Crossing Border 2006 - Donderdag
Oh mijn God, denk ik als we de trein uitstappen, wat een teringweer. Was het teveel gevraagd toen ik vroeg om mooi weer èn een leukere tweede dag? Nu ja, als mijn andere wens ingewilligd wordt vanavond, dan vind ik het al lang goed. Bas Jacobs van Pfaff is in ieder geval gekleed op het slechte weer. In een soort van wetsuit drumt hij terwijl hij zijn gedichten verpakt in liedjes voordraagt.
Buiten schiet een meisje ons aan. Of we een ritje willen maken in een van de drie Saabs die daar ronddraaien. Dat willen we zeker wel. We luisteren naar een hoorspel over een verliefd stelletje dat zich afspeelt in de auto. De ruiten beslaan. Wat zullen de mensen wel niet van ons denken? Het is nu al leuker dan gisteren. (Storm)
Omdat we niet kunnen kiezen tussen Psapp en DAAU wisselen we ongeveer per liedje van zaal. Dat kan gemakkelijk, want het is best rustig in het Theater aan het Spui. Wel is het jammer dat de mensen niet de moeite nemen om even de trap af te dalen de arena in bij DAAU. Nu gaapt er een groot gat tussen band en publiek. De serieuze mannen van DAAU en hun instrumentale muziek winnen het uiteindelijk toch van de vrolijkerds Psapp. Al is het nipt, want Psapp deelt onder andere knuffeldiertjes uit en dat doet het natuurlijk altijd goed. (Storm)
Het regent en het is al begonnen als ik aankom. Ik val midden in de luistervoorstelling van DAAU en vergeet bij de garderobe te wachten op mijn nummertje, waardoor ik nog een bui zie hangen. (Later - als mijn jas en de paraplu van mijn overleden oma van een nieuw nummertje worden voorzien - zijn het mijn beste vrienden, daar bij de garderobe.) Zo enthousiast en soms opgefokt als de Razorlightmeisjes dan al zijn, daar kan ik me nog niets bij voorstellen. Zowel DAAU als Psapp laat ik een beetje langs me heen gaan, om na een eerste drankje rustig aan het festival te kunnen beginnen. Het is dan half negen en eigenlijk een prima tijd om te starten. (jnnk)
Melle de Boer is kunstenaar en zanger van Smutfish, maar staat in een lekkende tent - "Is het niet zo dat er dan altijd dingen gaan ontploffen," vraagt hij als hij zijn microfoon wat verzet - in zijn eentje met gitaar. Hij wordt aangekondigd als de Nederlandse Neil Young en dat blijkt niet heel vreemd als hij begint te zingen. Rauw, maar gevoelig zijn stem, evenals zijn liedjes. Het grijpen van de hele (lekkende) tent blijkt wat moeilijker. (jnnk)
Jeffrey Lewis staat in een tent ernaast en de programmakrant van Crossing Border houdt het als paraplu precies één overtocht door de stromende regen vol. Jeffrey Lewis is een kunstenaar uit New York die strips en muziek maakt. Of hij zijn beloofde getekende en op muziek gezetten punkgeschiedenis ten gehore heeft gebracht, dat weet ik niet, maar als hij dat net zo hilarisch, nauwgezet en tekstueel sterk heeft gedaan als de uitvoering van de getekende en vertelde geschiedenis van het communisme in China dan heeft het publiek nog meer genoten dan ik. Niet alleen Lewis' genreoverschrijdende werk is erg goed en erg vermakelijk om naar de kijken en te luisteren, ook de politiek geladen liedjes van deze vertelzanger zijn waanzinnig goed en een lust om naar te luisteren. Geëngageerd, maar met een lach doet Lewis zijn werk. En dat doet hij goed. (jnnk)
Op weg naar The Futureheads passeert Catherine Feeny, een Joni-Mitchellmeisje dat mooi zingt, maar waar ik niet stil bij blijf staan. Ze zingt mooi, heeft een voorkomend uiterlijk, maar is een klein beetje saai. Allerminst saai zijn The Futureheads. Opvallend is het goede geluid in de grote zaal - en zo blijkt later, ook in de kleine zaal - van Theater aan het Spui en alleen daarom is het al een verademing om hier muziek te gaan beluisteren. De koortjes van de mannen van The Futureheads klinken als een klok en ze zijn goed op dreef. Dat het tweede album aan snelheid ingeboet zou hebben, daar is op dit moment niets van te merken. Het is een erg goed optreden dat keihard rockt. En het was lang geleden dat ik iets zo goed heb horen rocken. Dus ik ben blij. (jnnk)
(Rijst toch de vraag weer even wat een band als The Futureheads - die verder niet per se met spoken word bezig zijn - op zo'n festival doet. Ik kan er ook gewoon niet over nadenken en genieten, en dat heb ik dan ook gedaan.)
Gisterenavond heette het podium met alle hiphoppers het Londonstani-podium. Die naam komt van het succesvolle boek van Gautam Malkani. We luisteren naar hem terwijl Margalith Kleijwegt hem bevraagt. Gautam houdt een goed verhaal. Mooi is het als hij vertelt dat hij eerst zijn boek af wilde ronden en daarna pas trouwen met zijn verloofde. Haar geduld werd behoorlijk beproefd, want het duurde uiteindelijk drie jaar voordat zijn boek over vier Pakistani in Londen en al hun sores af was. Na zijn verhaal hebben we eigenlijk best zin om zijn boek te kopen bij de bookstore. Hetzelfde geldt voor het boek van James Cañón. Hij schreef een absurde roman over een priester die in een dorp woont met alleen maar weduwen. De priester komt zo wel aan zijn trekken, zeg maar. Cañón legt uit dat hij nogal wat wrok koestert tegenover het katholicisme (als homoseksueel zag hij zich welhaast gedwongen het gelovige Columbia te ontvluchten) en dat dat in zijn boek duidelijk terug te lezen is. (Storm)
We weten niet zo goed wat te kiezen. Prima Donkey, The Drams of Fionn Regan. Het lijkt ons allemaal leuk, maar we hebben niet meer de puf om nog veel heen en weer te draven. We kiezen voor Fionn. Geen slechte keuze. In de intieme Cascadeur komen de liedjes van deze singer/songwriter mooi tot zijn recht. Enige nadeel is dat het geluid echt veels te hard staat voor een klein tentje als dit. Maar in de tent ernaast maakt Jon Lanford en zijn band wel heel veel lawaai, dus er zit weinig anders op. Een beetje jammer is dat wel, want als Fionn en zijn vriendinnetje samen onversterkt zou hebben gespeeld, dan was het vast en zeker nog mooier geweest. (Storm)
Bij provinciegenoot Roos van Roosbeef hangen de mensen met de benen buiten en daar is het geen weer voor. Een stukje van The Drams - "Tja, als je van drie-akkoordenliedjes houdt..." - en afsluiten met heel fijn op de grond zitten bij Prima Donkey, voor mij de verrassing van de avond. De Belgische gelegenheidsformatie met accordeon, gitaar, cello, (strijk)bas, klarinet, viool, Phil-Spectorkoortje en saxofoon boeit enorm. Het zijn de meisjes van Laïs, bandleden van DAAU, Seatsniffers en The Internationals. En het zijn Gunter Nagels (frontman van Donkey Diesel) en Rudy Trouvé (Dead Man Ray, The Love Substitutes). Het geheel is prachtig, zit supergoed in elkaar en de muzikanten genieten zichtbaar van elkaars aanwezigheid op het podium. Het is zo mooi, dat ik het gevoel dat ik eraan overhoudt niet wil laten verpesten door de schoolmeisjesrock van Razorlight. Ik rook buiten de deuren nog even een sigaret en besluit dat Razorlight een slechte programmakeuze is en loop naar huis. Naar het huis van mijn lief. (jnnk)
En op weg naar huis denk ik aan de schrijvers. Op een of andere manier heb ik ze allemaal gemist. Het einde van een Franse discussie zag ik en een klein stukje hoorde ik vanuit de verte van Arjen Lubach. Helaas, maar als schrijver moet je hard schreeuwen om op zo'n festival boven de muziek uit de komen. Figuurlijk. (jnnk)
In de trein naar huis vallen we bijna in slaap. Het was een veel leukere avond dan gisteren. Dus ik kan gelijk mijn bed in en laat de rozenkrans voor wat 'ie is. (Storm)
Psapp! Psapp! Psapp! Psapp! Psapp!
Woei!






