VA - Scream Loud!!! The Fenton Story
Ik was in de veronderstelling dat mijn rugzak nog steeds waterdicht was. Helaas bleek dat niet het geval. Tijdens de storm van twee weken terug haalde ik eenmaal thuis (vijftien kilometer op een vouwfiets!), nadat ik mezelf weer een beetje gefatsoeneerd had, allemaal drijfnatte cd’s uit mijn tas. Ik vloekte hardop. De cd’s die in jewelcases zaten waren nog wel in redelijke staat, helaas was Scream Loud!!! The Fenton Story, een verzamelaar met dik 60(!) liedjes van midden jaren zestig teen punk uit Michigan, er slechter aan toe. En dat is jammer, want de digipack en het bijbehorende boekje dat bij deze fraai vormgegeven verzamelaar zit is een fijn werkje. Vol liefde wordt er verhaald over het Fenton label, de studio en de bands die bij bosjes uit de grond schoten in Michigan rond die tijd. Spil in dit hele gebeuren was producer Dave Kalm, die de studio begonnen was in een theater. Hij had gouden handjes, want het gros van de nummers is voorzien van een voor die tijd buitengewoon goede productie. Het is dan ook wel een beetje verbazingwekkend dat geen van de acts het tot de hitparade schopte in de jaren zestig. Een band als Aardvarks of Jujus had hier volgens mij totaal niet in misstaan. Wie zijn collectie obscure jaren zestig muziek nog uit wil breiden met een aantal parels kan met deze verzamelaar zijn hart ophalen.
File Under: Toffe obscure jaren zestig meuk
Akron/Family - Meek Warrior
Ik herinner me ineens dat ik eerder schreef over mannen met baarden. Baarden die zo lang waren gegroeid als het maken van een debuutalbum duurt. Het waren mysterieuze mannen met baarden die hun grot uitkwamen en hun wonderschone plaatje speelden over de hele wereld. Nou ja, misschien niet de hele, maar toch een groot deel van de wereld. Wat ze precies met hun baarden deden, dat weet ik niet, maar er moet weer een stuk aan gegroeid zijn, toen ze terugkwamen in hun grot. Ze spraken urenlang, nachtenlang, zonsopgangenlang over de strijder in de man met de baard. Strijden moesten ze, ze hadden het leven gezien! Maar ze zouden niet strijden zonder hun eenzame strijd in hun grot uit het oog te verliezen. Nee, hun strijd zou tegenstrijdig zijn. Onherkenbaar en hard, onverbiddelijk ook, maar zacht en teder wanneer de strijd daar om vroeg, als de strijder zelf moe was. Strijden is muziek, dachten de mannen met baarden! Strijden is allerlei soorten muziek, dachten de mannen, net als toen we nog eenzaam in onze grot zaten en de wereld nog niet kenden. Bovendien spraken ze één ding af: ze waren samen alleen geweest, en nu zouden ze samen strijden. Met elkaar tegen de wereld en vóór de wereld. Tegelijk. Zoals ze wel meer dingen tegelijk probeerden, waarvan ze altijd pas achteraf wisten hoe deze uit zouden pakken. De plannen stonden op papier en daarna op plaat, maar nu moesten de mannen met baarden opnieuw de wereld veroveren. Nu mét een program. En dat doen ze - en ik hoop dat ze dat zelf ook weten - beter zachtmoedig, dan hardvochtig.
File Under: De wereld veroveren de mannen met baarden beter zachtmoedig, dan hardvochtig
File Audio: [De wereld met muziek bestrijden moet tegenwoordig hier, dat weten we allemaal]
Deadline - Take A Good Look
Je hebt ze vast wel eens zien lopen tijdens concerten. De haren felgekleurd, het liefst kortgeknipt en zo stoer mogelijk nonchalant door elkaar geschud. Ze komen in twee versies: ofwel in baggy broeken met een kittig neusringetje en een felgekleurd shirtje, of ze zijn in een strakke leren- of spijkerbroek met getatoeëerde arm en fel opgemaakte lippen en ogen. Ik heb het over punkmeisjes nieuwe stijl, dus niet die kaalgeschoren of be-hanenkamde heksen van weleer. De moderne punkchickjes zijn lief, ook al doen ze zo hard hun best om stoer te zijn. Begrijp mij niet verkeerd, ik moet er buiten de muziekzaal weinig van hebben, maar in rokerige kelders waar harde gitaren voor de aankleding zorgen zijn ze een onmisbaar attribuut. Een aantal van die dames is er in geslaagd om ook op het podium in positieve zin de aandacht te trekken. Zoals Liz Rose bijvoorbeeld, zangeres van het Britse Deadline. Niet alleen leuk om naar te kijken maar ook vooral geweldig om naar te luisteren. Op Take A Good Look levert zij precies datgene wat een band extra nodig heeft om de middelmaat te overstijgen. Zonder haar heerlijke stemgeluid is Deadline ook heus niet te versmaden - met dank aan de gelikte gitaarloopjes van nieuwe gitarist Smyth - maar de band is dan toch een behoorlijke Bad Religion-adept. Het is juist het vrouwelijke element wat zowaar perfect past bij deze muziek, waardoor alles een stuk origineler en vriendelijker wordt. Rose is zo'n punkwijf dat ieder stuntelend bandje nog naar de top zou kunnen zingen. Bij Deadline gaat haar dat vast en zeker lukken.
Fie Under: Vooral luisteren moet je, niet kijken
File Audio: [Klik]
Nanci Griffith - Ruby's Torch
In Nederland is Nanci Griffith niet zo'n hele grote naam. Dat is aan de andere kant van de plas wel anders. Je zou haar kunnen kennen van "From A Distance", maar dat was hier in Nederland een veel grotere hit voor Bette Midler. Met Ruby's Torch brengt Nanci Griffith nu een verzameling torch songs uit. De titel is afgeleid van "Ruby's Arms", een van de maar liefst drie nummers van Tom Waits die ze voor deze cd opgenomen heeft. "Grapefruit Moon" en "Please Call Me, Baby" zijn overigens de andere twee. Naast songs van Waits nam Griffith ook twee nummers van zichzelf op, maar ook het door Frank Sinatra in de jaren vijftig al opgenomen "In the Wee Small Hours of the Morning". Dat nummer is samen met "Ruby's Arms" het prijsnummer van deze cd. De nummers zijn - zoals dat nou eenmaal hoort met torch songs - allemaal zwaar aangezet met breed uitwaaiende (strijker) arrangementen die veelal op de achtergrond bivakkeren. Stralend middelpunt in het rokerige spotlight is namelijk natuurlijk de zangeres zelf. Ze brengt de nummers rustig, maar wel gedreven met precies de juiste touch. Ik moest zelf even wennen aan haar eigenlijk net niet fluwelen stem, maar het is juist die stem die ervoor zorgt dat Ruby's Torch niet verwordt tot muzikaal bloemetjesbehang. Dat gevaar ligt namelijk al snel op de loer bij torch songs, maar gebeurt hier gelukkig dus nergens.
File Under: Torch Songs
Hartmann - Home
Oliver Hartmann was ooit de zanger van At Vance, maar begaf zich met zijn nieuwe, naar hemzelf genoemde band in 2005 tot veler verrassing op het AOR-pad. Hoewel de reacties op dat album op zijn minst verdeeld waren, heeft dat hem niet van zijn keuze gebracht, want ook dit Home is meer AOR dan wat anders. Mij hoor je er niet over klagen, want het is een prima uitgebalanceerd album geworden, waarop Hartmann zijn vocale kwaliteiten ruim tentoon kan spreiden. Dat liefhebbers van zijn vroegere werk het niet altijd kunnen waarderen snap ik overigens ook. De achtergrondzangeressen (!) in het op Totoiaanse wijze met soul doorspekte "My Everything Is You" en "Crying" moeten hen inderdaad tot tranen brengen. Ook op andere songs heeft dit Hartmann veel meer overeenkomsten met commerciële Amerikaanse rock als die van Toto, Foreigner en Survivor - met zo nu en dan een vleugje Thunder - dan met de metal van At Vance. Op momenten gaat het een streepje steviger, wat Oliver Hartmann de kans geeft de nodige uithalen ten beste te geven, maar het merendeel is pure radiorock. Hartmann lijkt zich als een vis in het water te voelen. De productie - van Hartmann zelf en Sacha Paeth, die eerder albums van Epica en After Forever produceerde - is ook uitstekend. Die is loepzuiver en vrij sober gehouden, waardoor de individuele instrumenten goed naar voren komen. Liefhebbers van Hartmann's oude werk moeten misschien iets wegslikken, maar voor mij is het simpelweg een prima album van een band die zich kan meten met hedendaagse Amerikaanse collega's.
File Under: Hartmann is Thuis
File Audio: [fragmenten op de site]
Slowdisk - Love When We Are
Muziek is emotie. Je kunt er vrolijk van worden of op zijn minst een gelukkig gevoel krijgen. Je kunt er door moeten huilen of op zijn minst somber worden. Muziek is associatie. Je denkt aan die ene bergbeklimming op je fiets, aan de koele bries terwijl je op het strand lag, aan die drukke winkelstraat waar je helaas net moest zijn, je denkt aan die ene cd die je vindt terwijl je hem al zo lang zocht. Er is echter ook muziek die mij helemaal geen emotie los maakt. Dit komt doordat het gemaakt lijkt ter ontspanning. Dat betekent dat ik me mee moet laten nemen in de muzikale trip en me niet door menselijke gevoelens af moet laten leiden. Love When We Are van het (naar ik aanneem Amsterdamse) duo Slowdisk brengt uitgesponnen muzikale landschappen dat hier en daar de vorm aanneemt van een heus liedje, maar snel weer op het zweverige pad verder gaat. De basis is het gitaarspel, maar dit ligt ingebed tussen slome ritmes en elektronica. Nergens is er overdaad, maar het kabbelt rustig alsof het er altijd geweest is voort. Ik ontspan. Dit brengt me bij de associatie. Ik zie mijzelf liggend op een massagetafel waar al die pijnlijke plekken op mijn rug genadeloos weg gemasseerd worden. Even niet die pijn, maar slechts het onthaasten van de drukte van alledag samen met Slowdisk. Een betere benaming voor dit muzikale project zou ik niet kunnen bedenken. Ik mis echter de masseur in kwestie, maar de cd voor het optimale genot is er alvast.
File Under: Onthaasten blijft noodzakelijk op zijn tijd.
File Audio: [We Are Not][ Small Windows][ Name The Ork]
Eva - Metamorphosis
Eva is kort voor Eva Meijer en met Metamorphosis brengt ze na een aantal EP's haar eerste volledige cd uit. Eva speelt donders goed piano, kan ook nog eens mooi zingen en heeft overduidelijk talent voor het schrijven van een fijn liedje waarin die twee zaken elkaar meer dan eens innig liefkozend omarmen. Maar tja, dan kom je er niet onderuit: hoe je het ook wendt of keert, je gaat Eva dan al snel zien als een Nederlandse Tori Amos en dat legt de lat gelijk hoog. Maar die vergelijking is niet iets waar Eva bang voor hoeft te zijn. Okay, af en toe ligt de sound van de roodharige tante uit North Carolina er iets te dik bovenop. Bovendien had ik er zelf niet voor gekozen om tussen alle Engelstalige liedjes ook een Nederlandstalig liedje te plaatsen (het best mooie "Zwart"). Maar goed, als je dan een liedje zoals het titelnummer hoort, poeh, daar neem ik mijn pet voor af, hoor. Ook de arrangementen die ze samen met Templo Diez' Pascal Hallibert en zijn bandmaat bij White Sands Hans Custers heeft gemaakt bij de twaalf nummers maken wel dat het op Metamorphosis niet alleen maar draait om het meisje en de piano. Helemaal als ze in "Tower" de piano naar de achtergrond schuift in het totaalgeluid en haar stem in zijn sterkste regionen laat (lees: niet vanuit de punten van de tenen de hoogte in waar Tori zo goed in is), ontwikkelt ze een eigen geluid. Dat geluid moet nog verder uitkristalliseren en kan wel eens hele mooie dingen op gaan leveren.
File Under: Meisje met piano, maar tot veel meer in staat.
File Audio: [Hier]
File Audio: [EvaSpace]
Burning Point - Burned Down The Enemy
Ik heb het wel vaker bij dit soort bands, die dit soort muziek maken. Een keer luisteren, twee keer luisteren, en dan heb ik eigenlijk al de conclusie getrokken dat ik het maar niets vind. Maar om een iets meer gedegen mening te vormen draai ik zo'n plaatje dan toch wat vaker. En meestal moet ik dan mijn eerdere conclusie als flink voorbarig en onjuist bestempelen. En zo verging het mij ook bij het nieuwe album van het Finse Burning Point. Na veel geharrewar en gekissebis met advocaten en hun vorige platenlabel zijn ze nu terug met hun derde album, Burned Down The Enemy. Zouden hun albumtitel en enkele tracks ("Parasite", "Hell Awaits", "Deceiver") soms een klein steekje richting hen zijn? Enfin, Burning Point vult met elf nummers net geen heel uur met een mix van melodieuze- en powermetal. Met name de muziek op het album is van goede kwaliteit. Snel gitaarspel, krachtige dubbele bassdrums, afgewisseld met de nodige rustigere momenten worden goed uitgevoerd. Alleen de manier van zingen door zanger Pete Ahonen komt mij soms wat zeurderig en irritant over. Omdat er eigenlijk geen enkel nummer voor mij echt uitspringt en binnen het genre de concurrentie enorm is zal dit album niet snel opvallen tussen al die andere releases. Maar al met al is dit verder gewoon een goed album geworden.
File Under: Een van de vele lichtpunten in dit genre
File Audio: [Parasite]
Skinny Puppy - Mythmaker
Afgelopen zondagnacht voelde ik de vloer van m'n kamer trillen. Het was de subwoofer van mijn onderbuurman, en er kwamen behoorlijk onheilspellende geluiden uit zijn appartement. Z'n vriendin was niet thuis, verontschuldigde hij zich, dus kon-ie eindelijk 's nachts Resident Evil spelen. Ik voelde me bijna schuldig dat ik even was gaan kijken. De zware machinerie bij die horrorgame paste eigenlijk prima bij de donkere sfeer op de cd die ik al een week draai: het nieuwe, elfde album van de Canadese extreem-linkse industrialband Skinny Puppy. Om even onsubtiel door de muziekhistorie te scheuren, die band komt eigenlijk uit het tijdvak 1985-1995. KMFDM, Nitzer Ebb en Ministry, je kent het wel, die hoek. Niet? Nou, bij die bands hebben Trent Reznor en Marilyn Manson de mosterd vandaan, maar goed. Sinds 2004 is Skinny Puppy terug en dit nieuwste Mythmaker klinkt echt niet bejaard. Het is een soort aggrotech geworden, met introverte filterzang en gemeen overstuurd ronkende gitaarlijnen in plaats van marcherend gebonk. Zoals altijd kiest de groep niet voor de makkelijke weg. Zelfs ballad "jaHer" blijft een prachtig kille treurwilg; meer bombast wordt er uit de kast gehaald bij het overigens wat afgezaagde "haZe", dat bijkans geschreven lijkt voor de gelegenheid dat Darth Vader nog eens aan Idols gaat meedoen. Nee, dan het vette "(Jesus wants to be) ugLi" (NiN-fans opgelet), en mijn favoriet "politikiL", dat een kruising is van de oude Junkie XL, Feindflug en een moorddadige grasmaaier. Ik krijg er zin in gamen van.
File Under: Subwoefer
File Audio: [pasturN]
Kelly Keagy - I'm Alive
Kelly Keagy is in het dagelijks leven drummer en zanger van Night Ranger, maar brengt van tijd tot tijd solowerk uit en neemt ook met enige regelmaat deel aan projecten. Dat viel volgens collega Storm wat minder positief uit in het geval van The Mob. Ik kan me daar wel wat bij voorstellen, want Keagy is een heel capabele zanger, maar hij heeft nu eenmaal een wat vlakke stem. Zet je hem zoals bij The Mob naast de aanzienlijk soulvollere stem van King's X' Doug Pinnick, dan zal dat niet in zijn voordeel uitpakken. Op dit album is Keagy de enige leadzanger, dus is dat geen probleem. Tel daarbij op dat de songs meegeschreven en -gespeeld zijn door Pride of Lions-songsmid Jim Peterik en dat de leadgitaar is verzorgd door The Mob-collega en Whitesnake- en Winger-gitarist Reb Beach en je weet dat dit op zijn minst een behoorlijk werkje is geworden. Het is weliswaar redelijk veilige rock geworden, met zeer meezingbare refreinen en stevige en nergens uit de bocht vliegende gitaren, maar het vakmanschap van de heren zorgt voor een bijzonder prettig plaatje. En met Peterik erbij zit het met de songs ook altijd wel goed. Naar het einde van de cd zijn de songs wat al te veel oor in-oor uit-composities, maar nog steeds haalt dit I'm Alive een hele dikke voldoende. Zelfs na de puntenaftrek voor de meest ongeïnspireerde hoes in jaren...
File Under: Veilig, maar wel lékker veilig
File Audio: [KeagySpace]
Palehorse - Amongst the Flock
Het gaat niet zo goed met de wereld. Sterker nog, de aardbol is van binnen uit aan het wegrotten. En het is onze eigen schuld. De doemdenkers van Palehorse weten het zeker; het einde van de wereld nadert. Hun full-length debuut staat vol met nummers over het naderende Armageddon. De band uit Connecticut heeft dan ook een moeilijke tijd achter de rug. Anderhalf jaar geleden overleed gitarist John Tamas. De overgebleven bandleden besluiten hem niet te vervangen en gaan door met een gitarist minder. Gelukkig blijft er voor hardcore-liefhebbers genoeg herrie over. Want Palehorse is ooit begonnen om 'de hardcore terug in de hardcore' te brengen. Denkt u aan fijne orkestjes als Ringworm en Integrity. Heftige muziek dus. Met de nodige metalinvloeden. Veel gitaarrifjes dus. Amongst the Flock is mede hierdoor veel donkerder dan het gemiddelde metalcore-album. De heftige rauwe zang is wat monotoon en tekstueel is het allemaal niet van het niveau Vondel, maar daar zal de gemiddelde luisteraar maling aan hebben. Mij hingen de simplistische teksten echter na een tijdje de keel uit. 'Slave to the dark, obey the false king' en wat te denken van 'New world order, they plan to kill you'. De samenzweringstheorieën zijn niet van de lucht en ook de regering moet er aan geloven. En het geloof natuurlijk. Al met al is Amongst the Flock een redelijk geslaagd debuutalbum, alhoewel ik er niet rouwig om was dat het half uurtje Palehorse voorbij was.
File Under: Heftige hoofdpijn-hardcore
File Audio [Mayday] [Bleed the Sheep]
The Twilight Singers - A Stitch In Time
Toen Greg Dulli hip and happening was in de jaren negentig, heb ik de hele hype rondom deze man gemist. In die periode zat ik qua muzikale voorkeur meer in de hoek van Charly Lownoise & Mental Theo, DJ Paul Elstak en meer van dat soort werk. Mijn wereld hield op bij de top 40 en het volgende schoolfeest, waarvoor de meest recente danshitjes weer op cd gebrand dienden te worden (daar was ik dan weer wél heel rap bij) Kortom, Greg Dulli, Afghaanse pruiken en andere traditionele klederdracht waren destijds niet aan mij besteed. Later hoorde ik wel wat van The Afghan Whigs, maar heel grote indruk maakte dat ook niet. Muziek blijft immers voor een groot deel gevoel, herinnering en associatie, en ik heb mijn middelbare schoolperiode ook overleefd zonder Dulli en kornuiten. Dus als ik dan weer eens de kreet 'Dulli is God' voorbij hoor komen, denk ik: het zal wel. Toch, vorig jaar kwam ik Powder Burns van zijn huidige band The Twilight Singers tegen en dat was voorwaar geen verkeerde plaat. Mijn aandacht werd destijds echter vooral getrokken door drie gastbijdragen van Joseph Arthur. En het is misschien vervelend voor Dulli, maar de mede door Arthur gecomponeerde songs zijn naar mijn mening ook meteen de beste op die plaat. Dat is tevens het geval op deze EP. Ook hier weer een nummer van Arthur en Dulli samen, en ook hier weer: toch echt het beste nummer van het setje. Mark Lanegan (die van Isobel Campbell) doet nog een fijn sinistere Massive Attack-cover (Live With Me), maar de songs die door Dulli zelf gedragen worden vind ik minder interessant. De man mag zeker door naar de volgende ronde voor een bijrol als profeet, daarvoor zijn dit schijfje en Powder Burns veel te goed. Maar er staat maar één God op deze cd, en dat is Joseph Arthur.
File Under: Bovengemiddeld tussendoortje van God en zijn profeet
File Audio: [Flashback en Live With Me @ Myspace]
Benjy Ferree - Leaving The Nest
Het interesseert me normaliter geen moer, maar als ik de gevederde man op de hoes zit wil ik weten of hij het zelf is. En ja, het is inderdaad een geschilderde Benjy Ferree: de man achter de cd Leaving The Nest. Zijn debuutalbum wordt uitgebracht door Domino Recordings, een label dat de plank weinig misslaat. Integendeel, ik vraag me wel eens af waar die goede neus vandaan komt. Maar goed, ik ga het over Benjy Ferree hebben. Volgens de bijsluiter verhuisde hij naar Hollywood om acteur te worden, maar verder als au pair bij een filmmaker kwam hij niet. Nu is hij echter een nieuwe weg ingeslagen en gezien zijn eerste release op een groot label was dit een goede keus. Persoonlijk heb ik er toch wel een wat andere mening over, want waar ik gewoonlijk niet vies ben van een mix aan stijlen kan me dit minder bekoren. Er zijn stukken die qua melodie gejat lijken van The Kinks, er is soms wat (rustige) garagerock à la Jack White (Stripes) voor de rauwe rand, er zijn een cello en mondharmonica die ingehuurd lijken voor een wat folkachtige sfeer, er is Beatlesque psychedelica voor de experimentele kant, er is zelfs een a-capella Ferree voor de weet ik wat voor een kant, en dit alles door elkaar gehusseld met veelal zoetsappige songs. De aandacht is bij mij dan ook snel weg. Ferree mag van mij de wereld overvliegen, maar in mijn tuin hoeft hij niet te landen. Ik zal het echter wel bij het verkeerde eind hebben, zo'n label zal zich toch niet vergissen. Toch?
File Under: Fladderdefladder
File Audio: [Het hele album in stream]
Reel Big Fish - Our Live Album Is Better Than Your Live Album
Dat krijg je er van. Zeggen dat je van ska houdt en nog geen week later ligt Our Live Album Is Better Than Your Live Album van Reel Big Fish voor je neus. Na een s tukkie over de band van Neerlands Skarfeester-number-one, kreeg mijn waarde collega bijna letterlijk doodseskaders achter zich aan en nu mag ik proberen om alle skandinaviërs en skandijvie-vreters tevreden te houden. Op het skavot treed ik aan, als dat maar goed gaat! En ik val meteen met mijn neus in de boter, want de teerling van deze Amerikanen bestaat uit een dubbele live-cd die opgenomen is tijdens de Deep Freeze Tour plus nog een dvd met concertregistratie van een show in Californië begin 2006. Na de breuk met hun voormalige platenlabel besloten deze masters of meligheid alles zelf weer te doen en de fans te trakteren met dit op eigen label verschenen overzicht. En een traktatie is het geworden! Werkelijk alles klopt op dit album. De potpourri van ska, punk, rock en metal swingt de pan uit. De kopersectie blaast het dak eraf terwijl zanger en frontman Aaron Barrett als een spraakwaterval alles aan elkaar zwetst met lauwe grappen en jolig commentaar op de rest van de bandleden. Ondertussen timmert nieuwe drummer Ryland Steen alles vakkundig aan elkaar en voorziet Matt Wong, bassist van het eerste uur, alles van een lekkere, groovy sound. Misschien dat voor sommigen de overdaad aan humor, het grappig willen zijn en de onvermijdelijke covers wat gemaakt overkomen, maar met kwaliteitsliedjes als "She Has A Girlfriend Now", "Sell Out" en de 'vele versies van S.R.' onderschrijven deze heren hun bestaansrecht en het ongelijk van de platenbonzen. Koop dus gewoon deze en niet de 'best of' die volgende maand uitkomt via één of ander label.
File Under: Zoiets?
Ataraxia - Paris Spleen
Dit is zo'n plaat waarvan de oppervlakkige beschrijving eigenlijk interessanter is dan de muziek. Ga maar na, een flinke groep muzikanten zet de modernistische dichtbundel Le Spleen de Paris van Charles Baudelaire om in een gotische circusvoorstelling. Vrouwen met snorren, blaffende honden en grimmig gelach. Het is de sfeer van een Tim Burton-film. Of denk aan de Franse film Delicatessen, waar een bijzondere slager een flat onveilig maakt. Aaah! 'Ladies and gentlemen, signori e signore.' Het spektakel kan beginnen. Ataraxia serveert twaalf stuk voor stuk te lange liedjes, die minder industrieel en metaal zijn dan ik had verwacht. Er is juist plaats voor akoestische gitaren en een accordeon. Helaas zijn de vocalen minder aangenaam. Twee vrouwelijke vocalisten, de ene mannelijk bulderend en de andere theatraal jankend. Komisch als een gepersifleerde opera in Klokhuis. Woe-hoe-hoe! Uiteindelijk ontstijgt elke plaat wel ergens zijn basisniveau en dat gebeurt hier in "Le Marchand de Nuages". Een gevoelig wiegende gitaar en een ouderwets (middeleeuws?) blazersarrangement, wat op de uitstekende debuutplaat van Sufjan Stevens had kunnen staan. Voeg daarbij nog wat rinkelende schelpen van Beirut en het koortje gaat ineens zingen alsof het Kerstmis is. Ook gebeurt er iets wat al veel eerder had gemoeten, een diepe mannenstem draagt op plechtige toon de tekst voor. Van mij mag de plaat er dan wel mee ophouden, maar we moeten nog een half uur. Gelukkig zijn de stoelen in dit theater wel in orde en dommel ik langzaam weg, tot het spectaculaire slotvuurwerk me wekt.
File Under: Bienvenue A L'Enfer
File Audio: [Klikken naar de discografie]
Meindert Talma
'De komende tien jaar wil ik meer met de muziek bezig'
Meindert Talma vierde op de valreep van 2006 in de Vera-club te Groningen het tienjarig bestaan van zijn band Meindert Talma & The Negroes. Naast de presentatie van zijn nieuwste cd Nu geloof ik wat er in de bijbel staat, bestond de avond uit een vertolking door derden van een selectie uit het oeuvre van de band. Alle artiesten of bands waar Talma en zijn Negroes de afgelopen jaren mee te maken hadden gehad speelden in de Groninger rockclub nummers van The Negroes zoals die nog nooit gespeeld waren. Al was het alleen maar omdat een aantal artiesten zich genoodzaakt zag de liedjes te vereenvoudigen, omdat deze toch een stuk ingewikkelder bleken dan vaak op het eerste gehoor lijkt.
Luca - Sick of Love
Op Sick of Love, de derde cd van Luca, de band rond Nick Luca stikt het van de bekende namen. In het lekkere uptempo openingsnummer bijvoorbeeld krijgt Luca gelijk al hulp van M. Ward op elektrische gitaar en M. speelt verderop ook nog een paar riedeltjes piano. Later komen Jon Rauhouse, Howe Gelb, Graig Schumacher, Joey Burns en John Convertino buurten. Een beetje inteelt is het allemaal wel, want Luca assisteerde hen in het verleden ook al op weg met hun cd's voor Calexico en Giant Sand. Daarnaast hielp Nick Luca ook al mee aan albums van Richard Buckner en Neko Case. Voorwaar geen misselijke namen. Zoals hij niet nadrukkelijk zijn stempel drukte op hun albums - ik wed dat jij net zo min als ik al eerder van hem gehoord had of dat hij je in ieder geval niet op gevallen is - zijn de bekende namen hier ook geenszins dominant aanwezig. Al valt een pedal steel zoals die van Jon Rauhouse natuurlijk wel snel op. Op Sick of Love draait het toch vooral om Nick Luca met zijn fijn schuurpapieren stem en zijn mooie tussen alt.country en pop/rock heen schietende liedjes. Ik prefereer hiervan overigens zelf de wat meer uptempoliedjes zoals het felle met huppelbas opgesierde "Rosalie", al valt het aan Buffalo Tom doen denkende "Love Me Too" ook niet te versmaden. Saillant detail is overigens dat op de Amerikaanse persing Nick Luca alleen op de hoes staat en op de Europese zijn vast bandmaatjes Chris Ciambelluca en Paul Ellis er ook bij op mogen. Blijkbaar is Luca toch meer een 'echte' band dan hij zelf in eerste instantie dacht.
File Under: Nick Luca maakt lekker plaatje met zijn bekende vrienden.
Harlan T Bobo - Too Much Love
Jaha, 'folk-minimalism, modern alt.country and back to basics - rock 'n roll', ronkt het op de website van de platenmaatschappij. Althans, van de Duitse platenmaatschappij, die de plaat twee jaar na de release in thuisland VS uitbrengt in Europa. Veel meer informatie is er niet te vinden. Over Harlan T Bobo de artiest in kwestie overigens ook niet. De website vermeldt slechts 'please return soon'. Na wat verder googelen vind ik nog dat Too Much Love een 'break up record' zou moeten zijn en kom ik zowaar wat lovende recensies tegen. En daar kijk ik dan toch van op. Niet dat Too Much Love een slechte plaat is, maar goed is anders. Ik kom eigenlijk niet verder dan 'geinig'. Er staat namelijk geen slecht nummer op, ik heb de plaat met plezier gedraaid, maar ik weet zeker dat ik Too Much Love na dit stukje nooit meer opzet. De ronkende omschrijving van de platenmaatschappij klopt overigens wel. Bobo wisselt alt.country af met rock 'n roll achtige nummers, en neemt zo nu en dan heel minimalistisch het gas terug. Maar voor een 'break up record' wordt er wel heel erg braaf gemusiceerd. Mijn zielepijn zal er in ieder geval niet van genezen. Daarvoor heb ik toch een middel als "Over" van Peter Hammill nodig. Speaking of which, wellicht moet ik die maar eens opzetten, want ik heb eigenlijk wel genoeg Bobo gehoord. Iemand een cd'tje hebben?
File Under: Tja, wat zal ik er van zeggen...
Julian Sas - Resurrection
In de polder waar ik ben opgegroeid was er één dorp met een fatsoenlijk concertzaaltje. In dat zaaltje heb ik concerten gezien van Vandenberg, Picture en de Nederlandstalige hardrockers van Vandale. Zou het toeval zijn dat Julian Sas uit precies dat dorpje afkomstig is? In elk geval zou het een open deur intrappen zijn om te zeggen dat Sas dat dorp ontstegen is, want Resurrection is alweer zijn tiende album en het eerste voor blueslabel Provogue. Met een toetsenist minder en een nieuwe drummer is het inmiddels een klassiek bluesrocktrio van gitaar, bas en drums. Net zoals de band van zijn grote held Rory Gallagher, wiens geest je door heel wat nummers op dit album hoort waren. Luister alleen maar eens naar opener "Moving To Survive". Sas' zang zit ergens tussen Rory Gallagher en Jimi Hendrix in: hij is geen geschoolde zanger, het is soms meer praatzingen wat hij doet, maar het past prima bij de rauwe, sfeervolle bluesrock die hij ten gehore brengt. Het Engels in het boekje en in de teksten is niet altijd foutloos, maar voor de uitspraak heeft hij prima naar Engelse en Amerikaanse voorbeelden geluisterd en die is dus dik in orde. Het in tien dagen opgenomen album staat vol fraai gitaarwerk - met en zonder slide - waarin Sas laat horen dat hij technisch heel wat in zijn mars heeft, maar te allen tijde kiest voor het gevoel boven de techniek. Aanvankelijk had ik het gevoel dat er wat teveel midtempo songs op stonden, maar toen ik me het tempo van dit album eenmaal eigen had gemaakt bleef er maar één ding over: genieten. Genieten van de bloezzz.
Julian Sas is de komende maanden op tournee door Nederland. De eerstvolgende gelegenheden om Julian Sas en band te horen, zijn
vanavond in De Kade (Zaandam),
morgen in BBC (Buurmalsen) en
zondag in Brothers (Bunnik).
Kijk voor meer data het tourschema op de site.
File Under: Polderdeltablues?
File Audio: [Moving To Survive]
Prymary - The Tragedy Of Innocence
"Ik zie ik zie wat jij niet ziet" is de meest recente campagne van SIRE op dit moment. Een onderdeel van deze subtiele, doch kei-harde campagne is seksueel misbruik. In Nederland alleen al zijn er jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffer van seksueel misbruik. The Tragedy of Innocence van de Zuid-Californische progressieve rock/metalband Prymary vertelt het verhaal van Valerie Quirarte, de vrouw van drummer Chris Quirarte. Haar verhaal start 25 jaar geleden toen zij op vijfjarige leeftijd door haar vader werd verkracht, en voert ons aan de hand van twaalf ijzersterke en zeer afwisselende songs mee door de rest van haar roerige leven, tot aan het heden. Muzikaal gezien zit het allemaal retestrak in elkaar, zoals we van een goede prog-metal band mogen verwachten. In 2003 debuteerde de band met het album "Prymary" en sindsdien speelden zij o.a. op de pre-party van ProgPower USA en op het Headway Festival in Amstelveen. Ik hoor invloeden van Korn terug in het zware basswerk in "Soul Deceiver" en herken de sound van OSI in het laatste nummer "Choices". Al moet ik wel erg wennen aan de stem van zanger Mike Di Sorro. Maar hoe vaker ik luister, des te meer zijn stem toch past bij het geheel. Maar goed ik dwaal af... en dat lijkt me gezien de ernst van de boodschap niet de bedoeling. "Ik zie ik zie wat jij niet ziet" is een goede campagne, met hopelijk veel impact. Maar of een conceptalbum van een jonge, zeer talentvolle, band als Prymary net zoveel impact heeft, dat weet ik niet. Maar een ding is zeker, op mij heeft The Tragedy of Innocence veel indruk gemaakt. Met de songteksten in mijn hand ben ik net zo stil als na het zien van de SIRE-campagne.
File Under: Ik zie ik zie wat jij niet ziet
File Audio: [Hier]
The Bush - Got Bush If You Want It
Bij mijn audioapparatuur staat een aantal elpees die ik gered heb van de vuilnisman. Als ik echter de eerste schijf opzet dan begint het vreselijk te kraken. Het exemplaar is helemaal op, het is niet om aan te horen. Alleen de katten gaan op onderzoek waar het gekraak vandaan komt. Als in de derde song de naald blijft hangen is de maat vol. Ik zet een cd op. Even later vraagt Got Bush If You Want It! van The Bush de aandacht. Een Amerikaanse band die niets met George W. of met die latere band Bush zonder The te maken heeft. Nee, The Bush was een band die ergens halverwege de zestiger jaren delen van Californië onveilig maakte en ergens in maart/april 1967 ophield te bestaan. Ik had er, al is er twee maanden overlapping met mijn geboortedatum, nog nooit van gehoord. Ik dacht zelfs dat het een grap was, want de foto op de voorkant lijkt een bewerkte. Het lijkt echter allemaal echt, dankzij al die geweldige foto's in de inlay en de 27(!) songs op de cd. Het hoogtepunt in hun carrière was het voorprogramma van de Stones te mogen zijn voor een zaal met 3000 man. In de Engelse muziekscène ligt dan ook een grote inspiratiebron met verder bands als The Kinks en Manfred Mann. Op deze cd staan de singles die ze uitgebracht hebben, inclusief de b-kantjes. Het zijn er niet veel, maar deze zijn veelal wel door The Bush zelf geschreven. Verder heeft de band. Ze hebben echter wel veel (en dan vooral covers) opgenomen; die opnames zijn kennelijk weer gevonden en na bewerking na al die jaren uitgebracht. Het klinkt allemaal best oké, alleen sensationeel is het niet. Daarvoor lijkt het teveel op hun voorbeelden. Liefhebbers doen echter geen miskoop aan deze schijf, en voor mensen die destijds de band in Amerika hebben meegemaakt lijkt het me een verplichte aanschaf. Ik vrees echter dat er niet veel Nederlanders te vinden zijn die aldaar verbleven. En voor hen die niets met gedigitaliseerde muziek hebben is het ook op vinyl verkrijgbaar. Uiteraard!
File Under: 60s in the USA
File Audio: [Wat dacht je zelf?]
File Video: [You Tube]
Peter Elkas - Pary Of One
Er zijn van die albums die iedere keer weer onder aan het stapeltje belanden. Albums die je meerdere malen beluistert, maar waar je eigenlijk geen zinnig woord over kwijt kunt. Slecht is het niet, maar je voelt ook nergens de behoefte loftuitingen van de daken te gaan schreeuwen. De gevreesde middelmaat dus. En daar zijn er stiekem best wel veel van. Te veel zelfs. Ik ben de eerste die toe zal geven dat ik zo'n album in een goede bui - zonnige dag, plus op de rekening en de boodschappen in een recordtempo afgerond - misschien wel iets te positief zou kunnen beoordelen. Regent het katten, honden, cavia's en diverse geleedpotigen en kies ik geheel volgens Murphy de traagste rij, dan komt zo'n album er een stuk slechter vanaf. Tenzij het natuurlijk precies dat gevoel weet neer te zetten dat ik op dat moment heb. Ook knap. Vandaar dat ik een album altijd meerdere luisterkansen gun. Zo ook Party Of One van de Canadees Peter Elkas. Ben ik in een rotbui, dan beschuldig ik hem ervan een Jack Johnson met een volumeknop te zijn. Ben ik beter gemutst, vind ik hem een alleraardigste Ron Sexsmith-adept. De waarheid zal daar waarschijnlijk ergens tussenin liggen. Het is in ieder geval geen album waar ik nog langer wakker van ga liggen.
File Under: De grijze middelmaat
File My Space: [Doe een poging]
COEM - Move/The Mountain
De grote Belgenpop-hausse van de jaren 90 lijkt enigszins voorbij, maar het borrelt nog steeds in het indierock-circuit bij onze zuiderburen. Het Hasseltse COEM is zo'n bandje dat intussen bij hun vierde album is aanbeland en deze keer is het een dubbelaar, waarbij de twee cd's verschillende kanten van deze getalenteerde band laten horen. CD 1 heet Move en bevat een vijftal tot in de puntjes afgewerkte indierock-songs, die doen herinneren aan bands als dEUS, Mintzkov Luna en vroegere Zita Swoon, met een snuifje Pavement. Typisch Belgisch inderdaad. De gitaren schuren zonder dat ze al teveel uit de bocht vliegen, de zang is een tikje introvert en melancholiek en de songs zijn gewaagd opgebouwd, bevatten een kop en een staart en vervelen geen moment. Persoonlijke favoriet is de songs "T (Is For Talking)", maar ook de andere songs van de eerste schijf mogen er zeker wezen. CD 2, getiteld The Mountain, steekt wat anders in elkaar. Dit is een registratie van een radio-optreden dat de band een tijdje terug heeft gegeven voor het Belgische Radio 1-programma Cucamonga en bevat een vijftal geimproviseerde songs annex jams waarin de band het vooral in jazzy post-rock zoekt. Dat betekent dus lange opbouwstukken, piano-intermezzo's, adempauzes en rustieke soundscapes die rustig voort kabbelen en verschillende sfeergebieden bezoeken. Persoonlijk vind ikzelf de eerste, meer popgerichte cd de betere, maar ook deze tweede mag er zeker zijn. COEM bewijst een band te zijn die van verschillende markten thuis is en met deze dubbelaar leveren ze een prima staalkaartje af van wat ze in hun mars hebben. Laat ze maar gauw eens een toertje hier door Nederland doen. Ik ga dan zeker kijken.
File Under: Typisch Belgische indierock
File Audio: [Awel]
Alamo Race Track
"Ik ben al één keer herkend, of nee twee keer!"
Het is etenstijd in de kelders van poppodium 013 in Tilburg. Het is er gezellig druk. Vanavond spelen verschillende bands van het Excelsior-label in de kleine zaal onder de noemer Fine Fine Music. Vanavond spelen Ghost Trucker, Spinvis en Alamo Race Track. Zanger Ralph Mulder van Alamo Race Track heeft z’n bord vol geschept. Eten en een interview geven tegelijk? Geen probleem voor Ralph. We gaan in één van de kleedkamers zitten. Tijdens het gesprek eet Ralph rustig door, alleen de aardappels vindt hij niet zo lekker. "Die laat ik maar liggen".
John Zielman and the Selves - Babbling of Fools
Bijna zei ik het tegen hem terwijl ik hem trof achter de balie in de winkel waar hij werkt: 'John, waarom heb je nou in hemelsnaam die mooie cd die je gemaakt hebt bijna om zeep geholpen met dat oeverloze gepiel in het outro van "She Said".' Ik hield het voor me, want vond het toch wel een beetje ongepast om hem er zo pats-boem out of the blue mee lastig te vallen. Dus zeg ik het nu hier maar en dan houd ik er over op. Ik kan het beter hebben over de dertien liedjes die hij en zijn band The Selves opgenomen hebben voor Babbling of Fools, want die zijn namelijk veel beter. John Zielman is weer eens zo'n artiest waar ik me over verbaas dat hij niet gewoon een succesvollere naam is. Want Zielman is nog zo'n authentieke songsmid, die het ambacht van het schrijven van liedjes die zich in je hoofd nestelen nog verdomd goed begrijpt en deze ook nog eens ragfijn op plaat weet vast te leggen. Ik bedoel, wie van een band als Crowded House (die overigens voor veel geld weer bij elkaar komen) houdt zou ik bijna blind kunnen adviseren om deze cd aan te schaffen. Het gaat te ver om John (die overigens ongeveer twintig jaar in Australië woonde en daardoor gevrijwaard is van welk Nederlandse Engels dan ook) op dezelfde hoogte te plaatsen als Neil Finn cs., maar hij is ook een meester in het smeden van van die Koninklijke koortjes en harmonieën waar Finn een grootmeester in is. Maar gezien de leeftijd van John zal hij zijn inspiratie niet alleen uit die hoek gehaald hebben, maar ook verder beïnvloed zijn door degelijke jaren zeventig pop. Ik moet dan ook een beetje grinniken als ik de band gelist zie staan bij 3FM's Serious Talent. Ten eerste hadden sommige van de dj's daar zijn zoon kunnen zijn, ten tweede zit in zijn band een winnaar van een Grote Prijs en de bassist van het legendarische Braak. En daarnaast: Zielman is al lang geen talent meer, maar veel meer dan dat. De volgende keer als ik in de winkel kom waar hij werkt, dan complimenteer ik 'em gewoon met zijn mooie plaat. Dat outro, dat skip ik gewoon.
File Under: Niks geen overbodig gebabbel
File Audio: [Hier]
File Sell-A-Band: [Hier]
File PodSafeNetwork: [Hier]
Lee Hazlewood - Cake or Death
Het is de tijd van de ouderdom. Kijk de jaarlijstjes 2006 er maar op na: Bob Dylan, Neil Young en wijlen Johnny Cash maakten de beste platen en over een paar weken treedt Willie Nelson op in een uitverkocht Paradiso. Aan het eind van 2006 bracht cultheld Lee Hazlewood zijn laatste plaat uit. Hij is ongeneeslijk ziek en slijt zijn laatste dagen aan de rand van het zwembad van zijn huis in Las Vegas, na een carrière die wel altijd beschreven zal worden aan de hand van dat ene liedje, 'These Boots Are Made For Walking'. En geef toe, er zijn slechtere songs om mee herinnerd te worden. Op Cake or Death staat de laatste versie: jazzy en cool, zonder de adrenaline die hij Nancy Sinatra mee liet geven aan deze klassieker. Denk echter niet dat Cake or Death een uitgebluste CD is geworden: de anti-oorlogssong 'Baghdad Knights' is als single uitgebracht. Verder staat dit testament vol met alles waar Lee Hazlewood bekend mee is geworden: dramatiek, tongue-in-cheek-grapjes en vooral duetten. Zijn kleindochter Phaedra Dawn Stewart zingt mee, net als onder meer jazz-zangeres Ann Kristin Hedmark en Bela B. van Die Ärzte. Ook zijn inmiddels overleden compaan Al Casey en Duane Eddy helpen de oude excentriekeling een handje. Cake or Death is niet 's mans grootste wapenfeit, maar wel zijn laatste en - eerlijk is eerlijk - dat bepaalt deels de waardering. Daarom is het jammer dat dit album pas in december 2006 verschenen is en ongetwijfeld is dat de reden waarom we deze allerlaatste plaat van Lee Hazlewood in zo weinig jaarlijstjes hebben gezien.
File Under: Testament van een genie
File Video: [Baghdad Knights]
You Say Party! We Say Die! - Hit the Floor
Het aantal dagen dat dit plaatje al op mijn te recenseren stapel ligt, is omgekeerd evenredig met de kwaliteit ervan, al snap ik dat kwaliteit niet in dagen te beschrijven is en deze opmerking dus eigenlijk als kut op dirk slaat. Ik ga er desalniettemin vanuit dat men begrijpt wat ik bedoel: ik heb dit plaatje te lang laten liggen, ik had er eerder over moeten schrijven, want ik vind het een erg leuk plaatje. Het is niet zo dat ik dat niet al na de eerste luisterbeurt wist, en het is ook niet zo dat ik geen zin had om erover te schrijven, of dat ik niet wist wát ik dan moest schrijven. Nee, het Canadese You Say Party! We Say Die! is een erg leuk bandje dat meer feest dan doodgaat op Hit the Floor, en bovendien klinkt het anders dan de meeste verhalenpop die we uit de nieuwe Canadese scene kennen. Dit is postpunk, zonder de funk die de hedendaagse bandjes vaak de das omdoet. Rock'n'roll, en catchy. Gitaren, lekker vuig en schreeuwerig. De schreeuwende Becky die soms doet denken aan Love is All en die goed samengaat met de melodieuze synthesizer en de vaak eenvoudige edoch doeltreffende beats. En dansbaar, zo dansbaar dat een liveoptreden ook een enorm feest moet zijn en dat ik baal dat ik de eerste twee optredens in Nederland heb gemist. Had ik dit plaatje maar niet zo lang op mijn stapel moeten laten liggen. En ze komen vast weer eens, hè? Toe?
Please? Ah, toe...
File Under: Gave meisjespunkrock!
File Audio: [Luister maar!]
These Arms Are Snakes - Easter
Als ik aan Pasen denk komen beelden bij mij boven van poezelige kuikentjes die rondhuppen over het erf. Ik zie vrolijke haasjes met gekleurde mandjes waarin allerlei chocolaatjes liggen te glimmen of mooi geschilderde eieren wachten om getikt te worden. Boven alles overheerst de kleur geel dit hele beeld. Eén ding wat mij in ieder geval niet direct te binnen schiet wanneer ik aan het Paasfeest denk is slepende post-hardcore. Het uit Seattle afkomstige These Arms Are Snakes heeft daar blijkbaar andere ideeen over, aangezien zij hun tweede cd kortweg Easter doopten. Het kwartet associeert Pasen vooral met donkere en duistere geluiden en teksten, hier en daar omlijst met wat (anti)religieuze tintjes. Dat is even wennen, maar daarna blijkt de band een zeer bijzonder eigen geluid te hebben dat in sommige gevallen net zo eigenwijs en confronterend is als At The Drive-In, The Mars Volta en (And You Will Know Us By The) Trail Of Dead. Blijkbaar is het een must om je band een onmogelijke naam te geven, wanneer je dit soort muziek maakt. Rare orgeltjes, bizarre tonen, psychedelische effecten, soms recht-toe recht-aan, dan weer tergend om de hete brij heen draaiend. Het is geen gemakkelijke kost en vergt in sommige gevallen stalen zenuwen om heel Easter uit te zitten maar diegenen die bereid zijn wat geduld en tijd te investeren zullen er echter absoluut geen spijt van krijgen
File Under: Zenuwslopend
File Audio: [Horse Girl ]
Norah Jones - Not Too Late
Twintig miljoen cd's verkopen van een album. Er zijn al niet veel artiesten die dit lukt. Er zijn er nog minder die ik goed vind die dat doen. Sterker nog, Norah Jones kon wel eens de enige zijn voor wie dit geldt. En eigenlijk snap ik nog steeds niet helemaal waarom ik nou zo'n zwak voor haar heb. Want laten we elkaar geen mietje nomen: zo überbriljant zijn de liedjes die ze speelt niet. Ik denk dat het het totaalplaatje is dat me week maakt. Die stem, de looks, de net niet te gemakkelijke liedjes, het sluit soepel op elkaar aan en maakt het geheel tot iets voor mij onweerstaanbaars. De verschillen op de nieuwe plaat Not Too Late ten opzichte van de vorige twee cd's zijn dan ook niet voor niets klein. Opvallend is wel dat Jones het voor het eerst aandurft om alleen maar eigen liedjes op te nemen. En daar wordt haar muziek helemaal niet slechter van. Een verschil met vorige albums is ook dat ze niet onder tijdsdruk heeft hoeven werken. Wanneer Jones een liedje af had of zin had om met haar band wat op te nemen, dan deed ze dat gewoon. Een soort van verkapte (en vroege) sabbatical, zeg maar, en die heeft haar volgens mij goed gedaan. Het maakt dat Not Too Late zo mogelijk nog meer relaxed klinkt dan zijn voorgangers. Ze plaagt in "Sinkin' Soon" zelfs een tikkie baldadig. Op dat nummer, waarin ze haar waardering voor Tom Waits niet onder stoelen of banken steekt, krijgt ze overigens hulp van alt.country folktroubadour M. Ward. Overigens betekent relaxed niet dat Jones alleen maar zoetsappige liefdesliedjes schrijft, in "My Dear Country" gaat het zelfs over politiek (poe!). Nee, Not Too Late is geen spat slechter dan zijn twee voorgangers en dat is best fijn.
File Under: Norah Jones regeert punt
File Audio: [Thinking About You]
Sacred Sailors - Golden Dawn
Herinneren we ons The Hives nog? Je weet wel die Zweedse pikkies in die witte pakkies van aanstekelijke nummers als "Hate to say I told you so" en "Main Offender". Ze schijnen aan een nieuwe plaat te werken, niet zo gek want hun meest recente album Tyrannosaurus Hives is alweer van twee en een half jaar geleden. Het werktempo ligt blijkbaar niet hoog in Zweden. Om het wachten te verzachten kunt u als liefhebber het tweede album van The Sacred Sailors opzetten. Golden Dawn staat namelijk vol met puntige garage- punk-rock nummers, die in het verlengde van het werk van The Hives liggen. Met hier en daar een knipoog naar het verleden. Energiek, snel en lekker luchtig. Ik had niet het idee dat ik naar iets revolutionairs aan het luisteren was. De heren zelf denken daar, getuige hun biografie, duidelijk anders over: "The way we've improved rock music of today will be appreciated by generations to come." Wat zijn ze toch schattig die Zweden. Zanger Manne Ollander klinkt soms een beetje als Johnny Borrell van Razorlight en dan weer als onze eigen Maurits Westerik van Gem. Luister vooral naar het geweldige "Hard to Find", inclusief krijsende frontman. The Sacred Sailors moeten het duidelijk hebben van de variërende zang van Ollander. Leuk tussendoortje. Laat die nieuwe Hives-plaat nu maar doorkomen.
File Under: Zweedse garage-punk-rock
File Audio: [Samples] [Hard to Find op Myspace]
Destroyer - Destroyer's Rubies
Het was afgelopen weken een drukke boel bij ons thuis. Er was bijna elke avond wel visite en in het weekend was het niet anders. Het had allemaal zo zijn redenen en op zich was het ook niet vervelend. Er kwam alleen niets van het beluisteren van muziek. Hetgeen toch noodzakelijk is voor het schrijven van deze stukjes. Nu is niets wel erg kort door de bocht, want ik heb Destroyer's Rubies van het Canadese Destroyer, de cd die aan de beurt was, weken op de achtergrond gedraaid. Nu kan ik heel wat muziek bedenken die hier prima dienst voor kan doen, maar met dit album is dit niet het geval. En eerlijk is eerlijk, de muziek irriteerde mij zelfs. Dit is vreemd, want over de voorganger was ik zeer te spreken. Het probleem zit allereerst in de slotregels van het bijbehorende stukje: "Kurt Weill leeft!" Dit betekent dat het in mijn ogen per definitie niet al te toegankelijke muziek is met dramatiek en onverwachte wendingen. Neem hierbij de wat hoge stem, de af en toe ronkende gitaar en de redenen van mijn irritatie zijn duidelijk. Als ik dan eindelijk de tijd heb om me alleen op de bank te nestelen en de cd volluit te draaien dan blijkt de irritatie totaal ongegrond. De muziek van Destroyer, dat t.o.v. de samenstelling bij hun vorige album zelfs een volledige band is, klinkt subliem. Het is spaarzaam en effectief, het gaan andere momenten helemaal loos, het tempo wordt er soms uit gehaald, stukken (lalalala-) -tekst kunnen anderzijds mee geneuriënd worden, nergens lijkt het grijpbaar, maar toch klinkt het weer zo bekend. Alsof je John Cale, Gavin Friday, David Bowie, Bryan Ferry, Nick Cave, The Prayer Boat en uiteraard Kurt Weill in een blender gooit. Mijn vriendin vraagt later aan mij of de muziek die ik de afgelopen dagen aan het draaien ben een recensie-cd is, ze vond hem wat irritant. Tja, wat zal ik zeggen. Oneens, behalve de saaie totaal niet in de lijn liggende bonustrack. Gelukkig staat die aan het eind.
File Under: Het moet ook niet te makkelijk gaan
File Audio: [Twee nummers zijn gestreamd hier te beluisteren]
File My Space: [En drie hier]
File You Tube: [52 seconden live]
House Of Lords - Live In The UK
Toen afgelopen jaar House Of Lords het uitstekende World Upside Down uitbracht, was ik niettemin licht teleurgesteld. De band bestond namelijk uit andere muzikanten dan in 2005 het geval was. Toen tourde de band met naast James Christian ook gitarist Lenny Cordola, bassist Chuck Wright en superdrummer Ken Mary. Gelukkig zijn er toen op het Firefest opnamen gemaakt en krijgen we die nu in zijn geheel onder de titel Live In The UK voorgeschoteld. Geen nummers van World Upside Down, maar wel een mooie selectie van de vier voorgangers. Alleen Demon's Down is met één song ondervertegenwoordigd. En natuurlijk, er ontbreken krakers, maar dat is logisch als je het met twaalf songs en een bonustrack ("Havana" uit de The Power And The Myth-tijd) moet doen. Songs als "The Rapture", "Pleasure Palace", "Love Don't Lie" en "Sahara" ontbreken gelukkig niet. En wat de kwaliteit betreft valt er ook niets te klagen. Oprichter Gregg Guiffria was er niet bij, dus er lopen tapes met de toetsen en koortjes mee, maar het live-gevoel is behouden. En misschien nog wel belangrijker: het kamerbrede geluid ook. Want de muziek van House Of Lords moet het in de eerste plaats hebben van een prettige overdosis bombast, dus als het geluid live ineens een stuk magerder zou zijn ben je een van de pijlers kwijt. Maar nee, met de bassdrums van Ken Mary als zwaar fundament is het geluid prima. Het resultaat is een prachtig live-album. Te kort, maar dat is dan ook m'n enige klacht...
File Under: We want more!
File Audio: [Sahara] [Pleasure Palace] [Love Don't Lie] [Chains Of Love]
Pain of Salvation - Scarsick
Met hun vorige plaat Be maakte Pain of Salvation het haar fans allesbehalve gemakkelijk. Nee wacht, die zin moet anders: met zijn vorige plaat Be maakte Daniel Gildenlöw het zijn fans allesbehalve gemakkelijk. Zo, dat is beter. Want Be was vooral het ding van Gildenlöw. De reacties op die plaat waren dan ook verdeeld in twee kampen. Of je vond het briljant of je vond het niets. Ik vond het eerste. Dat zo'n conceptalbum in Scarsick als opvolger een min of meer normale band-cd krijgt die meer in de lijn van de eerste vier Pain of Salvation-cd's ligt, snap ik best. Gelukkig is normaal bij Pain of Salvation nog steeds niet alledaags. Neem alleen al het vreemde met Scissor Sisters-achtige disco flirtende "Disco Queen" of het musicalachtige uptempo met banjos(?) doorspekte "America". Niet echt normale ingrediënten voor een progmetalband. Maar als zoiets uit de pen van Gildenlöw komt, dan gaan deze elementen blijkbaar wonderwel samen. Want voorspelbaarheid is iets waar hij - gelukkig - een broertje dood aan heeft. Dus opent Scarsick met twee tegen landgenoten Clawfinger aanleunende tracks en volgt daarna met "Cribcaged" pas een meer normaal nummer. Een ballade die vanuit een ingetogen akoestisch piano/gitaardeel langzaam naar een intense apotheose toewerkt. U snapt: Scarsick is een divers album waarop voor mensen die niet vies zijn van een ambitieuze grensoverschrijdende progmetalband volop aan hun trekken komen.
File Under: Op en top Pain of Salvation
File Audio: [America]
The Shins - Wincing the Night Away
Onlosmakelijk is het nieuwe, derde album van The Shins verbonden met het gesprek dat ik met James Mercer had toen hij half oktober in Nederland was om te praten over zijn nieuwe album - vandaag of morgen op deze website. Onlosmakelijk zijn The Shins verbonden met het optreden dat ik zag toen ze op de binnenplaats van Somerset House in Londen in het voorprogramma van Belle and Sebastian stonden - ik was gelukkig. Onlosmakelijk is inmiddels het eerste album van The Shins met Garden State verbonden - ook ik kocht die plaat pas nadat ik verliefd was geworden op "New Slang". Onlosmakelijk het tweede met allerlei mooie momenten op dansavonden in Merleyn en met het meisje dat alle teksten mee kan zingen - ik schreeuwde sommige stukjes net zo hard terug. Onlosmakelijk is dit derde album met de eerste twee albums verbonden - The Shins zijn op Wincing the Night Away soms zo rustig, zo verstild, zo onbereikbaar als op debuut Oh, Inverted World ("Red Rabbits", "Black Wave"), en soms zo opgewekt, werelds en catchy als op Chutes Too Narrow ("Australia", "Turn on me"), maar The Shins zijn op Wincing the Night Away vooral onmiskenbaar The Shins. Het eigen geluid, nu aangevuld met hier en daar wat nieuwe instrumenten (viool, bespeeld door Paloma Griffin van Pink Martini) en andere gekke instrumenten (lap steel guitar, bouzouki, en hammered dulcimer bespeeld door Chris Funk van The Decemberists) en met de misschien iets tegenvallende 'volwassener' - overgeproduceerd? Te vol? - liedjes ("Phantom Limb", "Spilt Needles"). De teksten die een happy end lijken te voorspellen, maar teksten waarbij soms een cynische noot doorheen wandelt, teksten die meer vragen oproepen dan ze ooit antwoorden kunnen geven. Vandaag verschijnt Wincing the Night Away van The Shins. Gelukkig maar, mijn promo is al lang versleten.
File Under: Onlosmakelijk verbonden met heel erg mooie popliedjes
File Audio: [Op MySpace het hele album online!]
Alice Donut - Fuzz
We doen op File Under niet aan hokjes. Eens in de zoveel tijd gaat er een stem op om een bepaalde categorisering aan te brengen in de duizenden stukjes die we inmiddels hebben geplaatst, maar dit levert altijd zoveel discussie op dat we het uiteindelijk gewoon bij het oude laten. Ik kan mij daar prima in vinden, omdat er zoveel muziek wordt gemaakt die absoluut niet onder een voorgemaakt stempel geplaatst kan worden. Waarschijnlijk zou het gros van mijn stukjes onder het kopje 'hard & heavy' geplaatst worden (zoals ze dat bij de Mediamarkt ook altijd doen), wat een totaal nutteloze categorie is. Alice Donut bijvoorbeeld, da's nou typsich zo'n band die af en toe flink van leer kan trekken met een paar opgevoerde gitaren, maar daarnaast het talent heeft om ook hele mooie rustige composities te maken. Er is ruimte voor het experiment, sterker nog, er wordt aan één stuk door geëxperimenteerd en de verschillende muziekstijlen vliegen je om de oren (piano, blazers, violen, ze zijn allemaal van de partij). Geen enkel nummers is gelijk, enkel de lekker scherpe en provocerende teksten en de bizarre vocalen komen steeds weer terug. Het zou dan ook totaal onterecht zijn om Fuzz in een hokje te proppen. Nou goed dan, één klein hokje is wel op zijn plaats, Fuzz is voor 100% absolute Alice Donut-cd: je moet er van houden, maar als je dat doet is het genieten!
File Under: Alice Donut
File Audio: [Klik]
Jamiroquai - High Times (Singles 1992-2006)
In mijn reeks 'jeugdzondes', naast Toploader (jeuh!), Hanson
(ieuw!), The Ark (yuk!) en talloze andere guilty pop pleasures, hoort onvermijdelijk ook Jamiroquai. Ik heb in de loop der tijd al wat singles bij elkaar verzameld, die er allemaal ongeveer hetzelfde uitzien. Waar het logo van het mannetje met de hoorntjes gebleven is op High Times is me dan ook een raadsel. Enfin, mijn reden om blij te zijn met deze verzamelaar is dat nu eens eindelijk (bijna) alle popnummers van Jay Kay, het grote brein achter Jamiroquai, bij elkaar staan. Zijn albums zijn funky en vrij divers, maar sportautofanaat Jay heeft de gewoonte om er telkens maar een paar echte volgeproduceerde Stevie Wonder-achtige popbriljantjes op te zetten, en daar gaat het mij nou net om. Misschien is het wel opzet; tien jaar geleden al riep Jay dat hij honderden nummers op de plank had liggen. Op het propvolle High Times word je trouwens opnieuw genaaid; het fantastische "King for a Day" en "Half the man" staan er niet op, ten gunste van recentere ook-wel-aardig-maarja nummers als "Feels just like it should". Wel een voltreffer vind ik het nieuwe ultieme pre-uitgaansnummer "Runaway". Weer zijn het die typische akkoorden die het zo speciaal maken; ik wacht nog op de eerste analyse die het trucje muziektechnisch verklaart...
File Under: Van mij mag Jay nog wel zo'n Ferrari
File Video: YouTube staat er vol mee
Clayborn - Every Dog Has It's Day
Ik hou niet zo van gimmicks. Althans, als een band gebruik maakt van gimmicks, dan neem ik ze niet meer zo serieus. De muziek kan nog steeds erg leuk zijn, maar ik zal de cd's vooral draaien vanwege novelty, dan wel "zie deze mensen nu eens gek doen" redenen. Vanwege deze reden heeft Every Dog has it's day van het Rotterdamse Clayborn dan ook best lang op het nog-te-besprekenstapeltje gelegen. Het hoesje, met daarop drie mannelijke blaffende bandleden, die als honden in bedwang worden gehouden door een vrouw. Een vrouw met een uitstraling van: ik heb ballen. Nou ben ik daar helemaal niet bang voor, maar ik heb teveel meuk gehoord van vrouwen, die onterecht dachten dat ze ballen hadden. Magoe, je moet alles een keer proberen/beluisteren, dus belandde de cd van Clayborn uiteindelijk toch in mijn cd-speler. Waarna, plat gezegd, mij de bek even openklapte. Want tegen al mijn vooroordelen in is Crazy Jane wel een vrouw met ballen. En een heerlijke scheur (hmmm, kan ik dat eigenlijk wel zo zeggen?). Afijn, grote pluspunt is echter de back-up van de heren Kurt Amat, Rogier en Wally. Want Crazy Jane kan dan een heerlijk potje weg blèren, die degelijke eikenhouten rockband maakt dat ze kan excelleren. Ik moest gelijk aan een Danko Jones en een Morningwood denken, die zich van hetzelfde principe bedienen. Helaas zakt de cd aan het eind een beetje in, maar dat zien we bij deze eerste full length nog maar even door de vingers. Voor de rest: puike plaat!
File Under: Heel geen gimmick...
File Audio: [Woef!]
Sinner - Mask Of Sanity
Wanneer een Duitse muzikant een schuilnaam gebruikt, en dan nog zo'n kneuterige als Mat Sinner, dan heb ik altijd het idee dat hij in werkelijkheid wel Otto Knupschelmann of zo zal heten. Maar nee, hij heet Matthias Lasch, niets ernstigs. Ach, het zal wel een jeugdzonde zijn, want onder de bandnaam Sinner is hij al een jaar of dertig bezig. Inmiddels is zijn belangrijkste band Primal Fear, maar in Sinner is hij al die tijd niet alleen de bassist maar ook de zanger. En met dit twaalfde album levert Sinner een heel smakelijke portie hardrock op het randje van powermetal af. Bij niet een van de songs val je van je stoel van verbazing, maar de songs doen regelmatig op een prettige manier denken aan bands als Thin Lizzy (een versie van "Baby Please Don't Go" is bonustrack op deze cd), W.A.S.P. en Saxon. Het recept is eenvoudig: aardige songs, met snel meezingbare refreinen, John Sykesiaans gierende gitaren en daaroverheen de beperkte maar volstrekt bij het genre passende stem van Mat Sinner. Enige minpuntje is dat andere instrumenten nog wel eens tenondergaan in de zware riffs. Geen zwaar symphonische intro's - hooguit een beschaafd stukje piano vooraf of achteraf -, geen pretenties. Sinner doet aan degelijke hardrock zonder poespas. Terecht, want poespas zou hier gewoon afbreuk aan doen.
File Under: Degelijke hardrock zonder poespas
File Audio: ["The Other Side" op MySpace]
File Video: ["Diary of Evil" op MySpace]
King Me - Guide Down
Terwijl ik thuis tussen alle activiteiten door dit stukje aan het schrijven ben is Noorderslag in volle gang. Het bezoeken van het festival is er weer niet van gekomen. Druk, druk, druk. Mocht je er toch geweest zijn dan zou je daar zomaar King Me tegengekomen kunnen zijn die er een akoestische set speelde. Net zoals je trouwens King Me al vanaf eind 90er jaren in diverse bezettingen op de diverse Nederlandse (en zelfs buitenlandse) podia tegen had kunnen komen. Voor een aanleiding zorgt de band rond Michael Milo zelf wel door gemiddeld eens in het anderhalve jaar een nieuwe geluidsdrager uit te brengen. Ook in 2007 is dit het geval met Guide Down. Het album dat mij troost mag geven voor het weer niet bezoeken van Noorderslag. King Me maakt echter ook nu weer geen muziek om vrolijk van te worden. Breekbaar en emotioneel is het wel. Daar zorgen de lome liedjes die af en toe stiekem lijken te mogen rocken, de spaarzaam aangebrachte muzikale details als het geluid van de cello en viool en vooral het stemgeluid van Michael Milo wel voor. Muzikale referenties blijven bands als Radiohead en Sparklehorse, maar de lofirockers van weleer lijken uitgegroeid tot soms een heus orkest terwijl er het aan de basis toch een trio is. Guide Down is een album dat je rustig de tijd moet geven en vooral geen overhaaste meningen over moet hebben. Zit je namelijk éénmaal op de frequentie van King Me dan is dit een prachtig album waar alles op de juiste plek lijkt te staan. Alleen die rare tikken in de verder prachtige openingswals "My Maria" hadden wat mij betreft achterwege mogen blijven, maar zoals gezegd: geef het de tijd.
We gaven enkele exemplaren weg van deze mooie, breekbare plaat in een prijsvraag. Maar daar ben je natuurlijk al lang te laat voor.
File: King Me - Guide DownFile Under: Breekbaar
File Audio: [My Maria]
File Audio: [King Me]
File Video: [Pretty Girls]
Billie King - There You Go, My Love
Ik baalde er stevig van. Binnen 'ons groepje' hadden we net besloten dat Flowers For Breakfast stiekem het leukste bandje uit de Antwerpse scène was. We zouden de verrichtingen van de band rondom Tom Pintens (Zita Swoon, 2000 Monkeys) en Tine Reymer op de voet gaan volgen. Helaas voor ons was dat precies hetzelfde moment waarop de band besloot de brui eraan te geven. Tom bleef sindsdien muzikaal nog steeds zeer actief, maar voor zover ik weet dook Tine slechts sporadisch op als een van de zangeressen van El Tattoo Del Tigre. Dat vond ik als liefhebber van haar stemgeluid dus erg jammer. Ze stortte zich voornamelijk op haar acteercarrière, wellicht dat je haar kent van de politieserie Sedes & Belli. Ik deed dan ook een vreugdedansje toen ik vernam dat Tine weer achter de microfoon had plaatsgenomen in Billie King. In feite betreft het hier een soloproject van haar. Ze schreef een collectie prachtvolle popsongs en nam de moeite om een volledig vrouwelijke begeleidingsband bij elkaar te zoeken. Hierbij valt vooral het smaakvolle toetsenwerk van Sara Gilis op. Tine's stem zit ergens in het midden tussen het aangename gezelschap van Geike Arnaert (Hooverphonic), An Pierlé en Sara Lov (Dévics). Muzikaal gezien gaat Billie King het meest richting de laatste twee van dat rijtje. Uiteraard hoor ik daarnaast regelmatig echo's van Flowers For Breakfast terug. Niet zo gek, als je nagaat dat de productie ook nog eens in de capabele handen van Tom Pintens is.
File Under: Hartverwarmende muzikale comeback
File Audio: [Sit back, relax...]
Trouble - Psalm 9 / Skull
In 1984 bracht de band Trouble hun debuut uit, met eensluidende titel (ook wel bekend onder Psalm 9) en een jaar later kwam daar The Skull achteraan. Als je dat al een tijd geleden vindt, wordt het nog erger want ondanks de opkomst van de trashmetal halverwege de jaren 80 speelden deze Amerikanen doommetal op Black Sabbath-leest geschoeid, gemixt met de heavymetal-klanken van Judas Priest. Masters Of Reality meets Sad Wings Of Destiny dus. Niets mis mee zou je zeggen en dat klopt, alleen waren ze tien jaar te laat om nog een revolutie te veroorzaken. Komt nog bij dat deze Jedi's zich niet aangetrokken voelden tot The Darkside, maar meer het spoor van Obi-Wan volgden. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden en misschien is daarom het grote succes altijd uitgebleven.
Muzikaal gezien stond Trouble echter wel degelijk zijn mannetje en de combinatie van vette doomriffs, tegendraadse ritmes en bruisende solo's houdt anno 2007 nog prima stand. Tijdloze kwaliteitsmuziek dus die je nu middels deze fijne geremasterde juwelen alsnog in huis kunt halen. Je mag natuurlijk ook je oudere versies vervangen, maar voor de meegeleverde bonus dvd's moet je dat in ieder geval niet doen. De dvd bij Psalm 9 bevat een grappig interview en een aantal live gespeelde nummers, maar duurt nog geen twintig minuten. De dvd bij The Skull bevat een optreden uit 1984 die echter van zo'n erbarmelijke kwaliteit is, dat je tegenwoordig met je mobieltje nog een betere opname kan maken. De waarschuwing die voorafgaat dat ondanks herstelwerkzaamheden, nog technische imperfecties voorkomen mag nu al het understatement van het jaar worden genoemd. Gelukkig hebben we de muziek nog.
File Under: Naast Black Sabbath en Judas Priest
Rock Star Supernova - Rock Star Supernova
Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik ben he-le-maal klaar met al die reality- of wie-is-de-beste programma's op de TV en kan geen idool, grote broer, miljonair, X, schaats, ziekenhuis, bus, afslankende lelijkerd en naar school gaande rockster of wat dan ook meer zien. Het irriteerde me dan ook dat Jason Newsted, toch iemand die ik hoog heb zitten, zich heeft laten verleiden tot een show waarin een zanger geworven werd voor zijn nieuwe band Rock Star Supernova. Die band vormde hij inderdaad samen met twee andere Rock Stars: ex-Gn'R-gitarist Gilby Clark en Motley Crue's Tommy Lee. Nou mannen van televisiemaatschappij CBS: uitstekend idee hoor! Zoiets was echt nog niet eerder gedaan. Oh, wacht, toch, INXS deed het ook al. Zucht. Enfin, de winnaar van de plaats achter de microfoon werd uiteindelijk een Canadees:Lukas Rossi. En, ach, hij kan best een moppie zingen hoor, daar niet van, maar ik heb zwaar het vermoeden dat zijn coole look 'em ook niet in de weg gezeten heeft tijdens het selectieproces. Nou zou ik nog over mijn hart kunnen strijken als de liedjes op deze debuutplaat van ongehoord niveau waren, maar de liedjes op Rock Star Supernova ontstijgen zelden de grauwe middenmaat. Wellicht dat Newsted daarom zo moeilijk kijkt op de foto binnen in het boekje. Zo keek ik namelijk ook na beluistering.
File Under: Rock Star middenmoot.
Julie Doiron - Woke Myself Up
Julie Doiron is een Canadese zangeres die met "Snow Falls In November", van het album Goodbye Nobody, het mooiste nummer van deze eeuw heeft geschreven. Het is te wijten aan de daarmee opgeroepen verwachtingen dat dit nieuwe album zo tegenvalt. 29 minuten geeft de cd-speler aan en dat voorspelt al de nieuwe muzikale richting: vluchtiger en harder werk, weg slowcore, Julie rockt. Nou ja, dat valt uiteindelijk toch wel mee, maar tijdens opener "Woke Myself Up" zijn de wel erg simpele elektrische gitaarrifs toch even schrikken. Gebleven is de luie studio-attitude: één take is al meer dan genoeg. Dat heeft iets charmants, maar dan moet je wel wat langer aan je liedjes werken. Wat Julie en haar begeleiders hier brengen zijn obligate oefenruimte-ideetjes. Of is het gewoon een totaal gebrek aan inspiratie? Ach, er gebeurt af en toe echt wel wat aardigs. De akoestische gitaarsolo die aan een andere Canadees doet denken in "You Look So Alive", bijvoorbeeld. Of "Yer Kids", een nummer waar de oude intimiteit wél goed aansluit op de wat hardere gitaarriffs. Wat Julie nipt overeind houdt, is zoals altijd, die hartverscheurende stem. In "Dark Horse" weet ze zelfs te klinken als een nonchalante en hese Scarlett Johansson. Afgaande op de teksten heeft Julie relationeel gezien een lastige tijd gehad. Hopelijk is de woede er nu uit en kan ze terugkeren naar haar vertrouwde melancholie. Zoals ze aan het slot van deze plaat in het lieve waltzje "Me and My Friend" al doet: 'Me and my friend, we are not friendly anymore.'
File Under: Met de Franse slag
File Audio: [JulieSpace]
Tristania - Illumination
Bijna twee jaar na Ashes brengt Tristania met Illumination een nieuwe cd uit. De band is rustig verder gegaan op de weg die ze sinds het vertrek van Morten Veland waren ingeslagen. Deze nieuwe cd klinkt iets minder donker dan Ashes, maar tegelijkertijd ook krachtiger en energierijker. De band lijkt zo meer en meer toe te werken naar een eigen herkenbaar geluid. Sterke troef hierbij is zangeres Vibeke Stene die veelvuldig - en sterk - wordt bijgestaan door de cleane mannenstem van Østen Bergøy. Hij komt overigens met regelmaat ook heerlijk donker en rauw uit de hoek komt. Op Ashes verzorgde Ronny Thorsen (Trail Of Tears) nog de extreme vocalen, maar na zijn vertrek besloot de band niet op zo'n korte termijn een vervanger te gaan zoeken, veel nummers waren namelijk al geschreven. Daarom vroeg Tristania aan Vorph (Samael) om de brute en donkere stukken als gastvocalist in te zingen. Met als prachtig resultaat het nummer "The Ravens". Opvallend is dat Tristania met Illumination nog meer dan op zijn voorganger balans heeft gevonden in samenstelling van de nummers. Dit resulteert in een algehele mooie en passende sfeer voor het geheel. Naast het al genoemde "The Ravens" springen er in ieder geval nog twee nummers uit. Als eerste het vrij breekbare nummer "Destination Departure", waarin Vibeke prachtig ingetogen zingt. En als tweede de track "Sacrilege". Dit nummer, met zijn heerlijke meeslepende drums is toch wel de icing on the cake op Illumination. Ik denk dan ook niet dat er nog iemand is die Morten Veland bij Tristania nu nog mist. En dat is een goed teken.
File Under: Ze doen het gewoon weer.
File Audio: [Samples album]
Do-The-Undo - Do The Undo
Het persbericht ronkt een beetje en doet vermoeden dat er meer zeer zit bij Excelsior en de erven Daryll-Ann dan naar buiten is gekomen: 'De kenner weet het: Anne Soldaat was dè man achter wijlen Daryll-Ann. De gast die ons klassiekers als "I could never love you", "Tools R us", "Surely Justice", "We love danger" en "10.45" bezorgde en met z'n opzienbarende gitaarspel de band z'n bijzondere karakter gaf.' Einde citaat.
Er valt een boel op deze zinnen af te dingen en ik vraag me af wie dan die andere klassiekers van Daryll-Ann voor zijn rekening nam, maar eerlijk is eerlijk: Do-The-Undo neemt meer mee uit de Daryll-Ann-boedel dan Paulusma tot nu gedaan heeft. De pogingen om het perfecte popliedje te maken, de rinkelende gitaren, de mooie afwisseling tussen gewone stem in couplet en kopstem in refrein, het gevoel van 'waar-heb-ik-dat-riffje/zanglijntje/melodietje-eerder-gehoord', allemaal terug te vinden tussen de vijftien fijne tracks van deze debuutplaat van Do-The-Undo.
Neem daarbij een goed gevoel voor het betere citeerwerk ('Chama-chama-chameleon' van Culture Club in "Shake Hands, Be Polite" en 'We've got a thing and that is called radar love' in "The heart I had") en je wilt het stiekem toch zeggen: Daryll-Ann is dood, leve Do-The-Undo! Daarbij kan ik wel gaan zeuren over hoe netjes de boel is afgewerkt, dat er nergens echt loos gegaan wordt en dat de productie ook wel wat vetter had gemogen, maar feit is dat Do-The-Undo wel 'ns de THX JHN van 2007 zou kunnen worden.
File: Do-The-Undo - Do-The-UndoFile Under: Perfecte popliedjes
File Audio: [Hier]
Cancer Bats
"Make-up maakt hardcore absoluut niet kapot"
Hun debuut-cd Birthing the Giant komt deze maand ook in Nederland uit, maar eerst zijn de Cancer Bats bezig met hun eerste Europese tour. Samen met This is Hell staan ze in het voorprogramma van Alexisonfire. De drie bands zijn neergestreken in de Amsterdamse Melkweg. Zanger Liam ziet er uit als een vertegenwoordiger van de post-hardcore generatie: zwart haar met lange lok, strakke zwarte broek en zwart shirtje. Hij heeft wel zin in het interview, als ik aan kom lopen staat hij al op me te wachten.
Jackie Bristow - Crazy Love
Het blijft een raar fenomeen dat hele MySpace. Op ons account krijgen we echt om de haverklap verzoeken van wildvreemden uit zo ongeveer alle uithoeken van de wereld. Wat wil zo'n willekeurig artiest hier nu mee bereiken? Nou dat ik luister dus, denk ik. En dat doe ik ook nog regelmatig als ik een vrij uurtje heb. Een heel groot deel van de tijd vind ik het echter volkomen oninteressant wat ik hoor. Ofwel omdat het gewoon reteslecht is, ofwel omdat het een overduidelijke herhaling van zetten is. Zoeken naar een goudklompje in een grote modderpoel: nou joepie! Jackie Bristow vroeg me dus ook en - hoera! - zij is dus zo'n klein goudklompje. Goed, je moet wel houden van een beetje zoetsappige folky damescountrypop in de lijn van Shawn Colvin en aanverwanten, maar deze dame heeft zonder meer talent. Dat moet ook wel als je ziet wat voor een indrukwekkende lijst studiomuzikanten ze heeft gebruikt voor haar plaat Crazy Love. Die is ook nog eens geproduceerd door Mark Howard, een man met een imposant cv, en Jackie toerde onder andere met Daniel Lanois en Art Garfunkel. Nou is er voor geld natuurlijk een boel te koop, maar wie dit allemaal zou moeten betalen moet een aardige zak duiten brengen. En ik geloof eerlijk gezegd niet dat haar label Craving Records dat heeft. Bovendien klinken haar liedjes daarvoor ook te oprecht. Ik wil met alle liefde haar vriend zijn op MySpace.
File Under: Als een met liefde vers gezette Café au lait.
File Audio: [JackieSpace]
J.P. Shilo - As Happy As Sad Is Blue
Ja jongens en meisjes, ook ik was ooit jong. En nee, er was nog geen internet. Iets wat ik me nu nauwelijks nog kan voorstellen, maar het was toch echt zo. Toch was ik geïnteresseerd in de wereld om me heen. Televisie was er wel, maar dit gaf mij toch een beetje het gevoel dat anderen konden bepalen wat ik moest ontdekken. Boeken boden enige uitkomst, maar de bibliotheek van het dorp waar ik woonde had ook zo zijn beperkingen. Gefascineerd was ik dan ook door de wereldontvanger die een vriendje van mij van zijn vader gekregen had. Aan het apparaat zat een heuse buitenantenne en de wereld kwam er door het draaien aan de knoppen binnen. Ik droomde er dan ook van om zendamateur te zijn en d.m.v. mijn zender en een grote antenne contact te hebben met de rest van de wereld. Het is er nooit van gekomen. Wel ontdekte ik het internet en de mogelijkheid om met een paar toetsen en zonder zenddiploma de wereld te ontdekken. As Happy As Sad Is Blue is een album dat ook deze ontdekkingstocht onderneemt, maar dan met muziek. De maker van dit alles is Multi-instrumentalist J.P. Shilo die je misschien zou kunnen kennen als John Brooks van Hungry Ghosts. Shilo woont in Melbourne Australie waar hij volgens de inlay van deze cd tussen maart 2001 en mei 2004 de nummers bij kaarslicht opnam. In de vijftien tracks wordt de luisteraar instrumentaal meegenomen naar diverse landschappen en gebieden. Het ene moment waan je jezelf nog in een zompig moeras, andere momenten in Parijs, de ruïnes van Pompeii, de opnames van de Pink Panther -tekenfilm of als jongetje achter een wereldontvanger. Je hoort orgels, gitaren,violen, accordeons en nog veel meer. Het resultaat is intrigerend, maar verwacht geen hapklare brokken. As Happy As Sad Is Blue moet ontdekt worden, net als het leven zelf.
File Under: Muzikale wereldontvanger
File My Space: [J.P. Shilo]
Nobody - Revisions Revisions (The Remixes 2000-2005)
Waarom is Nederland geen stripland, zoals Frankrijk? Daar zit op zowat elke straathoek wel een winkel met 'bandes dessinées', terwijl hier elke tiener stopt met het lezen van stripboeken na Asterix. Waarschijnlijk komt het omdat Nederland een do-it-yourself-land is met een praatcultuur; in Frankrijk sappelt juist cabaret in de marge. Maar één ding valt wel op bij veel succesvolle strips: de tekenaar is maar zelden ook de scenarist. En dat werkt gek genoeg prima. Vanuit deze filosofie ben ik dan ook principieel een voorstander van covers, remixes, mashups en hele rataplan. Mooi, want laat producer Nobody uit Los Angeles, alias Elvin Estela, nou net dertien remixes op één cd gezet hebben. Hij heeft een voorkeur voor indiebands en jazzy underground hiphopgroepen; op dit album ontstoft hij o.a. nummers van The Postal Service, Clearlake, Phil Ranelin, Busdriver en Pepe California. Gitaarpartijen worden zonder pardon eruitgejenst en allerlei andere zaken komen ervoor terug, zelfs gastraps, op een manier die het nummer meestal redelijk in zijn waarde laat. Je hoort niet meteen dat het om remixes gaat. Al blijkt na wat speurwerk het origineel van "Always There" van de jazz/soulgroep Build An Ark duidelijk wel véél spontaner en frisser te zijn en is er van Phil Ranelin ook niet veel over. Maar het past zo wel bij de rest. Eerlijk gezegd word ik van geen enkele remix echt héél wild, maar als totaal is Revisions Revisions wel een consistent, prima luisterbaar en relaxed album met een duister randje geworden.
File Under: De som is meer dan het geheel
File Audio: samples, hele nummers
The Watzloves - Catch Me A Possum
Er is nogal een behoorlijk verschil tussen The Watzloves en het grootste deel van hun labelmaatjes van Voodoo Rhythm. Neem bijvoorbeeld alleen al de Dead Brothers. Die heten natuurlijk niet voor niets zo. Op hun platen heerst een opperbeste grafstemming. Bij de The Watzloves hoef je daar niet bang voor te zijn. Deze Zwitserse band levert met hun derde cd Catch Me A Possum namelijk een soort van buurthuisvariant op een texmex/country band. Het is allemaal nogal gammel namelijk wat Silky Watzlove, DM Bob en Jacobus je voorschotelen. Silky is namelijk niet bepaald de beste zangeres, maar in real life een bad ass truckdriver, dus dat verklaart veel. Maar op de een of andere manier werkt het wel aanstekelijk waarop zij quasi nonchalant hun hoempapa-ende liedjes lardeert met accordeon. DM Bob zingt mee en speelt wasbord en gitaar. Je zou hem overigens wel kunnen kennen. Hij is een Voodoo Rhythm-zwerfkat en bracht al eens een cd uit met Jem Finer die onze eigen DM de wenkbrauwen deed fronsen. Daar krijg bij The Watzloves geen kans voor. Ze hebben op mij een beetje hetzelfde effect als Hayseed Dixie: het is goed voor je lachspieren. Alleen zijn die mannen uit Deerlick Holler wel een flink aantal tandjes strakker dan deze Zwitsers. Het zal wel het verschil tussen oud (Appalachen) en nieuw (Alpen) gebergte zijn.
File Under: Nonchalante Zwitsers
Noorderslag
Collega Stonehead en ondergetekende komen wat laat binnen deze zaterdagavond, want beste lezers, het valt nog niet mee om je als allochtone Randstedeling te oriënteren in het centrum van Grûnn terwijl de lasagna van de te goedkope Italiaan bungeejumpt in je maag.
Toch vinden we na enig zoeken de Oosterpoort, biedt het toilet de nodige verlichting en dus kan de avond beginnen. Stonehead wil graag naar Coparck, die ik eerder op de middag al tot volle tevredenheid in de Plato had gezien, dus onze wegen scheiden zich meteen al.
Uw recensent spoedt zich snel naar de Grolsch-foyer, waar niemand minder dan Boris de goegemeente staat te vermaken. Toch niet Idols-winnaar Boris? De enige echte. En we kunnen er zeikerig over gaan doen, maar de show is prima.
Tuurlijk, dat komt mede door de degelijke begeleidingsband, maar ook 'Sofuja' zelve is prima bij stem. Het swingt aanstekelijk (afgezien dan van het toch wel een beetje zeikerige Stupid Things) en een glimlachje hier en een knipoogje daar zijn meer dan voldoende om ook de vrouwelijke fans te plezieren.
Vincent Black Shadow - Fears In The Water
De voormalige bandleden van No Doubt zullen zich nog wel eens achter de oren krabben. Een jaar of tien geleden was de band hard op weg om Mega te worden, met nummer één hit "Don't Speak" als voornaamste wapenfeit. Inmiddels staat Gwen Stefani met haar zoveelste knaller hoog in de hitlijsten en is het oorverdovend stil rondom de mannen die haar ooit muzikaal begeleidden. De geschiedenis heeft blijkbaar uitgewezen dat het niet zozeer No Doubt was dat zo lekker in de markt lag, maar dat het succes eerder te danken was aan het onmiskenbare charisma van de frontvrouw. Desondanks vind ik persoonlijk de oude skapunkerige liedjes een stuk smakelijker dan de overgeproduceerde bubblegumpop die Stefani momenteel maakt. Het Canadeze kwartet The Vincent Black Shadow is eveneens gezegend met een zangeres en blikvanger van ver boven gemiddeld niveau. Zowel qua muziek als qua presentatie doet de band erg denken aan No Doubt: drie inwisselbare mannen op de achtergrond en een schitterende dame die met kop, schouders en stem mijlenver boven de rest uit steekt. Tel daarbij op dat ze eveneens het talent hebben om van die heerlijk pompeuze popliedjes en ballades (inclusief toeters en blazers) te combineren met een stoere uitstraling. Zelfs de prettig prikkelende en kirrende kreetjes beheerst boegbeeld Cassandra Ford tot in de finesses. De vergelijking blijft de volle dertien liedjes stand houden, maar gaat nergens irriteren, daar is Fears In The Water eenvoudig weg een te goede cd voor. Als The Vincent Black Shadow een iets makkelijker in het gehoor liggende bandnaam had gekozen was ze ongetwijfeld al veel eerder bestempeld als The Next Big Thing. Laat ik dat dan bij deze alsnog maar doen!
File Under: Geen enkele twijfel over mogelijk
File Audio: [hiero]
Ouija Radio - Oh No... Yes! Yes!
Ik had al verscheidene malen naar deze derde cd van het uit Minneapolis afkomstige Ouija Radio geluisterd, voordat ik de moeite nam om het hypnotiserende boekje maar eens uit de jewelcase te trekken. Het was me daarvoor al wel duidelijk dat zangeres Christy Hunt binnen deze band een belangrijke rol inneemt, maar nu kwam ik er pas achter hóé belangrijk ze is voor Ouija Radio. Madam vindt het nodig om naast het zingen ook maar alle gitaar- en toetsenpartijen (die laatste op zes verschillende varianten) voor haar rekening te nemen en tussen neus en lippen door mede te delen dat op een na ook alle liedjes van haar hand zijn. En die ene is niet geschreven door een van de twee overige bandleden, nee, dat is een potige cover van T-Bone Walker, waar Hunt laat horen dat ze voor de duvel en andere bluesknakkers in het geheel niet bang is als ze haar elektrische gitaar geselt. Verder biedt het boekje voor een luie recensent een schier onuitputtelijke bron om uit te citeren. Hunt - ik neem voor de goede orde maar aan dat zij het geschreven heeft - wijdt bij elk nummer uitgebreid uit over wat de liedjes kenmerkt. Maar laat zij nou juist degene zijn die Oh No... Yes! Yes! bijzonder maakt. Ze laat Ouija Radio fladderen van venijnige vrouwenpunk naar thrashy disco, knipogen naar jaren 70-gitarengiganten om je dan psychedelisch te laten trippen op vervormde klanken in "Lantern Light". Divers inderdaad, maar door de sterke vrouwelijke ruggengraat van de band toch coherent.
File Under: Divers radiostation.
File Audio: [Yes Yes]
After Sunset - Looking Back Has Never Felt Better
Kort plaatje, kort stukje. After Sunset is een jong gezelschap die een puik amalgaam van punkrock, nu-metal en emorock neerzetten op deze eerste zes-track demo annex mini-cd. Voortgekomen uit een paar punkbands hadden de heren zin om de zaken iets anders aan te pakken. Dus geen standaard punkrockriffjes en doorsnee song-opbouw meer, maar een vrijere aanpak. After Sunset is niet te beroerd om ook lekker rulle rockriffs van stal te halen of er af en toe eens een nu-metal schreeuwstuk in te gooien. Hoewel in de basis de punkrock-wortels nog overduidelijk doorschemeren zijn de songs stuk voor stuk afwisselend opgebouwd, iets wat de variatie alleen maar ten goede komt. Waar het bij Nederlandse bandjes vaak fout gaat is bij de zang, maar die is bij After Sunset gelukkig ook prima voor elkaar, een beetje dun maar wel zuiver en overtuigend eerlijk. Qua klankkleur kun je de stem enigszins vergelijken met de zang van Brazil (voor wie dat wat zegt), dus dat zit wel snor. Met deze prima demo op zak is de band er in elk geval klaar voor om het zalencircuit in te duiken. Benieuwd wat een volgende opnamesessie dan gaat opleveren.
File Under: Rulle rockende emopunknumetal
File Audio: [Check]
Blackstrap - Steal Your Horses And Run
In het Utrechtse kun je tegenwoordig als toerist niet alleen terecht voor een biertje en een gezellig etentje; je kunt er ook gerust je laatste album opnemen. Het Zweedse Blackstrap deed dat bij de Mailmen-studio en bouwde er gedurende een maand aan de fundamenten van hun nieuwe cd. Daarna was het de bedoeling dat het geheel door Pelle Gunnerfeldt (hij doet o.a. The Hives) zou worden gemixed en verwerkt. Deze bleek het uiteindelijk ietsje te druk te hebben, waarna een nieuwe sessie in Nederland volgde bij Martijn Groeneveld van Mailmen voor het afmixgebeuren. Het vijftal biedt, misschien weinig verrassend, het soort Shoegaze en wave van net eventjes geleden: snelle tempi, klokklare gitaarwanden, waarna zweverige vocalen langsdrijven en dat alles zeer ambachtelijk doorspijkerd. Zo horen we onder meer My Bloody Valentine, BRMC, Swervedriver en een snufje Sonic Youth langskomen. Tastten The Datsuns ook al niet eens diep in de retrobuidel, hoewel wat steviger? Laat er echter geen misverstanden over bestaan: wat deze Zweden doen, doen ze ook goed. Het ene na het andere hitje lijkt te staan popelen op dit album. Op zijn tijd wordt even het gas teruggenomen in een dromerige time-out. Het nummer "Rough Parade" steekt er net iets meer bovenuit wat mij betreft. Een jaar of tien geleden hadden ze naast hun grote stijlidiomen op de podia kunnen staan, nu mogen ze het zelf gaan proberen.
File Under: Zweedse retro-gaze
File Audio: [ MySpace]
Eurosonic Vrijdag
Het prettige van de vrijdagmiddag op Eurosonic is dat je jezelf niet hoeft te vervelen tot de avond valt en de rijen zich weer langzaamaan vormen buiten de deuren van de diverse podia. Maar daar zou ik het niet meer over hebben. Je doet wat inkopen in de Groningse binnenstad, je pakt een bioscoopje - wij hadden toevallig Babel nog niet gezien - of je hangt wat rond bij de sessies in de Plato.
Zo pik ik nog mooi even wat mee van de Belgenpop van Montevideo ('wel aardig'), de vaudeville-esque singer-songwriter Duke Special ('mooi hoor') en worden we verrast door een onaangekondigde sessie van Anna Ternheim ('joepie!') omdat James Yorkston verstek laat gaan.
Lees verder.."Weird Al" Yankovic - Straight Outta Lynwood
"Weird Al" Yankovic doet z'n naam eer aan. De man is uitsluitend bekend van parodieën op bekende songs en heeft dat een fikse carrière uit kunnen slepen. Dit Straight Outta Lynwood (naar NWA, inderdaad) is alweer zijn twaalfde album. Van de twaalf songs op dit album zijn er maar zes van die parodieën, de rest zijn heuse eigen songs. Van die vijf herken ik alleen Green Day's "American Idiot", de andere vier zijn ofwel te Amerikaans, ofwel alleen voor MTV-kids herkenbaar. Niet dat dat wat uitmaakt overigens, want de songs die geen parodie zijn, zijn pastiches. Zo is "Pancreas" Beach Boys met een vleugje Zappa en is "Close But No Cigar" een perfecte Cake-imitatie. En eerlijk is eerlijk, muzikaal zit het stukken beter in elkaar dan ik had verwacht. Goed geschreven songs, goed uitgevoerd en geproduceerd. De teksten zijn hilarisch, maar dat mag geen verrassing heten. Die zijn overigens bij de rapsongs aanzienlijk ritmischer dan bij heel wat rappers met street credibility. Speciale vermelding krijgt "Polkarama!", een medley waarin na - iew! - "De Vogeltjesdans" stukjes van onder andere Franz Ferdinand, The Killers, Velvet Revolver en Snoop Dogg verwerkt zijn. Dat laatste is echter ook al een hint naar het zwakke punt van dit album: er staat wel érg verschillend materiaal op, van polka tot musical en van nu metal tot r&b. Het wordt daardoor net iets te fragmentarisch om voor regelmatige draaibeurten in aanmerking te komen. Dat wordt dan wel weer gecompenseerd door een dvd met zes prima clips. De carrière van "Weird Al" duurt mede al zo lang omdat hij goed weet waar zijn kracht ligt...
File Under: Verrassend goede humoristische kameleon
File Video: [White & Nerdy] [I'll Sue Ya] [Don't Download This Song]
Apse - Spirit
Als er één label is waar je alle releases bijna blind van kunt aanschaffen omdat hun catalogus domweg bijna geen missers kent, dan is dat het Spaanse Acuarela. Ik verwachtte een beetje dat Spirit van het uit de USA afkomstige Apse wellicht wel in de categorie missers zou vallen. Waarom? Nou, ze worden geclassificeerd als post-rock en er zijn maar weinig bands die nog iets toevoegen aan dat genre. Het is gewoon uitgekauwd. Dus waarom zou Apse dit wel doen? Nou verdulleme, dat doen ze dus wel degelijk. Spirit is zo'n (post-rock) cd die de grenzen van het genre weer eens een flinke schop geeft, net zoals Explosions in the Sky deed met zijn overrompelende debuut. Het uitgekauwde zacht-hard-zacht-trucje weet Apse namelijk op een geraffineerde manier te vermijden. Ze zoeken het breder, veel breder, en maken hun cd tot een enerverende luisterervaring. Bijvoorbeeld in het korte maar hypnotiserende "The Crowned". Daarin maken ze gebruik van een soort van Oosters ritme dat ligt onder een ijle nasale stem die doet denken aan Fire Thefts Jeremy Enigk, Een intrigerende mix met de wel overduidelijke post-rockgitaren. Zo kun je bij elk nummer wel drie à vier ideeën richtingen aangeven die Apse versmolten heeft tot iets heel eigens en onvergelijkbaars. Nu ik er over nadenk: eigenlijk is Apse helemaal geen post-rockband. Ze dat labeltje geven kost ze alleen maar klanten, die hen wel degelijk zouden kunnen waarderen. Daarom met terugwerkende kracht: een van de meest relevante - ik spuug op die term, maar het is gewoon zo - platen van het afgelopen jaar als je er van houdt de gebaande paden te ontwijken...
File Under: Post post-rock.
File Audio: [Shade of The Moor]
File Audio: [Hier]
Cancer Bats - Birthing the Giant
Wat kan het in het leven toch snel gaan. In 2004 besluit je een bandje op te richten. In 2005 wordt je plaatje uitgebracht in thuisland Canada en een goed half jaar later is zelfs Europa aan de beurt. Dat moet wel iets heel speciaals zijn wat de Cancer Bats maken. De liedjes op debuut Birthing the Giant worden met een overgave gespeeld alsof dit het belangrijkste hardcore-album sinds jaren is en ook live is het best te pruimen zo ondervond ik in De Melkweg verleden maand. De mix van punkrock en hardcore is aanstekelijk, de catchy stukjes helemaal van deze tijd en de zang van Liam Cormier dik in orde. Dat laatste is niet zo vanzelfsprekend in het woud van hardcorebandjes, maar Liam weet zonder echt te schreeuwen zijn teksten hard doch verstaanbaar je luidsprekers uit te laten knallen. Dat is niet het enige dat van de Cancer Bats een uitstekende band maakt. Want, en oh wat is dit heerlijk, Birthing the Giant is een originele plaat geworden. Harder is niet altijd beter, intensiteit is belangrijker. Het knappe is dat het de band gelukt is zonder in emo-clichés te vervallen. De Cancer Bats hebben het beste van klassieke bands als de Misfits en Led Zeppelin gemengd met hun eigen sound. En die sound heeft potentie. Toegegeven, het album zakt tegen het eind een beetje in, voornamelijk omdat er nog niet genoeg variatie tussen de nummers zit. Maar de Bats hebben in een druk bevolkt genre hun plekje weten te vinden en dat is meer dan terecht.
File Under: Originele, onconventionele hardcore.
File Video: [100 Grand Canyon]
Biss - X-tension
Soms is het knap lastig om een recensie te schrijven, en bij X-tension van Biss is dat het geval. Bij de vorige cd schreef ik al dat het voorspelbare maar smakelijke hardrock was. Dat geldt voor dit album ook en daarmee is het eigenlijk wel gezegd. Okee, de ritmesectie Zoomer/Courbois ontbreekt op dit album maar die was de vorige keer gewoon ingehuurd, net zoals dat ook met deze ritmesectie het geval zal zijn. Gitarist Doc Heyne en Krokuszanger Marc Storace, dat zijn de mannen waarom het draait, net zoals de vorige keer. Ten opzichte van de vorige keer is geprobeerd het met wat toetsen moderner te laten klinken maar dat is mislukt, dus die mogen wel weer weg. Wel opmerkelijk is de cover van Heart's "Barracuda". Wie de stem van Storace kent - die stevig tegen het nasale gegalm van Saxon's Biff Byford aanhangt - weet dat dat een kansloze missie is. Leuk idee voor een concert, maar niet voor een plaat. De vorige plaat beviel me toch iets meer, maar dat is vooral omdat de electronische toevoegingen op deze plaat maar fratsen zijn die alleen benadrukken dat het allemaal wel heel ouderwets is. Schaam je d'r niet voor jongens, en blijf gewoon ouderwetse rock maken. Het is muziek ván oude mannen vóór oude mannen. Nou en?
File Under: Van oude mannen voor oude mannen
File Audio: [Run for your life] [meer fragmenten]
Eurosonic Donderdag
Het weer overdag voorspelt niet veel goeds. Het doet vermoeden dat ik veel tijd zal gaan verliezen aan het achterna rennen van de door een fikse windvlaag uit mijn handen gerukte timetable. Het valt eenmaal aangekomen in Groningen weertechnisch gelukkig allemaal nogal mee.
Ik ben wel wat langer onderweg geweest dan gepland. Ik was graag op tijd geweest voor Billie King. Helaas. Het verhaal van de lange rijen mag bekend zijn. Ik zal er verder geen woorden aan vuil maken. Met een beetje handige timing kom ik net als vorig jaar op een gemiddelde van zeven acts per dag. En dat is niet slecht, al zeg ik het zelf.
Spinvis
Ik loop de grootste zaal van Noorderslag voorbij. Snel werp ik een blik naar binnen. Hier is namelijk zojuist de Popprijs uitgereikt. Een prestigieuze prijs. Maar tot nu toe is hij bijna altijd gewonnen door een overbekende band waar ik weinig mee heb. Die dan traditioneel wordt bekogeld met bier. Het zal wel.
Maar het eerste wat ik zie, is de grijze krullenkop van Erik de Jong, nog nat van het bier. Ik hoor "Flamingo", en het grote display achter Spinvis' band laat zien hoe Hanco Kolk in een hoek van het podium een tekening zit te schetsen. Ik hol de zaal in, en ik krijg een gewéldige spanningopbouwende versie van "Smalfilm". En een verpletterende uitvoering van "Het Voordeel van Video". Dit optreden is het enige op heel Noorderslag waarbij ik daadwerkelijk geroerd ben.
Lees verder..Woost - Rumour. Open your ears;
Bergen geweldige en succesvolle Nederlandse gitaarbands hebben we tegenwoordig, en zelfs enkele zowel geweldige als succesvolle, maar er zijn er niet veel die melancholie zo kunnen doen voelen als Woost. Tenminste, dat was zo op hun debuut uit 2005 - echt, op "Boywonder" mag je mijn kist laten zakken. Maar die absolute prachtplaat bleef onontdekt en dat lag waarschijnlijk aan een combinatie van de weirde hoes en de ongunstige releasedatum. Enfin, Woost groeide gestaag, deed succesvolle tours (o.a. met Krezip), wisselde het afgelopen jaar vol vertrouwen van drummer en koos doelbewust voor evolutie. Dit tweede album werd in een paar dagen opgenomen, klinkt relaxter en minder bedacht dan Colour My Skin. Hard-zacht-gitaarliedjes hebben grotendeels plaatsgemaakt voor harde liedjes en zachte liedjes. Ook lijkt zanger Koen-Willem Toering wat vlakker te zingen. Dat is wel zonde, persoonlijk maakt dat voor mij nou net het verschil tussen 'gewoon' mooi en meeslepend. Al is het nog steeds geen muziek voor op de kunstijsbaan, het gevaar van weeiige gezelligheid à la Racoon of A Balladeer ligt nu soms op de loer. Desalniettemin is en blijft Rumour een fijne plaat, die wel eens net zo populair zou kunnen worden. Voor de openhartige ballads "Speak", "Warrior" of "In your company" - die schaamteloos voor goud gaan - waarschuw ik dus alvast dat je ze niet te vaak moet horen, maar verder kan ik je dit album en de single "Deliverer" warm aanraden. (En het debuut, potverdorie!)
Samen met Woost geven we enkele exemplaren weg van deze cd in onze prijsvraag.
File: Woost - Rumour. Open your ears;File Under: Lekker verder op karakter
File Audio: Op de site, MySpace
Jeff Tweedy - Sunken Treasure
Het contrast is groot. Op de superbe live-cd Kicking Television gaf Jeff Tweedy met zijn vrienden van Wilco vol gas, op de live-dvd Sunken Treasure staat hij moederziel alleen op het podium samen met zijn gitaren. Alleen bij het laatste optreden in San Francisco komen drummer Glenn Kotche en Nels Cline hem even vergezellen. Tweedy speelt niet alleen maar nummers van Wilco. Voor de gelegenheid heeft hij ook liedjes van zijn andere (voormalige) bands Uncle Tupelo, Golden Smog en Loose Fur omgebouwd zodat ze geschikt zijn voor een man alleen met zijn gitaar. Het publiek is natuurlijk al bij voorbaat op zijn hand ('Jeff, I love you, man!' klinkt het niet voor niets gelijk al aan het begin van de dvd), maar Tweedy baalt er wel van dat er bij sommige nummers teveel geroezemoes is in de zaal en laat ze dat weten ook. Wel grappig dat Tweedy de opname van die kleine ruzie met het publiek ook selecteerde. Tussen de concerten door zie je beelden van Tweedy in de bus die schrijft aan teksten en kruiswoordpuzzels oplost. Best geinig en mooi in beeld gebracht door Christoph Green en Brendan Canty, maar het mooist zijn toch de optredens, want Tweedy is op het podium in grote vorm. Mooi is ook dat als je de dvd koopt, je gratis de muziek ook kunt downloaden mét bonustracks zodat je ze ook op je mp3- of cd-speler kunt af spelen.
File Under: Man met grote schat aan muziek alléén op een podium.
File Video: [Trailer]
Atomic Workers - Embryonic Suicide
Eerlijk gezegd wist ik niet dat Acme Records zich ook bezig hield met nieuwe bands. Het artwork verraadt in elk geval niet dat Embryonic Suicide pas nu een release krijgt en niet ergens eind jaren zestig of begin jaren zeventig, toen psychedelica de meest weirde kanten opging. Want Atomic Workers blijkt een Engels/Italiaans project te zijn rond Gary Ramon van Sun Dial. Drie jaar geleden werd deze plaat opgenomen, dus in zekere zin klopt het wel dat Acme Records zich met oudere dingen bezighoudt. Hoor je je psychedelica het liefst zo opgefokt en spacy mogelijk, dan is dit je ding. De jams zijn voornamelijk gebaseerd op garagerock-achtige riffs en bij tijd en wijle volkomen richtingsloos. Daar tegenover staat dan weer dat het gitaarwerk lekker is en behoorlijk de stonerkant uit gaat. Als het om liedjes gaat, is het een beetje een magere plaat, ondanks de aardige cover van Donovan's "Hurdy Gurdy Man". Voor de verzamelaars van moderne psychedelica is het aan te raden de vinylversie aan te schaffen: gelimiteerd op rood en zwart vinyl verschenen en de wonderlijke knip-en-plak fotomontage op de hoes is des te beter te bewonderen.
File Under: Slechte titel, mooie hoes, aardige plaat
Send More Paramedics - The Awakening
Je hebt bands die geweldige muziek maken en niets geven om uiterlijk vertoon of imago. Gewoon een oude spijkerbroek en een vaal t-shirt (hoewel dat eigenlijk ook alweer een bepaald imago is natuurlijk) en vooral focussen op het geluid. Dit soort bands zijn meestal geweldig op CD maar willen in levende lijve nog wel eens tegenvallen. Het kan ook andersom. Om een voorbeeld te noemen, de legendarische Misfits blonken en blinken nu niet direct uit met hun mooie liedjes of opvallend goede CD's, live zijn de bizarre horrorperikelen van de gespierde macho's daarentegen een waar spektakel. Je vergeet voor het gemak even dat de drummer nogal wat moeite heeft om niet van de maat te raken en neemt de zoveelste halfgelukte gitaarsolo voor lief: dit is smullen geblazen. Het Britse Send More Paramedics tapt uit hetzelfde vaatje. Ook hier een gigantisch uiterlijk vertoon - denk aan de onmisbare zombies, bloedspetters, doodshoofden en brandende gebouwen - op zowel het albumontwerp als de bijgeleverde enhanced CD, waarop zich een heuse horrorfilm ontvouwt. Sluit je dan even de ogen, dan hoor je op The Awakening weinig nieuws onder de zon. Een soort mix van de trash die we vooral zo goed kennen van Slayer, samen met de meer poppy sound van bands als (nota bene) The Offspring en de eerder genoemde Misfits. Technisch gezien kan het allemaal best door de beugel, de gitaren knallen heerlijk in de rondte en zanger B'Hellmouth heeft een vrij goed en eigen geluid, echt heel erg pakkend is het allemaal nu ook weer niet. Waarschijnlijk is de ongetwijfeld zeer spectaculaire liveshow nét dat extra duwtje in de rug dat Send More Paramedics nodig heeft om boven het gemiddelde uit te komen. Een goede reden om het t-shirt met het fluoriserende doodshoofd weer eens uit de kast te halen en bij de volgende tournee aan wat research te doen.
File Under: Zombie-core
Catfish Haven - Tell Me
Ergens zit er iets scheef in mij. Ik wil namelijk nog wel eens dingen horen die een ander niet hoort. Nee, geen stemmen in mijn hoofd, maar in mijn hoedanigheid als muziekliefhebber en enthousiast promotor van alles wat ik leuk vind, trek ik nog wel eens vergelijkingen waar menigeen de wenkbrauwen bij fronst. Niet erg overigens, want er kan daardoor een leuke discussie ontstaan en niets is leuker dan lullen over muziek, niet waar? Zo spookte vanaf het begin dat ik Tell Me van Catfish Haven opzette, de naam Thelonious Monster in mijn hoofd. Best vreemd, want Catfish Haven lijkt er niet op. Goed, de zangers hebben allebei hetzelfde rauwe randje op de stembanden dat een behoorlijk gebruik van diverse genotsmiddelen suggereert en beide bands schrijven boozy nummers, maar daar houdt het mee op. Want Catfish Haven is veel bluesier dan Thelonious Monster. Wellicht dat The Bicycle Thief nog iets in de buurt komt, maar dan nog. Tell me is overigens ook niet zo overrompelend als Beautiful Mess, de knaller van Thelonious monster, al is het geen zeker slechte plaat. Beslist aangenaam zelfs en daarin schuilt ook het makke van Tell Me. Het pruttelt lekker, maar het wil nergens knetteren. Misschien is het ook een kwestie van live zien, in een rokerige kroeg, met glazen genotsmiddelen bij de hand, waar die zanger zo'n rafelige stem van kreeg. Tot die tijd zet ik Beautiful Mess nog wel eens op. Al slaat die vergelijking ergens dan weer helemaal nergens op...
File Under: Boozy Bluezy Rock
Obsedian - Emerging
Ik heb Obsidian maar één keer live aan het werk gezien en dat was tot mijn schrik, en spijt, bij de voorrondes van de Metal Battle 2002 in de OCCII. Relevante gegevens over dit optreden zijn niet meer aanwezig in mijn grijze massa, wat zeer waarschijnlijk een gevolg is van de bijzonder lage bierprijs in het genoemde etablissement, ondanks de invoering van de euro. Vreemd dat ik dat dan wel weer heb onthouden. Ik heb het zelfs nog bonter gemaakt, want ondanks verwoede pogingen om alle gedownloade, gekregen en gekochte releases van 2006 in één map op mijn computer te bewaren, stond het debuut van deze sympathieke Amsterdammers daar niet eens tussen. Emerging heet de boreling en ik verdenk deze hoofdstedelingen er ernstig van dat ze sinds bovengenoemd optreden in de oefenruimte hebben gewoond en maar weinig geprofiteerd hebben van ons veranderende klimaat. Want wat zijn ze goed geworden zeg. Polyritmische, melodische, progressieve deathmetal spelen ze naar eigen zeggen en ik ga ze daar geen ongelijk in geven. Denk aan Meshuggah gemixt met Death en je komt een heel eind. Theory in Practice is ook een naam die bovenkomt en natuurlijk onze enige, echte eigen Textures. De mechanische en mathematische riffs worden afgewisseld met sfeervolle, duistere passages. Het album heeft een onderhuidse spanning, waar ik om onbegrijpelijke heel rustig van wordt. Net of mijn eigen radarwerk stil wordt gezet door het luisteren naar een veel complexere variant. Het is bijna onbegrijpelijk dat er nog geen label is opgestaan om deze jongens binnen te halen. Met nieuwe zanger Robbert Kok in de gelederen moet dat zeker lukken.
File Under: Gewoon uit Amsterdam
Neil Leyton - The Betrayal Of The Self
Het was een verdrietige tijd voor de Femke's van ons land die op een linkse lente hadden gerekend, want het werd een vreemde verkiezingsuitslag met als waarschijnlijke uitkomst een christelijk kabinet met een rode rand. Ik hoop voor al het linkse gespuis dat het in ieder geval weer wat socialer wordt. Wie nu denk dat ik plots politieke prietpraat loop te verkondigen. Het heeft een reden en die is uiteraard gelegen in het album dat ik hier bespreek The Betrayal Of The Self. Neil Neil Leyton (geboren in Portugal, maar ook half opgevoed in Canada) heeft zich voor dit album laten inspireren door het boek "Der Verrat am Selbst" van Arno Gruen. Hierin wordt beweerd dat het succes van jezelf is gelegen in liefde en empathie voor de medemens en niet het nastreven van persoonlijk geluk. Zo ontstaan er teksten als in "Adopt-a-Terrorist" waar gepleit wordt voor het zenden van voedsel en liefde en om de wapens neer te leggen. Toch zijn het niet alleen de teksten die het hem doen, want de muziek vraagt zeker de aandacht. Leyton krijgt op dit derde volledige album hulp van het Zweedse The Ghost en gastmuzikanten van The Hellacopters, The Backyard Babies en Diamond Dogs. Het is een wat rauwe rockplaat geworden die qua muziek eigenlijk wel in het begin van de jaren '70 uitgebracht had kunnen worden. Leyton doet mij - ook al door zijn wat hoge stembereik - veel aan Mick Jagger en zijn rollende stenen denken. Toch is het een album dat zij nooit zouden maken. Leyton wel. Voor hen die geloven in de boodschap van liefde en empathie en houden van seventiesrock is er dan nu ook muzikale troost in de cd-winkel te koop.
File Under: Rock, liefde en empathie
File My Space: [Neil Leyton]
Green Hornet - So Much To Give
Ik ging vanuit Zwolle met de auto naar Kultuurhuis Bosch in Arnhem om Green Hornet te zien. Op de heenweg draaide ik hun cd Soulscum nog een keer. Even nog de boel weer opfrissen. Ik reed de heenweg te hard en kreeg daarvoor een fikse rekening gepresenteerd een paar weken later. Het is maar goed dat ik op de terugweg niet óók geflitst werd. Zelden reed er iemand sneller van Arnhem naar Zwolle namelijk. De adrenalineboost die een concert van Green Hornet oplevert is dan ook zo goed als ongeëvenaard. Ranzig, geil, rauw, opzwepend en snel.
De cd draaide ik nóg harder dan op de heenweg. En dat is niet normaal, want meestal wil ik na een concert wat anders horen. Tot mijn verbazing schalde onlangs de mailtrompet dat Green Hornet bij getekend had Excelsior - daar zit toch meestal het stickertje braaf op. En Green Hornet is allesbehalve braaf. Ik kreeg gelijk wel een visioen. Ik zag Green Hornet samen met zZz op strooptocht gaan. Zou een mooie combinatie zijn. Met de nieuwe cd So Much To Give heeft Green Hornet in ieder geval een gouden lokaas op zak om de zalen in Nederland (en de rest van de wereld, want het zijn zwerfhonden deze mannen) eens goed te laten zweten. De band klinkt zo mogelijk nog opgefokter en zweteriger dan op de vorige cd. Het staat er allemaal net iets strakker op. De orgels en mondharmonica van André Dodde heerlijk zuigend, de drums van Koos Borg solide, functioneel, maar óók opzwepend en de gitaarpartijen van Olaf Veenstra zijn messcherp en liefkozend waar nodig. Soms (in "Rip out my heart" bijvoorbeeld) moet ik zelfs een beetje denken aan de oude Hollandse helden van Claw Boys Claw. Ik gok zo dat Peter te Bos ook wel fan is van deze Groningse trashers. Ik in ieder geval wel.
File Under: Adrenalineboost van jewelste
File Video: [Wave Score]
Cosmo - Alien
Een zoon die bij pa in de band speelt, dat is niet ongewoon in de rock. Een vader die bij zoonlief in de band zit is heel wat opmerkelijker. En toch is dat wat hier het geval is. De vader is Fran Cosmo (ex-Orion The Hunter, Boston). Zoonlief Anthony kwam via hem als gitarist binnen bij Boston. Na de laatste tournee met Boston ging Anthony weer verder met zijn eigen band Cosmo en pa besloot de microfoon ter hand te nemen. Een goede beslissing, mogen we wel zeggen. Cosmo is gelukkig geen budgetversie van Boston geworden, daarvoor is de muziek te verschillend. Okee, beiden komen uit de AOR-hoek, met uitstapjes naar de prog en symphonische hardrock, maar waar Boston gespecialiseerd was in klanktapijten met veel effecten is het gitaarwerk op dit album veel meer op goed geproduceerde maar verder redelijk sobere riffs gebaseerd. Fran Cosmo's stem haal je er ook best uit en de koortjes zijn ook hier fraai, maar wederom zijn er veel minder effecten gebruikt. Bij dit album moet je eerder denken aan een soort Presto Ballet of Kingdom Come met wat grungy invloeden. Lekkere songs met een goede drive, goed gezongen, mooie koortjes en een warme productie. Nieuwe paden worden er niet bewandeld met dit album, maar bij de bekende paden weet je wel wat je hebt. Het concept dat eraan gehangen is, is nogal topzwaar als je het mij vraagt, maar ach, als het verpakt is in songs als deze neem ik dat graag voor lief. Ook al zijn niet alle songs even sterk, het blijft moeiteloos een album lang lekker.
File Under: Cosmopolieten met een universele boodschap
File Audio: [Communication] [meer fragmenten] [CosmoSpace]
Noiseshaper - Real to Reel
Lang haar is leuk. Tenminste, als het danst of rank zwiert. Of als je ernaar kijkt terwijl het iemands ogen verbergt. Het kan verlegenheid uitdrukken, guitigheid of narcisme. Het kan diepte geven en golvend opkrullen. Het kan op een elegante manier zijn samengevlochten. Maar dat laatste is allemaal wel wat gedoe. Voor Axel Hirn en Flo Fleischmann, alias Noiseshaper, hoeft het allemaal niet zo moeilijk. Ze houden het relaxed. Hun hele vierde album lang dubben ze er lekker rustig op los. Het klinkt allemaal wel prettig en er zitten ook wat potentiële MTV- en reclamedeuntjes tussen ("Rise"). Ook gezegd moet worden dat er niks mis is met de rapflows van de vele, vele gastrappers waarvan ik er geeneen ken. Tegelijk blijft er van de plaat behoorlijk weinig hangen. De meeste indruk maakt nog de video van "Rough out there", de single van het vorige album, die op deze cd erbij is gezet. "Wake Up" is overigens precies hetzelfde nummer, maar dan met andere zang. Beetje volksverlakkerij hoor. Maar waar was ik? Ohja. Lang haar. In die video zie je iemand van Noiseshaper door Berlijn banjeren. En hij heeft van dat sluike, suf hangende, halfdooie háár. Zo uit bed. Van die waaierende gordijnpluis waar geen graal in blijft zitten. Dit straalt luiheid uit. Gelukkige luiheid, maar toch. Weliswaar mag ook "Rough out there" ergens het slome midden houden tussen Spearhead en Thicke (wie?), die artiesten hebben tenminste wel clips met pit gemaakt. Ik val in slaap bij Noiseshaper. Sorry.
File Under: I Like To Move It
File Audio: samples, MySpace, site
Peter, Bjorn and John
Uzi & Ari - It's Freezing Out
Uzi & Ari, dat zal wel freakfolk zijn, dacht ik. Een aarzelende piano-melodie opent de plaat, terwijl iemand kucht. Een minuutje later glitchen er ineens beats en bleek ik er toch naast te zitten. Indietronica, is wat we hier voorgeschoteld krijgen. Bepaald onoriginele zelfs, er gebeurt werkelijks niks verrassends op dit werkje. En toch luistert het lekker weg, vernieuwing is kennelijk ook niet alles. Ik ben wel genoodzaakt clichématige vergelijkingen te maken: Thom Yorke en The Postal Service zijn hier alom aanwezig. Het beste nummer is het ambitieuze en gelaagde "Trainwreck", waarin de band via rommelige belletjes naar drukke Daedelus-beats reist. Ondertussen jammert de zanger dat hij in zijn slaap viel met een treinwrak op zijn netvlies, terwijl een magnifieke gitaarlijn het nummer openbreekt. Die gitaarlijn en de fragiele vocale melodielijnen in "Soggy Snow Shoes" roepen het werk van Glen Hansard in herinnering. Ook "Influenza" is weer een fijn nummer, al vallen daar de winters gefilterde Sigur R?s-achtergrondvocalen wel heel erg op. Meteen daarna klikken en huppelen de synthesizers vrolijk in "Mountain/Molehill", waarna zanger Ben zich echt Gibbards waant: 'I said it sevens months ago, this summer's gonna take its toll on me.' Tralalala. Denk er zelf maar die hilarische Postal Service-videoclip bij, die werd gemaakt door Napoleon Dynamite's Jared Hess, net als dit bandje afkomst uit Salt Lake City. Genoeg namen gedropt, lijkt me, wie zich eerder met die namen amuseerde, zal ook deze kundig geknutselde b-garnituur weten te waarderen.
File Under: Winterspelen
File Audio: [Uzi & Ari in Space]
Union of Knives
Het galoppeert een beetje voor ons uit. We doen ons best om het bij te blijven houden.
Voor mij was een van de meest aangenaam verrassende debuutplaten van het jaar 2006 Violence & Birdsong van het Schotse Union Of Knives. Tot mijn grote schrik kwam ik er achter dat ik begin vorig jaar op Eurosonic de band helemaal over het hoofd had gezien. Reden te meer om eens te bellen met zanger/gitarist Chris Gordon. Al was het alleen maar om te vragen of de band nog plannen heeft om nog een keer naar Nederland toe te komen voor een herkansing. Chris bleek een sympathieke, nuchtere Schotse jongen die ruim de tijd nam om mijn vragen te beantwoorden. Over de fraaie foto op de hoes bijvoorbeeld.
Gwen Stefani - The Sweet Escape
'Goed opletten, anders mis je het leukste stukje.'
'Eh wat...?'
'Ja, nu heb je het gemist! De vijf seconden gejodel die je net miste zijn namelijk de leukste vijf seconden van deze cd.'
'Maar dit is Gwen Stefani, die is toch altijd leuk?'
'Dat dacht ik ook ja. Die vorige cd was kek, maar deze nieuwe is echt om te janken. Het is de grote ik-ben-Gwen-Stefani-en-ik-doe-al-mijn-favoriete-artiesten-na-show. Alleen heeft ze zelf niet door gehad dat ze dat niet moet doen. Zij moet d'r eigen ding doen, daar is ze het beste in.'
'Haha, wind je niet zo op joh. Het zit je dwars he!'
'Ik wind me wel op, want het is stom. Moet je luisteren. Dit titelnummer bijvoorbeeld, dat doet ze samen met Akon. Dat is echt een mash-up van Outkast met Madonna. Zo verschrikkelijk nep. Bah!'
'Goed is anders inderdaad.'
'Hier en dit nummer, "Early Winter"; verdorie, het is net een soort halfbakken Cardigans-nummer. Al valt dit eigenlijk nog mee ten opzichte van de rest. Het zal wel met dank zijn aan Tim Rice-Oxley, want die schreef eraan mee. En dat ik als notoire Keane-basher dat zeg, dat zegt al heel veel dunkt me.'
'Inderdaad. Had je overigens ook al gehoord dat No Doubt weer bij elkaar komt en een album op gaat nemen?'
'Ja, het verbaast me niets dat dit vlak na de release van deze plaat bekend gemaakt wordt. Ze zal zelf ook wel snappen dat ze beter back to basics kan gaan.'
'Ach, verkopen zal het vast wel.'
'Da's een dooddoener. Als ze een goede plaat gemaakt had, had-ie ook verkocht. En had ik me niet zo gruwelijk zitten ergeren.'
File Under: Geen twijfel mogelijk.
Aaron Stout - Queens Live in Caskets
De locatie waar ik de laatste vijftien jaar gewerkt heb, is sinds een half jaar opgeheven en om die reden is een van mijn collega's vertrokken. Met die collega heb ik al die jaren discussies gehad over 'wat goede muziek is'. Hij zweerde bij muziek die uitmuntend, tot in de laatste muzikale details, geproduceerd was zoals Queen, Alan Parsons Project en Dire Straits. Ik vind het belangrijker dat muziek recht uit het hart komt en dan hoeft het voor mij niet altijd 110% zuiver te klinken. Er mag wel over nagedacht zijn maar je moet dat niet bij elk akkoord horen. Om die reden zou ik de debuut-cd van Aaron Stout eigenlijk heel goed moeten vinden. Deze New Yorkse singer-songwriter heeft met Queens Live in Caskets in ieder geval een redelijk originele cd gemaakt. Het klinkt niet als zo veel singer-songwriters, het is een beetje folk en een beetje experimenteel. Het openingsnummer "The Coronation" is zeker niet representatief voor de rest van de cd, het is té elektrisch. Op "First Song for Jaclyn" hoor je daarentegen de echte folk-zanger inclusief mondharmonica maar ook dat is niet echt het geluid van deze cd. Wat dan wel? Folk met 'rare geluidjes' en daarbij doet Aaron Stout me een beetje denken aan Ben Christophers, inclusief de breekbare stem. Het grote verschil is dat het debuut van Ben wel een echte verrassing was. Op Queens Live in Caskets staan geen nummers die me echt zullen bijblijven, het is een album zonder uitschieters, zowel positief als negatief.
File Under: Out of Turn
File Audio: [The Coronation!]
Kamelot - One Cold Winter's Night
Ik geloof dat we er beter op kunnen vieren dan op kunnen vasten of we deze winter nog een koude winternacht gaan krijgen. Of je moet een fan zijn van Kamelot, want dan kun je van elke nacht een koude winternacht maken. Deze Amerikaanse band met achter de microfoon de Noor Roy Kahn noemden hun dvd namelijk One Cold Winter's Night en deze dubbeldvd is van hetzelfde niveau als hun laatste cd The Black Halo: hoog. Kamelot maakt er geen half werk van, want de gezamenlijke looptijd van de twee dvd's is maar liefst 220 minuten. Inderdaad, dat wordt al snel nachtwerk als je die in zijn geheel achter elkaar wilt bekijken. Gelukkig is de opdeling van de twee dvd's s logisch en makkelijk onafhankelijk van elkaar te bekijken. De eerste bevat een registratie van het optreden dat de band gaf in een zaal in het thuis lang van Kahn, de Rockefeller in Oslo. Het geluid is perfect, de cameravoering uitgekiend en vooral: de band is in vorm en klinkt net wat steviger dan op hun studioplaten.. Kahn weet waar hij de fout in kan gaan, laat de hoge noten voor wat ze zijn, maar wel op een dergelijke wijze dat je deze niet gaat missen. Slim bedacht. Net zoals het cachet dat de extra ingehuurde zangeressen aan het optreden geven. Dat de band vooral het recente The Black Halo de revue laat passeren is niet meer dan logisch, dat is ook hun beste plaat. Op de tweede dvd vind je nog wat videoclips, een interview met Epica's Simone Simons en een kijkje thuis bij Thomas Youngblood en als toetje nog vijf tracks van een optreden dat gegeven werd op Sweden Rock 2006. Fans van Kamelot en eigenlijk een ieder die houdt van goede power/progressieve metal hebben hier een fijne avondvullende voorstelling aan.
File Under: Aangenaam koud
File Video: [Trailer]
Spores - Imagine the Future
Proloog
Er zit een heel mooie sticker bij de promo van The Spores.
1. Op Oosterse melodieën geënte elektronica, met een zwoele - hier en daar vervormde stem. "Mandibles".
2. Indiesfeer, door gitaar en drum, maar meteen een breakbeatje erin. Met indiemeisjesstem. "(Don't) Kill Yourself", het 'hitje' volgens mij. Met een rockrefreintje dat we uit de jaren negentig kennen.
3. "Moon Shine Down". Hier hoor ik vooral hiphopachtige elektroachtergronden, en dan klinkt die stem ineens ook wat commerciëler. Minder leuk, minder geslaagd.
4. In "Heat Seeker" duurt het even voordat je weet welke kant het liedje op wil, maar neigt in eerste instantie meer naar 3., hoewel later gewoon weer rockende gitaren, fijne toetsmelodietjes en vervormde stemmen.
5. Titelnummer "Imagine the Future" probeert zijn naam eer aan te doen door er een relatief vette beat in te gooien. Sferisch, als de beat wegvalt. Beetje Massive Attack wel. Een beetje.
6. "Love my Mind" had net zo goed het begin van een té blij elektropopliedje kunnen zijn. Verrek, het gaat ook zo verder. 't Is dat er gitaren in komen. Maar het lijkt te gemakkelijk. Te vanzelf. In dit geval is vanzelf niet tof. De stemvervorming pakt hier het beste uit.
7. "Veal". Ik moet opletten. Voor ik het weet zijn de liedjes voorbij. Niet omdat ze kort zijn. Omdat ik niet oplet, maar vooral omdat ze me zo weinig doen. Vervelend is deze zelfs.
8. Bijna voorbij voordat ik het doorheb. Het moet niet veel saaier worden. "Big Brother". Saaie titel, zeg.
9. "Yum Yum". O, en hier opeens de funker uit gaan hangen. Waar leiden The Spores naartoe?
10. "El Matador" doet dit album definitief inzakken.
11. "Entwined Like Lovers". Ik zou het hier niet op kunnen. (Commercieel deuntje. Bah.)
12. "Daffodil" is dan weer leuk gek. Een verhaaltje, theatraal, een beetje gek, Brechtiaans, vind ik.
Epiloog
Ik weet maar niet waar het op lijkt. Misschien lijkt het nergens op. Dat is natuurlijk goed. Maar het beklijft niet. Dat is natuurlijk fout.
File Under: Aardige vondstjes, maar naar het einde toe aardig vervelend.
File Audio: [Alhier!]
Rise Against - Generation Lost
Als je als geëngageerde, populaire punkrockband een dvd uitbrengt zijn de verwachtingen hooggespannen. Zeker als je bij een majorlabel zit en je budget dus groter is. Een vette liveshow, goed gefilmd, veel camera's en lichteffecten. Ik was er helemaal klaar voor. Rise Against doet het echter anders. De hoofdmoot van Generation Lost is een driekwartier durende documentaire over de band. Allereerst natuurlijk vrienden en collega's die de vier bandleden van Rise Against de nodige veren in de reet steken. We komen te weten dat zanger Tim een rustige jongen is, dat niemand gitarist Chris bij zijn naam noemt maar dat ze hem met cocksucker aanspreken en dat het favoriete eten van bassist Joe pizza is (en dat hij een pizzatatoeage heeft). Ook een aantal fans komen aan het woord. Een donkere jongen vertelt dat hij gepest werd omdat hij niet van gangsta-rap maar van rock houdt. Zijn grootste probleem is dat hij geen geld voor een buskaartje heeft om naar zijn internetvriendinnetje te gaan. Vertederend is ook dat Tim samen met een fan "Swing Life Away" speelt, jammer dat dit speciaal voor deze dvd geënsceneerd is en niet spontaan gebeurde. Verder nog wat backstagebeelden van de Warped Tour en natuurlijk de vrouwen en vriendinnen van de heren. En de dochters van drummer Brandon en Tim, wat een schatjes. Geen woord over de nummers, geen enkel politiek statement. De documentaire zal leuk zijn voor diehard fans maar deed mij vooral naar de muziek van Rise Against verlangen. Die muziek blijft helaas beperkt tot vier nummers van een optreden in Los Angeles en vijf videoclips. Een gemiste kans deze dvd.
File Under: Beneden de maat
File Video: [Injection, één van de vier livenummers op dit schijfje]
Dmonstrations - Night Trrors, Shock!
Hoeveel hoekige ritmes, krassende gitaren en postpunk-gekte kan een mens nog verdragen? Als die hoekige ritmes en de gitaarlicks zo van een van de latere Captain Beefheart-plaat lijken af te komen, is het zo nu en dan goed te doen. Sterker nog, soms kom je dan een plaat tegen die je na eerste beluistering in een hoek legt als weer van hetzelfde, maar die je na een volgende draaibeurt onbedwingbaar meeneemt in z'n eigen weirde wereld. Wel moet er in het geval van Night Trrors, Shock! door het al te enthousiaste maar ook behoorlijk eenvormige schreeuwgezang heen worden geluisterd. De afwisseling met 'normale' zang is er wel, maar bij de dosering gaat het een beetje mis. Gelukkig klokken de tracks meestal onder of net iets boven de twee minuten, genoeg om een idee neer te zetten en over te gaan naar de volgende track. Al met al duurt Dmonstrations' debuutplaat (EP?) net geen vijfentwintig minuten, genoeg om soms lichte hartkloppingen van opwinding te bezorgen, maar ook om de zwaar op de grafische ontwerpen uit de jaren tachtig leunende hoes te bewonderen. Stencil-art is weer terug op platenhoezen en alleen dat al maakt dat deze EP - hoewel niet briljant - meer aandacht waard is.
File Under: Postpunkhysteria
File Audio: [Hier]
Eurosonic / Noorderslag - Vooraf
Praten over Eurosonic is praten over lange rijen en gemiste kansen. Vorig jaar maakte ik in Groningen mijn debuut als Eurosonic-ganger en vond het eerlijk gezegd allemaal wel meevallen. Natuurlijk is de kans erg klein dat je op het laatste moment nog bij de Stadsschouwburg kan binnenglippen om een glimp van een publiekstrekker als The Magic Numbers mee te kunnen pikken. Het is toch een kwestie van een goed plan, maar vooral een flexibel plan B en een degelijk paar schoenen. Met name plan B kan wel eens voor een aangename verrassing zorgen. Valt het alsnog tegen, dan is er altijd wel een straatje verderop een zaaltje waar je een nieuwe poging kunt wagen iets nieuws te ontdekken. Als dit idee je niet aanspreekt of je niet over fatsoenlijk schoeisel beschikt, kun je ook gewoon jezelf op een vaste locatie zoals Huize Maas nestelen om zo de avond door te komen. Ik ben meer van de eerst genoemde strategie.
Lees verder..Johnossi - Johnossi
Het is derde kerstdag en ik moet de platenboer opengooien, omdat collega tweede kerstdag ergens plaatjes draaide. Het is tien uur en ik verwacht eigenlijk niemand, maar als ik aankom staat er al iemand te wachten die linea recta de platenkelder induikt. Ik zet het eerste plaatje op dat ik tegenkom - Amy Winehouse, geloof ik - en ik zet koffie. Ik zie de man in de kelder met een enorme lijst in de weer. Die is dus nog wel even bezig alle bakken te doorzoeken. Als ik met een kopje koffie weer in de winkel verschijn, staat er een jonge jongen die ik nog nooit heb gezien. De naam van de band waar hij naar op zoek is, zegt me niks, maar als hij zegt dat de kans nihil is dat we er iets van hebben staan, hoop ik vurig deze band toch aan te treffen. En jawel. In de zoektocht naar het hoesje van een van de singles van deze band - uiteindelijk boven, bij de tweedehands cd's -, raken we een beetje aan de praat en dat gaat door tijdens het afrekenen. Amy Winehouse is inmiddels gestopt met zingen en ik stop een promo in de cd-speler. Bij de eerste twee noten zegt de jongen: 'Hee, is dit Johnossi?' Ik laat van verbazing bijna mijn koffie uit mijn handen vallen. 'Ja,' stamel ik, 'ken je dat?' Het blijken vrienden van hem. Bijna had ie de distributie van hun album op zich genomen, maar dat bleek moeilijker dan hij verwachtte. 'Wat fijn dat ze hun album de grens over hebben gekregen,' zegt de jongen. 'Ja?', vraag ik. 'Zijn ze de moeite waard?' We zitten immers nog in het eerste lied en ik heb nog nooit van ze gehoord. 'Ja,' zegt de jongen, 'ze zijn de moeite waard. Ze horen bij die enorme Zweedse popscene die in navolging van Peter, Bjorn and John hun sporen nu in de rest van Europa moeten gaan verdienen.' 'Ze komen ook op Eurosonic,' zeg ik. 'O, wat leuk,' zegt de jongen. 'Daar ben ik blij om, weet je dat?' Hij rekent zijn single af en verlaat de winkel. Ik luister het album van Johnossi af en denk: 'O, wat leuk.' Ik ben er ook blij om.
File Under: Fijne pop uit Zweden met hier en daar een rauw randje
File Audio: [Johnossi]
Patrik Carlsson - Melodic Travel
Een soloplaat van een Zweedse gitarist. Hmm... Alles zelf gedaan. Tjonge. Drums uit een doosje...Oei. Dat was ongeveer mijn gedachtengang bij het opzetten van deze cd. Al snel bleek ik er behoorlijk naast te zitten. Okee, er zijn regelmatig drums uit een doosje te horen, maar Patrik Carlsson is bepaald niet de neo-klassieke tempobeul die je bij de meeste solo-albums van Zweedse gitaristen aantreft. Integendeel, Carlsson zoekt eerder de melodieuze kant op, zoals die te horen is bij grootheden als Vai, Satriani en Lukather en op de instrumentale platen van een van mijn persoonlijke favorieten, Milan Polak. Hij kan best met honder noten per minuut scheuren, maar dat hoeft Carlsson niet steeds te laten horen. En dat is een verademing. Aardig detail: op de site van Carlsson staat per song een afbeelding om in de sfeer van de song te komen. Wel is te merken dat dit ooit begon als een jazz-/folk-album, want naar het einde wordt het steeds jazzier en is er meer Santana- en Holdsworth-achtig werk te horen. Da's niet erg, maar je moet er wel van houden. Voor een pure rocker is dit album dus wat minder geschikt. Hoewel een eigen stijl nog enigszins ontbreekt, is dit wel een fijn album voor de liefhebber van het betere veelstijlige melodieuze gitaarwerk. Dat de man meer kan dan over de snaren vliegen, is in elk geval zonneklaar.
File Under: Eindelijk eens een Zweed zønder turbo
File Audio: [Settler's Pleasure] [meer fragmenten]
Africando - Ketukuba
Twee keer had ik een salsa-les. De eerste keer was met een groep bij een professionele dansschool. De passen waren ingewikkeld en ik voelde me als bleekscheet een houten klaas eerste klas. De tweede keer was een les voor een groep kinderen en enkele leidinggevenden waaronder ik, maar daar straalde plezier van uit en had ik het gevoel wel wat te kunnen. Wat een feest! Als je jezelf in de wereldmuziek wilt verdiepen waar ik de salsa maar even onder reken dan kun hierin je een eigen weg zoeken, maar ook aan de hand meelopen van grote Westerse namen die hier een lans voor braken als Peter Gabriël, David Byrne of Ry Cooder. Deze laatste zorgde ervoor dat de Son van het Cubaanse Buena Vista Social Club grootse successen boekte. En eerder was er natuurlijk alFranco, Orchestra Baobab en Youssou N'Dour om maar eens een blik met grotere namen open te trekken. Cuba blijft echter aantrekkingskracht hebben, want Africando gaat 'terug naar Cuba' oftewel Ketukuba. Africando bestond oorspronkelijk (in 1990) uit salsamuzikanten uit New York die samen met Sengalese vocalisten muziek maakten, maar al snel een rijke schakering aan Afrikanen aan zich wist te binden. In 2005 overleed zanger Gnossas Pedro die op zijn beurt samen met Pascal Dieng één van de opvolgers was van Pape Seck die in 1995 overleed. Africando gaat nu echter door met nieuwe sterren aan het front als Basse Sarr en Madou Balake en waar dit album Ketukuba het eerste resultaat van is. Op het bijna een uur durende album dat opgedragen is aan Pedro is er uiteraard sprake van salsa op Afrikaanse basis, maar ook met jazzinvloeden. Het koper toetert er heftig op los, de trommels slaan ritmisch waar de meeste westerlingen verbleken tot amateurs en de zangers zingen prachtig in diverse talen waaronder Wolof. De warmte straalt er van alle kanten vanaf. Tot hier nam ik u even bij de hand, maar de weg naar de platenwinkel moet u zelf maar vinden. En laat u niet afschrikken door de foeilelijke hoes. Het gaat immers om de muziek.
File Under: De Son is shining
Sophia
Nadat hij me met breed gebaar voor heeft laten gaan op de trap vinden Robin Proper-Sheppard en ik een goede plek in het verlaten Theehuis van de Melkweg waar we kunnen praten over The God Machine, filosofie en zijn laatste Sophia-plaat Technology won't save us. Luidruchtig wordt nog een "large coffee, laaarge coffee!" besteld - hij moet nog even wakker worden - en dan richt hij zich alweer verwachtingsvol tot mij. Recht in zijn energieke gelaat flap ik de ietwat de plank missende vraag: "is it hard being on the road?" eruit. Gelukkig steekt hij groots en meeslepend van wal.
Lees verder..Blow - Paper Television
Jongen? Check. Meisje? Check. Samen heb je dan het duo The Blow. Wat meer meisje dan jongen, want alleen zij zingt. Naja, echt zingen is het niet. Onschuldig, in zichzelf, half verstaanbaar, alsof ze nog kind is. Verlangend. Toevallig. Niet helemaal lief, ook niet naïef. Op zoek naar liefde. Check. En daar tegenover geparkeerd wordt dan wat prettige, net zulke jonge springerige lente-elektronica. Het resultaat is een soort Fischerspooner of Stereo Total, maar dan frisser, spoener en sprankelender. Met liedjes over meisjes, baby's, opgegeten harten en hoop, waarin Khaela Maricich nog gewoon bij 'the point of this song' durft aan te komen. Alles bij elkaar is Paper Television een maf, hip, ontwapenend popalbum van net 30 minuten, met nummers voor zowel huiskamers als clubs. Goed absoluut, maar briljant, nee; The Blow laat zich maar af en toe écht gaan. Daarnaast komt dit album - ondanks dat het maar zo kort duurt - het best tot zijn recht op een iPod Shuffle of iets dergelijks, midden tussen Shitdisco en Coparck in, want het lijkt anders wel nogal op elkaar allemaal. Maar voorlopig bevalt dat nog prima.
File Under: Jong meets electro
File Audio/Video: Blowspace
The Special Agents - Bulletproof Beat
Als je zo een aantal jaren over het internet zwerft kun je niet anders dan concluderen dat er een heleboel mensen met een heleboel rare voorkeuren en liefhebberijen zijn. Je zou alle mafkezen met een fetisj voor ondergepoepte zwartgelakte dameslaarzen maar de kost moeten geven... Zo goed als er freaks zijn die eerlijk uitkomen voor hun vleselijke lusten zijn er ook mensen die helemaal wild worden van het geluid van een bepaald instrument. Sterker nog, hele volkstammen krijgen een natte neus van sommige merken instrumenten. Bij gitaren zit je dan al snel in de hoek van de Gibson- en Fender-adepten, terwijl het bij orgelmuziek vooral de Hammond is die vele harten sneller doet slaan. Niet heel vreemd dus dat er zelfs een platenlabel is dat zich volledig richt op deze orgelfetisjisten, Hammond Beat geheten. Op dit label verschijnt debuutplaat Bulletproof Beat, van de Britse Special Agents. Dat de Hammond hierop een hoofdrol speelt is niet echt een verrassing meer. De Agents spelen van die typische surfrock met een jaren '60 randje, alleen dan volledig overdonderd door de orgelgeluiden. Aangezien alle muziek instrumentaal is heeft het orgel de melodielijnen totaal naar zich toe getrokken, waardoor er dertien nummers geen ontkomen aan is. Nu was ik altijd behoorlijk gecharmeerd van het geweldig authentieke geluid van zo'n ding, maar zo als zo vaak: overdaad schaadt. Ik snakt na vier liedjes naar een minuutje rust en geen vibrerend orgel in mijn oor, helaas tevergeefs. Deze CD is veel te eentonig en gebaseerd op een enkel kunstje. Er zal vast een bepaald publiek zijn dat spontaan begint te soppen bij het idee van drie kwartier orgelmelodietjes op een drumbeat, maar ik word er vooral heel erg kriebelig van.
File Under: Surf met een hysterisch orgel
File Audio: [Klik]
The Low Lows - Fire on the Bright Sky
Normaal beslis ik na enkele seconden al of ik een song goed vind of niet en meestal blijft die mening ongewijzigd, ook nadat ik het hele nummer gehoord heb. Ook bij het beluisteren van een cd hoef ik zelden alle tracks van voor tot achter gehoord te hebben om te weten of ik de cd de moeite waard vind. Natuurlijk gebeurt het ook wel eens dat een cd me na een tijdje beter gaat bevallen, andersom gebeurt zelden. Wat ik eenmaal mooi vind, zal ik ook later nog mooi vinden. Bij het bespreken van cd's voor FU moet ik een cd meerdere malen goed beluisteren ook omdat het vaak cd's van bands zijn die ik niet zelf gekozen heb en ik moet deze taak toch zo goed mogelijk uitvoeren. Toen ik de debuut-cd van The Low Lows voor het eerst hoorde, wist ik niet wat ik ervan moest denken. De vreemde zang, alsof de zanger door een lange buis zingt en de minimale instrumentale ondersteuning spraken me niet direct aan. In een cd-bespreking zal ik dit toch meer moeten onderbouwen en dus gaf ik Fire on the Bright Sky nog een kans. Ondertussen ging ik op zoek naar wat meer informatie over The Low Lows en zo stuitte ik op Parker and Lily, een New Yorks duo waarvan ik al het een en ander gehoord had. Parker Noon blijkt de zanger van The Low Lows te zijn en de titel van de laatste Parker and Lily cd was "The Low Lows". Natuurlijk allemaal geen redenen om de muziek ineens heel mooi te gaan vinden maar wel om eens wat beter te gaan luisteren. Ook omdat ik de muziek van (de oude) Songs: Ohia ook mooi vind en die klinkt vaak net zo minimaal, doe er een Farfisa-orgel en een beetje noise bij en je hebt bijna het geluid van The Low Lows.
File Under: Velvet
File Audio: [Dear Flies, Love Spider]
SQY Rocking Team - Top Fuel Tendencies
Ik stond nog te worstelen met mijn tentje op het moment dat de eerste band van het officiële programma van het Arrow Rock Festival begon. De avond ervoor was er echter al een concert geweest op de camping, waarbij ook SQY Rocking Team (voorheen Sequoyah) van de partij was. Waarom zij daar op het programma stonden en waarom ze inmiddels ook als support-act van Status Quo, Y&T, Deep Purple en Motörhead hebben opgetreden is bij de eerste tonen van hun derde cd al duidelijk: SQY Rocking Team is een pretrockband van het zuiverste water. Niet in de zin van puberale humor of meer lol dan muziek, maar in de zin van aanstekelijke muziek waarmee je meteen in de stemming komt voor een volgend optreden. De meeste songs zijn up-tempo en zijn voorzien van een lekker ruige maar zuivere productie. Deze vier Brabanders noemen hun muziek "op jaren 70 en 80 georiënteerde hardmetal glamrock 'n' roll", een lange maar perfecte omschrijving. De songs halen geen van alle de vier minuten, maar dat is alleen maar een goede keuze. De songs gaan meestal vlot uit de startblokken en zijn veelal een soort rock 'n' roll anthems, met basic riffs en sterke refreinen met meerstemmige zang. Je merkt aan alles dat dit bij uitstek een live-band is. Dat ze dat ook nog goed op cd hebben weten te krijgen is een compliment waard. Dit is gewoon een uitstekende pretrock-cd.
File Under: aanstekelijke sfeermakers
File Audio: [Flashplayer] [SQYSpace]
The Lucky Bishops - Unexpect The Expected
Het was weer eens nieuws dat er een schip vergaan is. Elke keer iets dergelijks gebeurt moet ik terugdenken aan onze tocht in 1989 op de Middellandse Zee. Het was prachtig weer. We gingen naar de beroemde Samariakloof via de zeeroute. De zon brandde de hele dag op ons hoofd, maar toen we huiswaarts gingen betrok het. Met het laatste schip dat die dag zou gaan voeren we terug. De storm stak op en het is een wonder dat we niet met man en muis zijn vergaan. The Lucky Bishops is een Engelse band, uit Dorset om precies te zijn, met ogenschijnlijk melodieuze gitaarpopliedjes. Als je echter goed luistert dan is er erg veel onrust. Dit zit hem in onverwachte wendingen in de liedjes en gemene gitaarklanken, maar ook in een breed scala aan stromingen waaruit geput wordt. Zo komen er stukken voorbij met psychedelica-, folk-, new wave- en rockinvloeden. Het doet aan veel bands denken, zoals XTC, The Beatles en Kula Shaker. Toch hebben ze zeker een eigen geluid. Het kwartet brengt met Unexpect The Expected hun derde album uit sinds het debuut in 2000. De heren zijn alle vier goed bij stem en nemen dan ook in de diverse nummers de vocalen, al dan niet in samenzang, voor hun rekening. Het onrustige geluid maakt dat juist de wat voorspelbare gedeelten opvallen. De titel dekt de lading dan ook prima.
File Under: Album om de geheimen van te ontdekken
File Audio: [London Lounge][ Witches]
File Video: [The London Lounge]
File My Space: [The Lucky Bishops]
Bullet for my Valentine - Live at Brixton
Muziek is een kwestie van smaak. Je vindt iets mooi of niet. Bij Bullet for my Valentine weet ik eigenlijk niet wat ik er van moet vinden. De uit Wales afkomstige band heeft met The Poison een sterk debuutalbum afgeleverd, maar de hype er omheen begreep ik niet helemaal. Na een paar luisterbeurten lijken de nummers nog steeds teveel op elkaar. Nu is er dan de dvd Live at Brixton. Het optreden is al van een jaar geleden en alle nummers van The Poison worden gespeeld. Het camerawerk is puik en het geluid is gewoon top. Alsof je er zelf bij was, om maar eens een cliché te gebruiken. Het publiek gaat uit z'n dak en de band speelt retestrak. Eigenlijk is er niks op dit optreden aan te merken. Behalve dan dat wat ik ook op de cd aan had te merken: na een half uurtje lijken alle nummers op elkaar. Naast dit optreden staan er op het schijfje vijf videoclips, maar het is leuker om de nummers in de live-uitvoering te bekijken. Live at Brixton is sowieso een propvolle dvd geworden. Zo staan er backstagebeelden op van Brixton en een half uur durende documentaire over de band. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is wordt de kijker ook nog verblijd met Bullet TV. Zeven afleveringen maar liefst, door de band zelf gefilmd. Zo zien we de heren het nachtleven in gaan en krijgen we een kijkje in de tourbus. Waren alle muziek-dvd's maar zo goed gevuld. 140 minuten Bullet for my Valentine. Wie dat overleeft, moet wel een echte fan zijn!
File Under: <begin cliché> Een musthave voor iedere fan </einde cliché>
File Video: [Hand of blood live at Brixton]
Satyrian - The Dark Gift
Het album Eternitas van Satyrian eindigde bij mij op nummer één in mijn eindejaarslijstje over 2006. Ik was aangenaam verrast door de zang, de muziek en de sfeer op het album. Ik was dus ook erg benieuwd naar de minicd The Dark Gift toen ik die uit z'n hoesje haalde en in m'n cdspeler stopte. Het is echter geen gewone EP geworden. De band besloot om hun succesvolle jaar af te sluiten door een aantal nummers te (laten) remixen en enkele alternatieve versies als 'cadeau' voor hun fans uit te brengen. Zes van de twaalf originele tracks zijn bewerkt tot een achttal remixes. Van het titelnummer "The Dark Gift" staan maar liefst drie verschillende versies op de plaat. De mixes zijn op zich goed gedaan, al hebben sommigen wel een beetje teveel een standaard dancebeat eronder staan. Het is in ieder geval niet zo dat ik het gevoel heb naar twee verschillende nummers te luisteren. Maar het voegt voor mij bar weinig toe. Nee, geef mij dan maar het origineel. Het is een leuk aardigheidje om 2006 mee af te sluiten, maar niet meer dan dat. Ik kijk dan ook veel liever uit naar de opvolger van Eternitas.
File Under: Een aardigheidje voor de liefhebber
File Audio: [Invictus (Master Of fate ReMix)]
Twelve Tribes - Midwest Pandemic
Ik ben onlangs van kamergenoot gewisseld en mijn nieuwe rechtstreekse collega is een stuk minder blij met harde muziek dan het vriendelijke metaalhoofd waar ik voorheen mijn stukjes herrie mee deelde. Zomaar op een normale werkdag wat nieuwe metalcore CD's door de ruimte knallen zit er voorlopig niet meer in en dus ben ik volledig op de koptelefoon aangewezen. Da's wel zo sociaal, want ik kan mij zo voorstellen dat de collega spontaan een hartaanval krijgt wanneer ik de nieuwe Twelve Tribes vrij over de boxen zou laten schallen. Erg betreurenswaardig is dat wel, want Midwest Pandemic verdient absoluut een beter publiek. Al enige jaren is de verwachting rondom het vijftal uit Ohio hoog gespannen. Eerdere producties waren strak en goed maar misten nog wel eens de extra's die een band boven het maaiveld doen uitsteken. De details zijn in dit geval stukken beter verzorgd - het geluid is ongekend vet - van die kant dan ook geen kritiek. Desalniettemin is het jammer dat Twelve Tribes wel érg dicht in de buurt blijft van grootheden als Killswitch Engage (de uitvoering van de melodieuze refreinen komen me heel bekend voor) en Machinehead. Er zijn vervelendere bands denkbaar om mee vergeleken te worden natuurlijk, maar ik had het een stuk mooier gevonden wanneer er wat meer moeite was gestoken in een afwijkend geluid. Gelukkig is de laatste Killswitch een regelrechte tegenvaller en wellicht is Midwest Panic goed om dit enigszins te compenseren. Mijn collega maakt het sowieso helemaal niets uit: alles met gitaren is per definitie herrie. Ach ja, zo kun je het ook bekijken.
File Under: Subtopper
File Audio: [Klik]
Owen - At Home With Owen
Mike Kinsella is een bezig bijtje. Sinds hij in 2001 begon aan zijn singer-songwriterproject Owen is At Home With Owen namelijk al zijn vierde volledige cd. Tussendoor bracht hij ook nog twee EP's uit. Maar dat was niet alles, want Kinsella speelt ook nog in Joan of Arc en hielp tussendoor ook nog allerlei andere bands een handje. Niet iemand die echt een thuiszittertje is dus, zou je zeggen. Toch heet zijn cd At Home With Owen. Ik gok zo dat 'ie een vrouw tegen het lijf gelopen is, is gaan hokken en dat zij ook nog eens pronkt binnenin de uitklaphoes van de digipack bij deze nieuwe cd. Het zou me niets verbazen als 'ie ook nog getrouwd is met haar, want in "A Bird In Hand" zingt Mike: 'When I put my arms around you, you know I mean it. When I slam doors cause I'm pissed at you, you know I mean it. When I put on a a suit and say "I do", you know what you know I mean it.' En het lijkt me stug dat dit niet uit eigen ervaring voorkomt, want ook in de andere liedjes gaat het veelvuldig over relaties en als vreemde eend in de bijt is er ook nog eens een cover van Velvet Underground's "Femme Fatale". Owen doet me veelvuldig aan Sophia en Bright Eyes denken. Dat komt door de stem van Kinsella. Hij heeft ook dat klagerige en druilerige in zijn zang. Het maakt dat zijn liedjes vrijwel altijd een treurige ondertoon hebben. Maar door het fonkelende en bij vlagen briljante gitaarspel van deze droefsnoet schijnt er toch in alle liedjes wel degelijk de zon. Als je maar goed kijkt.
File Under: Singer-songwriter die nog steeds prachtige snotterzut maakt
Gus Black - Autumn Days: Official Bootleg
Ik blijf het vinden: het klopt niet. Het plaatje van Gus Black dat voor mij ligt, heet Autumn Days: Official Bootleg. Misschien ben ik ouderwets, maar ik weet niet beter of een bootleg is per definitie niet officieel. Dat waren ooit, in een grijs verleden, van die illegale opnames, gemaakt met crappy en geheime opnameapparatuur, die dan op de zwarte markt verkocht werden. Met mensen die er doorheen ouwehoeren. Maar dat hoeft schijnbaar allang niet meer. Pearl Jam bracht ooit al eens een omvangrijke serie officiële bootlegs van concerten in de VS uit, en ook Gus Black probeert mij nu te overtuigen van het nut van een officiële bootleg. Autumn Days: Official Bootleg is een verzameling nummers die afkomstig zijn van Blacks laatste album Autumn Days, maar dan live opgenomen tijdens een radio-uitzending of tijdens een concert. En, surprise surprise, een Dylan- en een Young-cover. Ik heb het oorspronkelijke album nooit gehoord, maar tijdens het beluisteren van dit digipackje moet ik tot dezelfde conclusie komen als collega Storm destijds: Gus Black mist iets. Het luistert wel lekker weg, maar het raakt me niet. De arrangementen zijn teveel van het goede, de teksten zijn te cliché, de zang gaat na enkele nummers vervelen. En belangrijker: dit heeft niks met een bootleg te maken. Het kraakt niet, het piept niet. Dit is geen stoomlocomotief, dit is een Sprinter. Gus Black is net als zijn officiële bootleg: het idee is leuk, maar het is het net niet.
File Under: Iemand nog een bootleg voor weinig?
File Audio: [ MySpace]
Múm - The Peel Session
Misschien ben ik een negatief mens, maar als ik hier weer eens zo'n Peel-sessie ep'tje in handen heb, word ik daar toch een beetje kribbig van. Ongetwijfeld leuk en aardig die radioshow, velen zullen door die sessies allerlei bands hebben ontdekt, maar je maakt mij niet wijs dat die sessies zó bijzonder waren. Zeker niet van het IJslandse Múm, in wezen toch een laptop-band, waarvan de leden live misschien schattig melodica kunnen spelen, maar meer ook niet. Tijdens deze sessie speelden de jongens en meisjes vier liedjes: drie van het geniale debuutalbum Yesterday Was Dramatic, Today Is OK en één van het op dat moment verse werk Finally We Are No One. Zoals ik al vermoedde zijn de basis-loops hetzelfde en worden deze nu iets rommeliger dan op plaat door de muzikanten begeleid. Best leuk als je van Múm's typische naïeve melodieën houdt en dat doe ik. Vermelden waard is ook nog het intro van "Smell Memory", dat de titel "Scratched Bicycle" heeft meegekregen. Volgens mij het enige stukje echt nieuwe muziek op deze ep. Het is een fijne poel van omgekeerde geluiden, alsof met veel gebubbel de transmissie met de zendmast tot stand wordt gebracht. U weet wat ze van zo'n ep'tje zeggen: Alleen voor de echte fans. Nieuwkomers raad ik aan het eerdergenoemde debuut-album aan te schaffen. Een must voor de liefhebber van goede indietronica. Kost het dubbele, maar dan heb je ook ruim drie keer zoveel muziek.
File Under: Het wachten is op nieuw werk
File Audio: [Múm-Space]
Zion - Zion
Een goede presentatie is het halve werk, dat weet iedereen die ooit een spreekbeurt heeft afgeleverd. Al is de kwaliteit matig, met een fraaie presentatie kun je nog wel een puntje extra sprokkelen. Is daarentegen de kwaliteit prima maar laat de verpakking te wensen over, dan kan het je juist punten kosten. Iemand zou dat eens moeten vertellen aan Freddy Curci. En nee, dan heb ik het niet over de hoes van het werkje van zijn nieuwste band Zion, want het artwork is bijzonder fraai. Was het maar zo, want zo'n hoesje is uiteindelijk niet belangrijk. Helaas, de goede songs worden ontsierd door een werkelijk hemeltergend slechte productie. En dat terwijl de songs prima zijn. AOR in het straatje van Foreigner, met goede melodielijnen en stevige gitaren zonder de radiovriendelijkheid kwijt te raken. Dat is ook geen echte verrassing, want Curci zat eerder in Sheriff en Alias, twee namen waarbij de AOR-liefhebbers het water in de mond loopt. Curci heeft hier echter besloten zelf de productie te doen en dat was een stap teveel. Het geluid is nogal zompig, wat in het genre een fiks nadeel is. Erger is dat de zang de helft van de tijd klinkt alsof het in Curci's badkamer is opgenomen. De nummers waar Frontiers-huisproducer Fabrizio V. Zee Grossi (Starbreaker, Vertigo) achter de knoppen zat zijn een fractie beter, maar toen was het kwaad al geschied. Qua songs heb ik ook in 2006 weinig betere AOR gehoord, maar het budget was blijkbaar al op toen het opnemen nog moest beginnen. Dit album wordt daardoor in elk geval grondig verpest.
File Under: Goede songs vanuit de badkamer
File Audio: [How Much Longer Is Forever] [Dangerous] [No Surprise] [The Sky Is Falling]
Dr. Dog - Takers and Leavers (EP)
Takers en Leavers is een quicky van Dr. Dog als tussendoortje om de honger van de liefhebbers van hun liedjes - de échte fans konden bij de band zelf van deze ep een handgemaakte versie bestellen - te stillen terwijl ze wachten op de nieuwe cd die ze in juli van het vorige jaar al aankondigde voor februari van dit jaar. Da's best knap als je dat in juli al kunt voorspellen, vind ik. Twee liedjes (de eerste twee om precies te zijn) van deze zes tracks tellende snelle hap zullen ook op die nog titelloze plaat verschijnen. De keuze voor deze twee maakt me wel nieuwsgierig naar de kwaliteit van de rest, want het is niet zo dat de andere vier liedjes nou heel erg onder doen voor deze twee. Voor liefhebbers van retromuziek, die zich niet storen aan het hoge waar-heb-ik-dit-meer-gehoord dat de muziek van onmiskenbaar in zich heeft Dr. Dog kunnen hun hart ophalen bij deze EP. Want als je nog op zoek bent naar wat verloren gewaande liedjes van David Bowie ("Goner"), Beach Boys ("Ain't It Strange"), Beatles (overal wel een bietje), Crosby, Stills, Nash & Young ("California") of Neil Young alleen ("Livin' a Dream"), dan ben je bij deze mannen aan het goede adres. Maar als je je hart verpand hebt aan de lo-fi fröbelaars van deze tijd die stiekem toch een wijds geluid creëren, dan kom je bij dit vijftal uit Philadelphia ook niet van de koude kermis thuis.
File Under: Retrozut tussendoortje
File Audio: [Ain't It Strange]
File Audio: [Here's the doctor]
Coparck - The 3rd Album
Na eerdere albumtitels als Birds, Happiness & Still Not Worried en Few Chances Come Once In A Lifetime is The 3rd Album een saaie titel voor het nieuwe en inderdaad derde Coparck-album. Wat was ik in 2001 weg van het debuut van deze Amsterdammers. Door mijn enthousiasme hebben zeker vijf mensen in mijn omgeving het aangeschaft en stond het volgens mij zelfs op nummer één in mijn jaarlijst. Coparck werd gedropt door de platenmaatschappij, er werd van drummer gewisseld, maar begin 2005 was er plots toch een opvolger. Het herkenbare Coparck-geluid was er nog steeds, maar de verrassing was er een beetje af. Toch was ik blij dat de band weer van zich liet horen en kregen ze mij de voordeel van de insluipende twijfel. En dan is het 2007 en mag ik het derde album hier bespreken. Er werd weer van platenmaatschappij gewisseld, maar daar is op zich niet veel van te merken. Het album gaat namelijk verder waar de voorganger eindigde. Mensen die dan ook pas zijn aangehaakt bij de voorganger of zelfs bij de reclamemuziek die het nummer "The World Of Tomorrow" was zullen dan ook niet teleurgesteld worden. De melancholie cirkelt wederom langzaam naar zijn hoogte en het geluid is onder leiding dit keer van een Reyn Ouwehand beter dan ooit. Maar bij het nogmaals draaien van het debuut mis ik toch het zoeken naar de juiste weg en het onvoorspelbare dat dit met zich meebrengt. The 3rd Album is een album dat na een tiental draaibeurten voor mij alles prijsgegeven heeft en het vervangen van het promo-exemplaar voor een waarschijnlijk prachtig uitgevoerde officiële editie zal bij mij achterwege blijven. Toch gun ik ze een doorbraak, want voor sappelen in de marge is de band te goed.
File Under: Niet meer noodzakelijk, maar wel weer goed gedaan
File Audio: [De eerste single "A Good Year For The Robots" is te beluisteren op Coparck Space]
Boxes - Bad Blood
Het blijft knap: een band bestaande uit twee man en dan toch zoveel herrie voortbrengen. Boxes komt uit Dublin en doet aan hoekige ritmische dwarsrock. Met alleen drums en gitaar en hier en daar wat zang en een bas-overdubje. Met songs die zowat uit hun voegen barsten van alle wendingen die er genomen worden. Boxes zoekt het zoveel mogelijk in de verschillende ritmische mogelijkheden die je met een gitaarriff hebt, en neemt hierbij alle mogelijke afslagen die er maar denkbaar zijn. Qua maatsoorten en ritmiek legt dit duo de lat enorm hoog, maar ze weten desondanks de songs toegankelijk te houden, wat ook komt door de (helaas ietwat monotone) zangstukken. Wat dat betreft is deze plaat al een stuk beter luisterbaar dan die van het reeds eerder besproken That Fucking Tank, die ongeveer in dezelfde hoek zitten maar een stuk minder georganiseerd overkomen. Je kunt dit Boxes wat mij betreft het beste omschrijven als een bijna basloze versie van Nomeansno, en ik denk dat ook liefhebbers van dwarse riffbands als Volt en Shellac (Peter, lees je mee?) hier zeker wel wat mee kunnen.
File Under: Ritmische tweemans riffrock
File Audio: [Twee songs op hun site]
File Audio: [Hiero]
Miho Hatori - Ecdysis
Miho Hatori zou je kunnen kennen als de helft van het duo Cibo Matto dat zo'n tien jaar geleden verantwoordelijk was voor het legendarische hiphop-album Viva! La Woman. Rinkelt er nog steeds geen belletje? Hier ook niet hoor. Ze zal bekender zijn door haar samenwerking met o.a. Beck, Beastie Boys, John Zorn en Gorillaz. Op haar sterkste momenten roept de muziek op haar debuutalbum Studio Ghibli-achtige beelden op. Vol met van die fraaie, fel gekleurde Japanse mythologische wezens, maar eigenlijk vooral met allerhande vreemdsoortige insecten. Niet van die enge vieze hoor. Nee, meer een vrolijk krioelende boel. Haar album zal niet voor niets Ecdysis heten. Dat is namelijk de term voor het ontdoen van het uitwendig skelet bij de geleedpotigen onder ons (wikipedia is echt wel handig, soms!). Miho zingt - met koddig Japans accent, of gewoon in het Japans - ook nog eens erg graag over insecten. In science fiction liedjes over hoe haar vader probeert de berichten te ontcijferen van insecten die zich druk maken over het milieu, bijvoorbeeld. Om je een idee te geven. Ondersteund door zacht swingende bossa-percussie en de gehele afdeling exotische instrumenten levert dat een intrigerend - zij het wat eenzijdig - plaatje op.
File Under: Sprookjes voor volwassenen
File Audio: [Hai!]
Ane Brun
Ane Brun moet nog altijd voor ieder optreden een kwartiertje pielen
Vanuit journalistiek oogpunt zou ik dit interview niet eens moeten doen, gezien de afstand die je als interviewer zou moeten houden tot je onderwerp. En als er iets is wat ik niet voel ten opzichte van Ane Brun, dan is het wel afstand. Verre van zelfs. De hemeltergend mooie liedjes hebben mij al door menig persoonlijke crisis heen geholpen. Iedere keer wanneer ik het niet meer zag zitten, was het Ane Brun die mij eraan herinnerde dat niet alles slecht is in deze wereld. Belangrijker nog, dat ik niet de enige ben die het wel eens niet meer ziet zitten. Ontelbare keren heb ik het nummer "A Temporary Dive" beluisterd in dit verband.
...And You Will Know Us By The Trail Of Dead - So Divided
Het was nog niet een dag na het definitief maken van mijn jaarlijst dat ik alweer spijt had van mijn manier van ordenen van de tien plaatjes. Zo gaat dat ongeveer elk jaar en zo zal het ook wel elk jaar blijven gaan. Nu was het de nieuwe cd van ...And You Will Know Us by the Trail of Dead die me deed grommen. So Divided had namelijk zeer zeker een goede kans gemaakt om in de onderste regionen van mijn jaarlijst mee te draaien als ik hem wat eerder gehoord had. Het mooie is dat Trail of Dead zich geen reet aangetrokken heeft van de tegenvallende verkoopresultaten van de vorige cd Worlds Apart en gewoon door gegaan zijn met het ontwikkelen van hun geluid. Dat verschilt ondertussen namelijk behoorlijk van hun titelloze debuutplaat. Zo zeer zelfs dat ik vanmiddag tegen mevrouw Storm grapte dat een volgende album wellicht wel puur progressieve rock zou kunnen zijn. En dat meende ik stiekem best, want het is nu best een kleine stap geworden van bijvoorbeeld de (oudere) platen van Spock's Beard naar deze van So Divided. Huh wat? Ja, ik verbaasde me er zelf ook over deze constatering, maar het is zo. Leg deze cd langs het debuut van Spock's Beard en opvolger Beware of Darkness en de overeenkomsten zijn verbluffend. Maar het fijne is dat Trail of Dead zijn oude streken nog niet verloren heeft en daardoor echoot er her en der ook behoorlijk wat van hun indieroots door en doen ze vast ook niet voor niets een cover vanGuided By Voices' " The Goldheart Mountaintop Queen Directory". Prachtig! En omdat ik zelf progressieve rock totaal niet verafschuw heb ik helemaal geen moeite met deze door anderen vast als pretentieus bestempelde liedjes. Sterker nog: ik smul van dit soort kruisbestuivingen. Maar wel graag iets eerder...
File Under: De meningen zijn vast verdeeld, maar hopelijk roest het ze aan hun reet.
File Audio: [ToD-Space]
Mongrel - Speak Resistance
In deze tijd van Emo is het zowaar weer eens leuk om een ouderwets skatepunkbandje voorbij te horen komen. Enige tijd geleden kon je mij daar absoluut niet meer mee boeien, maar de enorme overdaad aan clubjes schreeuwende huilebalken die momenteel de platenzaak en het internet overspoelen heeft mij terug doen verlangen naar een dosis punk-zonder-houding. En ja, het Duitse Mongrel bedient me op mijn wenken. Ze noemen zichzelf nog wel hardcore maar het is standaard punkrock wat de klok slaat. Geen melodie is vernieuwend, geen zanglijntje geniaal en tekstueel is het een geweldig groot cliché en toch is erg weinig mis met Speak Resistance. Net zo goed als die bands waar ze mee rondtouren - Good Riddance, Pennywise, Anti-Flag - ook echt nooit slechte CD's maken: je zit nimmer op het puntje van je stoel maar het klinkt altijd gegarandeerd erg lekker. Het meest opvallend is de geweldig strakke productie, iets waar de Europese bandjes over het algemeen ten opzichte van de Amerikaanse bende flink bij achterbleven. Die achterstand is inmiddels volledig weggepoetst en dus zal het mij niet verbazen als de hoeveelheid bovengemiddeld goede punkrock van Europese bodem de komende tijd aanzienlijk toeneemt. Nu alleen hopen dat dit ook weer niet te veel van het goede wordt, want voor je het weet verlang ik terug naar die goede oude Emo...
File Under: Hoezee cliché
File Audio: [Chosen Ones][Welcome The Changes]
Kid Congo Powers - Solo Cholo
Het blijft verwarrend in deze tijden van wereldoverspannende communicatie: een verzamelplaat die in 2005 aan de ene kant van de wereld verschijnt, maar pas een jaar later de luisteraars en liefhebbers in ons land bereikt. Vandaar ook dat ik in de bespreking van de laatste reguliere plaat van Kid Congo Powers in 2005 al melding maakte van deze verzamelaar. Solo Cholo is een overzicht van het eigen werk van Kid Congo Powers als zanger en liedjesmaker. De bands die hem groot gemaakt hebben (Gun Club, The Cramps, The Bad Seeds) horen we hier niet terug. Echt solowerk is het ook niet: het gaat hier om samenwerkingen met Knoxville Girls in het nachtclubgeile "Sophisiticated Boom Boom" en "Virginia Avenue", "La Historia De Un Amour" met onder meer Barry Adamson en "Vaseline" en "Why Hurt Flesh" met de Berlijnse electroknutselaar Khan. Ook komt Lydia Lunch voorbij en zo zijn er nog een aantal. Het aardige is dat we ranzige rock 'n 'roll, electro, noise en gothic horen, maar dat is meteen ook de makke van deze plaat: de overeenkomst tussen alle tracks is weliswaar Kid Congo Powers, maar een verdere lijn is er niet te ontdekken. Een leuke plaat om eens te horen waar Kid Congo Powers zich zoal mee bezighoudt, maar behoudens een tracks als "La Historia De Un Amour" is er niet veel op Solo Cholo dat beklijft.
File Under: Solo Shmolo
Dean & Britta - Words You Used to Say
Het kan mij natuurlijk ook gebeuren, dat ik een release of een artiest over het hoofd zie die ik dan met terugwerkende kracht alsnog heel goed ga vinden. Niets menselijks is mij vreemd immers. Maar het verbaast me toch wel dat ik er in geslaagd ben om de drie acts waar Dean Wareham aan meegewerkt heeft sinds halverwege de jaren tachtig allemaal compleet te missen. Enig - zwakke - excuus is dat ik hier zeker niet alleen in sta. Maar goed, als een bezetene heb ik de afgelopen weken achterstallig onderhoud gedaan, me verdiept in Galaxie 500, Luna en Dean Wareham & Britta Phillips en heb ik me meermalen voor de kop geslagen. Dit alles gebeurde door Words You Used to Say, een EP die kort geleden verscheen op Zoë Records. Voor deze release hebben Wareham en Phillips hun achternamen geschrapt. Eén eigen nummer en vier covers staan er op Words You Used to Say en die zijn de appetizer voor het in februari te verschijnen Back Numbers. De uitvoeringen van de liedjes van Michael Holland en Donovan zijn mooi en die van Bobby Darin's "Distractions, Pt.1" en Adam Green's "We're Not Supposed To Be Lovers" zijn zelfs behoorlijk prikkelend. Maar het mooiste nummer is toch "Words You Used To Say", het nummer van de hand van het tweetal zelf. Het belooft niets dan goeds voor Back Numbers. En die ga ik zeker niet missen. Ik kijk wel uit.
File Under: Trigger
File Audio: [knusjes met zijn tweeën]
Peter Pan Speedrock - Speedfreak Manifesto
'Peter Pan dat speelt heul snelle rock met guitige teksten'. Mascotte Dikke Dennis in 1999 over Peter Pan Speedrock. Zeven jaar later volstaat deze omschrijving nog altijd. Twee uur lang seks, drugs, drank en vooral rock 'n' roll. Dat is Speedfreak Manifesto, de eerste dvd van de Eindhovenaren. Het schijfje begint met beelden van Dynamo in 1999. Dikke Dennis in Elviskostuum die de band aankondigt op een grasveld in Mierlo. Daarna volgen tal van amateuropnamen van tours door Amerika en Europa aangevuld met live optredens van bijvoorbeeld Lowlands en Pinkpop. Deze afwisseling is prettig. De roadmovies zijn eigenlijk veelal hetzelfde. Stoeiende band- en crewleden. Vooral Dikke Dennis in een klein onderbroekje bovenop drummer Bartje is geen al te smakelijk gezicht. Waar de Brabanders ook gaan, Dikke Dennis gaat mee. Zo ook naar de uitreiking van de Zilveren Harp die Peter Pan in 2002 won. Frans Bauer is er ook en zet een handtekening op de buik van Dennis.Die besluit om deze meteen om te laten zetten in een tattoo. Vriend en collegazanger Denvis, van The Spades, is er ook, hij zal dat karweitje wel even klaren, niet dat hij ooit een tattoo heeft gezet maar dat maakt niets uit. Uiteindelijk doet Dennis het maar zelf. In de kleedkamer. Net als er een overkill aan Dikke Dennis dreigt te ontstaan is daar gelukkig weer een nummertje van een optreden. Noorderslag, de 'Wereld Turbojugend dagen' in Hamburg, Bevrijdingspop in Haarlem en natuurlijk thuisbasis de Effenaar in Eindhoven, ze staan er allemaal op. Van deze en meer optredens staan nummers verspreid over de dvd. Gelukkig kun je ook alleen de nummers bekijken. Of alleen de roadmovies natuurlijk.
File Under: Verpersoonlijking van Eindhoven Rockcity
File Video: [Trailer]
The Ian Fays - The Damon Lessons / Euro Tour EP 2006
Afscheid nemen hoort bij het leven. Ook al is het vaak een emotionele aangelegenheid en niet prettig. Van bands moeten we soms ook afscheid nemen. Zo togen wij op een grijze zondagmiddag naar Utrecht om de laatste eer te bewijzen aan (en bij een optreden van) John Wayne Shot Me (JWSM). Op deze plechtigheid waren meer bands aanwezig. Uit Utrecht was er Findel die het stokje van JWSM overgedragen kreeg en een "all girls band" uit Amerika die bij de verschijning plots een behaarde vrouw in de band had: The Ian Fays. Ze maakten indruk met ogenschijnlijk eenvoudige liedjes met gitaar, keyboard en drums, statig voorzien van allerlei toegevoegde geluiden zoals de xylofoon. Wat het meest bleef hangen waren echter de engelachtige stemmen die, ondanks dit nog niet het laatste JWSM-optreden was, ze een weg naar boven leken te wijzen. De cd The Damon Lessons en een Euro Tour EP 2006 waren na afloop dan ook snel gekocht. In de trein terug naar huis zagen we op de bandfoto en bijgevoegde tekst dat bij het album de partijen van de drummer nog door een drummachine en een bij ons onbekende dame uitgevoerd werden. Op de recentere tour EP stonden ze dan weer beide op een foto. Waar het echter om gaat is het resultaat en dat ik kan niet anders beweren dat deze prachtige lofi -liedjes ook thuis blijven boeien. Een leuke bijkomstigheid is de kerstsfeer die het oproept door gebruik te maken van de xylofoon en engelengezang. Toch zijn de onderwerpen niet des hemels zoals bezongen wordt in thema's als liefde en alcohol. Maar eerlijk is eerlijk, vrede op aard is nog ver weg en bij een middag waar we afscheid namen van één van de leukste lofi -bands van ons land past het helemaal. We namen deze middag afscheid van vrienden, maar we maakten er weer nieuwe vrienden bij.
File Under: De lofi-engelen bij u thuis, ook na de kerst
File Video: [Snikt u even mee bij het zien van 16 Weeks]
File Audio: [The Ian Fays]
Foo Fighters - Skin And Bones
Op het vorige album In Your Honor verraste Dave Grohl's Foo Fighters al met een album vol semi-akoestisch materiaal, met medewerking van onder andere Norah Jones. Een semi-akoestische tournee en een dito live-album was geen verrassing meer. "Skin And Bones" heet het werkje, waarop nog diverse anderen hun opwachting maken, waaronder ex-Foo Fighter Pat Smear. En ja, die deed ook al mee op het min of meer legendarisch geworden MTV Unplugged in New York van Grohl's oude bandje Nirvana. Eerlijk gezegd vond ik dat album na diverse draaibeurten langzamerhand iets teveel van het goede worden en geef ik tot op de dag van vandaag de voorkeur aan Nirvana's andere live-album From The Muddy Banks Of The Wishkah. Evenzo geef ik de voorkeur aan Foo Fighters' volledig versterkte live-werk, want ook dit Skin And Bones is gewoon teveel van het goede. Bovendien komen de vocale beperkingen van Grohl hier behoorlijk duidelijk aan het licht: het is ofwel zachter gezongen met een relatief dunne stem, ofwel brullen op vol vermogen. Ook blijven ook niet alle songs even goed overeind wanneer ze tot op het bot worden ontleed. Voordeel is wel dat de echt sterke melodieën des te meer opvallen, zoals "Walking After You" en "Next Year" (met accordeon). De conclusie? Skin And Bones is leuk, maar een semi-akoestische EP als bonus bij een écht live-album was beter geweest.
File Under: iets te braaf en iets te lang
File Audio: [FooSpace]












































