Week 43, 2010
Storm
iLiKETRAiNS - He Who Saw The Deep
Ewie
An Pierlé & White Velvet - Hinterland
Ludo
Badly Drawn Boy - It's What I'm Thinking (Part One, Photographing Snowflakes)
Gr.R.
Big Country - The Crossing
Ramon
The Dream Syndicate - The Days Of Wine And Roses
André
Our Broken Garden - Golden Sea
Prikkie
Status Quo - Live At The BBC
Stonehead
The Tunes - Pududu
DubbelMono
Sandy Denny - Sandy Denny (boxset)
Campking
Sungrazer - Live in Sounds, Tilburg als opener van de Popronde...
Asia / Uriah Heep
In deze tijden van dalende cd-verkopen én voortschrijdende techniek, zie je steeds meer bands de ene na de andere live-cd op de markt brengen. Ik ben een van die mensen die daar steeds weer voor zwicht als er een live-cd beschikbaar is van het optreden waar ik bij was. Zulke cd´s zijn doorgaans alleen interessant voor de echte fan, of als een-live-cd-is-een-live-cd voor impulskopers.
Toen ik Asia weer in mijn lijstje zag verschijnen, verzuchtte ik tegen Storm dat dan iemand anders Blackmore's Night zou moeten overnemen. Het folky gepingel van Ritchie Blackmore doet pijn in oren en rockhart, maar Asia komt daar steeds dichterbij. Sinds Geoff Downes de rest van Asia dumpte en de oerbezetting weer bij elkaar haalde als een soort begeleidingsband voor zijn eigen ego, blijft een stroom aan studio- en live-cd's van Asia verschijnen en eerlijk gezegd zijn ze allemaal even bloedeloos en ongeinspireerd. Het zal vast een riante hypotheek bekostigen, want muzikaal is niets anders meer dan het uitmelken van het oude concept, met dien verstande dat Downes nu geheel aan de touwtjes trekt. Nu is het weer een live-cd met een concert uit Cambridge. Alle bekende songs staan erop, Downes staat wel heel erg vooraan in het geluidsbeeld en zijn zang wordt steeds slordiger en onvaster. Het geluid is verder prima, maar dat is bij lange na niet voldoende. Dit Asia recyclet alleen nog maar, en nog slecht ook.
Uriah Heep is juist weer helemaal enthousiast. Na de Celebration-cd, waarop de oude krakers eindelijk ook in de studio eens met Bernie Shaw werden uitgevoerd, was er extra belangstelling voor de heren, die onder andere op Bospop lieten zien dan ze het nog steeds ongelooflijk leuk vinden. De titel van deze live-cd laat weinig te raden over: het zijn opnamen van één enkele avond, zonder correcties en van een redelijke kwaliteit. Maar het spelplezier maakt dat met gemak goed. De setlist met "July Morning", maar ook "Only Human" en "Free ´n´ Easy", is een fijne mix van oud en nieuw(er) met variatie ten opzichte van Celebration. De band heeft het naar zijn zin, het publiek eveneens. En ja, ik ook. Kijk meneer Downes, zo kan het dus ook....
File Under: Die geest is al een tijdje pleite
File: Uriah Heep - Official Bootleg Volume II - Live in Budapest, Hungary 2010
File Under: Hebben nog helemaal de geest
Clinic - Bubblegum
Het is een van de mooiste nummers van 2010 en als je niet beter wist zou je denken dat “I’m Aware” een nieuw werkje was van een lekker uitgeruste en relaxte Thom Yorke. Afgezien van deze opener hangt ook over de andere nummers van Bubblegum een bijzonder soort loomheid die we niet van Clinic gewend zijn. Zelfs de typische Clinic-psychedelica wordt redelijk in de hand gehouden, afgezien van een compleet ontsporend orgeltje op “Baby” en het venijnige gitaartje op “Lion Tamer”. De Sixties komen in volle glorie terug op het Syd Barrett-achtige “Linda”, een prachtig en subtiel uitgevoerd nummer waar ene Linda vast heel blij mee is. Net iets te bizar wordt het op “Radiostory”, een niemandalletje met gesproken tekst dat eigenlijk misstaat op de het album. Sowieso is de tweede helft van het album een stuk minder overtuigend dan de eerste helft en na zo’n tien nummers begint het toontje te vervelen. Lekker lui en loom wordt vervelend slap en sloom. Gelukkig heeft de sterke afsluiter “Orangutan” nog wat pit en verdwijnt het album nog net niet helemaal in een dikke wietwolk.
File Under: Easy listening
File Audio: [MySpace]
File Video: [I’m Aware]
File Twitter: [Twitter]
The Keys - Fire Inside
Ooit heetten ze Murry The Hump, waren het NME-helden en deden ze sessies voor John Peel. Sindsdien waren ze volkomen vergeten, tot ze hun naam veranderden in The Keys. Wederom mochten ze optreden voor John Peel en brachten ze twee EP’s uit. Dit jaar is dan eindelijk hun eerste full-length verschenen en gaat het combo uit Cardiff de wereld veroveren. Althans, in een betere en rechtvaardiger wereld. Maar in een wereld waar fijne, zwaar op de betere muziek uit de jaren zestig leunende liedjes met een alternatief randje hoogstens een linkse hobby kan zijn, vrees ik het ergste voor ze. En dat is erg jammer, want Fire Inside is een album als een omgevallen platenkast. Een platenkast gevuld met het beste dat de jaren zestig te bieden hebben. Van door een orgel gedomineerde r&b (titeltrack Fire Inside), stompende garage ("People Meet People"), Beatlesque schoonheid ("Valley Son") via ruige, psychedelica met fuzz ("The Eyes of the World") tot een afsluiter waarin alle eerder gebruikte genres nog even voorbij komen ("O Lord"). En uiteraard staat halverwege het album een niemendalletje van een halve minuut waarop een teruggespoelde tape is te horen. De wereld zullen ze er ongetwijfeld niet mee gaan veroveren, maar een paar festivals zullen er ietsje extra van gaan spetteren. Fijn bandje.
File Under: Sixties revisited
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fire Inside]
Tokyo Sex Destruction - The Neighbourhood
Je krijgt bijna het idee in een soort punkrock-miniplaybackshow beland te zijn, bij het lichten van de doopceel van Tokyo Sex Destruction uit Barcelona. De bandleden hebben namelijk állemaal Sinclair als achternaam. Állemaal! Da´s geen toeval natuurlijk. Hier wordt John Sinclair aanbeden; tegenwoordig poëet en tussen 1966 en 1969 manager van punkrockpioniers MC5. Ik kan er slecht tegen, deze muzikale verkleedpartijtjes. Je zó nadrukkelijk met de identiteit van een ander vereenzelvigen móet wel tot gevolg hebben dat er van je eigen identiteit bar weinig overblijft. Courant gedrag als je zestien, pokdalig en onzeker bent, maar ronduit onaanvaardbaar als je jezelf eenmaal interessant genoeg acht om een podium te bestijgen. Ik had me hier lang niet zo over opgewonden als The Neighbourhood indruk had gemaakt. Met armen vol kippenvel blijven dit soort principes slecht overeind, toegegeven. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van de muziek. Maar Tokyo Sex Destruction weet op The Neighbourhood maar een matige deuk in mijn pakje boter te slaan. Hun soulvolle mix van garagerock en punkige uitwassen werd al veel vaker en bovendien veel beter gedaan. Door het Zweedse Mando Diao bijvoorbeeld, op hun debuut Bring ‘Em In uit 2002. En natuurlijk door de Grote Overschaduwers zelf, MC5 uit Lincoln Park, Michigan. Door de makers van protopunk-evergreen "Kick Out The Jams" zó nadrukkelijk aan te roepen richt je veel aandacht op jezelf. Om dan overeind te blijven moet je van goede huizen komen. Tokyo Sex Destruction komt niet verder dan een tochtige schuur.
File Under: Punkrock-miniplaybackshow
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Sounds From Your Soul]
VA - Afro-Beat Airways
Vooroordelen, elk mens heeft ze. Een fijne bijkomstigheid bij het cd's ter recensie aangeboden krijgen is dat hierdoor een van mijn vooroordelen verdwenen is. Ik zou namelijk een paar jaren geleden enigszins allergisch gereageerd kunnen hebben op het lezen van het woord Afro, omdat ik Afrika associeer met djembé-ellende. Inmiddels weet ik beter. Dat heb ik allemaal te danken aan het Analog Africa-label dat hier nog nooit uitgebrachte parels beschikbaar maakt. Dit is op Afro-Beat Airways, West African Shock Waves, Ghana & Togo 1972-1978, niet anders. Het label mocht gebruik maken van de archieven van Polygram West Africa, die hier nooit iets mee gedaan hebben. Uiteraard is het ritme van groot belang, maar wat mij het meest opvalt is dat funk zo'n vooraanstaande plek heeft. Ook instrumenten die je niet direct zou verwachten krijgen een opvallende plaats. Zo knalt het orgel op “Ma Nserew Me” van de Apagya Show Band écht uit mijn speakers. Wat is dit geweldig gedaan! De blazers op “Me Yee Owu Den” van K. Frimpong & His Cubano Fiestas gaan als Afrikaanse olifanten tekeer. Ook niet iets wat ik een paar jaar geleden zou verwachten. Dan heb ik nog maar twee tracks gehad. Naast deze zijn er nog dertien om van te genieten. Weg dus met die vooroordelen.
File Under: Feestje!
Takka Takka - Migration
Er gaan geen hippe IJslanders, maar Brooklyners achter de naam Takka Takka schuil. Een onopvallende vertegenwoordiging uit deze New Yorkse hotspot, dat is eigenlijk juist weer wel opvallend. En om het nog ingewikkelder te maken, op Migration zijn juist de onnadrukkelijke passages waar de band een schimmenspel speelt het sterkst. Op haar beste momenten maakt Takka Takka ruimtelijke kamerpostrock met een poppy tintje. Met name de gitarist verdient een pluim, over de gehele linie van de plaat speelt hij subtiele versieringen en welgeplaatste korte soli. Het is juist wanneer de band iets scherpers probeert dat het misgaat. Zelfs in de gitaren. De meeste synthesizerlijnen zijn slechts een hinderlijke onderbreking van de sfeer ("Silence") en als de vocalist in "Lion In The Way" slechts begeleid door een akoestische gitaar op de voorgrond treedt wordt ie irritant. Op 'echte liedjes'-gebied schiet de band één keer in de roos. "The Takers" opent zich langzaam voor de luisteraar met frisse gitaarlijnen, Modest Mouse-achtige coupletten, om uit te komen in een vederlicht Nada Surf-refrein. Ook in "Everybody Say" lukt het bijna, al blijft het jammer dat de zanger tegen het eind aan het jammeren slaat. Als gezegd, de echte kracht van de band ligt dan ook in de krauterige sfeerschetsen, zoals de fijne afsluiter "You And The Universe", met gevoelvol pulserende toms en het geluid van Wilco (en het verwante super-project Loose Fur).
File Under: Zorgvuldig en afgemeten
File Audio: [Takka-Space]
Shaking Godspeed - AWE / Paceshifters - One For The Road
Een kleine twee seconden tjilpt er een vogel. Misschien wel om de link te leggen met de 'keet' op het Achterhoekse platteland waar Shaking Godspeed de cd opgenomen heeft. Na de tjilp is het gedaan met de rust en laat Awe de vellen van je speakers strak in de klankkasten staan. Al in de knallende openingstrack is me duidelijk dat ik in tijden niet zo'n lekker overdonderende pot goudeerlijke rock gehoord heb van een Nederlandse band. Wout Kemkens, Maarten Rischen en Paul Diersen (hij zit nu op de plek waar Pieter Holkenborg eerst zat) hebben hun zaakjes uitstekend voor elkaar. Het goede aan Awe is wat mij betreft dat het geen simpele beukplaat geworden in. Terwijl die mogelijkheid (en verleiding?) er best geweest zal zijn. Na het razende "Godspeed" neemt het trio je liever mee op een boeiende trip langs onverwachte plekken. Het bijna psychedelische "X-Ray Eyes", het rond een huppelende, "Let's Work"-achtige drumpartij opgebouwde "We're Under Attack, So I've Heard", het hypnotiserende Zep-achtige "High Hope / High Times" en zo kan ik nog wel even doorgaan, elk van de tien songs op Awe heeft wel wat aparts dat boeit en vooral blijft boeien. De vergelijking met Claw Boys Claw die ik maakte bij hun debuut-ep, die kan ik voor Awe maar voor een paar songs van stal halen. Die zouden nooit op de proppen kunnen komen met een massieve muur als het bijna acht minuten durende "People Wait, People Listen". Het geluid van deze song is zo loodzwaar dat ik met mijn in-ear koptelefoon het gevoel heb dat de doppen steeds strakker tegen mijn oorschelp drukken om de muziek de ruimte te kunnen geven die het nodig heeft. Een aparte ervaring en zonder twijfel een van de gaafste tracks van Dietschen bloed die ik dit jaar hoorde. Dan is daarna een luchtiger moment als "Don t Have Time" en "Alive And Swell" wel even prettig. Potverrekaatje wat een geweldige plaat.
Onder de naam The Sound of the Rock n Roll Underground gaat Shaking Godspeed de komende maand stad en ommeland onveilig maken. In hun kielzog nemen ze een hele pakket aan bands mee. Een daarvan is Paceshifters. Laten die nou ook net met One For The Road hun debuut-cd uitgebracht hebben. Dit trio, dat je gezien hun leeftijd (op zijn hoogst twintig) nog best snotneuzen zou kunnen noemen lijkt me een prima opwarmer. Hun sound is wel een stuk eenvormiger dan die van Shaking Godspeed. Gewoon lekker, een stel jonge gasten die het moeilijke geneuzel lekker aan anderen overlaten en hun ongecompliceerde punkrock vol overgave brengen. Van het soort gitaar omhangen en rammen. Het openingsnummer heet niet voor niets "Rock 'n' Roll Trip". Na een drumroffel en een enthousiast "Let's Go" is het gelijk op volle toeren doorschakelen naar een hoge versnelling en plankgas rechtdoor. Terugschakelen doen ze onderweg tijdens de dertien songs zelden. Waarom zou je ook als hard gaan je sterkste kant is? Dat ene gevoelige balladje ("Dad") had van mij dan ook niet gehoeven. Die gevoelige kant laten ze maar aan hun vriendinnen horen. Lijkt me een mooi moment om bier te halen bij een concert. Eigenlijk hoor je alleen maar af en toe aan de zang dat je hier niet te maken hebt met een stelletje door de wol gewassen routiniers die lekkere punkrock maken nog steeds hartstikke gaaf vinden en dat is een goed teken. Paceshifters is gewoon voor mannen die bier in halve liters bestellen...
File Under: Hollands glorie
File Audio: [MySpace]
File: Paceshifters - One For The Road
File Under: Doeltreffende punkrock
File Audio: [MySpace]
My Favorite Scar - My Favorite Scar
Enige tijd geleden kreeg ik een 3-track cd van My Favorite Scar. Een bandje dat al enige bekendheid verworven scheen te hebben, maar waar ik als Radio 1-luisteraar nog niet mee geconfronteerd was. Het was retecommerciële rock, een soort Foo Fighters met nu-metaltrekjes, met overtuigende composities. Ik was dan ook benieuwd naar het volledige album. Dan is het toch een teleurstelling als het maar weinig afwijkt van wat de andere bands in het genre ten gehore brengen. My Favorite Scar rockt wel degelijk van voor tot achter. Maar de productie is wel heel netjes binnen de lijntjes: enorrum in-your-face en vooral geschikt voor oordopjes. De subtiliteit is daardoor ver te zoeken en dat doet er flink afbreuk aan. Onlangs had ik ongeveer hetzelfde gevoel bij Daybroke: iets meer eigen gezicht en iets minder tevreden zijn met iets wat meekan met de grote jongens zou helpen. Daybroke was qua geluid wat subtieler, maar My Favorite Scar wint het met een neuslengte van Daybroke, omdat ze er een stel songs op hebben staan die wél dat beetje extra hebben. Het prachtige titelnummer bijvoorbeeld, of "No Love Lost", dat erg aan Rob Zombie doet denken - afgezien van de grunts. Jammer dat ze dat niet helemaal hebben kunnen doortrekken. De stijl verder ontwikkelen en meer lef in de studio is het devies. Spelen kunnen ze al.
File Under: Lekker en incidenteel héél lekker
File Audio: [ScarSpace]
File Video: ["Waste"] ["Kingsize"]
VA - Transmission Nederlands
Ik was twaalf toen de jaren tachtig begonnen. De punkjaren had ik gemist, ook al omdat in mijn dorp aan de rand van Twente, tegen de Duitse grens aan, de punk niet doordrong. De nette middelbare school in Enschede zorgde er vooral voor dat ik naar de top 40 luisterde, maar dan ook wel heel fanatiek eigenlijk. Een oudere broer had ik niet, dus niemand kon mijn muzieksmaak eigenlijk sturen. Op tijd sturen in een richting die het later aannam. Het begon met de top 40 new wave, waarna ik meteen rechtsaf sloeg voor een korte metaldwaling, om vervolgens diep de indie in te stevenen. Hoewel ik veel later de schade heb ingehaald heb, heb ik toch ook een heel deel laten liggen. Een heel deel Nederlandse postpunk en new wave bijvoorbeeld. Dat was vooral deel omdat ik teveel nieuwe dingen ontdekte, maar ook omdat mijn belangrijkste muziekbron, de bibliotheek, het niet had. En de VPRO-radio had ik nog niet ontdekt. Maar gelukkig zijn er labeltjes die deze omissie op te lossen, zoals Infrastition. Infrastition verzamelde achttien Nederlandse Cold Wave-bands op Transmission Nederlands, 80 - 86 The Dutch Cold Wave. Een puike manier om te luisteren of ik wat gemist hebt, destijds. Al is het lastig beoordelen, met de kennis van nu, natuurlijk. Het eerste dat opvalt: het geluid is wat ieletjes en het Engels is soms erbarmelijk. Engels inderdaad, want ondanks de Neue Deutsche Welle en de Nederpoprage wordt er vooral Engels gezongen. Het enige Nederlandstalige nummer, "Stil Thuis" van Ton Lebbink, is wel meteen een van de hoogtepunten. De synthesizer speelt de boventoon en vele bands zijn schatplichtig aan Joy Division en een vroege The Cure. Vooral de zangers eigenlijk. Veel nummers doorstaan de tand des tijds amper, alleen Desert Corbusier’s "Can’t Stay Too Long In This House", met een jonge Richard Cameron, blijft echt overeind. Toch is het een leuke verzamelaar die, zeker voor een new wave-fan, een goed inzicht biedt in de Dutch Cold Wave. En met de kennis van nu, kan ik wel zeggen, daar had ik destijds ook wel wat bands goed van gevonden.
File Under: Onderhoudende verzamelaar
File Audio: [MySpace]
My Education - Sunrise
Twee jaar geleden noemde ik de vorige cd van My Education al filmische muziek, nu maken deze Texanen een echte soundtrack. Wel bij een film die al een tijd bestaat en dik tien jaar terug al van een soundtrack werd voorzien door Zita Swoon, namelijk Sunrise van F.W. Murnau. De muziek is echt bedoeld als soundtrack, als een poging om de sfeer van de film neer te zetten en niet als begeleiding. Ik snap overigens niet precies waarom My Education koos voor deze aanpak. Als je namelijk niet zou weten dat je met Sunrise naar een soundtrack zit te luisteren, dan zou je hier helemaal geen last van hebben. De zwaar georkestreerde post-rock van deze stadsgenoten van Explosions In The Sky staat op zichzelf namelijk stevig genoeg in de schoenen. De klassieke insteek van My Education zou wel wat meer waardering verdienen, dan ze tot nu toe gekregen hebben. De manier waarop ze in bijvoorbeeld “Peasant Dance” plek geven aan viool en xylofoon naast ‘normale’ bandinstrumenten is gewoon erg gaaf. Ook in de andere songs zijn de meer klassieke instrumenten volwaardige partners. Dat ze daardoor wat meer handen aan de wagen hebben en de grote post-rock clichés grotendeels weten te vermijden is alleen maar een pluspunt. En als ze dan wel de cliché crescendo’s van stal halen, zoals in “Oars” dan gebeurt dat wel op zo’n wijze dat dat geen gaapneigingen bij mij opwekt, maar me juist boeit.
File Under: Klassieke post-rock
File Audio: [MySpace][Oars]
File Video: [A Man Alone]
Tom Jones - Praise & Blame
Onlangs zong Tom Jones alle liedjes van zijn meest recente album Praise & Blame in een klein kerkje in Londen. Volgens deze recensie liet hij tijdens "Run On" de dakpannen klepperen. Ik geloof het onmiddellijk, als dit album iets duidelijk maakt is dat de 70-jarige veteraan nog steeds een stem heeft waarmee je in dichte mist elke tegenligger van kilometers afstand kunt waarschuwen. Wat de thematiek van Praise & Blame betreft was Paradiso (of nog beter, De Duif) een betere locatie geweest voor een concert. Maar het is de Melkweg, op 5 november. Jones zingt gospels en godvrezende blues, geschreven door legendarische namen als John Lee Hooker en Blind Willie Johnson. Wie de zanger uit Wales vooral kent van meedeiners als "It’s Not Unusual" of "Sex Bomb" zal verrast zijn. Maar het repertoire van Jones schuurde wel vaker langs de blues, neem alleen al "Green Green Grass of Home", een liedje dat gaat over een ter dood veroordeelde die van zijn geboortedorp droomt. Jones heeft de ervaring om nummers als "What Good Am I" (origineel van Dylan) of Sister Rosetta Tharpe’s "Strange Things" naar een overtuigend einde te bulderen. Jones zelf noemt dit zijn Johnny Cash-album, een verwijzing naar de American Recordings-serie van Cash. Bij Johnny klopte Magere Hein steeds harder aan de deur, Jones ziet en klinkt nog heel vitaal. Nu ben ik de laatste om iemand als Jones een slechte gezondheid toe te wensen, maar Praise & Blame klinkt mij eerder als een heel knap gezongen kunstje in de oren, dan een hartenkreet die eruit moest.
File Under: Onderbroek gewoon aanhouden
File Audio: [MySpace]
The North Sea - Bloodlines
Het Britse Type Records is momenteel een van de toonaangevende labels op het gebied van drones, free-folk en aanverwanten. Bands als Zelienople en Black To Comm brengen er hun prachtige werk op uit en ook bezig bijtje Brad Rose vindt er onder een van zijn vele aliassen - The North Sea - een thuis. Met The North Sea bezeilt hij de wateren van de free-folk op gitzwarte drones. Dark-folk die de handen om de strot heen vouwt en op mechanische wijze de duimen langzaamaan dicht drukt. Geluiden waarvan de oorsprong zich voornamelijk laat gissen vormen de basis voor de lang uitgesponnen drones die zich in de nummers om elkaar heen wentelen als slangen in een mand. Op het eerste gezicht een grote glibberende massa, maar bij betere beschouwing onderscheiden zich de verschillende slangen in al hun kleuren, vormen en krommingen. Het geluid van verzuipende versterkers en alarmsystemen op sterk water door een willekeur aan oversturingsappartuur gestuurd, maar dit zonder textuur of detail uit het oog te verliezen. Af en toe klinken ergens in de verte, achter brandende slijptollen, verlichtende belletjes of andere percussie accenten, daar gelegd door Mike Weiss van Zelienople. Haast speels in de noise van Rose geplaatst. Samen met de haast onhoorbare samples van (kinder)stemmen, een versterking van het donkere en beknellende geluid op de voorgrond. Kortom, noise in optima forma, zoals we die gaarne bij kaarslicht beluisteren op de regenachtige herfstavonden.
File Under: Donkere depressie drones
File Audio: [The North-Space]
Carl Barât - Carl Barât
Of ik er nog nog even een sproedje tussendoor kon gooien wegens een concert deze week. Tuurlijk, zeker als het om een van The Libertines-boys gaat. Onlangs was deze band nog onverwachts te bewonderen op het Reading/Leeds-festival. Ik had echter meer indruk dat er uit de losse pols werd gespeeld en het om het geld ging dan om de artistieke prestatie. Toch bleek toen ook weer wat een geweldige songs zij samen schreven. Nadat zijn 'maat' vorig jaar al een album onder eigen naam uitbracht, durft nu ook Carl Barât het aan. Carl Barât heet het ding, en ik was erg benieuwd naar het resultaat. De Kurt Weilliaanse opener "The Magus", dat Barât samen schreef met Andrew Wyatt, bevalt in ieder geval meteen, ondanks het gebruik van vervormers op de stem. Hierna zakt het album langzaam in. De trucs zijn net wat te makkelijk gekozen zoals koortjes, viool en veulsteveul keyboard. De liedjes zijn ook niet altijd even geweldig. Zo vind ik het refrein in de als eerste getrokken single "Run With The Boys" wel erg makkelijk mee te zingen en komt me zodoende na een paar keer al mijn neus uit. Ik durf te stellen dat Barât weet dat hij alléén het niveau van The Libertines niet haalt. Zijn keuze voor de partners in crime op dit album zijn echter geen goede geweest. Mocht je toch naar het concert willen gaan, dan zou ik dat zeker doen. Ik las namelijk in een interview dat hij zeker oud materiaal gaat spelen.
File Under: Het Lennon/McCartney-syndroom
File Audio: [MySpace][VPRO's Luisterpaal]
File Video: [Run With The Boys]
Po Girl - Follow Your Bliss
Deze plaat is al even uit, maar soms gaat het nu eenmaal niet sneller. Dat is dit geval helemaal niet erg, want nu het buiten langzamerhand herfst wordt, zijn er vast wel lezers die ernaar verlangen om zich bij de open haard te nestelen met een goed glas wijn erbij. Hier hoort dan muziek bij die warmte uitstraalt, maar bovenal sfeer kent. Follow Your Bliss van het Canadese Po Girl is hiervoor een prima kandidaat. De band bestaande uit twee dames en twee heren maakt alt.country-folk-jazz. De dames Allison Russell and Awna Teixeira schreven de liedjes en wisselen de zangpartijen af tussen solo en meerstemmig. Het is een heerlijk duo en samen de rest van de band bespelen ze van alles, van banjo tot klarinet en alles daartussen. Nog even wat muzikale referenties: Dolly Parton, Mary Gauthier, Indigo Girls, The Corrs en Ilse DeLange. Met deze namen denk ik ook wel aan te kunnen geven voor wie deze schijf niet bestemd: voor hen die van het opstandige in de muziek houden. Braaf is het namelijk wel, maar wie daar tegen kan heeft er een interessante cd bij in zijn collectie.
File Under: Alt.country-folk-jazz tussen de lijntjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live: Maudite Guerre]
Kings Of Leon - Come Around Sundown
Op de Twitter werd er gevraagd waar onze Kings Of Leon-recensie bleef. En ik dacht, laat ik ons publiek eens op haar wenken bedienen. Ik vroeg daarom op onze interne mailinglist wie er zin had om over de nieuwe cd van Kings Of Leon heen te plassen. De reacties waren een beetje zoals ze zijn wanneer je vraagt wie er de wc schoon wil maken. Alles behalve enthousiast. Gr.R. wilde het alleen doen als er ook reggae op zou staan. Campking mopperde dat zijn azijn al op was voor vandaag. DubbelMono was na drie liedjes afgehaakt en had besloten het daar maar bij te laten met de trieste conclusie dat het zo'n saahaaie band geworden was. Ludo fluisterde dat 'ie die neppe gospel-single stiekem leuk vond. Verder zijn vingers er aan branden leek 'em niet verstandig. André brak zich er vooral het hoofd over waar die arme Laura Jansen haar volgende hit vandaan moest halen. En dan was er ook nog Ramon. Hij had Come Around Sundown via de Spotify gedraaid. Al was hij al lang weer vergeten hoe dat klonk. Hij gaf daarna nog een doorwrochte, zakelijke analyse en bestempelde ze als arrogante luie megalomane lamzakken. Oei, daar sta je dan met je goede wil om je lezerspubliek te pleasen. Ik krabde me achter de oren, zuchtte een keer diep en slingerde de Spotify zelf aan. Vooruit dan. De eerste drie platen van Kings Of Leon vond ik tenslotte toch hartstikke leuk? Nog voordat de eerste keer reclame langs kwam over een nieuwe anti-retro Citroën was bij mij de goede zin al in geen velden of wegen meer te vinden. De Kings Of Leon zijn op Come Around Sundown definitief verworden tot een zaadband die alleen maar lijkt te jagen op een nog grotere hit, maar daar geen moment in slaagt. Er knapte definitief iets bij "Back Down South". Een ronduit vervelend pathetisch liedje dat ellendig mijmert en giebelgesprekjes heeft aan het eind. De stem van Followill gaat ook steeds meer irriteren. Net als de knetterharde vieze drumsound. "Radioactive", "No Money" het zijn vast liedjes die het leuk doen in met klapvee gevulde Ahoys of Arena's, mij maken ze intens narrig. Ze zoeken het verder maar uit.
File Under: Duif gezocht
File Audio: [MySpace]
File Video: [Radioactive][Interview-sessie in 14 delen. Zucht]
Belle And Sebastian - Write About Love
Mijn eerste opwelling was om maar geen stukje te schrijven over Write About Love. File Under kan het beter bij de eerder gepubliceerde tekening laten, want de hoes is verreweg het mooiste aan deze plaat. Van wie zou bijvoorbeeld het onzalige idee gekomen zijn om Norah Jones als gastzangeres uit te nodigen voor het nieuwe album van Belle & Sebastian? Als de bijdrage van Norah Jones nou maar het enige dieptepunt op Write About Love zou zijn, dan hadden we een aardige Belle & Sebastian-plaat in handen. Weliswaar niet zo goed als The Life Pursuit, maar toch. Helaas, het mocht niet zo zijn. Welgeteld drie tracks heb ik kunnen vinden die een voldoende halen: opener "I Didn't See It Coming", "I Want The World To Stop" en "The Ghost of Rockschool". In alle drie liedjes komen de usp's van de band uit de verf: inventieve arrangementen, originele teksten en lieflijke stemmen met een mooie onderhuidse spanning. Niets van dat alles is op de rest van Write About Love terug te vinden. "Come On Sister" klinkt stupide, "Calculating Bimbo" en "Little Lou, Ugly Jack, Prophet" (met Norah Jones) zijn zelfs ronduit vervelend. Geen idee of het de schuld is van Norah Jones. Maar moge de man of vrouw die vond dat ze een moppie mee moest doen door God gezegend worden. Als het kan een beetje hardhandig.
File Under: Mislukt
File Audio: [MySpace]
File Video: [I Didn�t See It Coming]
JPT Scare Band - Acid Blues Is The White Man's Burden
Volhouders, zo kun je de heren van de JPT Scare Band best noemen. Jeff Littrell, Paul Grigsby en Terry Swope zijn al in de jaren zeventig met hun band begonnen, maar brachten voor het eerst een album uit in het begin van de jaren negentig en zijn nu, weer twintig jaar en een flinke pauze later, aan hun vijfde album toe. Classic Rock Magazine noemt ze "Forgotten Pioneers Of Heavy Metal" in een adem met bijvoorbeeld Iron Butterfly. Maar ach, wat zou het. Ze brengen smakelijke bluesrock in de stijl van hun voorbeelden Cream en Blue Cheer. Neem de titelsong: een slow blues, "twee keer rond" zoals Daniël Lohues het zegt, en je bent bijna ongemerkt weer krap negen minuten verder. Inderdaad, in hun begintijd, toen ze alleen nog tapejes distribueerden, zullen ze niet minder dan een sensatie geweest zijn. Inmiddels oude rotten weten de heren verdomd goed hoe ze een lekkere blues moeten brengen. Een toefje psychedelica, een aangenaam retrorandje en de klassieke powertriosound. Ben je zo iemand die muziek urgent of relevant noemt, dan hoef je echt niet te gaan luisteren. De JPT Scare Band is zo hedendaags als de plateauzool. Is de hipheidsfactor geen criterium voor je, en kun je je vermaken met degelijke retroblues, dan moet je echt eens luisteren. De productie maakt dat het klinkt alsof het zo de cd opgekwakt is. En ja, dat is een positieve kwalificatie. Het heeft een livefeel die bij bluesrock wat mij betreft per definitie een aanbeveling is. En weet u wat? Het zou me niet eens verbazen als het inderdaad in een keer op cd gezet is. Want spelen kunnen ze.
File Under: Het échte bluesgevoel
File Audio: [ScareSpace]
Annasaid - Jua
Ze zijn al wereldberoemd in Denemarken, maar de vier jonge honden van Annasaid willen meer. En neem het ze eens kwalijk, Denemarken is ook niet alles. Een debuutalbum dat met vier fiere klappen op de hi-hat begint, heeft bij mij sowieso al een streepje voor. Als vervolgens een flinke portie sprankelende pop als een soort XTC on steroids komt langs varen, kan het echt niet meer stuk. Jua bevat twaalf lekker hoekige songs die doen denken aan de vroege Bloc Party. Britser dan Brits klinkt het en je zou de band in ieder geval eerder in Londen plaatsen dan in het Deense Aarhus. De jengelende gitaarloopjes zijn behoorlijk nadrukkelijk aanwezig, maar alle melodieën zijn zo inventief en aanstekelijk dat het geen moment irriteert. Zanger Martin Sahlertz heeft genoeg variatie in zijn stem, al schiet hij zo nu en dan wel een beetje richting Heaven 17-pathetiek. Heerlijk dat er dan ook nummers op het album staan als het ingetogen Caraïbische “Sun” en het lekker hese “Frenzy”. Jua is vooral gehaast, retestrak, freakerig en bijzonder knap gemaakt. Denemarken zou wel eens snel veel te klein voor ze kunnen worden.
File Under: Gedreven Denen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hands]
File Twitter: [Twitter]
De Dijk - Hold On Tight
Ik zag het al helemaal voor me, dat De Dijk door een geslaagde samenwerking met de King Of Rock & Soul zo maar in eens een veel hoger plafond bleek te hebben dan waar ze al bijna twee decennia lang hun kruin tegen stoten. Dat Huub en de zijnen met Burke vanuit zijn eeuwige stoel het dak er af zouden laten gaan in zalen door heel Amerika (en verder). Het zou een gepaste beloning zijn. Door het overlijden van Burke zal bij dagdromen blijven. Dan nog blijft het een wonderlijk verhaal. Een stel Hollandse knapen die voor een (nog) levende Amerikaanse legende hun oer-Hollandse teksten laten vertalen door Wouter Planteijdt, de vertaalde (en één nieuwe) songs opnemen en dat het vervolgens nog steeds blijkt te kloppen. Daar had ik best een hard hoofd in. Hold On Tight is gelukkig een dampende soultrein die je misschien niet mag vergelijken met Burke’s Don’t Give Up On Me uit 2002, maar toch mooi niet vol in de schaduw hoeft te staan van die plaat. De kwaliteit die De Dijk ons al decennialang voorschotelt blijft zowel in de ballads als de up-tempo songs in het Engels met speels gemak overeind. De songs geven je als luisteraar nooit een geforceerd gevoel en soms is de uitkomst zelfs groter dan som van de delen. “Seventh Heaven” vind ik bijvoorbeeld magistraal, de broederlijke warmte van het titelnummer is fijn en “Good For Nothing”, een van mijn favoriete Dijk-nummers, doet het in deze versie ook uitstekend. Pas nu ik dit tik bedenk ik me dat ertijdens het beluisteren van Hold On Tight geen moment is dat ik de door mij zo geliefde voordracht van Van Der Lubbe mis. Dat voelt best vreemd.
File Under: Overal goed voor
Unbunny - Moon Food
Lieve herfstige liedjes blijven vaak onopgemerkt. Nothing Comes To Rest bijvoorbeeld. Melancholieke verhalen en kleine hartekreten trekken niet zoveel aandacht, en ook al zou je ervan genoten hebben, dan weet je nog niet zo goed wat ervan te zeggen. In 2004 schreef ik mijn tweede recensie ooit voor File Under, die ging ook over Unbunny. Let wel, dat was de tijd dat deze site nog op blogspot.com draaide. Het was een hondsmooie cd, een verborgen juweeltje, met net zulke korte, dromerige maar nauwelijks zwaarmoedige liedjes als deze. Maar er reageerde zes jaar lang niemand op mijn stukje. Ook niet op stukjes over Solo trouwens. En ook niet op al die andere honderd miljoen miljard singer/songwriters. Je moet een Eels zijn voordat er misschien iemand voorzichtig "ja, mooi!" fluistert. Intussen is ook Unbunny's website weg, trouwens. Ik stel me voor dat er een hemel is waar alle mooie vergeten liedjes heen oprijzen. Zonder drama, in kalmte, met waardigheid, precies zoals ze klinken. Daar zweven ze dan bij elkaar, in het geheim, terwijl ze elkaar warmhouden. Tussen de gure wind, de vallende regendruppels en het maanlicht, die elk iets van dier klinkende schoonheid terugzingen richting de aarde. Af en toe komt er iemand in een luchtballon langs, die een liedje komt beluisteren. En heel soms een hele zeppelin vol fans, zoals toen Mark Linkous net was overleden. En elke keer verzuchten de bezoekers: wat is het toch mooi hier. Om dat, als ze eenmaal weer beneden zijn aangekomen, weer volledig te zijn vergeten.
File Under: Onlegendarisch mooi
File Audio: [BandCamp][MySpace]
Tina Dico - Welcome Back Colour
‘Verdorie, dit liedje, dat ken ik’, dacht ik bij het horen van “Warm Sand”. Even graven leerde me dat ik het inderdaad al op een eerdere cd van Tina Dico gehoord had. Verder graven bracht me tot de conclusie dat op Welcome Back Colour maar drie helemaal nieuwe liedjes staan. Het is dus min of meer een best of, al is het misschien beter om te spreken van een introduction to…, want tussen Nederland en Tina Dico is nu niet echt sprake van een innige relatie. Gezien het feit dat andere feeërieke popprinsessen als Emiliana Torrini, Feist en Sia het hier heel goed doen, zou het wel eens het juiste moment kunnen zijn voor Tina om hier nogmaals aan de deur te kloppen. De titeltrack (een van de drie nieuwe nummers) zou wat mij betreft zo de 3FM-playlists in mogen. Het is een gemakkelijk in het gehoor liggend liedje met een goed refrein, dat best wat weg heeft van waar Sia de Top-40 mee af struinde. Dat geldt ook voor veel van de andere liedjes op deze verzamelaar. Al vind ik wel dat Tina steeds beter omgaat met de weelde aan instrumenten die ze tot haar beschikking heeft sinds ze meer succes heeft. Zo heeft “Count To Ten” na een akoestische tokkelstart een fraai opgebouwde spanningsboog. Het ingehouden uitbundig gezongen Feist-achtige “Instead” vind ik van de drie liedjes het fijnste. Toch zette ik de eerste ep’s en cd’s die ik van Tina nog eens op. Dat probeer ik altijd te doen voordat ik begin met het pennen van een recensie. Toen kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat ik haar het liefst zo sober mogelijk hoor, zoals op haar Notes-EP. Dat komt in het geval van Welcome Back Colour goed uit, want op als je de juiste editie vindt van deze cd, dan zit er een tweede cd bij met daarop akoestische uitvoeringen van oudere songs met nog een nieuw nummer. Overheerlijk daarop is “Let’s Go Dancing”, het innig met Teitur gezongen duet. Al doet “Waltz” de samenwerking van Dico met Helgi Jónsson er niets voor onder. Ik hoop dan ook dat Dico in de toekomst de rijk gearrangeerde met de akoestische kant blijft combineren.
File Under: Frêle Scandinavische dames
File Audio: [MySpace]
File Video: [Eigen kanaal]
Antony & The Johnsons - Swanlights
Je houdt van hem of je haat hem: een tussenweg lijkt er niet echt te zijn. Wie mijn eerdere recensies over Antony and the Johnsons gelezen heeft op File Under, weet dat ik tot de eerste groep behoor. Met I Am A Bird Now trok Antony me definitief over de streep, en na twee keer een magnifiek optreden van hem te hebben gezien (waarvan die met het Metropole Orkest in Carré echt buitencategorie was) , kan hij weinig meer fout doen. Ook, en ik val maar meteen met de deur in huis, met Swanlights niet. De recensies zijn, in tegenstelling tot bij vorige cd's, niet heel positief te noemen. Te veel geneuzel en gedraal, te weinig echte liedjes. En dat is misschien wel terechte kritiek, als je tenminste op echte popliedjes hoopt. Maar Antony is Antony, en die kan zoveel meer dan dat. Zijn minimaal georkestreerde maar soms ingewikkelde nummers vergen een geoefend oor, maar wat is daar mis mee? Zijn prachtige gevoelige stem en de sfeer die hij neerzet maken zoveel goed! Dat begint al met opener "Everything Is New", een beetje een vreemde eend in de bijt, omdat het vrij stoer klinkt voor zijn doen. Even is er dan een klein inzakmomentje bij het titelnummer en "The Spirit Was Gone", om vervolgens tot het einde toe spannend te blijven, met als hoogtepuntje het duet met Bjørk, Fletta. Ja, Antony flikt het gewoon weer
File Under: Oops he did it again
File Audio: [MySpace]
The Posies - Blood / Candy
Pakkende, goudomlijnde melodieën. Check. Vocale harmonieën als een dikke laag honing met knapperige stukjes walnoot. Check. Hier en daar een verrassende akkoordenwisseling. Check. Redelijk hoge meezingfactor. Check. Soundtrack voor lange roadtrips. Check. Een gezonde dosis Lennon/McCartney. Check. Scheutje Beach Boys d’r bij. Check. Big Star. Check. Het rauwere randje van Ken Stringfellow. Check. Het vaak onderschatte, sprankelende gitaarspel van Jon Auer. Check. De som der delen. Check. Powerpop pur sang. Check. Voorzichtige stapjes buiten de eerder betreden paden. Check. Desondanks het gevoel dat het toch een beetje meer van hetzelfde is en het niveau van Frosting On The Beater wederom niet wordt gehaald. Check. Niet dat het veel uitmaakt hoor. Hier worden geen potten gebroken. Alle hokjes op de checklist kunnen keurig worden afgevinkt. Na een hiaat van vijf jaar is er dus eindelijk weer een nieuw album van The Posies. En dat is voor de liefhebbers best fijn, toch? De vraag is alleen of de rest van de wereld van Blood / Candy wakker zal liggen.
File Under: Powerpop checklist
File Audio: [My Space]
Nervous Nellie - Why Dawn Is Called Mourning
Menig Nederlandse man zal verzuchten 'vrouwen', maar er iets zinnigs mee doen dat laten ze achterwege. Sukkels zijn het, helaas. Bij de Zweden ligt dit anders, ik weet zeker dat er geregeld een verbond wordt gesloten tussen een groep mannen waar ze gezamenlijk het probleem 'vrouw' verwerken en een avondje grienen, met behulp van eigen gemaakte alcoholische dranken, eindigt in een groot feest. De volgende dag komen de mannen dan bij elkaar om de opgedane energie om te zetten in geinige folkpopliedjes waar het onderwerp uiteraard weer de vrouw is. Deze mannen proberen dan hun vleugels uit te slaan naar andere Europese mannen en zetten dan voet aan wal op de podia. Ik noem hier Friska Viljor, omdat zij veel succes hebben bij onze oosterburen. Ook noem ik (Nervous Nellie), omdat zij nu een album uitbrengen bij het Duitse Hazelwood-label. Er waren al eerdere releases, maar het duurde kennelijk even voordat ze opgepikt werden. (Nervous Nellie) is een band die het begrepen heeft, wat wij nodig hebben zijn aanstekelijke liedjes gebracht met een glimlach. Het album Why Dawn Is Called Mourning had zo van Friska Viljor kunnen zijn, luister alleen maar eens naar de stemmen van Jonzon en Johnson. Ik vergeef het ze, want dit album zet je voor je plezier keer op keer op.
File Under: Smile
File Audio: [Player op hun website][MySpace]
File Video: [Long As Can Be]
Week 42, 2010
Storm
Tina Dico - Welcome Back Colour
Ewie
Grinderman - Grinderman 2
Ludo
Hef - Hefvermogen
Gr.R.
Lynyrd Skynyrd - The Essential collection
Ramon
Gold Panda - Lucky Shiner
André
Rökkurró & The Deer Tracks @ The Lexington, Londen
Prikkie
Dream Theater - The Number Of The Beast
DubbelMono
The Keys - Fire Inside
Campking
A Minor Forest - Inindependence
The Mynabirds - What We Lose In The Fire We Gain In The Flood
Warpaint - The Fool
Compleet overdonderd was ik. Totaal blown away zoals dat zo mooi heet in het Engels. Op het Walk the Line festival in Den Haag eerder dit jaar gaven vier ietwat zonderlinge dames uit Los Angeles een weergaloos optreden. Volgens mij kende niemand in het publiek ze, maar na het laatste nummer wilde iedereen ze wel opvreten. Het nylon tasje met wat exemplaren van hun debuut Exquisite Corpse was in no-time uitverkocht. Deze door Red Hot Chili Pepper John Frusciante gemixte EP bevat de eerst opnames van Warpaint uit 2007. De experimentele muziek met zweverige zang van de EP is op debuutalbum The Fool verder uitgewerkt en geperfectioneerd. Er wordt minder gebruik gemaakt van allerlei geluidseffecten, waardoor de mooie samenzang beter uit de verf komt en The Fool net iets minder weird is dan Exquisite Corpse. Muzikaal doet het album me vooral denken aan Ataxia, het project van Frusciante en Josh Klinghofer. Onheilspellend, experimenteel en vooral heel bijzonder is de zang van de vier. De verschillende stemmen volgen zelden exact dezelfde melodielijn en de kinderlijke en nonchalante toon op sommige nummers doet spooky aan. Luister maar eens naar het enge koortje aan het begin van "Composure". Een opvallend nummer is "Baby" omdat het akoestisch, ingetogen maar toch donker en dreigend is: 'Don't you call anybody else baby, because I'm your baby still'. Dat je het maar weet. Mooi en eng, dat gaat prima samen in het geval van Warpaint.
File Under: Creepy
File Audio: [MySpace]
File Video: [Undertow]
File Twitter: [Twitter]
Dax Riggs - Say Goodnight To The World
De vergelijking met andere vocalisten die huns ondanks de blues diep in hun ziel mee torsen, ligt voor de hand. Denk aan Layne Staley, denk aan Mark Lanegan. Dax Riggs, ooit als metalhead een carrière gestart, is er ook zo eentje. Say Goodnight To The World is niet zijn eerste soloplaat, maar wel het album waarmee hij mij voor het eerst bereikt heeft. En hoe. Met een track als "Let Me Be Your Cigarette" (ik zie Iggy Pop al schateren van het lachen) verwijst hij misschien al te opzichtig naar de zwart-wit clown op de hoes. Iets dat ook op zou kunnen gaan als je op het hoesje ontdekt dat hij Heartbreak Hotel speelt. Maar als je zijn versie van deze klassieker hoort, besef je dat hij het meent. De bijna onder zijn eigen bekendheid bezwijkende cover wordt door Dax Riggs met zoveel intensiteit gereanimeerd dat het bijna pijn doet. Tracks als het stoner-achtige "I Hear Satan" bewijzen dat de man ook op zijn eigen merites als liedjesmaker beoordeeld kan worden en ook dan bewijst dat hij serieus werk maakt van het verdrijven van de spokeni n zijn hoofd. Naast blues heeft Dax Riggs een voorliefde voor glam, ouderwetse hardrock en curieuze geluidjes in zijn arrangementen. Daar moet je wel een koptelefoon voor opzetten. Met de volumeknop een eind naar rechts.
File Under: I hear Satan in the basement
File Audio: [MySpace]
File Video: [Say Goodnight To The World (live)]
Blackie & The Oohoos - Blackie & The Oohoos
Twee zusjes, Loesje en Martha Maieu, met zoete stemmetjes en lang, zwart haar. Recht afgeknipte pony, diadeem, fifties-jurkje. Plus zingende zaag, accordeon, slide-gitaar en ukelele. De liedjes gaan over mannen in Reno die graag Little Nemo genoemd willen worden, over duivelskinderen en tortelduifjes. Maar eigenlijk gaan ze over uitgestelde seks: ‘You’re the finger on the trigger and you’ll never let me go,’ zingen de zusjes. En ‘Baby boy, pretty boy, smarty you are all I need/Go down, go down with me and feel the heat.’ Of is het mijn dirty mind die zich hier verraadt? De vijfmansband komt uit België, waar wel meer groepen kunstig balanceren tussen feeëriek en duister - neem Soy Un Caballo, neem The Ideal Husband, neem Eva de Roovere. De laatste coverde namelijk Shivaree, en dat is weer een goede buitenlandse referentie. Muziek voor bij een flakkerende kaars, voorafgaand aan een bizarre droom.
File Under: David Lynch kan elk moment bellen
File Audio: [Blackie-Space]
Paul van Loo & Ivo Rosbeek - Vuurbeelde
Vuurbeelde, is een prima gekozen titel voor deze dubbelaar van Paul Van Loo & Ivo Rosbeek & De Lotgenoten. De twee cd's zijn verpakt in een fijne digipack, waarbij een tekstboekje niet is vergeten. Vuurbeelde is Limburgs en het album is inderdaad geheel in het Limburgs. Vuurbeelde betekent voorbeelden en die worden op de eerste cd gecoverd, met dus een vertaling van de originele tekst. Deze teksten passen goed in het ritme, mede doordat de teksten niet al te letterlijk vertaald zijn. Tot de 'gecoverde' liedjes behoren onder andere “Iesblauw Ooge” oftewel “Pale Blues Eyes” van The Velvet Undergound, “Lang Nit Gezieë”oftewel “A Sight For Sore Eyes” van Tom Waits en “Hallelujah” van Leonard Cohen. Hoe mooi de teksten ook zijn vertaald, met de liedjes zelf komt het niet goed. Ze doen het origineel nergens vergeten. Integendeel zelfs, ze steken er bleek tegen af. Op de tweede cd met eigen liedjes zou het dan goed moeten komen. De teksten zijn weer in orde, maar met de liedjes komt het helaas hier ook niet goed. Misschien leuk voor een avondje dialecttheater, maar zo op een cd saai en af en toe zelfs oubollig. Neem bijvoorbeeld “De Tied Vluug Vuurbie” met een suf openend gefluit en deuntje alsof ze Tom Manders zelf zijn. Sorry, maar anno 2010 mag dit toch echt wel wat eigentijdser en beter.
File Under: Voorlopig blijven de Vuurbeelde vuurbeelde
File Audio: [MySpace]
File Video: [Ummer Ieëmesj Angesj]
Boom Boom Du Terre - Your Favourite Alboom
Meer dan 99.9% van de mensen kocht zijn laatste cd in 1997, grapt de Nederlandse drummer en aan het conservatorium afgestudeerde componist Jornt Jan Bras in de ironische liner notes bij zijn debuut-album. Waarom dan nog met zo'n goed verzorgde digipack aankomen? Ware liefde, mensen. En waarschijnlijk krijgt hij geen genoeg van het sexy cartoonmeisje met de glimmende sterren op strategische plaatsen. Ik hoop niet dat Bras met zijn halve oplage blijft zitten, ik stel me zo voor dat de meisjes hem dan, opgestapeld door het hele huis, van alle kanten beginnen aan te staren. Hij verdient dat ook niet want, alhoewel dit geenszins mijn favoriete 'alboom' is, is het gebodene bijzonder vermakelijk. Als een echte drummer die als kleuter waarschijnlijk adhd had, vliegt Bras om de haverklap uit de bocht. Lawaai, breaks, knoertharde baslijnen, maffe samples, tergende orgels. Het komt allemaal langs en net wat beter dan geestverwant Koko Cohen. "Sexy Shela" is bijvoorbeeld een grappige Mr. Oizo-achtige track. Wopwopwop! 'Trying to mate with the young females', ronkt een Steve Irwin-type. Ik ben niet thuis in Japanse ritmiek maar de swingende houten trommeltjes in "Japanese" komen vast uit authentieke samoerai-tijden. Op een persfoto staat Bras omringd door drummachines en synthesizers en ook die laatste komen aangenaam vaak langs zweven, handig om de luisteraar bij de les te houden als de beats weer 'ns over elkaar buitelen. Vijftig minuten is wel wat veel, maar de doorzetter wordt beloond. "Little Sister" is een behoorlijke stijlbreuk en voor een softie als ondergetekende stiekem toch het hoogtepunt. Het liedje opent met intieme Spinvis-achtige huiskamer-opnamen van Bras en zuslief (neem ik aan) achter de piano. 'Dit is walnoot', zegt zij. Que? Uit de piano-improvisatie ontstaat een emotievolle (en supermelodieuze!) broken beats-track.
File Under: Outhere Brother
File Audio: [Boom Boom-Space]
Bad Religion - The Dissent Of Man
Beweren dat Bad Religion een ‘groeiplaatje’ - op zich al een misdadige term - heeft gemaakt, is ongeveer hetzelfde als opschrijven dat Sigur Rós een lekker hitgevoelige CD heeft uitgebracht. Er valt ook niet zoveel te groeien, als je het al dertig jaar met dezelfde vier akkoorden weet te stellen. Toch is mijn mening over The Dissent Of Man de afgelopen drie weken behoorlijk bijgedraaid. De eerste indruk was nogal teleurstellend. Steeds hoop je op een nieuwe Generator of Against The Grain en tegen beter weten in valt het resultaat dan toch weer tegen. Bad Religion voerde deze keer een heuse mediacampagne om The Dissent grootschalig te lanceren. Op Twitter en Facebook werden de fans steeds kleine stukjes worst - in de vorm van songteksten en fragmenten - voorgehouden, stukjes die altijd smaakten naar meer. Misschien dat hierdoor de verwachtingen bij mij onrealistisch hoog waren: de voorpret was leuker. Echter, als gezegd, inmiddels is het album bij mij ingedaald en moet ik mijzelf corrigeren. Afgezien van een paar wat zijige langzame nummers staan er genoeg prima liedjes op The Dissent. Het oude vuur is gedoofd, maar heeft plaatsgemaakt voor een meer gebalanceerd geluid met ruimte voor afwisseling. Her en der (“The Meeting Of Minds”, “Avalon”) wordt er gelukkig nog ondubbelzinnig geknald, terwijl liedjes als “Cyanide” zonder enig probleem mainstream genoemd kunnen worden en zelfs hitpotentie hebben. Na een grondige afweging durf ik wel te stellen dat na twee mindere releases The Dissent het beste Bad Religion album in acht jaar is.
Gekoppeld aan The Dissent Of Men heeft zanger Greg Graffin overigens zijn langverwachte boek Anarchy Evolution uitgebracht. Ook voor niet punk liefhebbers een uitermate boeiend levensverhaal van een van de meest legendarische zangers van de moderne tijd, gecombineerd met zijn heldere en uitgesproken kijk op het geloof en de evolutie.
En om het allemaal nog wat mooier te maken verscheen deze week ook de officiële Bad Religion tribute Germs Of Perfection, in het kader van het 30 jarig jubileum gratis te downloaden.
File: Bad Religion - The Dissent Of ManFile Under: "No Bad Religion song can make your life complete"
File Audio: Germs Of Perfection (tribute) - MySpace
Grand Magus - Hammer Of The North
Eigenlijk kan ik voor het grootste deel de vorige recensie pakken. Want veel is er niet veranderd in het universum van Grand Magus, onze Zweedse metalvrienden. Ze leven nog steeds in de overgang van de jaren zeventig naar de jaren tachtig en heel veel andere platen van die van Black Sabbath en de gehele New Wave of British Heavy Metal worden er niet gedraaid. Maar is dat erg? Natuurlijk niet! Als je het kunstje namelijk zo goed kunt als Grand Magus, waarom zou je je dan vernieuwen? Zie een AC/DC, zie een Motörhead en zie een Iron Maiden. Het enige dat veranderd is, is dat zanger Janne "JB" Christoffersson, uit zijn andere band, Spiritual Beggars, is gestapt en zich nu volledig op Grand Magus richt. Wellicht om deze band wat meer op te stoten in de vaart der volkeren, want na mijn vorige recensie is er nog een vierde plaat verschenen, die File Under volledig gemist heeft. Die zoeken we nog wel eens op, al zal ik niet verrast worden door die plaat. Want nogmaals, als je het zo goed kunt als Grand Magus, waarom zou je dan veranderen. Dus spijkerjackie aan, airguitar om, pink en wijsvinger omhoog en meebangen op Hammer of the North! Gewoon lekker ouderwets...
File Under: Ouderwetse klasse
File Audio: [Magus Space]
File Video: [Hammer of the North]
Sean Smith - Eternal / Jack Rose & Glenn Jones - The Things That We Used To Do
Sean Smith is een gitarist uit Californië. Als je zijn geweldige spel op de akoestische gitaar hoort zou je dat niet gelijk verwachten. Op Eternal, zijn derde cd onder eigen naam, geeft hij deze een geluid dat je eerder zou verwachten van een band uit de Appalachen. Geen vrolijke niets-aan-de-hand stranddeuntjes op akoestische gitaar voor deze man, hij maakt liever diep in folk gewortelde songs. In sommige songs, zoals in “Topinanbour” en “The Real” bijvoorbeeld, gluren er bovendien invloeden uit het Midden-Oosten mee door het raam. De combinatie met folk geeft deze songs een bijzonder karakter. Sowieso is het fijn dat Smith zich weet in de houden en gaat hij niet - er is door het ontbreken van zang immer alle ruimte voor - als een bezetene tekeer op zijn gitaar. Toch laat hij je mooi schrikken in “Holly” als er in een keer van rechts en links een bonkige Bonham-achtige drum binnen komt, vergezeld van twee logge elektrische gitaren. Die ‘grap’ had van mij niet gehoeven. Smith houdt namelijk begeleid door onder meer viool mijn aandacht makkelijke vast. Al heb ik in het afsluitende “Greetings, Death, Love (excerpts)” dat maar liefst twaalf minuten duurt wel de neiging weg te dromen.
Jack Rose was ook een akoestische gitarist die met gemak de aandacht vast kon houden met zijn spel. Helaas overleed deze geweldenaar onverwacht door een hartaanval in 2009. De DVD The Things That We Used To Do was toen nog niet eens af. Deze laat wel pijnlijk duidelijk zien dat Rose er eentje is om te missen. Ondanks dat de opnames plaatsvonden in een op drie camera’s en wat meubilair na verlaten appartement krijg ik door de cameravoering toch het idee dat ik naar een concert zit te kijken waar de camera me af en toe de luxe van verrekijker geeft en inzoomt tot op de zweetdruppels op het geconcentreerde gezicht van Rose. De DVD is qua muziek grofweg opgesplitst in drie delen. Er zijn eerst twee duetten van Rose met Glenn Jones en zowel Rose als Jones krijgen daarna ruim de tijd om solo hun imponerende spel te laten zien. Van de samengespeelde songs is vooral “Linden Avenue Stomp” met geweldig slidespel op de lapgitaar van Rose om stil van te worden. Niet dat zijn fingerpicking in zijn soloset dat niet is overigens. Na de opnames in de loft volgen nog solosets van beiden zoals Rose en Jones die begin 2009 gaven in Plays & Players in Philadelphia. Daarna volgt nog een interview van een half uur door Byron Coley. Dat zal vrees ik wel het laatste zijn dat Rose gaf voor zijn dood. Het is de afsluiting van een mooi document dat door de dood van Rose, ongewild natuurlijk, een nog meer bijzondere lading krijgt.
File Audio: [SmithSpace]
File: Jack Rose & Glenn Jones - The Things That We Used To Do
File Audio: [RoseSpace][JonesSpace]
File Under: Gitaarles voor gevorderen
Everything Everything - Man Alive
Zoals bekend zijn wij Nederlanders een nuchter volkje. Stoere rockers als Herman Brood en Dinand Woesthof kunnen we nog wel waarderen, maar van nichterige aanstellers op het podium moeten we meestal niets hebben. Bij zangers met bijzonder hoge stemmen klinkt dan ook al snel gemor. De reacties bij de eerste Nederlandse optredens van Wild Beasts vorig jaar logen er niet om, de falsetto van voorman Hayden Thorpe was net iets too much voor velen in het publiek. Hetzelfde lot zal de heren van Everything Everything waarschijnlijk beschoren zijn. Naast de hoge zangstem heeft deze jonge Engelse band trouwens wel meer gemeen met Wild Beasts. Beide bands schuwen het experiment niet en zetten de luisteraar graag continu op het verkeerde been. De muziek van Everyting Everything, door de band zelf omschreven als ‘surrealist neo-classical avant-pop for the digital age’ is dan ook geen gemakkelijke kost. Opener “MY KZ, UR BF” (oftewel “My Keys, Your Boyfriend”) is een druk en gehaast nummer dat met vertrouwd klinkende eighties-synthesizers en een heerlijk catchy refrein de plaat overtuigend inleidt. Pas bij het vierde nummer wordt wat gas teruggenomen. Dat is hard nodig want er gebeurt eigenlijk veel te veel in de muziek van Everything Everything. De constant overslaande stem van Jonathan Everything, de drukke melodieën en plotselinge tempowisselingen maken zelfs van de meest relaxte vogel spontaan een volstrekt doorgeslagen neuroot. Knappe jongen die dit overigens prima album kan uitzitten zonder zo nu en dan even te verlangen naar een momentje rust.
File Under: Dodelijk vermoeiende plaat
File Audio: [MySpace]
File Video: [My Kz, Ur Bf]
File Twitter: [Twitter]
Rachelle Spector - Out of my Chelle
De CV van Rachelle’s wettige echtgenoot Phil moge zo bekend zijn dat ik me hier beperk tot drie titels: “Be My Baby”, ”River Deep Mountain High”, ”You’ve Lost That Loving Feeling”. Goed, dat hebben we gehad. Dat Phil nu zucht achter de tralies na de moord op actrice Lana Clarkson is ook uitgebreid in alle media vermeld dus dat hebben we bij deze ook gehad. We hebben het hier namelijk over dit door hem geproduceerde album dat zijn derde echtgenote Rachelle onlangs uitbracht en dat ik nu enige malen heb beluisterd met meer dan gemiddelde aandacht, uiteraard vanwege mijn voorliefde voor het overgrote deel van Phil Spectors oeuvre. Opgenomen terwijl de rechtszaak liep is dit dus (waarschijnlijk) het laatste wapenfeit dat we ooit van Phil nog gaan horen gezien de 18 jaar die hij nog moet zitten. En is het een waardig slotstuk aan de imposante carrière van de meester-producer? Ik ben bang van niet. Er gaan geruchten dat Phil eigenlijk helemaal niet zoveel met deze opnames heeft gedaan en eerlijk gezegd zou me dat ook niet verbazen. Maar goed, hij heeft laten weten uitermate trots op dit album en zijn vrouw te zijn dus dat zal wel niet gelogen zijn. Rachelle heeft een prettig maar weinig opvallend stemgeluid, de liedjes zijn catchy en poppy (Madonna-esque met een vleugje R&B hier en daar) maar het blijft allemaal niet echt goed hangen. Als ik dit album in handen zou hebben gekregen als een setje anonieme demo’s van een Idols-deelneemster had ik het zelfs niet afgeluisterd. De single “Here in my Heart” zou op de radio nog wel aardig kunnen scoren misschien en ook de ballad “Baby Believe” komt net iets boven het maaiveld uit door maar verder… het is allemaal best leuk maar heeft met geniale liedjes en producties niets van doen.
File Under: Overbodige voetnoot?
File Audio: [MySpace]
File Video: [Here In My Heart]
Indian Jewelry - Totaled
Er waart een spook door muziekland - het spook van de wedergeboorte. Alle grote machten van muziekland hebben zich in de drijfjacht op de revival verbonden, disco, baardfolk, psychedelische rock, shoegaze en de new wave. Alle grote machten accepteren de macht van de revival. En allemaal lijken ze die de afgelopen jaren te doorlopen. Al dan niet in een mengvorm van verschillende muzikale renaissances. En ook Indian Jewelry behoort tot deze machtige stroming van wederopstanding, in het geval van deze Amerikanen een psychedelische kruising van dark en new wave. Met echo’s van Bauhaus, Joy Division, Siouxie And The Banshees in een reverbmachine gegooid om er een extra fantoomgeluid aan te geven hint het gezelschap soms wel heel erg naar de underground van de laat jaren ’70, begin jaren ’80. Dit zeker in combinatie met de gebruikte drumcomputer, die klinkt als of de eerste computer nog moest worden uitgevonden. Dat neemt niet weg dat Totaled en erg fijn en beknellend dark wave plaatje is geworden. De citaten uit het verleden zijn evident, maar er wordt uit zoveel verschillende bronnen geciteerd dat de ontstane collage wel degelijk een eigen geluid vormt. Soms vervreemdend, vaak beangstigend, als of het spook van de wedergeboorte werkelijk door de kamer heen waart. Klaar om je de adem te ontnemen, maar dat - helaas - nooit echt doet.
File Under: Spokende muziek
File Audio: [Jewelry-Space]
File Video: [YouTube]
David Celia - I Tried
David Celia is een Canadese singer/songwriter die met I Tried zijn derde album aflevert. Zijn eerdere albums heb ik aan deze kant van de grote plas nog nooit in de winkel zien liggen. En ik betwijfel een beetje of dat met deze nieuwe wel zal gebeuren. Het probleem is namelijk dat David Celia met zijn (power)poppy singer/songwriter werk met hier en daar een countrysnik probeert te vissen in een vijver waar wel heel veel hengels in hangen. Wie wat vangt lijkt daarbij meer afhankelijk van geluk, dan van wijsheid of kunde. Aan die wijsheid en kunde, daar twijfel ik bij Celia geen seconde aan. Niet voor niets krijgt hij hulp van mensen die werkten met Ron Sexsmith (drummer Don Kerr), Arcade Fire cellist Mike Olson, Ben Mink die veel deed met KD Lang en gitarist Gurf Morlix. De kunde blijkt ook uit Celia's songs. Zo hint het openingsduo "Turnout" en "Severine" op uitstekende, maar wel heel nadrukkelijke wijze naar The Beatles anno Sgt. Pepper. Van mij had dat wel wat later op I Tried gemogen, want het zet zo de verkeerde toon. Celia levert met deze derde cd namelijk een sterk divers album af waarop je net zo gemakkelijk invloeden van Neil Young, Randy Newman of Ry Cooder, maar zeker ook Sufjan Stevens terug hoort. Zo is "Marcus", dat bijna aan het einde van de plaat staat een fraaie ballade die zo geplaatst zou kunnen worden in een top-musical. Geleidelijk werkt het van een piano georiënteerde naar een jazzy gitaarsong met warm koperwerk. Dat is heel andere koek dan een roadsong als "Instant Puppy Love" of de humorvolle countrysong "I'm Not Texan".
File Under: David Celia moet je zeker eens proberen
File Audio: [MySpace]
The Charlatans
Ik spreek voorman Tim Burgess op de eerste dag van de Europese tour van the Charlatans, die samen met Shaun Ryder in Newcastle wordt afgetrapt. Hij klinkt opgewekt, ondanks het moordende tourschema dit jaar en het uitvallen van vaste drummer Jon Brookes in september. Tijdens een optreden stortte Brookes in en in het ziekenhuis werd vervolgens een hersentumor geconstateerd. Het gaat inmiddels weer beter met hem, maar tijdens zijn herstel wordt voor de Britse en Europese tour zijn plaats tijdelijk ingenomen door Verve-drummer Pete Salisbury.
Lees verder..Solace - A.D.
Sludge, doom, stoner. Krijsen, kreunen, grunten, zingen. Slepende riffs, traag groovende gitaren, snijdend snelle dubbele solo’s. Solace biedt op haar eerste full-length sinds 2003 een breed spectrum aan afwisseling ten gehore. En bij voorkeur dat alles binnen een nummer. Negen tracks aan zware metalen die allen rieken naar de naargeestigheid des levens. A.D. is een plaat voor donkere zielen die hun hart verpand hebben aan de gitaar, want de kunsten van de heren gitaristen in Solace staan centraal in het geluid. Dit zonder een storende factor te vormen in de voortdurende flow die de heren te pakken hebben. Als een kruisbestuiving tussen Down, Soundgarden en de oudste Iron Maiden soleert de band over je heen zonder de focus van op de groove te verliezen. Dit in combinatie met een zanger die klinkt alsof hij genoeg zelfkastijding en weltschmerz in zich draagt om een psychiatrische kliniek te vullen, heeft deze plaat alles wat de oude doom, stoner, grunge en sludge fan zich kan wensen. Donker, donkerder, donkerst is het geluid dat A.D. 59 minuten lang zonder een moment van verveling in je kamer beukt. Dit zonder enig echte uitschieter of aanwijsbaar hoogtepunt, maar - en dat is veel belangrijker - ook zonder enige vorm van een dip over de hele plaat. Dat je daar dan zeven jaar op moet wachten, maakt het alleen maar de goddelijke moeite waard.
File Under: Doemsdag donkere gitaristen stonersludge
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Justin Townes Earle - Harlem River Blues
Het is niet alleen de achternaam die hij van zijn vader heeft gekregen, maar ook de muzikale genen en een voorliefde voor genotsmiddelen. Een paar weken geleden maakte Justin Townes Earle bekend zijn tour uit te stellen om zich op te laten nemen in rehab. Daarnaast is zijn tweede naam afkomstig van grootmeester Townes Van Zandt - een nog groter muzikant en zo mogelijk nog groter liefhebber van genotsmiddelen. Dan ben je voorbestemd, zou je denken. Harlem River Blues is inmiddels al het derde album van Earle junior en net als bij de vorige twee platen zal lof zijn deel zijn. En terecht. Want - en ook hierin lijkt hij op zijn vader - Justin Townes Earle is een vakman als het gaat om liedjes schrijven. En net als Earle senior is hij bereid om verder te kijken dan het standaard singer/songwriter-idioom. Van rockabilly ('Move Over Mama'), via country ('Wanderin') en folk (het titelnummer) naar bluesrock ('Slippin And Slidin'), het blijft allemaal even natuurlijk klinken. Hoe oneerlijk het ook mag zijn om de naam van zijn vader (en die van Townes Van Zandt) als ijkpunten te nemen: er is een verschil met deze twee. Justin Townes Earle mist de pregnante stem van beide helden. Maar er zijn veel muzikanten die een moord zouden doen voor een klein beetje van het vakmanschap van zoonlief.
File Under: Bijna zo vader, zo zoon
File Audio: [MySpace]
File Video: [Harlem River Blues (live)]
Wyatt / Atzmon / Stephen - For The Ghosts Within
Misschien komt het wel door wat hij in het verleden allemaal meegemaakt heeft, volgens mij Robert Wyatt is geen bang aangelegde man. Ik vind het tenminste best van lef getuigen wat hij doet op From The Ghosts Within. Zonder blikken of blozen, zet hij zijn eigen songs zij aan zij met jazz standards van onder meer Duke Ellington, Thelonious Monk en het van Louis Armstrong bekende “What A Wonderful World”. Een weldenkend mens zou zich wel twee keer bedenken voor hij dat doet. Wyatt niet. Voor For The Ghosts Within legde hij de basis samen met saxofonist Gilad Atzmon en violist Ros Stephen. Het resultaat van deze samenwerking is bijzonder en divers. Het openende “Laura” grijpt mij ogenblikkelijk bij de keel. Wyatts stem is fragiel en schuifelt op kousenvoeten over een sierlijk bedje van strijkers waarna hij verrast wordt door prachtige koperklanken van Gilad Atzmon die Wyatt probeert mee te nemen in een dans. Hij blijft er schijnbaar onbewogen onder en dat maakt de song bijzonder. Erg fraai is ook wanneer Atzmons vrouw aanhaakt in het (bijna) titelnummer. De melancholisch makende bandoneon en waterige Rhodes-toetsenpartijen geven de aanzet tot een ingetogen groepszang in de refreinen die toch iets euforisch uitademen. Zoals Efterklang dat ook zo mooi kan. Het contrast met de clash tussen klassiek en raps en beats in het daarop volgende “Where Are They Now” waarin de Palestijnse Shadia Mansour de teksten voordraagt is wel heel onverwacht (en) groot. Het verbaast me dan ook niets als ik op de foto in de biografie die bij de cd zit alle drie de hoofdpersonen zie glimlachen. For The Ghosts Within klinkt namelijk als een album waar de makers veel plezier aan beleefd hebben. Wat dat betreft is de jazzy kamerorkest versie van “What A Wonderful World” dan ook prima op zijn plek.
File Under: In A Sentimental Mood
File Audio: [MySpace]
Tricky - Mixed Race
Eigenlijk is Tricky meer een producer dan een zanger. Op vrijwel al zijn albums deelde hij de vocalen en in veel gevallen ook het bed met een aantal mooie zangeressen. Op zijn vorige album Knowle West Boy uit 2008 gromde Tricky zelf nog niet onverdienstelijk mee, maar op deze negende plaat lijkt hij een rol op de achtergrond wel prima te vinden. Het is op sommige nummers echt zoeken naar zijn doorleefde stem. Wat ook opvalt is dat de nummers enorm kort zijn. Opener "Every Day" begint als een indrukwekkende hommage aan zijn moeder, Maxine Quaye, die zelfmoord pleegde toen Tricky vier jaar oud was. Kort nadat een koortje na nog geen twee minuten een prachtige overgang inluidt, is het nummer plotseling helaas afgelopen. Aangezien Tricky tegenwoordig al een paar jaar in Parijs woont, is het niet verrassend dat hij een Algerijnse gitarist/zanger laat meespelen op "Hakim". De Algerijnse klanken van "Hakim" staan echter wel in zeer schril contrast met de James Bond-achtige gitaarriff op "Murder Weapon", het minste nummer van het album. De gehaaste maar erg sterke afsluiter "Bristol to London" is opnieuw erg kort en is deels geschreven en gezongen door Tricky's criminele halfbroer Marlon Thaws. Mixed Race is een aardig en vooral bijzonder gevarieerd album van, of eigenlijk vooral zonder, Tricky.
File Under: Gevarieerder dan ooit
File Audio: [MySpace]
The Depreciation Guild - Spirit Youth
Het is herfst, de bossen kleuren naar de Belgische vlag, en we pakken allemaal een melancholieke vlaag mee. Campking gaat opeens naar Motorpsycho luisteren, ik ben voor het eerst aan Siouxsie & de Banshees en mijn huisgenoot heeft zijn favoriete band The Frames herontdekt. Tijd dus om een stukje over een mooie recente plaat met een herfstgeluid te schrijven. Eentje uit de categorie shoegaze bijvoorbeeld, een muziekstroming die ik eigenlijk nog niet zo lang ontdekt heb dankzij "Forgiveness" van Engineers, het eerste shoegazeliedje dat ik echt mooi vind. (Vast m'n leeftijd, maar de standaardbands als My Bloody Valentine hebben me nog nooit wat gedaan eigenlijk...) Die Engineers hebben trouwens ook net hun derde plaat uit, maar daar staat voor mijn gevoel niks op dat even goed is. De fuzzy galmende gitaren zijn er nog wel, maar ja. Een band die exact hetzelfde doet maar het gehoopte niveau wél haalt is The Depreciation Guild, die ik ontdekt heb omdat ik door Willem naar een concert van ze werd meegesleept. Net als je in hun dromerig gezongen liedjes met traag schurende akkoorden zit, komt er nog een baslijn bij of verschuift de melodielijn; alle bekende Britpoptrucjes zijn bij dit gruizige geluid opeens weer geoorloofd. En dat houden ze dus een heel album keurig vol zonder echt depri te worden, niks moeilijke-tweede-plaat-syndroom dus. Hun eerste plaat werd trouwens nog omschreven als 8bit-shoegaze, maar de spelcomputers liggen inmiddels weer op zolder. Kan er ook mee te maken hebben dat de band qua bezetting voor tweederde overlapt met The Pains Of Being Pure At Heart. Ook zo'n band die ik maar eens ga ontdekken deze herfst...
File Under: Betoverende grauwsluiers
File Audio: [Blue Lily][Dream About Me]
The Vaselines - Sex With An X
Is het verstandig om, als er een mythe hangt rond je bandnaam en debuutplaat, dat na twintig jaar alsnog een vervolg te geven? De kans dat het helemaal in het honderd loopt en door anderen je toegemeten ‘mythische proporties’ volledig vervliegen is behoorlijk groot. The Vaselines hadden door het instemmen met de heruitgave van hun debuut-cd zichzelf al een beetje ontmaskerd en doen daar met Sex With An X nog een schepje bovenop. Is Sex With An X dan een slechte plaat? Nee, dat niet. Sex With An X is vooral een onopvallende plaat. De cd had qua sound namelijk zo uitgebracht kunnen worden na de debuut-cd van . Zij zoet en zwoel, hij cool and collected. De liedjes luchtig, nonchalant, zelfs speels van tijd tot tijd en met hetzelfde soort ‘lullige’ teksten als destijds. Ga maar na, de eerste regels van de vuige opener “Ruined” zijn ‘Smack crack, Fleetwood Mac/You’ll have a heart attack’. Toch maakt de combinatie van deze ingrediënten dat in al zijn onopvallendheid Sex With An X een fijn plaatje is. Een liedje zoals de eerste single “I Hate The 80’s” zit je voor je er erg in hebt mee te neuriën. Die catchiness en frivoliteit kenmerkt zo ongeveer alle liedjes op Sex With An X. Wat dat betreft verrast The Vaselines me wel degelijk. Van ogenschijnlijk nonchalante indierockers verwacht je op de een of andere manier na twintig jaar toch een minder album dan van pak’em beet herintredende progrockers. Het zal me benieuwen waar ze over twintig jaar mee op de proppen gaan komen…
File Under: Turning It On
File Audio: [MySpace] [Sex With An X][Son Of A Gun][I Hate The 80's]
DrSjaak - Radio Sessies
Over de eerdere eigen beheer-releases van DrSjaak was ik door de bank genomen erg positief. Ik was bang dat de bekendheid van DrSjaak beperkt was gebleven tot een enkele gelukkige die een cd toegestuurd kreeg, want verder heb ik nooit iets over ze gelezen of ergens iets van ze gehoord. Ik vreesde dat het Heerlense duo slechts locale faam genoot. Dit blijkt niet helemaal juist, want naast sessies die ze opnamen voor Radio Limburg (ze zingen zelfs in het Limburgs), waren ze ook te horen op Radio1. Dit was in het programma Nacht Van Het Goede Leven waar ze maandelijks een bijdrage leverden in de vorm van een lied met een door de luisteraars gekozen onderwerp. Op Radiosessies staan veertien tracks die uit de opnames voor Radio Limburg en de KRO gekozen zijn. Het manco van de eerdere releases die ik ken mis ik gelukkig: er zitten geen tekstueel tenenkrommende nummers tussen. Het enige dat mij toch wel wat irriteert is een van de stemmen van de heren die de openingstracks zingt. Oorzaak: het klinkt te geforceerd. Niet iedereen is de zanger van VanKatoen. Gelukkig geldt dit geforceerde zingen niet voor alle nummers. Misschien komt dit wel doordat deze zich hier qua stijl niet voor lenen. Het sterke aan de eerdere releases mis ik ook, want een briljante mix heb ik niet kunnen ontdekken. Er zitten geen uitschieters meer tussen en dat is dus jammer. Radiosessies beschouw ik maar als een tussendoortje, de volgende keer wil ik het ultieme DrSjaak-album, want het talent moet er toch echt uitkomen. Knallen mannen, wees niet 'bang, bang, bang'!
File Under: Je kunt niet eeuwig talent blijven
File Audio: [Op hun website]
Schradinova - India Lima Oscar Victor Echo You
En toen trok Janne Schra de stekker uit Room Eleven. Na twee goed scorende popjazz-albums, tournees door binnen- en buitenland, een optreden in Carré en de nodige awards. Koek op, uitgekeken op elkaar, olifantje lange snuit. Niet dat de ex-leden elkaar nu met de nek aankijken, sterker, drie ex-Room Eleven-leden spelen vrolijk mee op India Lima Oscar Victor Echo You. Ze kreeg daarnaast nog hulp van Torre Florim (die meebromt in "Take Off"), Tjeerd ‘Dazzled Kid’ Bomhoff en Leine. Johan Lindström, die eerder met Nina Kinert en Ane Brun werkte, produceerde. Helpende handen a-plenty, toch is dit onmiskenbaar een Janne-album. Dat blijkt uit de teksten, waarin Janne zich geamuseerd verbaast over de wereld om haar heen en waarbij ze haar verbeelding lekker de vrije loop laat. Liedjes over potloden, uitgebluste vrachtwagenchauffeurs, een verzonnen Italiaanse familie (wonderschoon nummer trouwens), het weeralarm en woedende geliefden, zoals alleen Janne ze kan schrijven. De sfeervolle muziek, met Balkan-invloeden, Arabische toonladders, zoete elektronica en Calexico-country is minstens zo bijzonder. Maar de zwierigste handtekening zet Janne met haar stem. Daarmee kan ze je ziel aaien, je schrik aanjagen, je laten grijnzen en je verliefd laten voelen. Zonder dat het haar hoorbaar moeite kost. Sterker, Janne weet precies hoe ze haar stem moet inzetten om het liedje op te tillen.
File Under: Schradinova, als het een land was ging ik er wonen
File Audio: [MySpace]
Week 41, 2010
Storm
Sufjan Stevens - The Age Of Adz
Ewie
(Nervous Nellie) - Why Dawn Is Called Mourning
Ludo
Laetitia Sadier - The Trip
Gr.R.
Einsturzende Neubauten @ Melkweg
Ramon
Various Artists - At Matador 21
André
Rökkurró - Í Annan Heim
Prikkie
Ben Folds/Nick Hornby - Lonely Avenue
Stonehead
Goose - Synrise
DubbelMono
Neil Young - Le Noise
Campking
Matador 21
Volbeat - Beyond Hell Above Heaven
In mijn recensie over het vorige album van Volbeat deed ik al mijn beklag dat het allemaal erg radiovriendelijk begon te worden. Nu met hun nieuwe album Beyond Hell Above Heaven krijg ik mijn gelijk. Want de heren hebben zelfs een single, "Fallen", die zelfs door Coen en Sander op 3fm wordt gedraaid. Toch vind ik dat ik dit album een eerlijke kans geven ondanks deze valse start. Helaas wordt bij een eerste luisterbeurt mijn eerdere gevoel toch weer bevestigd. Volbeat is mij metalgewijs kwijt. Neem nou opener "The Mirror And The Reaper". Stevig en lekker nummer, totdat de slidegitaar er op ongepaste wijze in komt. "Heaven Nor Hell" (incluis mondharmonica) zou een commerciële Greenday-single geweest kunnen zijn. En zo heb ik bijna op elk nummer wel wat op aan te merken. Productioneel is het ook nog steeds alsof je tegen een muur van gitaren oploopt met daar bovenop het galmende stemgeluid van Michael Poulsen. Het enige nummer dat hiervan afwijkt is "Evelyn" waarop Mark 'Barney' Greenway van Napalm Death de grunts voor zijn rekening neemt en wat dit dan ook tot het beste nummer van de cd maakt. Volbeat zal met deze nieuw gekozen weg vast veel meer fans op de festivalweide voor zich winnen maar mij, fan van het eerste uur, raken ze steeds meer kwijt. Daar kan het afsluitende "Thanks" waarin iedereen die Volbeat support gaf bedankt wordt, niks meer aan veranderen
File Under: Radiovriendelijke metal
File Audio: [Volbeat-Space]
File Video: [YouTube]
Neil Young - Le Noise
Le Noise: Canada is tweetalig, de muren van feedback worden soms weer breed opgetrokken en, de derde verklaring voor de titel, de producer is Daniel Lanois. Het grapje is te flauw voor woorden, maar op de een of andere manier wel passend bij Neil Young. Laat je niet op het verkeerde been zetten door de vermelding dat dit album een man-met-gitaar-plaat is. Naast de gitaar - de prachtige witte Gretsch die mooi in beeld komt in Le Noise - The Film - zijn het ook feedback, echobakken en de andere effectapparatuur van Daniel Lanois die rollen opeisen. Om met de laatste te beginnen: ik ben niet bepaald een fan van ’s mans sound en ook de effecten op Neil Youngs stem irriteren hier en daar ('Angry World' en 'Walk With Me'). Zijn idee van een warm geluid is me vaak te machtig: alsof je je zat vreet aan speculaas. Toch werkt het wel op Le Noise. De op en over het randje van vals zingende Neil Young, die eigenlijk al sinds zijn eerste soloplaten de stem van de man van 65 heeft die hij dit jaar wordt, behoedt het album voor stroperigheid. De nadruk op zijn stijlvolle gitaarwerk (in 'Love and War' en 'Peaceful Valley Boulevard' klinkt plots een akoestische gitaar), het gevoel dat Neil Young weer iets te vertellen heeft - nee, er staan geen instant-klassiekers o p dit album - maken Le Noise tot een van de betere Neil Young-albums van de afgelopen jaren. En zowaar: het beste nummer is niet eens 'Hitchhiker', al geschreven in 1974.
File Under: Eeuwige herrieschopper
File Video: [Le Noise - The Film]
Wallace Vanborn - Free Blank Shots
Goh, wat ben ik toch weer Web 2.0, of zijn we inmiddels al bij 3.0 aanbeland? De muziek voor deze recensie komt loeihard binnen via Spotify, de tekst zelf schrijf ik in Google Docs, de bio lees ik op Last.fm, en via Twitter lees ik wat de band zoal uitvreet. Het komt niet vaak voor dat een te recenseren plaat al op Spotify staat, maar in dit geval was het mogelijk omdat Free Blank Shots al in februari uitkwam in thuisland België. Soms valt het kwartje bij onze zuiderburen nou eenmaal net iets eerder dan bij ons. En was het het wachten waard? Als je van degelijke stonerrock met goede melodieën houdt wel. Het debuut van het drietal uit Gent staat als een huis, maar het is wel een rijtjeshuis. Afgezien van het opvallend sterke drumwerk en een mooi ingetogen en traag nummer als "Snails and Bones" gebeurt er eigenlijk toch net te weinig spannends of opzienbarends. Toch is het smullen voor liefhebbers van de stevigere Kyuss-gitaarriff en Dave Grohl-drums, en live heeft de band inmiddels een behoorlijke reputatie opgebouwd. Op het laatste, instrumentale nummer "Cowboy Panda's Revenge" sluit de band het album als een weergaloze toegift af, vanuit de tenen. Free Blank Shots is een album dat eigenlijk gewoon een concert had moeten zijn.
File Under: Gents gitaarwerk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Rite Hands]
File Twitter: [Twitter]
Ricky-Tick Big Band / Sinas
Wat deze twee jazzplaten met elkaar bindt is dat ze gemaakt is door een groot aantal muzikanten, veertien in geval van de Ricky-Tick Big Band. Deze herbergt alle kanonnen van het altijd bijzonder stijlvol vormgegeven Finse platenlabel, van Timo Lassy tot Jukka Eskola dus. De muziek is geschreven door Valtteri Pöyhönen, drijvende kracht van achtervolgingsjazzcombo Dalindèo. Deze plaat heeft daar weinig mee van doen, de stukken zijn geschreven als afstudeerproject voor de prestigieuze Sibelius academie en laten vooral de glorietijden van de big bands van Duke Ellington en Count Basie herleven. Muziek waar je opa nog pijp op gerookt heeft, maar je moet wel van verdraaid stramme huize komen om met zoveel toeters je vingergeknip te onderdrukken. Het ronkende Easily Flammable en het gelatinificeerde Babel zijn de beste nummers van deze jazz-voor-alle-leeftijdenplaat.
Aan het tweede album van het Nederlandse Sinas, dat ‘global dancefloor music’ maakt, hebben tien heren meegewerkt. Daaronder blazers en percussionisten die al eerder lof kregen voor hun werk met onder meer New Cool Collective, Zuco 103 en met hun eigen bandje (Rob van de Wouw). Saxofonist Wouter Schueler is het aandrijfwiel van Sinas, die dit keer wat meer elektronica heeft toegelaten. Wat “Sweet Home Planet Earth” laat aanvoelen als een ruimtewandeling van de eerste Afrikaanse astronaut. Verderop komen nog wat balkan-invloeden, soul, funk, dub en wat al niet meer voorbij zeilen. Hard schudden hoeft niet, dit bruist ook zo wel je oorschelpen in.
File Under: Absolut!
File: Sinas - Intergalactic Freedom
File Under: Jus d’Orange en nog veel meer kleuren
The Sore Losers - The Sore Losers
Als je zoals ik de veertig gepasseerd bent, dan heeft het leven zich wel aardig uitgetekend in relatie, werk en alles waar je je zoal graag druk over maakt. Qua bandjes heb ik bergen releases beluisterd en concerten gezien. Enige verzadiging dreigt soms. Gelukkig zijn er af en toe van die bandjes die de jonge Ewie weer bovenbrengen. De Ewie die helemaal gek was van Iggy Pop toen hij in "Lust For Life" het Toppop-podium afbrak. Helaas, werd het met mijn zangcarrière niets, wegens totaal geen talent. Ik realiseer me echter bij het horen van The Sore Losers dat ik maar wat graag vanaf het podium de zaal op zijn kop had gezet. Deze Belgen vinden hun inspiratie in de seventies-rock van Led Zeppelin, The Rolling Stones (ten tijde van Black And Blue) en Aerosmith. Toch klinkt hun rock, blues, psychedelica en country totaal niet belegen. Uiteraard, zou ik bijna zeggen, stonden zij in de finale van Humo's Rock Ralley. Toch is er het Nederlandse label Excelsior die met de eer van het uitbrengen van het debuut gaat strijken. Opener "Beyond Repair" kende ik al van De Afrekening van Studio Brussel. De nummers lijken achteloos uit de mouw geschud en hadden bij mij even de tijd nodig om te bezinken. Toch zijn de albums die alle het moois niet meteen prijsgeven in mijn ogen vaak vaak de beste albums. Dat een nummer als "Girl + Waiting" bijna acht minuten klokt en dan als derde track op het album gezet is i.p.v. helemaal achteraan, zegt genoeg. Deze band straalt vertrouwen uit, al zou je dat met zo'n bandnaam niet zeggen.
File Under: Uw Belgische energieleverancier
File Audio: [MySpace]
File Video: [Beyond Repair]
Macronizm - Alter Ego
In rap heb je zware jongens en filosofen. Macronizm valt in de, volgens mij in de Lage Landen wat gebruikelijkere en ook meer gewaardeerde laatste categorie, wat je al kan raden als je songtitels als "Tabula Rasa" aantreft. Als hij het over "21 Gram" heeft, gaat het niet om de straatwaarde van een geripte portie scag. Hier geen braggin' & boastin', Marco Martens noemt zichzelf nederig een gevoelige eikel. Een eerlijke jongen ook, als hij het in "Vragen" over zijn ouders heeft, corrigeert hij zichzelf meteen door uit te leggen dat zijn biologische pa (niet meer dan) zijn sporen naliet. De flow van Macronizm is soms al even zoekende als zijn teksten. Mijn eerste indruk was negatief, met zijn vrij hoge stem leek hij af en toe wat té melodieus uit de hoek te komen. Rappen is stug doorkleppen, niet teveel met de samples meezingen. Een goed (slecht) voorbeeld zit in de matige verses van de titeltrack, waar we trouwens wel het tofste Hef-achtige refreintje van de plaat aantreffen. 'Geef me bier, geef me Spa' zingt ene Che nasaal. Met meer luisterbeurten begint de stijl van Macronizm op zijn plek te vallen. Elk nadeel heb zijn voordeel, Macro's melodieuze, wat onnadrukkelijke flow mengt op andere momenten juist goed met de beats. Check bijvoorbeeld het aandoenlijke zelfportret "Jantje lacht, Jantje huilt". Worstelen met je eigen creativiteit, het maaiveld, en de noodzaak om geld op de plank te brengen. 'Jantje past voor in de pas lopen' en even later 'Vraag je me wie Jantje is, dan zeg ik wie is Jantje níet'. Het muzikale hoogtepunt wordt gevormd door het sprankelende "Meneer Martens", waar beatbakker Barry Studebaker een gepitchte bluesy honky tonk-piano mengt met soulvolle kreten. Macro is juist in hogere tempi op zijn Extinces op dreef en levert de punchline af. 'Check de evolutietheorie op Wikipedia!'
File Under: De levensschool met Meneer Martens
File Audio: [Macro-Space]
Wire - Send
Voor mijn gevoel blijft Wire een band waarover alle geleerden het wel eens zijn dat ze van grote invloed zijn geweest op de gang van zaken in de rockmuziek, maar waarvan dat maar niet tot Jan Publiek door wil dringen, met deerniswekkende cd-verkopen tot gevolg. Send was na een split-up van dik 10 jaar de reünie-cd uit 2003. Met drummer Gotobed, die zichzelf eerder in 1990 ontslagen uit Wire omdat hij zich overbodig achtte in een band die almaar meer het elektronische pad bewandelde. Send werd in 2003 redelijk positief ontvangen, maar was volgens mij geen kaskraker. Daarom verrast de uitgave van een ‘ultimate’-editie me. Op de oorspronkelijke Send-cd laten de Britse veteranen een log bijtend elektronisch rockgeluid horen waar acts als Ministry, Marilyn Manson of Nine Inch Nails zich allerminst voor zouden hoeven te schamen. De manier waarop deze baanbrekers hun oorspronkelijke agressieve punkgeluid uit de jaren zeventig weten te behouden en aan te kleden in een intens industrial jasje is uiterst cool. Send was (of moet ik gewoon is zeggen) zo’n album dat na een seconde al duidelijk maakt dat deze oude vos zijn streken nog lang niet verloren is. De opgetrokken geluidsmuren worden even opengebroken in het afsluitende “99.9”, maar daarin wordt na vier minuten ook weer gewapend beton gemaakt. Op de tweede cd staan onder andere tracks die tot nu toe alleen maar te verkrijgen waren op vinyl en dan ook nog in beperkte oplage. Bizar middelpunt hierop is het curieuze “DJ Fuckoff”, een hypnotiserende steeds sneller gaande kraker die menig DJ inderdaad horendol zou kunnen maken.
File Under: Read and burn
File Audio: [MySpace]
Neon Plastix - Awesome Moves / The Fabulous Penetrators - With Love
Soms heb ik van die periodes; een hele iPod vol met muziek maar geen zin om een van die platen te luisteren. Dan schakel ik over op de shuffle-mode. Je hoort nog eens muziek die je minder snel opzet en nummers kunnen hele andere invalshoek krijgen. Zo ontdek je dat je goede nummers die op een plaat minder opvallen, maar daarbuiten best overeind blijven. Of nummers die best goed zijn, maar waarvan de hele plaat tegenvalt. Zoals de nummers van The Fabulous Penetrators en Neon Plastix. Hoewel beide band erg van elkaar verschillen, The Fabulous Penetrators speelt naar rockabilly neigende garagerock en Neon Plastix’s kunstje is elektropop, hebben ze veel gemeen.
Beide stralen een vrolijkheid uit die feestjes doet ontbranden, beide bands hebben goede nummers, maar beide bands variëren zo weinig in hun stijl, dat, als je een hele cd draait, de verveling toeslaat. En dat is jammer, want daardoor draai ik het dus te weinig. Typisch van die bandjes die een festival opfleuren, maar waarbij je rustig even weg kunt om een biertje te halen. Want het is feest immers! Vele platen die ik recenseer haal ik van mijn iPod, maar deze twee laat ik staan. Voor als ik het weer eens niet weet en de shuffle ingeschakeld wordt...
File Audio: [Neon SpaceSpace][Uitblinker Gentlemen's Gold]
File: The Fabulous Penetrators - With Love
File Audio: [Fabulous Space]
File Under: Leuke nummers, maar geen hele plaat lang...
Angelus Aptrida / Insidious Disease / Witchery
Het lijkt wel of ik de laatste tijd alleen maar baggercd's voorgeschoteld krijg. Het stapeltje dat ik dan ook van Storm heb toegestuurd gekregen, schuif ik zo lang mogelijk voor me uit en ik probeer me te concentreren op de nieuwe releases waar ik bij voorbaat al weet dat ik het leuk ga vinden. Het is bij mij niet zo dat onbekend maakt onbemind. Ik hou er van om graag nieuwe muziek op cd te ontdekken. Maar dan moet het me ook wel in een keer pakken, of beter nog, me omver blazen.
Nu wil het geval dat ik drie cd's van Century Media voor me heb liggen: Shadowcast van Insidious Disease, Clockwork van Angelus Apatrida en Witchkrieg van Witchery. Ik kan nu uitgebreid gaan zitten praten over de sterren line-up van Insidious Disease (met leden van Dimmu Borgir en Napalm Death) of hoe Kerry King op de titeltrack van Witchery's album meespeelt. Het doet echter niets aan het feit af dat het alle drie zeer saaie metalalbums zijn met voorspelbare riffs, vocalen en grunts die me nergens op het puntje van de stoel zetten. Sterker nog het beste nummer van alle drie de platen is nota bene de Iron Maiden-cover "Be Quick Or Be Dead" van Angelus Apatrida.
Ik word dan ook een beetje metalmoe van al die bands die maar menen hun werk op de menigte te moeten loslaten. Het is dan ook jammer om te zien dat aan hen ruimte gegeven wordt, terwijl er in donkere kroegen en oefenruimtes zoveel meer talent staat dan dat ik nu op mijn bureaulade heb liggen. Want daar zijn de cd's beland en daar zullen ze nog heel lang blijven liggen.
File Under : Bovenop in de la
File Audio : [Ziekte-space]
File: Angelus Apatrida - Clockwork
File Under: Tweede in de la
File Audio: [engelen-space]
File: Witchery - Witchkrieg
File Under: Onderop in de la
File Audio: [heksen-space]
Mice Parade - What It Means To Be Left-Handed
Een cd waarbij je na beluistering over je schouder terugkijkt en denkt: hoe ben ik hier in godsnaam terecht gekomen? Zo voelt What It Means To Be Left-Handed. Adam Pierce laat zijn band Mice Parade (wie ziet ook het anagram?) los op open water aan de Afrikaanse kust en laat het schip stuurloos alle kanten op dobberen op een onstuimige zee. Die brengt je als luisteraar in veertig minuten tijd op vreemde plekken. Afrikaanse sferen, ijle IJslandse Elfjes, flamencogitaren, uitwaaierende postrock, Caribische steel drums, kabbelende folkliedjes, harde indierock, de invloeden komen van alle kanten en willekeurige momenten aanwaaien en vaak tegelijkertijd. Het maakt What It Means To Be Left-Handed een schizofrene plaat. Het is dan ook lastig om van What It Means… de sterkste nummers aan te wijzen. Het is zo divers dat het bijna te gek voor woorden is. Gelukkig zijn er altijd de drumpartijen van Doug Scharin (ook bandleider van HiM, de Amerikanen, niet de wanstaltige Finnen) en de percussie van Adam Pierce die je nog een beetje houvast geven in deze achtbaan. Al leven zij zich ook uit door (hard en zacht) te rammen op alles wat los of vast zit en als slaginstrument kan dienen. Een ding is zeker: saai wordt het nooit...
File Under: Ontstuimige potpourri
File Audio: [MySpace]
The New Loud - Measures Melt
Als de heren en dames muziekmakerts nu eens wereldwijd een verbod op de vocoder gaan afspreken, dan komt die wereldvrede er misschien nog eens van. Prima hoor, in 2010 teruggrijpen naar gedateerde jaren '90 emo, maar laat dan die irritante vocoder achterwege, oké? Guilty as charged is in dit geval The New Loud uit Milwaukee. Gestart in 2001, maar het duurde negen jaar voordat het kwam tot een plaat. En dan meteen twee achter elkaar: begin dit jaar de ep Can't Stop Not Knowing en recentelijk hun eerste volwaardige album Measures Melt. Jammer: de kleine belofte die The New Loud op de ep nog liet horen, wordt op Measures Melt volledig tenietgedaan. De band maakt elektronische pop met de energie van een punkband, maar op het zwaar overgeproduceerde debuutalbum wordt dit hermetisch pot- en potdichtgesmeerd met lelijke jaren '90 synths en gitaarriffs. De zanger en zangeres verdringen elkaar voor de vocoder-microfoon, wisselen elkaar af en gaan soms schreeuwen. Lekker punk hoor, fijn voor de kids, maar zonder een greintje geloofwaardigheid. Toch komen ze hier en daar ook tot mooie harmonieën. Heel even klinken ze dan als Chumbawamba ten tijde van de geniale springsingle "Tubthumping". Dat zijn pas fijne herinneringen! Zo niet dit album: de songs komen en gaan, blijven nergens hangen en het enige wat achterblijft is vermoeidheid en die zwartvoordeogenmakende ergernis aan die vermaledijde auto-tune vocoder. Dat maakt dat ik deze recensie eindig met een diepe, welgemeende zucht.
File Under: De vocoder-jaren '90 zijn nog altijd niet voorbij
File Audio: [MySpace]
File Video: [Get Lost]
Philipp Poisel / Wir Sind Helden
Het is met Duitstalige pop als met Franstalige muziek: er verschijnen schitterende platen net over de grens, maar niemand in Nederland weet dat. Omdat onze blik teveel op Amerika en Engeland is gericht, omdat de beslissers van de Hollandse radio- en tv-zenders het Duits en het Frans (of het Italiaans, of het Spaans, of het Portugees, want daarvoor geldt natuurlijk hetzelfde) te exotisch vinden klinken. Maar gelooft u mij, ten oosten en ten zuiden van Nederland wordt muziek gemaakt die kwalitatief niet onder doet voor het allerbeste uit de VS, de UK of de twaalf provinciën. Philipp Poisel brengt zijn platen uit op het label van Herbert Gr�nemeyer (van "Halt Mich", weet nu nog? Philipp coverde het op zijn debuut), wat gelijk ook een prima referentie is. Maar Coldplay is ook helemaal niet ver weg. Geen namen waarmee je punten scoort bij de meeste lezers van deze site, waarschijnlijk. Zet u er overheen. Poisel schrijft bijzonder intieme liedjes die eenvoudig worden aangekleed met piano, gitaar en drums. Het knappe is vooral dat zijn vlakke stem, waarmee hij eerder praatzingt dan echt uithaalt, nooit gaat vervelen. In der Beschr�nkung zeigt sich der Meister, in dit geval dus Philipp Poisel.
Wir Sind Helden kreeg enige bekendheid in Nederland toen "Wenn es Passiert" dagelijks werd gedraaid in de Studio Sport-uitzendingen over het WK Voetbal van 2006. Er volgde nog een Pinkpop-optreden, daarna zakte de belangstelling weer weg. De band rond zangers Judith Holofernes is toen het vierde album, waarop niet gekeken wordt op een stijlbreuk meer of minder. Zo is daar bijvoorbeeld de prachtige pianoballade �Meine Freundin War Im Koma Und Alles, Was Sie Mir Mitgebracht Hat, War Dieses Lausige T -Shirt�, de scherpgerande rocker �Kreise�, het licht-gebalkande �Was Uns Beiden Geh�rt� en het vrolijke verhoempa�de �23.55 - Alles Auf Anfang�. Het zuchtmeisjesstemmetje van Judith houdt de boel keurig bij elkaar, wat ook helpt is dat de verhalen van de liedjes erg sterk zijn. Helden waren het, helden blijven het.
File: Wir Sind Helden - Bring Mich Nach Hause
File Under: Tolle boel
Masshysteri - Masshysteri
Collega Charlie stak eerder dit jaar een stevige loftrompet op over de debuutplaat van het Zweedse garage-punk kwartet Masshysteri. Een heerlijke brok garage-punkpop-in-het-Zweeds, met soulvolle recht-uit-het-hart-zang en een paar superaanstekelijke popsongs. Die plaat stamt echter uit 2008, en nu is er dan de nieuwe selftitled plaat, die overigens ook alweer een paar maandjes uit is. Dat ik hem niet eerder kon bespreken komt omdat het behoorlijk lang duurde voor ik mijn bestelde plakken vinyl in ontvangst mocht nemen, die waren ruim zes weken onderweg vanuit Umeå, Zweden. Maar goed, ik heb dan nu de nieuwe plaat onder de naald liggen en net als bij de vorige ga ik weer helemaal voor de bijl bij dit geweldige orkestje. Tien ogenschijnlijk bloedsimpele songs, met een aantal briljante refreinen en die heerlijke jongetje-meisje zang van Robert en Sara (achternamen doen Zweedse punks niet aan). En zo kan het gebeuren dat ik voluit in het steenkolen-Zweeds meezing met prachtsongs als "Dom kan inte höra musiken", "Spökstad" en "Låt dom hata oss", en ook al versta ik het niet helemaal, ik voel het wel. Masshysteri heeft alles wat goede punkrock moet hebben en nog net wat extra, namelijk briljante songs, en met twee bijna perfecte platen op zak tellen ze wat mij betreft als een grote belofte voor de toekomst.
File Under: Briljante garage-punkpop in het Zweeds
File Audio: [MySpace]
No Age - Everything In Between
Het was vast reuze eenvoudig geweest voor No Age om als opvolger van hun ‘echte’ debuut-cd Nouns een album af te leveren dat met hetzelfde overrompelende in-your-face-effect. Zo lastig was de opzet van die denderende noise-plaat namelijk niet. De uitvoering was daarentegen wel moeilijk te overtreffen. Energie heeft de nieuwe cd Everything In Between dan ook nog zeker te over, maar gitarist Randy Randall en zanger/drummer Dean Spunt variëren veel meer in hun sound en gebruiken speels drumloops, piano en wat elektronica. Ze doseren meer wanneer ze hun bak herrie over je heen storten en dat doet hen goed. Af en toe wordt het zelfs bijna melancholisch. Wel met altijd een rauwe ondertoon. Al zal het kabbelende “Life Prowler” dat de plaat opent vraagtekens oproepen bij wie direct overrompeld verwachtte te worden door een bak onstuimige herrie. Onder de waterspiegel is er echter wel de continue dreiging. Die komt pas in de Dinosaur Jr.-achtige ragger “Fever Dreaming” boven water. Dan slaat die je ook gelijk vol met vlakke hand in het gezicht. De band houdt op Everything In Between de spanning beter vast en zorgt voor de juiste focus bij mij als luisteraar. Sowieso schuurt No Age vaker aan richting ‘grote’ anderen. In een song als “Valley Hump Crash” hapt de bastaardzoon bijna opzichtig richting de moederborst van Sonic Youth en heeft vol beet. Bovendien verrast No Age behoorlijk in “Skinned”, met plotseling opduikende soundscapes die langzaam transformeren in een dreigend lompbewegend alles verslindend monster en sluimerende Mogwaiaanse intermezzo’s als “Positive Amputation”. Everything In Between is de enige juiste zet die No Age kon doen.
File Under: Slimme zet
File Audio: [MySpace]
Joel Plaskett - Three To One
Iemand die zijn eigen naam als artiestennaam voert en op de foto toch wel ouder dan dertig jaar lijkt, moet wel een verleden hebben in een of andere band. Dit geldt dus ook voor de Canadees Joel Plaskett, maar ik ken hem nergens van. Zijn bandverleden schijnt in Thrust Hermit te liggen, een alternatieve indieband. Het zal. Ook is hij al een tijdje solo, vanaf 1999 om precies te zijn. Hij bracht tot op heden drie albums uit, waarvan de laatste uit 2009 stamt getiteld Three. Toepasselijk. Het getal drie was kennelijk zo imposant dat hij een album vol drie-grappen stopte. Zo staan er veel songs op met drie dezelfde woorden, bijvoorbeeld “Run, Run, Run”, “Rewind, Rewind, Rewind” en “Deny, Deny, Deny”. Ook tekstueel zijn er nodige grollen. Alsof dat nog niet genoeg is, bestond het album ook nog uit drie cd's. Three To One is een uittreksel van Three voor de niet-Canadese markt, want daar lag Three nooit in de winkels. Dat lijkt me geen verkeerde keuze, want ook al is deze muzikale broer van Tom Petty, Paul McCartney, Bruce Cockburn en John Mellencamp geen vervelende, drie cd's lijkt mij wel wat overdreven. Op een cd kun je echter prima horen dat Plaskett een singer-songwriter is die zijn vak serieus neemt.
File Under: Troubadour van de Canadese Oostkust
File Audio: [MySpace]
File Video: [Deny, Deny, Deny][Through & Through & Through]
Zodiac Mindwarp & The Love Reaction - We Are Volsung
Wat hebben Monster Magnet, Peter Pan Speedrock, Alice Cooper en Zodiac Mindwarp met elkaar gemeen? Allen behoren tot het stille gilde van de strip- en comicverzamelaars. De Londense grafische vormgever Mark Manning mat zich in de jaren tachtig het alter ego Zodiac Mindwarp aan en zette zich in één klap in de markt met ‘cheesy biker rock’. Samen met The Cult had Engeland eindelijk een weerwoord op de Amerikaanse glamrock van Mötley Crüe, Poison en Skid Row. Wat had Engeland dat hard nodig om het erfgoed van Hawkwind niet verloren te laten gaan. Zo zette Zodiac Mindwarp met singles als "Prime Mover" en "Back Seat Education" de toon voor een Europese opleving van sleazerock en traditionele hardrock ver voordat er sprake was van The Darkness, Hellacopters of Guns ‘N Roses. Daarna werd het stil. Net als elke willekeurige rebelse rockact ging ook Zodiac Mindwarp waarschijnlijk ten onder aan van alles en nog wat, kickte af en zag onlangs het licht weer eens met een nieuwe plaat. Wie van heel traditionele gitaarrock houdt, zal blij verrast zijn. Wie niets heeft met hardrock, met blanke bikers en met een opeenstapeling van clichés, die moet maar heel snel doorfietsen. We Are Volsung is een rare plaat. Als je niet beter wist, dan zou je denken dat je met een Iggy Pop-plaat te maken hebt en staat iedereen juichend op de banken. Omdat de plaat van een simpele stripnerd is, kammen we maar al te graag een dergelijke cd af, noemen we het oubollig, saai en voorspelbaar. Mijnheer Manning heeft zijn alter ego zo cartoonesque neergezet dat niemand hem meer serieus neemt. En da’s jammer, want hoe cliché ook, de man heeft op tal van fronten wel zijn grote voorbeelden zoals Alice Cooper uit het slob getrokken. Laat a.u.b. We Are Volsung buiten beschouwing van alle randstedelijke critici en boek volgend jaar Zodiac Mindwarp gewoon op de Zwarte Cross voor een publiek dat wars is van modegrillen en traditionele rock nog hoog in het vaandel heeft.
File Under: Iggy Pop doet Alice Cooper en The Cult
File Audio: [MySpace]
Chief - Modern Rituals
Rock ‘n’ roll is puberaal, lomp, wild en vooral heel erg van de onderbuik. En niet van het hoofd. Natuurlijk is dat veel te kort door de bocht, maar het Chief’s eigen schuld dat ik met deze oprisping moet beginnen. Want zelf noemen ze weliswaar klassieke Westcoastpop uit begin jaren zeventig als hun vertrekpunt, het Amerikaanse kwartet is wel zo intelligent om aan wie het maar wil horen te vertellen dat ze een aantal jaren in New York gewoond en vooral gestudeerd hebben. En dat laten ze dan ook weer slim in hun muziek doorklinken middels de lijzige, quasi-verveelde zang van voorman Evan Koga (wie riep daar Julian Casablancas?). Na hun jaren aan de oostkust keerden de leden van Chief weer terug naar thuisbasis Californië en dat blijkt weer uit de relaxte samenzang en de rinkelende gitaren. Toefje op de cake moeten de breed uitwaaierende refreinen zijn en voila: we hebben een portie classic rock. Classic rock zoals Coldplay ze maakt, of Snow Patrol . En dat betekent helaas braafheid troef. De nummers zijn stuk voor stuk slim in elkaar gezet, mooi doorgecomponeerd en gearrangeerd, maar volkomen bloedeloos. Je kunt ook te slim zijn.
File Under: Te slim
File Audio: [MySpace]
File Video: [Night & Day]
LastDayHere - From Pieces Created
Nickelback is zo’n band die zichzelf enorm tekort doet door steeds maar weer te pronken met hun dieptreurige ballads. Da’s begrijpelijk, die hebben de band geen windeieren gelegd tot nu toe. Zelf vind ik de rocknummers veel beter te hachelen. Wat mij betreft maakten Chad Kroeger en de zijnen hun muziek nog net wat heavier. Dan kom je ongeveer uit bij wat het Sloveense LastDayHere laat horen op hun debuut-cd From Pieces Created. Normaal heeft zo’n band uit het voormalige Oostblok wel een bepaalde zweem aan lokale invloeden over zich, of een zanger die hun afkomst verraadt. Bij LastDayHere is dat totaal afwezig. De band zo Amerikaans dat het bijna eng wordt. Daar draagt de dijk van een stem van Marko Duplisak die vrijwel accentloos is ook zeker zijn stukje aan bij. Zoals gezegd gaat de band bij Nickelback linksaf het grote enge hardrock/metalbos in en verdwalen ze af en toe zo maar richting Tool-esque songs als “Never Coming Around”. Van mij hadden ze nog wel iets meer bij de hut van ome Maynard mogen rondhangen. Dan waren de songs net wat meer divers geworden en hadden ze af en toe ook eens een uitstapje kunnen maken over de vijf-minutengrens. Nu blijven de vijf Slovenen braaf rondhangen tussen de drie en vier minuten en daardoor krijgen de songs niet de ruimte om het avontuur te zoeken. Terwijl je aan alles hoort dat de vijf bandleden dit in potentie gemakkelijk aan zouden moeten kunnen.
File Under: Durf te verdwalen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Saved From Falling]
Heart - Red Velvet Car
Een Red Velvet Car, een met rood fluweel beklede auto. Volgens mij heet dat in het Nederlands gewoon een pooierbak. Menig muziekliefhebber zal vinden dat Heart de pooierbak al in de jaren tachtig uitbracht, toen ze wel heel nadrukkelijk een MTV-band werden. Met nog steeds de waanzinnige stem van Ann Wilson, maar muzikaal ver beneden hun niveau. Dat vinden de dames Wilson inmiddels zelf ook, dus van het MTV-geluid werd al een tijdje geleden afscheid genomen. De akoestische gitaren zijn terug, de productie is lekker open, kortom de muziek komt eerst, de verkoopcijfers pas daarna. Het eerste dat opvalt is de stem van Ann Wilson. Die heeft soms een rauw randje dat eerder veel minder was en dat deels zelfs het resultaat lijkt van productie. Da's jammer, want ze heeft een magnifieke stem die zulke trucs niet nodig heeft. Verantwoordelijk voor de productie - en voor veel gitaren en een flink aantal composities met de dames Wilson - is Ben Mink, vooral bekend van zijn samenwerking met k.d. lang. Helaas laten de composities te wensen over. Pas bij "Safronia's Mark" hoor ik een song die enigszins blijft hangen. Jammer genoeg blijft dat daarin een van de weinige hoogtepunten, samen met bijvoorbeeld het Wendy & Lisa-achtige "Sunflower". Het is goed om Heart weer te horen, maar het wil maar niet memorabel worden. De Red Velvet Car is geen pooierbak geworden, maar helaas ook geen muscle car. Het is niet meer dan een onopvallende, gebutste pick-up.
File Under: Gebutste pick-up
File Audio: [HeartSpace]
Goose - Synrise
De meest bizarre muziekvideo die ik de laatste week gezien heb is die van het 'iPad Orkest'. Daarin zie je vier mensen die op een iPad met de applicatie Seline HD respectievelijk een cello, fluit, viool en klarinet nadoen. En uiteraard staan er bakken reacties onder in de trant van 'amazing!', 'cool!' en 'awesome!' Mag ik op deze plek even roepen dat ik het een verschrikkelijke uitvoering vind? Leuk idee voor ��n keer, maar het klinkt als emotieloze imitatie. Als je dan toch elektronisch te werk gaat, doe het dan liever als Goose. Belgisch dancekwartet. Van 2002 tot 2006 jarenlang tot Grote Belofte bestempeld, uiteindelijk dan t�ch een legendarisch debuutalbum in de zak, ze braken in augustus nog Pukkelpop compleet af (eerder in 2006 en 2007, evenals Lowlands 2007) en nu is daar dan eindelijk de Tweede Plaat. Met daarop - schrik! - een Fischerspooner-achtige poging tot liedjes. Het klinkt elektronisch en toch is het niet echt dance (het gaat eerder richting Depeche Mode, LCD Soundsystem, Hot Chip, die trant). Het repetitieve crescendo-element is daarbij wel gebleven, wat een song als "Can't stop me now" opbreekt. Daar krijg ik wat Human After All-achtige stuipen van. "In Cars" is daarentegen met dezelfde ingrediënten best spannend. Wat ik met een vocoderballad als "Hunt" moet, weet ik nog niet precies. Synrise is duidelijk een plaat die best slimmer en leuker wil zijn dan de rest, maar die zichzelf daarbij ook weer beperkt en niet helemaal blijft hangen. Persoonlijk hoor ik toch het liefst het soort instant-dansbare stampnummers dat Goose op deze tweede plaat eigenlijk juist niet wilde maken, zoals titelnummer "Synrise" en single "Words". Mijn favoriet is het euforische "As Good As It Gets". Een verbluffend simpel meeschreeuw-anthem met kloppende baslijn en ��n galmend Chemical Brothers-arpeggiootje. Doe dat maar eens zo goed met een iPad.
File Under: Kracht van de eenvoud
File Audio: [Words][Words (Boris Dlugosh remix)][Words (Joe & Will Ask-remix)]
Silje Nes - Opticks
Als ik van iets volkomen absurds mijn beroep zou mogen maken, dan zou ik professioneel beschonken luisteraar van Scandinavische singer-songfröbelaarsters worden. Helaas zal er niemand zijn die mij daarvoor in die mate gaat betalen dat ik een dak boven mijn hoofd heb en de vragende snaveltjes in huis op adequate wijze kan vullen. Toch, het zou voor mij bijkans de hemel op aarde zijn. De hele dag een beetje hangen op een loungebank of bed. Een fles goede rode wijn naast me en ondertussen luisteren naar platen als Opticks van Silje Nes. Als er al zoiets bestaat als een hemel op aarde, dan komt deze gedachte namelijk drommels dicht de buurt. Ik laat me namelijk nu al in niet geringe mate overweldigen door het klanktapijt dat ze schetst op deze tweede cd. D'r fluisterstem die onnavolgbare en bijkans onverstaanbare teksten prevelt die me diep weg doen zakken in mijn eigen ik omdat ik zo dolgraag de diepere betekenis zou willen kunnen begrijpen. De pluimage aan instrumenten, die ze rijkelijk inzet, samplet en op andere manieren in stukken hakt. De overgang van de huiselijke setting van haar eerste (prachtige) cd Ames Room naar het overbrengen van haar ideeën vanuit een studio heeft ze met kinderlijke eenvoud uitgevoerd. Opticks is grillig en ongrijpbaar en daardoor in mijn ogen juist uitermate geslaagd. De zoektocht waarmee Nes mij op haar debuutplaat verleidde, gaat soepel door. Ze verleidt me. Ze verwart me. Ze ontroert me. Als een gebiologeerde kat volg ik haar speeltje en probeer het moment te vinden om toe te slaan. Zij is echter de meesteres in dit spel en wint steeds weer. Tot het me voor de ogen begint te draaien. Of was dat nu toch de wijn?
File Under: Voer voor jaarlijst
File Audio: [MySpace] [The Card House]
13 - 11
Een van mijn favoriete Nederlandse bands aller tijden is The Fatal Flowers. Deze band maakte eind jaren '80 furore totdat de band er in 1990 een punt achter zette. Zanger Richard Janssen ging verder met Shine en later Rex. Geert de Groot speelt tegenwoordig bij Scram C Baby. Van de andere leden dook Henk Jonkers achter het drumkit op in Hallo Venray en Robin Berlijn als gitarist in de band van zijn levensgezellin Ellen ten Damme en een aantal jaren terug bij Kane. In 1995 vormden Jonker en Berlijn samen met Dick Brouwers (o.a. Daryll-Ann) de band 13. Als ik het goed heb waren er diverse singles, waar ik er zelf eentje van heb (“You've had Your Fun” uit 1997). Daarvoor was er ook al een single bij de voorganger van Excelsior Recordings, Electrolux. Tot een album kwam het nooit, tot ik ergens eerder dit jaar de bandnaam op zag duiken bij, jawel, Excelsior Recordings. Met 11 is hun eerste album een feit. Het album smaakt in alle elf (11) liedjes naar The Fatal Flowers. De zang van Berlijn lijkt op die van Janssen, en het gitaar- en drumwerk was kennelijk al karakteristiek voor de Flowers. Negen nummers waren trouwens al opgenomen in 2006 en twee werden er in 2009 aan toegevoegd. Of ik ze zo vaak zal draaien als de Flowers moet de tijd leren, maar ik smul er voorlopig lekker van. Hopelijk vergeten ze niet uitgebreid langs de Nederlandse clubpodia te reizen.
File Under: Het debuut van oude helden
Joe Cocker - Hard Knocks
Met Joe Cocker is het altijd even een verrassing als hij een nieuw album gaat uitbrengen. Want de man met de schuurpapieren strot heeft wel eens een wat middelmatige albums uitgebracht en zo was ik totaal niet overtuigd over zijn laatste wapenfeit Hymn For My Soul. Zo nu en dan zit er ook soms een sterk album tussen zijn releases en laat hij nu met Hard Knocks weer het heilige vuur in zich hebben gevonden. Met o.a. het titelnummer en �Get On� laat hij horen dat hij nog over een prachtig doorleefd stemgeluid beschikt. Ook kan hij daarmee nog zeer gevoelig van wal steken, getuige de ballads �Unforgiven� en �So It Goes�. Joe is natuurlijk doorgebroken met een liedje van een ander dus mag ook op dit album een cover niet ontbreken. En dat pakt hier verrassend goed uit. Gekozen is voor het Dixie Chicks nummer �I Hope�, wat in het origineel al uitmondde in een prachtige gospel. Joe maakt er ook nog een mooiere soulversie van. In de bijgeleverde biografie lees ik dat het Joe�s bedoeling was een �moderne� plaat te maken. Daar is hij half in geslaagd, want eigenlijk is dit meer een tijdloos album geworden. En dus een van die sterke albums waarvan de oude bard er steeds minder maakt. Daarom is dit er weer eentje om te koesteren.
File Under: Sterke albums zijn de laatste tijd sporadisch bij Joe, maar dit is er weer ��n
Week 40, 2010
Storm
Silje Nes - Branches
Ewie
The Sore Losers - The Sore Losers
Ludo
Magic Kids - Memphis
Gr.R.
Heidevolk - Uit oude grond
Ramon
Lucie Thorne - Black Across The Field
André
Devon Sproule - Live in London
Prikkie
Ben Folds/Nick Hornby - Lonely Avenue
Stonehead
Goose - Synrise
DubbelMono
Lucie Thorne - Black Across The Field
Campking
Antony & The Johnsons - Swanlights
Elodie Frégé / Babet
Een concept-album over de bijslaap, het meisje voor de namiddag, de buitenvrouw. Elodie Frégé maakte het niet alleen, ze neemt ook de rol van dat karakter voor haar rekening. Nu schijnt het zo zijn, ik lees dat soort bladen namelijk ook niet altijd, dat Elodie hier haar affaire met Benjamin Biolay bezingt. De laatste is de plaatsvervanger van Serge Gainsbourg op aarde, een Franse zanger, liedjesschrijver, producer en acteur die naast een indrukwekkend eigen oeuvre ook heel wat kerfjes in zijn bedrand heeft staan. Het fijne weet ik er ook niet van, feit is wel dat Biolay het vorige (tweede) album van Frégé produceerde en nu in naam ontbreekt, maar zijn stempel is voelbaar. In de sensuele arrangementen vol dramatische pianoaanslagen, dikke baslijnen en zwaarmoedige strijkers, in de intieme manier van zuchtzingen, in de teksten. Elodie won ooit een Franse tv-talentenjacht, maakte een beetje flauwe debuutplaat maar werd onder leiding van Biolay omgetoverd tot een smachtende sirene. Haar hart lijkt gebroken, maar god, wat kan ze er mooi over zingen.
Elizabeth Maistre, kortweg Babet, is de uitgelaten anti-these van Elodie. De zangeres, violiste en pianiste verdient haar baguettes in de fenomenale rockgroep Dionysos maar mag nu voor de tweede keer haar zonnige solozijde laten zien. Nou ja, solo, ze krijgt vocale hulp van de gruizige held Arthur Higelin, van haar Dionysos-vrienden en van haar broer. De liedjes gaan over ruimtehondje Laika, over de liefde, over gekke dromen en over winkelen in London. Noem haar gerust een blije, niet-godsdienstige Tori Amos. De liedjes zijn ingekleurd met strijkers en piano natuurlijk en die heerlijke meisjesstem van Babet. Die Engelstalige uitstapjes hadden van mij niet gehoeven, dan wordt de verbeeldingskracht gelijk afgeplat.
File Under: Verboden liefde
File: Babet - Piano Monstre
File Under: Blije Tori
Laetitia Sadier - The Trip
Laetitia Sadier heeft het al met een heleboel anderen gedaan, maar eigenlijk nog nooit echt solo. Natuurlijk is ze het bekendst van haar rol als toetseniste/zangeres bij Stereolab, maar ook heeft Sadier haar stem uitgeleend aan vele andere bands en projecten. Zo verzorgde ze ooit de Franstalige achtergrondzang bij Blurs prachtige "To The End". Nu Stereolab voorlopig on hold is gezet en ook Sadiers zijproject Monade is opgehouden te bestaan, werd het tijd voor een solo-album. Bij een stem die zo nadrukkelijk een stempel drukt op het geluid van een band blijft het lastig om een solo-album te maken dat echt vernieuwend is. The Trip is dat dan ook niet echt. Sadiers typische intonatie en zware Franse accent is gebleven, al is ze op sommige nummers wel iets traditioneler gaan zingen in plaats van haar staccato en soms zelfs monotone zang bij Stereolab. Op momenten klinkt ze ook triester dan ooit, zeker op een nummer als "Statues Can Bend". Wat mij persoonlijk vooral verheugt is de terugkeer van Rebecca Gates, ooit zangeres van The Spinanes en nu verantwoordelijk voor wat achtergrondvocalen op The Trip. De korte, instrumentale tussenstukjes zijn vreemd maar passen prima in de sfeer van het album. Het album eindigt met een geluidsfragment van een halve minuut met wat regen-en onweergeluiden. Waarom dit stukje dan "Release, Open Your Little Earthling Hands" heet, snapt echt alleen Laetitia Sadier zelf.
File Under: Ongrijpbaar en onnavolgbaar
File Audio: [MySpace]
File Video: [One Million Year Trip]
Sixtyniners - Too Drunk To Truck
Een Nederlandse band op het onvolprezen Voodoo Rhythm, dat hadden we nog niet. En aangezien dat Zwitserse label gespecialiseerd is in de ranzigste vormen van rock ‘n’ roll, is onze interesse meteen gewekt. Qua ranzigheid worden we niet teleurgesteld. De Sixtyniners spelen een vorm van hilbilly country en rock ‘n' roll dat ogenblikkelijk een trailer park voor je geestesoog doet verschijnen: bewoond door volgetatoeerde bewoners met brede bakkebaarden, kapotte pickup-trucks in de tuin, een omver geschopte barbecue naast de bijna ingestorte veranda en een hele, hele grote berg lege flessen. Ook daarin schijnen we niet te worden teleurgesteld. Al moeten we dat trailer park vervangen door een wrakke boerderij op het Groningse platteland, de Sixtyniners zien er uit als klassieke rockers en zingen over drank, drank en nog meer drank. De toespeling op de klassieke Dead Kennedys track "Too Drunk to Fuck" krijgt een mooie verklaring: labelbaas Beat Zeller wilde een truckersplaat opnemen. Die kon hij krijgen van het duo Claudia Hek (drums) en Michiel Hoving (zang/gitaar), ook al waren ze dan gespecialiseerd in drankliedjes. Niet elke nummer is even geslaagd (het titelnummer wel), maar het idee om een flinke hoeveelheid gastmuzikanten uit te nodigen heeft de Sixtyniners behoed voor de valkuil van zoveel duo-bandjes: eenvormigheid.
File Under: Nooit te dronken voor rock ‘n’ roll
File Audio: [Chicken Stew]
File Video: [The Race Is On (live)]
The Morlocks - Play Chess
Als je in een muzikale dip zit als band dan zijn er ontsnappingsmogelijkheden: je kunt een live-album uitbrengen, je kunt een 'best of'' op de markt slingeren (het liefst met een paar bonustracks) of je vergrijpt je eens aan nummers van anderen. The Morlocks uit Los Angeles deden het laatste en gingen aan de slag met oude bluesnummers van het befaamde Chess-label. Twaalf tracks werden verzameld op Play Chess. Als je als band een doorstart maakt en aan een tweede jeugd begint zou je toch iets van relevantie mogen verwachten, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik nummers als “Who Do You Love”, “Sitting On Top Of The World” en “Help Me”, behalve de originelen, toch al wel beter door anderen heb horen spelen. Kortom: aan deze release van de bluesgaragerockers wil ik niet meer woorden vuil maken.
File Under: Overbodig
File Audio: [MySpace]
File Video: [Who Do You Love]
Seu Jorge And Almaz - Seu Jorge And Almaz
Is hij nu een muzikant die graag acteert of een acteur die graag wat bijbeunt als muzikant? Seu Jorge is muzikant. De Braziliaan poept heel wat ideeën op cd en doet dat voortreffelijk. Hij pakte al eerder traditionele samba's aan, wist een eigen draai te geven aan baille-funk en wist David Bowie-songs in het Portugees te vertalen. Met deze plaat werkt hij samen met Almaz, een trio dat ergens tussen Mogwai en Giant Sand in hangt. De songs zijn geen van allen nieuw. Of het zijn Jorge's songs uit andere persoonlijke projecten of het zijn covers zoals Kraftwerks "The Model" of Michael Jacksons "Rock With You". Waar Seu Jorge voorheen nog klonk als een kruising tussen Bill Withers en Barry White, daar heeft op deze schijf de man een zwartgalliger karakter meegekregen en lijkt hij op een toonvaste Nick Cave met soul. Andere vergelijkingen die best aardig zijn reppen over Ziggy Stardust die een onderonsje heeft met "The Girl From Ipanema" of een Braziliaanse Serge Gainsbourg. Het klopt allemaal. Jorge heeft samba, soul, dub, funk en crooners in de genen. En of dat nog niet genoeg is, schitterde Jorge in films als City Of God en verzorgde hij de soundtrack voor The Life Aquatic. Sommige mensen hebben al het geluk en talent van de wereld.
File Under: Sexy Brazilian wax
Grasscut - 1 Inch 1/2 Mile
Andrew Phillips verdient in het dagelijks leven zijn geld met het pennen van gebruiksmuziek. Hij heeft een waslijst aan credits voor niet al te bekende Engelse tv-films en series op zijn naam staan. Die opgedane arrangeer-kunsten heeft hij hard nodig voor zijn ambitieuze folktronica-debuut. Als Grasscut werkt hij samen met multi-instrumentalist Marcus O'Dair. Twee veelzijdige mannen, met onbegrensde mogelijkheden, dat levert gevaren op. 1 Inch 1/2 Mile klinkt zeker in het begin alsof het duo verstrikt is geraakt in alle mogelijke opties. Drukdoenerige beats, eindeloos gestapelde melodieën; synthesizers, piano, strijkers en daar dan ook nog bij willen zingen. Geen wonder dat liedjes als "High Down" en "Old Machines" (te)veel van de luisteraar vragen. Het geluid is piekfijn, maar god wat is het uiteindelijke resultaat priegelig. Maar gaandeweg stijgt het niveau (of went het!) en vanaf het derde nummer (het Mice Parade-achtige "Meltwater") komt het overduidelijk aanwezige talent van de mannen bovendrijven. Vooral wat goedgeplaatste stem-samples (The Books!) helpen mee, alsof de aanwezigheid van anderen de producers wat eerbied geeft, en dan maar wat ambient rust-momenten in laten lassen. Het album gaat ervan ademen. In het prachtige "The Tin Man" zingt een bibberige tenor, geïmporteerd van een jaren '20-plaat, een aangrijpende melodie over droevige piano-akkoorden, een geslaagd contrast met de stuwende drums die er later inhakken. Bijna net zo mooi is de afsluiter "In Her Pride" waar een geaffecteerde Victoriaanse dichter op z'n Vinkenoogs improviserend zijn tekst ten gehore brengt. 'And I hide, and I hide', concludeert hij, waarna Grasscut een fraai met belletjes versierd klanktapijt uitrolt.
File Under: Wildgroei aan ideeën kan nog wat snoeiwerk gebruiken
File Audio: [Grasscut-Space]
Jaldaboath - Rise Of The Heraldic Beasts
Hoempametal met folkinstrumenten. Ik weet niet wat uw eerste gedachte daarbij is, maar ik kan me voorstellen dat u hard begint te lachen. Dat deed ik ook. De eerste keren. Maar gaandeweg begon ik Rise Of The Heraldic Beasts steeds leuker te vinden. Het heeft namelijk die onweerstaanbare - of onuitstaanbare, zo u wilt - vrolijkheid van de folk toegevoegd aan wat redelijk standaard hoempa- of Vikingmetal is. Stoer voortdenderende songs, maar daar tussendoor huppelende fluiten die het allemaal danig relativeren. Moet je dit serieus nemen? Nou nee hoor, want dat doen de heren Grand Master Jaldaboath, Sir Bodrick en The Mad Monk ook allerminst. Lees maar eens de tekst op hun MySpace-pagina over het ontstaan van de band en kijk de video "Hark The Herald". Jaldaboath is de metalversie van Monty Python's Holy Grail, getuige ook titels als "Bash The Bishop", "Axe Wielding Nuns" en - jawel - "Seek The Grail". Zei er iemand dat hardrockers zichzelf altijd veel te serieus nemen? Jaldaboath steekt de draak met zichzelf en zijn muziek, maar zonder te vervallen in half-afgewerkte geintjes die nooit de concertzaal of studio uit hadden moeten komen. Het is één grote grap, maar wel een goed uitgewerkte. Tatatataaaaa!
File Under: Spinal Tap met ridders en kastelen
File Audio: [JaldaboathSpace]
File Video: ["Hark The Herald"]
The Ex - Catch My Shoe
Ik vind het knap als een band, wanneer de frontman na bijna dertig jaar besluit te vertrekken, met een nieuwe zanger in de gelederen op een volgende plaat klinkt alsof er niets aan het handje is. Nu was The Ex sowieso geen doorsnee band, maar dat ze het vertrek van G.W. Sok zonder grote kleerscheuren opvangen, dat is een prestatie an sich. Nieuwkomer Arnold de Boer is allang geen groentje meer. Hij heeft met zijn band Zea vrij geniale platen gemaakt. Op Catch My Shoe doet hij gelukkig geen moeite zo goed mogelijk G.W. Sok na te doen, maar blijft hij gewoon zichzelf en komt daardoor opmerkelijk genoeg vanzelf in de buurt van Sok. Ondanks de gortdroge productie van Steve Albini (al jaren idolaat van de band) klinkt Catch My Shoe op een rare manier zelfs rijk en fris. Dat komt vooral door de verkwikkende strakke hobbelritmes van drumster Katherina Bomefeld in combinatie met het hakkende gitaarwerk van Terrie Hessels en Andy Moor dat The Ex, net als De Kift overigens, altijd weer zijn herkenbare smoelwerk geeft. Daar stopt The Ex dan nog her en der zijn onmiskenbare liefde voor Afrika (en met name Ethiopië) bij en krijgen enkele songs een gave koperglans van de trompetpartijen van Roy Pad. Gelijk in openingssong "May I Was The Pilot" hoor je dat al terug. Wars van alle hypes, houdt de band niet stug vast aan alleen maar hun ding 'van vroeger' en blijft The Ex openminded. Daardoor blijft hun potpourri aan stijlen in combinatie met de sterke, immer maatschappijkritische teksten, fris en ter zake klinken. De strubbelingen in de line-up hebben dan ook gelukkig totaal geen vat gehad op de drive van The Ex. Die spat er op Catch My Shoe vol overtuiging vanaf.
File Under: Keep On Walking
File Audio: [Double Order]
Pura Vida - Struggle in the City
Ik was blij toen collega Prikkie de burelen van File Under kwam versterken. Hij ging namelijk de Frontierreleases doen, die veelal op mijn bordje kwamen te liggen, en daar was ik wel blij mee. Want zoals u eerder heeft kunnen lezen, er is veel kaf en weinig koren. Puntje alleen is, ik kreeg vervolgens de reggae in mijn mik want in het land der blinden is eenoog immers koning. Ook voor de reggae geldt: veel kaf, weinig koren. En toen ik onderweg van werk naar huis op de fiets mijn recensie van Pura Vida’s Struggle in the City bij elkaar zat te mijmeren, bedacht ik me het koren toch meestal een licht Jamaicaanse / Caribische invloed heeft. Want Pura Vida is behoorlijk koren namelijk. Maar tot mijn grote verbazing bleek de grote man van Pura Vida Bregt de Boever te zijn. Inderdaad, daar zit geen woord Jamaicaans bij want De Boever’s studio staat in Sint-Maria-Aalter en dat is behoorlijk België. Je hoort het er niet vanaf. Althans, bijna niet, want nu ik weet dat Pura Vida Belgische roots heeft valt ook ineens datgene dat Struggle in the City zo aardig maakt op zijn plek. Dat zijn de extra instrumenten die je hoort. Blazers hoor je vaker, maar er is ook plek voor cello, violen en een hoop electronica. Opener "Third World" is met een Pink Floyd-opening en een duur van meer dan acht minuten sowieso haast proggy. Pura Vida heeft sowieso geen haast want vijf nummers klokken boven de de zes minuten. Het grootste minpunt is alleen dat de vocalen zijn gedrenkt in echoechoecho en de band sowieso niet vies is van het gebruik van effecten. Dat, samen met een wat mindere productie, maakt dat deze plaat mijn jaarlijstje net niet zal halen. Maar lekker is het en er is weer een vooroordeel naar de kloten. Kom daar maar eens om bij Frontiers...
File Under: Puike reggae uit België!
File Audio: [Vida Space
For A Minor Reflection - Höldum í átt Að óreiðu
De hier in Nederland pas vorig jaar uitgebrachte debuut-cd Reistu þig við, sólin er komin á loft van het IJslandse For A Minor Reflection bestempelde ik vorig jaar als een plaat die teveel klonk volgens de post-rock-standaard. Die standaard is opgesteld door Explosions In The Sky en ondertussen wordt al bijna een decennium lang door menig band daar een eigen draai aan gegeven of geprobeerd om een nieuwe standaard op te stellen. Die eigen draai, dat wil nog wel eens lukken. Een nieuwe standaard, die heb ik nog niet gehoord. Ook Höldum Í Átt Að Óreiðu, de tweede cd van For A Minor Reflection, gaat die niet realiseren. Gelukkig houdt de band wel wat minder krampachtig vast aan de leidraad. De tournee met Sigur Rós zou ze wat dat betreft best eens behoorlijk beïnvloed kunnen hebben, want er komt menig lijzig Sigur Rós-achtig lijntje langs. Bovendien heeft de band er voor gekozen qua instrumentarium niet meer alleen te vertrouwen op gitaar / bas / drums en gebruiken ze nu ook veelvuldig piano en strijkers. Dat maakt de band flexibeler en het geluid rijker. Höldum Í Átt Að Óreiðu schijnt zoveel te betekenen als op weg zijn naar chaos. Ik ben benieuwd of dat ook daadwerkelijk het doel is dat de band nastreeft. Daar blijven ze nu namelijk nog een behoorlijk eind van verwijderd. In een song met een enorme drive als “Átta” klinkt overigen al wel wat chaos door. Ondanks dat ze bewust lijken te hebben gekozen voor kortere songs met meer focus en overtuiging blijf ik na meerdere draaibeurten toch steeds weer uitkomen bij Sjáumst í Virginíu als sterke spil van Höldum Í Átt Að Óreiðu. Een zuurpruim zou kunnen zeggen dat hierin in een kwartier tijd alle uitgekauwde clichés van het genre langskomen, ik noem het liever prachtige uitgesponnen post-rock.
File Under: Doorontwikkelende Post-rockers
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Moll]
At No Bikini Beach - The New Bikini
Feverdream, Jimmy Barock, Elle Bandita, Sir Ian, The New Earth Group, met deze bands op het cv van de verschillende leden van At No Bikini Beach zouden ze stuk voor stuk al gevierde en zeer gerespecteerde muzikanten in Nederland en zelfs de wereld moeten zijn. At No Bikini Beach zou een superband moeten heten, en het debuut The New Bikini in alle kranten en muziekbladen bejubeld als het beste dat Nederland op het gebied van de eigenwijze post-rock en instrumentale poprock te bieden heeft. Een kruising tussen Ratata en Trans Am met als aardige toevoeging van soul- en funkinvloeden, een geluid uniek in Nederland en ook bijzonder daarbuiten. In stapels zouden ze bij de ingang van uw lokale platenzaak moeten liggen. Grote posters op de deur met de tekst “NIEUW BINNEN: THE NEW BIKINI. NEERLANDS HOOP IN BANGE DAGEN!” en als onderschrift “Met de danshit GOLDEN GIRLS”. De realiteit is echter anders. Er liggen geen stapels bij de lokale platenzaak, er staan geen schreeuwende koppen in de media over deze superband en het is zelfs geen superband. Want de bands waar de leden uitkomen hebben ook nooit de credits gekregen die zij werkelijk verdienden. Maar dat maakt The New Bikini niet minder een plaat die wel al die aandacht verdient. Dit is spannende, eigenwijze en unieke muziek van eigen bodem en dat moet gekoesterd worden.
File Under: Superband voor de oplettende muziekliefhebber
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Diskjokke - En Fin Tid
Heeft de Scandinavische dance een eigen geluid? Dat begon ik me af te vragen vanaf het moment dat Diskjokke uit Oslo zijn tweede album opent met "Reset and Begin". De voormalig wiskundige bouwt rustig voort op het geluid van het onvolprezen titelloze debuut van Lindstrøm & Prins Thomas. Ouderwetse, haast vettig de oren strelende synthesizermelodieën, gecombineerd met levendige beats. Organisch, zo u wilt. Het omgekeerde van blikkerig, in elk geval. Titeltrack "En Fin Tid" blijft in de stokoude pioniershoek hangen, door ons mee te nemen op de Trans Europe Express. Al is het noemen van Kraftwerk in een dance-recensie waarschijnlijk net zoiets als vermoeden dat je een pop-akkoordenschema wel eens bij die goedgekapte Engelse jongens hebt gehoord. Dat discjockey Diskjokke, veel meer dan Lindstrøm en co. ook werkelijk interesse heeft in de échte dansvloer, bewijst hij met "Big Flash", een techno-stamper, die maar dóór gaat. Doe mij dan maar een nerdy (of proggy) variant als "Rosenrød", het absolute hoogtepunt van het album. Een Jon Hopkins-achtige laagjesbouwwerk, vol tevreden (haast nostalgisch) popcornende synthesizers, heimelijk in de rug gesteund door een vleugje acid à la Josh Wink. Het arrangement is piekfijn; de beste dance is net zolang het handjes in de lucht-moment uitstellen tot het haast niet niet meer nodig is een hoogtepunt te bereiken. Diskjokke doet dat hier plagerig goed, met als subtiele pay-offs kippenvel opwekkende pads die langs de daken gieren als de noordenwind op een winteravond.
File Under: Een fijne tijd
File Audio: [Jokke-Space]
Agnes Obel - Philharmonics
Het zal de reguliere bezoeker van File Under niet ontgaan zijn dat de categorie Scandinavische dames het nogal goed doet bij een aantal van onze schrijvers. Emilana Torrini, Ane Brun, Anna Ternheim, Nina Kinert, Silje Nes, Anja Garbarek, het gaat maar door. De lijst wordt alsmaar langer en langer. Soms zijn we zelfs geneigd te steggelen en dames die niet uit Scandinavië komen maar wel zo klinken - ik noem een Sarah Blasko - alsnog onder deze categorie trachten te scharen. Voor de in Berlijn woonachtige Agnes Obel hoef ik deze uitzondering niet toe te passen, ze is namelijk een volbloed Deense. Ook haar muziek is doordrenkt met noordelijke sferen. Ach, laat ik - voordat ik wederom verval in clichématige natuurmetaforen - maar meteen to the point komen: wat is Philharmonics een toch adembenemende, wonderschone plaat! Met haar als kleurrijke herfstbladeren - kijk, daar ga ik al - , dwarrelende pianoklanken en oorstrelend stemgeluid promoveert Anges Obel zichzelf meteen naar de hoogste regionen van de eerdergenoemde categorie. Een klassiek aandoende pianoplaat die nergens overloopt in overdadigheid en genoeg kriebelt zonder irritatie op te wekken. Regisseur Thomas Vinterberg (Festen) selecteerde niet voor niets drie van haar songs voor zijn nieuwe film Submarino; de man heeft klaarblijkelijk smaak. De wijze waarop ze zich het al vaker gecoverde "Close Watch" van John Cale volledig eigen maakt, doet vemoeden dat dat nog maar het begin is voor Agnes Obel.
File Under: Scandinavische eredivisie
File Audio: [Close Watch][My Space]
File Video: [Riverside]
Kiss The Anus Of A Black Cat - Hewers Of Wood And Drawers Of Water
Zonder twijfel is Kiss The Anus Of A Black Cat een van de meest bizarre bandnamen die ik de afgelopen jaren tegenkwam. Ik denk dat menigeen bij voorbaat al afhaakt bij het lezen van de naam. Da's zonde, want al drie albums lang maakte de Belg Stef Heeren fraaie muziek waarin duistere drones en zwarte folk de boventoon voerden. Zijn nieuwe plaat Hewers Of Wood And Drawers Of Water verschijnt op Zeal-records dat het afgelopen paar jaar eigenlijk geen slechte plaat meer uitgebracht heeft, waarbij Isbells, Marble Sounds en Tomàn met speels gemak zelfs uitmuntend genoemd kunnen worden. Bij die drie kunnen we nu Kiss The Anus Of A Black Cat voegen. Hewers is een duistere opake herfstplaat waar Dave Eugene Edwards bijna jaloers van zou kunnen worden. Het viel me pas na een paar draaibeurten op waar Heeren bij tijd en wijle me qua zang nog meer deed denken; aan Peter Hammill. Check "All The Heroes Run In Armour" maar eens. Alleen heeft hij dan dus wel Woven Hand (of 16 Horsepower zo je wilt) als backing band en verrassend genoeg An Pierlé als achtergrondzangeres. Het resultaat hiervan is huiveringwekkend en voelt af en toe zelfs een tikkie bezwerend en bedwelmend aan. Het afsluitende " Wander And Waiver" met zijn repeterende karakter roept bij mij in ieder geval rillingen op. Als geheel is Hewers wat minder zwaar op de maag liggend dan de voorgaande drie platen van Kiss The Anus Of A Black Cat, maar aan kwaliteit heeft deze Belg zeker niet ingeleverd.
File Under: All Your Ghosts Are Worried
File Audio: [MySpace]
Oceansize - Self-Preserved While the Bodies Float Up
Het was een prachtig ambitieus plan. Mijn telefoon wordt slecht en ik wilde wel een nieuwe. Ik had mijn oog laten vallen op een iPhone 4, maar ik wilde niet overstappen naar T-Mobile. Een simlock-vrije iPhone dus en die zijn te koop in het Verenigd Koninkrijk. Geen probleem, want daar kom ik graag en Easyjet brengt je er snel en goedkoop. Omdat we niet alleen voor de iPhone wilden gaan hebben we een stad gezocht waar we nog iets mee konden pakken, zoals bijvoorbeeld een concert van Oceansize. Na een blik op het tourschema werd het Cardiff. Dat leek een leuke stad en ik was nog nooit in Wales geweest. Zo gezegd, zo gedaan. En ondertussen had ik me maar eens verdiept in het nieuwe werkje van Oceansize, Self Preserved While The Bodies Still Floats. En dat bleek vooralsnog niet gemakkelijk. Bij de release van de EP Home And Minor, een relatief rustig album, had zanger/gitarist Vennart aangegeven dat het nieuwe tussendoortje die richting op zou gaan. Nou, dan komt opener "Part Cardiac" behoorlijk met de deur in huis vallen. En "Superimposer" is ook gewoon het oude recept. Verderop op de plaat wordt inderdaad soms gas teruggenomen, maar dat levert nog vooralsnog geen pareltjes op als het titelnummer van de eerder genoemde EP. En omdat Oceansize toch een rockband blijft gaat drummer Mark Heron in het standje overdrive en gaat hij weer tekeer als een gek. Dat levert een schizofrene plaat op, waar bij mij het kwartje nog niet wil vallen. Maar goed, we hadden de trip naar Cardiff nog te goed. En helaas, dat kwartje viel in een slechts half gevulde Millennium Music Hall, een naam die een grotere zaal suggereert dan het was, ook niet. Ook de show bleef schizofreen. Het is duidelijk waar Vennart met Oceansize naar toe wil, maar de weg er naar toe is nog even wennen. Voor zo wel ondergetekende als de band. Owja en die iPhone? Uitverkocht natuurlijk. Want we hadden geen zin om om 7 uur voor een Apple Store te gaan staan, met een klein kansje op een telefoon. Daarvoor smaakte de ale te goed...
File Under: Plaat met een dubbel gevoel...
File Audio: [OceanSpace]
We Are Scientists - Barbara
Je kent ze wel die populaire figuren, meestal man, maar het kan ook wel een vrouw zijn. Ze hebben een grote bek, proberen lollig te zijn, maar je voelt gewoon dat het onnatuurlijk is. Ze zijn iemand anders en vaak zijn zij het die ten koste van een ander zichzelf profileren. Ik laat ze het liefst links liggen. Dan heb je ook mensen die wel populair en grappig doen, maar dat lijkt een tweede natuur. Kijk, met hen heb ik meer. We Are Scientist is een Amerikaanse band met zo'n typisch Engels catchy geluid. Ik schreef in 2008 over hun album Brain Thrust Mastery, maar kan me twee jaar later eigenlijk niet meer herinneren hoe ze ook alweer klonken. Dat is geen goed teken. Nu ik Barbara draai, snap ik dat wel, We Are Scientist probeert wel catchy te doen, maar ik voel me er wat ongemakkelijk bij. Alsof iemand je de liedjes door de strot probeert te duwen. Nu moet ik wel zeggen dat de eerste drie nummers waarmee ik in de stemming kom bij dit album ook meteen de eerste singles zijn of zijn geweest. De twee nummers die al uitgebracht zijn: “Rules Don't Stop” en “Nice Guys” heb ik nog nergens op de radio gehoord. Ik vrees dus dat dit het hier weer niet niet gaat worden. Toch stonden ze al op Lowlands en in november staan ze op London Calling. Kennelijk is er toch publiek voor, en echt verbazen doet mij dat niet. Ben je fan van Kaiser Chiefs dan zou je zeker eens moeten luisteren, misschien dat jij het wel gelooft en enthousiast wordt.
File Under: Engelse Amerikanen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun eigen videokanaal]
Ginger - Going Through Arlanda
Een band als Ginger heeft genoeg aan MySpace als homepage. Want oei, wat klinkt het soms spacey, dit studiodebuut van Ginger. Met veel zelfkennis en een ondertoon van trots noemen ze zichzelf een jamband en dat lijkt behoorlijk accuraat. Openingstrack 'T-10' kent een mooi, filmisch intro met een zwaar aangezette filmstem die het heeft over een raketlancering of iets dergelijks. Vervolgens dendert het nummer, inclusief een ingehouden middenstuk, ruim elf minuten door. Spacey en als een uitgesponnen jam. De andere zes songs klokken ietsje (twee tracks negen minuten) tot een flink stuk korter, zo tussen de drie en zes minuten. Compact is anders en dat is meteen wat hier en daar tegen gaat staan. Ondanks het opvallende gebruik van een blazer in bijna elke, regelmatig naar southern rock overhellende song, is het soms moeilijk om de aandacht er bij te houden. Overigens leert het hoesje pas dat je niet met een stel Amerikanen te maken te hebt die een confederate flag achter hun drumkit hangen. Ginger blijkt uit Zwitsers te bestaan met een naar eigen zeggen goede live-reputatie, gebaseerd op ruim honderd shows. Ik weet niet of ik dat nu veel of weinig moet vinden, maar als souvenir van zo’n show lijkt Going Through Arlanda goed gelukt. En ook zonder ze live mee te hebben gemaakt een redelijk genietbaar album.
File Under: Jamband aus Deutschland
File Audio: [MySpace]
File Video: [Going Through Arlanda]
Unruly Child - Worlds Collide
De perceptie van hardrockers is dat ze ouderwets en oerconservatief zijn. De regelmatig weinig subtiele teksten en dito clips van bands als Whitesnake en Mötley Crüe dragen daar behoorlijk aan bij. In de praktijk valt het volgens mij nogal mee. Rob Halford mocht in Judas Priest nooit voor zijn geaardheid uitkomen, maar toen hij dat na zijn vertrek uit Priest alsnog deed was er eigenlijk geen wanklank te bespeuren en inmiddels is hij weer de blikvanger bij diezelfde band. Vandaar dat ik ook weinig problemen verwacht bij Unruly Child. De oorspronkelijke zanger was Mark Free, maar die gaat alweer zeventien jaar door het leven als Marcie Free. Ik vind het van grote moed getuigen om dan gewoon weer in de spotlights te stappen en ook de loyaliteit van andere bandleden is wel eens minder geweest. Maar hoe pakt dat muzikaal uit? De zangstem is weinig veranderd en als je niet van de achtergronden weet ben je ervan overtuigd dat je naar een mannenstem luistert. Maar eerlijk gezegd kan me dat weinig schelen. Het klonk destijds als een klok en dat doet het nu nog. De band, met verder gitarist Bruce Gowdy, toetsenist Guy Allison, drummer Jay Schellen (GPS) en bassist Larry Antonino, zet uiterst radiovriendelijke rock neer, zonder het ook maar één moment te zoeken in platgestreken formats en uitgekauwde clichés. De basis daarvoor wordt gelegd door Jay Schellen die zonder uit de bocht te vliegen heel afwisselend drumwerk aflevert. Ook de andere instrumenten worden nergens gebruikt om het geluidsbeeld dicht te smeren. Gevolg is dat gitaarriffs, toetsenpartijen en leadzang/koortjes elk hun momenten voor het voetlicht krijgen. Worlds Collide is daarmee zo'n plaat die ontspannen is en toch lekker blijft rocken. Unruly Child steekt Foreigner ermee naar de kroon. Sterker nog: ze nemen voorlopig de kroon over!
File Under: Troonsopvolging?
File Video: ["Very First Time"]
Kap Kap - Holy Are You
Wispelturige bands, waarbij je de neiging krijgt het vieze (en hier eigenlijk verboden) woord eclectisch in de mond te nemen, ik lijk er met de jaren stiekem een groter zwak voor te ontwikkelen. Het experimentele vijftal van Kap Kap valt zonder twijfel onder dit kopje te scharen. Deze Finnen hollen van hypnotiserende krautrock langs lauwwarme mijmerende eighties-synthesizers. Gelukkig vergeten ze ondertussen niet dat grootse beats belangrijk zijn, net als het gebruik van ‘echte’ instrumenten die retro en toch modern klinken. Het maakt hun debuut-cd Holy Are You een bijzondere plaat die zich niet een twee drie laat wegkauwen. Tijdens het weerbarstige openingsnummer “Jimmy’s Tale” waarin nog niet duidelijk wordt welke kant Kap Kap op gaat of wil, zit je al snel verwonderd te luisteren. D'r klinkt punkfunk in door, maar als in de loop van het nummer het tempo eruit verdwijnt is ook de punkfunk naar de achtergrond verdwenen. Wat dan wel? Da’s een goede. Dat weten ze zelf volgens mij ook niet. Dat maakt Kap Kap nou juist zo leuk. Misschien is het doel wel vooral de luisteraar verrassen en bij vlagen overrompelen. Daar slaagt de band namelijk prima in. De diversiteit liegt er niet om op Holy Are You. Daar geeft “Doors”, wat mij betreft een van de gaafste nummers, ook blijk van. Na een kitscherige nep-spooky opening vernauwt de song opgestuwd door dreinende synths en hekserige gitaren, langzaam zijn greep tot bijna wurgend, om je daarna geleidelijk weer lucht te geven. Dat roept vraagtekens op en maakt dat je als luisteraar nou niet gelijk bij de eerste luisterbeurt zult denken: ‘Dat is een leuk plaatje’ Dat is het ondertussen dus echt wel.
File Under: Bevreemdende Finnen
File Audio: [MySpace]
Alina Orlova - Laukinis Suo Dingo
Muziek uit Litouwen: tot ik gisteren Alina Orlova’s debuutplaat (uit 2008!) opzette, had ik er eigenlijk nog nooit met aandacht naar geluisterd. Muziek uit Litouwen: in mijn leven beperkte het zich tot het Eurovisie Songfestival. De Litouwse inzendingen herinner ik me als bombastische balkanpop gezongen door iets te dik opgemaakte Oostblokprinsessen. Na de eerste paar nummers van Laukinis Suo Dingo is dat een generalisatie waar ik met diepgekleurd schaamrood op de kaken op terugkom. Met een wonderschone stem zingt ze in het Engels, Russisch en Litouws. Buiten de Engelse nummers versta je er dus helemaal niets van, maar dat maakt niets uit. Voor mijn part zingt ze de handleiding van een waterkoker. Alina grijpt je toch wel bij de kloten. In albumopener "Lovesong" (één van de drie Engelstalige nummers) strijdt ze om de aandacht van een onbereikbare liefden en houdt haar stem het midden tussen Regina Spektor en Kate Bush. In "Paskutinio Mamuto Daina" glijdt haar stem moeiteloos van zacht fluisterend tot galmen vanuit de tenen. Een bescheiden synthesizer en schoorvoetende xylofoon doen de rest. En zo staan er meer hemelbestormers op deze prachtplaat. Een plaat die twee jaar geleden al in Orlova’s thuisland werd uitgebracht, maar nu pas in de rest van Europa. Dat is vooral te danken aan het Parijse label Fargo Records, dat de plaat nu opnieuw uitbrengt. Hulde!
File Under: Litouws zusje van Regina Spektor. Onverstaanbaar lekker.
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Klaxons - Surfing The Void
Klaxons. Drie jaar geleden zo'n beetje de heetste band op aarde. Aanstichter van een genre. Hoogstpersoonlijk (voor de helft) de hemel in geprezen. Tweede plaat momenteel nét uit. Gaan we naar The Hype Machine, bij dit soort bands toch een beetje de graadmeter. En wat zien we dan? Nou, iedereen blogt de akoestische Klaxons-cover van "Bad Romance". Nou is Lady Gaga coveren al niet hip meer sinds South Park d'r gehad heeft en is Bad Romance ook al zeker tien keer met een stoomwals overreden, dus is het dan niet énigszins verdacht dat alle aandacht op internet naar een cover uitgaat in plaats van naar het nieuwe album? Nou, ik zal het je sterker vertellen: de volgende belangrijke prestatie van de Klaxons blijkt hun cover van Blackstreets "No Diggity" (ach, hij is best leuk), wie Blacks "Wonderful Life" door de Klaxons gecoverd wil horen worden kan hier terecht en ergens op een marginaal blogje komt nog iemand met de Klaxons-cover uit 2007 van Justin Timberlakes "My Love" aanzetten. Hallooooo..? TOEEET! Is er nog IEMAND geïnteresseerd in de gloednieuwe plaat van de Klaxons? (Krekels-geluid hier.) Tja. Logisch. De band heeft zichzelf nu definitief gereduceerd tot gitaarbandje-zonder-al-teveel-elektronica en als Surfing the Void iets aantoont, is het wel dat een vergelijkbare groep als Late of the Pier er goed aan gedaan heeft om na één legendarische plaat voorlopig het bijltje erbij neer te gooien. Neem nou een nieuw Klaxons-nummer als "Valley of the Calm Trees", qua melodie een leuk nummer. Maar het had zó van tien andere bands kunnen zijn, het had zo van vijf jaar geleden kunnen zijn. "Venusia" is ook goed, heeft zelfs iets blij Midnight Juggernauts-achtigs. Maar deze uitwerking, nee. Niet onderscheidend genoeg meer. Wie heeft er eigenlijk bedacht dat Klaxons het zoveelste gitaarbandje moest worden? Wat zónde van een band die eerder zulke geweldige singles gemaakt heeft.
File Under: Diep vallen
File Audio: [Flashover]
File Video: [Echoes]
First Signal - First Signal
Ik ben zo ongeveer de enige die bij File Under de Frontiersreleases bespreekt. Niet omdat ik die allemaal voor mezelf houd, maar omdat de rest van de redactie bij de naam al gillend een beter heenkomen zoekt. AOR is nou niet het meest populaire genre in de redactie. Mazzeltje voor mij, zal ik maar zeggen. Maar soms word ik zelf ook moe van de stroom lopende-bandreleases van Frontiers. Er zit namelijk akelig veel uiterst voorspelbare AOR tussen. Bijna altijd goed uitgevoerd, goed geproduceerd en compositorisch op een behoorlijk niveau, maar tegelijkertijd amper te onderscheiden van een stel releases van vorige maand of een stel releases van volgende maand. First Signal bijvoorbeeld. Het draait om zanger Harry Hess (ex-Harem Scarem) en in de bio wordt unverfroren gezegd "the concept is to bring back the classic Harem Scarem sound". Een van de meestgebruikte muzikanten/producers bij Frontiers, Dennis Ward (Pink Cream 69) is achter de knoppen gezet en de songs zijn geschreven door mensen die ook al schreven voor bijvoorbeeld House Of Lords en W.E.T.. Kortom, een goed voorbereid project. Helaas wel een dat nog verdomd weinig verrassingen kent. Zeker, er staan een paar uitschieters op. Maar is dit nou een album dat zich onderscheidt van al die andere albums van volgens het beproefde Frontiersformat bij elkaar geplukte bands? Hmnee. Het is leuk, net zoals een paar albums van vorige maand en een paar van volgende maand. First Signal is bijna lopende-bandwerk en dat hoor je er jammer genoeg aan af. Als je luistert naar een song als "Crazy" heb je het idee dat je het refrein al honderd keer gehoord hebt. Is het een cover? Geen idee, het kan net zo goed een eindeloos hergebruikt melodietje zijn. Dan mag het eindproduct er smetteloos uitzien, het ziet er even smetteloos uit als de rest.
File Under: Jan des Bouvrie-muziek
File Audio: ["This City"]
File Video: ["This City"]
The Count & Sinden - Mega Mega Mega
Gebruiksaanwijzing: Koop een stevige iMac en leer zo snel mogelijk het programma GarageBand. Maak twaalf achtergrondtracks met daarin alle standaardbeats die er zoal op het net te vinden zijn. Gooi er wat eenvoudige elektronische tracks overheen. Vergeet vooral niet de effecten toe te voegen die het zo lekker doen op de dansvloer, zoals koebellen, funky gitaartjes en natuurlijk sirenes. Voeg vervolgens nog even alle denkbare danceclichés toe aan de tracks, zoals onverwachte breaks en plotselinge tempowisselingen. Stuur dan de tracks naar een handjevol gastvocalisten, liefst in de categorie boze rapperts, om een en ander wat meer sjeu te geven. Vraag ook een indiebandje (Mystery Jets) een potje mee te zingen op "After Dark" voor de nodige credibility en gooi alle swingende muziekstijlen lekker door elkaar. Beetje techno, beetje dancehall, beetje house, beetje afrobeat, beetje van alles wat. Test en finetune het resultaat in stomende partyclubs in Londen. Noem dan het album Mega Mega Mega en je bent verzekerd van een vette megahit. Het debuut van The Count & Sinden is retecommercieel en aalglad maar doet het geheid fantastisch op de dansvloer. Met een plaat als Mega Mega Mega heb je die iMac binnen no-time weer terugverdiend!
File Under: Hoe maak je een megahit
File Audio: [MySpace]
File Video: [After Dark]
File Twitter: [Twitter]
Driving Dead Girl - Don't Give A Damn About Bad Reputation
Stel dat Elvis nooit een nummer voor zijn moeder had opgenomen. Stel dat Mick zijn kleutervriend Keith later nooit meer was tegengekomen of dat Iggy Pops ouders elkaar nooit hadden ontmoet. Zou rock 'n' roll er dan uitzien zoals wij die kennen? Het is maar de vraag, maar ik ben er maar wat gelukkig mee dat het zo wel gegaan is. Rock 'n' roll is niet meer beperkt tot Amerika en Engeland. Wij, Nederland, hebben een band als Claw Boys Claw en onze zuiderburen bijvoorbeeld Triggerfinger. Dat ze het wiel niet uitgevonden hebben, maakt mij in ieder geval niet uit zolang het maar goed gebeurt. In België is er nu een band bijgekomen die dit genre bedient, Driving Dead Girl. Nou ja nu, ze bestaan al sinds 2003, al was er eerst een andere bandsamenstelling. Don't Give A Damn About Bad Reputation is hun tweede album en doet wat het moet doen met vette garagerock 'n'roll. Voor het onderwerp wordt er uiteraard geshopt in de wereld van de sex, drugs and rock 'n' roll. Met een zanger die qua stem ergens ligt tussen Cave, Pop en Te Bos en een band die een smerig geluid neerzet kan het dus niet misgaan. Gelukkig is er ook met de productie niets misgegaan en lijkt me het tijd voor Driving Dead Girl om ook ons land eens aan te gaan doen. Yeah!
File Under: Sex, Drugs and Rock 'n' Roll
File Audio: [MySpace]
File Video: [Don't Wanna Talk About That Girl Anymore]
Week 39, 2010
Storm
Kap Kap - Holy Are You
Ewie
13 - 11
Ludo
Everything Everything - Man Alive
Ramon
Deerhunter - Halcyon Digest
André
Agnes Obel - Philharmonics
Mr. Ploeg
Bad Religion - The Dissent Of Man
Prikkie
Terry Brock - Diamond Blue / Stan Bush - Dream The Dream
Stonehead
Placebo - Battle for the Sun (redux edition, wat kaler)
DubbelMono
The Human Expression - Love at Psychedelic Velocity
Campking
Barkmarket - Gimmick
K-X-P - K-X-P
Het was tijdens het optreden van Serena-Maneesh op Incubate, een kleine week terug, dat ik mij herinnerde dat ik nog een stuk moest schrijven over K-X-P, van K-X-P. Voor mijn neus stond Storm foto’s te maken van de Noorse zanger/gitarist (of van zijn elfachtige zus) en op het podium prijkte op de borst van diezelfde zanger groot het logo van het Finse trio. Net als de Noren graaft K-X-P voor haar inspiratie in het verleden. Maar dan niet om bij de shoegaze uit te komen. Wat dat betreft was het een betere link geweest als Micheal Rother een dag later een shirt van de band aan had gehad. De drie Finnen kunnen namelijk moeilijk ontkennen dat zij de platen van NEU! in de kast hebben staan. Nou ja, het ontkennen is vast het probleem niet. Maar ik zal het niet geloven. Daar waar Serena-Maneesh shoegaze een nieuw geluid probeert te geven, gebruikt K-X-P Krautrock als basis voor het geluid. Een doordenderende ritmesectie op herhaling met daarover bezwerende elektronische melodieën, die gegarandeerd de slang uit de mand zouden krijgen. De toevoeging die K-X-P onderscheidt van de reuzen waarop het zijn geluid bouwt, is de toevoeging van een zeker Afrobeat. Dat maakt het een zeer fijne revivalband waarvan wel meer zangers een shirt ter promotie mogen dragen.
File Under: Retro Synthwave
File Audio: [KXP-Space]
File Video: [live-beelden]
Slow Dancing Society - Under The Sodium Lights
Soms ben je pas net naar een artiest gaan luisteren en dan komt er alweer een nieuw album van uit. Geweldig vind ik dat. 't Overkwam mij met Slow Dancing Society. Het album The Slow And Steady Winter (2007) was nog niet grijs genoeg gedraaid of Under The Sodium Lights verscheen. Een supertrippy, loom ambientalbum dat wat mij betreft zijn weerga niet kent. Het album opent met een nummer dat meteen ruim acht minuten klokt. "The Songs In Your Eyes" is dan ook meer dan een lullig intro. Het vormt de inleiding tot en is de reis naar de diepe krochten waarin ik me de komende drie kwartier zal bevinden. Deze muziek verdraagt geen daglicht. Deze ambient neemt me op en draagt me, als een veertje in de wind, met zich mee naar werelden waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Met spoken word maakt Drew Sullivan, de man achter Slow Dancing Society, het helemaal af. 'Everything we've done is forgiven / We don't have to think like that.' Een boodschap waar je als ambientluisteraar iets aan hebt als je het mij vraagt. En het album baant zich verder en dieper een weg door de spelonken van de ziel van mij als luisteraar. Het titelnummer, maar vooral eigenlijk het hele album, bestaat uit langgerekte synth-halen en herhaalde gitaarriffs. Dit is de perfecte mix van samples, spoken word, synthesizers en gitaargepingel. En het gaat diep tot en met de laatste track. Dieper dan ik - hoe stout dan ook - had durven dromen.
File Under: Ambient
File Audio: [Society-Space]
The Charlatans - Who We Touch
'Een overbodige plaat van een overbodige band.' Zo typeerde ik in 2008 You Cross My Path, het vorige album van The Charlatans. Ook wenste ik ze een midlifecrisis toen en verdomd, de band lijkt er in eentje beland te zijn! Voor hun nieuwe album ging de band op bezoek bij anarchopunkhelden van weleer: Crass. De hoes is ontworpen door de vaste knutselaar van Crass en voorman Penny Rimbaud mag zelfs lekker te keer gaan op afsluiter "You Can Swim", een traag en meeslepend nummer dat maar liefst dertien minuten duurt. Het is illustratief voor de experimenteerdrift maar tevens ook nostalgie op Who We Touch. Op opener "Love Is Ending" zijn zelfs typische Sex Pistols-riffs te horen! Producer Youth lijkt de heren uit Manchester wakker te hebben geschud en zijn invloed is vooral goed te horen bij het beluisteren van de 'early versions' van de nummers op de Deluxe Edition van het album. Waar deze vroege versies bij vlagen vermoeid en traag klinken, heeft Youth een gezonde dosis peper toegevoegd. Toch zullen het nooit overtuigende punks worden, die heren van The Charlatans. Zelfs aan het nummer met de stoere titel "Smash the System" valt weinig opruiends te ontdekken. Een stuk meer punk is de enorm lange afsluiter. Niet zozeer omdat Rimbaud meedoet, maar vooral omdat het een zeer afwijkend nummer is dat niemand van The Charlatans zou verwachten. Van mij mag deze midlifecrisis nog een tijdje duren.
File Under: Eindelijk weer eens origineel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Love Is Ending]
File Twitter: [Twitter]
Phantom Puercos - III
Laten we beginnen met een minpunt, dan hebben we dat vast gehad: het Nederengels van zanger Tonnis van der Luit is soms tenenkrommend. De teksten lopen al niet altijd even soepeltjes, maar het accent waarmee ze gezongen worden maakt het nog net even erger. Zo, dan kunnen we het nu over de muziek zelf hebben. Want die is juist fantastisch. Het Nijmeegse kwartet Phantom Puercos speelt hun americana alsof ze het zelf uitgevonden hebben en alsof ze zelf de grenzen ervan gaan bepalen. Uiteraard zijn het erkende grootheden als Neil Young, Green On Red en Giant Sand die de leden in de platenkast hebben staan (dat gitaarwerk!), maar je kunt slechtere voorbeelden hebben. Opener "Eighty Eight" is een rockende jeugdherinnering ('I remember the summer of eighty-eight'), zo een waar veel Amerikaanse genregenoten zich niet voor zouden schamen. Van hier af gaat het maar door. "Black Hole" schuurt en ragt, "Room Full of Ghost" en "Me and My Sister" zijn lekker melancholisch en bij elke stemming vindt het kwartet weer het juiste arrangement en de juiste instrumenten (elektrische en / of akoestische gitaren, banjo, Hammond, enzoverder, enzovoort). Phantom Puercos hoeft geen platen meer gratis ter download aan te bieden (wat ze ooit deden). Met zulke liedjes in zo’n prachtig hoesje leg je met plezier je geld op de toonbank van de platenboer.
File Under: Top van de Neder-americana
File Audio: [MySpace]
File Video: [Me And My Sister (live)]
NOFX - The Longest EP
Zonder nog maar een noot of snaredrum gehoord te hebben biedt The Longest EP al direct een hoop vermaak. Op het eerste gezicht lijkt de cover op een ingekleurde variant van de legendarische Longest Line EP. Wie echter beter kijkt ziet een schitterende knipoog naar alle ooit door NOFX uitgegeven (mini)albums; Van Timmy The Turtle tot S&M Airlines, allen zijn ze te vinden. Dat doet vermoeden dat het om een Best Of-cd gaat, maar die hebben we zes jaar geleden al gehad. Nee, op deze verzamelaar worden eigenlijk alle restjes die nog niet eerder op een verzamelaar terecht waren gekomen bij elkaar gezet. Handig, omdat je nu eenmaal niet snel een EP of maxisingle opzet en met name omdat het merendeel sowieso vrij moeilijk verkrijgbaar is. Het hardnekkige gerucht gaat dat de originele EP’s definitief uit de herduk gaan nu deze is verschenen. Qua songmateriaal dus niets nieuws onder de zon. De felgekleurde cover deed mij aanvankelijk wel even vermoeden dat er geremasterde versies op zouden staan, maar helaas. NOFX heeft een lange traditie van geweldig goede EP’s, maar de geluidskwaliteit is her en der wel wat door de moderne tijd ingehaald. Een gemiste kans om de boel wat op te frissen dus. Verder geen aardverschuivende gebeurtenis deze CD, wel een mooie manier om even snel je collectie op peil te brengen met een aantal geweldige liedjes, die een mooie dwarsdoorsnede vormen van 18 jaar NOFX.
File Under: Een heerlijk afvalputje
File Audio:
Tarja - What Lies Beneath

File Under: Ook solo niets mis mee
File Audio: [Tarja Turunen - What Lies Beneath]
File Video: [Falling Awake] [I Feel Immortal] [ Until My Last Breath]
Movie Star Junkies - A Poison Tree
Een kleine twee jaar terug was ik een beetje aan het mopperen dat niemand mij verteld had dat The Dead Brothers ermee gestopt was. Ik dacht in eerste instantie dat zij met Movie Star Junkies een doorstart gemaakt hadden. Dit bleek onjuist. Het leven gaat echter door en anno 2010 is er een tweede album van Movie Star Junkies getiteld A Poison Tree waarbij ik ook weer aan de dode broers moet denken. Op de website van hun label Voodoo Rhythm zie ik echter staan dat The Dead Brothers weer springlevend zijn en dat er zelfs een nieuw album uit is. Het was even langs mij heengegaan. De nieuwe Movie Star Junkies is echter niet langs mij heengegaan (dank u distributeur!), en ik moet zeggen dat ook dit album net als hun debuut weer een fijne is. De Italianen van Movie Star Junkies nemen je mee naar hun vergiftigde wereld die muzikaal refereert aan die van The Gun Club, Nick Cave en The Doors. Vreemd genoeg moet ik ook denken aan de Asterix en Obelix-scene waarin zij plaats hebben genomen als slaaf op een piratenschip en de pauken ritmisch het tempo hoog houden. Dat het niet goed afloopt met het schip mag duidelijk zijn. Maar juist dat ritme is hier de perfecte begeleiding van een zanger die klinkt alsof hij zijn verhaal vanaf een schip zingt dat wilde stormen doorstaat. Dat is dan weer niet vreemd als je weet dat de voorganger gebaseerd was op het leven van Herman Melville, schrijver van Moby Dick. Oppassen dus voor deze heren!
File Under: Stoere zeelui varen bij elk weer
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Walnut Tree]
Eddy De Clercq & Friends - Musique Exotique
Ludovic Navarre ligt op dit moment waarschijnlijk op een strand in een ver tropisch oord een peperdure sigaar te roken, maar het moment nadert dat het centjes tellen mooi is geweest en de dj/producer beter bekend als St. Germain terugkeert naar deze oorden. Ik bedoel, chillwave is veel te wiebelig voor Bloemendaal, Caro Emerald is al maandenlang de bom en die geinige schuine streep lullige zomer-versie van "Seven Nation Army" is ook meer iets voor The Mike Flowers Pops. En dan heb ik het nog niet over het Doop-achtige "Loesje". De belangrijkste reden is echter dat de oude Nederlands-Belgische housepionier Eddy de Clercq Musique Exotique heeft uitgebracht. En zo'n legendarische naam zou de tijdsgeest toch aan moeten voelen, me dunkt. Musique Exotique is, zoals de titel al aangeeft, een lounge-album dat elk werelddeel wel aandoet. Gooi een pijltje naar de kaart aan de muur en ik roep een songtitel. Het begint al met "Tzigane Mala Vita Rmx", dat klinkt als de Azerbeidjaanse inzending voor het Eurovisie Songfestival. (Kan Eddy zich daar niet eens mee bemoeien?) We trekken verder naar meer billenschuddende ritmes in "Lucida", Arabische klanken in "Topaz" en dubby echoënde pianos in "Leaving Rome". "Miss Ghana" bevat zelfs een dwarsfluitsolo! Op de bank met een paraplu-cocktail zal het er allemaal wel in gaan, maar "G-Town" is het enige nummer van de collectie dat ik echt voor mijn plezier op zou zetten. Ik ben nu eenmaal een 'sucker' voor duimpiano's, vergelijk het met Damon Albarn's beste zij-project Mali Music. En dan vergeet ik nog bijna de catchy orgel-licks te noemen, een geïnspireerd (en zowaar verrassend) element hier.
File Under: Rosé rouge
File Audio: [Eddy-Space]
Edwyn Collins - Losing Sleep
Altijd leuk voor ‘n popquiz; Van wie was "A Girl Like You?" Velen kennen het antwoord niet. Menigeen heeft de Schot Edwyn Collins immers afgeschreven als een ‘one hit wonder’. Maar, met zeven soloplaten op zak, zijn project Orange Juice en vele, vele producties voor anderen is Collins niet het stereotype van ‘single luck’. Het stak de man die zich op elk vlak begeeft in typische Britpop-liedjes. Rock met een scherp randje. Losing Sleep nam hij in eerste instantie op samen met Little Barrie en Paul Cook (inderdaad, van The Sex Pistols) maar besloot om nogal wat vrienden uit te nodigen om de plaat nog sterker te maken. Collins heeft gewikt en gewogen. Wie geeft zijn visie op Britpop het beste weer, wie op de folk-psychedelica van San Francisco in de jaren zestig, wie op de soulpop van Phil Spector en wie op de Barry Adamson-achtige zwartgallige swing?
Collins trommelde achtereenvolgens Ryan Jarman van The Cribs, Franz Ferdinand’s Alex Kapranos en Nick McCarthy, The Drums, Johnny Marr van The Smiths en Modest Mouse, Romeo Stodart van The Magic Numbers en Aztec Camera’s Roddy Frame op. Resultaat? Een prachtplaat met twaalf groeibriljanten die je blijven boeien. En in sommige gevallen, zoals bij "I Still Believe In You" een blauwdruk zijn voor de carrière van Iggy Pop of David Bowie. Edwyn Collins is echt wel een blijvertje.
File Under: 40 jaar Britse popgeschiedenis op 1 cd
File Audio: [MySpace]
Peasant - Shady Retreat
Ik las ergens dat Peasant (echte naam Damien DeRose, ik zou ook voor een andere artiestennaam gaan) zijn nieuwste plaat opnam op de zolder van een tweehonderd jaar oude boerderij. Het lijkt een nieuwe variatie op het thema van de blokhutfolk waarmee Bon Iver een hele grote werd. Blokhutten, stoffige boerderijen en andere agriculturele bouwvallen blijken en masse de Abbey Roads van de postmoderne folkbeweging. Bon Iver nam op in een blokhut, Ray LaMontagne nam zijn laatste plaat op in zijn stokoude boerderij in de bossen van Massachussetts. En Peasant dus. Hij verbleef wekenlang op een oude boerderij om zijn nieuwe plaat op te nemen. Zijn vorige plaat On The Ground was naar eigen zeggen teveel een haastklus, en dat wilde hij nu goedmaken. Dat is maar deels gelukt. Albumopener "Thinking" klinkt veel te overgeproduceerd, helemaal met de Elliott Smith-iaanse lo-fi van On The Ground in het achterhoofd. Het eerste hoogtepunt komt pas op de tweede helft van de plaat; het met gezellige paardehoefjes opgeleukte "Prescriptions" is een prachtig glooiend gitaarpopliedje. Ook op het einde van de plaat weet Peasant te bekoren: "Hard Times" en "Slow Down" zijn fijne lo-fi-nummertjes. Die lo-fi jas past Peasant beter dan het iets te gladde sausje dat hij Shady Retreat heeft willen geven. Dan klinkt hij te algemeen, als wegwerpfolk op de rand van vergetelheid.
File Under: Te vaak te overgeproduceerde folk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Prescription @ Amsterdam Acoustics]
Two Fires - Burning Bright
Bij het Frontiers-label ontstaan veel bands en projecten door allereerst een zanger te kiezen, waarna er gezocht wordt naar een componist/gitarist in de eigen stal en waarbij tot slot een naam wordt gezocht die ooit succesvol is geweest. Enter Two Fires. Uitstekende zanger, want dat is Kevin Chalfant - een AOR-legende van zichzelf uit The Storm, Shadows Fade en Shooting Star. Two Fires bracht rond de eeuwwisseling al twee verdienstelijke cd's uit met Hardline-gitarist Josh Ramos in de gelederen. Die is er nu niet bij, maar een gitarist was al voorhanden in de persoon van Michael "Ralph" Gardner, uit Chalfants live-band. Ook gerenommeerde krachten van weleer als Kenny Aronoff en Jim Peterik zijn vervangen door de muzikanten van zijn live-band. Het resultaat is een AOR-album dat zo van Journey had kunnen zijn, ware het niet dat het muzikaal allemaal net iets te netjes binnen de lijntjes blijft. Chalfant is een van de beste zangers in het genre, maar een track als "All For One" is een freedom for the world-ballad van de ergste soort. Kromme tenen, verbrokkelend tandglazuur en te berge rijzende haren tegelijk. Nog iets meer dan bij Terry Brock's solo-album is het hier de zang die het meer dan gemiddeld maakt, waar de composities dat vaak nalaten. Absoluut vakwerk en in die zin een uitstekend album, maar zet Chalfant nou eens met een paar échte kanonnen in de studio en je hebt een band die meer dan alleen leuk is. Dit is meer dan een werkgelegenheidsproject, maar het had nog zoveel meer kunnen zijn.
File Under: Wereldzanger met onderbezetting






































