Fauxliage - Fauxliage
Grappig hoe twee acts waar je an sich weinig mee had kunnen versmelten tot iets waar je geen genoeg van kunt krijgen. "Kiss Me" van Sixpence None The Richer vond ik op zich wel een aardig nummer, maar ik heb niet bepaald wakker gelegen van het feit dat deze band in 2004 uit elkaar ging. En Delerium, daar vond ik ook maar weinig aan. Hun samenwerking met Sarah McLachlan in "Silence" ging nog, maar hun andere hitsingles deden me weinig. Nu is er echter een nieuwe band opgestaan die luistert naar de naam Fauxliage - wie een idee heeft hoe je dat uitspreekt, ik hoor het graag - waarin voormalig Sixpence-zangeres Leigh Nash en Bill Leeb en Fhys Fulber van Delerium hun krachten bundelen. En hun debuut-cd is er een om je vingers bij af te likken. Tenminste, als je net zoals ik ooit verkikkerd was op de Love In The Time Of Science-cd die Emiliana Torrini maakte met Tears For Fears-frontman Roland Orzabal of Anja Garbarek's Briefly Shaking. Net als bij Garbarek en Torrini leent de kristalheldere stem van Nash zich uitstekend voor dit soort triphop-achtige muziek. Fauxliage is wel wat meer mellow en ambient-georiënteerd, maar dat maakt Fauxliage niets minder dan een aanrader van jewelste. Het enige dat van mij niet nodig was geweest is het toevoegen van twee remixen van "Rafe". Da's leuk als aanvulling op een single, maar de uptempo Gabin-remix en dubby remix van Pacha hebben op mij niet de betoverende uitwerking die de negen originele tracks wel degelijk hebben.
File Under: Fijne dromerige triphop
File Audio: [Spelert bij hun label][ MySpace]
The Pyramids - The Pyramids
Ergens in de jaren tachtig kwam ik in aanraking met garagerock. Ik ontdekte bands als The Nomads en The Vipers, maar ook de garagebands uit de zestiger jaren zoals The Seeds en The Chocolate Watchband. Mijn broer woonde destijds in de buurt van Rotterdam en hij ging regelmatig naar de centrale discotheek om platen te lenen. Hij leende ook wel eens platen voor mij en die zette hij dan op cassette. Ik had toen niet veel geld maar zo kon ik toch een hele verzameling van cassettes met garagerock aanleggen. Korte, stevige songs zonder poespas die in korte tijd waren opgenomen. Als je deze beschrijving hanteert dan maken The Pyramids ook garagerock. Niet de surfrockers met die naam die in de jaren zestig een hitje hadden met "Penetration", maar Mark Cleveland en Sam Windett, twee leden van Archie Bronson Outfit. Tijdens een van de sessies voor de cd "DerdangDerdang" besloten ze om samen een plaat op te gaan nemen. De tien songs op deze titelloze cd zijn in een weekend geschreven en in ��n week opgenomen op een oude 16-track recorder. Het is zelfs aan de verpakking te zien dat ze niet veel tijd voor dit album hebben genomen en dat is toch wel jammer. Met een beetje meer geduld en aandacht had dit misschien wel een aardige cd kunnen worden. Nu is het een cd met een paar leuke en met een paar oninteressante songs geworden. "Guitar Star" is bijvoorbeeld een song die iedereen na twee gitaarlessen had kunnen maken en ook op "Festoons" hadden ze wel een beetje meer hun best kunnen doen. Het is ook jammer dat de beste tracks van The Pyramids zoals "A White Disc of Sun" en "A Gala in the Harbour of Your Heart" weer te lang duren want een garagerocksong van vier of vijf minuten is toch wel te veel van het goede. Met andere woorden: een gemiste kans.
File Under: Empty Yourself
File Audio: [ PyramidsSpace]
Parkway Drive
Never Say Die! is naast het achtste album van heavymetalband Black Sabbath ook een tour die momenteel door Europa gaat. Die omvat de bands Comeback Kid (Christian hardcore), Cancer Bats (hardcore punk), This Is Hell (straight edge hardcore), The Warriors (grindcore) en Parkway Drive (metalcore). Bij laatstgenoemde stap ik de toerbus binnen om een paar vragen te stellen over hun laatste album en de opmerkelijke tour. Wanneer ik de bus betreed zit zanger Winston McCall nog even snel te werken achter zijn laptop..
'We hebben vanuit de bus draadloos internet van de zaal, maar helaas is de connectie erg slecht, dus het schiet niet echt op. Ik ben pas twee weken van huis, maar heb graag elke dag even contact met het thuisfront.' vertelt hij terwijl McCall de laatste zinnen af typt voordat z'n Macbook sluit. 'We zijn hier pas net aangekomen en ik ben pas net wakker, vandaag benoem ik tot mijn hersteldag. Voel me al een paar dagen niet echt lekker.'
Lees verder..Nancy Elizabeth - Battle And Victory
Over Battle and Victory valt genoeg te zeggen, maar tegelijkertijd volstaan eigenlijk de woorden 'gewoon goed'. Het is geen schokkende plaat, maar Nancy Elizabeth is duidelijk een jongedame met talent, die in haar folkmuziek volkomen naturel Keltische invloeden met de Balkan en Amerika laat samengaan. Om daarachter te komen had ik overigens wel een flink aantal luisterbeurten nodig, dus geef haar de tijd. De Engelse zangeres beweegt zich op een zeer aangenaam grensvlak. Freakfolk zonder gefreak, zeg maar. Nancy Elizabeth heeft nu eens geen krakende stem, maar een helder geluid. Zoals Laura Veirs, alleen dan nog wat liever, ze zingt werkelijk als een engeltje. Ook zijn er leuke, bijna poppy meerstemmige passages, bijvoorbeeld in opener "I'm Like The Paper". Daarbij is mevrouw een verbluffende multi-instrumentaliste, die op gitaargebied niet voor Tiny Vipers onderdoet en als een echte muze van deze tijd ook op harp, dulcimer en nog een waslijst andere instrumenten excelleert. Niets te klagen dus? Nou, ik had graag gezien dat het schetsmatige "Electric" uitgebouwd was tot een wat ruiger (swingender!) nummer. Ze zou het absoluut kunnen. Die uitbarsting komt pas in het daaropvolgende "Hey Son", al is dat eerder een vervelend stukje postfolk-chaos à la Akron/Family. Speeltijd dan. Hoewel het een van mijn vervelende stokpaardjes is, kan ik 't weer niet laten: zelfs met slechts vierenveertig minuten is de plaat wat te lang. Na "Weakened Bow", wederom een charmante akoestische gitaar-ballade, versierd met harmonium-accenten, is 't voor mij genoeg.
File Under: Een eerste belangrijke stap op weg naar Victorie
File Audio: [Nancy-Space]
Jack Molton Distortion - Lakeland
Een enkele keer heb ik zo'n cd'tje dat ik al een hele tijd beluister en waarbij ik me ineens bedenk dat ik er ook nog iets over moet schrijven. Stiekem is zo'n cd dan in mijn gedachten al onderdeel geworden van mijn vaste collectie en komt de gedachte aan een recensie niet eens in me op. Dat gebeurde ook bij deze cd van de Jack Molton Distortion, een fijne Nederlandse rammelrockband. Op de een of andere manier klinkt hun muziek direct heel vertrouwd en lekker. Hun vorige album vond ik al lekker klinken, maar op dit album - met een nieuwe drummer - is wat mij betreft geen mindere track te vinden. Het is ruig waar het kan, melodieus waar nodig en gevarieerder dan ooit. Daarnaast zijn er goede songs in de traditie van Claw Boys Claw en aanverwanten, in een ongepolijste productie maar allebehalve rommelig. Eigenlijk is dit album van een soort vanzelfsprekende kwaliteit die in Nederland maar ook daarbuiten eigenlijk helemáál niet vanzelfsprekend is. Als slot van de cd hebben ze nog twee verrassingen in petto. Allereerst een electrorockversie van "Rachel" waarop ze ineens klinken als NE1. Volstrekt anders, maar ik vind 'm erg leuk. Als bonusdingetje, dat wel, want de rammelrock moet vooral rammelrock blijven. Dat ze daar goed in zijn laten ze nog eens horen in "Jam #162", een eh... jam die het album afsluit. Als bonusbonus krijg je er ook nog een dvd met zes live-opnamen in een polderlandschap bij. Rammelrock extraordinair!
File Under: Rammelrock van een niet vanzelfsprekende vanzelfsprekende kwaliteit
File Video: [Spasmo]
Dan Le Sac vs Scroobius Pip
Justin Currie - What Is Love For
'Huh? Die stem die ken ik!', dacht ik toen ik voor het eerst Justin Currie's What Is Love For draaide. Maar waarvan ook alweer? Ik kon de verleiding weerstaan om gelijk die naam in mijn Google-zoekvenster te rammen. Ik besloot voor mijn tegenwoordig weer netjes op alfabet staande kasten gevuld met cd's te gaan staan en net zo lang te turen tot ik gevonden had waar ik naar zocht. Want ik wist zeker dat die stem in mijn cd-kast stond. Ik tuurde en tuurde; dat gaat nou eenmaal zo gaat als je vier Billys vol hebt. Ondertussen draaide ik het openings- en titelnummer nog een paar keer achter elkaar. Dit is namelijk absoluut een van de mooiste liedjes die ik dit jaar hoorde. Een liedje om bij weg te mijmeren. Dik aangezet met strijkers en dan die stem die invalt - wow! Opeens had ik een brainwave! Het was Del Amitri! Justin Currie was de zanger van Del Amitri! U weet wel van "Nothing Ever Happens" Ik trok Some Other Sucker's Parade uit de kast en vond daarop de gezochte bevestiging. Het gros van de liedjes daar was inderdaad geschreven door deze sympathieke Schot. Zijn eerste solo-plaat is veel meer singer/songwriter georiënteerd dan Del Amitri dat toch vooral uit het rootsy rockvaatje tapte met powerpop doorkijkjes. What Is Love For klinkt oneerbiedig gezegd zelfs Radio-2-fähig. Maar met zijn donkere, warme stem en grotendeels prachtige, romantische liedjes geeft hij de Josh Groban's, James Blunt's, Gavin DeGraw's en gelijkgestemden van deze wereld wel mooi het nakijken. Als zij miljoenen kunnen verkopen, dan zou Currie dit met zo'n mooie plaat als What Is Love For, toch ook moeten lukken?
File Under: Een cd die opent met een van de mooiste liedjes van dit jaar.
File Audio: [ MySpace]
VA - Pet Series Volume 6 - The Mouse
Voor mij ligt Volume 6 van de Pet Series, met het thema The Mouse. Wederom krijgen twaalf naar cont(r)act zoekende indiebandjes een kans van zich te laten horen. Ik zet de plaat op en vertrouw mijn eerste indrukken meteen toe aan dit stukje. Raphelson's "Starling Birds" is een prachtig rêverietje, voorbij voor ik het door heb. De galmende kopstem van Marcus Forsgren van The Lionheart Brothers herken ik direct van de Ten-DVD en "The Nut" is weer zo'n fantastisch sferisch spacenummer. LPG priegelt een atmosfeertje in elkaar waarin alles gezellig kraakt en klingelt totdat een monotoon ge-aahh het enigszins smoort, maar het dan gelukkig nog omslaat in een hemels koortje. Marten de Paepe en Chantal van der Leest horten en stoten klanken uit die naar woorden neigen - "Mole In The Ground" kabbelt geruisloos voorbij. Sylvain Chauveau beperkt zich in "The Phonecall" tot het strijken van wat viool-en cellosnaren. Fauve trekt zich in het sterke "Retreat" terug in een sprookjesachtige soundscape vol oosterse getokkel, getjirp en gefluit. Stafraenn Hákon evoceert in "Sullaveiki" een veel monotoner muzikaal landschap, de reis er doorheen is langdradig. Ndromeda brengt in "Lurelei" niet de sirene waar ik nu toch wel naar begin te verlangen. Met het vrolijke "Lisa's House" doorbreekt Hero Horns de melancholische Weltschmerz waarmee Volume 6 tot nog toe is gevuld. De lange jam van The Retail Sectors is even interessant als de branche waarnaar de band zich heeft vernoemd. Mama's Homemade Dress brengt in "I stand corrected" met een stem van velours de langverwachte vocale verlossing. Summer Darling's "Hip Charade" sluit Pet Sounds 6 pittig af met de puntige drumritmes van Todd Spitzers remix.
Mocht je interesse hebben Pet Sounds gratis en voor niks aan je muziekcollectie toe te voegen, doe dan mee aan de prijsvraag. Ik heb geen idee hoe die in z'n werk gaat, maar klik op de volgende link en dan zal alles tot in de puntjes worden uitgelegd.
File: VA - Pet Series Volume 6 - "The Mouse"File Under: Een schot hagel, drie keer raak
A Life Once Lost - Iron Gag
A Life Once Lost is een van de vele, vele bands die meedrijft op de golf van de New Wave Of American Metal, die intussen al lang niet meer zo nieuw is. Bovendien is de term metalcore in dit geval toch eigenlijk veel beter op zijn plaats, want feitelijk hebben we hier stiekem gewoon te maken met een uit de klauwen gelopen hardcore band in een iets te opgepompt metalen jasje. Of precies andersom, hoe je het maar bekijkt. Zoals al die andere bands in dit zo overvolle metalen vakgebied hakt ALOL er netjes volgens de regels op los (vooral niet buiten de vakjes kleuren, jongens) met stoere breakdowns, strak getrokken bassdrums, vette moshgrooves en lomp geschreeuw, maar eigenlijk gaat het allemaal nergens heen en is het al eens vaker en vooral beter gedaan. Je moet wel van hele goede huize komen wil je nog iets toevoegen aan dit intussen bijna uitgekauwd rakende subgenre, en de kwaliteiten van een Killswitch Engage of een Lamb Of God worden node gemist. Voeg daar verder ook nog een professionele doch gezichtsloze productie aan toe en je krijgt een typisch Amerikaanse product, zonder enige smaak of kraak. Waarmee deze band zich plaatst voor een royale positie in de middenmoot. Tussen de andere gezichtsloze bands.
File Under: De zoveelste gezichtsloze metalcore band
File Audio: [ALOL-Space]
Michael Hurley - The Ancestral Swamp
Ik reed er pas nog langs: het meertje waaraan een camping gevestigd is. Achter het meer loopt een spoorbaan en hierachter ligt een klein stuk bos. In dit bos had ik ooit mijn spannendste verjaardag van een vriendje ooit. Wij, kinderen, werden losgelaten in het bos met als doel om de vader te zoeken: ik won. Als je soms hoort wat ze tegenwoordig verzinnen om te gaan doen met de verjaardag dan krommen mijn tenen. Het is vaak duur en o-zo fantasieloos. Ik moest aan die verjaardag denken bij het zien van de prachtige hoes van The Ancestral Swamp van de folk-mijnheer Michael Hurley. Ook hier is er een meertje, er lijken karpers in het meer te zwemmen, er ligt een bovendien een bootje en er speelt een wolf op de veranda op zijn gitaar. Als je de cd draait dan begrijp je het helemaal. Mocht je het even helemaal gehad hebben met al die nieuwerwetse dingen dan is dit een goed alternatief. Hurley bespeelt de hoofdinstrumenten. Dat zijn de gitaar, fiddle, banjo en piano. Sporadisch wordt hij begeleid door andere muzikanten. Zou Hurley rond 1930 geleefd hebben, een tijd waar het oppoetsen van geluid technisch niet kon, en dit album zou nu al krakend nog steeds te verkrijgen zijn, dan was dit een legendarische plaat. Het is lang geleden dat ik zo'n puur album gehoord heb. De liedjes met blues- en folkinvloeden klinken als een tocht met het bootje door de swamps begeleidt door Hurley waarbij hij zijn levensverhalen zingt. Hurley is al 66 jaar, de eerste release stamt uit 1965 en dit is zijn twintigste (!) album. Vijf songs zijn covers, vijf zijn van hemzelf en eentje is een mix van beide.
File Under: Puur zonder opsmuk
File Audio: [Knockando]
The Rolling Stones / Van Morrison
Het is vaste prik dat je rond de feestdagen weer overspoeld wordt door verzamelaars. Vanzelfsprekend is de ene is wat meer de moeite waard dan de ander. Sommige artiesten maken het wel heel bont. Voor mijn gevoel verschijnt er elk jaar bijvoorbeeld wel weer een Best Of... of andere variant van The Rolling Stones. Dus ook dit jaar. Met dit verschil dat Rolled Gold zelfs een heruitgave is. Het album verscheen oorspronkelijk al in 1975. Toentertijd natuurlijk op vinyl. Nu verschijnt Rolled Gold op dubbel cd, vier 12"s en op USB stick. Jaja, ook de Stones gaan natuurlijk met hun tijd mee. Ik ben wel in mijn nopjes met deze verzamelaar, want hij bevat nummers uit de jaren van de Stones die ik het leukst vind: de jaren zestig. De Decca Years zeg maar. Ten opzichte van de originele versie zijn er 12 extra nummers toegevoegd. Door "Brown Sugar" en "Wild Horses", beiden uit de jaren zeventig, is het geen pure jaren zestig verzamelaar meer, maar dat gedogen we maar. Belangrijker is dat een nummer als "Mother's Little Helper", die niet op de oorspronkelijke vinyl versie wel toegevoegd waren. Toch handig dat er op een dubbel-cd heel wat meer past dan op een dubbele vinylplaat.
In tegenstelling tot Rolled Gold is Still on Top, de nieuwe verzamelaar van Van Morrison, niet chronologisch geordend. Van hem zijn een stuk minder verzamelaars verschenen dan van The Rolling Stones. Misschien wel logisch gezien het feit dat Van The Man een stuk minder top 40 hits gehad heeft dan The Rolling Stones. Toch is het oeuvre van deze immer nors kijkende, maar zeker sympathieke Noord-Ier ook behoorlijk imposant en misschien wel consistenter dan dat van The Rolling Stones zelfs. Natuurlijk is er enige overlap met het eerder deze zomer verschenen "The Best Of Van Morrison, Vol. 3", maar daarop lag vooral de nadruk op de samenwerkingen die Morrison door de jaren deed met andere artiesten en de sinds 1993 - uit dat jaar stamt The Best of Vol. 2 - verschenen cd's. Op Still on Top staan gelukkig ook de geweldige nummers die hij opnam met Them: "Baby Please Don't Go", "Here Comes The Night" en natuurlijk "Gloria". Al zat ik zelf niet zo te wachten op het -weer- horen van "Whenever God Shines His Light" dat hij voor Avalon Sunset opnam samen met Cliff Richard, als zo'n nummer opgevolgd wordt door het nog steeds prachtige "Moondance" dan ben ik dat zo weer vergeten.
File: Van Morrison - Still on Top
File Under: Leuks voor in de schoen of voor onder de kerstboom
Blind Ravage - Blind Ravage
Het schijnt een door verzamelaars van psychedelica uit de jaren zestig en zeventig zeer gezochte plaat te zijn, deze lp van Blind Ravage. En daar begrijp ik helemaal niets van. Want ook elke verzamelaar van proto-hardrock, liefhebber van bluesrock uit begin jaren zeventig en meer dan oppervlakkige fan van bands als Blue Cheer en Deep Purple zou elke platenbeurs af moeten zoeken voor deze gem. Wel zou die platenverzamelaar dan zo'n $300 neer moeten tellen voor een exemplaar. Meer dan deze debuutplaat zonder titel heeft de uit Montreal, Canada afkomstige band rond Jean Charbonneau niet gemaakt en na het overlijden van Blind Ravage raakten de leden verzeild in progrockbands en country. Maar eerst was er in 1971 Blind Ravage. Behalve opener "Suzie-Q" zijn alle tracks originals. Donderende drums, een geweldige rockstrot die ook de bas hanteerde, en behalve de gitarist is het vooral de organist, Serge Fleury, die het geluid van deze band bepaalde. Hier en daar verdwaalt hij in gepingel (afsluiter "Loser"), maar wanneer hij als een Jon Lord vette strepen onder de gitaarlicks van Jean Charbonneau zet, knalt het. Het standbeeld voor de oprichters van reissuelabel Gear Fab wordt zo steeds groter.
File Under: Canada rockt (in elk geval rond 1970)
VA - A Number of Small Things
De lezer die hier regelmatig terugkeert, of zelfs mij als schrijver volgt - zou kunnen, toch? - weet inmiddels dat ik Morr als label van indie elektropop behoorlijk hoog heb zitten. Ik was dan ook als een kind zo blij dat ik deze verzamelaar in de bus had liggen. Morr heeft namelijk zo veel onbekende bands en artiesten in de stal dat het onmogelijk is om elke release van het label te checken. (Nou ja, dat zou natuurlijk wel kunnen, maar ik luister toch ook nog wel eens naar iets anders. Ja, toch wel ja.) Neemt niet weg dat ik bijvoorbeeld dolgraag de 7" van Benni Hemm Hemm wilde hebben waarop hij samen met Jens Lekman het slaapliedje "Aldrei" zingt, en dat ik ergens toch benieuwd was naar een b-kantje van weer een cover van "Teenage Kicks" - te horen op de pop-up op de flash-site van Morr -, ditmaal niet onverdienstelijk gedaan door Seabear, eerder dit jaar verantwoordelijk voor een heerlijk indiealbum. A Number of Small Things is dan ook een verzameling van 7"s - zowel a- als b-kant - die allemaal uitgekomen zijn op dit prettige label. Het beste paard van stal ontbreekt niet: Lali Puna, maar ook John Yoko van Lali Puna heeft zijn eigen 7" op plaat gekregen. Onschuldig is een woord dat vaak in mijn hoofd voorbijkomt als ik naar deze verzameling kleine verhalen luister, maar oppervlakkig is deze muziek allerminst. Ik leer nieuwe namen waar ik meer van wil horen (Other People's Children, Butcher the Bar (dat lijkt op Iron & Wine) en Masha Qrella (vooral door haar cover van Roxy Musics "Don't stop the dance")) en ik weet weer waarom ik Morr zo hoog heb zitten: heerlijke achteroverleun indie elektropop, waar je de hele huiskamer mee kunt vullen. Om alle bovengenoemde redenen zou je blij kunnen worden van deze plaat, maar als ik je nog niet overtuigd heb, de beste titel van dit dubbelalbum als laatste reden: Electric President noemt een van hun liedjes "Wearing influences on our sleeve-less t-shirts". Ik bedoel maar.
File Under: Grootse kleine dingen
File Audio: [Butcher the Bar - "Get Away"][Electric President - "Dotted Lines"][Populous - "Breathes the Best"]
This Is Hell / Soldiers
Mosterd na de maaltijd, deze Europese release van het geweldige Sundowning? Ja, want liefhebbers hebben deze plaat al lang en breed in hun bezit. Nee, want hardcorefans die nog geen kennis hebben gemaakt met This Is Hell krijgen daar nu de uitgelezen kans voor. De band uit Long Island is te omschrijven in drie woorden: intens, energiek en oprecht. Nummers als "Permanence" en "The Polygraph Cheaters" walsen werkelijk over de luisteraar heen. Agressie en woede worden moeiteloos omgezet in geweldige melodieën, sterke riffs en bovengemiddeld goede teksten. Om This Is Hell poëzie te noemen gaat wat ver, maar de teksten die de strot van Travis Reilly verlaten hebben wel degelijk inhoud en zijn bovendien een stuk intelligenter dan het merendeel van de teksten in hardcore-land. Als This Is Hell op het nieuwe album, dat in mei volgend jaar moet uitkomen, het live-gevoel nog wat beter over weet te brengen dan weet ik wel welke plaat hoog in mijn jaarlijst 2008 komt te staan.
Tussen al het toeren met This Is Hell en het schrijven van nieuw materiaal voor die band door, hebben drummer Chris Mazella en gitarist Rick Jiminez tijd gevonden voor Soldiers. Laatstgenoemde neemt de vocalen voor zijn rekening in deze hardcoreformatie . In een moordend tempo komen de twaalf nummers over je heen. Rauw, lomp en vernietigend dat is dit debuut. End Of Days is wat dat betreft een uitstekend gekozen titel, Soldiers speelt alsof het laatste uur heeft geslagen. Het album is donker, erg donker. Het geeft het geheel iets beklemmends. End Of Days is een beukend harde plaat, met helaas te weinig afwisseling om lang te blijven boeien. Voer voor de oldschool hardcore-fan, die niets moet hebben van metalcore-invloeden.
File Under: Must-have hardcore
File Audio: [HellSpace]
File: Soldiers - End Of Days
File Under: Spijkerharde hardcore, met te weinig afwisseling
File Audio: [SoldiersSpace]
Sarah Bettens
Thuis in Tennessee ben ik voornamelijk aan het relaxen
Sarah Bettens, tenger, rustig en een dijk van een stem! En dan hebben we het nog niet eens over haar fantasieën en inspiraties voor haar muziek en teksten. Ze woont tegenwoordig samen met haar vriendin en haar twee kinderen in Tennessee en houdt zich vooral bezig met ontspannen. Maar kan ze wel ontspannen na zo'n emotionele periode? Het openhartige interview begint.
13 oktober is een belangrijke dag voor Sarah Bettens. De cd komt 2 november pas uit, maar de nieuwe cd Shine wordt nu al gratis weggegeven bij deze zaterdageditie van de Belgische krant ‘De Morgen’. Normaal gesproken telt deze krant een oplage van 95.000 exemplaren, vandaag ruim 180.000. Overweldigend, want dit is de eerste keer in de Belgische geschiedenis dat een artiest een primeur gratis weggeeft. De actie mag dan wel niet uniek zijn, maar het heeft zeker voor veel exposure gezorgd, vooral in België.
Lees verder..Vengeance - Same/Same... But Different
Het allereerste echt concert dat ik ooit zag zal ik nooit vergeten. Ik samen met mijn maatje van school op de fiets naar Enschede. Naar Atak. Naar Vengeance. Onze ouders bezorgd. Zorg je wel dat je je drinken niet uit het oog verliest? Vroeger handelden ze daar in drugs! En meer van dat soort zinnen. Ik weet nog goed hoe geweldig stoer ik mijn shirt zonder mouwen vond. Al was dat wit natuurlijk niet de juiste kleur om te dragen, daar in Atak. Man, man, wat hadden we het naar onze zin. De band zien van wie we elke dinsdag minstens een paar maten muziek hoorden omdat zij de jingle gemaakt hadden van het radioprogramma voor ons: Vara's Vuurwerk. Toen Henk Westbroek nog smaak had en opgewonden raakte van Angel. We hadden een veel slechtere keuze kunnen maken voor ons eerste concert. Want we troffen een band in bloedvorm en een beter hardrock repertoire dan welke band van dat moment dan ook. Vonden wij. Leon Goewie met zijn enorme bos haar, een showpik die zo gek als een deur is. Arjen Lucassen de koele, boomlange gitaarheld. Een gouden combo van songschrijvers die twee. Dat blijkt wel als nu, ruim twintig jaar later de nummers nog steeds klinken als een klok. Vengeance is met het bepaald niet misselijke Back in the Ring in 2006 aan haar derde leven begonnen. De tour wordt gelijk gevolgd door een live-cd en nog een tour. Same/Same... But Different is een tikkie kort en de drums staan niet echt lekker in de mix, maar o, oh wat klinken die oude krakers nog steeds ge-wel-dig. Het enige jammere is dat Lucassen er niet meer bij is. Zijn vervanger Peter Bourbon is overigens adequaat. Bovendien steekt Goewie nog steeds in bloedvorm en dat verzacht de pijn van het twee-meter-plus-gemis. Even de concertagenda in de gaten houden en de cirkel rondmaken. Ik heb nog wel een shirt zonder mouwen ergens. Wit.
File Under: De cirkel is -bijna- rond
File Audio: [ MySpace]
Bløf - Een manier om thuis te komen (Umoja live)
'Je moet de film eigenlijk in de bioscoop zien', was het oordeel van Bløf in september toen hun film "Een manier om thuis te komen-Umoja Live" in première ging. Helaas deden niet zo veel mensen dat en eigenlijk is dat doodzonde te noemen. Gelukkig is er voor de muziekliefhebber dan nu de dvd van bioscoopfilm die Bløf over hun reizen in het kader van hun Umoja-project maakte. Centraal staan de reizen, de samenwerkingsverbanden met de artiesten uit en in diverse landen en de optredens met diezelfde artiesten in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam in de zomer van 2006. En daarbij is het een genot om de schoonheid van bijvoorbeeld Christina Branco te mogen aanschouwen, maar ook komen bijvoorbeeld de jongens van Kodo, Counting Crows, Terry Woods (van the Pogues) en Harry Kimani in de film voorbij. Het mooie is dat je middels deze film een goed beeld krijgt wat een band tijdens zo'n reis meemaakt en vooral ook wat het doet met de bandleden. Onderlinge verstandhoudingen worden duidelijker, maar het project levert Bløf ook de nodige spanningen op. En het levert niet te vergeten prachtige muziek op, dat middels de concertbeelden maar ook tijdens repetities op de reizen in beeld worden gebracht. De mooiste beelden worden geleverd als toetsenist Bas Kennis het nummer "Barcelona" zingt, begeleidt door piano, waardoor het een andere lading krijgt dan wanneer zanger Paskal dit ten gehore brengt. Ook het titelnummer is, zoals Paskal terecht opmerkt, in deze versie hemeltergend mooi en tijdens "Aanzoek zonder ringen" spat het spelplezier van drummer Norman Bonink werkelijk van je scherm. Door de regie van de Luxor optredens van Ismael ten Heuvel en het regiewerk van Chiem van Houweninge jr. en bassist Peter Slager hoef je geen fan van Blof te zijn om dit als een mooi muziekdocument te beschouwen. Daarnaast bevat de dvd nog een tweede schijfje waarop de hoogtepunten van de concerten en nog wat extra's staan, zodat je uiteindelijk een goede vier uur zoet bent. En dat is voor een bioscoopfilm op je home-entertainmentset ook goed te doen.
File Under: Bioscoopfilm, maar ook voor thuis.
Mr. Love And The Stallions - Cruel Art Of Gossip
Cruel Art Of Gossip van het Utrechtse Mr. Love And The Stallions begint met het aanstekelijke up-tempo nummer "Boys", dat door het gebruik van de viool wel wat doet denken aan Dexy's Midnight Runners en Camper Van Beethoven. Waar het vorige album nog van Nirvana-achtige songs naar electropop zwierde is dit album wat stijlvaster. De cd is gevuld met heldere, goed opgebouwde popliedjes die wel wat doen denken aan dEUS, maar meer nog aan een jaartje of dertig Engelse popgeschiedenis, inclusief fijne ska in "Parade Of The Drunk". Doorgaans voorzien van veel opvallend en toch heel natuurlijk aanvoelend vioolwerk, wat beslist een extra dimensie aan de songs geeft. In een opbouw van luchtig naar rockier en afsluitend met weer luchtiger werk valt vooral op dat ze het losjes en springerig hebben weten te houden terwijl het tegelijkertijd tot in de puntjes is afgewerkt. Losjes is best te doen, strak spelen ook nog wel, maar de combinatie blijkt vaak lastiger. Daar hebben de Stallions - bijgestaan door Remco Schouten (o.a. Bettie Serveert) achter de knoppen - echter weinig moeite mee. Evenmin met een fraaie ballad trouwens, getuige "Chasing The Sun". Net zoals het vorige album is dit een groeiertje waarop gaandeweg de liedjes steeds meer gaan leven. Zij het dat ze op dit album nog wat verder doorgroeien dan de vorige keer. Nederlandse top, zeg ik u, Nederlandse top! Misschien moeten ze bij Excelsior dit album eens beluisteren. De reclamewereld heeft ze al ontdekt, want "Fill Me Up" heeft het inmiddels geschopt tot muziek van een theereclame.
File Under: Wel kunst, maar geenszins wreed
File Audio: [Flashplayer op de site]
File Video: [Cruel Art Of Gossip
The Tellers - Hands Full Of Ink
Eigenlijk had ik me blind willen abonneren op de nieuwe releases van 62 TV Records. Hier zag ik maar even vanaf na het beluisteren van de ep van The Tellers. De ep was wel aardig, maar haalde in mijn ogen niet het niveau van de andere bands die ik van het label kende. Ik schreef zelfs: "De vraag is wel of een heel album niet teveel van het goede gaat worden, want ik vind de nummers wel wat eenvormig." Het stukje stond nog niet on-line of ik zag dat ze op het Belgische Dour-festival speelden. Ook zag ik onlangs dat er een nieuw album was, maar ik hoopte stiekem deze niet te hoeven beoordelen. Zeker nadat ik in een bekend tijdschrift een zeer lovende recensie las en dat er een tour volgt langs de grotere zalen in ons clubcircuit. Het label stuurde ons echter een promo toe en de hoofdredacteur besliste dat ik deze mocht recenseren. Het tweede nummer "More" en verderop "Second Category" komen me bekend voor, ze stonden namelijk al op de ep. Het waren oh-wat-toevallig de twee singles van de ep en de laatste werd zelfs als reclamesong gebruikt. Verder doet het tweetal wat ze ook al op de ep deden, namelijk frisse wat hoekige songs liedjes maken in de Britse traditie van The Libertines of -pak hem beet- The Kooks. Er is echter gekozen voor een wat meer akoestische singer-songwriterbasis, waarbij perfectie niet het sleutelwoord is. Dat is helemaal niet erg, want het wat rammelende geluid past prima bij de liedjes die sterk genoeg zijn om een heel album te blijven boeien. Hands Full Of Ink is dan ook een leuke cd geworden en een debuut waar de Walen trots op mogen zijn. Een album dat een verantwoord alternatief rustpunt is voor bijvoorbeeld een zondagochtend of na een drukke dag. Live is de band uitgebreid tot een viertal. Eens zoeken waar ze optreden, want misschien is dit het laatste duwtje dat ik nodig heb om helemaal pro-The Tellers te worden.
File Under: Langzaam ga ik om
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Second Category!]
The Jon Spencer Blues Explosion - Jukebox Explosion Mid-90s Punkers!
Om eerlijk te zijn heb ik de chaos van wat de Jon Spencer-discografie moet zijn, nooit goed bijgehouden. De reguliere platen lukt nog wel, maar alles wat daarbuiten viel en valt? Ze zoeken het maar uit. Zo werden er een aantal jukebox-singletjes uitgebracht bij label In The Red. En hoewel vinylliefhebber, moeten Jon Spencer en zijn vrienden eerst maar weer eens een echt opwindende LP afleveren, was mijn gedachte. Zeker na de magere releases Plastic Fang en Damage. En verdomd, laat hen dat nu gelukt zijn door die jukebox-45's op een verzamelaar te zetten. Het is een bizar allegaartje geworden: van heftige bloooooozzzzee-shouters via een jazz-stomper ("Fat") tot ultra-psychedelica ("Jailhouse Blues"). Het geluid is soms ronduit bagger en vooruit, niet elke track is raak, maar dat doet aan de intensiteit niets af. Met het terugkeren van de naam Jon Spencer in de bandnaam (waarom ze plotseling Blues Explosion gingen heten op Damage heb ik nooit begrepen) en de mededeling dat Jon Spencer zich voorlopig op Heavy Trash wil concentreren, lijkt Jukebox Explosion een afscheidsplaat. Mooi dat het nog een keer een ferme schop onder de kont is van alles wat in het kielzog van Jon Spencer probeerde grotestadsblues te spelen. Er kan er maar eentje de echte zijn: Blooooooozzeeee Explosion!
File Under: Blooooooozzeeee Explosion!
File Audio: Check hun website
Donovan - The Donovan Concert, Live In L.A.
Soms schiet het huishouden er bij in en als het dan te erg wordt dan moet er maar een zondag aan geloven om weer orde en netheid in de tent te krijgen. Als aan het eind van de middag het werk is gedaan dan is er tijd voor ontspanning: we gaan een dvd bekijken. De opnames van The Donovan Concert, Live In L.A. liggen nog op een stukje te wachten. Mijn "romantische" keus is gemaakt. Eigenlijk weet ik weinig van Donovan, heb me ook nooit in zijn werk verdiept. Ik weet dat hij een singer-songwriter is die het hippiewezen heeft omarmd. Van het rijtje nummers dat hij speelt denk ik er één te kennen, "Universal Soldier". Aangezien er in het begeleidende stukje op de achterkant van de hoes staat dat hij die avond, 21 januari 2007, legendarische hits speelde, zou ik er toch wel meer moeten kennen. Na de aankondiging door David Lynch, voor wiens Foundation de opbrengst is, gaat het loos. Donovan speelt op zijn akoestische gitaar zijn nummers onder begeleiding van contrabas en percussie. Ik blijk nog één hit te kennen en dat is "Mellow Yellow". Die andere, "Universal Soldier", blijkt niet door hem geschreven te zijn, maar door Buffy Sainte Marie. Zo voortokkelend op zijn gitaar, waarbij hij zijn nummers humorloos aan elkaar praat, ben ik uiteindelijk blij dat het uur met de opnames erop zit. De bonustracks, die vreemd genoeg ook tijdens het concert opgenomen zijn, duren aansluitend nog eens achttien minuten. Dan zit het er op en kom ik tot de conclusie dat ik niets met Donovan heb en dat de gastoptredens van dochterlief Astrella Celeste en de Beach Boy Mike Love de saaiheid van dit concert niet laten verdwijnen. Al heb ik de indruk dat de 3500 bezoekers er anders over denken. Mocht je toch iets van Donovan willen dan zou ik een goedkope cd-verzamelaar kopen. Elke cent die je meer uitgeeft lijkt me overbodig en voor het goede doel de David Lynch Foundation zou ik het ook niet doen. Zij zetten zich in voor het verspreiden van "Stress-reducing Transcendental Meditation." Volgens mij hebben we de zestiger jaren toch wel gehad.
File Under: Ik blijk geen hippie te zijn
File Video: [Hurdy Gurdy Man]
The Hives - The Black And White Album
Voordat ik iets gehoord had van The Black And White Album: aandoenlijk waren ze, de jochies van The Hives. In 2001 bijvoorbeeld, toen ik ze voor het eerst zag op Lowlands. Drie jaar later stonden de Zweden er weer. Hoewel ze een paar jaartjes ouder waren geworden, was de aaibaarheidsfactor van de band niet verdwenen. Anno 2007 neigt de jongensachtige bravoure van toen steeds meer naar misplaatste zelfingenomenheid. Wordt toch eens volwassen jongens!
Nadat de plaat de weg naar mijn stereo had gevonden: al het bovenstaande is de The Hives vergeven. En dat al na één nummer. Opener "Tick Tick Boom" is gewoon geweldig. Je hoort de volle tent het simpele refreintje al weer meezingen. Ook "Try It Again" en "You Got It All...Wrong" klinken vertrouwd in de oren. Net als je denkt dat het vijftal alles bij het oude heeft gelaten is daar ineens "T.H.E.H.I.V.E.S". Het nummer, geproduceerd door R&B-mannetje Pharell Williams, kan zou de discotheken in. Iets teveel discodance voor mij, maar wel een gedurfde keuze. De Hives maken hun naam weer waar!
Na nog een keer goed luisteren: ik snap er niets van. Mijn enthousiasme is volledig weg. Er staan simpelweg te weinig goede nummers op deze plaat. Het danst allemaal lekker, maar alleen "Tick Tick Boom" blijft in mijn hoofd zitten. "We All Right" is ook aardig en afsluiter "Bigger Hole to Fill" zal het ook goed doen tijdens optredens, maar eigenlijk is dit het minst overtuigende album van The Hives tot nu toe. De grootspraak van de zelfbenoemde beste band ter wereld werkt eens een keertje niet.
File: The Hives - The Black And White AlbumFile Under: Nee! Ja! Nee!
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Tick Tick Boom]
The Elephants - s/t
Toen ik het gelijknamige debuut van de onbekende Deense band The Elephants voor het eerst opzette, klonk het schijfje niet meer dan gemiddeld. Wat ik hoorde was een vrolijk indie gitaarbandje dat standaard popliedjes maakt en dat weliswaar goed doet, maar niets toevoegt aan wat er al bestaat. Toen ik later in het donker van mijn werk naar huis liep - al mijn vervoersmiddelen waren kapot! - luisterde ik beter en inmiddels weet ik ook beter: de standaardpopliedjes van The Elephants zitten vol met goed gekozen vrolijke noten, verborgen retro, zowel jaren zestig als jaren tachtig, en prachtige momenten. Het langzame, beetje profetische "New Ark" bijvoorbeeld, greep me werkelijk. De banjo die opeens een onderschat instrument blijkt en door The Elephants hier en daar vakkundig wordt ingezet. Ik zoek naar een juiste vergelijking (ook terwijl ik naar huis loop), en ik hoor wel wat van bandjes als Spinto Band en Mystery Jets, maar ik hoor ook geluiden uit de jaren tachtig, van bijvoorbeeld Prefab Sprout (maar dan iets minder glad). Ik kan er de vinger niet opleggen, maar The Elephants doen meer met me dan ik in eerste instantie verwachtte. En dat is goed! Het catchy liedje "Ann", over meisje Ann, mét mondharmonica, gaat over een gesloten meisje dat meestal net naast de pot piest, maar dat toch een enorme aantrekkingskracht op de mensen uitoefent. Misschien is het zo ook met The Elephants, opererend in de marge, niet erg opvallend, maar erg aantrekkelijk en als je beter kijkt, heel erg leuk.
File Under: Bij nader inzien heel erg leuk
File Audio: [ MySpace]
File Video: ["5 minutes"]
The Arthur Spooners / Sarah Phymm
Het schijnt dat de cd-presentatie van het Emmense drietal The Arthur Spooners in de Tempelier op jongstleden vrijdag 9 november een doorslaand succes was. Ja, kunst! Optreden voor je ouders,je beste vrienden en vage bekenden in je stamkroeg, dat is natuurlijk een gemakkelijk te winnen wedstrijd. Mij overtuigen in mijn woonkamer of achter mijn bureau is ook niet heel erg moeilijk, maar bij de ep Mary Jane lukt dat nog niet heel erg. The Arthur Spooners twijfelen tussen catchy uptempo punkpop en singer/songwriter. Dat werkt niet echt in hun voordeel. "Too Cool To Care" is wel een lekker uptempo nummertje, maar alle drie de nummers hebben te weinig een duidelijk gezicht. Mooier is het hoesje dat van de hand is van Lotte Klaver, die onder andere ook de hoes van Do-the-Undo maakte.
Het hoesje van Sarah Phymm's EP-tje Memories Of Things That Never Happend ziet er een stuk minder fraai uit. Na wat gerommel in de line-up zijn alleen nog maar de oorspronkelijke bandleden Rien Tangeman (drums) en Michel Varkevisser (zang/gitaar/synths) over. In de studio hebben ze dan ook gebruik gemaakt van enkele gastmuzikanten. De muziek van de band ligt bij mij wel beter in het gehoor dan die van The Arthur Spooners. Het wat meer experimentele "Get Up" heeft wel wat Radiohead-achtigs over zich. Al klinkt Michel meer als Chris Martin dan als Thom Yorke. Alleen het afsluitende "The Sun Always Shines" vind ik niet echt overtuigen. De twee andere nummers zijn een beetje een kruising tussen The Verve en Johan, waarbij vooral "Crossroads" overtuigt. Zeker geen beroerde ep.
File: The Arthur Spooners - Mary JaneFile Under: Al groot in Emmen, Nederland kan nog wel even wachten
File Audio: [ MySpace]
File: Sarah Phymm - Memories of Things That Never Happened
File Under: Hoopvolle doorstart
File Audio: [ MySpace]
Crossing Border 2007, zaterdag napret
Wie slecht is in het maken van keuzes en geplaagd wordt door een brede smaak had kende slechte momenten tijdens de eerste anderhalf uur van de derde dag van Crossing Border. Ik was dus een van hen. Maar vandaag mooi op tijd. Alleen: waar moest ik gaan kijken? Vic Chesnutt met zijn begeleidingsband Your Mamas Ass, iLiKETRAiNS, Fuck The Writer, Buffalo Tom of Tiny Vipers! Ondoenlijk om een keuze te maken. Ik besluit maar bij het begin te beginnen en te zien waar het schip strandt: Vic Chesnutt
In de grote zaal waar hij optreedt is het veel rustiger dan ik verwacht had. In mijn wereld verdient Vic volle zalen. Zalen van Ahoy-formaat, maar dan wel een met goede akoestiek. Het blijkt dat er midden in de zaal ook nog een rijtje schrijvers zit die alleen maar komen voor het 'voorprogramma' van Vic, Slam Poetry-winnaar Krijn Peter Hesselink. Tot mijn verbazing nemen ze niet eens de moeite om één of twee nummers van Vic mee te kijken. Dom, want Vic ontroert en speelt met Your Mama's Ass een intense gig waarin hij nummers van het dit jaar verschenen North Star Deserter combineert met ouder werk dat aangepast is voor deze speciale setting. Schitterend. (Storm)
Lees verder..The Good Life - Help Wanted Nights
Tevreden. Wanneer ben je tevreden? Als je veel geld hebt, als je gezond bent of als je weer eens lekker gevreeën hebt? Ik ben tevreden als ik 's avonds na een hele dag lekker hard werken op mijn bank zit en naar een mooie film kijk of naar een mooie cd luister. Lekker ontspannen na een dag vol inspanning. Geen grote zorgen aan mijn hoofd en een lekker glas whisky in mijn hand. Dat is het goede leven. The Good Life maakt `tevreden muziek', als zoiets tenminste bestaat. De naam van de band is dus prima gekozen. Frontman Tim Kasher zou je kunnen kennen van Cursive. De muziek die hij met The Good Life maakt is echter een stuk vrediger en dat past natuurlijk ook wel bij dat tevreden gevoel. Help Wanted Nights is de titel van het vierde album van The Good Life, maar eigenlijk hadden ze de titel van de laatste track als albumtitel moeten nemen. Deze bijna elf minuten durende song heet "Rest Your Head" en ook deze titel heeft weer alles te maken met dat gevoel van tevredenheid. Maar tevredenheid betekent meestal ook dat er geen spanning is en dat is dan ook het minpuntje van dit album. Er zijn nauwelijks opwindende momenten op Help Wanted Nights te beleven. Je hoort die spanning een beetje op "A Little Bit More", op het middelste deel van "Rest Your Head" en voor de rest staan er op deze cd gewoon een groot aantal mooie liedjes. Het is absoluut prima muziek en ik ben dan ook best wel tevreden. Maar is dat wel genoeg?
File Under: Rest Your Head
File Audio: [Heartbroke]
Jaded Heart / Tokyo Dragons
De website van Jaded Heart is nog helemaal in de stijl van het voorgaande album Helluva Time. Alleen bij het nieuws is iets te vinden over opvolger Sinister Mind, dat zelfs nog niet wordt genoemd bij de discografie. Nou was Helluva Time een buitengewoon aangenaam plaatje, maar dat is dit Sinister Mind ook. Lekkere hardrock van Amerikaanse snit, met songs die zo nu en dan voornamelijk een refrein zijn maar altijd iets hebben waardoor ze blijven hangen. Muzikaal klopt het, met lekker stevig ingemixt gitaarwerk, subtiel toetsenwerk en een zanger die geen enkele moeite lijkt te hoeven doen voor een geluid dat zo nu en dan doet denken aan Zak Stevens (Circle II Circle, ex-Savatage). Ook elders lijken ze wel enige affiniteit te hebben met Savatage, getuige de opbouw en de koortjes bij "Going Under". Het heeft allemaal net iets meer body dan bij de voorganger en qua technisch kunnen en productie zit het ook allemaal snor. Sinister Mind is minder voorspelbaar en zeker minder platgeproduceerd dan de meesten in het genre. Fijn werkje dus!
Een ander plaatje uit de categorie pretrock is van de Londense Tokyo Dragons. In tegenstelling tot Jaded Heart niet van Amerikaanse snit, maar lekker Engelse rock met wat glaminvloeden (een van de tracks heet vast niet voor niets "Slade Alive"), als een soort Engelse variant op The Offspring. Zanger Steve Lomax heeft net als Dexter Holland een wat rauwe stem, waarmee hij de woorden meer zijn mond uit slingert dan echt zingt. Dat past echter uitstekend bij de songs, die bijna zonder uitzondering van begin tot eind lekkere up-tempo zijn en voorzien van sterke riffs die de hele song moeten dragen. Ik vind het prima, laat het moeilijke gedoe en de droefsnoeterij maar over aan de Radioheads en Coldplays. De productie is simpel maar doeltreffend, de songs aanstekelijk en meebrulbaar. Perfecte muziek voor een krap uurtje meespringen op een vrije middag.
File Under: Duitse Gründlichkeit leidt tot puike Amerikaanse rock
File Audio: [JadedSpace]
File: Tokyo Dragons - Hot Nuts
File Under: Pretrock Engelse stijl
File Under: [DragonSpace]
Quit Your Dayjob - Tools for Fools
Wonderlijk is dat, het effect dat sommige platen of bands op je kunnen hebben. Ik bedoel, de ene keer wordt je direct gegrepen door een plaat en de volgende keer duurt het een draaibeurt of vijf voor het kwartje valt. Je zou wellicht kunnen zeggen dat, als je een plaat vijf keer de kans geeft, dat je er dan toch door gegrepen bent, maar dan gaan we een syntactische discussie aan. En dat doe ik liever met een biertje erbij. Maar bovenstaand effect kan helemaal teniet worden gedaan door een verpletterend live optreden. Sweden, we got a problem, deed bij mij geen belletjes rinkelen, ook niet naar vijf keer, maar een uurtje Quit your Dayjob op The Music in My Head en ik was verloren! Het rammelende electropunk geluid viel ineens op zijn plek en ik had er een favoriet Zweeds bandje bij. En dat bandje bestendigt hun favorietenrol met Tools for Fools, hun laatste werk. De jongens hebben veel bijgeleerd, want het rammelt niet echt meer. Al gaat het nooit lang recht vooruit. Wat dat betreft heeft Quit Your Dayjob goed geluisterd naar Poison Ivy en consorten, over hoe je popliedje puik ontregelt. Al was het maar omdat het tekstueel regelmatig ontspoort. De jongens weten in ieder geval nog waar Nederland ligt, want er is een nummertje over Lowlands en de moeilijkheden die ze hadden om daar onderdak te vinden. Afijn, 29 november zijn ze hier weer, maar dan helaas in het voorprogramma van die vervelende Hives. Wacht u dus rustig tot eind december, want dan komen ze zelf toeren. Maar het kan zijn dat u wel meteen gegrepen wordt door Quit Your Dayjob. Want dat wonderlijke effect, is bij iedereen anders...
File Under: The Electrø Cråmps
File Audio: [Dayjob-Space]
Crossing Border 2007, vrijdag napret
Op de tweede dag van Crossing Border is het drukker dan op de eerste. Dat merk ik aan het aantal mensen dat op tijd is voor de eerste optredens. Okkervil River is een van die eerste optredens en is na veel media-aandacht naar aanleiding van zijn album The Stage Names al snel relatief groot geworden. Het zaaltje waar de band speelt is eigenlijk al te klein voor de band. Veel mensen lopen acht trappen op om teleurgesteld de enorme rij bij de ingang van het zaaltje, Het Paradijs, te zien. Wij ook. Als ik Andrew Bird zie weet ik niet zeker of hij het is. Ik zeg niks tegen hem, maar dat had ik wel moeten doen. Ik verheug me al op vanavond. Vriendlief heeft naast hem staan plassen, dat schept een band. Vic Chessnutt rolt ook al vrolijk rond. Ook de artiesten zijn blij om op dit festival te zijn. (jnnk)
Lees verder..Sick City - Nightlife
Canada is hip! Als muziekland dan. Arcade Fire, Alexisonfire en Silverstein zijn zomaar een paar namen uit de florerende Canadese alternatieve muziekscene. Nieuwkomer Sick City probeert met full-length debuut Nightlife een plekje tussen bovengenoemde bands te bemachtigen. Hun emocore moet het in ieder geval niet hebben van originaliteit. Catchy nummers, hier en daar een metalriff, hier en daar een hardcore-schreeuwtje, lekker veel meezingbare refreinen en natuurlijk het juiste imago. Sick City is een dertien in een dozijn bandje. En toch is Nightlife een goed album. Simpelweg omdat het vijftal al die bekende ingrediënten goed mixt en er een lekkere maaltijd van maakt. Doordat er genoeg -core invloeden aanwezig zijn wordt het nergens te zoetsappig en krijg je niet het idee naar het zoveelste MTV-bandje aan het luisteren te zijn. Ook tekstueel zitten de nummers goed in elkaar. Single "Turning Heads" is een tof nummer, "Millions" heeft een geweldig instrumentaal middenstuk en probeer "Moving, Not Moving Forward" maar eens niet mee te zingen. Daar komt bij dat zanger Yosh Youngson een meer dan aardige stem heeft, daar doet het lelijke "City Lights" niet van af. Het mag allemaal iets venijniger, de band moet zich leren te onderscheiden in het druk bevolkte emogenre en het artwork is te cliché voor woorden. Ondanks deze kritiek is dit is echt zoveel beter dan al die emobandjes die hier op File Under tot zoveel reacties leiden. Geslaagd debuut.
File Under: Bovengemiddeld geode emocore
File Audio: Geen emobandje zonder [ MySpace]
One In A Million - Sweet Transmission
Met het verschijnen van hun debuut op CNR Records in 2003 leek niks een fijne toekomst van de Tilburgse rockband One In A Million in de weg te staan. De frisse powerpop, de prettige presentatie, het enthousiasme: alles was er. Toch braken ze met hun ongecompliceerde liedjes vol pakkende koortjes niet echt door naar het grote publiek. Als de band dan ook nog een tijd geteisterd wordt door gerommel vanachter de drumkit (personele wisselingen, ontstekingen in polsen) wil het maar niet vlotten aan het muzikale front. Met drumster Marjolijn Dokter heeft men nu echter een machtig wapen in huis (als je er oog voor hebt). Dat deze 'Miss M' haar mannetje kan slaan bewijst ze ook in de Deventer rock 'n' rollband The Freaks And Dirty Dancers. Inmiddels zijn we vier jaar verder sinds het debuut en verschijnt met Sweet Transmission eindelijk deze tweede langspeler op het Achterhoekse label Silvox. De rauwheid in de stem van zanger Erik van Haaren is gelukkig gebleven. Op zijn beste momenten neemt die zelfs Mark Lanegan-achtige proporties aan. Nog wat meer roken en vooral whisky drinken en hij komt er wel. De liedjes luisteren lekker weg, waarbij met name "Ask For More" zich onderscheidt door de aanstekelijke melodieën, opzwepende drumpartij en vooral de vette riff. Met de backing vocals zit het ook nog altijd snor, luister maar naar het swingende "One Thing" als je de kans krijgt. Met de punk en hardcore waar de roots liggen van Van Haaren en consorten heeft het allemaal niks meer te maken, dit is pure gitaarpop en daar is niks mis mee.
File Under: Meer pop/rock
File Audio: MySpace
Judy Collins - Sings Lennon and McCartney
De eerste reactie is meestal een diepe zucht: wederom een (oudere) artiest die zo nodig een coveralbum moet maken. Meestal een teken van ernstige artistieke bloedarmoede. Slechts zo nu en dan pakt het aardig uit. Als de muzikant in kwestie een groot deel van haar carrière gestoeld heeft op liedjes van anderen en bovendien eerder een prima coverplaat gemaakt heeft ( Sings Leonard Cohen), zou het zomaar een geslaagd project kunnen worden. Maar moet de gecoverde band dan werkelijk de Beatles zijn? En dan ook nog het zelfs in origineel niet meer aan te horen "Yesterday" op de tracklist zetten... Grande dame van de (al te) mooi gezongen folk Judy Collins heeft wel lef. Zeventig is ze intussen en Judy Collins Sings Lennon and McCartney zo ongeveer haar veertigste plaat. Als gezegd spreekt de liedjeskeuze niet bepaald voor haar. Naast "Yesterday" krijgen we ook nog 'ns "Hey Jude" en "Penny Lane" voor de kiezen. Maar "Norwegian Wood" doet ze wel weer heel aardig en ook "When I'm 64" ('Will you still feed me, when I'm 84' maakt Judy Collins ervan) is mooi gedaan. De arrangementen - lieflijk, bij tijd en wijle pastoraal - roepen geen al te ernstige kritiek op, hoe suikerzoet ze soms ook klinken. Het past allemaal keurig bij elkaar: de ijl zingende, keurig netjes articulerende Judy Collins en de bedjes van violen en Spaanse gitaartjes. Te goed voor de markering 'zitkuilmuzak', niet spannend genoeg voor hernieuwde populariteit.
File Under: Beatles-covers als zitkuilfolk
The Cynics - Here We Are
Ik raak met vriend M. aan de praat over al die leuke sixties-plaatsjes waar ik geen weet van heb. De reden is al die leuke plaatjes die de dj van dienst ons voorschotelt. M., ook een sixtiesspecialist, vertelt dat er af en toe een eightiesrevival-nummer doorheen gesmokkeld wordt. Als ik hem vertel dat ik thuis Here We Are, de nieuwste van The Cynics, heb liggen, ook zo'n revivalbandje, reageert hij enthousiast en vertelt dat de band geweldig was op het laatste Primitive Festival. Ik vertel hem dat ik dat al verwachtte, maar dat het album toch wel wat gewoontjes is. Hij knikt en zegt dat dit op eerdere albums ook al wel het geval was. Op basis van dit album zou ik The Cynics (Pittsburg, USA) beschrijven als een beatband met hier een daar een rauwe rand. Om de roemruchte zestiger jaren zoveel mogelijk na te bootsen gaan ze zelfs zover dat ze negen van de twaalf nummers in mono opnamen. De nummers zijn aanvankelijk oké, maar spatten niet mijn speakers uit: het is wat gewoontjes. Pas in de tweede helft lijken ze warm gespeeld en gaan ze er in "Hard To Please" en "What She Said" helemaal voor. In de laatste twee nummers gaat het echter helemaal mis: "All About You" lijkt qua melodie gejat van The Sex Pistols en het afsluitende "Courtney" (Love?) is een overbodige en vervelende ballade. De titel van dit album klinkt dan ook zelfverzekerder dan er muzikaal reden toe is. The Cynics lijken dan ook typisch een band die je live gezien moet zien. Op 17 oktober waren ze nog in ons land met een optreden in Paradiso. Ik was er niet bij en moet dus wachten op een nieuwe herkansing.
File Under: Sixties revivalband uit de tachtiger jaren anno 2007
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Ik was dus niet op het Primitive Festival]
Crossing Border 2007, donderdag napret
Gulzig etend en steeds naar de klok kijkend zit ik aan tafel. Ik móet op tijd zijn op Crossing Border. De openingsact van de tweede avond is Anja Garbarek en dat mag ik, met heur laatste plaat op 1 in mijn jaarlijstje van 2005, niet missen. Anja treedt maar weinig op en nog minder in Nederland. Dus ik móet de trein halen en dat lukt. Alleen besluit de aansluitende trein in de richting van Den Haag waar ik in volle vaart inspring op zijn dooie gemakkie richting de regeringsstad te gaan. Te laat dus in Den Haag. Het wederzien met jnnk en Het Meisje verzacht de pijn genoeg natuurlijk. We moeten anders dan voorgaande jaren. Crossing Border is dit jaar niet in het Theater aan 't Spui, maar in de combinatie Koninklijke Schouwburg / Nationale Toneel Gebouw. (Storm)
Lees verder..Duran Duran - Red Carpet Massacre
Je zou het als een noodgreep kunnen betitelen dat Duran Duran mensen als Timbaland, Danja en de toevalligerwijs in de studio naast hen opnemende Justin Timberlake in heeft geschakeld voor de opnamen van hun nieuwe cd Red Carpet Massacre. Een wanhopige - laatste? - poging om niet definitief uit het vizier te verdwijnen. Maar aan de andere kant, is het wel zo raar? Ik vind het gat tussen Justin Timberlake en Duran Duran best te overzien eigenlijk. Over de keuze voor mensen als Danja en Timbaland was ik wat sceptischer. Timbaland heeft dan wel de laatste Björk gedaan, hij en Danja zijn toch vooral mensen die in de R&B-hoek rondhangen. Gematigd optimistisch, maar sceptisch zette ik dus Red Carpet Massacre op. En na de eerste twee nummers "The Valley" en het lekker felle titelnummer dacht ik: 'Zo, dit was een goede keus!' Helaas bleken dit gelijk om de twee beste nummers van Red Carpet Massacre te gaan. Het is niet zo dat de rest slecht is, maar het mist wat. Drums vooral! Volgens mij heeft Roger Taylor zijn drumstel bijna niet gezien tijdens de opnamen. Echt alles lijkt uit een doosje te komen. En anders is het op bijzonder vervelende wijze gemummificeerd. Ook Simon Le Bon heb ik wel eens sterker horen zingen dan hij hier laat horen. Alleen de nog immer cool & collected kijkende Nick Rhodes heeft zich waarschijnlijk helemaal kunnen uitleven met zijn synths. Dat gitarist Andy Taylor in een vroeg stadium houdoe! zei verbaast me dan ook niet echt. Duran Duran is veels teveel in een benauwend Timbaland/Danja-stramien geduwd, des te verder de cd vordert des te meer verlang ik naar de tijden van Rio en Seven and the Ragged Tiger. Jammer.
File Under: Vrijwel mislukte poging om in beeld te blijven
Pagan's Mind - God's Equation
Het is buiten goed te merken dat het einde van het jaar weer nadert. De herfst is volop aan de gang, en voor je het weet is het alweer winter. Regelmatig trekt er een dik wolkenpak over het land, dat veelal gepaard gaat met fikse regen- en zelfs hagelbuien. Al dan niet vergezeld van onheilspellende onweersbuien. Als je geluk hebt kun je je zo nu en dan van plek A naar plek B begeven zonder nat- of weggeblazen te worden door een wind die stormachtig aandoet. En zo is het ook met het album God's Equation van Pagan's Mind. Een album dat bij een eerste luisterbeurt nog rustig overwaait, maar na een aantal luisterbeurten steeds dreigender uit je boxen schalt. De ene storm is immers de andere niet. En daarna is het dan ook steeds meer genieten van deze snelle, hardere progressieve metal. De stevige en up-tempo nummers worden als bliksemschichten een uur lang op je afgevuurd. Elf krachtige tracks raken hun doel. De een wat gerichter, de ander wat meer met een onweg. De een strak gefocust, de ander met de nodige rauwe randjes. Een opvallende uitspatting daarbij is de eigenzinnige cover van David Bowie's "Hallo Spaceboy", heerlijk spacey, geladen en dreigend gebracht. En zo zijn er dus elf afwisselende tracks te vinden. Knap als je niet minimaal door een daarvan in het hart geraakt wordt.
File Under: Een botsing van elementen
File Audio: [Pagan'sMindSpace]
File Video: [Atomic Firelight]
Feu Thérèse - Ça Va Cogner
Zelfs een geforceerd hype-ontkenner als ondergetekende moet toegeven dat de Canadese muziekscene bloeit. En ja hoor, hier is alweer een nieuwe knop. Feu Thérèse is een viertal rond zanger en, wat een prachtig woord, synthetiseuriste Stephen de Oliveira. De band begint Ça Va Cogner met enkele uitstekende imitaties. Allereerst New Order ten tijde van Power, Corruption & Lies. Muzikaal dan, want de heren uit Québec zingen in 't Frans, over, hoe kan het ook anders, l'amour. Juist als het nummer lijkt te eindigen zet men nog een vrolijk Hot Chip-achtig koortje in, wat de toon zet voor de rest van de plaat: intuïtief, rommelig en erg lief. De tweede imitatie is Kraftwerk, in "Visage Sous Nylon". Een ritje over de snelweg met je kop in een panty. Ik zou de band echter zwaar te kort doen door ze puur als navolgers te bestempelen. Daarvoor slaat de plaat simpelweg teveel eigen wegen in, en het liefst allemaal tegelijk. Mijn favoriete track is zonder twijfel het titelnummer, dat uit twee delen bestaat. Het eerste is een lekker cheesy synthesizer-improvisatie. Deze verglijdt in een melodie rond een nep-harptokkel en vallende sterren, de drummer zet een weinig scherpe beat in en dan.. Een kinderkoortje. Het zal wel een voordeel zijn om "Another Brick In The Wall pt. II" van Pink Floyd niet bewust te hebben meegemaakt. Ik smelt in elk geval. Enigszins tekenend voor het album is wel dat na dit magische moment eigenlijk niemand meer weet hoe nu verder, dus maar gekozen voor een fade-out. Boeit niet, want deze verzameling schetsjes werkt vooral als geheel prima. Zo goed dat ik, o zeldzaamheid, na het ruime half uur nog naar meer verlang.
File Under: Prettig gestoord
File Audio: [Visage Sous Nylon]
Robyn - Robyn
Om maar meteen de foute link te leggen: een belangrijk deel van de lof die momenteel toegezwaaid wordt aan het nieuwe album van Britney Spears, is te danken aan Robyns producer Klas Ahlund, die "Piece of me" in elkaar heeft gefröbeld. Sterker nog, Robyn zelf zingt ook een paar regels in dat nummer mee. Maar waar Britney's Blackout in feite pornografie in de vorm van geluid is, ofwel een niet meer dan aardige producersplaat met Britney in de bijrol, laat Robyn (ofwel de Zweedse zangeres Robin Carlsson) horen hoe het wél moet. Haar album Robyn, dat dankzij de hit "With Every Heartbeat" nu ook in Nederland maar eens uitgebracht is, (he! we hebben er zelfs al over geschreven! P.S. Marten, ik mis je) is namelijk net zo'n leuk geproduceerd popding, maar overtuigt op persoonlijk vlak veel meer. Liedjes inzingen waar iemand anders een beat onder zet kan iedereen wel, maar geloofwaardigheid hóór je. Robyn weet wat ze zingt. En haar producers (onder wie The Knife) zijn de dienaren. Bij Annie (die ook al een liedje heeft over een heartbeat) vind ik tekst en muziek nóg beter bij elkaar passen, maar juist omdat Robyn een typische powervrouw is ("Who's That Girl") heeft dit ook iets. Ze zingt over tegenslagen en over rotjongens op dit album, maar in bijvoorbeeld "Eclipse" legt ze het je ook uit. Dan fronst ze een treurig rafelmondje, staart je moedig aan en... ja, de klik komt bij mij wel over. Al ben ik stiekem wat blijer met leukere, snelle nummers als "Cobrastyle" (een cover van de Teddybears STHLM) en "Be Mine". Maar de klapper van het album blijft toch wel het levenslied "With Every Heartbeat", dat mede een hit geworden is dankzij de nieuwe, modieuze blokkenclip . Sommige mensen gruwen van het nummer (he, Storm?), maar ik vind het prachtig. Niet terugkijken (of dan niet te lang), dóór met die handel! Prima fietsnummer ook. Hopelijk maakt producer Andreas Kleerup nog meer van dit soort synthparadijsjes. Ik ben alvast verkocht.
File Under: It's Robyn, bitch!
File Audio: [RobynSpace]
File Video: [Hét moment is toch wel die tietworp op 2:56] [Konichiwa Bitches] [Handle me] [En nog eens Handle Me. Ze schiet wel veel clips bij nummers]
Fall Of Serenity - The Crossfire
Ik las van de week in de krant dat nep-Viagra bijna niet meer van echt te onderscheiden is. Dat leek me eigenlijk wel handig. Hoef je als hulpbehoevende niet meer naar de apotheek. Het bleek echter vooral om de vorm en verpakking te gaan en niet om de werking. Een kleine test vooraf is dus geen overbodige luxe om een gênante vertoning te voorkomen als 't paaltje bij 't puntje komt. Of stiekem hopen dat mister placebo je op dat moment voor één keer uit de brand helpt. Deze hoop koester ik ook een beetje bij de nieuwe cd van Fall Of Serenity, The Crossfire. Vol verwachting zit ik te wachten tot mijn sergeant-majoor in het gelid springt, maar het blijft slechts bij een lichte tinteling en een verdwaald kriebeltje op zijn tijd. Alsof je hem er alleen even lafjes tegenaan mag hangen en meer niet. Niet dat deze Duitsers niet geprobeerd hebben om het zoveel mogelijk als een melodieus deathmetal-album te laten klinken. De hardcore-elementen zijn net als bij hun landgenoten van Fear My Thoughts zo goed als verdwenen en zelfs oppergod Dan Swanö is ingeschakeld om het juiste resultaat te boeken. Toch hoor ik nog steeds alleen een band die probeert als Grave en At The Gates te klinken, edoch nergens dat niveau haalt. Af en toe neemt de opwinding toe bij nummers als 'A Whore Called Freedom' en het afsluitende 'Blood Portrait', het blijft echter rondspoken dat ik niet naar het echte spul zit te luisteren. Een imitatie, zonder originaliteit, meer niet. Dat zou toch beter moeten kunnen.
File Under: Laat je niet misleiden
File Audio: [FOS]
Cadillac - Magnetic City
Soms heb je van die releases die niet echt opschieten, die gegarandeerd tussen wal en schip zullen belanden. Deze nieuwe van de Noorse rockband Cadillac zal ben ik bang dan ook weinig zoden aan de dijk zetten. Begrijp me nu niet verkeerd, muzikaal gesproken zit het wel snor met deze plaat. Warme rock in het straatje van Kings Of Leon, Fireside, Open Hand en een snufje Motorpsycho, in die buurt ongeveer mag je het zoeken. Bovendien tekende Black Crowe Rich Robinson, ook geen onbekende, voor een authentieke productie met een lekker analoge sound. Toch zal de band er niet veel mee opschieten. Ze bestaan namelijk niet meer. Hun voormalige website blijkt alleen maar links naar dubieuze pokersites en ringtones te bevatten en ik kon verder nergens ook maar iets aan info vinden over de band. Tot ik op uiteindelijk via Last.fm en Archive.org mocht uitvinden dat deze plaat drie jaar terug al in hun thuisland uitkwam en ze er niet lang daarna mee gestopt zijn. Postume (re-)release of gewoon een verlate Europese distributie? Afijn, als deze plaat op tijd was uitgebracht, zeg 2004, had het nog wat uit kunnen maken voor mijn jaarlijst. Daar is ie nu in elk geval wel fors te laat voor. Ach, weten we in elk geval dat ie nu ook hier te krijgen is.
File Under: Verlate postume releases
MV & EE With The Golden Road - Gettin Gone
Muziek is beleving: iets dat je in al zijn facetten moet beleven. Vroeguh... was er een elpeehoes die mij in de stemming kon brengen. Nu moeten we het met een cd-doosje doen. Als "recensent", ik weet dat ik met gezonde botten klaag, worden de geluidsdragers soms erg beroerd gepresenteerd. Soms moeten we het zelfs zonder hoesje doen, of kunnen we de nummers ergens op internet beluisteren. De platenmaatschappij van MV & EE With The Golden Road heeft het echter goed begrepen. De speciale promoversie is een digipack met boekje en een wikkel dat het geheel laat uitzien als een cadeautje. Nu zou dit totaal onbelangrijk zijn als er een vervelende cd in verpakt zou zitten. Gettin Gone is echter alles behalve vervelend. Nu ik de hoop heb opgegeven dat Lou Reed nog eens een goede plaat uit gaat brengen en Neil Young zijn hoogtijdagen ook gehad lijkt te hebben blijkt dit een prima alternatief. MV is Matt Valentine en EE is Erika Elder, die met de begeleidingsband The Golden Road waarin onder andere J. Mascis de drums op enkele nummers beroert, hun tweede album binnen een jaar uitbrengen. Getting Gone bevat americana met een noisy rock 'n'roll- Velvet Underground -inslag voorzien van een rauwe Sonic Youth-gitaarrand en een scheut psychedelica. Hier en daar vervalt het helaas in wat teveel uitgesponnen liedjes en wordt met name de Neil Young-achtig klinkende stem van MV, die af en toe net te vals wordt, wat vervelend, maar als EE het weer overneemt komt het helemaal goed. De wikkel doe ik er na afloop weer om. Hey, een cadeautje!
File Under: Zuma is de naam van hun hond.
File Audio: [ MySpace]
Serge Simonart in gesprek met Rufus Wainwright
"I'm easily bored by life"
De proef op de som, een gat in de markt of gewoon een heel erg goed idee? Woensdagavond sprak de Vlaamse popjournalist Serge Simonart met Rufus Wainwright tijdens Crossing Border. Het gebeurde in de tent, Theater Cuatro, die speciaal voor het festival op het Korte Voorhout in Den Haag is neergezet. Wiebelende stoeltjes, heel dicht tegen elkaar aan, zorgden voor een bijzondere sfeer onder de fans van Rufus Wainwright die een kaartje hadden weten te bemachtigen.
Het was er erg intiem. Ik schaar mezelf niet onder de grootste fans, maar ik hou wel heel erg veel van Rufus - iedereen mocht Rufus zeggen - en zijn muziek. Uiteraard vooral zijn muziek, want ik ken Rufus niet. Niemand daar, denk ik. Toch ging het over een bezorgde bos rozen in de kleedkamers, hoe het de dag ervoor in de Heineken Music Hall was geweest, hoe het bij Paul de Leeuw ging - komend weekend op tv - en hoe enorm fan iedereen wel niet was. Bovendien staat er een piano, versterkt, en dat valt iedereen op...
Lees verder..Phosphorescent - Pride
Het is vast een cliché om over een plaat voor deze donkere dagen te spreken, maar allemachtig wat heeft Matthew Houck een ongelofelijk verknipte kerstplaat gemaakt. Pride wisselt breekbare, bijna gewijde koortjes af met enkele duivelsuitdrijvende jungle-rituelen, vol ratelende percussie en woeste kreten. En dat terwijl ik na het horen van "Wolves" een naïeve singer/songwriters-plaat had verwacht. Het traag opbouwende nummer is met een gammele mandoline, accordeon en Oost-Europese sfeer een alternatieve hit, die vele malen beter is dan alles wat Beirut dit jaar op plaat gooide. Wat een zielenpijn zit er in Houck's stem als hij zingt 'Mama, there's wolves in the house, mama they won't let me out'. Mooi is ook de tegenstelling tussen doodsangst en betoverende schoonheid ('they tumble and fight and they're beautiful') Ja, Pride is in alles een ambitieus album, dus ook tekstueel. Soms gaat dat te ver. De ellenlange ballade "My Dove, My Lamb", Phosphorescent's poging tot "Ambulance Blues", is onnavolgbaar, al is 'lonelier than cattle standing in the rain' wel weer een mooie. Het helpt ook niet dat net daarvoor het enerverende "At Death, A Proclamation", het enige up-tempo nummer, als een klingelende stoomtrein voortraasde. Een groot deel van de plaat sleept zich echter als een bejaarde voort. Zo duren veertig minuten lang en was het maar net hoe mijn pet stond of ik een Will Oldham-achtig nummer als "Cocaine Lights" ('In the kitchen I can hear my blood clicking') kon hebben. Die negatieve aspecten laten onverlet dat Phosphorescent zonder meer iets opmerkelijks heeft gecreëerd. Een totaal eigen wereld.
FIle Under: Wolf in schaapskleren of lam met leeuwenhart
File Audio: [A Picture Of Our Torn Up Praise][ MySpace]
Doyle Bramhall - Is It News
Ze zijn schaars, de leadzingende drummers. Hooguit als ze als duo optreden nemen ze wel eens de leadzang voor hun rekening. In een band zie je ze echter hoogstzelden. Doyle Bramhall is zo'n geval apart. Mocht deze naam je een belletje doen rinkelen dan kan dat goed kloppen. Bramhall trok in de beginjaren dat hij muziek maakte veel op met de broertjes Jimmy & Stevie Ray Vaughan. Hij schreef uiteindelijk mee aan vele nummers voor Stevie Ray's soloalbums. Met de jaren werd hij ook een graaggeziene gastmuzikant en speelde onder andere mee met Sheryl Crow en Roger Waters. Maar zijn roots liggen toch in het zuiden van de VS, in Texas, om precies te zijn, bij de swampy bluesrock. Door al dat uitsteken van helpende handjes kwam Bramhall maar weinig toe aan het opnemen van zijn eigen muziek. It is News is dan ook pas de derde cd die hij onder eigen naam uitbrengt. Dat is best jammer, want Bramhall heeft met de combinatie van zijn warme soulvolle stem en zompige, maar strakke drumstijl een gouden combinatie in handen. Bovendien blijkt hij een meer dan bekwaam liedjesschrijver. Een deel van de liedjes voor Is It News schreef hij samen met CC Adcock. Met hem produceerde hij ook samen het album. Bijzonder hierop is "Chateau Strut", een nummer dat Bramhall lang geleden samen schreef met Stevie Ray en met Tina Vaughan die Franse zinnetjes prevelt. Hier in doet Mike Keller stinkend zijn best Stevie Ray Vaughnan te benaderen. Waarin hij aardig slaagt. Sowieso klinkt Is It News ouderwets op een aangename manier. Het album ademt passie voor vervlogen tijden uit, zonder er mee te dwepen.
File Under: Zingende drummers zijn koel
File Audio: [Album gestreamd][Check]
NOFX - They've Actually Gotten Worse Live
Vrijwel alle nog actieve bands uit de tweede punkgolf van halverwege de jaren negentig hebben recent een live album uitgebracht. Dit heeft vooral te maken met platenlabel Fat Wreck Chords en de Live In A Dive serie, waarin onder andere Lagwagon, No Use For A Name en Strung Out hun meest bekende werk in een heuse greatest hits show speelden en opnamen. Platenbaas Fat Mike bracht met zijn bandje NOFX twaalf jaar geleden al eens een live album uit met de typerende titel I Heard They Suck Live. Dat is al weer lang geleden en dus is een glimmende nieuwe liveshow best gewenst. Begin dit jaar werd in drie avonden zo ongeveer het complete oeuvre van bijna twintig jaar pretpunk gespeeld en de beste opnames werden geselecteerd voor They've Actually Gotten Worse Live. Dat betekent dat er keuzes gemaakt zijn en dus ook nummers niet uitgekozen zijn die ik heel erg graag had willen horen (wat te denken van de integrale versie van het 18 minuten durende "The Decline", naar het schijnt ook uitgevoerd). Desondanks is er een goede steekproef genomen van de zes albums die sinds 1995 zijn uitgebracht, gecombineerd met enkele klassiekers die geen plaatsje hadden gekregen op I Heard They Suck Live. Het geheel is uiteraard doordrenkt met de onvermijdelijke flauwe grappen en grollen - soms ook echt om te lachen - en veel harde kritiek op de Amerikaanse overheid, twee handelsmerken waar NOFX inmiddels wel een patent op aan kan vragen. De oplettende luisteraar die de band al die tijd heeft gevolgd zal bemerken dat er niet bijzonder veel veranderd of vernieuwd is en dat sommige grappen al jaar in jaar uit gemaakt worden. Dat neemt gelukkig niet weg dat NOFX nog steeds garant staat voor een geweldige avond vol retestrakke punkrock, iets wat deze 26 livenummers nog maar eens duidelijk onderstrepen.
Omdat wij zo lief zijn, en Fat Wreck Chords ook, gaven wij enkele exemplaren van They've Actually Gotten Worse Live weg. Je bent daar nu te laat voor!
File: NOFX - They've Actually Gotten Worse LiveFile Under: Live, deel 2
File Audio:[You're Wrong][Lori Meyers]
The Wombats - A Guide To Love, Loss & Desperation
Hehe, daar is-ie dan. De eerste volwaardige Nederlandse release van The Wombats. Hopelijk heeft u geen geld uitgegeven aan de EP, en gewoon netjes gewacht op A Guide To Love, Loss & Desperation. Nu krijgt u namelijk veel meer waar voor uw geld. Inhoudelijk valt er weinig toe te voegen aan de vorige recensie. The Wombats zijn nog steeds de band van de aanstekelijke, vrolijke en uiterst dansbare songs. En The Wombats moeten het nog steeds vooral van de liveshows hebben in plaats van het gerammel, gestuiter en ge-woeoeoeoeoe op plaat. Alleen krijgt u nu meer van dit alles. Jammer is wel dat "Caravan In Wales" en "Sunday T.V.", die wel op de Japanse release stonden, hier de eindstreep niet gehaald hebben. A Guide To Love, Loss & Desperation is niet het beste Britpop-debuut van dit jaar (die titel is wat mij betreft voorbehouden aan The Enemy), maar wel een van de leukste. Beter dan de Pigeon Detectives, origineler dan The Maccabees en bijna net zo grappig als Art Brut. En met een setje sterke singles ("Kill The Director" en "Let's Dance To Joy Division") en potenti�le singles ("Backfire At The Disco" en "Lost In The Post") zou 2008 zomaar eens de doorbraak voor The Wombats kunnen betekenen. Alleen die bandnaam h�. Want de muziek van The Wombats past natuurlijk voor geen meter bij het rustige dier waaraan de band zijn naam ontleent. The Kangaroos, anyone?
File Under: Aanstekelijke stuiterballenbritpop
File Audio: Wombatspace
File Video: [Backfire At The Disco] [Let's Dance To Joy Division]
The Dust Dive - Claws of Light
Er is iets vreemds aan de hand met The Dust Dive: afkomstig uit het grootsteedse Brooklyn maken ze muziek die eigenlijk alleen op het platteland zou moeten aarden. De spaarzame vioolklanken, de zingende zaag en verder ferm in de folkgeschiedenis gewortelde liedjes worden desondanks wel degelijk vanuit New York de wereld in gebracht. Met behulp van Jason Loewenstein (van Sebadoh-faam) brengen ze op hun tweede plaat Claws of Light twaalf tracks die klinken als de soundtrack voor een roadmovie. Zo eentje die van het noorden van Maine langzaam afzakt naar het zuiden, via Massachusetts en New York de Appalachen ingaat om ergens in de heuvels van Georgia te eindigen. Tussendoor zijn er uitstapjes richting het desolate midwesten van de lange, rechte wegen, maar het tempo is er meestal eentje voor de backporch. Meest opvallend is het weglaten van drums (vaak niet meer dan een verdwaalde tik op een snare), wat de gelatenheid en rust benadrukt. Toch is het geen kalme atmosferische muziek, daarvoor ligt de waanzin te dicht onder de oppervlakte. Zou dat dan toch nog de invloed van die verdoemde grote stad zijn?
File Under: Muziek voor een roadmovie
File Audio: [[Claws of Light]][ MySpace]
Beatfilm, een festival rond de nieuwe beattrend
Over de jaren zestig, de periode waar de jeugd in opstand kwam tegen het ouderlijk gezag, heb ik veel gelezen, gezien en gehoord, maar om het echt mee gemaakt te hebben had ik toch iets vroeger geboren moeten worden. Eén van de muzikale stromingen uit die tijd die mij erg aanspreekt is de beat, met als bekendste exponent The Beatles. Nu was ik onlangs zelf betrokken bij een avond rond het thema beat en het viel me op dat er overal beatfestivals plaatsvinden.

Threshold - The Ravages of Time
Voor mijn gevoel heeft Threshold nooit echt de doorbraak gekregen waar ze wel recht op hebben. Sinds hun debuut-cd Wounded Land uit 1993 zijn de releases van deze Britten vrijwel continu overladen met lovende recensies. Toch lijkt het grote publiek er maar niet aan te willen geloven. Maar hoe komt dat nou? Komt dat doordat de muziek niet progmetal genoeg is en ook te weinig conformeert aan obligate symfo? Het zou kunnen, maar als ik zo luister naar The Ravages of Time (The Best of Threshold) dan vind ik het tof wat Threshold heeft afgeleverd in de afgelopen vijftien jaar. De band kiest - gelukkig - niet voor het een of het ander, maar weet juist een goede balans te vinden tussen beuken en melodie. Oneerbiedig zou ik het Van-dik-hout-zaagt-men-planken-progmetal progmetal kunnen benoemen, maar dat bedoel ik lief. Ik houd wel van het soort liedjes dat Threshold maakt. Ze nodigen vrijwel stuk voor stuk uit tot uitbundig mee blèren, zonder dat je pijn in je kop krijgt van de manier waarop de band achter de zanger van dienst over hun instrumenten raast. Karl Groom (hij schrijft het leeuwendeel van het materiaal) en zijn mannen hebben die manier van songschrijven perfect in de smiezen. En dan maakt het niet zo heel veel uit wie er achter de microfoon staat, als de zanger er maar een met ballen is. Dat vereist de muziek van Threshold namelijk wel. En dat hadden achtereenvolgens Damian Wilson, Glynn Morgan en Andrew 'Mac' Mcdermott ook alle drie. Die laatste is ondertussen onverwacht opgestapt en wordt voorlopig vervangen door Damian Wilson. Ik hoop dan ook dat The Ravages of Time en het optreden in het voorprogramma van Within Temptation in het Beursgebouw volgende week niet de zwanenzang zullen blijken te zijn van deze band. Daarvoor heb ik ze te lief.
File Under: Twintig jaar opperbeste progmetal zonder gepriegel.
Men Among Animals - Bad Times, All Gone
De feestdagen komen er weer aan en dat is te zien in de winkels. Je ziet voorlopig nog wel meer Sinterklaasproducten, maar de kerstspullen zijn duidelijk al in aantocht. Nog even en je kunt in de winkels en op de winkelstraten ook al weer kerstmuzak horen. Nu is gewone muzak al erg, maar kerstmuzak is nog veel erger. Vier Deense vrienden zijn zelfs tot de conclusie gekomen dat deze lift- en supermarktmuziek de belangrijkste oorzaak van de problemen van de tegenwoordige mens is. Door deze muziek gedragen mensen zich als dieren. Lasse, Rune, Brian en Bo besloten na een lange discussie om een band te beginnen en het tegenovergestelde van liftmuziek te gaan maken. Ze kozen de passende naam Men Among Animals en begin dit jaar namen ze twaalf lekker positief klinkende popliedjes op. Deze zijn nu verschenen op de cd Bad Times, All Gone en het beluisteren van die songs had op mij in ieder geval een zeer gunstige invloed. "A Story About Lions, Trees And Bridges", "Slow Years" en "Amazing Ronnie" zijn prachtige liedjes en de schitterende ballade "I'm an Architect" steekt daar zelfs bovenuit. Ik weet niet of het de bedoeling is van de titel "Zoo of Montreal", maar Men Among Animals doet me soms denken aan Of Montreal. Of aan Flaming Lips. Het is mij niet duidelijk wat het tegenovergestelde van liftmuziek is, maar ik kan me best voorstellen dat deze muziek aan de voorwaarden daarvoor voldoet. Ik zou deze muziek in ieder geval veel liever uit de luidsprekers van een winkel horen komen.
File Under: Other Ways
File Audio: [MenAnimalsSpace]
The Eagles - Long Road Out Of Eden
Een nieuw studio-album van The Eagles, het eerste sinds 1979, zes jaar (!) aan gewerkt en dan nog meteen een dubbelaar ook. Dan is het reuze makkelijk om een stukje te schrijven dat het vroeger allemaal beter was en dat dit een megalomane egotrip is waarmee ze nooit kunnen tippen aan "Hotel California" of "Desperado". Maar opener "No More Walks in the Wood" biedt meteen fraaie harmonieën zoals we die gewend zijn uit vroeger dagen. "Busy Being Fabulous" is voornamelijk een refrein, maar wel een prachtig, verslavend refrein. En toch is vooral disc 1 niet altijd even sterk, vooral wanneer er allerlei arrenbie-elementen als geprogrammeerde drums opduiken. The Eagles is in de eerste plaats een *band* en mag, nee móet klinken naar echte instrumenten. Wat die "Hotel California" betreft, de opener van disc 2, "Long Road Out Of Eden" komt verrassend dicht in de buurt. Tien minuten afwisseling tussen hard en zacht, zoetgevooisde koortjes en lekkere gitaarsolo's maakt dit het hoogtepunt van deze cd. De sceptici zullen verrast zijn. Twee cd's is misschien wat veel van het goede, zeker als je bedenkt dat er maar weinig echte countryrocksongs op dit album te vinden zijn, maar nu Don Henley heeft verzekerd dat dit echt het allerlaatste album is, is het misschien nog niet zo gek. Per slot van rekening hoef je ze niet per se achter elkaar te draaien. Dat zal mij er wel vaak toe brengen direct cd2 op te zetten. Maar ik klaag niet. Als altijd zijn er de cynische teksten van Henley, de bijna vrolijke popsongs van Walsh, de meer aardse country van Glenn Frey en vooral heel veel mooie koortjes. Als bonus zijn er nog een paar interessante covers, zoals van Larry John McNally en Paul Carrack. Iets meer uptempo werk was mooi geweest, maar de verstokte romanticus is hier blij mee, net als de Eaglesfan. Maximaal resultaat, zou ik zeggen.
File Under: Niet voor niets gewacht
File Audio: [Flashplayer]
She Wants Revenge - These Things
VA - The Fine Art Of Music
Sint zat te denken
Wat zal ik pa dit jaar eens schenken
Je vroeg wederom een geurtje
Maar dat is een open deurtje
Of een dik spannend boek om te lezen in je luie stoel
Maar dat is wel erg een schot voor open doel
Wij dachten meer aan iets met muziek
Want dat houdt je jong en kwiek
Roots en americana is waar je van houdt
Al die hippe platen laten je helemaal koud
Wij dachten eerst iets te kopen van ome Bob
Maar je hebt al zoveel van deze snob
Of de nieuwe Ilse de Lange, die is live
Maar ze zingt volgens jou niet puur genoeg dat commerciële wijf
Bovendien was dit wel wat ruim in het budget
Want veel voor weinig dat geeft pas echter pret
We vonden iets van het label Corazong met twee ceedees erin
En van al die namen die erop meedoen kregen we goede zin
Er is uit ons eigen land JP den Tex(y)
Maar het Belgische Inneke23 vinden we ook sexy
Of namen als Kim Carnes, The Mercy Brothers en Patricia Vonne
Of Peter Cooper en Jeff Talmadge, bonne bonne bonne
Vierentwintig nummers aan muziek en twee voor op je pc
Alleen die lelijke hoes is wel erg saai en doorsnee
Maak nu je pakje maar snel open
Sint gaat ondertussen nog een exemplaar voor zichzelf kopen
Sint en de hulppiet
File Under: De ideale verzamelaar om jezelf of een ander cadeau te doen
Mark Olson - The Salvation Blues
Ik ben geen man van de shownieuwsprogramma's en bladen om op de hoogte te zijn van de laatste weetjes over artiesten, maar soms is het wel handig ze wel te lezen en op de hoogte zijn van hun reilen en zeilen. Niet dat de scheiding van Mark Olson en Victoria Williams de bladen of dat verschrikkelijke RTL-programma met Albert Verlinde gehaald zou hebben. Daarvoor is deze gewezen frontman van The Jayhawks - na de cd's Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass pakte hij zijn biezen - toch teveel een artiest in de marge. Maar ik wist dus weer van niets en was in de stellige veronderstelling dat het tweetal nog steeds gelukkig samenwoonde in Joshua Tree en samen muziek maakte. Nu ik The Salvation Blues van Mark Olson veelvuldig beluisterd en het begeleidend schrijven gelezen heb, weet ik echter wel beter. Mark Olson voelde zich als stront, ontvluchtte zijn woonplaats en ging op bezoek bij vrienden in Europa. Daar kwam hij langzaam weer tot zichzelf en vond op een bepaald moment zelfs weer inspiratie in, vaak toevallige, gebeurtenissen om weer liedjes te gaan schrijven. Het leidt met The Salvation Blues, met als alleszeggende ondertitel A two-year journey through the heart of loss and redemption, tot de mooiste plaat die Olson in jaren heeft uitgebracht. Voor het eerst in jaren schreef hij ook weer een liedje samen met Gary Louris, de man met wie hij in The Jayhawks zo'n gouden koppel vormde: "Poor Michael's Boat". Het nummer, het meest poppy van de cd overigens, doet je gelijk mijmeren over hoe goed het vroeger was. De rest van de cd is een stuk soberder en vaak weemoedig. Maar de ellende heeft duidelijk het beste in hem bovengebracht. Je zou bijna wensen dat hij zich als stront zou blijven voelen, maar dat gun ik niemand.
File Under: Diepe dalen leiden tot grote hoogten in dit geval
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Salvation Blues]
Girls Aloud - Tangled Up
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er niet naar uit heb gekeken. Als een negenjarig jongetje die weigert te erkennen dat de Sint niet bestaat. Vol verwachting klopte mijn hart. Maar ook met de nodige huivering. Het bestaansrecht van The Sugababes heb ik na hun recente tegenvallende release inmiddels al in twijfel moeten trekken. Als ik dan vervolgens berichten lees dat de girls van mijn favoriete meidengroep vinden dat hun nieuwe plaat meer 'volwassen' klinkt, gaat bij mij dat verwachtingsvolle hart angstvallig in de keel kloppen. Eenieder die alvast de dikpunter ter handen wil nemen om Tangled Up met een dikke vette streep van het verlanglijstje te schrappen, kan ik echter gelukkig geruststellen: het is een kneiter van een popplaat geworden. Geen overbodige covers en geen stroperige ballads werd ons ditmaal beloofd en de meiden hebben woord gehouden. Productieteam Xenomania organiseerde pakjesavond en hebben de meiden wederom overladen met onweerstaanbare popdeunen en instant meezingbare refreinen - soms zelfs drie per nummer. Zo blaast het stuiterende "Black Jacks" de bolletjes van de jurkjes van de excuus-meidengroep The Pipettes en zou het uitbundige "Fling" zelfs Rouvoet en de zijnen nog tot een slippertje kunnen verleiden. 'It's just a fling baby / just a ding-a-ling baby'. Guilty pleasure? Ik voel me in ieder geval nergens schuldig over. Girls Aloud is in zo verre volwassen geworden dat dit album de drie voorgaande overtreft en de comeback van hun spicey oermoeders volledig overbodig maakt. Voor zover dat al niet zo was, natuurlijk.
File Under: Strakke pakjesavond
File Video: [Sexy! No No No...][Call The Shots]
Richard Swift - Dressed Up For The Letdown
Richard Swift heeft een nieuw album en pas toen ik het hoorde wist ik dat ik daarop zat te wachten. Eerlijk gezegd ligt het vorige album, de twee door Secretly Canadian bij elkaar gebrachte minialbums, nog vers in het gehoor, maar daar doet Dressed Up For The Letdown absoluut geen afbreuk aan. Sterker nog, alle liedjes op dit tweede album versterken de liedjes op de eerste twee. Was er eerst nog sprake van een deels wat voorzichtige en gewone kant van Swift, nu combineert hij zijn vaudeville revue en zijn indie singer-songwriter kant en die combinatie houdt hij een heel album vol. Dat hij verhuisd is naar de stal van Bright Eyes doet niets af aan waarvoor Richard Swift op aarde gekomen is: het maken van mooie, sprankelende liedjes. Ja, zo sprankelend zelfs dat ik heel soms qua opbouw en stijl van die liedjes een beetje aan Rufus Wainwright moet denken. In stille liedjes een beetje aan Eliott Smith. Zelfs het instrumentarium en de melodieën van mijn twee platen van Van Dyke Parks zingen door mijn hoofd. Swift schijnt trouwens bijna alles zelf te spelen. Daar heb ik sowieso enorme bewondering voor. De boodschap? Hoe om te gaan met verwachtingen die niet uitkomen. Kunnen we daar niet allemaal iets van leren? Afijn, schreef ik in mijn vorige recensie dat Swifts muziek gemaakt is voor onder de dekens, nu komen daar alleen maar nog veel meer plekken bij. Bij zijn eerste optredens in Nederland, na zijn vorige album, zong zijn naam al rond. Er moet, vind ik, nu nog veel meer rondgezongen worden. Het liefst de liedjes van Swift.
File Under: Treurnis verdwijnt waar Swift verschijnt
File Audio: [Buildings in America][Most Of What I Know]
File Video: ["Kisses for the misses"]
VA - Original Motion Picture Soundtrack, Resident Evil: Extinction
Milla Jovovich komt me tegemoet lopen. Kort rokje, hoge laarzen, in beide handen een machinegeweer. De wereld moet weer eens gered worden. De mens is bijna uitgestorven. Milla en haar vrienden zijn de laatste die de wereld nog kunnen redden. Ze zitten midden in de woestijn, op de plek waar eens Las Vegas was. De vijand is overal. Spannend. Denk ik. Ik heb nog nooit een Resident Evil film gezien. Schijnt iets met robots die de mensheid overnemen te maken te hebben. Maakt me ook niet uit. Niet mijn ding. Hoewel de poster die ik aan het begin van dit stukje beschreef niet verkeerd is. Stoere dame. Stoere soundtrack ook. Poison The Well (goed nummer), Shadows Fall (goed nummer), Emigrate (matig nummer), Emanuel (verschrikkelijk remix) en Chimaira (aardig nummer) zijn zoal vertegenwoordigd op dit maarliefst 22 nummers tellend verzamelwerkje. Dieptepunt is "One Love" van Aiden. Legion Of Doom heeft van dit nummer een remix gemaakt die nou niet bepaald beter is dan het, toch al niet briljante, origineel. Dan is de remix van Bayside's "I'm So Sick" al een stuk beter. Eigenlijk snap ik al die remixen niet zo. Zo is ook "Asleep On The Frontlines" van The Bled door de mixer gehaald, terwijl er toch helemaal niets mis was met het origineel. Het zal te maken hebben met de film. Het maintheme van Charlie Clouser (ex-Nine Inch Nails) klinkt in ieder geval onheilspellend.
File Under: Donkere muziek voor bij een donkere film
File Audio: De soundtrack heeft zijn eigen MySpace
Projekt67 - You Give Me Music
De zon schijnt op deze zaterdagmorgen door het keukenraam naar binnen. Op de hoes van You Give Me Music zit Erna Berendsen gehurkt. Met een koptelefoon op. Ze staart het verre niets in. Een goed idee. Zo moet je deze Projekt67-cd namelijk beluisteren. Dan komt dit album, een oase van rust, het beste tot zijn recht. Zo zit ik nu ook aan de keukentafel met de laptop voor me. Koptelefoon op, af en toe naar buiten starend het blauwe niets in. Naar de bomen zonder bladeren. Naar de langs zoevende auto's, die ik door de koptelefoon niet hoor. Dit stukje schiet niet op. Ik droom steeds weg. Projekt67 is een band waarvan ik echt niet begrijp dat deze niet breder opgepakt wordt. Al die mensen die ooit van Dead Can Dance of Portishead, Pink Floyd, David Sylvian of Eno/Fripp hielden of dweepten met een serie als Twin Peaks, die zijn toch niet stuk voor stuk van de aardbodem verdwenen? Het lijkt me stug in ieder geval. 'Is dit de nieuwe Sinead O'Connor', vroeg mevrouw Storm vanaf de andere kant van de zolder afgelopen week toen ik de cd eens niet met koptelefoon op luisterde en "Massive Clouds" langskwam. Je zou het op meerdere momenten op You Give Me Music inderdaad kunnen denken. Erna Berendsen heeft dan ook een prachtige dynamische stem. Broos, maar kraakhelder. Haar partner in crime Simon van Weelden, die het gros van de instrumenten voor zijn rekening neemt, vult haar perfect aan. Zijn gitaarspel is sober, maar ragfijn.
File Under: Een van de beste eigen beheer-cd's die ik dit jaar hoorde.
File Audio: [mp3-speler]
Wolfpack Unleashed / Manngard
Voor wie liever niet teveel vernieuwende dingen in zijn metal wil komt de nieuwe cd van Wolfpack Unleashed als geroepen. Dit Duitse gezelschap doet er namelijk alles aan om de oude tijden van de Bay Area-thrash te doen herleven. Wolfpack Unleashed strooit dan ook lustig met opgefokte thrash-riffs, puike gitaarsolo's, doordenderende drums en statige melodieën die doen herinneren aan bands als Forbidden, Exodus en vooral Testament. De composities zijn goed maar niet spectaculair te noemen en daarnaast heeft de band zo'n typische Duitse brallerige zanger, die toch een klein beetje afbreuk doet aan het geheel. Maar toch zeker geen slechte poging al met al.
Voor wie juist wel een flinke partij vernieuwing in zijn metal wil ligt dan weer de nieuwe cd van het Noorse Manngard in de winkel. Deze band doet er alles aan om zo doorgedraaid mogelijk uit de hoek te komen. Denk hierbij aan een gestoorde mix van blackmetal, technische thrash en opmerkelijke metalcore, waarbij het wemelt van de breaks en extreme zang. Ik kan met heel goed voorstellen dat dit voor menigeen teveel van het goede zal zijn, want Manngard kijkt niet op een tempowisselingetje meer of minder. Ik weet zo 1-2-3 ook niet echt een band waarmee ik deze gestoorde herrie kan vergelijken. Een kruising tussen Slayer, Darkthrone en de huidige lichting pielcore klinkt mij het meest zinnig in de oren. Geen gemakkelijke kost derhalve, wel iets voor de fijnproever met een flink doorzettingsvermogen.
File Under: Poging tot herleving van het Bay Area-tijdperk
File Audio: [Hier]
File: Manngard - European Cowards
File Under: Doorgedraaide blackthrash
File Audio: [Hier]
Richie Kotzen / Ted Poley
Een van de veelspelers in de hardrock is Richie Kotzen. Hij begon ooit als een van de jonge gitaarhelden op Shrapnel Records en trad daarna toe tot bands als Poison (vlak na het hoogtepunt van die band) en Mr. Big (jawel, vlak na...). Dat neemt niet weg dat hij bepaald geen kleine jongen is. Hij was bijvoorbeeld openingsact voor de Stones in de Amerikaanse A Bigger Bang-tour. Hij is gewend om platen alleen of bijna alleen in te spelen. Het album Into The Black was in alle opzichten een solo-album en zelfs op het solo-album van Marco Mendoza deed hij het meeste werk. Des te verrassender is het dat hij nu met verwijzing naar een album uit 1994 weer met een echte band een album uitbrengt. Met andere muzikanten dan in 1994 overigens. Qua stijl lijkt The Return Of The Mother Head's Family Reunion - op Kotzen's site nog Go faster geheten - een combinatie van Into The Black, met veel bluesrock, en Mendoza's funkier album. De eerste helft van het album is buitengewoon sterk, met het tien minuten durende "Fooled Again" als absoluut hoogtepunt. Maar u voelt 'm al aankomen: de tweede helft kent een stel mindere momenten met te voorspelbare funky rock, zoals ook bij Mendoza het geval was. Dat neemt niet weg dat Kotzen hiermee weer een album heeft gemaakt dat qua gitaarspel èn qua songs ver boven de middelmaat uitsteekt. Iets betere songkeuze en het was een meesterwerk geweest...
Ted Poley, ooit zanger bij Danger Danger haalt dat niveau eigenlijk nooit op zijn solo-album-met-vaste-band Smile. Zeker, het is allemaal competente AOR, maar "competent" heeft voor mij altijd een bijsmaak van té netjes binnen de lijntjes kleuren. De gitaren zijn ruig afgesteld, maar nergens daadwerkelijk met enig volume ingemixt, er zit flink wat echo op de leadzang en de koortjes en Poley's stem is licht hees en wat hoger dan gemiddeld. Dat alles tesamen maakt dat dit album bij voortduring doet denken aan Def Leppard, zij het niet met dezelfde financiën voor de productie. Aardig, maar ook nergens meer dan dat. Doe mij Kotzen maar weer.
File Under: Net teveel songs voor een meesterwerk
File Audio: [KotzenSpace]
File: Ted Poley - Smile
File Under: Competent. Punt.
File Audio: [PoleySpace]
Broilers / Mad Marge and the Stonecutters
Als de dagen korter worden en de temperaturen richting bedenkelijke waarden zakken, dan is het tijd voor de herfstblues. Maar, daar zit je echter niet altijd op te wachten. Daarom ben ik zo blij met onze vrinden van "I Used To Fuck People Like You In Prison" Records, want die zijn altijd bereid om de herfstbladeren uit mijn hoofd te blazen, met degelijke punkkracht. Als eerste sturen ze Broilers. Een vijftal uit Düsseldorf die allen de dertig nog niet gepasseerd zijn, maar wel al vijftien jaar op het podium staan. Alleen hoor je dat er niet vanaf. Ze noemen Die Toten Hosen als inspiratiebron, Broilers ze zingen ook in het Duits, maar als ik Toten Hosen was, zou ik niet in één adem genoemd willen worden met Broilers. Mijn God, wat een aanfluiting, deze plaat Broilers Vanitas. Dat ze dit punk noemen. Wel een leuke bassiste...
Mad Marge and the StoneCutters is eigenlijk ook geen punk, maar hun nieuwste werkje Liberated, mag in Europa uitkomen op het label met de coolste naam. Ze noemen ook hele serie punk- en psychobillybands als inspiratie, maar ik moet vooral aan het ruigere zusje van No Doubt denken, mede ook door de stem van zangeres Mad Marge. Maar Mad Marge is wel het sterke punt van de band en ze zorgt ervoor dat de psychopoppunk van Mad Marge and the Stonecutters een aangename lichtheid heeft. En dat is zeer prettig in deze donkere dagen...
File Under: Hahahahaha, nee echt? Hahahaha
File Audio: MySpace (maar niet gaan luisteren, echt niet!)
File: Mad Marge and the Stonecutters - Liberated
File Under: Move over Gwen!
File Audio: MySpace
Wallrus - Burn The Shivers
Als je mij vraagt wat de beste stonerrockband van Nederland is, dan geef ik je voordat je bij het vraagteken in je zin aangekomen bent al een antwoord: Wallrus. Wellicht dat jij daar anders over denkt hoor en dat mag. Ik zie echter graag dat mijn stonerrock verweven wordt met de nodige bluesinvloeden. En dat is precies wat vier Rotterdammers leveren. Helemaal nu superstrot Rob Rietdijk met grote regelmaat de mondharmonica gebruikt. Ze zijn al sinds 1999 in de weer, maar zijn helaas niet al te scheutig met het afleveren van releases. Burn The Shivers is zelfs pas hun tweede 'echte' cd. Da's veel te weinig wat mij betreft. Gelukkig geldt wel voor Wallrus dat als ze iets doen, dat ze het ook goed doen. Zoeken naar een slecht nummer op Burn The Shivers is als wachten naar een hapering in een partijtje tennis van Roger Federer: dat gebeurt voorlopig niet en zeker niet op deze cd. Wallrus is alles behalve een one-trick-stoner-pony. Burn The Shivers kent namelijk een fijne afwisseling tussen massieve geluidsmuren en gestaag groovend voorbijtrekkende uitgestrekte vlakten en alles wat daar tussen ligt. Inclusief af en toe een struikje groen. Wat dat betreft mag de band zijn handen dichtknijpen met iemand als Rietdijk achter de microfoon. Hij kan woest uit de hoek komen als John Garcia, maar ook Chris Goss-achtig. Maar aan de andere kant, met een gitarist als Conrad Freling, een drummer als Joeri Rook (ook Charlie Dée) en een knorrende bassist als Paul van Schaik achter je, is het als zanger comfortabel zingen.
File Under: Neerlands beste stonerrockband brengt eindelijk heur tweede cd uit
Roy Loney And The Longshots - Shake It Or Leave It
Het leek zo'n normale handeling: je stopt de sleutel in het slot, drukt de klink naar beneden en de deur gaat open. Nu echter niet, het veiligheidsslot weigert dienst. Wat we ook proberen, we komen niet in de schuur. Bij Shake It Or Leave It van Roy Loney And The Longshots probeer ik ook een ingang te vinden. Deze had erin kunnen zitten dat Loney tot 1971 frontman van de Flamin' Groovies was, maar veel verder dan het bekijken van hun elpeehoezen is het nooit gekomen. Ik had ook de ingang van de ruige titel kunnen nemen. Als ik het album echter op de terugweg van een concert van Brant Bjork draai dan is dit toch wel van een veel rustiger niveau. Ik had in kunnen gaan op de versies van "Baby Du Jour" en "Danger Waves", maar ik herken de originelen niet. Wat ik wel kan zeggen is dat Loney in twaalf nummers een mix brengt van americana, vijftiger jaren rock 'n' roll en zestiger jaren psychedelica waarin soms de wind de ene en soms weer de andere kant opwaait. Als ik deze recensie dertig jaar geleden geschreven had met een elpee in mijn handen, dan had ik kunnen melden dat de eerste kant wat gezapig is en iets teveel clichés ("The Great Divide" heeft veel van "It's All Over Now, Baby Blue") bevat, maar dat dit op de tweede kant helemaal goed komt. Hier klinken de songs in mijn oren veel geïnspireerder en spannender, mogelijk doordat hier de invloeden van de sixties meer naar voren komen. Zo had "Hamlet Brother Happy" van The Kinks kunnen zijn en doet "Miss Vall Dupree" mij dan mede door het orgeltje weer aan een mix van Evan Johns & The H-Bombs en een jonge Nick Lowe denken. Ik ben er qua cd wel uit, over de onneembare vesting die zich schuur noemt mag zich een monteur ontfermen.
File Under: Het geheim zit in de tweede helft
Beirut - The Flying Club Cup
Mooi is dat altijd, hoe er opeens een buzz om bepaalde muziek kan ontstaan. Deze tweede plaat van Beirut is er een typisch voorbeeld van. Deze week hoorde je opeens allerlei mensen erover. Flo en Bob bijvoorbeeld. Het had natuurlijk ook te maken met de optredens in de Botanique en Paradiso. Maar het komt vooral omdat Beirut typisch van die muziek maakt die je graag cadeau doet aan iemand. Het zweeft ergens tussen de Amélie-soundtrack en Arcade Fire in, zeg maar. Wonderkind Zach Condon (21!) besloot, nadat hij debuut Gulag Orkestar vol Balkan-invloeden alleen maakte, voor The Flying Club Cup een tienkoppige band op te richten (met o.a. leden van A Hawk And A Hacksaw). Het knappe is dat dit album toch overal natuurlijk aanvoelt, niet té theatraal, als een verzameling liederen die je daadwerkelijk ergens in Frankrijk zomaar op een straat zou kunnen horen. Condon kiest voor de muzikaliteit, voor het sfeertje, en niet zozeer (of helemaal niet) voor popsongs. "Guyamas Sonora" mag dan nog zo meesterlijk gecomponeerd zijn, en de zanglijn van "Cherbourg" nog zo betoverend (en tegelijk Antony-achtig pretentieus), wat Beirut zo goed maakt is dat de band dat dwarrelende herfstgevoel weet te vangen in een wiegend ritme. Ik had het een nóg mooiere artplaat gevonden als er her en der wat meer spanning ingezeten had (ik krijg nu soms het gevoel dat Condon zonder dralen nog twee Club Cups zou kunnen opnemen), maar ja, dat zou dan weer ten koste gegaan zijn van de puurheid ervan. The Flying Club Cup is geen plaat die ik een hele middag lang kan uitzitten, maar toch absoluut een jaarlijstkandidaat.
File Under: De soundtrack van deze herfst
File Audio: MySpace
File Video: Niks YouTube!
The Accidents - Summer Dreams
The Accidents zijn de Zweedse belichaming van rock 'n roll. Nederland heeft Peter Pan Speedrock, Zweden heeft The Accidents. Er is een klein verschil. The Accidents nemen wat vaker gas terug. Op het meer dan vijf minuten durende liefdesliedje "Summer Of Dreams" bijvoorbeeld, je moet er maar van houden. De band kent zijn klassiekers. Veel referenties naar Motörhead en Black Flag dus. "20.000 Days Ago" en "Wired" zijn lekkere snelle punkrock nummers. "Wrapped In Linnen" klinkt dan weer als een afgekeurd nummer van de Dropkick Murphys. Het tenenkrommende "I Just Wanna Take You Home" slaat de plank ook volledig mis. Met het geweldige "Weight Of The World" bewijst het viertal nog wel dat ze het niet verleerd zijn. Er blijven genoeg aardige nummers over, maar het niveau van voorganger Poison Chalice wordt nergens gehaald. Dat album was een stuk strakker en vooral harder. Op Summer Dreams klinkt de band te vaak als een standaard punkrockbandje, terwijl rauwe rock 'n roll The Accidents een stuk beter past. De band probeert catchy te zijn, de luisteraar wacht op spierballen. Zodra die spierballen komen is The Accidents een bovengemiddeld goede band, jammer dat het op deze nieuwe plaat te weinig gebeurt. De liefhebber hoeft zijn dagelijkse portie snelle rock niet helemaal in Zweden te halen, maar kan gewoon terecht bij de mannen van Peter Pan. Want ondanks dat ik ook niet helemaal tevreden was over de laatste plaat van de Eindhovenaren, vol gas geven doen ze wel. Nederland - Zweden 1-0.
File Under: Iets meer spierballen was prettig geweest
File Audio: [Op MySpace]
Puscifer - V is For Vagina
Het is niet zo dat ik Maynard Keenan een enge man vind. Het is wel zo dat ik sinds onze kennismaking lang, lang geleden tijdens een optreden van Tool in Metropool een bepaalde vorm van, ehm ehm, laat ik het ontzag noemen, voor hem heb. Hij maakte in dat kleine zaaltje zingend, met gekromde rug en priemende ogen op de zaal gericht, veel indruk met zijn aanwezigheid. Veel meer dan tijdens de optredens die ik later nog zag, toen Tool ondertussen tot een geperfectioneerde geluidsvechtmachine was verworden. Dat was nog steeds indrukwekkend, maar de impact van dat optreden in Metropool haalde Tool zowel op plaat als cd nooit meer.
Afgelopen week fietste ik 's avonds na het werk naar huis. Het was aardedonker. Via de koptelefoon bezorgde V is For Vagina van Puscifer, Maynard's eerste solorelease, me toch voor het eerst in jaren weer zo'n zelfde gevoel als toen in Hengelo. Het was nog net niet zo dat ik dacht dat hij achter elke boom langs het fietspad vandaan kon springen, maar ik had wel het gevoel dat-ie de hele tijd met zijn hypnotiserende geprevel toespreekt. V is For Vagina is dan ook anders. Het is niet mathematisch hard zoals Tool of meer straight forward rock zoals A Perfect Circle. Het is een bezwerende cd geworden met ambien achtige sfeertekeningen. Niet ontspannend, maar beklemmend, met veel repeterende tantra-achtige zang. Maar bij Keenes gaat het natuurlijk niet op een boeddhistische manier om geestelijke verruiming en bevrijding. Nee, de teksten zijn net als de hele vormgeving van het hoesje zwartgallig, af en toe zelfs macaber. Dat dat goed samengaat met de stem van Keenes laat zich eenvoudig raden.
File: Puscifer - V is For VaginaFile Under: Intrigerend
File Audio: [ MySpace]
La Fleur Fatale - Night Generation
Tijdens mijn rondreis door het westen van de VS afgelopen zomervakantie ben ik ook een dag in San Francisco geweest. Ondanks het feit dat mijn bezoek maar kort was, heb ik toch even de sfeer van deze stad kunnen opsnuiven. Op mijn iPod stonden enkele flowerpowersongs uit de jaren zestig zoals "Let's Go to San Francisco", "California Dreaming" en "San Franciscan Nights" die de reis er naartoe passend begeleiden. Een van mijn reisgenoten was een aantal jaren ouder en had het einde van de jaren zestig heel bewust meegemaakt en zelfs op de Dam geslapen. Zij had er ook altijd van gedroomd om naar San Francisco te gaan en we hebben samen een leuke wandeling door de stad gemaakt. We hebben echter weinig hippies gezien en ook tijdens de stadsrondrit tegen de avond zagen we weinig dat herinnerde aan de `Summer of Love' en `Turn on, tune in, drop out'. Volgens mij is er maar een manier om die sfeer weer op te roepen: met muziek. Niet alleen met muziek uit die tijd, maar ook met psychedelische muziek van later. Bijvoorbeeld met de Australische The Moffs uit de jaren tachtig of de Zweedse band La Fleur Fatale die hun debuutalbum Night Generation net hebben uitgebracht. Het is een album vol met moderne en zeer sfeervolle hippiemuziek geworden en de dertien songs zouden prima kunnen klinken op je koptelefoon terwijl je in de zon ligt in het Vondelpark of in het parkje op Washington Square in San Francisco. Als ik nu naar buiten kijk is er echter weinig flower power en zon te zien en dus doe ik mijn ogen maar dicht en luister ik naar La Fleur Fatale.
File Under: Out of Our Dream
File Audio: [ FataleSpace]
The Frantic - Audio & Murder
Zozo, grote bek dacht ik, toen ik Audio & Murder van The Frantic in het cd-laatje legde en op Speuluh! drukte. Want als je je debuutplaat opent met de woorden "We are The Frantic and who the fuck are you", dan leg je de lat meteen wat hoger. Helemaal als je leest dat band in de VS nog niet de leeftijd heeft om drank te bestellen. Nou lijken ze daar ook niet mee bezig te zijn, want de punkpop van The Frantic gaat vooral over meisjes. Zo af en toe humoristisch, met een zwart randje, maar het blijven teksten over meisjes. Niks mis mee, maar het maakt de punkpop van The Frantic wel heel erg lief. En naast lief, ook heel berekend. Want er hangt een enorme punkpopboybandgeur om The Frantic heen. Voor zover ik kan zien zijn alle nummers door de band zelf geschreven, al dan niet met wat hulp, maar een degelijke producer heeft het één en ander aardig glad getrokken. En ze maken mij niet wijs dat "Movin' Along", een slide intermezzo, door de band zelf is geschreven. The Frantic krijgt voorlopig wel het voordeel van de twijfel want hun FM-vriendelijke poppunk luistert lekker weg. Maar toch, het idee blijft, dat die grote bek van het begin, toch een kwestie was van het juiste filtertje in ProTools. Eens zien hoe lang dat overleeft...
File Under: Bloedcommerciële poppunk
File Audio: [Frantic-Space]
Alejandro Franov - Khali
Lichten uit, wierookstokjes aan en ogen dicht. Het is tijd voor een uurtje ontspanningsoefeningen met Alejandro Franov. Deze Argentijnse kosmopoliet vormt in zijn eentje een indrukwekkend orkest. Hij neemt ons mee op een muzikale reis die onder andere India, Indonesië en Zimbabwe aandoet. Des te knapper dat hij vrijwel alle instrumenten zelf bespeelt. Zijn voorkeur lijkt op dit album uit te gaan naar de harp, maar ook accordeon, duimpiano, fluit en sitar vormen geen enkel probleem. Met het laatstgenoemde instrument mediteren we de plaat binnen. Dit "Micerino Alap" verglijdt in "Micerino Tema", een nummer waarop Alejandro wat hulp krijgt van zijn achternaamgenoot Lea. Vermoedelijk zijn zusje, aangezien ze op haar MySpace over hun grootmoeder babbelen. Lea's zachte stem is al even aangenaam als de muziek. Kan iemand wat honingthee inschenken? De eerste luisterbeurt dacht ik dat Lea's bijdrage helaas de enige vocalen vormden, maar wie goed luistert hoort Alejandro her en der hardop dromen. Een purist is hij niet, de keyboard-akkoorden die in "Pasando El Mar" aan komen rollen behoren tot mijn favoriete momenten van de plaat. Ook opvallend zijn de vele Afrikaanse nummers. Franov bewerkte muziek van het Zimbabwaanse Shona-volk voor harp en dat kabbeldekabbelt al even hypnotiserend als de originele versies die de etnomusicoloog Paul Berliner in de vorige eeuw opnam. Via "Sumutra" belanden we in "Luxor", aan de oevers van de Nijl, waar de vogeltjes vroeg in de ochtend kwetteren. U merkt het, deze plaat is heel erg Zen. Misschien wel té. De totale rust maakt wat slaperig. Twee sessies van een half uurtje dan maar?
File Under: Een echte multinational
File Audio: [Franov-Space]
Circle / Steel Mammoth
Sinds Prospekt, mijn eerste overdonderende kennismaking met het Finse mallotengezelschap van Circle, doe ik mijn uiterste best om al hun releases bij te houden, maar er is gewoon geen beginnen aan. Zojuist is Rakennus verschenen en die noemen ze zelf meesmuilend 'approximately the seventh full length Circle release this year'. Dat zegt wel genoeg dunkt me. Het zal je dan ook niet verbazen dat ik er nog nooit aan toegekomen ben om vanaf Prospekt af te dalen in Circle's geschiedenis tot hun debuut Meronia uit 1994. Gelukkig maar, want die cd, oorspronkelijk verschenen op Bad Vugum, blijkt al jaren niet meer te koop te zijn. Circle heeft echter al geruime tijd met Ektro een eigen label tot zijn beschikking en tussen hun normale releases door brengen ze nu Meronia opnieuw uit. En dat doen ze nu dus ook. Hoera! Meronia laat horen dat Circle altijd al een beetje gek in de koppe was. De bron van veel van de releases die na dit debuut verschenen zijn wordt blootgelegd. Van maniakaal repeterende riffs tot ambient pianowerk met zwaar aangezette strijkers, het hele spectrum komt langs op deze eerste cd van de grondleggers van de New Wave Of Finnish Heavy Metal. In retrospectief toch wel een opzienbarende cd.
Een ander debuut dat ongeveer tegelijkertijd op Ektro verschijnt is Atomic Mountain. Het is de eerste worp van het Finse Steel Mammoth. De leden luisteren naar de illustere namen Juicyifer, Rema 700 000, Garfield Steel en Warbus. Je zult begrijpen dat er zelfs in Finland geen ouders naast de wieg stonden die hun kinderen zo noemden. Achter de naam Juicyifer gaat - niet geheel onvoorspelbaar natuurlijk - een lid van Circle schuil: Jussi Lehtisalo. Dat is zelfs de grote baas bij Circle. Aan die 'approximately the seventh full length Circle release this year' had hij klaarblijkelijk nog niet genoeg. Het ei dat hij legt met Atomic Mountain komt ui een stonerrock kip in een koude poolnacht die terugverlangt naar de jaren zeventig toen eieren nog eieren waren. De cd wordt gebracht onder het motto "One For All and All For One" en gezien de dwaze foto's in het boekje en de ridicule titels van de nummers (o.a. "Nuclear Barbarians", "Metal Infant", "Riders of Death" en "Heart of Bone" ligt het niet meer dan voor de hand deze release toch met een korreltje zout te nemen. Al hoor je natuurlijk wel donders goed dat deze man bulkt van het talent.
File Under: Magistraal debuut, eindelijk goed verkrijgbaar
File Audio: [Gravion][Meronia]
File: Steel Mammoth - Atomic Mountain
File Under: Poolkip legt merkwaardig ei.
File Audio: [ MySpace][Nuclear Barbarians]
Babyshambles - Shotters Nation
Pete Doherty is een beroemd man. Helaas kennen de meesten hem niet vanwege zijn muziek. Iets waar hij mijns inziens vooral beroemd om had moeten zijn. Na het verscheiden van The Libertines bracht hij onder de naam Babyshambles in 2005 Down In Albion uit, een album dat een nader uit te werken ruwe schets leek. Hier moesten wij het verder mee doen, want de aangekondigde concerten die hierna in ons land plaats zouden vinden gingen uiteindelijk niet door of hij kwam pas laat opdagen. Nu hij het zonder zijn oude Libertines-maat Carl Barât moet doen heeft Doherty andere schrijvers gevonden die hem helpen bij het schrijven van de nummers. Er zijn o.a. bijdragen van zijn beroemde (ex?) vriendin Kate Moss, waar ook minder fraaie verhalen over de ronde gingen, gitarist Michael Whitnall en ook Ian Brown wordt op één nummer als co-schrijver opgevoerd. In Stephen Street, bekend van werk met The Smiths en Blur, wordt de producer gevonden Dit alles leidt uiteindelijk tot twaalf nummers die verzameld zijn op Shotters Nation. Daar waar de nummers catchy en veel gelikter klinken dan die op de voorganger en commerciëler dan de albums van The Libertines, daar zijn de teksten dat allerminst. Het geheel is dan ook alle negativiteit rond Doherty ten spijt, een erg gaaf album geworden is: zelfs één van de betere britpop-platen van dit jaar. In januari staan ze in theorie weer op enkele Nederlandse podia, hoe de praktijk eruit zal zien zal de tijd leren. Ik heb in ieder geval een kaartje gekocht.
File Under: Laten we het nu maar weer over de muziek hebben.
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Single 1: Delvery] [Single 2: You Talk]
The Brian Setzer Orchestra - Wolfgang's Big Night Out
Dat ex-Stray Cats-boegbeeld Brian Setzer het laatste decennium zich met een heuse big band op het muzikale front manoeuvreerde was me bekend, maar ik moet bekennen dat ik nooit echt de moeite genomen had om dat eens te gaan beluisteren. Tot ik nu dus zijn laatste werkje voorgeschoteld kreeg. Gezien de rockabilly-achtergrond van Setzer stopte ik vol enthousiasme de geluidsdrager in het daarvoor bestemde afspeelmechanisme. Een glimlach maakte zich van mijn smoelwerk meester bij het horen van de eerste klanken behorende bij Setzer's bewerking van "Symphony No. 5", de oude kraker van Beethoven. Over klassiekers gesproken! En zo worden er nog meer klassiekers uit de mouw geschud en allen voorzien van een veelomvattende bigband- dan wel jazzy uitvoering. Zowel Mozart als Tchaikovsky stonden een riedeltje af en dat zijn toch niet de minsten! Na een tijdje bekruipt me wel het gevoel dat ik zit te luisteren naar een vreselijke partij musicaldeuntjes, waar elk moment Patricia P. en haar Star Sisters hun vocale geneuzel op los gaan laten. Eigenlijk heb ik dat halverwege de eerste track al en wordt het daarna alleen maar erger. Enfin, dit trek ik niet een hele cd lang. Ik word hier nogal kriegel van. Snel even "Rock This Town" opzoeken in m'n collectie om weer tot mezelf te komen.
File Under: Klassiek gepiel
File Audio: [Setzer-Space]
A Whisper In The Noise - Dry Land
Ook na een week zwoegen, weet ik nog niet wat van Dry Land te denken. En ik had me er nog zo op verheugd. Jaren geleden, toen de internetbubbel nog niet uiteen was gespat, deelde het Amerikaanse Garageband.com grif platenbonnen uit, aan degene die onbekende bands op de site beluisterden en beoordeelden. Een leuk klusje, al was het wel zoeken naar de juiste toon. Good band, but you need to fire the singer, werd niet geapprecieerd... Toch was het niet alleen wansmaak dat ik tegenkwam. A Whisper In The Noise bijvoorbeeld, een slaapkamermuzikant uit Minnesota. Zachte vocalen en een flinke dosis duistere elektronica, maakte deze jongen tot een vleermuisversie van Sparklehorse. Tot mijn verbazing werd ik nu dus geconfronteerd met een album. Blijkt alweer zijn derde te zijn, met ditmaal achter de knoppen ene Steve Albini. Zoals zovelen voor hem heeft West Thordson zijn solo-project inmiddels uitgebouwd tot een grote band, waaronder een dramatische violist. Weg is de intimiteit, op naar het grote gebaar. Of, zo u wil, minder whispers en meer noise. Ik kon er niet zoveel mee, al is "Sons" wel een lekker brute track. De snaredrums klinken als pistoolschoten, de feedback suist rond, terwijl West zingt als een stervende robot. (Of moet ik zeggen, een paranoïde androïde) Net als ik de moed op wil geven, komt "You, The Orphan" langs. Eindelijk eens een lieve piano-melodie en wat vriendelijkheid. Ook de hoge vocalen in "Go On" weten me te raken. Waar de eerste helft van het album meer Nine Inch Nails is, gaat het daarna richting de galmende melancholie van Dolorean, met als pluspuntje ook nog een aardige versie van Daniel Johnston's "True Love Will Find You In The End".
File Under: Vroeger was alles beter
File Audio: [Whisper-Space]
Monster Magnet - 4-Way Diablo
Well I'm back
I got a cock made out of platinum
I got a bullet coming out of the sky
I got the world's last piece of chocolate
I got the full moon in my eye
I gotta make that soul adoption
Dave Wyndorf laat er in "Wall of Fire" alles behalve gras over groeien. Nadat 'ie even een flinke knauw gehad heeft van een op een haar na fatale drugsoverdosis, is hij helemaal terug. En hoe. Ik ben er blij mee in ieder geval, want alhoewel ik hier en daar nog wel in het rooie schoot van een track op zijn laatste album, was ik stiekem gewoon fan af. De laatste cd's werd het gewoon per plaat minder. Of dat kwam door zijn drugsgebruik weet ik niet. Ik ben er in ieder geval blij mee dat bij Wyndorf de systemen opnieuw opgestart zijn. Het resultaat van deze hardhandige reboot, 4-Way Diablo, doet Monster Magnet terugkeren naar vroegâh. Naar de goede oude tijd van Superjudge en Spine of God zonder te vergeten her en der wat brokstukken op te pakken die wel goed waren op de platen uit dit millennium. Daarbovenop doen ze nog een kekke cover van Rolling Stones' "2000 Lightyears From Home". Dat psychedelische nummer afkomstig van de Stones lp Their Satanic Majesties Request uit 1967 is Wyndorf alleen al om de titel op zijn lijf geschreven. De man verkeert muzikaal gezien nog steeds bijna volcontinu in hogere sferen. Dat hij verder weer met zijn beide benen op aarde staat is alleen maar goed. Daar plukken wij de zoete vruchten van. Alleen lijkt het erop dat Wyndorf het toeren even voor gezien houdt. Hopelijk weet bijvoorbeeld een festival als Roadburn hem toch nog een keer deze kant op te halen, want Monster Magnet staat nog steeds op mijn to-do-list...
File: Monster Magnet - 4-Way DiabloFile Under: Dave Wyndorf is terug met een platina lul. Dat moet dus wel goed zijn.
File Audio: [B-kantjes][[ MySpace]
David Dondero - Simple Love
Is David Dondero eigenlijk Connor Oberst-in-country-vermomming? Zet Simple Love op en je wenkbrauwen gaan omhoog. Volgens het persbericht (en zijn wikipedia-pagina) heeft hij getourd met Bright Eyes en daarbij delen ze ook nog eens hetzelfde platenlabel, Team Love. Als het zo is, dan wordt de grap ver doorgevoerd, want er zijn foto's, een uitgebreide discografie en andere bewijzen te vinden van het bestaan van David Dondero. Het is dan wel een treurig bestaan, afgaande op de muziek die hij op zijn inmiddels al achtste plaat laat horen. (En dat schiep de verdachtmaking: geen van de eerdere zeven cd's had mijn oren bereikt.) De titel is dan ook ongetwijfeld ironisch bedoeld. Want zo eenvoudig is de liefde nou ook weer niet in het universum van David Dondero: 'When the Heart Breaks Deep', 'You Don't Love Anyone', 'Lone Rose' en als afsluiter 'Doulbe Murder Ballad Suicide'. Het gebruik van de prachtige pedal steel-klanken van Tom Heyman (van Chuck Prophet-faam) versterkt de droefenis nog eens. Tear in my beer-liedjes met de tanden op elkaar, mooi getoonzet tegen een lofi-achtige achtergrond. Het zou zomaar een omschrijving voor een paar van Connor Oberst' mooiste liedjes kunnen zijn.
(Overigens zegt Wikipedia het zo: "Dondero has been attributed with creating the distressed vocal style which influenced Conor Oberst of Bright Eyes.".)
File: David Dondero - Simple LoveFile Under: Is het hem of is het hem niet?
File Audio: [Dondero-Space]
Jeroan Drive - The Stones Remain In Silence
'Aparte plaat' was mijn voorlopige conclusie na de eerste keer luisteren van The Stones Remain In Silence. De drie verschillende zangers maken het geheel nogal chaotisch. Het is dezelfde soort ongecontroleerde chaos die we kennen van de Blood Brothers. Het Noorse Jeroan Drive is wel een stukje zwaarder, zeg maar Refused meets Converge. Het levert een vrij donkere plaat op tussen die ergens tussen screamo, metal en hardcore schippert. Post-hardcore dus, hoewel dat een erg ruime term is. Het snerpende "The Perfect Nightmare" wordt afgewisseld met het dansbare "The Escape". Op het geweldige "Cheat vs. Clockwork" gaan de verschillende zangstijlen kop over kop, terwijl "Kill The Cardinal" wordt voortgedreven door een apart soort praatzang. Ook muzikaal zijn er grote verschillen tussen de nummers. Aan de ene kant zijn er die typische post-hardcore tempo's en melodieën, terwijl "Kill The Cardinal" zo van een doommetalband kon zijn. Jeroan Drive is duidelijk beïnvloed door het geluid van Refused en JR Ewing, maar geeft er een geheel eigen draai aan door ook uit andere muzikale vaatjes te tappen. Overdaad schaadt en dat geldt soms ook voor The Stones Remain In Silence. Zeker bij de eerste keer luisteren werd ik soms knettergek van de chaos die Jeroan Drive creëert. Gaandeweg ben ik deze plaat echter gaan waarderen, vooral omdat pas na meerdere keren opvalt dat The Stones Remain In Silence een hele beklemmende sfeer heeft. Een sfeer die de chaotische en ongecontroleerde sound bijeen houdt en van dit schijfje een aparte plaat maakt. In de positieve zin van het woord.
File Under: Aparte, sfeervolle post-hardcore
File Audio: [ MySpace]
Appie Kim - (=AOK)
Ik weet het niet meer precies, maar ik was in elk geval bij een van de laatste optredens van De Nieuwe Vrolijkheid en bij een van de eerste van Appie Kim. Toeval, maar ik weet nog dat ik moest wennen aan Appie Kim. De liedjes waren leuk en het was voor een eerste optreden niet slecht, maar het was zo kaal: Natasha van Waardenburg op gitaar en Marcel Duin op drums en keyboard. Een half jaar later, bij een volgend optreden, lieten de twee al zien dat ze zeker wel vooruitgang hadden geboekt, en ook de kaalheid kwam dit ten goede. Hoewel nog steeds met z'n tweeën, was het geluid voller en rockte Appie Kim meer. Ook op (=AOK) klinkt de band prima: fijne, puntige popliedjes, die door de heldere en soms breekbare stem van Natasha een heel eigen karakter hebben. Naar het einde toe worden de liedjes ook wat breekbaarder: "You don't believe a thing", "No message" en "Luke Skywalker" zijn dromerige, rustige liedjes waarin de shoegaze en noise van het begin van de plaat naar de achtergrond zijn gedrongen. Uptempo liedjes variëren van prettige meisjesrock 'n roll tot wat stevigere noise. Toch is de plaat na twaalf liedjes wel echt meer dan klaar. Met twee mensen is het misschien soms wat moeilijker de vaart erin te houden en hoewel het Appie Kim live goed lukt, is het voor een hele plaat hier en daar nog net iets te eentonig. Neemt niet weg dat Appie Kim er wel komt. Zowel in Nederland, als in het buitenland. Denk ik.
File Under: Appie Kim = A, OK!
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Some prefer black and some prefer blue]
Remmelt, Muus & Femke - Evensong
Het fijne aan het Haagse drietal Remmelt, Muus & Femke is dat ze er volgens mij totaal geen probleem mee hebben dat ze, ook al zijn ze maar met zijn drieën en is Femke echt een vrouw, de Haagse Crosby, Stills, Nash & Young genoemd worden. Volgens mij vinden ze het zelfs een eer en namen om dat te laten blijken voor hun live-cd Evensong zelfs twee nummers op van Neil Young. Als toegift volgt de combi "Tonight's The Night/New Mama" gespeeld, eerder in de set zit al "Old man". Dit nummer wordt aangekondigd met de woorden 'Het is niet dat we niet genoeg eigen liedjes hebben, maar zo af en toe moeten we toch een covertje spelen'. Wat volgt is een ronduit prachtige versie van dit nummer dat Neil Young in 1972 voor zijn album Harvest opnam. Als het nummer niet als cover aangekondigd was, dan had het tussen de eigen nummers van Remmelt, Muus & Femke niet eens opgevallen als je niet beter wist. Zo goed zijn namelijk de liedjes van dit drietal. De cd is opgenomen tijdens het Roots@Roepaenfestival in 2006 door Radio L1 en wie wel eens in Roepaen geweest is weet dat de entourage daar in dat gewezen klooster prachtig is. Het is zo'n plek waar het publiek nog muisstil is als een band speelt en beschaafd, doch enthousiast klapt als een nummer afgelopen is. Remmelt, Muus & Femke klinken live zo mogelijk nog beter dan op hun drie studio-cd's doordat ze pats-boem opgenomen zijn zonder verdere poespas. Liedjes als "Move On" (waarom hebben jullie dat lullige intro er in godsnaam niet gewoon afgeknipt!?), "Wishing" en "Carina's Waltz" worden er alleen maar mooier op. Ik word er zelf inderdaad als vanzelf ook een beetje stil van.
File Under: Met recht de Haagse Crosby, Stills, Nash & Young genoemd
Ween - La Cucharacha
Dat de heren van Ween met blazers aan de slag zijn gegaan heeft alles te maken met één enkele blazer: David Sanford. Dat was de enige waarvoor ze een uitzondering wilden maken qua blazers. Groot gelijk, zou ik zeggen, doe lekker je ding. Maar toch zal de schrik menig Ween-fan om het hart slaan als La Cucharacha opent met "Fiesta", bijna bigband met schettertrompet. Bij "Blue Balloon" is het echter weer helemaal Ween. Zelf bleef ik niettemin wat op mijn hoede na de - heel zacht uitgedrukt - ernstig teleurstellende Friends EP. De titeltrack daarvan is track drie op dit album. Minder verhoused, maar nog steeds zwaar onder de maat. Dat is het patroon dat op dit hele album te zien is. Lekkere rockers ("With My Own Bare Hands") of fijne weirde tracks met de bekende Ween-kwaliteit, afgewisseld met happy-go-lucky reggae, -pop en -latin. Waarbij in de laatste categorie helaas meestal sprake is van een groot of zelfs totaal gebrek aan Ween-ingrediëten. De reggae "The Fruit Man" is een positieve uitzondering, maar de helft van de songs op dit album is erg on-Weens. Zo beginnen de heren in "Spirit Walker" bij de zang te spelen met de AutoTune knoppen. Laat dat alsjeblieft over aan de Henk-Jan Smitsen van deze wereld! En dat is vaak het probleem op dit album: Gene en Dean lijken allerlei apparatuur ontdekt te hebben en hebben meer met de knopjes zitten spelen dan dat ze echte instrumenten vast hielden. Dat is in elk geval wel de indruk die het bij mij achterlaat. Minder beroerd dan de Friends EP, maar nog altijd zeer teleurstellend.
File Under: Soms leuk, soms werkelijk tenenkrommend
File Audio:[WeenSpace]
Operation Ivy - Operation Ivy
In mijn cd collectie bevinden zich een aantal exemplaren die letterlijk kapot gedraaid zijn. Ze doen het simpelweg niet meer en ik ben dan ook blij dat ik ze in een eerder stadium al eens in mp3 heb omgezet. Wat dat betreft is het een uitkomst dat enkele van deze cd's momenteel opnieuw worden uitgebracht. Het legendarische titelloze album van Operation Ivy is hier een mooi voorbeeld van. Legendarisch omdat het de band is die de onbetwiste grondlegger is van het moderne skapunk genre in het algemeen en punkband Rancid in het bijzonder. Voor de originele plaat ben ik ooit eens half San Francisco afgelopen, op zoek naar dat ene winkeltje waar hij nog op vinyl te vinden zou zijn, terwijl de cd ergens halverwege de jaren negentig al eens in een herdruk bij Lookout Records verscheen. Vanaf dat moment was hij een tijdje eenvoudig verkrijgbaar, maar sinds een jaar of vijf botert het niet meer zo tussen het label en haar bands van het eerste uur (kort gezegd: ze kregen niet betaald). Dat alles heeft er vast aan bijgedragen dat Rancid-voorman Tim "Lint" Armstrong - die ooit samen met bassist Matt Freeman in Operation Ivy zat - het heft in eigen handen heeft genomen. Armstrong is inmiddels een grote man in platenland met zijn eigen label Hellcat en het is voor hem dus een peulenschil om dit stukje punk erfgoed te onderhouden. Het remasteren zal vast allemaal heel gezellig en belangrijk geweest zijn, maar ik hoor het er persoonlijk niet aan af: de 27 liedjes klinken nog net zo heerlijk blikkerig en low-budget als ze in 1989 deden en dat is maar goed ook. Deze heruitgave is onmisbaar voor al die jonge skatertjes die interesse hebben in hoe het allemaal begonnen is en daarnaast een prima gelegenheid voor de wat ouderen om eerdere stuk gedraaide exemplaren waardig te vervangen.
File Under: Punkrock erfgoed
File Audio: [223 bootlegs!]
PJ Harvey - White Chalk
Chagrijnig en in het wit gestoken kijkt Polly Jean Harvey ons aan. De stemming is meteen gezet. We waren elkaar even uit het oog verloren, haar laatste release was uit 2004. Ik ben geen fan van het eerste uur. Sterker nog, eigenlijk vond ik haar een Patti Smith-kloon: wel een goede, maar toch. Dit veranderde pas nadat ik een optreden van haar zag op Lowlands 2005. Ik was om. Ik ook met mijn rare hersenspinsels. Met White Chalk begint ze aan een nieuw hoofdstuk in haar carrière. Nog nooit klonk Polly zo intiem en raakte ze mij zo van top tot teen. De gitaarherrie is ingeruild voor een basis van pianogepingel waarop de songs zijn gebouwd. De begeleidingsband met grote namen als John Parish, Eric Drew Feldman en Jim White staat geheel in haar dienst, maar trekt haar (bijna ongemerkt) tot grote hoogte. Het album is inmiddels al even uit, maar aangezien niemand zich hier geroepen voelde om dit te bespreken doe ik het dan maar. Ik heb zodoende de tijd gehad om het op houdbaarheid te testen en ze slaagt met vlag en wimpel. Meer woorden wil ik er niet aan vuil maken, maar ik moet bijna huilen, en dat doe ik niet snel, van zoveel schoonheid. Keer op keer weer. En dan te bedenken dat ze er zelfs over dacht om te gaan stoppen. Ongelooflijk.
File Under: Ongelooflijk
File Audio: [ MySpace]
File Video: [When Under Ether]
Santana - The Ultimate
Toen ik zelf nog een Storm Jr. was deed ik aan atletiek. Op een bepaald moment kwam er een nieuwe beheerder in de kantine - eigenlijk gewoon een afschreven schaftkeet - van die club. Hij bleek net als ik veel van muziek te houden, maar had zijn muzieksmaak niet echt geupdate. Dat was niet erg, want zo kon ik wat doen aan mijn historisch besef. Hij had een enorme verzameling vinyl en ik leende elke keer een linnen tasje vol platen, luisterde ze, en nam ze als ze me bevielen op cassette op. Zo pendelde ik met flink wat lp's van Santana heen en weer. Daar had hij er namelijk flink wat van. Het viel me toen al op dat Santana zijn beste werk afleverde in het begin van de jaren zeventig. Dat blijkt ook wel uit de manier waarop The Ultimate is samengesteld. Er staat niet een nummer uit de jaren tachtig op, maar wel (heel) veel van zijn laatste drie succesalbums (al waren die laatste twee beduidend minder dan hét comebackalbum Supernatural). Toen ik die lp's leende viel me ook op dat Santana weinig liedjes zelf schreef. Van de klassiekers "She's Not There", "Black Magic Woman", "Oye Como Va", "Samba Pa Ti" en "Europa" schreef hij bijvoorbeeld alleen de laatste twee zelf. Daar draait het ook niet om bij Carlos Santana. Het gaat vooral om zijn fabuleuze uit duizenden herkenbare gitaarspel. Of hij nu zelf zingt of met hippe artiesten als Rob Thomas, Chad Kroeger, Jennifer Lopez of Michelle Branch, zijn gitaarlicks vallen altijd op. Toch bekruipt me, als ik luister naar deze mix van toen en nu, het gevoel van 'vroeger was alles beter'. Dat kan betekenen dat ik ondertussen zelf een ouwe lul aan het ben of dat Santana vroeger gewoon (nog) beter was. Zegt u het maar...
File Under: Uit duizenden herkenbaar, maar wel gemakkelijk samengesteld
File Video:[Europa][Black Magic Woman]
John Vanderslice - Emerald City
Ik piekerde deze week over de vraag of ik al eerder iets van deze man had gedraaid. En zo ja, wat dan? Was het misschien deze verzamelaar of toch zijn eerdere album Pixel Revolt. Misschien verwarde ik hem met een andere Mountain Goats-afficiniado? Mp3-statistiekensite Last.fm toonde uiteindelijk aan dat ik in elk geval iets van 'm heb gehoord. Echt beklijven deed het dus niet. Vanderslice is dan ook een vrij anonieme singer/songwriter, die dankzij zijn Tiny Telephone studio wel een hoop vriendjes heeft, maar zelf het grote publiek nog niet heeft gevonden. Dat zal ook met het weinig nadrukkelijke Emerald City niet gebeuren. Hij maakt witteboordenpop, uiterst gedistingeerd, vol barokke gitaar- en piano-akkoorden, gemoedelijke (elektronische) drums en af en toe een wat geforceerde uitbarsting. De muzikale lijn loopt via de vermaledijde Beatles naar Elliott Smith en Ben Folds. Dichter bij huis zal ook de liefhebber van Solo tevreden zijn. Deze invloeden komen tezamen in het vlekkeloze "The Parade", waarin ook nog fraaie 'pom pom pom'-achtergrondkoortjes verwerkt zijn. Prima ambachtswerk dus, maar echt enthousiast zal ik er nooit over worden. Het is mij te gezapig, al zijn de vocalen het gehele album goed verzorgd en zijn de meeste refreintjes goed meezingbaar. Mijn favoriete nummer, de elektro-pop ballade "Tablespoon of Codeine", verhaalt over iemand die in het hypergevoelige Amerika zich, à la componist Karlheinz Stockhausen, wat foute opmerkingen over 9/11 permitteerde en nu thuis zit, met uitzicht op een spiedende paparazzo. Humor op zijn Vanderslices is dan de twee volgende nummers "The Tower" en "The Minaret" noemen. Al zijn de beschouwingen daarin wel weer bloedserieus. Maar wie verwachtte anders.
File Under: Kwaliteitspop om mee te worstelen
File Audio: [Slice-Space]
The Aggrolites
Dirty Reggae
Dat je bij muzikanten -net als bij gewone mensen- niet altijd op het uiterlijk moet afgaan bewijst het uit Los Angeles afkomstige The Aggrolites. Deze betatoeëerde en kaalgeschoren spierbundels blijken namelijk heel andere muziek te maken dan hun uiterlijk doet vermoeden. Niet dat dat uiterlijk zo'n probleem is. Ik hou namelijk wel van een beetje hardcore (de muzieksoort waarvan je zou verwachten dat deze mannen die maken). Maar ze maken dus reggae. Reggae! Buiten een sporadisch Bob Marley-moment is dat niet aan mij besteed. Maar daarmee hoor ik vreemd genoeg meteen tot de doelgroep van de band, aldus drummer Korey Horn: 'Mensen denken bij reggae meteen aan Bob Marley. Maar reggae is niet altijd zo mellow, zo langzaam. Reggae used to be tough!'
Pinback - Autumn Of The Seraphs
Een jaar geleden kwam mij Blue Screen Live (2001) van Pinback ter ore - een gelukkig moment. Vrijwel meteen was duidelijk dat Armistead Burwell Smith IV (nu gewoonweg Zach Smith) en Robertdale Rulon Crow Jr. (voorheen gewoonweg Rob Crow) vanuit hun homestudio een kleine, doch markante niche in het immense soundspectrum van de alternatieve muziek hadden weten te stichten. Op zich niet verwonderlijk dat ze zich nu al jaren op hun unieke muzikale backyard vastpinnen en hoewel de door een of andere Babbitt (lees gerust Hobbit) bij elkaar gerookte crisishoes anders doet vermoeden, brengt ook Autumn Of The Seraphs geen muzikaal overstag. "Devil You Know" is zo'n typisch Pinback-nummer. Drum-, gitaar- en basloopjes haken ineen tot een ingenieus breiwerk van ritmische melodie c.q. melodische ritmiek dat, doordat het wordt opgehangen aan de contrasterend etherische zanglijnen van Smith en Crow, steevast op de voorgrond wordt geblazen. De teksten zijn daarom vrijwel onverstaanbaar en om het nog ingewikkelder te maken: niet alleen de zanglijnen maar ook de teksten van beide heren lopen nogal eens door elkaar - bovendien zijn ze enigermate enigmatisch. Ondanks dit alles houdt het geheel een lichtheid, het is niet te geloven. Toch is er een miniem doch markant verschil ingetreden ten opzichte van Blue Screen Life: de gelikte productie. De ruwe randjes zijn eraf gepolijst en dat gemis is pijnlijk merkbaar - het raakt minder. Hoopt Pinback met deze graduele koersverlegging op sluwe wijze hun achtertuintje uit te breiden zonder de fans van het eerste uur te bewegen naar alternatieven te zoeken? Zo ja, dan slaagt het duo met verve hoor, massa's nieuwkomers moeiteloos verwelkomend met een "Good To Sea (You)", terwijl de fijnbesnaarden zich kunnen buigen over de alternatieve spelling.
File Under: Geslepen ruwe diamant
File Audio: [From Nothing To Nowhere]
Crack Whore Society - Crack Whore Society
Slim staaltje marketing van de Crack Whore Society. Hun titelloze debuut is namelijk geproduceerd door T. Raumschmiere. Schijnt een grote jongen in de technowereld te zijn. Grappig dat een onbekend punkbandje zo iemand weet te strikken voor de productie zou je zeggen. Nou dat is niet helemaal waar. Drummer van de Berlijnse punkband is namelijk Marco Haas. Wat de band in de biografie 'vergeet' te vermelden is dat deze Haas ook wel eens wat in de techno doet onder de naam T. Raumschmiere. De vraag is dan of deze band bestaansrecht had gehad zonder hun bekende drummer. Hun hardcore-punk is namelijk niet bepaald origineel te noemen. De Crack Whore Society ontstijgt het niveau van hobbybandje dan ook geen moment. Dit is zo'n band die je in het voorprogramma van de Beatsteaks verwacht en van wie je dan zegt 'leuk, maar vooral blijven oefenen'. De productie is vanzelfsprekend dik in orde, maar juist van een punkbandje verwacht je een iets rammelender geheel. De veertien nummer komen in 35 minuten over de luisteraar heen en komen vaak niet boven de twee minuten. De sound van de Society is in drie woorden samen te vatten: standaard, vlak, hard. Leuk voor op een punkfeestje in een kraakpand, grote zalen zullen ze er niet mee vullen. Zelfs niet met die bekende drummer.
FileUnder: Vlakke hardcore-punk
File Audio: [ MySpace]
Kensington / Mucho Maestro
Soms word je als recensent op je wenken bediend. Het Utrechtse Kensington betitelde ik als één van de ontdekkingen van de Stuck In A Day Records-verzamelaar Planet Heartbreak Vol. 2. Aansluitend brengt de band op hetzelfde label hun eerste ep met de 'verrassende' titel Kensington uit. Deze bevat vijf tracks waaronder het reeds op de verzamelaar verschenen "Man Mission Mayhem". Met dit nummer in het achterhoofd biedt de ep weinig verrassingen: er zijn de nodige tempowisselingen, breaks en catchy liedjes met britpopinvloeden, er is gitaarherrie en wat brave emozang zonder uitbarstingen. Dit laatste ondanks dat er twee zangers zijn. Vervelend is het allemaal niet, maar ik heb idee achter het kwartet Kensington snel gehoord. Ik hoop dat ze met deze ep in de hand veel optredens krijgen, aan nieuw materiaal gaan werken, zich meer proberen te onderscheiden en wachten met een volledig album tot ze er echt aan toe zijn. Maar emopop schijnt hip te zijn. Ik vrees dus het ergste.
Het label Dying Giraffe heeft zich ontfermt over het Rotterdamse Mucho Maestro. Dit trio denkt al toe te zijn aan een volledig album. Er zijn overeenkomsten met de eerder genoemde band: ze houden ook van een hard gitaargeluid, hebben ook twee zangers en de zang zou je ook als emo kunnen betitelen. De zang kent veel uitbarstingen, teveel als je het mij vraagt. Mede doordat de stem voorin het bandgeluid is gezet vraagt deze veel aandacht en dat wordt al snel vermoeiend om naar te luisteren. Wat echter veel vervelender is de theatrale hoempapa-rock. Het is waar je voor kiest, maar ik heb de indruk dat de band al in gedachten voor een zaal speelt dat er een feestje van wil maken. Het kan mij thuis echter weinig bekoren. Selling Resolutions lijkt dan ook een titel waar wat geforceerd naar gezocht wordt. Jammer, want ik heb het gevoel dat er meer in had gezeten Ik moet trouwens plots aan de Dizzy Man's Band denken en dat is geen compliment. File Under-collega Merie vindt ze overigens lief. Hoort u het ook eens van een ander.
File Under: Voorspelbaar
File Audio: [ MySpace]
File: Mucho Maestro - Selling Resolutions
File Under: Aan jullie de keuze: vermoeiend of lief
File Audio: [ MySpace]
The Stutters / The High Dials
D'r zit geen enkele Nederlander in de band, maar toch opereert het drietal van The Stutters vanuit Nederland. Amsterdam is hun thuisbasis. Daar openden de twee Denen en geboren Londenaar afgelopen zomer een winkel waar alleen maar de EP Viva La Stutters en T-shirts van de band te koop waren en alleen maar foto's en flyers van de band te zien waren aan de muren. Het riekt naar narcisme, maar was bovenal natuurlijk een gehaaide manier om aandacht te trekken. Zijn The Stutters al die aandacht wel waard dan? Nou, waarom ook niet eigenlijk. Hun EP bevat, naast een wat mindere ballad als afsluiting, namelijk vier bommetjes energie, die zeker niet onderdoen voor veel van die andere springerige The-bands. Als zo'n winkel je dan extra in the picture zet, dan onderscheid je je in ieder geval. Alleen zijn ze wel vergeten hun internetdomein in de lucht te houden. Of zal dat ook een gehaaide truc zijn?
The High Dials zijn ook een The-bandje, maar halen hun mosterd niet bij de springerige rock vandaan, maar gaan nog een jaar of tien verder terug, stoppen een bloem in hun haar en roken een pretrakket. Powerpop met een dikke laag psychedelica erbovenop en wat galmende britpop om het af te maken.. Ze opereerden oorspronkelijk onder the naam The Datsons, maar - ik gok vanwege de te grote gelijkenis met het succesvolle Australische herriegroepje The Datsuns - die naam hebben ze dus veranderd. The High Dials past ook beter. De reden voor deze EP ligt in het succesvolle gebruik van "The Holy Ground" in een commercial door een Canadees bedrijf. Dit vrolijk voort huppelende titelnummer stond namelijk al op hun in 2005 verschenen (en lovend ontvangen) War of the Wakening Phantoms. De andere liedjes zijn wel nieuw en in een ervan speelt Rod Argent een moppie mee op Hammond. Maar het is vooral bandleider Trevor Anderson die hier de show steelt. Zijn sterke stem vormt met zijn gitaarspel de ruggengraat van deze leuke band die vooral met het Radiohead-achtige "Sing For Loveless Moons" een sterke troef uitspeelt.
File Under: Leuk The-bandje uit Amsterdam, zonder Amsterdammers
File Audio: [ MySpace]
File: The High Dials - The Holy Ground
File Under: Met psychedelica doorspekte powerpop uit Canada
File Audio: [The Holy Ground][ MySpace]
Pluramon - The Monstrous Surplus
MTV is al vele, vele jaren op de kabel te vinden en omdat ik tegenwoordig digitale tv heb, kan ik ook MTV2, MTV Brand New en nog enkele versies van dit muziekstation zien. Toch kijk ik er zelden of nooit naar. De oorspronkelijke MTV bevat tegenwoordig meer reality-tv dan muziek en ook de andere zenders zie ik alleen voorbijkomen bij het zappen. In de jaren negentig was er één MTV-show die ik wel elke week volgde en dat was 120 Minutes. Twee uur (inclusief reclame natuurlijk) vol met clips van alternatieve en independent bands. Deze show werd in eerste instantie gepresenteerd door Paul King (van de hit "Love & Pride) en daarna door Miles Hunt (van The Wonder Stuff). Dankzij 120 Minutes heb ik toen vele leuke en soms zelfs fantastische bands ontdekt. Bijvoorbeeld Cranes, Pale Saints, Slowdive en nog veel meer. Als Pluramon het album The Monstrous Surplus zo'n vijftien jaar eerder had uitgebracht, zou hij zeker ook in dit rijtje hebben gestaan. De muziek doet me in ieder geval denken aan bovengenoemde bands. Pluramon is de Duitse muzikant Marcus Schmickler en dit is de tweede cd die hij voor een deel heeft opgenomen met zangeres/actrice Julee Cruise die in de jaren negentig bekend werd als de stem op de soundtrack van de tv-serie Twin Peaks. Julee zingt op vier nummers, de Duitse zangeres/actrice Julia Hummer neemt er net zoveel voor haar rekening en performance-artieste Jutta Koether hielp Marcus met nog eens twee tracks. Een daarvan is het meest experimentele en spannende nummer "Fresh Aufhebung". Andere hoogtepunten zijn de Sham 69-cover "If the Kids Are United" en het eerste nummer van het album "Turn In". "The Monstrous Surplus" is een cd met mooie droompop, misschien niet heel erg vernieuwend, maar zeker meeslepend.
File Under: Turn In
The Donnas - Bitchin'
Tijd voor een geschiedenisles van uw ernstig grijzende gerontorockoloog. Vroegâh, in het vroeg-metalliaanse tijdperk, waren vrouwen in de rock een bijzonderheid. Nou ja, tenzij als groupie of ter opleuking van de platenhoes. In die dagen was het doorgaans voldoende om als vrouw zelfs maar een gitaar vast te pakken. Prompt kreeg je alle aandacht die je wilde, al betekende dat nog niet dat je serieus werd genomen. Een vrouw in de rock, dat was een curiosum. Leuk kapsel, leren stoeipakje, een paar kant-en-klare songs van iemand die tien hits per dag schreef, een producer met gevoel voor commercie en je had alles om een hit te scoren. En nee, het spelniveau deed er niet echt toe. Tot frustratie van dames die wel degelijk konden spelen. Gelukkig zijn we die tijd al even voorbij en is het hooguit een terzijde waard wanneer een vrouw in een rockband de gitaar ter hand neemt of de mussen van het dak brult. Menig prima band heeft een vrouw als stralend middelpunt met eerst en vooral muzikale kwaliteiten. Bij The Donnas is de klok dertig jaar geleden stil blijven staan, want die doen nog eens dunnetjes over wat The Runaways ooit deden. Wel een stuk braver en voorspelbaarder trouwens, ondanks titels als "Bitchin'", "Wasted" en "Like An Animal". Kijk eens naar de hoes, de belettering en een foto's van de dames: de hoes toont een in leer gehulde damesderrière, het logo staat er in een lettertype en kleurenschema van begin jaren tachtig en de dames zijn voorzien van lange haren met zorgvuldig gecoiffeerde krullen en pakjes die het midden houden tussen wild en verleidelijk. Muzikaal is het even verrassend en oubollig: de songs zijn brave drieminutensongs, met veel koortjes in liedjes die vaak niet meer dan een refrein zijn en o wat is er bij de productie voorzichtig omgesprongen met de volumeknop. De voorgaande albums kwamen uit bij Atlantic en een ervan behaalde zelfs goud in de Verenigde Staten. Schiet mij maar lek, want ik kan op dit album met de beste wil van de wereld niet langer dan drie songs zonder ergernis naar deze glampop luisteren. Geen pit, geen bijzondere songs, hapslikwegrock van de ergste soort. Hopelijk weten ze live wel een aardig feestje te bouwen, maar op dit album is daar bar weg van te horen. Volgende!
File Under: 2007 terugvinden en het dan nog een keer proberen
File Audio: [DonnaSpace]
Mondo Leone - Open Deuren Naar Geluk
Leon Giesen draait al veel langer mee in het Nederlandse muziekwereldje dan ik ooit vermoedde. Zo speelde hij bijvoorbeeld basgitaar tijdens drie jaar van het bestaan van Toontje Lager. Daarna bespeelde hij datzelfde instrument nog een paar jaar in Captain Gumbo. Allemaal dingen die ik niet wist. Wat ik wel wist is dat Leon Giesen met Van America helemaal naar America een prachtige documentaire maakte over Rowwèn Heze en dat hij samen met Jack Poels het project Holland America Lijn 'deed'. En natuurlijk dat hij onder de naam Mondo Leone een eigen project heeft waarin hij bewijst zich ook prima op zijn eigen houtje kan redden. Tegenwoordig zelfs helemaal in eigen beheer, want Giesen besloot afscheid te nemen van zijn platenmaatschappij V2 en gesteund door zijn eigen Club Mondo Leone-achterban een cd op te nemen die betaald is uit Mondonaties. Vrijheid, blijheid dus voor Giesen en Open Deuren Naar Geluk, het resultaat van al deze verworvenheden klinkt ook zo. Het is een aangenaam ontspannen klinkende cd waarop Giesen zich niet vast laat pinnen op een stijl. Hij laveert van orkestrale pop naar ingetogen kleine liedjes ("Kermis in de hel", prachtig!), maar haalt net zo gemakkelijk een swikkie swingende beats van stal zoals in bijvoorbeeld "Jeugdzonde" en "Je Danst Zoals Je In Bed Bent". Centraal staat echter altijd zijn zoetgevooisde Limburgse accent, die me soms aan Spinvis doet denken (al is dit natuurlijk allesbehalve een Limburger). Al zoekt Giesen wel wat minder het avontuur op dan Spinvis. Dat resulteert in ogenschijnlijk simpele, maar zeer doeltreffende liedjes waarin het gezien de samenwerking in het verleden niet gek is dat de geest van Rowwèn Heze er ook in rondwaart.
File Under: Geluk zit in de kleine dingen
File Video: [Je danst zoals je in bed bent]
File Audio:[Luisterpaal]
Necro - Death Rap
Mijn eerste gedachte tijdens het beluisteren van Death Rap was: wat een debiel. En eigenlijk denk ik dat nog steeds. Necro, die in het dagelijks leven als Ron Braunstein bekend staat, is een rapper die het nodig vindt om death metal en hiphop in de blender te gooien. Daarbij bedient hij zich van teksten die over porno, geweld en dood gaan. En natuurlijk is het de bedoeling om daarbij zoveel mogelijk verschillende mensen te schofferen en shockeren, met titels als "Suffocated to Death By God's Shadow" of "Technician of Execution". Ron maakt bijvoorbeeld liedjes waarin hij zoveel mogelijk manieren opsomt waarop hij u en mij om zeep kan helpen. Welnu Ron, een lemma uit de Winkler Prins voorlezen kunnen we allemaal wel. Toch schijnt Ron een bedoeling te hebben met dit muzikale equivalent van een verrotte pizza. Althans, dat zegt-ie zelf. Volgens Ron horen zaken als dood, geweld en porno nu eenmaal bij het leven en wil hij ons een spiegel voorhouden. Of zoiets. Probleem met Ron is dat hij geweld niet zo grappig weet te maken als bijvoorbeeld Eminem in "Kill You", terwijl zijn zogenaamde kritische noot richting porno in het niet valt bij bijvoorbeeld Lukas Moodysson's A Hole In My Heart. Sorry Ron, maar ik geloof er geen snars van. Het lijkt mij een stuk plausibeler dat je brein door je nogal moeilijke jeugd in de projects van Brooklyn en je aanhoudende drugsgebruik een flinke tik heeft gekregen. Eerlijk gezegd ben ik redelijk stunned dat Ron bij het opnemen van zijn levenswerk de medewerking krijgt van (ex-) bandleden van onder andere Death, Lamb of God, Anthrax en Megadeth. Dat die met dit soort drek geassocieerd willen worden. Je bek valt er van open. Net als het feit dat Death Rap al de vijfde plaat van deze gefrustreerde dodo is. Het gaat maar door. Wonderbaarlijk. Nu, Cruijff leerde ons al dat ieder nadeel ook een voordeel hep. Zolang Ron zijn zieke neigingen botviert op de mic in de studio, is er verder niemand die er last van heeft. Liever dit dan dat hij het in de praktijk brengt.
File Under: Muzikale drek van de buitencategorie
File Audio: Necrospace
Zonaria - Infamy And The Breed
Ooit gehoord van scandium? Nee? Ik moet eerlijk toegeven dat er bij mij ook geen belletje ging rinkelen. Toch heb ik nu een verhaal gehoord dat ik graag met u wil delen. De kans is echter groot dat u het niet zal geloven. U zal het afdoen als een broodje aap, een op hol geslagen fantasie, meer niet. Dat is dat niet anders. De tijd is namelijk aangebroken om de waarheid te vertellen. Want zeg nou zelf, vraagt u zich ook niet al jaren af waarom er zoveel meer metalbands uit Scandinavië komen? Bent u niet een heel klein beetje nieuwsgierig hoe dat kan? Verbouwen ze daar soms andere bloemkolen? Vliegen de ooievaars daar misschien een andere route? Niets is minder waar. Het geheim heet scandium. Let op, dit metaal is vernoemd naar de vindplaats en werd ontdekt eind negentiende eeuw. Pas vanaf 1960 is men echter in staat om het in zuivere vorm op grote schaal te winnen. En toen zijn ze zo slim geweest om het aan het drinkwater toe te voegen. Eerst een beetje en later steeds meer. In het begin ging dat niet helemaal goed en kwam er nog wel eens een mislukt resultaat bovendrijven. Naarmate de dosis evenwel verhoogd werd, kwamen daar de successen. Hypocrisy, At The Gates, Dimmu Borgir, Arch Enemy en zo kan ik nog wel even doorgaan. De lijst lijkt haast eindeloos en blijft maar groeien. Zo is er nu weer het debuut van Zonaria, Infamy And The Breed. Deze jonge, Zweedse honden brengen een album vol melodieuze deathmetal, uiterst sfeervol, donker en atmosferisch neergezet met een vakmanschap waar je u tegen zegt. Het mist alleen nog een beetje een eigen smoeltje en een paar echte knallers. Maar dat komt vanzelf wel. Gewoon door blijven drinken en dan komt alles goed.
File Under: Ik lust best een slokje
File Audio: [Smaakwater]
Sandro Perri - Tiny Mirrors
De wekker schreeuwt mij wakker. Ik voel me alsof ik slechts een uur geslapen heb. Buiten is het nog aardedonker en het regent pijpenstelen. Na de douche-, aankleed-, kattenaai- en kattenvoersessie zet ik maar eens een muziekje op. Een beetje energie kan ik tenslotte wel gebruiken. Mijn keuze valt op het album Tiny Mirros van ene Sandro Perri. Ik heb de cd nog niet gedraaid, maar door het geraamte op de achterkant verwacht ik rauwe garagerock. Als de gezette koffie en wat brood is genuttigd besef ik dat mijn keuze geen goede was. Tiny Mirros doet qua sfeer denken aan Lou Reed's album Berlin, ook al door het wat holle badkamergeluid en dat is allerminst een energieke plaat. Sandro Perri zoekt het verder in de Will Oldham singer-songwriterhoek met een akoestische Jeff Buckley-arrangement. Het liefst zou ik met nog een bak koffie op de bank plaatsnemen en de muziek op me in laten werken, maar de plicht roept. Na de tandenpoets- en de vriendin-afscheidssessie spring ik op mijn fiets. Het zal de hele dag niets met mij worden. Als ik dan in het weekend eindelijk tijd heb om de cd eens nader te bestuderen blijkt het album van de Canadees ook sombermanteksten te bevatten. Het geraamte verwijst dan ook naar de dood. De liedjes liggen qua sfeer in een droevige lijn en de enige cover "Everybody's Talkin" van Fred Neil wordt liefdevol geadopteerd. Persoonlijk vind ik dat het opleuken met trombone, fluit, cello en euphonium van de zang en gitaarspel van Perri wel een noodzaak is om mijn aandacht vast te houden. Dit had voor mij nog wel wat meer mogen gebeuren, maar die ene ochtend paste het perfect bij mijn gemoedstoestand.
File Under: Down on earth
File Audio: [Niet officieel maar met geluidsfragmenten: MySpace]
The Weakerthans - Reunion Tour
Het is maar goed dat we hier bij Fileunder een oplettende hoofdredacteur hebben, anders was ik nooit in aanraking gekomen met deze nieuwe cd van The Weakerthans. En dat was zonde geweest, want ik heb in weken niet zo genoten van een plaat. Ik was ook nog niet bekend met dit Canadese gezelschap, welke intussen met dit Reunion Tour bij hun vierde album is aangekomen. Hoog tijd om het oudere werk eens te checken, want mijn eerste kennismaking smaakt in elk geval naar meer. The Weakerthans is een afsplitsing van punk-ideologen Propagandhi, maar zoekt het in de hoek van de folky indierock met een forse alt.country-inslag, aangevuld met introspectieve, enorm intelligente teksten. En daarnaast weten ze ook flink te rocken als het nodig is. Alsof je The Replacements, Wilco en Bright Eyes op een grote hoop gooit, waarbij de zang mij overigens steeds doet denken aan Jelle Paulusma in zijn Daryll-Ann dagen. Vernieuwend is de muziek zeker niet te noemen, maar als je zo zelfverzekerd uit de hoek komt als The Weakerthans is dat geen enkel probleem. Wie heeft geforceerde innovatie nodig als je zulke sterke indierocksongs schrijft? Ik niet in elk geval. Ik druk gewoon nog een keer op de play-knop en onderga deze heerlijke rockschijf zonder poespas opnieuw, terwijl zich een glimlach op mijn gezicht aftekent.
Eind deze maand spelen The Weakerthans in de Melkweg zoals je hierboven kunt zien. Hiervoor gaven we 2x2 kaarten weg. En daarnaast gaven we ook nog cd's weg. Althans, als jij het antwoord wist op de vraag die we stelden. Daarvoor ben je nu te laat. Sorry.
File: The weakerthans - Reunion TourFile Under: Folky indierock met alt.country-inslag zonder poespas
File Audio: [Weakerthans-Space]
Newton Faulkner - Hand Built By Robots
(...)
Als ik naar buiten kijk vervloek ik mezelf. Ik had beter de fiets kunnen laten staan en met het laatste pendelbusje naar het station kunnen gaan. Het hoost en niet zo'n klein beetje ook. Bovendien moet ik nog de batterijen vervangen van mijn fietslampen - soms vervloek ik al dat moderniseren - want anders is het straks echt heel donker langs het spoor. De wind raast om het gebouw. Geen leuk vooruitzicht om over een klein uurtje op de fiets te stappen. Binnen is het gelukkig wel aangenaam warm. En was het dat al niet, dan zorgde Newton Faulkner daar hoogstpersoonlijk met zijn debuut-cd Hand Built By Robots wel voor. Met zijn dreadlocks is deze jonge muzikant een opvallende verschijning. Het had zo weer zo'n surfdude kunnen zijn, die toch maar muzikant besloot te worden. Zo klinkt hij bovendien ook met grote regelmaat. Faulkner komt echter uit de koude kant van de kust van Zuid-Engeland. Hij houdt volgens mij ook meer van singer-songwriters en heeft een opvallende stijl van gitaar spelen. Hij had me eigenlijk al overtuigd voordat ik zijn cd gehoord had. Hij speelde toen - geassisteerd door met Stevie Ann - in het ochtendprogramma van Giel Beelen en het was prachtig hoe ze Massive Attack's "Teardrop" speelden. Geen sinecure namelijk om dat nummer goed te coveren. Fijn aan Hand Built By Robots is dat de toon aangenaam positief is. Een album dat je met een gerust hart opzet als je nog drie kwartier moet fietsen door de gutsende regen. De zon schijnt wel in je hoofd en dat is genoeg in dit geval.
File Under: Laidback singer-songwriter met hitpotentie.
File Audio: [ MySpace]
File Video: [All I Got][Dream Catch Me]
Portugal. The Man - Church Mouth
Soms het ik het gevoel dat ik, hier op de grens van Midden- en Noord-Limburg, overal ver vanaf woon. Voor mijn werk moet ik gemiddeld eenmaal in de maand in de Randstad zijn en dan moet ik meestal erg vroeg met de trein vertrekken. Dat vind ik dan een hele reis. Het bezoeken van concerten, 's avonds en vaak door de week, gebeurt dus zelden. Hier in de omgeving is er maar een paar maal per jaar een popconcert en hier treden vrijwel nooit bands op die ik graag wil zien. Maar wat is ver? We kunnen hier alles binnen een paar uur bereiken en dat is eigenlijk niets. Stel je eens voor dat je in Wasilla, Alaska woont. Een stadje met zo'n 5500 inwoners en daar zal dus niet veel te doen zijn. De grootste stad in de buurt is Anchorage, dat is maar drie kwartier met de auto. Seattle is ook 'vlakbij', tenminste voor Noord-Amerikaanse begrippen. Het is maar 3750 kilometer en dat moet je in twee dagen toch makkelijk kunnen rijden. Het is dan ook een hele verrassing dat er zo'n prima muziek uit dat kleine stadje komt. Verantwoordelijk voor die mooie muziek is Portugal. The Man , een trio dat zojuist Church Mouth , hun tweede album heeft uitgebracht. Hun vorige cd noemde ik raadselachtig en dat is de muziek op deze cd een stuk minder. De teksten zijn vaak wel wat cryptisch en gelukkig kun je zowel de teksten als een korte uitleg van elke song vinden op de website van Portugal. The Man . Deze band vertelt interessante verhalen en de muziek die ze daarbij maken vind ik net zo interessant. In een song als "Bellies Are Full" hoor je invloeden van T.Rex en "Children" klinkt weer behoorlijk als Led Zeppelin, maar je hoort soms ook The White Stripes en Jeff Buckley. "My Mind" is het meest intrigerende nummer en samen met de titelsong ook wel het mooiste nummer van deze cd die absoluut een plaatsje op mijn jaarlijstje zal krijgen. Goede muziek hoeft niet uit een wereldstad te komen, dat is duidelijk.
File Under: Telling Tellers
The Autumns - Fake Noise From A Box Of Toys
Een voorkantje dat er behoorlijk urban uitziet, een label dat ik ken van gemoedelijke popmuziek en een bandnaam die trage treurwilgmuziek doet verwachten. Bij elkaar opgeteld krijg je een heel wispelturig bandje, wat overigens aan geen van deze voorspellingen voldoet. De plaat opent met een kort intro, waar Muse in de musical Hair lijkt te zijn beland. De ruige lijn wordt doorgezet in "Boys", waar de zanger kweelt als die knakker van The Darkness. Terwijl ik peins wat ik hier toch mee aanmoet, begint het derde en beste nummer "Clem". Ineens zijn daar de miniatuur-gitaarlijntjes waar Minus The Bear me laatst mee enthousiasmeerde. Ook hier is het drumwerk boeiend, met een snaredrum als een pingpongballetje. De falset van Matthew Kelly is ineens aandoenlijk. Ook het aanstekers in de lucht-refrein mag er best wezen, met een scherp mespuntje teenangst: 'Don't say no! Say it isn't so! Never gonna let goooo'. Erg lekker en dat kaftje was dus achteraf eerder emo. Hier vlogen intussen alweer termen over tafel als Fall Out Boy en Circa Survive. Maar goed, daar zal The Autumns wel teveel indie-credibility voor hebben. Ze hebben dan ook goed naar Thom Yorke en kornuiten geluisterd, een titel als Night Music spreekt al boekdelen en dan heb ik 't nog niet over de melodie. Misschien is het mijn zapgeneratie-achtergrond, maar gedurende de week begon ik de plaat al snel bij het eerder genoemde hoogtepunt, om daarna al snel mijn interesse te verliezen. Ik wijt het vooral aan de zanger, die alle trucs uit de kast haalt, maar mij vooral ergerde.
File Under: Heard it all before
File Audio: [Autumn-Space]
Jamie Scott - Park Bench Theories
Ik trap nadat ik Junior en de Jongedame naar school gebracht heb de vouwfiets bijna doormidden om de trein te kunnen halen. Hijgend neem ik de grateloze krant aan; nee mevrouw, ik wil net als gisteren nog steeds geen DAG, de combinatie Spits / Pers bevalt me veel beter dank u wel alstublieft. Prettige dag nog verder. Ik loop naar binnen. Shit, voor niets gehaast de trein in de richting Utrecht heeft vertraging. Nu ja, die vijf minuten overleef ik wel. Omdat ik geen zin had in Giel deze morgen heb ik het stof van de Expandium geblazen en gevuld met wat AA-batterijen. Jamie Scott zingt alleen voor mij en wordt daarbij begeleid door zijn bandje The Town. Een prettig plaatje om de dag mee te beginnen. Okay, het is wat veilig wat Scott c.s. laten horen op Park Bench Theories, maar Scott is absoluut een uit het betere hout gesneden songwriter. Eentje die al vanaf dat hij piepjong was een liefde voor soul en jaren 70-singer-songwriters opdeed. Ondertussen veranderen de boodschappen op de moderne schermen van de NS - oh, hoe mis ik het prettige ratelen van de borden op de stations, soms vervloek ik al dat moderniseren - in "Let op omroepbericht". Geen treinen meer de komende uren. Shit. En nu? Fietsen dan maar. Waarom ook niet? Nou, omdat de zon nu wel schijnt, maar voor vanavond voorspellen ze weinig goeds. Scott zingt ondertussen door, terwijl ik fiets; de rails naast me blijft gelukkig angstvallig leeg. Toch knap hoe Jamie een brug weet te slaan tussen aan de ene de James Blunts, James Morrisons en aan de andere kant de Jeff Buckleys en Damien Rices van deze wereld, bedenk ik me terwijl de cd opnieuw begint. Drie kwartier fietsen is zo best plezant. En ach, wat zal het ook die storm vanavond...
File Under: Ambachtelijke singer-songwriter met hitpotentie.
File Audio: [ MySpace]
File Video: [When Will I See Your Face Again][Weeping Willow][Lilly Allen's "Smile"]
Einsturzende Neubauten - Alles wieder Offen
Als ik zo eens kijk welke bands en stromingen ik zo door de jaren heen gevolgd heb, dan zie ik toch een zeer diverse smeltkroes van herrie. Waar wel een trend in te ontdekken is. Mijn echte wilde haren ben ik namelijk kwijt. Tuurlijk, zo af en toe moet de versterker even op 11, maar meestal prefereer ik toch het liedje boven het sonische geweld. Daarom is het ook fijn als de een band door de jaren heen met je meegroeit. Einsturzende Neubauten is een puik voorbeeld van zo'n band. In de begin jaren van deze Berlijners kon het, bij wijze van spreken, niet onbenullig genoeg ("Abfacklen!") en werden alle soorten, al dan niet zelfgebouwde, instrumenten gebruikt, onder het motto, als het maar hard gaat. Die zelfgebouwde instrumenten zijn er nog steeds maar worden nu op een hele andere wijze ingezet. Het liedje staat voorop en subtiliteit wordt niet geschuwd, onder het motto: keine Schönheit ohne Gefahr. En daarmee is iedere plaat van de Neubauten een verrassing. Ook Alles wieder Offen weer. De plaat is voorgefinancierd door de fans, waarmee de band een redelijke creatieve vrijheid heeft. En die buiten ze volledig uit. Een, bijna, normaal liedje als "Nagorno Karabach" wordt opgevolgd door experimentele nummers als "Weil Weil Weil". Subtiliteiten worden afgewisseld met gitaarerupties en zo blijft de hele plaat één grote sonische achtbaan. Waarmee de Neubauten me na al die jaren nog steeds mee weet te verrassen. Ik denk dat ik uiteindelijk gewoon met die jongens het bejaardentehuis inga...
File Under: Keine Schönheit ohne Gefahr
Annot Rhül - Lost in The Woods
De award in de categorie 'ik-ben-Noor-en-ik-doe-Pink-Floyd-op-mijn-manier-na' gaat dit jaar zonder twijfel naar Annot Rhül voor de geleverde prestatie in "Lost in The Woods", de openingstrack van de EP die dezelfde naam draagt. Goed, Rhül levert vocaal gezien misschien een iets mindere prestatie dan zijn overduidelijke voorbeelden deden jaren terug, muzikaal gezien komt "Lost in the Woods" eng dicht in de buurt van een verloren gewaande Pink Floyd-track. De door horrorfilms en hun muziek geïnspireerde EP Lost in The Woods werd in september door Rhül in eigen beheer uitgebracht, en wordt nu twee maanden later opnieuw aan de man gebracht door het Sulatron-label in combinatie met de eveneens in eigen beheer verschenen cdr Who Needs Planes or Time Machines, When There's Music And Daydreams. Gelukkig blijft het niet bij een en al Pink Floyd-na-aperij gedurende de gecombineerde duur van deze twee releases. Op Who Needs Planes heeft het grootste deel een heel andere sfeer. Veel meer surfachtig zelfs, als de Treble Spankers die een flinke pretracket achter de kiezen hebben en een rondje doen op de draaimolen. Op beide releases krijgt Rhül hulp uit de gelederen van zijn labelgenoten Seid, die voor zover ik weet nog steeds zijn opgedoekt. Aangezien die niet vies waren van een meer dan flinke dot krautrock echoot dat op deze release natuurlijk ook behoorlijk na. En zolang Rhül niet al teveel zingt heb je aan Lost in the Woods een zeer aangename nostalgische plaat.
File Under: Award-winnaar in spé doet re-release
File Audio: [Spelert]
Sarah Bettens - Shine
Ooit schreef ik de woorden: "soms hou ik echt van Sarah Bettens" en dat bleef zo, zelfs bij de laatste, redelijk softe K's Choice-plaat. Toen ze solo ging zou het helemaal om 'haar stem' gaan, de hele productie draaide om die stem. Ik dacht nog, dat kan niet mis gaan. Toch mislukte het, ik hield niet meer van Sarah, de nummers waren te gepolijst, de rauwe randjes waren eraf. Gelukkig vond ze dat zelf ook, hoorde ik haar zomaar zeggen in het interview dat ik laatst voor File Under met haar deed. Ze was het met me eens! Dat op zich al deed me weer van haar houden. Op het nieuwe soloalbum Shine zijn de vertrouwde rauwe randjes weer terug. Het lijkt wel of ze het uit wil schreeuwen: "IK BEN WEL STOER", en niet de behouden Sarah van mijn vorige album. Ze kan weer stoer zingen over haar mannelijke ex en over de zaken die ze nu pas aan het verwerken is. Tegelijkertijd blijft ze breekbaar, terwijl haar stem zo typerend en overheerlijk overslaat, over hetzelfde onderwerp. Ze is weer terug, de Sarah die ik zo graag zie. "Het zou zomaar een K's Choice album kunnen zijn", het zou me niks verbazen als je dat straks in elke recensie over deze cd leest. En dat is ook logisch, Sarah schreef genoeg nummers voor K's Choice, niet alleen haar broer. En nu pas, met Shine in je achterhoofd, kun je gaan raden welke nummers zij heeft geschreven voor K's Choice, want dat was nooit duidelijk. Er stond altijd 'Gert & Sarah'. Zij heeft dus altijd de beste nummers van K's Choice geschreven! Nu doet ze het eindelijk over op haar eigen album. En dus hou ik weer van haar!
File Under gaf ism Universal cd's van Sarah Bettens weg in een kakelverse prijsvraag. U bent echter te laat om nog mee te doen!
File Under: Sarah, daar houden we van!
File Audio: [sarahspace]
File Gast: [Sikkema]
Alabama 3 - M.O.R.
Eerlijk is eerlijk, ik had ook niet geweten welke band dit was. Het is niet vreemd, als je midden in het nummer "Fly" binnenvalt, je denkt met de nieuwste van Kylie Minoque te maken te hebben. De zangeres in kwestie is echter Devlin Love. Het is ook niet vreemd, als je later met Bob Dylan te maken denkt te hebben. Eén der drie zangers lijkt qua stemgeluid op een wat minder gehavende versie van hem. Muzikaal zou Dylan echter wel een erg dansbare funky richting ingeslagen zijn. We hebben hier te maken met het Londense Alabama 3 en -shame shame shame- ik had nog nooit van ze gehoord. M.O.R. is hun zesde album vol met muziek die zoals je misschien gezien de titel zou verwachten niets te maken heeft met "Middle-Of-The-Road"-muziek, maar naar eigen zeggen met "Mice On Rophynol", waar ik me goed in kan vinden. De glasheldere foto van een ronkend vliegtuig dat een beetje flauw in de openingintro onderweg is naar Saturnus, maar waar het glasheldere vertaald lijkt in de manier waarop e.e.a. geproduceerd is. Er zijn veel gastmuzikanten. Er is freestyler Errol T. op "Monday Don't Mean Anything". Er is The Kings Of Kaos op het gospelachtige "Holy Blood". Er is Brian Jackson op "The Klan", een nummer van zijn broodheer Gil Scott-Heron. Ook The Proclaimers doen in het afsluitende "Sweet Joy" mee. Ik zou zo nog wel even door kunnen gaan, maar zal je er niet verder mee lastig vallen. Belangrijker is dat je weet dat de (negenkoppige?) band het ritme centraal stelt, dat drie heren de vocalen een voorname rol geven en dat het van voor tot achteren swingt. Op hun eigen website komen ze nog met de term "Country Acid House". Het is maar hoe je het wil noemen, maar nooit gedacht dat ik nog eens iets positiefs in House zou zien.
File Under: Dance Baby Dance
File Audio: [ MySpace]
Blackfield - NYC
Tot wel een beetje tot mijn verrassing is Steven Wilson er met zijn band Porcupine Tree ondertussen toch in geslaagd het tot concerten in grote zalen als de Heineken Music Hall te schoppen. Na jaren als een bezetene buffelen is het een meer dan terechte beloning. Naast Porcupine Tree heeft Wilson nog een stuk of vijf zes bands/projecten die hij van tijd tot tijd uit de vriezer haalt. Blackfield, de samenwerking met de Israëlische superster Aviv Geffen leverde al twee intens mooie platen op en werd in tegenstelling tot veel van de andere projecten van Wilson ook vergezeld van optredens. Toen ik ze in 2004 samen zag optreden in Lucky was dat nog een beetje onwennig voor de band en er was met een cd om van te putten ook maar weinig repertoire voorhanden. Voor de dvd NYC konden Geffen en Wilson uit tracks van twee albums kiezen, maar spelen ze bijna allemaal. Daarnaast zingt Wilson een prachtige versie van Alanis Morrissette's "Thankyou" (dat eigenlijk Thank U heet). De dvd is opgenomen in the Bowery Ballroom, een relatief klein zaaltje. De sobere sfeer van de dvd sluit goed aan bij de muziek van Blackfield die je ergens tussen Coldplay en Porcupine Tree moet zoeken. NYC is een registratie zonder opsmuk. De cameravoering van Lasse Hoile is bedachtzaam en rustig. Kaal bijna, maar ik vind dat best prettig eerlijk gezegd. Het enige theatrale zijn de glitters op de ogen van Aviv Geffen. De band - waarin overigens Nir Z's broertje Tomer Z drumt - is solide en brengt de nummers van Blackfield krachtiger dan ze op cd klinken. Van het onwennige van de eerste optredens is duidelijk geen sprake meer. Het resultaat is juist door de eenvoud waarop het gepresenteerd wordt zo mooi.
File Under: Thankyou
Prefuse 73 - Preparations
Of ik de nieuwe Prefuse 73 wilde doen. Wilde ik wel, ook al ken ik de geschiedenis van de band, laten we zeggen Guillermo Scott Herren, amper. Dat is nooit een schande - je kunt nu eenmaal niet alles kennen - en soms maakt dat het luisteren juist boeiend. In dit geval zeker: Prefuse 73 kent al een geschiedenis met hoogtepunten (de eerste twee platen) en dieptepunten (de laatste plaat en ep). Ik val dus binnen tijdens het dieptepunt en beoordeel Preparations, de plaat die voor kenners een comeback album is, en voor mij, en wellicht vele anderen, een aangename kennismaking. Herren brengt al sinds jaar en dag een combinatie van hiphop en elektro en voor mij, meer neigend naar electro dan naar hiphop, is dit een tegelijkertijd overweldigend als rustig album. Vol samples, die de tijd krijgen om in de songs te groeien - ik leer inmiddels dat samples elkaar vroeger bij Prefuse 73 sneller opvolgden en er van liedjes nauwelijks sprake was - is Preparations een spannende plaat, die toch 'gewoon' veertien tracks telt. Tracks als in liedjes (op een intro en enkele intermezzo's na). Als geheel laidback, rustig en sferisch (bijna ambient op sommige plekken), en in de details zitten de verrassingen. Zoals in "Smoking red", waar John Stanier van Battles een geweldige drumpartij wegzet. Of in zonovergoten "Noreaster cheer" waar de door mij zo geliefde belletjes worden afgewisseld met welhaast valse dissonanten, zonder dat ze het geheel onrecht aandoen. Wat moet het geval zijn? De kopieer-en-plakmethode van Herren werkt hier als een tiet. Preparations biedt een gelaagdheid die niet geforceerd klinkt. Bovendien, als hiphop dit ook kan zijn - wat natuurlijk een punt van discussie is -, dan ben ik vanaf nu net zo van de elektro als de hiphop.
File Under: Mooie electrohiphop, naar het schijnt een comebackalbum
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Class Of 73 Bells]
Motion City Soundtrack - Even If It Kills Me
Bij hoge uitzondering was ik donderdagavond thuis. Toevallig was het de avond van de MTV Europe Music Awards. Snoop Dogg presenteerde (gaap), Amy Winehouse was high (gaap), Dave Grohl zorgde voor de 'komische' intermezzo's (gaap) en Within Temptation (gaap) won de prijs voor 'Best Dutch/Belgian Act' (gaap). Wat wel opviel was de enorme overvloed aan emobandjes. In zo'n beetje elke categorie waren Fall Out Boy, 30 Seconds To Mars, My Chemical Romance en het vreselijke Tokio Hotel genomineerd. Die laatste twee mochten zelfs optreden. Emopop verovert Europa! In dat licht gezien is het vreemd dat Motion City Soundtrack hier nog betrekkelijk klein is. Na hun optreden op Powerfest in april van dit jaar voorspelde ik dat Even If It Kills Me weleens de Europese doorbraak voor de band uit Minneapolis kon worden. Een paar maanden later dan verwacht ligt de plaat in de winkel en werkelijk niets is aan het toeval overgelaten. De drie (!) producers hebben er voor gezorgd dat alle dertien nummers zo de radio op kunnen. Gelukkig vermijdt de bands de emoclichés en blijft het, toch wel unieke, eigen geluid overeind. De neerslachtige teksten van zanger Justin Pierre zijn in een constant gevecht verwikkeld met de vrolijke melodieën. Als Even If It Kills Me één ding bewijst is het wel dat emopop geen modegril hoeft te zijn. Over elk nummer is goed nagedacht, de opbouw is in orde en Pierre heeft één van de betere stemmen in het genre. Ingenieuze plaat dit. Volgend jaar een MTV Award?
File Under: Eredivisie van de emopop
File Audio: MySpace
File Video: This Is For Real
Hampton Court - Psychedelic Comedy
Toen Frank Zappa zijn album Ruben & The Jets uitbracht, was het idee om een doowop-pastiche te maken. Maar zijn liefde voor het genre was zo groot, dat het eigenlijk mislukte. Het werd geen grappige uitwerking van doowop-cliché's, maar een goede en vooral liefdevolle plaat in het genre. Iets dergelijks is er aan de hand met Psychedelic Comedy van Hampton Court (eigenlijk een project van de Britse 60's-fanaten en Syd Barrett-fans Alice's Orb). Alle cliché's die er aan psychedelica uit de jaren '60 kleven werden bij elkaar geveegd en met een vette knipoog en de tong ferm in de wang op deze plaat verzameld. Onbegrijpelijke teksten, lachwekkende achtergrondzang, fuzzgitaren en zelfs loungy exotica-klanken en (namaak) radioreclame's vormen samen deze Psychedelic Comedy. Maar het idee is mislukt. Tenminste als grap of satire. Want de liefde voor dit tijdperk en de lol van het samenstellen van deze cd is te groot om alle spaced-out ideeën te fileren. Zodat we nu een fijn neo-sixties plaatje hebben vol knipogen naar Beatles ("Crispian Crisp"), Kinks ("Ladbroke Grove") en oude Pink Floyd ("Crispian's Dream pt. 2"). Overigens komen ook The Mothers of Invention regelmatig om de hoek kijken ("Alexander the Great").
File Under: Mislukte grap, goeie plaat
Hooverphonic - The President of the LSD Golf Club
Ik vind het moedig wanneer je als band, na jarenlang gebruik gemaakt te hebben van allerhande nieuwerwetse elektronische snuisterijen om je geluid te vormen, deze hulpstukken bijna achteloos aan de kant schuift, in je handen spuugt en met ouderwetse instrumenten aan de slag gaat. Hooverphonics meesterbrein Alex Callier nam dit besluit en verdorie, wat een goed besluit was dat. Hun nieuwe cd The President of the LSD Golf Club is onmiskenbaar een Hooverphonic-plaat, maar het inzetten van toetseninstrumenten uit vervlogen tijden zoals de farfisa, het klavecimbel, de pianet en de mellotron verrijkt het geluid in extreme mate. Callier besloot ook nog eens ouderwets alles in een keer als band in te spelen en de opnames bovendien analoog te doen. Allemaal zaken die The President of the LSD Golf Club een weldadig warm shoegazergeluid geven, maar dat er in een nummer als "Strictly Out Of Phases" zelfs echo's van Pink Floyd ("Us & Them"!) doorklinken. Met als grote verschil natuurlijk dat hier Geike Arnaert als zangeres achter de microfoon staat. Nieuw is verder dat Callier ook zelf zingt in een paar nummers. Zijn stem is in bijvoorbeeld "Circles" en "Gentle Storm" een zeer goed passende aanvulling op de stem van Geike. Haar vocale prestatie is overigens weer uitmuntend en zeer bepalend voor totaalbeeld van deze cd die zonder twijfel een van de mooiste is die er dit jaar vanuit Belgi� de grens over gewipt is ons kikkerlandje in.
File Under: Betoverende trip
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Expedition Impossible]
Band Of Horses - Cease To Begin
De relatie werd bezegeld met een kind. Net als zoveel andere mensen zat er alles op en aan: oren, neus, ogen en had het benen en armen. Het was een mooi kind. Een kind waar elke ouder trots op zou zijn en dat ze graag aan de wereld wilden laten zien en horen. Ouderschap was toch iets moois. Het leven veranderde hier echter door en de ruzies maakten het leven er niet beter op. Papa Eén en Papa Twee vonden elkaar niet meer lief. Ze gingen uit elkaar. Papa Twee had het helemaal gehad met het kind en wilde een ander kind. Papa één ontfermde zich over de arme ziel. Dit was geen toeval, want qua uiterlijkheden leek het toch het meest op hem. Soms werd hij nog verdrietig als hij aan Papa Twee dacht, maar hij moest toch vooral vooruit kijken: de toekomst lag voor hem. Om het verleden te vergeten besloot hij dat hij het beste er nog maar een kind bij kon nemen. Hij vond andere Papa's om zijn partner te worden, maar het tweede kind bleek meer dan de eerste op hem te lijken. Hij was trots, de wereld mocht het zien. Minder dan bij de eerste interesseerde het hem wat men ervan vindt. Het zou ongetwijfeld met het eerste kind vergeleken worden en hij wilde niet meer aan Papa Twee denken. Deze weg was afgesneden, hij stond er nu alleen voor. Al waren er andere Papa's die hem nu ondersteunden.
File Under: De ingeslagen weg wordt voortgezet
File Audio: [Is There a Ghost][ MySpace]
File Video: [Is There A Ghost]
Oceansize
'Je gaat het niet opnemen (?!)'
'Nee hoor, gewoon opschrijven.'
'Dus, je gaat het niet opnemen?'
'Ehh, nee...'
'Omdat ik doodziek wordt van alle verkeerde citaten die in de pers verschijnen'
'Oh. Okay, ik kan het wel opsturen zodat je het kan lezen...'
'Laat maar. Het is wel goed.'
Zou dit dan het eerste interview worden waar ik te maken krijg met 'de moeilijke muzikant'? Na een halve soundcheck te hebben moeten wachten (niet zo erg, want ik moest het concert die avond missen) waarna werd medegedeeld dat de heren eerst gingen eten (ach, ik had ook nog niet gegeten) kon ik dan eindelijk het interview beginnen. Op de hierboven beschreven manier.
Lees verder..Blue Cheer / Down
De naam Blue Cheer staat voor een drugscocktail. Dat is ook niet zo'n verrassing, als je bedenkt dat de band eind zestiger jaren gevormd werd in San Francisco. De tijd van The Grateful Dead, hippies, en heel, heel veel drugs, weet je wel. Zanger/bassist Dickie Peterson en drummer Paul Whaley hebben de begindagen meegemaakt, gitarist Duck MacDonald is present sinds begin jaren negentig. Het genre is in al die jaren amper veranderd, de benaming wel. De psychedelische bluesrock (een heftige versie van Cream, zeg maar) klinkt nog steeds zo. Inmiddels is het etiketje veranderd en zal het stonerrock genoemd worden, maar ach. Het zo'n beetje doodgecoverde "Born Under A Bad Sign", maar vooral bekend van Cream, staat ook op dit album. Met de rauwe stem van Peterson en het fraaie gitaarspel van MacDonald, heel wat ruiger dan dat van Clapton, is het echter niet de zoveelste nagespeelde versie, maar een versie met ballen en met een flinke dosis Blue Cheer. En toch is dit album geen hoogvlieger. Er zijn een paar uitschieters, zoals de semi-ballad "No Relief", maar de meeste songs zijn aardig, maar niet meer dan dat. De uitvoeringen zijn wel lekker ruig, een powertrio pur sang, en de stem van Peterson...mja, een acquired taste als je het mij vraagt. Of je vindt het een lekker rauwe stem, of je vindt 'm vreselijk. Na enige gewenning begon ik 'm wel te waarderen. Close but no cigar.
Bijna in hetzelfde genre zit Down, het bandje van Phil Anselmo (ex-Pantera). Down is gepromoveerd van projectje ernaast naar Anselmo's belangrijkste bezigheid. Veel stonerinvloeden, met logge riffs die de songs dragen. Maar meer dan dat klinkt het vaak als Black Label Society, zowel qua zang als qua composities. De riffs zouden van Zakk Wylde himself kunnen zijn, Anslmo's rauwe, galmende zang eroverheen. Het feit dat er hier twee gitaristen actief zijn in plaats van eentje zoals bij Black Label Society, maakt minder verschil dan je zou denken. Op enkele songs is wel het een en ander aan dubbele gitaarsolo's te horen, maar het gros van de songs moet het van de riff hebben. Prima songs, met "Pillamyd" als uitschieter, maar wel allemaal al een paar keer eerder gedaan door anderen, en net zo goed.
File Under: Een nieuwe dimensie aan rauwe zang
File Audio: ["Rollin' Dem Bones" en "I Don't Know About You" op de site]
File: Down - Over The Under
File Under: Goed, en toch: been there, heard that
File Audio: [DownSpace]
The Birthday Massacre - Walking With Strangers
Het is dan eindelijk zover, ik mag m'n eerste visual-kei bandje recenseren. En dan doel ik niet op de immens populaire bands als Tokio Hotel en Cinema Bizarre, maar op het Canadese The Birthday Massacre. Hoewel de band hier in Nederland nog verre van bekend is brengen deze jonge gasten (met bijpassende 'namen' als Chibi, Rainbow, OE en Rhim) met Walking With Strangers hun derde album uit. Ooit zijn ze begonnen als bandje van enkele klas- en schoolgenoten. En de eerste twee albums bracht hun al de nodige populariteit in Noord-Amerika. Via Duitsland, waar anders, proberen ze nu ook Europa te veroveren. En aangezien ze goed meedoen met de visual-kei trend van vandaag de dag, zal het daar in ieder geval niet aan liggen. Gelukkig maken ze wel hele andere muziek dan de eerder genoemde bands, namelijk een gothic achtige sound die sterk geïnspireerd is door onder andere de donkere synth-pop uit de jaren 80, industrial en gothic rock. Met als resultaat een uitermate relaxed ceedeetje, met een fris en origineel geluid. Slechts bij enkele fragmenten komen er de rauwe, harde en scherpe kenmerken van metal naar voren. En dat alles met een prima verzorgde productie. Tel daar ook nog eens de aangename stem van zangeres Chibi bij op en je hebt een zeer aangenaam en geslaagd album.
File Under: Aangenaam verrassend
File Audio: [Red Stars][Science][ MySpace]
File Video: [The Birthday Massacre - Blue]
Crossing Border 2007 - Voorpret
Ik liep in Den Haag door de stad. Een beetje in gedachten verzonken, waardoor mijn blik eerder viel op de draagtassen van de mensen dan op de mensen zelf. Daardoor zag ik ook de tas van selexyz verwijs - huisstijl, alles zonder hoofdletters leerde ik toevallig deze week. Dat lichte groen met rood. Die herkenbaarheid hebben ze op zich snel voor elkaar na de naamsverandering. Voor het eerst, echter, zag ik op de andere kant iets anders: het prachtaffiche van Crossing Border.
Deze week ook voor het eerst bij Ster & Cultuur op tv. Al even bovenaan verwerkt in de header van deze site. Het affiche is een tekening van de Schotse schrijver Alasdair Gray, die al zijn boeken van eigen tekeningen voorziet en uiteraard aanwezig is op een op voorhand al fantastische editie van Crossing Border, het festival dat muziek en literatuur naast elkaar programmeert, zonder dat deze twee elkaar écht - lees: geforceerd - hoeven te crossen.
Lees verder..The Cult - Born Into This
'Het viel me best mee zo'n avondje Kus. Of zal het komen doordat je ziet dat Junior en de Jongedame zo'n lol hebben?'
'Misschien wel, het verzacht de pijn wel een beetje. Na drie liedjes was ik er al wel klaar mee.'
'D'r zit in de tas nog wel iets om de pijn te verzachten. Bovendien is het nog roze ook!'
'Huh? Wat is dat nou? Een nieuwe cd van The Cult? Die bestaan toch al lang niet meer?'
'Ach ja, die Astbury en Duffy die kunnen niet met elkaar, maar ook niet zonder elkaar lijkt het wel. Dit is de tweede reünie al namelijk.'
(...)
'Zo, dat klinkt gelijk oud en vertrouwd zeg.'
'Ja, wel weer een heel verschil ten opzicht van de veel steviger vorige reünie. Het is bijna weer classic Cult geworden. Maar, als je wat beter luistert, dan hoor je wel dat het geluid van de band wel degelijk gepimpt is. Dat hoor je zo in de auto niet zo goed'
'Dit nummer klinkt bekend! Hoe heet dat?'
'Grappig, dat had ik nou ook. "Dirty Little Rockstar" was de eerste single van de cd, maar dat was het niet. Ik moest er een tijdje over nadenken, maar dat riffje lijkt echt verdomd veel op "Undercover of The Night" van The Rolling Stones. In dit nummer hoor je wel goed dat er met Youth een producer achter de knoppen gezeten heeft die goed beseft dat zelfs een band als the Cult wel een beetje met zijn tijd mee moest gaan.'
'Kan me niet zoveel schelen wat de bedoeling is geweest van die producer, het klinkt in ieder geval ouderwets lekker.'
'Dat klopt, maar een kraker als "She Sell's Sanctuary", "Love Removal Machine" of Edie (Ciao Baby)" heb ik er nog niet op kunnen vinden. Maar Born Into This is wat mij betreft beter dan alles wat The Cult in de jaren negentig afgeleverd heeft.'
File Under: Herboren.
File Video: [Dirty Little Rockstar]
The Raveonettes - Lust Lust Lust
Ik las dat een onmisbare laptop van Sofia Coppola is gestolen. Balen voor de filmliefhebbers, maar ook voor de Raveonettes. Luisterend naar Lust Lust Lust is er maar één conclusie mogelijk: de Denen kamperen bij de telefoon, wachtend op een telefoontje van Sofia. Ze doen hier de soundtrack van Marie Antoinette namelijk nog 'ns dunnetjes over. Is het duo daarom naar de States verhuisd? Nu houd ik wel van een potje My Bloody Valentine-achtige prikkeldraadrock en dus was het fout de drie eerdere albums te negeren. Ik dacht echter dat het een soort gothicpunkers waren, die als gimmick alle liedjes in b-mineur schreven. Van dat laatste zijn ze in elk geval afgestapt. Belangrijker is dat de melodieën stiekem heel lief zijn. De grooves denderen ondertussen stevig door, vaak opgebouwd rond geloopte drumbreaks, die je ook bij Merry Pierce kan horen. Daarmee verover je mijn hart al half en als je dan ook nog in Dead Sound even sexy weet te klinken als Asobi Seksu, ben ik om. Toch nog even zeiken? Er wordt wel erg veel gitaar gesoleerd en vaak zijn die solo's van ringtone-niveau. Door de massale distortion klinken ze ook nog alsof de speaker van je mobieltje is ontploft. Een grijns is echter nooit ver weg, wat wil je als ze met You Want The Candy, een regelrecht antwoord op Bow Wow Wow's klassieker komen. Wie niet vies is van een staaltje epigonisme (Deborah Harry, Ramones) én fan is van de Jesus and Mary Chain, doet er goed aan het debuut van het vergelijkbare Sister Vanilla te laten liggen en deze te halen.
File Under: Fun Fun Fun
File Audio: [Raveonette-Space]
Crash My Deville - Please Glamour, Don't Hurt 'Em
Allereerst mijn excuses. Ik had nog nooit van het Duitse Crash My Deville gehoord. Het tweede album van deze oosterburen heet Please Glamour, Don't Hurt 'Em. Zonder ook nog maar een noot te hebben gehoord had ik mijn oordeel eigenlijk al klaar. De bandnaam, de naam van de plaat, het artwork en de songtitels klinken behoorlijk emo. Twee voorbeelden: "Don't Piss Down Our Backs And Tell Us It's Raining" en "Sorry, No Personal Convenience Within The Next 4.55 minutes". Op basis van dit alles verwachtte ik een soort Duitse kruising tussen Fall Out Boy en Panic! At The Disco. U raadt het al, ik kwam bedrogen uit. Want hoewel op Please Glamour, Don't Hurt 'Em wel degelijk emo-invloeden te horen zijn, is Chrash My Deville in de eerste plaats toch echt een metalcore-gezelschap. Een hip metalcore-gezelschap wel te verstaan en dus zijn er twee zangers. Eén voor de grunts en eentje voor de cleane zang. Ik hoor de liefhebber bijna zuchten; 'niet weer zo'n bandje'. En toch. Toch is dit een heel aardig album. Muzikaal zit het goed in elkaar en er is voldoende afwisseling. Wat deze plaat echt de moeite waard maakt zijn de nummers. Dit klinkt logisch, maar Chrash My Deville weet verdomd pakkende songs te maken. Met een begin, een middenstuk en een eind. Drieluik "The Glamour" nadert briljantie, zelfs het instrumentale tweede gedeelte wist mij te boeien. Misschien neemt de band iets te vaak gas terug. De vaart wordt zo uit sommige nummers gehaald. Aan de andere kant is de plaat juist daardoor ook luisterbaar voor de emo-liefhebbers. Mijn favoriete metalcore-album van dit jaar is in ieder geval niet langer The Serpent van Still
Remains.
File Under: Erg lekkere metalcore-plaat. En nog Duits ook.
File Audio: [Op MySpace]
Mr. J. Medeiros / Panacea
Mr. J. Medeiros is een nogal vreemde eend in de hiphop-bijt. Anders dan zoveel andere mc's ontwikkelde Medeiros zijn liefde voor de mic niet in Compton, South Central of de Bronx, maar in Colorado Springs of all places. Bovendien is Medeiros niet bepaald de cliché bitch slappin', gin zippin' and gun slingin' rapper. Je zou kunnen denken dat zijn debuutplaat Of Gods And Girls verwijst naar melancholie over vroegere liefdes, een gevoel dat alleen maar wordt versterkt door de sfeervolle strijkers, akoestische gitaren en saxofoon die de lome beats van Medeiros aanvullen. Maar deze plaat blijkt verraderlijk misleidend, wanneer je eenmaal naar de teksten gaat luisteren. Hier geen heldhaftige drugsverhalen uit de ghetto of mierzoete ballads over romantische avondjes in een overmaats hemelbed, maar gitzwarte verhalen over armoede, alcoholisme, gedwongen prostitutie en mensenhandel. Uit "Constance": 'It's not illegal to use raping as a cash crop / As long as it says she's 18 on your laptop / She's 3 dollars less than his cab fare'. Medeiros schreef dit nummer naar aanleiding van een waargebeurd verhaal rondom een 13-jarige Filippijnse prostituee, en richtte een gelijknamig platform op om aandacht te vragen voor dergelijke praktijken. De zanglijn van de vocaliste ('In his arms she fell / Will you stay with me?') wordt er alleen maar wranger door. Of Gods And Girls is, volgens de beste hiphop-tradities, een verbluffend en onverbloemd statement tegen maatschappelijke misstanden.
Ook een release van het Rawkus label, maar geheel andere koek, is Panacea uit Washington. Debuutplaat The Scenic Route van dit duo is eigenlijk meer een mixtape dan een album, in die zin dat er ruimschoots tijd wordt besteed aan instrumentale stukken, waarbij schijvenrijder K-Murdock zich mag uitleven in scratches en originele samples. Hij kent zijn klassiekers, en leeft zich uit op oude tracks van usual suspects als De La Soul, A Tribe Called Quest, Fugees en Beastie Boys. Opmerkelijk genoeg wordt ook Coldplay's High Speed door K-Murdock onder handen genomen in "Bubble". Je zou bijna denken dat het een hype wordt. Dat de eerstvolgende track na deze sample Square One heet mag een leuk grapje heten. Of ik zoek er gewoon teveel achter, dat kan natuurlijk ook. Hoe dan ook, naast Murdock krijgt ook mc Raw Poetic ruimschoots de gelegenheid zijn niet geringe kunsten te vertonen. Vergeleken met Medeiros is dit veel luchtigere hiphop, die soms neigt naar trip-hop uit de tijd dat Massive Attack nog te genieten was, maar ook jazz en funk niet schuwt. The Scenic Route is typisch lome zomeravonden-barbeque-werk. Een avondwandeling in juli door bruisend Amsterdam, vol met toeristen, terrasjes en straatartiesten, terwijl je mp3-speler het geheel van een soundtrack voorziet. Of zoals HipHop Connection over deze plaat schreef: 'Watching a glorious summer sunset while knowing that under your feet, the subway is rattling around'. Amen.
File Under: Hiphop zoals het ooit bedoeld is
File Audio: Medeirospace
File Video: Constance
File: Panacea - The Scenic Route
File Under: Soundtrack voor de stad
File Audio: Panaceaspace
File Video: Pops Said
Kus
Rick Treffers - Het Heeft Niets Met Jou Te Maken
Tijdens het huiskamerconcert dat Mist bij mij thuis gaf tijdens hun Red Car-tour, verraste zanger Rick Treffers het aanwezige publiek met een Nederlandstalig nummer. Het was een mooi ingetogen nummer, zingen in de Nederlandse taal ging Rick goed af. Ik had echter nooit verwacht dat dit een voorbode zou zijn van een geheel Nederlandstalige cd. Toch ligt Het Heeft Niets Met Jou Te Maken hier naast me. En het is een verrassende plaat geworden, waar zeker mensen zoals ik die de cd's van Mist koesteren, even aan zullen moeten wennen. Waar ik verwachtte dat zo'n solo-cd kaler zou uitpakken dan de droompop van Mist, blijkt Rick solo juist precies de andere kant op te zijn gegaan. Het Heeft Niets Met Jou Te Maken begint zelfs met harde met distortion doorspekte gitaarakkoorden in "Ook Jij Moet Sterven". Het is ook niet alleen de muziek waar ik aan moet wennen, ik moet ook wennen aan Treffer's teksten. Ze zijn vaak nogal direct, een tikkeltje naargeestig en af en toe zelfs behoorlijk grof, al past dat allemaal wel weer soepel binnen de muziek op Het Heeft Niets Met Jou Te Maken. Bovendien heb je echt geen loep nodig om de 'fijne' zinnetjes te vinden, die hebben wel degelijk de overhand. Rick past deze jas duidelijk prima. De liedjes hebben, zeker als Treffers aan het experimenteren slaat, af en toe wel wat Spinvis-achtigs. Ze zijn wel ruwer, maar ook stijlvol. Zoals zijn ogenschijnlijk immer aanwezige driedagenbaardje in combinatie met de smaakvolle zwarte kleding in het met prachtige foto's van Tessa Posthuma de Boer voorziene boekje. Met haar en schrijver Thomas Verbogt vormt Rick samen de werkgroep Weemoed. Een treffende naam.
File Under: Weelderige Weemoed
File Audio: [Heet Mokkel]
File Video: [In 't Weekend]
The Cribs - Men's Needs, Women's Needs, Whatever
Huh? Is dit dezelfde band die ik zag op Pukkelpop 2007, maar mij niet kon bekoren? Zat ik op dat tijdstip al in een vat Belgisch bier ondergedompeld ofzo? In ieder geval ben ik nu dan toch zeer te spreken over dit derde album van The Cribs. Waar de liedjes van de drie gebroeders Jarman (gitaar-bas-drums) die zonnige middag in augustus nauwelijks indruk op me maakten, doen ze dat nu bij het beluisteren van het door Franz Ferdinand's Alex Kapranos geproduceerde Men's Needs, Women's Needs, Whatever zeker wel. Ok�, het lied "My Life Flashed Before My Eyes" had van mij zwaar achterwege gelaten mogen worden: wat een irritante zanglijn heeft het refrein zeg! Maar da's dan ook het enige wat ik hier te mekkeren heb, want de indierock van deze Britten zit verder goed in elkaar. "Our Bovine Public", "Girls Like Mystery", "I'm A Realist" en "Woman's Needs" zijn heerlijke deuntjes. Hoe zou het eigenlijk met Voicst zijn by the way? Bij het voor de eerste keer horen van "Be Safe" dacht ik gelijk 'ha, Sonic Youth!' en wat blijkt: het is Lee Ranaldo himself die het spokenword-gedeelte voor zijn rekening neemt. Speciaal voor de aanhangers van po�et Ranaldo weet ik te melden dat het handelt over 'one of those fucking awful black days when nothing is pleasing and everything that happens is an excuse for anger...'. Het is maar dat je het weet. Een goed nummer, maar nog mooier is wat mij betreft "I've Tried Everything". In "Shoot The Poets" laat The Cribs zich van hun softe, bijna alternative country-achtige kant horen en dat levert een pracht van een afsluiter op.
File Under: Goeie connecties, goeie plaat
File Audio: [Cribs-Space]
Electroquickies #7
Had de uitvinder van de draagbare muziekspeler al een Nobelprijs? Nee? Wat een onrecht. Ik hoorde "Shadows" van de Midnight Juggernauts voor het eerst onderweg op mijn fiets gisterochtend. Dat het momenteel koud, grauw en guur is buiten weet je, maar bij dit staaltje wonderlijke David Bowie-spacedisco - met een weird Guillemots-intro - kon ik een brede grijns niet meer onderdrukken. Meteen maar de hele debuutplaat Dystopia gedownload dus, die sinds augustus down under uit is. Wow!Fabelachtig! Wat een geluid! Waarom heeft niemand me hier op gewezen? Deze drie Australiërs klinken als... een kruising tussen Alan Braxe en Air, denk ik. Maar dan met liedjes, een beetje à la Daft Punks meesterwerk Discovery. Ik ken geen enkele groep die zijn synthesizers zó prachtig rond en natuurlijk gefilterd kan laten klinken, en er dan toch bij durft samen te zingen. De groep toert dit najaar met Justice en Digitalism en dat snap ik wel als ik "Road To Recovery" hoor, maar het slaat weer als een tang op een varken bij "Aurora". Alsof je Bauer
met de Chemical Brothers mee op pad stuurt. Check ze, die Midnight Juggernauts!
Het mysterieuze Nederlandse eenmansproject Toxic Chicken vervult een langgekoesterde wens van me. Vroeger had de NS de zogenaamde DD-IRM treinstellen. Als bijnaam hadden die 'de doedelzak', omdat de pneumatische koppeling onophoudelijk drie verschillende zoemtonen produceerde. Het is altijd al mijn wens geweest dat iemand daar een druk liedje omheen zou bouwen. Het resultaat heet "Juliaaaaaaaaah" en ik vind het zo waanzinnig leuk omdat er allerlei maffe 16-bit-geluidjes doorheengejaagd worden zonder dat je de draad van de melodie kwijtraakt. De rest van de plaat is ook een beetje zo. De zang in het ADHD'erige "You Are My Dog" pakt zelfs wonderwel mooi uit. Toxic Chicken kan zich zonder meer meten met bijvoorbeeld het werk uit de Lomechanik-stal en zeker in combinatie met de controversiële liveact zal dit kipje nog wel indruk gaan maken de komende tijd.
Met het vertrek van Darren Emerson in 2002 konden we Underworld afschrijven. Everything Everything was een mooi laatste statement en basta. Want A Hundred Days Off haalde het niveau van de voorgaande drie albums nergens meer en de nieuwste plaat Oblivion With Bells is wéér minder. Zouteloze achtergrondmuziek, dat is het geworden. Zelfs single "Crocodile" slaat nergens op en op de tweede helft wordt het nog veel suffer. Prachtige hoes bij een ronduit tegenvallende plaat
File Under: French touch goes seventies uit Australië. Echt waar!
File Audio: [MidnightSpace]
File Video: [Into The Galaxy][Road To Recovery][Shadows][45 and Rising]
File: Toxic Chicken - Lo Fi
File Under: Lekker meppen op digitale potten, pannen en ketels
File Audio: [MyChicken][Introducing the family][Lieve, chaotische, mauwende mix (33MB)]
File Video: [You Are My Dog]
File: Underworld - Oblivion With Bells
File Under: Maar ik wílde helemaal geen loungeplaat van Underworld
File Audio: [ MySpace]
Dogpound / House of Shakira
Als huis-gerontorocker van File Under krijg ik heel wat Zweeds spul om te recenseren. Ook deze keer zaten er weer een paar bij.
Bij de naam Dogpound (kennel) zou je misschien rauwe metal met verscheurende zang verwachten, maar het tegendeel is waar. De heren spelen classic rock van de hitparadevariant, dus compacte songs, sterke refreinen, heldere zang en songs die niet teveel van de luisteraar vergen. Dat neemt niet weg dat de heren in dat genre heel aardig materiaal leveren. Mij doet het vooral denken aan Bon Jovi, Santers - als dat iemand nog iets zegt - en de Duitse collega's van Soul Doctor. In het voordeel van die laatsten spreekt dat het allemaal net iets minder gelikt en klinisch is dan dit Dogpound, waardoor de rockfactor ook iets hoger is. Op dit album is het allemaal net iets te netjes ingeperkt: refrein, bruggetje voor de gitaar, de gitaar even naar achteren voor een stukje drums, dat idee. Soul Doctor slaagt er beter in de songs als een geheel te laten klinken. Bovendien is de band na het vorige album precies de verkeerde kant opgegaan qua stijl, ik hoopte op iets meer diepte en verrassing. Toch is dit III best de moeite waard. Met de juiste verwachting is het veertien songs lang plezierig, mede door de uitschieters "Human Hologram", "Glass Jar" en de pianoballad (!) "Rain Must Fall".
In hetzelfde genre, maar beslist een niveau hoger, beweegt zich House of Shakira. Al op hun debuutalbum lieten ze horen bloedcommerci�le hardrock met een poppy twist te kunnen schrijven. Denk aan Extreme ten tijde van III Sides To Every Story, maar dan met iets minder individuele uitblinkers. Hoewel, zanger Andreas Eklund mag je nog best tot die categorie rekenen. Maar vooral compositorisch weten de heren regelmatig te verrassen en dat maakt dat ze heel wat bandjes achter zich laten. En hoewel er geen Nuno Bettencourt in de band zit, zijn ook de technische kwaliteiten en de productie dik voor elkaar. De songs hebben niet die stop-start-overgangen zoals je die vaak hoor in de hardrock. Even adem inhouden vóór de solo, zeg maar. Integendeel, House of Shakira grossiert in subtiele overgangetjes, fraaie koortjes, gelikte accenten én verrassende details. In die laatste categorie: het Deep Purple-achtige intermezzo in "High Above" en het lekker tegendraadse koortje in "Bloodline". Voor het echte succes zitten ze in het verkeerde genre, maar wie van het genre houdt hoort House of Shakira te kennen.
File Under: De verkeerde kant op, maar toch aardig
File Audio: [PoundSpace]
File: House of Shakira - Retoxed
File Under: Smaakvol op hoog niveau
File Audio: [HouseSpace]
Boy Ler - Lord Palf
Met Boy Ler heb ik na Joyfalds alweer een bandje bij de kladden waar ik langere tijd weinig van gehoord heb, en dat met een nieuwe cd op de proppen komt. Lord Palf heet Boy Ler's nieuwe boreling en dat is inderdaad Flap Drol achterstevoren geschreven. Dat is zo ongeveer de enige reden tot lachen. Lord Palf staat verder namelijk vooral vol met stemmige ingetogen liedjes, met hier en daar in een nummer nog een onderkoelde uitbarsting. "Solaris" is hiervan een fijn voorbeeld, al straalt het repeterende pianowerk dat het ingetogen gitaargeweld ondersteunt toch vooral rust uit. Bovendien wint de piano het van de gitaar. Toetsen zijn dan ook behoorlijk dominant aanwezig op Lord Palf, want naast de piano eist de Rhodes veel aandacht op. D'r zit qua sfeer ook meer Tindersticks in Lord Palf dan op voorganger Friendly Fire From The Midnight Flanger en daar is de band beter van geworden. Bovendien vind ik dat zanger Daniël Papen veel beter zingt dan op Friendly Fire. Helemaal door de af en toe Caveiaanse trekjes die hij in zijn zang stopt. Omdat hun vorige label Zabel de pijp helaas aan Maarten gegeven heeft komt deze nieuwe cd van de Utrechtenaren uit op Dying Giraffe Recordings. In het afsluitende "Requiem For Zabel" wordt tenslotte op passende wijze nog afscheid genomen van dit fijne label. Hopelijk hoeven we dat voorlopig nog niet van Boy Ler te doen.
File Under: Stemmig met hier en daar een uitbarsting.
File Audio: [Enduring Freedom][Miles][ MySpace]
File Video: [Miles]
Creature With The Atom Brain
Blitzen Trapper - Wild Mountain Nation
Fietsvakanties zijn mijn lust en mijn leven. Het leven wordt simpeler. Je moet eten, drinken en een slaapplaats hebben. Verder is de route in je leven beperkt tot links, rechts of rechtdoor. Als je echter iemand bent die alle kanten op wil dan is een dergelijke vakantie niets voor jou. Blitzen Trapper lijkt me een band die je ondanks de Trapper in de naam ook nooit op de fiets tegen zult komen. Ze maken althans op hun eerste album Wild Mountain Nation met een wereldwijde release, en hun derde in successie, weinig keuzes. Als ze de lijn van het titelnummer doorgezet hadden dan was het een bluegrass-band geweest. Hadden ze voor de lijn op "Devil's A-Go-Go" of "Hot Tip/Tough Club" doorgezet dan was het meer een Beck-achtig geheel geworden. Ze hadden echter ook voor de "Futures & Folly" -lijn kunnen kiezen, dan was het een Belle & Sebastian -achtige plaat geworden. Maar de "Sci-Fi Kid"-variant had juist weer een Guided by Voices -achtig album opgeleverd. En dan heb ik alle nummers nog niet eens behandeld. De band uit het Amerikaanse Oregon eet van veel walletjes en doet dat goed. Nu is het vreemd gezien het begin van dit stukje, dat ik het een leuk album vindt. Fietsvakanties versimpelen het leven dan wel, maar het genot zit hem in de details: de ontmoetingen, het uitzicht, het leven dat aan je voorbij glijdt. Achteloos, maar vaak erg genietbaar.
File Under: Niet voor één gat te vangen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Woof & Warp Of The Quiet Giant's Hem][Devil's A-Go-Go][Wild Mountain Nation]
Sound Of Silence - La Casa De Los Lamentos
Veel metal uit het land van Sinterklaas bereikt mij niet, maar na het uitstekende The Second Philosophy van Nahemah, heb ik ver voor pakjesavond toch alweer mijn tweede Spaanse release dit jaar mogen ontvangen. Dit keer een illuster gezelschap dat schuilgaat onder de naam Sound Of Silence en op de proppen komt met een Spaanstalig werkje genaamd La Casa De Los Lamentos. Nu ben ik niet zo'n talenwonder, maar Lamento schijnt iets als klaagzang te betekenen en de rest laat zich wel raden. En als zij mogen klagen, dan mag ik dat ook. Ik ben namelijk beduidend minder onder de indruk van de prestaties op deze cd, dan wat hun eerder genoemde landgenoten lieten horen. En dat komt niet eens omdat er slecht gespeeld wordt of door het muzikale aanbod. Melodieuze deathmetal wordt afgewisseld met wat metalcore-breakjes, aangevuld met een paar lekkere thrash-riffjes en hier een daar een veegje noise. Dat is allemaal zo gek nog niet. De grootste moeite heb ik echter met zanger Nefta. Zijn schreeuw klinkt namelijk als een zeer slechte imitatie van Angela Gossow. Een wijvenschreeuwtje wil ik het niet noemen, daar zou ik sommige vrouwelijke vocalisten tekort mee doen, maar overtuigend is het allemaal niet. Eerder irritant, saai en eentonig. En dat is jammer, want de rest van de band doet zijn stinkende best en nummers als 'Una Lágrima' en 'Más Allá De Mí' mogen best gehoord worden. Stop die zanger dus in een zak naar Verweggistan en probeer het volgend jaar nog eens.
File Under: Plek zak op de stoomboot
Jimmy Eat World - Chase This Light
De Nieuwe Revu is een heel aardig blad. De toon staat me aan en bovendien vind ik de film- en muziekrecensies van een hoog niveau. Meestal dan. Redacteur Gert-Jaap Hoekman slaat de plank deze keer namelijk mis. Hij eindigt zijn recensie over de nieuwe Jimmy Eat World met: 'de emoscene krijgt een nekschot van één van haar grondleggers'. Hij beweert nog al wat. Na een nekschot sta je namelijk niet meer op. Emo is dood, aldus Hoekman. Verder vindt hij dat Jimmy Eat World anno 2007 nog maar weinig gemeen heeft met de stroming die werd aangevoerd door At The Drive-In en Boysetsfire. Hier maakt hij een denkfout. De twee laatstgenoemde bands zitten niet in dezelfde stroming als Jimmy en zijn mannen. Tien jaar geleden niet en 'anno 2007' nog steeds niet. Ik ben niet zo goed in genres, maar At The Drive-In en Boysetsfire maakten muziek die zijn wortels duidelijk in de hardcore had. Jimmy Eat World begeeft zich als sinds haar oprichting op het terrein van de poppunk. Van een popjournalist mag je toch verwachten dat hij zulke verschillende bands niet bij elkaar op de stapel 'emo' gooit. Dat Gert-Jaap op basis van een plaat van Jimmy Eat World, de collegerockband bij uitstek, een heel genre doodverklaart gaat mij dan ook wat ver. Zeker omdat Chase This Light geen slecht album is. Natuurlijk is het lichtvoetig, natuurlijk is het licht verteerbaar, maar dat is Jimmy Eat World altijd geweest. Wat de Revu wel goed ziet is dat "Gotta Be Somebody's Blues" het hoogtepunt van deze plaat is. Ook single "Big Casino" en "Let It Happen" behoren tot de betere JEW-nummers. Eigenlijk is het simpel, dit nieuwe schijfje is beter dan Futures, maar minder goed dan Bleed American. Kortom heerlijk vertrouwd.
File Under: Vertrouwde collegerock
File Audio: [Op MySpace]
File Video: [Big Casino]
VA - House M.D. Original Television Soundtrack
Op dinsdagavond en donderdagavond tussen half negen en half tien kun je bellen naar huize Storm tot je een ons weegt, de telefoon wordt echt niet opgenomen. Dan hangen mevrouw Storm en ik op de bank en kijken we House M.D. En dat ondanks het feit dat ik een broertje dood heb aan ziekenhuisseries. Maar House M.D. is anders. Dat komt vooral door spil Dr. Gregory House, gespeeld door Hugh Larie. Hij is een moeilijke man met een dikke gebruiksaanwijzing. Nors, grofgebekt zonder blad voor de mond, maar natuurlijk ook een arts die het beste met zijn patiënten voorheeft. Daarbij schuwt hij het niet om onorthodoxe methodes te gebruiken, die - surprise, surprise - vaak werken. Omdat House zo hot is staan de artiesten in de rij om muziek te leveren voor een aflevering, maar bij Fox zijn ze volgens mij aardig picky op welke artiesten ze gebruiken. Het zijn vaak niet gelijk de meest voor de hand liggende namen van mainstream artiesten. Afgelopen dinsdag nog, zat Damien Rice's prachtige "Delicate" in de laatste minuten van de aflevering en donderdag kwam AC/DC nog voorbij. Beiden staan helaas niet op de soundtrack bij de serie, maar dat de makers smaak hebben blijkt wel uit de nummers die het wel gered hebben. Onder andere Gomez, Michael Penn, Elvis Costello, Josh Rouse, Josh Ritter en Lucinda Williams komen langs. Het meest bijzonder aan de soundtrack is zonder twijfel Costello's versie van "Beautiful", inderdaad het door Linda Perry geschreven nummer voor Christina Aguilera. Het meest ludiek is het afsluitende nummer waarin de cast van de serie The Rolling Stones' "You Can't Always Get What You Want" in een reggaeversie doet. Die titel past goed bij een serie als deze, waarin lang niet altijd alles gaat zoals je wilt dat het zou gaan.
File Under: Feelin' Alright
File Video: [Elvis Costello - Beautiful]
Sunset Rubdown - Random Spirit Lover
Wat zou je baas ervan zeggen als je ook nog eens in dienst zou treden bij twee of drie concurrenten die vrijwel hetzelfde product maken? Waarschijnlijk zou hij dat niet zo leuk vinden. Je moet dan zowel je tijd als je aandacht verdelen over de verschillende werkgevers. Het ergste is misschien nog wel dat het heel goed mogelijk is dat je een goed idee hebt en daarmee naar een van die andere bedrijven gaat. Ik denk dat zo'n situatie niet erg gezond is en dat er snel een einde aan gemaakt zou worden. Toch is dit in de muziek meestal helemaal geen probleem. Neem nou Spencer Krug. Deze Canadees speelt in drie bands: Wolf Parade, Swan Lake en Sunset Rubdown. Deze laatste band heeft nu zijn derde album Random Spirit Lover uitgebracht. De eerste cd was nog een solo-project van Krug, maar Sunset Rubdown schijnt nu een echte band te zijn. Schijnt, want in het inlegboekje bij de cd staat `Sunset Rubdown is, on this record, Jordan Robson Cramer, Michael Doerksen, Camilla Wynne Ingr en Spencer Krug.' Als je deze cd beluistert valt direct op dat Krug heel veel fantasie heeft en dat komt natuurlijk goed uit als je die fantasie over drie bands moet verdelen. De muziek van deze band lijkt iets meer experimenteel te zijn als die van beide andere bands. Toch zou ik niet durven te zweren dat ik de drie bands in een blinde luistertest uit elkaar zou kunnen houden. Dat komt natuurlijk deels door de herkenbare stem van Krug, maar ik hoor bij alledrie de bands af en toe vergelijkbaar gitaarspel en ook de achtergrondzang klinkt vaak hetzelfde. Op "Up on Your Leopard,..." hoor je een soort gitaar-draaiorgelgeluid en dat ken ik ook al van enkele songs van Swan Lake. Laten we het er gewoon op houden dat Spencer Krug fantastische (in de betekenis van `wonderlijke') muziek maakt en dat het daarbij nauwelijks uitmaakt met welke band hij dat doet. In het bedrijfsleven zou dat al snel tot een fusie leiden.
File Under: Wicked Things
File Audio: [ Up on Your Leopard, Upon the End of Your Feral Days]
Coronet Blue - Welcome To The Arms Of Forever
'Wel leuk' en 'muzak' waren de tegengestelde meningen die ik hier in huis opving bij het draaien van Coronet Blue's tweede album. Ikzelf neig naar het laatste. De band wordt geleid door de Australiër John Rooney, die hulp krijgt van een stel gelouterde sessiemuzikanten, onder wie drummer Simon Kirke van Free en toetsenist Ian McLagan van de Faces. Belangrijker zijn echter de snarenplukkers Don Dixon en Mitch Easter, die in een ver verleden nog achter de knoppen zaten bij R.E.M.'s debuut, Murmur. Ze zijn op hun plek, want Rooney zingt als Stipe met een cowboyhoed, luister alleen al naar de coupletten in "Promises". Deze vertrouwdheid wekt over de gehele linie echter wat op de zenuwen. Rooney pent variaties op bekende deuntjes, met leuke koortjes en melodietjes, die instant meezingbaar zijn, maar mijn hersens nemen niet de moeite ze op te slaan. Daar komt bij dat de productie wel erg gladgestreken is, iets waar ik me vaker aan erger bij dit soort countrypop. Alsof de stroperige vocalen met autotune op toon zijn gehouden en da's toch meer iets voor Britney Spears. Wat meer lo-fi indie-esthetiek, zoals de vergelijkbare Pernice Brothers wél serveren, had de zaak flink vooruitgeholpen. Lichtpuntje is "Looks Like Love", waar Rooney zingt 'She says she's not love', wat door achtergrondzangeres Georgina Johnston charmant wordt bevestigd: 'I am not in love'. Een simpel en effectief staaltje van Stars-magie. Moet je wel even de harmonica-solo à la Stevie Wonder negeren.
File Under: Te hard opgepoetst
File Audio: [Coronet-Space]
VA - Discovered: A Collection Of Daft Funk Samples
Tijd om iets recht te zetten. De afgelopen jaren heeft half internet dit filmpje bekeken, waarin een aantal hits van Daft Punk direct zijn vastgeplakt aan de nummers waar hun samples vandaan komen. Bijgevolg denkt de hele goegemeente dat Daft Punk al zijn hits compleet bij elkaar gejat heeft. Daar wou ik even drie dingen op terugzeggen. Ten eerste heeft Daft Punk er nooit een geheim van gemaakt dat ze nogal wat foute platenbakken met seventies- en eighties-disco hebben geplunderd. Niet álle, maar toch wel de meeste originelen worden keurig gecredit op de hoesjes. Ten tweede: de godganse popindustrie drijft op samples, dus zeur niet en ten derde: als je de andere originele nummers in hun geheel hoort, krijg je toch wel veel respect voor de Daft Punk-creaties op basis van goedgekozen mini-samples. De riff van "One More Time" is bijvoorbeeld zo tot stand gekomen (de gelinkte mp3 is niet het origineel, maar de re-creatie). Het was dan ook totaal voorspelbaar dat een willekeurige handige platenbaas op dit thema zou inspelen door een verzamel-cd op de markt te slingeren met twaalf originele nummers. Kost toch geen drol, want de rechten op al die ouwe meuk heb je voor een appel en een ei. En de timing is ook perfect, nu Daft Punk weer hotter dan hot is. Het is namelijk iets meer dan tien jaar na het verschijnen van debuutplaat Homework en binnenkort komt Alive 2007 uit. Allemaal mooi en aardig. MAAR. Discovered is incompleet: ELO's "Evil Woman" ontbreekt (Face To Face), evenals "Who's been sleeping in my bed" van Barry Manilow (Superheroes), Barry White en Vaughan Mason & Crew (Da Funk), en nog wel meer. Discovered is daarnaast zielloos: enige uitleg of een connectie met Daft Punk zelf ontbreekt. En: Discovered is geen "essential listening", zoals de bio roept, maar is na één keer overbodig. Tenzij je misschien zelf mee gaat spelen of mixen, maar het mooiste heeft Daft Punk er echt zelf al uitgevist. Dus: interessant, maar helden eren kun je beter anders doen.
File Under: Leuk voor één keer
File Audio: Als je het echt wil horen
The Madd - Ongeneeslijk Beat
De tel ben ik al lang kwijt, zoveel juichende recensies hebben we op deze plek geschreven over (obscure) jaren zestig re-releases die we van diverse kanten met open armen hebben mogen ontvangen. Er is in die tijd zoveel toffe muziek gemaakt die nu pas opnieuw uitgebracht wordt dat we bij wijze van spreken heel File Under ermee zouden kunnen vullen. Al zou dat wel een beetje teveel van het goede zijn. The Madd had een prima bandnaam kunnen zijn voor een band uit die tijd. Maar The Madd is allerminst een obscuur vergeten beatbandje, het is een Rotterdams kwartet waarvan de leden de dertig volgens mij nog geen van allen gepasseerd zijn, maar wel een enorme liefde koesteren voor alles dat obscuur en beat in zich heeft. Op hun debuut-cd Ongeneeslijk Beat (er zal toch wel een kekke vinyl-versie van verschijnen mag ik hopen?) schudden ze in sneltreinvaart elf beatpareltjes uit de jaren zestig uit hun mouw. Althans, dat vermoed ik, en de credits suggereren het ook. Maar gezien de titel "I Saw Abba" moet er welhaast een lik eigen verf aan te pas gekomen zijn, ook al wordt het nummer toegeschreven aan het mij volstrekt onbekende trio Pace / Huntley / Charles. Het maakt ook geen kont uit eigenlijk. Van dingen als de geweldige trommelroffel in het openingsnummer "Jump Now!" (met in datzelfde nummer nog een glansrol voor The Riplets als achtergrondkoortje) kun je gewoon alleen maar genieten. Dave von Raven, De Schuinsmarcheerder, Slammin' Marty Graveyard en Richard Bouquet brengen hun liefde voor beat puur en onversneden. En dat wij daar hier op File Under van houden, daar hoef ik u niet van te overtuigen.
File Under: Gekkenhuis!
File Audio: [ MySpace] [Luisterpaal]
Turbo Fruits - Turbo Fruits
Op de voorkant van het hoesje staat een rokende vulkaan die de bandnaam Turbo Fruits er in wolken uitblaast. Wat meer opvalt is de stralende zon, die het een licht psychedelische sfeer geeft. Aan de binnenkant van de digipack die ik voor me heb liggen is er aan de rechterkant een pin-up afgebeeld met een balk over de ogen. Aan de linkerkant is er een kidnapper met een zonnebril op en een doek voor de mond. Op de achterkant zitten zijn slachtoffers vastgebonden op twee stoelen. De twee slachtoffers zouden Gitarist Jonas Stein en drummer John Eatherly kunnen zijn. Beide zijn ook lid van Be Your Own Pet die ik in 2006 in een korte maar heftige set op Lowlands zieltjes zag winnen. Turbo Fruits heeft minstens zoveel energie, maar de heren passen niet in de slachtofferrol. De heren slaan behoorlijk om zich heen zonder zich aan de heersende regels te storen. De pin-up zie je meer bij garagerockbands en van de garagesound heeft Turbo Fruits het rauwe overgenomen. Muzikaal is het echter breder. Van het debuutalbum druipen de ideeën af. Officieel staan er vijftien liedjes op maar door de originele benadering lijken er in elk liedje meer liedjes schuil te gaan. Leverden de zestiger jaren een psychedelische album als Sgt. Peppers op, het decennium waarin we nu leven brengt psychedelica van Turbo Fruits. Bijzondere kenmerken: garagerock, punk, new wave, rockabilly, stoner en verder mag je het van mij zelf invullen. Het is een album dat niet meteen alle prijzen weggeeft, ondanks de wat korte duur, maar waar veel moois op staat zoals de mc5 -cover "Ramblin Rose".
File Under: Een vuige veelzijdige muzikale fruitmand
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Turbo Fruits live @ SXSW 2007]
Peter Cooper - Cautionary Tales
Het cliché luidt dat elke boekenrecensent een gemankeerde schrijver is en elke muziekjournalist een mislukte muzikant. In dat geval zou Cautionary Tales van Peter Cooper gedoemd zijn om te mislukken. Gelukkig dat Todd Snider hem wist te overtuigen het toch maar eens te proberen, ondanks dat Cooper voor onder veel meer No Depression schrijft. Nota bene een blad dat zich specialiseert in de muziekstijl waarin Peter Cooper het probeert. De schrijver blijft bij zijn leest, zullen we maar zeggen. Het resultaat mept het cliché aan gruzelementen, want Cautionary Tales is een meer dan verdienstelijk debuut. Hoewel niet gezegend met een groots of zelfs maar memorabel stemgeluid, is Peter Cooper een prima verhalenverteller. Twaalf tracks over leven en liefde, losers en louterende ervaringen, met als hoogtepunt "715 (For Hank Aaron)". Hierin wordt het racisme in het diepe zuiden van de VS verbonden met de jacht van de zwarte honkballer Hank Aaron op het homerun-record van de blanke Babe Ruth en hoe een jonge baseballefan daar tegenaan keek. Het klinkt te sentimenteel voor woorden, maar Peter Cooper houdt dan ook erg van ouderwetse country. En journalist of geen journalist, ook als muzikant weet hij goede verhalen te vertellen.
File Under: Journalist en muzikant
Overkill - Immortalis
Het uit New Jersey afkomstige Overkill geldt intusssen als een van de diehard volhouders van de eerste thrasmetalgolf van begin jaren 80. Een absolute topper is band nooit geweest en zullen ze waarschijnlijk ook nooit worden, maar een stabiele middenmoter zijn ze wel. Een die degelijke thrashmetal-schijven aflevert met hier en daar een uitschieter naar boven of naar beneden. Anno 2007 stoomt de band doodleuk door en leveren ze hun dertiende studio-album af. En dit is wederom een typisch Overkill-album geworden, met alles wat daarbij hoort,zoals de snerende net-niet-zang, het kletterende baswerk en over de gehele linie akelig strak drum- en gitaarwerk. Wat ook gebleven is, is het gebrek aan kwaliteitscontrole binnen de band, aangezien ze prima thrashmetal-songs zoals opener "Devils In The Mist" en "Shadow Of A Doubt" afwisselen met dorre middelmaat als "Hellish Pride", welke een wel heel flauw refreintje heeft. Daar word ik niet vrolijk van. Wat wel wel weer helpt zijn de genadeloze solo's van gitarist Dave Linsk, die op de juiste momenten de plaat een flinke trap onder zijn hol geeft met zijn spectaculaire leadpartijen. Al met al heeft Overkill dus wederom een typische Overkill-plaat gemaakt. De fans weten genoeg en kunnen hem weer blind aanschaffen, algemene passanten kunnen hun geld beter besteden aan echte toppers.
File Under: Typische Overkill-plaat met alles wat daarbij hoort
File Audio: [Overkill-Space]















































































