London Calling 2008
Kun je teveel bands zien in één weekend? Dwalend door de gangen en zalen van London Calling zou je het soms bijna denken. Van tevoren kijkend naar het programma, met daarop tig bands waarvan de meerderheid mij volledig onbekend is, vraag je je iedere keer af hoe je het weer door gaat komen. En toch blijkt na afloop van iedere editie weer dat er ontzettend veel bovengemiddeld en vooral ook verschillend bandjesmateriaal uit Albion in Amsterdam neerdaalt.
Iedere editie heeft zo zijn favorieten van tevoren. Zou Blood Red Shoes de meest geanticipeerde band van allemaal geweest zijn dit jaar? Of misschien toch Mystery Jets? Hoe dan ook, beiden slagen met vlag en wimpel voor het London Calling-examen. Blood Red Shoes, laat op de vrijdagavond, is vooral snoei- en snoeihard, met roffelende drums en explosieve gitaarpartijen. Uitstekende ingrediënten voor het behoorlijk jonge publiek vooraan om het crowdsurfen maar eens te ontdekken. Onaflatend klimmen er jonge festivalgangers op het podium om, al dan niet geholpen door een schop onder de kont van gitariste/zangeres Laura-Mary Carter, over talloze handen de Paradiso door te zwerven. Of om gewoon zonder pardon tegen de vloer van de zaal te klappen. Na de slotsong zijn Carter en haar partner-in-crime, drummer/vocalist Steven Ansell, niet te beroerd om ook een sprong in het diepe te wagen en vervolgens de zaal te verlaten via het publiek.
Mystery Jets is, naar London Calling-maatstaven, al eventjes bezig als geheel en dat is te horen ook. Uiteraard verdienen de uitstekende songs daarvoor veel krediet, want Mystery Jets is gewoon een ontzettend goede band die druipt van het talent en het vakmanschap. Maar ook de professionaliteit zit de band al in de genen: ondanks dat het geluidstechnisch verre van een leien dakje loopt, spelen Mystery Jets onverstoorbaar verder. Zanger Blaine Harrison, die wij hier bij File Under officieel hebben gedubbed als de enige echte kruising tussen Edward Scissorhands, Patrick Wolf en Robert Smith, krijgt gedurende het grootste deel van de show bijzonder weinig geluid uit zijn toetsen, maar gaat daar zeer goed mee om. Je concentratie bewaren terwijl er twee man half over je heen gebogen staan te klooien aan de knopjes en stekkertjes van je keyboard, je moet het kunnen.
Ook over Pete & The Pirates had ik van tevoren al het nodige gehoord, en dat ze een aanstekelijk singletje hadden was ook wel bekend. Maar dat ze zo goed zouden zijn? Pete & The Pirates hebben echt heel goede liedjes. Geen zeemansliederen, wel veel meerstemmige zang. Alleen op de presentatie valt nog wel wat aan te merken, omdat het met uitzondering van Pete zelf allemaal nog een beetje stijfjes is. Maar goed, muzikaal is het allemaal dik in orde. Ook over The Rascals zijn wij hier zeer te spreken. Het doet denken aan een driemans-Arctic Monkeys, voorzien van een straatschoffiesgehalte waar ze zelfs bij The Enemy bang van zouden worden. De hooks zijn erg goed, en ook de ritmesectie is prima in orde. Het enige wat dit trio nog wel eens op zou kunnen breken, is dat ze nogal vatbaar zijn voor het vergooien van hun talent. Straatschoffies hebben natuurlijk schijt aan alles, dat snap ik ook wel. Maar iets meer concentratie zou het geheel nog wat strakker kunnen maken.
Natuurlijk zijn er, met zo'n groot scala aan bands, ook altijd acts die gewoon niet door de vleeskeuring komen. Let's Wrestle, dat op de zaterdagavond opent, is bijvoorbeeld echt te weinig onderscheidend om op dit festival overeind te blijven. Het rammelt aan alle kanten, maar dan op een onaantrekkelijke manier, terwijl de band vooral een eenheidsworst is zoals we die in voorbije jaren al zoveel voorbij hebben zien komen in Paradiso. Wat ook niet helpt is dat de zang regelmatig ronduit vals is, terwijl de zanger/gitarist zich duidelijk nog niet zoveel raad weet met het boegbeeldschap. Iets meer hoop hebben we wel voor The Answering Machine uit Manchester, dat het vrijdagprogramma in de grote zaal aftrapt. Ook hier horen we niet veel nieuws, maar het enthousiasme van de band is aanstekelijk, terwijl de bassiste in het schattige jurkje en met ziekenfondsbrilletje het hart van uw recensent doet smelten. Nog heel druk bezig om de maat te houden, vergeet ze af en toe haar backing vocals in te zingen. Ze wil zo graag, maar het lukt nog niet helemaal. Maar het zou zomaar nog eens goed kunnen komen met The Answering Machine.
Maar dan Baltic Fleet. Ik ben heel, echt heel benieuwd welke programmeur heeft bedacht dat dit trio uit Liverpool een goede act voor London Calling zou zijn. Die dacht: dit zet ik ook nog in de grote zaal, want dit is me toch een partij spannend! Sorry, mijnheer de programmeur, maar aan die gedachtegang valt erg weinig touw vast te knopen. U heeft ongetwijfeld veel meer verstand van het Britse muziekaanbod dan ik, maar Baltic Fleet op London Calling werkt geen moment. Er is een drummer, er is een toetsenist en er is een iemand die wat aan knopjes en platen staat te draaien. Daaruit volgen instrumentale stukken, waarbij langzaam maar zeker een beat wordt ingebracht. Het is vooral monotoon en saai, terwijl het als dansact ook niet werkt: immers, net als je een beetje op gang bent in termen van discodanschen op de computerbeat, is het nummer afgelopen. Eén ding kun je de programmeur niet verwijten, en dat is een gebrek aan lef.
Ook bij Get Cape, Wear Cape, Fly is het ergens fout gegaan. Dat je je strijkers uit een laptop laat komen is nog tot daar aan toe. Maar je toetsen? En je blazers? De meeste singer-songwriters die met een band aan de slag willen, nemen dan ook een band mee. Nu is het, samen met je drummer, vooral verzuipen in de grote zaal ondanks een aantal niet onverdienstelijke liedjes. Bovendien, dat het wel kan, bewijst Broken Records even later in de kleine zaal. Een cellist, een violist en een trompettist, samen met de rest van de band samengepropt op het kleine bovenzaalpodium. De Schotten, niet vies van wat al dan niet uptempo indiefolk, zetten een heel aardige show neer, waarbij vooral het huilende stemgeluid van de zanger (die soms zowaar klinkt als David Eugene Edwards) indruk maakt. De vraag blijft alleen iedere keer bij bands als Broken Records of je ze wel op London Calling moet zetten. Want ja, hip is het niet, en dan krijg je ongeïnteresseerde blikken die zelfs vooraan het podium haast meewarig naar de band staren.
Dezelfde vraag rijst bij Make Model. Arcade Fire is een makkelijke vergelijking, maar ook snel gemaakt. Gooi er verder nog een mopje Architecture in Helsinki bij en dan ben je er wel. Nou ja, en een zangeres die echt ONTZETTEND aan Franka Potente doet denken. Ik vind het mooi hoor, deze band met haar uitwaaierende geluid, maar ik ben in de minderheid. Veel medebezoekers laten Make Model na enkele nummers voor wat het is. Jammer, want die desinteresse verdienen ze, net als Broken Records, eigenlijk niet. Of dat wel geldt voor Joe Lean & The Jing Jang Jong, daarover is de jury het nog niet eens. Deze band rondom Joe Van Moyland, tevens acteur en voor BBC-freaks misschien bekend uit The Tudors, is wel errug van zichzelf overtuigd. Er zijn heel veel maniertjes, er zijn heel veel leuke en minder leuke grapjes tussen de best aardige songs door, maar eerlijk gezegd zijn Joe en zijn mannen behoorlijk schatplichtig aan The Smiths en is de toegevoegde waarde niet meteen duidelijk.
Schatplichtig zijn ook The Metros, en wel aan alles wat rammelt, rockt en rollt. De teksten bedienen zich van het ene cliché na het andere, bij ieder nummer vraag je je af of dit dan misschien een cover is, maar allemachtig, wat is dit leuk. Dat is vooral te danken aan de zanger, die stijf staat van de adrenaline en het hele podium over stuitert. Dezelfde aanpak hanteert ook Cage The Elephant, dat zich de hele platencollectie uit de jaren 70 van papa toegeëigend heeft en een aanstekelijke energie aan de dag legt. Ook hier is het weer de voorman, inclusief zinloze zonnebril, die de toon zet. Het is dat hij een band nódig heeft, maar dit podium is van hém.
Nog meer excentriekelingen? Jawel hoor: ook de zanger van Exile Parade kan er wat van. Hij wil vooral heel erg graag Freddie Mercury zijn en doet ontzettend zijn best de Queen-zanger te imiteren. Muzikaal is het allemaal wat minder boeiend: één keer een variatie op Fat Bottomed Girls is leuk, maar na zes keer gaat het vervelen.
Ietwat saai is het ook bij Bonnie St. Claire. Sorry. Bij The Ting Tings dus. Net als Blood Red Shoes zijn ook zij met z'n twee, maar als ik eerlijk ben vind ik het geros van Katie White op haar gitaar nogal simplistisch, terwijl Jules de Martino op drums een stuk minder indruk maakt dan Ansell van Blood Red Shoes. Dat White verder de boel probeert op te leuken met wat geklooi met een voetpedaal en beuken op een extra trommel is een aardige poging, maar het kan niet verhullen dat The Ting Tings weinig om het lijf hebben. De meest bijzondere band van deze editie is toch wel Ipso Facto. Toen ik klein was zag ik ooit The Witches, op basis van het gelijknamige boek van Roald Dahl. Het is het eerste wat te binnen schiet bij het zien van deze vier dames: die moeten elkaar haast wel kennen van de heksenkring. Hoe het klinkt? Vooral erg traag en van de ingewikkelde songstructuren blijft weinig hangen.
En, is er dan nog een band die in navolging van London Calling de echt grote doorbraak gaat maken? Welnu, als we ergens ons geld op moeten zetten, dan gaat het naar One Night Only. Ten eerste kregen bezoekers bij de ingang van de Paradiso al een kaartje in de handen gedrukt, waarbij ons op het hart gedrukt werd om toch echt de nieuwe single te downloaden op www.onenightonlyonline.nl. Want jawel, de heren en dames van Universal hebben vast een dot-nl aangemaakt voor deze jochies van pakweg 17, 18 jaar. Waarom? Omdat het klinkt als Keane met ballen? Of als de volgende Air Traffic? Wellicht. Maar daarmee zijn we er niet. Deze jongetjes hebben namelijk ook heel goed naar U2 en Oasis geluisterd, waardoor het geheel nog beter in de oren klinkt. Wees dan ook niet verbaasd als het niet bij één avond blijft en de heren over een half jaar de grote zaal van Paradiso uitverkopen.
Of je teveel bands kan zien in een weekend? Ik ben natuurlijk zwaar niet representatief, maar ik moet zeggen dat ik er bijna geen genoeg van kon krijgen :-) Ook de moeite waard waren naar mijn mening Dead Kids (gekkenhuis!), Florence and the Machine (grappig mens), Video Nasties (wat een energie op het podium!) en Johnny Foreigner (misschien een beetje een soort Be our Own Pet op z'n Engels?).








