London Calling - zaterdag
Het leuke aan London Calling is dat je over het algemeen bandleden en publiek niet uit elkaar kan houden. Ze lijken allemaal op elkaar en het is niet zo dat het podium exclusief voorbehouden is aan artiesten en de zaal aan het publiek. Welnee, het krioelt allemaal door elkaar heen. Met als absoluut hoogtepunt een Brits meisje met een rood truitje dat, ik overdrijf niet, bij vrijwel ieder optreden op het podium verscheen alvorens eraf gedonderd te worden door de beveiliging. Zodoende pleit ik bij deze voor een eervolle vermelding voor deze dame, die verderop nog even terugkeert. En dan nu naar de bandjes op de zaterdag.
The 747s? Die hadden we toch gister ook al gezien? Klopt, maar door het afzeggen van Fields had de organisatie een gat in het programma, en The 747s waren niet te beroerd nog een keer te spelen. Tot groot genoegen van uw recensent, die na het optreden van de vrijdag per direct fan is geworden. De heren speelden vrijwel dezelfde setlist als vrijdag, alleen in een andere volgorde. Maar het was nog steeds even leuk. De steel- en koekenpan die halverwege als percussie werden gebruikt, waren slechts het begin van een hele serie aan bijzondere instrumenten die bij andere shows de kop opstaken. Daarover later meer.
Door de verschuivingen in het programma mocht Jamie T nu in de grote zaal spelen. Zijn band heet The Pacemakers, maar hij komt niet eens uit Liverpool. Nee, Jamie komt uit Wimbledon, zo wist de eerder genoemde Britse bird mij te melden. "You should write that he's awesome!" voegde ze daar aan toe, voordat ze weer inzette om een van de nummers luidkeels mee te brullen. Wie Jamie T is? De omschrijving in de persbio luidt Arctic Monkeys meets Mike Skinner. Ik kan heel moeilijk gaan doen, maar dat is een vrij accurate omschrijving. Prima rocksongs, waarop Jamie in de coupletten al rappend hele verhalen vertelt over... ik heb geen idee, maar het zal vast boeiend zijn. Live is hij niet te volgen namelijk, maar dat is Mike Skinner ook niet. Ach, en Jamie pronkte met een t-shirt van The Goonies, dus die knul kent zijn klassiekers. Sharp darts.
Net zo leuk en vol van jeugdige bravoure zijn de Pigeon Detectives. Bravoure die spreekt uit songtitels als I Am Always Right en de nadrukkelijk aanwezige voorman. Deze Matt is een prima volksmenner: een soort Johnny Borrell, maar dan zonder al die vervelende trekjes. De Kaiser Chiefs zijn al fan en hebben de afgelopen maand met de heren getoerd, dus dan weet je het wel. De songs zijn aanstekelijk en opzwepend, wat ertoe leidt dat publiek op het podium meer regel dan uitzondering is. Matt zwiept zo af en toe een opblaaskoe het publiek in; het is weer eens wat anders dan de eeuwige strandbal die tijdens festivals zo vaak opduikt. Slechts bij het spelen van een nieuw nummer blijkt nog de greenhorn-factor: die zit er duidelijk nog niet goed in. Maar dat is mierenneuken. De Pigeon Detectives zijn leuk, erg leuk.
Ik had het eerder al over de pannen bij The 747s, maar Guillemots slaat werkelijk alles wat betreft aparte instrumenten. De megafoon kende ik uiteraard al, maar de accuboor en de typemachine zijn nieuw voor mij. Tel daarbij op dat er ook een klarinet, twee saxofoons en een contrabas op het podium verschijnen en Guillemots zijn een ware verademing op dit London Calling. Zanger Fyfe Dangerfield zit als een ware dandy op een oude bruine keukenstoel achter zijn keyboard, met een stem die soms aan Jasper Steverlinck doet denken zonder Buckleyesk te worden. Tijdens een avantgardistische jazzsolo zoekt hij de grenzen van de tolerantie op bij het publiek, en Guillemots is vast niet voor iedereen. Ik vind het prachtig.
The Maccabees passen dan veel beter bij het overheersende festivalgeluid. Grote passen, snel thuis lijkt hier het devies. The Maccabees hebben een aantal aanstekelijke gitaarloopjes, maar het probleem is wel dat het nogal veel van hetzelfde is. Muzikaal klinkt het als de Placebo van "Days Before You Came" en "Come Home", maar dan twaalf keer achter elkaar. Het publiek vooraan vindt het prachtig en gaat uit zijn dak, maar mij gaat het snel vervelen. Na een nummer of zes, zeven houd ik het voor gezien.
Ook heeeel veel van hetzelfde is Bromheads Jacket. Zanger Tim Hampton heeft zijn dankjewels goed geoefend (bijna foutloos!), maar verder is het devies: niet lullen maar spelen. Trouwens, twee akkoorden en een moordende drum is toch genoeg voor een moshpit? Voeg daar aan toe dat je Paradiso de beste venue ter wereld vindt en doe wat crowdsurfen tijdens je gitaarspel en je kan niet meer stuk. Even nog dreigt het mis te gaan als het publiek bij de derde sprong van Hampton weinig sjoege geeft, waardoor hij met gitaar en al tegen de vloer klapt. Maar het maakt hem alleen nog maar populairder, vooral als hij eenmaal terug op de bühne grijnzend naar zijn hoofd grijpt en semi-boos vraagt wie er met een mes stond te zwaaien daar beneden. Na al dit moois wil het publiek nog maar één ding. Juist, de gitaar. Hampton is de beroerdste niet en verdeelt het ding keurig in twee stukken. Bromheads Jacket gaat óf een legendarische festivalact worden óf ze ontstijgen nooit het clubcircuit. Hoe dan ook is dit de show van het weekend.
Ook uw recensent is behoorlijk afgepeigerd door dit spektakel, en dus krijg ik van de 1990s niet heel veel mee. Ik hoor wat sixties pop, ik hoor wat seventies rock, maar verder zal het allemaal wel. Er is vast een Myspace, mocht u een ongelooflijke drang voelen om de heren beter te leren kennen. Liever rust ik even uit in afwachting van de vier Welshmen van The Automatic. Begin deze maand hebben ze hier een van de beste platen van het jaar uitgebracht, en de vraag is hoe dat live klinkt. Het antwoord is: vooral hard. Heel hard. Eerlijk gezegd verzuipen de heren een beetje in hun eigen geluid. Als je de plaat kent ontwaar je de songs wel en is de discopunk van The Automatic fantastisch, maar voor de argeloze toeschouwer is het vooral veel gitaar en weinig keyboards. Gelukkig weet toetsenist Pennie goed de aandacht op zich te vestigen door als een wilde chimpansee over het podium te stuiteren en zijn backing vocals in de microfoon te gillen. Onnavolgbaar. Toch is het aan te raden dat ze nog even wat meer aan hun livegeluid sleutelen, willen ze de sprong naar groter publiek gaan maken.
Dan is het kwart voor één en wordt het nog haasten om de laatste trein te halen. In de hal bij de uitgang zie ik zowaar de Britse lady in red tegen een muur staan, moe maar voldaan. Ik kan een grijns niet onderdrukken, en ik krijg een glimlach terug. Ja, dit was een mooi feestje. Volgende keer bij mij thuis.
zeer leuke reviews! En ik kan zeggen dat ook de concerten zelf erg leuk waren! :)
Klonk inderdaad niet verkeerd allemaal. Ben het met Spookrijder eens... Maar vandaag luisterde ik naar de volgende verzamel CD's "SHINE - 20 brilliant indi hits" en "Alternator" uit respectievelijk 1995 en 1996... maar wat lijkt de muziek van de bandjes op London Calling toch op de 'britpop' van 10 jaar geleden. Weinig origineels bijgekomen dus gedurende de afgelopen tien jaar. Het klinkt alleen wat catchy-er tegenwoordig.
Hi daar, is julle in Engeland
Nee Dalene, wij opereren vanuit Nederland. We operate from Holland; London Calling is an Amsterdam-based two day event with an all-British band line-up.
Can't wait till next friday!! Ik ben het helemaal eens met wat hier staat, The Automatic viel me live ook een beetje tegen, maar door al die dronken engelse om je heen is het altijd feest op London Calling haha.
Ben je er vrijdag ook weer bij? Doe me je nummer dan!
@spookrijder: wie is 'je'? Ik ben helaas verhinderd, dus geen foto's van mijn hand.
Ja, Marissa natuurlijk! :)


