Scram C Baby
Na een 'veel te lange' soundcheck op een geleende backline, lichtelijk desastreus resulterend in een opgeblazen versterker, stap ik met zanger John Cees Smit en bassist Geert de Groot de zaal van Bitterzoet uit en gaan we op zoek naar een rustige plek. In de verlaten lobby van een dichtbijgelegen hotel zijgen we neer, nadat nog wel even de tussenstand AZ-Bremen is vernomen.

Tijdens de soundcheck viel me op dat Scram C Baby op het moment wel uit twee formaties lijkt te bestaan: enerzijds de driemansformatie (bovengenoemden + gitarist Frank van Praag) die in een thuisstudio zojuist het album The Thing That Wears My Ring heeft opgenomen - compleet met synths, samples en klokkenspel -, anderzijds met drummer Henk Jonkers en gitarist Leon Caren de vijfmansformatie die het studiowerk live uitvoert, maar dan als ouderwetse rockband.
De verschillende samenstellingen blijken grotendeels met het vertrek van drummer Robert Lagendijk samen te hangen. John: 'Eigenlijk was er door zijn vertrek helemaal geen band meer. Geen van ons is drummer.' FU: 'Er zijn foto's [zie cd-boekje] die de schijn wekken dat dat wel het geval is.' John: 'Eh, ja eigenlijk is Frank van origine drummer, en Geert kan ook drummen. Ik kan er alleen geen klap van. Het probleem was ook niet zozeer het opnemen van de plaat. We hebben steeds kleine stukjes gedrumd, die we vervolgens sampleden.'
Het vertrek van Robert gaf Scram C Baby de gelegenheid het creatieve proces op een andere wijze aan te vatten. Geert: 'We waren niet meer zozeer gebonden aan het stramien van een optredende band, oefenruimtes en dergelijke. We hadden dus totale vrijheid om whatever te doen.' Dat resulteerde aanvankelijk in een explosie van productiviteit. Geert: 'Meestal komt John Cees met een idee binnenvallen wat wij dan meteen opnemen. Binnen een half uur is hij dan meestal weer weg en dan gaan wij [Geert en Frank] ermee aan de slag.' De stadsgeluiden in het laatste nummer van de plaat, "For Our Gracious Hearts", zijn afkomstig van de Gay Parade - of was het nu Gay Pride? - en de blaffende hond is nu overleden. John: 'Geert woonde op een prachtig pand aan de Prinsengracht, we gooiden de ramen open en drukten op record en hebben het nummer live ingespeeld. Het geeft het nummer een magisch atmosfeer.' De experimentele fase duurde tot het moment 'dat er een plaat begon aan te komen'. John: 'Uiteindelijk streven we naar een ultiem document. De nummers moeten elkaar een hand kunnen geven, zodat je bij het laatste nummer weer naar het eerste terugwil.'

Scram C Baby zoekt niet naar eenduidigheid. In de teksten zul je weinig welomlijnde onderwerpen vinden. John: 'Veel Nederlandse band zijn niet zelfkritisch, vooral op hun teksten. In dat opzicht is Spinvis eenoog in het land der blinden.' Geert: 'Er is gewoonweg geen concurrentie, en dus is kritiek leveren niet echt mogelijk. Dat geldt ook voor de pers. Er is bijna geen journalist die tegen een enthousiaste meerderheid in opschrijft dat het eigenlijk een kutplaat is. Dit alles resulteert voornamelijk in format-achtige bandjes die niet de moeite nemen iets van henzelf te realiseren.' John: 'Je hebt van die bands die 'theetrekken' van een succesvol nummer. De rest van de nummers zijn niet meer dan neefjes van dat ene nummer.' Het feit dat John Cees bij sommige nummers niettemin bepaalde gedachten heeft, is strikt autobiografisch en doet in feite niet ter zake. 'Bij het eerste nummer "Enter to Go" heb ik bijvoorbeeld heel sterk - het klinkt gek - een Driekoningengedachte. [tegen Geert] Dat wist jij niet, maar het is wel zo.' Geert: 'Meestal ken ik jouw teksten aanvankelijk helemaal niet, maar slechts flarden die aanspreken en waarop in ieder geval kan worden voortgeborduurd.' Als dat gebeurt is het al gelukt. Dat geldt ook voor de luisteraar. Een nummer of een tekst van Scram C Baby moet het liefst van zoveel mogelijk kanten aankomen, zodat de verbeelding ermee aan de haal kan gaan. Daarom wordt bullshit tijdens de opnamesessies nooit uitgevlakt.

De naam Scram C Baby is bewust nietszeggend en gekozen uit de wetenschap dat bands nogal eens terugkomen op hun naam, maar dat verandering uit den boze is vanwege de gegroeide naamsbekendheid. [Ik herinner me nog dat dredg daar enigszins mee kampte.] Daarom dus een zo abstract mogelijke naam, die 'wel lekker bekt'. Een van de eerste reacties die op de titel van de plaat was dat ze 'heel vrouwonvriendelijk' zou zijn. John: 'Onzin, The Thing That Wears My Ring is datgene wat je bezig houdt en waarmee je de verbintenis aangaat. Het staat eigenlijk voor de band zelf.' Een band die de laatste tijd voor de buitenwereld misschien niet zo vanzelfsprekend was. Geert: 'We zaten alleen met z'n drieën die plaat te maken in een soort microkosmos, er was niet zoiets als een bandbestaan, we jakkerden niet zoals bevriende muzikanten het hele land af. Maar we vonden elkaar des te harder in de drive om een waanzinnige plaat te maken.'

Die avond krijgt Bitterzoet al een geslaagd voorproefje van het nieuwe werk. Halverwege de set beukt het aanstekelijke "The Thing That Wears My Ring" Bitterzoet wat losser. Het sterke daarop volgende "Anymore" zet zelfs aan tot een bescheiden pogopit. Op 20 april wordt het album officieel gepresenteerd in De Nieuwe Anita, 'een prachtige plek, verreweg te prefereren boven het bekendere Paradiso dat ook in aanmerking kwam.' Verdere optredens in het land stromen langzamerhand binnen. Ooit hoopt Scram C Baby voor hun ruim zestieneneenhalfduizend voornamelijk Italiaanse MySpace-vrienden te spelen. 'Italofiel' Frank beantwoordde ooit wat mailtjes uit dat land in het Italiaans. Een ware 'Italohoos' was het onverwachte effect. Maar ja, wie ambiguïteit zaait zal vreemde vruchten oogsten, en dat is precies wat Scram C Baby beoogt.