Evangelista - Hello, Voyager
Mopperend stond Efrim buiten toen ik aankwam. Hij was naambordjes aan het ophangen. Ik vroeg hem wie er uitgecheckt had bij het Constellation-hotel en het pand verlaten had. Ik grapte dat voor Constellation toch hetzelfde gold als voor het Hotel California:' you can check out anytime you like, but you can never leave'. Hij kon er niet om lachen en liep in zichzelf prevelend naar binnen. In zijn handen had hij het bordje waarop de naam Carla Bozulich stond. Ik vroeg hem of zij vertrokken was. Dat zou de nachten in het hotel weer een stuk minder spooky maken in ieder geval. Zijn antwoord was dat ze niet vertrokken was, maar dat mevrouw Bozulich nu als act gepresenteerd wil worden en daarom nu Evangelista op de deur wilde hebben. Ach ja, zei ik hem, raar was ze hiervoor al. Maar ook geniaal, antwoordde Efrim. Wacht maar tot je haar nieuwe cd Hello, Voyager gehoord hebt, die gaat weer door merg en been. En niet alleen door haar intense stem. Vooral muzikaal vind ik haar nog een stuk beter dan op de cd die ze onder haar eigen naam uitbracht. Hij slingerde een exemplaar op de balie met de woorden: Hier, luister zelf maar. Tja, hij kon natuurlijk ook moeilijk anders zeggen dacht ik bij het bestuderen van de kleine lettertjes. Niet alleen was hij haar platenbaas, hij speelde ook nog eens mee op een aantal nummers. Maar toen ik eenmaal thuis was en de cd beluisterd had kon ik niet anders dan hem gelijk geven. Hello, Voyager is nog beklemmender dan zijn voorganger. Als een kat in het nauw wisselend van poeslief naar woest en destructief. Haar agressieve praatzang en 'mishandeling' van gitaren, drums en bas door haar en haar onderdanen gaat in dat geval nog meer door merg en been dan op Evangelista. Maar ook haar andere (grauwe) parelkant is beter dan voorheen. In het drieluik "Lucky Lucky Luck" , het instrumentale "For The L'il Dudes" en (torch song) "The Blue Room" laat ze zich van een meer melancholische kant zien. Het maakt dat de ruwheid van " Truth Is Dark Like Outer Space" me steeds nog harder in het gezicht slaat dan als het gelijk op het beukende "Smooth Jazz" (dat is het dus niet, hè) gevolgd had.
File Under: Geen gemakkelijke kost, wel eentje die door goed kauwen beter gaat smaken
File Audio: [Smooth Jazz][Truth is dark like outer space][ MySpace]
Me First And The Gimme Gimmes - Have Another Ball
Het tienjarige jubileum van debuutplaat Have A Ball wordt door Me First And The Gimme Gimmes aangegrepen om het verloren materiaal voor die cd alsnog gezamenlijk uit te brengen. Geen B-keus, want het was oorspronkelijk de bedoeling te debuteren met een volwaardig dubbelalbum, wat later alsnog wat te veel van het goede werd gevonden. Althans, dat beweert men, maar de Gimmes zijn niet aan hun eerste leugentje/grapje gestorven. Die hard-fans kennen de covers van klassiekers als "The Boxer", "Country Roads" en Don't Let The Sun Go Down On Me" in de punkuitvoering van de Gimmes al lang van de vele losse singletjes (lees: mp3tjes) die overal circuleren. Have Another Ball is niet meer dan de verzameling van deze twaalf liedjes. Cynische mensen zouden deze release dan ook geldklopperij kunnen vinden, was het niet dat het hobbyproject eigenlijk al jarenlang zijn uiterste best doet om toch vooral niet veel geld te verdienen. Het lijkt dus echt een geste aan de fans te zijn en die zijn er misschien ook best blij mee. Niet in de minste plaats omdat de cd lekker geprijsd is en de verzameling zo wel officieel compleet is. De gelukkigen die de liedjes nog niet kennen zullen er veel plezier aan beleven, want het is nog steeds genieten van de geweldige melige maar o zo strakke punkcovers van het leukste zijprojectje van de laatste tien jaar.
Omdat het nog steeds mooi weer is geven we weer vijf van deze Gimmes-cd's weg in een prijsvraag. Leve Fat Wreck! Leve File Under!
The Subways - All Or Nothing
Zeggen dat The Subways op de Blood Red Shoes lijken, is niet eerlijk. The Subways waren in 2005 de Blood Red Shoes al voor met hun energieke debuutalbum Young For Eternity. Maar toch heeft juist die vergelijking mij getriggerd om het album te halen. En natuurlijk gaat die vergelijking ook op, de samenzang tussen man en vrouw, en de maniakale drumpartijen. Maar er zijn wel degelijk verschillen. De Blood Red Shoes hebben net dat extra ruige randje aan de muziek zitten, daar waar The Subways soms net even te gelikt klinken. Heel soms heb ik zelfs het idee dat ze naar emo (pas op, eng woord) rieken, bijvoorbeeld als Billy Lunn net zo hard en lang schreeuwt als Jared Leto van 30 Seconds To Mars, maar ook door teksten als 'You're the star and I am the blackened sky' of 'Hold my blood red empty heart'. Teksten die af en toe niet stroken met de energieke muziek. Want soms gaat de vergelijking met Blood Red Shoes zeker op, wat een power en herrie komt er uit je boxen. Luister maar naar het nummer "Shake! Shake!", helemaal Blood Red Shoes. Alleen dus jammer dat ze soms net even te gepolijst klinkt voor de underground sound die ze zouden moeten hebben. Neemt niet weg dat ik inmiddels net zo verslaafd ben aan The Subways en niet kan wachten om samen met ze de pit in te duiken.
File Under: Maniakaal met een gepolijst randje
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Alride] [Girls and Boys]
Bon Iver - For Emma, Forever Ago
Het 'nare' is dat als ik wat langer op ben 's nachts (en dat is nogal eens) ik die tijd gebruik om 'gewoon' albums te draaien die ik mooi vind, zonder verplichting tot een stukje erover. Mijn nachtplaat van dit moment is For Emma, Forever Ago van Bon Iver. Daarom duurde het dus zo lang tot ik er wat over schreef. Het is bovendien zo'n plaat die ik naast dat ik 'em prachtig vind eigenlijk ook alleen maar kan draaien als er verder niemand om me heen te vinden is. Want het zou niet de eerste keer zijn dat zo iemand opmerkt dat die man (Justin Vernon) echt een ver-schrik-ke-lij-ke stem heeft. Het zijn ondertussen zoveel mensen geweest die dit tegen me zeiden, dat ik het bijna zelf zou gaan geloven. Bijna hè, maar dat gebeurt dus mooi niet. Nee, voor Bon Iver blijf ik gerust wat langer op. Zodat ik als het huis slaapt en er geen collega's meer als bezige bijen om me heen zwerven met de koptelefoon op nog even kan luisteren naar de fraaie, breekbare liedjes van Vernon, want ik houd dus wel van die hoge vreemde stem van hem. Eigenlijk zou ik - net als Vernon deed om de basis voor deze plaat op te nemen - af moeten reizen naar een afgelegen jachthut in de bergen van noordwest-Wisconsin om naar For Emma, Forever Ago luisteren. Door de serene rust die daar vermoedelijk heerst, zou het album nog breekbaarder worden. Nog mooier zou zijn om er samen met Justin naar toe te treken. Dat hij dan zachtjes de snaren van zijn gitaar aanslaat en nog brozer zingt, met ijle hoge stem. Dan schrijf ik er wel een stukje over.
File Under: Bijzondere nachtmuziek
File Audio: [Skinny Love][ MySpace]
File Video: [Wolves]
Sonny Landreth / Andy Fairweather Low / Mary Gauthier
Als ik zeg Proper Records dan zou er bij de liefhebbers van de meer roots georiënteerde muziek een belletje moeten gaan rinkelen. Er zijn weer een aantal nieuwe releases van Amerikaanse artiesten op dit label met waar weer het nodige op te genieten valt.
Allereerst ga ik in op Sonny Landreth's From The Reach. Landreth is een gitarist met aanzien. Hij speelde met vele van de grote muzikanten op aarde. Van de cd's in mijn platenkast speelt hij bijvoorbeeld mee op John Hiatt's Slow Turning. Landreth's specialiteit is de slide gitaar die hij ook op From The Reach verdienstelijk beroert. Als ik met anderen mee kan spelen dan kunnen anderen ook met mij meespelen, moet Landreth gedacht hebben. En zo stelde hij dit album samen. Hij schreef de nummers op deze cd, op een nummer na, naar eigen zeggen, speciaal voor de gastmuzikanten. Zo kregen Jimmy Buffett en Nadirah Shakoor een vocale rol en mag Dr. John het op piano en vocaal doen. Het zijn echter vooral gitaristen die zich mogen laten gelden, evt. met toevoeging van hun vocalen. Zo zijn Vince Gill, Robben Ford, Eric Johnson en Eric Clapton te horen. Speciale vermelding verdient Mark Knopfler, die als gitarist -zingen mocht hij slecht op de achtergrond- op opener "Blue Tarp Blues" helemaal tot zijn recht komt. Behalve het eerste Dire Straits-album mag je van mij al zijn latere releases in de prullenbak gooien en vervangen door deze ene track. Prachtig.
Andy Fairweather Low, een bekende naam, maar waar was hij ook alweer van... Ik zette de cd op en meteen kwam er het nummer "Bend Me Shape Me". Gatver, covers dacht ik toen ik ook nog de titel "(If Paradise Is) Half As Nice" achterop het hoesje las. Dat bleek mee te vallen. Hij was namelijk lid van Amen Corner die met "(If Paradise Is) Half As Nice" een hit hadden en ook "Bend Me Shape Me" opnamen. Een hit werd het echter niet voor hen, die was er voor The American Breed. Onder de naam Fair Weather scoorde hij, aansluitend aan het verscheiden van Amen Corner, een hit in Engeland met "Natural Sinner". Deze is ook op The Very Best Of weer te vinden. Tot 1980 bracht hij vijf solo-albums uit. Hierna was het solo lang stil rond Fairweather Low. Tot in 2006. Ondertussen bestond zijn carrière vooral uit het op gitaar begeleiden van zeer bekende artiesten. Ik noem een George Harrison, Bill Wyman, Roger Waters en -daar zijn we weer- Eric Clapton. Uit de solo-albums aangevuld met werk van Fair Weather en Amen Corner werden veertien tracks gekozen. Zover ik na kan gaan wordt er geen hit van Fairweather Low gemist op deze verzamelaar. Al zal hij niet de geschiedenis ingaan als een echte hitmaker. Eerder als gitarist die in dienst van anderen het best tot zijn recht kwam. Al zou ik niet zonder een nummer als "Hymn 4 My Soul", dat weer geleend werd door Joe Cocker, door het leven willen gaan. Als verzamelaar had deze verzamelaar van mij wel veel langer mogen duren dan de zevenenveertig minuten. Bovendien ontbreekt er een chronologische volgorde, wat gezien de diversiteit wel prettig was geweest.
Mary Gauthier is weer een heel ander verhaal. Gauthier heeft de grote artiesten op de aarde niet nodig. Ze heeft zichzelf. Haar leven was er een vol problemen en is nu een bron waaruit ze tekstueel kan putten. Sinds haar debuut op haar 35e is ze inmiddels, ruim tien jaar later, uitgegroeid tot een graag geziene artiest in de wereld van de americana. Zeker in Europa. Genesis (The Early Years) lijkt me dan ook bedoeld voor de thuismarkt. Eigenlijk verwachtte ik bij de titel een verzameling demo's evt. aangevuld met ander (live)materieel. Het zijn echter voornamelijk liedjes die al op haar drie eerste albums terug te vinden zijn. De laatste twee albums waren niet interessant of waarschijnlijk niet bereikbaar voor de uitgever. Ze is namelijk overgestapt naar een major. Verzamelaars die maar een beperkt overzicht geven zijn m.i. nutteloos. Hetgeen trouwens weinig af doet aan de kwaliteiten van Gauthier. Songs als "Camelot Hotel" en "I Drink" worden er niet minder om. Een verzamelaar van Gauthier is vreemd, aangezien ze in mijn ogen een albumartiest is. Gelukkig zijn er nog wel twee live tracks toegevoegd waarvan haar versie van Woody Guthrie's "I Ain't Got No Home" bij mijn weten nog niet eerder verschenen is. Verder een overbodige release. Al zou het wel eens de enige release van het beginwerk kunnen zijn die nog zonder veel moeite verkrijgbaar is. Tja.
File Under: Begeleider in de spotlight
File Video: [Blue Tarp Blues][Howlin' Moon]
File: Andy Fairweather Low - The Very Best Of
File Under: Begeleider die ook wel eens geen begeleider was
File Video: [Wide Eyed And Legless][If Paradise Is Half As Nice]
File: Mary Gauthier - Genesis (The Early Years)
File Under: Wazige release van een geweldig en zelfstandig artiest
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Live: [I Drink][Drag Queens In Limousines]]
Airwave - Touareg
Het gevoel is bekend. Je wacht en je wacht op een nieuwe cd, je bent gek gemaakt met tipjes van de sluier, je wacht nog langer en uiteindelijk kan de plaat alleen maar tegenvallen, simpelweg omdat je verwachtingen onrealistisch hoog zijn. Bij deze plaat van tranceheld Airwave (de Belg Laurent Veronnez) is dat ook het geval. Na maanden aankondigingen viel hij eindelijk in de bus, en ik hoopte dat het een cd zou worden waarvan ik door elk plafond zou gaan, maar dat was niet het geval, helaas. Al is het wel behoorlijk geniaal allemaal, maar dat is bij Airwave ook niet gek. De man mag niet bij het grote publiek al te bekend zijn, elke devote trancefan draagt hem op handen en ziet hem als een pionier. De werklust van de kale Belg grenst werkelijk aan het ongelofelijke. Onder de pseudoniemen Lolo, Planisphere en Airwave brengt hij platen uit met het tempo van een sprinter met ADHD, en nooit zakt meneer door het ijs. Ook nu niet: Touareg is diep, melodieus, verrassend, modern, soms subtiel, soms wat harder en vrijwel altijd goed. Zijn nummers dragen prachtige titels die de lading volledig dekken. "Punjabi Child" is een van de beste tracks van het jaar; "Haka For Peace" is blij, maar goed; "Sagittaire" is hemels; "Sunday Dark Firma" is donker en mooi; en "Coka's Song" is mysterieus en bloedstollend. Er staan ook enkele vullers op, en ook de remakes van enkele oudere Airwave-tracks voegen muzikaal niet al te veel toe, maar daar is genoeg moois tegenover te vinden. De beste plaat van de afgelopen tijd.
File Under: het wachten dubbel en dwars waard
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Trailer]
The Whipsaws - 60 Watt Avenue
Wat valt er eigenlijk te doen in Alaska? Je kunt er in de olie-industrie werken, bomen hakken en op karb vissen. Het eerste heeft als risico dat je de kust en alle flora en fauna vervuilt, het tweede dat je jezelf met een bijl verwond en op zee kun je van boord slaan in een sneeuwstorm en verdrinken. Nee, dan kun je beter doen als The Whipsaws: fanatiek rock 'n' roll spelen. Ergens tussen Slobberbone en de latere The Replacements, maar met een fikse scheut AC/DC aangelengd. De tweede plaat van The Whipsaws heet 60 Watt Avenue en is in z'n geheel opgedragen aan Neil Young & Crazy Horse. Hoe sympathiek het ook klinkt, het idee er achter ontgaat me een beetje, maar ze spelen wel heel verdienstelijk diens "Mr. Soul". Ook hun eigen liedjes zijn vaak raak en de hele plaat ademt zweet en hard werken uit. Of het nu gaat om mooie countryballades als "Stick Around" of een vuige rocker als opener "60 Watt" of een honky-tonktrack als "Jessi Jane". Verder dan in Anchorage, Alaska kun je niet verwijderd zijn van de Amerikaanse deep south, maar dit kwartet klinkt alsof het hun grootste ambitie is om alle kroegen in Alabama plat te spelen.
File Under: Wat moet je anders in Alaska?
File Audio: [De hele plaat en hun vorige]
File Video: [60 Watt Avenue Documentary Pt. 1]
Amsterdam Songwriters Guild - Songs Vol.1
Een nobel initiatief is het, het Amsterdam Songwriters Guild. Drie keer per week organiseren ze een open-mic avond in drie verschillende kroegen in Amsterdam. Dat moet ook bijna wel om alle singer/songwriters uit Amsterdam zijn of haar kans te geven om hun nummers ten gehore te kunnen brengen. Want de ellende is: er zijn veel singer/songwriters op deze aardkloot en dus ook in Amsterdam. Daar is de dichtheid waarschijnlijk zelfs groter dan waar dan ook in Nederland. Dat veel van die singer/songwriters ook nog eens van behoorlijke kwaliteit zijn blijkt wel uit Songs Vol.1. Hierop staan maar liefst 20 singer/songwriters verzameld. Enkele van de gepresenteerde acts hebben het al wel tot een heuse platendeal geschopt of kwamen op een andere manier in de aandacht. Het bekendste voorbeeld hiervan is Lucky Fonz III, maar ook Arthur Adam's carrière kreeg door zijn prachtige samenwerking met Maarten Besseling voor de In A Cabin With... een behoorlijke boost. Ik vind hun bijdragen zonder twijfel tot de sterkste van deze verzamelaar horen. Verder heb ik een zwak voor de bevreemdende stem van Charles Frail die het titelnummer van zijn album "My Mother The Great" brengt en de treurige versie van "You Are The Sunshine" van The Woodwards. En zo heeft elk nummer eigenlijk wel wat leuks. De pest is dat er geen echt zwakke broeders te vinden zijn op deze verzamelaar. Het brengt me op het idee dat er misschien zelfs wel teveel goede singer/songwriters zijn. In ieder geval om ervoor te zorgen dat ze stuk voor stuk door het spelen en verkopen van hun nummers allemáál voor brood op de plank kunnen zorgen. Eigenlijk best een sneue conclusie na zeventig minuten fraaie muziek...
File Under: Hulde voor het gilde.
SEGA Beijing '08
Omarm het spannende wedstrijdgevoel van het meest prestigieuze sportevenement ter wereld, vertegenwoordig je land en neem het goud mee naar huis.
De game verschijnt op next-gen consoles en belooft een leuke en intense Olympische ervaring te worden, met prachtige graphics die het fijne emotionele detail van ieder onderdeel weten te vangen. Iedere fractie van een seconde telt en kan het verschil betekenen tussen winst of verlies. De geheel nieuwe gameplay-technieken zorgen voor een uitdaging voor iedere speler als het op tijd, snelheid en coördinatie aankomt.
Olympische Spelen-modus: Spelers organiseren hun dagelijkse schema en passen hun nationale teams aan op het gebied van behendigheid, kracht, uithoudingsvermogen en snelheid, zodat ze op 38 onderdelen kunnen strijden. In de Competitiemodus kunnen spelers met wel drie spelers tegelijk deelnemen aan uitdagingen die uit één of meerdere onderdelen bestaan.
Nieuwe gameplay-technieken: De verschillende onderdelen worden ook op verschillende manieren bestuurd. Zo is er een systeem dat op tijd is gebaseerd en waarbij timing, kracht en hoek essentieel zijn, een ritmische methode waarbij de snelheid steeds toeneemt en een richtsysteem waarmee spelers accuraat te werk moeten gaan om doelwitten te raken.
In de zone: Plaatst spelers direct in het hoofd van de atleet, waardoor de speler dichterbij de actie staat en tijd heeft om iedere beweging zorgvuldig te sturen.
Wereldwijde online competitie: Voor de eerste keer in de geschiedenis van Olympische computerspellen compleet online. Er kan onder andere online gestreden worden in competities, er zijn online publieksonderdelen en online leaderboards, waardoor spelers Olympisch kampioen kunnen worden vanuit hun luie stoel.
Donita Sparks & The Stellar Moments - Transmiticate
Mensen die net als ik in de vroege jaren negentig hun muzikale coming of age beleefden, kennen L7 nog wel van de VPRO-avonden op 3FM. De jongeren onder ons hoef je alleen maar te wijzen op Radio X, een van de radiozenders in de geweldige videogame Grand Theft Auto: San Andreas. Inderdaad, "Pretend We're Dead" is van L7 en werd geschreven door Donita Sparks. L7 was een fijne band in het schemergedeelte tussen grunge en punkrock, en mevrouw Sparks schreef voor die tijd even zo fijne songs. Kon ik maar hetzelfde zeggen van haar debuutplaat als soloartieste, Transmiticate. U begrijpt het al: dat kan ik niet. Mevrouw Sparks is namelijk, samen met haar band The Stellar Moments, nogal blijven hangen in 1992. Zoals u weet heeft de tijd sindsdien niet stilgestaan, en om nu te zeggen dat het werk van L7 van tijdloze schoonheid is gaat mij in ieder geval wat te ver. Donita Sparks is echter gewoon verder gegaan waar ze destijds gebleven is, waardoor Transmiticate nogal gedateerd overkomt. Songs als "Fly Feather Fly" en "Take A Few Steps" doen anno 2008 slaapverwekkend aan, en u wordt als luisteraar geacht in vervoering gebracht te worden door het enkele riffje, basloopje of drumbeatje waarop Donita haar werkjes laat leunen. Riedeltjes als "Headcheck" en "Creampuff" zijn een stukje beter, maar ook echt te mager voor een dame die al zo lang meedraait in de liedjesschrijverij. Ik bedoel, we hebben het hier niet over een bandje dat in een oefenkeet bij dBs wat staat te pielen. Ik zou nu heel lullig kunnen zijn, de titel van de eerste single als leidraad kunnen nemen en schrijven dat het hier, wat betreft de solocarrière van Donita Sparks, gaat om "the infancy of a disaster". Maar dat doet ik niet. Transmiticate is namelijk geen waardeloze plaat. Maar een beetje muzikale zelfontplooiing had geen kwaad gekund, lieve Donita.
File Under: Gaap...
File Video: Infancy Of A Disaster
Black Tide / 3 Doors Down
Als in de bio van Black Tide wordt gerept van "think Guns N’ Roses, Megadeth, Metallica, Iron Maiden and Skid Row while giving it a 21st century kick up the ass", wat denkt u dan? Waarschijnlijk denkt u net zoiets als ik: "Oh jee, weer een hitparaderockband die omhoog geschreven moet worden." Kom op zeg, een band die zulke uiteenlopende bands met MTV-reputaties als referenties meekrijgt en dan ook nog eens Metallica's "Hit The Lights" als cover opneemt wordt iets te nadrukkelijk op imago neergezet. Jammer genoeg blijkt het album dat geheel waar te maken. De songs zijn best aardig, maar nergens komt het van het smalle paadje tussen nu-metal en stadionrock. "Warriors Of Time" is een behoorlijk stevige song met inderdaad Maiden-achtig dubbel gitaarwerk, maar het op stadions afgestemde want uiterst meezingbare refreintje maakt het ook voor tere pubermeisjesoortjes verteerbaar. En verdomd als het niet waar is, de bandleden zijn allemaal onder de twintig en zanger/gitarist Gabriel Garcia is nog maar veertien! Het is waar, voor een debuutalbum klinkt allemaal niet verrassend maar wel behoorlijk volwassen. Maar nog voor ik de leeftijden wist, had ik m'n twijfels hoeveel van die volwassenheid daadwerkelijk van de band kwam. Een enkele keer krijg je het idee dat deze jongens ècht weten waar Abraham de mosterd haalt, zoals op "Let me" of "Enterprise". Bij mij blijft het niettemin wat knagen. Iets meer de productionele teugels laten vieren zou alvast helpen. Black Tide houd ik daarom nog even in de gaten, maar met een flinke dosis scepsis.
Een stukkie ouder is 3 Doors Down. En toch, ik was verbaasd ze aan te treffen op de line-up voor Arrow, want deze band is echt van na mijn tijd en ik kende ze alleen van "Kryptonite". Een beoordeling op live-kwaliteiten bleef uit, omdat ze te elfder ure afhaakten. Het album is er echter wel. Word ik er blij van? Nou nee. Het sukkelt mid-tempo voort, als een Pearl Jam-coverband op de automatische piloot. Nee, erger nog, als een Nickelback-coverband op de automatische piloot. Black Tide heeft zich wat mij betreft nog niet bewezen, maar 3 Doors Down kan gewoon afgeschreven worden. Wat een draak van een album.
File Under: Marketingrock
File Audio: [TideSpace]
File Video: [Shockwave]
File: 3 Doors Down - 3 Doors Down
File Under: Sleutel omdraaien en weggooien
File Audio: [DoorSpace]
The Police in Dub - Dubxanne
Laaiend was ik, toen ik de Stonehead's recensie van Radiodread las. Want wat was dat een puike plaat! Voor de niet verstaanders; Radiodread is een buitengemeen geslaagde poging van de Easy Star All-Stars (met een hele partij reggaetoppers in hun kielzog als gast) om van OK Computer een dub-plaatje te maken. Zelden klonk Radiohead zo licht. Fantastisch! Easy Star All-Stars zijn ook al met Pink Floyd aan de haal gegaan (Dub Side of the Moon) en ik wacht met smart op een volgend project. Ondertussen vermaak ik mij uitstekend met DubXanne's Police in Dub. Natuurlijk, bij een band als The Police kon je erop wachten dat er uiteindelijk wat dubbers mee aan de haal zouden gaan, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook goed gaat worden. DubXanne (backed by Okada) heeft een wat mindere sterrenbezetting als de Easy Star All-stars, maar doet toch aardig mee. Vooral het kwartetje "So Lonely (So Dub)", "Reggatta de Blanc (Reggatta de Dub)", "Wrapped around your Finger (Wrapped around your Dub", toch al mijn favoriete Police nummer, maar nu naar een hoger plan getild door een fenomenaal zingende Jazz'Min) en "Bring on the Night (Bring on the Dub)", waarmee de plaat afsluit maken van elke BBQ een feestje. Dit is geen plaatje voor scherpslijpers en puristen, maar voor alle zomerse feestvierders kan het een aangename verrassing wezen...
File Under: Zomers feestje!
File Audio: [Message In A Bottle][ MySpace]
Elliott Brood - Mountain Meadows
Zoals gezegd stond Elliott Brood's labelgenoot NQ Arbuckle vorig jaar op Take Root, dit jaar is het de beurt aan Elliott Brood zelf. Raar genoeg is ook Brood geen solo-artiest, maar een deksels trio bestaand uit Mark Sasso (zang, snarengeram), Stephen Pitkin (alles waarop geslagen wordt en achtergrondzang) en Casey Laforet (bas, gitaar en achtergrondzang). Hun optreden in oktober lijkt me bij voorbaat al een van de hoogtepunten te gaan worden. Als het tenminste net zo goed gaat zijn als hun nieuwe album Mountain Meadows, en waarom zou dat niet het geval zijn. De muziek die op Mountain Meadows te horen is vaak lekker opzwepend en rauw, de teksten zijn voor het grootste deel minder opbeurend en vaak mijmerend. Voeg daarbij de rasperige stem van Sasso en je zit gebakken. Een liedje als "Garden River" lijkt hierdoor meer op een onstuimige bergrivier van banjo en met distortion doorspekte gitaren die met zinderende snelheid klotst van rots naar rots (hoekige drums) dan op een lieflijk kabbelend beekje. Dat je stroomafwaarts aankomt in "The Valley Town" waar het wat meer pais en vree lijkt is niet raar, maar toch broeit het. Het komt door de meerlagige melancholische zang. Dat gevoel wordt verder versterkt door het meetoeterende koperwerk. Wie zijn alt.country rauw en onversneden, maar allesbehalve open deuren intrappend wil, is bij Elliott Brood aan het juiste adres.
File Under: Write It All Down For You
File Audio: [ MySpace]
Kloq - Move Forward
Wie zei er ook alweer dat zoveel EBM-muziek op gothicfeestjes zo vervelend gedateerd klonk? Sorry, dat was ik. En mijn ongelijk wordt bewezen door Kloq, het nieuwe project van de Duitse producer Oz Morsley (nee, ik kende hem ook niet). Hij kruist het genre met electro en heeft bovendien lekker nieuwe gear in huis, dus het klinkt allemaal als een... oké, duidelijk. En los van de lekker zware productie zijn de nummers nog catchy ook. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar de dansbaarheid van Kloq zit ergens in tussen dartel met je hoofd meeknikken achter je computerscherm en bezeten dansen ergens in een donkere kelder, met een van concentratie of drugs vertrokken gezicht. Het is uitkijken met een plaat als Move Forward, anders vreet-ie je op. Dat komt ook omdat er eigenlijk twee soorten nummers op Move Forward staan: clubstampers als "Km1" en "I Never Said" (schreeuwt u even mee: It's! No! Good! It hurts! It hurts!) en de pop-achtige nummers met meer tekst, zoals het titelnummer en de Madonna-cover (jaja) "Lucky Star". In "We're just physical" zingt overigens de zanger van Nitzer Ebb, Douglas McCarthy; veel overige tracks komen voor rekening van ene Greg Cumbers. Oh, en er is nog een derde soort liedjes op dit album: de twee trage popnummers. "My Safe Place" had Kloq van mij wel mogen weglaten, maar het Goldfrapp-achtige "Kloq Film 1" met Lucia Holm op zang kan wel een plank potjes bij me breken. Fijne plaat.
File Under: Duistere dansmuziek meets pop
File Audio: [MyKloq]["Kloq Film 1" op Lucia's ook wel gave MySpace]
File Video: [Connecting (ook op de bandsite)][Ibiza (live)]
Soulfly
In 1998 begon Marc Rizzo de latin-metalgroep Ill Niño en sinds dat jaar kunnen we eigenlijk al niet meer om de gitarist heen. Hij viel niet alleen op door zijn hoge sprongen en het optreden met rugzak om, maar vooral door zijn goede gitaarspel. Na vijf jaar gediend te hebben verliet hij de groep, omdat die een een andere kant op wilde gaan. Hij protesteerde en zette zijn carrière solo voort. Veel rust werd hem echter niet gegund. Een klein jaar later hing metallegende Max Cavalera aan de telefoon. De gevolgen zijn ondertussen bekend; Rizzo speelt momenteel in Soulfly, heeft het erg naar zijn zin en krijgt hier erg veel ruimte. Ook voor het nieuwste project van de Cavalera-broertjes is hij gevraagd en maakt samen met hun de steden in Europa onveilig. Vanavond staat Cavalera Conspiracy in Paradiso in Amsterdam, File Under zoekt een stil plekje op om met Rizzo te praten over zijn opvallende carrière.
Wanneer ik een sociaal gesprek begin over voetbal blijk ik de verkeerde persoon voor me te hebben. "Het klopt dat ik vaak voetbalshirts draag, maar ik heb er eigenlijk maar weinig mee. Ik draag ze vooral omdat ik het lekker vind zitten. In Amerika is het niet echt een populaire sport ook, we vinden het erg saai om naar te kijken." Wanneer hij de keuze moet maken, hoopt hij dat Italië er met de Europese titel vandoor gaat. "Maar ik volg het niet bepaald." Hoewel hij geen fan is, vertel ik uiteraard dat Nederland onlangs 'zijn club' met gemak heeft ingemaakt.
The War On Drugs - Wagonwheel Blues
Jarenlang heb ik me stilzwijgend neergelegd bij het roken in concertzalen en cafés. Ik, als antiroker, delfde het onderspit. Af en toe gaf ik, goed beargumenteerd, nog wel mijn mening in een discussie met een roker. Enig effect had het niet. Stinkend van top tot teen kwam ik dan weer thuis en mieterde alle kleren direct in de wasmand. Bah! De rokerslobby was te sterk voor deze enkeling. Het ongelooflijke is echter gebeurd en eerlijk is eerlijk: het is een rare gewaarwording dat er niet meer gerookt mag worden in de horeca. Maar wel een fijne. Wij niet-rokers lijken The War On Drugs gewonnen te hebben. (Al zijn er mensen die alcohol ook een drug vinden.) Het album Wagonwheel Blues heeft wel wat weg van de voorafgaande discussie. De noisy muzieklandschappen dreinen door vol met goede argumenten over en weer, maar op een zeker moment lijkt alles wel gezegd. Het heeft m.i. geen zin om dan nog verder door te gaan. Afkappen die hap! Alleen als mensen zich gepassioneerd roeren dan fonkelt er nog iets in de discussie. Dit is in deze de zanger, songschrijver Adam Granduciel van het Amerikaanse The War On Drugs. Granduciel bespeelt een indrukwekkend reeks aan instrumenten, zoals gitaar, drums en keyboard. Hij wordt bijgestaan door Kurt Ville die ook niet voor een gat te vangen is. Daarnaast zijn er gastmuzikanten. Ze zorgen voor een muzikaal uitgestrekt landschap waarin Granduciel de variatie met zijn stem verzorgt. Deskundig, maar als ik er na vele draaibeurten mijn weg door de negen tracks heb gevonden bedenk ik me dat ik zelf in kan grijpen.
File Under: Stukje schrijven en klaar is Ewie hiermee
File Audio: [ MySpace]
Week 30, 2008
Storm
Ephrat - No One's Words
Ewie
Lou Lou & The Guitarfish - Lou Lou & The Guitarfish
Ludo
Solomon Burke - Like A Fire
Gr.R.
The Hold Steady - Stay Positive
Joice
stilte
Timbo
The Gaslight Anthem - The Sound Of '59
Prikkie
Judas Priest - Nostradamus
Sikkema
The Subways - All Or Nothing
Stonehead
Cut Copy - In Ghost Colours
Walter Trout - The Outsider
Een van de bluesmannen die relatief onbekend is en toch (vooral in Europa) succesvol opereert is Walter Trout. Al jaren laat hij heel degelijke bluesrock horen, waarbij er eigenlijk amper slechte albums tussen zitten. Een zwakke plek is er echter wel: Trout klinkt al jaren vrijwel hetzelfde en ook zijn optredens zijn steevast goed, maar uitwisselbaar. Op zijn nieuwe album The Outsider zoekt Trout echter zowaar een paar keer andere paden op. Opener "Welcome To The Human Race" is een Jeff Healey-achtige song, maar de dobro op "The Next Big Thing" is al een kleine verrassing. De akoestische track compleet met harmonica die daarop volgt, "All My Life", laat zien dat Trout van The Outsider een zeer gevarieerd album heeft willen maken. Wat op dit album verder opvalt, is dat Trout buitengewoon goed bij stem is. De rechttoe-rechtaan-bluesrockers komen zeker ook voorbij, zoals het Stevie Ray Vaughan-achtige "The Love Song Of Alfred J. Bluesrock", maar de afwisseling met akoestische tracks en de variatie in instrumentatie doet dit album beslist goed. Van zijn vaste band The Radicals speelt Sammy Avila mee, de drums worden echter verzorgd door Kenny Aronoff en de bas meestal door James Hutchinson. Als dat is wat Trout nodig heeft om de variatie erin te houden, moet hij dat vooral blijven doen. The Outsider is in elk geval een geslaagd album geworden.
File Under: Verandering van spijs doet eten
File Audio: [TroutSpace]
Diesel Disko / Katbite
Zo zit je een middagje wat MySpace-profielen rond te browsen en zo heb je opeens de pagina van de Nederlandse band Diesel Disko een uur op repeat staan. Die is namelijk verslavend fout hip. Denk Duitse jaren tachtig-meezinghits, maar dan zonder gitaren en vooral zonder al teveel gemeend drama. Wel krijgt u een gevaarlijk galmend orgeltje, fijne keyboards, het euforische refreintje uit "Halloween" en de ernstig over de top schmierende aardappelzeurstem van Martijn Doolaard, waarmee hij vermoedelijk al heel wat douchegordijnen heeft doen sidderen. Diesel Disko is knap verfrissend na de toch wel tegenvallende worp van Outsmarted waar Doolaard eerder in zong. Kort na het verschijnen van de recensie op File Under gooide Outsmarted de handdoek in de ring. Dat wil ik nu zeker niet veroorzaken. Daarom deze niets verhullende woorden als afsluiting: meer van dit, alstublieft!
Voor Katbite hoefde ik niet te MySpacen, die houdt File Under braaf op de hoogte door gevulde enveloppen. Dat vond jnnk in het begin misschien niet om enthousiast over terug te schrijven, maar nu we bij enveloppe nummer drie aangekomen zijn, word ik enthousiaster. Zeker omdat ze nog naar ons lijkt te luisteren ook. Ik klaagde over de matige productie van haar Sweet Rebellion-cd en pardoes heeft ze voor deze ep gebruik gemaakt van de diensten van Maarten Besseling en Volmanza. Slimme zet. Net als het inzetten van Arthur Adam Ten Cate, waar wij al langer fan van zijn. Maar het belangrijkste is toch wel dat Katherine Leese als songschrijver weer een flinke stap vooruit gezet heeft. De liedjes zijn zelfs fris en opbeurend te noemen. Het swingende "Pick and Choose" is met zijn ragfijne koortjes zo'n echte oorwurm. Doordat de stem van Kat in de loop van de jaren ook verbeterd is, waardoor ze in de spannende pianoballade "Fix Ourselves" nu ook fier overeind blijft.
File: Katbite - Imaginary Things
File Under: Vooruitgang
File Audio: [DieselSpace][Kat-space]
Kettel - Myam James Part 1
Groningse cultuur. Tsja, dan denk je toch al snel aan de compleet mislukte dichter Bart FM Droog, koning van de vreselijk slechte grap Bert Visscher en de zichzelf herhalende Martin Bril. Gelukkig is daar Reimer Eising alias Kettel voor het broodnodige sprankje licht in de Groningse culturele duisternis: de Groninger brengt met de regelmaat van de klok platen uit die steeds een lust zijn voor het oor. Ook Eisings laatste album Myam James Part 1 klinkt heerlijk: bubbelende, kabbelende elektronische muziek die (thank God) niet in een hokje past, maar in de verte doet denken aan de muziek van Orbital en Yppah. De Groninger maakt op MJP1 (heerlijk toch, albumtitels afkorten) gebruik van geluiden die uit jaren geleden geproduceerde synthesizers komen, maar toch klinkt het album lekker fris. Minpuntje is dat het kabbelende beekje in geen enkel geval een echte, woest stromende rivier wil worden. De liederen zitten technisch en muzikaal geweldig in elkaar, maar vloeien iets te vaak het ene oor in en het andere oor weer uit. Enkele pareltjes daargelaten: "The Wombat", het openingsnummer, vraagt erom op repeat gezet te worden, "Shimamoto" heeft een heerlijk akkoordenschema en "Palle's Popsong" doet met haar pizzicatostrings denken aan "Girl/Boy-song" van Aphex Twin. Het niveau van het geweldige lied van Aphex Twin haalt "Palle's Popsong" niet, maar het komt er toch behoorlijk in de buurt. Genoeg voor Reimer Eising om met kop, schouders, middenrif, knieën en enkels boven Martin Bril en Bert Visscher uit te steken.
File Under: Kabbelende elektronica op niveau
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Wombat]
Old 97s - Blame It On Gravity
Zullen we de zwaartekracht dan maar de schuld geven? Dat The Old 97s afgestapt zijn van hun klassieke countryrock en nu Elvis Costello nadoen? Of is er van schuld geen sprake en is deze nieuwe plaat van The Old 97s een zeer succesvol vervolg op en uitbreiding van hun oeuvre? Ooit begonnen ze als een ruige alt-countryband, maar nu zijn ze blijkbaar muzikaal volwassen geworden. Net zoals de frontman Rhet Miller van opgeschoten, op testosteron en adrenaline levende twintiger uiteindelijk toch een veertiger is geworden. Die zich nu, vier jaar na hun vorige plaat, een even volwassen outfit heeft aangepast. De stoere rootsrock blijft dan beperkt tot "Early Morning": een track die geworteld is hun eerdere werk, maar dan wel doorgedraaide gitaren meekrijgt. In "Dance With Me" is iets zydeco-achtigs te ontdekken, maar "The Fool" is een klassieke rocktrack en "My Two Feet" is zelfs pure Britpop. Is het met dat al een slechte plaat geworden? Ik weet het niet. Na ettelijke draaibeurten heb ik nog steeds geen idee of Blame It On Gravity een mooie en - ik tik het woord met schroom - volwassen cd is geworden of een al te degelijke proeve van bekwaamheid. Ik gooi een muntje op en laat de zwaartekracht een oordeel vellen.
File Under: Kop of munt
File Audio: [Jukebox]
File Video: [Dance With Me]
NQ Arbuckle - XoK
Ik dacht eigenlijk dat NQ Arbuckle de naam was van deze Canadees - op Take Root was hij immers in zijn eentje NQ Arbuckle -, maar het blijkt een heuse bandnaam te zijn. De NQ komen overigens wel van de initiale van frontman Neville Quinlan. Hij is een begenadigd songschrijver met een net niet te rauwe stem. Vorig jaar speelde NQ Arbuckle op Take Root overigens samen met Justin Rutledge en Luke Doucet. Als ik het goed begrepen heb, speelde hij toen al liedjes van XoK, de cd die nu pas verschijnt. De liedjes op die plaat hebben dus alle tijd gehad om te rijpen en zo klinken ze ook. Ze hebben stuk voor stuk een sterke energieke live-feel. Als hij over in "My Baby" een ode brengt aan zijn lief, dan denk ik dat hij dronken naast me aan de bar hangt, nippend aan zijn zoveelste whisky en ondertussen zijn relaas doet over wat klinkt als de ideale vrouw, maar uiteindelijk als de band hem bijvalt zich toch afvraagt 'What's wrong with my baby?'. Fraai is ook hoe hij in "Ypres: 1915" een (deel van een) gedicht van Alden Nowlan, een van Canada's meest populaire dichters uit de vorige eeuw, van muziek voorzien heeft. Zijn eigen teksten, die veelal handelen over veelal niet over de zonnige kant van het leven gaan, mogen er zijn. Deze komen vergezeld van NQ's ijzersterke en zeer diverse alt.country. Van scherpe rock tot ingetogen akoestische liedjes NQ Arbuckle combineert ze met speels gemak op XoK.
File Under: I Liked You Right From The Start
File Audio: [ MySpace]
Soulfly - Conquer
Max Cavalera heeft ondertussen heel wat (ex-)projecten op zijn naam staan, maar heeft gelukkig tussen alle bezigheden door toch nog tijd kunnen vinden voor zijn grootste succes sinds hij Sepultura verliet. De Braziliaan heeft al veertien albums uitgebracht, waarvan Conquer de zesde is onder de noemer Soulfly. Dit met de bijna de even legendarische Marc Rizzo als gitarist, die ondertussen alweer vier jaar dient bij de metalgroep. Hiernaast schaamt Cavalera zich niet voor wat extra gastbijdragen; zanger/gitarist David Vincent (Morbid Angel), zanger Dave Peters (ex-Eighteen Visions/Throwdown) en producer/gitarist Andy Sneap (Sabbat) hebben hun stempel op het album gedrukt. Hierdoor zijn het elf lekker gevarieerd nummers geworden, in deze horen we naast de harde gitaren en drums tevens een berimbau en sitar langskomen. De groep kenmerkt zichzelf al jaren door het bespelen van ongebruikelijke instrumenten. Wat echter wel opvalt zijn de covers die als bonus toegevoegd worden. Zo krijgen we een nieuwe versie van Marilyn Manson's "The Beautiful People". De groep liet zich op voorhand al ontvallen dat Conquer het voorgaande album Dark Ages zou laten klinken als een popalbum. Dat kan ik bij deze bevestigen. De hereniging met zijn broer heeft Max goed gedaan, dit dreunt lekker hard de huiskamer door!
File Under: Dit tipt met gemak aan Cavalera Conspiracy!
File Audio: [Soulspace]
Tim Meeuws - Als Een Vreemde
'Ooit gingen Hollanders de omgekeerde weg. Hun beste handel was een zwarte zonder recht. En na de slaven kwam de handel in de waarheid. Vreemde, 'n vreemde waarheid', aldus Tim Meeuws in het nummer "Als Een Vreemde" op zijn gelijknamige cd. 'Van wie?', zie ik je denken. Meeuws (1950) is acteur, regisseur, muzikant, tekstschrijver en zanger. Ongetwijfeld heb je hem wel ergens voorbij zien komen, bijvoorbeeld in de musical Mamma Mia! Check zelf even zijn website als je meer wilt weten. Interessanter is echter de kwaliteit van zijn eerste cd onder eigen naam. Als Een Vreemde is namelijk een absolute must voor de liefhebber van het Nederlandstalige luisterlied. Ik noem een Robert Long en Herman van Veen. Ik heb namelijk in tijden niet meer zulke fijne Nederlandstalige teksten gehoord. Meeuws heeft ze vertaald uit het Grieks of zelf geschreven op bestaande muziek. In die muziek zit hem nu de fijne kneep van deze cd, want het zijn van oorsprong Griekse liedjes. Nu weet ik eigenlijk nauwelijks iets van de Grieks muziektraditie, maar hij heeft gekozen voor ingetogen liedjes die hij sfeervol neerzet. Meeuws lijkt gegrepen door de Griekse blues. Nu hoop ik niet dat dit afschrikt. Je zou zijn muziek onder de categorie wereldmuziek kunnen scharen, maar ik denk dat veel meer mensen zouden moeten vallen voor zijn muziek en teksten. Al is hij vast alweer met een nieuw project bezig.
File Under: Het betere luisterlied
File Audio: [Klik]
File Video: [En veel video's]
Born Ruffians - Red, Yellow & Blue
In het openings- en titelnummer peinst zanger Luke van het Canadese Born Ruffians wat voor vlag hij zou kiezen als hij een land zou stichten. Hoewel hij voor zijn keuze argumenten aandraagt is de gemakkelijk grap: waarom geen rood, geel en groen? De Pan-Afrikaanse kleuren zouden het land van deze band niet misstaan. Met hun luie gitaarlicks zitten ze overduidelijk in het voetspoor van het hippe Vampire Weekend. Luister bijvoorbeeld naar "Hedonistic Me". De Born Ruffians zijn echter wel een stuk ontoegankelijker, Luke zingt niet: hij krijst en bralt, als ware hij de euforisch dronken zanger van The Plan. De drummer ratelt ook aan één stuk door, als er een drumfill bij kan zal hij het niet laten. De botsende ritmes zijn wellicht het best te omschrijven met de songtitel "Badadonkey". Ook fans van Modest Mouse zullen daar blij mee zijn, net als met de geschreeuwde refreintjes die niet zelden aan die band doen denken. Ik vond zelf het atypische "Little Garçon" het leukste nummer. Een jolig openingskoortje, een akoestische gitaar (een zeldzaamheid hier) en een mondharmonica zorgen voor een charmante kampvuursfeer. 'I don't care just where you go, as long, as long as it's with me'. Halverwege volgt een Franse wending met (natuurlijk) een accordeon en een verrassend uitbundig einde vol geklap. "In a Mirror", tot slot, maakt me blij met een kleine ode aan Harry Nilsson: awoeehhh! (à la "Everybody's talkin'")
File Under: Hoekig swingen en lallend zingen
File Audio: [Ruffians-Space]
Valet - Naked Acid
Kijk. Kijk naar me. Tuur naar de kleine spleten van mijn ogen. Ik gebied het je. Probeer binnen te dringen via mijn mond. Pas op. Verdrink niet. In deze verraderlijke stromen zou je niet de eerste zijn. Pas op voor de rotsen. De zwarte rotsen. Ze zijn scherp onder water. En breed. Breed als een ijsberg. Ruw ook. Ze schuren je huid kapot. Voor je er erg in hebt is je huid beurs en voel je het branden van de schaafwonden. De poes geeft kopjes. Nu is ze lief voor je. Net niet. Net zette ze haar nagels in je huid. Je voelt ze nog zitten. Aai haar maar. Zachtjes. Ze haalt zo weer uit. Helemaal als ze met haar poten in het water staat. Het is een bijzondere kat, maar vertrouw haar niet, nu. Ze oogt vriendelijker dan ze is. Lukt het zwemmen naar mijn mond? Lastig hè, tegen de stroom in. Het lijkt alsof je naar mijn mond toe moet zwemmen en dat het water ook die kant op stroomt. Maar het stroomt de andere kant op. Richting de zwarte rotsen. Om het schuren te stoppen. Om de verraderlijke breedte onder water te polijsten. Zodat je huid niet lijdt. Verderop weerkaatst de maan in het water de stralen van de zon. Verdrink er niet in. Manestralen zijn gevaarlijker dan zonnestralen. Ze verblinden je in de nacht. Het gevoel van afstand verdwijnt. Zo kom je nooit bij mijn mond. Om te zoenen, om het zweven te stoppen. Je twijfelt. Zo, drijven is mooi. Maar het is zo oneindig als je de andere kant op kijkt. Een zwart gat. Verder van me af kun je niet tussen mijn dikke oogleden door kijken om mijn priemende ogen te zien. Maar wil je dat wel? Dat ik jou wel zie, maar jij mij niet. De twijfel knaagt aan je. Je doet je ogen dicht. Dat maakt aan een onzekerheid in ieder geval een einde. Een sereen gevoel bevangt je terwijl het water zich boven je weer sluit. Vaarwel en kijk niet.
File Under: Ver weg
File Audio: [Streets][Kehaar]
Umphrey's McGee - Jimmy Stewart 2007
Je moet het maar durven: twee cd's lang live-improvisaties achter elkaar zetten. Zonder zang. Umphrey's McGee doet het, op het album Jimmy Stewart 2007. In Umphrey's McGee-taal is een Jimmy Stewart een live-improvisatie, waarbij getracht wordt ter plekke een melodielijn neer te zetten en uit te werken. De basis is steeds een van hun andere tracks, maar vaak is alleen aan begin en einde iets te vinden dat herinnert aan de song in kwestie. Het gaat tenslotte om de Jimmy Stewarts, nietwaar? En zo kan het gebeuren dat bij de 24 songs "Mulche's Odyssey", "Utopian Fir", "The Bottom Half", "Intentions Clear", "Nemo" en "Bridgeless" er allemaal twee keer opstaan. Dat merk je amper omdat alleen de improvisatie, de Jimmy Stewart, op dit album staat. Jazeker, alleen de improvisaties. Niet zo hardcore als Frank Zappa's Shut Up N' Play Yer Guitar, waarop drie albums lang alleen gitaarsolo's te horen waren, nee, het zijn improvisaties van de hele band. Overigens niet van die improvisaties waar bijna iedereen minutenlang steeds hetzelfde speelt en één muzikant daaromheen zwiert. Umphrey's McGee maakt gebruik van wat ze zelf Lego's noemen, naar de speelgoedbouwsteentjes. Dat betekent dat er een reeks vaste elementen is waarmee een melodie gebouwd kan worden. Tijdens de improvisaties worden tekens gegeven, muzikaal of anderszins, waardoor allen weten wat er nu weer ingezet moet worden. Improvisatie zonder wat in het wilde weg te proberen, zeg maar. Dat mag dan samenhangende muziek en melodieuze stukken opleveren, makkelijk in het gehoor liggend wordt het daarmee niet - voorzover een jamband ooit daaronder zou vallen. Voor wie Umphrey's McGee niet of niet goed kent is een album als Anchor Drops of Safety In Numbers een veiliger keuze. Mocht je echter net als ik helemaal blij worden van niet alleen de songs, maar ook de individuele en collectieve muzikale kwaliteiten in Umphrey's McGee, dan is Jimmy Stewart 2007 iets voor jou.
File Under: Hogeschooljams uit Legoland
File Audio: [Podcast met de derde cd van deze dubbelaar]
Sigur Rós - Me� su� � eyrum vi� spilum endalaust
Eigenlijk ben ik Sigur R�s pas echt gaan waarderen na de documentaire Heima. Zelden een portret gezien van een band waar de beelden zo feilloos aansluiten bij de muziek en waar zo prachtig duidelijk wordt waar de leden hun plezier en inspiratie vandaan halen. Absoluut een aanrader, ook voor natuurliefhebbers. Naar eerdere platen van Sigur R�s luisterde ik wel eens, maar eigenlijk nooit echt van harte. Op de een of andere manier viel het kwartje maar niet. Te veel sfeer, te weinig muziek. Tot Heima. En tot Me� su� � eyrum vi� spilum endalaust. Want ik ben echt helemaal om. Of het nou door de invloed van topproducer Flood komt of omdat de schuwe IJslanders bewust een groter publiek willen aanspreken, feit is dat de nieuwe plaat bijzonder toegankelijke Sigur R�s-muziek bevat. Het eerste nummer, de single "Gobbledigook", zet de luisteraar nog even op het verkeerde been met een druk la-la-la melodietje en inheemse drums. Na deze enigszins bizarre opener wordt het echt genieten geblazen. Het tweede nummer zorgt voor een mooie overgang naar het rustigere deel van de plaat, met als hoogtepunten "G��an daginn", "Festival", "Illgresi", en het lekker bombastisch eindigende "�ra b�tur". Vooral de laatste drie nummers van de plaat zijn van een ongekende subtiliteit en schoonheid. Licht uit, koptelefoon op en wegdromen maar.
File Under: Ongekende subtiliteit en schoonheid
File Audio: [MySigur]
File Video: [Vanalles op YouTube][De Gobbledigook-nudistenvideo staat in de library van de music player]
Girl Talk - Feed the Animals
Is, toevallig goh dat! Persbericht rept 'soundsnacken' Sony over plots onlangs en en van laatst aanhaalde album ik al Avalanches ook, verschijnt album Girl vierde Talk van alias Gregg Gillis, dat een concept-samplealbum bestaat is dat honderden samples overbekende van verschillende hits. Popmuziek door de reis echte een, niet eens ware dat zeg maar truc uitgehaald die al het. Keer drie namelijk al. Neiging heeft internet vallen te voor sampleprojecten soort kritiekloos dit, ooit zoals Mouse Danger zijn met Album Grey al of Osymyso "Intro Inspection" met. Van dreiging de censuur alleen meer levert maar aandacht op. Probleem is vaak leuk niet helemaal zo het is, die al sampleplaten. Vaak hoe opgezet jij echt ze heb nou? Hebben welke entertainmentfactor ze? Gemaakt knap best softwaretools moderne hoor, zo moeilijk met maar niet helemaal eigenlijk. Ook eens erop let het altijd dat die van producers halve, talentloze zijn verder redelijk eigenlijk met behoefte die aan uithangbord. Veel bepaald mix samples eerloos de zijn in verwerkt, nou sample die "Epic" neem van Faith More No in "About What It's All". Seconden makkelijk gedurende er scoren, veertig maken van kan ik meer niet. Werkelijk 8.0 de ik niet beoordeling 'postmoderne' Pitchforks snap van; dat misschien digibete muziekcritici het is mixtechniek niet doorzien, zijn vooruitstrevend ze misschien rockistisch om niet en te veroordelen willen nieuwerwetsheid, maar het hele mashups eten van eieren hem in zit spanningsopbouw sfeer of de de. Zulke ook al geweldige heb je samples hier nog als. Zijn om reden die 2 DJ's Many al na jaren die koningen altijd onovertroffen in nog de mashups. Girl Talk een vind daarentegen echte amateur, ik en Feed The Animals der en her creatief wel maar klinkt nergens de overtreft b-mashups je op bekende zoals mp3-weblogs de aantreft. GarageBand met iedereen dit kan. Translatio, imitatio, mixradio. Sterker heb, ik nog eerder gezegd al eens het: samples zonder Amerika gebruiken toestemming is misschien in tot hoogte bepaalde 'fair use', maar wil dat niet zeggen resultaat je het onder dat Creative Commons-licentie de verspreiden mag. Zelfs niet gratis. Feed The Animals zowel daarom is een verkrachting muzikale, originele belediging aan een de artiesten een echte én misdaad.
File Under: Lijkt misschien een grappige en vooruitstrevende sampleplaat, maar is uiteindelijk voor iedereen vooral heel vervelend.
File Audio: [Gratis download. En waag het niet te betalen!][MyJatwerk]
File Video: [Hier is nog een gek beziggeweest.]
Valient Thorr - Immortalizer
DubbelMono beweerde ooit eens dat sommige platen alleen al op basis van hun hoes te recenseren zijn. Volgens hem zou je dan aan de afwerking zelfs kunnen zien of een album wel of niet goed zou zijn. Nou, in het geval van Valient Thorr's Immortalizer is dat inderdaad een eitje. De hoes straalt gewoon uit dat dit wel een mix moet zijn van classic hardrock (AC/DC, Motorhead) met hedendaags spierballengeweld (Danko Jones, Nashville Pussy). De afwerking van de tekening op de hoes en het logo van de band stralen onbetwist klasse en liefde voor voornoemde invloeden uit. En ja hoor, dit blijkt bij beluistering natuurlijk prima te kloppen. Wat een heerlijke mix van classic hardrock, metal en rauwe southern rock komt er hier uit de blender! Dat de band zichzelf niet al te serieus neemt blijkt wel uit hun Wikipedea-pagina. Alhoewel, als je zo'n uit de duim gezogen-verhaal gehandhaafd kunt krijgen bij die feitenneukers, dan moet het wel bijna waar zijn dat de bandleden gestrand zijn in deze tijd omdat Walt Disney hun tijdmachine gestolen heeft. Vanzelfsprekend zouden ze liever thuis zijn in Burlatia, dat binnen in de planeet Venus ligt bij de drie ijsrivieren. Wat zeg je? Ja, dat dacht ik nou ook. Disney bedankt!
File Under: Hop, gaan. Moehahaha!
File Audio: [I Hope the Ghosts of the Dead Haunt Yr Soul Forever]
The Real McKenzies - Off The Leash
Er is een plaats en een tijd voor alles en wanneer we het over the Real McKenzies hebben zijn deze niet al te moeilijk vast te stellen. Schreeuwende mannen, begeleid door doedelzakken en harde gitaren horen thuis in volgepropte, niet-rookvrije pubs in schimmige steegjes in Schotland. Desondanks komen deze Real McKenzies uit het minder authentieke Canada, waar ze inmiddels al meer dan 15 jaar werken aan een live reputatie die er mag zijn. Net zo als die wat jongere Noord-Amerikaanse band die ook zo ontzettend Brits klinkt wordt er geput uit een arsenaal aan originele instrumenten die je niet direct zou koppelen aan rauwe punk, maar pakt het allemaal zeer geslaagd uit. Op Off The Leash, het zevende album, gebeurt - inderdaad net als bij de Murphy's - wederom niets nieuws, maar is het gewoon weer prima vertoeven. Althans, het is een klein beetje schrikken wanneer op "The Ballad Of Greyfriars Bobby" opeens banjo's en andere country invloeden doorklinken, maar gelukkig worden deze al snel naar de achtergrond gedrukt door het meer vertrouwde doedelzak geriedel. Voor de geoefende luisteraar zijn mooie (zelf verzonnen) legendes en dronkenmanspraatjes hoorbaar in de teksten van mompelaar en zanger Paul McKenzie, wiens stem overigens steeds meer begint te lijken op Social Distortions Mike Ness. Een prettige ontwikkeling, naar mijn mening. Al met al een prima zomers tijdverdrijf voor de kroegtijgers en liefhebbers van meezingen.
Hoera de zon scheen! Daarom gaven vijf van deze cd's weg in een prijsvraag. Leve Fat Wreck! Leve File Under! Maar je bent nu te laat hier.
File: The Real McKenzies - Off The LeashFile Under: Canadezen in kilt
File Audio: The Lads Who Fought & Won
Amebix - The Spiderleg Sessions
Ergens halverwege de jaren 80 was Alternative Tentacles, het platenlabel van punkfenomeen Jello Biafra (toen nog zanger van The Dead Kennedys), een zeer belangrijk punklabel. De eerste Europese signing van dat label was de Britse crustpunkband Amebix, die in 1985 hun plaat Arise uitbracht via Jello's label. Een plaat die van grote invloed was op de toen heersende punk- en krakersscene, en later ook van grote invloed op een aantal metalbands (Sepultura heeft ook een van hun platen vernoemd naar deze schijf, aldus de legende). Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik die Amebix-plaat nooit gehoord heb. Intussen zijn we meer dan 20 jaar verder en verzamelt Alternative Tentacles de demo's en singles van voor Arise op een cd, de zogenaamde Spiderleg Recordings. In het bijgeleverde schrijven wordt verhaald over krakers, crustpunks, bands als Crass en The Subhumans, armoede, festivals op Stonehenge, goedkope cider en ellende met drugs. De muziek klinkt navenant: smerige oerpunk met een metalrandje, ranzig opgenomen, met naargeestige zang en onheilspellende synths. Muziek voor tijdens de apocalyps, met dood en verderf als algemeen thema. Goed spelen of je instrument beheersen was geen noodzaak, het neerzetten van een akelig geluid des te meer. Geen gezellige muziek en ook absoluut niet prettig om naar te luisteren, maar als historisch document toch zeker niet zonder waarde. Punkverzamelaars en completisten die wat dieper in de oorsprong van de crustpunkscene willen duiken hebben hier een aardige verzamelaar aan.
File Under: Naargeestig crustpunk-document
File Audio: [Amebix-Space]
The Undeclinables - s/t
De nieuwe cd van The Undeclinables is niet zo heel erg positief ontvangen. En dat is nog een understatement. Uitgebluste band, zo was de heersende opvatting. Misschien is dat de reden dat ie daarom bij mij geen prioriteit had, dat ik de titelloze plaat nu pas bespreek. Ik had eigenlijk niet zo veel zin om de uiterst sympathieke band uit Den Bosch ook nog eens af te kraken. Liever prijs ik hun platen zoals Their Greatest Adventure en One For The Money nog eens aan. Geweldige platen, maar ja die zijn al weer uit de jaren negentig toen de band nog Undeclinable Ambuscade heette. Op Sound City Burning uit 2001 ging de band door het leven als Undeclinable, zeven jaar later is er een nieuwe naam, een nieuwe plaat en...een nieuwe zanger. Aan Erik van Haaren van One In A Million de moeilijke taak om Jasper Vergeer te vergeten. Eerlijk is eerlijk, dat lukt het maar half. En toch... toch is deze plaat niet zo slecht als sommige van mijn collega's u willen laten geloven. Zeker nu ik het naamloze album een tijd in m'n bezit heb en de nummers dus wat vaker heb beluisterd: "Cross The Line" is een regelrechte hit, "Leads To More" ook een heerlijke punkrockknaller. De band schuift op deze plaat wat meer op richting hardcore punk, een keuze die mede gemaakt lijkt omdat de stem van Van Haaren zich daar beter voor leent. Mindere momenten zijn er ook ("Teenage Tears" en "Overrated" mag u rustig overslaan), maar The Undeclinables zijn nog altijd een band om trots op te zijn.
File Under: Niet de gedroomde comeback, wel een lekkere plaat
File Audio: [ MySpace]
Ry Cooder - I, Flathead
Vorig jaar verraste Ry Cooder me met My Name Is Buddy. Het was het tweede deel van de trilogie die hij beloofd had te schrijven over Californië. Het eerste deel, Chávez Ravine kocht ik nog voordat ik mijn stukje klaar had over My Name Is Buddy, zo goed vond ik die plaat. Chavez Ravine klonk anders, maar was minstens zo goed. Ook het derde deel, I, Flathead klinkt anders dan zijn voorganger. Na de latin van Chávez en de country van My Name Is Buddy kiest Cooder deze keer meer rootsrock als uitgangspunt, maar natuurlijk zijn de liedjes wel latin-flavoured. Waar My Name Is Buddy een rode kater het verhaal vertelde, is op I, Flathead de niet helemaal sporende dragracepiloot Kash Buk en zijn avonturen in Californië het uitgangspunt. Buk (of moeten we zeggen Cooder?) zijn grote passie naast dragracen is muziek, die hij samen maakt met The Klowns. Het album heeft dan ook als ondertitel The Songs of Kash Buk and the Klowns. Buk verhaalt vaak humorvol en soms mijmerend nostalgisch over de vele rare snuiters die hij in Californië ontmoet heeft. Maar ook over zijn liefde voor Johnny Cash, zijn grote held. Over hem zingt hij 'I heard Johnny singin' on my Sears Roebuck radio, I wouldn't do my schoolwork then nor join in schoolyard games, I'd sit there by the radio so I could hear him sing.' Cooder levert met dit slot van de Californië-trilogie een voortreffelijk staaltje werk af. Misschien moet hij Sufjan maar gaan helpen bij zijn helse karwei om alle Amerikaanse staten op muziek te zetten. Californië is dan in ieder geval op grootse wijze alvast afgerond.
File Under: Fraaie afsluiting, van dito trilogie
Temposhark - The Invisible Line
Hippe cover. Daar zou best wel eens een goede plaat achter kunnen schuilen, denk je dan. Nou... als je helemaal blij wordt van overgeproduceerde liedjes vol dramatiek, dan valt er genoeg te genieten aan deze dit debuut van het Engelse kwartet Temposhark. De hipheid en de electro-achtergrond hoor je in het arrangement terug: "Battleships" zit vol met futuristische breakbeats, zeurballad "Is it better to have loved than not at all" krijgt een lekker zware bass mee, "Knock me out" is een potje retrodisco, "Joy" is net niet uitbundig genoeg om van Alphabeat te kunnen zijn en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar als je al die productionele zaken wegdenkt, zijn het vooral die zwaarmoedige songs die van The Invisible Line blijven hangen. Die depressieve teksten, ook. Wat moet ik nou met een refrein als "Not big in my life"? De relationele ellende in het Solo-achtige "Winter's coming"? En van een mooi lied als "Blame" wil de euforie om dezelfde reden maar niet afspatten. Temposhark-zanger Robert Diament krijgt opeens zielige hondenoogjes op die hoesfoto. En "Little White Lie" was in zijn demoversie veel leuker! Waarom is Temposhark eigenlijk zo wanstaltig serieus? Waar komt de misplaatste arrogantie in de tekst van "Don't mess with me" vandaan? En welk verhaal zit er achter de rest? Ik bedoel, waarom springt er in de clip van "Blame" iemand van een flatgebouw? Temposhark verpest het volkomen voor zichzelf. Gevalletje Keane, zeg maar. Teveel getoerd, misschien. Gek genoeg hebben ze wel weer grappige podcasts en hun oudere remixes voor anderen zijn ook best leuk. Ik snap er niks van. Potentieel heeft Temposhark genoeg, maar het eigen album is uiteindelijk vooral heel erg vervelend geworden. Ik kan wel een devies voor de volgende plaat verzinnen. "Don't leave the world studio without changing something"...
File Under: Boodschap te verhuld verpakt
File Audio: [Op hun site][ MySpace][Een aparte MySpace voor de remixes]
File Video: [Clips en podcasts][It's better to have loved (balletvideo) (andere clip met hoofdrol, Quicktime)][Blame]
The Savage Resurrection / 1 2 6
Er komen geregeld re-issues uit met materiaal van bands die destijds ergens in de wereld lokaal scoorden, maar waar elders geen hond van gehoord heeft. Vaak zijn enkele tracks wel aardig, maar ook weer niet zo bijzonder dat het album voor meer mensen geschikt lijkt dan vrienden en bekenden. Vooral de toegevoegde demo-opnames zijn vaak van een dusdanige kwaliteit dat ik het geld in mijn zak zou houden. We hebben weer twee kandidaten toegestuurd gekregen om langs de 'terechte release'-meetlat te leggen.
Uit Richmond, Californië komt The Savage Resurrection. De vijf leden hadden hun sporen verdiend in diverse bandjes in de locale scene, toen ze elkaar in 1967 vonden en The Savage Resurrection oprichten. Ze staan echter ver af van wat er aan de Amerikaanse westkust zoal uitkwam in die tijd. Ze lijken als Amerikaanse band vreemd genoeg geïnspireerd door bands uit Engeland, zoals The Who, Cream en The Bluesbreakers. The Savage Resurrection is nou zo'n band waar je zelfs meer dan veertig jaar na dato aan voelt dat het muzikaal helemaal goed zit. Je ruikt bij wijze van spreken de ranzige festivalweide waarboven een psychedelische wietgeur hangt waar ondertussen een menigte aan het trippen is op de muziek die er gespeeld wordt. Als het gelijknamige debuut van The Savage Resurrection in februari 1968 verschijnt is de band al in verval. De zanger Bill Harper, gezegend met een krachtige stem, stapt op en de bassist Steve Lage wordt uit de band gezet. De platenmaatschappij wil niet meer in ze investeren en het schip strandt. De tien eigen nummers die op het originele album te vinden waren zijn hier verzameld aangevuld met twee alternatieve takes plus een cover van "River Deep Mountain High" dat geluidstechnisch helaas achterblijft op deze verder zeer terechte re-issue van een band die zowaar weer op schijnt te treden.
Als ik Graveyard Paradise: The Complete 1 2 6 & Taboo Recordings, 1966-68 opzet dan denk ik in eerste instantie te maken te hebben met een Engelse Merseybeatband. 1 2 6 was voordat het 1 2 6 was een coverband dat via materiaal van The Shadows overstapte naar The Beatles en The Rolling Stones. Zo gek was mijn gedachte dus niet. Het belangrijkste lid is Asa Krogtoft en dat klinkt dus allesbehalve Engels. De band komt uit het noorden van Noorwegen. Als ik deze cd beluister dan komt er echter geen festivalweide bij me op. Eerder middelbare scholen waar de bandleden strak in het pak hun liedjes spelen, terwijl de meiden gillen. De singles van 1 2 6 waren in Noorwegen succesvol. Dat is niet vreemd, want de op de Engelse school gebaseerde liedjes mogen er zijn. Ook moet ik nog even de invloed van Bob Dylan noemen. Krogtoft bewonderde hem, en dat hoor je. Al is het in een gladgestreken vorm. Ik kan me verder voorstellen dat als ze Nederlanders geweest waren het bij ons ook een succes was geweest. Na een behoorlijk aantal singles verschijnt begin 1968 hun debuutalbum Curtains Falling. De band bestaat dan al niet meer wegens een mening van verschil over de muzikale koers. Krogtoft probeert het nog onder de naam Taboo. Zij maken ook leuke liedjes, maar de Noren hebben het alweer gehad met bands. Er is geen droog brood meer in te verdienen. Taboo is overigens weer voor een reünie bij elkaar geweest.
File: 1 2 6 - Graveyard Paradise
File Under: Goed dat iemand dit veilig stelt voor het nageslacht
File Audio: [The Savage Resurrection @ MySpace]
File Video: [Reünie The Savage Ressurection: [Thing in E][Talking To You], alleen had iemand wel even het licht aan kunnen doen...]
Beck - Modern Guilt
Bij de luxe rerelease van Beck's meesterwerk Odelay werden we weer met de neus op de feiten gedrukt: het wonderkind van ooit laat zijn talent te weinig zien. Guero vond ik bij verschijnen een erg goede plaat. Jammer dat de eerlijkheid me gebiedt te zeggen dat ik die cd sindsdien maar weinig gedraaid heb. The Information, zijn voorlaatste, was een ondermaatse plaat, zodat het alweer zes jaar geleden is dat hij iets echt moois liet horen (op Sea Change). Zijn jongste boreling heeft de naam Modern Guilt meegekregen en verdomd, de goede tijden zouden zomaar weer aangebroken kunnen zijn. Die roepen dan vooral associaties met Mutations, vanwege de mooie balans tussen leipe experimenten met elektronica (met dank aan producer Danger Mouse?) en basale folky liedjes. Beck's psychedelische kant krijgen we ook weer te horen, middels het wonderschone en aan The Flaming Lips refererende "Chemtrails". Op twee tracks doet Cat Power mee en dat is een combinatie die zou doen verlangen naar een duoplaat tussen de twee, ware het niet dat haar bijdragen hier minimaal zijn. Desondanks is één van die twee tracks, "Orphans", de opener van de plaat, typisch Beck: schijnbaar vrolijk, maar met een onderhuids schurende melancholie. Modern Guilt heeft een lp-lengte van ongeveer 35 minuten en dat is eigenlijk een ideale lengte voor deze plaat. Net op het moment dat de verveling toch even toeslaat, blijk je naar het laatste nummer te luisteren: "Volcano" had een outtake van Sea Change kunnen zijn. Inderdaad, die laatste echt goede Beck-plaat.
File Under: Een wonderkind herstelt zich
File Audio: Beckspace
Alpha Galates - A Stimulus For Reason
Vorige week draaide ik nog weer eens Tool's 10,000 Days. Dat ik dit album weer uit de kast trok had een reden. Voordat ik op zou gaan schrijven dat iedereen die afgehaakt was bij dit album nu in kon haken bij Alpha Galates, moest ik wel even checken of ik nog steeds zo dacht over 10,000 Days. Het bleek te kloppen. Die plaat doet me nog steeds niets tot weinig, terwijl Tool en ik daarvoor toch wel een lange tijd meer dan plezierig met elkaar optrokken. Maar zoals ik hierboven al verklapte, ik heb een eindelijk een goed alternatief gevonden! En ze komen uit Canada. In eerste instantie opereerde Alpha Galates onder de naam The Hollow, maar na wat bezettingswisselingen veranderde oprichter, zanger én drummer Matthew Von Wagner de bandnaam tot die waaronder ze nu het debuut A Stimulus For A Reason uitbrengen. En dat is een verbluffend sterk album geworden, dat bol staat van de Tool-esque spanning. Tja, als die giganten weigeren om zelf een Tool-waardig album uit te brengen, dan kun je moeilijk anderen kwalijk nemen als ze dat wel doen. Het is bijna eng hoe veel Von Wagner van tijd tot tijd op Maynard lijkt. Gelukkig is zijn drumspel nog niet zo goed als dat van Danny Carey, dan zou het écht eng worden. Er zijn nog wel meer verschillen hoor. Zo zingen bijvoorbeeld alle vijf de bandleden (waaronder twee vrouwen) hun partijen mee, wat resulteert in fraaie koren. Daarnaast wordt er veel meer gebruik gemaakt van synths. Dat maakt uiteindelijk ook dat Alpha Galates afdoen als copy-cat te gemakkelijk is. Daar is A Stimulus For Reason veel en veel te goed voor.
File Under: Sodeknetters
File Audio: [ MySpace]
Alice Cooper - Along Came A Spider
Alice Cooper is natuurlijk een Grote Naam, maar toch vooral in de VS. Dat is ook niet zo gek. Hij was ooit zeer omstreden en in de VS is alleen dat al goed voor verkoopcijfers. Daarnaast heeft muziek waarbij de act een integraal onderdeel is per definitie een grotere markt in het land van de showworstelaars. Dat neemt niet weg dat Cooper in de loop der jaren heel wat door de wol geverfde muzikanten in zijn band en op zijn platen heeft gehad. Op zijn 25e album Along Came A Spider is dat weer het geval. Okee, Kiss-drummer Eric Singer is de enige bekende naam, maar Keri Kelli, Jason Hook en Chuck Garric zijn relatief onbekende, maar ervaren muzikanten uit de L.A. scene. Daarnaast speelt Ozzy een stukje mondharmonica mee en Slash maakt op de singleversie van "Vengeance Is Mine" weer eens zijn opwachting, maar een sterrenbezetting kun je het niet noemen. Nu zegt dat niet alles, en de beschrijving van een samensmelting van het theatrale van zijn vroegere werk met een heavy stijl in de bio klinkt goed. Jammer genoeg is veel van wat misschien ooit heavy was in de productie gesneuveld. Een paar tracks zijn lekker heavy, maar het merendeel is toch echt popmuziek op volume zoals we dat van bands als Kiss gewend zijn. Gezien het eerdere werk van Cooper is dat natuurlijk ook helemaal niet onlogisch. Het verhaal over seriemoordenaar Spider is een handige kapstok voor een album met stevige seventies-glaminvloeden. Een waanzinnig verkoopsucces zal dit album niet worden, maar in het oeuvre van Cooper is dit een degelijk, zij het wat voorspelbaar album.
File Under: Terug naar de vertrouwde seventies-glam
File Audio: [CooperSpace]
The Atomic Bees / Grand:PM
De vakantie zit erop, het hoofd is weer leeg en schoon dus is het een mooie tijd voor een grote schoonmaak door de stapel achterstallig recensiewerk. We beginnen met de categorie pop/rock met synthesizers. En met twee debuutplaten. "Ah", roept u, "van die jaren tachtig klonen!". Inderdaad. Zo jaren tachtig zelfs dat The Atomic Bees, uit Italië, ook maar meteen een cover van Bronski Beat's "Small Town Boy". En daar wordt je niet gelukkiger van. Van de hele plaat, Start Breathing geheten, overigens ook niet. Mediocre jaren tachtig synthipop, met moderne invloeden volgens de bio, maar die heb ik niet gehoord. De zanger heeft daarnaast net iets teveel naar Robert Smith geluisterd en dat was toch al niet mijn favoriete zanger.
Uit Canada komt Grand:PM. Dat was een slecht punkbandje tot ze klassiek pianist Paul Mayer van achter zijn piano wegtrokken en hem een synthesizer gaven. De knul kon ook nog aardig zingen en nummers schrijven. Het levert op Party in your Basement een aanstekelijke vorm van (synthi)poprock invloeden van bands als The Cars, Tom Petty en Weezer op. Niet alle nummers zijn even sterk maar het klinkt allemaal wel even vrolijk en aanstekelijk. Kortom, voor een debuutplaat alleraardigst...
File Under: Synthipop om snel te vergeten.
File Audio: [ MySpace]
File: Grand:PM - Party in your basement
File Under: Daar worden we vrolijk van in deze verregende start van de zomer...
File Audio: [ MySpace]
Air France - On Trade Winds / No Way Down
Afgaande op het weer dat Gothenburg meestal teistert, zou je denken dat deze stad op muzikaal vlak alleen maar death metal en depressieve singer-songwriters voortbrengt. Nu zijn In Flames en At The Gates inderdaad grote namen in het eerste genre, terwijl Jens Lekman en Maia Hirasawa met hun akoestische ook een aardig toontje meespelen, maar ook vanuit de elektronicahoek mag de afvaardiging er zeker zijn. De meest recente exponent uit dat genre, speciaal gemaakt voor hen die The Knife te eigenzinnig en The Tough Alliance te poppy vinden, is het duo Air France. Aangezien het bij On Trade Winds (van vorig jaar) en No Way Down (van vorige maand) om EP'tjes gaat, in aanloop naar een ongetwijfeld op handen zijnde full-length plaat, neem ik ze gewoon allebei even mee. Zo ben ik dan ook wel weer.
Het fijne aan Air France is dat je het hele elektronische spectrum dat de afgelopen jaren uit Scandinavie is komen nederdalen, op twee schijfjes bij elkaar hebt. "June Evenings" is Royksopp op zijn best, "Never Content" doet denken aan "Pass It On" van The Knife, terwijl "Collapsing At Your Doorstep" niet zou misstaan op een Kleerup-plaat. Het meest opmerkelijke is misschien wel het ongelooflijke zomergevoel dat de songs van Air France overbrengen. Van tracks als Karibien en No Excuses is het moeilijk voor te stellen dat ze niet in Barceloneta of La Ribera, maar in pakweg Majorna of Hisingen in elkaar geflanst zijn. Accentverschilletjes tussen beide EP's zijn er wel. No Way Down is wat ingetogener en zet meer in op sfeeropbouw, terwijl On Trade Winds nog een echte dansplaat is met drie strandfeestplaten. Samen zijn ze wat mij betreft een perfecte soundtrack voor de zomer. En dat is hard nodig ook, aangezien het weer in Nederland dezer dagen nog beroerder is dan in Gothenburg. Gelukkig is er nog Air France, dat u in een wip naar betere oorden vliegt. Om maar met de sample uit "Collapsing On Your Doorstep" te spreken: 'It's all like a dream! - No, better!'
File Under: Een enkeltje zomer
File Audio: [No Excuses @ MySpace]
File Video: [Never Content] [Beach Party]
John Hiatt - Same Old Man
De eerste John Hiatt-cd verscheen in het jaar na mijn geboorte, in 1974. Dat het nog een jaar of dertien zou duren voordat ik aanhaakte bij de fanschare van Hiatt is dus ook niet zo raar. Zoals wel vaker die jaren was Hubert van Hoof de schuldige. Het aantal uitzendingen waarin hij Hiatt-opnames liet horen was schier oneindig en ik tapete ze stuk voor stuk. Lang niet alle cd's die Hiatt sinds het legendarische Bring The Family uitbracht waren even goed. Maar voor allen geldt wel dat ze geen van allen slecht waren. Dat is niet aan hem besteed, al kwam Little Head uit 1997 wel in de buurt. Hiatt's nieuwe plaat Same Old Man is gelukkig een stuk beter dan die cd. Ik vind 'em ook beter dan voorganger Master of Disaster. Wat me wel opvalt is dat er na vijfendertig jaar musiceren sleet komt op de stembanden van Hiatt. In het openingsnummer "Old Days" hoor je dat heel goed. In een fraaie gitaarballade zoals "Hurt My Baby", waarin Hiatt lager zingt met enkele uithalen, gedijt hij tegenwoordig een stuk beter. Hetzelfde geldt voor een heupwieger als "What Love Can Do" waarin Lilly Hiatt, de dochter uit zijn zo ongelukkig geëindigde eerste huwelijk, hem met een engelachtige tweede stem ondersteunt. Haar stem (ze zingt ook nog mee op "Love You Again") is de aangename verrassing van deze nieuwe Hiatt-cd en het zal me benieuwen of er uiteindelijk ook een album van haar hand zal schijnen. Met rasperige tweede stem van haar vader, vanzelfsprekend.
File Under: Same Old Hiatt met een beetje hulp van de Young Hiatt.
File Audio: [ MySpace]
The Young Republic - 12 Tales From Winter City
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen, The Young Republic is braaf. En braaf past niet bij mij, braaf wekt een skip-reactie op bij mij. Maar skippen mag niet, als je een recensie moet schrijven. De skipdrang onderdrukkend doen ze me geregeld denken aan de Guillemots, een minder brave band. Maar ze missen de piano's, blazers, zangkoren en de dwarrelende zang van Fyfe Dangerfield. 12 Tales From Winter City haalt het theatrale van de Guillemots niet, al proberen ze het af en toe wel, maar mij raken ze niet. Een kale uitvoering van de Guillemots dus, volgens mij kun je The Young Republic zo het beste omschrijven. Soms doet het een beetje country-achtig aan door het gebruik van violen. Het is niet mijn ding, dat was al snel duidelijk, ik moet me er echt toe zetten om te blijven luisteren, veel te braaf allemaal. En braaf, daar koop je niks voor. Als ik braaf was, zou ik naar Trijntje Oosterhuis luisteren, in een Spacewagon rijden en zou ik me afvragen waarom de boer waar ik dagelijks langs rijd vandaag zijn koeien binnen heeft gehouden. Zo braaf klinkt deze muziek. En wat hoor ik daar? Een blokfluit? Dat is toch echt het toppunt van braafheid. Next!
File Under: Braaf met violen
File Audio: [ MySpace]
Keep of Kalessin - Kolossus
Een dik half jaar geleden heb ik ze gezien en gehoord, dit Keep of Kalessin. Ze stonden geprogrammeerd samen met Enslaved en Shining; deze laatste band was mijn voornaamste doel, de andere twee kreeg ik erbij. Had van mij niet gehoeven. Shining, hoewel maar 25 minuten, was fenomenaal en overweldigend met hun mix van metal, jazz, avantgarde en prog. Toen had ik naar huis moeten gaan, maar ik vond 100 km rijden voor 25 minuten muziek kwantitatief gezien wat overdreven. Het werd uiteindelijk in totaal 45 minuten muziek, want na 20 minuten Keep of Kalessin ging ik graag naar huis. Posers waren het, wannabe blackmetallers die hun gestileerde evil imago erg hoog in het vaandel hadden staan. Veel eyeliner, glimmende pakjes. En dan ook nog erg eenvormige, zeer brave standaard blackmetal spelen. Laten we het op een onprettige eerste kennismaking houden, en hopen dat een eventuele tweede keer beter uitpakt. Maar helaas, Kolossus bevestigt grotendeels mijn indrukken van toen. De promo kwam gelukkig zonder bandfoto's, maar dat maakte het maar marginaal minder erg. Keep of Kalessin maakt een zeer cleane, uiterst brave vorm van blackmetal. Goed gespeeld, strak ook, fijn melodieus. Richting Opeth, maar dan zonder groot compositorisch vermogen. Allemaal niet heel erg; wat veel erger is, is het totale gebrek aan spanning, aan avontuur, aan bruutheid, aan ruwheid, aan bloed, aan zwarte kunst, aan Satan himself. Toch essentieel bij black metal, dunkt mij. Nee, dit is niet de richting die black metal op moet; dan moet je toch bij Amerikaanse tegenhangers als Nachtmystium, Xasthur en vooral Leviathan zijn.
File Under: Geef mijn portie maar aan eenieder die van bloedeloze blackmetal houdt
File Audio: [MyFikkie]
The Hold Steady - Stay Positive
Als het volle maan is en de klok slaat twaalf dan gaat het spoken in ons huis. Zo blijken de cd's plots een ziel te hebben en is het een gekrioel van zielen die allemaal zo hun verhaal hebben. Het hoogste woord hebben op dit moment de cd's van Bruce Springsteen. 'The Boss, verkocht toch maar mooi weer de Amsterdam Arena uit. En Magic was de beste plaat van de laatste jaren.' Ook The Counting Crows-cd's zijn niet af te remmen. 'Het is net of we niet weggeweest zijn. Het publiek omarmt ons meteen en de grote festivals staan in de rij.' De Randy Newman-cd's moeten lachen. 'Optredens moet je beperkt doen. En waarom zou je meer uitbrengen als je ook van het leven kunt genieten zonder optredens en cd's uitbrengen' De cd's van Boudewijn de Groot staan er een beetje onhandig bij. 'We verkopen dan geen stadions uit, maar we gaan toch al heel lang mee en met wat voor een succes. En dat in het Nederlands!' Ondertussen voegen zich de Drive-By Truckers- en The Replacements-cd's ook bij de groep. Er staat er echter eentje in de hoek. 'Wie ben jij?', vraagt een The Boss-cd. Een beetje aarzelend komt er een antwoord. 'We zijn uit The Hold Steady-kamp en Amerikaans, maar verkopen geen stadions uit. De vraag is of iemand de nieuwe cd wel opvalt. Ook al stonden we bijvoorbeeld wel in 2007 op Rock Werchter en op Motel Mozaique' Ze moeten allemaal lachen en geven schouderklopjes. 'Met zo'n goede plaat als die van jou gaat het vast lukken. Ze zitten echt op je te wachten. Blijf positief!'
File Under: Ook de vierde keer is scheepsrecht
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Live: [Joke About Jamaica][Lord, I'm Discouraged]]
Week 29, 2008
Storm
VA - Radio Tour de France (3cd)
Ewie
The Hold Steady - Stay Positive
Ludo
Ólafur Arnalds - Variations Of Static
Gr.R.
Matthew Good - Hospital Music
Prikkie
Judas Priest - Nostradamus
Timbo
The Gaslight Anthem - The '59 Sound
Joice
Black Kids - Partie Traumatic
Blizzard
Fear My Thoughts - Isolation
Stonehead
Mini Roc - Miniland / Woost - Teleskopia (sampler) / One-Two - The Story of Bob Star
DubbelMono
Spinvis & Vinkenoog - Ritmebox
Spookrijder
Air France - No Way Down EP / Fleet Foxes - Fleet Foxes
The (International) Noise Conspiracy
Mötley Crüe - Saints Of Los Angeles
Ik ben nooit een grote Mötley Crüe-liefhebber geweest. Het ronduit puberale gedrag, compleet met de verheerlijking van alcohol- en drugsmisbruik, vechtpartijen en gemolde hotelkamers, hielp daar niet bij. Dat je dat een jaar doet, drie jaar misschien, maar pubers van in de vijftig, da's toch voornamelijk genant. Tegelijkertijd wisten ze er van tijd tot tijd wel degelijk prima songs uit te persen. Van het Amerikaanse type, erg radiovriendelijke anthems, popsongs op hoog volume, maar wel degelijk meer dan eens memorabele songs. Als ze zich serieus met muziek bezighouden is het dus zonder meer een band om rekening te houden. En jawel, op Saints Of Los Angeles - hun eerste studio-album sinds 2000 - zijn ze serieus bezig geweest met muziek, en dat hoor je. De teksten schijnen autobiografisch te zijn, dus die heb ik maar gelaten voor wat ze zijn. De songs zijn uiteraard nog steeds radiovriendelijk. Dat heeft de heren er echter niet van weerhouden binnen hun genre van de glam- en sleazerock een stel lekkere songs te pennen. Goede hooks, refreinen die zich meteen in je hoofd nestelen en een lekker heavy, evenwichtige productie van James Michael - eerder medeverantwoordelijk voor het uitstekende geluid van Scorpions' Humanity: Hour I. Hoewel de songs echt niet allemaal even sterk zijn, heb je nergens het gevoel naar een vullertje te luisteren - en dat is wel eens anders geweest. Van mij mogen de heren wel eens geboekt worden voor Arrow. De opener zal dan ongetwijfeld "Welcome To The Machine" ('Step right up and listen/ Welcome to the show/ Sign on the x to sell your soul') zijn, merkwaardig genoeg de achtste song op deze cd. De overjarige pubers zijn hier stiekem ook volwassen muzikanten in vorm, op misschien wel hun beste album ooit.
File Under: Toch simpelweg de top in het genre
File Audio: [CrüeSpace]
File Video: [Saints Of Los Angeles]
3 Storeys High - Put It On Repeat
Waarom geef je als klein Nederlands label een plaat uit van een gemiddeld Engels poppunkbandje? Want als 3 Storeys High iets is, dan is het ontzettend gemiddeld. Grappig dat de band zich wil spiegelen aan Blink 182 en New Found Glory maar dat ze vaker doen denken aan brave tienerpunk zoals Simple Plan en Good Charlotte die maken. Luister maar eens naar "Get Up" zonder aan een hitje van een van deze twee bands te denken. Maar, de zomer schijnt er nu echt aan te komen, dus laat ik niet flauw doen. Op Put It On Repeat staan tien vrolijke meehuppelnummers met best aardige refreinen. Maar toch... deze jongens gaan echt geen potten breken, hoe vrolijk hun deuntjes ook klinken. Niet dat ze minder zijn dan bijvoorbeeld Simple Plan, maar die band heeft een groot internationaal platenlabel achter zich staan die een nieuwe plaat of single door de strot van de doelgroep kan duwen. Deze aardige Britten moeten het doen met een klein Nederlands indielabel. Hoewel, in Japan en China schijnen ze ook een label te hebben. Gek dat het in het eigen Engeland nog niet zo lijkt te lukken. Of hebben ze daar toch door dat 3 Storeys High niet zo gek veel toevoegt aan de poppunkwereld? Laat ik positief afsluiten: Put In On Repeat is leuker dan alle platen van Simple Plan bij elkaar. Steek die maar in je zak.
File Under: Het wordt nu echt zomer... zegt Gerrit Hiemstra
File Audio: [ MySpace]
VA - Radio Tour de France
De Tour de France is twee weken oud en helaas al weer flink wat schandalen rijker. Het doet me elke keer weer een beetje pijn als ik hoor dat er weer zo'n oetlul is geweest die niet van de pot met verboden vruchten af heeft kunnen blijven. Toch is mijn liefde voor het wielrennen in het algemeen en de Tour de France in het bijzonder onvoorwaardelijk. Uiteindelijk is het toch altijd man tegen man en man tegen de elementen. Hoeveel dope je ook in je lijf gestopt hebt, je moet nog steeds verdomd hard trainen om die puisten over te komen of om tegen de zestig in het uur op het vlakke te kunnen rijden. Het liefst volg ik de Tour op Radio 1. Luisteren naar het verslag van Jacques Chapel bij een massasprint of een spannende bergetappe en de muziekkeuze van Herman van der Velden, prachtige radio vond ik het. Helaas overleed Chapel vlak voor deze Tour en is Van der Velden al me met pensioen, maar hun vervangers werken op dezelfde voet verder. Een cd van de verslagen van Jacques Chapel zal helaas niet zo snel verschijnen, de smaak van Van der Velden is nu geweldig vastgelegd op de drie cd's tellende verzamelaar Radio Tour de France. Stapels Franse liedjes naast bekende namen van vaderlandse bodem zoals Hazes, De Groot, Rowwen Hèze (die speciaal voor deze cd een nieuw liedje schreven), natuurlijk The Amazing Stroopwafels' Oude Maasweg en een enkele verdwaalde (niets-Franse) buitenlander. Het gros van de lezers hier vindt het vast niet verantwoord om ervan te genieten, ik doe het met volle teugen als warming-up voor de Alpen-cols van de komende dagen.
File Under: Nar Boave
File Audio: [Live]
De Drie Boeddha's / Spinvis & Vinkenoog
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw hoorde ik voor het eerst de stem van Diana Ozon. Op de dubbelelpee Gramschap droeg ze enthousiast en muzikaal, begeleid door het getik van een rammelende spuitbus, een gedicht over graffiti voor. Gramschap was gevuld met punkpoëzie, kaal voorgedragen, maar soms ook begeleid door elementaire muziek: een krassende gitaar of een simpel ritme. Zo'n twintig jaar later leent Diana Ozon haar stem weer voor een muzikaal project. Deze keer samen met Bart FM Droog, lid van de Dichters uit Epibreren, voormalig stadsdichter van Groningen (tegenwoordig van Emmen) en al jaren bezig met poëzie. Op muziek van Wil Schmal (ex-Jammah Tammah) laten ze hun poëzie horen. Maatschappijkritische teksten ("Pastores Futuant", "Nieuws") worden afgewisseld met melodramatische gebeurtenissen ("De krantenjongen"), liefdesverklaringen ("Liefde") en prachtige familiegeschiedenissen ("Napoleon ontmoet de Droogs"). Hoewel het in essentie om voorgedragen gedichten gaat, levert de podiumervaring van de twee dichters en de felle gitaarlicks, de stompende trombone en elementaire ritmes (soms ska, soms Kift-achtige hoempapunk) een prachtig resultaat op. Podiumpoëzie, maar dan net een stapje verder.
Op de plaat Gramschap stond ook ene Simon S. Mussenoog, die een tirade afstak tegen "Burgersla". Deze satirische en boze punkpastiche op de naam van de eeuwig-lieve Simon Vinkenoog krijgt nu een mooie knipoog. Voormalig punkdrummer Spinvis eert de tachtig geworden dichter met de geluidscollage Ritmebox. Uitgevoerd als boek met cd en in een beperkte oplage uitgebracht. De gemiddelde dichtbundel in Nederland heeft een oplage van maximaal een paar honderd exemplaren. Ik vraag me af of Simon Vinkenoog de afgelopen jaren zelfs maar een paar honderd exemplaren van zijn boeken wist te verkopen. Dat zet de 'gelimiteerde oplage van 2000 exemplaren' in een iets ander perspectief. Maar daarmee wil ik niets afdoen aan de muzikale collage die Spinvis gemaakt heeft van teksten van Simon Vinkenoog (maar ook William Burroughs horen we voorbij komen, net als Adriaan van Dis). Vinkenoog is een dichter die je vooral moet horen en het liefst moet je ook zijn fladderende figuur op je netvlies hebben. Daarmee past hij perfect in de traditie van podiumdichters waar ook De Drie Boeddha's uit voort komen. Als literair document en cadeau voor de oude dichter is het zeer geslaagd, maar zoek er vooral niet de kenmerkende Spinvis-liedjes. Mocht je overigens achter het net vissen, dan kun je op de site van Excelsior zeven nummers downloaden: de Ritmebox EP.
File: Vinkenoog & Spinvis - Ritmebox
File Under: Podiumpoëzie
File Audio De Drie Boeddha's: [Liefde][Bedorven]
File Audio Spinvis & Vinkenoog: [Ritmebox EP]
File Video Spinvis & Vinkenoog: [Ik vlucht/Ik vlieg][Ting Ting Ting]
Discourse Avenue / Makazoruki
Als de zang de zwakke plek is van een band, dan vind ik dat best vervelend om daar over te beginnen. Zo'n zanger is toch vaak het boegbeeld en spreekbuis van de band, en als je de band zou willen adviseren eens verder te zoeken, dan, nu ja je snapt het wel. Zo ver zou ik in het geval van Discourse Avenue absoluut nog niet willen gaan, maar feit is wel dat ik zanger Roelof de Brouwer de zwakste schakel vind op deze ep. Op zijn beste momenten ("The Take Over") doet hij denken aan Henry Rollins, maar dat is ook niet de keizer onder de zangers. De rest van de band en de tracks op November March zijn overigens wel dik voldoende. Discourse Avenue kan ik moeilijk stijlvast noemen, want zo ongeveer elk nummer zetten ze weer een ander stijlmasker op en dat kan ik dan wel koel vinden, maar dat zou wel eens niet voor iedereen kunnen tellen. Van dreigend naar swingend, van core naar indie, deze Brabanders draaien hun hand er niet voor om. Dát zou ik ook zeker niet veranderen. En die zanger, die went ook wel.
Aan de zanger van Makazoruki hoef ik al lang niet meer te wennen. Niet dat hun zanger wel de kroonprins onder de zangers is overigens. Makazoruki's vorige titelloze album was al ijzersterk. Deze plaat van de uit Bosnië afkomstige, maar vanuit Nederland opererende band liet gepassioneerde, maar melodieuze noise horen en daar gaan ze op de Analogue Breakfast stug mee verder. Toch heeft deze band zich wel verder ontwikkeld. Deze nieuwe ep klinkt duidelijk minder ruw en boos dan zijn langspelende voorganger. Het komt de band ten goede dat ze vooral hun boosheid controleren. Vooral het knallende, knorrende baswerk en de giftige gitaarpartijen komen in deze vier nieuwe tracks veel beter tot zijn recht. Op zijn sterkst is de band als ze in hun moedertaal "Linije Krive" zingen, want het Engels van Pablo Makazoruki is niet zijn sterkste kant als hij 'echt zingt' in het openingsnummer "Show Girl". Maar des te gepassioneerde hij tekeer gaat, des te beter het van zijn tong rolt. En passie, dat is nu juist Makazoruki's grootste pluspunt, dus dat scheelt.
File Under: Niet stijlvast, wel veelbelovend, houden zo.
File Audio: [ MySpace]
File: Makazoruki - Analogue Breakfast
File Under: Passie uit Bosnië
FIle Audio: [ MySpace]
The Grand Opening - Beyond The Brightness
Beyond The Brightness is grotendeels het kindje van John Roger Olsson, een Zweedse singer/songwriter, die wel weet hoe je een liedje in elkaar steekt. Fijne harmonieën, jazzy wendingen. Zo vermengt het beste nummer "Secrets Revealed" een droge ritmesectie met scherpe gitaren en warme toetsen, op een manier die je ook vaak bij Karate terughoort. De andere acht liedjes zijn al even stemmig en onnadrukkelijk. Heel toepasselijk werden ze opgenomen in een bioscoopzaal. Het droevige "On The Losing End" had tijdens het moment kunnen klinken waar in Eternal Sunshine of The Spotless Mind kinderen "Row, Row, Row Your Boat" zingen. Olsson heeft -verrassend- een zachte, vriendelijke stem, die over de gehele linie, maar nergens voor de volle honderd procent, aan Ben Gibbard van Death Cab For Cutie doet denken. Het geluid is heel erg Plans, maar het niveau van de liedjes en het toch wat suffe gevoel dat ze uitstralen is beter te vergelijken met de solo-plaat die Chris Walla onlangs liet verschijnen. Daarbij past een vergelijkbaar slotnummer. "Trapdoor" is Olssons' "It's Unsustainable", met zachtjes post-rockende gitaren en een klagerig gezongen depri-tekst waar ik even geen zin in had. "You told me that I, I am nothing." Dit is typisch zo'n album dat je onmogelijk kunt haten, maar dat tegelijkertijd niet meer dan een blanco gevoel oproept.
File Under: Het is vast een lieve jongen
File Audio: [Grand-Space]
Kiss Of Life featuring Myriam G.S. Mestiaen - Kiss Of Life
An Pierlé, hoe zou het toch met haar zijn? Wij werden bij File Under zelfs een beetje verliefd op haar. Maar sinds de laatste cd uit 2006 en de aansluitende toer is het stil. Tja, je loopt dan het gevaar dat wij stiekem om ons heen gaan kijken of er elders nog iets te snoepen valt. De Belgische Myriam G.S. Mestiaen is een mevrouw die op het juiste moment naar ons lonkt. Zij doet dit onder de bandnaam Kiss Of Life, die inderdaad wat lekkerder bekt dan haar eigen naam. Mestiaen is onder haar eigen naam echter wel bekend als beeldend kunstenaar. Bij de eerste 150 exemplaren van haar debuut krijg je zelfs een zeefdruk van haar cadeau. Haar muziek doet mij dus aan An Pierlé denken. Dit komt door het gebruik van de piano en vooral haar stem. Toch is ze geen kopie. Er zijn meer invloeden. Ik noem een Kate Bush (ligt voor de hand als je An Pierlé noemt), maar er zijn ook jazzinvloeden die bijvoorbeeld weer te vinden zijn in het werk van Nina Simone. Haar grote hulp was een oude bekende van ons dirk Blanchart. De wegen die ze met Kiss Of Life bewandelt zijn soms best commercieel en toegankelijk zoals in opener "Recycling Woman". "The Soul Is Blind" is daarentegen een tranentrekker en "Teach Me" geen makkelijke kost. De eerste single "Hangover Blues" zou niet mijn keuze geweest zijn, al werkt het nummer wel naar een verdienstelijk hoogtepunt toe. Het echte venijn komt er in mijn oren pas uit in het bloedstollende "Riverman" mede door een The Edge-look-a-like-gitaargeluid. Het jazzy "Today I'm Living" kan mij wat minder bekoren, maar dat ligt puur aan mij. Niet aan haar. Nee, laat Myriam G.S. Mestiaen maar schuiven. Zeker met zo'n begeleidingsband maakt ze indruk.
File Under: Een kus op iedere wang en eentje op haar voorhoofd
File Audio: [ MySpace]
Fear My Thoughts - Isolation
Zes albums uitbrengen binnen zeven jaar. Niet veel bands zullen dat Fear My Thoughts nadoen. Fans van deze Duitse metalgasten hoeven (tot nu toe) dus nooit lang op een opvolger te wachten. Zelfs het aantrekken van een nieuwe zanger heeft niet tot gevolg gehad dat het nieuwe album, met de titel Isolation, met erg veel vertraging uitgebracht wordt. Wel is het zo dat de muziek een ietwat andere richting op is gegaan. De invloed van de nieuwe frontman Martin Fischer is hierin merkbaar. Hij heeft zelf de verantwoording op zich genomen voor het componeren, bespelen en opnemen van alle synthesizer- en orgelpartijen. De band is sowieso van het principe do it yourself. Zo hebben de opnames van het album door gitarist Patrick Hagmann plaatsgevonden in de eigen Black Halo Studios en is het concept en het ontwerp van het artwork door gitarist Markus Ruf. De van origine hardcore band met vele invloeden uit de death metal heeft met Isolation wederom een goed album afgeleverd. De nodige agressiviteit waarmee ze de nummers aangrijpen ontbreekt gelukkig nog altijd niet, luister maar eens naar "Pitch Black". Met de hulp van producer Daniel Bergstrand (Meshuggah, In Flames, Soilwork, Strapping Young Lad), die voor zowel het mixen van het album als ook voor het opnemen van de vocalen zorgde, is dit een solide, stevig en prima album geworden, waar maar weinig negatiefs op aan te merken valt.
File Under: Don't fear this isolation
File Audio: [ MySpace]
Flat Earth Society Meets Jimi Tenor
G. Love & Special Sauce - Superhero Brother
Omdat iedereen die meewerkt aan File Under hier voor zijn lol zit en het allemaal liefdewerk-oud-papier is, vraag ik geregeld aan een van de schrijvertjes of hij het ziet zitten om de een of andere plaat te bespreken. Zo niet, nou, dan is er ook geen man overboord en speel ik de cd door aan een ander of dan doe ik 'em zelf. Daardoor zat ik dus met de nieuwe G. Love opgescheept. Prikkie zijn letterlijke woorden zal ik u besparen, maar na Lemonade, het teleurstellende debuut van G.Love op Brushfire Records, had hij wel even de buik vol van de muziek van Garett Dutton, zoals G.Love eigenlijk heet. Geen punt natuurlijk, dan neem ik 'em wel mee in mijn wekelijkse luistersessies. En na die sessies kan ik niet anders concluderen dan dat Prikkie iets te snel G. Love afwimpelde. Op Superhero Brother herpakt G.Love zich namelijk met verve. Misschien komt het wel doordat er deze keer geen plek is ingeruimd voor beroemde gasten. Van mij hoeft dat ook niet, dat G.Love zij-aan-zij staat met Donavon Frankenreiter, Ben Harper en (zijn labelbaas) Jack Johnson. Dat vond ik op Lemonade zelf ook helemaal geen meerwaarde. Op Superhero Brother komen nog wel wat gastmuzikanten aanwaaien, maar dat is vooral functioneel. Zo wordt "City Livin'" ondersteund door flink wat koperwerk. De basis is echter altijd G.Love en zijn trio en die dan lekker samen blues, soul, funk en een snufje hiphop (om het af te maken) in de pot roeren. Het resultaat is dan wel redelijk voorspelbaar op dit tiende G. Love-album, maar het is wel degelijk weer zeer genietbaar.
File Under: Peace, Love and Happyness
File Audio: [ MySpace]
[Communication][City Livin'][Wiggle Worm][Peace, Love And Happyness]
Echovalve - Helloagaingoodbye
De bandnaam Echovalve is naar het Nederlands vertaald iets als 'Echoklep'. Laat dat nou precies de groep omschrijven. De jongens hebben onlangs hun debuut Helloagaingoodbye uitgebracht. De zang doet erg denken aan 'onze' Roger 'Intwine' Peterson, dit met lekker uithalen en vooral echoënde effecten. Door andere media wordt de nieuwe band vooral omschreven als een mix van Creed, Disturbed en Alter Bridge. Dat is waarschijnlijk te danken aan het productiewerk: de gitaren zijn erg op de voorgrond gezet en zijn duidelijk hét handelsmerk van het viertal. De elf nummers die het album telt laten zien dat de Amerikaanse band erg veel in zijn mars heeft. Merkwaardig aan het schijfje is dat we de titeltrack pas op het einde vinden. Deze geeft samen met de single "Dirty Little Secret" wel een goed beeld van wat we op dit album kunnen verwachten. De videoclip mag dan beschamend goedkoop zijn, de muziek is gelukkig indrukwekkend genoeg. Met de juiste marketing zou dit best een grote band kunnen gaan worden. Hoewel ze niet erg vernieuwend zijn, vallen ze qua kwaliteit genoeg op.
File Under: Het wiel niet opnieuw, maar beter uitvinden
File Audio: [ MySpace]
Blackmore's Night - Secret Voyage
"In het grote bos, vlak naast de grootste boom van het hele bos, stond een grote paddestoel met een rode hoed met witte stippen. Achter de paddestoel stond een bosje onkruid. Maar wie het onkruid opzij zou trekken, zou een heeeeel klein deurtje ontdekken. Achter dat deurtje woonde namelijk een kaboutertje. Een heel klein kaboutertje, dat 's avonds graag bij zijn huisje zat, als de mensen het te eng vonden worden in het donkere bos met zijn schaduwen en echoënde geluiden. Hij deed dan zijn muzikantenmaillot aan, zette een guitig petje met een veer op zijn hoofd en speelde naar hartelust op zijn luit. Uit het hele bos kwamen de dieren om te luisteren. Vossen, eekhoorns, kraaien, hazen, gebroederlijk luisterden ze naar het getokkel van het kaboutertje. Vaak was er ook een elfje bij, dat het vredige getokkel begeleidde met haar heldere stem. Het kaboutertje begon met een fraai instrumentaal stukje, waarbij een ander kaboutertje op een houten orgeltje speelde, zo nu en dan speelde het kaboutertje iets ouds, zoals zijn eigen liedje "Rainbow Eyes", of een liedje van de Grote Vetgekuifde Reus ("Can't help falling in love"), soms was het BZK (Band Zonder Kabouters)-hoempa van de ergste soort ("Toast For Tomorrow"). Sommige dieren merkten dat het kaboutertje weer best vaak speelde als heel vroeger, toen het kaboutertje nog The Leprechaun In Black werd genoemd. Maar alle dieren vielen na verloop van tijd in slaap van het getokkel, de renaissancehoempa en het knappe maar o zo saaie gezang van het elfje. Zo kon het gebeuren dat toen het kaboutertje klaar was met spelen het helemaal stil bleef in het bos. Afgezien van wat vredig gesnurk."
Kolere, wat heb ik een pesthekel aan sprookjes. Ome Storm, hoef ik nou nooit meer iets van Blackmore's Night te recenseren? Als 'ie Candice Night en die Modern Talking-programming eruit heeft gedonderd wil ik er weer iets van horen. Tot die tijd echt niet meer.
File Under: Rien Poortvliet-rock
File Audio: [U bent gewaarschuwd]
Thom Yorke - The Eraser Remixed
Daar lees je dan weer niks over in de reguliere muziekpers: er was een vervolg op Thom Yorke's spookachtige soloplaat The Eraser in de vorm van The Eraser Remixed. Half maart verschenen er opeens drie vinylplaten met een fraai goudbedrukte hoes, met in totaal negen remixes. Maar ik heb geen platenspeler, dus ik wachtte op de cd-release, die er in juni zou zijn en dan eigenlijk nog alleen in Japan ook. Die cd is er uiteindelijk nooit gekomen. Blijven de MP3's over, en daar moet echt iets over geschreven worden, want ik ben nogal fan van dit soort experimenten. Vooreerst: van het fenomenale titelnummer met achtergrondzang van Jonny Greenwood is iedereen met zijn fikken afgebleven. En in alle overige tracks die wél op Remixed staan zit natuurlijk weinig samenhang. Hooguit dat de remixers serieus en enigszins voorspelbaar blijven. Terecht, want de afgelopen twee jaar is er maar weinig verschenen dat de originele Eraser qua sfeer benadert. Geen toeval dat The Eraser Remixed aftrapt met een typische en relatief rustige remix van Burial, waarin je het bijna hoort regenen, en dat ook Various gevraagd is om een remix af te leveren, die mooi diep is geworden. Ook is Modeselektor present, dat ik al eerder heb bejubeld: hoewel er aan "Skip Divided" beats zijn toegevoegd die iets meer rechttoe-rechtaan klinken dan het origineel, behoudt het nummer zijn loom-dreigende stijl en wint het iets wiegerigs. "Atoms for Peace" was op het origineel al een vullertje en Four Tet kan daar met zijn fijne xylofoon niet zoveel aan verbeteren, hoewel de Sigur Ros-achtige 'solo' halverwege een vondst is. En in Cristian Vogels remix van "Black Swan" krijgt de basgitaar de sinistere hoofdrol. Daarmee hebben we de pluspunten van het album gehad. De remixes blijven tot dan toe in elk geval even genietbaar als het origineel. Vogels tweede remix en die van The Field lijken er nauwelijks op en zijn dat prompt minder. Gedurfd is dat wel, vergeleken met de andere remixen, maar ook enigszins overbodig, al maakt The Field een fijn stuk ambienttechno. Ook The Bug haalt een synthlijntje en daarmee de ziel weg uit "Harrowdown Hill" en zet er een smerige baslijn voor terug. En dan was er nog een flutremix van Surgeon (wie?). Kortom, ergens snap ik wel waarom dit niet op cd verschijnt. Maar van de betere tracks is dat zonde.
File Under: De eerste helft is geslaagd
File Audio: [Modeselektors remix] [Burials remix] [Per track, bij Boomkat (deel 1, 2, 3)] [En dan waren er nog onofficiële remixen]
Russian Circles - Station
Ik vind het wel grappig dat ik, ondanks het feit dat ik post-rock eigenlijk doodverklaard had, steeds weer voor de bijl ga. Nu is het weer voor Russian Circles. Die komen niet vanachter het vroegere IJzeren Gordijn vandaan, maar 'gewoon' uit Chicago. Dat ik voor de bijl ga komt doordat dit drietal vooral níet stinkend hun best doet om als de volgende Explosions In The Sky-epigoon bestempeld te worden. Ze halen hun invloeden veel meer uit hun eigen stad. Daar komen namelijk ook de machtige post-metal-mannen van Pelican vandaan en dat ademt door in de tracks op Station. Maar ook aan Isis doet Russian Circles - ookal is hun muziek geheel instrumentaal - van tijd tot tijd denken. Op het eerste gehoor lijkt de diversiteit in het songmateriaal misschien niet zo groot, de variatie is er zeker wel. Het zijn juist die sluimerende verschillen en overgangen die Station boeiend maken. Na een ingetogen opening met fraai gitaarwerk van Mike Sullivan gaat het bijvoorbeeld langzaam over naar "Harper Lewis" dat uiteindelijk door de knorrende bas van ex-These Arms Are Snakes en het venijnige gitaarwerk als je over je schouder terug kijkt, er heel anders bij ligt dan je onderweg vermoedde. Maar ook in verfijnde details is Station interessant. Bijvoorbeeld als de dubbele bas van inhuurkracht en stadsgenoot Morgan Henderson (van Blood Brothers-faam) binnen komt rollen in het slotnummer "Xavi". Een weldadig moment.
File Under: From Chicago With Love
File Audio: [ MySpace][Campaign][Youngblood][Harper Lewis]
Schoon water is niet vanzelfsprekend
Vandaag de dag hebben 1,1 miljard mensen geen andere keuze dan het drinken van vuil water. Dankzij een gelukje bij je geboorte ben jij niet een van hen.
Maar wat nou als je dat wel was? Als je de afwas erin had moeten doen, eronder douchen, ervan drinken... Stel jezelf de vraag: als je vervuild water zou moeten geven aan degenen die je liefhebt, wetend dat het dodelijk kan zijn, zou je het doen?
Kypck - Cherno
Wat hebben we nou weer? Een Finse doommetalband die in het Russisch zingt? Het moet ook allemaal niet gekker worden. Grappig genoeg werkt het wel. KYPCK (Kursk in het westerse alfabet) doet zoals reeds gemeld aan dikke doommetal, en dan specifiek de loodzware variant daarop, hoewel ze de song nooit uit het oog verliezen. Stoffige logge gitaarriffs met een Black Sabbath-verleden ploegen zich voort over de loodzware mokerslagen van de drummer, terwijl de bas zich comfortabel in het sublaag nestelt. Met die bevreemdende Russische klaagzang als afmakertje, waarmee ze zich in elk geval flink onderscheiden van de concurrentie. Het tempo is zoals te verwachten over gehele linie laag, en de sfeer is stemmig en af en toe ronduit dreigend. Dit soort muziek zet je bepaald niet voor de lol op en moet je eigenlijk gewoon ondergaan. Nou is doommetal niet per se mijn ding, maar ik weet wanneer ik kwaliteit hoor, en Century Media blijkbaar ook want die hebben het aangedurfd om deze ongewone plaat een kans te geven. Dat zou de avontuurlijk aangelegde metalfan ook eens moeten doen met deze opmerkelijke plaat.
File Under: Dikke Finse doommetal in het Russisch
File Audio: [KYPCK-Space]
Steve Howe Trio - The Haunted Melody
Steve Howe heeft zijn gehele carrière al een voorliefde voor de Gibson ES-175D gitaar. In de rock-setting waarin hij zich doorgaans begeeft is dat vreemd, want het is bij uitstek een jazz-gitaar. Het was dan ook slechts een kwestie van tijd voordat Howe een lang gekoesterde droom in vervulling zou laten gaan: in een standaard jazz-setting muziek maken op die ene gitaar. Mede als een ode aan de gitaristen die hem zo beïnvloed hebben, en die komen voornamelijk uit de jazz. Dat is een dappere sprong voor iemand wiens muzikale identiteit zo sterk leunt op een grote diversiteit in stijlen en gitaren. Met zoon Dylan Howe op drums en Ross Stanley op Hammond-orgel heeft-ie dan nu het Steve Howe Trio opgericht en The Haunted Melody is het eerste, instrumentale cd-project van de heren. Eigen composities, Yes-covers en enkele jazz-klassiekers vormen het menu. Gelukkig toont Howe zich ook binnen de zichzelf opgelegde beperkingen (één gitaar, één muziekstijl) een meester op zijn instrument. De muziek swingt, het trio speelt alsof ze dat al jaren samen doen, en de arrangementen, zeker van de eigen nummers, zijn verrassend en gewaagd. Rest nog één vraag: voor wie is de cd bestemd? Jazz-liefhebbers zullen Howe's hak-op-de-tak speelstijl niet in het genre vinden passen, en liefhebbers van rockmuziek zullen het waarschijnlijk afdoen als ouderwets klinkend gepingel. Maar iedereen die is geïnteresseerd in Steve Howe als veelzijdig gitarist zal met volle teugen van deze cd genieten.
File Under: In de beperking toont zich de meester
File Video: [Steve Howe Trio live]
Dimmu Borgir
Onstabiel maar krachtig
Voetbal is heilig. Zo schijnt het althans. Alle schema's voor de show van Dimmu Borgir in het Haarlemse Patronaat moesten namelijk worden omgegooid, zodat de fans na afloop van het concert in ieder geval de tweede helft van de E.K. kwartfinale Nederland - Rusland nog konden zien. Je zou verwachten dat het publiek tijdens het optreden met de gedachten dus ergens anders zat. Maar gitarist Sven Atle Kopperud, beter bekend onder het pseudoniem Silenoz, heeft daar weinig van gemerkt. 'Ik geloof niet dat ze erg afgeleid waren, nee.'

Nu maakt Dimmu Borgir genoeg herrie om je zinnen te verzetten, dus echt een strijdplan om de aandacht van de fans te trekken was niet nodig. 'We hopen gewoon dat alles technisch gezien werkt als we het podium oplopen. Dat was vandaag overigens niet zo, het begin was een beetje een zooitje. Maar verder was het goed. Het is geven en nemen, en de fans hebben vanavond ontzettend veel gegeven!'
Lees verder..Ravens & Chimes - Reichenbach Falls
De geograaf in mij googlede gelijk of de Reichenbach Falls echt bestaan en, zo ja, waar ze liggen. En verdomd, deze watervallen bestaan, en ze liggen in Zwitserland. Daarvoor had ik overigens niet hoeven googlen bleek even lager, want binnen in het boekje van de eerste cd van Ravens & Chimes staat het gewoon beschreven: 'Reichenbach Falls is the peak in the Swiss Alps where detective Sherlock Holmes allegedly fell to his death in 1891' Weer wat geleerd! Het hoesje leert me verder dat het zevental van Ravens & Chimes maar liefst ruim vier jaar geschaafd heeft aan deze cd. Da's best een lange tijd. Toch klinkt Reichenbach Falls alles behalve gekunsteld. De muziek van deze indie-rockers ligt wel een beetje in het verlengde van Wolf Parade en Arcade Fire. Dus worden - hoe voorspelbaar - ingetogen momenten volop afgewisseld met uitbundige jubelpop. Maar door de vaak slimme combinatie van mannen- (frontman Asher Lack) en vrouwenzang (door Brittany Anjou) blijven ze toch wel overeind. Bovendien is Asher Lack na vier jaar gepiel aan zijn liedjes echt wel op de proppen gekomen met twaalf sterke exemplaren. Voeg daarbij de goede productie van Howard Bilerman (eerder Arcade Fire en British Sea Power) en de opvallende instrumentatie en dan weet je dat dit een hartstikke leuk indie-folkpop debuut oplevert.
File Under: This Is Where We Are (na vier jaar)
File Audio: [ MySpace]
She & Him - Volume One
Alle vooroordelen opzij zetten en met neutrale oren proberen iemands enthousiasme te begrijpen en, liever nog, te volgen. Zo stond ik op Metropolis te kijken naar The Jeremy's geprikkeld door Timbo's en Marz667's stukjes. Hoe goed ik het ook probeer, ik begreep het echt niet. Tja, je zult maar last hebben van muzikale smaak. Op de terugweg van Metropolis draaide ik Volume One van She & Him naar tevredenheid, tot mijn wederhelft mij wist te vertellen dat ze dit zenuwenmuziek vond. Tja, je zult maar last hebben van muzikale smaak. Onbegrijpelijk. Ik was juist aan het genieten van de liedjes geschreven en gezongen door Zooey Deschanel die ze samen met M. Ward en een hele reeks muzikanten opnam. Volume One is hun eerste album. In het begin van de cd knikte ik tevreden omdat ze niet in de val trapten om de liedjes die zo uit de Phil Spector-school zouden kunnen zijn er ook zijn muzikale geluidsmuur achter te plaatsen. Nee, She & Him doen dat niet. Ze zoeken het eerder in spaarzame snufjes twangbegeleiding. Ik moest, ook al door de vrouwelijke samenzang aan de Indigo Girls denken. Daarmee geven She & Him echter niet alles prijs, want er zijn ook meer jazzy arrangementen. Kortom: afwisselend en prachtig gedaan. Tot ikzelf hun versie van "Got Me" van The Beatles hoorde. Van sommige nummers moet je afblijven. Ik begon met zelfs af te vragen of ik niet gewoon naar een coverplaat zat te luisteren. Uiteindelijk bleken er nog twee andere geleende nummers te zijn. Hiervan had "Sweet Darlin'" van mij ook achterwege had mogen blijven. Ik begon me zelfs af te vragen of ik wel terecht zo enthousiast was. Dat kon toch niet de bedoeling zijn.
File Under: Twee nummers wegskippen en je hebt een fijn plaatje, al blijft het een mening
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Live @ SXSW][You Really Got A Hold On Me]
The Monocles & The Higher Elevation - The Spider, The Fly & The Boogie Man
Bij de release van Psychedelic States: Colorado in the 60s beloofde reissuelabel GearFab al deze cd met het complete werk van The Higher Elevation en de eerdere incarnatie The Monocles. Hoewel ze redelijk succesvol waren met hun singles, hebben ze om redenen die ook hier niet opgehelderd worden, nooit de kans gehad om aan het grote werk mogen ruiken. Pech? Verkeerde plek, verkeerde moment? Toch waren er een boel mensen die in het kunnen van deze band geloofden. John Sebastian speelt bijvoorbeeld mee op "Wizard of Love" en de destijds bekende DJ Dave Diamond vertelt het met psychedelische cliché's doorspekte verhaal van "The Diamond Mine" over een backing-track van The Monocles. Het was een band die van alle markten thuis was. Of ze nu de muziek van de British Invasion gebruikten ("Let Your Lovin' Grow", "You Don't Know"), de bizarre aspecten van psychedelica beschreven ("Psychedelic") of powerpop speelden ("Here Comes Sunshine"), ze kunnen in elke eredivisie mee. Hoogtepunten uit hun oeuvre waren "Boogie Man" en "The Spider And The Fly" (denk aan ZZ & De Maskers' "Dracula"!), "Crazy Bicycle" en het Byrds-achtige "Highway 101". Alleen al met deze handvol tracks verdienen ze een plek in het pantheon van de jaren zestig.
File Under: Verborgen klassiekers
Hellsongs - Hymns In The Key Of 666
Ik houd heel erg van verrassende versies van (mij) overbekende nummers waarin voor een nieuwe insteek gekozen wordt. Die bewijzen vaak dat een goed liedje een goed liedje blijft, op welke manier je het ook speelt. Daarom houd ik ook zo van bijvoorbeeld Susanna and the Magical Orchestra. Daarom houd ik nu ook van Hellsongs. Harriet Ohlsson heeft net als Susanna Wallumrød een geweldige stem, net iets poppier dan Susanna. Met dit als sterke wapen in de ene hand en in de andere tien fantastische arrangementen maakt dit Zweedse trio - twee man en een dus fijne zangeres - op Hymns In The Key of 666 tien zeer bekende tot iets dat ze zelf lounge metal noemen. Die benaming is net als de bandnaam en albumtitel eigenlijk te flauw voor woorden. Ze doen zichzelf hier, net als met de hippie-achtige hoes, wat mij betreft zeker mee tekort. Laat je hier alsjeblieft nier door weerhouden. De prestaties die op Hymns... geleverd worden durf ik met een gerust hart geweldig te noemen. Hoe het trio van Megadeth's "Symphony of Destruction" Feist-achtige vrolijkheid maakt is ronduit zalig en zal iemand als Marty die net als ik voor beide een zwak heeft doen glimmen. Metallica's "Blackened" krijgt zo'n zelfde overweldigende behandeling. Ook de downtempo folk-versie van Twisted Sister's "We're Not Gonna Take It" is verwonderend, net als de versie van Slayer's "Seasons In The Abyss". Die laatste is veel beter dan Tori Amos' poging tot het coveren van een Slayer-nummer. Kippenvel krijg ik bij de versie van "Paranoid" dat je in eerste instantie helemaal niet herkent. Briljante cd.
File Under: Laat je niet verwarren door hoes, titel en bandnaam, dit is geniaal.
File Audio: [Breaking The Law][Run To The Hills][I Wanna Be Somebody][Thunderstruck][We're Not Gonna Take It][ MySpace]
Sonny J - Disastro
Er zijn niet veel cd's geweest in mijn leven waarbij ik direct bij de eerste keer draaien uitriep "Dit is geniaal!" en waarvan ik dat tegenwoordig nog vind. De grote uitzondering op die regel is Since I Left You van The Avalanches uit 2001. Niets minder dan een meesterwerk: het hele album schijnt te zijn opgebouwd uit zo'n 900 samples. Daarvan zijn er inmiddels enkele honderden bekend, al is de prijsvraag uit een interview destijds (waar de sample van de Rolling Stones' "Satisfaction" precies zit) bij mijn weten nog nooit met succes opgelost. Enfin: de fans wachten al bijna acht jaar op een tweede album, dat dit of komend jaar zomaar eens zou kunnen verschijnen. Hun zou ik willen aanraden: check ook het debuut van Sonny J eens. Disastro is een behoorlijk lekkere zomerplaat, waarop tracks als "Handsfree", "Can't stop moving", "Cabaret Short Circuit" of "Disastro" vintage genoeg klinken om zó voor Avalanches-materiaal door te kunnen. Met samples van Donna Hightower, Shirley Bassey en Jack Jones kon dat ook bijna niet anders. Het probleem met Disastro is alleen dat er ook wat tracks in heel andere stijlen opstaan. "Belly Bongo" heeft iets weg van de Basement Jaxx en een popballad als "Sorrow" is ook heus niet verkeerd, maar wat doet-ie nou eigenlijk helemaal op dit album? En wat doen die gitaren in tracks als "Enfant Terrible" of "Strange Things"? Gelukkig kan het vrij verslavende "Doing a tango" nog wel eens heel erg veel dansvloeren gaan veroveren. De bijbehorende videoclips vol groepsdans zijn nogal belachelijk en je kunt je sowieso afvragen hoe origineel Sonny J nu écht is, maar als dit de manier is waarop platenmaatschappijen hun oude catalogus afstoffen dan mogen er van mij nog heel veel van dit soort albums verschijnen. De helft van het werk erop is namelijk meer dan uitstekend. Sowieso is het heerlijk om weer eens ouderwetse soulblazers te horen, in plaats van de kunstmatige nabootsingen die je tegenwoordig vaak hoort. Sonny J, of hoe je ook echt heet - 'Graham'? 'Sonnington James III'? Niet te verwarren met drum 'n bass-held Jonny L bovendien - van harte bedankt! Hiermee kan ik er wel weer een zomer tegenaan.
File Under: Met wat goede samples in de hand trekken we door het ganse land.
File Audio: [MySonny]
File Video: [Handsfree] [Can't stop moving]
Judas Priest - Nostradamus
Tal van bands die in het grijze verleden toonaangevend waren in hun genre hebben zich erbij neergelegd geen nieuw magnum opus meer te maken. Er wordt nog steeds met veel plezier gemusiceerd en het nieuwe materiaal wordt nog steeds goed ontvangen, maar het echte moeten is eraf. Zo niet bij Judas Priest. Niemand zal ontkennen dat ze met bijvoorbeeld British Steel een klassiek album hebben gemaakt, maar niettemin werd al een hele tijd geleden een prestigieus conceptalbum aangekondigd over de Franse ziener Nostradamus. In de berichten die van tijd tot tijd verschenen waren Halford c.s. bepaald niet bezig de verwachtingen wat terug te schroeven. Het bleek zelfs een dubbelaar te worden en over de songs waren ze zelf ronduit opgetogen. Je zou bijna zeggen dat Judas Priest alleen nog onderuit zou kunnen gaan met dit megalomane project. Alleen... dat gebeurt dus niet. Nostradamus is in alles een concept-album en ademt een sfeer van bombast door orkestrale stukken en stukken Italiaanse tekst(!), maar het blijft beslist heavy metal volgens het Judas Priest-recept. Met name Halford heeft volop de ruimte om te schitteren en doet dat twee cd's lang. De prominente toetsen van Don Airey en de strijkinstrumenten zijn wat onwennig voor een Priest-album, maar Tipton en Downing hebben er in de productie voor gezorgd dat het heavy gebleven is. Het belangrijkste is nog wel dat de songs zónder alle toeters en bellen van de studio uitstekende Priest-songs blijven. Daarmee behoort dit Nostradamus niet alleen tot het beste werk van Priest ooit, maar ook tot de beste en meest sfeervolle concept-albums ooit.
File Under: Dit meesterwerk heeft ook Nostradamus niet voorzien
File Audio: [Titelsong op PriestSpace]
Jesse Malin - On Your Sleeve
Toen uw recensent nog een klein Spookrijdertje was, keek ik op zaterdagavond altijd naar Herexamen met Inge Diepman. (Trouwens Inge, als je dit leest: laat even weten hoe het met je gaat!) Herexamen begon altijd met zo'n heel leuk liedje, zo van 'Don't know much about history'. Ik had er geen weet van, maar naar later bleek was dat mijn eerste kennismaking met Sam Cooke. Jesse Malin zegt in het boekje bij On Your Sleeve dat zijn gevoel bij "Wonderful World" afkomstig is uit de film Animal House met John Belushi. Malin moet wel een gruwelijke hekel aan die film hebben, want hij verkloot het nummer op vakkundige wijze en maakt er een zeikplaat van. Het is exemplarisch voor wat er mis is met On Your Sleeve. Laat ik voorop stellen: ik ben over het algemeen geen liefhebber van covers, al zijn er een aantal uitzonderingen. Anna Ternheim's Engelstalige versie van "Shoreline" vind ik bijvoorbeeld mooier dan het origineel van Broder Daniel, terwijl ik ondanks veel protest door de jaren heen standvastig blijf volhouden dat ik "Sympathy For The Devil" in de versie van Guns 'n Roses een stuk straffer vind. Maar over het algemeen zeg ik: steek je energie in het schrijven van eigen nummers. Dat is iets wat Jesse Malin prima kan, dus het is me werkelijk een raadsel waarom hij het, na het prima ontvangen Glitter In The Gutter, nodig heeft gevonden een plaat op te nemen met zoveel gezapige covers. Zo komt Stones-adaptatie "Sway" echt niet uit de verf, terwijl Jim Croce's "Operator" ook maar een lijzig liedje wordt in de uitvoering van Malin. De versies van "Me And Julio Down By The Schoolyard", "Walk On The Wild Side" en "I Hope I Don't Fall In Love with You" zijn weliswaar wel goed te genieten, maar dat zijn an sich ook al zulke uitstekende songs, dat daaraan weinig valt te verneuken. Het leukste bij On Your Sleeve is eigenlijk het eerdergenoemde boekje, waarin Malin zijn keuze voor de songs toelicht. Je leert een hoop nieuws over de man, terwijl hij een aantal rake observaties neerpent ('Over the years I've had my share of faded phone numbers on matchbooks and bar napkins. You know, the analog Palm Pilot Blackberry.'). Malin is een onvervalste romanticus, die het liefst in de jaren '60 was opgegroeid. Dat is ook allemaal prima, maar laat hij daar dan wel zijn eigen nummers over schrijven.
File Under: Om maar met Wouter Bos te spreken: dit kan zo veel beter
File Audio: [Me And Julio Down By The Schoolyard]
Mugison - Mugiboogie
'Jnnk vroeg of ik nog een dag naar de Affaire kom de komende week. Dat kan toch wel?'
'Natuurlijk kan dat wel. Is dat een dag die Affaire? Of langer?'
'Langer, het loopt gelijk op met de zomerfeesten in Nijmegen. Zeven dagen, tot en met vrijdag, is er gratis muziek op verschillende podia.'
'Welke dag wil je gaan dan?'
'Ik moet nog met jnnk overleggen, maar ik denk de donderdagavond. Dan staan er namelijk een paar acts die ik heel graag wil zien.'
'En dat zijn?'
'Het zegt jou niets vrees ik. En vele anderen ook niet, maar dat is eigenlijk wel de charme van de Affaire, daar valt nog wat te ontdekken. Maar ik zou heel graag Phosphorescent nog een keer zien en Mugison, de bebaarde IJslandse held.'
'Zegt me inderdaad helemaal niets.'
'Mugison ken je in ieder geval wel een beetje hoor.'
'Oh, dan weet je meer dan ik.'
'Nee hoor, daar zitten namelijk nu al een uurtje naar te luisteren.'
'Grappenmaker! Maar dit klinkt nou niet bepaald als het IJslands dat wij meestal luisteren. Feeëriek is anders.'
'Ja, maar de man was echt knap briljant toen ik 'em zag op Eurosonic afgelopen januari, waar hij met zijn opa samen speelde. Rauw en ongepolijst schreeuwde deze knakker de longen uit zijn lijf.'
'Ik kan me wel voorstellen dat die live heel veel energie uitstraalt. Dat heeft het op deze cd namelijk ook al. Het is wel een beetje Tom Waits-achtig.'
'Ja, of Krang-achtig of Captain Beefheart-achtig. Zo zou je het ook kunnen noemen. Maar vooral ook magistraal. Op cd is het al zwaar briljant, vooral omdat hij het op Mugiboogie nog breder trekt. Soms is het bijna industrial. Maar op het podium is het pas echt ruwe bolster. Vandaar dat ik wil donderdag.'
'Ik vind het prima hoor.'
'Mooi, dan ga ik nu jnnk mailen.'
File Under: Jesus Is A Good Name To Moan
File Audio: [MugiSpace]
File Video: [Kreunt door merg en been, en dat is mooi.][Mugisons tour-videoblog]
Bootsy Collins & The Hardest Working Band
Goodnight Monsters - Summer Challenge
Gister maakte ik het uit met mijn vriendin, dus misschien is dit niet de juiste dag om een recensie te schrijven. Misschien dat The Beach Boys-achtige klanken van Goodnight Monsters me op kunnen vrolijken? Dat zou wel zo moeten zijn, want iedereen zou hier vrolijk van moeten worden! Blije deuntjes met rockabilly-refreintjes, dat kan bijna niet mis gaan. Toch lukt het ze niet mij volledig op te fleuren, waarschijnlijk voornamelijk omdat de zang me licht vals aandoet. Dat zullen anderen misschien wel mooi vinden, maar ik ga me eraan storen. Summer Challenge doet me vaak denken aan Daryll-Ann, toch niet de minste vergelijking, lijkt me. Maar daar waar Daryll-Ann toch wat triests over zich heen heeft, daar heeft Goodnight Monsters een vleugje zomerpret in hun nummers gestopt. En zomerpret, daar zitten we nu wel op te wachten. De vakantietijd is begonnen en daar horen zomernummers bij. Nummers die je jaren later terughoort en waarbij je dan terugdenkt aan die blije, vrolijke en gezellige zomer van 2008! In mijn geval zal dat niet zo zijn, maar ik hoop dat velen dat wel zullen hebben. En misschien ook wel bij het luisteren van een nummer als "First One On The Beach", hoe kan het anders met zo'n titel!
File Under: Blije zomer
File Audio: [ MySpace]
Kaki King - Dreaming Of Revenge
Een intiemer moment dan iemand van dichtbij zien slapen is er volgens mij niet. Kaki King poseert zo op de hoes van Dreaming Of Revenge. Ze lijkt me een lieverd. Ik heb echter nog nooit van haar gehoord. De platenmaatschappij geeft hoog op van Malcom Burn, de producer van dit album. Hij zou bekend moeten zijn van het werken met Daniel Lanois, Peter Gabriel en Emmylou Harris. Ik heb ook nog nooit van hem gehoord. Als ik de namen van de artiesten lees dan heb ik al zo'n vermoeden waar het muzikaal naartoe gaat: een clean geproduceerd album met sterke liedjes. De specialiteit van deze New Yorkse van nog geen dertig jaar oud is de gitaar en vooral het ritmisch bespelen ervan. Als ik de cd dan daadwerkelijk draai hoor ik sfeervolle liedjes waarbij King mij in eerste instantie aan Björk doet denken. Ze mist echter het hoge in haar stembereik. Als ik dan zie dat King naast de gitaar ook haar weg weet met percussie, basgitaar, keyboards dan ben ik op zich nog vol bewondering. Er doet alleen ene Malcolm Burn mee die voornamelijk de keyboards beroert. En de wijze waarop dit laatste gebeurt, daarvan krijg ik jeuk. Hij smeert het geluid namelijk helemaal dicht. Het klinkt op je stereo geweldig, maar de emotie slaat ermee dood. Hoe King ook haar best doet. Nu ken ik de eerste twee albums van haar niet, maar Dreaming Of Revenge vind ik ronduit saai. Er mag best heel wat van dit lieve af. Hopelijk is de opvolger haar Dreaming Of Revenge. Concluderend, zoals ik al zei: een clean geproduceerd album, alleen de sterke liedjes komen er niet uit.
File Under: Kaki-muziekbehang
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Pull Me Out Alive][Can Anyone Who Has Heard This Music Really Be A Bad Person][Air And Kilometers]
Kaywon High School of Arts Orchestra
Ascend - Ample Fire Within
Meestal is het de andere helft van Sunn o))) - Stephen O'Malley - die zijn creativiteit niet kan beteugelen en dat middels allerhande projecten (KTL, Gravetemple, Aethenor, Ginnungagap, en nog vele andere) de wereld instuurt, maar zo nu en dan laat ook Greg Anderson zich gelden. Normaal gesproken heeft hij het druk genoeg met het runnen van zijn label Southern Lord, maar gelukkig heeft hij tijd gevonden om zich weer eens muzikaal te laten horen zonder monnikspij aan. Gelukkig, ja, want samen met Gentry Densley is hij de kern van Ascend, en dat is een verdomd goede kern. Natuurlijk kun je niet onder de Sunn o))) vergelijking uit, want ook op Ample Fire Within zijn de donkere, depressieve doomdrones niet van de lucht. Maar Ascend is meer: rijker geluid met behalve gitaar ook orgel, trombone, drums en zelf gitaarsolo's (van Soundgarden's Kim Thayill!), en qua totaalgeluid toch ook minder massief; de keel wordt niet continu dichtgeknepen. Een nog groter contrast zijn de vocalen; Densley laat namelijk horen graag nog Tom Waits te luisteren, en die grofkorrelige stembanden passen wonderwel goed bij de intense en behoorlijk afwisselende doom/dronemetal. Erg muzikale doom/dronemetal trouwens - niet dat je de fusionjazz-miles davis-mahavishnu orchestra invloeden zoals genoemd in de bio direct terug kan horen, maar ergens is dat gevoel wel op te vangen. Naast de Tom Waits-achtige vocalen nog een extra bewijs dat het genre nog lang niet uitgeroeid is. Erg fijne plaat dus, en voor doom/drone begrippen ook nog eens erg toegankelijk - relatief gezien natuurlijk.
File Under: Toegankelijke en goede doom/dronemetal
File Audio: [Ascend-Space]
Week 28, 2008
Storm
Lite - Phantasia
Ewie
Andy Dale Petty - All God's Children Have Shoes
Ludo
Paul Weller - 22 Dreams
Gr.R.
Kid Rock - All summer long (single)
André
Cinematic Orchestra @ Cactus Festival, Brugge
Prikkie
Amaseffer - Slaves For Life
Blizzard
Hollenthon - Opus Magnum
Stonehead
Late of the Pier - Fantasy Black Channel
DubbelMono
Theme Time Radio Hour: With Your Host Bob Dylan
Timbo
Alkaline Trio - Agony & Irony
Ghiu / The May Fire
Uit de Haagse ondergrond komt het trio Ghiu. Twee van hen gaan ook schuil achter de Teledubbies. Waar dat al een aardig compromisloos bandje was, doet Ghiu er nog even een schepje bovenop. Het is een tijdje geleden dat ik zulke goede ongepolijste postpunk hoorde als op Songs Without Animals. Neem bijvoorbeeld "The Sheepman". De dreinende met distortion doorspekte bassen laten je pas echt voelen waar je onderbuik zit, de gitaren snijden als botte messen door je vlees en de drums hameren als een weggezopen kater op je schedel. Shellac, Sonic Youth en dan nog even kijken hoeveel verder je naar links kunt afbuigen. Ge-wel-dig. Is er dan helemaal geen ruimte voor subtiliteiten? Juist wel! Neem "The Other", dat vanuit een kabbelende oceaan aan bassriffs rustig opwerkt naar een apocalyptisch einde waarin de zanger Robert Smith citeert door repeterend 'Boys Don't Cry' te zingen. Ik houd het bijna niet droog. Dit doet honden met de staart tussen de benen afdruipen.
Die kunnen dan mooi aanschuiven bij The May Fire. Die mogen hun muziek dan wel heel stoer uitbrengen op het Rock Whores label, vergeleken bij Ghiu zijn het brave puppy's met kwispelende staartjes en waterige oogjes. Toch is wat Catty Tasso en haar drie mannen laten horen best plezante indierock. Deze ligt een beetje in de lijn van wat de zusjes Deal doen met The Breeders. Frontvrouwe Catty Tasso is behalve met een appetijtelijke look, uitgerust met een aller-charmantst accent. Dat heeft ze te danken aan Chili, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. Nu resideert ze echter al tijden in Californië. Het is wel jammer dat ze niet wat meer van haar roots in de muziek verwerkt heeft. Dat zou de ep The List vast iets extra's meegegeven hebben. En zou er voor zorgen dat de band zich meer kan onderscheiden ten opzichte van al die honderddrieëntachtig andere indiebandjes met een kekke zangeres. Nu lukt het ze met de zes liedjes op The List net niet om me echt voor zich te winnen. Of zou dat komen doordat die Hagenezen van Ghiu nog op mijn kop aan het hameren zijn?
File Under: Vluchtende dieren.
File Audio: [ MySpace]
File: The May Fire - The List
File Under: Indierock
File Audio: [ MySpace]
Shantel & Bucuvina Club Orkestar
Amaseffer - Slaves For Life
Soms denk je na een paar honderd recensies alles wel een keer gehoord te hebben. Tot er een progmetal-cd van een Israelische band op je deurmat valt. Amaseffer heet de band en het intro "Sorrow" laat al horen wat er te verwachten is: klanken uit het Midden-Oosten zetten de toon voor wat een spannende mix van westerse prog en oosterse melodieën blijkt te zijn. Voor de zang is Mat Leven (ex-Yngwie Malmsteen) ingehuurd, die de dramatiek in het verhaal (het bijbelse verhaal van de Exodus) buitengewoon smeuïg weet te vertolken. Het is te horen dat de heren van Amaseffer ook soundtracks schrijven, want de dramatiek spat er werkelijk vanaf. Toch, hoeveel bombast dat met zich meebrengt, inclusief orkestrale partijen, hoe heftig het ook mag klinken allemaal, het blijft allemaal wel degelijk muzikaal interessant. De enige andere progmetalact die ik ken die het zo heavy, zo over the top en toch zo'n eenheid weet te maken, is Ayreon - en in een ver verleden Savatage. Amaseffer voegt daar echter met de oosterse melodieën een facet aan toe dat maakt dat het een heel eigen gezicht krijgt. Bovendien duiken die melodieën niet zo nu en dan op, maar zitten ze door de hele muziek verweven. Ook op andere punten zijn er overeenkomsten met Ayreon: meerdere vocalisten - naast Mats Leven ook Arch Enemy's Angela Gossow en een drietal Israelische vocalisten -, veel achtergrondgeluiden en een verteller die je - al dan niet in het Hebreeuws - het verhaal intrekt. Amaseffer is bijzonder, maar bovenal Groots en Meeslepend.
File Under: Spannende mix van prog en oosterse melodieën
File Audio: [Flashplayer op de site] [AmasefferSpace]
The Psyke Project - Apnea
De laatste tijd baan ik me af en toe zuchtend en steunend een weg door de promo's die bezaaid door mijn kamer liggen. Ik weet dat ik er weer eentje moet kiezen om een stuk over te schrijven, maar ik weet eigenlijk niet welke te kiezen. Er zit nauwelijks een plaat bij die vernieuwend is, of over de hele lijn boeiend. Sla mijn laatste stukjes er maar op na: de middelmaat regeert. Ook The Psyke Project weet die negatieve spiraal niet te breken. Het moet gezegd worden: Apnea is geen slechte plaat. De post hardcore van de Denen ligt ergens tussen Converge en Deftones in. De vergelijking met die laatste band komt vooral door de sfeer die wordt geschept op deze plaat die in Scandinavië al enige tijd verkrijgbaar is. Het grappige - of nou ja grappige, opvallende is misschien beter - is dat Apnea ondanks de verscheidenheid aan stijlen een stuk variatie mist. Ook al gaat het van snoeiharde metalcore naar stukken met catchy hooks en van Tool-achtige riffs naar goed getimede breakdowns; de nummers lijken op elkaar en het gebrek aan goede ideeën maken de tien nummers een lange zit. De band valt simpelweg te veel in herhaling. En bij ballad "Not In My Time" gaan mijn nekharen overeind staan. De sound van The Psyke Project heeft potentie, maar die komt er op dit derde album niet helemaal uit.
File Under: Weer niet boven de middelmaat
File Audio: [ MySpace]
Smokestack Lightnin' - Heads of Agreement
Het valt niet mee om met rootsmuziek een hit te scoren. Toch is het de Duitsers van Smokestack Lightnin' gelukt toen ze in 2006 een cover van "The Unknown Stuntman" gebruikt zagen worden in een commercial. In een betere en rechtvaardiger wereld zagen we ze vaker terug in de hitlijsten. Maakt de David Bowie-cover "Kooks" geen kans, dan zijn er nog minstens twee of drie andere kandidaten te vinden op Heads of Agreement, hun tweede full-length. Een alt-countrysong als "The Change" bijvoorbeeld, of de rocker "Big Kahuna". Maar zolang we het met deze wereld moeten doen, zullen er voor bands als Smokestack Lightnin' alleen live-hits zijn. Bijvoorbeeld de tear-in-my-beer-track "Babes & Bucks", met het om meeschreeuwen vragende refrein 'I want babes & bucks and a pickup-truck / [...] / I want to be a star / with a Fender-guitar / and a big crowd every night'. Er zit geen originele noot bij en eigenlijk is elke riff en elke twang een countrycliché. Maar vrijwel nergens gaan ze over de rand van het pathetische en als ze dat wel dreigen te doen, bijvoorbeeld bij de a-cappella gezongen opener "In the morning I'll be gone", dan is er wel weer een oplossing in de buurt. Twee tracks later scheurt de rauwe gitaar in "No Hoot" het al te sentimentele sfeertje weer aan flarden. Smokestack Lightnin' weet waar ze mee bezig zijn en doen dat erg goed.
File Under: Hey Du, Cowboy! Wo gibt's denn die grossen Hits?
File Video: [Big Kahuna]
Vetiver - Thing Of The Past
Het wachten voor een optreden of tussen optredens door is vervelend. Oké, je kunt met iemand gaan kletsen -al doen velen dat ook tijdens het optreden-, maar het is meestal tijd die je noodgedwongen moet overbruggen. Het is erg prettig als er een dj is die bijzondere plaatjes draait waarvan je jezelf afvraagt waarom je dat nummer niet kent of zelfs in je eigen collectie hebt zitten. Een mens kan niet alles hebben en kennen, ik weet het, maar toch. Als er een singer-songwriter- of folkavond was en Andy Cabic mocht de dj uithangen dan had hij ons vast aangenaam verrast met geweldige nummers die in de vergetelheid waren geraakt, maar die hij speciaal voor ons uit zijn platenkast had opgedoken. Cabic is echter geen dj: hij is muzikant. Met zijn band Vetiver bracht hij tot op heden twee albums uit. Op hun derde Thing Of The Past duikt hij in zijn platenkast en covert twaalf nummers van voornamelijk Amerikaanse artiesten. Werd Cabic ooit in de new-folkstal geplaatst met artiesten als Devendra Banhart en Joanna Newsom, op Thing Of The Past is hij duidelijk meer traditioneel. Vetiver covert liedjes van o.a. Iain Matthews ("Road To Ronderlin"), Garland Jeffreys ("Lon Chaney"), Loudon Wainwright III ("The Swimming Song") en Townes van Zandt ("Standin'"). Stuk voor stuk juweeltjes. Het weer opgedoken archiefstuk Vashti Bunyan krijgt overigens een prachtige gastrol in Kathy Heiderman's "Sleep A Million Years". Cabic heeft smaak.
File Under: Snuffelen in de platenkast levert cd en uiteraard een lp op
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Filmpje!]
Little Feat And Friends - Join The Band
Little Feat's klassieke live-album Waiting For Columbus siert mijn cd-kast al jaren. In twee versies zelfs. Tussen alle live-albums die ik heb - dat zijn er zeker een paar honderd - is dit er een die ik meteen in de top tien plaats. Op dit album was Little Feat in topvorm met hun aanstekelijke New Orleans-funk-jazz-rock. Mét Lowell George, de frontman die in 1979 het leven liet. Voor velen was Little Feat daarmee definitief ten einde. Toch heeft Little Feat daarna ook prima werk afgeleverd. Dat is ook niet zo vreemd, want hoewel Lowell George blikvanger van de band was, was hij bepaald niet de enige songschrijver of alleen bepalend voor de sound. De huidige bezetting bevat alle vijf (!) andere bandleden uit de succesbezetting. De sfeer zit er dan ook als vanouds in op Join The Band van Little Feat and Friends. Die Friends zijn Hele Grote Namen als Vince Gill, Emmylou Harris, The Black Crowes' Chris Robinson en Sonny Landreth, om er maar een paar te noemen. Ook Lowell George's dochter Inara (Bird and The Bee) werkt mee aan dit album, in een versie van "Trouble". De songs zijn de bekende klassiekers van Little Feat, zoals "Fat Man In The Bathtub", "Oh Atlanta" en "Dixie Chicken", aangevuld met een stel rock 'n' roll-klassiekers. Je zou verwachten dat dit een feestje met lekker uitgelaten versies zou worden, waarin de gasten de songs grotendeels naar hun hand zetten. In de praktijk verschillen de versies vaak echter weinig van de originelen. Heerlijke originelen en heerlijke versies op dit album, maar zelden versies waar de gasten hun stempel op drukken. Daarmee is dit album toch meer een veredelde verzamelaar geworden dan een nieuw album. Van een waanzinnige band, dat wel.
File Under: Enigszins teleurstellende heerlijke cd
File Audio: [Flashplayer op de site]
David Karsten Daniels - Fear Of Flying
Slechts een jaar na zijn eerste plaat voor het "grote" label FatCat komt Daniels al met een vervolg. Waar Sharp Teeth een massaal album was, vol haast religieuze slogans en grote gebaren, is Fear Of Flying kleinschaliger en dissonanter. Elf korte, fragmentarische liedjes, die vaak meer de pure singer/songwriter kant opgaan Zo belandt de Amerikaan in territoria waar ook Will Oldham en Leonard Cohen (opener "Wheelchairs") verkeren. Ik ben er niet zo tevreden mee. Man's stem is wat zeurderig en zijn arrangeerkunsten waren net zijn beste verkoopargument. Nu zijn daar slechts vleugjes van te bespeuren, zoals in "A Myclonic Jerk" dat fladdert als het orkest van Sufjan Stevens. Er zijn heus wel wat momenten waar het talent zich niet verloochent. Mijn favoriet "That Knot Unties?" heeft een funky (!) beat, wat knorrende blazers en een luie dubbele gitaarpartij. "Falling Down" is qua tekst het beste. In het intro klinkt nog een vrolijk hamerende Honky Tonk-piano, maar met het spannende verslag van een (bijna) auto-ongeluk valt niet te lachen. "I scream to my passengers: I love you!" Typerend voor Fear of Flying is een combo in 't midden van de plaat. "A New Garment" is een fraai zoemend ambient-intro, dat vervolgens dubbel zo lang blijkt als "Everytime A Baby Is Born", dat een Frames-melodie met My Morning Jacket alt. country combineert. Zou geslaagd zijn te noemen als het nummer binnen no time lui wordt afgekapt. Meer van hetzelfde is "Oh, Heaven Isn't Real", dat bestaat uit niets anders dan een geinig refrein. Wie weet wil Daniels dat we de plaat als een geheel zien. (Welke artiest wil dat niet?) Dan zeg ik: een voldoende, maar ditmaal geen acht.
File Under: Te ongeduldig
File Audio: [Daniel-Space]
Cephalic Carnage - Conforming To Abnormality
Ik wilde eigenlijk gaan schrijven dat Conforming To Abnormality een behoorlijke stap terug was na het geniale Xenosapien. Het blijkt echter de rerelease te zijn van het allereerste album van Cephalic Carnage. Toch eens beter die bijgeleverde promo-prietpraat lezen. Of wat minder bier drinken, dan was de parate kennis misschien wat beter. Het geeft wel aan dat de mannen er niet slechter op zijn geworden de afgelopen tien jaar. Of in ieder geval wat toegankelijker. Het debuut laat namelijk horen dat in de begindagen van de band een totaal gebrek aan respect voor muzikale wetten bestond. Niets geen refreintjes of structuur, maar een bonte mix van verschillende stijlen. Gierende death, dodelijke grind, loodzware doom en zelf wat jazzy gefreak. Door elkaar, over elkaar, na elkaar, in elkaar en dat allemaal in nog geen 27 minuten. Een behoorlijke aanslag op je incasseringsvermogen dus. Neemt niet weg dat het talent van de heren onmiskenbaar te horen is. Je moet echt maling aan dronken naatje hebben om zo'n plaat af te leveren, waarvoor hulde. En of dat nog niet genoeg is, zit er nu ook nog ruim twintig minuten aan bonusmateriaal bij. Dat is overigens niet allemaal even serieus, maar de Sodomizer is wel een apparaat dat enige verwachtingen heeft geschept. Als je je collectie compleet wil maken, is dit een prima aankoop. Als je voor het eerst kennis wil maken met deze band, kun je beter met één van de latere cd's beginnen.
File Under: Spring Loaded For Repetitive Action
Lite - Phantasia
Rustig worden van muziek die anderen op de zenuwen werkt. Ik stond er zelf ook een beetje verbaasd van te kijken dat me dit gebeurde bij Phantasia van de Japanse vrienden van LITE, maar het gebeurt me echt als ik naar dit album luister. De in de King Crimson-hoek te plaatsen mathrock die het viertal Kusumoto, Takeda (beiden gitaar), Akinori Yamamoto (drums) en Jun Izawa speelt blinkt uit in opzwepende repeterende patronen. En deze stralen op een rare manier rust uit voor mij. Het is het verschil tussen knap gestileerde mathrock die toch zijn spierballen laat zien en freaky progmetal zoals Liquid Tension Experiment dat bijvoorbeeld deed. Toch duurde het wel even voordat ik in de notenbrij de rust vond. Die kwam bij de eerste luisterbeurt namelijk absoluut nog niet bovendrijven. Dan jakkeren de elf tracks langs je heen. Pas na vaak draaien ging ik als het ware in trance zweven boven de muziek. Zoals een intercity op het station angstig voorbij kan stuiven, maar toch rust en regelmaat uitstraalt. Opstijgen van micro naar macro en de diepte weer in duiken waar nodig. Dan slaat de oase van rust die "Interlude" uitstraalt de vloer pats-boem nog krachtiger onder je voeten weg. Een magistrale omslag die je eigenlijk niet verwacht.
File Under: Mathrock als sereniteit, het kan.
File Audio: [ MySpace]
Tricky - Knowle West Boy
Serieus mannetje die Tricky. Ooit zag ik hem in een aardedonker en (toen nog) heel rokerig Paradiso met zijn rug naar het publiek knetterstoned zijn gal spuwen. De platen die Tricky na het prachtdebuut Maxinquaye maakte waren eigenlijk zonder uitzondering donker en onheilspellend. Ook als persoon lag hij continu overhoop met de pers en stond hij bekend als een agressief type. Onlangs zag ik voor het eerst in jaren bij Jools een interview met Tricky en zag ik tot mijn verbazing een vriendelijke kletser die met zijn nieuwe plaat Knowle West Boy alle mensen uit zijn jeugd in een achterbuurt in Bristol eens vriendelijk wilde bedanken. Dit is overduidelijk in de sterke single "Council Estate": 'Council Estate is just me... that song is the upbringing me and friends had.' Ook diverse andere nummers op Knowle West Boy zijn autobiografisch. In "School Gates" zingt hij over de zwangerschap van een 16-jarige ex-vriendin en "Past Mistake" vertelt het verhaal van een aflopende relatie, waarbij de vrouwelijke stem wordt verzorgd door de ex uit die relatie. Op vrijwel ieder nummer heeft Tricky een andere gastvocaliste uitgenodigd omdat hij naar eigen zeggen zijn eigen zangkwaliteiten niet voldoende vindt. Het grote verschil tussen Knowle West Boy en eerdere Tricky-platen is dat het allemaal iets minder zwaar wordt aangezet en Tricky duidelijk plezier heeft gehad in het schrijven en opnemen. Net als bij zijn vorige platen heeft hij ook nu weer een cover opgenomen. Dit keer geen nummer van The Cure of Siouxsie & the Banshees maar een lekker rockende "Slow" van Kylie. Knowle West Boy is niet vernieuwend, maar gewoon een goede plaat die zich naast Maxinquaye staande houdt. Tricky kan zeker nog niet afgeschreven worden.
File Under: Tricky's levensverhaal
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Op de albumsite] [Council Estate]
Hollenthon - Opus Magnum
Tijdstip: zaterdag 5 juli jl. Plaats: een weiland in Burgum, Friesland. Kortom, het was weer tijd voor het jaarlijkse metalfestival Wâldrock. Een relatief kleinschalig festival dat elk jaar toch weer een mooi programma in elkaar weet te zetten. Dit jaar traden er opvallend veel bands op die ik hier besproken heb. Bij aankomst begon het voor mij direct met de zeer aangename Bowie-cover "Hello Spaceboy" in de uitvoering van Pagan's Mind, om eveneens in de tent opgevolgd te worden door Alchemist. En na Symphony X kon het die dag eigenlijk al niet meer stuk. Het was alleen nog even wachten op Hollenthon. Deze Oostenrijker kwamen natuurlijk hun nieuwe schijfje Opus Magnum promoten. Ze waren helaas ingedeeld op het kleine open podium, naast de main stage. Dat, plus het feit dat het uitgerekend toen net wat begon te regenen, maakte dat hun optreden en het vertolken van hun album niet geheel uitpakte zoals ze wel zouden verdienen. Hun nieuwe album is namelijk zeer aangenaam. Hun songs en composities zitten goed in elkaar en zanger Martin Schirenc (af en toe bijgestaan door zangeres Elena Schirenc) vertolkt de nummers zoals het hoort bij dit soort symfonische black-, deathmetal (volgens eigen zeggen extreme darkmetal) met een lekkere rauwe stem. De muziek op Opus Magnum is donker, episch, symfonisch, heavy, exotisch en nog veel meer, en doet me regelmatig denken aan bands als Dimmu Borgir, Therion en Children Of Bodom. Voor je er erg in hebt zijn de drie kwartier voorbij en druk je hem automatisch weer op play.
File Under: Opus Oostenrijk
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Son of Perdition]
Venetian Snares / DJ Scotch Egg
Het optreden van Venetian Snares (alias de Canadees Aaron Funk), afgelopen zondagnacht in Doornroosje, was tamelijk geweldig. Niet dat ik zo'n kenner van breakcore ben, maar hoe je het ook wendt of keert - sommigen zullen dat genre nu eenmaal afdoen als zenuwachtige elektronische langharige jongensmuziek - het is superstoer om elke milliseconde vol te programmeren met gave geluidjes (zoals ook bij IDM). Maar omdat het abrupt wisselen tussen ritmes hier tot hoofddoel is gepromoveerd, leent breakcore zich vooral uitstekend om haperend dansend 's nachts compleet loos op te gaan. Alsof je met een processorcore van een computer zit mee te luisteren, die tegelijkertijd Windows, Word en Firefox moet zien te draaien. Live is dat nog heftiger dan op plaat: reken daarbij niet op het fraaie vioolwerk waar Venetian Snares bekend mee werd en waar de vorige plaat My Downfall vol mee stond. Van het nieuwste album Detrimentalist kwam zondag o.a. "Gentleman" voorbij. Van de stemsample 'You heard Venetian Snares' daaruit bleef live alleen 'You heard Venetian Sna-a-a-a-a-a' over. Symbolisch voor het genre? Detrimentalist klinkt zelf trouwens ook als een sampler van eerder Venetian Snares-werk, al ontbreken de strijkers dan wel. Het album begint nogal retro: "Koonut-Kaliffee" associeer ik gek genoeg sterk met het middenstuk van de lange versie van David Bowie's "Little Wonder". Daarna volgen wat nummers die met nieuwere software zijn gemaakt ("Kyokushin", "Eurocore MVP"), agressiever werk ("Circle Pit", "Flashforward") en aan het slot staan dan weer twee ambient-achtige tracks. Voor wie Snares al kende, is er eigenlijk niks nieuws onder de zon. Daarom is Detrimentalist misschien op zichzelf niet zo bijzonder, maar het is wel een knappe plaat die je inwijdt in de vele extremiteiten die Aaron Funk rijk is.
Ik weet nog steeds niet of een scotch egg nou lijkt op wat hier een eierbal heet, maar in het voorprogramma van Venetian Snares stond dus DJ Scotch Egg. Nóg zo'n maffe langharige nerd (en ondergetekende mag dat zeggen). Hij noemt zich een 'gameboy gabba dj' en weet met zijn Nintendo Gameboy inderdaad fijne 8-bit klanken te combineren met breakcore. Humor! Ik word er enorm vrolijk van en live is het een schitterend feest. Dat gaat nog een revelatie worden op Lowlands, waar hij ook optreedt. Aan de andere kant, de grap blijkt eigenlijk al niet zo nieuw meer. Scotch Egg is hard bezig om zijn eigen genre te creëren en erin te verzanden: net zoals er tijdperken waren waarin het een sport was om happy hardcore- en gabberversies te maken van allerlei bekende deuntjes, blijkt Scotch Egg intussen al drie hele albums volgebliept te hebben met zowel eigen nummers als de gekste covers van klassieke artiesten. Zijn nieuwste, vierde plaat Drumized volgt dat recept ook weer. Waarschijnlijk word je helemaal gek als je hem gaat uitanalyseren, want er zitten bergen gamedeuntjes, treurmarsen en circusthema's in verwerkt. Songtitels als "Scotch Grind", "Scotch Jazz" en "Scotch Boogy" geven een betrouwbaar beeld en de nummers zelf zijn erg leuk. Dat echter het eind van de grap en de bijbehorende creativiteit onderhand ook wel in zicht is, blijkt bijvoorbeeld uit het volslagen zinloze slotnummer getiteld "Ummmmm....". Juist ja.
File Under: Niet superschokkend, wel weer fijn
File Audio: [MySnares]
File: DJ Scotch Egg - Drumized
File Under: Geweldig concept, al blijft het vast niet eeuwig leuk
File Audio: [MyScotch]
File Video: [Scotch Bach (van album 1 uit 2006)]
Neal Morse - Sola Scriptura and Beyond
Raar maar waar. De avond nadat Spock's Beard hun live-dvd opnamen in de Boerderij in Zoetermeer speelde Neal Morse in diezelfde zaal. And guess what, hij nam met zijn band natuurlijk ook een live-dvd op. En die dvd verschijnt bijna vanzelfsprekend vlak na Live. Het voelt raar om Morse aan het begin van het concert te horen praten over 'The Mighty Beard'. Zelf heeft hij overigens ook een verdomd mighty band bij elkaar gescharreld met als assistent-bandleider Collin Leijenaar (wat een beest van een drummer overigens). Deze band blijkt op de dvd Sola Scriptura and Beyond namelijk echt superstrak te zijn. Waar ik aan moet wennen is de 'strakke' serieuze smoeltjes aan het begin van de gig. Maar naarmate de avond vordert - de eerste dvd duurt maar liefst ruim twee uur en drie kwartier - oogt de band wat meer ontspannen en dat komt het kijkplezier absoluut ten goede. Over het luisterplezier zul je mij niet horen klagen. Ik zeg wel eens bagatelliserend dat Morse maar een trucje kent, dat trucje beheerst hij wel tot in de puntjes en dan maakt het me verder niet zo veel uit waar hij over zingt. Ik luister wel langs zijn Christelijke teksten heen, meezingen zal ik ze niet zo snel. Dat deed het daartoe aangemoedigde publiek in De Boerderij ook maar in beperkte mate. Ik heb dan liever dat hij zoals hij met Sola Scriptura deed muzikaal zijn zaakjes op orde heeft . De bijna integrale uitvoering van dat album is absoluut van heel hoog niveau. Het gitaarwerk van Paul Bielatowicz is bijvoorbeeld super en de tweede stem van Jessica Koomen is perfect gecast. Maar de frons op het voorhoofd van Morse lijkt er bijna in vast gebeiteld. Alleen tussen de nummers door is er plek voor een geintje. Al zijn er in de ?- en Testimony-medley ook van die typische Morse-momentjes, pas bij het Transatlantic-nummer "We All Need Some Light" zie ik wat echte ontspanning,. Zo zag ik Neal zelf liever altijd. Super relaxed op het podium zoals ik hem op zijn best uit zijn dak zag gaan in de Melkweg met de geinponems van Spock's Beard. Maar ik heb toch er ondertussen wel vrede mee dat het is zoals het is en ga in oktober toch maar eens kijken als hij weer in de Boerderij speelt.
File Under: Neal Morse Live, met een meesterlijke begeleidingsband
File Video: [Trailer]
The Shortwave Set - Replica Sun Machine
De laatste keer dat ik in Londen was, kocht ik blind een 10" van The Shortwave Set. Ik dacht de bandnaam wel eens in positieve zin gehoord te hebben, ik hou enorm van 10"'s in het algemeen en bovendien zag deze er ook nog eens prachtig uit. Ik heb "Slingshot", kant A van dit plaatje, regelmatig op de speler gelegd als ik plaatjes moest draaien en het bleef een geweldig nummer. Toen Replica Sun Machine aangekondigd werd, heb ik dit tweede album van deze band dan ook direct op vinyl besteld. Zelfs nog voordat ik wist dat het door Danger Mouse geproduceerd was en dat de strijkarrangementen van vier van de elf nummers door niemand minder dan Van Dyke Parks waren gedaan. Dat John Cale ook nog credits krijgt, zag ik zelfs pas vandaag. Grote namen of niet, Replica Sun Machine behoort absoluut tot mijn favoriete albums van 2008 tot nu toe. De mosterd wordt ergens eind jaren zestig, begin jaren zeventig gehaald, de productie maakt dit album absoluut van vandaag. De band zelf noemt zijn muziek 'Victorian Funk', wat dan een totaalmix zou moeten omschrijven van de psychedelica van The Velvet Underground, een beetje Air en Goldfrapp, zeker ook wat glam van David Bowie, het Engelse van The Beatles in down tempo en het vrolijke en glanzende melodieuze van veel hedendaagse indiepopbandjes. Hoogtepunten op het album zijn "House of Lies", "Now Til' 69", "Yesterdays to Come" en "The Downer Song", maar van dieptepunten is nergens sprake.
File Under: Eind jaren zestig, begin jaren zeventig geproduceerd door Danger Mouse
File Audio: [ MySpace]
File Video: ["No Social"]
Apocalypse Now - Empires Fall
Het is pas de afgelopen tien jaar dat Frankrijk enigszins mee begint te tellen in de hardcore- en metalwereld. Na jarenlang een onderontwikkeld land te zijn geweest op het gebied van extreme muzieksoorten begint het er de afgelopen paar jaar pas echt op te lijken, zie onder meer het succes van een band als Gojira en de sterk in opkomst zijnde Franse blackmetalscene. Ook op hardcore-gebied begint er leven in de brouwerij te komen. Apocalypse Now is een band uit Parijs die het zoekt in de hoek van de hele harde, brute en snelle hardcore. Zo hard, bruut en snel dat je bijna kan spreken van metalcore, helemaal dankzij de gasderop-riffs die bol staan van de thrash (lees: Slayer) invloeden en de denderende polka's waarop de drummer ons trakteert. Het gemiddelde tempo ligt dan ook hoog, erg hoog en voor je het weet is het plaatje alweer voorbij en kun je de rokende puinhopen in je huiskamer weer opruimen. Originaliteit ho maar, maar zeker wel lekker op zijn tijd, al kan ik me voorstellen dat liefhebbers van wat gewaagder spul dit snel saai zullen vinden. Liefhebbers van brute hardcore als Heaven Shall Burn, Kickback en Knuckledust zullen hier in elk geval prima mee uit de voeten kunnen.
File Under: Hard, snel en bruut
File Audio: [AN-Space]
Bad Religion
"Marcel, ik moet erg streng zijn, zou je het op precies twintig minuten kunnen houden? We lopen namelijk vandaag al heel erg uit en de band moet veel doen hierna. Mocht je het rond de tien á vijftien minuten redden zou het trouwens nog beter zijn!" aldus de dame van Epitaph. In een ongekend tempo ren ik naar het Melkweg-café en vuur ik mijn vragen af op Jay Dee Bentley - de mede-oprichter en basser van Bad Religion. Ik struikel over m'n woorden en laat hem enkel half uitpraten, maar het is gelukkig gelukt om de helft van m'n vragenblaadje af te werken! In een recordtijd! Win ik hiermee nog iets?
Opvallend genoeg bestaat er namelijk veel interesse voor de Amerikaanse band. De groep bestaat al 28 jaar en pas sinds een paar jaar duiken de media weer bovenop de band. De 44-jarige Jay weet de reden: "Als ik heel eerlijk ben waren onze oudere albums gewoon erg slecht. Gelukkig zijn we daar weer van bovenop gekomen." Zonder enige schaamte vertelt hij verder: "We haalden onze inspiratie uit de verkeerde dingen en wisten zelf ook niet waar we mee bezig waren. We maken muziek voor ons plezier en brengen het uit omdat we dit willen. Soms is het resultaat dan gewoon wisselvallig." De bescheiden en misschien realistische medeoprichter is er niet rouwig om dat het succes zijn groep tussen 1994 en 2002 enigszins in de steek liet. "Ik zie het allemaal maar als een leuke hobby, het is allemaal erg losjes."
Lees verder..Ticket To Hell - Man Made Paradise
Fijn scrabblewoord: eenmanstrashmetalband. Of is het trashmetaleenmansband? Hoe dan ook, Ticket To Hell - hoe origineel - is het project van Jacobo Córdova, die eerder in orkesten als Project Firestart, Majestic Downfall en Antique speelde. U kent ze niet? Het zijn allen Mexicaanse metalbands. Heb ik me laten vertellen. Op Man Made Paradise acht nummers die van trash- naar deathmetal gaan en onderweg doen denken aan de groten der aarde zoals Slayer...enne...Slayer. Ja hallo, zoveel weet ik nou ook weer niet van metal. Dat Jacobo alle instrumenten - naast bas, drum, gitaar ook keyboard - zelf bespeelt is een leuke bijkomstigheid, maar niet veel meer dan dat. In de studio is veel mogelijk en zo'n prestatie is het nou ook weer niet. Live zal hij toch met een volledige band moeten komen denk ik. Een blik op zijn MySpace leert dat er geen concertdata gepland staan. We zullen het dus waarschijnlijk nooit weten. De cd zelf dan maar: dat is er een volgens de metalwetten. Grommende vocalen, knappe solo's en headbangen maar. Niets mis mee, maar voor dit soort muziek hoeven e niet helemaal naar Mexico. Tikkeltje overbodige release dit.
File Under: Mexicaanse eenmansmetal
File Audio: [ MySpace]
Leila - Blood, Looms and Blooms
Leila Arab weet wel hoe je de aandacht trekt in Huize Storm. Dan begin je je biografie net als een sprookje met de zinnen 'Once Upon A Time'. Sprookjes zijn bij ons in huis namelijk de meest voorgelezen boeken. En dan het liefst nog de vele pagina's beslaande extended versions. Het leven van Leila Arab was dan ook een soort van sprookje tot nu toe met al zijn ups and downs. Dus ik snap wel dat ze d'r bio met de 'Once Upon A Time'-woorden begint. Geboren in Iran, gevlucht naar Engeland en daar haar passie voor muziek ontdekt. Op tour met Björk en een eerste cd (Like Weather) die uitgebracht werd door het label van Richard D. James en werd alom geprezen, net als haar tweede cd Courtesy Of Love uit 2000. Toen kwam de klad erin. Haar moeder werd ernstig ziek en na een slopende tijd overleed zij, toen werd haar vader haar kort daarna ook nog eens ontnomen. De lust om muziek te maken verdween vervolgens tijdelijk totaal. Gelukkig komt in sprookjes altijd alles goed en is er nu, acht jaar na Courtesy Of Love, Blood, Looms and Blooms. Dat het geen vrolijke plaat is geworden viel wel te voorspellen. Elk nummer, zelfs als het een op zich luchtige titel als "Daisies, Cats and Spacemen" draagt en ook als Martina Topley-Bird komt buurten voor zang in twee nummers, heeft door de dreinende synths en beats iets onheilspellends en spannends over zich. Zoals Massive Attack's Mezzanine, waar ik dan ook regelmatig aan moet denken, dat ook zo fraai heeft. De overstuurde cover van Beatles' "Norwegian Wood" krijgt daardoor iets beklemmends over zich dat ik deze in eerste instantie maar vaag kon plaatsen. Zo je verliezen verwerken, daar kun je uiteindelijk alleen maar als - getekende dat wel - winnaar uit de strijd komen.
File Under: Donkere wolken, weinig zon, veel spanning.
File Audio: [ MySpace][Little Acorns]
Minilogue - Animals
Een poos geleden was minimal ineens hip. Brommende en zuigende minimalritmes deden hipsters in clubs dansen als gekken. Nu ebt de hype een beetje weg, maar echte minimalartiesten blijven stug doorgaan met het uitbrengen van prachtige minimal-cd's, zoals echte rockabillyproducers zich ook nooit iets aantrokken van de hype rond hun muziek. Om over de producers van 80's synthpop nog maar te zwijgen. Maar soit: het ging om minimal, de broeierige dancetak die in het Zweedse Minilogue een van haar meest gewaardeerde producers kent. Het duo (Sebastian Mullaert en Marcus Henriksson) leverde met Animals een van de beste minimalplaten ooit af. De Zweden, die als Son Kite housier stuff maken, beroeren met deze dubbelaar het ganse spectrum van de minimaldance. En dat is, hoewel de naam van het genre anders doet vermoeden, heel wat. De cd opent met een van de mooiste minimaltracks sinds jaren: "Yesterday Bells", met een gefilterde bellenmelodie waar elke producer jaloers van zou worden. "View Of A Juggling Ball" doet me denken aan nummers van minimalproducer Loco Dice en heeft een vriendelijke melodie. In "Giant Hairy Super Monster" (waar halen ze die titels vandaan?) wordt de melodie als een geknede bal deeg omgegooid, ververst en door de mangel gehaald. De track "Animals" is een volgend hoogtepunt: heel langzaam komt de minimale melodie naar voren, waar ook weer mee wordt gespeeld. "Swamp On" zou door Laurent Garnier gemaakt kunnen zijn en "In A Distance" is minimal zoals het ooit bedoeld was: er treden veranderingen op, maar ze zijn amper merkbaar. Heerlijke cd.
File Under: U wilt goeie minimal? U krijgt goeie minimal
File Audio: [MySpace]
File Video: [
Tommy Emmanuel - Center Stage
'Drum- en bassolo's moeten verboden worden', aldus onze gewaardeerde File Under-collega Gr.R. Hoewel ik het vaak oneens ben met hem, kan ik me in deze stelling helemaal vinden. Drummers en bassisten waardeer ik helemaal als ritmesectie, maar ze moeten niet overdrijven. Solo's met andere instrumenten kunnen ook vervelend zijn, maar een moppie gitaar van Jimi Hendrix mag ik graag horen. En zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. Tommy Emmanuel speelt ook gitaar. En goed ook! In eigen land (Australië) schijnt hij een grote naam te zijn. Andere artiesten maakten gebruik van zijn kunnen. Ik noem een Eric Clapton en een Tina Turner. Ik had echter nog nooit van hem gehoord. Hier is met de release van de dubbel-cd Center Stage een eind aan gekomen. Emmanuel speelt de twee cd's met zijn akoestische gitaar live helemaal vol, slechts af en toe begeleid door zijn eigen zangkunsten en mondharmonicaspel van Bob Littell. De mensen vinden het zo te horen geweldig. Ik krijg echter de kriebels. Wat een saaie cd! Emmanuel kan dan geweldig gitaar spelen, de eigen nummers aangevuld met bekende covers ("Here Comes the Sun", "I go to Rio", "House of the Rising Sun") zijn mij teveel van het goede. Ik kom er simpelweg niet doorheen. Wat ben ik blij dat ik niet in die zaal zat.
File Under: Gelukkig voor Tommy us er in Nederland in ieder geval één fan
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Nine Pound Hammer]
Twilight Hotel - Highway Prayer
You can't go wrong met een openingstitel als "Viva la Vinyl", zou je zeggen. De opener, een rockabilly-track in een lagere versnelling, zet de luisteraar wel op het verkeerde been. De andere liedjes op Highway Prayer hebben meer met country en countryrock te maken dan met rock 'n' roll. Het mag dan wel lijken dat alle duo's die we tegenwoordig tegenkomen, zich bezig houden met vuige rock dan wel blues, het koppel Dave Qanbury en Brandy Zdan houden de lange traditie van countrykoppels in ere. Johnny en June Cash, Dolly Parton en Porter Wagoner, Gram Parsons en Emmylou Harris en Chris Eckman en Carla Torgerson van The Walkabouts gingen hen voor. Deelden ze niet het bed, dan toch zeker een microfoon. De prettig in het gehoor liggende, maar nergens schmierende rootssongs van onderhavig duo dat zich Twilight Hotel noemt, klinkt ongetwijfeld het mooist in een auto op een highway ergens in een desolaat landschap in Noord-Amerika. De titeltrack gaat over Interstate 35, de weg waarlangs Mexicaanse immigranten de VS proberen binnen te komen, 'the Road to Salvation' heet het dan. Maar het zijn vooral de liefdesverklaringen als "Sand In Your Eyes" die het 'm doen en de prachtige slidegitaar die zich regelmatig laat horen. Ook geschikt voor de Afsluitdijk, de A1 en zelfs prettig op de A2 bij Vinkeveen, als je bidt dat de file niet nog langer zal zijn.
File Under: Gladde, eindeloze highways
File Audio: [Viva la Vinyl]
Joe Lean and the Jing Jang Jong
Kathryn Williams and Neill MacColl - Two
Tom Waits coveren, dat is iets waar je voorzichtig mee moet zijn. De kans op een mispeer is namelijk groter dan groot. Dat het toch goed kan bewijst Kathryn Williams samen met Neill MacColl op Two. Al weet ik niet of hardcore Waits-fans blij zullen zijn met de lieve folky versie van dit tweetal. Nu klinkt het als twee ouders die hun kind toezingen dat in het bed ligt te slapen. Kathryn en Neill zijn overigens geen setje. Hij is wel een 'echte' MacColl overigens en is de zoon van folklegende Ewan MacColl en halfbroer van Kirsty. Wel typisch zo'n muzikant die altijd een beetje op de achtergrond schittert, zoals in de begeleidingsband van Pink Floyd's David Gilmour. Ook op Two heeft hij een dienende rol. Al is zijn akoestisch gitaarspel nog zo verfijnd en prachtig en zijn stem nog zo fraai, het staat toch een beetje in de schaduw van de kristalheldere stem van Kathryn Williams. Wat overigens geen schande is. Deze geboren Liverpoolse heeft namelijk al enkele buitengewoon mooie albums afgeleverd die haar in Engeland al Mercury Music Prize-nominaties opleverden. Hier wil ze, ondanks dat Tom McRae haar meesleepte op tournee nog niet echt doorbreken. Het zou fijn zijn als Two hier uiteindelijk wel voor zou zorgen. Al kan ik moeilijk ontkennen dat Two een ietwat zoet plaatje is, maar dat komt door de goddelijke samenwerking van de twee. Bovendien is het juist doordat het geluid van het tweetal zo onschuldig en ingetogen is, dat dit weinig deert. Het klinkt puur en ongerept, maar zo rijk tegelijkertijd en dat is fijn.
File Under: Onschuld
File Audio: [Player op de site][ MySpace]
File Video: [EPK]
Speedmarket Avenue - Way Better Now
Van de stapel met vier cd's die ik nog mag recenseren pak ik allereerst Way Better Now van het Zweedse Speedmarket Avenue. Het zal wel vanwege het rustgevende bos op de hoes zijn, want ik heb nog niet van ze gehoord. Bij het openingsnummer "Sirence" knikt mijn hoofd gestaag mee op de zware drum en ben ik positief verrast door de stem van zangeres Sibille Attar. Goed begin, denk ik nog. Ik word echter negatief verrast door het tweede nummer "Accident". De stem van zanger Isak Klasson, een beetje vals nasaal, doet mij nogal angstig aan. Maar goed, dat angstige gaat wel goed samen met de titel van het nummer. Vanaf het derde nummer is zijn stem minder storend, maar de nummers waar Sibille de overhand heeft in de zangpartij hebben toch mijn voorkeur. De nummers van Speedmarket Avenue worden geregeld ondersteund door de trompet, iets wat ik steeds vaker hoor de laatste tijd. Na de pianorage hebben we nu de bloasmuziekrage lijkt het wel. Persoonlijk vind ik het wel mooi, het geeft nummers als "Tell Me More" een groots effect, zeker met de bombastische drum erbij. In het sluitnummer "Final Wall" heeft de trompet juist weer een extra triest effect, precies wat het nummer nodig heeft. Na die ene teleurstelling in het tweede nummer ben ik eigenlijk alleen maar verrast door dit album.
File Under: Verrassing met bloasmuziek
File Audio: [SpeedSpace][Accident][The State of Harmony]
File Video: [Way Better Now]
Michael Bormann - Capture The Moment
Soms kun je heel verbaasd zijn over de zaken die muzikanten nog meer gedaan blijken te hebben. Nog verrassender wordt het wanneer de muzikant in kwestie het trots in zijn biografie opschrijft: '1995, ausgewählt aus 2500 Sängern, gewann ich den ersten Preis bei LINDA DE MOL´s SOUNDMIXSHOW, ausgestrahlt von Europas größtem TV-Sender RTL. Ich coverte BON JOVI`s "Wanted dead or alive"' Iew! Michael Bormann werd weliswaar bekend via Jaded Heart en vooral Bonfire, en dat zijn nou bepaald geen snoeiharde bands, maar de Soundmixshow!? Jammer genoeg verbaast het me een stuk minder als ik deze cd beluister. De vergelijking met Def Leppard is onmiskenbaar, maar dan met nóg meer echo. Kan dat dan, hoor ik u denken? Jup, Bormann bewijst het. Dat is doodzonde, want Bormann is een van de betere zangers in dit deel van de wereld, maar door de genante overproductie kom je daar niet meer aan toe. Duitse bands, zeker in de AOR-hoek, weten de echo sowieso al goed te vinden, en Bonfire hoorde bij de experts daarin, maar Bormann weet nieuwe hoogten te bereiken. Wordt het dan misschien nog edelkitsch? Nee, ook dat niet. Het blijft bij foute kitsch. Hier en daar hoor je nog best aardige ideeën, maar de "programming and loops" en de productie maken dat dit album voor de meest enthousiaste AOR-fan waarschijnlijk nog niet te harden is. Zelfs Henk Jan Smits zou iets afleveren dat subtieler geproduceerd is...
File Under: Gewone kitsch
File Audio: [BormannSpace]
Transit - Whitewater
Ik denk dat het een van de slechtste verkoopteksten is die ik ooit gelezen heb (al is dit nog steeds mijn favoriet). Wie regelmatig met de trein reist, kent de speciale Leesmuur-abri wel waarop nieuwe boeken worden aangeprezen. Momenteel betreft het de laatste roman van Lauren Weisberger, de auteur die alle modemerken af lijkt te werken in haar romantitels, en wiens Chanel Chic als volgt wordt aangeprezen: "Een smeuïge, onthullende en vooral erg grappige roman, boordevol saillante details." Nogal wiedes, me dunkt. Ik heb althans zelf nog nooit een roman gelezen waarin de plot niets onthult en waarin geen details staan. Maar goed, je moet toch wat, als je de zoveelste titel in een nogal verzadigd genre aan de man moet brengen. Bij post-rock roept men ook nog wel eens dat het genre verzadigd is, en dat nieuwe releases slechts kleine accentverschillen opleveren. Misschien is dat wel waar, maar als iets in de basis al goed is, waarom zou je dan grote veranderingen moeten nastreven? Natuurlijk, het uit Gent afkomstige Transit past naadloos in de beste post-rocktraditie, in die zin dat de Belgen het hard-zacht spelletje goed onder de knie hebben. Ook zijn er lessen getrokken uit de leercurve van de grote bands in het genre: waar Explosions In The Sky de piano pas echt ontdekte op de laatste studioplaat, heeft Transit de toetsen nu al in het ingetogen slotnummer "Lucas" verwerkt. Op andere tracks, zoals het uitstekende "No Smoking Gun", beweegt de band zich weer in de richting van post-rock-promovendus Oceansize, zoals we dat ook van de vaderlandsche belofte Solaire kennen. Dus is het nieuw? Nee, niet echt. Is het goed? Erg goed. post-rock is nu eenmaal post-rock, en dat moet lekker post-rock blijven. Goed, u weet weer wat. En als u me nu wilt excuseren: ik heb nog een nieuwe Weisberger te lezen.
File Under: Weinig onthullende, doch hoogstaande post-rock
File Audio: [Transitspace]
Ani DiFranco - Live At Babeville
Toen we nog in Zwolle woonden zagen we een documentaire op TV Oost over een in verval geraakte kerk. Die stond voor een schijntje te koop. We reden er langs, want dat leek ons wel wat. Al snel snapten we waar dat lage bedrag vandaan kwam, dat verval was wel heel letterlijk. Het zou misschien wel tien jaar gekost hebben om van dat bouwval weer een fatsoenlijk huis te maken. We zagen er dus vanaf. Ani DiFranco is wat dat betreft een stuk dapperder. Die kocht in haar hometown Buffalo wel een vervallen kerk en bouwde die in een decennium tijd om tot een state-of-the-art zaal en het kloppend hart van haar eigen label Righteous Babe-recordings. En wie kon deze zaal beter openen dan Ani zelf? Niemand natuurlijk. Dat deed ze dus ook op 11 en 12 september van het vorige jaar. Gelukkig was ze ook zo slim om het geheel gelijk vast te leggen voor het nageslacht, want die optredens waren natuurlijk al lang van te voren stijf uitverkocht. Live At Babeville is het resultaat hiervan. Een op zich redelijk sobere weergave van de avonden, maar het laat wel zien dat DiFranco toch echt iemand is die live toch altijd net wat extra's kan geven aan haar nummers. Dat ze het naar d'r zin heeft lijkt me gezien de ambiance - het publiek is natuurlijk extreem devoot - niet meer dan logisch, ze straalt echt volop gedurende de achttien songs die ze geselecteerd heeft voor deze gelegenheid en praat honderduit. Nou is ze live altijd al ontwapenend, maar hier gaat er nog een schepje bovenop. Maar dat lijkt me niet meer dan logisch.
File Under: Respect, love, compassion. This is her church
File Video: [trailer]
Luke Jackson - And Then Some
De zomer is doorgebroken, maar het is niet te warm. Ik ben echter wel moe. Het is dan ook vrijdagavond, de drukke werkweek zit er op. Als ik thuiskom staat mijn vriendin me op te wachten. Ik krijg wat ferme zoenen. De vermoeidheid vergeet ik meteen. Binnen zet ik een cd op van Luke Jackson. Ik pak de krant en ga op de bank zitten. Onze twee katten komen naast me liggen. Ze zijn toe aan een aaisessie. Het is vreselijk zoet allemaal, maar het mooie in het leven zit in zulke momenten. De begeleidende soundtrack And Then Some van Luke Jackson past wonderwel. Het tien liedjes zijn namelijk ook zoet. Ook door het geregeld inzetten van strijkerarrangementen. Toch is het niet saai. De liedjes zijn niet eenvormig. Ik moet denken aan Jason Falkner, Elvis Costello, Nick Lowe en zelfs aan Alan Parsons. Jackson trapt echter nergens in de valkuil door al te duidelijk te laten horen waar hij de mosterd vandaan haalt. And Then Some is dan ook een aangename plaat. Beetje braaf, maar een mens moet ook tijd maken voor bezinning om de schoonheid van het leven te zien.
File Under: Het zoete wonderschone leven
File Audio: [ MySpace]
The Legacy - Beyond Hurt Beyond Hell
Voor een recensent is het altijd lastig op welke punten je de net beluisterde cd gaat beoordelen. Hecht de een meer waarde aan de naamsbekendheid, zo zal mijn fijne collega zich meteen een reactie toe-eigenen over het feit dat het schijfje geen originaliteit bevat. Ziet het artwork er ook wel netjes uit, maken de tekenvaardigheden van de band een plaat beter - het artwork ziet er tegenwoordig verzorgd uit, of kunnen we door de amateuristische tekeningen een demo cd niet meer voor lief nemen. Zo'n boekje wat je in en uit het doosje kunt schuiven is een must- have voor de echte fan van originele cd's. Hierin staan een paar enkele patserfoto's van de band samen met de bedankjes aan God, papa en mama en de partners en de tegenwoordig steeds minder voor zich sprekende teksten. Heb ik even geluk dat er bij deze cd een mooi persbericht zit- zoals bij zovele dezer dagen, dan hoeven we de cd al haast niet meer te beluisteren en alleen maar het fantastische, overdreven, vol met spelfouten staande stukje van de promotieman te lezen. The Legacy is namelijk de beste hardcore punk band van dit moment en wederom gaat deze band het helemaal maken. Wederom omdat hun vorige mini- cd Solitude dit ook al voor deze band ging bewerkstelligen en ze nog geen stap verder zijn dan eerst. Mogen we dan ook nog het prachtige boekje- ik hecht waarde om een origineel schijfje van een band vast te houden, uit het cd hoesje schuiven om vervolgens geen een originele tekst terug te zien maar wel twee kantjes vol bedankjes tegenover jan en alleman dan zit de tijd voor deze cd er toch wel op. Nietszeggend, niet-vernieuwend, een cd die snel vergeten zal worden tussen de hoop hardcore punk, emo- core en al die andere scenebandjes die er op dit moment rondlopen.
File Under: De beste band, volgens de promotieman
File Audio: [ MySpace]
File Gast: [Twan]
Zonderland / Puin + Hoop
De Tour is weer begonnen. Nederlanders doen al jaren niet meer mee voor een eindklassering in de top 10. Jammer hoor. Zelf had ik mijn hoop gevestigd op Thomas Dekker, maar ja, vormverlies dus niet mee. Gelukkig gaat het muziekgebied anders. In de experimentele underground blijkt er namelijk behoorlijk wat talent te zitten, als je maar goed genoeg zoekt. Zoals bijvoorbeeld Zonderland, een trio dat zich bezighoudt met post-rock, improvisatie en ambient. Hun oidipus:motherfucker is tegelijkertijd ontspannen en ambitieus; lekker losjes gespeeld en ongedwongen, maar wel met het gevoel dat je naar een arty band aan het luisteren bent. Helemaal niet erg, niets mis met pretenties. Godspeed You Black Emperor komt regelmatig in me op, maar echt steek houden doet dit niet: waar die band nooit loskwam van hun zelf opgelegde formulewerk, lijkt er bij Zonderland eerder alles te mogen. Van psychedelische freak-outs naar veldopnames, van donkere ambient naar post-rock; maar nooit in een logische of voorspelbare volgorde. Fascinerende band, hoewel er nog zeker gewerkt mag worden aan het geluid tijdens de post-rockgedeeltes; hier blijft het te minimaal en leeg om veel zeggingskracht te hebben, en wordt er vooral hier een bassist gemist. "Veelbelovend" is dan zo'n term die op zijn plaats is, maar vergeet dan niet dat oidipus:motherfucker nu ook al erg de moeite waard is.
Puin + Hoop doet het ook leuk, en gooit er direct even een concept in op hun eersteling Headphone Sessions: spreek met zijn drieën (ook al een trio) een grondtoon af, begin samen te spelen, maar hoor tijdens het spelen alleen je eigen spel afgespeeld op je koptelefoon; mix het later samen tot één samenhangende geluidscollage. Dat klinkt erg bedacht, en dat is het ook, maar wat geeft dat als het resultaat een bijzonder spannende drone oplevert vol lagen, texturen en fijnzinnige details? Werkelijk fantastisch, dit Puin + Hoop; fenomenaal debuut, hopelijk geen eendagsvlieg, denk je dan.
Ze geven gelukkig direct zelf het antwoord met --Tirtekl--, hun tweede langspeler in enkele maanden. Dat is natuurlijk wel het geluk van geïmproviseerde muziek; ben je in een flow, dan kun je in korte tijd zoveel geweldige muziek bij elkaar hebben dat je genoeg hebt voor een album of vijf. --Tirtekl-- verschilt in zoverre van Headphone Sessions dat het meer uitgewerkt lijkt - waarmee er direct iets meer melodie in de drones sluipt. Een iets lieflijker geluid is het gevolg, maar lichte kost wordt het nooit. Puin + Hoop doet namelijk niet aan vrolijk of ontspannen, ook al hebben ze Animal Collective bij hun inspiratiebronnen staan. Mooi ook om te merken dat, hoewel het een trio is, ieder lid zich erg goed weet in te houden; samen maken ze namelijk soms erg minimale bijna-stilte met ergens ver op de achtergrond een wereld aan details. Alleen hoorbaar bij aandachtige beluistering dus, maar dat verdient de band dan ook. Waar Zonderland "veelbelovend" is, hoef je dat predicaat bij Puin + Hoop niet meer van stal te halen; dit is gewoon meer dan goed.
File Under: Veelbelovende mix van post-rock, improvisatie en ambient
File Audio: [ MySpace]
File: Puin + Hoop - Headphone Sessions / --Tirtekl--
File Under: Ik ben fan
File Audio: [ MySpace]
Week 27, 2008
Storm
Ani DiFranco - Live at Babeville
Bas
Puin + Hoop - Headphone Sessions / --Tirtekl--
Ewie
She & Him - Volume One
Ludo
My Morning Jacket - Evil Urges
Gr.R.
Tom Waits @ Saenger Theatre (Mobile AL)
Marty
Helmet, Morbid Angel en Slayer @ Waldrock!
André
Goldfrapp @ Westerpark, Amsterdam (voorprogramma Massive Attack)
Prikkie
Sparks - Exotic Creatures Of The Deep
Blizzard
My Dying Bride, Symphony X, Death Angel en Pagan's Mind @ Wâldrock!
Stonehead
Keatch / Venetian Snares en Scotch Egg @ Roosje
DubbelMono
Eton Crop - It's My Dog, Maestro
Spookrijder
Billie The Vision And The Dancers - I Used To Wander These Streets
Marble Sounds / The Exploding Shetland Ponies / Let's Wrestle
Pieter van Dessel is een Belgische muzikant die lange tijd opereerde vanuit Canada. De nummers voor zijn Marble Sounds project nam hij daar dan ook grotendeels op, maar de opvallendste naam tussen de hulpjes op zijn debuut-ep A Painting Or A Spill is toch een Belgische. Ivy Smits, wiens stem ook straalde op Outsides van Arsenal zingt samen met van Dessel het wonderschone "Something That We'd Never Do". Het is een beetje een raar duet omdat zij meer zuchtzingt en hij dat met onderkoelde (of noem het laidback) stem doet. Voor "Something...." zit overigens nog het fraaie Notwist-achtige "Redesign". Ik vind het wel aangenaam hoe Van Dessel in elke van de vier tracks van A Painting Or A Spill een andere sfeer neerzet. Want daarin doet hij ook nog aan Pinback en Grandaddy denken en duikt hij in "Good Occasions" diep in de tweede helft nog de post-rock-hoek. Ik ben benieuwd of Van Dessel het ook een heel album lang spannend kan houden.
Invloeden terughoren van andere bands bij een band is een prima iets. Maar The Exploding Shetland Ponies neemt dit in "Mirrow/View", het openingsnummer van hun EP, wel heel erg letterlijk. Dit nummer klinkt niet alleen heel erg als een nummer van Radiohead, qua loopjes lijkt het als twee druppels water op "Anyone Can Play Guitar" van Pablo Honey. Ik kan de tekst van het refrein zelfs zo mee neuri�n. Daar doen ze zichzelf wel tekort mee. Want in de rest van het nummer en de andere twee nummers op de ep laat het kwartet horen zich ook prima te kunnen redden zonder uitgebreid leentjebuur te hoeven spelen bij anderen. Daarin hoor je duidelijke invloeden van Radiohead nog wel, maar ligt het er in ieder geval een stuk minder dik bovenop. Als dit verder uitbouwen, dan kan een volgende ep (of misschien zelfs een hele cd?) best eens voor een grotere verrassing zorgen.
Op de laatste editie van London Calling speelde Let's Wrestle. Onze Spookrijder was allesbehalve onder de indruk van deze Engelsen. Letterlijk zei hij: 'Het rammelt aan alle kanten, maar dan op een onaantrekkelijke manier, terwijl de band vooral een eenheidsworst is zoals we die in voorbije jaren al zoveel voorbij hebben zien komen in Paradiso. Wat ook niet helpt is dat de zang regelmatig ronduit vals is, terwijl de zanger/gitarist zich duidelijk nog niet zoveel raad weet met het boegbeeldschap.' Nou, ik heb dus precies hetzelfde als hij. Met een nogal groot verschil. Ik vind dat rammelige in combinatie met bijna valse zang en brallende koortjes van ogenschijnlijk dronken Engelsen juist wel charmant aan hun ep-tje In Loving Memory Of. Ik vond Pavement ook op zijn best als ze dat deden, dus vergeef het me als je het niet met mij eens bent. Maar wie een tekst schrijft als It's not cool to like Leo Sayer, so I won't listen to Leo Sayer, music is my girlfriend... and I would do anything for her wint mij al snel voor zich.
File Under: Een ander Belgisch geluid
File Audio: [ MySpace]
File: The Exploding Shetland Ponies - EP
File Under: Nog iets teveel Radiohead-galmen
File Audio: [ MySpace]
File: Let's Wrestle - In Loving Memory Of..
File Under: Aangenaam vals
File Audio: [Let's Fucking Wrestle Space]
Solarstone - Rain Stars Eternal
Onlangs bracht een Amerikaanse tranceproducer de track "Sunlit Clouds" uit. Dan heb je mij al half gewonnen: ik vind dergelijke titels altijd geweldig. En dan zit je bij trance wel goed, want daar regent het van clichématige, maar juist daarom door mij gewaardeerde titels vol space, cosmic en sunlight. Het zal wel een defect gen zijn dat ervoor zorgt dat ik het zo leuk vind, maar ik vergelijk het maar met ouderen die nog steeds clichématige punkrocktitels omarmen. Tranceformatie Solarstone is altijd al goed geweest in standaard trancewoordjes, en zoals u ziet gooien ze er maar liefst drie tegelijk in de albumtitel, zonder duidelijke coherentie. Ook in de nummers doen ze hun best, met "4Ever", "Filoselle Skies" en "Late Summer Fields". Solarstone was altijd een duo, maar meneer 1 (Andy Bury) is er een poos geleden mee gestopt, waardoor een album van Solarstone voor het eerst door enkel meneer 2 (Rich Mowatt) is samengesteld. Het gaat Rich in zijn eentje aardig af, maar niet meer dan dat. "Late Summer Fields" is een prachtig nummer met zinderende arpeggio's, een mooie tekst en een diepe melodie. Het kwartje valt de eerste luisterbeurt nog niet echt, maar daarna openbaart de diepte van de track zich duidelijk. Ook "4Ever" is mooi: met rustige gitaar en emotionele akkoorden doet het denken aan oud werk van Solarstone, toen Andy er nog bij zat. Aan het eind van de cd overheerst echter een onvoldaan gevoel. Veel tracks zijn het net niet, sommige tracks zijn zelfs zenuwslopend ("Lunar Rings" en "Filoselle Skies" bijvoorbeeld). De goede tracks (ook het titelnummer "Rain Stars Eternal", "Spectrum" en "Part Of Me" voldoen) op het album kunnen het niet helemaal redden. Een kleine voldoende.
File Under: Regen en sterren, maar niet eeuwig houdbaar
File Audio: [ MySpace]
File Video: [4Ever]
Robert Pollard - Is Off To Business
'Their songs sound like they were recorded in a submarine or over the phone into an answering machine. Actually, most of their stuff doesn't sound like that at all - the guy has written, like, a thousand songs. I know I'm not describing them very well, but, man, they rock.' Aldus John Sellers in Perfect From Now On, zijn liefdesverklaring aan zijn muzikale helden in het algemeen en aan die ene, uit Dayton, Ohio, in het bijzonder. Robert Pollard en zijn Guided by Voices hebben inderdaad een imago van lo-fi-helden waar ze al tijden niet meer aan voldoen. De latere platen van GbV - vanaf Under the Bushes Under the Stars laten een heel ander geluid horen en ook de jongste soloplaat van Robert Pollard, Is Off To Business, is bepaald geen lo-fi. De slechts tien tracks (waar dertig liedjes gebruikelijker was) klinken allemaal vet en vol als stadionrockers. Bovendien klokken ze gemiddeld boven de drie minuten (terwijl Pollard aan twee minuten vaak genoeg had om zijn punt te maken). Het zijn ook nog eens allemaal mid-tempo songs en dan wreekt zich het typische stemgeluid en de voordracht van de voormalige GbV-voorman. Het is dat de plaat een vinyllengte heeft - dus ergens rond de vijfendertig minuten blijft steken - anders zou ik het woord saai gaan gebruiken.De solo-output van de man zal dit jaar naar eigen zeggen op deze ene plaat blijven steken. Nu hij zijn eigen, nieuwe label vernoemd heeft naar zijn oude band, had ik gehoopt op iets dat beter zou zijn. Niet dat Is Off To Business een slechte plaat is, zeker niet. Maar een essentiëel album in 's mans oeuvre zal het ook niet worden.
File Under: Werk om te leven, niet andersom!
File Audio: [Gratification to Concrete]
John 5 - Requiem
Onlangs las ik in een interview met John 5 dat hij speelde op een Fender Telecaster-gitaar. Dat mag opmerkelijk heten, want dat is een gitaar die de meesten mijden als de pest als er solo's op gespeeld moeten worden. Velen gebruiken hem graag als slaggitaar - met als bekendste voorbeeld Bruce Springsteen - maar sologitaristen verkiezen de Fenderbroer Stratocaster. Dat juist een waanzinnig snelle en technische gitarist als John 5 de Telecaster gebruikt maakt de prestatie op dit album des te groter. Na twee heerlijke solo-albums was het vorige album Devil Knows My Name een fikse tegenvaller. De techniek zat er nog steeds in, maar het klonk alsof het bekende truukje zonder veel gevoel werd herhaald. Met Requiem zit hij echter weer op het goede spoor. Hoewel geen vrolijk spoor, want de titels hebben allemaal iets te maken met dood, marteling en martelwerktuigen: "Sounds Of Impalement", "Heretic's Fork", "The Judas Cradle", kortom een instrumentaal conceptalbum. Voor wat een concept dan waard is natuurlijk. Vanaf de opener "Sounds of Impalement" is de karakteristieke stijl van John 5 aanwezig: technisch knap, maar steeds krijg je weer het gevoel dat er toch gewoon een liedje staat. Nou ja, gewoon. Hij haalt geluiden uit zijn gitaar waar velen nooit zelfs maar op zouden komen. Daardoor heeft krijgt vaak een industrial randje mee. Het andere opmerkelijke aan zijn stijl is dat hij ook regelmatig stukjes bluegrass en country verwerkt, terwijl het toch echt metal blijft. En dan óók nog eens echt afgeronde composities spelen. Dat kunnen er maar weinig.
File Under: De minst bekende in de klasse der Instrumentale Giganten
File Audio: [John5Space]
File Video: [John5Tube]
Perverted - Hooghwater - Rudimentary Penny
Goede signalen zijn geen garantie voor een goede plaat. Dat blijkt maar weer bij de ep Spuma Lupi van Perverted. Na het zien van de hoes in combinatie met de bandnaam verwacht ik strakke industrial voorgeschoteld te krijgen. En dat Thin Lizzy's "The Boys Are Back In Town" in de tracklisting staat krikt de verwachtingen nog wat verder op. Ai, ai, ai, zelden zo teleurgesteld in een cover. Celine Dion's "You Shook Me All Night Long" is er heilig bij vergeleken. Deze cover van de Belgen blijkt namelijk een enorm lamme ska-uitvoering te zijn waarin echt niets van de broeierige spanning van het origineel in doorklinkt. Een band die al dik twintig jaar bestaat zou beter moeten weten. Na deze bezoedeling kan de rest alleen maar meevallen. Maar dat doet het helaas niet. Ik irriteer me aan de vocalen van 2M, de liedjes zijn een zooitje allegaar en blijven geen moment bij me hangen. Op één liedje na. Ik dacht dat het "Geiserland" heette, maar het kwam me al zo bekend voor. Na wat peinzen en googlen blijkt dat op de hoes de tracks "Geiserland" en "Nude As The News" in een andere volgorde op de cd staan dan op de hoes. De reden dat dit nummer mij bekend voor kwam is omdat het een cover van Cat Power's "Nude As The News", maar ook deze cover haalt het niet bij het origineel.
Ook bij Hooghwater blijkt de hoes in combinatie met de bandnaam niet bepaald een goed beeld te geven van het gebodene. Met hun nette blousejes, spencers en tuba op de hoes verwacht ik eerder Daryll-Ann-achtige pop of misschien zelfs wel Blof-achtig, dan stampende rock met rauwe zang. Toch krijg je dit voorgeschoteld op deze debuut-cd van de Tilburgers Joseph Meurs (stem en gitaar), Chris Blankers (bas en gitaar) en Ries Doms (drum). Voorwaar geen straf om naar deze retestrakke band te luisteren. Daar staat drummer Doms met zijn verleden in The Spades en The Hydromatics natuurlijk ook al een tijdje om bekend. Met zijn drieën zetten ze op deze debuut-ep een geluid neer dat ergens in de Bermuda Driehoek Queens of The Stone Age, Masters of Reality, Screaming Trees een plek vindt, zonder daarin te verdwijnen door nog wat psychedelische kruiderijen toe te voegen.
Bij het zien van de tracklisting van Rudimentary Peni's No More Pain zou je kunnen verwachten een heel album voor je kiezen te krijgen. Er staan immers tien tracks op No More Pain. Ook hier klopt geen pest van. Rudimentary Peni is namelijk een groepje Engelse anarchistische punks. Dat deze ep toch nog bijna twintig minuten duurt komt doordat het afsluitende "Pachelbel's Canon In E" maar liefst ruim vier minuten duurt. Van de andere negen zijn er maar twee een fractie langer dan twee minuten. Ik had nog nooit van de band gehoord, maar ze blijken al sinds begin jaren tachtig te bestaan. Minnetje voor mij. Rudimentary Peni klinkt in ieder geval niet als een band die al jaren meedraait. En dat is in dit geval een pluspunt wat mij betreft. Misschien komt het wel doordat dit hun eerste release is sinds 2004. Wat gelijk opvalt aan deze EP is het smerige gitaargeluid. Verwacht overigens geen razendsnelle punk (al komt bijvoorbeeld "Doodle Bug Baby" wel in de buurt hiervan) op No More Pain, maar wel punk die iets mysterieus over zich heen heeft.
File Under: Belgen die beter zouden moeten weten en kunnen.
File Audio: [ MySpace]
File: Hooghwater - Hooghwater
File Under: Strakke rock
File Audio: [ MySpace]
File: Rudimentary Peni - No More Pain
File Under: Vers rockende oude punks
File Audio: [No More Pain][A Handful Of Dust][Doodle Bug Baby]
Jeremy Jay - A Place Where We Could Go
Waarom zou je het moeilijker maken dan het is, dus nam Jeremy Jay slechts met muzikale hulp van een andere muzikant, namelijk drummer Chris Sutton, het album A Place Where We Could Go op. Het is zijn debuutalbum. Vorig jaar verscheen al de ep Airwalker. Jay houdt het simpel: gitaar, piano en zang. De drummer houdt het ook basaal. Samen met Calvin Johnson tekent Jay ook voor de productie die erg basic is. Dat betekent dat mindere liedjes niet gemaskeerd kunnen worden. Jay is nog jong als de foto's op de hoes me niet bedriegen. Hoe jong dat heb ik niet kunnen achterhalen, maar vreemd genoeg -of gelukkig genoeg- lijkt hij weinig te hebben met de muziek van nu. Op A Place Where We Could Go heeft hij de inspiratie uit de zeventiger jaren gehaald. Ik moet sterk denken aan David Bowie's Hunky Dory (1971) en Ziggy Stardust (1972), maar dan minder opgeleukt. Ook moet ik aan Iggy Pop's The Idiot (1977) denken, maar dan ontdaan van alle elektronica. Niet de minste vergelijkingen. Gelukkig blijft het bij inspiratie en gaat Jay zijn eigen weg. In tien liedjes (elf tracks) laat de Amerikaan (L.A.) in een klein half uur horen dat hij veel in zijn mars heeft. Het lijkt allemaal zo simpel, maar het is o-zo doeltreffend. Jeremy Jay is een groot talent, waarvan ik benieuwd ben hoe hij zich verder ontwikkelt. A Place Where We Could Go is in ieder geval een zeer veelbelovende start. De cd had alleen van mij wel iets langer mogen duren. Jay komt overigens in september naar ons land voor een aantal optredens.
File Under: Debuut van een Amerikaans talent
File Audio: [ MySpace]
Abysmal Dawn - Programmed To Consume
Normaal heb ik na een week luisteren wel een mening over een cd. Bij Programmed To Consume van het Amerikaanse Abysmal Dawn echter niet. Inmiddels ben ik weer zeven dagen verder en nog ben ik er niet uit. Dit is dus bij voorbaat al een slechte recensie. Er staat namelijk geen advies in. Zelf gaan luisteren is volgens mij de enige optie. En als iemand dat schrijft weet je het wel. Je bent geen ene moer opgeschoten. Het feit dat ze bij kwaliteitslabel Relapse zitten maakt het er ook niet eenvoudiger op. Ben ik nu zo stom of zijn zij nu zo slim? Inmiddels heb ik wel een bepaalde behoefte gekregen. Op geheel willekeurige momenten heb ik een oncontroleerbaar verlangen om dit album te luisteren. Om erachter te komen, denk ik. Om de knoop door te hakken. Om het in een hokje te stoppen. Het komt vooral door het old school-gevoel dat er om deze band heen hangt. Authentiek, gemeend. Daar ben ik gevoelig voor. Niet alleen maar geblast in hun deathmetal. Meer aandacht voor structuur en herkenbare songs. De grunt diep en bezwerend. Misschien zelfs wel Hollands klinkend, voor zover dat kan. En op gepaste momenten een naadloze overgang naar zwart getinte passages of een betoverende solo. Eerlijk en oprecht. Denk aan ouder werk van Immolation, Morbid Angel, Carcass of zelfs onze eigen trots Gorefest. En af en toe komt de naam Eternal Solstice bovendrijven. Als ze nog gespeeld hadden, weet ik wel hoe ze geklonken hadden. Ben er toch wel uit denk ik. Klasseplaat.
File Under: Die rotzakken bij Relapse
File Audio: [Zelf luisteren]
Klangwart - Stadtlandfluss
Droneliefhebbers opgelet. We gaan een ruim half uur klanktapijten leggen met het Duitse duo Klangwart. Zeven aaneengesloten nummers die qua geluiden niet al te vernieuwend overkomen, maar gezegend zijn met een duidelijke en goed functionerende spanningsboog van toenemende intensiteit. Het begint nog rustig met "Zwei Töne", een diepe puls, die eerlijk gezegd uit meer dan twee tonen lijkt te bestaan, maar dat zal slechts suggestie zijn. Deze diepe laag krijgt gezelschap van geratel en gepiep in "IO", waarna in "Radio" de wereldontvanger wordt ingeschakeld voor een reisje langs wat internationale stations. Dit is allemaal nog voorspel, want echt interessant wordt het pas vanaf het meer melodieuze "Hamanamah". Daar roept industrieel gebeitel eenzelfde melancholie op als Autechre dat op Quaristice lukte in "Simmm". U mag ook aan Oosterse meditatiebellen denken, elke insteek een nieuwe inzicht. Akkoorden opgebouwd uit talloze stemmen schuiven als massieve gletsjers een berg af, de lucht der kosmos wordt doorklieft door bliksemflitsen. Het fantastische "Telemann" vormt de catharsis van Stadtlandfluss. Oorlog met een synthetische helikopter en dan uit 't niets een flard van een mysterieuze stem, het lijkt een fractie van een seconde een Bollywoodzangeres, die even boven 't lawaai uit weet te komen. Magisch. "Strom" maakt het af met de even logische als onvermijdelijke drilboor. Ik slaak een diepe zucht als het korte outro "Mein Herz, Mein Haus" terug naar huis keert, terug naar de openingspuls.
File Under: Een stad op cd-formaat
File Audio: [Klangwart-Space]
John Mayer - Where The Light Is (Live in Los Angeles)
Op een avond drie sets spelen met elk een heel andere insteek, John Mayer hoef je duidelijk niet te vertellen hoe je al je fans tevreden houdt . Ik vind het ook wel een slimme insteek eerlijk gezegd, want een avond lang naar alleen John Mayer akoestisch óf John Mayer Trio óf John Mayer Band luisteren zou mij in ieder geval gaan vervelen. Vooral qua stem vind ik Mayer eigenlijk niet sterk genoeg om een avond naar één van de drie te luisteren, maar door de opsplitsing in drie verschillende delen waar hij nu voor kiest wordt het een stuk interessanter. Wat zeker níet verveeld aan de 22 tracks die Where The Light Is telt is het gitaarspel van Mayer. Ik wist natuurlijk al wel dat 'ie een goede gitarist is, maar zijn spel op deze live-cd verbaast me toch wel en is met meer dan grote regelmaat om van te likkebaarden als je houdt van een soulvol bluesgeluid. Van mij hadden de akoestische en trio set wel iets langer mogen duren, de full bandset is me af en toe net wat te veilig. Vooral in de trioset met veteranen Steve Jordan op drums en Pino Palladino op drums is Mayer op zijn best. Zijn uitvoeringen van de Hendrix-nummers "Bold As Love" en "Wait Until Tomorrow" zijn bijvoorbeeld uitstekend te pruimen en ook in de andere zes nummers van de Trio Set is het genieten van het rauwe samenspel van de twee gelouterde heren met 'broekie' Mayer die met gemak hun zoon geweest had kunnen. Dat Mayer akoestisch, en vrijwel in zijn uppie, ook overeind blijft verbaast me. Vooral de akoestische uitvoering van "Daughters" is zeer fraai. Al heeft John het in de Tom Petty cover "Free Fallin'" duidelijk wel knap lastig qua zang.
File Under: Mayer wint door gevarieerd spel met speels gemak in drie sets
File Audio: [In Your Atmosphere][ MySpace]
Lacrimas Profundere - Songs For The Last View
Toen ik vorig jaar in Utrecht naar Summer Darkness ging besefte ik dat Lacrimosa en Lacrimas Profundere niet één en dezelfde band zijn. Dom natuurlijk; al zijn beide bands wel in de gothic rock/metal hoek te vinden. Toch verraste Lacrimas Profundere mij in de Ekko vorig jaar, met Peter Kafka op zang. Inmiddels is hij overigens de nieuwe bassist en neemt Rob Vitacca de zangpartijen voor zijn rekening. Lacrimas Profundere levert met Songs For The Last View haar achtste studioalbum af. Van de huidige bezetting heeft alleen gitarist Oliver Nikolas Schmid aan alle albums meegewerkt. Songs For The Last View opent met een muzikaal intro "The Last View", waarin we in een klein minuutje het leven van geboorte, via een eerste vriendinnetje, de eerste seks en een oorlog meekrijgen, tot het einde aan toe (zelfmoord). Daarna volgen elf nummers zoals je die van een gothic-doom metal band mag verwachten die makkelijk te associëren zijn met bands als bijvoorbeeld HIM en The 69 Eyes. Zeker in de eerste helft van het album hebben de liedjes een hoog HIM-gehalte, en lijken de melodieën her en der wel heel erg op elkaar, de tweede helft kent meer afwisseling, meer melancholiek, is wat donkerder, minder commercieel, met mooie ballads als "And God's Ocean" en "A Dead Man". Mijn voorkeur ligt dan ook zeker bij de tweede helft van het album, alleen jammer dat daar nu net bij dit recensie-exemplaar een irritante zogenaamd stoere Duitse voice-over de sfeer uit de liedjes haalt met 'You are listening to the new Lacrimas Profundere album Socks for the Last View' Oh nee... hij bedoelt 'Songs for the Last View'. Om het verhaaltje toch nog rond te krijgen nog één kleine opmerking. In enkele liedjes waaronder "The Shadow I Once Kissed" komt het koortje wat we op Summer Darkness misten weer terug. Zouden ze dit jaar wel een echt koortje meenemen, of zal het weer een tape worden?
File Under: Aangename herontdekking
File Audio: [ MySpace]
File Video: [A Pearl]
Nicole Atkins
Als het aan platenmaatschappij Sony BMG ligt, dan wordt zangeres Nicole Atkins een grote ster in Nederland. De Amerikaanse singer-songwriter was begin mei maar liefst vijf dagen in Nederland, om promotie te doen rond haar album Neptune City. Radiostation 3FM blijkt grote interesse te hebben, de krant Metro wil haar graag uithoren en ook File Under is onder de indruk van de 29-jarige.
Nicole Atkins begon met het spelen van muziek op haar twaalfde en met schrijven op haar twintigste. Ze ging van een countrybandje via solo-optredens naar waar ze nu is: Nicole Atkins & the Sea.
Lees verder..Sparks - Exotic Creatures Of The Deep
De broers Ron and Russell Mael zijn onder de naam Sparks een nogal apart stel. Ik kende eigenlijk niet meer van ze dan één hit, "This Town Ain't Big Enough For The Both Of Us" uit 1974, een springerig nummer waarin Russell de kopstem leverde en Ron, getooid met wat een soort Hitlersnorretje was, piano speelde maar daarbij amper bewoog en al helemaal geen blijk gaf van een repertoire aan gezichtsuitdrukkingen. Inmiddels is Ron's snor naar een ander jarendertigmodelletje bijgewerkt, maar de rolverdeling lijkt getuige de hoes van dit 21e album nog hetzelfde. De gekte is ook ruimschoots aanwezig in de dertien songs. In de titels en teksten, bijvoorbeeld. In "Strange Animal" wordt als het ware de totstandkoming van de song bezongen, een vergelijkbaar geintje wordt uitgehaald in "I Can't Believe That You Would Fall For All The Crap In This Song", in "(She Got Me) Pregnant" worden de natuurwetten getrotseerd. Mijn tekstuele favoriet is "She won't go out with me, no, she won't go out, Since my intellect's not like him, So Lighten Up, Morrissey". Muzikaal krijg ik associaties met bands van weleer - vooral Godley & Creme -, maar ook met recentere bands - Scissor Sisters door de zanglijnen en koortjes van Russell Mael en TV On The Radio door de repetitieve songstructuren. De refreintjes worden eindeloos herhaald, de overheersende piano- en synthesizerklanken zijn eenvoudig maar geenszins simpel. Juist het repetitieve karakter draagt bij aan het intrigerende karakter van de songs. Die lijken simpel, maar zitten stiekem heel knap in elkaar. Zang en instrumentatie vormen samen een fraai ritmisch geheel. Luister maar eens naar "Let The Monkey Drive". Het zijn rare jongens, ja, maar wel rare jongens die razendknappe rare liedjes maken.
File Under: Razendknappe rare liedjes
File Audio: [SparksSpace]
Sam Sparro - Sam Sparro
Een van de heerlijkste dingen aan muziek is het je helemaal in de ban kan nemen. Ik ben dan ook gruwelijk dankbaar dat ik op deze weblog na zo'n rush wild enthousiast mag rondbazuinen dat ik weer iets nieuws en geweldigs ontdekt heb. Deze week waren dat twee dingen. Allereerst was er de Belgische electroband Keatch. Ontdekt via Spunk, totaal fantastisch en een beetje Boys Noize-achtig, maar ja, er is nog geen plaat dus je zult het met hun MySpace moeten doen. Ook een geheel eigen stijl, verslavend maar weer heel anders (want poppier) is de net verschenen debuutplaat van de jonge Brit Sam Sparro. Vanuit het niets belandde hij deze maand op de cover van Mixmag (of zou die ook gewoon gekocht zijn?). In het bijgaande interview vertelt hij dat zijn hit "Black and Gold" - een ode aan de sterrenhemel - deuren zou hebben geopend bij zijn platenmaatschappij, waardoor hij in minimale tijd een heel album mocht opnemen. Nou, dat is dan wel overtuigend gelukt. Ik betrap mezelf erop dat ik de refreintjes van "Sick" en "Hot Mess" nu al loop mee te zingen. Op zich is Sparro natuurlijk gewoon de zoveelste hipsternicht die met een soulstem hits gaat zingen bovenop gladde electrodisco (dat herken je al aan de gestylede hoes), met het verschil dat zowel Sparro's beats als zijn zang wél pakkend klinken. Fout ja, maar hoezo fout? Altijd de verantwoorde gebaande paden volgen, dat is pas fout! Sparro was ooit gospelzanger en je kunt zijn zang zelfs iets met Prince vergelijken. Hij speelt nu vooral entertainer en dat gaat hem prima af ("Cut Me Loose"). Met wat geluk speelt-ie op 8 juli als voorprogramma keihard Mika van het podium. Waar je het bij pakweg Jamie Lidell vooral van de warmere zang moet hebben en Chromeo te serieus R&B is, houdt Sparro het relaxed en werken zijn beats domweg beter. Dat is uiteraard ook een prestatie van zijn producers Jesse Rogg en Paul Epworth. Het soort liedjes dat Sparro maakt wil tegenwoordig al gauw kunstmatig, tijdgebonden en overbodig gaan klinken (zoals ook zijn eigen B-kantje "S.A.M.S.P.A.R.R.O." op de "Black and Gold"-single, met extra minpunten voor de fantasieloze titel). Daarom kunnen de geslaagdere pogingen niet genoeg geprezen worden. Prima zomerplaat!
File Under: Hoe funky electro toch weer verdomd lekker blijkt te werken
File Audio: [ MySpace][Hot Mess]
File Video: [Black and Gold][Cottonmouth][21st Century Life]
Ólafur Arnalds - Variations of Static / Eulogy For Evolution
Op Eurosonic van dit jaar pakte ik op weg naar het optreden van Hanne Hukkelberg in de Stadsschouwburg nog net een staartje mee van het optreden dat Ólafur Arnalds in De Spieghel gaf. Achteraf baalde ik dat ik niet eerder daar naartoe gegaan was, want dat staartje dat ik meepakte was bijzonder mooi. In zijn ingetogen, broze klassieke muziek vermengt Arnalds subtiel wat elektronica en ik houd wel van die combinatie. Na afloop van Eurosonic belandde hij dan ook op mijn lijstje van acts die ik nog eens live wilde zien en nam me voor een album van hem op te snorren. Ik zocht de week erna nog wel naar komende optredens, maar die bleken er niet te zijn en zijn cd's moest ik zelfs importeren. Maar zoals dat wel vaker gaat met goede voornemens gemaakt aan het begin van het jaar vergat ik ze verder.
Tot ik er knarsetandend achterkwam dat hij in mijn favoriete zaal van dit moment - Ekko dus - speelde op een dag dat ik niet kon. Maar er was ook goed nieuws. Het label Erased Tapes waarop Arnalds zijn platen uitbrengt heeft een toko gevonden die hun platen in dit platteland gaat distribueren. Dus had ik vervolgens snel én het vorig jaar verschenen album Eulogy For Evolution in huis én de nieuwe ep Variations of Static in huis. En geraakte ik al snel verslingerd aan beiden. Op het album met zijn mysterieuze tracktitels, die alleen uit cijfers bestaan, is het gebruik van elektronica en samples vrijwel nihil, op de ep wat nadrukkelijker. Ik heb overigens geen uitgesproken voorkeur voor een van de twee. De balans tussen de strijkers en het toetsenwerk van Arnalds is in beide gevallen betoverend mooi.
File Under: Komt er eigenlijk wel slechte muziek uit IJsland?
File Audio: [3055][0040][0925]
Johnny Berlin - Find What You Love And Let It Kill You
Na het lezen van een paar artikelen over Johnny Berlin, begrijp ik dat ze groot fan zijn van Interpol. Met Interpol in hun achterhoofd zijn ze zelfs deze band begonnen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet teruggehoord had in mijn voorafgaande luisterbeurten van hun debuutalbum Find what you love and let it kill you. Bij Interpol stel ik me toch wat anders voor. Er klinkt te weinig melancholiek uit de nummers van Johnny Berlin om die vergelijking op te laten gaan. Eigenlijk klinken ze zelfs best vrolijk en uit enkele interviews op de Belgische tv blijkt ook dat het frivole jongens zijn zelfs. Zeker niet zo mensenschuw als Paul Banks. Het enige dat me soms wel doet denken aan Interpol is de baslijn, maar dat is niet genoeg om als Interpol te klinken. Dus laten we Interpol nu even rusten, ik heb ze in dit stukje al vaker genoemd dan Johnny Berlin zelf. Want de jongens van Johnny Berlin hebben het muzikale hart op de goede plek zitten, een gevarieerd muziekhart wel te verstaan. Want hun debuutalbum biedt een aantal lekkere rocknummers die me doen denken aan Merry Pierce, enkele blije Voicst-achtige nummers en halverwege het nummer "Echoes" krijgen we ook ineens een drum 'n' bass partij voorgeschoteld. Je hoeft je dus niet te vervelen bij deze aardige Belgen.
File Under: Een nieuwe Belgische aanwinst
File Audio: [ MySpace]
File Video: Live in Paradiso: [Four]
To Kill / Strength Approach
Vandaag twee verse hardcore-releases van GSR. Hoewel vers...de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat beide platen al ruim een maand oud zijn. De eerste is van het Italiaanse To Kill. Ze maakten in Nederland al faam met goede liveshows (onder andere in het voorprogramma van Parkway Drive) en ook voorganger Vultures deed het niet onaardig. Op When Blood Turns Into Stone geen drastische wijziging. Het is vooral de productie die vele malen beter is geworden. De band uit Rome wisselt lompe stukken af met snellere en zelfs melodieuze stukken. Het neigt op sommige momenten naar Terror, maar gaat ook vaak de kant van de metalcore op. Meest storende is af en toe de zang van Josh (we hebben hier te maken met een straighedge band, zijn stagenaam is JoshXmosh), maar de gemiddelde hardcoreliefhebber zal dit bruut genoeg vinden.
Strength Approach is een iets ander soort band. Hun hardcore neigt veel meer naar die van Sick Of It All en Slapshot, met een melodieus sausje. Amerikaans dus. En dat terwijl de band net als To Kill uit Rome komt. Zanger Alex zingt overigens een nummer mee op bovengenoemde plaat. Net als zijn collega Josh is hij geen bovengemiddeld goede zanger. Daar komt nog eens bij dat de nummers, die veelal geschreven zijn als meezingers, niet echt blijven hangen. Het maakt van All The Plans We Made Are Going To Fail een vlakke plaat. En een plaat die kracht mist bovendien. Bij dit soort hardcore hoort een vuist in de lucht te gaan, deze muziek hoort uit te nodigen tot meebrullen. En dat gebeurt nauwelijks.
File Under: Twee keer gemiddelde hardcore uit Italië
File Audio: [KillSpace] [StrengthSpace]
Junius - Junius
In het immer uitdijende contingent van postmetalreleases is bijna onmogelijk om nog enigszins origineel uit de hoek te komen. Je neemt een langzaam opbouwende drumgroove, stopt er een dreinende bas onder en maakt het af met wat sferisch gitaargetokkel at langzaam opbouwt naar een orkaan van geluid, met eventueel wat kermende zang (hoewel dat geen vereiste is). Even een paar minuten laten laten sudderen et voila, je postmetal plaatje kan bijna niet meer de mist in gaan. Junius is wederom een van de velen die het over de postmetal-boeg gooit, en doet dat voorwaar met succes. Junius vist in precies dezelfde vijver als ISIS, Neurosis, Khoma en Pelican, maar doet dat met stellige overtuiging en bovendien een handvol puike songs. Op de juiste momenten wordt er gas terug genomen, zodat de grote uitbarsting die gegarandeerd verderop komt alleen maar harder aankomt, en ook de zang is prima te doen en doet mij bovendien erg denken aan Robert Smith van The Cure. Een soort van New Wave-Postmetal amalgaam dus. De originaliteit is weer eens ver te zoeken maar zolang je gewoon de juiste ingrediënten op een smaakvolle manier weet te benutten kan het inderdaad niet missen en krijg je een lekkere plaat. Zoals deze.
File Under: Bepaald niet originele postmetal, maar toch best lekker
File Audio: [Junius-Space]
Jakob Dylan - Seeing Things
Als mijn vader gezien zou worden als the greatest songwriter of all time dan zou ik me wel drie keer bedenken voordat ik zelf ook zanger zou worden. Dan werd ik wel groenteboer of zo. Best dapper eigenlijk dat Jakob Dylan gewoon ook muzikant werd. Toch bleek het een goede zet, Jakob bleek namelijk uit de mix van DNA-materiaal van zijn vader en moeder Sara Lowndes voldoende aanleg meegekregen te hebben. Dat bewezen de rootsrock albums die hij met Wallflowers afleverde, die vooral in Amerika behoorlijk succesvol waren. Seeing Things is nu het eerste album dat Dylan onder eigen naam uit brengt. Logisch, want het verschil in geluid met Wallflowers is erg groot. Jakob durft zich op Seeing Things voor het eerst, net als zijn vader, te presenteren als een singer/songwriter. Gezien de sterke (akoestische) platen die hij maakte met Neil Diamond en Johnny Cash, was de keuze voor Rick Rubin als producer een logische. Aan diens hand is de overstap naar singer/songwriter Dylan beter gelukt dan ik had durven verwachten. Ten opzichte van de raspende stem van zijn vader heeft Jakob een veel smoothere stem. Een aangename stem die zoals hier grotendeels slechts begeleid door akoestische gitaar erg goed tot zijn recht komt. Ondanks deze sobere insteek zijn de liedjes best afwisselend. Dat hij hierin dan niet het niveau haalt van zijn vader kun je hem moeilijk kwalijk nemen. Laten we vooral blij zijn dat 'ie geen groenteboer geworden is, maar gewoon liedjesschrijver.
File Under: Meer dan alleen de zoon van...
File Audio: [ MySpace]
Battleroar - To Death And Beyond...
Met de Olympische Spelen in aantocht en het Europees Kampioenschap, met Griekenland in de gelederen, vers achter de rug, is het een mooie tijd om eens wat van Griekse bodem in de cd-speler te hebben zitten. Battleroar's To Death And Beyond... was een goede cd geweest voor het Griekse voetbalteam. Dit pepmiddel had er zeker voor gezorgd dat ze niet als een natte krant gevoetbald zouden hebben het afgelopen EK. Want de heren van Battleroar spelen me daar een lekker potje energieke metal! Muziek die ergens in het midden van bands als Therion, Iron Maiden en Rhapsody Of Fire te vinden is. Naar eigen zeggen zijn ze een traditionele epic metal band. En dat klopt ook wel. De negen tracks, stuk voor stuk langer dan vier minuten en de langste ruim boven de tien minuten, zijn samen goed voor bijna een uur lang powermetal. Snelle stukken voor de sprints, voldoende bombast om de beuk er in te gooien en een goede bijpassende zanger als spits van het team om de doelpunten er zo in te tikken. De eindmix had naar mijn idee wel iets beter en strakker gekund, maar de nummers zitten goed in elkaar. Ze hebben een mooie opbouw, zijn meeslepend en hebben pakkende melodielijnen die je niet makkelijk loslaten. Ja, hier had het Griekse elftal wel de nodige inspiratie uit kunnen halen.
File Under: Rhooooaaarrrrrhhh
File Audio: [ MySpace]
The New Pornographers - Use It
NiCad - The Hill
Het is best vleiend dat je in een toegevoegde brief aangehaald wordt. 'Geen gemakkelijke kost, maar snel op uitgekeken kan je hier niet van raken', schreef ik over NiCad's debuut Everyday I Grow. Inderdaad. Ik zag ze inmiddels ook een keer optreden en deze tekst past prima bij het vijftal dat vanuit Den Haag opereert. Ik moet eigenlijk wel even een eigen vooroordeel recht zetten, want als ik zou lezen dat ze elkaar op het conservatorium hebben leren kennen dan zou ik zonder de muziek gehoord te hebben de band als oninteressant naast me neer leggen. Het zouden ongetwijfeld fantastische muzikanten zijn, maar teveel weten hoe het zou moeten en hierdoor te ver van de echte emotie afstaan. Bij NiCad is dit echter niet het geval, want ook op The Hill staat weer spannende onvoorspelbare muziek die mij in ieder geval raakt. Als ik ze aan iemand zou moeten beschrijven dan zou ik zeggen: de dEUS van ons land. Al zijn ze allen niet geboren in ons land. NiCad gaat ook op The Hill weer alle kanten op: lo-fi, americana, funk, rap, samples en veel avant-garde. Soms lijkt het makkelijk in het oor te liggen, maar dat duurt nooit lang. NiCad blijft een bijzondere en eigenzinnige band. Mijn enige kritiek is dat het schijfje maar een kleine vijfentwintig minuten duurt. "I want more, I want more!" Ze staan in ieder geval op mijn "te zien-lijstje" bij het komende Metropolis-festival.
File Under: Eigenwijs de weg vervolgen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Lo-fi as can be: The Hill]
Modey Lemon - Season Of Sweets
Het is makkelijk verdwijnen in de Bermudadriehoek die gevormd wordt door - pak 'm beet - Masters of Reality, Kyuss en Motorpsycho. Een stevige bluesrock-ondergrond, doordenderende woestijnriffs en een gevoel voor melodie die niet van deze wereld is, dat zou de paradijselijke plek moeten zijn in de muzikale variant van de Caraïbische Oceaan. En nee, ook powertrio Modey Lemon heeft die plek niet gevonden met Season Of Sweets. Een track als "It Made You Dumb", met prachtige koortjes, weet bijna dat Bounty-gevoel op te roepen, net als "Become A Monk" (die Black Sabbath-bas!), maar zijn daarmee wel de grootste uitschieters op deze plaat. Een teveel aan experimenteerdrang en ongericht gitaar- en synthesizergeweld maken Modey Lemon 's derde plaat behoorlijk onevenwichtig. Tegenover de eerder genoemde tracks staat bijvoorbeeld de ruim tien minuten durende en wel heel erg aan Motorpsycho refererende afsluiter "Live Like Kids". Als je niet verdwaalt in de Bermudadriehoek dan wel in de woestijn. Gelukkig prefereer ik de desolate eindeloosheid van de woestijn boven het zoute water van de oceaan, zodat er onder aan de streep toch nog een plus blijft staan.
File Under: Verdwalen in de woestijn
File Audio: [Veel tracks streaming]
Disturbing Foresights / Skaguitar
Misschien wel de merkwaardigste release die ik ooit onder mijn neus heb gehad, is De-Grunged van Disturbing Foresights. Deze Haagse band bestaat al jaren niet meer en het product dat voor me ligt is een cd uit 1993 die destijds nooit het daglicht heeft gezien. Destijds slaagde een platenmaatschappij erin de zaken zo te verknoeien dat dit werk uiteindelijk op de plank bleef liggen. Deity Down Records heeft het op zich genomen om de opnamen alsnog uit te brengen. Terecht, want wat de band hier laat horen is zeker de moeite waard. De funkmetalhardcorerap is wel typisch iets uit de jaren negentig, maar nog steeds erg prettig om te beluisteren. Een deel zit dicht bij Nederlandse acts uit die tijd als Gotcha! en La Lupa, maar het grootste deel doet denken aan Ice-T's Bodycount. Zoals ik al zei, typisch jaren negentig. Razend origineel is het allemaal niet, het genre is inmiddels op sterven na dood, maar destijds zou dit beslist geen slecht figuur geslagen hebben. Deze release is dan ook veel te laat, maar nog steeds volstrekt gerechtvaardigd.
Een andere Nederlandse release met klanken van weleer is More Ska, More Guitar van Skaguitar. Het waarom van het "weleer" zal daarmee al duidelijk zijn. Wie werd er destijds niet vrolijk van de klanken van Madness, The Specials en The Selecter? Ik wel, ook al was ik toen al helemaal into gerontorock. Bob van Houten en Gerben Rienk Visser vormen Skaguitar. In 2001 was het een project, inmiddels is het hun hoofdbezigheid. Ze krijgen hulp van de nodige bekende namen uit de popscene, met die van Mark Foggo wellicht als bekendste. Ik zat klaar om enorm te gaan genieten, maar daar is het helaas niet van gekomen. De kundigheid is er wel, maar de sprankeling blijft uit en daarmee de vrolijkheid die ska zo onweerstaanbaar maakt. De heren zijn zeer kundige gitaristen met hun wortels hoorbaar in de jazz. Juist dat maakt dat het allemaal net iets te braaf en netjes is. Het grotendeels instrumentale karakter helpt dan ook niet echt. Misschien dat een live-album met deze songs wel de goede sfeer meegekregen zou hebben. Nu blijft het een album met aardige songs, maar niet goed genoeg om het dertien tracks lang spannend te houden.
File Under: Te laat, maar nog steeds leuk
File Audio: [DisturbingSpace]
File: Skaguitar - More Ska, More Guitar
File Under: Het was een leuke EP geweest
File Audio: [Flashplayer op de site] SkaSpace]
The Liszt - Slaves
Woon je toevallig in Oss? Of vierde je daar oud en nieuw op 1-1-2007, grote kans dat jouw de lucht in geknalde vuurwerk dan toch nog ergens goed voor was. De mannen van het Osse The Liszt gebruiken voor de voorspelbaar "1-1-2007" geheten introverte afsluiter van hun tweede cd Slaves het vuurwerk van die nacht om dat nummer op te leuken. In de andere nummers was opleuken met vuurwerk helemaal niet nodig en eigenlijk is het in deze bijna instrumentale afsluiter ook maar icing on the cake. Als Slaves aan een ding geen gebrek heeft is het namelijk aan spanning. Maar je moet wel van een slecht plaatsbare rock houden. Want The Liszt maakt niet sec stoner-, post-, geronto- of alternative rock, het kwartet zwabbert lekker heen en weer tussen deze genres en smeedt het tot een krachtig geheel. Dit is juist wat The Liszt zo boeiend maakt.Neem alleen al de dreigende en bij vlagen Tool-achtige opener "7th Spine". Interessant is de samenwerking met Duffhuës in "Gold Diggers", Niels zijn stem gaat goed samen met de krachtige stem van RJ (Gruijthuizen). Ook BrantBjork komt buurten om wat spoken word te doen in "Sunny Side". In datzelfde nummer ramt voormalig Incense-drummer Remco Cornelissen (tegenwoordig spelend bij The Liszt's labelgenoot Flying Fortress) op de cowbell. Maar da's een raar soort vriendendienst, dit had namelijk zelfs ik volgens mij wel voor elkaar gekregen. Denk ik.
File Under: Geen slaaf van één genre
File Audio: [ MySpace]
Rockin' Park - Achteraf
'Veels te positief', 'vrouwenfestival' en 'het lijkt wel het clubblaadje van de Free Record Shop'. Dat was zo ongeveer de strekking van het commentaar op Danny's voorafje over de tweede editie van het Rockin' Park-festival in Nijmegen. Voor het gemak wordt maar even vergeten dat dezelfde Free Record Shop de jeugd voorziet van artiesten als Tokio Hotel, Bon Jovi, Mika, Take That, Joss Stone en Kelly Clarkson. Artiesten van wie op deze site foto's zijn te bewonderen van de hand van degene die de laatste vergelijking maakte.
Want als iets niet binnen je goede smaakgrenzen valt of ook maar even mainstream lijkt te worden, dan mag of kan het niet. En positief erover zijn mag al helemaal niet. Dit land staat tenslotte al bol van de positiviteit... Al die muziekpuristen raad ik aan vooral niet verder te lezen.
Lees verder..Coalesce - 012:2
Het vierde en laatste album van Coalesce heeft een nieuw likje verf gekregen. Zo'n tien jaar later ziet 0:12 geremastered en omgenummerd tot 012:2 wederom het licht. Op de plaat horen we vier jongens hard/metalcore spelen, momenteel een populair genre, waardoor de Midden-Amerikaanse groep hun tijd ver vooruit was. Het mag dan in het niets vallen vergeleken met labelgenoten Soilent Green en The Dillinger Escape Plan, de groep heeft echter genoeg woede in zich om negen nummers in te vullen. Toch blijft de hamvraag: wat is er nieuw aan deze versie? Niet erg veel! Relapse heeft slechts meer volumeverschillen en schonere stukken aangebracht, ook is er nieuw artwork gekomen en komt er een heuse vinyluitgave. Een ander groot minpunt is dat het schijfje slechts de twintig minuten haalt, waardoor de heruitgave toch wel wat extra's had kunnen bevatten. De grootste reden is echter al snel duidelijk; het blijkt dat het album een award heeft gewonnen - en wat is er beter dan dit te vieren met een re-release? Hierdoor is het tevens een perfect welkomstgeschenk voor hen die Coalesce gemist hebben. Het heeft alleen geen nut om te enthousiast, geobsedeerd en fan te worden van de groep; Coalesce is namelijk allang hartstikke dood.
File Under: Geld verdienen over de rug van Coalesce
Billie The Vision & The Dancers - I Used To Wander These Streets
Wat moet ik nog zeggen over Billie The Vision & The Dancers? Ooit trapte ik met een recensie van hun tweede plaat mijn FileUnder-carrière af. Ik was lyrisch, net zoals ik lyrisch was over de eerste en over de derde plaat. De recensie van die laatste, Where The Ocean Meets My Hand, is verloren gegaan in de tijd, maar vertrouwt u mij maar als ik zeg dat het een pareltje was. Groot was dan ook mijn blijdschap en jolijt toen ik afgelopen week in Göteborg samen met mijn Zweedse lief struikelde over een nieuwe Billie. De vierde baby heet I Used To Wander These Streets en is de eerste die niet in eigen beheer is opgenomen. Zoals Billie zelf al uitlegt: in tegenstelling tot de eerste drie, waarbij men net zo lang kon schaven totdat het geheel perfect was, moest dit schijfje in twee weken worden opgenomen. Langer kon de studio niet gehuurd worden. En eerlijk is eerlijk, hoe zielsveel ik ook hou van dit zevental uit Malmö, in eerste instantie was ik een beetje teleurgesteld. Klónk het zowaar als een haastklus. Maar dan sta je ineens in de supermarkt, met je Zen in je oren, en opeens besef je dat "Swedish Sin" wederom bewijst wat een geweldige tekstschrijver voorman Lars Lindquist is. Teruglopend naar huis heb je tranen in de ogen bij het horen van Fia Janninge's breekbare stem op "I Belong To You". In de metro naar je werk maak je van binnen een dansje bij "Groovy". En ter hoogte van de Guns 'n Roses-adaptatie "Liar And A Thief" geef je jezelf een tik op de vingers. Twijfel aan Billie? Teleurgesteld? Hou eens op zeg. Het is Billie. Die je nog steeds toestaat om het hele album gratis te downloaden vanaf de website. Als je in twee weken tijd een plaat als dit in elkaar kunt zetten, verdien je een hele, hele diepe buiging. I Used To Wander These Streets is niets minder dan het vierde pareltje op rij voor Billie. Oh, en voor alle labels out there die Billie stelselmatig over het hoofd zien: neem eens contact met ze op en maak je fout goed.
File Under: De vierde tien met een griffel op rij
File Audio: [Download de volledige plaat (en de voorgaande drie) op de website]
File Video: [Een heel kanaal vol]










































































































































