London Calling 2007 - Vrijdag
Verscheidenheid voert de boventoon op London Calling 2007
De ambivalentie is hoog bij uw recensent, deze vrijdagavond. Waar ik bij voorgaande edities van London Calling van tevoren al wel enkele bands kende, is het hier onbekendheid troef. Namen als The Twang, Kate Nash en The Wombats zeggen mij werkelijk helemaal niets; alleen The Long Blondes zijn enigszins bekend vanwege het airplayhitje "Once And Never Again". Ik ben dan ook vooral van plan mij te laten verrassen in de overvolle Paradiso. Dat komt helemaal in orde, want wat opvalt is de normaal nogal afwezige verscheidenheid.
Beehoover - The Sun Behind The Dustbin
Kijk, Voodooshock is een matige Duitse doom-stonerband. Niks bijzonders. Verder ook niet echt iets mis mee, maar ken dan wel je grenzen. De ritmesectie van Voodooshock kent die duidelijk niet. En dat is jammer, want nu zit ik er mee opgescheept. Beehoover noemt het bas&drums duo zich, en ze bestaan al heeeel lang, lang voordat ze bij Voodooshock gingen spelen. Het zal allemaal wel. Met zijn tweeën maken ze een mix van doom, vleugjes jazz(rock), krautrock (volgens eigen zeggen dan), Primus-achtige dingen en nog veel meer. Dat is me nogal wat. Dan moet je van goede huize komen om daar iets goeds van te maken. Muzikaal is het lang niet altijd slecht, er wordt aardig gespeeld en de gebruikte stijlen zijn best interessant hier en daar. Maar het gebrek aan goede, originele ideeën breekt de band op, evenals het te eendimensionale geluid van drums en bas en geen gitaar. Wat de plaat echter de nek omdraait is de erbarmelijke zang. Duits accent, vals, slechte zanglijnen: allemaal present. Daar kan geen goede muzikale bedoeling tegen op. The Sun Behind The Dustbin wordt dan ook al snel "the record in the dustbin".
File Under: Hier wordt Dennis niet vrolijk van
File Audio: "Yellow Mile]
Nightrage - A New Disease Is Born
In Nightrage hebben vooral in het verleden veel bekende muzikanten gezeten. Tegenwoordig zijn die allemaal wel weer zo'n beetje opgestapt, tenzij je medeoprichter en enig overgebleven origineel bandlid Marios Iliopoulos inmiddels ook al onder die catergorie mag scharen. Daar ben ik echter nog niet helemaal zeker van. Net zo min als ik er zeker van ben of A New Disease Is Born nou een goed album is of niet. Niet dat deze release nou veel anders klinkt dat zijn twee voorgangers, want ondanks de leegloop, lijkt er aan de sound van de band niet veel veranderd te zijn. Melodieuze, brutale en snelle deathmetal is opnieuw het resultaat. Hoogstens wat meer trash-invloeden deze keer en een beetje ruimte voor wat modernere elementen. Het probleem voor mij is dat er helemaal niets mis is met dit album. De productie is goed, het gitaarwerk zeer verzorgd en nergens is een valse noot te horen. Alles klink heel harmonieus, gladjes en gelikt en er is geen steekje laten vallen. Daardoor wordt het echter ook een beetje saai, voorspelbaar en nimmer verrassend. Het blijft gewoon niet hangen. Tuurlijk staan er wel een paar aardige nummers op zoals "Detah-like Silence", "Scars Of The Past" en "Drone" maar dat neemt niet weg dat de rest een beetje langs mij heen gaat. Slecht dus zeker niet, maar een topper kan ik er niet van maken.
File Under: Melodieuze deathmetal
Hauschka - Versions Of The Prepared Piano
Ik zie het u denken terwijl u de titel van dit stukje leest: 'Huh, alweer Hauschka, die hebben we hier zopas toch al gehad?' Klopt, heeft u helemaal gelijk in. Uw oplettende lezen wordt alom gewaardeerd, dat u dit even weet. Versions Of The Prepared Piano is echter niet alweer een cd met nieuwe experimenten van Hauschka's meesterbrein Volker Bertelmann, dit is een cd waarop liedjes van Hauschka onder handen worden genomen door voornamelijk bevriende artiesten van Bertelmann. Onder anderen Barbara Morgenstern en Tarwater maakten met grote graagte gebruik van de uitnodiging om de songs van Hauschka's Prepared Piano naar hun hand te zetten. Interessant is dat meerdere artiesten ervoor kozen hetzelfde liedje te verbouwen. Zo kozen Eglantine Gouzy, Wechsel Graland en Tarwater er (onafhankelijk van elkaar?) voor om "Two Stones" te voorzien van een tekst waardoor het nummer onder de titel "Mr. Spoon", "Es Waren Einmal" of "World of Things To Touch" linea recta een nachtclubpodium op kan. Blijkbaar zat dit gewoon al in het repeterende pianopatroon van het oorspronkelijke - mooie! - nummer gebakken. Niet alle artiesten voegen overigens tekst toe aan de nummers. Nobukazu Takemura vond bijvoorbeeld dat "Kein Wort" wel een likje glitch kon gebruiken; ik ben wat minder van deze noodzaak. Dan hoor ik liever de contrabas die Takeo Toyama combineert met hetzelfde nummer en het "Kotoba Naku" doopt. Al met al levert dit project interessante visies op dit toch al boeiende album van Bertelmann op, waarbij het af en toe lastig kiezen is tussen het origineel en de verbouwing. Om maar een dooddoener van stal te halen: je moet ze gewoon allebei in je bezit hebben...
File Under: De pianoverbouwer (meestal) smaakvol verbouwd.
Chris Caffery - Pins and Needles
Er zijn er paar bands waarvan ik het betreur dat ik ze nooit live heb kunnen zien. Een van die bands is Savatage. Eén keer had ik zelfs een kaartje en werd het concert een dag tevoren afgezegd vanwege een handblessure van gitarist Al Pitrelli. Sinds 2005 is het echter ijzig stil rond Savatage. Songschrijver, producer én eigenaar van de naam Paul O'Neill lijkt alleen nog interesse te hebben voor het Trans-Siberian Orchestra. We moeten het daarom doen met solowerk van de heren van Savatage, zoals dit Pins And Needles, het derde album van Chris Caffery. Anders dan zijn eerste album is dit een album vol snoeiharde beukers. Intelligente beukers, dat wel, maar er wordt zelden gas teruggenomen. En dat is meteen de makke van Pins And Needles. Begrijp me niet verkeerd, het blijft zeer intelligente powermetal van begin tot eind - al had de saxofoonsolo (!) in "Worms" voor mij niet gehoeven -, maar zeker als je de laatste songs op het album in ogenschouw neemt had het stukken gevarieerder gekund. "Metal Fist" voert je terug naar de beste Savatagedagen terwijl "Qualdio" bijvoorbeeld een fraai ingetogen instrumentaaltje is. Alleen al een afwisselender volgorde had dit album een stuk beter gemaakt. Nog altijd is het topklasse powermetal, maar ik blijf desondanks achter met het gevoel dat het beter had gekund. En nog steeds blijf ik verlangen naar nieuw werk van Savatage.
File Under: Teleurstellende topklasse
File Audio: ["Pins And Needles" op Cafferyspace]
Mintzkov - 360 Degrees
Als je een draai van driehonderdzestig graden maakt, zou je uiteindelijk weer op hetzelfde punt terug moeten komen. Althans, in theorie. Want dat Mintzkov (tegenwoordig zonder Luna) met haar tweede plaat 360 Degrees een draai heeft gemaakt staat buiten kijf. Mintzkov heefft vooral meer haast dan op haar veel geprezen debuut M For Means And L For Love. Liefhebbers die op zoek zijn naar nummers als "Sleep Until Noon" of "I Take Notes" zullen teleurgesteld zijn; slechts "Miles Ahead", dat zich eenvoudig kan meten met het beste werk op de laatste dEUS-plaat Pocket Revolution, refereert nog aan de rustige kant van de Antwerpse band. Het nummer, precies op de helft van de tracklist, lijkt bijna verdwaald tussen de wervelstorm die Mintzkov op de andere tien nummers laat horen. Dat is ook meteen de makke van 360 Degrees: de nummers zijn op zich stuk voor stuk prima te verteren, maar als geheel doet het wat eenzijdig aan. De eerste zes songs, tot en met het eerder genoemde "Miles Ahead", zijn dan ook het beste deel van de plaat. Songs als "Return And Smile" en "Ruby Red", waarop bassiste Lies Lorquet met haar backing vocals nadrukkelijk op de achtergrond treedt, schreeuwen om een repeatknop. Het tweede deel van de tracklist doet echter een stuk minder urgent aan, en dat is jammer. Iets meer variatie had deze plaat tot een ware klassieker gemaakt. Aan de andere kant blijf je je afvragen hoe Vlaanderen het toch keer op keer weer voor elkaar krijgt om zulke uitstekende indierockbands voort te brengen. Daar mogen wij als Hollanders best jaloers op zijn.
File Under: De maansverduistering neemt slechts een toefje glans weg
File Audio: MySpace
Electric Orange - Platte
Het strakke oranje artwork deed me al aan het album van Nick Rossi Set denken en toen had ik de Hammondspeler nog over het hoofd gezien. Platte is een re-release, het verscheen eerst alleen op vinyl. Kant a bestond destijds waarschijnlijk uit één lang nummer, met de curieuze titel "Kwark". Het kwartet uit Aken zet onmiddellijk een eenvoudige groove neer, in eerste instantie bestaande uit een sissende snare-drum en koude bass-drum en natuurlijk het orgel. In popliedjes vind ik orgels wel lief, maar als solo-instrument heeft het gevaarte niet mijn voorkeur. Ik probeerde dus wat op de gitarist te focussen, die helaas op de achtergrond blijft. Zijn funky spel verdiende beter, waardoor hij na een tijdje dan ook als een baby (die liever melk wil?) begint te jammeren. Het is krautrock dus de intensiteit wordt langzaam opgevoerd en na zestien van de twintig minuten begint de trip wel te werken. Toch bevalt kant b, dat uit twee kortere stukken bestaat, me beter en dat zonder hypnose-technieken. Een "Holzbock" hoort vast niet in de jungle thuis, maar die monsterlijke beat zeker wel. Hier werken gitarist en organist een stuk beter samen door hun instrumenten agressief te laten grommen in een woeste dans. Het (oorspronkelijke) slotstuk "Columb" gaat daar nog overheen door juist een futuristische stad op te zoeken. Gruizig industriële geluiden en ijle orgeltonen voor een science-fiction soundtrack. De rustigere bonustracks laat ik aan de liefhebber en/of de muzikale omnivoor die 'ns iets heel vreemds wil proberen.
File Under: Zo hoor je nog 'ns wat
File Audio: [Orange-Space]
Tracey Thorn - Out of the Woods
Het is al ruim tien jaar geleden dat "Missing" van Everything But The Girl een hit was in Nederland, waarna in 1999 nog Temperamental verscheen, maar het daarna angstvallig stil bleef rond de band van Ben Watt en Tracey Thorn. Daarvoor brachten ze sinds 1984 toch wel bijna om het jaar een cd uit, waarbij ze geleidelijk aan steeds meer invloeden uit allerlei hoeken van de dance/elektronica in hun geluid verwerkten. Ze zijn niet uit elkaar hoor, sterker nog ze hebben naar het schijnt zelfs samen een gezinnetje gesticht. Het begon bij Tracey toch te kriebelen om wat naast het kindergebeuren te doen. Out of the Woods is hiervan het resultaat. Ze maakte deze samen met onder anderen Ewan Pearson. Het is niet Tracey's eerste solo-cd, ergens begin jaren tachtig maakte ze met al eens een solo-ep-tje (A Distant Shore, overigens nog steeds te koop). Out Of The Woods is geen verrassende plaat geworden in de zin van een breuk met het geluid van Everything But The Girl. Daarvoor is Tracey's stem veel te karakteristiek. Geinig is wel dat Thorn qua songmateriaal ook teruggrijpt naar het geluid waarmee Everything But The Girl halverwege de jaren tachtig doorbrak, dus kalere akoestische liedjes. Misschien dat daarin haar stem stiekem wel beter tot haar recht komt. Het maakt dat de afwisseling op Out of the Woods behoorlijk is en dat komt het totaalplaatje absoluut ten goede.
File Under: Juist wel het meisje.
File Audio: [Even zoeken in het Flash-bos]
File Video: [It's All True]
File Audio:[Ruimte voor het meisje]
Aeon Spoke - Aeon Spoke
In 1993 werd de metalwereld verrast door de debuutplaat van het uit Florida afkomstige Cynic, getiteld Focus. Hoogstaande technische avant-deathmetal met vervormde robotzang, grunts, gruwelijke drums en uitstapjes naar King Crimson-textuurtjes en rasechte fusion-improvisaties. Ik raakte helemaal verslingerd aan die plaat en heb hem in de loop der jaren helemaal aan flarden gedraaid (zo erg dat ik hem zelfs een tweede keer heb moeten aaschaffen). Helaas was Cynic geen lang leven beschoren en viel de band in 1996 uit elkaar. De afzonderlijke leden kwamen we af en toe nog wel eens tegen in een gastrol op andermans platen, maar echt vreselijk actief leken ze niet. Tot nu dan, want in dit Aeon Spoke komen we meteen twee sleutelleden van Cynic tegen, te weten gitarist/zanger Paul Masvidal en drummonster Sean Reinert. Maar verwacht op deze plaat geen avant-toestanden, laat staan metal. Aeon Spoke maakt esoterische, licht progressieve poprock die nog het meest weg heeft van bedachtzame bands als Blackfield, Porcupine Tree, Coldplay en een iets kalmer The Fire Theft. Cleane gitaren, licht progressieve structuren, nadruk op de zang, dat soort werk. En helemaal niet slecht, hoewel ook weer niet hemelbestormend goed, een niveautje Porcupine Tree halen ze zeker niet. Maar met dit debuut kan Aeon Spoke in elk geval met een gerust hart gaan werken aan een verdere uitbouw van hun toekomst. De heren Masvidal en Reinert gaan het overigens binnenkort druk krijgen want deze zomer doet Cynic een reünie-toernee waarmee ze een groot aantal Europese metalfestivals gaan aandoen.
File Under: Esoterische, licht progressieve poprock
File Audio: [Aeon Spoke]
Sia - Lady Croissant
Ik ben heus niet zo'n duister persoon dat ik er obsessief mee bezig ben hoor. Maar als ik ermee word geconfronteerd, denk ik er toch even over na. Daarnaast is er geen forum voor muzieknerds te vinden waar je het draadje 'welke muziek moeten ze draaien op jouw begrafenis/crematie?' nu eens niet zou tegenkomen. Ik ben van het type dat iedere dag wel een ander lijstje in zo'n draadje zou kunnen posten. Dat zou wel eens een hele lange zit kunnen worden, straks. Toch bedacht ik me onlangs dat ik het van een liedje wèl zeker weet. De ironie wil dat "Breathe Me" tevens voor velen onlosmakelijk is verbonden aan de begrafenisonderneming-serie Six Feet Under. Voor Sia Furler betekende het gebruik van haar liedje onder de allerlaatste scène van die serie alsnog erkenning voor haar schromelijk over het hoofd geziene tweede soloplaat. Sia is namelijk veel meer dan slechts het lachebekje van Zero 7. Solo is ze naar mijn bescheiden maar overtuigde mening zelfs vele malen boeiender. Als appetizer voor het later dit jaar te verschijnen derde album smaakt Lady Croissant, een mini livealbum zonder al te veel poespas, in ieder geval prima. Naast het veelbelovende nieuwe studionummer "Pictures", een gloedvolle cover van "I Go To Sleep" (The Pretenders) en wat goed gekozen solo- en Zero 7-materiaal komt uiteraard een zinderende versie van "Breathe Me" voorbij. Dat was dus het moment dat ik het zeker wist.
File Under: Engeltjes bestaan nog steeds
File My Space: [Yep, inclusief "Breathe Me"- youtubeje]
The Suicidal Birds - Versus Life
"Wat een gekrijs," zegt mijn vriendin tegen me. "Dit zijn The Suicidal Birds," antwoord ik verontwaardigd. "Oh ja, die twee Friese meiden" krijg ik als lauwe reactie terug. Het is meteen duidelijk: van deze vogels houd je wel of houd je niet. Was er door de release van de nieuwe The Stooges -album al reden om de oude Stooges -albums weer eens van stal te halen, nu rende ik na Versus Life diverse malen beluisterd te hebben naar de platenkast om de eerste van The Pretenders weer eens te draaien. De reactie lijkt me wel te verklaren, want de Birds maken garageblues waarbij het vrouwelijke schreeuwzingen van Jesse veel aandacht vraagt. Muzikaal is het echter veel ruiger dan Chrissie Hynde muzikaal gesproken ooit was. Versus Life is de tweede release. De eerste speelde Jessie alleen in. Voor de live-optredens was er aanvankelijk een band, maar alleen Chad (bas / zang) mocht blijven. De drummachine mocht het slagwerk gaan doen. Met z'n drieën namen ze Versus Life op, dat een logische voortzetting is van het eerste (officiële) album. "No," mag dan in veel titels voorkomen, maar met een album vol met pakkende energieke songs lijkt de koers definitief bepaald. Ik denk dat negen van de tien Nederlanders dit vreselijk vindt, maar als je van vuige gitaarherrie houdt dan is dit ongetwijfeld helemaal je ding. "No Summer" lijkt mij nu al de alternatieve zomerhit. Er is nu echter eerst nog de lente, en het eerste kievitsei ligt voor mij.
File Under: Dirty birds
File Audio: [My Space]
America - Here & Now
Als in een popquiz een rondje met landennamen of dieren zit, dan kun je er vergif op innemen dat America's "A Horse With No Name" langskomt. Deze overbekende Arbeidsvitaminen-klassieker is verreweg het bekendste nummer van America, maar terwijl ik de tweede cd van hun nieuwe dubbel-cd Here & Now draai neurie ik - ja, America is meeneuriemuziek, dat is het bij uitstek! - toch wel vaker een liedje mee dan ik verwacht had. Blijkbaar heb ik nummers als "Ventura Highway" en "Sister Golden Hair" toch ergens opgepikt. Gerry Beckley en Dewey Bunnell staan nog behoorlijk hun mannetje, maar je hoort vooral aan hun stemmen dat ze ouder geworden zijn. Die zijn live namelijk niet meer zo kraakhelder als vroeger, al klinken de harmonieën van tijd tot tijd nog behoorlijk goed. Best een slimme zet om een dubbel-cd uit te brengen met op de ene cd nieuw werk en de andere zongerijpte live-versies van je klassiekers. Het kon namelijk zo maar eens zijn dat America een vers, jong (en vooral ook onwetend) publiek aanboort met deze cd. Ze krijgen namelijk hulp van nogal wat hip volk: Ryan Adams, Ben Kweller, twee Nada Surfers, twee My Morning Jacket-leden en niet te vergeten James Iha (Smashing Pumpkins) en Fountains of Wayne's Adam Schlesinger, die samen ook de productie voor hun rekening nemen. Dus America zal wel hip en alternatief klinken nu met al die jonge gasten? Haha, wat denk je nou zelf? America klinkt nog steeds zoals ze op je trommelvlies gebrand staat. Zelfs als ze een nummer schrijven uit de pen van anderen (zowel Jim James, de Nada Surf-mannen, Adam Schlesinger als Ryan Adams schreven mee) verandert er weinig. Het blijft smoothem tot in de puntjes verzorgde westcoastpop met een prominente rol voor ragfijne koortjes en zacht aangeslagen gitaren. Van die typische muziek waarbij automatisch zonnige lentedagen aanbreken en de koelkast plotsklaps gevuld is met witbier. U hoort mij niet klagen over het weer hoor, maar na zes witbier ben ik daar meestal ook wel klaar mee.
File Under: Een sixpack witbier is ook teveel van het goede (voor mij).
File Video: [Making of...]
File Audio: [USA]
De Nieuwe Vrolijkheid - Blood on the Floor
Mijn lief speelde in Noordwijk en ik was mee, want wat moet ik er anders. We moesten nog eten en dat deden we backstage, maar backstage was hier een ruimte waarin normaal een goed behobbyde Noordwijker een rommelwinkeltje runde. Kundig afgescheiden met dekens, doeken én Heras Hekwerk van de tafels waaraan wij samen met De Nieuwe Vrolijkheid aten. Jonge, aardige mensen, die zelfs in een slecht gevulde zaal in Noordwijk, waar het geluid ook niet al te best was een memorabel optreden gaven. Memorabel omdat het de eerste keer was dat ik de band live zag, ik danig onder de indruk was en merkte dat ik blij was met deze nieuwe vrolijkheid. Niet alleen was ik gecharmeerd van het instrumentarium: Vincent speelde bas met de voeten om zijn handen vol te hebben aan percussie, saxofoon en toetsen en te zingen, te schreeuwen af en toe, als dat nodig was, Natasha speelde gitaar en toetsen en zong, Pim de Drummer drumde natuurlijk en de graag geziene gast die trombone speelde was er ook. Ook zag ik de rock'n'roll zo van de eettafel het podium op stappen, zonder kapsones, gewoon om muziek te maken, soms alsof het leven er vanaf hing. Muziek die het midden hield tussen melodieuze indiepop en noiserock. Op Blood on the Floor, het album dat na het uiteenvallen van de band gelukkig tóch nog verscheen, hoor ik al deze elementen terug en denk ik aan dat optreden in Noordwijk, dat zo goed was, dat ik blij ben dat de cd er is, omdat het voor mij het document is dat bewijst dat er zo nu en dan een heel erg goed Nederlands bandje bestaat. Hopen dat Appie Kim, de band die Natasha oprichtte nadat De Nieuwe Vrolijkheid uit elkaar ging, de rock'n'roll zal blijven brengen die De Nieuwe Vrolijkheid met deze plaat gebracht heeft.
File Under: De beste Nederlandse rock'n'roll van 2006, u gebracht in 2007
File Audio: [Hier is alleen nog "This is how I say goodbye" te vinden...]
Bryan Ferry - Dylanesque
Wat het oordeel over deze Bob Dylan-coverplaat ook zijn mag, één prijs is binnen: de lelijkste hoes van het jaar. Een net iets te jeugdige Bryan Ferry staat in een rare houding voor een namaak psychedelische achtergrond. Gelukkig zit in deze lelijke verpakking een prima plaat. In de jaren tachtig (ook niet Bob Dylan's sterkste periode) verwerd Bryan Ferry tot een icoon van geliktheid. Ongetwijfeld draagt hij nog steeds maatpakken, maar zijn stem heeft een rauwheid en diepgang gekregen die ook Dylan's stem meer en meer uitdraagt. Bob Dylan is overigens nooit ver weg geweest in het repertoire van Bryan Ferry. Eerder al coverde hij "A Hard Rain's Gonna Fall" en voor een BBC-sessie zong hij nog een handvol klassiekers. Maar een compleet album aan één artiest wijden en helemaal wanneer die ene artiest de al bijna kapot gecoverde Bob Dylan is, iemand die met zijn laatste paar platen zijn eigen carrière weer een prachtige impuls geeft, is gevaarlijk. De keuzes die Bryan Ferry maakt spreken in zijn voordeel: naast geijkte klassiekers ("The Times They Are A-Changing", "Knockin' On Heaven's Door" en "All Along The Watchtower") staan er een aantal niet zo voor de hand liggende songs op Dylanesque. "Make You Feel My Love" klinkt bijna even oprecht als het origineel en "Simple Twist of Faith" alsof het uit de losse pols gespeeld wordt. Wat je ook vindt van Bryan Ferry, Dylanesque had een fikse uitglijder kunnen zijn, maar is zowaar een prima plaat geworden. Alleen jammer van die volkomen mislukte hoes.
File Under: Minor legend groet major legend
Solo - Selection
Voor wie de derde Lord of the Rings-film gezien heeft, zal het bekend voorkomen: die lange, engelachtige blikken tussen Sam en Frodo. De kijkers die op flitsende actie kicken, raakten er gans kriegel van. Toch is wat ermee wordt uitgedrukt iets heiligs: pure vriendschap. En ik prijs mezelf gelukkig dat ik die blik ken. "Ik ben blij dat je er even voor me was", dat wil het zeggen. Nadat iemand je nodig had, op het moment dat de wereld compleet kon verrekken. Maar ook gewoon even na een vriendelijk woord. Aan die blik doen J Perkin en Simon Gitsels, alias Solo, me denken op hun nieuwste cd Selection. Die is namelijk voor vrienden onder elkaar. Het is een verzameling van negen oudere liedjes, waaronder Solo's állermooiste, maar dan akoestisch uitgevoerd, zonder enige aankleding of opnamedruk. Op Selection ligt het er allemaal niet zo dik bovenop en daarom is het op slag Solo's intiemste en beste release ooit. Puurder, directer en geloofwaardiger kan Solo niet. Bovendien vervult deze cd een ouwe stille wens van me, namelijk dat al dat godvergeten lawaaiige marktvolk eens zou oprotten bij Solo's live-optredens. Echt, ik ben heel erg dankbaar voor Selection. Je zou me moeten zien.
File Under: Ja, zó mooi zou Solo altijd moeten zijn...
Alex Gopher
"Aan Super Discount 3 beginnen we pas als die plaat van Justice uit is"
Het borrelt en bruist in Parijs. Op een steenworp afstand van het huis in Montmartre (Parijs) waar Alex Gopher met zijn vrouw en twee zoontjes woont, staan twee muziekstudio's. Die studio's deelt hij samen met Etienne de Crécy. Beide maken en produceren ze er dagelijks muziek, voor zichzelf en voor andere muzikanten.
Alex Latrobe, zoals Gopher in het echt heet, is een gevierde producer. De afgelopen jaren bracht hij talloze technotracks op vinyl uit. Des te opmerkelijker dat hij voor zijn tweede album teruggreep naar de gitaar. "Ik wilde nu eens gewoon een echt liedjesalbum maken. Maar dan wel een beetje experimenteel, en met een elektronisch gevoel."
Lees verder..The Higher / The Locust
Ik houd er van dat dingen duidelijk zijn. Daarom was ik altijd blij met releases van Epitaph. Met het logo van Epitaph erop wist je wel ongeveer wat je, binnen bepaalde grenzen natuurlijk, kon wachten qua geluid en (ook een pluspunt) het zijn kwalitatief gezien eigenlijk altijd hoogstaande producties. Maar na het horen van On Fire, de eerste release op Epitaph van The Higher viel me de bek wagenwijd open. Daarna moest ik echt heel, heel hard lachen. En ik niet alleen, mijn kamergenoot rolde ook zo ongeveer over de vloer bij het horen van deze poppy troep. Goed, ik snap best dat jonge bandjes als Panic! At The Disco (hell, ik vind ze zelfs wel koel!) extreem populair zijn op dit moment en een garantie zijn voor verkopen, maar dat is toch geen reden voor 'ons' Epitaph om ook op deze trein te willen springen? Zonder dollen, ze maken zich echt volkomen belachelijk met deze release. Hoe The Higher klinkt? Nou, als de slechte liedjes van Hanson, gespeeld door een ijverig werkende Panic! At The Disco-coverband. Inderdaad, verschrikkelijk, maar de meisjes zullen het wel weer fantastisch vinden. Ik zou degene die dit getekend heeft per direct ontslaan.
Nee, doe mij dan maar de andere signing die ANTI, het sublabel van Epitaph gedaan heeft (in Amerika al eerder, maar dat doet er even niet toe). Dat is ook een zeer opmerkelijke namelijk, maar wel een waar ik wél blij van word. Waar ANTI voorheen vooral bekend stond om hun gedistingeerde smaak op het gebied van popmuziek (Jolie Holland, Tom Waits, The Frames, Danny Cohen om er maar een paar te noemen) met wat uitstapjes naar hiphop (de uitstekende Sage Francis) en de smaakvolle soul van Mavis Staples, tekenen ze nu zomaar The Locust. Als ik je vertel dat deze mannen voorheen deel uit maakten van het rariteitenkabinet van Mike Patton's Ipecac-label en wedijverden met the Fantômas om een kusje van de juffrouw omdat ze het meest buitenste beentje waren (in de goede zin van het woord), dan weet je wel dat je extreme muziek te wachten staat. En extreem geschikt om de hele vieze smaak van de kindermuziek van The Higher weg te spoelen. New Erections is het logische vervolg op voorganger Safety Second, Body Last: niets logisch aan dus. Drieëntwintig minuten spast-core van de bovenste plank. Misschien een héél klein beetje meer gestroomlijnd dan voorheen, maar nog steeds knotsgek. En dat is maar goed ook, want ik houd ervan als dingen duidelijk zijn.
File Under: In vuur en vlam, mijn reet
File Audio: [Insurance?][Weapons Wired]
File Video: [Insurance]
File Audio: [Zeg niet dat je niet gewaarschuwd bent]
File: The Locust - New Erections
File Under: Wilt u uw vieze smaak wegspoelen, bel The Locust.
File Audio:[We Have Reached an Official Verdict: Nobody Gives a Shit en Slum Service (Served on the Sly)]
File Audio: [Uw medicijn]
Naked Lunch - This Atom Heart Of Ours
Ik vind reizen heel leuk maar ik doe het niet zo vaak, gewoon eenmaal per jaar zoals zo veel andere mensen ook doen. In de afgelopen jaren heb ik paar leuke landen bezocht, waarvan Zuid Afrika wel de meeste indruk heeft gemaakt. Er zijn echter nog heel veel landen die ik de komende jaren wil bezoeken. Daarnaast zijn er een paar landen die me helemaal niet interessant lijken. Oostenrijk is een van die landen. Het is misschien helemaal onterecht maar om de een of andere reden trekt dat land me absoluut niet en ik heb het tot nu toe ook niet nodig gevonden om iets over dat land te lezen. Ik had dan ook nog nooit nagedacht over Oostenrijkse popmuziek en ik wist ook niet dat er in Klagenfurt een band met de naam Naked Lunch bestond. En ze bestaan al een tijdje want dit trio heeft inmiddels al vijf albums en een handvol singles en ep's uitgebracht. This Atom Heart Of Ours is hun nieuwste productie. Op die cd staan een paar leuke songs, maar het is toch niet genoeg om mijn kleine vooroordelen over Oostenrijk en Oostenrijkers weg te nemen. De band is niet erg origineel, dat zie je al aan de naam van de band (een bekend boek van William S. Burroughs), de titel van het album (een stukje Pink Floyd) en op de foto op de hoes staat (denk ik) gewoon een Oostenrijkse berg. Ik weet dat er niet zo heel veel echt originele bands bestaan, maar de drie heren hadden wel iets meer hun best kunnen doen. Naked Lunch heeft soms wel iets weg van Flaming Lips, Mercury Rev met een vleugje Notwist en dat vind ik eigenlijk alledrie prima bands. Het titelnummer is toch een prima song en dat geldt in feite ook voor de volgende twee tracks. "Military of the Heart" is het beste nummer van de cd en "My Country Girl" begint misschien wel wat gewoontjes, maar het eindigt lekker spannend. Na die drie nummers zakt het enigszins in en dat betekent dat er niet zo heel veel overblijft. Het laatste nummer hebben ze "In The End" genoemd en ook dat zegt iets over de originaliteit van Naked Lunch.
File Under: In The Dark
File Audio: [My Naked Lunch Space]
IV Thieves - If We Can't Escape My Pretty
Gij zult niet stelen is één van de tien geboden. Iets waar platenmaatschappijen graag aan refereert als het om het onwettig downloaden van muziek gaat, maar als het om het kopiëren van muzikale stijlen gaat dan heb ik hier nog nooit enige kritische wanklank uit die hoek gehoord. Als ik dan één van de grote namen uit het Britpop-verleden Noel Gallagher van Oasis als aanbeveling tegenkom bij het debuutalbum van IV Thieves dan is hij toch wel een heel grote dief. Toch leverde dit vooral in het begin zeer geslaagde albums op die ook bij popcritici erg gewaardeerd werden. De Britpophausse was echter na een aantal jaren weer passé, maar is nu weer bezig aan een comeback. Eén van de bands die boven komt drijven is
het uit Nottingham afkomstige IV Thieves. Je zou ze al kunnen kennen onder een andere naam, namelijk Nic Armstrong dat later weer veranderd werd in Nic Armstrong & The Thieves. IV Thieves, zoals ze nu dus heten, brengt gitaarliedjes waar goed geleend is uit allerlei hoeken. Uiteraard zijn er connecties te maken met Oasis (en dus The Beatles), maar net zo goed met Muse , Pink Floyd, The Kinks, The Clash of Led Zeppelin. Aan de songs valt op dat ze direct zijn zonder overbodige opsmuk. De twaalf songs zijn niet vernieuwend, maar als totaal zeker geslaagd. Gij zult niet stelen. Ach, het is maar hoe je stelen definieert.
File Under: Stelen bij daglicht
File Audio: [IV Thieves]
File Video: [You Can't Love What You Don't Understand]
Marc Ford - Weary and Wired
Marc Ford werd het bekendst als gitarist van de Black Crowes, maar na zijn onvrijwillige vertrek door drugsproblemen en de ontwenning daarna zat Ford niet om werk verlegen. Zo zat hij onder andere in de band van Ben Harper en bracht hij in eigen beheer een solo-album uit. In eerste instantie deed hij mee aan de reünie van de Black Crowes, maar vlak voor de tour trok hij zich terug - deze keer omdat hij juist zelf geen zin had om weer in drugsgebruik te vervallen met zijn oude band. In plaats daarvan nam hij met onder andere zijn vroegere maatjes van Burning Tree en zijn zoon Elijah een nieuw solo-album op, Weary And Wired. Ford klinkt daarop allesbehalve vermoeid en opgefokt. Integendeel. Het album heeft een lekkere mix van laidback Youngsiaanse countryblues, Tom Petty-achtige uptempo gitaarsongs en feestelijke rythm and blues. En daarmee zijn niet eens alle stijlen benoemd. Het risico zou levensgroot zijn dat het daarmee een allegaartje zou worden, ware het niet dat Ford's lome gitaarchops en zijn messcherpe slidegitaarspel ("Smoke Signals" en het instrumentale "Greazy Chicken"!) de rode draad op dit album vormen. Ford heeft een wat dunne stem en zingt ook wat rustiger dan zijn voormalige Black Crowes-kompaan Chris Robinson, maar de overeenkomst in zanglijnen is soms opmerkelijk. Maar bovenal laat Ford hier horen zich moeiteloos op eigen kracht te handhaven. De beslissing om voor zijn gezondheid te kiezen in plaats van voor het geld van de heropgerichte Black Crowes getuigt al van een sterk karakter, dit album is daarbij een passende bekroning. De Crowes zullen Ford meer missen dan Ford de Crowes.
File Under: Dope heeft 'ie niet nodig en de Crowes ook niet
File Audio: [FordSpace]
Motek - Motek
Het gebeurt de laatste jaren nog maar zelden dat ik langere tijd alleen in de auto zit. Als ik rij, dan is er altijd wel een deel van ons gezin dat me vergezelt. Het maakt dat ik niet een van de dingen kan doen die ik graag doe: heel hard muziek draaien in de auto. Ik vind het zo'n fijn gevoel om omringd (leve de vier speakers in onze witte jap!) te zijn door harde muziek. Gisteren had ik weer eens het genoegen twee van zulke fijne uurtjes te hebben op weg van en naar het magistrale concert van Anna Ternheim in Roepaen (wat een prachtlocatie!). Ik had de motor nog maar net gestart of ik schroefde het volume op. In de cd-speler had ik een plekje gereserveerd voor de Belgische post-rockers van Motek. Nou ben ook ik de laatste tijd wel aardig klaar met al die Explosions in the Sky-naar-de-kroonstekers, deze zuiderburen leveren met hun titelloze debuut toch wel een steengoede post-rock-cd af die niet te negeren valt. Ja, inderdaad met twee gitaren, bas en drums is het een standaard line-up, maar ze gebruiken ook flink wat sober en onschuldig (dat wel) toetsenwerk. Het is dan ook fijn om door de piano's en de rust van "Maybe I'll Go Home" omgeven te worden als je met de zon in je gezicht de snelweg op draait en met het invallen van de gitaren langzaam naar de 120 optrekt. Net zoals het prettig is om cool en collected Jan de zondagsrijder, die sloom 100 tuft op de rechterbaan, in te rekenen als "De Vlucht" na ruim twee minuten het tempo opschroeft. Het mooiste nummer van deze cd zit echter verderop. Dat is "I Am Your Son". Ik hoor het als ik de A50 verwissel voor de A73, de te nemen bocht sluit naadloos aan op de muziek. (Of doe ik het erom?) Live gebruikt Motek veel visuals en dat verbaast me niets, nu creëer ik ze zelf, maar een concert in je auto da's net iets te veel van het goede.
File Under: post-rockers die mogen blijven.
Regina Spektor - Begin To Hope
Ik blijf maar bezig met het ontdekken van nieuwe muziek. Nuja, muziek die voor mij nieuw is. Zo struikelde ik enkele maanden terug over Regina Spektor, die met het nummer "On The Radio" opdook in een aflevering van Grey's Anatomy (jaha, ik ben een wijf). Iets verder zoeken op Wikipedia leverde de wetenschap op dat Spektor met Begin To Hope, waar "On The Radio" van afkomstig is, al aan haar vijfde studioplaat toe is. Even schaamde ik mij diep, maar vervolgens had ik alleen nog maar oor voor het prachtige plaatje dat Begin To Hope is. Spektor, een in Moskou geboren New Yorkse, is namelijk een geweldige songschrijfster. Als we Regina Spektor in Hints-termen uit moeten drukken, duiken al snel logische namen als Kate Bush en Joni Mitchell op, terwijl op de pianostukken ook Fiona Apple en Tori Amos niet ver weg zijn. Qua thematiek ligt het een stuk moeilijker. Ik ben er in ieder geval nog niet achter hoe ik dromen over orka's en uilen, de lange solo in November Rain, mensen die wonen in luciferdoosjes en het lezen van consumenteninformatie op cornflakedozen via een rode lijn met elkaar moet verbinden. Spektor zingt er in ieder geval wel over, en over nog veel meer moois dat aan haar ongetwijfeld riante inbeeldingsvermogen is ontsproten. Begrijpen doe ik het lang niet altijd, maar ik ben niet iemand om daar zwaar aan te tillen. Want zolang Regina Spektor een liedje als "Field Below" kan schrijven en mij daarmee iedere keer weer bijna tot tranen weet te ontroeren, vind ik alles best. Mijn jaarlijst heeft in ieder geval zijn voorlopige nummer een.
File Under: Een schijfje hoop
File Audio: MySpace
Arve Henriksen - Strjon
Soms zijn er van die albums waar je alleen maar stil van kan worden. Kritische kanttekeningen blijven geen moment plakken op het canvas, simpelweg omdat de muzikale pracht als een eersteklas teflonlaag fungeert voor elk spoortje negativiteit. Arve Henriksen uit Noorwegen - in het dagelijks leven lid van Supersilent, het superieure improvkwartet - maakt het helemaal waar op zijn derde album Strjon. De trompettist/zanger/drummer/elektronicafreak Henriksen doet het hier samen met Deathprod a.k.a. Helge Sten (ook lid van Supersilent, en producer van o.a. Susanna and the Magical Orchestra en The White Birch). Dit heeft er veel meer dan op zijn eerste twee albums toe geleid dat Strjon klinkt als een minimale, rustige en meditatieve versie van Supersilent. Sten zorgt voor het onderkoelde geluid en de dronende ondergrond, terwijl Henriksen zijn warme lyriek vooral via zijn typische, gedempte trompetgeluid naar buiten laat komen. Waar zijn vorige twee albums nog wel eens de gladde kant op gingen door de (te) smoothe producties en niet altijd even spannende melodieën, is het geluid op Strjon volledig in balans. Het evenwicht tussen warm en koud, hard en zacht, glad en ruw is werkelijk perfect. En of het dan tot ons komt via ambient, gemuteerde jazz of modern gecomponeerd doet helemaal niets ter zake. Duisternis, melancholie en hoop strijden een intense en prachtige strijd, en op het laatst is er maar één winnaar: de luisteraar. De eenheid en sereniteit die Henriksen op Strjon tentoonspreidt is duizelingwekkend mooi. Niet van deze wereld.
File Under: Niet van deze wereld, zo mooi.
Booster - Mood For Speed
Zonder één noot van de band gehoord te hebben liep ik al helemaal warm voor de CD die al een tijdje stond te wachten op een luisterbeurt. De cover van Mood For Speed lijkt namelijk als twee druppels water op Flat Tracker, de tweede plaat van Zeke, de band die zo'n geweldige indruk op mij maakte dat ik er tot de dag van vandaag zelfs mijn nickname aan ontleen. Als uit het begeleidende verhaal dan ook nog eens blijkt dat Booster uit het zelfde vuige rockvaatje tapt schept dat zeker verwachtingen. Beelden van vonkende en ronkende motoren doen het altijd goed in de garagerock en Booster heeft wat dat betreft goed opgelet. Des te groter is de teleurstelling wanneer ik de CD uit de speakers hoor komen. Veel te netjes geproduceerde bluesrock kruipt een tempootje of twee te langzaam de huiskamer in. Geen spoor van oliegeur of benzinedampen, hier kabbelt een brommertje met 40 km/u voort terwijl ik mij zo verheugd had op een scheurend monster dat met 200 km/u de bocht uit vliegt. De riffjes zijn op zich niet slecht, ze zijn alleen zo tergend traag dat ik de onweerstaanbare drang krijg een ram tegen de stereo te geven om te checken of hij niet ergens blijft hangen. Steeds opnieuw begint een nieuw liedje en doet de intro mij opschieten maar zak ik na vijf seconden weer weg bij zoveel traagheid. Ik gun het de Andijkers van harte en sta met armen wijd te wachten op een verse brok ramrock van Nederlandse bodem maar Mood For Speed is het tegenovergestelde van wat de titel van de CD belooft. Ik ben zeker in de mood for speed maar Booster kan mij daar duidelijk niet bij helpen.
File Under: Need For Speed
File Audio: [Klik]
Dokken - From Conception - Live 1981
"Is de jaren negentig poedelrock dan definitief terug?" vroeg een FU-collega verbaasd toen hij zag wat ik zoal toegestuurd kreeg. En het is waar, er zijn heel wat poedelrockbands (vooral uit de jaren tachtig, waarde collega) die proberen met een reünie het pensioen veilig te stellen. Maar gelukkig zijn de door geld ingegeven comebacks zelden een lang leven beschoren. Er zijn maar twee succesvolle bands uit die tijd die ook nu weer fatsoenlijke muziek maken, Europe en Winger. Europe is bij de comeback een stuk steviger geworden en Winger maakte met IV misschien wel hun beste album ooit. Dokken is zo'n band waarvan al zo'n vijfhonderd keer een reünie is aangekondigd die nooit werkelijkheid is geworden. Wat mij betreft was dat terecht, want hoewel de afzonderlijke muzikanten allesbehalve stuntelaars waren werden de platen van Dokken gekenmerkt door vlakke, voorspelbare composities waarmee de belofte nooit waargemaakt kon worden. Het live-album dat nu dan verschijnt, met opnamen uit 1981, nog voor hun succes, versterkt dat beeld. Het is allemaal best aardig, Don Dokken is een goede zanger, George Lynch een prima gitarist, maar tjonge wat wordt het voorspelbaar na pakweg vijf songs. De productie draagt bar weinig bij aan de dynamiek van het geheel, zodat de toch al matige songs alsmaar niet tot leven willen komen. Dokken is dood, en dat is goed zo. Anderen dan fans kunnen dit album rustig laten liggen.
File Under: Dokken is dood, en dat is goed zo
File Audio: [Paris Is Burning] [Goin' Down] [Breaking The Chains]
Forget Cassettes - Salt
'Three is a crowd' is een Engels spreekwoord dat zeker opgaat voor relaties, als je tenminste niet van triootjes houdt. Ik heb de afgelopen jaren echter ontdekt dat dit spreekwoord in de rockmuziek zeker niet van toepassing is. Drie is een prima aantal om goeie rockmuziek te maken. In mijn zoektocht naar nieuwe indiebands stuit ik zeer regelmatig op trio's die een prima geluid neerzetten. Natuurlijk zijn er in de rockgeschiedenis ook heel wat bekende drietallen te vinden. Op de onbetwiste eerste plaats natuurlijk Cream maar vergeet The Jimi Hendrix Experience, The Police en The Jam niet. Dit zijn allemaal bands die het met z'n drieën prima redden. Forget Cassettes uit Nashville, Tennessee is ook zo'n lekker triootje. Net zoals veel andere independent trio's maakt deze band stevige muziek en dat vind ik in ieder geval helemaal geen probleem. Beth Cameron is de oprichtster en frontvrouw van Forget Cassettes en samen met drummer Aaron Ford en multi-instrumentalist Jay Leo Philips heeft ze zojuist de cd Salt uitgebracht. Dit is het tweede album na het debuut Instruments of Action uit 2002, toen Forget Cassettes nog bestond uit Beth en Doni Schroader. De uitstekende single "The Catch" is al een maand of zeven geleden uitgebracht en gaat over de late reactie van de Amerikaanse overheid op orkaan Katrina en de gevolgen daarvan op New Orleans. Op sommige momenten doet hun muziek me denken aan Sleater-Kinney (ook al zo'n geweldig en lekker hard rocktrio) maar de vergelijking die het eerst en het vaakst bij me opkwam was toch PJ Harvey. Salt is zeker een album voor liefhebbers van pittige rockmuziek en rockende vrouwen.
File Under: A Catch
File Audio: [The Catch]
VA - Crunk Hits Vol. 2
Mocht u niet weten waar de term 'crunk' voor staat: dat is een samenvoeging van de woorden 'chronically drunk'. En inderdaad, dat is ongeveer de toestand waarin u als serieuze muziekliefhebber dient te verkeren om deze verzamelaar te kunnen waarderen. Crunk Vol. 2 is namelijk een flinke verzameling tracks van artiesten zoals u die zeer regelmatig op TMF voorbij kunt zien schuiven. Dan hebben we het dus over types als Lil' John, die weinig meer lijkt te kunnen dan rondzwalken in videoclipjes met een fles Hennessy in de hand terwijl hij af en toe 'Yeah!' in de microfoon boert. Types als de Ying Yang Twins, waarvan er eentje een kruising is tussen een mandril en een oude medicijnman, en die vooral heel veel fluisteren op hun liedjes. Men vraagt zo af en toe wat er gaande is, of de dames wordt gevraagd nog maar eens een keer met dat achterwerk te schudden. U weet wel. Wat ook opvalt zijn de ontzettend simpele computersamples die deze songs voortdraven. Willen beroepsgangsters 50 Cent en The Game nog wel eens een oude soulplaat sampelen, hier is het minimalistiek troef. Dus wanneer Lil' John op de openingstrack 'Snap your fingers' roept, horen wij braaf ook alleen knippende vingers en een enkele baslijn. Met hiphop heeft het verder weinig te maken, en een erg vindingrijk genre is de crunk ook niet. Als u rond nummer zestien van de tracklist het gevoel heeft dat u dit rond nummer zeven toch ook al eens gehoord heeft: het ligt niet aan uw gehoor. Maar goed, giet er nog een biertje in en wie weet dat u op een verdwaalde zaterdagavond in de Now & Wow rond een uur of half drie nog best uit uw plaat kunt gaan. Want eerlijk is eerlijk, de beat die een zekere Pitbull in zijn song Bojangles te berde brengt, mag vrij aanstekelijk heten.
File Under: Met een halve fles whisky op is álles leuk
The Vocokesh - ...All This and Hieronymus Bosch
Bijna had ik hem zo in vullisbak geflikkerd, deze plaat van The Vocokesh. Want ja, die hoes. Drie mannen van rond de veertig die uitzonderlijk saai poseren. Daar bereik je geen enkel positief effect mee. Niet eens geen tweede blik waardig, maar al na een halve seconde afgeschrikt wegkijken en ongeïnteresseerd links laten liggen; dat effect. Probleem is, daar doe je de muziek behoorlijk onrecht mee aan. Want met zijn mysterieuze en vaak overstuurde space- en krautrock overtuigt de band dus wel. En heel behoorlijk zelfs: hoor hoe in opener "Eddie makes the scene" de leadgitarist vanuit India de sterren in zweeft. Of luister naar "The truth regarding the sunspots" en laat je bedwelmen door de alsmaar doorgalmende gitaarsolo's die wederom rechtstreeks naar het heelal worden geschoten. En zo gaat het hele album verder en dieper de ruimte in: instrumentale nummers vol sitars en overstuurde gitaren. Niet uitblinkend in originaliteit of componeertalent, maar dat maakt in de spacerock eigenlijk geen moer uit. Minder is echter het gebrek aan een dikke, allesomvattende sound, het larger-than-life gevoel dat nodig is om compleet de vergetelheid in te zweven. Iets vaker een Acid Mothers Temple-fuzz over het bandgeluid gegooid en dan zou het helemaal spacen geblazen zijn. Nu blijf ik ondanks de goede bedoelingen net wat te lang op aarde.
File Under: Spacerock voor aardlingen
File Audio: [Gazing at the dust]
File Audio: In Space
Christina Rosenvinge - Continental 62
Noord-Europeaanse zangeressen, ik lust er wel pap van. Ze hebben voor mij iets dat hen onderscheidt van de rest, en dat is niet alleen hun accent. Noem een Anna Ternheim, Emiliana Torrini, Stina Nordenstam of Ephemera en ik word een beetje week van binnen. Vanaf nu kan Christina Rosenvinge wat mij betreft ook aan dit illustere rijtje worden toegevoegd. Haar derde cd Continental 62 geeft daar immers alle reden toe. Zij heeft bovendien als extra pluspunt dat ze in Spanje opgegroeid is en aan haar geluid vleugen onderkoeld Spaans temperament ("White Hole", oei!) en gevoel voor romantiek toegevoegd heeft. Drie nummers (ze staan vast niet voor niets achter elkaar op de cd) zingt ze bovendien ook in het Spaans, Het maakt Continental 62 nog meer bijzonder. Ik geef het je te doen in ieder geval om geen rode koontjes te krijgen als Christina je in "Tok, Tok" zwoel in je oor prevelt. Mooi is ook de diversiteit van die liedjes. Af en toe heeft Christina een lichte kraak in haar stem, die het grootste deel van de tijd overigens loepzuiver is. Dat resulteert in kippenvel bij me. Het voelt ongemakkelijk maar toch aangenaam. De sobere arrangementen, waarbij ze wel duidelijk steeds kiest voor de basis piano / zang of gitaar / zang als dominant element in het geluid, doen de rest. Dan zou je willen dat je zelf een muzikant van het kaliber Lee Ranaldo was, en mee zou kunnen werken aan de talrijke mooie liedjes die Rosenvinge schrijft.
File Under: Wanneer vertrekt die vlucht?
File Audio:[Verpakt in flash]
File Video: [A Liar To Love]
File Audio: [Ya]
Van Der Graaf Generator - Real Time
"I was getting constant offers regarding a reunion, including one from the South Bank. Until then I had never taken them seriously; but now it seemed as though there might be some interest. We talked and we realised that we met more often at the funerals of former members of our road crew. So if it was to be undertaken, it should be while all four of us were still alive!", aldus Peter Hammill. En zo stonden de vier heren van Van Der Graaf Generator, Hugh Banton, Guy Evans, David Jackson en Peter Hammill, op 6 mei 2005 in de Royal Festival Hall in London. Tot hun eigen verbazing was het strak uitverkocht en kwamen fans uit alle hoeken en gaten van de wereld om de terugkeer van hun helden te zien. Dat verhoogde toch enigszins de druk op de ketel. "Kunnen we nog wel spelen wat we toen speelden", aldus woorden, van die strekking, in de liner notes. We kunnen Hammill en consorten geruststellen. Ze kunnen het. Real Time, de verslaglegging van het concert bewijst het. Het is een dappere keuze overigens om dit eerste concert te kiezen, want verder op in de tournee werd strakker en beter gespeeld. Maar voor Hammill was dit concert een afsluiting van een periode en is het opgenomen met het idee dat er wellicht niets meer kwam, na het reünieconcert. Desalniettemin staat de band als een huis op Real Time en hoor je duidelijk hoe de band ontspant gedurende het concert als blijkt dat de ontvangst van het publiek gillend positief is. Dit culmineert in een hemelse versie van "Man-Erg". In zekere zin is Real Time ook een afsluiting want de band gaat verder zonder David Jackson en heeft besloten om zonder blazer te gaan touren. Diegenen die nog eens willen horen hoe VDGG ook al weer klonk met blazer of gewoon een puik (live)overzicht willen hebben van 40-jarige carriere (met onderbrekingen) van een avant-garde band, die sprinten nu onverwijld naar hun lokale platenboer. De rest van muziekminnend Nederland zou het eigenlijk ook moeten doen...
File Under: Essentieel!
Speedball Jr - For The Broad Minded
Aangezien het genre na al die jaren nog steeds geen enorme populariteit geniet komt het nog steeds veel te weinig voor dat ik een fijn stukje surfmuziek mag bespreken voor File Under. Tot nog toe waren het vooral de Belgische Moe Greene Specials en de Franse Star & Key die zeer goede indruk wisten te maken. Twee bands die hun plek perfect gevonden hebben bij Green Cookie, het surflabel dat zichzelf langzaam maar zeker begint te ontwikkelen tot toonaangevend binnen Europa. Het is daarom ook niet heel erg toevallig dat de gruizige surf van Speedball Jr eveneens onderdak gevonden heeft in dezelfde stal. Ook hier betreft het een groepje Belgen en ook deze keer spettert de authenticiteit er van af. Waar The Moe Greene Specials zich vooral concentreren op dat typische ouderwetse filmgeluid is Speedball Jr een stuk vuiger. De galmbakken oversturen op For The Broad Minded met de regelmaat van de klok en het gierende orgeltje voorziet de liedjes van de overtreffende trap. Het rammelt, het kraakt soms in zijn voegen en er worden heel wat cimbalen en snaren op grove wijze misbruikt. Het resultaat is opzwepend en opwindend. Geen surf voor bij de ondergaande zon op een mooie zomerdag maar eerder rechtstreeks afkomstig uit druiperige kelders en garages. Hier wordt gewerkt en gezweet en alle noeste arbeid levert een heerlijke plaat op.
File Under: 35 minuten non-stop gieren en galmen
File Audio: [U69][Orient Express][Sudden Billy]
Leng Tch'e - Marasmus
'Leng Tch'e, de band van duizend snijwonden, de band van nuchterheid. Alles in de hoogste stand, guts voor het ontbijt. De band die zich lekker laat gaan, om zieltjes te winnen. Dan breekt acuut de pleuris los en kan het moshen beginnen. De band wars van betutteling, geen stijl is heilig. Ze noemen het razorgrind en niemand die is veilig. Vijftien miljoen ideeën, op deze cd. Daar ga je niet over zeiken, daar komen ze gewoon weg mee. Vijftien miljoen ideeën, op deze cd. Die moeten niet het keurslijf in, daar kan je tenminste wat mee. De band van harde grind, die aan deathmetal gewaagd is. Het vizier staat altijd open, en hardcore net niet de baas is. De band vol met agressie, dat is niet normaal man. De grote vraag die blijft altijd, waar komt dat dan vandaan dan. De band die zorgt voor iedereen, geen hond die zal wegkwijnen. Met nog wat stoner uit de muur, zullen ze niet verdwijnen. Vijftien miljoen ideeën, op deze cd. Daar ga je niet over zeiken, daar komen ze gewoon weg mee. Vijftien miljoen ideeën, op deze cd. Die moeten niet het keurslijf in, daar kan je tenminste wat mee.'
File Under: Svencho en zo
FIle Audio: [1-800-Apathy] [Confluence Of Consumers]
File Audio: [Ja, gezellig]
Silence is Sexy - Everything You Should Know
Het is al jaren zo dat De Grote Prijs van Nederland winnen eerder geen dan wel een garantie is voor succes. Als je kijkt naar de bandjes die de categorie Pop/Rock gewonnen hebben, dan is het grootste deel al voorgoed vergeten. Of heb jij de laatste tijd nog wel wat gehoord van Eleven of Lemonseven, om er maar twee te roepen. Sommigen komen ook wel goed terecht hoor en schoppen het zelfs tot mijn buurman. Silence is Sexy doet stinkend haar best om niet in de vergetelheid te geraken. Everything You Should Know is hun eerste volledige (en in fraaie digipack gestoken) cd. De band had gelukkig door dat het hippe geluid (Gang of Four op een kussen laten slapen met Joy Division) waarmee ze in 2005 de Grote Prijs wonnen, snel verjaarde. Niet dat ze het geheel losgelaten hebben, dat zeker niet, maar ze proberen op deze debuut-cd in ieder geval wel (net als op hun eerder in eigen beheer uitgebrachte ep) om aan hun geluid te blijven werken. Nog meer dan op de ep zijn bijvoorbeeld duidelijke Radiohead-invloeden te horen. En ze schuwen niet om te experimenteren met instrumenten als viool, viola, cello en trompet. Dat pakt best goed uit hier en geeft ze zelfs wat onderscheidends ten opzichte van de concurrentie uit binnen-, en stiekem misschien ook wel buitenland. Om het daar ook daadwerkelijk te maken is er ook nog een dosis mazzel nodig, maar het zou best tof zijn als er eindelijk eens een Grote Prijs-winnaar zou zijn die dat zou lukken.
File Under: Een briljante catchy bandnaam hadden ze al, een goede cd nu ook.
File Audio: [Reptiles] [Hurt]
Franky Lee - Cutting Edge
Mathias Färm is in het dagelijks leven gitarist bij Millencolin. Die band stond echter op een laag pitje afgelopen jaar. Zanger Nikolas Sarcevic is op de solotour en het nieuwe album laat al een tijd op zich wachten. Färm zag zijn kans schoon en formeerde een nieuwe band. Met Frederik Granberg van Randy op drum en Magnus Hägerås van het onbekendere The Peepshow op gitaar was het Zweedse drietal compleet. Muzikaal gezien ligt Cutting Edge, het debuutalbum van Franky Lee, in het verlengde van Millencolin. Niet zo gek natuurlijk, maar wat maakt Franky Lee dan anders? Ehm...een andere zanger? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Cutting Edge staat vol met aardige punkrocknummers. Melodieus en soms erg poppy. Het half uurtje Zweedse punk luistert lekker weg, zonder dat je er door van je stoel wordt geblazen. Een supergroep zoals The Transplants is Franky Lee zeker niet. Het is het grootste cliché wat ik kan bedenken, maar fans van Millencolin zullen dit een aardige plaat vinden. Het Engels is soms tenenkrommend simpel (hoor ik iemand de Heideroosjes van acht jaar geleden zeggen?) Voer voor de liefhebbers zeg maar. De gemiddelde luisteraar kan deze plaat echter met een gerust hart overslaan. Het is met Cutting Edge eigenlijk net zo als met deze recensie: middelmaat troef.
File Under: Niks speciaals
File Audio/Video: [The World Just Stopped]
Little Louis - Speak Of The Devil
De hoes, met een groot verlicht kruis in de schemering, doet me onwillekeurig denken aan de enge lakens van de KKK. Het album Speak Of The Devil heeft een onheilspellende, broeierige bluesklank. Maar de combinatie van de twee zet je wel enorm op het verkeerde been. De foto is namelijk genomen in Woensel, Noord-Brabant, en de Little Louis die deze plaat heeft gemaakt is een Brabander die Louis van Empel heet. Die twee feiten doen niet af aan het belangrijkste: de kwaliteit van de muziek. Het lijkt ongelofelijk dat Little Louis niet ergens in Texas is opgegroeid, want wie niet beter weet zal geen enkel moment twijfelen aan zijn Amerikaanse roots. Integendeel, er zijn tal van Amerikaanse bluesbands die minder Amerikaans klinken. In elke song lijkt de droge hitte van de woestijn gevangen te zitten en zie je Van Empel en band zo zitten op de veranda van het enige huis in de wijde omgeving, met een oude, gebutste en verroeste pick-up truck op enkele meters van die veranda. Van Empel treedt op met verschillende bands en in verschillende stijlen, maar op dit album is het traditionele blues wat er te horen is. Drums, contrabas, harmonica en Little Louis zelf op gitaar. Geen ingewikkelde productie, geen machogitaren, alleen magistrale onversneden blues in de traditie van Blind Willie Johnson, John Lee Hooker en een enkele keer Tom Waits. Van Empel is lid van het songwriterscollectief Songwriters United met onder andere BJ Baartmans en Eric van Dijsseldonk en is dus ook op dat gebied een bevlogen vakman. Op deze plaat komen Little Louis' kwaliteiten allemaal samen voor indrukwekkende ouderwetse blues die van begint tot eind blijft boeien. Pure blues uit de woestijnen van Noord-Brabant.
File Under: Woensel, Texas
File Audio: [Nowhere To Run] [meer songs]
File Video: [If There Ain't No Water]
Tanakh - Saunders Hollow
Ik geloof dat ik gaandeweg meer moeite krijg met vocale muziek. Steeds vaker lijkt de zang me maar af te leiden van de veel interessantere instrumenten. Enter Tanakh, een collectief van vijftien muzikanten. Ze spelen acht ellenlang voortkabbelende nummers, die ondanks de uitgebreide teksten geen popsongs zijn, maar ook niet de hypnotiserende trip-kracht van goede folk hebben. De schuld enkel aan zangeres Michele Poulos geven zou wat al te streng zijn, maar een belangrijk minpunt is het wel. Ze jammert en klaagt met net iets teveel trillers en veel te weinig karakter. Naast de vocalen is ook de productie zwak. De wagonlading aan instrumenten wil maar niet samenvloeien tot een organisch geheel. Er zijn nummers waar klavecimbel, orgel en vocalen ieder in hun eigen hokje spelen, zonder verbindingen aan te gaan. Zelfs een van mijn favoriete instrumenten, de viool, weet de boel niet te smeren. Als obscure vergelijking zou ik Unlucky Atlas op willen voeren. Een band die ik hier eerder besprak en die wel achteloos op zijn minst een acceptabele sfeer wist neer te zetten. Overigens ook zonder een juichstemming te genereren. Nog even met een lampje naar wat momenten van magie zoeken. Allereerst zijn daar de lekker losse elektrische gitaarnoten tijdens de eerste (!) minuut van de plaat. Ook de, ondanks de tabla's, western-achtige instrumentale titeltrack mag er zeer zeker wezen. Tot slot is er tegen het eind van de plaat nog "Kept", waar een woeste sax los gaat, eindelijk wat pit na al die lijzigheid.
File Under: Spiritueel doch vlak
File Audio: [Tanakh-Space]
Maria Taylor - Lynn Teeter Flower
Huh, wat, PARDON! Ik snapte er helemaal niets van. U nu ook niet. Wat er gebeurde? Nou, ik stopte mijn exemplaar van Lynn Teeter Flower, de nieuwe cd van Maria Taylor in de cd-speler van PC en toen gebeurde het.Waar ik een zijdezachte vrouwenstem verwachtte met smoothe arrangementen, kreeg ik denderende drums en harde gitaren voor mijn kiezen. Wat bleek, onze vrienden van Saddle Creek waren zo vriendelijk geweest om aan de promoversie van de nieuwe cd van Maria Taylor maar liefst 34 liedjes in mp3-formaat toe te voegen zodat je een mooi beeld kunt krijgen van de diversiteit van hun collectie. Doordat mijn Winamp op shuffle-mode stond belandde ik dus in Criteria's "Prevent The World". Na wat gestuntel mijnerzijds kreeg ik het audiogedeelte van de cd toch nog aan de praat. Hieperdepiep, daar was de nieuwe cd van Maria Taylor. Ik was wel benieuwd of ze zich wat aangetrokken had van de kritiek die André had op haar vorige cd 11:11: 'Braaf tussen de lijntjes zwevende folkpop' noemde hij het. Lynn Teeter Flower begint in ieder geval fijn met een diepe groovende baslijn en daarover heen de sober, maar toch wel zwoel zingende Maria (ik moet vaak aan Aimee Mann denken als ik haar hoor zingen). Je zou het braaf kunnen noemen, maar in de tweede helft van het nummer bijt ze toch wel degelijk van zich af. Verdorie, misschien heeft ze wel geluisterd, denk ik. Ook verderop blijkt Lynn Teeter Flower een diversere plaat te zijn met natuurlijk pure akoestische gepolijste folkparels zoals "Clean Getaway", maar ook een Beatles-achtig nummers ("Smile and Wave"), en zelfs met een vette drumcomputer met gastrapper in "Irish Goodbye".Natuurlijk komt Omaha-opperbaas Conor Oberst ook nog langs in het huppelende "The Ballad of Sean Foley", hun stemmen gaan bijzonder goed samen (mag ik een duettenalbum suggereren?). Zo is Lynn Teeter Flower al met al een plaat die een logisch vervolg is op 11:11, maar ik zou het geen braaf vervolg willen noemen.
File Under: Een logisch, maar niet perse braaf te noemen vervolg
File Audio: [A Good Start] [Lost Time]
File Audio:[Een stal voor Maria]
Harmful - 7
Sommige bands blijken al best lang bezig te zijn terwijl je nog nooit van ze hebt gehoord. Zo ook Harmful, een Duits gezelschap dat intussen al 15 jaar bestaat en intussen alweer hun zevende studioplaat uitbrengt. Vandaar die titel dus. Voor de productie hebben ze niemand minder dan Billy Gould (ex-bassist Faith No More en labelbaas van Koolarrow) gestrikt, die er samen met mixmeester Flemming Rasmussen (Metallica enzo) voor heeft gezorgd dat het een en ander geluidstechnisch wel snor zit. Jammer alleen dat de rest dan zo achterblijft. Harmful bevindt zich in de moderne rockhoek waar Foo Fighters, QOTSA en Open Hand ook in de buurt zitten, alleen zijn de hooks minder trefzeker, zijn de melodieën veiliger en zijn de songs vooral degelijk maar tegelijkertijd behoorlijk gezichtsloos. Bovendien heeft de zanger een behoorlijk vlakke stem, met als gevolg een goedbedoelde plaat die je alleen met enige goedbedoelde moeite kunt uitzitten. Bij mij viel de concentratie na een paar nummers alweer weg en kreeg ik zin om een echt vette plaat te draaien. Echt zo'n plaat om drie keer te beluisteren en verder nooit meer uit de kast te halen.
File Under: Saaie doorsneerock
File Audio: [Harmful-Space]
Sido Martens - Open
Clearspot blijkt, in tegenstelling tot wat ik laatst beweerde, niet enkel gefreak te verdelen. Sido Martens heeft geen baard (meer?) en is een typische Radio 2-muzikant. Het publiek van die zender kent hem misschien nog van zijn tijd bij Fungus. Hij is een folkie gebleven. Wat hebben die mensen toch met het weer? In het ware leven slechts een ijsbreker om een gesprekje op gang te brengen, vult Martens hier een hele plaat met klimatologische metaforen. Toch jammer, zo komt ons gesprek moeizaam op gang. Martens zingt meestal in een vrij hoog register, zacht en vrouwelijk als Mathilde Santing. Soms gaat hij over op half-praten, als een cabaretier die tussen de harde grappen door even diepzinnig doet. Best aangenaam, maar een echt goede melodie heb ik niet gevonden. De plaat scoort wel punten voor sfeer en instrumentatie. Er zijn twee violisten die uitstekend werk verrichten. Ook aardig is de Jaco Pastorius-bas in "Blauwe maan". Mijn favoriete nummer is het duistere "Pekelliefde", waarin Martens beklemmende autoharp-akkoorden speelt, eerst aaneen en later gebroken in een pijnlijk aanzwellende drieklank. Het lijkt Electric Counterpoint wel. Langzaam weet de bard me te overtuigen, laat deze gelouterde man spelen. Hij is nergens meer naar op zoek. Dromen ontstaan en verdwijnen en het eenzame leven gaat 'even en eeuwig' door. Of zoals hij zingt in de tranentrekker "Huis": 'Het is een hemels gevoel in de tuin van dat huis, waar ik lig in het gras en droom hoe het was. Maar een schrale wind waait, plukt de droom uit mijn hoofd.'
File Under: Gedachten van een winterziel
File Audio: [Moeder M][Winterziel]
File Audio: [Sido-Space]
Paula Frazer & Tarnation - Now It's Time
Onze katten snateren als ze een lekkere vogel zien die fysiek onbereikbaar is. Het leven van een huiskat die niet naar buiten mag valt niet mee. Bij tijd en wijle is het dan ook een behoorlijke herrie bij ons in huis. Ze los laten zodat ze aan hun behoefte te laten voldoen gaat ons echter te ver. Het gezang van de Amerikaanse Paula Frazer heeft bij ons een zelfde effect. Los van elkaar probeerden mijn vriendin en ik haar hoge (soms bijna tegen valsheid aanzittende stembereik) te evenaren. De stem, die een mix is van de stemmen van Dolly Parton, Joan Baez, Heather Nova en Sally Oldfield vraagt er kennelijk om. Muzikaal tapt Frazer op Now It's Time uit de folk, zestiger jaren pop en alt.country -vaten. Ze zingt haar liedjes waarbij ze begeleid wordt door haar oude band Tarnation. Zo is er de gitaar, tamboerijn, piano en zacht tromgeroffel. De begeleiding geeft de liedjes echter weinig glans en de muzikale eenvormigheid wekt bij mij zelfs irritatie op. Het is ronduit saai. De enige uitzondering is het afsluitende "All The Time" dat alle kenmerken heeft van de eerdere nummers, maar als nummer zelf er bovenuit steekt. Om deze cd positief te beoordelen is het echter niet genoeg. De cd verhuist na het schrijven van dit stukje naar de stapel vervelende meuk en het is weer tijd om te genieten van onze snaterende katers. Het valt me nu overigens pas op dat er vogels op het hoesje staan. Zou Frazer ook katten hebben?
File Under: Ik ben in de tuin brood aan het strooien
File Audio: [My Space]
Low - Drums and Guns
Tot hun vorige cd The Great Destroyer bouwde Low aan een imposant consistent oeuvre. Imposant was het na het verschijnen van The Great Destroyer nog steeds, maar voor Low-begrippen was er in één keer wel heel veel bombast te horen op dat album. Hoogstwaarschijnlijk met dank aan producer Dave Fridmann, die eerder ook al met Mercury Rev en Flaming Lips liet horen hoe goed hij dat kunstje goed beheerste. Ik denk althans dat het vooral Fridmann was die Low als Low liet klinken, maar toch anders. Met goedvinden van het mormonenechtpaar Sparhawk/Parker natuurlijk. Voor de nieuwe cd Drums and Guns nam Fridmann weer plaats achter de knoppen en weer laat hij Low als Low klinken, maar toch anders. Het is wel weer even wennen deze omslag naar het 'nieuwe' geluid. Drums and Guns opent sterk: glitch, tergend traag en lang aangehouden, bijna valse, gitaarnoten, doodsimpele, maar ook dodelijk effectieve drums en Alan Sparhawk wiens stem in "Pretty People" gelijk door je ziel snijdt. Hier zingt een man die een zware tijd achter de rug heeft. De soberheid in Low is terug, maar wel anders. Veel simpele drumloops en kale elektronica kenmerken deze nieuwe cd. Mooi is "Dragonfly" dat op "Vienna"-achtige wijze opent, maar in tegenstelling tot die Ultravox-klassieker gewoon traag voorttrekt en niet naar een bombastische climax toe werkt. Fijn is ook weer de extra kracht van de tweede stem van echtgenote Mimi Parker die net iets verder naar achteren in mix staat dan Sparhawk. Zoals in "In Silence", met intrigerend pianowerk ook nog eens. Door merg en been gaand, luisterrijk, maar wel op de Low-manier. Natuurlijk.
File Under: Low als Low, maar toch anders
File Audio: [Breaker]
File Video: [Breaker]
File Audio: [Low]
Adept - Adept
De laatste twee weken heb ik mijn new wave verzamelcd's - gemaakt door een vriend die in die tijd daadwerkelijk wekelijks zijn beste stofzuiger van stal haalde - weer eens uit de kast getrokken. Vooral om in de auto te draaien. 's Nachts, als er niemand op straat is en ik naar huis rijd. Bij voorkeur alleen. En ik realiseerde me dat ik te weinig synths hoor, te weinig vuige bassen, te weinig opgefokte zang en te weinig repeterende beats. Adept geeft me waar ik op zit te wachten. Niet dat het direct aan de new wave van begin jaren tachtig doet denken, maar toch, er zit een zwarte, donkere kant in Adept, die misschien wel het midden houdt tussen de stofzuigerkant van de new wave en de noisekant van de no wave. En hoewel de beats op dansbare nummers duiden - de elektronische kant van Adept heeft hier en daar dan weer wat weg van The Faint - verraden de dissonante kanten, de wat zweverige, repeterende zang en dito teksten en de soms wat vreemde gitaarharmonieën en melodieën een, nou ja, laten we maar zeggen, wat diepere gedachte. Het resultaat is een apart debuutalbum (van Nederlandse bodem), dat misschien nét iets te lang duurt als je nog nooit een van de spetterende liveoptredens hebt mogen aanschouwen, maar dat zeker verrassend te noemen is, en tot het laatste nummer zo nu en dan blijft verrassen. Benieuwd wat er nog komt, wat er overblijft en hoe Adept zich verder ontwikkelt.
File Under: Elektrorock die onder je huid gaat zitten
File Audio: [Yep!]
Redlands Palomino Company - Take Me Home
Het ontdekken van de naam van Gina Villalobos in de liner-notes van The Redlands Palomino Company was het eerste teken dat we hier wel 'ns met een prima plaat van doen konden hebben. Hoe de Britten het voor elkaar kregen dat de kroonprinses van de americana mee wilde doen vertelt het verhaal niet, maar Take Me Home kan ook prima op eigen benen staan. Frontvrouw Hannah Elton-Wall heeft een aangenaam slordige stem, zo eentje die een in essentie niet opzienbarend liedje op een hoger niveau kan brengen. Niet dat The Redlands Palomino Co. alleen door haar gedragen wordt: ook echtgenoot en partner-in-crime Alex Elton-Wall rouwdouwt zich aangenaam door de twaalf songs. De leugen dat deze plaat 'full of cliché-free songs' is, mag je opzij schuiven. Met originaliteit win je geen americana-fans en in dit geval is dat ook niet nodig: ze schijnen de grootste Engelse alt.country band te zijn. (Een prijs voor de eerste die nog tien Engelse americana-acts noemt!) De invloeden liggen enigszins voor de hand (Ryan Adams, Wilco etc.) maar dat stoort geen moment. Goeie tweede plaat en geen mens die zich er over zal beklagen dat ze uit het perfide Albion komen en niet uit New England of Kentucky.
File Under: Americana uit Engeland
File Audio: [Wasted On You]
VA - Share This Vibe (The Next Album)
Nieuwe muziek ontdek ik op tig manieren. Via Soulseek, MySpace, Kink FM, e-zines en fora, mp3-weblogs, de 3voor12 Luisterpaal en gewoon in de platenzaak. En alsof je daar allemaal nog niet genoeg aan had, kun je sinds bijna twee jaar ook nog eens gratis en legaal muziek downloaden van het sympathieke platform Simuze, dat 'copyleft' muziek aanbiedt volgens de Creative Commons-licenties. Vorige week bracht Simuze (weer) een sampler uit, getiteld Share this Vibe, vol met onbekende electronische muziek. Gek genoeg zie je over zulk soort verzamelaars elders nooit recensies. Misschien heeft het een reden, want ondanks dat ik het idee achter deze muziek een warm hart toedraag, klinkt Share this Vibe pijnlijk irrelevant en op momenten wel erg amateuristisch (die vocals in "Mi Mirada", die oervervelende kutambient van Epiphany...) Nog erger: zelfs een 'vibe' of een memorabele hook kan ik niet ontwaren. Deze verzamelaar ontstijgt nergens het niveau van demo's en is een ware marteling om uit te zitten. Helaas.
En ook de krant nrc.next bracht vorige week een album met Creative Commons-muziek uit, ter gelegenheid van het 1-jarig bestaan van de krant. Ook dit album moet hip overkomen, maar is net zo min een hoogvlieger. Al moet wel gezegd dat de selectie van nexts muziekredactie wat strenger was dan die van Simuze. En genreoverschrijdend: de gedachte was kennelijk 'voor iedereen wat', wat uitmondt in de aanwezigheid van gezellige wereldmuziek, B-skarock en coverbandjes-achtige standaardfunk. Ach ja, het suggereert in elk geval wat feeststemming. Wat die Detroit-achtige house van iNTROSPEKT er dan weer tussen doet, snap ik niet. Aardig vind ik de slotnummers, een bijdrage van de Braziliaanse electrohouse-band Zémaria en de Friese orgelrock van de Monotones. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik ook deze hele mikmak intussen alweer van mijn mp3-speler gegooid heb. Slecht wil ik het niet noemen, maar er is zoveel meer en interessantere muziek op de wereld...
File Download: [hier]
File Under: Je kunt je tijd beter besteden
File: Various Artists - The Next Album (nrc.next 1 jaar mp3-verzamelaar)
File Download: [hier]
File Under: Ratjetoe veroorzaakt mat feestje
Green Pitch - Ace of Hearts
Als een slappe vaatdoek hangt hij op de bank. Junior is ziek. Echt ziek, want zelfs TV kijken is teveel van het goede voor hem, ook kinder-cd's fleuren 'em niet op. In bed liggen wil hij ook al niet, want alles doet zeer. Hmmm, da's niet best: griep. Ik besluit om dan maar een cd-tje van mezelf in de cd-speler te doen. Die oorverdovende stilte met af en toe een snuif van dat mannetje is ook maar niets. Ace of Hearts, de debuut-cd van het Deense Green Pitch is vast goed voor hem. De tintelfrisse stem van Rex Garfield zou best wel eens helend kunnen werken. En anders wiegt haar gefluisterzang hem wellicht wel in slaap en leg ik hem in bed. Green Pitch is ook een band met een verleden in een ziekbed, en wel van zangeres Rex. Op visite bij Noorse vrienden in Amsterdam viel ze van een trap, kwam ongelukkig terecht en raakte tijdelijk verlamd. Onder invloed van de morfine na pijnlijke operaties ijlde ze dat ze toch vooral door wilde in de muziek en zo geschiedde. Ze verhaalt er, in weinig woorden, over in "In Amsterdam". Wel treffende woorden, zoals ze dat in de andere nummers ook doet. Het is ook muziek voor weinig woorden. Green Pitch ligt ergens vredig zoemend rond de downtempo liedjes van Emiliana Torrini's eerste cd. Dus een meisje met een twinkeling in haar ene oog en in haar andere een traan, breekbaar zingend en zichzelf begeleidend op Wurlitzer. En achter haar staat een zich sober opstellende band waarin haar partner in crime gitarist Ste Rasch iedereen in toom houdt tot hij zegt dat ze loos mogen. Dus als je Mazzy Star graag wat opgewekte had willen horen of This Mortal Coil's "You and Your Sister" weleens geprojecteerd over de eeuwwisseling heen geprojecteerd wilt zien: hier moet je zijn. Wonderschoon en hartverwarmend. Junior slaapt ondertussen als een os. Even in bed leggen, hoor.
File Under: Hartverwarmend
File Audio: [Ja]
Black Stone Cherry - Black Stone Cherry
Bij mij is de basis van mijn muzieksmaak gelegd toen ik een jaar of twaalf was. Dat geldt ook voor de jonge jongens van Black Stone Cherry. Ze mogen dan vooral hun roots in de southern rock noemen, bij vrijwel elke song hoor je dat ze meer beïnvloed zijn door de begindagen van de grunge. In de zang van Chris Robertson hoor je hetzelfde achter-de-adem-aanzingen-vibrato als bij Pearl Jam's Eddie Vedder en de zanglijnen van Soundgarden's Chris Cornell, terwijl de ritmesectie en de slaggitaren in het merendeel van de songs zo van Soundgarden's Superunknown afkomstig zouden kunnen zijn. Sterker nog: ook de Yardbirds-cover "Shapes Of Things" wordt flink vergrunged. Dat is niet erg, maar dit bandje wordt nu gehypet als een nieuwe sensatie die teruggrijpt op legendarische bands van de jaren zeventig. Jammer, want het doet af aan wat deze jongens echt zijn en kunnen. De grunge is flink ingezakt na het verscheiden van bands en/of bandleden van Nirvana, Alice in Chains, Stone Temple Pilots en Soundgarden. Black Stone Cherry brengt die sound weer helemaal terug en gooit daar zo nu en dan nog wat restantjes seventies doorheen. Niet alle songs zijn even sterk, maar met songs als "Maybe Someday" en single "Rain Wizard" staat er genoeg op om bij de oude grunger een serieuze partij nostalgie op te roepen.
File Under: Superunknown kun je het niet noemen
File Audio: [Flashspeler op de site] [CherrySpace]
Sounds Like Violence - With Blood On My Hands
Ik wil het niet meer. Gewoon niet meer. Basta! Ik wil niet meer door het leven gaan als 'emo-liefhebber'. Als mensen er al iets van snappen roepen ze woorden als 'Panic' 'Fall' 'Chemical' 'Boy' 'Romance'. Nee, zucht ik dan. Thursday, Boysetsfire, Alexisonfire, From Autumn to Ashes. Dat vind ik gaaf. Ik zou zelf overigens geen van deze bands als 'emo' bestempelen. Het is een non-genre. Maar goed, ik draaf door. Sounds Like Violence komt uit Zweden en krijgt ongetwijfeld de sticker 'emo' opgeplakt. Zanger Andreas Söderlund is in de steek gelaten door z'n vriendinnetje. Guttegut wat zielig voor 'em. Nou zijn er al duizenden plaatjes vol gezongen over dit thema, dus ach er kan er nog wel eentje bij moet Andreas gedacht hebben. Maar hij is een stoere jongen, die gaat niet in een hoekje liggen huilen. Nee, nee, nee! Die gaat wraak nemen! Of heb ik het helemaal verkeerd begrepen en slaat de albumtitel With Blood On My Hands op eventuele zelfmoordneigingen van Andreas? Ik weet het niet. Sterker nog, het interesseert me niet. Want een band die met droge ogen een nummer op cd zet met de titel "Were you ever in love with me?" moet wel ruk zijn. En ze doen nog wel zo hun best om serieuze muziek te maken. Sounds Like Violence wil een volwassen band zijn, zeg maar Interpol met een emosausje. En laat ik eerlijk zijn, op nummers als "Change" en "The Greatest" lukt dit nog wel aardig. Tips voor de Zweden: Ander cd-hoesje, andere songtitels (Ze hebben een nummer dat "Until death do us part" heet, echt waar) en een wat diverse onderwerpkeuze. Dan wordt het nog wel wat met ze. Laten we hopen dat Andreas snel een nieuw liefje vindt.
File Under: Teveel van hetzelfde.
File Audio: [Changes]
Jeff Talmadge - At Least That Much Was True
Naast mij, aan de bar, gaat een man zitten. Ik ken hem vaag, hij lijkt me wel oké, maar echt kennen doe ik hem niet. We raken aan de praat. In eerste instantie is hij in mij geïnteresseerd. Ik geef hem wat te drinken en neem zelf uiteraard ook wat. Gedurende het gesprek begint Frits, zo blijkt hij te heten, over zijn leven te vertellen. Hij heeft heel wat meegemaakt. Zijn geluk in de liefde heeft hij nog steeds niet gevonden, maar stiekem blijft hij hopen. De verhalen over al zijn relaties kunnen mij in eerste instantie nog wel boeien, maar na bijna een uur ellende weet ik het wel. Ik besluit mijn geluk elders te gaan zoeken. Deze gebeurtenis lijkt wel op mijn beleving van het album At Least That Much Was True van Jeff Talmadge. Ik ben geen kenner van het label Corazong, maar de releases die ik ken zijn zeer geslaagd. Aanvankelijk klinkt de Americana -man uit Texas best sympathiek. De liefde is het hoofdthema, en dat gaat kennelijk allemaal niet vanzelf (maar bij wie ook wel?). De droevige teksten worden ondersteund door rustig voortkabbelende muziek die na na een aantal songs het geheim van Talmadge wel prijs hebben gegeven. Er gebeurt muzikaal niets spannends en zelfs de cover "Girl Of The North Country" van Bob Dylan valt ten prooi aan saaiheid. Helaas.
File Under: Te brave Texaan
Hello Saferide
"De een kookt voor zijn plezier, ik maak muziek."
Op de website van de online cdwinkel NLStore wordt Hello Saferide, pseudoniem van de 29-jarige Annika Norlin uit het Zweedse Östersund, binnen het genre van de heavy metal geplaatst. Het zij de redactie van NLStore vergeven, maar het is ook exemplarisch voor de naamsbekendheid die singer-songwriter Annika Norlin in Nederland heeft: die is namelijk vrijwel nul. Toch stond ze in januari op het Eurosonic-festival in Groningen voor een select groepje mensen te spelen.
Meestal worden wij bij File Under dan wel uitgenodigd voor een interview, maar in dit geval loopt dat even anders. Deze afspraak heeft uw interviewer gewoon met Annika Norlin zelf moeten maken. Haar debuutalbum, Introducing..., dateert al van 2005, maar is in Nederland nooit uitgebracht en het ziet er ook niet naar uit dat dit in de nabije toekomst gaat gebeuren. "Ik heb meerdere labels benaderd met de vraag of ze mijn plaat in de rest van Europa willen distribueren, maar vooralsnog is het tevergeefs. Het blijft meestal bij het uiten van interesse, en daarna hoor ik niks meer." Geïnteresseerden zijn voorlopig aangewezen op internetwinkels.
Lees verder..Minsk - Ritual Fires of Abandonment
De markt voor post-metal (of hoe je het ook wilt noemen) is groot en nog steeds groeiende. Een label met een goed oog voor de neusjes van de zalm van dit soort bandjes is op dit moment Relapse. Zij waren het ook die voorheen de Mastodon-cd's uitbrachten. Deze mannen mogen dan tegenwoordig bij een major zitten, er is nog genoeg in hun stal om van te likkebaarden op dit gebied. Eerder dit jaar verschenen al The End en Rwake en nu is er Ritual Fires of Abandonment, de tweede cd van Minsk. Misschien niet zo hard, wel zo smaakvol als Mastodon. Minsk zit ook meer in de hoek waar Neurosis en Isis vertoeven, maar toch met een eigen smoelwerk. Dat moet ook wel, want anders kom je er niet in bij Relapse. Drie van de zes nummers op Ritual Fires of Abandonment duren een kwartier of langer en doen me echt naar het puntje van de stoel schuiven door hun extreem boeiende spanningsopbouw. Met loodzware traag voorttrekkende gitaarpartijen die door een overdosis aan distortion in combinatie met de nodige galm nog logger worden gemaakt zuigt Minsk je in deze nummers je speakers in. Onder die gitaarpartijen (die natuurlijk ook wel van tijd tot tijd flink hakken) liggen de met tribalritmes doorspekte drums en de ogenschijnlijk sereen kalme bas. Er overheen gaat Timothy Mead te keer als een brulboei waar nodig, maar hij laat horen ook ingetogen zijn mannetje te staan. Ik vind het altijd razend knap als een producer zo'n brij aan ideeën en instrumenten toch scherp op tape vast weet te leggen. Minks eigen bassist Sanford Parker is hier bijzonder goed in geslaagd in dit geval. Het zal niet zo zijn dat Minsk naar aanleiding van deze tweede plaat ook zal verhuizen naar een major, daarvoor is hun muziek te lastig denk ik, maar doorstoten naar de top van de post-metal gaan ze met Ritual Fires of Abandonment vast en zeker.
File Under: Circle of Ashes
File Audio: [Met kruidnagels]
File Audio: [White Wings]
Jesse Malin - Glitter In The Gutter
Bij Jesse Malin heb ik nooit het idee gehad dat het primair om de liedjes gaat. Wie ooit een optreden van deze New Yorker heeft bijgewoond, weet dat deze over het algemeen uitdraaien op een soort stand-up comedy voorstelling waarbij hij zo af en toe ook nog eens een liedje speelt omdat dat nu eenmaal is waarvoor het publiek gekomen is. Dat publiek is nooit zo heel groot in getale, maar Malin heeft een vaste schare liefhebbers. Daartoe behoort ook uw recensent, die Malin sinds zijn debuut The Fine Art Of Self Destruction een zeer warm hart toedraagt. Bovendien is Malin door zijn rijke vriendengroep, waar onder andere Josh Homme, Bruce Springsteen en vooral zijn soulmate Ryan Adams deel van uitmaken, verzekerd van voldoende aandacht en shows om van het artiestenbestaan te kunnen leven. Die vriendengroep staat hem ook op deze derde langspeler terzijde, wat ervoor zorgt dat deze plaat per definitie boven het gemiddelde uitstijgt. Malin is zeker geen Ryan Adams of Bruce Springsteen, daarvoor mist hij teveel een eigen geluid. Maar Malin benadert bij vlagen wel degelijk het niveau dat beide heren tot het genie maakt dat ze zijn. Met name het duet met Bruce Springsteen, Broken Radio, is van zeldzame schoonheid. Eveneens uitstekend is het weinig verhulde eerbetoon aan Neil Young, in de vorm van het ingetogen 'Bastards of Young'. "We are the songs of no one, bastards of Young," zingt Malin. Stiekem weet hij ook wel dat hij vooral een uitstekende kopie is van de groten in dit genre. Maar daar is niks mis mee.
File Under: Prima plaat van een ouderwetse troubadour
File Audio: MySpace
Belasco - 61
Het was ergens in de jaren tachtig en dus al vele jaren geleden maar ik heb er nog steeds spijt van dat ik mijn pogingen om gitaar te leren spelen niet heb doorgezet. Het waren maar een paar simpele lesjes van een vriend die meer geïnteresseerd was om me te laten zien wat hij zelf allemaal kon. Als ik mijn best had gedaan dan had ik misschien wel eens ooit het plezier kunnen ervaren om op een podium te staan en voor een publiek te spelen. Gillende meiden, juichende jongens en allemaal 'We want more' roepend. Dit soort gedachten gaan door mijn hoofd als ik lekkere gitaarrock hoor. Ik houd van vele soorten muziek maar gitaarrock heeft toch wel mijn allereerste voorkeur. Belasco uit Londen maakt ook zulke muziek. Het trio Tim Brownlow, Duff Battye en Bill Cartledge hebben zojuist hun vijfde cd uitgebracht en dit album, met de titel 61 , bevat een stel prima songs. Muziek in de uitstekende traditie van Ash, Afghan Whigs en Screaming Trees. Muziek waar je voortreffelijk luchtgitaar op kunt spelen. De cd bevat met "Swallow", "On a Wire", "Butterflies", "What If God" en "Joseph" een flink aantal hoogtepunten en eigenlijk staan er geen echte dieptepunten op. Het akoestische "Lawman" vind ik iets minder klinken maar een rustpuntje tussen al die rockers kan misschien geen kwaad. Op het podium kun je er misschien ook niet altijd even hard tegenaan gaan en moet je ook even tot adem komen. De laatste track "Finest Things" is ook wat rustiger en ik vind het jammer dat ze de cd niet met een keiharde knal afsluiten.
File Under: Butterflies
Harm Wierda - 777
"Goeiedag lieve mensen, Ik ben Harm Wierda , ik kom uit het noorden des lands, ik ben organist bij de Mormonen (elke zondag kun je me vinden in Groningen), en ik heb zelf een analoge orgel waarmee ik graag en lang drones maak en psychedelisch in de weer ben. Niet dat ik me erg bezig houd met het vooraf componeren, nee; ik speel het liefst wat spontaan tot me komt. Is ook best mooi zo nu en dan, nietwaar? De donkere kanten van het leven spreken me erg aan, en die probeer ik dan in mijn uitgestrekte sfeerschetsen te verwerken. Zelf houd ik er al nogal van, hoewel ik me kan voorstellen dat het voor buitenstaanders en niet-gelovigen welicht hier en daar wat langdradig klinkt. Beetje alsof het nergens heen gaat. Dat is echter niet zo voor mij, ik exploreer de mogelijkheden van klank en instrument, en daar moet je gewoon de tijd voor nemen. Beetje zoals de krautrockbands dat in de vroege jaren zeventig ook deden, of Pink Floyd in 1967. En toen was het toch ook mooi? Waarom nu dan niet? Hoe dan ook, ik hou erg van mijn gefreak. Soms voel ik me er zo goed bij dat ik spontaan in zingen uitbarst. Ik weet dat ik dat eigenlijk niet moet doen want ik kan helemaal niet zingen, maar ja, tijdens zo'n sessie heb ik me soms niet meer helemaal in de hand. Gelukkig gebeurt het me niet vaak. Maar goed. Lieve mensen, beste aanwezigen, ik zou het heel fijn vinden als jullie eens naar mijn album 777 zouden luisteren. Wellicht dat het jullie heel erg meevalt. Probeer je te laten meeslepen door de sfeer, en ook als je denkt dat het wat te lang doorgaat, blijf dan toch nog even luisteren want dan begint mijn muziek pas echt te werken. Bij voorbaat dank!"
File Under: Psychedelische drones en krautrock uit Groningen
File Audio: [Wham! Wham! ]
Johnny Cash - Ring of Fire Vol. II
Ondertussen is Johnny Cash alweer bijna vier jaar dood. En nog is niet alle muziek die hij opgenomen heeft ook daadwerkelijk op cd verschenen. Vorig jaar juli verscheen nog American Recordings V: A Hundred Highways en naar het schijnt komt er ook nog een deel zes. Best Of's zijn er ook al een behoorlijk aantal. Ring of Fire Vol. I werd vorig jaar uitgebracht om Walk The Line, de film over het leven van Johnny en June Carter Cash met in de hoofdrollen Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon (die overigens alle muziek zelf zingen in die film) van een Best Of... te voorzien. Nu verschijnt deel twee en hier op kan met gemak nog wel een deel drie volgen. Daar is het oeuvre van Cash groot genoeg voor. Ook dit deel gaat chronologisch door de carrière van Cash. De cd, waarop overigens geen voor verzamelaars essentiële rariteiten te vinden zijn, begint met het door Sam Philips geproduceerde "There You Go" uit 1956 en sluit af met de traditional "In The Sweet By and By"van de Unearthed box uit 2003. Op het eerste deel ontbrak "It Ain't Me Babe", het duet van June en Johnny dat ook in de film voorkomt. Dat foutje wordt nu met deel twee rechtgezet. Al moet gezegd worden dat deze Bob Dylan-cover niet het meest briljante nummer is dat terug te vinden is op deze cd. Doe mij dan maar de live-versie van Leonard Cohen's "Bird on a Wire" of Nick Lowe's "The Beast in Me". Die zijn veel indrukwekkender. Maar het meest indrukwekkend blijft toch Cash' versie van Nine Inch Nails' "Hurt" en de bijbehorende video, die stonden echter al op Vol. I.
File Under: You Can Have It All, My Empire Of Dirt
Neil Young - Live at Massey Hall 1971
Nummer drie in de Performance Series? Jawel, Live at the Massey Hall 1971, een akoestisch optreden in Toronto, geldt als de derde release in de serie live-albums van Neil Young. Nummer twee was het prachtige Live at the Fillmore East 1970. De vraag blijft dan: wordt de voor het najaar aangekondige Archive Vol 1 Boxset (8 cd's + 2 DVD's!) de nummer één in de reeks, of komt er nog een live-concert uit de jaren '60? Wie van de doorgewinterde kenners kan deze eenvoudige recensent bijlichten? En kan me dan meteen verteld worden waarom Neil Young de opnames van Live at the Massey Hall plaat zo lang heeft tegengehouden? Het geluid is kraakhelder en Neil Young's optreden behoort tot zijn allerbeste: breekbaar, oprecht en intens.De setlist laat zien dat Harvest op het punt staat te verschijnen. Zeventien tracks bevat deze reissue-van-het-jaar (dat kan alleen nog door de Archive Boxset veranderen) en geen enkele is een misser. Gitaar en piano zijn de enige instrumenten die gebruikt worden en korte introducties, het stemmen van een gitaar en applaus het enige dat afleidt van klassiekers als "Tell Me Why", "Old Man", "Helpless", "A Man Needs A Maid", "Cowgirl in the Sand"(ja, die klinkt ook fantastisch zonder gitaarmuur), "The Needle and the Damage Done", "Ohio", "Down by the River" en "Dance Dance Dance". Bedenk dat Neil Young al deze songs in een paar jaar bij elkaar schreef. De gemiddelde liedjesschrijver lukt dat niet in een heel leven.
File Under: Helden op hun breekbaarst
File Video: [Massey Hall 1971 Trailer]
File Video: [Old Man][Ohio]
Mist
Lifetime - Lifetime
Het uit New Jersey afkomstige Lifetime is in kleine kring een legendarische band. Opgericht in 1990 waren ze net te laat om aan te haken bij de tweede hardcore-golf, en net op tijd om hun helden (zoals Gorilla Biscuits) uit elkaar te zien vallen. In hun korte bestaan tot 1997 bracht Lifetime drie platen uit vol uiterst melodieuze hardcore, met een stevige dosis punkpop en een scheutje emo in de teksten. Na het uiteenvallen ging een aantal leden door met het even zo legendarische Kid Dynamite. Ergens in 2005 deed Lifetime een drietal reünieshows, en kregen de heren de smaak weer te pakken. Nu is er dan dus een nieuwe plaat, de eerste sinds tien jaar. En die mag er zeker wezen. Wat heet, ik heb in tijden niet zo'n wervelende punkpopplaat mogen horen. Elf nummers worden er in 23 minuten doorheen gejast, de ene nog catchier dan de andere. Het tempo ligt dan ook lekker hoog, en zo hoort het bij dit soort punkrock. Wat nog fijner is, is dat er werkelijk geen enkele misser of vuller op de plaat staat. En dat is dit genre vaak wel anders. Lifetime heeft de geest weer te pakken en na een radiostilte van zo'n tien jaar leveren ze de sterkste plaat uit hun carriere af. En daar neem ik mijn punkpetje voor af
File Under: Topklasse uptempo punkrock
File Audio: [Hiero]
Little Man Tate - About What You Know
Grof gezegd kan je Britse bandjes op uiterlijk in twee categorieën indelen. Jonge nonchalante slungels die melodieuze liedjes zingen of uitgemergelde rattenkoppies die de ruige wereld om hen heen beschrijven. Little Man Tate is geen van beide. Daarvoor zien ze er te veel uit of ze elke zondag bij hun mum in Sheffield een stevige lunch krijgen voorgeschoteld. Ook de Argyle spencers van zanger Jon Windle geven niet meteen de indruk dat we hier met een ruige band te maken hebben. Maar laat je daardoor niet op het verkeerde been zetten. About What You Know zet met openingsnummer "I Hate Your Band" meteen venijnig lekker in. Ook de rest van de plaat staat grotendeels vol met uptempo songs die ik nog het liefst zou omschrijven als 'beatmuziek'in de beste traditie waarbij soms The Jam om de hoek komt kijken. De liedjes zijn kleine verhaaltjes over het dagelijks leven, liefde, meisjes, uitgaan, maar ook scherpe observaties en humoristische typeringen. "Court Report" bijvoorbeeld, verhaalt over een travestiete hooligan die eerst in jarretelles z'n woonkamer stofzuigt en daarna een auto in mekaar stampt. Het opzwepende "Down on Marie" is met een bisexueel triootje als onderwerp en opzwepende rock 'n roll ritmes de waardige afsluiter van een album waar je in een krap half uurtje doorheen raast. Jammer genoeg staan er ook wat mindere tracks op de plaats als het wat stroperige "This Must Be Love", wat dan wel weer de single is. Hoewel Little Man Tate niet zo hip of spannend is als stadgenoten Arctic Monkeys, met geweldige lalalaa-meezingrefreinen als in het nummer "House party at Boothy's" en een vrolijke podiumuitstraling zijn ze ook live heel goed te genieten.
File Under: Vrolijk opgefokte beatmuziek
File Audio: MySpace
Kenny Wayne Shepherd - 10 Days Out, Blues From The Backroads
In 2004 trok Kenny Wayne Shepherd tien dagen door de zuidelijke bluesstaten van Amerika om muziek op te nemen met vooral kleine grote namen uit die streek. Het grootste deel van de ouwe bluesrotten met wie hij speelde tijdens deze trip, had qua leeftijd (Shepherd is zelf van 1977) zijn opa kunnen zijn (nu ja in het geval van Etta Baker zijn oma natuurlijk). Helaas heeft meer dan een handvol van de muzikanten die meespelen, de release niet meer mee mogen maken. Shepherd was net op tijd met zijn trip, zeg maar. Het door ex-Talking Head Jerry Harrison aan Shepherd voorgestelde concept van tien dagen reizen en tien dagen opnemen heeft geresulteerd in vijftien tracks op cd en nog een extra op de dvd waarop de muziek door de beelden en de gesprekken met de knasse knarren nog fijner wordt. Het voordeel van deze manier van werken is dat er geen tijd is voor overdubs of andere tierelantijnen. Het maakt de tracks puur, onversneden en heel divers. Soms zijn ze met publiek opgenomen, soms op de veranda van de muzikant en Shepherd stelt zich continu zeer nederig op. De blanke bluesgitarist beperkt zich, op de solo's na natuurlijk, tot de rol van ondersteuner. Dit doet hij samen met onder andere bassist Tommy Shannon en drummer Chris Layton die in Stevie Ray Vaughan's Double Trouble speelden. In het boekje bij de cd beschrijft Shepherd zijn ervaringen van de tien dagen uitgebreid als een soort van queeste. Uit alles blijkt dat hij zich als een kind in een snoepwinkel voelde. Af en toe was hij zelfs zenuwachtig. Bijvoorbeeld toen hij eerst van (de inmiddels overleden) Etta Baker les moest krijgen in Piedmont-style fingerpicking voordat ze samen akoestisch (en in haar keuken) het fijn kleine "Knoxville Rag" opnamen. Dat zijn zowel op de dvd als op de cd innemende momenten.
File Under: Kenny Wayne Shepherd's queeste naar de blues
File Audio: [Bluuuesszzz]
File Video: [Genoeg!]
De Heideroosjes - Chapter Eight The Golden State
Ik moet het de Heideroosjes meegeven, ze doen erg hard hun best om ons luisteraars te bedienen met zoveel mogelijk gastbijdrages en topproducenten. Waar het oude werk vooral opvallend was vanwege het belachelijk slechte geluid is voor Chapter Eight The Golden State geen middel geschuwd om de productie moddervet te laten klinken. Het is helaas niet genoeg om van mij een Heideroosjes liefhebber te maken. Opener "What If" knalt er goed in en even schrik ik op, zou er dan eindelijk een goede cd gemaakt zijn? Maar nee, al bij liedje drie vervallen de Limburgers in het oude trucje. "Lekker Belangrijk" is zo’n middelmatig punkliedje met een tenenkrommend slechte Nederlandse tekst met Limburgs accent, zo’n liedje dat je verwacht van een groep pubers van 15 maar nogal treurig wordt wanneer het uit de koker van een stel dertigers komt. De Nederlandstalige liedjes zijn op deze cd sowieso - niet onverwacht - tenenkrommend slecht, maar ook het Engelse werk stemt niet vrolijk. Zolang Marco Roelofs zijn lachwekkende accent niet minimaal een ietsiepiets weet weg te werken kan ik die jongen niet serieus nemen. Zelfs een gastbijdrage van punkrelikwie Lemmy wordt vakkundig naar de achtergrond gewerkt door zoveel kneuterigheid. Nee, dan Zoli Teglas, brulboei van het geweldige Ignite, die tijdens de vijftien seconden die hij vult op "Forgotten Continent" pijnlijk duidelijk maakt dat de Heideroosjes oneindig ver verwijderd zijn van het échte werk. Zolang Roelofs en zijn roosjes nog vuistdiep in de inteeltscène van Jan Smeets en Pinkpop zitten zullen we nog met ze te maken hebben. De hoop op een cd die er ook maar een klein beetje toe doet heb ik al lang geleden opgegeven.
File Under: Kinderpunk door dertigers
File Audio/Video: [Klik]
Herbert Grönemeyer - 12
Herkenbaar. En Grönemeyer. Dat is het eerste dat me te binnen schoot toen ik begon aan 12, het, hoe raadt u het, twaalfde album van Herbert Grönemeyer. Nu is er niets mis met een stukje herkenbaarheid. Als fan, en ik ben een Grönemeyerfan sinds ik, min of meer per ongeluk, thuis kwam van de bieb met 4630 Bochum, wil je ook weer niet al te radicale veranderingen. Maar na een paar keer draaien, en zwelgen in de Grönemeyerpathetiek, je moet er van houden, begon het toch wat te jeuken. 12 is namelijk best goed, maar het is een stapje terug na Bleibt alles Anders en Mensch. Beide cd's waren een redelijk afwijkend van het standaard Grönemeyer-geluid, wellicht ingegeven door het een en ander aan persoonlijk leed dat Herbert meemaakte. 12 heeft vooral het bekende geluid van de midden jarig negentig, met een uitstapje naar de jaren tachtig ("Kopf Hoch, Tanzen"). Bijzonder aangenaam dus, maar niet nieuw, helaas. De fans (in Duitsland) zullen er niet om malen, de man komt zijn bed niet uit voor minder dan een uitverkocht stadion en ze zijn allemaal weer (bijna) uitverkocht, maar ik krijg er een beetje een Borsato-gevoel bij, met dien verstande dat Grönemeyers teksten vele malen beter zijn dan de Vivapoezië van Ewbank en consorten. En ze gaan tenminste nog ergens over. Maar verder is het spelen op veilig. En dat was ik eigenlijk van Herbert niet gewend...
File Under: Ergens in het midden van het oeuvre...
File Video: [Stück vom Himmel]
Dying Fetus - War Of Attrition
'Hé, zit niet zo in die bank te hangen! Opstaan met je luie kadaver en met die recensie beginnen. Welke moet je luisteren? De bovenste van het stappeltje? Hoe heet'ie? Dying Fetus? Dat betekent toch...'
'Uhh ja, maar op zich biedt dat wel weer aardige mogelijkheden voor een opening. Iets van dat het alleen maar een naam is ofzo. Of dat je dat allemaal niet zo letterlijk moet nemen, dat het allemaal zo niet bedoeld is. Hmm, misschien toch maar even afkloppen voor de zekerheid...'
Anyway, de nieuwe Dying Fetus dus. We hebben er dan wel vier jaar op moeten wachten en bijna de gehele line-up van de vorige cd is weer vertrokken, desalniettemin weet je meteen waar je aan toe bent als de eerste en uit duizenden herkenbare klanken op War Of Attrition door je luisterhol galmen. Hoogstaande US deathmetal, voorzien van dubbele vocalen en met meer tempowisselingen dan er zakdoekjes worden gemaakt. Heb ik me bij de voorganger Stop At Nothing nog dood zitten te ergeren aan die vreselijk irritante basstriggers, deze keer is de productie om door een ringetje te halen. Clean en helder aan de ene kant tegenover moddervet en loeizwaar aan de andere kant. Zo zouden ze allemaal moeten klinken. Wat verder opvalt is dat er wat minder melodie aanwezig is en juist weer meer agressie en snelheid. Bovendien tovert bandlid van het eerste uur, John Callagher, geregeld de meest meedogenloze headbang-riffs uit zijn gitaar, die voor de nodige slijtage aan je trapezius zorgen. En juist dit elementaire gegeven wordt door de concurrentie nog weleens uit het oog verloren. Het lange wachten is dus niet voor niets geweest. Uitstekende release.
File: Dying Fetus - War Of AttritionFile Under: Hoe heten ze ook alweer?
File Audio: [Homicidal Retribution]
John Martyn - Grace & Danger
Zonder een wat ouder vriendje van me had ik waarschijnlijk nooit van de naam John Martyn gehoord. Grote kans dat dat voor jou nog steeds geldt. Niet iets om je voor te schamen want Martyn is typisch zo'n artiest waar de term 'kennerspubliek' voor opgaat (brrrr, eng). Bij Grace & Danger Martyn's cd uit 1980, die nu opnieuw is uitgebracht, hoort een tragisch verhaal. In 1980 zat John Martyn dik in de shit. Zijn partner Beverly wilde niets meer van hem weten en dat vond hij allesbehalve leuk. Maar goed, de man was toentertijd een notoire zuiplap, genieter van verboden middelen en alles behalve hanteerbaar voor haar. Raar was die scheiding dus niet. Samen met drie bevriende muzikanten (waaronder Phil Collins) ging Martyn de studio in om zijn verdriet te verwerken. En of dat drietal nou het beste was dat hij kon kiezen, nou, niet bepaald. Want Grace & Danger ligt best een eind verwijderd van de jazzy folk die hem tot een grote meneer in de Britse folkscene gemaakt hadden. Een rare cd is het. Als je niet op de teksten let lijkt het een voor Sky Radio op maat gemaakte cd, maar wel een van hoog niveau. Op zichzelf al smoothe liedjes, worden nog smoother door de Michael-McDonald-zonder-honing-achtige stem van Martyn, het gestileerde drumgeluid van Phil Collins, de fretloze bas en het elektronische pianowerk die hem vergezellen. Maar, poeh, als je eenmaal gegrepen wordt door de wanhopige teksten van een nog steeds op zijn ex verliefde Martyn, dan gaat de cd pas écht voor je leven. Een concept-cd zou je het dan ook best kunnen noemen. En daar wringt voor mij een beetje de schoen bij deze heruitgave. Grace & Danger was, ook al was hij niet representatief voor 's mans oeuvre, van begin tot eind af. Volgens mij doe je zo'n cd onrecht aan door deze aan te vullen met outtakes, demo- en live-versies van de nummers. Dat is hier dus wel gebeurd en dat is jammer, want het hartzeer en de radeloosheid die blijkt uit de negen oorspronkelijke tracks gaat nog steeds door merg en been.
File Under: Hartzeer en radeloosheid in een luxe heruitgave.
Puppet Show - The Tale of Woe
Poppenkast moet het hebben van herkenbare figuren en patronen. Jan Klaassen en Katrijn, hij dom en impulsief, zij slim, doortastend en toch vergevingsgezind. Ook de Amerikaanse band Puppet Show houdt zich aan de conventies. Ze spelen progrock en dat betekent dat er veel sfeer- en tempowisselingen te horen zijn, dat er in een uur speeltijd met moeite zes nummers passen en dat gitaar en toetsen menig duel uitvechten. Bij het beluisteren vallen me geregeld - vooral in de toetsen - Marillion-achtige passages op, met zo nu en dan wat Kansas, Yes of Rush. Het mag duidelijk zijn: er wordt duchtig binnen de lijntjes gekleurd. Maar tegelijkertijd kun je niet anders concluderen dan dat er wel machtig móói binnen de lijntjes gekleurd wordt. En dat terwijl het er lange tijd op leek dat het met het debuut Traumatized uit 1998 zou eindigen. Maar The Tale of Woe is onder de productionele leiding van Terry Brown (Rush, IQ, FM) een mooi uitgebalanceerde cd geworden, waarop wat mij betreft zanger Sean Frazier het verschil maakt. Muzikaal zit het vol breaks en sfeerwisselingen, maar die breaks zijn geen breaks om technische krachtpatserij tentoon te spreiden. Integendeel, de opbouw van de songs is logisch en precies wat iedere progger verwacht. Ook deze poppenkast zal juist door de voorspelbaarheid gepaard aan vakmanschap zijn publiek wel vinden. Al is de Nokia-ringtone in een van de songs wèl een verrassing...
File Under: Punch & Judy anno 2007
File Audio: [fragmenten]
Orbit Service - Songs Of Eta Carinae
Hoe het gewone ongewoon kan zijn. De vaste lezer weet wat voor releases Clearspot bij de redactie bezorgt. Ook dit keer weer een duistere titel, dus gefreak zou wel weer mijn deel zijn. Komt nog bij dat Orbit Service, een viertal uit Colarodo, met de Legendary Pink Dots toerde, een mythische naam in moeilijke kringen. Maar zoals ik al zei, deze plaat is bijna gewoontjes. Het lijkt verdeurie wel emo. Zou het bestaan, emo elektronica? Wie weet noemen ze dat wel dark wave. Songs Of Eta Carinae is een lege huls. De vocalen klinken gepijnigd, titels als "Bruises" en "No Longer Do We Dream" zeggen genoeg. Spijtig genoeg weet de band deze klagerige emoties niet echt over te brengen. Ze klinken nogal vlak. De (soms geprogrammeerde) drums zijn degelijk. Te degelijk. Slechts één track onttrekt zich kwalitatief en ook qua sfeer aan deze poel van ellende. Dat is dan ook meteen de elf minuten durende hoofdmoot. "Asphyxia" heet het geval en de dub-invloed die daar opduikt is zeer welkom. Met echoënde accordeons houd je me altijd tevreden. De plaat is dan nog lang niet om, dus vervolgde ik mijn gepieker over een geschikte vergelijking wat betreft de vocalen. Zoals gewoonlijk was het weer puntje van de tong-werk. In popquizzen ben ik ook nooit goed. Gelukkig schiet de zanger me in "Bruises" te hulp, door heel eenvoudig het woordje 'knew' te zingen. Aha! Sophia! De fans daarvan mogen peinzen welke tekstregel en lied van de even getormenteerde Robin Proper-Sheppard me toen door het hoofd schoot.
File Under: Slaapverwekkende psychedelica
File Audio: [Orbit-Space]
Within Temptation - The Heart Of Everything
Het moet zomer 1999 zijn geweest. Ik ga met wat vrienden op vakantie en heb o.a. twee cd's mee van Within Temptation: debuut Enter en de maxi-cd The Dance. De vrienden gingen helemaal uit hun dak bij bands als Tristania, Trail of Tears en Dimmu Borgir, maar Within Temptation kenden ze nog niet. Wonder boven wonder raakten ze destijds net zo enthousiast als ik. Opvolgers Mother Earth en The Silent Force konden en kunnen mij nog steeds niet zo boeien als het debuut. Underground werd helaas commercieel. Hoe anders is dat nu met het nieuwste album The Heart Of Everything. Eindelijk weer bombast en Sharon blijkt enorm te zijn gegroeid met haar stem. Hoog, laag, hard, zacht, rauw, zuiver, Sharon beheerst het nu allemaal. Wel komt het allemaal erg zuiver en wellicht te geproduceerd over. Gaat ze dat live ook allemaal redden? Luister bijvoorbeeld eens naar het intro van "The Cross". Daar gaat ze het nog knap lastig mee krijgen als ze dat ook daadwerkelijk live gaat zingen. De lagere stem die Sharon in veel liedjes gebruikt bevalt mij echter uitstekend. Natuurlijk ontbreken op deze zeer goed geproduceerde plaat (lekker hard draaien!) de koorpartijen en het orkest niet. Soms duidelijk aanwezig, soms pas waarneembaar bij aandachtig luisteren. Hoogtepunten voor mij zijn opener "The Howling", titelsong "The Heart Of Everything" en "The Truth Beneath The Rose". Tot slot prefereer ik de rock mix van "What Have You Done" (duet met Life of Agony frontman Keith Caputo) boven de album/single versie; wat een heerlijk vet intro! Inmiddels staat deze single in de top 3 en zal het succes een voorbode zijn voor Within Temptation's vijfde Conamus Exportprijs.
File Under: Eindelijk weer terug van weggeweest!
File Audio: [ MySpace]
Di-rect - Di-rect
Als ze de kans krijgen, dan zitten ze morgen in het vliegtuig naar Amerika. Nou mannen van Di-Rect, zal ik jullie even uit je droom halen: dat gaat jullie never-nooit-niet lukken. Zo, dat is eruit. Ambitie is leuk hoor, maar het moet wel realistisch blijven. De realiteit is dat Di-rect met hun nieuwe titelloze cd (blah die blah, nieuw begin-gezeur) naar Hollandse maatstaven echt wel een degelijke cd afleveren, maar dat ze aan de overkant van de plas niet boven zouden komen drijven zonder een hele grote zet in de rug van de media. En daar hoeven ze volgens mij echt niet op te rekenen. In Nederland hebben ze wel alle kans op een mediabombardement (heb je ze de afgelopen weken niet gehoord op de radio of gezien op de TV: onder welke steen heb u gelegen?). En daarnaast: met een brutale aap als gitarist Spike (die opvallend veel zang voor zijn rekening neemt op de nieuwe cd en dat bevalt me best) in de gelederen en een mooie (zeggen de meisjes) drummer en een jonge over-de-toekomst-twijfelende papa als zanger heb je al snel weer alle spotlights op je gericht in ons kikkerlandje. En is dat terecht? Deels wel, want, je kunt lullen wat je wilt, die gasten weten natuurlijk echt wel hoe je een catchy rockliedje of aanstekerverslindende ballade moet schrijven die recht-zo-die-gaat de top veertig invliegt. Dat blijkt wel uit "A Good Thing". Als je dat jaar in jaar uit lukt dan is dat toch best knap te noemen. Toch vind ik dat de 'pit' die ze op vorige platen nog wel hadden er een beetje teveel vanaf is bij de mannen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van het streven naar een wat ouder en volwassen publiek? Ik ben dan ook bang Di-rect een gevalletje te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken zal blijken en blijven.
File Under: Nederland is Di-rect's servet
File Video: [A Good Thing]
Inneke23 & The Lipstick Painters - Elephant Crossing
Als je het album begint met een liedje met de titel "Guitar Jesus", en er vervolgens allemaal americanaliedjes op zet, twee covers opneemt van Bob Dylan (Oh Sister) en Lucinda Williams (Purple And Blue), en verder muzikaal sterk lijkt op het werk van Jim White, Indigo Girls en Mary Gauthier dan kan er maar één conclusie zijn: Inneke23 & The Lipstick Painters komt uit Amerika. Dit blijkt echter onjuist, want de band komt "gewoon" uit Antwerpen. De belangrijkste persoon in de band heet zelfs Ingrid Veerman ("The Fairy Man"). Ze zingt en schreef bovendien het materiaal, behalve dan de twee covers. Ze is ook wel bekend van een veel ruiger bandje, namelijk de Bossen. Hier laat ze echter een heel andere kant van haarzelf zien. Soms is het droevig, soms is het vrolijk, maar overal wordt het instrumentarium sober maar afwisselend gebruikt. Het album verscheen al eerder als elpee in 2005, maar nu is er dus een cd-versie van Elephant Crossing. Liefhebbers die iets hebben met de eerder genoemde namen weten hopelijk al genoeg. Dit is een bandje dat ik na het schrijven van dit stukje zeker geregeld uit de kast zal halen. Meld ik tenslotte nog even dat een deel van de opbrengst bestemd is voor het goede doel Bring The Elephants Home. Voor het geval je nog mocht twijfelen over de aanschaf.
File Under: Amerikaanse olifant
File Audio: [My Space]
Greg Ashley - Painted Garden
Oude tijden herleven. Het ene moment wordt een bepaalde tijd als 'out' ervaren en een paar jaar later zie je de kleuren, de kleding en het design uit die tijd weer overal terugkeren. Dat is de afgelopen decennia al een paar maal gebeurd met de zestiger en met de zeventiger jaren. Ook muziek uit die oude tijden komt met een zelfde regelmaat weer terug. De afgelopen week zag ik "Still Crazy", een Britse film uit 1998 over de reünie van de (fictieve) zeventiger jaren rockband 'Strange Fruit' nog een keer op de tv en de oude tijden herleefden ook bij mij. Een paar dagen later hoorde ik Painted Garden , het nieuwe album van Greg Ashley en weer kreeg ik een flashback. Greg Ashley is de grote man achter The Mirrors en The Gris Gris, allebei bands die een grote dosis psychedelica in hun muziek stoppen. Dat doet hij ook op zijn beide solo-albums Medicine Fuck Dream uit 2003 en deze nieuwe langspeler. Het is duidelijk een productie uit de 21e eeuw maar toch kun je jezelf tijdens het beluisteren van de cd veertig jaar terug in de tijd wanen. Zelfs de titels van zowel cd als de tien tracks passen perfect in die tijd. Zoals "Amnesia", "Caroline and the Orange Tree" en "Medication #5". Deze en ook andere songs doen me soms denken aan het solowerk van wijlen Syd Barrett maar ook aan het vaak verguisde Their Satanic Majesties Request van The Rolling Stones. Het is geen muziek voor de grote massa maar ik denk dat er heel wat oude en jonge hippies zijn die deze cd met open armen zullen verwelkomen. Het is jammer dat het voorproefje "Fisher King" niet echt representatief is voor de rest van het album.
File Under: Medication
File Audio:[Fisher King]
Roy Santiago - [Broca]
Ik zit een beetje ongemakkelijk op mijn kruk te wiebelen. Mijn biertje is doodgeslagen. Ik was even vergeten dat hij er stond. Ik neem even een flinke slok om de brok in mijn keel weg te spoelen. Het groepje stamgasten aan de hoek van de bar roezemoest verder. Af en toe vallen ze ineens stil. Hun applausjes klinken beleefd maar oprecht. De luidruchtige dronkaards in de hoek gaan ongestoord verder. Macho men. Aan hen is dit niet besteed. Parels voor de zwijnen noemen ze dat. Ergens kan ik er wel begrip voor opbrengen. Roy Santiago's muziek kan voor een achteloze cafébezoeker moeilijk te behappen zijn. Ongemakkelijk intiem. De nummers waarin zijn expressieve stem als leidraad fungeert, roepen het gevoel op van een openhartig gesprek met pijnlijke stiltes gevolgd door emotioneel geladen uitbarstingen. Bijtende pijn en woede tegenover stil verdriet en ontroering. Waarbij af en toe de ruimte wordt genomen voor een (zelf)relativerende grap. Misschien niet eens zo ver verwijderd van de gesprekken die worden uitgewisseld over de tafels van het café. Eigenlijk verdient Roy een intiem zaaltje met een subtiel verlicht podium. Er mogen stoeltjes staan, er mag wat rook dwarrelen, maar verder niet te veel wat af zou kunnen leiden. Boven alles verdient hij een aandachtig luisterend oor.
File Under: Ongemakkelijk intiem
File Audio: [Your Room]
File My Space: [En Casa]
Within Temptation
De in 1996 door zangeres Sharon (spreek uit Sjaaron!) den Adel en bassist Robert Westerholt opgerichte band Within Temptation bracht in 1997 hun eerste album (Enter) uit waarna het succes hen bijna leek te komen aanwaaien. Alles wat ze deden werd enthousiast begroet. Ze wisten ook buiten de gothic-scene een luisterend oor te vinden doordat ook de populaire radiozenders hun muziek draaiden. Within Temptation heeft de afgelopen jaren zo ongeveer alle te behalen Nederlandse prijzen in de muziekindustrie binnengehaald. Zelfs viermaal de Conamus Exportprijs, wat een record is.
Lees verder..The Fray - How To Save A Life
Het is raar dat How To Save A Life van The Fray niet eerder in Nederland uitgebracht is. Want Nederland, dat is toch het land waar Keane gewoon in zijn uppie een openluchtconcert geeft deze zomer en de Counting Crows zo mateloos populair zijn? Dan zou je verwachten dat bij een platenmaatschappij alle alarmbellen afgingen toen ze deze cd van The Fray voor het eerst te horen kregen en dat ze 'em zo snel mogelijk uit hadden gebracht hier. Want The Fray sluit namelijk vrijwel naadloos aan op deze twee bands en heeft wat mij betreft zelfs enkele fijne voordelen ten opzichte van ze. Bij Keane en Counting Crows word ik namelijk nog wel eens kriegelig van dat gejengel van hun beide zangers. En daarin ben ik absoluut niet de enige. Dan luister ik liever naar de warmere stemmen van Isaac Slade (ook piano) en Joe King (ook gitaar). Denk overigens niet dat het wereldschokkend is wat je te horen krijgt op How To Save A Life. Slade en King schrijven gewoon fijne, soepel in het gehoor liggende liedjes met een dominante rol voor de piano van Slade, waarvan het titelnummer (met Grey's Anatomy-clip) en "Over My Head" in het thuisland al behoorlijke hits waren. Ik gok zo dat dat hier ook wel alsnog zal gaan gebeuren. En anders kan dat altijd nog met de intense pianoballade "Hundred". Da's namelijk ook een geheide hit.
File Under: Vast hier ook alsnog snel groot.
File Audio: [Yes]
File Video: [How To Save A Life][Over My Head]
The Palace Guards - The Complete Recordings
De eerste opnames die verzameld zijn op The Complete Recordings van The Palace Guards stammen uit 1965 en de laatste uit 1969. Hun ontwikkeling liep niet parallel aan die van veel andere bandjes uit die tijd, namelijk van het spelen van basale rock 'n' roll naar het freaken in psychedelische tracks. The Palace Guards, (niet te verwarren met het bijna gelijknamige Californische Palace Guard) , begon met het naspelen van The Kinks en The Animals - overigens meer dan verdienstelijk - en ging, naarmate ze hun instrumenten beter beheersten, steeds poppiër klinken. Hun garage-versie van de British Invasion klinkt in eerste instantie enthousiast en geinspireerd en vliegt zo nu en dan uit de bocht ("Gas Station Boogaloo Downtown"). Maar de lol waarmee invloeden opgezogen worden en verwerkt worden in puike tracks als "Better Things To Do" en "Barbara" komt over. Ook hoorbaar is hun neergang: in "Waltz for Alissa" lijkt het duidelijk dat de mogelijkheden van het nieuw gekochte orgeltje ook echt gebruikt moeten worden. In "Never Be Lonely" moet de organist laten horen dat hij niet van de straat is en slaat een solo van hem werkelijk als kut op dirk. Godzijdank bestaan de eerste tien liedjes uit hun eerste vijf singles en vinden we pas daarna de bonustracks: alternatieve versies en niet eerder uitgebrachte liedjes. Een dik half uur ontzettende lol en daarna krijgen de compleetheidsmaniakken waar voor hun geld.
File Under: De British Invasion ging ook aan Louisiana niet onopgemerkt voorbij.
Afgewerkte Motorolie - Don't Believe The Lies
Ik dacht dat het een grap was, maar Rockanje bestaat echt. Het is een stukje polder in Zuid-Holland. Kennelijk leven er wat opgeschoten jongens, die zich nadat hun enige motor was ontploft, met muziek bezig gingen houden. Het resultaat is dit plezierig wangedrochtje. Ik vreesde voor platte rock, opgetuigd met gedateerde techno-loops. Gelukkig heeft de laptopper van dienst voornamelijk wat synthesizers ingeschakeld. De wankele grooves worden door de drummer voor rekening genomen, wat goed is voor het doe-het-zelf-maar gehalte. Er zijn twee vocalisten die zich met schelden bezighouden. Eerst goedkoop bier innemen en dan, met zwaar accent, dingen roepen als: 'They ruined my carpet, those motherfuckers!' Een absolute outsider-music klassieker is het emotionele "Hail to the new economy". Ik krijg er tranen van in mijn ogen. De drummer heeft een hi-hat gevonden en probeert te swingen.. De zanger bazelt: 'Let me smoke big cigars, let me drink my cognac. Leave me alone!' Waarna de gitarist een post-rock-tremolo probeert te spelen. De drummer kan het amper bijhouden, de track dreigt in te storten. Geweldig. Die post-rock-richting beviel kennelijk, want in "Weapon of Choice" doen ze nog een ander belegen trucje. Men neme een licht-filosofische en tegelijkertijd agressieve babbel-sample en begeleidt die door drums en gitaren die naar een climax toewerken. Werkt altijd. Het einde van de ep is ook memorabel: Mister Bakker, motherfucker, you live your life on cruise control! Vast een leraar die een bandlid uit de klas verwijderde, nadat deze was binnengekomen in een zelfgeknutseld Fuck the world-t-shirt.
File Under: Een samenzwering van idioten
File Audio: [De hele ep voor nop!]
File Audio: [hier]
LCD Soundsystem - Sound of Silver
Gelukkig was ik, toen ik LCD Soundsystem live mocht aanschouwen. Twee keer. Deze keer, echter, miste ik de voorverkoop en zo ook mijn kaartje. En het is niet dat ik komende zaterdag niks leuks ga doen, maar hee, LCD Soundsystem live, en dan ook nog met de nieuwe liedjes, van de ge-wél-di-ge tweede plaat, Sound of Silver, die alle elektropunk of punkfunk rip-offs overbodig maakt, maar nog kan dwingen naar deze band te luisteren. Bovendien zit er meer pop in de plaat. Naast het opbouwen naar climaxen zoals alleen James Murphy dat - onder andere met zijn stem - kan (check de single "North American Scum", "Get Innocuous" en "Time To Get Away"), zijn "Someone Great" en "All My Friends" hippe popliedjes geworden, die desondanks respectievelijk ruim zes en ruim zeven minuten duren. (Over pop gesproken, in de lieve afsluiter van het album, "New York I Love You" ('but you're bringing me down'), is Murphy, naast muzikaal, tekstueel weer erg sterk, wat je eraan doet herinneren dat je weer van voor af aan kunt beginnen om eens goed naar de maatschappijkritische teksten te luisteren.) In het ruim acht minuten durende "Us vs. Them" worden vervolgens de vele koebellen weer van stal gehaald, waardoor referenties aan het eigen eerste album en de handvol daaraan voorafgaande ep's niet van de lucht zijn. Al na twee minuten slaan de mannen en vrouw er hard op los, en dan moeten ze nog zes minuten. Zes minuten die geen enkel moment vervelen en voorbij zijn voordat je het weet. Dat is de kracht van LCD Soundsystem, dat ondanks herhaling en lengte bijna elke seconde spannend is, omdat je nooit precies weet wat er nog komt. Dat het album consistenter zou zijn dan het eerste, lijkt me moeilijk te beoordelen, omdat het dubbeldebuutalbum de verzamelde singles met zich meebracht, die in een eerder stadium als losse releases waren verschenen. Misschien lag de druk voor het debuutalbum daarom wel hoger, dan voor dit tweede album. Zeker omdat we door de weergaloze DFA-remixen tussen de twee albums door eigenlijk wel wisten dat Murphy in vorm was.
We gaven vijf exemplaren van deze kekke plaat weg. Daarvoor ben je nu te laat.
File: LCD Soundsystem - Sound of SilverFile Under: James Murphy begrijpt alles
File Audio: [Tijdelijk de hele plaat op MySpace][Maar ook op de eigen site is álles te vinden, ook van vroeger]
File Remix: [een compleet remixalbum]
...And You Will Know Us By The Trail Of Dead
Elias Kahila - Break Point
Elias Kahila speelt al jaren cello, maar dan niet bepaald klassieke muziek, maar rock waarbij hij zijn invloeden haalt uit de hele breedte van dat hokje. Hij noemt zelf Toto en Nightwish als referenties en dat klopt aardig, want hij zet op zijn cd Break Point net zo gemakkelijk een bijna cliché ballade in als een vuige rocker. Maar Kahila is nog breder, want "Wildcatz" bijvoorbeeld is een fusionachtig nummer. Ik snap dan ook wel dat hij niet graag vergeleken wil worden zijn landgenoten van Apocalyptica, je gaat toch ook niet alle gitaristen op één hoop gooien. Bovendien speelt op Break Point maar één cello die wordt begeleid door drum en gitaar en spelen bij Apocalyptica het merendeel van de tijd alleen de vier cello's. Dat geeft sowieso een heel ander geluid en daarnaast speelt Kahila ook nog eens alleen maar eigen nummers, waarbij ik overigens wel regelmatig het gevoel heb bepaalde melodielijnen eerder gehoord te hebben. Toch zijn er zeker ook wel parallellen tussen Break Point van Kahila en het debuut ..Plays Metallica by Four Cellos van zijn landgenoten. Die laatste leed, zeker als je de vette productie van hun latere platen in ogenschouw neemt, ook onder het gebrek aan budget voor een goede productie. Daar heeft Kahila helaas ook last van. Al zitten zijn liedjes goed in elkaar en mis ik eigenlijk helemaal geen zanger. Daarvoor is zijn cellowerk een adequate vervanger, maar de opnamen van Break Point missen vooral op de momenten dat de cello begeleid wordt door de andere instrumenten de diepte die wat mij betreft absoluut vereist is voor een instrumentale cd.
22 maart, Musikcafe Trianon, Nijmegen
24 maart, Café Allicht, Nijmegen.
File Under: Cellorock
File Audio:[Hier]
Field Music - Tones of Town
Eigenlijk is het een doodzonde als recensent, maar er zijn wel eens van die platen waarbij je het oordeel slechts met zeer veel moeite uit je toetsenbord weet te persen. Dat heeft dan vrij weinig met het toetsenbord te maken, maar des te meer met de plaat in kwestie. De plaat kan enerzijds gewoon niet naar de zin zijn, zonder dat je echt de vinger op de zere plek weet te leggen. Anderzijds is het ook mogelijk dat een plaat werkelijk uitstekend is, maar dat je niet precies weet waarom je hem nu zo goed vindt. Tones Of Town van Field Music behoort tot de tweede categorie. Het tweede werkje van deze Britse band lag al een tijdje op mijn stapel te bespreken cd's, en dat had er vooral mee te maken dat ik al die tijd zoekende was naar argumenten waarom ik Tones Of Town zo'n fijne cd vind. Misschien dat het ligt aan de gelijkenis die Field Music vertoont met de Beach Boys en de Zombies toen deze bands hun beste werk maakten. Misschien dat het ermee te maken heeft dat ik uren kan kijken naar het prachtige hoesje waarin dit cdtje is verpakt. En misschien ben ik wel ontzettend onder de indruk van het feit dat een drietal uit godbetert het troosteloze Sunderland zulke fijne en hoopvolle muziek weet te maken, zonder dat ze daarbij gebruik maken van zware gitaren zoals de buren van Maximo Park en de Futureheads. Dat er zulke kleine, fijnbesnaarde, muziek vol avontuur uit een rauwe industriestad kan komen. Hoe dan ook, Tones Of Town is een prachtplaat. Waarom dondert ook niet. Dat bepaalt u voor deze enkele keer zelf maar.
File Under: Het cliche 'poppareltje' bestaat niet voor niets nog steeds
File Audio: MySpace
The Blue Van - Dear Independence
In Nederland hebben we het over meegenomen worden door mannen in witte jassen, Motörhead's Lemmy zong ooit "I really like this jacket, but the sleeves are much too long" en in Kopenhagen schijnt de uitdrukking over een blauw busje te gaan. En toch is wat deze Denen laten horen lang niet gek. Integendeel, op hun tweede album Dear Independence laten ze een heel aanstekelijk soort sixtiespop horen. Met behulp van een oud Hammondorgel en een al even oude Hofnergitaar en hun korte, puntige songs ligt het geluid van The Blue Van dicht bij de vrolijke, optimistische pop van halverwege de jaren zestig. Met name de Kinks klinken vaak door in hun songs. Luister maar eens naar het springerige "Independence" of "Ëlephant Man". Gooi er wat tikken doorheen voor het vinyleffect en iedereen zal zo geloven dat het uit de jaren zestig komt. Ook het Kinksiaanse "Momentarily Sane" hoort bij de uitschieters op dit album. Prijsnummer is echter single "Don't leave me blue" met dat simpele maar precies goede ritme en dat lekkere refreintje. Als ik het zou moeten vergelijken met een hedendaagse band, dan kom ik uit bij Cake, vanwege de verraderlijke eenvoud en charme. Alleen waar Cake op en top Amerikaans is, klinkt bij The Blue Van de complete Engelse popgeschiedenis door. Ook voor Britpoppers met historisch besef zou dit dan ook wel eens een heel leuke cd kunnen zijn. De lekker springerige songs en de genant vrolijke uitvoeringen zorgen in elk geval dat ik deze cd nog vaak zal draaien.
File Under: Beetje boel sixties, beetje Britpop, boel pret
File Audio: [flashplayer op de site] [VanSpace]
File Video: ["Don't Leave Me Blue" op de site]
P.G. Six - Slightly Sorry
Als een leek aan mij vroeg wat een singer-songwriter is dan zou ik zeggen dat dit iemand is met een gitaar in de hand zijn eigen meestal wat ingetogen en melancholieke liedjes vertolkt. Hierna zou ik dan een aantal voorbeelden noemen waarbij het meestal eigennamen of namen die verwijzen naar één persoon zijn. De liedjes van P.G. Six zou zijn inderdaad ingetogen en melancholiek, maar P.G. Six is geen persoon. Het is de naam die dit project heeft meegekregen van Pat Gubler. Hij voldoet ook niet aan de eis dat hij zichzelf begeleid door een gitaar. Hij speelt wel gitaar, maar ook piano, orgels in allerlei varianten en bovendien de basgitaar. Hiernaast heeft hij nog drie muzikanten (drums, basgitaar en elektrische gitaar) die ook zo hun bijdrage leveren, maar ook de vier zangeressen drukken hun stempel op dit werk. Deze zijn een prima combinatie met de niet erg opvallende stem van Pat Gubler die op een natuurlijke wijze aanwezig lijkt te zijn. Mocht je houden van singer-songwriters, niet vies zijn van wat Britse folk- en enige gospelinvloeden dan kon dit wel eens in je smaak vallen. Slightly Sorry is de titel van deze schijf die bij voorkeur te beluisteren is in een omgeving waar niets je van de muziek afleidt. Dit verdient namelijk serieuze aandacht.
File Under: Niet storen!
File Audio: [ MySpace]
30 Seconds To Mars - A Beautiful Lie
Het verbaast me al lang niet meer dat een band als 30 Seconds to Mars Tivoli strak uitverkoopt zonder dat de band ooit maar de albumcharts of top 40 gehaald heeft. Er zijn ondertussen legio van dit soort bands dat hun populariteit vooral ontleent aan gillende meiden die de muziek wel downloaden en op hun mp3-spelertje hebben staan, maar de cd maar de cd niet bezitten. Ik hoop maar voor 30 Seconds To Mars dat de fans wel de hele kraam aan shirts leeg gekocht hebben. Deze nieuwe cd A Beautiful Lie is overigens al lang niet zo nieuw meer als de meeste plaatjes die we hier bespreken. In Amerika kwam de cd al in 2005 uit. Daar is zanger Jared Leto (en zijn bandleden waaronder zijn broer ook) veel populairder dan hier. Maar Leto is overduidelijk het snoepje van de band. Hij verdeelt zijn tijd tussen acteren (hij speelde onder andere in Fight Club, American Psycho en Requiem for a Dream) en zingen en liedjes schrijven. Met A Beautiful Lie levert hij maatwerk af. Te goed om af te doen als kiddie emo en te weinig kiddie emo om af te doen als jeetje-wat-gemakkelijk-scoren en dat is op zich best een prestatie. Het maakt 30 Seconds To Mars wel wat lastiger te plaatsen. Ze hebben dingen in zich die aan de hedendaagse Rise Against doen denken, maar laten dan slim(?) genoeg het hardere deel van hun geluid weg en vervangen dat door invloeden van sferische dredg- en Tool-achtige elementen. Oh nee, Tool, dat is te ver weg, maak daar maar A Perfect Circle van. Een slim samengestelde cast aan smaken dus. Het gevaar voor een overdosis pathetiek is dan wel iets dat dreigt, maar Leto is gehaaid genoeg (of gewoon goed genoeg zo je wilt) om dit niet te laten gebeuren.
File Under: Terecht het snoepje van de week?
File Video: [The Kill]
File Audio: [Maar natuurlijk]
The Heartburns - Fucked Up In A Bad Way
De beste manier om te verbloemen dat je totaal niet in staat bent om teksten te schrijven die ook maar een klein beetje intelligent of bijzonder zijn, is door de zanglijnen simpelweg zo ver mogelijk achterin je opname te verstoppen. Alles bedekken met een dikke deken van zompige basgeluiden en gruizige gitaren en zorgen dat er genoeg effecten en distortion over de vocalen gepompt worden. Dat moeten The Heartburns in ieder geval gedacht hebben toen ze Fucked Up In A Bad Way opnamen. De teksten zijn inderdaad van een lachwekkend niveau, maar dat is totaal niet relevant bij een plaatje dat verder prima in orde is. Het heeft mij ook jaren gekost voordat ik überhaupt eens ging luisteren wat die New Bomb Turks eigenlijk allemaal te vertellen hadden en The Hives versta ik tot op de dag van vandaag nog steeds niet. Belangrijker is dat The Heartburns zo'n typisch lekker rammelende garagerockplaat gemaakt hebben waarvan je ieder nummer eerder gehoord denkt te hebben en er vanaf seconde één met het linker been meegetikt kan worden. Tien nummers, twintig minuten, precies zoals het hoort. En mocht iemand nu - God weet waarom - alsnog willen weten of ze ook iets te melden hebben, gelukkig is er dan nog het Cd-boekje, waar puberale rebellie keurig woord voor woord is uitgeschreven.
File Under: Scandi-ramrock
File Audio: [Klik]
Trencher - Lips
Men neme een snelle drummer, een gigantisch overstuurde basgitaar, en doet daar een Casio-keyboard bij. Werkt dat? Ja, en heel goed ook nog. Trencher heeft dit gezellige drietal en ze noizen er het liefst zo hard op los dat je er ongans van wordt. Grindcore? Check. Abrupte wendingen? Aanwezig. Vreemde catchy melodietjes? Yep. Oorverdovend gekrijs? In overvloed. Lips doet negen nummers en een minuut of 25 zijn best om je volledig te neer te blazen en je door een auditieve shredder te halen. Heerlijk subtiel dus; denk vroege Carcass, denk The Locust, denk een kruising van vroege Napalm Death en Dillinger Escape Plan. Prachtige songtitels ook: "Mouth to Anus", "All that blood and no pain?" of het heerlijke "Two semi's don't make a hard-on". Tussen al dat ultrakorte bloederige geweld is het minutenlange drone van "In Reverence" dan plots een vreemde misvorming, maar zo erg is dat niet; misvormingen passen prima bij Trencher. Heerlijke band, en ook prima werkzaam als bezoek-wegjaag-instrument.
File Under: Casiogrindcore met iets extra's
File Audio: [Nightmares on Crack St.]
File Audio: [Met casio's en borrelnootjes]
Radical Face - Ghost
Ik ben altijd in voor een nieuwe Morr-release (klik, klik) en ik blijk ook enorm in voor de nieuwe van Radical Face, hoewel Ghost niet onmiskenbaar Morr is. Radical Face is meer pop en minder elektronica, met zulke uitbarstingen en climaxen dat ik me af en toe afvraag hoe dit eenmansorkest het allemaal voor elkaar krijgt. Ben Cooper, ook de helft van Electric President, nam alles in zijn eentje thuis op, zoals het een goede lo-fi indieartiest betaamt. Maar dit plaatje klinkt allesbehalve lo-fi. Een prachtige, dromerige productie van de elf liedjes die over spoken zouden moeten gaan - nee, Cooper stelde zich de vraag, wat als huizen herinneringen zouden hebben -, maar dat hoor je er niet aan af, hoewel Cooper zijn album Ghost noemt en dus een pleidooi houdt voor het feit dat spoken niet eng zijn, maar juist lief en zweverig en dat ze hem inspireren tot het maken van Death Cab For Cutie-achtige popliedjes. "Welcome Home" is er eentje die in je hoofd blijft zitten, met zo'n stuwende drum, "The Strangest Things" heeft wat vervreemde elementen en wat vreemde breaks, maar blijft hoe dan ook ontroeren, "Winter Is Coming" is folky en doet aan vroeger - vroeger als in, de jaren zestig - denken. Met de vraag naar of huizen herinneren in het achterhoofd, is dit album bijna een conceptalbum op zoek naar het antwoord, maar dan zo geslaagd dat je die vraag vooral wil vergeten. Ghost is een magisch album dat je ontroert en meevoert naar een droomwereld waar het veel minder eng is dan je van tevoren zou denken. Mensen die menen dat deze plaat daarom saai is, die luisteren niet goed.
File Under: Prachtige, dromerige popliedjes over lieve spoken
File Audio: [Luister dan hoe mooi, luister!]
Malcolm Middleton - A Brighter Beat
Het was natuurlijk best jammer dat Arab Strap het bijltje er definitief bij neerlegde, maar soms is een band nou eenmaal gewoon klaar en af. En voor mijn gevoel gold dat wel een beetje voor deze sympathieke Schotten. Ten Years of Tears was de ene helft van het afscheidscadeau, een select aantal optredens de andere. En dat was het dan. Maar daarom niet getreurd, zowel Aidan Moffat als Malcolm Middleton waren al langere tijd bezig met een muzikaal leven naast Arab Strap. A Brighter Beat is dan ook al Middletons derde solo-cd. Hij kreeg hierop hulp van zo ongeveer alle leuke Schotse bandjes, waarbij Reindeer Section-zangeres Jenny Reeve het verdient om met naam en toenaam genoemd te worden omdat ze Malcolm zo fijn aanvult in het met strijkers gelardeerde "Stay Close Sit Tight". Dan heb je overigens de grootste schok al wel gehad. A Brighter Beat begint namelijk als een onverwachte BOEH-roep met "We're All Gonna Die" waarbij straffe vervormde bijna boosaardige gitaren en elektronische beats uit je speakers tetteren. Wat volgt zijn nog negen goede en vooral ook afwisselende songs waarbij ik tot mijn verbazing regelmatig aan Sophia moest denken. Die variatie leidt op songs die nog wat lijken op Arab Strap, dan weer zijn ze ingetogen en klinkt Middleton bijna als de Schotse (dat accent van hem is natuurlijk prachtig charmant!) Nick Cave, en af en toe zou je er met een beetje slechte wil zelfs op kunnen dansen. Zo wordt A Brighter Beat Middleton's leukste cd tot nu toe. Al is leuk misschien niet het beste woord om te gebruiken, want vrolijk wordt het naar goed Middleton's gebruik nergens.
File Under: Arab Strap is dood, leve Malcolm Middleton!
File Video: [A Brighter Beat]
File Audio: [MalcolmSpace
The Little Ones - Sing Song
Ik houd niet van sleur, alhoewel een bepaalde routine in je leven wel prettig is. Elke zaterdag, eerst boodschappen doen en dan proberen om voor de lunch een stukje te schrijven voor File Under. Deze routine geeft me houvast. Ik houd ook niet van clichés maar ook die zijn soms heel handig om iets te omschrijven. Ook hier kunnen ze wat houvast geven. Het stereotype dat bij me opkwam toen ik de cd van the Little Ones hoorde, was 'klein maar fijn'. En hoe vreemd het ook klinkt, het past exact bij de band en hun muziek. Ten eerste natuurlijk de naam van de band. Vervolgens is Sing Song een mini-album (zeven nummers in net 28 minuten) en ten slotte klinkt de muziek ook 'klein maar fijn'. Het geluid van The Little Ones is bescheiden en hiermee bedoel ik dat geen van de songs echt heel bijzonder is. Ik vraag me dan ook af of The Little Ones genoeg in zich hebben om groter te worden. Er staan geen nummers op dit debuutalbum die lang bij me zullen blijven hangen. Door de aardige melodieën, de redelijk snelle ritmes, de aanstekelijke gitaarriffs en het handgeklap klinken de songs op het eerste gehoor overigens best wel vrolijk en ik houd van vrolijke muziek. Maar schijn bedriegt, alhoewel je dat pas merkt als je de nummers een paar maal beluisterd hebt en je wat van de teksten hebt opgevangen. 'We long for the best years of our lives' is bijvoorbeeld de eerste zin van de cd en ook de titel van de laatste track "Heavy Hearts Brigade" geeft aan dat het toch wat minder zonnig is als de muziek van dit vijftal uit Californië in eerste instantie doet vermoeden.
File Under: Face the Facts
File Audio: [Lovers Who Uncover]
VA - Saint Germain des-Prés Café 8
In Nijmegen hebben we een paar jazzcafés. Sommige zijn het drukst op zondagmiddag, wanneer er een band optreedt, andere zitten steevast helemaal vol op maandagavond voor de wekelijkse jamsessie. Daaraan doet een harde kern muzikanten mee, onder wie een groepje Arnhemse conservatoriumstudenten. Ik kan er lang naar blijven kijken. Standardje hier, solootje daar, biertje erbij, relaxed. Ben je fan van blaasinstrumenten, dan is het al helemaal een must. Zelf ben ik nooit zo'n jazzhead geweest, maar op die plekken heb ik wél de stroming en de bijbehorende ambiance leren waarderen. Dus ben ik ook best tevreden met een verzamel-cd vol nu-jazz die ik onlangs kreeg. Het is het iets commerciëlere soort, want merendeels met zangeressen, maar de artiesten zijn ook weer niet heel bekend (de grotere zijn Koop, Alice Russell, Kevin Yost en Povo) en bovenal is de muziek gewoon lekker. De cd maakt deel uit - deel 8 alweer - van een serie, die vernoemd is naar Saint Germain-des-Prés, een wijk in Parijs waar de chique van de lokale jazz losgaat in talloze zaaltjes en cafés. En zo heel onvergelijkbaar is deze gevarieerde verzamelaar daarmee niet eens. Nu-jazz is een vage term die doorgaans wijst op wat nieuwerwetse elektronische elementen, maar de kunst is nou juist dat je dat niet hoort. Gelukkig is dat op deze cd ook weinig het geval. Op drie ingeblikte nummers na ( Diesler, Beat Assailant, The Dining Rooms) en een relatief overgeproduceerd (Koop) kan ik me best voorstellen dat ik gewoon ergens met een biertje op een terras naar een live-jazzoptreden zit te luisteren.
File Under: Laat die zomer maar komen
File Audio: [Sampletjes, als ze het doen] en anders [Kevin Yost - What is cool? (sample)] [Alice Russell (sample)] [Diesler (sample)]
empYrios - ...And The Rest Is Silence
Na hun veelbelovende demo The EverSinner (2002) komt het Italiaanse empYrios nu met hun eerste volwaardige CD. Het album opent met het - helaas maar 45 seconden durende - Devin Townsend-achtige "Wreckage", waarna het abrupt en hard overgaat in het krachtige "Tort". Afwisselend en divers, dat zijn vervolgens de trefwoorden die dit album kenmerken. Twaalf nummers waarin veel invloeden van diverse bands (o.a. Symphony X, Evergrey, Tool en Meshuggah) terug te horen zijn. Toch wil het album me niet direct grijpen. Na enkele aandachtige luisterbeurten vallen mij echter twee mooie pareltjes op: "The Ruiner", met mooie symfo en soms filmische elementen (het instrumentale einde past zo in een serie als 24) en mijn persoonlijke favoriet: het ingetogen "Eal". Zanger Silvio Mancini weet zich niet alleen in de ballades goed staande te houden, ook tussen het muzikale geweld van gitarist Simone Mularoni, toetsenist Emanuele Casali, bassist Simone Bertozzi en drummer Matteo Mastroianni staat hij zijn mannetje. Met het instrumentale "FarCry" eindigt dan na bijna drie kwartier prog, trash, power en symfo dit mooie ritje in de muzikale achtbaan. Zonder dat ik het eigenlijk goed en wel door heb gaat hij direct weer verder met het volgende rondje.
File Under: Volgende keer een instrumentaal album?
File Audio: [ MySpace]
Battlelore - Evernight
Menig band gebruikt de mythologische verhalen van J.R.R. Tolkien als inspiratiebron voor hun muziek. Volgens mij is er echter geen band die dat zo standvastig weet vol te houden als Battlelore. Deze Finnen hebben inmiddels hun vierde album afgeleverd, waarbij ze nog steeds loyaal blijven aan de erfenis van Tolkien. Op het album Evernight brengt deze zevenkoppige band epic fantasy metal, zoals je mag verwachten met aan de ene kant een mooie zangeres zingend als een elfje waarbij ze aan de andere zijde wordt 'tegengewerkt' door de bulderende zang van een ork. De rol van zachtaardige elf wordt gespeeld door de aangename vocalen van Kaisa Jouhki. En die van de bloeddorstige ork door de, minder goed uit de verf komende, zware en lage mannenstem van Tomi Mykkänen. De negen nummers zitten prima in elkaar en luisteren zeker lekker weg. De muziek is melodisch en hoewel de bombast natuurlijk niet ontbreekt is die niet overdreven zwaar. Echter zoals vaker bij dit soort bands ontbreken voor mij de nummers die er echt uitspatten en juist binnen dit genre mag je dat wel verwachten. Een prima album om zo af en toe eens op te zetten van net geen drie kwartier, zeker niet slecht maar ook zeker niet wereldschokkend, de hobbits kunnen rustig in hun Gouw blijven liggen.
File Under: Onceinawhilenight
File Audio: [House Of Heroes en We Are The Legions (@Myspace)]
Au Revoir Simone - The Bird of Music
De zomer weigert gewoon afscheid te nemen. Ze blijft door de andere seizoenen heen verlangen naar blote voetjes van zij die pootje badend aan de waterkant zitten. Naar vrolijk kwetterende vogeltjes, de geur van pas gemaaid gras en dansende meisjes in zomerjurkjes. Zomerjurkjes met bloemenprint. Het hele jaar door wil ze er toch een beetje bij zijn. Als een luchtverfrisser met kamperfoelie. Hier klinkt ze door in herfstmuziek. Gemaakt op oude, goedkoop klinkende keyboards en antieke drummachines die een gevoel van nostalgie oproepen. Eenvoudige synthetische deuntjes die melancholisch zouden moeten stemmen. Ik zie echter dansende meisjes in zomerjurkjes die zingen zoals vogels vrolijk kwetteren en ik snuif de geur op van pas gemaaid gras. De drie dames van Au Revoir Simone zijn geen hoogvliegers. Hun dromerige popliedjes zijn kinderlijk eenvoudig en er wordt vrijwel alleen maar in unisono gezongen. Daar moet het trio uit Brooklyn het dan ook niet van hebben. Toch is er iets wat de synthpop op The Bird of Music onweerstaanbaar en uiterst verslavend maakt. Het zijn die overal aanwezige zonnestraaltjes die de huid kietelen. Die het aangename warme gevoel geven en een glimlach om de mond toveren. Noem het een ongrijpbaar stukje magie. Ik noem het een zomer die weigert afscheid te nemen.
File Under: Een zomer die weigert afscheid te nemen
File Audio: [Through the Backyards]
File My Space: [Bonjour]
Aborted - Slaughter & Apparatus: A Methodical Overture
Je zou nu zo langzamerhand toch wel enige bezorgdheid verwachten bij alle christenen die ons land regeren. Onze zuiderburen gaan namelijk steeds minder zorgvuldig te werk. Nadat eerder al bekend is geworden dat K3 via subliminale boodschappen in hun poeslieve muziek Nederlandse kinderen probeert te indoctrineren, is er onlangs nog een ander feit boven water gekomen waar niet zonder enig gevaar over gesproken kan worden. Het is u zeker en vast ter ore gekomen dat een bekende Amerikaanse tienerster heeft geprobeerd zichzelf van het leven te beroven, nadat ze het nummer 666 op haar kaalgeschoren hoofd had gezet en zichzelf de Antichrist had genoemd. De inhoud van haar achtergelaten zelfmoordbriefje is echter nooit publiekelijk gemaakt. Hoe ik er aan kom, kan ik niet vertellen, maar vrij vertaald stond daar ongeveer dit in: 'Dag wrede, wrede wereld. Mijn tijd is gekomen. Er is geen andere oplossing. Al dagen ben ik in de war. In de war van een cd. Voor jou, van al je Belgische fans, stond er op geschreven. Wat zich toen aan mij openbaarde, drijft mij tot waanzin. Ik hoorde muziek die niet van deze wereld is. Zo intens, maar toch zo eerlijk. Zo gewelddadig, doch vol met melodie. Waar komen in hemelsnaam die stemmen vandaan? Zoveel ideeën, zoveel muzikaliteit. Die beukende gitaren, die ratelende drums en die ijzingwekkende solo's. Wie kan zoiets bedenken? Waar zijn de refreinen gebleven? Er moet toch wel één refrein ergens in zitten? Ik snap er niets meer van, stopt het dan nooit? Dit mag toch helemaal niet. Laat het stoppen, laat het alsjeblieft stoppen! Ik beloof nooit meer een onbenullig popliedje uit te brengen. Ik hoor bij jullie! Ik ben de wedergeboorte van Lucifer! Ik ben de Antichrist! Ik...'
File Under: U bent gewaarschuwd.
Elstar / MonoDrive / Only Seven Left
Bij het intro van "Leave It All", het openingsnummer van de debuut-ep van het piepjonge viertal Only Seven Left, denk je gelijk: 'Dit klinkt veelbelovend.' Okay, één maat later schiet de naam Keane (ze geven overigens grif toe dat ze hier hun inspiratie vandaan halen) me door het hoofd. Soit, het trekt wel de aandacht en daar gaat het om zullen we maar zeggen. Wat volgt zijn vijf pianopop georiënteerde liedjes die aantonen dat deze Hilversummers een band is met potentie. Er is echter wel een voorwaarde. En die is dat zanger Wouter Bouma nog flink aan zijn zang schaaft. Juist bij het soort liedjes dat Only Seven Left maakt op Forever is a Lie, is het van belang dat die zang om door een ringetje te halen is. Ookal zijn de liedjes verrassend goed, het is toch zo dat ik na vijf nummers echt wel even klaar ben met zijn zwabberende stem.
Het Arnhemse vijftal van Elstar is al een stuk verder. Hun sterke punt is juist dat de band beschikking heeft over een aangename mannen- én vrouwenstem, die elkaar soepel afwisselen, maar ook aanvullen. Ze zijn dan gemiddeld ook bijna een keer zo oud als Only Seven Left. Lalala, The Mess We're In is de opvolger van hun debuut-ep Tuxedo Park. Die EP werd - terecht - positief onthaald. Deze nieuwe staat ook weer vol (nu ja vol, zeventien minuten is niet bepaald vol) met fijne gitaarliedjes die nogal eens aan de Excelsior-school doen denken. En daar is weinig mis mee natuurlijk. Grappig is dat ze in "Air Guitar" zelfs op een soort van Abba-manier swingen in het refrein. Enfin, overduidelijk is dat ze niet voor niets dat ze de Local Heroes-verkiezing van LiveXS wonnen afgelopen jaar. Nu nog een 'echte' platenbaas voor zich winnen...
MonoDrive is verreweg het meest tegendraadse bandje van dit drietal EP's. De drie Rotterdammers beginnen hun EP met het dreigend met "Yerushalaiyim". Synchroon spelende bas en gitaar werken langzaam naar een climax toe tot het moment datzanger/bassist Chris Buitendijk begint te zingen. Helaas is de zang ook hier weer niet het sterkste punt van de band, maar binnen dit hoekje van de gitaarrock deert dat toch minder. Ze proberen het nog wel slim op te vangen door de nodige overdubs. MonoDrive doet me sterk denken aan het Zweedse Fireside (bestaan die mannen nog eigenlijk?), maar van het niveau van hun Elite is het nog niet wat je voorgeschoteld krijgt. Het titelnummer bijvoorbeeld "My Skin Is Yours" heeft potentie, maar het komt, ondanks dat de dame die zwoel in het Franse prevelt toch niet lekker uit de verf. Jammer. Volgens mij zit er meer (en beter) in het vat van deze drie mannen. Niet laten verzuren, zou ik zeggen.
File Under: Keane Jr.
File Video: [Last Night]
File Audio: [met twee gratis neerhaalbare nummers]
File: Elstar - Lalala, The Mess We're In
File Under: Snoep verstandig eet een Elstar
File Audio: [Let Go][Air Guitar]
File: MonoDrive - My Skin Is Yours...
File Under: Niet laten verzuren!
File Audio: [Met drie dl-bare tracks]
Grinderman - Grinderman
Ik vind het een raar idee als ik me voorstel dat Nick Cave 's morgens zijn boterhammen staat te smeren om naar kantoor te gaan om aan zijn liedjes te werken. Toch is dat wat er gebeurde de afgelopen jaren. Wat mij betreft is het niet raar dat die gang naar kantoor leidt tot liedjes waarin het lijkt dat Cave zijn Mr. Hyde-kant volkomen onder controle leek te hebben. Er zijn flink wat fans van eerst The Birthday Party en later zijn soloplaten die enigszins teleurgesteld waren in die af en toe wel erg brave (maar nog steeds geniale) zut van de laatste jaren. Tijdens optredens kwam het beest in Cave nog wel eens los, maar op de meeste platen die hij uitbracht het laatste decennium ontbrak deze ontaarde kant van Cave vrijwel geheel. Maar plots dook kort geleden de video op van "No Pussy Blues" (op cd begint het nummer overigens met typemachinegetik!) met een rauw rockende Cave. Al gitaarspelend (ik kan me hem zo niet herinneren) en getooid met flinke vlassnor optredend in een huiskamer beklaagt hij zich over zijn (?) ondanks al zijn inspanningen frigide vriendin. Ik schrok er bijna van, zo rauw klonk het. Blijkbaar kon het beest in Cave er ook nog wel uit in de studio. Zijn oude fans zullen dan ook likkebaarden bij het horen van Grinderman. Samen met drie Bad Seeds (Caves rechterhand Mick Harvey ontbreekt) nam hij in kort tijdbestek in Parijs deze verrassende titelloze eerste cd op. Grinderman laat een diversere (Word geeft als alternatief woord duivelsere) Cave horen dan we het afgelopen decennium van hem gewend zijn: sleazy, bluesy, soulvol en angstaanjagend furieus, maar toch ook psychedelisch, melancholisch en in een nummer zelfs bijna cocktailbar waardig. Wat dat betreft snap ik wel dat ze er voor gekozen hebben om deze cd onder een andere naam dan Nick Cave & The Bad Seeds uit te brengen. De schok zou wel eens (te) groot kunnen zijn voor zijn oude fans. Aan de andere kant: dat zou misschien eigenlijk wel het doel moeten zijn van zijn Mr. Hyde-kant. Blijkbaar heeft die (verstandige) Dr. Jekyll-kant de boel toch nog onder controle.
File Under: Meer Mr. Hyde dan we jarenlang van Dr. Cave gehoord hebben (en dat is een goed ding)
File Audio: [Even doorklikken]
File Video: [No Pussy Blues]
File Audio: [Sure thing]
Ian Rilen & The Love Addicts - Passion Boots & Bruises
Eventjes dacht ik de al jaren geleden aangekondigde bluesplaat van Lemmy Kilminster in handen te hebben. Zo als twee druppels water lijkt de stem van Ian Rilen bij tijd en wijle op die van de frontman van Motörhead. En hoewel de band waarmee de Australiër min of meer doorbrak ooit bijna net zo bekend was als Motörhead, is vrijwel iedereen intussen Rose Tattoo vergeten. Ian Rilen's volgende band, X("X is better than Sex"), is zo mogelijk nog verder weggezakt in de vergetelheid. Beide bands schijnen overigens - in volstrekt nieuwe incarnaties - nog steeds te bestaan. Dat laatste kan intussen niet meer gezegd worden van Ian Rilen. In oktober 2006 is hij Jimi Hendrix een hand gaan geven en nu, bijna anderhalf jaar na de oorspronkelijke release, krijgen wij deze plaat met The Love Addicts in handen. Het codewoord is hier blues, maar in zo'n opgeruigde en - niet alleen dankzij de whiskeystrot van hun frontman - aan Motörhead en The Scientists refererende vorm, dat puristen zich beter uit de buurt kunnen houden. De teksten zijn even basaal als de muziek en even recht uit het hart ('I hate my mobile phone'). Het slechte nieuws is dat Ian Rilen deze Europese release niet meer mee mag maken, het goede nieuws is dat hij vlak voor zijn overlijden nog een plaat wist af te maken. Ergens later dit jaar bij uw platenboer.
File Under: Betere blues voor bikers en ander ruig volk
File Audio: [Hier]
Em Frente - Far From Home
Ik heb altijd een zwak voor de underdog, voor mensen of groepen waarvan men niet verwacht dat ze succes zullen hebben. Dat heb ik bij een van de weinige sporten die ik een beetje volg, het wielrennen. Ik vind het niet leuk als iemand altijd alle wedstrijden wint. Geef mij maar die onverwachte, onbekende winnaar. Dat zal ook wel de reden zijn waarom ik zoveel tijd besteed aan de independent muziekscène. Die onbekende bandjes kunnen elke steun gebruiken, al is het dan van een kleine muziekliefhebber uit Limburg. Ook een beetje een underdogpositie... Het is echter ook niet zo dat 'obscuur' gelijk ook een kwaliteitskenmerk is. De muziek moet natuurlijk wel kwaliteit hebben en gelukkig is dat heel vaak echt wel het geval. Bij de in eigen beheer uitgebrachte ep Far From Home van de Engelse indie-band Em Frente heb ik echter een dubbel gevoel. Het is altijd leuk om songs van een nieuwe band te horen en eigenlijk zijn de vijf songs van deze ep niet echt slecht maar ik mis iets. In de eerste track, het instrumentale "Song By the Lamplight" wordt een bepaalde spanning opgebouwd maar er volgt geen climax. Het nummer sterft op een gegeven moment gewoon langzaam weg. Ook de andere songs van Em Frente (Portugees voor 'voorop') missen iets. Dit gemis zit hem gedeeltelijk in de matige mix en productie. De zang klinkt in "Lost" te veel op de voorgrond en dan hoor je te goed dat Manuel Da Costa een beperkte zangstem heeft. Ook in "Be With You" en "If You Want" hoor je dat de heren wel goeie songs kunnen schrijven maar dat dat nog niet genoeg is. Ze zullen de volgende keer wat beter hun best moeten doen of de hulp van wat ervaren muzikanten of technici moeten inroepen.
File Under: Lost
File Audio: [ MySpace]
Herman Dune - Giant
De broertjes (of toch niet?) Herman Düne hebben de puntjes van hun bandnaam geknikkerd, kennelijk was het tijd voor een nieuwe start. Waar ze vroeger, als ik het me goed herinner, rommelige indierock speelden, poseren ze nu als soulkikkers. Is dit een goed idee? Zoals vaker is het antwoord ja en nee. Ja, dit is hun beste plaat, maar tegelijkertijd heb ik me wel flink zitten ergeren. Ten eerste heeft de zanger zich wat, zogenaamd grappige, maniertjes aangemeten. Hij roept constant 'and I am like' of 'so I said'. Eigenlijk heb ik daar tijdens het eerste nummer al genoeg van. Probleem is ook dat zijn zeikerige stemmetje te weinig karakter heeft om dit soort liedjes te dragen. Het is geen Van Morrison. Het is me wat onduidelijk waar deze band nu vandaan komt. Ik dacht altijd dat het Zweden waren, een indruk die wordt versterkt door de tong in de wang-teksten en de algehele fascinaties voor buitenlandse meisjes: Jens Lekman, inderdaad. Die hen overigens op alle vlakken de baas is. Dankzij kundig plagiaat, is de muziek wel zeer genietbaar. Er zijn Mexicaanse trompetjes, Afrikaanse trommeltjes en duimpiano's en een amusant dameskoortje. De refreintjes zijn meestal ook wel leuk, zoals in "Nickel Chrome": 'There's nothing like the sun, through the window coming in'. Verrassend is "Pure Hearts" waarvoor ze een vocale melodie van de Nits hebben geleend. Liefhebbers van Belle & Sebastian zouden als testcase de track "Take Him Back To New York City" kunnen proberen. Wie tijdens het melige intro de cd niet heeft vernietigd, hoort het fijnste nummertje.
File Under: Tragikomisch als een film van Aki Kaurismäki
File Audio: [Herman-Space]
Ry Cooder - My Name Is Buddy
Totdat hij half 2005 met de concept-cd Chávez Ravine op de proppen kwam was het lang geleden dat Ry Cooder een cd onder eigen naam uitbracht. In de jaren daarvoor hield Cooder zich vooral bezig met het in de schijnwerpers plaatsen van Cubaanse en Afrikaanse muzikanten. Chávez Ravine verhaalde op schitterende wijze over de teloorgang van een arbeiderswijk in Los Angeles door de oprukkende grote stad. Cooders nieuwe cd My Name is Buddy is wederom een conceptalbum. Het vertelt het verhaal van een rode pratende kater. Elk liedje heeft bijna wel een politiek rood (logisch natuurlijk met zo'n kat) getint thema. In het prachtig vormgegeven boekje gaat elk nummer bovendien vergezeld van een kort verhaal van de hand van Cooder en fijne gedetailleerde potloodtekeningen van Vincent Valdéz. Cooder nam de muziek op met familieleden (zijn broer Pete en zijn zoon Joachim) en een handvol oude bekenden (onder anderen Van Dyke Parks, banjovirtuoos Mike Seeger en Flaco Jiminez). Cuba is qua sound ver weg op deze cd, Cooder borduurt meer en solide voort op grootheden als folkzanger Woody Guthrie en countrylegende Hank Williams. Hij toont zich net als deze twee een meester-verteller, weet Buddy zelfs aanwezig te laten zijn bij de tragische dood van Williams in zijn Cadillac en die rekent zichzelf het gebeurde nog min of meer aan ook. Gelukkig praat Buddy's reisgezel Lefty Mouse hem dat uit zijn hoofd. Stel je voor dat het verhaal van deze cd al afgelopen zou zijn na tien nummers in plaats van zeventien. Dat zou net zo jammer zijn als de dood van Williams zelf. Nu ja, bijna dan.
File Under: Ik houd niet zo van katten, maar deze mag blijven.
Alabama Thunderpussy - Open Fire
Ik kan me gerust voorstellen dat je als metalliefhebber tegenwoordig, met al die verschillende subgenres, door de bomen het bos niet meer ziet. Wie dan ook terugverlangt naar de tijd dat er maar twee harde genres waren (hardrock en heavy metal, zo eenvoudig was het ooit) kan deze maand zijn slag slaan met deze nieuwe van Alabama Thunderpussy, hun zesde alweer. ATP doet namelijk niets meer of minder dan hardrock spelen van de ouderwetse snit, met een forse overlap naar good old heavy metal. Dat betekent dus vette, vaak tweestemmige gitaarriffs, drijvende rockritmes en ongepolijste zang van nieuwkomer Kyle Thomas, die enkelen van u misschien nog kennen van bands als Exhorder en Floodgate. Af en toe neigt zijn stem in de lagere regionen naar die van Chris Cornell ten tijde van Soundgarden's Badmotorfinger, maar ATP is over de gehele linie toch vooral een stuk ouderwetser te noemen. En daar is helemaal niets mis mee als je het zo bevlogen doet als dit gezelschap. Gitarist Ryan Lake verdient nog een speciale vermelding voor zijn spectaculaire solo's die het geheel een absolute meerwaarde geven, die jongen heeft alles in zich om een nieuwe gitaarheld te worden. Hardrockliefhebbers met gevoel voor nostalgie mogen deze vette rockschijf met een gerust hart eens proberen. Ze zullen niet teleurgesteld worden.
File Under: Ongepolijste hardrock van ouderwetse snit
File Audio: [Hiero]
File Video: [Words of a Dying Man]
Air - Pocket Symphony
Ach, het valt eigenlijk best wel mee met die nieuwe Air. Eerder deed ik hem na een paar keer luisteren af als een voorspelbare zaadplaat, maar ik heb de afgelopen week grieperig bij mijn ouders thuis in bed gelegen en alle positieve kanten van voorspelbare Air-albums zijn me nu ook duidelijk. Net zoals er lieve moeders moeten bestaan die stiekem maar wat blij zijn dat ze weer even voor je mogen zorgen, zo moet Air vooral fijne voorspelbaar melancholieke platen blijven uitbrengen, want je kunt er heerlijk bij ontspannen als je ziek in bed ligt. Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel hebben het dit keer nog meer dan op Talkie Walkie dichtbij huis gezocht: sterke liedjes hoeven niet moeilijk te zijn. "Mer Du Japon", "Lost Message", "Once Upon a Time", "Left Bank"; allemaal drijven ze op de herhaling van korte melodieën en zijn ze gedrenkt in een loungebad van wolken, dromen en jeugdsentiment. Ter afwisseling staan er op Pocket Symphony bovendien bijdragen van Jarvis Cocker ("One hell of a party", waarin hij zich op de ochtend na een heftig feest ook ter ruste legt) en Neil Hannon ("Somewhere between waking and sleeping", over onbewustzijn). Echt veel mis je niet aan die twee, juist omdat Neil en Jarvis zich voorbeeldig in hun rol schikken als twee ervaren, bijna afwezige oude geneesheren. Zoals dat altijd gaat met medicijnen, weet je pas achteraf zeker dat het zo goed was.
File Under: Muziek waar je beter van wordt
File Audio: [Het hele album]
The Stooges - The Weirdness
Ik heb niets met reünieoptredens, maar wat was dat optreden van The Stooges op Lowlands afgelopen jaar overdonderend goed. Het was bovendien een grote verrassing dat we 's avonds in de auto in een interview met Iggy Pop vernamen dat hij een nieuw album met de mannen op ging nemen. The Stooges, de legendarische band die voor heel veel bands een groot voorbeeld was maakte slechts drie officiële albums die ieder zo hun charme hebben. Dit was echter al even geleden en de grote vraag was of ze het waar konden maken. Ook al gezien mijn persoonlijke mening dat de laatste Iggy Pop-albums tegenvielen. Voor de productionele klus werd niemand minder dan Steve Albini ingehuurd. Hij weet als niemand anders het live geluid zonder opsmuk te registreren. Iggy en de gebroeders Asheton moesten voor ijzersterke recht-voor-de raap-songs zorgen. Na het beluisteren van The Weirdness durf ik te beweren dat ze hun klus formidabel geklaard hebben. Ze klinken alsof ze er altijd geweest zijn en in korte tijd zitten er al de nodige deunen in mijn hoofd. Of het net zo legendarisch wordt als de eerste albums moet de tijd uitwijzen, maar voor mij is het in ieder geval nu al één van de betere Iggy Pop-albums. Binnenkort doen ze hun ding op Pinkpop, waar ze dus behalve hun oude werk nu ook het publiek om moeten krijgen met deze nieuwe nummers. Ik twijfel er geen moment aan dat ze dit gaat lukken.
File Under: Jongelui, wij zijn The Stooges!
File Audio: [My Space]
Do Make Say Think - You, You're A History In Rust
Productief zijn ze niet geweest de laatste paar jaar, de Constellation-broeders van Do Make Say Think. Hun laatste wonderschone, intrigerende cd Winter Hymn Country Hymn Secret Hymn is al vier jaar oud. Kan best zijn dat die lange stilte komt door het succes van Broken Social Scene. Twee van de leden van Do Make Say Think spelen namelijk ook in die band. Maar goed, nu is er met You, You're A History In Rust dus eindelijk de opvolger. Een wonderschone intrigerende cd, wederom. De Canadeze post-rockbroeders klinken op deze nieuwe cd misschien iets toegankelijker dan op zijn voorgangers, maar dat is met Broken Social Scene bezigheden in het achterhoofd wellicht niet zo heel erg verwonderlijk. Verwacht bij Do Make Say Think overigens geen post-rock uit het hard-zacht-langzaam-snel-straatje waar Explosions In The Sky en diens adepten wonen. Daarvoor heeft de band veels te veel jazzinvloeden verwerkt in haar al maar meer eigen wordende geluid. Bovendien maken ze veelvuldig gebruik van akoestische gitaar in plaats van de elektronische en komen er ook nog eens hoorn, vibrafoon en andere snuisterijen langs in de tracks. Verwacht wel dat Do Make Say Think je zal weten te raken. Bijvoorbeeld in "A With Living", waarin de tekst voorgedragen wordt door leden van Akron / Family; een wonderschoon intrigerend nummer op een wonderschone, intrigerende cd.
File Under: Wonderschoon en intrigerend (dat zei ik al te vaak hè in dit stukje, maar het is mooi wel waar).
File Audio: [The Universe]
Dean & Britta - Back Numbers
Zelf ontdekt. In de luisterpaal van Plato in Utrecht. Bij het afrekenen vroeg de jongeman waarom ik die plaat kocht. Hij deed toevallig de promotie van het stel, dat beschreven werd als het stel dat Gainsbourg&Birkin-achtige duetten deed. Ze zijn zoet. Ze zijn melancholisch en romantisch. Ze zijn gelukkig. En ze hebben een nieuwe plaat, na een iets eerder verschenen ep. Ze houden van vroeger, want ze doen aan covers van Lee Hazlewood en van The Troggs. En dat mogen ze, want ze doen het goed. Ze zingen of ze nog nooit zonder elkaar muziek hebben gemaakt. Fluisterelektronica, opgevuld met weinig opvallende, maar goed werkende audio-effecten, en een 'gewone' band eromheen. Dean was in de jaren negentig frontman van Galaxie 500 en Luna, en de weg die hij met deze bands insloeg, heeft hij niet losgelaten. Britta liet hij ook niet meer los, na het uiteenvallen van Luna, waar Britta zich inmiddels bij had aangesloten, bleven de twee bij elkaar. En dat is een goede beslissing geweest. Ze zijn op elkaar ingespeeld. Bijna laconiek zingen ze zich een weg door Back Numbers, de plaat die een zwoele droom is. Bovendien heeft oude rot in het vak Tony Visconti als producer weer eens fantastisch werk afgeleverd. Was L'Avventura al een goede plaat, Back Numbers is zo mogelijk nog beter. Wie van lieve, zachte duetten houdt, die de liefde bezingen, kan maar beter zo snel mogelijk Back Numbers in huis halen.
Samen met Rounder Europe geven we enkele exemplaren van Back Numbers weg in wederom een prijsvraag. Dus: doe mee!
File: Dean & Britta - Back NumbersFile Under: Dromerige liefde, zoete troost en vreugdevol geluk!
File Audio: [Alhier, inclusief video]
The Apers - Reanimate My Heart
Ik ben nooit zo'n wereldreiziger geweest, maar sinds mijn nieuwe baan vlieg ik opeens van hot naar her en kom op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was. Dat heeft zo zijn voor- en zijn nadelen maar de verloren uurtjes in het vliegtuig geven me in ieder geval genoeg tijd om eens rustig wat nieuwe muziekjes tot me te nemen. Ik heb er speciaal van die in-ear koptelefoontjes voor aangeschaft, zodat ik geen last heb van de snorrende straalmotoren en de snurkende medepassagiers. Mijn tripje naar Chicago van vorige week stelde me dan ook in staat om een flinke luisterachterstand weg te werken. Heel wat goede en nog meer slechte CD's vlogen me om de oren maar er was er eentje die er met kop en schouders bovenuit stak. De vorige van The Apers vond ik al een enorme stap vooruit en mag ik nog steeds met veel plezier uit de kast trekken. Gelukkig heeft de band zich kunnen beheersen en niet koste wat kost geprobeerd zich geforceerd verder te ontwikkelen. De catchy punkliedjes zijn eenvoudigweg verder geperfectioneerd en er is veel aandacht besteed aan een heerlijk strakke productie. Dit is vooral te danken aan het werk van Travoltas Vincent Koreman en Perry Leenhouts, die duidelijk een stempel hebben gedrukt op Reanimate My Heart. Meer en veel betere samenzang in de koortjes die we ook van de Travoltas kennen (zo niet: luisteren!). De liedjes zijn iets verfijnder en een stukje rustiger dan het eerdere werk maar hebben nog steeds die typisch ongecompliceerde Apers-vibe. Heel snel gaat het allemaal niet, maar langzaam en zeker groeit er hier een heel mooi oeuvre van een band die het succes voor de volle 100 procent verdient.
File Under: Punkrock uit de Eerste Klasse
File Audio: [Klik]
...And You Will Know Us By The Trail Of Dead - ticketactie
Eind vorig jaar bracht ...And You Will Know Us By The Trail of Dead So Divided uit. Een geweldige cd wat mij betreft. Bij zo'n toffe plaat hoort natuurlijk een tournee. Maandag aanstaande doen ze Utrecht aan en spelen in Tivoli. Wil jij daar graag bij zijn? Nou dat treft, want wij geven kaarten weg voor dat optreden. Lijkt het je wel wat om hier bij te zijn. Doe dan mee aan onze prijsvraag en je kunt voor nop naar binnen en nog iemand meenemen ook. Oordoppen moet je zelf meenemen overigens en die zul je nodig hebben ook.
Lucinda Williams - West
Lieve Lucinda,
Het moet niet meevallen om door te breken met een plaat als Car Wheels on a Gravel Road. Alles wat je daarvoor en daarna gemaakt hebt en nog zult gaan maken, zal worden afgemeten aan de onaantastbaar hoge standaard die je zelf hebt gezet. Daarom is het goed dat je het lef gehad hebt om niet krampachtig de weg te vervolgen van rauwe blues, opgefokte powerpop en diep-donkere country. Essence en World Without Tears, de cd's die Car Wheels... opvolgden, deden dat wel, maar haalden niet het niveau van die plaat-die-ik-niet-meer-noemen-zal. Toch waren het geen slechte platen. Wanneer de gemiddelde zangeres uit Nashville en/of wijde omstreken met een plaat als één van deze zou debuteren, zouden de liefhebbers voor haar deur liggen. Daarom heb ik respect voor je lef om een ander pad in te slaan. Ook al voert dat pad langs draaitafels en electronica en een bak violen. Gelukkig schittert, schuurt en scheldt je kapotgerookte en kapotgedronken stem (elke zangeres aan de Jack Daniels en Zware Van Nelle!) weer als altijd. Hoor ik je niet zingen: 'You can't light my fire: fuck off!'? Het kan toch niet verhelpen dat West niet geworden is wat we hoopten. De prachtige, maar ongetwijfeld dure hoesfoto van Annie Leibovitz kan niet verhullen dat West kabbelt als een beekje, met mooie bloemetjes en een gezellige picknickmand. En daar hoor je niet. De weg moet niet netjes geplaveid en aangeharkt zijn, maar kapotgereden gravel bevatten (pun intended) en vol kuilen zitten. Dat is, lieve Lucinda, jouw wereld en daarin schitter jij. Kom terug, Lucinda, dan zorgen wij voor de sigaretten en de drank. Neem jij dan de liedjeskunst mee die je ooit, toen in 1998, zo perfect beheerste?
File: Lucinda Williams - WestFile Under: Verkeerde richting
The Cinematics - A Strange Education
'Tjemig, leven we weer in de jaren tachtig tegenwoordig?' Een collega komt binnen waaien en heeft binnen vijf seconden haar (rake) oordeel geveld over de muziek die we draaien. Want The Cinematics straalt inderdaad aan alle kanten jaren tachtig (jaren prachtig!) uit. Nou is daar natuurlijk op zich weinig mis mee, maar het zijn er zo godallemachtig veel die dat doen de laatste paar jaar. The Cinematics zijn wat dat betreft met hun debuut-cd A Strange Education een beetje een nahosser, want de meeste van de jaren-tachtig-copycats zijn al toe aan hun tweede en soms al derde cd. Het gevaar dat je The Cinematics snel terzijde schuift als 'vast niet meer relevant' ligt dan ook op de loer. En dat is ook deels wel terecht bij nadere beluistering, want ik heb het idee dat The Cinematics eerder leentjebuur spelen bij de Editortjes, Franz Ferdinandjes en Bloc Partys van deze wereld dan bij de muziek die hen weer inspireerde. Voordeel voor deze Schotten is wel dat ze met Stephen Hague gelijk een meer dan fatsoenlijke producer in de schoot geworpen kregen van hun platenmaatschappij TVT-records. Op het geluid van A Strange Education valt dan ook weinig aan te merken, al had het hier en daar van mij wel wat rauwer gemogen. Misschien dat de liedjes daarom misschien ook wel een tikkie braaf klinken. Toch staan er op A Strange Education wel degelijk een paar hele fijne nummers. De singles "Break" en "Chase" bijvoorbeeld en de titeltrack zijn zeker de moeite waard om eens te luisteren. Maar verder is het vooral hopen op een meer eigen smoel bij een tweede cd dan The Cinematics nu doen. Die heeft A Strange Education nu te weinig om langere tijd te boeien.
File Under: Nog geen blijvertje.
File Video: [Break][Keep Forgetting]
Moistboyz I & II
Moistboyz is zo ongeveer Ween On Speed. De songs gaan allemaal in razend tempo, de gitaren zijn zwaar overstuurd, de zang zou niet rauwer kunnen. Het lastige is alleen dat het door het gebrek aan variatie lastig is om een heel album van de heren uit zitten. Een tijdje geleden verscheen Moistboyz IV en dat leed zwaar onder dat euvel. Nu zijn Moistboyz' eerste twee albums op een enkel schijfje verschenen. Ik verwachtte dat, zoals Mickey Moist a.k.a. Dean Ween dat ook met die andere band beleefde, de eerste albums aanzienlijk rommeliger en té over the top zouden zijn, maar tot mijn verbazing is dat helemaal niet het geval. Zeker, de Ween On Speed-songs zijn in ruime mate aanwezig, en ook hier iets teveel naar mijn smaak, maar door een aantal rustigere - maar niet noodzakelijkerwijs kalmere - songs ("I Am The Jury", of "American-Made And Duty-Free" dat ondanks stevig overstuurde gitaren een countryfeel blijft houden) is het allemaal aanzienlijk beter te pruimen. Juist het feit dat hier niet elke song in razend tempo door m'n speakers wordt geslingerd, maakt dat ik van deze cd meer kan genieten dan van de opvolgers III en IV. Voor wie de eerste albums al heeft staat er slechts één enkele bonussong op, het weinig bijzondere "My War". Het recept was bij deze albums hetzelfde als bij de latere albums, met zwaar overstuurde gitaren en meer gebrulde dan gezongen politiek incorrecte teksten, maar de variatie zorgt ervoor dat het niet té zwaar op de maag komt te liggen.
File Under: Heftig maar verrassend verteerbaar
The Levellers - Chaos Theory
Nadat de lp in veel winkels plaats moest maken voor de cd, is er nu een tijd aangebroken dat de cd langzaam het veld moet ruimen voor de dvd. Als band ben je dan ook (financieel) gek als je hier niet in mee gaat. Ook al ben je nog zo links als The Levellers, de schoorsteen moet roken. De Britse folkpunkers brengen een optreden dat ze op 31 maart 2006 in Reading Hexagon uit op één dvd waaraan een dvd is toegevoegd met extra's. De band brengt op hun concerttour die volgde na hun in 2005 verschenen album Truth & Lies werk van dit album aangevuld met de nodige aan Levellers-klassiekers die de band vanaf de begin jaren'90 genoeg hebben verzameld. Als je naar mijn mening zo nodig een concert op dvd moet uitbrengen dan moet het een fijne herinnering zijn voor de fans en diegene die er niet bij waren een spijtig gevoel geven dat ze er niet bij geweest zijn. Het concert maakt echter een uitgebluste indruk waarbij de geluidsproductie bovendien ook nog erg matig is. Het lijkt alsof het publieksgeluid tijdens de nummers weg gemixt is ten koste van het bandgeluid dat heel vlak klinkt. Iets wat anno 2006 toch echt niet nodig is. Het spijt me dan ook om te moeten zeggen dat het mij nergens opwind en ik niemand aanraad om te gaan kopen. Dat is met de live opnames op de extra toegevoegde dvd echter heel anders. De vergaarbak aan materiaal laat een band in hoogtij zien in 1993, prachtig klinkende opnames van de akoestische toer in 2004 en opruiende live opnames uit 2005 met Billy Bragg ter nagedachtenis aan Joe Strummer van The Clash. Stuk voor stuk concerten waar ik best bij geweest zou willen zijn. De interviews daarentegen hadden van mij achterwege mogen blijven. Al met al is de dvd zijn geld niet waard en zou ik het geld besteden aan een kaartje voor de komende toer die in de week van 18 maart ook ons land aan doet. Stiekem heb ik zo'n vermoeden dat daar de vonk wel overslaat.
File Under: Voor de prijs van de dvd heb je ook wel een concertkaartje
Explosions in the Sky - All of a Sudden I Miss Everyone
Mensen zeggen wel eens dat ik een drama ben in het verkeer. Zodra ik op de fiets stap en mijn oordopjes in doe, zing ik luidkeels elk nummer op mijn iPod mee. De schrik zat er ook flink in toen ik de nieuwste Explosions in the Sky te horen kreeg. Geen hoge noot kon ik meeschreeuwen. Sterker nog, op het hele album is geen tekst te vinden. Instrumentale muziek schijnt een eis te zijn om door de ballotagecommissie van het post-rockgenre te komen. Wat mij betreft hebben de heren van Explosions in the Sky die glansrijk doorstaan. De vijfde langspeler All of a sudden I miss Everyone klinkt wederom als een briljante arthousefilm zonder beeld. Vrolijke composities wisselen snel af met aardedonkere stukken. De plaat begint inleidend met een geweldige intro op "The bird and Death of the Day" en heeft een happy end met "So Long, Lonesome". Op de tussenliggende nummers valt de vrolijke instelling van de Texanen op. Waar de band zich op vorige albums vooral liet leiden door het thema oorlog, is op dit album vooral duidelijk geworden dat het leven van een post-rocker niet alleen maar mistroostig is. Gebleven is de duidelijke eigen signatuur; All of a sudden I miss Everyone zet een muur van geluid op die slechts opgetrokken wordt door vier instrumenten en een doos gitaareffecten. De remix van het album die bij de limited edition zit maakt het geheel er alleen maar fijner op.
File Under: Post-rock zoals het hoort
File Audio: [Welcome Ghosts]
The Stilettos - Stimulusblackboxresponse
Het was een zaterdagmiddag. Ik was met Junior de stad (toen nog Zwollywood) in geweest. Op de terugweg twijfelde ik of ik nog even bij Minstrel Music aan de Assendorperstraat zou gaan snuffelen. Junior vindt het nooit zo'n probleem zo'n cd-zaak, zolang hij zelf ook maar in de bakken mag rommelen. Ik besloot het te doen en veranderde van route. Eenmaal op korte afstand van Minstrel kwam me een flinke bak herrie te gemoet. Huh? Op straat voor Minstrel stond een zanger in zijn blote bast te schreeuwen in een microfoon. In de winkel stond een band te spelen. Pardon? Het bleek het hier al tweemaal eerder bejubelde combo The Stilettos te zijn die een instore deden. Het winkelende publiek liep verbouwereerd langs en een enkeling bleef even staan (net zo verbouwereerd natuurlijk, want The Stilettos maken straffe herrie!). Naar binnen gaan bleek geen optie meer, dit was echt te hard voor Juniors jeugdige oortjes. We drukten onze neus tegen het raam en staarden naar de band binnen en voelden de herrie de ruiten van Minstrel doen trillen in de sponningen. The Stilettos speelden ouderwets alsof de duivel ze op de hielen zat. Niets geen poespas, niets geen hips, maar met het gas vol open. Stimulusblackboxresponse, hun nieuwe cd en eerste op het al maar uitbreidende Tocado-label, laat weinig anders horen. En dat is goed, en dat hoort zo. Alhoewel: opgemerkt dient te worden dat de messen van de mannen wel degelijk wat scherper geslepen zijn deze keer. Daardoor klinkt Stimulusblackboxresponse wat strakker en geraffineerder dan heur voorgangers. Het zal wel komen door het uitgebreide marktonderzoek dat de mannen verricht hebben om te weten waar de consument in deze tijd nu nog behoefte aan heeft. Of door de vierkante meter bier, het tientje wiet en de pornoboekjes. Wat denk je nou zelf?
File Under: Binnenkort in jouw winkelstraat? (als je tenminste zo'n fijne platenzaak als Minstrel in de buurt hebt)
The Earlies - Enemy Chorus
De eerste indruk is erg belangrijk. Dat geldt voor elke kennismaking. Bij een sollicitatiegesprek, bij je schoonouders en ook bij een boek van een onbekende schrijver of de muziek van een nieuwe cd. Een eerste indruk kan echter ook heel misleidend zijn en dan moet je je mening naderhand bijstellen. Dat is niet altijd eenvoudig, want het gevoel dat je in eerste instantie had, blijf je nog wel een tijdje herinneren. Ik kende de muziek van The Earlies eigenlijk nog niet en dus maakte ik er gisteren voor het eerst kennis mee toen ik Enemy Chorus in de cd-speler stopte. Mijn eerste indruk van de tweede cd van deze half-Engelse en half-Amerikaanse band was niet helemaal positief, want de opener "No Love In Your Heart" bevat een tamelijk irritant synthesizer-riedeltje. Ik moet altijd vreselijk wennen aan dergelijke deuntjes want ik ben eigenlijk veel meer een gitaarliefhebber. Ook het tweede en het derde nummer van de cd liggen niet direct lekker in het gehoor. Ze zijn niet slecht, maar het is geen liefde op het eerste gezicht. Vanaf de zesde track verandert de sfeer van het album iets. De nummers zijn een stuk orkestraler en instrumentaler en er wordt een grotere variatie aan instrumenten gebruikt. Volgens mij hoor ik in "Gone For the Most Part" zelfs een fagot. Deze laatste nummers bevatten ook meer (maar niet te veel) psychedelische geluidseffecten, en het ritme is wat langzamer. Soms hebben de nummers iets weg van The Beatles op Sgt. Pepper en The White Album, en ook de invloeden van Peter Gabriel en The Flaming Lips zijn niet ver weg. De cd eindigt met het gecompliceerde maar toch fraaie "Breaking Point".
File Under: Breaking Point
File Audio: [No Love In Your Heart]
The Unfolding - How To Blow Your Mind and Have a Freak-Out Party
Uit de psychedelische knip-en-plakhoes had ik het niet opgemaakt, maar de liner-notes bieden uitkomst: The Unfolding is de naam van de band die deze plaat gemaakt heeft. Desondanks blijft het onduidelijk wie of wat deze band is. Roger Maglio, grote man achter Gear Fab Records, de helden die zoveel psychedelische briljantjes opnieuw uitbrengen, suggereert in diezelfde liner-notes dat The Unfolding een groep is die door een New Yorkse studio bij elkaar gebracht is om in te cashen op de heersende hippie- en psychedelica-rage. Maar net als The Monkees lijkt ook hier het resultaat alleszins aan de kwaliteitseisen te beantwoorden. Dat wil zeggen: de eerste kant van de LP (en dus de eerste helft van de CD). Vijf tracks worden onder het kopje 'acid rock' verzameld op kant 1 en vijf tracks als 'meditations' op kant twee. Die laatste kunnen we laten voor wat ze zijn: curiosa. Hare Krishna-chants en gebeden. Maar de eerste vijf, door ene David Dalton geschreven tracks zijn zeer de moeite waard. Denk aan de eerste drie platen van The Mothers of Invention of aan Roky Erickson's 13th Floor Elevators. Vreemd maar lekker. En als extraatje krijg je de originele hoesteksten erbij, met tips voor geslaagde psychedelische feestjes en woorden die daar kunt gebruiken (vibrations, acid head, be-in, swami, turn-on: 'By now your guests should really be grooving with your head. Get everyone involved in way-out conversations.')
File Under: Woooow
Arcade Fire - Neon Bible
"Un deux trois dis: Miroir Noir!"
Eigenlijk was er geen wederopstanding meer nodig. The Arcade Fire hád zijn ultieme cd namelijk al gemaakt. Funeral heet die, gelauwerd en geliefd, de mooiste jankplaat van dit decennium. Funeral gaat bovendien de geschiedenis van File Under in als de enige plaat waarvoor maandenlang geen van onze schrijvers een zinnig woord kon vinden - terwijl nota bene heel de rest van het internet erover jubelde in zilveren letters. Funeral verwerkte het heengaan van negen familieleden van de band, waagde het om over de dood heen te stappen en werd daarmee ook echt groter dan zichzelf, een soort viering van het leven met al zijn fouten. Neon Bible gaat direct verder waar Funeral ophield, en draait eigenlijk om de zoektocht naar de spirituele beleving. Niet dat de Arcade Fire zulke believers zijn, maar ook zij zoeken naar een thuis, een plek om tot berusting te komen, een manier om de tijd te vangen. Muzikaal gezien is alles er nog: de getergde snik in de stem van Win Butler, de sterke teksten, de soms ingetogen, dan weer voluitse liedjes, de pompende ELO-drums en de schitterende climaxen ("No Cars Go", echt, bij het slot kun je me op komen vegen). Nieuw is - geheel in stijl met het religieuze thema - dat "Intervention" en het grootse "My Body is a Cage" worden opgeluisterd door een majestueus kerkorgel dat schrééuwt om decibels. Tegen de tijd dat Butler "set my body free" declameert, voorkomt enkel de brok in je keel nog dat je ter plekke uittreedt. Voor mijn gevoel is Neon Bible maar een tikkeltje minder dan Funeral, en ondanks zijn gekke artwork evengoed een plaat om zielsveel van te houden.
File: The Arcade Fire - Neon BibleFile Under: Keep The Fire Burning
File Audio: [Black Mirror]
File Video: [No Cars Go]
Helloween - Live in Sao Paulo
Voor een metalband van beetje niveau moet spelen in Brazilië wel ongeveer gelijk staan aan het spelen in het paradijs. Fans zijn er absurd fanatiek en kennen al je teksten van voor tot achter. Dat blijkt eens te meer op deze dubbel-cd van Helloween die naar de onmogelijke titel Keeper of the Seven Keys - The Legacy - World Tour 2005 / 2006 Live in Sao Paulo luistert. Zanger Andi Deris - die me overigens live wel prima bevalt - moet af en toe echt moeite doen om over de keihard meebrullende Brazilianen heen te komen. Het publiek neemt dan ook meer dan eens de honneurs waar voor de leadvocals. Dat resulteert in sommige nummers in een soort van een mega-karaoke. Vooral het tot tien minuten opgerekte "Future World" en "Eagle Fly Free" zijn hiervan mooie voorbeelden. Live in Sao Paulo laat horen dat de scherpte en strakheid die de mannen van Helloween hadden in hun beste tijd, de tweede helft van de jaren tachtig, nog steeds aanwezig is. Ik blijf er echter bij dat de nummers die uit die tijd stammen nog steeds met kop en schouders boven het materiaal uitsteken dat ze sindsdien opgenomen hebben. Maar het maakt de Brazilianen minder uit, die begroeten alle nummers met een oorverdovend lawaai. Het maakt Live in Sao Paulo tot een bij voorbaat gewonnen wedstrijd voor de band. Dan is het eenvoudig boven jezelf uit te stijgen en dat doet Helloween dus ook.
File Under: Happy, happy Halloween Halloween
Billy Talent - II
Lang zal de discussie over de titel van het nieuwe album niet geduurd hebben bij de emorockers van Billy Talent. De opvolger van het in 2003 verschenen self-titled debuutalbum heet simpelweg Billy Talent II. Handig voor de doelgroep, die weet dus gelijk dat er een album eerder uit is gekomen. Billy Talent II staat wederom vol met rechttoe rechtaan punkrock liedjes die het nu-metal genre aansnijden, kortweg emo. De vergelijking met genregenoten Lostprophets is snel gemaakt. Is dit erg? Het antwoord moet ik u schuldig blijven. Natuurlijk is het tweede album van de heren uit Canada geen juweeltje wat iedere muziekliefhebber in zijn kast moet hebben. Toch is het een heerlijke plaat geworden. Billy Talent laat zien dat er met een klassieke bezetting van zang, gitaar, bas en drums een hele goede emoplaat gemaakt kan worden. Waar de meeste emorockers zich beperken tot 'Lying in my bed, wishing I was dead' durven de heren van Billy Talent het aan om een song te schrijven over een in zijn cel vermoorde priester die veroordeeld was voor het misbruik van 150 kinderen op "Devil in a Midnight Mass". Met de muzikale omlijsting van de teksten is ook niets mis. De plaat pakt je vanaf minuut nul en laat je pas weer los na het laatste nummer. Natuurlijk wisselen de knallers als nieuwe single "Fallen Leaves" zich af met rustige liedjes, maar dit is niet storend. Over de inhoud van het album moet langer nagedacht zijn dan de titel.
File Under: Het woord 'emo' een keer positief gebruiken
File Audio: Het bijna volledige repertoire
Eric Gales - The Psychedelic Underground
Eric Gales heeft er lol in óf hij zit in geldnood. Nadat hij op zestienjarige leeftijd debuteerde was studiowerk tamelijk schaars. Maar het wonderkind van weleer kwam onder de hoede van producer/bluesmecenas Mike Varney vorig jaar met een uitstekend album, Crystal Vision, en opvolger The Psychedelic Underground ligt nu alweer in de winkels. Toen deed Gales' zang me nogal denken aan die van Glenn Hughes, op dit album is die gelijkenis amper te bespeuren en klinkt Gales veel meer als Living Colour's Corey Glover. Ook daar is niks mis mee, dus mij hoor je daar niet over klagen. Natuurlijk staat bij Gales het gitaarwerk centraal en dat is weer buitengewoon smakelijk. Gales' gitaarspel komt prima tot zijn recht in de setting van een powertrio. Hoewel het steevast bluesrock is wat de klok slaat, zitten er ook met de regelmaat van de klok funky randjes of flarden soul in, wat nog eens versterkt wordt door de zang van Gales. Net als op het vorige album krijgt de ritmesectie volop de ruimte om meer te zijn dan het ritme voor de gitaar. Drummer Thomas Pridgen en bassist Steve Evans houden zich op de achtergrond als dat nodig is, maar laten met name in de steviger nummers hun kunnen horen. Dit album is een logisch vervolg op Crystal Vision. Geen spectaculaire wijzigingen, maar wel prima songs, spetterend gitaarwerk over een lekkere ritmesectie. Ik houd het er op dat Gales er weer veel lol in heeft.
File Under: Uitstekend materiaal voor een partijtje airguitar
Last Days Of April - Might As Well Live
Ik kan zo af en toe een behoorlijk monomane muziekliefhebber zijn. Als ik iets echt goed vind, dan draai ik hele dagen niets anders. Dagen lang dezelfde plaat en het verveelt me geen moment. Zo'n monomaan moment had ik toen Angel Youth uitkwam van Last Days of April. Ik zag de band ooit in Paradiso, in de kleine zaal, na een optreden van Chris Cornell en toen maakten ze al indruk. Ik kocht toen zelfs Rainmaker op vinyl maar, lui muziekliefhebber als ik ben, draai ik niet zo heel veel platen. Maar van Angel Youth klapte me de bek echt even open en vanaf dat moment keek ik ook uit naar iedere nieuwe release van Last Days of April. Maar het werd allengs minder. Frontman en spil van de band Karl Larsson bleef nummers van een hoog niveau schrijven, maar de uitgebalanceerde combinatie van emo en britpop op Angel Youth verwaterde ten faveure van de britpop. Alle opvolgers waren zeer genietbare plaatjes, maar geen enkele haalde een tweede draaibeurt op dezelfde dag. Met zijn laatste worp, Might as well live, revancheert Larsson zich een klein beetje. De versterkers staan wat harder, het distortionpedaal wordt iets dieper ingetrapt en de blik wordt een ietwat van Engeland afgewend. En dat komt de plaat ten goede. Larsson schrijft wederom pareltjes, single "Who's on the Phone" zou het met de successen van bands als Snow Patrol en Razorlight in het achterhoofd ook in Nederland goed moeten doen. Ik draai het album met plezier meerdere keren per dag. Maar nog niet constant de hele dag door. Kortom, een eerste stap naar de gedroomde opvolger van Angel Youth is gezet. Nu hopen dat Larsson doorloopt...
File Under: De tweede jeugd van LDOA...
File Audio: [Who's On The Phone?]
Arno - Jus de Box
Toen ik een jaar of tien was kwam ik veel bij een vriendje over de vloer, die een grote broer had die regelmatig woorden had met zijn moeder omdat hij weer eens zijn kleedgeld omgezet had in vinyl in plaats van katoen. Een goede smaak had hij wel, deze goede broer als ik er nu over nadenk. Albums als Deja Vu van CSNY hoorde ik daar voor het eerst. Helder voor de geest staan me ook nog de hoezen van de eerste T.C. Matic lp's. Hoezen zoals van het titelloze debuut, Choco en Ye Ye vergeet je ook niet snel. Met de muziek had ik toentertijd wat minder. De waardering voor wat Arno Hintjens en zijn mannen deden kwam pas later nadat T.C. Matic al lang uit elkaar was. Daarom kan ik Arno's nieuwe cd Jus de Box (lees: jukebox) nu wel waarderen. Jus de Box is zoals het een jukebox betaamt een bonte verzameling allegaar. Hintjes zingt (nou ja zijn stem is met het verstrijken van de tijd zoveel rauwer geworden dat je het misschien niet meer zo moet noemen) in het Frans, Engels en Ostendais en de diversiteit aan stijlen is erg groot. Hij schuwt met de Franse rapper Faf Larage in "I'm Not Into Hop" het experiment niet, klinkt bluesy in "From Hero To Zero", Waitsiaans in "Een Boeket Met Pisseblommen" en is op zijn manier nog steeds een opmerkelijke chansonnier. En natuurlijk klinkt Hintjens ook regelmatig T.C. Matic-achtig, maar dat is niet meer dan logisch. De hoes van Jus de Box mag dan misschien niet zo opmerkelijk zijn zoals die van T.C. Matic waren, de muziek is dat zeker wel.
File Under: Fitte vijftiger
Dominici - O3 A Trilogy - Part 2
Acht jaar geleden stapte ik over van belastingadvies naar IT. Dat was nog in de goede tijd, maar toen de internetbubble uiteenspatte was ik een van de slachtoffers. En toch heb ik nooit overwogen terug te gaan, omdat ik het in de IT tien keer beter naar m'n zin had. Uiteindelijk heeft dat zich uitbetaald in wat ik zo ongeveer m'n droombaan kan noemen. Charlie Dominici is wèl teruggegaan naar zijn oude stiel. Kenners herkennen hem als de eerste zanger van Dream Theater. Na dat album werd hij afgelost door James LaBrie en ging Dominici in de verkoop. Vastgoed, auto's, hypotheken, alle takken waarin verkopers niet zo'n beste naam hebben kwamen aan bod. Vorig jaar bracht Dominici een akoestisch album uit, als opmaat naar dit O3 A Trilogy - Part 2. Noodgedwongen akoestisch overigens, want Dominici had eenvoudigweg geen band. Met veel geduld heeft hij een band bij elkaar gezocht, met onbekende musici van de Italiaanse band Dream Theater-coverband Solid Vision. Die zaten zonder zanger, Dominici zonder band. De oplossing lag dus voor de hand. De Italianen blijken allemaal uitstekende musici te zijn. Op dit album valt vooral gitarist Brian Maillard op. Hij mag dan onbekend zijn, dat hij geen groentje is in het genre van de progmetal is meteen duidelijk. Het verhaal - heel hip, want het gaat over het milieu, O3 staat voor ozon - speelt in zoverre muzikaal mee dat Dominici de verschiilende "rollen" voor zijn rekening neemt. Deze songs zijn, zoals te verwachten was, technisch hoogstaand en zelden korter dan vijf minuten. Maar vooral valt op hoe goed de songs geschreven zijn en hoe hecht de band is. Met de steun van Inside Out mag het dan ook geen probleem zijn om Dominici's carrière weer van de grond te trekken. Muziek verkopen is per slot van rekening nog steeds zijn grootste talent.
File Under: Dit verkoopt zichzelf
File Audio: ["The Calling" op Dominicispace]
Blockheads - Shapes Of Misery
Shapes Of Misery, het vierde album van het Franse Blockheads, is in het land van herkomst al ergens halverwege 2006 verschenen, maar de distributie naar de Lage Landen verliep niet geheel vlekkeloos. Gelukkig is alles goedgekomen en deponeerde de postbode een paar weken geleden dit net geen 27 minuten durende schijfje alsnog in mijn brievenbus. Als u de speelduur wat aan de korte kant vindt, vermeld ik er voor de volledigheid nog even bij dat we hier met een fijn Grindcore-orkestje van doen hebben, dat al helemaal niet van onnodige opsmuk houdt. Dit fijngevoelige kwintet van wijndrinkers doet niet aan intro's en tempowisselingen. Verwacht ook geen modieus deathmetal-stukkie of andere overbodige verfraaiingen. Het tempo op dit schijfje is zo moordend, dat menig wielerpeloton een hele apotheek moet leegslikken om dat vol te houden. Alsof ze in een door Jigsaw uitgezette val zijn gelokt en daar alleen kunnen uitkomen door zo hard te beuken, dat zelfs Geer en Goor er een schraal aarsje van zouden krijgen. Naast dit compromisloze gehak, zijn ook de vocalen niet mis. Van ultralaag gerochel tot ijselijk gekrijs en weer terug. Voeg daarbij nog het groovende basspel, het vette drumgeluid, de puike productie en liefhebbers van bands als Terrorizer, Nasum, Napalm Death en Converge weten genoeg. Arseter!
File Under: Fuck Off And Die!
Shaw Blades - Influence
Styx/Damn Yankees-gitarist/zanger Tommy Shaw en Night Ranger/Damn Yankees bassist/zanger Jack Blades hebben samen meer cd's verkocht met hun bands dan Marco Borsato hier in Nederland ooit zal lukken. En dan heb ik het dus niet over een paar honderdduizend albums, maar over miljoenen exemplaren. Vijftig miljoen volgens henzelf. Voor het geld hoeven ze dus waarschijnlijk geen nieuwe cd's meer op te nemen. Dat deden ze met Influence voor het eerst sinds 1995 toch maar weer eens samen onder hun eigen namen. Net als op die eerste samenwerking maken ze veel minder stevige muziek dan ze met hun Classic Rock bands doen. Het startpunt voor Influence zijn overbekende nummers van onder anderen Simon & Garfunkel "Sound of Silence", "I'm a Rock"), Mamas and the Papas ("California Dreamin'"), Steely Dan ("Dirty Work"), Buffalo Springfield ("For What's It Worth") en The Zombies ("Time Of The Season"). Waarom zouden ze het is zelf ook moeilijker maken dan nodig? Bovendien passen ze precies bij wat de mannen wilden laten horen: hun invloeden. Shaw / Blades maken er samen met een paar vrienden zulke foute versies van met smoothe harmonieuze samenzang en geraffineerde, grotendeels akoestische, begeleiding, dat het stiekem toch weer heel goed wordt. Althans, voor die mensen die een warm gevoel kregen bij bijvoorbeeld een nummer als megaklapper "To Be With You" van Mr. Big. Word je alleen al onpasselijk bij het lezen van die titel, snel skippen deze plaat. Krijg je dat niet en ben je niet vies van een goed foute cover, dan is dit vast ook helemaal je ding.
File Under: Goed fout!
File Audio: [Yeah]
Chk Chk Chk - Myth Takes
Ik zal er maar meteen eerlijk over zijn, dan weet u dat vast. Ik ben een beetje teleurgesteld in de nieuwe cd van uitroepteken uitroepteken uitroepteken. Of exclamation mark exclamation mark exclamation mark zo u wilt. Voor u gaat zeuren: ik doe niet aan dat chk chk chk-gedoe. Ik bedoel, chk staat niet eens in de Van Dale. Uitroepteken tenminste wel. Hoe dan ook, toen in 2004 Louden Up Now in mijn bezit kwam, was ik ontzettend in mijn nopjes met datgene wat de heren uit New York mij voorschotelden. Al is het maar omdat ik ontzettend blij werd van songtitels als "Shitscheissemerde (Part 1)", "Me And Giuliani Down By The Schoolyard", "Hello? Is This Thing On?" en niet te vergeten "Shitscheissemerde (Part 2)". Ook het fabuleuze introotje van "Pardon My Freedom" kon ik dertig keer achter elkaar horen zonder dat het ging vervelen. En zinsneden als 'What did George Bush say when he met Tony Blair? Shit, scheisse, merde!' kunnen bijgeschreven worden in het rijtje 'I have a dream', 'Laten we positief zijn! Die VOC-mentaliteit! Toch?' en 'Right, I fake my own death and hijack a passenger train just because I care who you're fucking'. Jaja, hoor ik u nu denken, maar wat is er dan mis met Myth Takes? Nou, eigenlijk niet zo heel veel. Alleen Myth Takes heeft al die dingen hierboven niet. Opeens moet ik het doen met songtitels als "A New Name", "Must Be The Moon" en "Sweet Life". Opeens zijn de liedjes niet meer acht of negen minuten, maar drie en vier minuten. Het klinkt nog steeds hetzelfde en eigenlijk is het nog steeds heel goed. Want ja, het is wel !!!. En !!! maakt geen slechte platen. Maar Myth Takes is geen meesterwerk zoals Louden Up Now dat is. En dat is jammer. Maar misschien ben ik ook wel gewoon een zeikerd.
File Under: Ook een mindere !!! is nog steeds erg goed
File Audio: [Heart Of Hearts op Myspace]
The Shins
You're not obliged to swallow anything you despise
Om te beginnen een beeld van de omstandigheden waarin ik James Mercer, frontman van The Shins, ontmoet. Omdat het ertoe doet. Omdat de zon hem doet praten. De zon die de serre verlicht en verwarmt. De serre van het etablissement dat normaliter waarschijnlijk enkel degelijke, wellicht een beetje belegen burgers aantrekt. De gerookte zalm die de keuken serveert. De obers die er keurig in pak rondlopen. De oudroze gordijnen, met conventionele vitrage. De tafelkleedjes. De Telegraaf op tafel. En daar zit ik met James Mercer. Aan een tafeltje, midden in genoemde, door zonlicht bijna transparant geworden serre. Ik spreek de man achter de liedjes van The Shins. En het interview over de band en over Wincing the Night Away, de derde plaat van The Shins, werd een gesprek. Over leven, over vriendschap, over eerlijkheid.
Glenn Jones - Against Which The Sea Continually Beats
Vanaf het moment dat ik het hoesje van dit album zag, stond ik er sympathiek tegenover. Op de vrolijke voorkant zien we een schattige tekening van een soort krekeltje met gitaar. Het blijkt om een stokoude Duitse ansichtkaart te gaan. Dat weet ik omdat gitarist Glenn Jones in het boekje uitgebreid informatie verschaft. Hoera voor liner notes! Zijn jeugdherinneringen vol zelfspot en gebabbel over (al dan niet overleden) vrienden geven deze instrumentale plaat de context die het kan gebruiken. Jones deelt, nu hij toch bezig is, ook zijn kennis over halve (!) capo's en gitaarstemmingen. Topgozer! Maar goed, de muziek. Na in de korte opener "Island 1" wat Arabische invloeden te hebben verkend, de man lijkt trouwens wel wat op een Iraniër, verzeild Jones daarna in even lange als vriendelijke veranda-improvisaties. Af en toe iets te bluesy voor mij, maar gelukkig doet 't ook behoorlijk vaak aan Nick Drake denken. Bijvoorbeeld in "Little Dog's Day", een van de kortere en meest gefocuste nummers. Van de langere meditaties is vooral het eerbetoon aan geestverwant John Fahey de moeite waard. Dit "The Teething Necklace" klinkt als een fietstochtje langs het water, met de wind in de rug, de lente in je neus en het geluid van de krekeltjes in je oren. De enige kritische kanttekening is de lange speelduur, een kwartier had de gitarist wel af mogen schaven. De doorgewinterde liefhebbers van Jack Rose en Six Organs Of Admittance zal dit echter weinig uitmaken.
File Under: Jones weet hoe het moet
File Audio: [Glenn-Space]
The View - Hats Off To The Buskers
Coverbands aller landen er is hoop. Heel veel hoop. Als je nu echt wel weet hoe je al die klassiers van die andere bands moet spelen kun je daarmee stoppen. Voorwaarde is wel dat je lef hebt. Dit heb je namelijk nodig om naar een bekende artiest te stappen en hem jouw demo met eigen songs in de handen te duwen. Die moeten uiteraard wel van een hoge kwaliteit zijn, want anders wordt het nog niets. Zo ging het met de Schotse band The View, genoemd naar hun stamcaf� in Dundee. Ze namen een aantal nummers op en stapten voor een concert van de Babyshambles op hun voorbeeld Pete Doherty af. Hij vond het zo tof dat ze diezelfde avond nog in het voorprogramma mochten spelen. De rest is geschiedenis. Er kwam een grote platenmaatschappij en voordat dit album er was stonden ze afgelopen zomer al op de Engelse festivals. Hun debuut Hats Off To The Buskers laat duidelijk horen dat alles geheel terecht is, want wat is dit een toffe plaat geworden. Het begint met een knarsende gitaar en wordt vervolgd met een serie nummers die stuk voor stuk singles zouden kunnen zijn. Dat Doherty er erg door gecharmeerd was is niet raar, want hun songs hebben veel weg van zijn werk. The View kent alleen meer structuur, maar te braaf wordt het alleen op het mierzoete en daardoor overbodige "Claudia". Producer Owen Morris (o.a. Oasis) zorgt verder voor een prettig geluid. The View is een frisse nieuwe band uit Schotland die met sterke liedjes het naar mijn mening gaat maken. Programmeurs van Lowlands dit wordt mijn voorwaarde voor het kopen van een kaartje voor de 2007 editie. Dat jullie dit even weten.
File Under: Frisse gitaarliedjes
File Audio: [My Space]
File Video: [Superstar Tradesman]
Hauschka - Room To Expand
Aan de andere kant van de straat staat een blok van vier. Een zooitje van vier kan ik misschien beter zeggen, want door kamerverhuur aan onder anderen een halfgestoorde metalhead die fietsen en brommers op zijn kamer opknapte waren de huizen flink uitgewoond. Gelukkig had de eigenaar zelf ook door dat het geen porem meer was, en is hij aan het opknappen geslagen. Daarbij werd er meer dan een grote vrachtwagencontainer met vuil afgevoerd. Daarbij zag ik ze ook een piano inladen. Ik ging toch maar even kijken of deze niet wat voor ons thuis was. Helaas, het instrument verkeerde in droevige staat. Misschien dat Volker Bertelmann (Hauschka) er nog wel wat meegekund had. Die houdt er namelijk wel van om een piano een beetje te 'mishandelen' en het vervolgens te gaan bespelen om te kijken wat dat als resultaat oplevert. Voor zijn derde cd (zijn eerste op Fat Cat's 130701-imprint), Room To Expand, bond hij bijvoorbeeld aluminium tape om de hamers, frummelde rubber, leer en andere dingen tussen de snaren in de klankkast. Het maakt dat zijn piano af en toe een beetje vreemd klinkt en er aparte bijgeluiden te horen zijn als de hamers de snaren raken. Dat is iets waar je aan moet wennen. Ook door de vaak nukkig repeterende patronen door piano en de andere instrumenten die Hauschka gebruikt in de liedjes, maakt Bertelmann het zijn luisteraar er niet gemakkelijker op. Wat dat betreft verschilt hij behoorlijk van zijn labelgenoten Sylvain Chauveau en Max Richter met wie hij als het goed is samen op tournee gaat. Hopelijk doen ze daarbij ook Nederland aan in een zaal met een fijne akoestiek, want dat wordt vast en zeker een mooie avond.
File Under: Aangenaam avant-gardistisch klassiek.
File Audio: [Na de klik op de link]
Idlewild - Make Another World
Het Schotse Idlewild is voor mij altijd een schoolvoorbeeld geweest van een ondergewaardeerde band. Ik ken ook maar weinig mensen die net als ik zo kapot zijn van deze band. Al een jaartje of tien lang brengt Idlewild haar ogenschijnlijk eenvoudige maar o zo rake indierock aan de man zonder een echte doorbraak naar een groter publiek. Intussen zijn ze bij plaat nummer vijf aanbeland en ook bij deze is het weer helemaal raak. Ten opzichte van de vorige plaat Warnings/Promises is er weer het een en ander veranderd. Stond de vorige nog bol van de folk-invloeden en in het teken van het experiment, op deze nieuwe heeft Idlewild de rock weer herontdekt en haakt men weer aan bij het geluid van hun tweede plaat 100 Broken Windows. Dat betekent dus korte pakkende rocksongs zonder poespas, vol schedelklevende refreinen en geniale tekstflarden (als je de plaat opent met de zinsnede "In competition for the worst first line I could use" ben je behoorlijk geniaal in mijn boekje). En dan maakt het mij niet uit dat de eerste helft van de plaat een stuk sterker is dan de tweede helft. En dan boeit het ook niet dat de stem van Roddy Woomble nog steeds heel erg lijkt op die van Michael Stipe. Die paar uitschieters naar boven maken deze plaat namelijk de moeite meer dan waard. Sterker nog, ik ben in weken niet zo kapot geweest van een song zoals bij "Everything As It Moves" (dat bruggetje!). En ook de single "No Emotion", het titelnummer en "If It Takes You Home" zijn ronduit te gekke rocksongs, die deze plaat tot mijn eerste jaarlijst-kandidaat van het jaar maken.
File Under: Geweldige indierock zonder poespas
File Audio: [Check]
File Video: [No Emotion]














































