Week 8, 2010
Storm
The Album Leaf - A Chorus Of Storytellers
Ewie
Sir Ian - Apathology
Ludo
Nicolai Dunger - Play
Gr.R.
Tower - Titan
Joice
Local Natives - Gorilla Manor
Ramon
Titus Andronicus - The Monitor
André
Kim Janssen & Rue Royale @ FrontRow, Café Trianon, Nijmegen
Prikkie
Cozy Powell - The Drums Are Back
DubbelMono
Johnny Cash - American Recordings VI: Ain't No Grave
Stonehead
Kashmir - Trespassers
Marina & the Diamonds - The Family Jewels
Met weinig meer dan de kleren om haar lijf toog de half-Griekse Marina Lambrini Diamandis zo'n zes jaren geleden vanuit thuisbasis Wales naar Londen om 'het te gaan maken'. Een klein meisje met grote dromen en een onstuitbare obsessie voor de glamour van Hollywood. Ze werd na enkele mistroostige jaren opgepikt door de overbekende Britse hypemachine en tekende bij Warner voordat ze nog maar één noot had opgenomen. Haar tweede plek op de invloedrijke BBC Sound of 2010-lijst gaf nog een extra boost aan de verwachtingen. De vorig jaar uitgebrachte single "Mowgli's Road" en recente hit "Hollywood" beloofden al veel goeds en zijn ook te vinden op haar debuutalbum. Marina balanceert naar eigen zeggen met haar muziek tussen een 'weird indie artist or a big pop thing' en ze heeft een heldere stem die tussen het zweverige van Kate Bush, het gotische van Siouxsie en het hysterische van Nina Hagen inhangt. De veertien nummers van het debuut zijn niet allemaal even sterk, maar de hoogtepunten zijn dan ook wel echt -ahum- juweeltjes, zoals het superaanstekelijke "Hollywood". Op de meeste nummers springt Marina continu van hoge naar lage toonsoorten en dat doet op den duur wat theatraal aan, maar als ik eenmaal aan de stem gewend ben dan blijft een heerlijk gevarieerd popalbum over.
File Under: Gladde diamanten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hollywood]
Ellie Goulding - Lights
Eigenlijk zou het volgende niet van invloed moeten zijn op een recensie. Maar het wekt aardig wat frustratie op bij ondergetekende. Dat de platenmaatschappijen het vroegtijdig uitlekken van releases meer dan beu zijn, kan ik begrijpen. Maar ik word er niet blij van om in plaats van een recensie-exemplaar een linkje naar een online stream te krijgen. Het heeft iets zinloos, die digitaal gewatermerkte liedjes zonder download-optie. Niet echt handig voor een recensent die de muziek liever in de auto luistert of op zijn iPod zet. Nu is het zo dat alles wat geluid maakt opgenomen kan worden. Vroeger hadden we daar cassettebandjes voor. Je weet wel; die dingen op die hippe retroshirts. Het levert alleen wat onnodig extra werk op. Wat echter helemaal frustrerend is, is dat de stream er keer op keer uitklapt. Vooral als het tijdens een kneiter van een nummer zoals "Under The Sheets" van Ellie Goulding is. Zo staan er wel meer op haar debuutalbum Lights. Die lekkere tweede single "Starry Eyed" of het uitzonderlijk mooie "Wish I Stayed" bijvoorbeeld. Ellie schrijft nu eenmaal erg goede liedjes. Ze lijkt ze haast achteloos uit haar mouw te schudden. In basis folky maar met een state-of-the-art (wellicht soms iets te gepolijste) productie die er een onweerstaanbare electrosaus overheen gooit. De antihype-politie zal er een zware kluif aan hebben om met dit album het tegendeel te bewijzen. Geen minpunten? Jawel, die online stream dus. Die vind ik stom. Ellie onwaardig.
File Under: Sound of 2010
File Audio: [MySpace]
File Video: [Under The Sheets][Starry Eyed]
Grong Grong - To Hell N Back
Vlak voor hun erkenning als één van de meest originele geluiden van de Australische punk neemt de voorman van Grong Grong een overdosis. Het is kerstavond 1984 en twee dagen daarvoor deden ze het voorprogramma voor PiL. Michael Parkas zal in een diepe coma raken waar hij - een medisch wonder! - maanden later uit ontwaakt. De overgebleven leden van Grong Grong maken intussen hun debuutplaat af door live-opnames als kant B te gebruiken (er waren alleen nog maar demosessies gedaan). Het moet een monumentje worden voor Parkas. Eind 2009 besluit platenlabel Memorandum om het inmiddels legendarische monument To Hell N Back op te tuigen met een DVD met livebeelden en die plaat uitgebreider en gedigitaliseerd uit te brengen. Deze cd en DVD laten zien waar Grong Grong voor stond: muzikale gekte, afkomstig van dezelfde vuilnisbelt waar ook The Cramps, The Birthday Party en The Stooges het zoeken. Zanger Michael Parkas is getooid met een bivakmuts, drummer George Klestims beukt onverstoorbaar zijn basale ritmes, bassist Dave Taskas speelt de archetypische snotty punk en gitarist Charles Tolnay ziet er uit als Frank Black in zijn jongere jaren. Samen verbouwen ze klassieke punksongs (waaronder Pere Ubu's "Life Stinks" en "Loose" van The Stooges) en spelen ze hun eigen bizarre bulldozerpunk. Overdonderende, legendarische pokkeherrie. En zowaar sinds eind vorig jaar weer op tournee. Met Michael Parkas.
File Under: Legendarisch lawaai
File Audio: [MySpace]
File Video: [Grong Grong / Angels & Demons]
The Heights - DreamMaps
Jemig, The Heights. Lang niets van gehoord van dit bandje, dacht ik nog. Hun debuut Beachyhead kwam eind 2005 uit en daarna werd het stil. Heel stil. Het blijkt allemaal een reden gehad te hebben: drummer Marc en zangeres en tekstschrijfster Naomi gingen uit elkaar. De nummers die op de plank lagen werden uiteindelijk toch afgemaakt met Marc erbij. Hij houdt het na dit album echter qua The Heights voor gezien. Ik las mijn stukje over hun debuut nog eens terug en concludeerde dat ik verliefd was op dit album. Dit was ingegeven door mijn eigen verliefdheid in een relatie die toen net begonnen was en nog steeds actueel is. E.e.a. is dus wel wat wrang: arme Naomi en Marc. DreamMaps is muzikaal echter net zo'n vrolijk poppy album als Beachyhead. Nummers waar ik voor val, maar qua tekst is er weinig vrolijks te horen. Er moet in twaalf liedjes een relatie verwerkt worden. Bij de productie door Jan Schenk (Hospital Bombers) is er geregeld voor gekozen om Naomi's stem er dubbel in te zetten. De gitaren krijgen nergens een opdringende rol, maar er is wel zo'n heerlijk orgeltje waar ik, zoals al heel vaak gezegd, een zwak voor heb. Rest mij niets anders dan beide sterkte en succes met hun toekomst te wensen, en ze toch even te zeggen dat ze trots mogen zijn op de twee geluidsnakomelingen.
File Under: De moeilijke, maar geslaagde tweede
File Audio: [MySpace]
Affordable Hybrid - No Area, No Criminals
Iedere band die een van hun liedjes "Elvis Golden Records" noemt, heeft bij deze onpartijdige recensent al een plusje verdiend. Ook zonder dat terechte plusje moet ik zeggen dat de puntige, uptempo indierockliedjes op dit tweede album No Area, No Criminal van deze Zweedse mannen helemaal niet verkeerd zijn. Soms neemt de band even gas terug, "I Lost My Shoes" is daar een mooi voorbeeld van, maar de muzikale weg die Affordable Hybrid bewandelt is geplaveid met het bekende indie- en punky geluid. Het enige probleem is dat de band zich eigenlijk nergens onderscheidt met spectaculaire riffs en melodietjes. Juist dat ene nummer dat de band een stap verder naar het sterrendom (of op zijn minst een paar grote festivalgigs) zou leiden ontbreekt. Toch scoort Affordable Hybrid met dit prettige gitaaralbum een ruime voldoende!
File Under: Een onsje indie met een theelepeltje punk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live]
Musée Mécanique - Hold This Ghost
Dit vijftal uit Portland heeft een zeer toepasselijke bandnaam gekozen. Hold This Ghost staat vol fragiele tijdloze liedjes, tot in de puntjes gearrangeerd en vervolgens langzaam aangezwengeld, als een speeldoos uit het museum waarnaar de band zich vernoemde. Iets sneller draaien en de boel zou rommelig en te scherp worden, maar zo, met vaste doch kalme hand afgespeeld, passen alle melodieuze puzzelstukjes precies in elkaar. De zanger mijmert met zachte falset en klinkt soms ("Two Friends Like Us") alsof Wayne Coyne alle toeters en bellen overboord heeft gegooid voor een bedeesde soloplaat. Ook andere psychedelische indiebands zijn nooit ver weg, denk aan de ruisfluiten van Sparklehorse en het toetsenwerk van Grandaddy. Gedurende het album gaat de akoestische gitaar een grotere rol spelen, in zoetgevooisde folkliedjes als het Loney Dear-achtige "The Propellors" en "The Things That I Know", dat haast een stemmige bewerking van een allang vergeten musical-hit is. Filmische kwaliteiten te over. Luister alleen al naar hoogtepunt en afsluiter "Our Changing Skins", met een Baueresque keyboardmotiefje, dwarrelend als een sneeuwvlok, of misschien een kleine pirouette op een bevroren riviertje, tegen een achtergrond van kinderstemmen. De zingende zaag kleurt het dromerige winterplaatje in zachte tinten. 'Polaroids and mysteries, smiling faces two-dimensionally'.
File Under: Een aanwinst voor de collectie
File Audio: [Spotify]
Johnny Cash - American Recordings VI: Ain't No Grave
There ain't no grave
that can hold my body down
when I hear the trumpet sound
I'm gonna rise right out of the ground.
Natuurlijk, dit zijn de woorden van een getormenteerde ziel die, ondanks dat zijn dood nabij is en zijn lichaam zo breekbaar als maar zijn kan, trots en standvastig zijn laatste dagen doorbrengt. Maar zou het ook een knipoog kunnen zijn, een grapje van producer Rick Rubin of misschien wel van Johnny Cash zelf? Want ruim zes jaar na zijn dood in 2003 verschijnt nu toch nog het zesde deel van de American Recordings. Eigenlijk had ik het idee dat na de boxset Unearthed de koek wel zo'n beetje op was. Dit nieuwe deel, wederom vooral gevuld met covers, traditionals en slechts één originele track ("I Corinthians 15.55") is dan ook een relatief klein koekje, want de tien nummers klokken ongeveer een half uur. En wederom horen we een man aan het eind van zijn krachten. Maar ondanks dat zijn lichaam kapot is, zo zelfbewust en sterk als we hoorden op voorganger A Hundred Highways klinkt het ook hier weer. Het grootste deel van deze tracks stamt dan ook uit dezelfde sessies. Enige uitzondering is "Satisfied Mind" dat we kenden van de soundtrack van Kill Bill 2. Brak het gebrek aan tempo op deel vijf je een beetje op, dan ga je over hetzelfde klagen bij Ain't No Grave. Was het de gebroken, maar trotse stem van Johnny Cash aan het eind van zijn krachten die je diep in je ziel raakte, dan staat deze plaat in je jaarlijstje.
File: Johnny Cash - American Recordings VI: Ain't No GraveFile Under: Monumentale Platen
File Audio: Ain't No Grave
Airbourne - No Guts, No Glory
Ok�. Ze komen uit Australiė, ze spreken iedereen aan met 'mate' en ze klinken als AC/DC...?Stiekem hoop ik dat het ooit een vraag wordt op een popquiz, want ik weet zeker dat ik dan het antwoord goed heb: juist, Airbourne. In 2008 brachten ze hun debuut Runnin'Wild uit en het was onvermijdelijk een recensie te schrijven zonder Angus en co erbij te betrekken. Nu twee jaar later is er de opvolger van het debuut, No Guts, No Glory. De kitscherige hoes met daarop de band afgebeeld tussen hedendaagse rechttoe-rechtaan rockiconen als een blonde bimbo, een Amerikaanse truck en fabrieksarbeiders mag alvast een stevige waarschuwing zijn. Er is dan ook vrij weinig veranderd. Muzikaal klinkt het nog steeds als AC/DC, de titels "Born To Kill", "No Way But The Hard Way" en "Armed And Dangerous" zouden ook zo van hen kunnen zijn. Verwacht dus ook geen innovatie, dit is een album zonder pretenties. Alle ingredienten om een zaal 60 minuten op zijn kop te zetten staan er dan ook op en dankzij de productie van Johnny K komt het live-gevoel hier dan ook extra naar voren. Het is alleen nog wachten tot Angus er na zijn wereldtournee echt genoeg van heeft en opstaat van de troon om officieel zijn regentenstaf over te dragen aan deze jonge honden. Want als je als band zo een bijna veertigjarige traditie in stand probeert te houden is het eigenlijk helemaal niet erg om niet voor de originaliteitsprijs te gaan. Steek je vuist de lucht en schreeuw 'Rock on mates'!
File Under : Onderdanen van Angus
File Audio : Airbournespace
The Flying Eyes - The Flying Eyes
The Flying Eyes heeft sinds de oprichting in 2007 pas twee ep's uitgebracht die zijn samengebracht op dit titelloze debuut. Toch timmeren ze vanuit thuishonk Baltimore behoorlijk aan de weg in het live-circuit. Met hun psychedelische bluesrock vinden ze aansluiting bij doorgebroken bands van naam. Zo speelden ze in het voorprogramma van The Raveonettes, The Black Angels, Witch en Dan Auerbach en daar kan ik me van alles bij voorstellen. Hun met orgel doordrenkte, buizenversterkte psychedelica is behoorlijk opwindend en zal weinig rockliefhebbers koud laten. Ze zullen goedkeurende knikjes krijgen van al dan niet bebaarde gerontorockers, Black Sabbath- en Pink Floyd-adepten maar ook jonge alternatieve hipsters die bijvoorbeeld The Black Keys en Black Mountain in de kast hebben staan. En dat is niet in de laatste plaats te danken aan zanger-gitarist Will Kelly die beschikt over een veelkleurige strot die af en toe griezelig veel doet denken aan Jim Morrison. Maar ook het organische, gelaagde geluid van de band die zichzelf in de goed uitgewerkte composities (gelukkig) nooit verliest in gefreak houdt het album van begin tot einde spannend genoeg, hoewel de productie hier en daar iets beter had gekund. Of deze jonge band het zelf zal schoppen tot headliner zal de tijd moeten uitwijzen, maar het visitekaartje is bij deze afgeleverd.
File Under: Jim is alive...
File Audio: [MySpace]
File Video: [Don't Point Your God At Me] [Ten Woman Blues]
Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra - Kollaps Tradixionales
Hij is een beetje ondergesneeuwd in het mediageweld rondom De Wissel 2.0, maar Bob de Jong haalde toch, met dank aan de coach van zijn concurrent, een bronzen medaille. Hij heeft het trio goud, zilver en brons nu compleet. Voorwaar een bijzondere prestatie voor een man die eigenlijk maar een kunstje kan: 25 rondjes achter elkaar heel hard schaatsen, en daar zijn beroep van gemaakt heeft. Ik mag 'm wel, die Bob. Heerlijk eigenwijs en niet te coachen, maar toch presteren. Hij kan zo in de recensentenpool van File Under. Zijn bronzen race schoot me in gedachten toen ik vanochtend op de fiets naar Kollaps Tradixionales van Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra luisterde, The Tralala Band doet deze keer niet mee, luisterde. Deze plaat is namelijk te vergelijken met de race van De Jong. Kollaps Tradixionales komt namelijk niet op gang. Vooral de Metal Bird-cyclus is hard werken de band. Het recept van de Canadezen is vertrouwd: post-rock gedragen door violen en de licht valse zang van Efrim. Ze raken echter nergens in hun slag. Dit komt pas bij de Kollaps-cyclus. De band vindt ineens weer de lange bochten en kan ook doortrekken op de rechte einden. Met Piphany Rambler maken ze het vervolgens geroutineerd af, waardoor de eindtijd acceptabel is, maar niet meer dan dat. Een medaille lijkt er niet in te zitten, al blijft er met name in de Kollaps-cyclus steeds meer hangen als je de plaat vaker hoort. Kortom, het was eigenlijk niet wat ik er me van voorgesteld had, net zoals bij de race van Bob de Jong. En bij de nieuwe plaat van Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra. Maar voor Thee Silver Mt. Zion geldt dat ze nog niet te oud zijn om nog een keer voor een medaille te racen. Laten we ons daar dan maar aan vasthouden…
File Under: Brons, maar met een teleurstellend vetleren randje…
File Audio: [Bury 3 Dynamos]
The Features - Some Kind of Salvation
The Features en Kings Of Leon zijn wel erg met elkaar verbonden. Niet alleen komen The Features ook uit Nashville, ze zijn ook als supportband mee op tournee geweest. En uiteindelijk zijn ze de eerste band geweest die opgenomen werd in het nieuwe platenlabel van Kings Of Leon, Imprint. Ze hebben nog net geen tattoo van ze op hun kont staan, denk ik. Dat wetende is het ook niet verbazingwekkend dat ze veel overeenkomsten hebben in de sound. Zo doet de stem van zanger Matthew Pelham ons regelmatig denken aan Caleb Followill en hebben The Features ook de neiging om grootse stadionrock te maken. Maar tussen de Kings Of Leon-achtige nummers door is er nog genoeg variatie over om ze geen copycat te noemen. Het lijkt erop dat The Features meer energie willen uitdragen, er zit meer vaart in de muziek en dit zal zeker op het podium tot uiting komen met de vele uitnodigende meezingrefreinen. Maar of ze uit de schaduw komen, dat is maar de vraag. Ondanks de vele invloeden krijgen ze maar niet dat unieke eigen geluid te pakken en dat staat hun doorbraak waarschijnlijk net in de weg.
File Under: Kings Of Leon hebben er nog een broertje bij
File Audio: MySpace
The Graviators - The Graviators
Het viertal Zweden dat opereert onder de naam The Graviators heeft zich tot doel gesteld om in deze barre tijden waarin rock op sterven na dood is ("Oh ja, joh?", denk ik dan altijd maar) het waakvlammetje brandende te houden, aldus de promo-tekst op op de site van hun platenlabel. Op zich een nobel doel, want meer rock is wat mij betreft altijd welkom. The Graviators omschrijven zichzelf dan ook als zijnde een rock-band, maar door de behoorlijk zware gitaren en de logge riffs neigen ze mijns inziens meer naar metal. Metal van de oude school welteverstaan, met Black Sabbath als belangrijkste referentiepunt. De single van deze plaat is nota bene "Back To The Sabbath" genoemd, en dat kan toch bijna geen toeval meer zijn. Naast een overduidelijke voorliefde voor zware seventies-hardrock weten de mannen ook nog af en toe een prettige psychedelische sfeer aan de nummers mee te geven, en dat helpt, aangezien ze helaas nog niet zo ver zijn dat de hele plaat van voor tot achter blijft boeien. Wat dat betreft is er nog wel ruimte voor verdere ontwikkeling. Maar verder is dit een zeer behoorlijke en daarnaast geluidstechnisch verzorgd klinkende debuutplaat geworden.
File Under: Zeer behoorlijk debuut
File Audio: [MySpace]
Fehlfarben - Glücksmaschinen
Een kennis van me is helemaal thuis in Duitse alternatieve muziek. Ik had hem voor deze recensie graag eens gevraagd wat hij vindt van Fehlfarben, ook om wat context te krijgen, maar helaas zit hij aan het andere eind van de wereld. Dus moet ik het doen met wat internet me influistert. En dan moet ik concluderen dat ik dertig jaar lang heb zitten slapen. Fehlfarben, ontstaan uit punkband Mittagspauze, is namelijk al sinds 1979 actief. Op Glücksmaschinen hoor ik echter bepaald geen seventies punkband, maar eentje die met zijn tijd mee is gegaan. Dat wil zeggen, er zit door de synthesizers wel degelijk een flinke eighties feel aan dit album, maar aangezien dat tegenwoordig hip is en ook wel postpunk genoemd mag worden, zie ik dat door de vingers. Met hun moderne gitaargeluid, veelvuldig gebruik van elektronica en een mix van postpunk en kraut-rock klinkt Fehlfarben desondanks als elke willekeurige gitaarband, maar dan met Duitse teksten. Niet beter of slechter dus, maar vooral even wennen voor wie meestal Engelstalige muziek hoort. Gelukkig zijn de nummers zo pakkend dat dat al na het titelnummer, dat de cd opent, niet meer opvalt.
File Under: Neue neue Deutsche Welle
File Audio: [Fehlfarbens website]
Caro Emerald / Diane Birch
Zo kan het soms gaan: je hebt als producers een te gek plan in je hoofd voor muziek die gebaseerd is op campy bigband-jazz en hippe beats, maar je vindt niemand die erin geïnteresseerd is. Of het zelfs wil zingen. Dan loop je per ongeluk de juiste stem tegen het lijf, die net dat beetje magie meegeeft aan je eerste nummer. Dan staan er plotseling een hele hoop wegwijzers de goede kant op, zodat de juiste mensen worden bereikt die jouw concept naar grote hoogten opstuwen. Dus staat Caro Emerald nu aan de vooravond van een lange clubtour, met twee dikke hits in haar achterzak. Producers David Schreurs en Jan van Wieringen zullen inmiddels eelt op hun handen hebben van al die keren dat ze hebben ge-high-five't in de afgelopen maanden. Dat hun concept niet zo heel nieuw is, Hooverphonic en Dr Buzzard's Original Savannah Band dringen zich op als referenties, doet niets af aan de dik verdiende hits. Met uitzondering van "That Man" staat er verder eerlijk gezegd niet nog een geheide hit op dit album Deleted Scenes From The Cutting Room Floor. Nummers als "Dr Wanna Do" en de Bond-filmthemapastiche "The Lipstick on his Collar" drijven teveel op een leuk conceptje dan dat het sterke liedjes zijn. Veel reserve vervaagt echter dankzij Caro Emerald, die haar prachtige stem prima beheerst en zo mindere nummers toch kan laten glimmen.
Achter Diane Birch staat ook een producersduo, met een wat imposanter cv dan dat achter Emerald. Steve Greenberg en Betty Wright (de laatste was geen onverdienstelijk soulzangeres) lieten eerder het ruwe diamantje Joss Stone schitteren op haar eerste (en beste) album. Birch is de dochter van dominee die het gezin de halve wereld liet overtrekken voordat ze wortel schoten in Portland, Oregon. In haar jeugd heeft ze nooit naar popmuziek mogen luisteren, schade die ze blijkens dit album Bible Belt behoorlijk heeft ingehaald. Met name soul, New-Orleansfunk en gospel moeten in het cd-spelertje van Birch hebben gezeten, en haar hartje is ondertussen ook wel een paar keer gebroken. Althans, daar zingt ze toch tamelijk overtuigend over in nummers als "Fools" en "Nothing Like a Miracle". Als u en ik met drumgodin Cindy Blackman (uit de band van Lenny Kravitz) en basheld George Porter (Meters) de studio in mochten, zou het resultaat waarschijnlijk ook stukken beter klinken dan wanneer het met de buurjongetjes moest. Maar hebben wij ook zo'n mooi braampje in onze stem, zoals Birch in "Fire Escape"? Kunnen wij ook zo'n mooi liedje schrijven over onze teenage goth-fase, zoals "Don't Wait Up"? En swingen onze nummers ook zoals "Valentino"? Joss Stone is mooier dan Birch, maar muzikaal een stuk saaier. Deze zangeres gaat nog meer mooie platen maken.
File Under: Concept-jazz
File: Diane Birch - Bible Belt
File: Holy Shit!
The Drums - Summertime
Surfmuziek: ik denk dan aan twee varianten. Of aan de ruige gitaarversie van Dick Dale of aan de prachtige harmonieën van The Beach Boys. Mocht je hier ook aan denken dan wordt het tijd om je beeld bij te stellen met het nummer "Let's Go Surfing" dat te vinden is op de ep Summertime! van The Drums. Dit nummer klinkt namelijk moderner zonder de 'andere' surfmuziek tekort te doen. Het viertal komt uit het hippe Brooklyn. En, ondanks dat ik als veertig-plusser (oef!) niet pretendeer hip te zijn, tip ik dit als een van de 'next big things'. The Drums heeft namelijk een originele kijk op de muzikale wereld. Als ik dan toch een vergelijking moet maken met een andere stadsgenoot dan zou ik voor MGMT gaan, al zijn de verschillen groot. Het is vooral de elektronische basis waarin ze elkaar vinden en de aanstekelijkheid van hun muziek. Hier en daar komt er new wave om de hoek kijken. Dan is het weer de post-punk, dan weer de sixties, maar nergens klinkt het belegen. Het is net een frisse zomersalade. Een salade die vele ingrediënten kent, en na een aantal happen blijft verrassen. De titel Summertime! lijkt mij voor deze ep prima gekozen. Deze week in Bitterzoet te Amsterdam te zien, en dan komende zomer op Lowlands? Ik tip ze alvast. En tegen de zomer ook meteen een volwaardige schijf met nog meer moois graag, want deze ep is toch wel wat snel voorbij.
File Under: De zomer komt er echt aan
File Audio: [MySpace]
File Video: [Let's Go Surfing][I Felt Stupid]
Gigi - Maintenant
Phil Spector is niet dood, hij zit alleen maar gevangen. Maar Gigi loopt vrij rond. Nick Krgovich (No Kids) en producer Colin Stewart maakten gebruik van de antieke studio-apparatuur die de laatste op de kop wist te tikken om een album te maken in vintage wall of sound-stijl. Ze namen daar ruim de tijd voor: drie jaar en verschillende sessies met een heleboel verschillende muzikanten om het geluid van de vroege jaren zestig zo goed mogelijk te benaderen. Of beter: om klassiek klinkende liedjes op een klassieke manier op te nemen. Opener "No, My Heart Will Go On" is uiteraard vintage Ronettes en "Dreams of Romance" is een poging om de brille van Dusty Springfield weer op plaat te zetten. Tegelijkertijd horen we een crooner in "Everyone Can Tell" en nee, zo heeft Gene Pitney onder Phil Spectors begeleiding nooit gezongen. Het is dan ook te kort door de bocht om alleen de legendarische producer te noemen. Daarvoor horen we - weliswaar steeds in stijl - teveel nieuws: "I'm Not Coming Out Tonight" klinkt ondanks z'n jaren zestig sound uiterst modern en het mannenkoor in "Some Second Best" (alleen op de cdversie van Maintenant) heb ik nooit zo in een Spector-productie gehoord. Colin Stewart munt de muziek van Gigi met enig recht als showtunes. Waarmee maar gezegd wil zijn waar de andere pijler onder Maintenant vandaan komt: filmscores uit de jaren zestig. Niet bij Spector alleen dus, hoe onvermijdelijk zijn naam hier ook opduikt.
File Under: Back to Mono, the sequel
File Audio: MySpace
Holly Miranda - The Magician's Private Library
Haar eerste wapenfeit High Above The City is helaas nergens meer te vinden. Ze had een twintigtal nummers zelf opgenomen en uitgebracht, dit om te gaan verkopen tijdens haar optredens. Niemand weet hoe het heeft geklonken, maar blijkbaar heel anders dan haar muziek op het nieuwe The Magicians Private Library. De 24-jarige Holly Miranda staat totaal niet meer achter haar debuut, ze vindt het klinken alsof iemand met zijn vingers over een schoolbord krast. Gelukkig heeft ze een nieuwe plaat gemaakt waar ze zeker trots op mag zijn. De ex-zangeres van The Jealous Girlfriends heeft namelijk al erg veel bereikt. De lesbienne heeft ondertussen heel wat bekende artiesten onder de sneltoetsen staan, er kwamen bijvoorbeeld tours met The XX, Scott Matthew en Tegan and Sara. Maar het hoogtepunt is de dikke TV On The Radio-stempel op de nieuwe plaat. De rakkers hebben namelijk haar nieuwste kindje geproduceerd, maar bespelen ook een aantal instrumenten op de plaat. Het tiental nummers is erg verschillend, waarbij vooral single "Waves" de verkeerde indruk van het album geeft: zo ontzettend poppy is het namelijk niet. Opvallend is dat The Magician's Private Library stiekem ook alweer achterhaald is, de zangeres heeft al veel nieuwe plannen. De nog komende plaat gaat namelijk vooral schoppen tegen de Amerikaanse regering en hun kijk op het homohuwelijk. Zo mag ik het horen Holly, niks relaxen, maar altijd aan het werk zijn.
File Under: Was die hype rond jonge female singer-songwriters niet alweer over?
File Audio: [Holly-space]
File Video: [Waves]
Die Aeronauten - Hallo Leidenschaft!
Die Aeronauten komen uit Zwitserland, zingen voornamelijk in het Duits en bestaan twintig jaar. Tien jaar te laat begonnen als new wave-band hebben ze zich ontwikkeld tot een toppiedepoppie radiovriendelijk singlesbandje met een vrolijke potpourri van stijlen en invloeden van buiten de Zwitserse grens. En met succes, want hun landgenoten vinden het allemaal prachtig. Hallo Leidenschaft! is hun negende album, maar wat ben ik blij dat ik de andere acht niet ken. Niet alleen is de zang tenenkrommend vlak en zijn de teksten nietszeggend lichtvoetig, maar bovenal gaat hun behaagzieke formulepop enorm tegenstaan. U kent ze wel, die Casio-keyboards met voorgeprogrammeerde ritmes, instrumenten en muziekstijlen. Die Aeronauten drukken de knopjes gemakzuchtig één voor één in. Ze doen een rocknummertje met liefdesrefreintje, dan een souldeuntje met blazers, afgewisseld met een tropisch Gabriel Riosje en een heuse Braziliaanse bossa nova, om weer terug te keren naar een Motown-blauwdrukje en een Mando Diao-rip-off. Dat ze heel erg stoer zijn moeten we ook weten, want met "Schatten" gaan ze even he-le-maal los in de punk-modus. Zo zijn na dertien nummers alle knopjes uitgeprobeerd en kunnen ze tevreden door naar het volgende album.
File Under: Voorgeprogrammeerde formulepop
File Audio: [MySpace]
File Video: [Isabelle]
Pipes and Pints - Until We Die
Heel even werd ik op het verkeerde been gezet. Ik was de schijtwinter zo zat, het was koud in mijn huis, mijn gaskacheltje kon het niet meer warm krijgen, ik pakte er mijn stapeltje te recenseren meuk bij, want ik wilde teringherrie en selecteerde op de hoes. Het eerste nummer echter was een beschaafd Prikkiaans rockertje, met doedelzak overigens. Gelukkig was het maar één nummer, want vervolgens tikte de drummer ouderwets degelijk af en denderde de folkpunk van Pipes and Pints in hoog tempo binnen. Ik had goed gegokt. Heel erg goed, want Until We Die, de debuutplaat van deze Tsjechische (!) band is alleraardigst. De basis is puike meebrul-folkpunk uit de hoek van Flogging Molly en Dropkick Murphys, met als grote plus dus die doedelzak. Maar wat het echt leuk maakt is dat dat Pipes and Pints net genoeg varieert om de pit regelmatig op het verkeerde been te zetten en ook niet vies is van countrypunk, ook met doedelzak! Dat maakt Until We Die in ieder geval de leukste folkpunkplaat die ik de laatste jaren gehoord heb. Eentje die het ook nog wel gaat doen in de lente of op de grote zomerfestivals. Ik pak er vast een lekkere pint bij...
File Under: Tsjechische doedelzakkenpunk!
File Audio: Pipes and Space
Customs - Enter the Characters
Soms is recenseren heel eenvoudig. De Belgische Customs klinken als de oude snelle gitaarhitjes van Editors en Interpol, en moeten het ook puur van dat ene format hebben. "Rex" valt op door zijn geeky tekst ('change your bookmarks, browse this page'), en "The Matador" is al net zo catchy. Wie zulke nummers op de radio hoort tussen twee willekeurige andere popnummers door zal er ongetwijfeld erg blij van worden, net als ik, en ze lenen zich ook prima voor een indiedisco. Maar zo lekker als de singles klinken, precies zo klinkt de rest van Enter the Characters dus ook. En dan wordt het eentonig, op details als het leuke foute orgeltje in "We Are Ghosts" na. Zet alle nummers vooral op je iPod Shuffle, maar draai 'm niet in een keer aaneen. "Tonight we stand all out" begint zelfs met bijna hetzelfde drumloopje als waar de vorige track "Justine" mee eindigt. En "Shut Up, Narcissus" wordt na vijf keer sowieso irritant. Kortom, als luisteraar bekruipt je na verloop van tijd toch een beetje het gevoel dat je wordt genept. De Customs zijn net zo'n eighties-fanband als Moke, in hetzelfde soort modieuze maatpakken, alleen spelen ze vrolijkere liedjes en is de band ook veel viever. Kortom, je kunt de bijbehorende, obligaat jubelende 3VOOR12-album van de week-recensie van volgende week nu zelf schrijven. Als je maar wel bedenkt dat het een trucje is.
File Under: Customers
File Video: [Rex]
Jukka Eskola / Timo Lassy / Dalindèo
Er zal een reden zijn dat op dit prachtige blog zo weinig jazzplaten worden besproken - veel van de recensenten ‘hebben er niks mee' of ‘weten er te weinig van', zoiets. Noem het gerust desinteresse. Terwijl vrijwel alle scribenten, en lezers van File Under for that matter, jazz zullen waarderen. Omdat ze houden van muzikanten die hun instrument beheersen. Omdat ze zichzelf kunnen en willen verliezen in de muziek, in de groove. Omdat lengte van nummers niet uit hoeft te maken. Wie nog nooit echt naar jazz heeft geluisterd, maar dat wel wil, hoeft niet met Kind of Blue van Miles Davis te beginnen. Tuurlijk, die plaat uit 1959 is een mijlpaal, maar godsammetering zeg, als je eens voorzichtig met metal wil beginnen hoef je toch ook niet eerst helemaal terug tot Black Sabbath? Pak gewoon eens een van deze drie recente worpen van het Finse Ricky-Tick label.
Timo Lassy speelt tenor en baritonsaxofoon, en houdt ervan om gelijk zijn oude jazzhelden alles in één keer op te nemen. Hele band in de studio, aftikken, ‘record' indrukken en gaan. Hij speelt vingerknipjazz waarbij je het liefst gelijk een sigaret op steekt. Het koper krijgt op Round Two lekker veel ruimte, maar giert nooit de bocht uit. De twee liedjes met José James zijn erg dansvloervriendelijk. Dit is jazz die iedereen begrijpt.
Lassy speelt in jazzband Five Corners Quintet, waarvan ook trompettist Jukka Eskola deel uitmaakt. Zijn tweede soloplaat ruikt meer naar de jaren zeventig, met omfloerst spel, Fender Rhodes-piano en dus een dromerige sfeer. Eskola is een tennisfan, stukken op zijn plaat Walkover zijn naar sporttermen genoemd. De solisten blijven ook hier binnen de lijntjes, terwijl de groove uitermate lekker blijft doorrollen. Uitbuikplaatje.
Dalindèo wordt geleid door Valteri Pöyhönen, die gitaar en toetsen speelt. ‘I call this music cinematic jazz', schrijft hij op de hoes van Soundtrack for the Sound-Eye . Een van de stukken heet Herrmann, en refereert inderdaad naar Hitchcock's favo filmmuziekman Bernard Herrmann. Twee nummers worden gezongen door Bajka, met zo'n rokerige triphopstem - een genre dat ook flink van soundtracks leende. Beste nummer is hier het ongelooflijk hard groovende "Two Down, One to Go", waarvan je een zware voet krijgt in je auto. Op al deze platen wordt jazz niet opnieuw uitgevonden, hier wordt eenvoudig uitstekend gemusiceerd en blijft de luisteraar altijd bij de les. Om eens een filmquote te gebruiken: 'this could be the beginning of a beautiful friendship'.
File: Timo Lassy - Round Two
File: Dalindèo - Soundtrack for the Sound-Eye
File Under: Finland's Finest
File Audio: [Ricky Tick-Space]
Alison O'Donnell - Hey Hey Hippy Witch
Het gras voor je eigen voeten wegmaaien, dat is niet handig. Ik deed dit door een stukje te schrijven over mijn vakantie in Ierland en hieraan een cd te koppelen van Jackie Oates. Dit terwijl zij helemaal geen Ierse is. Wie wel Iers is, dat is Alison O'Donnell. En bovendien zoekt zij het ook in de folk, maar dan wat minder puur (en met eigen werk) dan Oates. In het bijgeleverde promoverhaaltje wordt Fairport Convention als vergelijking genoemd. Ook komt de naam Mellow Candle voorbij, de band waar ze ooit in zong. Legendarisch naar het schijnt, maar ik heb er nog nooit van gehoord. Hey Hey Hippy Witch is het eerste solo-album van O'Donnell en de oudere folkmuziekliefhebber zou deze release al wel enige tijd in zijn kast hebben kunnen staan, want het betreft namelijk een re-release. O'Donnell kiest niet voor de standaard onderwerpen. Zo zijn er liedjes over het derde Led Zeppelin-album, kindermisbruik en homoseksualiteit (en dat in Katholiek Ierland van 1972!). Ze zingt hekserig, een beetje à la Kate Bush, maar dan in de light-versie. Eigenlijk zou het mij niet verbazen als ook mevrouw Bush dit album al lang in haar kast heeft staan dan wel een van haar inspiratiebronnen is. Of misschien is dat een album van Mellow Candle, een bandje waar ik maar eens iets van moest opsnorren. Deze release belooft veel goeds.
File Under: Interessante hippiefolk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hoes+ muziek: No Meek Chrism]
Asaf Avidan & The Mojos - The Reckoning
Als muziekliefhebber probeer ik bij te blijven en de nieuwste bandjes te ontdekken om te horen of het misschien mijn ding is. Zo gaat dat als muzieknerd. En dat mijn omgeving mij af en toe niet begrijpt met een muur vol geluidsdragers: het is niet anders. Een nieuwe loot aan de boom is Asaf Avadin & The Mojos met hun cd The Reckoning. De cd die ik toegestuurd kreeg is een prachtige digipack, en dan heb je bij mij een streepje voor. De band blijkt afkomstig te zijn uit Israël, Jeruzalem om precies te zijn. De cd's van bands uit dat land die in mijn cd-kast staan kan ik wel op een hand tellen. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig naar dit vijftal. Ik ben echter verbaasd dat de cd nu pas hier uitkomt. Er staat toch echt 2008 op de achterkant. Nog meer verbaasd ben ik echter dat Asaf Avadin een man blijkt te zijn, want ik dacht echt met een vrouw te maken te hebben. Hij kan hoog krijszingen en heeft een rauw randje aan zijn stembanden. Ik wilde hem eerst beschrijven als een mix van Melissa Etheridge en Janis Joplin, maar voeg hier nu maar Robert Plant en Billy Corgan aan toe. Muzikaal is het ook een brede waaier waarvan Asaf Avadin & The Mojos zich bedient: de rock van Skunk Anansie, Smashing Pumpkins, maar ook de blues van Janis Joplin. Ik moest zelf even wennen aan hun geluid, maar het viel langzaam op zijn plaats. Ik had alleen de lengte van de cd wat ingekort, want vijfenvijftig minuten is toch wel een erg lange zit voor een verder prima cd.
File Under: Israël, niet alleen het land van Milk & Honey
File Audio: [MySpace]
File Video: [Weak][Akoestisch: Her Lies]
Masshysteri - Var Del Av Stan
Een verschrikkelijke late-pass van File Under. Masshysteri is op deze website alleen met een foto vertegenwoordigd: een vinnige rockchick met raggitaar, ramonesbroek en flannel blouseje. Daar moeten we het mee doen. Onterecht! Want Masshysteri serveert de garage net zo rammelend doch smakelijk als mijn favorieten The Black Lips, The Hex Dispensers, Ghetto Ways en natuurlijk (wijlen) Jay Reatard met z'n oneindige reeks bands en projecten. Echte liedjes vol melodie waarbij de urgentie is behouden door niet te lang prutsen in de studio. Rauw omdat het rauw ís, niet omdat het zo nodig moet of hoort. Waarom komt File Under pas nu aan komt kakken met de review van een plaat uit 2008. Dit ligt in de eerste plaats aan uw scribent, die de plaat in zijn jaarlijst van 2009 had staan. Te laat, dus. En dát had weer de volgende reden. Bij de naam Masshysteri dacht ik aan de volgende Scandinavische crustenpunkband. Zeker na een vlotte blik op de website, waar ik erachter kwam dat het gezelschap in de moerstaal hun liedjes ten gehore brengt - want dat willen die crusten ook nog wel geregeld doen. Begrijp me niet verkeerd: Tragedy, From Ashes Rise, His Hero Is Gone en andere crème de la curst is hier favoriet, maar ik had destijds even geen zin in brakke boze crustband #23454892. Toch geloof ik dat goede muziek altijd bij de goede luisteraar terecht komt, zo ook deze keer viel mij die speling van het lot ten deel. Waar en wanneer ik op de band getipt werd weet ik niet meer, maar ik nam de moeite en verrek: wát een goede liedjes, wát lekker rammelend, wát een goede zanger en zangeres en ach, ik versta er geen fluit van maar wat kan me dat nou schelen? Eerlijk is eerlijk, hoe vaak ben ik nou met de volle aandacht naar een Engelse songtekst van een punkband aan het luisteren? Toegeven: niet vaak. Nou dan! Note to self: laat in 2010 niet nog zo'n band aan je neus voorbij gaan, zodat je in 2012 weer door het stof moet.
File Under: Rammelende, onverstaanbare feel good garage
File Audio: [Myspacehysteri]
Week 7, 2010
Storm
Efterklang - Magic Chairs
Ludo
Spoon - Transference
DubbelMono
Johnny Cash - American Recordings VI: Ain't No Grave
Ewie
The Heights - DreamMaps
Blizzard
Senser - How To Do Battle
Ramon
The Triffids - Beautiful Waste And Other Songs (Mini-Masterpieces 1983-1985)
Prikkie
Michael Schenker Group - One Night At Budokan (2-cd edition)
Gr.R
Laura Veirs - July Flame
Stonehead
Carpark North - Grateful
First Band From Outer Space - The Guitar Is Mightier Than The Gun
De naam van deze band laat weinig te raden over het genre: spacerock. First Band From Outer Space bestaat uit vier Zweden, die er op hun derde album The Guitar Is Mightier Than The Gun flink op los jammen. Een uur lang, in slechts vier songs, waarvan de 'kortste' net geen tien minuten duurt. Het mag duidelijk zijn, wie compacte songs prefereert hoeft niet eens te beginnen aan deze plaat. Progrockers die ook seventies rock en space rock kunnen waarderen daarentegen zullen blij worden van dit album. De opbouw van de songs is zeer proggy, met tempowisselingen, lange instrumentale stukken en songs die je langzaam naar binnen trekken. Maar het is een Clearspot-release, en dat betekent vrijwel zonder uitzondering dat de jaren zestig en zeventig nooit ver weg zijn, en dat geldt ook voor dit album. Met enige regelmaat verschijnen er riffy semi-jams ten tonele zoals die in de jaren zeventig volstrekt normaal waren bij een rockconcert van pakweg The Grateful Dead. Veel ijle electronica (toetsen, mellotron, theremin) zorgen dan nog voor een sfeertje dat associaties met Hawkwind oproept. Zoals gezegd: prog in een seventies spacerockjasje. Opgenomen in een eigen studio, zodat er volop tijd was om aan het album te werken. Dat hoor je eraan af. Je krijgt niet het idee dat er steeds driehonderd overdubs per seconde overheen zitten, maar er zijn hele stukken waar je gewoon merkt dat ze eerst uren hebben zitten jammen om in de sfeer te komen, om vervolgens pas de opname te starten. Over de muzikale kwaliteiten heb ik nog niets gezegd, maar u kunt gerust zijn. Deze mannen hadden volgens mij zo in voornoemde bands meegekund, want het gevoel is er helemaal. Vier songs, een uur genieten.
File Under: Progrock in een seventies spacerockjasje
File Audio: [OuterSpace]
Basia Bulat - Heart Of My Own
De Canadese Basia Bulat heeft een boel bijgeleerd van het vele optreden. Klonk haar debuutplaat Oh, My Darling soms wel heel erg netjes en voorzichtig, deze drie jaar later uitgebrachte opvolger laat een heel wat zelfverzekerder zangeres horen. Haar stem is volwassener en hoewel nog steeds een beetje hees, durft ze zich nu vol overgave te laten gaan. In "Walk You Down" en "Gold Rush" - niet voor niets steviger dan ze zich eerder heeft laten horen - merken we wat ze met een voller geluid kan. Andere liedjes, inclusief de verstilde hoogtepunten "If It Rains" en "Sugar And Spice", laten horen wat een intiemer arrangement doet met haar stem. En dan blijkt dat het vooral Basia Bulats zang is die Heart Of My Own draagt. Want de productie van Howard Bilerman (The Arcade Fire) maakt het geheel net iets te afstandelijk en voorzichtig. Blijkbaar heeft hij vooral geprobeerd om Basia Bulats stemgeluid nadruk te geven en dat is geen slecht idee. Helaas blijven haar composities aan de veilige kant van het spectrum. Een producer met meer lef en liedjes die wat meer buiten de lijntjes durven te gaan en Basia Bulat heeft een topalbum te pakken. Aan haar ligt het in elk geval niet.
File Under: Een stap verder
File Audio: MySpace
File Video: Gold Rush
Fall Out Boy - Believers Never Die
Fall Out Boy is niet meer. Begin februari maakte frontman Patrick Stump bekend de groep te hebben verlaten. En zonder de 25-jarige zanger is Fall Out Boy geen Fall Out Boy meer, liet gitarist Joe Truman weten in een interview met de Amerikaanse pers. Ook de rest van de band besloot er de brui aan te geven. En terwijl alle fans aan het huilen zijn, besluit Stump zelf rustig aan een soloalbum te gaan werken. THNKS FR TH MMRS? Toen de verzamelaar Believers Never Die verscheen eind 2009 tussen alle andere kerstkliekjes, luidde de kritiek dat het nog vroeg was voor een best of-plaat, maar met de kennis van nu vallen alle stukjes op de juiste plaats. Dit is gewoonweg een afscheidscadeau. Na vijf albums wordt de handdoek in de ring gegooid en kunnen de bandleden terug naar de McDonald's om hamburgers te gaan draaien. Het is namelijk altijd Stump geweest die met zijn aparte stem de nummers claimde, ook al schreef posterboy Pete Wentz veel teksten. Opvallend is dat de plaat chronologisch is opgebouwd, en dat helaas ook de "Beat It"-cover is geselecteerd. Hoewel de samenwerking met John Mayer al was uitgebracht voor alle Michael Jackson-hysterie, komt het nummer ondertussen iedereen de oren uit. Op Believers Never Die wordt een collectie van singles en hits voorgeschoteld die een mooie nagedachtenis vormt aan de prachtige dagen van Fall Out Boy. Ik pink een traantje weg.
File Under: Is dit dan echt het laatste wat we ooit zullen horen van Fall Out Boy?
File Audio: [Fall Out-space]
The Young Republic - Balletesque
Soms krijg je als recensent beeld noch gevoel bij een band. The Young Republic is er zo een. Balletesque ontglipt me aan alle kanten. Het octet (!) uit Boston heeft nochtans zonder meer smaak. Op de hoes wordt het album opgedragen aan grootheden uit de literatuur (Twain, Fitzgerald) en muziek (Woody Guthrie en Robert Johnson). Dat zegt iets over de ambitie die hier tentoon wordt gespreid. De folkrockers van The Young Republic mikken hoog met fikse strijkersarrangementen, soms bescheiden plukkend, maar meestal op volle toeren strijkend en authentiek klassiek. "The Alchemist" combineert dat aspect met een pikzwarte Mt. Eerie-gitaarriff, om daarna begeleid door een schreeuwerige, eindeloos kleppende zanger richting grote gebaar-crescendo te trekken, denk aan allerhande Canadezen en met name die van Arcade Fire. En toch heb ik in die beschrijving zelfs dat ene nummer nog maar half te pakken, want ik spot ook nog een Beirut-achtig Mexicaans feesttintje en hip swingende drums à la Franz Ferdinand. Volgt u het nog? Misschien is dat het probleem. Bovendien kreeg ik in de loop van de plaat ineens last van koude apen-allergie. Deze zanger zal echt geen Brit zijn, maar toch zat ik in "Rose Parade" en "Bows In Your Arms" aan Alex Turner en zijn Last Shadow Puppets te denken. En dat doe ik niet graag. Pas in het allerlaatste, eindelijk simpel (stampend) gehouden liedje "Tough Year" sluit ik vrede met de man. Het is het enige nummer waar zowel tekst als muziek echt emotioneren, op een manier zoals Okkervil River het kan.
File Under: Ongeleid projectiel
File Audio: [Spotify]
The Golden Boys - Thee Electric Wolfman
The Golden Boys, het lijkt een geweldige bandnaam, maar ga er maar eens op Googlen. Je krijgt dan alles behalve deze uit Austin, Texas afkomstige band te zien. De bandnaam is zelfs zo niet origineel dat als je al The Golden Boys vindt, het ook de Zuid-Amerikaanse naamgenoot zou kunnen zijn. Als je dan je zoekopdracht aanpast en er Thee Electric Wolfman bijtikt dan krijg ik tot mijn verbazing heel veel internetwinkels die deze vierde release van de band aanbieden, maar de recensies zijn zeldzaam. Kennelijk hebben The Golden Boys toch niet echt goud in handen. Toch lijkt me dit bij het opzetten van de cd onterecht, want wat opent het album sterk met "Electric Wolfman"! Luister naar de gitaarriff en de dijk van een stem: het zit meteen snor. Ik bedenk me dat het eigenlijk wel schandalig lang geleden is dat ik iets van Captain Beefheart of Howlin' Wolf gedraaid heb, want aan hen moet ik meteen denken. Wat een energie zit er in dit nummer! Het hoogtepunt van het album hebben we dan helaas ook meteen gehad. De band heeft namelijk nog een andere troef, ze spelen namelijk ook liedjes in de traditie van The Velvet Underground. Op zich best oké, zoals de track "Plainsman's Lament", maar het haalt de vaart uit het album. Het sprankelt niet meer. Was het allemaal maar zo goed als het openingsnummer, want wat begon dit album sterk.
File Under: Met de start zit het wel snor
File Audio: [MySpace]
Polar Bear - Peepers
Ik heb sinds een paar weken een nieuwe collega die saxofoon speelt in de Pallookas en dus ook de Bazzookas. Dan wordt er vanzelfsprekend een boel geluld over muziek. We hebben best wat overeenkomsten qua muzieksmaak, maar juist op het punt van jazz verschillen die. Ik luister niet veel jazz, minder dan hij in ieder geval, maar als ik dan jazz luister dan moet die jazz zoveel mogelijk buiten de lijnen kleuren. Des te meer het piept en knort, des te leuker ik het vaak vind. Hij houdt echter meer van jazz die zich houdt aan 'de regeltjes', maar vindt Jaga Jazzist ook helemaal geweldig. Daarom heb ik hem dus getipt om eens te luisteren naar het Engelse Polar Bear. Juist omdat deze band zo lekker heen en weer hopt tussen jazz en rock, en regeltjes en vrijheid, waarbij drummer Sebastian Rochford het het minst nauw neemt met de regeltjes. De variatie maakt Peepers tot een hele leuke frisse plaat waar je bovendien steeds wat nieuws in hoort. Zo gieren de twee korte tracks "Bump" en "Scream" die halverwege de plaat alle kanten op en gooien ze er ook nog een klets ploinkende elektronica tussen door in "Hope Every Day Is A Happy New Year". Maar de band beperkt zich dus niet tot extravagantie en huppelende vrolijkheid maar kan ook met een weemoedig makende track als het zeven minuten durende "The Love Didn't Go Anywhere" dat opgevolgd wordt door bijna net zo mooie "A New Morning Will Come". Wat dat betreft baal ik er een klein beetje van dat ik volgende week op mijn luie kont in Egypte lig vakantie te vieren, want ik had deze band best graag aan in Paradox in Tilburg aan het werk gezien. Gelukkig is er in mei nog een kans in Leiden. En bovendien hebben ze speciaal voor mij het nummer "Drunken Pharaoh" opgenomen. Dat klinkt zoals de titel doet vermoeden. Ik zal het volgende week dan maar draaien als surrogaat als ik aan een cocktail lurk.
File Under: Bap Bap Bap!
File Audio: [MySpace]
File Video: [A New Morninge Will Come]
Ricky Koole / Diverse Artiesten
Vorig jaar trokken Leo Blokhuis en zijn partner Ricky Koole langs de theaters met Harmonium, een theatervoorstelling over ‘verloren liedjes'. Ricky zong ze, Leo vertelde erover. De weerslag daarvan verscheen op een liveplaat van Ricky, en een compilatie van hen beiden die was samengesteld met input van bezoekers van de voorstelling. Inmiddels is het stel toe aan de tweede voorstelling, Laagland. Met weer een compilatie, en een coverplaat van Koole. Thema van de voorstelling is ‘liedjes waar je je bij thuisvoelt', maar dat mag u gerust vergeten. Leo vertelt mooie verhalen, Ricky ook en zingt daar nog veel mooier bij. To the Heartland is haar country-soulplaat, met verrassende covers van onder meer Peter Gabriel, Frankie Miller en, jawel, Lucifer. Was het "House for Sale" in de versie zoals gezongen door Margriet Eshuijs een Hollandse doorzonwoning, bij Koole en band is het van hout, staat er zo'n wit punthek in de tuin en geurt het naar cherry pie. De melancholie is opgevoerd, hier wil je echt nooit meer weg. Maar ja, je moet. Zou Koole bij het maken van de hoesfoto aan dat gevoel hebben gedacht, en kijkt ze daarom zo chagrijnig?
Geen van de originelen keert terug op Lost & Found, wel zijn artiesten geselecteerd waarvan Ricky ook nummers zingt (Frankie Miller, Barbara Keith, Nina Simone). "Exit Music for a Film" van Radiohead sluit de voorstelling af, en staat ook als laatste track op CD2. Het is, samen met "A Change is Gonna Come" (hier door Otis Redding) het bekendste nummer op deze dubbel-cd. Van sommige artiesten had ik wel gehoord, Dusty Springfield, Crowded House, Dr John, maar Blokhuis en Koole weten dan weer net de onbekende parels op te duiken. Ook van eigen bodem: "Day is Done" van Johan, en het prachtige "Leon" door de Arubaanse soulzanger Euson. Jammer dat de begeleidende tekstjes wat afstandelijk zijn, Ricky en Leo hadden ook hun persoonlijke ervaringen met deze bijzondere nummers best mogen delen.
File: Diverse Artiesten - Lost And Found
File Under: Prachtig afgestoft
Bloom - All That Is
In mijn zoektocht naar informatie over het debuutalbum van het Engelse Bloom las ik op hun MySpace dat het een mengelmoes was van Pearl Jam en Kings Of Leon. Dat is een aardige mix in mijn straatje en na het beluisteren van de cd snapte ik wat er bedoeld wordt. Alleen halen ze het hoge niveau van beide bands echt niet. De stem van Andy Race komt soms in de buurt van Caleb Followill van Kings Of Leon, maar hij heeft niet het typerende rauwe randje. Pearl Jam hoor ik dan wat minder terug, ik zit meer te denken aan een rockband als Tonic. Als je dan even de eerder genoemde namen loslaat en luistert, dan zijn het fijne rocknummers, nummers die veelal de gevoelige snaar raken. Geen superspannende nummers met unieke twists, gewoon degelijke, lekker lopende rocknummers die ongetwijfeld live goed uit de verf komen, al ga ik het geen stadionrock noemen zoals Kings Of Leon dat maken. Bloom scoort met z'n debuutalbum hoog in het rockballads-genre en heeft af en toe uitschieters naar meer rockende nummers. En wat mij betreft mogen ze wat meer richting het laatste, daar scoren ze het beste in.
File Under: Rockende rockballads
fabrIQ Den Bosch - Voorpret
Ik ga meteen maar eens wat verklappen: veel bands zijn leuk om over te schrijven, maar het leukste vind ik toch de cd's van bands die nog niemand kent. Uiteraard moet het geboden materiaal dan wel prettig zijn om naar te luisteren, maar dat valt meestal reuze mee.
Live is dat eigenlijk net zo. Nu kun je lukraak naar een bandje gaan kijken en dan maar zien wat er komt, maar iets veiliger, goedkoper en vooral méér is er te ontdekken op festivals. En dan bedoel ik niet festivals als Pinkpop die voor de grote namen gaan. Die festivals trekken weliswaar belachelijk veel mensen, maar in veel gevallen zijn gevierde bands op de echt grote festivals eigenlijk al over hun hoogtepunt heen.
In Den Bosch is er nu een initiatief om met relatief onbekende bands een festival te houden: fabrIQ. Dat is op zich al lovenswaardig en daar spits ik nou mijn oren bij. Dit festival vindt op zondagmiddag en -avond 7 maart plaats.
Van de line-up is er eigenlijk maar een muzikant die ik van zijn eigen muziek ken. Dat is de Nederlander Djurre de Haan, beter bekend onder zijn artiestennaam Awkward I. File Under was er al bij toen zijn eerste ep uitkwam, en zijn laatste album haalde mijn jaarlijst 2009. Reden genoeg om te gaan, om maar niet al te bescheiden te zijn over mijn smaak. Ik kan me niet voorstellen dat iemand een optreden van hem vervelend vindt.
Lees verder..The Len Price 3 - Pictures
Het zou verrassend zijn om te horen dat er werkelijk iemand in dit bandje Len Price heette, niet waar? Maar op die leugen na doet The Len Price 3 er alles aan om zo echt mogelijk te zijn. En in hun geval betekent echt: lijken op The Kinks (met als meest navrante voorbeelden "Mr. Grey" en "Under the Thumb") en The Who (waar titelnummer en opener "Pictures" wel heel brutaal naar verwijst). Niet alleen hun liedjes hebben dezelfde ingrediënten (aangevuld met koortjes en fijne orgeltjes), ook hun kleding is in true mod style. Hun derde album Pictures (die ik hier anachronistisch genoeg als cd opgestuurd heb gekregen) is in stijl opgenomen. Dat wil zeggen dat ze vol trots op het hoesje melden dat alle dertien liedjes analoog en dus nog op band zijn gezet. En jawel, het geheel klokt ietsje meer dan dertig minuten: een albumlengte die in het tijdperk van de lp doodgewoon was, maar dankzij de cd te vaak opgerekt wordt tot een vervelende zestig of zeventig minuten. (Overbodig te melden dat ook de camera op het hoesje een analoge is en geen hypermoderne digitale spiegelreflex.) The Len Price 3 heeft dertien zo echt mogelijke liedjes uitgebracht en dat moet dus ook niet langer dan een half uur duren: daarna wordt het vervelend anachronistisch gedoe en dat weten ze net te voorkomen. Het punky "You Tell Lies", "Man Who Used To Be" en "Mr. Grey" klinken echter dan echt en dan wil ik ze graag een mislukking als "Nothing Like You" vergeven.
File Under: Namaken tot het echt wordt
File Audio: [MySpace]
King Midas Sound - Waiting For You
Volgens de overlevering kon de echte King Midas alles in goud veranderen, maar eindigde hij met ezelsoren. Het kan verkeren in het leven van een koning nietwaar? Nou weet ik niet of ezels goede oren hebben en of dat ze gevoelig zijn voor muziek, maar alleen een ezel kan de kwaliteit van het gelegenheidsproject King Midas Sound ontkennen. Producer Kevin Martin (The Bug) verdiende zijn sporen in de Londense dubstep- en elektronische jazz-scene, maar Roger Robinson is de stem die het album maakt tot wat het is. Op een bedje van elektronische dub glijdt Robinson's bijzonder relaxte stem warm en zacht door de speakers. Voor de dance-adepten die Kevin Martins andere werk waarderen is Waiting for You waarschijnlijk even slikken, want met de ogen dicht waan je je in een hangmatje aan het Jamaicaanse strand met een zomerse cocktail aan de lippen. En hoewel het hele album doordrenkt is met deze sfeer vervelen de heren me nergens. De sfeer wordt soms even grimmig door de spookachtige, bijna ambiente sound op "Lost" en op "Earth Will Kill Ya" horen we zelfs echo's van de oude meester Linton Kwesi Johnson. De heren zetten de Japanse Hitomi met haar sporadische zangbijdragen als een soort joker in en het contrast met Robinson maakt dat buitengewoon boeiend. Waiting for You is zeker geen gemakkelijk, maar wel een bijzonder album.
File Under: Poetic dub
File Audio: [MySpace]
File Video: [Introducing…]
The Brothers Movement - The Brothers Movement
Het is dat ik wist dat ik naar een cd ging luisteren van het Ierse The Brothers Movement (ja, inderdaad, er zitten twee broers in de band, aangevuld met wat vrienden), anders was ik er ongetwijfeld van overtuigd geweest dat ik per ongeluk de nieuwe cd van Black Rebel Motorcycle Club in de cd-lade had gestopt. Want als er een band is op wie deze Ieren lijken, dan zijn zij het wel. De slepende, lome ritmes, de lichtelijk zeurderige zang (die we overigens ook wel kennen van Richard Ashcroft van The Verve, een andere soortgenoot van wie we helaas te weinig horen) en de gigantisch pakkende nummers zijn een streling voor het oor. Een nummer als "Sister" kan met gemak het perfecte popliedje genoemd worden, zo makkelijk als het zich in je hoofd nestelt, om daar dan ook niet meer uit te komen. En ook de rest van de cd klinkt werkelijk prima, met afwisselende nummers, balancerend tussen rock en pop. Een plaat dus waarover met recht gezegd kan worden, dat sommige muziek beter goed gejat kan zijn dan slecht verzonnen. Origineel is het allemaal niet, maar een kniesoor die daar op let.
File Under: Zeer fraai gejat
File Audio: [MySpace]
Peter Gabriel - Scratch My Back
Alom bekende songs afbreken en opnieuw opbouwen met als resultaat iets dat toch een duidelijke herinnering oproept, ondanks dat het volstrekt anders klinkt. Een act als Susanna & The Magical Orchestra heeft aangetoond dat het wonderschone albums op kan leveren. Ik kan me echter niet heugen dat een Grote Naam zich gewaagd heeft aan zo'n gewaagde exercitie. Je zou je zelfs af kunnen vragen wat iemand als Peter Gabriel, die zelf prachtige songs schrijft, drijft tot het maken van een album als Scratch My Back, waarop hij zijn favoriete artiesten covert. Maar als je luistert naar het resultaat van zijn werk met arrangeur John Metcalfe en producers Tchad Blake en Bob Ezrin, dan stop je vanzelf met vragen. Dat resultaat is namelijk zwaarmoedig, maar ook grotendeels verbluffend. Wat ik leuk vind is dat Gabriel zowel songs van generatiegenoten onder handen neemt (o.a. Paul Simon ("The Boy In The Bubble"), David Bowie ("Heroes") en Lou Reed ("The Power Of The Heart") als liedjes van acts die af en toe zelfs zijn kleinkinderen hadden kunnen zijn (Regina Spektor ("Après Moi"), Arcade Fire ("My Body Is A Cage"), Bon Iver ("Flume")). Stuk voor stuk wordt ze een jas aangemeten die genaaid is van alleen piano, strijkers en blazers, er komt geen traditioneel popinstrument aan te pas. De warme stem van Gabriel past dit maatwerk als gegoten. Van de twaalf covers vind ik alleen de draai die aan Bon Iver's "Flume" gegeven wordt wat minder, maar dat is ook een van de meest bijzondere songs van de laatste jaren. Maar bijvoorbeeld de minimale pianobenadering met een vleugje strijkers van Radioheads "Street Spirit (Fade Out)", waar ik op voorhand huiverig voor was, zorgt bij mij voor een brok in de keel. Het schijnt dat er als wederdienst straks ook een album gaat verschijnen waarop de hier gecoverden een nummer van Peter Gabriel op gaan nemen. Met Scratch My Back legt Gabriel de lat voor dat project echter op zulke hoogte dat ik me als gecoverde nog een keer achter de oren zou krabben voor ik mijn bijdrage in zou leveren. Maar ik laat me graag - nogmaals - verrassen.
File Under: Heroes
File Audio: [MySpace]
Babian - Hälften Dör Av Fetma
Wat een rare letters, bedenk ik me als ik de titels op het hoesje van een band die zich Babian noemt aan het bekijken ben. En wat een rare taal als ik de cd aansluitend aan het draaien ben. Als ik het hoesje van de promo dan nog eens op de kleine lettertjes onderzoek dan zie ik namen als Andersson, Karlsson, Björn en dan weet ik het: dit is Zweeds. En helemaal onderaan staat de naam van hun MySpace: Babiansweden. Ik had gelijk! Een ding weet ik echter ook zeker, Hälften Dör Av Fetma gaat het niet worden in ons land. Ik bedoel, ken je ook maar één nummer in het Zweeds? En dan hoeft het nog niet eens succesvol te zijn. Ik niet. Laat er echter geen misverstand over bestaan, het ligt niet aan de muziek. Het viertal brengt op dit tweede album beatmuziek met een sixties garagesound en die klinkt best geinig. Ik moet hier en daar wel wat denken aan die andere Zweden van Mando Diao. Al vind ik hun recentere werk niet te pruimen. Zij doen het alleen op zijn Engels, en Babian heeft kennelijk andere keuzes gemaakt. Helemaal niet erg overigens, want het zal (al kan ik slechts gissen) hier ook wel over meisjes gaan, zoals in negentig procent van de popliedjes. Als je titels hebt als "Jordens Dragningskraft" en "Vi Lär Oss Så Bra" dan moet je niet op een internationale doorbraak rekenen. Lekker in het gehoor ligt het wel. Mijn favoriet: "Öppna Ögonen".
File Under: Do The Swedish Beat
File Audiö: [MySpace]
File Videö: [Skaka Röv]
Setting Sun - Fantasurreal
Zouden John Davis en Lou Barlow hun Folk Implosion nog weer eens van stal halen? Nu Setting Sun's vierde plaat Fantasurreal (is dat geen neologisme?) z'n rondjes in mijn cd-speler draait, vraag ik me vooral af of er nog eens een vervolg op het prachtige Dare To Be Surprised gaat verschijnen. Want hoe aardig Fantasurreal ook is, de inventieve frisheid en de vrolijke charme van The Folk Implosion's doorbraakplaat hoor ik niet. (Eerlijk is eerlijk: ook de twee platen na Dare To Be Surprised kwamen daar niet in de buurt.) Maar genoeg gekat: Fantasurreal klinkt even lichtvoetig en staat evenzeer met één been in de elektronica (lees: goedkope synthesizers) en met het andere in de fijne Amerikaanse indietraditie van mooie liedjes met een rafelrandje als ooit het muzikaal zeer verwante The Folk Implosion. Voorman en voornaamste liedjesschrijver van Setting Sun Gary Levitt heeft zich hier omringd met violen en trompetten en dat zorgt voor een bij tijd en wijle pastoraal geluid, dat mooi afsteekt tegen het soms net iets te koude jaren tachtig gevoel dat sommige liedjes uitstralen ("Make You Feel", met als enige tekst: 'No One's Gonna Make You Feel As Good As You Do'. En dat dan een keer of vijftig herhaald). Een aardig album op een terrein dat John Davis en Lou Barlow al een tijdje braak hebben laten liggen. Van de hand van een sympathiek bandje: op de website van hun platenmaatschappij kun je gratis de EP Children of the remix downloaden.
File Under: Te goed om surrogaat te heten
File Audio: MySpace
File Video: Driving
Mammooth - Back In Gum Palace
Ergens begin 2003 brak ik hier een lans voor het Britse Archive. In mijn directe omgeving verspreidde het Archive-virus zich als een kleine olievlek. Maar waar de band in bijvoorbeeld Frankrijk en België behoorlijk groot geworden is, wil het hier in Nederland maar niet lukken met deze Engelsen. Ik ben bang dat, nu ik een lans ga breken voor het ongeveer in de gelijke categorie vallende (Italiaanse!) Mammooth, het kwartje weer niet zal vallen. Mammooth heeft dan wel niet zulke triphop-roots als Archive, de muziek die ze laten horen op het geweldige Back In Gum Palace roept bij mij hetzelfde euforische gevoel op. Na een onheilspellend intro gooit de band in het met heerlijk opzwepende drumpatroon doorspekte "What A Mess" al haar sterke troeven in de strijd. Riccardo Bertini laat hierin gelijk zijn volle stem gelden. Deze is een sterke mix van RPWL's Yogi Lang en Ray Wilson. Warm, maar met een klein kartelrandje en hij scoort bonuspunten door de zweem aan Italiaans accent die er over ligt. Toch gebruikt Mammooth deze sterke troef niet altijd. Alsof ze om gefocust te blijven zichzelf gedwongen hebben om ook sterke instrumentale tracks te schrijven. De manier waarop de ze dat doen met "The Day I Stood Still For The Last Calling" waarin ze een post-rock-gitaarpartij mixen met een strakke beat en daar de rest van de instrumenten in rond laten dolen, is op papier simpel en al vaker gedaan, maar op deze cd is het machtig. Of neem "Vincent" waarin ze hulp krijgen van trompettist Claudio Santamaria, die zichzelf terugvindt in een hal vol elektronisch gefröbel, maar door de solide basis van de band alle ruimte heeft om smaakvol te excelleren. Het is vooral het muurtjes slechtende karakter van de plaat dat mij zo aanspreekt. Zo laten ze horen dat symfo-invloeden in je muziek embedden helemaal niet vies is, als je ze maar juist inzet. En rocktracks opleuken met elektronica fratsen en beats kan ook best zonder geforceerd te klinken al gaan ze in het freaky "Key 6" wel op zoek naar het randje. Ze laten bovendien horen dat een vervorming op de zang zetten prima kan zonder dat je er kriegelig van wordt ("My Left Hand"). Erg toffe plaat.
File Under: Sketches Of A Personal War
File Audio: [MySpace]
Sivert Hoyem - Moon Landing
Ontvrienden kwam eind vorig jaar bij de woord van het jaar-verkiezing georganiseerd door Van Dale en De Pers als winnaar uit de bus. Mooi. Dan kunnen we dit jaar wellicht weer eens gaan besteden aan het sluiten van echte vriendschappen in plaats van het fanatiek klikken op een 'add'-button. Misschien is het zelfs een goed idee om enigzins verwaarloosde vriendschappen op te poetsen. Een biertje pakken. In 't echie. Niet virtueel maar met een twee-vingers-dikke schuimkraag. Het beluisteren van Moon Landing van Sivert H�yem geeft mij het gevoel van een oude vertrouwde stem op de voicemail. Een hele kenmerkende, donkerbronzen stem. Als een vriend die zich even bewust had teruggetrokken om tot zichzelf te komen en nu vindt dat de tijd daar is voor een hernieuwde kennismaking. Niet alleen met het typische Madrugada-geluid voorzien van de duistere, onderliggende diepten van Noorse fjorden. Ook met de folkroots en westcoast gitaarrock die de man reeds ten toon spreidde op eerdere solo-avonturen. Het combineert gelukkig allemaal prima. Mede dankzij de vakkundige snarenondersteuning van Cato Salsa (wiens spel mij soms op onbewaakte momenten aan een soort jonge, ongeremde Mark Knopfler doet denken). Tijdens het wegsterven van de laatste klanken van de R.E.M.-achtige afsluiter "Arcadian Wives" loop ik nog even naar de koelkast voor een biertje. 'Dit moeten we vaker doen', denk ik.
File Under: Succesvolle landing
File Audio: [My Space]
File Video: [Moon Landing]
Hadouken! - For The Masses
Vooral in Groot-Brittannië was de hysterische new rave van het jonge Engelse kwintet Hadouken! een hit in 2008. Ook op Lowlands mocht de groep knallen, maar het publiek kende de groep nog niet en bleef wat gereserveerd staren naar het kleine Charlie-podium. Sowieso had de groep beter gepast in de wat exclusievere X-Ray-loods, die zich beter leent voor dit soort electrohypes. Inmiddels is hun tweede album uit. Nog meer dan Music For An Accelerated Culture is For The Masses een bonkende kermisplaat vol sirenes geworden, in de stijl van The Prodigy en de nieuwe Pendulum. Dat is mede te danken aan het Groningse Noisia, dat liet zich lenen voor de messcherpe productie. Helaas. Want Hadouken! verliest zich in de hypermoderne speeltuin die Noisia's studio is en vergeet echt te rellen. Dit album had beter For The Basses kunnen heten. De geüpdatete bijna gitaarloze sound klinkt vet, maar de agressie van nu nóg nihilistischere rapteksten als 'I'm gonna fuck your face off' en 'I don't care where we are, I don't care where we go' werkt er niet op. Het heeft vooral iets kinderachtigs. Nog erger is dat het dit keer aan goede liedjes ontbreekt. Op nummers als "M.A.D." en "Evil" is het fijn feesten, maar zijn het ook floorfillers? En net als ik denk dat "House is falling down" iets wordt, komt dat omdat ik na de tekst 'Do you know you are breaking on me' verwacht dat het refrein van Capella's "Move On Baby" invalt. Ouch. Net als bij Pendulum kan het gaan stormlopen rondom deze plaat, maar wie wat meer drum'n'bass gehoord heeft weet ook beter. De bijgevoegde remixen van Spor (dnb) en JFB (dubstep) zijn daarvan zelfs al een voorbeeld. Maar dat zal de notoire kermisganger toch worst wezen.
File Under: Prima concept faalt door simplisme
File Audio: [MySpace]
File Video: [Turn the lights out][Rebirth][Belachelijk schattige kleuterclip bij Bombshock]
Steye & The Ottowanians - Hum & Ears
Het verhaal achter Steye & The Ottowanians' Hum & Ears is op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen. Steye had al een solo-album op zijn naam staan toen hij werd gevraagd voor In A Cabin With, een serie waarbij Nederlandse en buitenlandse muzikanten bijeen worden gebracht op een bijzondere locatie. Eerder leverde dat bijzondere resultaten op, zoals bij Neonbelle. Stije Hallema (Steye) en Alvin Lewis (ex-Zuco 103) hebben tien dagen in Canada kunnen opnemen, met een stel Canadezen als begeleiders. Het resultaat - dat eerder in een NPS-documentaire te bekijken was - is nu helemaal grateloos te downloaden op de site of voor een bescheiden prijsje op cd(-kwaliteit) te krijgen. Steye noemt het 'a mix of techno-blues, country-funk, and goa-jazz'. Zelf zou ik het eerder omschreven als lome funk, blues en soul. Soms met fraaie resultaten (de semi-jam "Bob Is Dead"), soms met foute Christopher Cross-Candlelight-Met Het Oog Op Morgen-middle of the road tot gevolg ("Wonderful", compleet met 'shap-doowap-shap'-koortje). Overigens moet gezegd worden dat het prima klinkt voor tien dagen opnamen. De productie is helder en draagt bij aan het lome en ontspannen sfeertje op dit album. De instrumentatie is klein gehouden, met allerlei fijne accentjes om het aan te kleden, wat uitstekend bij de songs past. Goed beschouwd zijn Steye en kornuiten het grootste deel van de tijd aan het vissen in de vijver die al jaren de Fun Lovin' Criminals aan de top van de voedselpyramide heeft. In dat genre is het best een lekker plaatje, afgezien van een paar al te gezapige momenten, maar heel bijzonder of opvallend is het eigenlijk nergens. En dat had ik toch wel verwacht bij een project met zo'n bijzondere ontstaansgeschiedenis.
File Under: Resultaat blijft achter bij de oorsprong
File Audio: [Download bij In A Cabin With]
File Docu: [De NPS-docu]
Allison Moorer - Crows
Tjonge jonge, wat kunnen die Amerikanen toch ook enorm liegen met het artwork op cd-hoesjes. Ik had hiervoor nog nooit gehoord van Allison Moorer en met een blik op de hoes dacht ik te maken te gaan krijgen met het debuut van een jonge (en knappe) roodharige singer-songwriter. Maar wat blijkt, Allison Moorer is al ouder dan ik, levert met Crows al haar zevende album af. Ze blijkt ook nog eens het jongere zusje te zijn van Shelby (die dus ook ouder is dan ik dacht) én tegenwoordig de vrouw te zijn van Steve Earle. Ik had duidelijk even niet op zitten te letten. Wat me overigens verbaast is dat Earle in het boekje alleen maar bij de thank you's en voor de rest part nog deel gehad heeft aan de opnames nog het schrijven van de songs. Maar luisterend naar Crows kun je niet anders concluderen dan dat Moorer zich prima in d'r eentje kan redden als het om songs schrijven gaat. Wat ik bovendien erg prettig vind aan Crows is dat ondanks dat het een duidelijk een plaat van iemand met een roots achtergrond, de karakteristieke country-snik bijna volkomen achterwege blijft. Misschien komt het ook wel doordat de liedjes bijna allemaal als basisinstrument de piano hebben. Dit instrument sluit ook beter dan de gitaar aan op de prachtige stem van Moorer en zorgt ervoor dat deze zo mooi mogelijk gepresenteerd wordt. Dat lukt uitsteken in de wiegende ballade "Should I Be Concerned" waarin Moorer al pianospelend meeslepend vertelt en qua stem op het toppunt van haar kunnen klinkt.
File Under: Niks geen debutant.
File Audio: [MySpace]
Senser - How To Do Battle
Hoe retestrak de nu-metal van het Britse Senser ook mag zijn: een beetje juiste timing is niet de sterkste kant van deze band. Senser begon te vroeg, ergens eind jaren '80, toen de wereld nog niet klaar was voor de toen nog nauwelijks gehoorde crossover van dance, metal, rap en politiek. Ja, Red Hot Chili Peppers deden het al wel, maar die hadden het alleen maar over seks. Zack en Tom van het wèl politieke Rage Against The Machine zaten in die tijd nog te wachten op een pot om de mosterd vandaan te halen, onze eigen Urban Dance Squad ging de grenzen nog niet over om die inspiratie te leveren en eigenlijk waren metalriffs sowieso nog 'uit'. Toen Senser in 1994 eindelijk met hun ijzersterke debuutalbum Stacked Up kwam, was dit rijkelijk laat en was deze stroming al weer op z'n retour. Als band piekte Senser daarentegen weer te vroeg, want de opvolger van dat album, Asylum uit 1998, haalde het bij lange na niet bij het vlijmend scherpe debuut. Niet lang daarna besloot Senser er maar mee op te houden. Tot 2003, toen de fans van het eerste uur hen met succes terughaalden op de festivalpodia. Deze comeback heeft geleid tot het derde album SCHEMAtic, maar toen was ik al afgehaakt. Senser was te laat, op de verkeerde plek in de verkeerde tijd en ontbeerde relevantie. Nu is daar -wederom na vijf stille jaren- How To Do Battle, met alweer exact dezelfde ingrediënten als voorheen. En zowaar, bij de eerste tracks voel ik iets van de opwinding die Stacked Up ademt en zo sterk maakt. "Wake Up, You're On Fire", gevolgd door de single "Resistance Now" zijn rake openers en het groovende "Brightest Rays" mag er ook wezen. De opzwepende, vloeiend West-Londense raps van Heitham Al-Sayed gaan nog steeds prima samen met de wereldse vocalen van zangeres Kerstin Haigh. Maar gaandeweg het album dringt het gevoel zich op dat Senser geen centimeter ontwikkeling heeft doorgemaakt, zichzelf plagieert en het debuutalbum nog een keer dunnetjes over wil doen. En dat komt dan ook niet meer goed: naarmate het album zich vordert is de rek er steeds meer uit en horen we een gedateerd soort rapmetal dat zelfs in de eerste helft van de jaren '90 nauwelijks zou opvallen. Nee, timing is niet hun sterkste kant. Dan weer te vroeg, dan weer te laat en nu echt over de datum.
File Under: Zwaar over de datum
File Audio: [Senser MySpace]
File Video: [Resistance Now]
Spoon - Transference
Fans van de op slimme wijze kaal gehouden rammelindie, waar Spoon furore mee maakte schrokken zich vast een hoedje van het dikke, swingende geluid van doorbreekplaat Ga Ga Ga Ga Ga. Ze sloegen de handen om de oren, knepen beide ogen dicht en hoopten dat het voorbij ging. Toegegeven, het geluid van de plaat was commerciëler dan al haar voorgangers. Toch waren de liedjes stuk voor stuk steengoed en was ook op Ga Ga Ga Ga het experiment nooit ver weg. Op zevende plaat Transference zet Spoon weer een stap richting het experiment. De soulvolle indiesex van Ga Ga Ga Ga wordt met een subtiele draai verwoven met het experiment van eerdere platen. Dat experiment zit hem deels in de songstructuren, maar nog het meest in de lol die Spoon tijdens de mixfase met hun platen lijkt te hebben. Het nummer "Mystery Love" eindigt middenin een zin, en verspreidt over de plaat vallen af en toe woorden weg. Dat is niet een simpel geval van draaien aan knoppen 'gewoon omdat het kan'. Spoon geeft Transference bewust een onaffe uitstraling, als extra munitie bij het bereiken van het gewenste effect. Het is alsof de plaat je tijdens het luisteren af en toe door de vingers glipt. En daardoor blijf je er maar achteraan lopen.
File Under: Indiepop van zeer hoog niveau
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
Blaudzun - Seadrift Soundmachine
Ja, geef ze eens ongelijk: een optreden bij een tv-programma als De Wereld Draait Door doet meer dan tien stukjes op willekeurig welke website. Een en ander leidde ertoe dat de releasedatum van Seadrift Soundmachine is vervroegd. Al die lieve kijkers zouden over een paar weken namelijk wel eens niet meer aan Blaudzun kunnen denken en vergeten de cd aan te schaffen. En behalve dat ik de commerciële mensen achter Blaudzun geen ongelijk geef, zou dit ook nog eens heel erg zonde zijn voor al die kijkers. Want wat is zijn tweede album geweldig geworden! In het verleden zag ik hem een paar keer live, en na de tweede keer was mijn conclusie: geweldige stem, fijne ingetogen liedjes, maar na een liedje of zes weet ik het wel. En zo luisterde ik niet naar Joice, dat Blaudzun (oftewel Johannes Sigmond) bij zijn debuut in 2008 voor goud ging. De tijd van de release van de opvolger Seadrift Soundmachine lijkt in dat gouden kader prima gekozen i.v.m. De Olympische Winterspelen, al zou de wielrenner Blaudzun hier nooit aan meegedaan hebben. Kwam Joice bij het debuut nog met vergelijkbare namen als Radiohead en Fleet Foxes, ik voeg hier graag Dave Eugene Edwards (Sixteen Horsepower) aan toe. Blaudzuns stem heeft veel weg van die van hem en ook de desolate spanning in de muziek hoor ik terug. Luister maar eens naar "Light-O'-Love". De afwisseling die ik bij de concerten miste, lijkt bij beluistering van deze release een belachelijke mening: er is niets saai aan. De muziek is prachtig intiem, maar ook orkestraal en neemt mij mee op een reis die mij ontroert. Zo mooi. Als single is gekozen voor "Quiet German Girls", die ik vandaag al op de radio hoorde. Laat dit het begin zijn van de triomf van Blaudzun.
File Under: Ook voor de lezers van File Under
File Audio: [MySpace]
File Video: [Quiet German Girls][Midnight Room (Prague version)]
Week 6, 2010
Storm
Peter Gabriel - Scratch My Back
Ewie
Blaudzun - Seadrift Soundmachine
Ludo
Owen Pallett - Heartland
Gr.R.
Tom Petty & The Heartbreakers - Live Anthology
Ramon
Various Artists - We Are Only Riders: The Jeffrey Lee Pierce Sessions Project
Stonehead
Two Door Cinema Club - Tourist History
André
Ellie Goulding - Lights
Prikkie
Freddie Mercury - Solo
DubbelMono
Basia Bulat - Heart Of My Own
Automatic Sam / OIIO
Afgelopen nacht kwam Pieter Holkenborg, de zanger van Automatic Sam, ons aller Stonehead tegen in de NDRGRND in Nijmegen. Hij vroeg hem waarom er nog geen stukje op File Under stond van hun album Hot Foot Oil. Nou, daar was een redelijk goede reden voor: in december stond er op hun MySpace-site dat Hot Foot Oil bijna uitverkocht was. Nou blijk ik destijds niet helemaal goed gelezen te hebben, want Hot Foot Oil verschijnt dit jaar ook nog op vinyl. Bovendien trekken ze met hun maten van Shaking Godspeed binnenkort Europa door om her en der zalen onveilig te maken. Dat zijn twee goede excuses om alsnog een stukje te wijden aan het debuutalbum van deze Achterhoekers die tegenwoordig Nijmegen als uitvalsbasis hebben. Dat ze dit nadrukkelijk noemen is ook niet zo raar, want Nijmegen heeft de laatste tijd bewezen een donderssterke rockstad te zijn met De Staat, Black Bottle Riot en Shaking Godspeed. En daartussen kan Automatic Sam makkelijk mee. De cd Hot Foot Oil telt maar zes nummers, maar de tracks zijn zo lekker uitgesponnen (met het afsluitende "When She Starts Singing" dat richting het kwartier gaat en de toptrack is van dit album) dat de normale cd-lengte van drie kwartier toch nog bijna gehaald wordt. Door hun basis van eigenwijze rauwe hardrock met machtige riffs mengen ze stoner en psychedelica en vuige blues. Dat levert ze niet de originaliteitsprijs op, maar de inzet en uitvoering in de songs compenseert dit met speels gemak. Want voor een track als het lekker bokkige "Gimme Something" verdienen ze alle lof.
En nu we toch in het Nijmeegse stadje N. zijn, nog maar een bandje uit die hoek, ook al kun je hun stijl niet eens rock noemen. Vorig jaar maakte de jonge band OIIO zijn debuut op Habana, de Affaire-locatie aan de noordelijke zijde van de Waal die dit jaar dreigt te verdwijnen. Het was de ideale plek voor deze groep, want OIIO maakt bijna geheel akoestische gitaarmuziek (met percussie en een zangeres) die nergens agressief of groots aangezet wordt. Het moet dus niet al te rumoerig zijn, en dat soort plekken zijn in de Vierdaagseweek dungezaaid in Nijmegen-centrum... Joni van der Leeuw en Timo Pisart, die samen de songs op deze onlangs verschenen debuut-cd schreven, passen keurig in het rijtje mooie gitaarjongens als Awkward I, Lucky Fonz III, Kim Janssen en Marten de Paepe - maar bij het studentikozere OIIO krijg je er dus meteen twee tegelijk. Open is een mooi verzorgd, consistent album geworden waarop best wat te genieten valt, maar net als bij de voornoemde acts is het gevaar dat het aanwezige talent verdrinkt in liedjes die net iets te gezellig of zelfs gemakzuchtig worden, zoals hier het wat gerekte "Catching Waves". Grappig zijn daarentegen juist de ultrakorte single "I'm here" en spaarzame freakouts als het instrumentale stuk in het meeklapbare "Golden Mountains". Met wat meer afwisseling kan OIIO de luisteraar �cht gaan raken.
File Under: Bluesy Ruwe Bolsters
File Audio: [MySpace]
File: OIIO - Open
File Under: Lieve Zachte Indies
File Audio/Video: [OiioSpace][Bandsite]
Eisenhower - Eisenhower (EP)
Eisenhower is een Groningse formatie die het Rooie Oortjes Festival won vanwege ´de combinatie van rauwe rootsrock met vierstemmige vocale harmonieën´, zoals de jury het verwoordde. De prijs bestond uit twee dagen studiotijd, wat deze EP met drie songs opleverde. Opener "Time The Time" laat al horen dat deze band inderdaad iets bijzonders in handen heeft. Muzikaal hangt dit nummer zo nu en dan dicht tegen Queens Of The Stone Age aan, maar de harmonieën maken er iets speciaals van. Zelf noemen ze invloeden als Led Zeppelin, Uriah Heep, Deep Purple, Wolfmother, The Parlor Mob en Tool. De wortels liggen dus in de seventies hardrock en dat is te horen. Toch is er een factor die voorgaande bands minder hebben die bij Eisenhower van groot belang is. Want de gitaren mogen dan wel lekker stevig in de mix zitten, met name de laatste twee songs, "The New Guy" en "Eclipse" hebben een onweerstaanbaar poppy randje. Elk van de songs heeft er iets inzitten dat het stramien even doorbreekt, zoals een lekker naar voren huppelend basloopje of een koortje. Voor de mix en mastering is veel tijd genomen en dat hoor je eraan af. Deze Groningers leveren daarmee een EP af die naar meer doet verlangen. Voor maar drie euro is ´ie de jouwe.
File Under: Lekker eigenwijze rockers met stijl
File Audio: [EisenhowerSpace] [Flashplayer op de site]
VA - Back to Peru Vol. II
Voor beluistering lijkt deel 2 van Back to Peru een bak met restjes die overgebleven zijn na het uitbrengen van volume 1 van deze collectie Peruviaanse garagerock. Het grootste verschil is dat we nu de b-kantjes krijgen van de singles die op de eerste set verzameld zijn. Maar de lol die te beleven valt aan dit doosje met 34 tracks, verdeeld over twee cd's, is niet minder dan bij deel 1. Van simpele beat tot de meest woeste psychedelica en via zo authentiek mogelijk gecopieerde Amerikaanse hits tot Latijns-Amerikaanse ritmes, de periode 1964 tot 1974 was muzikaal gezien een spannende in Peru. De ontwikkelingen zijn niet veel anders verlopen dan in de Anglosaxische muziekscene waar de bandjes op deze verzamelaar zich aan spiegelden. Vanaf midden jaren zestig begon de British Invasion z'n sporen na te laten (Los Jaguars en de woeste Los Saicos), waarna het stokje overgenomen werd door psychedelische invloeden (Los Juniors). Eind jaren zestig, begin jaren zeventig kwam, met het opkomende zelfbewustzijn in Zuid- en Midden-Amerika, de nadruk op Latijns-Amerikaanse invloeden te liggen. Santana was de grote held, (Los Zheros' "Quarto Obscuro" doet hem niet onverdienstelijk na) maar de opeenvolgende rechtse dictaturen deden popmuziek in de ban, waardoor 1974 een logisch eindpunt van deze cd's is: er was nog maar weinig invloed van buitenaf en bijna geen mogelijkheden voor distributie of het maken van opnames. De tien jaar die op Back to Peru behandeld worden zijn vrolijk en bij tijd en wijle woest bij elkaar gejat: Tercera Phedra En El Sol van Los Juniors is uiteraard Jimi Hendrix' "Third Stone from the Sun" en "Filled With Fear" van Iron Butterfly werd door Beautiful Day niet helemaal goed verstaan en dus omgebouwd tot "Full With Fear".
File Under: Garagerock in de Andes
File Audio: Los Shain's - Shain's A Go Go
The Go Find - Everybody Knows it's Gonna Happen Only Not Tonight
Fascinerend, een nieuwe geheimtaal ontdekt. Meestal wordt door bands online alleen maar geblogd over hoeveel ze gezopen of geblowd hebben in de toerbus en studio, maar de Antwerpenaren van The Go Find laten een veel interessanter kijkje in de keuken zien. Tijdens de opnames van hun derde album met de Morrissey-esque titel plaatste de band enkele 'producer notes' op het internet. Kijk bijvoorbeeld eens op de pagina met daarop een notitie over het nummer "Lottery Man": 'Korrel??'. Klinkt spannend. In ieder geval spannender dan het nummer dat uiteindelijk op de plaat is beland en waar overigens geen korrel op te ontdekken valt. The Go Find maakt makkelijk in het gehoor liggende indiepop die nog zoeter is dan de zwaarst besuikerde Belgische wafel. Voorman Dieter Sermeus zingt alsof hij voortdurend bang is dat de buren wakker zullen worden en de drummer wil duidelijk geen lelijke putjes in zijn vellen. Everybody Knows it's Gonna Happen Only Not Tonight kabbelt bijna veertig minuten lekker voort en heeft een lome groove die liefhebbers van bands als landgenoten Isbells goed zal bevallen. Een uitschieter is "Cherry Pie", dat sterk doet denken aan Stephen Malkmus. Everybody Knows it's Gonna Happen Only Not Tonight is een prima en vooral keurig indie-album waar iets meer pit geen kwaad had gekund.
File Under: Indie met korrel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Everybody Knows it's Gonna Happen Only Not Tonight]
Kentin Jivek - Eight New Prophecies
De kortst mogelijke omschrijving is een makkelijke. File Under: Nouveau Folk. Of voor mijn part: Folk de freak. Want de muziek van Fransman Kentin Jivek bewandelt grosso modo dezelfde paden als erkende grootheden uit het genre als Devendra Banhart en Sufjan Stevens. Al is Jivek minder woest en wild als de eerste en minder productief en spaarzamer in zijn arrangementen dan de tweede. Hij leunt zo nu en dan ("Wig Ma Wag! Henchman of the Death") zwaar op de psychedelische grappen uit de jaren zestig en zeventig, maar dan op akoestische instrumenten. Zijn teksten zijn ongrijpbaar - onbegrijpelijk mag je ook zeggen - en zowel in het Engels als het Frans (soms gecombineerd, zoals in "Pandora's Box"). Van openingsnummer "Szeged Succuba" zou ik niet eens kunnen zeggen in welke taal die gezongen is. De twee Franse liedjes "Quelle Importance" en "Parce Que C'est Toi" laten Jivek horen als een klassieke chansonnier: alleen met piano en emotioneel-geladen stem. Ze worden op het album gevolgd door "Lake Like", waarin zowel Tindersticks als Leonard Cohen doorklinken. Eight New Prophecies - jawel, de plaat bevat acht liedjes - is Jiveks vierde album tot nu, maar voor mij de eerste kennismaking met een intrigerend muzikant die we eigenlijk te kort doen door simpelweg naar anderen te wijzen die evenzeer folk een nieuwe richting op proberen te sturen.
File Under: Nouveau Folk
File Audio: MySpace
File Video: Little Black Scorpions
Lee Fields & The Expresssions
Dommin - Love Is Gone
Ieder jaar worden er weer meisjes veertien. En ieder jaar schieten die meisjes "in de publiciteit" zoals mijn oma dat plachtte te zeggen, met alle problemen van dien. Meisjes die, zoekende in een, voor hun, nieuwe wereld, zich vastklampen aan idolen. En dat kunnen natuurlijk niet de idolen van je oudere broer of zus zijn, dus wordt er ieder jaar wel weer een blik artiesten losgetrokken die die tienermeisjes moeten troosten. Bij de lichting van deze generatie hoort Dommin. En moet Dommin, geleid door Kristofer Dommin, kwijt zich voorbeeldig van zijn taak. Deze zelfverklaarde gothrockers kleuren heel precies binnen de lijntjes van het genre (veel toetsen, beetje vervormde gitaar, maar wel ver naar de achtergrond gemixt en "diepzinnige" teksten over gebroken harten en miskende liefdes) en voldoen zo sterk aan de eisen van de Amerikaanse markt dat zelfs Him er nog spannend bij is. Dommin's enige pluspuntje is Kristofer Dommin's puike huilstem (denk aan Life of Agony), maar die zet hij eigenlijk te weinig in. Single en openingstrack "My Hearts, Your Hands" is het hoogtepuntje van Love Is Gone, en voor de rest vraag ik me vooral af hoe je als volwassen vent al die kleffe vanilleseksteksten uit je strot krijgt. Maar goed, er is een markt voor. En tegen de tijd dat voor de doelgroep het ergste leed geleden is en ze naar echte muziek gaan luisteren staat er vast wel weer een volgende gothrocker klaar. Er worden immers ieder jaar meisjes veertien…
File Under: Him Light
LaBrassBanda - Übersee
'Und die Poppreis dieses Jahr ist für LaBrassBanda!', dat leek me wel wat voor het Duitse Noorderslag. Als die al bestond. Ik had namelijk bij de eerste tonen de verwachting dat dit een vette band was die de grenzen van de muziek opzoekt: redelijk normale popliedjes, maar dan met de nodige Duitse hoempa en een Zuid-Duitse rapper eroverheen rappend. Die kant leek het op te gaan, en wie weet stond er op Übersee wel een nummer waarmee LaBrassBanda net als Peter Fox bij ons voet aan de grond zou kunnen krijgen. Het vijftallige LaBrassBanda bestaat uit een drummer, een bassist en drie blazers. Het eerste probleem is wel dat de zang (met de rap bleek het mee te vallen) in het Zuid-Duitse dialect moeilijk te volgen is, een beetje à la Spider Murphy Gang, maar dan met nog een zwaarder accent. Dit zou met name live nog wel gecompenseerd kunnen worden. Wat ik echter meer een probleem vindt, is dat het allemaal toch wel wat braafjes blijft en het album niet erg gevarieerd is. Vooral de wat lome nummers met een reggae-ritme komen niet erg van de grond. Dit alles ondanks dat ik een groot zwak hebt voor toeters en blazers. Met de hoempa valt het overigens uiteindelijk mee, ik zou het toch meer in de funkhoek zoeken. Al knalt het niet uit je speakers. Ten tijde van de Neue Deutsche Welle was er ongetwijfeld een nummer een hit was geworden in ons buurland, zoals "Bierzeit" of Scetches". Maar of het over de grens net zo succesvol was geworden dat waag ik te betwijfelen.
File Under: Poging tot originaliteit
File Audio: [MySpace]
File Video: [Kijk, dit bedoel ik]
Sean Lennon - Rosencrantz And Guildenstern Are Undead
De sprankelende en absurdistische komedie Rosencrantz And Guildenstern Are Dead is absoluut aan te raden, maar of dit ook geldt voor de low budget zombie-versie? Ik heb zo mijn twijfels. Net als bij deze soundtrack van Sean Lennon. Het is onduidelijk of hij het nou serieus bedoelt, of dat het allemaal een grote grap is. Het ligt er maar net aan welke van de immer clichématige (Danny Elfman! Yann Tiersen!) thema's je hoort. Ik zou haast gaan denken dat de hele film niet eens bestaat. De zoon van de bekende vader componeerde alles thuis op zijn computer en de boel werd ook op dezelfde bak uitgevoerd, waardoor we hier drie kwartier naar een neporkestje zitten te luisteren. En, om nu al in herhaling te vallen, dat is dus af en toe geinig, elders om te huilen zo klunzig en vaak allebei ("Hamlet's Theme"). Het dieptepunt vormt "Charlotte's Theme", wat een oorlogszuchtig typetje moet zijn, want het klinkt als de wanstaltige muzak uit Age Of Empires, een strategisch computerspelletje dat ik meer dan tien jaar terug speelde. Beter geslaagd zijn de momenten dat Lennon zijn gitaar erbij pakt. "Bobby's Bedroom" klinkt bijvoorbeeld als een makkelijk meefluitbaar deuntje dat op de G-Spots-compilatie had gepast. Met wat goede wil kun je "Elsinore Reprise" tot een Air-pastiche rekenen, inclusief zuchtmeisje en pseudo-erotisch seventies-sfeertje. Uiteindelijk vind ik maar een stuk echt de moeite waard en dat is wel meteen de "Finale". Een zwierige piano-waltz, het aaien van een akoestische gitaar en zowaar een bijna emotioneel blazers-arrangement. Sean mag zich heel even in de magische wereld van Amélie wanen.
File Under: Muzak met momenten
File Audio: [Sean-Space]
Gerard van Maasakkers - Deze Jongen
Gerard van Maasakkers is zo'n Nederlandse muzikant die jarenlang mijn radartracks wist te ontwijken. Pas toen ik enkele jaren geleden met een Brabantse collega op een kamer kwam te zitten, die een grote voorliefde had voor deze provinciegenoot van hem, hoorde ik voor het eerst een liedje van Van Maasakkers. Hij maakt nu ook niet bepaald liedjes die je hoort op radiozenders als 3FM en Kink FM die ik meestal beluister. Al draaiden ze daar wel "Als je ooit nog eens terug kan" dat Anneke van Giersbergen en Racoon's Bart van de Weide. Het is wel een typisch voorbeeld voor het soort liedjes waar hij patent op heeft. Van Maasakkers maakt liedjes zoals mijn moeder ze graag hoort. Niet te hard, fijn gezongen met Brabants accent, mooie melodielijnen en vooral ook van elke wazigheid gespeende Nederlandstalige teksten. Ik heb wel eens moeite met dat accent van Brabantse zangers, maar als Gerard zich dit bezigt, dan heb ik daar totaal geen last van. Deze Jongen verschijnt aan de vooravond van de gelijknamige theatertournee waarin logischerwijs deze liedjes centraal zullen staan. Niet alle liedjes zijn overigens nieuw. "De Stilte" is een mooie herinterpretatie van een nummer dat al dateert uit de jaren tachtig en twee liedjes ("Zilveren Vogel" en "Van Hier Of Van Daar") zijn vertalingen die Van Maasakkers maakte van het Italiaans naar het Brabant, maar ze sluiten ook met hun zuidelijke karakter naadloos aan op zijn eigen liedjes. Ik vind zelf het stille, melancholische "Ik Mis Jou" dat achteraan de cd verstopt zit het mooist. Een eenvoudig liedje, met een duidelijke boodschap. Meer is ook niet nodig.
File Under: Grootmeesters
Jupiter Society - Terraform
De geestelijke vader (of de Chairman, zoals hij zich noemt) van Jupiter Society is Carl Westholm, songschrijver, producer en toetsenist op Terraform. Hij is ook actief in de bands Carptree en Krux, maar Jupiter Society is zijn kindje. Voor dit progmetalproject, qua concept een vervolg op het debuut First Contact/Last Warning, heeft hij echter ruim gebruikgemaakt van de Zweedse scene en zijn andere bands in het bijzonder, wat resulteerde in de medewerking van bijvoorbeeld zanger Mats Levén (Yngwie Malmsteen, Krux en het meesterlijke Amaseffer) en Leif Edling (Candlemass en ook al Krux). Hoewel hij niet alles op dit album zingt, maakt Levén met zijn kenmerkende stem dat de associatie met Amaseffer nooit ver weg is, zij het dat Jupiter Society niet die soundtrack-achtige feel heeft en uiteraard niet de invloeden iuit het Midden-Oosten. De songs hebben echter de verhalende kwaliteit die je bij Amaseffer, Ayreon en ook Pain Of Salvation tegenkomt. Jupiter Society staat voor heftige stukken met metalgitaren, afgewisseld met tragere stukken met ijle toetsenpartijen, symfonisch, soms met een flink koor erachter, gedragen, in slechts zeven songs. Ach, dit is sowieso een album dat je in zijn geheel moet draaien om de kracht te voelen. Het is allemaal net niet onderscheidend genoeg om een enorme klapper te worden, maar liefhebbers van verhalende progmetal zullen er nog steeds veel plezier aan beleven.
File Under: Ambient progkindje van de Voorzitter
File Audio: [SocietySpace]
Shearwater
'Kijk daar zit 'ie! Shit hij vliegt weer weg! Kom op, erachteraan!' Een hele horde fotografen rent achter het kleine gekleurde vogeltje aan dat verschrikt in een boom van een Alkmaarse buitenwijk is beland. Het vogeltje is compleet de weg kwijt want het is begin januari en eigenlijk had deze Baltimore Troepiaal al lang in Zuid-Amerika moeten zitten. Sinds 1890 is deze Troepiaal maar twee keer eerder in Nederland gesignaleerd dus vogelminnend en -spottend Nederland is massaal uitgerukt naar Alkmaar.
Lees verder..Daisy Cools - The Secrets We Kept
Dat Daisy Cools al eens een album uitbracht zal de meesten ontgaan zijn. Het in 2006 uitgebrachte Soultraffic is nauwelijks opgepikt. Op zich was dat best zonde, want ik heb Daisy wel eens zien optreden en met haar dromerige stem kan ze je soms goed pakken. Sinds een tijdje is haar tweede album The Secrets We Kept uit en met dit muzikale wapenfeit is Daisy misschien een stapje dichter bij nederfaam. Met "Love Be Late" heeft ze in ieder geval al een pracht van een tearjerker op haar naam gezet. Het valt me bij het beluisteren van dit album op dat er in de langzame nummers meer ruimte is voor Daisy's vocale kwaliteiten. "My Savior, She" is hier zo'n mooi voorbeeld van. Wel jammer dat veel van de liedjes je het gevoel geven dat je ze al eens hebt gehoord. Bij Stevie Ann bijvoorbeeld. Of Laura Jansen. En eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zij dat ook wat beter doen. In dit album zit namelijk vrij weinig spanning, het is vooral wat braafjes. Ook heeft bijvoorbeeld "Save Another Life" veel weg van Charlie D�e. Niet zo gek als je beseft dat dit album voor het leeuwendeel is ingespeeld en is geproduceerd door Chris Grem, tevens stuwende kracht achter Charlie. Maar de zuivere productie neemt helaas niet weg dat er meer uitgehaald kon worden. Mij doet The Secrets We Kept net iets te gewoontjes en vooral te zoet aan, en ik twijfel daarom of Nederland er echt voor zal vallen. Dat de ambitie er is, is gelukkig te horen. Ik adviseer dan ook van het veilige af te stappen en misschien eens helemaal los te gaan. Dan komt het bij een volgend album vast wel goed.
File Under : Langzaam op weg naar nederfaam
File Audio : Daisy-space
Massive Attack - Heligoland
De release van Heligoland, de vijfde studioplaat van Massive Attack, was ondertussen zo vaak uitgesteld dat ik eigenlijk alweer vergeten was dat ik erop zat te wachten. Het schijnt dat er ongeveer een half album de prullenbak in gegaan is, inclusief gastbijdragen van onder meer Beth Orton en Mike Patton. Het verschil met voorganger 100th Window blijkt bij beluistering niet groot. Massive Attack (of moet ik het ondanks de terugkeer van Daddy G toch maar houden bij Robert Del Naja?) heeft een trucje in de smiezen en voert dat wederom perfect uit. Dit keer maakt hij gebruik van gastbijdragen van Elbow's Guy Garvey (het fraaie Peter Gabriel-achtige "Flat Of The Blade"), Hope Sandoval (lekker ouderwets wazig in "Paradise Circus"), Damon Albarn, Martina Topley Bird en vanzelfsprekend Horace Andy. Het voelt allemaal erg vertrouwd aan en zeker beluisterd via een koptelefoon klinkt Heligoland geweldig. Daar hoor je me dus niet over klagen. Het warme gevoel dat Massive Attack bij eerdere albums wist op te roepen, ondanks de immer donkere inborst van de muziek, dat is er binnen een vloek en een zucht weer. Maar ik zou zo graag nog een keer zo'n overdonderende ervaring hebben als de eerste keer dat ik in 1998 Mezzanine hoorde. Vooral ook omdat ik denk dat de band dat nog steeds in zich heeft. Helaas blijft dat nu uit. Wat me wel intrigeert is de keuze van de titel van de plaat. Hoe kwamen Robert Del Naja c.s. erop om een album te vernoemen naar het kleine eilandje voor de kust van Duitsland dat ooit bezit was van zowel de Engelsen als de Denen? Het zijn dat soort dingen waar ik over ga peinzen bij beluistering en ik betwijfel of dat een goed teken is. Ik zou Heligoland nu net zo gemakkelijk een 8 kunnen geven als een 3. Dat voelt vreemd aan.
File Under: Dubio
File Audio: [MySpace]
File Video: [Splitting the Atom]
Little Red - Listen To Little Red
In thuisland Australië hadden ze twee jaar geleden al van Listen To Little Red gehoord. Sterker nog: dit debuutalbum kwam op 29 binnen in de Australische albumcharts. En dat voor een plaat die in eigen beheer - dat wil zeggen via hun eigen label Hooch Hound Records - uitgebracht werd. Afgaand op openingsnummer "Coca Cola" had dat zomaar kunnen gebeuren dankzij een reclamecampagne voor Coca Cola. Het liedje doet weliswaar erg sterk denken aan een afgekeurd b-kantje van The Strokes, maar leunt op een onweerstaanbaar stukje a capella. Little Red zal haar muziek niet voor niets zelfs karakteriseren als doo wop punk. Nu valt het met dat laatste wel mee, of je moet de eerste platen van Elvis Costello en Joe Jackson - die andere dankbare associaties waar Listen To Little Red toe oproept - punk vinden. Het eerste deel van hun eigen definitie, doo wop, horen we ook niet zo direct terug. Wel zijn de koortjes erg leuk en regelrecht gepikt uit een jaren vijftig- of zestig-idioom, maar voor doo wop zouden ze een stukje zuiverder moeten klinken. Maar dat zou dan weer afbreuk doen aan de vrolijke rammelrock die Little Red maakt. Onweerstaanbaar als The Strokes? Mwah. Niet aan te ontkomen als aan Elvis Costello en Joe Jackson in hun beginjaren? Bij lange na niet. Maar de dertien liedjes - uiteraard na dertig minuten afgeklokt - zijn leuk genoeg.
File Under: Rammelende vrolijkheid
File Audio: MySpace
File Video: Coca Cola
White Horses in Technicolor Everywhere - Sunna
White Horses in Technicolor Everywhere, oftewel W-H-I-T-E, is het project van ene Cory Thomas Hanson uit Santa Clarita in Californië. Hanson is jong en kent zijn klassiekers, aldus zijn MySpace: 'I was born in 1987. The year Predator, Akira, Final Fantasy 1, Michael Jackson's Bad, the Roland D-50, and a bunch of other way awesomer things came out.' Verder is er bijzonder weinig te vinden over Hanson, maar zijn muziek doet dan ook vermoeden dat hij iemand is die het daglicht weinig ziet. Zijn debuutalbum Sunna klinkt alsof hij met een handleiding op schoot alle knopjes en klanken van zijn splinternieuwe synthesizer aan het uitproberen is. Denk aan een mix van het geluid van de junkietijdplaten van John Frusciante en het experimenteelste van The Flaming Lips en je komt in de buurt van wat er op Sunna te vinden is. Veel verwarrende elektronica met de vlakke zang van Hanson eroverheen. Sporadisch staan er nog wel aardige momenten op het album, maar het merendeel is eigenlijk gewoon stomvervelend geneuzel. Van de vijftien nummers vallen er zeker tien in de categorie 'vuller' vanwege overmatig gebliep en geklooi met effecten, zoals op de vreselijke afsluiter. Gelukkig zijn altijd nog veel 'way awesomer' albums om naar te luisteren.
File Under: Neuzelplaat
File Audio: [MySpace]
VA - The World Is Yours
Ik ben niet zo'n liedjesmens. Dat wil zeggen, ik ben natuurlijk dol op mooie liedjes, maar het liefst luister ik hele cd's, netjes van begin tot eind, zoals ik denk dat de artiest hem bedoeld heeft. Samplers zijn over het algemeen dus ook niet zo aan mij besteed. De sampler die platenmaatschappij Floating World onlangs uitbracht ter ere van hun eenjarig bestaan is echter helemaal niet zo verkeerd. Redelijk grote namen als Young Dubliners, Robin Trower, Umphrey's McGee, Toni Childs, Clem Snide en Ravi Coltrane brengen hier gebroederlijk zij aan zij hun liedjes. Die liedjes bevinden zich vaak op het snijvlak van pop, rock, blues en country en passen daarom uitstekend bij elkaar. Wat jammer is, is dat er geen onuitgebracht materiaal, demo's of iets dergelijks op staan, waardoor het voor de liefhebber misschien nog een leuk item zou zijn geweest. Nu is de sampler echt alleen maar een kennismaking met de artiesten op Floating World geworden, en de vraag is hoeveel behoefte er aan is, zeker omdat er ook nog voor betaald moet worden. Als gratis promotie-item had ik deze cd dan ook zeker aangeraden, maar nu twijfel ik. Als kennismaking met het label is er helemaal niks mis mee, maar deze ontdekkingen kun je tegenwoordig ook heel makkelijk gratis doen, op MySpace, last.fm en soortgelijke websites.
File Under: Thanks, but no thanks
The Use Of Ashes - White Nights: Glowing Lights
Afgelopen week zag ik dat iemand die de Last.fm-events een concert toegevoegd had van Porcupine Tree dat de band in 1998 gaf in Delft. Het voorprogramma was toen de Nederlandse geestverwant The Use Of Ashes dat op dat moment nog net zo obscuur was. Bizar om te zien hoe mijlenver uit elkaar de twee op dit moment liggen. Porcupine Tree toert na het succes van de afgelopen cd's langs grote zalen in heel Europa en verkoopt de Heineken Music Hall en 013 twee avonden achter elkaar met gemak uit. The Use Of Ashes speelt echter nog steeds in dezelfde kleine clubs. Ik heb zelfs al gedroomd dat ze op Into The Great Wide Open in het bos op zouden treden bij maanlicht. Ik denk wel eens dat als je het Steven Wilson zou vragen hij zo zou willen ruilen met The Use Of Ashes. Gewoon weer lekker klein, maar gericht fröbelen zoals hij vroeger deed. En dat fröbelen, dat bedoel ik dus absoluut positief. Want dat doet The Use Of Ashes namelijk nog steeds. Hun album White Nights: Glowing Lights klinkt wat dat betreft weer magistraal. De muziek is vederlicht zweverig en heeft folk als basis, maar krijgt door de analoge synths een enorme psychedelische lading. Voeg daar nog de ietwat weirde stem van Peter van Vliet aan toe en in combinatie met de akoestische gitaren krijg je een zeer bijzonder sfeertje dat zo aan kan sluiten bij het oeroude Pink Floyd-werk, maar dus ook de vroege Porcupine Tree (On the Sunday of Life-era). Tussen de echte songs door zitten net als op deel een van de White Nights verhalen-cyclus (soms) wazige intermezzo's zoals het titelnummer. Hierin stuitert iemand halfdronken over een cheapass kinderorgel en komt plots een hijgende hond op je af lopen. Eigenlijk is niets aan White Nights: Glowing Lights heel erg normaal. Dat maakt de cd (of beter het vinyl!) misschien een beetje moeilijk te doorgronden, maar het lijkt me niet iets waar de band zich druk om maakt. Waarom zouden ze ook. De drie zetten doodleuk als een minuut stilte als afsluiter op de plaat en noemen dit "Endstille". Je zou je af kunnen vragen waarom ze dat doen, maar een minuut stilte na zo'n mooie plaat, dat werkt echt heel goed kan ik je verzekeren.
File Under: Kiss The Light
File Audio: [MySpace]
Shearwater - The Golden Archipelago
Shearwater is het project van Jonathan Meiburg, een man die meer heeft met vogels dan met mensen. Hij is behalve muzikant ook professioneel ornitholoog. Meiburg studeerde ooit af in de geografie, speelde in de band Okkervil River en heeft inmiddels zes albums gemaakt met Shearwater, waaronder een trilogie over de impact van de mens op de wereld. Na de prachtige voorganger Rook uit 2008 sluit The Golden Archipelago deze trilogie af en focust volgens Meiburg vooral op het menselijk leven op eilanden. Hoe duf dit ook allemaal klinkt, Meiburg heeft echt een prachtig album afgeleverd. In ieder geval weet hij waar hij het over heeft. The Golden Archipelago is eigenlijk een verslag van de tijd die hij voor zijn afstudeeropdracht doorbracht tussen geïsoleerde volkeren op afgelegen plekken in onder andere Argentinië, Canada en de Falklandeilanden. Opener "Meridian" begint met opnames van zang van de verbannen inwoners van Bikini Atol en gaat dan geleidelijk over in het fraaie gitaarspel en warme stemgeluid van Meiburg. Als iets opvalt aan The Golden Archipelago dan is het wel de subtiliteit. Afgezien van het agressieve en ophitsende "Corridors" weet ieder nummer een sfeer op te wekken van volstrekte rust en sereniteit. Raakvlakken zijn er vooral met Talk Talk's Spirit of Eden en Meiburg's stem komt vaak eng dicht bij die van Mark Hollis. The Golden Archipelago is een zeer smaakvol en sfeervol werk van deze bijzondere indievogelaar.
File Under: Eilandbewoners
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album Promo]
Jackie Oates - Hyberboreans
Sinds ik afgelopen zomer (weer) op vakantie ben geweest in Ierland, ben ik opnieuw een muzikale draai aan het maken richting de folk. Zoals dat altijd gaat als ik daar geweest ben. Krachtige en pure muziek zonder overbodige opsmuk en op instrumenten waar geen stekker aan zit. Ik zou bijna zeggen, zoals het bedoeld is. Al moet je in dit geval hier en daar wel wat smokkelen. Jackie Oates komt niet uit Ierland, maar uit Engeland. Twee landen die op sommige gebieden elkaars tegenpool zijn, maar de muziek van Oates zou ik ook wel in een land als Ierland kunnen plaatsen. Oates maakte deel uit van Rachel Unthank & The Winterset, later omgedoopt tot The Unthanks. Zij brachten onlangs de cd Here's The Tender Coming uit, dit was ook al zo'n cd die liet horen dat folk echt nog wel kan. Oates komt nu met haar derde solo-album Hyperboreans. Hierop brengt ze vooral bewerkingen van traditionele liedjes. Hulp krijgt ze o.a. van haar broer Jim Moray en de Schot Alasdair Roberts. Geen onbekenden in folkie muziekland. Muzikaal gaat het overigens wat verder dan een gitaar en een zangeresje. Zo wordt er gebruik gemaakt van viool, cello, piano, mandoline, bouzouki. En samples, die volgens mij vooral bij de zang ingezet worden als een echo in een wijds landschap. Opvallend is overigens dat "Birthday" van The Sugarcubes gecoverd wordt. Je weet nog wel die band van dat (allesbehalve folk)meisje Björk. En wat helemaal opvalt is dat het niet de meest vredelievende wereld is waarin Oates vertoeft, getuige de aanwezigheid van een heuse murderballad "The Butcher's Boy".
File Under: Folk leeft
File Audio: [MySpace]
File Video: [Check haar eigen videokanaal]
Hennessy Keane - Nowhere Fast
Met zo'n titel vraag je er ook om: Hennessy Keane zal ongetwijfeld nergens erg snel komen. In de eerste plaats vanwege het genre dat ze beoefenen - klassieke country - en in de tweede plaats omdat ze dat niet vanuit Texas doen, maar vanuit Engeland. De twee mannen die hun naam aan deze band gaven, Shaun Hennessy en Ian Keane, respectievelijk als zanger/gitarist en als drummer, zien er dan wel uit als genuine rednecks, maar komen toch echt uit Basingstoke, Hampshire. En dat is het relatief welvarende zuid-oosten van Groot-Brittannië en niet het arme zuiden van de Verenigde Staten. Behalve hun tongval - en dan ook nog alleen maar als je er op let - is er desondanks niets dat hun afkomst verraadt. Elk nummer op Nowhere Fast is keurig volgens de regels van het genre geschreven. Van het aan Jackson Browne refererende "Too Late Tonight", het verhalende "Uncle Johnny" en een tearjerker als "First Time" tot een typische Westcoast-track als "Stand Tall". Voor dit soort prettige, maar nergens opvallende en helaas ook nauwelijks beklijvende albums is de typering 'prettig wegluisteren' bedacht. Of: keurige automuziek voor als je geen haast hebt. En dat geldt voor de M3 richting Londen net zo goed als voor Highway 65 richting Nashville.
File Under: Authentieke country uit de UK
File Audio: MySpace
Holly Williams - Here With Me
Holly Williams is dubbel erfelijk belast. Niet alleen is haar opa Hank Williams Sr. een master, ook haar vader Hank Williams Jr. kan er wat van. En dan is er ook nog eens haar vuige half-broertje Hank Williams III. Geen sinecure om daartegen op te boksen. Maar Holly is niet alleen de mooiste van het stel, ze maakt ook verreweg de liefste muziek van de familie. Dat liet ze al horen op haar debuut-cd The Ones We Never Knew en ze gaat hier op haar tweede plaat Here With Me stug mee verder. Een plaat die er voor iets minder geld niet geweest was, want in 2006 was ze betrokken bij een ernstig ongeluk dat maar net goed afliep. De invloed van dit ongeluk zijn overigens bijna niet terug te horen op Here With Me. Het staat vol met vakkundige, zij het tikkie brave po songs met een country-tic en countrysongs met een pop-tic. In dat brave zit 'em ook een beetje het manco van dit album. Je hoort dat Holly uit het goede hout gesneden is. Ze schrijft fijne liedjes (ondanks af en toe tenenkrommende thematiek) en heeft een soepel het oor in kruipende stem, maar van mij hadden er wat meer rafelrandjes aan gemogen. Ouwe rot Justin Niebank die achter de knoppen zat, is hier vrees ik voor een groot deel debet aan. Holly heeft helemaal geen volle band achter zich nodig om te overtuigen. Ze klinkt op d'r best in de alleen met piano opgenomen Neil Young-cover "Birds" en in "Three In Beds" waarin ze gewapend met alleen een gitaar prachtig uit de hoek komt. Wie fluistert haar eens in dat ze daar best een hele plaat mee mag vullen?
File Under: Een andere afslag nemen, ik zou het graag zien en horen
File Audio: [MySpace]
AtmOsfear - Zenith
Een productief gezelschap is het niet, dat AtmOsfear. Na het debuut AtmOsfear uit 1997 en het vervolg Inside The Atmosphere uit 2003 is Zenith pas hun derde album. Even dacht ik ook te maken te hebben met een EP´tje, toen ik slechts zes songs hoefde te rippen. Maar nee, na het sfeervolle intro volgen er twee songs van dik zeven minuten, twee van dik twaalf minuten en eentje van bijna een half uur. U begrijpt: het betreft progrockers. Duitse progrockers, om precies te zijn. Niet geheel accentloos, maar nergens zo dat het stoort. Bovendien is het muzikale gedeelte veel te fijn om dat te laten bederven door een accentje. Wat heet, het is zo sfeervol en gevarieerd dat de lengte van de songs amper opvalt. Mij doet het vooral denken aan Arena en Dream Theater, maar vooral aan een trage Pain Of Salvation. Traag ja, want de riffs zijn vaak een zompig beukende ondergrond voor de zang van Oliver Wulff - in een voor prog eigenlijk vrij basic productie. Wulff lijkt van oorsprong een hardrockzanger, want dramatische uithalen gaat hij niet uit de weg. Al gaat dat in "Scum Of Society" een paar keer niet echt fraai meer. Een enkele keer zit er zelfs een randje grunten tussen. Dat is wat mij betreft ook het meest opvallende aan dit AtmOsfear: het klinkt alsof er hier een band aan het werk is die jarenlang in de metalhoek heeft vertoefd en zich nu in de progrock en progmetal heeft begeven. Met de huidige stijl zal het de hardrock- en metalliefhebbers overigens wat minder bekoren, daarvoor zijn de tempo- en stijlwisselingen net iets te nadrukkelijk aanwezig. Ergens is het allemaal redelijk voorspelbaar, maar toch weet het me te raken. Misschien moet je daar, zoals ik, een tot prog bekeerde hardrocker voor zijn. De heavy momenten worden geaccentueerd met tinkelende pianoklanken, de rustige momenten krijgen een rafeltje rock mee en zo is AtmOsfear buitengewoon gevarieerd zonder dat de verschillen te groot worden. Als dan ook nog de lange afsluiter "Spiral Of Pain" het prijsnummer is, heb ik hiermee alvast een hele fijne progplaat binnen voor dit jaar.
File Under: Sfearvol
File Audio: [Flashplayer op de site] [AtmOsfearSpace]
Hot Chip - One Life Stand
Eigenlijk zegt het feit dat er inmiddels zelfgemaakte 'best of'-torrents van Hot Chip de ronde doen, genoeg. One Life Stand is het vierde album van de vijf heren uit Leeds en Londen, en daarvoor geldt precies als voor de vorige plaat Made In The Dark: een handvol nummers is super (de lief-fanatieke leadsingle "Take It In", het zowaar geslaagde autotune-nummer "I Feel Better", "We Have Love") maar de rest blijft niet hangen. Het verschil is dat Hot Chip zichzelf op de vorige plaat net had heruitgevonden als veelzijdige popband en de dance wat naar de achtergrond werd verdrongen. Ook op One Life Stand zul je geen tweede "Over and Over" aantreffen. De bedoeling was zelfs om Alexis Taylor's Air-kant wat meer te tonen ("Alley Cats", "Keep Quiet"). Toch zijn het juist de poppy liedjes die toegankelijker dan ooit zijn geworden en ongewild de hoogtepunten van de plaat vormen, terwijl het softe gedeelte een zeperd als "Slush" oplevert. Taylor had zich een hoop negatieve indrukken bespaard als hij dat ene nummer van de plaat had gelaten. De groep trapt verder in dezelfde vertrouwde val als op de vorige drie studioplaten. Gelukkig weten we al jaren dat de optredens van Hot Chip wél consistent en lekker dansbaar zijn. En zo belanden de beste tracks van One Life Stand dus weer net zoals altijd in ons favorieten-verzamelmapje.
File Under: Te hard gekoeld
File Audio: [Chip-Space]
File Video: [Hier nog niets, dan maar een onofficieel bootlegje ]
Corinne Bailey Rae - The Sea
De positieve kant van het succes van de debuutplaat uit 2006 van Corinne Bailey Rae werd in een keer overschaduwd toen haar man twee jaar na release onder duistere omstandigheden dood aangetroffen werd. Het klinkt misschien een beetje cru, maar als luisteraar plukken we hier nog weer twee jaar later de zoete vruchten van. Want Bailey Rae klinkt op haar tweede album The Sea een stuk minder niets-aan-de-hand. Ik schrok bijna van de openingsscène van "Are You Here", waarin ze het verlies van haar man gelijk bezingt. Hierin klinkt ze als een puik Emiliana Torrini-achtig meisje. Voor de duidelijkheid: dat vind ik fijn. Het duurt na dat fijne openingsnummer niet lang voor er weer wat meer popsoul haar songs ingezogen wordt. Dat heeft Corinne dus niet allemaal achter zich gelaten. In een wat zwaardere setting komt haar immer frisse en heldere stem overigens ook prima tot zijn recht. Doordat ze die zwaarte afwisselt met luchtige tracks, wordt The Sea er alleen maar beter op. Maar ze combineert luchtig ook met bitter, zoals in het met soulvolle keyboards doorspekte "The Blackest Lily". Na verloop van tijd ben ik het ingetogen "I Would Like To Call It Beauty" de mooiste song van de cd gaan vinden. Het is een heel intiem liedje met waarin Rae op haar best is en heerlijk heen en weer deinst over het jazzy bedje van haar begeleiders.
File Under: Muziek als therapie
File Audio: [MySpace]
File Video: [I'll Do It All Again]
The Hex Dispensers - Winchester Mystery House
Het kan gebeuren dat er in het overweldigende aanbod van muziek zomaar iets langs je heen gaat. Maar gelukkig hebben we de Vera-poll 2009 nog, waarvan de uitslagen uitgebreid (Lijstjes! Heel veel lijstjes!) opgenomen zijn in het tweede Vera-krantje van 2010 en natuurlijk ook op de Vera-website. Daar kwam ik Winchester Mystery House tegen van The Hex Dispensers, dat in de zomer van 2009 al uitkwam en in de andere jaaroverzichten verder onopgemerkt is gebleven. Zo niet in Groningen. In het langspeelplaten-jaarlijstje van de altijd eigenwijze noorderlingen prijkt dit album op een bijzonder mooie vierde plaats. Alleen A Place To Bury Strangers, de onvermijdelijke XX en Grizzly Bear hebben bij de Vera-achterban hoger gescoord. Alle reden dus om dit album alsnog te gaan beluisteren, want zoals een Italiaans zwijn feilloos de smakelijkste truffels naar boven haalt, zo blijken onze bovenburen ook hier weer een bijzondere neus te hebben voor prachtige juweeltjes uit de ondergrondse. Want wat een bijzonder fijn plaatje is dit tweede album van deze uit Austin, Texas afkomstige punkrockers. Twaalf vooroverdenderende tracks van gemiddeld twee en een halve minuut, in de beste traditie van The Misfits en The Ramones. En dat ze zich kunnen meten met deze grootheden, is te danken aan de catchy hooks, het spijker-op-de-kop stemgeluid van zanger Alex Cuervo en het strakste meezingende drummeisje allertijden, Alyse Mervosh. Op haar ben ik ongezien verliefd geworden. En als de plaat dan na 25 razende en uitzinnige minuten wordt afgesloten met een gemeen sterke cover van DEVO's "Gates Of Steel", ben ik totaal verkocht. De volgende release van deze helden ga ik dus niet meer missen. Ondertussen zou ik Vera vriendelijk willen verzoeken om de verwachte polluitslagen van 2010 alvast aan mij te mailen, zodat mij zo'n misser niet nog eens kan overkomen. Alvast bedankt hè!
File Under: Niet te missen punkplaatje
File Audio: [MySpace]
File Video: [I've Got My Doppelganger On]
The Bony King of Nowhere
VA - Rough Trade Shops Indiepop 09
Aan het eind van een jaar hebben 'wij' behoefte aan verzamelaars van 'het beste' van het afgelopen jaar. Over 2009 is dat niet anders. Er is wat mij betreft niets mis met deze verzamelaars: van sommige nummers krijg ik ook nooit genoeg. Rough Trade Shops heeft een eigen verzamelaar uitgebracht met de titel Rough Trade Shops Indiepop 09. Ik moet eerlijk zeggen dat ik meer een album dan een single-man ben, maar van de vijfentwintig nummers ken ik er welgeteld helemaal geen! Ik heb nog even de lijsten van de VPRO's 3voor12, KinkFM en Studio Brussel gecheckt, maar het ligt niet aan mij. Dit betekent dat dit album weinig zegt over de indie in 2009. Deze verwachting moet je dus loslaten. Er staan wel een aantal bands op die het dit jaar goed hebben gedaan, Girls, Los Campesinos! en The Pains Of Being Pure At Heart. Girls wordt vertegenwoordigd met het nummer "Morning Light" dat als single pas in 2010 verschijnt en als b-kantje al in 2008 te horen was. Los Campesinos! doet mee met "You! Me! Dancing!", dat al uit 2006 stampt. The Pains Of Being Pure At Heart mag "103" inzetten die op de dit jaar verschenen ep staat, maar niet op hun 2009-album. Al met al mag ik dus best wat twijfels hebben bij het representatieve en 2009-gehalte van dit album. Toch staan er best leuke indie-bandjes op. Mijn favorieten zijn Betty And The Werewolves met "David Cassidy" en The School met "And Suddenly". Al met al een cd waarop de mogelijke toekomst van de (Engelse) indie te ontdekken is.
File Under: Het beestje moet een naam hebben
Week 5, 2010
Storm
Corinne Bailey Rae - The Sea
Ewie
The Golden Boys - Thee Electric Wolfman
Ludo
Dave Rawlings Machine - A Friend Of A Friend
Ramon
Beach House - Teen Dream
André
Kashmir - Trespassers
DubbelMono
Hennessy Keane - Nowhere Fast
Prikkie
Seasick Steve - Man from another time
Stonehead
Orphaned Land - The Never Ending Way of ORwarriOR
Somewhere Man / Channah
Niet geheel toevallig dacht ik vorige week nog eens aan Del Amitri. Dat kwam doordat ik bij het inruimen van de cd-kasten de goede solo-cd van Justin Currie tegenkwam. Dat ik nu weer aan Del Amitri moet denken komt door Somewhere Man. Zij doen op de naar henzelf vernoemde EP iets dat qua sound in de buurt komt van bijvoorbeeld "Nothing Ever Happens". Alleen zijn de broers Arjan en Gertjan Crielaard niet met zo'n geweldige stem gezegend als Justin Currie. Maar wie is dat wel? Bovendien komen ze wel een eindje en eerlijk gezegd kun je het ze het ook niet kwalijk nemen. Toch had ik aan een liedje als "The Better Part" nog wat langer geknutseld. Het is me nu te cliché. Ik heb het gevoel dat hier meer uit te halen was. Ook de samenzang in "Who Is Who" is me net iets te ver gezocht. Ik had daar voor solozang gekozen, of in ieder geval voor verschillende lijnen zoals ze in andere gedeelten wel doen. Dat zijn namelijk de best in het gehoor liggende delen. De andere twee eigen liedjes bevallen een stuk beter, helemaal als Arjan de leadzang doet. Zelf in een akoestische versie van Kane's "Rain Down On Me" blijft hij redelijk overeind. Al snap ik eigenlijk niet waarom ze nu juist Kane uitzochten om een liedje van te coveren. Ik had liever nog een eigen liedje gehoord. Of een Del Amitri-cover.
Ook Channah kiest op haar ep No Way Back voor veelal akoestische muziek. Maar ik zou haar niet zo snel onder het kopje gitaarpop willen plaatsen. Want naast gitaar en zang gebruikt ze bijvoorbeeld ook veelvuldig piano en cello in haar nummers. En in een song als "Home" voegt ze daar opmerkelijke, bijna paukachtige ritmepartijen aan toe. Het is dan ook een bijzonder knap nummer, dat ze schreef samen met Tom Bokma. Het volgende nummer ("10.000 Lovers") valt daarbij een beetje in het niet, ook doordat het maar anderhalve minuut duurt en daardoor niet echt tot volle bloei kan komen. Opmerkelijk is verder nog het openings- en titelnummer van de EP. Dat schreef ze samen met Anouk. Het grappige is dat je dat er, ondanks dat het een vrolijk poppy huppelnummer is, ook daadwerkelijk in terughoort. Blijkbaar heeft Anouk toch een duidelijkere eigen signatuur dan ik altijd dacht. Channah heeft een prettige, heldere stem die een beetje in de hoek van Stevie Ann en Jacqueline Govaerts hangt, en die zich makkelijk laat gebruiken in zowel uptempo en vrolijke nummers als in zwaarder op de hand liggende, zoals het fraaie slotnummer "Queen Of Pain". Het zou tegenvallen als we van Channah niet nog meer gaan horen de komende jaren.
File Under: Akoestische gitaarpop
File Audio: [MySpace]
File: Channah - No Way Back
File Under: Talent
File Audio: [MySpace]
JSS - One Night In Madrid
Jeff Scott Soto kwam voor het eerst in mijn blikveld met Yngwie Malmsteens debuutalbum Rising Force, waarop hij erin slaagde op te vallen tussen het alom aanwezige gitaristische stuntwerk van de naamgever. Sindsdien ontspon zich een carriëere die weinig beperkingen kende. Van soul tot AOR, van funk tot metal, Soto bleek alles aan te kunnen. Of het nu onder zijn eigen naam was, met Malmsteen, Talisman, Soul SirkUS of Journey, of in een project als W.E.T., de zang was altijd van hoog niveau. Die veelzijdigheid is te horen op de live-dubbelaar "One Night In Madrid". Al die stijlen blijken bovendien uitstekend bij elkaar te passen, ook al is de funk nooit ver weg. De namen van de muzikanten Jorge Salan en BJ (beiden gitaar), Fernando Mainer (bas) and Edu (drums) zeiden me eerlijk gezegd niet zoveel, maar op deze plaat - waarop JSS vertelt dat ze op dat moment drie weken samenspelen - komen de songs volledig tot hun recht en blijken de heren even veelzijdig als het heerschap dat ze begeleiden. Soms is er wel erg lelijk geknipt tussen de songs (zoals voor "Eyes of Love"), maar zodra de muziek begint is dat meteen vergeten. Er is niet geprobeerd een greatest hits-set samen te stellen, ook al komen er wel dingen voorbij als Seal's "Crazy" (in deze versie eindelijk verlost van de al te kleffe soul in het origineel), solospots voor Salan en Edu, een pianomedley en geintjes als een 'Iron Maiden-ending' bij "Testify". Het slot is een twaalf minuten durende "Funky Jam" met - houd u vast - "We Will Rock You", "I Love Rock & Roll", "Play That Funky Music", "Jungle Boogie", "The Roof Is On Fire", "Brick House", "Shake Your Booty", "Kung Fu Fighting", "Yo Baby Yo", "Macho Man", "The Right Stuff", "Ice Ice Baby", "Stayin’ Alive", "Another One Bites The Dust" en "Walk This Way". JSS en zijn band speelden waar ze zin in hadden, en dat is te merken. Ik ken heel wat prima albums van de man, maar deze staat voorlopig bovenaan. Na bijna 2,5 uur JSS zou ik dit album zo nog een keer kunnen beluisteren...
File Under: Fijn avondje van en voor een alleskunner
File Audio/Video: [Op de promosite]
Tricky Meets South Rakkas Crew
Wat is de overeenkomst tussen Tricky en Britney Spears? Bijzonder weinig zou je denken, maar toch hebben beiden samengewerkt met het productieduo South Rakkas Crew uit Florida. Op Tricky Meets South Rakkas Crew zijn tien nummers van Tricky's laatste album Knowle West Boy voorzien van een dancehall-sausje, waardoor eigenlijk een compleet nieuwe plaat is ontstaan. De behandeling van de South Rakkas Crew gaat veel verder dan remixen. Waar van de nummers op het origineel een typisch sombere Tricky-dreiging uitgaat, is op Tricky Meets South Rakkas Crew vooral de lichtheid en luchtigheid die opvalt. Van de originele nummers is bijzonder weinig overgebleven en zelfs als je het origineel en de South Rakkas-versie van een track vlak na elkaar draait, is het lastig de overeenkomsten te vinden. Zo is Tricky's cover van Kylie Minogue's "Slow" omgetoverd in een instrumentaal nummer waar de oorspronkelijke melodie volstrekt verdwenen is. Eigenlijk is alleen afsluiter "Baligaga Dub" duidelijk herkenbaar. Voor degenen die van de duistere kant van Tricky houden, mijd dit album! Maar houd je van een swingend album vol ijzersterke dub en dancehall, dan zal dit absoluut bevallen. Dat er ooit ene Tricky betrokken was bij het ontstaan van de nummers is dan verder absoluut niet relevant.
File Under: Dancehall met een heel klein beetje Tricky
File Audio: [MySpace]
The Brunettes - Paper Dolls
Een overdosis twee pop is zo opgelopen. Blijkbaar weet het Nieuw-Zeelandse duo The Brunettes dat maar al te goed en dus hebben ze twee maatregelen genomen om hun vierde album Paper Dolls boeiend te houden. In de eerste plaats hebben ze de lengte beperkt gehouden: na een stief half uurtje is het afgelopen. Ten tweede hebben ze de jengelende gitaren grotendeels ingewisseld voor synthesizers, drumcomputers en een electro-sound. Met die synthesizers plamuren ze hun geluid soms net iets te vaak dicht, zodat hun sound opzichtig naar de jaren tachtig teruggrijpt. Een derde unique selling point van The Brunettes zijn Jonathan Bree en Heather Mansfield. De twee nemen het meeste werk voor hun rekening, aangevuld met muzikanten die uit de scene van Auckland gerekruteerd zijn. Vraag-en-antwoordspelletjes zijn hun favoriete zangvorm, en dat is een vorm die in elk geval de vaart er in houdt, want apart zijn hun stemmen te vlak om lang te boeien. Eigenlijk geldt hetzelfde voor hun liedjes, waar het net iets te vaak studio-trickery is die de spanning er in moet houden. De single "Red Rollerskates" (let op de tekst!) en "Bedroom Disco" (Bang om naar de disco te gaan? Hou je feestjes thuis!) zijn de hoogtepunten op Paper Dolls. En da's een magere score voor een plaat die net dertig minuten klokt.
File Under: Twee pop electro
File Audio: MySpace
File Video: Red Rollerskates
Labasheeda / Katadreuffe
Is een band nog wel dezelfde als van de drie bandleden er twee ajuus zeggen en vervangen wordt door drie nieuwe leden? Dat kan bijna niet, lijkt me. In het geval van Labasheeda, waar alleen frontvrouwe Saskia van der Gissen overbleef, zeggen ze het zelf al duidelijk in hun biografie: 'De sound is enigszins veranderd, maar de rauwheid en grilligheid zijn gebleven.' Geen woord van gelogen, kan ik concluderen als ik naar hun singeltje "Circle" luister. Ze hebben de sterke elementen van hun goede cd Charity Box uit 2007 overgenomen en omdat de stem van Saskia bovendien beter hoorbaar is scoort de band met de drie nummers op deze 7" sowieso pluspunten ten opzichte van de debuut-cd. Al mag van mij haar stem nog wel wat verder naar voren in de mix en zou ik er voor kiezen om haar viool ook nadrukkelijker een rol te geven. De manier waarop ze 'em toepassen in de Blues Explosion-cover "Relax-Her" staat mij zeer aan. Het geeft Labasheeda namelijk iets onderscheidends ten opzichte van vele andere bandjes en dat moet je uitbuiten wat mij betreft.
Onderscheiden doet Katadreuffe zich ook. Al was het alleen maar door het kekke handgemaakte hoesje waarin hun EP-tje Quel Gargantua! verstopt zit. Mevrouw Storm (gediplomeerd klusjuf) werd enthousiast van deze huisvlijt. Junior probeerde 'em na te maken en zo was de EP vele maanden zoek in huize File Under. Uiteindelijk kwam Quel Gargantua! afgelopen week bij het leegspitten van knutselbakken weer boven water. Gelijk weer gedraaid en hiep-hiep-hoezee wat maken deze Amsterdammers toch verdomd lekkere, dwarse noise-rock. Af en toe schuren ze zelfs tegen indrustrial aan, zoals in het maniakale "DDTd". In vijftien minuten tijd leggen ze je dan ook behoorlijk het vuur aan de schenen. Maar de basis is strak en erg goed vastgelegd door Corno Zwetsloot. En daar overheen kan de chaos welig huishouden. Vooral drummer Timothy Plevier moet na een optreden volledig uitgeput zijn. Wat gaat deze man als een dolle tekeer met zijn dwarse ritmes tegen de rest van de band. Maar die doen dan ook flink venijnig hun best om hem het leven zuur te maken met hun complexe gitaarpartijen, stekende baspartijen en groezelig synthesizerlawaai. Een soort The Mars Volta, maar dan op zijn Narromindeds. Eigenlijk is dat ook veel leuker.
File Under: De cirkel is niet rond, het is een nieuwe cirkel.
File Audio: [MySpace]
File: Katadreuffe - Quel Gargantua!
File Under: Bordewijk kan tevreden zijn.
File Audio: [MySpace][Downloaden die hap]
The Devils Blood - The Time Of No Time Evermore
Bands die bedanken voor een plekje op Noorderslag (showcase voor de cr�me de la cr�me van de Nederlandsche muziek/muzak) maken mij altijd nieuwsgierig. Backfire! (limbo/eurocore) deed het ooit en The Devils Blood uit Tilburg doet hetzelfde. Onder de radar en over de hoofden van alle popdeskundigen heen, werkt dit satansgebroed onder aanvoering van S.L. (alleen de initialen, identiteit van de leden is ondergeschikt aan de collectiviteit) aan haar succes, vooral in metalgek Duitsland wil dat goed lukken. Opmerkelijk: S.L.'s vorige band Powervice ging bij onze oosterburen ook als een raket, ze kregen daar hele festivalweides vol metalheads aan het headbangen. Nu met The Devils Blood is het meer trippen en buiten jezelf treden dan headbangen. Dieper, enger, �chter. De band staat druipend van het varkensbloed achter een zelfopgetrokken wierrookgordijn te spelen. Diegenen die een berg razendsnelle takkeherrie, aangevoerd door een gruntende maniak verwachten, worden teleurgesteld. Je hoort sfeervolle seventiesrock waarbij Pentagram en Roky Erickson/13th Floor Elevators als belangrijkste ijkpunten worden herkend. En geloof het of niet: bij het nummer "Queen Of My Burning Heart" hoor ik "Talking In Your Sleep"van de Romantics achter in mijn hoofd meegonzen. Het stoort niet eens! The Time Of No Time Evermore is een geweldig album, verre van overgeproduceerd met authentieke rocktracks die verhalen over occult, satanisme, rituelen en andere heidense zaken waarvan je feitelijk niets begrijpt, behalve dat de sfeer ook jouw bij de keel grijpt. Deze band meent het �cht, da's zeldzaam in deze tak van sport.
File Under: Satansgebroed in seventiesstijl
File Audio: [Devils Space]
Mudhoney - Live At El Sol
Schaakmat. En dat waarschijnlijk zonder voorbedachte rade. De zet was Mudhoney en de 'tegenstander' in kwestie Storm. Ik ben namelijk ook maar een mens, met zijn fouten. En een van mijn fouten was dat ik nooit de moeite heb genomen om me in Mudhoney te verdiepen. Ik kan niet beweren dat ik te jong ben voor deze Seattle-band. Integendeel, zij begonnen op het moment dat ik net de pubertijd achter me had gelaten, maar ik keek naar rechts, waar het links gebeurde. Andere grungebands kreeg ik wel mee, maar ik moet toegeven dat ik laat aanhaakte. Ik wist wel dat Mudhoney het voorbeeld was voor Nirvana, en alleen dat zou al het beluisteren van een Mudhoney-album rechtvaardigen. Ook de recente, ook op File Under besproken albums gaven me de kans om e.e.a. recht te zetten. Niet dus. Tot ik Live At El Sol toegestuurd krijg. Nu moest ik wel. En gelukkig maar, want de met eenentwintig tracks volgepropte cd is een hele fijne niet voor tere zieltjes-album geworden. Als ik de tracklisten van de albums goed vergelijk met de setlist van dit optreden dan is deze een goede dwarsdoorsnee van hun oeuvre. De opnames vonden overigens op 12 juli 2007 in de El Sol te Madrid plaats. Gracia! Om dit album in een historisch perspectief te zetten daarvoor heb ik dus niet genoeg kennis, maar geluidstechnisch vind ik het voor zo'n recente opname blikkerig klinken. Dit ondanks de late openbaring. Als je nog aan de band moet beginnen zou ik toch voor het eerder in 2008 (her)uitgegeven Superfuzz Bigmuff / The Lucky Ones gaan. En als je dan fan bent dan kun je Live At El Sol nog altijd alsnog aanschaffen, want wat Mudhoney hier laat horen daar is weinig mis mee. En dan druk ik me zwak uit. Dit album is overigens in 2008 al verschenen als dvd-versie.
FrYars - Dark Young Hearts
Arme FrYars. Zijn pagina op Wikipedia is verwijderd omdat de relevantie van het onderwerp niet afdoende was aangetoond. Alsof Wikipedia niet de plaats is waar elk personage in Star Trek dat ooit drie woorden sprak een biografie van zestien alinea's krijgt. Maar niet getreurd, die pagina zal er echt wel van komen. Ben Garrett is net twintig geworden en zijn debuut heeft de onevenwichtigheid van de jeugd. Aanvankelijk grossiert Garrett in ongelofelijk catchy, bijna goedkope synthpoprefreintjes, die doen denken aan Depeche Mode ("Lakehouse") of de latere mindere platen van New Order. Garrett heeft een indrukwekkende volle stem, die hij dan ook uitbundig inzet, op het irritant theatrale af. Gaandeweg krijgt Dark Young Hearts steeds sterker een ro(c)kerig indie-gevoel. Eerst nog hip, met het Editors-achtige "Of March", maar in het bezopen "A Lost Resort" en mompelende "Novelist's Wife" wordt het pas echt gek. FrYars als de Engelse versie van Destroyer. Een waar WTF-moment. Is dit nou lef of toch stuurloosheid? Een nummer als "Ananas Trunk Railway" doet me naar het eerste neigen. Hoor hoe Garrett in de aanloop naar het refrein lichtvals langs de noten scheert. Hij durft. Liefhebbers van Patrick Wolf, Get Well Soon en Guillemots veren op, hier is een eerste kiem voor succes gelegd.
File Under: Het begint met ambitie
File Audio: [Spotify]
Will Hoge - The Wreckage
Hoe zou deze cd geheten hebben als Will Hoge niet een bijna fataal ongeluk gehad had tijdens de opnamen ervan? Dan was het vast niet The Wreckage geworden. Alhoewel, misschien ook wel, want het liefdesverhaal dat hij vertelt in het titelnummer verwijst in niets naar het ongeluk. Muzikaal gezien is er ook weinig veranderd ten opzichte van zijn voorganger Draw The Curtains. Wie Tom Petty, Bob Seger en Bruce Springsteen een warm hart toedraagt heeft met The Wreckage een mooie aanvulling voorhanden. Maar Hoge heeft zeker een stem die bij mij beter in het gehoor ligt dan deze drie, hij zingt net wat soulvoller, de kant van Paul Carrack op. Ik vind Hoge op zijn best als 'ie het tempo er een beetje inhoudt. Zo'n pianoballade als "Too Late, Too Soon" dat vind ik niet zijn beste kant. Maar als hij een ballad combineert met samenzang, zoals hij dat doet in "Goodnight/Goodbye" met Ashley Monroe (die eerder met The Raconteurs samenwerkte in "Old Enough"), dan werkt het weer wel. Maar toch, doe mij maar een strakke rocker als "Long Gone" waarin sessiecats Devin Malon en Kenny Vaughan hun gitaren lekker laten ronken. Dat nummer schreef hij samen met Jim Lauderdale die blijkbaar hier meer peper in zijn reet heeft dan op zijn releases onder eigen naam. Hoge is sowieso een samenschrijver. Slechts drie liedjes op The Wreckage zijn alleen van zijn hand, maar in kwaliteit doen ze verder niet onder voor de andere negen. Al zou de goede productie van Charlie Brocco en Ken Coomer (o.a. Wilco) hier zeker ook een steentje aan bijgedragen kunnen hebben. Voor Will is het nu hopen dat eens een van zijn tracks opgepakt wordt door een radiostation of misschien zelfs wel gebruikt wordt in een commercial. Want er is absoluut ruimte op de markt voor iemand als hem.
File Under: Rootsy rockers
File Audio: [Just Like Me][The Wreckage][Hard To Love][MySpace]
File Video: [YouTube]
Genepool - Lauf! Lauf!
Ondanks dat er sprake is van een alom heersende malaise in de platenwereld blijven er uit alle hoeken en gaten bands te voorschijn komen. Nu krijg ik het duitse Genepool in mijn maag gesplitst. Met een titel als Lauf! Lauf! verwachtte ik in eerste instantie iets industrieels à la Rammstein, maar bij nadere beluistering valt dat gelukkig mee en blijkt het hier om een vrij doordeweeks indie-bandje te gaan die strakke en stuwende nog-net-geen-punkrock-gitaren afwisselen met powerpop, new wave synths en opvallend Brits aandoende zang. Okee, dat was wellicht wat te neerbuigend geformuleerd, want Lauf! Lauf! is toch zeker geen hele slechte plaat. Er wordt strak en competent gespeeld, de productie is in orde en een aantal songs heeft toch voldoende hooks, hier en daar aangevuld met wat tactisch geplaatste blazers, om de aandacht erbij te houden. Maar ik mis iets, een brokje identiteit, wat meer eigen smoel, dat je ne sais quoi. Genepool is gewoon een van de velen in de middenmoot van de gitaarrock, en voegt met Lauf! Lauf! weinig toe aan wat er al ruim voorhanden is in de indie-hoek.
File Under: Een van de velen in de middenmoot
File Audio: [MySpace]
Wig Wam - Non Stop Rock And Roll
Wig Wam met Non Stop Rock And Roll. Originaliteit is duidelijk niet het sterkste punt van deze Noren. Opener "Do You Wanna Taste It" versterkt dat gevoel nog eens, met een stamper ergens tussen Mötley Crüe en Scorpions. Maar ik denk dat deze Noren zich ook niet zo bekommerd hebben om originaliteit en zich hebben geconcentreerd op de uitvoering. En daarin zijn ze verdomd goed geslaagd. Deze voormalige deelnemers aan het Eurovisie Songfestival (2005) hebben gezorgd voor negen akelig catchy deuntjes, die aan alle vereisten van de glamrock voldoen, maar een breder publiek kunnen trekken omdat de gitaren lekker vol zijn ingemixt. De songs zijn daardoor, met koortjes en al, heerlijk stevige rockers geworden. Dit is weer zo'n Scandinavische band die misschien niet de meest originele is, maar waar dat er werkelijk geen fluit toe doet omdat de composities en uitvoering simpelweg grote klasse zijn. Met "Man In The Moon" en "From Here" zijn er twee prima ballads, de andere zeven songs zijn recht-zo-die-gaat-stampers. Ze zijn zo verstandig geweest na negen nummers op te houden, waardoor je ook na die negen nummers eigenlijk nog meer zou willen horen. Na TNT, House Of Shakira en The Poodles hebben we hier weer een Scandinavisch pretpakket in de melodieuze rock: Wig Wam.
File Under: Pretplaatje
File Audio: [WigWamSpace]
Midlake - The Courage Of Others
Moeilijk plaatje, zeer moeilijk plaatje, die nieuwe Midlake. Midlake's vorige werkje The Trials of Van Occupanter, kenmerkte het begin van mijn Kink-FM tijdperk. Ik had het ineens geschoten met 3FM en switchte naar Kink als mijn vaste keuze. Dientengevolge ontdekte ik meteen "Roscoe", een van de briljante singles van The Trials. Een nummer dat bleef hangen en dat gold voor de hele plaat. Maar ik heb een zwak voor het jaren zeventig werk van Fleetwood Mac, dus wellicht daarom. De nieuwe, The Courage of Others, kwam echter niet zo hard binnen. De eerste keren dat ik'm luisterde vond ik'm vooral saai. Maar switchend tussen The Trials en het nieuwe album en de shuffle van mijn iPod, �kwam de plaat tot leven. Want wat bleek: The Courage of Others bevat stuk voor stuk sterke nummers. Nummers die echter opvallen als ze op zichzelf staan. Meer gitaar georiënteerd en meer folky dan zijn voorgangers. Geen Fleetwood Mac-invloeden dit keer, maar ik hoor spoortjes Radiohead zo af en toe. Maar als hele plaat trek ik het gewoon niet. Dan is de afwisseling gewoon niet groot genoeg en slaat de verveling toe, helaas. En fnuikt het ontbreken van een echte single. Want ik hoor nog steeds "Roscoe" of "Head Home" op Kink-FM en geen "Rulers, Ruling All Things" bijvoorbeeld en dat lijkt erop dat de radiomakers dat ook vinden. De plaat blijft in ieder geval wel op de iPod. Want in de shuffle-stand kan ik niet wachten op weer Midlake-nummer, dat dan weer wel...
File Under: Goede nummers, saaie plaat...
File Audio: [MidSpace]
These New Puritans - Hidden
Ik houd van bands als These New Puritans. Bands die ambitieuze albums maken die dreigen om te vallen naar pretentieus, maar juist aan de goede kant van de streep blijven en daardoor bijna geniaal zijn. Hidden, de nieuwe cd van deze Engelsen, is hier weer zo'n geweldig voorbeeld van. Neem alleen al de inleiding ("Time Xone") waarin Jack Barnet en zijn band zwaar op de hand de klassieke kant op gaat. De zwaar aangezette blazers (dertien man sterk) roepen gelijk een weemoedig gevoel op. Niet bepaald een introductie waarna de gemiddelde muziekliefhebber denkt: gezellig, hier ga ik eens even lekker voor zitten. Daar is ook helemaal geen reden toe. Want in het navolgende "We Want War" blijven de blazers aanwezig, maar worden ze bijgestaan door vervreemdende elektronische klanken met duistere beats en creepy zang. Het klinkt een beetje alsof Trent Reznor zijn metalhart eruit gesneden heeft en vervangen heeft door een klassieke component. Dat vind ik bijzonder en boeiend. Helemaal als hij van declameren op een Underworld-achtige manier (check "Attack Music") overstapt op softe, bijna 80s synthipop-achtige vocalen terwijl hij op de achtergrond wordt bijgestaan door naar opera neigende vrouwenvocalen. Ik zei toch al: ambitieus, neigend naar pretentieus. Ik moet door de manier van werken nog wel eens denken aan Joe Jacksons ambitieuze Heaven & Hell-project. Eigenlijk klinkt Hidden als de electropunk variant hier op. Maar in bijvoorbeeld "Hologram" laten ze horen dat ze het zonder die electro en beats ook kunnen. Het levert een bijzonder album op dat mij intrigeert van begin tot eind en waar ik voorlopig nog niet op uitgeluisterd ben.
File Under: Fire-Power
File Audio: [MySpace]
File Video: [We Want War]
Kunstbende - Ticketactie
Na de tegenslagen bij grote talentenjachten en na een paar keer goed ademhalen, gaan Vivienne Wormsbecher en Seyma Baskurt opnieuw voor een jury staan. Gelukkig hebben ze veel geleerd bij bijvoorbeeld X-Factor en Popstars. ‘Het was balen, maar bij het terughoren van mijn Popstars-auditie hoorde ik inderdaad soms een wat valse toon. Ook was ik vooral erg zenuwachtig en ik danste en bewoog totaal niet! Dat zou ik nu gelukkig echt beter doen.' Ondertussen heeft Vivienne namelijk al opgetreden op een plein in Hoorn voor ongeveer driehonderd mensen, maar ook tijdens het Artquake Festival. Bij Seyma ging het anders: ‘Ik vond Popstars vooral echt heel vermoeiend! Mijn auditie vond ik niet al te best gaan, maar de theaterronde ging wel goed. Alleen bij de eerste theaterronde had ik wat ademhalingsprobleem. Hierdoor mocht ik als laatste gaan zingen, maar gelukkig toch door was. Bij de tweede ronde mochten we plots niet oefenen in het hotel. Dat was echt super stom. Helaas kreeg niemand van mijn groepje de teksten goed in het hoofd. Daarbij kwam ook nog eens al dat gestress van die mensen, je wordt echt helemaal gek. Toen we moesten optreden zong iedereen de tekst fout en ik moest als laatste gaan zingen, maar ook ik wist het even niet meer. Als ik het over mocht doen, dan zou ik echt veel minder zenuwachtig zijn en gewoon de jury volledig inpakken!'
Naasr Vivienne en Sayma, zullen er meer dan 120 acts te zien zijn tijden Kunstbende Voorrondes in Noord-Holland. Wat gehouden wordt in het Zaantheater én de Kade in Zaandam op zaterdag 20 februari. Per categorie gaat de eerste prijswinnaar door naar de landelijke finale in het Westergasfabriek te Amsterdam. Wij mogen 2x2 kaarten weggeven voor de ronde in Zaandam! Als je dit formuliertje in vult hoor je snel of je er naar toe kunt.
Hooghwater - Echoes
Echoes is al een tijdje uit en Hooghwater lijkt wat voet aan de grond te krijgen bij het alternatieve pop/rockpubliek van Nederland. Eigenlijk raar dat het zo lang heeft moeten duren. Deze uitgesponnen maar nooit saaie, en originele maar nooit gezochte multirock (wát een vies woord) is waarachtig goed en héél sfeervol. Lastig om in een hoekje weg te stoppen, omdat de band uit verschillende genres wat meepakt. Rechttoerechtaan rock bij vlagen, uitgesponnen psychedelicajams, scherpe gitaren à la de Wipers, het komt allemaal voorbij. Dit alles aangevoerd door drummer Ries Doms die je kunt kennen van de asopunkers de Spades of soulrockers de Hydromatics. De plaat is overigens uitgebracht op Ries' eigen label Quadrofoon Records (check dat, er is daar meer moois te vinden). Natuurlijk, hulde voor de durf en de experimenteerdrift, maar de band maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Niet alleen door genreoverschrijdend te werk te gaan, maar ook omdat ze live als druipstenen zo stil op de bühne staan. Je zult geen plezierige blikken onderling uitgewisseld zien worden. Concentratie is de norm! Het publiek zal aan die eigenzinnigheid moeten wennen en de band zal er waarschijnlijk op haar beurt aan moeten wennen dat het publiek zich kalm houdt. Behalve Ries zijn er nog twee gitaristen die beide speelden in de succesvolle hardcoreband Restless Youth. Live ging het er bij die band toch net wat anders aan toe (lees: op het agressieve af). Het is te hopen dat Hooghwater stug door blijft werken teneinde uit te groeien tot een band die je noemt in het rijtje van Melvins, Sonic Youth, Dinosaur Jr. en Queens of the Stone Age. Ja, dat zijn hele grote namen en ja, die hebben onderling maar weinig gemeen behalve dat ze stuk voor stuk zo eigenwijs als de pest zijn en door hard werken een trouwe fanschare van extreem diverse pluimage hebben opgebouwd die komen voor maar één ding: Goede Muziek. Hooghwater maakt dat.
File Under: Goede Muziek
File Audio: [Het album is integraal te streamen vanaf de bandsite]
Deleted Waveform Gatherings - Ghost, She Said
Wie op het verkeerde been gezet is door de ingewikkelde bandnaam, en daardoor een ingewikkelde plaat verwacht, zit in dit geval helemaal mis. Het moeilijkste aan de Noorse band Deleted Waveform Gatherings blijkt toch echt de bandnaam te zijn. Hun muziek, in elk geval op deze derde cd, is een zeer toegankelijke en goed in het oor liggende mix van vijf decennia popmuziek, met de nadruk op de jaren zestig en zeventig. Denk aan de mod rock van The Jam, de glam van T-Rex, de rollende ritmes van The Doors, de samenzang van de Beach Boys en de psychedelica die veel bands uit die tijd tentoonspreidden. Qua vocalen doen ze een beetje denken aan de Stone Roses, zo met dat knauwerige accent. Deze ingrediënten samen maken Ghost, She Said een uitermate goed luisterbare plaat, een vrolijkmakende plaat ook, en niet alleen voor liefhebbers van de eerder genoemde decennia. Als soundtrack voor een hopelijk mooie lente en zomer in aantocht zou deze cd het prima doen op de mp3-speler. Daarnaast is het echter ook een plaat die geen moment heel origineel is of je rechtop in je stoel doet zitten van spanning of opwinding. Een momenten-cd dus, of een twijfelgevalletje, dat kan ook. De luisteraar mag beslissen.
File Under: Tijdloos vermaak
File Audio: [MySpace]
Pat Metheny - Orchestrion
De orchestrion is een bizar instrument. Dit negentiende-eeuwse vreemde bouwsel stelde een persoon in staat om in zijn eentje een heel orkest te vormen terwijl hij maar achter een soort van pijporgel zat. Een beetje als een draaiorgel dus, maar dan met de klank van een orkest. Pat Metheny vond het wel een goed plan om dit instrument te pimpen naar moderne maatstaven zodat hij met zijn gitaarspel een bizarre hoeveelheid instrumenten aan kan sturen. Het resultaat hiervan haalde zelfs het NOS-journaal. Het moet ook een nachtmerrie zijn voor Metheny-haters (en die zijn er zat), want je krijgt als luisteraar op Orchestrion dus een orkest vol Pat Metheny's voorgeschoteld. Dat is ook wel even hard werken om door te komen. Vooral als Metheny wat sneller en reuze vernuftig gaat pielen (klinkt oneerbiedig, maar zo bedoel ik het niet) op zijn gitaar dan ga ik verlangen naar een bak distortion. Vooral het titelnummer lijdt hieronder, juist doordat de Methenytjes op de andere instrumenten hem maar blijven volgen. Wat dat betreft bevalt het met Bossanova-invloeden doorspekte "Entry Pont" of het melancholische "Soul Search", waarin Metheny meer de tijd neemt en de noten laat lopen, me een stuk beter. Ik krijgt hierin ook meer het idee dat de andere instrumenten die door de nieuwerwetse orchestrion aangestuurd worden een waardevolle aanvulling zijn in plaats van een middel om een techniek te etaleren. Ook in het mid-tempo "Spirit Of The Air" lukt hem dit goed. Het zal me dan ook benieuwen hoe Metheny dit op het podium in zijn uppie gaat waarmaken.
File Under: Gepimpte technieken.
File Audio: [MySpace]
File Video: [EPK]
White Lies - Farewell to the fairground
The June - Magic Circles
Als je altijd hebt gedacht dat de Beatles uit Liverpool komen dan heb je het mis. Bij de band The Vals dacht ik nog dat ze uit Belfast kwamen, bij de band Lawrence Arabia dacht ik het in Nieuw-Zeeland te moeten zoeken en bij The June moet ik mijn mening bijstellen naar het Italiaanse Parma. Kortom het Beatles-virus is nog steeds bezig toe te slaan. Of dit vervelend is? Wat mij betreft niet, want ook dit trio doet dit waardig. Nou is The Beatles een breed begrip, om het preciezer te duiden zou ik Magic Circles ergens plaatsen rond de psychedelica van Revolver en The White Album. The June houdt het tempo in de tien liedjes erin. Eigenlijk heb ik een broertje dood aan de sitar, maar van The June kan ik het hebben. Zij mengen dit vreselijke geluid namelijk met zo'n lullige fluit dat ik het weer helemaal oké vind. Ook al doordat ik moet denken aan Steve Winwood's Traffic. Ook zo'n band die ik, met name op hun debuutalbum, hoog heb staan op mijn favorietenlijstje. Nu nog weer wat meer lange haren in het straatbeeld en de jaren zestig zijn weer terug. Als het publiek dit soort albums tenminste nog wil. Jawel, toch?
File Under: De zestiger jaren komen weer terug, wat ik je brom
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hoe zeg je helaas op zijn Italiaans?]
Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend
We moesten er een fikse tijd op wachten - zes jaar om precies te zijn - maar eindelijk is er dan het nieuwe album van Gillian Welch. Of is dat te flauw om een bespreking van het solodebuut van Dave Rawlings mee te openen? Ten slotte is Rawlings de partner - muzikaal en anderszins - van Gilian Welch, figureert ze meermalen op de hoesfotootjes en horen we haar als zangeres, gitarist en mede-componist terug op A Friend of a Friend. Wat dat laatste betreft: daarin heeft ze niet het alleenrecht. De medley van Neil Young's "Cortez the Killer" en "Method Acting" van Conor Oberst is een van de hoogtepunten, overigens net als die andere cover: Jesse Fullers's "Monkey and the Engineer" (die harmonica!). Met Ryan Adams schreef en zong Dave Rawlings het rauwe "To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High)". Voor de andere tracks gaan de credits naar het echtpaar Welch-Rawlings. En ook van hun hand zijn daar weer een handvol prachtige liedjes bij. Openingsnummer "Ruby" balanceert nog gevaarlijk langs kitsch, met jaren zeventig westcoast-zanglijntjes, maar "How's About You" klinkt bijna als een dustbowl ballad en de melancholie van "Bells of Harlem" is onovertroffen. We moesten er lang op wachten en de fijne stem van Gillian Welch horen we te weinig, maar A Friend of a Friend is een prachtige plaat die we gewoon toevoegen aan de gecombineerde discografie van mrs. Welch en mr. Rawlings.
File Under: Solo echtpaar
File Audio: MySpace
File Video: Bells of Harlem (live)
Jesus Jansen - Na Na Na
Blijft leuk, zo'n online zoektochtje naar gegevens over een band waar op de officiële sites bijzonder weinig over te vinden is. Ondanks een officiële site, Hyves, en MySpace blijft Jesus Jansen een band die bijzonder weinig in de (online) openbaarheid lijkt te verschijnen. En dat is erg jammer. Na Na Na is het tweede album van deze Limburgse band en werd in eigen beheer uitgebracht. Voorman Marcel Jansen is een ouwe rot in het vak en zat vroeger in Colourful People, een band die zelfs ooit op Pinkpop speelde. Die ervaring van Jansen komt overduidelijk tot uiting in de elf nummers van Na Na Na. Hij heeft een prettig doorleefde stem en de composities zijn sterk en afwisselend. Vooral het lieflijk meeslepende "Utopia", het aanstekelijke "Night in Amsterdam" met David Sylvian-achtige zang, en het onheilspellende "Heaven's Art" zijn zeer de moeite waard. Alleen het repetitief rockende "Private Paradise" past niet echt in de reeks met sfeervolle nummers. Na Na Na is een prachtplaat van een vakman die het verdient om veel meer gezien en gehoord te worden. In mij heeft deze Jesus met dit album in ieder geval een nieuwe discipel gevonden.
File Under: Discipelen gezocht
File Audio: [MySpace]
File Video: [Jesus Jansen Channel]
Rue Royale
Voor me op de tafel ligt een mooi stukje handwerk. Eigenlijk is het niets meer dan een bedrukt lichtgeel A3-tje om een cd gevouwen. Er zit een touwtje om de linkerbovenhoek en de rechteronderhoek om het geheel bijeen te houden. Ik kocht het kleinnood van Ruth Dekker nadat ze met haar echtgenoot Brookln voor een schandalig klein publiek van zo'n tien man (inclusief barpersoneel) in het Mezz Café in Breda een bijzonder fraai optreden had gegeven. Het hoesje bleek een creatieve noodoplossing. Een paar dagen ervoor in Amsterdam was er in hun auto ingebroken en de onverlaat was er vandoor gegaan met een lading cd's. Dan was het in ieder geval een dief met smaak. Ik vind het een beetje stom van mezelf dat ik nooit een stukje aan Parachutes and Lifeboats van Rue Royale heb gewijd. Een erg fijn album met akoestische popliedjes waarin de stemmen van het echtpaar Dekker een harmonische huwelijk aangaan. Als ik me niet zo stug had gehouden aan zelfopgelegde regels dan had het album - waar achterop '(c) 2008 Be With Me Music' staat - ongetwijfeld hoog in mijn jaarlijstje van 2009 gestaan.
Lees verder..Knobsticker / Hairglow
Liedjes waar ik extreem vrolijk van word: opener "Fruit Salad" op de debuutplaat van het Utrechtse Knobsticker is dusdanig maf dat er een tekenfilm voor geschreven zou moeten worden. Fantastisch lullig, aanstekelijk dansbaar én met diepe funky baslijn: dit is het type songs waar zowel Jamiroquai als Slagsmalsklubben een moord voor zouden doen. En zo staat er dus een handvol nummers op Forest Fruit, zoals het waanzinnige "So Amazing", "Hypothetical/Theoretical" met Benny Sings en "Jumbo". Het is bijna jammer dat de nummers in het midden gewoon echt minder zijn, want Knobsticker is op zijn best als halverwege een nummer opeens de versnelling erin gaat en totale gekte uitbreekt. Dat moet live een briljant feestje opleveren. Maar zodra de band dat trucje nalaat, klinkt het resultaat de ene keer erg 'fout' en jaren tachtig, terwijl nummers als "Temperature Is Rising" en "Where To Leave My Hands" vooral op Phoenix lijken. Het probleem met bands als Knobsticker is misschien juist wel dat ze nauwelijks kunnen evolueren naar iets wat even lekker is zonder in herhaling te vallen. Geniet er dus vooral nu van!
Het Belgische soloproject Hairglow heeft een nog onmiskenbaardere jaren tachtig-feel over zich hangen. Ik heb het even getest bij een collega. En ja hoor, al na de eerste vijf seconden van de intro van "We should've known better" vroeg-ie: 'Zijn dit de Pet Shop Boys?' Ping! Tien punten. De bio rept nog over Heaven 17, The Human League en Thomas Dolby vanwege de gebruikte synthesizers Fairlight CMI en Yamaha DX7, maar de lijzige stem van Alex Callier (Hooverphonic) maakt toch echt maar één vergelijking mogelijk. Met het verschil dat de Pet Shop Boys al jarenlang geen diepe baslijnen meer produceren. Hairglow doet dat wel, en is het hele album lang lekker consistent, waardoor je praktisch elk liedje met je schoenen kunt meetikken. In Nederland zal het vast wel niet scoren, maar ik dicht Hairglow grote kansen toe in België zelf, waar typische guilty-pleasure-popartiesten als Daan het toch al extreem goed doen. En niet te vergeten Duitsland, waar de Pet Shop Boys nog steeds stevig op hun conceptband-voetstuk staan. Het is jammer dat er geen enorme Rick Astley-achtige hit op Hairglow staat, maar het album is best leuk.
File Under: Heerlijk geproduceerd funky met een paar potentiële dancehits
File Audio: [MySpace][Fruit Salad]
File: Hairglow - Hairglow
File Under: Consistente guilty pleasure
File Audio: [MySpace][Let it go]
The Soft Pack - The Soft Pack
Mijn leukste muzikale halfuurtje van het jaar tot nu toe was toen ik grijnzend het debuutalbum van The Soft Pack voor het eerst beluisterde. Want potverjandullekes, wat een heerlijk plaatje is dat en wat zijn repeatknoppen toch handige dingen. Deze Californische garageband stond eerder bekend als The Muslims, maar hebben om moverende redenen hun naam veranderd. Vorig jaar lieten ze met enkele opwindende optredens in ons land al van zich horen en werden zij na de zeer verdienstelijke Muslims EP zelfs al gehyped als 'wereldband in wording' en 'de grote revelatie van 2010'. Oeps, dat zijn grote woorden, even oppassen dus. The Soft Pack maakt op Amerikaanse postpunk-leest geschoeide springerige garage-indiepop à la Replacements, inclusief extra verveelde zang, hier en daar een vals orgeltje en de ontembare energie van een geil ongecastreerd vuilnisbakkenpoedeltje. Maar dat hebben we toch wel vaker gehoord? Jazeker, maar het is de kracht, kwaliteit en simpele hyperdirectheid van de songs waarom The Soft Pack met kop en schouders boven alle soortgenoten uitsteekt en met dit debuutalbum alle verwachtingen dik, maar dan ook dik waarmaakt. In 32 minuten jassen ze er tien tracks door, die alle tien ruim in de prijzen vallen. En dat gaat met een plezierig venijn van heb ik jou daar, zoals in de smakelijke opener "C'mon", het psychedelische, vlijmscherpe "Move Along" of de aan het geluid van de vroege Joy Division/Warsaw herinnerende "Pull Out". En onderwijl deinzen ze ook niet terug voor een ontspannen tong-in-de-wang-zomerdeuntje als "Mexico". The Soft Pack baanbrekend? Neuh, helemaal niet eigenlijk. Maar waren The Strokes' Is This It en Weezers Blauwe dat dan wel?
File Under: Het leukste halfuurtje van het jaar
File Audio: [Soft Pack MySpace] [C'mon]
File Video: [Answer To Yourself] [Pull Out] [C'mon]
Bouncing Souls - Ghosts On The Boardwalk
De punkbands die twee decennia blijven bestaan, die zijn zeldzaam. Bouncing Souls is zo'n zeldzaamheid. Om hun twintig jarig bestaan te vieren namen de Bouncing Souls vorig jaar elke maand een track op die ze dan aanboden op hun website. Nou was het leuk geweest voor de trouwe fans (en voor hun eigen bekendheid) als ze dit gratis gedaan hadden, maar dat kon waarschijnlijk niet uit en ze vroegen er negenennegentig dollarcent voor per stuk. Maar je kon ze ook op vinyl kopen. Nu het feestjaar erop zit hebben ze alle twaalf nummers verzameld op een cd. Die je dan weer kunt kopen, als je rap bent zelfs in een 20th Anniversary DIY box set. Het zal allemaal wel oprecht bedoeld zijn, maar het ruikt wel een beetje. Komt nog bij dat ik lang niet alle tracks op Ghosts On The Boardwalk een dollar waard vind. Zo is "Badass" een flauwe cliché uptempo nummer. Blijkbaar een wat minder geïnspireerd maandje. Gelukkig zijn er ook verdomd goede tracks op Ghosts On The Boardwalk. Het titelnummer mag er zijn en ook het openingsnummer "Gasoline" is een fijne track. Net als meebruller (doh!) "We All Sing Along". Al is de overgang naar het bijna U2-achtige "Like The Sun" dat daarna de plaat afsluit wel behoorlijk groot. Het maakt Ghosts On The Boardwalk, waarschijnlijk gevoed door de manier van samenstellen, tot een beetje een onevenwichtige plaat, maar over de hele linie bekeken wel een betere dan zijn voorganger, The Gold Record. Gelukkig.
File Under: Feestende Veteranen
File Audio: [MySpace]
PixelRace - Should We Pay For All This Happiness
Er viel weinig te vinden over PixelRace, ze hebben niet eens een Wiki en dat is wel erg uitzonderlijk voor een band tegenwoordig. Wel een MySpace, maar daar kan een beginnende band al helemaal niet zonder. Nogal kaal dook ik de cd in en kreeg bij het openingsnummer "Perfect Gender" al snel een 30 Seconds To Mars gevoel. Maar dat was met "Blown Away" wel weg, want daar beginnen ze lekker op gang te komen, de electrorock doet me soms denken aan Depeche Mode, maar ook aan de rocknummers van Soulwax. Door de jonge stem van zanger Kevin Raymakers wil het soms wat puberaal overkomen, maar op bijvoorbeeld "Blown Away" doet de samenzang met guitariste Jessica Giordano me ook wel denken aan The Blood Red Shoes, wat positief is. Het nummer "Another Part Of Stagnation" doet me sterk denken aan Mando Diao en zo kan ik nog wel een paar namen bedenken. Een mooie verzameling referenties en in dit geval erg plezierig om naar te luisteren. Het enige is dat Kevin nog een paar flessen wisky moet drinken om zijn stem wat volwassener te laten klinken. Maar wie ben ik om die jongen een drankprobleem aan te praten?
File Under: Electrorock in de kinderschoenen
File Audio: MySpace
Yevgueni - We Zijn Hier Nu Toch
In september 2008 verscheen er hier een stukje van mijn hand over het album Aan De Arbeid van het Belgische Yevgueni. Dat was ruim een jaar na verschijnen, en ik gaf voor het gemak de distributeur maar even de schuld. Bovendien was het debuut Kannibaal al helemaal langs ons heengegaan. Anno 2010 is het anders gesteld: men mailt zelfs achter me aan wanneer er een stukje verschijnt over de nieuwste release We Zijn Hier Nu Toch. En men kan gerust zijn: hier is ie. Kennelijk zit er wat druk op de ketel of ziet men een gat in de markt. En dat laatste kon wel eens het geval zijn, want hoeveel enigszins leuke Nederlandstalige (of Vlaamstalige) groepen zijn er? Weinig, volgens mij. Het vijftal is muzikaal niet al te veel van koers veranderd. Ik moet, zeker door de stem van Klaas Delrue, nog steeds aan Gorki denken, en verder The Scene of een Boudewijn de Groot. Yevgueni's specialiteit zijn luisterliedjes die hier en daar misschien qua tekst door de rijm net wat te gekunsteld zijn: 'Nieuwe meisjes, waar komen ze vandaan. Nieuwe meisjes, zie ze staan. Nieuwe meisjes, breng maar aan.' Toch is een liedje als "Brand", over het eind dat iemand ziet naderen, prachtig qua tekst en origineel qua onderwerp. En geeft bijvoorbeeld de gastrol van Annelies Delrue in "Blijf" toch net de extra dimensie waar het lied om vraagt. Ik vrees dat de indeling naar muziekstromingen op de Nederlandse radiozenders te weinig ruimte geeft aan de Belgen om hier een vaste plek te veroveren. Aan de andere kant: met zo weinig concurrentie sta je snel aan de top. Wie weet profiteren ze hiervan.
File Under: Vlaamse Luisterliedjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [Pannekoeken][Nieuwe Meisjes]























































