Ari Hest - Twelve Mondays
Ari Hest is een naam waar ik nog nooit van gehoord had voor ik zijn cd Twelve Mondays in de cd-speler legde. Toch heeft hij de afgelopen jaren al een behoorlijk aantal albums uitgebracht. Die ga ik binnenkort eens opsnorren, want ik vind het jammer dat niemand mij eerder op hem geattendeerd heeft. Wat Hest op Twelve Mondays zijn luisteraars voorschotelt, is namelijk prachtig. Hij heeft een fluweel-bruine stem die me doet denken aan Del Amitri’s Justin Currie. Al klinkt er ook af en toe een vleugje Chris Martin door. Zijn liedjes zijn niet uitbundig, wel subtiel en een tikje weemoedig. Precies de toonzetting waar ik van houd bij een singer-songwriter. Gelukkig zorgt Hest wel voor voldoende afwisseling in de twaalf liedjes op Twelve Mondays die vaker korter dan langer duren dan drie minuten. Waarom zou een mooi liedje ook langer moeten zijn? Hij gaat niet alleen maar navelstaarderig zitten mijmeren en te tokkelen op zijn gitaar en pakt ook met speels gemak een catchy, bijna Jason Falkner-achtig liedje uit de kast met "I’ll Be There". En in "Cranberry Lake" is er volkomen onverwacht een vrouwenstem die de microfoon overneemt en meeloopt met de akoestische gitaarlijnen van Hest. De zang op laten lopen met de gitaar, dat is overigens wel kenmerkend voor veel de songs van Hest. Tijdens "Morning Streets", waarin hij peinzend zingend de straten van Londen in de ochtend doorbanjert, loop je zo als een kind achter de rattenvanger van Hamelen achter hem en zijn akoestische gitaar aan. Dat zouden meer mensen moeten doen, want de aandacht die Hest tot nu toe gekregen heeft in Nederland is veel te schaars.
File Under: Sterke singer-songwriter
File Audio: [MySpace]
U.S. Christmas - Run Thick in the Night
Neurot Recordings, een van de moederbedrijven van Neurosis, heeft weer wat. USX oftewel U.S. Christmas is hun nieuwste Sombermans Actie. Deze bergjongens uit de Appalachen, het Oostelijk bergmassief dat zich uitstrekt van Newfoundland tot aan de Mississippi-delta hakken geen hout meer en onderhouden duidelijk geen berggeitjes. Deze lumberjacks vermaken zich in de berghut met een pilletje en bergen wiet. Zo is deze vijfde cd een tandje sneller en toegankelijker dan Sleep of Goatsnake. De plaat is echter net zo mistroostig en weemoedig als Scott Kelly in zijn vrolijkste dagen. Zie Run Thick In The Night als het doemdenkende broertje van Monster Magnet’s Spine of God of ons eigenste eerste product van 35007. Beste wapenfeit is in elk geval "Wolf On Anareta", een psychedelische wonderproductie waardoor begin jaren negentig een geheel nieuw subgenre is ontstaan. Maar net zo gemakkelijk draait U.S. Christmas zijn hand niet om voor een potje folk-troubadourisme of kabbelende Dirty Three-melancholiek. Ergens gaat Run Thick In The Night gebukt onder het natuurgeweld van de bergen, de bijbel en de geïsoleerdheid van het bestaan van deze heren. Een vriendin van me is fotografe en zij kan nog steeds niet uitleggen welke indruk je krijgt als je je zes maanden laat ondersneeuwen bij bijvoorbeeld Poker Creek. Die machteloze, vrijwillige detentie komt overduidelijk naar voren op deze cd. Dat is dus heel wat anders als een weekend vastzitten in een Oostenrijkse skihut met de Frogers.
File Under: The hills are alive with the space of music
File Audio: [Christmas-Space]
I'm Not A Gun - Solace
Als in de bio van een band te lezen valt dat de gitarist een 7-snarige gitaar bespeelt, is de recensie bij mij meestentijds al half geschreven. Een normaal vrij open houding ten opzichte van nieuwe muziek slaat pardoes op slot, het lichaam verstart naar een zure Waldorf en Statler pose en de oren maken zich op voor wiskundig Dream Theater geneuzel (waar deze dus niets mee hebben). Nog voor dat ik de plaat had gehoord, zat ik dus al helemaal klaar om een zuur stukje over egomasturbatie en emotieloze techniek te schrijven. En dat valt te betitelen als vooringenomenheid. Want met nog geen minuut aan speeltijd van Solace blijkt al dat het duo I’m Not A Gun een geheel ander pad bewandelt. Atmosferische jazzrock met elektronische randen die het ene moment in de richting van de fijnere post-rock waait en dan de wind van de rustieke ambient lijkt te volgen en over de volle drie kwartier een fijne bries door de losse haren jaagt. Uiteraard is ook deze 7-snaren koning een begenadigd gitarist, maar al zijn kunstjes staan in dienst van de muziek. Herhalende maar voortdurende uitbouwende rifjes komen in botsing met drijvende drums of een kabbelende drumcomputer. Veel van de motiefjes lijken geïnspireerd door loopjes uit de wereldmuziek, maar worden voortdurend aangevuld met iets tegendraads. Een stuk vrijheid in de muziek dat elke luisterbeurt opnieuw lijkt te ontstaan. Techniek en teveel snaren die toch leidt tot emotie. Geen betere manier om er op gewezen te worden dat alleen ‘rood is stoppen’ een geldig vooroordeel is. Want dan toch lopen, doet erg pijn.
File Under: Pas op de plaats
File Audio: [Gun-Space]
Electric Wire Hustle - Electric Wire Hustle / Fat Freddy's Drop - Live At Roundhouse
Dansmuziek uit Nieuw Zeeland. Verder dan Recloose (maar Matt Chicoine is eigenlijk een Amerikaan) en Fat Freddy’s Drop kwam ik ook niet. Het trio Electric Wire Hustle heeft elementen van eerder genoemde acts: de drummer van Recloose’s liveband is EWH-lid, en zanger MaraTK is minstens zo zoetgevooisd als FFD’s Joe Dukie. Zeker als de ritmes richting Kingston lonken, is de vergelijking met Dikke Freddy makkelijk gemaakt. EWH is echte meer hiphop dan reggae, de basdrum hamert werkelijk tegen je oorschelpen. Dat geweld, de verleidelijk zang en een felle anti-atoom-aanklacht als ‘Burn’ bewijzen dat EWH wel een sfeertje kan bouwen, maar er is meer nodig voor goeie liedjes.
Die hebben de landgenoten van Fat Freddy’s Drop wel, ze nemen er zelfs behoorlijk de tijd voor. Geen enkel nummer op hun tweede live-plaat klokt onder de tien minuten, dus daar mag je als luisteraar best even bij gaan liggen. In vergelijking met de studioversies duren de live-uitvoeringen twee keer zo lang. Helaas zijn ze niet dubbel zo goed. Zestien minuten meegrooven op het doordenderende Shiverman (het meest house-y nummer hier) is geen straf, als je erbij was in het Londense Roundhouse tenminste. Thuis op de bank weet je het halverwege wel. Of had ik die joint toch helemaal moeten oproken?
File: Fat Freddy's Drop - Live At Roundhouse
File Under: Sounds nice, mate
File Audio: [MySpace EWH][MySpace FFD]
Max Richter - Infra
Max Richter houdt het op zijn nieuwste album simpel: er staan dertien nummers op die eigenlijk maar twee titels hebben: "Journey" (1-5) en "Infra" (1-8). Wat muzikaliteit betreft is er ook niet per se bijster veel te beleven, er is de altijd terugkerende piano, er zijn wat strijkers, en we horen tekstsamples en gebliep en gepiep op de achtergrond. Dit gezegd hebbende moet ik bekennen dat ik het album toch gewoon weer een meesterwerkje vind. Waarom dat is? Omdat Richter de meester is van de balans. Hij geeft niets voorrang, alles krijgt zijn eerlijk verdiende plek toebedeeld. En daarom is de piano af en toe een minuutlang niet te horen. Komen de samples hier en daar wat meer naar voren en hebben de strijkers soms de hoofdrol. Richters composities zitten vol gevoel, en of dat nu gehuicheld is of niet kan me eigenlijk niets schelen. Zeker zijn pianostukken maken me verliefd. Zijn overgangen zijn elke keer weer gelikt (en dat bedoel ik inderdaad niet alleen positief). En zijn samples zijn wat aan de eentonige kant. Desalniettemin vertelt Richter met dit album weer een prachtig verhaal dat ik met mijn oren lezen mag en blijven lezen wil. Ik reis met Richter mee. Zo trekken we over heuveltjes en door ondiepe dalen, want nergens spatten de vonken er écht vanaf. Met uitzondering van "Infra 5" dan. Al met al een album voor wie sowieso al van de muziek van Max Richter hield. Niet het album waarmee hij veel mensen zal verrassen. Gewoon heel mooi, maar meer van waar al zoveel van bestaat.
File Under: Neoklassiek
File Audio: [Richter-Space]
Autolux - Transit Transit
Het trio Autolux uit Los Angeles heeft het fikse aantal jaren tussen hun debuut Future Perfect en Transit Transit gebruikt om eens lekker op de vierkante millimeter te puzzelen. Dit is een album van echte geluidskunstenaars geworden. Of minder pretentieus gezegd, een album waarbij het vooral genieten is van mooi gevonden, of leuk in elkaar geknutselde geluidjes. Een mooi voorbeeld zit al meteen in de titeltrack en opener, waar een koor van trieste gepitchte stemmetjes over de ratelende beat en piano-akkoorden zweven. De band bestrijkt een groot gedeelte van het indie-spectrum, want naast dit soort elektronische nummers, die tot mijn favorieten behoren, zijn er ook liedjes als "Census", met Sonic Youth-achtige akkoorden. Al wordt het dissonante gehalte ook daar als het ware opgeheven door de zachte, ijle stem van Eugene Goreshter en getingel op een xylofoon. "Census" loopt fraai over in "Highchair" en duistere groove, zoals The Xx ze ook speelt. Of "gewoon" een liedje voor Kid A, ook zo'n plaat waar indie-jongens met de computer aan de slag gingen ten slotte. En als de computers eens een dagje niet mee willen werken worden onze vrienden "drunk and sad" en krijg je piano-ballades als "Spots". The Sophtware Slump van Grandaddy in een fris jasje. Heerlijk. Maar om terug te komen op de geluidjes, nog nog wat leuker zijn loops als die van "The Bouncing Wall". Een onbestemd vocoder-geluidje en een kunststukje op zich, niet echt in woorden te vangen. Maar dat deze jongens uw aandacht verdienen is zeker.
File Under: Alle details op de juiste plek
File Audio: [Autolux-Space]
49 Swimming Pools - Triumphs And Disasters, Rewards And Fairytales
Eigenlijk was het niet vreemd dat ik schrok van de bandnaam. Het zou toch niet zo zijn dat ik een stukje moest schrijven over een band waarvan de zanger op een bizarre wijze een einde aan zijn leven maakte? Hoeveel bandnamen zijn er immers met Swimming Pool erin? Het bleek echter niet om het Engelse Oú Est Le Swiming Pool te gaan, maar om het Franse 49 Swimming Pools. De bekendste naam in dit trio is die van Emmanuel Tellier die de muziek en teksten schrijft. 49 Swimming Pools brengt lo-fi, zoals we die kennen van Sparklehorse en neigt af en toe naar een wat groter bombastisch gebaar van Mercury Rev. In potentie is Triumphs And Disasters, Rewards And Fairytales er eentje die ertoe had kunnen doen en veel alternatieve zieltjes had kunnen winnen. Er is echter wat vreemds aan de hand met de mix. Het is net of er een lijn getrokken is waar het instrumentarium onder moet blijven om vooral de lijzige stem van Tellier niet aan te tasten. Dat maakt echter, omdat er weinig up-tempo nummers te vinden zijn, het een wat saaie plaat. Dat is zonde, want er schijnt toch twee jaar aan dit album gewerkt te zijn en met een breed instrumentarium waaronder een piano en een ingehuurde blazerssectie zou het toch moeten kunnen knallen.
File Under: Niet duiken en springen in het zwembad
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Goodbye Song]
Hee File Under, wat doen al die Spotify-logo's hier?
Goed gezien. Dat is nieuw. Als je bij een recensie op zo'n logo klikt, kun je vanuit je browser het programma Spotify openen, zodat je het album of de artiest in kwestie meteen legaal, volledig én in de hoogste kwaliteit kunt beluisteren. Da's nog eens wat anders dan de 'File Audio'-links die we al hadden, waarbij we maar zelden blijvend naar het hele album konden linken.
Spotify is een 'streaming' muziekprogramma (waarbij je de muziek dus niet kunt opslaan op je harde schijf). Net als bijv. iTunes moet je het dus apart op je computer installeren, het werkt náást de browser. Pas sinds enkele maanden is Spotify beschikbaar in Nederland; het is de eerste gratis én legale webdienst met een breed aanbod aan muziek. Spotify is gratis, maar bevat wel reclame. Het bedrijf verdient zijn geld met advertenties en betaalde abonnementsvormen, zoals Spotify Premium. Er is slechts één "nadeel": je moet als luisteraar zelf beslissen wat je eigenlijk wil horen. Wij verdienen er niks aan: File Under doet slechts suggesties :-)
Lees verder..Ernst Jansz - Dromen van Johanna
Oeps. Officiele homepage van de schrijver/musicant (sic). Het staat er echt als je de naam Ernst Jansz googelt. Dat belooft niet veel goeds voor iemand die het op zich genomen heeft om een album te maken met vertalingen van Bob Dylans liedjes. Eerder was dat al gedaan door het illustere schrijvers- en vertalersduo Erik Henkes en Robert-Jan Bindervoet. Maar zij zongen er niet bij. Ernst Jansz, groot geworden in CCC Inc. en Doe Maar, doet dat uiteraard wel. En de eindconclusie is dat hij dat stijlvol gedaan heeft. In de loop der jaren heeft ook de stem van Ernst Jansz een aardig braampje gekregen. Hij brengt dan wel niet het schuurpapieren geluid van de grote meester voort, maar daar moeten we - al is het maar voor de verstaanbaarheid - vooral blij mee zijn. Ernst Jansz heeft twaalf min of meer klassieke Dylan-songs uitgekozen, vertaald, muzikaal wat bewerkt en ingezongen. Meest opvallend is de keuze: tien van de twaalf nummers stammen uit de jaren zestig, ongetwijfeld de vormingsjaren van Jansz. De vertalingen zijn nauwkeurig: wat ook in het origineel onbegrijpelijk is, wordt er hier niet duidelijker op, maar ook niet duisterder ("A Hard Rain’s Gonna Fall" heet hier bijvoorbeeld gewoon "Zware Regen"). Extra pluspunten zijn er voor de hoes van Peter van Dongen, geïnspireerd op Bringing It Al Back Home en het boek met brieven over deze vertalingen dat, inclusief CD, een dezer dagen in de winkel ligt.
File Under: Dylan vertaald
File Video: [Voor Ramona][Als een vrouw (uit: The Making of…)]
Electric Moon - Lunatics
Het overvalt me elk jaar waar. De nacht ligt vanuit het niets dichter bij de dag. 's Morgens op de fiets moet eigenlijk mijn lamp weer aan. Het schemert. 's Avonds moet ik hollen om niet in het donker thuis te komen. Het zijn niet mijn beste maanden. Altijd handig om dan een elektrische maan bij je te hebben om de boel te verlichten zou je zeggen. Wat dit Duits/Oostenrijkse gezelschap echter laat horen op Lunatics geeft maar spaarzaam licht. Het trekt je wel even helemaal los uit je omgeving en zuigt je richting het zwarte gat. Inderdaad, Electric Moon maakt melkweg-verslindende spacerock. Aan de hand van de alom pedalerende wah-wah van Sula Bassana trek je in vijf kwartier (en slechts vijf songs) de hele sterrenhemel langs. Het gaat te ver om Bassana de hedendaagse koning van de wah-wah te noemen, hij weet als geen ander hoe je dit hulpmiddel vrijwel permanent in kunt zetten zonder het als luisteraar je de strot uit gaat hangen. Het kortste nummer op Lunatics is een cover van Eric Burdons "Hotel Hell". Dan snap je wel waarom de rest van de songs bijna geheel instrumentaal is, want de combinatie van zang van bassiste Komet Lulu en Sula gaat prima samen, maar accentloos is-ie niet. Toch is het wel een prettig intermezzo, zo tussen alle gierende afterburners door. De wah-wah dobbert wat rustiger in het luchtledige en de orgels zijn warm 70's. Tekstueel past het ook nog eens prima in de ruimtereis waar je je in bevindt. Je bent daarna ook helemaal klaar voor het drieëntwintig minuten klokkende "Moon Love" dat een kolkende bui als een dolle hallucinerende prikkels uitzendt terwijl je gehypnotiseerd wordt door de prevelzang van Lulu. Voor je het weet is het weer licht.
File Under: Wah-wahs all over
Shizoey - Lineaments / Fallingice - Meatsuit
Van distributeur Clearspot ben ik wat anders gewend dan wat me bij Shizoey wordt voorgeschoteld. Doorgaans is Clearspotmateriaal op zijn minst retro, niet de crossoverklanken die ik in de eerste nummers krijg voorgeschoteld. Je ziet deze drie Oostenrijkers bij wijze van spreken op z'n Mike Muirs over het podium springen. Even later wordt er flink gas teruggenomen en heb je het idee naar een rauw Britpopbandje te luisteren. Op andere momenten gaat het weer richting stoner. U begrijpt het al: dit is iets teveel een allegaartje om te beklijven. Als je bovendien nog een paar keer kreupel Engels langs hoort komen en de productie niet veel om het lijf blijkt te hebben, is het resultaat een album met een paar uitschieters, maar te weinig om echt te bekoren.
De leden van Fallingice noemen zich Bem, Vice en Fab. Wat enorm 1980! De muziek is echter allesbehalve 1980. Dit Italiaanse trio legt zich toe op een soort Nirvana-schreeuwrock met wat emo-elementen. Zanger/gitarist/songschrijver Vice is als zanger het meest overtuigend wanneer hij zijn schreeuwstem opzet, maar op die momenten gaat het ook in de begeleiding in Nirvanamodus. Dat kan heel aangenaam zijn, maar niet als het in veel gevallen uitpakt als een soort Nirvana op valium. De drums hebben nergens de stuwende kracht die ze bij Dave Grohl hadden, de songs zijn aardig maar hebben niet de bedrieglijke eenvoud van Nevermind of de intensiteit van In Utero. Wat rest is een indiebandje dat aardige songs heeft, die aardig uitvoert en daarmee nul indruk maakt. Helaas.
File Under: Merkwaardig allegaartje
File Audio: [ShizoeySpace]
File: Fallingice - Meatsuit
File Under: Op de grote hoop
File Audio: [IceSpace]
Ray LaMontagne And The Pariah Dogs - God Willin' & The Creek Don't Rise
Ray LaMontagne is een wat zonderlinge man. Woont op een boerderij in de Amerikaanse staat Maine met vrouw en twee kinderen. Niemand weet heel veel van hem en weet bijvoorbeeld wie zijn vrouw is, en of het zijn kinderen zijn. Hij geeft vrijwel nooit interviews. Zijn debuutplaat Trouble (2004) deed een roerig verleden vermoeden. "Hannah" suggereert dat LaMontagne vroeger flink naar de fles greep, en in "Jolene" bezingt LaMontagne de ‘cocaine flame’ in zijn aderen. Op opvolger Til The Sun Turns Black leek hij die demonen al goed de baas, en plaat nummer drie Gossip In The Grain liep zelfs over van liefde voor de medemens en de natuur in het bijzonder. En dat was precies waar het bij LaMontagne’s fans enigszins begon te jeuken. Hij leek ietwat té gelukkig; zijn vroegere demonen hadden hem spannender muziek opgeleverd. Hem vragen doelbewust wat meer ellende op te zoeken zou wat ver gaan, maar verdomme wat zou het weer veel moois opleveren. Nu is er plaat nummer vier: God Willin’ and The Creek Don’t Rise. LaMontagne’s demonen zijn nog altijd niet terug, maar de liedjes zijn ouderwets goed. Voor het eerst is de band waarmee hij toert ook zijn studioband, en dat geeft de plaat een organisch karakter. De productie is luchtig en open, ook in de ruim zes minuten lange albumopener "Repo Man". Het is meteen het felste nummer van de plaat, dat je al stampend en scheurend bij de les houdt. LaMontagne’s hese stem doet het goed op zowel dit soort rockers als slepende ballades, getuige het wonderschone "New York City’s Killing Me". LaMontagne mag zijn demonen dan wel bedwongen hebben, zijn nieuwe plaat is zijn sterkste sinds zijn debuut.
File Under: Folkrock van hoog niveau
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Trentemoller - Into The Great Wide Yonder
Pas toen ik al in augustus op de lokale tweedehands-cd-markt in Nijmegen een Duitse handelaar zag staan die Into The Great White Yonder voor 10 euro aanbood, besefte ik dat het album geflopt was. Bevrijdend gevoel. Zo terecht! Allemachtig, wat vond ik het eigenlijk al een kutplaat. Even voorzichtig rondvragen bij een andere fan: inderdaad, die vond zijn debuut annex minimal-conceptalbum The Last Resort ook veel en veel fijner. Dat vond ik maar een monotoon kriebelige pornosoundtrack, maar ik snapte het tenminste nog ergens. Echt fan ben ik van Anders Trentem�llers intrigerende verzamelaar en zijn vermaarde livetour, waarbij hij (o.a. op Lowlands 2007) Last Resort knap naar een bandgeluid vertaalde. Een spannend, filmisch, Deens tapijt van elektronica. En dat schept dus verwachtingen. Into The Great White Yonder heeft van zichzelf al een western-achtig 'bandgeluid', dat in combinatie met alle moderne synths en beats genoeg potentie heeft om Echt Goed Gevonden Te Worden. Ook in de liedjes hoor ik interessante motiefjes en complexe soundscapes. "Past the Beginning of the End" is net zo'n spookachtig woestijnnummer als single "Sycamore Feeling". Ik verwachtte dat ik er met de tijd wel aan zou wennen, en ik heb veel tijd verspild om in de Grote Witte Ginder enige spanning te ontdekken. Het valt vies tegen. De inwisselbare, zweverige wolkenbrij op de hoesfoto is verpletterend typerend. Je kunt er niet op chillen, je kunt er niet op dansen, het is vooral vaag en vervelend. In "Neverglade" doet de zanger van de Guillemots (van wie ik ook fan ben) nog een manmoedige poging om een liedje neer te zetten, maar ook dat strandt nog ruim v��r de mengtafel. Al met al is dit album een behoorlijke teleurstelling als je Trentem�ller zo strak gewend bent als in 2007, en de 'luxe' editie bevat enkel twee weinig bijzondere clipjes extra die ook op internet staan. Het enige lichtpuntje zijn de remixen. Die staan niet op het album; er is een aparte remix-EP bij "Even Though You're With Another Girl" gemaakt, waarop de Pantha du Prince-remix het dodelijk saaie origineel duidelijk verbetert. Zeg Anders. Doe eens wat anders.
File Under: Zooitje
File Audio: [Trentemoller - Even Though You Are With Another Girl (Pantha du Prince Vocal Remix)]
File Video: [Even Though You Are With Another Girl]
Piebald - Volume I
Er zijn zat emo-liefhebbers die de eerste cd('s) van Sunny Day Real Estate niet te beluisteren vinden door de stem van Jeremy Enigk. Te fragiel, te zeer tegen het valse aanschurend. Die mensen zullen waarschijnlijk ook nooit warm gelopen hebben voor Piebald. Want Travis Shettel is de overtreffende trap van Enigk. Hoger, ieler en nog vaker tegen het valse aan. Ik vind het gaaf. Het gaf de helaas in 2008 opgedoekte band nog een extra lading emo. Op The First Ten Years (Volume I) gaat hier nog even een schepje bovenop doordat de band voor een deel van deze verzamelaar een stapel demo's onder het stof vandaan gehaald heeft die tot nu toe lastig of niet te verkrijgen was. De dubbel-cd behandelt chronologisch de jaren 1995 tot en met 1998. Daardoor hoor je het geluid langzaam verschuiven van de explosieve hardcore van de Geek Of The Week-demo (1995) naar meer melodieuze emo uit het straatje van Sunny Day Real Estate eind jaren negentig. Al bleef Piebald wel altijd iets gruiziger. Op de demo's voor het in 1999 te verschijnen If It Weren't For Venetian Blinds, It Would Be Curtains For Us All klinkt de band zelf meer als Weezer. Maar de luchtigheid die de Weezer-demo's wel hadden ontbreekt bij Piebald volkomen.
File Under: Ongemakkelijke, edoch prettige verzamelaars
File Audio: [MySpace]
Old Crow Medicine Show
Lea - Can I Come By?
We hebben in Nederland een country(kuch)ster die denkt dat je plaat pas echt internationaal klinkt als je die in Amerika opneemt met een pak dure hired guns. Dat je je liedjes het beste samen met een voormalige poedelrocker kunt schrijven. En dat je voor de fotografie en je clips door de visagie-mangel moet worden gehaald zodat je eruit ziet als een Oost-Europese pornoster. Daar heeft Ilse DeLange inderdaad gelijk in, zult u zeggen, kijk maar naar het succes van haar recente plaat Next To Me. We hebben in Nederland ook een countryster (niks kuch) die het niet van uiterlijk vertoon moet hebben, die wel naar Amerika is geweest om te spelen en inspiratie op te doen maar haar eigen geschreven liedjes gewoon in Weesp opnam met een stel gezonde Hollandse jongens. En die daarmee eerlijker, puurder, geloofwaardiger en ontroerender is dan de ex-schoenenverkoopster uit Twente. Lea is hoorbaar onder de indruk geweest van Loretta Lynn, Lucinda Williams en Bruce Springsteen, ze maakt dus ook verhalende liedjes over heimwee naar huis, over relaties die niet helemaal lekker lopen, over ziekte en dood. Of over Eric Clapton. Can I Come By is vooral zo geslaagd omdat je voelt dat alle liedjes persoonlijk zijn, dat Lea niet eerst aan het effect dacht maar of het verhaal wel goed genoeg was. De schitterend-wanhopige afsluiter "My Side of the Wall" is ook nog eens (samen met Charlie Dée’s "Leaving Me") het mooiste huilliedje van het jaar.
File Under: Mag altijd langskomen
File Video: [YouTube-bootlegs][Promovideo]
ReVamp
Eind mei is na lang wachten de plaat uitgekomen waar ik al enige maanden naar uitkeek: het debuut van Revamp. Het is de nieuwe band van voormalig After Forever-zangeres Floor Jansen, eigenaresse van een van Nederlands beste metalstemmen. Als ik eenmaal de kans krijg om haar door te zagen over de nieuwe start, baal ik dan ook stevig als mijn stad dankzij een wielrenevenement hermetisch blijkt te zijn afgesloten. Wegkomen is vrijwel onmogelijk. Een kwartier te laat en met nog maar een kwartier op de klok, arriveer ik uiteindelijk toch in Amsterdam. Nog net wat tijd dus, om de belangrijkste vragen te stellen.
Jansen ziet er opvallend wakker uit deze ochtend, als je bedenkt dat ze de dag tevoren op het podium heeft gestaan. 'Dat was 's middags al, maar voordat je vanuit Zierikzee eenmaal thuis bent' We hebben het hele weekend gespeeld, dus ik heb inderdaad wat weinig slaap gehad. Maar dat geeft niet, het is heerlijk om weer op het podium te staan.' En daar zullen velen het mee eens zijn, het is een streling voor het oor om haar stem weer te horen.
Lees verder..Dr. John And The Lower 911 - Tribal
Het recept van de inmiddels 69-jarige Dr. John is alom bekend: jazz, blues, funk, voodoo en maatschappijkritische teksten. Qua instrumentarium neemt hijzelf de toetsen voor zijn rekening. Dat is op zijn tweeëndertigste (!) album sinds Gris Gris uit 1968 niet anders. Voor Tribal heeft hij weer de Lower 911 als begeleidingsband aan zijn zijde, zij waren er ook op zijn vorige Grammy-winnende album The City That Care Forgot. Het meest prettige vind ik de prachtige doorleefde stem van Mac Rebennack, oftewel Dr. John. Een stem die uit duizenden te herkennen is. Toch worden we er wel hard aan herinnerd dat ook Dr. John niet het eeuwige leven heeft. Zo schreef hij drie nummers samen met de inmiddels overleden Bobby Charles en verging het de twee nummers bijdragende Allen Toussaint vorig jaar niet anders. Afgelopen zomer zag ik zijn Glastonbury-concert op tv, maar vond dat podium voor hem een maatje te groot. Dr. John moet je op een intiemere plek horen en als dat niet kan dan maar thuis op cd. Gezien de verder prima productie zou dat genoeg reden kunnen zijn om Tribal aan te schaffen. Voor de jonkies en rootsliefhebbers: je hoort het er echt niet aan af dat hij toch al een oude knakker is. Integendeel.
File Under: Nog altijd ertoe doen
File Audio: [MySpace]
File Video: [De dokter spreekt]
Week 38, 2019
Storm
Piebald - Volume I
Ewie
Movie Star Junkies - A Poison Tree
Ludo
S. Carey - All We Grow
Gr.R.
Big Country - The Crossing
Ramon
Deerhunter - Halcyon Digest
André
Devon Sproule & Paul Curreri @ Roepaen, Ottersum
Mr. Ploeg
Linkin Park - A Thousand Suns
DubbelMono
Phantom Puercos - III
Terry Brock - Diamond Blue / Stan Bush - Dream The Dream
Eerst hoor je jaren weinig tot niets van de man en nu komen er in korte tijd drie albums uit waarop Terry Brock de pannen van het dak zingt. Na The Sign, Seventh Key en Slamer bleef het lang relatief stil, maar kort achter elkaar zijn daar de nieuwe Giant, een nieuw solo-album Diamond Blue en volgende maand een nieuwe Strangeways. Ongetwijfeld daartoe aangespoord door Frontiers-baas Serafino Perugino, die meer muzikanten in zijn stal heeft die hij het ene na het andere project inschuift. Hoewel dat ook met enige regelmaat slappe en ongeïnspireerde albums oplevert, is dat bij Brock nog niet het geval. Dat heeft zeker ook te maken met de mensen waarmee Brock samenwerkt. Op dit album met Mike Slamer bijvoorbeeld. Eerder was Brock de zanger op diens soloplaat Nowhere Land, nu heeft Slamer composities en gitaarwerk aangeleverd bij Brock. Je kunt je afvragen wat dan nog het verschil is. Inderdaad, het is niet groot. Hooguit worden de songs minder voorafgegaan door Majestueuze Intro's, omdat nu eenmaal de zanger de blikvanger moet zijn. Dat weerhoudt Slamer er overigens niet van zeer herkenbaar gitaarwerk af te leveren. Dat is soms maar goed ook, want eerlijk gezegd ben ik niet altijd even onder de indruk van de composities. Het zijn soms galmers die door Brock en Slamer naar een bovengemiddeld niveau getild worden. Gelukkig staan er met ballads als "Face The Night" en "The Rain" ook songs op die niet zouden misstaan op Nowhere Land. De combinatie Brock/Slamer lijkt niets slechts af te kunnen leveren, ook hier weer niet.
Terry Brock heeft hiermee twee solo-albums en wordt gezien als zanger, Stan Bush heeft zit al in de dubbele cijfers qua solo-albums en wordt algemeen als songwriter gezien. Gezien zijn werk voor soundtracks en andere bands en artiesten is dat ook wel begrijpelijk. Dat betekent echter niet dat je zijn eigen albums links moet laten liggen. Dream The Dream is weer het resultaat van een zanger/gitarist-combo, deze keer Bush met Holger Fath - hier ook producer -, die doorgaans vooral in de christelijke muziekhoek te vinden is. Bush en Brock ontlopen elkaar niet zoveel in stijl. Hooguit zou je kunnen zeggen dat Brock neigt naar Groots en Meeslepend, waar Stan Bush net iets meer richting poprock à la Rick Springfield gaat. Maar ja, dan hoor je weer bombastisch uitwaaierende gitaren in "If this Is All There" en moet je concluderen dat de overeenkomsten veel groter zijn dan de verschillen. Ook in kwaliteit gelukkig. Net als bij Brock zijn in de productie de gitaren bepaald niet naar achteren gedrukt, zodat het voor alles een echte rockplaat blijft.
Eerlijk gezegd ben ik niet in staat een favoriet aan te wijzen. Ik zal dus maar de opties van een recent Utrechts referendum gebruiken. Geen 1 en 2, geen A en B.
File: Terry Brock - Diamond BlueFile Under: Vocaal Kanon 1
File Audio: ["Jessie´s Gone"]
File: Stan Bush - Dream The Dream
File Under: Vocaal Kanon A
File Audio: [BushSpace]
Gemma Ray - It's a Shame About Gemma Ray
Met een flinke knipoog naar een oude plaat van The Lemonheads brengt Gemma Ray dit jaar een album met zestien covers uit, terwijl ze eigenlijk al druk bezig is met het schrijven en opnemen van haar derde 'echte' album. In vijf dagen tijd nam ze deze plaat op en in haar interpretaties zijn de originelen nauwelijks nog te herkennen omdat ze naar eigen zeggen de nummers vooral vanuit haar geheugen heeft willen naspelen. Artiesten die gecovered worden zijn onder meer Gun Club, Lee Hazlewood, Buddy Holly en Mudhoney. Vooral "Touch Me I'm Sick" van Mudhoney is omgetoverd van een lekker ruige punktrack naar een traag, slepend en vooral smachtend nummer. Zo nu en dan neigen de covers wel naar Nouvelle Vague-achtige praktijken, maar Ray is bovenal een Engels krengetje in plaats van een Franse fille fragile. Behoorlijk creepy wordt ze zelfs op "Rosemary's Baby vs. Drunken Butterfly", met de tekst van Sonic Youths "Drunken Butterfly" op de muziek van "Rosemary's Baby". Je moet er maar op komen. Het werkt in ieder geval wel, want ook al is It's a Shame About Gemma Ray niet de beste introductie tot de muziek van Gemma Ray, het album geeft wel goed weer wat er zoal op de iPod van de zangeres te vinden is.
File Under: In blijde afwachting van de echte derde
File Audio: [MySpace]
Sheryl Crow - 100 Miles From Memphis
Het excuus is dat "I Want You Back" van The Jackson Five het eerste singletje was dat Sheryl Crow kocht. De onderliggende boodschap is duidelijk: met 100 Miles From Memphis vult mevrouw Crow geen writer’s block op en ook probeert ze niet gemakzuchtig aan de verplichtingen van haar platencontract te voldoen. Nee, het is de rechtvaardiging van haar besluit om een album op te nemen dat ver verwijderd is van wat ze normaliter doet: popliedjes maken met een countryfeel. En haar geboorteplaats in Missouri is nu eenmaal zo’n 100 mijl verwijderd van Tennessee. Tsja. De poging tot geile funk ("Our Love Is Fading"), de slappe reggae ("Eye To Eye" - met een rol voor Keith Richards) en een suffe cover als "Sign Your Name" die de drie openingsliedjes vormen maken het duidelijk: 100 Miles From Memphis is een poging om een ingedutte carrière weer op de rails te zetten. Een poging die jammerlijk mislukt. Sheryl Crow kan wel degelijk zingen, maar of ze het liedje nu zelf geschreven heeft of dat ze zich waagt een cover, het gebrek aan relevantie is overduidelijk. En als ze er nu maar lol in had, maar in werkelijk geen enkel liedje hoor ik ook maar enig plezier. Zelfs niet in het afsluitende "I Want You Back". Wat een treurnis.
File Under: Ik hoef haar niet terug
File Audio: [MySpace]
File Video: [100 Miles From Memphis (Live on Letterman)]
Aloe Blacc - Good Things
Stiekem lachen heel wat Amerikanen zich krom om de gevallen Kanye West. Behalve Jamie Foxx dan. Want, hij vertrouwde erop dat hij zijn rapmaatje wel vaker kon bellen om eens in de zoveel tijd een perfect potje hiphop en soul in elkaar te knutselen. Kanye huilt nog steeds uit bij zijn moeder en lijkt de weg kwijt. En Foxx? Die ziet met lede ogen aan dat er wereldwijd funky brothers opstaan die afrekenen met de weinig verheffende R&B van Usher en de dolle Miami-party-niemandalletjes. Gnarls Barkley ging als eerste aan de haal met de nu-black awareness met de scherpe tong van Richard Pryor. John Legend deed een verwoede poging, maar Aloe Blacc maakt het echt af. Deze godenzoon uit Orange County levert met Good Things zijn tweede volwaardige cd af, een mix van pop, soul, funk en relaxte hiphopliedjes. Bepaald nieuw is Blacc niet. Al in 1995 schuurde ‘t collectief Emanon tegen de muzikale hiphop van De La Soul en A Tribe Called Quest aan. Verder kennen we hem van zijn bijdragen aan de groep Lootpack. Aloe Blacc verheft letterlijk zijn stem op Good Things. Zijn aanklacht als Afro-Amerikaan tegen de gevestigde orde put uit die kleine dingen die zijn leven aangenamer maken, zoals de funk van Parliament en Sly Stone, de soul van Stevie Wonder, Isaac Hayes en Curtis Mayfield, Wilson Pickett en Otis Redding. Aloe Blacc heeft met deze cd een ode aan de straat afgeleverd en solliciteert daarmee voor een nieuwe rol in een film van Spike Lee over de zwarte gemeenschap aan de westkust van Amerika in de beginjaren tachtig. Het advies aan Jamie Foxx is dat hij niet meer moet leunen op de muzikale successen van anderen maar het heft in eigen handen moet nemen. Vooralsnog heeft Aloe Blacc zich genesteld in het Amerikaanse cultuurgoed met een gitzwarte ouderwetse soulplaat.
File Under: Nu-style blaxploitation
File Audio: [MySpace][Last.fm]
File Video: [Zomerhit I Need a Dollar]
Charlie Jones' Big Band - Wash The Dirt Of These Hands
Meteen maar even een zeer te begrijpen misverstand rechtzetten: het gaat hier niet om een Big Band! Niet echt handig gekozen dus die bandnaam Charlie Jones' Big Band. Dat geldt in mindere mate ook voor Charlie Jones, want er is geen enkel bandlid dat luistert naar deze naam. Althans niet in deze band. Als ik dan het album Wash The Dirt Off These Hands draai, dan denk ik te maken te hebben met Amerikanen. Charlie Jones' Big Band zou namelijk prima te plaatsen zijn in het rijtje: Morphine en Tom Waits, maar kent ook invloeden uit de Delta Blues. Er is echter niets Amerikaans aan. Achter CJBB zitten twee Belgen: Jan Verstraeten en Joris De Bock. De eerste verzorgt de lead vocalen en gitaar- en pianopartijen, de ander rammelt er lekker op los en heeft vocaal ook nog zijn inbreng. Daarnaast zijn er nog een aantal muzikanten die de gaten vullen, want tenslotte hoort er toch zeker een keer een harmonica te klinken en doet een viool en een scheurende saxofoon het ook prima. Wash The Dirt Off These Hands is de tweede release, en ik ben oprecht verbaasd dat ik nog nooit van ze heb gehoord. Ik zie op hun speellijst dat ze in december in mijn woonplaats komen optreden. Kijk, daar wordt een mens nou blij van.
File Under: Belgium Swamp Blues
File Audio: [MySpace]
ReVamp - ReVamp
Als ik het goed begrepen heb was het uiteindelijk Sander Gommans die de stekker trok uit After Forever. Doodzonde als je het mij vraagt want deze band had nog steeds de potentie om nog groter te worden getuige de laatste twee albums. Dat moet zangeres Floor Jansen ook gedacht hebben toen ze een doorstart probeerde te maken met haar nieuwe band ReVamp. Een doorstart noem ik het omdat ondanks dat ze een geheel nieuwe band om haar heeft verzameld het een logisch vervolg op After Forever is geworden. Daarvoor bevat debuutalbum ReVamp te veel dezelfde ingrediënten. Niet alleen werkte Joost van den Broek mee aan het songmateriaal, ook George Oosthoek (die een tijdje Sander verving bij After Forever) is een van de gastvocalisten. Daarnaast zijn de liedjes in potentie hetzelfde: dezelfde bombast, dezelfde orkestratie, hier en daar een gevoelige ballad, dezelfde gitaren. Met het verschil dat het hier dan nog alleen om Floor draait en dat haar bandleden een bijrol hebben. En dat het dus de vriendenclub uitstraling mist van After Forever. Leuk weetje uit de bio: revamp staat voor renovatie. En daarmee slaan ze de spijker mee op de kop. Want ReVamp is helaas niet meer dan een opnieuw samengestelde versie van After Forever geworden. En zoals bij zoveel sequels was het origineel beter.
File Under: After Forever 1.5
File Audio: [MySpace]
VA - Kamp Holland
Heel even dacht ik toch; zou het waar zijn? Muziek vanuit Kamp Holland, waarom niet, er waren ten slotte al literaire projecten onder leiding van Arnon Grunberg. Al zou je eerder Jan Smit verwachten dan de laptoppers die op deze compilatie de dienst blijken uit te maken. Natuurlijk, het is niet meer dan een geslaagd geintje van het label Enfant Terrible. Ik had nog nooit van ze gehoord, maar dat zullen ze daar vast als een teken van ware underground opvatten. Op Kamp Holland presenteert het label een staalkaart van wat er zoal zijn kop boven de Nederlandse elektronische loopgraven uitsteekt. En dat op dubbel-vinyl. De muziek die op ons wordt afgevuurd is opvallend onhip. Hier niks trendies als dubstep, maar vooral electro met vleugjes goth en industrial. Jongens die met tracker-software knutselen en bijvoorbeeld uitkomen op een Kerstmis met je stokoude Nintendo-sfeer, zoals in een blijmoedig hoogtepunt van Neurobit. In het verlengde daarvan, maar dan één console-generatie verder zit de boeiende Autonon, die in "Not For Immortals" RPG-strijkers combineert met marcherende IDM-drums, die vervolgens flink van het padje worden gegabberd. Voor de humoristische noot zorgt het fanatiek met de R (van Rammstein?) rollende Staatseinde. 'Wij zijn van ver gekomen om jullie te bekoren'. Kamp Holland zit goed in elkaar getimmerd, met koppeltjes gelijksoortige tracks in elkanders buurt en het experiment in de tweede helft. Daar komt (de enige mij bekende naam) Puin+Hoop klapwiekend met een helikopter aanzetten. Peter Quistgard (google die naam voor de grap) zet de dorstige crew snel een bakje espresso voor.
File Under: Missie geslaagd
File Audio: [Fragmenten]
Of Montreal - False Priest
Ik geloof dat het na de release van Of Montreal's vorige album was dat ik ergens las dat het doel van mastermind Kevin Barnes was om drie of vier albums van Prince te versmelten. Daar gaat Barnes op False Priest ongeduldig mee door. Alsof hij op een queeste is. Hij schiet hierbij nog verder terug in de geschiedenis. In de studio schijnt de band veel naar albums van Parliament gehoord te hebben, maar volgens mij moet Barnes ook naar The Jackson Five en aanverwanten geluisterd hebben. Het resulteert in een even bizarre als fascinerende potpourri. Zo is "Our Riotous Effects" bijna in zijn geheel gelardeerd met dezelfde praatachtige zang als Prince dat had in "I Was Your Girlfriend", maar wordt dit wel weggezet over een classic funky discosaus. Op False Priest komen twee verrassende gasten langs. In een van de songs duikt Solange Knowles op (inderdaad de zus van) en in twee songs komt de op het moment helemaal hippe Janelle Monae langs voor hulp. Toen ik Barnes en zijn uitgebreide band live aan het werk zag kon het me ondanks de extravagante show weinig boeien, maar zo op plaat ga ik uiteindelijk toch weer voor de bijl doordat er in elke song wel iets onverwachts, avontuurlijks en vaak bizars gebeurt. Dat kan dan zowel in de muziek als in de teksten zijn. Want die laatste zijn ook vaak tamelijk absurd, maar ook keihard maatschappijkritisch. Barnes blijft zo een bijzondere, ongrijpbare artiest. Precies als zijn grote voorbeeld.
File Under: Intrigerende snuiters
File Audio: [MySpace]
Brandon Flowers - Flamingo
Wie denkt dat Brandon Flowers zo nodig solo wilde gaan, heeft het mis. De zanger van The Killers was tijdens de laatste tour alweer aan het schrijven voor het volgende album, toen de band aankondigde een sabbatical te nemen. Toen stond Brandon voor de keus: ook op sabbatical gaan, of niet. Hij koos voor het laatste en ging met zijn werk verder in solo-vorm. Flamingo zou dan ook een album van The Killers kunnen zijn, al klinkt het wel erg middelmatig en gladjes. En daar komen normaal Dave, Mark en Ronnie dan om de hoek kijken. Van Ronnie is wel duidelijk wat hij toevoegt, want ook op dit solo-werk moest hij aantreden als drummer. De rest is er ten eerste om Brandon een beetje in te dammen, zodat hij niet helemaal los gaat met het prediken van zijn mormoon-religie. Ten tweede zorgen zij voor de indie-saus over de middelmatige synthpop van Brandon. In z'n eentje lukt het Brandon blijkbaar niet om grootse succesnummers te schrijven als "Mr. Brightside" en "Human". "Crossfire" is daar het best gelukte uitwerksel van op deze plaat, maar verder dan dat komt hij niet. Flamingo is een flamboyant tussendoortje, maar ik zal blij zijn als de sabbatical weer voorbij is!
File Under: The Killers bestaat niet alleen uit Brandon
File Video: [Crossfire]
Cyco Miko & Infectious Grooves - Funk It Up & Punk It Up
Onlangs was ik getuige van het concert van Infectious Grooves in de kleine zaal van het Patronaat. De stemming kwam er al lekker in door de weirde Fransen van The Inspector Cluzo (´Fuck ze bassplayeur! Fuck especially ze Infectious Grooves bassplayeur!´) en vervolgens gaf Infectious Grooves een optreden dat niet geheel onverwacht barstte van de energie. Mike Muir banjerde van links naar rechts over het kleine podium, terwijl de rest van de band enthousiast mee stond te springen met de groove. En het mag dan de kleine zaal van het Patronaat geweest zijn, ook daar was een flink deel van het publiek aan het pogoën. Infectious Grooves en de andere bands van Mike Muir zijn dan ook bij uitstek livebands. De vraag rest meteen wat er van die energie overblijft op een live-album. Verrassend veel, gelukkig. Het zijn dan ook weinig gepolijste soundboardopnamen, waardoor misschien de kwaliteit iets minder is, maar wel de livefeel behouden blijft. Funk It Up & Punk It Up - Live In ´95 is de weerslag van een dubbelconcert van deze overigens qua bezetting identieke bands. De opnamen stammen uit 1995. De bassist - traditioneel de belangrijkste muzikant in de band - is Robert Trujillo, die later naar Metallica zou vertrekken. Bij Metallica kan hij een riante hypotheek betalen, bij deze bands maakte hij echter zijn artistieke hoogtepunt mee. Twee cd´s lang blijft de metal aanstekelijk als de neten, bij Cyco Miko rechttoe-rechtaanpunkmetal, bij Infectious Grooves pretfunkmetal. Zeker deze bands moet je live meemaken, maar met dit album heb je een goed alternatief in huis.
File Under: Energie, overtuiging en pret
File Audio: [MikoGroovesSpace]
Malle Pietje And The Bimbos - La Vida Vulva
Geinig. Als je zoekt op Malle Pietje in uw favoriete zoekmachine, dan blijken er daadwerkelijk een aantal antiquairs te zijn die Malle Pietje heten. Ongetwijfeld een referentie naar de allereerste Malle Pietje, een van de hoofdpersonen in Swiebertje. En als u niet weet wie Swiebertje is, u heeft uw zoekmachine toch al open. Nu was ik alleen niet op zoek naar meer informatie over antiquairs, maar over Malle Pietje. Die van de Bimbo’s. Want die hebben een nieuwe plaat uit, met een, aldus de band, volwassener geluid. En dan noem je je plaat La Vida Vulva. Volwassener dus niet, beter wel, en dat is te danken aan de nieuwe gitarist Oeds (van Gewapend Beton). Zijn gitaarpartijen trekken de hardrock van Malle Pietje naar een hoger plan. Niet dat ze ineens een superband zijn, want als er in het engels gezongen worden is Malle Pietje een hele gemiddelde hardrockband. Maar als ze overschakelen op het Nederlands, dan klinken er ineens lang vergeten en vooral ondergewaardeerde echo’s van Vandale in de muziek door. En dat geeft de meerwaarde. Ook het gefröbel met elektronica, zo af en toe, maakt dat nummers net iets interessanter worden. Volwassen is het dus nog steeds niet, maar de band laat wel horen een volgende stap gemaakt te hebben. Nu alleen nog een geheel Nederlandstalige plaat...
File Under: Nieuwe Verhalle van Malle Pietje
File Audio: [Malle Space]
Robert Wyatt - His Greatest Misses
Het zou raar geweest zijn als Robert Wyatt een verzamelaar van zijn werk uit zou brengen onder de titel His Greatest Hits. Die heeft deze oprichter van Soft Machine namelijk nooit gehad. Een definitive collection of als variant om het gebrek aan hits te maskeren zou ook niet op zijn plek zijn. Uit de albums die hij uitbracht de afgelopen drie decennia, zou je namelijk met gemak nog drie verzamelaars samen kunnen stellen. Die zouden qua niveau weinig tot niet onder doen voor His Greatest Misses. Deze verzamelaar verscheen in 2004 al in Japan. Wyatt zegt er zelf over: ‘A thoughtful chap in Japan brought these tunes together as a sort of canter around my back-catalogue’. Dat klinkt bijna alsof Wyatt er zelf weinig waarde aan hecht. Toch is His Greatest Misses een goede binnenkomer voor iemand die eens wat van deze aan de rolstoel gekluisterde muzikant wil horen. Het belicht alle kanten van het oeuvre van Wyatt namelijk uitstekend. Het laat horen hoe goed zijn eigen, met regelmaat maatschappijkritische songs zijn, maar ook zijn liefde voor jazz standards en de prachtige draaien die hij kan geven aan bekende songs. Zo krijgt “I’m A Believer” een markant jasje aan getrokken en is zijn wending aan het van Costello bekende, maar eigenlijk door hem voor Wyatt geschreven “Shipbuilding” een ontroerende. Sowieso was de waardering voor Wyatt onder muzikanten altijd de groot en staken velen hem de helpende hand toe. Zo hielpen Brian Eno, Pink Floyds Nick Mason, Paul Weller en Mike Oldfield (geweldig gitaarwerk in “Little Red Robin Hood Hit The Road”) mee aan enkele songs die hier verzameld zijn. Rode draad in dit alles blijft natuurlijk de stem van Wyatt, die dan misschien af en toe bijna door helium aangedreven lijkt, maar mij toch nooit irriteert.
File Under: Verzamelaars
File Audio: [MySpace]
Linkin Park - A Thousand Suns
Ik en Linkin Park hebben een geschiedenis. Ooit, in de tijd van Hybrid Theory, Meteora en (in iets mindere mate) Reanimation, waren we geliefden. Destijds luisterde ik, nog een middelbare scholier, vaker naar Linkin Park dan naar mijn eigen moeder. Aan die tijd kwam een eind met Minutes to Midnight, de uiterst slappe softrock-plaat die Linkin Park in 2007 in een vlaag van absurde verstandsverbijstering moet hebben geproduceerd. Kan Linkin Park met zijn nieuwe langspeler A Thousand Suns weer leven in onze relatie blazen? Het begint weinig veelbelovend. Met zijn nieuwe cd wil Linkin Park een surrealistische ervaring teweegbrengen, maar ik zou het eerder gewoon ‘vaag’ noemen. In de eerste twee nummers, "The Requiem" en "The Radiance", klinkt Linkin Park als een soort gospelband in een ernstige identiteitscrisis. Met het poppy "Burning In the Skies" wordt het er niet beter op - waar zijn de gitaren? Waar is de energie? Waar is Linkin Park? Op "Robot Boy", "Iridescent" en "Waiting For The End" klinkt frontman Chester Bennington als een zanger van het zoveelste boybandje. In "Blackout" zit nog wel wat pit en trekt Bennington zijn strot open, maar geloofwaardig is het dan al lang niet meer. De eerste single van het album, "The Catalyst", is goed te luisteren en afsluiter "The Messenger" is niet eens zo’n slechte ballad, maar dat is bij lange na niet genoeg om de kwaliteit van de cd omhoog te krikken. Het spijt me, Linkin Park, maar ik hou het bij de herinneringen. Het ga je goed.
File Under: Deze band kan zoveel beter
File Audio: [MySpace][The Messenger]
File Video: [The Catalyst]
File Gast: [Joost]
Continuance - Carry Ourselves
Het uit Indiana afkomstige Continuance is een van de nieuwste signings op het Rise-label, en doet aan snelle, melodieuze hardcore met een stevige Christelijke inslag in de teksten. Dat betekent dus korte songs, een hoog tempo, veel melodie-riedels in de riffs en een behoorlijk over-the-top gaande schreeuwstrot. En het is juist die schreeuw die bij deze band voor gefronste wenkbrauwen gaat zorgen, want zanger Dylan bedient zich van het type strot zoals de schreeuwer van The Spirit That Guides Us dat ook doet: hoog en hees. Een duidelijk gevalletje 'love it or hate it', en laat ik nu net aan de love it-kant staan, want ik trek deze manier van schreeuwen wel goed, al kan ik me heel goed voorstellen dat lang niet iedereen er hetzelfde over denkt. Muzikaal gesproken zit Continuance in het straatje van bands als Comeback Kid, Shai Hulud en Carry On, dus dat zit verder wat mij betreft wel snor. Deze band heeft iets ongrijpbaars over zich, dus als ze het langer volhouden (iets wat sowieso een enorme opgave lijkt voor hardcore-bands) zouden ze best wel eens in staat kunnen zijn om een rasechte genre-klassieker af te leveren. Carry Ourselves is dat nog niet, maar is toch zeker een heel aardige plaat geworden. Met als enige kanttekening de zang, die niet voor iedereen even makkelijk te verteren zal zijn.
File Under: Melodieuze schreeuw-core
File Audio: [Myspace]
Matthew Dear - Black City
'Wat je van Matthew Dear vindt, hangt waarschijnlijk ervan af hoe je precies met hem kennismaakt', schreef Stonehead in zijn recensie van Matthew Dears vorige album Asa Breed uit 2007. Welnu, mijn kennismaking met deze via Michigan naar New York verhuisde techno-Texaan was kort geleden pas, toen ik Black City onbeluisterd in mijn iPod had geperst en later in de auto het nummer "Little People (Black City)" voorbij kwam geshuffeld. Om precies te zijn reed ik op dat moment bij het vallen van de nacht op de A2 bij Utrecht. Een lange stroom witte koplampen trok aan me voorbij terwijl ik zelf deel uitmaakte van een stoet rode achterlichten. Naast me de glooiende vormen van winkelcentrum The Wall, een fabriekspijp, een groep hijskranen, de kabels tussen elektriciteitsmasten golvend op en neer, met daar achter de donkere stad. De duistere, zuigende glamfunk van Matthew Dear vormde de perfecte soundtrack bij dit beeld. Ik speelde het album in zijn geheel af en hoorde Talking Heads' Remain In Light, David Bowie en Brian Eno op multigelaagde repeterende trage technotracks en funky discoritmes, vervormd praatzingend door Dear in grimmig lage regionen. Op Black City versmelt de avant-garde van dik dertig jaar geleden met de klikkende technobeats en microhouse van nu. Een track als "You Put A Spell On Me", met toenemend snerpende electrosynths en bliepjes had niet misstaan op LCD Soundsystems laatste. Maar er wordt niet alleen gedanst in de krochten van de donkere stad. Opener "Honey" en met name afsluiter "Gem" gaan de lucht in, meer richting ambient, daar waar het ochtendgloren de duisternis langzaam maar zeker verdringt. Een atmosferische reis door de stad op een compleet en perfect geproduceerd album, vol met sonische details. Matthew Dear komt hier tot een perfect samengaan van alternatieve pop en techno. Een prachtplaat. Aangenaam zo kennis te maken.
File Under: Reis door de donkere stad
File Audio: [MySpace]
File Video: [Black City teaser]
The Parlotones - Startdust Galaxies
Zuid-Afrika is bekend om veel dingen, waaronder het afgelopen WK en de wijn. En misschien in de toekomst ook wel om The Parlotones. Maar laten we beginnen met de wijn, want The Parlotones zijn nogal into de wijn. Bij het vorige album hebben ze een rode wijn genoemd naar het nummer "Giant Mistake". Voor dit het vierde album Startdust Galaxies hebben ze een witte wijn vernoemd, nu naar het openingsnummer "Push Me To The Floor". Hoe de wijnen smaken, dat zult u zelf moeten uitvinden, beide (wijn)nummers hebben wel een overeenkomst: het zijn beide nummers die groots gebracht kunnen worden op het podium. Daar lijken The Parlotones dan ook op te mikken, stadionnummers, in de stijl van The Killers. De stem van zanger Kahn Morbee komt, zeker in "Push Me To The Floor", ook geregeld in de buurt van Brandon Flowers. De marketingmensen die zich bezig houden met The Parlotones zijn ervan overtuigd dat dit de eerste Zuid-Afrikaanse band is die het gaat maken in het buitenland, maar op dit moment worden ze dan overschaduwd door Die Antwoord en ik vermoed dat de marketingmensen geen gelijk gaan krijgen. Ik zie The Parlotones voorlopig geen grote stadions aandoen. Ze hebben een té onvolwassen geluid en ze luisteren téveel naar The Killers, en zij hebben het trucje toch echt beter in de vingers!
File Under: Bands die wijnen uitbrengen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Push Me To The Floor]
Cool Genius - When The Day Is Done
Vanuit de band Soundsurfer ontstond het Nederlandse Cool Genius. Zonder cd’s of platencontract op zak speelde dit viertal op indrukwekkende wijze als voorprogramma van Gert Bettens’ Woodface en Jasper Steverlinck. Cool Genius heeft alles in zich om uit te groeien tot het niet-irritante broertje van Racoon. Qua muzikaliteit zijn ze net zo technisch vaardig als bijvoorbeeld een Nuff Said. Ze pakken alles alleen meer poppy aan. Pop is de basis, aangevuld met wat funk, jazz, country en hiphop. Dat heet entertainment zoals The Fun Lovin’ Criminals of The Presidents of the USA dat graag willen benadrukken. Kortom, Cool Genius is van alle markten en pleinen thuis en rangschikt zichzelf onder de beste en meest efficiënte festivalbands. Cool Genius maakt Beatlesque pop waar ruimte is voor een lach en een traan. Dit alles onder aanvoering van zeer heldere vocalen, opvallend aardige teksten en briljante ‘hooks’. Hier moet Reyn Ouwehand die we kennen van Coparck en El Pino & The Volunteers een flinke hand in hebben gehad. Zeker bij het beluisteren van "Fell Upon This Planet".
File Under: Coparck is dood, lang leve Cool Genius
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fell Upon This Planet (live)]
Mary & Me - Songs For Johnny
Een Belgisch muzikaal duo van man en vrouw: Vive la Fête is ongetwijfeld de naam die het eerst boven komt drijven. Waar Els Pynoo en Danny Mommens beter op hun plek lijken op de catwalk dan op poppodia, zou het zomaar eens kunnen zijn dat Elke Andreas Boon en Pieter-Jan De Waele de status van Vive la Fête over gaan nemen. Deels putten Mary & Me overigens uit hetzelfde vaatje: de erfenis van de new wave gluurt bij beiden om de hoek. Maar dat is dan ook de enige overeenkomst. Els Pynoo presenteert zich als een ijskoningin, terwijl Elke Andreas Boon warmbloedig over komt en een vele malen soepeler stem heeft. De ene keer klinkt ze als PJ Harvey ('You'), een andere keer als de onechte dochter van Nico ('Ocean'). De liedjes van Mary & Me zijn dan weer duister ('Freaky Girl', 'Happy Hunter'), dan weer vrolijk ('We Laugh') - maar nooit zonder een dreigende ondertoon - en niet van dramatiek gespeend ('You'). Wellicht is dat meteen het gevaar dat het duo bedreigt: soms balanceren ze gevaarlijk op het randje van arty-farty drama (lees: The Dresden Dolls). En dan kan het zomaar zijn dat ze van de poppodia verdwijnen richting het theater. En dat zou zonde zijn.
File Under: Wie is Johnny?
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Song For You][Gun][Deviation]
Robert Plant - Band Of Joy
Bij de opener "Angel Eyes" op het nieuwe album Band Of Joy van Robert Plant begon de recensie in mijn hoofd al te gaan. Al die zeurpieten die zich maar niet willen neerleggen bij het feit dat het nu echt gebeurd is met Led Zeppelin moesten toch maar eens hun ongelijk bekennen: Plant-solo is beter dan een reünie en Band of Joy is een geweldige plaat geworden. Band Of Joy was de band van Plant (en tussen het Zep-gebeuren door) voordat het uiteindelijk Led Zeppelin werd. De overeenkomst met deze band is dat ze voornamelijk covers spelen. Qua samenstelling is het, behalve Plant, een totaal andere. Opener "Angel Eyes" is origineel van Los Lobos en een geweldige cover. Helaas zakt het album na een viertal nummers in. "You Can't Buy Me Love" is een bewerkte versie van dat bekende Beatlesnummer. Prima op een Tribute-album, maar hier past het totaal niet. Bij de aansluitende slijper "Falling In Love Again" wordt het me echter te zoet voor woorden. Echt jammer, omdat ik als albumluisteraar uit het ritme gehaald word en met tracks als "Monkey" en "Satan Your Kingdome Must Come Down" de vieze smaak weg moet spoelen. Het had zo mooi kunnen zijn. Oh ja, er staat nog wel een eigen nummer op, namelijk "Central-Two-O-Nine" die Plant samen met Buddy Miller schreef. Plant, Miller en de rest van de band weten de roots en rock te vinden, maar had niet iemand de eisen van het materiaal wat op kunnen schroeven?
File Under: De lat ligt hoog, ik weet het
File Video: [Angel Dance][House of Cards (live) (dit twitterden de Subjectivisten erover)]
Admiral Radley - I Heart California
In de categorie van de lullige liedjes die in je hoofd blijven hangen is Jason Lytle qua schrijvers ervan absoluut een van de koningen. Sinds de geweldige doorbraak plaat Under the Western Freeway heeft hij dan misschien nooit weer een cd afgeleverd die over de hele lengte het predicaat goed ontsteeg, toch is op elke cd die hij uitbracht sindsdien wel een liedje te vinden dat vervolgens weken in mijn hoofd blijft ronddolen. Op I Heart California staan er ook weer een paar. De plaat verschijnt onder de naam Admiral Radley. Hiervoor hebben twee leden van Grandaddy en twee van Earlimart de handen ineen geslagen. Het gros van de liedjes is weer dik in orde, maar ook weinig memorabel en ligt logischerwijs in het verlengde van wat beide bands in het verleden uitbrachten. Toch neurie ik nu al sinds de eerste keer dat ik de cd hoorde om de haverklap de melodie van het titelsong. Ik snap niet waarom. Want er is domweg weinig bijzonders aan. Ik zou het bijna gaan betitelen als een oorwurm. Daar zou ik Lytle echter tekort mee doen. Bovendien moet ik ook best grinniken om regels als ‘ice tea in my hair’, ‘drugs fall out of diper bags’ en ‘fake tits in the symphony’. Laten we het maar houden op een rare liefdesverklaring die helemaal bij het grillige karakter van Lytle past. Andere gave songs? "GNDN" is een lekker weird wiegelied. En "I’m All Fucked On Beer" is door zijn driest karakter een welkome afwisseling tussen de door de bank genomen minder onstuimige songs. Toch blijf ik aan het einde van elke luisterbeurt steeds weer ‘I heart California’ neuriën.
File Under: Gebruikelijke Lytle-werk
John Legend & The Roots - Wake Up!
Hoe het muziekkrantje heette, weet ik niet meer. Wel dat de recensie van het debuut van rapgroep Arrested Development destijds bestond uit slechts een woord: Buy. Ik heb gelijk gehoor gegeven aan dat bevel, zonder spijt. Ik moest aan die recensie denken bij het luisteren naar Wake Up! Graag zou ik een statement maken met dezelfde impact. 'Download!' is wat potsierlijk. 'Luister!' komt in de buurt. Playlistify! misschien? De titel van dit album is vooralsnog de beste aanbeveling. Wakker worden! Hier gebeurt iets bijzonders! Suikersoulzanger John Legend en 's werelds beste hiphopband hebben een pak maatschappijkritische soul-, jazz- en funknummers uit het verleden opgenomen (plus een original). Nu zijn coverplaten samen met concertregistraties de stoplappen van de popmuziek, vaak gemaakt uit contractuele verplichting of om gebrek aan inspiratie te verbloemen. Wake Up! is anders. De liedjes van Marvin Gaye, Curtis Mayfield, Harold Melvin and the Bluenotes en de obscure reggae-artiest Prince Lincoln hebben jasjes aangekregen die wat scherper zijn gesneden, met kekke voering en modernere knopen. "Compared to What" bijvoorbeeld (als eerste uitgevoerd door Les McCann, ook bekend in de uitvoering van Roberta Flack) bokt nu als een bronstig rodeopaard. En "I Can't Write Left-Handed", een aangrijpend anti-oorlogsepos van Bill Withers dat oorspronkelijk ruim zes minuten duurde, is nu imposant opgerekt naar elf minuten. Een gospel die naar een spetterende ontlading werkt. Opmerkelijk is dat de boodschap van nummers als Ernie Hines' "Our Generation (Straighten in out)", "Little Ghetto Boy (Donny Hathaway)" of zelfs het zoete "Wake Up Everybody" niets aan urgentie hebben ingeboet. Het is er niet veel beter op geworden. Of het wat uitmaakt, weet ik niet. Hoe dan ook: Wakker worden! Luisteren! Kopen!
File Under: Geweldig
File Audio: [Legend-Space ]
Interpol
Sam en Paul zijn al een paar dagen in Amsterdam. Sam neemt het ervan om de stad wat beter te leren kennen, terwijl Paul in een studio in de buurt van het hotel aan een paar B-kantjes werkt. "Die arme jongen is nooit klaar met werken", zegt Sam lachend.
Interpol is in ons land ter promotie van hun vierde album, dat ze gemakshalve Interpol hebben genoemd. Het schrijven en opnemen van de plaat verliep voorspoedig, maar tegen de tijd dat de opnamen werden afgerond, kreeg de band te maken met twee onverwachte tegenslagen. Ten eerste liep de samenwerking met platenmaatschappij Capitol stuk, maar nog vervelender was dat Carlos Dengler nadat zijn werk aan het album erop zat besloot de band te verlaten.
Lees verder..Robyn - Body Talk pt.2
Soms is recenseren keuzes maken. Over het nieuwe album van Kylie Minogue (Aphrodite) kan ik alleen zeggen dat ik "Closer", "Get Outta My Way" en "Too Much" erg leuke liedjes vind, maar dat zijn - net zoals de niet boeiende rest van de plaat - typisch van die nummers die door een productieteam bedacht zijn. Calvin Harris had net zo goed naar Britney, Lady Gaga of een ander gayicoon kunnen gaan in plaats van naar Kylie. Robyns belangrijkste producer Klas ('Cobrastyle') Ahlund had dat voor het middendeel van Robyns trilogie Body Talk ook kunnen doen, maar niet met deze nummers. En Robyn heeft muzikaal een dikke vinger in de pap. Weliswaar zijn de liedjes wat elektronischer en minder gevarieerd dan de songs op deel 1, maar er zit voor mijn gevoel zóveel meer in dan bij een Kylie! Dat komt ook door de goede teksten en zanglijnen op de kale, Röyksopp-achtige synths. "Criminal Intent" klinkt alsof het de moderne opvolger is van Madonna's "Music", maar juist omdat Robyn eigenwijs monotoon rapt in plaats van sexy, krijgt zo'n nummer de trots-arrogante lading die erbij hoort. "We dance to the beat" smeekt om een remix omdat een climax erin ontbreekt, maar juist de focus op de teksten maakt het wél een Robyn-liedje. Ze zingt niet over zichzelf, maar over jou. "Love Kills" is bijvoorbeeld zo'n zelfhulpliedje dat in een meisjesblad had kunnen staan, totdat je je bedenkt dat er maar weinig zangeressen zo kwetsbaar zingen in een up-tempo elektronisch nummer (ik kan me zo gauw alleen Sia en Annie voor de geest halen). Beste nummer van de plaat is de single "Hang with me", een typisch "With every heartbeat"-achtig liedje in looptempo voor op je mp3-speler (de akoestische versie ervan stond al op Body Talk pt.1). Gezien de fraaie uitsmijter "Indestructible" op dit deel (met enkel vioolbegeleiding) is het afwachten hoe de elektronische versie daarvan op slotdeel 3 gaat klinken. Dat verschijnt in november.
File Under: Noemt u mij maar een geloofwaardigere popzangeres
File Audio: [MySpace][Remixes: Hang With Me (Starsmith radio club remix) Indestructible (Hobbz remix) en meer hier]
File Video: [
21 Eyes Of Ruby - Conquer The World pt. 5
Ik ging er vanuit dat de pt. 5 uit de titel een geintje was, maar nee, de delen 1 tot en met 4 bestaan wel degelijk. En dan toch nooit gehoord hebben van de Nederlandse rockband 21 Eyes Of Ruby, ik schaam me diep. Dit Nederlandse trio kan namelijk stevig rocken op een manier die veel rockliefhebbers, van proggers tot zelfs nu-metalliefhebbers, moet kunnen aanspreken. Ze weten daarbij echter de valkuil van makkelijke formulerock te omzeilen met enerzijds composities die het refrein-couplet-refrein ontstijgen en met anderzijds effectieve details, zoals het steeds terugkerende Arabisch aandoende gitaarloopje in "The Fountain, The Fight & The Flood". Eigenlijk is bij elk nummer de compositie goed opgebouwd, steeds weer heel verschillend en tegelijkertijd absoluut een eenheid. "Break The Chains" is bijna stonerrock, terwijl op andere momenten de opbouw bijna proggy is - "Boy In The Attic (Alfredo´s Song)", compleet met spoken word - of iets om de hoek komt dat bijna als The Mars Volta klinkt ("She Smiles Like A Machine Gun"). Ook niet onbelangrijk: ze zijn niet bezweken voor de verleiding om er continu een ritmegitaar achter te gooien, waardoor dit materiaal ook live prima uit te voeren is. Kunnen we bij deze afspreken dat we de denigrerende beschrijving 'on-Nederlands goed' voortaan achterwege laten? Want ook 21 Eyes Of Ruby is gewoon goed, Nederlands en wel. Conquer The World pt. 5 is een veelzijdige en spannende rockplaat geworden en er is geen enkele reden om daar bescheiden over te doen.
File Under: Nederlands goed
File Audio: [RubySpace] [gratis download "The Fountain, The Fight & The Flood"] [hele album beluisteren]
Old Crow Medicine Show
Foreigner - Foreigner
Ooit (het ergens eind 1987 geweest zijn) kon je bij Twix vinyl singletjes uit de top-40 krijgen als je een stapel wikkels inruilde. De notoire verzameljunk in mij kon dat natuurlijk niet weerstaan en dus kocht ik van een lading Twix en ruilde de wikkels in voor wat ik toen de leukste singles uit de top-40 vond. Een daarvan van Foreigner's "Say You Will". Ik had al sinds de eerste keer dat ik "I Wanna Know What Love It" een zwak voor deze Brits-Amerikaanse AOR-groep. Inderdaad, ik was al vroeg voor het leven verpest. Dat interesseerde me verder weinig. Ik leende de LP's van Foreigner bij 'Bennie Bieb' en draaide de tapes die ik er van maakte heel veel. Van het omzetten van deze cassettebandjes in cd's kwam het nooit. Het was dan ook wel even geleden dat ik Foreigner's titelloze debuut-cd gehoord had. Maar vanaf de regels van van "Feels Like The First Time" kan ik de cd bijna woord voor woord zingen. Stiekem vind ik de sound van toen nog steeds gaaf. Ik vind het wel jammer dat ik thuis geen SACD-speler heb. Daarop moet deze door Mobile Fidelity Sound Lab geremasterde 2010-editie helemaal gaaf klinken. Voor mijn gevoel klinkt de cd nu in mijn cd-speler en iPod namelijk ook al beter. Daarin is deze versie namelijk gelukkig gewoon in af te spelen. Ik vind het wel verstandig dat deze debuut-cd verder ontdaan is van alle bonustracks en ze zich gefocust hebben op het zo goed mogelijk over te zetten van de analoge tapes naar cd. Daarbij hebben ze eventuele artefacten in de tapes gewoon laten zitten. Al moet ik bekennen dat ik die eigenlijk niet hoor. Ik hoor wel dat er tussen de tien songs nog altijd geen zwakke broeder zit.
File Under: Noodzakelijke hebbedingen
File Audio: [MySpace]
Phosphorescent
Isobel Campbell & Mark Lanegan
Frank Fairfield
Abe Vigoda - Crush
Een derde van mijn geluk op zondag is in mijn jeugd verstomd door het katholieke geloof, een derde door de jaren tachtig en een derde door Adje Roland, Tom Mulder en nog wat TROS-dj’s met de Europarade. Als je eindelijk verlost dacht te zijn van Baltimora’s "Tarzan Boy", dan wist de Europarade je nog wekenlang te terroriseren met dit soort vreselijke hits omdat Baltimora, Ryan Paris en FR David nog minstens veertien weken langer op 1 stonden in Italië en Griekenland. Geluk is met de dommen. In Amerika is het übercool om als punk- of emoband zoveel mogelijk af te dwarrelen richting The Cure, Alphaville, Theatre Of Hate, Spear Of Destiny en Love & Rockets. Abe Vigoda uit Los Angeles startte in 2006 met rechttoe-rechtaan punkpopliedjes op de cd's Sky Route/Star Roof en Kid City. In 2008 bracht de band Skeleton uit, waarop wat tropische Hawaii-invloeden waren terug te horen. Nu met Crush hebben de heren de jaren tachtig ontdekt en laten ze de creativiteit over aan synthesizers, sequencers en achtergrondbeats - en blieps. Het zal best knap zijn dat een stel Amerikaanse jonkies zich kunnen verplaatsen in de tragisch culturele jaren van Margaret Thatcher. En, er is ook wat te zeggen voor het feit dat ze hun no wave en dreampop op een hoop gooien met moderne dance. Maar, ik word er niet warm of koud van. Sterker nog, als ik Abe Vigoda’s goedbedoelde pogingen hoor, verlang ik des te sterker terug naar Jeroen Soers Verrukkelijke 15 en echte hits zoals The Human League’s "The Lebanon".
File Under: Ineens begrijp ik waarom Ian Curtis zichzelf ophing
File Audio: [MySpace][Throwing Shade]
Iron & Wine
TakeRoot 2010 - Napret
Eigenlijk kom ik er maar eens per jaar, in het verre Groningen. Alleen maar voor Eurosonic / Noorderslag. Maar er is natuurlijk meer te doen aldaar. Zoals TakeRoot, het jaarlijkse festival voor rootsmuziek en americana. Maar ik weet de weg naar Groningen en een ijzersterke line-up lokte me naar het noorden. Wat meteen opvalt is dat de gemiddelde TakeRoot-ganger wat ouder is dan uw standaard festivalbezoeker. Ik haal de gemiddelde leeftijd aardig omlaag, en het publiek heeft zich ingelezen / ingeluisterd. Er is dan ook geen programmaboekje te vinden en ik moet het doen met slechts een A5-je met een blokkenschema. Dat is een gemis voor eenieder die, zoals ik, wat minder thuis is in de americana. Dat houdt in dat ik vooral in het begin even mijn weg moet zoeken in de Oosterpoort.
Lees verder..Chatham County Line
Black Mountain
Damien Jurado
Dave Rawlings Machine
The Ettes - Look At Life Again Soon
Ben je jong, hip en wil je alleen maar het nieuwste van het nieuwste dan moet je Look At Life Again Soon gewoon laten liggen. Dit tweede album cd van het Amerikaanse trio The Ettes kwam namelijk oorspronkelijk uit in 2008, en wordt nu pas in Europa officieel uitgebracht. The Ettes was echter ook in 2008 niet de 'next big thing'. Het was zo'n bandje dat kekke garagerock gedompeld in de sixties uitbracht, zoals al zoveel bandjes hebben gedaan en nog steeds doen. Toch krijg ik best een goed humeur van dit plaatje, het rockt namelijk als een tierelier. Dit komt o.a. door de dame Coco die de vocalen voor haar rekening neemt. Haar gitaar en de inzet van een bas en drum doen de rest. Om er nog even wat referenties tegenaan te gooien. Ze klinken als The Shangri-Las meets The Ramones meets Sons and Daughters. Ze toerden inmiddels als voorprogramma van bands als Kings of Leon en Dead Weather. Het zou me dan ook helemaal niet verbazen als ze met hun vierde album, in 2009 was er nog Do You Want Power, zomaar bij een groter publiek door zouden breken.
File Under: Niet moeilijk doen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Crown Of Age][Two Shakes][Marathon][I Get Mine]
Week 37, 2010
Storm
Rachel Grimes - Book of Leaves
Ewie
Black Mountain - Wilderness Heart
Ludo
Southside Johnny & The Asbury Jukes - Pills and Ammo
Gr.R.
Black Mountain @ TakeRoot
Campking
#Incu2010
Ramon
Black Mountain - Wilderness Heart
André
Chilly Gonzales - Ivory Tower / School is Cool @ Breda Barst
De Ploeg
Weezer - Hurley
Blizzard
Dog Eat Dog @P3, Purmerend
DubbelMono
Dax Riggs - Say Goodnight To The World
Stonehead
Sennen - Age of Denial
The Black Pacific - The Black Pacific
Het is bijna niet voor te stellen, maar er zijn mensen die vinden dat de aanstelling van Zoli Teglas als zanger een achteruitgang is voor Pennywise. Natuurlijk, na 18 jaar Jim Lindberg als frontman is het even wennen, je zou echter uit nostalgie bijna vergeten dat hij toch echt geen al te beste zanger is. Zijn inspirerend enthousiasme gecombineerd met de strakke riffs van gitarist Fletcher Dragge maakten van Pennywise een A-klasse band, die zichzelf de laatste tien jaar helaas enkel maar herhaalde. Nee dan Zoli. Als zanger van Ignite leverde hij twee legendarische albums waarin nu juist zijn onvoorstelbare stemgeluid voor de extra saus zorgde. Zijn rol als opvolger van Lindberg gaat Pennywise geen windeieren leggen, dat zullen we hopelijk snel merken bij het nieuwe album (verwacht in december). Waarom Lindberg gestopt is blijft vooralsnog een raadsel, helemaal de brui er aan geven wou hij in ieder geval niet. Dat blijkt althans uit het verschijnen van het titelloze debuut van zijn nieuwe uitlaatklep The Black Pacific. Daarop blijkt meteen dat het ook niet aan de muziekstijl heeft gelegen - gelukkig heeft hij geen singer-songwriter ambities - want het album past voor 95% in het stramien van zijn oude band. Fans van Pennywise zonder Zoli kunnen derhalve rustig gaan slapen, er zal netto weinig gaan veranderen. Toch leuk om even te constateren dat Lindberg wel meer geïnspireerd lijkt dan jarenlang het geval was en meer uit zijn beperkte stem weet te halen dan ik gewend was. Het gemis van de donderriffs van Fletcher doet echter pijn en maakt dat The Black Pacific vooralsnog helaas niet meer is dan een half geslaagde poging om het verleden weg te poetsen.
File Under: Oude wijn in nieuwe zakken
File Audio: [MySpace]
Incubate 2010 - Napret Zaterdag
Nadat het File Under wederom niet gelukt is voor het zingen de kerk in te komen, lopen we halverwege de set van I Am Oak de Tilburgse Pauluskerk binnen. En dat wordt ons en ook andere laatkomers niet in dank afgenomen. Iedere beweging, iedere hoest, ja zelfs het rammelen van mijn maag lijkt de bijzonder ingetogen set van I Am Oak te verstoren. De locatie is perfect voor de band, maar wel is het jammer dat zangeres Aino Vehmasto niet van de partij is, haar stem had voor de nodige variatie kunnen zorgen.
Lees verder..Freebass - It's a Beautiful Life
Op papier was het natuurlijk al een bespottelijk idee. Drie bassisten die een nieuwe band beginnen met de naam Freebass. Dat de drie ooit in New Order, Stone Roses en The Smiths speelden gaf het nog wel enige credibility, maar toch is het project een week voor de release van It's A Beautiful Life spectaculair uit elkaar gespat. Nadat vorige maand ex-Smith Rourke al uit de band was gestapt, was het vorige week de beurt aan ex-Stone Roses' Mani. Met een pittige beschuldiging op Twitter aan het adres van Peter Hook ('he's living off Ian Curtis' blood money') werd het einde van Freebass ingeluid. Ook was Mani duidelijk in zijn oordeel over de kwaliteit van het album waar de drie zo'n vijf jaar aan hadden gewerkt: 'It's where it belongs mate' in the fucking bargain bin before it's even released.' Natuurlijk had Mani het een paar dagen later 'allemaal niet zo bedoeld' maar het kwaad was al geschied, de band werd opgeheven. Maar wat had hij gelijk! Zowel wat betreft Peter Hooks nostalgietrip als dit gedrocht van een album. Afgezien van de verzameling slappe indiedeuntjes en de mislukte dubpoging "Stalingrad" is het vooral zanger Gary Briggs die met zijn overdreven geaffecteerde voordracht het album absoluut onverteerbaar maakt. It's a Beautiful Life is een enorme misstap van drie uitgerangeerde muzikanten die zichzelf hiermee volstrekt belachelijk maken.
File Under: Van Freebass naar Twobass naar Nobass
File Audio: [MySpace]
David Dondero - # Zero With A Bullet
Hij mag dan klinken als Conor Oberst, tot diens vriendenkring behoren en ook op zijn platenlabel getekend hebben, David Dondero houdt er een eigen geluid op na. Hij houdt evenveel van blues, country en folk als zijn beschermheer, maar is bovenal een liedjesmaker. Een klassieke liedjesmaker. Luister er zijn zevende album, # Zero With A Bullet maar op na. Alle klassieke vormen-voor-de-man-met-gitaar komen voorbij. En hoewel ik - net als bij maatje Conor Oberst overigens - weleens het gevoel heb dat de urgentie niet altijd even sterk aanwezig is, is ook # Zero With A Bullet weer een meer dan prettig album. Van het Replacements-achtige Jesus 'From 12 to 6' (dat laat horen hoe het met zijn popfeel gesteld is), het als een Appalachen-traditional klinkende 'Carolina Moon' tot het absolute prijsnummer, '# Zero With A Bullet', elk liedje toont vakmanschap. En eigenlijk heeft elk liedje hetzelfde onderwerp: David Dondero zelf. En dan vooral het onderweg zijn (bestudeer ’s mans idote reisschema op zijn site!) als reizend popmuzikant. Er is eeuwige twijfel en een heleboel zelfspot aanwezig: "college degree don’t mean a thing / want to make a record / got to learn how to sing […] got lost on the road / no records been sold / number zero with a bullet / I think you already know it."
File Under: Het vakmanschap van de troubadour
File Audio: [MySpace]
File Video: [Number Zero With A Bullet]
Incubate 2010 - Napret Vrijdag
Een weekendje Incubate in Tilburg, altijd leuk. Toch blijft het een roteind rijden naar de Brabantse stad. Dat je ook meteen in een andere wereld belandt blijkt wel in Little Devil, een stoere kroeg met een groezelig achterzaaltje waar duidelijk sinds het rookverbod nog geen frisse lucht is binnengelaten. Een perfecte setting voor de Britse Bad Guys. Ze hadden trouwens ook zo de Ugly Guys of de Drunk Guys kunnen heten. Vooral de zanger lijkt met zijn grote snor meer op een heftruckchauffeur dan op de voorman van een hippe rockband. Hij staat voor het podium tussen het publiek, schreeuwt zo nu en dan ongecontroleerd iets onverstaanbaars in de microfoon en lijkt behoorlijk zat. Maar goed, Incubate belooft underground dus underground is wat we krijgen.
Lees verder..Boduf Songs - This Alone Above All Else In Spite Of Everything
Een album met zo’n geniale titel als de nieuwe van Boduf Songs is voer voor literati. Nu wil ik niet beweren dat ik daartoe behoor, maar ik moet zeggen dat ik deze plaat al niet kon weerstaan vanaf het moment dat ik zijn naam kende. En op dertig seconden luisteren afgegaan ben ik zo goed als verkocht. En verknocht. Het intro doet me denken aan het intro van de plaat Sekunden van Swod. De piano klinkt ver weg en ietwat dof. Maar dan gaat Mat Sweet zingen, zijn eigen stem gedubd, en weet ik het zeker: aan deze plaat ga ik veel plezier beleven. Ik word alleen maar gesterkt in deze opvatting door het nummer "Decapitation Blues". Evenals de opener muzikaal ogenschijnlijk simpel, maar des te sterker doordat er zoveel poespas is weggelaten. In deze song toont Sweet zich bekwaam in de opbouw van een lied. Met een post-rocky climax als hardste bewijs daarvan. Er gaat kilheid uit van Sweets zang, en de muziek kan afstandelijk overkomen. Toch is er ook warmte en genegenheid en ik hoef niet eens moeite te doen om het te vinden. Het zit onder een laagje roest, dat in deze overigens van een heel mooie kleur rood is. Tekstueel is er weinig vrolijkheid te vinden: de teksten zijn duister en zo worden ze ook gebracht. En als Sweet dat niet al deed, toont hij zich met afsluiter "I Am Going Away And I Am Never Coming Back" wel een heus melancholicus.
File Under: Niet voor niets op Kranky
File Audio: [Boduf-Space]
The Spilt Milk & Brenda - The Spilt Milk & Brenda
Qua attitude past dit vriendenclubje, geleid door Marc van der Holst, striptekenaar en drummer van de Hospital Bombers, prima bij de Amerikanen van de Ganglians. Zouden ze ook van kamperen houden? Bivakkeren in schimmige huiskamers gaat dit laconiek zootje in elk geval goed af, op het hoesje lurkt zangeres Brenda Bosma aan een flesje bier en ze klinkt de hele plaat alsof ze er al meer dan één op heeft. Lang leve de lol en met liefhebbers van The Velvet Underground krijg je dan een soort hakketak tjoeke-tjoek blues. Een beetje zoals Jandek het op Blue Corpse en You Walk Alone maakte, albums uit zijn meest toegankelijke periode. Take it away boys! Het heeft iets ironisch dat op een achteloos album dat in één enkele dag is opgenomen en waar geen moment over lijkt nagedacht, de teksten wel diep gaan. Niet voor niets, want stiekem is dit een soort Dode Dichters Almanak, waarin gedichten zijn verwerkt van de literaire kanonnen Robert Frost, Wallace Stevens en William Carlos Williams. En dan krijg je liedjes met openingsregels als 'What word have you, interpreters of men'. Overbodig te zeggen dat dit alles met zoveel Dylaneske (neen, Reedeske) sneer wordt gezongen, dat ik het merendeel van de tijd iets totaal anders verstond. Zo werd 'I shan't be gone long', in mijn hoofd 'Show me your love'. Muzikaal gezien dendert het lekker door en klinkt vooral de basgitaar fantastisch. Net als Allo Darlin' laatst, is het slotnummer een soort 'Walk on the Wild Side' op zijn Zweeds. Nergens klinkt Brenda liever als daar. Als een klein meisje dat verwonderend en bewonderend naar haar knappe moeder staart.
File Under: Goed knoeien is een kunst
File Audio: [Spilt-Space]
Annuals - Count The Rings
De programmering van Crossing Border 2010 is een sterke geworden met de nodige bekende namen en, voor mij aangezien een mens niet alles kan kennen, ook onbekende. Op de speellijst van zaterdag staat Annuals, en deze band is mij onbekend. Ik denk dat ik hier niet alleen in zal staan, omdat er op de Europese markt voor het eerst sinds 2006 materieel is verschenen en wel met het album Count The Rings. Annuals komt uit Raleigh en Chapel Hill, Noord Carolina, en maakt indiepop. Je weet wel van die lekker in het gehoor liggende liedjes met een wat apart randje. Deze wordt op het eerste nummer en single "Eyes In The Darkness" gevonden in het ritme. Ritme doet het goed, zie Vampire Weekend. Die truc gebruiken ze vaker, maar er wordt uit meer vaatjes getapt. Zo heeft "Springtime" de neiging om het glazuur van je vullingen te doen springen, zo zoet is het. Dan weer is het de alt.country die aanklopt met zo'n typische countrygitaargeluid in "Always Do" of wordt er leentjebuur gespeeld bij Manu Chao in "Loxstep". Dit alles heeft als nadeel dat ik de eenheid mis op Count The Rings. Dat is niet vreemd, want dit album blijkt een verzameling te zijn van b-kantjes en door de band uitgekozen materiaal voor deze release op de Europese markt. Ik ben benieuwd of dit genoeg is om hier succesvol te zijn. Ik heb mijn twijfels, alhoewel de meeste losse nummers best wel bij de doelgroep in de smaak kunnen vallen. Ik verwacht echter dat ze nog meer vaatjes om uit te tappen en dat het wel goed komt.
File Under: Je door ontwikkelen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Springtime]
Rachel Grimes - Book of Leaves
Als het aan mij ligt, dan scheur ik mezelf morgen in drieën. Mijn ene part zou dan vertrekken naar het hoge noorden. Om Wilco en andere gave roots georiënteerde bands te zien op Take Root in Assen. Mijn tweede deel zou afreizen naar Tilburg om naar het toffe Incubate festival te gaan. Het laatste stuk zou dichter bij huis blijven. Dat zou naar Theater Kikker gaan in Utrecht. Daar staat namelijk een vleugel. En die wordt morgenavond bespeeld door Rachel Grimes en Nils Frahm. Daar zou ik graag bij willen zijn. Het pianospel van Grimes was ooit de spil waar de verstilde kamer postrockers van Rachel’s om draaide. Die zijn volgens hun site echter in "deep hibernation" en dat is gezien hun fraaie laatste release Systems/Layers uit 2003 meer dan betreurenswaardig. Rachel speelt gelukkig dus nog wel. Ik had de release van Grimes album in de herfst van 2009 volkomen gemist, maar wordt nu, een jaar na uitgave, alsnog overrompeld door de schoonheid van het (vanzelfsprekend?) geheel instrumentale Book Of Leaves. Het zijn geen grillige, complexe stukken of vluchtige schetsen, maar mooie sierlijke tot in de puntjes verzorgde beeltenissen die Grimes voor je tekent. Ze laat haar vingers ongedwongen en soepel dansen over het ivoor en weet zo te ontroeren. Uiterst effectief zet ze daarbij soms field recordings in. Noem mij gerust een watje, maar de openingsnoten van "She Was There" in combinatie met de tjilpende vogels en de stilte die Grimes op haar klavier laat opstijgen, ontroeren me keer op keer. Het is kwetsbaar en teder als een ontluikend blad in de lente wat ze laat horen op Book Of Leaves. Alleen halverwege in "Mossgrove" wordt het bos even donker en modderig. Verder loop je bijna drie kwartier lang met je hoofd in de wolken en je voeten op het door de dauw nog vochtige mos.
File Under: Uitstekende compensatie voor Rachel’s stilte
File Audio: [MySpace]
Eliza Doolittle
Een halfvol zakje M&M's staat voor haar op tafel. Zo nu en dan pakt ze er eentje uit en zakt dan weer lekker lui achterover in de grote bank van de Amsterdamse hotelkamer. Nog een paar jaar en ze laat misschien de lekkerste kleuren door haar personeel uit het zakje halen, want Eliza Doolittle (echte naam: Eliza Caird) is toch echt wel een beetje een diva in de dop. Piepjong, uit een zeer artistiek gezin en plotseling onmetelijk populair.
In de dagen voordat ik Eliza spreek, hoor ik haar single "Pack Up" continu op de radio: 'I don't care what the people may say, what the people may say about me'. Het is een heerlijke, vrolijke zomerhit die in de verregende augustusweken van 2010 voor de broodnodige luchtigheid zorgt. Zelf vindt ze het behoorlijk 'wicked' dat de single zoveel op de radio te horen is. Tijdens ons gesprek vindt ze trouwens een behoorlijk aantal zaken nogal 'wicked'. Ze lijkt zelfs nogal verrast te zijn door het plotselinge succes. Zo heeft ze geen idee dat haar debuutalbum inmiddels al uit is in Nederland.
Lees verder..Valient Thorr - Stranger
Het Wickie de Viking-gehalte van de naam Valient Thorr is natuurlijk al vrij hoog, maar vooral de hoesfoto draagt eraan bij dat ik in eerste instantie te maken denk te hebben met een spoofband à la Spinal Tap of Bad News. Ze blijken het echter reuze serieus te menen. Ai, pijnlijk misverstandje. Ze hebben onder andere met Motörhead getoerd, iets wat heel begrijpelijk is als je de rauwe hardrock van deze Amerikanen hoort. De productie van Jack Endino (ooit huisproducer van het Sub Pop-label) is basic en rauw. Wat heet, niet alleen zijn de instrumenten continu hetzelfde gemixt en is de klank weinig subtiel, er zijn hier en daar zelfs kleine foutjes te horen. Maar ach, dat mag de pret niet drukken. Motörhead was ook verre van perfect, maar het klonk als een niet te stoppen horde wilde buffels. Dat was en is echter niet in het minst te danken aan ijzersterke songs, en dat is wat bij Valient Thorr ontbreekt. Nou ja, de songs zijn best in orde, maar daar blijft het ook bij. Lemmy en kornuiten hadden en hebben daarentegen een stel kneiters van songs die tot op de dag van vandaag een veld in beweging kunnen krijgen. Valient Thorr klinkt als een bandje dat heel graag Motörhead wil zijn, maar Lemmy en zijn songs niet heeft. Qua beheersing van de instrumenten is er weinig op aan te merken, de solo´s en breaks vliegen je om de oren in wat doorgaans toch al bepaald niet traag voorbij komt zetten. Wat rest is een band die live vast de boel lekker op stelten kan zetten, maar op deze studio-cd met een productie van twintig jaar geleden en aardige, maar weinig opvallende songs voornamelijk nostalgische gevoelens oproept. Anachronistisch detail: de uitstraling is verre van modern, maar ze hebben dan wel weer een iPhone app. Rare jongens, die No...eh, Amerikanen.
File Under: Nostalgie is zo 1990...
File Audio: [ThorrSpace]
Black Mountain - Wilderness Heart
Ik keek er even van op: Black Mountain staat op Incubate én op Take Root. Twee festivals die toch een totaal verschillend publiek trekken. Overigens keek ik nòg meer op van het feit dat Black Mountain op Take Root staat. De hippieversie van Black Sabbath leek een vreemde eend in de bijt. Leek, want Stephen McBean en zijn mannen en vrouwen zijn niet van de automatische piloot en dientengevolge is Wilderness Heart een volgende stap in de ontwikkeling van Black Mountain. Een meer bluesy stap. Gebleven zijn de killerriffs en de samenzang van McBean en Amber Webber, maar ondertussen is toetsenist Jeremy Schmidt wat meer naar voren geschoven en wordt een degelijk potje slide en bottleneck niet geschuwd. En er wordt wat gas terug genomen. Black Mountain besloot het deze keer ook compact te houden. Het langste nummer duurt vijf minuten en vijftien seconden en een degelijk kwartierdurend epos ontbreekt. Is dat een gemis? Nee, integendeel, het opent geheel nieuwe perspectieven en ondanks dat de Black Mountain nog steeds ouderwets tekeer kan gaan hap je niet naar adem na het beluisteren van de plaat. Dat houdt in dat je hem vaker luistert en dat we live, toch de natuurlijke habitat van Black Mountain, niet na vijf nummers al klaar zijn. Met Wilderness Heart past Black Mountain daarmee perfect op Take Root en met het vorige werk en het ruigere werk van Wilderness Heart passen ze perfect op Incubate. Hopelijk spelen ze op beide festivals een puike dwarsdoorsnede van alles.
File Under: Van alle markten thuis
File Audio: Black Mountain Space
Wino - Adrift
Ik ben iemand die meer houdt van nylon snaren op een akoestische gitaar, dan stalen. Stalen snaren klinken vaak zo schel en hard dat ze me pijn doen aan de oren. Helemaal als ze bespeeld worden door muzikanten die normaal veel hardere muziek maken, dan wil dat nog wel eens verkeerd gaan. Beste voorbeeld hiervan is wat Nick Oliveri (Queens of the Stone Age, Mondo Generator) solo doet. Ik had er dan ook best een een hard hoofd in of Robert Scott "Wino" Weinrich nu hij een akoestische plaat uitbrengt, dat beter zou doen. Zijn band St Vitus is natuurlijk ook niet bepaald van de lieve, zacht getokkelde liedjes. Gelukkig kom je er al snel achter dat Wino geen poging doet de doom van zijn band te vertalen naar een soortgelijke sound op de akoestische gitaar. Hij trekt af en toe wel flink van leer bij het bespelen van de stalen snaren, maar dat zijn de momenten dat het ook daadwerkelijk past. Bijvoorbeeld in de bluesy draai die hij geeft aan een cover van Motörhead’s "Iron Horse/Born To Lose". Ik moest aan Tenacious D. denken, maar dan wel het superieure broertje. Wino stopt bovendien voldoende variatie in zijn songs om Adrift boeiend te houden. Zo komen in "O.B.E." bijna uit het niets uit zijn gitaar getrokken soundscapes om de hoek kijken. Heel apart. Liever hoor ik gewoon de man en zijn gitaar. Vito’s donkere stem leent zich namelijk prima voor een bluesy song als "I Don’t Care". Hierin wordt de gierende solo uit een elektrische gitaar getrokken in plaats van een akoestische. Dat is best een verstandige keuze. Het meest bijzonder vind ik dat ik hem in het fraaie instrumentale "Suzannes Song" zelfs hoor ademen. Dat hoor je niet vaak. De manier waarop hij ademt ‘verraadt’ de opperste geconcentreerdheid van zijn spel en geeft me een heel close gevoel. Adrift ademt sowieso nabijheid uit. Da’s wel wat anders dan de doom van St. Vitus.
File Under: Akoestische doomhelden
File Audio: [MySpace]
School Is Cool
Eerder deze week kwam publiekslieveling Willow al voorbij op File Under, nu is het tijd voor de band die de Humo's Rock Rally dit jaar daadwerkelijk won: School Is Cool. Ik tref alle bandleden samen na hun optreden op Bruksellive, terwijl ze nog hevig discussiëren over wat er allemaal niet helemaal goed ging tijdens hun set. Het is een dooddoener maar toch: met zo'n bandnaam kan ik er niet omheen. Ik vraag de dame en vier heren hoeveel commentaar ze al op hun naam gehad hebben.
Johannes (zanger en oprichter School is Cool): 'In elk interview! Al begrijpen we dat wel, het is een naam die mensen verdeelt en dat hebben we stiekem wel graag. Het rijmt, klinkt een beetje belachelijk en zou gezien kunnen worden als reclame voor het onderwijssysteem. Maar voor mij was het gewoon een naam die grappig klonk.'
Andrew (speelt floor tom, glockenspiel en verder multi-inzetbaar): 'Het neemt ook weg van hele zware teksten, Fallen Leaves bijvoorbeeld, dat zou toch ook niks zijn.'
Mogwai - Special Moves
Special Moves is het eerste echte concertalbum van de Schotse post-rockers Mogwai. Met live-albums weet je het maar nooit. In veel gevallen (hier wellicht niet anders) zijn het contractuele vullers bij gebrek aan nieuw materiaal. Of het zijn van die opnamen waarin de studio-originelen verbleken en dunnetjes overgedaan worden. Nuances verdwijnen, de schuiven op het mengpaneel staan net verkeerd en het publiek is te overdreven aanwezig. Zeg nou zelf, hoeveel live-albums laten de spanning voelen waarin een band zichzelf optilt, boven zichzelf uitstijgt en de ademloze luisteraar op de bank deelgenoot maakt van een speciale avond? Op Special Moves gebeurt het. Na vijftien jaar, zes studio-albums en weet-ik-hoeveel ep's komt Mogwai met een live-album dat op zijn minst indrukwekkend te noemen is. De elf basistracks vormen een bijna ideale dwarsdoorsnede van hun imposante post-rock-oeuvre. Elk album is met een of twee tracks vertegenwoordigd zodat je bijna kunt spreken van een compilatie-album, een prima instap voor late ontdekkers van het Glasgowse vijftal. Temeer omdat de nauwelijks van het origineel afwijkende nummers bijna klinken als studio-opnamen, maar dan beter. Er wordt weinig gekletst en het publiek is nauwelijks hoorbaar, behalve wanneer er gejuicht wordt. En er is reden om te juichen. Behalve dat Mogwai briljant en nagenoeg vlekkeloos speelt (de beste opnamen van drie Brooklynse concerten in april 2009 zijn hier samengevoegd) is het geluid werkelijk fenomenaal. De trage, zuigende instrumentale post-rock van Mogwai moet het hebben van dynamiek en dit is geweldig vastgelegd, van speld-horen-vallen-zacht naar aanzwellend brullende orkaankracht. De (spaarzame) zang blijft hierbij soms helaas wat achter. Favoriet "Cody" van het sleutelalbum Come On Die Young uit 1999 klinkt minder dreigend en zelfs wat flets door de iele kopstem van de zanger en daar waar de stemmen door kastjes vervormd worden, staan ze soms teveel los van de muziek. Maar dat minnetje wordt ruimschoots goedgemaakt door het intens gelaagde, kraakheldere gitaargeluid. Koop niet zomaar de cd. De luxe uitgave van de cd bevat de dvd van de eerder uitgebrachte, prijswinnende concertfilm Burning met een andere tracklist, waarin stemmige monochrome beelden perfect samenvallen met het geluid van Mogwai. Vinyl-liefhebbers worden nog eens extra verwend. De schitterend uitgevoerde (en, dank u, betaalbare) driedubbele vinyl-box bevat met onder andere zes onmisbare bonustracks en de dvd werkelijk een shitload aan extra's. Wauw. Zo kun je spreken van een waar Document.
File Under: Prachtdocument
File Audio: [MySpace]
File Video: [Burning trailer] ['m Jim Morisson, I'm Dead (uit de Burning-film)]
PVT - Church With No Magic
Het Australische Pivot gaat gebukt onder een aanklacht van een Amerikaans rockbandje dat zichzelf ook Pivot noemt en heeft zijn naam dus maar in PVT veranderd. Maakt niet uit; PVT gaat verder in zijn zoektocht naar blieps en beats. De band lijkt nu te zijn aangekomen bij de jaren '70 en '80. Hoe dan? Door eens heel goed het werk van Brian Eno voor Nico en Zvuki Mu te analyseren, en de producties in de Duitse Hansa-studio's van Tangerine Dream en David Bowie te beluisteren. Het moderne Aphex Twin- en u-Ziq-jasje blijft keurig zitten maar wordt wel wat ruimer, en Fong Leng-erig. PVT is zich gaan verdiepen in huilende synthesizers en de randjes van harmonieleer. Het heeft een cd opgeleverd die de grenzen van het onbetamelijke tart zoals Radiohead dat ook al eens probeerde. Het Warp-label zal er blij mee zijn, want Church With No Magic is een muzikaal epistel over de pioniers van de elektronica dat grofweg begon toen Stravinsky in opdracht van Philips Le Corbusiers La Poème Electronique op muziek zette. Church With No Magic is geen danceplaat, geen floorfiller maar een luisterrijk document waar getrainde oren voor nodig zijn. Alsof de jaren tachtig nog niet genoeg muzikale schade hebben veroorzaakt.
File Under: What does this button do?
File Audio: [MySpace][Spotify][Last.fm]
File Video: [Window]
Joast - Transatlantic Hope
Eigenlijk is het verhaal achter Transatlantic Hope als een mooie novelle waar alleen nog het laatste hoofdstuk aan moet worden toegevoegd. Stel je een terneergeslagen muzikant voor die zich maandenlang met gitaar en taperecorder terugtrekt in de kelder van zijn ouderlijk huis. Hij schrijft daar zijn liefdesverdriet en frustraties van zich af, en vertrekt vervolgens richting Amerika om daar zijn songs het levenslicht te laten zien. Vanuit de luwte de onzekerheid voorbij en de passie gevoed. Joost Oskamp alias Joast deed het bovenstaande begin 2009. Producer Todd Burke (Red Hot Chili Peppers, Jack Johnson en The Kooks) had met enthousiasme naar zijn demo's geluisterd en nodigde Joast uit om in Los Angeles zijn debuutplaat op te komen nemen. Daar formeerde Burke met drummer Joey Waronker (R.E.M., Beck), bassist Justin Meldal-Johnsen (Nine Inch Nails, Macy Gray), gitarist Brad Fernquist (Goo Goo Dolls) en toetsenist Peter Adams (Tears For Fears) een all-starband om niets aan het toeval over te laten. Het resultaat is even sfeervol als meeslepend. Transatlantic Hope voelt aan als die fijne warme jas die je in de kast hebt hangen tegen de ijzige kou. De teksten van Joast zijn in dat opzicht niets verhullend, maar de muziek blijft elf nummers lang wel luchthartig en positief. "Every Night", "Bright Blue Eyes" en "Shame" zijn hiervan de meest treffende exponenten. Uitgebalanceerd door hier en daar wat steviger werk ("Now You See", "You Never Know") en een tweetal frêle liedjes ("Over And Again", "Lover"). Al met al behapbare melancholische klanken, die sterk doen denken aan Wilco, Todd Rundgren en Elliot Smith. Transatlantic Hope is niet zomaar een debuutplaat. Het is voor Joast een afrekening met het verleden en tegelijkertijd een opstap naar een nieuwe toekomst. Ik ben benieuwd naar het laatste hoofdstuk van deze novelle.Hopelijk wordt het een open einde wat ruimte biedt voor een volgend album.
File Under: Bitterzoetje liedjes, ambachtelijk gemaakt voor een warme herfst
File Audio: [MySpace]
El Pino And The Volunteers - Isle Of You
Ook binnen de File Under-gelederen zijn er zuurpruimen. Zo is er een collega die graag afgeeft op Excelsior Recordings, maar dan wel naar Into The Great Wide Open gaat en dan Moss in zijn favorietenlijstje zet. Maar goed, verder is het een prima jongen hoor. Daar niet van. Ik heb echter zo'n vermoeden dat hij niet zo slim was om een jutterskistje te kopen op het festival. In dit kistje zit behalve een ticket voor een concert en minder waardevolle prullaria, ook een cd, namelijk die van El Pino And The Volunteers. Deze ep Isle Of You is speciaal voor dit festival opgenomen op Vlieland en bevat vijf liedjes. El Pino was de artist-in-residence en de rode draad door het festival met optredens op donderdagavond, de vrijdag- en zondagmiddag. Helaas heb ik ze allemaal moeten missen wegens te laat op het eiland en te druk bij het optreden in de kerk. Toch kan ik thuis prima de fijne sfeer voelen die het festival nagelaten heeft. Ik voel als het ware de wind over het eiland waaien en natuur in al zijn pracht stralen. De liedjes zijn geweldig, waarbij mijn favoriet het Daryll-Ann-achtige "September Song" is, maar waar ook het gebruik van een piano een extra laag in de liedjes legt die me bijna aan het huilen maakt. Wil je het jutterskistje alsnog kopen dan zal dit niet lukken, want dit was een festivalitem. Je zult het dan met de cd moeten doen, maar deze alleen al is de moeite waard.
File Under: Ook prima te genieten buiten Vlieland
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live op ITGWO: Dust And Doubts]
The Main Street Gospel - Love Will Have Her Revenge

Natuurlijk zijn ze nooit weggeweest, de vroege jaren zeventig. Toen de gitaren breder uitwaaierden dan ooit, de gitaarsolo’s langer werden dan ze waren en gezichtsbeharing uiterst hip was. Het mooiste bewijs daarvan is uiteraard het succes van Exile On Main St., het magnum opus van The Rolling Stones. En dan heb ik het zowel over de oorspronkelijke uitgave als de reissue van eerder dit jaar. Maar al mag dit op country, gospel en groovende rock leunende tijdperk nooit echt uit de belangstelling van muzikanten zijn weggeweest, 2010 - veertig jaar later, is blijkbaar een goed moment om mooie albums uit te brengen die eer betonen aan die jaren. Zie The Main Street Gospel. Hun debuutalbum (waar ze vijf jaar mee gewacht hebben) Love Will Have Her Revenge ademt de late jaren zestig en vroege jaren zeventig, maar op de best mogelijke manier. Dus inclusief catchy refreintjes ('Losing Sleep'), vette grooves ('I Won’t Be Staying') en effectbejag ('Ready To Shine'). Als eerste referentie noemde ik The Stones, maar even zo goed had ik Spiritualized kunnen noemen. Of Band of Horses. Ouderwets klinkt de band van Brian Dean uit Ohio niet; ze brengen genoeg elementen uit stoner, psychedelica en folkrock (hoe ouderwets klinken deze genre-aanduidingen!) om ook bij deze tijd te horen. En veertig jaar muziekgeschiedenis volkomen natuurlijk te overspannen.
File Under: The Groove Goes On
File Audio: [All Your Love Is Gone]
The Puddle Parade - Origami / Drivan - Disko
Tjemig, is het al dik een jaar geleden dat ik Origami van The Puddle Parade in handen kreeg? Het was na een bijna eng intiem optreden dat Ellen Evers en Tiny Vipers gaven in de Kargadoor in Utrecht. De sfeer van de tot concertzaaltje omgebouwde werfkelder speelde daar ook een grote rol in. De liedjes van The Puddle Parade, die meer neigen naar toevallig in elkaar geknutselde soundscapes dan naar songs in de traditionele zin kwamen er perfect tot zijn recht. Ik betrapte me er op dat ik thuis, luisterend naar Origami maar niet in dezelfde ‘toestand’ wilde geraken als in de Kargadoor. Daarvoor moet ik echt het huis ontvluchten en in niets opdringende ruimtes of leegtes gaan zitten. In een trein, op een fiets, liggend op een dijk kijkend naar grazende schapen. Dat ligt overigens meer aan mij dan aan wat Evers laat horen op Origami. Dat komt met zijn mijmerende repetitieve teksten met vaak behoorlijk zwaarmoedige overpeinzingen en melodieën gebracht op een bedje van lo-fi folk en elektronische soundscapes juist wel in de buurt van wat ze liet horen in het voorprogramma van Tiny Vipers. Ik ga op Incubate maar eens checken of deze Oost-Duitse, die nu in Utecht bivakkeert, me weer in dezelfde toestand kan krengen met een raar wiegeliedje als "Charcoal and Ice".
Drivan had zo naadloos aansluitend op de The Puddle Parade kunnen optreden. Maar die zijn er dus niet bij in Tilburg. Hun liedjes zijn ook klein, vervreemdend grillig, maar krijgen wel wat meer beat mee dan The Puddle Parade. Het is een beetje een vreemd project dat drie jaar geleden opgestart is door de Noorse multi-kunstenaar Kim Hiorthøy. Samen met twee vrouwelijke Zweedse en een Finse muzikante maakte hij een show die een combinatie van zang en dans was en daar is dit Disko het vervolg op. Als de muziek op Disko is waarop gedanst is, dan is het vast geen klassiek ballet geweest wat de aandachtige toeschouwers voorgeschoteld kregen. En met disco heeft het dus ook absoluut niets te maken. Disko klinkt ongedwongen en af en toe zelfs een beetje nonchalant. Al zal het feit dat er in het Zweeds gezongen wordt daar vast een flinke steen aan bijdragen. Qua songs doet deze cd me nog het meest denken aan waar CocoRosie al jaren behoorlijk succesvol mee is. Maar bij de zusjes voelt de muziek natuurlijker qua vorm en insteek. Bovendien zit ik op de een of andere manier steeds te wachten op onverwachte wending die me losrukt uit mijn omgeving. Het dichtst bij zoiets komt nog "Låt det va" dat naar een climax lijkt toe te werken, maar uiteindelijk plots afgebroken wordt en in het niets wegvalt. Da’s jammer. Ook het navolgende "Det Gör Ingenting" met zijn almaar herhalende lijntjes komt een eind, maar mist net de knip om me in trance te brengen. Drivan laat op Disko dus wel potentie horen, maar gezien het projectmatige karakter van het geheel, verwacht ik niet dat het ooit goed komt.
File Under: Niet voor thuis
File Audio: [Claim]
File: Drivan - Disko
File Under: Bevreemdend
File Audio: [MySpace][Kampa]
Deer Tick - The Black Dirt Sessions
Wat maakt een Americana-singersongwriter tot een briljant muzikant? Niet de muzikale ‘hooks’, niet de duimendik-opgelegde invloed van Neil Young en niet het vermogen om luisterparels in de lijn van Wilco te kunnen vertolken. Of je nu over loepzuivere vocalen beschikt of een geraspte Roky Erickson-stem hebt, het doet er niet toe. Waar het om gaat is geloofwaardigheid. Meent een zanger wat hij voor het voetlicht brengt? Kun je geloofwaardigheid horen? Ja, ik voel de kwelling van Kurt Cobain door zijn stem heen. Ik hoor Neil Young’s frustraties en onzekerheden tussen de tonen door. En ja, ik merk hoe Nick Cave worstelt met zijn eigen status van grootheid. John McCauley, songwriter van Deer Tick uit Rhode Island weet dat zijn stem dragend is voor wat hij wil overbrengen. In tegenstelling tot de Deer Tick-cd Born On Flag Day versterkt hij zijn boodschap door het instrumentarium in te perken tot akoestisch gitaar en piano. John McCauley had al een rotsvast vertrouwen in retoriek. Hoe hij zijn kernboodschappen verpakt en aansterkt met spitsvondigheden, retorische vragen en opmerkelijke eerlijkheid ten aanzien van zichzelf, maakt hem een verteller pur sang. McCauley is singer-songwriter, maar bovenal een mens die niet bang is om zelf op zijn bek te gaan. Dat hoor je, dat zie je en dat druipt ervan af op deze cd. Deer Tick laat zich op The Black Dirt Sessions gelden als een pure en ingetogen Steve Earle met "Mange" als verrassend hoogtepunt.
File Under: Innerlijk geluk
File Audio: [Tick-Space]
Willow
Recentelijk werd bekend dat België de meeste muziekfestivals in Europa kent. Voor een Belgische band luidt het credo dan ook niet 'af en toe eens een festivalletje doen in eigen land', nee, de hele zomer lang zie je bands als Das Pop en Mintzkov door het kleine land touren. Voor opkomende bands die onlangs in de finale van Humo’s Rock Rally hebben gestaan bieden de festivals daarnaast een mooie kans om te laten zien wat ze live waard zijn. Zo ook Willow, de band die er dit jaar met de publieksprijs vandoor ging in ’s lands bekendste ‘talentenjacht’. Ik spreek zanger Pieter-Jan Van Den Troost en gitarist Nils Goddeeris op één van de festivals, Bruksellive in Brussel.
'Het was superplezant om mee te doen aan de Rock Rally als klein groepke. Je kijkt daar echt wel naar op en als je dan inschrijft en elke ronde gaat het beter en beter, dan is dat wel heel cool', laat Pieter-Jan weten. En dat niet alleen, Van Den Troost schreef zich maar liefst twee keer in voor de wedstrijd, al sneuvelde zijn soloproject Kites On Coast al in de voorrondes. 'Maar ik ben daar niet de enige in. Dat is al eerder gebeurd, zelfs dat ze in de finale kwamen (The Galacticos), al liep dat toen niet zo goed af voor de andere groep die meedeed.'
Lees verder..Supersilent - 10
De vaandeldragers van de Noorse jazz/improv scène hadden vorig jaar een bittere pil te verwerken. Na zeker vijftien jaar deel uit te hebben gemaakt van Supersilent, legde drummer Jarle de stokken neer bij het jazzcollectief dat nooit oefent maar wel keer op keer spannende werken aflevert. Ik had verwacht dat Arve Henriksen, zelf bekroond trompettist en tevens drummer en zanger, vaker de percussie zou oppakken of een nieuwe drummer zou inlijven. Maar het verlies werd verwerkt met drie Hammondorgels, wat resulteerde in de meest saaie plaat tot nu toe. Gelukkig herpakt het trio zich met plaat nummer 10. Het is een volledig percussieloze plaat geworden, met een glansrol voor trompet en verrassend veel piano. Dat laatste zit me dwars. Piano-improvisaties zijn in de jazz oververtegenwoordigd, zodat het ten koste gaat van het unieke geluid van de groep. Lees dit echter wel met een flinke scheut zout, want ook 10 is op en top Supersilent. Het wegvallen van percussie brengt de 'akoestische ambient' van Helge Sten (Deathprod) verder naar het oppervlak, wat absoluut naar meer smaakt. En het samenspel op "10.6" is zo onaards mooi dat het kan wedijveren met het beste van 6. Dat album staat nog altijd in de boeken als het mooiste, meest harmonieuze album van Supersilent. Met 10 levert het trio misschien niet het beste uit hun langlopende carrière af, maar wel een van hun mooiste. En eind september worden we al verwend met 11.
File-under: Op en top Supersilent, ook zonder Jarle
File Gast: [tjo-ojt]
Matt Bianco - Sunshine Days - The Official Greatest Hits
Nog niet zo lang geleden betitelde ik Matt Bianco tegen een vriendin nog als een Radio Tour de France-bandje. Net als bij The Gipsy Kings, The Amazing Stroopwafels en Julien Clerc is dat immers de enige plek waar je ze tegenwoordig nog hoort. En sinds ik de sport der rijdende medicijnkasten niet meer volg, hoor ik ze zelfs daar niet meer. Maar eerlijk is eerlijk, toen de vraag kwam wie Matt Bianco´s verzamelaar wilde recenseren, hoefde ik er niet lang over na te denken. Want van de popjazzbands uit de jaren tachtig was Matt Bianco een van de bands die erin slaagde niet alleen catchy songs te schrijven, maar die songs ook een zekere tijdloosheid mee te geven. En dat terwijl de band alras met ingrijpende personeelswisselingen te maken had. Na het eerste album (hier vertegenwoordigd door "Get Out Of Your Lazy Bed", "Half A Minute", "Whose Side Are You On" en "More Than I Can Bear") vertrok tweederde van de band om als Basia door te gaan en ging Mark Reilly verder zonder zangeres en mé Whamtoetsenist Marc Fisher, die de synths een prominentere rol gaf dan voorheen. Deze compilatie beluisterend merk je dat er ondanks die wijzigingen een heel consistent oeuvre staat, boordevol songs die door de jazz- en latininvloeden heel licht en catchy zijn, maar muzikaal door heel veel mooie details veel meer zijn dan alleen catchy. Fraaie (veelal vrouwelijke) achtergrondzang, subtiele gitaarloopjes of een langshuppelende dwarsfluit, steeds weer wordt je verrast door de inventieve details. Alleen de vet aangezette latinpopsongs, zoals "Sunshine Day" en "Cha Cha Cuba", blijken de tand des tijds niet te hebben doorstaan. Uiteindelijk had ik meer hits gehoord dan ik me kon herinneren. En belangrijker: Matt Bianco blijkt in niets ondergedaan te hebben voor Paul Wellers Style Council. Matt Bianco heeft wat mij betreft een herwaardering verdiend. Matt Bianco is luchtig, maar veel meer dan confectiepop.
File Under: Stukken leuker dan de Tour de France
File Audio: [MattSpace]
The Intersphere - Interspheres><Atmospheres
De bands die in de hoek van de symfonische rock zitten en de potentie hebben om door te breken naar een groot publiek, ik komt ze zelden tegen. En dan verwacht ik ze al helemaal niet te vinden op een gespecialiseerd label als ProgRock records. Met The Intersphere zou het wel eens anders kunnen lopen en voor het eerste echt goed raak kunnen zijn voor dit sympathieke label. Want deze Duitsers leveren wat mij betreft met Interspheres><Atmospheres een bijna-voltreffer af. Dit komt door de ideale mix van stijlen die ze hierop kiezen. The Mars Volta met minder tropenkolder in de kop, Muse zonder overdosis bombast, Dredg met de voetjes op de vloer en Porcupine Tree zonder de blote voeten van Steven Wilson. Voeg daarbij een zanger die zingt met hetzelfde gemak als Ray Wilson en je komt uit bij The Intersphere. Het enige probleempje dat ik nog zie zit ‘em overigens wel in de zang. Af en toe klinkt het wellicht een beetje te gemakkelijk hoe Christoph Hessler zijn zanglijnen kiest. Dat had net iets scherper en gewaagder gekund, zoals hij in "Early Bird" laat horen wel degelijk in huis te hebben. Dan ben ik al wel aan het mierenneuken overigens, want hij heeft absoluut wel een goede stem. Interspheres><Atmospheres is een uitgebalanceerd album dat schommelt op de woelige baren van de prog, alternative en prog rock. Met producer Fabio Trentini (o.a. Guano Apes) achter de knoppen hadden ze bovendien de beschikking over iemand die hun progrock ruimte geeft om te ademen. Daardoor hapt een listige song als "Snapshot" in eerste instantie ook nog steeds weg als een luchtig chocoladetoetje, maar blijkt het toch behoorlijk te vullen. Voordat je daar erg in hebt, ben je al verkocht.
File Under: Duitse verrassing boordevol potentie
File Audio: [MySpace]
Tweak Bird - Tweak Bird
Goede voornemens, veel mensen maken ze op 31 december. Ik nam ze dit jaar aan het eind van m'n zomervakantie: ik ga eens niet stressen tijdens het werk. Een mens kan nu eenmaal niet meer dan zijn best doen. Na één dag gaat het echter al mis, met als oorzaak de automatisering. (Sorry aan de lezers die in de ICT hun brood verdienen, maar wat zijn het toch een @#$-dingen die computers...) Er zijn diverse softwareproblemen en ik kom met mijn tijd in de knoei. Grmbl.... En jawel, daar is ie weer: de stress. Weg goede voornemen. Om me af te reageren besluit ik om op de terugreis er maar eens een stevige cd tegenaan te gooien en die van Tweak Bird in de speler te doen. Twee mannen op een motor op de hoes van hun eerste volledige album, verrassend getiteld Tweak Bird, daar kan ik me vast wel mee uitleven. Bij de eerste beluistering thuis had ik de plaat in de categorie stoner ingedeeld. Achter Tweak Bird zitten Caleb (gitaar) en Ashton (drums) Bird. Inderdaad, het zijn broers. Als er na een stevig stukje raggen echter een ietwat iel stemmetje opduikt en ook het stoere geluid een tandje teruggaat, blijkt het album toch niet de verwachtingen waar te maken. Tweak Bird maakt in de seventies gedompelde rock met psychedelische invloeden die vooral door het wat beperkte instrumentarium (oké, er komt ook een saxofoon in voor) een beetje klinkt als een rockband waar leden soms even pauze nemen. Neemt niet weg dat het best een lekkere cd is, ook al kan de rock niet met een hoofdletter geschreven worden. Er zijn genoeg deuntjes te horen die in mijn hoofd blijven zitten. Check bijvoorbeeld eens "Sky Ride". De aanvankelijke stoerheid wordt niet waargemaakt. Zin om eens lekkere plaatjes uit de seventies te draaien à la Black Sabbath is er gelukkig voor teruggekomen.
File Under: Broederliefde voor muziek
File Audio: [MySpace]
Skunk Anansie - Wonderlustre
Ruim tien jaar na hun laatste studioalbum Post Orgasmic Chill komt Skunk Anansie weer met een volledig nieuw studioalbum. Vorig jaar liet de groep al een klein voorproefje horen met drie nieuwe nummer op hun best of-cd Smashes and Trashes, maar daar kon je nog geen nieuwe trend in ontdekken. Na het beluisteren van Wonderlustre lijkt het alsof Skunk Anansie aan de Prozac is gegaan, de pieken en de dalen zijn eruit. Geen "Charlie Big Patato" of "Hedonism" meer, maar gewoon gedegen rock- en popnummers. De cd stond een tijdje op repeat in mijn iTunes en het viel me op dat er geen nummer echt uitspringt, ik word niet 'wakker' bij een bepaald nummer. Het wil niet zeggen dat Wonderlustre een slechte cd is, want er staan een paar typische Skunk Anansie-nummers op. Nummers als "God Loves You" en "My Love Will Fall" hebben de bekende Skunk-vibe van een rustig tussenstuk en een explosief refrein. Van mij hoeft het niet, maar natuurlijk staat er ook een meer gevoelig nummer op de plaat, in dit geval "You Saved Me". Al met al lijkt het erop dat de band te veilig heeft gekozen. Het klinkt allemaal prima, maar die brutale uitdaging die we van Skin gewend zijn, die mis ik op dit album. Het vuur is na tien jaar toch een beetje gedoofd. Zal het de leeftijd zijn?
File Under: Verse skunk nodig
File Video: [My Ugly Boy]
The Gracious Few - The Gracious Few
Nee, ik ben nooit fan geweest van Ed Kowalczyk, de zingende Agassi, de man van de nog grotere gebaren dan Jim Kerr. Pathos is oké maar een teveel dient nergens toe en wekt alleen maar irritaties op. Dan liever een rockbandje dat vertrouwt op oerdegelijke wortels en de clichés niet schuwt. Liever een goede kloon van AC/DC en Led Zeppelin dan tien wereldverbeteraars` die het gat in de ozonlaag kunnen dichten met dolfijnengeknuffel. The Gracious Few is de Amerikaanse doorstart van Chad Gracey, Patrick Dahlheimer en Chad Taylor van Live. Samen met Candlebox-leden Kevin Martin en Sean Hennesy is dit vijftal gaan doen wat ze het liefste doen en dat is Middle-Of-The-Road-pre-grunge maken zoals we die kennen van Candlebox en bijvoorbeeld Everclear. Meer is het niet. The Gracious Few is het wiel nog aan het uitvinden. Je hoort in elk geval een band die eindelijk verlost is van een megalomane zanger die in het repetitiehok continu visioenen heeft van stadions met adorerende dames en de roeping heeft om ieder van hen te bezweren. Dan is een lekker moppie doorrocken met down-to-earth-muzikanten in een bedompt hok toch echt veel leuker.
File Under: Pre-grunge MOR
File Audio: [MySpace]
Week 36, 2010
Storm
Drivan - Disko
Ewie
El Pino And The Volunteers - Isle Of You
Ludo
Eels - Tomorrow Morning
Gr.R.
Calexico @ Tivoli
Ramon
Matthew Dear - Black City
André
Nevada Drive - High Resolution Blues 6-track promo
Prikkie
Day Six - The Grand Design
DubbelMono
Reverend Deadeye - The Trials & Tribulations of...
Campking
Deer Tick - THE black dirt sessions
Stonehead
The Depreciation Guild - Spirit Youth
Appelpop 2010 - Zaterdag - Napret
Een goede voorbereiding is het halve werk. Dus ruim op tijd vertrek ik richting Tiel voor dag twee van Appelpop. Toch willen files en een pendelbus die opeens stopt bij het station in plaats van bij het festivalterrein er voor zorgen dat ik het begin van Jurk mis. In de verte hoor ik nog hun hit "Zou Zo Graag" uit de tent schallen, maar twee nummers later besef ik me dat ik eigenlijk helemaal niks mis. Met een uitgesponnen cover van Santana en nog een cover van De Dijk lijkt het dat Jurk meer een coverband is. Later hoor ik ook nog dat ze tijdens mijn afwezigheid Doe Maar hebben verkracht. Gemiste kans dus.
Mijn dag twee start dus eigenlijk met ReVamp. En tijdens dat optreden stel ik mijzelf de vraag 'wat er anders is dan After Forever'. Helemaal niks dus. Ja, andere bandleden maar het draait toch vooral om Floor en erg vernieuwend is het muzikaal niet. Ook hier wagen ze zich aan een cover, maar de metalversie van "Bad Romance" van Lady Gaga komt pijnlijk genoeg niet goed aan. De vleermuisjes op de eerste rij zal het echter allemaal worst zijn, die zingen alles woord voor woord mee. Maar mij kan het niet bekoren. Daarvoor ligt After Forever me nog te fris in het geheugen en ik merk dat ReVamp zelfs een mindere versie van het origineel is.
Lees verder..Bad Hands - Take The Money And Run
In Engeland is Damon Albarn de man die prachtige albums maakt met een grote diversiteit aan gastvocalisten. In Zweden heet deze man Per Nordmark. Hij heeft een paar van de beste Zweedse stemmen bereid gevonden om mee te werken aan zijn album Take The Money And Run. Zo is op het nummer "Bad Hands" een sterke Nina Kinert te horen en komt op twee nummers Britta Persson een handje helpen. Het is verfrissend om deze twee toch redelijk traditionele singer-songwriters te horen in veelal up-tempo elektronische nummers. Beide zangeressen doen het prima, maar echt leuk wordt het toch echt bij "Kick You Out" met Howlin' Pelle van The Hives en vooral "Andra Relationen" met de mij verder volstrekt onbekende zangeres Subbah. Heerlijk hysterische schreeuwpop. Volgens de maker is het album gemaakt 'zonder enig veiligheidsnet' en dat is te horen. Met uitzondering van Howlin' Pelle werken alle vocalisten duidelijk buiten hun gebruikelijke muzikale kaders en dat levert een afwisselende en sprankelende plaat op. Bad Hands is geen Gorillaz en Nordmark nog zeker geen Albarn, maar Take The Money And Run is absoluut een geslaagd Zweeds initiatief.
File Under: Zweedse schreeuwpop
File Audio: [MySpace]
File Video: [Bad Hands]
Reverend Deadeye - The Trials & Tribulations Of…
De homepage van Reverend Deadeye is verdwenen, al wordt de naam nog steeds geclaimd door een provider. Je kent dat wel, zo’n pagina waar dan een handvol links op staan die meer of minder te maken hebben met de oorspronkelijke eigenaar. En jawel: de eerste link is hier die van het EO-magazine. Maar de Reverend mag zich dan wel een christelijke titulatuur hebben aangemeten, zijn muziek heeft niet veel te maken met wat er bij de EO beluisterd wordt. Het eenmans vuilnisbakkenorkest van dominee Deadeye heeft zich gespecialiseerd in basale Deltablues, ranzige garage en schuimende rock ‘n’ roll. Met christelijke teksten, dat wel. Denk alleen niet dat je met een Amerikaanse tegenhanger van muzikale soortgenoot Reverend Beat-Man te maken hebt. Deze domineeszoon lijkt het net zo serieus te nemen als een asceet als David Eugene Edwards. Waar de laatste zingt over een Protestantse God om bang voor te zijn, zoekt Reverend Deadeye het meer in een God waarmee je in de kroeg kunt hangen. Beiden zijn even fanatiek in wat ze doen. Reverend Deadeye zingt niet alleen dat hij de duivel een schop onder zijn kont wil geven ("Chased Ol’ Satan", "Fuck The Devil"), maar ook dat 'Some people like to get drunk on whisky, some people like to get drunk on beer [..] but I tell you: I like to get drunk on Jesus.'
File Under: Booze & Gospel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live @ Muddy Roots 2010]
Bonaparte - My Horse Likes You
Hoe geweldig Into The Great Wide Open ook was, een ding heb ik gemist: gekte op het podium. Als je ze al eens zelf hebt gezien, dan weet je dat ik gelijk hebt, want er is een band die hier prima voor had kunnen zorgen namelijk het Duits/Zwitserse Bonaparte. Als je alleen al op een albumtitel kunt komen als My Horse Likes You, dan weet je al hoe laat het is. Dit album is hun tweede studio-album en hierop is wederom allerlei muzikale chaos te horen met komische teksten. Dat maakt het sowieso al tot een band waar je niet meteen op uitgehoord bent. Veel liedjes worden elektronisch ondersteund, maar om het nou elektro te noemen dat is wel weer erg kort door de bocht. Opener "Ouverture" is bijvoorbeeld modern klassiek te noemen. Collega Storm kwam bij de beschrijving van het debuut met Mano Negra aanzetten, maar ik ben er niet uit. Ze klinken vooral erg eigen. Dit album wordt ondersteund door de single "Computer In Love" die ik al voorbij heb zien komen bij MTV Brand New voordat ik dit album beluisterde. Zonder de bandnaam gezien te hebben, was dit onmiskenbaar Bonaparte. Het enige dat je als kritiek kunt hebben, is dat het misschien na een nummer of zes even genoeg geweest is, zodat je als luisteraar op adem kunt komen. De lp-versie aanschaffen is dan helemaal niet zo verkeerd, krijg je er zelfs een extra track bij.
File Under: Beestenbende
File Audio: [MySpace]
File Video: [Computer In Love][My Horse Likes You]
Stone Breath - The Shepherdess and the Bone White Bird / The Forest Beggars - Virgo, Mater, Domina
Voor mijn specialisatie Middeleeuwse geschiedenis moest ik mij verplicht verdiepen in de Franse Hoofse Literatuur van de Late Middeleeuwen. Daarvoor kreeg ik college van een man wiens naam mij helaas ontschoten is, maar zijn uiterlijk helemaal niet. Grote witte baard, een hoofd vol met lang - nog witter - kroes haar en nog altijd de kleding die hij naar alle waarschijnlijkheid naar Kralingen had gedragen, en dat afgerond met lederen sandalen waarin hij haast als bij regel geitenwollen sokken droeg. Naast uitgebreide en spannende verhalen over de seksuele moraal in de middeleeuwen en alle dubbele bodems in de symboliek wist hij veel te vertellen over de ontwikkelingen in de muziek van 13e tot 15e eeuw. Iets wat The Forest Beggars (in samenwerking met Stone Breath) op Virgo, Mater, Domina probeert te benaderen. Over repetitief getokkel van simpele motiefjes en slepende drones proclameren de heren in lichte polyfonie hun religieus getinte teksten. Dronefolk die een laat middeleeuwse marktbezoeker zou begrijpen en herkennen als muziek. Aziatische aandoende tonen ontmantelt van alle franje en opsmuk. Muziek om dichter tot god te komen of, als je daar niets mee hebt, de haard van je bestaan in je onderbuik op te zoeken. Daar ik beide niet nodig heb voor stabiliteit of doel in mijn leven, richt ik mij echter gewoon weer op de Hoofse literatuur en alle speelse seksuele daden daarin verstopt.
Op de hoofd cd The Shepherdess and the Bone-White Bird is er meer ruimte voor de opsmuk met name in de vorm van invloeden uit de Aziatische muziek. Het tokkelwerk krijgt meer ruimte en speling, wat het geheel een stuk interessanter om te luisteren maakt. Ook in de zang zit meer dans, iets wat Gregorius in de 7de eeuw nog als duivels benoemde, maar hier geluk haar plek weet te vinden. Stone Breath is duidelijk de meer gewaagde marktmuzikant in de late middeleeuwen die al een stapje richting de vroeg moderne tijd waagt te maken. Maar nog steeds lijkt de muziek gericht op rust brengen in het hoofd, en als je de shakra’s ervoor open zet, dan zal dat ook werkelijk gebeuren. Zeker bij het 20 minuten durende epos "The Shepherdess Of The Fiery Wheels", waar zelfs de grootste scepticus van in trance geraakt. Of er gewoon goed in slaap kan vallen.
File: Stone Breath - The Shepherdess and the Bone White Bird / The Forest Beggars - Virgo, Mater, DominaFile Under: Transcendentale drone polyfonie
Appelpop 2010 - Vrijdag - Napret
Ik had me een iets ander begin voorgesteld van Appelpop dit jaar. De binnenstad van Tiel is dit jaar hermetisch afgesloten, waardoor parkeren op mijn vaste plek uitgesloten is. Ik word naar een verlaten industrieterrein geloodst waarvandaan ik een pendelbus kan nemen richting het festivalterrein. Natuurlijk stopt die aan de andere kant van het terrein dan waar ik moet wezen dus met nog tien minuten op de klok voordat Destine begint is het ietwat haasten geblazen. In de bus zat ik al tussen de die-hard Destine fans en dat deed me een beetje denken aan Di-rect in hun oude tijd. Net als in de bus zijn de eerste rijen voor het podium dan ook volgepakt met jonge tienermeisjes.
Muzikaal wijkt het ook niet echt af. Destine maakt punkachtige powerrock, wat goed gedijt bij de meisjes. Hun hitje "Stars" komt ook nog voorbij, wat de herkenbaarheid ten goede komt. Destine brengt een degelijke show, maar ik ben duidelijk de doelgroep niet.
Wie me minder kan bekoren is Giovanca op het andere podium. De nieuwigheid is er wel vanaf, waardoor haar mix van nu-soul na een kwartiertje gaat vervelen. Veel interactie met het publiek is er ook niet, wat het tot een statisch optreden maakt. Ik heb er niet zoveel mee in ieder geval.
Lees verder..Circle Bros - Haven
Lang, lang geleden op de middelbare school, als de wanorde als zo vaak was uitgebroken, waarschuwde een lerares altijd dat ze 'weer ruis hoorde'. Ze bedoelde het logischerwijs negatief, maar ambient-liefhebbers weten dat ruis ook heel mooi kan zijn. De Belgische lo-fi ambient muzikant Circle Bros heeft het gelukkig rijkelijk in voorraad. Zo is daar "Your Sound" het einde van vinyl-kant a, dat eindeloze laagjes stapelt, als fossiele afdrukken van geluid, zo vervormd dat er van de oorspronkelijke bron niks meer over is. Fascinerend. Minder aangenaam is dat deze eenmansband een nog veel grotere voorliefde voor de echoput heeft. Mevrouw Holle moet zijn grootste fan zijn. Het duurt letterlijk nummers lang voor er hier een geluid te horen valt dat níet in eindeloze echo is gedompeld. Dat wordt toch al snel wat irritant. Opener "No Turning Back" is het volste nummer, met een duidelijke lijn, het gaat bijna richting post-rock-interlude. Een hoop snaren, wat belletjes en onverstaanbaar diepe vocalen waaien door het tochtgat van de Haven. Meteen erna volgt het ultieme zap-moment "Sure", waar diezelfde vocalen overstuurd raken, waarschijnlijk door het gebruik van de goedkoopste microfoon (zo'n Bart Smit-speelgoedding) dat te vinden was. Eigenlijk net een puberale grap, en minstens zo irritant als de ruis van vroeger. Kant b vergoedt veel en is een stuk meditatiever van toon, zelfs zeer minimalistisch, je moet er de melodieën zelf bij dromen. Gefrutsel over oneindig aangehouden orgeltonen en, wederom, bewerkte gitaren.
File Under: De burgemeester van Wezel
File Audio: [Mp3-voorproefje]
Rhythms Del Mundo - Revival
De eerste Rhythms Del Mundo-cd vond ik een vermakelijke cd. Voor Revival, de tweede - wederom een voor het goede doel - geldt voor een deel hetzelfde. Maar bij sommige van de van een lik salsasaus voorziene songs gaan me de nekharen rechtovereind staan. Welke idioot heeft in godsnaam verzonnen dat het wel een goed idee is om "Smells Like Teen Spirit" in een pseudo-melancholisch jasje te gieten? Zo'n figuur is toch gewoon compleet de weg kwijt? Zonder de schmertz van Cobain is het om onpasselijk van te worden. Soort van hetzelfde geldt voor "I Fought The Law"; deze traditional verbleekt onder de Cubaanse zon tot een Rubberen Robbie-song die zijn weerga niet kent. Dat kan nooit de bedoeling geweest zijn van Sonny Curtis toen 'ie de song schreef. En al helemaal niet van The Clash toen ze hun rebelse cover opnamen. De aanwezigheid van Green Day maakt het alleen nog maar erger. Waarom heeft Billy Joe hier niet zijn veto over uitgesproken en een lollig liedje van zijn eigen band voorgesteld? Ik spuug er op. Gelukkig staan er ook wél leuke Latin-draaien aan overbekende songs op Revival. Zo is " A Hard Rain's A Gonna Fall", met gewoon Bob Dylan op zang, een leuke. En "Clocks" doet het wederom met een Cubaanse sigaar in de mond en schetterende trompetten als mantel der liefde prima. Net als de draai die Wyclef Jean geeft aan de Bee Gees-song "Stayin' Alive" en de versie van " Somebody To Love" met KT Tunstall als stralend middelpunt. Toch kunnen ze de vieze smaak van de twee eerder genoemde misperen niet helemaal wegspoelen. Gelukkig komt het geld dat deze cd opbrengt voor een deel ter beschikking gesteld aan goede doelen aan slachtoffers van natuurrampen zoals in Haïti...
File Under: De misperen zien we maar even door de vingers
File Audio: [MySpace]
Lilian Hak - Old Powder New Guns
De grootste verrassing is niet dat de Utrechtse Lilian Hak van bliep-elektronica is overgestapt naar samples van bejaarde filmmuziek. Je mag als muzikant best eens een andere afslag nemen. En Portishead liet al veel eerder horen dat de som van plukbassen, strijkers, belletjes, koortjes en toeters tot iets bijzonders kan leiden. Dat Lilian een pakkend liedje kan schrijven, is ook niet het opmerkelijkste van Old Powder New Guns. Nee, het is vooral die FAN!TAS!TI!SCHE! stem van Hak die me achterover deed slaan. Hoe hebben we (nou vooruit, ik) dit al die jaren kunnen missen?! De ene keer, bijvoorbeeld in "Gone With The Wind" (hoe filmisch had u het gehad willen hebben?), zingt ze de luisteraar en zichzelf verleidelijk uit de kleren. Even verderop, in pièce de resistance "Never Speak to Strangers", is ze het gekke zusje van Caro Emerald dat het slot van haar donkere zolderkamer heeft weten open te prutsen. Old Powder New Guns is voortgevloeid uit een voorstelling voor theaterfestival De Parade. Productiehuis ON heeft Lilian het benodigde kontje gegeven om haar liedjes op plaat te kunnen zetten - iets wat ON eerder ook al deed voor Kyteman. Dat u snapt dat ze daar een neus voor talent hebben. Niet alle muziek komt uit oude films trouwens, nergens wordt de sfeer of stijl gebroken. Maar nogmaals, wat een ongehoord mooie stem heeft Lilian. En wat komt die hier goed tot zijn recht. Verzoekje nog van mijn kant aan Lilian: in "Sleeping on the Ceiling" fluisterzing je een paar Franse woordjes. Doe je ook een keer een nummer helemaal in het Frans? Merci.
File Under: Oscar winning material
File Audio: [Bandcamp]
Interpol - Lights
Weezer - Hurley
Met het plaatsen van Lost’s ultieme antiheld Hurley op de cover van hun nieuwe album slaat Weezer de spijker op zijn kop. In de totaal verwarrende en over the top verhaallijn van de onlangs gestopte serie was de vrolijke dikzak een prettig luchtige factor. Weezer is dat zelf ook al sinds jaar en dag binnen de hectische muziekwereld. Sinds het tot legendarische proporties uitgegroeide debuut is er feitelijk weinig eer te behalen aan een nieuwe cd, maar de schare fans is hondstrouw. En terecht, Hurley is weer zo’n echte Weezer geworden. Dat moest ook wel, want voorganger Raditude voldeed niet aan die kwaliteitseis (een gastbijdrage van Lil' Wayne, hoe bedenk je het!). Rivers Cuomo lijkt ontketend in vergelijking met vorig jaar en zingt in ieder geval weer alsof het er echt toe doet. Met minder ongein en her en der hooguit wat functionele elektronica lijkt de aandacht weer terug te zijn bij het Liedje. Of het toeval is weet ik niet, maar ik hoor een grote gelijkenis met de veel te vroeg ter ziele gegane Travoltas (Luister naar "Rule Me" en bijvoorbeeld naar "The Return Of Randy"). Wat mij betreft overigens enkel een positieve ontwikkeling. Met de (oervalse) cover van "Viva La Vida" en het melige "All My Friends Are Insects" kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan, maar aangezien deze als bonustracks zijn toegevoegd spelen ze slechts een bijrol. Ik merk echter wel dat ook Hurley me na iedere draaibeurt vooral de neiging geeft om het oudere werk weer eens op te zetten, en heel hard mee te zingen met "In The Garage" of "O Girlfriend". Dat was buitencategorie en we moeten maar niet te nostalgisch blijven. Hurley is die gekkerd van wie iedereen altijd vrolijk wordt. Maar vroeger was hij toch leuker (sorry).
File Under: Dikke vette pret
File Audio: [De hele cd staat op MySpace]
Day Six - The Grand Design
Met dit stukje begin ik aan m'n zevende jaar op File Under. Dat gaat eigenlijk ongemerkt, want ik vind het nog steeds leuk om hier stukjes te schrijven. Zeker, de gratis cd's zijn leuk, maar de praktijk is dat ik meer cd's koop dan ooit tevoren, dus van een besparing is geen sprake. Wat vooral leuk is, is dat je bands en artiesten ontdekt die je anders nooit zou ontdekken. Door tips van File Under-collega's of -lezers, maar vooral uit de periodieke stapeltjes cd's die Storm mij toebedeelt. Natuurlijk, soms zitten er dingen tussen die je liever niet had ontdekt, maar dat hoort erbij. Dat wordt echter goedgemaakt door de daverende verrassingen die ertussen zitten. Onlangs had ik dat met Haken, dat ik betitelde als de toekomst van de prog. Wat ik niet wist was dat er een nog veel grotere verrassing aan zat te komen. Via Lion Music nota bene, het Finse label dat doorgaans vooral leverancier is van shredders en andere grootgrutters in gitaristisch geweld. En minstens zo leuk is het dat het ook nog eens een Nederlandse band betreft: Day Six. The Grand Design is een conceptalbum over een UFO op Antarctica en wereldomspannende complotten om dat stil te houden, maar het is vooral een uitgebalanceerd muzikaal meesterwerk. Een meesterwerk? Kom kom, Prikkie. Nee, echt waar. Neem het niet van mij aan, luister gewoon zelf en je zult tot dezelfde conclusie komen. De bio maakt dan wel ronkend gewag van ´a fusion of Pink Floyd, Rush, Porcupine Tree, Dream Theater and Opeth where colossal guitar riffs collide and intertwine with synthesized textures and enthralling vocals for a truly mesmerizing effect´, na beluistering was mijn scepsis naar aanleiding daarvan als sneeuw voor de zon verdwenen. Day Six blijkt in staat tot kijk-mamma-zonder-handen-stunt- en vliegwerk, maar slaagt er ook in de complexiteit te doseren en te beteugelen in negen songs die goed opgebouwd zijn in ritme en dynamiek. En dat is iets wat de hierboven genoemde namen niet eens altijd voor elkaar krijgen. Een mooie bluesy solo ("Lost Identity") is bijvoorbeeld precies dat en wordt dan ook begeleid door ingetogen instrumentatie op de achtergrond in plaats van dat bandleden er nog even wat extra nootjes tussen persen. Is er dan niets op deze plaat aan te merken? Ehm, nee. Echt, Day Six is wereldtop - ook buiten Nederland. De enige reden dat ik hier niet nóg een stapel superlatieven achteraan gooi, is dat ik anders door Ome Storm wordt ontslagen vanwege overmatig lange stukjes.
File Under: Eh... wauw!
File Audio: [SixSpace]
Into The Great Wide Open 2010 - Napret Zondag
Het is druk op de zondagochtend bij de bakkerij in de supermarkt van camping Stortemelk. Dit is de dag dat een gedeelte van de bezoekers van het Into The Great Wide Open festival het eiland zal verlaten. De laatste dag. Je merkt het aan de sfeer. Iedereen komt een beetje gelaten over. Of zou het gewoon de kater van gisteravond zijn? Ik loop naar de kassa met mijn twee vers bemachtigde ham/kaas-croissants en iets drinkbaars van wat er nog over was in die halflege schappen. Daar aangekomen vang ik ongevraagd nog wat details over de liefdesperikelen van een van de kassameisjes op. Ook goedemorgen. Laten we de dag maar eens rustig beginnen met de zachtaardige folk van onze Belgische vrienden van Isbells.
Gezeten in het gras van het sportveld, luisterend naar de klanken van Isbells is het aangenaam wakker worden. Niets wereldschokkends maar daar heb ik ook geen behoefte aan op dit vroege uur. Net zo min als aan een krantenartikel met een diepgaande politieke analyse. Nee, dan lees ik liever het speciaal door kinderen op het festival in elkaar gedraaide, dagelijkse Kolder-krantje. Zelden zo'n vermakelijke festivalkrant gelezen. Met name de interviews zijn memorabel. Zo weet ik nu over Gijsbert Kamer dat hij "het liefst Bob Dylan interviewt en nooit nerveus is" en dat Ferry Roseboom "op school nooit is blijven zitten".
Lees verder..Motorpsycho - Timothy's Monster
Vijftien jaar geleden bracht Motorpsycho haar derde (of vijfde, als je de tussenliggende EP's meerekent) volwaardige langspeler uit. Timothy's Monster, de plaat die Motorpsycho voor eens en altijd zou settelen als een vaste waarde in de Europese indiescene. De plaat ervoor, het allesverschroeiende Demon Box, liet al een enorme stilistische verbreding horen ten opzichte van hun vroegste proto-stoner-grunge, maar op Timmy trok de band voor het eerst alle registers open, met als gevolg een regelrechte klassieker. Door de jaren heen zijn de geruchten omtrent de outtakes en b-kantjes alleen maar groter geworden in MP-fankringen, maar gelukkig vonden Bent en consorten het tijd om de plaat opnieuw uit te brengen, met alle opnames uit die tijd erbij verzameld. Dat zijn nou mooie cadeautjes voor de fans. De eerste twee cd's zijn de originele dubbel-cd, zonder overtrokken moderne mastering maar gewoon zoals hij vijftien jaar terug ook was. De derde cd is echter interessanter. Deze bevat namelijk de versie zoals de band hem in eerste instantie bedoeld had, als enkele cd, met wat andere nummers en een andere volgorde dan het uiteindelijk zou worden ("On My Pillow", "Beautiful Sister", "The Wheel" en "Wearing Yr Smell" zouden pas later dat jaar opgenomen worden en hun plekjes op de finale versie veroveren). En zo krijgen we het toepasselijk getitelde juweeltje "Very 90's Very Aware" voor het eerst te horen, waarin Motorpsycho zowaar naar Pavement neigt, en hebben "On The Toad Again" (eerder uitgebracht op de 10 jaar Dynamo Open Air-compilatie uit 1995, het jaar dat de band daar ook speelde) en het zeer stevige "Innersfree" eindelijk hun plekje gekregen, naast klassiekers als "Watersound", "Kill Some Day" en "The Golden Core". Als Motorpsycho deze plaat had uitgebracht hadden ze zo mee kunnen liften op de grote stonerrock-golf van de mid-jaren 90, aangezien deze versie een stuk steviger uit de hoek komt dan ik had verwacht. Maar Motorpsycho was destijds een rusteloze band, met bergen inspiratie en frisse ideeën, wat blijkt uit de vierde cd, die werkelijk bomvol zit met de outtakes en b-kantjes. Daar zit van alles tussen, soms mooi, soms minder. Maar het laat wel horen dat het geluid van Motorpsycho aan het veranderen was, een tendens die op de volgende platen nog verder doorgevoerd zou worden. Het geheel is daarnaast ook nog eens gestoken in een mooi vormgegeven boxje met een rijk gevuld boekwerkje erbij vol technische detail en anekdotes. Kortom, voor de fan een niet te missen release, en voor de algemene luisteraar een prima inkijkje in de ontwikkeling van een van de beste bands die Europa kent.
File Under: Rijkelijk gevulde heruitgave
File Audio: [MySpace]
Appelpop 2010 - Voorpret
Omdat komend weekend bij mij in het dorp de band speelt die "nog sneller van personeel wisselt dan de McDonalds" speelt ben ik genoodzaakt het dorp te ontvluchten. Want ik zou wel eens een noot kunnen opvangen en ik weet niet of ik dan voor mezelf insta.
Gelukkig wordt in Tiel in hetzelfde weekend Appelpop gehouden. Het festival ontving onlangs van onze collega’s van Festivalinfo nog de eretitel "beste gratis festival" en dus is het een taak om dat ook dit jaar waar te maken. Daarnaast vormt het festival het officieuze einde van het festivalseizoen buiten.
Lees verder..Altar Eagle - Mechanical Gardens
Ik houd van kabbelende beekjes en klaterend water, vooral na een goede avond stappen. Ik houd ook heel erg van Daelek, van The Raveonettes, van Jesus And Mary Chain, My Bloody Valentine, Slowdive, Curve, School Of Seven Bells, Mystery Jets, Piano Magic en Singapore Sling. Brad Rose van The North Sea heeft begrepen dat je heel makkelijk de dromerige pop van Belle & Sebastian een extra lading fuzz, echo en distortion kunt meegeven. Daarmee creëer je rafelige randjes waarbij de engelenvocalen van zijn vrouw Eden Hemming veel beter uitkomen. Altar Eagle is dus geen noise zoals we van mijnheer Rose gewend zijn. Altar Eagle is alternatieve gitaarpop met de nadruk op pop. Mechanical Gardens is een cd voor de lange adem. Het is een plaat vol loops, soundscapes en bezwerende elektrische tonen. Altijd langzaam en hypnotiserend. Zonde is dan ook dat halverwege Mechanical Gardens Brad Rose het toch niet kan nalaten om te pielen met meer uptempo beats en synths. Hij wilde teveel en liet het idee van droompop varen. Helaas is daardoor deze cd voor de helft geslaagd. Waarschijnlijk werkte al het beekjesgeklater op zijn blaas en moest hij hoognodig, waardoor zijn aandacht voor de betere gitaarpop verslapte. Zonde, want de bron zag er prima uit.
File Under: Halfgeslaagde dreampoppoging
File Audio: [MySpace]
Chapter - Three (A Collection Of Monsters)
Vaak is het best prettig als een album snel zijn geheimen prijs geeft. Dat je na een of twee luisterbeurten er al achter bent hoe goed of (en dat gebeurt vanzelfsprekend met bijna dezelfde regelmaat) hoe middelmatig of zelfs slecht een cd is. Soms is het echter fijn om gewoon te luisteren naar een cd en geen flauw benul te hebben de eerste paar keer of je ‘em goed vindt of niet. Ik had dat met de tweede cd van Chapter en heb dat met hun derde cd A Collection Of Monsters wederom. Op het eerste gehoor is dit slot van de trilogie Prologue / The Biographer / A Collection of Monsters namelijk weer zo’n rustig voortkabbelend album waarbij je als je een beetje moe bent zelfs de neiging zou kunnen krijgen erbij in slaap te doezelen. Dat komt door de feilloze combinatie van lome liedjes en onderkoelde zang van Baron Alexander J.S. Craker (ook wel Alex genoemd) die eventueel komt in combinatie met die van zijn partner in crime Thierry van Osselt. De fragiele gedetailleerde schoonheid van de twaalf liedjes op A Collection Of Monsters wordt pas duidelijk als je geconcentreerd gaat zitten luisteren. De ingetogen folkpop wordt nooit een eng monster, maar eerder een groot vilten knuffelbeest dat naar verloop van tijd jouw temperatuur overneemt. De warmte is gloedvol. Hoe schril is dan het contrast met de verhalen die ze vertellen in de teksten. Die haken namelijk wel degelijk aan op het woord monsters in de titel. Seriemoordenaars ("Serial"), necrofilie ‘toepassen’ op je eigenhandig vermoorde vermeende vriendin ("My Sweet Girl"), hoe het moet zijn om te sterven van de kou bedekt onder de sneeuw ("A Winter Chill"). Op zijn zachtst gezegd zijn het macabere onderwerpen die de twee Zwitsers bezingen. Iets wat je nooit zult horen als je niet écht luistert. Dan wordt A Collection Of Monsters pas de griezelig goede plaat die het is.
File Under: Kippenvel
File Audio: [MySpace]
Into The Great Wide Open 2010 - Napret Zaterdag
Zaterdagochtend wordt de laatste bingokaart in het Bolder-restaurant uitgedeeld. Hoewel ik altijd wel te porren ben voor een potje popbingo en ik bijna mijn rijtje vol heb, ben ik te benieuwd naar het optreden van Nevada Drive om te blijven. Dan maar niet die felbegeerde fles Beerenburg gewonnen. Bij het horen van de zeer fraaie, warme stem van zangeres Christien Oele heb ik al snel geen spijt van mijn keuze. Ik herinner me ineens waarom ik Tanita Tikaram ten tijde van haar debuut zo goed vond. Ondanks haar fikse verkoudheid en de korte voorbereidingstijd van de twee in allerijl opgetrommelde begeleiders - de band is op vakantie - weet ze een erg fijn optreden weg te geven, waarbij het vooral mooi is om te zien hoe ze zelf opgaat in haar muziek. Het kleine eiland-liedje dat ze als primeur in haar uppie speelt - "zelfs mijn liefje heeft het nog niet gehoord, dus nu zijn jullie zeg maar allemaal mijn liefje" - ontroert in al haar eenvoud. Jammer van het vroege tijdstip. Dit had meer publiek verdiend.
Lees verder..Youth Pictures Of Florence Henderson
Into The Great Wide Open 2010 - Napret Vrijdag
De aankomst op camping Stortemelk is dit jaar een stuk vriendelijker. Waar nu het tent-vliegeren deel uitmaakt van de art trail, deden mijn lief en ik dat zelf vorig jaar spontaan tijdens het opzetten van onze iglo bij windkracht tien met ontmoedigende hoosbuien. Op de donderdag worden we verwelkomd met zonnestralen onder een steeds strakker blauw wordende hemel en het weer zal gedurende de rest van het lange Into The Great Wide Open-weekend volop blijven meewerken.
De sfeer zit er onder de vroege vogels meteen al goed in. Zo goed zelfs dat het door Rederij Doeksen gratis aangeboden concert van Tim Knol in de bolder aan vrijwel alle gemoedelijk bijbabbelende aanwezigen een beetje voorbij lijkt te gaan. Tim zet met zijn solide band een degelijke maar ook onopmerkelijke show neer en slaagt er maar niet in de vonk naar het publiek over te laten slaan (zie hier overigens wel een aardig videointerview). Dat De Bolder ondanks de aankleding bij het podium met de kenmerkende konijnen nog steeds meer weg heeft van een buurthuis met meeuwenmotief helpt daar niet aan mee. Tevens heeft De Bolder te kampen een haperende geluidstechniek - het is iets wat ik hier een keer zal benoemen, maar het blijft helaas het hele festival zo. Wij besluiten een kijkje te gaan nemen in het restaurant waar El Pino & The Volunteers alvast een voorproefje geven van waar ze de volgende dag het festival mee zullen openen.
Lees verder..Judy Collins - Paradise
Het vorige album van de inmiddels 71-jarige folkdiva Judy Collins was een matige exercitie waarop ze klassieke Beatles-tracks coverde. Op Paradise opent ze met een zo mogelijk nog klassieker nummer, namelijk "Over The Rainbow". Dat is wel even slikken. Aan de andere kant getuigt het van lef en gezien haar status is het niet zo eens zo gek dat ze zich hier aan waagt. Jammer dat het resultaat - vooral door de galm op haar stem - maar matig bevalt. Beter is het tweede liedje: een duet met Joan Baez waarin beide grootheden "Diamonds and Rust" van de laatste een waardige behandeling geven. En zo gaat het verder, tien songs en een fikse handvol grootheden lang. Hoogtepunt is naar mijn smaak het duet met haar voormalige partner Stephen Stills waarin ze "Last Thing On My Mind" van weer zo’n held, Tom Paxton, zingen. Ook de bewerking van "Ghost Riders In The Sky" is niet onaardig. Tussen de twaalf nummers van anderen vinden we een nieuwe: "Kingdom Come". Dat nieuwe mag tussen aanhalingstekens, want Judy Collins schreef het in 2002 en is haar reactie op 9/11. Niet het beste liedje van Paradise, maar ook niet slecht te noemen en in elk geval een stuk beter te pruimen dan de mislukking van drie jaar geleden.
File Under: Grande dames
File Video: [Ghost Riders In The Sky]
Katy Perry - Teenage Dream
Het spelletje dat Katy Perry speelt fascineert me. Ze lijkt als geen andere popmuzikant een poging te doen te balanceren tussen kunst en kitsch. Pesterig flinterdunne liedjes combineren met melodielijnen die domweg je kop niet uit te branden zijn. Zij weet hoe het spel gespeeld wordt en doet dat on- en offline op geraffineerde wijze. Toch gaat ze daarbij soms wat te ver. Op haar nieuwe album Teenage Dream gaat ze af en toe over het randje en dan dendert ze heel hard het grote niets in. Een niemendalletje als "The One That Got Away" is hiervan een goed voorbeeld. Een liedje waarin elke goede hook of melodielijn ontbreekt en dat zo weinig om het lijf heeft, dat het afstoot. Daar staat gelukkig meer dan genoeg tegenover. De titeltrack waggelt juist weer heerlijk op de juiste manier over de draad. In een zoetsappige ballade als "Not Like The Movies" laat ze net als op haar MTV-Unplugged-cd horen in een meer akoestische setting prima uit de voeten te kunnen. Ook een song als het curieuze "Peacock", dat mij het gevoel geeft een pikante tekenfilm te bekijken, is zeker vermakelijk. Perry speelt geraffineerd (veel meer speels dan geroutineerd!) haar troefkaarten die het hele spectrum bestrijken van cheezy elektronica tot luchtige rock. Songs als "Circle The Drain", "E.T." en "Hummingbird Heartbeat" laten nogmaals goed horen dat deze tante zat in haar mars heeft als het gaat om het schrijven van lichtvoetige popsongs met een knipoog. Katy Perry zal ook helemaal niet van plan zijn geweest om de popwereld op de kop te zetten met een baanbrekende plaat. Ze wil de mensen vermaken en daar slaagt ze op Teenage Dream met speels gemak in.
File Under: Wordt maar nooit echt volwassen.
File Video: [Teenage Dream][California Gurls]
Sons Of Liberty - Brush-Fires Of The Mind
In de powermetal is een conceptalbum bepaald niet ongewoon. Toch is Iced Earth´s Jon Schaffer een geval apart op dat gebied. De man lijkt niet genoeg te kunnen krijgen van conceptalbums, of die nu over sciencefiction gaan of over de Amerikaanse Burgeroorlog, maar daarnaast is hij een Man Met Een Missie. Hij is daar wel een ander bandje voor begonnen, Sons Of Liberty, al komen Iced Earth-fans nogal wat bekende namen tegen. Zanger Matthew Barlow ontbreekt echter, omdat Schaffer zelf de zang voor zijn rekening neemt. Dat hij dat prima kan, was al bekend van Iced Earth. Brush-Fires Of The Mind werd eerst online verspreid (gratis in wat mindere kwaliteit, nog steeds verkrijgbaar bij inschrijving voor de nieuwsbrief) en heeft zoals gezegd een politiek thema, over corrupte wereldleiders die de rest van de wereldbevolking als slaven behandelen. Hier en daar citeert Schaffer Thomas Jefferson and Abraham Lincoln en worden geluidsfragmenten van Kennedy en Martin Luther King gebruikt. Dat Schaffer het echt meent, mag blijken uit de verwijzingen naar artikelen, boeken en filmmateriaal op de site. Allemaal leuk en aardig, maar stelt het muzikaal ook nog wat voor? Ja hoor, het is de vertrouwde Schafferiaanse powermetal die je hoort, met een enkel relatief rustpuntje ("The Cleansing Wind"). Het is tekstueel zware kost, maar het weer is weer eens wat anders dan de doorsnee-testosteron-teksten. En eerlijk is eerlijk, Schaffer maakt er iedere keer weer iets van waar je simpelweg niet omheen kunt.
File Under: Ome Jon spreekt, maar wel smaakvol
File Audio: [Flashplayer]
Interpol - Interpol
Ondanks dat ze klinken alsof ze dagelijks uren in het hellevuur doorbrengen, word ik altijd erg blij van Interpol! En de monotone zang van Paul Banks lijkt gelukkig inspiratie voor interessante bands zoals de Editors, Customs, White Lies en meer. Dat terzijde verder, Interpol blijft ��n van mijn mijn favoriete bands ooit, en met dit self-titled album maken ze me weer blij. Niet dat er nu zoveel vernieuwends gedaan wordt, want ze kuieren rustig door op dezelfde voet. Het donkere geluid, de galmende gitaar, de diepe drum, alles is zoals het was. Al merk ik toch wel enige vernieuwing in die drums, bijvoorbeeld in "Safe Without" en "Try It On". Minder duister, meer strak en gelikt, in "Success" zelfs richting drum 'n bass, erg lekker. Datzelfde "Success" is niet het overdonderende openingsnummer zoals "Pioneer To The Falls" was op Our Love To Admire, maar dat maakt de band weer goed met het zweverige "Memory Serves" en climaxnummer "Lights". Het album kwam bij mij in eerste instantie wat vlak over, met minder diepgang dan ik gewend ben van de goedgeklede heren. Wat niet wil zeggen dat er meer hitgevoelige nummers op staan in vergelijking met Our Love To Admire. In tegendeel zelfs, het lijkt erop dat de commerciële drang van de platenmaatschappij getemperd is en Interpol weer teruggrijpt naar hun debuut-tijd. En met succes, want naarmate ik vaker luisterde, bekroop het hellevuur me weer. Het gevoel dat me juist zo intrigeert. Het gevoel dat mij bleef vasthouden totdat afsluiter "The Undoing" me ergens diep in het midden van grote modderpoel achterliet, snakkend naar lucht en vaste grond onder de voeten.
File Under: Interpol blijft Interpol
File Audio: [Last.fm]
File Video: [Lights] [Barricade]
David Gray - Foundling
David Gray had de smaak goed te pakken bij het schrijven van nummers voor zijn vorige plaat Draw The Line. Ongeveer een jaar na het verschijnen van die cd is er al weer een nieuwe plaat van zijn hand. Het aantal restjes van rond Draw The Line was zo groot dat hij er makkelijk weer een album mee kon vullen. Restjes is wel een erg fout woord voor de songs op Foundling. Zo ervaar ik de songs namelijk nergens. Wat wel opvalt, is dat ze een stuk ingetogener zijn dan op zijn voorganger. Dat vind ik wel prettig, want dat is de kant van Gray die ik het liefst hoor. Dat ik het zo fijn vindt dat Gray deze kant kiest komt ook doordat hij op deze momenten me het meest doet denken aan de helaas veel te weinig nieuwe muziek producerende David Baerwald. Als hij zingt, begeleid door slechts akoestische gitaar (en een tweede stem in de refreinen), bijvoorbeeld in "When I Was In Your Heart", dan komt zijn stem juist zo goed tot zijn recht. Ook klein met piano ("Holding On") en eventueel wat warme weemoedige blazers op de achtergrond, zoals in "A New Day At Midnight", laat Gray zijn beste kant zien. Heerlijk is ook de dromerige saxofoon die in "We Could Fall In Love Again Tonight" een rokerige nachtclub uit komt rollen om ervoor proberen te zorgen dat de liefde weer hartstochtelijk op gaat bloeien. Foundling komt ook in een iets duurdere deluxe editie waarop nog acht nummers extra staan. Tekenend is dat ik hierop de meer uptempo nummers hierop duidelijk de minste vindt. Doe mij maar die slow songs.
File Under: Mijn favoriete kant van David Gray
File Audio: [MySpace]
The Green Pajamas - The Complete Book Of Hours
Book of Hours werd oorspronkelijk uitgebracht in 1987. Luisterend naar de plaat zou je eerder eind jaren zestig, begin jaren zeventig gokken. De nummers hebben duidelijke psychpop-elementen, maar ook een vrij conventionele songstructuur. In 1987 deed de plaat niet zoveel. En dat is eigenlijk de rode draad in de gehele carrière van The Green Pajamas. Die werden nooit opgepikt door een major label, scoorden nooit een hit. Het recent opnieuw begonnen label Green Monkey Records besloot een eind te maken aan al dit onrecht, en besloot de plaat opnieuw uit te brengen voor een groter publiek. De oorspronkelijke oplage bedroeg telde namelijk slechts 500 exemplaren. Deze nieuwe druk is met 17 nummers wat aan de lange kant. Dat komt omdat naast de nummers die op de originele plaat verschenen, nog meer nummers uit de Book of Hours-sessies zijn meegenomen. De spanningsboog blijft echter lang genoeg strak staan. Albumopener "Paula" klinkt nog opvallend fris, ondanks de duidelijke retro-psych-invloeden. Het klinkende popliedje "My Red Balloon" is een van de uitblinkers van de plaat, net als het brutaal swingende Big Surprise. Jammer genoeg heeft de platenmaatschappij de bonustracks direct achter de oorspronkelijke plaat geplakt. Een dubbelalbum was beter geweest; het niveau van de laatste nummers is duidelijk lager. Dat is jammer, maar dit is hoe dan ook een verdiende re-release.
File Under: Psychpop uit de oude doos
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
Beth Jeans Houghton
Los Lobos - Tin Can Trust
We waren dikke vrienden, L. en ik. Jarenlang. Hij was een prima figuur om mee te feesten, maar ook voor een diepgaand gesprek was hij een prima partner. Vriendschap lijkt vaak voor eeuwig, maar in de praktijk verwatert deze maar al te gauw. Zo ging het ook tussen L. en mij. Niet eens op het moment dat hij populair werd, daar was onze vriendschap prima tegen bestand. Hij wilde geen vrienden voor even. Het ging later pas mis, heel geleidelijk. Tot vorige week. Ik zie hem plots lopen in de stad. We spreken elkaar aan en het is alsof we elkaar de week ervoor nog gezien hebben. Hij is wat ouder geworden, wat dikker, maar verder zijn de grollen er nog steeds. Het zat hem allemaal niet mee de laatste jaren, maar nu gaat het prima. Al heeft hij soms zijn buien. Toch heeft hij er weer zin in, een mens moet toch verder. Hij bruist zelfs van de energie en nog beter dan vroeger weet hij wat hij wil. We zakken de avond door tot we tollen van de drank, omhelzen elkaar bij het afscheid en spreken meteen af voor later die week. We hebben veel in te halen, het leven moet geleefd worden en daar heb je fijne vrienden bij nodig.
File Under: Oude liefde roest niet
File Audio: [MySpace]
File Video: [Tin Can Trust (live)]
Week 35, 2010
Storm
Hauschka @ #GWO10
Ewie
#GWO10
jnnk
#GWO10
Ludo
Sufjan Stevens - All Delighted People
Gr.R.
Die Anarchistische Abend Unterhaltung @ Naar Buiten (Vlieland) op #GWO10
Ramon
Timber Timbre @ #GWO10
André
Caitlin Rose @ #GWO10
Prikkie
Vandale - Schandale/ Stale Verhale
DubbelMono
The Main Street Gospel - Love Will Have Her Revenge
Campking
Trumans Water - O Zeta Zunis
Stonehead
Robyn - Body Talk pt.2
The Whitest Boy Alive
Scram C Baby
Alex Masi / George Bellas
Locatie: Club Heaven.
MC Choppin´ tikt DJ Beet op z´n schouder.
´Hee Beet, weet je nog van die keer dat die rockgitarist een cd vol met jouw stukken had opgenomen?´
DJ Beet gromt: ´Pfff, die cd waar ik geen cent aan verdiend heb, ja. Toch niet weer, hè,? Of ga ik er deze keer wel iets aan verdienen?´
MC Choppin´ grijnst breed.
´Deze keer gaat die gitarist er wat aan verdienen, maar jij geen sikkepit. Hij heeft nu allemaal eigen nummers opgenomen, helemaal in z´n eentje en die zijn er niet slecht uitgekomen.´
´Dus hij steekt alles in eigen zak? Da´s lekker....´
´Ja, maar eerlijk is eerlijk, hij heeft er een lekkere plaat van gemaakt. In allerlei stijlen, met zelfs her en der elektronica redelijk prominent, maar het zijn steeds lekker rocksongs zonder dat ´ie shreddenderwijs over the top gaat.´
´Maar hij heeft dus niets van mij opgenomen?´
´Nee, geldwolf dat je d´r bent. Hij heeft wel in "Ladies Of The House" een aanzet tot iets Arabisch, maar dat werkt ´ie eigenlijk te weinig uit. O, hij gebruikt nog wel een stukje van een ander....´
DJ Beets gezicht wordt plots wat vrolijker.
´..... maar dat is van Henry Mancini, het "Peter Gunn"-themaatje.´
DJ Beets gezicht betrekt weer.
´Maar wat moet ik hier dan mee?´
´Nou ja, je bent al zo doof als een kwartel, dus weinig denk ik. Maar ik vind dat Masi hier een heel fijne instrumentale gitaarplaat heeft afgeleverd. Fraai gitaarwerk van begin tot eind, maar in veel stijlen en niet continu op topsnelheid. Ik schuif ´m zo nu en dan eens in een set in de club hier. Die harpen zijn ook niet eeuwig populair.´
´Trouwens, weet je wie nog nooit populair is geweest bij de jongens van dat muziekweblog waar ik je laatst over vertelde? George Bellas. Iedereen die er iets van hoorde kwam tot de conclusie dat het een knakker is die geen maat weet te houden. Vreselijk ingewikkeld doen, veel te lang en veel te snel en zelden iets wat op een afgeronde song begint te lijken. Ik heb ´m ook maar eens beluisterd. In de bio stond al iets over over-the-top performances...´
´Dan weet je genoeg toch?´vraagt DJ Beet.
´Dat zou je denken, hè? Maar het valt mee. Hij heeft nog steeds de mond vol over compositorische technieken, over barok, romantiek en klassiek, compleet met een heel concept voor het album. Gelukkig heeft ´ie ook bedacht dat hij het heel anders wilde doen dan bij zijn vorige album. En da´s mazzel, want daar ging hij 75 minuten aan een stuk door. Zo´n stuk is niet-doorheen-te-komen.´
´Wacht even Choppin´, ik schreef ook lange stukken!´
´Ik ook Beet, maar dan wel met genoeg variatie om het 75 minuten vol te houden toch? Nu zijn het bij deze knakker nog altijd 19 nummers, maar je krijgt zo nu en dan wat rust. Maar eerlijk gezegd hoeft ´ie die cd´s voor mij niet vol te proppen. Nu blijft een drie kwartier leuk, en dan is het doorbijten. Gelukkig zitten er wel nummers tussen waar je blij van wordt, zoals het met barokke riedeltjes doorspekte "Let There Be Light". Er is dus vooruitgang. Misschien wordt het nog wat met deze knakker.´
´Maarre Choppin´, als ik het goed begrepen heb komt er bij mij hoe dan ook geen cent binnen.´
´Klopt, hoezo?´
´Ik heb honger. Dus jij zult weer moeten betalen bij de McHeaven.´
File Under: Fraaie en uitgebalanceerde maaltijd
File Audio: [MasiSpace]
File: George Bellas - The Dawn Of Time
File Under: Fastfood, maar soms lijkt het net een volledige maaltijd
File Audio: [BellasSpace]
Timber Timbre
School Of Seven Bells - Disconnect From Desire
Dit bandje houdt van alliteraties. Niet alleen de bandnaam bekt lekker, ook de titel van het tweede album van de drie New Yorkers klinkt goed. Op het eerste gehoor lijken de nummers op Disconnect From Desire een kruising tussen Stereolab en My Bloody Valentine. Maar waar het bij veel moderne shoegazebands toch vaak blijft steken bij gruizend effectbejag, zorgen de poppy melodieën en de samenzang van de beeldschone zusjes Deheza voor een veel toegankelijker geluid. Elektropop, droompop, spookpop, het is lastig om de muziek van School of Seven Bells (ook wel bekend als SVIIB) te benoemen. Feit is dat er flinke stappen zijn gemaakt sinds het debuut twee jaar geleden. De zang klinkt zelfverzekerder en de band is duidelijk niet meer bang voor een te commercieel geluid. Hoogtepunt is de schitterend gezongen shoegazelovesong I L U, al gaat het natuurlijk wel over een liefde in de verleden tijd: 'I want you, to know that, I loved you'. In de meeste nummers komt gelukkig een flinke gitaardrone langs, omdat het anders misschien allemaal net iets te zoetsappig zou kunnen worden. Nooit gedacht dat shoegazemuziek mainstream zou kunnen klinken. SVIIB krijgen het voor elkaar.
File Under: Shoegaze goes mainstream
File Audio: [MySpace]
File Video: [Windstorm]
File Twitter: [Twitter]
Typhoon & New Cool Collective
Caitlin Rose
C.W. Stoneking
Tired Pony - The Place We Ran From
Tired Pony? Is dat een synoniem voor paardenslager? Of de gemoedstoestand van Ponypark Slagharen na een dagje middelbare scholieren? Nee, het is het countryproject van Snow Patrol-zanger Gary Lightbody. Nou ja, country - nee, het is een rauwe recht-voor-zijn-raap-singer/songwriterplaat waarop iedereen mocht aanschuiven die daar maar zin had. Zo bestaat Tired Pony zelf uit Troy Stewart en Iain Archer, Richard Colburn van Belle & Sebastian, Jacknife Lee, Peter Buck van R.E.M., Scott McCaughey en dus de eerder vernoemde Gary Lightbody. Ook M. Ward doet mee, evenals Zooey Deschanel en Tom Smith van Editors. Zie Tired Pony als een verlengstuk van Ward’s Monsters Of Folk met Conor Oberst. Lightbody’s zwoele vocalen houden de sfeer luchtig en zorgen precies op de juiste momenten voor de kenmerkende spanning van Snow Patrol. In amper een week harkten de heren en een dame tien parels over de gemoedstoestand van Amerika bij elkaar. En, dat is eigenlijk de grootste verdienste van Tired Pony. Als echte kopstukken in de muziek bij elkaar komen zijn de verwachtingen vaak zo hooggespannen dat er alleen nog maar draken van songs ontstaan. Op The Place We Ran From hoor je hoeveel ruimte iedereen heeft gekregen om te kunnen en willen bijdragen. Met ieders goedkeuring zijn het tenslotte de kwalitatieve liedjes die tellen. Negen van de tien songs zijn van pure wereldklasse. Dat maakt Tired Pony tot een te koesteren raspaard. Sowieso, als je Tom Smith van Editors in "The Good Book" kunt laten klinken als de gulden middenweg tussen The National en Tindersticks, dan heb je al snel mijn stem.
File Under: My Little Tired Pony
File Audio: [MySpace][Spotify]
File Video: [Dead American Writers][An Introduction To...]
My Bubba & Mi
Julius Victor - From The Nest
Vieze hippies? Moet je de foto achterop het boekje bij de cd-uitgave van From The Nest eens bekijken. De leden van het volkomen - behalve bij fanatieke verzamelaars van zeldzame proto-hardrockplaten - vergeten Julius Victor lieten zich fotograferen met ontbloot bovenlijf, bloemetjes in hun haar en overgoten met iets dat lijkt op een mengsel van ketchup en eierstruif. Vieze hardrockers, zou je ook kunnen zeggen. Want de acht tracks op dit album klinken als het soort proto-hardrock dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig opdook. Het geluid van Julius Victor is doordrenkt van blues, maar ook van soul, vooral dankzij de stem van de zanger. En dat is wellicht het meest curieuze aan deze plaat: geen van de muzikanten werd teruggevonden door Gear Fab Records. En aangezien de oorspronkelijke LP-versie en teruggevonden masters blijkbaar alleen meldde welk instrument de vier leden bespeelden, maar niet wie van hen de zangpartijen voor zijn rekening nam, heb ik geen idee wie er ooit zo bluesy en soulful From The Nest vol zong. Maar wel dat het de drummer, Lawrence Zea Engstrom was die de acht stijlvolle tracks schreef en dat organist en pianist Kimball Lee met zijn toetsenpartijen het album kleur gaf. Maar als ik me in mijn jeugd zo op de foto had laten zetten, zou ik me wellicht ook niet terug laten vinden. Hoe goed dat album ook nu nog steeds klinkt.
File Under: Mysteries
File Audio: [Slide Rule]
[Black KnifeSlide Rule]
Go Back To The Zoo - Benny Blisto
Vorige week kreeg ik een sms of ik binnenkort mee ga naar Go Back To The Zoo. Ik moest eerlijk zeggen dat de naam me wel iets zei, maar ik wist er zo geen nummer bij. Blijkbaar heb ik onder een steen geleefd, want de tegenwoordig Amsterdamse band heeft al vier singles uitgebracht, inclusief de enorme hit "Electric", zo'n nummer dat volgens mij iedereen wel kent! Een lekker dansbaar maar weinig spannend nummer, prima voor een avondje uit. Dat zijn de meeste nummers op Benny Blisto ook, op een paar minder dansbare nummers zoals "Gotta Wake Up" en "House On Fire" na. De rest is heel erg Mando Diao, die vorig jaar ook zo'n hit hadden met 'Dance With Somebody'. Bij het nummer "Beam Me Up" moest ik zelfs een beetje denken aan The Kooks, inclusief het accent. Ze gaan lekker dansbaar door op de cd, inclusief de minder brave nummers "Fuck You" en afsluiter "I Lov It" waarin ze een oorlog willen starten. En zoals nu wel blijkt, Go Back To The Zoo slaat aan. Met nu al vier hits op je debuut, een optreden op Lowlands én het De-Wereld-Draait-Door-Huisband-predikaat doe je het best goed! Langzamerhand veroveren ze Nederland, nu de rest van de wereld nog.
File Under: Aankomend Nederlands exportproduct
File Audio: MySpace
File Video: [Beam Me Up] [Electric] [Hey DJ][I'm the Night (See you later)]
Veronica Falls
The Tallest Man On Earth
VA - Shouting Boots Live
Een eigen salon hebben, gedrapeerd met rood velours en dierenvellen, zodat elk weekend je favorieten muzikanten kunnen komen spelen. Wie droomt er niet van? Jaap Boots en Koen Schouten hebben er eentje laten bouwen, in hun kombuis zitten ze elke zaterdagmiddag eerste rang om de zweetparels te tellen op de voorhoofden van de Ploctones, Sven Hammond Soul of Katzenjammer. Shouting Boots heet het programma op Radio6 (zater- en zondagmiddag, 14-16.00 uur) waar die sessies live te volgen zijn. Daar tussendoor draaien Koen en Jaap ook nog jazz, blues en wereldmuziek van cd. Een ‘verontrustend sterke mix’, noemen ze het zelf. Kijkend naar de tracklisting van de cd Shouting Boots Live, met achttien parels uit meer dan honderd sessies, mag geconcludeerd worden dat de kombuis van Jaap en Koen uitzicht biedt op een zeer breed spectrum. Naast genoemde voorbeelden meerden ook de Italiaanse bard Gianmaria Testa, de balkanpunkers van Che Sudaka en het klassieke Zapp String Quartet aan. Het nummer van het strijkkwartet is tevens een van de hoogtepunten op de cd, al komt dat waarschijnlijk omdat het behoorlijk afwijkt van de ‘verontrustende mix’. Dezelfde vlieger gaat op voor het Artvark Saxophone Quartet - da’s nog eens de grenzen oprekken. Daar steken de droefsnoeten met gitaar (Neil Cowley, Devon Sproule) wat bleek tegen af.
File Under: Got live if you want it
Wavves - King Of The Beach
Aangezien ik allergisch ben voor strandvakanties maak ik zo goed als nooit kennis met watersporten als surfen. Afgelopen zomer heb ik echter met verbazing staan kijken naar kitesurfers. Echt super, alleen al om te zien! Dit spektakel is een prima ingang om in de stemming te komen voor King Of The Beach van het Californische Wavves. Na drie albums is er nog maar een constante factor in de band en dat is Nathan Williams. Als begeleidingsband maakt hij op dit album gebruik van Bill Hayes en Stephen Pope. Zij begeleidden eerder Jay Reatard, tot hij ze eruit gooide en kort erop overleed aan overmatig drugsgebruik. Ook Williams heeft geen onbesproken verleden, maar laten we hopen dat het hem beter zal vergaan. King Of The Beach is namelijk een gave plaat. Mocht je bij Californië denken aan zon en prachtige stranden dan zullen deze er ongetwijfeld zijn maar niet bij Wavves. Lo-fi, rock, surf, noise, noem het op, alle ingrediënten zijn aanwezig om het niet te mooi te laten klinken. Williams en zijn makkers maken er een vuig strandfeestje van. Bijzonder is dat de noise naast het te verwachten gitaarwerk ook uit elektronica kan komen. Het meest bijzondere zijn echter de korte liedjes die ondanks de vuigheid een sixtiesvibe (met koortjes!) kennen en een punky hoekigheid hebben die ze tot de stoerste jongetjes van het strand maken.
File Under: Een strand is er niet alleen voor luie mensen
File Audio: [MySpace][Spotify]
File Video: [Post Acid][King Of The Beach]
Admiral Freebee
SiN - SiN
Toen ik deze cd vlak voor ik de recensie typte in de computer schoof, besefte ik dat ik geen flauw idee had hoe de band eigenlijk heette. Het hoesje nog eens bekeken; geen spoor van een hint. De cd weer uit de lade gehaald en op het zwartgekalkte schijfje viel me dan eindelijk het woordje Sin op. Een geschikte term om je ook voor Google onzichtbaar te houden. Zo is er al een andere band waar de letters voor Somewhere in Norway staan. Komisch genoeg komt ook "onze" SiN uit Noorwegen, zie daar trouwens de officiële spelwijze. En helemaal onbekend is het duo ook niet, want de helft wordt gevormd door Tord Øverland-Knudsen, bassist in The Wombats. Zijn kompaan hier heet Marius Drogsas Hagen, eveneens van huis uit bassist. Het is waarschijnlijk daardoor dat de pompende baslijn in "It's Not Up To You" er zo hard inknalt. Verder is het titelloze album echter vooral vederlicht en spotten wij weer de invloed van de mede-Scandinaviërs van Mew. Zelfde opgewekte prog-sfeer met spacy zwevende vocalen, een hele hoop laagjes (strijkers, belletjes, kinderkoortjes) die tegelijkertijd lucide blijven. Doe daar een vleugje Pinback bij en je hebt eigenlijk al een compleet beeld. Up-tempo dansliedjes wisselen elkaar af met meer elektronische momenten, waar The Postal Service en Styrofoam niet ver weg zijn. De afsluiter "The Quiet Bust-Up" is, zoals dat hoort, gepast lang en melodramatisch, met uitwaaierende gitaar-akkoorden en een massaal Múm-achtig 'lalala'-meezingeinde. 'Sing like you have no choice'. En dat heb je ook niet, want melodieën schrijven, dat kunnen ze.
File Under: Degelijke Noren
File Audio: [Spotify]
Dorleac - Dorleac
Francoise Dorléac was een Franse actrice die in 1967 bij een auto-ongeluk overleed, slechts 25 jaar oud. Vanaf nu is ze ook de naamgeefster van het project van Erik de Jong (Spinvis) en Geike Arnaert (ex-Hooverphonic). De samenwerking is te danken aan regisseur Hans van Nuffel, voor wie Spinvis een filmscore aan het maken was. Van Nuffel suggereerde Arnaert er bij te halen en er bleek chemie te zijn. Zoveel zelfs dat er meer materiaal ontstond dan voor de film gebruikt zou worden en het resultaat is volgens Spinvis 'verre geluiden, stonede reverb en space-echo. Het is nogal duistere, "drugs-orientated" muziek geworden.' Om er vrolijk aan toe te voegen: 'Ik ben er dan ook erg blij mee.' Spinvis is altijd herkenbaar, maar tegelijkertijd weet je nooit precies wat hij gaat doen. Dat maakt hem een interessante artiest, maar evenzeer kan het betekenen dat je aan sommige projecten moet wennen. Of dat je er nooit aan went. Zeker toen ik de stem van Arnaert voor het eerst hoorde, vreesde ik voor het laatste. Ik ben niet van de ijle vrouwenstemmen, absoluut niet zelfs. Maar al halverwege de eerste luisterbeurt constateerde ik dat ik Arnaerts stem perfect vond passen in Spinvis' laagjesmuziek. Martina Topley-Bird hoor ik erin, Kristin Hersh en hier en daar Björk. Arnaert zingt meestal zoals Spinvis zijn muziek opbouwt: geen grote gebaren, rustig opgebouwde melodielijnen, maar tegelijkertijd voegt ze in frasering en dynamiek voortdurend licht schurende randjes toe. Waar Spinvis een zeer ritmische manier van zingen heeft, bevat Arnaerts stijl veel minder ritme en veel meer melodie, hoog en laag, hard en zacht. Dat maakt dat Dorleac geen Spinvis-met-zangeres wordt, maar echt een apart project. De stonede klanken waar Spinvis het over heeft vind ik nogal meevallen - of ik verkeer van nature in een geestverruimde staat, want voor mij zijn het gewoon liedjes met kop en staart. Wel zijn de meeste nummers langzaam en is er veelal sprake van uitgerekte lagen in plaats van elkaar braaf afwisselende refreintjes en coupletjes. Pas in het vijfde nummer, 'Lemon Pie', gaat het tempo wat omhoog en krijgt Arnaets stemgebruik wat meer Spinvissiaans ritme. De single, 'Tommy And The Whale', is een door akoestische gitaar gedomineerd up-tempo kampvuurliedje. Volgens mij moet dat kampvuur te organiseren zijn op Vlieland, waar Dorleac dit weekend zijn opwachting maakt. Is er iemand die weet hoe lang het roeien is naar Vlieland?
File Under: Roei, roei, roei
File Video: [Disparu]
Nosound - Sol29
Als je als band met je album in de maandlijst komt te staan bij Steven Wilson, dan is dat voor een hele schare Porcupine Tree fans een reden om blind een album aan te schaffen. Daarbij kun je wel eens van een koude kermis thuis komen, want Wilson heeft er met regelmaat dingen in staan die menig Porcupine Tree zwaar op de maag zullen liggen. Toen de debuutplaat van het Italiaanse Nosound in het lijstje stond in 2005 vielen zijn fans zich er veel minder een buil aan. Italiaan Giancarlo Erra nam de plaat op enkele baspartijen na helemaal in zijn eentje op. Precies zoals Wilson zelf ook werkte in zijn beginjaren. Als je dan weet dat Erra ook nog in een Porcupine Tree coverband zat, dan is het niet moeilijk je voor te stellen hoe de debuutplaat van deze Italiaan klinkt. Sol29 klinkt zo ongeveer als de perfecte mix van Wilsons twee hoofdactiviteiten Porcupine Tree (rond The Sky Moves Sideways) en No-Man. De originele uitgave van Sol29 was echter al tijden uitverkocht, dus dat zelf ervaren was een beetje lastig. Daarom is het mooi dat Kscope (het label waar niet geheel toevallig Wilson ook flink wat van zijn releases stalt) nu komt met een geweldig verzorgde heruitgave van Sol29. Het Engels van Erra is hierop natuurlijk niet verbeterd, maar de mastering door Steven Wilson is werkelijk waar fantastisch. En dat je geen nerd hoeft te zijn om dat te kunnen horen bewijst de originele mix die op het audiogedeelte van de bonus-dvd gebrand is. Het geluid van Sol29 was al prima voor een debuut, maar nu komen de ruimtelijke klanken van Nosound pas écht tot hun recht. Als toetje krijg je bovendien nog de drie songs die op de nog lastiger te verkrijgen The World Is Outside-cd stonden. Deze drie songs zijn nog wat meer mellow maar sluiten bijna naadloos aan op de songs van Sol29.
File Under: Volkomen terechte heruitgaves
File Audio: [MySpace]
Mooi Wark - X
In het genre van bandjes van het soort "vier akkoorden? Stadse fratsen!" is het vandaag weer eens de beurt aan het Drentse Mooi Wark. Alweer zult u zich afvragen? Alweer inderdaad. Want Mooi Wark heeft het momentum en besluit daar gebruik van te maken. Sinds de echte doorbraak in 2007 ("In de blote kont!") gaat het hard namelijk met onze Drentse Vrienden en de houden de gang er goed in. Zo goed dat ik zelfs een album gemist heb (Rock & Rodzooi). X is het vierde album in vier jaar en ondertussen is er dus ook nog een live-dvd verschenen. En zo’n moordend werktempo, tussendoor moeten ook nog feesttenten op de kop gezet worden, dat gaat zich wreken en dat hoor je dus op X. Geen echt slecht album, maar het zijn vooral leuke aanzetjes die matig uitgewerkt zijn. Wat AC/DC rifjes, wat spelen met folk, er wordt iets meer gas teruggenomen met ballads en tekstueel is het het vertrouwde bier, vrouwen en tosti’s. Een vrije versie van The Beatles’ "Come On" is zelfs vrij beroerd. Het album ontbeert ook echte meezingers, slechts "Trap Dat Ding Iens An", inclusief voorgeprogrammeerd publiekparticipatiemomentje komt in de buurt. Nee, dit is’m niet deze keer. X mag niet in de schaduw van vorige albums staan. Wellicht voor nummer elf toch iets meer tijd nemen, meezingen blijven toch wel doen, desnoods in de blote kont...
File Under: Te Veel, Te Vroeg
Loden - Buggy
Storm overlaadt mij graag met wat hij noemt ‘moeilijke muziek’ en ik laat mij graag overladen. Zoals elke muziekliefhebber word ik namelijk graag verrast. Toegegeven, niet elke verrassing is een plezante, maar meteen bij de eerste luisterbeurt van Buggy begonnen mijn lippen omhoog te krullen. Nauwelijks bijgekomen van de laatste Flying Lotus en nog steeds jubelend over Black Noise van Pantha Du Prince trof ik hier het onmogelijke. Onze zuiderbuur Loden gaat precies tussen die twee in zitten. De verkilde maar sfeervolle sonische lagen van de Zwitser met de gameboy-absurditeit, samengebracht in één geluid met rare maar rake glitches en breaks van de huidige Hendrix van de elektronische muziek . En net als bij bovengenoemde heren geeft elke nieuwe spin nieuwe verrassingen. Sprankelende IDM vliegt je als vuurvliegjes om de oren, meestal op een zeer rustig tempo, maar toch met de gejaagdheid van hiphopbeats. Weliswaar niet alle tracks van de zeventien op Buggy zijn even briljant - zo zakt de plaat wat mij betreft bij "Hot" toch even in - maar Loden mag zich wat mij betreft scharen onder de groten. Vooral omdat de plaat ondanks de paar zwakkere momenten (hoe relatief, zwakkere) je geen moment met rust laat. Ik ga naar aanleiding van deze plaat in ieder geval op zoek naar de voorganger, Valeen Hope en reken erop dat we nog veel van deze Belg gaan horen. Want met deze plaat is hij vrij snel de buggy ontgroeid.
File Under: Break-IDM beats glitch-gameboypionier
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fantast]
I Am Oak
Hij blijft opvallend rustig. Zeker in contrast met de andere bandleden van I Am Oak die rond ons heen stuiteren alsof ze verzuimd hebben om hun dagelijkse portie Ritalin in te nemen. Als we de snackmuur van de Febo passeren, wordt bassist Stefan Breuer (The Subhuman) op Hitchcockiaanse wijze aangevlogen door een agressieve duif. Dit tot grote hilariteit van percussionist Dave Mollen (Daeve) en banjo-speler Robby Wouters. Zangeres/toetseniste Aino Vehmasto (The Secret Love Parade) blijkt op het moment dat File Under-fotograaf Tom wil beginnen met de fotoshoot, zoek te zijn geraakt. Ondanks dit alles blijft zanger/gitarist Thijs Kuijken opvallend rustig. De 25-jarige Utrechtenaar die opgroeide in Bergeijk (ah, vandaar die naam) is het type muzikant waarvoor de term introvert lijkt te zijn uitgevonden. Ik stel hem voor het interview met hem alleen te doen, want welbeschouwd is Thijs in principe in zijn eentje I Am Oak.
Lees verder..Into The Great Wide Open 2010 - Voorpret
Het kan al niet meer zo worden als vorig jaar. Onze vrienden in barre tijden werden onze buren in Vak Blauw en onze vrienden gaan niet meer. Ik wilde dezelfde voorwaarden scheppen, zodat alles zou lijken op vorig jaar, maar ik weet ook dat ik dat niet moet willen. En toch. Het was misschien wel het fijnste weekend van het jaar. En het zou zo fijn zijn als het dat nu weer zou zijn. Over twee uur vertrek ik naar Vlieland, voor de tweede editie van Into The Great Wide Open.
Heeft dat dan nog iets met muziek te maken, in mijn geval? Natuurlijk. Het begon er vorig jaar mee dat er zulke leuke bandjes en muzikanten op het eiland zouden zijn. Tegelijk met mij. Loney Dear, Kyteman, Tom Pintens. Muzikanten en bezoekers, allemaal eilanders. Nu zijn het er nog veel meer, terwijl het eiland niet groter is geworden. En veel meer bezoekers zijn er ook niet. Wij, samen op het eiland met Modest Mouse, Timber Timbre, de matrozen van Moss, en de admiraal, voor een keer Kapitein Freebee. Piraat Arno en de echte Pete & The Pirates, de scheepsjongens van Wolf Parade, allemaal eilanders. Eilandmensen en eilanddieren.
Lees verder..Kimono - Easy Music For Difficult People
Niet alles aan IJsland is fout. Sinds Icesave roemloos ten onder ging en de IJslanders voor de speculaties van de regering en Landsbanki mogen boeten, is er een breed besef dat je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen daden en je er zelf maar het beste van kunt maken. Dat hebben Alex MacNeil, Gylfi Blöndal en Kjartan Bragi ook begrepen. Voor het eerst sinds 2005 stelt het IJslands-Canadese trio zich niet afhankelijk op van wat landgenoten Sigur Ros doen. In één onafgebroken take knutselden de heren een explosieve postpunk-plaat in elkaar die doet denken aan Sonic Youth’s Sister en Shellac’s At Action Park. Kimono is echter geen Battles of This Will Destroy You, want de band die voortkomt uit de instrumentale postrockband Kaktus heeft goed geluisterd naar aanstekelijke refreintjes van bijvoorbeeld de vroege R.E.M. en Placebo. En, dat heeft Kimono dan weer vertaald in Geddy Lee-vocalen die net niet irritant worden omdat deze cd precies op het juiste moment ophoudt. In IJsland is Easy Music For Difficult People al vorig jaar in december uitgebracht en acuut de hemel in geprezen. Wij, inmiddels slachtoffers van niet alleen Icesave maar ook van onze eigen banken, staan nu op het punt om lering te trekken uit het veranderde verantwoordelijkheidsbesef van Kimono. En er gewoon van te genieten.
File Under: IJslandse Sonic Youth speelt Tool met Placebo-randje
File Audio: [Kimono-Space]
File Video: [Tomorrow]
Balthazar
Balthazar is de perfect mysterieuze indieband. Een vijftal studentikoze hipsters uit het toch al zo sympathieke België, dat vier jaar na hun eerste EP eindelijk een fraaie debuutplaat uit heeft. Ze zijn gespecialiseerd in rare gitaarliedjes met fraaie samenzang die n´t niet glad in het oor liggen, rare videoclips en eigenlijk best normale optredens. In België staan ze al het hele jaar hoog in de alternatieve Studio Brussel-hitlijst 'De Afrekening', ik had ze al eerder gezien bij een leuk optreden in Merleyn en ik mocht ze interviewen op Lowlands. Het finest moment van Balthazar, hun grootste optreden tot dusver.
En dat interview werd niet helemaal de openbaring waar ik op hoopte. Aan de band lag het niet en mijn voorbereiding was ook nog wel oké. Je leest van te voren wat andere interviews op teh interwebs en verzint wat interessante vragen die hopelijk nog niet aan de band gesteld zijn of die niet té knullig of standaard klinken ('waarom heet jullie band zo'?). Een backstage-perskaart kreeg ik niet, wel een neon-oranje travelpas (stel je die voor als een ronde sticker die je op je shirt moet plakken) waarmee ik enkel toegang kreeg tot de perstent, naast de Grolsch, althans voor het enkele half uurtje dat was afgesproken. Half-illegale MP3-recorder in de aanslag, papiertje met vragen haastig in de broek gefrommeld, extra batterijen voor een noodgeval in de achterzak. Terwijl All Time Low in de Grolsch aan zijn optreden begint, mag ik plaatsnemen naast Maarten en Jinte, en zet ik de recorder aan.
Lees verder..Teenagers in Tokyo - Sacrifice
Australië begint aardig volwassen te worden op muzikaal vlak. Na jarenlang spierballen rocken en machogedrag van AC/DC en Cosmic Psychos loopt het kangoeroe-continent al een tijd in op wave uit de jaren tachtig en koppelt dat direct aan dance van nu. Wij hier in Europa hebben nooit gehoord van bands als The Presets maar down under zijn ze top of the bill. De vier dames en één heer van Teenagers In Tokyo combineren Ladytron met het meest recente werk van Gossip en Yeah Yeah Yeahs en voegen hier en daar gitaartjes toe met een swingende bas die wij weer kennen van hits als "Favourite Shirts (Boy Meets Girl)" van Haircut One Hundred. Tja, noem dat luchtige neo-electro, postbeat of aveclashics, zolang je haar en je Mac & Maggie-pantalon maar goed zitten! Als Charlie Burchill, da’s die gitarist van Simple Minds die je nooit hoorde, een tweede carrière wil opstarten, dan sluit hij zich aan bij deze Australische twintigers.
File Under: Mac & Maggie-shopmuziek
File Audio: [Teenagers-Space]
Killing Joke - In Excelsis / BXI - Boris & Ian Astbury
Ik houd ervan als ouwe rotten in het vak niet op routine een beetje op tournee gaan en gemakkelijk met wat greatest hits en wat toeters en bellen in een show flink wat geld opstrijken zoals waar de Stones meesters in blijken. Doe mij dan maar een noeste werker als Jaz Coleman van Killing Joke. Die klinkt op de EP In Excelsis nog steeds als de ideale man om je natte haar droog te brullen. Door het vroegtijdige overlijden van bassist Paul Raven bestaat Killing Joke weer uit dezelfde line-up als waarin de band dik dertig jaar geleden begon. Hoor je dat er aan af op deze EP? Ha! Echt niet. Coleman dendert nog steeds als een verwoestende tsunami je speakers uit. Zeker de eerste twee songs, de titelsong en "Endgame" hebben een enorme drive. Het contrast met de andere drie songs is behoorlijk. "Kali Yuga" en vooral "Ghost Of Ladbroke Grove" (in twee versies te horen, waarvan één een dub-variant) zijn wat vreemdere eenden in de bijt. Maar de imposante stem van Coleman maakt het toch weer echt Killing Joke.
Een andere (gewezen?) held die niet van opgeven weet is Ian Astbury van The Cult. Hij verbaast mij ten zeerste door de handen ineen te slaan met de Japanners van Boris. Nou deden die wel eerder samenwerkingsverbanden, maar die vielen toch vaak wat meer in hun eigen, meer obscure straatje dan in de rock zoals Astbury die met The Cult maakte. Maar potverredorie. Het blijkt in de praktijk een puikere combinatie te zijn dan ik voor mogelijk had gehouden. Opgestuwd door de flinke drive van de vaste drie van Boris laat Astbury horen dat zijn stem nog helemaal niet aan sleet onderhevig is. Vooral "We Are Witches" is een lekker snedig, bijna lomp nummer waarin Takeshi zijn gitaar het vuur aan de schenen legt. In één van de vier songs zingt Astbury niet. Dat is in de cover van The Cults "Rain". Daarin zweeft gitariste Wata met Lush-achtige vluchtige stem door de tekst van Astbury, terwijl de rest van de band (met hulp van vaste bijval-gitarist Michio Kurihara) de song net wat dikker aan zet dan The Cult deed. Het resulteert in een hele verrassende versie. Daarna sluit de helaas maar vier tracks tellende EP af met het in eerste instantie bluesy "Magickal Child". Maar als Boris zich dan even kwaad maakt komt er al snel een ziedend meerkoppig monster tevoorschijn.
File Under: Nog lang niet uitgeraasd.
File Audio: [MySpace][Last.fm][Spotify]
File: BXI - Boris & Ian Astbury
File Under: Gave samenwerkingen.
Pete Molinari - A Train Bound For Glory
Het verbaasde me niks dat Pete Molinari een uitnodiging kreeg om op te treden in Later With… Jools Holland. Molinari heeft exact de juiste uitstraling en muziek. Hij ziet er uit als een typisch Engelse, maar zeer beschaafde popster van voor de rock ‘n’ roll-revolutie, inclusief de juiste tv-genieke looks. Hij beschikt over een paar goede one-liners en bovenal die prettige, rootsy, lekker in het gehoor liggende liedjes waar Jools Holland zonder moeite zijn pianoriedels bij kan laten horen. Waarmee ik overigens niets negatiefs wil zeggen, niet over Jools Holland en niet over Pete Molinari. Behalve dan dat ook A Train Bound For Glory wellicht net iets te braaf is. Van voor de r&b-boom dus. Maar elk liedje is raak, zijn gitaarspel is accuraat, de muzikanten met wie hij zich omringt vakkundig en zowel de hoes van zijn tweede cd, als de titels van zijn liedjes ("Willow Weep For Me", "Little Less Loneliness", "Heartbreak Avenue" en niet te vergeten de titeltrack) perfect passend in het tijdsgewricht waar hij zo graag had willen schitteren. Ware het niet dat Pete Molinari nog niet geboren was in de jaren vijftig. De koortjes (luister naar single en openingstrack "Streetcar Named Desire") vallen in het bijzonder op: je ziet ze zo schitteren in de Ed Sullivan Show. Of misschien zijn ze nog beter op hun plek in een ouderwetse rock ‘n’ roll revue samen met land- en genregenoten als Imelda May en het trio Kitty, Daisy, and Lewis.
File Under: Good Ol’ Times
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Streetcar Named Desire]
I Got You On Tape - Spinning For The Cause
Kennelijk ben ik het afgelopen weekend zo verlowlandst dat ik niet eens meer normaal naar een album kan luisteren. Als ik Spinning For The Cause van I Got You On Tape (die dus niet op Lowlands 2010 stonden) draai, dan begint er een raar mechanisme in me te lopen. Ik ben namelijk onbewust aan het bedenken in welke tent ze thuishoren. De Bravo en X-Ray zijn niet aan de orde wegens niet dansbaar. De Alpha is veel te groot omdat een hit ontbreekt. Ook de Grolsch lijkt me nog wat overdreven. Voor de Lima is er dan weer te weinig roots in de muziek terug te vinden. Zo kom ik uit bij de India of de Charlie. Deze tenten zijn geschikt voor een bandje met potentie. Ik kom hier volgens mij ook door de galm die over dit album hangt, deze is namelijk erg aanwezig bij mijnheer de zanger en ook bij de drums. Naast een gitaar en bas doet ook het keyboard erg zijn best. I Got You On Tape klinkt als een band met een groot gebaar, zoals Muse, Interpol en The National, maar die dat zelf (gelukkig) nog niet hebben ontdekt. Het liedje dat het meest blijft hangen is "The Blacksmith". Dat lijkt me een prima opmaat, tot ik bij het bekijken van de feiten zie dat dit al het derde album van deze Denen is. Laten ze nou zelfs al op Roskilde 2009 gestaan hebben. Gemiste kans dus voor Lowlands 2010, maar ze zijn 6 t/m 8 september in ieder geval op diverse podia in de Lage Landen te bewonderen. Daar moeten we het voorlopig mee doen.
File Under: Deense potentie
File Audio: [MySpace]













































































































































