Eurosonic - Donderdag napret
De verhalen van de rijen bij Eurosonic zijn berucht. Alleen had ik ze nog nooit meegemaakt, simpelweg omdat ik nog niet eerder op Eurosonic was. En dat is best raar, want toen ik nog in Groningen studeerde en woonde was ik best vaak in de Vera te vinden. Enfin, griep, werk en ander gedoe bij de andere mensjes van FU zorgden er voor dat ik nu toch maar eens af zou gaan reizen naar Groningen. Met permissie van mevrouw Storm. Onder een voorwaarde: aanstaande zondag moet ik onze geadopteerde kerstboom terug brengen naar zijn oppas. Nou, vooruit dan maar.
Maar om te voorkomen dat we dus van rij naar rij zouden lopen en niets anders zouden zien dan achterkanten van hoofden in de rij en niets aan muzikanten, maakten we van tevoren een selectie. Dat we dan het een en ander zouden missen, ach, met 252 optredende bands alles zien is natuurlijk ook een illusie. Wat we zeker niet weg wilden strepen was de gezelligheid van I'm From Barcelona. Het paste echt maar net op het podium. 28 feestelijk uitgedoste mannen en vrouwen, grote en kleine ballonnen, confetti, nou, dat kan niet mis gaan. Helemaal niet omdat I'm From Barcelona op een denderende manier een mix brengt van Flaming Lips, Polyphonic Spree en Arcade Fire-gekte.
Ik spot Peter bij de mengtafel en we doen samen een spelletje 'wie slaat de eerste ballon op de ijzeren stellage die midden in de zaal hangt'. Frontman Emanuel Lundgren kost het niet zo heel veel moeite om de boel op gang op te brengen. Helemaal niet als de band met zijn allen het olijke dansje doet dat bij "Treehouse" gebruikelijk is, en in hun set geraffineerd Madonna's "Like a Prayer" verwerkt. Er is uiteindelijk geen winnaar. Oh wel, in ons spelletje natuurlijk. In de zaal wint het publiek, want dat vermaakt zich kostelijk. Maar Peter en ik zijn natuurlijk reeds zo blasé dat we door middel van een sms van Ard gemakkelijk zijn te overtuigen om naar de muziekschool te komen, want daar speelt We Are Balboa. Dat is goed volgens hem. Daar heeft 'ie zowaar gelijk in. In haar kittige zilveren pakje is zangeres en Spaanse schone Lua Rios in ieder geval geen vervelende verschijning. Bovendien gezegend met een goede strot. Wij komen tot de conclusie dat ze een eetbare PJ Harvey is, maar wel zonder de harde brokjes, en dat is wel een beetje jammer. Bonuspunten voor de smaakvolle cover van Bowie / Queen.
De sms rammelt dat The Kissaway Trail door onder andere hun voorprogrammareeks bij de Editors al lang geen podiumangst meer kent, en met hun middle of the road gitaarrock energiek en meeslepend is. Ik red het niet om het te controleren, maar kom dan nog wel Huize Maas binnen om te gaan kijken naar The Ting Tings. Die zijn in Engeland al aardig doorgebroken en stonden al op Glastonbury. Maar of dat de reden is dat de zaal afgeladen vol is, ik vraag het me af. Met moeite kan ik van achter in de zaal zien hoe het duo tekeergaat op het podium. Aan energie geen gebrek in het lijf van Katie White en Jules de Martino. Ze doen me een beetje aan Spillsbury denken, maar dan wel met wat meer variatie. Vol overtuiging ramt Katie op d'r gitaar en op de grote bassdrum die naast haar staat. Niet iedereen vindt het zo leuk als ik, want langzaam maar zeker komt er wel wat meer bewegingsruimte in de zaal. Ik vind dat wel zo fijn eigenlijk.
Omdat ik nou eenmaal een enorm zwak heb voor Scandinavië in het algemeen en Scandinavische vrouwen in het bijzonder moet ik wel langer dan even gaan kijken bij Hanne Hukkelberg in de Stadsschouwburg. Onderweg pik ik nog een klein stukje mee van Olafur Arnalds mee in de Spieghel. Hij - op toetsen - laat zich begeleiden door drie violisten en een cellist. Ondanks dat ik redelijk lang ben, op de verhoging bij de bar sta en het publiek voor een groot gedeelte zit, kan ik het maar net zien. Het is ook wel zitmuziek deze mengelmoes van elektronica met kamermuziek. Het stukje dat ik zie is erg smaakvol. Nadeel is alleen dat ik daarna wel in gestrekte draf richting de Schouwburg moet om bij Hanne Hukkelberg te komen. Die heeft in die prachtige zaal verreweg het mooiste geluid en licht van de avond. En oh, wat houd ik toch van die zingende Scandinavische meisjes! Helemaal als ze een fiets op het podium hebben staan natuurlijk. Ik meen in haar begeleidingsband enkele van onze vrienden van Jaga Jazzist te herkennen. Er wordt een hele schuur aan koperwerk leeggetrokken, maar allemaal wel in dienst van Hanne. Hierdoor stralen d'r fijne lenteochtendliedjes nog meer warmte uit dan op cd.
Omdat ik nou toch aan de gang ben met tintelende meisjesmuziek ga ik na Hanne maar even buurten bij Sophie Hunger. Ik was eerst in de veronderstelling dat ze Zweeds was, maar het is Zwitsers. Ze bespeelt zittend de gitaar en haar keyboard waardoor ze achter in de zaal volgens mij helemaal niet zichtbaar is. Jammer, want het was wel aandoenlijk om haar zenuwachtige trekjes te zien. Ik sta gelukkig vooraan deze keer in De Spieghel, zodat de barhangers het optreden voor mij in ieder geval niet kunnen verstoren. Uit Zwitserland had Sophie een samenzangeres en twee blazers meegenomen. De trombonist verraste keer op keer met nieuwe voorwerpen die hij voor zijn toeter plakte. Eigenlijk is het niet netjes, maar ondertussen vocht ik een twitter/sms-gevecht uit met Peter en Ard die bij Adept stonden en er volkomen van overtuigd zijn dat ik op de verkeerde plek sta. D'r zijn twee winnaars, geloof ik.
Bij de andere zalen scheen het ondertussen toch een beetje vast te lopen en dus besluit ik maar in De Spieghel te blijven en het Belgische Krakow te bekijken. Al dacht ik die al eens eerder gezien te hebben en dat ze me toen - ten opzichte van hun plaat - vies tegenvielen. Nu niet, maar het kwam vast doordat ik nu lekker relaxed met een biertje in de hand op de grond weg kon dromen bij hun uitgesponnen slowcore werkjes. 'Ain't No Better Place To Go' zingt Piet de Pessemier en dat had ik niet beter kunnen zeggen. Na afloop werd er zelfs geroepen om een toegift vanuit de zaal, maar de strakke schema's op Eurosonic staan dit helaas niet toe. In de main zaal van de Spieghel begon daarna Friska Viljor, maar daar past echt letterlijk niemand meer bij in de zaal. Hmm, da's jammer, want Ewout was er nogal lyrisch over en ik had graag even zijn woorden op waarheid getoetst.
Ik vluchtte dus maar naar het Pakhuis. Na die twee ingetogen uurtjes was het nu tijd voor wat meer dik hout en oordoppen. Die waren wel nodig bij het nog piepjonge June in December. Keek ik toch naar een Nederlandse band verdikke, terwijl ik me voorgenomen had om dat niet te doen. Gelukkig kreeg ik er geen spijt van. June in December is namelijk meer dan okay. Naast een blaffende screamer hebben ze namelijk met Kriss ook een fonkelende zangeres/toetseniste in de band. Dat hoorde ik nog niet eerder op deze manier. In de wandelgangen ving ik op dat het broer en zus zou zijn. Wat een contrast en wat een enthousiasme! Even vreesde ik dat zanger Lex met zijn kop nog gaat eindigen tegen de paal die vlak voor het podium staat in het Pakhuis, maar het ging allemaal goed. Hier gaan we zeker meer enthousiaste verhalen over horen binnenkort. Als beloning stopte ik een paar euro in de collectebus van de mevrouw van het Leger des Heils die stoïcijns aan het collecteren is. Mijn oren waren maar wat blij met de geleende oordoppen, zij liep zonder. Dat kan niet gezond zijn, zelfs niet voor een Heilsoldaat.
Samen met T-tusz, die ik tegen het lijf liep op mijn weg naar buiten, ga ik nog even langs bij Noir dat speelt in Shadrak, dat in mijn tijd nog gewoon de Troubadour heette. Deze Winschoters zoeken het in de Tool/ISIS-hoek, maar eerlijk gezegd deed het mij weinig. De vrouw van T-tusz vond het wel te gek. Nu ja, kwestie van smaak vast, alhoewel ik Tool/ISIS toch echt wel gaaf vind. Dan is The Blackout, dat afsluit in Vindicat, een stuk leuker om te zien. Als ik binnenkom mis ik alleen de geblondeerde frontman Sean Smith op het podium. Die bonk energie blijkt bij nadere bestudering in de garderobe (of was het de bar?) te staan zingen. Juist ja. Hij zoeft terug naar het podium en gezien de blikken richting de garderobe/bar had hij zijn date voor die avond binnen. Deze Welshmen zijn binnen niet al te lange tijd top of the bill in post-hardcoreland. Vast en zeker.
Als afzakkertje wil ik dan nog even kijken bij SI Schroeder in de bovenzaal van het Grand Theatre. Maar in eerste instantie mag er niemand het gebouw meer in. Irritant, want het optreden is echt nog lang niet afgelopen en de verhalen over deze markante Ier die ik gelezen had waren positief. Uiteindelijk mogen we bij de gratie gods en die van de stugge Groningse bewaking na tien minuten stug in de regen te blijven staan toch naar binnen. Waarom nou zo moeilijk? De zaal bleek bij binnenkomst immers lang niet vol. Maar wel goed gevuld. SI Schroeder verdient dat ook! En verdomme, waarom mocht ik nu niet eerder naar binnen, want wat we nog net met twee nummers mee kunnen pikken klinkt prachtig. Uitgesponnen singer/songwriterliedjes waarin de geest van Low rondwaart, maar wel wat frivoler. Daar houd ik wel van! Op weg naar buiten groet ik de portier toch maar vriendelijk. Wie weet laat 'ie me er morgen dan wel gewoon in.
Ik zeg er het mijne van Storm.
Doe dat dan !
Si Schroeder was inderdaad erg goed. Waarschijnlijk de lelijkste band die ik ooit gezien heb, maar wel het beste optreden van donderdag. De kleine zaal brengt het beste in bands naar boven. Grappig dat je de portiers noemt bij het Grand Theatre. Het zijn elk jaar dezelfde. Ze zien er vriendelijk uit, maar doen het moeilijkst van allemaal. Het is dan ook elk jaar weer druk bij het Grand Theatre..







