Pukkelpop 2007 napret - vrijdag 17 augustus
Redelijk uitgeslapen en met een goed ontbijt in de vorm van een gebakken ei met spek en een straffe bak koffie in the pocket genoten we van het zonnetje bij de tent waar Nosfell deze dag opende. Wat een rare snuiter is die zanger c.q. stemkunstenaar zeg! Van zijn presentatie kreeg ik een beetje uitslag op diverse niet te noemen lichaamsplekken en kon daarom niet genieten van de toch wel bijzondere muzikale stukjes die gefabriceerd werden. De echte opener van de dag bleek Art Brut. Dat is een stuk eenvoudiger, dus heel wat makkelijker om mee op gang te komen. Dit kleurrijke gezelschap uit Engeland was op dit vroege tijdstip aangenaam goed op dreef met hun Britse punkpop en bijzonder geinige teksten van frontman Eddie Argos. Van een zanger kun je hier niet spreken, deze gast staat zijn teksten gewoon te declameren. Het zijn ook erg leuke teksten, bijvoorbeeld over dat we het niet meer moeten pikken dat platenzaken tegenwoordig meer computerspellen en film-dvd's in de schappen hebben liggen dan muziekdragers. En nog steeds draagt hij de boodschap uit dat iedereen een band moet beginnen. Ik had ze al eens eerder gezien in de Effenaar, maar ik had niet gedacht dat ik ze bij een tweede keer nog steeds zo leuk zou vinden.
Het was intussen middag, dus vonden we weer gauw onze weg naar de Special Beerbar. Aangezien Shitdisco niet zou komen opdagen was de keuze voor de volgende band die ik wilde zien een makkelijke. En de drie mannen van Biffy Clyro stelden me niet teleur. Gedreven speelden ze hun indierock en ondanks dat ze qua songstructuur niet altijd voor de eenvoudigste weg kiezen konden ze op een gepaste enthousiaste respons vanuit het publiek rekenen. De variatie van eenvoud en complexiteit weten ze op natuurlijke wijze tot liedjes te smeden, maar wat mij betreft hadden sommige meer naar Motorpsycho neigende stukken meer uitgesponnen mogen zijn. Een goed optreden en aanleiding om wellicht toch hun laatste album Puzzle in huis te gaan halen.
Bij Cobra Starship hield ik het niet lang uit. Dit klonk als het zoveelste emopopbandje dat vers en direct van MySpace geplukt lijkt. Hier heb ik dus niks mee, excuses! Mintzkov, voorheen Mintzkov Luna, had te kampen met een geluidstechnicus die zo stond te prutsen dat het ook hier geen aardigheid was om te blijven luisteren. Jammer, want de dEUS-muziek die het evenzo Belgische Mintzkov maakt is wel degelijk de moeite waard.
Het geluid stond bij The Rifles een stuk beter afgesteld. Ook dit is weer een goed bandje uit Groot-Brittannië met een typisch Engels geluid, maar de podiumpresentatie is toch een stuk rustiger en saaier dan bij bijvoorbeeld een The Pigeon Detectives een dag eerder op dit zelfde festival. Toch was het wel een vermakelijk optreden. Daarna heb ik een stukje van The Academy is? gezien. Euh? Zie Cobra Starship maar dan anders (namelijk zonder MySpace-adres!).
Fridge was daarentegen een zeer aangename verrassing. De experimentele post-rock klonk enerzijds los-uit-de-pols, maar anderzijds ook strak en doordacht. De bassist stond zo mee te swingen dat de kabel uit zijn instrument getrokken werd, ja deze heren gingen er volledig in op! Erg aanstekelijk, deze lichte uitvoering van Mogwai. Dit vooral instrumentale optreden smaakte naar meer. Luister maar naar ze op MySpace!
De volgende band op mijn route bracht ook meer dan ik vantevoren verwacht had. We moesten ervoor wel all the way naar de Dance Hall lopen, maar dan had je ook wat. Cansei de Ser Sexy bouwde namelijk een zwoel, Braziliaans electrorock-feestje in de aardig volle tent. De dames werden bijgestaan door een aantal mannelijke muzikanten waardoor er wellicht meer gerockt werd, maar hierdoor had het wel een volle en goede sound. Dit was leuk en met een zwoele glimlach liep ik weer richting het hoofdpodium voor een aanhoudende glimlach: The Hives. Het blijft leuk om Howlin' Pelle en zijn Zweedse kornuiten aan het werk te zien. Er werd volgens mij maar één lied gespeeld van hun nieuwe, nog uit te brengen album, maar verder was het genieten van de ene punkrock-n'-roll-klassieker na de andere die zo uit de mouw geschud werd. Een mouw van een nieuw en strak maatpak, helemaal in de stijl van The Hives. Wat zijn "A.k.a I-D-I-O-T", "Die, All Right!", "Hate To Say I Told You So" en zelfs "Idiot Walk" toch super vette krakers zeg! En het getuigt toch wel van humor als je jezelf als beste zanger van de dag bestempelt terwijl ene Chris Cornell zich in de coulissen staat op te maken voor zijn optreden hierna. Dit was weer een hoogtepunt van het festival, echt wel!
Aangezien we in België waren was het wel zo sympathiek om even naar de eveneens sympathieke Flip Kowlier te gaan kijken en luisteren. Het was goed druk bij de Marquee en het klonk ook wel aardig. Volgens mij zou hij het ook goed doen op Paaspop. Toen na een paar liedjes de gezapigheid bij mij toe dreigde te slaan wist ik toch nog de weg te vinden naar de Club voor The Noisettes. Uiteraard via de bar die Grimbergen tapte. Beide waren een goede keus. De bassende zangeres straalde een fantastische vibe over alles en iedereen uit. En die grote indianentooi stond haar beeldig. De gitaarrock met de nodige soul klonk bovendien niet slecht! Ik moest even aan The BellRays denken, maar dit was toch wat minder vuig en meer toegankelijk. Met "Don't Give Up" hebben ze toch een mooi rock 'n' roll-hitje te pakken wat mij betreft. De band had er duidelijk zin in en zangeres Shingai Shoniwa in het bijzonder. Die dook het publiek in en liet midden in de tent de meegelopen security-man zingen. Vette show!
Na het fijne geweld van The Noisettes moest ik toch even bijkomen. Dat deed ik achter op het hoofdveld met het optreden van Chris Cornell op de achtergrond. Van een afstand klonken vooral de rockende Soundgarden-hits als "Spoonman" en "Outshined" wel lekker en ook het akoestische intermezzo met een fraaie uitvoering van "Fell On Black Days" was zeer te pruimen. Helaas wist de heer Cornell de plank ook finaal en flink mis te slaan met zijn vertolking van "Billy Jean". Foei, foei, foei.
Voor het meer verantwoorde werk kon ik hierna terecht bij de ingetogen klanken van Sophia, de band van ex-God Machine Robin Proper-Sheppard. Toch bijzonder dat hij in Nederland minder op waarde geschat wordt dan in België, zo lijkt het. Zijn sfeervolle muziek is prachtig en meeslepend. Voor de gelegenheid stond er een heus strijkorkest tot zijn beschikking, maar helaas hoorde je daar niet zo heel veel van. Toch was het een mooi optreden en ik raakte er wel degelijk goed van in de stemming voor de volgende band op mijn route: Arcade Fire. En damn, wat was dat weer goed zeg! Indrukwekkender dan onlangs op Hurricane. Twee jaar geleden waren ze ook al fantastisch op het Marqueepodium van Pukkelpop, nu deden ze dat dunnetjes doch zeer overtuigend over op het hoofdpodium. Natuurlijk, je moet van de dramatisch getinte muziek houden, maar als je eenmaal onder de betoverd bent door frontman Win Butler en zijn charmante vrouw Régine Chassagne is er geen houden meer aan. Magical!
De degelijke gitaarmuur van grungeveteranen Dinosaur Jr. is dan weer hele andere koek in vergelijking met de multi-instrumentale bombast van Arcade Fire. Hoewel ik behoorlijk fan ben van Jay Mascis' gitaarspel kon het me dit keer niet bekoren. Misschien speelde de duikeling die ik net gemaakt had ook parten. In het donker had zag ik een paar op de grond zittende medefestivalgangers over het hoofd en ja, daar ga je dan. Ondanks mijn val had ik toch nog wat Grimbergen in de plastic beker, hoera!
Goed, wat werd mijn afsluitende act van deze dag: Smashing Pumpkins of Turbonegro? Ik koos voor de Noorse rockers van Turbonegro, die toch wel een dijk van een show neerzette op het Skatepodium, compleet met een prima uitvoering van prijsnummer "Get It On". Na een aantal goedbedoelde gelijksoortige rockuithalen van deze mannen met gitaren dan wel bierspoilers begon het toch een beetje te kriebelen. Toch nog even Billy Corgan en consorten uitchecken? Helaas, ik kon de verleiding niet weerstaan. Wat was het toch een zielige vertoning zeg. Leuk, zo?n reünie, maar dit waren toch echt niet The Smashing Pumpkins die mij ooit omver bliezen tijdens de allereerst editie van Lowlands. Dit in tegenstelling tot Iggy (toen zonder The Stooges, dat dan weer wel)!
Biffy Clyro was inderdaad lekker, verder erg jammer dat je al de metalcore bandjes hebt gemist op de Sakte Stage. Die maken juist het verschil tussen Lowlands en Pukkelpop :)