Crossing Border 2006 - Woensdag
Het ergste vind ik nog dat ik weet dat er morgen mensen aan me gaan vragen: 'Hoe was het in Den Haag?' En dat ik ze dan moet antwoorden dat ik zelden een vervelender avond heb meegemaakt op een festival als deze avond. Het was niet zo dat alles doorslecht was vanavond. Maar de kracht van een festival als Crossing Border is nou juist dat er eigenlijk altijd wel íets tussen zit dat je boeit en wat de besteding van je schaarse vrije tijd de moeite waard maakte.
Als ik nu - het is al laat als ik dit typ - een beetje glazig naar het schema kijk dat naast mijn computer ligt dan denk ik: 'Op tijd naar bed gaan was een betere optie geweest.' Bij deze nare constatering zijn natuurlijk wel een paar kanttekeningen te plaatsen.
Dat ik een vervelende avond had, dat ligt vooral óók aan mij. Want u hoort mij hier zelden tot nooit - vooral dat laatste - reppen over mannen als Wudstik, Kubus, Blaxtar en Typhoon. Dat komt omdat ik er simpelweg gewoon weinig mee heb. En dan wordt het al snel een lange zit als met hun soort muziek een heel podium volgeprogrammeerd is. Dat wist ik van te voren, maar ik hoopte wel degelijk op een verrassing, iets dat borders crosste zeg maar.
Goed, de gulzig bierdrinkende Kubus deed met zijn hoekige beats zijn naam eer aan en had met de van kruin tot teen getatoeëerde Bang Bang een authentieke Engelse snelprater bij zich. Het publiek reageerde best enthousiast. Ik stond er bij, keek er na en dacht: 'Voor hen is het vast dope.' Zonder uitroepteken. Zelfs toen Typhoon heel aanwezig Den Haag - maar volgens mij waren het vooral zijn eigen maatjes - 'Zwolluh, Zwolluh!' liet meeblèren dacht ik: 'Het zal allemaal wel.' Waren het soms de vliesjes van de bij het avondmaal geconsumeerde doperwten die nog tussen mijn tanden zaten? Nee, dat was het niet. Het was het ontbreken van instrumenten dat me opbrak. Zo'n dj met een springerd ervoor is gewoon al snel saai. Of ze er nu hun zuster of een andere chick bijhalen maakt dan niet zo heel veel uit.
Wat dat betreft kunnen de bovengenoemde heren een voorbeeld nemen aan Wudstik. Die had wel de guts (of de mogelijkheid, het is maar hoe je dat wilt zien) om gewoon met een liveband op te treden en maakte daar ook goed gebruik van. Zijn muziek leefde voor mijn gevoel tenminste, maar juist bij hem was de reactie vanuit de zaal in eerste instantie pislauw. Al die meuk uit een doosje of een scratchje, dat is blijkbaar toch totaal niet mijn ding. Toch werd ik nog een beetje enthousiast bij het afsluitende Panjabi Hit Squad, al ging hier het belerende toontje van de rapper van dienst me ook irriteren ('Wij zijn groot in de UK en de rest van de muziek', 'Wij dansen met één hand in de lucht en doen alsof we een lampje in draaien').
Was er dan op Wudstik na niets aardigs te zien deze eerste avond? Nou, Lekan Babalola, die was best interessant. Het was wel een beetje raar om een drummer in sommige nummers met een tape mee te horen spelen, maar het was wel gepassioneerd en vermakelijk wat deze percussionist die samenwerkte met onder andere Fela Kuti ons liet horen in het halve uurtje dat hem gegund was. Hij had van mij best nog wel wat extra tijd kunnen krijgen, die nu gereserveerd was voor Cassandra Wilson bijvoorbeeld. Ik kan u verzekeren, kijken naar het groeien van gras is interessanter dan anderhalf uur kijken naar Cassandra Wilson.
En dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Omringd door een absurd goede band (met een grote rol voor de superbe mondharmonicaspeler Gregoire Maret) sprong er maar zelden een vonk over van podium naar het publiek. Het zal niet voor niets zijn geweest dat naarmate de set vorderde de zaal alsmaar leger werd. Dat publiek trekt in grote getale naar het oer-Hollandse combo Room Eleven, dat volgens mij slechts bestaat uit leden met een diploma van het conservatorium op zak. Maar hier gebeurt tenminste nog wat. Zeker in het tweede deel van de set, als zangeres Janne Schraa de zenuwachtigheid een beetje van zich af geschud heeft, wordt het toch nog leuk. Dat ze dan een nummer als blues labelt dat totaal geen blues is, ach, dat vergeven we d'r wel. Voor de blues moest je namelijk een uurtje later terug komen. Toen stonden de twee broertjes Holmes en hun maatje drummer Popsy Dixon (samen waarschijnlijk ruim 200 jaar) op het podium en die lieten horen hoe dat écht klinkt. Maar ook deze oude rotten in het vak maakten domme fouten. Deze New Yorkers moeten toch weten dat er bij een uitgekauwd nummer als "Bad Moon Rising" niets, maar dan ook helemaal niets te halen valt? Gelukkig viel de vieze smaak nog enigszins weg te spoelen met de rest van het optreden.
Nee, het was geen fijne openingsavond voor Louis Behre (die toch niet bepaald met een zuur gezicht rondliep in de zalen) en zijn team. Zeker als je het vergelijkt met die van vorig jaar, toen ze met Sinead O'Connor een echte spraakmakende openingsact in huis hadden. Ik zal zo voor het slapengaan dan ook nog maar een rozenkrans bidden op mijn blote knieën en vragen om mooi weer morgen, maar vooral ook om een veel mooiere tweede dag van Crossing Border.
Tja, en dan te bedenken dat Typhoon nog een van de betere rappers in het Nederlandse taalgebied is. Het houdt allemaal niet over hier, enkele uitzonderingen daargelaten. Kubus is wel de shit hoor... die plaat van hem met Sticks (Opgezwolle) is erg goed. De man begrijpt dat een biet meer kan zijn alleen dan boem bap.
Het is niet zozeer dat het slecht is wat die mannen deden gisteren, het was vooral dat het geheel heel erg onbevredigend was.
Ach, vanavond mag je naar Psapp. En daar word je heel blij van. Echt waar!



