London Calling 2007 - Vrijdag
Verscheidenheid voert de boventoon op London Calling 2007
De ambivalentie is hoog bij uw recensent, deze vrijdagavond. Waar ik bij voorgaande edities van London Calling van tevoren al wel enkele bands kende, is het hier onbekendheid troef. Namen als The Twang, Kate Nash en The Wombats zeggen mij werkelijk helemaal niets; alleen The Long Blondes zijn enigszins bekend vanwege het airplayhitje "Once And Never Again". Ik ben dan ook vooral van plan mij te laten verrassen in de overvolle Paradiso. Dat komt helemaal in orde, want wat opvalt is de normaal nogal afwezige verscheidenheid.
In een vorig leven was Our Lunar Activities waarschijnlijk een Placebo-coverband, getuige de sound die de openingsact van deze avond laat horen. In het eerste nummer lenen ze zelfs letterlijk een tekststrofe uit 'Pure Morning', wanneer zanger Charles Clark (die ooit in The Reindeer Section schijnt te hebben gezeten) rept over "A friend in need is my friend indeed". Clark klinkt ook als Molko en heeft hetzelfde nasale stemgeluid. Of deze band ooit boven het maaiveld uit zal komen is de vraag, maar Our Lunar Activities zet zeker een degelijke set neer. Bovendien zou er door de aanstekelijke staccato dansritmes zomaar eens een Dans Le Rock of Pop-O-Matic hitje tussen kunnen zitten.
"This is not Bridget Jones", zingt The Wombats-voorman Matthew Murphy ergens halverwege de eerste show in de Grote Zaal. Quite so. The Wombats zijn een stuk leuker dan Bridget Jones, en bewandelen op zeer fijne wijze de paden die reeds door Maxïmo Park, Franz Ferdinand en We Are Scientists werden bewandeld. Koppel daaraan de idiotie die Art Brut typeert, en u heeft een redelijk idee van het geluid van dit trio uit Liverpool. Songtitels als 'You Made Me Feel Like Brad Pitt', 'Backfire At The Disco' en 'Let's Dance To Joy Division' doen de rest. Oh ja, en openen met een acapella nummer is natuurlijk ook een uitstekende manier om het publiek aan je zijde te krijgen.
Even denk je aan Mary Poppins, als Kate Nash in een truttig rood jurkje met bloemetjesmotief opkomt. Ze lijkt wat afwezig, en mompelt iets teveel in zichzelf wanneer ze richting het publiek spreekt. Een draaiende pianokruk is opeens ook heel erg fascinerend. Nerveus? Welnee. "I partied a bit too hard last night, 'cause I signed my record deal yesterday," verklaart Kate. Nou, gefeliciteerd dan maar. En terecht ook, want Kate Nash is een klein briljantje. Soms denk je aan Lily Allen, dan weer aan een vrouwelijke Jamie T, waarna ze verrast met een prachtig akoestisch liedje als 'Birds'. De ene keer op piano, dan weer op gitaar: Kate Nash past in de traditie van urban storytelling die ons de laatste jaren via Mike Skinner, Jamie T en Lily Allen vanuit de UK heeft bereikt. Het plaatje van Kate gaat in ieder geval op het lijstje 'nog aan te schaffen'.
Wat ik van The Twang moet vinden weet ik nog niet zo goed. Het eerste wat me te binnenschiet is een soort Audio Bullys, maar dan met gitaren, terwijl Mike Skinner ook om de hoek komt kijken. De heren uit Birmingham zijn met z'n vijven, waarbij er twee geen enkel instrument bespelen en slechts als MC fungeren. Met een attitude en een kegel waar de gebroeders Gallagher U tegen mogen zeggen. De gitaarlijnen worden uitgesmeerd in waaiers die in de jaren tachtig het geluid van U2 en meer recent The Departure kenmerkten. Ook The Twang heeft z'n hippe cover, in de vorm van Salt 'N Pepa's 'Push It'. Nadeeltje is wel dat het na een nummer of zes wel veel van hetzelfde wordt, en je vraagt je af wat de tweede MC allemaal uitspookt met zijn microfoonstandaard. Tipje: zet het iets strakker neer, en misschien reageert de zaal dan wel. Succes komt namelijk niet aanwaaien met een laissez-faire mentaliteit, ook niet als de NME wéér een nieuwe "Britain's best band" heeft gevonden.
Op het moment dat My Luminaries begint te spelen, sta ik even op het toilet mijn neus te poederen, dus de Kleine Zaal kom ik sowieso niet meer in. Via het scherm in de Grote Zaal krijg ik wel iets mee, maar verder dan de zoveelste indierockband kom ik niet.
"Here comes success", roept de audiotrack die de opmaat vormt voor de opkomst van The Long Blondes. Vrouwen op het podium, mensen! Drie stuks! Jammer van die heren eigenlijk. Want Kate Jackson zou makkelijk een gitaar over kunnen nemen, zodat ze ook nog wat meer kan doen dan af en toe de handen in de zij zetten. En iets zuiverder mag ook wel, schat. The Long Blondes zijn niet zo leuk als The Pipettes, en rocken in de verste verte niet zo vet als The Donna's. Er is wel een attitude, maar die kan niet verhullen dat het muzikaal, los van de onmiskenbare dansbaarheid, weinig om het lijf heeft. Net zo min als dat de basgitaar de cameltoe van bassiste Reenie Hollis kan verhullen.
We Are The Physics doet ook aan attitude. 3D-bril op, allemaal in een maagdelijk wit overhemd, stropdas om, en vooral veel bizarre kreten in de microfoon boeren, op een staccato gitaar- en drumritme. Herinneringen aan de show van de The Young Knives tijdens de vorige editie van London Calling komen bovendrijven. Kortom, deze heren uit Glasgow snappen hoe het moet. Net als bij The Twang lijkt het allemaal nogal veel op elkaar, maar de energie die de show van The Twang mist, is bij We Are The Physics prima in orde. Maar zoals gezegd, een beetje meer variatie mag wel.
En dan, zomaar opeens, ben ik het zat. The Pigeon Detectives waren er bij de laatste editie ook al bij, en de keuze tussen een herhalingsoefening en de trein naar huis na een lange dag is snel gemaakt. Morgen weer een dag.
Damn, respect voor die bovenste foto.
ik ben het er helemaal mee eens


