Acacia Avenue - Acacia Avenue
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar bij de bandnaam Acacia Avenue denk ik meteen 'Iron Maiden!'. Gezien het label, Lion Music, zou dat ook prima kunnen. Maar nee, Acacia Avenue is melodieuze hardrock en AOR en heeft bar weinig overeenkomsten met Iron Maiden. Eerder met het rockier werk van Toto of met Journey. Het is dan ook het nieuwe bandje van Torben Enevoldsen (Section A). Nou ja, bandje, hij doet het meeste zelf. Behalve zingen, een deel van het bassen en drummen. Voor het zingen heeft hij meerdere heren ingehuurd, allen ruimschoots competente zangers voor het genre, waaronder Tony Mills (TNT) en Geir Rönning (Radioactive). Drummer Thomas Heintzelmann had overigens wel thuis kunnen blijven, want het drumwerk is uiterst strak maar weinig gevarieerd en bovendien ook nog eens akelig droog ingemixt. Een drumcomputer had waarschijnlijk vaak beter geklonken! De samenhang in de mix is ook ver te zoeken, waardoor het weinig dynamiek meekrijgt. Jammer, want de songs zijn weliswaar formule-AOR, maar dan wel met een heel behoorlijke formule als basis. Sterker nog, "Hold On", een swingend Foreignerachtig nummer met een heerlijke orgelpartij erachter, belooft in het begin van het album heel wat meer dan wat er uiteindelijk geboden wordt. En daarmee voldoet Acacia Avenue alsnog aan de belofte van zijn naam. In het Engels staat het namelijk voor een doorsnee middleclass straat in een stedelijke omgeving. In dit geval blijkt dat pijnlijk accuraat.
File Under: Vinexrock
File Audio: [AcaciaSpace]
Love Is All - Two Thousand And Ten Injuries
Love Is All heeft met hun derde album Two Thousand And Ten Injuries maar een halve minuut nodig om mij blij te maken. Heel blij. De stuiterende punkpop van de openingstrack, "Bigger Bolder" heeft het helemaal. Een scherp staccato riffje met repeterend hobbeltje op een 8-bits orgeltje grijpt me bij de kladden en laat me niet meer los. En dan die meisjesstem van zangeres Josephine Olausson, scherp en knerpend als een krolse poes: hier is geen weg meer terug. En verdorie, dat gaat het hele album zo door. Elk van de twaalf nummers op dit album heeft zo'n hook met ultra-scherpe weerhaakjes. Slimme uitheemse ritmes, krassende postpunk-gitaren, ongegeneerde papadapapapa-koortjes zoals in de single "Kungen": elk nummer is een feest en onweerstaanbaar sexy. Alsof Bow Bow Wow terug is en nu Love Is All heet. Net zo knap, maar dan slimmer, volwassener en met ietsje meer inhoud. Bigger en bolder, inderdaad. Deze Zweden halen dikke likken mosterd bij de Britse new wave, postpunk en rudegirls van vroeger, maar haken net zo makkelijk aan bij de Amerikaanse indie van modernere tijden: The Strokes, Vampire Weekend, Yeah Yeah Yeahs en Santigold. Mijn zomer is begonnen.
File Under: De zomer is begonnen
File Video: [Kungen]
File Audio: [MySpace]
Eli "Paperboy" Reed - Come And Get It!
Met zijn tweede cd Roll With You verraste de Eli ‘Paperboy' Reed niet alleen mij, maar vriend en vijand. Ik verbaasde me erover dat achter zijn sound een heel normale blanke gitarist verstopt ging. Ik verwachtte eerlijk gezegd eerder de kleinzoon van James Brown, maar wel eentje die ook nog goed gitaar kan spelen. Reeds nieuwe cd Come And Get It versterkt dit alleen nog maar verder. De manier waarop hij het koperwerk van zijn begeleiders laat schetteren en gebruik maakt van heerlijke achtergrondkoortjes in zijn retrosoul had ‘em nog niet eens zo lang geleden geknipt gemaakt voor een label als Motown of Stax. Hij doet dit overigens (en gelukkig) voorbeeldig. Het ontaardt nergens in een kitscherige hommageshow. Het enige nadeel dat er hooguit aan zijn songs kleeft, is dat de verrassing erin ver te zoeken is. Maar de overtuiging waarmee een song als "Name Calling" gebracht wordt, is zo vol puur enthousiasme en met zo'n hoge meezingfactor dat alle mogelijke kritiek die je daar eventueel op zou kunnen hebben al snel als sneeuw voor de zon verdwijnt. Neem bijvoorbeeld titelsong "Come And Get It"; zo'n pure Motown-song heb ik in ieder geval in tijden niet gehoord behalve dan op een verzamelaar van ouwe meuk. Geinig is ook dat Reed in ziet dat je een plaat niet dood moet laten bloeden, maar gerust in het afsluitende nummer nog even al remmen los mag laten. "Explosion" giert op duizelingwekkende snelheid in krap drie minuten plankgas door, waarbij diepe klanken van de saxofonen dienen als de stevige basis die er voor zorgen dat je als luisteraar nog meer een rollercoasterride gevoel krijgt. Na afloop zeur je je als een verwend kind gelijk of je nog een keer mag.
File Under: Tells you what you wanna hear
File Audio: [MySpace]
Local Natives
Ryan Hahn (gitaar en zang), Taylor Rice (zang en gitaar) en Kelcey Ayer (zang en toetsen) kennen elkaar al sinds de middelbare school toen ze samen muziek gingen maken. In de loop van de tijd voegden bassist Andy Hamm en drummer Matt Frazier zich bij de band, die toen nog Cavil at Rest heette. "In die tijd speelden we veel shows, maar de band was nog geen full time bezigheid. We waren voornamelijk nog druk met studeren en werk." vertelt Andy over de beginperiode. "Maar zo'n anderhalf jaar geleden besloten we ons volledig op de band te richten. We veranderden onze naam in Local Natives en we zijn serieus nummers gaan schrijven en heel veel gaan spelen. Als we een show kregen aangeboden, dan speelden we." Met deze instelling ging Local Natives afgelopen jaar ook naar het South By South West festival in Austin toe, waar de band negen shows speelden en daarmee aandacht op zich wist te vestigen. Dat was het begin van een kleine hype op muziekblogs.
Lees verder..Shonen Knife - Free Time
Je zou het bijna niet geloven maar Shonen Knife bestaat al bijna dertig jaar! Oké, zangeres/gitariste Naoko Yamano is de enige die al die tijd heeft volgemaakt, maar goed, dit nieuwe album klinkt even enthousiast en fris als altijd. In de jaren tachtig werd het Japanse meidentrio opgepikt in de Verenigde Staten door o.a. DJ Rodney Bingenheimer, het legendarische fanzine Flipside en natuurlijk Sub Pop. Waardoor werden deze Amerikanen overtuigd? Simpel, door de ongekend enthousiaste deuntjes over snoepgoed, dieren, spelletjes en de liefde. Met punky power en sixties melodietjes en vooral de ongekend leuke accenten in de zang veroverde Shonen Knife een cultstatus die zelfs leidde tot het meetoeren met ietwat serieuzere acts als Fugazi en Nirvana (naar verluidt was Kurt Cobain hun grootste fan). De succesperiode in de jaren negentig ging echter weer even snel voorbij als de sneltrein van Osaka naar Tokyo. Naoko is nooit gestopt met Shonen Knife, en gelukkig maar. Want Free Time is gewoon weer een heerlijk album voor iedereen die van hun vroegere werk heeft genoten. Alle bekende onderwerpen ("Monster Jellyfish") komen voorbij in de melodieuze, charmante punkliedjes, maar ook serieuzere thema's worden niet geschuwd ("Economic Crisis"). En nu maar hopen dat ze gewoon nog eens dertig jaar doorgaan.
File Under: Forever Young
File Audio: [MySpace]
File Video: [Perfect Freedom]
Shout Out Louds - Work
In 1982 zong Prince er al over: 1999. De opener van Work van Shout Out Louds heet ook "1999" maar is niet te vergelijken met het nummer van de dwerg uit Minneapolis. Prince wilde vooral feesten als ware het 1999, maar zanger Adam Olenius van de Zweedse band heeft gewoon goede herinneringen aan het jaar: 'I never felt so alive since 1999'. Het nummer is gebaseerd op een neurotisch orgeldeuntje, maar wordt leuk opgebouwd en eindigt zelfs met overstuurde gitaren. Prima indiepop uit het boekje, al is de zang een beetje vlak. Ook op de rest van het album staan prima nummers met mooie achtergrondzang van toetseniste Bebban Stenborg, maar voorman Olenius kan eigenlijk gewoon te weinig met zijn stem. Op goede momenten klinkt hij als een jonge Robert Smith die als Jarvis Cocker probeert te zingen, zoals op "Walls". Als hij de hoogte ingaat, zoals op het fraaie "The Candle Burned Out" dan is het mooi, maar verder is de intonatie op vrijwel ieder nummer identiek en dat is doodzonde voor een verder heerlijke plaat. En het stomme is dat hij op afsluiter "Too Late Too Slow" laat horen dat hij het wel kan! Een schitterend nummer waarin de zang van Olenius en Stenborg prachtig samensmelt, maar mosterd na de maaltijd.
File Under: Stomme stem
File Audio: [MySpace]
File Video: [Walls]
Arthur Adam - Awake
Wakker worden Nederlanders! We moeten een voorbeeld nemen aan onze zuiderburen. Zij omarmen Admiral Freebee met zijn laatste single "Always On The Run" en het maakt ze geen bal uit dat het nummer behoorlijk Stones-achtig is. Of ze zetten Arid weer op het erepodium na zoveel jaren afwezigheid. Kijk, dat zouden wij ook moeten doen met onze wat meer alternatieve artiesten, zoals in dit geval Arthur Adam. Adam heeft een rijk muzikaal verleden (en waarschijnlijk toekomst) met bands als Mist en The New. Maar nu brengt hij eindelijk weer een solo-album uit, getiteld Awake. Het is net zoals bijvoorbeeld bij zijn debuut Sssh! onmogelijk om de naam van Jeff Buckley niet te noemen. Dit komt allereerst door zijn falset-stem die op Buckley lijkt, maar ook door de krachtige liedjes die veelal ook zo uit zijn koker hadden kunnen komen. Buckley is echter niet meer, en Arthur Adam is in ons midden. In een wakker Nederland worden liedjes als "Older" of "You're On My Mind" minimaal een bescheiden hit en als het dan echt moet dan maar met een wat jazzy "Happy Hangover". Dit nummer is zoveel beter dan veel van die zeikjazz-nummers die het wel goed doen. Adam levert een fijne plaat af waarop weinig nieuwe wegen bewandeld worden, maar die van voor naar achteren kwaliteit uitstraalt.
File Under: Wakker worden in een rechtvaardige wereld
File Audio: [MySpace]
File Video: [Diving A Spider][Happy Hangover][Pyjama Day]
De Pin Up Club - Rode Beat
Geen idee of Eus van den Nieuwendijk en Frank Haanenbrink - die andere twee van De Pin Up Club - ook zoveel tatoeages hebben, maar voorman Johannes de Boom heeft genoeg optredens met The Shavers gedaan om iedereen te laten zien dat hij een wandelende pin up-verzameling is. De volslanke voorman en gehandicapte geweldenaar was al een paar jaar geleden gestopt met het surf- en rockabillycombo The Shavers. Zijn door reuma geteisterde lichaam leek het optreden niet meer aan te kunnen. Toch zag je hem sinds een jaar of twee weer op het podium, al dan niet in rolstoel, begeleid door Van den Nieuwendijk en Haanenbrink. De strakke surf en rockabilly van zijn vorige band heeft Johannes de Boom ingeruild voor moddervette blues en ranzige garagerock. Met het door zijn eigen stichting Oog& Oor uitgegeven Rode Beat laat De Pin Up Club horen waar ze voor staan. Dertien rauwe, poepieruig gespeelde garagerockers en bluessongs, de meeste van eigen hand. "Blues On Tuesday" is een uitgebreidere versie van het gedicht van Jules Deelder en in "Nou Wil Ik Je Hondje Zijn" horen we uiteraard The Stooges terug. "Dracula" van ZZ& De Maskers werd ook al gespeeld door The Shavers, maar niet zo ranzig als De Pin Up Club dat doet. Vooruit, een "Halvarine (Gadverdamme)" is niet te vinden op Rode Beat, maar dat doet aan de lol niet veel af. De zestig gepasseerd, door reuma bijna naar de kloten geholpen en dan nog zoveel energie op plaat zetten - Johannes de Boom krijgen ze niet klein.
File Under: Rock ‘n' roll valt niet te snoeien
File Video: Live zonder geluid
The Tiny - Gravity & Grace
Toen ik The Tiny in het voorprogramma van Anna Ternheim zag in de kleine zaal van Paradiso, ging hun optreden een beetje langs mij heen. Grote kans dat dat kwam door de hooggespannen verwachtingen van het zien van Ternheim overigens. Hoe anders is het nu ik luister Gravity & Grace, de derde cd van het trio Ellekari Larsson (zang/toetsen), Leon Svensson (cello) en bassist Johann Barthling. Gelijk bij het openingsnummer "Last Weekend" ga ik volledig voor de buil. Een prachtig liedje dat ontroert door zowel het vertelde verhaal als door de verfijnde melodieën en orkestratie. Voeg daarbij de dramatische stem van Larsson, die een kruising is tussen Bette Midler en Kate Bush, maar met een gezonde doses Scandinavië d'rbij, en je hebt een ongegeneerd janknummer als resultaat. De arrangementen van Rustin Man helpen hier ook nog flink bij. Misschien is modern klassiek dan ook wel een betere naam voor Gravity & Grace dan indie of pop. Wie een sonnet als "I Close My Eyes" (zonder meer een van de beste nummers van de cd) zal horen, zal mijn idee van ‘klassiek' zeker bevestigen. Zonder daarmee aan te willen geven dat The Tiny heel moeilijk te grijpen is. Integendeel, de liedjes zijn sterk melodieus en de verhalen die Larsson vertelt intrigeren mij, als notoire negeerder van teksten, in sterke mate. Gravity & Grace verscheen overigens vorig jaar al in thuisland Zweden, maar dat is helemaal niet iets om om te treuren, want wij krijgen namelijk een bijzondere bewerking van Ramones' "Pet Sematary" als bonustrack. Het duurde bij mij bijzonder lang voordat het kwartje viel. Dat zijn wat mij betreft de beste covers. Een verrassende afsluiting van een bijzonder boeiende cd.
File Under: Boeiend op het randje van klassiek
File Audio: [MySpace][Gratis Download]
Nanuh - Scars
De lelijke klinische hoes van Scars doet vermoeden dat de Zweedse producer Lars Söderberg aka Nanuh trance voor de massa maakt. Klopt niets van. De multi-instrumentalist heeft zelfs een verleden in death metal en jazz, maar toch klinkt hij op dit wat futloze album aarzelend. Als Tiësto die het eens (en voor het eerst) met "echte" liedjes probeert. En er ook nog bij zingt! Geen rechtdoor stampende beats meer, maar lichtjes door drum 'n' bass beïnvloedde patronen, waar geen greintje funk in zit. De drukke melodieën zijn dan weer eerder proggy, bestrijken een enorm spectrum, wringen desondanks nergens, maar soepel is anders. Nanuhs beste kant blijken vrij opmerkelijk de catchy refreintjes, waarin hij vaak een ijle falset-stem opzet. Goed voor een trippy Gorillaz-sfeer. De teksten zijn dan weer wel lachwekkend. 'I'm afraid of fire, I'm afraid to get burned'. Ja, wat anders? Het beste en meest intense liedje is het indierock-georiënteerde "11:11", dat een spannende en lange aanloop neemt richting een vocaal gedeelte, dat zonder omhaal van Radiohead is gejat. Het nummer had met de melodramatische piano-akkoorden zo op Amnesiac gepast en is stiekem toch wel geslaagd. In het tekstboekje lees ik ondertussen hoe Söderberg de (ook al Zweedse) softwarebouwers Propellerheads bedankt. Het technisch perfect in elkaar stekende Scars klinkt inderdaad eerst en vooral als een collectie demo's die de mogelijkheden van programma's als Reason en Rebirth illustreert.
File Under: Muziek voor reclames en tv-reportages
File Audio: [Nanuh-Space]
His Statue Falls - Collisions
Jane Seymour in Live and Let Die, Michelle Yeoh in Tomorrow Never Dies en Eva Green in Casino Royale. Elke James Bond-film kent een eigen Bond-girl. Een langbenige lekkere dame met een goddelijk lichaam krijgt, die de rol krijgt om verliefd te worden op James Bond. De charmante geheime agent werkt er heel wat af in de filmreeks. Ze krijgen een dubbelzinnige naam of woordspeling, zoals "Pussy Galore", "Plenty O'Toole" "Xenia Onatopp" en "Holly Goodhead". Vaak wordt de bijrol afgewezen door echte sterren en zijn het vooral nieuwkomers die we zo goed als bloot zien langsflitsen in de Bond-blockbusters. Er schijnt namelijk een vloek te rusten op de sexy bijrol. De meeste actrices hebben na het spelen van een Bond-girl namelijk nooit meer een goede en serieuze rol aangeboden gekregen! De website Wikipedia heeft er zelfs een geheel stuk aan gewijd. De Duitse band His Statue Falls is onlangs ook gecast als een soort Bond-girl. De mannen spelen namelijk lekkere electro-core met keiharde screams en de eerste kennismaking in Nederland was als voorprogramma van Enter Shikari. De stempel was gezet. Het album Collisions lijkt als twee druppels water op Enter Shikari en alles wat ze in de toekomst doen zal vergeleken worden met de band. Waarom naar His Statue Falls luisteren als er Enter Shikari is?
File Under: Statue Falls, His Statue Falls
File Audio: Statue Falls-Space
Rene SG - Speedcola
Mooi is dat. Nog voordat ik mijn linker oordopje in mijn oren heb kunnen doen heb ik al het eerste nummer ("Arty Farty Bullshit") van Rene SGs derde studioplaat gemist. En voordat het tweede erin zit is het tweede nummer ("Fuck People") ook al voorbij. Het mag duidelijk zijn, die titel Speedcola, die heeft Rene niet voor niets aan deze plaat gegeven. Als Peter Pan zichzelf mag betitelen als speedrock, dan kunnen we Rene SG met een gerust hart hyper speedrock noemen. Als een eekhoorn na drie flesje energiedrank raggen de drie zich in iets meer dan achttien minuten door evenzoveel tracks. Dat komt mooi uit, want zo heb je bijna geen tijd om je te storen aan de banale teksten. Nu denk je natuurlijk, dan zal dat Speedcola natuurlijk wel een flauw staaltje van een achttien in een dozijn liedjes zijn. Nou dat zal je nog tegen vallen. Rene SG bewijst namelijk wat al lang bekend was: ook in eenminutenliedjes kun je prima verrassend uit de hoek komen. Neem bijvoorbeeld de hommage aan Pantani ("Viva Pantani") waarin geknutseld wordt met cartoongeluiden. Of "Party Hardy" dat opgebouwd lijkt uit een gitaarrif losjes gebaseerd op 2 Unlimiteds "No Limit" en Nirvana's "Smells Like Teen Spirit" waarin plotsklaps een vette partybeat binnen komt denderen. En de manier waarop ze een bluesy knipoog aan het einde van "110 Speed Blues" erin weten te drukken is gaaf. Variatie genoeg dus. Bovendien weten ze zelfs met alleen de zinnetjes ‘So… What The Fuck', ‘So Fucking What' en ‘What The Hell' nog wat tof smoezeligs te maken in het afsluitende nummer "What The Fuck". En als je dat niet wilt horen, dan is dit gelijk de kristalheldere duidelijke boodschap aan je: So fucking what. Daar is geen speld tussen te krijgen.
File Under: Gas d'r bij
File Audio: [MySpace]
Natalie Merchant - Leave Your Sleep
Mocht ik er ooit aan toekomen om een lijstje te maken met mijn beste concerten ooit, dan zal het adembenemend mooie, akoestische concert van Natalie Merchant in Paradiso in 2002 ongetwijfeld in de hoogste regionen eindigen. Vervolgens trakteerde de voormalige frontvrouw van de 10.000 Maniacs ons in 2003 op de geslaagde verzameling folky songs The Carpenters House Daughter. Daarna kwam het lange wachten. Merchant besloot zich terug te trekken en zich aan het moederschap te wagen. Ik had eigenlijk de hoop al opgegeven dat er ooit nog nieuw werk van haar zou verschijnen. Gelukkig bleek ik het bij het verkeerde eind te hebben en is er wel degelijk een nieuw album verschenen. Leave Your Sleep heet het. Vijf jaar lang heeft ze eraan gewerkt en er doen meer dan honderd muzikanten op dit dubbelalbum mee. De zesentwintig songs zijn interpretaties van gedichten waar ze in die periode research naar deed. Toen ik voor het eerst hoorde van dit ambitieuze projekt, vreesde ik dat het wel eens het scenario voor een pretentieus, grotesk gedrocht zou kunnen zijn. Het zal niet de eerste keer zijn geweest dat een artiest zich daarin verslikt. Merchant heeft dat echter voorkomen door de juiste keuzes te maken. Literaire hoogstandjes wisselen zich bijvoorbeeld moeiteloos af met eenvoudige kinderversjes, die overigens inclusief achtergrond-informatie over de schrijver in het fraaie, bijgesloten boekwerkje na te lezen zijn. Daarnaast besloot ze alles live in te laten spelen. En last but not least is daar natuurlijk haar stem die zo kenmerkend is dat het zich perfekt als verbindend element leent. Muzikaal gezien beweegt ze zich soepel door een veelheid aan stijlen - van klezmer en New Orleans jazz tot sobere folk en reggae - zonder dat het in een ratjetoe verzandt. Toch heb ik een tweetal persoonlijke puntjes van kritiek: ik mis de in mijn ogen gouden combinatie van alleen Merchants stem plus piano en het wat expirimentelere geluid wat in het verleden juweeltjes als "Golden Boy" opleverde. Tevens kan ik me voorstellen dat het niet ieders kop kruidenthee zal zijn doordat het overgrote deel een 'traditioneel' muzikaal jasje heeft gekregen. De om onduidelijke redenen uitgebrachte, enkele CD-versie met een selektie van zestien songs kan men overigens links laten liggen, omdat daarop wonderschone songs als "The Land Of Nod" en "Indian Names" ontbreken.
File Under: Aangenaam wakker worden
File Audio: [My Space is under construction, dus dan maar deze]
File Video: [Diverse filmpjes op haar site]
The Yards - You Damn Right / Fervid - oH
Bands die het avontuur opzoeken hebben bij mij een streepje voor. Het Tilburgse The Yards is in ieder geval een bandje dat het qua muzikale stromingen de breedte intrekt met (New Orleans) jazz, blues, pop, funk en soul. De stem van de zanger Sir Gavin (oftewel Paul Zoontjens) heeft wel wat van die van Maurits Westerik (GEM), maar de liedjes zijn niet des GEMs. Op You Damn Right probeert The Yards zijn gelijk te halen. In elk liedje wordt een genre aangepakt. Zo hoor ik Tom Waits in gedachten meezingen op "I'll Send You A Postcard", inclusief echte blazers! Of zie ik de aanstekers cq. mobieltjes al voor me in de ballade "You Amaze Me". Op zichzelf zijn het allemaal prima songs, maar ik mis een rode lijn op dit album en een noodzaak: een liedje moet je opvreten. Ik vind de meeste liedjes te verlegen klinken, terwijl ik wel het gevoel heb dat het er wel inzit. Mijn advies: maak keuzes, zorg dat het er meer vanaf spat en zoek het avontuur in de (mix van) genres. Het is tenslotte zonde als de kansen niet benut worden.
Als het erom gaat dat kansen benut moeten worden dan zit je met oH van Fervid wel goed. Deze Dordrechtenaren weten catchy tunes te schrijven. Als het aan mij lag dan worden nummers als de opener "Cynical Love" en zeker "Microphone" hits. De liedjes van Fervid zijn sixties feel-good-popliedjes en daar hou ik dus wel van. Het probleem bij deze twaalf nummers is dat er wel eenvormigheid dreigt, alsof een truc keer op keer herhaald wordt. Er is een prima uptempo catchy liedje waarop de zanger zijn partijen zingt. Als er ondersteuning is, dan is dit meestal in de vorm van een back-up zanger die dezelfde partijen zingt. Hetgeen dus wel erg snel gaat vervelen. Er zou wel wat meer naar variatie gezocht mogen worden in de zang, want twaalf liedjes in nog geen half uur zijn toch wel een hele rit. Ook mogen de gitaren nog net wat meer uit hun voegen barsten, waarschijnlijk is dan het lieve er al snel vanaf. Toch maar even positief eindigen, want ik denk dat heel wat liedjesschrijvers vast en zeker jaloers zijn op deze nummers.
File Under: Er zijn soms teveel wegen naar Rome
File Audio: [MySpace]
File: Fervid - oH
File Under: Op zoek naar het perfecte popliedje
File Audio: [MySpace]
Week 16, 2010
Storm
65daysofstatic - We Were Exploding Anyway
Ewie
Paul Weller - Wake Up The Nation versus Arthur Adam - Awake.
Ludo
Badly Drawn Boy - Is There Nothing We Could Do?
Gr.R.
Josh Ritter - So Runs The World Away
Ramon
Love Is All - Two Thousand And Ten Injuries
Prikkie
Jeff Watson - Lone Ranger
DubbelMono
Josh Ritter - So Runs the World Away
André
Allison Crowe - Spiral
Steve Vai - Where The Other Wild Things Are
Slim ventje hoor, die Steve Vai. Eerst brengt 'ie een live-cd uit en een dvd met meer tracks dan op de cd. Tegelijkertijd vertelt 'ie er bij dat de extra songs op iTunes te krijgen zijn, maar niet op cd uitkomen. Tegen de tijd dat de fanatieke fans braaf allemaal de digitale downloads hebben gekocht, brengt 'ie het alsnog uit op cd. Waar andere bands hun grootste fans koesteren, denkt Vai vooral na over hoe hij ze het meeste geld uit de zak kan kloppen. Eerlijk gezegd zou ik het heel begrijpelijk vinden als u nu zegt dat die Vai de boom in kan en u deze cd niet meer gaat aanschaffen. Alleen is deze cd wat mij betreft beter dan Where The Wild Things Are. Aanvankelijk stond veel van dit materiaal niet op de cd omdat het al eerder op live-cd's verscheen. Maar ja, daar staat dus wel het beste van Passion & Warfare tussen: "The Audience Is Listening", "Liberty", "Answers" en "For The Love Of God", vier van de beste songs uit zijn oeuvre. De laatste drie vormen zelfs de afsluiting van dit album en alleen dat trio maakt dit album al de moeite waard. Maar ook de twee violisten komen veel beter aan bod dan op het eerste album, zoals bijvoorbeeld op "Apples In Paradise" en "The Crying Machine". "Beastly Rap" is een dialoog tussen Steve Vai en drummer Steve Colson voorafgaand aan "Earthquake Sky", de drumsolo met draagbaar drumstel. Al met al is deze cd voor mijn gevoel veel beter uitgebalanceerd dan Where The Wild Things Are. Of dat iets over Steve Vai's beoordelingsvermogen zegt of over dat van mij, mag u zelf gaan uitvissen. Dit is in elk geval mijn favoriet.
File Under: The Grass Is Definitely Greener On The Other Side
And So I Watch You From Afar
London Calling Dag 2: Napret
Een zich langzaam vullende kleine zaal staat te wachten op de zaterdag-opener A Sunny Day In Glasgow. Nu ben ik half-Schots, en kan ik je vertellen dat de dagen waarnaar de Amerikaanse band vernoemd is wel bestaan, maar zeldzaam zijn. Twee achter elkaar is reden tot feest. Zo ook A Sunny Day In Glasgow, maar dan zonder tweede dag, en zonder feest. Veel opstartproblemen, en na drie nummers kan ik niet goed opmaken of de band ronduit slecht is of dat ze erg lang nodig hebben om op te warmen. Op een gegeven moment begint het toch wel te klinken. Jammer voor de band is dat net voordat ze van het podium gebonjourd worden.
Lees verder..Rock Island - Rock Island
Het Darwin-jaar 2009 mag dan afgelopen zijn, er worden nog steeds uitgestorven diersoorten ontdekt. Of beter: herontdekt. Reissuelabels als Gear Fab gaan stug door met het opgraven en opnieuw onder de aandacht brengen van allerlei sinds lang van deze aardbodem verdwenen rockmonsters. Uit Philadelphia bijvoorbeeld, komt Rock Island. De versteende restanten van een diersoort die we dus eenvoudigweg rockdinosaurus zouden kunnen noemen. Maar dat is te kort door de bocht. Nu het heropgerichte Wolfmother deze zomer ongetwijfeld weer grote ogen gaat gooien op festivals en een Nederlandse band van min-twintigers - DeWolff - alom (terecht!) juichende kritieken krijgt, zou je het hoogstens kunnen hebben over één van de gemeenschappelijke voorouders van deze bands. Rock Island speelt een mengeling van blues, groovende psychedelica en proto-hardrock. Gear Fab biedt ons hier het titelloze debuutalbum uit 1970 van een band die in 1972 onder de naam Rain nog eenmaal opdook, om sindsdien in de vergetelheid te verdwijnen. Het orgel - Hammond en anderszins - speelt een hoofdrol, net als de gierende sologitaar van meestergitarist Mike Kennedy. De band had toekomst, al was het maar omdat ze zo slim waren om de nummers niet nodeloos op te rekken met ellenlange solo's: slechts een enkele maal klokken ze boven de vier minuten. Overigens beheersten ze het trucje van de lange solo's wel, getuige de drie bonustracks, alledrie getiteld "Blues".
File Under: Dinosauriërs en voorvaderen
Liars - Sisterworld
Op bijna pastorale wijze wordt met stemmig koorgezang Sisterworld, de vijfde plaat van Liars, geopend. Als een ware Nick Cave bromt voorman Angus Andrew vervolgens de eerste regels tekst. Als na ruim anderhalve minuut een muur van gitaren binnen dendert zijn we weer thuis bij Liars. Een heerlijk stukje LoudQuietLoud deze opener. Volgens de band is Sisterworld een soort conceptalbum geworden met als rode draad het 'gevaar van positief denken'. Het album werd opgenomen in Los Angeles, een stad waar het valse positivisme na de verkiezing van Obama een nieuw hoogtepunt bereikte. Maar Liars zien achter de zonneschijn altijd weer regen komen en de nummers glijden dan ook als een dik wolkendek voorbij. Een forse onweersbui komt zelfs langs in de vorm van "Scarecrows On A Killer Slant", dat een ongekend agressieve en zelfs gewelddadige Liars laat horen. Een muzikale drive-by-shooting. Op "Proud Evolution" bewegen Liars zich gevaarlijk dicht op Radiohead-terrein en de zang op dit nummer had perfect door Thom Yorke verzorgd kunnen worden. Na de minder geslaagde psychedelische trip op "Drop Dead" wordt het album afgesloten met drie ijzersterke nummers, waarbij de surfpunk van "The Overachievers" toch nog iets luchtigs biedt. Verder valt er bijzonder weinig te lachen in de Sisterworld van Liars, maar de schaduwkant van de American Dream is natuurlijk sowieso interessanter.
File Under: De schaduwkant van positivisme
File Audio: [MySpace]
File Video: [Scissor]
Songdog - A Life Eroding
Het Welshe trio Songdog maakte twee jaar enorm veel indruk op me met het haast literair te noemen meesterwerk A Wretched Sinner's Song. Zanger Lyndon Morgans is zonder enige twijfel een van de beste tekstschrijvers in het huidige poplandschap. 'There's a hole in my life, in the exact shape of you', grapt hij hier en wij zijn eveneens blij dat hij terug is. De muzikale omlijsting van zijn penpareltjes is ditmaal zowel gladder als weelderiger dan voorheen. De akoestische gitaar piept en kraakt helaas nauwelijks meer en de accordeon klinkt af en toe zo helder dat ik een 'Ici Radio Tour de France'-flits verwacht. Morgans lijkt zich vocaal wat in te houden. (Hij kon soms wat larmoyant uit de hoek komen). Ook de strijkersarrangementen zijn opvallend netjes. Zo klinkt "Elaine" als Tindersticks, met een snufje Calexico in de western-blazers. Het is mij iets te afgerond, als een gedistingeerd kamerpopgezelschap. Niet dat daar nu per definitie veel mis mee is, zo bewijzen "Gene Autry's Ghost" en "An Old Man's Love". Twee hoogtepunten voor liefhebbers van Lambchop, met delicate gitaarlijnen. 'I've been coming here so long, you know my money's good', opent Morgans in het sublieme intro van laatstgenoemde. De trucker en de hoer en de moeizame queeste naar intimiteit. Het aloude hoofdthema. Soms met gevaar voor eigen leven en dan lig je door toedoen van de nieuwe vriend van je ex op de stoep voor de kebabzaak. Veiliger is het te dromen over toekomstige trouwpartijen. 'I'll kiss you all along your spine'.
File Under: Oude liefde roest niet
File Audio: [Spotify]
London Calling Dag 1: Napret
Na een aantal (nogal nodige) dubbele espresso's in De Balie zakken ondergetekende, Dennis en een vriendin af naar Paradiso voor wat vast wederom een roerig London Calling gaat worden. Het eerste wat me opvalt nadat ik m'n perssticker opplak is dat LoneLady zich afgemeld heeft met een keelontsteking....jammer! Helaas is er ook geen vervanger, maar wordt er creatief geschoven in het programma om een en ander op te vullen.
Lees verder..Chris and Thomas - Land Of Sea
Eind jaren negentig van de vorige eeuw reden Chris Anderson en Thomas Hien in een busje door Groot-Brittannië met hun reizende kookshow ‘Cook Au Van'. Ze speelden muziek en kookten voor handenvol Britse beroemdheden en politici. Het busje bestond uit en was gevuld met allerlei gevonden voorwerpen, kunst en had een werkende bar. De muziek bleef echter trekken en Chris en Thomas stalden hun busje en keerden terug bij de muziek. Land of Sea is hun debuut. We horen een lekker Amerikaans klinkend duo, goed op elkaar ingespeeld en bij vlagen prachtig meerstemmig zingend. De banjo huilt zo nu en dan om de wegtrekkende winter en de bronstige bariton van Chris (of Thomas, geef toe, wat doet het ertoe) vult de steeds langer wordende voorjaarsavonden. Toch wringt hem ergens de schoen, namelijk bij de liedjes zelf. Die zijn niet goed. Het enige bekroonde liedje van de plaat, "Take These Thoughts", is een voortstruikelend schetsje waarin zoals gezegd samenzang en spel dik voor elkaar zijn maar de luisteraar nauwelijks geboeid wordt. De artistieke armoe wordt aan het eind van de plaat - met het opgewekte "Horse In The Sky" - nog een beetje gered, maar dan ligt de achilleshiel van Chris and Thomas al gevaarlijk bloot.
File Under: Zomeravond-americana met sterk spel en magere liedjes
File Audio: [C&T-Space]
File Video: [YouTube]
Jos Hol - Onderhuids / Hette - Frozen Grass
Zingen in de taal of dialect waarin je jezelf lekker bij voelt. Het lijkt me per definitie een verstandige beslissing. Jos Hol komt zo te horen uit het Noorden van Limburg. Ik kan althans nog volgen waarover hij in zijn Limburgs over zingt. Onderhuids is Jos Hols eerste solo-cd en kennelijk had hij vijftig jaar nodig om deze stap te zetten. Hol bezingt op dit album recente levenservaringen, maar ook uit het grijze verleden. Zoals zijn rol als Jezus (in 1995) in het passiespel wordt bezongen in het liedje "Jezus Aan De Maas". Hol schreef alle nummers, hier en daar met wat hulp, en zingt ze met zijn prachtige stem zelf. Als begeleiding heeft hij niet de minsten weten te vinden, zoals de geweldige gitarist BJ Baartmans (die ook de productie op zich nam) en toetsenist Mike Roelofs. Samen met andere muzikanten, zoals een aantal strijkers die het soms een orkestraal tintje meegeven, zorgen ze voor een relaxte luisterplaat met gevoelige liedjes. Hopelijk weet hij, zoals ook Gé Reinders, grond onder de voeten te krijgen buiten Limburg. Zijn album mag namelijk gehoord worden, ook buiten de 'landsgrenzen'.
Hette Gubbels brengt onder de naam Hette ook zijn eerste solo-album uit: Frozen Grass. Hette komt niet uit Limburg, maar uit Groningen. En dus doet hij het in zijn moerstaal. Dat doet hij echter slechts een liedje lang op het het folky "Jild". En dat is jammer. Niet zozeer omdat ik nou zo'n liefhebber ben van het Gronings. Ik vind het lastig te volgen, maar het geeft vooral een originele draai aan de nummers. Hij koos echter voor Engels als voertaal en behalve de originaliteit had hij dit wat mij betreft beter niet kunnen doen. Het is namelijk nogal steenkool Engels, en dat stoort mij behoorlijk. Dat is jammer, want ondanks dat ik niet alles even goed vindt, zijn er toch echt sterke tracks. Vooral tegen het eind van de cd, zoals in "In A Free Land" waar een boeiende gelaagdheid te horen is zoals we die kennen van Sufjan Stevens. Of in het aansluitende "Final Tune" dat een knipoog lijkt naar The Beach Boys. De productie van Tijdo Groeneveld, die ook de nodige instrumenten op dit album bespeelt, is helder. Dit maakt van Frozen Grass een aardige plaat, maar er had meer ingezeten en dat is altijd jammer om te moeten concluderen.
File Under: Limburgs, niet alleen voor Limburgers
File Audio: [Check zijn eigen luisterpaal]
File Video: [Noeëts Mier Zinge][Jezus Aan De Maas]
File: Hette - Frozen Grass
File Under: Voortaan niet meer in het Engels a.u.b.
File Audio: [MySpace]
65daysofstatic - We Were Exploding Anyway
Ik vond dat 65daysofstatic voor hun vorige cd The Destruction Of Small Ideas de verkeerde afslag genomen had. Die plaat haalde het bij lange na niet bij de energieke, allesverwoestende liveshows van de band. Uit de documentaire die vorig jaar verscheen bij hun live-cd bleek de mindere ontvangst de band onzeker gemaakt te hebben. Hoe geweldig is het dan als je vervolgens een luisteraar van zijn sokken blaast met een absolute topplaat als We Were Exploding Anyway. Want mijn hemel, wat neemt deze band genadeloos revanche op zich zelf. De manier waarop 65daysofstatic op deze cd hun post-rock mengt met big beat en drum'n'bass is absoluut magistraal. De gejaagdheid die een track als "Weak04" of "Go Complex" laat horen, daar is The Prodigy al tijden naar op zoek zonder het te vinden. Of wees verbaasd hoe in het afsluitende "Tiger Girl" Underworld de les wordt gelezen. De plaat is bijna geheel instrumentaal, maar middenin komt er een gastzanger langs. Niemand minder dan Robert Smith leende zijn stem voor het opus "Come To Me" dat door zijn geleidelijke opbouw je in drie minuten tijd langzaam in een hypnotiserende trance brengt. Tijdens de breakdown van de track haastte ik me eerste keren om ‘em zo snel mogelijk weer op te zetten. Maar daarmee doe ik eigenlijk de rest van de tracks tekort. De mix van beats met (post)rock zoals 65daysofstatic op We Were Exploding Anyway laat horen was zelden zo effectief. Mijn neiging om zelfs terwijl ik - keihard - met een koptelefoon op zit te luisteren woest te gaan dansen is bijna gênant. Maar het derde, in de basis trance-achtige nummer van de cd heet dan ook niet voor niets "Dance Dance Dance".
File Under: Baanbrekend
File Audio: [MySpace]
Danny Bryant's RedEyeBand - Just As I Am
Danny Bryant schijnt ooit een wonderkind geweest te zijn. Als nog-geen-dertiger heeft hij dan ook al zeven albums op zijn naam staan. Het zevende, Just As I Am wordt de komende dagen in Nederland gepresenteerd. Het artwork getuigt helaas niet van inventiviteit, met een matige foto en grijs, grijs en grijs als belangrijkste kleuren. Het verbaast me dat ik nooit eerder van Bryant gehoord heb, want hij is een bluesrocker die in mijn straatje past. Een straatje ergens tussen Gary Moore en Walter Trout, dus in een goede buurt, zal ik maar zeggen. Trout speelde ook al eens mee op een van Bryant's platen. Vooral als Bryant de gitaar flink laat janken is het genieten geblazen. De langzamere songs zijn vooral door zijn zang niet helemaal mijn ding. Het klinkt daar als een John Hiatt die niet helemaal zeker is van zijn eigen vocale kwaliteiten, als u begrijpt wat ik bedoel. Bryant is trouwens een bewonderaar van Hiatt, getuige de cover van "Master Of Disaster". Al niet een van de sterkste songs van Hiatt, en deze cover voegt daar niet zoveel aan toe. "Master Of Disaster" is trouwens wel representatief voor het album, in die zin dat de nummers allemaal degelijke bluesrockers zijn maar tegelijkertijd ook een tikkie voorspelbaar. Ik vermoed dat dat de reden is dat ik niet eerder van Bryant gehoord had: het klinkt allemaal heel behoorlijk en de man kan beslist gitaarspelen, maar tegelijkertijd komt hij - in elk geval op dit album - creativiteit tekort voor de sprong naar de A-divisie. Of zou hij zo'n bluesrocker zijn die pas op het podium zijn ware aard laat zien? Afgaande op dit album sluit ik dat zeker niet uit.
File Under: Wonderkind in de middenmoot
File Audio: [BryantSpace]
Iswhat!? - Big Appetite
Dat Iswhat!? geen alledaagse hiphopgroep is, is meteen duidelijk. Op het hoesje knipoogt het trio bijvoorbeeld naar door geld geobsedeerde rappers, door met gouden lepeltjes een heus bling bling-diner te verorberen. Letterlijk. Wie er nou precies op de voorkant staan is me overigens onduidelijk, want in de biografie is het een komen en gaan van leden en samenwerkingen. Bandleider is in elk geval Napoleon Maddox, een niet al te bijzondere mc, die wel de oude kunst der beatboxen verstaat. Dit zorgt in de beste gevallen voor interessant wiebelende grooves, maar vaak ontstaat er chaos door drukdoenerige jazzy drums en opvallend veel saxofoon. Ik spotte geen trompet, maar de concurrentiestrijd met Kyteman zouden ze toch verliezen, al heeft het korte intermezzo "Cleaner" wel precies dezelfde rokerige huiskamersfeer. Het gros van de nummers op Big Appetite blijft echter niet hangen en gebeurt dat in "Cats" een keer wel, dan is het door een matig lijzig refreintje. Wat Iswhat!? geen goed doet, maar de plaat wel, is een duo atypische tracks in het midden. Twee absolute handjes in de lucht-nummers. Eerst is daar "Cake" waarin gastrapper Boogie Bang op een helder rockende beat een lesje in flow geeft. Weg is de rommeligheid, hij knalt scherp en verstaanbaar door de speakers. 'I ain't got nothing man in common with you tough guys'. Het daaropvolgende mysterieuze "Cafetaria" begint als een skateboardfeestje van Lupe Fiasco. 'Drop it' kondigt Ill Poetic droogjes aan voor er een geniaal frutselige Madlib-achtige beat de periodiek opduikende soul-sample komt ondersteunen. 'You see the thing about rappers is, we all think we're better than these other rappers is'.
File Under: Kwartgeslaagde grensoprekkende hiphop
File Audio: [Iswhat-Space]
Roky Erickson with Okkervil River - True Love Cast Out All Evil
Die Rick Rubin. Was vroegah, toen ik nog jong en knap was, al baanbrekend en trendsettend in zijn werk als producer. En dat blijft hij, zoveel jaar na dato, nog steeds. Wellicht niet meer in zijn crossover tussen metal en hiphop, maar wel in zijn keuze van artiesten. Of beter gezegd, in zijn werk om uitdovende carrières van ooit grote artiesten weer een nieuw leven in te blazen. Dat bleek succesvol en dus krijgt het navolging. Onder andere door Will Sheff van Okkervil River. Uit Austin. Die besloot de studio in te gaan met cultheld Roky Erickson, voormalig frontman van de band met een van de beste bandnamen ooit: 13th Floor Elevators. Met deze band vond Erickson de Psychedelische Rock zo ongeveer uit en als je de biografie van de man leest, begrijp je wellicht waarom hij er zo goed in was. Zijn levenswandel was psychiatrisch instituut in en uit, en legendarisch is het verhaal dat hij zijn TV oorverdovend hard zette om te kunnen slapen. Zo hoorde hij de stemmen in zijn hoofd niet. Zijn songteksten zijn dan ook beslist niet alledaags. Ook niet op True Love Cast Out All Evil, het resultaat van de samenwerking met Okkervil River en Ericksons eerste plaat in vijftien jaar! En het is een wonderbaarlijk plaatje. Sheff hoorde al snel dat het materiaal uitstekend was en heeft vervolgens het beste bij Erickson boven weten te halen. Het levert een plaat op die muzikaal wellicht niet zo psychedelisch is, maar eerder een dwarsdoorsnee is van vijftig jaar Amerikaanse popmuziek. True Love Cast Out All Evil doet namelijk vaak denken aan het betere werk van mannen als Randy Newman, John Hiatt en Paul Simon. En daar waar de nummers erom vragen laat Okkervil River horen dat ze ook een puik psychedelisch randje hebben. Erickson is puik bij stem en ontspannen, maar laat vooral horen dat hij, op zijn ouwe dag, rustig in een adem genoemd kan worden met de groten van het betere Amerikaanse songschrijverschap. Daarmee kunnen we uit de grond van ons hart zeggen: Welkom terug Roky!
File Under: Puike plaat!
File Audio: Roky Space
Sarah Blasko - As Day Follows Night
Ik twitterde een beetje geinend dat als ik niet beter wist Sarah Blasko wel een Scandinavische deerne moest zijn. Want ze kan op basis van de liedjes die ze presenteert op haar nieuwe album As Day Follows Night in een adem genoemd worden in het rijtje Anna Ternheim, Emiliana Torrini, Ane Brun. Zelfs qua accent had het gekund. Maar de drieëndertigjarige Blasko is allesbehalve een Scandinavische, ze heeft haar roots liggen down under, in Australië. Dat ze toch zo'n Scandinavische klank heeft op deze cd is echter niet gek. Voor de opnames toog ze namelijk naar Zweden. Daar nam ze aan de ze aan de hand van producer Bjørn Yttling (de Bjørn uit Peter, Bjørn & John) twaalf prachtige liedjes op. Wat me bijna gelijk opviel was dat er wat raars is aan deze plaat. De nadruk ligt namelijk heel nadrukkelijk op drums en bas. Luister maar eens naar het Anna Ternheim-achtige "All I Want". Natuurlijk doen de akoestische gitaar, strijkers en zingende zaag ook hun deel, maar de het geheel wordt toch echt gevormd door de contrabas en het ritme van het slagwerk. Dat geeft haar ook op de rest van de plaat een verfrissende sound die behoorlijk ver verwijderd ligt van de met veel meer elektronica gelardeerde songs van bijvoorbeeld haar debuut-ep. Ik vind dat totaal niet erg. Ik verzamel namelijk Scandinavische deernes. Zelfs als ze uit Australië komen.
File Under: Over & Over
File Audio: [MySpace]
File Video: [All I Want]
Mintzkov - Rising Sun, Setting Sun
Het lijkt wel of menig recensent niet echt goed heeft geluisterd naar de twee eerste albums van onze Belgische vrienden van Mintzkov. Steeds weer lees ik dat de toevoeging van elektronica op nieuweling Rising Sun, Setting Sun een nieuw element zou zijn. Het zou de invloed zijn van producer Jagz Kooner (o.a. Radio 4, Reverend and the Makers, Manic Street Preachers). Onzin natuurlijk. Alsof toetsenist Pascal Oorts op die voorgaande albums uitgebreid uit zijn neus zat te dineren. Hooguit is de elektronica wat evidenter aanwezig, nu de productie nog scherper en doeltreffender geworden is. Dat geldt ook voor de band. Geen tijd voor neuspeuterij, hier is een band volledig aan de bak. De adrenaline-verhogende, doorstampende rock zoals we die van Mintzkov reeds kenen, richt zorgvuldig en mist zelden haar doel. Zelfs nu het grootste geheime wapen, de puike backingvocalen van Lies Lorquet, minder dan voorheen wordt ingezet. Zolang ze nog steeds laat horen dat ze de coolste bassiste sinds Kim Deal is, hoor je mij niet klagen. Dan zal ik verder ook niet zeuren over het feit dat de stem van zanger Philip Bosschaerts best wel lijkt op die ene zanger van grote Belgische broer dEUS. Overbodige informatie. Rising Sun, Setting Sun is gewoon een hele fijne plaat van een groep goed elkaar ingespeelde muzikanten die heel goed weten wat ze willen, maar vooral ook wat ze kunnen.
File Under: Aim for the eyes and shoot
File Audio: [Mintzkov Space]
File Video: [Opening Fire]
CHEW LiPS
Als ik James en Tigs aantref in hun kleedkamer, hebben ze zojuist het dak eraf gespeeld tijdens hun albumvoorstelling in een oud theater in Hoxton Street (u weet wel, die straat waar de video van "Bittersweet Symphony" van The Verve werd opgenomen). Als ik al iets had verwacht, was het toch zeker niet een zeer rustige zangeres Tigs met een watertje. Dit interview had eigenlijk vorig jaar moeten plaatsvinden, toen ze op het punt stonden hun eerste single, "Solo", uit te brengen via het Franse platenlabel Kitsuné. Voor die misgelopen afspraak excuseert één van de heren in de groep, James, zich dan ook meteen. Genoeg water onder de brug, verder met het interview voordat we allemaal uit het gebouw gegooid worden in verband met het late tijdstip. Value for money, daar gaat het namelijk allemaal om bij CHEW LiPS.
Lees verder..Built To Spill - There Is No Enemy
Aan de overkant van de grote plas is hij al ruim een half jaar uit, maar pas nu komt hij in Europa uit, de nieuwe Built To Spill. Toch best een beetje tragisch voor een band van dit kaliber, want de band is een van de weinige doorzetters van de jaren '90 die nog steeds relevante platen uitbrengt. Al lijkt het op een steeds bescheidener schaal te worden, hoewel de band rond zanger/gitarist Doug Martsch natuurlijk nooit echt buiten het Vera-circuit is doorgebroken. Maakt verder niet uit aangezien There Is No Enemy weer van dezelfde kwaliteit is als de rest van hun plaatwerk. Doordachte gitaarrock, met die typerende stem van Doug Martsch, een steeds duidelijker country-feel (zoals in het relaxte "Nowhere Lullaby"), hier en daar een forse gitaar-exercitie (zoals in "Good Ol' Boredom"), en af en toe een venijnige uitbarsting (zoals in het korte "Pat"). Built To Spill is en blijft een band met een eigen, zeer herkenbaar geluid en There Is No Enemy is wederom gewoon een prima plaat, waarmee de heren weer een goed excuus hebben om weer een toertje te doen. Zodat ik ze ongetwijfeld weer eens in Vera kan zien.
File Under: Weer zo'n prima Built To Spill-plaat
File Audio:[MySpace]
The Handshake Affair - Safe And Sound EP
Het artwork van de nieuwe The Handshake Affair doet me denken aan Paaseiland. Het Polynesisch eiland is een van de meest geïsoleerde eilanden ter wereld en is vooral bekend door de kolossale beelden. De moai, de tot negenenhalve meter hoge beelden, zijn vervaardigd uit zacht vulkanisch gesteente (tufsteen) en zeven kijken bijvoorbeeld naar de zee. Wellicht gedaan om de omstanders af te schrikken en buiten te houden? Niemand weet het precies, maar ook de beelden op "Safe and Sound" kijken naar zee. De band komt overigens totaal niet uit Zuid-Amerika, maar ze wonen slechts een paar huizen over de rechtergrens. De Duitsers maken hardcore en bewijzen dit met zes nieuwe nummers. Het viertal heeft veel live-shows gespeeld en weet met hun intense en energieke optredens steeds meer mensen te overtuigen. De twintig nieuwe minuten kan dit enkel onderstrepen. Hoewel ze het podium deelden met Rise Against, The Used en Intohimo, is de muziek van The Handshake Affair eigenlijk heel anders. Het viertal heeft een lekker eigen geluid en bewijst met "Safe and Sound" dat er nog zeker ruimte is voor vernieuwing.
File Audio: Handshake-Space
A Place To Bury Strangers
Bij A Place to Bury Strangers heb je niet lang nodig om te bedenken waar deze New Yorkse band de mosterd vandaan haalt. Opgefokte drums, overstuurde gitaren die muren van feedback optrekken met daaroverheen monotone zang. Het is overduidelijk dat de band goed heeft geluisterd naar bands als The Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine.
A Place To Bury Strangers is in feite een voortzetting van Skywave. Met deze band timmerde zanger en gitarist Oliver Ackermann jarenlang aan de weg in zijn oude thuishaven Fredericksburg, Virginia. Tevergeefs. De genadeloze gitaarherrie van Skywave viel niet in goede aarde en op veel waardering hoefde de band dan ook niet te rekenen. "Bij optredens bekogelde het publiek ons vaak met flessen en andere zooi. We werden dan regelmatig de club uit gegooid. Het leek erop dat we ertoe veroordeeld waren die muziek alleen maar voor onszelf te spelen", vertelt Ackermann over deze tijd.
Lees verder..Sven Hammond Soul - The Marmalade Sessions
Soms gaan als vanzelf bij een naam van een band de associaties tekeer, zoals in dit geval bij Sven Hammond Soul. Ik vind een Hammond-orgel meer dan oké, maar Sven Hammond Soul klinkt wel heel fout. Als dit maar niet een soort van Klaus Wunderlich goes soul is, bedenk ik me. Dit blijkt mee te vallen, want waar ik de associatie leg tussen het orgel en onze Duitse vriend, had ik dit ook kunnen doen met de soul van Booker T. (en zijn MG's). Zij waren de begeleidingsband van Otis Redding, en als er iemand soul had dan was hij dit wel. Sven Hammond Soul is echter ook geen Redding in de dop. Sterker nog, eigenlijk kent de band geen zanger (of zangeres). De instrumentele opener "Svoogaloo" heeft meer de blues dan soul en in het aansluitende "Spinning Out" mag Sherry Dyanne als gastvocaliste laten horen wat ze in huis heeft. Wie heeft het dan nog over Sabrina Starke? Ik niet, maar het blijft voor haar bij een nummer. Later mag Corrina Greyson nog wel twee nummers meedoen. Hier is ook niets mis mee. Op de rest van de cd zoeken Sven Figee en zijn drie bandleden hun weg met vooral eigen nummers op The Marmalade Sessions. Die gaan echter alle kanten op. In sommige nummers heb ik de indruk dat de band weet wat hij wil, maar op andere momenten is het 'lekker jammen met elkaar' (zoals op "Benny's Blues" met Benjamin Herman) of is er uitgesponnen dub ("Svub Dub") die ik vooral heel vervelend lang vind duren. Er is ook een rocknummer "Miss Troglodite" dat zo op het repertoire van Lenny Kravitz kan, maar totaal niet bij het geheel past. Ik heb de indruk dat de band teveel wil. De cd met een klein kwartier inkorten tot een 35 minuten door de zwakkere broeders eruit te halen en te werken aan een totale sfeer had wonderen gedaan. Ondanks wat minpunten blijft het Hammond-orgel een vet instrument en zitten er sterke nummers tussen.
File Under: Kwaliteit zoekt richting
File Audio: [MySpace]
File Video: [Spinning Out]
Astrid Swan - Better Than Wages
Het is al haar derde album en het persbericht verzekert me dat de voorganger niet van blogs was af te slaan. Toch is Better Than Wages de eerste plaat van Astrid Swan (echte naam: Astrid Joutseno) die mijn cd-speler bereikt. Hoewel haar carrière volgens datzelfde persbericht van start ging met behulp van Jimi Tenor, klinkt het alsof ze nog niet goed weet welke kant het op moet met haar muziek. Ze heeft niets van het melancholische dat zo vaak (te vaak?) geassocieerd wordt met het hoge noorden, maar vooral een goed gevoel voor vrolijke pophooks. Alle liedjes worden aangekleed met hippe geluiden en dat laat de balans nog al eens de verkeerde balans op slaan. In het o zo stoere "Your Bitches" klinkt het nog als ouderwetse glamrock, in "Blooms" en "Status Upstate" zitten we in Editors-territorium en in "Unrelated" horen we alle electrodames van dit moment. Nu heb ik niets tegen electro, maar de semi-ballade "Finland in November" (een opsomming van alle steden die ze aandeed en wat die met haar deden) laat haar als een liedjesschrijver horen die niet zoveel opsmuk nodig heeft. Kiezen dame, dat is wat je moet doen: je kunt je band wel stoer The Drunk Lovers noemen en flirten met recht-voor-z'n-raap-teksten, maar als je mooie liedjes wilt maken, doe dat dan. Zonder jezelf te verbergen achter verkeerd gekozen, al te hippe versieringen.
File Under: Lady Gaga of Chrissie Hynde?
File Audio: Unrelated
File Video: 2000-2010 (I'm Not Even 30)
The Amazing - Wait For A Light To Come
Vorig jaar verraste The Amazing mij met een fijne debuutplaat. Daarop werkten bandleden samen van, op Dungen na, vooral in Zweden bekende muzikanten die samen heerlijke tijdloze pop maakten. Dat samenwerkingsverband beviel de vier bandleden blijkbaar goed, want ze komen nu al met een nieuwe plaat op de proppen. En wederom is het een zeer ontspannen plaat. Helaas wel een korte. Zes songs telt Wait For A Light To Come, maar wat zalig is het weer om ze keer op keer te beluisteren. Vooral de rustige, zalvende stem van Christoffer Gunrup springt er weer uit voor mij. Dat wordt nog sterker als hij gezelschap krijgt van Linnea Isaksson in "And It Looks Like Today". Haar stem heeft qua klank wel wat weg van Brown Feather Sparrows Lydia Wever. Het hele liedje lopen hun zanglijnen parallel op als tortellende duifjes. Dit terwijl op de achtergrond de rest van de bandleden een glorieus lentetafereel schildert om de boel verder te versterken. Dat klinkt enorm hippie wellicht, maar het is een genot om te beluisteren. Vooral ook omdat als je goed luistert het een stuk minder oppervlakkig is dan je denkt. Op de achtergrond, bijna onhoorbaar verstopt speelt Reine Fiske namelijk zijn zalige fijnmazige gitaarlijnen. De band verrast met het met conga's (bespeeld door Life On Earths Moussa Fadere) doorspekte "Islands". De song krijgt er, ondanks dat de gitaren wederom zacht staan, wat Santana-achtigs van. Zo zit in elk van de zes tracks wel een klein presentje verborgen waardoor deze ep uiteindelijk toch een groot geschenk wordt.
File Under: Smakelijke tussendoortjes.
File Audio: [MySpace]
London Calling 2010 - Vooraf
Eindelijk was het moment daar dat FileUnderaar Dennis en ik in staat waren om onze agenda's, levens en overige toestanden zo ver synchroon te krijgen dat we lang genoeg met z'n tweeën op één plaats zouden zijn dat het er echt op leek dat er een......London Calling-voorjaarseditie-voorbeschouwing voor elkaar kon komen! (aargh dat was pijnlijk zeg).
Over pijnlijke dingen gesproken. Als ik even terugdenk aan mijn verslag van de 2009-editie, kan ik er niet omheen mezelf ongelooflijk uit te foeteren omdat ik toen The XX heb overgeslagen! Stom, stom, stom! Ondertussen is het (nu) drietal wel degelijk gepromoveerd naar mijn lijst van leuke bandjes en gezien de File Under-jaarlijst 2009 zijn de beter (dan ik) oplettende FU-schrijvers me al lang voorgegaan.
Lees verder..Jónsi - Go
IJsland heeft wat goed te maken, dat is wel duidelijk. Op deze soloplaat doet de zanger van Sigur Rós een aardige poging. Met die hoes en de eerste paar nummers lijkt zijn missie duidelijk: Jónsi doet een Mikaatje. Of, zo je wil, een Patrick Wolfje. Iets met een dandyeske soloplaat in elk geval. Op momenten op zijn slechtst zelfs iets à la The Killers, want voor het eerst is Jónsi bijna mee te neuriën. Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Enerzijds is het een verademing en een consequent gevolg van het immers ook steeds toegankelijker geworden geluid van Sigur Rós. Anderzijds was de magie van Jónsi juist dat hij ongrijpbaar was, dat hij met zijn unieke elfenstem euforie en "verheffing" in liedjes weet te brengen (ik leen het woord maar even van Goddeau). En juist dat handelsmerk hoor je hier niet, want op Go klinkt Jónsi teveel dichtgesmeerd met strijkorkesten en effecten die allemaal precies even hard klinken. Aan de liedjes zelf ligt het niet. Naar het einde toe probeert Go alsnog dat ijle Sigur Rós-gebergte te worden waar strijkers en noise als hete lava van de rotsen afdruipen terwijl Jónsi's zang in de omgekeerde richting hemelwaarts glijdt, maar in plaats van op de Eyjafjallajökull zitten we eerder in de Schotse hoogvlakten. Ook mooi hoor, maar niet even ruw, niet even imposant. Het verschil zit hem echt puur in de productie, want wie exact dezelfde liedjes live hoort beleeft opnieuw die verre reis, die betovering, die pure emotie, de extase die Sigur Rós zelf ook zo bloedmooi maakt. Dát is de kracht van Jónsi. En dat een paar willekeurige YouTube-bootlegs beter klinken dan deze cd is een flater van de eerste orde.
File Under: Vulkanen moet je live zien
File Audio: [MySpace]
I Am Kloot - B
I Am Kloot is zo'n band waarvoor ik, ondanks dat ze de laatste albums voor mijn gevoel ver onder hun kunnen gepresteerd hebben, sympathie blijf houden. Die sympathie is vooral gebaseerd op fijne liveconcerten die de band nog steeds wel geeft. Na het zwakke Play Moolah Rouge uit 2008 toerde band nog wel rustig door, maar op een echt nieuwe plaat laten John Bramwell en zijn mannen ons nog wachten. Gelukkig is er echter zoethoudertje B. Inderdaad is dat een verzamelaar van B-kantjes, een remix, alternative versions, demo's en een live-opname. 28 stuks maar liefst over twee cd's verdeeld. Het is een beetje een vreemde verzamelaar. Bijvoorbeeld doordat er maar zes songs opstaan die nog van voor I Am Kloot dateren. Deze bracht John Bramwell uit onder de naam Johnny Dangerously. Het talent druipt eraf. Daardoor vermindert B zeker ook niet de sympathie voor de band. Want naast die zes songs staan er ook fraaie liedjes op als "Titanic" en een verrassende remix van "God And Monsters (Two Lone Swordsmen Remix)". Maar tegelijkertijd is de verzameling zo'n zooitje bij elkaar geraapt (waarom spreken van een Franse versie van "Twist", als er per ongeluk een paar keer 'Je T'aime' langskomt in plaats van 'I Love You') dat ik me af ga vragen hoe deze band ooit nog weer met een album op de proppen kan komen dat niet in de schaduw staat van het nog steeds geweldige Natural History. Want de sterkste liedjes hier present zijn toch echt die van dat debuut en van de tweede titelloze (en al mindere) I Am Kloot-cd.
File Under: Is There A Storm Coming?
File Audio: [MySpace]
Mother-Unit - Brain-Massage
In het mapje 'Nieuw in 2010' in mijn muziekprogramma op de computer wordt het debuut van Mother-Unit uit Eindhoven gevolgd door de laatste plaat van Motorpsycho, Heavy Metal Fruit. En toegegeven, dat is geen slechte keus van het alfabet. Zo zit Mother-Unit op Stickman Records, het label dat in eerste instantie opgericht is om het werk van Motorpsycho uit te geven, maken de Eindhovenaren jaren '70 geïnspireerde psychedelische rock en doen ze dat in in vier nummers waarvan slechts een minder dan tien minuten klokt en allen met een eigenwijze eigen draai. Dan is de lijn naar Motorpsycho, ook zonder het alfabet, al snel gelegd. Mother-Unit is een band van de epische atmosferische stukken die draaien rond een wederkerende maar voortdurend uitbouwende riff waarom heen een licht kabbelende oceaan aan effecten, bleeps en blops langzaam maar gedegen wordt uitgebouwd tot enorm golfslagbad. Deze heren weten hoe de luisteraar bij de les te houden, te boeien en te verrassen. En eerlijk, dat mag niet verbazen. Dit is namelijk geen net beginnend schoolbandje. Iedereen die nog niet over het opbreken van 35007 (of Loose) heen is, kan de tranen vegen. Mother-Unit is namelijk het nieuwe project van Loose gitarist Bertus Fridael die met dit gezelschap de lijn van zijn oude band vrolijk doorzet. Niet dat Mother-Unit doodleuk 35007 twee is, maar de oude fans kunnen hier zeker hun baard op schudden. 45 minuten die grooven als de beste en geen moment gaan vervelen. En die, voor de mensen die het zelfde alfabet in hun computer hebben als ik, daarna heerlijk overgaat in de nieuwste Motorpsycho. Ik voorzie een tourcombinatie op basis van mijn alfabet, en daar word ik nu al wild van.
File Under: Instrumentele psychedelische stoner in de breedste zin van de term
File Audio: [MySpace]
The Postmarks - Memoirs at the End of the World
Ik meende dat de titel Memoirs at the End of the World gejat was van een boek. Mijn geheugen liet me echter in de steek, begin jaren negentig had Michael Cunningham veel succes met de roman A Home At the End of the World. Wat heeft het met de muziek te maken van The Postmarks? Eigenlijk niet veel maar toch wel iets, Cunningham greep met zijn roman terug naar die rustige overzichtelijke wereld van de jaren zestig en precies dat doen deze indiepoppers met hun songs ook. Licht orkestraal, melodieus, bijna melodramatisch en met de wortels stevig in jaren zestig zijn de songs die overtuigend gezongen worden door de Oekraïense Tim Yehezkely eigenlijk allemaal potentiële hitsingles. Opvallend is toch wel dat de songs bijzonder smaakvol en slim zijn gearrangeerd met vleugjes strijkers, scheutjes soulvolle blazers en een ruimtelijke productie waarin de muziek echt tot leven kan komen. The Postmarks klinken enthousiast en wat minder neuzelend dan bijvoorbeeld Belle & Sebastian. Als hier en daar het songmateriaal niet weet te sprankelen lukt het ze zelfs dat enigszins te verhullen door de prachtige sound van een album dat alleen maar doet verlangen naar meer van The Postmarks.
File Under: Meer graag
File Audio: [MySpace]
File Video: [No One Said This Would Be Easy]
Yen Harley - The Substance Of Things
Yen Harley heeft 315 fans en eentje daarvan ben ik. Althans dat valt te lezen op hun Facebook. Eigenlijk kende ik de band niet, maar een vriendelijk verzoek of ik fan wilde worden, kon ik - braaf als ik ben - niet weigeren. Voordat ik fan werd, heb ik nog wel even geluisterd of het geen al te grote crap was. Dat viel kennelijk mee. Toch had ik geen beeld meer hoe de band rond singer-songwriter Lukas Batteau zou klinken tot ik The Substance Of Things toegestuurd kreeg. In hun bio hebben ze het over 'alternatieve rock met een flinke dosis '90 grunge'. Die grunge zit hem vooral in af en toe een zacht grommende gitaar en in het Amerikaans klinkend geluid. Of misschien hoort men het in Batteau een evenknie van Eddie Vedder. Ik hoor vooral een degelijke licht alternatief klinkende rockband die weet hoe het spel gespeeld wordt. En dat kun je lezen als een compliment. Het is radiovriendelijk en met goede marketing moet er minimaal een hitje inzitten, want hier is volgens mij een (grote) markt voor is. Ikzelf vindt het allemaal wel erg braafjes en het mag spannender en minder voorspelbaar. Spanning en het onverwachte mis ik ook bij bands als Di-rect, en die doen het commercieel toch erg goed. Op de touragenda van Yen Harley staan diverse optredens in Duitsland, en als hun muziek daar aan zou slaan dan opent zich een hele grote markt. Als dit nou zou lukken of op onze eigen markt dan kan ik in ieder geval zeggen dat ik er als 'fan' vroeg bij was.
File Under: Let op: potentie om groot te worden in en rond Nederland
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun eerste single van dit album, hier live: Call It Love][Holes In The Sky]
Week 15, 2010
Storm
Sarah Blasko - As Day Follows Night
Ewie
Octoberman - Fortresses
Ludo
Solex Vs. Christina Martinez + Jon Spencer - Amsterdam Showdown, King Street Throwdown
Gr.R.
John Butler Trio @ De Melkweg (17-04-2010)
Ramon
The Tallest Man On Earth - The Wild Hunt
André
Natalie Merchant - Leave Your Sleep
Prikkie
Dan Reed - An Evening With Dan Reed
DubbelMono
Jackie Leven - Gothic Road
Stonehead
Futureheads - The Score
Iron Mask - Shadow Of The Red Baron
Dit album is nog niet zo heel lang uit, maar oprichter/gitarist Dushian Petrossi schrijft op de bandwebsite dat de elf songs voor het volgende album Black As Death al klaar zijn. Na titel, hoes én muziek van Shadow Of The Red Baron tot me genomen te hebben, was ik ervan overtuigd dat het een Scandinavische band moest zijn. Het is namelijk een combinatie tussen neoklassieke metal en Vikingmetal. Maar er zit toch echt maar één Zweed in de band, naast een Belg, een Duitser, een Russische Belg en een Nederlander, drummer Erik Stout. De belangrijkste man is de Belgische gitarist Dushan Petrossi. Zoals onvermijdelijk in dit genre is hij technisch buitengewoon vaardig. Maar zoals in dat genre bijna even vanzelfsprekend zijn de songs vooral een vehikel voor de gitaar. In de refreinen mag het nogal eens enorrum "Makkers, Ten Strijde"-metalhoempa zijn, in alles hoor je terug dat de riffs er eerst waren en dat de rest van de instrumenten omheen gebouwd is. Logisch ook, want zo'n beetje alles is in verschillende studio's opgenomen. Maar is alles om de gitaar heen bouwen niet inherent aan het genre? Ja, behoorlijk. Als ik dat even buiten beschouwing laat moet ik toegeven dat ik er stiekem toch wel van heb genoten. De heren weten namelijk wel hoe ze een lekkere pot metal neerzetten. En de zanger mag zich dan Valhalla Jnr noemen, zingen kan ´ie. Hier en daar heeft het zelfs (oei, vloeken in de kerk!) commerciële potentie, zoals bij "Sahara". In dat laatste nummer doet Lars Eric Mattsson nog even mee, zoals Oliver Hartmann de zang in "Dreams" voor zijn rekening neemt. "The Black Devil Ship" is dan weer, afgezien van het gitaarloopje, te kneuterig voor woorden. Afgezien van die misser is dit echter een heel behoorlijk album. Iets nieuws kun je vergeten, daarvoor is het genre te belegen, maar Iron Mask is goed uitgevoerde nichemetal uit het boekje.
File Under: Vakkundige nichemetal
File Audio: [MaskSpace]
Bonnie 'Prince' Billy& The Cairo Gang - The Wonder Show of the World
Het lijkt soms wel of Will Oldham zich lekkerder voelt als hij met anderen kan samenwerken, dan wanneer hij in zijn eentje een plaat opneemt. Nog maar net heeft hij een remix van "I Feel Better" van electropoppers Hot Chip gemaakt voor Record Shop Day (dat dan ook de omineuze titel "I Feel Bonnie" meekreeg), of er ligt een volledig nieuw album te wachten. Deze keer opgenomen met behulp van The Cairo Gang, een duo dat ook al meespeelde op Bonnie 'Prince' Billy's The Letting Go en Lie Down In The Light. Voorman Emmett Kelly maakt overigens ook deel uit van de liveband van Bonnie Billy. Het resultaat van deze veel verder gaande samenwerking is genuine Will Oldham: kaal en intens, gedomineerd door spaarzame gitaren en een enkele drumveeg. Wat The Wonder Show of the World een eigen geluid geeft zijn de harmonieën. Er lijkt hier zowiezo meer nadruk op de vocalen te liggen dan op voorgaande albums. Hoogtepunt is "That's What Our Love" Is, dat niet alleen door de lengte - zeven minuten plus - het magnum opus van deze plaat is en dat een bijna gospelachtige sfeer heeft. Het even geweldige "Merciles and Great" laat een Will Oldham horen zonder enige vorm van onzekerheid in zijn stem: geen wankele, tegen het vals aanhangende melodieën, maar een zelfverzekerde en gevoelige zanger.
File Under: De jongste BPB Gang
File Audio: Snippets
File Video: With Cornstalks or Among Them (live)
Anne Soldaat & Maurits Westerik
jj - nº 3
Waar wij het moeten doen met 3Js uit Volendam heeft Zweden 2 j's. Een onmogelijke bandnaam natuurlijk, die dubbele kleine j, al heeft de reputatie van de band er wel voor gezorgd dat de eerste relevante link in Google niet al te ver meer onder JJFootwear en Johnson & Johnson hangt. De mysterieuze Zweden zijn nog maar net een jaar bezig, maar maakten met hun debuutsingle jj nº 1 en debuutalbum jj nº 2 vorig jaar grote indruk, zeker bij de 'serieuze' muziekpers. De droompop op het debuut van het duo werd zo goed ontvangen dat ze eind 2009 werden ingelijfd door het Amerikaanse label Secretly Canadian. Maar waar de meningen over het debuut unaniem positief waren, zijn de meningen over nº 3 sterk verdeeld. Het album duurt nog geen half uur, maar is wat mij betreft opnieuw fenomenaal. Vooral de zang op nummers als opener "My Life" en hoogtepunt "You Know" is prachtig. De begeleiding is soms wat te zweverig en licht, maar er is wel veel afwisseling in de instrumentatie, al komt het merendeel natuurlijk wel uit dezelfde (elektronische) kastjes. Het had trouwens geen kwaad gekund als de band wat langer in de studio aan de nummers had geknutseld. Bij sommige nummers bekroop me het idee dat een eerste idee of melodie direct in ProTools is gezet. Maar eigenlijk is deze spontaniteit misschien wel de grootste charme van deze derde van de twee j's.
File Under: Haastige spoed toch gewoon goed
File Audio: [MySpace]
File Video: [Let Go]
From First To Last - Thrones To The Wolves
From First To Last mocht in 2008 het Pinkpop-Festival openen. Waarschijnlijk was opper-programmeur Jan Smeets in een gemene valstrik van de platenmaatschappij getrapt. Hij mocht namelijk heus een leuke en grote band boeken van Universal, maar dan moest hij ook een kleinere band uit hun catalogus programmeren. Vast verkocht met de boodschap dat ze veel groter en bekender zouden gaan worden en dat hij dan kon zeggen dat ze alvast op Pinkpop stonden. Niet alleen Smeets geloofde in de grote doorbraak van de mannen, maar ook de getatoeëerde muzikanten zelf. Een zelfverzekerde 'See you next year' riep frontman Matt Good aan het einde van het concert. Momenteel heeft de band alweer hun vierde plaat Throne To The Wolves uitgebracht en zijn ze overgestapt naar een nieuwe platenmaatschappij. Er is goed nieuws voor de mensen van Universal die ze met veel moeite destijds op Pinkpop hadden gekregen, veel afgezaagder dan deze elf nummers gaat het echt niet worden. De Amerikanen zit momenteel bij Rise Records en een woordgrap zou eigenlijk te flauw en makkelijk zijn. Ook in thuisland staan ze trouwens slechts in voorprogramma's van debuterende bands als Asking Alexandria. Het realiteit-muntje kan echt elk moment gaan vallen bij de From First To Last-leden.
File Under: Zouden ze die roze petjes nog hebben?
File Audio: From First To-Space
Thomas White - The Maximalist
Soms moet je als File Under-schrijver snel zijn, en men name bij de reactie op het aanbod van digitale releases die via onze interne mailinglist door Storm, ons opperhoofd, aangeboden wordt. Ik stak mijn vinger op bij de release van The Maximalist van Thomas White. Een snelle beluistering op zijn MySpace en een promoverhaaltje dat de multi-instrumentalist een voormalig lid is van Brakes en Electric Soft Parade braken bij mij het ijs. Nu ik het album voor me heb, vraag ik me af welk nummer ik dan gehoord zal hebben. White gaat namelijk veel kanten op. Aanvankelijk moet ik denken aan de progrock van Mike Oldfields Tubular Bells, maar dan in een hedendaagse variant. Opener "Introducing The Band" openbaart zich laag voor laag, alsof er telkens een ander schuifje op het mengpaneel omhoog gezet wordt. Er is een grote variatie aan instrumenten, maar vooral het geluid van de keyboards dringt zich in het begin van het album op. White weet hiermee om te gaan: een track als "Moonlight And Snow" zou zo in een nog te verschijnen vierde deel van "Mission Impossible" kunnen. Op andere momenten besluit White dat er gezongen moet worden en gaat hij de singer-songwriterhoek in zoals op "Accidentally Like A Matyr", een cover van Warren Zevon. Toch mis ik ondanks dat we duidelijk met een multi-instrumentalist te maken hebben een ding: een koers. Het zou mij echter niet verbazen als er nummers van hem opduiken in willekeurig welke film. Soundtracks willen namelijk ook nog wel eens klinken als een samengeraapt geheel.
File Under: Soundtrack zoekt film
File Audio: [MySpace]
File Video: [Einstein's Day]
Chapelier Fou - 613
Ik stak hier al eerder uitgebreid de loftrompet over Sone Institute en nu dwingt Chapelier Fou (je mag ook Louis Warynski zeggen) me tot een rondje om de kerk. Beide mannen met Poolse achternamen maakten fijne, vergelijkbare albums in het akoestisch-elektronische grensgebied. De fraaie slottracks hadden probleemloos omgewisseld kunnen worden. Chapelier Fou laat in "Entendre La Forêt Qui Pousse" een ouderwetse piano-sample dobberen in een bad van bliepjes, geklingel, Andrew Bird-achtige fluittonen en violen. Die laatste behoren tot zijn forte, niet zo vreemd voor iemand die het conservatorium met dat instrument binnenkwam. Waar de slottrack beatloos blijft, draait Warynski op de rest van de album zijn hand niet om voor wat minutieuze beatprogrammering. Zo reist "Le Métarmorphoses Du Vide" van een door mij altijd gewaardeerde Eternal Sunshine Of The Spotless Mind-sfeer naar orkestrale IDM. Vanzelfsprekend heeft Warynski, zoals alle laptopnerds, Boards of Canada bestudeerd. En de leerling weet de grote meesters in "Inside Of You" zelfs een lesje te leren. Het rondom krakerige gitaarloops gebaseerde liedje had tot de betere op The Campire Headphase behoord. "Hémisphère Ouest" ligt met zijn valse synthesizer-sfeer dichter bij het oudere werk van het Schotse broederduo, met name de gortdroge beat die de laatste minuut na een Trugschluss mee mag doen is van grote klasse. "Half Of The Time" propt alle eerder genoemde invloeden in een popliedje van drie minuten, waarin labelgenoot Matt Elliott meebromt. Het zegt wat over de jongleerkunsten en ambities om zichzelf te pushen dat Warynski de ballen ook dan nog in de lucht houdt. En o wat is die flard van Arabisch getinte fluiten in het outro mooi.
File Under: Voortreffelijk veelzijdig
File Audio: [Spotify]
Crime In Stereo - I Was Trying To Describe You To Someone
Hun vorige cd mocht dan Crime In Stereo Is Dead heten, Crime In Stereo is gelukkig nog steeds springlevend. Al moesten we wel bijna drie jaar wachten tot er een opvolger kwam. I Was Trying To Describe You To Someone was echter het wachten meer dan waard. De band heeft geduldig verder geslepen aan zijn geluid. Het resultaat van deze ijver heeft wederom een verbluffende post-hardcore plaat opgeleverd die een grote stap vooruit is. Dat geldt overigens vooral als je niet vies bent van een band die zich niet geneert zowel pretentieus, pompeus, ambitieus én melodieus uit de hoek te komen. Bij het bezwerende, dredg-achtige eerste deel van het korte "Queueu Moderns" krijg je gelijk het idee dat je wat bijzonders voorgeschoteld gaat krijgen. Het beluisteren van de rest van de plaat bevestigt dit vermoeden. Ik moet al luisterend geregeld denken aan onze Hollandse helden van The Spirit That Guides Us, maar wel zonder de screams. Het ijzersterke "Drugwolf" is hier een geweldig voorbeeld van. En ook Thursday is logisch vergelijkingsmateriaal. Maar in bijvoorbeeld het intro van "Republica" roept de band ook lichte herinneringen op aan Life Of Agony. De oude, oorspronkelijke fanschare zal er wellicht van balen dat hun helden weer verder afgedwaald zijn van hun oorsprong, maar geen van hen zal kunnen ontkennen dat I Was Trying To Describe You To Someone een geweldige plaat is. En als ze het te onconventioneel en een stap te ver vinden, dan zoeken ze maar een nieuwe favoriete band. Neem ik deze wel van ze over.
File Under: Post-hardcoreders die bulken van ambitie
File Audio: [MySpace]
Allison Crowe - Spiral
'Why music?' is de eerste vraag die op haar website staat, direct gevolgd door haar antwoord in de vorm van de tegenvraag 'Why breathing?' Muziek is een noodzaak volgens de Canadese Allison Crowe en dat is duidelijk hoorbaar in de intensiteit van haar zang en pianospel. Om artistieke vrijheid te waarborgen en in navolging van een van haar grote voorbeelden Ani DiFranco, startte ze in 2003 haar eigen label Rubenesque Records waarop ze reeds een tweetal EP's en een zestal albums uitbracht. Toch zou het goed kunnen dat je - behalve hier - nog nooit van haar hebt gehoord. Wellicht komt daar verandering in met de release van Spiral. Acht eigen composities die naast de eerdergenoemde DiFranco in de lijn van Jewel en Sarah McLachlan liggen, aangevuld met een drietal covers. Haar interpretaties van "Chelsea Hotel No. 2" (Leonard Cohen) en "Throw Your Arms Around Me" (Hunters & Collectors) zijn meer dan prima. "Why" is echter zo onlosmakelijk Annie Lennox dat de lat van het origineel ten opzichte van Allison's adequate versie domweg te hoog ligt. Luisterend naar de kwaliteit van haar eigen werk, rijst al snel de vraag waarom ze überhaupt covers speelt. Door de afwezigheid van een overbetaalde knoppendraaier is de produktie sober gebleven, ondanks de toevoeging van ondersteunende orkestraties. Hoewel het een en ander hierdoor af en toe uit balans klinkt, komt de focus te liggen waar die moet zijn: op Allison's krachtige, emotioneel geladen stem. Met name de indrukwekkende live-versie van "Wake Up" versterkt de behoefte om deze dame eens live aan het werk te kunnen zien.
File Under: Ademhalingstherapie
File Audio: [My Space]
File Video: [Hop! Het hele album op dit YouTube-kanaal]
DishKing - Sell Yourself In Gold
Jason de Laat, alias DishKing, heeft de altijd lastige opvolger van zijn goede en ook goed ontvangen debuut The Power Of A Loaded Gun klaar en Sell Yourself In Gold ligt inmiddels in de winkels. De basis is hetzelfde gebleven: een veelheid aan stijlen met steeds een ondertoon van Americana en blues, met de donkere stem van De Laat als unique selling point. Ten opzichte van het vorige album is het een tikkie trager en ingetogener geworden. Dat is niet altijd een verbetering. Met "Backdoor Loverman" opent het album uptempo, maar daarna volgen er wat veel songs die laidback zijn, met "luie" ritmes en dito zanglijnen, zoals Johnny Cash in zijn jaren van de American Recordings. DishKing heeft weliswaar een uitstekende stem voor dit materiaal - afsluiter "Loverslane" is een pareltje -, maar het kan ook teveel worden en op dit album zit het voor mijn gevoel op het randje. Een keer een full-blown blues of wat zwoele uptempo rhythm and blues ertussendoor zou volgens mij al wonderen doen. Dat neemt niet weg dat het weer een album van grote schoonheid geworden is, met zonder meer internationale potentie. Het zijn vaak de details, zoals het fiftieskoortje op "Whiskey & Wine", die de op zich al uitstekende songs glans meegeven. Sell Yourself In Gold heeft niet de kracht van het debuut, maar tegelijkertijd is het zonneklaar dat dat geen eenmalige uitschieter was.
File Under: Heeft nog steeds goud in handen
File Audio: [DishkingSpace]
File Video: ["Backdoor Loverman" bij 3FM]
Jaakko & Jay - War is Noise
"Critics! You probably got this album for free. So please don't trouble yourself with clever analysis. Music is for listening to and writing about. So why don't cut your hair, go out and find a real job." Kijk aan! Bij deze gesproken opening van War is Noise staat geen woord Frans. Dat komt goed uit, want ik kan ook amper Frans. Wel een hoop andere dingen, en daar verdien ik mijn geld mee. Maar dat is dus niet echt volgens Jaakko & Jay. Dat ik naar de kapper moet, dat klopt dan wel weer. En dat ik dit recensie-exemplaar voor niks kreeg, dat ook. Dus, ik had u graag willen vertellen dat Jaakko and Jay een Fins duo is dat alleraardigste akoestische punk maakt. En in de allerbeste punktradities zestien nummers in een half uurtje afraffelt inclusief hidden track na wat minuten stilte. U komt ook niet te weten dat Jaakko and Jay in het gentre zitten waar ook een Friska Viljor in rondhobbelt, alleen dat de monotomie van Jaakko & Jay op den duur tegen gaat staan. Zelfs met een plaatduur van een half uur. Maar Want ik mag het allemaal niet vertellen van Jaakko and Jay. Dan doe ik dat dan toch ook niet. Moeten ze zelf maar weten dat ze hiermee nooit beroemd zullen worden. Net als ik overigens. Want ik heb niet eens een echte baan...
File Under: Akoestische punk, maar niet verder vertellen!
File Audio: [J&Jspace]
Marble Sounds - Nice Is Good
Dat Pieter van Dessel op Nice Is Good laat horen een nieuw Belgisch muzikaal genie te zijn, dat verrast mij niet meer. Ik hoorde namelijk een tijd geleden al A Painting Or A Spill, de debuut-ep die hij uitbracht onder de naam Marble Sounds. En daarop was al te horen dat hij gezegend was met een onevenredig groot talent voor fijne liedjes. Het verbaast me niet dat het sympathieke en eveneens Belgische Zeal-label er als de kippen bij was om Marble Sounds te tekenen. De muziek die Van Dessel en zijn band maken past namelijk helemaal in de lijn van bands die Zeal afgelopen jaren onder zijn vleugels nam, zoals Isbells, Tòman en Krakow. Allemaal bands met als kenmerk mooie liedjes die zich niet gelijk aan je opdringen, maar je wel niet meer loslaten zodra ze je eenmaal te grazen genomen hebben. Marble Sounds past perfect in deze traditie. Een deel van de liedjes op Nice Is Good stond al op A Painting Or A Spill, maar het is absoluut geen straf ze nogmaals langs te horen komen in een ietwat aangepaste versie. Volgens mij is dat wel typisch Van Dessel, almaar blijven schaven aan zijn liedjes om ze nog mooier te laten glimmen. Dat resulteert niet in kitsch, maar in perfecte pareltjes. Neem het bijna Belle & Sebastian-achtige "Come Here" of, nog beter, een liedje als "My Friend", dat herinneringen oproept aan Grandaddy in een geconcentreerde bui. Wat start vanuit een simpele basis van akoestische gitaar begint door geleidelijk bijspringende synthesizers, drums, glitch, koperwerk, xylofoon en achtergrondzang ongemerkt snel te ontluiken als een bol in de lente. Als je niet oplet, gaat het langs je heen, maar als je het wel ziet, dan ontroert het bijna tot tranen toe.
File Under: Platen die je moet kopen dit jaar
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Time to Sleep][A New Breeze]
Frank Turner
'Ik zie mijzelf liefst als een werkende muzikant'
Er zijn mensen wiens hart bij het horen van de term 'folk-punk' sneller gaat kloppen. Ik ben niet een van deze mensen, maar toch: de muziek van Frank Turner, die "officieel" het predicaat folk-punk draagt, doet wel iets met mij. Is er wellicht een verkeerd etiket op zijn cd's geplakt, of is hier meer aan de hand?
Frank Turner is net met zijn soundcheck begonnen als ik hem opzoek. En ondanks het feit dat deze tour gepresenteerd wordt als 'Frank Turner solo', staat er een vijfkoppige band op het podium.
Turner, lachend: 'Solo moet je meer zien als 'niet meer met mijn vorige band' (Million Dead). Ik had helemaal genoeg van het gedoe binnen die band en moest even tot mijzelf komen. Vooral daar waar het ging om het optreden, want bij de opnames van de cd's zijn altijd andere artiesten betrokken geweest. Maar nu speel ik dus ook live weer met een band. En dat is ook vanaf het begin de bedoeling geweest. Solo spelen is weliswaar intenser, omdat je er echt alleen voor staat, maar je bent muzikaal een stuk beperkter. Ik hou wel van de mogelijkheden die een band je muzikaal biedt. Je hebt de beschikking over een veel groter palet aan geluiden en stemmingen.'
Lapko - A New Bohemia
Het Finse Lapko is een van de betere bandjes die ik heb mogen ontdekken via File Under. Ze debuteerden sterk met Scandal, Young Desire was vervolgens nog een stap vooruit en nu is dan hun derde, A New Bohemia, en die gaat nog eens keertje dik over die eerste twee heen. Zo zeg, dat klapt er meteen goed op in opener "I Don't Even Kill", met een partij op hol slaande drums en een bikkel van een riff die geen genade kent voor de argeloze luisteraar. Lapko houd van veel en vaak, en kent weinig remmingen op het gebied van hoogdravende arrangementen. Alleen in Muse moeten ze wat dat betreft hun meerdere erkennen, maar waar die band zich af en toe behoorlijk kwijtraakt in overspannen bombast is Lapko verstandig genoeg om nooit het liedje uit het oog te verliezen. Dat resulteert in een consistente plaat en een ronduit briljante single in de vorm van "I Shot The Sheriff", welke overigens niet een cover is van die ene heel beroemde song. Verder is er niks veranderd aan het Finse trio: de zang is nog steeds hoog, de ritmesectie is zwaar, en de melodielijnen zijn behoorlijk dik aangezet. Lapko blijft een gevalletje 'acquired taste', maar ik kan er nog steeds prima mee uit de voeten.
File Under: Lapko dendert voort
File Audio: [MySpace]
The Tallest Man On Earth - The Wild Hunt
Een man met een gitaar en zijn songs, een authentieke folkie. Het principe is simpel en tot in den treuren uitgevoerd en in de zomer struikel je er zo ongeveer over op elke straathoek van een grote stad. Maar het invullen van deze eenvoudige opdracht op magistrale wijze dat is maar voor weinigen weggelegd. Wel voor de Zweed Kristian Matsson. Deze kleine singer-songwriter laat op zijn tweede cd The Wild Hunt horen dat, mocht Dylan zijn ambtstermijn er binnenkort op zitten, zijn opvolger er helemaal klaar voor is om plaats te gaan nemen in zijn zetel. Net als Dylan is The Tallest Man On Earth gezegend met een snerpende stem. Maar hij weet je vanaf het eerste moment (het titelnummer) zo aan zijn lippen te kluisteren, dat het je onmogelijk kan gaan storen. Hooguit schrik je even op als hij in het afsluitende "Kids On The Run" plaatsneemt achter de piano in plaats van dat hij zijn gitaar ter hand neemt. The Wild Hunt is compleet gestript van alle opsmuk. Het zou me niet eens verbazen als het gros van de nummers first takes zijn en ze bovendien met slecht één microfoon opgenomen zijn op een achternamiddag op de kamer van Matsson zelf. Al zal hij dan in het titelnummer wel wat hulp gehad moeten hebben van een banjospeler. Maar de kaalheid geeft The Tallest Man wel alle kans om zijn gitaarspel te laten schitteren en vooral ook om zijn prachtige weemoedig stemmende teksten tot je door te laten dringen. Hoogtepunten aanwijzen tussen al dat moois is lastig, maar voor mij springt "King Of Spain" er uit. Prachtige vertelling en dito muziek van een van de meest begiftigde singer-songwriters van de afgelopen jaren. Nee, maak daar maar het afgelopen decennium van.
File Under: Troubles Will Be Gone
File Audio: [MySpace]
Delaney Davidson - Self Decapitation
Als bands uit elkaar gaan dan kan dit een groot verlies zijn. Zo had ik net The Dead Brothers ontdekt, hun derde album omarmd en misschien wel het meest bijzondere concert ooit gezien, tot ik een klein jaar later ontdekte dat de Brothers echt dood waren. Damn, had ik weer! Maar elke band bestaat uit leden en die kunnen een andere band beginnen of solo gaan. Zo ging het in het geval van Dead Delaney oftewel Delaney Davidson, niet anders. Naar het schijnt is dit zijn derde solo-album, maar wel de eerste bij het fameuze Voodoo Rhythm Records. Opener "Around The World" begint als een typisch The Dead Brothers-nummer, maar hij trekt het muzikaal breder. Hij gaat op Self Decapatation op avontuur in de alt.country, rock and roll, folk en blues met vooral eigen nummers, een traditional ("In The Pines", bekend geworden door Nirvana) en een cover ("Back In Hell" van Beatman Zeller). Zeller is echter bekender onder zijn artiestennaam Reverend Beatman en deze dominee is de labelbaas van Voodoo Rhythm Records. Als je zijn naam leest dan weet je het wel: dit is geen album voor tere zielen. Davidson brengt een prachtig rauw afwisselend album waarop hij de meeste instrumenten zelf bespeelt, maar toch als een heuse band weet te klinken. Ik ben benieuwd hoe hij dit alleen op het podium zal gaan doen. De komende tijd is hij in ons land. Eens kijken hoe ik een optreden van hem ergens in mijn volle agenda ertussen moffel, want al zijn The Dead Brothers dood, Delaney Davidson leeft aldus dit prachtalbum voort.
File Under: Eenbroersorkest
File Audio: [MySpace]
File Video: [Around The World][Back In Hell][In The Pines]
Het Gloren - Glorie 123
Een fikse portie lef kan Floris Schrama niet ontzegd worden. Ik durf er een lief ding onder te verwedden dat er geen recensie gaat verschijnen waar de naam Spinvis niet zal vallen. Maar hij lokt dat dan ook zelf uit. Niet eens zozeer doordat zijn stem hem duidelijk in het midden van het land - ik zal niet zeggen in Nieuwegein - plaatst, maar vooral door openingsnummer "Zomerdagen Oostenwind". Dezelfde associatieve, melancholische teksten en dezelfde even melancholische invulling van de muziek. Met evenveel recht zou je kunnen wijzen naar Roosbeef of Meindert Talma dankzij de schijnbare naieve, oprechte teksten en soms erg eenvoudig klinkende begeleiding. Een beschuldiging van epigonisme houdt godzijdank niet het hele album stand. Of het de hulp en inbreng is van Wouter Kors en Gerben Houwer (van labelgenoten We vs. Death) of dat Floris Schrama slim genoeg is om zelf een andere weg te kiezen dan de eerder genoemde muzikanten doet er niet eens toe. Het Gloren laat een fikse portie vakmanschap horen als het gaat om liedjes maken en durf om te experimenteren. Evengoed zou je een buitenlandse held als Bill Callahan als invloed kunnen noemen. De ondertoon is herfstig en de teksten soms wat gezocht (het gebruik van bestaande liedteksten als "In Holland staat een huis" en "Niemand laat zijn eigen kind alleen"), maar Glorie 123 laat wel iemand horen met lef.
File Under: Geen epigoon
File Audio:Zomerdagen Oostenwind
File Video: Als je lacht (live)
Nuff Said - Supernatural
Bij sommige bands heb ik het idee dat ik kan lullen als Brugman en dat anderen dat net zo hard doen, maar dat het geen reet uitmaakt. Een échte doorbraak zal er nooit van komen. Daar baal ik behoorlijk van. Helemaal als het een band van Nederlandse makelij betreft. Het treffendste voorbeeld hiervan is Nuff Said. Deze drie Zeeuwen doen al jaren eigenlijk alles goed, maar het grote publiek wil er maar niet aan geloven. Supernatural is het vijfde bewijs (de soundtrack voor Wilde Mossels tel ik even niet mee) van de kwaliteit van de broertjes Slager en drummer Willy Berrevoets. Deze nieuwe plaat telt twaalf ijzersterke rockliedjes met geweldige melodieën. De insteek is een beetje veranderd ten opzichte van eerdere platen en wat meer opgeschoven richting basic rock. Zo ongeveer de vijver waar Foo Fighters ook uit vist. De warme stem zang van Marijn (af en toe heeft hij nu zelfs wat Buckley-aans) is zelfs beter dan die van Grohl om over zijn gitaarwerk nog maar te zwijgen. Gelijk in openingsnummer "Lake Hotel" laat hij zijn gitaar ferm zijn tanden in je oren zetten. Heerlijke licks en en nog lekkerder solo kenmerken dat nummer. Het zet meteen de toon voor de rest van het album waarop de band speels wisselt van tempo en graad van bombast. Lekker is het bijna punky en retestrakke "Whole New World". Kort maar krachtig. Dat korte, dat geldt ook voor het afsluitende "Wrecking Ball", maar dat heeft door zijn vervormde gitaren een (bijna) industrial beukend karakter. Maar dat kunnen de drie ook met speels gemak. Eigenlijk is er niets dat ze niet kunnen. Nu ja, op écht doorbreken na dan. Helaas.
File Under: Doorzetters wachtend op passende beloning.
File Audio: [MySpace]
Holly Miranda
We zitten aan de cappuccino, het is vroeg en haar haar is nog vochtig van de douche die ze een paar minuten eerder heeft genomen. In Nederland is ze bekend als voorprogramma van The XX en Scott Matthew en ze staat binnenkort op London Calling. Maar om de zangeres echt een duwtje in de rug te geven worden er veel vergelijkingen uit de kast getrokken. Zo wordt ze vaak vergeleken met Norah Jones. Waarom? "Ik denk omdat we gewoonweg hetzelfde kapsel hebben, meer dan dat is het namelijk niet. Ik heb echt niks met haar". We zitten in een hotel aan de Herengracht en een toerist maakt een foto van ons. Ze kijkt een beetje vreemd naar de gezette meneer en zijn camera. "Hij denkt vast dat je Norah Jones bent" zeg ik tegen Holly Miranda. Ze geeft me een glimlach en haar middelvinger, het interview kan niet beter beginnen.
Ze vertelt dat ze haar hotelkamer heeft omgebouwd tot een kleine opnamestudio, want hoewel ze The Magicians Private Library net heeft uitgebracht, is ze allang met nieuw werk bezig. Ze is een harde werker en hoewel touren al zwaar is, vertelt ze dat persdagen als vandaag nog veel slopender zijn.
Lees verder..John Grant - Queen of Denmark
Het leven komt niet altijd in een fraai pakketje met een grote strik erom. Soms moet je door de zure appel heenbijten. John Grant kreeg echter een hele mand vol in zijn handen gedrukt, waarvan de helft ook nog eens rot bleek te zijn. Het toeval wilde dat ik hem destijds belde voor een interview. Ik kreeg een geslagen man aan de lijn die het helemaal had gehad met de muziek. Zijn band The Czars, waarmee hij een aantal prachtige, muzikaal zeer diverse albums had opgenomen, bleek uit elkaar te zijn geklapt. Hij had Denver - waar ze wel van Jezus houden, maar niet van homo's zoals John - verruild voor het ruimdenkende New York. Daar probeerde hij als kelner rond te komen. Iets wat niet echt wilde lukken. John zocht vervolgens naar troost. Onder andere in steeds sneller leeg rakende whiskey-flessen. Zelfs de dood lonkte naar hem. Heel af en toe trad hij nog op en kwam daarbij gelukkig de band Midlake tegen. Met hun hulp nam hij zijn indrukwekkende solodebuut Queen of Denmark op. Het cliché dat een flinke bak ellende veel moois kan opleveren, is hier absoluut van toepassing. Het resultaat is een verzameling 'seventies classic' aandoende nummers, waarin een hoofdrol is weggelegd voor Johns o zo fraaie bariton-stem. Bijtend, zwartgeblakend sarcasme wisselt zich af met zelfreflectie vol onderkoelde woede, angst, verdriet en hunkering naar liefde. Geen lichte kost dus, hoewel het nergens topzwaar wordt. En zo kan het gebeuren dat dit album het laatste werk The Courage of Others van helpers Midlake zelfs overtreft. Ik was allang blij dat John Grant alsnog nieuwe muziek heeft gemaakt, maar een wereldplaat als deze overtreft zelfs mijn hoogste verwachtingen.
File Under: Kroon op zijn werk
File Audio: [MyOuterSpace]
Noisia - Split The Atom
Wat nog te schrijven over Split The Atom? Vergeet Black Sun Empire, het Groningse trio Noisia is al sinds hun FabricLive-mix uit 2008 de hotste Nederlandse naam in drum'n'bass-land, en een zegen voor het genre. Dit net verschenen "debuutalbum" is binnen een week al vaker in het Engels gerecenseerd dan in het Nederlands. Dat heeft natuurlijk alles te maken met Noisia's fenomenale staat van dienst sinds 2003, onder meerdere schuilnamen zelfs. Wat betekent een album eigenlijk nog voor zo'n gekende groep? Het antwoord luidt: vrijheid. Noodzakelijke vrijheid, ook. Want je mag best zeggen dat Pendulum met hun succesvolle kermis-dnb (hun jongste single is ook net uit) de drum'n'bass-wereld zelf wat veranderd heeft. De avontuurlijke evolutie anno 2010 zit 'm niet meer zozeer in nog harder en nog dieper (de zogenaamde sub bass, al doen Spor en Gridlok daar nog leuke dingen mee), maar net als bij dubstep in de kruising met allerlei andere stijlen. Je moet muzikaal opvallen. Er zijn namelijk genoeg dertien-in-een-dozijn-producers. Neem nou Mistabishi. Die kan moddervet produceren, daar niet van, maar ik kan me alleen het rare "Printer Jam" van zijn album echt herinneren. Zo moet het dus niet, vond Noisia; in plaats daarvan besloten ze van elke lange track op deze plaat een uniek statement te maken. "Red Heat" is een soort instrumentale "Rockefeller Skank" geworden, "Sunhammer" (met Amon Tobin) bevat totale gekte in de baslijn, "Alpha Centauri" wordt een Royksopp-fiedeltje boven een scheurende afgrond, "Thursday" lijkt wel verzwolgen triphop, "Split the Atom" kreeg een superzware break en ga zo maar door. Zelden was een zo goed geproduceerde plaat in dit genre zo afwisselend, in context toch dansbaar en tegelijk ontzettend Noisia ("Shellshock"). Split The Atom moet daarom wel harder gaan lopen dan andere topzware, in dubstep baanbrekende Nederlandse albums van producers als Martyn of 2562. Check dit! Oke, twee lullige minpuntjes: het voor niet-kenners onleesbare bandlogo (ondersteboven leesbaar als 'Vision'), en ik kan niet zoveel met de zes korte fillers tussendoor.
File Under: Een feest!
File Audio: [Noisia-Space]
File Video: [Machine Gun][Shellshock]
The Hotrats - Turn Ons
Supergrass, het leukste britpop-bandje uit de jaren negentig, heeft bekend gemaakt dat ze ermee stoppen. Na bijna zeventien jaar was het niet leuk meer. Dat was te merken, de lol was er af. Na hun debuut Alright en opvolger In It For The Money en het derde, naar henzelf genoemde album ging het de laatste tien jaar steeds steiler bergafwaarts met Supergrass. Nooit hebben ze het niveau van die eerste drie albums nog gehaald. Het werd een eindeloze zoektocht naar de juiste inspiratie en vorm, met het matige resultaat van veel lullen en slecht spelen. Met de kennis van nu waren de voortekenen van de breuk eigenlijk al lang zichtbaar. Gaz Coombes en Danny Goffey, zanger en drummer van Supergrass, hielden er sinds een tijdje een hobbybandje op na: The Hotrats. Een coverbandje. Gewoon, omdat het leuk is. Hierin is het net als vroeger: niet lullen, maar spelen. Turn Ons is het debuutalbum van The Hotrats. Coombes en Goffey gaan vrijuit en zonder pretenties hun gang en het lijkt erop alsof ze dit ervaren als een bevrijding. Zonder hoge verwachtingen de studio induiken om je favoriete covers te spelen, zoals David Bowie dat ooit deed met zijn Pin Ups. En dan ook nog vergezeld worden van niemand minder dan de legendarische producer Nigel Godrich (Radiohead, Beck, U2, R.E.M.). Het resultaat is een opmerkelijk consistent klinkende verzameling covers van behoorlijk uiteenlopende grote voorbeelden van vroeger. The Kinks, Roxy Music, Pink Floyd maar ook "The Lovecats" van The Cure worden met liefde gecoverd, maar het wordt pas echt interessant als The Hotrats er een eigen draai aan weten mee te geven. "(You Gotta) Fight For Your Right (To Party!)" van de Beastie Boys wordt op onnavolgbare wijze verbouwd tot een knappe Who-rocker, "The Crystal Ship" van The Doors vaart als nooit tevoren en bij The Sex Pistols' "E.M.I." krijgt het woord 'aanstekelijk' nieuwe dimensies. Turn Ons is briljant gespeeld en met een stuiterend spelplezier. Zo hebben we het sinds Alright en In It For The Money niet meer gehoord. Supergrass is niet meer, maar gelukkig hebben we The Hotrats nog.
File Under: Gewoon, omdat het leuk is
File Audio: [The Hotrats MySpace]
File Video: [Drive My Car]
Holdsworth, Bozzio, Levin & Mastelotto
HIM - Love In Theory And Practice
De mannen van HIM (His Infernal Majesty) hebben de sigaretten, rokerige concertpodia en sterke drank weer even verruild voor de serieuze studioruimte. Dat de opnamen goed waren verlopen lieten wat MySpace-snippers alvast horen, maar ook de eerste videoclip van ‘Heartkiller' beloofde veel. Het laat gelijk weten hoe de nieuwe plaat klinkt. Maar eigenlijk is er niet erg veel veranderd op deze zevende studioplaat. De Finnen maken nog altijd lekker stevige rockmuziek met veel metalinvloeden, en frontman Ville Valo zingt zoals gebruikelijk over liefde en dood. Een muziekstijl die de band zelf omschrijft als 'love metal' en in die hoedanigheid zelfs op twijfelachtige wijze Wikipedia haalt. Op het nieuwe Love In Theory And Practice speelt vooral het privéleven van de 33-jarige zanger een grote rol. De albumtitel en de teksten zijn geïnspireerd door het eindigen van de langdurige relatie van Valo. Het resultaat is een dagboek over de affaire, maar gaat ook over de theoretische en praktische aspecten van een relatie. De groep werd in 1995 opgericht en heeft sinds de enige hit "Join Me" wat mindere punten in hun carrière gekend, maar gelukkig is er opnieuw een heerlijke HIM-plaat afgeleverd. Het niveau van Razorblade Romance is het nog niet, maar heel erg warm zitten ze zeker.
File Under: HIM bewandelt geen nieuwe wegen
File Audio: HIM-Space
Tom McRae
Tom McRae en ik, we go way back. Het was op een dinsdag in april, 2001, toen hij langskwam voor een 2 Meter Sessie. Ik werkte als redacteur voor Jan Douwe Kroeske die me had gevraagd bij de opnames van deze (voor mij) onbekende Britse singer/songwriter aanwezig te zijn. Met vers liefdesverdriet luisterde ik naar "Bloodless", "You Cut Her Hair" en "Draw Down The Stars". De een nog mooier en fraaier dan de ander. Ik kan me niet herinneren ooit om muziek te hebben gehuild, maar toen had ik moeite mijn tranen binnen te houden. Ik werd fan voor het leven.
Inmiddels is Tom McRae tien jaar en vijf albums verder. Zijn nieuwste album heet The Alphabet Of Hurricanes (orkanen krijgen hun namen toebedeeld op alfabetische volgorde) en dat heeft (vindt ook Tom zelf) wel wat weg van zijn debuut waar het allemaal mee begon. Het was een droomstart. De zanger/songschrijver werd vergeleken met Neil Young en Nick Drake en Tom McRae (2000) werd genomineerd voor zowel een Mercury Prize als een Brit Award. Maar een echte doorbraak bleef uit. En dat levert (nog steeds) de nodige frustratie op, als je zijn logs zo mag geloven: de teksten van Coldplay zijn slecht, de cokeverslaving van Tom Chaplin (Keane) is bedacht en de reden dat Tom McRae zelf het grote publiek nooit heeft weten te bereiken is 'omdat ik geen pak draag en niet ‘The Tom McRaes' heet". Maar ook omdat 'Leona Lewis zoveel mooier is'.
Lees verder..Holdsworth, Bozzio, Levin & Mastelotto
Brothers Of End - The End
Ben je ook zo aan lente toe? Nou, dan moet je niet bij een band zijn met de naam Brothers Of End en met de titel The End die ze aan hun debuut hebben gegeven. Dat was althans mijn eerste gedachte. Maar deze Zweden zijn grapjassen, want de soep wordt lang niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend. Het album van het trio doet mij denken aan een lange zware fietstocht door regen en wind waar aan het eind een geweldige warme hemelse locatie wacht. Brothers Of End hebben een lome psychedelische gitaarpopplaat gemaakt die me qua sfeer, ook al door de samenzang, wel wat heeft van de de laatste release van Moss. Hierbij krijg ik het dromerige gelukkige gevoel ook. Sterk vind ik het pianogepingel dat me als het ware optilt. Tekstueel is het overigens minder zweverig: 'I don't believe in the future, etc., I believe in love'. Dat u het even weet. Voorlopig doen de Zweden ons land trouwens niet aan. We moeten het hier doen met deze release. Voor optredens moeten we (voorlopig) nog naar hun thuisland. Al staat er op het moment dat ik dit stukje schrijf maar één optreden gepland. Kan iemand hier a.u.b. wat aan doen? Zo'n fijn bandje verdient toch echt meer.
File Under: Droompop
File Audio: [MySpace]
File Video: [What's Wrong With That][Why?]
Week 14, 2010
Storm
Sarah Blasko - As Day Follows Night
Ewie
Delaney Davidson - Self Decapitation
Ludo
Tocotronic - Schall Und Wahn
Gr.R.
Roky Ericsson (with Okkervil River) - True Love casts out all evil
Ramon
Harlem - Hippies
André
The Serenes - Barefoot and Pregnant
Prikkie
Treat - Coup de Grace
DubbelMono
Magnapop - Chase Park
Everything Everything
Sludgefeast - Transamplification
Mocht je niet de behoefte voelen om een volledige recensie door te lezen om uiteindelijk uit te vinden hoe een band klinkt, dan komt nu de tip waarna je kunt stoppen met lezen.
Stap 1) Pak een LP van Oblivians, een oude van The Jon Spencer Blues Explosion of van een andere rauw piepende, rock en roll-gruizige bluesband.
Stap 2) Draai de volumeknop open naar standje elf.
Stap 3) Snij met een fijn mesje, kleine scheurtjes in de conus van je speakers.
Stap 4) Maak je naald NIET schoon.
Stap 5) Stoot na elke halve tot één minuut tegen de platenspeler door naar het volgende nummer.
Het resultaat laat zich raden; een wolk aan ruis met daar doorheen hardbrandende zonnestralen van rechttoe, rechtaan in-your-face bluesrock-and-roll. En dat is precies hoe dit drietal uit Bournemouth klinkt. Je hoort 26 nummers in 29 minuten lang ongenuanceerde garage met een absurd harde gitaar, vervormde bas en een ritmemachine die meer ramt dan drumt. In een wereld waar overproductie de norm lijkt en compressie een vereiste is, is Transamplification een verademing van pure directheid. Een aanval op de trommelvliezen, die scheuren waar je bij zit. Maar dat is geen reden om de knop naar links te draaien. Sludgefeast hoort zo. Een plaat die je niet kunt missen. Zoals Sludgefeast zo vrij is om het zelf te zeggen in de openingstrack van 44 seconden, "Without This Record You Will Fail". Nu is dat misschien een heel klein beetje overtrokken, maar deze dubbel-cd van nog geen 30 minuten neemt niet zoveel van je leven in beslag dat je het niet op zijn minst kunt proberen.
File Under: Snoeiharde bluesrock-n-roll door gescheurde boxen
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Soil & Pimp Sessions
Motel Mozaïque 2010 - Zaterdag Achteraf
Als ik op zaterdagavond het Schouwburgplein oversteek hoor ik vanuit de 3voor12-kerk de klanken van de toeters van Benni Hemm Hemm. Ik versnel mijn pas en sta enkele minuten later in de Watt voor het eerste optreden van de tweede avond Motel Mozaïque. Voor een redelijk gevulde zaal begint Everything Everything uit Manchester aan hun set. De band heeft er duidelijk zin in en de zang van beide voormannen is zo hoog dat zelfs de bassist een capo op z'n instrument nodig heeft. De muziek is een mix tussen Wild Beasts en Delphic en wordt absoluut origineel en strak uitgevoerd. Tegen het einde van het concert van Everything Everything besluit ik om nog een stukje Noah and the Whale mee te pikken in de Schouwburg. De sfeer in de grote zaal is net zo lamlendig als bij Mumford & Sons en beide bands zijn redelijk vergelijkbaar. Noah and the Whale hebben wel iets meer pit, maar na drie nummers houd ik het voor gezien.
Lees verder..Black Francis - Nonstoperotik
Een nieuw jaar, een nieuw werk van de ex-Pixie. De productiviteit van de man kent geen grenzen, al is het niet altijd met overtuigend resultaat. Sinds het country-achtige Honeycomb uit 2005 vond ik zijn solowerk eigenlijk zelden echt de moeite waard. Het eerste nummer van Nonstoperotik is echter zeer hoopgevend. De sneer waarmee Francis tegelijk met zijn gitaar "Lake of Sin" uitschreeuwt is heerlijk. Er zijn er maar weinig die zo smerig kunnen krijsen als hij. Na de veelbelovende opener kakt het album keihard in en "Rabbits" lijkt wel een Simon & Garfunkel-nummer, zo zoet en slap heeft de man ze nog nooit gebakken. Hierna komen enkele standaardrockers, van die nummers die doen vermoeden dat Francis er thuis nog een kelder vol mee heeft liggen. Op sommige nummers lijkt het of onze bluefinger Herman Brood achter de piano meespeelt, zoals op het mooie "Wild Son". Echt schrikken is het nummer met de titel "When I Go Down On You". Een prominente rol is opnieuw weggelegd voor de piano in deze prachtige, gemeende ballad met ranzige titel. Ook op het ingetogen titelnummer laat Francis zich ook van zijn gevoeligste kant zien, al is de tekst ietsje minder subtiel: "Inside of you, all the way". Nonstoperotik wordt op forums ook wel het 'seksalbum' van Black Francis genoemd. In ieder geval is het een album geworden met een zeer wisselend libido.
File Under: Seks met Black Francis
File Audio: [MySpace]
File Video: [Rabbits]
Johnny Dowd - Wake Up The Snakes
Het verhaal van de verhuizer die op zijn vijftigste besloot om de liedjes die hij stiekem maakte in zijn kantoor toch maar eens op plaat te zetten, kunnen we gevoeglijk vergeten. De carrière die Johnny Dowd sinds die tijd - twaalf jaar geleden alweer - opgebouwd heeft, is op zichzelf al bijzonder genoeg. Ga maar na: sinds zijn debuut Wrong Side of Memphis heeft hij ruim tien albums opgenomen en minimaal evenveel succesvolle, maar Europese tournees volbracht. En dat zal wel eens knagen aan de inmiddels zestiger: in Europa heeft hij dan wel een platenlabel en relatief gezien aardig succes, in zijn thuisland de Verenigde Staten is Wake Up The Snakes alleen via zijn eigen website te krijgen. Hoe dan ook, het onaardigste wat je over dit album kunt zeggen is dat het meer van hetzelfde is. Johnny Dowd kan nog steeds niet zingen en nog steeds alleen zeer rudimentair gitaar spelen. De ijskoude engelenstem van Kim Sherwood-Caso moet nog steeds het broodnodige tegenwicht bieden tegen het Sprachgesang van Dowd zelf en zijn gitaar wordt ondersteund door een steeds ranziger klinkend orgeltje. Maar ook op Wake Up The Snakes werkt het weer voortreffelijk. Zijn liedjes gaan nog altijd over moord, doodslag en andere vormen van kwaad, mislukte liefdes en verloren geliefden. Nog altijd klinken ze alsof ze uit de goot zijn opgevist. En dat is nog altijd exact zoals we het willen horen.
File Under: Johnny Dowd gaat nooit verloren
File Video: Organ Grinder
Benni Hemm Hemm
No Shame - Ironing Day
Hoe geloofwaardig zijn ze tegenwoordig nog? Politieke punkbands die ook in de 21ste eeuw nog tegen alles en iedereen aan blijven trappen. Volgens critici verloor Anti-Flag die geloofwaardigheid toen een deal bij bij major Sony - waar de drie inmiddels al weer weg zijn - werd getekend. Om iedere vorm van kapitalisme te vermijden gaat No Shamenog een stapje verder. De Finnen uit Salo zouden niet alleen nooit bij een groot label tekenen - alsof die vandaag de dag nog geinteresseerd zijn in punkbandjes - maar hebben zelfs geen MySpace, verkopen hun cd's voor een habbekrats en hebben bij hun platenmaatschappij geklaagd…dat ze teveel geld kregen. Als dat niet punk is! Op Ironing Day - de vijfde plaat van de Finnen - weinig nieuws onder de zon. Zomerse, catchy punkrock. Lekker snel ook. Vaak onverstaanbaar, dat wel. Heel erg is dat trouwens niet, we kunnen zo ook wel raden waar de teksten over gaan. De vier zijn namelijk vooral bang om onderdeel te worden van ‘The Machine', u weet wel dat keurslijf waar wij gewone burgers wel inzitten. We zijn immers allemaal McDonalds vretende, Starbucks drinkende, iPod luisterende varkens. Corporated bitches, dat zijn we! No Shame niet, nee die sluiten hun plaat gewoon af met "Fuck The System", hoe origineel. Ironing Day is een aardige plaat, liefhebbers van Anti-Flag en Strike Anywherezullen zich er mee vermaken. Oh, u moet em niet kopen trouwens, gewoon downloaden en het geld doneren aan Greenpeace of Amnesty. Is niet eens mijn idee, komt van No Shame zelf. Wat een schatten!
File Under: Fuck the system!
File Audio: Geen MySpace dus, wel een website waar al het oude materiaal te downloaden is.
Lindstrom and Christabelle
Motel Mozaïque 2010 - Vrijdag Achteraf
Rotterdam, vrijdagavond 9 april. Net als vorig jaar is het centrum van Rotterdam, zeker rondom het Schouwburgplein, nog één grote bouwput. Op het plein zelf is het ook een gezellige chaos met een bescheiden rij voor de tent van Motel Mozaïque en een behoorlijke rij voor de kerk van 3voor12. Hier zie ik ook de eerste act van de avond spelen: The Strange Boys uit Austin, Texas. Het geluid is beter dan verwacht en de band is verrassend goed. Vooral de zanger heeft een heerlijke lome sound. Perfecte opener.
Lees verder..David Bowie - A Reality Tour
Het gerucht ging dat David Bowie dit jaar de afsluitende act zou zijn op Glastonbury, maar dit bleek helaas onjuist. Het is al jaren stil rond Bowie, die naar het schijnt behoorlijk sukkelt met zijn gezondheid. De laatste tour van Bowie was in 2003/2004 naar aanleiding van zijn album Reality. Sindsdien is het stil. De releases die verschijnen zijn voornamelijk concertopnames, zoals in 2008 Santa Monica '72. Of van een totaal overbodige soort met een door Bowie zelf samengestelde 'best of' getiteld iSelect. Deze was er waarschijnlijk om te laten zien dat hij nog leeft, want verder was deze totaal overbodig. De nu verschenen 2-cd A Reality Tour bevat opnamen gemaakt op 22 en 23 november 2003 in Point Depot in Dublin. Dit blijft voorlopig (of voor altijd?) zijn laatste tour. Hier verscheen in 2004 al een dvd van, maar deze opnamen plus drie bonus tracks (waaronder "China Girl") zijn nu als dubbel-cd uitgebracht. Wat je hoort is een geweldige band en volgens mij is Bowie ook in topvorm. Er komt recenter werk voorbij, maar ook ouder werk waarbij opener "Rebel Rebel" meteen al een punt maakt. Bijzonder ook zijn de versies van "All The Young Dudes", "Under Pressure" en "Life On Mars". Speciaal wil ik nog wel even "Sister Midnight" noemen, een nummer dat officieel nog niet door Bowie uitgebracht werd, maar dat wij uiteraard kennen van zijn samenwerking met Iggy Pop. Dat Bowie muzikaal zijn beste tijd in 2003 heeft gehad dat zal wel, maar je hoort het aan deze dubbelaar niet af. Ik vind deze release geweldig, en ik moet eerlijk zeggen dat ik Bowie mis.
File: David Bowie - A Reality Tour (2-cd)File Under: Een kaarsje opsteken voor Bowie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Rebel Rebel][Fame][Under Pressure][Afraid Of Americans][Sister Midnight]
Lali Puna - Our Inventions
Weilheim is een dorpje van niks, maar de aldaar door de broertjes Acher van The Notwist geïnitieerde muziekscene levert continu betrouwbare kwaliteit van wereldformaat. Is het niet via de moederband, dan wel in het wat meer experimentele Tied & Tickled Trio. Zes jaar na het vorige studio-album komt Lali Puna, "het jongere zusje" van het gezelschap, met nieuw werk. Van overdaad is, ondanks de lange pauze, in deze 37 bescheiden minuten bepaald geen sprake. Tien fluisterzacht gezongen, bijna identieke lieve nummers, die je misschien niet wild enthousiast zullen doen opveren, maar die stuk voor stuk wel van een weldadige schoonheid zijn. Ik kan er in elk geval eindeloos naar luisteren. De liedjes staan meteen, worden niet beter, maar zeker ook niet minder met elke luisterbeurt. De meestal elektronisch beats kabbelen zachtjes, maar met een duidelijke puls, de keyboards zoemen eenvoudige patronen en door dit zorgvuldig geconstrueerde klankbeeld dartelen af en toe wat samples van geloopte vocalen, belletjes of een gefilterd Kraftwerk-strijkje. 'Try, try harder they say' zingt Valerie Trebeljahr in het door haar subtiele stemverheffing toch intense refrein van een van de hoogtepunten "Move On". Nog net een graadje mooier is afsluiter "Out There", een glitchy duet met Yukihiro Takahashi van het Yellow Magic Orchestra. 'The night is falling we're out there, seems just like always'. Het instrumentale "Future Tense" verwacht ik trouwens binnenkort in een internet- of telefonie-reclame. Lali Puna, verbindt de mensen!
File Under: Zorgvuldige klasse
File Audio: [Spotify]
Hans Teeuwen & The Painkillers - How It Aches
Does Humor Belong In Music?, vroeg Frank Zappa zich in de jaren tachtig af. Natuurlijk! Maar hoort de humor van Hans Teeuwen ook in muziek? Da's een vraag die wat lastiger te beantwoorden is. Als hij de liedjes in zijn cabaretprogramma's vertolkt, dan heb ik er totaal geen problemen mee. Maar als hij ze gaat bundelen op een cd en bovendien met Engelstalige teksten op de proppen komt, dan begin ik toch te twijfelen. De teksten op How It Aches zijn af ten toe zo banaal dat het ergerlijk wordt. Maar Teeuwen kennende zal hij alleen maar keihard grijnzen als hij dit leest. Het interesseert 'em bovendien vast ook geen reet. Het zorgt echter wel voor een dilemma bij het finale oordeel over How It Aches. Muzikaal gezien is het namelijk allemaal best dik in orde wat Teeuwen en zijn begeleidingsband The Painkillers laten horen op deze cd. Daar zitten dan ook mannen in als Jesse van Ruller, Benjamin Herman en Joost Kroon. Die doen niet zo snel wat fout. De mix van swing, jazz, rock-'n-roll en blues is bovendien zo slim gekozen dat op dat vlak de verveling niet zo snel toe zal slaan. Teeuwen zelf is helaas qua zang wel de zwakste broeder van het geheel. Hij doet me behoorlijk aan Herman Brood denken qua zang (en qua accent). Maar met Brood heeft hij natuurlijk ook gemeen dat het podiumbeesten zijn die daar pas echt tot leven komen. Misschien dat ik 'em dan wel 'vergeef' als hij zingt 'I like your Cunt / I think it's marvelous / I think it's number one / and I never wanna have another one'. Als ik het zo in de woonkamer of op mijn iPod draai, dan kan ik daar namelijk niet zoveel mee. Dan zet ik liever Teeuwens hommage dvd Hans Teeuwen Zingt waarop hij onder andere liedjes van Frank Sinatra, Billie Holiday en Sarah Vaughnan ten gehore brengt nog een keer op.
File Under: Platte humor en goede muziek
Treat - Coup De Grace
Soms kun je je flink vergissen in een band. Al die jaren heb ik gedacht dat Treat een van-dik-hout-zaagt-men-planken-metalband was. De comebackplaat Coup de Grace was ervoor nodig om mij te corrigeren. De heren blijken toch echt al vanaf 1985 AOR te maken. AOR Van de typisch Zweedse soort, waarbij de songs goed in elkaar zitten maar het toch vooral de uitvoering is die debet is aan de kwaliteit. Zoals zo vaak bij Zweudse AOR is er een poppy randje, maar bij Treat wordt dat randje behoorlijk gecompenseerd door stevig ingemixte gitaren. Zo is "Tangled Up" een fikse rocker, wordt "Skies Of Mongolia" voorafgegaan door etnische klanken en alvorens door te gaan als fikse rocker en wordt zelfs de in potentie buitengewoon poppy compositie "Heaven Can Wait" óók een fikse rocker. En dat is eigenlijk best verrassend, als je de overigens uitstekende stem van Robert Ernlund en de fraaie koortjes erachter hoort. Het is naast de productie en het wat hogere tempo in de gemiddelde song op dit album vooral gitarist Anders Wikström die voor het heavy geluid zorgt. Gevarieerde ritmepartijen met volop mooie details zorgen ervoor dat het steeds het hele nummer interessant blijft, zelfs wanneer het refrein iets té onbenullig wordt, zoals in "No Way Without You". Een enkele keer is het nummer wel heel erg inhoudsloos - "All For Love" zou zo naar het Eurovisie Songfestival kunnen, om u een idee te geven - maar wie de koortjes uit de AOR fijn maar de gitaren doorgaans te braaf vindt, zou hiermee wel eens een mooi compromis gevonden kunnen hebben. Want Treat is het heavy broertje van de Scandinavische AOR. House Of Shakira, TNT, The Poodles, maar dan met peper in de reet.
File Under: Heavy AOR
File Under: [TreatSpace]
Seabear - We Built A Fire
We Built A Fire is de tweede plaat van het IJslandse Seabear. Debuut The Ghost That Carried Us Away kwam in 2007 uit. En waar die debuutplaat nogal voortkabbelende IJslandse eenheidsworst was, komt Seabear op deze opvolger veel gelaagder, spannender en pittiger uit de hoek. IJsland levert al een paar jaar gestaag een behoorlijke hoeveelheid kwaliteitsmuziek. Sigur Rós, Emiliana Torrini, Olafur Arnalds en natuurlijk de peetmoeder van de IJslandse muziekscene: Björk. Wij buitenlanders beginnen ons de laatste jaren steeds vaker af te vragen of niet iedereen in IJsland ook in een band zit. Het antwoord op die vraag is ongetwijfeld nee. Seabear begon al in 2000, als een soloproject van Sindri Már Sigfússon. Gaandeweg bleven er steeds meer muzikanten aan de Seabear-karavaan plakken, met als resultaat een zevenkoppige band ten tijde van het opnemen van We Built A Fire. Dit album steekt het debuut met speels gemak naar de kroon. Dat debuut kabbelde voort, had met "I Sing I Swim" een sterke single, maar beklijfde nergens. Hoe anders is dat op deze tweede. De liedjes zijn sterk opgebouwd, waarbij vooral albumopener "Lion Face Boy" uitblinkt. Het nummer ziet het licht als een bescheiden tokkeldeuntje, maar ontpopt zich gaandeweg tot iets waar bijna op gedanst kan worden. Op We Built A Fire lijkt Seabear de borst iets meer vooruit te steken. En dat mag, want het is een plaat om trots op te zijn.
File Under: Ontketende IJslanders
File Audio: [MySpace
File Video: [I'll Build You A Fire
Field Music - Field Music (Measure)
In de Grolsch Veste draaien ze voor aanvang van de wedstrijd Springsteens Working on a dream. Als u naar de ranglijst van de Eredivisie kijkt, dan weet u waarom. FC Twente, de bespeler van de Veste, staat vier punten los van nummer twee, met nog vier wedstrijden te gaan. De kans op het kampioenschap van Nederland, het eerste voor de Roodroden, komt dichterbij bij iedere overwinning, tot grote blijdschap van een groot contingent File Under-scribenten. Een droom komt dichterbij. In dit gremium heb ik overigens ook wel eens kond gedaan van die andere droom die ik najaag: werelddominantie van de sympho, dan wel progrock. Tijdenlang ben ik op zoek geweest naar bandjes die in het spoor van It Bites en Marillion de barri`re konden slechten en de overstap naar mainstream konden maken. Van een band als Dream Theater zou je kunnen zeggen dat ze toch een heel eind gekomen zijn, al hebben ze nooit een hitje gehad. Maar blijkbaar heb ik de verkeerde kant op gekeken. Dat realiseerde ik me toen, na ettelijke keren draaien, het kwartje viel van Field Musics Field Music (Measure). De aanval komt van de andere kant! Natuurlijk, menig progfan heeft Radioheads OK Computer omarmd en kijkt met smart uit naar de nieuwe Anathema om te controleren hoever deze ex-metallisata nu opgeschoven zijn richting Pink Floyd. Maar iets voorbij de helft van Field Music (Measure) realiseerde ik me ineens dat ik naar een band zat te luisteren die zeer omzichtig knipoogde naar bovengenoemde Pink Floyd en vooral naar Supertramp in hun hoogtijdagen! En dat terwijl ik al vol jubel was over de XTC-invloeden die je zo her en der langs hoort komen. Maar XTC kun je dan weer geen sympho noemen. Field Music (Measure) is geen gemakkelijke kost, het is een album dat meerdere lagen kent (zoals gezegd XTC en Supertramp), die even los moeten komen. Maar dan realiseer je je dat hier een pracht van rockalbum ligt, dat vanuit de mainstreamkant de aanval inzet richting werelddominantie. Zou 2010 dan toch het jaar van de sympho worden?
File Under: Working on a dream!
File Audio: [Field Music Space] File Audio: [MySpace]
File Video: [Them That Do Nothing]
DM Stith - Heavy Ghost Appendices
Je hebt van die plaatjes waar je een beetje huiverig voor bent om aan te beginnen. Waar je een beetje omheen blijft draaien voor je ze opzet. Omdat je bang bent dat ze wel eens tegen zouden kunnen vallen. Ik had dat in sterke mate met Heavy Ghost Appendices, het dubbeldikke tussendoortje waar DM Stith mee op de proppen komt. Dat had twee oorzaken. De eerste is dat ik verzamelaars vaak ervaar als een zooitje allegaar en daardoor niet lekker te beluisteren vind. Maar veel belangrijker was nog het feit dat ik 'moeder' Heavy Ghost zonder blikken of blozen benoemde tot de beste plaat van het afgelopen decennium toen mij daarnaar gevraagd werd. Maar na me uiteindelijk tot een draaibeurt gezet te hebben, kon ik me wel voor mijn kop slaan. Mijn grote liefde voor Heavy Ghost had eigenlijk juist een aanbeveling moeten zijn om aan haar Appendices te beginnen. De op de dubbel-cd verzamelde tracks zijn een samenvoeging van Thanksgiving Moon, Braid of Voices en BMB, de drie EP's die vorig jaar slechts in digitaal formaat verschenen. Ik had ze genegeerd omdat ik nog te druk was met Heavy Ghost en bovendien heb ik het niet zo op digitale media. Driedubbel fout dus. Want wederom weet DM Stith me diep te raken. De cd's zijn niet chronologisch overgenomen, maar de tracks zijn door elkaar gehusseld. Zo zijn op de eerste cd covers terecht gekomen van de voor mij onbekende Diane Cluck ("Easy To Be Around"), werkelijk waar wonderschone versies van The Ronettes "Be My Baby", David Byrne's "A Soft Seduction" en Randy Newmans "Suzanne", die allemaal een typisch Stith-jasje aan krijgen gemeten. Een beetje zweverig, maar ook bizar rijk aan details waar ik als luisteraar echt in wil verdwalen. Minstens zo mooi zijn de, zo noemt Stith het zelf, nieuwe ontmoetingen en herinterpretaties met zijn eigen songs. "Pigs" dat op Heavy Ghost al een spookachtige songs is krijgt door het inhaken van de Jefferson Street Band het karakter van een dodemansstraatorkest. Dat is op zijn zachtst gezegd apart, maar nog steeds mooi. Ook wonderschoon zijn de helaas wel ietwat korte brass-versie van "Braid Of Voices", waarin het koperwerk een rijke aanvulling is op de piano van Stith, en de Slow Dance Version van "Around The Lion Legs" dat op de Curtain Speech-EP stond die voor Heavy Ghost verscheen. Op de tweede cd staan negen remixen die ik niet allemaal even sterk vind, maar die wel aangeven hoeveel er mogelijk is met de bijzondere muziek die Stith maakt. Als bijzondere verrassing staat er ook nog een rokerige nachtclubversie van "Thanksgiving Moon" op die uitgevoerd wordt door Dayna Kurtz, die laat horen dat eenmaal gestript van hun rijke ietwat weirde geluid de liedjes van Stith ook nog kaarsrecht overeind blijven. Wat een held.
File Under: Geen bijlagen om over te slaan.
File Audio: [MySpace]
Jess
'Kijk nou, ik krijg er gewoon een rood hoofd van!'
Als een wervelwind komt ze café De Bruine Pij in Breda binnenstormen. Op het moment dat ze haar hagelwit met zuurstokroze Skullcandy-koptelefoon in haar tas wil stoppen, gaat haar mobiele telefoon. Even weet ze niet zo goed of ze eerst zal opnemen of toch maar eerst die koptelefoon zal opbergen. Tegelijkertijd is ook een optie maar dat blijkt niet echt handig. Al snel schuift haar telefoon langzaam tussen haar schouder en hoofd vandaan en ze kan hem nog maar net op tijd opvangen alvorens hij op de grond valt. Dit is dus typisch Jess - het alias van de achtentwintig-jarige Janneke Steffens. Het getuigt dan ook van veel zelfkennis en gezonde zelfspot dat ze zichzelf in haar bio de Bridget Jones van de Nederlandse popmuziek noemt.
All Leather - When I Grow Up, I Wanna Fuck Like A Girl
Zo af en toe heb je het als recensent maar makkelijk. Dan hoef je slechts naar een hoes te kijken, de naam van de band en de cd te lezen en de tracktitels te scannen. Zonder een toon te hebben gehoord van de cd, weet je dan al in welke hoek je het moet zoeken en welke invalshoek je in je stukje kunt kiezen. When I Grow, I Wanna Fuck Like A Girl van All Leather is zo'n plaat. Eigenlijk zegt de titel al genoeg, maar met het boekje in de hand is het beeld geheel compleet. Nummers met namen als "I Do It With My Prick Out, Well Fed Fuck" of "Do I Look Divorced" beloven een goor ongenuanceerd hard geluid. Wat je krijgt is dan ook keiharde electropunk in een zweterige sfeer. Directe vervormde electrobassen, overstuurd gekrijs scharen zich tegen je trommelvliezen. All Leather is zo'n band die alleen op vol volume kan worden afgespeeld en dan als catharsis werkt. Je wilt mee zweten, je wilt naar donkere catacombe waar op een slecht verlicht podium deze heren je botten losspelen en elkaar onderwijl aflikken. Heerlijk harde leder electropunk, en dat lles kun je al afleiden uit hoes, bandnaam en titel. Werkelijk waar, you can judge this book by its cover
File Under: Ongenuanceerd harde electropunk
File Audio: [MySpace]
hermanherman - Fugain
Mijnheer Koster, Bos en de Zeeuw, het spijt me dat drie jaar Frans op het middelbaar onderwijs mij bijna niets gebracht heeft. Ik ben al het geleerde kwijt. Sorry ook richting mijn vader. Al die tijd die hij aan mij besteed heeft om me te overhoren. Het was achteraf alleen zinvol om een jaargang verder te gaan. Niet meer, niet minder. Naast mijn oude leerkrachten moet het ook mijn vader zeer doen. Ze hielden van die taal. Voor mijn vader kocht ik zelfs ooit een dubbelaar van de Franse chansonnier Michel Fugain waarop zijn grootste hits stonden. Ik deed hem daar een plezier mee, al vond zoonlief alleen het enthousiasme van Fugain en het dansspektakel er omheen geslaagd. Het lijkt geen toeval dat uitgerekend ik de cd Fugain van hermanherman doorgestuurd kreeg. Er moest wat rechtgezet worden vond de afdeling gerechtigheid. Achter hermanherman zitten twee Nederlanders: Herman van Doorn en Herman Onnen. De een zingt, de ander speelt gitaar. Verder worden er de nodige gastmuzikanten ingezet. De titel Fugain verwijst naar de dertien nummers van Michel Fugain die op dit album door het duo voorzien zijn van een moderner jazzy jasje. Mocht je, net zoals ik, geen kennis van het Frans hebben, dan is er slim naast de originele teksten ook een vertaling toegevoegd. Ik heb eens even zitten Googlen wat anderen van het resultaat vinden en ik vond nergens een wanklank. Ik kom er echter totaal niet doorheen: ik vind het vreselijk braaf waar anderen het avontuurlijk vinden en het enthousiasme van Michel Fugain proef ik niet meer. Inderdaad, er wordt prima gemusiceerd, er is een originele draai aan gegeven, maar ik kom er niet doorheen: net zoals tijdens de Franse lessen.
File Under: Frans en ik, we liggen elkaar niet, maar mogelijk kunt u er wel wat mee
File Audio: [Een playlist vindt u op hun website[
Kaki King - Junior
Bij heerlijk lenteweer hoort een heerlijk lenteplaatje. Daarvoor kan ik gerust Junior van Kaki King van stal halen. Deze meesterlijke gitariste (door Rolling Stone zelfs bestempeld als gitaargod) was misschien zelf nog wel het meest verrast toen bleek dat ze niet alleen ontzettend goed gitaar kon spelen, maar ook nog eens een fijne stem heeft. Zo'n typische meisjes indiestem, beetje galm, beetje zoet, beetje geil. Het blijkt op Junior wederom een bijzonder sterke aanvulling op haar gitaarwerk dat weer menigeen het hoofd op hol al brengen. Het lijkt allemaal zo eenvoudig en vloeiend wat ze uit d'r vingers tovert, maar als ik dertig seconden een livevideo van haar bekijk, dan heb ik zonder twijfel kramp in mijn handen krijg bij mijn poging haar na te doen, als ik dan al niet verdronken ben in die donkere staarders van haar. Da's toch even andere koek dan kijken naar bijvoorbeeld het kale hoofd van Joe Satriani. Bovendien is de dromerige indierock die Kaki King een stuk interessanter dan de academische gitaarrock van al die zelfbenoemde gitaargoden. Een instrumentale track als "Everything Has An End, Even Sadness" ontroert dan ook niet voor niets door het melancholieke spel van King. Helemaal door de extra lading die de sombere trompetten er aan toevoegen. En dan houd ik maar even voor me hoe fijn "The Hoopers Of Hudspeth" voelt. De afwisseling tussen instrumentale en 'normale' songs houdt je als luisteraar van Junior extra gefocust. Bovendien ben je extra verrast als je haar dan vervolgens live aan het werk kunt zien. Dat is namelijk (bijna) altijd solo en veel soberder. Het verbaast mij niets dat iemand als Dave Grohl echt heel erg fan van haar is. Dat word ik namelijk ook alsmaar meer.
File Under: Sunnyside
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube-kanaal]
Motel Mozaïque 2010 - Vooraf
'Waar ging je ook alweer heen, Hotel Mozambique?' vroeg mijn vrouw toen ik haar vertelde dat ik dit jaar opnieuw zou afreizen naar Rotterdam voor een muziek- en kunstfestival. Van 8 tot 11 april zorgt de organisatie van Motel Mozaïque opnieuw voor een boeiende mix van 'art, performance en muziek'. Laten we de art en performance voor het gemak even overslaan en ons richten op de muziek. Valt er komend weekend nog wat te genieten in de havenstad?
Lees verder..VA - The Village. A Celebration of the Music of Greenwich Village
In de eerste helft van de jaren zestig was Greenwich Village in New York eventjes het centrum van de muzikale wereld. Folk was er groot, heel erg groot. Het aardige is dat deze wijk tegenwoordig nauwelijks verworden is tot een tourist trap, maar dat het er tussen de platenzaken en jazz- en popzaaltjes nog steeds aardig vertoeven is. Behalve de straatnamen en de uithangborden van een paar clubs is er niet veel dat nog herinnert aan de hoogtijdagen dat elke koffieshop folkzangers boekte en dat legendes als Pete Seeger, Dave Van Ronk en Joan Baez er optredens verzorgden. Het beroemdste kind van Greenwich Village zou uiteraard Bob Dylan worden. Dat zal meteen verklaren waarom vijf van de dertien liedjes op The Village. A Celebration of the Music of Greenwich Village van zijn hand zijn. Nu lijkt het alsof de andere grootheden van veel minder betekenis waren voor Greenwich Village. Fred Neil en Tim Buckley krijgen maar één enkel eerbetoon en slechts twee tracks zijn traditionals, terwijl juist dat de bron was waar de folkies van Greenwich Village uit putten. Ondanks deze onevenwichtigheid is The Village een zeer genietbaar album geworden. Rickie Lee Jones ' cover van "Suberrranean Homesick Blues" is de opener en meteen het hoogtepunt, al mogen ook de versies die Lucinda Williams van "Positivily 4th Street" en Shelby Lynne van "Don't Think Twice It's Alright" maakten, er zijn.
File Under: Positively Bleecke Street
File Audio: The Village Radio Show
Broken Bells - Broken Bells
Als twee erkende genieën als Dangermouse en Shins-frontman James Mercer de handen ineenslaan voor een samenwerkingsverband, dan schept dit huizenhoge verwachtingen. Misschien zelfs wel ridicuul hoge. Zo hoog dat het resultaat bijna bij voorbaat tegenvalt. Ik wil niet beweren dat wanneer twee (relatief) onbekende artiesten de plaat die deze twee mannen nu onder de naam Broken Bells uitbrengen de hemel in geprezen zou worden, maar ik denk wel dat de cd enthousiaster zou worden ontvangen. Laat ik eerlijk zijn, mij viel Broken Bells in eerste instantie ook tegen. Wat wreekt is dat je als vanzelf vergelijkingen gaat maken met de eerdere projecten van de twee. Dit roept het gevoel van restjesmateriaal op, wat me onterecht lijkt. Daarom liet ik de plaat na meerdere draaibeurten even rusten. Toen ik 'em zondag weer oppikte was de smaak in eens een stuk beter. Was dat omdat de plaat ondertussen gerijpt had, of omdat mijn verwachtingen onbewust bijgesteld waren? Want een liedje als de eerste single, "The High Road", is toch gewoon een heel fijn popliedje waarin de balans tussen de productionele kwaliteiten van Dangermouse en Mercer perfect in evenwicht is? En is het niet fijn dat de cd vaak een soort melancholieke mix tussen Air en The Beatles laat horen, zoals in songs als bijvoorbeeld "Your Head Is On Fire", "Sailing To Nowhere" of "October". Je kunt het ze volgens mij moeilijk kwalijk nemen. Geinig is ook wanneer Mercer een bijna Robert Smith-achtige stem opzet in daardoor ietwat donkerder klinkende "Trap Doors". Oké, de verwachtingen worden dan misschien nog niet geheel ingelost en één plus éém resulteert op Broken Bells niet in twee of meer, laat staan anderhalf, maar heel ontevreden zijn met het resultaat is ook onterecht.
File Under: Te hoog geschapen verwachtingen
File Audio: [MySpace]
Galaxie 500 - Today, On Fire, This Is Our Music
Twintig jaar geleden kwam het derde en meteen ook laatste album van Galaxie 500 uit: This Is Our Music. In slechts drie jaar en drie albums tijd had de band uit Boston een behoorlijk aantal mensen weten te winnen voor hun lome, lo-fi psychedelica. De drie albums zijn nu opnieuw uitgebracht. Op Today, het debuut uit 1988, was voor het eerst het bijzondere, lijzige stemgeluid van voorman Dean Wareham te horen. Met gitaarspel dat doet denken aan The Velvet Underground, vervreemdende teksten en een mysterieuze Aziatische bassiste had de band een coolfactor die vooral in Engeland enorm aansloeg. De invloeden van de band bleek uit de vele covers die ze speelden en ook op hun albums zetten. Na een cover van een nummer van Jonathan Richman op hun debuut stond op het laatste album een prachtige versie van Yoko Ono's "Listen, the Snow Is Falling", gezongen door bassiste Naomi Yang. Ook werd een prima cover van "Ceremony" van Joy Division/New Order opgenomen, die als extra track op de cd van het tweede album On Fire staat. Mede door deze cover besloot ik in november 1990 in Londen naar een concert van de ze te gaan. Ja, zo oud ben ik. Een betere omgeving dan een universiteit voor de toch best studentikoze muziek van Galaxie 500 bestond eigenlijk niet en het concert staat dan ook nog in mijn geheugen gegrift. Vooral de doodse stilte in de zaal tijdens "Listen, the Snow Is Falling" zal ik niet snel vergeten. Onlangs las ik dat opnames van dat concert op de inmiddels niet meer verkrijgbare DVD Don't Let Our Youth Go To Waste staan (als iemand nog een kopietje heeft liggen dan houd ik me aanbevolen). Enkele maanden na dit optreden viel de band uit elkaar, onbegrepen en ondergewaardeerd. Zanger/gitarist Dean Wareham begon Luna en de ritmesectie ging verder onder eigen naam: Damon & Naomi. Inmiddels is Luna ook ter ziele en maakt Wareham nog muziek met Lunas bassiste en zijn vrouw als Dean & Britta. In 2009 verzorgden ze de soundtrack voor dertien filmportretten van Andy Warhol. De cirkel is rond. Als er een band het geluid en de sfeer van The Velvet Underground benaderde dan was het wel Galaxie 500. Warhol zou trots zijn geweest. Ik ben overigens blij dat er geen reünie-optredens gepland zijn, omdat die mijn mooie herinnering aan die 20e november 1990 in Londen ongetwijfeld afbreuk zouden doen. Galaxie 500 is zo'n band die je eigenlijk gewoon liever voor jezelf houdt.
File Under: Alledrie raak
File Audio: [MySpace]
File Video: [Strange]
Paaspop 2010 - Achteraf
Met de recente informatie van buienradar (de eerste drie uur geen regen) in ons achterhoofd reden we ook dit jaar vol goede moed op de zaterdagmiddag richting Schijndel. Dat de eerste dag van het tweedaagse festival voor ons echter letterlijk in het water zou vallen, konden we toen nog niet weten. Ruim op tijd kwamen we Schijndel binnenrijden en hoewel we al vaker op Paaspop waren geweest, hadden we deze keer andere instructies gekregen van de organisatie waar we ons moesten melden voor onze accreditaties. Deze keer konden we parkeren op de frontstage parkeerplaats, te volgen door de bordjes die er niet waren. Navraag bij de niet al te vriendelijke verkeersregelaar leerde ons dus dat we een afslag terug eraf moesten, daar waar we net die lange rij auto's voorbij waren gereden. Een uur later stonden we op een drassige boerenweide geparkeerd en hadden we dus inmiddels het begin van The Mad Trist al gemist. Bij de ingang stonden lange rijen, wat ook vertraging opleverde. Pas anderhalf uur nadat we Schijndel waren binnengekomen, stonden we eindelijk op het festivalterrein. Het humeur was al snel door alle perikelen tot een nulpunt gedaald.
Lees verder..Prymary - The Enemy Inside
Over mijn activiteiten in het Paasweekeinde kan ik kort zijn: ik heb geen reet uitgevoerd. Dat is overigens geheel in lijn met andere vrije dagen in de afgelopen maanden. In december ben ik met een nieuwe baan begonnen en die verandering vergde nogal wat energie, vandaar. Ik was en ben er heel blij mee, maar eenmaal thuis liet ik al die tijd alles bij binnenkomst vallen en deed ik goed beschouwd helemaal niets meer. En zo kan het gebeuren dat ik in april nog een cd uit november te bespreken heb. Om een simpele reden: van het stapeltje cd´s dat ik kreeg, was dit de enige waarbij iTunes zelf nog geen titels kon vinden. Het cd´tje verdween op een stapel die gaandeweg verscholen ging onder meer zooi. Inmiddels heb ik de cd opgeduikeld en van titels voorzien - hee, toch nog iets gedaan! - en is een ernstig verlate recensie op zijn plaats. Collega Awarnach was nogal te spreken over het vorige album van Prymary, ik heb wat meer moeite mee met dit album. De heren zijn technisch heel vaardig - met name drummer Chris Quirarte (ook actief in Redemption) is een geweldenaar - maar het blijft wat mij betreft teveel hangen in het etaleren van virtuositeit. Op de betere momenten hangen ze tegen Pain Of Salvation aan, op de slechtere momenten tegen de minst inspirerende momenten van Dream Theater, met jakkeren-om-het-jakkeren. Ze hebben wel lef overigens, want in "Disillusion" zit een stuk waar zang en muziek schots en scheef tegen elkaar in gaan. Maar toch, een te groot deel van het album is op flinke snelheid of helemaal volgegooid met breaks, snelle licks en roffels - of allebei - waardoor je geen tijd krijgt om adem te halen. Al is de productie bij de drums niet altijd honderd procent, die is ruimschoots op niveau voor dit materiaal. Na de twintig minuten durende afsluitende track "Trial And Tragedy" - die eindelijk wel die afwisseling heeft - heb ik technisch hoogwaardige progmetal gehoord, maar heeft het me zelden geraakt. En daar gaat het toch om bij muziek.
File Under: Paasopruiming levert geen verrassing op
File Audio: [PrymarySpace]
Andy McKee - Joyland
Half november was er in De Wereld Draait Door een gitaristenbattle tussen flamencogitarist Eric Vaarzon Morel en gipsygitarist Stochelo Rosenberg. Heel leuk hoor, zo'n wedstrijdje jagen over de snaren, maar ik werd er eigenlijk niet warm of koud van. Als je heel goed gitaar kunt spelen, dan heb je misschien zelfs wel minder noten en snelheid nodig. De Duitsers hebben daar zo'n mooi spreekwoord: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Ook knap is wanneer je wél op hoge snelheid of gecompliceerd speelt, maar je dat er niet aan af hoort. Andy McKee is zo iemand die dat beheerst. Op zijn nieuwe cd Joyland doet hij helemaal in zijn uppie een cover van Tears For Fears' "Everybody Wants To Rule The World" waarin hij gitaar, bas, zang en drum in een ruk speelt. Maar als je naar het YouTube-filmpje kijkt, dan krijg je niet de indruk dat 'ie zich bovenmatig in moet spannen. Zo zie ik het graag. Het zijn wat mij betreft overigens de beste nummers op deze cd. McKee kan zich prima in zijn eentje redden. Wat een bizar goede fingerpicker is deze man. De nummers waarin hij begeleid wordt door andere instrumenten liggen mij een stuk minder prettig in het gehoor. Ik luister (en kijk) dus liever naar de YouTube-versie van "Joyland" waarin Andy al het werk doet, dan naar de met strijkers en xylofoon opgeleukte versie op deze cd. Gewoon omdat de liedjes dat niet nodig hebben. Geinig aan deze cd is overigens dat er ook een dvd bij zit waarin McKee uitgebreid aan het woord komt en hij terugkeert naar de muziekwinkel waar hij gitaarleraar was. Ik verbaasde me er wel over dat hij John Petrucci als een van zijn grote voorbeelden noemt. Da's nou typisch zo'n tot showpik verworden muzikant waar ik zelf met de jaren steeds minder van kan hebben. Dat kan ik van McKee allerminst zeggen.
File Under: Lessen in controle
File Audio: [MySpace]
Laura Marling
Laura Marling ziet de naschokken van Crossing Border dagelijks in haar spiegel. 'Het is jullie schuld!', zegt ze wanneer ze voor de zoveelste keer haar pony aan het stijlen is. 'Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling. Ik had in Nederland een haarproduct gekocht, maar ik kon natuurlijk de verpakking helemaal niet lezen. Het bleek uiteindelijk ook echt dertig euro te zijn en dat vond ik al erg vreemd. Toen ik de prijs hoorde wilde ik het eigenlijk niet eens kopen en terug zetten, maar ik hoorde het pas bij de kassa. Dan vind ik het altijd een beetje gênant. Vervolgens werd mijn haar gewoon blauw! Ik ging meteen naar de kapper en dit was het enige wat hij ervan kon maken. Wanneer het weer genezen is stap ik echt direct weer over op blond hoor. Ik vind het niks.'
Lees verder..First Aid Kit - Big Black And The Blue
Toen ik zestien jaar oud was, moet mijn broer achttien zijn geweest. Ik kreeg rond die leeftijd een steeds groter groeiende interesse in muziek. Mijn broer niet. Ik geloof dat de laatste plaat die hij zelf kocht Stormfront van Billy Joel was. Of had ik die aan hem uitgeleend en nooit meer terug gevraagd? Ambities om zanger te worden heeft hij al helemaal niet. Die heb ik destijds eigenhandig de kop ingedrukt door hem stiekem op te nemen terwijl hij met heel zijn ziel en zaligheid "The Final Countdown" mee zat te blèren en hem daarmee te confronteren. Hoe anders zal het gegaan zijn met de Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg. Allereerst barsten ze van het zangtalent. Daarnaast zoeken ze hun heil (gelukkig) niet in de hairmetal van Europe maar in traditionele folkliedjes met haarfijne vocale harmonieën. De jongedames van negentien en zestien jaar oud werden een paar jaar geleden uit het niets een YouTube-hit. In geheel feeërieke traditie zongen Klara en Johanna in een Zweeds bos een huiveringwekkend mooie versie van de Fleet Foxes' "Tiger Mountain Peasant Song". De vervolgens uitgebrachte The Drunken Trees-EP smaakte naar meer en nu is daar hun eerste langspeler The Big Black And The Blue. Wederom wonderschoon, hoewel gezegd dient te worden dat het album halverwege dreigt in te kakken. Dat ligt niet aan het songmateriaal maar aan het gebrek aan een wat avontuurlijkere productie zoals die op de EP wel aanwezig was. Alsof de zusjes ervoor hebben gekozen een valhelm en kniebeschermers te dragen in plaats van te vertrouwen op jodium, verband en pleisters.
File Under geeft i.s.m. de Melkweg enkele setjes van twee tickets én een cd weg voor de concerten in die twee zalen. En het enige dat je hiervoor hoeft te doen is dit formuliertje in te vullen.
File Under: Zalig zuiver zingende Zweedse zusjes
File Audio: [MySpace]
The Scene Is Now - Burn All Your Records
Eigenlijk vraag ik me wel eens af voor wie ik een stukje schrijf. Oké, File Under heeft prima bezoekersaantallen, maar hoeveel lezers zouden naast het bijhouden van de nieuwe releases er daadwerkelijk op basis van de recensie een cd aanschaffen? Geen idee. Af en toe komt er ook een re-release uit, bijvoorbeeld van het New Yorkse The Scene Is Now. Dan vraag ik me al helemaal af wie hier op zit te wachten. En dat is niet onaardig bedoeld. Ik denk namelijk dat het aantal liefhebbers tegenvalt, want hun Wikipedia ziet er bijvoorbeeld nogal onvolledig uit. Over deze band verschenen hier al eerder stukjes. Er was al een rerelease van Total Jive (1986) en Tonight We Ride (1988). En nu dus hun debuut Burn All Your Records, oorspronkelijk uit 1985. DubbelMono wist hier vorig jaar echter in zijn recensie over Total Jive al te melden dat deze release al een jaar uit was. En gezien de tijdsvolgorde zou dit logisch zijn, maar toch komt het debuut als laatste binnen. Een ding is echter duidelijk: al hun werk is op cd verkrijgbaar! Maar dit lijkt me geen overtuigend verkoopargument. Ik denk dat er voor de -mag ik zo arrogant zijn- de meer geoefende luisteraar genoeg te beleven is. The Scene Is Now brengt een avontuurlijke mix van blues, lo-fi, avant-garde en new wave. Onder de bekende bands kunnen ze Yo La Tengo als fan rekenen. Burn All Your Records lijkt me voor een potentiële fan een prima album om mee te starten. En als je het wat vindt dan ben je met twee andere albums compleet. Dat lijkt me te doen.
File Under: Tegendraads New York in de jaren tachtig
File Audio: [MySpace]
Week 13, 2010
Storm
Kevin Gilbert - Bolts / Nuts
Ewie
David Bowie - A Reality Tour
Ludo
Jason Falkner - I'm OK, You're OK
Gr.R.
Bang Band Sixxx - Relay
Ramon
Balthazar - Applause
André
John Grant - Queen Of Denmark
Prikkie
Status Quo - Live in Australia-Official Bootleg
DubbelMono
Bonnie Prince Billy & The Cairo Gang - The Wonder Show of the World
Bobby Kingsize - Summer Is Leaving Town
Ik haat het als er een fout in mijn File Under-boekhouding zit. Je moet weten, dat als een release eenmaal afgevinkt staat als 'done' in de database, dan verdwijnt 'ie gelijk compleet uit beeld bij alle spin-off (to do-lijstjes, releases met een concert in het verschiet etc.) die daaruit gegenereerd wordt. Heel vervelend als dit dan ook nog eens een Nederlandse release gebeurt, omdat ik vind dat die altijd een streepje voor hebben. Zo baalde ik dus gisteren toen ik bij het opruimen van de cd-kast de cd van Bobby Kingsize tegenkwam en me niet kon herinneren of ik een stukje geschreven had over hun acht tracks tellende EP Summer Is Leaving Town. Niet dus. Snel dat ding - wat boeit het mij verder dat'ie al een jaar oud is - in de cd-speler geschoven en de speakers eens flink laten gieren. Dat is namelijk waar deze EP heul goed geschikt voor is. Deze Utrechters gaan er vanaf seconde een vol in op deze EP en stoppen niet met rawken tot je oren tuten. In krap drieëntwintig minuten neemt Bobby Kingsize je mee op een classic ride. Openingsrit "Five To Twelve" heeft een fijn soort opgepompte Thin Lizzy-riff in zich waarover zanger Rutger Hoff Garciaans tekeer gaat. IJzersterke binnenkomer is dat. Verrassend is dat nota bene Gem-zanger Maurits Westerik in het volgende "All Night Long" komt buurten voor wat achterzang. Die associeer je toch niet gelijk met dit soort vuige rock uit het straatje van bijvoorbeeld Peter Pan Speedrock. Voor originaliteit hoef je in de rest van de zes tracks niet bij Bobby Kingsize aan te kloppen, maar voor een stevige dosis geweldige rawk ben je echter helemaal aan het juiste adres.
File Under: Beter laat dan nooit
File Audio: [MySpace]
Sungrazer - Sungrazer
Als je in één minuut in staat bent om te doen wat ettelijke stylisten de afgelopen jaren niet is het gelukt - het haar van Matthijs van Nieuwkerk in model blazen, dan weet je wat rocken is. Slechts 1/5de van het nummer "Common Believer" was genoeg om de babbelkoning van DWDD achter over te drukken in zijn stoel en in stilte te doen slikken. De vijf tracks die de debuut ep van Sungrazer telt, had er waarschijnlijk voor gezorgd dat Matthijs een hele week stil zou zijn. Want deze drie heren uit Limburg weten hoe je een goed stukje psychedelische rock neerzet. Met een goede lik aan invloeden uit de jaren '70, Pink Floyd, The Doors en wat later zware gitaren bands, houdt Sungrazer ergens het midden tussen de harde kant van Motorpsycho en de groovende kant van Monster Magnet. Het drietal stond in DWDD omdat zij Nu Of Nooit, de bandcompetitie van Pinkpop hebben gewonnen. Dit betekent dat Sungrazer het festival dit jaar mag openen. Met deze vijf nummers tellende cd, zou dat best eens een aardig springplank kunnen worden naar meer. Nederland heeft de laatste jaren namelijk een erg sterke hang naar bandjes met een ouderwetse rockvibe. Sungrazer past geheel in dat plaatje, met zelfs een productie die doet denken aan de jaren '70. Dus ook zonder Pinkpop een aan te raden schijfje, met vijf tracks die samen 35 minuten door je huis heen rollen.
File Under: Ook zonder Pinkpop een zeer aan te raden schijfje
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
The Secret Love Parade
Bear In Heaven - Beast Rest Forth Mouth
Meestal krijg ik een beetje jeuk van overdreven getrommel en percussie. Een optreden van Slagerij van Kampen lijkt me hel op aarde. Toch zijn de trommeltjes op opener "Beast In Peace" van Beast Rest Forth Mouth van Bear In Heaven best te pruimen. De band komt uit Brooklyn en dat is tegenwoordig een goed teken. Als dan Pitchfork het album ook nog een 8.4 geeft dan kan het toch eigenlijk niet minder dan briljant zijn? Bij vlagen is Beast Rest Forth Mouth dat ook. De percussie zorgt ervoor dat de elektronische psychedelica van de band nog een enigszins menselijks trekje krijgt. De ijle, bijna vrouwelijke zang van voorman Jon Philpot roept een fijn beklemmende en naargeestige sfeer op, zeker op een nummer als "Drug A Wheel" waarbij de begeleiding vooral uit ijskoude percussie en geluidseffecten bestaat. Een gemakkelijke plaat is het niet en vooral Philpots zang zal menigeen behoorlijk op de zenuwen werken, maar als je eenmaal in de vreemde wereld van Bear In Heaven verzeild bent geraakt, is er geen weg terug. Tijdens het beluisteren deed ieder nummer me uitkijken naar het volgende nummer, omdat ik eigenlijk toch vooral niets wilde missen. En dat gebeurt me niet vaak bij een album. Zelfs niet bij een album van een band uit Brooklyn.
File Under: Zelfs met trommels oké
File Audio: [MySpace]
File Video: [Lovesick Teenager]
Painted Air - Come On 69
Een bandje dat een cover opneemt van Moving Sidewalks moet wel iets hebben. In elk geval een goed gevoel voor onbekende briljantjes. Want "Every Night A New Surprise" zul je hoogstens tegenkomen op een curieuze sixtiesverzamelaar of een album dat de bronnen van ZZ Top probeert te exploreren. Moving Sidewalks' belangrijkste claim to fame is immers dat ZZ Tops Billy Gibbons lid was. Het Hamburgse (preciezer: uit St. Pauli afkomstig, zo melden ze trots op hun website) Painted Air bestaat uit liefhebbers. Niet alleen van obscure nummers, maar ook van een fijn analoog geluid voor hun met fuzz (de gitarist noemt zich niet voor niet Fuzzomazz) overgoten garagerock. De vette gitaarlicks worden bijgestaan door een uitermate smerig orgeltje en hoewel de basis vaak relatief simpele rock ‘n' roll is, is het een fijn psychedelisch sausje dat het geheel op smaak brengt. Een klein puntje van kritiek? Vooruit: het tempo kent wel erg weinig afwisseling (uptempo is het motto), maar dat wordt weer gecompenseerd door de lengte van deze plaat: met vijfendertig minuten klokken ze keurig op lp-lengte. Hoezeer de wereld van sixtiesfanaten en psychedelicaliefhebbers grensoverscheidend is blijkt overigens ook hier weer: de band is gevestigd in Hamburg, heeft een Deense zanger (en tot voor kort een Franse organist) en brengt Come On 69 uit op een Grieks label.
File Under: Kiezkicker
File Audio: MySpace
Archie Bronson Outfit - Coconut
Al bij de eerste tonen van Coconut wordt duidelijk dat Archie Bronson Outfit serieuze jongens zijn. Een stuwende en rondzingende gitaarriff, opgewonden percussie en een zanger die als een melodieuze Mark E. Smith zijn teksten in de microfoon spuwt. Heerlijk begin van het derde album van dit drietal uit Londen. Twee dingen vallen meteen op. Ten eerste de enorme bak galm. Zeker de zang klinkt alsof het in een lege badkamer is opgenomen. Irritant is het niet, het past eigenlijk wel goed bij de toch wel behoorlijk psychedelische begeleiding. Ten tweede de heerlijke effecten op het gitaargeluid. Zeker op de eerste nummers zorgt het metaalachtige gitaargeluid voor een aparte sfeer. Na de opener gaat het album overigens wel snel bergafwaarts. Het poppy en zeer ritmische "Chunk" is nog wel in orde maar de feedbackmuur met jankzang op "You Have a Right To a Mountain Life" ligt behoorlijk zwaar op de maag. Alsof PiLs Metal Box op 45 toeren gedraaid wordt. Het trucje duurt eigenlijk gewoon te lang. Halverwege het album verslapt mijn aandacht en begint vooral de zanger behoorlijk te irriteren. En als de afsluiter nou een klapper was geweest dan had het album nog enigszins gered kunnen worden, maar helaas is "Run Gospel Singer" een vervelende, overhaaste track met een stomvervelende melodie.
File Under: Half geslaagde Outfit
File Audio: [MySpace]
File Video: [Albumtrailer]
Boy Omega - The Ghost That Broke In Half
Zo lijkt Mew ineens heel invloedrijk in Scandinavië. Luisterde ik een tijdje terug al naar de avant-garde variant die Oh No Ono heet, deze week was Boy Omega aan de beurt. Een eenmansproject uit Göteborg, dat de meer elektronische en ook wat knulligere versie van eerstgenoemde band is. En net als Oh No Ono heeft hij in "No Light In The Lantern" ook een stukje sereen meerstemmig gezang in de aanbieding. Maar nog even terug naar het begin van The Ghost That Broke In Half, want het grappig getitelde "Black Metal Fairies" is de leukste album-opener die ik dit jaar hoorde. Ooit willen weten hoe Elliott Smith zou klinken als hij door pakweg Hot Chip was geproduceerd? Dit is je kans. Leuk arrangement ook, met op een paar strategisch geplaatste momenten wat noisy prikkeldraad om mij bij de les te houden. "Black Metal Fairies" vloeit naadloos over in "Follow The Herd" een liedje dat op Dear John van Loney Dear had gepast. 'Famous last words: Love' zingt Boy Omega op bijna larmoyante toon. Een tikkeltje fout, maar wel lekker en daar mag best een applausje tegenover staan, zoals dat dan ook letterlijk gebeurt. Een beetje een emokid is de jongen wel, in de episch-bombastische afsluiter "To Let Go" verwacht ik elk moment een 'woohoohoo'-refrein zoals 30 Seconds To Mars uit den treure herhaalde op hun jongste album. Boy Omega is op zijn best en oorspronkelijkst in het melancholische middengedeelte van het album waar hij in een reeks rustigere nummers dromerig peinst. 'The truth can be adjusted'.
File Under: Zweedse tristesse
File Audio: [Spotify]
Jenny Wilson - Hardships!
Als kind hebben de volwassenen me wijs proberen te maken dat heksen oude vrouwtjes zijn met wratten op hun neus. Dat bleek niet te kloppen, want op mijn weg naar de volwassenheid kwam ik Kate Bush en later Sinéad O'Connor tegen. Vorig jaar zag ik een optreden van Lykke Li en het beeld klopte weer niet. Bovendien blijken heksen van alle tijden te zijn en overal op te duiken. De nieuwste heks die ik ontdekt heb is de Zweedse Jenny Wilson. Al had ik haar kunnen kennen van haar gastbijdragen bij haar landgenoten van The Knife. Hardships! is haar tweede release dat in eigen beheer begin 2009 al uitkwam. Op de hoes staan geen bezems. Nee, zij is met een geweer kennelijk meer van het zwaardere gevaarlijke werk. Oppassen dus! Muzikaal hoor ik overeenkomsten met de eerder genoemde dames, maar ik wil ook even Emiliano Torrini noemen. Hardship! is sober, maar hier en daar toch poppy. Het blijft echter oppassen, want Hardships! kent ook invloeden uit de moderne R&B. Iets wat ik normaliter zou verafschuwen (ieder zijn ding), maar van Wilson kan ik het hebben. Ik vind dit echt zo'n mevrouw die na afgelopen jaar op Eurosonic gestaan te hebben, wel eens op Into The Great Wide Open op kon duiken. Het past in de relaxte sfeer van dat specifieke festival en Hardships! is een prima visitekaartje.
File Under: Beware!
File Audio: [MySpace]
File Video: [Like A Fading Rainbow]
Team William - Team William
'Wat een lekkere rommelige muziek is dit zeg.'
'Da's schijn hoor. De muziek van deze Belgen zit verdomd slim in elkaar.'
'Zijn dit Belgen? Grappig, dat hoor je er totaal niet aan af.'
'Het zijn echt Belgen. Team William deed het verdomd goed in de Belgische variant op de Grote Prijs, de Humo Rock Rally, twee jaar geleden. Ik geloof dat ze derde werden of zo.'
'Ik vind ze in ieder geval meer Amerikaans klinken dan Belgisch of Engels.'
'Zeker. Pavement, MGMT, Pixies, Los Campesinos!, ze rammelen het allemaal lekker door elkaar.'
'Zo'n liedje als dit openingsnummer ("London Lofi") is toch onweerstaanbaar met zijn jengelende orgeltje en rammelgitaar.'
'Ja en verderop staan er nog een paar van die irritante liedjes die zich binnen een vloek en een zucht in je grijze massa nestellen. Check dat "Me + My Hobby" maar eens, waarin frontman Flores De Decker een ijl stemmetje opzet.'
'Ik snap wat je bedoelt, maar geloof wel dat ik zijn stem wel een beetje het zwakke element vind van de band. Hier ("70%")lijkt 'ie wel een beetje op die zanger van Zita Swoon overigens, maar dat is ook niet mijn favoriete zanger.'
'Daar heb je een punt, maar ik vind dat flexibele in zijn stem wel zo handig. Want op één vastomlijnd trucje kun je deze band niet betrappen.'
'Het leukste vind ik ze als lekker los gaan zoals hier in "Lost Of The Dogs". Lekker ongecompliceerd rocken met heerlijk jengelkoortje.'
'Toffe band.'
File Under: Peptalk
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Have My Heart, Okay][Lord of the Dogs][You Look Familiar]
Koko Cohen - Bozophobia
Na me vanaf mijn twaalfde een paar jaar vooral met de Playstation te hebben beziggehouden wakkerde de Amerikaanse site Garageband.com in 1999 de interesse in muziek weer aan. Een van de eerste bands die ik daar tegenkwam was Dirty Laundry Bucket, ook wel DL Bucket genoemd. Een indiepopbandje uit Rotterdam dat het toen indrukwekkend goed deed in de charts van de site. Ik hing zelfs nog een tijdje rond op het forum van Jorg, Ties & co. De groep was geen lang leven beschoren, maar er vloeide wel een label/collectief uit voort. Laterax bestaat inmiddels alweer bijna tien jaar en heeft al die tijd met liefde en doorzettingsvermogen cd's uitgebracht en concerten georganiseerd. Hulde! Maar dan belandt deze door hun verzorgde release van Koko Cohen op mijn bordje. En ik zal er niet langer omheen draaien. Bozophobia is de enige cd die ik voor File Under heb beluisterd die ik nauwelijks uit heb kunnen zitten en ik heb toch genoeg avant-garde releases besproken. Na een eerdere poging, alweer maanden terug, wist ik niet hoe ik snel ik de cd weer onderaan de stapel moest schuiven. Deze zelfbenoemde 'Kokocore' vol ratelende glitches, scheurende orgelklanken, overstuurde hi-hats en een verdwaalde gabberbeat is echt onwaarschijnlijk slecht. Nagenoeg alle melodieën klinken alsof er in de software met wat willekeurige muisklikken in 't rond is gekliederd. Of is de kat van de inlay soms op de Moog losgelaten? In een nummer dat "Beertje" heet loopt een ballon leeg. Moet ik nog meer zeggen.
File Under: Koko ziet ze vliegen
File Audio: [Koko-Space]
Hipbone Slim & The Knee Tremblers - The Kneeanderthal Sounds of
Al gezien, al gehoord, al gespeeld: been there, done that. De heren die zich achter de naam Hipbone Slim & The Knee Tremblers verschuilen zouden het makkelijk en naar waarheid kunnen zeggen. Om vervolgens chagrijnige zeurpieten te worden die alle zogenaamd nieuwe muziek wegrelativeren. Maar daar hebben ze niet voor gekozen. Hipbone Slim aka The Bald Bomber aka Sir Bald Diddley, John Lard Gibbs en Bruce Bash Brand doen het gewoon allemaal nog een keer, maar nu in één band. Ze spelen rock ‘n' roll ("Eye of the Storm"), stoere blues ("Hung, Drawn And Quartered"), surfinstro's ("Camel Neck"), tsjakke-boem country ("No End In Sight") en rockabilly ("Gonna Give You Everything") alsof deze fijne oude genres gisteren pas voor het eerst gehoord zijn. Hoogtepunt is "Dig That Grave", hun eigen variant op "Dracula" van ZZ & De Maskers. Deze drie Britten doen het fris, enthousiast en waar nodig agressief alsof het jonge gastjes zijn die met veel bravoure de wereld willen veroveren. En dat doen deze rockers knap na al die jaren in zoveel verschillende bandjes te hebben doorgebracht. Ouderwets? Ja. Primitief? Zeker. Als Neanderthalers? Waar het nodig is. Gedateerd? Van z'n lang zal ze leven niet!
File Under: Van alle tijden, voor alle leeftijden
File Audio: Dog Leg
File Video: Train Kept A Rollin (live)
Levinhurst - Blue Star
Op zijn zachtst gezegd is de carrière van Lol Tolhurst niet echt vrij van smetjes. Begonnen als de superstrakke drummer en creatieve rechterhand van Robert Smith in de legendarische topjaren van The Cure, eindigde hij aan de zijlijn met twee vingers dreutelend op een keyboard. Oorzaak: grondig en langdurig drankmisbruik. Maar de tijd staat niet stil en de inmiddels vanuit Los Angeles opererende Tolhurst verraste na een lange radiostilte enkele jaren geleden menigeen met zijn nieuwe project Levinhurst. Oorspronkelijk als duo opererend met vrouw Cindy als zangeres op een bedje van minimale elektronische sounds, is de band op dit derde album terug naar de roots door ook echte trommels en gitaren te gebruiken. Met als opvallend nieuw bandlid Michael Dempsey (ook bekend van de eerste The Cure-bezetting) weet Levinhurst de argeloze luisteraar aardig te verrassen met deze uiterst sfeervolle en relaxte verzameling songs. Die sfeer doet een beetje denken aan de eerder genoemde Cure op albums als Faith maar de groep heeft toch haar een eigen smoel. In songs als "Saragosso" en de spookachtige opener "Here and Now" is de spaarzame instrumentatie precies op maat waardoor de stem van Cindy als een zomerwind in je oren wordt geblazen. Het prijsnummer is toch wel "Mau Mau" met zijn haast Morricone-achtige woestijnsfeer. Al met al biedt Blue Star vredige, wat weemoedige muziek die een groter publiek zeker zou kunnen aanspreken.
File Under: Genezen verklaard
File Audio: [MySpace]
File Video: [Mau Mau]
Jennifer Delano - Rape the World
Apart. Dat mag je Jennifer wel noemen. Ze heeft al een gigantisch YouTube-kanaal, tv-programma's, een GeenStijl-topic, meer kunst- en mediaprojecten dan Lowlands er kan huisvesten, ze is een Twitter-junk en met dit debuutalbum gaat ze nu dus de muziekgeschiedenis in. Van achteren. 'Ik kwam een producer tegen die de halve wereld wilde beledigen, en toen bood ik maar aan om de andere helft te doen', aldus Jennifer (5:40). Er zit ook een visie achter: 'Ik denk dat je alles uit het leven zou moeten halen, en wanner dat niet normaal kan, mag daar ook wel wat geweld bij.' Rape the World is pure cult, absoluut de belachelijkste plaat sinds Durwood Douche. Dat begint al bij het dankwoord in het boekje. 'Jennifer wishes to thank herself. A million times over and over. And then again. And again.' Muzikaal valt er dan ook veel te bedanken, met name voor het feit dat Jennifer maar vijf liedjes heeft opgenomen. Zonder daarbij echter het talent van Lady GaGa of zelfs maar Ellen ten Damme te evenaren. De kreunende 'flat beat' onder "I came to the city of Amsterdam" maakt het nummer ideaal voor ruigere bedscenes, en ook vocaal bereikt Jennifer hoogtepunten. Daar omheen volgt wat verkrachte bruine Goldfrapp-jazz om bij te komen ("Just the way", "Date Raper"), waarna je als luisteraar uiteindelijk nog het hardst genaaid wordt met "Porn Addict". Dat moet wel een hit gaan worden als Jennifer er een clip bij opneemt (heeft iemand een link? Hij is echt geweldig!) De reggae-versie op het eind is al even hilarisch, maar ja, het punt was al gemaakt. Wie het volhoudt om de tweede helft van Rape the World uit te zitten wordt getrakteerd op nóg vijf romige acidremixen van "I came to Amsterdam", die allemaal even uitgerekt als freaky zijn. Eén keer hard lachen, daarna een onderzetter voor in de parenclub.
(Instant Update: vanavond was Jennifer's producer te zien op Nederland 3 met zijn 'hidden sound system')
File: Jennifer Delano - Rape the WorldFile Under: Luisteren met je pik
File Video: [I came to the city of Amsterdam]
Pharaohs - We've Tried Nothing And We're All Out Of Ideas
Als je als piepjong indiebandje een strakke en frisse debuut-EP kan maken zoals Pharaohs dat doet met We've Tried Nothing And We're All Out Of Ideas, dan zou je het misschien nog wel eens ver kunnen schoppen. Thuis in Engeland hebben ze al een lift gekregen van niemand minder dan BBC's Steve Lamacq. De single "Squashed Against My Wall" werd door hem uitgeroepen tot plaat van de week. In ons land is het wachten op een wakkere 3FM-deejay die ze oppikt, want Pharaohs heeft alles in zich om door te breken. Het viertal maakt ongevaarlijke, maar bijzonder aanstekelijke indierock met een alternatief randje. En het is dat randje dat bij elk van de nummers nét even anders klinkt en de EP zo interessant maakt voor een groot publiek. Deze jongens schakelen soepeltjes van indiepop naar wiskundige noiserock naar Police-post-punk zodat liefhebbers van namen als Drive Like Jehu, Bloc Party, Pinback, Incubus en Foals hier prima aan hun trekken kunnen komen. Geen minuut is hetzelfde omdat de nummers vol zitten met breaks, riffjes, tempowisselingen, bruggetjes en crescendo's. Dat maakt het spannend en afwisselend, maar zonder dat het te moeilijk of pretentieus wordt en dat maakt deze band verdraaid sterk. Eén dingetje zit me wel enigszins dwars: de zang. Pharaohs zingt op de meeste tracks zoals Blink 182 en al die andere honderdduizend Amerikaanse genregenoten dat doen: lange emo-noten, veelal meerstemmig gezongen met weinig dynamiek. Zo afwisselend en spannend als de muziek is, zo eenvormig kan de zang worden. Jammer, maar voordat dit echt storend wordt zijn de zeven nummers van deze overigens perfect geproduceerde cd al voorbij. Ik ben benieuwd hoe Pharaohs zich ontwikkeld heeft als ze hun eerste volwaardige album op de wereld zetten. Geef deze jongens ondertussen een bootticket naar Hoek van Holland en zet ze op de zomerfestivals. Succes verzekerd.
File Under: Jong en Veelbelovend
File Audio: [Pharaos on MySpace]
File Video: [Squashed Against My Wall]
The Go Find
Dieter Sermeus begon zijn muzikale carrière ooit in de band Orange Black, maar was het groepsstramien in 2004 beu en hij sloot zich op in zijn zolderkamer. Om uiteindelijk weer met zijn soloproject The Go Find te voorschijn te komen. Inmiddels is het 2010, zijn we drie platen verder en heeft hij gewoon weer vijf bandleden om zich heen verzameld. Tijd om de man eens aan de tand te gaan voelen voordat hij in Leuven het podium opstapt.
Lees verder..Goldheart Assembly - Wolves And Thieves
Het debuut Wolves And Thieves van Goldheart Assembly, uit Londen, is een paar nummers onderweg en ik geloof het wel. Dit is zo'n plaat waarin teveel op het recept is gelet en te weinig op de ziel. Gloedvolle samenzang à la Fleet Foxes en Grizzly Bear? Check. Subtiel doorschijnende slide-guitar? Check. Goede liedjes? Check. Strakke band? Check. Goed geluid? Check. En toch voel ik het niet. De belletjes op "Anvil", de dansbare opener "King Of Rome" om de luisteraar vast te houden, ik kijk/luister er dwars doorheen. Goldheart Assembly doet veel goed, en dat is hem nu net het probleem. De ziel is weg, de zang klinkt te algemeen. Nergens hoor ik de band zichzelf definiëren, kristalliseren uit deze reeks liedjes die stuk voor stuk het resultaat zijn van minutieus bestudeerde helden. Ik waan me jurylid van De Nieuwe Grizzly Bear, of De Nieuwe Fleet Foxes, geprogrammeerd op de zaterdagavond bij één of andere familiezender. En ik mag het zeggen: ‘Goldheart Assembly, vanavond eindigt hier voor jullie ‘De Nieuwe Grizzly Bear.'' Dag.
File Under: Teveel recept, te weinig ziel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Albumpromo]





















































































































































