...And You Will Know Us By The Trail Of Dead
Rilo Kiley - Under The Blacklight
Ik kreeg toch wel een beetje geschokt toen ik tijdens de eerste beluistering van Rilo Kiley's nieuwe cd Under The Blacklight iets over de helft was en bij het nummer "Dejalo" beland was. Wat was dit nou weer!? Dichterbij een Miami Sound Machine- nummer dan in "Dejalo" kan een band namelijk niet komen. Ik kreeg visioenen van een grote Cubaanse krullenbol, foute jasjes achter bongo's, Don Johnson-zonnebrillen en tandpastaglimlachen. Poeh, dat was even wennen hoor. Aan de andere kant is het gezien de ontwikkeling die de band doormaakte sinds The Execution Of All Things en More Adventurous ook wel logisch. Frontvrouwe/bassiste en voornaamste liedjesschrijver van de band Jenny Lewis is er de vrouw niet voor om hele andere liedjes te schrijven dan die anderen van haar verwachten. En dat is, moet ik toegeven, stiekem best vermakelijk. Al wordt de donkere kant van de band wel steeds meer naar de achtergrond verdreven. Maar in een nummer als de single "The Moneymaker" is die kant nog duidelijk wel aanwezig. En in het confronterende "15" over een internetrelatie tussen een man en een (te) jong meisje op een bepaalde manier zeker ook. Ster op Under The Blacklight is vanzelfsprekend weer Jenny Lewis met haar kristalheldere sexy stem, maar het geraffineerde gitaarwerk van Blake Sennett is ook minstens zo belangrijk voor het bandgeluid. Ik moet eerlijk toegeven dat ik na vele draaibeurten nog steeds het meer indie-georienteerde The Execution of All Things prefereer boven deze cd, maar Under The Blacklight is toch wel een fijne aanstekelijke popplaat geworden. En om "Dejalo" kan ik ondertussen lachen.
File Under: Niet meer als vroeger, maar nog steeds fijn.
File Video: [The Moneymaker]
Anthony David - 3 Chords & The Truth
Toen ik het cd'tje van deze Anthony David ripte voor op m'n iPod, riep de CDDB-vermelding dat dit R&B was. Ieks! Arrenbie? Zo'n eng toonladdertjes op en neer zingend tiepje, met veel te gladde songs? Hmm, dit soort foute meuk gaat meestal naar Gr.R., dus waarom krijg ik dit? Nou ja, de man staat met een gitaar voorop in een ontspannen pose, niet in een glamoureuze pose met veel te veel glim en glitter. Toch maar even luisteren. Okee, het is redelijk braafjes, maar wel goed en sfeervol gedaan. Anthony David zingt echt, in plaats van steeds te laten horen dat hij zo'n goede zangleraar had. Het doet eerder denken aan de semi-soulcrooners van vroeger, George Benson, Bill Withers, dat soort mensen. Iets minder rootsy dan pakweg Ben Harper en G. Love, geen reggae- en hiphopinvloeden, maar soul met blues- en vooral jazzinvloeden in echte muziek en niet van die hitparadeconfectiepop. Die gitaar heeft 'ie bijvoorbeeld niet voor de show vast, hij kan daar echt wel wat op. De veertien songs - en een remix - zijn als afzonderlijke songs prima te pruimen, maar na vijftien songs blijf ik toch met een kater achter. Het blijft namelijk muzikaal wel erg braaf, met beschaafde conga's, beschaafde akkoorden en al even beschaafde zang. Pas als er wat meer funk in komt in "GA Peach" is er enige variatie. Het is wat ik maar het Robert Cray-gevoel noem. Het is technisch goed, de composities zijn okee, de productie is puik, maar met vijftien songs braafheid slaat onvermijdelijk de verveling toe...
File Under: De soulvariant van Robert Cray
File Audio: [DavidSpace]
Euros Childs - The Miracle Inn
Het is verleidelijk om met cd's om te gaan zoals met drankjes: je schenkt ze in, consumeert ze en dat was het dan weer. NEXT! Terwijl het zoveel beter zou zijn om muziek te vergelijken met een omgeving of een huis: elk liedje is als een kamer die je binnenstapt en waarin je eindeloos kunt genieten. En zo stapte ik dus de wonderherberg binnen van meneer Euros Childs uit Wales. Het is zijn derde optrekje alweer sinds zijn vorige band Gorky's Zygotic Mynci ploef deed, en het is gebouwd naast het bos van Midlake. (Over Midlake gesproken, hier heb je trouwens een stijlvolle Roscoe-remix. Veel plezier ermee.) Alleen is alles aan Midlake tragisch en mysterieus, en heeft Euros Childs zijn meubels juist met heel gewoon hout in elkaar getimmerd. De deuren piepen niet, het pluizige kleedje op de tafel is net wat te krap en hier en daar hangt er een aandoenlijk schilderij. Het is best gezellig vertoeven hoor, zo in het grote café van The Miracle Inn waar het bier geschonken wordt. Het is lekker warm, er staat een grote piano, iemand zingt wat lala-rijmpjes, er fladderen wat vogels rond en er wordt Engels gezongen - in tegenstelling tot in het vorige huis van Euros Childs. Maar het interieur is dus niet zo wonderlijk dat 't me echt bijblijft. Voor een herberg is-ie eigenlijk te schoon. Er hangt geen damp, dramatiek of duisternis, en voor echt interessante verhalen moet je ook elders zijn. Maar om in te slapen bevalt-ie me prima.
File Under: ZZzzZZzzzZz...
File Audio: [MyInn]
Strings Of Consciousness - Our Moon Is Full
De wereld der muziek is oneindig groot en dit negenkoppige ensemble laat mij weer een hoekje verkennen. Meerdere hoeken eigenlijk, want zowel de muzikanten als hun talrijke (vocale) gasten komen uit allerlei broeiplaatsen der experimentele muziek. Die wie weet ook wel allemaal met draadjes verbonden zijn. Zo doet de Engelsman Barry Adamson mee, die met Nick Cave speelde, en elders Eugene Robinson, de zanger van noiserockers Obxow uit San Francisco. En nu noem ik nog maar een fractie van de dwarsverbanden. Belangrijker is of al die gasten samen iets interessants uit de grond stampen. Mwah, de saxofoon die de plaat opent voorspelt ware avant-garde, maar al snel nemen glitchy beats en irritante vocalen van J.G. Thirlwell (Foetus) het over. Klinkt als Tunng zonder een spoortje toegankelijkheid. Snel door naar het langste en beste nummer "Cleanliness Is Next To Godliness", een epos in fasen. Eugene Robinson vertelt op typisch Afro-Amerikaanse wijze een verhaal over de gefocuste voorbereiding en de uiteindelijk mislukking van een poging tot moord. Hij doet dat zeer ritmisch en hypnotiserend, de jongens uit Kerouac's On The Road zouden het zeker diggen. En ik ook. De begeleiding is eerst jazzy als in een zwoele film, maar de noise borrelt en giert tot die oplost in een Idiotheque-beat. Boeiend, net als het harpgetokkel in "Sonic Glimpses". Ook daar wordt, zoals eigenlijk overal, weer poëtisch gekwekt, wat voor een consistente sfeer zorgt, ook omdat de muzikale lijn wordt doorgetrokken. Ondertussen pluk ik echter aan mijn kin en meen dat het allemaal wat teveel van het goede is. De plaat mist een hart. Of mijn hart.
File Under: Abstracte kunst?
File Audio: [Strings-Space]
Jenny Hoyston - Isle Of
Amerikanen zijn vaak jaloers op ons Europeanen want wij hebben tenminste een echte oude cultuurgeschiedenis. Onze voorvaderen hebben steden, gebouwen, schilderijen, beeldhouwwerken enz. gemaakt die we nu nog kunnen bewonderen. Blanke Amerikanen hebben dat niet zo, hun eigen geschiedenis is nog niet zo oud. Maar als we het hebben over de popmuziek, dan is het juist andersom. De pop- of rockmuziek heeft zijn basis in de country en bluesmuziek uit de Verenigde Staten. Het is dus ook niet zo vreemd dat Amerikaanse rockmuzikanten regelmatig teruggrijpen naar hun roots. In Nederland hebben we zoiets niet of je zou de smartlap of zeemanslied als de voorlopers van de huidige Nederlandstalige popmuziek moeten zien. Jenny Hoyston zou je kunnen kennen als zangers/gitarist van de punkrockgroep Erase Errate of van haar solowerk onder de naam Paradise Island . Vorig jaar ging zij al terug naar haar countryroots op de cd die zij samen met William Elliot Whitmore opnam. Isle Of is haar eerste soloalbum onder haar eigen naam en op deze cd gooit ze al die muziekstijlen op een hoop. Op "Structure" hoor je haar punkachtergrond en "Even In This Day and Age" en "Send the Angels" zijn weer meer beïnvloed door country en blues. Op de meeste andere nummers klinkt Jenny Hoyston als Liz Phair en PJ Harvey en die nummers bevallen met het beste. Geef mij dus maar "Spell D-O-G", "Bring Back Art" en "Novelist". Ik vind het echter jammer dat ze op sommige tracks gebruik maakt van een drummachine. Met een wat minder elektronisch geluid hadden deze songs volgens mij een stuk beter geklonken. Ten slotte is daar nog de instrumentale afsluiter "Babies With Rabies" dat me zowel titel als muziek doet denken aan Phoebe Buffay van Friends. Samenvattend: Jenny laat ons horen wat haar muzikale achtergrond is en dat is soms interessant en soms wat vervelend. Zoals in feite elke geschiedenis.
File Under: Bring Back Art
File Audio: [ Spell D-O-G]
Shy Child - Noise Won't Stop
Het houdt niet op met de teringherrie, zo zingt, nee schreeuwt Pete Cafarella van Shy Child op het titelnummer van deze plaat. Inderdaad zeg. Het is wel even wennen, luisteren naar deze Simon LeBon soundalike achter een voice distortion over beats die nog het meest lijken op een mengelmoes van The Knife, Klaxons en !!!. Het is vreemd als het Zweedse Mes, de sirenes die Klaxons al bij KLF vandaan haalde steken ook bij Shy Child veelvuldig de kop op en de percussie ligt in het aangename verlengde van de stadsgenoten van !!!. Maar tof is het wel. Opener "Drop The Phone" is er een die je meteen op repeat wilt zetten, terwijl de bubbling beats van "Good and Evil" zeker niet zouden misstaan op een willekeurige Rotterdamse Now&wow-party. "Pressure To Come" is één brok intensiviteit en energie, terwijl de vrouwelijke vocalen die op "Generation Y" worden uitgesmeerd zeer fijn zijn in combinatie met Cafarella. Enige nadeel is dat je na drie keer luisteren een redelijke koppijn begint te ontwikkelen. Al het gepiel met sirenes, bliepjes en rare geluidseffecten is niet erg bevordelijk voor de rust onder de hersenpan. Wat dat betreft is de gladde popplaat die Klaxons heeft uitgepoept toch iets meer mijn ding. Toch mag ik niet te veel mierenneuken. Noise Won't Stop is een prima plaat, en Shy Child zou zomaar eens de volgende new-rave sensatie kunnen worden. Al is het wel heel makkelijk om ze maar weer in dat vakje te proppen. Maar goed, nu is het al gebeurd.
File Under: Uiterst dansbare Rivella op plaat
File Audio: Shyspace
Pleasure Forever - Bodies Need Rest
Af en toe krijg je van die promo's toegestuurd waar je veel moeite voor moet doen. Bij deze kreeg ik alleen maar een cd, meer niet. Op die cd verder alleen de naam "Pleasure Forever" en de titel Bodies Need Rest. Dat was het (hij zag er verder uit als een Noorse blackmetal-cd, met van die wazige bomen tegen een grijze lucht). Ik als bandjeskenner had er vanzelfsprekend weer eens nooit van gehoord en aldus ging het schijfje de spelert in en begon ik mijn Google-speurtocht. Dit Pleasure Forever heeft in het verleden blijkbaar ooit eens een plaat uitgebracht via Subpop (toch geen kleintje) en dit blijkt een intussen hun derde postume plaat te zijn. Want ze bestaan niet meer. Deze cd is een verzameling b-kantjes, internet-singles en EP's, van relatief wisselende kwaliteit (lees: klinkt hier en daar als een goed geproduceerde demo). Indiepsychedelica van de garage-soort, met zuigende gitaren, jengelzang en een lekker gruizige sound, zonder al te smerig te worden. Alsof je een willekeurige oefenruimte in de jaren 80 binnenstapt, waar het geluid van fuzz-pedalen en chorusbakjes je tegemoet komt (Kleef, lees je mee?). Behoorlijk primitief bij vlagen, maar met het hart op de juiste plaats. Zodoende een aardig schijfje voor de verzamelaar van de obscuurdere gitaarpsychedelica.
File Under: Postume gitaarpsychedelica
File Audio: [klik]
Minus The Bear - Planet Of Ice
De vaste lezers weten wel dat mijn huisgenoten vaak niet bepaald staan te springen tijdens het ongevraagd beluisteren van mijn recensie-cd's. Hoe anders was dat deze keer. Ik kreeg zelfs een smeekbede deze cd weg te geven! Gelukkig ging het hier om een gebrande schijf zonder hoesje, dus heb ik 'm zelf maar gehouden. Niet alleen daarom overigens, Planet Of Ice is een toffe plaat, zelfs al is het genre meer iets voor mijn emo-huisgenote. Minus The Bear speelt van die stijl een intellectuele versie. Alsof Panic! At The Disco covers van Battles speelt, de Mars Volta ineens toegankelijke muziek met de zanger van Mew maakt of toch Karate die hun bandnaam eer aandoen. We piekerden samen wat af, maar het kwartje wilde niet vallen. Wat ik als een goed teken beschouw. Minus The Bear geeft toch echt een aardige draai aan hun, ook voor tienermeisjes acceptabele, indierock. De eerste helft van de plaat is verbluffend: melodieuze maar toch pittige zanglijnen gecombineerd met synthesizers, priegelige gitaren en uitstekend drumwerk. Ook de bijna constante dubbele vocalen zijn niet te versmaden. Het rustig beginnende "Ice Monster" combineert Death Cab For Cutie-melancholie met een ijzersterk agressief einde. Deze band weet wanneer er gas moet worden gegeven, check daarvoor ook de fijne gitaarsolo's in "Knights". De tweede helft van het album is wat minder, eerst is daar het toepasselijk getitelde "Part 2", wat begint als een akoestische ballade die helaas niet wordt uitgebouwd tot het epos wat ik verwachtte. Aan het slot van de plaat rent de band zich wat voorbij in een paar al te snelle nummers. Niettemin een prima plaat en ik denk dat ik een goed idee heb voor een verjaardagscadeau.
File Under: Op weg naar het grote publiek
File Audio: [Bear-Space]
No Age - Weirdo Rippers
Veel harde gitaarmuziek brengt het Engelse fijnproeverslabel Fat Cat niet uit. Maar als zij iets met veel venijnig bijtend gitaarwerk uitbrengen, dan is het altijd iets bijzonders en zeker verrassends. Vorig jaar rond deze tijd verscheen bijvoorbeeld het overdonderende Do Easy van Giddy Motors, een extreem vinnig werkje. De debuut-cd van No Age is ook weer zo'n aangename verrassing. Het duo uit Los Angeles bracht tot deze cd hun muziek alleen maar op vinyl uit via een handvol obscure labels. Weirdo Rippers bevat een deel van deze tracks en is aangevuld met enkele nieuwe tracks. Ruw, rauw en experimenteel zijn hier de kernwoorden wat mij betreft. Het openingsnummer "Every Artist Needs A Tragedy" combineert op bijzondere wijze het doffe Joy Division-drumgeluid met Sonic Youth-achtig gitaarwerk, maar dan wel op een manier die klinkt als op cd gekwakt ruw beton. Het volgende "Boy Void" doet er nog een schepje bovenop en voegt de rammelende snelle kant van The Ramones aan de sound toe. Maar verderop tonen Randy Randall en Dean Spunt zich ook beheersers van Animal Collective-achtige gekte. Dat levert al met al genoeg stof tot nadenken op. Op een bepaald moment dacht ik: 'vind ik dit nu wel of niet geweldig?' Dat klinkt misschien raar, maar is het niet. Weiro Rippers is door zijn schokkende rauwe compromisloosheid namelijk zo'n cd waar je een haat-liefdeverhouding mee ontwikkelt.
File Under: Weird indeed.
File Audio: [NoSpace]
File Video: [Boy Void]
VA - Psychedelic States: Colorado in the 60s
Het onvolprezen reissuelabel Gear Fab heeft er vier jaar over gedaan: het samenstellen van deze plaat met freakbeat, psychedelica en andere goudklompjes uit de jaren zestig. Colorado is de tiende staat die wordt aangedaan in de prachtige reeks Psychedelic States. Voor het eerst is er een dubbelaar samengesteld, terwijl de meeste staten moesten het met meerdere separate delen. Of dat betekent dat er in Colorado minder goud is te rapen weet ik niet. Wel dat de achtenveertig tracks vaak zeer de moeite waard zijn. Dat begint al bij het geschifte The Monocles ("Psychedelic, That's Where It's At"), waarna The Soothsayers hun versie van Byrds-folkrock laten horen (het geweldige "I Don't Know"). De informatie in het boekje is als altijd redelijk adequaat, maar voor veel bands geldt dat er stomweg niet of nauwelijks iets is terug te vinden over hun samenstelling. Wel is duidelijk dat Californië niet ver weg is en iets van de relaxte, maar ook ver doorgevoerde psychedelica uit San Francisco lijkt wel door te klinken (Doppler Effect's "God is alive in Argentina"). Overigens is Gear Fab van Florida verhuist naar Colorado, dus wellicht dat Roger Maglio en consorten toch meer van hun gading denken te vinden aan de voet van de Rocky Mountains dan in Florida, waar ze eerder gevestigd waren.
File Under: Garages in Colorado
Pukkelpop 2007 napret - zaterdag 18 augustus
Voor wie het weten wil: dit keer bestond mijn ontbijt uit een koffie en een smos ham/kaas. Zo, hebben we dat ook weer gehad. We waren ook nu weer vroeg op het festivalterrein, zo vroeg zelfs dat we de allereerste band zagen. Hellogoodbye zag er uit als een soort Weezer en zo klonken ze eigenlijk ook wel een beetje. De uitspraak 'I don't speak Belgium' was in ieder geval de moeite waard en kon ook op een sympathiek gelach vanuit het publiek rekenen. Vervolgens troffen we in de ronde Chateau-tent de eerste verrassing van de dag, namelijk het Gentse The Bony King Of Nowhere. De band rond de 21-jarige Bram Vanparys speelde een sfeervolle, melancholische set. Hadden we hier te maken met de Vlaamse Bonnie 'Prince' Billy? Dit was heel mooi. Aangezien het gezelschap waarin ik verkeerde niet stond te popelen om naar de bliepjes van Home Video te gaan werd het andermaal The Rakes. Ook deze Britse band doet het wel goed bij mij, al moet ik wel toegeven dat het vooral de liedjes van hun eerste album zijn die mij doen swingen. Al met al toch een goed optreden.
Lees verder..Gratis belminuten en helpdesk bij Vodafone Vast Bellen en Internet
Vanaf 1 juni biedt Vodafone naast mobiele diensten ook digitale telefonie en internet voor thuis. Voor klanten die al een mobiel abonnement bij Vodafone hebben, is Vodafone Vast Bellen en Internet extra aantrekkelijk. Zij kunnen als ze een abonnement nemen op Vast Bellen en Internet van Vodafone niet alleen gratis met hun mobiele telefoon naar de klantenservice bellen, maar ze krijgen op hun vaste lijn ook een gratis belbundel van 1000 minuten per maand, waarmee ze in het weekend kunnen bellen naar vaste nummers en Vodafone mobiele nummers in Nederland.
Klanten die geen mobiel abonnement bij Vodafone hebben, krijgen bij een abonnement voor Vast Bellen en Internet gratis een SIM-kaart waarmee ze met hun huidige GSM-toestel gratis kunnen bellen naar de Vodafone helpdesk. Andere nummers kunnen met deze SIM-kaart tegen standaard mobiele abonnementstarieven worden gebeld. Gebeld worden op deze SIM-kaart kan ook. Vanaf de eigen vaste lijn is dat extra voordelig omdat klanten met Vodafone Vast Bellen en Internet met hun vaste telefoon voor € 0,10 (40% goedkoper dan het standaard tarief) naar alle Vodafone mobiele nummers in Nederland kunnen bellen.
You Say Party! We Say Die! - Lose All Time
Er stond me iets van bij dat ik die vorige plaat niet lang geleden gerecenseerd had. Dat klopt. Hit The Floor! is uit 2006 en al in dit jaar verschijnt Lose All Time, het tweede album van het uit Vancouver afkomstige postpunkpopkwintet. Waar het eerste album vooral de postpunk benadrukte, heeft de pop op Lose All Time wat meer aandacht gekregen. Niet dat er niet meer geschreeuwd en gerock-'n-rold wordt, maar melodieën en koortjes spelen een wat grotere rol. Neem "Teenage Hit Wonder" of het daarop volgende "Monster" en je weet wat ik bedoel. Nog steeds denk ik Love is All, maar nu gemixt met de eerste platen van The Donnas. Zangeres Becky Ninkovic blijkt veel meer te kunnen dan alleen maar schreeuwen en de band blijkt veel meer te kunnen dan raggen op gitaren en pompende beats uit synthesizers krijgen. Dat betekent simpelweg dat Lose All Time een betere plaat is dan het debuut. Het recept is hetzelfde, de band is alleen beter gaan koken. De band heeft niets ingeboet aan het enthousiaste jonge-hondengedrag dat de eerste plaat zo leuk maakte, maar is, zoals dat dan heet, gegroeid, wat het feest nog groter maakt. Het lijkt me nu nóg leuker om naar YSPWSD te gaan kijken en luisteren. Mijn wachten op een nieuwe tour wordt gelukkig ingelost. Ergens in november is de band in Europa. Hoera.
File Under: I say party!
File Audio: [Partyspace]
File Video: ["Monster"]
Lisa Germano - Lullaby For Liquid Pig
Als ik eenmaal een cd in de kast heb staan van een artiest let ik er nooit meer op of zo'n cd nog verkrijgbaar is of niet. Dat lijkt me ook niet meer dan logisch, want wat moet ik met nóg een versie van zo'n cd. Lisa Germano's Lullaby For Liquid Pig heb ik dus al sinds vlak na de release in mijn cd-kast staan en veelvuldig gedraaid. Niet raar ook, want het is een alhoewel donkere, toch wel heel erg fijne singer/songwriterplaat. Met graagte verleenden beroemde gasten (Johnny Marr, Neil Finn, Wendy (van Lisa), Butch) hun diensten aan Germano's songs die verslavingen en kwalijke gevolgen ervan als thema hebben. Maar goed, mijn cd blijkt nu dus een soort van collectors item te zijn. Het origineel op Ineffable verschenen album was namelijk al een tijdje niet meer te koop te zijn. Gelukkig vertoeft Germano sinds haar vorige cd In The Maybe World onder de vleugels Young God Records, het label van ex-Swans-frontman Michael Gira. En daar vonden ze het wel een goed idee om de cd na het bescheiden succes van In The Maybe World opnieuw uit te brengen. Zeker een goed plan! Helemaal omdat ze er onder de titel Extra CD for Pig een bonus-cd bijgevoegd hebben met daarop thuisopnamen, opnamen uit Lissabon en Los Angeles. Beetje raar daarbij is wel dat de liedjes op de cd deels van nieuwe cd zijn, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Bovendien: de cd Lullaby For Liquid Pig wordt er geen cent duurder van. Dus tel uit je winst zou ik zeggen en probeer deze intrigerende dame eens uit.
File Under: Meer dan terechte heruitgave
File Audio: [Paper Doll]
VA - Planet Heartbreak Volume 2
Als je even niet oplet ben je niet meer bij met de hippe bands. Er zijn diverse mogelijkheden om snel die achterstand weg te werken. Een mogelijkheid is het bezoeken van festivals. Dit leverde mij, net terug van Lowlands, een paar erg pijnlijke voeten op. Een manier om dit te voorkomen is dergelijke evenementen op tv te volgen of eens lekker rond te gaan zoeken op sites als MySpace. Weer een andere manier is het beluisteren van verzamelcd's, zoals Planet Heartbreak die kennelijk al aan een Volume 2 toe is. Stuck In A Day Records probeert alternatieve Nederlandse bands te ondersteunen, en lijkt dus als "kenner" helemaal mijn ding. Bij bestudering van het hoesje zie ik een aantal bekende, maar gelukkig ook onbekende bands. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Wat mij echter bij het draaien van de cd opvalt is het missen van een rode muzikale draad, behalve dan dat het Nederlands artiesten zijn en het thema ldvd is. De totale cd klinkt helaas als een middag willekeurig surfen langs de alternatieve muzieksites op het internet. Toch kan ik moeilijk gaan zeuren als een label er slechts vier euro voor vraagt. Je krijgt dan in ieder geval tracks van een aantal bands die ik de moeite waard vind: Kensington (mijn ontdekking van deze cd, britpop meets emo), Findel (electrorock, vooralsnog op cd leuker dan live), You Me Electricity (electropop uit Utrecht) en Silence Is Sexy (de Nederlandse Interpol).
File Under: Delen zijn leuker dan het totaal
Pukkelpop 2007 napret - vrijdag 17 augustus
Redelijk uitgeslapen en met een goed ontbijt in de vorm van een gebakken ei met spek en een straffe bak koffie in the pocket genoten we van het zonnetje bij de tent waar Nosfell deze dag opende. Wat een rare snuiter is die zanger c.q. stemkunstenaar zeg! Van zijn presentatie kreeg ik een beetje uitslag op diverse niet te noemen lichaamsplekken en kon daarom niet genieten van de toch wel bijzondere muzikale stukjes die gefabriceerd werden. De echte opener van de dag bleek Art Brut. Dat is een stuk eenvoudiger, dus heel wat makkelijker om mee op gang te komen. Dit kleurrijke gezelschap uit Engeland was op dit vroege tijdstip aangenaam goed op dreef met hun Britse punkpop en bijzonder geinige teksten van frontman Eddie Argos. Van een zanger kun je hier niet spreken, deze gast staat zijn teksten gewoon te declameren. Het zijn ook erg leuke teksten, bijvoorbeeld over dat we het niet meer moeten pikken dat platenzaken tegenwoordig meer computerspellen en film-dvd's in de schappen hebben liggen dan muziekdragers. En nog steeds draagt hij de boodschap uit dat iedereen een band moet beginnen. Ik had ze al eens eerder gezien in de Effenaar, maar ik had niet gedacht dat ik ze bij een tweede keer nog steeds zo leuk zou vinden.
Lees verder..Simone Fiorletta - My Secret Diary
Simone Fiorletta is Italiaan, gitarist en heeft een solo-album uit bij Lion Music. "Ohoh", denkt de kenner nu, "een neo-klassieke 10-noten-per-seconde ik-kan-sneller-toonladders-op-en-neer-dan-jij shredder". Mis. Collega Storm vond hem bij zijn vorige album al veelbelovend en ik sluit me daar van harte bij aan. Wat zeg ik, méér dan veelbelovend. Fiorletta heeft de drie muzikanten die meepingelen niet als behang meegenomen en geeft ze veel ruimte om ook hun bijdragen te leveren. Met name toetsenist Andrea De Paoli draagt enkele songs met zijn piano- en orgelspel. Zeker, Fiorletta scheurt er zo nu en dan flink vandoor, maar tegelijkertijd schuwt hij ook een stukje classic rock of jazz niet. Daardoor is dit album al heel wat afwisselender dan de meeste solo-albums van rockgitaristen. Waar ik me bij anderen nog wel eens afvraag hoe ze zich in godsnaam kunnen handhaven in een bandsituatie met hun megalomane ik-plak-elk-gaatje-dicht-spel, vraag ik me bij Fiorletta af hoe lang het gaat duren voor een bekende band hem oppikt. De man kan melodieën schrijven, geeft anderen de ruimte en is technisch ook nog eens veelzijdig. Ik kan zo heel wat bands bedenken die met deze man in de gelederen de laatste stap naar een doorbraak zouden kunnen beleven. Vooralsnog zit Fiorletta in Moonlight Comedy Maar ach, een Italiaan, dus misschien kan hij zijn mamma niet missen. Zo lang hij van tijd tot tijd platen als deze blijft uitbrengen vind ik het allemaal best. Ik ben niet meer zo verrast geweest door een gitarist sinds ik kennismaakte met Milan Polak. En het is u wellicht al eens opgevallen, die vind ik er-rug goed...
File Under: Smakelijk en volwassen gitaarspel
File Audio: [FiorlettaSpace]
Molton - Molton
Vaak klinkt muziek in een andere omgeving veel beter dan gewoon in je eigen huiskamer. Zo was ik een paar jaar geleden in Utrecht voor een optreden van Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra & Tra-La-La Band en de dj draaide enkele nummers van de cd "Spiderland" van Slint. Ik kende die nummers redelijk goed want ik heb jarenlang een cassette van dit album gehad. Toch klonken de nummers op dat moment, vlak voordat de band moest opkomen, een heel stuk beter. Ik heb de cd toen ook zelf gekocht en sindsdien draai ik die weer regelmatig en toen ik las dat Molton beïnvloed is door Slint en Tortoise, was ik ook erg benieuwd naar de titelloze cd vandit Hamburgse gezelschap. Nou, dat viel behoorlijk tegen. De invloed is wel terug te horen, voornamelijk in de samenspel van gitaren en basgitaar, maar Molton kan zich absoluut niet spiegelen aan Slint. De cd bevat acht songs die mij in ieder geval niet genoeg kunnen boeien. Ze bevatten veel tempowisselingen maar daar worden deze songs niet spannender door, eerder saaier. Ik kan me wel voorstellen dat het live een stuk interessanter klinkt, maar op een cd komt het jammer genoeg niet over. Een van de weinige lichtpuntjes is "Not the Best Thing To Do", in dit nummer kun je horen dat er wel enig songschrijverstalent aanwezig is bij deze Duitsers. Molton heeft twee zangers, een voor de Duitse teksten en een voor de Engelse teksten en ze hebben beiden niet zo'n vaste stem. Ze kunnen allebei maar met veel moeite de melodie volgen of vasthouden. Misschien zou Molton het eens met instrumentale nummers kunnen proberen of zoals Slint dat ook doet, met een meer vertellende zanger.
File Under: Not the Best Thing
Darkwater - Calling The Earth To Witness
Het nadeel van veel progmetalbands vind ik dat ze nogal eens verzanden in notendiarree en ander technisch geneuzel. Dan haak ik snel af. Het Zweedse Darkwater behoort gelukkig niet tot deze categorie. Daardoor is hun debuut-cd Calling The Earth To Witness een album geworden dat zonder meer aan te bevelen is voor hen die liefhebber zijn van bands als Dream Theater en Symphony X. Maar ook als je van net iets minder harde progressieve muziek houdt dan is deze band zeker de moeite van het proberen waard. Ik moet bijvoorbeeld ook regelmatig aan Enchant denken. Dat komt vooral doordat zanger/gitarist Henrik Bäth op een manier zingt die herinneringen oproept aan Enchant's zanger Ted Leonard. Maar voor Darkwater hoef ik minder hard te werken om het te kunnen waarderen dan Enchant. Dit komt doordat de zanglijnen van Bäth gemakkelijker in het gehoor liggen dan die van Leonard. Goed voorbeeld hiervan is het in twee delen uitgesplitste "The Play". Dat is een knap staaltje werk. Deel een is een ballade en gaat naadloos over in het wat hardere deel twee en weet van begin tot het einde tien minuten later de aandacht vast te houden. Ook in de andere behoorlijk lange nummers lukt Darkwater dit doordat ze het qua stijl breder kijken dan alleen maar progmetal en een lik AOR of melodische hardrock allerminst schuwen. Duidelijk een verrassende aanwinst deze band.
File Under: Sterke Zweedse melodieuze metal
Bright Eyes
Als ik mijn ouderwetse analoge cassettetaperecorder installeer kijkt Conor Oberst geïnteresseerd toe. "Analog tape is the best", merkt hij droogjes op. Hij kan het weten. Al op zijn dertiende maakte hij in de kelder van zijn ouders opnames van zijn eigen nummers op een viersporenrecorder. Op het nieuwste album, Cassadaga, lijkt het analoge stramien van voorheen vaarwel te zijn gezegd. In vergelijking met de doorgaans sobere opnames van eerdere albums vallen nu de immense sound en de weelderige orkestratie op.
Oberst: Bij Wide Awake en Digital Ash [de twee albums die in 2005 gelijktijdig uitkwamen] hadden we heel sterk de insteek twee homogene, los van elkaar staande platen te maken waarin de verschillende aspecten van onze muziek scherp tot uiting konden komen. Met Cassadaga deden we eigenlijk het tegenovergestelde. We gingen de studio in en namen zo’n dertig nummers op, om op een gegeven moment eens terug te kijken welke daarvan bij elkaar op een album zouden kunnen horen. En wat betreft de orkestratie: we hadden altijd al wel wat strijkers in onze nummers, maar we probeerden meer een orkest te imiteren door middel van multitracking. Voor Cassadaga heeft [pianist, trompettist] Nate Walcott alle arrangementen thuis geschreven en mij daar telkens demootjes van gestuurd. Aan die opnames zijn we flink gaan sleutelen en huurden we uiteindelijk een ensemble in om alles echt op te nemen. De benadering van dit album was al met al minder doordacht en we hebben in vergelijking met vorige opnames meer tijd voor het hele proces genomen.
Lees verder..Will Haven - The Hierophant
Wie aan Will Heaven, denkt aan de Deftones. De band was afgelopen maart nog mee als voorprogramma van hun stadsgenoten uit Sacramento en was te zien in een videoclip van de Deftones. Will Haven zal ook nooit uit de voetsporen van hun grote broer treden. Hun mix van metal en hardcore is solide, een bak herrie kunnen de heren wel maken. Erg stabiel is de band trouwens niet. Eind 2002 trekt zanger Grady Avenell de stekker uit Will Haven. In 2005 komt de band weer bij elkaar, om in 2006 van zanger te wisselen. Avenell schreef nog wel een groot gedeelte van de nummers op The Hierophant, maar zingt zelf niet. Zijn plek wordt ingenomen door Jeff Jaworski, voormalig zanger van punkband Red Tape. Jaworski is geen onbekende voor Will Haven, op het in 1999 verschenen WHVN doet hij al mee op het naar hem vernoemde nummer Jaworski. The Hierophant is het eerste album in zes jaar tijd van Will Haven, maar klinkt niet wezenlijk anders dan zijn drie voorgangers. Het geheel klinkt typisch Amerikaans. Nu-metal met hardcore. Gedateerd zegt u? Tsja, misschien. Will Haven heeft het nooit helemaal waar kunnen maken, daar zal dit album geen verandering in brengen. De nummers zijn in orde, de gitaren gieren, het keyboard wat af en toe te horen is voegt niet veel toe. Het is niet wereldschokkend allemaal. Iedereen die de voorgaande albums heeft gemist kan ook deze rustig in de winkel laten liggen. De meeste fans van de Deftones, 36 Crazyfistsen Soulfly zullen dit leuk vinden en kunnen The Hierophant blind aanschaffen.
File Under: Amerikaanse nu-metal met hardcore.
File Audio: [ MySpace]
The Border - Summer To Summer
Ergens in het zuiden van Nederland ligt een goed bewaard geheim verborgen. In tegenstelling tot talloze rockbandjes in Nederland die nogal hoog van de toren blazen, of meer bezig zijn met pr dan met muziek maken, is The Border vooral bezig met muziek maken - de release van de plaat heeft door perfectionisme dan ook lang op zich laten wachten - en lijkt de release van Summer to Summer eigenlijk aan ieders oog en oor voorbij te gaan. (Ja, het is zomer en de plaat is nog niet heel lang uit, maar toch.) Dat is jammer, want Summer to Summer is een erg fijn plaatje van Nederlandse bodem en The Border verdient meer aandacht. De bezwerende stem van Emil Krischer, de man achter The Border, leidt de luisteraar door een plaatje vol opzwepende rock - "Dance Like Elvis" is niet alleen een sterk liedje, maar ook nog eens erg dansbaar - dat genoeg verrassingen in petto heeft om tot het einde interessant te blijven. Zo is "Brakes and spacers" een erg gezellig a capella liedje dat op het juiste moment van de plaat opgenomen is om even tot rust te komen na, door welluidend gitaarloopje als intro gemakkelijk tot stadionrocker te bombarderen, "Legs enhanced". Zelfs "Low vibrations", een ruim zestien minuten durend liedje, dat afgesloten wordt met tien minuten noise, gaat niet vervelen. De teksten zijn helaas niet overal even sterk - "My tool is on fire, you spit on your command" - maar de muziek maakt dat ruimschoots goed. Ook prima voor in de auto, overigens. Zelfs op een zonovergoten kustweg in het noorden van Spanje. Ik heb het zelf geprobeerd.
File Under: Het best bewaarde geheim van Breda
File Audio: [Borderspace]
Südstern 44 / Deadpeach
Spacerock, psychedelische rock, ik dacht altijd dat dat een sec mannelijke aangelegenheid was. Het Duitse Südstern 44 bewijst mijn ongelijk. Dit Berlijnse kwartet heeft zelfs met Ellipopelli een zangeres in de gelederen. Niet dat ze veel aan het woord komt overigens, maar psychedelische rock met een vrouw klinkt toch anders, zo blijkt. Zwoeler, verwarder. En ook zonder de bijdragen van Ellipoppelli klinkt de muziek van de band die verder bestaat uit Sula Bassana, Julius-K en Walt Jahn ook al behoorlijk verwarrend. Ik zou willen zeggen dat ze klinken als een slechte trip, maar dat zou je negatief uit kunnen leggen en dat is niet de conclusie die ik wil overbrengen. Maar ik zou niet weten hoe ik de verwarring die Südstern 44 zaait met deze fraai vormgegeven debuut-cd anders zou moeten omschrijven. Het is in ieder geval een lovenswaardig stukje nichewerk.
Alhoewel nichewerk, wat lul ik nou, Roadburn was dit jaar in Tilburg strak uitverkocht. Maar goed, de uitdrukking fraai stukje nichewerk gebruik ik toch ook maar voor Deadpeach (lekker smakeloze naam overigens!). Maar deze Italianen trekken wat meer de woestijn in om op zoek te gaan naar wat vuige gruizige riffs die Kyuss daar rond heeft laten slingeren. In tegenstelling tot Südstern is de grote lijn bij Deadpeach, alhoewel in flink wat dampen van kruidige sigaretten verborgen, wel een stuk duidelijker. Het maakt Psycle wat makkelijker qua luisterbaarheid dan het titelloze debuut van hun Duitse labelgenoten. Bovendien wordt er bij Deadpeach een stuk meer gezongen dan bij Südstern, maar dat gebeurt wel met zo'n enorm accent dat het Italo-Engels een bijna grappig effect heeft op het geheel. Goede fuzzy psychedelica voor fijnproevers.
File: Deadpeach - Psycle
File Under: Italiaanse & Duitse kruidige dampen
File Audio: [Südstern 44][Deadpeach]
Phideaux - Doomsday Afternoon
Aanvankelijk was Phideaux een los-vast gezelschap met drummer Rich Hutchins, multi-instrumentalist en zanger Xavier Phideaux en allerlei muzikanten uit Phideaux' omgeving. Zo langzamerhand kun je wel zeggen dat het een band is, want je ziet steeds dezelfde mensen terugkeren op de platen die hij met ijzeren regelmaat uitbrengt. Ook Doomsday Afternoon is weer met hetzelfde clubje gemaakt, met onder anderen muzikant en producer Gabriel Moffat en zangeres Ariel Farber. Opvallend verschil met de vorige platen is dat Phideaux niet langer vasthoudt aan songs van drie tot vijf minuten. Integendeel, drie songs zijn acht of negen minuten lang, "Micro Softdeathstar" bedraagt elf minuten en "Microdeath Softstar" duurt zelfs bijna een kwartier. Hoewel de songs nog steeds sombermansverhalen zijn - de ondertitel van dit album is An Eco Terror Tale - en spaarzame instrumentaties bevat, maken de lange songs vol sfeerwisselingen en de deze keer buitengewoon fraaie en volle productie van Moffat dit album meer dan voorheen ook geschikt voor progrockers. Wie nu al liefhebber is van dit opmerkelijke gezelschap hoeft niet te schrikken. Het blijft zeer herkenbaar Phideaux, met vooral heel veel sfeer en zonder kijk-mamma-zonder-handen-instrumentalisten. Maar met dit album maakt Phideaux zijn muziek toegankelijk voor een veel grotere groep zonder concessies te doen aan zijn stijl. Stronteigenwijs en iedere keer weer een stukje beter. Ik mag die Phideaux wel.
File Under: Stronteigenwijs en iedere keer weer een stukje beter
File Audio: ["Formaldehyde" en "Microstar" edit op PhideauxSpace]
Poverty's No Crime - Save My Soul
Volgens mij moet ik mij diep schamen. Ik ken eigenlijk niets van de Duitse prog metalband Poverty's No Crime. Ik ken in dit hoekje van onze oosterburen eigenlijk alleen Vanden Plas en het aanverwante Abydos. En dit terwijl deze band nu alweer met hun zesde album op de proppen komt. Bijna vier jaar na de voorganger The Chemical Chaos, komen ze met Save My Soul. De band heeft die periode gebruikt om de batterijen weer eens even flink op te laden en hun horizon in diverse richtingen te verbreden. Na zo'n lange sabbatical is het even afwachten om te zien, als men dan weer bij elkaar komt, of er nog een goede energie en chemie is tussen de bandleden. Maar ik kan jullie geruststellen. Het zesde album, dat net geen 54 minuten telt, bevat zeer aangename, weliswaar relatief rustige, progmetal. De uitstekende zanger, Volker Walsemann, zingt moeiteloos zijn partijen. Er staan een paar behoorlijk aanstekelijk tracks op het album, zoals het meeslepende "In The Wait Loop". Het gebruik van niet alledaagse instrumenten en geluidseffecten (als op "The Key To Creativity") past prima bij de toch al sterke en strakke nummers. Voor diegenen die nog niet bekend zijn met de band, je moet ze qua stijl een beetje zoeken in het hoekje waar ook bands als Arena, Marillion, Masterplan en Dream Theater vertoeven.
File Under: Schöne progmetal aus Deutschland
File Audio: [ MySpace]
Paul Spencer & The Maxines - Cut The Jive
Zonder het internet had mijn vrienden en -kennissenkring er heel anders uitgezien. Sterker nog, ik ken zelfs mijn lief via dit medium. Verder ken ik vele anderen, zoals het opperhoofd van dit weblog. En zonder het internet was er simpelweg geen File Under, en had ik andere wegen moeten bewandelen om stukjes gepubliceerd te krijgen. Ik ontmoet nog steeds mensen virtueel. Zo raakte ik aan de chat (praat) met ene Paul Spencer. Hij bleek in 2005 een album onder zijn eigen naam uitgebracht te hebben. Dit jaar was er dan de opvolger samen met "The Maxines", getiteld "Cut The Jive". Aangezien ik ook wat over mezelf los liet kwam de vraag, die de reden is voor dit stukje, namelijk of ik er iets over wilde schrijven. Hij zou het leuk vinden dat ook mensen in Nederland kennis namen van zijn muziek. Ik ging dus over stag en het eerste dat ik tegen Paul zei, "Herman Brood". Ik moet namelijk erg denken aan onze grootste rock 'n' roll -held aller tijden. De onderwerpen in de liedjes van Spencer zijn ook te vinden in de seks, drugs en rock 'n' roll (en koffie). Paul was erg verguld met deze referentie. Nu is de muziek niet regelrecht een kopie, want de muziek is ook gebaseerd op de fifties rock 'n' roll en dan weer in een mix met de new wave van bands als Mink DeVille en Elvis Costello & The Attractions. Absolute uitschieter is de titelsong (met piano!) "Cut The Jive". Gezien de vergelijkingen die ik bespeur vraag ik me af hoe oud Paul eigenlijk is. Lijkt me een goed begin van onze volgende chat.
File Under: In de Amerikaanse geest van Herman Brood
File Audio: [Een aantal nummers in lo-fi]
Pukkelpop 2007 napret - donderdag 16 augustus
'I don't speak Belgium' was toch wel één van de betere uitspraken die vanaf het podium klonk afgelopen weekend op de festivalweide van Kiewit/Hasselt. Ook dit jaar was het weer een zeer vermakelijk festival met een routing die opvallend vaak via de Special Beerbar ging ('doe maar een cola, of nee: toch maar een Grimbergen'). Niet dat het daarom mij niet lukte om van de allereerste act Seasick Steve een glimp op te vangen. Ik stond nog te stoeien met een tentje op de camping. Spijtig, want ik hoorde van twee vrienden dat de krasse man-op-leeftijd daar in z'n eentje een lekker stukje rauwe countryblues neer wist te zetten.
Lees verder..Next Waste Dimension - Rewire Reality
1,2,3,4...links bijhalen, rechts uitstappen....1,2,3,4..en andersom. Dansen is het stramien. Schudden met die billen, zak maar lekker door! Next Waste Dimension mixt namelijk op hun debuut Rewire Reality deathmetal met moderne dance. Vooral die laatste term schept verwachtingen. Een beetje dansen op zijn tijd is altijd fijn. Het wordt weer eens tijd voor een goede kruisbestuiving. Ik mag graag luisteren naar Remanufacture van Fear Factory of The Odyssey Of The Mind van Die Krupps. Alleen al voor het proberen worden bonuspunten bijgeschreven. Toch ben ik een klein beetje teleurgesteld. Slechts sporadisch voelde ik een lichte aandrang om ritmisch te bewegen. En als het wel kriebelde werd dat gevoel snel weer om zeep geholpen door een of ander lullig keyboard-melodietje. Of door een beukende gitaar, maar dat is dan wel weer lekker. Daar zit hem ook een beetje de krux van dit album. Eigenlijk is het gewoon een deathmetal-plaat met wat meer ondersteunende elektronica dan gemiddeld. Niet dat dat heel erg is, maar er had gewoon meer ingezeten. Gewoon de stoute schoenen aantrekken en volgend jaar de danskraker van het jaar uitbrengen, waar menig metal-adept spontaan al zijn schroom van laat varen en in zijn zilveren glitterpak een gat in de nacht mee danst. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt. Talent is er zeker.
File Under: Nog even verder kabelen
File Audio:[NWD]
Madball - Infiltrate the System
"Wil je alsjeblieft weer emo gaan draaien", smeken mijn huisgenoten. Pech voor hen dat er net twee uitstekende hardcore-platen zijn uitgekomen. Eerst was er de nieuwe Allegiance nu is er Infiltrate the System, het zesde album van de veteranen van Madball. Om maar met de deur in huis te vallen: ouderwets goed. Vernieuwend als de menukaart van Van der Valk en subtiel als een sloophamer. Met de bekende thema's. 'No peace without justice', zingt Freddy in openingstrack "We the People". Madball snijdt wel duidelijker politieke thema's aan dan we van de New Yorkers gewend zijn. En de collega's van Slapshot krijgen er op "No Escape" ongenadig van langs. Ook in hardcore is de clash tussen twee scenes een thema. Zanger Choke van Slapshot uit Boston vindt de bands uit New York maar een stelletje mietjes. 'Run, hide. You can't escape what's coming', belooft Madball op zijn beurt. Het hoort er allemaal bij. Toch lijkt ook Madball zich zorgen te maken over de NYHC, getuige afsluiter "Stand Up NY". Al met al staan er gewoon dertien sterke, ouderwets (hé daar is dat woord weer) groovende nummers op Infiltrate the System. De 'full Madball-experience' krijg je echter alleen als je de band live aan het werk ziet. Voor de ouderen onder ons is dit een uitstekend zesde album, voor de nieuwe generatie hardcore-fans een prettige kennismaking met een van de grootste hardcore-bands ooit. Pech voor mijn huisgenoten, want Madball en Allegiance blijven nog wel even in mijn cd-speler zitten.
File Under: Ouderwets goed
File Audio: [MadSpace]
Robert Fripp - Churchscapes At The End of Time
Op www.dgmlive.com kunnen fans van Robert Fripp enorm veel concerten van vrijwel al zijn projecten downloaden. Helaas is dat niet altijd gratis, maar van alle concerten zijn er wel gratis previews van tracks of hot tickles te vinden om te luisteren of het concert de moeite waard is voor jou als fan. Als je eenmaal een concert gedownload hebt, kun je een recensie achterlaten over wat jij van het desbetreffende concert vond. Dat die stukjes vaak positief, en niet zelden zelfs lyrisch zijn zal je niet verbazen. Dat is niet altijd het geval, maar dan blijven ze, zoals het hoort, ook gewoon staan. Typisch Fripp is het dan wel weer dat 'ie in het boekje bij Churchscapes een negatieve bevinding van een fan opneemt die een concert van Fripp in een concert in Estland bezocht heeft. De man vraagt zich vertwijfeld af hoe een zo extreem getalenteerde man zo'n extreem saaie show op kan voeren. Tja, het is dan ook geen alledaagse kost die Fripp laat horen op deze cd die live-opnamen bevat van Soundscapes-concerten die Fripp gaf in kerken in Engeland en Estand. Maar dat geeft Fripp ook grif toe. Het is volgens hem zeker geen show, maar meer iets om alleen maar naar te luisteren. En inderdaad, er lijkt mij inderdaad ook weinig interessants aan het kijken naar een man met zijn Soundscapes- installatie om zich heen. Maar, o, o, wat zou ik graag eens de mogelijkheid hebben om zo'n performance bij te wonen. Want om te beluisteren zijn de improvisaties uitgaande van bestaande nummers van Fripp(en Eno) namelijk wel wonderschoon en rustgevend.
File Under: Vredig
Los Angeles - Los Angeles
Ik heb mijn iTunes meestal op "shuffle" staan. Vorige week hoorde ik een deuntje waar ik even verbaasd dacht: "Huh, Robin Beck? Die stond toch niet meer op m'n harde schijf?" Ik moet namelijk met enige regelmaat weer van alles verwijderen, vanwege oude pc en navenant kleine harde schijven. Terug naar Robin Beck. Die was het dus inderdaad niet. Het was de cd van Michele Luppi, een meneer. In het dagelijks leven zingert van powermetallers Vision Divine, maar op dit album enorrum aan het AOR'en. Hij laat hij een paar keer horen dat hij eng hoog kan zingen, zoals op "Thanks To You". Dat was dan ook het nummer dat me zo verbaasde. Hij zingt meestal een stuk lager, al is dat dan zeg maar Eric Martin-laag. En de man heeft echt een waanzinnige stem, dat moet gezegd worden. Muzikanten die meewerken zijn ook niet de minsten: onder anderen Gregg Giuffria (ex-House Of Lords), Tommy Denander (Speedy Gonzales en nog veel meer) en Fabrizio Grossi (Glenn Hughes, Starbreaker) maken hun opwachting. En toch, het wil alsmaar niet flonkeren. Dat ligt niet aan Luppi's stem, dat ligt niet aan de vlekkeloze uitvoeringen, het ligt alleen aan het gebrek aan originaliteit. Werkelijk, geen AOR-cliché is hier onbenut gelaten bij het schrijven van de songs. Teksten als "This is the last chance, this is the last time" die een keer of dertig langskomen in vijf minuten beginnen behoorlijk te vervelen als dat elf songs lang zo gebeurt. De zanglijnen zijn van hetzelfde laken een pak. Je kunt het verloop van elke song uittekenen. Hooguit een Richard Marx-fan beleeft hier nog lol aan. Misschien moet Luppi eens gaan samenwerken met iemand als Mike Slamer. Met goed songmateriaal zou deze man een sensatie zijn, nu blijft het goed gedaan, maar saaaai...
File Under: AOR-clichés all over the place
File Audio: [flashplayer]
Electric Orange - Morbus
Van deze Duitse krautrockers besprak ik eerder dit jaar al de re-release Platte, niet vreemd dus dat de opvolger de redactie alweer heeft bereikt. Qua speelduur is Morbus zeer ambitieus, de cd wordt van de eerste tot de laatste seconde gevuld, wat de zaak nogal moeilijk in één keer behapbaar maakt. Met zoveel tracks tussen de vijf en elf minuten hoef je er echt geen twaalf te spelen. Maar goed, de mannen doen nog steeds in langzaam hypnotiserende grooves met een zwevend orgel, funky krassende gitaren en deinende drums. Psychedelisch, maar zeker niet agressief. Toch is er een belangrijke verandering doorgevoerd: vocalen. Goed voor de variatie, maar het zorgt er vaak voor dat de buitenaardse rock terugkeert richting aarde. Etherische damesvocalen of onverstaanbaar punky gemompel, wel aardig hoor, maar niet onmisbaar. Slechts eenmaal zijn de vocalen wél een schot in de roos. In het hilarische "Rote Flocken" zingt een schijnbaar dronken bandlid overdreven articulerend een onzintekst. 'Guten Abend, ohne Socken auf dem Tisch!' Er is wel een probleempje, deze zanglijn is zo catchy dat ik mezelf erop betrapte de rest van de plaat (en dat is nog een dik uur) dezelfde melodie mee te zingen. Tijdens het laatste kwart van de plaat worden de spacy synthesizers tevoorschijn gehaald, voor een tripje dat via het "Wald" naar de sterren voert. Een fraai einde, al blijf ik erbij dat het eerdergenoemde album een stuk fascinerender en mysterieuzer was. Vergelijk daarvoor ook het artwork, was het toen nog hip minimalistisch, nu is het een ranzige uitbeelding van de bandnaam.
File Under: Duitse degelijkheid
File Audio: [Orange-Space]
Chuck Ragan - Feast Or Famine
Los Feliz was eerder dit jaar de titel van het opmerkelijk debuut van voormalig Hot Water Music brulboei Chuck Ragan. In die ruwe bolster waarin bij een jaar of tien verbleef bij die band bleek een folk artiest verscholen te gaan, die ik er in ieder geval nooit verwacht had aan te treffen. Die debuutplaat van Ragan was een live-cd, zijn nieuwe, Feast or Famine, is een studioplaat. Net als het debuut verschijnt deze cd op Side One Dummy, het label waarop de folkpunkers van Flogging Molly cd's uitbraengen. Geen wonder dus dat een van hen (bassist Nathan Maxwell om precies te zijn) en een ex van hen (concertina-speler Matt Hensley) een handje helpen op deze cd. Opmerkelijker vond ik het om de naam van Jolie Holland te lezen die in drie nummers meezingt. Maar al die hulp van bekende namen (er helpt ook nog een Pogue en een Alkaline Trio-mannetje mee) is zeker wel verdiend. Ragan klinkt op Feast or Famine grofweg als een iets ruwere versie van Bruce Springsteen zoals die afgelopen jaar te horen was op We Shall Overcome: The Seeger Sessions. Met als grote verschil natuurlijk dat Ragan op Feast or Famine zijn eigen liedjes ten gehore brengt. En die liedjes zijn, net als op Lof Feliz verrassend sterk. Sommige openhartig over wat Ragan zelf bezig houdt, sommige kritisch over het Amerika van heden ten dage. Hij lijkt wel een echte folkzanger, zeg je? Nee, Ragan ís een folkzanger. En een goede ook nog eens.
File Under: Je zou bijna vergeten, hoe jammer het is dat HWM niet meer bestaat.
File Audio: [Music-player]
Throwdown - Venom & Tears
"Throwdown - Venom & Tears". De Academy Award voor meest vervelende promo van het jaar gaat alvast naar deze cd. Dat ligt hem nu eens niet aan de band, maar aan die continu terugkerende voice-over, die je gemiddeld een keer of drie per nummer komt melden dat je naar "Throwdown - Venom & Tears" zit te luisteren. Dat is dus zo'n veertig keer over de loop van deze cd, als je nagaat dat hij ook nog eens veertien nummers bevat. "Throwdown - Venom & Tears". Ik mag aannemen dat het eindproduct dit niet heeft, anders ben je mooi in de aap gelogeerd. Maar goed, de plaat zelf. Throwdown zou zich volgens de bio in de voorhoede bevinden van de moderne metal, en doet op dit "Throwdown - Venom & Tears" (ik blijf hem erin houden) een gooi naar de prijzen met hun zware moderne groovemetal. Dat betekent dus in het kort: zware downtuned riffs, rollende dubbele bassdrums en lompe schreeuwzang volgens mid jaren 90-recept. Alleen dan weer niet van een niveautje Pantera, Machine Head of Lamb Of God. Het is allemaal zeer vakkundig gespeeld hakwerk, maar geen moment echt opvallend, laat staan verrassend. Daarvoor zijn toch echt wel wat pakkender riffs en refreinen nodig, en had het gitaarwerk toch echt wel wat spectaculairder mogen zijn. Zo blijft het veertien nummers wel een beetje behelpen. Eigenlijk is dit gewoon oerdegelijke middenmoot. "Throwdown - Venom & Tears"; er zullen dit jaar mindere schijven op de al zo overvolle metalmarkt verschijnen, maar ook heel veel betere.
File Under: Gevalletje middenmoot
File Audio: [Check]
Daymares - Can't Get Us All
Ach ja, ze zien er heel stoer uit op die bandfoto, en ze brullen er lekker een eind op los, onze boze jongens van Daymares. Punk, hardcore, metal, sludge, lekker mixen, energiek spelen met veel gespring en circlepits; het is inmiddels wel bekend. Qua attitude doet de band het heel goed, en qua energie dus zeker ook, maar ze doen niets wat we al niet hebben gehoord van Cro-Mags, Crumbsuckers, Pantera, Neurosis, Sick Of It All of Entombed. Het toonloze gebrul van zanger Pat maakt het er niet beter, en het gebrek originaliteit en vooral aan compositorisch vernuft doet Daymares helemaal de das om. En zo gaan 35 minuten aan agressieve metalcore voorbij zonder één moment opwinding. Kan nooit de bedoeling zijn geweest.
File Under: Onopwindende metalcore
File Audio: Doe maar niet
Lobi Traoré & Joep Pelt - I Yougoba
Lobi Traoré komt uit Mali en is beroemd. Ik weet eigenlijk niets van Mali en heb ook nog nooit van hem gehoord. Mali ligt in Afrika (dat wist ik dan nog wel) en blijkt een van de armste landen ter wereld te zijn. Traoré behoort tot de Bambara, de grootste etnische groepering in Mali. Traoré is niet alleen in Mali een beroemd gitarist. Nee, ook grootheden als Damon Alburn, Ali Farka Touré (ook uit Mali, helaas in 2004 overleden) en Bonnie Raitt wisten hem te vinden. Daar is nu de Nederlander Joep Pelt bij gekomen. Pelt is helemaal niet beroemd bij het grote Nederlandse publiek al wisten artiesten als T-Model Ford en wijlen R.L. Burnside hem wel te vinden. Dat ik hem ken is dankzij een recensie-exemplaar van zijn vorige, ook zeer geslaagde, cd It Is What It Is. Pelt is iemand waar ik een intense bewondering voor heb. Muzikaal moet je niet stil blijven zitten, maar op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden. De pas 27-jarige Nederlandse bluesman deed dit dus door naar Mali te gaan. Samen met lokale muzikanten en vooral Lobi Traoré brengt hij nu I Yougoba uit. Het is geen traditioneel bluesalbum geworden. Het is een geslaagde crossover tussen twee stijlen die naadloos op elkaar blijken te sluiten en waar de funkspetters afvliegen. Tekstueel is het een mix geworden van Engels en Malinees. Wat een plaat! Ik ben vol bewondering voor het eindresultaat en buig diep. Niet te lang uiteraard, er moet gedanst worden.
File Under: Swingende bluescrossover
File Audio: [Via deze link (onderaan)][of op MySpace]
File Video:[bij de De Wereld Draait Door]
Lowlands 2007 Napret - Zondag 19 augustus
Ook mijn nieuwe telefoon is leeg. Dat komt door het twitteren en mobloggen. Snap ik heus wel. Dus ik ook maar in de rij. Bijna vooraan lees ik dat de Sony Ericsson opladers op zijn en voeg ik me in een andere rij. De rij voor mensen met een Sony Ericsson die wachten op een dito oplader.
Ik haal thee voor een meisje (en een koffie voor mezelf) terwijl zij mijn plekje vrij houdt. Zo gaan die dingen. Als ik later mijn telefoon op ga halen is de ophaalrij nog langer dan de brengrij. Vergeef het me, ik gebruik mijn persbandje.
Lees verder..Arthur & Yu - In Camera
Ik was eerder dit jaar al behoorlijk gecharmeerd van Chris & Carla, een duo bekend van de Walkabouts. Het kan nog wat obscuurder met een ander duo uit Seattle: Arthur & Yu. In werkelijkheid heten ze Grant en Sonya en samen hebben ze een alleraardigst quasi-amateuristisch plaatje gemaakt, herinnerend aan vervlogen tijden. Ze dragen "Come To View" op aan Neil Young, maar in de zwierende ballade galmt en kraakt de stem van Grant eerder als de oude bard Leonard Cohen. Fraai. Het daaropvolgende "There Are Too Many Birds" is het beste nummer, niet omdat Sonya daar (en nergens anders) in haar uppie de vocalen verzorgt, maar vooral dankzij een uiterst lome gitaar-riff waarin de snaren lekker gebogen worden. Ook van een centenbak-snaredrum word ik altijd blij. (Zoiets heet een tamboerijn...) Het zesde nummer, "Lion's Mouth", had van mij de afsluiter mogen zijn. Het is een lo-fi slaapkamer-versie van de Veils, een vergelijking die eigenlijk wel op de hele plaat van toepassing is. Het duo mag dan de indieblues hebben, ik werd er toch vrolijk van. Het is zo'n album waarvan je weet dat er ergens nog gefloten gaat worden, wat dan ook gebeurt in "Flashing The Lobby Lights". Het enige kritiekpuntje zou zijn dat de plaat een stuk langer lijkt te duren dan de vijfendertig werkelijke minuten. De tweede helft is net iets teveel van hetzelfde, maar dat kon de pret niet echt drukken.
File Under: Muziek als vergeelde foto's
File Audio: [Duo-Space]
Architecture in Helsinki - Places Like This
Places Like This is de derde langspeler van een van de leukste bands op aarde, Archit ecture in Helsinki. Hoewel sommigen zullen beweren dat een te veel aan positieve energie - ja, dat klinkt zweverig, maar ik zou niet weten hoe ik het bij AIH anders zou moeten noemen - ook niet goed is voor een mens, durf ik daar na het beluisteren van Places Like This aan te twijfelen. De totstandkoming van de plaat lijkt een beetje op de klassieker Give Up van Postal Service. Het ene deel van de band zette voor in thuisland Australië, het andere deel van de band kopte in in New York, en dat zal ook heus wel eens andersom zijn geweest. Krachtige kern van elk liedje op deze plaat is de opgewekte en originele, want neigend naar oosters, Zuid-Amerikaans én Afrikaans tegelijk, percussie, aangevuld met orgeltjes, keyboards, synths, gitaar, saxofoon, belletjes en hier en daar nog wat ondefinieerbaars. De liedjes zijn ware composities, zonder dat deze geforceerd of te bedacht aandoen, en de stemmen van Cameron Bird en Jamie Mildren, de laatste nu een grotere rol dan voorheen, passen daar prima in, soms als instrument, soms daadwerkelijk als stem die parlandoot, zingt of wahwahwaht. (Kinderlijk? Nou en!) Architecture in Helsinki is een briljant ensemble dat ook op Places Like This laat zien dat het aan creativiteit en originaliteit weigert in te boeten, dat een eigen geluid telkens opnieuw kan uitvinden en dat uitstraalt graag vrolijke muziek te maken. Dat is een groot goed. Architecture in Helsinki is een band om te koesteren.
File Under: Geniale creativiteit en originaliteit op een hartstikke druk kruispunt in een willekeurige metropool
File Audio: [Op de site!]
File Audio: [Gezellig!]
File Video: [Heart it races] [Hold Music]
Spinvis - Goochelaars & Geesten
Een kliekjesverzameling schijn je het niet te mogen noemen, eerder de afronding en afsluiting van een periode. Die periode begon in 2002 met de debuutplaat Spinvis (waar we achteraf de titel 'verpletterend debuut' aan kunnen geven) en eindigt met Dagen van Gras, Dagen van Stro. Tussen die twee volwaardige albums verschenen meer stukken, die niet eerder verzameld werden. Kleine en minder kleine projecten, niet groot genoeg voor een volledige cd, maar te belangrijk, mooi of interessant om te vergeten (de associatie met dat ene liedje op die debuutplaat mag je hier zelf invullen). Zo vonden we het titelnummer terug op een splitsingle met LPG en het hoogtepunt "Wespen op de appeltaart", gemaakt voor een club van psychiatrische inrichtingen, op de single "Flamingo". Een ander hoogtepunt is de bewerking van France Gall's 'Poupée de Son'. In het gebruik van dynamiek doet het bijna denken aan Mogwai. Een andere bijzondere track is "Alles in de wind", het kinderliedje. Hier gezongen door zoonlief Gideon (met een Kinderen-Voor-Kinderen-accent, dat dan weer wel), maar mede door de begeleiding wordt het bijna eng en roept het associaties op met de rijmpjes die je weleens vindt in klassieke horrorsprookjes. Geen kliekjes dus, maar een soort reprise van de periode 2002-2007 waarin allerlei losse stukken nog eens verzameld zijn. Het doet vooral uitzien naar de nieuwe plaat die voor 2008 beloofd is.
File Under: Voor ik vergeet
Lowlands 2007 Napret - Zaterdag 18 augustus
Het is zaterdag nog voor tienen als de zon de tent zo heeft verwarmd dat ik de slaapzak van me afgooi en alleen nog maar heel snel die zweettent uit wil. Lekker op tijd. Ik besluit niet in de rij te gaan staan voor de douche, die al heel erg lang is, want mijn haar is nog niet vet. Aan een knotje en een speldje op vrijdag heb ik dus goed gedaan. Nou en, hoor ik je denken. Tja, dat zijn gewoon belangrijke dingen voor een meisje.
Dus ook voor een meisje op Lowlands. Ik heb geen zin om bij de tent te blijven hangen en bovendien is de koffie op het festivalterrein lekkerder dan de koffie net voor de ingang, dus we begeven ons al vroeg richting de koffietent voor de Magneettent. Achteraf had ik zelfs genoeg energie gehad om even mee te jumpen in de Bravo, want soms doe ik - voor de grap! - wel of ik kan jumpen, maar een echte les heb ik nog nooit gehad. Dat had ik trouwens ook met gabber, al had ik het idee dat je daar geen les voor nodig had. Ehm, ik dwaal af.
Lees verder..Sven van Hees - Exotica
Niet eens in de zo heel verre toekomst gaat er een tijd komen dat we allemaal massaal zullen luisteren naar de loungemuzak van Sven van Hees. Dat zal zijn wanneer de gedachtenpachter eindelijk is uitgevonden. Het toetsenbord en de muis zijn namelijk knap waardeloze invoerinstrumenten.Steve Jobs had het juist voorzien: electronica hoort geen knoppen te hebben. Ze moeten onze gedachten lezen, zodat we er nog sneller mee kunnen communiceren dan met andere mensen. Het nadeel ervan is dat je je wel moet kunnen concentreren. Als je muziek draait tijdens je werk, is meetappen op het nog ritme niet zo'n probleem, maar tekst wel. Voor je het weet staat er anders immers "Is er leven op Pluto, kun je dansen op de maan" in je beleidsdocument. Onbestaanbaar. Van hogerhand krijgen we daarom alleen nog maar instrumentale achtergrondmuziek opgelegd. Muziek waarin geen knop, geen passie en geen afleidende boodschap opvalt. Muziek die rust uitstraalt. Muziek die biologisch klinkt, maar ook niet zo laxerend als die new age-cd's van de Intratuin. Muziek die een prettig, maar niet overzwoel tropisch sfeertje neerzet - wel zo handig in het nieuwe klimaat. Muziek waar je in eerste instantie eigenlijk weinig negatiefs op kunt aanmerken, omdat-ie door een vakman gemaakt is en nu eenmaal doet wat-ie moet doen. Enter Sven van Hees. De Belg maakte al drie uitstekend ontvangen loungeplaten, hield er door een rare rechtszaak echter geen cent aan over en begint nu moedig dan maar opnieuw, ditmaal op zijn eigen platenlabel. Hij heeft veel fans, alle sterren staan voorspoedig en het komt wel goed met deze plaat. Maar mocht u in het Van Hees-tijdperk iemand smekend om de Arctic Monkeys door een raam zien springen, een toetsenbord liefdevol scheef in zijn armen geklemd, dan ben ik het.
File Under: Was het nou maar echt exotisch
File Audio/Video: [Hier] en [hier]
Rapalje - Celtic Fire
Het verhaal gaat dat Guinness-bier eenmaal vervoerd over of gebrouwen buiten de Ierse grenzen niet zo goed smaakt als het origineel. Of dit ook voor muziek geldt, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat je bij een bezoek Ierland de pubs moet bezoeken. Tijdens de diverse keren dat ik er rondgetrokken heb bezocht ik er vele. Geregeld kom je er live-muziek tegen, soms georganiseerd, maar vaak ook in een spontane jamsessie. Voor een spontane Ierse dans moet je meer geluk hebben. Vaak zul je toch naar een georganiseerde bijeenkomst in een theater of zaal toe moeten. Als je in Nederland Ierse folkmuziek of dans wilt zien zou je bijvoorbeeld het komende seizoen naar het theater toe kunnen gaan om Rapalje te gaan bekijken. Het kwartet met als thuisbasis Groningen brengt met Celtic Fire een album waarop live-opnames te horen zijn van hun vorige theatertour. Wat de prachtig verpakte cd in het eerste nummer al doet vermoeden, op het podium wordt e.e.a. ondersteund door dans. Dit moet je er thuis bij denken. Wel hoor je het enthousiast geklap en met het inzetten van de traditional "Whiskey In The Jar" zit de stemming er goed in. Het is echter niet alleen Ierse folk wat er voorbij komt. Er zijn bijvoorbeeld ook bewerkingen van Jacques Brels '"De Stad Amsterdam"; en Bots' "Wat Zullen We Drinken" die waarschijnlijk voor een goede stemming zorgen. De afsluitende liederen zijn wat origineler qua keuze en met het afsluitende "Home Is Where My Friends Are" geschreven door de nieuwe half-Schotse benjamin in de band David is er zelfs een eigen nummer. Ongetwijfeld zal het een prachtige avond geweest zijn, het levert mij alleen heimwee op naar Ierland.
File Under: Ierland inspireert
File Audio: [Rapalje @ My Space]
Lowlands 2007 Napret - Vrijdag 17 augustus
Zo. De Lowlandswas zit in mijn eigen machine. Had best zo'n kekke Wrangler-overall willen hebben. Had ik daar gewoon m'n was gedaan, maar ja, dan had ik in de rij moeten staan. En ik heb genoeg in de rij gestaan, dacht ik zo. Ik vond het druk. Heel druk. Soms wilde ik tenten in waar ik niet meer in kon. Ik kan me niet herinneren dat dat eerder ook zo was. Mijn regenlaarzen heb ik alleen vrijdag heel even aan gehad.
Mijn kleren werden het viest bij Arcade Fire en LCD Soundsystem wegens heel hard dansen en minstens zo hard zweten. Lowlands 2007 viel wat mij betreft tot en met zondagochtend een klein beetje tegen, maar oh, wat maakte die zondag alles goed.
Lees verder..Velvet Revolver - Libertad
Een van de grootste tegenvallers van 2004 was Velvet Revolver's "Contraband". Een supergroep met Scott Weiland en drie leden van Guns N'Roses, dat kon haast niet mis gaan. Okee, het album verkocht als een tierelier, maar als het iedereen als mij verging het vervolgens zelden uit de cd-kast. Een volkomen volgepropt geluidsbeeld en de druk om te scoren spatte van het schijfje af. Resultaat: een album dat je bij een debuterend bandje heel leuk zou vinden, maar voor deze muzikanten zwaar onder de maat was. De erfenissen van de voorgaande bands leken te zwaar, er kwamen berichten over knallende ruzies in de studio en de reeks festivaloptredens werd fors ingekort. Ook de eerste berichten overLibertad waren niet erg bemoedigend. Maar eerlijk is eerlijk, de show op Fields of Rock was goed en professioneel, al was de ontvangst van de nieuwe songs matig. Als ik het schijfje in de speler schuif, knalt er direct een snelle rocker met een onmiskenbare Slash-riff uit, "Let It Roll". Ook de volgende vier songs lijken vooral Guns N'Pilots-songs, maar in elk geval met een opener productie van veteraan Brendan O'Brien. De verrassingen komen vanaf track vijf, "The Last Fight". Plots zit er meer speelsheid in de songs, alsof ze vanaf hier besloten nu echt hun eigen muziek te gaan maken. Er mogen zo nu en dan ongegeneerd poppy stukjes tussen en "Mary Mary" heeft zelfs "ooh-ooh-ooh"-koortjes. Geen gezwollen stukken met bombastische intermezzo's, geen rockers-met-ademnood, maar popsongs met stevige gitaren en een enkele ongecompliceerde rocker die niet bij elke riff aan Guns N'Roses doen denken. Het is Slash, zondermeer, maar iets lichter en vrolijker. Okee, ELO's "Can't Get It Out of My Head" is de eerste keer leuk maar daarna overbodig en enig gevoel voor humor is gewenst bij de southern boogie van de afsluiter, maar Velvet Revolver is eindelijk een band en ik geloof zowaar in hun toekomst. En da's voor het eerst.
File Under: Verrassing én opluchting
File Audio: [VelvetSpace]
Shannon Wright - Let In The Light
Shannon Wright is niet wat ze een love or hate artist noemen, bij haar is het altijd allebei. Het ene moment neig ik naar het eerste dan weer naar het laatste. Toen ik dit intrigerende schijfje voor het eerst draaide vond ik er weinig aan. Ik herinnerde me echter dat het titelloze album dat ze samen met de Franse filmcomponist Yann Tiersen maakte ook wat tijd nodig had. En inderdaad na een tijdje leek dit wat fellere werkje de eerdergenoemde plaat zelfs te overtreffen. Maar, u raadt het al, nu ik hier wat zit te typen is de meter alweer terug aan het slaan. Het pianogeluid is wel erg machinaal lelijk, luister naar de suffe opener "Defy This Love" en, vervelender, de plaat kent ook nog een behoorlijke middendip. Gelukkig is er dan altijd nog die prachtige stem. Ze zeggen wel eens dat indie geen echt genre is, maar zowel de melodieën als de vocalen klinken hier aangenaam vertrouwd. Denk aan Cat Power of Julie Doiron, maar dan met meer kracht. "St. Pete" bijvoorbeeld heeft een harkende groove, die wel wat op die Solex-remix van At The Close Of Every Day lijkt. Het is vreemd met zo'n titel, maar Let In The Light is me uiteindelijk toch net te kil, de plaat heeft iets desolaats door het minimalistische holle geluid. 'What's it like when everybody's says you ain't trying?' vraagt Shannon zich in het slotstuk af. Geprobeerd heeft ze het wel, maar helemaal geslaagd is ze niet.
File Under: Vertwijfeling verklankt
File Audio: [WrightSpace]
The Guggenheim Grotto - Waltzing Alone
Ik heb een mooie mobiele telefoon, maar ik zou best zo'n iPhone willen hebben. Man, wat een prachtig apparaatje is dat. Bovendien hebben ze bij Apple smaak. Bij de selectie van liedjes die initieel op deze nieuwe gadget meegeleverd worden, hebben ze kun keuze laten vallen op "Philosophia", een liedje van The Guggenheim Grotto. En dat is, hoewel een goede keuze, vooral een verrassende keuze. Zo groot is The Guggenheim Grotto namelijk bepaald niet. Of had jij al wel van ze gehoord? Vast niet. Hun eerste langspeler ...Waltzing Alone was sinds het verschijnen in 2005 dan ook alleen te koop bij de band zelf en via CD Baby. En dat is best een klein schandaal. Want de prachtig verpakte cd van de drie Ieren staat vol met fijne, af en toe een tikkie weemoedige liedjes. Spil van het gezelschap is de voormalige muziek- en religiestudent Kevin May. Maar in liedjes als "Ozymandias" zijn de harmonieën van zijn twee kompanen minstens zo belangrijk. Die liedjes krijgen daardoor iets Simon & Garfunkeligs over zich. Op andere momenten, zoals in "Portmarnock Beach Boy Blue" lijkt de band wel een beetje een folky uitvoering van Radiohead. Dat maakt ...Waltzing Alone tot een prettige afwisselende plaat die uitermate geschikt is voor liefhebbers van Damien Rice, The Shins en Peter, Bjorn & John.
File Under: Kan zo het Guggenheim in.
File Audio: [hier]
3 Inches Of Blood - Fire Up The Blades
Het begrip nietsdoen heb ik tot het uiterste proberen op te rekken de afgelopen twee weken, tijdens een, als ik zo vrij mag zijn, welverdiende vakantie. Totaal ontspannen en ongelofelijk relaxed was ik toen ik terug kwam in Nederland. Mijn nieuw gevonden equilibrium bleek echter zeer fragiel en van veels te korte duur. Nietsvermoedend en vol goede moed stortte ik mij op Fire Up The Blades van 3 Inches Of Blood. Had ik dat maar niet gedaan. Mijn gemoedstoestand is er zo mogelijk nog slechter aan toe na het beluisteren van dit vehikel. En nee, met eerder werk was ik gelukkig niet bekend want dan had ik dit schijfje gelijk uit het raam gegooid. En nee, ik schaam mij niet dat ik nietsdoe terwijl deze mannen zich in het zweet hebben gewerkt want dat hadden ze toch beter niet kunnen doen. Eerlijk toegegeven, met de traditionele heavy metal die deze Canadezen spelen kan ik nog wel redelijk uit de voeten. Grootste manco, wat voor sommigen dan wel weer een pluspunt zal zijn, is zanger Cam Pipes. Stel je maar voor hoe Rob Halford zou klinken als die een heliumfles zou leeglurken en je komt aardig in de buurt. Denk voor mijn part aan hoe King Diamond het zou uitschreeuwen als bij hem zonder verdoving een ingegroeide teennagel wordt verwijderd. Hemeltergend is het kattengejank en het gaat het hele album door. Om bloednerveus van te worden. Alsof er op je graf gepiest wordt. Weg ontspanning, weg nachtrust, alles weg. Ik ben weer terug bij af. Hartelijk dank daarvoor.
File Under: Niet voor na de vakantie
File Audio:[3iob]
VA - Voices Of Rock MMVII / Rock The Bones Vol. 5
Bij het bekijken van de cd Voice Of Rock MMVII valt me als eerste op dat er drie songs, van James Christian, van mijn oude favoriet Dan Reed en van Harry Hess (Harem Scarem) er in twee versies opstaan: een "full version for radio & clubs" en een "shortened version". Hmm, zou dat eerste een versie met allerlei foute drumcomputergeluidjes zijn, zoals bij EP's in de jaren tachtig? Het valt mee, het verschil tussen de versies is niet zo bar groot. Ook de zeven andere songs, van onder ander Steve Overland, Terry Brock en Gary Barden zijn normale versies. De songs zijn geschreven en geproduceerd door Chris Lausmann (Frontline) en Michael Voss (Mad Max, Biss), die er vervolgens een batterij prima zangers en één zangeres (Robin Beck) bijzochten. Daarmee heb je het voordeel van een verzamelaar zonder het nadeel: de variatie in stemmen is er wel, het verschil in productie niet. Die is lekker stevig en de zang klinkt als een klok. Bovendien zijn het allemaal nieuwe songs voor de Stemmen in kwestie. Mijn voorstel: sla de eerste drie songs over en geniet van de rest...
Frontiers heeft met Rock The Bones Volume 5 een sampler uitgebracht die wel het - in dit geval gering - nadeel van verschil in productie heeft en uiteraard bestaand materiaal bevat, maar prima laat horen wat ze aan AOR in huis hebben. Een groot deel is hier al besproken (Allen/Lande, Pride Of Lions, Fredriksen/Denander, Marco Mendoza), een deel is net uit of komt nog uit (Jorn Lande (live), Primal Fear, Great White, David Readman, Los Angeles). Voor een mooi prijsje krijg je hier maar liefst 16 songs. Lekker voor een autoritje: raampje open, zonnebril op en met dit Rock The Bones op ontspannen rijden...
File Under: Vanaf track 4 zijn naam waard
File: VA - Rock The Bones Volume 5
File Under: Een sampler, maar wel een lekkere
File Audio: [In de audiosectie bij Frontiers]
Okkervil River - The Stage Names
In mijn jonge jaren ben ik fan geweest van verschillende bands. Rond mijn vijftiende waren dat Shocking Blue en The Sweet, daarna volgden bijvoorbeeld Golden Earring en The Eagles. Behalve The Kinks en ook wel The Beatles, zijn er weinig bands waar ik al sinds mijn jeugd naar luister. Sinds ik een jaar of achttien was, ben ik geen fan meer van een bepaalde band geweest. Vanaf dat moment luisterde ik naar bepaalde soorten muziek. Toch zijn er ook nu wel eens bands die ik ontdek en die ik zo goed vind dat ik er meer van wil horen. Een jaar of twee geleden hoorde ik voor het eerst een nummer van de Texaanse band Okkervil River. Dit nummer was "For Real" van de cd Black Sheep Boy en ik vond het direct een prachtige song. Van deze cd heb ik een aantal maanden geleden de zgn. Definitive Edition heruitgave gekocht en ongeveer tegelijk verscheen de prachtige single "The President's Dead". Sinds dien zou je mij een fan van deze band kunnen noemen. Nu heeft Okkervil River weer een nieuw album uit en The Stage Names is ook weer een uitstekende aanwinst voor mijn cd-verzameling. Frontman Will Sheff maakt met Okkervil River hele mooie songs. Ze zijn dan wel niet altijd even vrolijk, maar dit nieuwe album bevat ook enkele opgewektere songs. Dat hoor je al direct aan openingstrack "Our Life is Not a Movie or Maybe". De tekst is misschien wel niet zo vrolijk, maar het is in feite gewoon een heel leuk liedje. Ik heb ook voor het eerst sinds lange tijd weer eens teksten meegelezen tijdens het luisteren van de cd. De teksten zijn al net zo interessant als de melodieën. Er staan bijvoorbeeld nog meer van die up-tempo songs met donkere teksten op dit album. Zoals die twee andere met lange titels "A Hand to Take Hold of the Scene" en "You Can't Hold the Hand of a Rock and Roll Man", maar ook "Unless It's Kicks". Het leukste nummer heeft gelijk de leukste tekst. In "Plus Ones" hebben ze bekende songtitels met getallen verwerkt. Bij die getallen tellen ze dan één op en dan krijg je bijvoorbeeld '8 Chinese Brothers', '100 Luftballoons', '51 Ways to Leave Your Lover', '9 Miles High' en 'TVC16'.
File Under: Plus One
File Audio: [Our Life is Not a Movie or Maybe]
The Good, The Bad and The Queen
Still Remains - The Serpent
"Metalcore", denk ik zuchtend als de eerste tonen van The Serpent uit mijn boxen komen. Weinig genres zijn zo voorspelbaar als metalcore. Vernieuwing is vaak ver te zoeken en een groot deel van de bands is inwisselbaar. Deze tweede plaat van Still Remains kon wel eens een lange zit worden, dacht ik na het eerste nummer. Maar dan ineens: keyboards, melodieuze refreinen, spannende structuren. Hee, dit klinkt best lekker. Voor metalcore. Want dat blijft uiteraard de basis. ‘Dancing with the Enemy’ klinkt zelfs een beetje emo. Moeten we de titel zo letterlijk nemen (emo is natuurlijk de vijand)? Het grappige is dat The Serpent juist spannend klinkt als er wat gas teruggenomen wordt, zoals op "Stay Captive". Zanger T.J Miller laat hier horen meer te kunnen dan schreeuwen. Hij kan echt zingen. Jammer dat Still Remains daarom denkt dat ze ook een ballad op cd moesten zetten. Ik neem tenminste aan dat het daarom was, een andere reden om het oerlelijke "Maria" op te nemen kan ik me niet bedenken. Op nummers als "The Way Walls Of An Empty Street" en "Dropped From Your Streets" grijpt de band uit Michigan dan weer terug op de metalcore-roots. Spannender is "Anemia In Your Streets" waarin de elektronische geluidjes, de brute metalriffs en de screamo-achtige vocalen elkaar afwisselen. Inclusief clean refreintje. Zonder geforceerd te klinken. Chapeau voor deze gevarieerde plaat, waarvan alleen de basis metalcore is.
File Under: Alleen de basis is metalcore
File Audio: [Op MySpace]
Eagles of Death Metal
Allegiance - Desperation
In deze tijd van metal- en emocore is een ouderwets hardcore-album een welkome afwisseling. De nieuwe van Madball is zo'n album. Je weet van te voren wat je krijgt en het smaakt aardig. Zoals altijd. Over de nieuwe Madball later meer. Er is namelijk een ander bandje dat ook een nieuwe plaat uit heeft: Allegiance. Het vijftal uit San Francisco is met Desperation toe aan zijn tweede plaat. Het eerste nummer is het even wennen aan de hoge, hese stem van zanger John Stark, maar juist die stem maakt Allegiance een speciale band. Het geeft ze iets eigentijds. Tegelijkertijd grijpen de Amerikanen muzikaal terug op oudere bands als de Cro-Mags en het eerder genoemde Madball. Met een piepklein melodisch randje. Veel tempowisselingen en natuurlijk veel boosheid. Echte boosheid welteverstaan. Over de eigen scene bijvoorbeeld. "Hardcore isn't dead, but my favorite time is gone", schreeuwt Stark in "Summer Relief". Het lijkt het centrale thema op deze plaat. De tijd van Black Flag, Bad Brains en Minor Threat (de "grote drie") wordt herdacht en "hoe moet het nu allemaal verder" is de grote vraag die Allegiance bezighoudt.Desperation snijdt tekstueel gezien dus geen nieuwe thema's aan, maar de band legt wel meer intelligentie in die teksten dan het gemiddelde hardcore-bandje. De productie is ook erg goed, de "wanhoop" van de band komt zo je speakers uit. De zang blijft echter verstaanbaar en de instrumenten blijven in harmonie met elkaar. Mede daardoor is Desperation een uitstekende plaat geworden. Gecontroleerde wanhoop zeg maar. En al duurt het album slechts twintig minuten, Allegiance is de hoop van hardcore in bange dagen.
File Under: Gecontroleerde wanhoop
File Audio: [Taking It Back]
The Beasts Of Bourbon - Little Animals
Als een band zijn plaat uitbrengt via Albert Productions en die is ook nog eens geproduceerd door Vanda & Young, dan is het verleidelijk om meteen "AC/DC!" te roepen. Little Animals begint echter meteen met een typische Stones-riff, zodat dat misverstand meteen uit de weg geruimd is. The Beasts of Bourbon klinkt zoals de Stones zouden klinken wanneer ze garagerock zouden spelen. Hoewel, Jagger mocht wensen dat 'ie zo'n lekker ruige stem had als Tex Perkins. The Beasts of Bourbon bestaat inmiddels zo'n dertien jaar, wat opmerkelijk is voor een band die eigenlijk bij elkaar kwam omdat Perkins' vorige band zojuist uit elkaar was gevallen en er toch echt een optreden gepland stond. In die jaren is The Beasts of Bourbon een behoorlijk doorgangshuis geweest met Perkins en gitarist Spencer Jones als vaste waarden, terwijl Perkins er ook nog diverse andere bands op nahield, zoals The Cruel Sea. Ik kan me echter goed voorstellen dat Perkins deze band voor geen goud zou willen missen. Lekker ongecompliceerde rock, van swamprock tot blues tot garagerock, met simpele riffs die voor een fijne groove zorgen. Typisch het soort bandje dat een podium opstruikelt en daar gewoon lekker begint te spelen. Zo klinkt ook deze hele plaat. Een behoorlijke productie, maar geen moment verfijnd. Dat hoort nu eenmaal zo bij deze bluesy rocksongs. De songs zijn prima, maar geen meesterwerken. Typisch songs die ontstaan uit jams in de oefenruimte, als je het mij vraagt. De slaggitaar begint met een riff van een paar akkoorden, de drummer en bassist leggen het bijbehorende patroontje zonder veel tierelantijnen en de sologitarist leeft zich lekker uit in solo's met flink wat distortion. Drie keer rond en hop, we hebben weer een lekkere song. Uitzondering en dus prijsnummer is het titelnummer, een langzame en toch luchtige blues met een refrein dat je de rest van de dag niet meer kwijtraakt.
File Under: Fijne Skippyrock
File Audio:[BourbonSpace]
File Video: [I Don't Care About Nothing Anymore]
Dr. Das - Emergency Basslines
Recent heb ik in mijn browser de StumbleUpon-extensie geïnstalleerd. Dat is een toolbar die je gewoon 'ergens' op internet laat belanden waar een andere websurfer het kennelijk eerder wel interessant vond. Interpassief internetten, zeg maar. Dat klinkt misschien belachelijk, maar de groep StumbleUpon-gebruikers is inmiddels zo groot dat je daadwerkelijk echt leuke ontdekkingen kunt doen als je toch specifieke interesses hebt. Zo was mijn eerste ontdekking de site Musicovery, die muziek via een nogal aparte Flash-interface categoriseert. Het nadeel van de site is dat er vooral oudere mainstreammuziek opstaat. Kies je bijvoorbeeld alleen 'energetic electro', dan blijft de keuze enigszins beperkt tot de Prodigy, de Chemical Brothers en de Asian Dub Foundation. Die laatste was goed om weer eens te horen (ik had ook gewoon hier, hier of hier kunnen klikken, natuurlijk). Ik ben rond 2000 doodgegooid met die band door de VPRO en als concept wás het ook wel helemaal de shizzle (een echt multiculturele mix van jungle, dub, breakbeat en rock), maar de nummers zelf konden me nooit echt bekoren. Maar ik weet nu in elk geval wel wat er ontbreekt aan de recente soloplaat van de bassist van ADF, Dr Das. Emergency Basslines bevat baslijnen - heeeeel veel baslijnen - echt ongelofelijk veel baslijnen - sterker nog, eigenlijk alleen maar baslijnen - en wat percussie en dat is het dan. Technisch is het goed, maar tenzij je een enorme basgitaarfreak bent en altijd al wenste dat die andere muzikanten van Asian Dub Foundation of Visionary Underground zouden opdonderen, is een koffiezetapparaat muzikaal interessanter.
File Under: Bassie mist Adriaan
File Audio: [o.a. Khapa Militantz en Communique] [Samples]
Circus Devils - Sgt. Disco
Robert Pollard mag dan zijn band Guided By Voices hebben opgeheven, dat weerhoudt hem er niet van rustig door te pennen. Alhoewel rustig, hij bracht alweer een tjokvolle solo-plaat uit en schreef de soundtrack voor Soderbergh's Bubble. Met name dat laatste project was een heruitvinding van zijn kunnen en dus geslaagd. De kwaliteit van zijn output was de laatste jaren namelijk niet bepaald hoog te noemen. Helaas geldt dat ook nu weer. Pollard vormt hier een trio samen met de broertjes Todd (ex-GBV) en Tim Tobias. Ze noemen het zelf psychedelica, wat we vooral aantreffen in wat half-gesproken teksten, bizarre geluidseffecten en elektronische loops. Tweeëndertig nummers in een dik uur jagen de mannen erdoorheen. Dat is natuurlijk te lang en de plaat belandt dan ook van de ene in de andere dip. Waar is Pollard's gevoel voor melodie toch gebleven? Het doet me pijn en hem ook zo lijkt het wanneer hij in het, oh ironie, beste nummer "Swing Shift" 'I am losing it' jammert. Daarvoor kent het sloom rockende "Pattern Girl" al een aardig huppelende riff en is "New Boy" opgebouwd uit grappig gerinkel, mogelijk zijn het geloopte speelgoedpiano's. "Brick Soul Mascots" staat maar liefst twee keer op de plaat. De reprise is net even wat agressiever, al blijft allemaal zanderige rock. De motor gaat nauwelijks vooruit, wat wel een geslaagd vervreemdend effect geeft. De leukste titel is "The Baby That Never Smiled", het enige liedje wat op pakweg Bee Thousand had kunnen staan. Dertig seconden: een fluitende synthesizer, een gitaar en redelijke zanglijn, samen een echo uit vervlogen tijden. Als ie zijn hersens niet helemaal lam heeft gezopen wordt het voor Pollard toch tijd om maar weer wiskundeles te gaan geven.
File Under: Ik wou dat het anders was
File Audio: [Circus-Space]
Moblands 2007
File Under heeft een zware delegatie naar Lowlands gestuurd om u straks volledig uit de doeken te doen wat u allemaal hebt gemist. Maar zelfs tijdens het verblijf aldaar houden zij u graag op de hoogte van alles wat u daar allemaal had kunnen zien. Daarom logt een heel peloton met foto's op Moblands, het Lowlandsmoblog van File Under en via Twitter, hier in de rechterkolom.
Beowülf - Westminster & 5th
Timbo had in de categorie ‘hè, leven die nog?’ een juichmoment bij het horen van de nieuwe cd van Boy Hits Car, ik heb er een bij het horen van de nieuwe Beowülf. Sinds ik zo’n twee jaar terug al mijn tapes weggegeven heb, heb ik geen noot Beowülf meer gehoord. Daarvoor draaide ik de tape waarop Beowülf met streek- en genregenoot Suicidal Tendencies stond vaak als ik weer eens een energieshot nodig had of als ik me af moest reageren. Heerlijk was dat. Zo groot als Mike Muir’s Suicidal Tendencies was de band van Dale Henderson nooit, maar in de tweede helft van de jaren tachtig en in de eerste helft van de jaren negentig had Beowülf toch een aardige aanhang. Al was die aanhang wel minder enthousiast op alles wat volgde op de formidabele eerste twee lp’s. Nadat de originele bassist Paul Yamada in 1995 stierf aan een overdosis was het gelijk einde verhaal voor Beowülf. Helaas. Henderson ging verder onder de naam Kool-Whip, maar die band vond ik veel minder leuk dan zijn voorganger. Nadat I Scream Records de eerste twee Beowülf albums in 2004 opnieuw uitbracht begon het toch weer te kriebelen bij Henderson. Hij besloot Kool-Whip om te katten naar Beowülf. Westminster & 5th is hiervan het eerste resultaat. Zestien nieuwe liedjes om je vingers bij af te likken. Raar genoeg is de muziek - de bandleden zijn dezelfde als die van Kool-Whip - gelijk ook weer veel interessanter geworden. Helemaal als Beowülf het tempo hoog houdt! Het interesseert me geen reet dat het album misschien een beetje gedateerd klinkt qua sound, maar de energie die het uitstraalt is overweldigend. Doordat de productie (een lintje voor Dennis Mackay de volgende Koninginnedag!) zoveel beter is dan van de eerste Beowülf-lp’s wordt het feestje om deze glorieuze comeback alleen maar groter.
File Under: Ouwe school slaat terug!
File Audio: [Hier]
Rolling Stones - The Biggest Bang
Ik weiger om heel veel geld uit te geven voor een concertkaartje voor de Rolling Stones om vervolgens vanaf een kleine honderd meter naar een stel oude mannen op het podium te gaan staan kijken. Daarnaast was hun laatste cd ook niet minder dan een plop-plop (dempt hè zo'n gordijntje)-album. Er was dus geen reden voor mij om begin juni naar Nijmegen te gaan. Dat neemt niet weg dat ik op een bepaalde manier toch wel bewondering heb voor het feit dat deze mannen niet van ophouden weten. Het kijken naar de vastlegging van hun laatste - vast niet, de Stones kennend - tournee met de titel The Biggest Bang was dan ook zeker geen straf. Het is echter wel een hele ruk, want deze box telt maar liefst vier dvd's, en is bovendien een stuk schappelijker geprijsd dan een concertkaartje voor hun concerten. Maar ik vond het wel verstandig om de box in delen te bekijken. Dat kan ook gemakkelijk, want zo zijn de twee volledige concerten (Austin, Texas (dvd1) en Rio de Janeiro (dvd2) ), kliekjes (dvd 3) en documentaire (dvd4) ook verdeeld. Het optreden van The Stones in Austin kan gewoon ronduit goed genoemd worden. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het publiek enorm enthousiast is hetgeen je door de regie heel goed mee krijgt. Bij het concert in Rio waren maar liefst anderhalf miljoen mensen aanwezig. Een absurd aantal. Een beetje lullig is het dan wel voor de The Stones dat ze net die avond wat minder in vorm waren dan in Austin. De show an sich staat overigens nog wel als een huis en de documentaire over het gebeuren (volgens mij het grootste concert ooit) is ook zeker interessant om te bekijken. Datzelfde geldt voor de A Bigger Bang Tour Documentary die dvd vier vult. Al met al ben je als je alles wilt bekijken ruim zeven uur onder de pannen, en volgens mij is The Biggest Bang leuker om te kijken dan om de heren in levende lijve te aanschouwen.
File Under: Veel meer dan plop-plop
Rosamunde - New York 1979-1980
Vaak doen bijgesloten biografietjes je een beetje twijfelen aan het waarheidsgehalte ervan. Is het niet qua overdreven complimenten, dan toch wel wat betreft het achtergrondverhaal. Dit is er weer zo eentje. Rosamunde zou de band zijn van twee broers uit Utrecht, die eind jaren '70 in New York woonden. Met een paar anonieme muzikanten namen ze wat muziek op, die vervolgens in de obscuriteit verdween. De broertjes legde het loodje door teveel drugs en nu, vele jaren later, zijn de tapes weer opgedoken en door het kleine Beluga label uitgebracht. En oh ja, de namen van de broers worden op verzoek van de familie niet bekendgemaakt. Yeah right. De muziek klinkt anders nog best modern en bepaald niet lo-fi, maar ach wie weet waren ze hun tijd gewoon vooruit. Het is een stuk leuker om die gedachte vast te houden, want muzikaal gezien is dit een zeer minimalistisch werkje dat wel wat context kan gebruiken. Stilistisch zit het ergens tussen de dodemansblues van Jandek en de anarchistische punk van The Fall in. De zanger mompelt onverstaanbaar, de gitaren krassen voornamelijk vals en de drums tikken droge motorik-ritmes. Lawaaiig wordt het zelden en daarmee vond ik dit album vooral erg meditatief en rustgevend. De haast gewijde sfeer heeft ook wel wat weg van Low, tenslotte ook kalme muziek met een duister laagje. Omdat er zo weinig gebeurd en de nummers nagenoeg identiek zijn, is er niet echt een uitschieter aan te wezen. Toch maak je mij altijd blij met zulke aarzelende improvisaties. En het is nog een gratis download ook!
File Under: Niet de heilige graal, maar wel de moeite van het zoeken waard
File Audio: [Het hele album voor nop]
Epsilons - Killed 'em Deader 'n A Six Card Poker Hand
Bedgeheimen. Ik ben niet zo'n type die deze nou zo nodig met anderen moet delen. Toch wil ik er wel één kwijt. Wij draaien namelijk muziek om bij in slaap te vallen. Meestal is dit materiaal dat ik hier mag bespreken. Dit keer was Killed 'em Deader 'n A Six Card Poker Hand van Epsilons aan de beurt. "Boeien," hoor ik je denken, maar nu komt het. Plots begint mijn vriendin te schreeuwen. Ik zit zowat tegen het plafond. "Ik ben aan het meezingen met je cd," is het aansluitende commentaar. Klaarwakker knik ik dat ik het begreep. Epsilons komt uit Amerika en maakt dus schreeuwmuziek. Nee, ik heb het niet over emo, maar over opgefokte garagerock waarbij een vet orgel ingezet wordt voor extra power en waarop dus qua zang behoorlijk tekeer gegaan wordt. Op Killed 'em Deader 'n A Six Card Poker Hand zijn teksten te vinden waarvan ik niet de indruk krijg dat de tekstschrijver en zanger Ty Segall lekker in zijn vel zit. Dit lijkt een therapeutische manier om weer lucht te krijgen. Toch is er hoop, dankzij dat leuke meisje "Cecilia" dat in een hoopgevend liedje bezongen wordt. Misschien dat het op het volgende album weer helemaal goed komt met het kwartet, al zou dit wel eens kunnen resulteren in een album waar de vonken een stuk minder
vanaf vliegen. Aan de andere kant, als ze het hoofd erbij zouden houden dan zouden de liedjes misschien wat afwisselender kunnen worden en er iets meer opgenomen kunnen worden dan de zevenentwintig minuten muziek die deze release haalde.
File Under: Therapeutische meebrulmuziek
File Audio: [Epsilons @ My Space]
File Video: [My Mommy Said]
Aluminum Babe - Smoke in Chinatown
Ik doe aan vooroordelen en bij Aluminum Babe viel ik door de mand. De cover van Smoke in Chinatown nodigde me niet uit om naar dit bandje te gaan luisteren. Ik las te vluchtig door de bio en in mijn hoofd bleef zitten dat Aluminum Babe niet anders kon zijn dan een van de zoveelste bandjes uit Den Haag met dito rocksound. Bovendien neigden naam van zowel band als album naar een slecht verzonnen bandnaam die maar zo gebleven is. Nooit had ik tot op heden gehoord van Rock 'n Roll Highschool en dat zou dan wel een particulier instituut zijn dat bandjes kweekte. U begrijpt, veel zin om de cd te luisteren, laat staan te bespreken had ik niet, maar ik had niet helemaal gelijk. Aluminum Babe blijkt uit New York te komen, zangeres Anna komt oorspronkelijk uit Zweden. Rock 'n Roll Highschool blijkt gewoon een Nederlands promotie- en distributiebedrijf en Aluminum Babe is in elk geval anders en minder slecht dan de hoes doet vermoeden. Dat scheelt een slok op een borrel, maar het scheelt niet genoeg. Deze cd wisselt middelmatige pop en weinig originele beats af met aardige punk- en new rave deuntjes. Het zwaktepunt laat zich echter al zien bij het vierde lied, waar een waardeloze versie van Psycho Killer ruim drieëneenhalve minuut laat zien waar deze band pas echt slecht in is. Soms lijkt het even iets te worden, zoals in "Long Distance Love Affair" of in "Loosing Control", maar ook deze liedjes hebben het nét niet. Dat is jammer, maar misschien was mijn verkeerde vooroordeel toch waardevol genoeg wat het door de mand vallen toch spijtig maakt.
File Under: Jammerpop
File Audio: [Het is niet aluminium maar aluminum in het Engels]
Pukkelpop 2007 - Voorpret
De Belgische tegenhanger van Lowlands is al jaren Pukkelpop in Kiewit/Hasselt. Hoewel.... Dit festival doet het al langer en is zeker zo interessant! Pukkelpop gaat namelijk alleen voor de muziek en laat al die randverschijnselen, overdreven versiersels, poeha en andere cultuuruitspattingen achterwege. We hebben het hier over al dat Lowlandsgedoe dus. Hier gaat het puur om de muziek en de gezelligheid! Geen wonder dus dat ik na 10 jaar trouw bezoek aan Lowlands de laatste jaren de gemoedelijke Belgische velden en tentjes weet op te zoeken. Ook dit jaar zal ik daar geen spijt van krijgen.
Lees verder..Jeff Finlin - Angels in Disguise
Het woordje 'disguise' in de titel is goed gekozen: 'Angels in Disguise' is een plaat in vermomming. Een oude plaat wel te verstaan, want oorspronkelijk komt de CD uit 2004, heette toen Epinonymous, maar wordt nu dus - met een andere volgorde van liedjes en de toevoeging van een paar nieuwe tracks - opnieuw uitgebracht. Zijn nieuwe label is Rykodisc en die zijn groot geworden met re-issues, dus wie weet dat daar ergens een verklaring ligt. Het blijft een vreemde werkwijze en of Jeff Finlin hiermee een groter publiek trekt, vraag ik me ernstig af. Afkomstig uit de punkscene van Boston, ontwikkelde Jeff Finlin zich als zovele oud-punkers tot een prima singer/songwriter. Zijn liedjes doen erg denken aan het werk van Bruce Springsteen uit begin jaren zeventig en dat geldt wat mij betreft als een compliment. Zijn stem klinkt doorleefd en heeft de juiste rauwheid om oprecht te klinken. De teksten gaan over verlangen en verloren liefdes, verschoppelingen en losers, precies zo als het hoort, en om het plaatje compleet te maken zijn de decors afbeeldingen uit het grote Amerikaanse fotoboek. Prima plaat, ongetwijfeld niet gemaakt om een groot publiek mee te behagen, maar wel een schare liefhebbers. Jammer dat die een beetje op het verkeerde been worden gezet met deze bijna-rerelease.
File Under: Het Grote Amerikaanse Plaatjesboek voor Songsmeden
File Audio: MySpace
John Schooley & his One Man Band - One Man Against The World
Het is niet gemakkelijk om in je eentje een band te vormen. En dan bedoel ik niet gewoon een man met zijn (akoestische) gitaar, maar een echte band. Met drums, zang, gitaar en de hele rataplan. Ik zie ze ook steeds minder, zo'n man alleen die bepakt en bezakt met instrumenten rondtrekt. Da's best jammer, want meestal zijn het zeer vermakelijke acts. John Schooley is er dus nog wel eentje en een van uitstekende kwaliteit ook nog eens. Vroeger speelde hij in een band, The Revelators, maar nu heeft hij zijn handen en voeten vol met instrumenten om in zijn uppie vuige bluestrash te spelen. Op One Man Against The World speelt hij naast nummers van zichzelf ook nummers van anderen. Zo doet hij "Somebody In My Home" van Howlin' Wolf, maar dan voorzien van een Captain Beefheart-arrangement. Bescheiden als hij is, zegt Schooley in het begeleidende schrijven dat hij niet kan zingen als Wolf en Beefheart en dat ook niet geprobeerd heeft. Hij moet het doen met wat hij heeft. Mij hoor je overigens daarover niet klagen, want hij lijkt wel een beetje op Masters of Reality's Chris Gross en daar houd ik wel van. Het enige wat ik wat minder vind aan One Man Against The World is de wat monotone drumpartijen. Maar als ik Schooley al spelend tegen zou komen in een stad, dan zou ik absoluut even blijven staan om te luisteren en ik zal zeker ook een euro in zijn gitaarkoffer doen.
File Under: Eenmans trashblues orkest
File Audio: [Every Day Can Get You Down]
Summer Darkness, vrijdag 10 augustus
Vrijdag na wat gestress aangekomen in Utrecht voor Summer Darkness. Het festival in Utrecht, dat claimt dat wat ondergronds bruist en borrelt aan de oppervlakte te brengen. Het duurde even voordat bij de pers-caravan de fotopas geregeld was waardoor we helaas net te laat waren om A New Dawn te zien in de Ekko (toch nog ruim een half uur lopen vanaf Tivoli). Jammer, want hun optreden in De Kade in mei was mij erg goed bevallen. Ik had graag gezien en gehoord of ze dat nog een keer konden; maar in oktober hoop ik ze in Hoorn weer te zien en te spreken.
Lees verder..Mark & The Spies - Mark & The Spies
De regen valt met bakken uit de lucht, maar een kind van een jaar of zes dat "The Jello Zubmarien" loopt te zingen maakt mijn dag zomaar goed. Als ik dan daarna het debuutalbum van de broekies van Mark & The Spies hoor, kan mijn dag helemaal niet meer stuk. Amsterdam heeft The Dam, Rotterdam heeft The Madd en Veenendaal (of all places) heeft dus Mark & The Spies. Inderdaad, ik heb het over (neder)beatbands. De jaren zestig liggen nu toch al wel geruime tijd achter ons, maar stiekem lijkt het en hoop ik ook op een heuse revival. Het originele spul is natuurlijk niet te versmaden, maar de geluidskwaliteit is nog wel eens bedenkelijk en een zestiger jaren band live zien is vaak onmogelijk. Het kwartet vond een producer in Groninger Evert-Jan Kloosterboer. Hij wist de tracks haarfijn te registreren en samen met Arjan (van The) Spies te mixen waardoor de liedjes klinken zoals (neder)beat moet klinken, namelijk aanstekelijk en energiek. Een album waarop je mee wilt zingen en waar je goede zin van krijgt. Het hoofdthema van de elf liedjes is uiteraard de liefde. Tien nummers zijn zelf geschreven, "If I Really Bug You" werd geleend van José Feliciano. Gelukkig maar dat de Duitse platenmaatschappij Screaming Apple Records hier brood in zag, want dit moet gehoord worden. Mark & The Spies zorgen voorlopig met hun debuutalbum voor de leukste beatrelease van dit jaar.
File Under: Veenendaal beatstad
File Audio: [Wait Forever][Everything I Need][Mark & Spies @ My Space]
File Video: [I Was Wrong][I Need You]
Molly Hatchet - Flirtin' With Disaster - Live
Molly Hatchet is een van de grote namen van de southern rock van weleer. Meer dan bands als The Outlaws, Lynyrd Skynyrd en aanverwanten was Molly Hatchet echter ook een hardrockband. Molly Hatchet stond voor een stevige gitaarmuur met veel dubbele gitaarsolo's in gestaag doordenderende southern rock. Met inmiddels nog maar één origineel lid, slaggitarist Dave Hlubek, klinkt Molly Hatchet nog vrijwel hetzelfde als in de gloriedagen. Nou ja, niet helemaal. De dubbele gitaarsolo's zijn grotendeels verdwenen ten faveure van solo's van alleen voorman Bobby Ingram. Toch heeft dat de sound amper aangetast. Ook de vervanger van de in 2004/2005 overleden zanger Danny Jo Brown, Phil McCormack, klinkt hetzelfde als zijn voorganger. De live-cd en -dvd Flirtin' With Disaster - Live duikt dan ook vanaf opener "Whiskey Man" in een energieke mix van klassiekers en recentere songs van Warriors Of The Rainbow Bridge, waaronder een fraaie versie van "Rainbow Bridge". En o, wat is het lekker. Twee gitaren voor de vette sound, een lekker tinkelende piano daar tussendoor, de rauwe zang van McCormack en de niet overdreven ingewikkelde maar uiterst effectieve solo's van Ingram. Een dampende show kun je het niet noemen, eerder een ontspannen samenzijn van band en publiek in een sfeervolle zaal. Toch is Molly Hatchet nog altijd dikke pret vanaf de eerste minuut. En daar gaat het maar om.
File Under: Dikke pret vanaf de eerste minuut
File Audio: [HatchetSpace]
Lowlands 2007 - Voorpret
Tweehonderdvijftig euro is inmiddels de marktwaarde van een kaartje voor Lowlands en ik ken al twee mensen die het ervoor betaald hebben. Dat ligt natuurlijk niet alleen aan het programma, dat weliswaar sterk is, maar ook aan Lowlands zelf. Ik ken meer mensen die gaan omdat ze altijd gaan, dan mensen die hun bezoek aan Biddinghuizen laten afhangen van het programma. Of die zelfs hun keuze om te gaan laten afhangen van de komst van vier van de kleinste namen.
Kleine namen worden nog steeds min of meer toevallig bezocht en grote namen kunnen standaard op veel publiek rekenen. Dat is nu eenmaal zo. Kaiser Chiefs, Interpol, The Shins, Editors, Arcade Fire, Tool, Motörhead, Sonic Youth, hun tenten zullen vol zijn. Ik hoef er niets meer over te zeggen. (Het is uitverkocht, weet je.) Daarom in deze aflevering van voorpret, een pleidooi voor de min of meer onbekenden. Op chronologische volgorde door het doldwaze blokkenschema! Here I go!
Lees verder..The Coral - Roots & Echoes
De titel Roots & Echoes zou kunnen suggereren dat deze nieuwe cd van The Coral een verzamelaar is. Dat is niet het geval. Roots & Echoes is gewoon een geheel nieuwe. Hun vijfde in bijna evenzoveel jaren. Misschien wel omdat ze elke keer verveeld waren door hun eigen geluid? Wellicht, feit is dat het geluid van Roots & Echoes behoorlijk ver verwijderd ligt van de titelloze debuut-cd van The Coral uit 2002. Voor Roots & Echoes hebben ze volgens mij bewust wat meer tijd genomen. Op voorganger The Invisible Invasion stonden voor The Coral's doen namelijk aardig wat misperen. Daar is op deze nieuwe cd geen spoor van te vinden. Okay, het zijn alle elf wel aardig nette liedjes geworden, maar dat wil niet zeggen dat de band de automatische piloot aan heeft staan. Integendeel zelfs. De branie is er wel een beetje uit, maar daardoor komen de schrijfsels van de band gewoon beter tot hun recht. Neem de aftrap met de gedreven single "Who's Gonna Find Me" bijvoorbeeld. Dat nummer heeft lekker van dat lekkere huppelende drumwerk, soulvolle koortjes en speels fuzzy gitaarwerk. Een overtuigend begin. Een grote rol hierin is weggelegd voor de warme bruine stem van James Skelly. In "Fireflies", maar ook elders op de plaat, doet hij me zelfs een beetje aan Jim Morrison denken. Op Roots & Echoes combineert The Coral op optimale wijze de Liverpoolse Merseyside-traditie aan Amerikaanse Westcoast klanken en creëert hierdoor op aangename wijze een hang naar de tweede helft van de jaren zestig. Dat resulteert met Roots & Echoes in een prettige gloedvolle plaat.
File Under: Ouder en rijper en anders
File Audio: [CoralSpace]
File Video: [Who's Gonna Find Me]
Eyvind Kang - Athlantis
Ik ben een fervent luisteraar van Radio 4. De tingeltangeldeuntjes van Mozart en co zijn stiekem best ontspannend en de meer Romantische orkestwerken zijn lekker sentimenteel. Eyvind Kang roept met titels als "Lamentatio" en "Vespertiliones" ook aardig wat verwachtingen op, zeker als zijn korte biografie over Modern Composition spreekt. Zou de Amerikaanse globetrotter dezelfde kwaliteit als genregenoten Jóhann Jóhannson en Max Richter leveren? Even lijkt het erop, Athlantis begint met twee korte intro's. "Ministers of Friday" roept de wringende blazerssectie die Björk op Volta gebruikte in herinnering en "Vespertiliones" is wat fraai opgenomen pseudo-religieuze koormuziek met heldere vrouwenstemmen. Deze sfeer wordt in het volgende stuk "Andegavenses" gecontinueerd en vermengd met een gitaar en zeer lage mannenstemmen. Eigenlijk wordt het dan al wat potsierlijk, het is dat de beats ontbreken anders zou een vergelijking met Gaë Bolg op zijn plaats zijn. Kang heeft interessantere noten op zijn repertoire, maar juist daardoor kreeg ik het gevoel dat hij beter zou moeten kunnen. Flirten met wereldmuziek is geinig, maar niet zolang het muzakjes oplevert die het Cirque du Soleil kunnen begeleiden. Mooi en vreselijk tegelijk is het stukje new age getiteld "Ros Verspertinus" met een Enya-achtige jammerende vrouwenstem die hobbits een traantje weg laat pinken. Ik kon, ondanks mijn harige voeten, de zakdoeken achterwege laten en concludeer dat deze plaat eigenlijk al vanaf die clichématige titel gedoemd was te mislukken.
File Under: Het lijkt dodenherdenking wel
File Audio: [Kang-Space]
The Skull Defekts - Blood Spirits & Drums Are Singing
Twee gitaren, een drummer en een percussionist. En allemaal spelen of doen ze ook nog dingen als machines en feedback. Oh ja, er wordt ook nog af en toe gezongen, maar zoveel is dat niet. Het moge duidelijk zijn: dit is geen popmuziek, met drie-minutenliedjes en catchy refreintjes. Verre van zelfs: bij The Skull Defekts draait om repeterende ritmes en riffs. "Net zoals bij spacerock" hoor ik je denken, maar dat is dit toch ook weer niet. Nee, hier geen eindeloze delays, maar een gortdroge sound zonder enige galm. En dan maar doorgaan op die riff. Krautrock? Ja, die kant gaat het heel erg op. Vroeger waren ze noisier, maar hier is het clean, machinaal swingend, en repetitief. Zo zouden Queens of the Stone Age klinken als ze geen woestijnachtergrond zouden hebben maar in Europa waren opgegroeid, is een gedachte die me regelmatig bekruipt bij beluistering van The Skull Defekts. Of Liars zonder de overdreven gekte en met meer gevoel voor understatement. En hoe langer ik luister, hoe beter Blood Spirits and Drums Are Singing wordt. Hoe droog en weinig enerverend het in eerste instantie ook lijkt, even later blijkt het hoogst hypnotiserend en verslavend te zijn. Als ik hem de tijd gun om verder te rijpen zou dit wel eens een van de meesterwerken van 2007 kunnen zijn. Verbazingwekkende plaat.
File Under: Nog lang niet uitgerijpt en nu toch al geweldig
File Audio: MySpace
Halford - Metal God Essentials Vol.1
Okee, dat Rob Halford de bijnaam "Metal God" heeft gekregen snap ik, maar desondanks is de naam van deze verzamelaar zowel overmatig pretentieus als van een hoog Spinal Tap-gehalte. Zeker als je bedenkt dat op zijn minst een deel van zijn beste werk afkomstig is van een redelijk succesvol bandje met de naam... kom, hoe heten ze ook alweer... o ja, Judas Priest. De songs op deze verzamelaar zijn echter uitsluitend afkomstig van de tien jaar dat hij niet in die band zat. Gelukkig bleek hij ook buiten Priest met Halford en Fight prima werk af te leveren wat op deze verzamelaar te vinden is, maar in die tien jaar was daar ook nog het geslaagde industrialproject Two met John 5 en Trent Reznor waarvan óók niets op dit album staat. Ook een opvallende track als "The One You Love To Hate", het duet met Bruce Dickinson, ontbreekt hier. Kortom, de titel is verneukeratieve marketinghumbug die de lading niet dekt. Is het album dan niet de moeite waard? Och, fans kopen het geheid vanwege de nieuwe tracks "Forgotten Generation" en "Drop Out" - vooral de eerste is prima - en voor wie de bands Fight en Halford niet echt gevolgd heeft is het een aangenaam verzamelgeval. Maar zowel de cd als de dvd met een fragmentarische verzameling van livebeelden, video's en interviewtjes zijn aardig, maar doen vooral verlangen naar nieuw, samenhangend materiaal. Misschien was dat ook precies de bedoeling...
File Under: Verneukeratieve marketinghumbug
File Audio: [GodSpace]
Mooney Suzuki - Have Mercy
Have Mercy is het nieuwe, vierde album van Mooney Suzuki. Het had volgens mij weinig gescheeld of het was er nooit gekomen. Eerst werd de band eruitgeschopt bij platenmij Columbia, toen schopte de band gitarist Graham Tyler eruit en vervolgens schopte hun nieuwe platenmij V2 de band er weer uit. En toen overleed de papa van zanger James Jr. ook nog eens. Wat een gedoe. En dat terwijl de carrière van Mooney Suzuki zo voorspoedig begon. In 2003 gebruikte Nike voor een (volgens mij alleen in Amerika verschenen) ijshockeycommercial hun versie van Cole Porter's "Don't Fence Me In" en werd "In A Young Man's Mind" (toffe clip!) voor een reclamefilmpje gebruikt. Van de vuigheid uit die tijd is niet echt heel veel meer over op Have Mercy. Het zal wel komen doordat ze zelf ook ouder en wijzer zijn geworden, of zoiets. In plaats van MC5 en andere ruige helden uit het zwartwitte verleden hebben ze nu andere voorbeelden gekozen. Zo klinkt openingsnummer "99%" als een ideale kruising tussen The Rolling Stones, Primal Scream en The Black Crowes en voor "You Never Really Wanted To Rock 'n' Roll" zou Jerry Lee Lewis ze zo een proces aan de broek kunnen doen omdat het zoveel op "Great Balls Of Fire" lijkt. Van garagerockers zijn de mannen min of meer omgeschoold tot veelzijdige pubrockers en misschien is dat niet eens zo'n slechte zet, want nu kunnen ze in "Adam and Eve" gewoon ongegeneerd gebruikmaken van een twiedelende dwarsfluit en kunnen ze van "Good Ol' Alohol" een lamme meezinger maken voor iedereen die van meer dan één potje bier houdt.
File Under: Van vuig naar pub
File Audio: [MooneySpace]
File Video: [99%]
Trans Am - Sex Change
Het is rustig ten burele van File Under. De baas is op vakantie, de helft van de medewerkers ook, in het reageurdershoekje zitten alleen verliefde FOB en TH meisjes en Prikkie houdt de wacht als een assistent dictator. En hij roept zo af en toe naar Storm's Overgebleven Discipelen (S.O.D. (har har har)): ik kom kopij te kort, spring even bij! Goed idee, want dan kan ik me even door de stapel met achterstallige cd's heen werken. Bovenaan op dat stapeltje ligt Sex Change van Trans Am. Niet omdat hij als laatste op dat stapeltje terecht is gekomen, maar omdat ik de plaat er nog regelmatig bijpak. Om er vervolgens achter te komen dat ik wederom mijn vingers niet achter het werkje kan krijgen. En dat maakt het recenseren verdomd lastig. Sex Change vertegenwoordigt alle facetten van de muziek van Trans Am, dus het loopt van wilde gitaren, via rare samples, naar haast onschuldige popliedjes. Dat voor de verandering eens gepakt in nummers die amper voorbij de vier minuten klokken. Er blijft een post-rock randje aan zitten, maar Trans Am staat er met de rug naar toe en kijkt ook nadrukkelijk andere kanten op. Daarnaast is bij de opname van de plaat veel gebruik gemaakt van Eno's Oblique Strategies. En dat maakt het soms lastig te behappen. Waarmee ik niet wil zeggen dat Sex Change een slecht album is, maar meer dat Trans Am een kant op is gegaan waar ik me nog niet thuis voel. Kan gebeuren natuurlijk, maar Sex Change is desalniettemin wel goed genoeg om de interesse in Trans Am niet te veel te doen verflauwen. En dat is ook wel wat waard...
File Under: Uit het oog, maar nog niet uit het hart...
Seabear - The Ghost That Carried Us Away
Ik ben stiekem een beetje jaloers op mijn buren. Zij zijn drie weken naar IJsland en dit land staat op mijn lijstje van nog-te-bezoeken-landen al jarenlang op één. Maar terwijl de buurman en buurvrouw daar dus zwerven, zit ik ergens midden op de Friese klei een week lang in een huisje. Da's ook wel leuk hoor, gezellig met dat kleine gespuis ravotten in het gras, maar geef toe, het is wel koek van een hele andere orde dan ronddolen in bijvoorbeeld een de vier nationale parken van die IJsland telt en je vergapen aan geisers. Ter compensatie van al dit 'leed' had ik wel een cd'tje in mijn rugzak gestopt van een IJslandse artiest. Sindri Már Sigfússon opereert onder de naam Seabear en krijgt op zijn debuut-cd hulp van zijn alom landgenoten van Sigur Rós, Benni Hemm Hemm en múm. Dat geeft ook gelijk wel de richting aan waarin je moet denken bij The Ghost That Carried Us Away. Maar de insteek in de geluidsminiatuurtjes van Sigfússon is wel veel meer folk-gericht dan die van zijn helpers. Minder zweverig ook. Af en toe koekeloert hij zelfs even een beetje in het countrydoosje, maar dat gebeurt natuurlijk wel met een koele IJslandse insteek. Zo waan ik me af en toe even in een huisje in het ruige, kale IJslandse landschap, terwijl ik als ik uit het raam kijk een boer als een bezetene het gras zie maaien. Het is eindelijk droog en de vooruitzichten zijn goed. Dat had er ook nog eens bij moeten komen...
File Under: Een stukje IJsland in Friesland.
File Audio: [hiero]
Lacrimas Profundere
The Detroit Cobras - Tied & True
Het wordt langzamerhand weer tijd voor jaarlijstjes. Ik heb zelf al een kandidaat voor de titel "lelijkste hoes van het jaar." The Detroit Cobras doen met Tied & True hier namelijk een gooi naar. Er is niet alleen een lelijke voorkant, maar ook de grafische uitwerking is in één woord vreselijk. Als ik je daarbij nog vertel dat de band uitsluitend nummers van anderen brengt dan zijn er mindere redenen om een cd meteen bij het chemisch afval te zetten. Normaliter had ik het hier dan ook bij gelaten, maar er zit een addertje onder het gras. De band doet het coveren namelijk op originele wijze. Als je niet beter wist dan zou ik zweren dat de songs door één geschreven zijn. Er wordt echter goed gegrasduind in de muzikale erfenis, waarbij het uiteindelijke een eigen draai krijgt van (northern) soul, de ouderwetsche r&b, garagerock, motown en de zestiger jaren meidengroepen. Van de dertien nummers met totaal net een magere dertig minuten speeltijd wist ik er één te herkennen, namelijk "Puppet On A String" van Sandy Shaw. "Nothing But A Heartache" kon ik bijna letterlijk meezingen, maar dat het origineel van The Flirtations was dat wist ik niet. Zo valt er dankzij de goede neus voor fijne nummers van de dames Nagry en Ramirez veel te genieten.
File Under: Ook hoesjes zeggen niet alles
File Audio: [The Detroit Cobras @ My Space]
Emilie Autumn
Boy Hits Car - The Passage
Vandaag in de categorie 'hè, leven die nog?', het Amerikaanse Boy Hits Car. Het titelloze tweede album van de band leek in 2001 nog de doorbraakplaat te worden voor de band uit Los Angeles. En waarom ook niet? Wat een plaat was dat zeg. En wat een optreden op Lowlands datzelfde jaar. In de kleine Charlie-tent als ik me niet vergis. Het mutsje op het hoofd van zanger Cregg Rondell hield het welgeteld dertig seconden vol. Wat een energie, wat een stem en wat een capriolen haalt die man uit. Ik had een nieuwe favoriete band. Nou had in die tijd elke maand een nieuwe favoriete band en, zoals die dingen gaan, ik volgde de carriere van Boy Hits Car verder niet. Toch was ik verrast dat The Passage in 2005 al het levenslicht zag. De band bracht de plaat in eigen beheer uit en twee jaar later wordt hij pas gedistribueerd in Europa. Mosterd na de maaltijd? Deze keer niet. Op de The Passage klinkt Boy Hits Car zoals Incubus zou willen klinken. Intens, agressief en toch dromerig. Zonder klef te worden. Ergens tussen Dredg (de sfeer) en Rage Against the Machine (de agressie en de riffs) in. Opener "As Day Fades..." is misschien wel het ultieme Boy Hits Car nummer. Eén keer luisteren en je weet waarom de band hun sound als 'lovecore' omschrijft. Veertien nummers, nauwelijks een zwak moment. Niet die moeilijkdoenerij zoals bij Tool, nee zorgvuldige opbouw, mooie climax. Dat maakt The Passage tot een van de beste albums van dit jaar. Of mag ik geen re-release nomineren voor mijn jaarlijst? En Cregg...die haalt nog steeds halsbrekende toeren uit op het podium. Of moet ik zeggen er boven?
File Under: Springlevend
File Audio: [ MySpace]
Fiction Plane - Left Side Of The Brain
Op de shrinkwrap die de cd van Fiction Plane omsloot zat een sticker. Daarop stond dat de band The Police support tijdens hun reünietournee deze zomer. Ik vroeg me al af hoe een mij volstrekt onbekende band het voor elkaar gekregen had om zo met de neus in de boter te vallen. Dat werd me snel duidelijk toen ik Left Side Of The Brain, overigens Fiction Plane's tweede cd, ging beluisteren. De stem van de zanger leek in het eerste nummer ("Anyone") zoveel op die van Sting en de muziek deed me zoveel aan The Police denken dat ik gelijk naar het boekje greep. Verdomd, de zanger (en bassist!) van de band heet Joe Sumner. En laat de echte achternaam van Sting nou ook Sumner zijn. Inderdaad: Joe is de zoon van Gordon. Da's een fijn blijken van vaderliefde dus dat Sting toont door zijn zoon mee te nemen op tournee. Maar is Fiction Plane al die support wel waard dan? Nou, waarom ook niet eigenlijk? Left Side Of The Brain is in ieder geval geen mediocre plaat. Joe heeft duidelijk in zijn genenmateriaal een flink deel van het muzikale talent van zijn vader genesteld zitten. Maar een grote rol is zeker ook weggelegd voor gitarist Seton Daunt die vele verschillende klankkleuren (van Jimi tot Edge en Andy Summers) uit zijn instrument tovert. En ook drummer Pete Wilhoit schuwt het avontuur bepaald niet. Doordat Joe en zijn bandmaten bovendien niet alleen geluisterd hebben naar de platen van Joe zijn vader resulteert dit met Left Side Of The Brain in een leuke diverse rockplaat. Maar of de band ooit twee avonden achtereen er mee in een uitverkochte Arena zal komen te staan waag ik te betwijfelen, maar een Melkweg of Paradiso tot de nok toe vullen zou best eens tot de mogelijkheden kunnen behoren.
File Under: Like Father, like son.
File Audio: [Hier]
Asia - Fantasia Live in Tokyo
Dat Downes zijn voormalige bandleden wel heel bot aan de kant zette voor deze Asia-reünie zal fans van het eerste uur niet uitmaken, want dit was eindelijk weer de oer-line-up met Downes, Steve Howe, Carl Palmer en John Wetton. Het eerste resultaat van deze line-up is de dubbellive-cd Fantasia: Live in Tokyo. De songs zijn alleen van de eerste albums afkomstig. De songs van het debuut staan hier zelfs allemaal op. Daarnaast is er nog werk van de heren uit andere bands te horen: "In The Court of The Crimson King" (King Crimson), "Video Killed The Radio Star" (Buggles), "Roundabout" (Yes) en "Fanfare For The Common Man" (Emerson, Lake & Palmer). De klassieke line-up, met klassieke songs op maar liefst twee cd's. En toch vind ik deze release ronduit tegenvallen. De opnamen zijn erg kaal en je kunt je afvragen of dat slim is bij een band met zo'n Groot Geluid als Asia. Maar afgezien daarvan is de mix ook nog eens beroerd. De zang is erg ver naar voren gemixt en dat is jammer, want het is wel heel duidelijk te horen dat Wetton zijn beste dagen als zanger achter zich heeft liggen. Wanneer er bij zulke zang een wat mager en soms ronduit oubollig toetsengeluidje meetettert en er ergens anders in het geluidsbeeld een te zacht en kaal gitaargeluid klinkt is er iets goed mis. De bombast die Asia groot maakte ontbreekt dan volledig. Als dat met grote regelmaat gebeurt doet het er eigenlijk niet meer toe of de uitvoeringen wel of niet goed zijn - wat ook nogal eens tegenvalt. De pure Asia-fan zal er niet om malen en zal blij zijn dat er eindelijk een live-album met deze line-up is, maar ik, groot liefhebber van live-albums, geef verre de voorkeur aan de studioalbums van Asia. En dat had ik niet verwacht.
File Under: Asia zonder bombast, is dat nog Asia?
KoЯn - Untitled
(vervolg van hier)
"Eruit!!" brieste de koning, en Jonathan Davis haastte zich de zaal uit. "En jij ook!", stampvoette de koning tegen zijn zoon. "Kom maar terug als je een vrouw hebt!" Tragisch slenterden de twee het paleis uit, allebei mokkend om een andere reden, terwijl bij hun verschijnen een kwebbelend groepje gevluchte prinsessen bang uiteenstoof. De prins besloot zich bij Korn aan te sluiten, in de stille hoop tijdens de tour van zijn oude idolen meteen een blij meisje te ontmoeten. Maar nee. De maanden gleden voorbij zonder, terwijl Jonathan zich afzonderde, soms ziek, vaak zwelgend in zijn onvrede. Muzikaal begon hij te experimenteren, te zingen zelfs. Maar de brute kracht van de eerste Korn-platen was weg - zelfs een akoestische tussenplaat met oude nummers leverde de prins geen prinses op. Vlak na het zoveelste optreden voelde hij zich opeens ellendig en vol. Had hij iets verkeerds gegeten? Krom van de buikpijn hinkte hij naar een wc-hok naast het podium, trok de twee deuren dicht, zeeg op de bril neer en hijgde uit. Hij wilde net aanzetten om zijn last eruit te persen, toen hij het zaallawaai hoorde aanzwellen en verstillen. Er was iemand binnengekomen.
"Doe nou nieeet! Da's zonde!" giebelde iemand.
"Haha neeeee...", kraaide een ander iemand, "da's lachen! Kijk maar - "
Twee meiden! Vrolijk zelfs! Argh! Eindelijk, maar waarom net nú? De prins verbeet zijn lip, vloekte inwendig en hield zijn adem in. Terwijl zijn buik trillend bolde, proestten de meiden het uit bij de sigarettenautomaat.
"West?!"
"Bah! Neeheee..!"
"Wat doet die knop daar?"
"Uh..."
Het smakelijke, hoge gegniffel stierf even weg. Terwijl de prins gepijnigd afwachtte en zijn verkrampte darmen zich ophoopten, beeldde hij zich twee engelen in en kuste hij de deur, maar zijn gedachten werden wreed teruggetrokken naar zijn onderlichaam, tot de automaat vreemd rinkelde -
"AAAAHH! Nee!!"
"Je hebt het stukgemaakt!!"
De meiden gierden het uit, niet te stoppen, terwijl de prins stil kreunde - hij begon nu echt héél moeilijk te kijken - bad dat het grut ter plekke zou sterven - toen plots zijn kringspier het begaf onder de spanning en een formidabele explosie laagechoënd door de ruimte zinderde. Heel even stokte de slappe lach van de meiden - 'yuck!' riep er een terwijl ze nog naar adem hapte - maar onmiddellijk barstte een nog bulderender gegiebel los, rukten ze de zaaldeur open en waren ze verdwenen.
Bij de prins welde in een ooghoek een traan op.
(wordt vervolgd)
File Under: Ophouden is ook een kunst
File Audio: [Klik]
File Video: [Goeie clip, dat dan weer wel.][Lachen met make-up enzo]
DeVotchKa - How it Ends
Waar de plotselinge buzz rond Devotchka nu precies vandaan komt is me onduidelijk. Misschien was het wel hun muzikale bijdrage aan de film Little Miss Sunshine die het een en ander in werking zette? Hoe het ook zij, deze week verscheen drie jaar (!) nadat de cd in Amerika uitkwam hun cd How it Ends in Nederland. En dat is alleszins reden voor een meer dan behoorlijke buzz en dito feestje. Deze band rond zanger Nick Urata bestaat overigens al aardig lang. Ze werden al in 1997 opgericht en How It Ends is al hun vierde cd. Wat extreem cool is aan How It Ends is bijvoorbeeld het ongegeneerde gebruik van de accordeon. Prachtig hoe dit instrument samen met de viool rond walst in "Charlotte Mittnacht (The Fabulous Destiny Of...)". Inderdaad, het klopt als je denkt dat de band door die combinatie in de zigeunerhoek zit. Deze Amerikanen halen hun invloeden voor een groot deel uit Oost-Europese muziek, maar twiedelen er wel een flinke hoeveelheid Amerikaanse indie doorheen. Dan kom je dus ergens uit tussen Arcade Fire en Gogol Bordello. Maar dat is niet alles, Devotchka is veel meer divers. Want ze hangen ook nog het Mariachi straatorkest uit in "We're Leaving". En daarbij blijft het niet "Dearly Departed" en het titelnummer zijn bijvoorbeeld een tranentrekker vanjewelste waarin Urata in extreme mate ontroert. Zijn lastig te omschrijven stem - soms doet hij me zelfs aan wijlen Roy Orbinson denken - is lenig en zonder meer de sterkste troef van deze band. Maar onderschat vooral de driekoppige band vol ijzersterke multi-instrumentalisten achter hem niet, die maken het feest namelijk helemaal compleet. Live moet dit fantastisch zijn, dat kan bijna niet anders.
File Under: Euforische stemmingen oproepend.
File Audio: [The Enemy Guns][You Love Me][Op Last.FM]
Angels Of Light - We Are Him
Aan de rand van een prachtig duingebied zie ik de bruine kiekendief boven het moerassig veld ronddwalen op zoek naar waarschijnlijk een lekkere muis. Eerder bekende ik al in een stukje over The Angels of Light Sing "Other People" van Angels Of Light dat ik in een volgend leven graag een roofvogel wilde zijn en dit verlangen blijkt er nog steeds te zijn. Ik kan dan ook lang kijken naar de vogel, tot deze buiten mijn zicht is. Het leven terugbrengen tot de essentie, het zijn en moeten blijven leven zonder meer te vernielen dan noodzakelijk is. Eigenlijk krijg ik steeds meer een hekel aan de mens. Hierop aansluitend passen de liedjes van stadsman (New York) Michael Gira prima. Een vrolijke jongen was hij al niet ten tijde van Swans, de experimentele noiseband waar hij bekend mee werd. Na het verscheiden ging Gira zijn eigen weg, o.a. met Angels Of Light. Op de nieuwe release We Are Him van dit project, dat wederom op zijn eigen label Young God Records verschijnt, laat hij zich net als op voorganger The Angels of Lights Sing "Other People" bijstaan door Akron/Family. Dat is hem kennelijk goed bevallen. Het album lijkt hier dan ook een logisch vervolg op. Het zwaarmoedige is gebleven, alsmede de folkinvloeden. Gira heeft de blues, zoals Lou Reed ten tijde van Berlin. Tegen het eind van het album lijkt er dan toch wat plezier om de hoek te komen kijken en dat einde doet met zijn vrolijke orkest aan Kevin Ayers denken. Alsof de kiekendief zijn rondjes doet en het even uitschreeuwt. Intrigerende vogel die Gira.
File Under: Zwaarmoedige schoonheid
File Audio: [My Space]
Mark Lanegan & Isobel Campbell
Horace Andy / The Black Seeds
En eindelijk gaat het dan zomeren! Tijd om twee reggaeplaatjes uit de kast te trekken. Want dat smaakt zoveel beter in de zomer. We beginnen met de veteraan van de twee. Jamaicaan Horace Andy gaat al een jaartje of veertig mee en had hoofdzakelijk vooral faam in reggaekringen totdat de heren van Massive Attack de carrière van Andy een boost gaven. Voor zijn nieuwste werkje toog hij de studio in met Sly en Robby. Dat levert een uiterst vermakelijk plaatje op waar vooral de prachtige stem van Andy alle ruimte krijgt. Echter, over het songmateriaal had wel wat nagedacht mogen worden want halverwege de plaat zakt het aardig in.
Nieuw Zeelanders The Black Seeds gaan nog niet zo lang mee, maar hebben wel aan de andere kant van de wereld een sterrenstatus. Of ze dat hier gaan redden, dat betwijfel ik. Niet dat hun nieuwe plaat Into the Dojo slecht is, integendeel zelfs, maar het songmateriaal is hier ook het probleem. Er zijn geen nummers die er echt boven uitsteken en dat maakt de plaat een lange zit, vooral voor de minder fanatieke reggaefan. Maar voor een festival als Lowlands is het een puike act. Lekker ergens buiten een tent hangen met een pilsje erbij en de zoete reggaeklanken over je heen laten komen. Gelukkig staan ze dit jaar in op Lowlands...
File Under: De meesters kunnen het nog steeds...
File: The Black Seeds - Into the Dojo
File Under: Laidback hangen in de zon...
Sown - Downside
Ik was eigenlijk in de veronderstelling dat nu-metal intussen wel bij zijn laatste stuiptrekkingen was aanbeland, maar er wordt blijkbaar in bepaalde delen van de wereld nog steeds gedacht dat deze eens zo vernieuwende stroming nog steeds wat te bieden heeft aan de luisteraar. Het Italiaanse Sown laat zich er in elk geval niet van weerhouden de platgetreden paden nogmaals vol overgave te betreden. Werkelijk aan alles is gedacht: stampende groovende dropped D-riffs, minimale 'spooky'-melodietjes, cleane zang volgens het Alice In Chains-principe (gestapelde kwarten) afgewisseld met over-the-top geschreeuw zoals beschreven in het grote Slipknot-boek, tempowisselingen die herinneren aan het bekende System Of A Down-werk en als toetje een strontvervelende semi-akoestische ballad die doet denken aan bands als Saliva en het abjecte Nickelback. Dit gaat bij mij dus het ene oor in en het andere net zo hard weer uit. Nu is nu-metal bedoeld om een zekere agressie op te wekken, alleen wekt deze plaat bij mij precies op de verkeerde manier agressie op, ik krijg namelijk heel erg zin om deze cd keihard uit het raam te gooien. Het is allemaal erg degelijk gespeeld en verder ook prima geproduceerd, echter heeft iedereen die de afgelopen tien jaar een beetje heeft opgelet dit allemaal al eens eerder en vooral beter gehoord.
File Under: De platgetreden Nu-Metal paden
File Audio: [Sownspace]
Nick Drake - Family Tree
Het is diep in de nacht. Ik kan niet slapen. Het is broeierig warm en ik ben onrustig. Dat gevoel ken ik eigenlijk niet. Ik ben heel goed in slapen namelijk. Ik schenk nog maar een glas wijn in en ga verder met lezen. Het boekje dat bij Family Tree, de nieuwe cd van Nick Drake. Ik lees de openhartige brief die zijn zus Gabrielle schreef aan haar veel te vroeg overleden broer. Een mooie brief, al vind ik zelf een brief schrijven naar iemand die dood is een beetje eng. Ze haalt herinneringen op uit hun gezamenlijke jeugd, uit de periode na Drake's overlijden en vraagt min of meer vergiffenis voor het uitbrengen van deze familiekiekjes. En met reden. Het contrast in geluidskwaliteit ten opzichte van de drie cd's die Drake bij leven maakte is namelijk erg groot. Waar aan Five Leaves Left, Bryter Layter en Pink Moon bijna alles tot in de puntjes klopte en naar perfectie neigden, geldt dat voor deze nieuwe met afgestofte opnamen uit de archieven van de familie Drake allerminst. Maar dat geeft in dit geval niet, want dat het talent er al vanaf droop voordat Drake een officieel album uitgebracht had, wordt zo ook wel duidelijk. De zevenentwintig tracks, waarvan sommigen meer schetsen zijn dan echte liedjes, dateren allemaal van voor Five Leaves Left verscheen en laten behalve Nick solo ook zijn zus, en nog meer familieleden horen. Het grootste deel werd opgenomen door Nick en zijn vader in Far Leys, het landgoed van de Drakes, een aantal tracks in Aix en Provence, waar Drake een tijd verbleef. Over die tijd schrijft Robin Frederick een mooi stuk. Ik schenk nog eens bij en lees verder, want er volgt ook nog een meer dan lezenswaardig epistel van Nick's jeugdvriend Andrew Hicks. Als ik, allesbehalve nuchter ondertussen, het hele boekje uit heb is me wel duidelijk dat je het boekje gelezen moet hebben om deze release nog beter te kunnen begrijpen. Ik besluit om de fles maar leeg te schenken en luister nog een keer naar de hele cd, naar het betoverende getokkel van Drake en zijn zalvende stem. Met mijn ogen dicht.
File Under: Liedjes uit de familiearchieven met een mooi verhaal erbij.
File Audio: [DrakeSpace]
Kluge Leute - Kluge Leute
Uit Utrecht komen ze. Of dat de reden is dat de zanger van Kluge Leute af en toe klinkt als de uit het nabijgelegen Nieuwegein afkomstige Spinvis weet ik niet. Er lijkt me meer aan de hand: Spinvis heeft school gemaakt. Op het grensvlak tussen de betere knip-en-plak-pop - waar Nieuwegein aan zee ligt -, jaren zestig liedjes en cabarock (brr, wie verzon die naam?) van bijvoorbeeld Neerlands Hoop Express bevindt zich Kluge Leute. Studentikoos de ene keer (de naam van de band!), inventief met goede beats en aardige vondsten in de meeste liedjes. "Hé Man" is een sixties-liedje en ook het fijne orgeltje in "Passie" klinkt lekker naar dat tijdperk. Van "Ahmed" blijven vooral de praatzang, het fluitje en de curieuze tekst bij. "En d'r Navel" klinkt als een Doe Maar-pastiche. Maar "Bowlingbaan" is na één keer draaien niet meer uit je hoofd te krijgen en ook opener "Laat me slapen" is ijzersterk. Sympathiek is hier het toverwoord: platenlabel Beluga biedt de plaat ook nog eens gratis ter download aan.
File Under: Sympathieke knutselpop
File Audio: [ MySpace]
Best Fwends - Alphabetically Arranged
Nee, dat is geen spelfout. Eerder een verkouden bandlid. Of een kind dat nog niet zo goed kan praten. In beide gevallen niet eens een heel gekke gedachte. Het opvallendste van dit album is dat er maar liefst vierendertig tracks op staan, en zoals in de titel aangegeven 'alfabetisch geordend'. Op de vijf remixen na, die in een apart blokje aan het eind van de plaat zijn opgenomen. Anthony en Dustin komen uit Texas en zijn grappig en waarschijnlijk ook een beetje gek. Dat moet wel als je deze lo-fi elektropiepkraakpunkliedjes kunt maken. Met rommel, dat wil zeggen oude keyboards, slechte microfoons en speelgoedinstrumenten, maken ze rommel: liedjes duren nog geen twee minuten en klinken alsof er een vriendelijk duiveltje hen op de hielen zit. Zingen gaat prima als je ervoor kiest stemmen te vervormen. Kinderspeelgoed werkt prima als je een klein beetje weet hoe je het moet gebruiken en bewerken. Neemt niet weg dat er tussen een hoop niemendalletjes een paar heel aardige liedjes op Alphabetically Arranged staan: "House Ghost", "Orange Marker" en "Skate or live" bijvoorbeeld. Ik word er in elk geval regelmatig vrolijk van. Dat Best Fwends op Moshi Moshi verschijnt is ook niet helemaal verrassend, want in hun beste liedjes lijkt de band zelfs op zijn, veel beter geproduceerde, labelgenoot Architecture in Helsinki. Het fijnst aan de plaat is dat je hoort dat deze met heel veel plezier is gemaakt. Verkouden of niet.
File Under: Tussen de 34 tracks staan een paar heel fijne elektropunkliedjes
File Audio: [Wij zijn geen 138!]
File Video: [Skate or live]
Manitou / Consortium Project IV
In de herfst van 2006 schreef collega Prikkie behoorlijk positief over het album Deadlock van Manitou. Amper een jaar later komen de Finnen, inmiddels verhuisd naar Metal Heaven, alweer met een opvolger. No Signs Of Wisdom is de derde langspeler van deze heren. Ik moet hier echter minder positief over uitweiden. Het is voor mij slechts een normaal heavy metal album, met her en der een vleugje prog er in verwerkt. Een album als zovelen en met maar weinig origineels of verrassends in de nummers. Inspiratie hebben de heren nog steeds gehaald bij o.a. Iron Maiden, Dio, Whitesnake en soortgelijken. Het is vrij solide en veilige melodieuze metal. De goede zanger, de strakke gitaarriffs en prima drumwerk voegen helaas te weinig toe om in mijn oren boven het maaiveld uit te komen. Liefhebbers van dit genre zullen het allicht niet met me eens zijn, maar goed, ik word er niet warm of koud van. Het is mij allemaal wat te flauwtjes.
Het vierde project onder de noemer Consortium (Consortium Project IV) van de hand van Ian Parry (bekend van onder andere Elegy) heet Children Of Tomorrow. Samen met mede-producer en Elegy-toetsenist Joshua Dutrieux, schreef Ian wederom de nummers. Bij het schrijfproces kregen zij ditmaal de hulp van nieuwkomer, en ex-drummer van Within Temptation, Ivar de Graaf. Henk van der Laars verzorgt verder de gitaarpartijen. Deze vier heren worden verder bijgestaan door een bulk aan gastmuzikanten en --vocalisten. De (soms) prachtige muziek zit behoorlijk goed in elkaar, met een aantal meeslepende nummers, gitaarriffs en --solo's. Echter de zang van Ian is iets waar je of wel of niet tegen kunt, aangezien hij in mijn oren soms net even te overdreven en te zeurderig overkomt. In z'n geheel mist dit project helaas toch wel het nodige en aanstekelijke wat ik bijvoorbeeld wel aantref op de albums van bands cq projecten als Ayreon en Avantasia. Zij hebben gewoon net even wat meer pit en aantrekkingskracht in hun muziek.
File Under: Too few signs of wisdom
File: Consortium Project IV - Children Of Tomorrow
File Under: Project X
Ash - Twilight Of The Innocents
Ash is weer terug bij af. Zoveel wordt wel duidelijk bij het beluisteren van Twilight Of The Innocents. Misschien dat daarom de alleraardigste Charlotte Hatherley het ook beter vond om haar eigen weg te gaan. Ze had het gevoel dat haar rol bij Ash uitgespeeld was en Twilight Of The Innocents toont dit eigenlijk ook wel aan. Maar als ik Charlotte was, dan zou ik er niet rouwig om zijn dat haar wegen scheidden van het oorspronkelijk drietal Tim Wheeler, Mark Hamilton en Rick McMurray. Ash is weer het trio dat het was ten tijde van de release van 1977 en misschien dat ik daarom ook bij het luisteren naar Twilight Of The Innocents veelvuldig aan die plaat moet denken. Alleen hebben op Twilight Of The Innocents de zwakke broeders wel de overhand: het is echt zoeken naar de krenten in de pap en dat is jammer. Het opzwepende "I Started A Fire" is wel zo'n fijn typisch Wheeler-liedje en ook de melancholieke single "Polaris" mag er zijn. Misschien is het daarom ook wel verstandig dat Ash bij de release van deze cd aankondigt dat Twilight Of The Innocents de laatste studio-cd is van de band. Hierna zullen alleen nog maar singles van hun hand verschijnen. Een wijs besluit, want de slechte singles die Ash uitgebracht heeft zijn schaars.
File Under: Met Hatherley in de gelederen waren ze leuker.
File Audio: [Ash]
Chingon - Mexican Spaghetti Western
Oké, ik geef het toe: als je zo nodig op fietsvakantie moet en je blijft in deze regio dan kun je heel wat over je heen krijgen. Wind, regen en nachtelijke kou was dan ook ons deel. Op de fiets droomde ik stiekem over zonnestralen die er toch echt moeten zijn, daar achter die wolken die boven ons drijven. In mijn hoofd ben ik ondertussen al een stukje aan het schrijven over de bijpassende soundtrack Mexican Spaghetti Western van Chington dat ik net voor de vakantie nog draaide, maar waar de tijd voor ontbrak om er nog iets over te zeggen en ook de iPod en andere technische onzin ontbreekt. Chington maakt, zoals je na het lezen van de titel van het album waarschijnlijk al verwachtte, zonnige muziek. De band van Robert Rodriquez, ook bekend als filmregisseur kent een hoorbare wisselende samenstelling en schrijvers, hetgeen voor de nodige variatie zorgt. Muzikaal vindt het referenties in Los Lobos, Calexico en de good-old Santana. Er zijn zangeressen (Patricia Vonne, Selma Hayek), trompetten (mariachi), diverse zangers, veel gitaren (elektrisch, akoestisch), Spaanstalige en Engelstalige teksten, er is rock, maar ook ruimte voor traditie. "Malagueña Salerosa" verscheen eerder in de film Kill Bill 2. Dit album was al vanaf 2004 verkrijgbaar via het internet, maar vindt nu ook zijn weg via oudere media. Als ik bij thuiskomst weer aan het schrijven ga slaat het weer om en voor het eerst sinds weken komt het boven de vijfentwintig graden. Je zou ze daar boven toch een karatetrap geven, ze vanaf je paard beschieten met je revolver of de Mexican Spaghetti Western hard door de buurt laten schallen.
File Under: De hitte uit uw speakers
File Audio: [online is het gehele album hier in flarden te beluisteren ]
File Video: [Malagueña Salerosa op de Kill Bill 2 -premiere]
The Pigeon Detectives - Wait For Me
Ja, ik ben rijkelijk laat met deze recensie. En ja, eigenlijk is deze bespreking van de debuutplaat van The Pigeon Detectives pure mosterd na de welbekende maaltijd. Ik zal u echter uitleggen waarom het a) zo lang geduurd heeft, en b) waarom ik toch nog een stukje wijd aan deze Loiners. In feite is dit schijfje namelijk een veredelde vorm van platenkastvulling. Natuurlijk, u heeft ook gelezen over de hype die de Detectives zouden zijn. Op het label van ¡Forward, Russia!-gitarist Whiskas, vriendjes met de Kaiser Chiefs, dat soort werk. Maar echt, het valt heel erg mee. Althans, wanneer we het hebben over Wait For Me. The Pigeon Detectives jatten simpelweg tien jaar Britpop bij elkaar en maken daar zelf wat liedjes van. Dat doen The Rifles ook, maar dan een stuk leuker. Eigenlijk is Wait For Me vrj inwisselbaar met het werk van The Wombats, The Holloways, Little Man Tate en vult u zelf maar aan. Kortom, heel veel haast had ik niet met het recenseren van dit album. Het interview kwam in dit geval zelfs eerder dan de recensie. De enige reden die je zou kunnen opwerpen om dit schijfje ook echt aan te schaffen, is dat je dan de teksten mee kunt bleren tijdens concerten. Want nu komen we aan bij punt B: u dient, indien mogelijk, absoluut te gaan kijken naar The Pigeon Detectives. Op Lowlands bijvoorbeeld, binnen enkele weken. The Detectives mogen op plaat dan niet veel bijzonders zijn, op het podium werkt de bravoure van dit viertal uitstekend. Naar de Detectives moet je niet luisteren, naar de Detectives moet je gaan kijken om vervolgens uit je plaat te gaan. Om mee te springen op het podium met voorman Matt Bowman. Om opblaaskoeien rond te zien zwieren over talloze handen. Dus hup, sta op en dansch!
File Under: Now In A Theatre Near You
File Audio: Pigeonspace
Vodafone luistert naar klanten bij Vast Bellen en Internet
Klanten kunnen sinds 1 juni 2007 niet alleen voor mobiele diensten maar ook voor Vast Bellen en Internet bij Vodafone terecht. Zo wordt ingespeeld op de wens van klanten om hun totale communicatiebehoefte bij één aanbieder onder te brengen. Vodafone wil dat bovendien beter doen dan de concurrentie. Het bedrijf gaat bij haar producten voor Vast Bellen en Internet uit van wat haar klanten verwachten, namelijk een aantrekkelijk aanbod en een goede service.
Vodafone wil zich onderscheiden van andere aanbieders van telefonie en internet. Iedereen die Vast Bellen en Internet van Vodafone afneemt, moet snel en goed geholpen kunnen worden. Daarom wordt de nieuwe dienst niet meteen in het hele land ingevoerd. Tijdens de introductiefase worden bestellingen alleen aangenomen als ze binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden uitgevoerd. Vodafone wil daarmee voorkomen dat klanten te lang op hun aansluiting moeten wachten. Voor klanten die in juli Vodafone Vast Bellen en Internetten bestellen is bovendien een speciaal e-mail adres beschikbaar waarop zij hun ervaringen ten aanzien van de installatie, de klantenservice en de kwaliteit van het product met Vodafone kunnen delen. Op basis van de reacties van klanten, past Vodafone waar nodig haar processen of het product aan voor de brede marktintroductie later dit jaar.
Marco Mendoza - Live For Tomorrow
Een soloplaat van Marco Mendoza? Is dat niet...? Jup, de man die met de ene na de andere band op tournee gaat en tussendoor ook nog eens het nodige studiowerk doet. Thin Lizzy was zijn laatste klus, maar ook John Sykes, Whitesnake, Derek Sherinian en recentelijk Dolores O'Riordan mochten zich op de basbijdragen van Mendoza verheugen. Met zijn maatje Richie Kotzen en wat gastmuzikanten maakte hij dit album. En verdomd als het niet waar is, Mendoza blijkt over een heerlijke stem te beschikken. Niet alleen de timing en dictie lijkt hij van Glenn Hughes afgekeken te hebben, ook diens soul is in ruime mate aanwezig. Wel zijn de songs meer rechttoe rechtaan drie-tot-vijf-minuten-rocksongs dan bij Hughes tegenwoordig het geval is. Nog verrassender is dat Mendoza soms (in de trage blues "Still In Me" en de ballad "Dance With Me") behoorlijk aan Prince doet denken. Mendoza krijgt de hulp van onder andere Steve Lukather, Ted Nugent, Doug Aldrich en Tommy Aldridge, maar hij blijft zelf de grootste verrassing. Iets meer lef in de composities en Mendoza zou er zomaar een mooie solocarrière aan over kunnen houden. Hoe dan ook is dit een geslaagd en verrassend album.
File Under: En nu gewoon blijven zingen!
File Audio: [Live For Tomorrow] [I Want You] [Your Touch] [Let The Sun Shine]
Frederiksen-Denander - Baptism By Fire
Naar het schijnt zit Journey weer zonder zanger. Jeff Scott Soto nam de honneurs waar toen Steve Augeri stemproblemen kreeg, maar is ondertussen dus weer aan de kant geschoven. Beetje jammer is dat wel voor Soto, want volgens mij had 'ie wel gehoopt langer achter de microfoon te mogen bivakkeren bij Journey. Soto was zelfs net begonnen met een Talisman-afscheidstoernee. Het gerucht ging even dat Steve Perry misschien weer terugkwam, maar dat werd gelijk de kop ingedrukt door zowel Perry als Journey zelf. Als Journey na haar bezinningsperiode nu met Dennis 'Fergie' Frederiksen op de proppen zou komen, dan zou me dat niets verbazen. Ik zou het toejuichen zelfs. Baptism By Fire, de samenwerking van Frederiksen met Zweedse studiokluizenaar Tommy Denander is namelijk een uitstekend stukje CV-aanvulling. Hij zou 'em ook als open sollicitatie naar Toto of Foreigner kunnen sturen overigens, want muzikaal gezien is deze samenwerking aardig in balans qua Toto-, Foreigner- en Journey-invloeden. Maar bij Toto stond Frederiksen al eens een cd (Isolation) achter de microfoon en gezien het plotselinge (en langdurige) verdwijnen uit de muziekwereld heeft hij hier wellicht niet al te beste herinneringen aan. Het songmateriaal dat Denander schreef voor deze cd is ook domweg veel beter dan wat Toto het laatste decennium, nou vooruit, op hun laatste cd na dan, afgeleverd heeft. Bijster origineel is het dan misschien niet altijd en de clichés stapelen zich her en der aardig op, maar wie op een zonovergoten dag een zonovergoten AOR-plaatje zoekt is bij dit duo helemaal aan het goede adres.
File Under: AOR voor een zomerse dag
Guster - Ganging up the Sun
Ik zat even de archieven van File Under door te spitten om na te kijken hoeveel platen van Guster ik hier eigenlijk besproken had. Tot mijn initiële verbazing was dat alleen Keep it Together. Voor mijn gevoel waren het er meer, maar even door analyserend bleek dat niet zo raar te zijn. Tussen Keep it Together (2003) en Ganging up the Sun is alleen een live-DVD verschenen (Guster on Ice) en die is, bij mijn weten niet in Europa uitgebracht, al bestelde ik'm gewoon in de VS. Keep it Together was overigens ook nog niet uit toen ik hem hier besprak. En ook voor Ganging at the Sun geldt: we hangen er maar een beetje bij hier in Europa. De plaat is namelijk al op 20 juni 2006! in de VS uitgebracht, maar dus nu pas hier. Maar gelukkig nu wel hier. Want de nieuwe plaat is weer bijzonder sterk en heeft alles om hier ook succesvol te worden. Even in het kort, voor wie Guster niet kent en dat zullen de meeste lezertjes zijn: Guster, uit Boston, Ms. is begonnen als akoestisch trio, inclusief bongospeler ipv drummer, in de college/jamband hoek, al wijdden de heren niet zo uit als hun vrienden van Phish e.d. en deden ze meer aan een band als Crowded House denken zonder epigonen te zijn. Door intensief te toeren bouwden ze een behoorlijke fanbase op. Met de jaren hebben de heren behoorlijk wat aan diepgang gewonnen en werd het akoestische principe losgelaten. En Ganging up the the Sun hebben ze voorlopig hun piece de resistance uitgebracht. De pure popkracht van de nummers is gebleven maar het geluid is weer diverser geworden. Als ik namen moeten noemen: Wilco, of een vrolijke Jayhawks. Wordt u vrolijk van die bands, geef dan Guster ook eens een kans. Al was het maar om ze naar Europa te krijgen. Want verder dan drie dagen Engeland en een opgenomen videoclip in Amsterdam zijn ze nog niet gekomen. En getuige de vele bootlegs is dat vreselijk zonde...
File Under: Topplaat!
People Press Play - People Press Play
Elke nieuwe Morr-release zorgt voor een glimlach op mijn gezicht nog voordat het schijfje de speler heeft bereikt. Vroeger wist ik niks van labels, nu ken ik er een paar die me bijna altijd fijne plaatjes voor blijven schotelen. Morr is er daar een van. Het Deense kwartet, waarvan het mannelijke trio al onder de naam Future 3 al veel langer platen maakt, heeft zich toegelegd op de ambient elektronica, aangevuld met zwoele vocalen en dat klinkt op het eerste gehoor wel aardig. Tijdens het doen van de vakantiewas, het rondhangen in huis, de zon die binnenschijnt. De kater van het thuiskomen proberen te overwinnen - morgen weer aan het werk, niet aan denken. People Press Play begeleidt me door de dag, die veel te snel voorbij gaat. De dromerige elektronica, nog lomer gemaakt door de stem van Sara Savery, vertraagt de boel een beetje. Jaagt me niet op. Doet me denken aan dat plekje op die camping tien meter boven de zee. Even ben ik nog waar ik liever nog zou zijn. Toch is er een maar. People Press Play kent geen hoogtepunten, maar roept slechts een sfeer op. Hierdoor zijn de liedjes inwisselbaar en is het plaatje van 38 minuten slechts een soundtrack bij een gekke dag en uiteindelijk toch wat saai. Her en der hoor ik wel waarom Morr heeft besloten de band te contracteren, maar Morr heeft betere namen op zijn palmares. Als ik dromerige elektronica wil horen, dan grijp ik liever weer naar Lali Puna. Of zo.
File Under: een matige Morr-release
File Audio: [Ja hoor]
Popa Chubby - Electric Chubbyland
Popa Chubby mag dan qua uiterlijk zo ongeveer het volstrekte tegendeel zijn van Jimi Hendrix, er zijn er weinig die zoveel en zo integer Hendrix-materiaal spelen als deze New Yorker. Vorig jaar bracht hij een driedubbel-cd uit onder de naam Electric Chubbyland, waarop hij met twee live-albums en een studio-cd zijn hommage bracht aan een van de grootste iconen van de elektrische gitaar. In de tournee die volgde gaf Popa Chubby een live-optreden in Frankrijk dat op deze dvd is uitgebracht. Elf Hendrix-songs, met drummer Chris Reddan en bassist A.J. Pappas achter Popa Chubby. Visueel is er weinig te beleven. Geen flitsende backdrop, geen enorme lichtshow, Chubby en band zijn met hun muziek bezig en niet met rockposes. Maar met die muziek zit het helemaal goed. Popa Chubby behandelt de songs met eerbied. De uitvoeringen zijn straight heavy blues-versies, waar Hendrix zelf zeker aan het eind van zijn carrière meer het experiment zocht. Dat ligt echter niet aan het verschil in vaardigheden, want Chubby is simpelweg een waanzinnig goede bluesgitarist. Hendrix hield van het experiment, maar ook met deze versies van onder andere "Voodoo Chile", "Manic Depression" en "Catfish Blues" zou hij ongetwijfeld tevreden zijn.
File Under: Integer eerbetoon
Circle - Panic
Dat geen enkele Circle-cd hetzelfde geluid laat horen, daar ben ik intussen wel aan gewend. Dat wil nog niet zeggen dat ik ook altijd gelijk gewend ben aan dat nieuwe geluid van een Circle-cd. Stiekem hoopte ik dat Circle op Panic de lijn door zou trekken die ze met het vorig jaar verschenen Miljard ingezet hadden. Dat avant-gardistische 'klassieke' geluid, dat een beetje in de lijn lag van de latere cd's van Talk Talk, beviel me wel. Maar dat was - wist ik van te voren - dus hoop tegen beter weten in. Waar op Miljard de piano centraal stond zou dat op Panic vast niet het geval zijn. Aangenaam verrast was ik dan ook met het openingsnummer "Black Tape" waarop - zowaar! - pianoklanken in een new age-achtig geluid ronddoolden. Daarna volgt met "State Powder" een Pink Floyd-achtig nummer - ik denk steeds aan "Welcome To The Machine". Ik dacht nog: zo zou het op een plek waar over een paar seconden een atoombom in gaat slaan best kunnen klinken. Zo'n enorme paniek dat er een verzengende stilte ontstaat. En ja hoor, dan knalt vervolgens track vier, "Neverending Dinner", uit de speakers. Goedemorgen zonder zorgen nog aan toe, ik verslikte me in mijn koffie. "Neverending Dinner" is namelijk eigenlijk gewoon knetterharde hardcore-punk. En de vijf korte tracks die volgen ook. Harder en rauwer klonken deze voorvechters van de New Wave of Finnish Heavy Metal nog niet eerder. Je weet dat het eraan komt, maar het blijft een bizarre ervaring. En dan kan ik wel zeggen dat het logisch is gezien de plaatjes van opstootjes in het boekje, wie de recensie van Miljard gelezen heeft weet dat die plaatjes bij Circle lang niet altijd iets zeggen. Maar dan opeens is de 'herrie' ook weer afgelopen en zijn de monotoon rondzoemende synthesizers weer terug. Pas diep in het afsluitende "And Far Away" komt er weer een beetje leven (lees: melodie) in. Het zal de postapocalyptische herlevingen geleidelijke heropbouw van de aarde zijn. Een aarde waarop we een band als Circle moeten koesteren. Die band is zeldzaam (goed) namelijk.
File Under: Onvoorspelbare Finnen flikken het weer.
Boris Sujdovic - Fuzz Machine
In de jaren tachtig waren er een aantal Australische bands die hier, aan de andere kant van de wereld, redelijk succesvol waren. Bands als The Saints, Midnight Oild, Hoodoo Gurus en Died Pretty traden regelmatig in Europese clubs op en hun platen verkochten ook hier redelijk. De naam The Scientists ben ik in die tijd wel eens tegengekomen maar ik kan me niet herinneren er ook muziek van gehoord te hebben. Deze naam dook nu weer op toen ik informatie op ging zoeken over Boris Sujdovic. Hij was in de jaren zeventig en tachtig bassist in diverse samenstellingen van The Scientists en later ook van Beast Of Bourbon en The Dubrovniks, twee andere Aussie-bands. Deze Boris heeft nu de solo-ep Fuzz Machine met zes nummers uitgebracht en het is de bedoeling dat ik er iets over schrijf. De titel van cd en de titel van het eerste nummer "Primitive Man" geven al genoeg informatie. Het is primitieve muziek met veel gebruik van de fuzz-box. Boris zegt het zelf eigenlijk nog veel beter: `find a beat, hit the play button and start recording the fuzz, and then hit stop.' Hij heeft er geen enkele zin in om lang over de nummers na te denken en om er te lang aan te sleutelen. Nu heb ik normaal ook een voorkeur voor recht-toe-recht-aan rock die rechtstreeks uit het hart komt, maar dan is er toch minimaal één voorwaarde. De nummers moeten ook iets voorstellen, ze moeten bijvoorbeeld een melodie hebben. Deze ep bevat maar zes nummers en dat is het enige positieve dat ik er over kan opschrijven.
File Under: Primitive Man
Electroquickies #5
Blipblop! Ook wel bitpop genoemd. Geweldig leuk genre, maar voortrekker Welle:Erdball (die overigens deze Lowlands in de X-Ray-tent optreedt) doet vervelend gothicverantwoord en is daarom gruwelijk saa-a-a-aai. Het kan echt véél leuker, zoals de fantastische Zweedse band Slagsmålsklubben alias SMK bewijst. Letterlijk betekent dat 'Fight Club', het derde album Boss For Leader is net uit en het klinkt als de midi-versie van de ouwe Fischerspooner. Kortom, je kunt erop dansen en dat kun je van veel best sympathieke Japanse chiptune-muziek niet zeggen. Het nummer "Han som tuggar med öppen mun dör" klinkt overigens wel als een Alfred Jodocus Kwak-ripoff. Check die video's!
Ik ga niet liegen: dé Justice-ripoff van de maand is de ernstig goede, veel te korte Bloody Beetroots-remix van Captain Phoenix' "Pistols and Hearts". Maar als ik je een album zou mogen aanraden, dan wordt het dat van het Franse Teenage Bad Girl, uitgekomen op het label van Vitalic. Het is een rare plaat en dat maakt 'm juist zo goed. Justice liet op zijn debuutplaat het ranzigste gefreak weg - logisch - maar stiekem zat ik daar nou net op te wachten en Teenage Bad Girl komt het even goedmaken. Her en der is dansbaarheid de twee heren een rotzorg geweest en dat resulteert in enkele juweeltjes van gevoelstracks. De fabelachtige retro-slottrack "Aviateur" ademt melancholie, "Beel" eindigt prachtig diep en "Du Meine Sonne" is zowaar een mooie versie van de Army of Lovers-hit "Crucified". Tracks als "Franz Schubert" en "Vacuum" zijn zelfs niet te beschrijven, zo vaag (maar goed). Prima danstracks zijn er overigens ook, met "Tales From The Pigs" en "USB Dick" als de smerige toppers. De gitaarclimax van single "Cocotte" is één van mijn favoriete muziekmomenten van 2007.
File Under: De Zweedse masters of blipblop
File Video: [Videoclip in Gummbah-stijl!] [His Morning Promenade] [Hänt (live@tv)] [Sponsored by Destiny (instore)] [compilatie]
File: Teenage Bad Girl - Cocotte
File Under: ALLES wat je nog miste aan de debuutplaat van Justice.
File Audio: [Ook hier is MySpace de officiële homepage]
File Video: [Cocotte]
The For Carnation - Promised Works
De naam Brian McMahan zegt je waarschijnlijk weinig, maar hopelijk doet de bandnaam Slint wel een belletje rinkelen. Brian was de zanger van Slint en in die functie met Spiderland verantwoordelijk voor achteraf bezien een van de belangrijkste indie-platen van begin jaren negentig. Nadat Slint uit elkaar ging was hij samen met David Pajo een tijdje lid van Will Oldham's band (Oldham maakte de foto op de hoes van Spiderland!) toen deze onder de naam Palace Brothers speelde. Uiteindelijk begon het tweetal ex-Slinters toch weer samen muziek te maken. Onder de naam The For Carnation namen McMahan en Pajo samen met twee leden van Tortoise, waarvan Pajo ondertussen ook volwaardig lid was geworden, de EP Fight Songs op. De drie ijzersterke staaltjes slowcore daarop, met immer als stille middelpunt de zacht zingende - bijna fluisterende - McMahan zijn een flink stuk stiller dan Slint. Omdat hij het te druk had met zijn andere projecten stopte Pajo na Fight Songs met The For Carnation, de twee Tortoise-leden John Herndon (drums) en Doug McCombs (bas) bleven McMahan nog wel trouw. Met een nieuwe gitarist in de gelederen namen ze in 1996 Marshmallows op. Daarop gaat McMahan iets meer 'los', maar altijd op een onderkoelde, gecontroleerde manier. Af en toe op het enge af zelfs. Met de reünieconcerten van Slint in het achterhoofd is het helemaal geen slecht idee van platenmij Touch & Go om de samenvoeging van deze twee EP's die in 1997 al onder de naam Promised Works uitkwam opnieuw te laten persen. Het zou terecht zijn als The For Carnation postuum - alhoewel nooit officieel opgeheven, sinds 2000 niet meer dan een waakvlam - nog wat meer waardering zou krijgen.
File Under: Gepaste stilte.
File Audio: [Eigen luisterpaal]
The Sounds / Mainliners
Eigenlijk is dit stukje niet helemaal eerlijk meer, omdat ik The Sounds al live zag voordat ik deze plaat ging recenseren. Punt is namelijk dat ik het gevaar loop overenthousiast te worden over Dying To Say This To You, puur en alleen omdat de band uit het Zweedse Helsingborg live zo geweldig is. Ik probeer dus enige afstand te houden, maar feit blijft dat het gitaarloopje uit single "Song With A Mission" ontzettend aanstekelijk is. Zo heeft de band rond frontvrouw Maja Ivarsson nog een aantal fijne aanstekelijke songs (ik noem een "Ego", een "Painted By Numbers"), waardoor er in ieder geval van een belofte gesproken kan worden. Of die belofte wordt ingelost met een tweede plaat is, mede gezien de beperkte houdbaarheid van madam's vocale capaciteiten en haar voorliefde voor het white marching powder, nog maar helemaal de vraag (kent u The Bravery nog?), maar als u helemaal in hippe dansbare gitaarbandjes bent, kunt u dit schijfje gerust aanschaffen. Feest gegarandeerd, alleen de draak "Night After Night" even skippen.
Ook uit Zweden, maar veel minder bezig met hip zijn: Mainliners. Ongetwijfeld geboren in een van de vele oude hooischuren die Zweden rijk is, is deze band een typische middle of the road rockband met een zweem naar de jaren zeventig. Toch, opener "Olivia" zou ik wil betitelen een van de meest fantastische en bombastische openingstracks die ik de laatste tijd heb gehoord, en het nummer belooft dan ook veel voor de rest van de plaat. Die belofte wordt niet helemaal ingelost, het eerst volgende echt goede nummer is tevens slotakkoord "Everyday Son". Aan de andere kant is dit een alleraardigst schijfje dat in huize Spookrijder zeker niet na enkele draaibeurten in de platenkast zal verdwijnen. Deze club uit Zweden zal vermoedelijk geen al te grote vermelding krijgen in de muzikale annalen, daarvoor zijn Mainliners mijns inziens te weinig onderscheidend. Maar het luistert heerlijk weg, en de band weet hun enthousiasme goed over te dragen.
File Under: Hey! Hey! That's What I Say!
File Audio: MySpace
File: Mainliners - Mainliners
File Under: Een fijn stukje kaf
File Audio: MySpace
Rude Mood - Live2
Soms ontdek je in een voorprogramma hartstikke leuke bandjes. Zo werd een Bon Jovi-concert voor mij ooit gered door Queensrÿche in het voorprogramma en was de band Boo! bijna net zo goed als de band waar ik voor kwam, Fishbone. Ook in iets minder grote zalen kun je zo nog verrassingen beleven. Bij Lohues & the Louisiana BluesClub stond er plots een onaangekondigd voorprogramma: Rude Mood. Gitarist, drummer, bassist en zangeres. Mij volkomen onbekend, maar wat heb ik staan genieten! Rude Mood is met een kleine onderbreking al ruim vijftien jaar actief en dat hoor je. Ze spelen uitsluitend covers, maar doen dat wel zo ontzettend lekker dat je je daar al snel niet meer druk om maakt. De EP Live2 bevat zes tracks, allemaal traditionele, stevige blues. Het aardige bij Rude Mood is dat de ritmesectie bepaald geen dumdiedum-ritmesectie is. Integendeel, drummer Marco Hilgeman legt de basis waarop bassist Michiel van der Meulen een flinke melodieuze inbreng heeft. Daardoor hoeft gitarist Gerrit-Jan Evers niet elk gaatje op te vullen om de sound nog enige body te geven. Hij heeft daardoor ook de ruimte voor subtiele invulling van het gitaarwerk. Zangeres Martine van der Meulen laat ten overvloede nog eens zien dat vrouwen en de blues prima samengaan. Ze heeft een heldere stem met een mooi vibrato - een beetje á la Grace Slick of Siena Root's Sanya -, met voldoende power om ook het steviger materiaal aan te kunnen. Rude Mood hanteert blijkbaar het motto "beter goed gecoverd dan slecht geschreven". Met de vaardigheden van deze muzikanten is dat terecht. Ze coveren onder andere Stevie Ray Vaughan, R.L. Burnside en Willie Dixon en doen de songs stuk voor stuk recht. Ga eens naar een van hun optredens en vergeet niet dit cd'tje aan te schaffen. Je krijgt er nog Shake For Me, een even prettige 8-track studio-cd gratis bij. Lohues was briljant, maar met Rude Mood was mijn avond eigenlijk al geslaagd. Luister zelf maar waarom.
File Under: Songs van de groten recht gedaan
File Audio: [fragmenten op de site]
Outsmarted - Yellow Era
Over een ding bestaat geen twijfel: Outsmarted heeft goed nagedacht over het hele concept bij hun eerste cd Yellow Era. Zelfs de enveloppe die op de deurmat plofte was besmeurd met gele verf. Het is tekenend voor de ambitie van dit Utrechtse drietal: dit is geen band die van half werk houdt en verder wil. Maar wil je wat bereiken dan moet je muziek natuurlijk ook goed in orde zijn. Op Yellow Era wisselt het me nog teveel van nummer tot nummer. Dat is ook wel logisch als je weet dat de stijl van de mannen allesbehalve eenvormig is. De ene keer trekken ze Brittannië in om invloeden op te pikken bij Suede, Coldplay, Muse en Radiohead, pikken overal vandaan wat postpunk op en trekken dan weer vol goede moed richting België om wat straffe Millionaire-invloeden op te pakken. Vervolgens nemen ze de verkeerde afslag en vragen ze in Frankrijk in stuntelig steenkolenfrans de weg terug in het beroerde "En Chuchotant". Kom dan maar weer eens terug op de juiste route. Die blijkt dan via Duitsland te gaan om nog wat tanzmetal op te pikken bij Rammstein. Misschien zit het pijnpunt wel in het feit dat de mannen na een korte opnamesessie in een verlaten restaurant in Zeeland nog vier maanden thuis bij zanger Martijn Doolaard gesleuteld hebben aan de liedjes. Volgens mij hoor je dan op een bepaald moment als band zelf niet meer of een verandering of extra toevoeging een nummer beter maakt of niet. Aan details is in de prima productie door al het geklus aan huis geen gebrek. Wellicht is het wel het doel van de band om het zo divers mogelijk te houden. Het zij zo, in dat geval, maar ik zou voor een wat duidelijker lijn gekozen hebben, zoals ze met de vormgeving van cd, site en enveloppe wel is gebeurd.
File Under: Hier had meer ingezeten.
File Audio: [Hier]
Ruiner - Prepare To Be Let Down
Bij de ene plaat duurt het een paar luisterbeurten voor hij je pakt, bij andere platen is het meteen raak. Bij deze nieuwe cd van het Amerikaanse hardcoregezelschap Ruiner was het weer eens ouderwets raak in huize Marty. Na het openingsstuk "Prepare To Be Let Down", wat niets anders is dan een spanningsopbouwend introotje, barst het eerste nummer "Bottom Line:Fuck You" in al zijn 27 seconden Old School Hardcore-glorie los. Zo hoort het! Gas erop en knallen maar met die handel. Ruiner is gelukkig wel zo verstandig om het niet alleen bij korte snelheidsrecordbrekers te houden, maar weet ook het tempo af en toe terug te schroeven ten faveure van Modern Life Is War-achtige spanningsbogen. Jammer alleen dat ze niet de genialiteit van deze heersers weten te evenaren, daarvoor zijn de riffs en thema's af en toe net weer te doorsnee. Ruiner doet zijn best om het allemaal zo spannend mogelijk te houden maar weet helaas niet altijd de grote clichés te omzeilen, sommige riffs hebben we allemaal wel eens vaker gehoord. Toch is dit zeker geen slechte plaat te noemen. Als de jongens bovenstaande puntjes in acht nemen, zou de volgende plaat wel eens een echte klapper kunnen worden.
File Under: Absoluut geen teleurstellende hardcore
File Audio: [RuinerSpace]
Beastie Boys - The Mix-Up
Was de muziek op dit album maar net zo fantasierijk als de machine op het artwork. The Beastie Boys stelden op hun laatste vocale album teleur, alsof iedereen opeens merkte dat ze niet meer (of nooit?) konden rappen. De keuze voor een instrumentale plaat is daarom logisch, alhoewel gewaagd. Respect daarvoor, maar helaas is het resultaat een drama. Ik zou hier kunnen citeren uit mijn recensies van het vrij suffe Hammondbeat-label en niemand zou het merken. Ook hier vormen de toetsen, bespeeld door Money Mark, het hoofdbestanddeel van de muziek. Zij vormen samen met zogenaamd funky drumbreaks (door Mike D) en rustige baslijnen (MCA) twaalf grooves die zelden fascineren en voornamelijk doen verlangen naar wat gekte. Juist van de Beastie Boys verlang ik wat knotsgekke samples, wat waanzinnige ideeën: één schamel sambafluitje daar redden ze het niet mee. Wat blijft er overeind? Een paar aardige dub-invloeden in "Suco De Tangerina", die het idee doen opkomen dat een album vol binnenstebuiten gedubte Beastie-klassiekers veel toffer zou zijn geweest. De plaat is al over de helft gevorderd als "Off The Grid" me eindelijk wat wakker schudt met drums die wél knallen en eindelijk laat Adrock zijn gitaar scheuren. Helaas kakt het daarna weer snel in en sleept het toch vrij korte album, zich naar het einde. Nou ja, afgezien dan van "Dramastically Different" waar wat broodnodige exotica, in de vorm van een sitar, opduikt. Eerlijk waar, ik kwam in mijn oma's platenkast enerverendere instrumentale platen tegen.
File Under: The Koek's-Up
File Audio: [Beastie-Space]
Hopewell - Beautiful Targets
Het is heel opvallend hoe vaak ik in mijn recensies voor File Under verwijs naar Mercury Rev en ook naar Flaming Lips. Oké, ik houd wel van de dromerige, psychedelische muziek van het illustere muzikale gezelschap van Jonathan Donahue en ook van de band van Wayne Coyne heb ik meerdere cd's in mijn kast staan. Het is ook duidelijk dat veel andere bands door hen beïnvloed zijn maar toch wil ik eigenlijk wel eens iets anders schrijven. Na het beluisteren van de prachtige openingstrack "In Full Bloom" van Beautiful Targets, het derde album van Hopewell dacht ik weer een Mercury Rev-kloon in huis te hebben. "All Angels Road", het tweede nummer is echter weer helemaal anders, hier klinkt Hopewell veel meer als Franz Ferdinand en dat geldt eigenlijk ook voor track nummer drie. Nummer vier is echter weer veel duidelijker beïnvloed door Mercury Rev en/of Flaming Lips. Zo gaat het in het hele album op en neer. Bij de wat luidere tracks is die invloed wat minder aanwezig of in ieder geval minder duidelijk. Bij de rustigere nummers kun je eigenlijk niet om die vergelijking heen. Ik werd nieuwsgierig en ging op zoek naar wat meer informatie over deze band ui de staat New York. Mijn eerste indruk bleek later toch wel te kloppen want Hopewell-oprichter Jason Russo is/was bassist van Mercury Rev en deze cd is geproduceerd door David Fridmann, ex-lid van Mercury Rev en producer van Flaming Lips. Ten slotte is dit album ook nog eens opgenomen in de bossen van de staat New York en beelden van deze Catskill Mountains herinner ik me ook van een VPRO-documentaire over Mercury Rev uit 2001. Laten we het erop houden dat er dus gewoon wederzijdse beïnvloeding heeft plaatsgevonden tussen Hopewell, Mercury Rev en Flaming Lips. Deze cd kan echter prima op zichzelf staan want hij bevat gewoon een aantal uitstekende songs zoals de al genoemde albumopener, "Monolith", "Are You Anywhere?" en hekkensluiter "To The Slaughter...". Misschien dat ik in een toekomstige recensie wel schrijf over de invloeden van Hopewell.
File Under: In Full Bloom
File Audio: [HopewellSpace]
Mick Turner / Tren Brothers - Blue Trees.
Er wordt een mooie sneer uitgedeeld aan bootleggers die het in hun botte hoofd gehaald hebben om de releases die Dirty Three-gitarist Mick Turner in gelimiteerde oplage maakte en die grotendeels uitverkocht zijn als bootlegs te gaan verkopen. "Thing about vinyl-only/limited-edition/and compilation release is: they don’t last forever. Now that some of these releases have run their course, we’re here to beat the bootleggers - go back to your live shows, dicks!" Nou, ik ben ze wel dankbaar, die bootleggers. Zonder hen was deze verzamelaar er misschien wel nooit gekomen en dan had ik de mooie dingen die Turner hier laat horen vast en zeker nooit gehoord. Maar het is niet alleen Turner die hier met zijn onorthodoxe gitaarspel de show steelt, ook zijn maatje achter het drumstel bij Dirty Three, Jim White, laat weer eens horen dat hij een zeer bijzondere drummer is. Doordat violist Warren Ellis (het derde lid van Dirty Three) niet meedoet hebben de beide heren meer ruimte en profiteren ze hier ten volle van. Het meest de moeite waard vind ik de eerste zes nummers die onder de noemer The Tren Brothers opgenomen zijn en waar White ook aan meeschreef. De andere acht schreef Turner solo en die zijn fragmentarischer, maar het gitaarwerk van de man blijft fascinerend als altijd.
File Under: Bootleggers, bedankt!
The Thrills - Teenager
Ergens tussen Weurt en Beuningen passeert lijn 85 een grote leegte van weilanden, sloten en volkstuintjes. Ik staar door het busraam en zie iemand vliegeren. Ik weet van mijn oma hoe dit landschap er vroeger uitzag: de straten waren zandpaden omzoomd door populieren, maar er liep wel een tramrails. Die is weg. De populieren ook. En over vijftig jaar zijn de weilanden vast ook weg. Dan ligt hier Nijmegen. Mja... A long forgotten song... but everybody still sings along... Oh, sorry. Ben ik weer. Ja, van liedjes van The Thrills ga ik altijd mijmeren, zie je. Hun eerste twee albums zijn ronduit schitterend en ik zou bijna niet weten wat een derde plaat eraan zou moeten toevoegen. De band zelf ook niet, geloof ik. Ja, de productie. Die is dit keer echt fantastisch. De violen van "The Irish Keep Gate-Crashing" zijn ingeruild voor een meer americana-achtig geluid. Het resultaat klinkt als een klok en Conor Deasy zingt als een engel (nothing changes round here), maar toch... de liedjes zélf grepen me niet, de eerste keer dat ik Teenager draaide. Alsof de cruise-control aanstond bij het componeren - bijna alles wordt bijvoorbeeld met de volle bandbezetting gespeeld, en de eerdere albums waren relaxter. Als themaplaat vind ik Teenager ook maar niks. The Thrills zijn nu officieel ouwe lullen! I'm sorry... Het was niet erg geweest als Conor zijn eigen jeugd bezongen had, in plaats van die in het saaie algemeen. Dat kon echt beter. Maar als je de liedjes even de tijd gunt, wennen ze. En daar gaat het uiteindelijk om. "There's joy to be found" is het mooist. Prachtig!
File Under: Subtiel is het niet meer, mooi gelukkig nog wel
File Audio: [ MySpace
File Video: [Nothing Changes Round Here] [Long Forgotten Song (live)]
Hellyeah - Hellyeah
"Tering, wat staat dat geluid hard!";
"Dat was de enige manier dat ik in de laatste schoolweek op de terugreis een beetje wakker kon blijven in de auto."
"Dat geloof ik graag ja, maar Mozeskriebel wat een herrie dit. Heb je dit bij mij van zolder gehaald?"
"Ja, het zag er wel als harde muziek uit met die vijf stoere mannen op de hoes. En zoals gezegd had ik dat wel nodig."
"Het ronkt inderdaad wel flink de speakers uit. Hier, er staat op het stickertje: The Ultimate Metalsupergroup. Beetje overdreven misschien. Het zijn de drummer van Pantera, twee leden van Mudvayne en twee leden van het vast onbeduidende Nothingface. Die laatste ken ik helemaal niet. Dat had dus best wel nog meer super gekund."
"Oh, dat had ik helemaal nog niet gelezen. Maar dat eerste nummer, dat is echt geweldig. Dat klinkt zoals je zou willen dat Metallica nog zou klinken tegenwoordig. Lekker agressief, groovend, maar niet gemaakt."
"Laat Lars Ullrich het maar niet horen. Hij klaagt je zo aan. Het is wel een beetje Simpele Harries Metal hoor. Poeh, dit tweede nummer begint erg half-om-half gehakt met zijn Guns N'Roses-melodielijntje. (…) Oh, nu gaat het gelukkig weer wat meer van dik hout zaagt men planken."
"Ja, ik heb niet het idee dat deze heren moeilijk willen doen met intelligente teksten en technische strapatsen. Het gaat ze om de groove verpakt in een keiharde verpakking."
"Nou, dat is ze aardig gelukt."
File Under: Smerig harde Southern Rock Metal
File Audio: [HellyeahSpace]












































