Iron Fire - Blade of Triumph
Soms is het schrijven van een recensie een makkie. Vorig jaar schreef ik over Iron Fire's Revenge: "Tot en met de quasi-mythologische hoes is de originaliteit ver te zoeken. Het is klassieke NWOBHM: hakkende riffs, up-tempo en een sirene als zanger. Dat gezegd zijnde, moet je wel concluderen dat Iron Fire het kunstje in elk geval goed beheerst. De stem van Steene kan nog wel eens een beletsel zijn, want hij heeft een nogal eh... interessant vibrato. Met zijn bereik is echter niets mis. Ook muzikaal is er volop afwisseling in tempo en vliegen de dubbele gitaarsolo's je om de oren." Inmiddels zijn we een jaar verder, heet het album Blade of Triumph en is er eigenlijk niets veranderd. Nog steeds is Iron Fire de Vikingvariant van Saxon, barstensvol clichés - titels: "Dragonheart", "Bloodbath Of Knights", "Steel Invaders", "Legend of The Magic Sword" - maar tegelijkertijd zo enthousiast gebracht dat het heus waar weer een plezier wordt om naar te luisteren. Okee, sommige nummers zijn zo onbenullig simpel dat er niets meer aan te redden is en die dubbele bassdrums mogen wel wat minder. Tegelijkertijd is powerballad "Legend of The Magic Sword" een fijn intermezzo en is Steene beslist een zanger met power. De productie is wel wat minder - lees: minder samenhangend - dan op het vorige album, maar Vikingmetalheads moeten dit album gewoon aanschaffen.
File Under: De Vikingmetalvariant van Saxon
File Audio:[VikingSpace]
Fair to Midland - Fables From a Mayfly: What I Tell You Three Times Is True
Ergens halverwege dredg en The Mars Volta is er vast nog wel een plaatsje vrij voor het Texaanse kwintet Fair to Midland. En anders moeten deze twee grootheden maar inschikken, want Fair to Midland verdient dat plekje zeker. Het vijftal combineert op Fables From a Mayfly: What I Tell You Three Times Is True het melodieuze zweverige van dredg met het technische vernuft van The Mars Volta, zonder verstrikt te raken in hun eigen complexiteit en pretenties. En dat is knap. Het verbaast me niets dat System of a Down-zanger Serj Tankian deze mannen als eerste band tekende voor zijn vers opgerichte label Serjical Strike. Deze Cd Met Die Best Lange Naam is overigens zeker niet de debuut-cd van zanger Darroh Sudderth (wereldstrot!) en zijn mannen. Hiervoor brachten ze al twee cd’s in eigen beheer uit. Daarvan hebben ze enkele tracks opnieuw opgenomen voor Fables From a Mayfly: What I Tell You Three Times Is True en aangevuld met nieuwe nummers. De overrompelende eerste single en openingstrack "Dance of the Manatee" is een van de tracks die al op de tweede cd Inter.Funda.Stifle stond. In de gouden handjes van producer David Bottrill, die eerder ook al Tool en Muse van een kristalhelder supergeluid voorzag, komt het nummer nu echter veel beter tot zijn recht. Al kan ik me voorstellen dat een early adaptor de rauwe kracht van het origineel mist. Mij blies het nummer in ieder geval bij eerste beluistering omver. Het is dan ook jammer dat het concert dat Fair to Midland aanstaande vrijdag in Tivoli zou geven afgelast is, want ik had graag gehoord of ze het imponerende, ambitieuze geluid van deze cd live ook waar hadden kunnen maken. Ik denk het wel namelijk.
File Under: Tussen dredg en The Mars Volta
File Audio: [FairSpace]
O'Death - Head Home
Voor wie de Seeger Sessions van Bruce Springsteen ook net wat te jolig en oubollig vond, is Head Home een aanrader. Het New Yorkse vijftal O'Death speelt vrij traditionele folkmuziek maar dan op dubbele snelheid. 16 Horsepower on acid, lijkt me ook een gepaste omschrijving. "Lay me down to rest" zijn de eerste woorden van de plaat, maar dat is natuurlijk een grap. De zanger van dienst piept, kweelt en krijst, al laat hij af en toe ook nog wel horen dat hij als het moet echt wel toon kan houden. Maar liever niet natuurlijk. Wat dronken ze eigenlijk in die oude Westernsaloons, terwijl ze op tafels dansten en naar de barvrouw floten? Bier? Nee, whisky natuurlijk, daar krijg je als bijkomend voordeel een Tom Waits-stem van. Ondertussen jodelt de violist en zet de drummer een galopritme in. "Annie Mae Reynolds" is verreweg het leukste snelle nummer, wat in totale chaos eindigt. Toch is het juist de afwisseling die deze plaat zo goed maakt, de percussionist ramt niet enkel op zijn snaredrum, hij bewerkt ook potten, ketels, schelpen en natuurlijk de tamboerijn. Een paar goedgeplaatste sentimentele ballades kunnen ook geen kwaad. "Travelin Man" bijvoorbeeld, waarin de zanger, onder invloed van teveel oude wijn Daniel Johnston achterna gaat. Vrienden heeft ie niet meer, behalve zijn banjo. Het best opgebouwde nummer is "Only Daughter", wat begint met een aftandse elektrische gitaar, daarna wat fijne meerstemmige vocalen en de drums die er als een stoomtrein in hengsten. Ik neem mijn Stetson diep af voor hoe ze die wilde live-sfeer in de studio hebben vastgelegd.
File Under: Lachen en huilen in het Wilde Westen
File Audio: [Death-Space]
Paramore - Riot!
Niet zo lang geleden had ik het voorrecht om tijdens de show van My Chemical Romance in de HMH te fotograferen. De voorprogramma's die avond werden verzorgd door Billy Talent en Paramore. Nou is Paramore al een tijdje leverancier voor mijn Last.fm-account en ik was dan ook erg benieuwd hoe het Nederlandse publiek zou reageren op deze band. Terwijl ik met mijn camera tussen het podium en de barriers met daar achter honderden (jonge) meisjes ga staan valt het me op dat Paramore voor veel van deze meisjes geen onbekende is. Een van de meisjes wenkt me en vraagt waar de foto's te zien zullen zijn, want ze is speciaal voor Paramore gekomen, voorzien van een spandoek. Het is op zich ook niet zo gek, want Paramore klinkt wel als iets wat heel groot kan worden in Nederland. De band is jong (tussen de 17 en 22) en ziet er aantrekkelijk uit en dat de zang wordt verzorgd door een vlotte meid zal alleen maar zorgen voor meer fans - jong en van het vrouwelijk geslacht - die in de 18-jarige Hayley ongetwijfeld een idool zien. Denk bij Paramore in de richting van Avril Lavigne, maar dan duidelijk geïnspireerd door de hardcorescene, popliedjes met een stevige basis dus. Het siert Paramore trouwens dat 'Riot!' zo divers is. Ze zetten met "For a Pessimist, I'm Quite Optimistic" en "Born For This" lekkere punksongs neer, terwijl "Fences" meer weg heeft van psychobilly en de rustige kant wordt opgezocht met nummers als "When It Rains" en "We Are Broken". Maar vooral de eerste single "Misery Business" is een onwijs lekker nummer dat ik liever dagelijks op TMF voorbij zie komen dan "Girlfriend" van Avril Lavigne. Als Warner zijn kaarten goed uitspeelt zal het slechts een kwestie van tijd zijn.
File Under: Je bent jong en je wilt wat
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Misery Business]
New Years Day - My Dear
De mens is inconsequent. En ik zeker. Zo kan ik me enorm opwinden over die ‘stoere’ nepbandjes zoals Good Charlotte en Simple Plan. Stoer uiterlijk, gladde popmuziek. Kijk ze eens springen in hun dure videoclips, alsof ze megasnelle punkrock spelen. Vooral de lege teksten van zulke bandjes bezorgen me koude rillingen. Ik was dan ook helemaal klaar om het debuut van New Years Day, het zoveelste MySpace-bandje, de grond in te boren. Het jeugdige vijftal voldoet namelijk aan alle eisen om bij mij niet in de smaak te vallen: nietszeggende teksten over mislukte tienerrelaties met een oppervlakkige kijk op de wereld en metaforen om van te huilen. Ik citeer: ‘Shoot my cupid out of the sky. Break off his wings and gouge out his eyes And thank him for nothing, cause that's all that he gave to me. Your love is my heart disease’. Tienermuziek dus. Tot mijn grote schrik neurie ik het nummer van begin tot eind mee. Ik vind het leuk! Ashley Costello is een van de weinige zangeressen die krachtig genoeg klinkt voor een poppunkband en haar stem past goed bij de catchy melodieën. De liedjes zijn simpel, dansbaar en niet erg gevarieerd. Het maakt allemaal niet uit. Dit is gewoon prettige niet-te-veel-bij-nadenken-muziek. Alleen in ‘My Sweet Un-Valentine’ haalt de band ineens saxofoons tevoorschijn. New Years Day heeft dit debuut overigens helemaal zelf gefinancierd en in acht maanden tijd thuis opgenomen. Dat maakt de groep nog eens extra sympathiek. Waarom ik dit wel verdraag en de catchy poppunk van Fall Out Boy bijvoorbeeld niet? Ik weet niet. De mens is inconsequent. En ik zeker.
File Under: Sympathieke poppunk
File Audio: [ MySpace]
Manowar - Gods of War (Live)
Eerder dit jaar bracht Manowar een concept-cd uit. Ja, je leest het goed, d’r staat in de vorige zin Manowar en concept-cd. Eng hè? Bassist en bandgenie Joey DeMaio ging helemaal los op die plaat die Gods of War heette. Wat het centrale thema was lijkt me niet moeilijk te raden. Dat er weinig verschil was met de thematiek van eerdere Manowar-cd’s ook niet. Natuurlijk werd de release vergezeld door een uitgebreide tournee onder de noemer Demons, Dragons and Warriors. Het verrassend grote succes bracht de band in Duitsland zelfs naar grootste zalen uit haar carrière. Dat moest gevierd worden en zoals bij Manowar gebruikelijk gebeurt dat door middel van een liverelease. Deze keer onder de titel Gods of War - Live, een dubbel-cd. Helaas levert dat niet zo’n flitsend geheel op als de Hell on Earth IV-dvd die ik een paar jaar terug besprak. Maar het ligt waarschijnlijk voor een groot deel ook aan mij. De oude nummers van Manowar zijn domweg veel sterker dan de nieuwe. En als ik aan Manowar denk dan wil ik beelden van meebrullende fans zien in nummers als "Kings of Metal", "Manowar". Cool vind ik het dan weer wel dat Manowar op de tweede cd de hele "Odin Suite" achter elkaar brengt. En eerlijk is eerlijk, de uitvoering vind ik echt boven verwachting. Ook hierbij kan ik écht niet wachten tot ik de beelden erbij krijg te zien. Dat zou het voor mij echt veel interessanter maken en daarin word ik bevestigd door de video van de live-versie van "Gods of War" die als bonustrack de dubbelaar afsluit. Maar ik denk dat de verstokte Manowar-fan mij wel een zeur zal vinden. Al zal die mij vast en zeker ook gelijk geven dat een Manowar-dvd altijd te prefereren is boven een dubbele live-cd.
File Under: Kings of Metal on stage, nu nog de beelden!
Matthew Dear - Asa Breed
Wat je van Matthew Dear vindt, hangt waarschijnlijk ervan af hoe je precies met hem kennismaakt. Laat ik het daarom meteen even goed doen: hier staan acht video's - in totaal duren ze 4 minuten - waarin Dear zelf te zien is, waarin fragmenten van zijn elektronische muziek te horen zijn en waar je een glimp ziet van de oorspronkelijke setting waarin ze gemaakt zijn. Het Talking Heads-achtige waarover Dear spreekt hoor ik terug in bijvoorbeeld "Elementary Lover". Terugkerend uniek motief op deze eerste persoonlijke plaat is Dears stem, die in veel nummers ("Shy", "Will Gravity Win Tonight") heel gelaagd klinkt, alsof vijf opnames vanuit verschillende hoeken van de kamer over elkaar gedubd zijn. Technisch is Asa Breed zonder meer een knappe plaat. Ik zou op deze plek een heel verhaal kunnen houden over de compacte composities, de ongebruikelijk eerlijke teksten (en die enkele platitudes in "Pom Pom") en 's mans eerdere microhouse-werk als o.a. Audion, maar dat kun je ook bij Pitchfork lezen. Wat me stoorde aan Asa Breed is dat de cd zich muzikaal verrekte gauw naar de achtergrond laat dringen. Het is allemaal leuk en aardig, en als je goed luistert zit er nog diepgang in ook, maar ik hou het niet vol. De muziek daagt me te weinig uit en grijsdraaien helpt er al helemaal geen zier aan. Datzelfde nare gevoel krijg ik echter ook altijd bij Remain In Light en dat schijnt echt een meesterwerk van hier tot Tokio te zijn. Soit... Laat je dus niet teveel door mij leiden als ik zeg dat ik deze cd niet dig.
File Under: Microhouse-artiest maakt lome soundtrackplaat
File Audio: [DearSpace]
StoneLake / Civilization One
StoneLake's meest opvallende kenmerk is meteen het kenmerk dat het meeste luisteraars zal afschrikken: de stem van zanger Peter Grundström. Met heel veel volume komen de klanken zijn keel uit galmen, daarbij regelmatig op het randje van krijsen verkerend. Nooit eroverheen, dat is dan wel weer knap, maar je moet er wel tegen kunnen. Voor mij is het na negen nummers van deze meneer wel weer genoeg geweest. Maar eerlijk is eerlijk, het is wel waardoor StoneLake opvalt tussen alle andere powermetal. De songs zitten prima in elkaar, de productie van gitarist Jan Åkesson is helder en ruig tegelijkertijd, ook technisch zijn de heren prima onderlegd en de variatie op het album is prima. Al is "One Love One Heart" iets teveel variatie. Dat is hairmetal á la Poison met bijpassende zang! De vlag op een modderschip - of modder op een vlaggeschip, net hoe je het bekijkt. Uiteindeljk is dit een van de vele behoorlijke powermetalreleases in een stroom van gelijkwaardig materiaal, goed, maar niet beter dan de rest. Eén ding onderscheidt hen van die rest: Peter Grundström. Luister of de stem je bevalt en laat daar de keuze van afhangen.
Civilization One valt in dezelfde categorie. Goede, maar niet al te opvallende powermetal. Wel met een duidelijk Europese inslag, wat opmerkelijk is gezien de samenstelling van de band. De heren komen namelijk uit Sri Lanka, Brazilië, Frankrijk en Italië. Maar als je luistert naar "Legends Of The Past (Carry On)" hoor je een soort Vikingmetal op z'n Duits! Het gegrunt in sommige songs hadden ze van mij achterwege mogen laten, maar dat ligt vermoedelijk aan mij. Ik kan grunten nog steeds alleen maar lachwekkend vinden. Zanger Chitral "Chity" Somapala lijkt soms op het metalbroertje van Klaus Meine (Scorpions), iets wat me ook al opviel toen hij bij Firewind zong. Niettemin zijn hij en gitarist Aldo Lonobile (Secret Sphere) de mannen die deze band dragen en dat ook blijken te kunnen. Vooral liefhebbers van Duitse metal moeten eens luisteren naar Revolution Rising.
File Under: Grundström heeft de beslissende stem
File Audio: [fragmenten op de site]
File: Civilization One - Revolution Rising
File Under: De grootste gemene deler blijkt Duits
File Audio: [CivSpace]
Shellac - Excellent Italian Greyhound
Tuurlijk, ik wist wel dat de nieuwe Shellac, zoals gewoonlijk, op vinyl geleverd wordt en dat ik dus geen jewelcase hoefde te verwachten, maar toch, toen ik aan de balie van de Plato in Utrecht de plaat in handen kreeg, schoot het kippenvel me over de rug. Het was lang geleden dat ik een langspeelplaat kocht. Excellent Italian Greyhound was keurig in het cellofaan verpakt. Niet zo'n strak, niet los te krijgen cellofaanverpakking, zoals bij cd's, maar een keurige beschermende hoes, afgesloten met een Shellac sticker. Meteen op het fietsje naar huis gesjeesd alwaar ik voorzichtig het pakje uit mijn tas haalde en ik omslachtig de afsluitende sticker lospeuterde. Niets mocht namelijk sneuvelen, maar geheel ongeschonden heeft de sticker het strijdperk niet verlaten, helaas. Waarmee de plaat uit zijn plastic hoes kwam en het feest daadwerkelijk kon beginnen. Ik moest even studeren wat ik nu uiteindelijk in handen had, want uit eindelijk bleek er om de elpee nog een papieren hoes te zitten. Nadat die omzichtig verwijderd was, had ik dan eindelijk klaphoes in handen. Nostalgische herinneringen schoten door mij heen. Herinneringen uit de tijd dat ik nog gewoon elpees kocht bij Discotown aan de Brinkstraat. Dat ik, in volle afwachting, bij de platenspeler ging zitten, met koptelefoon op, de hoes in handen, het tekstvel erbij en dit alles minutieus bestuderend. Ik deed het nu uiteindelijk niet zo, want Albini en consorten zijn niet helemaal achterlijk en leveren een puik cd-tje bij de dikke plak vinyl. Dat ging in de cd-speler terwijl ik de hoes minutieus bestudeerde. Qua uitvoering is Excellent Italian Greyhound nu al de mooiste plaat van het jaar en dat gaat ook niet meer overtroffen worden. Muzikaal worden er ook hoge ogen gescoord. Vooral de eerste drie nummers van de plaat behoren tot het sterkste werk dat de band ooit maakte en daarbij wordt de minimalistische rock naar grote hoogte gestuwd. Zo hecht als op "Be prepared" klonk de band nog nooit. De B-kant van de plaat vergt echter wat meer zitvlees. Het experiment wordt niet geschuwd en Shellac klinkt hier spaarzamer dan ooit. Als je eenmaal je vingers erachter hebt, dan blijft het groeien. Shellac bewijst op Excellent Italian Greyhound dat je niet meer nodig hebt dan een scherpe gitaar, een steady bas en een drummer die graag experimenteert, maar niet alles dichtslaat. En ruimte tussen de akkoorden, veel ruimte. Verpak dit alles in een puike uitklaphoes en je hebt in ieder geval de mooiste plaat van het jaar. En tot nader order ook de beste...
File Under: Mooi, mooi, mooi
The Concretes - Hey Trouble!
Ik ben een groot muziekliefhebber. Dat is eigenlijk vrij logisch want anders zou ik niet zoveel tijd aan mijn eigen weblog en de recensies voor FU besteden. Ik houd van vele soorten muziek, maar ik luister vooral naar zogenaamde indiemuziek. 'Indie' komt van 'independent' en dat betekent 'onafhankelijk'. In feite is indiemuziek dus geen muzieksoort maar de manier waarop muziek geproduceerd en uitgebracht wordt. Toch wordt indiemuziek meestal geassocieerd met een bepaalde soort muziek. Muziek zoals gemaakt wordt door bands als Belle & Sebastian en Shout Out Louds. We hebben het dan dus over bands die niet te gecompliceerde en vaak redelijk vrolijk klinkende gitaarpop maken. In Schotland en Zweden zijn ze daar heel goed in en dat hebben The Concretes ook al een paar maal bewezen. In mijn cd-speler zit nu Hey Trouble , de eerste cd na het vertrek van medeoprichtster en zangeres Victoria Bergsma, die intussen haar solodebuut onder de naam Taken By Trees heeft uitgebracht. Drummer Lisa Milberg heeft de rol van zangeres overgenomen en haar stem klinkt al net zo lief en fragiel als die van haar voorgangster. Het is echter jammer dat de langzamere nummers zoals "Souvenirs", "Didion" en "If We're Lucky We Don't Get There On Time" op dit album duidelijk in de meerderheid zijn. Prima songs, maar mijn voorkeur gaat niet uit naar dergelijke lieve liedjes maar naar wat meer up-tempo songs. Voor nummers als "Are You Prepared", "Keep Yours" en zeker "Kids" en "Oh Boy" mag je me 's nachts wakker maken. Bij wijze van spreken dan...
File Under: Simple Songs
File Audio en Video: [ConcretesSpace]
Dekapitator - The Storm Before The Calm
Ik begrijp het zelf nog niet zo goed. Waarom zit ik al een week naar The Storm Before The Calm te luisteren? Ik word er niet goed van, heb ik dan helemaal geen smaak (inkoppertje)? Alle alarmbellen zouden op hol moeten slaan. Het begint al bij die foute, Duits-klinkende naam om nog maar te zwijgen van het feit dat er Bay Area-trashmetal gespeeld wordt. Daar zit toch niemand meer op te wachten? Dat is al gedaan, gespeeld, gekopieerd, slechter gespeeld, slechter gekopieerd, compleet verkloot en volledig uitgekauwd. Voor de liefhebbers van Exodus, Metallica en Slayer nog wel, staat er in het begeleidend schrijven. Mijn nekharen leken wel met Viagra behandeld na het lezen hiervan. En toch weten Der Meisters van Dekapitator (Aus Amerika welteverstaan) mij in vuur en vlam te zetten. Oké, toegegeven, op de orgienationaliteiten-schaal scoren ze zeker niet het hoogst. Daarbij zwalkt de drummer ook nog eens als een Lars in zijn jonge jaren en soleert de gitarist als een volleerd Kerry King-leerling, maar tjonge jonge, wat staan er een hoop superstrakke gitaarriffs op dit schijfje. Zo hoort trash te klinken. Als een bezetene zit ik bangen, vertrekt mijn gezicht in een wrede grimas en gaat mijn vuist de lucht in. Deze mannen hebben begrepen waar het om gaat. Toewijding, plezier, geloof en vooral heel veel puike, fingerlickin' thrash!
File Under: Doen hun naam eer aan
File Audio:[MyHead]
Bleed The Dream - Killer Inside
Bleed The Dream heeft al het nodige meegemaakt sinds haar oprichting vier jaar geleden. In 2004 wordt bij drummer Scott Gottlieb leukemie geconstateerd. Een jaar later overlijdt hij op 36-jarige leeftijd aan de gevolgen van deze ziekte. In mei 2006 wordt dan ook nog zanger Brandon Thomas uit de band gezet. Mark Holmes neemt de microfoon over en drukt meteen een stempel op het geluid van Bleed The Dream. Thomas is vanaf het begin duidelijk: hij is een zanger en een zanger schreeuwt niet. Lastig voor een screamo-bandje. Einde screamo dus. Killer Inside klinkt daarom in ieder geval anders dan debuut Built By Blood. En dat was een heel aardige plaat. Helaas, Killer Inside is dat niet. Ik begrijp het volkomen dat een band iets nieuws wil proberen, zeker als die band zich bevindt in een drukbezet genre als screamo. Ga dan iets vernieuwends doen zou je zeggen. Bleed The Dream doet het anders, die gaan de kant op van de radiovriendelijke emocore. Net of het in dat hoekje niet al vol genoeg is. Killer Inside is een album vol clichés. Neem nou de verschrikkelijke ballad 'Vampires Don't Kill For the Money'. Saaier kan niet. 'This Parking Lot Is A Murder Scene' doet zelfs qua songtitel aan My Chemical Romance denken. Maar dan minder goed. Gelukkig kent de plaat met 'Voices' en 'Closer' ook goede momenten. Bleed The Dream hinkt teveel op twee gedachten. De wortels in de hardere muziek zijn voelbaar, maar het radiovriendelijke sausje maakt van Killer Inside een voorspelbaar album.
File Under: Voorspelbare emo
File Audio: [BloodSpace]
Rubik - Bad Conscience Patrol
Muse is nog steeds niet klaar met de toer die begon met de release van hun laatste cd Black Holes and Revelations. Van hen hoef je voorlopig dus nog geen nieuwe materiaal te verwachten. Radiohead zit in de studio en broedt nog steeds op nieuw werk. En bij Mew, iets minder groot, is het ook onduidelijk wat er nu precies gaat gebeuren nu Johan Wohlert de band verlaten heeft en gekozen heeft voor het fulltime vaderschap. Gezien de beschikbare ruimte zou het best eens het juiste moment kunnen zijn voor het Finse Rubik om hun debuut-cd Bad Conscience Patrol hier en in de rest van Europa uit te brengen. Zij grasduinen in de tien liedjes op deze cd namelijk binnen de contouren van dit drietal bands. Het is nog niet zo dat de vijf Finnen kunnen tippen aan de beste platen van Mew, Muse en Radiohead, maar hun cd is te goed om ze als doekje voor het bloeden te bestempelen. Groot pré aan Rubik is bovendien de stem van zanger Artturi Taira. Hij wisselt met speels gemak het klagerige van Thom Yorke met het bombastische van Matthew Bellamy en het zweverige van Jonas Bjerre. Al heb ik wel het donkerbruine vermoeden dat zijn stem her en der wat vervormd gehaald is om accenten te kunnen leggen. Een goede plaat om de honger, die er zonder meer is, mee te stillen.
File Under: In de leemte die Muse, Radiohead en Mew op dit moment laten vallen.
File Audio: [RubikSpace]
To My Boy - Messages
Mijn grootste ontdekking van de afgelopen Affaire was de Britse band To My Boy. Ik had er nog nooit van gehoord. Het is dan ook een nieuwe band, de debuutplaat is net uit. Het tweeherige gezelschap maakt Devo-achtige wilde electropop en stond zich helemaal het leplazarus te musiceren op het podium. Van het een op het andere moment waren ze ook afgemat weer backstage verdwenen, een uitzinnig publiek achterlatend. Kijk, dát zijn nou die sterke memorabele doorbraakoptredens! Ik kon nog net de debuutplaat van een roadie kopen (hij drukte me nog drie pins in de hand ook) en toen waren ze echt pleite. Een lange avond en nacht volgden en pas deze week kwam ik eraan toe om de cd, getiteld Messages, te beluisteren. Echt een ontzettend leuk ding! Het is raar om te zeggen, maar het is net wat voor mij. (Of voor Marten, met die panda's achterop.) Het woord 'nerd' is een geuzennaam, geen scheldwoord, en dat blijkt ook hier. To My Boy is gek op springerige gitaarbliepjes en speelt iets minder puntig, maar veel lolliger dan The Futureheads. De liedjes zitten propvol bizarre bètateksten ("Oh, metal! We admire your form. Our bodies are warm. Let us marry!") en verwijzingen naar het derde bandlid: de computer. Zo sympathiek kliederig als het artwork is, zo fijn is de productie van James Ford (juist, die) en zo mijn nieuwe volkslied wordt "Eliminate me" ("Oh, civilization, throw me a line!")
File Under: Ik zeg: leukste nerdplaat van het jaar!
File Audio: [Hier] of [daar][Remixes]
File Video: [Officieel] of direct: [The Model] [I Am X-Ray] [The Grid]
Prince - Planet Earth
"Prince has been living in Prince World for quite some time now", zo kreeg regisseur Kevin Smith ooit te horen bij een hilarische ontmoeting met het Purperen Prinsje. Zo nu en dan komt er weer wat materiaal uit Prince World naar buiten, zoals nu met Planet Earth. Sinds Musicology is het weer een beetje de vertrouwde Prince. Een trendsetter is hij al lang niet meer. Hij is nog steeds de enige echte, maar hij herhaalt zichzelf. Ook op Planet Earth is dat het geval. Ik vermoed zelfs dat er sprake is van materiaal uit zijn rijk gevulde kluizen. Zoals bij eerdere "kluisalbums" als "Chaos And Disorder" en "The Vault" is de productie niet te overdadig en is de variatie groter dan ooit. Dat zou ook verklaren waarom Wendy & Lisa op een paar songs te horen zijn en waarom sommige songs zo op Around The World In A Day, Parade en Diamonds And Pearls zouden passen. Okee, dus het is niets nieuws, maar is het de moeite waard? Zeker. Naar het einde worden de songs wat minder, maar daarvoor heb je al pareltjes gehoord als het vrolijke "The One U Wanna C" met fijne handclaps en de ballad "Somewehere Here On Earth". Een welkome terugkeer is wat mij die betreft die van zijn gitaarspel, dat weer regelmatig voorop staat. Het eindresultaat is een fraaie collectie Popliedjes. Een beetje rock, een beetje funk, een beetje rap, een beetje r&b, een beetje soul, maar altijd in Popliedjes. Als 'ie Wendy & Lisa weer echt in de band zou halen, kunnen we misschien nog iets verrassends verwachten. Tot die tijd hebben we er een geslaagd, zij het allerminst wereldschokkend album bij.
File Under: Ook een Prince op herhaling is de moeite waard
File Audio: [het hele album op de luisterpaal]
Tiny Vipers - Hands Across The Void
Achter dit pseudoniem gaat Jesy Fortino schuil. Een dame uit Seattle, die klinkt als een combinatie van Joanna Newsom en Laura Veirs. Echt mooi zou het zijn als ze het harpspel van de eerste verenigde met de mooiere vocalen van Veirs, maar helaas, ik heb het hier enkel over haar stem. Fortino speelt gitaar en ze doet dat zeer minimalistisch. Veel repetitieve akkoorden en langzame melodielijnen. Vroeger schijnt ze veel in de Amerikaanse coffeeshop-scene gespeeld te hebben en je vraagt je dan af hoe ze in godsnaam het publiek stil kreeg. Misschien zijn Amerikanen gewoon heel netjes. Hands Across The Void is namelijk een behoorlijk saaie plaat. Vraag me een uur na een luisterbeurt wat er is blijven hangen en ik moet het antwoord schuldig blijven. Popliedjes zijn het zeker niet, Fortino speelt slechts zeven stukken in ruim veertig minuten. Het is niet dat de dame geen kwaliteiten heeft, ze zingt bijvoorbeeld geregeld alleraardigst meerdere melodieën tegelijk en soms is er ook wat subtiele elektronica die door de nummers waait. Het nummer "On This Side" heeft het meest van de eerdergenoemde Newsom weg en is vergeleken met de andere nummers ook bijna vrolijk. Daartegenover staat iets vreselijks als "Forest On Fire", dat de titel indachtig tegen het eind verandert in een inferno van feedback. Tsja, dat kennen we nu wel. Het nummer "Swastika" klinkt nogal raga-achtig, wie weet dat we de titel dus hindoeïstisch moeten interpreteren. Ik noem het echter vooral om mijn cirkel rond te krijgen. Inderdaad, daar hoor ik Laura Veirs en een charmante lente-gitaar.
File Under: Waar is die adder onder het gras?
File Audio: [Viper-Space]
Bat For Lashes - Fur and Gold
Vol ongeloof zat ik even voor middernacht voor de televisie. Het circus rond de uitsluiting van Michael Rasmussen maakte me sprakeloos. Ik voelde me verraden, boos en verdrietig tegelijkertijd. Heel erg zelfs. Ik dacht op dat moment niet eens zozeer aan Rasmussen, maar vooral aan hoe de rest het Rabo-team zich wel niet moest voelen. Zij hebben zich immers de afgelopen dagen het snot voor de ogen gereden om Rasmussen in de gele trui te houden en hadden de eindoverwinning voor het grijpen. Ik had met ze te doen, maar aan de andere kant wist ik dat ik hierop in deze doldwaze Tour-dagen bijna kon gaan zitten wachten. Ik merkte vanmorgen bij het opstaan dat het me erger aangegrepen had dan de eerdere (doping)ellende deze Tour. Het huilen stond me nader dan het lachen en ik voelde me murw. Ja, verklaar me gerust voor gek, maar ik houd gewoon heel veel van de wielrensport en de Tour in het bijzonder. Eenmaal een beetje op gang zocht ik naar een plaatje om me te troosten en kwam uit bij Bat For Lashes' Fur and Gold. Ik wist dat Natasha Khan met haar zachte zwoele stem perfect als troostborst zou kunnen dienen. Zachtjes sabbelde ik aan haar liedjes. Ze zijn zoet en feeëriek. Haar songs en stem smaken soms naar Sineád O'Connor, maar ook naar Kate Bush en Cat Power. Als Natasha achter de piano kruipt, ligt de naam Tori Amos op de loer. En Björk als ze gaat fröbelen met rare klanken die soms uit samples en soms uit instrumenten komen. Fur and Gold was al een plaat die ik heel mooi vond en dat gevoel is na vandaag alleen nog maar sterker geworden. Maar nog niet zo sterk als mijn liefde voor het wielrennen. Die heeft wel een knauw gehad, maar is onvoorwaardelijk en eindeloos. Denk ik.
File Under: Een cd als troostborst
File Audio: [What's A Girl To Do][Prescilla]
File Video: [What's A Girl To Do][Prescilla]
File Handschrift: [De teksten, handgeschreven]
Half Cousin - Iodine
Het lukte me maar niet een goed beeld van deze band te vormen. Het artwork is nogal nietszeggend, geen foto van de muzikanten, enkel wat gebroken stenen. Of zou dat dan Iodine, oftewel jodium zijn, het scheikundig element wat je ondermeer kan gebruiken om clandestiene Methamfetamine te maken. Een drug waar je nogal euforisch van schijnt te worden. Bovendien wordt me door de drugskenner op de redactie ingefluisterd dat je ook last kan krijgen van dwangmatige handelingen. Het gaat te ver om de muzikanten daarvan te beschuldigen, maar doorgedraaid psychedelisch is het album in elk geval wel. Hotseknotsende drums, accordeonpartijen, hippie-samenzang en wat folk in de gitaarpartijen. Het schiet meer kanten op dan ik bij kan houden, zonder dat de band overigens echt uit de bocht vliegt. Uiteindelijk steekt Google me een helpende hand toe. De band blijkt afkomstig van de Orkney-eilanden, een stuk of twintig eilandjes ten noorden van Schotland. Dat verklaart het curieuze doch charmante accent van de zanger, de bandnaam (kleine gemeenschap, hè) en de geheel eigen wereld die de muzikanten hier scheppen. Kan ik ook even de vergelijking met veel zuidelijkere eilandbewoners de Bees inkoppen, die wat luiere drugs prefereren. Een andere man waarvan je vermoedt dat hij permanent gedrogeerd, eh, rondrijdt, is die gekke Robert Wyattt. Ook al zo'n fenomeen wiens muziek ik toch altijd wat moeilijk doordringbaar vindt. Zijn geest waait hier rond, maar liever zoek ik het in de minimalistische gitaarstukken als de ballade "Abide" en het meesterlijke "Home Help", waarin een archaïsche gitaar wordt begeleid door zachte toetsen. Al met al een fascinerende plaat, voor wie graag de uithoeken van het Britse popspectrum opzoekt.
File Under: Prikkelende pop met een fikse twist
File Audio: [Cousin-Space]
Video Hippos - Unbeast The Leash
De Europese Unie wil digitale fotocamera's een stuk duurder maken omdat je er ook filmpjes mee kunt maken. Of dit terecht is, laat ik even in het midden, maar het is wel vreemd. Je kunt tegenwoordig met bijna elke nieuwe digitale fotocamera, mobiele telefoon en laptop filmpjes maken. Ik heb geen videocamera maar toch heb ik met deze drie apparaten ook drie apparaten in huis waarmee ik videofilmpjes kan maken. Het wachten is nu op de eerste videocamera in bijvoorbeeld een pen en het zal volgens mij niet lang duren voordat elke auto is voorzien van een videocamera zodat er bij ongelukken altijd een direct bewijs voorhanden is. Vrijwel iedereen kan te allen tijden filmen en natuurlijk ook gefilmd worden. Het succes van websites als YouTube is het beste bewijs hiervan. Iedereen kan dus video's maken en het gevolg is dat ook bijna iedereen 'videokunst' zou kunnen maken. Software om die video's te bewerken, kun je ook al voor een paar cent of gratis downloaden. Video Hippos uit Baltimore is een rockband die ook gebruik maakt van video, de naam is dus waarschijnlijk niet toevallig gekozen. Tijdens hun live-shows spannen ze een laken op het podium waarop ze video's projecteren. Hun muziek begeleidt de filmpjes (of is het misschien andersom?), vaak fragmenten van home-movies en tekenfilmpjes. De muziek van gitaar, drums, keyboards en een beetje zang is dus in feite maar de helft van het product. Toch hebben de Video Hippos ervoor gekozen om een gewone audio-cd te maken en geen multimedia-dvd waarop ze de muziek combineren met video. De titel Unbeast the Leash is dan misschien een flauwe woordspeling op 'unleash the beast' maar er staan een stel leuke, eenvoudige rocksongs van gemiddeld net twee minuten op dit album. Nummers als "Tootssub", "The List" en "Wages of Fear" klinken helemaal niet zo gek. Toch heb ik het idee dat je dit eigenlijk live en mét video zou moeten zien/horen.
File Under: Take It
File Audio: Hippos Space
Bishop Allen - The Broken String
Natuurlijk gaat er achter de naam Bishop Allen helemaal geen bisschop schuil. Het is de naam van het Newyorkse indiepopbandje met Justin Rice en Christian Rudder als centrale spil. En stiekem is The Broken String gewoon een verkapte 'best of' -cd, maar wel een die een korte periode beslaat. In eigen beheer brachten ze namelijk het afgelopen jaar elke maand een EP-tje uit met vier nummers. Van de stapel songs die deze reuzeklus opleverde hebben ze een selectie gemaakt van de leukste nummers. Hiervan namen ze er een paar opnieuw op en ze vulden de tracklisting aan met enkele nieuwe nummers. Een behoorlijk ongewone manier van werken, maar deze DIY-truc heeft ze wel een positieve buzz opgeleverd in webloggend muziekland. En nu vraagt u zich natuurlijk af: is dat terecht? Ehm ja denk het wel eigenlijk. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik de 12 EP's niet in zijn geheel gehoord heb, wat ik hoor op The Broken String is reden voor een bescheiden feestje. Liedjes als "Click, Click, Click, Click" (met Eels-feel), "Rain" (met Cure-ritmetje) of het tranentrekkend mooie "Flight 180" behoren tot de fijnste indiepopliedjes die ik tot nu toe hoorde dit jaar. Af en toe gaan ze ook lekker tekeer op bijna Arcade Fire-achtige wijze. Zo scharrelt de band haar invloeden bij elkaar. Maar het resulteert mooi wel in bijzondere liedjes die me door de opvallende, geknepen stem van Justin Rice en de weldoordachte arrangementen van Christian af en toe bijkans euforisch maken.
File Under: Fijne indiepop
File Audio: [Click, Click,Click, Click][Rain]
File Audio: [Click Click Click dan!]
Against Me! - New Wave
Als een punkband de overstap naar een major-label maakt vallen ontegenzeggelijk woorden als 'sell out'. Maar ach, 'money makes the world go round' en ook punkers moeten eten tenslotte. Persoonlijk boeit het me helemaal niets op wat voor label een cd uitkomt. Zolang een platenmaatschappij zich niet met de muzikale koers van een band bemoeit, is er niets aan de hand. Een band als Rise Against bewees al dat de overstap naar een major niet ten koste hoeft te gaan van het eigen geluid. Ook voor Against Me! pakt de overstap goed uit. Toch zullen er mensen zijn die New Wave als een knieval voor de commercie beschouwen. De band uit Gainesville, Florida klinkt inderdaad anders dan op voorgaande albums. Op zijn vierde album klinkt Against Me! melodieuzer, ja zelfs poppier. En toch is New Wave een dijk van een plaat met tien sterke nummers. Single 'White People for Peace' fungeert als uithangbord en laat horen dat protestliederen ook vrolijk kunnen klinken. Zelfs het liefdesduet tussen Tom Gabel en Tegan Quin, de helft van het duo Tegan & Sara, is niet te plakkerig. Against Me! toont zich wederom een politiek bewogen band, maar dan zonder dat wijzende vingertje waar ik me bij een band als Strike Anywhere, nog wel aan wil ergeren. Oude fans zullen misschien even moeten slikken bij het horen van het catchy deuntje in 'Stop', maar zelfs zij zullen moeten toegeven dat het verdomd lekker klinkt. Against Me! draagt nog steeds dezelfde boodschap uit, maar heeft die in een ander jasje verpakt.
File Under: Kleine punkers worden groot
File Audio: [ MySpace]
File Video: [White People For Peace]
Young Marble Giants - Colossal Youth
Gitaar, bas, drums-uit-een-doosje, een niet altijd even vaste stem en een wrak orgeltje: ziedaar de ingrediënten waarmee Young Marble Giants de klassieke plaat Colossal Youth maakte. Ze kwamen uit Wales, bestonden uit twee broers, Stuart en Phil Moxham en een zangeres, Alison Statton. Met hun aanpak en geluid stonden ze midden in de postpunk van begin jaren '80. De naargeestigheid en kilte van de Thatcher-era wordt glashelder weerspiegelt door het schrijverstalent van vooral Stuart Moxham en de afstandelijke vocalen. Het geluid is open, om niet te zeggen minimalistisch en er klinkt bij tijd en wijle een droefenis en onderkoelde agressie in door die in die jaren werkloos geworden mijnwerkers uit Wales konden navoelen. Young Marble Giants hielden het maar kort vol - een jaar of drie - en behalve Colossal Youth, een handvol singletjes en op compilaties verschenen liedjes is hun output zeer beperkt gebleven, maar wel in zijn geheel verzameld op deze reissue. Wat uiteraard helpt bij de postume herwaardering van deze band: er is vrijwel geen enkele zwakke track op deze dubbelaar te vinden. Toch staat de wel erg minimalistische aanpak en vooral het gedateerde geluid een plezierige volledige beluistering behoorlijk in de weg. Met mate innemen, wat vooral geldt voor de huiskameropnames en extraatjes van de tweede CD.
File Under: Minor classics
Smashing Pumpkins - Zeitgeist
Gish, Siamese Dream, Mellon Collie and The Infinite Sadness. Als je een drietal zulke sterke cd's afgeleverd hebt als Billy Corgan deed met zijn band Smashing Pumpkins in de eerste helft van de jaren negentig, dan is het misschien beter om gewoon een punt achter je band te zetten. En dat bleek. Adore - alhoewel veel te lang - ging nog, maar MACHINA/The Machines of God was een draak van een cd. Het was dan ook best verstandig van Corgan om eind 2000 een eind te maken aan het bestaan van de Pumpkins. De lol was er ook af voor hem. Die lol probeerde hij terug te vinden in de muziek door wat bij te beunen (onder andere zang op New Order's comeback-cd Get Ready) om uiteindelijk met Zwan een nieuw bandje (of toch gewoon een soloproject) op te richten. Toen dat ook spaak liep besloot hij maar onder eigen naam een cd uit te brengen en zijn (persoonlijke) frustraties van zich af te spelen. Om uiteindelijk toch tot de conclusie te komen dat het onder de naam Smashing Pumpkins stiekem toch beter werken was. En dus is er nu Zeitgeist, met als enig overgebleven Mohikaan uit het eerste Smashing Pumpkins-tijdperk drumgod Jimmy Chamberlain. Het is natuurlijk vechten tegen windmolens voor Corgan, maar toch gloort er licht aan de horizon en hij hakt, vooral als hij zijn ferme machinale gitaarriffs ("Doomsday Clock") aanwendt, doeltreffend enkele wieken aan gort, maar hier en daar wordt hij ook flink geraakt (bijvoorbeeld in het tien minuten durende gedrocht "United States"). Uiteindelijk komt hij zelf wel als morele winnaar uit de strijd en poetst Corgan met Zeitgeist het door Adore en MACHINE groen uitgeslagen blazoen wel weer een beetje op. Maar de drie eerste cd's blijven onaantastbaar.
File Under: Het op drie na beste Smashing Pumpkins album
Bigbang / Greenleaf
Hup Scandinavië! Het Noorse Bigbang lijkt in eerste instantie aardig in de sleazehoek te passen. De eerste songs van (Too)(Much)(Yang) zijn uptempo en voorzien van lekker rauwe akkoorden voorin de mix. Bij de conga's en het Stonesy intro van "I Don't Wanna" blijkt dat etiket voor het eerst niet helemaal passend. Een luie blues met blazers en duchtig meeblèrende achtergrondzangeressen doet eerder denken aan Izzy Stradlin and JuJu Hounds of recenter Marc Ford. Het is de opmaat voor een reeks aanzienlijk rustiger gitaarpopsongs in de trant van voornoemde acts, maar ook waar ook wat Tom Petty en G. Love ("L.A. Song"). Zanger, gitarist en voornaamste songschrijver is Øystein Greni, ook het enige originele lid van dit driemanschap. Zijn stem is okee, maar een groot zanger is hij niet. Gelukkig heeft zijn stem wel de uitstraling, die in dit genre veel belangrijker is. Dit is het zesde album van het gezelschap, dat inmiddels is verkast naar de VS. Muzikaal is dat een logische stap. Het album staat vol aangename rocksongs met de voeten stevig in de rock uit de vorige eeuw. Voor wie niet bang is voor wat nostalgie.
De Zweuden van Greenleaf hebben er ook een flinke portie nostalgie in zitten, maar bij hen gaat het er wel wat steviger aan toe. Bij opener "Highway Officer" is al te horen dat zanger Oskar Cedermann voor zijn manier van zingen duchtig heeft afgekeken bij The Cult's Ian Astbury. Greenleaf is een project van gitarist Tommi Holappa (Dozer) en engineer/bassist Bengt Bäcke, de rest zijn wisselende deelnemers. De muziek is in een keer afdoende te omschrijven: stonerrock, pure and simple. Logge riffs, veel Sabbath, Purple en Kyuss en een wel heel bekend intro bij "The Lake" dat ik herken en nog steeds niet thuis kan brengen... Origineel is het allemaal niet, maar de sound is lekker zompig met warme Hammondklanken. Een enkele song verrast ("Sleep Paralysis"), de rest is voorspelbaar lekker en lekker voorspelbaar.
File Under: Noorse nostalgie anno 2007
File Audio: ["Hurricane Boy" op BigbangSpace]
File Video: ["Too Much Yang" live]
File: Greenleaf - Agents Of Ahriman
File Under: stonerrock, pure and simple
File Audio: ["Alishan Mountain" en "Highway Officer"(vermeld als "New Stuff") op LeafSpace]
Lightning Dust / Aroah
Het is kwakkelweer, en ik kwakkel mee. Ik zal geen betoog gaan houden over het weer, maar van het virus dat mij probeert plat te krijgen heb ik schoon genoeg. Bovendien heb ik nog een week te gaan voor ik vakantie heb, maar het vakantiegevoel ontbreekt totaal.
Muzikaal draagt het Canadese Lightning Dust hier ook niet erg aan bij. Duistere, dramatische klanken komen samen in de door Amber Webber en Joshua Well gedragen band. Normaliter doen ze het in de space- en stonerrockband Black Mountain, maar hier zoeken ze het meer in de alt.countrypop met een duister randje. De dramatiek straalt er in ieder geval vanaf. Webber's stem draagt hier ook erg aan bij, een Sinéad O'Connor met vibrato. Zoiets, en dan in een Portishead zonder triphop-jasje. Vervelend? Nee, maar het ligt er allemaal wat te dik bovenop en de derde uptempo track "Wind Me Up" past totaal niet bij de rest van dit album. Kleine irritaties die het prikkelbare in me los maken.
De Spaanse Irene Rodriguez Tremblay oftewel Aroah lijkt me ook geen lolbroek. Dat begint uiteraard met de foto op de hoes, maar ook muzikaal is het geen feestnummer. De folkliedjes met de nodige jazzinvloeden zijn daarvoor te breekbaar en sober qua instrumentarium. Ik heb geen idee door de Spaanstalige teksten waar het over gaat, maar het moet vast over het meest bezongen thema de liefde gaan. Waar kun je anders zo over grienen? Het album zit goed in elkaar, maar persoonlijk vind ik het wel wat aan de matte kant. Tot er in het zesde nummer "Cifras" plots een blazersorkest voorbij komt. Het spat er vanaf. Zo goed als dit nummer wordt het nergens meer, een zonnestraaltje in tijden waar ik dit hard nodig heb. Stom virus.
File Under: Te voorspelbaar
File Audio: [Lightning Dust @ MySpace]
File: Aroah - El Día Después
File Under: Eén mooi nummer is te weinig
File Audio: [Aroah @ MySpace]
Luckyfella - Song Believer
Marcel Kapteijn vergaarde een aardig kapitaal met de megahit "You". Misschien zelfs wel zoveel dat hij financieel onafhankelijk is. Dat nummer dat hij met Ten Sharp opnam stond in 1991 in zo ongeveer heel Europa in de top 10. Ten Sharp bestond toen overigens al bijna tien jaar en had met "When The Snow Falls" en "Japanese Lovesong" in Nederland al twee kleine hitjes gehad. De laatste cd die Ten Sharp opnam in 2003 heette Stay en pardoes vertrok Niels Hermes (het andere gezicht van Ten Sharp) met zijn gezin naar Nieuw Zeeland om een nieuw leven op te bouwen. Sindsdien opereert Kapteijn onder de naam Luckyfella en vertolkt hij liedjes van songschrijver Peter de Wijn. Song Believer is hun derde cd samen. Volgens de tekst aan de binnenkant had het tweetal maar liefst 57 liedjes opgenomen en was het erg lastig om er twaalf uit te kiezen voor Song Believer. Nou, ik ben blij dat ik de andere 45 niet hoef te beluisteren, want op zijn zachtst gezegd kan ik niet echt genieten van Song Believer. De stem van Kapteijn is nog steeds groots, maar de slappe, futloze liedjes zijn zijn stem onwaardig. Volgens het tweetal zouden de liedjes een brug moeten slaan tussen de popkant van Kapteijn enerzijds en zijn croonerkant anderzijds. Nou, die brug ís er niet en dat levert een nat pak op. Het resulteert in twaalf liedjes die slechts hoogst zelden overtuigen en nog niet in de schaduw mogen staan van de memorabele popsongs die Kapteijn eerder opnam met Ten Sharp. Song Believer is een Michael Bolton-plaat geworden. Een mislukte wel te verstaan...
File Under: Ik voelde me bij het beluisteren allerminst een Luckyfella
File Video: [Deze demo-versie klinkt veel beter dan de cd. Komt het door de jonge honden om 'em heen?]
The Used - Lies For The Liars
Ik klink nu misschien als overenthousiaste groupie, maar The Used ontstijgt duidelijk het label 'emo' dat de band vaak opgeplakt krijgt. Niet alleen de muziek, maar ook de teksten van frontman Bert McCracken gaan veel verder dan de gemiddelde 'emo' band. Ze inspireerden me zelfs tot het zetten van een tatoeage tussen mijn schouderbladen, zo veel deden ze me. Dat weerhield me er niet van om teleurgesteld te zijn in hun tweede album In Love & Death. Geen slechte cd hoor, maar hij viel, ook omdat-ie veel te gelikt klonk, in het niet bij de eerste cd. Gelukkig kan ik bij de nieuwe cd Lies For The Liars weer trots zijn op mijn tatoeage. De band heeft namelijk alle tijd genomen om songs te schrijven en het wachten wordt meer dan beloond. Vooral nummers als "The Ripper", "Paralyzed", "Hospital", "Liar Liar (Burn In Hell)" en "Wake The Dead" zijn erg sterk en brengen The Used weer naar het niveau van de band waar ik vijf jaar geleden ontzettend verliefd op werd. Het experimentele "Bird And The Worm" laat bovendien horen dat The Used niet zo maar gelabeld kan en mag worden als 'gladgestreken emo bandje'. Dat ze hetzelfde publiek trekken als My Chemical Romance en Panic! At The Disco is gewoon pure pech. Niet alleen in geluid blinkt Lies For The Liars uit, ook het artwork is echt geweldig! Het mag dan inmiddels zo zijn dat My Chemical Romance (dat door The Used een aantal jaar terug op sleeptouw werd genomen) The Used inmiddels ver achter zich heeft gelaten in populariteit, toch bewijzen Bert McCracken en zijn kompanen dat zij nog steeds voorliggen op alles en iedereen wat onder emo geschaard wordt. Of dat nou terecht is of niet.
File Under: Emo? Dacht het niet!
Woordlooiers / Typhoon
Deze dubbelrecensie heeft als thema 'het verwachtingspatroon'. Dan weet u dat vast. Een verwachtingspatroon dat bij deze debuutplaat van de Woordlooiers, straight outta Brabant, vrijwel afwezig is. Ik had voor het beluisteren nog nooit van deze twee heren gehoord, en Brabant is afgezien van Extince nu niet echt de bakermat van de vaderlandsche hiphop. Edoch, de Woordlooiers mogen een aangename verrassing genoemd worden. De teksten zitten prima in elkaar en zijn vindingrijk, de flow van beide heren is bovengemiddeld en het accent met zachte G is net zo storend als een pintje bij 45 graden in de Griekse zon. Bij het beluisteren van Luid en Zuidelijk zou je wensen dat Neerlands dj's eens wat vaker dit soort platen opzetten dan weer de zoveelste snel in elkaar geflanste productie van Lange Frans, Ali B of Yes-R. Eén puntje van kritiek dan toch voor de Woordlooiers: de volgende keer iets meer variatie in de samples graag. Een beetje vindingrijkheid, een beetje avontuur. Maar verder: zeer puike plaat.
Zo laag als de verwachting was die ik koesterde bij de Woordlooiers, zo hoog was mijn verwachting van de debuutplaat van Typhoon. Nu zijn de verwachtingen per definitie al hoog wanneer je uit de TopNotch-stal komt, maar de belofte die Typhoon in de afgelopen jaren met name live liet zien, deed uw recensent hongerig uitkijken naar deze debuutplaat. Ook de single Vluchtgedrag en de EP Generation Now waren meer dan prima. Typhoon deed zich gelden als een sociaal bewogen rapper met een sterke stem en een uitstekende flow, gedragen door de producties van vaste partner Nav en soms Nederhop-grootheden Delic en Kubus. Op Tussen Licht en Lucht wordt Typhoon vooral door deze eerste twee terzijde gestaan, terwijl ook Dries Bijlsma een duit in het zakje doet. Drie jaar doen over een eerste plaat mag dan lang zijn, maar Typhoon lost de belofte meer dan in. Deze plaat kent eigenlijk geen enkel zwak moment en bestaat uit stuk voor stuk ijzersterke tracks. Net als op Opgezwolle's instant classic Eigen Wereld valt op hoe Typhoon ontzettend veel muzikaliteit aan een over het algemeen relatief 'kaal' genre weet te geven. Tussen Licht en Lucht is hiphop van het allerhoogste niveau.
File Under: Zeer aangenaam verrast
File Audio: MySpace
File: Typhoon - Tussen Licht En Lucht
File Under: De belofte volledig ingelost
File Video: Volle Maan[Sprokkeldagen]
The Storys - The Storys
Wat een wonderlijke wereld kan de muziekbranche soms zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit het idee achter verschillende releasedata voor platen gesnapt. Waarom zou je een plaat, dagen, weken, zelfs maanden later uitbrengen in sommige landen? Wordt de plaat er beter of slechter van? Neem nou de debuutplaat van The Storys, gewoon The Storys genaamd. Deze plaat kwam al medio 2006 in Engeland uit en wordt dan nu, als een soort van mosterd naar de maaltijd, in Nederland uitgebracht. Terwijl een beetje marketinggenie weet dat de muziek van The Storys er in Nederland in gaat als gesneden koek. The Storys, een sextet rond een viertal singer/songwriters met zanger/acteur Steve Balsamo (o.a. Jesus Christ Superstar), laat zich opzichtig beïnvloeden door de seventies westcoast sound. Aangezien The Eagles als eerste buiten de VS doorbraken in Nederland én het feit dat nergens in de wereld Venice populair is, behalve in Nederland, had The Storys allang, met de juiste marketingcampagne, hier uitgebracht moeten worden. Alles zit erin; puike koortjes, het nodige slidewerk, gevoelige ballads en nog meer koortjes. Maar The Storys kunnen nog niet tippen aan bovengenoemde voorbeelden. Nummers als "I Believe in Love" en "Be By Your Side" vertonen enige klasse, maar verder wordt er soms (te) opzichtig leentjebuur gespeeld bij, alweer, de bovengenoemde artiesten. Wat de muzikale goegemeente dan weer minder schijnt te interesseren, want er wordt vrolijk getourd met Katie Melua en Elton John. Dan weet u meteen aan welke doelgroep u moet denken. Die, die gevoelig is voor marketinghypes...
File Under: Westcoast pop voor de minder kritische liefhebber...
File Audio: [ MySpace]
Leanne Harte - Leanne Harte
Op zoek naar info over deze Ierse dame kwam ik tablatuur van Thin Lizzy's Rosalie van haar hand tegen. Mooi, Lizzykenner en gitaarfreak. Alvast geen juffrouw die voor de foto een gitaar in de hand gedrukt krijgt. Allesbehalve zelfs, want deze 21-jarige Ierse schone is al sinds haar zestiende min of meer professioneel bezig. Dat is te horen ook, want haar debuut met negen songs klinkt volwassen en uitgebalanceerd. Haar stem en zangstijl hangen sterk tegen die van Heather Nova aan en in de verte doet het ook denken aan Edie Brickell (kent u deze nognognog?!). Dat betekent dat haar muziek bijna automatisch veel op die van Nova lijkt. Haar stem vereist nu eenmaal een bepaalde instrumentatie, wil de zang nog tot zijn recht komen. Waar Heather Nova voor mijn gevoel vaak iets teveel in het dromerige spul blijft hangen, is Leanne Harte niet benauwd voor wat steviger akkoorden ("Hopeless Cases"). Dat producer Chris Tsangarides (o.a. Thin Lizzy) achter de knoppen zat zal daarbij ook best geholpen hebben. Dat neemt niet weg dat het hier en daar gewoon een Heather Nova-song had kunnen zijn. Luister maar eens naar "Maybe". Zet het op een Nova-album en niemand die het merkt. Prompt daarna zet ze gelukkig een lekker swingende rocker in, "Mr. Fortune", als om teveel gelijkenissen te vermijden. Is Harte met dit album een nieuwe sensatie? Mwah, dat valt nog wel mee. Maar van een 21-jarige die een debuut als dit aflevert zullen we ongetwijfeld nog meer horen. En dit is alvast een aangenaam begin.
File Under: Nova! New!
File Audio: ["Hard to Grasp" en "Mr. Fortune" op HarteSpace]
File Video: [een hele bende op de site]
Last Winter - Under the Silver of Machines
'Weer een emo-bandje', zucht mijn vriendin als ze de kamer binnen komt lopen. 'Dit klinkt als al die andere bandjes die je luistert.' En ze heeft gelijk. Under the Silver of Machines moet één van de meest overweldigende albums van het jaar zijn, belooft de achterkant van het hoesje de luisteraar. Gitarist Brian Effron legt ook nog even uit waar Last Winter zijn inspiratie vandaan haalt: 'Ook al klinken we niet als een metal/hardcore-band, onze roots komen daar wel vandaan.' Wat is dat toch met zulke bandjes? Er is niets mis met emopunk, maar ga niet lopen dwepen met een stijl of scene waar je niks mee te maken hebt. In de biografie staat verder heel trots dat de band op heeft getreden tijdens een feestje van een rijkeluiskindje in het MTV-programma My Super Sweet Sixteen. Erg hardcore hoor! Last Winter mist het catchy gevoel van Fall Out Boy, het gevoel voor dramatiek van My Chemical Romance en de dansbaarheid van Panic at the Disco. Last Winter speelt andere bands na, maar dan minder goed. "Made for TV" klinkt als een afgekeurd Fall Out Boy-nummer, "The Violent Thing" is een slap aftreksel van een nummer van Taking Back Sunday en zo kan ik het hele album wel aflopen. Gezichtsloos, dat is het. Dieptepunt is het akoestische "Don't Forget to Write" dat aan Good Charlotte doet denken. Het vijftal uit Orlando laat eigenlijk alleen in het titelnummer een eigen smoel zien en dan wordt het ineens best aangenaam. Laten we deze Amerikanen nog even de tijd, maar met dit debuut overstijgen ze het niveau van gemiddeld MySpace-bandje niet.
File Under: Kopieergedrag
File Audio: [Luister het complete album]
The Audience - Celluloid
Vroeger las ik vaak muziektijdschriften en hierbij was ik in eerste instantie het meest geïnteresseerd in de recensies van nieuwe albums. Aan de hand van zo'n recensie ging ik vaak naar de platenzaak en dan pakte ik een stuk of zes, zeven lp's (en later natuurlijk cd's) die ik dan eens rustig ging beluisteren. Er waren dan altijd een paar recensenten die zo'n beetje een vergelijkbare smaak als ik hadden en hun mening vond ik dan ook erg belangrijk. Natuurlijk kan ik alleen maar hopen dat er ook een paar lezers van File Under zijn die mijn mening enigszins van belang vinden. Toch zul je altijd zien dat `smaken verschillen' en het is ook regelmatig voorgekomen dat ik me afvroeg hoe die recensent `dit nu mooi heeft kunnen vinden'. In het geval van The Audience vraag ik me eigenlijk af: `wie zal dit echt mooi vinden?' De band komt uit Hersbruck, een paar kilometer van Nürnberg in Zuid-Duitsland en de cd Celluloid is hun debuut. De muziek dreunt behoorlijk en naast het prominente geluid van het orgel is het opvallend dat er veel wordt geroepen. Zanger en Joe Cocker-look-a-like Bernd Pflaum roept iets en de rest van de groep roept mee of roept iets als reactie. Het nummer "JFK" is opvallend en dat geldt ook voor "Boma Ye" en "Bond". Let wel, opvallend wil niet direct zeggen dat het goede nummers zijn. Als ik geen recensie-exemplaar van deze cd had ontvangen, had ik hoogstwaarschijnlijk nooit van The Audience gehoord en ik denk niet dat ik dan veel mee gemist zou hebben. Maar dat is natuurlijk mijn mening en daar mag je het voor deze keer best niet mee eens zijn.
File Under: Prototype
Behemoth - The Apostasy
Ik was eigenlijk een beetje teleurgesteld toen ik The Apostasy voor het eerst luisterde. Ruim drie jaar hebben de heren van Behemoth er aan kunnen sleutelen en het enige dat ik hoorde was een middelmatig deathmetal-werkje. De metamorfose van zwart naar dood metaal leek een beetje te ver zijn doorgeslagen, naar mijn idee. Toch moet ik vele, met de nadruk op vele, luisterbeurten verder tot een andere conclusie komen. Bij voorbaat dus al een kleine waarschuwing. Je moet, net als de makers zelf hebben gedaan, wat van je tijd investeren in deze cd. Het venijn zit hem namelijk ook deze keer in de complexiteit die zich niet gelijk openbaart, maar slechts langzaam tot je doordringt. Probeer als oefening eerst eens naar het geniale 'Kriegsphilosophie' te luisteren en dan te onthouden wat je allemaal gehoord hebt. Daarna nog eens en nog eens en nog eens. Die uiterst herkenbare, ratelende snaredrum valt natuurlijk meteen op, maar dan heb je ook nog die subtiele oosterse klanken, die tempowisselingen, die huilende solo's, die gesproken tekst, die heerlijke gitaarriffs en niet te vergeten het ingenieuze arrangement wat tezamen een magische song oplevert. Zo zijn er in alle nummers allerlei details uitgewerkt. Van koortjes tot trompetgeschal en van akoestische gitaar tot piano. Uiteindelijk lijken alle stukjes in elkaar te passen en wordt het totaal plaatje duidelijk. Dit album staat vol met mystieke en weldoordachte tracks die maar blijven groeien en een verslavende uitwerking hebben. Alleen door je hier aan over te geven, zal de afvalligheid van je huidige politieke en religieuze ideeën intreden en zul je aansluiting vinden bij de enige ware goden. Wie zouden dat nou kunnen zijn?
File Under: Allang geen halfgoden meer
File Audio:[ MySpace]
Spoiler NYC - Grease Fire In Hell's Kitchen
Waar Keith Caputo altijd en overal als de grote man achter Life Of Agony wordt gezien, is het stiekem bassist Alan Robert die het brein is achter de muziek. Blijkbaar is dat nog niet genoeg, want Robert is momenteel met Spoiler NYC druk bezig zijn agenda nog wat verder te vullen. Op het eerste gehoor heeft de weinig ingewikkelde straatpunk op Grease Fire In Hell's Kitchen weinig raakvlakken met LOA. Hier is geen plaats voor dramatiek of emotionele toestanden, gewoon drie mannen die twaalf liedjes in een half uur van A naar B rammen, in de beste traditie van Rancid, Social Distortion en zelfs een tikkie Ramones. Ik kan me goed voorstellen dat een dergelijke uitlaatklep prettig moet zijn, maar om nu te zeggen dat het een cd oplevert die de wereld op haar grondvesten zal doen schudden, niet echt nee. Roberts is als zanger nogal monotoon en kan niet teren op een opvallend of uniek stemgeluid, iets wat juist in dit genre zoveel extra kan brengen. Natuurlijk is er op de cd zelf weinig aan te merken: de productie is tiptop in orde en het artwork ziet er piekfijn uit. Het gebrek aan échte prikkels zorgt er helaas voor dat Spoiler NYC wat mij betreft toch geen afstand kan nemen van het stempel hobbybandje of bijprojectje.
File Under: Kabbelende straatpunk
File Audio: [Klik]
Tindersticks - BBC Sessions
Naar het schijnt zijn de Tindersticks officieel nog steeds niet uit elkaar. Er is dus nog steeds hoop op een opvolger voor Waiting For The Moon uit 2003. Onder Tindersticks naam verscheen sindsdien alleen nog de verzamelaar Working for the Man, waar bij de eerste oplage een bonus-cd zat met moeilijk vindbare liedjes. Maar je hoefde niet eens een bijzonder oplettende liefhebber te zijn om te weten dat sombermans Stuart A. Staples ook al prima solo-cd's uitbracht, het thuis opgenomen Lucky Dog Recordings en vooral het vorig jaar verschenen Leaving Songs. Nu verschijnt er weer een nieuwe release onder de naam Tindersticks, maar helaas wederom zonder nieuwe liedjes. BBC Sessions is (surprise, surprise) een selectie uit de sessies die de band deed bij de BBC. Auntie Beeb - met natuurlijk John Peel voorop - en natuurlijk met John Peel voorop - waren er vroeg bij om de band te ontdekken en vast te leggen in hun studio’s. Het mooie aan deze verzamelaar is dat de chronologie van de opnamen intact gebleven is. De eerste cd begint met de sessie bij Peel in 1993 en de tweede eindigt met sessies uit begin 1997. Zo is deze dubbel-cd, vooral ook door de ongedwongenheid die de sessies uitademen , een verdomd goede samenvatting van de eerste twee Tindersticks-cd’s en geven ze met "Dick’s Slow Song" en "I Was Your Man" ook al een doorkijkje naar het meesterwerk Curtains, dat pas ruim na de laatste sessie zou verschijnen.
File Under: Moois uit de BBC-archieven.
Under The Influence Of Giants - Under The Influence Of Giants
Wie zichzelf spaart is al gauw een postzegel, zoals Loesje zegt, maar dit is wel een héle uitbundige week. Hier in Nijmegen zijn nu namelijk al de hele week tegelijk de Vierdaagse en de zomerfeesten aan de gang en dat leidt tot een soort sociale en muzikale overflow. De binnenstad heeft met al die goedmoeiige drukte zelfs iets weg van Amsterdam, alleen staan nu op elke straathoek wel bands, coverbands, orkesten of blaaskapellen te spelen. En dan is het opeens helemaal niet zo verkeerd meer om op de terugweg naar huis via je mp3-speler lekker naar Under The Influence Of Giants te luisteren. Hun debuutplaat verscheen in Amerika in 2006 en wordt nu ook hier maar eens losgelaten. Het kwartet heren uit Los Angeles specialiseert zich in radiovriendelijke pop en je zou het gemakkelijk een kruising tussen Maroon 5 en de Scissor Sisters kunnen noemen. Sterker nog, je zou het zó kunnen afdoen als overgeproduceerde massamuziek, net zo fake als de etalagepoppen in het artwork. Maar ik ben geen elitaire muzieksnob en ik ga helemaal niet zo geconcentreerd luisteren naar pakweg dat 'At least I tried to help'-falsettokoortje in "Stay Illogical". Deze muziek werkt namelijk net als alle goede coverbands in de stad: sluipend en effectief. Onbewust tik je de maat met je tenen mee, kruipt het refrein van "Mama's Room" tussen je oren en beweeg je je hoofd mee op "In The Clouds" - de "Laura" van Under The Influence Of Giants, inclusief lekker smerig gitaarlijntje en wat Michael Jackson-gegil. Niet moeilijk over doen: leuke plaat! Daarbij is-ie behoorlijk consistent, beter zelfs dan Ta-Dah, dus mij hoor je niet klagen. Ik krijg er eerder goeie zin van. Oke, al is het vandaag vrijdag - de dag van de intocht - en regent het straks, nog één keer uit naar de stad dan maar!
File Under: The Influence of Guilty Pleasure!
File Audio: [ MySpace][Samples]
File Video: [In The Clouds] [Mama's Room]
Beyond Fallen / Seventh Calling
Melissa Records is een nieuw Nederlands label, dat zich toelegt op power metal, progmetal en thrash- en speedmetal. De eerste releases zijn van Amerikaanse powermetalbands : Beyond Fallen en Seventh Calling.
Allereerst Beyond Fallen. Gut, zo heb ik het al een tijd niet meer gehoord. Continu staccato riffs, bas en drums die bijna ononderbroken doorroffelen en een zanger die vooral bezig is op True Metalse wijze stoer te klinken. Die stem heeft wel wat overigens, het is een soort B-versie van Bruce Dickinson. Vooral de enkele keer dat het allemaal wat rustiger gaat hoor je echter duidelijk waar die B vandaan komt... De songs die iets minder uptempo zijn, klinken prompt enorm naar Black Sabbath ("Closer tot the end"). Cliché wordt op cliché gestapeld, intro-hakken-meebrulrefrein-hakken-iets rustiger bruggetje-solo-hakken-einde, dat werk. Maiden, Iced Earth, maar dan een paar treetjes lager. Van alle groten hoor je wel iets terug, in redelijke maar volstrekt voorspelbare songs. De productie is hoorbaar low-budget, hoewel niet dramatisch slecht. Het helpt echter niet om de clichés die ten gehore worden gebracht nog te redden. Het feit dat dit toch al hun tweede album is belooft weinig goeds voor de toekomst.
Seventh Calling is in dezelfde hoek te plaatsen, maar is alleen al qua geluid al een flinke stap vooruit. Muzikaal is ook dit geen wonder van originaliteit, maar de opbouw van de songs, de riffs, de rustiger passages, ze zijn allemaal van een niveau hoger en dat helpt. Lance Lange en Steve Handel zijn de kern van de band en delen zowel de (vaak toch dubbele) leadgitaren als de leadzang. Dat laatste betekent dat er veel zangstijlen te horen zijn, van semi-grunts tot Rob Halfordachtige uithalen. Je moet ervan houden, maar ze kunnen het wel, al zijn sommige waarschijnlijk exotisch bedoelde zanglijnen niet altijd even overtuigend. Qua geluid zit dit Seventh Calling nog iets meer in de powermetalhoek dan Beyond Fallen, al zal de aanzienlijke betere productie daar ook debet aan zijn. Songs deon denken aan Metal Church, het steviger werk van Megadeth en uiteraard Judas Priest. In tegenstelling tot bij het album van Beyond Fallen zit ik bij dit album niet steeds te kijken of 'ie nou nóg niet afgelopen is. Voor een debuutplaat is dit Monuments dan ook lang niet slecht. Seventh Calling is een band om in de gaten te houden. Melissa Records scoort daarmee een uit twee en mag daar best tevreden mee zijn.
File Under: Mindfire blijkt waakvlammetje
File Audio: [BeyondSpace]
File: Seventh Calling - Monuments
File Under: het begin van een monumentje
File Audio: [Seventh Space]
Edward Ka-Spel - Dream Logik Part One
Volgens mij is er voor de doorgewinterde muziekliefhebber niks stoerders dan van de meest onmogelijke muziek te kunnen zeggen dat je het kunt waarderen. Denk maar aan de mensen die avant-garde klassieke muziek beluisteren, waarin spelers hun cello demonteren en de loshangende snaren vervolgens met een zaag bewerken. Edward Ka-Spel is een even vreemde snuiter. De al jaren in Nederland wonende "zanger", is vooral bekend van zijn werk met de Legendary Pink Dots. Een band die ik, helaas, nooit begreep. Misschien moet ze eens een Ka-Spel voor dummies boek uitbrengen. Zoals dat gaat met dit soort culthelden, werkt hij stug door en brengt de een na de andere release uit. Op Dream Logik Part One is Ka-Spel als vanouds in de weer met oordovende synthesizers, industriële beats en gelukkig ook nog wat poëzie. De effecten van het draaien van deze plaat zijn even bizar. Familieleden rennen in paniek naar de geluidsbron omdat ze denken dat de tamme ratten elkaar te lijf gaan, terwijl de twee huisparkieten intussen ondersteboven in hun kooi hangend mitrailleursalvo's aan gekwetter afvuren. Tsja, ook een reden om een plaat te kopen. Ik hoorde in deze haast willekeurige bijeengeraapte brij uiteindelijk twee interessante nummers. "And The Stars" heeft de charme van een Boards of Canada-interlude, maar duurt vijf keer zo lang. Iemand probeert verbinding met een afgelegen ruimtestation tot stand te brengen, terwijl Ka-Spel een van zijn kosmische gedichten mompelt. In het daaropvolgende nummer, met een verslavend repetitieve synth-groove, komt de Solyaris werkelijk langs, of nee het is "The 9 Oçlock Train To Oblivion".
File Under: Vager dan een paddo-trip
File Audio: [Wat mp3-fragmenten]
Hobotalk - Homesick for Nowhere
Er waren meerdere redenen waarom ik graag begin oktober vorig jaar naar Take Root in Assen wilde en baalde dat dat uiteindelijk niet lukte. Natuurlijk, het was leuk dat Luka Bloom er optrad en dat Ryan Adams er was met zijn koddige staartjes, maar die zijn met enige regelmaat wel op de podia van Nederland te vinden. Waar ik veel meer naar uitkeek was naar Hobotalk. Die traden, in de tijd dat ik weet had van hun bestaan, vóór deze editie van Take Root namelijk nog nooit in Nederland op. En ik was begin 2006 toevallig over hun, al in 2005 verschenen, cd Notes of Sunset gestruikeld en vond het een prachtplaat. De stem van Marc Pilley, de spil van de band, deed me veelvuldig denken aan ex-Daryll-Ann zanger Jelle Paulusma. En de liedjes riepen ook een zelfde soort van weemoedig gevoel op als bij deze gewezen Hollandse helden. Alleen rocken Pilley en de zijnen veel minder dan Daryll-Ann. Ook hun nieuwste album Homesick for Nowhere is weer grotendeels akoestisch. Opgebouwd rond vijf korte (omgevings?)geluidsflarden die allemaal "Homesick" heten blijft de stemming van de twaalf 'echte' liedjes vrijwel altijd ontspannen. Stuk voor stuk fijne meeneurieliedjes. Slechts af en toe pakt gitarist Nick Houldsworth de elektrische gitaar erbij, maar dat resulteert nooit in een gierende gitaarsolo. Dat zou ook helemaal niet op zijn plaats zijn in deze uitmuntende liedjes van deze band, waarvan je eerder zou verwachten dat de leden wonen aan de Amerikaanse westkust dan in het druilerige Schotland. Het goede nieuws is verder dat de band half oktober op een vrijdag in Cultureel Podium Roepaen zal spelen. Die datum staat ondertussen rood omcirkeld in mijn agenda.
File Under: Een plaat die je naar huis doet verlangen als je 'em daar hebt laten liggen.
No Shame - White Of Hope Turning Black
Wie zijn hardcore het liefst volgens het no-nonsense principe heeft, zit helemaal goed bij deze nieuwe cd van het Finse No Shame. Naar eigen zeggen doen ze aan streetpunk met als grootste inspiratiebron Social Distortion's Whi\ te Light, White Heat, White Trash, maar naar mijn bescheiden mening is het toch allemaal iets te fel om streetpunk te mogen heten, ik zou het gewoon op felle hardcore houden met een snufje punkrock-van-de-straat. No Shame vindt het in elk geval heerlijk om de vaart erin te houden met hun 11 songs in een krappe 32 minuten, zoveel is wel duidelijk na een paar luisterbeurten van White Of Hope Turning Black. Nog wat andere opmerkelijk feiten: de band komt uit het kleine plaatsje Salo ("hometown of Nokia-cellphones", zo meldt de bio met gepast sarcasme), ze verkopen hun oude albums voor twee euro per stuk, hanteren een prijslimiet voor concertkaartjes, zijn de enige band die ooit bij hun label Fullsteam geklaagd heeft dat ze teveel geld kregen (!), boycotten ze MySpace en een van de leden op dit moment dakloos, terwijl een van de andere leden een old-school bloemist is - al is mij niet helemaal duidelijk wat ik me daarbij precies moet voorstellen. Heerlijk in elk geval, zulke principebeesten, en met deze prima plaat op zak verdienen ze de aandacht van de oplettende hardcore-luisteraar.
File Under: No-nonsense hardcore met een snufje streetpunk
Needle And The Pain Reaction
Electroquickies #4
Ik ben een enorme fan van Justice en Goose en daarom ben ik ook onmiddellijk een enorme fan van Does It Offend You, Yeah?. (Zei daar iemand 'belachelijke bandnaam', ja?) Vijf nummers staan er nu op hun MySpace, "Weird Science", "Se7en", "Let's Make Out", "Battle Royale" en "We Are Rockstars", en ze zijn allemaal zo fris en groovend als een vers radijsje op de vroege ochtend. Dikke aanrader!
Ook ronduit beledigend is de kleur van Digitalisms "Twelve Inches EP": fluorescerend zuurstokroze! De remixen erop zijn goed maar ook niet overbijzonder. Leuker is dan de single "Pogo", waarvan de cd knalneongeel is. Daarop is namelijk de Shinichi Osawa-remix te vinden, die ��n toon aan elk gitaarakkoord heeft toegevoegd, waarmee het nummer bijna lieflijk gaat klinken. Knap! De twee andere remixen gaan respectievelijk de distortion- en acidkant uit. Mjoah.
Rap bestaat nog en is bij uitstek geschikt om gecombineerd te worden met allerlei recente electro-trends, zoals groepen als het Franse Tepr en het Britse Hadouken bewijzen. Dat is ook een verzamelaar op zijn tijd waard. Op de mix-cd Shotgun Wedding vol. 7 staat geen van beide bands, maar wel met new daft (Mr. Oizo, SebastiAn, Diplo) en een stoet dikke remixen van overbekende hits. Chris de Luca (ex-Funkst�rung) en Phon.o, die samen nog met een debuutplaat komen, hoefden niet op een sample meer of minder te kijken en mixen kunnen ze absoluut. Namen als Missy Elliott, Timbaland, de Neptunes, Gwen Stefani, Justin Timberlake en Pharrell worden afgewisseld met onbekende maar kwalitatief sterkere nummers. '78 min. of booty sh**' staat er op de cover en da's geen overdreven stelling. Het is dat dit genre niet zo mijn stiel is, maar als je van booty houdt komt het �cht niet veel vetter dan dit.
File Under: Wetenschap kan je zoooo blij maken!
File Audio: [EP's? Albums? Z� 2006]
File Video: Alle drie cult: [Toch wel schokkend] [Power Rangers Royale! (met gitaarsolo!)] [Happy feet!!]
File: Digitalism - Pogo / Twelve Inches EP
File Under: Now you've got a brighter smile
File Audio: [Shinichi Osawa's Pogo-remix]
File: Chris de Luca vs. Phon.O - Shotgun Wedding vol.7 (mixcd)
File Under: Als de Veronicagids d��r nou eens over zou schrijven...
File Audio: [Vanalles wat]
Crowded House
In een zonovergoten suite van het majestueuze The Grand aan de Oudezijds Voorburgwal ontmoet ik een opgewekte Neil Finn. Een schril contrast met de er enigszins verwilderd uitziende Nick Seymour die - pas zojuist in Amsterdam gearriveerd - beneden in de lobby nog een kop koffie zit te drinken - om wat tot rust te komen; ze hadden hem in Londen gewoon in de incheckrij laten staan en het vliegtuig zonder hem laten vertrekken.
Finn: Ah, Nick is gearriveerd? Mooi. Alhoewel, jammer dat hij het Amsterdam van gisteren heeft moeten missen. Ik heb heerlijk door het Vondelpark gewandeld. Verbazingwekkend veel mensen daar, is dat elke zondag zo? Alleen als het mooi weer is natuurlijk. Maar er gebeurde van alles: mensen spelen spelletjes en er was een openluchtconcert, heel leuk allemaal.
FU: Ja, nu is het prachtig weer, maar in feite is het heel wisselvallig. Volgens velen wordt ook hier de klimaatsverandering merkbaar. Een vriend van me zou het niet verbazen dat er binnen afzienbare tijd pelikanen en kraanvogels zullen neerstrijken in de vijvers van het Vondelpark. Parkieten gedijen er overigens al jaren.
Invisigoth - Alcoholocaust
Het Amerikaanse Progrock Records doet het wel meer en met succes: ze tekenen een act die bij hen aanklopt met een kant-en-klaar product en brengen dat uit. Op de een of andere manier werkt het vaak ook het best als je symfobands gewoon hun gang laat gaan bij het schrijven en opnemen van hun muziek. Niet dat het een garantie is voor kwaliteit, maar met een hijgerige eisen stellende platenmaatschappij in hun nek wordt die muziek er zeker niet beter van. Invisigoth is de nieuwste signing van Progrock Records die hun cd Alcoholocaust al helemaal af had, voor de krabbel werd gezet door het tweetal Cage (alle instrumenten) en Viggo Domino (zang). Dat zijn vast niet hun echte namen, maar er zal vast een goede reden zijn voor deze pseudoniemen. Ze hadden deze namen in ieder geval niet hoeven aan te nemen omdat ze zich moeten schamen voor hun muzikale capaciteiten. Cage is een begenadigd multi-instrumentalist en Domino is gezegend met een imposant bereik en doet met gemak vele typetjes doen. En qua songs valt er weinig tot niets aan te merken op Alcoholocaust (op de stupide titel wel natuurlijk). Als je als luisteraar op zoek bent naar een nieuwe band in het straatje Queensrÿche / Pain of Salvation / Threshold / Ayreon dan is dit een niet te missen release voor je. Helemaal als je niet vies bent van de (donkere) kant van Tool of af en toe een stapje terug in de tijd met Led Zeppelin. Van Zep doen ze overigens een meer dan geslaagde cover ("No Quarter") als afsluiting van Alcoholocaust.
File Under: Interessante, diverse prog.
Wheat - Everyday I Said A Prayer For Kathy And Made A One Inch Square
Natuurlijk horen pop- en rockmuziek ook bij 'de kunsten' en verdient een goede popmuzikant evenveel respect als een goede kunstschilder. Toch heb ik het niet zo op té gekunstelde muziek. Ik vind de melodie het belangrijkste bij een popsong en alhoewel die melodie niet echt eenvoudig hoeft te zijn, moet hij wel duidelijk aanwezig zijn. Na enkele seconden weet ik vaak al of de muziek me bevalt. Met andere woorden: muziek moet me direct aanspreken. Natuurlijk zijn er ook wel uitzonderingen, albums die ik pas na een paar maal luisteren begon te waarderen. Het is misschien niet toevallig dat de leden van dit soort bands elkaar vaak ontmoetten op de kunstacademie. Een voorbeeld van zo'n band was Talking Heads. In eerste instantie wist ik niet wat ik van hun muziek moest denken, maar ondertussen horen ze tot mijn 'all-time favorites'. Ik heb ook zo'n gevoel bij de muziek van Wheat. De band is dan wel niet begonnen op een kunstacademie, maar wel als kunstproject op de universiteit van Massachusetts. De groep debuteerde al in 1997 en deze cd met de lekkere lange titel Everyday I Said A Prayer For Kathy And Made A One Inch Square is de vierde volledige cd. Het album bevat een paar aardige liedjes, het is echter jammer dat de stem van zanger Scott Levesque zijn beperkingen heeft. Dat is normaal niet zo'n probleem, maar bijvoorbeeld het openingsnummer "Closeness" moet door het minimale gebruik van instrumenten in het begin vrijwel helemaal gedragen worden door die stem. Dat lukt dus niet. In andere songs zoals "I Had Angels Watching Over Me" en "Saint In Law" zitten ook stukjes waarbij ik me afvraag waarom ze de zangpartij zo hebben opgenomen. In steviger nummers met een duidelijker rol voor de gitaar en de drums zoals "What You Got" en "An Exhausted Fixer" is dit veel minder een probleem. In de laatste track "Courting Ed Templeton" is die beperkte stem helemaal geen probleem: dit is een instrumentaal nummer.
File Under: What You Got
Oxfords / The Elastik Band
Al in 2001 kwam er een reissue van deze plaat uit. Toen moest de liefhebber genoegen nemen met een versie waarbij vinyl overgezet werd op cd. Pas toen in 2006 de originele masters tevoorschijn kwamen, bleek wat er nog meer was opgenomen door deze sixtiesband uit Louisville, Kentucky. Onze helden van Gear Fab hebben deze outtakes opnieuw uitgebracht - en nu digitaal geremasterd - als Flying Up Throught The Sky: Part 2. Wat krijgen we daarvoor? Zestien tracks, variërend van zwaar aangezette psychedelische pop á la Jefferson Airplane ("Reno, Nevada") tot vrolijke hippiedeuntjes als die van The Mamas & the Papas ("Year of Jubilo"). De associatie met Grace Slick ligt soms erg voor de hand, gezien de vocale kwaliteiten van Jill De Marco. Opvallendste opname is de totaal omgewerkte versie van Del Shannon's "Runaway".
Van een iets andere orde is The Elastik Band. Evenzeer geworteld in de psychedelica van de jaren zestig, maar veel freakier. Enige bekendheid hebben ze gekregen met de single "Spazz", dat opgenomen was op Nuggets part 2 en later op de Nuggets Box-set. Deze doorgedraaide track over een spasticus klinkt nog altijd geweldig, wat niet gezegd kan worden van veel andere songs op dit overzicht van hun werk. Te vaak vliegen ze uit de bocht met eindeloos geneuzel. Wel was hun output gevarieerd: van punky tracks via psychedelica tot vrolijke Sunshinepop (waar Oxfords ook in uitblonk). Een bizarre band met een paar goede tracks ("Mrs. Pig") en één geschift briljantje op hun conto.
File Under: Sixties psychedelica uit de eerste divisie
Recoil - subHuman
In eerste instantie was Recoil alleen maar een zijproject van Depeche Mode-bandlid Alan Wilder. Hierin kon hij zijn meer experimentele elektronische ei kwijt. Nadat dat Wilde in 1995 op zijn zesendertigste verjaardag uit Depeche Mode stapte, omdat 'ie zich daar zwaar ondergewaardeerd voelde voor het vele werk dat hij verzette binnen de band en het op persoonlijk vlak ook niet echt meer boterde met de andere drie, werd Recoil zijn hoofdding. De betekende echter niet dat de Recoil-cd's elkaar in hoog tempo opvolgden. Sterker nog, subHuman is pas zijn derde cd sindsdien. Tussen deze nieuwe en Gift, de voorlaatste cd gaapt zelfs een gat van zes jaar. Het is me een onduidelijk wat Wilder, behalve een jaar schaven aan deze cd, in de tussentijd uitgespookt heeft, maar ik ben wel blij dat 'ie met wat nieuws komt. Op vorige cd's maakte Wilder gebruikt van veel verschillende gastzangers, dit keer beperkt hij zich tot twee. Uit Louisiana heeft hij blues artiest Joe Richardson opgescharreld en uit eigen land haalde hij Carla Trevaskis naar de studio. Beiden zijn mij compleet onbekend, maar ze passen feilloos in het geluid dat Wilder creëert met Recoil. subHuman klinkt donker als Mezzanine van Massive Attack, maar ontbeert wel de broeierigheid die die cd zo kenmerkt. Dat deert niet, want diepgang in geluid zonder dat je het gevoel krijgt dat je overvoerd wordt door details kun je met een gerust hard aan Wilder overlaten. Het is zelfs zo dat je bij beluistering met een half oor subHuman vlak zou kunnen noemen. Ik had dat in eerste instantie ook, maar weinig is minder waar. Als je een keer gevallen bent voor de rijkheid aan structuur van de zeven lange nummers is dit een overrompelend album met een verbazingwekkende geraffineerde productie.
File Under: Donkere pracht
File Audio: [Hier]
Yusuf Islam - Yusuf's Café Session (dvd)
Bloed kruipt waar het niet gaan kan, en zo brengt Yusuf Islam weer muziek uit. Islam werd geboren als Stephen Demetre Georgiou, maar werd bekend onder zijn artiestennaam Cat Stevens. Zijn Cat Stevens-periode sloot hij in 1979 af, hij bekeerde zich tot de islam en keerde de muziekindustrie de rug toe. Binnen de moslimwereld klom hij op tot een man van aanzien wiens stem gehoord wordt, het leverde hem in 2004 de vredesprijs "Man For Peace" op. De westerse media en politici wisten echter geen raad met hem. Hij werd verkeerd geciteerd in de media m.b.t. de fatwa tegen Salman Rushdie en kwam de Verenigde Staten n.a.v. maatregelen door 9/11 niet in. In 2006 verscheen zijn debuutalbum als Yusuf Islam, One More Cup. Hij was weer terug aan het muziekfront. Islam doet zijn best om een brug te slaan tussen de Westerse en de Arabische wereld, maar heeft zijn God hoog staan. De 58-jarige werd n.a.v. de cd-release door de BBC in een concert in de Porchester Hall in Londen op film vastgelegd. Deze is nu in een uitgebreidere versie in de handel als Yusuf's Café Session. De opnames zijn integraal te bewonderen zonder hinderlijke onderbrekingen. Een gedreven band brengt semi-akoestisch de nummers van Islam en een selectie van de hits van Stevens. Aanvullend is er nog een interview, wat promotiemateriaal en clips te zien. Het meest geslaagd blijft echter het optreden waar de nieuwe nummers als "I Think I See The Light" naadloos aansluiten op zijn oudere werk als "Father & Son" en "Peach Train".
File Under: De verloren zoon is terug.
File Audio: [Yusuf Islam @ MySpace]
File Video: [Father & Son]
Steve Vai - Sound Theories Vol. I & II
Als broekie begon Steve Vai als wat omschreven werd als "stunt guitarist" bij Frank Zappa. Een stuntgitarist is hij ook altijd gebleven, zowel visueel als in resultaat. De laatste jaren begint Vai steeds meer te krijgen van zijn grote leermeester Zappa. Dat hoor je heel duidelijk op Vol. I van Vai's nieuweling Sound Theories Vol. I & II. Het is een live-opname van het project "The Aching Hunger" dat Vai in 2004 en 2005 uitvoerde. NPS-programmamaker Co de Kloet zag in dat Vai weliswaar een technisch briljant gitarist is, maar vooral een componist. Hij zorgde voor een opdracht voor Vai om een werk voor gitaar en orkest te schrijven. Vai durfde het aan, en "The Aching Hunger" ontstond, met het Metropole Orkest onder leiding van Dick Bakker, dat al heel wat mooie projecten met popbands op zijn naam heeft staan. Vai gaf vijf optredens, uitsluitend in Nederland. "The Aching Hunger" staat volledig op deze cd, met uitzondering van "Lotus Feet", dat al op voorganger Reflections: Real Illusions stond. "Lotus Feet" staat overigens wel op de gelijktijdig uitgekomen dvd. Wat vooral opvalt is hoe makkelijk bekende songs als "For The Love Of God" en "Liberty" in een vorm voor gitaar en orkest gegoten kunnen worden. Dat dat niet uitsluitend aan Vai ligt, is te horen op Vol. II. Daarop worden composities van Vai gespeeld door het orkest zónder Vai. Ook daarin zit veel fraais verborgen, inclusief een paar waanzinnige solo's van Peter Tiehuis, vaste gitarist van het Metropole Orkest. Voor rockers is echter Vol. I het interessantst. Vai spreidt zijn vleugels. Ik stop daarentegen met alles waar ik mee bezig was en luister. Ademloos.
File Under: Vai spreidt zijn vleugels
Wah Wah #6
Het uitbrengen van een volstrekt overbodige verzamelaar was, wat ons betreft, niet de juiste manier om te herdenken dat Jeff Buckley een decennium geleden al Led Zeppelin-zingend verdronk in de Missisippi. Dat het beter kan bewijzen journalist René Sommer en fotograaf Bob Bronshoff. Zij reisden voor Wah Wah af naar Memphis en gingen op zoek naar sporen van de mysterieuze zanger. Al lezend snap je wel waarom Buckley hier belandde. Hier kon hij, perfectionist als hij was, in alle rust werken aan een opvolger van het legendarische Grace. Het verhaal dat het tweetal opgetekend heeft is deels ontluisterend. Zo blijken bijvoorbeeld de enige gedenktekens aan Buckley in Memphis te vinden in de plaatselijke dierentuin. Veel indruk op het grote publiek heeft hij hier in het zuiden van Amerika niet gemaakt. Hij ging de mensen niet uit de weg, maar zocht ze ook niet op. De kleine groep mensen die hem wel beter - en vaak dus toevallig - leerde kennen, spreekt echter liefdevol over hem. Je leest uit alles, dat hij de rust van Memphis aangenaam vond, en dat dat waarschijnlijk uiteindelijk in een heel andere cd geresulteerd zou hebben dan Sketches for My Sweetheart the Drunk. Een mooi verhaal dus, maar wat ik dan wel een beetje jammer vind is dat voorafgaand een andere schrijfster (Anna van Dam) nog een 'leven in het kort' moest opstellen van Buckley. Dat droge stuk, dat eigenlijk alleen maar feitjes opsomt heeft verder weinig toegevoegde waarde. Veel aardiger is het interview met Hans de Booij, die een aardig zware tijd achter de rug heeft gehad en hoopt op werk. En ook mooi is het stuk 'reclame' dat Jaap Boots schreef over zijn geweldige nieuwe echtscheidingsverwerkings-cd Afkuil die alleen maar gaat over de liefde (en wat er mis kan gaan natuurlijk), terwijl hij zich voorgenomen had nooit meer een lied over de fokking liefde te schrijven.
File Under: Voor op het luchtbed op vakantie
Art Brut - It's A Bit Complicated
Toen ik Eddie Argos interviewde was hij er werkelijk van overtuigd dat hij de oplossing voor wereldvrede in handen had: iedereen moest maar in een band en muziek gaan maken. Hij liet het dan ook niet na om dat bij elk optreden te roepen. Deze naïeve gedachte maakte de charismatische frontman van Art Brut geliefd bij veel mensen. Iemand die niet kan zingen, maar koste wat kost muziek wil maken, en met Bang Bang Rock 'n Roll een erg sterk debuut aflevert, vol eenvoudige punkrockliedjes, met daaroverheen zijn overtuigende praatstem, vrolijke en grappige teksten precies op de maat van de muziek. Zelfs verbroken liefdes en moeilijke keuzes staan bij Argos een duidelijke stap lager dan het maken van muziek. Dit debuut klonk urgent, het klonk als een klok, het klonk alsof Argos met hard werken was gekomen waar hij wilde en alsof hij ook niets anders meer zou gaan doen in zijn leven. Nu is er It's A Bit Complicated, de opvolger. Er lijkt in Argos' idee niet veel verandert: 'I know I shouldn't, is it so wrong, to break from your kiss, to turn up a pop song' en 'Punkrock ist nicht tot' lijken zijn leitmotiven. Dit album is een waarlijk uitstekende opvolger, hoewel het nooit meer zo verfrissend en verrassend als het eerste kan zijn, omdat we de naïviteit van Argos nu eenmaal al kennen. Neemt niet weg dat 'Direct hit', de eerste single van dit album de band waarschijnlijk wél bij Top of the Pops had gebracht (Argos' droom waar het misschien wel allemaal om begonnen is). Dat de punkrock waar Argos over praatzingt helemaal geen punkrock is, en dichter in de buurt komt van eurorock met hier en daar een vleugje glam, doet er dan niet toe. Naast een paar mindere nummers, zoals "Post soothing out" en "Sound of summer" blijft Art Brut grappig en leuk om naar te luisteren. Niet al te moeilijk doen blijft het devies, want zo moeilijk is het dus niet.
File Under: Zo moeilijk hoeft het helemaal niet te zijn
File Audio: [Yo!]
File Video: ['Direct hit' (en z'n snor is er af!?!)]
Bad Brains - Build A Nation
Wat moet het toch heerlijk zijn als je als band de status van legende hebt bereikt. Je kunt altijd terugvallen op de geweldige prestaties uit het verleden en nieuwe activiteiten worden per definitie bejubeld door een flinke groep aanhangers. De Johan Cruijff situatie, zeg maar. Bad Brains is één van die bands die zich, na bijna dertig jaar, tot de groep gelukkigen mag rekenen. Ooit vernieuwend en spraakmakend, toen ontelbare personele verschuivingen, dat gecombineerd met een aantal keren stoppen en weer beginnen, om vervolgens op te proppen te komen met de (meest recente) definitieve reünie. Het resultaat daarvan is Build A Nation, een 'ouderwetse' Bad Brains, oftewel met de opvallende combinatie van freaky hardcore en lome reggae. De zomerse gedubde reggae komt precies op het juiste moment en zal zonder twijfel een groot publiek vermaken, maar of dat ook bij de harde gitaarnummers zo is valt nog te bezien. De kenners zijn wellicht wel op de hoogte van de - hoe zeg ik dat netjes - ietwat geflipte mentale staat waarin zanger HR verkeert en dit heeft zijn weerslag op de muziek. Tekstueel was Bad Brains al nooit relevant dus daar heb ik het niet eens over, nee, hinderlijker is het stemgeluid van HR dat nu toch echt de bocht uit vliegt. Ooit (daar heb je de legende) was het wel cool dat de galmen en echo's alle kanten op vlogen, maar nu lijken al die effecten eerder een slinkse truc om de gebrekkige capaciteiten van de beste man te verbergen. Het prettig rammelende geluid geeft de cd een fijne authentieke sfeer en oude fans zullen hier best blij van worden, de moderne hardcoreliefhebber heeft inmiddels echter wel wat beters voor handen.
File Under: Gedateerde reggaehardcore
File Audio: [Klik]
Black Rebel Motorcycle Club
Hijos De Mayo - EP
Tien jaar speelden Joost, Chris en Ronald in Gifkip. In 2006 vonden ze dat mooi zat, besloten ze verder te gaan als Hijos De Mayo en het over de instrumentale boeg te gooien. Maar blijkbaar is er niets zo veranderlijk als een band, want ondertussen heeft de band een zangeres (Boukje) en een extra bandlid (Hermann, met dubbel n inderdaad) ingelijfd. Ben benieuwd wat voor een dimensie dat gaat geven aan de muziek van Hijos De Mayo, want eerlijk gezegd mis ik op deze EP de zang - het psychedelische gebrabbel her en der kun je moeilijk zang noemen - eigenlijk helemaal niet. Hijos De Mayo noemt zichzelf stonernoisepost-rock en daar heb ik verdomd weinig aan toe te voegen. Met de trage zompigheid van Black Sabbath als uitgangspunt verkent het drietal deze drie genres en doet dat op een aangename manier. Alleen hadden ze van mij nog wel iets langer na mogen denken over de titels van de tracks. "Hittegolf", goed, daar kan ik nog wel inkomen als ik naar het nummer luister, maar als je als band met een titel als "Omelet" of "Processor Barabas" aankomt - misschien ligt het aan mij - dan heb ik toch de neiging om je wat minder serieus te gaan nemen. En da's jammer, want overtuigen doet Hijos de Mayo muzikaal gezien namelijk wel in de vijf tracks op deze EP. Het zal me benieuwen wat hieraan door het toevoegen van samples en zang gaat veranderen. Hopelijk blijft het geluid net zo vet als nu het geval is.
File Under: Vette trip.
File Audio: [Esra][Processor Barabas][Omelet]
The Yardbirds - Live At B.B. King Blues Club
Zelfs rockliefhebbers moeten vaak het antwoord schuldig blijven als je ze vraagt wie The Yardbirds zijn. Dat is merkwaardig, want ze waren ooit net zo bekend als de Rolling Stones en minstens zo vernieuwend voor de rockmuziek. Daarnaast braken ook nog eens gitaarlegenden door als Jeff Beck, Jimmy Page en Eric Clapton dankzij hun periode bij The Yardbirds. Het was een van de eerste bands die langere jams liet horen, met lange gitaarsolo's en met gebruikmaking van allerlei soorten vervormingen in het geluid. Geen brave liedjes, maar stampende, dampende blues. Door drugs en ego's was het in 1968 afgelopen met de Yardbirds. In de negentiger jaren werd de band opnieuw opgericht door gitarist Chris Dreja en drummer Jim McCarty. Al vrij snel kwam bassist/zanger John Idan erbij en met steeds weer andere aanvullende muzikanten werd er stug getourd en verscheen er in 2003 zelfs een nieuw album, Birdland. Inmiddels is de line-up alweer een paar jaar voltooid met de 22-jarige gitarist Ben King en Billy Boy Miskimmin (ex-Nine Below Zero) op harmonica. Live At B.B. King Blues Club laat de heren horen zoals ze je ze het beste kunt beluisteren: puur en ongezoet. Okee, Ben King is geen Clapton, Beck of Page, maar dat mag je ook niet verwachten. Zijn spel is wel wat je van een Yardbirds-gitarist mag verwachten: lekker smerig, swingend en nog altijd verdomd goed. Maar eerlijk is eerlijk: ster van deze plaat is Billy Boy Miskimmin. Zijn harmonicapartijen zijn om je vingers bij af te likken. Er komt veel bekend materiaal voorbij, zoals "Train Kept A' Rollin'", "Shapes Of Things", "For Your Love" en zelfs Zep's "Dazed And Confused". Ook het nieuwe materiaal blijft echter prima overeind, in een lekker ongepolijste productie. Daarmee is het maar liefst negentien tracks lang swingen en genieten met dit album.
File Under: stampen, dampen, genieten
File Audio: [Please Don't Tell Me 'Bout The News]
The Twang - Love It When I Feel Like This
Er zijn twee redenen om te vallen voor de debuterende Britse band The Twang, namelijk de Mike Skinner-praatzang van lad Phil Etheridge ('misbehaviah', 'forevah'), en het prettig galmende baggy gitaargeluid zoals pakweg Cast dat had begin jaren '90 (leuke U2-solo ook in "Cloudy Room"). Op singletje "Wide Awake" en in tracks als "Two Lovers" en "Push The Ghosts" (Headswim anyone?) klinkt het té catchy om het te laten schieten. Lekker cool, plat en British, oi! Maar feitelijk zijn de beide selling points verder op het album wel eens beter verkocht. Ik moet bekennen dat ik The Twang deze week tegelijk gedraaid heb met albums van The View en Nuff Said, twee bands die toch echt sympathieker zijn. Dat jongehonderige van The View zit bij The Twang eerder in de teksten dan in de muziek, die is soms best belegen. En waar ik bij Nuff Saids "Bleed" al de hele week de neiging heb tot meezingen, word ik bij die geezer van The Twang moe van z'n oppervlakkige flauwiteiten. Slechts bij "Ice Cream Sundae" krijg ik de neiging tot meescanderen, maar dan op de foute manier (het lijkt wel Limp Bizkit, die intro! 'All radio is dead!') Kortom, een halfslachtige plaat. Voor een debuut had het indrukwekkender gekund.
File Under: Twankelt te veel, sprankelt te weinig
File Audio: MyTwang
File Video: [Wide Awake] [Either Way]
Buffalo Tom - Three Easy Pieces
Er zijn een hoop bandjes waar ik in de loop der jaren mijn hart aan verpand heb, maar zelden heb ik zoveel geluisterd naar een bandje als naar Buffalo Tom. Vooral Sleepy Eyed en Big Red Letter Day gingen erin als God's woord in een ouderling. Toch had ik, in die tijd, om een of andere vage reden, de band nooit live zien optreden. En ik had alle hoop daarop al laten varen, totdat er ineens geruchten verschenen dat Jankovitz zijn bandje nieuw leven in had geblazen. Medio vorig jaar werden de geruchten werkelijkheid en stond de band ineens in W2, in Den Bosch, of all places. Een omissie moest opgelost worden en aldus beleefde ik een gedenkwaardig optreden. Buffalo Tom speelde als nooit tevoren en dat was best knap omdat het zo godvergeten heet was in W2, dat je de zaal zowat uitdreef. De jongens lasten dan ook een pauze in, halverwege het optreden, omdat ze het even niet meer trokken. Tijdens dat optreden werden al een aantal nieuwe nummers gespeeld, die nu uitgebracht zijn op een nieuwe plaat: Three Easy Pieces. En het is wederom een feest der herkenning. Dertien pareltjes, met alle vertrouwde Buffalo Tom kenmerken. Het voelt als thuiskomen. Helaas zit er geen "I'm Allowed" of "Taillight Fade" bij, maar het kan ook niet altijd feest zijn. Voor het eerste reguliere album sinds 9(!) jaar vind ik dit allang prachtig. En dan hebben de heren ook nog wat om naar te streven voor hun volgende albums?
File Under: Welkom terug heren!
File Audio: [Tom's Space]
Oh Susanna - Little Stories
Tot haar derde titelloze album in 2003 verscheen bracht Suzie Ungerleider van 1997 tot 2003 om de twee jaar een release uit. Niet onder haar eigen naam, maar onder de naam Oh Susanna. Ik weet niet precies waarom het vier jaar duurde voor er met Little Stories een opvolger verscheen, want dat Oh Susanna werd in lyrische recensies de hemel in geprezen. Ik heb wel een vermoeden: Oh Susanna liet meer dan haar eerdere albums en debuut-ep een 'countryrockchick' horen. En ik heb het vermoeden dat Suzie zich daar achteraf toch niet helemaal gelukkig bij voelde. Je hebt immers weinig aan positieve recensies, als je zelf niet blij bent met wat je doet. Maar laat ik niet teveel gissen over de oorzaken, feit is dat op Little Stories het meer rockgeoriënteerde geluid achter zich heeft gelaten en terugkeert naar haar (akoestische) geluid van haar tweede album Sleepy Little Sailor, dat ergens halverwege folk en alt.country ligt. En dat doet haar goed. Haar sterke stem gedijt beter in deze intieme(re) setting. Eigenlijk was "Billy", het afsluitende nummer van Oh Susanna, hier al een voorbode van. Net als in het prachtige "Holy Roller" liet ze zich daarop begeleiden door alleen piano. In de rest van de nummers heeft het fraaie gitaarwerk overigens gewoon de overhand. Ook durft Suzie haar vingers weer te branden aan een Bob Dylan-cover. Ditmaal "Billy 4", en ze slaagt wel met vlag en wimpel. Zo sluit ze qua geleverde kwaliteit naadloos aan bij het opmerkelijk sterke rijtje vrouwelijke rootsartiesten (Kathleen Edwards, Alison Krauss, Mary Chapin Carpenter, Lori McKenna) dat Rounder Europe in haar stal heeft.
File Under: Oh Susanna doet het weer klein en dat doet haar goed.
File Audio: [O-oh Susanna]
Nicole Willis and The Soul Investigators
Puts Marie - Dandy Riot
Vooroordelen, heel lang heb ik gedacht dat Zwitserland een braaf net land was. Dat krijg je als je er nooit geweest bent en te selectief de informatie tot je neemt. Tot ik er achter kwam dat het Voodoo Rhythm Records -label met al die fijne rauwe garagebands uit "der Sweiss" komt. Mijn bijgestelde beeld wordt dit maal bevestigd door de release van Dandy Riot van Puts Marie op het Duitse Hazelwood-label. Puts Marie zoekt het niet in de garagerock, maar is een band in de slipstream van de grote Captain Beefheart maar dan meer dansbaar. Als ik echter maar twee bands zou moeten kiezen waar dit op lijkt dan zou ik voor onze eigen Stuurbaard Bakkebaard gaan in combinatie van de oude Zita Swoon. De invloeden gaan echter verder, en wat jij erin hoort moet je zelf maar bepalen. Het viertal is eerdaags weer in ons land om dit vierde album te promoten. Uit eigen ervaring kan ik melden dat het live een band is die er ook mag zijn waar de muzikale gekte nog meer naar voren komt. Vooroordelen zijn dus stom, en ik adviseer dus om je eens te laten verleiden om dit Zwitserse muziekgerecht te proberen. De tijd dat de fijne en experimentele popmuziek alléén maar uit Engeland en Amerika komt ligt al een tijdje achter ons. Dandy Riot is daar een goed voorbeeld van.
File Under: Zwitserland, nu ook voor bandjes die het muziekleven interessant houden
File Audio: [Puts Marie @ My Space]
Muffx - ...Saw The...
Dames en heren, daar is ie dan: de meest overbodige release van 2007. Het Italiaanse Muffx heeft het gepresteerd om een plaat te maken die werkelijk niemand, op de meest verstokte stoner-fan na, zal boeien. Muffx zoekt het in de hoek van Queens Of The Stone Age en maakt soortgelijke desertrock-met-pop-kwinkslag, alleen geen moment zo overtuigend als Koninginnen zelf. Stoffige riffs die je allemaal al eens eerder en vooral beter hebt gehoord, een zanger met eenzelfde verkouden stemgeluid als Josh Homme zelf maar dan zonder enige urgentie en een tiental stonerpop tracks die niets, maar dan ook niets nieuws, eigens of origineels te bieden hebben. Alsof je naar schijf vol met matige b-kantjes aan het luisteren bent, die terecht nooit aan de grote massa zijn doorgespeeld. Dit is allemaal zo ontzettend onorigineel dat ik deze cd bijna had doorgespeeld aan de plagiaatcommissie. Muffx is niks meer of minder dan een bleek carbonnetje van hun grote voorbeelden. Bovendien hebben Homme en consorten nu net zelf een verse plaat uit die helemaal niet verkeerd is, dus waarom in godsnaam geld uitgeven aan dit soort tweedehands surrogaat? Mijn advies: niet doen.
File Under: De meest overbodige release van het jaar 2007
File Audio: [Muffx-space]
Thirteen Senses - Contact
Bij beluistering van Contact vroeg ik me af: "hebben we eigenlijk wel een zoveelste Coldplay-achtige band nodig?" "Nee!" riepen de stemmen in mijn hoofd. Sommigen sloegen er zelfs met de vuist bij op tafel. Toen klonk schuin aan de overkant van het bureaublok waaraan ik huis op kantoor de vrolijke stem van onze jongste stagiaire: "Wat een leuke muziek heb jij op staan. Wat is dat?" En, weet je, ze had op dat moment groot gelijk. Opener en titeltrack "Contact" begint heel Coldplay-getrouw met piano, maar dat gaat snel over in meerstemmige gitaren vergezeld van violen die mensen die daar gevoelig voor zijn meteen meesleuren. Het volgende meer uptempo- nummer "All The Love In Your Hands" kan mij als liefhebber van een band als Slut heel erg bekoren. Maar zo rond track 3 wordt het wel een beetje voorspelbaar allemaal. De opbouw van de nummers kan je bij wijze van zo uittekenen: geschreven om de aanstekers de lucht in te krijgen (alhoewel dat met naderende rookverboden wel vaker mobieltjes zullen worden). Bij track 6 ("A Lot Of Silence Here") kakt de plaat helemaal in. Ik hoop dat Thirteen Senses - die op een eerdere plaat lieten horen wel degelijk impact te kunnen hebben - bij hun derde cd uit een origineler vaatje gaat tappen. Want of ze hier nog een keer mee wegkomen? Ik raak dus al snel mijn interesse kwijt, want Contact is helaas niet briljant of origineel, maar gewoon gedegen en meeslepend. Soms is dat genoeg. Voor mij nu eens een keer niet. De stagiaire luistert naar Contact op haar MP3-speler. De stemmen in mijn hoofd zwijgen verbolgen. Ach, die weten ook niet alles....
File Under: Coldplay hoeft nog niet achterom te kijken...
File Audio: Op MySpace
Gary Lucas & Gods and Monsters - Coming Clean
Ik vind een goede start van een cd altijd wel fijn. Het hoeft niet per se het beste nummer van een cd te zijn, maar als band het slechtste of minst toegankelijke nummer als eerste plaatsen, dat vind ik niet handig. Noem me lui of wat dan ook, een cd moet bij een slechte start vervolgens stinkend zijn best doen om me alsnog weer voor zich te winnen. Coming Clean, de nieuwe cd van meestergitarist Gary Lucas kent dit probleem niet. "Hurly Burly" is een lekker voortrollend nummer dat me opmerkelijk genoeg doet denken aan David Baerwald. Ik vind dat opvallend omdat Baerwald de soundtrack maakte voor bij de film Hurly Burly. Maar goed, het probleem van Coming Clean zit 'em dus niet het openingsnummer. En ook met bijna alle andere nummers die Lucas - wat een weergaloze gitarist is het toch! - met hier en daar de hulp van enkele gasten opgenomen heeft heb ik geen probleem. Nee, het probleem zit 'em in het afsluitende nummer van deze cd. Lucas zou, met al zijn ervaring, toch moeten weten dat de laatste track van een album minstens zo belangrijk is als het openingsnummer. Toch haalt hij het in zijn hoofd om als afsluitende nummer "Grace" op te nemen. Inderdaad, dat is het titelnummer van de legendarische cd van de ons helaas ontvallen Jeff Buckley. Al het goeds dat Coming Clean je laat horen voor dit vijftiende nummer ben je op slag vergeten. De uitvoering die hij maakte samen met - de toch niet beroerde - Ellis Hooks slaat echt volkomen de plank mis. Lucas, allerminst een groentje en ook min of meer de ontdekker van Jeff Buckley had beter moeten weten en met zijn fikken van dit nummer (dat hij overigens samen met Buckley schreef) af moeten blijven. Het verknalt domweg de hele cd. Bah.
File Under: Een dodelijk einde dat alles verpest.
Brian Glaze - Rainsplitter
Engeland moet wel in zijn, na David Karsten Daniels is Brian Glaze alweer de tweede Amerikaan dit jaar die een zeer Britse plaat uitbrengt. Hij zingt met een stem die eerder in de buurt van Jarvis Cocker verkeert, dan bij iemand als Johnny Cash, waarmee ik hem elders vergeleken zag worden. Glaze wordt door het label Birdman gepresenteerd als een belangrijke figuur in de New Weird America stroming, maar zijn muziek is toch vooral heel erg saai. De gekte zit 'm hooguit in wat onnodige lawaaistukjes die enkel het gebrek aan een goede melodie moeten maskeren. Elk jaar schijnt de man met wat vrienden op Thanksgiving een plaatje op te nemen en dat is te horen. De sfeer is fijn ongedwongen, maar evengoed kan men zeggen dat dit een b-kantjes plaat van een meer getalenteerde muzikant als de eerder genoemde Cocker had kunnen zijn. De beste groove wordt neergezet in "Aurora", dat melodisch vergelijkbaar is met de ook wel aardige opener "Rainsplitter". Sterker nog eigenlijk lijken alle nummers op iets wat al geweest is voort te borduren. "Aurora" heeft als pluspunten een swingend orgeltje en een leuke bluesy gitaarsolo die daar doorheen jengelt. Zoals dat gaat op feestjes wordt het naarmate het later wordt gezelliger en vooral meliger, zo ook hier. Brian zingt steeds valser tot hij in de cartooneske afsluiter "Avenue Waves" als de zanger van OMC klinkt, die u misschien nog kent van de hit "How Bizarre". Best grappig allemaal, voor één keer.
File Under: Brian's feestje
File Audio: [Glaze-Space]
Interpol - Our Love To Admire
De wereld is vluchtig en ik ben het ook geworden. Een band moet voor mij heel wat zeilen bijzetten, vind ik een tweede of derde album niet hetzelfde klinken als het eerste. Alle producerwissels of andere kunstgrepen ten spijt. Dat is mijn, misschien zelfs wat cynische, zwakte, maar in mijn ogen ook de zwakte van de band. Als een band zo sterk is als deze mij wil doen geloven door een waanzinnig sterk debuut, dan moeten de opvolgers dat maar bewijzen. Interpol bracht het er, na het erg goede debuut Turn On The Bright Lights met Antics niet slecht vanaf. Op de opvolger stonden nummers, zoals "Evil", "Slow Hands" en "Narc" die me in eenzelfde soort vervoering brachten als bijvoorbeeld "Leif Eriksson", "PDA", "NYC" en "Roland" van het debuut. Sommige met de kracht en energie van een uiterst muzikaal werkpaard, ook op de dansvloer zeer welkom, andere die de intensiteit en emotie van het alleen zijn op een donkere snelweg perfect luister bij wisten te zetten. Na het tweede album hield ik nog steeds van Interpol. Nu is er Our Love To Admire, en alleen al de voorkant van het album heeft een heel andere uitstraling dan de eerste twee rood-wit-zwarte albums. Interpol lijkt zich vooral geconcentreerd te hebben op de donkere snelweg in plaats van op het enthousiaste werkpaard. Niet dat het de mannen aan energie ontbreekt, maar een echte dansvloerknaller staat er op dit album volgens mij niet; "Mammoth" en de single "The Heinrich Maneuver" komen in de buurt, maar hebben niet dat wat "Slow Hands" en "Obstacle 1" wel hadden. Om dat gemis te compenseren, bedient de band zich op OLTA van keyboards en uitgestreken intro's en outro's. Dat maakt de klank wat voller, maar de liedjes wat saaier. Our Love To Admire is verre van een slecht album, maar het is niet beter dan de voorgaande en in mijn muziekbeleving is dat een genadeslag voor de band. Wel heeft Interpol het voordeel van de twijfel: een volgend album zou zomaar het beste kunnen worden, dat heeft de band in zich. Ook het vierde album zal dus in huize jnnk niet aan de aandacht ontsnappen.
We gaven in samenwerking met onze vrienden van EMI enkele luxe edities van Our Love To Admire weg. Daarvoor ben je nu te laat natuurlijk.
File: Interpol - Our Love To AdmireFile Under: Geen slecht album, maar niet beter dan de voorgaande twee
File Audio: [Op de site kun je alles horen: bovenin op play klikken]
File Audio: [Hier staan maar twee liedjes]
File Video: [The Heinrich Maneuver]
Chromeo - Fancy Footwork
Het leuke aan de Russische P2P-dienst Soulseek is niet alleen dat je er muziek kunt downloaden. Je kunt er ook chatten en ik heb er al heel wat rare kennis en contacten opgedaan. Zo kom ik er regelmatig een Israëlische jongen tegen die helemaal gek is van talkboxen. Een talkbox is in principe een speaker met een buis waar het geluid uitkomt. Als je die buis in je mond stopt, en een synthesizer op de box aansluit, krijg je letterlijk een robotstem als je gaat praten. Het is overigens een kunst om goed te leren talkboxen, maar net als beatboxen kun je zoiets gewoon live doen. Je hoort het effect trouwens wel vaker in muziek terug. (Een andere manier om stemmen te vervormen gaat met een vocoder, maar dan hoor je dus puur een elektronisch filter. En ja, ook daar zijn zat voorbeelden van.)
Goed, geen wonder dus dat die talkbox-jongen onvoorwaardelijk en ziekelijk fan is van electrofunkbands als de Dax Riders en het Canadese Chromeo, die het instrument zowat als hun handelsmerk gebruiken. Op hun tweede album heeft Chromeo eindelijk zijn definitieve vorm gevonden en klinken ze als een machtige kruising tussen Prince en Craig David, maar dan dus elektronisch. Sexy zonder de hijgerige attitude. Knappe, erg lekkere plaat, met zelfs een popnummer ("Momma's Boy"); het enige wat er nog aan ontbreekt is een geinige pimpclip bij "Tenderoni" ter doorbraak. Maar die komt eraan.
File Under: Talkboxhelden
File Audio: Uiteraard
File Video: [Fancy Footwork (D.I.M. remix)] [I need somebody (clip) (live) (niet op het album)]
Immaculate Machine - Fables
Het gezicht van New Pornographers is zonder twijfel Neko Case. Zij is echter niet de baas van deze Canadese indierockers. Dat is Carl Newman (die overigens onder de naam A.C. Newman met The Slow Wonder in 2004 een hele mooie soloplaat uitbracht). Hij zat met zijn handen in het haar toen Case onder eigen naam almaar meer op ging treden en bekender werd. Gelukkig had hij al snel een adequate vervanger gevonden: zijn nichtje Kathryn Calder. Zij nam daarvoor al plaatjes op met haar eigen bandje Immaculate Machine en is dat sindsdien gelukkig ook blijven doen. Het lidmaatschap van een bandlid van indie-supergroep als New Pornographers opent blijkbaar vele deuren. Zo zingt Franz Ferdinand frontman Alex Kapranos, samen met het drietal Britten van The Cribs, een achtergrondkoortje in "Jarhead" en speelt Arcade Fire's Owen Pallett mee op viool in twee nummers. Ik moet wel bekennen dat als ik het niet gelezen had, ik deze cameo's niet opgemerkt had. Het verandert ook weinig aan hoe ik denk over de liedjes op Fables. Die zijn namelijk stuk voor stuk lentefris en doen me met grote regelmaat denken aan de blije honden van Mates of State, maar dan wel een New Pornographers-bastaard. Het trio van Immaculate Machine maakt overigens wel gewoon gebruik van gitaar en bas en Brooke Gallupe lijkt qua stem wel een beetje op de zanger van Hot Hot Heat. Maar ze hebben net als Mates of State ook patent op van die lekkere onweerstaanbare meeblèrbare indierock liedjes. "Nothing Ever Happens" is hiervan de overtreffende trap en brengt me echt in een jubelstemming, maar "C'Mon Sea Legs" mag er ook zijn. Lovely!
File Under: Het nichtje van the New Pornographers maakt fijne indiepop
File Audio: [Van oudere cd's hier]
File Audio: [Hier]
File Video: [Broken Ship]
The Traveling Wilburys - The Traveling Wilburys Collection
Onlangs stond ik te wachten voor de kassa van een cd-winkel. Ik wilde een cd voor de verjaardag van mijn moeder afrekenen. Voor mij stond een man die The Traveling Wilburys Collection van The Traveling Wilburys kocht. Een box die ik (hoera hoera!) reeds ter recensie kreeg aangeboden. Ik vond de aankoop wel een felicitatie waard, maar de verkoper keek wat nors en propte het ding in het cd-tasje. Het is vast nog wel goed gekomen met de koper, want de Wilburys was een supergeslaagd gelegenheidsproject. Waar de som der delen bij grootheden meestal door te grote ego’s niet meer oplevert, straalt bij de heren Petty, Lynne, Dylan, Harrison en Orbison het speelplezier van de nummers af. Hun eerste, Volume 1, was dan ook een groot succes. Helaas mocht Orbison er niet lang van genieten, in hetzelfde jaar (1988) overleed hij. Twee jaar later was er de opvolger Volume 3 die niet onder deed voor de voorganger al wordt de prachtige stem van Orbison gemist. Dat beide albums zeer moeilijk verkrijgbaar waren is niet meer erg, want ze zijn nu als box aangevuld met twee nog niet uitgebrachte nummers en twee nummers die in een andere hoedanigheid verschenen te verkrijgen. Als extra is er nog een dvd toegevoegd met beelden ten tijde van de eerste opnames (met Orbison) aangevuld met videoclips van alle singles die van de albums gehaald werden. The Traveling Wilburys Collection is van voor naar achteren één groot feest. Naast Orbison is ook Harrison inmiddels niet meer onder ons, toch moeten we vooral hem danken dat dit moois tot stand is gekomen. Een plaats in de hemel hebben ze vast gekregen en voor de drie nog levende mag er van mij een plaatsje vrijgehouden worden.
File Under: Als muziek maar de drijfveer is
File Audio: [Als Podcast]
File Video: [Handle With Care][End Of The Line]
Wâldrock 2007 - Achteraf
Wâldrock. Al drie jaar één van mijn favoriete festivals. Niet geheel om het generale genre, metal, maar zeker wel om de sfeer. Het is het meest knusse festival dat ik ken. En al was 'mijn eerste keer' wel de meest romantische, de laatste twee jaar was het gezelschap van drie collegae van File Under ook uiterst aangenaam. We vullen elkaar aardig aan, nuanceren ook. Want Blacksmith vindt op zo'n dag gewoon bijna alles goed wat in de buurt van deathmetal komt, Blizzard hangt ergens in het midden, Awarnach fotografeert met oordoppen in en ik probeer te horen of er achter het geschreeuw en gegrunt ook nog iets van muziek te ontdekken valt. En ook dit jaar zijn we allen weer aan onze trekken gekomen.
Lees verder..The Tuss - Rushup Edge
Wat Aphex Twin bezielde om "I'm Self Employed" (van de vinylrelease Analord 6) en het sublieme "VBS.Redlof.B" (van Analord 11) niet toe te voegen aan de 55 minuten korte selectie voor zijn Analord-verzamel-cd Chosen Lords, zullen we nooit weten. En wat hem bezielde om nieuw werk uit te brengen onder de naam The Tuss, officieel een alias van ene 'Brian Tregaskin' en 'Karen Tregaskin', al evenmin. Ach, hij had zelfs Frans Bauer als artiestennaam kunnen kiezen en dan had je buurjongen nog de zieke IDM-sound meteen genadeloos ontmaskerd. Bovendien had-ie het anders wel aan de als vanouds idiote songtitels herkend, waar vast weer allerlei raadseltjes en verborgen boodschappen achter schuilen. Terzake: Rushup Edge (een anagram van 'pushed urge'?) klinkt het beste via een koptelefoon en had best Analord 12 kunnen zijn, op wat Jackson & His Computer Band-invloeden na. Verwacht geen revolutie, maar er zijn voor Aphex' doen wel relatief veel normale muziekinstrumenten te horen. Dat maakt deze release in elk geval uitdagender dan pakweg DrukQs. Evengoed blijft het bizarre verwondermuziek hoor, dat is net het gave eraan. Zoals op deze site uitvoerig is gedocumenteerd houd ik lang niet van alle kruisingen tussen liedjes en electronisch gefreak, maar dit is echt goed gedaan. Nadeel: voor deze cd van zes liedjes (33 minuten) zonder enig artwork betaalde ik 20 euro. Ik voelde me aardig genaaid toen ik achteraf las dat er nog drie andere nummers staan op de aparte EP Confederation Trough. Ja mooi. Die download ik dan wel. Net als de volledige Analord-serie destijds. Stomme tuss die je bent.
File Under: Tests Uh?
File Audio: [En op z'n vijf MySpace-profielen staan wéér compleet andere nummers. Lekker overzichtelijk...]
File Video: [dit is dus zo'n 'synthacon' waarnaar een track vernoemd is]
Mumm-Ra - These Things Move In Threes
Hoe moet je jezelf als beginnende band onderscheiden van die talloze bands die je zijn voorgegaan? Het lijkt vrijwel onmogelijk. De meeste bands gebruiken dezelfde instrumenten en de muzikanten zijn meestal opgegroeid met dezelfde muziek op de radio. Bijna alle pop- en rockbands zingen in het Engels en de liedjes zijn vaak opgebouwd uit couplet-refrein-couplet-refrein-refrein of iets dat daarop lijkt. Je kunt natuurlijk een vreemd kostuum aantrekken, schokkende taal uitslaan of een persfotograaf op zijn gezicht slaan. Er zijn genoeg manieren te verzinnen waarop je jezelf kunt onderscheiden maar dan gaat het vrijwel altijd over uiterlijkheden. Er verschijnt niet zo heel veel nieuwe muziek die echt anders is en die je bijna niet kunt vergelijken met de muziek van andere bands. Dat is ook het probleem van Mumm-Ra . Behalve de naam, die afkomstig is van een figuur uit de tachtiger jaren animatieserie Thundercats, is er niets opvallends aan de band. Toegegeven, op hun debuutalbum These Things Move In Trees staan een stel prima songs bij elkaar maar het is `gewone' Britpop. De singles "She's Got You High" en "Out Of The Question" klinken degelijk en dat geldt ook voor "Song B", "What Would Steve Do?" en eigenlijk ook voor de rest van de nummers. Af en toe klinkt het wat bombastisch en overdreven. Het is alsof je een heerlijke maaltijd aan het eten bent in een prima restaurant maar je je halverwege het hoofdgerecht realiseert dat je eigenlijk zin hebt in een `patatje met'. Mumm-Ra zou best groot kunnen worden en volgens mij hebben ze die pretentie ook en misschien is dat wel het probleem. Geef mij maar een band die gewone simpele rockmuziek maakt die ook gewoon simpel klinkt.
File Under: Now Or Never
VA - Sellaband presents... Part 2
Het valt me nog best mee hoeveel bands er het voor Sellaband magische aantal van 50000 dollar verzameld hebben en onder leiding van een ervaren team begeleiders een cd op mag nemen. Ik had, ondank dat ik het idee nog steeds even simpel als geniaal vind, eigenlijk verwacht dat het initiatief na een paar maanden dood zou bloeden omdat het aan de man brengen van 5000 aandelen kriskras verspreid over het Internet vies tegen zou vallen. De teller van het aantal acts dat dat bedrag ondertussen wel bereikt heeft staat op zeven. Vier ervan staan op deze tweede verzamelaar van Sellaband. Van het Britse Second Person begrijp ik volkomen dat ze hun 50000 bucks zo bij elkaar hadden. "Four Leaf Clover" is een fijn liedje dat een kruising is tussen Portishead en het Love In The Time Of Science-geluid van Emiliana Torrini. Ik was zelf te laat om aandelen te kopen, anders had ik het zeker gedaan. Van de Franse zangeres Clémence zou ik dat veel minder snel doen. Maar dat komt doordat ik gewoon niet houd van het soort Franse chansons dat zij maakt. En ook van de andere twee 'winnaars' hiphopper Maitreya en folkrock-zangeres Mandyleigh hoefde ik geen aandelen. Blijkbaar is aan mij geen goede platenbaas verloren gegaan. Toch heb ik naar aanleiding van dit cd-tje wel twee delen Trail gekocht. Bandje dat een beetje in de Coldplay-hoek zit en waarvan ik de liedjes die online staan leuk vind. Elleanore (female fronted metal), Vegas Dragons (alternative rock,op dit moment hoog in de Sellaband-charts), Luna Assassins (funky rock), Tiffany Gow (wat een draak van een ballad!) en Wetwerks (straffe emorock uit NY) vind ik op dit moment mijn geld (nog) niet waard, maar wie weet verandert dat nog. Dat is ook het geinige van Sellaband, je kunt je aandelen ook verschuiven van de ene act naar de andere. Alleen hebben mijn vijf geïnvesteerde tientjes tot nu toe nog niemand de studio in geholpen...
File Under: Ik zet mijn geld op Trail.
Whiskey Rebels - Create Or Die
Zucht. Ik weet niet wat het is, maar er lijkt de afgelopen maanden verdomd weinig interessante muziek uit te komen. Er zijn genoeg aardige platen verschenen, maar om nou te zeggen dat er een plaat was die me echt in vervoering bracht, nee. Dat is toch echt al een tijdje geleden. De eerste keer dat ik Full Collapse van Thursday hoorde bijvoorbeeld, of Our Darkest Days van Ignite. Dat gevoel dat je een cd oneindig vaak opnieuw kunt luisteren. Lezers die nu verwachtingsvol het eindoordeel van deze recensie afwachten moet ik teleurstellen. Create or Die is niet zo'n cd. Maar de Whiskey Rebels hebben in ieder geval een plaat gemaakt die niet na één keer luisteren gaat vervelen en dat is al een hele prestatie tegenwoordig lijkt het. Create or Die is het tweede album van de band en stamt al uit 2004. People Like You brengt dit schijfje bijna drie jaar na dato nu ook uit in Europa. Dit zal alles te maken hebben met de Europese tour van het vijftal uit Sacramento in september. Create or Die is een gevarieerd punkalbum dat met één been in de hardcore hangt. Zanger Big Chuck, jazeker hij is kaal en dik, zingt verrassend goed en ook muzikaal is er niks mis met deze plaat. Niks geen popinvloeden en niks geen Californische punkrock meezingrefreintjes. Lekker jaren tachtig, lekker agressief. Snelle nummers zoals opener "Crossroads" en "Carry On" zorgen voor de hardcore invloeden. Op "To Be Poor Is A Crime" is een beetje ska te horen, terwijl in "Reaper Calling" zelfs een akoestische gitaar zit. Fans van streetpunkbands als de Ducky Boys, met wie de band overigens vaak vergeleken wordt, en Agnostic Front moeten dit zeker gaan beluisteren. Op cd wel te verstaan, want een Nederlandse tourdatum is helaas nog niet bekend.
File Under: Gevarieerde streetpunk met uitstapjes
File Audio: Create or Die
Parenthetical Girls - Safe As Houses
Verwarrend vooral, dat is het spel dat Zac Pennington speelt met de seksen. "Let's just say he is a boy," zegt de bij de promo geleverde biografie. De bandnaam echter wijst in de andere richting: 'parenthetical girls' betekent niets meer dan '(girls)'. De eerste ep van deze jongen heette dan ook (((GRRRLS))) en op de voorkant van dit album liggen twee vrijwel identieke, androgyne personen op een bed: de een angstig en verstijfd, de ander liefkozend, troostend wellicht. Verwarrend, nog voordat het album daadwerkelijk in de cd-speler is beland, maar het wordt alleen nog maar verwarrender. Tot overmaat van ramp blijkt Penningtons stem ook nog eens androgyn en zingt hij vanuit wisselend mannelijk dan wel vrouwelijk perspectief veel over vrouwen, conceptie, zwangerschap en seks. Hoe praktisch dat ook moge klinken, Pennington weet zich deze onderwerpkeuze eigen te maken, en deze naar bredere invulling te trekken: angst, verdriet, een klein beetje liefde, wanhoop. Dat lijken dan weer clichés, maar dat zijn ze allerminst. Zonder gevoel voor melodie en instrumentarium uit het oog te verliezen, is dit indringende, intrigerende album er een met vreselijk veel spanningsbogen waarvan er geen enkele aan aandacht ontsnapt. Deze soms vriendelijke popmuziek doet bij beter luisteren verstijven, schrikken en vóelen. De muziek roept vragen op en veilig is het nergens. Belletjes zijn niet altijd wat ze lijken te zijn! Het idee van Parenthetical Girls lijkt misschien nog wel het meest op het idee van Xiu Xiu, zonder dat ze in uitvoering echt op elkaar lijken. Met hulp van Jherek Bischoff en Sam Mickens (beiden ook in The Dead Science) bouwt Pennington kastelen die nergens zo veilig lijken als de titel van de plaat doet vermoeden. Safe as Houses is een gewelddadig intrigerende en knappe plaat, zowel muzikaal, conceptueel, tekstueel als emotioneel. Laat deze band opgemerkt worden.
File Under: "Close your eyes and open your legs" (uit de bio)
File Audio: [Twee myspaces?][Ik geloof dat ze het allebei zijn]
The Stevenson Ranch Davidians - Psalms, Hymns & Spiritual Songs
De moderne psychedelica die gevoed wordt door de gitaarmuren van Jesus & Mary Chain heeft een mooi nieuw uithangbord gekregen. Opgehangen door een band die een flauwe grap uithaalt met haar naam, toch de metafoor van een cult probeert te blijven volgen, maar het vooral van haar liedjes moet hebben. The Verve (Richard Ashcroft heeft in frontman Dwayne een dubbelganger), Black Rebel Motorcycle Club en Spiritualized zijn de eerste namen die onder het uithangbord applaudisseren, iets verder weg staan de shoegazers van Ride, en aan het eind van de straat kijkt Jefferson Airplane verbaasd om de hoek. De flauwekul die ze gebruiken in hun naam, de titel van deze CD en ook aan een soort concept (waarvan ik niet begrijp of het serieus bedoeld is) moeten we maar snel vergeten. Het lijkt iets te maken hebben met dat de mensheid te ver van de natuur is afgedwaald en dat we alle antwoorden in de natuur kunnen terugvinden. Of zoiets. Liedjes als "Nature Boy", "What a Wonderful World" en "Better Day" zullen er ongetwijfeld over gaan. Maar de twaalf tracks van hun debuutplaat hoef je niet te beluisteren voor de teksten, maar vooral voor de geweldige afwisselen donkere en zuigende en dan weer opzwepende en adrenaline oproepende muziek die ze begeleiden.
File Under: Vage shit, maar wel lekker.
Bospop 2007 - Achteraf
Het had niet veel gescheeld of er was helemáál geen File Under-verslag meer gekomen van het tweedaagse Bospop-festival in Weert, want aan ziekte valt weinig te plannen. De eerste dag werd onmogelijk om nog te halen, maar de tweede dag kon ik gelukkig wel meemaken. Met dank aan mijn vader die heel graag John Mayall nog eens in levende lijve wilde zien en daarom besloot de tweede dag naar Weert af te reizen vanuit Assen. We hadden afgesproken dat ik met het openbaar vervoer die kant op zou gaan, om dan zoveel mogelijk van het festival mee te pakken en mijn pa zou later op de dag komen, omdat het hem vooral om Gary Moore en John Mayall ging en die stonden toch pas in de avond gepland.
Lees verder..Kelly Clarkson - My December
Ik schaam me er niet voor om te zeggen dat ik "Since U Been Gone" van Kelly Clarkson een tof nummer vind. Veel leuker ook dan "Because of You", haar eerste en enige nummer-1-hit hier. Volgens mij is het ook zo ongeveer het enige liedje van een American Idol / Idols etc.etc.-winnaar dat ik kan waarderen. Op haar eerste cd zat Clarkson nog in de R&B-hoek, maar deze eigenwijze tante wilde liever de rockkant op en deed dat dus met haar tweede cd. Daar leent haar stem - zingen kan ze echt wel - zich prima voor. Toch gaat het verkeerd op haar derde cd My December. Ik vind het echt heel erg vermoeiend hoe Kelly hierop een overdaad aan schreeuwzingen aan me voorschotelt. Een (nou vooruit, twee nummers) zit ik dat nog wel uit, maar als ze in een volgend liedje weer vanuit haar tenen gaat staan zingen, dan ben ik er echt klaar mee. En dat is best jammer, want in het Heart-achtige "Don't Waste Your Time" bijvoorbeeld laat ze horen dat ze in het AOR-genre inderdaad goed gedijt. Misschien had ze toch iets meer moeten luisteren naar platenbaas Clive Davis, die naar het schijnt haar 10 miljoen(!) dollar geboden heeft om vijf van de veertien nummers te vervangen door andere. Nu lijken de uptempoliedjes gewoon teveel op elkaar en daardoor wordt het uiteindelijk een vervelende zit. Maar goed, het meisje had een gebroken hart en die persoonlijke ellende moest ze ook van zich afzingen. Toch lijkt het me verstandig om bij een volgende cd hier verandering in aan te brengen, want volgens mij zit er veel meer in dan er nu uit komt.
File Under: Dat had veel beter gekund.
File Video: [Never Again]
The Bird and The Bee - The Bird and The Bee
Van de bloemetjes en de bijtjes ben ik al een tijdje op de hoogte. De vogel en de bij kwam ik pas tegen toen ik weer eens op zoek was naar nieuw werk van Greg Kurstin. Samen met Tommy Jordan vormde hij halverwege de jaren negentig Geggy Tah, waarmee hij weirde electrofunkpop maakte. Lang hoorde ik niets vergelijkbaars, tot TV On The Radio in 2004. Kurstin was na Geggy Tah vooral actief als producer en muzikant bij bijvoorbeeld Beck, Ben Harper, de Flaming Lips en Lily Allen, maar met The Bird And The Bee is hij weer met een duo in de weer. Kurstin is hier duidelijk herkenbaar. Het is geen Geggy Tah-met-zangeres, het is ook wat minder weird dan Geggy Tah, maar je hoort de verwantschap wel. Op The Bird And The Bee zijn quasi-luchtige songs te horen in een ogenschijnlijk magere instrumentatie. Partner in crime is Inara George, dochter van de legendarische en veel te vroeg ontslapen Little Feat-voorman Lowell George. Ze heeft een licht zwoele, hoge stem die wat aan Julee Cruise doet denken en die een fraaie warme aanvulling is op de bescheiden muzikale klanken van multi-instrumentalist Kurstin. De teksten kijken soms een verzameling lalala's en dadada's, maar stiekem staan er hele mooie regels in de songs. En dat is eigenlijk het verhaal van deze cd. Op het eerste oog is het allemaal licht en luchtig, maar bij zorgvuldige beluistering is het een zomerplaatje met onverwachte diepten.
File Under: Zomerplaatje-plus. En nu dat zomerweer nog
File Audio: [BeestjesSpace]
Fuck The Writer - Keeping The Aspidistra Flying
"Keep The Aspidistra Flying" is een boek geschreven door George Orwell. Het gaat over een succesvolle copywriter die besluit om de zekerheid op te geven om vervolgens gedichten te gaan schrijven. Daar is vrouwlief het niet mee eens. Ik zal er eerlijk bij zeggen dat ik het boek noch de gelijknamige film heb gezien, maar ik kan me wel voorstellen wat Fuck The Writer alias Emil van Steenwijk dreef om zijn album Keeping The Aspidistra Flying te noemen. De muziek is namelijk alles behalve toegankelijk. Er wordt uit heel veel bronnen geput: lo-fi, psychedelica, rock, singer-songwriter, alt.country, folk, electro en ik vergeet vast nog wel wat stromingen. Toch past alles wonderbaarlijk goed bij elkaar. Fuck The Writer doet me sterk aan het solowerk van John Frusciante denken. De liedjes lijken eenvoudig, maar zitten geraffineerd met behulp van vele loops in elkaar. De liedjes zijn eigenwijs, maar hebben stuk voor stuk iets te vertellen. Van Steenwijk doet het grotendeels solo, maar voor de cello, trombone en wat vocalen schakelde hij anderen in. Fuck The Writer is er niet voor de vrolijke noot in muziekland, de melancholie straalt er vanaf. Vrolijk word ik er dan ook niet letterlijk van, maar figuurlijk wel. Het is namelijk een geslaagd album van een man die met zijn tweede album een vet visitekaartje af gaf. Hij stond onlangs nog op Motel Mozaïque en zal samen met labelgenoot Awkward I de podia gaan betreden o.a. tijdens de Popronde. Ga het zien als ze in de buurt zijn of beter kopen deze schijf. Eigenwijze Nederlanders die daar reden toe hebben, daar kunnen we er niet genoeg van hebben.
File Under: Fuck degene die dit niet kan waarderen
File Audio: [Fuck @ My Space]
File Video: [Soldiers Of Night]
Pieta Brown - Remember The Sun
Zou het de invloed zijn van (het succes van) de Norah Jones's en Katie Melua's van deze wereld, dat er op dit moment zoveel platen van vrouwelijke singer/songwriters verschijnen? Of is het een gevolg van de Mary Gaultiers en Lucinda Williams's? Het liefst zou ik de conclusie trekken dat het de laatste twee zijn die het golfje platen van vrouwen-met-gitaren veroorzaken. Maar ook Pieta Brown's Remember the Sun lijkt te laten zien dat het de eerste twee zijn die de meeste invloed doen gelden. En dat is geen compliment voor de dochter van Greg Brown. Natuurlijk, ook Remember the Sun is een prima plaat met goeie liedjes, stevig geworteld in country en opgeleukt met een piano en een eenzame steelgitaar. Haar stem ligt prettig - wat mij betreft te prettig - in het gehoor en ze kleurt netjes binnen de lijntjes. En daar zit het 'm nou net in. Het is allemaal erg keurig gedaan en dat maakt dat er geen enkele uitschieter is, alles netjes en vakkundig begeleid wordt en ik er vervolgens niet warm of koud van kan worden. Prettige plaat voor radio 2 en op zich is daar niets mis mee. Maar of deze CD volgend jaar nog herinnerd wordt?
File Under: Nette meisjes maken nette platen, stoute meisjes maken prachtige platen.
Minus Story - My Ion Truss
Het is lastig om buiten de gebaande paden te treden en toch geaccepteerd te worden. Wij, en daarmee bedoel ik de meeste mensen, hebben nogal moeite met afwijkend gedrag en staan erg argwanend tegenover alles wat anders is. We kunnen dan wel denken dat we tolerant zijn, maar dat valt best wel tegen. In feite is dat natuurlijk ook best wel te begrijpen want we leven meestal in een sleur van `altijd hetzelfde'. De wereld reageert ook niet altijd even vriendelijk op vernieuwers en andersdenkenden. De Amerikaanse band Minus Story zal waarschijnlijk ook nooit een heel groot publiek aanspreken, alhoewel ze zeker meer aandacht verdienen. Als je hun zesde album My Ion Truss voor het eerst opzet, zal het niet direct opvallen, maar Minus Story produceert regelmatig een wat afwijkend geluid. Een voorbeeldje: de korte openingssong "In Line" gaat lekker over in "Aaron", een van de beste tracks van het album, maar na ruim twee minuten hoor je ineens een saxofoon die schijnbaar niets met het nummer te maken heeft. Voor de andere instrumenten is dit aanleiding om ook even flink uit de band te springen. Zo'n momenten komen vaker voor op deze cd en ik vind dat best wel lekker. `Music for broken clocks' is een van de omschrijvingen die de band zelf geeft en dat heeft volgens mij vooral te maken met de stem van zanger Jordan Geiger. Je zou kunnen zeggen dat hij een breekbare stem heeft en ook dat hij niet altijd even zuiver zingt. Mij stoort het niet want het past wel bij de vaak melodieuze en meeslepende muziek die bij momenten doet denken aan Flaming Lips , maar in songs als "The Way Beyond" en "Miles and Miles" komt een vergelijking met Mercury Rev dichter in de buurt.
File Under: The Way Beyond
File Audio: [ Stitch Me Up ]
Orange Goblin - Healing Through Fire
Is stonerrock dood? Is alles al gedaan? In deze prachtige recensie van Earthless wordt het einde aangekondigd - wat in ieder geval zorgt voor een zeer sterke interesse mijnerzijds om die plaat uit te gaan checken. Nu is het nooit het meest vernieuwende genre geweest, maar zolang Fu Manchu platen als We Must Obey blijft maken zul je mij niet horen klagen. Maar goed, je hebt altijd pioniers en volgers. Orange Goblin heeft altijd toch wel tot die laatste categorie behoord. Stonerrock volgens het boekje, altijd lekker groovend, dan weer wat klassieke heavy metal erdoor, bier en weed in even grote doses tot zich nemend; maar nooit opzienbarend of echt opwindend. En nee, dat is deze nieuwe Healing Through Fire ook niet. Grootste manco is al jaren brulaap Ben Ward, een matige zanger die alleen acceptabel klinkt als hij een John Garcia-sneer opzet. Compositorisch wil het ook al jaren niet echt lukken met de band. Toch blijkt de plaat eigenlijk best genietbaar: de gitaarriffs zijn en blijven van een lekker niveau. En dat is - heel verstandig van de band - wel waar het geluid op drijft. Dus tja, de redder van de stonerrock zal Orange Goblin nooit en te nimmer worden, maar wie graag zijn biertjes en jointjes consumeert op groovende riffs en brallerig gebrul (zeg dat maar eens tien keer achter elkaar) is hier wel op het goede adres.
File Under: Stonerrock van en voor volgers
File Audio: [hier]
Strung Out - Blackhawks Over Los Angeles
Omdat de release al een tijdje in de lucht hing en er meerdere liefhebbers op de File Under -redactie rondlopen die Strung Out een warm hart toedragen, was het voor ondergetekende even een kwestie van werken met de ellebogen om dit stukje te kunnen schrijven. De reden voor deze inspanning is simpel, soms ben je als recensent echt even toe aan een gegarandeerde knaller en dan ben je bij deze jongens doorgaans aan het juiste adres. Op Blackhawks Over Los Angeles lijkt er dan ook geen wolkje aan de lucht en wordt de verwachting eigenlijk vanaf de eerste tonen ingelost. Zoals bij de voorgaande zeven albums valt mijn mond weer regelmatig open van zoveel technisch machtsvertoon (die drummer! die gitaristen!) en valt er totaal niets af te dingen op de liedjes. Ok, hier en daar popt er een ietsepietsie emo op, maar neem het ze eens kwalijk. Ik gun die jongens ook best een extra zakcentje dus laat ze gerust een graantje meepikken uit de schijnbaar onuitputtelijke emo-ruif. Maar dan, na een draaibeurt of tien en een weekje later, gebeurt er iets geks. Ik betrap mijzelf erop dat ik het wel gehoord heb nu en voel weinig behoefte om de cd weer in de lade te leggen. Iets wat mij nog niet eerder bij deze band overkwam is nu een feit: Strung Out gaat vervelen. Natuurlijk is iedere riff zo vet als modder en zijn er ontelbaar veel bands die nog niet eens de teennagels zouden mogen knippen van deze gasten, desondanks lijkt de sleet er in te zitten. Waar ze eerder steeds geslaagde pogingen ondernamen tot vernieuwing of perfectionering van het geluid is Blackhawks niet meer dan een herhaling van zetten. Wel een hele goede herhaling, begrijp me niet verkeerd, maar dat doen bands als Pennywise en NOFX ook al jaren. Drie jaar geleden schreef ik nog over de perfecte punkmetal, daar blijf ik bij want ook Strung Out kan zichzelf blijkbaar niet meer overtreffen.
File Under: Herhaling van hoog niveau
File Audio: [Calling][Party In The Hills]
File Audio: [Klik]
Clemm - Consider The Lilies
Uit mijn Postbak In geplukt:
Hallo!
We vroegen ons af u recent de cd Consider the Lilies van Clemm heeft ontvangen? Zoja, kunt u ons aub laten weten of en wanneer wij een recensie mogen verwachten?
Vriendelijke groeten,
Cabin Music.
Uit mijn Postbak Uit geplukt:
Hoi!
Ja, ik heb zeker wel jullie cd ontvangen! In ongehavende staat, gelukkig. Het gaat nog wel eens mis met digipacks. Ezelsoren, scheurtje in boekje, of dat ding waar de cd in klikt kapot. Nu niet. Puikgaaf zwart boekwerkje ontving ik twee weken terug. Gelijk twee keer gedraaid dat Consider the Lilies, want jullie eerste EP-tje - je afstudeerwerk toch? - vond ik wonderschoon. En na die twee keer wist ik het al: prachtig! Wederom! En toen wilde ik 'm later die week weer draaien en was 'ie zo maar pats-boem verdwenen. Gisteravond vond ik 'm terug. Je raadt nooit waar-ie lag! In een stapel Oors! Verdomde oude media ook altijd. Op de zwarte voorkant zit nu een afdruk van mijn lippen. Ik heb 'em gezoend! Als een kind zo blij dat Consider The Lilies terug is. Al nippend aan een Jägermeister heb ik de cd vervolgens tot diep in de nacht gedraaid... Die indietronics van Clemm is fijne muziek om te luisteren als je hondsmoe bent en een kop vol ruis hebt. Rustgevend zelfs. Wonderbaarlijke hoeveelheid gasten speelt er mee, zeg. Dat je zelfs Robert Fisher van WGC hebt kunnen strikken. Tof zeg. "Gold" is een heel mooi nummer geworden. Van de andere buitenlandse namen moet ik eerlijk bekennen dat ze me niets zeggen, maar hun prestaties zijn er niet minder om. En dáár gaat het om natuurlijk. Zal de bandjes Red Ghost en Viarosa eens opsnorren op MySpace. Echt, gefeliciteerd met deze prachtige release. Het doet me goed dat er dit soort eigen beheer initiatieven is dat in het geheel niet onderdoet voor buitenlandse acts als Hood en L'Altra. Daar ben ik zwaar fan van en van jullie nu ook.
Grtz!
Storm
File Under: Wel hele fijne Nederlandse indietronics.
The Icarus Line - Black Lives At The Golden Coast
Iggy Pop is nog lang niet dood, maar zijn gedoodverfde reïncarnatie staart me al indringend aan: Joe Cardamone, roerganger van The Icarus Line. Op de achterzijde van de hoes grijnst hij zijn gele tanden bloot ter uitnodiging voor het cruiseprogramma van 2007: Black Lives At The Golden Coast. We vertrekken met "Black presents" uit Port Primus. Na deze onstuimige afvaart brengt de monotone basriff in "Fshn fvr" ons diep in de machinekamers waar de mantra's 'anyone who's anyone, someone is anyone, no one is anyone, no one is no one' The Icarus voortstuwen door de experimentele geluidsgolven die gitaristen Jason Descourse en James Striff opwerpen. Op Black Lives zal terra incognita meerdere malen worden aangedaan. Maar met het titelnummer en het uitstekende "Get Paid" koerst The Icarus Line ongegeneerd in het zog van The Stooges. Sinds 1969 heeft de tijd echter niet stilgestaan en onderweg wordt dankbaar proviand ingenomen op historische pleisterplaatsen als Sonic Youth en The Jesus And Mary Chain. De stampende zeeën van garagerock komen tot relatieve rust in een nummers als "Victory Gardens" en "Amber Alert", doldrum van psychedelische schoonheid; hier begint de trip pas echt. The Icarus Line zijn stilistische hoogvliegers, maar nergens branden ze zich aan de lichtende voorbeelden. Zelfs niet als ze in het afsluitende "Kingdom" met trompetten en violen in een Led Zeppelin stappen en met de bijbehorende bombast het sonische luchtruim verlaten. Fantastical voyage.
File Under: Fantastische trip
File Audio: Hier
Benjamin Bates - Recyclomania
De rek is eruit in het stadiontrance-genre; veel liefhebbers zijn allang overgegaan op het hardere of juist minimalere werk en als zelfs Tiësto drie maanden terug in z'n bio laat zetten dat-ie op z'n nieuwe album Elements of Life rock, trance en electronica combineert (onzin, het is exact dezelfde meuk die hij al zes jaar uitbrengt), dan weet je 't wel. Ik huiverde dus even toen ik de promo van Recyclomania toegestuurd kreeg: zat Bates immers ook niet net in die gare techtrance-hoek? Nee dus: Benjamin Kuijten debuteerde als Benjamin Bates in 2004 verdienstelijk met een techhouse-plaat bij ID&T, remixte diverse bekende ouwe hits voor zijn livesets, bracht drie ep's uit met o.a. The Manimal en besloot toen op een goede dag het boek The God Delusion van evolutietheorie-aanhanger Richard Dawkins te gaan lezen. Kennelijk was het een eye-opener, want dat boek zette hem ertoe aan om veel breder te gaan musiceren en zijn tweede album persoonlijker en politieker te maken. Verrassend is het in elk geval wel. Bates zingt veel en zit qua stijl ergens tussen de jaren tachtig en nu in. "Divine" heeft een intro dat van New Order had kunnen zijn, het geinige "The Next Big Thing" is een ode aan Atari en "Two flies" heeft qua sound wel iets weg van Resonances "Come Around" uit 1999. Dat bevalt me allemaal goed, al heb ik het na een tijdje ook wel weer gehoord. Natuurlijk ontbreekt een lekkere bassbeuker als "Forever Running" ook niet, maar die maakt wel meteen duidelijk dat daar eigenlijk de grootste kracht zit van Benjamin Bates. Dat veelzijdige is mooi en het levert een fijne luisterplaat voor thuis op, maar die mist de puntjes op de i. Die op de e mogen weg blijven, want van de ordinaire feelgood-single en opvolger van Tiësto/Maxi Jazz's "Dance 4 Life" ben ik nog het minst onder de indruk.
File Under: Edward Elric zei het al, alles is equivalent exchange.
File Audio: [Het album][Meer Benjamin Bates]
File Video: [Zo'n video maakt je opa met Windows Movie Maker]
Robin Beck / TRW / MTB
Handig hoor, zo'n familiebedrijf. Robin Beck en hubbie James Christian. Beiden schrijven songs, ze zingen mee op elkaar platen - op dit album ook in een duet - en er spelen op dit album ook nog eens twee leden van House of Lords mee, gitarist Jimi Bell en drummer BJ Zampa. O ja, James Christian produceert ook nog eens, samen met workaholic Tommy Denander, die ook aan een aantal songs meeschreef. Door de aanwezigheid van Bell en Zampa is het geheel wat steviger geworden dan het vorige album Do You Miss Me, maar feitelijk is het recept weinig veranderd. Ook Livin' On A Dream bevat bloedcommerciële poprock met de goede en krachtige stem van Beck in de spotlights. Pure jaren-tachtig-poprock, zij het met een wat modernere productie en hier en daar een heftiger rockende song ("Magic"). Heb je niets met commerciële damespoprock dan hoef je hier niet eens aan te beginnen. Is dat wel je ding en is originaliteit geen vereiste, dan is dit een heerlijk album.
TRW is een stuk origineler. TRW staat voor Thompson-Robinson-Williamson, drie heren die hun sporen hebben verdiend in de poprock, bij onder andere Michael Jackson, Steve Winwood en Eric Clapton. Rivers Of Paradise bevat een aantal juweeltjes van songs, zoals "Indiscretion" en "Alimony Blues". Goede riffs die soms doen denken aan Dan Huff (Giant), prima zang van Mark Williamson - met een lichte aardappel in de keel, een soort Michael McDonald-light -, mooie koortjes en uitstekende hooks in de songs. De songs, ergens tussen de Little River Band, Toto tot Bad Company zijn zoals te verwachten was commercieel zeer verantwoord, maar doordat de gitaren behoorlijk prominent naar voren gemixt zijn wordt het niet te soft. Niet alle songs halen hetzelfde niveau, maar over het geheel genomen is dit Rivers Of Paradise gewoon een prima album voor de liefhebber van degelijke poprock met mooie koortjes.
Hold On is een rerelease van het MTB-album uit 1988 van voornoemde Thompson. Inderdaad, MTB betekent Michael Thompson Band. Het beweegt zich ergens tussen Foreigner en - weer - Toto. Niettemin is dit een album dat weinig nieuwe kopers zal trekken, simpelweg omdat de productie van voor tot achter jaren tachtig wasemt. Het is allemaal net iets te braaf, naar achteren gemixte gitaren, veel toetsen met foute electronicapingeltjes, kortom Richard Marx op z'n ergst. Het album bevat twee tracks van de originele opnamen en een nieuwe track, "Wheelchair". Dat is een opwarmertje voor het nieuw te verschijnen album in 2008. Een matige track, zij het met een iets minder kleffe productie, maar ik vraag me af of dit iets zal doen in Europa. Doe mij dan maar een volgend TRW-album...
File Under: Damespoprock avant la lettre
File Audio: [Livin' On A Dream] [Show Me The Way] [Love Me Like A Man] [Always]
File: TRW - Rivers Of Paradise
File Under: Smakelijke poprock
File Audio: [TRWSpace]
File: MTB - How Long
File Under: Ooit was dit helemaal in. Ooit.
De avond van het kippenvel - Song! Writer!
Luisteren en lezen. Ik ben er nog niet uit. Ik zei ooit dat boeken mijn leven meer hebben veranderd dan muziek en daar kreeg ik een boel commentaar op. Natuurlijk, door muziek werk ik één middag in de week bij de platenboer, door muziek schrijf ik stukjes voor File Under, door muziek ontmoette ik mijn lief. Door de dichter op wie ik afstudeerde, leerde ik Joy Division jaren na dato kennen. Er is iets met muziek, maar ik vind het moeilijk om precies te zeggen wat. Muziek heeft heel veel invloed gehad, maar toch waren het de boeken die me in eerste instantie kneedden tot wie ik nu ben. En ik hou van muziek, met heel mijn hart en ziel. Ik heb wel degelijk een diepe liefde voor en een onaflatende honger naar meer muziek, maar ik leer er niks van. Er gebeurt iets. Gisteren kreeg ik het juiste antwoord van Hanneke Hendrix. Muziek is een soundtrack voor het leven. Ze biedt helaas geen antwoorden al denken, of hopen we vaak van wel.
Lees verder..VA - Make Some Noise - Save Darfur
Ik krab me nog eens achter mijn oren en draai de drie(!) versies van "Instant Karma" die op Make Some Noise - Save Darfur staan nog een keer. Nu achter elkaar. De conclusie blijft overeind: het is game-set-match voor de Duitse boys van Tokio Hotel. Hun versie bezit in tegenstelling tot die van Duran Duran en U2 de ballen van het origineel. Ik snap niet hoe Bono en Simon Le Bon met hun bandleden zulk slap werk af hebben kunnen leveren. Voor de goede zaak (aandacht voor de verschrikkelijke burgeroorlog in Darfur) zet je toch je beste beentje voor, zou je zeggen. Helemaal als je Bono heet. Ook van de neuzelige uitvoering van "#9 Dream" door R.E.M. word ik niet echt vrolijk. Van deze twee hele grote namen moet de verzamelaar het dus duidelijk niet hebben als het om muziek gaat. Het zijn juist de net-niet-(hele)-groten die het er een stuk beter van af brengen. Jack Johnson bijvoorbeeld heeft een héél erg mooie versie van "Imagine" opgenomen. Zijn oase van rust en reflectie is wat mij betreft het absolute hoogtepunt van deze cd. Lullig voor Avril Lavigne die hetzelfde nummer opnam en het niet slecht doet, maar in schril contrast staat tot de versie van Johnson. Waarom overigens zo vaak hetzelfde nummer op zo'n dubbel-cd? Het is toch niet zo dat John Lennon maar vijftien liedjes geschreven heeft? Er zijn gelukkig wel genoeg artiesten die een eigen track gevonden hebben waar ze wat mee kunnen. The Postal Service's minimalistische electronische kijk op "Grow Old With Me" werkt heel goed. De Flaming Lips-versie van "(Just Like) Starting Over" is ehm typisch Flaming Lips, Jack's Mannequin ft. Mick Fleetwood die "GOD" van een nieuw jasje voorzien komen er ook goed vanaf. En Regina Spektor die de cd afsluit met een betoverende pianoversie van "Real Love": dat zijn de artiesten waar Lennon trots op zou zijn geweest. Denk ik. Naast het goede doel (een druppel op de gloeiende plaat, maar het ís tenminste een druppel) zijn zij wat mij betreft de reden dat je deze dubbel-cd aan zou moeten schaffen...
File Under: Vele druppels worden vanzelf een bui.
Nick Lowe - At My Age
Gek is dat, een stukje schrijven over een cd kan herinneringen boven halen waarvan ik dacht dat ze verdwenen waren. Nick Lowe hoort bij mijn eerste belangstelling voor de popmuziek. Het was 1978 en ik nam liedjes met een cassetterecorder op van de radio. Het was voor het eerst dat ik muziek ging verzamelen. Eén van de hits die ik opnam was "I Love The Sound Of Breaking Glass" van Lowe. De cassettes hebben de tijd niet overleefd; ik heb het nummer dan ook in geen jaren meer gehoord. Ook uit dat jaar was het hitparade vreemde nummer "Only A Fool" van Mighty Sparrow en Byron Lee. Was Lowe in een rij te plaatsen met new wave van iemand als Elvis Costello; Sparrow en Lee zochten hun heil in de zonnige calypsomuziek. Inmiddels zijn we heel wat jaren verder, en ook Lowe is ouder geworden. Hij is inmiddels zestig en spot met zichzelf op het hoesje door zichzelf als een oude man neer te laten zetten met een kopje koffie in de hand. At My Age is dan ook een toepasselijke titel voor een cd die in het verlengde ligt van The Convincer, zijn laatste studioalbum uit 2001. Na zes jaar is er dan eindelijk een opvolger die laat horen dat Lowe nog steeds een begenadigd liedjesschrijver is die de calypsoswing en mariachestrompetten stiekem weet te vermengen met alt.countryliedjes met een knipoog naar tijden dat er nog écht goede zangers à la Frank Sinatra waren. De rocker in Lowe lijkt ver weg, maar er staan nummers op het album die zich hier prima voor zouden lenen. Er is echter voor een andere benadering gekozen. Een hele fijne, al hadden de blazers en de elektrische gitaar wel meer naar voren gemixt mogen worden. Ik moet echter aan die twee nummers uit 1978 denken. Ze lijken elkaar gevonden te hebben. Ik zal niet zeuren over de lengte van 33 minuten; blij dat deze man nog steeds muziek maakt.
File Under: Er zit geen verband tussen leeftijd en goede albums
File Audio: [The Club][Pure Pop For Now People @ My Space, vreemgenoeg nog niet met actuele liedjes]
Pig Destroyer - Phantom Limb
De PvdD heeft kamervragen gesteld over de bijlage 'De lekkerste vleesrecepten uit Duckstad' die bij de Donald Duck zat. De jonge lezers van het tijdschift zouden ongewenst beïnvloed worden door dit soort verkapte reclame-uitingen. Opmerkelijk is het dan dat de Nederlandse Vegetariërsbond de Donald Duck oproept om met Katrien Duck lekkere vegetarische recepten te bereiden zodat kinderen ook op de hoogte zijn van de heerlijke milieu- en diervriendelijke alternatieven voor vlees. Kennelijk is het wel weer geoorloofd als het eigen gedachtegoed verheerlijkt wordt. Lijkt me een beetje meten met twee maten. Het is maar goed dat Marianne Thieme en co. (als vleeseter mag ik graag generaliseren) nog niet op de hoogte zijn van een bepaald bandje genaamd Pig Destroyer. Ja, ik weet ook wel dat die meer de die(na)ren van de ordehandhaving in gedachten hadden maar ik zoek gewoon een hele vage link om mijn onvrede over al dat gezeur over vleeseten te uiten (wat een kl@$& intro zeg). Phantom Limb heet hun laatste meesterwerk. Staat daar nu meesterwerk? Ja, dat staat er. Misschien moet ik er niet teveel woorden aan vuil maken. Deze eigenzinnige Amerikanen weten opnieuw te overtuigen met hun kruisbestuiving van innovatieve grindcore, thrashmetal, vervormde stemmen en subtiele electronische ondertonen. De intensiteit van deze cd raakt je keihard. Alsof je in een bad van rauwe eieren wordt ondergedompeld en de zieltjes van alle overleden kuikentjes die daarvoor zijn opgeofferd langzaam tot je onderbewustzijn doordringen. Piep, piep, pieppiep, pieppieppieppieppppppp. Laat ze ophouden, alsjeblieft. Ik verlang zo naar de stilte, de stilte van de kuikentjes.
File Under: Ik krijg er de kriebels van
VA - Warped Tour, 2007 Tour Compilation
Het is zomer! En dat betekent traditiegetrouw weer een nieuwe Warped Tour. In Amerika dan. Daar gaan elke zomers een hele zwik populaire bandjes grote parkeerplaatsen af om muziek te maken. Het publiek weet van te voren wel welke bands er komen, maar niet welke band hoe laat speelt. Dat ziet het pas bij aankomst. Alle bands krijgen zo evenveel aandacht, is de filosofie. Sinds vorig jaar komt de Warped Tour compilatie uit voordat de tour daadwerkelijk plaatsvindt. Net zoals in Nederland de Lowlands-cd. Sommige bands hebben een 'previous unreleased track' op de compilatie gezet, maar de meeste hebben gewoon een nummer van hun album gehaald. In totaal staan er vijftig groepen op Warped Tour 2007 Compilation. Voor ieder wat wils dus. Punkrock van Bad Religion en Strung Out, metalcore van Norma Jean en Killswitch Engage, emo van The Used en Aiden en ska van Big D And The Kids Table. Wie geen zin heeft om vijftig MySpace's af te gaan heeft met deze compilatie een aardig overzicht van de Amerikaanse alternatieve muziekscene. Nog maar een rijtje bands noemen? As I Lay Dying, Street Dogs, Poison the Well, Alkaline Trio, Bayside Mad Caddies, I Am Ghost en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ach woonden wij maar in Amerika, dan hoefden we het niet te doen met die vier punkachtige bandjes die elk jaar op Lowlands staan.
File Under: Vijftig keer lekkere herrie
Spoon - Ga Ga Ga Ga Ga
Spoon is een beetje een vreemde band. Dat moet ook wel als je je cd Ga Ga Ga Ga Ga noemt, maar daar doel ik niet op. Spoon, vernoemd naar een nummer van de Duitse krautrockers van Can, is typisch zo'n band die zich eigenlijk al sinds hun oprichting in 1994 geen barst aantrekt van alle hippe stromingen en gewoon rustig zijn ding blijft doen en aan zijn geluid blijft schaven. Stiekem hebben ze daarmee ondertussen toch een aardige aanhang verworven binnen de indiescene. En terecht ook, want op hun eerste slechte cd moet ik ze nog betrappen. Het komt wellicht ook wel doordat de band nooit overhaast te werk lijkt te gaan en op zijn dooie gemakje ongeveer om de twee jaar een cd uitbrengt. Ga Ga Ga Ga Ga is ondertussen dan ook al de zesde cd van deze Texanen. Het is net als voorganger Gimme Fiction weer een fijn plaatje geworden. Maar wel lastig plaatsbaar. Soms denk ik: 'World Party! Nee! Toch Elvis Costello!' Dan weer 'Paul McCartney!' En daarna 'XTC!' Op een bepaald moment zelfs 'Eels!' Knap vermoeiend en eigenlijk zijn die uitroeptekens klinkklare onzin, want echt met deze bands vergelijken laat Spoon zich niet. Maar de namen geven toch wel in welke richting je moet denken: catchy liedjes met vrijwel altijd een slimme kronkel d'r in. Spoon speelt net zo gemakkelijk perfecte pop als experimentele rock. En als het moet in één nummer. Neem alleen al de slinkse openingstrack "Don't make me a target" met zijn staccato gitaarpartijen die naarmate het nummer vordert steeds psychotischer worden. Knap liedje (I Am Kloot! zucht, nee ook niet), maar daar haal je geen top 40 mee. Maar dat wil Spoon volgens mij ook niet; al zou het met een beetje pech met "You Got Yr. Cherry Bomb" nog kunnen lukken ook. Maar Spoon wil gewoon weer een tour en dan weer sleutelen aan een volgende plaat. Zodat ik weer mijn hals kan breken over vergelijkingen tot ik enige juiste gevonden heb. Ik vrees dat ik bij Spoon zelf uit kom.
File Under: Lekker plaatje
File Audio: [The Underdog]
Soulsavers feat. Mark Lanegan
Deep Purple - Live at Montreux 2006
Zou Deep Purple zich voor het intro van "Smoke On The Water" op het nieuwe live-album Live at Montreux 2006 - They all came down to Montreux hebben laten inspireren door de "Highway Star"-cover van het Alex Skolnick Trio? Skolnick (ooit gitarist van Savatage en dit weekend met Testament op Waldrock) coverde met zijn trio een aantal rockklassiekers in jazz(!)-uitvoering, waaronder "Highway Star". En jawel, Deep Purple begint "Smoke On The Water" met twee minuten onversneden jazz. Dat is jammer genoeg meteen de enige verrassing op dit album. Dit is het eerste live-album van een recente tour sinds Live at the Rotterdam Ahoy uit 2000. Inmiddels zijn ze twee studio-albums verder. Van Rapture of The Deep zijn het titelnummer, "Wrong Man", "Kiss Tomorrow Goodbye" en de Japanse bonustrack "Things I Never Said" vertegenwoordigd. Die laatste lijkt leuk, maar zit vol onbedoelde citaten uit hun eigen werk en is dus niet zo vreselijk interessant. Van het toch ook uitstekende Bananas is niet één track opgenomen. Evenmin andere tracks van na Machine Head trouwens: Pictures of Home, When A Blind Man Cries en vijf Made in Japan-tracks. Ze hebben er hoorbaar lol in, maar het zijn wel allemaal tracks die elke liefhebber al in minstens zes live-uitvoeringen heeft. De songkeuze had dus wel iets gedurfder gekund. Een prima live-album, met vier Rapture-tracks, maar eigenlijk toch een lichte teleurstelling.
File Under: De zoveelste in het rijtje, niet meer, niet minder
Gogol Bordello - Super Taranta!
Dat bands als de Dropkick Murphys en Flogging Molly op festivals het publiek beter meekrijgen dan wie ook, moge welbekend zijn. Ik heb al heel wat vrienden en kennissen onder luide vreugdekreten een moshpit zien instormen bij optredens van deze folkpunkkanonnen. De twee groepen hebben er echter een geduchte concurrent bij. Dé absolute ontdekking van Lowlands 2006 en Pinkpop 2007 was namelijk één onbekende band die tot verbazing van iedereen een vergelijkbare publieksreactie wist uit te lokken: de zigeunerpunkband Gogol Bordello. Hun leuke, snelle nummers met viool, accordeon, trompetten, wasbord en grappige teksten zweepten de massa op tot extatische blijdschap. Maar er is één ding dat Gogol Bordello wat mij betreft nog uittilt boven Flogging Molly en consorten: het muziekgenre dat de groep speelt. Daarmee bedoel ik niet eens dat Gogol zowat in zijn eentje de zigeunermuziek weer op de kaart gezet heeft door in het Engels te zingen (wat het geval is), maar de breedte en artistieke vrijheid die de groep zich ermee veroorlooft. Bij de Murphys weet ik onderhand wel wat ik ongeveer kan verwachten; daarnaar luister ik het liefst als ik al wat bier opheb en toch al goeie zin heb. Gogol Bordello is juist één van die zeldzame bands die je ook kan opvrolijken als je niet helemaal lekker in je vel zit. Zoals met alle goede zigeunermuziek hoor je namelijk ook ergens iets triests in alle vrolijkheid. Daarnaast schrikt de band niet terug voor langere of tragere nummers en maffe Manu Chao-achtige intermezzo's. Eugene H�tz zingt grof maar passioneel en naar eigen zeggen autobiografisch, en ik kan niet anders dan volledig platgaan voor Super Taranta!, naar het schijnt alweer het vijfde album van zijn band. Niet alles is even catchy, maar het is de puurste en meest verrukkelijke plaat die ik in tijden gehoord heb.
File Under: Gestoord en geniaal
File Audio: [Hiero]
File Video: Live op Glastonbury 2007: [Not A Crime]['Start Wearing Purple' (van het vorige album)]
Asobi Seksu - Citrus
Ah, wat is de muziekwereld toch groot, dacht ik toen ik Asobi Seksu voor het eerst draaide. Veel muziek uit Japan bereikt deze contreien niet en als dit album een goede indicatie van de kwaliteit was, zou dat toch een heel gemis zijn. Helaas, Asobi Seksu is eigenlijk gewoon een Amerikaanse band, met een Japanse zangeres. Net zoals Deerhoof en Blonde Redhead dus. Met die laatste deelt de band ook een voorliefde voor het staren naar schoenen. Citrus is gevuld met heerlijk uitwaaierende gitaren, zwevend door de jaren '80. En goed ook! Zangeres Yuki piept zoals je van een Japanse verwacht, maar het is niet té, het blijft de gehele plaat een fijn contrast met de, bij vlagen, keiharde post-rock-begeleiding. Tegelijkertijd verliest de band de poppy melodieën niet uit het oog en die zijn mierzoet zoals het knaloranje cd-doosje. Werkelijk fantastisch zijn de talloze slim geplaatste breaks, in "New Years" bijvoorbeeld is enkel nog de stem van Yuki te horen, waarna drums en bas terugkeren voordat de gitaar als een straaljager aankomt vliegen, terwijl Yuki er met dalende zanglijnen als Madame Butterfly omheen fladdert. Met vergelijkingen had ik dit keer wat moeite, het is lastig nadenken als je echt geraakt wordt. "Thursday" heeft iets van Bettie Serveert's onschuld en tegelijk de vrolijkheid van een avondje uit. Op de tweede helft van de plaat begint een van de mannelijke bandleden af en toe mee te zingen, wat een Field Mice-melancholie oproept. Yuki zingt ook even in een lager register, met name in het wat atypische hoogtepunt "Goodbye", dat een riff en wat belletjes van Bruce Springsteen leent. Heel erg twee en niet te missen!
File Under: Smaakt naar meer
File Audio: [Seksu-Space]
Dennis Kolen - Wild Oats
Alles leek mee te zitten voor de Rotterdamse pop/rockers van Wyatt. Een handtekening onder een contract bij een major na een goed ontvangen debuut (The Big Picture), goede recensies van je tweede cd (The Last Of Great Fireworks) op datzelfde major label. Het succes had als vanzelf moeten komen voor Wyatt. Toch ging het mis. De major draaide de kraan dicht en Wyatt restte niets anders dan op het eigen Wyatt-label de derde cd Miracle uit te brengen. Op de site van Wyatt staat bij de bio nog 2005- , maar volgens mij kunnen we wel stellen dat Wyatt op sterven na dood is. En dat is best jammer, want Dennis Kolen is een bekwame liedjesschrijver. Gelukkig is hij niet gestopt met muziek maken. Al eerder verscheen er een solo-cd (The Jinx) en nu is er Wild Oats. Die cd laat net als zijn voorganger de meer singer/songwriterkant van het repertoire van Kolen horen en die bevalt met stiekem beter dan zijn werk met Wyatt. Deze kant van Kolen klinkt een beetje als een sobere variant op het geluid waar Venice op dit moment in Nederland mee binnenloopt. Je waant je af en toe zo aan de westkust van de Verenigde Staten ("Stay In Love Forever"!) op een zwoele zomeravond bij een kampvuur. Dan klinken liedjes snel een stuk mooier, dan wanneer je eenmaal thuis bent. Mij ging bijvoorbeeld single "That Girl Belongs To Me" irriteren door zijn jengelende toontje. Dat is best vreemd, want de stem van Dennis leent zich er eigenlijk helemaal niet voor om je aan te ergeren. Doe mij maar nummers als "The Ghost of St. James " (hele fijne koortjes!), "Seaside Rendezvous" (inderdaad een frisse zeewind voor je oren en de tweede single), "Your Goodnight Blues" (Kolen op zang en Ferry Lagendijk op de vleugel) of het rootsy "Paranoia Blues" dat Kolen samen met een zekere Wies (als ik niet beter wist zou ik zweren dat het Ilse deLange was). En zo heeft eigenlijk elk nummer wel iets 'sterks'. Ik hoop dan ook van harte dat Wild Oats Kolen meer succes brengt dan de drie Wyatt-cd's.
File Under: Hopelijk solo wel op alle vlakken de wind mee
File Audio: [Hiero]
Aleph - In Tenebra
Zaterdag 07/07/07 wordt in het hoge noorden van Nederland het festival Wâldrock gehouden. Door de stevige concurrentie van festivals als Fields Of Rock heeft de organisatie besloten om minder grote bands naar Friesland te halen. Eén zo'n band had mijns inziens best het Italiaanse Aleph mogen zijn. In 2006 brachten zij in Italië reeds het album In Tenebra uit, maar nu is het debuutalbum ook in onze contreien verschenen. Deze heren maken een heerlijke en stevige pot metal. Van thrash metal tot aan progressive metal en alles wat daar zo'n beetje tussen zit, en daarnaast schuwen ze ook de rustigere, melodieuzere nummers niet. Met duidelijke invloeden van bands als Opeth, Moonspell en Pain Of Salvation vullen deze Zuid-Europeanen in iets meer dan drie kwartier hun zeven nummers (met een gemiddelde lengte van bijna zeven minuten) tellende album. Een mix van stijlen dus, waardoor ze ook niet makkelijk in een vast hokje geplaatst kunnen worden. Alhoewel ik verder geen idee heb hoe ze live zijn en of ze hun materiaal voor een goed gevulde zaal naar behoren kunnen overbrengen, lijkt het mij ideaal om ze eens in een tent op een festival te plaatsen om te zien hoe ze uit de verf komen.
File Under: Een veelbelovend debuut
File Audio: Zowel op hun [ site] als op hun [ MySpace]
Happy Mondays - Uncle Dysfunktional
De laatste tijd valt de naam van Happy Mondays geregeld. Ze worden dan in verband gebracht met de nieuwste rage uit Engeland, New Rave. Uiteraard ken ik Happy Mondays wel van naam, weet dat ze één van de grote namen waren in Madchester (samen met The Stone Roses), weet ik ook dat Shaun Ryder de voorman was, dat er nog een film was 24 Hour Party People over de geschiedenis van de Factory waar Happy Mondays onderdeel van uitmaakte, maar wat ik me vooral herinner is het overvloedige drugsgebruik dat uiteindelijk in 1992 hun ondergang werd. Een liedje kon ik me echter niet van ze herinneren. Research wees uit dat ik één nummer toch wel kende, "Step On." De opvolger van de band was Black Grape die helemaal langs mij heengegaan is. De mededeling dat de vrolijke maandagen een nieuw album hebben maakt op mij dan ook weinig indruk. Maar wat is dat onterecht: Uncle Dysfunktional is een fijn dansalbum geworden waar liefhebbers van Gorillaz (hij had een gastrol op Dare) en Beck volgens mij veel plezier aan kunnen beleven. Er zijn dansbare uptempo beats, er is rap, er is psychedelica, en er zijn de liedjes waar ik aan zoveel andere fijne liedjes moet denken, zoals "Sympathy For The Devil" (Stones) op "Angels and Whores" en "Even Better Than The Real Thing" (U2) op "Rats With Wings". De keuze voor hiphop-producer Sunny Levine en mixer Howie B. is een hele goede. De eerste single is opener "Jellybean", maar "Cuntry Disco" lijkt de ultieme sollicitatie naar een grote danshit. Al zijn er potentiële hits genoeg. Daar is waar het een beetje wringt, want een heel album achter elkaar vind ik wel wat teveel van het goede met name door de wat schreeuwende stem van Ryder en te weinig rustpunten. Toch vrees ik dat de band in het verleden ten onrechte langs mij heen gegaan is. Benieuwd wat ze er verder uit weten te halen nu ze alleen voor de muziek zouden kunnen gaan, Ryder schijnt namelijk van de drugs af te zijn.
File Under: The Madchester gaat dit keer niet langs mij heen.
Bad Religion - New Maps Of Hell
Waarom maak je als band nog een nieuw album als je al meerdere legendarische platen hebt gemaakt, al genoeg geld hebt verdiend en je bandleden al aardig op leeftijd zijn? Een nieuwe cd doet vaak juist afbreuk aan de opgebouwde status, want zo goed als het oude werk wordt het toch nooit meer. Bad Religion gaf twee jaar geleden de perfecte repliek. The Empire Strikes First is een knallend punkrockalbum met sterke maatschappelijke thema's. Zoals collega Zeke toen treffend opmerkte: de messen waren ouderwets geslepen en het Amerika van Bush en de zijnen kreeg er flink van langs. Het probleem is dat er sinds 2005 niet veel is veranderd in de States. Hetzelfde regime, dezelfde oorlog en dus hetzelfde album. Zeker, New Maps Of Hell kent zijn sterke momenten, maar de impact van The Empire Strikes First heeft de plaat gewoonweg niet. "Heroes and Martyrs" vertelt hoe dichtbij de Amerikaanse oorlogshelden eigenlijk bij de martelaars uit het Midden-Oosten liggen en in "New Dark Ages" zingen de veteranen dat het wel eens snel afgelopen kan zijn met deze wereld. Het bekende recept zeg maar. Prettige nummers hoor, met goede riffs, knallende koortjes en meezingbare refreinen. New Maps Of Hell is 'gewoon' het veertiende studioalbum van Bad Religion. Met "Fields of Mars", waarin met Mars eigenlijk onze aarde wordt bedoeld, als waardige afsluiter. Laten we hopen dat Amerika haar eerste vrouwelijke dan wel donkere president krijgt, dan hebben Brett en Greg tenminste iets nieuws om over te schrijven.
File Under: Nummer 14
File Audio: Het complete album op MySpace
Strike Anywhere
'Soms is een wetsovertreding de enige mogelijkheid voor een verandering'
Thomas Barnett is soms net een mens. En mensen moeten eten. De zanger van Strike Anywhere zit ergens in Amsterdam een vegetarische Thaise maaltijd weg te werken. Binnen een uur zou hij terug zijn en had hij nog ruim de tijd voor het interview, beloofde de tourmanager. Na een uur is Thomas inderdaad weer in de Melkweg, maar dan is het al half tien. Tijd voor een interview heeft hij dan logischerwijs niet, binnen een half uur begint het optreden van zijn band. Gelukkig vindt Thomas het geen probleem om na het optreden nog even met mij te praten en ga ik eerst maar eens kijken naar het optreden van de mannen uit Virginia.
Crowded House - Time On Earth
Eigenlijk was het de bedoeling dat ook Paul Hester gewoon weer present zou zijn op een nieuwe Crowded House-cd. Het viertal had met elkaar gesproken en was tot de conclusie gekomen dat ze het samen muziek maken misten. Er waren dan ook plannen om weer wat samen te gaan doen. Hoe anders liep het. Achter het drumstel zitten op Time On Earth nu Matt Sherrod (de nieuwe vaste drummer), Ethan Johns en Joey Waronker en niet Hester. Het is nu vooral zijn geest die, meer nog dan op de cd van grote broer Tim Finn, ronddoolt. In veel teksten verwijst Neil Finn naar Hester, die ruim twee jaar geleden in Melbourne zelfmoord pleegde. Of deze ingrijpende gebeurtenis ook het geluid van Crowded House veranderd heeft? Nee, het heeft zijn invloed op de teksten gehad, dat zeker, maar het gevoel voor prachtige Beatle-esque melodieën van Finn is er - gelukkig - niet door verdwenen. Geen heftige, harde of intense treurige liedjes om het te uiten en te verwerken, Neil Finn blijft altijd Neil Finn als het om liedjes schrijven gaat. Alhoewel, de liedjes die hij samen met Emily Robinson van de Dixie Chicks ("Silent House") en Johnny Marr ("Even A Child") schreef hebben op een bepaalde manier toch een andere 'touch'. Het is misschien ook wel gelijk het enige waar je als je het over Time On Earth hebt over kunt zeuren als je van kwade wil bent: de cd klinkt gewoon alsof de band nooit weggeweest is. Maar wie een prachtige song als het melancholische "People Are Like Suns" hoort, zal daar allerminst rouwig om zijn. Sterker nog, Time On Earth is ondanks het gapende gat van veertien jaar tussen de beide platen een logisch en sterk vervolg op Together Alone.
File Under: Waardige comeback cq eerbetoon
File Audio: [Don't Stop Now]
The White Stripes - Icky Thump
Jack en Meg White hebben het 'm weer gelapt: van elementaire opgefokte bluesrock stapje voor stapje hun idioom uitgebreid en toch niet zo ver van hun roots afgedwaald dat ze ongeloofwaardig worden. Waren hun titelloze debuut en De Stijl nog relatief kaal en vooral voortgedreven door energie, met de doorbraakplaten White Blood Cells en Elephantzetten ze al een breder geluid neer. Get Behind Me Satan was een geslaagde zoektocht in verder weggelegen uithoeken (de marimba's!). Op hun zesde plaat Icky Thump doen ze wat dat betreft een stapje terug en een sprong voorwaarts. De gekte krijgt weer meer de ruimte, waardoor de nadruk meer ligt op het gitaarwerk van Jack White en zijn vocale uitspattingen, met de cover "Conquest" als hoogtepunt. Maar het is allang niet meer alleen de blues of haar jaren '70-afgeleiden waaruit Jack en Meg inspiratie putten. Psychedelica krijgt de ruimte in "St. Andrews (This Battle Is In The Air)". Verder blijft het gebruik van bizarre instrumenten deze keer beperkt tot doedelzak en trompetten, terwijl het over de top gebruiken van klassiek klinkende gitaarriffs bijna tot kunst wordt verheven. In het schrijven van Liedjes-met-een-Hoofdletter is Jack White intussen een hele grote geworden ("You Don't Know What Love Is (You Just Do As You're Told)" verdient het om bijgeschreven te worden als Klassieker). Icky Thump is alles bij elkaar een Hele Grote Plaat geworden.
File Under: Jaarlijstjesvoer
Ilanois - Do You Hear Me
En ja, we hebben er weer eentje! Zo'n heerlijke plaat die je achteloos in je cd-speler drukt en waarbij je met het eerste nummer meteen de bek open klapt. Do You Hear Me van Ilanois is er zo eentje. De plaat is al een tijdje uit, maar het is nooit te laat om aandacht te besteden aan een sympathieke Nederlandse band. Want Ilanois komt gewoon uit Friesland. Al zou je dat niet meteen zeggen. De openings- en titeltrack van dit werkje steekt bands als Coldplay en Keane naar de kroon en ik plaatste de band dan ook in eerste instantie in die contreien. Zanger/componist Ilan Palstra woont echter gewoon in Workum en de rest van de band zal zich hoogstwaarschijnlijk ook wel in het Fries uit kunnen drukken. Wat ze op de plaat gelukkig niet doen. Palstra is, volgens de site, fan van Jeff Buckley en dat is goed te horen. Het is echter niet storend. Net zo min dat het storend is dat Ilanois soms wat aan de veilige kant van Coldplay en Keane blijft. Want het songmateriaal is gewoon van een hoog niveau en dat vergoedt veel. Kortom, niets zou een grote carrière in de weg moeten staan, maar een Nederlands bandje moet er toch vaak wat harder voor werken. Zoals bijvoorbeeld door 24 optredens in 24 uur te doen om de nieuwe single, "Pouring Rain", te promoten. Ik zou zeggen, gaat ze zien als ze in de buurt zijn, want dichterbij de nieuwe Coldplay zult u binnenkort niet meer kunnen komen...
# Luchthaven Schiphol - verwachte tijd: 04.00 uur
# Treingig Schiphol richting Hilversum Noord - verwachte tijd: 05.40 uur
# Evers Staat Op (Edwin Evers) - Radio 538 - Hilversum - verwachte tijd: 07.30 uur
# Music Store - G.V. Amstelstraat - Hilversum - verwachte tijd: 10.30 uur
# TROS Gouden Uren (Edwin Diergaarde) - Radio 2 - Hilversum - verwachte tijd: 11.30 uur
# Stenders' Eetvermaak (Rob Stenders) - 3 FM - Hilversum - verwachte tijd: 12.30 uur
# Mediamarkt - Brouwerstraat - Almere - verwachte tijd: 14.00 uur
# Music Store - Oud Diemerlaan - Diemen - verwachte tijd: 14.45 uur
# Music Store - Buikslotermeerplein - Amsterdam - verwachte tijd: 15.15 uur
# TMF Reaction - TMF Studio - Amsterdam - verwachte tijd: 17.00 uur
# Veerdienst op het IJ - Amsterdam - verwachte tijd: 18.00 uur
# Amsterdamse Bos - Amsterdam - verwachte tijd: 19.00 uur
# P60 - Amstelveen - verwachte tijd: 20.00 uur
# Mystery gig - verwachte tijd: 21.00 uur
# Borra Theater Café - Amersfoort - verwachte tijd: 22.00 uur
# Café Mac - Harderwijk - verwachte tijd: 23.00 uur
# The Living Room - Zwolle - verwachte tijd: 00.00 uur
# De Zevende Hemel - Heerenveen - verwachte tijd: 01.00 uur
# Grand Café De Kroon - Sneek - verwachte tijd: 02.00 uur
# Café Scooters - Leeuwarden - verwachte tijd: 03.00 uur
File Under: Ilan Boppe!
File Audio: [Hier]
File Video: [Hier]
Elektra - Helios Selene
Een wit paard tussen onoplettende andere paarden siert de voorkant van de hoes van Elektra 's Helios Selene. Het witte silhouet van een vrouw aan de rand. Voor de helft. Doet denken aan meisjesmuziek. Zweverig. De titel helpt niet om dat vooroordeel te ontkrachten. Helios (zon) Selene (maan). Of de Griekse zonnegod en de maangod. De liedjes van de in Haarlem woonachtige Russische Elektra Goncharova bevestigen helaas mijn vooroordeel. Deze Elektra heeft een klassieke dans- en muziekopleiding en componeerde, schreef, arrangeerde, produceerde en ontwierp alles helemaal zelf. Dat is natuurlijk knap. Bovendien klinkt het plaatje als een klok, ware het niet dat er muzikaal en tekstueel nogal wat aan te merken is op Elektra. De helft van de nummers bestaat uit dance-geörienteerde liedjes, die veel weg hebben van de triphop van een jaar of tien geleden, slechts her en der refererend aan interessantere, hedendaagse projecten als bijvoorbeeld Lali Puna. De andere helft van de nummers zijn pianoballads, waar Elektra zich ontpopt als een ware Tori Amos, die zich niet schaamt om haar zielenroerselen kaal en weinig omfloerst op tafel te leggen. Cliché teksten als "everything's possible in dreams", "I am like water, I slip through your fingers and you can not touch me" en "nothing else matters, all I think is... about you" zijn eerder regel dan uitzondering en daarmee komt Elektra helaas niet weg. Misschien groeit ze nog uit tot dat ene witte paard dat zich onderscheidt van al die zwarte paarden, maar met Helios Selene is dat nog niet gelukt.
File Under: Denk triphop en Tori Amos
File Audio: [[Op de labelsite]]
File Audio: [Elektra-Space]
Sonic Youth - Daydream Nation
Ik heb een haat-liefde-verhouding met jaarlijstjes. Elk jaar is het weer worstelen om tien platen in de enig juiste volgorde af te leveren, het is gewoon nooit goed. Vroeger was dat wel iets eenvoudiger, maar tegenwoordig hoor ik zo enorm veel, dat ik er in december hoorndol van word. Nog lastiger wordt het wanneer je me vraagt naar mijn top-10-allertijden. Ik krijg al buikpijn bij de gedachte dat ik uit de vier Billy's hier achter me maar 10 platen mag kiezen. Toch is er een aantal cd's die een vaste plek hebben. Een daarvan is zojuist, bijna twintig jaar na dato, opnieuw verschenen: Daydream Nation van Sonic Youth. Het was een jaar of zo na de release in 1988 mijn eerste kennismaking met Sonic Youth en zoals wel vaker was de eerste snee ook hier de diepste. Ik weet nog goed dat de eerste luisterbeurt - met de koptelefoon op in de lokale platenzaak - een zit van zeventig minuten met de mond wagenwijd open was. Dit viel zo buiten mijn hardrock/metal-referentiekader van dat moment, maar o-o-oh wat vond ik het stante pede steengoed. Pas later las en hoorde ik dat Daydream Nation samen met Sister het omslagpunt was in het oeuvre van Sonic Youth. Het moment dat de band omsloeg van uit grof puin opgetrokken noiserock naar iets dat meer richting liedjes ging, maar nog steeds dat weerbarstige in zich had. Nu twintig jaar later klinkt Daydream Nation nog steeds alsof de plaat gisteren uitkwam en maakt zonder moeite korte metten met alles wat er dezer dagen in de indierock verschijnt. Wat ik minder vind is dat aan de eerste cd (deze deluxe-editie is een dubbel-cd) een kale homedemo van "Eric's Trip" toegevoegd is. Zet die als toetje op de tweede cd, maar laat het origineel verder intact, denk ik dan. Alhoewel, daar zou deze opname ook in schril contrast staan met de energieke, overrompelende en qua geluidkwaliteit verbluffend goede live-versies van alle nummers die ook op de eigenlijke cd staan. Okay, ze staan niet in de juiste volgorde, maar dat zijn slechts kleine smetjes op deze verder niet te versmaden live-cd, waarop zelfs de voicemail berichten van Mike Watt in "Providence" terug te horen zijn. Ik snap dan weer niet waarom er zonodig toch nog weer vier covers aan cd2 toegevoegd moeten worden. Ze zijn dan wel opgenomen in de periode rond Daydream Nation, met de cd zelf hebben ze niets te maken. Wellicht ben ik gewoon een oude zeur, maar als het over mijn favoriete albums aller tijden gaat mag dat, vind ik.
File Under: Een cd met een vaste plek in mijn top-10-allertijden.
Piano Magic - Part Monster
Schrijven voor File Under is meestal erg leuk, dat komt mede door de verrassende cadeautjes die ik regelmatig krijg. Elke paar weken valt er een pakketje cd's in de brievenbus en vaak bevat die envelop wel een of meer verrassingen. Cd's van bands en muzikanten waarvan ik nog nooit gehoord had en die ik dus ook niet tegen ben gekomen op mijn vrijwel dagelijkse zoektocht naar onbekende muziek op internet. De laatste grote verrassing is Piano Magic . Een verrassing voor mij, want het is een kleine schande dat ik deze band nog niet kende. Glen Johnson startte Piano Magic al ruim tien jaar geleden en hij heeft in die jaren al zo'n zestig muzikanten en ruim vijf platenmaatschappijen versleten. Je kunt dus zeker niet zeggen dat het een hechte en trouwe band is en misschien dat er daarom op de website zelfs een uitgebreide tijdsbalk met de geschiedenis van de band te vinden is. Part Monster is, zover ik kan achterhalen, het negende album van Piano Magic, maar hun discografie bevat ook nog vele singles en ep's. Het is jammer dat ik dit nieuwe album niet kan vergelijken met de vorige, maar ik kan het natuurlijk wel vergelijken met andere muziek. Een van de labels waarop een aantal van die cd's zijn verschenen, is het legendarische 4AD en de muziek van Piano Magic zou heel goed passen op een van de This Mortal Coil-albums van dit label. Sinds een aantal jaren is zangeres Angele David-Guillou (ook wel bekend als Klima) een vaste gastmuzikant op de platen van Piano Magic en haar bijdragen op Part Monster zoals op "Soldier Song" en de prachtige titelsong zijn wat mij betreft hoogtepunten. Maar ook de wat snellere songs als "The King Cannot Be Found" en "Saints Preserve Us" horen tot mijn favorieten.
File Under: Incurable
File Audio: [Magic-Space]
Wâldrock 2007 - Vooraf
07/07/07 is de dag! Overal ter wereld vinden concerten plaats onder de noemer: "Live Earth": New York, Londen, Johannesburg, Rio de Janeiro, Shanghai, Tokio, Sydney en Hamburg. Al deze plaatsen zijn het toneel van het grootste evenement dat ooit gehouden werd als noodkreet tegen opwarming van onze aarde. Naast deze festivals vindt er op dezelfde dag in Nederland, nabij het Friese Tietjerksteradeel, ook een muziekfestival plaats: Wâldrock. Metal in de Friese weilanden en dat al weer voor de 20e keer.
Lees verder..Absynthe Minded - There Is Nothing
Festivals zijn geschikte plekken om leuke bandjes te ontdekken. Zo zag ik Absynthe Minded in 2005 op het Bevrijdingsfestival te Zwolle: een fijne dEUS met een zigeunersaus, was mijn oordeel. Ze waren voor mij een van de ontdekkingen van deze dag, maar zoals zo vaak is het live zien één, er een cd van kopen twee. Tot ik onlangs op een platenbeurs hun eerste album Acquired Taste tegenkwam voor wel drie euro. Deze en nog een kleine stapel andere cd's belandden zo in huize Ewie. Ik was nog niet aan het draaien toegekomen als in dezelfde week er een envelop met verse recensie-cd's op de deurmat plofte. Toeval bestaat niet: er zat de nieuwste van deze Belgen in, There Is Nothing. De muziek was echter niet wat ik me van de band herinnerde, de gekte leek weg. Er is meer rock, er is ruimte voor een ballad, er is ruimte voor meer funk en uiteindelijk toch weer die gekte. Goed gedaan, maar toch anders dan in mijn herinneringen. Als ik het debuutalbum dan draai, hoor ik dat ik gelijk heb: het bandgeluid is wat gelikter en daardoor commerciëler geworden dankzij de productie van Jean-Marie Aerts (o.a. T.C .Matic) en de mastering in de wereldberoemde Abbey Road-studio. Fans van het eerste uur zullen naar ik vrees dan ook niet erg enthousiast zijn. Absynthe Minded kon er echter wel eens nieuwe fans bij krijgen, want het lijkt nu meer dan ooit geschikter voor een breder publiek. Hetgeen helemaal geen schande is, want dit album mag gehoord worden.
File Under: Het blijft een tof bandje
Praxis / Amarok
Praxis zou je het beste kunnen omschrijven als een freeform avant-garde heavy metalband. Een watte? Freeform en avant-garde, is dat niet typisch jazz en andere piepknormuziek? Nou, niet in het geval van Praxis. Oprichter en bassist is dan ook Bill Laswell, bassist en producer van acts van metal en funk tot hiphop en ambient en liefhebber van wat hij "collision music" noemt: je zet een stel briljante muzikanten uit verschillende disciplines bij elkaar en kijkt wat er dan uitkomt. Praxis is een project dat hij ooit startte met Buckethead (in metalkringen vooral bekend van Guns N' Roses en Ozzy Osbourne) en waaraan een hele reeks muzikanten uit hun kennissenkring als een soort oproepkrachten deelneemt. Zo hebben in de loop der jaren onder andere bassisten (Bootsy Collins, Les Claypool), saxofonisten (John Zorn), gitaristen (Pat Thrall) en zelfs DJ's, violisten en fluitisten deelgenomen aan projecten van Praxis. Bij een optreden op het Bonnaroofestival in 2004 was min of meer de vaste kern aanwezig met Laswell, Buckethead, drummer Brain en toetsenist Bernie Worrell. De heren freaken er lustig op los, soms met flink wat lawaai, soms ingetogen, maar altijd zijn en blijven het hoorbaar improvisaties. Zo is "Machine Gun" bijvoorbeeld opgebouwd rond een baslijn die sterk lijkt op die van Cream's "Sunshine Of Your Love". Worrell en Buckethead zijn in deze song de leads, met warme orgelklanken van Worrell en wilde gitaaruithalen met veel distortion en tremolowerk van Buckethead. Praxis heeft qua geluid en benadering veel overeenkomsten met de rockbands uit de jaren zeventig die live in hun bekende songs nieuwe paden inslagen om pas aan het eind weer terug te komen bij de oorspronkeijke song. Praxis slaat alleen die bekende songs over...
Amarok's Sol de Medianoche (Midnight Sun) is waarschijnlijk maar om een reden binnengekomen bij File Under: het wordt uitgebracht op Progrock Records. Maar is het prog? Het is folk, het is jazz, het is mediterraan, er staan dwarsfluiten op,violen, er wordt behalve in het Engelse ook in het Spaans en Catalaans gejengeld - pardon, gezongen en op maar liefst drie van de elf songs is een gitaar te vinden. U begrijpt het: het is van alles, maar op een enkel nummer na geen rock en geen prog. Ik kan hier weinig mee, net zo min als 99% van de File Under-lezers. Dit is vast wel aardig, maar dan wel voor wereldmuziek- en folkliefhebbers.
File Under: Freaky en bijzonder
File: Amarok - Sol de Medianoche (Midnight Sun)
File Under: Folky en bijzonder on-FU's
File Audio: [fragmenten op de website]
Arrow Rock Festival 2007
De dag begon lekker. Of beter gezegd: de dag ervoor eindigde lekker. Na een briljant concert van Lohues & The Louisiana BluesClub bleek ik, o handigerd, mijn auto in een inmiddels afgesloten parkeergarage te hebben staan. Dat betekende dus een taxiritje naar huis en de volgende dag met het openbaar vervoer de auto ophalen alvorens ik koers kon zetten naar Zwolle, waar ik fotograaf Klaas zou ophalen.
Vanuit Zwolle hoopte ik redelijk snel in Biddinghuizen te kunnen zijn, zodat ik nog een stukje van Tesla zou kunnen meepikken. Dat bleek al snel ijdele hoop. Een uur en drie kwartier duurde het kleine stukje naar het festivalterrein. Tesla en INXS hebben vermoedelijk weinig bezoekers gehad, domweg omdat het merendeel met ons nog in de file stond...
Lees verder..Editors - An End Has A Start
The Back Room, de debuut-cd van Editors was een album opgebouwd rond (drie) ijzersterke singles. De rest van de tracks bleek - helaas - toch wel minder sterk. Ik ben blij dat ik dat toen zag. Stel dat ik lyrisch geweest was over The Back Room, hoe had ik me dan in godsnaam uit moeten laten over hun tweede worp, An End Has A Start? Deze cd overtreft namelijk in alles zijn voorganger. Neem alleen al de single "Smokers Outside The Hospital Doors". Die maakt pats-boem korte metten met alle, toch niet bepaald misselijke, voorgaande singles en is vooral ook een track die in een keer al die Joy Division/Interpol-vergelijkingen van tafel veegt. Het intro, het invallen van zanger Tom Smith en daarna het kille jankende staccato gitaargeluid van Chris Urbanowicz dat er overheen gaat, het zijn voltreffers. Het is niet voor niets ook de openingstrack van An End Has A Start. Gelijk is duidelijk: Editors is in de twee jaar sinds The Back Room uitkwam inderdaad extreem gegroeid. Krachtiger, epischer, weidser, meeslepender zijn hier de passende steekwoorden. An End Has A Start vráágt erom om voor grote mensenmassa's gespeeld te worden. De bombast, het grootse geluid paste begin vorige maand al niet meer in een zaal als de verbouwde Melkweg en wie An End Has A Start hoort snapt dat. De band hoeft geen concessies te doen. An End Has A Start laat de logische groei horen van wat op The Back Room niet geheel uit de verf kwam, maar onderhuids al wel broeide. Met dank ook aan de productie van Garret "Jacknife" Lee. Die laat in combinatie met de gloedvolle songs duidelijker de invloeden van vergeten bands als Comsat Angels en Echo & The Bunnymen horen dan Joy Division. En dat komt goed uit, want die vergelijking was de band zelf ook meer dan zat. Hulde!
File Under: Groots!
File Video: [Smokers Outside The Hospital Doors]
Orphax - Proof Of Conspiracy
Als je een beetje in de drone-wereld bekend bent, zeggen namen als Jacob Kirkegaard, Daniel Menche, KTL, Machinefabriek, BJ Nilsen / Hazard en (natuurlijk) Biosphere je wel wat. IJzingwekkende, beklemmende langgerekte noten, desolate en ijskoude sferen, en veel, heel veel onderhuidse dreiging. Prachtig en eindeloos fascinerend als je er van houdt - en dat doe ik. Daarom ook dat ik erg blij kan worden van een project als Orphax; na Machinefabriek weer een Nederlander die middels gezellige 3" cd'tjes de luisteraar op het verkeerde been probeert te zetten. Want maak geen fout: zo'n 3" plaatje is schattig, de muziek is hoogst serieus en verdomd ontoegankelijk. Wat een alleen maar een pré is met deze muziek trouwens. Zie bovenaan de genoemde voorbeelden en geloof me als ik zeg dat Orphax geen moment van zijn twintig minuten durende drone onderdoet voor de grotere - of in ieder geval bekendere - broers. Een flinke lading lage ruis zorgt voor de ondergrond; daar overheen schuiven en schuren hogere tonen die elkaar proberen weg te drukken, om zo de beste plaats te bemachtigen om de slagvelden van een nucleaire oorlog te mogen aanschouwen. Zulk soort beelden dus roept Orphax op. Geen kattenpis. Wel heel erg goed.
File Under: Drones zoals ik ze graag, heel graag hoor
File mp3: Orphaxx
File Audio: hierzo
Boys Night Out - Boys Night Out
Als je hier op File Under de reactiepanelen een beetje in de gaten houdt, dan heb je vast wel gemerkt dat kritiek op populaire emobandjes de recensent soms jarenlang kan achtervolgen. Het begint doorgaans vrij rustig. Een stukje verschijnt en soms reageert er iemand, waarna het rustig wordt. Maar dan komt de grote boze Google-spider langs en voor je het weet wordt onze geliefde site overspoeld met alle mogelijke pukkelige pubers en bakvissen die hier terechtkwamen nadat ze hun favoriete bandje van deze week in de zoekmachine gepropt hebben. En dan kan het feest beginnen. Het zal mij benieuwen hoe het dit verhaaltje vergaat, aangezien ik toch echt van plan ben niet zulke positieve dingen te gaan schrijven over de titelloze derde cd van Boys Night Out (of Boysnightout, wat u wilt). In zes jaar tijd zijn de Canadezen er niet in geslaagd om iets toe te voegen aan de saaie en voorspelbare stroom van emo en ook anno 2007 zal dat niet gebeuren. Hoe die bandjes het toch steeds weer voor elkaar krijgen om totaal voor elkaar inwisselbare zangers te vinden is mij een raadsel, maar ook Boys Night Out klinkt weer precies zoals al die anderen waarvan ik de naam al weer vergeten ben. En ja, het zit qua productie en geluid allemaal waterdicht in elkaar, daar wordt geen cent op bespaard, maar gatsiebah wat een enorme eenheidsworst begint dit genre toch te worden. Ik wens alle fans en liefhebbers van de band veel plezier met dit product (want dat is het) en ondertussen kijk ik reikhalzend uit naar een groep die eens met iets nieuws en prikkelends uit de hoek komt.
File Under: Nu is het wel mooi geweest
File Audio:[ MySpace]
Bark Bark Bark - Haunts
Vaak begint het schrijven van een recensie tóch bij Google. Want hoewel ik me graag laat leiden door wat ik voel, denk en vind van de liedjes op het mij toegestuurde schijfje, wil ik graag toch meer weten van de mens achter de muziek. Bij het bestuderen van de treffers na het zoeken op Bark Bark Bark's Haunts valt op dat de 'grote' websites (nog) geen aandacht aan dit plaatje hebben besteed. Bark Bark Bark duikt op op onbekende sites en weblogs. Allemaal positief. Dat is interessant omdat Bark Bark Bark blijkbaar een aantal fans om zich heen heeft verzameld, maar, en ik haat dat woord, underground is gebleven in rock 'n roll Amerika. Jacob Cooper, de man achter Bark Bark Bark, heeft met energieke, hoogstaande live optredens de mensen nieuwsgierig gemaakt naar zijn, door ex-vriendinnetjes, geesten, horrorfilms en Halloween geïnspireerde album. Wat precies de bedoeling is geweest van Cooper blijft een beetje onduidelijk, want ondanks de donkere, angstaanjagende sferen, gecreëerd door nogal wat synthesizers en andere elektronica, is Haunts een opmerkelijk vrolijk en catchy album, waarin de aanstekelijke, opgewekte, licht agressieve liedjes soms aan The Faint doen denken en de meer poppy, experimenteel singer-songwriterachtige kant het album weer in evenwicht trekt. Niet vies van wat noise en breakbeats heeft Cooper een origineel album afgeleverd, dat over een paar maanden hopelijk een heel ander soort treffers mag opleveren na een zoekopdracht in Google. Zo onopgemerkt mag Bark Bark Bark niet blijven.
File Under: Ondanks het experiment een sterke popplaat
File Audio: [Met leuke liedjes!]
Taken by Trees - Open Field
Er zijn weinig dingen die ik irritanter vind dan dat ik wanneer ik een liedje hoor, vrij zeker weet dat ik het eerder gehoord heb, maar niet meer kan traceren hoe, wat, waar en wanneer voor het eerst. Zelfs niet met behulp van the allmighty Google. Het gebeurde me met "Lost and Found", het vijfde nummer op Open Field. Dat is de eerste cd die ex-Concretes-zangeres Victoria Bergsman onder de naam Taken by Trees uitbrengt. Het frustrerende is dat het nummer geschreven blijkt te zijn door Camera Obscura-genie Tracyanne Campbell en het dus best goed kan zijn dat ik het inderdaad eerder elders gehoord heb. Maar hoe ik ook zocht, ik kan nergens de bron van mijn herkenning vinden. Het irriteerde me zo dat ik op een gegeven ogenblik bijna niet meer kon genieten van de rest van de liedjes van Victoria. Een beetje dom is dat wel, want daar is Taken By Trees veel te leuk voor. Zonder het te weten ken je overigens Victoria hoogstwaarschijnlijk al. Ze speelde de vrouwelijke rol in "Young Folks", het hele fijne singletje van Peter, Björn & John. Dat is ook een beetje de richting waarin je moet denken als je je voor wilt stellen hoe Taken By Trees klinkt. Al zijn de liedjes van Victoria wel melancholischer van toon dan die van het drietal. Een beetje alsof ze gedrieën Victoria hebben laten zitten. Niets is minder waar, want Björn Yttling wordt uitvoerig bedankt in de credits voor zijn hulp bij het opnemen van Open Field en John Eriksson speelt ook mee. Alleen Peter ontbreekt. Zal hij dan de dader zijn?
File Under: Het melancholische meisje van "Young Folks".
File Audio: [Flash-playert]
File Video: [Lost and Found]
File Audio: [Open plek in het bos]
Mice Parade - Mice Parade
Het leek net of ik nog een week die remixplaat van At The Close Of Every Day draaide. Ik meende wel eens eerder naar werk van Mice Parade te hebben geluisterd, maar toen zong Adam Pierce waarschijnlijk nog niet, of een stuk minder. Zijn stem leek me nu nagenoeg identiek aan die van Minco Eggersman, hooguit ietsje zachter van toon. Hij combineert zijn, ook qua melodie vergelijkbare, zanglijnen met waanzinnig goede drums, swingende loops die geen onderdeel van het drumkit ongebruikt laten. Die zijn dan weer goed vergelijkbaar met de ritmes op de platen van Four Tet, al houdt Mice Parade het wel een stuk toegankelijker. Heerlijk stekelige Colleen-achtige snaarinstrumenten en warme toetsen spelen naïeve melodieën. Ze begeleiden melancholische teksten als 'the myths have gone away, but will the stories ever stay?' Mijn favoriete nummer is "The Last Ten Homes", vooral dankzij twee heupwiegende exotische gitaren en een magnifieke opbouw met handgeklap, in intensiteit toenemend getrommel en flitsende achtergrondvocalen. Het is allemaal frivool en vrolijk, de slot-drumfill deed verlangen naar meer en gelukkig is het daaropvolgende "Snow" eigenlijk een tweelingnummer waarin dezelfde melodie als zwaardere riff terugkeert, nu vergezeld door dwarrelend sterrenstof. Een teken voor de kwaliteit van dit half uur durend ep'tje is dat ik door al die inventieve ritmes ging verlangen naar nieuw werk van de meesters in dit genre, de Books. Zelfs een gastrol van dat vreselijk elfje van Múm, in "Double Dolphins On The Nickel", kon daar niks aan veranderen. Mice Parade overtreft zichzelf.
File Under: De sterren staan gunstig
File Audio: [Mice-Space]
Miracle Fortress - Five Roses
Als ik mijn cd-collectie bekijk, heb ik de indruk dat een flink deel van die verzameling bestaat uit debuutalbums. Ook mijn oude lp-collectie, die ik een aantal jaren geleden heb verkocht, bestond voor een behoorlijk deel uit debuutplaten. Ik koop dus al behoorlijk lang producten van nieuwe bands en artiesten. Volgens mij komt dit omdat zo'n eersteling vaak erg fris klinkt en deze frisheid verdwijnt vaak na een aantal albums. Het gebeurt natuurlijk ook dat je na zo'n leuk debuut helemaal niets meer van zo'n band of artiest hoort. Dit zal wel niet gebeuren met Miracle Fortress want Graham van Pelt, zoals deze Canadese multi-instrumentalist eigenlijk heet, is zo iemand die altijd met muziek bezig zal zijn. Hij zal altijd wel een gelegenheid vinden om muziek te maken en op te nemen. Dat deed hij eerder al als solo-artiest onder de naam Hidden In Buildings en met een stel vrienden onder de naam Think About Life. Nu heeft hij dan de naam Miracle Fortress aangenomen en de cd Five Roses is best de moeite waard. De songs zijn opgenomen in Friendship Cove, de oefenruimte/studio/galerie/woning die Graham van Pelt samen met compagnon Jack Dylan beheert in Montreal. De muziek van Miracle Fortress is een mix van Brian Wilson en My Bloody Valentine, mooie zweverige melodieën zoals in "Hold Your Secrets To Your Heart" en "Blasphemy" die worden afgewisseld met tamelijk zonnige liedjes zoals "Next Train" en "Poetaster". Dit nummer eindigt met een stukje (gitaar)muziek dat zo van een moderne versie van "Tubular Bells" zou kunnen komen. Ten slotte: het bloemetjesbehang van de cd-box past verrassend goed bij de dromerige muziek.
File Under: Fortune
File Audio: [ This Thing About You]
Korpiklaani - Tervaskanto
Heeft u dat ook wel eens? Dat u een nummer hoort en merkt dat u uit volle borst aan het meezingen bent? Om vervolgens te constateren dat u een taal aan het zingen bent die u helemaal niet machtig bent? Ik bedoel, de enige keer keer dat ik vloeiend Fins sprak, was na anderhalve fles wodka. Ik betwijfel overigens of mijn gesprekspartner ook door had dat het Fins was. Maar goed, de nieuwe Korpiklaani draaide zijn rondjes in de cd-speler en net als de vorige keer stuiterde ik weer door de kamer. Dit keer zong ik zelfs mee! In het Fins! Want de trollen van Korpiklaani (Fins voor bosmensen) hebben hun humppa-metal nog aanstekelijker gemaakt! Op Tervaskanto, Fins voor Oude Man, wordt meer en meer in het Fins gezongen, en er zijn meer folkinvloeden terug te horen. Waarbij ze dichterbij een band als Flogging Molly komen. Maar om ze nu meteen te vergelijken, daarvoor zijn de bands toch te verschillend. Gevolg van deze koerswijziging richting folk is dat de fans van Finntroll en consorten de muziek wellicht te folky gaan vinden, maar ik kan er niet zo mee zitten. Daarvoor is de folkmetal van Korpiklaani. Kortom, nog meer pret tijdens het komende festivalseizoen. Nu nog even een festivalletje zoeken waar de band speelt. En een fins woordenboekje, om te kijken waarover ik nu eigenlijk zing...
File Under: De bosjesmannen doen het weer!
File Audio: [De plek voor bosjesmannen]































































































