Sin Fang Bous - Clangour
Sin Fang Bous is een vers alias van Sindri Sigfússon, een muzikant die we beter kennen als Seabear. Hij maakte in die hoedanigheid The Ghost That Carried Us Away, een van de mooiste albums die ons de laatste jaren via IJsland bereikten. En dat zegt wat! Clangour valt in dat licht, misschien logischerwijs, wat tegen. Ik verdenk Sindri ervan het hele project in het leven te hebben geroepen om gewoon wat b-kantjes van Seabear kwijt te kunnen. Geen schande hoor, de wereld zal er echt niet slechter van worden. Onder een andere naam zet je misschien net wat meer plaatjes weg en dat kan hij wel gebruiken nu z'n land failliet is. Clangour opent met wat springerige IDM-achtige liedjes, iets dansbaarder dus en ook wat elektronischer. Het heeft allemaal wel wat oppervlakkigs, veel tierenlantijntjes, maar een hoogtepunt zou ik er niet uit kunnen pikken. Op de tweede helft en eigenlijk al iets daarvoor in de halve titeltrack "Clangour and Flutes" keren de traditionele instrumenten terug. Niet voor traditionele nummers overigens. Sindri is hier in een vrij psychedelische bui en dat bevalt een stuk beter. Denk Panda Bear en zijn groep Animal Collective. "Carry Me Up To Smell Pine" and het catchy "Fafafa" zijn aardig voorbeelden. Laatstgenoemde doet zelfs aan "Barbara Ann" van de Beach Boys denken. Maar 't beste is voor 't laatst bewaard. "Lies" gaat van een Sufjan Stevens-intro naar een dromerige groove, meer suggestie dan werkelijkheid, voor fans van Merriweather Post Pavilion.
File Under: Degelijk tussendoortje
File Audio: [SFB-Space]
Zwart Licht - Bliksemschicht
Met Zwart Licht heeft Top Notch weer een zeer interessante act in huis gehaald. Zwart Licht is een samenwerking tussen producer Hayzee en MC Akwasi, die beiden al hun sporen verdienden in de hiphopscene. Sinds november 2007 werken ze samen en nu is er al een album, getiteld Bliksemschicht. Met deze debuutplaat geven Hayzee en Akwasi een mooi visitekaartje af. Stevige beats en sterke teksten, precies zoals ik hiphop graag hoor. Niet alle tracks zijn overigens door Hayzee geproduceerd. Ook Siroj, Reverse en JLS mochten een track produceren en FS Green nam er zelfs twee voor zijn rekening. Uiteraard doet er ook een flinke stoet gastrappers mee, waaronder Jae (Stropstrikkers), Juiceisdunaam (Colombiaanse Bloedgroep) en Leeroy. De laatstgenoemde doet ook mee op het sterke "Back-Up Staat klaar" en dit is zeer toepasselijk want bij de liveshows van Zwart Licht is hij de back-up rapper. Zoals gezegd zijn de teksten op Bliksemschicht vaak erg sterk. Zo stelt Akwasi racisme aan de kaak in "Links / Rechts / Midden" en in "Wat Sorry / Nereid", dat begint met een indrukwekkend stuk a-capella rap (zonder beat dus). Ook braggen en boasten gebeurt in stijl. Vooral de regel 'de game heeft last van onkruid en ik kom tuinieren' vind ik erg goed gevonden. Bliksemschicht heeft eigenlijk maar een skip-momentje en dat is "Blind / Hoog Tempo". Dit soort loverap kan mij echt niet bekoren, zelfs bij Opgezwolle trek ik dat niet. Verder is dit debuut van Zwart Licht echter een topplaat.
File Under: Weer een topper van Top Notch
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
File Gast: Eric
Goo Goo Muck - Goo Goo Muck
Overal in het land vinden popwedstrijden plaats. Soms is het volgens mij een manier om op een goedkope manier bands in je toko te halen en hun vriendjes en vriendinnetjes binnen te krijgen. Puur om geld te verdienen. Vaker is het een regionale wedstrijd waaraan een aardige prijs gekoppeld is en voor een band een mogelijkheid biedt om op te vallen tussen al die andere bandjes. In het zuiden des lands vindt de 'Nu of Nooit'-wedstrijd plaats en die heeft geen lullige hoofdprijs: de winnaar mag namelijk openen op Pinkpop. Normaliter ben ik niet echt geïnteresseerd in popprijzen, maar nu wel. Er is namelijk een ep in eigen beheer binnen gekomen van Goo Goo Muck met het verzoek 'Graag indien mogelijk een recensie in uw blad/E-zine' en daar voldoe ik zeer graag aan want deze ep is mij zeer goed bevallen. Goo Goo Muck heeft inmiddels in de eerste voorronde van 'Nu of Nooit' gespeeld, maar het is nog even wachten op de einduitslag. Ik vraag me af of de jury herkent hoe geweldig dit is. Ze moeten toch minstens in de finale komen. Ondanks dat ik de andere kandidaten niet gehoord heb en ik alleen deze ep ken. Goo Goo Muck is genoemd naar een nummer van The Cramps, maar Goo Goo Muck vind ik wat puurder gedrenkt in de garagerock, inclusief een vet orgeltje. Het Limburgse trio, waaronder twee leden van Red Cuba Zone, brengt hier slechts vijf liedjes waar we het voorlopig even mee moeten doen. Het wachten is op de jury of ze landelijk aandacht gaan krijgen, maar mochten zij er naast zitten, luister dan in ieder geval zelf naar de tracks om je een oordeel te vormen. Ze zijn alle vijf op hun MySpace-site te beluisteren.
File Under: Graag indien mogelijk op Pinkpop als opener
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Nu Of Nooit-voorronde 1, afdeling Goo Goo Muck]
Dakota Suite - The End Of Trying
Drie dagen lig ik nu in bed. De griep, die ik met halsbrekende toeren wist te ontwijken tot nu toe, heeft me dan toch te grazen genomen. En gelijk legt 'ie me ook helemaal lam. Mijn ogen staan scheel in mijn kop, mijn maag is een ontwakende vulkaan en mijn spieren voelen stram. Eigenlijk wil ik alleen maar slapen. En dat doe ik dus ook. Aan muziek beluisteren moest ik helemaal niet denken. Toch greep ik vanmiddag na een paar uur diepe slaap naar mijn iPod. Het was zo stil om me heen, dat ik het bijna eng begon te vinden. Al scrollend door de lijst met albums kwam ik al snel uit bij The End Of Trying, de nieuwe cd van Dakota Suite. De muziek die de band maakt sinds jaar en dag kan ik zelfs beluisteren bij de grootste migraineaanval, deze nieuwe cd is het medicijn voor elke gruwelijke vorm van hoofdpijn. De etherische rust die de muziek uitstraalt was altijd al weldadig, op The End of Trying overtreft Dakota Suite zichzelf andermaal. De basis is veelal het bedachtzame ingetogen pianospel, dat ook spaarzaam blijft als het door meerdere piano's gespeeld wordt. Daarnaast krijgt de band hulp van cellist David Darling, die de muziek zo mogelijk nog melancholischer maakt. Ik krijg een brok in mijn keel als ik in alle rust luister naar "A Quietly Gathering Tragedy" en daar op de achtergrond zachtjes vogels hoor schetteren. Zo'n detail dat je alleen maar hoort als je écht goed luistert, geeft deze cd van Dakota Suite iets magisch en ontroerends te gelijk. Het enige dat ze nog niet lukt, is dat ik me weer op stel en sprong beter ga voelen…
File Under: Ontroerende, simpele, maar doeltreffende schoonheid
File Audio: [ MySpace][Luisterpaal]
Indian Jewelry - Free Gold!
Indian Jewelry is niet echt een bandje in de traditionele zin van het woord: er is een groep van een man/vrouw of 20 die af en aan onderdeel uitmaken van deze band of incarnaties ervan, zoals Swarm of Angels en Turquoise Diamonds. Misschien is dat de reden dat de muziek op Free Gold! zo vervreemdend klinkt. Net als Fuck Buttons en Liars creëert Indian Jewelry een dikke gitaardeken met een hoop feedback en fuzz, gecombineerd met echoënde vocalen en elektronica. Dit zorgt voor een kille sfeer, met muziek die je niet zomaar op de achtergrond draait, maar die je hele brein in beslag neemt en je
betovert dan wel verafschuwt. Want een tussenweg is er denk ik niet voor deze bij vlagen ingewikkelde en niet heel toegankelijke noise, of misschien moet het wel math rock genoemd worden. Soms komen er nog redelijk traditionele liedjes voorbij, zoals "Pompeii" (met akoestische gitaar), "Everyday" (wat met enige fantasie een ballad te noemen is, met dank aan de kille doch lieflijke vrouwenstem van Erika Trasher) of het door laser synths en een pompende dreun voortgedreven "Temporary Famine Ship". Ik was nooit echt een liefhebber van goud, dus ik laat ik het over aan anderen om hiervan te genieten.
File Under: Love it or hate it
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Temporary Famine Ship, Swans]
Dead To Me - Little Brother
In Nederland moet Dead To Me nog doorbreken, maar in hun thuisland Amerika delen ze reeds het podium met grote namen als Me First and the Gimme Gimmes, Street Dogs en Leftöver Crack. Dit heeft de band Dead To Me vooral te danken aan hun enorme kruiwagen. Bekende muzikanten als drummer Brandon Pollack en zanger/gitarist Jack Dalrymple bespelen namelijk de instrumenten. Het tweetal kennen we reeds van de punkrockband One Man Army, dat redelijk in hetzelfde straatje zat. Onder de titel Little Brother is hun nieuwe uitgave de wereld ingebracht en hij begint meteen recht voor de raap. Geen intro, geen rustig gitaarriedeltje, maar meteen feest. Het schijfje telt enkel vijf nummers in dertien minuten en er is geen tijd voor praatjes. De nummers zijn vooral lekker punky en misschien voor de hanenkammers zelfs een beetje te cheesy, de energie en vrolijkheid spat er namelijk vanaf. Met gemak krijgen ze dan ook het label 'emo-punks' opgespeld door de media. De mensen die minder in hokjes denken kunnen echter vol genieten van de Amerikanen. Dit zijn perfecte nummers die heerlijk verteren op de maag, lekkere muziek waar je niet lang bij na hoeft te denken. Het debuutalbum uit 2006 heeft een korte opvolger gekregen, maar hierdoor is deze EP zeker niet minder.
File Under: Kort, maar zeker krachtig!
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Special Professional (van het vorige album)]
John Frusciante - The Empyrean
Zo hard mogelijk en bij voorkeur 's avonds laat in een donkere woonkamer. Dit is hoe John Frusciante het liefst ziet dat mensen zijn nieuwe album The Empyrean beluisteren. En afgezien van deze praktische luistertip licht Frusciante op zijn website ook nog uitgebreid het verhaal achter de teksten van The Empyrean toe, tot in groot detail: 'The main character goes through extreme loneliness (in song two and the first half of song five) and at times thinks he can only merge with this force upon dying.' Hier spreekt een man met ervaring. In 2004 bracht Frusciante zes prima solo-albums uit en met de hoogtepunten van die albums had er gemakkelijk een echt briljante plaat samengesteld kunnen worden. Dit jaar blijft het (gelukkig) maar bij één release maar wel eentje waar alles precies klopt. Op de instrumentale opener van ruim negen minuten laat Frusciante even op subtiele wijze horen waarom hij tot de beste gitaristen ter wereld behoort, gevolgd door een schitterend spookachtige versie van Tim Buckley's "Song to the Siren". Met hulp van vaste solo-partner Josh Klinghoffer, mede-Pepper Flea en zelfs ex-Smith Johnny Marr heeft Frusciante met The Empyrean een album gemaakt dat stukken boeiender is dan het laatste werk van de Red Hot Chili Peppers. Het album en de uitleg bieden een unieke blik in het muzikale en spirituele brein van Frusciante. Niet altijd even goed te volgen, maar compleet onnavolgbaar.
File Under: Onnavolgbaar niet te volgen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Youtube]
Vengeance - Soul Collector
Vorig jaar vierde Vengeance hun vijfentwintig jarig bestaan als band. Dat deden ze vanzelfsprekend op de plek waar Vengeance al sinds haar oprichting het best tot zijn recht komt: op het podium. Dat is de plaats waar good old Leon Goewie helemaal in zijn element is. De band is ondertussen al zo lang samen, dat het jongste bandlid pas geboren werd toen Vengeance al een entry in de encylopedie had. Maar het is dan ook niet zomaar een bandlid. Benjamin Timo Somers is namelijk de zoon(!) van de andere gitarist van de band, Jan Somers. Na de jubileumtournee, die ik helaas moest missen, is de band de studio weer ingedoken voor een nieuwe plaat: Soul Collector. En is er in die vijfentwintig jaar die er zit tussen het naar de band vernoemde debuut en deze plaat veel veranderd? Nee, eigenlijk weinig, maar dat hoeft ook niet wat mij betreft. Natuurlijk heeft de sound wel een beetje een post-2000 lik verf gekregen en de plaat kent wat meer afwisseling dan vroeger, maar de basis is nog steeds diezelfde goudeerlijke hardrock vetgemest met hun typische humor ("MySpace Freak" en "Rock and Roll Band"). Oerlid Lucassen speelt overigens niet mee, maar heeft met "Samurai" wel een straf nummer aangeleverd, al lijkt het me net een beetje teveel op "Arabia" (ook al weer twintig jaar oud…). Minder sterk vind ik de ballades "What The Hell" (wel erg veel synths en teveel op power) en "Lean On Me" (doet me gewoon niets). Gelukkig hebben ze straks live met "As The Last Teardrop Falls" al een veel sterker alternatief voorhanden.
File Under: Good old Rock and Roll Band
File Audio: [ MySpace]
Texas Motherfuckers - Freaks
Als het op drie-akkoordenpunk aankomt, ben ik de laatste die gaat zeggen dat de zwakte van het genre 'm erin zit omdat 'het gemaakt wordt van maar drie akkoorden'. In de eenvoud toont zich niet zelden de schoonheid, zo ben ik van mening. Schoonheid bij benadering, welteverstaan, aangezien die term op geen enkele manier valt te rijmen met deze Zweedse heren. Dit omdat ze klinken als een stel rednecks met een slecht humeur. Nu wil ik dit viertal niet betichten van zwakke image-building door hun weinig tot de verbeelding sprekende naam en albumtitel. En over het feit dat ze helemaal niet uit Texas komen, maar uit Zweden, kan ik me eveneens niet druk maken. De attitude is er, zoveel is zeker. Maar terugkomend op die drie akkoorden; dat moeten natuurlijk wel de drie juiste zijn en bovendien moeten ze spitsvondig met elkaar versmolten zijn. Hier gaan deze Scandinaviërs de Texaanse mist in. Gitaarriffs zijn voorspelbaar,refreintjes worden te vaak herhaald en solo's laten te wensen over. Bovendien komt de productie niet aan als een welgemikte kaakslag door een Texaanse moederneuker. Zo'n plaat begint dan een beetje te lijken op een Deutsche komedie wem nachsynchronisiert ist: je snapt de insteek en ook de grappen dringen wel tot je door, maar lachen kun je er niet om.
File Under: Welgemikte kaakslag, maar zonder de nodige kracht
File Audio: [ MySpace]
File Video: [
Robert Berry - The Dividing Line
Soms zit het verschil tussen 'mwah' en 'wow' in hele kleine dingen, en ik heb hiervan in jaren geen beter voorbeeld gehoord dan Robert Berry's nieuwe solo cd The Dividing Line. Berry heeft een behoorlijke staat van dienst in allerlei rockgroepen en als ingehuurde kracht, maar is nooit een echt breed bekende naam geworden. Wellicht komt dat ook omdat-ie gevaarlijk dicht tegen de grens van 'kleurloos en middelmatig' schuurt. Maar als geen ander weet hij in elk nummer toch iets te stoppen dat de muziek boven zichzelf uit tilt, zodat het nooit verveelt of irriteert. Of dat nu de spannende modulaties zijn in "Wait", de opzwepende percussie in "Life Is On Fire", of de fantastische harmonieën in "One Good Man", ieder stuk heeft wel iets dat de aandacht stevig vasthoudt. Wat niet wil zeggen dat alles even sterk is: daar waar Berry, die zelf vrijwel alle instrumenten bespeelt, teveel richting toetsen afdrijft, komt de muziek wel heel erg dicht bij Van Halen's "Jump", hoewel je je nog kunt afvragen of dat zo onwenselijk is. Meestal schrijf ik een recensie nadat ik de cd een week lang intensief heb gedraaid, maar ditmaal heb ik nog een week gewacht. Niet omdat ik mijn mening over de muziek niet duidelijk kreeg, maar omdat ik na elke draaibeurt meteen weer zin had om hem nog een keer te beluisteren. Inderdaad, met een 'wow' in mijn gedachte. En dat terwijl ik, toen ik de cd voor het eerst even vluchtig doornam, toch echt niet verder dan een 'mwah' kwam.
File Under: Aan de goede kant van de scheidslijn
File Audio: [Fragmenten op MySpace]
File Video: ["Wait" op YouTube]
Oxford Collapse - Bits
De vierde plaat van het New Yorkse drietal Oxford Collapse begint, om volksheld Gerard Joling even te citeren, letterlijk 'met gierende banden'. Na het geluid van een startende en wegscheurende auto begint het album sterk met "Electric Arc", een up-tempo nummer met rammelend gitaarwerk dat sterk aan The Wedding Present doet denken. Muzikaal zit dit nummer prima in elkaar, zoals ook de rest van het album, maar de ietwat hysterische, overslaande stem van zanger/gitarist Michael Pace gaat al snel behoorlijk op de zenuwen werken. In vergelijking met eerdere platen zijn er op Bits wel meer rustpunten te vinden, waar de zang vaak dik in orde is. Een voorbeeld is het mooie "A Wedding", met een cello als enige begeleiding. Helaas volgt op ieder rustmoment onherroepelijk weer een refrein waarbij bassist en gitarist elkaar proberen te overschreeuwen en iedere vorm van subtiliteit direct weer overboord wordt gekieperd. De rommelige en schreeuwerige zang en de lo-fi productie doen eerder denken aan de eerste demo van een willekeurig beginnend studentenbandje dan aan een band die al zes jaar aan de weg timmert. Vooral de drums klinken soms alsof ze in een oefenruimte met een enkele microfoon zijn opgenomen. Die low budget aandoende opnamekwaliteit kan natuurlijk een bewuste keuze geweest zijn van de band, maar het heeft er ook alle schijn van dat label Sub Pop niet al te veel hoop heeft dat Oxford Collapse the next big thing wordt. En daar kan ik ze geen ongelijk in geven.
File Under: Met gierende banden
File Audio: [ MySpace]
File Video: [YouTube]
The Finkers - Epilogue
Er was een tijdje dat ik, met dank aan Jason Falkner, zijn soloalbums en vele zijprojecten, als een bezetene powerpop-platen uit de jaren achtig en negentig aan het verzamelen was. Hij was hierbij het uitgangspunt en vandaar uit weefde ik een alsmaar groter web en ontdekte stapels leuke bandjes. Ik moet echter gelijk bekennen dat ik ze, op de platen van Falkner zelf na, de laatste paar jaar eigenlijk nauwelijks nog gedraaid heb. Een bandje dat ik bij die strooptocht nooit ontdekte, maar dat ik toentertijd vast en zeker te gek had gevonden, zijn The Finkers. Deze band rond bassist/zanger Michael Carpenter en drummer Mickster Baty (ook een van de bazen van het toffe Off The Hip-label) laat op deze postuum verschenen verzamelaar namelijk heerlijke gitaarpop horen. Het is wel bizar dat een band die maar twee echte albums uitgebracht heeft, nu geëerd wordt met een dubbel-cd. Maar de kwaliteit van het gebodene op Epilogue rechtvaardigt deze release zonder meer. Waarschijnlijk zijn het gewoon alle liedjes die de band ooit opgenomen heeft die je hier terug hoort. Opvallend is het verschil tussen de twee cd's. De eigen liedjes, veelal geschreven door Mickster en Carpenter, op de eerste cd zijn vaak zoet en retemelodieus. Op de tweede gaat het gas bij tijd en wijle flink open en scheuren ze met gierende banden rauw en vol distortion de bocht uit ("All Reved Up"). Al doen ze ook akoestische kampvuurtussendoortjes met "Rejection" en "Gurl From Bicheno". En da's best geinig, want ik ken niet veel bandjes die zo'n breed spectrum bestrijken, maar door de stem - in dit geval die van Michael Carpenter - toch coherent blijven klinken.
File Under: Diverse powerpop from down under
File Audio: [ MySpace]
Vic Chesnutt / Elf Power / The Amorpous Strums - Dark Developments
De kans dat ik hem tegen zou komen was natuurlijk heen klein. Ik heb hem dan ook niet gezien, maar toen ik in Athens GA rondliep op Athfest keek ik toch zo af en toe om me heen of ik een klein mannetje in een rolstoel zag. Dus niet, wel veel andere leuke dingen want Athens is dingen gezien, want een puike stad en een aanrader als je in de buurt bent. Maar Vic Chesnutt zat waarschijnlijk toen in zijn thuisstudio met stadsgenoten Elf Power om Dark Development op te nemen. Vic is de man met de vriendjes dus hij kan zijn begeleidingsbands kiezen. Op zijn vorige plaat resulteerde de samenwerking met Thee Silver Mt. Zion, in een magistraal album en ook nu is het niet verkeerd. Alleen de brille van North Star Deserter heeft het niet. Dark Developments sluit meer aan op het oudere werk van Chesnutt. Zoals gewoonlijk ligt het niveau erg hoog, de man kan geen slechte platen maken, maar het geheel is wat toegankelijker dan North Star Deserter. Vic had erg goede zin en dat weerspiegelt zich in de teksten in nummers als "Little Fucker" en "We are mean" die domweg grappig zijn. Elf Power en The Amorphous Strums kleuren netjes binnen de lijnen en dat is mijn enige kanttekening, de begeleiding had iets minder braaf gekund. Maar het eindresultaat misstaat niet in de man's imposante oeuvre…
File Under: Ouderwetse klasse
File Audio: [ MySpace]
Hush Arbors - s/t
Het is meer een EP, zo kort is de titelloze plaat die Hush Arbors eind vorig jaar uitbracht. Aan het lijstje met links op de homepage van dit project van Keith Wood kun je al zien waar je hem moet plaatsen: Akron/family, Current 93 (waarvan hij een los-vast bandlid is) en Six Organs of Admittance vormen samen de driehoek waarin Keith Wood zich blijkbaar thuisvoelt. Maar hij heeft meer bekende vrienden. Zo stond hij met Andrew W.K., Alex Neilson en Matt Sweeney op het podium en speelde hij met Thurston Moore. Op eigen kracht maakt hij nummers die in de basis folky zijn maar waar hij een psychedelische draai aan geeft. Die psychedelica kan dan gierend uit de bocht vliegen (de plaat opent met een woeste gitaarstorm), maar ook losjes en akoestisch klinken. Keith Wood komt uit Virginia en daar komt prachtige folk vandaan. Het doel van Hush Arbors is blijkbaar om te kijken in hoeverre die rustieke liedjes opgeblazen, omgedraaid, uitgeknepen en met gitaarnoise overgoten kunnen worden. Het is een korte storm die de luisteraar over zich heen krijgt, maar wel een aangename en verkwikkende. Bijzonder plaatje voor avontuurlijke luisteraars.
File Under: Uit het lood geslagen folk
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Light]
Green Circles - Tavistock Street
Laten we eens de recensent foppen door in alles te laten lijken dat we helemaal niet met een release van nu te maken hebben, moet het Australische Green Circles hebben gedacht. En het was ze bijna gelukt. Allereerst begint het foppen al bij de aankleding met een verbleekte foto op de hoes van een straat die niet bij deze tijd past. Ook de verdere foto's in het boekje en op de achterkant zijn hier duidelijk in. Ook gebruiken ze een ouderwetsche lettertype om de titel Tavistock Street op het album aan te geven. Als je dan de muziek draait hoor je bovendien typische jaren zestig liedjes, een beetje à la The Kinks en The Monkees. Of in de lijn van de Small Faces, "Green Circles" was - vast niet toevallig - een nummer van hen. Ook muzikaal sluit het prima aan door bijvoorbeeld de gitaarpartijen en een orgeltje. En dan is er nog een liedje met de titel "21st Century Blues". Ik dacht dus in eerste instantie met een re-release te maken te hebben, maar aangezien ik nog nooit van de band gehoord had, was het wel opvallend dat het geluid zo goed is. Bij onbekendere bands rammelt er dan meestal wel het een en ander en zijn er vaak ook bonustracks aan toegevoegd die al helemaal niet in geluidskwaliteit uitblinken. The Green Circles zijn dus wel degelijk van nu en de vier heren komen uit Adelaide. Tavistock Street is inmiddels afgebroken, maar de band heeft de straat geëerd met elf liedjes waaronder twee covers van Australische bands ("Sandra" van The Screaming Believers en "Long Love Sivananda" van Inside Looking Out). Het resultaat is niet onverdienstelijk. Integendeel, Tavistock Street mag er zijn met goede liedjes, fijn uitgevoerd. Lang leve de jaren zestig, ehhhhh... ik bedoel de jaren nul.
File Under: Afbreken, en weer opbouwen
File Audio: [ MySpace]
Sepultura - A-lex
Het blijft een bizar gegeven dat er nog steeds een band bestaat die naar de naam Sepultura luistert terwijl er geen enkele Cavalera-broer meer in zit. Van de oorspronkelijke band die in Brazilië begon is nu alleen nog maar bassist Paulo Jr. over. Ik had er een hard hoofd in of Sepultura zonder Igor Cavalera in de gelederen - Jean Dollabella is de nieuwe drummer van dienst - er nog een keer in zou slagen een nieuw leven aan te boren. Maar verdomd, net als zijn sterke voorganger Dante XXI is A-lex een krachtig album, sterker nog, deze plaat is wat mij betreft de beste Max-loze die Sepultura tot nu toe afgeleverd heeft. A-Lex is net als Dante XXI een conceptalbum en heeft als basis de film A Clockwork Orange van Stanley Kubrick (of het boek van Anthony Burgess zo je wilt) en dat hebben ze verrassend goed verwerkt. Het tribalelement in de muziek is Sepultura ondertussen bijna helemaal kwijtgeraakt (in "Filthy Rot" zit nog wat verwerkt). Maar wat je hier voor terug krijgt aan krachtige (en vaak snelle) moderne metal geschoeid op leesten uit de oude school vergoedt veel, zo niet alles. Ik raak nu zelfs overtuigd van Derrick Green als zanger. Vrij straf is bijvoorbeeld zijn rol in "Sadistic Values", dat rustig begint en waarin Green zelfs echt zingt, maar in de loop van de bijna zeven minuten die het duurt uitrolt richting steeds maar driester wordende metal. Enige vraagteken dat ik heb is bij het instrumentale "Ludwig Van", omdat ik het niet zo geslaagd vind. Al vind ik het wel weer dapper dat Sepultura zo probeert de interesse die hoofdpersoon Alex heeft voor Beethoven (naast geweld en verkrachten...) ook mee te nemen in hun concept. Stiekem denk ik dat de Cavelera broertjes best een beetje jaloers zullen zijn op deze cd...
File Under: De naam Sepultura waardig.
Popgun - Manic Anti-Depressive
Ik ken precies één muziekliefhebbende Nederlander in Noorwegen, en toen ik hem vroeg of hij ooit gehoord had van Popgun uit Oslo, moest hij ontkennend antwoorden. De vraag is dus of Popgun nu echt zo bekend is in Noorwegen als de biografie ons wil doen geloven, of dat mijn kennis misschien toch niet zo in de Noorse muziekscene zit. Allereerst maar eens wat feiten: Popgun is de band van Egil Stemkens en twee van zijn maten. Egil was ooit het meest getalenteerde lid van de Noorse poppunkband The Yum Yums, maar hij besloot om zelf een band te gaan beginnen die een beetje meer neigde naar de powerpop. Zo ontstond Popgun. In 2007 brachten zij A Day and a Half in Half a Day uit, en nu is er dan Manic Anti-Depressive. Geen vrolijke titel voor een plaat die toch vooral springerige poprock laat horen. De broertjes Gallagher van Oasis zouden op dit moment een moord doen voor een nummer als "All Or Nothing" en hetzelfde geldt vermoedelijk voor de Dandy Warhols, maar die zouden dat dan doen voor "Sting Me". In die richting moet je de cd dan ook zoeken: een beetje van dik hout zaagt men planken, maar ook weer niks mis mee. Vlees noch vis? Ja, misschien wel. Misschien is dat ook de reden dat mijn Nederlands-Noorse kennis ze niet kende, en of deze cd daar snel verandering in zal brengen, is nog maar de vraag.
File Under: Britpop meets powerpop
File Audio: [ MySpace]
Andrew Bird - Noble Beast
Je moet wel een bijzonder gevoel voor humor hebben als je Bird heet en bekend staat om je fantastische gefluit. Andrew Bird heeft gelukkig niet alleen humor en fluittalent, maar ook een enorme dosis muzikaliteit die op zijn nieuwe plaat Noble Beast beter dan ooit tot uiting komt. Het lijkt Bird opnieuw erg gemakkelijk af te gaan allemaal. Blijkbaar komen de nummers hem gewoon aanvliegen, zoals hij begin vorig jaar al beschreef in zijn boeiende weblogposts voor de New York Times: "Since I can remember, I've had melodies in my head. I chew my food to them." Hij beschreef daar ook hoe opener "Oh No" ontstond: er zat een driejarig kind voor hem in een vliegtuig dat steeds 'oh no!' gilde. Et voilà, Bird heeft weer een wereldnummer geschreven. Een betere opener had Bird sowieso niet kunnen kiezen voor deze cd, want alles wat de man uniek maakt is aanwezig: een ijzersterke melodie, prettig gefluit, een aanstekelijk ritme, bizarre woordspelingen en natuurlijk zijn unieke vioolspel. Op momenten waar het allemaal iets te folky dreigt te worden komt Bird gewoon met een gezellig dansritme aanzetten, zoals op het sterke "Masterswarm". Deze afwisseling is welkom want veertien langzame nummers als "Natural Disaster" hadden nooit zo lang kunnen boeien, hoe mooi ze ook zijn. Het album eindigt met een stemmig stukje viool, dat meteen een mooie brug slaat naar het instrumentale album Useless Creatures dat bij de Deluxe Edition van Noble Beast wordt meegeleverd.
File Under: Beestachtig goed
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Youtube]
In Memoriam Marcel Brand (Club Diana)
Afgelopen jaar was ik met mijn vriendin voor de derde keer op het Wellerlo-fi Festival in Wellerlooi en eigenlijk te gast bij jou en je familie. Naast het prachtige huis en tuin staat de oefenschuur van Club Diana, de band die genoemd is naar een oud bordeel bij Mook. Club Diana was jouw band, waarin je zong en de gitaar zijn werk liet doen. In de schuur vonden zoals altijd jullie festivaloptredens plaats. Dit jaar was er geen Club Diana, maar een optreden als The Nephew Brothers.
Je mopperde wat, want de E.K.-voetbalwedstrijd Nederland - Rusland gooide het hele optreedschema in de war. Als er echter iemand positieve energie uitstraalde dan was jij het wel. De barbecue, een belangrijk onderdeel van het festival, was weer top. Achter de schuur bij het zwembad zei je tegen mij: 'De mensen moeten hier weg. Ze storen de Bonte Vliegenvanger, ze kunnen zo hun jongen niet meer voeren. Kijk, daar zit ie, bovenin de boom.' Ik begreep het, en bewonderde je om je gouden hart. Een vraag laat me nu niet los: wat ging er mis, dat je dacht dat de wereld beter af was zonder jou, zelfs je kroost en je vrouw? Ik kende je maar oppervlakkig, maar de optredens van Club Diana waren altijd een feest en de energie toverde altijd een glimlach op mijn mond. Na het optreden van The Nephew Brothers begin 2008 in de zaal waar ik destijds programmeerde, bedankte je mij hartelijk voor de goede zorgen. Tot Wellerlo-fi! Inderdaad, maar mijn woorden 'hopelijk tot een volgend Wellerlo-fi, of anders tot een ander optreden', zullen nooit meer bewaarheid worden. Marcel bedankt. Uiteraard wens ik je lieve vrouw en kinderen, de andere leden van Club Diana en iedereen die hem zal missen sterkte. Dat velen hem zullen missen, dat kan niet anders. Marcel, het leven zal anders zijn zonder jou. En verdomme, 43 was je pas.
Lees verder..16 - Bridges To Burn
16 is een uit vier man bestaande band die met redelijk wat bombarie naar voren wordt geschoven als zijnde een veelbelovende sensatie op het gebied van de thrash metal, maar blijkt zich in de keiharde praktijk te ontpoppen als een tweederangs Pantera dat op krampachtige wijze thrash-invloeden in de muziek tracht te integreren. Technisch gezien is het goed beschouwd nog niet eens zo slecht wat het Californische gezelschap op Bridges To Burn met veel geestdrift uit de speakers laat knallen, maar de tomeloze inzet ten spijt levert dit niet meer op dan een handjevol nummers die vlees noch vis zijn. Waar het nu precies aan schort, blijft verscholen achter moddervette riffs, opgetrokken uit bakstenen muren. Aan ervaring kan het niet liggen. Afgezien van de rustpauze tussen 2003 en 2007 wordt zowel vriend als vijand al bijna zeventien jaar lang het leven zuur gemaakt met diep in hardcore gedrenkte klanken. Productioneel is alles ook in orde. Toch blijft het een feit dat de vonk op deze eigenhandig gebouwde brug nergens over wil slaan. De muzikale escapades slepen zich welhaast ongeïnspireerd voort en ik snak naar het eind van dit overbodig stukje huisvlijt dat resoluut naar de uitverkoopbak verwezen kan worden. Het uiterste hoekje wel te verstaan.
File Under: Eén brug te ver
File Audio: [ MySpace]
Club Diana - Brand
Time stood still
Not on my watch
Time does not stand still
Games are played
Not on my path
Games will not be played
De kans dat je hier een negatief stukje over een cd van Club Diana aan zult treffen is nogal gering. Want wij zijn fan van Club Diana. Inderdaad, daar staat wij, want dat fan-zijn, dat geldt niet voor een van ons, dat geldt voor vijf, zes man binnen gelederen van File Under. Achter de schermen werd er al tegen elkaar opgeboden om het recensie-exemplaar dat op mijn mat plofte een week of twee geleden. Ewie hoefde 'em niet, want hij moest nog de achterwege gelaten aankoop van de dvd die gemaakt was van het laatste Wellerlo-fi festival, waar hij bij was, bestellen. Hier kreeg je de cd dan bij cadeau. Ludo wilde wel, die biechtte zelfs op deze week alle cd's van Club Diana al drie keer geluisterd te hebben en mopperde een beetje over de flauwe titel van hun nieuwe plaat, Brand. Alhoewel die wel weer mooi het derde luik zou vormen voor het thema Vuur. Dat zou betekenen dat dat thema afgerond zou zijn, en Club Diana vol goede moed zou kunnen beginnen aan het thema Lucht. Maar vanmiddag kwam het verschrikkelijke bericht dat de frontman van Club Diana, Marcel Brand, niet meer is. Gistermiddag is er onverwacht een einde gekomen aan zijn leven. En dat nieuws is als een bom hier ingeslagen. Ik luister naar Brand en de liedjes bezorgen rillingen. Het kost moeite om echt goed te luisteren, maar de pracht van wat wel doordringt doet de tranen over mijn wangen rollen. Als ik de titel van het laatste nummer lees, dan stokt de adem in mijn keel… "Breathe Out".
File: Club Diana - BrandFile Under: Even niets
File Audio: [ MySpace]
Squarepusher - Just A Souvenir / Numbers Lucent
Het veelbekritiseerde HP/De Tijd was vorige week eigenlijk best interessant. Er stond een stuk in met als kop op de cover 'Literatuurkritiek, hoe het wel moet'. In wezen was het op zijn beurt een recensie van de boeken 'How Fiction Works' van James Wood en 'Lectures on Literature' van Vladimir Nabokov, waarin wordt beargumenteerd dat de kunst van het schrijven is om een ei te leggen in de geest van de lezer. Je kunt hetzelfde zeggen over muziek maken, en naarmate ik er deze week langer erover nadacht wist ik niet meer zo goed waarop ik het nieuwste album van Squarepusher eigenlijk moest beoordelen. Just A Souvenir - dat ik bij Eclectro op cd won - is ondanks zijn prachtige hoes geen makkelijke plaat. Hij bevat een stuk minder acid en breakcore dan ik van Squarepusher gewend was, en boet daardoor niet alleen aan fun in, het wordt soms zelfs nogal kazig. Moeiteloos overeind blijft de kruising van Tom Jenkinson's geniale bas/gitaartalent met jazz en electronica. Net als bij jazz bouwt Jenkinson toe naar themaatjes, vaak lekker gruizige gitaarlijnen die door de onberekenbare beats een stevige bite krijgen. Tegelijkertijd geven de psychedelische tierelantijntjes tussendoor de nummers een fris tintje. Nummers als "The Glass Road" en "Planet Gear" zijn daardoor de beste bijdragen op deze relatief relaxte plaat, die wel weer uit duizenden herkenbaar is als Squarepusher. De interludes kunnen me echter niet boeien, en de plaat gaat met een paar pure jazztracks als een nachtkaars uit.
Het is een beetje "de Coldplay-truc", maar ook Squarepusher heeft net deze week een nieuwe EP uitgebracht die een aanvulling vormt op het album en waarop eigenlijk leukere (want heftigere) nummers staan. Had die dan meteen gebundeld (en dat kunstje flikte Tom ons bij de vorige plaat ook al). De Numbers Lucent EP bevat zes nummers, waarvan de eerste vier dezelfde lijn doortrekken als aan het prima begin van Just A Souvenir (ook de prequel "Star Time 1" zit erbij). Echt vet wordt het echter pas op het eind als in "Arterial Fantasy" een lompe beat erbij komt. Ook "Illegal Dustbin" ontaardt in pure, fantastisch snelle terror waarvoor Atari Teenage Riot zich niet geschaamd zou hebben. Misschien is de houdbaarheid van de EP wat korter, maar ik wil de grootste zonde van de literatuurkritiek op deze plek graag even begaan: hoe harder en onbezonnener Squarepusher te werk gaat, hoe meer ik erin opga en hoe meer ik als een bezeten fanboy het hele genre opeens weer herontdek. Zie dat dus maar als een groot compliment: meer van dit, graag!
File Under: Freejazz meets electronica
File Audio: [Illegal Dustbin als MP3 in ruil voor je mailadres][ MySpace]
File Video: [Veel rechthoeken in Planet Gear]
Saule / Liben
Eigenlijk had ik me voorgenomen om voor File Under geen Franstalige cd's te bespreken, aangezien ik daar al een hoekje op het internet voor heb, maar na het bezoek van Louis van Dijk en Cor Bakker aan De Wereld Draait Door van afgelopen week, doe ik het nu toch. Hoe meer Nederlanders ervan doordrongen raken dat men in Frankrijk niet is opgehouden met muziek maken na 1975, hoe beter. Voor wie het niet heeft gezien: Van Dijk en Cor Bakker hebben met een Ékte Frànze Zángèr langs de theaters getoerd om daar repertoire van grote (maar ook erg dode) chansonniers als Piaf en Brel ten gehore te brengen. Het zal voor de nodige opvliegers onder de bezoekers hebben geleid - hartstikke gezellig allemaal. Er is nu een dvd uit en die zal vast gretig aftrek vinden.
Matthijs van Nieuwkerk, (zoals bekend) missionaris van het werk van Aznavour, vroeg tegen het einde van het gesprekje met de heren aan Louis van Dijk of hij ook Franstalige zangers van recente datum goed vond. Van Dijk antwoordde: Michel Fugain. Thuis voor de buis bewees ik dat je broek ook zittend van je kont kan zakken. Michel Fugain?! Een man van tegen de 60, wier grootste hits uit de jaren zeventig stammen?! Ja, je mag dit Louis van Dijk (bijna even oud als Fugain) heel erg kwalijk nemen. Wie professioneel met muziek bezig is, moet op de hoogte blijven van nieuwe namen. Niet dat hij Benga van Burial moet kunnen onderscheiden, maar hedendaagse Franse kanonnen als Biolay en Cabrel hoor je dan wel te kennen. Maar Matthijs zei dat niet, niemand in de zaal lachte ook. Het Vic-van-de-Reijtisme tiert blijkbaar nog welig: vroeger was het beter, en dat weet ik omdat ik nooit luister naar muziek van nu. Mijn aanstaande compilatie Gentils Garçons, met daarop louter Franstalige popliedjes door heren van recente datum, gaat dan in ieder geval richting huize Van Dijk. Kan hij op die manier onder meer kennis maken met de Walen Vincent Liben, en Saule.
Beide komen met albums waarop aan het verleden wordt gerefereerd, zonder daar te blijven hangen. Liben (ook zanger van Mud Flow) noemt onder meer Gainsbourg als invloed, iets wat vooral evident wordt zodra duetpartner Stephanie Croibien zich laat horen. Als de term zuchtmeisje nog niet bestond, was ze voor haar uitgevonden. Liben schrijft verzorgde, fraai gearrangeerde liedjes over de schaduwkanten van het leven en de liefde, en doet dat zo goed dat Tout Va Disparaitre nu al tot een van de beste albums van het jaar hoort. Dat geldt net zo hard voor Western van Saule. Dit tweede album van de vrolijke Waal meandert van Afrikaanse pop naar de vergezichten van Morricone, en van superintieme zieleroerselen naar een reggae-cover van Black's "Wonderful Life". En dan heb ik dat dixielandnummertje nog niet eens genoemd, Louis.
File: Liben - Tout va disparaitre
File Under: Magnifique!
Franz Ferdinand - Tonight: Franz Ferdinand
Zo intiem als het optreden in maart 2004 in de Ekko zal een bezoek aan een concert van Franz Ferdinand voor mij wel nooit meer worden. Ik kon ze bijna aanraken. Dit kan normaliter niet meer, want er is toch wel iets veranderd aan de status van Franz Ferdinand: Pinkpop, Lowlands, Glastonbury, twee geweldige albums, een dvd en zo kan ik wel even doorgaan. Franz Ferdinand was (en is) hot! Het optreden in Paradiso in maart was al uitverkocht voordat ik zag dat ze zouden komen, zodat wij nu noodgedwongen uitwijken naar Keulen. Ik verwacht daar een optreden dat een mix is van oude nummers en nummers van hun nieuwste album Tonight: Franz Ferdinand. Een album dat anders is dan de voorgaande, maar toch ook wel weer helemaal Franz Ferdinand is. Gebleven zijn de pakkende en veelal dansbare liedjes. Het schrijven hiervan zullen ze wel nooit verleren, maar ze passen ervoor om een kopie van zichzelf te worden. Over hoe dit aan te pakken hebben ze kennelijk wel even over na moeten denken, want het was qua releases stil sinds 2005. Gelukkig waren hierna nog wel de nodige optredens, ook in ons eigen land. Zo zag ik op Lowlands al dat de Schotten een element meer ruimte gingen geven: de elektronica. Ik moet eerlijk zeggen dat ik even moest wennen aan het nieuwe geluid, maar de cd, die met behulp van producer Brian Higgins werd opgenomen, bevalt me steeds beter. De elektronica wordt namelijk niet gebruikt om het geluid op te vullen, maar om de dynamiek en het ritmiek te versterken en om af en toe ook even een lekkere noiserand toe te voegen. Als dit na ruim vijf minuten in het tiende nummer "Lucid Dreams" gebeurt, zal menigeen naar zijn cd-speler rennen om verder te zappen. Het lijkt echter een punt die gezet wordt om in de laatste en aansluitende twee nummers een hele andere Franz Ferdinand te laten horen. "Dream Again" is een psychedelisch voortkabbelend niemendalletje en "Katherine Kiss Me" is op deze albumversie gevoelig en intiem. Deze release is overigens tijdelijk verkrijgbaar met een tweede cd met dub-versies van acht van de twaalf nummers van de originele cd waarop o wat verrassend de laatste drie afwijkende liedjes ontbreken.
File Under: Franz Ferdinand gaat over zijn eigen grenzen heen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Promopraatje][Ulysses][Glastonbury: Katherine Kiss Me]
Week 4, 2009
Storm
Sepultura - A-Lex
Ewie
Franz Ferdinand - Tonight: Franz Ferdinand
Ludo
Beautiful Leopard - Sometimes It Doesn't Work
Gr.R.
Gisbert zu Knyphausen - Gisbert zu Knyphausen
Joice
Heartless Bastards - All This Time
André
Fever Ray - Fever Ray
Prikkie
Europe - Almost Unplugged
Sikkema
The Phantom Band - Checkmate Savage
DubbelMono
Phosphorescent - To Willie
ForestSounds
Morrissey - Vauxhall and I
Johnfish Sparkle - Johnfish Sparkle
Het klassieke powertrio is natuurlijk net zo uit de tijd als het spijkerjasje met opgenaaide emblemen, het lange sluike haar met middenscheiding en de druipsnor. Als drie Italianen - die er stuk voor stuk uitzien alsof Blue Cheer nog steeds de grootste band van het moment is - besluiten dat klassieke powertrio weer tot leven te roepen, is het lastig om een grijns te onderdrukken. Johnfish Sparkle noemen ze zich, een titel voor hun debuutplaat hebben ze niet, maar wel een grote liefde voor dampende seventies blues en proto-hardrock. Cream, The Who en Led Zeppelin noemen ze als grootste invloeden en dat is erg eerlijk van ze. Graag voeg ik het eerder genoemde Blue Cheer nog toe. Alle ingrediënten die ze gebruiken, powerchords, een zanger die graag uithaalt, denderende drums en gitaarsolo's op klassieke bluesschema's, alles is keurig gejat van hun grote voorbeelden. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat bijvoorbeeld het brede geluid dat The Who soms kon produceren, mooi gebruikt wordt in "Feelin' Down". Semi-akoestische intermezzo's vinden we terug op de klassieke albums van Led Zep en Black Sabbath en dus ook bij Johnfish Sparkle ("Tale of A Lonely Man" - die titel!). De drie Italianen komen er desondanks mee weg. Een hemelbestormend album is het debuut van Johnfish Sparkle niet geworden, wel een plezierige trip down memory lane.
File Under: Trio Italiano Powerrock
File Video: [Live @ Rock Wino Blues 2008]
Backyard Tire Fire - The Places We Lived
Soms is het heerlijk om mee te kunnen zingen met een gruwelijk knauwend Amerikaans accent, alsof je zelf uit het midwesten komt. Ik doe het bijvoorbeeld graag bij Wheat, een volkomen onderschatte band, en het lijkt erop dat ik in Backyard Tire Fire nog zo'n band heb gevonden. Het zingt ook wel makkelijk mee natuurlijk, op een tekst als 'Everybody's depressed, everybody's down, everybody's on drugs, in this damn town'. Je hoort het één keer en het zit meteen in je hoofd. En zo is deze hele cd eigenlijk gebaseerd op goed in het gehoor liggende popsongs. Twangpop van de commercieelste soort, in die zin dat The Places We Lived werkelijk vol staat van heerlijke popmelodieën en nergens heel originele, maar altijd makkelijk meezingbare teksten: 'I just wanna spend some time with you, spend some time with you'. Ook het experiment wordt echter niet geschuwd. Op "Time With You" bijvoorbeeld wordt een piano zodanig vervormd dat hij nauwelijks nog als zodanig herkenbaar is en vervolgens afgezet tegen een naar een hoogtepunt werkend drumritme. Om dan gevolgd te worden door het standaard Tom Petty-esque "Welcome to the Factory", en door "How The Hell Did You Get Back Here?", een rockende Cracker-meets-Bob-Dylan-song. Kortom, voor elk wat wils op The Places We Lived, een blind aan te schaffen plaat voor de liefhebbers van twang.
File Under: Prima alt.countrypop
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Places We Lived],[How The Hell Did You Get Back Here?]
The Carburetors - Rock 'n' Roll Forever
Ik ben een autoliefhebber. Niet dat ik veel weet over pk's of topsnelheden van allerlei types, ik ben meer van het design. En van het ritme van autorijden. Veel leuker dan als een gek wegspuiten bij elk stoplicht vind ik het zo vloeiend mogelijk rijden. Letten op het verkeersbeeld, letterlijk en figuurlijk ver vooruit kijken en zo soepel mogelijk van A naar B rijden. Aangezien woonplaats A en werkplek B ver uit elkaar liggen, kan ik me daar elke dag in uitleven. Iets dergelijks moeten The Carburetors ook voor ogen gehad hebben. Geen technische hoogstandjes, maar rockend van A naar B. Dat lukt ze heel aardig, maar toch mis ik iets bij deze Noren. Het kost wat luisterbeurten, maar dan valt het kwartje: het klinkt als de Ramones die hebben besloten voortaan als hardrockband door het leven te gaan. Rauwe energie, met de techniek volstrekt ondergeschikt aan de beleving, maar dat dan in een eightiesmetaljasje gestoken. En daar loopt het fout. Want bij elke hardrock- of metalband draait het om de techniek. Zelfs bij AC/DC of Motörhead draait het uiteindelijk daarom, en bij de Ramones nou net niet. Dus hoe leuk sommige tracks ook zijn (zoals "Crank It Up", dat klinkt als AC/DC met Gene Simmons als zanger), het duurt te lang en is te gladjes voor punkrock enerzijds, en het is te simpel voor hardrock of metal. Is het daarmee een beroerd album? Dat niet. Het ragt lekker door en is daarmee een prima plaatje als er een bak herrie door het huis moet klinken terwijl je met een grote schooonmaak bezig bent. Maar als de klussen gedaan zijn is er bar weinig blijven hangen en zet ik AC/DC of Motörhead op als ik weer met aandacht wil en kan luisteren. En misschien ruim ik ook te weinig op voor dit bandje, dat kan ook.
File Under: Voor wie veel poetst
File Audio: [CarburetorSpace]
File Video: [Rock 'n' Roll Forever]
Catfish Haven - Devastator
Aaarrggh, naar is dat! Ik ben onlangs met mijn cd-kasten aan het schuiven geweest en daarvoor moesten de cd's uit de kast. Dat levert elders in mijn woonkamer dan een mooie skyline van stapels cd's op, maar met het terugplaatsen is er iets mis gegaan. De cd's staan niet meer allemaal op alfabetische volgorde en zoals u weet is dat voor iedere mannelijke muzieknerd een ramp. Want nou kan ik niks terug vinden. En dat is erg lastig, want ik gebruik mijn cd-collectie ook als referentiekader om wat meer beschouwend over een cd te kunnen zijn, indien ik dat noodzakelijk vind. In dit geval wilde ik weten of Catfish Haven met Devastator een stap voorwaarts gemaakt heeft, ten opzichte van voorganger Tell Me. En na lang zoeken, ik vond Tell Me in een doos "nog te verwerken" kan ik bevestigen dat ze die stap gemaakt hebben. Ik hoor nog steeds Thelonious Monster, maar er gloort een eigen smoel doorheen, mede door een forse injectie soul. Het blijft nog steeds bluezy boozy rock, maar langer houdbaar dan met de voorganger. Ik begin inmiddels benieuwd te worden wat deze jongens live kunnen…
File Under: Vernieuwde bluezy boozy rock. Nu met extra soul!
File Audio: [ MySpace]
The Fuzztones - Horny As Hell
Altijd, echt altijd, zie ik hem in een pak. Zelfs bij het tuinieren heeft hij het aan. Ik verdenk hem ervan dat hij zelfs in pak naar bed gaat. Jaren zag ik dezelfde pakken tot ik hem pas weer zag. Voor het eerst in jaren had hij een (ander) pak gekocht. Het was een pak dat helemaal past bij de man van nu, inclusief een kekke stropdas. Als het om muziek gaat hebben The Fuzztones ook een pak aan en wel dat van de garagerock. Dat trokken de New Yorkers aan bij de opleving van de garagerock begin jaren tachtig. Terwijl drie oorspronkelijke leden van de band in 1987 de stropdas aan de kapstok hingen, ging er eentje door, namelijk zanger-gitarist Rudi Protrudi. Het was de laatste jaren wat stil qua releases van de band met zijn nieuwe leden, maar met Horny As Hell zijn The Fuzztones er weer. Het pak van de garagerock hebben ze uiteraard nog steeds aan, maar het is wat hipper geworden, met blazers en achtergrondzangeressen. Het pak blijkt overigens als je goed kijkt helemaal niet zo hip, want de bijna een uur durende geluidsdrager bevat voornamelijk opgepimpte versies van eigen nummers, zoals hun klassieker "She's Wicked" en "Ward 81". Verder staan er nog een paar covers op, zoals "Alexander" van The Pretty Things en "Garden Of My Mind" van Mickey Finn. Niet zo hip als het in eerste instantie leek, maar voor een liefhebber van het genre zoals ik is het toch een fijne plaat. Goede nummers hebben ze namelijk genoeg. Bovendien is een plaat meestal een goede reden om uitgebreid te gaan toeren.
File Under: Nu met blazers en achtergrondzangeressen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Live: She's Wicked]
Rotterdam Ska Jazz Foundation - Motiv Loco
Het is ten dele mijn schuld dat ik Motiv Loco van de Rotterdam Ska Jazz Foundation nu pas de revue laat passeren, terwijl de cd al eeuwen te verkrijgen is. Ik heb hem namelijk nog niet zo lang, maar ik moet wel toegeven dat het woord jazz niet meteen mij hart sneller deed kloppen. Ik en jazz, ja tuurlijk. Ik mag dan wel mijn haar verliezen, zover ben ik nog niet. Ik vermoed echter dat het woord ska deze release bij mij heeft doen belanden en aangezien ik overal een mening over heb, wil ik die best even ventileren. Over de muziek dan. Ska-jazz is het stramien en dat geheel instrumentaal gebracht. Dan moet je sterk in je schoenen staan. Dan moet je echt iets brengen om het spannend te houden. Om dat te bewerkstelligen is er voor gekozen om ook allerlei andere stijlen te gebruiken. Een beetje rock, een beetje surf, een toertje Balkan en een moppie van rond de Bosporus, niets is te dol. En er wordt een aantal grootheden geëerd. Een standaard van Miles Davis, een compositie van Lee Morgan en een ode aan Ernest Ranglin. Dit alles levert een aantal smakelijke composities op. Het relaxte "Ranglin' Man", de uptempo knaller "Revolver" en het spacy "Knead the Dough". Van de rest word ik niet warm of koud. Het is allemaal niet slecht gespeeld, maar wel braafheid troef. En dan verzwakt de aandacht en ga je zelf wat zitten te lullen bij gebrek aan andere vocalen. Daar valt dus nog wel wat winnen, wat mij betreft. Ik denk echter dat de mannen zich daar niet zoveel van aantrekken en gewoon doen wat ze zelf willen. Is ook prima. Ik was toch al van plan om de volgende te laten schieten.
File Under: Instrumentale ska-jazz
File Audio: [ MySpace]
Telepathe - Dance Mother
Hee, daar plopt alweer wat uit de Brooklynse grond. Verscheidene TV On The Radio-leden schijnen hier ook wat mee te maken hebben, maar ik heb ze eerlijk gezegd niet gespot. Telepathe wordt gevormd door twee hippe meiden, die me zowel qua looks als (ietwat zeurderige) vocalen doen denken aan Tegan and Sara, al missen ze wel de echt goeie popliedjes van de Canadese tweeling. Vergeet dat meteen, dat willen ze ook helemaal niet. Ze verkondigen op hun MySpace tenslotte 'the future', en far out is wat we krijgen. Is het psychedelische rave, het slot heet niet voor niets "Drugged", of zijn 't toch twee gekke zusjes van Dizzee Rascal die giechelend rondjes rijden op een dubstep? Dance Mother opent met het meest poppy nummer, "So Fine", wat me 'Show yourself take only what you need' deed zingen. Er is ruimte genoeg, want ondanks de catchy synthesizer-akkoorden blijft 't liedje wat schetsmatig, een opmerking die je rustig naar de rest van de plaat mag extrapoleren. Talentloos zijn ze niet overigens. Er is namelijk één nummer wel helemaal raak en dat met grote nadruk. "Can't Stand It" opent met een vervormde gospel-sample, die het hele epos zal blijven klinken. Langzaam transformeert deze in een verslavende, bijna kreunende shoegaze-hook. De vocalen zijn niet meer quasi-ongeïnteresseerd, maar etherisch. Gooi daar een repetitief drumritme, echoënde gitaren en, 't belangrijkst, een wagonlading aan Ullrich Schnauss-synths, groots als kerkorgels bij en weg zijn we. Op een heel groot vliegend tapijt. 'We're running out of time, we're running with our minds.'
File Under: Met zes minuten een hele plaat redden
File Audio: [Telepathe-Spacee]
Julie's Haircut - Our Secret Ceremony
In een niet eens zo verleden aan het begin van deze eeuw schijnt Julie's Haircut een lo-fi bandje geweest te zijn uit Italië dat deed denken aan de Pixies. Ik geloofde mijn ogen niet toen ik het las terwijl ik luisterde naar de nieuwe dubbel-cd van Julie's Haircut. Ik hoor hierop namelijk van alles terug, behalve invloeden van deze Bostonse band. Wat ik dan wel hoor? Poeh, da's een lastige vraag. Er gebeuren namelijk zoveel verschillende dingen in de negentig minuten die Our Secret Ceremony duurt dat ik op een bepaald moment dacht dat ik gewoon in shuffle-mode naar mijn iPod zat te luisteren. Cd1 begint nog redelijk normaal, met een drumcomputer, waarover heen een Moog langzaamaan begint te dreinen en Nicola Caleffi begint te zingen. Het doet me een beetje denken aan de Spanjolen van Schwarz, ook al zo'n interessant bandje. Maar Julie's Haircut is al lang geen normale Caleffi een van de meer constantere factoren op deze dubbelaar, maar eigenlijk schuift er bij elk volgende nummer wel weer een stel andere muzikanten aan die meespelen. Ik vind het wel een interessante benadering zo'n wisselend collectief. Het geeft een gevoel dat je zit te luisteren naar een band die een ongeleid projectiel lijkt en daagt je uit door zijn afwisseling. Neem bijvoorbeeld Het trippy "Breakfast With The Lobster" van Cd2 met zijn ongedurige, bijna stoned klinkende dwarsfluit. Dat is zo anders dan je daarvoor en daarna hoort dat je het bijna niet meer snapt. Voeg daarbij fascinerende tracktitels als "The Devil In Kate Moss" en "Hidden Channels Of The Mind" en je begrijpt vast wel dat deze Italianen ongrijpbaar zijn, maar wel uitermate boeiend.
File Under: Nix geen Pixies
File Audio: [ MySpace]
Rumpelstiltskin Grinder - Living For Death, Destroying The Rest
Wie zich vernoemt naar een karakter uit een vertelling van de gebroeders Grimm, mag eigenlijk niet verwachten serieus genomen te worden, zeker niet als daar nog eens een redelijk oubollige toevoeging achter aan komt. De oubolligheid past overigens wel bij het uit Pennsylvania afkomstige Rumpelstiltskin Grinder dat zich met hart en ziel toelegt op het spelen van op jaren 80 geënte thrash metal in de stijl van de oude Kreator. Het ruige collectief, met leden van het ter ziele gegane Solace In The Shadows in de gelederen, is met Living For Death, Destroying The Rest na het enkele jaren geleden verschenen Buried In The Front Yard toe aan het tweede hersenspinsel. Wederom werd onderdak gevonden bij het eveneens in Pennsylvania gevestigde Relapse Records, een label oorspronkelijk gespecialiseerd in het uitbrengen van extreem georiënteerde metal. Door de jaren heen werd de horizon evenwel enigszins verbreed met muzikale uitspattingen die weliswaar onder de noemer oorverdovend te categoriseren vielen, maar die op de één of andere manier toch te pruimen waren voor een groter publiek. En zo kon het komen dat de mannen die Repelsteeltje gaarne tot pulp zouden willen vermalen hun muzikale lusten op kosten van Relapse mochten botvieren op een tiental nummers met overrompelende titels als "Graveyard Vandalization" en "Beware The Thrash Brigade". Met dergelijke benamingen in de kontzak, ontsproten aan door metal murw gebeukte breinen, zou mogelijkerwijs de oorlog gewonnen kunnen worden in voorheen rokerige holen, maar op de internationale slachtvelden van de hedendaagse herrie zullen zij roemloos ten onder gaan in een waar bloedbad, temeer daar de bijbehorende klanken de middelmaat nauwelijks ontstijgen.
File Under: What's in a name
File Audio: [ MySpace]
See You Next Tuesday - Intervals
De muziek van See You Next Tuesday ging de afgelopen jaren van mathcore naar deathcore, terwijl de band het zelf liever grindcore noemt en de fans het bestempelen als sludge metal. Wetende dat niemand eigenlijk het verschil tussen de genres weet én het allemaal even hard is, is het specifieke hokje niet erg van belang. Hoe je het ook wilt noemen, erg serieus is de muziek op Intervals in elk geval niet - het album is één grote rotzooi met semi-horrorteksten. Dit wordt bevestigd doordat de band zichzelf meer als een grap ziet en ook zo is begonnen, een viertal jaar geleden. Wat het tweede album wel bewijst is dat ze de hardste band zijn bij hun label Ferret Music. Bovendien bewijst die cd ook dat ze tijdens de tour met Hate Eternal en Misery Index reeds iedereen doof zullen hebben gespeeld voordat de headliners het podium kunnen betreden. De albumcover is mooi en rustgevend, maar wat het viertal laat horen komt rechtstreeks uit de hel. Hopelijk ben je niet erg fan geworden van de zeventien nummers (die veelal rond de vijftien seconden liggen) want de band is niet erg houvast wat de line-up en het genre betreft. See You Next Tuesday heeft namelijk meer ex-leden dan menig andere band. Hopelijk weten ze de muziek live beter te brengen dan op dit album, dan is er in elk geval nog iets positiefs over te zeggen.
File Under: Hard, harder, hardest
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Before I Die I'm Gonna Fu*k Me A Fish]
Ziggi - In Transit
Het waren lastige weken voor ondergetekende. Ik woon in een oud huis en de isolatie houdt niet over. Mijn slaapkamer is enkelsteens en bij de min tien die we hadden nadert de temperatuur binnen dan het nulpunt. Nu moet het in mijn slaapkamer ook weer niet al te warm zijn, maar van die temperaturen krijg je een hele koude neus. Dus dan slaap ik maar elders in huis. Waar het ook wat minder warm is dan normaal, maar waar het kacheltje heerlijk snorde. Eigenlijk zijn dat geen temperaturen om reggae te draaien. Ik deed het toch, want Ziggi's laatste werkje, In Transit, moest nog gerecenseerd worden. Dat het een plaat van Ziggi is, dat is je meteen duidelijk want hij roept het vrijwel ieder nummer. Of laat het roepen door de grote hoeveelheid artiesten die meespelen. In ieder geval komt zijn naam regelmatig voorbij. Het is ook nodig want Ziggi's dancehall reggae is alleraardigst, maar blijft nergens hangen. De goede ideeën die er zijn, zijn dichtgesmeerd in dikke lagen synth en met een uur is de plaat ook eigenlijk te lang. Een ietwat meer kritische blik bij de trackkeuze was niet slecht geweest. Toch is het al met al geen slecht album, met een paar goede singlekandidaten en mits met mate geconsumeerd zorgt het er wel voor dat de temperatuur stijgt in mijn oude huisje. En dat is toch wat waard in deze barre tijden…
File Under: Bij vlagen prettige dancehall reggae
The Secret Machines - The Secret Machines
Sinds de allereerste keer dat ik een liedje van de Secret Machines hoorde ben ik verkikkerd op hun drumgeluid. De manier waarop drummer Josh Garza zijn partijen de plaat op dondert klinkt dan misschien simpel (al ben ik niet drummer genoeg om dat te beoordelen, sterker nog ik ben helemaal geen drummer), maar het is o zo onderscheidend en doeltreffend. Gelijk het eerste nummer van hun nieuwe cd - single "Atomic Heels" - heeft weer die duidelijke Secret Machines-signatuur, maar is wel een compacte song met zijn vier minuten. Het heeft een heerlijke drive door de drums, dreinende synths en spacy gitaren. Een wonder bijna dat zo'n wall of sound zonder al te veel poespas door slechts drie man geproduceerd wordt. Doordat hun nieuwe cd zo vertrouwd klinkt, is het misschien minder raar dat het me niet gelijk opviel dat de zang op deze nieuwe cd net iets anders is dan op zijn twee voorgangers. Dat komt doordat zanger/gitarist Benjamin Curtis de band verlaten heeft om zich te concentreren op zijn andere band School of Seven Bells. Zijn broer Brandon Curtis en Garza vonden in ex-Tripping Daisy gitarist Phil Karnats echter een adequate vervanger voor de zes snaren. Net als Benjamin balanceert Karnats soepel tussen psychedelische sounds en het loggere riffwerk. Dat Brandon nu zelf nu alle zang voor zijn rekening neemt, zorgt wel voor iets andere accenten, maar een achteruitgang zou ik het zeker niet willen noemen. Het meeslepende geluid van deze cd zal namelijk reuze vertrouwd klinken voor wie eerder al kennis maakte met de spacy progrock van de band. Dat komt nog beste samen in het uit zijn voegen barstende, elf minuten durende superdynamische "The Fire Is Waiting" dat alles in zich heeft om een love-it-or-hate-it klassieker te worden. Al zal het er wel weer op uitkomen dat er meer haters dan lovers zullen zijn. Ik behoor dus wél tot de lovers.
File Under: Groots en meeslepend.
File Audio: [Now You're Gone][Atomic Heels][Streaming] File Video: [Atomic Heels]
Robert Pollard - The Crawling Distance
Zullen we maar eens stoppen met zeuren over Robert Pollard? Over hoe goed Guided by Voices ooit was en hoe jammer het dus was dat ze in het vaarwater van de goed geproduceerde stadionrock terecht kwamen? Hoe kort zijn liedjes zijn, hoe kort zijn albums? Hoezeer de kwaliteit moet lijden onder de snelheid waarmee hij platen uitbrengt? Dat het zo godallemachtig wisselvallig is, wat Pollard doet? Maar dat we hem desondanks een warm hart toe blijven dragen? Want hij mag dan bij tijd en wijle de reputatie van slordige performer, drankorgel en chaoot met verve cultiveren, hij is ook de meester van de fijne melodietjes. Weinig songsschrijvers kunnen zulke niet-uit-je-hoofd-te-branden catchfrases en - al leek dat steeds minder vaak voor te komen - briljante liedjes schrijven. Het duurde even sinds het uiteenvallen van Guided by Voices, maar hij lijkt de weg terug weer te hebben gevonden. Soms hapert het nog even - zie Robert Pollard Is Off To Business - , maar zijn nieuwe band Boston Spaceships leverde vorig jaar een plaat af die in veel te weinig jaarlijstjes terug was te vinden. The Crawling Distance verscheen op de valreep van 2008 en is daarmee zijn derde grote release in 2008 en zijn tweede soloplaat van dat jaar. Als vervolg op Robert Pollard Is Off To Business blijkt The Crawling Distance een grote stap voorwaarts. De liedjes zijn afwisselender en er klinkt weer meer noodzaak en lol door. Hij varieert een prachtig akoestisch liedje als "It's Easy" gemakkelijk met een rocker als "Cave Zone" en beide tracks blijven staan. We gaan nooit meer zeuren over de pracht van lo-fi, want mooi geproduceerde albums als The Crawling Distance laten Robert Pollard zien zoals hij is: een grote liedjessmid.
File Under: Back to business
File Audio: [Imaginary Queen Anne]
Leech - The Stolen View
post-rock is een genre waarover niet zo vreselijk veel nieuws meer te vertellen valt. Sinds de grote golf van Neurosis en Isis-klonen weet bijna iedereen wel wat de ingrediënten zijn van een beetje post-rockplaat. Songs zijn over het algemeen behoorlijk langgerekt, veelal instrumentaal, met veel ruimte voor dynamisch opgebouwde stukken en veel rustiek getokkel, afgewisseld met hier en daar een wat hardere gitaarriff. Het Zwitserse Leech voldoet ook helemaal aan dit signalement maar in tegenstelling tot de vele grijze muizen in dit muzikale hoekje weet Leech de aandacht bijna de gehele plaat vast te houden. En dat is best een prestatie als je nagaat dat er maar zes tracks op staan, waarvan er eentje eigenlijk niet echt meetelt als een volwaardig nummer omdat het eerder een soort van introotje is. En dan duurt de plaat ook nog eens bijna een uur, dus dan weet je wel weer hoe laat het is. Lange instrumentale stukken dus, met uitschieters naar achttien minuten, die ook nog eens zeer gedoseerd en zorgvuldig opgebouwd worden met repeterende motiefjes die langzaam aan doorkronkelen naar grote dynamische hoogten. Leech doet niets nieuws maar wat ze doen doen ze wel erg goed en The Stolen View is ondanks het redelijk uitgemolken genre een zeer genietbare plaat geworden, waarbij het lekker wegzweven is.
File Under: Genietbare instrumentale post-rock
File MySpace: [Leech-Space]
Architects UK - Hollow Crown
Dat je met een naam als Architects complexe en ontoegankelijke muziek maakt, is een inkoppertje. De band uit Brighton is hier geen uitzondering op en maakt progressieve metal/hardcore. De stad van waaruit ze opereren heeft een enorme hardcore scene en samen met Johnny Truant vertegenwoordigen ze deze in de rest van Europa. In Nederland zijn ze namelijk reeds graag geziene gasten. Na verschillende plekken aangedaan te hebben, dalen ze binnenkort opnieuw hier neer, met de Through The Noise European Tour. Dit om hun Hollow Crown waar te maken. Sinds het jaar van oprichten vinden we jaarlijks een nieuwe plaat in de schappen en 2009 is hier geen uitzondering op. De jongens hebben bewezen op een stijgende lijn te zitten en de nieuwe aanwinst is dan ook verrassend goed. Gelukkig zijn er jonge bands als Architects die het genre weer een beetje op doen fleuren. Geen moment zakt het derde album in, met dank aan de diversiteit. Hard beginnen met "Early Grave" en rustig eindigen met titeltrack "Hollow Crown". Het schijfje staat vol met pure nummers die elk hun eigen schoonheid hebben. Het jaar begint erg goed, bij mij thuis en bij de bazen van Century Media.
File Under: Architects haalt ons uit de hardcore-sleur
File Audio: [Architect-Space]
Miosis - Albedo Adaptation
Het Zweedse kwintet Miosis legt de lat hoog voor zichzelf. Tenminste ik vind dat je dat doet, als je als band in een ademteug machtige bands als Tool en Isis noemt als de bands waar je jezelf graag mee vergeleken wilt zien. Die Isis-invloeden hoor ik zelf niet zo terug op hun debuut-cd Albedo Adaption, Isis is veel logger. Die cd laat inderdaad wel horen dat de vijf hun oren goed te luister hebben gelegd bij Tool. Misschien wel iets te duidelijk zelfs. Toch ligt de basis van het geluid van de Zweden nog meer in de progmetal. Maar doordat ze het bezwerende van Tool gepoogd hebben te adapteren hebben in hun sound, weten de ze valkuil van de progmetal (kijk eens hoe goed ik kan pielen op mijn instrument!) te omzeilen. Dat hebben ze in ieder geval goed begrepen. Songtechnisch halen ze alleen niet hetzelfde niveau als de door hen zo bewonderde Amerikanen. De onderhuidse spanning, in combinatie met de geweldige zang die Tool zo monumentaal maakt, wordt hier ingevuld door tintelende zwakstroom en een zanger die zeker niet slecht is, maar ook niet je de strot dichtknijpt zoals Maynard James Keenan. Wat wel heel goed gedaan is in het geluid van Albedo Adaption is de positie van de bas in de totaalsound. Je krijgt het gevoel dat de hele band draait om dit instrument, dat vakkundig bespeeld wordt door Mikael Mangs Edwardsson. Het geeft Miosis een goede drive. Toch zullen ze zich nog meer een eigen smoel aan moeten meten om mij echt voor zich te winnen. De potentie die terug te horen is op Albedo Adaptation maakt me wel nieuwsgierig naar wat Miosis in de toekomst uit gaat brengen.
File Under: Beloftevolle, maar nog zoekende, Zweden.
File Audio: [ MySpace][Last.FM]
Ecliptica - Impetus
Zelden heb ik mijn mening over een cd zo mooi verwoord gezien op de officiële site van de betreffende band als in het geval van Impetus van de Oostenrijkse headbangers Ecliptica: 'WANTED! NEW FEMALE/MALE SINGERS'. Tsja, ik vermoedde al zoiets… Wat een vlakke, ongeïnspireerde, en ronduit onzuivere zang laat de dame horen die hier en daar een stukje mocht meezingen met de stoere jongens. En juist een ongebruikelijk ingrediënt als een goede zangeres had deze muziek uit het Duistere Moeras der Middelmatigheid kunnen trekken. Helaas, het mocht niet zo zijn. Haar stemgeluid lijkt nog het meest op Jerney Kaagman, en daarmee is wel alles over de vocalen gezegd. Nou vooruit dan: de mannelijke leadzanger doet erg zijn best. De muziek zelf wordt niet gehinderd door enige vorm van clichévrees, dus je hebt het allemaal al eerder en zoveel beter gehoord. Zucht... Wat is dat toch met die melodieuze metalbands? Eerst durf je het aan je naam te laten eindigen op 'ica', daarmee automatisch achteraan de rij schuivend van de vele bandjes die je daarin zijn voorgegaan. Vervolgens krijg je het voor elkaar een cd vol te spelen met afgezaagde riffs, breaks en solo's. Tekstueel laat je je natuurlijk inspireren door alles wat bovennatuurlijk, stoer en heldhaftig is, en tussendoor doe je ook nog een gooi naar de titel van Meest Belachelijke Rock-Ballad OOIT. En zo gaat het maar door… Ik ben bij het beluisteren van deze draak meerdere malen in een lachstuip geschoten als er weer een jammerlijk mislukte poging tot een dramatisch moment voorbij kwam, en ach, in die zin heb ik me heerlijk vermaakt met Impetus. En eigenlijk ook wel met het schrijven van de recensie, als ik heel eerlijk ben. Op hun website hebben ze het nu al over een vervolg. Kom maar op jongens, ik ben er klaar voor…
File Under: Middelmatica
File Audio: [Fragmenten op MySpace]
Sharon Robinson - Everybody Knows
Ben je het afgelopen jaar naar een optreden van Leonard Cohen geweest, dan heb je Sharon Robinson gezien: zij was de achtergrondzangeres. Zo'n zangeres kan in mijn beleving zingen, daar wordt ze immers voor ingehuurd, maar verder ken ik geen achtergrondzangeressen die in de muziekwereld iets voorstellen. In het geval Sharon Robinson ligt dat toch wat anders. Zij schreef samen met Cohen de nummers op Ten New Songs dat in 2001 verscheen en trouwens ook al enkele nummers op eerdere albums. Bovendien produceerde zij Ten New Songs en nu komt ie: bespeelde ze bijna alle instrumenten. Als je verder weet dat ze bijvoorbeeld meeschreef aan het Grammy-winnende "New Attitude" van Patti LaBelle en ook nog veel filmmuziek schreef (zoals Beverly Hills Cop, Natural Born Killers) dan stel je echt wel wat voor. Robinson heeft echter nog nooit een eigen album uitgebracht en daar is nu met Everybody Knows een einde aan gekomen. Slechte liedjes zijn er zoals verwacht niet op te vinden, daar is ze veel te goed voor. Het zingen is uiteraard ook geen probleem. Maar toch is er iets wat me stoort. Zingen kan ze dan wel, maar tot diep in mijn ziel gaat het allemaal niet. Daar vind ik haar stem niet indringend genoeg voor. Dat kan aan mij liggen. Muzikaal is het allemaal veilig gehouden. De nummers klinken wat dof en er is bovendien veel mij storende echo op de instrumenten gegooid. Alsof er geen details mogen doordringen. Ik denk dat Everybody Knows geen album is dat voor haar doorbraak zal zorgen, maar misschien duiken er nog wel uitvoeringen van liedjes van het album bij anderen op. "Alexandra Leaving" en de titelsong "Everybody Knows" waren door Leonard Cohen die mede schreef aan deze nummers, trouwens allang weggekaapt. Blijven er acht liedjes over, waaronder het ook samen met Cohen geschreven "Summertime". Het oorspronkelijke hoesontwerp van Cohen sneuvelde trouwens op de Europese release.
File Under: Debuutalbum van liedjesschrijver
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Invisible Tattoo]
Mar - The Sound
In 2006 kwam Mar met het debuutalbum The Silence, opgenomen in Reykjavik op uitnodiging van Sigur Ros. Het was beter geweest als het nieuwe album The Sound ook op uitnodiging van Sigur Ros was opgenomen in IJsland, want Sigur Ros is hot! Wie die naam aan een album kan verbinden heeft meteen een bult free publicity. Maar goed, dat gaat dus niet op voor The Sound, dit keer moeten ze het op eigen kracht doen. Wel een speciale vermelding voor celliste Zoe Keating en violist Anton Patzner, zij zorgen voor een mooi strijkersgevoel in bijvoorbeeld het openingsnummer "A Celebration". En dat viel mij na een paar luisterbeurten pas echt op, wat voor een relaxte impact de strijkers hebben op de gehele sound van deze cd. Waar Mar me regelmatig aan doet denken is Kent uit Zweden, vooral het nummer "Mother Star Sun" had zo op Hagnesta Hill kunnen staan. The Sound verraste mij positief, ongemerkt heb ik de cd best veel gedraaid de laatste tijd en dat is wel eens anders geweest bij cd's die ik voor een recensie had liggen. Het doet allemaal heerlijk relaxt aan en luistert lekker weg in de verloren uurtjes op het werk en in de auto. Eigenlijk hebben ze Sigur Ros helemaal niet meer nodig!
File Under: Pop met strijkers!
File Audio: [ MySpace]
Animal Collective - Merriweather Post Pavilion
Als een kwartet mannen als Gr.R., Dennis, Blink en ik in een huis vertoeft tijdens zo'n festival als Eurosonic afgelopen weekend, dan krijg je al snel nerdpraat. Zo hadden we het uitgebreid over koptelefoons. Gr.R. gaf aan een exemplaar te zoeken waarbij hij ook het omgevingsgeluid hoort, maar toch een kek geluid zijn oren in geblazen krijgt. Blink en ik gaven aan dat we liever helemaal niets horen van onze omgeving horen als we met een koptelefoon op zitten. Als ik luister naar Merriweather Post Pavilion de nieuwe cd van Animal Collective, weet ik weer waarom. Het is net de zachte wol van een vers geschoren schaapje dat Panda Bear en zijn mannen hierop laten horen. Heerlijk om jezelf lekker in onder te dompelen en te knuffelen. Dat is nogal een verschil met wat ze eerder lieten horen op Strawberry Jam en Feels. Alhoewel Animal Collective natuurlijk nooit helemaal normaal zal worden, heeft het drietal het kolderieke voor deze nieuwe cd grotendeels uit hun nummers gesneden. Het brengt ze dichter in de buurt van de westkust van Amerika dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Bij de opnamen hebben ze de akoestische gitaren die op voorgaande platen vaak nog de basis vormden resoluut naar het kleinste kamertje van de studio verwezen en zijn aan de slag gegaan met glorieuze feeërieke samenzang, uitgebalanceerde beats, mondharpen, rolletjes closetpapier, perforators, pincetten, lege jewelcases, plakkaatverf, vijf jaar oude tandpasta, en drie dagen vers uit de lucht geplukte ochtendzon. Vakkundig bij elkaar gehouden door vele tubes Simson Solutie. En nu snuiven maar, met de koptelefoon op staren naar het wazige hoesje en triomfantelijk, high en uitgelaten uit de trein springen. Groots.
File Under: Beach Boys 2009
File Audio: [My Girls][Water Cursus][Summertime Clothes][ MySpace]
Twisted Sister - Live At The Astoria
Een van de grote verrassingen van het afgelopen Arrow Rock Festival was voor mij Twisted Sister. Het miezerde al een tijdje en het publiek werd daardoor wat mat, maar het kostte Dee Snider maar twee songs om het publiek mee te krijgen. Twisted Sister is niet subtiel, de songs zijn hooguit meesterwerkjes in de categorie highschoolanthems en toch kwam alles en iedereen in beweging. Inclusief de pakweg driejarige die eerst van zijn moeder ruige stickers over de Jip en Janneke-afbeeldingen geplakt kreeg. Als driejarige kun je ook heel ruig meedoen, maar dan moet het wel in stijl, nietwaar? Het vervolg is een live-cd en -dvd, getiteld live At The Astoria. Bij opener "What You Don't Know (Sure Can't Hurt You)" is het geluid nog verre van fraai, maar vanaf de tweede song, "The Kids Are Back", is te merken waarom Twisted Sister nog steeds bestaansrecht heeft. De band kent alle hardrocktrucjes en ook al is de uitvoering daarvan slechts in houthakkersvariant te krijgen, de energie die van het podium afkomt is opvallend. Vooral Dee Snider toont zich een buitengewoon vaardig frontman, tussen alle "sick motherfuckers" door. Zestien songs is wat mij betreft echter wel wat aan de lange kant met het toch vrij eenzijdige repertoire. Als je de cd beluistert en dus de beelden achterwege laat, vallen het beperkte repertoire en de technisch allesbehalve vlekkeloze uitvoering nog wat meer op. Om die reden is dan ook de dvd te prefereren. Voor de rest moet je er niet te veel over nadenken en de klassiekers over je heen laten komen.
File Under: Verstand op nul en hakken maar
File Audio: [SisterSpace]
VA - Complete Introduction to Northern Soul
Wij vieren dit jaar de vijftigste verjaardag van Motown, het label dat wereldberoemd werd met the Sound of Young America. Maar met haar vergeten artiesten, mislukte hits en obscure plaatjes ook de blauwdruk leverde voor Northern Soul: escapisme van jongeren uit verwaaide Noord-Engelse kustplaatsjes in de jaren zestig en zeventig.
Grof gezegd lijken alle Northern Soul hits op "Uptight" van Stevie Wonder en "I Can't Help Myself" van de Four Tops: opzwepende sixtiessoul met sentimentele teksten. Dat vooral snelle nummers werden gewaardeerd, had te maken met de drugsconsumptie van de liefhebbers op de dansvloer, veelal amfetamine en andere uppers. De bezoekers van feesten in vochtige kelders met namen als Twisted Wheel en Wigan Casino stonden doordeweeks aan de lopende fabrieksband, en snakten op vrijdag naar een verzetje.In hun losvallende kleding en ogen als schoteltjes vulden ze de kleine, en later enorme zalen, om daar van pure opwinding tegen de muren op te lopen.
Een link met de rave- en gabbercultuur is makkelijk gelegd,. Volgens Bill Brewster en Frank Broughton, schrijvers van het bij deze aanbevolen boek Last Night a DJ Saved My Life, is Northern Soul de peetvader van veel blanke dance-culturen. Hier begon de verheerlijking van dj's, hier begon het trainspotten, hier werd de link drugs-doordansen nadrukkelijk gelegd en hier werd fanatiek vastgehouden aan de eigen subcultuur.
Er zijn in het verleden al de nodige Northern Soul compilaties verschenen, deze is samengesteld door Russ Winstanley, een van de eigenaren van het Parkzicht van de Northern Soul: Wigan Casino. Northern Soul dreef vooral op obscure platen, b-kantjes en commerciële mislukkingen: Winstanley koos desalniettemin voor een pak grote namen (Marvin Gaye, Supremes, Four Tops) en een paar hits ("Uptight" van Stevie Wonder, "Nowhere to Run" van Martha & The Vandellas), maar dit is dan ook 'a complete introduction'. De truffels zijn onder meer 'the world's rarest record', "Do I Love You" van Frank Wilson, een single die Motown nooit officieel uitbracht en waarvan maar twee oorspronkelijke exemplaren bestaan (later werd de single heruitgebracht). Een andere Northern Soul-kraker was "Tainted Love" van Gloria Jones, later gecovered door onder meer Soft Cell. Dave Ball en Marc Almond waren regulars in Wigan Casino, zoals ook Paul Weller, Saint Etienne en Ocean Colour Scene verklaarde fans zijn.
Nummers die er wat mij betreft verder uitspringen zijn "All I Do" door Brenda Holloway (vooral bekend in de uitvoering van Stevie Wonder, die het ook mede schreef), "You've Lost that Loving Feeling" door Gladys Knight en nummers van voor mij volslagen onbekende combo's als The Tams, The Casualeers en ene Wynder K. Frog.
Hoewel Winstanley er zo nu en dan ook wat vroege disco doorheen gooit, zal thuis op de bank het stevige tempo naar verloop van tijd gaan vervelen. Iets wat voor meer dansmuziek geldt, natuurlijk. Maak voor de bank dan ook wat ruimte vrij.
File Under: Dansen tot de ochtendstond
J. Tillman - Vacilando Territory Blues
Dat de vijfde (!) solo-cd van ene J. Tillman op mijn bureau belandde, is eigenlijk niet zo verbazingwekkend als het lijkt. Hoewel ik nog nooit van hem gehoord had, is de beste man naast singer-songwriter ook nog drummer in de band Fleet Foxes, de band die in mijn jaarlijst over 2008 terug te vinden is op de eerste plek. Vandaar dus. Met die naam hebben we dan meteen een aardige referentie te pakken. Ik liet namelijk al vallen dat Tillman singer-songwriter is, en Vacilando Territory Blues bevat dus ook voornamelijk akoestische songs die een grote mate van melancholie bevatten. Hier en daar klinkt de ijle samenzang van Fleet Foxes door, zoals in "Firstborn", en mede-Fleet Foxes Casey Wescot en Christian Wargo spelen mee op respectievelijk piano/mellotron en bas/ukelele. Tillman's drumkwaliteiten zijn te horen op de potentiële single "Steel On Steel". En na een klein Americana-tussendoortje in "Barter Blues" maakt Tillman vervolgens een diepe buiging naar Neil Young and Crazy Horse in het prachtige "New Imperial Grand Blues", inclusief blazers.
Misschien dat het plotselinge succes van Fleet Foxes ervoor zorgt dat Tillman met zijn vijfde cd eindelijk doorbreekt naar een wat groter publiek. Aan de kwaliteit van zijn songs zal het in elk geval niet liggen.
File Under: Eindelijk de doorbraak?
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Barter Blues]
Zaphire Oktalogue - Zaphire Oktalogue
Het lijkt de trend te gaan worden de komende jaren, jonge bandjes die muziek maken die herinneringen oproepen aan de muziek die hun ouders tof vonden en misschien zelfs wel maakten. In Nederland zijn we goed bedeeld in die categorie: The Death Letters, DeWolff en All Missing Pieces zijn alle drie piepjong, maar verdomme wat zijn ze nu al goed! In Duitsland hebben ze Zaphire Oktalogue. Dit drietal is iets minder jong - tussen de vijftien en twintig - maar maakt muziek die je eerder verwacht van muzikanten die twee à drie keer zo oud zijn als deze knapen. Hun titelloze debuut telt dan misschien maar vijf tracks, samen duren ze toch mooi vijftig minuten. Die vijftig minuten is een grote psychedelische bluesrock trip, waarin de drie alles behalve blue klinken. Alleen als er tussen de lange instrumentale passages door gezongen wordt, dan hoor je dat er de stembanden van Benno Herz nog niet heel erg veel kilometers gemaakt hebben. Geinig is wel de flirt die de band doet in "Carrion Fly ( You´re Adorable )". Daar komt na bijna acht minuten in een keer vanuit het niets een dancebeat hun bluesrock binnen vallen die vervolgens overgaat in een reggaebeat voordat 'ie weer terugtrekt de jaren zeventig in. Het zal de puriteinen vast zal doen fronsen, maar ik vind dat soort fratsen juist te prijzen. Alleen maar netjes binnen de lijntjes kleuren kan altijd nog later als ze groot zijn.
File Under: Mediterranean Homesick Blues
File Audio: [ MySpace]
The Tallest Man On Earth
Jeff Beck - Performing This Week... Live at Ronnie Scott's Jazz Club
Jeff Beck is een Grote Gitarist. Laat ik daar verder geen woorden aan besteden. Zoals de titel van de cd al doet vermoeden, is Performing This Week... Live at Ronnie Scott's Jazz Club een registratie van de concerten die Beck daar in 2007 gaf. Nou ben ik niet de grootste liefhebber ter wereld van live albums, maar ik moet zeggen dat ik erg heb genoten van deze muziek. Zoals altijd speelt Beck met een minimum aan effecten; je hoort de gitaar en niets anders, maar wat Beck daarmee uitspookt is fenomenaal: hij laat elke nooit huilen als een gewond dier, en de krachtpatserij spat uit je luidsprekers. De indruk die het op mij vooral maakt is hoe idioot hard het moet hebben geklonken op die avonden, maar dat kan ik verkeerd inschatten. Een beetje vreemd klinkt de cd wel: drums, toetsen en bas klinken erg droog en dichtbij, alsof ze in een kleine ruimte zijn opgenomen, terwijl Beck's gitaar galmt alsof hij in het midden van Ahoy staat. Die combinatie is op zijn minst bevreemdend te noemen, maar het zal geen toeval zijn, daarvoor schat ik Beck teveel als een perfectionist in. Zijn gitaarspel vind ik nog steeds te gefragmenteerd: elke noot op zich lijkt de ultieme gitaarnoot te zijn, maar tegelijkertijd hoor ik weinig verband tussen al die verschillende noten. Dat is ook de reden dat ik nooit echt 'into Beck' ben geweest. Maar deze cd heeft me doen gaan twijfelen: misschien moet ik toch dat gat in mijn muziekverzameling eens gaan dichten…
File Under: Gitaar op zijn naaktst
File Video: ["Nadia" op YouTube]
Of Montreal - Ticketactie
Excentriekeling Kevin Barnes, de oprichter en zanger van Of Montreal, knutselt al ruim een decennium aan zijn hoogt eigenzinnige potpourri van alle mogelijke stijlen die je uiteindelijk toch gewoon indiepop kan noemen. Het succes komt geleidelijk, maar zeker. Zijn laatste twee platen haalden zelfs de Amerikaanse charts, terwijl men toch nergens enige concessie kan bespeuren. De theatrale Barnes is nooit vies geweest van wat erotiek, een verkleed- of uitkleedpartij en nummers gezongen vanuit zijn transseksuele alter-ego Georgie Fruit.
Het funky, soms zelfs soulvolle Of Montreal kan je zodoende een ware opvolger noemen van een andere flamboyant, Todd Rundgren, die ooit optrad in een pauwenkostuum. In interviews gaf Barnes aan dat de live-optredens in Europa ietwat soberder zullen zijn, maar schmink zal er vast wel vanaf kunnen. File Under mag drie setjes van twee kaarten weggeven voor het concert in Paradiso. En het enige dat je hiervoor hoeft te doen is dit flodderige formuliertje in te vullen!
Le Corps Mince de Françoise
Serpentina Satélite - Nothing To Say
Platen staan soms jaren in mijn kast te wachten op een draaibeurt. De documentaire 'Who is Pink?' inspireerde mij om weer eens een aantal oude Pink Floyd-platen te draaien, zoals Ummagumma en Atom Heart Mother. Het grappigste in de documentaire vond ik dat Roger Waters wist te vertellen dat ze in het begin helemaal niet spelen konden en daarom in herhalende patronen vervielen. Na het vertrek van Syd Barrett vielen ze in een gat. Singles schrijven konden ze niet, maar gelukkig werd het tijd voor albums. Het absolute hoogtepunt in de Pink Floyd-carrière was Dark Side Of The Moon. Toch heb ik het gevoel dat juist de platen ervoor, zoals die ik vandaag afgestoft heb, nog steeds voor psychedelische muzikale inspiratie zorgen. Zo heb ik nu een cd die perfect op de Pink Floyd-sound van toen aansluit, namelijke het debuutalbum Nothing To Say van Serpentina Satélite. Het album bestaat uit uitgesponnen liedjes getrokken in een psychedelische marinade met vreemde geluiden en een instrumentarium dat Pink Floyd ook gebruikte. De muzikanten luisteren hier echter naar de namen Aldo, Félix, Flavio, Dolmo en Renato. Inderdaad, geen Engelse namen, ze komen uit Peru. Het album bestaat uit vijf stukken, waarvan het afsluitende "Kommune 1" de drieëntwintig minuten passeert. Stukken waar Pink Floyd zich niet voor had hoeven te schamen, maar de naam van deze band is Serpentina Satélite. En daar wringt hem voor critici waarschijnlijk net de schoen.
File Under: Wie is de volgende Pink?
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Nueva Ola][Record Sampler]
Antony and the Johnsons - The Crying Light
Toen in 2005 zijn tweede album I Am A Bird Now verscheen, leek Antony Hegarty vooral bezig te zijn met het genderthema: was hij nou een man of een vrouw? Op een pijnlijk eerlijke plaat uitte hij daar zijn gevoelens over en het bleek zijn doorbraak naar een groter publiek. In de tussentijd is er echter van alles gebeurd in de wereld: de tsunami in Azië schokte iedereen, en opeens was daar ook Al Gore met zijn klimaatfilm "An Inconvenient Truth". Dat liet Antony niet onberoerd, en na onder andere een dancetussendoortje met Hercules and Love Affair, is hij nu terug met zijn band The Johnsons. Met hen maakte hij The Crying Light, een plaat die als centraal thema heeft de klimaatveranderingen en de toekomst van de aarde. Op de EP Another World die eind vorig jaar verscheen als voorafje, bleek dat al duidelijk ("I need another world, this one's nearly gone"). Zelf grapte Hegarty al eens dat een nummer niet op zijn cd's verschijnt als het niet treurig genoeg is, en dat blijkt. The Crying Light is geen optimistisch, vrolijk album, maar staat wel vol met parels. Als je tenminste houdt van zijn Nina Simone-achtig trillende stem (en dat doe ik). Naast veel ontroerende strijkers/piano/vocal-stukken is er ook plek voor wat meer tempo ("Kiss My Name"), maar soms verdwijnt vrijwel elke instrumentatie en blijft een soort voordracht over ("Dust And Water"). Nee, geen verrassingen op deze cd, maar wel weer een staaltje vakmanschap zoals je dat zelden ziet.
File Under: Delicate maar prachtige treurnis
File Audio & Video: [The Crying Light]
Week 3, 2009
Storm
Al het schone Scandinavische vrouwvolk op Eurosonic
Ewie
Goo Goo Muck - Goo Goo Muck (ep)
Ludo
Antony & The Johnsons - The Crying Light
Gr.R.
Polarkreis 18 @ Eurosonic
Sjaak
Nick Warren - Global Underground GU35: Lima
Prikkie
Umphrey's McGee - Mantis
Sikkema
Mar - The Sound
Stonehead
Tapage - The Institute of Random Events
DubbelMono
De Div - In Front
ForestSounds
Morrissey - Your Arsenal
Matt Elliott - Howling Songs
Er zijn mensen die beweren dat muzikanten die elektronische muziek maken geen echte muzikant zijn. Dat iedereen met een computer dat wel kan. Dat die vlieger niet altijd opgaat, bewijst Matt Elliott. Met zijn The Third Eye Foundation (afkomstig uit Bristol, dus dan weet je het wel) maakt de man voornamelijk jungle, soms een beetje ambient, maar in elk geval niet zo heel veel dat duidelijk maakt dat we hier volgens die boze tongen met een heuse "muzikant" te maken hebben. Maar de man heeft ook nog een solocarrière. Zo begon hij in 2004 aan wat later een trilogie zou blijken: Drinking Songs (2004), Failing Songs (2006) en nu dan Howling Songs. Hij had geen betere titel kunnen bedenken: de donkere ballades gieren om je hoofd als een storm rond een spookhuis met krakende voegen en piepende deuren (dat gezien de muzikale invloeden misschien wel ergens op de Balkan staat, of zou het Transsylvanië zijn?). De angst grijpt je soms naar de keel. En net als het echt te spannend wordt, valt de rust in: wat dat betreft is de ruim elf minuten durende opener The Kübler-Ross Model exemplarisch voor de sfeer op de rest van het album. Niet voor tere zieltjes, en al helemaal geen makkelijk album, maar wel een heel bijzonder.
File Under: Angstaanjagend huilende songs
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The K�bler-Ross Model, I Name This Ship The Tragedy, Bless Her And All That Sail With Her]
This Or The Apocalypse - Monuments
Het metallabel Lifeforce pikt regelmatig de juiste jonge bandjes op en geeft ze een platencontract. Helaas voor de maatschappij bleef een Trivium niet erg lang hangen en zal This Or The Apocalypse (TOTA) dit waarschijnlijk ook niet doen. Het gaat hier om vrienden van Sky Eats Airplane en August Burns Red, met wie ze bijna heel 2008 door verschillende staten in Amerika trokken. Hoewel de leden christelijk zijn, bevat de muziek op Monuments geen opfleurende of juist opdringerige teksten. De nummers op het tweede album zijn namelijke keiharde metalcore, zoals het hoort. Het schijfje is een mix van Meshuggah en Misery Signals, aldus de jongens zelf. Het moet gezegd worden, de muziek zit inderdaad erg technisch en diepgaand in elkaar. Hierdoor is het verhaal een stuk minder standaard als dat hun collega's het brengen, in het reeds o-zo uitgemolken genre. Het bijgeleverde persblaadje omschrijft het dan ook als the thinking man's mosh. Muziek die weggelegd is voor de muziekliefhebbers die iets verder durven te kijken. Het vijftal zwakt in de tien nummers geen moment af en de cleane vocals zijn tevens ver te zoeken. Dit is enkel pure metalcore, zoals ik het het liefst zie.
File Under: Jonge knapen met vernieuwende muziek
File Audio: [ MySpace]
Noorderslag Napret
Heel dapper had ik me voorgenomen om dit jaar Alain Clark te gaan vermijden. En eigenlijk weet je, Alain Clark is niet te vermijden. Helemaal niet op Noorderslag. Vorig jaar zag ik 'em twee keer en dit jaar zou het een Clarkloos jaar worden! Want de Grote Zaal is wel te vermijden. Alleen was Alain alvast begonnen op de Serious Talent Stage, bij binnenkomst. En daar konden we toch wel de conclusie trekken dat Alain Clark de best geklede band van Noorderslag heeft en dat de man een aardig potje muziek kan maken. 2008 was Clark's jaar en misschien was hij wel de man die het verdiend had om liters bier naar zijn kop gekeild te krijgen. Magoe, de avond was nog jong, de Popprijs was nog ver weg.
Lees verder..Alison Krauss - A Hundred Miles or More: Live From The Tracking Room (DVD)
Het oorspronkelijke idee was het maken van een tv-special rond Alison Krauss. A Hundred Miles or More, de verzameling niet eerder op een cd gezette songs uit 2007 was een mooie aanleiding. Deze keer mocht haar begeleidingsband Union Station wel mee doen, maar ook de gastmuzikanten-van-naam werden de studio ingelokt. Het live uit de titel slaat namelijk niet op een optreden voor publiek, maar op een intiem optreden in een opnamestudio, afgewisseld met interviewtjes. Het geheel duurde - conform de wetten van de tv - ongeveer een uur en is nu op dvd verschenen. Wat we te zien krijgen is aardig, maar lijdt wel onder de kwaal waar zoveel tv-optredens last van hebben: de boel is door en door geproduceerd. De bluegrass-koningin is opgemaakt als een gebotoxte barbiepop en alles wat muziek zo mooi kan maken - de menselijke foutjes en tekortkomingen, kortom, de pure emotie - is weggepoetst. De gastmuzikanten, met James Taylor en John Waite in de belangrijkste bijrollen, doen vakkundig hun best, maar ook hun rol lijkt bijna gescript. In het uurtje dat beschikbaar was, worden negen songs gespeeld (van de zestien die op de oorspronkelijke cd terecht waren gekomen). "Shadows" is wel nieuw in deze collectie en bestaat uit een stijlvol duet met legende Tony Rice. Bekocht zul je je niet voelen met deze registratie, maar ik zou liever zien dat Alison Krauss voor het echie ging.
File Under: Gelikte tv
File Video: [Alison Krauss and James Taylor - How's The World Treating You]
De Jeugd Van Tegenwoordig
Umphrey's McGee - Mantis
Umphrey's McGee doet geen enkele poging om door te breken in Europa. Integendeel, eens per jaar komen ze naar Amsterdam en dan nemen ze hun Amerikaanse fans mee. Gelijk hebben ze, want ze zijn live een typische jamband en dat genre heeft nooit iets gedaan in Europa. Toch zouden de studio-albums het hier prima kunnen doen. Wat Umphrey's McGee daarop ten gehore brengt is namelijk grotendeels te omschrijven als stevige progrock. Dat geldt meer dan ooit voor het nieuwste album, Mantis. Het titelnummer van bijna twaalf minuten is weliswaar een goed voorbeeld van hoe Umphrey's McGee live klinkt, maar is tegelijkertijd een fraai opgebouwd stuk met alle typische UM-ingrediënten: fraaie gitaarpartijen, ondersteund door piano en orgel, bij elkaar gehouden door heel strak drum- en percussiewerk en de meerlaagse zang en in dit geval ook nog een fraai gedeelte met strijkers op weg naar het crescendo met een solo die van Marillion's Steve Rothery had kunnen zijn. De slechts drie minuten durende opener "Made To Measure", ook de single, is echter een lekker springerige Umphrey's-variant op de kwaliteitspop á la Supertramp. De zes heren - nou ja, zeven, want technicus Kevin Browning is zo ongeveer een bandlid - hebben al jaren een zeer herkenbare sound met hoogstaand muzikaal vertier zonder dat het een kijk-mamma-zonder-handen-effect krijgt. Zelfs niet als gitarist Jake Cinninger meer dan ooit aan het soleren slaat. Het album begint met wat kortere, vlotte stukken en na een reeks fraai opgebouwde lange stukken als "Mantis" en "Spires" eindigt het album weer wat vlotter en steviger. Umphrey's McGee doet weer zijn eigen ding, maar proggers met het rockvirus moeten Mantis echt eens gaan beluisteren. O ja, wie de cd koopt krijgt meteen en in de loop van het jaar nog allerlei bonusmateriaal cadeau, zonder nare programmaatjes op je pc.
File Under: Razendknappe progpopjamrock
File Audio: [Promosite] [UmphreySpace]
D-A-A-N - De Altijd Aparte Nederlander
De laatste restjes 2008 liggen hier op mijn serveertafel. Met oud-en-nieuw heeft mijn huisgenoot namelijk een feest georganiseerd in het huis dat we samen huren. Als muzikaal behang werd mijn collectie cd's en promo's liefdevol geplunderd. Toen ik naderhand vroeg hoe de mensen het feestje gevonden hadden, kreeg ik te horen dat ik 'nogal aparte' muziek bezat. Hoezo dat dan? De voorkant van de cd van D-A-A-N leek een vriend wel interessant, met als gevolg dat het hele gezelschap toch zeker een half uur naar de ongein van deze Friese band rondom Daniel Levy heeft zitten luisteren. De band kreeg het drie weken terug nog voor elkaar om de publieksprijs op het Friese Popgala in de wacht te slepen met gemiddelde teksten als "O Marie, ik ken jou helemaal niet". De groep maakt overigens ook blije instrumentale riedeltjes ("Melodietje", "1975"). Het feestoordeel was echter niet mals. 'Jezus, wat een slechte teksten!' 'Maar wel lachwekkend.' 'Apart is het wel...' 'Waar gáát het over!?' 'Zouden er echt mensen zijn die dit leuk vinden?' 'Dat je hier een platenlabel voor kunt vinden!' 'Volgens mij was hij vet stoned toen-ie dit bedacht heeft en is-ie gewoon blijven blowen.' 'Dan heeft-ie er wel veel tijd aan besteed.' 'Maar muzikaal is het eigenlijk ook niks.' 'Ja, beetje basic he.' 'Die muziek doet niks.' 'Hij heeft wel iets met telefoons he?' 'Hij wil in elk geval geen vrouwen.' 'Marc-Marie Huijbregts meets Drs. P meets Ome Henk, maar dan lullig.' 'Mag dit af?'
Night Horse - The Dark Won't Hide You
Een beetje muzikale arrogantie is mij niet vreemd. Ik mag graag platen afkraken, ook al vindt mijn omgeving iets goed. De laatste keer dat ik mij verheven voelde was bij een stukje hier over de laatste van ZZ Top. 'Wie houdt er nou van ZZ Top?', dacht ik nog. Ik bedacht me echter dat ik zelf ook twee albums van ze in de kast heb staan waarvan vooral de debuutplaat er wat mij betreft mag zijn. Night Horse is een vijftal Amerikanen uit Los Angeles die het in de ZZ Top-hoek zoekt, maar dan vooral in de beginperiode waarin blues nog met een hoofdletter geschreven werd. Al gaan de invloeden nog wel verder terug, naar bijvoorbeeld The Allman Brothers Band of bluesgitarist Elmore James. Night Horse's debuut The Dark Won't Hide You bevat zes nummers en eigenlijk dacht ik in eerste instantie een ep in handen te hebben. De zes nummers bestrijken echter meer dan drieëndertig minuten. Eigenlijk ben ik niet zo gek op bands die nummers spelen die langer duren dan vier minuten, want vaak valt een band dan in herhaling en daar zit ik in ieder geval niet op te wachten. Helaas is dit bij Night Horse ook het geval: hoe goed ze ook de gitaren later scheuren, hoe enthousiast er ook gezongen en soms bijna geschreeuwd wordt en hoe prettig dit album ook geregistreerd is, het blijft wat mij net iets teveel een herhaling van zetten. Ze hebben echter duidelijk de blues en dat maakt dat ik de cd over een tijdje vast en zeker nog eens een keer stiekem uit mijn platenkast haal: met de gordijnen dicht en de deuren en ramen gesloten.
File Under: Amerikaanse Blues
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Een donkere cd-presentatie][Live: Shine On Me]
Eurosonic - Vrijdag napret
We beginnen de tweede avond van Eurosonic rustig met het oer-Britse Emmy the Great in De Spieghel. Zodra je een drummer ziet zitten met brushes is al duidelijk dat het geen beukconcert zal worden. Ondanks wat onstemmende gitaren weet Emmy the Great met mooie liedjes het publiek stil te krijgen en te houden, wat op zich al een hele prestatie is op Eurosonic. De ontwapenende jonge zangeres vermaakt het publiek met droge opmerkingen en grapjes. Zo is de band volgens haar net aangekomen vanuit Engeland met CheesyJet en de piloot Captain Cheddar. OK, je had er misschien bij moeten zijn. Prima set in ieder geval.
Waar je ook bij had moeten zijn is Bonaparte. Deze Duits/Zwitserse band bestaat uit vier muzikanten en even zoveel, laten we het dansers/danseressen noemen. Muzikaal is het alleraardigst, een beetje punkrock met een boel elektronica, maar visueel is het een gekkenhuis. De band kwam volledig gemaskerd op, die maskers gingen later af en de dansers komen in de meest wilde creaties het podium op. Gedurende het optreden worden de creaties steeds bloter en de muziek eigenlijk beter. Uit de hand loopt het niet, maar vermakelijk is het wel!
Lees verder..Napalm Death - Time Waits For No Slave
Nondedju! En ik vond dat ze op Smear Campaign al lekker bezig waren. Time Waits For No Slave is echter minstens net zo goed. Misschien nog wel een tikkie beter. Waarom? Omdat het zo'n verdomd rauw album is geworden. Nee, en dan bedoel ik niet dat de binnenkant nog een beetje rood is, maar gewoon echt rauw. Zo rauw dat het bloed er al aan alle kanten uitspuit door er alleen naar te kijken. En dat daarbij dikke, dieprode spetters als een enorme stortdouche op je neerkletteren. Jahhh! En je proeft de overdaad aan ijzer en metaal als je je lippen aflikt. Wat is dit lekker! Zo krijg je het alleen nog in de achteraf steegjes. Waar de anarchie hoogtij viert en de brutalen de halve wereld hebben. Dat is ook de kracht van dit Napalm Death. Ze zijn nog lang niet uitgeraasd over alles wat er mis is in de wereld. Met de juiste attitude slaan ze als een bezetene om zich heen. De hardcore- en punk-invloeden lijken op deze cd alleen maar groter te zijn geworden. Groovende tempo's voeren de boventoon en alleen als het echt hard moet, wordt er moeiteloos overgeschakeld naar een genadeloze grindblast en een hysterisch gekrijs. Nummers als "Diktat", "Passive Tense" en "Feeling Redundant" zijn slopers op zich. "Downbeat Clique" zal echter de meeste schade aanrichten in de voorste gelederen. Dus nu als de sodemieter stoppen met lezen en gewoon zelf gaan luisteren. Op MySpace is het hele album al te vinden.
File Under: No Fucking Slave
Finn. - The Best Low-Priced Heartbreakers You Can Own
Een in Londen wonende Duitser met een onhandig artiestennaam. Zeker nu ook Liam van de Finn-familie aan 't musiceren is geslagen. Deze Finn. heet eigenlijk Patrick Zimmer en is een archaïsch, bijna adellijk uitziende multi-instrumentalist. Zijn (derde) album is sympathiek, lief en bekwaam gearrangeerd, maar overleeft stiekem de openingstrack niet. "Half Moon-Stunned" is werkelijk schitterend, de ijle vrouwelijke stem van Finn fladdert door een Dybdahliaanse folky gitaartokkel en ouderwetse strijkers. Vervolgens blijkt de tweede track nagenoeg identiek, en de rest daarna ook. Dat wordt, goh, al snel wat saai. The Best Low-Priced Heartbreakers You Can Own kenmerkt zich door de afwezigheid van traditionele drums. Er zit in de sixties-achtige orkestcrescendo's nog wel wat paukenwerk of een tik op de hi-hat, maar daar blijft 't heel lang bij. Pas in 't relatief swingende "The Truth Is A Lie" vinden we een echt ritme. En dat terwijl het eerder genoemde "Half Moon-Stunned" eigenlijk al als een opmaat voelde tot een wat sneller nummer. Finn. doet niet aan opmaten, wel aan coda's. Hij heeft de originele doch irritante gewoonte om op een flink gedeelte van zijn liedjes een outro te laten volgen, dat 't themaatje nogmaals herhaalt. Volkomen overbodig. Zingen kan ie wel, met "Dew" en "Heart Of Roses" als meest geslaagde voorbeelden. Daar klinkt de man als een nieuwe Jónsi, het engeltje van Sigur Rós. En om aan te tonen dat ie echt niet altijd hetzelfde doet, waant hij zich in "Julius Caesar" nog even een Fleet Fox.
File Under: Iets te zoetsappig
File Audio: [Finn-Space]
Amsterdam Klezmer Band
Billy The Visions & The Dancers
Pirate Love - Black Vodoun Space Blues
Nadat ik voor de kat zijn viool een stukje geschreven had over de cd van Lobi Traoré & Joep Pelt kon ik wel even wat duistere herrie gebruiken om mijn slechte humeur op af te reageren. Daarvoor ben je bij het zestal Noren van Pirate Love aan het goede adres. Deze band, vernoemd naar een nummer dat Johnny Thunders schreef, levert met Black Vodoun Space Blues namelijk een album af dat bedekt is door een grauwe sluier. Dat bedoel ik in dit geval overigens positief. Hun, door kwaliteitslabel Voodoo Rhythm in licentie van Tiki Tong-records hier uitgebrachte debuut, klinkt vuig en overstuurd en is opgedragen aan de King of the Norwegian garage-punk underground Børt Erik Skræi. Het zal wel aan mij liggen dat die naam mij niets zegt, maar Børt Erik Skræi kan trots zijn op wat er aan hem opgedragen wordt. Pirate Love maakt vast en zeker garage-punk naar zijn hart. De heren zijn er bovendien niet vies van om hun nummers hier en daar van flink wat surf-riedels te voorzien. Dit doen ze inclusief een kek jengelende space organ, waarvan ik alleen maar kan dromen er een in huis te hebben. Voeg daarbij de nasty fuzz gitaar van Milton von Krogh en ik word nog enthousiaster. Valt er dan nog iets minder in de smaak van deze garages slopende Vikingen? Ja hoor. Zanger David Al Dajani moet wel heel erg hard werken om een bres te slaan in de geluidsmuur van zijn vijf bandleden en slaagt er vaak maar in om tot een heel klein gaatje te komen. Maar daar valt best mee te leven.
File Under: Zing eens wat harder man. Alhoewel, laat ook maar, je band is zo ook wel tof.
File Audio: [ MySpace]
The Covenant - Welcome To The Real World
The Covenant bestaat al ruim twintig jaar, zo vermeldt de site. Tuurlijk, maar het gat van bijna tien jaar in de biografie wordt daarbij vrolijk meegeteld. Geen idee wat ze in de tussentijd hebben uitgespookt, maar anno 2009 is er weer een nieuw album. Het eerste wat opvalt is de heerlijke stem van Frank van der Reep. Zijn stijl van zingen zou ik willen omschrijven als 'uiterst Brits': een rauw randje, bluesy en tegelijkertijd in staat heel poppy te klinken. Waar je bij andere Nederlandse zangers door het accent of juist het ontbreken daarvan direct hoort dat het een Nederlander is, klinkt het bij Van der Reep allemaal buitengewoon overtuigend. Op de site wordt gesproken over Jim Morrison als invloed, maar die hoor ik er wat minder in. Soms wel Ian Astbury (The Cult), of Axl Rose (de dreigend-ingehouden zang op Chasing Her Down) en soms klinkt hij zelfs als een broertje van Robbie Williams. De songs op dit album zijn ook niet te versmaden, ook al worden de zwakkere momenten qua composities wel wat versluierd door die fraaie stem. Er zijn echter ook momenten waarbij er verslavend lekkere stukken inzitten, zoals het refrein van "Baby Boy" met poppy koortjes. In elk geval is het een album lang lekkere rock, met hier en daar een randje sixties of pop-met-ballen. Echte hardrock is het niet, maar dat de wortels stevig in de blues verankerd zitten is duidelijk. Het klinkt vlot en luchtig zonder dat dat ten koste van het rockgevoel gaat. Het rockt, het stampt, het kreunt, het kroelt, het dreigt - dit is Britse rock ten voeten uit. Maar dan wel uit ons eigen kikkerlandje. Heerlijk! Tegelijkertijd is dit een band die hoorbaar beter uit de voeten komt op het podium, simpelweg omdat er dan een wisselwerking met het publiek ontstaat. Dat wil niet zeggen dat de productie slecht is. Integendeel, de valkuil van een te gladde productie hebben ze met succes vermeden. Het is meer dat de band zich beweegt in een genre waarin élke band op het podium beter klinkt. Wat mij betreft mag dat zelfs als compliment opgevat worden. Dit is niettemin zo'n plaat die ik altijd op kan zetten, in wat voor stemming ik ook ben. Ben ik in een goede stemming dan brul ik lekker mee, ben ik in een grafstemming dan... eh... brul ik al snel óók lekker mee. Een mooi product van vaderlandse bodem, met - laat ik het maar gewoon zeggen - een van de beste rockzangers van Nederland.
File Under: De Echte Wereld Rockt Door
File Audio: [CovenantSpace]
Eurosonic - Donderdag napret
Het laatste vuurwerk is afgeschoten, de oliebollen die over waren hebben we maar weggegooid, net zoals de kerstboom. Kortom, de toestand is weer normaal en het nieuwe jaar is begonnen. Tijd dus om naar Groningen af te reizen voor de jaarlijkse aftrap van het muzikale jaar: Eurosonic / Noorderslag. En daar is zoals ieder jaar veel te zien, want vooral Eurosonic pakt steeds groter uit, met dit jaar 22 podia verdeeld over 18 locaties. Kortom, dat is niet in je eentje te behappen dus pakte ook File Under groot uit en stuurde twee ploegen op pad om zoveel mogelijk bandjes te zien.
Om acht uur begon de Elfzalentocht 2009 in het piepkleine zaaltje van de Stedelijke Muziekschool met het Zweedse Dag För Dag, een band van broer en zus Snavely die ondanks de vrolijke glitterhaarbanden en inzet de half gevulde zaal niet echt los kregen. Wellicht had dat te maken met het bijzonder beroerde gitaarspel van zangeres Sarah Snavely. Met de bovenste twee snaren lukte het nog wel maar vooral haar gitaarsolo's waren van een bedroevende knulligheid. De door de programmamakers beloofde vertroosting door Dag För Dag bleef uit.
Lees verder..Mañana - Interruptions
Mañana is de band van vijf jonge Zwitsers uit Basel en Interruptions is hun debuut. Onlangs verbaasde ik me al over een andere goede band uit Zwitserland maar ook deze Mañana mag er wezen. Het geluid van de band hangt ergens tussen A-Ha en de oude Keane in en wordt grotendeels bepaald door de hoge en iele stem van zanger Manuel Bürkli. Na de instumentale opener "Loyalty" begint Interruptions met het schitterende "Unbalance" waarbij toetseniste Jennifer Jans aan het eind van het nummer mooie achtergrondvocalen toevoegt. Ook op andere nummers zorgt Jans voor een welkome afwisseling op de toch op den duur wat eentonige zang van Bürkli. Voor de productie zorgde de Brit Ken Thomas, die eerder werkte met Björk en Sigur Rós. De melancholie en sfeer die de muziek van de IJslanders zo bijzonder maakt is in mindere mate aanwezig bij Mañana, waardoor het allemaal net ietsje gladder en minder spannend wordt. Waar Sigur Rós met gemak van de zwarte piste afdendert, glijdt Mañana voorzichtig van de blauwe. Skileraar Thomas heeft zijn best gedaan maar de vijf Zwitsers hebben gewoon nog wat tijd en ervaring nodig voor ze het echte werk aan kunnen. Aanleg hebben ze in ieder geval wel en daar gaat het om.
File Under: Voorzichtig van de blauwe piste
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Youtube]
Wardruna - Gap Var Ginnunga
Mijn stapeltje te bespreken cd's bevatte deze maand een intrigerend schijfje: Gap Var Ginnunga heet-ie, uitgevoerd door Wardruna, een uit Noorwegen afkomstig gezelschap rondom ex-Gorgoroth-drummer Kvitrafn. Het concept achter de muziek is bedacht door Gorgoroth-zanger Gaahl, die ook hier te horen is als vocalist. De cd laat traditionele, nog zelden gebruikte instrumenten horen, en elk stuk is een muzikale vertolking van een bepaalde Germaanse rune. Mensen die snoeiharde black metal verwachten komen bedrogen uit: de muziek is voornamelijk akoestisch en gebaseerd op primitieve ritmes, gespeeld op obscure percussie-instrumenten zoals trommels gemaakt van hertenvel en ratelaars gemaakt van schapenhoefjes. Ach u weet wel, als het maar dood is en geluid maakt. De laag grommende en neuriënde vocalen klinken vervaarlijk, en de inzet van een vrouwenstem of een traditionele Noorse viool of mondharp zorgt voor de enige vorm van melodie in het monotone geheel. Dit alles tegen een decor van natuurgeluiden, waarbij dreigende regen en donder de voornaamste plaats innemen. Tot zover geen klachten. Ik heb echter wél moeite met de intentie waarmee het project is opgezet, en de betrokkenheid van Gaahl hierin. Laten we het niet hebben over de wel erg smakeloze stage-act van Gorgoroth, die schijn je met een knipoog te moeten bekijken. Althans, dat is wat liefhebbers en onverschillige toeschouwers ons wijsmaken: 'Niet zo serieus nemen, het is gewoon toneel'. Het probleem met Gaahl is echter de manier waarop hij zich profileert buiten het podium om, als hij opeens Kristian Eivind Espedal heet. Zo laat hij zich graag positief uit over kerkverbrandingen en gebruikt hij zijn muziek als de voornaamste verkondiging van zijn geloof, dat grotendeels neerkomt op de vernietiging van het christendom. En dat gaat mij écht te ver. Die smet ligt ook op het Wardruna-project: volgens Gaahl is de muziek alleen gemaakt om de Noorse god Baldr terug te halen. Dat is blijkbaar nodig om de wereld meer in Gaahl's gedachtegoed te laten passen. Wat dat betekent voor iedereen met een andere spirituele inslag laat zich nauwelijks voorspellen, maar ik vrees het ergste. Dit alles heeft zijn weerslag op de muziek, en dat hoor je: het geheel is zo doordrenkt van duisternis, dreiging en negativisme, dat je daar als serieus luisterende toeschouwer niet omheen kunt. Als je al hier en daar een vogeltje hoort zingen, krijg je nog steeds het gevoel dat het arme beestje een minuut later het leven zal laten in een duister maar vast erg historisch verantwoord Noors initiatie-ritueel. En persoonlijk ben ik daar liever geen getuige van. Muziek is vaak in staat gebleken om mijn leven positief te beïnvloeden op manieren die ik vaak zelf niet snapte. Maar die medaille heeft een keerzijde, en deze cd is daar een voorbeeld van.
File Under: Wolf in schaapskleren
File Audio: [Fragmenten op MySpace]
Lobi Traoré & Joep Pelt - I Yougoba
Soms ben ik echt een enorme Dodo. Neem zojuist. Ik had een leuk stukje getikt over de nieuwe cd van Lobi Traoré & Joep Pelt, I Yougoba. Het ging erover dat ik het tof vond dat Excelsior nog verder haar horizon verbreedde dan ze de afgelopen jaren al gedaan hadden en nu dus ook aan ontwikkelingshulp deden. Het stukje vertelde ook over dat ik me voorstelde hoe de eerste ontmoeting geweest moet zijn tussen Joep Pelt en de Malinees Lobi Traoré. Dat het waarschijnlijk handen-en-voetenwerk geweest moet zijn, omdat Traoré waarschijnlijk bijna geen Engels sprak en het Malinees (of wat spreken ze daar) van Pelt nog slechter moet zijn. Maar dat zodra de gitaren ingeplugd werden en ze samen gingen spelen, ze elkaar beter bleken te verstaan dan ze zelf voor mogelijk hadden gehouden. En dat de mix tussen de blues van de Nederlander en de traditioneel Afrikaanse, swingende muziek van Touré in heerlijk in het oor liggende songs geresulteerd had. Toen het stukje klaar was ging ik google-en om een hoesjes te vinden voor bij de recensie en wat zag ik? Een recensie op File Under! Verdorie, de release op Excelsior is niets meer dan een heruitgave van de vorig jaar op Diesel Motor verschenen cd. Ik las het stukje dat Ewie schreef nog eens na en concludeerde dat mijn stukje wel de prullenbak in kon. Ewie had het namelijk prima verwoord, waarom zou ik dan niet kunnen volstaan me naar zijn stukje van vorig jaar augustus te linken?
File Under: Oh, u wist wel dat die plaat hier al besproken was, zeg dat dan!
Neck - Come Out Fighting
Dat een slechte bandnaam als Neck zo vaak voorkomt, is erg apart. Er bestaat een hardcore band uit New York met die naam, een folkband uit Londen, een indieband uit Toronto en een verdwaalde drum & bass-producer; origineel is de naam zeker niet. Het betreffende Come Out Fighting is afkomstig van de heren en dame uit Engeland. Dat zestal is ooit begonnen als support act bij Dropkick Murphys en The Casualties, maar is tegenwoordig zelf een waardige headliner. Hoewel ze uit Londen komen, maken ze muziek die menig Ierse pub in de platenkast hoort te hebben staan. De nummers op het nieuwe album zijn namelijk één groot feest. Veertien aanstekelijke nummers die op full speed gaan en we het best kunnen omschrijven als punkrock. Vooral door de toevoeging van een fluit, tin-whistle, Uilleann pipes, mandoline en een banjo, is de muziek puur Iers. Opvallend is dat de onderwerpen over whiskey, Galway en St. Patrick echter een beetje verdwenen zijn, zo is "Everybody's Welcome to The Hooley" een echt anti-racisme nummer geworden. Het heeft meer dan drie jaar geduurd, maar de opvolger van Sod 'em & Begorrah! is er eindelijk en fans mogen zeker niet klagen. Nu nog even een leuke tournee die ze langs Nederland brengt en alles is weer allemaal goed.
File Under: Na drie jaar weer lekker aan de Ierse punkrock
File Audio: [ MySpace]
James Yuill
Op een van de koudste dagen tot nu toe in Londen deze winter heb ik met James Yuill afgesproken. Gelukkig niet buiten, maar in een warme pub in het überhippe Hoxton. Als ik vooraf nog even snel op zijn MySpace kijk voor ik me in de kou begeef, valt het me al op dat een week voordat hij naar het continent vertrekt daar al 'off to Europe' staat. Hij heeft duidelijk zin in deze tour. En nog voordat we het over de muziek gaan hebben overvalt hij me met wat vragen over de topografie van Nederland, want hij heeft de trip de dag ervoor al helemaal zitten uitstippelen.
Lees verder..The Dead Science - Villainaire
Sommige bandjes houden ervan om alle registers open te trekken. Zeker als je jezelf omschrijft als experimentele popband. The Dead Science is niets te gek en gooit alles inclusief hun schoonmoeders in de mix en komen op de proppen met een zeer vreemd luisterwerkje, waarbij het geluidsbeeld alle kanten opschiet. Artrock, opmerkelijke hijgzang, noisy escapades, theatraal gedoe, Mariachi-trompetten, kamermuziek, jazzy interludes en veel gekke overgangen. Er zijn niet veel bands die zo'n gewaagd geluid neerzetten en ermee wegkomen. Een naam blijft me bij het luisteren continu door het hoofd spoken namelijk het schromelijk ondergewaardeerde Shudder To Think (wie kent ze nog?) die in 1994 op hun plaat Pony Express Record een soortgelijke aparte sound hadden. Nou was Shudder in de basis een echte gitaarband terwijl The Dead Science het veel meer over een experimentele boeg gooit, maar toch, overeenkomsten zijn er zeker, al was het alleen maar vanwege de aparte hijgerige zangstijl die The Dead Science-zanger Sam Mickens erop nahoudt. Het is dan ook geen toeval dat Shudder-zanger Craig Wedren nog even een moppie meezingt. Als geheel is de plaat lastig om door te komen, mooie thema's worden afgewisseld met onluisterbare stukken, waaronder pure noise, waardoor het volledig uitzitten van deze plaat een redelijk frustrerende bezigheid is. Voer voor doorzetters dus.
File Under: Artrock voor doorzetters
File Audio: [Dead Science-Space]
The Sedan Vault - Vanguard
Als je The Sedan Vault draait, dan denk je eigenlijk direct aan The Mars Volta. Dat komt door drie dingen, namelijk de stem van Rutger Meeuwis, de gitaarrifs en het feit dat Vanguard een conceptplaat à la Mars Volta is. In dit geval gaan de nummers over een stelletje ordinaire brandstichters met een ideaal, ook wel een terroristische organisatie genoemd. The Sedan Vault sticht zelf diverse brandjes in hun nummers en dat varieert van kleine bijna romantische brandjes tot angstaanjagende backdrafts die je wenkbrauwen doen verschroeien. Helaas blussen ze het vuur af en toe met experimentele passages die mij iets te eenvoudig en te gemaakt aandoen, net als sommige gesproken stukken die te geregisseerd aandoen. Maar het blijft natuurlijk wel een conceptplaat en dat maakt het vaak niet al te toegankelijk. Dat is bij Vanguard ook wel het geval bij de langere, vaak van tempo wisselende nummers en mij ontgaat soms dan ook het doel van die geforceerde experimentele uitstapjes. Maar nummers als "Autochthonic" en de single "Unidentified Flying Subjects" zijn daar dan wel weer een aardige uitzonderingen op: korte, redelijk rechtlijnige nummers. Maar goed, uiteindelijk moet je de plaat als een geheel zien en dan heeft The Sedan Vault het vuur goed onder controle.
File Under: Laat dat brandalarm maar zitten!
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Unidentified Flying Subjects]
Parallel or 90 Degrees - A Can Of Worms
Het moet ondertussen wel bijna een jaar of tien geleden zijn dat ik de naam Parallel or 90 Degrees op een briefje krabbelde als band die ik nodig eens moet opsnorren. Dat briefje vond ik laatst zelfs nog terug bij het opschonen van mijn bureau. De cd's van de band waren verdomd moeilijk te krijgen, bleek al snel. Sowieso ligt de symfo al snel in een verdomhoekje in de platenzaak, maar de eigenwijze symfo is meestal helemaal onvindbaar. En dat is wel wat PO90 maakt. Dat dit niet raar is, begrijp je wel als je weet dat frontman Andy Tillison in een grijs verleden nog samen speelde met leden van de linkse broeders van Chumbawamba. Toen ik eenmaal een cd opgesnord had van PO90, werd die ingepikt door Gr.R., maar na het bestellen van een tweede exemplaar werd het al snel een van mijn favoriete symfobandjes, juist omdat Tillison niet koos de zoete gemakkelijk in het oor liggende symfo van bands als Spock's Beard, Arena of Flower Kings, maar stronteigenwijs zijn liefde betuigde voor een band als Van Der Graaf Generator (en dan vooral de brille van Peter Hammill) en dat mengt met een punkattitude en maatschappijkritische teksten. Het probleem was echter dat de cd's barslecht verkochten. Gr.R. en ik trapten ooit de zwarte Twingo aan om de band te gaan bekijken op Progfarm, door ons liefkozend het festival aan het einde van de wereld genoemd. Het was geweldig om te zien hoe al die symfomanen gillend Harmsdobbe uitliepen toen Tillison en zijn band het gas opentrokken en hun vooruitstrevende progrock de boerderij doorbliezen. Dat dat gebeurde was niet raar als je weet dat gitarist Dan Watts getooid ging in een Nine Inch Nails-shirtje en drummer Alex King, die Andy opgepikt had bij een college dat hij begeleide, een trance achtergrond had. Dat de cd's van de band tegenwoordig nog veel moeilijker te verkrijgen dan toen ik ze kocht verbaast me dan ook niet echt. Het mooie is dat er nu met A Can Of Worms zowaar een verzamelaar verschenen is, zodat (in mijn ogen) klassiekers als "Unbranded", "The Media Pirates", "Afterlifecycle Sequence" en "Petroleum Addicts" ook weer voor anderen beschikbaar zijn. Nog mooier is het dat op de tweede cd van A Can Of Worms drie tracks te horen zijn van het nooit verschenen A Kick In The Teeth For Civil Pride, waarvan delen gebruikt zijn voor het vorig jaar verschenen Not As Good As The Book. Ik hoop dat er ooit nog weer eens een gelegenheid komt om de band live aan het werk te zien, maar heb er een hard hoofd in dat dit nog gaat gebeuren. De begeleidende woorden van Tillison in de uitgebreide biografie in het boekje laten de deur op een kiertje staan, maar geven weinig hoop…
File Under: Onderschatte helden.
Love Boat - Imaginary Beatings Of Love
Het is inmiddels zo'n zes jaar geleden dat we op de fiets het Italiaanse eiland Sardinië verkenden. Wat me vooral bijstaat zijn de prachtige ruige binnenlanden waar we soms als door God verlaten fietsten. De basisbehoefte was met iets van 30 graden aan temperatuur en de zon op onze bol vooral water. Verder moesten we het fysiek opbrengen om de stevige beklimmingen klein te krijgen. Ik hou ervan om teruggevoerd te worden naar de basis van ons zijn. Ook het vrije kamperen in de binnenlanden uit gebrek aan een alternatief en de wijn die we midden op de dag aangeboden kregen van onbekenden na zo ongeveer de laatste klim van onze toer zijn wat mij betreft behoorlijk rock 'n' roll. Toch ben ik geen rockband op het eiland tegengekomen en ook een platenwinkel, hoe primitief ook, heb ik gemist. Het is dan wel grappig dat de Sardeense jonkies van Love Boat dit nu rechtzetten. Imaginary Beatings Of Love heet het debuut en bevat garage rock 'n' roll. De band komt volgens hun MySpace-site uit de hoofdstad Cagliari waar ik destijds kort ben geweest. Ik krijg door de recente releases van The Rippers, Mojomatics en Movie Star Junkies steeds meer het gevoel dat Italië een garagerockland wordt, maar twee leden van de laatste twee bands zijn betrokken bij de productie en de eerste band wordt bedankt in de inlay. Dit zal dus wel loslopen. Love Boat is waarschijnlijk op Sardinië een sensatie, maar wat mij betreft gewoon een leuke band die verder sixties à la The Monkees en ook wel de Britpop à la The View er doorheen gemixt heeft. Toch vind ik de liedjes wel wat eenvormig en zal er nog wel wat moeten gebeuren voordat de boot succesvol in de Europese havens aan zal mogen meren.
File Under: Op Sardinië bleken er toch wel garages te zijn
File Audio: [ MySpace]
Novastar
Soms heb ik geen idee waar ik de tijd laat. Voor mijn gevoel is het nog maar kort geleden dat ik dik een half uur praatte met Joost Zweegers over zijn nieuwe cd Almost Bangor. Maar dat was al begin september van het vorige jaar. Ik had toen niet durven voorspellen dat Almost Bangor zo succesvol zou worden als het hier geworden is de afgelopen maanden. Elke zaal die Novastar aandeed was strak uitverkocht, zijn liedjes zijn dagelijks te horen op de radio en hij schreef zelfs de themasong van de Serious Request-actie op 3FM. Het zijn zaken die Joost waarschijnlijk zelf ook niet verwacht had, die warme donderdagmiddag toen hij de pers te woord stond. Maar dat er hard gewerkt werd aan het tot een succes maken van zijn nieuwe plaat was me wel duidelijk. Volgens mij voerde hij al zittend op het balkon in de zon wel vijf telefoongesprekken in de korte tijd die hij had tussen mijn interview en het voorgaande. En in alle gesprekken klonk zijn enorme gedrevenheid door. Gelukkig zet hij tijdens het interview zijn telefoon uit.
Lees verder..Little Joy - Little Joy
Wat is dat toch met die jongens van The Strokes? Als ze bij elkaar zijn maken ze agressieve, arrogante, bij tijd en wijle furieuze, maar in elk geval altijd lekker schurende New Yorkse rock. Gaan ze solo aan de slag, dan veranderen ze in vooral relaxte liedjesschrijvers. Eerder bewees gitarist Albert Hammond Jr. het met zijn niet helemaal geslaagde, maar toch alleszins plezierige soloalbum Como Te Llama. Strokes-drummer Fabrizio Moretti doet nu bijna hetzelfde met Little Joy. Een beetje lekker schurend en als het even kan nog steeds een ietwat schots en scheef ("No One's Better Sake", "Keep Me In Mind"). Maar de grondtoon is zowaar lief. De liedjes zijn rustig, schetsmatig en alles behalve gebaseerd op hoekige jaren tachtig rock. Samen met Rodrigo Amarante (van Los Hermanos) en zangeres Binki Shapiro zette hij onder de naam Little Joy elf fijne liedjes op plaat. Het gevoel is er eentje van de Copacabana, Ventura Highway of voor mijn part Big Sur, maar bovenal een gevoel dat ver verwijderd is van de drukte en hectiek van New York. Overigens vroeg ik me af of Julian Casablancas niet ook meedoet op Little Joy. Ik zou toch zweren dat hij de zanger is in het eerder genoemde "Keep Me In Mind". Laat die nieuwe Strokes-plaat maar zitten, we doen het wel met de soloprojecten.
File Under: Plezierige plaatjes
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Next Time Around]
White Lies - To Lose My Life
Om al voordat het nieuwe jaar is begonnen als grootste belofte voor 2009 bestempeld te worden, maakt het er niet eenvoudiger op voor een band. De enorme hype door de pers in Engeland rondom White Lies zorgde ervoor dat de band vorig jaar al op grote festivals te zien was, lang voordat er een album uit was. De verwachtingen met betrekking tot het debuutalbum zijn dan ook hooggespannen. En zoals bekend leiden hoge verwachtingen vaak tot flinke teleurstelling. In de eerste minuten van opener "Death" vliegen de vergelijkingen met andere bands met een gekmakende snelheid door mijn hoofd. De bas van de Editors, de keyboards van New Order, de gitaren van The Killers, de drums van U2, de bombast van Muse en de zang van een jonge Ian McCulloch (Echo & the Bunnymen). Het komt allemaal terug in de tien nummers op To Lose My Life. De drie jonge Londenaren hebben van al deze invloeden iets meegepikt en omgevormd tot een eigen sound die het zonder enige twijfel heel erg goed gaat doen op grote concertpodia. Het geluid van White Lies is groot, groter, grootst en eigenlijk zou deze band het beste maar meteen in stadions geprogrammeerd kunnen worden. De eerste regel tekst op het album is 'I love the feeling when we lift off'. Nou jongens, maak je geen zorgen, dat gaat echt wel goedkomen. Stoelriemen vast, White Lies zijn niet meer te stoppen.
File Under: Groot, groter, grootst
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Youtube]
Acid Mothers Temple & The Melting Paradisio U.F.O - Episodes Of Cometary Orbital Drive
Acid Mothers Temple is zo'n band waar ik werkelijk waar geen flauw benul van heb waar ik zou moeten starten om een beetje een inschatting te maken van hun kunnen. Het aantal releases dat de band met of zonder toevoeging van een &-variant opgenomen heeft is schier oneindig en per &-variant ook nogal divers qua muziek. Wat ik wel weet, is dat de band met gitarist/zanger Kawabata Makoto als enige echt constante factor erg hoog staat op mijn lijstje van bands die ik nog een keer live wil zien. Bijvoorbeeld in de & The Melting Paradisio U.F.O zoals die terug te horen is op Episodes Of Cometary Orbital Drive. Volgens mij kun je bij een concert van dit kwartet echt zo stoned als een garnaal worden zonder dat er ook maar een pretsigaret opgestoken is. De vier delen van Episodes Of Cometary Orbital Drive ademen uit al hun poriën kruidige luchten die je als vanzelf in een roes brengen. Die kant lijkt het in eerste instantie helemaal niet op te gaan als de eerste episode "Light My Fire Ball " begint met vredige Japanse gongs. Langzaam maar zeker brengen die naarmate er meer en meer instrumenten bijkomen je in een bepaalde trance, waardoor je de overgang mist naar het tweede deel ("Planet Billions Of Light-Years Away ", maar liefst 26 minuten lang opgebouwd rond een simpel A-E-D-A-G-Db-schema!). Des te harder grijpen de repeterende riffs en drones je aan het eind van dat deel bij je lurven. Toch zit het echte juweeltje van deze weirde cd verborgen in het afsluitende "Milky Star Way" dat een doldwaze intergalactische rit aan spacerock is die wederom opgebouwd wordt rond het hierboven genoemde zestal noten.
File Under: A-E-D-A-G-Db-paddo.
Culcha Candela - Culcha Candela
Een multiculti Duits collectief dat hiphop, dancehall en reggae mixt. Het klinkt onwerkelijk of als een slechte grap, toch is het waar. Culcha Candela bestaat al ruim zeven jaar en kent in haar thuisland een ongenadige populariteit. Daarbuiten kent de band echter weinig bekendheid. Misschien dat Culcha Candela hier wat aan kan doen. De vrolijkheid spat gelijk van de plaat af. Dit soort muziek is al genoeg gemaakt en getuigt dus van weinig originaliteit, toch word ik er vrolijk van als het goed uitgevoerd wordt. Met "Fiah!" en "Ey DJ" zit de sfeer er in ieder geval goed in en zie je de dansende mooie dames al voor je. Hierna gaan de dansschoenen in de kast voor wat rustigere nummers. Helaas is de rest van de cd de moeite niet echt waard. De schijnbaar politieke betrokkenheid hoor ik niet in teksten als "We mix up dancehall hiphop and reggae" en de rest is in het Duits, Spaans of Patois gezongen. Na een paar tracks begint de melodieuze kant ook in te kakken en kijk ik verlangend naar de platenkast om alvast te bedenken wat de volgende cd wordt die ik ga beluisteren. Culcha Candela zal ik alleen bij het afstoffen misschien nog eens aanraken.
File Under: Multiculti in Duitsland kan best
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Ey DJ]
Paulusma
Terror Jaap en Jelle Paulusma, een niet erg voor de hand liggend duo. Dat ze ooit een podium zullen delen is niet waarschijnlijk, maar toch is er een zeker verband. In een kroegje bij het Oosterpark sprak File Under met Paulusma over reality-televisie, 'kutbandjes', de rockacademie, Fairport Convention en natuurlijk zijn nieuwe cd iRecord.
Lees verder..Dr. Pepper Family - Dr. Pepper Family
Nog nooit echt doorgebroken zijn en toch al twaalf jaar bestaan: enig doorzettingsvermogen kan Dr. Pepper Family, de band van Belg Sebastian Omerson, niet ontzegd worden. Of zou dat komen doordat Sebastian, die ook frontman is van Pornorama, het zelf een 'hobbyproject' noemt? Beetje pop, snuifje rock, toefje wave en industrial, en klaar is het recept voor een cd die het niveau van een hobbyproject weliswaar ontstijgt, maar nog niet helemaal kan tippen aan de echt grote namen uit het land van onze zuiderburen. "Pop Will Eat Itself" (dat geen verwijzing naar de gelijknamige Engelse band uit de jaren tachtig lijkt te zijn) is de single, en dat blijkt een goede keuze, want van alle elf tracks is dit wel het nummer dat het meest beklijft door de aanstekelijke melodie. Zo heeft elk nummer op deze cd wel een mooie kant: een mooie gitaarriff ("Right In This Place"), een muzikale knipoog naar Nirvana ("Heaven's Got A Clue") en een lekkere climax ("Pakistan"). En hoewel er geen enkel nummer op staat dat voor een heuse doorbraak zal gaan zorgen, is het echt wel een cd om vaker te luisteren en blij van te worden. En dat voor een hobbyproject!
File Under: Die Belgen flikken het toch maar weer
File Audio: [ MySpace]
The Inspector Cluzo - The Inspector Cluzo
Feestelijke standionrock á la Aerosmith, de energie van Fishbone, Prince-achtige funk, bijna AC/DC-achtige riffs, de relaxtheid van Fun Lovin' Criminals of Cake, dat alles gelardeerd met cello en saxofoon. En dat zijn alleen maar de eerste paar songs... O ja, had ik al verteld dat The Inspector Cluzo bestaat uit slechts een drummer en een gitarist? Nee, geen bassist. Zoals ze zelf zeggen: 'Do you know what Cluzo thinks? Fuck The Bassplayer...'. Op dat laatste nummer is trouwens Norwood Fisher te horen, bassist (!) van labelgenoten Fishbone, terwijl diens bandgenoot Angelo Moore een moppie meetoetert en -zingt op het titelnummer. De heren inspecteurs, drummer Phil Jourdain en gitarist Malcolm Lacrouts, toerden een krap jaar geleden al met Fishbone. Dat ze bij hetzelfde Franse label zitten zal vast geholpen hebben, maar ook muzikaal is het een logische combinatie. The Inspector Cluzo kam namelijk vooral heerlijk funkrocken, met bakken energie en met een in de praktijk niet altijd eenvoudig te realiseren combinatie van enerzijds vakmanschap en anderzijds uitbundigheid op het randje van manie. The Inspector Cluzo bouwt een feestje om u tegen te zeggen en weet dat de hele cd lang vol te houden. Hoewel ik deze cd de afgelopen dagen met een grieperige kop heb beluisterd, werd ik er toch elke keer weer heel vrolijk van. Reden genoeg om in de gaten houden of ik ze een keer live kan gaan bekijken. Met een live-cd en -dvd van Fishbone aanstaande kan een fijne combitour bijna niet uitblijven.
File Under: The Secret Policeman's Ball
File Audio: [CluzoSpace]
File Video: [Fuck The Bassplayer]
Banabila - Precious Images, DataFiles 1999-2008
Normaal gesproken probeer je als band bij het samenstellen van een Best Of of een uitgave die een soortgelijke titel draagt een beetje je hele oeuvre te bestrijken, en als je zo'n verzamelaar al verspreidt over meerdere uitgaven, dan begin je met je early years als eerste release. Althans, zo staat het in het dikke rock 'n roll-boek, heb ik wel eens gehoord. Banabila heeft daar schijt aan. Deze Rotterdamse geluidstovenaar begint gewoon doodleuk met het verzamelen van het laatste decennium van zijn muziek op één schijf (van klassieker VoizNoiz uit 1999 tot Sperics2 uit 2003) en plakt daarbij vervolgens op de tweede schijf niet eerder op cd verschenen muziek. Toch is hij al sinds begin jaren tachtig een van Nederlands meest intrigerende muzikanten. Ik hoop dan ook dat zijn eerdere werk ook nog eens verschijnt. Tot die tijd kun je je als luisteraar prima vermaken met deze verzamelaar. Banabila opent namelijk nogal wat deuren en slaat nog meer bruggen. De manier waarop hij ambient koppelt aan wereldmuziek en vele andere genres en daarbij veelvuldig gebruik maakt van veldopnamen is ronduit geniaal. Als dan ook nog eens trompettist Eric Vloeimans aanschuift in twee tracks ("Damned" en "A Virtual Meeting"), dan ontstaat er iets ronduit geweldigs. Zonder daarmee overigens de rest van zijn tracks te kort te willen doen, want die zijn ook stuk voor stuk erg rijk aan details en verrassende combinaties en verrassende wendingen.
File Under: Rotterdamse grootmeester deels verzameld
File Audio: [ MySpace]
My Morning Jacket / Nicole Atkins
Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou - The Vodoun Effect
Als je nu een harde steek in je been voelt of een harde steek in je arm, dan heb ik een hekel aan je. Ik heb namelijk mijn voodoopop weer te voorschijn gehaald om mijn haatgevoelens op bot te vieren. Dit alles komt door Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou. Zij komen uit het Afrikaanse Benin, hetgeen de geboorteplaats schijnt te zijn van de Voodoo-religie. De ritmes die gebruikt worden door de 'Vodoun religion' zijn de Sato en Sakpata en deze schijnt het twaalfkoppige orkest te gebruiken. Ik herken ze niet, maar hoor wel heel erg ritmisch getrommel dat ver van het door mij verafschuwde jembaa af staat, maar het is vooral de combinatie met de heerlijke gitaarriffs en een orgel dat lekker voortraast die mij enthousiast maakt. En er wordt getoeterd! Daar val ik per definitie eigenlijk altijd voor. Ik voel bovendien de funk. Ook al zingen de mijnheren in een specifieke taal die in hun land gesproken wordt en heb ik geen idee wat ze mij te vertellen hebben. Het deert mij niet. Op The Vodoun Effect (volume 1) zijn opnames verzameld die tussen 1970 en 1983 op obscure labels verschenen zijn. Deze opnames gebeurde met minimale middelen en de kwaliteit van het geluid is dus niet geweldig, maar dat stoort mij geen moment. Het is een heerlijke plaat geworden in een genre waarin ik normaliter niet zo snel zou neuzen. Dus gooi je wereldmuziekvooroordelen opzij (als je die hebt) en geef je over aan The Vodoun Effect. Zo niet dan kon je eerdaags wel eens een stekende pijn in je voet voelen.
File Under: Ik hef mijn naald....
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Gbeti Madjro: niet op dit album, maar ook zeer de moeite waard]
Medeia - Cult
Of de naam van deze band iets uit te staan heeft met die van de gelijknamige tragedie van de Griekse dichter Euripides die ruim vierhonderd jaar voor de geboorte van Christus een poëtisch stuk wijdde aan de lotgevallen van de draagster van de naam in kwestie, wordt niet in de annalen vermeld. Wie zich evenwel enigszins verdiept in de materie, zal tot de conclusie komen dat de geboekstaafde belevenissen qua gruwelijkheden en dramatiek moeiteloos passen binnen het kader van de muziek die Medeia op haar tweede artistieke excrement ten gehore brengt. Geïnspireerd door de schoonheid van thuishaven Finland met haar talloze meren en lommerrijke taferelen komt het vijfkoppige gezelschap met een vette death-metal-plaat op de proppen. Polka's en blastbeats volgen elkaar traditiegetrouw in het kielzog op en de zang van Rotten Sound-frontman Keijo Niinimaa bezit precies de juiste hoeveelheid vuige intonatie om dit product tot een dodelijk ongeleid projectiel te bombarderen, geheel conform de eisen van het genre. Desalniettemin is Cult meer dan slechts een zoveelste release in een reeds lang overbevolkte subcategorie van de metal, want door het op gepaste wijze inzetten van piano-interludes en het sporadisch gebruik van een galmende vrouwenstem neigt de muziek bij vlagen in de richting van sferische black metal en dat verleent het geheel bepaald cachet. Een goed voorbeeld hiervan is "Cold Embrace" waarin bruutheid en geraffineerd sentiment op magistrale wijze hand in hand gaan.
File Under: Met zwarte randen omlijnde death metal
File Audio: [ MySpace]
Binario - Binario
De lijn tussen geïnspireerd improviseren en oeverloos jammen is erg dun; eenieder die dat zelf met zijn of haar eigen bandje weleens geprobeerd heeft weet waar ik het over heb. Space- en krautrock leunen op lange, psychedelische passages, en waarom de artiest er nu wel in slaagt om een lange improv-sessie boeiend te houden en de ander niet, is nog niet zo makkelijk te zeggen. Binario is een Braziliaanse band die graag op psychedelisch uit de hoek wil komen, en zich laat inspireren door de bekende namen uit die wereld, maar die tegelijkertijd de Zuid-Amerikaanse herkomst laat doorschemeren. Interessant gegeven, want psychedelica koppelen aan latin kan heel fijn zijn (The Mars Volta bijvoorbeeld); en als er ook nog potjes funk en jazz worden gekookt kan er lekker gesmikkeld worden. Toch? Niet helemaal dus, want zoals ik al was begonnen: de scheidslijn tussen boeiend en oeverloos is erg smal. Voor Binario soms te smal. Lekkere Zuid-Amerikaans gekruide riffjes en ritmes worden gekoppeld aan dissonanten, waarna er in elk nummer plaats wordt gezocht en gevonden voor expressie en sfeer. Prog en breed uitwaaierende jaren tachtig synths mogen ook nog langs komen en hebben wel degelijk de potentie om het Binariofeestje op te leuken. Tot zover niets dan goeds. Alleen: er zijn minstens even veel missers als rake doelpunten. Onnavolgbaar als een typisch Braziliaanse voetballer schiet de band alle kanten op - het plezier spat er overvloed van af - maar teveel passages willen maar niet boeien of gaan gewoon de verkeerde kant op. En dat is jammer, want zelden wordt er zoveel potentie getoond op de vierkante meter. Iets meer focus moet een wereldplaat opleveren, dat kan bijna niet anders.
File Under: Braziliaans eclectisme
File My Space: [alhier]
Week 2, 2009
Storm
Parallel or 90 Degrees - A Can Of Worms
Bas
Khanate - Things Viral
Ewie
De Kift @ Kultuurhuis Bosch te Arnhem vs De Staat @ Oerkroeg Schiller te Aalten
Ludo
Helvetia - The Acrobats
Gr.R.
Polarkreis 18 - The colour of snow
Sjaak
Agoria - Go Fast
Joice
Apse - Eras
André
Jóhann Jóhansson - Fordlandia
Prikkie
Status Quo - Pictures: 40 Years Of Hits
Sikkema
The Giants of Husavik - The Giants of Husavik (In a cabin with Jason Kohnen and Maurits Westerik)
Blizzard
Osdorp Posse @ P3
Stonehead
A Brand - Time / You Love Her Coz She's Dead - Inner City Angst EP / The Bloody Beetroots - Cornelius EP
DubbelMono
Amy Speace - The Killer In Me
ForestSounds
Robert Berry - The Dividing Line
First Aid Kit / We Swim You Jump
De laatste weken loopt de mailbox van File Under over van de mailtjes van band, promotors en platenmaatschappijen die proberen die de bands promoten die ze komende week op Eurosonic hebben staan. Als ik ze allemaal wil gaan zien, dan loop ik me de benen uit het lijf. Gelukkig zijn we met een forse delegatie in Groningen. We hebben ons voor dit jaar voorgenomen vooral bandjes te gaan kijken die we nog niet kennen of onbesproken zijn hier op File Under.
Dat zou dus betekenen dat ik door dit stukje te tikken First Aid Kit niet meer kan gaan kijken, vrijdag aanstaande in het Grand Theatre om 22:15. Eh, dan maken we voor hen maar een uitzondering. Voor Scandinavische deernen maak ik per definitie een uitzondering. Alhoewel deze twee van First Aid Kit wel heel jong zijn. Klara Söderberg is 15 en haar zusje Johanna is 17. Nou, die jeugdigheid straalt hun muziek alles behalve uit. Op Drunken Trees presenteren de twee (niet blonde) Zweedse meisjes zich als twee moderne volwassen troubadours en betuigen ze, inclusief het ontwapende accent dat hun Scandinavische evenknieën vaak ook zo kenmerkt, hun liefde voor folky liedjes. Hierbij beperken ze zich overigens niet tot alleen maar het gebruik van akoestische gitaren, maar doorspekken hun songs ook met warme orgelklanken. Dat komt uitmuntend samen in bijvoorbeeld "Pervigilo", waarin de stemmen van Klara en Johanna elkaar prachtig aanvullen.
Ook van Nederlandse zijde zijn er vele initiatieven rond Eurosonic Noorderslag. Veel van hun showcases zijn nog gratis toegankelijk ook. Zo presenteert Beep! Beep! Back up the Truck op donderdag zich in het Platformtheater met een interessante lineup, en is er zaterdagmiddag een WHAM!WHAM!records-Subbacultcha! Free Day Party in het oude ANWB-kantoor op een steenworp afstand van de Oosterpoort en is er de Excelsior-set in De Silo. Vanzelfsprekend zijn er ook Nederlandse bandjes die 'gewoon' op de line-up van Eurosonic zelf staan. We Swim You Jump is er zo een. Volgens de overlevering was hun eerste optreden al geboekt en moesten ze toen nog snel een naam verzinnen. Als je dan komt tot de naam We Swim You Jump, dan moet je wel talent hebben. Dat blijkt helemaal te kloppen bij beluistering van de liedjes op deze eerste op Subroutine Records uitgebrachte EP. De bandleden, die voorheen speelden in lawaaierige bandjes als Jimmy Barock en JetSetReady, kiezen hier voor ragfijne melodieuze powerpop met een kartelrandje. Nou houd ik niet zo van het schaamteloos overtikken van referenties uit bio's bij cd's - sterker nog, ik lees ze zelden -, maar ik zou zelf ook gekomen zijn tot de door de band genoemde invloeden van The Posies, Nada Surf en Elliott Smith. Erg veelbelovende ep dit, met zeker ook mogelijkheden om het buiten onze landsgrenzen te redden.
File Under: Zalig zingende Zweedse zusjes
File Audio: [You're Not Coming Home Tonight][ MySpace]
File: We Swim You Jump - EP
File Under: Nu al grootse Groningers
File Audio: [ MySpace][Sharks ][Sparks Fade Out]
Ginger - Live
Ik geef toe, ik werk in een ultieme nerdomgeving, maar het zal niet de enige plek zijn waar als er iemand roept dat 'ie zijn brood kwijt is van drie kanten de reactie "De zweep!" komt. Mocht u geen nerd zijn: in Asterix en de Helvetiërs is het een gezelschapsspel van de decadente elite om zonder enige aarzeling gruwelijke straffen uit te delen en te ondergaan als je een stukje brood in de kaasfondue laat vallen. Iets buitenissigs doen, maar dat tegelijkertijd heel achteloos brengen doet ook het Zwitserse Ginger. Ze spelen weliswaar heel onmodieus psychedelische bluesjams, maar ze hebben wel een zanger/gitarist/saxofonist en brengen materiaal het liefst meteen uit op een live-album. O ja, en de muziek van "Red House", "Glapf I + II" en "Hoochie Coochie Man" is niet geschreven door respectievelijk Jimi Hendrix, John Phillips en Willie Dixon, die hebben alleen de teksten geschreven. Bij Ginger dan, hè? De verveling van de decadente elite uit Asterix lijkt echter ook mee te komen, want het duurt tot de buitengewoon fraaie gitaarsolo in "Jam For Nobody" voor Ginger me iets doet. Dat is een euvel dat helaas blijft terugkeren: ze slagen er niet in de spanningsboog steeds een krappe tien minuten vast te houden. Live lukt dat vast nog wel - de keuze van een live-album als debuut is best te begrijpen - maar op een cd heb je daar iets meer voor nodig dan de standaardbluesschema's. Als bluesliefhebber vind ik dit album daarom best leuk om te beluisteren, maar doet het me te weinig om er opgetogen van te raken. Obelix zei het al: "Rare jongens, die Helvetiërs!"
File Under: De zweep! De zweep!
File Audio: [GingerSpace]
Nosound - Lightdark
Ik staar uit het raam van mijn behaaglijk verwarmde slaapkamer en kijk neer op de wit besneeuwde wintertuin van het ouderlijk huis. De hond is al uitgelaten en ik heb me voor de zoveelste keer de gehele middag opgesloten op mijn kamer. Op de achtergrond speelt muziek met Mellotronklanken, geluiden die een sfeer doen ontstaan waar ik later in mijn leven zo vaak naar terugverlang. En wat is het leven nog eenvoudig... Op school loopt alles prima zonder dat ik daar al te veel moeite voor hoef te doen, mijn hond is de liefste hond ter wereld en zal heel mijn leven bij me blijven, ik kan me wanneer ik dat wil zorgeloos en vol overgave in een boek of film verliezen, en muziek geeft me nu al het gevoel dat de echte wereld nooit meer terug zal komen. Mijn vader en oudste zus leven nog, die paar échte fouten in mijn leven zijn nog niet gemaakt, moeilijke keuzes liggen nog onzichtbaar in de toekomst verscholen, en er is nog niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek. Kortom, ik ben gelukkig. Op dit soort momenten bestaat mijn wereld enkel uit muziek, en heb ik verder niets nodig. Even zijn de donkere wolken verdwenen die me al een paar jaar dreigend volgen, en droom ik zonder het te beseffen dat ik het zélf ben die deze helende klanken bedenkt en laat ontstaan. Zo blijf ik ademloos luisterend voor me uit staren, en leef volledig in het moment. Als de arm van de platenspeler het midden van de lp heeft bereikt en de dromerige muziek tijdelijk ophoudt te bestaan, komt er slechts één gedachte in me op: heel misschien weet een artiest vele jaren na nu dit gevoel weer naar boven te halen met een tijdloze cd vol hypnotiserende klanken. Bijna dertig jaar later zet ik die cd nog maar een keer op, en droom ik weg naar eenvoudiger tijden...
File Under: Vroeger is alles beter
File Audio: [Geluidsfragmenten op MySpace]
Amy Speace - The Killer In Me
Een stief jaar nadat we hier in Europa het voortreffelijke Songs For Bright Street in de platenbakken zagen verschijnen, verschijnt hier alweer de vierde plaat van Amy Speace en haar begeleidingsband The Tearjerks. In de VS schijnen ze The Killer In Me pas in maart te mogen horen. Da's jammer voor ze, want wederom is het een geval van alle dertien buitengewoon goed. De tracklist gaat tot twaalf, maar na een korte stilte (de teller van de cd-speler noemt de stilte nummer dertien), krijgen we als bonus "Weight Of The World". Alleen begeleid door een akoestische gitaar vertelt Amy Speace over alle broers die naar het Midden-Oosten moeten om te vechten voor volk, vaderland en olie. En daar vervolgens sneuvelen met de gedachte dat ze geholpen hebben de wereld te verbeteren. Zo zwaar als deze afsluiter is The Killer In Me niet, al komen we wel regels als 'If I should die before my mother dies' tegen. Het geeft wel aan dat de prachtige singer/songwriterliedjes van Mrs. Speace geen niemendalletjes zijn. Ook muzikaal gezien is ze niet bang. De eerste paar tracks zijn relatief 'gewone' songs, maar zo halverwege wordt het experiment van stal gehaald en blijkt dat ze meer kan dan liedjes schrijven over kommer, kwel en droefenis. Fijn plaatje.
File Under: Stoere dames die wat kunnen
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Weight Of The World]
Soon / Monsoon
Tot mijn verbazing hebben we tot nu toe nog geen enkel album van onze zuiderburen van Soon besproken. Onbegrijpelijk, want deze band timmert toch sinds eind jaren negentig aan de weg en bracht zijn eerste twee volwaardige albums uit in de tijd dat File Under al bestond. Kan gebeuren natuurlijk, en we maken het bovendien graag goed door u te wijzen op hun derde album As Of Yet, dat vlak voor de jaarwisseling ook in Nederland verscheen. Opvallend is hoe niet-Belgisch (als zoiets al bestaat) Soon klinkt op As Of Yet. De band sluit veel meer aan op de emo/indierock die vanaf de andere kant van de oceaan deze kant op waait (al zou ik ook graag het machtige Fireside willen noemen als referentie). Het maakt het lastig voor een band om je te onderscheiden. Maar de band probeert (en lukt!) dat op As Of Yet wel degelijk, met supermelodieuze, maar fijn prikkelende songs. Bijkomend voordeel is dat zanger Enzo Cloetens zijn beperkingen qua stembereik uitermate goed kent, maar zijn kwetsbare punt toch goed uitbuit door te spelen met dynamiek. Voeg daarbij de tomeloze energie van drummer Johan de Coster en de gehaaide toetsendetails van Gaëtan Vandewoude en je hebt een winnende combinatie.
Monsoon schopte het al wel tot een recensie op File Under. Dat was met hun tweede album Speak in 2005. Tussen die cd en The King Of Eyes And Tits And Teeth verscheen nog The Weird Zoo. Monsoon is het tot nu toe ook bij onze zuiderburen nog niet gelukt om echt door te breken. Aan het charismatisch voorkomen van frontfrouw Delphine Gardin heeft dat zeker niet gelegen en ze hebben de afgelopen jaren ook voldoende veren in de bips gekregen van de diverse recensenten om ze op weg te helpen (al waren er wel twijfels over The Weird Zoo). Blijkbaar zit er een mismatch tussen band en publiek. Al luisterend naar The King Of Eyes and Tits and Teeth snap ik maar half hoe dat komt. Liedjes als "Hit And Run" en "A Good Life" blijven prima overeind naast hitsingles van bijvoorbeeld Garbage. Maar het probleem zit 'em bij Monsoon vrees ik in de diversiteit van hun liedjes. Zo komt het lichtvoetige, rijkelijk met strijkers gelardeerde "Time" (wie riep daar Cardigans?) uit het niets voorbij, waarin Delphine wel heel erg op haar tenen moet lopen. Het contrast met het weerbarstige, PJ Harvey-achtige "Psychedelic Madhouse" (dat klinkt zoals het genoemd is) is dan misschien wel te groot. Het best is de slowrocker "Stories of Love" waarin Gardin als een zwoele Portishead-slang over je schoot kruipt om je te verleiden. Maar wie koning wil zijn van ogen, borsten en tanden geeft zelf eigenlijk ook al aan niet te willen kiezen voor uniformiteit. Het is hun goed recht.
File Under: There Go The Boys!
File Audio: [ MySpace]
File: Monsoon - The King Of Eyes and Tits and Teeth
File Under: A Good Life
File Audio: [ MySpace]
File Video:[Comic Strip Bubbles]
Ralfe Band / Ted Barnes
Het zou bij Ralfe Band's tweede release makkelijk zijn om in te gaan op de pierrot op de hoes van Attic Thieves. Ik heb alleen niets met clowns. Misschien dat het dan ook niet zo vreemd is dat het me enige moeite kostte om in de juiste stemming te komen. Ik gooide de hoes (symbolisch) aan de kant en probeerde mee te gaan in de muzikale wandeling die de Engelse reisleider Oly Ralfe maakt. Daar had ik een aanknopingspunt, want Ralfe's wandeling heeft iets wat het midden houdt tussen een rondleiding en een optocht door de stad. Bij elk nummer maken we een stop om te kijken wat er zoal gebeurt op die plek. Het is avond en de winkels zijn gesloten, maar de café's, terrassen en andere uitgaansgelegenheden zijn geopend. Echt rust krijgen we nergens in deze prettige toer met af en toe ruimte voor bezinning, want dan moeten we weer naar het volgende evenement. Op het eind dringt zich wel de vraag op wat we nu zoal meegemaakt hebben en vooral wat was er nou echt noodzakelijk om meegemaakt te hebben. Ik kom er niet uit. Ik besluit bij de volgende tocht door de stad weer mee te gaan.
De wandeling die de Engelsman Ted Barnes maakt is een hele andere. De hoes met stroomlijnen en huizen en aan de binnenkant een eenzame vogel geeft in mijn gevoel al aan dat het een wat droevige tocht wordt. Barnes lijkt niet te houden van gezelschap en als we willen volgen dan is stilte gepast. Barnes leidt ons op Portal Nou (zijn derde) naar zijn lievelingsplekken, maar vanaf het begin voel ik me er wat ongemakkelijk bij. Mag ik hier wel komen, mag ik hier wel zijn? Hij krijgt hulp van andere muzikanten en de bekendste naam is die van Beth Orton. Op haar albums speelde hij ooit gitaar. Nu kan ze in "Caught Out" dat ze mede schreef wat terugdoen. Gelukkig weet Barnes ook anderen te vinden die hun (vocale) bijdragen willen leveren aan Portal Nou, zoals Dan Michaelson van Absentee of Françoiz Breut (van zichzelf). Intiem, indrukwekkend, maar niet makkelijk te doorgronden. Een wandeling waar ik toch wel een aantal keren bij aan moet sluiten en dan nog geeft Barnes alles maar heel langzaam bloot.
File: Ted Barnes - Portal Nou
File Under: Geen wandeling is hetzelfde
File Audio: [RalfeBandSpace][TedBarnesSpace]
Vreid - Milorg
Het is koud in Nederland, dat hebt u waarschijnlijk zelf ook wel gemerkt. Het tochtige station waar u veels te lang op een vertraagde trein moet wachten biedt nauwelijks bescherming. Eventjes blaast u in uw handen voor wat warmte. Uw oren zijn al behoorlijk rood aangelopen. 'Had ik toch maar die muts opgedaan', denkt u bij uzelf. Misschien dat de koptelefoon van uw mp3-speler wat warmte kan brengen. De jas gaat open en u zet hem op. Snel drukt u op play en sluit uw jas weer. De eerste klanken van Milorg, het nieuwe album van Vreid, dringen langzaam tot uw verkleumde hersenen door. Echt veel warmer krijgt u het niet. Sterker nog, het lijkt wel alsof ze over uw graf lopen, zo koud hebt u ineens. Wat is dat toch? Alsof de kou van binnen komt. Die ijzige melodieën maken het steeds erger. Bij de snelle passages klapperen uw tanden in een evenzo hoog tempo mee. Als de muziek dan eindelijk wat uitwaaiert in een rustige en sfeervolle passage, beginnen uw vingers een beetje te ontdooien. Niet voor lang, want bij de volgende genadeloze scream ervaart u bijna wat Reinier Paping in 1963 gevoeld moet hebben. Gelukkig komt daar de trein aan. Strompelend rolt u naar binnen. De conducteur kijkt verschrikt op. Zachtjes prevelt u wat. Nooit meer, nooit meer, nooit meer…
File Under: Bitterkoud
Grampall Jookabox - Ropechain
Hoe beroemd zou Grampall Jookbax zijn als ie in Brooklyn had gewoond? Weg met die hippe knuppels van Dear Science, allemaal aan de kant voor deze eenmansband alias wannabe neger, die met Ropechain een minstens zo origineel staaltje genrebending weggeeft. Hiphop, rock, folk, het komt allemaal voorbij. Alsof een al even maf genie als Cody ChesnuTT zich aan een Tom Waits-coverplaat waagt. Toch, de trouwe indieconnaisseur weet dat ondergetekende het niet in het jaarlijstje had staan. Dat kunnen we afschuiven op te laat in 't vorige jaar verschenen, maar dat zou te makkelijk zijn. Opener "Black Girls" beukt toch een heerlijke reverse-groove? Het minimalistische "Ghost" is onwaarschijnlijk catchy, bedenkend dat het bestaat uit wat minimalistische synths en een heliumstemmetje. 'What does a ghost mean to a christian man like me?'. Verbazingwekkend aandoenlijk. De zakdoeken kunnen er helemaal bij in "I Will Save Young Michael". Inderdaad een nummer over de gewezen koning van pop. De beste ode die de man ooit kreeg. Ga weer dansen en de mensen zullen gelukkig zijn. Heerlijk hypnotiserende gitaren ook en dat zes minuten lang. Daaromheen is de sfeer echter wat melig. "This Girl Ain't Preggers", bijvoorbeeld, een nummer dat speelt met de dubbele betekenis van 'baby' (en mogelijk ook een ode aan zwangere vrouwen is). Die meligheid is niet alleen tekstueel aanwezig, het zit ook in de muziek. Ik las dat Grampall Jookabox Ropechain in een week in z'n keldertje in elkaar heeft gezet. Ik vermoed met behulp van een hoop drank, paddestoelen en wiet. En gas uit ballonnen natuurlijk. Inhaleren, "Ghost" zingen en dan een lachkick. Zo'n plaat is 't.
File Under: Wazig goede shit man
File Audio: [Grampall-Space]
Unwed Sailor - Little Wars
Ondertussen loop ik al bijna anderhalve maand achter mezelf aan te hollen. Een nieuwe baan, dat was mijn eigen keuze natuurlijk, maar dat gebroken been van mevrouw Storm, dat stond duidelijk niet in de planning. En voorlopig lijkt er nog geen einde te komen aan de ellende. Het maakt mijn muziekkeuze nogal grillig de afgelopen weken, maar het is grofweg in te delen in snoeihard (sinds mijn tienerjaren niet meer zoveel Sepultura gedraaid bijvoorbeeld) of heel mellow (leve de Autistic Daughters, Tupolevs en Goldmunds van deze wereld). Ik merk dat ik vooral met luisteren naar zang moeite heb. Daar kan ik me slecht op concentreren op de een of andere manier. Wat dat betreft komt het goed uit dat Little Wars van Unwed Sailor een instrumentaal album is. Geen moeilijk album ook. Het is vooral relatief gemakkelijk in het oor liggende, voortkabbelende, maar smaakvolle post-rock dat deze band met als spil en constante factor Johnathon Ford laten horen op deze cd. Laat je wat dat betreft niet misleiden door het openingsnummer "Copper Islands" dat nogal een energieke aftrap is. Al snel daarna wordt Little Wars een prettig meanderende rivier waarin ik het fijn vind mijn gedachten de loop te laten gaan zodat mijn hoofd verlost is van al het rondsuizende.
File Under: The Garden
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Copper Islands][Concert op Fabchannel]
Wire - Object 47
Het derde album van Wire heette 154. Dat nummer verwijst naar het aantal optredens dat de band tot dan toe gegeven had. Hun nieuwe cd, die dertig jaar na hun debuutplaat verschijnt, heeft als titel Object 47, en is inderdaad het 47e 'object' dat ze ooit uitgebracht hebben. Toch is het pas hun elfde volledige album en het eerste sinds bijna zes jaar. Daarom ook is het zo vreemd om te merken hoe inspiratieloos Object 47 is, en dat niet alleen omdat we slechts 35 minuten aan muziek voorgeschoteld krijgen. Opener "One of Us" bijvoorbeeld is op zich niet slecht, maar wordt aan het einde zomaar ineens, bij gebrek aan een echt goed einde waarschijnlijk, weggedraaid. Van de voormalige post-punkband is sowieso niet heel veel over: er zijn bijvoorbeeld invloeden uit de triphop bij gekomen ("Circumspect", "All Fours" en "Hard Currency", waarvan het begin erg lijkt op Massive Attack's "Safe From Harm"). Absoluut dieptepunt is "Patient Flees", met als refrein een saaie opsomming van op elkaar rijmende woorden verpakt in een nog saaier muzikaal en vocaal jasje. Het is een aardig idee van Wire om te willen vernieuwen, en ze doen dat bij vlagen nog niet eens zo heel erg slecht, maar de noodzaak is verdwenen en misschien moeten ze de conclusie trekken dat ze te lang zijn doorgegaan. Over het hoogtepunt heen. Toch jammer.
File Under: Ouwe lullen moeten weg
File Audio: [ MySpace]
File Video: [One Of Us]
Europe - Almost Unplugged
Wanneer ik "Love to love" aangekondigd hoor worden over de speakers in m'n auto, veer ik blij op. Jottem, UFO met Michael Schenker! Maar iets klopt er niet. Het is niet de versie van Strangers In The Night die ik had verwacht. Sterker nog, dit is een heel andere zanger. Geen Phil Mogg, geen Gary Barden, maar wie dan wel? Ik haal de iPod van de auto-aansluiting af en bekijk de bandnaam. Hè? Europe? Europe!? Jup, en allesbehalve slecht ook. Dat geldt trouwens ook voor de covers van Wish You Were Here (Pink Floyd), Since I've Been Lovin' You (Led Zeppelin) en Suicide (Thin Lizzy). En misschien nog wel de grootste verrassing is de versie van "The Final Countdown", de doorbraaksong die hen destijds niet de verlangde rockstatus, maar die van een popbandje opleverde. Jarenlang weigerden ze daarom deze song live te spelen, maar hier staat hij er plots weer bij. De versie die Europe hier te berde brengt is in niets de bombast van het origineel. De toetsenriedel die het zo'n herkenbaar nummer maakt, wordt hier bescheiden door één enkele viool (!) vertolkt. Gelukkig wordt een tranentrekker als "Carrie"achterwege gelaten en staan er juist wel de spannende songs op, zoals "Devil Sings The Blues" van het Secret Society-album. Almost Unplugged is de opname van een concert voor de Zweedse televisie, waarbij Europe werd ondersteund door een strijkkwartet. Unplugged mag dan al twintig jaar niet meer in zijn en Europe evenmin, op dit album is niets aan te merken. Subtiele ballads, lekkere rockers en puike covers maken dit een album dat laat zien dat Europe meer is dan dat popbandje van destijds. Veel meer.
File Under: Kwaliteit gaat boven mode
File Video: [The Final Countdown] [Wish You Were Here] [Hero]
Neimo - Moderne Incidental
Toen ik in december door de straten van Parijs liep, had ik bijna gezworen dat de nieuwe van Franz Ferdinand al was uitgelekt. De klanken die middels een muziekwinkel tot mijn oren kwamen waren echter niet afkomstig van het Schotse viertal maar van het in Parijs residerende Neimo. Nu een maand later ligt hun debuut Moderne Incidental voor mijn neus en ik ben overenthousiast. Op plaat combineert namelijk dit Franse collectief het beste wat de Britse popmuziek de laatste jaren heeft voortgebracht. Denk daarbij aan het springerige van Arctic Monkeys en eerder genoemde Franz Ferdinand, hier en daar overgoten met een electrosausje. Dat men verder kijkt dan het nabije verleden is ook goed terug te horen in de wat rustigere nummers. "Peter And The Wolf" is zo'n liedje dat zo uit de koker van Morrissey had kunnen komen ten tijde van The Smiths. En op de een of andere manier doet "Diamond Lane" denken aan een liedje van The Police. Zelf noemen ze The Jam, Blondie en The Strokes als een van hun belangrijkste invloeden. Een minpintje: De zang van Bruno Dallesandro leunt wel een beetje op het geluid en frasering van Alex Turner, maar er is dan in ieder geval geen enkel spoortje van een Frans accent te horen (als ik iets niet kan verdragen is het een Frans/Engels accent). Met alle Franse electro die de laatste jaren Nederland heeft bereikt is Neimo in ieder geval een leuk alternatief gitaargeluid. Het schijnt dat Engeland al overstag is en wellicht zal Nederland na hun optreden op Eurosonic/Noorderslag snel volgen.
File Under: Fransen met een Brits geluid
File Audio: Chansons de Neimo
File Video: Johnny Five
Beyoncé - I Am...Sasha Fierce
Laatst vroeg iemand waarom we op File Under eigenlijk zelden of nooit aandacht besteden aan R&B. Mijn antwoord was simpel: omdat ik er meestal geen reet aan vind en dat geldt volgens mij voor het gros van de crew hier. Zeker als er gekwijld wordt in ballades dan krijg ik op plekken jeuk waar ik dat helemaal niet wil. Toch zijn er best liedjes die ik te pruimen vind. Neem bijvoorbeeld de nieuwe single van Beyoncé "Single Ladies (Put A Ring On It)". Ik kan moeilijk ontkennen dat dat een retecatchy opzwepend liedje is. Het is zo'n song die me dan toch uitnodigt om eens te luisteren naar haar nieuwste cd I Am...Sasha Fierce. Het is een plaat die opgesplitst is in twee delen. Op de eerste cd staan ballades en op de tweede de up-tempo nummers. De openingstracks van beide cd's zijn - vast niet toevallig - de eerste singles. "If I Were A Boy" mag er overigens ook best zijn. Daarin laat Beyoncé horen dat ze echt wel een fraaie stem heeft en dat je die ook echt hoort, zonder gerommel. Minder tevreden ben ik over haar versie van "Ave Maria". Het is zo jammer dat ze dit nummer ook weer pimpen moeten met een beat eronder. Die is echt volstrekt overbodig. Daardoor wil het mij maar niet raken, maar ik gok dat het in een zwarte kerk heel wat emoties los kan maken. Het is jammer dat een artiest die echt gespitst is op details niet het lef heeft om te kiezen voor een echt kale uitvoering. Daarvan zou de impact veel groter zijn. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Dit zorgt er wel voor dat ik ondanks dat ik hoor dat beide cd's met veel beleid (misschien wel teveel?) gemaakt zijn, na meerdere draaibeurten toch weer kribbig word van al die gladde zoetgevooisdheid. Maar "Single Ladies" blijft natuurlijk wel een kei van een single.
File Under: Diva
File Audio: [Single Ladies][Diva][ MySpace]
File Video: [Single Ladies (Put A Ring On It)][If I Were A Boy" ]
James Yuill - Turning Down Water For Air
Klepperdeklep! Hey, de post! In een soort van Pavlov-reactie veer ik op en stuif ik naar de brievenbus. Eens kijken of er weer zo'n bubbeltjesenveloppe tussen het stapeltje zit dat er zojuist doorheen geschoven werd. Een bubbeltjesenveloppe betekent namelijk meestal verse muziek van File Under. Verse muziek voor het nieuwe jaar. Oké, het begin van mijn eerste recensie voor het nieuwe jaar is weer gemaakt. Een tamelijk flauwe verwijzing naar The Postal Service gevolgd door iets over een Pavlov-reactie, opveren en een bubbeltjesenvelop. Genoeg elementen voor een omschrijving van de folktronica die op het tweede album van de Brit James Yuill te vinden is. Na even op het verkeerde been te zijn gezet door de Drakeiaanse folky opener "You Always Do" veer ik op van de naast eerdergenoemde The Postal Service tevens aan New Order refererende liedjes waar Yuill mij vervolgens op trakteert. Lekker! Bijna net zo verslavend als bubbeltjesplastic. Plop! Plop! Plop! Enzovoorts. Daar zit 'm dus ook meteen het probleem van dit album in. Tegen het einde glipt de spanning er tussenuit en gaat het allemaal een beetje vervelen. Dat is erg jammer, want de eerste helft van Turning Down Water For Air toont aan dat Yuill - hoe spreek je dat eigenlijk uit? Djoe-iel of djuul ? - tot mooie dingen in staat is. Het maakt hem in ieder geval een naam voor de shortlist met uit te checken namen op Eurosonic.
File Under: Plop! Plop! Plop!
File Audio: [Op z'n Myspace]
OTR - Mamonama
Nadat ik de afgelopen weken een paar zeer middelmatige cd's mocht bespreken (en ik noem geen namen, platenmaatschappij Frontiers) begon ik met de nodige argwaan aan het beluisteren van Mamonama, het debuut van het half-Engelse half-Braziliaanse OTR (On The Rocks). De wel erg knullige hoes en de niet echt aan mij bestede bandnaam deden het ergste vermoeden. Maar werkelijk vanaf de eerste noten sloeg dat gevoel om in verwondering. Het bestaat dus nog: muziek die prikkelt, verbaast en ontroert. En ook nog eens lekker energiek klinkt zonder opdringerig over te komen. Mamonama is in eerste instantie een mix van pop en rock. Wat het bijzonder maakt, en wat mij betreft onweerstaanbaar, is ten eerste de productie en ten tweede de arrangementen. Die productie is sober en helder: van galm hebben de heren nog nooit gehoord (op een enkele kleine uitglijder na), alles klinkt lekker ruw en dichtbij, en de instrumenten zijn prima van elkaar te onderscheiden. Meer een beeldentuin van klanken dan een muur van geluid, zeg maar. De arrangementen zijn briljant, en na veel nadenken ben ik tot de conclusie gekomen dat dit komt omdat OTR de dapperheid heeft getoond buiten het vaste rock-idioom te denken. Dus naast elektrisch geweld wordt ook de akoestische gitaar met regelmaat en zeer creatief ingezet. De meerstemmige zang klinkt nog het meest als barbershop singing, de toetspartijen worden lekker koppig op een Hammond-orgel gespeeld, en u hoeft ook niet te schrikken als er plots een flamenco-achtige gitaar voorbij komt. Is de muziek hierdoor minder krachtig of stoer geworden? Integendeel! Mamonama is één van de stoerste platen die ik de afgelopen tijd gehoord heb. Juist omdat OTR het aandurft er niet de nadruk op te leggen. Kortom: muziek voor échte mannen!
File Under: Als je dan tóch stoer wilt doen, doe het dan zo!
File Audio: [Twee tracks op de officiele site]
Die!Die!Die! - Promises
Zoals bij alle vormen van alternatieve muziek kom je op de gekste plaatsen punkrockbands tegen. Deze week heb ik de eer de tweede full-length van Die!Die!Die! te mogen bespreken, een bandje uit Nieuw-Zeeland. In mijn hele leven heb ik volgens mij maar een keer eerder een band gehoord uit dat werelddeel namelijk Shihad, ergens halverwege de jaren 90 moet dat zijn geweest (of zie ik nu misschien andere belangrijke Nieuw-Zeelandse bands over het hoofd?). Muzikaal gesproken was dat alternatieve nineties rock, Die!Die!Die! is echter andere koek en gooit het over de postpunkboeg, waarbij ik meteen moet denken aan bands als Wire (ten tijde van hun eerste drie platen), Q And Not U en Les Savy Fav. Het jonge trio valt meteen met de deur in huis met de opener "Blinding" en stuitert vervolgens op alle mogelijke ritmische manieren door de rest van de plaat heen. Subtiliteit is af en toe ver te zoeken, maar de songs worden met zoveel enthousiasme gespeeld dat ik ze dat ruim vergeef. "A.T.T.I.T.U.D!" spel-schreeuwen ze in de gelijknamige song en attitude heeft dit bandje absoluut. Postpunk gespeeld met enorme bravoure, zo mag ik dat graag horen. Voor de postpunkliefhebber die iets verder kijkt dan zijn neus lang is, is dit weer een zeer fijn plaatje om in te duiken.
File Under: Stuiterende postpunk
File MySpace: [DDD-Space]
Hundred Year Flood - Poison
Soms luister ik wel eens een tijdje naar een plaat en kom ik maar niet op de naam van de band waar het me aan doet denken. Terwijl dat dan best een voor de hand liggende, bekende naam kan zijn. In het geval van Hundred Year Flood was het de zang van Felicia Ford. Natuurlijk! Fleetwood Mac, dat was het! Ik kon mezelf wel voor de kop vallen dat dat kwartje zo laat viel. Helemaal omdat de band qua muziek bij vlagen ook wel wat aan deze band doet denken. Maar dat ik er niet gelijk op kwam komt waarschijnlijk omdat Hundred Year Flood een stuk dieper in de roots gedrenkt is. Meer dan eens doen ze me wat dat betreft ook aan Tom Petty & The Heartbreakers denken in hun beginjaren. Poison is overigens al hun vijfde cd. Hiervoor heeft het kwartet de productionele hulp ingeroepen van Andy Kravitz, een ervaren man die onder meer werkte voor Juliana Hatfield en Joan Osborne. Hij heeft de plaat voorzien van een 'groot' geluid, maar heeft gelukkig de rauwe randjes van de rootsrock van de twee echtparen er niet teveel vanaf geschaafd. Dat schaven kan in een wat rustiger nummer als "Truly" prima, maar in de een meer uptempo nummer als het titelnummer of "Hell or High Water" heeft Kravitz dat gelukkig achterwege gelaten. In die tweede blijft het gitaargeluid lekker vals en krijgt bovendien bijval van prima erbij kleurende mondharmonica van Taj Mahal.
File Under: Relatief luchtige rootsrock die prima in balans is.
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Poison]
HR - Hey Wella
Hoewel de rastafari's van Bad Brains in 2007 nog in de Amsterdamse Paradiso stonden, is de frontman momenteel bezig met een ander avontuur. Zanger Paul D. Hudson bracht als H.R. (Human Rights) vroeger al veel uit, maar heeft na een stilte van acht jaar het roer weer opgepakt. Zijn album Hey Wella ligt namelijk momenteel in de winkels. De Engelsman heeft vooral een veelzijdig album op de markt gebracht. Het knalt er hard in met het felle titelnummer, maar brengt hierna vooral erg lay down reggae. Opvallend is dat de dertig minuten wordt afgesloten met opnieuw het titelnummer, nu echter niet hard en fel, maar in een speciaal jazzjasje. Waardoor het eigenlijk veel meer aansluit bij de andere nummers op het album. Het is totaal geen schande dat de 53-jarige een stapje terug wilt zetten. Helaas schept het wel de verkeerde verwachtingen van een zanger uit Bad Brains - wat door veel wordt gezien als de grondlegger van het hardcore-genre. Ook is te merken dat hij zich nog te veel op de standaarden van vroeger richt en niet echt nieuwe dingen durft te ondernemen. Dat is erg jammer, want nu is het vooral zoeken naar de leuke nummers op dit nieuwe schijfje en om die te vinden kost helaas meer moeite dan ik gehoopt.
File Under: Na acht jaar werd het weer eens tijd
File Audio: [ MySpace]
Autorace - Autorace
Stel: je zit in een bandje en dat bandje gaat al ongeveer vijftien jaar mee. Het debuut mocht je op een Amerikaans label uitbrengen, maar inmiddels ben je 'afgedaald' tot een eigen label. Alle zalen van Nederland die interesse zouden kunnen hebben voor de niet al te makkelijk behapbare lo-fi liedjes heb je wel gehad en bij de naam van je band wordt alleen nog maar verzucht "bestaan die nog?" Ondertussen stel je muzikaal echter nog steeds wat voor en eigenlijk zitten je platen beter en beter in elkaar. Wat doe je dan? Nou, dan begin je opnieuw. Zo dacht althans deze band uit Arnhem / Nijmegen erover. Hoe de naam was moet je zelf maar achterhalen, want als je hun muziek kent dan herken je het geluid meteen. De band gaat met Autorace door waar ze mee gestopt waren en dat is eigenwijze liedjes maken die bol staan van de ideeën. Opvallend is dat de bassiste nu ook mag zingen en dat geeft een fijne Maureen Tucker-link aan het geluid. De keyboardman die bij de oude band nog op het album meespeelde lijkt definitief vertrokken, maar dit weet Autorace prima op te vangen. Ik hoor althans een vet rammelend orgeltje op mijn favoriet "Really really really". Oh ja, de drie heren en dame hebben weer een Amerikaans label gevonden via een bevriende band. Het avontuur kan opnieuw beginnen.
File Under: Wroom naar start en opnieuw scheuren door lo-fi land
File Audio: [ MySpace]
Canon Freecording
Wij zijn hier op File Under goed met foto's. Aan filmpjes hebben we ons tot nu toe nog niet gewaagd, maar het lijkt me wel geinig omdat daar ook eens wat mee te experimenteren. Zo duur is zo'n digitale camera tegenwoordig niet meer. Ik gok dat dan best hoge ogen zouden gooien bij het initiatief dat Canon genomen heeft op Flickr. Freecording noemen ze het.
De bedoeling is dat je je eigen korte filmpjes van maximaal negentig seconden daar plaatst. Je bent helemaal vrij in wat je maakt. Geniaal knutselen door beeldje voor beeldje te filmen terwijl je ondertussen steeds iets manipuleert aan de scene die je schiet, maar ook door het maken van je eigen filmpjes van concerten. Die filmpjes kun je dan plaatsen op de Canon Freecording groep op Flickr en die kan iedereen op Flickr dan bekijken. Er staan al ondertussen al flink wat filmpjes. Kijk er eens rond en wordt geïnspireerd om zelf ook aan de slag te gaan.
Check ook de video:
A Life, A Song, A Cigarette - Black Air
Oostenrijk is geen land met een grote traditie als het gaat om popmuziek. Sterker nog, hoeveel bands van enige importantie komen er uit de Alpen? Ik geef je er eentje: A Life, A Song, A Cigarette. De Sachertorte die dit Weense sextet tot hun tweede plaat heeft gemaakt, bestaat uit een stevige basis van indie, overgoten met flink wat Britpop en geglazuurd met een laag Americana. Zoals je bij een goede Sachertorte een mooie dot slagroom krijgt, zo bestaat het toefje dat Black Air afmaakt uit de productie van ex-Posie Ken Stringfellow. Of het resultaat lekker is? De mannen van de patisserie hebben goed geluisterd naar Ken Stringfellow, maar zijn zichzelf niet vergeten. De eerste hap glijdt gemakkelijk naar binnen (het vrolijke "Babyface"), maar naarmate het album vordert, neemt de zwaarte toe ("Devil"), helemaal wanneer de cello ingezet wordt in titeltrack "Black Air". Afsluiter "Fever" is dan weer een intiem, maar theatraal getoonzet liedje. Daar tussendoor krijgen we een handvol mooie tracks van een sextet dat bewijst dat Wenen meer te bieden heeft dan flauwe walsen (en een lekkere taart). Geen idee of Black Air net zo lang houdbaar is als Sachertorte, maar voorlopig smaakt 'ie prima.
File Under: Weense indie
File Audio: [ MySpace]
Universe 217 - Universe 217
Er was een tijd dat ik de albums van My Dying Bride echt bizar veel draaide. Dat was zo rond hun releases begin jaren negentig. Ik had niet verwacht nog eens een evenknie te horen van die geweldige eerste drie albums van deze Engelse treurwilgen. Tegelijkertijd draaide ik ook veel Last Crack's tweede cd Burning Time, een zwaar onderschat avontuurlijk metalalbum. Tot mijn verrassing hoorde ik nu uit onverwachte hoek een album dat de ideale mix van die twee bands is. Universe 217 komt namelijk niet uit een mistroostige Engelse industriestad of een Amerikaanse verlaten stad, maar uit Griekenland. Wat de band laat horen op hun titelloze debuut-cd ligt namelijk behoorlijk in de lijn van Last Crack en My Dying Bride, maar dan wel met in de achterzak alle ontwikkelingen aan stijlen die de metal de afgelopen vijftien jaar doorgemaakt heeft. Maar er is nog een klein iets dat een heel groot verschil maakt. Achter de microfoon staat namelijk Tania. En zij is zonder twijfel een van de sterkste zangeressen die ik afgelopen jaren in de metal langs heb horen komen. Ze is geen allesverwoestende blafkat, geen irriterende sirene à la Sharon Den Adel, geen poging tot het zijn van een Anneke de Tweede, nee, zij is een alle stormen weerstaande rots in de branding. En dat is nodig ook, want dat de drie heren die om haar heen staan te musiceren, haar het leven gemakkelijk maken is alles behalve waar. In hun muziek zit een continue dreiging van onheil en dat maakt deze debuut-cd van begin tot eind extreem boeiend.
File Under: 1994 was zelden zo dichtbij (en goed)
File Audio: [ MySpace]
File Video: [In Your Head][I Don't Give A Damn]
Wilderness - (k)no(w)here
De eerste drie minuten van opener "High Nero" klinken als Mogwai, totdat een oerschreeuw van zanger James Johnson duidelijk maakt dat je niet hoeft te rekenen op een aantal prettig in het gehoor liggende gitaarsoundscapes. De theatrale kreten van brulaap Johnson zullen bij veel mensen meteen een run naar de Eject-, Next- of zelfs Delete-knop ontketenen. Bij mij eerlijk gezegd in eerste instantie ook. Als een soort kruising tussen de Virgin Prunes, PiL en Bauhaus wekt Wilderness op (k)no(w)here een duidelijk jaren tachtig sfeertje op, maar toch is er veel meer aan de hand dan muzikale nostalgie. De acht nummers lopen vrijwel ongemerkt in elkaar over en de plaat is eigenlijk één lange, duistere uitbarsting van wanhopige woede. De zanger zou bij een vroege voorronde van Idols al weggejaagd worden, de website van de band is een navigatiedrama, de hoes is een raar knipselwerkje en de titel van de plaat en de namen van de tracks zijn vergezocht en arty-farty. Toch intrigeert (k)no(w)here. Zelden een album gehoord dat op papier zo alle schijn tegen heeft maar door de speakers van de eerste tot de laatste minuut uitdaagt en verplettert.
File Under: Wanhopige woede
File Audio: [ MySpace]
File Video: [YouTube]
Seven Steps To The Green Door - Step In 2 My World
Krijg je een keer wat je wilt, is het weer niet goed! Want wat heb ik al vaak geklaagd op deze site dat ik afwisseling en avontuur miste in een bepaalde cd. Nou, bij Step in 2 my World van de Duitse progressieve cross-over band Seven Steps to the Green Door is dat écht niet aan de orde. Het zevenkoppige gezelschap met maar liefst drie (!) vocalisten en, heel bijzonder, een bespeler van vele soorten blaasinstrumenten laat vrijwel elk modern genre horen op hun tweede cd. Symfo, jazz, pop, rock, funk, rap, folk, het is hier allemaal te horen en het is vrijwel allemaal van erg hoog niveau. Maar zoals ik ook al eerder schreef: muziek die uit meerdere vaatjes tapt blijft vaak overal tussenin hangen en is dan weinig van alles. En het moet gezegd: ook dat argument gaat hier niet op, en daar zit gek genoeg meteen mijn probleem met deze muziek. Neem bijvoorbeeld het nummer "Closer". Dat begint als sletterige Disco-kitsch, een beetje als Scissor Sisters, compleet met teksten als "shake your booty, put your finger in the…" ach vul zelf maar in. Vervolgens blijkt het refrein pure pop te zijn, komt er opeens een geweldige jazz-improvisatie op klarinet, en eindigt het tenslotte in de hoek van progressieve rock. En nee, het zweeft niet overal tussenin, het is ook geen aaneenschakeling van losse elementen, het is écht alles tegelijk. Dat heeft er bij mij na vele luisterbeurten voor gezorgd dat ik nog steeds niet weet waar ik als luisteraar mijn aandacht op moet richten. 'Less is more, so more is most', zullen de bandleden gedacht hebben, maar ik word er vooral erg moe van, hoe mooi ik het ook vind. Dat gebrek aan eenheid in de muziek wordt nog eens benadrukt door het gebrek aan samenhang in de zangpartijen. De zangeres zingt erg mooi, helder en krachtig, vervolgens hoor je een zanger die daar in niets op lijkt, en meer functioneel dan echt mooi of spannend zingt, om vervolgens onaangenaam verrast te worden door… ach, hoe zeg je dat netjes… nou ja, als je écht niet meer in staat bent om muzikaal nog iets toe te voegen, dan ga je met een elektronisch vervormde stem stoere teksten door je muziek heen rappen. Dat is toch al nooit een toonbeeld van creatief stemgebruik geweest, als je het mij vraagt. En het is op deze momenten dat een van de beste cd's van het jaar afzakt tot een overgeproduceerde diarree van stijlen waarin met alle geweld elk genre van de afgelopen eeuw verwerkt moest worden. Overkill heet dat geloof ik…
File Under: Hoe meer hoe beter? Ik dacht het niet...
File Audio: [Fragmenten op MySpace]
Sammy Hagar - Cosmic Universal Fashion
De songs op Sammy Hagars nieuwe album Cosmic Universal Fashion stammen niet alleen uit verschillende jaren, ze lijken ook geruime tijd van elkaar opgenomen te zijn. Opener "Cosmic Universal Fashion" - naar verluidt online geschreven met een Iraakse fan - begint met een ZZ Toppiaans electronisch aangedreven riff en blijft een stevig electronisch fundament houden. Bij "Psycho Vertigo" is de electronica weg en blijft er een stevig volgepompte slow blues met extra testosteron over die zo uit Van Halen's For Unlawful Carnal Knowledge-sessies zou kunnen stammen. Maar nee, het is een song die hij zelfs al vóór die tijd schreef met Journey's Neal Schon. Het geluid van de volgende tracks wijkt ineens flink af: de eerste twee songs klinken aanzienlijk voller maar tegelijkertijd minder dynamisch dan de rest. Het hoesje vermeldt nog 'Not Final Audio', dus het kan in de definitieve versie verbeterd zijn - of als Hagar met dit materiaal een Metallicaatje doet kan het qua geluid alsnog een volslagen wangedrocht geworden zijn tegen de tijd dat het in de winkel ligt. Ook in de rest van de songs is het testosteron ruimschoots aanwezig. Hagar wil - buiten zijn succesvolle zakelijke projecten - niet volwassen worden en dat is aan de titels én aan de muziek goed te horen. Die muziek mag er overigens wel zijn. Van Soundgarden-achtig ("Peephole", weer een song met Schon) tot een ouderwetse New Orleans-countryblues met zang van de componist, John Eddie, het komt allemaal langs. De gitaar en vooral de stem van Hagar zorgen dat het herkenbaar blijft. Alleen de cover van "Fight For Your Right To Party" is nogal overbodig. De versie is in deze uitvoering net zo'n puberanthem als het origineel. Het origineel is leuk omdat het het origineel was en de heren Beasties zelf nog pubers. Hier is het gewoon niet zo'n best nummer. Het minste van dit album, wat mij betreft. Cosmic Universal Fashion is geen onmisbare klassieker in het oeuvre van Hagar, daarvoor is het teveel een allegaartje, maar tegelijkertijd zal elke hardrocker de pret herkennen en voelen.
File Under: Zakenman gaat feestelijk uit de bol
File Video: [Cosmic Universal Fashion (Quicktime)] [Cosmic Universal Fashion (alternate edit)] [Psycho Vertigo (live)]
Tupolev / Autistic Daughters
Ik was eigenlijk best blij dat ik mijn jaarlijstje voor de Oor al ergens begin november in moest leveren. Hoefde ik daar mooi niet meer over te piekeren. Dacht ik. Ondertussen knaagt het toch stiekem, want nu struikelde ik in de laatste weken van het jaar toch mooi weer over twee platen die al wat langer uit zijn en het absoluut ook tot de groslijst hadden kunnen schoppen waaruit ik mijn uiteindelijke keuze maakte. Het bijzondere aan de albums van Tupolev en Autistic Daughters is dat ze allebei in het verlengde liggen van de laatste twee albums van Talk Talk. En van die band draai ik in de herfst en winter graag muziek. Dus misschien is dat wel de reden dat ik pas toen het weer guurder werd deze muziek op het spoor kwam?
Tupolev komt uit Oostenrijk en Memories of Björn Bolssen is hun eerste cd, die al sinds mei uit schijnt te zijn. Hun muziek is vrijwel instrumentaal (alleen in "Nothing's Gonna Happen" worden een paar woorden gezongen), maar de zang mis ik geen moment. Daarvoor is het samenspel van Peter Holy (piano), Alexandre Vatagin (bas en cello), Lukas Scholler (elektronische snuisterijen) en Paul Mohavdi (drums en gitaar) veel te boeiend. Ik vraag me al luisterend naar hun jazzy nachtclub post-rock dan ook af wie die Björn Bolssen dan wel niet geweest is die deze Oostenrijkers tot deze prachtige plaat geleid heeft. Al googlend en wikipediaënd kom ik namelijk nergens uit. De negen songs, die stuk voor stuk een melancholische inborst hebben, geven met rare titels als "rnd2", "8.83", "reaset" ook weinig houvast en zelfs een naam als "mohavedi" eindigt nergens bij een zoekopdracht. Ergens is dat wel mooi, zo'n instrumentaal album dat in nevelen gehuld blijft, maar door het veelvuldige luisteren wil ik ondertussen toch van de hoed en de rand weten.
Van het bestaan van het Nieuw-Zeelandse Autistic Daughters wist ik al af. Sterker nog, de debuut-cd van Dean Roberts en zijn kompanen schopte het in 2004 net niet tot mijn jaarlijst. Maar dat kwam óók al doordat ik de cd pas diep in de koude decembermaand van dat jaar onder ogen kreeg. Dat kan bijna geen toeval meer zijn zou je zeggen hè? De muziek van deze kiwi's heeft minder dan die van Tupolev een nachtclubsluier over zich, maar zoekt het net als hen in gedragen atmosferische geluidsschetsen en drijft óók op de zang van Roberts. Die zingt gedragen verhalend. Zijn stem is een kruising tussen No-Man's Tim Bowness en David Sylvian, maar kan ook grimmig worden waar nodig. Elk nummer op Uneasy Flowers heeft wel iets beklemmends in zich of een rauwe rafel die intrigeert. Het dichtst naderen ze Talk Talk nog in het titelnummer, dat in de basis óók melancholisch is maar door de manier waarop drummer Martin Brandlmayr zijn snaredrum harde hoeken verkoopt en de gitaren van Roberts grillig aangeslagen worden door merg en been gaat. Ook de weemoed van het op het titelnummer volgende "Liquid And Starch" is prachtig.
File Under: jazzy nachtclub post-rock
File Audio: [ MySpace]
File: Autistic Daughters - Uneasy Flowers
File Under: post-Talk Talk
File Audio: [ MySpace]
Asian Dub Foundation - Punkara
De Engelse formatie Asian Dub Foundation bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar zijn er veel bandleden bijgekomen en minstens zoveel weggegaan. Het collectief heeft een nieuw album uitgebracht onder de naam Punkara, waar zanger
Al Rumjen voor het eerst op te horen is. Als de eerste klanken door de speakers klinken, hoor ik gelijk Afrikaanse invloeden. Een breed scala aan instrumenten volgt in de loop van het album, iets waar de band om bekend staat. Dub, reggae, breakbeat en zelfs wat rock passeert tijdens tracks als "Burning Fence" en "Ease Up Caesar". Mijn ervaring leert dat het voor artiesten meestal moeilijk is om een cd langer dan de eerste helft aantrekkelijk te houden. Ik moet zeggen dat het Asian Dub Foundation gemakkelijk afgaat, want ook het Oosterse "Altered Statesmen" is een aanwinst. Afrikaanse muziek barst meestal van het getrommel, zoals de meeste tracks op dit album, echter "Bride Of Punkara" spant de kroon. Als klap op de vuurpijl heeft punklegende Iggy Pop zijn medewerking verleend door "No Fun" te onderwerpen aan een metamorfose. Zoals bij veel covers/remixen denk ik nu ook weer dat je iets wat al goed is niet moet veranderen. Ondanks dit laatste minpunt is Punkara best een aardige plaat geworden. Verwacht geen nieuwe dingen van Asian Dub Foundation, want wat ze deden dat doen ze nog steeds, alleen met een andere zanger. Een lekkere middenmoter in zijn genre, maar meer dan dat ook niet.
File Under: Nieuwe zanger Asian Dub Foundation doet het goed
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Burning Fence]
De Staat - Wait For Evolution
Nu de kerstboom weer afgetuigd is, het vuurwerk weer uitgeknald en weggeschoten is en we van die stomme jaaroverzichten af zijn, ligt er weer een vers jaar voor ons. Ik ben benieuwd wat dit muzikaal oplevert. De eerste fysieke 2009-cd die ik beluister is van De Staat uit Nijmegen met de titel Wait For Evolution. Eigenlijk had dit album er in 2008 al kunnen zijn, maar Excelsior vond het kennelijk nodig om de plaat nog een half jaar te laten liggen. Nu kan me dat normaliter niet zo heel veel schelen, maar als je de vijf mannen van De Staat wel eens op hebt zien treden dan weet je wat een energie erachter schuil gaat en wat een geweldige band het is. Kijk, dan wil ik daar thuis ook graag van genieten. Ik was echter op het verkeerde been gezet, want De Staat op cd is voornamelijk een soloproject van Torre Florim. Hij schrijft, neemt op, produceert en speelt het nog zelf in ook. Niet dat het teleurstelt. Nee, het is echt ongelooflijk dat je er dan toch nog zo'n geweldig geluid uit weet te persen. Hier en daar kreeg hij nog wel wat hulp, zoals van Fuck The Writer, Wout Kemkens (The Bloody Honkies) en Jop van Summeren (uit de band De Staat). Het meest bijzondere van De Staat vind ik wel dat het zo origineel is. Alsof de indianen een behoorlijk uptempo dans doen rond de totempaal waar alles met slechte smaak aan vastgenageld is en uiteindelijk gescalpeerd wordt om nooit meer terug te keren. Dat gaat nog wat worden met 2009.
File Under: De Staat regeert
File Audio: [ MySpace]
File Video: [The Fantastic Journey Of The Underground Man][Live @3voor12: Habibi]
Ezra Jacobs / Bas van Huizen / Puin + Hoop
Driemaal Nederlandse avantgarde. Ezra Jacobs studeert nog aan het instituut voor sonologie, en dan weet je al een beetje in welke richting je moet denken: serieuze geluidsexperimenten, ruis, electro-akoestiek. Zo abstract als muziek maar zijn kan. Moeilijk spul dus hier Diffusiedrang, ook al omdat er nagenoeg geen sprake is van melodie. Nee, Jacobs lijkt geluiden uit de ether op te vangen, om die vervolgens te bedelven onder dikke lagen ruis, storing en andersoortige dronegeluiden. Niet echt heel dynamisch wat betreft volume (want veelal bepaald niet zacht), ook niet echt mooi te noemen, maar wel behoorlijk fascinerend. Vooral cerebraal gezien dan, want gevoelsmatig is het moeilijk aan te sluiten bij de sonische exploraties van Jacobs. Toch is het erg prettig laagjes afpellen in de geluidsbrei.
Bas van Huizen blijft op Anachronistenmist op ietwat bekender terrein, want hij houdt wat meer van melodie en compositie. Op Last.FM staan referenties als Xela, Tim Hecker en Fennesz; niet de minsten, maar in het geval van Van Huizen niet onterecht. Sterker nog, Van Huizen doet niet onder voor Xela of Hecker (Fennesz blijft natuurlijk nog even onbereikbaar) als het op composities aankomt; al loopt hij qua originaliteit uiteraard niet voorop, want glitch en overslaande cd-spelers kennen we al uit de jaren Oval. Niettemin staan de technieken en geluiden geheel in dienst van melodie en sfeer, een sfeer die meestal droef en melancholiek is en dus goed aansluit bij de voorkeur van uw recensent. Fantastisch mooie plaat, dit Anachronistenmist, een plaat die meer aandacht verdient dan hij krijgt. Verplichte kost voor liefhebbers van bovengenoemde namen, maar ook van Stars of the Lid, William Basinski, Machinefabriek, Labradford en Pan*American.
Van Puin + Hoop waren we vorig jaar al flink onder de indruk met hun eigenwijze vorm van improv en drones, en ook nu weer op het prachtig getitelde Waarschoonlijk gaan we weer plat. Terwijl het nu toch andere muziek betreft dan die eerdere releases: voorheen vrije improv waarbij de leden elkaar niet eens hoorden (en dan toch mooi kunnen dronen, ik geef het je te doen), nu meer gestructureerd en gedisciplineerd. Weliswaar nog steeds ingehouden, maar duidelijk songgerichter. Een riff wordt herhaald en herhaald, er komen geluiden bij, er gaan geluiden af, en ondertussen word je steeds verder erin gezogen en kom je er uiteindelijk achter dat je de ruimte aan het verkennen bent liggend tussen het lange gras in een appelboomgaard; dat gevoel. Op het laatst van de 25 minuten durende compositie komen er zelfs drums en piano voorbij en lijkt het bijna een soort space-post-rock te worden waarbij de naam Yume Bitsu maar niet uit mijn hoofd wil gaan. Indrukwekkend staaltje.
File Under: Cerebrale electro-akoestiek
File: Bas van Huizen - Anachronistenmist
File Under: Juweel die meer aandacht verdient
File: Puin + Hoop - Waarschoonlijk
File Under: Even mooi en origineel als de titel
Week 1, 2009
Storm
The Tragically Hip - At The Hundredth Meridian
Bas
Bas van Huizen - Anachronistenmist
Ewie
Autorace - Autorace
Ludo
The Advisory Circle - Other Channels
Gr.R.
The Tragically Hip - At The Hundredth Meridian
Sjaak
Miwon - From A To B
Joice
Annie Lennox @ Jools' Hootenanny
André
Jools Hootenanny
Prikkie
ZZ Top - Live In Texas
Sikkema
Woost @ Patronaat
DubbelMono
A Life, A Song, A Cigarette - Black Air
Stonehead
Morrissey - Years of Refusal
Firma Weijland / Project Wildeman / Eyes Inside
Nu gaat het natuurlijk in eerste instantie vooral om de muziek, maar het oog wil ook wat. En ik houd van fraai verpakte cd's. Alles beter dan een cdr in een plastieken of papieren hoesje. Ik koop dan ook geregeld achteraf nog limited edition exemplaren van zo'n cd als die verschijnt of een gewoon exemplaar. Ik vind het wel opmerkelijk dat veel kleine labels of eigen beheer cd's er vaak fraaier uitzien dan cd's van grote releases.
De hoes van de digipack van Firma Weijland's duik! is simpel, maar wel fraai. Net als de de rest van de vormgeving binnenin. Achter de Firma gaan Lucy Legeland en Jack Weijkamp schuil. Zij zingen hun liedjes grotendeels in Achterhoeks dialect, maar hun teksten zijn, helemaal met het boekje in de hand, zeer goed volgbaar. Het liedjes zijn divers van thematiek. Ze variëren van vertellingen over verwonderen over kleine dingen (de smaak van de shampoofles) tot de impact van wereldschokkende gebeurtenissen (Beslan-gijzeling) op een kinderleven. Muzikaal gezien is de Firma niet bang om wat te proberen. Van Balkan-invloeden ("Soh!") tot hoekige De Kift-achtige ritmes ("Nat Heur") tot zwierende jazzy invloeden ("Smaak") en uptempo accordeonjagers, de band weet overal een draai aan te geven. Ik luister zelf net iets liever naar de liedjes die Jack zingt, dan de songs van Lucy. Zijn stem is wat warmer en de hare wat harder en botter. In een tijd dat acts als De Kift en André Manuel eindelijk de waardering krijgen die ze verdienen moet wel plek zijn voor een theatrale act als de Firma Weijland.
Dat fraaie verpakkingen ook nadelen met zich mee kunnen brengen blijkt wel uit de cd die Project Wildeman ons toestuurde. Als ik de vernuftige verpakking opengemaakt heb, blijkt er bij de post duidelijk iets misgegaan te zijn. Er zit een enorme jaap in de cd en deze is volkomen onafspeelbaar geworden. Helaas. Gelukkig is er dan altijd nog zoiets als een MySpace-site waarop drie nummer ("Welvaart van het lichaam", "24-uurs Metronomie" en "Ogen Wijd Open Gesloten") terug te horen zijn. En deze maken me nog iets somberder over het sneuvelen van de cd bij tante Post. De experimentele muziek van dichter/zanger Robin Block en zijn drie begeleiders spreekt mij namelijk zeer aan. De springerige gitaren van Sven Hamerpagt waarover Block voordraagt in "Welvaart Van Het Lichaam" smaakt naar meer. Net als het jachtige "24-uurs Metronomie", dat een beetje een "Ice Ice Baby" ondertoon in zich heeft, die de degens kruist met de Haarlemse vergane glorie van Gotcha! Nog opzwepender is "Ogen Wijd Open Gesloten" dat opgestart wordt door furieus djembé-spel, maar vervolgens terecht komt op een rustige plek in de stad waar Milan Mes even zijn trompet bespeelt maar Block je vervolgens een donkere steeg intrekt. Macaber, maar geslaagd.
De prijs voor de mooiste verpakking van deze drie kleinschalige releases gaat echter naar EyesInside. Deze cd komt in een fraai geringband boekje en is voorzien van prachtig artwork van Kris Kobes. Seven Songs bevat - joh wat een verrassing! - zeven songs van verbazingwekkende hoge kwaliteit. Ik snap niet dat een label als Volkoren, Excelsior, of voor mijn part Subroutine deze band tot nu toe niet opgepikt heeft. Want werkelijk waar, alles klopt aan de sierlijke ingetogen indiepopliedjes van de hand van dit vijftal. De manier waarop de stem van Sergej in de liedjes vermengd met die van bassiste Welmoed is hartverwarmend prachtig. Het is dan ook niet daar dat de band doet denken aan This Beautiful Mess en Brown Feather Sparrow, waarin de samenzang tussen man en vrouw ook zo'n cruciale rol speelt. Maar de band kiest ook geregeld weemoedige kant van At The Close Of Every Day, maar de gracieuze frêle stem van Sergej is dan een welkom lichtpunt. Net als de elektronica waar ze in de laatste paar nummers nadrukkelijk mee flirtern. Grootse release van een band waar wat mij betreft morgen de platenbonzen op de deur mogen kloppen.
File Under: Fijn Achterhoeks.
File: Project Wildeman - Cirkel Der Beschaving
File Under: Jammer dat de cd naar zijn grootje is
File Audio: [ MySpace]
File: EyesInside - Seven Songs
File Under: Have & Hold
File Audio: [ MySpace]
Eagles Of Death Metal - Heart On
Alleen al een blik naar de verschijning van Jesse Huges en elke vader weet dat hij zijn tienerdochter in huis moet houden en vooral ver van Huges vandaan. Als je dan ook nog eens naar de teksten luistert van de liedjes van Eagles Of Death Metal en er was maar vijftig procent van waar, dan weet je het zeker: Eagles Of Death Metal bestaat uit hele vieze mannen. Gelukkig leverde dit ook wat op, namelijk twee prachtplaten met zeer eigen en sterke rauwe liedjes die ergens te plaatsten zijn tussen de rock 'n' roll, stoner, garage en blues. Op het podium zag ik ze tot op heden alleen op Lowlands, maar ik vond de - volgens mij - dronken verschijning beneden alle peil. Het was een beetje over met mijn liefde voor de vieze mannen. Hun derde album Heart On moest het weer goed maken tussen ons. Een bloederig uitziend hoesje leek me een goed signaal. Wat me echter niet opgevallen was, was dat er voor het eerst een foto op de hoes afgebeeld stond. En foto's hebben de neiging om iets perfect weer te geven. Deze lijn blijkt doorgetrokken te zijn in de nummers op Heart On. Plots worden de ritmes belangrijker dan ooit, zijn de riffs en de liedjes minder van kwaliteit en klinkt het alsof er een sneeuwdeken over de plaat ligt. Eerst dacht ik dat het aan de producer lag, maar ook op het derde album was Josh Homme, het andere studiolid, net als op de eerdere albums verantwoordelijk. We hebben kennelijk met een nieuw Eagles Of Death Metal-geluid te maken dat klinkt alsof de snor van Huges teruggebracht is tot minimale proporties en hij je buurman zou kunnen zijn. Vaders, moeders, lezers trap er niet in!
File Under: De snor wordt teveel bijgeknipt
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Wanna Be In LA]
ZZ Top - Live In Texas
Elk jaar rond kerst maken we bij File Under onze jaarlijstjes op. Jaarlijks is er dan echter ook het probleem dat er nog wat recensies moeten verschijnen van albums uit 2008. Het kan dus zomaar gebeuren dat je een album niet in je jaarlijstje hebt staan dat je er achteraf wel in thuis vindt horen. Bij het opmaken van mijn eigen jaarlijstje had ik bijvoorbeeld het live-album van ZZ Top nog klaarliggen, de cd-versie van een dvd die al in juni 2008 verscheen. Ik ben nogal van de live-albums en heb altijd al een zwak gehad voor de heren van ZZ Top, dus een jaarlijstkandidaat was het bij voorbaat. Met de tracklist is alvast niets mis, alle klassiekers staan erop. Sterker nog: er staan alléén klassiekers op. Van "Tush" en "Just Got Paid" tot "Gimme All Your Lovin'" en "Sharp Dressed Man". Tot mijn genoegen zijn er ook amper toetsen of dikke lagen effecten te horen en is het niets dan rauwe blues en boogie waarvan de scherpe kantjes nergens zijn bijgevijld. Anders dan tegenwoordig helaas met de meeste live-albums het geval is, is dit een live-album zoals het hoort te klinken: ongepolijst en barstensvol sfeer. De riffs van Billy Gibbons zijn moddervet, de bas- en drumpartijen van die twee andere baarden zijn basic maar retestrak, kortom: ZZ Top, puur en ongezoet. En inderdaad, een album op de rand van mijn jaarlijstje...
File Under: Tres Beardos, puur en ongezoet
I Set My Friends On Fire - You Can't Spell Slaughter Without Laughter
Multi-muzikant Nabil Moo en zanger Matt Mihana wisten met dank aan het medium MySpace heel wat succes te behalen. Met de cover van Soulja Boy's "Crank That" toverden ze heel wat glimlachen op de gezichten. Ze doken enthousiast de studio in en vulden onlangs het album You Can't Spell Slaughter Without Laughter. Twaalf nummers met onverwachte en humoristische muziek als resultaat. Het blinkt uit tussen de massa omdat het trashy gitaarstukken, dance beats, brute breaks, screams en humor bevat. In Amerika is I Set My Friends On Fire al van redelijk formaat, grote tours met Alesana en Millionaires staan op de planning en tevens kunnen we ze zien tijdens de Vans Warped Tour. Of het duo ook een grote toekomst heeft is echter nog een raadsel, maar dat het debuutalbum erg geslaagd is is wel weer duidelijk. De Amerikanen weten met veel humor muziek te maken, wat te omschrijven is als een mix van pop, hardcore en elektronica. Mocht het echt bij een eenmalig uitstapje mogen blijven, dan hebben we in elk geval even kunnen lachen. Dat is toch eigenlijk het enige wat telt wanneer je muziek maakt: plezier hebben in wat je doet.
File Under: Humor als verkooptrucje
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Album trailer]
Johnny Casino and The Secrets - I Am Who I Am, Not Who You Want Me To Be
Eerst maar een misverstandje uit de wereld helpen: we hebben het hier niet over Johnny Casino & The Gamblers, het jaren '50-orkestje dat in de film Grease optreedt. Met The Secrets of zijn eerdere begeleidingsband Easy Action, de Australiër Johnny Casino waar we het hier over hebben, is er eentje van een andere soort rock 'n' roll. Vuiger, ruiger, met een klein hartje, maar met heftige gitaren. Booze en tattoos, zullen we maar zeggen. Maar gelukkig ook met meer diepgang dan de gemiddelde bluesrockact die in je plaatselijke drankhol de vrijdagavond van een soundtrack mag voorzien. Zijn eigenlijke naam is Johnny Spittles en hij draait al een fiks aantal jaren mee in het Australische rock 'n roll-wereldje. Alle muzikale richtingen die zich op zijn continent hebben voorgedaan heeft hij in zich opgezogen - zolang het maar rock is. Illustere voorgangers als The Saints of < a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Hoodoo_Gurus">The Hoodoo Gurus hebben duidelijk hun sporen achter gelaten, maar ook lompere rockers à la The Scientists. Johnny Casino is van veel markten thuis, maar zijn hart ligt duidelijk op de route die ooit is ingezet door Chuck Berry en consorten. Dat er ruigere zijwegen waren is niet onopgemerkt aan hem voorbijgegaan, maar in de kern maakt hij rock 'n' roll. De echte.
File Under: Rock 'n' roll down under.
File Audio: [RealAudio]
File Video: [Take Me Down To Your River]
Raglani / Windy & Carl
De muziek die het eigengereide Kranky-label uitbrengt wil bij File Under nog wel eens tussen wal en schip belanden. Het is ook niet altijd gemakkelijk wat dit label uit Chicago uitbrengt. Kijk, als het gaat om duidelijke artiesten zoals bijvoorbeeld Deerhunter of het adembenemende Boduf Songs, dan kunnen we er nog wel wat mee. Die maken liedjes en daar houden wij van. Maar het mooie aan Kranky is dat ze zich niet alleen maar (of is het helemaal niet?) hier op focussen. Kranky biedt ook veelvuldig plek aan minimalistische abstracte releases. Twee recente voorbeelden hiervan zijn Raglani en Windy & Carl.
Achter Raglani gaat Joseph Raglani schuil. En zijn nieuwste (en volgens mij debuut) cd heet Of Sirens Born. Ik kan me echt heel goed voorstellen dat er mensen zijn die na pak 'em beet een half nummer al horendol worden van zijn muziek. Het openings- en titelnummer begint met minuten lang ijle klanken. Die laten zich nog het best laten beschrijven als het rondgaan van een vinger op een kristallen glas. Daarvan zijn dan meerdere exemplaren tot verschillende hoogtes gevuld zijn en hun geluid wordt in lagen gemixt. Mijn moeder raakte er zwaar door geïrriteerd, terwijl het bij mij zelf juist een rustgevend gevoel gaf. Het iele geluid dat steeds weer langzaam van klankkleur verandert, werd zo een oase van rust. Maar dat gebeurt absoluut niet eerder dan je je er voor open durft te stellen. Dan hoor je in "Rivers in the Promise of Wood" ook daadwerkelijk het vernuftig en rustig kabbelende beekje dat Raglani langs stenen en stroomversnellingen brengt. Anders hoor je waarschijnlijk alleen maar onsamenhangende, stuurloze geluidstapijten. En dan wordt vijfendertig minuten muziek een hele zit.
Windy (Weber) & Carl (Hultgren) zijn als ik het goed begrepen heb nog steeds een stel. Ze gingen door een slechte tijd samen, maar maakten wel muziek waarvan Carl perse vond dat die uitgebracht moest worden. De titel Songs For The Broken Hearted is dan ook een weinig verhullende. Het tweetal geeft je als als luisteraar niet veel meer houvast dan Raglani, maar hun album is misschien toch net iets beter behapbaar. De basis van de songs bestaat, hier net als bij Raglani uit minimale drones, met langzame verschuivingen in het klankspectrum. De dik vijfenzeventig minuten muziek heeft wel meer structuur dan die van hun labelgenoot, wat zeker ook komt doordat Windy aan enkele nummers haar teksten toevertrouwd heeft. Het zal je vast niet verrassen dat deze zang ook bijna een drone an sich is. Je moet diep graven in de songs om de teksten te kunnen ontrafelen, als je dat al wilt. Ik zink er liever diep in weg.
File: Windy & Carl - Songs For The Broken Hearted
File Under: Om in mee gezogen te worden.
File Audio: [Raglani-Space][W&c-Space]
Klaus Schulze featuring Lisa Gerrard - Rheingold
Klaus Schulze is vanwege ziekte een tijdje uit de roulatie geweest. Maar dat is allemaal verleden tijd, en dat zullen we weten ook: dit is alweer de derde cd die hij dit jaar (2008, op moment van schrijven) uitbrengt. Ook live heeft de oude vos zijn streken niet verleerd, waarvan deze muziek getuigt: Rheingold is een live registratie (de luxe versie bevat 2 cd's én 2 dvd's) van een concert dat hij eerder dit jaar op het Loreley festival gaf, met als speciale gast zangeres Lisa Gerrard. Met haar bracht hij het prachtige Farscape uit, en vrijwel al het materiaal op Rheingold is opgezet in de stijl van die cd. Soms betekent dat variaties op bestaande thema's, maar vaak ook een letterlijke herhaling van patronen, ritmes en melodieën, en daar kun je vraagtekens bij zetten. Dat geldt trouwens voor het gehele concept van Schulze 'live': nog veel meer dan vroeger is zijn muziek gebaseerd op het door elkaar heen mixen van herhalende patronen en ritmes, wat live toch voornamelijk neerkomt op het schuiven aan, eh… tsja, schuifjes. Dat kan ik met de beste wil van de wereld niet omschrijven als live musiceren, maar goed, het publiek luistert ademloos dus er zal wel iets goed aan zijn. Op cd klinkt het inderdaad fantastisch, maar op dvd is alles zo statisch dat het soms lijkt of het beeld gepauzeerd is. Mijn idee is dat je er éénmaal naar zal kijken op dvd, om er vervolgens alleen nog maar naar te luisteren op cd. De documentaire en interviews op de bonus-dvd zijn leuk voor de fans, maar totaal overbodig voor ieder ander, en in goede Schulze-traditie duurt het allemaal uren. Dé reden om Rheingold toch aan te schaffen wordt gevormd door de twee nummers waarop Lisa Gerrard haar stemkunsten laat horen. Twee nummers maar? Ja, maar geen nood: bij elkaar duren ze bijna een uur, en ze zijn van het allerhoogste niveau. De muziek is 100% geïmproviseerd, Schulze vult de leegtes om Gerrards minimalistische zang perfect in, en als luisteraar kun je niet anders dan bewonderend aanhoren hoe ver je verstilde muziek blijkbaar kunt doorvoeren. Schulze speelt hier ook echt elke noot die je hoort: geen gemix of geprogrammeer, maar echt live gespeeld. En ook al haalt dat veel weg van de gelaagdheid van zijn muziek, wat je ervoor terugkrijgt is muziek waarvan simpelweg geen vergelijkbaar materiaal bestaat. De muzikale koers die werd ingezet op Farscape wordt hier op het podium helemaal teruggebracht tot zijn essentie, en een nieuw muziekgenre is geboren. Als je daartoe in staat bent, ben je wat mij betreft een Groot Kunstenaar. Dat je vervolgens tijdens de toegift als een Anton Heyboer met Parkinson vals en net naast de maat op voorgeprogrammeerde ritmes zit mee te pingelen… ach, de man is de 60 gepasseerd, dan mag je hier en daar best wel een steekje laten vallen…
File Under: Met zang: Wow… Zonder zang: Mwah...
File Audio: [Geluid (en een beetje beeld) op MySpace]
Funeral For A Friend - Memory And Humanity
De overgang naar Roadrunner Records heeft Funeral For A Friend niet het duwtje gegeven waarop gehoopt werd. Een beetje pijn moet het wel gedaan hebben, toen ze onlangs de Oude Zaal in plaats van The Max moesten betreden in de Melkweg - en zelfs deze enkel gevuld was met een aantal rijen jeugdige meisjes. Het was te verwachten, maar op het vierde album is de vroegere post-hardcore bijna niet meer terug te vinden. Het is melodieuze rock die op Memory And Humanity de overhand heeft. Het zou goed kunnen dat zanger Matthew Davies zich steeds meer aan het richten is op The Secret Show. Zijn nieuwe band bestaat alweer twee jaar en een nieuw album zou niet misstaan in de collectie van de countryband. Funeral For A Friend gaat in 2009 uitgebreid met de bus rond in Amerika en Australië, in veel grotere zalen en voor veel meer publiek dan in Nederland. Hier weten we allang beter, maar in de grote landen lopen ze weg met de gelikte muziek van het vijftal. Voor de afhakers is er gelukkig nog altijd Hours, waarop de band nog schitterde - en waar ze het ook live nog altijd van moeten hebben.
File Under: We hadden het eigenlijk al een beetje verwacht
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Kicking And Screaming][Too Die Like Mouchette][Waterfront Dance Club]
Leoni Jansen - Second Wind
Dat Leoni - Jeugdjournaal - Jansen een fijne vertolkster is van andermans liederen, dat wist ik al sinds haar debuut in 2005, Three Magic Little Words. Dat ze ook deskundig is op het gebied van de zangkunst dat wist ik onlangs pas toen zij ingehuurd was om een workshop te geven in het tv-programma Rocknation. Ze kreeg de zangeressen letterlijk in tranen. Op Second Wind is het aan mij de eer om haar muzikale kwaliteiten onder handen te nemen. Second Wind is een dubbelaar geworden met op de eerste cd vertolkingen van werk van hele groten in de popmuziek, zoals Joni Mitchell, Bob Dylan en Leonard Cohen. Het zijn muzikale vrienden, lees ik in de inlay. Afblijven zou ik normaliter zeggen, maar in het geval Jansen niet. Luister eens naar haar uitvoering van de traditional "Scarborough Fair", bekend van Simon & Garfunkel, en vooral de uitvoering van Dolly Parton's "Jolene". Echt helemaal geweldig. Op de tweede cd zingt ze werk van anderen dat minder bekend is, zoals het prachtige duet "Ja Gesê" in het Zuid-Afrikaans met Chris Chameleon of haar versie van "She Don't Like Rose" van Christine Kane. Voor twee liedjes is ze zelf mede verantwoordelijk. "Never Come Back To You" en de titeltrack "Second Wind" mogen er zeker ook zijn. Eigenlijk zou ik wel meer eigen werk willen horen, maar dat is ook het enige kritiekpunt die ik kan leveren. Wat een stem, wat een vrouw!
File Under: Ook mij kreeg ze in tranen.
File Audio: [ MySpace]
Angil + Hiddntracks - Ouliposaliva
Altijd een irritant gevoel. Iemand die je te slim af is. Outsmarted. Angil en zijn begeleidingsband Hiddntracks flikken 't hier, met hun al dan niet ironisch bedoelde indiepop. Een boekje vol absurde Joke van Leeuwen-achtige cartoons, waarvan ik de rode draad niet te pakken kreeg. Al bleken het bij nadere bestudering toch voornamelijk tekeningetjes rond de songteksten te zijn. Misschien moet ik wraak nemen door de recensie op te hangen aan 't, in elk geval overduidelijk, melige slotstuk "Final List". 'I fuck any guy, any butt, who knows about my music.' Geinig. Angil heet eigenlijk Mickaël Mottet, een Fransman, die op aanraden van Jim Putnam bij het Schotse label Chemikal Underground terechtkwam. Mottet verdient complimenten voor z'n accent. Geen Inspector Clouseau-toestanden, maar een haast Schotse tongval. Of iets anders onbestemds, Orkney misschien? Met eilandbewoners Half Cousin deelt hij in geval een wiebelende eigenzinnigheid. Zijn liedjes bestaan uit huilerige vocalen, begeleidt door overheersende blazers en strijkers. Geen orkestpop, maar jazzy, dissonante Tom Waits-hoempapa, gespeeld op een knoertvalse piano uit 1904. In mijn favoriete nummer "Trying to Fit" probeert Mottet te rappen. Kan ie niet en dat maakt 't juist leuk. Denk aan Day One of OMC, groepen die even bekend waren en daarna razendsnel in vergetelheid raakten. Angil is daarvoor te indie. De man heeft iets speciaals. Ouliposaliva is nog wat te (gewild) obscuur, maar hij zou best nog 'ns een geniale plaat kunnen maken. Of niet en dan blijft hij, ongetwijfeld zonder dat ie er om maalt, in zijn eigen universum ronddraaien.
File Under: Muziek vanaf een onbewoond eiland
File Audio: [Angil-Space]
Revolting Cocks - SexO OlympicO
Het is bijna bizar om te zien welke grote namen er sinds de oprichting in 1985 meegewerkt hebben aan Revolting Cocks, het zijproject van Al Jourgensen's Ministry. Allemaal zware jongens: Gibby Haynes, Trent Reznor, Nivek Ogre (Skinny Puppy), Jello Biafra, Timothy Leary. Een deel van de helpende handen speelde ook met Jourgensen in Ministry. Van de oorspronkelijke medeoprichters van Revolting Cocks, de Front 242-bandleden Patrick Codenys en Richard 23 en verbazingwekkend genoeg ook Luc Van Acker is in geen spoor meer te bekennen op de nieuwste plaat Sexo Olympico. Ik had die plaat eigenlijk niet meer verwacht. Het leek me niet meer dan logisch dat, nu Jourgensen besloten had Ministry op te doeken, bij Revolting Cocks de deur ook definitief in het slot zou vallen. Maar Jourgensen's wegen zijn wel vaker ondoorgrondelijk gebleken. En dus blaast hij met drie nieuwe bandleden (Ministry-gitarist Sin Quirin, bruller/zanger Josh Bradford en toetsenist/gitarist Clayton Worbeck) Revolting Cocks nieuw leven in. Die nieuwe bandleden leiden vanzelfsprekend niet tot iets schokkends nieuws uit de pen van Jourgensen. Zijn teksten voor deze nieuwe Revolting Cocks zijn zogezegd 'ouderwets' pervers en de muziek is industrial dance/metal van de bovenste plank, maar niet zo hard als Ministry. Een nummer als "I'm Not Gay" laat zelfs een nieuwe wind waaien door het RevCo-kamp. Erg cool is ook het strakke uptempo "Cousins", dat het op de alternatieve dansvloeren prima zou doen. Ten opzichte van het laatste studioalbum Cocked and Loaded vind ik Sexo Olympico over de hele linie een flinke slag beter. Het zal me benieuwen of dit het laatste (ranzige) kunstje van Jourgensen blijkt. Ik hoop van niet.
File Under: Dirty Uncle Al kan het nog prima.
Stonegard - From Dusk Till Doom
Ik moet er een beetje van huilen, al die bands die als eerbetoon nog een re-release krijgen van het label - of wellicht gewoon nog een uitgave verplicht hadden staan in het contact. De band Stonegard doet hier rustig aan mee met hun From Dusk Till Doom, een album dat in 2006 reeds het licht zag. Opvallend is dat alle nummers in een nieuw jasje zijn gestoken, dat wil zeggen: opnieuw opgenomen, gemixt en gemasterd - door onder andere de Amerikaan Ted Jensen (Slipknot / Machine Head) en de Zweed Daniel Bergstrand (In Flames / Meshuggah). Het viertal deelde tijdens hun jaren van glorie het podium met Enslaved , Evergrey en Hatesphere en speelt zelf ook heavy metal. Het moet voor de leden erg leuk geweest zijn om opnieuw de studie in te duiken en gezellig bij te praten over de hobby's. Voor de fans is het echter één grote teleurstelling. Hun studiotijd had namelijk veel en veel beter gebruikt kunnen worden door deze Noorse topmuzikanten. Een derde studio-album had naar mijn mening beter gepast, een live dvd of gewoon nieuwe nummers. Dit album voegt echt helemaal niks toe - en is zeker voor de fans een teleurstellend exemplaar.
File Under: Zonde van de studiotijd
File Audio: [ MySpace]
File Video: [From Dusk Till Doom]
Steve Walsh / Crystal Eyes
Steve Walsh zag ik afgelopen jaar live met Kansas op het Arrow Rock Festival. Prima optreden, maar erg dynamisch was het allemaal niet. Ruig was het al helemáál niet. Maar ziedaar, meneer Walsh is op dit album, een rerelease van zijn album uit 2005, stiekem ook een heule echte rockert. Opener "Rise" had zo van Dream Theater kunnen zijn en "Davey And The Stone That Rolled Away" is van voor tot achter een gerontorocksong. Storm hoorde in 2005 vooral AOR, maar wat mij betreft is het vooral gerontorock met progressieve trekjes. Songs met kop en staart die eerst rocken en pas dan ook nog knap in elkaar gezet zijn. Op deze rerelease zijn twee bonustracks uit 2007 te vinden: "Faul Dr. Roane", een fraaie slow bluesy song, en "Dark Day", een ontspannen rocker. Mocht je de eerste release gemist hebben dan is dit een mooie gelegenheid om het recht te zetten.
Van een heel andere orde is Crystal Eyes. Dit gezelschap weet de term cliché op een nieuw niveau te brengen. Clichés zijn de smeerolie van de conversatie, zeggen ze wel eens, maar een gesprek dat alleen uit clichés bestaat kun je beter overslaan. Helaas geldt dat ook voor dit Chained, Man man man, elk eighties-metal-laatje wordt opengetrokken. Tekstueel gaat het over rainbows en guardians, muzikaal is het semi-marsmetal met stoer gebrulde koortjes en zijn de solo's brave aftreksels van Maiden en Priest. Ik was ervan overtuigd dat dit een Duits gezelschap was - u begrijpt, niet positief bedoeld - maar het blijken heuse Zweden. Daar wordt het helaas niet beter van, dus u kunt dit schijfje het beste gewoon laten liggen.
File Under: Shadowman? Spot erop!
File Audio: [Fragmenten]
File: Crystal Eyes - Chained
File Under: The Cliché Collection XXVI
File Audio: [CrystalSpace]
VA - Psychedelic States Wisconsin in the 60s
De reeks telt nu zeventien cd's. Dat betekent dat we nu ongeveer een derde gehoord hebben van de reeks exploraties van reissuelabel Gear Fab Records naar verborgen gebleven schatten uit de jaren zestig. Het nieuwste deel staat in het teken van garagebandjes uit Wisconsin. De bekendste zoon van deze staat is communistenvreter Joe McCarthy. Daarnaast hebben ze het grootste popfestival ter wereld, Summerfest. Of die twee gegevens een vruchtbare bodem voor muziek zijn, weet ik niet. Wel dat ook dit deeltje uit de Psychedelic States-reeks weer vol schatten staat. Wat te denken van het op een Bo Diddley-beat gebaseerde "Dance Woman" van The Shags of het door een scherp orgeltje gedragen "Hey Ho" van The Blue Boys. Een smerige gitaar bepaalt de sound van het volkomen onbekend gebleven The Quest ("The Last Days" en "Love"). Hoogtepunt is The Dynasty met hun opgefokte blues ("I've Gotta Shout") De charme van deze reeks wordt grotendeels bepaald door teksten als "No other information is known about the band" en "We've been unable to find any background information on this band". Joe McCarthy zou geen goed woord over hebben gehad voor die langharige jongeren die in de garages van hun ouders de meest prachtige psychedelische poppareltjes in elkaar zaten te knutselen. De helden van Gear Fab eren ze met deze prachtige reeks cd's.
File Under: Garages in Wisconsin
Straf - Pompen Of Verzuipen
Als geboren en getogen Brabantse heb ik ook in Den Haag gewoond en jarenlang in Amsterdam gewerkt, dus niemand kan zeggen dat ik het niet geprobeerd heb. Maar uiteindelijk, uiteindelijk roept altijd weer mijn Brabantse land. En dus ben ik daar alweer jaren terug, gelukkig en wel. Vandaar ook dat ik blij was te ontdekken dat we in Brabant zoiets hebben als Straf. Deze zeven Brabantse mannen, met wortels in voornamelijk Den Bosch en Tilburg, omschrijven hun muziek zelf het liefst als 'pompende polderpolka'. Een treffender omschrijving had ik zelf niet kunnen bedenken. Accordeons, een banjo en een trombone (oh, en de zelf uitgevonden voetpomptoeter niet te vergeten!) zorgen direct voor een sfeer waarbij je zin krijgt om elkaar om de nek te vallen en een gezellig feestje te vieren, Enige bluesrock wordt niet geschuwd ("Kabbel kabbel") en regelmatig doet hun muziek denken aan De Kift, maar altijd met een zachte g. Daarbij moet overigens meteen ook gezegd worden dat de beelden die Straf schetst in de teksten op Pompen of Verzuipen van een ongekende schoonheid zijn. Ze doen denken aan Jacques Brel in zijn "Mijn Vlakke Land" of aan de gedichten van Marsman (Straf's "Denkend aan Holland" rept over 'Denkend aan Holland zie ik het wassende water'), waarmee deze cd zich begeeft op het snijvlak van muziek en kleinkunst. En als dat gebeurt op de manier zoals Straf dat doet, kun je daar als Brabander alleen maar heel trots op zijn.
File Under: Waar kleinkunst de popmuziek ontmoet
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Klompendans]
































































































