterke, zich het hele album nagenoeg eender voortslepende melodieën anderzijds. Daarbij komt het allemaal wel wat geaffecteerd over: de vergezochte titel, de pretentieuze teksten, de gebaartjes en poses op het podium. De vraag die al bij Petersons Idolsavontuur speelde - uitgekookte strategie of keiharde principes? - lijkt nu wel beantwoord. De Bonus-CD met voornamelijk zelf geschoten video8-opnamen is waarschijnlijk alleen bonus voor de echte fan. Indrukwekkend is wel "Not an Addict", het liveduet van Intwine en Sarah Bettens waarbij Peterson zijn supreme vocale kwaliteiten nog weer eens demonstreert door een octaaf hoger boven de Belgische uit te zingen. Grappig is dat Peterson in interviews het liefst Engels wil praten, maar terugvalt op het Nederlands zodra hij naar woorden moet zoeken. Misschien al aan het oefenen voor een meer internationaal georiënteerde toekomst?
File Under: Uitgekookt Intwine haalt groots uit
File Audio/Video: [Op MySpace]
Awkward I / Tellers
"Ik kan me geen puurdere vorm bedenken," zeg ik tegen de persoon die naast me aan de bar akoestische muziek zit af te kraken. "Het is simpel en saai," weet hij nog uit te brengen. "Als alle opsmuk weg is en niets meer van het nummer afleidt dan blijkt pas of een nummer en de artiest goed genoeg zijn," predik ik als een dominee. Uiteraard heb ik gelijk. Om dit te bewijzen had ik eigenlijk de nieuwe mini-cd getiteld Am The King Of In Between van de Groninger Djurre de Haan aka Awkward I bij me moeten hebben. Twee keer zag ik hem live zijn lofi-liedjes zingen zichzelf begeleidend met zijn gitaar, twee keer heb ik met open mond staan luisteren. Twee van zijn nieuwe nummers zou je al kunnen kennen van de Popronde 2006 - cd of van de Subroutine-labelverzamelaar, de andere drie zijn nog niet eerder uitgebracht. Het geheel hypnotiseert me, net als het optreden. Ik zit weer met open mond te luisteren en wil met hem meehuilen. Awkward I heeft mijn stukje over zijn vorige EP goed begrepen, want de nummers zijn nu prettiger afgebroken, al had de stilte tussen de nummers op het eind wel wat ingekort mogen worden en zou een eenheid in de gekozen galm op zo'n korte geluidsdrager ook prettiger geweest zijn. Toch wil ik meer, maar ik zal moeten wachten op de volgende EP of ik kan hem weer eens live gaan bekijken, bijvoorbeeld in de finale van de Grote Prijs van Nederland.
Een andere recente cd die ik als akoestisch voorbeeld had kunnen nemen is de eerste EP van het Waalse tweetal The Tellers. Zij zingen zeven Engelstalige liedjes zichzelf begeleidend op twee akoestische gitaren. Het rare is dat er d.m.v. de verdeling van het geluid in een linker- en rechtergedeelte gesuggereerd wordt dat er twee mensen tegenover me live hun ding doen. Bij een goede stereo-installatie is dit wel grappig, maar op onze oude draagbare cd-speler waarvan één box stuk is leidt dit tot niet bedoelde uitvoeringen. Ben Bailleux en Charles Blistin, hun echte namen, maken prettige in het gehoor liggende lofi opgenomen nummers waarin Engelse invloeden als The Libertines doorklinken. De vraag is wel of een heel album niet teveel van het goede gaat worden, want ik vind de nummers wel wat eenvormig. Ik hoop dan ook dat dit nog te verschijnen album niet als wapen tegen mij gebruikt kan worden, maar aangezien ik geen slechte release op het label ken wacht ik hoopvol af.
File Under: Intimiteit deel 2
File Audio: [Postpone Postponement en Forget The Band staan hier]
File: The Tellers - The Tellers (EP)
File Under: Twee Walen met hun gitaren
File Audio: [More, Jack Knife en Turn Back Around staan hier]
Badly Drawn Boy - Born in the UK
Damon Gough steekt zijn bewondering voor Bruce Springsteen niet onder stoelen of banken. 'And If we still don't have a plan, we listen to Thunder Road,' zingt hij in "The Last Dance", het liefdesliedje met zijn vrouw - hoop ik voor haar - in de jij-rol. Ik denk tenminste dat ik de verwijzing naar het nummer van Bruce Springsteens' Born To Run-lp in het slotnummer "One Last Dance" als een blijk van bewondering van The Boss moet interpreteren. Net zoals de titel van de plaat en vanzelfsprekend het titelnummer meer dan een vette knipoog zijn naar Born in The USA. In "Born in The UK" mijmert Gough na een op het Engelse volkslied geïnspireerd intro over de warme zomer van 1976 die hij zich nog feilloos kan herinneren. Je zou het met zijn opsomming aan gebeurtenissen uit dat jaar ook kunnen zien als een Engelse versie van Billy Joel's "We Didn't Start The Fire". Sowieso is Billy Joel - net als Elton John overigens - een naam waar ik veelvuldig aan moet denken tijdens het beluisteren van Born in the UK. Met dank aan het rijke pianogebruik en de mooi uitgewerkte arrangementen, die zo uit het rijke popverleden ingevlogen lijken. Fraai zijn ook de flirt met gospelachtige koren in "Welcome To The Overground", het pianodriven en met trompet opgesierde "The Long Way Around" en het wat meer gewone liedje "The Time Of Time". Maar als Badly Drawn Boy een gewoon liedje opneemt, dan is dat ook altijd bijzonder. Born in the UK komt zo in het viertal albums dat Gough afleverde sinds zijn The Hour of Bewilderbeast wat mij betreft vlak achter zijn debuut qua mooiigheid. En dat debuut was, zoals je hopelijk weet, alles behalve gewoon.
File Under: Mooi opgetekende liedjes met veel piano
File Audio: [Met muts]
Subtle - For Hero: For Fool
Subtle is een sextet uit de scène rond Anticon. De meest opvallende persoonlijkheid is, zoals altijd wanneer hij aanwezig is, de rapper Doseone. Hij deed ook mee op de plaat van 13 & God , en degenen die hem daar hoorden zullen 'm niet zijn vergeten. De man heeft een unieke, vermoeiende rapstijl. Hij zet een lief hoog stemmetje op en begint onvermoeibaar te ratelen. De man schijnt ook een gepubliceerd poëet te zijn, maar zijn teksten zijn in dit tempo op zijn zachtst gezegd lastig te volgen. Nu draait Subtle gelukkig vooral om sfeer. Sfeer en chaos. De mannen gooien alle mogelijke genres in de blender, trekken een heel serieus gezicht en roepen (in gedachten) heel hard Free Jazz. Zoals vaker is een overdaad aan ideeën nou niet bepaald een pré. Deze bouwsels van blikkerige beats, rockende gitaren en freakende blazers werken danig op de zenuwen. Veel kunde, weinig talent. De kunde zit vooral in het knip- en plakwerk met de beats. Het gebrek aan talent is het schrijnendst tijdens al die nasaal gezongen refreintjes. Zes mannen en niet één met een mooie stem. Roept de IJslandse band Múm altijd associaties op met elfjes, hier doen de vocalen me denken aan driftig heen en weer rennende koboldjes. Juist als de boel eindelijk wat stil valt en de machines rustig ruizen, zoals in "A Tale Of Apes II", raak ik geïnteresseerd. Ook dan is het glimpje magie echter van korte duur, want we hebben ongelofelijke haast!
File Under: "Hey kan dit er ook nog bij?"
File Audio: [Hier]
Texas Terry / 2nd District
Mijn nichtje was onlangs jarig. Eigentlich meine Nichte. Want ze is half Duits. En aangezien ik mijn Twingo verkocht heb, moest ik met de trein die kant op. Een hele ervaring. Want de NS en de Prignitzer Eisenbahn sluiten niet echt goed op elkaar aan. En je staat ook in Gronau best lang stil. Wat ik op dat moment niet zo erg vond, want ik keek even mijn ogen uit. Want op Gronau Bahnhof liepen nog echte punkers rond! Met veiligheidsspelden en groene hanenkammen! Spannend! Heerlijk ouderwets. Zo zie je ze in Nederland niet meer. Voor exact deze doelgroep is de reeds gestopte punkband District weer bij elkaar gekomen, onder de naam 2nd District. En de doelgroep zal het wel vreten, want Emotional Suicide is een doorsnee punkplaatje zonder verrassingen. Het enige opmerkelijke is de zanger, die klinkt als een kruising tussen Johnny Rotten en Olga. Maar humor heeft het niet.
Wie ook geen humor heeft is Texas Terri. Samen met haar bandje The Stiff Ones brengt ze Eat Shit opnieuw uit. Waarom, vraag ik me af, waarom nou toch? Obscure punkrock, gespeeld door een matige band en gezongen door een schaars geklede hitsig schreeuwwijf die niet snel een missverkiezing zal winnen. Het enige leuke aan de cd was de bijgeleverde video van "Oh Yeah". Maar die had ik na één keer ook wel gezien...
File: Texas Terri & the Stiff Ones - Eat Shit
File Under: Obligate punkrock
Ayabie - Euro Best
Wat moet ik híer nou weer mee!? In de bio van Ayabie wordt gesproken over Visual Kei en J-Rock. Dat laatste staat voor Japanese rock en is dus niet overdreven veelzeggend. Visual Kei dan? Dat blijkt voornamelijk op imago en stijl te slaan. Uitbundige kostuums, een min of meer androgyne look en bandleden die er bijna als een soort animefiguurtjes uitzien. Dat klinkt nogal als muziek voor bakvissen, met zoveel aandacht voor het imago. In Japan schijnt dat ook zo te zijn, maar de bio zegt dat dat hier anders is. Dat waag ik eerlijk gezegd te betwijfelen. Sterker nog: ik betwijfel of er hier überhaupt wel een markt voor is. Om te beginnen zingt Ayabie in het Japans en dat is een taal die voor westerse oren meestal raar zal blijven klinken in een rocksetting. Meezingen zal in elk geval een probleem blijven, wat extra lastig is wanneer zoals bij Ayabie de songs ook muzikaal draaien om de zanglijnen. De muziek zit ergens tussen NIN en standaard-eighties-hardrock, maar dan wel beiden in een ernstig verpopte versie. Alle dynamiek is vakkundig afgevlakt, zodat er (vooral ver op de achtergrond) voortrazende gitaarriffs met bliepjes overblijven. Afgaande op de titel van deze cd/dvd zou je verwachten dat de voor de Europese markt meest toegankelijke songs zijn gekozen. Als dat zo is vrees ik het ergste. Dan zal dit Ayabie het niveau van de curiositeit nooit ontstijgen...
File Under: Dit haalt zelfs de uitverkoopbakken niet
John Mayer - Continuum
'Boeh!' Junior staat om het hoekje van zijn slaapkamer en probeert me te laten schrikken, maar ik heb 'em natuurlijk al lang en breed gehoord en zien staan bovendien. Toch doe ik alsof ik heel erg schrik en hij heeft de dikste pret. Hij probeert het regelmatig en soms - niet dat hij het verschil al ziet - schrik ik ook echt, gewoon, omdat het onverwacht is. 'Boeh!' Is ook wat John Mayer vorig jaar deed richting zijn miljoenen fans. Samen met ouwe rotten Steve Jordan en Pino Palladino nam hij onder de uitnodigende titel Try! een live-cd op als John Mayer Trio waarbijhet dak d'r af ging. Op Try! liet Mayer pas echt eens goed horen dat 'ie een begenadigd gitarist is die meer in zijn mars heeft dan smoothe songs met lichte blues- en soultinten die Heavier Things en No Such Thing sierden. Samen met zijn Trio-maatjes en nog wat andere gasten (o.a. Ben Harper) heeft hij nu Continuum opgenomen, waarop hij de blues- en soultinten veel meer accentueert dan zijn voorgangers. En dat doet Mayer goed. Oké, wie in het verleden niet kon tegen zijn gepolijste sound heeft nog steeds niets te zoeken bij Mayer. Dat wel. Het duurde bij mij ook even voordat ik er doorheen prikte en genoot van zijn verzorgde gitaarspel, maar ik was bijvoorbeeld toch wel aangenaam verrast door zijn uitvoering van Jimi Hendrix "Bold as Love". Die is, al klink John als zanger heel anders dan Hendrix, gewoon mooi en qua gitaargeluid komt hij in de buurt bij deze legende. Rauw wordt het nergens op Continuum, maar wie houdt van Donald Fagen, Steve Winwood, Eric Clapton of Stevie Ray Vaughan heeft aan John Mayer een goede. Schrikken zul je echter nergens en doen alsof is ook niet nodig.
File Under: Geen Boeh! wel plezant.
File Audio: [Boeh!]
Emmanuel Santarromana - Fab4Ever
En Macca heeft het momenteel waarschijnlijk al zo zwaar met alle perikelen omtrent zijn hele fijne ex Heather Mills (voor meer info hierover verwijs ik u graag naar de diverse bladen bij uw kapper). Ik hoop dan ook voor zijn eigen gezondheid dat het beluisteren van Emmanuel Santarromana's Fab4Ever hem bespaard zal blijven. Luisteren naar het eindresultaat van 's mans eigen visie op een verzameling Beatles-liedjes is het auditieve equivalent van kijken naar de langdurige verkrachtingsscène uit Irréversible. In slowmotion. Was er dan niemand die gedurende de totstandkoming van dit gedrocht deze man een halt toe had kunnen roepen? Desnoods met harde hand. Werkelijk geen kans blijft onbenut om het erfgoed van de fabuleuze vier drastisch om zeep te helpen. In zijn variant verworden de "Strawberry Fields" bijvoorbeeld tot een oord waar je nog niet dood gevonden wilt worden. Als Emmanuel niet in hoogsteigen persoon met zijn vervelende zeurstem de trommelvliezen teistert, roept hij de hulp in van enkele gastvocalisten. En wat voor gastvocalisten! Variërend van het type zangeresje dat het misschien leuk zou doen in de schoolband van je kleinere broertje tot een Andrew Eldritch-imitator die zelfs de vleermuizen nog de grot uit zou zingen. Met stip de meest zinloze vorm van geweld wat me dit jaar ter oren is gekomen. Dit is het album waarvan een Beatles-fan 's nachts gillend wakker wordt.
File Under: 4Ever? Blijf er dan met je gore fikken vanaf ja!
File Audio/Video: [Zullen we dat maar even niet doen dan...]
Michelle White - Wandering Road
Geluk, iedereen zou het wel willen kennen, maar jij hebt het met je man, je kat en je leven. Bovendien ben je zwanger. Niets staat een gouden toekomst in de weg. Dan verlaat je man je, gaat je kat John Lee Hooker dood genoemd naar je muzikale held die diezelfde week ook de pijp aan Maarten geeft, bovendien ben je blut en de muzikale carrière die ook al eens op je verlanglijst stond is allang vervlogen. Er is dan nog meer één plek op aarde waar jij en je kind terecht kunt en dat is bij je ouders. Zo moet het ongeveer gegaan zijn bij Michelle White. Bij pa en ma op de boerderij vond ze haar rust weer, schreef de ellende van zich af en maakte er prachtige breekbare songs van. Ze had het ook niet van een vreemde, want haar papa is niemand minder dan Tony Joe White. Opnemen kind, zal hij waarschijnlijk gezegd hebben. Als ze tegensputtert dan geeft hij aan te helpen. En zo is je vader de producer van en muzikant op je nieuwe album Wandering Road. Twaalf nummers waaronder negen zelfgeschreven met hier en daar met wat hulp aangevuld met "Anyway The Wind Blows" van J.J. Cale en twee van je pa. Hulp krijg je verder van muzikanten die je plaat naar grote hoogten dragen. En het resultaat mag er dus zijn. Liefhebbers van de namen die reeds voorbij kwamen: mis dit niet!
File Under: De weg van ellende naar iets prachtigs
File Audio: [Since John's Been Gone][I Can't Get Enough][If You Only Knew]
Tomàn - Perhaps We Should Have Smoked The Salmon First
Het fijne van een eigen nieuwbouwhuis is dat je - binnen je budget natuurlijk - zelf kunt bepalen wat je aan meerwerk in je huis laat uitvoeren. Wij beiden hebben een erge hekel aan ruimtevretende en bovenal lelijke radiators en wilden allebei graag vloerverwarming. En nu de dagen korter worden en je op zoek moet naar je winterjas, weet ik weer waarom die vloerverwarming bovenaan ons lijstje stond. Er is gewoon weinig fijner dan die aangenaam warme vloer onder je blote voeten als je 's morgens opstaat. Of om nog even te stoeien met de kids op een behaaglijke vloer. Wat ook zeer comfortabel is, is om lekker op je rug liggen, te staren naar het plafond en niets anders te doen dan luisteren naar muziek. Niet dat elk plaatje zich daarvoor leent, maar de nieuwe cd van de Belgische post-rockers van Tomàn is er uitermate geschikt voor. Perhaps We Should Have Smoked The Salmon First is van het type dromerige post-rock dat mooi past bij het jaargetijde waarin de bladeren aan de bomen langzaamaan van kleur veranderen en je adem 's morgens zorgt voor een mooie rookpluim. Ingetogen, waterige gitaarklanken, fijn er doorheen gevlochten miniatuurtjes op een heel trits andere instrumenten en heel af en toe wat zachte zang. Het maakt Tomàn's nieuwe cd tot een klein mysterie, dat het best tot zijn recht komt als niemand je stoort.
File Under: Fijn, als in vloerverwarming
File Audio: [Een hele player]
Radio Birdman - Zeno Beach
Ten hoogtijde van de Punk waren de oren van de meeste journalisten en fans vooral gericht naar Engeland en een beetje richting de VS, maar dat betekende niet dat er nergens anders op de aardkloot iets te beleven viel. In 1974 zag in Australië Radio Birdman het licht en zorgde, ver van de megasuccesverhalen in Europa en Amerika, voor een Australisch hoofdstukje in het grote punkboek. Tot gigantische hits of volgepakte stadions leidde dat niet maar toch slaagde de band er in een flink legertje (soms letterlijk, aangezien ze nogal populair waren onder de Hell's Angels) van fanatiekelingen aan zich te binden en een aardig stempel te drukken op de muziekgeschiedenis van Down Under. Na een jaar of vier en slechts twee volwaardige platen was het alweer gedaan met lol en met de break-up was een nieuwe legende geboren. De platen zijn vandaag de dag een heus collectorsitem en - bij mijn weten - nog steeds niet op CD uitgebracht. Echter, 25 jaar na dato heeft de band plotseling wel besloten om het nog eens te proberen en dus zit ik hier met de nieuwe CD in mijn handen, Zeno Beach. En, verdomd als het niet waar is, daar is heel weinig mis mee. Punk is het eigenlijk totaal niet meer, eerder een soort gruizige rock die gedragen wordt door de doorleefde stem van zanger Rob Younger. Veel sterke baslijntjes, zeer mooi gitaarspel en gepaste pianostukken: als je bedenkt dat ze ooit hun inspiratie haalden bij The Stooges is er toch wel het een en ander veranderd. Gelukkig is de gemiddelde fan van toen inmiddels ook een puffende vijftiger en die zal hier vast en zeker heel veel plezier aan beleven.
File Under: Geen wilde haren meer maar nog steeds talent zat
File Audio: [You Just Make It Worse
Cloudmachine - Hum of Life
'Snow Patrol, Arctic Monkeys, The Kooks, Razorlight, ze zijn een hype, ze verkopen allemaal uit binnen een uur, maar zijn ze nu zoveel beter dan dat wij in Nederland hebben?, kreeg ik terug in een discussie over Britse bandjes. Ik werd er even door aan het denken gezet. Om me vervolgens te bedenken dat ik had staan te genieten bij We vs. Death en dat ik binnenkort Johan maar weer eens moest gaan bekijken in Tivoli. Het opende mijn ogen en al verder gravend kwam ik tot de conclusie dat ik mij steeds vaker aan Nederlands fabrikaat vergrijp. Dus zette ik Hum of Life nog maar eens op. Hum of Life is de tweede plaat van Cloudmachine, de groep rond zanger/gitarist Ruud Houweling. Uit Zandvoort en niet een willekeurig gat in de Engelse periferie. De debuutplaat had Ruud zelf vol gespeeld, maar voor deze tweede worp wilde hij meer een band gevoel. En dat is gelukt. Want Hum of Life is een dijk van een plaat geworden. Houweling haalt zijn inspiratie overigens wel weer uit Engeland, een TV-optreden Ray Davies trok hem de muziek in, maar verdere vergelijkingen gaan volledig mank. Hum of life is ook een stuk minder toegankelijk dan bovengenoemde groepen. De sferische rock van Cloudmachine staat op zichzelf en het duurt even voor de nummers zich ontvouwen. Misschien dat Cloudmachine daarom nog geen hype is. Het is redelijk uniek maar je moet er net iets meer moeite voor doen om de schoonheid te doorgronden. Als het leven zelf, zeg maar...
File Under: Uniek stukje vakwerk
Goose - Bring It On
Er waren dagen dat ik danste. Dagen die eigenlijk nachten waren. Er waren nachten dat de liedjes ertoe deden. Dan danste ik en zong ik mee. En als ik mee kon zingen, dan waren het mijn liedjes. En als het mijn liedjes waren, dan was de nacht ook van mij. Het deed er dan niet toe als mijn shirtje niet goed zat. Als je misschien soms een stukje van mijn buik zag. Ik danste op mijn liedjes. Er waren ook nachten dat ik danste; nachten die anders waren. Nachten waarin ik wel aan mijn shirtje aan het pulken was. Nachten die niet van mij waren omdat ik maar naar anderen bleef kijken. Nachten waarin ik mijn liedjes niet kon delen, nachten waarin ik alleen stond. En dan wilde ik wel dansen, maar dan lukte het niet.
Goose probeert me te laten dansen. Goose probeert de nacht de mijne te maken. Voorzichtig zet ik wat stappen op de dansvloer, maar ik merk dat mijn onderbroek niet lekker zit. Terug naar de muur. Mijn hempje zit ook niet lekker. Even pulken. Opnieuw naar de rand van de dansvloer. Ik kijk niet naar de mensen, maar ze kijken naar mij. De liedjes van Goose willen de mijne maar niet worden, anderen waren ze voor. Misschien hadden het de mijne kunnen zijn, maar ik raak niet in extase. Ik heb een zwak voor vierkwartsbelgen, maar niet voor die de broertjes DeWaele na proberen te doen. Ik had een zwak voor electrorock en punkfunk, maar er waren er te snel te veel. Zie je, ik denk te veel. Dit wordt 'm niet, maar het had wel gekund. Misschien.
Ooit. Ik grijp naar mijn bier en naar mijn sigaret. Dan heb ik geen hand over om nog te pulken.
File Under: Onorigineel dansbaar
File Audio: [Mét dansliedjes]
2nd Place Driver - The Hungry Ones
Een Nederlandse band die bijna binnen een jaar na het uitbrengen van hun debuut al met een nieuwe full length cd op de proppen komt, dat zie je niet zo vaak. 2nd Place Driver krijgt het wel voor elkaar, die schudden bijna nonchalant de twaalf nieuwe tracks die hun tweede cd The Hungry Ones telt uit hun mouw. Beetje onlogische titel wel, want ja, als je je eerste cd ....1 noemt is ....2 de meest logische opvolger toch? Maar goed, er zal wel goed over na gedacht zijn. Daar heeft 2nd Place Driver sowieso behoorlijk 'last' van. Toch vind ik het wel een slimme zet om midden in de ochtendspits een optreden op een NS-station te ritselen dat volgens mij ook nog eens live uitgezonden wordt op 3FM. Tja, als je 's avonds je cd al in 013 presenteert, waarom zou je dan zo'n stunt niet ook gewoon proberen? Het werd zelfs gratis aangekondigd in de Metro van de dag ervoor. Je kunt zeggen wat je wilt, maar ze weten wel goed hoe ze hun zaakjes aan moeten pakken, die mannen van 2nd Place Driver. Wie weet hebben ze geluk en scoren ze nog een hitje ook met een van de nummers van deze tweede plaat. Na de noeste arbeid van de afgelopen jaren zou dat wel een mooi resultaat voor ze zijn. The Hungry Ones is er overduidelijk ook op gericht om een groter publiek aan te spreken. De gelikte electrorock met een licht grungetik van 2nd Place Driver is er namelijk zeker niet slechter op geworden het afgelopen jaar. Als ik de heren nog een gratis tip mag geven: zorg dat er een nummer van je gebruikt wordt door het Spyker Formule 1-team, ik weet vrij zeker dat je nieuwe cd het prima zal doen in de pitstraat. Heb je gelijk een paar pitspoezen voor in je volgende video.
File Under: Deze heren zijn hongerig en gaan voor goud.
File Video: [My Mistake]
File Audio: [Broem! Broem!]
VA - Kenny Dope presents Brazilika
Mijn collega bij de platenboer kreeg laatst een pakketje. Daarin zat een aantal lp's en 7" singles, waarmee hij ontzettend blij was. Allerlei Braziliaanse shizzle, originele persingen en originele Braziliaanse hoezen (die aan drie kanten open zijn). Collega P. is nogal van de Tropicália en meer van dat soort oude Braziliaanse meuk. Meuk ja, ik dacht dat het meuk was, want ik dacht aan de Braziliaanse bossanova's en samba's van nu en die vind ik niet zo heel erg leuk. Wel zomers enzo, maar om me zomers te voelen heb ik geen Braziliaanse muziek nodig. En toen stond er ineens een cd'tje in de schappen van de Braziliaanse seventiesband Som Imgaginário en dat draaiden we in de winkel. Hartstikke leuk. Die oude Braziliaanse shizzle, daar zit rock'n'roll en punk in. Je zou het niet zeggen, maar het zit er in. Ik krijg er minder het idee van dat ik met een verentooi en blote tieten van een trap af moet dansen. Helaas heb ik dat idee wel als ik naar Brazilika, de 'special Brazilian DJ mix' van Kenny Dope, aan het luisteren ben. Want hoewel ook daar de wat oudere Braziliaanse artiesten - ik noem The Ipanemas - vertegenwoordigd zijn, is het toch de nieuwe Braziliaanse wind die door dit cd'tje waait, waar Kenny Dope dan ook nog eens met zijn vingers aan gezeten heeft. Te glad, te verentooi, te blote tiet, maar voor liefhebbers is het smullen geblazen. Dat moet ook wel, want deze cd is het verjaardagscadeautje van het Londense Far Out Recordings, sinds tien jaar hét label voor de klassieke én hedendaagse Braziliaanse bossanova en remixen van dit spul door jonge dj's. Dit plaatje is er een goed voorbeeld van, maar ik duik tijdens deze herfst in de Tropicália van toen.
File Under: Glad, verentooi en blote tiet: feest voor liefhebbers
File Audio: [Van alles een beetje]
Rick Derringer - Live at Cheney Hall
Rick Derringer is een van de grote namen uit de Amerikaanse bluesrock. Als zeventienjarige had hij met "Hang on Sloopy" zijn eerste hit met zijn bandje The McCoys, daarna was hij terug te vinden in bands als The Johnny Winter Band, The Edgar Winter Group, DBA (Derringer-Bogert-Appice) en op een smak solo-cd's. Bekende songs heeft hij ook, met voornoemd "Hang on Sloopy", zijn versie van Johnny Winter's "Rock and Roll Hoochie Koo" en "Real American" - met een genant patriottistische tekst, jarenlang gebruikt door showworstelaar Hulk Hogan. Een live-cd van een bluesrocker met een flinke geschiedenis, dat kan bijna niet meer stuk zou je zeggen. Hmm, dat valt me dus vies tegen. Op deze opnamen uit 2002 lijkt het allemaal nogal op de automatische piloot te gaan. Verder is de wat onvaste stem van Derringer zwaar op de voorgrond gemixt. Dat past misschien bij de basic productie op deze cd, maar je hoort ook verdomd goed waar Derringer's vocale beperkingen liggen. De muzikale uitvoeringen zijn competent en dat is zo ongeveer de dodelijkste kwalificatie in bluesrock. Met name Derringer zelf speelt vrij slordig. Met een andere productie zou dat misschien niet zo opvallen, met deze productie is dat juist niet te missen. Is dat niet juist te prijzen, zo'n open en ongepolijste productie? Misschien wel, maar mij blijft die slordigheid opvallen. Dat, gevoegd bij de wel erg prominente onvaste zang van Derringer, maakt dat ik dit album - dat ook als dvd te krijgen is - niet meer dan "aardig" vind.
File Under: Aardig en competent
Chimney Brothers - Mick Jagger 'Had Italian Drugs'
Het is nu zaterdagavond de 14e. Ik heb vrijdag de 13e goed doorstaan. Het blijkt maar weer dat al dat bijgeloof flauwekul is. Ik zit op de bank het novembernummer van een maandelijks verschijnend muziektijdschrift te lezen dat gistermorgen in de brievenbus lag als ik de concertagenda bekijk. Tot mijn schrik zie ik dat ik de afgelopen dagen concerten van The Dirtbombs en Willard Grant Conspiracy heb gemist. Donderdagavond zat ik mijn tijd te verdoen bij een rockend americanabandje. Gisteravond hing ik voor de tv, terwijl ik me nu bedenk ook nog een concert van mijn stadsgenoten dR. Redtape vergeten te zijn. Ik zucht, ik dacht vrijdag de 13e goed doorstaan te hebben. Ik gooi het blad aan de kant om dan maar wat achtergrondinformatie voor de cd Mick Jagger 'Had Italian Drugs' van The Chimney Brothers te zoeken om het verhaal dat al in mijn hoofd zit te complementeren. Ik lees echter dat de band op 3 juli zijn laatste concert heeft gegeven wegens de verhuizing van zanger en gitarist Rik van den Bosch van Amsterdam naar Brussel. Daar gaat mijn conclusie dat dit vast een band is waarvan ik denk dat alles live op zijn plaats valt. Ik zal dan nog maar melden dat het viertal een bijzondere mix maakt van rhythm & blues, rock 'n' roll uit de jaren '50 en surf waarbij mede door het geregeld gebruiken van een megafoon ze klinken als de trouwer aan de roots zijnde muzikale broer van Stuurbaard Bakkebaard. Maar ja, hij is niet meer. Hij is inmiddels in besloten familiekring begraven.
File Under: R.I.P.
File Audio: [Shake-Up][I'm All For You]
VA - Red Hot & Latin Redux
Eerst dacht ik dat ik het verkeerd gelezen had in het begeleidend schrijven, maar het stond er toch echt: 'In celebration of the ten year anniversary of Red, Hot & Latin, Nacional Records is bringing back the ahead-of-its-time compilation and reissuing it as Red, Hot & Latin Redux with brand new bonus tracks from some of todays most cutting-edge Latin Alternative artists.' Celebration, alsof het een feest is dat het nog steeds bitter noodzakelijk is om aandacht te vragen voor de bestrijding van AIDS in de Latino gemeenschap in de Verenigde Staten en Latijns Amerika zelf. En de rest van de wereld natuurlijk. Enfin, het woord verbijsterde me een beetje, maar de cd zelf wás natuurlijk al een feestje en dat is het op zich nog steeds. Vooral de samenwerking tussen Fishbone en Los Fabulosos Cadillacs en die tussen David Byrne & Cafe Tacuba zijn nog immer geweldig. Wat ik wel een beetje spijtig vind is dat er gesneden is in de tracklist van het origineel. Zo is de kloeke cover van Bob Marley's "War" door Sepultura verdwenen van de cd en ook de bijdrage van Melissa Etheridge staat er helaas niet meer tussen. Nou zijn de vervangers (onder andere Thievery Corporation en Kinky) niet verkeerd, naar mijn mening was het een beter statement geweest als men het origineel vergezeld had van een extra cd met meer samenwerkingen tussen hedendaagse artiesten. Al was het maar om duidelijk te maken hoe nodig het is om nog steeds veel aandacht te besteden aan de Aidsproblematiek.
File Under: Ik had liever gezien date een heruitgave niet nodig was.
Ramblin' Jack Elliott - I Stand Alone
Ramblin' Jack Elliott heeft zijn dromen nagejaagd en waargemaakt. Hij begon zijn leven als een "gewone" joodse jongen in New York, maar wilde eigenlijk cowboy zijn. Het is 'm gelukt. Hij luisterde goed naar Woody Guthrie en nu is hij zelf de pater familias van een genre. Het was niet voor niets dat Tom Russell hem liet figureren op zijn eerbetoon aan de oude Americana-scene, Hotwalker, een album dat meer weg heeft van een radio-documentaire. Bob Dylan "himself" was een van de vele muzikale zonen van Jack. (Die ondertussen ook nog Woody's zoon Arlo "Alice's Restaurant", met de muziek van zijn vader vertrouwd maakte) Elliott is van '35 en waar zing je dan over? Onderwerpen als je oude hond of die vervelende momenten dat je last krijgt van vermoeide benen. (Arthritis is the thing to miss!) Accordeon erbij en een uitstekende gitaarpartij. Elliott speelt zeer vitaal voor een bejaarde. Jammer dat de man zoveel haast heeft, zestien nummers in een half uur. Geen tijd om uit te rusten. De mooiste track is het spoken word slot, waarin Elliott vertelt over de laatste keer dat hij Woody zag. Ook dit nummer duurt slechts één minuut. Ik houd van de repetitieve basnoten, ondefinieerbare chaos op de achtergrond, tinkelende snaren en dan maar babbelen (nee, ramblin') over de oude tijden. 'Bess was the one who gave Woody and me a ride in her car, to go to Woody's place, the last time I saw him...'
File Under: Een ware cowboy
File Audio: [Ramblin-Space]
Dustin O'Halloran - Piano Solos Vol.2
Alweer bijna twee jaar dus. Ik moest het zelf even nakijken, maar ik lever dus vanaf 23 november 2004 stukjes aan voor File Under. Niet met de vaste regelmaat die ik zo graag zou willen, maar geloof me: ik doe mijn best. Waarom ik het heb opgezocht? Mijn allereerste bijdrage was een gekunsteld stukje over Piano Solos van Dustin O'Halloran. Omdat ik als proeve van bekwaamheid een praatje mocht aanleveren over een plaatje dat ik erg mooi vond en nog miste op de site. Piano Solos vond ik dus toevallig erg mooi. Hij stond achteraf gezien geheel onterecht niet in mijn jaarlijstje. Ik draai de verzameling melancholische pianoriedels van het muzikale brein achter de door mij zo geliefde Dévics nog steeds. Als ik even behoefte heb aan niets. Me even terugtrek om tot mezelf te komen. Zo'n plaat dus. Gelukkig bleef de pracht ervan niet onopgemerkt en werden er een aantal van Dustin's opera gebruikt voor de soundtrack van Sophia Coppola's "Marie Antoinette". Twee daarvan vinden we terug op Piano Solos Vol.2. Eindelijk een aanvulling voor die momenten voor mezelf. Zo mogelijk nog introverter en prachtvoller dan de vorige. Dus als u het niet erg vindt, trek ik mezelf nu even terug om te mijmeren over de afgelopen twee jaar. Twee jaar. Tjonge.
File Under: Niet storen a.u.b.
File My Space: [Hier staan alleen een paar oudjes]
P. Paul Fenech - The "F" Word
Mensen die (bijna) in hun eentje een totaal muziekgenre hebben bedacht en gevormd verdienen altijd mijn grote bewondering. Zelfs wanneer ik het betreffende genre niet om aan te horen vind buig ik toch voor creatieve geesten die hun eigen draai aan de muziek geven. Paul Fenech roerde een goede twintig jaar geleden de uitgekauwde Rockabilly door een punky sausje en werd daarmee de grondlegger van de Psychobilly, een stijltje dat tegenwoordig door heel wat mensen luidruchtig wordt omarmd. Toen de tijd was hij bekend als de voorman en gitarist van de legendarische Meteors - die overigens nog steeds bij elkaar zijn - maar de laatste jaren maakt toch vooral furore als soloartiest en brengt hij met regelmaat ware pareltjes uit. The "F" Word is zijn nieuwste album en is weer eens van grote klasse. Ondanks dat zijn Psychobilly sinds een jaar of tien overal en nergens wordt nagespeeld en er heel wat bands zijn (Mad Sin, Thee Exit Wounds, de halve People Like You stal) die hard hun best doen zijn niveau te benaderen, is het geluid van de beste man nog steeds uniek en ongenaakbaar. Heerlijk warm en rauw en met een sfeer die er voor zorgt dat je je midden in een Tarantino film waant. Fenech doet dingen met een gitaar die je eigenlijk nog maar zelden hoort; het ene moment denk je dat hij maar wat priegelt, waarna zich plotseling een kippenvel-lickje openbaart. Er zijn vast heel wat muzikanten op leeftijd die wensen dat ze nog steeds zulke relevante muziek kunnen maken als op deze topper schijnbaar achteloos uit de mouw wordt geschud.
File Under: Veel authentieker en sfeervoller wordt het dit jaar niet
File Audio: [MP3's in baggerkwaliteit
Headlights - Kill Them With Kindness
Het verrassingseffect is het leuke van het zoeken naar muziek op internet. Het zoeken kost soms veel tijd maar de blijdschap als ik weer een obscure indie-band met mooie muziek heb gevonden, is des te groter. Die verrassingen kom ik bij de bekende bands niet zo vaak tegen. Hoe goed hun muziek ook is, het is vaak een herhaling van hetzelfde kunstje. Het nieuwe is eraf. In mijn CD-kast staan dan ook veel debuut-CD's want op die eerste platen is de verrassing er nog. Soms koop ik de tweede cd ook nog maar vaak is dat een tegenvaller. Alleen de grote artiesten en bands kunnen blijven interessant. Toen ik de eerste full-length van Headlights voor de eerste keer startte en het eerste nummer hoorde, was ik nog niet echt overrompeld door de muziek. Het begint met een strijkers-intro van ruim een minuut en ik begrijp best waarom Erin Fein, Tristan Wraight en Brett Sanserson hun CD openen met dit nummer. Het is gewoon een typisch en best wel spannend openingsnummer waarin de muziek steeds naar een nieuw climax stijgt. TV het tweede nummer van Kill Them With Kindness is een stuk interessanter. Ik kende deze song al wat langer want het is de gratis sample op de websites van zowel de band als de platenmaatschappij. En zo staan er heel wat meer mooie nummers op deze plaat van dit trio uit Champaign, Illinois. Geen echte uitschieters naar boven maar ook geen echte tegenvallers en ook dat is is al heel wat.
File Under: Signs Point To Yes.
File Audio: [TV]
Bluetones - Bluetones
Officieel is het dan wel herfst, het weer werkt gelukkig nog niet erg mee. Ondanks dat de kastanjebomen langs de weg naar het werk al bruine bladeren druipen, schijnt de zon zo uitbundig dat mijn humeur maar niet stuk wil. Helemaal geen weer voor trieste plaatjes dus. De vijfde cd van The Bluetones genaamd The Bluetones komt als geroepen. Eerlijk gezegd was ik de band na hun debuut-cd Expecting To Fly uit 1995 en opvolger Return To The Last Chance Saloon uit het oog verloren. Want eerlijk is eerlijk, The Bluetones waren nooit de meest spannende of vernieuwende Britpop-groep. Maar laat ik daar op deze mooie herfstdag nou helemaal geen behoefte aan hebben. Degelijk, mooi en intelligent is meer dan genoeg. Wat gelukkig gebleven is zijn de kundig in elkaar gezette liedjes, met meerstemmige refreinen en vloeiende lijnen. De teksten zijn als altijd scherp en 'to the point' ('Mankind provides so much courts for dismay, hellbent and highly amusing') getoonzet op Byrdsie melodieën. In sommige songs doet de sfeer me daardoor een beetje denken aan de betere nummers van Crowded House ("Baby, back up"), ook door de af en toe een beetje nasale maar nooit onprettige stem van Mark Morris. Gelukkig gaat de band af en toe ook een tandje hoger, bijvoorbeeld in "My Neighbours House" of in het prachtige "Hope and Jump" wat een Oasis-ballad zou kunnen zijn, ware het niet dat het geenszins op de Beatles lijkt en het nummer gedragen wordt door duistere celloklanken. Deze warmte en diepte gevende klanken komen ook terug in het Americana-achtige Fade in/Fade out wat Mark schreef voor zijn oude makker David - Little Britain - Walliams, toen hij het kanaal overzwom. Al met al een fijne hernieuwde kennismaking met een nog meer volwassen Bluetones. Nu maar hopen dat het weer de komende dagen ook vrolijk blijft stemmen.
File Under: Prettige hernieuwde kennismaking met een volwassen Britpop-band
File Audio: Op MySpace
Russian Futurists - Me, Myself and Rye
Russisch? Echt niet. Matthew Hart komt uit Ontario (Canada) en heeft daar al drie albums uitgebracht. Dit Me, Myself and Rye is een samenvatting van die drie voor de rest van de wereld. Alle muziek heeft Matthew in zijn eentje laag voor laag over elkaar gestapeld, maar het klinkt zo vol als een hele groep, en live brengt-ie het dan ook met een band. Da's nog best een hele toer, want hij gebruikt veel samples en dingetjes. Orgeltjes, pa-pa-koortjes, xylofoons, u kent het wel. Soms lijken de Russian Futurists wel een blije lo-fi kruising van Beck en The Avalanches. Maar dan helaas niet goed genoeg. Aan de ene kant heeft het album sfeer, aan de andere kant hangen de stukjes muziek als losse repeterende melodietjes aan elkaar. Ik mis een groter geheel. Het lijkt wel suffe hiphop verpakt als indie. De single "Paul Simon" is een mooi voorbeeld. De eerste keer dat je het hoort is het grappig, maar je zou het nummer zonder enig probleem kunnen rekken tot 10 minuten. "Telegram from the future" is er nog zo een. Dat begint ronduit fantastisch, maar lengt dat grootse intro dan telkens wat aan en vervalt dan na een minuut in een slaapverwekkend couplet. Jaaaa zeg. Kom nou. Kijk, slecht is het niet; om dit in je eentje uit te werken is knap, maar dit kan gewoon zóveel beter. Sterker nog, het is (vooral door groepen) al zoveel beter gedáán (Flaming Lips, I Monster...) Ik gun Hart echt beter, maar met het oordeel 'wel aardig' komt hij er nog genadig vanaf.
File Under: Minder interessante Canadese indie
File Audio: drie liedjes
File Video: de video van 'Paul Simon'
Chris Stills - Chris Stills
Het is misschien al wel een teken aan de wand dat Chris Stills voor het schrijven van de enkele Franstalige liedjes voor zijn tweede cd met Franse muzikanten in zee is gegaan. Dat zou je kunnen zien als een streven naar perfectie, maar het geeft ook aan dat hij niet honderd procent zeker is van zijn Franse kant. Ik snap wel dat Stills wat wil doen met de genen die hij geërfd heeft van zijn moeder Véronique Sanson, een begenadigd Franse chanteuse. Helaas pakken die Franse liedjes ondanks alle getoonde inzet niet zo geweldig uit. Ze maken me kriegelig - vooral "Demon", brr! - en ik sla ze als het even kan over. Het maakt ook dat ik een beetje een ambivalent gevoel heb over deze cd, want in nummers als het openingsnummer "Landslide" en het ingetogen "When the pain dies down" laat de zoon van Stephen Stills horen dat hij in het Engels wel degelijk hele mooie liedjes kan schrijven. In "Landslide" doet hij me erg denken aan Jeff Buckley. Diens oude drummer Matt Johnson speelt overigens op vrijwel nummers mee. Hij is niet de enige bekende artiest die zijn medewerking verleende aan deze cd, de dit jaar definitief doorgebroken Joan Wasser (Joan as a Policewoman) bespeelt in enkele nummers de viool. Ik betwijfel wel een beetje of deze plaat de definitieve doorbraak voor Stills kan betekenen. Daarvoor zou hij zich toch wat meer uit het grote moeras aan degelijke poppy singer/songwriters moeten worstelen, want daar steekt hij nu niet met kop en schouders bovenuit.
File Under: Poppy singer/songwriter met goed genenmateriaal
Mathis And The Mathamatiks - 5
Een apparaat moet het gewoon doen. Ik haat ingewikkeld gedoe en kennis die je moet hebben om iets werkend te houden. Ik ben dan ook even niet blij met mijn pc. Deze is namelijk erg traag en dat is zeer irritant bij het schrijven van mijn stukjes. Het beste zou zijn om e.e.a. te formatteren en de software opnieuw te installeren. Ik durf dat niet, want bij mij zijn er dan altijd problemen waar ik bijna niet uitkom en bij mij zeer veel stress oproepen. Laten ze computers maken die het simpelweg doen is mijn devies, maar ja... Ik besluit deze middag dan ook maar eens te gebruiken om allerlei software over mijn pc te laten lopen om de snelheid te verhogen. Radicalere beslissingen kunnen altijd nog genomen worden. Ik lees ondertussen een boek en draai de cd 5 van Mathis And The Mathematiks. Mathis, geboren in Duitsland en op jonge leeftijd naar Frankrijk verhuisd, heeft een rijke muzikale bagage meegekregen. Het begint al bij de lome triphopklanken die me tegemoet komen. Dit past helemaal bij dit rustige moment, zo zonder pc. Ze zijn ook de basis waarop de meeste nummers opgebouwd worden met invloeden van artiesten als Prince en Beck. Er is echter ook de blues. De blues die ooit simpelweg bezongen kon worden, eventueel ondersteund door een akoestische gitaar, maar die tegenwoordig kennelijk moderne apparaten nodig heeft om nog als van deze tijd te klinken. Mathis en zijn bandleden doen dit verdienstelijk, zij zijn is de baas over de elektronica. Zij wel.
File Under: Elektronica en de blues.
File Audio: [In Flash in het discographie/video-gedeelte][of op My Space]
Avatar - Thoughts Of No Tomorrow
Het platenlabel heeft kennelijk grote verwachtingen van de piepjonge Zweedse band Avatar (niet te verwarren hun naamgenoten uit Roemenië) en pakt de promotiecampagne voor hun debuut Thougths Of No Tomorrow voortvarend aan. Maar liefst twee flyers en een cd-boekje met songteksten glijden op mijn deurmat en dat alles op hoogglanzend, dik papier gedrukt. Ik ben bijna ontroerd, zelfs het artwork ziet er zeer gelikt uit. Het zal u niet verbazen als ik vertel dat er op dit album vooral melodieuze deathmetal staat. Inderdaad, we hebben hier weer eens te maken met een stel broekies dat de fameuze Gothenburg-metalsound een nieuw leven in wil blazen. Of moet ik zeggen incarneren, dan pak ik gelijk de bandnaam mee. Niet een gemakkelijke missie als u het mij vraagt, zeker gezien het grote aantal andere bands binnen dat binnen deze stroming actief is. Toch moet ik eerlijk toegeven dat ze zeker niet kansloos zijn. Oké, er is goed geluisterd naar band als Arch Enemy, Armageddon en In Flames, maar het technisch hoogstaande spel dat ten gehore wordt gebracht klinkt fris en fruitig. Vooral de nummers die al op eerdere demo's en single's zijn verschenen klinken goed. Het heftige "War Song", het catchy "My Shining Star" en het bijna heroïsche "Stranger" zijn allemaal prachtliedjes, terwijl de overige tracks nog wat overredingskracht missen. Wat songwriting betreft is er dan ook nog wel wat progressie te boeken, maar dat is eigenlijk het enige minpuntje wat ik kan verzinnen (het lousy keyboard-geluid daargelaten). De toekomst ziet er dus veelbelovend uit voor deze heren en ik ga zeker luisteren als ze in november in Nederland spelen.
File Under: De platenmaatschappij heeft gelijk.
Sparklehorse - Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain
Het is jammer dat niet alle Lola da Musica-afleveringen in zijn geheel op de VPRO-site staan. In die reeks zijn namelijk nogal wat mooie episodes die de moeite waard zijn om eens terug te kijken. Zo had ik graag nog eens de documentaire teruggezien die Lotje IJzermans maakte over Sparklehorses Mark Linkous om te beoordelen of het nou inderdaad zo'n raar wereldvreemd mannetje is. Zoals ik het me meen te leidde hij een heel teruggetrokken leven op het platteland in een gehucht in Virginia. Nu zou een mooi moment zijn om die documentaire online te zetten. Er is namelijk voor het eerst in vijf jaar een nieuwe cd verschenen van Sparklehorse. Tegenwoordig woont Linkous niet meer in Virginia, maar ergens in het bergachtige deel van North Carolina. Dat maakt de wazige albumtitel Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain al een stuk duidelijker in ieder geval. Opvallend aan Dreamt For... is dat veel van de nummers al eens eerder verschenen als B-kantje of als hidden bonustrack op de vorige cd Wonderful Life. Je zou dus een zooitje allegaar kunnen verwachten, maar dat is in het geheel niet het geval. Dreamt For... is gewoon typisch een Sparklehorse-cd, die me, net als zijn drie voorgangers, heel geleidelijk voor zich gewonnen heeft door zijn de vele minieme (toevallige?) details in de liedjes. Fascinerend is om te horen hoe gedienstig andere artiesten zich opstellen ten opzichte van Linkous. Tom Waits speelt piano, Joan Wasser viool, Dangermouse produceert en friemelt met wat elektronica, Sol Seppy zingt, maar allemaal spelen ze in dienst van Linkous. Je moet dan ook echt je best doen om ze op te sporen in de liedjes. Die liedjes, variërend van spookachtig fluisterzacht tot rauw rockend, doen je verlangen naar een verblijf in de buik van de heuvels en bergen van North Carolina, om maar eens een kijkje te nemen in het leven van Linkous. Misschien kan de VPRO Lotje nog eens op pad sturen.
Sparklehorse speelt samen met Sol Seppy op 23/10 in de Melkweg in Amsterdam
File: Sparklehorse - Dreamt For Light Years In The Belly Of A MountainFile Under: In the hole of the mountain king.
File YourTube: [droog promofilmpje voor North Carolina]
Sunstorm / Avalon
Joe Lynn Turner is een van de bezige bijtjes in de hardrock. Om de haverklap komt er weer een cd uit met zijn stem op een of meer van de songs. Frontiers-baas Serafino Perugino is goed in het verzinnen van projecten, dus die zorgt wel dat er projecten beschikbaar zijn om op te zingen. Het begon met een aantal oude demo's van Joe Lynn Turner-songs, die Perugino al kende voordat hij Turner tekende voor zijn label. Er werden vervolgens nog songs bijgezocht van grote songschrijvers als Jim Peterik (Pride of Lions) en Dan Huff (Giant). Voor de band werd bassist Dennis Ward (Pink Cream 69, Khymera) aangezocht, die ook de productie deed. De combinatie werkt, en hoe! De songs zijn wat meer de AOR-hoek in dan gebruikelijk bij Joe Lynn Turner, minder uptempo en met meer galmende uithalen. Ward heeft de gitaarpartijen van Uwe Reitenauer (Pink Cream 69) in de mix lekker stevig en prominent gehouden zodat het nergens verzandt in AOR waarin voornamelijk gegalmd wordt. Integendeel, Turner moest zijn stembanden flink aanspreken om nog hoorbaar te zijn. Dat is het moment waarop Turner op zijn best is, dus dat is geen straf om naar te luisteren. Daarmee is deze plaat voor zowel de doorgewinterde AOR-fan als de classic rock-liefhebber de moeite waard. Sunstorm is het zoveelste fraaie hoofdstuk in het Grote Joe Lynn Turner Boek. En over Sunstorm deel 2 wordt al nagedacht. Joechei!
Turner zingt ook een nummer op Avalon, het project van Richie Zito. Zito zelf is vooral bekend als sessiegitarist bij uiteenlopende artiesten als Elton John, Eddie Money, Diana Ross en Leo Sayer en als producer van bands als White Lion, Heart en Bad English. Voor dit soloproject heeft hij verschillende zangers en muzikanten gevraagd, onder wie voornoemde Turner en Money, maar ook de koning van de electrodisco Giorgo Moroder(!), Eric Martin (Mr. Big, TMG), Philip Bardowell en Joseph Williams. Bij de eerste tonen is meteen duidelijk in welke hoek je Avalon moet plaatsen. "Blue Collar" klinkt als een onbekende Foreigner-song. De songs zijn prima poprocksongs, de zangers doen hun kunstje, kortom het is een heel behoorlijke plaat in het genre. Wat me alleen verbaast, gezien Zito's eerdere werk, is zijn weinig geraffineerde productie. Het klinkt allemaal nogal vlak en vooral gedateerd. Maar er blijft gelukkig genoeg te genieten over.
File Under: JLT vlamt nog maar eens
File Audio: [Fame And Fortune] [meer fragmenten]
File: Avalon - Avalon
File Under: Verdienstelijk maar geen topper
File Audio: [Life Got In The Way] [meer fragmenten]
Bright Eyes - Noise Floor (Rarities 1998-2005)
De meest polariserende poppersoonlijkheid van de afgelopen jaren moet haast wel Conor Oberst alias Bright Eyes zijn. Of je vindt hem geweldig, of je hebt een hartgrondige hekel aan zijn stem en persona; een tussenweg lijkt er bijna niet te bestaan. Op het grote ILM-forum zijn er al meerdere topics te vinden waarin op uiterst creatieve manier zijn einde beschreven wordt. Mij dondert het niet. Ik behoor tot de groep liefhebbers en kan me zeer goed verplaatsen in zijn songteksten en liedjes, en ook zijn af en toe overemotionele voordracht ontlokt meer dan geregeld kippenvel bij ondergetekende. Ik durf hem zelfs gerust de Dylan van onze generatie te noemen, al gaat me dat waarschijnlijk punten kosten bij de rest van de popjournalistieke goegemeente. Ook dat dondert mij niet. Nee, laat Conor maar gewoon zijn indie/americana/folk-gang gaan, zolang het op dit niveau is hoor je mij niet klagen. Deze kliekjesverzamelaar doet het dan ook wederom goed in huize Marty, 16 songs lang is het genieten van allerlei b-kantjes, onuitgebrachte tracks en thuisopnames, met als persoonlijke favorieten de songs "Drunk Kid Catholic" en de Daniel Johnston-cover "Devil Town". Laat de haters hun gal maar weer spuwen, deze schijf blijft bij mij voorlopig op de repeat.
File Under: Kliekjesverzamelaar van hoog niveau
File Audio: [Bright Eyes op Myspace]
Micah P. Hinson - and the Opera Circuit
Arme Micah P. Hinson. Na een turbulente jeugd (drugs, gevangenis, relatie met een Vogue-topmodel: het standaardverhaal zeg maar) leek hij zijn leven eindelijk weer een beetje op de rails te hebben. Slaat een schalkse vriend hem plots op de rug, met als uiteindelijke resultaat een maandenlange periode waarin Micah nauwelijks zijn bed uit mocht. En bovendien weer dezelfde verdovende middelen moest nemen als ten tijde van zijn verslaving. Geluk bij een ongeluk: tijd zat om een nieuwe plaat op te nemen. En met succes! 'Micah P. Hinson and the Opera Circuit' valt op door de mooie arrangementen (dat wil zeggen: de strijkers en toeters verrijken het geheel), die deels van de hand van Eric Bachmann (Crooked Fingers) zijn. Op de rustige momenten klinkt de plaat spaarzaam en intiem. Ten tijde van climaxen klinkt het geheel ondanks de af en toe rijke orkestratie nergens over the top. En dat terwijl toch een behoorlijk arsenaal aan instrumenten uit de kast gehaald wordt. De zegeningen van de huiskamerproductie, zullen we maar zeggen. Tel hierbij op Hinsons lage, warme stemgeluid en je hebt de aangenaam broeierige sfeer die de plaat beheerst. Verder blijkt Micah, net als op debuutalbum 'Micah P. Hinson and the gospel of progress' een heel behoorlijke liedjesschrijver, met 'jackeyed', 'she don't own me' en 'don't leave me now!' als meest treffende voorbeelden. Laten we hopen dat nu Micah weer van de medicatie af is platen van zulk niveau blijft afleveren!
File Under: In ieder geval geen opera
File Audio: [lekker luisteren]
Mono & World's End Girlfriend - Palmless Prayer / Mass Murder Refrain
Hij kon genieten van dit soort weer als vandaag. Een herfstzonnetje dat binnen achter het glas toch nog lekker warm is. Rustig zocht hij dan een plaatsje waar de zon de kamer in scheen en ging daar zitten. Dan legde hij zijn oren in zijn nek, kneep zijn ogen toe tegen het licht en trok tevreden zijn neusje op. Zo bleef hij dan roerloos een hele tijd liggen. Alleen er naar kijken gaf al een fijn vredig gevoel. Nou namen we, omdat Junior heel allergisch bleek, al een jaar of vier geleden afscheid van Youp, maar zo af en toe zag ik dat konijntje nog zo op de grond liggen. Ongeveer zoals je wel eens een brainwave hebt en de beeltenis van een dierbare overledene voor je ziet. Met als groot verschil dat ik wist dat hij het goed had en springlevend was. Samen met een gezellig vrouwtje in een fijn groot hok. Als hij niet geholpen was, dan waren daar echt wel mooie nakomelingetjes van gekomen. Maar in juli van dit jaar sloeg het noodlot toe en overleed zijn vriendinnetje na een kort ziekbed. Sindsdien was hij niet meer de oude, zo zonder zijn maatje. Zondag bereikte ons het nieuws dat Youp ook heel hard achteruit ging, vrij zeker door een combinatie van ouderdom en ludduvudu. Sneller dan verwacht s hij nu al dood, terwijl we dit weekend eigenlijk nog even langs hadden willen gaan om hem te zien en te aaien. Maar als ik nu naar buiten kijk en me laat gaan, dan zie ik hem zo weer huppelen door de kamer, zoekend naar een plekje in de zon om even lekker rustig te zitten...
File Under: Muziek terwijl u zachtjes schreit.
File Audio: [Vijf samples]
Various - The World Is Gone
Wat doe je als je je hebt bewezen als muzikant? Ga je gewoon op de oude voet door, of stort je je op nieuwe dingen om die tot een succes te maken? Waarschijnlijk vormt dat laatste idee het verhaal achter Various - de band heet echt zo - de meest bizarre bandnaam die zogenaamd bedacht kon worden door een duo bestaande uit ene Adam en ene Ian. Er circuleren mogelijke achternamen, maar wie of wat de band nu precies is, dat weet niemand. Er zijn geen interviews of niks. Van het mooie artwork (met triestig konijntje) word je ook al geen cent wijzer. Wel duidelijk is dat de plaat té doordacht is om een debuut te kunnen zijn. Sommige instrumenten en melodielijnen komen me bovendien ontzettend bekend voor. The World Is Gone houdt het midden ergens tussen Massive Attack, Lamb, Leftfield, Sneaker Pimps en Portishead, maar kiest daarbij wel wel zijn eigen duistere kant. Ik vermoed dat van al die bands gewoon een paar mensen bij elkaar zijn gaan zitten en dat ze besloten hebben om hun zwartste en spookachtigste langzame triphop-, dub- en grime-nummers uit te werken en bij elkaar te gooien op een pijnlijk prachtig album. Het resultaat mag er zijn en is verbluffend goed geproduceerd, maar het is nou niet echt een plaat geworden die je opzet als je gezellig met z'n tweetjes op de bank zit. Zelfs het feeëriek gezongen "Deadman" met zijn kouwe tekst en zijn warme akoestische gitaar - waar tegen het einde dan nog wat angstaanjagende machinale gitaarnoise onder schuift - is nergens een kampvuurliedje. "Today" doet weer meer denken aan Bjork dan aan Hooverphonic. Al met al, een belangrijke, geheimzinnige winterplaat.
File Under: De ijskoningin is vroeg dit jaar
File Audio: Op de site bij 'downloads'
File Video: Hater
Justine Electra - Soft Rock
Tijdens het anderhalve jaar dat ik ronddwaalde op de kunstacademie werd ik er regelmatig toe aangespoord om op zoek te gaan naar het kind in mij. Had ik verdorie net de puberteit achter de rug en dacht ik eindelijk volwassen te zijn geworden, moest ik ineens weer rechtsomkeert maken. Nou ja zeg. Vervolgens worstelde ik met de vraag wat volwassen worden nu helemaal voor moest stellen. Is volwassenheid niet gewoon je realiseren dat je altijd wel een kind zal blijven? Ik kwam dat anderhalve jaar met veel pijn en moeite door, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat ik maar beter met die opleiding kon stoppen. Wat als ik dat niet had gedaan? Wie weet was ik dan op dit moment lekker kunstzinnig aan het zijn in Berlijn of zo. Dan had ik daar meteen de uit Melbourne afkomstige Justine Electra even onder haar kont geschopt en haar ertoe aangespoord ook maar eens op zoek te gaan naar het kind in haar. Wat is hier het geval? Het beste nummer op haar debuut vol singersongs met electro-tierelantijnen is een liedje dat ze op haar achtste schreef. Verder is het middelmatigheid troef. De composities zijn over het algemeen weinig bijzonder en haar stem ontbeert karakter. De inspiratieloze ondersteunende beats die uit haar drumcomputer ratelen, maken haar muziek alleen maar vlakker en afstandelijker. Daar kunnen blijkbaar zelfs vriendjes als Schneider TM en Tarwater niks meer aan doen.
File Under: Middelmatigheid troef
File Audio/Video: [Hier]
File Audio: [Daar]
Clinic - Visitations
November 2004, ik was ziek, ik had koorts en schreef een stukje over een cd. Met het schrijven ging er ook een stuk geheugen mee. Ik kan me namelijk helemaal niet meer herinneren de cd gehoord te hebben en er ook nog over geschreven te hebben. Het was er nog wel eentje die ik nota bene met mijn zuurverdiende geld had gekocht. Als ik dan het stukje dat ik opnieuw gelezen heb moet ik bovendien bekennen niet naar Zuid Engeland op vakantie te zijn geweest en ook de commentaren niet serieus te hebben genomen door de eerdere albums eens te gaan beluisteren. En dan is het alweer oktober 2006, het Liverpoolse Clinic komt met hun vierde album Visitations. Als ik dan hun derde toch nog maar eens beluisterd heb, en waar me e.e.a. - gelukkig maar - toch wel bekend voorkomt, ga ik hun boreling bezoeken. Ze mogen hun kunnen aan mij tonen. Er verschijnt een alternatieve experimentele gitaarrockband met bezieling waarbij naast het wat hoge stemgebruik met name een instrument als de klarinet het geluid iets eigens geeft. Verder klinkt het als een logische voortzetting van de voorganger. Inmiddels heb ik de eerdere albums gehoord en begrijp ik het meteen als iemand de opmerking over deze cd zou maken: 'Eigenlijk viel mij deze cd een beetje tegen.'
File Under: Band wiens geschiedenis chronologisch gevolgd moet worden
File Audio: [De single Harvest]
James Dean Bradfield - The Great Western
Ik herinner me nog goed dat de eerste keer dat ik "Motorcycle Emptiness" van de Manic Street Preachers hoorde, ik gelijk verkocht was. Ehm, waar ik hoorde typte bedoelde ik natuurlijk zag, want het is de ongeschoren magere tronie van James Dean Bradfield en zijn zonnebril die scherp op mijn netvlies staan. Ik weet zelfs nog dat ik vond dat hij zijn hoofd zo raar, schuin naar rechts hield. En eerlijk is eerlijk, ik had verwacht dat de Manic Street Preachers een one-hit-wonder zouden blijven na het horen van het toch behoorlijk recalcitrante Generation Terrorists. Niets bleek minder waar en na zeven cd's geniet de band zelfs van een sabbatical. Mooie gelegenheid voor zanger James Dean Bradfield om een solo-cd op te nemen, want zoals gezegd, sabbaticals da's iets voor vijftigers en niet voor rockmuzikanten. The Great Western verschilt niet in grote mate van het werk van de Manic Street Preachers, maar de toon van het album is wel wat lichter (of poppier zo je wilt). Tekstueel neemt Bradfield, net als de Manics, geen blad voor de mond. Met dit verschil dat Bradfield bij de Manics vrijwel nooit teksten schrijft. Luisterend naar The Great Western vraag ik me af waarom dit is, want onderdoen voor die van zijn collega Nicky Wire doen zijn teksten zeker niet en ze zijn - gelukkig - zelfs veel compacter. Het klinkt dan misschien raar dat ik het beste nummer van The Great Western een cover van Jacques Brel's "Voir un ami pleurer" vind, de sobere uitvoering van "To See A Friend In Tears" is zo mooi dat ik er niet onderuit kom. Toch zitten het gedragen "Still A Long Way To Go" en het tegen de houding van religies ten op zichte van AIDS agerende "That's No Way To Tell A Lie" het nummer op de hielen. Al met al is The Great Western een solo-plaat die overeind blijft als je hem langs de band-cd's legt. En dat is geen geringe verdienste, dunkt me.
File Under: Deze Manic redt zich solo prima.
File Audio: [That's Not The Way To Tell A Lie]
File Audio: [Ja]
VA - Trip in Time Vol.1
Bij de platenboer trof ik laatst een vrouw uit Uden. Ze was speciaal naar Nijmegen gekomen, haalde een briefje uit haar portemonnee en ging bij ons op zoek naar missende elementen uit haar verzameling. Nijmegen was een goede plek om te zijn, zo zei ze. Het was immers de stad van Frank Boeijen. Duistere singles, misdrukken van cd's, werkelijk álles moest ze hebben. Ik heb niets met dit soort verregaande verzamelwoede, maar ik weet wel dat er binnen elke vorm van kunst, wat zeg ik elke vorm van verzamelen, mensen bestaan die de vervolmaking van hun collectie tot hun hoogste levensdoel hebben gemaakt. E-bay bestaat bij de gratie van dit soort verzamelaars, terwijl de romantiek van deze soort van verzamelen juist ligt in het vinden van een lp voor een euro die duizenden dollars waard is bij een mannetje die niet eens weet wat een cd is. Maar nee, nog steeds is niet alles uitgebracht wat er uit te brengen valt en verdient de B-film onder de jaren zeventigmuziek ook een plekje op een cd. Vijf live versies van onbeduidende bands en enkele extended versions van liedjes van andere onbeduidende bands leveren dan een album op, dat aangeprezen wordt als Trip in Time en Delighted by Psychedelic Rock. Het probleem is: het is ooit al allemaal veel beter gedaan. Alles wat er nu nog overblijft is voer voor verwarde verzamelaars (getuige de website 'psyche van het volk', I rest my case). Voor mij is deze Trip in Time niets meer dan een verschrikkelijk irritant album waarmee platenmaatschappij en aanverwante personen en/of zaken zich volstrekt belachelijk maken.
File Under: Verzamelen moet wel leuk blijven
File Audio: [te gek voor woorden]
Ramblin' Jeffrey Lee & Cypress Grove With Willie Love
Het verhaal gaat dat de basis voor Ramblin' Jeffrey Lee & Cypress Grove with Willie Love gelegd is tijdens Ein Abend In Wien in 1981. (Alsof dat festival nog niet legendarisch genoeg was.) Zoals Nick Cave een voorleesavond deed met Gary Lucas als begeleider op gitaar, zo speelde Jeffrey Lee Pierce een half uur lang bluesclassics. Een stief half jaar later nam hij - wederom in Nederland - deze plaat op met als begeleiders Willie Love (a.k.a. Simon Fish) en Cypress Grove (a.k.a. Tony Chmelik). Eigenlijk is het een collectie murder ballads, een half decennium voor Nick Cave op hetzelfde idee kwam. Maar het is niet zomaar een coverplaat geworden zoals muzikanten ons vaker menen te moeten voorschotelen wanneer hun carrière in een dal zit of de platenmaatschappij maar blijft zeuren. Daarvoor stroomde er teveel blues in Jeffrey Lee Pierce's aderen en bovendien is dit de plaat waarop de Gun Club-klassieker 'Go Tell The Mountain' voor het eerst het licht zag. De bonustracks op deze plaat bestaan uit vijf opnames van dezelfde sessie die we niet eerder hoorden.
Gelijk met deze plaat, verschijnt Divinity, de laatste elpee waarop Kid Congo Powers te horen is. Ook hier vinden we een aantal bluesklassiekers, waaronder het prachtige 'Keys To The Kingdom' (dat op de bonusplaat als instrumental te horen is), dat maar weer eens laat horen dat Captain Beefheart's werk niet onopgemerkt aan Jeffrey Lee Pierce is voorbij gegaan. Zowiezo klinkt deze plaat als een richting die Beefheart op had kunnen gaan, ware hij een decennium jonger geweest. Dissonanter heeft The Gun Club niet geklonken dan op Divinity. Het bonusmateriaal voor deze editie is meer dan indrukwekkend en wordt niet voor niets op een extra CD verzameld: veertien tracks die we nog niet eerder hoorden. Van live-opnames van een optreden in Parijs tot een radio-sessie voor de VARA. De drie tracks hiervan zijn ook nog eens bijzonder omdat René van Barneveld (je weet wel, van Urban Dance Squad) hierop meespeelt.
File: The Gun Club - Divinity
File Under: Nog Meer Legendarische Verhalen van een Gouden Dode
Muletrain - The Worst Is Yet To Come / On The Last Day - Meaning In The Static
Pssst, kunt u een geheimpje bewaren? Ik heb weer een bandje ontdekt dat te goed is om voor mijzelf te houden maar wat ik eigenlijk helemaal niet met anderen wil delen. Nou ja, vooruit dan maar... Al weer een paar maandjes oud en dus de hoogste tijd om toch maar de aandacht op te vestigen is The Worst Is Yet To Come, de tweede CD van het Spaanse Muletrain. Typisch een muziekje waar je met toeval tegenaan moet lopen, om vervolgens de blitz te maken bij je vrienden. Muletrain maakte namelijk een echte kraker die zich kan meten met het beste van The Dwarves, Turbonegro en ook zelfs een beetje met het legendarische Poison Idea. Laten we afspreken dat we het alleen aan een kleine selecte groep van fanaten vertellen, dan houden we het nog een beetje voor onszelf!
Dat zal met On The Last Day wat lastiger worden. Dit vijftal doet naarstig zijn best om bekendheid te krijgen bij het grote publiek en schuwt daarvoor geen middel. Qua imago is het een samenraapsel van zo ongeveer iedere populaire emoband (zwarte oogschaduw, zwarte overhemden, zwarte haren in een zijwaartse scheiding) en ook de muziek is een totale rip-off van bands als AFI, Hawthorne Heights en Aiden. Nu heb ik heus niet altijd problemen met het bij elkaar jatten van muziek, maar je kunt ook overdrijven. Na twee liedjes is alle verrassing op Meaning In The Static verdwenen en ga je je alleen nog ergeren aan de beperkte drumritmes (ach toe meneer, probeert u op zijn minst eens één roffeltje!) en de eentonige zanglijnen. Een typisch gevalletje van wel graag willen maar helemaal niet goed kunnen.
File Under: Goed bewaard geheim
File Audio: [OPeration Brainwash][The Curse]
File: On The Last Day - Meaning In The Static
File Under: Mini-playbackshow
File Audio: [Klik]
Tilly & The Wall - Bottoms of Barrels
Het is zaterdagmorgen. Mevrouw Storm vindt dat ze wat aan haar conditie moet doen en vlucht daarom tegenwoordig voor dag en dauw de deur uit op een paar hardloopschoenen. En dus zit ik thuis, met de Jongedame en Junior. Ze willen graag knutselen en eigenlijk vind ik dat wel best. Dus we slepen alle knip-, plak- en tekenspulletjes naar de grote keukentafel en ze gaan aan de slag. Het is al snel een grote bende. De Jongedame is heel goed in snel vellen papier vol krassen, Junior probeert echt mooi te kleuren en te knippen. Ik fröbel ondertussen wat op de laptop. Alle drie hebben we een goed humeur. We luisteren namelijk gedrieën naar de nieuwe cd van Tilly and the Wall en dan krijg je dat. Ik heb Bottoms of Barrels al grijs gedraaid de afgelopen weken, en ik blijf dol op deze stadsgenoten van Bright Eyes' Conor Oberst. Dat is al zo sinds hun charmeoffensief in Ekko halverwege mei van dit jaar. Nooit gedacht dat ik nog eens als een blok zou vallen voor tapdansende vrouwen, maar het gebeurde echt. Ze zijn wel zo slim om het tapdansen op cd niet te overdrijven en maar het als een volwaardig instrument in plaats van gimmick te gebruiken. De liedjes zijn nog steeds ontwapenend. Ik vind de vergelijking die een collega deze week maakte niet eens zo heel gek. Zij noemde gelijk Bananarama als referentie. Daar zit zeker als de dames samen zingen zeker wat in. Maar dan wel met een meer dan flinke scheut indiepop. Terwijl ik wat zit te dromen meen ik ineens nog meer tapdans uit een rare hoek te horen. Het is Junior, die driftig aan het meestampen is met de muziek op zijn Stokke Tripp Trapp. Het verbaast me niets dat Tilly and the Wall het ook reuzegoed bij kinderen werkt.
File Under: Stampen op Stokke stoelen.
File Audio: [tapdans hier mee]
Venice - Amsterdam
Een band die Venice héét en een album met de titel Amsterdam uitbrengt. Amerikanen van het type 'Amsterdam, ah yes, that's in Danmark, where they all speak German'? Nou nee hoor. Afgezien van het feit dat voor Venice Nederland zo ongeveer hun home away from home is, is dit album ook in Amsterdam opgenomen. In de Doopsgezinde Kerk aldaar, om precies te zijn, ook wel de Singelkerk geheten. Behalve ongetwijfeld prachtige "Making of"-plaatjes voor de volgende dvd heeft dat ook een magnifiek geluid opgeleverd. Een spoortje echo, maar vooral een fraai vol geluid. Luister maar eens naar "Jenny". Natuurlijk, in een studio zal dat met het nodige gedraai aan knopjes en hendeltjes ook best lukken, maar blijkbaar vonden de heren Lennon dit een inspirerende omgeving. Heeft dat voor de songs ook geholpen? Nou, ja en nee. Zoals altijd zitten er weer een paar pareltjes bij, zoals hier bijvoorbeeld "Weight Has Been Lifted" en het Paul Simon-achtige "Radio Game", maar een paar keer slaat de balans door naar de kleffe kitsch. Zo is "Ashes In The Snow" niet alleen qua titel een nummer dat zo op een kerst-cd zou passen. Doe er wat belletjes bij en pleur het op een zoete kerstverzamelaar, maar de rest van het jaar zit ik hier niet zo op te wachten. Met de kerst ook niet, trouwens. Maar goed, dat is nu eenmaal het risico bij de middle-of-the-road-in-luxe-verpakking die Venice toch is. Aan het eind van de cd - ook verkrijgbaar als limited edition met drie extra tracks - moet je concluderen dat het toch weer razend knap gedaan is. Nieuwe fans krijgen ze er niet mee, maar de oude fans zullen hier beslist blij mee zijn.
File Under: Tóch weer razend knap
File Audio: [ MySpace]
Yagya - Will I Dream During The Process?
Myst. Aan dat spel met de uitgebreide grafische werelden die je dient te verkennen, moet ik denken als ik het album van Yagya hoor (en zie). De IJslandse producer Aðalsteinn Guðmundsson, de real-life naam van Yagya, kent dat spel misschien wel niet, maar de vergelijking gaat wel op: lopend en klimmend door lege fantasielandschappen, prachtig vormgegeven, moet je raadsels oplossen en mysteriën doorgronden. Maar misschien leent het soort kale ambient als die door Yagya wordt gemaakt zich wel niet om je al te veel bij in te spannen, want dan zou je de essentie wel eens kunnen missen. Die zit namelijk in de zeer minimale variaties en kleine verschillen die worden uitgeweven in lange trage nummers. Soms wat duister, zoals "As it Is" en "Their Blood is Black and Yellow", maar net zo makkelijk weer door zoete hummende vocalen verzacht. Door de langzaam verschuivende accenten komt het hallucinerend over, precies zoals het bedoeld zal zijn. Het IJslandse landschap heeft in ieder geval een ding gemeen met de eerder vermelde Myst-vergezichten, je ziet er erg weinig mensen in langskomen. Die leiden tenslotte ook alleen maar af.
File Under: Diepgravende tracks voor (n)ergens bij?
File Audio: [microsite]
Mercy Brothers - Strange Adventure
Ik voel me altijd ongemakkelijk in een kerk. Ik ben namelijk heidens opgevoed, dat wil zeggen niet met de bijbel in de hand. Ik kom alleen in de kerk bij begrafenissen, trouwpartijen of als toerist. Die ene keer dat ik als kind mee moest tijdens een logeerpartij kan ik me dan ook nog als de dag van gisteren herinneren. Als ik dan nu ook maar iets als "loof de heer" hoor dan ben ik er even niet bij. Als ik opgegroeid was in de Verenigde Staten dan zou ik hier waarschijnlijk anders over denken. Er is daar namelijk gospel. En blues, soul en country. Maar die vind je als zodanig weer niet in de kerk. Strange Adventure van The Mercy Brothers met songs waarin de "Hallelujah" en "Thank You Jesus" en de eerder genoemde stijlen voorkomen is dan ook een product dat eigenlijk maar uit één land kan komen. De belangrijkste muzikanten zijn Barrence Whitfield die voor de vocalen zorgt en Michale Dinallo (ex-Radio Kings) die naast het schrijven van de meeste songs (met uitzondering van enkele covers) een deel van het gitaarwerk verzorgt geholpen door de Noorse gitarist Vidar Busk die hem ondersteunt bij de elektrische kant hiervan en dan zijn er nog vier muzikanten die spaarzaam hun ding mogen doen. Strange Adventure verscheen in 2003 al in zijn originele vorm. Europa is nu pas aan de beurt, maar dit wordt met zes nummers die live in Oslo opgenomen werden en een demotrack weer rechtgezet. Wereldschokkend is het resultaat niet, maar voor hen die van (Amerikaanse) roots houden en het wel binnen de lijntjes willen houden is dit zeker een genietbare cd. Ik voel me er in ieder geval niet ongemakkelijk bij.
File Under: Dat vreemde valt mee.
File Audio: [Klik]
Take Root 2006
We hadden alles goed gepland. Zaterdagmorgen kinderen en wederhelft vermaken en vervolgens afreizen naar Assen waar in de plaatselijke ijsbaan De Smelt een fantastische line-up te trappelen stond van ongeduld om ons van File Under met open armen te ontvangen. Braaf hadden we concerten van Luka Bloom, Ryan Adams, Hellwood en Kelley Stoltz, Boris & The Saltlicks die 'gewoon' in de Randstad plaatsvonden aan ons voorbij laten gaan om in één middag en avond dat helemaal goed te maken. En zondag, zondag zouden we uitslapen, George zijn foto's (weet u nog van vorig jaar?) uitwerken, ik een boek schrijven over al het moois dat we gezien hadden en u daar 's avonds al mee lastig vallen. Oh ja, we zouden ook nog onze wederhelft zoenen, dat ook. Omdat we er weer lang een avondje uit mochten. En nog wel naar de provincie.
Nou, helaas, u hebt gisterenavond niets gezien op File Under over onze belevenissen in Assen en hoe wij - vast - in een stuip gelegen hadden om het kolderieke staartje van Ryan Adams. Planningen zijn er om overhoop gegooid te worden en de onze ging zo overhoop dat we er niet waren, daar in Assen. Dat vonden we vervelend, maar we beloven u, volgend jaar zijn we er wél! Gelukkig hadden we een schaduwteam ter plekke en die praten u hieronder bij.
Lees verder..Gallows - Orchestra of Wolves
Bij het horen van de plaats Watford moet ik onvermijdelijk denken aan de plaatselijke voetbalclub die een tijd lang in handen was van multimiljonair Elton John. Dit seizoen spelen ze voor het eerst sinds lange tijd weer in de Premiership en zullen het lastig krijgen om degradatie te ontlopen in de loodzware Engelse voetbalcompetitie. In de Premiership van de hardcore heeft Watford sinds kort ook weer een band die behoorlijk meetelt. Gallows promoveert namelijk vanuit het niets naar de subtop van de eredivisie met hun debuut Orchestra Of Wolves, een titel die verdomd goed past bij de muziek van zanger Frank Carter en zijn maten. Orchestra of Wolves laat weer eens een bandje horen dat gevrijwaard blijft van alles wat maar ruikt naar emo. De mannen kiezen voor snoeiharde, energieke hardcore waarbij ze heen en weer scheuren van de typische Scandinavische hardcore (Refused en aanverwanten) en naar de wat oudere hardcore van de overkant van de grote plas, met erin verweven wat maniakaal vernuft à la At The Drive-In. Gallows noemt zelf nog Mastodon als invloed, maar dat hoor ik eerlijk gezegd er zelf niet in terug. Wat ik wel hoor is een troep hongerige wolven die bloed ruikt en niet bang is om het op te nemen tegen de koplopers in de Premiership. Die kunnen maar beter op hun hoede zijn.
File Under: Who let the wolves out?
File Audio: [Hier zijn de wolven]
Jet - Shine on
Mevrouw Storm is een vriendin van mij en één van haar gevleugelde uitspraken is 'beter goed gejat dan slecht bedacht'. Alsof ze de Shine On, nieuwe cd van Jet in gedachten had. De tweede cd hebben de heren gemaakt nadat ze meer dan twee jaar op tournee zijn geweest met o.a. the Rolling Stones en Oasis na hun debuutalbum Get born. Waar men mee omgaat, daar raakt men mee besmet en dat is te horen. Daarnaast komen de heren uit het land van de kangaroes en AC/DC en je kan de man wel uit het land halen, maar het land niet uit de man. De muziek van Jet is nergens origineel en per nummer kan je de bands noemen die Jet hebben beïnvloed, maar het geheel is prima te verteren door de energie die ze uitdragen en de stem van zanger Nic Cester. Tel daarbij op het gesoigneerde uiterlijk van de Aussi's en je komt uit bij een band die je rock and roll-cliché kan noemen, maar waar je bij een tweede luisterronde al heerlijk mee kan galmen zonder dat je je daaraan stoort. Een cd waar de jaren zestig- en zeventiggeneratie fijn met de kleinkinderen naar kan luisteren.
File Under: De geschiedenis herhaalt zich.
No Turning Back - Holding On
Nog voordat ik een muzieknoot heb gehoord ben ik al zwaar onder de indruk van de nieuwe CD van No Turning Back. Wat een geweldig artwork! Erg fijn dat er nog bands en platenlabels zijn die geld en moeite spenderen aan het uiterlijk van een productie. In deze tijden van downloaden en MP3's moet je je best doen om de mensen hun portemonnee te laten trekken en dat is bij Holding On absoluut gelukt. Maar laten we de muziek vooral niet vergeten. Het Brabantse vijftal heeft in relatief korte tijd een geweldige staat van dienst opgebouwd en geldt momenteel ook buiten de landsgrenzen als een grote jongen binnen de hardcorescene. Deze derde plaat bevestigt die status en bewijst dat de band ons landje nu echt ontgroeid is. Veertien moddervette stukjes vakmanschap die geen moment onder doen voor de grote namen van de overkant van de Atlantische oceaan. De fans van het typische New York hardcoregeluid worden ruimschoots bediend, maar No Turning Back kan meer dan één kunstje en dus is er ook plaats voor meer melodieuze stukken, soms zelfs voor een snuifje metal. Van een plaat als deze word ik heel erg nationalistisch en vooral nogal trots dat de Nederlandse scene blijkbaar toch nog in staat is om een potentiële wereldtopper af te leveren. Een echte moet-je-hebben voor iedere liefhebber!
File Under: Megaklapper uit ons eigen Brabant
File Audio: [This World Is Mine][Two Steps Ahead
VA - Little Next Big Things
Big Things staat er op de voorkant. Het is een titel die ons veel meer aanspreekt dan het bescheiden klinkende Little Next Big Things - de eigenlijke titel is van de verzamelaar uitgebracht door het prille Groningense label Subroutine. Bescheidenheid siert de mens en dus ook bandjes, maar je moet het niet overdrijven. Op deze zeventien tracks (en bands) tellende verzamelaar is het zoeken naar een misser een zware, schier onmogelijke taak, maar we moeten bekennen dat we bijna ook niet verrast worden door het gebodene. 'Oh, maar net zei je nog dat...?', horen we u denken. Ja, klopt, maar dat wij niet verrast worden komt doordat van de zeventien tracks er maar liefst van twaalf bands releases besproken zijn op File Under en het gros ervan ook nog eens positief ook. Nou hopen we natuurlijk dat u ons geloofde toen we u vertelden dat El Camino 'de beste post-rock-band van Nederland' is, Green Hornet (die DAF's "Der Mussolini" coveren) uitnodigt tot 'Gaan Gaan Gaan!', We vs. Death mooi is 'zowel qua inhoud als qua verpakking', Feverdream 'Strak, dynamisch en afwijkend', we na het beluisteren van Propeller de titel 'Er gaat niets boven Groningen' op zijn plaats vonden, Glenister's 'Pakkende gitaarliedjes' maakt dat de vraag bij ons opgeroepen wordt of we niet toch maar een eigen platenlabel moeten beginnen en dat we bij Vladimir beweerden dat Coldplay een stuk interessanter zou zijn wanneer ze als Vladimir zouden klinken. Nu heeft u de mogelijkheid om het voor nog geen 9 euro zelf te verifiëren. We weten vrij zeker dat u ons gelijk gaat geven, op Little Next Big Things staan namelijk alleen maar Big Things.
File Under: Het zou onze eigen compilatie kunnen zijn.
Body Count - Murder 4 Hire
Het heeft Ice T bijna tien jaar gekost om met zijn vierde album op de proppen te komen. Dat is hem ook niet helemaal kwalijk te nemen, want drummer Beatmaster V stierf aan leukemie en gitarist D-Roc stierf nog maar enkele jaren geleden aan lymfklierkanker. Wat je hem wel kwalijk kunt nemen, is dat hij na tien jaar met dit Murder 4 Hire op de proppen komt. Kijk, dat hij zich nog steeds als gangstarapper profileert terwijl zijn album gewoon op iTunes te krijgen is en hij zelf wekelijks de politieman type "ruwe bolster, blanke pit" uithangt in Law & Order: Special Victims Unit, vooruit. Geloofwaardig is het allemaal niet meer, maar dat zoekt 'ie zelf maar uit. Maar vanaf opener "Invincible Gangsta" is duidelijk wat het grootste probleem op dit album is: de zeldzaam beroerde geluidskwaliteit. De instrumenten hebben de dynamiek van een blok beton terwijl het geluid verder zo mager als wat is. Als om maar te benadrukken dat Ice-T over de muziek heen stond te zingen, is de zang veel verder naar voren gemixt, met een partij echo die extra afsteekt tegen het magere geluid van de instrumenten. Ice T en Ernie-C zijn er glansrijk in geslaagd elk beetje kwaliteit dat nog in deze songs aanwezig is, grondig te begraven onder een deken van productionele onkunde. Van harte, mannen.
File Under: Born Dead
Emulsion - Blue Sky Objective
Voor heel wat eigenaars van auto-subwoofers is de essentie van elektronische muziek dat de bassen lekker knallen. Maar wie breder kijkt, bijvoorbeeld op versie 2.5 van Ishkur's Guide to Electronic Music, ziet dat instrumentale elektronische muziek helemaal geen beat hoeft te hebben. Op het debuut van Nathan Koch uit Chicago onder de projectnaam Emulsion hoor ik zelfs helemáál geen rauwe beats. Enkele baslijnen en melodieën die bestaan uit losse tonen vormen de hoofdmoot. De belangrijkste prestatie die op Blue Sky Objective wordt geleverd is dat dit soort lo-fi-downbeat nergens koud klinkt. Koch is een fan van 8-bit computermuziek, maar heeft al zijn instrumenten iets galmends of iets stomend organisch meegegeven. Blue Sky Objective raakt aan de minder opvallende songs op Geogaddi van de Boards of Canada (maar dan dus beatloos), en lijkt op een soort uitgesponnen Kraftwerk zonder robots. Dat is ook meteen het nadeel van de plaat: strak kun je hem niet noemen. Er zit veel melodie in, maar het tempo is erg laag, het klinkt als ambient, het vervliegt waar je bijstaat. Emulsion zou de achtergrondmuziek kunnen maken voor wetenschapsmuseum Nemo. En dat is gaaf, maar het blijft ook dan vooral achtergrondmuziek. Bijna gevaarlijk voor in de auto.
File Under: Warme maar slome lo-fi ambient
File Audio: [Smeared Bus Window] [Balloons & Centipedes][Tweeism] of hier
Kottak / Masterlast
Doodmoe kun je er van worden, van die liedjes die de hele dag in je hoofd rond blijven spoken. Vooral omdat ze vaak ook nog eens tenenkrommend slecht zijn maar over een refreintje beschikken dat zich als een teek in je hoofd nestelt. Kottak is bekend met dit verschijnsel en schreef er een passend liedje over. Uiteraard is ook de melodie van "Song That Won’t Go Away" tergend verslavend maar godzijdank leuk genoeg om veel te horen. Een raar bandje trouwens, met voormalig Scorpions drummer als zanger/gitarist en het zusje van ransaap Tommy Lee achter de trommels. Een vreemde combinatie maar met een opvallend leuk resultaat. Ongecompliceerde rock met een hoog meezinggehalte en toegankelijke teksten. Heel origineel is het niet maar wel erg rock n’ roll en uitermate geschikt voor meezingen in de auto of woonkamer.
Labelgenoot Masterlast pakt het iets ingewikkelder aan. Een overdadige mix van muziekstijlen is in ieder geval moddervet opgenomen maar soms zó dik aangezet dat het stemgeluid van zangeres Lizza Hasan naar de achtergrond wordt gedrukt. Toch vind ik het wel erg gaaf hoe de New Yorkse band de industriële kant van bands als KoRn, Marilyn Manson en Coal Chamber weet te combineren met folk-achtige gitaren. Ondanks dat ze zo af en toe het onderspit moet delven is Hasan vaak ook heel erg sterk en het is een verademing om in dit genre eens een ander geluid te horen dan dat van de kwade mannenstrot. Even wennen, maar daarna een meer dan geslaagd album van een originele en vernieuwende band.
File Under: Cliché, maar wie zit daar mee
File Audio: [Soundclips]
File: Masterlast - Mastery Of Self
File Under: Meesterlijk
File Audio: [Klik]
I Love You But I've Chosen Darkness
Montevideo - Montevideo
De bandnaam staat in lelijke neonletters op de voorkant van de hoes. Op de achtergrond een aantal niet minder lelijke mannen, het lijkt wel een hedendaagse versie van de aardappeleters. Het blijken echter de bandleden van Montevideo te zijn. Een bandnaam die klinkt als die van een vreselijk dansorkestje dat de zaal met covers moet vermaken. De titels op de achterkant beloven gelukkig meer goeds. En dan zie ik die tekst tussen haakjes staan: (feat. Ghinzu). De berichten over het stoppen van deze geweldige band waren dus onjuist. Nieuwsgierig naar misschien weer een geweldige Belgische band stop ik de cd in de lade van de speler. Het duurt niet lang of vette electrobeatklanken komen mij in "Groovy Station" tegemoet. Gevolgd door "Sluggish Lovers," een nummer met voorspelbare hoekige gitaarriffs waar we momenteel mee doodgegooid worden. Na twee nummers zet ik de cd teleurgesteld stop. "Jakkie, weer een band die mee wil liften op de golf van bands als The Rapture of Franz Ferdinand," denk ik. Als ik later het cd-hoesje bestudeer zie ik dat John Stargasm, het opperhoofd van Ghinzu, voor de productie tekende en ook de band de gelegenheid gaf het op zijn label uit te brengen. Hernieuwde draaibeurten zetten de band langzaam wat meer op hun plek. Er blijkt toch zeker wel wat te genieten onder het electrowolkendek, met name de trompetpartijen zijn geweldig en vooral origineel. Helaas ligt het als totaal er net wat te dik op.
File Under: Mag het een onsje minder geforceerd en voorspelbaar?
File Audio: [one, two, three]
Dark Lunacy - The Diarist
Ik heb The Diarist van Dark Lunacy eerst geen eerlijke kans gegeven. De koptelefoon van mijn mp3-speler begaf het na amper twee nummers luisteren en op basis daarvan had ik het idee gekregen dat dit de zoveelste melodieuze, Zweedse deathmetal-release was. Goed, het koor in het begin was leuk, de rest klonk echter zo standaard dat ik bijna blij was met het opgetreden defect. Oliedom, zo blijkt nu. Met gezonde tegenzin heb ik de cd thuis nog maar eens opgezet en na drie nummers lijkt het wel of er een andere band opstaat. Ik sloeg zowat stijl achterover van het balkon. Opeens is er dynamiek en komen de meest prachtige arrangementen voorbij waar de emotie en drama vanaf druipen. Het tempo gaat geregeld omlaag, er klinkt een piano, typemachine geluiden, sirene's, gesproken Russiche tekst, akoestische gitaar, orkestpartijen, babygehuil, artillerie en zelfs vrouwenzang. Het is bijna teveel om op te noemen. Ik snap er allemaal niets meer van. De mooiste dubbele gitaarlijnen worden ten gehore gebracht. Waar zit ik in hemelsnaam naar te luisteren?! Wat, zijn het Italianen en geen Zweden? Ja, dat verklaart wel al het bravour en bombast. En het gaat over de belegering van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog? Vandaar de songtitels. En de teksten komen zeker uit een dagboek wat toen geschreven is? The Diarist, tsja....dom..oliedom.
File Under: Verrassend, verrassend goed.
Baby Woodrose - Love Comes Down
Op de voorkant van het hoesje zie je een vrouwenmond, maar voor de rest is het artwork op de cd en op de site van Baby Woodrose vergeven van de paarse bloemetjes, luchtbellen, vlinders en wat dies meer zij. Daarmee is de toon al gezet voor de muziek, want er zijn nogal wat psychedelische klanken te horen. In de basis is het Deense Baby Woodrose een rammelrockbandje in de traditie van de Backyard Babies en andere Scandinavische rammelrockers. Maar waar die bands meestal de afslag richting sleaze nemen, keert Baby Woodrose om en gaat een stuk terug de jaren zestig in. Met veel echo op de nasale zang, bewust simpel gehouden drumwerk, "papapa"-koortjes, flink wat reverb in de gitaarsolo's en van tijd tot tijd heerlijk ouderwets klinkende orgeltjes - denk nog pre-Beatles! - slagen ze erin een heerlijk nostalgisch klinkende sound neer te zetten. De songs zijn aangenaam en hebben hooks en refreinen die de eerste keer al blijven hangen. Deze Denen spelen kortom lekkere rock met het gevoel van de muziek van nog vóór ze geboren waren. Op het titelnummer na komen de songs amper boven de drie minuten uit, of het nu het energieke "Born to Lose" is of de semi-ballad "Lights are changing". Ze zijn echter zó aanstekelijk dat er weinigen zullen zijn die het kunnen aanhoren zonder vrolijk mee te gaan bewegen. Baby Woodrose is rammelrock met een nostalgisch randje. Nou ja, een flinke rand. Maar dan wel een verdomd aangename.
File Under: Rammelrock met verrassende trip down memory lane
File Audio: [Flashspeler op de site]
File Video: ["Kitty Galore" op de site]
Echo & The Bunnymen - Me, I'm All Smiles
Muziek, er is geen ander onderwerp waar ik zo goed over kan lullen. Oké, als het over voetballen of vrouwen gaat, dan kom ik ook nog een heel eind mee, maar diverse nachten zijn veel te laat of veel te vroeg geworden omdat er over muziek geluld moest worden. Na zulke nachten kon ik meestal de cd-kast weer opnieuw inruimen en een nieuw kratje bier kopen. Standaard fenomeen in de muzikale discussies is het live album. Ikzelf ben niet vies van een live plaatje, maar ik ken mensen die erop spugen. Naar mijn eigen bescheiden mening is live muziek sowieso te prefereren boven studiomuziek, dus ik verwelkom elke live plaat. Al was het maar omdat je meestal de mindere nummers van de studioplaat niet meekrijgt. Van belang is dan wel dat de band er een beetje zin in had, de avond van de opname. Nou, en dat hadden de heren van Echo & the Bunnymen op 1 november 2005 in Londen. Het resultaat is Me I'm all smiles. Een fraaie dwarsdoorsnede van de carrière van de band waarbij oude glorie wordt afgewisseld met nieuw werk, want dit zijn opnames uit hun laatste tour. De vraag, waarom deze plaat zo vlak na Live in Liverpool is uitgebracht zal een academische blijven, maar McCulloch en consorten tonen aan dat een andere stelling die tijdens de nachtelijke discussies naar voren kwam een zekere grond van waarheid bevat: Echo & the Bunnymen is veel beter dan U2 en had dientengevolge veel beroemder moeten zijn. Ze klinken op Me I'm all smiles, in ieder geval veel relevanter dan menig jaren tachtig bandje dat momenteel een graantje mee probeert te pikken. Althans, volgens mij dan. Zal ik vast een kratje bier kopen en de stereo aanslingeren zodat we het er eens een boom over op kunnen zetten?
File Under: Relevante (jaren tachtig) herrie die je doet glimlachen...
Henning Pauly - Babysteps
Twee symfonische rockopera's schrijven, opnemen en afleveren in iets meer dan een jaar tijd, een solo-cd uitbrengen en ook nog de tijd vinden om in allerhande andere projecten mee te draaien zonder dat je broddelwerk aflevert, ik geef het je te doen. Henning Pauly doet het schijnbaar met gemak, want Babysteps is Pauly's nieuwste rockopera na An Absence of Empathy van vorig jaar. Ik snap niet helemaal waarom Pauly deze cd niet onder de naam Frameshift uitbrengt zoals de vorige met Sebastian Bach, maar ik vermoed dat hij na de strijd over de credits voor die plaat de naam Frameshift als besmet beschouwt. Verder sluit Babysteps muzikaal gezien namelijk prima aan op de andere cd's die hij maakte met Frameshift: pakkende, melodische symfonische rock met hier en daar wat progmetal als het verhaal er om vraagt. Babysteps vertelt het verhaal van ex-topsporter Nick (gezongen door Jody Ashworth) die in een flinke dip zit sinds hij door een ongeluk verlamd is en veroordeeld is tot een rolstoel. Aangemoedigd door de in hetzelfde instituut revaliderende Matt (Matt Cash) gaat hij het gevecht aan met zijn arrogante therapeut (James LaBrie) die niet inziet dat Nick eerst psychisch genezen moet zijn voor hij aan zijn fysieke herstel kan werken. Zijn therapeut Dr. Sizzla (Michael Sadler) ziet dit wel in en die praat Nick uit de put. Inderdaad, Pauly heeft best grote namen weten te charteren voor de vocalen. Qua muziek verbaas ik me er weer over hoe verbazingwekkend goed de instrumentbeheersing van Pauly is en hoe smaakvol zijn arrangementen. Toetsen laat hij gedeeltelijk over aan Jim Gilmour en Marcus Gemeinder, maar dan nog, hij vormt eigenlijk in zijn eentje gewoon een echte hechte band. En nu we het daarover hebben: misschien moet Pauly maar eens een nog echtere band vormen en Babysteps en de Frameshift-cd's live gaan uitvoeren. Ze verdienen het namelijk om ook eens op een podium ten gehore gebracht te worden.
File Under: Bezig bijtje maakt wederom puike rockopera.
Juliette and the Licks - Four on the Floor
De blik op de hoes zegt voldoende. Strak kijkt Juliette voor zich uit. Dit is geen vrouw die zich uit het veld laat slaan door zoiets onbenulligs als een drummer die geen trek meer heeft in toeren. Dit is een vrouw die gepassioneerd is in wat ze doet, recht op haar doel af gaat en vindt dat zo'n drummer dan maar snel op moet zouten. Toeren hoort bij rock'n'roll, punt uit. Okay, klein probleempje, maar niet lang, want wie stelde zich dolgraag beschikbaar om even op de trommels te roffelen tot er een nieuwe drummer aan de Licks toegevoegd zou worden? Juist, ja: Dave Grohl. Nieuwbakken Lick Ed Davis krijgt er nog een zware dobber aan om de liedjes van Four on the Floor te spelen tijdens de tour door Europa. Dave Grohl slaat namelijk weer behoorlijk van zich af op deze cd. Sowieso ben je als drummer van The Licks blij dat je af en toe ook nog een bevreemdend (nogal een vreemde eend in de bijt namelijk) nummer als "Death Of A Whore" mag spelen. Toch zijn ze er nog genoeg hoor, de strakke recht-zo-die-gaat nummers, maar Lewis gunt zich veel meer vrijheid dan op haar debuutplaat en citeert wat vrijer en breder uit de pop- en rockgeschiedenis. Het was vast niet voor niets dat ik op een bepaald moment "Allright Now" begon mee te zingen met een van de nummers. Juliette kent en knipoogt met liefde naar haar klassiekers. al die knipoogje maken haar meer dan charmant. Bovendien: altijd maar vol gas wordt op de lange termijn ook saai.
File Under: Juliette iets gelikter
Volt - Rörhät
In de categorie hoekige dwarsheid of dwarse hoekigheid is er deze week een verse portie Rörhät in de aanbieding - wat dat ook moge zijn. Vers gesneden riffs over onvoorspelbare brokken ritme, Volt komt er zeer aardig mee weg. Zonder ontzag voor de luisteraar zet dit Duitse gezelschap een staaltje puike herrie neer, en vliegen de spijkerharde riffs en ritmes je om de oren, sporadisch onderbroken door een getergde zanguithaal. Wat dat betreft zitten ze ongeveer in dezelfde hoek als het eerder besproken That Fucking Tank, echter waar die jongens hun best doen om zoveel mogelijk verschillende riffs in hun jams te stoppen met als gevolg dat het wel erg ontoegankelijk wordt, is Volt zo slim om geregeld riffs terug te laten komen. Goed voor de herkenbaarheid en een stuk logischer voor de luisteraar. Waarmee niet is gezegd dat Volt het de luisteraar makkelijk maakt. Daarvoor is het geheel toch echt te experimenteel en dwars, en zet Volt de luisteraar per song meerdere malen op het verkeerde been. Een naam als The Jesus Lizard schiet me geregeld door het hoofd, en ook Unsane- en Melvinsfans kunnen hier vast wel wat mee. Zoals wel vaker bij dit soort herrie is enig doorzettingsvermogen wel vereist, maar de die-hard maalt daar vast niet om.
File Under: Dwarse hoekigheid
File Audio: [Voltherrie]
Die Hunns - You Rot Me
Als ik met 120 kilometer over de autobaan raas voltrekt zich een geweldig spektakel aan de horizon: De lucht betrekt tot het donkergrijs is en het gaat vet onweren. Grote bliksemschichten verlichten de lucht. Het is echt indrukwekkend. De muziek die door de auto klinkt moet uiteraard wel passend zijn en aangezien de cd van Pixies op de heenreis al zijn diensten heeft bewezen en er verder alleen maar softere keuzes te maken zijn krijgt You Rot Me van Die Hunns de kans voor de perfecte soundtrack. Een vraag die me echter meer intrigeert is een stukje tekst in de bijgesloten reclamebabbel dat maar door mijn hoofd blijft spoken: "Think Lou Reed's Transfomer played by The Stooges and produced by Marc Bolan and then you are beginning to get the idea." Ik doe kilometers lang mijn best, maar mijn conclusie blijft dat dit wel erg ver gezocht is. De band met o.a. in hun midden Duane Peters (U.S. Bombs) en Correy Parks (Nashville Pussy) klinken meer als een mix van een rockende The Clash, Herman Brood, Joan Jett en Bob Dylan. Het resultaat van de tien lekker in het gehoor liggende rocksongs is sympathiek, daar is niets van te zeggen, maar dat het zich mag meten met het werk van één van de genoemde helden in de aangehaalde tekst. Nee, dat zouden ze wel willen. Plots denk ik aan hele andere zaken als een automobilist zonder richting aan te geven op het laatste moment nog invoegt op de rijstrook waar ik rijd. Het gaat net goed. Voor hetzelfde geld had het doodshoofd op de hoes een hele andere betekenis gekregen. Ik moet er niet aan denken.
File Under: Vooral blijven ademen
File Audio: [En jawel]
Koop - Koop Islands
Volgens mij heeft de afdeling planning van !K7 de afgelopen zomer een zonnesteek opgelopen. Net nu oktober, in tegenstelling tot het nazomerende september, de herfst eindelijk zijn zin geeft en de Rrrr in de maand met een dikpunter onderstreept, hebben ze daar besloten de nieuwe Koop uit te brengen. Ik bedoel: het gekletter van dikke regendruppels met het gezwiep en gepiep van mijn ruitenwissers passen echt voor geen meter bij deze Caribische percussieklanken. Niks geen open raampjes of wapperende haardossen in cabrio's met dit hondenweer. Je gaat toch ook niet cruisen met de Love Boat als de waarschuwingen voor de scheepvaart zwaar weer voorspellen? Het papieren parapluutje in mijn cocktailglas is gewoonweg niet bestand tegen deze zware regenval. Dus wat te doen? Gordijntjes dicht. De CV een paar graadjes hoger. De ogen gesloten en mezelf laten meevoeren naar de Koop Islands. In de openingstrack lijkt dit aardig goed te lukken met een fijne gastrol van Ane Brun, die zich verrassend goed in de gelakte hakschoentjes van een smooth jazz diva anno 1929 weet te verplaatsen. De mannen van Koop, Oscar Simonsson en Magnus Zingmark, overgieten hun bigband- geluid met een smakelijk exotisch sausje. Zangeres Yukimi Nagano kwijt zich ook prima van haar taak. De bijdragen van Earl Zinger (ex- Galliano, Tosca) zijn minder overtuigend. Halverwege de cruise begint mijn Piña Colada een beetje muf te smaken. Volgens mij komt mijn drankje gewoon premixed uit fles. Knap nagemaakt maar verre van puur en dat verschil, dat proef je.
File Under: Piña Colada met schroefdop
File Audio: [Op de koop toe]
My Chemical Romance
Theatrale cd nuchter gemaakt
Ik houd van indelen in hokjes. Het maakt het leven overzichtelijk en je kan in de psychologie terugvinden dat het ook erg verstandig is om zo niet helemaal door te draaien. Dat gaat absoluut gebeuren als je alles en iedereen open en onbevooroordeeld wilt benaderen. Ook voor My Chemical Romance heb ik een hokje. Op de deur staat "emo", "gillende tienermeisjes" en er is ook een MTV-sticker opgeplakt.
De zanger van dit hokje, Gerard Way, ontmoet ik in het American Hotel in Amsterdam. Een uur voor aanvang ben ik aanwezig om de nieuwe cd The Black Parade te beluisteren. Way is klein, maar dat zijn de meeste bekende Amerikanen, en hij heeft zijn haar met veel peroxide gewassen. De mevrouw van Warner heeft mij verteld dat hij niet rookt, drinkt of drugs gebruikt dus dat hij waarschijnlijk erg fit zal zijn. Hij komt een kwartier te laat en het eerste wat hij doet, is lucifers zoeken om een sigaret op te steken. Ik heb een aansteker en die gebruikt hij meerdere malen.
Lees verder..The Killers - Sam's Town
Het was niet zo dat ik van mijn stoel viel van verbazing, maar het verraste me wel dat The Killers erin slaagden om Paradiso in slechts een kwartier uit te verkopen. Dat is voor mijn gevoel meer iets voor Grote Namen, en met alle respect, daar reken ik The Killers toch nog echt niet toe. Zó wereldschokkend briljant was hun eerste cd Hot Fuss toch niet? Of vergis ik me nu? En de nieuwe cd Sam's Town konden die enthousiaste kaartjeskopers net zo min gehoord hebben. Ik gok (maar eigenlijk lijkt het me stug) dat de drie concerten die The Killers deden in het voorprogramma van U2 in de Amsterdam Arena de oorzaak zijn van de rush op kaartjes. Anders zou ik het ook niet weten. Met U2 is gelijk de naam genoemd die een enorme stempel heeft gedrukt op de nieuwe cd Sam's Town. Maar er is ook een groot verschil en dat ligt in hun herkomst. U2 komt uit Dublin en The Killers uit Las Vegas. En dat is de stad van het grote nep: Nep-Eifeltorens, nep-Pyramides en straks zelfs het steen voor steen verplaatste CBGB's. Een stad die imponeert, je opzuigt en overweldigt, maar tegelijkertijd is het er een die bevreemdend en afstandelijk is. Wie er geweest is zal dit gelijk beamen. Wat dat betreft past de sound van Killers naadloos bij een dag (nou ja eigenlijk vooral een nacht) in die snikhete stad. Bij Sam's Town heb ik zo'n zelfde beklemmend gevoel. Het schreeuwt om aandacht. Om die te krijgen verleiden ze je met een sound die je kent van U2 (ze hebben slim producer Flood gestrikt voor de opnames), Bruce Springsteen (luister alleen al eens naar "This River is Wild") en, misschien een beetje vreemd, ik moet ook veelvuldig aan Bob Geldof's Boomtown Rats denken. Ze geven er hun eigen draai aan, maar meer dan eens denk ik: 'Is het nu nep of echt wat me hier voorgeschoteld wordt?' Intens is het in ieder geval wel. En stiekem baal ik dat ik geen kaartje heb.
File Under: Las Vegas all over!
File Audio / Video: [Verstopt in flash]
File Audio: [Tuurlijk]
Matt Harding - Expectation
Zin om de boel de boel te laten en het eens flink op een zuipen te zetten? Haal dan meteen Expectation van Matt Harding in huis. Niet dat dit nou zo'n feestplaat geworden is, integendeel. Expectation dien je naast het glaasje water en de lege emmer naast je bed te zetten alvorens je de stad induikt. Morgenvroeg zul je me dankbaar zijn. De derde plaat van de 29-jarige Harding kabbelt namelijk drie kwartier gemoedelijk voort. Ideale plaat dus om de kater mee te bedwingen. Vol kleine, onopdringerige (hoewel mijn zusje enigszins nerveus werd van het gitaargetokkel op "October") luisterliedjes. Hierbij vormen zachte elektronica en een (akoestische) gitaar de hoofdbestanddelen. Ook Matts stem, veelal zacht en uiterst ijl, draagt bij aan de voorgenoemde gemoedelijkheid. Om van de stem van gastvocaliste Nova Drougge (op de single "Close") nog maar te zwijgen. Ja, uiterst sympathiek is het in ieder geval allemaal wel. Maar goed? Eerder saai. Bij de eerste luisterbeurten is Expectation best een aardige achtergronddeun, maar na enkele malen draaien begint het toch echt te vervelen. Slechts op enkele momenten ( het uptempo en poppy "Basic Pain", "Disparate Thoughts") weet Matt Harding de aandacht enigszins vast te houden. De open, lo-fi productie, het dient gezegd, draagt in deze nummers bij aan een enigszins melancholische sfeer. De rest van de plaat bestaat grotendeels uit aardige, monotone deuntjes waar ik in ieder geval niet warm of koud van wordt. Dan toch liever eventjes de kroeg in.
File Under: Midtempo eentonigheid
File Audio: [voor zeker]
The Black Neon - Arts & Crafts
De opener van het album geeft je meteen het idee dat je in een ruimteschip naar ver weg zit. "Ode To Immer Wieder" laat je zweven naar de sterren, maar meer nog naar immer wieder, waarmee hoogstwaarschijnlijk een herleving van de kosmische krautrock bedoeld wordt. Het tweede nummer "Ralph en Barbara" verwijst wat minder naar toen de synths hoogtij vierde en is een vrolijk popliedje, met alleen op de achtergrond zwevende synthesizerklanken. Dat deze plaat niet instrumentaal is, is zijn verdienste, want alleen space en kosmos zouden niet genoeg zijn geweest. Alleen space en kosmos zouden te veel hebben geneigd naar alles wat we al kennen van vroeger. Maar The Black Neon heeft naast de toegevoegde waarde van de tekst nog meer: ergens rockt deze plaat als een malle ("Infinity Pool") en ergens neigen de kosmische klanken meer naar glam dan naar kraut ("TX81Z"). Zelfs met honderd procent distortion over de stem van Steve Webster (ex Fort Lauderdale) klinkt laatstgenoemde nummer voller dan menig rockliedje dat het erom doet, om daarna weer in een soundtrack van een desolate spookstad te belanden, instrumentaal ("Hollywood 1, 2 & 3"). Het vrijwel volledig elektronische album vergeet nergens hoe belangrijk gitaaruithalen en teksten kunnen zijn en is in zijn hang naar krautrock toch erg afwisselend, en belangrijker nog, door de geschiedenis op juiste wijze te recyclen erg van deze tijd. Een prima plaat eigenlijk, als ik het zo bekijk. Ik zie mezelf wel een keer 's nachts op de snelweg, pardon Autobahn, met The Black Neon afdwalen naar elders.
File Under: Voor wie zijn ruimteschip van een aardig reiscd'tje wil voorzien
File Audio: [Alle genoemde liedjes, behalve "Infinity Pool" staan alhier!]
Ghost Trucker - The Grand Mystique
Roald van Oosten is een wijs man. Hij besloot dat een sabbatical wel leuk is, maar eigenlijk iets is voor rond je vijftigste en niet voor een ambitieuze muzikant. Daarom dook hij met ex-leden van onder andere Kopna Kopna, Zoppo en niet ex-leden van Alamo Race Track en Seesaw de studio in om The Grand Mystique op te nemen. Roalds aanwezigheid maakt dat je er natuurlijk niet aan ontkomt om bij het luisteren naar Ghost Truckers debuutplaat The Grand Mystique veelvuldig aan Caesar te denken. Wat wil je ook anders als je Roald van Oostens kenmerkende klagende stem hoort in bijna alle nummers? Maar muzikaal verschilt Ghost Trucker toch ongeveer als dag en nacht van Caesar. Waar Caesar vooral kiest voor grilligheid en rauwheid in hun melodieuze liedjes, kiest Ghost Trucker voor geraffineerd, mysterieus en tot in details uitgewerkt te zijn. Ik snap wel dat Roald zelf de films van Tim Burton en David Lynch als grote inspiratiebron noemt voor de muziek van Ghost Trucker, maar hij legt door deze namen te noemen de lat voor dit project wel heel erg hoog. Toch, als je luistert naar liedjes als "Happy Like A Dog" en "If This Would Be The Death Of Me", dan snap je dat het noemen van deze namen wel degelijk hout snijdt. Maar ook het rond een Gary Numan-achtige synthsthema opgebouwde "Lost in Space" kan zo op een soundtrack. Of het goed genoeg is voor een van Lynch of Burton? Er gebeuren gekkere dingen in de wereld.
File Under: Sabbatical meer dan nuttig gebruikt.
File Audio: [Pas op voor tegenliggers]
File Video: [Lost in Space]
Grupo Batuque - Africa Brazil
Ik ga ermee stoppen. Ja, u leest het goed. Ik, van en dankzij File Under, ben namelijk binnen. Ter promotie schreef ik honderden cd's de hemel in tegen een uiteraard grove betaling. Af en toe moesten ik wel wat kraken, dan werd er niets betaald of was dit om het positieve niet op te laten vallen voor jullie argeloze lezers. Ik vertrek uit Nederland. Het mag nu dan even warm zijn, maar ik heb het hier wel gehad met het verder zo wisselend klimaat. Ik ga voor het echte werk. Ik ga naar Brazilië. Naar het land waar de zon schijnt, de schaars geklede dames op het jaarlijkse carnaval ons vermaken en naar de prachtige stranden waar we achterover aan een lekker koel drankje gaan lurken. Muzikaal word ik verwend door orkesten die één grote gemene deler hebben, namelijk ritme. Zoals dat ook gebruikt wordt daar aan die andere kant van die oceaan, namelijk in Afrika. Vanwaar in de tijd van de slavernij de slaven gedwongen werden om te verhuizen. Maar ik ga er geheel vrijwillig naar toe. De grote groep muzikanten die dan komt spelen maken er een echt tropisch feest van. Naast de grote variatie aan percussie is er extra aandacht voor de flugel hoorn, vrouwelijke Portugese zang, de pianobegeleiding, prachtig gitaarspel, bescheiden orgelklanken, trompetgeschal en samenzang. Wat vooral opvalt is de grote wisseling aan muzikanten op het podium zonder dat het geluid nu essentieel verandert. Ja, dat wil ik. Dag! Ik ben naar Schiphol.
File Under: Enkeltje van Afrika naar Brazilië reeds afgegeven in 2000
File Audio: [Het gaat u goed]
The Datsuns - Smoke and Mirrors
The Datsuns flikken hem het toch maar weer mooi met Smoke and Mirrors. Een dikke twee jaar toeren en er dan even een nieuw album uitpersen. Laatste mijlpaal was Outta Sight, Outta Mind uit 2004, maar met deze nieuwe boreling worden de grenzen weer ver opgerekt. Een completer geluid met rust waar het nodig is, maar pure, onversneden rock in de overdrive op zijn best. Driftig meeschudden met je hoofd is wel het minste wat je kunt doen bij het beluisteren. Naast slide-guitars horen we stemvervormers, en een enkele verdwaalde keyboardriedel. Overigens hebben The Datsuns hun identieke achternaam gemeen met de Daltons en The Ramones... Dat kan alleen maar betekenen dat de mannen een hecht team vormen! Bij de bassende zanger Dolf (Dutch roots) moet ik zo nu en dan even denken aan die leipe zanger van The Hives, Howling Pelle Almqvist, terwijl ook The Ramones nooit echt ver weg zijn (vooral in het eerste nummer van de plaat). Het lijkt soms wel wat of er met een verstopte neus wordt gezongen, of is dat door die stemvervormer? Het hoogtepunt is het werkelijk magistrale "Waiting For Your Time To Come", en dat kan meteen in de lijst met klassiekers wat mij betreft, het ademt een perfect seventies-sfeertje en het gitaarspel daarin neemt je mee naar ongekende hoogten terwijl de drummer het er nog even goed in beukt. En dan hebben we de prachtige gospelbackings in "All Aboard" en "Too Little Fire" nog niet eens genoemd. Hoewel dit schijfvormige stukje retro-geluk maar 10 nummers kent, is het als een vrijwel aaneengesloten doordraaier te klassificeren. Op de repeat met dat kreng!
File Under: Wat zit je met je voet te stampen?
File Audio: [Myspacemusic]
File Video: [Stuck here for days]
Slamer - Nowhere Land
Ik word echt schandelijk verwend de laatste tijd. GPS en NE1 kwamen ongeveer tegelijkertijd binnen en draaien overuren. Maar nog meer uren maakte Slamer's Nowhere Land in mijn cd-speler. Slamer? Mike Slamer, van Streets en Seventh Key? Die ja. Seventh Key was het bandje van zanger/bassist Billy Grier, met Slamer als gitarist en Terry Brock (The Sign, ex-Strangeways) als achtergrondzanger. Het drietal werkt hier weer samen, maar nu is het Slamers band, is Terry Brock de zanger en doet Grier de nodige achtergrondzang. Seventh Key's Live in Atlanta was een prachtig album, maar - sorry, meneer Grier - dit steekt er met kop en schouders bovenuit. Nou is dat ook niet zo verwonderlijk, want dit album is beter dan de meeste albums van dit jaar. Of het nu het overdonderende "Nowhere Land" is, het van kamerbrede vocalen voorziene "Strength To Carry On" of de powerballad "Jaded", Slamer heeft elf songs geschreven die je rustig als haute cuisine kunt omschrijven. Met als ingrediënten prima composities met ijzersterke hooks en refreinen en voor de uitvoering een smakelijk sausje dat nog het meeste weg heeft van stevige Journeysaus met fraaie symfonische accenten en hier en daar bombastische intro's. Dat Terry Brock dan ook nog als kers op de taart de sterren van de hemel zingt, maakt dat dit album rechtstreeks mijn jaarlijst in dendert. Het is flink dringen in die lijst, maar deze gaat het eind van het jaar zeker halen.
File Under: Haute cuisine uit Nergenshuizen
File Audio: [Nowhere Land] [Jaded] [Audio Illusion] [Super Star]
Barbara Carlotti - Les Lys Brises
Ik vind het prachtig, een site over alleen maar zuchtmeisjes. Bijna elke dag weer een verrassend liedje om te luisteren van meestal in het Frans zingende vrouwen, die klinken als meisjes. Ik koester de site van Guuzbourg dan ook, want ik houd ook wel van wat hij zuchtmeisjes noemt. Ik vreesde vorige week even dat hij er mee zou kappen, want hij kreeg de Franse en Belgische Brein op zijn dak. Ai! De bijval die Guuzbourg kreeg van overal ter wereld, waarbij meer dan eens vermeld werd dat juist door zijn site mensen cd's gekocht hadden, geeft maar weer eens aan dat mp3s bloggen echt wel de verkoop van cd's kan stimuleren. Voorlopig lijkt het erop dat Guuzbourg gewoon doorgaat met webloggen. Gelukkig maar. Een zuchtmeisje dat eerder dit jaar al eens langs kwam op Filles Sourires is Barbara Carlotti. Ze is een vroege dertiger die vanaf het verlaten van het vervolgonderwijs haar zinnen gezet heeft op een leven dat louter zou bestaan uit zingen, zingen en nog eens zingen. Toch voelde ze zich in het begin niet zeker genoeg om gelijk solo aan de bak te gaan. Als je luistert naar haar eerste (en geheel Franstalige natuurlijk) cd, Les Lys Brises, kun je je bijna niet voorstellen dat deze vrouw zich te onzeker voelde om haar eigen liedjes te zingen. Maar goed dat lange wachten maakt wel dat aan Les Lys Brises nu eigenlijk alles klopt. Bijna te goed eigenlijk. Of te netjes, zo je wilt. Maar dat denk ik vooral als ik de plaat niet draai, want als ik eenmaal weer gegrepen wordt door het openingsnummer "Tunis", waarin Barbara om het gitaarspel van Sébastien Hoog heen kronkelt, ben ik mijn mopperige opmerking 'Franse zangeressen mogen van mij altijd wel wat meer hijgen, eerst een trap op- en aflopen en dan pas zingen' al lang weer vergeten.
File Under: Volgende keer misschien alleen nog wat meer trappenlopen
Leur Espace: [Oui]
Wende - La Fille Noyée
Hey George,
Ze heeft een nieuw album uit, hè. Heb je 'm ook al in huis gehaald? Ook die speciale editie? De digipack met van die mooie foto's in het boekje? Ze lijkt er wat ouder op. Nee, het is alsof ze ouder wil lijken. Wat vind jij eigenlijk van zware make-up? Ik hou meer van naturel. Zit er bij jou trouwens ook zo'n vervelende promosticker op? Om dat duet met Huub van der Lubbe aan te prijzen? Ik weet het niet hoor. Ik wil het graag mooi vinden. Zoals je weet geef ik de muziek altijd liever de tijd die het nodig heeft dan overhaastig een oordeel te vellen. Maar het probleem is dat het zelf ook zo graag mooi wil gevonden worden. Het schreeuwt erom in veel te grote woorden. Wende in het Nederlands neigt voor mijn smaak iets te veel richting kleinkunst. Topzware liedjes die onmogelijk evenwicht kunnen houden. Misschien klinkt ze eigenlijk voor een Franstalig iemand ook wel zo. Misschien horen wij dat niet. Ik kan me het echter niet voorstellen. In de chansons, de Franse vertalingen van Brecht en Weill klinkt ze voor mij toch nog steeds als de mooie Wende. Met name in het breekbare "Dis Quand Reviendras-tu ?". Prachtig. Kippenvel. Eigenlijk is er genoeg fraais op te vinden, niet? De contrabas van Egon Kracht, het metropoolorkest en vooral die stem. De stem van Wende. Lieve Wende. Wie weet, lukt het in het Duits of Engels wel. Nu is het daar nog te vroeg voor, vindt ze. Wat vind jij?
Grtz,
André
File: Wende - La Fille NoyéeFile Under: De volgende keer weer gewoon alleen maar in het Frans?
The Mountain Goats - Get Lonely
Hoe groot is de geldingsdrang van de gemiddelde stukjesneuzelaar hier op File Under, zo vroeg ik mij af. Heel groot, zo vermoed ik. Want waarom zou een verstandig mens zich er anders toe geroepen voelen het ene na het andere kolderieke stukje met zijn of haar mening over een plaat uit te spugen en daar nog trots op te zijn ook. Ik zal het u bekennen: ik heb geen enkel idee. Ooit dacht ik het even te weten maar het antwoord ben ik kwijt. Een vraag waarop ik het antwoord wél denk te weten is de volgende: hoe groot is de ellende waarin John Darnielle zich graag stort en waarin hij zich zo graag rondwentelt als een klein roze varkentje? Mijn antwoord daarop is: Heel Groot. Met hoofdletters. Want John heeft al zoveel ellende meegemaakt dat er in mijn platenkast al acht cd's staan vol met zijn rottige exen, dode stiefvaders en andere ellende. En dan heb ik maar een fractie van de beste man zijn hele ouvre. En het houdt maar niet op want kennelijk heeft John naast zijn Hele Grote ellende ook nog eens de geldingsdrang van een gemiddelde File Under stukjesneuzelaar. Zodat hij nog maar eens een cd vol met ellende gemaakt heeft, Get Lonely. Maar helaas, al die ellende heeft er schijnbaar voor gezorgd dat er iets geknapt is bij mijn vriend Darnielle. Hij lijkt namelijk besloten te hebben dat alle ruwheid, alle dingen die zijn vorige platen zo meeslepend maakten dat ik maar niet wilde stoppen met luisteren overboord moest en dat hij voortaan mooie, gladgeproduceerde platen wilde maken. Platen vol met dezelfde ellende als altijd maar het raakt me niet meer. Er klopt iets niet meer, ik geloof het niet meer. Ik wil geen gladgeproduceerde plaat van The Mountain Goats. Ik wil rauwe ellende. En wel nu.
File Under: Ik zou het u wel uit willen leggen maar ik mag maar 250 woorden gebruiken en daar ben ik al ruim overheen.
Audiotransparent
Pete Yorn - Nightcrawler
Van het debuut van Pete Yorn, Musicforthemorningafter, was ik behoorlijk onder de indruk. Zozeer zelfs dat ik het opnam in mijn jaarlijstje van 2001. Helaas deed deze plaat hier in Nederland vrij weinig. Ik gok dat je Musicforthemorningafter voor een paar euro in een uitverkoopbak kunt vinden. Ik zou'em zeker meenemen als je deze daar aantreft. Zeker als je een liefhebber bent van Ryan Adams en Jeff Buckley en daarnaast Eddie Vedders stem ook wel kunt waarderen, dan kun je je er geen buil aan vallen. Day I Forgot, de opvolger van Musicforthemorningafter, zal er vast ook liggen, maar die plaat kun je beter laten liggen. Hij viel namelijk bitter tegen. Ik was dan ook een beetje huiverig om aan Nightcrawler te beginnen. Gelukkig werd ik snel gerust gesteld. Al in opener "Vampyre" die met spooky overdubde vocalen begint en langzaam naar een climax toewerkt herwint Pete me voor zich. Dat anderen ook nog steeds vertrouwen hadden in het talent van Yorn blijkt wel uit de hulp die hij kreeg van Foo Fighters' Dave Grohl en tweederde van de Dixie Chicks. De stemmen van Natalie Maines en Martie Maguire gaan goed samen met die van Yorn in het rootsy "The Man". Nightcrawler is al met al ook meer in balans dan zijn voorganger Day I Forgot. Rocksongs zijn nog wel net als op dat album het uitgangspunt, maar de manier waarop Yorn ze inkleurt met andere accenten (roots, pop en zelfs van die typische jaren 80 synths) is gewoon veel smaakvoller gedaan dan op Day I Forgot. Al is het nog geen Musicforthemorningafter...
File Under: Pete is weer op de goede weg.
File Audio: [Yes]
Guillemots - Through The Windowpane
Als muziek emotie wordt, stokt mijn woordenstroom. Ik kan niet uitleggen waarom ik Funeral van The Arcade Fire zo bloedmooi vind, een mijlpaal, een statement, de definitie van alles wat muziek móet zijn. Al die dingen gelden ook voor het bijna even dramatische Through the Windowpane, het eerste album van de Guillemots. Words can't express what it means. Ik weet alleen: beter dan dit komt er dit jaar niet meer. Het kon ook verdomme niet missen. Op Lowlands stond ik betraand bij de Guillemots uit triomf; ein-de-lijk speelden mijn helden een kamerbrede versie van "Who left the lights off"; nu het album uit is (en de relatie met mijn vriendin) blijkt het thema van Through The Windowpane verloren liefde en is het bij "Redwings" wéér vechten tegen de tranen. Hel! "If the world ends" is net Keane en ik vind het fucking móói! En dan komt "We're here" erachteraan, als een warme knuffel om het goed te maken, om je te vertellen dat het allemaal zo erg niet is... Through the Windowpane is een brok-in-je-keel-plaat, om niet te vaak te draaien, want van hartstocht kun je ook teveel hebben. Dat is de pest met dit genre, de scheidingslijn tussen puur en machinaal luistert zooo nauw. Ik hoor Fyfe Dangerfield de sterren van de hemel zingen in "São Paulo" - Sometimes I could cry for miles - but I don't - en ik wil niet dat hij dat een volgende keer weer net zo probeert te herhalen. Fyfe wéét dat. Het is precies de reden dat de Guillemots bij elk optreden weer compleet anders klinken. Dát is wat de Guillemots anders maakt dan al die bands die aan emotie-uitverkoop zijn gaan lijden: een normale podiumpresentatie is live dús niet goed genoeg, een perfect album is júist verkeerd. De Guillemots zijn nog even compromisloos als The Mars Volta. De Guillemots zijn de verbeelding van het theatrale, de viering van het leven; ze zijn de sacrale stiltes, de naïeve uitbundigheid, de samengeknepen lippen en het hikkende geluk.
File Under: Geen meesterwerk, wél mijn plaat van het jaar.
Ten - The Twilight Chronicles/ Return To Evermore
Smaak is iets ongrijpbaars. Behalve dan dat ik er in alle bescheidenheid vanuit ga een sublieme smaak te hebben, maar dat spreekt vanzelf. Maar waaróm vind je iets wel of niet mooi? Al een paar weken heb ik met enige regelmaat het nieuwe album van Ten, The Twilight Chronicles, in de speler zitten. Een fraai staaltje progressieve rock met symfonische trekjes en toch bleef het op de een of andere manier jeuken. De muziek is zeldzaam bombastisch, maar dat is iets waar ik niet per definitie problemen mee heb. Zeker wanneer het om een conceptalbum van een progressieve band gaat, verwácht je al bijna bombast. Nou, dat is gelukt. The Twilight Chronicles is van een bombast waar Jim Steinman nog bang van onder de tafel zou kruipen. Heel knap gedaan overigens, met bijna filmische muziek en melodielijnen die je meermaals hoort terugkomen. Het is niet een van de hardere Ten-albums, het neigt soms zelfs naar AOR. Niettemin kun je zeggen dat Ten het verlies van twee bandleden prima op heeft kunnen vangen. Maar die jeuk, hè? Die komt van de stem van Gary Hughes. Die stem is een acquired taste die bij mij alsmaar niet acquiret, zeg maar. Te vaak zingt hij onder het spectrum dat voor hem natuurlijk lijkt. Niet dat hij dan vals gaat zingen, geenszins. Maar het het blijft gekunsteld klinken. Zelfs in een bombastisch meesterwerkje blijft dat mij ergeren. Voor Ten-fans ligt dat vast anders, maar de doorbraak die ik ze een tijdje geleden gunde, gaan ze hiermee niet beleven.
Tegelijkertijd met The Twilight Chronicles is een rerelease met bonustrack verschenen van het album Return To Evermore uit 2004. Minder bombast, iets meer rechttoe rechtaan rock en Gary Hughes die minder gekunsteld zingt. Hoe knap The Twilight Chronicles ook in elkaar zit, dit album zal mijn cd-speler vaker halen. Muzikaal is het iets minder dan The Twilight Chronicles, maar Hoghes zingt zoals het hoort. En dat scheelt een hele partij jeuk.
File Under: Filmmuziek met gratis jeuk
File Audio: [Rome] [meer fragmenten]
File: Ten - Return To Nevermore
File Under: Melodieuze rock, nu zonder jeuk

































