Pinkpop persconferentie
Pinkpop wil (en gaat) weer uitverkopen
Heeft de Pinkpop-persconferentie in dit digitale tijdperk nog wel zin? De cynicus zou immers kunnen roepen dat het programma van de 38e editie van Neerlands oudste popfestival gisteren al op festivalwebsite Graz.nl na te lezen was (de Five O'Clock Heroes zijn de enige 'nieuwe' naam die in Paradiso wordt onthuld).
Maar de persconferentie is inmiddels een instituut geworden, net als het festival en haar voorman Jan Smeets. Bovendien geven de live-optredens altijd net dat extra glansrandje aan een middag als deze.
Lees verder..Bill Kirchen - Hammer of the Honky-Tonk Gods
Als er één popbiografie verplicht zou moeten zijn, dan is het Hammer of the Gods, de biografie van Led Zeppelin. Alle ranzigheid die de gemiddelde trucker uit zou willen halen, wordt hier in beschreven. Die spectaculaire gorigheid hoor je niet terug in Hammer of the Honky-Tonk Gods, Bill Kirchen's cddie zo opzichtig knipoogt naar dit boek. Bill Kirchen noemt zich in zijn biografie ook wel King of Dieselbilly, maar werd bekend doordat hij meespeelde met Commander Cody & His Lost Planet Airmen, Gene Vincent en Nick Lowe. De laatste doet ook mee op deze nieuwe soloplaat van Bill Kirchen. De ideale muziek voor op de weg: vrolijke countrystampers, boogie-achtige dreunen en zowaar honky-tonk in "Get A Little Goner". Hoogtepunt is de afsluiter, een cover van Arthur Alexander's "If It's Really Got To Be This Way". Mocht je geen idee hebben waarom Bill Kirchen zich identificeert met truckers, dan heb je nog nooit een Amerikaans countrystation beluisterd tijdens een lange autorit in de VS. De combinatie van liedjes die je daar hoort, heeft Bill Kirchen perfect in de vingers. En godzijdank verliest hij zich daarbij niet in spectaculair Telecaster-machtsvertoon. Dat hij de "Titan of the Telecaster" (als 'Master of the Telecaster' geldt bluesman Albert Collins) is geloof ik wel, belangrijker is dat hij goeie liedjes schrijft. Wel klinkt het soms te braafjes. Tijd om Hammer of the Gods weer eens door te nemen.
File Under: Titan of the Telecaster zonder spierballenvertoon
File Audio: [Hier]
Gruff Rhys - Candylion
Gek. Terwijl de samenstelling uit twee heel bekende Engelse woorden bestaat, las ik de titel van het album toch eerst als één woord. Een woord dat ik niet kende. Iets Welsh, dacht ik even. Terwijl er toch echt een fijn geknutselde leeuw op de voorkant van Candylion staat. Snoepjesleeuw dus. En zo lief als deze leeuw is, zo is het tweede soloalbum van Gruff Rhys, die zelf ook al zo lief is. Dat concludeer ik tenminste uit de manier waarop de man zijn solo-optredens vorm geeft. Vol met kleine, verlegen grapjes, doorspekt met grote verhalen van de kleine man, vol met liedjes, opgeleukt met samples en invloeden van zowel speelgoed als radio. En zo ook dit poppy album, dat in tegenstelling tot zijn voorganger slechts twee liedjes in het Welsh telt en waarop het merendeel 'gewoon' in het Engels wordt gezongen. (Ook al gek. Hoe je teksten zelden - direct - verstaat, maar hoe je ze mist als je de taal niet kent.) Waar op de voorganger de waanzinnige taal voor een verrassingseffect zorgde, spreekt nu de muziek die taal. Want ik zei wel poppy, maar het líjkt vooral allemaal heel erg poppy, waar de verrassingen, de grapjes, de grote verhalen en de invloeden heel erg goed doorheen geweven zijn. Soms dromerig, soms bezwerend, soms psychedelisch, soms exotisch, soms jolig, soms jazzy, soms met lieve vrouwenstem van Lisa Jen en daardoor veel gelaagder dan de poppy liedjes in eerste instantie doen vermoeden. Het is de spanning tussen het intensief luisteren en de sferische achtergrond. En bovendien is Candylion een heel mooie, lieve plaat.
File Under: In lieve popliedjes verborgen gelaagdheid
File Audio: [Zo zo, een eigen MySpace voor de plaat!]
Explosions in the Sky
'Voorspelbaar' is niet een term die gitarist Munaf Rayani en bassist Michael James vaak te horen krijgen als omschrijving voor hun band. Samen met gitarist Mark Smith en drummer Christopher Hrasky vormen zij de instrumentale post-rock band Explosions in the Sky. Toch was het deze post-rockband die op de hoes van hun tweede album Those who tell the truth shall die, those who tell the truth shall live forever een vliegtuig heeft staan met daarop de tekst 'this plane will crash tomorrow'. Het album kwam in augustus 2001 uit, krap twee weken voordat twee vliegtuigen zich in het World Trade Center boorden.
Lees verder..Autumn Shade - Ezra Moon
Ze is nog jong, Jes Lenée, de frontvrouwe van Autumn Shade. Misschien nog wel jonger dan de tweeëntwintig jaar die ik haar geef op basis van de foto's die bij haar tweede cd Ezra Moon zitten. En klassiek geschoold pianiste bovendien. Dan ligt het gevaar al snel op de loer dat je als jonge meid een beetje Tori Amos gaat zitten nabreien. Gelukkig doet Jes hier niet aan mee. Jes Lenée klinkt in het geheel niet als Tori Amos op deze cd, laat staan jong. Qua liedjes schat ik haar een eind in de dertig, misschien zelfs wel veertig. Het zijn rijpe liedjes, liedjes die eigenlijk niet passen bij haar leeftijd en nog o zo jeugdige in de mist herfstmist ronddolende stem. Het maakt Ezra Moon een aparte plaat die heen en weer wiegt tussen folk, psychedelica en ordinaire singer/songwriter. Van al dat rustige ingetogen heen en weer gewieg word ik af en toe wel een beetje dromerig en dwalen mijn gedachten af. De productie die een beetje aan hol en afstandelijk is, helpt hier waarschijnlijk ook een handje bij. Iets meer uptempo en venijn bij tijd en wijle wat zoals ze nu maar spaarzaam doet was misschien wel fijn geweest. Maar dat deze jongedame een getalenteerde tante is die haar eigen route uitstippelt is aan de andere kant alleen maar lovenswaardig.
File Under: Jes Lenée neemt je mee, pak haar hand.
File Audio: [Hier in stemmig zwart]
Loney Dear - Sologne
In mijn straat woonde enkele jaren geleden een gezin waarvan de oudste zoon gek was op housemuziek. Hij draaide deze muziek de hele dag en zodra de temperatuur het een beetje toeliet, met het raam van zijn slaapkamer open. De hele buurt kon dan meegenieten van zijn muzikale voorkeur. Ik weet niet of deze jongeman ooit zin had om iets anders te draaien maar ik en de andere inwoners van de straat hebben dat in ieder geval nooit gehoord. Zo'n beperkte voorkeur heb ik nooit gehad, ook niet toen ik jong was. De muziek die ik draai hangt meestal nauw samen met mijn stemming en gelukkig heb ik genoeg smaken in mijn cd-kast staan. Voor de momenten dat, zoals nu, er een pril voorjaarszonnetje door de ramen naar binnen schijnt, heb ik nu de cd Sologne van de Emil Svanängen. Een cd vol met vrolijke zonnige popliedjes. Deze Zweedse multi-instrumentalist en singer/songwriter neemt in zijn eentje al een paar jaar popsongs op en deze bracht hij tot voor kort zelf uit op CD-R. Dat doet hij niet onder zijn eigen naam maar hij gebruikt hiervoor de vreemde naam Loney, Dear. Kort geleden is hij 'ontdekt' en de vier cd's worden nu een voor een in Engeland en Amerika uitgebracht. Sologne, oorspronkelijk uit 2004, is de eerste cd die in Nederland wordt uitgebracht en de rest zal spoedig volgen. De tien tracks op dit schijfje zijn dromerige songs die af en toe zelfs aardig verrassen. Zoals tijdens het ingetogen geschreeuw aan het einde van "Le Fever" of in het instrumentale orgelliedje "Grekerna" en natuurlijk het enige up-tempo nummer "The City, The Airport". De andere songs van Loney, Dear zijn broze singer/songwriter-liedjes die enigszins doen denken aan het werk van Elliott Smith alhoewel ik een vermoeden heb dat Emil een wat zonniger karakter heeft.
File Under: Won't You Do?
File Audio: [ MySpace]
Messiah's Kiss - Dragonheart
Op de cover staat een spooky fantasytafereel met een in verregaande staat van ontkleding verkerende dame. In de bijbehorende informatie wordt Messiah's Kiss aangeprezen als True Metal. En inderdaad, ik krijg precies wat ik verwacht: stoeremannenhardrock á la Manowar en Dio. De drums knallen met grote regelmaat in dubbele-bassdrums-modus, vooral in de refreinen, de gitaren hakken er stevig op los met afwisselend logge, geluidsbeeldvullende riffs en staccato spervuur en de zanger gilt er lustig op los. De teksten verhalen over de "vengeance of fire" of hebben titels als "Steelrider", "The Ancient Cries" en "The Ivory Gates". Kortom, Messiah's Kiss volgt nauwgezet het Protocol voor Stoeremannenhardrock. Maar hoewel ik zelf een tikkie uitgekeken ben op het genre en hooguit incidenteel nog eens wat Dio opzet, kan ik niet anders dan concluderen dat deze heren wel een verdomd degelijke en lekker klinkende partij stoeremannenhardrock hebben neergezet. Qua songs is er weinig verrassing te bespeuren, maar qua uitvoering en geluid steekt dit Dragonheart zeker boven de middelmaat uit. Met name zanger Mike Tirelli maakt dit een album dat ik zeker nog eens zal opzetten. Op het genre uitgekeken of niet.
File Under: Topper in een uitgekauwd genre
File Audio: [fragmenten]
Bjorn Berge - I'm The Antipop
Ik vind Bjorn Berge een beetje een raar mannetje. Tegenwoordig zit hij meestal met een kek designbrilletje en stijlvol jasje op het podium en geselt hij zijn twaalfsnarige gitaar. Op de hoes van Illustrated Man zag je heel wat anders. Daar zie je de imposante spierballen en tatoeages verborgen die een verleden als hardrock- of metalgitarist doen vermoeden. Niet dat Berge nu niet meer hard rockt, dat doet hij namelijk zeker wel. Op zijn nieuwe, achtste solo-cd I'm The Antipop laat hij zich van zijn beste kant horen. Berge heeft er altijd al een handje van gehad om eigenzinnige covers uit te brengen op cd en live te spelen, deze keer bestaat de tracklisting uit louter covers. Ik moest af en toe even goed nadenken om op de origineel uitvoerende te komen. Zo is het openingsnummer "Testify" een cover van Rage Against The Machine en dat is niet gelijk een band die je makkelijk combineert met slechts een zanger met een donkere rauwe stem, slechts gewapend met een tiental over twaalfsnaren razende vingers. Het werkt echter wonderwel, deze met deltablues volgepompte cover. Het knappe is dat Berge precies die plekken weet te vinden waar covers van onder andere Led Zeppelin ("Heartbreaker"), Red Hot Chili Peppers ("Suck My Kiss") en Audioslave ("Show Me How To Live") ruimte laten om ze naar zijn hand te zetten. En als die ruimte er volgens hem niet is, dan schuwt hij het niet om dicht bij het origineel te blijven. "Buena", oorspronkelijk van Morphine én zonder gitaren, is hier een mooi voorbeeld van. Net als de mooie lome slide die hij speelt in "One Believer". Die ballade is misschien wel de grootste verrassing op I'm The Antipop.
File Under: Voor puike delta blues moet u naar Noorwegen tegenwoordig
Fall Out Boy - Infinity On High
Zelfcensuur is een journalistieke hoofdzonde. Als stukjesschrijver sta je achter je mening en draag je de gevolgen er van. Eerst maar eens beginnen met de feiten. Infinity On High is het vierde album van Fall Out Boy. Emo is booming in Amerika en Fall Out Boy is één van de uithangborden van het genre. Hun sound laat zich het beste omschrijven als 'catchy' emopunkpop. Voorganger From Under the Cork Tree was, door de vele refreintjes en melodietjes, al een voorbeeld van emopunk-light, op deze opvolger gaat Fall Out Boy nog een stapje verder. Opener "Thriller" (what's in a name) begint met wat gemompel van platenbaas Jay-Z die de fans van Fall Out Boy bedankt. Single "This Ain't a Scene, It's an Arms Race" mixt elektro door de emopop en als je dan ziet dat r&b-man Baby face ook nog eens twee nummers heeft geproduceerd dan zou je denken dat de Amerikanen een geheel nieuwe weg zijn ingeslagen. Niets is minder waar. Ja het klinkt allemaal nog toegankelijker en nog meer gericht op een mainstream-publiek dan op voorganger From Under the Cork Tree, maar verder is veel bij het oude gebleven. De lange songtitels ("I'm Like a Lawyer with the Way I'm Always Trying to Get You Off"), de pakkende refreintjes en de sporadische punkrock rifjes. Het klinkt allemaal zo bedacht, voorgekookt en te uitgebalanceerd. De grote schare, veelal jonge, fans zal deze plaat slikken als zoete koek, ik kan niet naar deze radiovriendelijke puberpunkpop luisteren. Fall Out Boy is hèt voorbeeld van commerciële halfzachte Amerikaanse tienermuziek. En kom nou maar op met die reacties.
File Under: Het lijkt anders, maar het is hetzelfde.
File Audio [Tuurlijk]
Eluvium - Copia
Hoeveel schoonheid kan een mens verdragen? De intense pracht die Eluvium laat horen op het nieuwe album Copia is zo pijnlijk mooi een aangrijpend dat mijn hart breekt en mijn ooghoeken continu volschieten met zoute tranen. Waar Eluvium a.k.a. Matthew Cooper in het verleden voornamelijk ambient en noise-achtige dingen maakte - wel met geweldige melodieën - gaat Copia van de eerste seconde direct naar het hart van de neo-klassiek. Neem nu opener "Amreik": dat klinkt zo erg als Jóhann Jóhannssons beste werk dat het bijna een kopie genoemd mag worden, maar wie maalt erom als Eluvium diezelfde kwaliteit in een kleine drie minuten neer kan zetten? En dat is nog maar het begin. Zwem gelukzalig mee op "Indoor Swimming at the Space Station" (waarbij de prachtige titel de lading volledig dekt), raak net als ik eindeloos gefascineerd door drones die eeuwig mogen voortduren in "Seeing You of the Edges", verlies jezelf in de emotie van prachtige pianocomposities als "Prelude for Time Feelers" of "Radio Ballet". Ongekend en zonder enige schaamte gaat Eluvium voor de pure schoonheid, net als geloofsgenoten als de eerder genoemde Jóhannsson en Max Richter. Weerhaakjes? Climaxen? Noise uitbarstingen? Nee, niets van dat alles op Copia. Regelrecht naar de ziel, vol op de emotie. Glorieus. Majestueus. Nog veel meer van die dingen. En alles met maximaal effect. Horen is geloven.
File Under: Voor iedereen die wil weten die wil weten hoe ware schoonheid klinkt
File Audio: [Prelude for Time Feelers]
Electric Light Orchestra - Out of The Blue / Balance of Power
Iedereen kent "Mr. Blue Sky". Dat nummer is tot uit den treure te horen geweest op vrijwel elk radiostation dat muziek draait. Maar eigenlijk is dat nummer helemaal niet het meest briljante nummer dat te vinden is op Out of The Blue. Ik vind bijvoorbeeld het openingsnummer "Turn To Stone" met zijn "Waterloo"-achtige swing veel fijner. Maar goed, Out of The Blue is nu eindelijk aan de beurt in de reeks remasters van Electric Light Orchestra-lp's. Ik begon er over tegen een paar bevriende oude rotten en die begonnen gelijk over het mooie vouwwerkje dat er destijds in de dubbel-lp zat. Natuurlijk zit dat knutselwerkje ook in miniformaat in deze heruitgave; gelukkig maar. Toch viel het beluisteren van Out of The Blue me in eerste instantie best zwaar. Ik moest doorbijten om het gat van dertig jaar dat zit tussen deze re-release en het origineel te overbruggen. Dat komt doordat je aan alles hoort dat Jeff Lynne een behoorlijk genie was als producer en liedjesschrijver, maar dat de liedjes en productie op een bepaalde manier toch ook wel aardig gedateerd klinken en gevangen zitten in de jaren zeventig. Wat al een boel scheelt is als je de cd wat harder kunt draaien en over een behoorlijke stereo. Dan gaat de toverdoos van Jeff Lynne pas echt voor je open. Met het bijna tegelijkertijd geremasterde uitgebrachte Balance of Power kan ik dan weer veel minder. Sterker nog, ik vind Balance of Power, oorspronkelijk uit 1986, een verschrikkelijk vlakke en overbodige plaat. Single en top-40 hit "Calling America" is een klein lichtpuntje op deze cd, maar aan alles hoor je dat het niet meer dan terecht was dat ELO er hierna de brui aan gaf.
File Under: Verplichte aanschaf vs Overbodige re-release.
Ryan Parmenter - The Noble Knave
Tegenwoordig zit ik weer enkele uren per dag in de auto. Anders dan bij treinreizen heb ik in de auto een voorkeur voor Radio 1 en kom ik zodoende weinig toe aan het luisteren van cd's. Terwijl er toch diverse cd's zijn die ik bij uitstek geschikt vind voor de auto. Whitesnake's 1987 en Tomahawk's Mit Gas, omdat die in een kleine ruimte beter tot hun recht komen, cd's als die van Acda en De Munnik (ja, heus waar) en Ben Folds omdat hun open composities met fraaie koortjes er zo mooi klinken. Nou ja, Ben Folds klinkt overál goed. Ryan Parmenter zit in dezelfde hoek en klinkt inderdaad ook in alle omstandigheden lekker. In opener "Züccer" is de overeenkomst met Folds niet te missen. Qua stem heeft Parmenter - in het dagelijks leven componist/zanger/toetsenist bij de mij verder onbekende progrockband Eyestrings - iets meer weg van de nasale en licht klaaglijke stem van Gene Ween. Ook in de instrumentatie worden de Foldsy pianopartijen - in vaak wat orkestraler arrangementen - op de volgende nummers afgewisseld met Weenachtige passages. Voor wie daar wat minder mee bekend is, is XTC een goede referentie. De composities houden tred met de genoemde namen en zijn ronduit juweeltjes. Hoewel Parmenter van tijd tot tijd flink wat lagen gebruikt, is bij elke song duidelijk dat die ook met alleen een piano prima overeind blijft. Ook bij het gebruik van meer lagen blijven de songs van een verraderlijke eenvoud. Daarmee is dit een album dat zowel de oppervlakkige luisteraar als de muziekkenner met oog voor detail zal bekoren. Parmenter heeft tien jaar songs verzameld voor dit album. Ik hoop dat het volgende album een stuk sneller zal verschijnen.
File Under: Charmante pianopop van uitzonderlijke klasse
File Audio: [fragmenten op de site]
Alex Gopher - Alex Gopher
Hip zijn is een keuze. De bril van Alex Gopher is namelijk nog lang niet sleets. De Fransman is een echte duizendpoot: hij mag dan wel de baas zijn over dancelabel Solid en in zijn studio al jarenlang eigenhandig redelijk goede technonummers in elkaar schroeven, maar hij heeft ook een oor voor dromerige, sexy popmuziek met een elektronisch laagje. Die komt namelijk op zijn albums terecht. Lag die sex er op You, My Baby and I uit 1999 nog vooral dik bovenop dankzij de titel, de geile zangeressen en de knap geproduceerde electrofunk, op dit nieuwe album hebben die alledrie hun congé en speelt Gopher in een soort bandformatie met Air en Etienne de Crécy warme gitaarpop die ik eerder had verwacht van de oude Phoenix. Ik moest zelfs even aan Travis denken! Sowieso verdenk ik de Parijse muziekscene ervan dat ze daar om de zoveel tijd bij elkaar gaan zitten met een goed glas wijn, alle nieuwe liedjes op één hoop smijten, die ordenen naar type en de losse hoopjes vervolgens toebedelen aan de artiest die er toevallig het beste bij past. Ik heb die nieuwe Air die over een week uitkomt, Pocket Symphony, namelijk ook al gehoord en dat is precies de voorspelbare, alwéér saaiere sexmuzak die je van ze verwacht - echt letterlijk een zaadplaat. Als je het iets spannender en actiever wilt, maar toch nog laidback, raad ik je liever Alex Gopher aan. Krijg je er meteen drie snellere hitjes bij - "Brain Leech" (met een The Cure-achtig loopje), "The Game" en het radiofähige, aanstekelijke "Carmilla". Fijne lenteplaat.
File Under: Ha, dáár zijn dus die nieuwe Phoenix-liedjes gebleven
File Audio: [Al het rustige werk staat er natuurlijk weer niet bij]
My Brightest Diamond - Tear it Down
'Dit is toch geen Lamb of wel soms?'
'Nee, dit is zeker geen Lamb, die zijn uit elkaar. En bovendien: die had je toch ook wel gelijk herkend, je hebt die cd's van ze grijs gedraaid.'
'Dat is waar, maar wat is het dan wel?'
'Nou, het is een cd met geremixte liedjes van My Brightest Diamond. En dat is best bijzonder, want My Brightest Diamond bracht tot nu toe nog maar één cd uit. Op één liedje na zijn alle liedjes van die cd Bring Me The Workhorse met liefde voorzien van compleet nieuwe arrangementen. Waar ze op Bring Me The Workhorse begeleid werd door ouderwetse pure instrumenten gaat hier de glitch, ambient, drum 'n' bass er behoorlijk fors overheen. Maar wat ik zo mooi vind, is dat de impact van de liedjes er zeker als je de originelen niet kent er niet enorm door verandert.'
'Dat is inderdaad wel bijzonder. Het doet me een beetje aan die Tori Amos-remixen van "Professional Widow" denken.'
'Ja, klopt, maar een enorm verschil is dat ik dat echt verhaspelingen vond van het origineel, hier lijkt het bijna of het nog steeds liedjes zijn zoals ze oorspronkelijk altijd al bedoeld waren.'
'Dat kan ik natuurlijk niet weten, ik kende tot zo even die hele dame nog niet, maar ze klinken mij wel als normale liedjes in de oren. Maar ik ben nu wel héél nieuwsgierig naar de originelen als ik dit zo hoor.'
'Die zal ik je wel even laten horen. Het probleem is wel dat als je die eenmaal gehoord hebt, deze remixen een volgende draaibeurt minder zullen zijn. Ik ken mensen die Bring Me The Workhorse zó mooi vonden dat ze deze remixen niet eens een kans durven te geven.'
'Zó mooi?'
'Ja. En ik moet ze daarin nog gelijk geven ook.'
File Under: Liedjes zo krachtig dat de remixen zelf ook liedjes lijken.
File Audio: [Op de site van de astmatische poesjes]
File Audio: [Hier]
NO Blues - Ya Dunya
Globalisering. Er zijn veel redenen om hiertegen op de barricades te gaan staan. Er was echter een tijd dat het ontdekken van de wereld en de exploitatie van mensen in ieder geval milieutechnisch geen grote problemen opleverde. Schepen vol met slaven gingen zo van Afrika naar Amerika waar de slaven vervolgens "de blues" kregen. Tegenwoordig wordt er over de hele wereld blues gespeeld. Het leuke is dat er ook andere stromingen hun weg gaan. Zo komt er ook muziek uit de Arabische wereld onze kant op. Waar deze elkaar ontmoeten ontstaat er dan een crossover van beide met een nieuw muzikaal geluid. NO Blues is zo'n band die ik door de naam al bijna als niet interessant betiteld had wegens de zoveelste bluesband, maar NO Blues maakt geen pure bluesmuziek zoals NO in de naam al aangeeft. In hun geval brengen ze een mix van stijlen met de muziek uit de Arabische cultuur. Het drietal Ad van Meurs (gitaren en aanverwanten beter bekend als The Watchman), Haytham Safia (befaamd U'd-speler uit Jerusalem) en Anne-Maarten van Heuvelen (contrabas en met veel bandhistorie) is de basis van het gebeuren waar ze allen zo hun vocale gedeelten op zich nemen. Om het geluid te complementeren worden er nog gastmusici "ingehuurd" waarvan Tracy Bonham de bekendste is. De bijzondere mix maakt Ya Dunya (hun tweede album alweer) er eentje die volgens mij veel mensen zou moeten interesseren. In ieder geval hen die open staan voor nieuwe muzikale wegen. Hoogtepunt is wat mij betreft de bewerking van een traditional in "Rageen Rambling" waar de samensmelting optimaal plaatsvindt en het resultaat zich in mijn hoofd nestelt. Globalisering heeft toch ook zo zijn goede kanten.
File Under: Crossover tussen de Arabische en Westerse wereld
File My Space: [NO Blues]
Naglfar - Harvest
'Wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.' Of de heren van Naglfar erg begaan zijn met bijbelse metaforen betwijfel ik, maar de titel van hun laatste album doet vermoeden dat voor deze Zweden de tijd is aangebroken om de zoete vruchten te plukken van alle inspanningen die de afgelopen jaren geleverd zijn. En dat zou best wel eens kunnen lukken. Na het geweldige Sheol uit 2003 en het sterke Pariah uit 2005, is Harvest eveneens een werkje van uitmuntende klasse geworden. Vaak vergeleken met grootheden als Dissection, Emperor en Dimmu Borgir, heeft dit vijftal door de jaren heen wel degelijk een eigen geluid ontwikkeld. Als geen ander weten deze doorzetters ruige blackmetal te combineren met ijskoude melodieën. Bovendien steken alle nummers compositorisch goed in elkaar. Furieus hakwerk wordt afgewisseld met sterke refreinen en hier en daar is zelf een solo te bespeuren. Komt nog bij dat de zang prima verstaanbaar is, de teksten ergens over gaan en de productie tot in de kleinste details is uitgewerkt. Ik weet dat er in de bijbel staat dat het zaliger is om te geven, dan te ontvangen, maar daarop maak ik graag een uitzondering. Het ontvangen en tot je te nemen van dit fijne werkje is minstens net zo zalig.
File Under: Gouden oogst
File Video: [Filmpje!]
File Audio: [Hier]
High Llamas - Can Cladders
Lama's, dat vind ik altijd een beetje van die halfbakken gedrogeerde kamelen. Als je ze aankijkt dan kijken ze altijd een beetje schaapachtig terug. Alsof het ze allemaal niet zo heel veel uit maakt wat er om hen heen gebeurt. Sloom en loom kauwen ze traag op stro of gras en lijken hun omgeving te vergeten. Als ze de kans hadden en het konden, dan zouden ze volgens mij maar wat graag met zo'n strootje tussen hun tanden op de rug gaan liggen in het gras om schaapjeswolken te gaan tellen. Net zo lang tot er geen een meer te bekennen is. Kun je je er wat bij voorstellen en lijkt jou dat ook wel wat? Nou, dan moet je je misschien maar eens wagen aan High Llamas, de band van Sean O'Hagan. Zo klinken de High Llamas namelijk al jarenlang. Hun nieuwe cd Can Cladders staat weer stampvol (wel met zachte hand aangestampt, hoor, vrees niet) met extreem brave, lieflijke liedjes. Je weet wel: bloemetje in je haar, heel uitgebalanceerd orkestje erachter, samen met je vriendjes en vriendinnetjes naakt al waterpijpslurpend urenlang met engelengeduld koortjes inzingen net zolang tot iedereen het praaaaaaaachtig vindt en op naar het volgende nummer. Als je Burt Bacharach en onze Nederlandse vrienden van Bauer al braaf vond, pas dan maar op dat je je niet verslikt bij het horen van de liedjes op deze cd. Meer geraffineerde easy listening pop dan de High Llamas maken op Can Cladders hoorde ik in ieder geval zelden. Behalve natuurlijk op de andere High Llamas-albums.
File Under: Geraffineerde easy listening pop
File Audio: [Ga er gerust bij liggen]
The One Ensemble - Wayward The Fourth
Als recensent betrap ik mezelf erop vaak een wat te gematigd standpunt in te nemen. Zo had ik best wat guller kunnen zijn voor het album van Larkin Grimm en had ik daarentegen harder moeten oordelen over de pseudo-weirdo's van Spires That In The Sunset Rise. The One Ensemble is de derde plaat van Secret Eye die ik mag recenseren en laat deze plaat zich zowel muzikaal als kwalitatief precies tussen de twee eerder genoemde albums bevinden. Wat nu te doen? De zweep erover, want ik heb het even helemaal gehad met die freakfolkers. Dit Schotse kwartet begint in "Joker Burlesque" nog aardig avant-gardistisch met een Kronos-violenintro, maar slaat dan landelijke wegen in. Het zijn volksmelodieën die de resterende plaat vullen. Opvallendste instrument van dienst is de bouzouki, jammerend en krakend als altijd. Leuk hoor, maar ik heb het Nederlandse duo Tenuzu No Chiizu wel eens interessantere capriolen met het instrument horen uithalen. "Neither One Thing" combineert het beste en het slechtste van dit album. Eerst is er een gastrolletje voor Hanna Tuulikki die kinderlijk melig een of andere Chinese melodie zingt, dat dan weer wel feilloos verglijdt in een magisch zuidelijke Faulkner-sfeer. Helaas duurt dat stukje zo ongeveer veertig seconden. De rest van de plaat wordt gevuld met oeverloos gerommel. Goede melodieën ontbreken en dat manco wordt ook niet door enig hypnotisch effect verholpen. Best gênant, voor deze technisch gezien goede muzikanten. Lichtpuntje is nog "Smok", waarin een klarinet en violen samen een net niet te sentimentele Lord Of The Rings-melodie spelen.
File Under: Een reis die niet gemaakt wordt
File Audio: [One-Space]
Mad Max - White Sands
In de Here raken is blijkbaar goed voor de inspiratie, want dit is alweer het derde album in een jaar tijd voor Mad Max. Okee, In White was een semi-akoestische EP, maar het blijft een indrukwekkende productie. Bij de eerste in het rijtje, Night Of White Rock was ik niet zo bijster onder de indruk, maar de EP beviel me prima en dat geldt ook voor dit album. Niet dat White Sands een radicale ommezwaai is ten opzichte van het eerste album, maar het is allemaal net een slag beter. Er is nog steeds sprake van hardrock in een mix van Duitse hardrock en Amerikaanse radiorock: songs die geschreven zijn om makkelijk in het gehoor te liggen, met de nodige echo op de zang, koortjes rondom en titels die zo vaak herhaald worden dat je ze echt niet kunt missen. Toch zijn de gitaren stevig genoeg om ook de rockers te bekoren. Die zijn helder en de slaggitaren zijn ver naar voren gemixt, zoals bijvoorbeeld ook Def Leppard dat doet. De teksten barsten van de heavens, glorioussen en believes, maar nooit zo nadrukkelijk dat je de neiging krijgt ze met bijbels te gaan bekogelen. Steeds wanneer de songs wat te eenvormig dreigen te worden wordt er een konijn uit de hoge hoed getoverd, zoals het instrumentale "Lluvia" of de razende afsluiter "War". Mad Max is weer helemaal terug!
File Under: Het moet niet gekker worden
16 Down - F.L.O.
Zwolle, dat is niet het eerst wat me te binnen schiet als ik denk aan een bruisende stad. Ze hebben ze er een leuke poptempel, de lokale voetbaltrots speelt in de Eerste Divisie, de Hogeschool is er christelijk en het centrum is aardig, doch niet opzienbarend. Ze kunnen Herman Brood nog opvoeren als claim of fame, maar dan heb je het in mijn ogen wel gehad, aangezien ik vrij weinig met hiphop heb. Een kalm provinciestadje dus waar niet zoveel te doen is. Zou dat wellicht de reden zijn dat hedendaagse plaatselijke rocktrots, 16Down, het internet opzocht en haar nieuwe plaat lanceerde, op het überhippe Second Life nog wel? Het zou zomaar kunnen. Of het een geslaagde lancering was, ik zou het niet weten. Mijn Hattrick verslaving kost al zoveel tijd dat ik geen Tweede Leven wil beginnen. En al helemaal niet digitaal. Maar goed, voor de nieuwe plaat hoef je gelukkig niet het internet op, al kun je wel wat voorproeven bij MySpace. En als ik F.L.O. beluister dan vraag ik me af wat 16Down eigenlijk op dat Second Life te zoeken heeft. Want de muziek is alles behalve hip. Degelijke gitaarrock, knap gemaakt, maar je hebt het allemaal al eens eerder gehoord en beter. In sommige gevallen doet het aan een gedateerde Stone Temple Pilots-plaat denken en in andere gevallen weten ze waar Live de mosterd haalt. Kortom, het is allemaal heel veilig, maar gezien de populariteit van een band als Live schijnen we hier wel pap van te lusten. Nogmaals, de plaat luistert lekker weg, maar na afloop weet je niet meer wat je gehoord hebt. Wat dat betreft past het wel weer op internet/Second Life. Het is namelijk al net zo vluchtig...
File Under: Vluchtige gitaarrock
File Audio: [Hier]
Of Montreal - Hissing Fauna, Are You The Destroyer?
Treuren om een voorbijgegane liefde is een geliefkoosde 'hobby' van veel songschrijvers. Ontelbare zijn door hun fans hun verdriet toe te vertrouwen. Of dat in het geval van Of Montreal's nieuwe cd Hissing Fauna, Are You The Destroyer? ook zal gebeuren waag ik te betwijfelen. Niet omdat Hissing Fauna, Are You The Destroyer? een slechte plaat is, integendeel zelfs; het is een meer dan geweldige plaat. Dat rijk worden zal voor Kevin Barnes hoogstwaarschijnlijk niet gebeuren omdat de indiepop/rock die hij maakt hier veel te excentriek en 'moeilijk' is. Dat doet hij overigens al tien jaar lang met zijn band. Die kende al vele samenstellingen en is vernoemd naar de plaats in Canada waar een ex van Barnes woonde. Op Hissing Fauna, Are You The Destroyer? draait het ook om een ex. In dit geval verwerkt Barnes de scheiding van zijn vrouw Nina en dit album is wederom een sprekend bewijs van het feit dat privé-ellende vaak het beste boven haalt bij liedjesschrijvers. Hissing Fauna, Are You The Destroyer? is namelijk een wonderbaarlijk bonte en intrigerende plaat, die op een rare manier zelfs dansbaar is. De spil en keerpunt van de cd is het bijna twaalf minuten durende "The Past Is A Grotesque Animal". Een donker nummer met een Cure-achtige doffe beat als basis, waarop - des te verder het nummer vordert en Barnes zijn hart meer en meer uitstort - de synthesizers almaar weirder worden. Na dit nummer lijkt de bodem van de gifbeker voor Barnes in zicht. De vier nummers die nog volgen op "The Past Is A Grotesque Animal" zou je met een beetje goede wil zelfs positief kunnen noemen en zijn al net zo intrigerend als de eerste helft.
File Under: It hurts to be in love
File Audio: [Heimdalsgate Like A Promethean Curse]
File Audio: [Vanuit Athens, overigens]
LPG
Lopend Vuur Aan Je Schenen met Anne van Wieren (LPG)
EMI of Excelsior?
"Excelsior, hoewel groter worden via EMI zal moeten."
Jan Smit of Nick & Simon?
"Jan Smit, mooie onderbroeken."
Smoke or Fire - This Sinking Ship
Nieuwe punkrockbands, bestaan ze nog? Wij hebben natuurlijk De Heideroosjes en Amerika heeft bands als Lagwagon, Pennywise en Anti Flag. Allemaal oudgedienden. Wie mij kan vertellen welk punkrockgroepje de laatste drie jaar een debuut van belang heeft uitgebracht krijgt een prijs. Punkrock is uit. Behalve natuurlijk als het wordt gecombineerd met emo, folk of hardcore. Dat soort bandjes vallen dan ook als rijpe appels uit de lucht de laatste jaren. Smoke or Fire is zo'n band, ze debuteerden twee jaar geleden zeer succesvol met Above the City. De post-hardcore met veel punkrock invloeden (of punkrock met hardcore-invloeden, whatever) staat dan ook als een huis. Opvolger This Sinking Ship continueert de lijn van zijn voorganger. Met een nieuwe drummer in de gelederen klinkt Smoke or Fire nog altijd energiek, rechtdoorzee, rauw maar toch melodieus. 'Voor fans van Avail en Hot Water Music' staat er in de biografie. Absoluut waar, maar Smoke or Fire maakt ook graag knipogen naar het verleden. Denk aan Minor Threat en Black Flag. Single "The Patty Hearst Syndrome" is een aanklacht tegen de onverschilligheid van ouders. Patty Hearst zelf werd in de jaren '70 ontvoerd en leed aan het Stockholm syndroom. Smoke or Fire heeft ook nog iets te vertellen dus. Een half uurtje Smoke or Fire is absoluut geen straf, de nummers zijn puntig en blijven lekker rondzingen in je hoofd. Mij deed het alleen wel nog meer verlangen naar het nieuwe album van streekgenoten A Wilhelm Scream, die hetzelfde recept gebruiken maar de ingrediënten net iets beter mixen.
File Under: Mix van punk en hardcore waar helemaal niets mis mee is
File Audio [The Patty Hearst Syndrome] [Melatonin]
David Vandervelde - The Moonstation House Band
Een aantal weken geleden ontdekte ik David Vandervelde op internet en ik schreef er toen direct een zeer lovend stukje over op mijn weblog. De paar nummers die ik had gehoord, hadden mij vrij snel overtuigd van de kwaliteiten van deze 22-jarige muzikant uit Chicago. Ik haastte me dan ook om de debuut-cd The Moonstation House Band te bestellen. Helaas ging er bij de betaling van de verzendkosten iets mis en de afgelopen week kreeg ik een mailtje dat mijn bestelling was geannuleerd. Ik baalde, maar gelukkig niet lang. Twee dagen later viel de envelop van FU met te bespreken cd's in de brievenbus en een van die cd's was de genoemde cd van David Vandervelde. Ik was weer blij. Ik heb "The Moonstation House Band" (de titel is tevens de naam van de begeleidingsband) ondertussen al heel wat keren gedraaid en deze cd bevat inderdaad een aantal prachtige songs. In eerste instantie vergeleek ik David met Marc Bolan maar die vergelijking was voornamelijk gebaseerd op het geluid van de aanstekelijke single "Jacket". Nu ik de hele cd gehoord heb, moet ik toegeven dat een vergelijking met John Lennon en David Bowie uit de jaren zeventig veel dichter in de buurt komt, alhoewel Bolan en Bowie natuurlijk zeer verwante muzikanten zijn. Ik kan maar twee minpuntjes vinden: de laatste track "Moonlight Instrumental" klinkt ongeïnspireerd en de lengte van de cd. Een album waar twee jaar aan gewerkt is, is met 32 minuten toch wel een beetje kort. Ik hoop in ieder geval dat David Vandervelde nog meer songs geschreven heeft en dat we nog een vervolg op deze cd krijgen.
File Under: Wisdom for a Tree
File Audio: [Jacket]
Rose Kemp - A Hand Full Of Hurricanes
Het debuutalbum van Jeff Buckley heette Grace, het debuutalbum van Rose Kemp (dochter van Steeleye Span's Maddy Prior en Rick Kemp, ze komt dus uit een meer dan goed nest) heette precies hetzelfde. Rose bracht het al op zeventienjarige leeftijd uit en als ik haar moet geloven, dan klinkt dat album heel anders dan wat ze ons op haar tweede cd A Hand Full Of Hurricanes laat horen. Op haar MySpace-pagina zegt ze zelf: 'if you like the songs on my page don't buy that (Grace dus), it's nothing like it!' Dan zal ze daarop wel niet klinken als de vrouwelijke incarnatie van Jeff Buckley, maar meer zoals haar ouders klonken of iets dergelijks. De naam Jeff Buckley spookt namelijk zeer nadrukkelijk rond op A Hand Full Of Hurricanes. Af en toe op het enge af zelfs heeft deze cd een sfeer zoals Grace ook kende. Zeggen dat Buckley in Kemp zijn vrouwelijke gelijke gevonden heeft, dat gaat me nog een beetje te ver. Maar Kemp is ook nog maar 21. Misschien dat ik daarom er wel een beetje begrip voor heb dat haar platenmaatschappij zelf in de biografie liever rept over 'already drawing comparisons to PJ Harvey and Regina Spektor', maar de naam Buckley weglaten op dit A4-tje is wat mij betreft volstrekt onjuist. Of geeft het teveel druk - en misschien is ook wel teveel gevraagd, al kan ik me geen andere vrouwelijke variant bedenken - om met deze legende vergeleken te worden? Vast, maar ik heb rotsvast vertrouwen in de kwaliteiten van deze dame van goede komaf.
File Under: Jeff Buckley lijkt wel een jonge vrouw
File Audio: [RoseSpace]
Thomas Belhom - Cheval Oblique
Dwars paard. Dat is de titel van het vijfde album van Thomas Belhom. Laten we er gemakshalve van uitgaan dat Belhom dat dwarse paard is. En dat tegelijkertijd zijn product een dwars paard is. Thomas Belhom groeit op bij hippieouders, beleeft de rock'n'roll in Parijs (onder meer als 'vuurtechnicus' bij het theaterspektakel La Fura Dels Baus) en zoekt daarna zijn rust in Arizona, waar hij in de Calexicoscene terechtkomt. Nu hij weer in Europa woont toert hij met Stuart A. Staples, maar al die tijd heeft Belhom tijd gehad voor zijn soloproject. Als hij zijn eigen, dwarse, ding kan doen. Dwars aan Cheval Oblique is dat melodieën altijd ondergeschikt blijven aan de geluiden die deze melodieën overstemmen. Meestal is het de drum die er met de hoofdrol vandoor gaat, maar soms ook korte geluidsfragmenten, een gitaar, zweverige toetsen of niet nader thuis te brengen elektronica. De opbouw doet zo nu en dan zelfs denken aan de opbouw van sommige liedjes van post-rockbands, alleen is hier de rock verdwenen. Luisteren naar dit album betekent dat je op een vreemde manier geluiden ervaart, die in andere muziek wat op de achtergrond zouden zijn geraakt. Dat Belhom zijn drumpartijen inspireert op jazzdrummers, maakt deze plaat nog geen jazzplaat. Nee, alle geluiden op dit behoorlijk trage album zijn dwarse liedjes. Dwars, omdat wij niet gewend zijn deze soundscapes als liedjes voorgeschoteld te krijgen. Ze komen niet echt op gang, maar willen, vermoedelijk, dat wij in de geluiden gezogen worden om ons mee te voeren naar de wereld van Thomas Belhom, het dwarse paard. Cheval Oblique misschien zelfs als soundtrack van zijn leven.
File Under: Dwarse, trage soundscapes als liedjes
File Audio: [Zo dwars dat ie geen MySpace heeft nu ook weer niet]
Mass Appeal - Nobody Likes A Thinker
Dat tegenwoordig bijna alle platenmaatschappijen hun promotiecd's in een lullig kartonnen hoesje stoppen is vervelend voor ons, de platenpraatjesmakers, maar ik heb mij daar inmiddels bijna overheen gezet. In sommige gevallen baal ik er echter nog flink van. Het bijgaand schrijven door Relapse Records laat mij immers kwijlend verlangen naar de échte heruitgave van Nobody Likes A Thinker. Hier schijnt een fantastisch boekje bij te zitten met zeldzaam fotomateriaal, bijzondere notities en - meest belangrijk - meer beeldmateriaal van tekenaar Ben Brown, verantwoordelijk voor de klassieke cover. Maar goed, ik moet het doen met een flodderig kartonnetje en zal daar niet langer over zeuren. De inhoud van het hoesje maakt namelijk een hoop goed. Dik twintig jaar na het verschijnen van de baanbrekende EP komt dit geweldige debuut van het Australische Mass Appeal eindelijk in een acceptabel gemasterde versie uit. Behalve de zeven originele nummers zijn er maar liefst 16 (!) bonustracks toegevoegd, waaronder enkele demo opnames en wat livemateriaal. Het is anno 2007 moeilijk voor te stellen dat een dergelijke plaat in 1986 een heuse schokgolf door de punkscene deed gaan - ik heb het zelf ook niet bewust meegemaakt - maar je hoort nog duidelijk de heerlijk rauwe woede van een band die zijn legendarische begin nooit een waardig vervolg heeft gegeven. De, voor die tijd ongekende, combinatie van gorgelende punk met rammende metal weet nog steeds te boeien en de nieuwe mix is glashelder. Het is verhelderend om weer eens een ander geluid te horen dan waar de tegenwoordige glad afgemixte punk- en metalbandjes zich van bedienen. Een moet-heb voor ieder punkhoofd met gevoel voor nostalgie.
File Under: Oerpunkcore
File Audio: [Klik]
Richmond Fontaine - Thirteen Cities
De band rond Willie Vlautin had al een stevige handvol platen in de Verenigde Staten uitgebracht, voor ze met hun vorige CD, The Fitzgerald, voet aan de grond kregen in Europa. Toen ging het ook hard: de debuutroman The Motel Life van Willie Vlautin kreeg nota bene een Engelse uitgever en hun nieuwste release, Thirteen Cities komt aan beide kanten van de Atlantische Oceaan in de winkels te liggen. (Overigens brengt de kleine Nederlandse uitgever Rothschild & Bach binnenkort een vertaling uit van The Motel Life als, jawel, Motelleven.) Net als in zijn roman zijn in de teksten van Willie Vlautin de losers en verschoppelingen het onderwerp. Met Steve Earle's compassie wordt de ellende en treurigheid, maar stiekem ook wel een beetje de romantiek van de onderkant van de samenleving beschreven. Thirteen Cities gaat terug naar Post to Wire, de voorlaatste plaat van Richmond Fontaine met een ongecontroleerde mix van stijlelementen: het zwalkt op een zeer prettige manier van pianoballades via tex-mex-escapades naar woestijnballades (Calexico helpt ook een handje mee). The Fitzgerald was ingetogener en meer akoestisch, Thirteen Cities doet een drukke tour vermoeden waar de energie nog van in de bandleden is blijven hangen. Eens zien hoe lang het duurt voor ze aan beide kanten van de oceaan evenveel aandacht krijgen.
File Under: Storytellers
JP Den Tex - Bad French
Dat JP (kort voor Jan Piet) Den Tex een oude rot in het vak was die al een flinke poos meeliep, dat wist ik wel. Ik wist echter niet dat hij al platen opnam voordat ik überhaupt geboren was. Het bewijs hiervan wordt geleverd bij de eerste oplage van zijn nieuwe cd Bad French. Op de extra cd die hierbij zit, zijn opnamen te horen die bedoeld waren voor de tweede cd van zijn eerst band Tortilla, die eigenlijk in mijn geboortejaar 1973 had moeten verschijnen. Zover kwam het niet, maar de demo's zijn goed genoeg om nu alsnog het daglicht te mogen aanschouwen. Ik moet wel mijn best doen om JP te herkennen in de liedjes waarop hij zichzelf begeleidt op piano en slechts spaarzaam bijgestaan wordt door andere instrumenten. Waar de Den Tex van nu vooral doet denken aan JJ Cale, John Hiatt, Lou Reed en soms qua geluid een beetje aan Mark Knopfler (zonder diens eeuwige saaiheid gelukkig), herinnert de Den Tex uit de jaren zeventig vooral aan Randy Newman en Billy Joel. Ik geef persoonlijk de voorkeur aan de muziek die JP den Tex nu maakt, samen met zijn band The Emotional Nomads. Bad French vertelt in twaalf bedrijven het verhaal van de trektocht door Amerika van een schrijver op zoek naar een nieuw verhaal. Hij raakt onderweg verslingerd aan een Russische prostituee en slaat samen met haar op de vlucht voor haar pooier. JP den Tex toont zich net als op zijn voorgaande cd's La Jeune Fille... en Emotional Nomads een bekwaam verteller en songschrijver. Hij weet alle songs op Bad French een eigen teint te geven, waardoor het lijkt alsof hij op zijn reis als het ware steeds weer een andere staat aandoet en dat is knap. Dat hij daarbij erg Amerikaans klinkt lijkt me gezien het vertelde verhaal niet meer dan logisch. Overigens krijg je als toetje na afloop van het verhaal nog een extra versie van "For You" (toch al een van de prijsnummers van deze cd) dat omgeturnd is tot een duet met Krista Detor. Daar wordt het nummer nog mooier van.
File Under: Crossing the USA with a call girl and a couple of good songs.
File Audio: [Tex-Space]
Saosin - Saosin
Ook Bij File Under glipt er wel eens een plaatje doorheen. Het titelloze debuutalbum van Saosin is bijvoorbeeld al een tijdje uit, maar absoluut nog de moeite van het bespreken waard. Live wisten de Amerikanen me niet te overtuigen tijdens de Taste of Chaos Tour in Tilburg, dit kwam voornamelijk door de ongeïnteresseerde houding van zanger Cove Rever. Op plaat daarentegen is het Rever die Saosin boven het gemiddelde emo-bandje laat uitsteken. Hij zingt in een rustiger tempo dan we gewend zijn. Zijn stem klinkt beheerst en, mede door het ontbreken van screams, ook oprecht. Emotioneel beladen is misschien nog wel de beste omschrijving. Ook muzikaal wijkt Saosin met enige regelmaat van de gebaande paden af. De instrumenten krijgen de ruimte en men neemt de tijd om naar een climax toe te werken. De opbouw is sowieso dik in orde, Saosin neemt nog de tijd om echte nummers te maken. "Bury your Head" bijvoorbeeld klinkt als Thursday in zijn beste dagen, met snufjes Poison the Well. Als het hele album volstond met dit soort nummers had Saosin een dijk van een debuutalbum gemaakt. Helaas heeft het vijftal uit Californië vier heel erg lelijke ballads op deze plaat gezet. Mierzoete niemendalletjes. Gelukkig blijven er acht goede emosongs over en mag Saosin trots zijn op dit debuut. Volgende keer niet meer doen hè jongens, die ballads!
File Under: Beter dan de gemiddelde emo-plaat.
File Audio: [Fragmenten van de hele cd]
Goddess Shiva - Goddess Shiva
Shiva heette de band waarin zanger/gitarist Armin Sabol en zanger/bassist Mat Sinner (Sinner, Primal Fear) hun muziekcarrière ooit begonnen. Na vergeefse pogingen tot een debuutalbum te komen legde Sabol zich toe op produceren - van onder andere Rage en Peter Schilling's wereldhit "Major Tom" - en Mat Sinner begon zijn eigen bandje. Voor een aidsbenefiet kwamen ze weer eens bij elkaar en dat beviel zo goed dat ze besloten weer samen op te gaan nemen, nu met drummer Martin Schmidt onder de naam Goddess Shiva. Tot mijn verrassing noemen ze mijn favoriet Frank Marino & Mahogany Rush als inspiratiebron. Dat hoor ik er eerlijk gezegd weinig in terug, maar dat de inspiratie uit de hoek van de powertrio's komt is duidelijk. Behalve het sitar-intro en het sitar-outro is het namelijk bluesrock wat de klok slaat. Dan weer wat meer rechttoe-rechtaan in Gene Simmons-achtige composities ("Mind Of A Killer), dan weer in lekker zware bluesrockers á la Pat Travers met lang uitgesponnen solo's ("Barefoot And Naked"). Wat de songs gemeen hebben: goede hooks, smakelijk gitaarwerk van Armin Sabol (die man verdoet z'n tijd achter de knoppen van een mengpaneel!) en een mix zoals 'ie hoort te zijn bij een powertrio, zwaar, niet te gepolijst en met een lekker smerig gitaargeluid. Het laatste album van Sinner vond ik heel aardig, dit vind ik een absolute kraker!
File Under: Faule Gitarren sind affengeil!
Moss - The Long Way Back
Excelsior -platenbaas Ferry Rosenboom zei onlangs in een interview dat hij recensies maar onzin vond en dat ze maar een mening van iemand weergaven. Hij heeft wat dat betreft helemaal gelijk. Iedereen heeft een mening, maar toevallig zijn er enkelen die een voorhoede vormen die zich dan recensent noemen. Ik noem me liever niet zo. Ik ben liefhebber en ventileer graag mijn muzikale smaak. Die smaak is breed en ik heb ook een zwak voor veel Excelsior-bands. Bands die eerder vooral te vinden waren in de gitaarpop, maar die met releases van de muziek van Spinvis, zZz en Green Hornet een wat breder geluid hebben gekregen. Moss, een nieuwe loot aan de Excelsior-boom, past echter helemaal in de oude traditie van gitaarpopbands. Hun debuut dat na jarenlang alle poppodia afstruinen er eindelijk is gekomen kreeg de misleidende titel mee The Long Way Back. Voor het geluid was Frans Hagenaars verantwoordelijk en dat is te horen ook, want als er één iemand is in ons land die ingetogen gitaarpop weet vast te leggen is hij dat wel. The Long Way Back kent veertien lieve liedjes waarbij ik stiekem terugdenk aan die goede oude tijd met Daryll-Ann, maar waar bij mij ook associaties met Belle and Sebastian, David Gray en zelfs The Beach Boys (koortjes) naar boven komen. De dromerige liedjes worden maximaal uitgebuit en als liefhebber kan ik geen negatief woord over mijn lippen krijgen met nummers als (het dansbare) "Light Of My Life" en (de tranentrekker) "Breeze". Het lijkt me duidelijk dat er weer een fijne Nederlandse release bij is na Do The Undo. Als je echter sex, drugs en rock 'n' roll verwacht in de muziek dan moet je dit album laten liggen. Muzikaal is het geen revolutie, maar meer als het leven zelf. Een leven waar ik persoonlijk volop van geniet.
File Under: Gitaarpop optima forma
File Audio: [My Space]
James Yorkston
Neal Morse - Sola Scriptura
Op Neal Morse zijn vorige cd ? was het een komen en gaan van gitaristen. Onder anderen Alan Morse, Transatlantic-wederhelft Stolt en ex-Genesis-gitarist Steve Hackett droegen bij aan die cd. Op Morse zijn nieuwe worp Sola Scriptura (wat zoveel betekent als: alleen volgens de geschriften) maakt hij slechts gebruik van één gitarist: Paul Gilbert. Die is wat mij betreft de ster van deze nieuwe cd, naast Morse natuurlijk. Gilbert speelt namelijk alsof hij vijf gitaristen is. Ik heb nooit geweten dat hij zo'n divers gitarist was. Ik denk dat Gilbert met zijn hardrock achtergrond er deels ook de oorzaak van is dat Sola Scriptura net wat meer hardrock georiënteerd is dan Morse zijn eerdere solo-cd's. Dat betekent niet dat Morse bekeerd is tot korte liedjes van pak 'em beet vier minuten. Het tegendeel is eerder waar. Sola Scriptura klokt vijfenzeventig minuten en telt maar vier nummers waarvan de mooie pianoballade "Heaven in My Heart" de kortste is met vijf minuten. Inderdaad, Morse heeft er werk van gemaakt om het verhaal van Maarten Luther en zijn 95 stellingen te vertellen. Dat lukt hem overigens erg goed. Dat Neal Morse daarbij muzikaal gezien alle classic-Morse-trucjes uit de kast haalt, dat stoort me intussen niet meer. Ik kan namelijk niet ontkennen dat hij dat hij dit trucje elke keer weer heel geraffineerd en vol passie brengt en verder verfijnt. En af en toe verrast Morse me toch ook nog. Bijvoorbeeld bij het begin van "The Conflict", waar Morse een adequate Layne Stanley-imitatie doet, maar niet nadat Gilbert furieus de aftrap gegeven heeft. Het zijn die subtiele details die me toch weer doen genieten van deze cd.
File Under: Helemaal Neal Morse, met een spotje gericht op Paul Gilbert.
Lawrence English - For Varying Degrees Of Winter
18 februari 2007. Hartje winter. 15°C. Gevoelstemperatuur nog wat hoger, zo uit de wind en in de zon. Heerlijk. Maar toch: zo is winter natuurlijk niet bedoeld. Bij winter hoort sneeuw, vorst, ijs, verlaten witte vlaktes, isolatie en eenzaamheid, kou, warme chocomel met een snufje kaneel, een knisperend haardvuur. Dat vindt Lawrence English van down under ook. Voor die dagen dat je het huis niet uit durft uit angst om te bevriezen, en alleen maar gefascineerd je keukenraam uit kan kijken, heeft hij For Varying Degrees of Winter gemaakt, een album vol afwisselende, sfeervolle ambient. Van zeer minimaal en ijzig koud tot dreigend en onderkoeld, maar nooit boven het vriespunt. En zo hoort het natuurlijk ook in de winter. Dan kan ik het nog zo heerlijk vinden in mijn schijnbaar altijd groene tuin in het zuiden des lands, maar met winter heeft het natuurlijk helemaal niets te maken. En winter is wel nodig; een noodzakelijke catharsis om daarna verfrist en vernieuwd door te kunnen gaan. English begrijpt dat wonderwel en zorgt met zijn machtig mooie klankenlandschappen voor precies de juiste hoeveelheid winter. Gelukkig maar. Heb ik toch nog mijn winter.
File Under: Ambient voor al uw winterse dagen
File Audio: [vier samples]
Eternals - Heavy International
Het is wonderlijk hoe sommige plaatjes de redactieburelen van File Under bereiken. Ja, natuurlijk, via promotor, distributeur en alle gangbare kanalen, maar toch, het derde album van The Eternals ligt hier nu zomaar ineens op míjn bureau en wat er zo ineens uit mijn speakers komt is een wonderlijke mix van van alles. "The Mix Is So Bizarre" heet het eerste liedje op het album, en het lijkt een blauwdruk te zijn voor de rest van het album, dat een werkelijk opvallend bizarre mix laat horen van dub - luister naar die dikke bas, bij afwezigheid van een leadgitaar des te opvallender -, funk en dancehall, maar ook, zo nu en dan, vleugjes ambient noise, hiphop en art rock. Dat klinkt heel niet als een plaatje des Jnnk's, maar ik moet zeggen dat ik met genoegen (vooral gevoed door verbazing) naar dit ietwat vreemde Heavy International blijf luisteren. Wayne Montana (bas en toetsen), Tim Mulvenna (drums) en Damon Locks (zang) komen uit Chicago en wonend in de grote stad kan rootsmuziek als reggae op geen enkele manier gespeend blijven van invloeden uit deze grote stad. Net zoals TV on the Radio Afrikaanse rootselementen verwerkt in eigentijdse popmuziek, waarbij het experiment niet wordt geschuwd, mixen The Eternals - hun naam wellicht ontleend aan een strip waarin The Eternals een soort übermenschen zijn? - 'oude' reggae en dub met allerlei moderne experimentele genres uit de popmuziek. Los van de zang is er in de muziek overigens weinig overeenkomst met TV on the Radio. Het is wel zo dat het een uur durende Heavy International tot het eind blijft boeien vanwege genoemde bizarre en vindingrijke mix van stijlen.
File Under: Reggae, maar dan uit de grote stad
File Audio: [ MySpace]
The Chelsea Smiles - Thirty Six Hours Later
Er ging enige tijd geleden bij ons in de stad een gerucht over een bende die actief zou zijn. Deze groep zou mensen met veel geweld overvallen, zowel geld als kleding afnemen en de hele gruwelijke operatie afronden met de vraag: "wil je huilen of wil je lachen?". Wat er gebeurde wanneer er voor de eerste optie gekozen werd laat zich raden, maar ook het verzoek om te mogen lachen bleek een kat in de zak. De klootzakken sneden dan een stukje in in beide mondhoeken en dwongen hun slachtoffers tot een brede glimlach. De hele boel scheurde dan in, met een blijvend litteken van oor tot oor als resultaat. Deze mishandeling zou de naam "Chelsea Smile" dragen en was dus geen kinderspel. Uiteindelijk bleek dit hele verhaal een grote urban legend en ik ben ook nooit iemand met een dergelijke verminking tegen het lijf gelopen. Het zieke concept heeft me in ieder geval wel behoorlijk weten te boeien en ik ben blijkbaar niet de enige. Todd Youth is de grote man achter The Chelsea Smiles en probeert de band alleen al door de naamgeving een heftig imago te geven. Youth loopt al heel wat jaartjes mee en probeert op zijn eigen wijze de geest van vervlogen helden als The Ramones, New York Dolls en Murphy's Law in leven te houden. Dit lukt hem aardig, met een prettige mix van pure Rock N' Roll en 1-2-3-punk. U weet wel, strakke zwarte spijkerbroeken, All Stars gympen en de onmisbare leren jacks. De liedjes zijn catchy en zullen weinig mensen voor het hoofd stoten, maar doen de heftige bandnaam geen eer aan. Het wordt nergens meedogenloos en pruttelt vaak een beetje voort. Een prettig gitaarsolootje hier, een tempowisselinkje daar, niemand zal er wakker van liggen. Als The Chelsea Smiles een flinke lading peper in den reet zouden krijgen zou er tenminste écht iets te lachen zijn.
File Under: Rock N' Roll in een te lage versnelling
File Audio: [Klik
Madonna - Confessions Tour
Mensen die naar stadionconcerten gaan snap ik nooit zo goed. Wat is nou de lol van het zien van een heel klein mensje van bovenuit de ring in de Amsterdam Arena, het Gelredome of de Kuip? Of telt vooral het feit dat je erbij geweest bent? Ik heb het ook al met grote festivals als Lowlands of concerten in Ahoy, ik geef er de voorkeur aan een band te kunnen voelen en ruiken. Nou is het voor Madonna natuurlijk onmogelijk om in pak 'em beet Paradiso al haar fans een concert voor te schotelen. Dat snap ik ook wel. Maar als ik de keuze had tussen het gaan naar haar concert in de Arena en het kopen van de dvd die gemaakt is tijdens de Confessions Tour, dan was de keuze voor mij gemakkelijk: Ik kocht de dvd. Dan kun je tenminste op je dooie gemakkie het hele circus (natuurlijk inclusief de beruchte kruisigingscène) en de verkleedpartijen die er op het podium plaatsvinden bekijken. Dat zijn er namelijk zo bizar veel dat je bijna zou missen dat Madonna de wat oudere liedjes uit haar repertoire die ze speelde tijdens deze tour behoorlijk (en op een aantrekkelijke manier bovendien) gepimpt heeft. Wat bovendien fijn is dat ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat er naderhand aan de vocale prestaties van Madge nog behoorlijk gesleuteld is. Madonna klinkt namelijk best oké zo. Sterker nog, stel dat er niets aan opgepoetst is: je vraagt je af hoe ze het vol houdt om de tijd die de show duurt niet geheel buiten adem te raken. Hoe dit komt blijkt deels wel uit de extra filmpjes op de dvd. Madonna vraagt niet alleen van zichzelf, maar ook van haar crew meer dan het beste. Dat het resultaat er ook naar was heb je wellicht al van je buurvrouw of buurman gehoord, maar dit kun je nu zelf veel beter zien dan zij waarschijnlijk gedaan hebben.
File Under: Madonna aan het kruis op de buis bij u thuis.
Cut City - Exit Decades
Ik ben eigenlijk niet iemand die veel nadenkt over de muziek die ik beluister. Het is een kwestie van gevoel en ik beslis vrij snel of ik iets leuk vind of niet. Meestal vind ik het lastig om uit te leggen waarom ik de ene cd wel goed vind en de andere niet. It's just a feeling. Nu schrijf ik al een tijdje over muziek, niet alleen voor deze website maar ook voor mijn eigen weblog en daarom moet ik soms wel opschrijven wat ik goed vind aan een bepaalde band. Dat is dus niet altijd eenvoudig. Bij het album van de drie Zweden van Cut City heb ik dat probleem echter niet. Ik beluisterde de cd afgelopen zaterdag voor het eerst terwijl ik even op de bank lag om bij te komen van een drukke dag. Ik zat echter vrij snel weer overeind. Deze muziek deed me terugdenken aan de eerste twee geweldige lp's van Echo & the Bunnymen en toen ik de door de platenmaatschappij meegeleverde bio las, zag ik dat die Liverpoolse band ook daarin genoemd werd. De overeenkomst is gewoon overduidelijk en voor mij in ieder geval niet op een vervelende manier. Cut City maakt op Exit Decades lekkere up-tempo muziek met aanstekelijke ritmes. Het begint al direct met het openingsnummer "Like Ashes Like Millions" en zo gaat het door totdat de negen songs zijn afgelopen. Geen tijd om rustig over de muziek na te denken. Precies zoals het hoort. Toch heb ik één puntje van kritiek: deze muziek verdient een betere verpakking! Het zwarte cd-doosje met de lelijke, nauwelijks leesbare belettering op de achterkant past echt niet en de bassist van de band die dit heeft ontworpen kan zich beter bij de bas houden.
File Under: Anticipation
File Audio: [Anticipation]
Tishamingo - The Point
Naast de hoes geeft ook de bandnaam vaak al een idee wat je kunt verwachten. De hoes van dit The Point gaf weinig prijs, dus ik gokte ergens richting freaky jamband of weirde rock á la Ween. Maar niets van dat al. Wat het wel bleek te zijn zal meteen duidelijk zijn wanneer ik vertel dat het viertal afkomstig is uit Georgia. Inderdaad, southern rock. En verdomd lekkere bovendien. Tishamingo heeft de afgelopen vijf jaar voornamelijk getoerd en dat hoor je eraan af. Geen brave partijen die in de studio aan elkaar geplakt zijn, maar lekker zompige rock. Drums en bas zijn een solide basis voor flink overstuurde gitaren en en lekker swingende orgelpartijen. Er is veel terug te horen van oude bekenden als Lynyrd Skynyrd en in de rustiger stukken John Mellencamp, maar ook van recentere collega's als The Black Crowes en de Drive-By Truckers en in sommige stukken een prettig vleugje Aerosmith uit het pre-MTV tijdperk. Maar net zo makkelijk leveren ze in "Chest Fever" met prachtige koortjes weer een fraai Allman Brothers-achtig nummer af. Overigens zonder dat dat vervalt in imitatie of leentjebuur spelen bij voornoemde acts. Want eerst en vooral is het een samenhangend album, met een sound die volstrekt natuurlijk en sfeervol klinkt. Deze mannen spélen geen southern rock, ze zíjn het.
File Under: I definitely get the point
File Audio: [TishamingoSpace]
Mika - Life In Cartoon Motion
Misschien werd het maar eens tijd voor een coming-out. Ik schrijf nu al bijna 2,5 jaar op deze site en heb in die tijd al een aantal pop-cd's besproken die toch al wenkbrauwen deden rijzen. Als dat al niet was vanwege de regenboogkleurige boekies erbij (Klaxons, The Feeling, Basement Jaxx, Fischerspooner) dan wel vanwege mijn goedkeuring van rare falsetto-stemmen met een enorm bereik (Scissor Sisters, Jay Kay, The Rocket Summer). Voeg er nog een diepe liefde voor sterke pianotunes bij en ik vrees dat ik toch echt ergens een gay-kant aan mijn muzieksmaak heb. Gelukkig zijn er dan nog windbuilen als de 23-jarige Mica Penniman, alias Mika, om een gezonde bloedhekel aan te hebben. Niet dat-ie écht kutmuziek maakt op zijn debuut dat in Engeland al op 1 staat ('ka-tching!' inderdaad); alle bovengenoemde ingrediënten waarom ik het leuk zou moeten vinden zitten er wel in. Maar jezus, wat is die gast een aansteller! Wie Tiga al irritant vond kan Mika al helemaal wurgen. Bij diens kopstem (waar zelfs ík kromme tenen van krijg, kun je nagaan) krijg je er gratis irritante gilletjes bij, genant behaagzieke teksten en een ontzettende overproductie op kinderachtige deuntjes. Om meneer zelf te citeren: "too much candy gonna ride rot your soul". De vergelijking met cartoons klopt: dit hele album is te licht, te weinig gedurfd, nogal nep en niet bestand tegen regelmatige consumptie. Kortom, te pop. Maar stiekem wel leuk.
File Under: Paul de Leeuw
File Audio: [Grace Kelly] [MikaSpace]
File Video: [Grace Kelly (live)]
NahemaH - The Second Philosophy
Stel je voor dat je als een Sexy Beast, lekker bruin ligt te verbranden in het hete Spanje aan de rand van je hemelsblauwe zwembad en je hoeft je helemaal nergens zorgen over te maken. Dan verandert opeens alles als er een enorme steen net naast je in het zwembad ploft en niet lang daarna een oude kennis van je opduikt uit een schimmig verleden die je mee wil slepen in een duister avontuur waardoor al je ellende begint. De señors van het Spaanse NahemaH moeten zich ongeveer zo gevoeld hebben toen ze aan The Second Philosophy begonnen. Alsof al hun warmte werd verjaagd, leveren deze zonaanbidders een ijselijk werkje af, waar menig Noord-Europese band niet aan kan tippen. Kille deathmetal vormt het uitgangspunt van dit vijftal, zij het met grote progressieve inslag. Vooral het gebruik van inventieve elektronica wordt niet geschuwd, waardoor prachtige soundscapes ontstaan die je meevoeren naar ijskoude vlaktes, waar het zo hard vriest dat ijspegels uit elkaar spatten. Verder wordt er ook gewerkt met cleane en vervormde vocalen, orgelklanken en zelfs een druilerige saxofoon om de juiste sfeer te creëren. Alsof Mikeal Åkerfeldt met Trent Reznor om de tafel heeft gezeten en ze het samen op een akkoordje hebben gegooid. Eigenlijk zijn alle nummers even sterk, maar het prachtige 'Subterranean Airports' en het navolgende 'Phoenix' vormen voor mij toch wel het hoogtepunt van dit album. Ook liefhebbers van bands als Anathema, Riverside en Freak Neil Inc. zouden dit werkje wel eens kunnen waarderen en ik kan niet anders concluderen dat de eerste verrassing van 2007 zich heeft aangemeld.
File Under: The First Surprise
File Audio: [Siamese]
The Setup - Minister Of Death
De Belgische hardcore-scene is altijd in beweging. In de jaren 90 hadden ze Deviate en de legendarische H8000-scene met onder meer Liar en Congress (zware deathmetalcore met dikke vegan straight edge-principes), aan het begin van het nieuwe millenium kwam het geweldige Dead Stop en de laatste paar jaar werden we verrast door zeer goed materiaal van Rise And Fall en Amen Ra. Dit The Setup mag gerust aan dat rijtje illustere namen toegevoegd worden op basis van deze sterke tweede plaat Minister Of Death. The Setup is zo'n geen-woorden-maar-daden-band en strooit lustig met vette moshparts, beatdown-stukken, zware riffs en heftig geschreeuw. Het gaspedaal wordt af en toe ingetrapt maar over het algemeen blijft het lekker midtempo. Geen moment origineel, maar als je het met zo'n verbetenheid als deze band doet is dat geen enkel probleem. De invloed van bands als Terror, het eerder genoemde Deviate en Cro-Mags is nooit ver weg. kortom, dit is gewoon hardcore zoals hardcore gespeeld moet worden, en met name live verwacht ik dat de pannen van het dak gerost worden als deze band optreed.
File Under: Vette hardcore. Punt.
File Audio: [Mosh!]
The Good, The Bad & The Queen - The Good, The Bad & The Queen
Al bladerend in de radio en tv-gids viel mijn oog op een optreden van The Good, The Bad & The Queen op de BBC. Ik vreesde weer eens wat gemist te hebben, want een band die een optreden op tv krijgt bij deze omroep moet toch bekend zijn. De tekst onder de aankondiging bracht meteen uitkomst, het ging namelijk om een zogeheten supergroep o.l.v. Damon Albarn van Blur. Hij vormt deze samen met bassist Paul Simonon van The Clash, Simon Tong van The Verve, Blur en Gorillaz en tenslotte drummer Tony Allen van Fela Kuti. Ik besloot e.e.a. op te gaan nemen om te kijken of deze supergroep nu eens, zoals zo vaak bij supergroepen, niet tegenvalt. Na het optreden gezien te hebben haalde ik mijn schouders op. Wel aardig hoor, maar erg bijzonder was het nou ook weer niet. Op het officiële album The Good, The Bad & The Queen is er geen beeld om mij af te leiden, maar komen er slechts twaalf liedjes tevoorschijn slechts begeleid door een leuk hoesje. Dat Alburn ook de man is achter Blur dat is goed te horen aangezien hij de meeste zangpartijen op zich neemt, maar de kekke nummers van Blur's beginperiode lijken verleden tijd. Het werk ligt meer in de lijn van de latere introverte stukken. In vergelijking met het concert is er één punt dat deze schijf voor heeft: dat is de productie. Deze is namelijk van een sublieme kwaliteit. Danger Mouse, o.a. bekend van de Grey Album, heeft er een verslavende trip van gemaakt die ik bijna met mijn mond open heb beluisterd. Het is dan ook een album geworden dat mijn goedkeuring krijgt. Het is geen herhaling van zetten, maar The Good, The Bad & The Queen is een nieuwe band. Alléén een paar echte uitschieters hadden er van mij op mogen staan, want het kabbelt qua songmateriaal net wat teveel voort.
File Under: Lang leve Danger Mouse!
File Audio en Video: [Op de officiële bandwebsite]
File My Space: [Vrienden kun je hier worden.]
Nick Cave and The Bad Seeds - The Abattoir Blues Tour
Een keer slechts zag ik Nick Cave optreden. In 1990. Ik had hem pas ontdekt, naar aanleiding van een 2 meter sessie bij Jan Douwe Kroeske op Hilversum 3. Daar speelde hij onder andere nummers van zijn zojuist verschenen album The Good Son. Ik was onder de indruk van die sessie en ook van het gepassioneerde, energieke optreden dat Cave op Pinkpop gaf. Waarom ik daarna nooit weer naar een concert van hem en zijn band ging ondanks dat ik een heel swikkie cd's van hem aangeschaft heb sinds die tijd? Ik heb werkelijk geen flauw benul. Helemaal niet meer nu ik kijk en luister naar de The Abattoir Blues Tour, een dubbel-dvd die in de deluxe editie ook nog twee live-cd's bevat. Magistraal is een groot woord, maar de optredens die Cave doet op deze vier schijven vragen gewoon om het gebruik van deze term. Live gaan de nummers van deze kantoorklerk nog veel meer leven. Ze overtreffen bijna in alle nummers hun studioversies. De eerste dvd bevat een optreden dat opgenomen is tijdens de Abattoir Blues Tour en is dan ook grotendeels gevuld met nummers van het meesterwerk Abattoir Blues / The Lyre Of Orpheus. Cave, natuurlijk in zwart pak, gaat volkomen, op het enge af, op in zijn eigen songs. Het optreden op de tweede dvd is korter en net als de eerste ook opgenomen in Londen, maar dan tijdens de Nocturama-tour uit het jaar ervoor. De extras op deze dvd zijn onder andere een lange clip van "Babe I'm On Fire". Aardig, maar ze vallen in het niet bij de optredens zelfs. Het toetje is de dubbel-cd met opnamen uit ruim een handvol Europese steden waarbij van het optreden in de Heineken Music Hall "My Beautiful World" de selectie doorstaan heeft. Helaas komen ook hier niet alle klassiekers (bijvoorbeeld "The Mercy Seat") voorbij, maar een kniesoor die daar verder op let...
File Under: Volgende keer koop ik toch maar een kaartje
File Video: [Stagger Lee]
An Pierlé & White Velvet
Zero Mentality - Invite Your Soul
Als ik een plaatje moet reviewen ga ik meestal via een vast patroon te werk. Als eerste zet ik de cd op en ga door met wat ik aan het doen was. Na vijf minuten Zero Mentality was ik eigenlijk al weer vergeten dat ik naar een 'nieuwe' cd luisterde. Ik ging rustig door met het uitwerken van één of ander interviewtje, terwijl de metalcore op de achtergrond lekker voort kabbelde. Tot ineens, tegen het eind van de cd. Een track in de moerstaal van de heren! Schreeuwende Duitsers! Wie houdt er niet van? Mijn aandacht was getrokken en ik besefte weer dat ik een cd van Zero Mentality op had staan. Na dat Duitstalige nummer ("Menschenfeind") volgt "Vanish With A Rose". En laat dat nou net het hoogtepunt van deze plaat zijn. Zanger Ben Fink krijgt hierop hulp van de Deense zangeres Anette Ellesgaard. Ik ken deze dame niet, maar haar bijna hypnotische stem en de typische stoere-mannenstem van Fink brengen dit nummer tot ongekende hoogte. Wat een spanning. Ook de twee nummers die hierna nog komen zijn heel aardig. Ook hier weer één Duitstalige track. Snel terug naar het begin van de cd. Zero Mentality mixt hardcore met metal, rock en een vleugje punk. Het geheel is wel opvallend melodieus (voor een hardcore band!), maar de variatie tussen de eerste zeven nummers is niet optimaal. Het breekpunt komt pas bij de laatste vier tracks. Bij het beluisteren van de eerste nummers wil ik eigenlijk maar één ding: door naar nummer negen. Alleen voor "Vanish With A Rose" is deze cd het aanschaffen al waard. En de volgende keer misschien voor een betere volgorde van de tracklist kiezen, want nu zit het venijn in de staart.
File Under: Aardige hardcoreplaat, met één geweldig nummer.
File Audio: [Urband Sins]
David Karsten Daniels - Sharp Teeth
Een accentcoach zou het meteen horen, maar ik dacht lange tijd dat David Karsten Daniels een Engelsman was. Zong hij niet net als Adem fragiel over 'planets' en 'orbits'? Hij komt echter uit North Carolina en heeft via het, toch echt Engelse kwaliteitslabel Fat Cat een prima plaat uitgebracht. Daniels opent met een blauwdruk van wat hij het beste kan. 'There is a joy, that you can't contain, there's a feeling you just can't explain', zingt hij eindeloos met steeds meer urgentie en instrumenten. De violen dreinen, de achtergrondzangeressen stijgen op en synthesizers bliepen op z'n Sufjan Stevens. Die naam komt zowat elke week in mijn recensies langs, maar Daniels benadert zowaar zijn klasse. Na die openingscatharsis lijkt "Scripts" een wat gewoon indieliedje in de onvaste zangers-traditie, maar dan komt er ineens een fanfare langs. Even later is 'I saw Jesus and the devil and they just look the same' een freakfolky tekstregel, die dan ook logischerwijs begeleidt wordt door een Banhart-gitaar. Nee, erg origineel is Daniels niet, maar wat geeft het, hij arrangeert zijn nummers op elegante wijze. Belletjes, strijkers, blazers, allemaal op de juiste plaats aanwezig. Deze man weet waar hij mee bezig is. De tweede helft van het album bevat wat meer post-rock-crescendo's. Zoals "Beast", wat een vergelijkbaar openingsmantra in een écht liedje giet. De electrische gitaren zweven, ruisfluitkeyboards zoemen en de zangeres klinkt als Joanna Newsom, tot iedereen massaal als een kinderkoor schreeuwt: 'You're gonna have to look the beast in the face'. Ja! Een dikke acht.
File Under: Je talent maximaal benutten
File Audio: [Daniels-Space]
Genius - Episode 3: The Final Surprise
The Final Surprise is een rockopera, maar niet zo maar een - het is deel drie van een rockopera. Het mag duidelijk zijn: de man achter Genius, Daniele Liverani (o.a. Khymera) schaamt zich nergens voor. Anders dan Meat Loaf het deed met zijn Bat Out Of Hell - verzin een nieuw verhaal en plak daar een commercieel succesvolle naam op - is dit deel drie bovendien echt de afsluiting van het verhaal van de delen een en twee. Dat verhaal is overigens voornamelijk een whodunnit met spirituele elementen verpakt in een droom en is wat mij betreft voornamelijk storend doordat er steeds een verteller zo nodig een inleiding tussen moet babbelen. Zet dat verhaal in het boekje en laat op de cd de muziek zijn werk doen, denk ik dan. Vooral wanneer er op z'n Ayreons een verhaal wordt verteld met een batterij aan vocalisten, zoals hier DC Cooper (ex-Royal Hunt), Pain of Salvation's Daniel Gildenlöw, Jorn Lande, Lunatica's Andrea Dätwyler, Pride of Lion's Toby Hitchcock en Eric Martin. De basis wordt gelegd door Liverani en drummer Dario Ciccioni en er is volop ruimte voor de zangers en zangeres om uit te blinken. Veel snelle, hakkende gitaarrifs, maar ook over-the-top poprock á la Toto en een bijna lieflijke soulsong-met-wat-stevige-gitaren, het is op dit album allemaal te horen. Je moet tegen een fikse portie bombast kunnen, maar dan heb je ook wat met dit album. Als die verteller z'n kop had gehouden was het helemaal feest geweest...
File Under: Fijne showcase voor gevestigde namen
File Audio: [fragmenten van alle songs]
Dropkick Murphys
'Hoe oud je ook bent, je hebt af en toe een schop onder je kont van je vader nodig.'
Het kan wel eens chaotisch zijn om een band te interviewen, een paar uur voordat ze op moeten treden. Zo ook vandaag in Tilburg. Van tevoren is niet duidelijk welke leden van de Dropkick Murphys we te spreken krijgen. Het lijkt er op alsof de tourmanager op zoek moet naar bereidwillige leden van de zevenmansformatie uit Boston. Uiteindelijk komen gitaristen Mark Orell en James Lynch samen met alles-speler (akoestische gitaar, accordeon, mandoline en fluit) Tim Brennan de kleedkamer binnen lopen. Tilburg vinden ze een leuke stad. 'We zijn natuurlijk even naar de coffeeshop geweest'.
Jess Klein - City Garden
Het was onverwacht. Ik liep fout, sloeg een hoek om, nog een hoek, en in een kwestie van een paar passen midden in een stadstuin. Veel groter dan ik verwacht had. Een rare tuin ook. Bij entree leek het alsof heel de tuin oud was. Knoestige bomen op leeftijd stonden er langs het pad. Fruitbomen, zonder twijfel. Perenbomen als ik me niet vergis. Ik verwonderde me er over dat die in deze tijd van uitlaatgassen en andere narigheden die een stad teisteren nog zo fier overeind stonden. In een dikke oudste boom zag ik duidelijk namen gekrast zitten met een hart ertussen. Zouden ze nog bij elkaar zijn? Des te dieper ik in de tuin doordrong des te meer verbaasde ik me over de grootte en de veelzijdigheid van het geheel. Lang niet de hele tuin bleek nog in oorspronkelijke staat. Dat vind ik niet erg hoor, maar het viel me op. Er stonden van die typische nieuwertijdse struiken, die in de tijd dat de oudste bomen van deze tuin gepland werden waarschijnlijk alleen nog maar overzees in bloei stonden. Ergens rond het midden van de tuin was een vrouw bezig met het zaaien van groente. Een mooie plek ervoor, zo vol in de zon. Na nog even rondlopen zag ik de uitgang aan de andere kant. Links en rechts van de uitgang woekerden rozen, ik snoof hun geur op. Opeens voelde ik een blik op me gericht. Ik keek naar rechts. Tussen de grote rozenstruiken zag ik een jonge vrouw, ze keek me een beetje verwilderd en argwanend aan. Wat een rare jurk voor zo'n plek als dit. Ik groette haar met een knik en verliet de tuin. Ik sloeg een hoek om, nog een hoek en stond weer midden in de zich haastig voortspoedende mensenmassa. Als ik weer in deze stad kom, dan ga ik zeker weer naar deze oase van rust, bedacht ik me. Hopelijk kan ik deze dan ook vinden.
File Under: Je moet het wel willen vinden.
File Audio: [Muziek van het meisje op MySpace]
Secede - Vega Libre
Het is half twee 's nachts, de borrel in het centrum was leuk en ik wil naar huis. Omdat m'n fiets panne heeft, maak ik me op voor een lange wandeling. Muziek! Secede is een project van Lennard van der Last uit Hilversum, die eerder al samenwerkte met Kettel. Ik druk op play en zodra Secedes derde cd opspint in mijn speler, veranderen de dorpse singels van Nijmegen vanzelf in de lange grijze banen van een sciencefictionstad. Lichten suizen langs, om me heen rijzen anonieme betonnen flats ter hemel, beelden van Plaid-clips doemen bij me op. De nummers lijken lang en stappen door en door. Vega Libre leeft het ritme van de metropool. En van mijn wandeltempo; bij elke slag op het woodblock zet ik een stap. Iemand laat zijn hond uit, een laat stelletje fietst in de omgekeerde richting, een klok slaat twee. Tussen de langere nummers staan eenzame klanktapijten, soms met wassend water of stadsgeluiden als gsm's en verwaaide sirenes. Normaal zou ik dat niet gauw opzetten, maar nu in deze context, terwijl de wereld zich weer klaarmaakt voor een nieuwe ochtend, begrijp ik het allemaal opeens. Heerlijke sfeer(p)laat. Of komt het door het bier? Tevreden open ik mijn deur.
File Under: Nachtwandeltronica
File Audio: Een sampler of de hele cd
The Van Jets - Electric Soldiers
Oei, oei, oei, dacht ik bij het zien van de toegestuurde cd van The Van Jets. Dit is zoals Raymond van het Groenewoud dit zo mooi bezong vast "de laatste kutgroep uit Engeland". Een band die ik van naam wel ken, maar verder van hun muziek niet. Het lezen van de bio stelde mij echter al meteen gerust. The Van Jets komen helemaal niet uit Engeland, ze komen uit België. Tot op heden is er van deze band in 2005 een ep uitgekomen. Dit nadat ze Humo's Rock Rally hadden gewonnen, zoals elke (goede) Belgische band dat schijnt te doen. Mijn achterstand was dus te overzien. Er blijkt nadien zelfs een gitaristwissel te zijn geweest waarmee nu dus het debuutalbum Electric Soldiers is opgenomen. Een titel die prima past bij de muziek die ze maken. want er staat een band die op het album alléén al veel uitstraalt. Het lijkt een te overvloedige combinatie, maar bij deze band valt alles op zijn plaats. Er is bombast à la Muse (of zelfs Queen), gitaarriffs à la The Strokes en. The Stooges, blues à la Eagles of Death Metal en Cream en tenslotte glamrock à la Mud en Slade. Voeg hieraan de vette productie van Pascal Deweze en Aarron Prellwitz toe en het is voor mij duidelijk: de nieuwste britpopsensatie komt uit België.
File Under: Een mitrailleursalvo van opwinding in de lucht
File Audio: [9 keer via hun site][My Space]
File Video: [Electric Soldiers]
Pure Reason Revolution - The Dark Third
De meeste mensen slapen acht uur per nacht. Ik niet, ik verdoe weinig tijd met slapen. Rond de zes uur per nacht, dat is waar ik het mee doe. Anders zou ik ook niet alles af kunnen ronden wat ik af zou willen ronden. Geen idee of het er de oorzaak van is, maar ik heb wel eens het idee dat die wat kortere nachten er voor zorgen dat ik intensiever droom. Daar bedoel ik overigens niet per se mee dat ik constant heftige dromen heb, maar dat gebeurt wel regelmatig. De afspiegeling van hoe ik droom laat zich goed vergelijken met The Dark Third, het debuutalbum van het Engelse Pure Reason Revolution. Dit vijftal uit London heeft van hun debuut een heel album gemaakt dat over dromen en slapen handelt. Het is een intensief album geworden dat behoorlijk wat van me vergt, de ideeëndichtheid en geluidsdichtheid - daar heeft producer Paul Northfield vast een stevige vinger in de pap bij gehad - is extreem hoog. Dat ruikt naar symfonische rock hoor ik u denken. Inderdaad, dat is wel de term die het dichtst in de buurt komt bij de muziek die Pure Reason Revolution en dan vooral die, die aan Pink Floyd en Yes doet denken. Maar door de veelvuldige samenzang met een prominente rol hierin voor zangeres en bassist Chloe Alper is het apart en interessant. Het blijft niet bij pure symfo overigens. Pure Reason Revolution slaat veelvuldig een brug naar 'ordinaire' pop en/of rock. Alhoewel je dan wel moet denken aan een band als Muse, Archive of Radiohead. Links van het midden dus zeg maar. Daar is het al best druk, maar gezien de prestatie van formaat die Pure Reason Revolution levert met The Dark Third zullen ze zich in deze drukte met gemak een weg naar de voorhoede kunnen banen. Zeker in mijn dromen.
File Under: Sleep well
File Audio: [Hier]
The Micragirls - "Feeling Dizzy Honey?!"
Of ik ben uit de meisjespunk, of de meisjespunk is uit mij. Het is een beetje een kip-of-eikwestie, want ik weet dat ik er vroeger meer van genoot dan nu. Ik weet zeker dat ik The Micragirls vroeger geweldig had gevonden, maar nu doet "Feeling Dizzy Honey?!" me weinig. En dat is wel jammer, want eigenlijk zijn alle ingrediënten aanwezig: niet één, maar zelfs twee cd's met op allebei acht liedjes in een erg aanstekelijk, ja, punkhoesje; leuke, stoere meisjes in goede jurkjes en schoenen, zo te zien; goede titels zoals "Leave My Kitten Alone" en "My My Micraboy" en vreselijk aanstekelijke liedjes, die zoals het goede punk betaamt over het algemeen niet langer dan twee minuten duren. Misschien vind ik het in deze wel vervelend dat de meisjes wel heel erg hebben leren schreeuwen en had ik liever gezien dat de meisjes iets meer originaliteit in hun liedjes hadden gelegd. Maar ja, misschien wilden deze Finse meisjes wel gewoon in een band, net zoals stiekem alle stoere meisjes in goede jurkjes in een band willen. En Risu, Kata en Mari zítten in een band, met een platencontract en een debuutalbum en de meeste meisjes hebben dat allemaal niet, dus er is toch iets dat ze goed hebben gedaan. En ach, als ik maar goed en lang genoeg luister, dan is er vanzelf een zo'n liedje dat me toch weer grijpt, al is het alleen maar om het accent. Ooit zal ik The Micragirls uit de kast grijpen om even twee minuten gek te doen op "Lone Twister", "Go Go Gorilla" of "Whatta Way To Die". Want dat is wat stoere meisjes willen die niet in een band zitten...
File Under: meisjespunk uit Finland
File Audio: [MySpace in Finland] [Op de site is een aantal liedjes zelfs ouderwets te downloaden]
The Shimmys - Shake! Stomp! Shimmy!
"Money! That's What I Want!" Nou, dat kunnen de heldinnen van The Shimmys wel vergeten. Er is een heel wat betere wereld voor nodig om met dit soort trashy rock 'n' roll een luxe belegde boterham te verdienen. Babs Dior op drums, Kitty Deluxe op bas en Suzy Watusi (op gitaar natuurlijk) vormen de boze stiefzusjes van The Pipettes en spelen die rol met verve. Hun debuut-EP Shake! Stomp! Shimmy! staat vol met buiten de lijntjes ingekleurde rock'n' roll op een onopgemaakt bedje van ranzige gitaren, basaal drumwerk en hier en daar een vuil orgeltje. De Australische dames noemen zichzelf ranziger dan Poison Ivy's lingerie en primitiever dan Wilma Flinstone en beschrijven zichzelf daar redelijk adequaat mee. Vijf songs hebben ze opgenomen, waarvan twee van eigen fabrikaat: "Gotta Guy" en "Crazy Baby". De drie covers zijn van The Sonics ("Shot Down"), The Mummies ("Test Drive") en Berry Gordy ("Money"). Ik geloof nooit dat de laatste The Shimmys voor ogen had toen hij deze track maakte om geld te verdienen voor zijn Motown-label, anders was het met zijn sterren ongetwijfeld heel anders afgelopen. Maar niet noodzakelijkerwijs slechter.
File Under: All Girl Garage Trash 'n' Roll
File Audio: [Gotta Guy] [Test Drive]
Larsson - This Is...
Het is nog niet eens zo lang geleden dat ik me afvroeg wat er toch geworden was van de Belgische hardcore-belofte Circle. Dat ik aan hen dacht kwam natuurlijk door de nieuwe cd van het Finse Circle die ik draaide. Het verbaasde me dat er op hun (de Belgische dus) knetterende start met het meer dan overtuigende Vaudeville nog steeds maar geen vervolg kwam. Het antwoord lijkt simpel te zijn als ik namen van drie van de leden van Circle (de twee gitaristen en de drummer om precies te zijn) teruglees in de line-up van het nieuwe Leuvense bandje Larsson: Circle bestaat niet meer. De mannen doen zelf overigens een beetje schimmig in het begeleidend schrijven bij hun debuutplaat This Is...: 'Over hun verleden in andere bands valt nogal wat te melden, - twee keer Pukkelpop, album van de week in Focus Knack augustus 2003! - maar ze drukten ons op het hart dat niet te doen.' Als Vaudeville nou een zeikplaat geweest zou zijn, dan zou ik dat nog een beetje begrijpen, maar dat was het dus helemaal niet. Het zal wel de stijlbreuk zijn waarom de mannen er vaag over doen. Want Larsson maakt namelijk allesbehalve hardcore. Als er één bandnaam is die je al voor het eerste nummer begonnen is te binnen zal schieten dan is dat die van hun landgenoten Soulwax. Dat komt natuurlijk door de hoes. Larsson heeft - gelukkig? - wel meer weg van de Soulwax van voor Any Minute Now. En dan overgieten ze het opgediende gerecht met een scheutje Hives-saus en flamberen het met Queens of The Stone Age uit een goed jaar. Misschien dus niet bijster origineel, maar wel opgebouwd uit hoogwaardige ingrediënten die goed samengaan. Dit maakt This Is... dan ook allesbehalve tot een onsmakelijke maaltijd, maar wel een met een wrange nasmaak, want ik blijf het verdomd jammer vinden van die andere band waarvan ze de naam weigeren te noemen.
File Under: This Is No Hardcore, zou Jarvis zeggen.
Make Good Your Escape - Never Look Back Here Again
Een jaar of vier geleden kocht ik de debuut-cd Finelines van de Londense band My Vitriol en dat schijfje heb ik in de maanden daarna behoorlijk vaak gedraaid. Die muziek beviel me uitstekend! Intussen heb ik weer heel wat andere prachtige cd's in huis gehaald en ik was My Vitriol bijna vergeten. Maar niet helemaal. Toen ik deze week het eerste album van Make Good Your Escape hoorde, dacht ik vrijwel direct aan die oude favoriet. Na de eerste klanken van "Waiting", het openingsnummer van deze cd Never Look Back Here Again zette ik de koptelefoon op en de luidsprekers uit. Vervolgens draaide ik de volumeknop een heel stuk hoger want ik denk wel aan mijn buren. Dit soort muziek moet niet op de achtergrond maar keihard gedraaid worden. Inmiddels is mijn aanvankelijke enthousiasme wel wat verminderd want niet alle acht tracks hebben het niveau van dat eerste nummer. Toch staan er een stel prima nummers op dit album van Make Good Your Escape. Zoals de tracks "Real" en "Out Of My Skin" waarop de loeiende gitaren en de doordringende stem zeer goed tot hun recht komen. De muziek van dit Engelse kwartet maakt best wel indruk, al is het dan niet wereldschokkend. Ik zou misschien niet direct een vergelijking willen maken met U2 en Radiohead (van de eerste twee cd's), iets dat regelmatig gebeurt, maar Mike Yates, Tim Fleet, Tim Foreman en Steve Wattis hebben volgens mij wel goed naar deze wereldberoemde voorbeelden geluisterd. En dit is natuurlijk altijd beter dan je inspiratie halen bij, ik noem maar iets, Geer en Goor.
File Under: No Destruction
File Audio: [ MySpace]
Pride Of Lions - The Roaring Of Dreams
Toen de Trots Der Leeuwen The Destiny Stone uitbracht was ik een van de weinigen die er niet kapot van was. Ik vond het te tam en overgeproduceerd. Alsof de leeuw plots een geaffecteerd soort brul ten beste gaf, zeg maar. Het doet toch wat af aan de indrukwekkendheid, nietwaar? Met Live in Belgium revancheerden ze zich, en hoe. Een spetterend livedocument waar de songs van ambachtsman Jim Peterik de pit meekregen die ze verdienden. Ook bij nieuweling The Roaring Of Dreams ben ik helemaal blij, want de energie van het live-album hebben ze deze keer wél kunnen vasthouden. Dat de band hetzelfde is gebleven zal daar zeker bij geholpen hebben. Het resultaat is een album dat van begin tot einde klopt. Fantastische songs van Peterik, meesterlijke zang van Toby Hitchcock en samenzang met Peterik. De band weet de dynamiek van de songs ten volle tot uiting te laten komen en maakt daarmee het plaatje compleet. De songs variëren van poppy songs en ballads met hitpotentie ("Faithful Heart") tot Survivor-achtige rockers ("Language Of The Heart") - maar dan stukken beter dan Survivor zónder Peterik op het laatste album - en majestueuze stukken als het titelnummer en het bombastische "Tall Ships" met een verrassend keyboardriedeltje in het refrein. En stuk voor stuk songs die je meteen mee loopt te eh...brullen. Da's lullig voor de buren, maar het moet maar even. Want ik ben blijblijblij!
File Under: Majestueus gebrul zoals het hoort
File Audio: [Language Of The Heart] [Book Of Life] [Heaven On Earth] [Secret Of The Way]
VA - City Clubbing
Shit. Oh ja. Die was er ook nog. Compleet vergeten. Tussen wat cdr's en een wit KitKat Chunky-4pack (ja, die zijn er nu ook!) vond ik een promo-cd terug uit oktober. Promo-cd? Nou, dat zit zo: File Under krijgt tegenwoordig veel promo's toegestuurd. Die verdelen we onderling en meestal schrijven we er dan ook iets over. Wat dan ook. Want verder krijgen we er niks voor. Maar goed. Van zo'n promo hoop ik dan wel dat-ie een goede indruk geeft van de cd zelf. In dit geval is dat dus niet zo. Dit prul bevat een aardige 'selection of 16 tracks' van 60 nummers over 4 cd's. Lekker is dat. Moet ik zelf op zoek naar de rest. Als het nou om een album ging, vooruit... Helaas is City Clubbing gewoon your average clubverzamelaar. Niks exclusiefs of origineels, vooral vaag bekend ouwer B-spul (DJ Sneak, Silicon Soul, Ame en dan dus niet de hits) - laat ik positief doen, noemen we het 'oldschool' - waar dan een handvol mainstreamhits (Mylo, Basement Jaxx, Black Strobe, Prodigy) liefdeloos naast zijn neergekwakt. Voor elke cd vormt één stad het thema. De selectie van CD1, 'Parijs', is het sterkst (niet gek: de platenmaatschappij is Frans). Maar toch, he, als je dan bij Parijs Daft Punk "vergeet" (nee, die twee remixen tellen niet), bij Londen de Audio Bullys, bij Berlijn T.Raumschmiere en bij New York (dat er overigens echt armzálig uitkomt) pakweg Fischerspooner, om maar een páár open deuren in te trappen... dan is het leuke idee toch wat te hoog gegrepen. Zonde.
File Under: Voor vijf euro zou ik hem nog wel meenemen
The Magic Numbers
Ergens zijn ze toch een vreemde eend in de bijt op het Groningse Eurosonic-festival. Hoewel het festival zich vooral richt op net beginnende bands en artiesten, staan niemand minder dan de Magic Numbers deze vrijdagavond in de Groningse Stadsschouwburg geprogrammeerd. Je vraagt je af wat de Londense familieband, bestaande uit zanger/gitarist Romeo Stodart, bassiste Michele Stodart, toetseniste/zangers Angela Gannon en drummer Sean Gannon, te zoeken heeft op Eurosonic.
Lees verder..Kasabian - Empire
'Dit is geen meisjesmuziek. Hier kan ik niet op dansen!' Boos kijkt de Jongedame mij aan. Als ik haar vraag waarom ze niet kan dansen op Kasabian's Empire krijg ik het bij haar gebruikelijk 'Daarom!' antwoord. Het zal de leeftijd wel zijn. Ondertussen zit Junior al stevig met zijn hoofd mee te schudden op stamper "Shoot The Runner" terwijl hij een huis van Lego aan het bouwen is. Blijkbaar is Kasabian wel jongensmuziek. Geen idee waarom, maar wij in Nederland moesten lang - in Engeland is deze plaat al een half jaar uit - wachten op de release van Empire. Raar, want volgens mij deed het titelloze debuut het hier namelijk best goed. Op deze nieuwe cd is alles nog net wat strakker, maar ook meer divers dan die cd uit 2004. Groot, groter, grootst gaat helemaal op voor het geluid van deze lui. Op een kekke manier pimpt Kasabian in enkele nummers oude glamrock-invloeden door middel van oppeppende beats. Dat zijn onweerstaanbare tracks. Als ze wat meer de Britpop-kant op gaan vind ik ze wat minder tof. Al is "Sun Rise Light Flies" dat me vaag aan Duran Duran ook een straf nummer. En dat Kasabian helemaal niet alleen maar jongensmuziek is blijkt wel uit het feit dat halverwege "Stuntman" de jongedame alsnog aan het dansen slaat op de muziek van dit kwartet relschoppers uit Leicester. Weer een onderdaan toegevoegd aan hun keizerrijk.
File Under: Rock voor op de dansvloer.
File Audio: [Yes]
File Video: [Empire]
Shining - Grindstone
Stel: je bent een jaar of 26, hebt enkele jaren in Jaga Jazzist gezeten, studeert klassieke muziek, speelt saxofoon, gitaar, dwarsfluit, en nog een hele zooi dingen, en hebt met je eigen band Shining al drie geweldige albums uitgebracht. De eerste twee waren nog pure jazz in de stijl van Coltrane, Dolphy en Coleman, maar In The Kingdom Of Kitsch You Will Be A Monster uit 2005 stond plots vol met een nogal freejazzerige uitvoering van King Crimson-achtige prog en artrock. Wat doe je dan op je nieuwe album Grindstone? Precies, je gaat metal maken. Wel een nogal eigen vorm van metal natuurlijk, waarin behalve voor vies scheurende gitaren en razende drums ook plaats is voor saxofoon, klassieke piano, immense keyboards, John Zorn-gekte, sopraanzang, dwarsfluit, vocoders, dronken walsjes en soundtrackmuziek. Een ratjetoe, denkt u nu? Fout! Shining slaagt er op absurde wijze in om alle stijlen en instrumenten volkomen natuurlijk in elkaar te voegen, en liefst binnen hetzelfde nummer. Zo kan het gebeuren dat "1:4:9" klinkt alsof Sunn o))) een soundtrack heeft gecomponeerd, dat Khanate (gespeeld door op tilt geslagen robots) en Robert Fripp een duel aangaan in "Stalemate Longan Runner" dat daarna via opgefokte postmetal in een mooi slaapliedje verandert. Hoofdprijzen zijn er echter voor de achtbaanrit c.q. openingsnummer met de titel van de vorige cd, en afsluiter "Fight Dusk With Dawn" waarin ultraheavy gitaarriffs worden overstemd door noisy doorsuizende keyboards, alvorens een climax van buitenaardse proporties op de dan al totaal overrompelde luisteraar wordt afgevuurd, die even later plaatsmaakt voor een heerlijk funkende baslijn en superieur saxwerk. Onnavolgbaar, niet te bevatten, en pas te snappen na minstens een keer of tien luisteren. Maar neem mijn raad aan: doe die moeite, ga voor die elfde luisterbeurt en ontdek net als ik de onnoemelijke genialiteit van Shining.
File Under: Geniale avantprogjazzmetal
File Audio: [Hier]
OHL - Feindkontakt
Ik heb mij vanaf deze plaats al regelmatig druk gemaakt over het kazige accent waar veel Europese punkbands zich van bedienen. Vooral bands uit Nederland, Scandinavië en Duitsland hebben er een handje van om goede cd's te verprutsen met een gebrekkige Engelse uitspraak. Soms is dat echt heel erg zonde, want voor het overige klopt het vaak allemaal prima, alleen dat storende element is zó nadrukkelijk aanwezig dat je er niet omheen kunt. Dan zie ik liever een band als OHL (Oberste Heeres Leitung), waar geen krampachtige pogingen worden ondernomen om de Amerikaanse scene te paaien en er gewoon in het rrrrauwe Duits gerrrrrocheld wordt. Het heeft Rammstein immers ook geen windeieren gelegd. Afgezien van de taal is er overigens weinig nieuws onder de zon, de band draait al een kwart eeuw mee en kan zich nog steeds heel erg druk maken over zaken waar de meeste leeftijdsgenoten weinig slapeloze nachten meer van hebben. Veel boosheid dus ten opzichte van religie, politiek en 'de domme mensen', zoals jij en ik. Gelukkig is mijn Duits al lang niet meer wat het geweest is en ben ik daardoor uitstekend in staat om niet zozeer naar de Boodschap, maar eerder naar de muziek te luisteren. Die is lekker opzwepend en zit net in het schemergebied tussen punk en hardcore. Het Duits is bij uitstek geschikt om lekker kwaad te klinken en het lijkt ook nog eens allemaal heel oprecht. Feindkontakt is een echte Europese CD geworden en dat is binnen dit genre een knappe prestatie.
File Under: Freundlichen Nachbarn
File Audio: [Die Fahneder der Freiheit]
Clap Your Hands Say Yeah! - Some Loud Thunder
Fragment 1
Twee liedjes van het concert vorig jaar staan me bij als de dag van gisteren. En die van morgen. "Satan Said Dance" en het liedje waarvan ik denk dat het nu op de laatste plek van het album terecht is gekomen, "Five Easy Pieces". Bij het eerste trof me een golf van energie, een boosheid, maar misschien wel opgewektheid. Het is een gewelddadig goed dans- én popnummer. En dat laatste liedje is een gewelddadig goed treurnummer, en precies die dingen voelde ik vorig jaar in de Melkweg, en precies die dingen voelde ik bij het horen van deze liedjes op Some Loud Thunder.
Fragment 2
Ik: "Heb je de nieuwe plaat van Clap Your Hands Say Yeah! al gehoord?
Ander: "Ja! Die is gek, man!"
Fragment 3
Bij de platenboer. Ik zet de plaat op voor iemand die 'm wil luisteren. Na een minuut vraagt deze persoon of er iets mis is met de koptelefoon. Nee, zeg ik, dat hoort zo. En ik voel dat ik glunder, want ik vind dat gaaf, dat je een liedje zo krakend op durft te nemen, omdat je vindt dat het zo hoort. En hoe vaker ik "Some Loud Thunder" luister, hoe zekerder ik weet dat het niet anders had kunnen klinken.
Fragment 4
Ik: "Ik ga Bolero-van-Raveltrommels sparen!"
Ander: "Ja, nu je het zegt. In dat langzame liedje, ineens, toch?"
Ik: "En het had alweer niet anders gekund."
Ander: "Alles is gek. Alles klopt."
Ik: "Het is misschien de wereld."
Fragment 5
Bij de platenboer. Nu staat de plaat in de winkel op. Ik hoor 'm in feite voor het eerst. Halverwege durf ik te beweren dat ik deze plaat nog beter vind dan het debuut, met al die prachtige liedjes, met die zinnen die mijn motto werden, waren en soms nog zijn. Maar wat er op deze plaat gebeurt is waanzinniger, nog urgenter, spannender, misschien bedachter, maar dan nog veel beter bedacht.
File Under: Blind kopen; jaarlijstjesvoer.
File Audio: [De hele plaat stond er, nu alleen nog twee liedjes, en het beste liedje van de vorige plaat]
The End - Elementary
Op mijn schooltje voor journalistiekje wordt het er ingeramd; altijd schrijven vanuit de doelgroep. De oorspronkelijke doelgroep voor de muziek van The End zijn liefhebbers van technische metal en hardcore. Liefhebbers van Dillinger Escape Plan en Ma stodon dus. Als ik dit stukje typte voor een metalmagazine zou ik het volgende moeten schrijven: "Op hun derde langspeelplaat maakt het Canadese The End een knieval voor de commercie. Elementary is de eerste cd van The End waarop veelvuldig cleane zang te horen is en waarop alle nummers hetzelfde zijn opgebouwd; refreintje, coupletje, refreintje. Niets op deze plaat doet denken aan het mathcore-meesterwerkje Within Dividia." Tot zover deze recensie voor diehard-metalheads. Want stiekem, u voelde hem al aankomen, vind ik Elementary een dijk van een album. Natuurlijk, voor oude fans zal het even slikken zijn, maar wie deze plaat een tweede kans geeft zal tot hetzelfde inzicht komen als ik. Zanger Aaron Wolfe doet qua stem denken aan Maynard James Keenan van T ool. Ach, eigenlijk klinkt deze hele plaat als Tool meets Dillinger Escape Plan meets The Mars Volta. Pretentieus zegt u? Misschien, maar alles klopt aan deze plaat. Nummers als "The Never Ever Aftermath" en "Animal" zijn progressieve rock juweeltjes, "In Distress" is een post- hardcore werkje en "My Abyss" en "Awake" mathcore-nummers. Ondanks deze enorme variatie straalt het album één sterk gevoel uit. Elementary wordt de absolute doorbraak voor The End, let maar eens op. Het enige waar ze voor op moeten passen is dat de refreintjes niet al te zoetsappig worden.
File Under: Progressive-post-math-metal-core
File My Space: [Met twee nummers van Elementary]
Joe Brown - Down To Earth
Joop de Bruin is zo iemand die nooit zo opvalt. Hij doet zijn werk en is daar verdomd goed in, maar iedereen is niet anders gewend. Joop de Bruin is dus zo ongeveer deel van het meubilair. Maar misschien is het goed om het meubilair dan nog eens goed te bekijken, want het zou zomaar eens Chippendale kunnen zijn. Joop zal het zelf niet zeggen, want Joop de Bruin is nuchter, Down to Earth. Maar ga er voor zitten en je ontdekt dat de songs op dit album, grotendeels covers - "One Trick Pony" (Paul Simon), "Well Well Well" (Bob Dylan), "The Dimming of the Day" (Richard Thompson) - en traditionals - "Gallows Pole" (ooit vertolkt door Leadbelly en Led Zeppelin), "Black Betty" (die van Ram Jam, ja, in een lekker countrysausje en stukken leuker dan het bekende neefje). Allemaal in fraaie versies ergens tussen blues en country, vol mandoline, banjo, dobro en slidegitaar, en met regelmatige prachtige harmonieën. Jazeker, het is allemaal zo traditoneel uitgevoerd als het maar kan. Het had net zo goed kunnen uitmonden in een zouteloze verzameling covers, maar het tegendeel is waar. Wie van het rootsier werk van bijvoorbeeld John Hiatt houdt, kan met dit album zijn hart ophalen. Zoals gebruikelijk bij de familie De Bruin is het album een familie-aangelegenheid, met dochter Sam, zoon Pete en pleegzoon Richard Newman. Zolang ze met z'n allen steeds weer sfeervolle albums als deze uitbrengen, moeten ze dat vooral blijven doen.
File Under: Nuchtere klasse
Two Dollar Guitar - The Wear and Tear of Fear: a Lover's Discourse
Het was een langdurige bevalling, deze nieuwe plaat van Two Dollar Guitar. Zes jaar geleden bracht Tim Foljahn zijn laatste plaat uit onder deze nom de plume en daarna is het angstvallig stil gebleven. The Wear and Tear of Fear: a Lover's Discourse is geen cd geworden waarmee die stilte heftig doorbroken wordt, eerder een langzaam op gang komende herinnering. Zijn donkerbruine stem is dezelfde gebleven, de liedjes - schetsen en sfeerstukken zijn wellicht betere termen - nu vooral langzaam, verstild en melancholiek. Naast gitaar horen we ijle synthesizerklanken en een eenzame steelgitaar.
De één zal het verstilde schoonheid vinden, een ander gekmakende saaiheid. Vergeleken met de eerdere output van Two Dollar Guitar is het tempo er uit en de rust er in, maar daarmee is ook het avontuur verdwenen. Het is misschien nog wel het meest te vergelijken met de carrière van die droefsnoet, Bill Callahan. Diens eerste releases als Smog waren experimenten met geluidstapes, een droeve stem en bizarre teksten, zijn laatste platen spaarzaame gearrangeerde songs met voornamelijk gitaar en stem. En net als bij Smog heeft de eerdere output van Two Dollar Guitar mijn voorkeur. Beslis zelf op MySpace waar Tim Foljahn twee oude en twee nieuwe tracks heeft klaar gezet.
File: Two Dollar Guitar - The Wear and Tear of Fear: a Lover's DiscourseFile Under: The return of Two Dollar Guitar
Black Pony Express - Love In A Cold Place
Noorwegen 2004, de aangekondigde camping aan de hoofdweg bleek na vijftien kilometer fietsen "just a sign." Het was al aan het eind van de middag. De volgende camping was 40 kilometer fietsen te ver. Er was wel een simpel hotel dat vol was, maar niet te beroerd was om voor alles en nog wat een poot uit te trekken. Het alternatief was kamperen op de hoogvlakte aan een kleine snel stromende rivier of groot uitgevallen beek met steenkoud water, maar prachtig omgeven door statige bergen. Na het koken en eten werd het fris en de duisternis viel in. De maan schitterde, maar het was tijd om de slaapzak op te zoeken. Daar zat ik dan op een geweldige plek ergens aan het eind van de wereld. Thermo-ondergoed en de dikke slaapzak voorkwamen niet dat ik klappertandend wakker werd. Een overnachting in een tent is voor mij nooit meer zo koud geweest. De volgende ochtend was het wassen, de tent afbreken, de fiets optuigen en weer verder. Dit niet zonder intens te genieten van de rit terug naar de hoofdweg. Gek genoeg moest ik hier aan denken bij het beluisteren van Love In A Cold Place van het Australische vijftal Black Pony Express. De stem van Justin Custack gaat door merg en been. De muziek klinkt geheimzinnig, desolaat, maar ook weer zo intens. Alsof Nick Cave en Tom Waits samen aan het kamperen zijn in een indrukwekkend omgeving met moerassen en bergen. Ik sta er met mijn tent vlakbij, uiteraard.
File Under: Tot diep in mijn ziel
File Audio: [My Space]
Peter Hammill - Singularity
Soms moet je van die recensies schrijven waarvan je weet dat het eigenlijk niet uitmaakt wat je schrijft. De artiest is een 'cultartiest' en heeft een dito aanhang. Dientengevolge hebben alle fans de cd al in huis en wat je ook schrijft, veel nieuwe fans zullen er niet bijkomen. Wat dat betreft zou ik over Singularity van Peter Hammill kort kunnen zijn: hij is uit, dus fans, u weet wat u te doen staat. Toch wil ik het nog eenmaal proberen. Wellicht om de Van der Graaf Generator-fans, die in grote getale de concerten van de band bezochten, te interesseren voor het solowerk van Peter Hammill. Want VdGG lijkt populairder dan Hammill solo en dat is, wat mij betreft, ten onrechte. Hammill is de laatste jaren erg druk geweest met VdGG en dat heeft zijn invloed op Singularity, Hammills 34ste (!) soloplaat alweer. Het geluid van deze plaat ligt dichter bij het VdGG-werk dan voorganger Incoherence. Hammill sluit hiermee aan op zijn vroege solowerk. De plaat heeft een bandgeluid, ook speelde Hammill alle instrumenten zelf. En dat bandgevoel komt de muziek ten goede. Zware onderwerpen (o.a. sterfelijkheid, Hammill kreeg een hartaanval, de dag nadat hij Incoherence afrondde) worden niet geschuwd, maar toch klinkt de plaat lichter dan bijvoorbeeld een VdGG-plaat. Wellicht een goede opstap voor die VdGG-fans die Hammill solo nog niet kennen en die liefhebbers van singer/songwriters waar het allemaal iets experimenteler mag wezen dan bij Jack Johnson...
File Under: Nog lang niet versleten na al die jaren...
Mumakil - Customized Warfare
Ik keek wat verontrust op toen Freedb.org met het genre folk-rock op de proppen kwam, nadat ik Customized Warfare van Mumakil in de computer had gestopt om te rippen om mp3's te hebben voor mijn iPod. Met 32 tracks en een duur van rond de 36 minuten ging ik er eigenlijk blind van uit dat ik hier met een stelletje grindhonden van doen had. De verwarring was echter snel voorbij. En met snel, bedoel ik ook snel. Deze Zwitsers stampen namelijk als een kudde reusachtige losgeslagen olifanten met vier slagtanden over je heen. Na één minuut en minstens 220 beats verder is er maar één conclusie mogelijk: fuckin' grindcore, grindcore! En zeker niet slecht. De eerste helft wordt er in een hoog tempo, vrij rechttoe rechtaan op los gehakt maar halverwege gaat het roer om en lijken de deathmetal-invloeden wat meer de overhand te krijgen. Er volgen tempowisselingen, interessante breaks en we worden getrakteerd op nummers die zelfs meer dan twee minuten klokken. Vocalist Thomas is erg veelzijdig en beschikt zowel over een diepe putrochel als een perfecte imitatie van een krijsend speenvarken op weg naar het slachthuis. Referenties zijn vooral Nasum en Brutal Truth, maar ook liefhebbers van Devourment zullen hier wel raad mee weten. Ben benieuwd of er nog meer van zulke folk-rock is. Als die allemaal zo goed klinkt, heb ik eindelijk smaak.
File Under: I.II.III.IV.V.VI.VII.VIII.IX.X.XI...XXXI.XXXII
File Audio: [hier, folk-rock!]
Seid - Creatures of the Underworld
Verdulleme, dat heb ik weer. Ik stop Creatures of the Underworld, het tweede album van Seid , in de cd-speler, loop na een nummer al te likkenbaarden, zoek op Google naar wat meer informatie over deze snuiters en kom er al zo ongeveer bij de eerste hit achter dat deze Noren onlangs de pijp aan Maarten gegeven hebben. Wel gosternokke, maar dát was niet de bedoeling! Ik zou toch nog minstens eenmalig de mogelijkheid moeten krijgen om deze mannen met de klinkende en veel, zo niet alleszeggende namen Burt Rocket, Jan Spaice, Janis, Jürgen Kosmos en Organ Morgan live aan het werk te zien. Het is een band die niet zou misstaan op een festival als Roadburn. De mannen van Seid noemt zichzelf dan ook stargazing progpunkspacefolks en daarmee slaan ze de plank pats-boem raak! Creatures of the Underworld is een smakelijke eigenwijze retro-trip. Zeker als u houdt van vette vintage orgelpartijen (ze gebruiken maar liefst tien verschillende soorten op deze cd) dan heb je aan Seid een goede. Het meer psychedelische vooral naar Hawkwind luisterende broertje van Parallel or 90 Degrees, dat zich verder niet zo bekommert om maatschappijkritische componenten in teksten zoals zijn broer wel doet. Nee, "The Evil Gnome", "Dragons & Demons" en "Flight Towards The Sun", dat zijn dingen die veel belangrijker zijn! En waarom ook niet, zou ik zo zeggen.
File Under: Stargazing progpunkspacefolks
File Audio: [Orgeeeeeeeeeeeeeeeeeels]
Pain of Salvation
Het is mooi weer in Amsterdam, en het Vondelpark is een fijne plek om in te vertoeven als voorbereiding op dit interview. Pain of Salvation zit namelijk nog te lunchen. Even later schuif ik in het Park Hotel aan de tafel bij Daniel Gildenlöw en Johan Hallgren. Daniel telefoneert met zijn vrouw. Vast om te informeren hoe het sinds vanmorgen met hun kleintje (acht maanden oud) gaat. Omdat ik in de veronderstelling ben een gesprekje te hebben met beide heren leg ik Johan ondertussen uit wat File Under is. Hij is gelijk erg enthousiast. 'Dat is het betere werk. De betaalde journalisten schrijven vooral wat hun baas of doelgroep wil lezen.' Uiteindelijk blijkt Daniel een interview met iemand anders te hebben (door de vertraging?). Geen nood, Johan heeft genoeg te vertellen.
Lees verder..Gaë Bolg and the Church of Fand - L'Appel de l'Ankou & Live in Ehrenstein
Bij distributeur Clearspot houden ze van rare Franse kwibussen. Luisterde ik een paar weken terug al naar het vreemde circus Ataraxia, nu gaan we nog een stapje verder in het rariteitenkabinet. Deze releases vragen wat doorzettingsvermogen. In het begin is er sprake van verbijstering en hilariteit: Waarom zouden ze dit toch uitbrengen? Na wat meer luisterbeurten moet ik toch toegeven, dat ook deze albums wel weer boven de grijze middelmaat uitsteken, de melodieën zijn bijvoorbeeld zo slecht nog niet. Gaë Bolg en de kerk zijn liefhebbers van de Middeleeuwen. Ze combineren gedragen zangpartijen met oorlogszuchtige ritmes. Grootste probleem is de productie. De blazers klinken alsof ze uit een computer komen, wat volgens de credits niet zo is, en de percussie is één grote galmende massa. Vreselijk amateuristisch.
Tekenend is dat het bijgesloten biografietje spreekt van geremasterde opnamen, die nu een stuk beter zouden moeten klinken. Ai! Natuurlijk valt er ook wel wat te glimlachen, een nummer "Black Sabbath" noemen en het dan laten klinken als een achtergronddeuntje in Age of Empires, bijvoorbeeld. Het is werkelijk een hilarisch aanvalsliedje, ik verwacht elk moment dat er iemand 'Your mother was a hamster' roept. Melancholisch geslaagd is "Interstice", waar een valse gitaar lekker doordreint, wat monniken zingen en een ongelofelijk naïeve fluitmelodie klinkt. Helaas belandt de korte plaat snel daarna in een fikse middendip. Al die dansjes zijn toch een beetje hetzelfde. Het slotnummer is dan weer wel fascinerend. Terwijl hij het gras maait gaat een soort Goebbels ongelofelijk tekeer. Dit nummer werd opgenomen in een of ander kasteel, wat me een ophaalbruggetje oplevert naar een andere recent verschenen plaat van dezelfde groep: Live in Ehrenstein. Ja, dat is een Duits spookslot. Laat de kerkorgels klinken! Elf muzikanten, voornamelijk percussionisten, bouwen een feestje. Het geluid is een stuk kalmer vergeleken met het studio-album, met name de trompetten en fluiten gaan er op vooruit. Afgezien daarvan zijn er nauwelijks verschillen tussen deze albums, al betrapte ik me erop dit langere live-album meer als achtergrondmuziek te benaderen.
File Under: Een interessante ervaring
File Audio: [Gaë-Space]
Wired For Mono - A Calling From Another Station; Radio Interrupt
Uit de over twintig jaar te verschijnen biografie van Wired For Mono: "Toen Henrik Lillsjö nog een klein Henrikje was, ontdekte hij op een dag de platenspeler van zijn vader. Natuurlijk wilde ook Henrik graag de beste midvoor van de lokale voetbalvereniging worden. Maar tijdens de koude Zweedse winters vond hij het helemaal niet erg om binnen te zitten en op zolder te luisteren naar die oude, krakende platen van vader Lillsjö. Hij hoorde een man zingen over zijn zoektocht naar de zin van het leven, die hij zocht onder stoelen en tafels. Henrik vond dat nogal vreemd, maar de muziek vond hij wel tof. Op andere platen hoorde hij mannen zingen over een trap naar de hemel, of over vrouwen uit Los Angeles. Henrik vond het prachtig en droomde 's nachts van musicerende deuren. Het was dus ook niet zo vreemd dat Henrik enige jaren later, vlak na zijn twaalfde verjaardag, bij de plaatselijke muziekwinkel zijn verjaardagscentjes inruilde voor een elektrische gitaar. Zijn vriendjes bekwaamden zich in drums, gitaar en bas en gezamenlijk begonnen ze te spelen in een oude schuur. Want oude schuren, die heb je veel in Zweden. Soms namen ze even pauze en dronken stiekem een biertje, terwijl ze op de radio The Hives en Mando Diao voorbij hoorden komen. Zie je wel, dacht Henrik dan, we zijn niet de enige band die teruggrijpt naar het verleden. Natuurlijk, de originaliteitsprijs zouden ze nooit winnen, maar dat was ook niet het doel. Ze wilden gewoon lekker spelen en platen maken in de geest van de muziek waarmee ze groot waren geworden. Bovendien, Henrik was ervan overtuigd dat ze goed genoeg waren voor een doorbraak." Proost.
File Under: Een biografie waardig
File Audio: [ MySpace]
Rwake - Voices of Omens
In de categorie smerige metal worden we deze week verrast door dit Voices Of Omens van het uit Arkansas afkomstige RWake. Loodzware en ranzige sludgemetal zoals ze dat het best in het zuiden van de VS kunnen, RWake draait zijn hand er niet voor om, en slingert de ene na de andere geweldige tweestemmige sludgeriff op de luisteraar af. Het tempo ligt overwegend laag maar dat komt de stootkracht van het geheel alleen maar ten goede. De afgewisselde zang (zowel grunt als krijs) doet de rest. RWake weet gelukkig de variatie er wel een beetje in te houden tussen alle doomy sleepstukken, dankzij tactisch geplaatste akoestische stukken, stoere solo's en ingehouden, licht psychedelische passages. Het gros van de tijd staat alles echter in het teken van de allesvermorzelende gitaar. En die ploegt door. U begrijpt dat ook dit weer zo'n typische plaat is waarvoor wat uithoudingsvermogen vereist is, maar de doorzetter wordt zoals altijd beloond. Deze schijf is dan dan ook ten zeerste aan te raden voor liefhebbers van zware bondgenoten als Eyehategod, Neurosis, Taint en Mastodon. In de immer groeiende stroom sludgemetal-releases mag deze plaat zeker niet over het hoofd gezien worden.
File Under: Loodzware en ranzige sludgemetal
File Audio: [Hier]
Jackie-O-Motherfucker - American Mystica
Het was me nog nooit zo opgevallen, maar nu ik het weet moet ik steeds weer gniffelen om de naam van het label dat American Mystica, de nieuwe cd van Jackie-O-Motherfucker uitbrengt. Very Friendly heet het kreng en zelden was er een naam meer ongepast dan deze. Want als Jackie-O-Motherfucker een ding niet is dan is het very friendly. Nu ja, af en toe doen ze wel eens iets wat op een liedje lijkt, maar op American Mystica moet je wel héél lang en goed zoeken om iets te ontwaren dat ruikt naar een melodielijn. Daar heb je dan ook mooi twee cd's lang de tijd voor. Inderdaad: Jackie-O-Motherfucker vergt weer het nodige van je op deze nieuwe plaat. Het mooie is dat één van de tracks op deze cd zelfs gebaseerd is op een traditional: "Kansas City Blues". Als dit nummer echter door de mangel gehaald wordt door Tom Greenwood cs., dan moet je wel verdomd veel moeite doen om dat erin terug te horen. Wat ik al zei: very friendly is Jackie-O-Motherfucker zeker niet. Nou geeft dat op zich niet hoor, het kan geen kwaad om eens ergens wat meer moeite voor te moeten doen, maar dan is het wel fijn als je wat rust in je kop en kont hebt. En dat is een beetje wat ik zelf op dit moment ontbeer. Ik hoor en proef wel de kriebelende spanning tegen mijn trommelvliezen, maar de schoonheid ervan wil nog niet in volle glorie tot me komen. Dat gaat vast nog komen, maar op dit moment word ik onrustig van de intens leip rondzingende drones en potpourri van jazz, folk en avantgarde die American Mystica laat horen.
File Under: Very Friendly, hahahaha, wat een grap.
Hey Willpower - P.D.A.
Het is behoorlijk ongelooflijk. Ik werd enorm vrolijk van het eerste liedje van deze cd, zo vrolijk dat ik omkeek naar mijn stereo en alleen maar hoopte op meer. Zo'n voortvarend begin, dat beloofde heel erg veel. Ik begon al zoetjes aan te springen op "Hundredaire" en lalala'de het vrolijke keyboardmelodietje mee, terwijl ik aan de zomer dacht en zin kreeg om mijn openslaande deuren open te gooien, mensen op straat te begroeten, vrienden te bellen, een afspraak te maken met mensen die ik te lang niet had gezien, af te wassen, op te ruimen, mijn lief te bellen om te zeggen dat ik van hem hou en ja, ik kreeg echt zin om mijn belastingaangifte alvast in te vullen. Maar toen. Toen gebeurde het. Liedje twee op het plaatje, "Not trippin" was een verschrikkelijk r&b-achtig liedje. Even dacht ik nog, dat zal een vergissing zijn, maar toen kwamen liedje drie, vier, vijf en dat ging zo door tot en met liedje tien. Je had me moeten zien aan het eind van de P.D.A.: ik lag uitgeteld op de bank, had helemaal nergens meer zin in, had telefoontjes onbeantwoord gelaten en dacht alleen maar aan hoe koud het eigenlijk was en ook dacht ik dat dat de komende tijd wel zo zou blijven. Ik dacht aan hoe druk ik het had en ik dacht aan allerlei gezeik van de laatste tijd. Hey Willpower omschrijft zichzelf als Usher en Justin Timberlake met een indie achtergrond, maar ik had geloof ik liever gewild dat Hey Willpower de wilskracht had die het zichzelf toeschrijft: dan had de band wellicht een keuze gemaakt tussen de indie en alle Ushers en Timberlakes bij elkaar en dan was het misschien, heel misschien goed gekomen.
File Under: R&B blijkt nog te bestaan; in een zeer vervelende vorm, behalve dan dat ene liedje dat niet zo klinkt
File Audio: [Gelukkig staat het fijne liedje ook op MySpace]
The Besnard Lakes - Are The Dark Horse
Het overkomt me niet vaak: de eerste keer een album beluisteren en er meteen aan verknocht zijn. Ik kan de keren op een hand tellen denk ik, zo was het bijvoorbeeld bij het laatste album van Mew raak, ik was meteen op de juiste plek geraakt. Nu dus ook weer bij Besnard Lakes Are The Dark Horse, het titelloze debuut van een band uit Montreal, Canada. Frontman van deze band, Jace Lasek, is ook weer niet de minste. Zo leverde hij afgelopen jaar al een behoorlijke bijdrage aan Wolf Parade's Apologies to the Queen Mary. Geweldig hoe de hoge vocalen van Jace Lasek en zijn vrouw Olga Goreas, met tribute aan Brian Wilson, een soort psychedelische echo uit de jaren '70 vormen. Ook de muziek refereert duidelijk aan vervlogen tijden, maar met een wat mysterieuze knipoog; trage ritmes, ploppende basssen en oeh-hoeh-koortjes. Samen met zo'n onwerkbaar lange bandnaam en paarden die door vlammen galopperen intrigeert het behoorlijk. In de meeste nummers wordt wel subtiel een mooi stukje strijkwerk of een blaasinstrument verwerkt, het nummer "Devastations" is dan weer behoorlijk symfo. Ook komen we wel refreintjes tegen die doen denken aan Mercury Rev ( o.a. in "And You Lied To Me"). Mooi dromerig werk met stevige hoekjes!
File Under: Harmonieus en een tikje duister
File Audio: [And You Lied To Me]
File Audio: Ja
Triffids - In the Pines / Calenture
Het beste bewijs voor de schade die dure studio's en productietechnieken aan een in essentie goede plaat kan veroorzaken, is Calenture van The Triffids. Na het voor een schamele $300 opgenomen In the Pines - letterlijk in een ouwe schuur in elkaar gezet - moest de volgende plaat een dure producer krijgen. Geen idee of Gil Norton toen ook al een grote naam was, maar ik denk niet dat de Foo Fighters produceren kleingeld oplevert. In elk geval nam hij The Triffids mee naar Liverpool en Londen, trok David McComb een zo dramatisch mogelijk hoofd voor de hoesfoto - en bleek Calenture vooral een verbazend gelikte plaat te zijn.
De mensen bij Domino hebben gelukkig ook oren aan hun hoofd en dus krijgt de reissue van Calenture een tweede CD mee, waarop oefenruimte-opnames staan van grofweg dezelfde tracks. En dan blijkt dat "Bury Me Deep In Love" en "A Trick of the Light" ook geweldige liedjes zijn wanneer ze niet door allerlei productionele onzin gladgestreken worden. De heruitgave van In the Pines heeft niet dergelijk bewijs niet nodig: ook op deze reissue klinken de titelsong (U kent 'm wel, van die enige plaat van Nirvana die de platenkast nog wel 'ns uitkomt) en de andere tracks geweldig. Niet ondanks, maar waarschijnlijk dankzij die ouwe schuur ('a woolshed recording' staat er op het label van het schijfje) en die grijpstuiver die nodig was om de plaat te maken.
Met deze twee en het vorig jaar al verschenen Born Sandy Devotional hebben we nu de drie klassieke Triffids-platen op een rijtje.
File: The Triffids - In the Pines / CalentureFile Under: Klassiekers
Tin Hat - The Sad Machinery of Spring
Tot 2004 heette Tin Hat het Tin Hat Trio, om de logische reden dat de band al sinds haar oprichting uit drie multi-instrumentalisten bestond. Toen besloot Rob Burger het trio te verlaten en vond het overgebleven tweetal Mark Orton en Carla Kihlstedt dat die bandnaam als een tang op een varken sloeg. Daarom dropten ze dat laatste woordje maar, voegden met Ara Anderson en Ben Goldberg twee nieuwe fulltime leden (en natuurlijk óók multi-instrumentalisten) toe, promoveerden parttime lid en bizar getalenteerde harpiste Zeena Parkins ook min of meer tot fulltime lid en begonnen met frisse moed aan een nieuwe episode in hun bestaan. The Sad Machinery of Spring is hiervan het eerste - wonderschone - resultaat. De inspiratie voor deze cd haalde de band uit het werk van de door een kogel van een nazi-officier om het leven gebrachte Pools/Joodse schrijver Bruno Schulz. Het zal deze link met Schulz zijn die er voor zorgt dat er nogal wat Oost-Europese invloeden te horen zijn op deze cd. Overigens moest ik raar genoeg op een bepaald moment ook denken aan het (onderschatte) Heaven & Hell-album van Joe Jackson. Dat is wanneer Carla Kihlstedt (volgens mij is zij het) in "Daisy Bell" ineens ook nog mooi blijkt te kunnen zingen. Mooi aan The Sad Machinery of Spring is dat ondanks dat er nu vijf stuurlui aan het roer staan en bijdragen leveren aan de nummers, het geheel toch heel coherent en onmiskenbaar Tin Hat blijft. Dat ze nu met zijn vijven zijn, maakt dat Tin Hat een nog breder spectrum aan klanken uit een enorm arsenaal aan instrumenten kan toveren. Voordeel is dat dit vijftal donders goed weet dat overdaad al snel schaadt. Nergens trappen ze - gelukkig - dan ook in deze valkuil. Het maakt hun mix van folk, jazz en klassiek tot een verademing om naar te luisteren.
File Under: Van drie naar twee naar vijf leden en vijf sterren.
The Cooper Temple Clause - Make This Your Own
Welke plaat is nu eigenlijk moeilijker om te maken, de tweede of derde? De heren journalisten zijn er niet uit, ik lees net iets te vaak de clichés "een moeilijke tweede plaat", of "altijd lastige derde plaat", maar de meeste artiesten zal het volgens mij een worst wezen. Die vinden hun laatste plaat toch de beste. Over het proces van de totstandkoming van derde plaat van The Cooper Temple Clause kunnen we in ieder geval wel zeggen dat deze moeilijker was dan die van de eerste twee. Want zonder richting, zonder bassist en zonder platenmaatschappij dook men de studio in. Dat van die platenmaatschappij werd het snelst opgelost, de jongens hebben nog naam genoeg om ergens onderdak te vinden, dat van die bassist bleek minder een probleem omdat iedereen toch alle instrumenten kan bespelen, maar dat van die richting, daar hebben ze geen oplossing voor gevonden. Men wilde benadrukken dat iedereen in de band minstens drie instrumenten beheerst en dat er drie goede zangers zijn. Gevolg is dat Make this your own een bonte lappendeken van stijlen is, met hier en daar een uitschieter, met als grootste gemene deler dat The Cooper Temple Clause opschuift naar het radiovriendelijke midden met een enorme 80's feel. Slechts een enkele keer komt de postpunkgekte van het debuut See This Through And Leave nog naar boven en dat was nu net wat de band onderscheidde van de rest. Kortom, de jongens van The Cooper Temple Clause zullen dit wel hun beste album vinden, ik vind het een gemiste kans. En da's best jammer...
File Under: Dit zal ik me helaas niet eigen maken...
portray - Compartments Full Of Beauty
Kies exact! Dat deden Bas, Merijn en Jort. We kunnen trots op ze zijn, want ze gingen studeren aan de Technische Universiteit te Delft. Nederland heeft mensen als hun nodig. In augustus 2005 vonden ze elkaar echter op een heel ander vlak, namelijk de muziek. Ze gingen samen muziek maken in een heuse band onder de naam portray. Nadat ze het eerste materiaal geschreven hadden doken ze de studio in om er met hun eerste (in eigen beheer uitgegeven) ep weer uit te komen die de titel Compartments Full Of Beauty mee kreeg. Volgens de bijgesloten biografie staat hun muziek loodrecht op huidige muzikale trends, maar als je kijkt naar successen van bands als Solo en A Balladeer is dit feitelijk onjuist. Ingetogen gitaarpop doet het momenteel goed. Portray sluit hier goed op aan, maar wijkt af door zijn wat jazzy semi-akoestische spel waar de grommende gitaar nergens te voorschijn komt. Wat er wel komt zijn fijne liedjes met dito arrangementen die met name door veelvuldig gebruik van de piano opvallen. Ook de indringende stem van Bas Beelen mag er zijn. Naar eigen zeggen is dit de aanzet tot een volledig album waar het hopelijk niet teveel van het goede wordt. Deze ep is echter veelbelovend en gezien de huidige trend hoop ik voor ze dat ze mee kunnen liften. Al heeft Nederland technische mensen nodig voor haar toekomst. De carrière van deze drie heren kon wel eens een heel andere kant opgaan.
File Under: Kies muziek!
File Audio: [portray @ MySpace]
File Video: [Road Signs]
Jorn - Unlocking The Past & The Gathering
Er is hier de afgelopen jaren heel wat materiaal met Jorn Lande besproken en nu brengt hij alwéér twee cd's uit. Eentje met allerlei covers uit het pre-Masterplan-tijdperk en eentje met nieuw materiaal - grotendeels tenminste, maar daarover dadelijk meer.
Unlocking The Past is het coversalbum. Een verzameling oude en minder oude covers, soms al eerder verschenen, soms opnieuw gemixt, soms opnieuw opgenomen. Niet misselijke songs om te coveren bovendien, Rainbow's "Kill The King", Black Sabbath's "Lonely Is The Word", Thin Lizzy's "Cold Sweat", Whitesnake's "Fool for your loving" en Deep Purple's "Burn" en "Perfect Strangers". Absolute klassiekers dus. En toch ben ik wat minder gelukkig met de keuze. Lande geeft een perfecte imitatie weg van David Coverdale, maar juist daarom zijn "Burn" en "Fool For Your Loving" niet zo bar interessant. De zangpartij op "Cold Sweat" mist de soul die Phil Lynott wel had. Lande blijft natuurlijk een uitstekende zanger en de songs zijn uiteraard ook briljant, dus een behoorlijk niveau heeft het altijd. Met een ziedende versie van "Kill The King" en een fraaie "Lonely Is The Word/Letters From Earth" eindigt dit album daarom toch nog heel dik in de plus.
Ook het nieuwe werk op The Gathering lijdt hier en daar aan een te hoog Coverdale 2006-gehalte, maar de rest van het materiaal behoort bij het beste wat ik van Lande ken. Gierende gitaren op een zwaar fundament, maar met soms verrassend vlotte refreinen. Wat mij betreft een misser is de toevoeging van vier songs van eerdere bands en projecten. Niet netjes achteraan, maar als nummer 2, 8, 11 en 14 op een cd met 16 nummers. Ik snap ook niet zo goed waarom eigenlijk, want het nieuwe materiaal is minstens zo goed en blijft zonder die - eerder verschenen - extra's prima overeind. "Tungur Knivur" is bijvoorbeeld Vikingmetal zoals die nog maar weinig gemaakt wordt, "One Day We Will Put Out The Sun" kent een refrein dat je meteen niet meer uit je kop krijgt. Wat pakkende refreinen betreft scoort dit album sowieso hoog. En wanneer Lande als zichzelf durft te klinken kun je daar alleen maar heel stil van worden.
File Under: Jorn vertilt zich niet...en alleen dat is al knap
File Audio:[fragmenten]
File: Jorn - The Gathering
File Under: De échte Jorn
File Audio: [fragmenten] ["Tungur Knivur" op JornSpace]
Missmoses - Limbs Divine
Limbs Divine mag dan misschien pas de debuutplaat zijn van zuiderburen Missmoses, groentjes zijn de mannen die deze band vormen allerminst. Ze hebben allemaal een behoorlijk gevulde prijzenkast en indrukwekkend cv. Zo zat Klaas Borms bijvoorbeeld in het legendarische Belgische Paranoiacs. Toch een band die al een jaartje of twintig meedraait. Ook de andere leden speelden in de jaren negentig in diverse bands voordat de vijf heren in 2001 Missmoses vormden. En met die band schopten ze het ook al tot de halve finale van de Rock Rally. Je kunt je afvragen wat zulke gelouterde muzikanten daar te zoeken hebben, maar het doel heiligt vast en zeker de middelen. Geduld hebben de heren blijkbaar wel gehad, want het is dus niet bepaald rap na oprichting dat Limbs Divine verschijnt. Waarschijnlijk is dat geduld in combinatie met de ervaring van de mannen er gelijk ook de reden van dat dit debuut staat als een huis. Missmoses maakt stevige met elektronica doorspekte rock. Ik moet wel bekennen dat ze het wat mij betreft af en toe wel wat overdrijven met die elektronica. In nummers als de fijne stampers "Millionaire" en "Good Times Revisited" is het perfect in balans, maar verderop Limbs Divine slaat de weegschaal de verkeerde kant uit. Dan jeukt Missmoses in mijn nek en daar houd ik niet van. Gelukkig compenseren ze dat dan wel snel weer met bijna Queens of the Stone Age-achtig melodieus beukwerk. Wat mij betreft hun sterkste kant.
File Under: Bepaald niet mis, deze Moses.
File Audio: [Yah]
Strike Anywhere - Dead FM
Hij is alweer enige tijd uit maar er is desondanks nog genoeg reden om de derde plaat van Strike Anywhere in het zonnetje te zetten. De politiek getinte punkrock was het afgelopen jaar flink aanwezig, met onder andere nieuwe - en spectaculair goede - cd's van Ignite en Rise Against. Strike Anywhere is vooralsnog een kleine naam maar doet hard zijn best om daar op termijn verandering in te brengen. Dead FM is het debuut bij Fat Wreck Chords en dat heeft duidelijk zijn sporen achter gelaten. Een overstap naar dit label heeft heel veel andere punkbands in het verleden net even het extra duwtje in de rug gegeven en dit geldt ook voor Strike Anywhere. Men weet bij dat label wel hoe ze het beste (geluid) in de bands naar boven moeten halen en is er zeer goed in geslaagd om de rauwe liedjes enigszins te polijsten tot een zeer goed in het gehoor liggende productie. De geëngageerde teksten waren op de twee voorgaande albums nog wel eens ietwat kinderachtig of over de top, maar zijn nu prima op hun plaats en in sommige gevallen zelfs inspirerend. Muzikaal is het nog niet heel erg origineel maar de catchy melodieën en de soms geniale refreintjes maken van Dead FM een oerdegelijke knalplaat.
File Under: Niets doods aan
File Audio: [Prisoner Echoes][Instinct]
Bloc Party - A Weekend in the City
Ik had iets verkeerds gezegd over negers. Het was mijn allereerste recensie voor File Under en ik had meteen de aandacht. ("Jenneke, van de neger," zei iemand ooit toen ze me voor het eerst ontmoette.) Maar, hoewel ik de dingen misschien wat anders had moeten formuleren, hoorde ik echt geen neger zingen, toen. En dat was opvallend, toen. Nu draait A Weekend in the City zijn rondjes, elf nieuwe liedjes van Kele Okereke met zijn welklinkende, multi-inzetbare stem en zijn mannen. Nog steeds zijn daar de stuwende drums, de drammende gitaren - "Hunting for witches" typeert Bloc Party, ook zoals we de band van het eerste album kennen - en op andere momenten de liedjes met zoete start, opbouwend naar een climax - "Waiting for the 7.18" is daar een goed voorbeeld van. De liedjes hebben wat opleukertjes her en der - belletjes, xylofoon en korte samples aan het begin - maar lijken wellicht wat te veel op de liedjes van Silent Alarm. Het is misschien goed als een band zijn 'sound' heeft gevonden, maar de ambities moeten hierdoor niet ondergesneeuwd raken. Zo uitdrukkelijk urgent als "Banquet" en "This Modern Love" op Silent Alarm klonken, klinken de liedjes op A Weekend in the City niet. Toch is dit nieuwe album geen slechte plaat: in de auto is het een grootse weldoener, zeker 's nachts, en ook op de dansvloer zullen een aantal liedjes, waaronder "I still remember" - en reken maar op vele remixen, evenals bij Silent Alarm - het ook nu weer goed doen. Bloc Party krijgt wel als waarschuwing mee dat het derde album op een of andere manier meer moet laten zien. Alleen de stem van Okereke kan dat niet.
File Under: Best een goeie plaat, maar dat was Silent Alarm al.
File Audio: [De hele plaat zelfs]
2nd Place Driver
"Als je band met 'the' begint en je komt uit Engeland dan wordt het geheid een succes"
Het ging allemaal zo snel voor 2nd Place Driver, de band won een Essent Award, stond op Lowlands, debuutalbum ...1 kreeg lovende recensies en single 'Leave' kreeg airplay op radio en tv. Met het nieuwe werkje The Hungry Ones willen de Tilburgers een volgende stap vooruit maken. Maar zolang je geen top40-hit hebt is het moeilijk voor een Nederlands bandje. Ik pakte mijn fiets en toog naar de flat van drummer Bart van de Put. Hij en de nieuwe bassist Rob Mertens blijven positief over de toekomst van de groep: "bij sommige bands komt de doorbraak pas na de tiende cd."
Ponoka - Hindsight
Het nadeel van het schrijven van een recensie voor een debuutalbum is het feit dat je geen houvast hebt. Je kunt de nummers op de cd niet vergelijken met eerder werk van de band of artiest. Er is echter ook zeker een voordeel, je kunt zonder vooroordelen naar de songs luisteren, je mening zal niet beïnvloed worden door wat je al wist. Je weet namelijk nog niets. Rick de Gier is een singer-songwriter uit Zaandam die al vele jaren in zijn eigen woning bezig is met het schrijven en opnemen van liedjes.Vorig jaar stuurde hij er een aantal op naar platenmaatschappij Volkoren en die songs schijnen in de smaak te zijn gevallen want de cd Hindsight zal volgende week bij bovengenoemd label verschijnen. Niet met de naam Rick de Gier op het schijfje maar onder de naam Ponoka. Deze vreemde groepsnaam is afkomstig van een klein dorp in Alberta, Canada waar Rick in zijn jeugd woonde. De meeste songs op het album zijn geen typische singer-songwriter-songs, zo klinkt Ponoka op een aantal tracks zoals "Help Is on the Way" en "See You Around" als The Lemonheads. Op andere nummers hoor ik bijna een mannelijke versie van Aimee Mann en dat is natuurlijk ook prima. Ikzelf geef de voorkeur aan de wat snellere songs, zeker die met Alice ten Brinke als achtergrondzangeres. Zij maakt nu deel uit van de band Ponoka die intussen ook gevormd is. Op de cd staan over het algemeen geen echt vrolijke songs, luister bijvoorbeeld maar eens naar de titelsong, maar toch voelde ik me na het beluisteren van de cd verrassend opgewekt. Ponoka heeft een prima debuutalbum gemaakt en we kunnen alleen maar hopen dat hij nog meer van dat fraais heeft geschreven op zijn kamertje.
File Under: See You Around
File Audio: [Ponoka]
The Decemberists - The Crane Wife
Ik had Colin Meloy moeten omhelzen. Het optreden dat ze op Crossing Border gaven in 2005 was zó goed dat niets minder dan een omhelzing volstaan had toen hij voor me op de grond lag gitaar te spelen aan het einde van hun magistrale show, die ontegenzeggelijk het absolute hoogtepunt was van die editie. Ik deed het niet. Ik zou Colin Meloy nu weer willen omhelzen, maar moet nog even wachten. Ik word namelijk extreem gelukkig van de nieuwe plaat van Decemberists, The Crane Wife, die nu ook hier in Nederland te koop is. Het is namelijk een akelig briljante plaat geworden, die nieuwe Decemberists. Er is echter wel een probleem: ik loop al een tijdje te peinzen, waarom ik dat nou vind. Daar moet namelijk een reden voor zijn zou ik zeggen. Maar het lukt met niet om het u helder uit te leggen. Misschien helpt het als ik zeg dat ik me er over verbaas ik dat die malle Meloy het in zijn hoofd gehaald heeft om gewoon twee tracks die ruim tien minuten klokken op deze cd te zetten, waar geen seconde teveel aan is. Briljant opgebouwd, briljant afgerond, zowel muzikaal als tekstueel, dat zijn "The Island: Come & See/The Landlord's Daughter/You'll Not Feel The Drowning" en "The Crane Wife 1 & 2" Of als ik zeg dat "Yankee Bayonet (I Will Be Home Then)" dat Decemberists een duet opgenomen heeft met Laura Veirs, die de rol van girl prima past. Of dat "The Perfect Crime #2" zo aangenaam swingt met zijn orgeltjes. Of dat ik er af en toe aan denk om de term symfonische folk maar eens te introduceren voor Decemberists. Ik weet het niet, het is gewoon zo, denk ik maar. Ik weet wel dat ik straks, op 21 februari, vooraan sta in Paradiso en hoop dat Meloy weer het podium af komt. De omhelzing zal alleszeggend zijn.
File Under: Colin Meloy is een genie. Punt.
File Audio: [Jukebox]
File Audio: [Op MySpace staat het hele album!]
Chemical Brothers - Electronic Battle Weapon 8 & 9
Electronic Battle Weapon 8 & 9 is geen album. Het zijn twee tracks van 6:31 en 6:40, in een kleine oplage uitgebracht op vinyl. Al vanaf de tijd dat Tom Rowlands en Ed Simons nog kleine broertjes waren, delen ze 'Electronic Battle Weapon'-releases uit aan kennissen en bevriende dj's, om uit te testen hoe bepaalde tracks bevallen. Vaak zijn het smaakmakers voor een nieuw album (het nieuwe komt deze lente), maar de vorige - het geweldige "Acid Children" - eindigde als B-kantje op de cd-maxi van "Galvanize". Maar altijd zijn het knap geproduceerde kunststukjes, die de fans op allerlei plekken doorgeven. De nieuwste weapons, de nog naamloze nummer 8 en 9, kregen hun debuut op 8 december op de Britse 3fm, 'Radio 1'. Voor de verandering zijn het albumachtige tracks die eens níet de subtiliteit hebben van een voorhamer. Beide draaien ze om een klein loopje dat zonder echte climax wordt uitgewerkt met knipjes en twiepjes die je kent van minimal techno. Commercieel gaat dit eind juni niet werken op de Werchter-wei, maar het is fijn voor in clubs of thuis.
File Under: Experiment is minimaal geslaagd
Nicole Willis and The Soul Investigators - Keep Reachin' Up
De naam Jimi Tenor doet meer belletjes rinkelen dan die van de muzikanten die zich The Soul Investigators noemen: Jukka Sarapää, Didier Selin en Pete Toikkanen zijn in elk geval geen namen die mij iets zeggen. En deze Finnen associeer ik al helemaal niet met de stomende Northern Soul waar Keep Reachin' Up vol mee staat.. Eerlijk is eerlijk, ook voor Nicole Willis, de leading lady van deze outfit, had ik geen direct referentiekader en een stem die zo hitsig, smachtend, furieus en vooral diep kan klinken kan toch niet zomaar uit de lucht komen vallen? Dat klopt: Leftfield, Brand New Heavies en Dee-Lite schijnen gebruik te hebben gemaakt van Nicole Willis' stem, alvorens ze twee soloplaten maakte die vooral onopgemerkt zijn gebleven. Pas met deze plaat - waarvoor echtgenoot Jimi Tenor productionele hand- en spandiensten heeft verricht, krijgt ze het succes dat haar stem verdient. Daarvoor heeft ze geen acidjazz, beukbeats of andere bijna vergeten muziek nodig, maar een groep Finnen (overigens ook al met twee eerdere, onopgemerkte CD's op hun conto) voor wie de tijd stil is blijven staan op het moment dat de reeks Shaft-films stopte. Ronkend, patserig, geil en opwindend: alles wat Northern Soul leuk en interessant maakte, stoppen Nicole Willis en The Soul Investigators in deze muziek. James Brown mag dan dood zijn, hitsige soul is dat nog lang niet. Al helemaal niet in Finland.
File Under: Soul uit Suomi
Pilot Scott Tracy - We Cut Loose!
Er zijn zo van die bandjes waar ik het gevoel bij heb dat ik er de enige liefhebber in ons land van ben. Het Amerikaanse Pilot Scott Tracy is zo'n band. Deze Amerikaanse band (Kalamazoo, Michigan) bestaat uit het echtpaar en tevens gezagsvoerders Scott en Tracy Cox-Stanton op dit album aangevuld door vier bandleden. Muzikaal ligt het in het verlengde van de alternatieve muziek uit de jaren tachtig. Het is een aanstekelijke mix van Pixies, Public Image Ltd. (PIL), The B-52s en zelfs The Beastie Boys hoor je erin terug. Ik ben dan ook oprecht verbaasd dat ik er nooit iets over hoor of lees. Gaf ik in mijn stukje over de voorganger Any City al aan dat hier goed op te dansen zou zijn, hier is het niet anders. We Cut Loose! klinkt zeker weer zo opgefokt door gebruik van gitaren en elektronica. Ook wordt de zang tussen de echtelieden afgewisseld wat zeer verstandig is, want zijn hoge stembereik wordt toch wel wat vermoeiend na een tijdje. Vrouwlief neemt dit echter op tijd over en storend is het voor mij dan ook nooit. De liedjes kennen veelal een snel ritme al wordt er her en der wel wat tempo naar beneden gegooid voor een moment rust. De liedjes zelf zijn weer ijzersterk en hebben wederom een spacy sound waar je van gaat ... vliegen. Tja, hoeveel woorden moet ik hier nog aan vuil maken? Wil iemand dit bandje naar Nederland halen en willen de radiomensen dit a.u.b. oppikken. "Run Run Run" lijkt me het nummer voor een grote hit.
File Under: Op volle kracht vooruit!
File Audio: [My Space]
File Video: [Run Run Run]
Stonepark - Tracks
Eigenlijk gaat het bij deze plaat al fout bij de naam van de band. Stonepark. Dat klinkt mij net iets teveel als Nickelback of Lifehouse: zo'n naam die zogenaamd heel stoer en heftig klinkt, maar waarachter veilige binnen de lijntjes-rock schuilt zoals die begin deze eeuw in de vorm van de eerder genoemde bands de ether teisterde. Toegegeven, niet alle songs van het uit Stockholm afkomstige Stonepark klinken als die twee Amerikaanse bands. Maar dat komt vooral doordat Stonepark nog niet helemaal weet welke kant ze nu precies op wil met haar muziek. Wordt het stonerrock, wordt het grunge ("Lies"), wordt het punkrock ("S.O.S.")? De band is er duidelijk nog niet uit. Het resultaat is een onsamenhangende potpourri van uitgekauwde invuloefeningen in een al veel te druk bevolkt genre. Want ook dat is een probleem bij deze plaat: er staat werkelijk geen enkel nummer op dat ook maar enigszins het B-garnituur in het radiovriendelijke rockgenre ontstijgt. Ik durf te stellen dat alleen al in Amsterdam vijftig gelijksoortige bands actief zijn, wat mij tevens doet afvragen waarom het Zweedse B&B Records deze plaat hier zo graag gereleased ziet worden. Zanger Aleco Georgopulos is tot overmaat van ramp ook nog eens niet meer dan een slecht gelukte Vedder-kloon, wat met name in "Follow Me" pijnlijk duidelijk wordt. Waar de platenmaatschappij in de bio dan ook de volslagen misplaatste vergelijking met The Hives vandaan haalt, het is me werkelijk waar een raadsel. Deze debuutplaat van Stonerpark is platenkastvulling, meer kan ik er echt niet van maken.
File Under: Het ene oor in, het andere weer uit
File Audio: [ MySpace]
County Medical Examiners - Olidous Operettas
De dood is hot, kijk maar om je heen. Het aantal CSI-varianten is niet meer bij te houden, in het Rijksmuseum kun je terecht voor de tentoonstelling De Dood, de Beurs van Berlage staat vol met geplastineerde lijken en bij Tien kun je bijna dagelijks de verrichtingen van de controversiële patholoog-anatoom Günther Von Hagens volgen, die in zijn nietsverhullende programma geprepareerde lijken ontleedt, voorzien van zijn eigen medische commentaar met zeer dubieus accent. Als dit voor jou allemaal niet zo nodig hoeft, dan kun Olidous Operettas van The County Medical Examiners gerust links laten liggen. Ben je juist wel in je hum met al dat gefrunnik in en aan karkassen, dan raad ik aan om nog even verder te lezen. Dit fijne gezelschap bestaat namelijk uit drie echte lijkschouwers, en zeker niet de allerjongsten, die middels hun professie genoeg inspiratie hebben opgedaan om een schijfje vol met smerige grindcore en deathmetal op te nemen. Ooit begonnen als Carcass-coverband, heeft deze groep gestoorde dokters duidelijk de muziek van die grootmachten als tweede grote inspiratiebron. Ranzige gitaren, dubbele, flink vervormde vocalen en uitgebreide teksten over bloederige, medische procedures vormen de hoofdmoot van het gebodene. Tuurlijk, niet origineel, maar wel lekker gespeeld en een prima eerbetoon aan eerder genoemde band. En zolang er nog geen reünie gepland staat, vermaak ik mij uitstekend met deze smakelijke vervanger.
File Under: Never trust a woman with a pulse
David Kitt - Not Fade Away
Op zijn vorige cd The Black And Red Notebook verraste David Kitt met een smaakvolle keuze aan covers die hij op zijn David Kitts vertolkte. Deze werden daardoor af en toe bijna onherkenbaar. Zijn nieuwe, vierde, cd Not Fade Away is vrij van bekende titels in te tracklisting. In de lijst van muzikanten die meewerken, vallen wel gelijk een paar namen op. Michelle en Romeo Stoddart en Lisa Hannigan bijvoorbeeld. De eerste twee ken je van the Magic Numbers en de laatste van de prominente rol die ze speelt op de cd's van Damien Rice. Ze zijn alle drie overigens niet dominant aanwezig, maar vullen Kitt subtiel aan met zang en akoestische gitaar. Het zou ook raar zijn als Kitt in een keer tot hippie folkgedoe zou bekeren. Want, was hij immers niet altijd al erg goed in het vermengen van indiepop met elektronica en fijne Kraut-achtige orgels? Dat concept heeft hij op Not Fade Away verder uitgediept, al schuwt hij niet om een akoestisch duet ("Guilty Prayers, Pointless Ends") met Michelle Stoddart op te nemen en "Don't Fuck With Me" the doorspekken met hip-hop beats. Maar verder doet hij me in enkele nummers (in openingsnummer "One Clear Way" bijvoorbeeld) vooral een beetje denken aan Donald Fagen. Maar dan wel de Fagen die de mannen van Air een schop onder hun reet gegeven heeft en ze gezegd heeft dat dat lome tempo van ze echt niet meer kan, maar de sound dik okay is. Het maakt Kitt's liedjes ragfijn en melancholisch, maar toch ook weer prikkelend.
File Under: Niks geen uitdoven
Tunnelfist - Sparrow Flies
De gebalde stenen vuist op de voorkant en de bandnaam waarnaar die verwijst, voorspellen een hoop agressie. Sparrow Flies is echter grotendeels een vriendelijk album met die typisch Nederlandse indie-sound. Denk aan Bettie's Palomine uit de jaren '90, of recente bandjes in de ondergrond als King Me of Zomotta. Door het Nederengels voel ik me meteen thuis. Tunnelfist heeft wel wat opstartproblemen, de solo waarmee geopend wordt is extra belegen kaas en ook de zanger klinkt nog wat aarzelend. Zo rond het vierde nummer, Comes A Day, hebben ze de draai te pakken, daar worden ter afwisseling van de scherpe indie-randjes, wat country-invloeden op de luisteraar losgelaten, zoals Daryll-Ann dat op hun laatste werkje ook al deed. Zanger Jos Duijst krijgt steeds meer vertrouwen, in "Revenge" raakt hij zelfs het timbre van Jasper Steverlinck van Arid. "What Makes A Man" heeft een wat knullig 'I Will Survive'-refreintje, maar Duijst zingt het aanstekelijk krakend. De liedjes zijn lekker kort en redelijk gevarieerd. Toch is het wel slim om als slotdrieluik wat opvallende gimmicks uit de hoed te toveren. Eerst is daar Lame Excuses met de (hopelijk) expres zeikerig gezongen tekstregel 'I love you, I really do'. Daarna is er een geinige ode aan "Micheal Stipe". Spot de fout. Tunnelfist, dat tien jaar bestaat, trad al eens op en Berlijn en misschien wel daarom eindigen ze met een Duitstalig 'Schampus mit Lachsfisch' dansliedje, waarin ook nog Donald Duck wordt geïmiteerd. Een geinig einde van een sympathiek plaatje. Blijven spelen in die buurthuizen, wat ze overigens ook als het Nederlandstalige Zahnfleisch doen, en op naar het volgende jubileum.
File Under: Gezellig hoor
File Audio: [Klikken naar songs]
Faith and Fire - Accelerator
Achter de wat flauwe naam Faith And Fire gaan vier muzikanten met een heel aardig verleden schuil. Gitarist Mike Flyntz is lid van Riot, zanger Tony Moore was daarin ooit zijn collega, terwijl drummer John Miceli en bassist Danny Miranda beiden ooit lid waren van Blue Öyster Cult. Miceli speelde bovendien ooit bij Meat Loaf en Ritchie Blackmore's Rainbow, Miranda is lid van de tourband van Queen met Paul Rodgers. Me dunkt dat de heren hun sporen in rockland wel verdiend hebben. Gelukkig hoor je dat op dit album ook terug, in vooral mid-tempo bluesy hardrock die menigmaal doet denken aan de gloriedagen van de Michael Schenker Group. Goed, Flyntz is natuurlijk niet de gitaarvirtuoos die Schenker is - of was. Maar hij legt á la Assault attack een lekker zware basis en voorziet die van vaak niet eens zo complexe, maar des te sfeervollere gitaarsolo's. Het spel van Danny Miranda, met veel vibrato op de bas, doet regelmatig denken aan Chris Glenn ten tijde van datzelfde Assault attack. De zang van Tony Moore doet in zanglijnen en uithalen juist vaak denken aan Gary Barden, de eerste zanger van MSG. Maar waar Barden zelfs studio al hoorbaar moeite had om te tonen te halen, doet Moore er regelmatig nog een schepje bovenop. Begrijp me niet verkeerd, Faith and Fire is geen MSG-kloon, maar ze weten bij mij wel het gevoel van die band op te roepen. En daar word ik verdomd blij van...
File Under: Hier kan niet één gehypet indiebandje tegenop...
File Audio: [FaithSpace]
Klaxons - Myths of the Near Future
Leuk, File Under is ook dit jaar weer genomineerd voor de Dutch Bloggies. Weten we in elk geval zeker dat keurend jurylid Timur Perlin meeleest. Hoi Timur! Hij werkt bij een veilige hitradiozender; eigenlijk is het daarom interessant wat juist híj vindt van de muziek van de Klaxons. We hebben hier namelijk te maken met een jonge vurige band die jaagt op commercieel succes. Live is de groep een maniakale explosie en juist daarom zijn ze zo geweldig. Gierende zoemkeyboards, rammelende gitaren, belachelijke koortjes, idiote scifi-teksten: verrukkelijk! Weirde retro kledingstijl ook. Alles ademt lol en leven. Je hoort het terug in de nummers die we al van de EP's kenden (Xan Valley): "Magick", "Gravity's Rainbow", "Atlantis to Interzone" en "Not Over Yet", en zelfs in de remixen daarvan (van Digitalism, Simian Mobile Disco en Van She). Geen wonder dat de muziekstijl van de Klaxons 'new rave' gedoopt is. Maar op deze cd komt dat er een heel stuk minder uit. Myths of the Near Future is zonder meer een aardig debuutalbum, maar gevarieerder en daarom nou net niet de spreekwoordelijke revolutie die je poes van het balkon laat waaien (beeld je hier een zielige 'miaauuuuw' in). De radiovriendelijke en op-en-top Britse single "Golden Skans" heeft in elk geval niet het geluid waar de Klaxons hun faam aan te danken hebben. Houd je wel mooi een reden om ze live te gaan bekijken.
File Under: Voor de betere spacefeestjes
File Audio: tuurlijk
File Video: [Gravity's Rainbow][Golden Skans]
Sub - Vincent
Dat muziek en strips goed samen gaan bleek wel toen u aan het begin van het jaar verrasten (dat hopen we althans!) met een fijne strip in zes delen van Hazey Maiko over Undertones' "Teenage Kicks". Dat je hierin nog een stap verder kunt gaan blijkt uit de samenwerking tussen de Belgische striptekenaar Brecht Evens en de Tilburgse band Sub. Sub maakt muziek die een beetje ligt in het straatje van wat de Fatal Flowers ooit deden, maar dan met een iets meer rootsy insteek. De bron van Vincent ligt in een song van Sub ("Wendy's Temple Bar" als ik het goed begrepen heb) en is in een periode van een paar jaar uitgegroeid tot én een cd én een stripalbum die beiden hetzelfde verhaal vertellen. Het verhaal van Vincent die na zijn voortgezet onderwijs te hebben afgerond naar Ierland trekt om te studeren. Daar bouwt hij binnen no-time een hechte vriendschap op met de Ierse Katie, maar die vriendschap ziet veranderen als hij bij toeval een bekende uit zijn geboortedorp tegenkomt die - u raadt het al - uiteindelijk wat met Katie krijgt. Verder vertel ik u niets over het verhaal, want anders heeft u er wellicht geen lol meer in om het boek en de cd (ook nog eens prachtig verpakt!) te kopen, te lezen en te beluisteren. Want dat moet u zeker doen: allebei kopen! Ik zou ze zelf nooit los van elkaar kopen als ik van het bestaan van beiden af zou weten - en dat weet u nu, ha! - , want het is een fijn ding om naar de liedjes van Sub te luisteren en tegelijkertijd te lezen in het boek van Evens.
File Under: Strip en melodie in harmonie
File Audio: [Hier]
HJ - HJ
Hoe vaak moet ik het nog zeggen: Maak een album of een concert niet te lang, maar haal het beste in je boven en doe het kort en krachtig. Dit levert meer tevredenheid op bij je publiek dan net over de grens te gaan. HJ (alias H.K.J. ten Dolle uit Nijmegen) tart echter mijn stelregel door bij nota bene zijn debuut al meer dan 55 minuten muziek uit te brengen. HJ lijkt zich hier echter zeer van bewust, want afwisselender kan werk van één man bijna niet zijn. Voor het gemak van de recensent is het er in de bijgesloten tekst zelfs per song vermeld. De veertien stuks gaan van singer-songwriterachtige nummers, naar surfliedjes, duistere industriële klankbeelden, een rocksong, een easy-tune en weer terug naar het popliedje. Dit alles is dan weer voorzien van Engelstalige teksten of er is juist voor een instrumentale begeleiding gekozen. Alle instrumenten worden gespeeld door één man HJ en daar neem ik mijn petje voor af. Op de hoes staan nog een aantal namen die de kenner bij beluistering zeker als inspiratiebron zal herkennen: Frank Zappa, Dick Dale, David Bowie, John Zorn, Art Pepper en Eric Dolphy. Het enige dat ik nog wil melden is dat ik hoop dat HJ de opvolger mag maken in een hoogstaande studio, want geluidstechnisch is het enige gebied waar nog eer te behalen valt. Verder subliem gedaan: het bewijs van mijn ongelijk of de uitzondering op de regel.
File Under: Een smaakvolle potpourri
VA - Stainless: Dutch Metalcore Compilation
Sommige cd's blijven lang op de stapel 'nog te doen' liggen. Soms heb ik het gewoon te druk om serieus naar muziek te luisteren en soms weet ik niet wat ik van een plaatje moet denken of schrijven. Dat laatste is het geval met Stainless, Dutch metalcore compilation. Zeven Nederlandse metalcore-bandjes hebben twee nummer geleverd voor deze compilatie en twee bands één nummer. De bands luisteren naar namen als When All Life Ends, Facewreck, Until we Bleed en Last Breath Denied. Dan weet u het wel! Het geheel is opgenomen tijdens het Roestvrij Festival in Waterfront, Rotterdam. De keuze van een live compilatie heeft tot gevolg dat de muzikale verschillen van de bands onderling niet zo goed uit verf komen, het geheel klinkt nogal dof. When All Life Ends en Drainlife trappen af. Veel gitaargeweld, hard, rauw. Mindscan zorgt voor een aardige afwisseling. De Rotterdammers wisselen hun grunts af met cleane vocals. De aanwezigheid van een vrouwelijke gitarist (en zangers) en bassist maken deze band in ieder geval al tot een buitenbeentje. Last Breath Denied en Return to Reason gaat vervolgens weer door met ongecompliceerde rauwe metalcore. Veel grunts, weinig melodieën. See My Solution doet het anders, meer cleane zang en ruimte voor een tempowisseling. Vooral het eerste nummer van de heren "New Born Witness" is erg sterk. Until We Bleed zorgt voor de screams op deze cd. En dat is ook wel lekker na al die grunts. Dominator zit weer meer in het straatje van When Life Ends en Drainlife. Tenslotte is het de beurt aan Facewreck. Ook hier weer beukende gitaren, maar Facewreck gunt de luisteraar ook af en toe een adempauze. De twee zangers komen zeker in "All that I Hate" goed tot hun recht. En ze zijn verstaanbaar. Stainless is een mooi overzicht van de Nederlandse Metalcore-scene van nu. Motherfuckers!
File Under: Voor liefhebbers van het hardere motherfucking werk
File Audio: Zie de websites van de bands
Rob Crow - Living Well
Het gaat zo te zien erg goed met Rob Crow, getuige het hoesje van zijn nieuwe solo-schijf. Getooid met een dikke baard, met een metalshirtje aan en een bak koffie in de hand staat hij voor zijn huis, waar hij dus ook deze plaat heeft opgenomen. Zijn vierde naar het schijnt. Alsof hij het al niet druk genoeg had met zijn andere bands, waarvan Pinback ongewijfeld de bekendste is. Dit stukje huisvlijt laat veertien compacte songs horen, waarin Crow zich overgeeft aan pakkende poprefreinen, hoekige gitaren en cryptische teksten, getuige een songtitel als "I Hate You, Rob Crow (album version)", die notabene verderop in een langere versie als single-edit te horen is (volgt u het nog?). Het ene moment als een Pinback-light, het andere lekker shoegazy zwevend vol gelaagde zang, en hier en daar zelfs herinnerend aan The Shins. Crow heeft in elk geval wel door hoe hij iets kort en pakkend kan houden. Op een enkele uitzondering na zit het grootste deel van de songs onder de drie minuten, met zes songs onder de twee minuten voor de statistici onder ons. Hoewel naar het eind toe een beetje eenvormig gebeurt er genoeg om de aandacht vast te houden, met een handvol uitschieters naar boven, zoals opener "Bam Bam", het prettig onderkoelde "Up" en het eerder genoemde "I Hate You, Rob Crow"-duo. Kortom, Rob Crow heeft het lekker voor elkaar en heeft daarom een relaxed plaatje in elkaar gezet.
File Under: Relaxt stukje huisvlijt
File Audio: [Well]











































