Le Guess Who? - Zondag napret
De Guess Who-zondag is voor mij de dag met het meeste festival-gevoel. Het zondagprogramma begint traditioneel wat vroeger dan de voorgaande dagen, maar de dag begint later door het feit dat er al een paar festivaldagen in de benen zitten, met langdurig uitslapen als gevolg. Dus bij de eerste, broodnodige kop koffie wordt het blokkenschema er al bij gepakt om de strategie van de dag te bepalen. Aj, de psychedelische new wave van Eagle Boston begint al om 16.00 uur; dat is midden in de ochtend! Nee, voor mij start de dag met het matineeconcert van de psychedelische krautrockers van CAVE. Als ik als aller-allerlaatste bezoeker die nog wordt toegelaten de mutjevolle dB's-zaal binnenkom (dB's werd vervolgens definitief VOL verklaard) is CAVE al begonnen en kan ik een gelukzalige glimlach niet onderdrukken. Een zaal vol ja-knikkende kopjes op een stompende, dwingend voortdenderende krautrock-groove. CAVE zet een magistraal, voornamelijk instrumentaal geluid neer waar je niet aan kunt ontkomen. Elk nummer bouwt in een hypnotiserend crescendo op waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de drummer, die nog strakker speelt dan de leggings die mijn lieftallige buurvrouw altijd aan heeft. Prachtig om naar te kijken (de band dan, niet die buurvrouw), maar ook mooi om te zien hoe dit viertal elkaar meeneemt en opstuwt. De band wordt subtiel geleid door een vanuit het jaar 1968 geteleporteerde toetsenist, die met kleine toetsbewegingen de richting aangeeft en diepere levels aanboort. Adembenemend. Vooral de laatste, lange Battles-esque track die wat mij betreft eeuwig had mogen duren, heeft mijn knikkende nekspieren drie keer dikker gemaakt. Wat een geweldig begin van mijn zondag; CAVE was moeiteloos een van de beste bands van dit hele Le Guess Who-festival.
Lees verder..Vanderbuyst - Vanderbuyst
Ooit had ik pianoles van het zusje van Adje van den Berg. Man, dat vond ik zo gaaf! Ik was namelijk op de lagere school al helemaal gek van Vandenberg en playbackte uiteindelijk in de eindmusical van de lagere school heel adequaat "Pedal To The Metal". Succesvolle hardrock uit Holland, en nog goede ook. Zo wordt het voor mijn gevoel al jaren niet meer gemaakt in Nederland. Of moet ik zeggen werd, want met Vanderbuyst hebben we eindelijk weer een hardrockband te pakken waar we trots op kunnen zijn. Willem Verbuyst (hij zat hiervoor samen met The Devil's Blood-gitarist Selim Lemouchi in Powervice) en de zijnen kennen hun klassiekers namelijk door en door en schromen niet om deze te tonen. Een aartsnegatieveling zou hun titelloze debuut af kunnen doen als een protserige pastiche, maar dat is je reinste tropenkolder. Willem Verbuyst is namelijk gezegend met zulk geweldig riffwerk dat hij alle kritiek als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Hij lijkt de finesses van alle jaren zeventig- en tachtig- gitaargrootheden tot uit den treure bestudeerd te hebben en komt door deze door elkaar te husselen een eind richting een eigen geluid. Dat je daarin Deep Purple (met Ritchie Blackmore), Thin Lizzy (Snowy White), Whitesnake (Micky Moddy, Bernie Marsden, John Sykes en nog tien andere gitaristen) terughoort, dat is alleen maar goed. Dat de zang van Jochem Jonkman in de songs dan wel weer typisch Nederlands is, daar mag je echt niet over klagen als je beestachtige nummers voorgeschoteld krijgt als het live(!) in de studio opgenomen UFO-cover "Rock Bottom" dat maar liefst 11 minuten lang (met drumsolo!) heerlijk onversneden hardrock met je speakers uit doet denderen. Dan wordt eens te meer duidelijk dat het hier niet om goedkoop effectbejag gaat, maar om pure liefde voor hardrock met de hoofdletter H. En anders is er altijd nog de killersolo in "Traci Lords" om je over de streep te trekken.
File Under: Retro hardrock galore
File Audio: [MySpace]
Angra - Aqua
Voor het eerst in vier jaar is er nieuw werk van Angra, de Braziliaanse prog/powermetalband. Ondanks onrust in de gekederenzonder grote bezettingswijzigingen, met uitzondering van de terugkeer van Ricardo Confessori achter de drumkit. Dat betekent dat nog steeds gitarist van dienst is Kiko Loureiro, die ik ook van een beduidend ander album kende. Op dat album was ik onder de indruk van de ingetogen techniek. Aanvankelijk wordt er op Aqua niets ingehouden. De nummers werken toe naar een polsverstuikend tempo, waarbij zanger Eduardo Falaschi het alleen kan bijhouden door op Dickinsonachtige wijze zijn teksten bijna uit te spugen. Door de strakke productie en de technisch hoogstaande muzikanten blijven het op dat hoge tempo nog steeds goed uitgevoerde songs, maar is de originaliteit niet om over naar huis te schrijven. Logisch, want op die snelheid hakken kun je niet op honderden manieren doen. Dat is dan ook het enige wat aan te merken is op dit album. De heren hebben heel veel meer in hun mars, zoals te horen is aan het strijkje (!) in "Awake From Darkness", in de semiballad "Lease Of Life" of aan het latinintermezzo in "The Rage Of Waters". Verderop op het album komt die rustige kant meer naar voren dan we van Angra gewend zijn en wat mij betreft is dat een uitstekende keuze. Gaandeweg opent zich een veelzijdig en spannend album. Dat is voor mij ee aanwijzing dat Angra eens moet proberen het etiketje ´metal´ los te laten en rustig moet durven spelen à la Pain Of Salvation. Het zal voor diehard Angraliefhebbers vast vloeken in de kerk zijn, maar volgens mij is dat de kant waar de groei zit.
File Under: Hakken op niveau met geslaagde verkenning van nieuwe paden
File Audio: [AngraSpace]
Easy Star All-Stars - Dubber Side Of The Moon
Eerlijk is eerlijk: met reggae heb ik nooit zoveel gehad. Dus eigenlijk is het best raar om nu een recensie te moeten gaan schrijven over de Easy Star All-Stars, een reggaecollectief dat er een sport van heeft gemaakt om bestaande popplaten om te toveren tot een reggaeplaat. Daarmee begonnen ze in 2003, toen ze Dub Side Of The Moon uitbrachten, een reggaevariant op Pink Floyds Dark Side Of The Moon. Verrassend leuk om al die klassieke nummers nu eens zo te horen. Leuk was ook nog Radiodread, de reggaecover van OK Computer van, u raadt het al, Radiohead. Maar waarom nou in 2010 Dub Side Of The Moon remixen en niet gewoon een nieuwe coverplaat uitbrengen? Dat begint toch een beetje te rieken naar uitmelken, en wie deze plaat luistert, zal kunnen beamen dat het ook zo klinkt, ondanks bekende namen als Mad Professor, Adrian Sherwood en Dreadzone. Daarom kan ik in deze recensie eigenlijk volstaan met dat ene zinnetje dat zo veelzeggend is: voor de liefhebbers.
File Under: Gaap
File Audio: [All-Stars-Space]
Marco Borsato - Drollen Durven Delen
Soms kom ik zulke rare bizarre spamteksten tegen dat ik denk: daar zouden ze een liedje van moeten maken. In mijn mailbox, of in de meestal automatisch weggefilterde FileUnder-spamreacties die u als bezoeker dus niet ziet. Meestal komen zulke teksten uit Google Translate rollen, komen ze af van Nigeriaanse oplichters en zijn ze bedoeld om u geld uit de zakken te slaan. Maar je kunt er gelukkig ook om lachen! De avantgarde-dichter Marco Borsato - ik had nog nooit van hem gehoord - ging onlangs failliet aan een overbelichte film en raakte geďnspireerd door alle faalhazen om hem heen, zoals bijvoorbeeld rokkenjager John Ewbank. Hij besloot de huisje-boompje-beestje-liedjes van zangers als Guus Meeuwis te parodiëren en slaagt daar met verve in. "Ik zie je lachen met je ogen dicht", declameert hij bijvoorbeeld. "De goden vallen aan, het uur van de strijd is gekomen." Elk liedje is een raadsel. "Het donker zet het licht op al mijn angsten en mijn vragen." Denk daar maar eens over na. In "Waterkant" emigreert een stel naaktzwemmend naar Engeland. Je moet maar durven. "Gooi je handen maar de lucht in." Veel artiesten roepen het, maar Marco zingt het, en dat nog wel op zo'n opzettelijk flemerige melodie. "Alleen is maar alleen" is als pleidooi voor polyamourie ook uiterst gewaagd. Als apartste stijlbreuk combineert Borsato in het countrynummer "Vrij" diverse sm-referenties met een truck driver's gear change én een gastrap van Lange Frans. Ja mensen. Op het volle-bus-liedje "Schouder aan Schouder" lijkt het zelfs even of Meeuwis écht meedoet! Drollen Durven Delen is een zeldzaam statement tegen de goedgelovigheid van de mensen, precies in de vorm van de truttige popmuziek die ermee bestreden wordt. Er staan godbetert zelfs twee hilarische kerstnummers op de plaat. Uitmuntend, al is het bij dergelijke intelligente muziek natuurlijk de vraag of het een publiek vindt. Ik zou er op een begrafenis een traan om laten.
File Under: Je ziet de scherts, of niet.
File Audio: [Spotify]
Kanye West - My Beautiful Dark Twisted Fantasy
R&B's Age of Adz. Einde recensie.
File Under: Dus
File Audio: [MySpace]
File Video: [Power][Runaway]
Gone Bald - Waiting It Out
Toen twee van de drie bandleden van Gone Bald het voor gezien hielden had ik verwacht dat het einde oefening zou zijn voor deze geniale Amsterdamse noiseband. Ik had duidelijk buiten Razorblade Jr gerekend. Dit van oorsprong uit Kroatië afkomstige noisekonijn laat zich niet zo maar uit het veld slaan. Hij bedacht dat je ambachtelijke noise ook prima met zijn tweeën kon maken en rekruteerde alleen Sultan Battery als nieuwbakken drummer. Waiting It Out laat horen dat Razorblade Jr. daar helemaal gelijk in had. Je hebt genoeg hippe tweepersoonsbandjes tegenwoordig, maar zo’n bak geweldige herrie over je heen storten zoals Gone Bald op deze nieuwe cd laat horen, dat kan ik me van een ander niet heugen. Gone Bald klinkt op Waiting It Out weer als tot op de tanden bewapend. Wat echter wel opvalt is dat de in de langere stukken op de cd Razorblade Jr. wat meer ruimte geeft aan zichzelf door net iets minder vol gas zijn scheermessen over je heen te storten. Dit geeft je als luisteraar overigens niet gelijk meer bewegingsruimte hoor, de druk die de twee op je uitoefenen wordt gewoon wat gevarieerder ingevuld. Daardoor wint Gone Bald alleen nog maar aan meer aan kracht. Want aan de andere kant zijn de messen vlijmscherp geslepen en snijdt de immer tot op de tanden gewapende sound van de gitaar van Razorblade Jr. lelijke papercuts in je trommelvliezen. En dan krijg je er gratis nog niet eens de donderende drums van Sultan Battery overheen. Wat een band. Wat een plaat. Wederom.
File Under: Ook nu nog Neerlands beste noise-band
File Audio: [MySpace]
I Blame Coco - The Constant
Wat had het toch mooi kunnen zijn. Eliot Paulina 'Coco' Sumner (juist ja, de dochter van Sting) werd in januari 2009 door de Engelse pers nog uitgeroepen tot de 'act to watch'. Dat was toen ze nog lekker op reggae gebaseerde liedjes maakte (net als papa) . Haar demo's vlogen over het net en dat beloofde in ieder geval veel goeds. En toen werd het lang stil. Die stilte werd begin dit jaar doorbroken door de single "Caesar" (met Robyn), wat meteen aangaf dat I Blame Coco met haar debuut The Constant een hele andere richting op zou gaan. Want van de vrolijke reggaeliedjes is nog weinig overgebleven. Waarschijnlijk om de vergelijking met haar beroemde vader tegen te gaan, maar dat heeft er niet toe geleid dat het materiaal er beter op geworden is. De gekozen stijl is namelijk het popliedje doorspekt met electro, zoals we dat kennen van La Roux en Little Boots. Alleen zijn die daar net iets beter in. Toegegeven, nummers als "The Constant", "Quicker" en de vorige single "Selfmachine" blijven wel makkelijk hangen. Maar om daar vervolgens een electroversie van Neil Young's "Only Love Can Break Your Heart" tegenover te zetten is een absolute schande. Eerder dit jaar vroeg ik halfbroer Joe Sumner of hij wist wanneer het langverwachte debuut van I Blame Coco zou uitkomen. 'Er wordt teveel geproduceerd' was zijn antwoord met een afkeurende blik. Helaas heeft hij zijn gelijk gekregen.
File Under: Joe had gelijk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Self Machine][Caesar]
The Tallest Man On Earth
The Fresh & Onlys - Play It Strange
Geregeld vallen ze bij File Under op de deurmat: obscure 60's-albums van bandjes die allang vergeten zijn. Ook komen er geregeld releases binnen van bandjes die hun inspiratie uit die jaren haalden toen de jeugd nog lekker opstandig kon doen. The Fresh & Onlys uit San Francisco behoort tot deze categorie: inspiratie gehaald uit. Bij hen staan ongetwijfeld de eerste platen van The Byrds in de platenkast. Daarnaast weten ze ook wel dat het hierna niet ophield: R.E.M. en The La's zijn troonopvolgers die me zo te binnen schieten. Play It Strange bevat elf liedjes van een viertal dat met masker rond een kampvuur geschilderd afgedrukt staat op de hoes. Als de plaat een paar nummers gevorderd is dan blijkt het gelukkig ook niet al te braaf te zijn, even lekker raggen is het devies. Al met al is Play It Strange best een aardig album, al zal er geen revolutie door ontstaan. Ach ja, de hoop op een betere mensheid die er nog was in de zestiger jaren bleek uiteindelijk ook tegen te vallen. Als je er een kleine positieve draai aan kunt geven dan is het al heel wat.
File Under: Terug kijken en vooruit denken
File Audio: [MySpace]
File Video: [Waterfall]
Week 47, 2010
Storm
Motek - Dragons
Ewie
Breathe Owl Breathe - Magic Central
Ludo
Mark Oliver Everett (aka E) - Things The Grandchildren Should Know (boek)
Gr.R.
Keith Richards - Life
Ramon
Lower Dens - Twin-Hand Movement / Esben & The Witch @ Le Guess Who? Tivoli, 27 november 2010
André
Goldfrapp @ Ancienne Belgique, Brussel / The Deer Tracks - The Archer Trilogy Part 1
Prikkie
No Sky Today - No Sky Today
Blizzard
Sole Remedy - Apoptosis
Stonehead
Skrillex - Scary Monsters And Nice Sprites
DubbelMono
The Jon Spencer Blues Explosion - Reissues (Year One, Extra Width, Orange, Acme)
Steve Lukather - All's Well That Ends Well
Er zijn van die artiesten waarbij ik er rekening mee houd dat een nieuwe cd of een optreden enorm kan tegenvallen. Steve Lukather is zo´n artiest. Solo heeft hij puike albums afgeleverd, maar ook een cheesy kerstalbum, met Toto heeft hij heerlijke platen afgeleverd, maar ook akelig gladde poprock. Idem met optredens: een paar jaar geleden genoot ik met volle teugen van het Toto-optreden op Arrow, op Bospop vertrok ik dit jaar voortijdig omdat de band - in de bezetting uit de The Seventh One-periode- alleen het gladste en commercieelste werk ten gehore bracht. U begrijpt: ik begon met enige huiver aan het beluisteren van All´s Well That Ends Well. In elk geval kun je concluderen dat Lukather Toto alleen nog als benefietact voor bassist Mike Porcaro gebruikt omdat hij al die oude songs niet zo vaak meer wil spelen. Het meeste materiaal op dit album zou namelijk zo op een Toto-album gezet kunnen worden. Terwijl de enige Totomuzikant die bijdraagt Joseph Williams is, die wat achtergrondzang verzorgt. De belangrijkste bondgenoot van Lukather is CJ Vanston, die vooral filmmuziek schrijft, maar ook heeft gewerkt met uiteenlopende acts als Prince, Barbra Streisand en Spinal Tap. Als je kijkt naar de lijst van songschrijvers (The Tubes´ Fee Waybill) en muzikanten (Eric Valentine, co-producer van QOTSA´s "Songs For The Deaf") zou ik wat meer stevig werk verwachten dan er uiteindelijk te horen is. Vaak is er wel een lekker bluesloopje dat de basis vormt voor de rest van de song, maar nadat het is overgoten met een Totosausje is het vaak net iets braver dan ik zou willen. Uitzonderingen daarop zijn "Flash In The Pan", een echte blues die je doet verlangen naar een volledig bluesalbum van Lukather, het Steely Dan-achtige "On My Way Home" en de afsluiter, de fusion-instrumental "Tumescent". Al met al is dit album echter teveel van hetzelfde. Lukather blijft een dijk van een gitarist en songschrijver, maar speelt op dit album teveel op veilig. Kom op Steve, geef die gitaar eens wat meer op z´n donder!
File Under: Teveel Toto zonder Toto
File Audio: [fragmenten]
The One Ensemble
Le Guess Who? - Zaterdag napret
Amper tiener af zijn ze, de mooie hipsters van Smith Westerns. Ze staan wat onwennig op het grote Tivoli-podium om de zaterdagavond van Le Guess Who? af te trappen. Met een uitnodigend debuutalbum Smith Westerns, een paar ijzersterke singles en een nieuw album Dye It Blonde (januari 2011) in het vat, ligt de wereld aan hun voeten. Ze toerden als voorprogramma mee met het doorgebroken Girls en tappen uit hetzelfde vat: gruizige garagerock uit de protopunktijd, met dikke klodders 70's glam uit de beste Marc Bolan- en T-Rex-traditie. Een fijn geluid en hemelse melodieën, zo horen we het graag! Het venijn zit 'm in het eerste deel van de set waarin die singletjes langskomen. Maar het kruit lijkt daarmee al snel verschoten te zijn. Wat volgt is een trits wat landerige midtempo songs die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn waarbij de puntige frisheid plaatsmaakt voor middelmatigheid. En nog sneller dan dat ze opgekomen zijn, verdwijnen ze na nog geen half uurtje plots weer zonder gedag te zeggen. De zaal reageert verbaasd, maar ook gelaten. Het past ook wel weer bij zulke jonge gastjes die de kunst van het voorspel nog niet geleerd hebben. Er bovenop klimmen, klaarkomen en wegwezen.
Lees verder..The Clientele - Minotaur
In de Griekse mythologie was Minotauros (Μινώταυρος in het Oud-Grieks voor de kenners) een wezen met het lichaam van een man, maar de kop en staart van een stier. Omdat het niet echt een lieverdje was en het monster bovendien een voorliefde voor rauw mensenvlees had, werd hij opgesloten in een doolhof. Jaarlijks werden zeven jongens en meisjes uit Athene het doolhof ingedreven als snack voor Minotauros. Het boeit me waarom een Britse band die al ruim tien jaar enigszins saaie folkpop uitbrengt dit mini-album naar het Griekse monster heeft vernoemd. Het refrein van het titelnummer en opener licht met de volgende tekst al een tipje van de sluier op: ‘It’s not happening, I am the Minotaur’. Een duidelijke hint. Naast gevaarlijk was de Minotauros namelijk ook erg eenzaam en onbegrepen. En eigenlijk is dit precies wat The Clientele ook is. Al jaren verstrikt in een doolhof van een zelfgekozen genre van vooral melancholische folkpop, onbegrepen en ondergewaardeerd door het grote publiek. Het zit er gewoon niet in voor ze. En ook al bevat Minotaur dertig minuten prettige muziek, het is net iets te saai om boven het maaiveld uit te steken. Ik vrees het ergste voor de toekomst van The Clientele. Uiteindelijk werd ook de Minotauros verslagen en zelfs gedood.
File Under: Verstrikt
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [Twitter]
The Human Zoo - The Human Zoo
Op eBay lopen de prijzen voor een originele persing van deze LP op tot negenhonderd dollar. Niet zo gek dus, dat de status van The Human Zoo zo langzamerhand die van een legendarische band geworden is. Nu hun naamloze debuutalbum dan eindelijk officieel opnieuw is uitgebracht, kunnen ook de minder gefortuneerde liefhebbers van psychedelica daar een oordeel over uitspreken. En helaas blijkt dan maar weer eens dat er eerder sprake is van een zwarte tulpenmanie, dan van een briljant album. Toen het combo uit de suburbs van Los Angeles zich ergens in 1968 omdoopte van The Circus tot The Human Zoo en de studio indook, kwam er iets uit dat, zelfs in die dagen, niet dagelijks op de radio te horen zal zijn geweest. De combinatie van rauwe garagerock, rhythm & blues, met fuzz overgoten popliedjes en al dan niet satirisch bedoelde country, was echter niet revolutionair. We hebben het tenslotte over 1969 en niet over 1966. Tel daarbij op dat er maar een paar echt memorabele tracks op deze plaat te vinden zijn, dat de zang (van twee leadzangers!) niet altijd overtuigend klinkt en de conclusie moet zijn dat negenhonderd dollar een bespottelijk bedrag is voor dit album. Twee tientjes voor deze release zullen voor de liefhebber desondanks overkomelijk zijn.
File Under: Te duur
Le Guess Who? - Vrijdag napret
Vandaag begint de tocht langs alle mogelijkheden die Le Guess Who? biedt in Ekko. Daar staat bij binnenkomst Siskiyou een eind aan de set te breien. Gezien de laatste tonen die ik op mag vangen mag je concluderen dat de heren thuis naar Giant Sand, Bonnie ‘Prince’ Billy en Calexico hebben geluisterd, want daar hangt de band qua mix precies tussen in. Niet meteen overdonderend, maar een fijne rustgevende opwarmer voor wat komen gaat. En daarvoor blijven we in Ekko hangen.
Lees verder..New Model Army - Anthology
New Model Army bestaat dertig jaar. Hoera en hulde voor de postpunk-, no wave-, anarcrusty-band onder leiding van opperactivist Justin Sullivan. In Nederland hebben de teksten van Sullivan nooit zo’n impact gehad. In Engeland was NMA maar al te graag een luis in de pels van de politiek en het koningshuis aldaar. De Falklandoorlog, de mijnwerkerstakingen, de Ierse opstanden tot en met het krakersbeleid en de bezetting van de bossen bij Nottingham, het was New Model Army wel toevertrouwd. Muzikaal had de band altijd geduchte concurrentie. Van Crass en Killing Joke, via Big Country en The Alarm naar The Levellers. Het leverde in dertig jaar aardige, mooie en soms bedroevend slechte songs op. Al met al is het raar dat juist een song als "51st State" op Anthology ontbreekt. Nu hebben we een verzameling met hoogtepunten: "Vengeance", "Purity", "Vagabonds" en "Bloodsports". Een magere score voor dertig jaar ‘kicking against the pricks’.
File Under: Kameraden & crusties verenigd
File Audio: [MySpace]
Kiss The Anus Of A Black Cat
Yoav - A Foolproof Escape Plan
Melancholisch, typische herfstplaat. Optimistisch, hoera de zomer komt eraan. Je komt stukjes die refereren aan het jaargetijde waarin we ons bevinden ook op File Under geregeld tegen. Er zijn echter ook landen waar ze nauwelijks winter kennen. Arme schrijvers. In landen waar ze de jaargetijden wel als stemmingmakers kennen, is er weer een ander probleem: wat te doen met muziek die niet op het jaargetijde aansluit. Zo is A Foolproof Escape Plan van Yoav echt een album voor het Nederlandse voorjaar: het geeft mij althans een hoopvol, vrolijk gevoel met het mooie weer voor de boeg. Om het album in een muzikale context te plaatsen kun je terecht in mijn stukje over de voorganger Charmed & Strange. Zoveel is er niet veranderd. Wat ik me bedenk als ik mijn eigen stukje teruglees, is dat ik destijds zelf in een relax-mood was, en dat ik nu de fout maakte om dit bij de eerste draaibeurten van A Foolproof Escape Plan niet te zijn. Stress en haast maken het een wat saaie plaat, terwijl juiste de charme onder het oppervlakte ligt. En ja, nu ik in de goede sfeer zit, mag van mij de lente beginnen.
File Under: Shit, het is pas november
File Audio: [MySpace]
File Video: [Yellowbrite Smile]
Group Home - Gifted Unlimited Rhymes Universal
Ja, wie waren dat ook alweer? Rap-duo Group Home stond begin jaren '90 kortstondig in de schijnwerpers, dankzij Guru die ze mee op tournee nam en zijn producer Premier uitleende om de beats voor semi-klassieker Hard To Earn te bakken. Een paar jaar later verdween het duo van de radar. 'Elk nadeel heb zijn voordeel' zei de Verlosser, en cru gesteld geldt dat ook nu weer. 'We lost our boy this year'. Guru is dood, maar vond voor zijn verscheiden kennelijk nog tijd om op zijn eigen tribute te figureren. Only in hiphop. Met dank aan de users van Musicmeter voor dat grapje, er waren dus kennelijk toch nog wat Gang Starr-fanatiekelingen die naar het album uitkeken. Gifted Unlimited Rhymes Universal (goh, waar zou dat voor staan) is sympathiek, maar het wachten nauwelijks waard. Al is opener "G.U.R.U" een mooi nederig eerbetoon. 'It is because of you Guru that I'm on my fifth passport'. Guru doet zelf wat mat (of is het inbeelding?) mee op "Pay Attention" en daarna lijkt de inspiratie op. De beats zijn minimalistisch op het saaie af, enkel de vaak 'echt' ingespeelde baslijnen zijn aardig. Tekstueel is het huilen met de hoodie op. Dis-tracks zijn potsierlijk als jezelf niet veel in huis hebt en wat te denken van deze fonkelend heldere wijsheid: 'I put my shades on, because the light is bright!'. Het album wordt pas echt goed als die oude kameraden weer opduiken. In een gevalletje van 'backloadin' met reden, staat het tweetal sterkste tracks aan het eind. In "The Legacy", met haast jolige blazers-accenten van Premier, zijn alle mc's (inclusief Guru) eindelijk eens tegelijk scherp. (Daar begon ik eerder aan te twijfelen). Datzelfde geldt voor het verslavend simpele doortikkende "Be Like That", met een jengelend Arabisch-aandoende synthesizer. Maar die nummers stonden al op een release uit 1999! Tja.
File Under: Oldskool veteranendag
Ozark Henry - Hvelreki
Niet lang na mijn recensie over zijn laatste cd The Soft Machine nam Ozark Henry een sabbatical. Ja mensen, dat gebeurt met je als artiest wanneer je gefileerd wordt tot de Margriet van 20 september 1981. Het was echter voor de goede zaak, want Piet Goddaer kon zoveel beter dan hij liet horen op die plaat uit 2006. Op IJsland hervond deze sympathieke zuiderbuur zichzelf en Hvelreki dat hij opnam met niemand minder dan Youth is hiervan het resultaat. Het is geen vanzelfsprekende terugkeer naar Birthmarks of eerdere cd’s. Dat hoefde ook helemaal niet van mij. Het is echter wel een plaat die energie in zich heeft en weer kracht uitstraalt. Dat Henry het verleerd zou zijn goddelijke, vaak ogenschijnlijk simpele melodieën te schrijven, dat kon ik me ook al niet voorstellen. En “Out Of This World” laat dat ook gelijk horen. De strijkersarrangementen zijn misschien dik en rijkelijk gelardeerd, ze voelen levensvatbaar aan in plaats van lusteloos. Het gitaargeluid waar ik me op zijn voorganger veelvuldig aan ergerde is gelukkig ook weer als sneeuw voor de zon verdwenen. In bijvoorbeeld “Eventide” en “Godspeed” zitten zelfs redelijk ruige, bijna postrock-achtige gitaarlagen net onder de oppervlakte verstopt. Die geven de bedeesde zang van Ozark Henry meer kracht. Hvelreki is dan ook fijn afwisselend en klinkt dynamisch en, ondanks zijn rijke arrangementen, soms zelfs tintelfris. Youth heeft wat dat betreft uitstekend werk geleverd. Het is echter vooral fijn om te constateren dat Ozark Henry weer op het goede pad zit.
File Under: Hoera, er is een walvis aangespoeld!
File Audio: [MySpace]
File Video: [This One's for You]
Suzanne Vega - Close-Up Vol. 2, People and Places
Het is altijd wat triestig, een artiest die, later in zijn/haar carričre terug zijn/haar oude werk weer opnieuw opneemt. Dat riekt naar creatieve armoede, een writer’s block of het besef dat je carričre voorbij is. Wellicht heeft Suzanne Vega dat idee ook wel gehad. Haar hoogtijdagen liggen toch al wel een jaar of tien achter ons, al heeft ze een trouwe schare fans die in ieder geval de live optredens doen uitverkopen. Ik heb altijd een zwak gehad voor haar. Goede stem, mooie liedjes, die net wat intelligenter in elkaar zitten. Ze heeft alleen niet altijd een gelukkige hand van keuze van producers gehad, waardoor haar platen niet altijd even consistent zijn. Wellicht speelt ook de platenmaatschappij een rol, die op diverse manieren geprobeerd heeft om haar in de markt te zetten. Dat is niet naar tevredenheid gelukt en aldus werd ze door A&M Records aan de kant gezet. Pech alleen dat A&M alle rechten van de liedjes heeft, dus om nog wat te verdienen neemt ze alles weer opnieuw op, op vier platen. De nummers zijn gesorteerd op thema. Close-Up Vol. 1 waren Love Songs, Vol. 2 gaat over People and Places, met nummers als "Tom’s Diner", "Luka" en "In Liverpool". Niks nieuws dus, maar tegen al mijn verwachtingen in is het een prachtige plaat geworden. De nummers zijn basaal opgenomen, met Vega en haar akoestische gitaar, spaarzaam ondersteund door wat vegen elektrische gitaar of strijkers. Geen poespas, zoals haar jaren negentig platen, geen radicale herinterpretaties maar dus gewoon haar nummers, van hoge kwaliteit, zoals ze zijn. Op en top Vega. Met de nog komende delen drie en vier heb je hier mee een prachtige doorsnede van haar oeuvre en een doorsnede waar ze ook nog wat aan verdiend. Ik kan er niet op wachten.
File Under: Prachtig Vega
Le Guess Who? - Donderdag napret
Verrassingen bleven niet uit, op de Le Guess Who?-donderdag.
Bij binnenkomst in Tivoli Oude Gracht blijkt dat openingsact Born Ruffians vertraagd is en The Greenhornes de aftrap mogen doen in plaats van de jonge Canadezen. Dat is jammer, want The Greenhornes spelen hun opwindende 60's garage-psychedelica voor een half lege, nog lauwe zaal. Het publiek knikhoofdt weliswaar tevreden, maar de verwachte dampende rockshow blijft uit. Nou zijn het niet zulke rockgoden, de vier mannen van The Greenhornes. Tuurlijk, nerdy bassist Jack Lawrence en drummer Patrick Keeler, ook bekend als de ritmesectie van The Raconteurs, zijn übercool en leggen een knetterstrakke basis neer, maar het geheel blijft nogal statisch. Zanger/gitarist Graig Fox staat erbij als een ijskonijn en kijkt alsof hij met z'n blote voeten in wekenoude pis staat. Wel knap hoe hij volkomen bewegingloos en stoďcijns toch dat fijne rauwe stemgeluid kan voortbrengen. A real pro. Ik was tevreden, maar kunnen we snel nog een herkansing krijgen?
Eskmo - Eskmo
Flying Lotus heb ik nooit begrepen. Misschien zit er teveel Alice Coltrane-jazz in de man. De eveneens Californische producer Eskmo zoekt het op hetzelfde terrein, maar injecteert een stevige dosis wiebeldewiebel-funk in zijn beats en synthesizers. Als extraatje gooit hij ook nog de vaagste vocalen van het jaar in de mix. Vergeet Darkstar maar weer, dit titelloze album is veel fascinerender, al houdt het net als Darkstar vast aan een al snel gevonden formule. In zekere brengt Eskmo alles wat hij te melden heeft in de eerste drie tracks. Het eerste wat opvalt zijn de beats. Die lijken met plakband in elkaar gezet. Het glibbert hortend en stotend door. De meest vreemde geluidjes duiken op; gebubbel, fietsbellen, kinderstemmetjes, enzovoort. Een ander opmerkelijke eigenschap is hoe langzaam deze beats zijn, Eskmo houdt van gatenkaas. Constant lijkt de groove uit elkaar te vallen. Dit houdt de luisteraar in de beste tracks op het puntje van de stoel. Eskmo's stem gaat eveneens door een gigantische hoeveelheid effecten, zodat de bronstigheid er bijna is uitgefilterd. Wat we overhouden, in bijvoorbeeld "We Got More", is een lo-fi versie van pseudoniemenkoning Bas Bron. Teksten zijn niet belangrijk, het gaat meer om hypnotiserend herhaalde hooks. In "Color Dropping" beginnen de synths wat te zweven, en naderen we de chillwave van bijvoorbeeld Toro Y Moi. Ook lekker. In het midden van het album worden de liedjes rommeliger, en zijn er zelfs een paar saaie momenten, maar tegen het einde volgt nog de grootste hit (voor zover je daar hier van kan spreken). "Gold and Stone" begint met haast trancy melodieën, waarna Eskmo de beuk in de kickdrum gooit en zoals vaker de titel begint te zingen. Hier moet ik bekennen dat ik die eerst aanhoorde voor 'young and stoned'! Zo'n coffeeshop-trip is dit wel...
File Under: Flying High
File Audio: [Eskmo-Space]
Surf City - Kudos
Vreselijk woord, dat ‘kudos’. Als een Amerikaan tegen mij ‘kudos to you’ zegt, dan gaan mijn nekharen meteen rechtop staan. Ik geef toe, het is een afwijking en volledig mijn probleem. Eigenlijk is het woord kudos vergelijkbaar met de Respect!-knop op Hyves, ook zoiets vreselijks. Maar goed, de vraag is natuurlijk hoeveel kudos deze vier Nieuw-Zeelanders verdienen voor hun nieuwe album. En daarover kan ik kort zijn: bijzonder weinig. De band maakt naar eigen zeggen ‘shoewave’ en dat is inderdaad een goede beschrijving van de muziek op Kudos. Met een mix van Jesus & Mary Chain, Sonic Youth en My Bloody Valentine rammelt en schuurt het allemaal lekker door, maar de composities en ook de zang zijn helaas ondermaats. In arren moede is de zang maar lekker achterin de mix gezet en bovendien overgoten met een bak echo die na vier nummers al irriteert. En dan heb ik het nog niet eens over de drummer gehad, die ongeďnspireerd wat mee zit te tikken en waarschijnlijk zijn bekkens bij de Aldi heeft gekocht. Dan liever een band als The Pains of Being Pure at Heart, die een platgetreden genre tenminste nog wat nieuw leven inblazen. Sorry Surf City, geen kudo's voor jullie.
File Under: Respectloos
File Audio: [MySpace]
File Video: [Records of a Flagpole Skater]
Omar Rodriguez Lopez - Cizańa De Los Amores / Omar Rodriguez Lopez - Tychozorente
De hoeveelheid cd’s die Omar Rodriquez Lopez de afgelopen jaren geproduceerd heeft is ontzagwekkend groot. Als je als fan even niet oplette, dan lag je al weer een of twee platen achter. Het nare is dat tussen de releases die hij uitbrengt zelden een zwakke broeder zit. Het bijzondere is bovendien dat Rodriquez Lopez ook steeds weer weet te verrassen met wat hij je voorschotelt.
Zo begint zijn zeventiende album Cizańa De Los Amores plotseling met een doomy piano die hij van My Dying Bride geleend had kunnen hebben en een angstig ronddolende synth. Tot mijn verbazing begint er na korte tijd in een keer een vrouwenstem te zingen. Die klinkt anders dan Ximena Sarińana waar Rodriquez Lopez eerder al meer samenwerkte op vijf albums. De zangeres blijkt Lisa Papineau te zijn, die in Big Sir samenwerkte met Rodriguez-Lopéz The Mars Volta-bandmaat Juan Alderete. De Mexicaanse Sarińana blijkt een song later toch weer van de partij te zijn in het psychedelische funky “No Hay Mŕs Respuestas”. Cizańa De Los Amores behoort tot de meest toegankelijke albums die Rodriquez-Lopez afleverde. Hij schuurt dichter dan ooit langs de popmuziek, met hier en daar gelukkig nog wel een stuk venijnig gitaarwerk en een progressief randje. Fraai is het onheilspellend, trage “Victimas Del Cielo” dat je met een beetje goede wil als de jazzy nachtclubversie van Rordriquez Lopez zou kunnen bestempelen. Met een glansrol voor de warme zang van Sarińana. Een beetje wicked wordt Cizańa (gelukkig?) ook nog in “De Piedra” waarin Ximena over een spacy gitaar bijna alleen maar ‘Oe-oe-oe’ en ‘A-aa-aa’ zingt.
Nog verrassender is de manier waarop Rodriguez-Lopez voor de dag komt op het bijna tegelijkertijd verschenen Tychozorente. De man staat natuurlijk vooral bekend als meesterlijk danser op de zes snaren van zijn gitaar, op deze plaat wordt er geen noot gitaar gespeeld. En d’r wordt ook geen beat uit een drumstel getrommeld. Tychozorente is namelijk het resultaat van Omars samenwerking met Elvin Estella aka DJ Nobody. Naast hem en Omar doet ook Omars broer Marcel mee op mellotron en voorziet Ximena Sarińana een deel van de acht songs van vocalen. En Omar zingt zelf ook nog een mopje. Opvallend is het dat wanneer Sarińana in vlekkeloos Engels zingt, ze heel erg doet denken aan Anneke van Giersbergen. Bijzonder is ook de prevelzang die Omar zelf in enkele songs laat horen. Ze geven songs als “Contra Suspiros” iets zwoel mysterieus. Ik kan me voorstellen dat het even heel hard schakelen is voor iemand die normaal niets heeft met een band als bijvoorbeeld Boards Of Canada. Die kant moet je namelijk op denken. Op Tychozorente wordt niet gekozen voor een tempo, Omar en consorten wisselen tergend trage electro af met meer up-tempo pompende beats. Ronduit lomp is de beat in “Piedras Y Ansiedad”. Wat vooral overheerst is de bevreemdende sfeer van de cd en de twijfel bij mezelf of ik het ontbreken van gitaren nu een verademing of een gemis vind. Intrigerend is het in ieder geval.
File Under: Rodriquez Lopez poppy kant
File Audio: [BandCamp]
File: Omar Rodriguez Lopez - Tychozorente
File Under: Onverwachte zetten.
File Audio: [BandCamp]
Gregory And The Hawk - Leche
Leche, het derde album van het New Yorkse eenvrouwsding Gregory and the Hawk, opent magistraal met “For The Best.” Een ingetogen zwoelzang in de geest van Isbells en Cat Power waarvan de tekst je achteloos terugteleporteert naar een middelbareschoolromance. 'I really want to find a bar/ And mix the fear up with a friend/ Plant a joke kiss on your arm/ And give you skull tattoos in pen/ I want to know, do I dance inside your head?' In een paar zinnen, en zingend met een stem die maar geen emoties wil tonen, weet Meredith Godreau je terug te zingen naar tijden waarin alles groen was. Steelse blikken tijdens wiskunde, stiekeme kroegjes en sigaretjes en die eeuwige onzekerheid over wat De Ander voelt, vindt en wil. Godreau is er in geslaagd die sfeer van veronderstelde, vermoedde maar nergens bevestigde gevoelens en verlangens tot een plaatlengte op te rekken. Haar bijna monotone stem en minimale instrumentatie zijn als een lege kleurplaat, die je in je hoofd gretig inkleurt. De liedjes worden helaas nergens meer zo bezwerend als de gefluisterde album-opener, maar Leche boeit van begin tot eind. Al is het alleen maar vanwege de hemels mooie stem van Godreau.
File Under: Ingetogen zwoelzang
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Nive Nielsen And The Deer Children
Ze was al een aantal keer in Nederland te zien met haar Deer Children. Het gaat om Nive Nielsen, een singer/songwriter die oorspronkelijk uit Groenland komt, maar die inmiddels meer een wereldburger genoemd kan worden. Vanuit uitvalsbasis België krijg ik de songstress aan de lijn.
Een wat timide vrouw, op het muzikale pad gezet door vriend Jan De Vroede (tevens bandlid) die haar een rode ukelele gaf als afleiding toen ze het moeilijk had tijdens haar studie in Canada. ‘Ik kreeg die ukelele en ineens kwamen er nummers tevoorschijn tot mijn eigen stomme verbazing. In het begin speelde ik die songs met de rug naar mijn vriend toe en de lichten uit, zo onzeker was ik over mijn eigen kunnen. Mijn zelfvertrouwen nam toe door zijn enthousiasme, vooral ook omdat hij nogal een muziekfanaat is en er verstand van heeft. En ook andere mensen om mij heen spoorden me aan om door te gaan. De optredens die ik af en toe deed werden na verloop van tijd steeds groter. En voor de grap namen we eens wat op. Het hielp ook wel dat ik zoveel goede muzikanten tegenkwam.’
Lucie Thorne - Black Across The Field
Dat de mooiste stemmen binnen de verschillende rootsgenres niet per se uit de Verenigde Staten komen, wisten we al. Maar dat we er zo eentje vonden in Noord-Tasmanië, hadden we nou ook niet meteen verwacht. Of het aan het geisoleerde bestaan dat op eiland ligt of niet, feit is dat de liedjes van Lucie Thorne doordesemd zijn van melancholie en eenzaamheid. De prachtige, warme stem en ingetogen zanglijnen kleuren prachtig met de sfeervolle instrumentatie (golvende drums, gitaren, vegen op de piano en de begeleidende zang van Robyn Martin en Kim Dellavedova). Naast folky tracks als de sfeervolle opener "As You Find It" en "Before The Cold", kent Black Across The Field ook twee ruigere liedjes, "Alice" en "Over In Threes". Deze laatste valt vooral op door het Neil Young-achtige gitaarwerk en de manier waarop Lucie Thorne hier klinkt als een zus van Chan Marshall. Maar stevig of beheerst, altijd blijft er die melancholische, bijna donkere sfeer. Na haar vertrek uit Tasmanië schijnt Lucie Thorne alweer een tijdje een andere eenzame plek gevonden te hebben daar aan de andere kant van de wereld. New South Wales, het kale, desolate zuidoosten van Australië is al een paar jaar haar nieuwe woonplaats. Blijkbaar een goede voedingsbodem voor dit soort prachtig vormgegeven levensgevoel.
File Under: De schoonheid van droefenis
File Audio: [MySpace]
File Video: [As You Find It]
Moon & Sun - The Wild Things
De Zweedse globetrotter Monica Tormell is een mysterieuze dame. Kijk maar hoe ze op de persfoto staat en luister naar haar naďef, soms zelfs wat slaperig aandoende vocalen. Haar vinyl-debuut The Wild Things wordt uitgegeven door het Utrechtse kwaliteitslabel Beep! Beep! Back up the Truck. De zes tracks werden o.a. in Amsterdam en Curaçao opgenomen, en met name het Caribische eiland lijkt zijn sporen te hebben nagelaten. In "Hunt" klinken talrijke tropische ritmes en daar en elders kwetteren en kraken vogeltjes er lustig op los. Alsof dit alles letterlijk op het strand is opgenomen! Het is knap hoe Moon & Sun in "Hunt" genoeg heeft aan wat ritmes en haar stem om een vervreemdend maar verleidelijk Solex-achtig liedje te brengen. Meer body heeft de (soort van) titeltrack "Where The Wild Things Are", met zo'n namedrop vermoed ik dat het liedje tot stand kwam na het zien van Spike Jonze's bizarre verfilming van het beroemde (en al even wonderlijke) kinderboek van Maurice Sendak. Deze duistere verklanking met tribale hiphop-ritmes had zonder moeite een plekje op de soundtrack van Karen O in kunnen nemen. Het allermooiste liedje van deze ep heet "Hollow" en is op een al eigenzinnige plaat een uniek juweeltje. Het is de eerste ballade met steel drums die ik ooit hoorde. Daarom zien we die wel érg New Age-ademende hoes gewoon door de vingers.
File Under: Apocalypso (Haar woorden)
File Audio: [Download het hele album]
New Cool Collective - In Concert
Raar. In Concert wordt door de platenmaatschappij ronkend aangekondigd als het eerste live-album van New Cool Collective in het vijftienjarig bestaan van de band. Dat verbaast mij. Ik heb in mijn cd-kast bij de N toch echt Big Band Live staan. Het zal 'em wel zitten in het verschil in grootte tussen de Big Band-versie van de band en de doordeweekse kleine versie. De wall of sound is op In Concert dan misschien iets minder hoog gebouwd, In Concert swingt net zoals Big Band Live als een dolle. De songs zijn opgenomen tijdens verschillende concerten. Het knip-en-plakwerk hiertussen zorgt er op sommige momenten voor dat de overgang van de ene naar de andere song niet helemaal smooth is, maar een kniesoor die daar verder over valt. Het gaat natuurlijk vooral om de energie en het spelplezier dat de band overduidelijk tijdens deze gigs heeft. Dat dendert namelijk je speakers uit. De vrijheid die Benjamin Herman en de zijnen zichzelf gunnen om op een fundament van jazz te roeren in latin, salsa, afrobeat en een mopje reggae werkt zo op een live-cd toch nog een stuk beter dan wanneer ze de songs op een studio-cd presenteren. Op het podium wordt de band pas echt een dampende swingmachine met Benjamin Herman als locomotief en natuurlijk het geweldige gitaarspel van Boy Edgar-winnaar Anton Goudsmit als de hele kolen op het kopervuur.
File Under: The Golden Glow Of New Cool Collective Live
Earl Greyhound - Suspicious Package
Eind september was het Amerikaanse rocktrio (Brooklyn) Earl Greyhound in ons land. Ik was getriggerd door de namen waarmee gestrooid werd, zoals Led Zeppelin en Wolfmother. Ook de liedjes die ik beluisterde op MySpace waren prima, maar een mens kan niet alles in zijn leven en ik liet dit concert schieten. Er zijn optredens waar ik spijt van heb dat ik er niet bij was, maar of ik dit ook van het bezoek van deze rockboys moet hebben zou Suspicious Package aan moeten tonen. Dit is hun tweede album, het vorige is al heel wat jaartjes geleden verschenen, 2006 om precies te zijn. Earl Greyhound heeft met zanger (en diens hoge stem) en gitarist (en diens spel) Matt Whyte iemand in huis die prima een geluid kan brengen dat doet denken aan -inderdaad- die grote naam Led Zeppelin. Toch is die lat wat te hoog, zoveel dynamiek heeft Earl Greyhound niet. Ik moet in eerste instantie meer denken aan Wolfmother -en nee, niet door de krullen van Whyte-, en als ik aanbeland bij de negende track “Bill Evans” ben, moet ik aan die andere New Yorker denken: Lenny Kravitz. Luister alleen maar eens naar die piano. Kravitz wist vooral op zijn eerste albums het zeventiger jaren-geluid een eigentijdse draai te geven en dat probeert dit trio ook. Qua opbouw is dit album een draak: lekker rocken aan het begin en dan afzakken naar de ballade-ellende waarvan mijn vullingen er soms spontaan uitknallen. Suspicious Package duurt ook veel te lang, zelfs als ik de drie bonustracks niet meetel. In LP-tijden had er met goed beleid een prima te verteren album over kunnen blijven, nu is het er eentje met gemiste kansen. Ik heb dan ook geen spijt dat ik het concert heb laten schieten, al kan ik me zomaar voorstellen dat deze band ooit doorbreekt. Iets in me zegt namelijk dat het er wel in zit.
File Under: Mixed Feelings
File Audio: [MySpace]
File Video: [[Shotgun] + Bonustracks: [S.O.S.][It's Over]
The Greenhornes - **** [Four Stars]
Hij is alweer dik vijf jaar oud, maar de 4cd-box Children of Nuggets: Original Artyfacts from the Second Psychedelic Era - 1976-1995 is voor mij nog steeds een bodemloze snoeppot waar ik van tijd tot tijd een flinke graai uit doe. Honderd overdonderende staaltjes gitaarpop, voornamelijk uit de jaren '80, maar diepgeworteld in de 60's psychedelische garage rock. In 1972 is deze periode perfect vastgelegd voor het nageslacht in de klassieke, verplichte compilatie Nuggets: Original Artyfacts from the First Psychedelic Era, 1965-1968 en deze 'kinderen van' zetten het goede werk voort. Ik heb me altijd afgevraagd waarom de tweede compilatie stopt bij het jaar 1995. Was het toen gedaan met de psychedelica-pop? Voor mijn gevoel niet, of het moet zo zijn dat men vindt dat daarna een derde golf werd ingezet. Hoe dan ook, een derde Nuggets kan volgens mij al moeiteloos gevuld worden, maar zolang die er nog niet is maak ik mijn eigen compilatie wel. Wie daar zeker en prominent op staan zijn de mannen van The Greenhornes. Sinds hun debuut in 1999 hebben ze pas vier albums uitgebracht, maar diverse leden hebben het dan ook druk met andere projecten die eveneens niet op mijn derde Nuggets-compilatie mogen ontbreken: The Raconteurs, The Dead Weather en Blanche. Allemaal bandjes waar ene meneer De Wit mee van doen heeft en het is dan ook geen toeval dat The Greenhornes hun vierde album uitbrengen op het Third Man-label van diezelfde meneer. Wie een baanbrekend, revolutionair geluid verwacht grijpt mis, want verrassend is **** allerminst. The Greenhornes hadden hun geluid al tot in de puntjes uitgewerkt op hun vorige albums, waarvan hun vorige Dual Mono het hoogtepunt was. En blijft. Ook op **** horen we de ambachtelijke, perfecte gitaarpop van The Greenhornes, gedrenkt in hun liefde voor Kinks, Stones, Beatles, Who, Sonics en wat al niet meer, waardoor het allemaal klinkt alsof je het al jaren en jaren kent. Saai? Geenszins. De liedjes zijn van onwaarschijnlijk hoog niveau, met een briljant gevoel voor vorm en melodie. Het album is afwisselend en lekker puntig, maar ontsporen doet het nergens en de psychedelische saus is mild zodat het allemaal prettig ongevaarlijk blijft. Radiowaardig zelfs. Waarom The Greenhornes dan sinds het verschijnen van **** met stip zijn gestegen naar de top vijf van in mijn Last.FM Top Artists? Omdat Nuggets, The Third Era nog niet uit is, deze plaat dat gat bijzonder aangenaam vult en ook na vele draaibeurten geen seconde verveelt. Prima albumtitel trouwens.
File Under: Nuggets, deel drie
Giant Sand - Blurry Blue Mountain
Ergens halverwege Blurry Blue Mountain begreep ik plotseling waarom het werk van Howe Gelb mij al een aantal jaren niet zoveel meer doet, eigenlijk al niet meer sinds het verschijnen van meesterwerk Chore of Enchantment in 2000. Want precies halverwege zijn nieuwe plaat gaat plotseling de handrem er af. Bijna vijfentwintig jaar na het onheilspellende prachtalbum Ballad of a Thin Line Man herneemt Howe Gelb het titelnummer, 'Thin Line Man'. Wat me deze plaat af doet zetten om de eerste twee albums van Giant Sand nog eens te draaien, Valley of Rain en Ballad of A ThinLine Man. En inderdaad, het vuur lijkt na al die jaren gedoofd. Niet dat Blurry Blue Mountain nu meteen een slechte of vervelende plaat is geworden. Maar dat wat ooit zijn kracht was: schetsenderwijs de woestijn van Tucson, Arizona mijn kamer in brengen, lukt niet meer, of slechts zeer zelden (opener 'Fields of Green', afsluiter 'Love a Loser', een duet met Lonna Kelly). Gelukkig is er het plan om een groot deel van ’s mans oeuvre - meer dan dertig platen! - opnieuw en geremasterd uit te brengen. Te beginnen met Valley of Rain en Ballad of A ThinLine Man.
File Under: Muziek met de handrem erop
File Audio: [MySpace]
File Video: [Monk’s Mountain]
The Poodles / Papa Roach
De laatste studio-cd van The Poodles, Clash Of The Elements heeft regelmatig door huize Prikkie geschald, en dat is voor het album No Quarter niet anders. Op dit live-album (als dvd verkrijgbaar onder de titel In The Flesh) zit de stemming er meteen in met "Too Much Of Everything". Stevige sleazerock, strak uitgevoerd en met zanger Jakob Samuel als blikvanger. Nog steeds klinkt 'íe beurtelings als Robbie Williams en Axl Rose, maar doet 'ie dat ook met de flair en presence van die heren. Het songmateriaal is allemaal best in orde, maar zonder hem zou een song als "One Out Of Ten" waarschijnlijk niet eens opvallen. Overigens is het publiek weinig te horen op dit album. Wel bij de Zweedse praatjes tussendoor, maar als de song begint wordt het publiek wel erg ver weggedraaid. Zo nu en dan heb je daardoor het gevoel dat je naar een live-album volgens de Dieter Dierks-methode luistert: semi-live opgenomen in de studio, en dan publiek erachter plakken. Desondanks blijft het een album dat de pret hoog in het vaandel heeft staan. En daar gaat het toch maar om.
Die pret lijkt er bij Papa Roach al een tijdje vanaf. Een album met vijf studiosongs en negen livetracks, zoals dit Time For Annihilation, is dan geen handige keuze. Geen volledig nieuw album, maar evenmin een weerslag van een volledig concert. Als nu de studiosongs heerlijke knallers zouden zijn, maar ook dat is niet het geval. Bij "Kick In The Teeth" moet ik bij het ´nanana´-refreintje vooral aan Pink denken, bij het intro van "Enemy" aan Def Leppard - al is het uiteindelijk de beste van de studiotracks - en "No Matter What" is zelfs inspiratieloos voortneuzelende Amerikaanse poprock à la Daughtry en aanverwanten. Het livegedeelte is gelukkig heel wat beter, maar daar is dan ook gekozen voor de populairste tracks, die bovendien lekker stevig ingemixt zijn. Toch mis ik hier de chemie met het publiek, die nog een meerwaarde zou kunnen zijn. Ook al wordt het publiek veel ingezet om mee te zingen, die stukken lijken een andere klankkleur te hebben dan het gejuich tussen de nummers. Dit album is een beetje van alles en daardoor te weinig als geheel. Het meest opmerkelijk is nog een oproep op het album om te doneren aan de charitatieve instelling WhyHunger. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar het roept wel de vraag op of Papa Roach is verBono´d en verStingd.
File Under: Pret met poedels
File Audio: [PoodlesSpace]
File Video: [Officiele trailer]
File: Papa Roach - Time For Annihilation
File Under: ½ + ½ = ½
File Audio: [PapaSpace]
Suede - The Best Of
Ergens tussen Smiths, Stone Roses, Blur en Oasis sijpelde een band door met een zanger/frontman zoals we die alleen bij Engelse bands kunnen verwachten. Brett Anderson is een grillige fashion-junk met een prachtstem die met Suede de schoonheid van het afgeronde liedje wilde benadrukken. Het vakmanschap der songschrijverij dat Radiohead later enorm beroemd zou maken, had het duo Anderson/Butler al jaren onder de knie. Alleen, zanger Anderson is een 'pain in the ass'. De man heeft, zoals het een goede Engelse frontman betaamt, zijn nukken waarmee hij veel goodwill en uiteindelijk zijn hechte samenwerking met Bernard Butler heeft verloren. Deze verzamelaar The Best Of maakt duidelijk dat de band muzikaal vanaf de allereerste tonen van "The Drowners" en "Animal Nitrate" tot en met de afsluiter "The Next Life" op een zeldzaam hoog niveau stond en staat, want onlangs kwam Suede weer eens bij elkaar voor drie shows in de Londense Royal Albert Hall. Alle hits zijn vertegenwoordigd op deze dubbel-cd. Twijfelachtige nummers zijn rücksichtslos achterwege gelaten. Songs zoals "Trash" van Coming Up (1996) hebben deze verzamelaar dan ook net gehaald ten koste van enkele songs van de cd A New Morning (2002). Naar alle waarschijnlijkheid heeft Anderson hier toch maar even willen laten zien dat zijn songs niet onderdoen voor zijn producties samen met Bernard Butler. Net nu de twee weer 'on speaking terms' zijn, zul je zien dat Anderson met dit soort acties zijn ruiten voor de zoveelste keer ingooit. Zonde, want Suede behoort tot de allergrootste popbands die Engeland rijk is.
File Under: Brettpop rules
File Audio: [MySpace]
Gabriel Rios - Ticketactie
Ik was net een Pavlov-hondje. Elke keer als ik zo rond drie uur in de middag mijn sinaasappeltje aan het schillen was begon ik automatisch "Broad Daylight" te fluiten. Best bizar, want dit luchtige liedje van Gabriel Rios is ondertussen toch al dik zes jaar oud. Gabriel Rios is ondertussen toe aan zijn vierde cd The Dangerous Return. Omdat hij Nederlanders zo lief vindt presenteert hij de songs eerst aan ons. Dit doet hij 26 november voor een select groepje genodigden in het bijzonder fraaie People´s Place in Amsterdam. En guess what: wij geven in samenwerking met platenmaatschappij PIAS enkele setjes van twee kaarten weg voor dit poepie exclusieve feestje. Wil jij er naartoe? Dat kan niet meer. Het is namelijk al geweest.
Lees verder..Gilles Peterson presents: Worldwide - A celebration of his syndicated radio show
Wie niet weet wie Gilles Peterson is, houdt waarschijnlijk vooral van metal, rock of heul moelukke elektronica. De dj, platenbaas (ooit van Talkin’ Loud, nu van Brownswood) en radiomaker (BBC) is voor liefhebbers van jazz-geďnfecteerde muziek een baken van goede smaak. In zijn Worldwide-show op de BBC draait hij nieuwe muziek die wij, eenvoudige krabbelaars, pas maanden later kunnen krijgen. Of oude platen die wij enkel als 96kbps-mp3 kunnen vinden, of voor vele honderden euro’s op Discogs. Mede daarom waren (en zijn) de door hem samengestelde compilaties wel handig. Gesteld dat je zijn platen ook echt wilt hebben, en niet tevreden bent met Spotify of soortgelijke service. Worldwide - A Celebration of his syndicated radio show is een compilatie van drie eerder verschenen compilaties. De reden van deze release is mij niet duidelijk, de drie WW-compi’s zijn nog tamelijk eenvoudig te vinden. Peterson loopt altijd voorop, waarom geeft hij zijn zegen aan een bundeling van muziek die aan het begin van dit decennium uitkwam? Wellicht omdat die nummers nauwelijks verouderd zijn, en als altijd blijk geven van Hele Goede Smaak. De zich langzaam openvouwende breedbeeldjazz van Cinematic Orchestra, de dikke afro van Seun Kuti, de futuristische hiphop van Sa-Ra en de hit(je)s van Amerie, Amy Winehouse en M.I.A., Gilles had ze vroeg in de smiezen. Gotan Projects "Triptico" en Dizzy Rascals "I Luv U" doen inmiddels wel wat nostalgisch aan. Echt behoorlijk vervelend is het ellenlange "I’m Going Downstairs" van techno-producer Theo Parrish. Daar staat dan wel het tien minuten durende meesterwerkje "Green Eyes" van soulzangeres extraordinaire Erykah Badu tegenover.
File Under: Goede smaak smaakt goed
Pacific - Narcissus
Wat is dat toch? Het halve jaar valt er in de platenzaak nauwelijks iets te beleven, maar rond maart en november komen er opeens hele bakken leuke muziek tegelijk uit. Ik had op deze plaats al vanalles kunnen schrijven over de platen van The Tunes en de Bag Raiders die ik momenteel grijsdraai op m'n mp3-speler, maar die staan op dit moment van schrijven nog niet in Spotify. Dan maar een andere ter compensatie, die eigenlijk al heel lang moet. Het Zweedse duo Pacific zou je kunnen kennen van hun eerste plaat Reveries uit 2008. Björn Synneby en Daniel Högberg hadden toen al fijne electropop-meezingliedjes als "Sunset Blvd" en "Number One", met talloze goede remixen die op de muziekweblogs terechtkwamen. Ik heb het album destijds helaas gemist, en deze tweede is niet even goed, maar goed, daar hebben we dus Spotify voor. De hoogtepunten van de tweede plaat zijn wat mij betreft twee nummers. Ten eerste het volledig instrumentale, verslavend lekker pulserende "Narcissus", dat veel wegheeft van een gitaarloze Midnight Juggernauts. Krautdisco, zo noemen ze het op de site van Vulture, het platenlabel van mijn held Alan Braxe die dit album uitbrengt. En ten tweede "Venus Rising", nog zo'n heerlijk zorgeloos ding met een lekker spacy vibrerend fluitmelodietje eroverheen. De rest is wat minder. Maar goed. Bij deze, alsnog. Erkenning!
File Under: Late ontdekkingen
File Audio: [Narcissus (Alan Braxe remix)]
File Video: [Narcissus][Promootje]
Sodom - In War And Pieces
Afgelopen jaar gingen de Grote Vier van de jaren '80 thrash metal met elkaar op tour. Ik had best zin in een avondje Metallica, Slayer, Megadeth en Anthrax. Dat waren eind jaren tachtig toch echt mijn favoriete bands. Deze vier waren dan misschien verreweg het populairst onder de metalheads, er was daaronder toch echt wel een aantal bands die kwalitatief gezien zeker niet hun mindere waren. In Duitsland had je bijvoorbeeld ook 'een grote drie': Kreator, Destruction en Sodom. Opmerkelijk genoeg bands die net als de Big Four nog steeds bestaan en zelfs nog met enige regelmaat nieuw materiaal afleveren. Sodom laat op hun nieuwe cd In War And Pieces horen het good-old thrashen nog bepaald niet verleerd te zijn. Hun jaren negentig platen waren dan misschien niet altijd even briljant (lees: saai), op In War And Pieces is het goed raak. Het titelnummer dat de plaat opent slaat je na een tralala-intro op akoestische gitaar gelijk Slayeriaans (altijd al de grootste invloed geweest op Sodom) om de oren. Voor ik er erg in heb zit ik mezelf een nekhernia te bezorgen. Zo zien we het graag! De stembanden van het enige originele bandlid Tom Angelripper lijken ook niet bepaald aan slijtage onderhevig. Op zijn Araya's spuugt hij de woorden je oren in. Voeg daarbij de vlijmscherpe, razendrappe gitaarpartijen van Bernd "Bernemann" Kost (van de snelheid van "Knarrenheinz" zal menig gitarist 's nachts badend in het zweet wakker worden) en mijn dag is helemaal goed. Positief is ook dat Sodom op In War And Pieces zorgt voor voldoende variatie. Goed voorbeeld hiervan is "Feigned Death Throes" waarin de band na een snel intro in een keer terugschakelt en een sludgy karakter krijgt waarbij Angelrippers zang intens evil wordt en zelf richting grunten gaat in de refreinen.
File Under: Old soldiers never die
King's X - Live Love In London DVD
Ik heb het nooit zo gehad op King’s X. Faith, Hope, Love blijft met kop en schouders boven hun oeuvre uitsteken. Waarom? Als ware crossover-fan van het eerste uur ben ik altijd geďnteresseerd geweest in die bands die een logische mix wisten te bewerkstelligen van metal, funk, rock en wat soul. Moanjam is wat dat betreft het hoogtepunt, hoewel de opvolger Dogman er ook nog wel mocht wezen. King’s X was in navolging van bijvoorbeeld Mother’s Finest een echte supergroep met verschrikkelijk technische muzikanten. Drummer Jerry Gaskill, bassist Doug Pinnick en gitarist Ty Tabor behoorden ooit tot een vooruitstrevende voorhoede zonder dat dan ook maar op een enkel moment af te doen als progrock. Zo technisch dat Vernon Reid van Living Colour het nakijken had. Maar, en dat zie je wel vaker bij heel technische jongens, is het muzikaal zo perfect, dat het oog verwaarloosd wordt. Zo is Van Halen gefocust op gefröbel en alleen interessant voor gitaristen die willen zien hoeveel fretten je per seconde kunt aanraken. Toto is al helemaal een drama om te aanschouwen. En ook King’s X is slechts leuk voor TU-studenten die willen begrijpen hoeveel snaren er op een basgitaar passen. Veelzeggend zijn dan ook de shots van een Engels publiek dat het hele concert de jassen aanhoudt. Blijkbaar was het toch niet zo’n heet avondje King’s X zoals beloofd in de bijgeleverde biografie. Als daarbij het technisch kunnen begint te haperen zoals in de samenzang en de slordigheid in de afstemming tussen bas en drums intreedt, dan is er geen redden meer aan. King’s X Live Love In London is vooral een aardige momentopname van een band die ooit in Londen op handen werd gedragen maar nu door tal van rookies is ingehaald en zich moet behelpen in een niet al te indrukwekkende Electric Ballroom. Ik zie geen enkel voordeel in een live-dvd van een band op zijn retour en wil me bijna verontschuldigen voor het feit dat ik niet in een tie-die-shirt thuis op de bank kan genieten van een portie Nibbits en een niet-100% optreden. Hebben de extra’s dan nog wat te bieden? Nee, naast reteslechte opnames van King’s X van vroeger, krijgen we Behind The Scenes voorgeschoteld die eigenlijk Funkyzeit mit King’s X hadden moeten heten. Dat gezien hebbende staat de X in King’s X voor Exit.
File Under: De X is van Exit
File Audio: [MySpace]
Tokyo Police Club
OK Go - Of The Blue Colour Of The Sky
Hoe schrijf je een recensie over OK Go zonder het woord `loopband' te laten vallen? Nou, niet dus. Eén briljante clip, die net als Massive Attacks "Unfinished Sympathy" in één take werd opgenomen, en de band had zijn reputatie gevestigd. Hoewel Of The Blue Colour Of The Sky al begin dit jaar uitkwam, had File Under er nog geen aandacht aan besteed. Nu er een reissue is, met een bonus-cd, is het een mooie gelegenheid om dit alsnog te doen. Want dat verdienen ze, en dik. OK Go maakt op deze plaat zogenaamde `intelligente' poprock, met een knipoog naar de synthpop van de jaren tachtig en ook naar Prince, maar toch ook met een heel eigen, modern, geluid. En lef. Zo begint opener "WTF?" in een onmogelijke maatsoort, maar klinkt het werkelijk jaloersmakend intrigerend. En hoewel OK Go op de rest van de plaat nogal eens lijkt op MGMT of !!!, worden ze nergens naäpers en blijft deze plaat een avontuur om naar te luisteren. Soms zacht en gevoelig (zoals in "Last Leaf"), dan weer funky. (in "Skyscrapers"). Hitgevoelige artrock, het kan blijkbaar echt, dat bewijst OK Go. De bonus-cd (bij de Extra Nice Edition), die o.a. extra nummers, demo's en interviews bevat, is in zijn geheel online te beluisteren. Bovendien is er nog eens toegang tot een online database met nummers die voortdurend met nieuwe aangevuld wordt. Nice!
File Under: Beter laat dan nooit
File Audio: [Op hun website]
File Video: [Ook bij OK Go]
Jason Collett - Rat A Tat Tat
Goed, een mens moet wat met een hoes, maar om er nou een lelijke leeuw met een harlekijn op te zetten. Nee, dat zal niet bijdragen aan het verkoopsucces van Jason Colletts Rat A Tat Tat. Dit is meteen al een gemiste kans, omdat opvallen in het bos gezien het mega-aanbod aan singer-songwriters erg moeilijk is. Ik vraag me trouwens af hoeveel singer-songwriters er sowieso langere tijd boven het maaiveld uit blijven steken. Weinig, volgens mij. Ik durf zelfs wel te stellen dat iemand als Bob Dylan, als hij nu op het podium zou klimmen, niet meer zo groot zal worden als hij nu is. Op Dylan kom ik, omdat Collett mij aan hem doet denken. Ik moet echter ook aan iconen als Leonard Cohen, Van Morrison en John Lennon denken. Niet de geringste namen. Collett, gewezen lid van Broken Social Scene, weet de geschiedenis van singer-songwriters te combineren met de indiewereld van bands als Pavement: het resultaat mag er zijn. Het schreeuwt echter niet om aandacht en ik vrees dat dit prachtige album niet zal bijdragen aan mans roem. Of hij daarmee zit, waag ik te betwijfelen. Zijn concertagenda is momenteel ruim gevuld met optredens in zijn thuisland Canada en waar wij het met Rat A Tat Tat moeten doen, is er aan de andere kant van een plas alweer tweede 2010-release van zijn hand.
File Under: Gevalletje: te laat geboren
File Audio: [MySpace]
File Video: [Love Is A Dirty Word]
Week 46, 2010
Storm
These New Puritans @ Crossing Border
Ewie
Jason Collett - Rat A Tat Tat
Ludo
Ennio Morricone - Il Grande Silenzio (OST)
Gr.R.
Alle Amerikaanse en Canadeze radiostations die ik de afgelopen twee weken geluisterd heb op de radio van de Dikke Dodge.
Ramon
Hot Chip / LCD Soundsystem - Live at Alexandra Palace: 10-11-2010
André
Wende @ Chassé Theater, Breda
Prikkie
Heaven & Hell - Neon Nights: Live At Wacken
DubbelMono
The Jon Spencer Blues Explosion - reissues
Campking
Cursive - Mama, I'm swollen
Strangeways - Perfect World
Frontiers heeft het weer voor elkaar gekregen om een grote naam uit het verleden bij elkaar te krijgen. Strangeways had een aantal platen gemaakt die juichende kritieken hadden gekregen, toen zanger Terry Brock besloot zijn kans te wagen en auditie te gaan doen bij Deep Purple. Het werd Joe Lynn Turner, voor slechts é,én enkel album, maar Strangeways was plots verleden tijd op een moment dat de doorbraak aanstaande leek. Tot het bericht kwam dat Strangeways in de meest succesvolle bezetting acte de presence zou geven op Firefest 2010. Frontiers had al diverse albums met Terry Brock uitgebracht en greep de kans om Strangeways te tekenen. En zo kan het dat dit jaar ineens het derde album met Terry Brock verschijnt, na Giants Promise Land en zijn solo-album Diamond Blue. Gelukkig elk met een andere gitarist, zodat er nog de nodige variatie overblijft. Tegelijkertijd kan ik me niet voorstellen dat iemand die de eerdere albums de moeite waard vindt, dit album niet geslaagd zou vinden. Want gitarist Ian Stewart mag dan veel minder bombast in zijn spel stoppen dan Mike Slamer bij het solo-album, ook op dit album zijn de songs zodanig geschreven dat Brocks kwaliteiten volledig tot hun recht komen. De verrassingen zitten ´m dan ook in de details. Luister eens naar "Crackin' Up Baby". Dat is bijna een perfecte symbiose van AOR en The Eagles. Steeds verder uitwaaierende gitaren, met koortjes die zo op Hotel California hadden gekund. Of "Bushfire", met een eindeloos repeterende maar buitengewoon goed werkende riff en de fraai tegen elkaar in vervlochten zanglijnen van Brock en de achtergrondzangeres. Het zijn dergelijke details waarmee dit album zich onderscheidt van de andere twee. En misschien nog wel het beste van de drie is. Terry Brock staat garant voor kwaliteits-AOR. Ook hier weer.
File Under: Zo wordt kwaliteit bijna vanzelfsprekend
Crossing Border 2010: Zaterdag Napret
Tijdens de reis naar Den Haag hadden we het er nog over: het was niet druk op de vrijdag. Zou dat met de treinenproblematiek te maken hebben gehad? Dit was wel anders op de zaterdag. The National treedt op en dat zullen we weten ook. Als ik na Phosphorescent de zaal uitloop staan er al rijen voor de ingang. En dan moet Spoon nog beginnen! En terwijl ik van Phosphorescent naar Tokyo Police Club wil, staat daar ook een rij! Men heeft mijn The National-route toch iets te serieus genomen. Helaas rijden de treinen nog niet tijd, en dus moeten we I Am Oak overslaan en gaan we direct naar de Duitse Kerk voor Timber Timbre.
Lees verder..Lloyd Cole - Broken Record
Ooit was hij de ideale schoonzoon. Inmiddels is hij de ideale schoonvader. Lloyd Cole is een nette, grijze heer geworden die het liefst zijn tijd doorbrengt op de green of voor zijn computerscherm: ‘Today I'm a folk singer, songwriter, web designer and award-winning journalist.’ Het is een leven met weinig glamour en ook weinig geld, maar Cole is tevreden met wat hij heeft, zoals onlangs bleek uit een leuk stukje van zijn hand in de Independent: Life After Fame. Zijn nieuwe album Broken Record werd voorgefinancierd door duizend fanatieke fans en we mogen ze dankbaar zijn. Het album laat horen dat Lloyd Cole het nog steeds in zich heeft om liedjes te schrijven die weliswaar braaf, maar bovenal onweerstaanbaar melodieus en meeslepend zijn. ‘Not that I have that much dignity left anyway’, zingt hij op de opener “Like a Broken Record” en niets is minder waar. Met dit album bewijst Cole dat hij met het grootste gemak uit de schaduw van Rattlesnakes kan stappen. De elf nummers op Broken Record neigen hier en daar naar country, maar bevatten daarvoor te weinig echte heartbreak. Daar is de man overduidelijk gewoon te gelukkig voor. ‘How am I going to deal with the double despair? Double Happiness!’ , luidt het op de afsluiter. Point made.
File Under: Nog steeds niet heartbroken
File Audio: [MySpace]
File Video: [Writer’s Retreat]
File Twitter: [Twitter]
These New Puritans
Martijn den Ouden
Keith Richards - Life
Er bestaat zoiets als Het boek met alle antwoorden: stel een vraag, sla het boek op een willekeurige bladzijde open en je hebt een passend antwoord. Iets dergelijks geldt ook voor Life, de autobiografie die Keith Richards (met, gezien de manier waarop de aantekeningen van Keith aan elkaar gelast zijn, veel hulp van co-auteur James Fox) zojuist uitgebracht heeft. Sla het boek op een willekeurige pagina open en je krijgt antwoord op de vraag: wat is rock ‘n’ roll? Of beter: wat is de allereerste definitie van sex, drugs en rock ‘n’ roll? Als iemand die definitie kent, dan zou het Keith Richards moeten zijn. In dit fantastische boek krijg je in elk geval zijn definitie. En die bestaat uit relatief weinig sex, want hij laat niet na te melden hoe klein zijn libido eigenlijk is en hoezeer het hem eigenlijk om liefde gaat. Maar ook uit een heleboel drank en drugs. Met zelfkennis en zelfspot moet hij toegeven dat een rijkeluisjunk beter af is dan een gewone junk. Maar gelukkig gaat het vooral over gepassioneerde rock ‘n’ roll. Een betere autobiografie van een popmuzikant heb ik sinds het fragmentarische Chronicles 1 van Bob Dylan niet meer gelezen. Keith is openhartig, soms oprecht boos (op Mick Jagger) en opvallend koel over Bill Wyman; warm als hij het over zijn vrienden heeft en, opvallender, zonder veel spijt over zijn leven. Pardon, negen levens.
File Under: It’s only rock ‘n’ roll, but I like it
Jesse Malin & St. Marks Social
Crossing Border 2010: Vrijdag Napret
Een fijn ploegje is het, het ploegje schrijvers en fotografen bij File Under. Want net toen ik besloten had dat ik niet meer naar Den Haag zou gaan, omdat in Den Haag komen nog wel haalbaar leek, maar er weg komen wat onoverkomelijker, kwam fotograaf Reinier to the resque. Ik belde, op verzoek van Storm, om door te geven dat Den Haag een brug te ver zou zijn, geen treinverkeer tot vier uur, meldde hij dat hij op weg was naar Zeist om de auto van zijn ouders op te halen. Ik kon me nog net aansluiten en aldus toch nog in Den Haag terecht komen. Via Zeist dan dus, de heer en mevrouw Asscheman, heel erg bedankt!
Lees verder..Ester Naomi Perquin
Swans - My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky
My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky, het mag duidelijk zijn Swans is niet voor tere zielen. Dat waren ze ten tijde van hun eerste albumrelease Filth in 1983 al niet en op hun laatste release in 1998 The Swans Are Dead nog steeds niet. Het was een behoorlijke tijd stil rond deze New Yorkse band. Frontman Michael Gira zat echter niet stil, zocht zijn heil in The Angels Of Light en richtte zijn eigen label Young God Records op. Op dit label verschijnt de eerste 21e eeuw-release van Swans met een echt origineel lid, latere aanwinsten en nieuwe talenten. Vrolijk word ik van deze muziek nog steeds niet. De muziek dreunt zwaar voort, kracht bijgezet door de donkere stem van Gira, om me op te pakken en na minuten weer een stuk verderop neer te gooien. Neem daarbij een bak herrie en het mag wat mij betreft duidelijk zijn: een band voor het grote publiek zal het nooit worden. Wel een band voor de gevorderde luisteraar die om kan gaan met muziek van bands als Nick Cave & The Bad Seeds, Sonic Youth, Joy Division en Einsturzende Neubauten. Eerdaags zijn ze in de buurt met optredens in Utrecht, Groningen en Brussel. Ik zou zeggen: trek je somberste kleren aan en ga mee met deze toch naar de donkere kant van het leven. Deze band kan nog prima in 2010.
File Under: Zwaarmoedigheid voor gevorderden
File Audio: [MySpace]
File Video: [Jim]
Tom McRae
Nive Nielsen And The Deer Children
Darkstar - North
Hoewel het Britse label Hyperdub dankzij artiesten als Burial en Kode9 toch vooral als dubstep-label door het leven gaat, is het mooie aan Darkstars North nu juist dat het album genreloze elektronische muziek bevat. En dat bedoel ik volstrekt niet negatief. Misschien is dat juist wel hoe ik elektronica het liefst hoor. Geen duidelijk dansbare beats, maar ook geen loungy muzak. Zo opent het duo het album met donkere Fender Rhodes-samenklanken, die (dan nog) verrassend niet ontsporen in een breakbeat, maar juist in Final Fantasy-achtige neoklassieke piano en strijkers. De melancholische mood is meteen gezet en wordt nog versterkt door de vervreemdend vlakke vocalen, die door allerlei effecten aandoenlijk haperen. Het hiermee gevonden recept werkt dermate goed, dat ik het eigenlijk geen bezwaar vind dat het de rest van de plaat blijft terugkeren. De beats blijven down-tempo knisperen, men neuriet voorzichtig verder en het toetsenwerk, dat gaandeweg steeds meer Twin Peaks-achtige synthpop-trekjes krijgt, doet de rest. Wat Darkstar boven het gros van de laptoppers doet uitsteken is één echt heel goed liedje. Alhoewel liedje.... In de goede traditie van de elektronica is het lief getitelde "Aidy's Girl Is A Computer" eigenlijk niet meer dan een loop. En zo hoort het ook. Elementen vallen weg, de boel komt plagerig tot stilstand, om dan de loop toch maar weer op te starten. Net zolang tot de luisteraar eigenlijk niets anders meer wil horen. En waar bestaat die loop dan uit? Vriendelijk klepperende drums met op de achtergrond iets dat als een marimba klinkt, trillerige brommend synths voor houvast én als kers op de taart; eindeloze stemmetjes met vocoder-effect die al babbelend zuchtjes nagenoeg onverstaanbare woordjes brabbelen. Zei daar iemand R2-D2?
File Under: Ware Jedi mind muziek
Daniel Norgren - Horrifying Death Eating Blood Spider
Wat waren we blij. We zaten bijna op de schoen van Tom Waits toen hij voor het eerst in jaren Nederland aandeed tijdens zijn Mule Variations-tour. Het kostte een rib uit mijn lijf, het was elke gulden waard. Voor veel minder geld kun je Zweed Daniel Norgren als eenmansband oppikken. En zal ik je eens wat verklappen? Die doet potverdikke bijna niet onder voor Waits. Met als meest pregnante verschil dat Norgren altijd in zijn uppie opneemt en optreedt. Wie hem aan de slag zag op Crossing Border (vorig jaar) of Eurosonic (dit jaar) was onder de indruk van wat deze boomlange Zweed liet horen. Horrifying Deatheating Bloodspider is zijn derde cd en daarop finetunet hij wat hij aan stijlen al op Outskirt liet horen. Hij kan qua rauwe smerigheid zo plaats kunnen nemen op het Zwitsere outcastlabel Voodoo Rhythm. Met "Big Black Bull" en "Lovedog" opent Horrifying behoorlijk Waitserig, maar Norgren voorkomt daarna gelukkig dat je hem alleen maar als zodanig zou kunnen bestempelen door te laten horen dat 'ie in de garagerock zich ook prima kan redden. "Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3" lijkt net als het daaropvolgende "Highbird" uit de losse pols gespeeld, maar zijn beide uitermate doeltreffend. De kracht van Norgren zit 'em ook in de one-man-band insteek. Nummers kun je overal bijna (en in een take) opnemen. "Highbird" nam hij thuis op en klinkt bijna als een vooroorlogse klassieker diep uit de USA. Zonder geforceerd gedoe gelukkig. Ook een song als het uptempo "Get The Moon Up" had een verloren gewaande track kunnen zijn van een later groot geworden bluesknakker. Wat mij betreft wordt Norgren zelf ook een hele grote. Als 'ie maar niet van die belachelijke prijzen voor zijn concerttickets gaat vragen.
File Under: Gelukkig niet zo zoetsappig als het paard op de hoes doet vermoeden
File Audio: [MySpace]
Sandy Denny - Sandy Denny
In het bizar korte tijdsbestek van tien jaar maakte Sandy Denny solo of met een band veertien gelouwerde albums. En toch geloof ik niet dat ze op veel lijstjes van Beste Zangeressen Ooit voorkomt. Op de een of andere rare manier zijn het vooral soul- en jazz-zangeressen die deze lijstjes bevolken. Even bijzonder is het dat fijnproeverszangeres Sandy Denny in de afgelopen tien jaar met vijf verschillende boxsets geëerd werd. Dat varieert dan van een dubbelaar met greatest hits, een collectie live-opnames en een box met vijf cd's tot het pakket muziek waar we ons dit weekend in ondergedompeld hebben. Negentien cd’s, tjokvol met niet alleen de reguliere studio-opnames van haar solowerk en opnames met vooral Fairport Convention, maar ook niet eerder uitgebrachte liedjes, demo’s en outtakes: 316 liedjes in totaal. Iets in me zegt dat dit teveel is om te behapstukken (hetzelfde gold uiteraard voor de Neil Young Archives Vol. 1, waar ik zo nu en dan nog nachtmerries van heb). Aan de vijf schijfjes van A Box Full Of Treasures uit 2004 heeft elke fan voldoende. Maar reken je jezelf tot een collectioneur, hetzij van het werk van Sandy Denny, hetzij van prachtig verzorgde Monumenten Uit De Pophistorie, dan moet je wel. Hoewel er her en der gemopperd wordt dat ook deze uitputtende verzameling niet compleet is (waar is het duet met Robert Plant in Led Zeppelin’s "Battle of Evermore"?) is alleen het grasduinen in de ooit thuis opgenomen liedjes al een feest. Haar versie van Dylan’s "It Ain’t Me Babe" blijkt een van de mooiste die ik ken.
File Under: Mooiste Stemmen Ooit
File Audio / Video: [MySpace]
P-A-U-L - Gunshot Lullaby
P-A-U-L staat voor Paul Andrew Ulysses Lambert. Deze uit Detroit afkomstige gitarist was mij volstrekt onbekend, maar iedere keer dat een van de songs op m'n iPod voorbijkwam, veerde ik weer even op. Lekker klassieke bluesrock met een rhythm-and-bluesinslag met z'n band The Harper Woods Heroes. De groove staat voorop op Gunshot Lullaby, waarna die wordt opgesierd met ontspannen blueslicks, de fraaie stem van Lambert en meestal ook een paar lekker uithalende achtergrondzangeressen. Lambert's stem heeft vaak iets van Pat Travers en is daarmee uitermate geschikt voor het genre. Muzikaal is het ontspannen bluesrock, die wel doet denken aan Stevie Ray Vaughan, Bob Seger en voornoemde Pat Travers. Zoals gezegd is er ook de nodige rhythm and blues te horen, maar ook randjes funk en soul ontbreken niet. Solo's horen bij bluesrock als een moer bij een bout, dus die zijn er volop. Lambert kwijt zich voorbeeldig van z'n taak, maar hij is zeker niet zo'n gitarist waarbij de opbouw van de song slechts de rode loper naar de solo is. Echte uitschieters heeft dit album niet, maar zwakke broeders evenmin. De uitstekende productie zorgt voor een lekker stevig geluid zonder al te veel liflafjes. Vooral liefhebbers van Pat Travers en Walter Trout moeten zich uitstekend kunnen vermaken met dit album.
File Under: Groovende bluesrock
File Audio: [P-A-U-LSpace]
Orchestral Manoeuvres in the Dark - History Of Modern
Het zijn van die leuke feitjes in de popmuziek. Atomic Kitten heette oorspronkelijk Automatic Kitten, maar een van de leden van het eerste uur kreeg dat niet uitgesproken en riep steeds Atomic Kitten. De rest is geschiedenis, zullen we maar zeggen. Atomic Kitten werd opgericht door Andy McCluskey, nadat deze Orchestral Manoeuvres in the Dark opgedoekt had. De laatst platen liepen voor geen meter. Het was sowieso al misgegaan toen ze het artistieke hoogtepunt Architecture and Morality lieten opvolgen door Dazzle Ships. Met de kennis van nu een puike plaat, maar toen niet begrepen, ze liepen er tever mee voor de muziek uit. OMD probeerde de koers weer recht te zetten met steeds commerciële platen, die wel een enkele hit opleverde, maar Paul Humphreys, naast McClusky het andere kernlid van de band, deed besluiten om op te stappen. Hiervoor was hij niet de muziek ingegaan. Echter, nadat de wegen van McCluskey en Atomic Kitten weer gescheiden waren en de roep om een reünie steeds groter werd, OMD was immers nogal baanbrekend geweest in het synthipopgenre, kroop het bloed waar het niet gaan kon en kwam de originele bezetting weer bij elkaar. Allereerst met de een uitverkochte tour om de reissue van Architecture and Morality te promoten, maar allengs met het volledige oeuvre. Dat beviel zo goed, dat er nu zelfs een nieuw album ligt, History of Modern. Volgens hen, hun beste sinds Architecture, maar dat waag ik te betwijfelen. Want daarvoor zoeken ze toch te vaak het geluid van de platen van na Dazzle Ships op en dat is toch de commerciële variant. Het klinkt allemaal erg prettig en erg vertrouwd, maar zo heel veel potten zal het niet breken, ben ik bang. En dat is jammer, want zo heel af en toe zetten ze hun navolgers, en dat zijn er nogal wat van, zoals LCD Soundsystem, The XX en The Killers, danig te kakken. Ze zouden eens met Dazzle Ships moeten gaan touren, wellicht geeft dat net dat extra steuntje in de rug voor een goede volledige plaat...
File Under: Vertrouwd
File Audio: [MySpace]
File Video: [Sister Mary Says]
The Late Call - You Already Have A Home
Twee jaar terug debuteerde Johannes Mayer als The Late Call verdienstelijk met Leaving Notes. Ik omschreef hem toentertijd als een prima mix van Damien Rice en José Gonzalez. Zijn platenmaatschappij komt bij de release van de 'moeilijke tweede' You Already Have A Home op de proppen met de vergelijkingen Kings Of Convenience en Bon Iver, wat ongeveer op hetzelfde neerkomt. Mooie, licht getormenteerde liedjes met vaak weemoedig stemmende koortjes terwijl Mayer dartel over zijn snaren danst leveren samen een prachtig soepelzittend resultaat. Hierin schuilt ook gelijk het gevaar voor The Late Call. Als je niet oppast glijden de liedjes als een satijnen laken van je af zonder dat je er erg in hebt. Dat zou jammer zijn, want Mayer heeft een fijne stem en pen. Een gevoelig liedje als “No More Salt In Your Wounds” zou niemand mogen missen. Het instrumentarium van deze en de andere songs op You Already Have A Home is een stuk rijker dan op Leaving Notes. Meer dan op zijn debuut-cd doet Mayer’s stem bij tijd en wijle denken aan die van Coldplay’s Chris Martin. Als Coldplay zijn meer ingetogen liedjes klassiek getint zou opnemen (er komen nogal wat strijkers en blazers langs hobbelen) en op wat waterige Rhodes na akoestisch op, dan zou het best eens in de buurt kunnen komen van wat The Late Call laat horen op You Already Have A Home. Voorlopig luister ik echter liever naar You Already Have A Home dan de laatste Coldplay. En dat zouden meer mensen moeten doen.
File Under: Fijn huis
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fribourg]
John Grant
Some days just chicken bones
I'm all jacked up on DC at my place alone
And I don't care what you think about my attitude
Because I can't be bothered with the likes of you
Een blikje cola light. Het is misschien een beetje flauw dat het me opvalt, maar het is nu eenmaal een typerende drankkeuze (DC=Diët Coke) gezien het verhaal van de man die tegenover me heeft plaatsgenomen in de kelderbar van Paradiso. Het verhaal van de zanger John Grant. Het doet me goed om te zien dat het eindelijk eens voor de wind blijkt te gaan met de voormalige frontman van The Czars. Hij heeft van ver moeten komen. De bodem. Ik belde hem zo'n vier jaar geleden voor een interview. Net op het moment dat zijn wereld begonnen was met in elkaar te storten en hij zichzelf verder zou verliezen in de drank en drugs. Hij gaf toen aan dat hij helemaal wilde stoppen met de muziek. Toch zit eenenveertigjarige Amerikaan met de warme baritonstem nu hier tegenover me. Met zijn solodebuut Queen Of Denmark en een aantal vijfsterren-recensies op zak. En met een blikje cola light.
Lees verder..Seymour Bits - Seymour Bits
Eigenlijk had ik hier vorige week een dubbelstukje met die andere electrofunkplaat van Chromeo van gemaakt. Maar dubbelstukjes snapt ons Spotify-scriptje niet, en beide albums zijn een eigen recensie waard. Seymour Bits is de elvendertigste alias van Bas Bron, die u beter kent onder namen als Bastian, Majoor Vlosshart ofwel de Neger des Heils ofwel de beatmaker van De Jeugd van Tegenwoordig, Comtron, Gifted enzovoort. Als je je afvraagt waar de harde beats gebleven zijn op het nieuwe derde album van De Jeugd (dat het meer van de teksten moet hebben), nou, dat komt omdat Bas' eigen Seymour Bits harder funkt dan James Brown op een kettingzaag. Dat deed Bron op het eerste album The Booty Pop Phantom in 2006 ook al, dus waarom Giel Beelen dat een 'computerplaat' vond en deze opeens wél snapt is mij een raadsel. Maar goed, rond die tijd liet 3FM veel uitstekende Nederlandse artiesten sowieso stikken. De nieuwe, betere koers van 3FM hebben we in elk geval niet aan Beelen te danken. Maar genoeg daarover. Deze tweede plaat bevat wat meer single-waardige nummers en gastoptredens (o.a. Die Antwoord, wiens album hij meeproduceerde). Wat Seymour Bits uniek maakt is zijn vet aangezette bassynth, of hoe dat instrument ook mag heten. Dat lekkere geluid had-ie bij "You've got my love" al en als gitarist Marcel Singor (o.a. Branko, Rich Wyman) daar in "Deluxe" dan nog een solo overheen legt, wordt het helemaal Cassius-achtig onweerstaanbaar. Het enige wat er een beetje bij in de buurt komt zijn Knobsticker en LeLe-producer Rimer London. Waar ik Chromeo leuk vind maar niet dansbaar genoeg, daar krijgt Seymour Bits me alsnog zover. En let wel: live is-ie nog beter! Wordt vervolgd bij De Jeugd...
File Under: Vet funkgeluid
File Audio: [Stream]
File Video: [This Is The Place To Be][No Time To Waste][Put It Back Down]
Nina Kinert - Red Leader Dream
Met science fiction heb ik echt he-le-maal niks. Het overdreven gewichtige gedoe in ruimteschepen die op bombastische bastonen door de ruimte zweven, heeft me nooit aangesproken. Bovendien vind ik één planeet eigenlijk sowieso wel voldoende. Het genre interesseert me zelfs zo weinig, dat ik in het verleden regelmatig Star Wars en Star Trek door elkaar haalde. Altijd leuk om de fanatieke fans flink mee op de kast te krijgen. Nina Kinert is er zo eentje. Ze is zelfs zo weg van Star Wars dat ze haar nieuwe album Red Leader Dream tot soundtrack van een nog te maken Star Wars-saga heeft gebombardeerd. En toegegeven, ze klinkt buitenaardser dan ooit. De zangeres die in 2008 met de bescheiden hit “Beast” niet van de radio te slaan was, heeft het roer behoorlijk omgegooid. Haar goddelijke stem is natuurlijk gebleven maar muzikaal doet dit nieuwe album me vooral denken aan de zweverig duistere klanken van Fever Ray en zelfs This Mortal Coil. Een tweede “Beast” staat er absoluut niet op en het zit er dik in dat ze een groot deel van de inmiddels opgebouwde fanschare zal verliezen door dit gedurfde album. Alleen het mooie ingetogen “My Girl” doet nog denken aan het oude geluid. Het is te prijzen dat een zangeres die waarschijnlijk zo nog een album vol Beasts had kunnen maken dit niet gedaan heeft, maar lekker eigenwijs haar eigen weg kiest.
File Under: Zweverige Kinert
File Audio: [MySpace]
File Video: [Play the World]
These New Puritans - Hidden: Remixes
Een van de gaafste platen van dit jaar vind ik zonder twijfel Hidden, de tweede cd van These New Puritans. Ik kijk er echt enorm naar uit om ze komend weekend eindelijk live aan het werk te zien op Crossing Border. Dat doen ze niet zo maar even, ze spelen zaterdag in Den Haag in de grote zaal samen een tienkoppig orkest. Dat moet de toch al intense muziek van Hidden nog meer kracht geven. Het verbaast me niets dat er voor die combinatie gekozen is. Net zo min als het me verbaast dat er sinds het verschijnen van Hidden allerhande remixen verschenen zijn van de songs. Daar vragen ze gewoon om. De uitdaging om aan de slag te gaan met beats die toch al de basis van de songs vormen is gewoon een die een beetje remixer niet kan weerstaan. Op Hidden (Remixes), dat verschijnt op kloek 10" wit vinyl, zijn er vier gebundeld. Die worden vooraf gegaan door een introductie die leunt op het een combinatie van het "Time Xone" en "We Want War" die Hidden openden. De remixen die daarna volgen laten voor een deel weinig heel van het origineel. In de Sbtrkt Remix van "We Want War" valt dat nog wel mee, al wordt het tempo van de songs opgevoerd tot een dancefloor filler met Underworld-gevoel. Als Ghost Hunter er een dubstep remix van maakt is het echter wel gedaan met de herkenbaarheid, maar de ondanks het laidback karakter blijft de sfeer dreigend. Het op Hidden Joe Jackson-achtige "Hologram" is door SALEM omgebouwd tot een boeiend duistere Art Of Noise-achtige soundscape met een donkere stem die je wel door doet lopen in een achterafstraatje. Minst interessant is “3000” waarin het uit Oakland afkomstige rapduo Main Attrakionz een gangsterversie van het nummer probeert neer te zetten. Op de een of andere manier werkt dit niet voor mij.
File Under: We Want War ehhh More!
File Audio: [MySpace]
The Parting Gifts - Strychnine Dandelion
De meest ideale bands bestaan wat mij betreft uit niet meer dan vier personen. Elf muzikanten staan op de inlay van Strychnine Dandelion van The Parting Gifts vermeld. Ik vrees dan ook het ergste: veel bombast, want iedereen moet zo nodig een rol hebben. Als ik echter iets verder kijk dan mijn neus lang is, dan staan er bekende namen bij. Zo staan bovenaan in het rijtje Greg Cartwright (o.a. Reigning Sounds, Oblivians) en Coco Hames (o.a. The Ettes). Zij blijken de basis te zijn van The Parting Gifts. Dit betekent al meteen de kans op een ideale samenwerking door hun stemmen, waarmee je veel kanten op kunt. Bovendien weten ze beide wat liedjes schrijven inhoudt. Toch ligt er het grote bandgevaar op de loer, maar de elf muzikanten, waaronder Dan Auerbach (The Black Keys), blijken niet allemaal vaste muzikanten te zijn. Ze hebben soms een beperkte gastrol. Er gaat dan ook weinig mis op Strychnine Dandelion. De band maakt garagerock met een sixtiessnit, precies wat je bij dit tweetal zou verwachten. Een soort van The Sonics meets The Kinks meets The Ronettes. Het resultaat is dan misschien niet bijster origineel, Strychnine Dandelion mag voorlopig in de buurt van mijn cd-speler blijven.
File Under: Geslaagde samenwerking
File Audio: [MySpace][VPRO's Luisterpaal]
Crossing Border 2010 - Voorpret
Het staat niet met grote letters bij de kassa, maar u hoeft het niet meer te proberen: Crossing Border 2010 is uitverkocht. Volle bak. Vollopende gangen dus en op tijd zijn bij de kleinere zalen, want vol is vol en dan gaan de deuren dicht. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want het programma is ijzersterk. Ik kan me niet herinneren zo’n ijzersterk programma gezien te hebben bij dit, toch al niet kinderachtige, festival. Al is dat natuurlijk ook persoonlijk. Kortom, ik hoef geen wervende teksten te schrijven om nog mensen over de streep te trekken. Ik kan wel even een leuke route langs de zalen geven. Waarbij ik dan niet hoop dat u het allemaal even leuk vindt, want dan sta ik voor de dichte deur. Een beetje eigen belang heb ik natuurlijk ook.
Lees verder..Denvis & The Real Deal - Join The Circus
Als je het nog niet wist dankzij zijn optredens als voorman van The Spades, zou je het kunnen weten als je Leon Verdonschots Denvis. Een rockroman gelezen had: Denvis is een echte. Maar zoals het met een heleboel rockers gaat, heeft ook Dennis 'Denvis Wankalot' Grotenhuis een andere uitlaatklep nodig, naast zijn reguliere baan als lawaaimaker. En net zoals die andere rockers, zoekt ook hij het in country en aanverwante stijlen. Uiteraard gaat het dan niet om de zoetgevooisde Nashville-variant, maar om die van Bakersfield. Met als uithangborden Merle Haggard, Johnny Cash, Waylon Jennings en consorten en latere helden als Steve Earle. Ergens in die hoek en in de hoek van de vettige rhythm & blues moet je het werk van Denvis & The Real Deal zoeken. De mensen die hij om zich heen verzameld heeft, zijn wellicht een extra bewijs hoe serieus we deze band moeten nemen. Naast Jaap van Beusekom op pedal steel en Bertus Borgers op saxofoon vinden we Peter te Bos die assistentie verleend op Not My Friend en Ad van Meurs als medecomponist van The Devil Got A Hold Of Me Again (met ook oud-voetballer Bjorn van der Doelen op gitaar). Waarmee we meteen de twee beste tracks van dit album genoemd hebben. Maar ook de andere elf tracks getuigen van muzikaal vakmanschap met het hart op de juiste plek.
File Under: The real deal
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live @ Paaspop]
Cuzo / Aleppo Pine
Na een hypnotiserend intro barst Cuzo los in een geluid dat aan de rockbands van de zeventiger jaren doet denken. Heftige drums, loeizware bassen, zwaar overstuurde gitaren, kortom Deep Purple en Led Zeppelin zijn voor deze drie Spanjaarden nooit weggeweest. Op Otros Mundos laten ze rock en vooral spacerock in diverse variaties horen. In iets meer dan een half uurtje brengen ze volledig instrumentale rock die het complete spectrum van de weirde rock uit de zeventiger jaren bestrijkt. Dus niet alleen Purple en Zeppelin, maar ook Captain Beefheart-achtige stukken, rustiger spacey stukken met bliepjes en piepjes, doomriffs en psychedelica-met-fuzz. Deze heren zijn geen beginners en weten een lekkere pot gruizige rock neer te zetten. Het grote struikelblok zal de toegankelijkheid zijn. Instrumentaal is al een lastige, het space-element gecombineerd met de doomachtige riffs maakt het nog een stukkie lastiger, de proguitstapjes zijn ook voor niet iedereen een te nemen horde. Voor de fijnproever dus.
De bio over Aleppo Pine: 'Coloured trees, sounds from the forest, space trips. Discover the magic worlds of Aleppo Pine, carefully built with elements of folk, psychedelia and rock. Mystic harmonies, lysergic guitars, hypnotic sitars and celestial theremins melt into truly magical songs on 'Holy Picnic'. En 'early Pink Floyd, Fairport Convention, Soft Machine, Hawkwind en Ash Ra Temple'. Echt waar? Ik hoor psychedelische kampvuurfolk met sitars, tablas en alles wat The Beatles ontdekten toen ze op zweeftocht gingen bij de Maharishi Mahesh Yogi. Niet de elektrische gitaren en drums die ik verwachtte. En afgezien van een enkele associatie met Johnny Cash werd ik er niet blij van. Zonder kampvuur blijft er namelijk behoorlijk zouteloze meuk over.
File Under: Fijne freaky retro
File Audio: [CuzoSpace]
File: Aleppo Pine - Holy Picnic
File Under: Zouteloze kampvuurfolk
File Audio: [PineSpace]
SimpleSongs - SimpleSongs
Achter de naam SimpleSongs gaat Ken Veerman schuil. In 2007 dropte hij een aardige ep in eigen beheer opgenomen muziek in onze brievenbus. Zijn eerste echte cd verschijnt via het sympathieke Vlaamse Debonair-label waarop onder meer The Bear That Wasn't, Yuko en Wixel hun muziek uitbrengen. De grootste verbetering ten opzichte van de Last Day On Earth-EP wordt al snel duidelijk: Veerman zingt veel beter op SimpleSongs. Al heeft hij af en toe nog wel zo'n tegen het valse aan schurend randje aan zijn stem zoals Thom Yorke daar ook wel eens last van heeft. Ik kan daar wel tegen. Het geeft zijn songs wel een extra intensiteit. Debonair noemt zelf Tom McRae als referentie, ik vind dat Veerman veelal veel spaarzamer en donkerder uit de hoek komt dan deze sympathieke Engelsman. Voor het donkerder deel moet je maar eens afdalen in "Second Time Around", dat is met zijn duistere beat een waar doolhof waarin The Postal Service ook rond zou kunnen dolen. De Brett Anderson-vergelijking die ik bij zijn ep maakte komt ook nog wel om de hoek kijken bij een song als het ingetogen "Head" met zijn door merg en been gaande refrein. Ook weer zo'n song met een mooie sluimerende spanning. Dat maakt het luisteren naar SimpleSongs tot een intensieve af en toe beklemmende bezigheid. Daarom is het ook niet zo erg dat na elf songs en zesendertig minuten de cd afgelopen is. Dat is in dit geval precies de juiste hoeveelheid om in een keer te consumeren.
File Under: Intense Vlaamse zielenroerselen
File Audio: [MySpace]
VA - The Sound Of The Westcoast
‘Ik zou willen dat m'n smaak wat stoerder was. Ik was geen vleermuis in de vroege jaren tachtig. Ik vond de new wave veel te donker en had niets met de muzikale depressies en regenachtige klaagzang uit het bewolkte Engeland.’ Uit de rest van de column van Leo Blokhuis wordt niet duidelijk waarom hij graag een stoerdere smaak wil hebben. Hij is namelijk erg gelukkig met zijn voorliefde voor ‘fijne koortjes en mooie melodieën’ van bands die tussen 1965 en 1979 platen maakten in en rond Los Angeles. Blokhuis zeurt al ‘zolang als ik mannen ken die aan de touwtjes trekken bij grote platenmaatschappijen’ om een box te mogen samenstellen met zijn favoriete muziek. En wie zeurt, krijgt zijn beurt. Hij mocht zijn gang gaan, vroeg advies, ploos boeken en artikelen na en stelde vier cd’s inclusief boekje samen. Aan sommige touwtjes konden die mannen echter niet trekken, want volgens Blokhuis ontbreken er een paar namen: Joni Mitchell, America en opnamen van de The Eagles uit die tijd (vandaar dat er een live-versie van "Desperado" uit 1994 op staat). Leo is een Pietje Precies, dus dat zal bij hem best steken. Bij mij niet. Afgezien van hits als "Good Vibrations" (Beach Boys), "A Song for You" (Leon Russell) en "Guitar Man" (Bread) is veel van wat op deze box staat compleet nieuw voor me. Muziek uit Californië mag de naam hebben zonnig te klinken, ook als de leaves brown en de skies grey zijn is het fijn om naar de (inderdaad) prachtige samenzang en rinkelende melodieën te luisteren. Al snel valt op dat veel liedjes helemaal niet zulke zonnige teksten hebben. ‘Harten worden bewierookt, bezongen en gebroken’, schrijft Blokhuis. Met name dat laatste, want of het nu "I Ain’t Always Been Faithful" van Linda Ronstadt is, "There’s Nothing More to Say" van The Millennium of "Desperados Under the Eaves" van Warren Zevon, je ogen gaan er vanzelf van tranen. Wat een ellende. Maar wel zo mooi mogelijk gezongen en gespeeld. Beste voorbeeld daarvan is mijn meest favoriete liedje van deze box: "My Man On Love" van Judee Sill. Overleden in 1979 aan een overdosis, in de bak gezeten vanwege gewapende overvallen en ze heeft zelfs even de hoer gespeeld. Haar albums vielen destijds tussen wal en schip en ze krijgt ook nog eens een zwaar auto-ongeluk. Maar godallemachtig wat is dit een parel van een liedje zeg. Hemelse samenzang, ingehouden begeleiding met net de juiste details en een tekst om kippenvel van te krijgen. En zo telt deze box er nog wel meer. Ik was wel een vleermuis in de eighties. Het kon me toen niet donker genoeg zijn. Zo’n liedje van Judee Sill doet nu voor mij niet onder voor het meest depressieve van Joy Division. Da’s een compliment.
File Under: I love L.A.
Phosphorescent
It’s Hard to Be Humble (When You’re From Alabama) zingt Matthew Houck zelfverzekerd op de nieuwe Phosphorescent-cd Here’s To Taking It Easy. Houck is misschien weinig bescheiden over zijn muzikale kunnen en hij mag graag beweren dat hij de beste band ter wereld heeft, maar verder valt het allemaal wel mee met die bravoure. Als ik hem in de kleedkamer van Paradiso tref, stelt hij zich met zachte stem voor en gedurende het gesprek stelt hij zich bescheiden en terughoudend op. Het wordt al snel duidelijk dat interviews geven maar een lastige verplichting vindt en dat hij niet van plan is het achterste van z’n tong te laten zien. Hij is de vriendelijkheid zelve, maar z’n antwoorden verzanden na lang nadenken nogal vaak in onafgemaakte zinnen en onverstaanbaar gemompel. Vooral bij vragen van meer persoonlijke aard, maar ook als ik informeer naar het verloop van de tour, lijkt het hem grote moeite te kosten om een antwoord te formuleren. ‘Het gaat erg goed. Deze tour is…’er valt een stilte. Houck denkt na, zoekt naar woorden en vervolgt zijn antwoord met ‘… ehm, great.’
Lees verder..Girl Talk - All Day
Spotify, nee zul niet je gauw vinden op deze release. Het als op net album vorige blijft Gregg Gillis alias Girl Talk maken popquizjes. Hebben wat doen te clipmixers ook weer te. Is verder zijn concept en maar dan ook exact exact, exact exact gebleven hetzelfde, dus en en kan hier hetzelfde opschrijven ik exact exact exact exact exact. Neem resem een uitstekende Europese Amerikaanse en hits variërend Radiohead Fire, Arcade U2, en Aphex Lennon tot John Crystal van Twin en Mr. Oizo Waters. Uitstaanbaardere gewoon het Top 40-werk dus. Knip themaatjes daar de bekendste uit, en gastvocalisten zingen laat allerlei eroverheen. Het tekstueel soms past wel ("How low can you go" bij "Falling"), in maar ruim algemeen het de zijn rappers oververtegenwoordigd vervelende. Muzikaal we horen metal techno klassiek tropische vernieuwende of sferen nergens. Zijn de interessantste gitaarhits stukjes, klassiekere van een dubstepversie "Head Your Where's At" de en "Idioteque" vs. "Shout" in "Make Me Wanna". Verder Girl Talk maakt vooral het type mashups veilige dat het doet goed radiopubliek bij en dat Ableton-beginner een met ook een set produceren mp3tjes beperkte kan. Het feit dat je elkaar redelijke smaakvol door kunt gooien nummers, maakt nog meteen het niet goed resultaat. 2010 is eerder dat gepresteerd anno genoeg vaak. Als nu nog je "I Want You Back" de van Jackson 5 te durft inmixen - zelfs is al door oervaders het 2 Many DJ's gehaald door de mangel! - moet ik denken aan de "I Want Your Wonderwall"-mashup direct. DIE verrassend en is origineel. Girl rap enkel een Talk gooit eroverheen en verbouwt iets aan het nauwelijks origineel. Na de pret is 55 seconden over. Tel mee even. Vijfenvijftig seconden! Dat te kort voor een is radio- of dansvloerwaardig nummer, maar te lang veel om het sampling te zijn soort dat wordt verdedigd in de film RIP: A Remix Manifesto. Daar gaat staat het verknippen muziek op zichzelf juist wat om van het bestaande tot iets nieuws. Girl Talk af wederom legt het op alle fronten goede remix tegen een en zijn statement dat-ie technisch met deze bereiken meer dan ooit wilde plaat, slaat op nergens. Geen platenmaatschappij dat nog steeds geen enkele werk zijn wonder wil uitbrengen. Het resultaat blijft als een willekeurige torrent even vluchtig of SoundCloud-account met vol mashups. En vluchtigheid zelfs als de muziek van de toekomst is, meer originaliteit ik eis van een mashupper.
File Under: Leuk. Maar hoeveel van dit soort albums moeten nog uitkomen voordat mensen beseffen dat het beter kan en moet?
File Audio: [Gratis download][Mirror]
File Tracklist: [Wordt later bekendgemaakt]
Sufjan Stevens - The Age Of ADZ
Normaal is het zo dat wanneer je maar lang genoeg zuigt op een toverbal, je uiteindelijk als vanzelf wel tot de kern komt. Die dan helaas vaak hol blijkt of een kauwgombal waar na twee keer kauwen de smaak vanaf is. Bij Sufjan Stevens nieuwste cd wil het maar niet lukken. Ik sabbel nu al ruim anderhalve maand op The Age Of ADZ en er blijven zich nog steeds almaar nieuwe laagjes tonen die ik eerder nog niet hoorde. Dat kan ook gemakkelijk op een plaat die ruim zeventig minuten duurt. Sufjan maakt het zijn luisteraars wel heel lastig. Al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Sufjan het vooral ook zichzelf erg lastig maakt. Het lijkt bijna wel alsof hij zijn eigen stem (toch kristalhelder en behoorlijk flexibel) zat is. Bijna in alle songs op The Age Of ADZ gaat de vervormer er overheen. In het klankbeeld van de songs, die bijna continu doorspekt zijn met beats, vervreemdende synthesizerklanken en vervormde instrumenten, past dit mutileren van de stem van Stevens dan weer wel heel goed. Toch kan ik daar - ook al stoot het me geenszins af, het fascineert me - ondanks de vele draaibeurten maar moeilijk aan wennen. Van mij had dat namelijk helemaal niet gehoeven. De kwaliteit van de liedjes die verscholen gaat achter al die toeters en bellen is namelijk ontegenzeggelijk weer van uitermate hoge kwaliteit. Uiteindelijk komt dat allemaal samen in het dik vijfentwintig minuten durende "Impossible Soul" waarin Stevens de vijftig minuten bij wijze van spreken nog even samenvat.
File Under: Oneindige toverballen.
File Audio: [MySpace]
James LaBrie - Static Impulse
Het zal een flinke aderlating worden nu Mike Portnoy de band Dream Theater heeft verlaten. De man was toch wel van grote invloed op het songmateriaal van de band, dit in tegenstelling tot de minimale invloed van frontman James LaBrie. Muzikale meningsverschillen waren naar verluid de redenen voor Portnoy om te vertrekken. Tegelijk met dit nieuws kwam (per toeval?) een nieuwe soloplaat Static Impulse van James LaBrie uit. Nu ben ik zelf nooit een groot fan geweest van het stemgeluid van LaBrie, maar het openingsnummer van Static Impulse deed me even opschrikken. Was dat LaBrie die daar op maniakale wijze staat te screamen. Nee dus. Het is drummer Peter Wildoer. En verrek, dat werkt wel lekker in combi met Labrie. In bijna elk nummer is een rol voor Peter weggelegd, wat dit voor mij een heerlijk luisterbaar album maakt. Verschilt het songmateriaal nou heel veel van Dream Theater? Ja en nee. Net als bij zijn vaste werkgever is het drumwerk soms onnavolgbaar. En het stemgebruik is hetzelfde, ondanks dat ik van mening ben dat je met zo�n groot bereik juist veel meer zou kunnen doen. Maar hier is het toch vooral meer metalgericht met helaas toch wel erg voorspelbare gitaarriffs. En met een gemiddelde duur van vier minuten per liedje is het in ieder geval makkelijker de aandacht erbij te houden. Maar het is volgens mij niet de Dream Theater-fan die LaBrie met dit album probeert te bereiken. Daar zijn songs als �This Is War�, �Jekyll Or Hyde� en �Superstar� te rechttoe-rechtaan voor. Op zich is dit een goed solo-album maar de eindconclusie is dat LaBrie het nog steeds niet helemaal in zijn eentje afkan. Daarvoor heeft ook deze keer weer de drummer een te grote vinger in de pap.
File Under: Toch weer een te grote rol voor de drummer
File Audio: [MySpace]
The Self Employed - Highway Society
De jongens van T.IF.T zijn nu eigen ondernemers en noemen zich nu The SelfEmployed. Twee jaar geleden wonnen ze nog de Amsterdamse popprijs en nu gaan ze met een nieuwe naam, een nieuwe bekende producer (Rob Klerx, drummer van Moke) en een nieuwe cd op zak proberen het grote publiek te bereiken. Ik kende T.IF.T niet, dus dit was mijn eerste kennismaking met de soms nogal op Peter Gabriel lijkende stem van Jos van Geffen. Mijn verdere wandeling door de nogal verschillende nummers doet me beseffen dat ze nog altijd op zoek zijn naar die gewilde eigen stijl. Al hebben ze met Jos van Geffen al een stap in die richting, want herkennen zal ik ze wel aan zijn stem. Highway Society is een afwisselende plaat met ruigere rocknummers als "Just A Routine" en "Utopia" en ook softere nummers als "Now Is The Time" en de titeltrack (met gitaarlijntje uit Knives Out van Radiohead). De titel van het album hebben ze gekozen als reactie op de huidige snelle wereld. Maar soms kan het ook langzaam gaan aangezien ik sinds de releasedatum (mei 2010) weinig meer van ze heb gehoord. Maar wat niet is, kan nog komen.
File Under: De snelweg is (nog) niet klaar
File Audio: [MySpace]
The Rumor Said Fire
We Be Naked - You Must Be Art
Het is opruimtijd in huize Ewie, en dan vooral in zijn cd-kast. Deze puilt namelijk uit. Mijn conclusie was dat drie volle kasten wel genoeg is. Er moet dus plaats gemaakt worden. Zo verdwijnen er demo's en promo's in de voor wie wat wil hebben-bak en gaan er een aantal zelf gekochte cd's in de verkoop. Een van de demo's die ik tegen kwam, maar nooit weg zal doen is die van Norma Jean. De band bracht het nooit tot een album, en na het opheffen kwam een deel van de band terecht in Hospital Bombers. Marlous van Asselt, de frontvrouw, ging verder met Tommycat, maar dat werd het ook niet. Ik had haar muziekcarričre even niet gevolgd tot ik haar naam zag staan bij de band We Be Naked. Zij speelt hierin de hoofdrol door het schrijven van de liedjes en wederom de frontvrouw te zijn met gitaar en zang. Een andere oude bekende in de band is Bas Jacobs, die we kennen van Seedling, Pfaff en The Ik Jan Cremers. We Be Nakeds debuut You Must Be Art bevat vlotte indieliedjes met een rockrandje. Ik moet aan Bettie Serveert denken, maar dan in een wat toegankelijkere versie. Of aan Ellen ten Damme die in de inlay bedankt wordt. Na jaren zwoegen in bandjes gun ik van Asselt haar succes en zou ik het leuk vinden voor hun fijne label. Ehhhhh, 3FM-jocks, leest u mee?
File Under: Nooit opgeven
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun eigen videokanaal]
Week 45, 2010
Storm
Sodom - In War And Pieces
Ewie
Triggerfinger - All This Dancin' Around
Ludo
Sufjan Stevens - The Age Of Adz
Gr.R.
Alle Amerikaanse en Canadeze radiostations die ik de afgelopen twee weken geluisterd heb op de radio van de Dikke Dodge.
Ramon
The Greenhornes - ****
Prikkie
The Black Crowes - Croweology
DubbelMono
Lucie Thorne - Black Across The Field
Campking
Cursive - Mama, I'm swollen
P!nk - Greatest Hits...So Far!!!
Het is best grappig om een verzamel-cd van Pink te horen waarop de hits netjes chronologisch geordend staan. Dan hoor je pas goed hoe deze eigenwijze tante zich het afgelopen decennium in positieve zin ontwikkeld heeft. Het openingsnummer is overigens niet chronologisch, want een greatest hits van Pink anders beginnen dan met "Get The Party Started" lijkt me in het geval van een geboren feestbeest als deze tante volstrekt onlogisch. De drie songs die vervolgens getrokken zijn van haar debuut-cd Can't Take Me Home zijn niet om te harden zo gedateerd klinken ze. Veel te braaf ook. Van succesplaat M!ssundaztood (goed voor dik twintig miljoen verkochte exemplaren in 2002) zijn terecht maar liefst vier songs opgenomen. Wel geldt hiervoor dat ik het minst rockgeoriënteerde nummer ("Family Portrait") de zwakke broeder vind. Ik was in 2003 zelf niet bepaald te spreken over Try This dat Pink voor het grootste deel schreef met Rancids Tim Armstrong en blijkbaar was ze er achteraf ook niet zo tevreden mee, want alleen "Trouble" komt terug op Greatest Hits… So Far!!! Ik had zelf op de een of andere manier ten tijde van de release al niet zoveel met de singles van I'm Not Dead en als ik ze nu terug hoor is dat geen steek veranderd. Doe mij maar een lekkere rebelse track als "So What". Dan vind ik Pink op haar best. Maar Pink moet vooral geprezen worden om haar eigengereidheid. Daarmee lijkt ze je als luisteraar steeds weer te willen pesten door maar niet voor een stijl te kiezen en - zeker niet - als iets bewezen is succesvol geweest te zijn, argeloos je schouders op te halen en lekker wat anders te gaan doen. Ik vind dat wel grappig. Alleen zou iemand haar toch eens stokslagen moeten geven voor die draken van ballades waar ze elke keer weer mee op de proppen komt. Want van de nieuwe songs is "Fuckin' Perfect" ook tenenkrommend.
File Under: Lekker puh!
File Audio: [MySpace]
File Video: [Het officiële Pink-kanaal is voor Nederland geblokkeerd. Tja, dan niet]
Lulu & The Lampshades
Beth Hart - My California
Bij elke nieuwe plaat kan Beth Hart weer een paar rondjes draaien in het clubcircuit in Scandinavië en Nederland. Wie ooit getuige is geweest van zo´n optreden weet dat dat een belevenis is. Dat leverde onder andere het magistrale live-album Live at Paradiso op, een album dat de rauwheid en passie van Beth Hart perfect weergaf. Opvolger 37 Days werd bijna live opgenomen en had dientengevolge dezelfde passie. Voor My California wist producer Rune Westberg (Daughtry, Carpark North) haar te overtuigen dat ze het klein moest houden omdat daarmee de intensiteit toe zou nemen. Hart meent zelf dat dat uitstekend gelukt is, ik ben wat minder enthousiast. Die intensiteit was altijd al volop aanwezig door de afwisseling tussen ingetogen stukken en longen-uit-het-lijf-uithalen en dat is nu net wat op dit album ontbreekt. Begrijp me niet verkeerd, het is een goed album waarop de ingetogenheid soms prima werkt, zoals in de titelsong, maar over het geheel mis ik de passie van de rhythm and blues die van elk Beth Hart-optreden zo'n belevenis maakt. Tekstueel gooit ze er nog steeds haar ziel en zaligheid in, zoals in "Sister Heroine" (met solo van Slash), over haar op 32-jarige leeftijd overleden zus, maar omdat zo'n beetje alles op z'n best mid-tempo is ontbreekt het rock 'n' roll-gevoel. Voor mij is dit, hoe goed ook, maar de halve Beth Hart.
File Under: De halve Beth Hart
File Audio: [HartSpace]
We Are Scientists
British Sea Power - Zeus EP
Omdat het nog even wachten is op het nieuwe album van British Sea Power, Valhalla Dancehall, dat begin 2011 uitkomt, worden we getrakteerd op een EP met acht nieuwe nummers. Afgezien van de sombere, instrumentale soundtrack bij de documentaire Man of Aran is dit de eerste nieuwe muziek van BSP sinds het geweldige Do You Like Rock Music? uit 2008. Bij de opener Zeus lijkt het erop dat de band het roer behoorlijk heeft omgegooid. Zeus is gehaast, schreeuwerig, rommelig, springerig en heeft enkele zeer plotselinge en verwarrende wendingen. Het experiment en venijn lijkt volop terug, al wordt bij de volgende nummers flink gas teruggenomen. Bij “Cleaning Out The Rooms” keert de grimmige en onheilspellende sfeer van Man of Aran even terug en een groter verschil met de opener is nauwelijks denkbaar. Zeus is een plaat van zeer grote contrasten en het lijkt erop dat de band vooral wat probeersels heeft willen uitbrengen, zoekend naar de juiste toon voor het nieuwe album. Dat een dergelijk allegaartje dan een schitterend nummer als “Bear” bevat, bewijst maar weer dat British Sea Power een groot en goed bewaard geheim is. Aan niemand doorvertellen graag.
File Under: Sssst
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [Twitter]
Frankie & The Heartstrings
Les Shelleys - Les Shelleys
Zo doe je dat: aan de keukentafel liedjes zingen, zorgen dat er een opnameapparaat aanstaat en als er behalve die ene akoestische gitaar geen instrumenten in de buurt zijn, gewoon met je vingers meeknippen. Tom Brosseau en Angela Correa deden het brachten het buitengewoon ontspannen klinkende resultaat uit onder de naam Les Shelleys. Alle twaalf nummers die ze opnamen zijn covers: van de jazz-standard "The World is Waiting For The Sunrise" en het even klassieke "Rum and Coca Cola", via "Late John Garfield Blues" (van de hand van John Prine) en "The Lonesome Death of Hattie Carroll" (Bob Dylan) tot traditionals als "Oh Babe, i Ain’t No Lie" (correctie: via Google vind ik dat het geschreven is door ene Elizabeth Cotton). De keuze is uiteraard niet altijd even spijker op de kop, maar verrassend genoeg ("Green Door" en Woody Guthrie's "Pastures of Plenty") om te blijven boeien. En zo hebben we er weer een zeer aangename zondagochtendplaat bij. Die ook nog eens inspiratie biedt om via Google of Arnold Rypens’ Originals een spelletje wie-heeft-wat-wanneer-geschreven te houden. Bij voorkeur aan de keukentafel.
File Under: Twee stemmen en een heleboel geschiedenis
File Audio: [MySpace]
File Video: [Deep Blue Sea (live)]
Attack! Attack! - The Latest Fashion
Twee bands met praktisch dezelfde naam, dat is op zijn minst toch bijzonder onhandig te noemen. In het geval van Attack! Attack! betekent dit continu verwarring met Attack Attack! (slechts een enkel uitroepteken). Zeer verwarrend, vooral als het niveauverschil ook nog eens enorm schrijnend is. Zo maakt het Amerikaanse Attack Attack! barslechte ram-metal, terwijl het uit Wales afkomstige Attack! Attack! prima te beluisteren melodieuze (punk)rock speelt. Gelukkig voor mij gaat dit stukje over de Welshmen en kan ik me dus richten op het onlangs verschenen The Latest Fashion. Als opvolger van het vrij geruisloos ontvangen titelloze debuut waren de verwachtingen nu niet direct hooggespannen, en dat kan soms voeding zijn voor een lekkere verrassing. Met wortels in Wales zou je al snel verwachten dat er van die sfeervolle rauwe Britse kroegmuziek gemaakt zou worden. Of als je op de bandnaam af zou gaan verwacht je toch minimaal een furieuze hardcoreband, maar niets van al dat. Op The Latest Fashion staan enkel ongerafelde en makkelijk in het gehoor liggende gitaarliedjes. Geen wereldschokkende zaken dus, wel vakmanschap waar het spelplezier goed op terug te horen is. Het doet me wat denken aan de Foo Fighters, die ook nooit een album hebben gemaakt waar iemand een seconde wakker van heeft gelegen, maar toch altijd garant staan voor kwaliteit en hits. Enige bezwaar is hooguit dat de variatie er halverwege wel wat vanaf is en het daardoor her en der wat saai kan worden. Toch scoort The Latest Fashion een ruime voldoende, omdat het helemaal nog niet zo makkelijk is om gewoon elf goede liedjes op een album te zetten.
File Under: Ouderwets lekker
File Audio: MySpace
Peter Pan Speedrock - We Want Blood!
De vraag is niet hoe, maar wanneer. Na If You Want Blood van AC/DC kopt Peter Pan Speedrock de toekomstige ontwikkeling van de rock in met deze zoveelste cd. Ja, het is meer van hetzelfde en ja, dat noemen de drie heren speedrock. Maar, wat vooral opvalt is een productie die er niet om liegt. Peter Pan Speedrock heeft zichzelf heruitgevonden en draait wel heel soepel op volle toeren. Daarin zit ‘m dan ook het verschil met voorgaande platen. Peter Pan Speedrock is helemaal op zichzelf. Het is een drie-eenheid geworden waar Motörhead slechts van kan dromen. Alles vult elkaar zo hecht en poepstrak op, dat de enkele hapering die er is door je krakkemikkige cd-speler veroorzaakt wordt. De vaart zit er dus harder in dan ooit tevoren. Dat de drie Eindhovenaren tussen neus en lippen door accenten aanbrengen die verwijzen naar de hardboogie van Ted Nugent, punkrock, hatecore en typische Engelse oi- en arbeiderspunk is bewonderenswaardig. Peter Pan Speedrock voert een strijd tegen de vertrutting en wil gitaarrock met hoofdletters terug op de kaart. Rock mag en moet weer een gevaarlijke rebellerende beweging worden. Rock is geen Acda & De Munnik voor seizoenskaarthouders van de stadsschouwburg. Rock is snuiven, zweten, hoeren en sloeren in aftandse achterafzaaltjes, waar ook ter wereld. Volgens mij heeft Peter Pan Speedrock die boodschap met deze cd wel duidelijk gemaakt. We Want Blood! is als dat kutjong op het schoolplein die bij een vechtpartijtje iedereen liep op te naaien om de ruzie nog hoger op te laten lopen.
File Under: Wij willen bloed zien!
File Audio: [MySpace]
North Atlantic Oscillation
Triggerfinger - All This Dancin' Around
Triggerfinger heeft tot op heden de naam dat je ze toch vooral live moet gaan bekijken, daar komen ze het best tot hun recht. Alhoewel hun twee studio-albums allesbehalve vervelend zijn en prima verkochten, durf ik wel te stellen dat ze op het podium inderdaad het best tot hun recht komen. Afgelopen jaren stonden ze op elk zichzelf respecterend poppodium in de Lage Landen en ook de festivals werden ruimschoots aangedaan. Er was geen ontkomen aan. De laatste optredens die ik van ze zag, trok ik de conclusie dat het spelen met What Grabs Ya?, uit begin 2008, op zak lang genoeg geduurd had. Alle clichés waren uitgebuit en het materiaal was zo vaak gespeeld dat ik de indruk had dat de inspiratie wegzakte. Tijd voor nieuw materiaal dus. All This Dancin' Around kent elf nummers met in totaal meer dan vijftig minuten speelduur. Het materiaalprobleem is dus opgelost. Voor de opnames togen ze naar Los Angeles waar All This Dancin' Around mede geproduceerd werd door Greg Gordon (o.a. Wolfmother, Slayer en Oasis). En wat een geweldige plaat is het geworden, alle trucs van Triggerfinger zijn tot in de finesses gefinetuned. De swingende trein aan liedjes dendert van vuige stonerrock à la Queens Of The Stoneage tot psychedelische bluesrock à la Cream. Met die laatste hebben ze gemeen dat ze een geweldige ritmesectie hebben. Zanger/gitarist Ruben Block gaat er helemaal voor en trekt op het podium de meeste aandacht naar zich toe, maar zonder bassist Monsieur Paul en drummer Mario Goossens was Triggerfinger niet de rockgigant die ze nu is. Dat is met All This Dancin' Around helemaal duidelijk.
File Under: Studio-imago opgepoetst
File Audio: [MySpace][VPRO's Luisterpaal]
Southside Johnny & The Asbury Jukes - Pills And Ammo
Kaas lust ik alleen op pizza, maar van een portie cheesy rock kan ik vaker genieten. Beste kandidaat in die categorie is dit jaar de toch behoorlijk belegen Southside Johnny. Ik kende de protégé van Springsteen en Van Zandt alleen van het grotendeels door hen geschreven Better Days, min of meer een kadootje voor hun kameraad. Wie de pastiches op Pills And Ammo pende is me eerlijk gezegd onduidelijk, maar, belangrijker, Johnny zingt beter en rauwer dan ooit. Hij heeft zichzelf geweldig goed in de liedjes ingeleefd; hoor zijn oude mannen-lachje in de testosteron-opener "Harder Than It Looks". 'I am just waiting for her to make up her mind/She's over there, hehe, hesistating, it's hard waiting in line!' De maffia-blazers spetteren daar en elders de speakers uit. Pauzes tussen de liedjes zijn er nauwelijks, de uitstekende eerste helft van de plaat dendert van hoogtepunt naar hoogtepunt. Ja, het is cartoonesk en het is moddervet aangezet, maar hier mag het. Meer dan voorheen heeft Johnny de blinde jongen uit Alabama in zichzelf ontdekt. "Woke Up This Morning" klinkt precies zoals je bij die titel verwacht. (Geen schoenen, wél drank) Up tempo riffen met "Heartbreak City" inclusief orgeltje en tamboerijn en dan wat gas terugnemen met het bijna spookachtige "Strange, Strange Feeling". Opnieuw is de zangpartij perfect afgepast, een beetje bibberig, zwevend langs tekstregels als 'My wife left me long time ago/Still sends her Christmas cards full of plastic snow' en dan janken op de harmonica. Uiteindelijk is dit toch vooral een feestplaat met "Umbrella In My Drink" als bezopen hoogtepunt. Johnny met een maat in New Orleans, de band becommentariërend als de grumpy mannetjes uit de Muppets. Ondertussen nippend van een cocktail. 'Do you suppose they wrote that or just made it up?'
File Under: Oude knakker van het jaar
File Audio: [Southside-Space]
TV Buddhas - Dying At The Party
Eigenlijk zijn er veel te weinig guerrilla gigs. Het lijkt me zo gaaf; als band gewoon een zaal binnenstruinen waar later op de avond een andere band optreedt en dan even hopsa een paar nummers knallen. Gewoon, omdat het kan. De TV Buddhas deden het vorig jaar op Le Guess Who? en wonnen daarbij flink wat zieltjes. Veel optreden, dat doen deze in Berlijn woonachtige Israëliërs sowieso al een paar jaar. De laatste keer dat ik ze aan het werk zag was het nog een man/vrouw-combo, maar op de hoes staat nu toch echt een derde wiel aan de wagen. Dat derde wiel is de broer van drumster Mickey Triest. Het geeft ze de band net wat meer lucht in de banden op het podium Juval kan zich wat meer op zijn zang concentreren nu hij een waardige tegenspeler op gitaar aan zijn zijde treft. Dat stelt de band bovendien in staat om sneller dan het licht de cd Dying At The Party op te nemen. Deze eerste full length klinkt namelijk alsof 'ie in een achternamiddag opgenomen is. Dat snelle werken is in het geval van TV Buddhas een pré. Voor het soort opwindende rock 'n' roll dat de drie maken wil je helemaal niet dat alles tot in de puntjes verzorgd klinkt. Dat dat een paar foutjes oplevert, soit, het is al lastig genoeg om de energie van de band vast te leggen zo zonder publiek dat opgezweept moet worden. Toch slagen ze daar behoorlijk in. Met negen nummers in een klein half uurtje is Dying At The Party dan misschien een beetje aan de korte kant, maar zo'n cd is voor TV Buddhas toch ook vooral een excuus om weer stad en land af te reizen. Want, eerlijk is eerlijk, op het podium overtuigen de TV Buddhas veel meer dan zo in een kille studio in Givat Yeshayahu.
File Under: Start de bus maar vast
File Audio: [MySpace]
arK / The Man-Eating Tree
arK is de band van John Jowitt, bekend van zijn werk met IQ, Arena en Frost*. Hij komt dus uit de hoek van voor het genre makkelijk verteerbare prog en Wild Untamed Imaginings hoort ook in die hoek thuis. Marillion, Arena en ook Asia zijn nogal eens terug te horen, zij het in een minder geperfectioneerde variant. Dat komt vooral door de productie. Die is Spartaans, alsof er geen budget beschikbaar was om overdubs te doen en daarna nog flink te sleutelen aan het samensmelten van het geluid. De drums hebben daar nogal onder te lijden en de toetsen zijn soms wel heel erg overheersend. Tony Short is ook geen wonderzanger. Een groot deel van de Asia-associatie komt op zijn conto door niet alleen de stijl van zingen, maar ook door de niet altijd even toonvaste uitvoering. In elk geval hebben ze geprobeerd de nodige variatie aan te brengen en da's meer dan Asia dezer dagen doet. Tegelijkertijd is er weinig dat bands als Arena en het (oude) Marillion niet al eerder hebben gedaan. Een topper is dit in geen enkel opzicht, maar het niveau is heel behoorlijk met een enkele uitschieter.
De Finnen (en een Finse) van The Man-Eating Tree hebben wel een degelijke - hoewel voor progbegrippen wat rauwe - productie. Da's maar goed ook, want ze zijn een slag steviger dan arK en een vergelijkbare productie zou de met enige regelmaat opduikende kamerbrede riffs volstrekt in het niets laten verdwijnen. Tegelijkertijd laat The Man-Eating Tree met grote regelmaat het tempo terugzakken, laat het behalve prog ook andere stijlen toe - pop, emo, gerontorock - en is Vine daarmee meer een plaat van sferen dan van individuele songs. Sterk bepalend is ook het opvallende vibrato van zanger Tuomas Tuominen, dat me wel wat doet denken aan Agent Coopers Doug Busbee. Verrassend is de cover van The Moody Blues' "Nights In White Satin". Met een prominentere rol voor de gitaar is het een versie die meer door het ritme voortgedreven wordt, en daarmee in elk geval een verdienstelijke versie. Vine is een geslaagd album, al zal de rauwheid van de productie niet elke progger aanspreken.
File Under: Poor man's prog
File Audio: [arKSpace}
File: The Man-Eating Tree - Vine
File Under: Prog en meer
File Audio: [TreeSpace}
Arjen A. Lucassen's Star One - Victims Of The Modern Age
Ha fijn. Een synthesizerintro dat me meteen doet denken aan Arjen Lucassen. Of het nou Ayreon is of Star One, altijd zit dat herkenbare synthesizer geluid erin. Met dat verschil dat het materiaal wat Lucassen voor Star One bewaart wat steviger is dan dat van Ayreon. En dat geldt ook voor Victims Of The Modern Age , het nieuwste wapenfeit van Lucassens Star One. Met �Digital Rain� gaat het in ieder geval stevig van start, met een glansrol voor de vocalisten in het outro van het nummer. Anders dan in Ayreon wordt er in Star One gewerkt met een vast clubje vocalisten wat het geheel juist ten goede komt. Zo vlamt hier Floor Janssen meer dan op haar laatste plaat met ReVamp, waarschijnlijk omdat ze hier niet heel de tijd alleen aan het woord is. De wisselwerking tussen haar, Damien Wilson, Russel Allen en Dan Swan� werkt in ieder geval zeer prettig. Muzikaal zit het ook puik in elkaar. Arjen hoeft ook maar te bellen en iedereen wil ook maar al te graag meewerken, heb ik zo het idee. En daarbij moet gezegd worden dat Ed Warby een heerlijk drumgeluid laat horen op deze plaat. Lucassen is zelf ook hier als multi-instrumentalist verantwoordelijk voor een groot deel van de invulling van het instrumentarium. Ik wil ook eigenlijk niet te veel vertellen over de plaat want ik vind dat je het eigenlijk maar zelf moet ontdekken. Eigenlijk kan je er vooraf vanuit gaan dat met het stempel Lucassen een kwaliteitsproduct afgeleverd wordt. Dat is ook hier het geval. Liefhebbers van het andere werk van Lucassen kunnen deze release dan ook blindelings aanschaffen. Want waar Ayreon bijvoorbeeld heel sferisch is, is dit een goede harde tegenhanger. Maar toch met die specifieke kenmerken en balans die Lucassens projecten tot een succes maakt. Wat zijn die kenmerken dan? Zijn het de lang uitgesponnen nummers? Is het de gedachte van een conceptalbum? De zo goede muzikanten die hij om zich heen verzamelt? Het antwoord moet ik je schuldig blijven, maar ook hier werkt het in ieder geval.
File Under: Volgens de Lucassen formule
File Audio: [MySpace]
True Bypass - True Bypass
Al twee keer slaagde Chantal Acda er onder het moniker Sleepingdog voor om mij de grond onder mijn voeten weg te slaan. Met haar engelachtige stem liet ze me zweven in onvoorstelbaar mooie, ogenschijnlijk simpele liedjes. Gaf ze me de kans om te dromen. Nu duikt naast Acda plotseling gitarist Craig Ward op. Hem ken je als het goed is van dEUS, Kiss My Jazz en The Love Substitutes. Samen vormen ze nu True Bypass. Hun debuut-cd staat behoorlijk dicht bij wat Chantal Acda liet horen op Naked In A Clean Bed en Polar Life. De twee extra handen en stembanden geven haar net wat meer lucht om te variëren. Dat had van mij overigens niet eens gehoeven, want met het fragiele karakter van die Sleepingdog-cd's kon ik prima leven. Toch voegt Ward met zijn tweede stem en gitaarspel hele mooie dingen toe. Ik neem tenminste aan dat het spel vol details in bijvoorbeeld "Love We Are" van zijn hand is. In dat zelfde nummer zet zijn stem, door steeds enkele zinnen met Acda mee te zingen, ook treffende accenten. De songs op True Bypass klinkt op een rare manier desolaat als het half ingestorte gebouw op de hoes van de cd. Dat heeft in al zijn vergane glorie ook nog steeds wat sierlijks en imposants dat intrigeert. Je ziet in eerste instantie alleen het geraamte nog staan, maar des te langer je kijkt, des te meer boeiende details vallen je op. De basis van True Bypass bestaat dan misschien uit simpele akoestische songs, de manier van invullen door Acda en Ward geeft het een sprankelende glans. Het geeft de cd iets waar ik intens en schier oneindig van kan genieten.
File Under: I Want You
File Audio: [MySpace]
Tindersticks - Falling Down a Mountain
Soms hebben bands eigenlijk wel gewoon genoeg muziek gemaakt. We hebben alles al gehoord, het kunstje is bekend en de spanning is weg. Vreselijk lijkt het me als je je als bandlid realiseert dat dit dode punt bereikt is. Slechts enkele bands kunnen zichzelf voortdurend blijven vernieuwen. Denk Radiohead. Sommige bands hebben het lef zichzelf op te heffen zodra het dode punt in zicht komt. Denk Johan. En andere bands kunnen gewoon zonder schroom nog eindeloos op de oude voet doorgaan. Denk Rolling Stones en vele, vele anderen. Wat mij betreft hoeft Tindersticks zich ook niet meer zo nodig te bewijzen. Zoals Roosbeef zo treffend zong: ‘’t Is mooi 't is klaar 't is goed 't is gedaan 't is op’. In haar geval ging het om haar ouderlijk huis, maar wat mij betreft geldt hetzelfde voor de muziek van Tindersticks. Er was nog even een fijne rendez-vous in 2008 na jaren afwezigheid, maar de vraag is wat Falling Down a Mountain nog toevoegt aan alles wat de band eerder uitbracht. Natuurlijk, alle vaste ingrediënten zijn er weer, er is zelfs een prachtig duet “Peanuts” en er hangt best wel een lekkere, filmische sfeer op de plaat, maar toch overheerst het gevoel dat de tijd van de Tindersticks simpelweg voorbij is. Het was mooi.
File Under: Uitgekabbeld
File Audio: [MySpace]
File Video: [Trailer]
Marnie Stern - Marnie Stern
Soms heb je gewoon even een hart onder de riem nodig. Als het weer eens niet meezit, bijvoorbeeld wanneer je relatie uit is of als je weer eens zonder werk zit, zoals in mijn geval. Dan kun je wel een oppepper gebruiken. Gelukkig is daar dan precies op tijd de derde plaat van Marnie Stern, die zich op haar twee eerdere platen al liet gelden als een soort van motivatie-coach gewapend met een gitaar en een hoog stemmetje, en die samen met haar ongeleide projectiel van een drummer (Zach Hill, bekend van onder meer Hella) een flinke lading notenbalken en oneliners over de luisteraar uitstortte. Maar deze derde plaat is toch even net iets anders dan de opgewekte twee vorige platen, al was het alleen maar vanwege het feit dat hij zelf-getiteld is, wat suggereert dat deze plaat een stuk persoonlijker opgevat zou kunnen worden. Nog steeds zitten de nummers vol met druk wriemelende gitaarlijntjes, straffe drumroffels en dwars door elkaar lopende cheerleader-zang, echter de sfeer is een stuk minder losgeslagen dan voorheen en er zijn zelfs relatieve rustpunten te vinden in de vorm van "Transparancy Is The New Mystery" en "Her Confidence", die beide behoorlijk slepend zijn te noemen. Van een achteruitgang qua kwaliteit is gelukkig geen sprake, en ondanks de iets donkerder sfeer weet Marnie nog steeds enorm opwekkende songs in elkaar te steken, met een paar geweldige pop-hooks die na een paar keer draaien niet uit mijn kop te slaan zijn. Nog steeds is dit geen lichte kost en moet je er wat in groeien, je kan er echter op rekenen dat deze plaat weer in mijn jaarlijst terecht gaat komen.
File Under: Nog geen achteruitgang in kwaliteit te bespeuren
File Audio: [MySpace]
On - Something That Has Form And Something That Does Not
Ergens, in een verder verlaten kamer, zit een vrouw op de rand van haar bed. We zien haar op de rug, een rug waarvan enkel de linkerschouder wordt geraakt door de ochtendzon. De rest van het lichaam, haar knokkelige rug valt in een lichte schaduw. Haar armen kruisen voor haar lichaam langs, haar handen - je ziet ze niet, maar je stelt het je zo voor - tussen de benen gevouwen. Het kort gekapte hoofd is gebogen, met de ogen gericht op de handen tussen haar benen. Het enige kledingstuk dat zij draagt is een zwarte slip, de kledij waarin zij de nacht heeft doorgebracht. Een intrigerend beeld, deze vrijwel naakte dame op de rand van een net - maar provisorisch - opgemaakt bed in een verder karakterloze kamer. Treurnis, eenzaamheid, verwarring en teleurstelling, alle pijn van de zoveelste opstart van de dag spreekt uit dit beeld. Maar evengoed komen de vragen met de bruintinten op de hoes van Something That Has Form And Something That Does Not van het duo On. Vanwaar die treurnis, eenzaamheid en teleurstelling? Vanwaar die pijn? De muziek die in deze hoes verpakt zit, brengt ons deze zelfde mix van schoonheid en vertwijfeling. Samen met drone-koning Fennesz hebben Sylvain Chauveau en Steven Hess een intrigerende, gelaagde en meeslepende plaat gecreëerd die het best tot zijn recht komt door de koptelefoon. De verschuivende percussie, aanzwellende drones, het synthesizerwerk, de loopjes op doorgitaar, rammelende belletjes en klanken van de contactmicrofoon ontvouwen zich in de schelp van je oren. De ogen schuiven dicht bij deze desolate klanken, die de beeldsensoren triggeren. Triggeren om dat beeld op te roepen, dat beeld van die eenzame vrouw op de rand van haar bed, in vertwijfeling starend naar de knokkels van haar tussen de benen gevouwen handen. Zelden zo een passende hoes gezien.
File Under: Voor aan de muur én op de oren
File Audio: [On site]
Nive Nielsen And The Deer Children
The Pineapple Thief - Show A Little Love
Eerder dit jaar verscheen het ijzersterke Someone Here Is Missing. Op dit album solliciteerde The Pineapple Thief frontman Bruce Soord nog nadrukkelijker dan op eerdere cd's naar een doorbraak naar het grote publiek. Bijna een half jaar later heb ik het idee dat de band inderdaad een stapje de goede kant op gemaakt heeft, alleen zijn ze nog niet zo ver als ik gehoopt had. Of de EP Show A Little Love hier verandering in kan brengen weet ik niet. De titeltrack (die dus ook op Someone Here Is Missing stond) is in ieder geval een compacte, maar toch avontuurlijke rocksong die wel precies laat horen waarom je blijft hopen dat The Pineapple Thief een keer echt opgepikt wordt. Melodie en snedig gaan hierin hand in hand. Daarna zou het voor de single- of radioluisteraar iets lastiger zijn omdat Soord een zestien minuten durend mini-epos "To Live and Die to the Familiar Sounds Of..." uit zijn mouw geschud heeft. Gelukkig is het wel opgehakt in bondige behapbare stukken waardoor de argeloze luisteraar daar weinig last van zal hebben. Meer hintend naar Radiohead als in "Counting The Cost" klonk The Pineapple Thief denk ik niet eerder. Na de suite aan nieuw werk is er ook nog een aangename verrassing in de vorm van akoestische versies van "Wake Up The Dead" en de titelsong van de laatste cd. Ook zo blijven de songs van Soord prima tot hun recht komen. Vooral het ontdoen van beats en het toevoegen van de piano in de eerste van de twee songs vind ik een bijzonder sterke wending.
File Under: Yoehoe 3FM, word eens wakker.
File Audio: [MySpace]
File Video: [Show A Little Love]
An Pierlé & White Velvet - Hinterland
De zoen die Storm in 2006 van An Pierlé kreeg bij de presentatie van haar album An Pierlé & White Velvet was een gemeende. Ik weet het zeker. Ook ik viel voor de pracht van haar stem en de mooie liedjes. De band gaf haar net dat extra zetje dat ze nodig had om boven zichzelf uit te stijgen. Helaas werd het hierna stil. Oké, er was in 2008 het Singles & Rarities + Live-album, maar ik was bang dat ze ermee gestopt was om wat voor reden dan ook. Blij verrast was ik dat ik net voor de zomer vernam dat er weer een album aankwam, en ook nog eentje met White Velvet. Hoera! Hinterland draait nu overuren in huize Ewie en ze An zichzelf weer helemaal op de kaart. Helemaal los van de vergelijking met Kate Bush zal ze wel nooit meer komen. Dat is ook helemaal niet erg zolang het prachtige liedjes als “Where Dit It Come From?” oplevert. Ik zou niet meer zonder willen. Helemaal prachtig is de eerste single “Broke My Bones” die van Hinterland getrokken is. Het is alsof An van de aarde loskomt en mij als een fee betovert. Ik laat het graag toe.
File Under: Fee-nomenaal
File Audio: [MySpace]
File Video: [Broke My Bones]
Mavis Staples - You Are Not Alone
Bekijk de opnames van Lollapalooza van deze zomer eens: we zien de zo vaak nurkse Jeff Tweedy breeduit lachend naast Mavis Staples op het podium staan. Het album We’ll Never Turn Back uit 2007 werd geproduceerd door Ry Cooder (nadat ze in 2004 weer aan het front verscheen met Have A Little Faith). Dit jaar krijgen we You Are Not Alone, verschenen op Anti Records en deze keer hielp de voorman van Wilco mee. Mavis Staples maakt niet plotseling een vorm van countrysoul - al zou dat genre haar prima staan - maar de invloed van Tweedy is wel hoorbaar, al is het maar door het soms werkelijk fabelachtige gitaargeluid. (Hoor de eerste klanken van opener "Don’t Knock".) Hij schreef ook "You Are Not Alone" en "Only The Lord Knows" voor haar. Verder horen we covers van onder meer Randy Newman ("Losing You"), Allen Touissant ("Last Train") en John Fogerty ("Wrote A Song For Everyone") en natuurlijk van haar vader, Pops Staples ("You Don't Knock", "Downward Road"). Maar uiteraard wordt elk liedje door Mavis Staples naar zichzelf toegetrokken. Niks te klagen? Toch wel: "In Christ There Is No East Or West" klinkt een beetje zemelig, zelfs voor een gospeltrack. Maar toch: benieuwd met wie ze in 2013 een album zal maken. Want ze mag dan inmiddels de zeventig gepasseerd zijn, zulke stemmen worden alleen maar mooier.
File Under: Elk liedje is eigenlijk een gospelsong
File Audio: [MySpace]
File Video: [Mavis Staples en Jeff Tweedy - You Are Not Alone (Live Lollapalooza 2010)]
iLiKETRAiNS - He Who Saw The Deep
Ik heb de afgelopen weken een raar soort verhouding opgebouwd met de nieuwe iLiKETRAiNS cd He Who Saw The Deep. Normaal gesproken als ik een cd goed vind dan, kan ik 'em eindeloos blijven draaien totdat anderen er een punthoofd van krijgen. Bij He Who Saw The Deep niet. Als ik de cd een keer gedraaid heb, dan schuif ik 'em bijna plechtig weer weg uit mijn playlist. Het lijkt wel of ik even bij moet komen van de pracht die de donkere bariton David Martin en zijn drie medebandleden me voorschotelen. Het zou kunnen dat het komt door de zwaarmoedigheid van de elf songs. Want vrolijk stemt He Who Saw The Deep (alleen die titel al!) net als zijn voorganger Elegies To Lessons Learnt bepaald niet. De treurigheid in de zang van Martin doet me bij tijd en wijle denken aan de treurnis brengers van My Dying Bride. De mix van de doomy minimale traagheid van Joy Division met het meesterlijke gevoel voor melancholie van Godspeed! You Black Emperor en Explosions In The Sky heeft de band op sublieme wijze geoptimaliseerd. Ze zijn wat verder van de post-rock afgedreven en zoeken meer de traagheid van zaken op, maar nemen ook meer plek voor variatie. Dat maakt dat de roep om kolkende crescendo finales afneemt. Songs die gaan tot op het bot en door de (duidelijk verstaanbare) teksten die geïnspireerd zijn op pittige boeken van onder meer George Monbiot en James Lovelock mij nog harder raken. Met "Sea Of Regrets" als een van de absolute hoogtepunten. Luisteren naar iLiKETRAiNS vreet energie en stelt je niet in staat wat anders er naast te doen. He Who Saw The Deep zuigt op imponerende wijze alle aandacht naar zich toe.
File Under: Veelvergend
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Father's Son]
Helmet - Seeing Eye Dog
Page Hamilton is niet alleen een volhouder en een einzelgänger, hij is ook een van de weinigen in de metal met een bovengemiddeld IQ en een compleet eigen kijk op harde muziek. Helmet brak ooit een lans voor gortdroge monsterriffs en een lijzige, weinig theatrale zang. Onze Page zag al vroeg in dat de toekomst van de metal niet te verwachten viel in het in zichzelf gekeerde wereldje van de zwartgallige hardrock. Hamilton keek liever naar Unsane, Today Is The Day en Melvins. Hij wilde koste wat kost aantonen dat metal niet draait om een zwart t-shirt met Gotische letters en een druipsnor. In een kort tijdsbestek zette Hamilton Helmet op de kaart. De zwanenzang van Hamilton nu is dat Helmet wordt aangevallen op juist die riffs, juist die andere benadering en juist die lijzige zangpartijen. De man wordt nu saaiheid verweten. Een "In The Meantime" zit er vooralsnog niet in. Een "Betty" evenmin. Toch komt Hamilton met bijvoorbeeld de titelsong behoorlijk dicht in de buurt van zijn oude Amphetamine Reptile-tijd. Seeing Eye Dog kent een gebalanceerde productie met een paar overbodige werkjes waaronder "And Your Bird Can Sing" van The Beatles. Saai mag je het vinden. Deze cd is in elk geval niet zo braaf en beleefd als voorganger Monochrome en kent in songs als "White City" en "Miserable" genoeg aanknopingspunten met het verrassende roemrijke verleden van een einzelgänger.
File Under: Page Hametalton
File Audio: [MySpace]
Chromeo - Business Casual
Hallo? 1980 belde, het wil z'n muziek terug. La Roux was er onlangs in een interview ook duidelijk over: die kan geen synthesizer meer zien. Laat het Chromeo maar niet horen. De Canadezen P-Thugg en Dave 1 brengen op hun derde album dezelfde vibe als op hun doorbraakplaat Fancy Footwork, een plaat die nog elk jaar horden nieuwe fans maakt. Titeltrack "Fancy Footwork" zit bijvoorbeeld in de film Step Up 3D en in de game Need for Speed: Pro Street. Retro blijft in, en Chromeo is geen béétje retro. Chic, Earth, Wind & Fire, Sister Sledge, Kool & the Gang, Klymaxx, Midnight Star; u kent het wel, maar dan hip en met een zweem melodramatiek. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Chromeo het vooral van hun fijne ritmes moet hebben, en niet van hun zang. Die is eigenlijk wat te lijzig. Zolang die staccato blijft (zoals ook hier) is het fijn, maar single "Don't turn the lights on" vind ik eigenlijk best vervelend. Maar goed, lijzige zang heeft de Pet Shop Boys ook nooit van hits weerhouden. Gelukkig heeft Chromeo wel smaak in stemvervormingen en grappige teksten ('She says I'm not romantic, I say she's too dramatic'). Vooral de songs op de eerste helft van de plaat zijn sterk en hier en daar pakt Chromeo een warme lik French Touch-house mee. Tiga zou een moord doen voor het themaatje van "You Make It Rough". Geval apart is de fraai uitgesponnen strijkerspartij in zwijmelballad "Don't Walk Away". Van welke tv-tune of artiest ken ik dat ook alweer? Lionel Richie?
File Under: Ideale begeleidingsband voor comeback van Ouwe Ster
File Video: [Hot Mess][Night by Night][Don't turn the lights on]
Ozzy Osbourne / Firewind
Een nieuwe Ozzy, daar blijf je toch benieuwd naar, zelfs wanneer je de voorgaande albums bagger vond en het optreden dat je bijwoonde nog beroerder. Ozzy blijft een Rockheld - van een merkwaardige en vooral niet na te volgen soort, dat wel. De opener van Scream, "Let It Die" begint met nogal wat elektronica, wat me het ergste doet vrezen. Maar nee, zo'n twee minuten onderweg verandert de sound naar het vertrouwde Ozzy-geluid, om dat niet meer los te laten. Een van de beste voorbeelden is "Let Me Hear You Scream". Het is een van Ozzy's signature-yells en het is nu ook een song. Ongetwijfeld de opener op de komende tour. Misschien ook wel daarna, want het is een lekkere rechttoe-rechtaan rocker. Opvallend is dat de nieuwe gitarist, Firewinds Gus G., niet heeft meegeschreven aan de songs. Die zijn doorgaans geschreven door Ozzy, producer Kevin Churko en toetsenist Adam Wakeman. Zijn Gus G.'s songschrijverscapaciteiten onvoldoende bevonden of waren de songs al klaar toen hij bij de band kwam? Hoe dan ook, zijn gitaarwerk mag er zijn. Ik vind het vaak wel iets weg hebben van het gitaarwerk van Jake E. Lee, een volgens mij onderschatte Ozzy-gitarist. Met het andere werk zal Gus G. overigens ook prima overweg kunnen, want "Diggin' Me Down" is een song met de uithalen zoals we die van Zakk Wylde gewend waren. Net als op Black Rain heb ik m'n twijfels of er nummers bij zitten die jaren in de set zullen blijven, al maken "Let Me Hear You Scream" en de semi-ballad "Time" een kansje. Een belangrijk verschil met Black Rain is dat de composities van een (wat) hoger niveau zijn en dat de geforceerd moderne productie verdwenen is. Zorg dat je de versie met bonusdisc aanschaft, want die kent behalve maar liefst drie andere studionummers ook vier live-songs, waaronder "Let Me Hear You Scream" en Sabbaths "Fairies Wear Boots". Ozzy heeft in elk geval de stijgende lijn te pakken.
Eerlijk gezegd heb ik mijn twijfels of Gus G. de volgende keer wel veel zal bijdragen aan de songs. Zijn band Firewind laat namelijk al heel wat jaren goed uitgevoerde, maar weinig originele hardrock en metal horen. Ook op Days of Defiance is dat het geval. Zanger is nog steeds Apollo Papathanasio, die inmiddels ook de microfoon vasthoudt bij Spiritual Beggars. Een goed voorbeeld van de beperkte compositorische kwaliteiten is te vinden in "Chariot". Een degelijke rocker, prima uitgevoerd, maar o wat is de opbouw voorspelbaar. Tot de zanglijnen en de riffs aan toe. Dan mag het nog zo goed geproduceerd zijn, kunnen de heren technisch geen steekje laten vallen, het blijft goed klinkend doorsnee materiaal.
File Under: Uit de creatieve dip
File Audio: [OzzySpace]
File Video: ["Let Me Hear You Scream" (live)]
File: Firewind - Days Of Defiance
File Under: Klinkende ondermaatse metal
File Audio: [FireSpace]
Powerworld - Human Parasite
De eerste keer dat ik Threshold's Clone hoorde blies zanger Andrew "Mac" McDermott me de oren van mijn hoofd. Zelden hoorde ik iemand zo geweldig 'schreeuwzingen'. De tweede keer dat ik Clone hoorde deed ik vervolgens al alsof ik Mac zelf was. Ik stond - vanzelfsprekend - compleet voor schut. In 2007 verliet Mac Threshold en hij duikt nu op bij Powerworld. In deze band heeft ex-Freedom Call/Moondoc-bassist Ilker Ersin een aantal muzikanten om zich heen verzameld die meer dan behoorlijk gepokt en gemazeld zijn in bands die opereerden in de hardrock/prog/metalhoek. Op de eerste cd zong Stefan Brunner nog, maar die is op Human Parasite ten faveure van McDermott aan de kant geschoven. Door de geweldige zang van McDermott ontkom je er echter niet aan om nadat hij één noot gezongen heeft gelijk aan Threshold te denken. De kracht van zijn stem is ook dik tien jaar na Clone nog steeds indrukwekkend. Hij gedijt uitstekend in de tegen progmetal aanschurende powermetal die Powerworld je voorschotelt. Deze is wel net een versnellinkje lager dan op hun debuut-cd. Ik vind dat zelf wel zo prettig. Hierdoor wint de band aan ruimte voor melodie. De riffs van gitarist Barish Kepic (ex-Jaded heart) zijn dan misschien niet reuze origineel, ze zijn wel lekker vet en to the point. En ze komen helemaal goed tot hun recht als ze lekker badderen in de meedeinende synths van Nils Neumann (ex-Freedom Call) en krachtige drumpartijen van Simon Michael (ex- Subway to Sally). Die is ondertussen overigens al weer vervangen door ex-Victory drummer Achim Keller. Het is net een duiventil. Waar leden andere prog- of powermetalbands zich nog wel eens te buiten willen gaan aan het veel te uitbundig tentoonstellen van hoe goed ze hun instrumenten beheersen blijft dat op Human Parasite gelukkig achterwege. Het maakt de cd krachtig en to the point.
File Under: Powermetal
File Audio: [MySpace]
Hotel - The Island Sessions
De billboards langs de kant van de weg schreeuwen: 'kom naar Reykavik, kom naar Turkije'. Ja reizen, vakantie houden, ik krijg er positieve kriebels van: ik wil weg. Er zijn echter altijd wel smoesjes: geen geld, geen tijd, het milieu moet gespaard worden door niet te gaan vliegen of het was toch niet zolang gelee dat we op reis geweest zijn. Gelukkig zijn daar ook nog muzikanten die de wereld bij je thuis brengen. In onze mondiale wereld komen ze overal vandaan, maar vreemd genoeg is het dit keer de Nederlandse band Hotel die dit gevoel oproept. Eigenlijk moet ik zeggen de in Nederland (Amsterdam/Arnhem) residerende band, want de band kent negen nationaliteiten. De band brengt muziek geïnspireerd op Cuba (Bueno Vista Social Club), Mexico (Calexico) en Zuid-Amerika -of moet ik zeggen Frankrijk/Spanje- (Manu Chao) en ons eigen land (De Kift). Een dansje ("Esa Muier"), relaxen ("Panco Vila", "Manana"), woordgrappen ( "Babel"), maatschappelijke betrokkenheid ( "White Lies" en "Maffia"), uitzinnigheid ( Magic Carpet"), je kunt er allemaal voor bij Hotel terecht. Het album The Island Sessions is opgenomen op het Amsterdamse Vuurtoreneiland dat ten tijde van de wereld overvarende V.O.C.-vloot is ontstaan. Er is echter veel veranderd, want die wereld is stukje bij beetje, samen met de warmte, deze kant opgekomen.
File Under: De wereld is hier
File Audio: [MySpace][Hun website][Magic Carpet]
File Video: [Live: [Maffia]
Therapy? - We're Here To The End
Ik ben jaloers op het Ierse en Engelse muzikale collectieve geheugen. Want, waar wij Nederlanders niet verder komen dan Gordon, Borsato en Froger op trouwerijen en begrafenissen, daar draaien de Engelsen en masse The Jam, Oasis, Smiths, Suede en Therapy?. "Screamager", "Turn" en "Nowhere" zijn indie-anthems die onderdeel zijn van een breed cultureel besef. Dat hoor je op deze live-dubbelaar We're Here To The End goed terug en dat maakt meteen het verschil met een gewone ‘greatest hits’-verzamelaar. Bovendien heb ik een grote bewondering voor de gewone voorman Andy Cairns. Hij is er in ruim twintig jaar toch maar in geslaagd om zijn bandje fris en energiek te houden met industrial, metal, rock en punkrock. En als je niet beter weet, dan zou je denken dat We’re Here To The End een concert is van een positief ingestelde Joy Division met een metalinslag. Als er al een ‘selling point’ aan deze release valt te koppelen, dan is ‘t dat Therapy? er verdomd goed in is geslaagd om de toewijding van en interactie met zijn publiek vast te leggen. In moderne blaadjes heet dat Therapy? 2.0.
File Under: Therapy? 2.0
File Audio: [MySpace]
Week 44, 2010
Storm
True Bypass - True Bypass
Ewie
Hotel - The Island Sessions vs The Jacobites & Bunny Bonanzas @ Gesel XL
Ludo
Gold Panda - Lucky Shiner
Gr.R.
Gordon Downie & The Country of Miracles @ Queen Elizabeth Theatre, Toronto
Ramon
Shaking Godspeed - AWE
André
Rumer - Seasons Of My Soul
Prikkie
Transatlantic - Whirld Tour 2010
Stonehead
The Tunes - Pududu
DubbelMono
VA - I Hate Cherries. Serious 50s female jivers
Campking
Shaking Godspeed - AWE
MindSplit - Charmed Human Art Of Significance
Terwijl ik even niet oplette is Lion Music er in geslaagd zich op te werken tot een proglabel om in de gaten te houden. Nog niet zo lang geleden werd ik volkomen verrast door de magistrale progmetal van Day Six, nu is het weer MindSplit dat een meer dan verdienstelijke progplaat aflevert. Het is een Zweeds vijftal en hun eerste werkstuk heeft de pretentieuze titel Charmed Human Art Of Significance, ofwel CHAOS. Of het verhaal achter het concept klopt of niet, het is anders dan anders: een voorvader van zanger H.B. Anderson, Professor Xandau alias Xerxes Anderson, was een gerespecteerd therapeut in de eerste helft van de 19e eeuw en dit album is gebaseerd op zijn aantekeningen. Maar ook als een concept je niets kan schelen, is dit MindSplit de moeite waard. Hoewel ze de kunst met enige regelmatig afkijken bij grote broers als Dream Theater en Pain Of Salvation, is dit muzikaal een buitengewoon gevarieerd album. Na de proloog wordt er twaalf minuten lang stunt- en vliegwerk gepresenteerd in "Silhouettes", waarna "The Traveller" volgt, een fraai ingehouden en daardoor spannend nummer met over elkaar buitelende gitaar- en zanglijnen. Vervolgens volgt de progvariant op een rocker, "Presence Of Time", met een refrein dat ogenblikkelijk blijft hangen. Daarna "...Elsewhere?", een fraaie akoestische ballad die, eenmaal vergezeld door een piano, de opmaat vormt voor weer een portie fraaie metal in "Inside The Heart Of Silence". En dan ben je net halverwege.... Het knappe is dat het wel degelijk als een geheel blijft klinken. Geen dichtgesmeerde metal, maar juist een album lang variatie in tempo, instrumentatie én stijl. Zou ´ie nog meer interessante voorvaderen hebben?
File Under: Charming Significant Human Art
File Audio: [SplitSpace]
File Video: [NME Myself & I]
Atlantic Pacific - Meet Your New Love
Soms zijn bandnamen zo stom dat een band eigenlijk helemaal geen succes meer verdient. Waarschijnlijk konden ze gebogen over de Grote Bosatlas niet kiezen voor welke oceaan ze moesten gaan, dus dan maar gewoon allebei. Suf. Maar desondanks ben ik al halverwege de opener compleet om: Meet My New Love! Het debuut van Atlantic/Pacific bevat heerlijk dromerige folkpop van Garrett Klahn en John Herguth, twee artnerds uit Brooklyn. Lekker loom gitaargeluid en het soort samenzang dat in eerste instantie lange baarden doet vermoeden. Een sound die sterk doet verlangen naar een lekker luie avond op de bank met knapperende haardvuur op de achtergrond. Een wonder dat dit soort muziek afkomstig kan zijn uit een stad waar iedereen altijd haast heeft. Tijdens de tien nummers van Meet Your New Love lijkt de tijd even stil te staan en niets nog echt belangrijk te zijn. Op “Ship to Shore” neigen de heren richting ambient, maar de weldadige rust en prettig omfloerste zang blijft. Uit de tekst van het traditioneel folky “Picture Perfect” blijkt waar hun hart eigenlijk ligt: ‘I can taste California, I feel the wind in my hair’. Dit soort relaxte gasten hebben inderdaad niets in New York te zoeken, ze wonen gewoon aan de verkeerde oceaan... ah, daar viel een kwartje!
File Under: Toch geen baarden
File Audio: [MySpace]
File Video: [Some Weary Valentine]
File Twitter: [Twitter]
deRoovers / SKaGeN
School Of Seven Bells
JT and The Clouds - Caledonia
Jeremy "JT" (jawel, daar komt de JT uit de bandnaam vandaan) Lindsay is een zanger en liedjesschrijver die het al drie albums probeert te maken met zijn band JT and The Clouds. Zonder noemenswaardig succes. Jammer, want deze youngsters kunnen wel degelijk iets. Het zal toch niet zo zijn dat hun feestelijke vorm van country, soul en gospel niet hip genoeg is voor het hedendaagse publiek? De liedjes van voorman Lindsay zijn prima in orde (zijn stem houdt niet altijd over, dat geef ik meteen toe) en zijn medemuzikanten verdienen een hele dikke voldoende. Wellicht dat het iets met hun imago van doen heeft: jonge jochies die de platenkast van pappa en mamma ontdekken en daar Sam Cooke, The Staple Singers,The Faces en The Stones uit vissen. Zelf hadden ze stadsgenoten Wilco al gevonden. Met al die invloeden brouwen ze een geslaagd mengsel. De ene stampende soultrack ("How It Runs") wisselt de andere tranentrekker ("I Have Heard Words") en het volgende treurige liefdesliedje ("Playin' Dozens") af. Je zou maar op een aspect kritiek kunnen hebben: een eigen smoel ontberen de liedjes soms wel. Degelijk vakmanschap, enthousiast gebracht, maar een mespuntje eigenheid zou het geheel wellicht voor een groter publiek de juist smaak geven.
File Under: Voer voor fijnproevers
File Audio: [MySpace]
File Video: [Low July]
DJs Morse Inspectors
BJ Baartmans - Voor/Achter / Pollux - Wetse Nog?
In 2006 verraste BJ Baartmans me door een switch te maken van Engelstalige songs naar Nederlandstalige. De Engelstalige cd’s Where Lovers Go en Red Light Tracks die ik kende vond ik al goed, op Verpand maakte Baartmans nog veel meer indruk. Alsof hij ineens na vijfentwintig jaar speuren zijn nieuwe favoriete jas gevonden had die als gegoten zat en waarvan je weet dat hij die nooit meer uit moet doen. Zijn zachte lichthese stem met niet te verhullen Brabants accent in combinatie met zijn mooie observerende teksten maakt veel meer indruk dan op vorige cd’s. Zijn gitaarspel was altijd al van grote klasse. Baartmans 30-jarig jubileum wordt gevierd met een beetje een rare dubbel-cd. Op Voor staan dertien nieuwe liedjes van Baartmans en zijn band, op Achter staan negen songs waarbij hij zijn diensten beschikbaar stelt aan andere artiesten. Een rol die hij net zo gemakkelijk aanneemt. Voor Achter kwamen onder meer Gerard van Maasakkers, Marcel de Groot en Frank Lammers langs in Baartmans’ studio. Het resultaat is een allegaartje van Nederlandstalig en Engelstalig. Wel een leuk allegaartje, met een uitbundig prekende Lammers in “Recycling” als hilarische afsluiter. Toch zijn het vooral de songs op Voor die indruk maken. De momenten dat Baartmans zijn ingetogen, melancholische kant laat zien zijn heel goed. Vooral “Monument Kamp Westerbork”. Van de sfeer die Baartmans hierin neerzet krijg ik een brok in de keel. En ik ben vast niet de enige die zichzelf terughoort in “Feestmuziek”. Hierin verklaart Baartmans zijn liefde voor de treurige kant van het leven, de non-happy ends, in plaats van de vrolijke. Eigenlijk houdt hij dus totaal niet van feestmuziek. Niet voor niets is er in zijn meer up-tempo liedjes ook altijd een treurige ondertoon aanwezig.
Een van de mensen die veelvuldig gebruik maakt van de ‘Achter’-diensten van BJ Baartmans is Frans Pollux. Als de mensen toen hij jong was aan hem vroegen wat hij later wilde worden, dan antwoordde hij altijd dat hij schrijver wil worden. Tot halverwege dit jaar was hij in thuisprovincie Limburg vooral een bekend bekend journalist, liedjesschrijver en vertolker. Het uitbrengen van zijn debuutroman Het Gelijk Van Heisenberg heeft hem ook buiten de provincie flink wat aandacht opgeleverd. Je krijgt niet zo maar een vier sterren-recensie in de Volkskrant. Het is een goede reden om de eerder dit jaar in eerste instantie alleen lokaal verschenen cd Wetse Nog? nu ook aan de rest van Nederland aan te bieden. Zonder het succes van die roman had Wetse Nog? ook best gelijk landelijk uitgebracht mogen worden. Pollux zit namelijk een beetje op het kruispunt van wat Rowwen Hčze en BJ Baartmans doen. Feest met vaak een weemoedige ondertoon. Liedjes als “Amsterdam” en “Wetse Nog?” hadden zo uit de koker van de grootmeesters uit de Peel kunnen komen. Het idee van “Heimweejstroat” vol mijmeringen over vroeger is fraai gevonden. Het gedetailleerde gitaarspel van BJ Baartmans in combinatie met de melancholische vioollijnen van Emil Szarkowicz (die ook met Rowwen Hčze opnam) geven het liedje ook muzikaal precies het goede accent. Voor een net dertigjarige kijkt Pollux wel heel veel terug in zijn Limburgse teksten, maar ach, was vroeger niet altijd alles beter?
File Under: Dertig jaar Baartmans
File: Pollux - Wetse Nog?
File Under: Pollux is een schrijver
DJ Von Rosenthal de la Vegaz
These New Puritans
Radical Slave
Jammer - Jahmanji
Het is eigenlijk, eh, jammer dat de Britse pers bij elk nieuw talent een stroming fantaseert. Volgens mij werkt dit vluchtigheid in de hand. Houdt iemand zich nog bezig met twostep? Over grime hoor je ook weinig meer, Dizzee danst zich tegenwoordig loca loca met Shakira! Jammer (naast rapper ook producer) heeft de hype over laten waaien en komt nu pas met zijn debuut. Op Jahmanji houdt hij slim het midden tussen ratelende bangers en gladder commercieel werk. Met die eerste categorie kan ik niet zoveel. Het knauwende accent van de man en zijn maten kan ik al nauwelijks verstaan en ik snap ook nooit goed hoe je je hoofd moet bewegen op die ritmes. Dansen is helemaal uitgesloten, Jammer zegt zelf 'I am a fool on the dancefloor'. (Dansen is ook meer iets voor MC Hammer, die een namedrop krijgt) Doe mij maar een dik Jamaicaans nummer als "Bad Mind People", lekker toasten, met dubby blieps en sirenes. Het feestje gaat helemaal los in "Get It In". Likje autotune erbij en tekstueel hilarisch simpel. 'Gotta get money in large amounts'. 'Paper' binnenhalen en 'stacken' is leuk, maar het allermooist is natuurlijk 'spending it'! Ik zie de enorme grijns van Jammer er zonder moeite bij. "Back To The 90s" is al even grappig, het nummer doet precies wat het belooft met oude rave-loops, synths en een soul-diva. 'Reebok, Reebok, Reebok!' Jammer klept er lekker hysterisch als een Busta Rhymes doorheen.
File Under: Grime af, feestmuts op
File Audio: [Jammer-Space]
Annelies Verbeke vs Venus in Flames
Starboard Silent Side
Josse de Pauw
Broken Glass Heroes
Marble Sounds
The Corin Tucker Band - 1,000 Years
Schouder- en nekklachten: ik word er niet blij van. Gelukkig zijn daar dan nog de te recenseren cd's die me op kunnen beuren. Qua releases was ik net aanbeland bij 1,000 Years van The Corin Tucker Band. Mevrouw Tucker moest het dus helemaal worden. Ik kreeg echter bij het draaien een wat onbehaaglijk gevoel. Alsof ik naar Alanis Morissette aan het luisteren was: de rock, de stem. Oké, de band rammelt wel wat meer, Alanis zou een dergelijk album niet uitgebracht hebben, maar toch. Tucker is 'bekend' van de band Sleater-Kinney die er in 2006 mee ophield. Vreemd genoeg bedankt ze in de inlay van 1,000 Years Eddie Vedder, ze blijkt meegezongen te hebben op zijn Into The Wild. Ik bedenk me dat ik dat album toch wel erg tof vond en hou het er maar op dat ik niets heb met de neprock van deze Amerikaanse mevrouw ondanks dat ik haar gezien de sombere teksten eigenlijk een bemoedigend schouderklopje zou moeten geven. Maar de energie ontbreekt mij nu even.
File Under: Rock op Amerikaanse leest
File Video: [Riley]
Kingfisher Sky - Skin Of The Earth
Gothic metal is niet aan mij besteed. Ook niet als het fantastisch in elkaar zit en er op hoog niveau wordt gemusiceerd. Het doet me eenvoudigweg niet veel. Met ënën uitzondering: Kingfisher Sky. Hun debuut Hallway Of Dreams beviel me uitstekend en bij opvolger Skin Of The Earth is dat niet anders. De begeleiding hoeft niet altijd kamerbreed en zwaar bombastisch te zijn. Ja, normaal gesproken is dat juist wel mijn pakkie-an, maar waar de zang al veel bombast met zich meebrengt is dat net teveel van het goede voor mij. Kingfisher Sky komt net als de vorige keer met lekker folky elementen, zoals het middeleeuwse tokkelwerk in "Rise From The Flames", waar het soms zelfs aan Ritchie Blackmore doet denken. Elders zijn fraaie proggy passages te vinden, soms is het bijna pop. Het gitaarwerk, hoe fraai ook, is een van de elementen in de muziek en niet zoals meestal het allesoverheersende element. Juist daardoor vallen de afwijkende passages meer op. Sinds de vorige keer zijn er heel wat bezettingswisselingen geweest, maar dat hoor je eigenlijk amper. Hooguit is de gelaagdheid nog wat verdiept. De basis ligt nog steeds in de gothic metal en dat is ook niet te missen, maar de akoestische feel in veel van de nummers, de magistrale zang van Judith Rijnveld en de proggy overgangen maken dat Kingfisher Sky een bijzondere plek heeft in het Nederlandse metallandschap. Skin Of The Earth zal daar ongetwijfeld aan bijdragen.
File Under: Eigenwijs onderscheidend
File Audio: [SkySpace]
Shelby Lynne - Tears, Lies, And Alibis
Ze had geen zin meer om aan het handje van de platenmaatschappij te lopen. Dan begin je dus een eigen label. Zodat je, wanneer je zin hebt om een liedje te schrijven over rijdende zeppelins (die grote Amerikaanse caravans), dat gewoon op je plaat kunt zetten zonder dat iemand zegt: zou je dat nou wel doen? Je kunt ook maar tien nummers op je 37 minuten durende album zetten, als je dat voldoende vindt. Dat Shelby Lynne daar na negen albums achter komt, is rijkelijk laat. Maar soit. De oudere zus van Allison Moorer meanderde op die backcatalogue tussen soul, country en soft-rock (met als uitschieters het doorbraakalbum I Am Shelby Lynne en de Dusty Springfield-tribute Just a Little Lovin’) en doet dat vanzelfsprekend op Tears, Lies, and Alibis ook. Ze heeft een bijzonder mooie, een tikje hese stem die liedjes over de donkere kanten van de liefde precies de juiste melancholie meegeeft. Maar ook een ultrakort, zonnig klinkend soulliedje als "Why Didn’t You Call Me" krijgt er een frisgewassen bloesemgeur van. Ondanks de bloedend-harttekst. ‘Freedom’s just another word for nothing left to lose’, zong Janis Joplin ooit. Shelby Lynne heeft zichzelf bevrijd, hoeft zich niet meer te bewijzen maar kan gewoon die mooie liedjes schrijven die ze zelf wil. Vooral doorgaan.
File Under: Go your own way
File Audio: [MySpace]
AC Berkheimer - We Tell Them Tonight
Met een typisch Hollandsche nuchterheid schrijft de Rotterdamse band op MySpace: ‘we just like playing music and this is what it sounds like when we do... so listen to it and make up your own mind’. Oké, dat gaan we dan maar even doen. We luisteren naar het tweede album van het viertal. Tien nummers, keurig verdeeld over twee kanten, op vinyl dan tenminste. De zelfbenoemde shoegazers brachten na hun debuut in 2008 eerder dit jaar nog een prima EP uit en nu is er dus een volledige opvolger. Ik kan natuurlijk wel weer alle invloeden gaan opnoemen, alle helden uit de alternatieve hoek die hebben bijgedragen aan het geluid van AC Berkheimer, maar ik kan ook meteen zeggen dat We Tell Them Tonight gewoon een heerlijke, perfect uitgevoerde indieplaat is. Na een relaxed begin met de lekker kalme zang van Valentijn vliegt de band scheurend uit de bocht op “Saturday” en “The M”. Het zijn met name de fraaie wisselwerking tussen de mannen- en vrouwenstem en de combinatie van sfeervolle en stoere nummers die het album zo sterk maken. Opvallend en lovenswaardig is de keuze van de band om het medium cd maar gewoon helemaal te passeren voor deze release. Gewoon op iTunes te koop of op vinyl met een gratis download-linkje. Helemaal goed.
File Under: Zelf cd branden kan ook nog
File Audio: [MySpace]
File Video: [Youtube]
Zach Hill - Face Tat
Zach Hill is zonder twijfel een van de meest bijzondere drummers van het eerste decennium van deze eeuw. Wie hem in Hella tekeer hoorde gaan klapperde al snel met zijn oren. Misschien ligt het feit dat hij zich het drummen zelf eigen heeft gemaakt er wel ten grondslag aan dat hij zo totaal anders klinkt dan zijn geschoolde tegenhangers. Zijn spel straalt wel discipline uit, maar vooral ook vrijheid van denken. Het verbaast me dan ook niet dat hij samenwerkte met bijvoorbeeld Marnie Stern en leden van The Mars Volta. Ook zijn tweede solo-cd Face Tat is er een die heel wat van zijn luisteraars vraagt. Wie daarvoor het geduld op kan brengen hoort een wervelwind van dertien songs langs komen waarin Hill uitpakt met onnavolgbare samples, drumfills, weirde geluiden en zelfs zang. Hiervoor krijgt hij onder meer hulp van Deerhoof-drummer Greg Saunier en neo-hippie Devendra Banhart, die zijn stem leent voor de loops in “Second Life”. Dat afsluitende nummer is in al zijn spacyness nog het meest een liedje. Verder is Face Tat vooral weer een bijna uitputtende trip aan creativiteit van een drummer die mij maar blijft verbazen. Check maar eens songs als “Ex-ravers” of de rauwdauw-noise van “The Sacto Smile”. Vooral die laatste klinkt alsof er een bom ontploft in je huiskamer.
File Under: Little Drummer Boy
File Audio: [MySpace]
Beirut - Scenic World
Rökkurró - Í Annan Heim
Het zachtjes aanzwellende intro klonk nog gruizig. Alsof de vulkaan Eyjafjallajökull wederom een aswolk had opgehoest die langzaam maar zeker ons luchtruim binnen zou drijven. Maar al snel bleek het asgrauwe stof neer te dalen en ontwaarde zich een wonderschone, bijzondere wereld. Een andere wereld. Vooruit, laten we het een sprookjesachtige wereld noemen. Want zoals iedereen hoort te weten is dit niet alleen het rijk van prinsessen, sneeuwwitjes en zeven geitjes. Tegenover elk van hen staat wel een kwaadaardige heks, vergiftigde appel of boze wolf. Het is de spanning dat er achter elke weelderige bloeiende boom of struik het gevaar schuil kan gaan, dat het hier 's nachts wel eens verraderlijk zou kunnen spoken, die mij alert houdt. Per toeval verwaalde ik in dit eindeloze bos waar het gezang van de sirene Hildur Kristín Stefánsdóttir mij steeds dieper en dieper in lokte. Voorlopig voel ik nog geen enkele behoefte om hier te vertrekken. Vandaar dit schrijven. Mocht u mij missen of zoeken dan weet u waar ik ben. Í Annan Heim (in een andere wereld). U hoeft zich geen zorgen te maken. Ik ben in de goede handen van Rökkurró. Of u de groeten wil doen aan Efterklang, Under Byen, Múm en Sigur Rós? Oh, en ik moest Jóhann Jóhannsson niet vergeten. Dan dwaal ik ondertussen weer verder. Tot ooit.
File Under: Er was eens...
File Audio: [Í Annan Space]
Carlton Melton - Pass It On
Een duidelijkere verwijzing naar de invloed waaruit Pass It On is ontstaan had de titel van deze plaat haast niet kunnen hebben. Nog nauwelijks staat de cd aan, of het is al wel duidelijk wat de bandleden voor en tijdens de opnames hebben doorgegeven. Waarschijnlijk was het oefenhok net weer vrijgegeven van de toppen die er enkele dagen hadden gehangen om te drogen, en is de band daarop maar meteen de oogst opgaan roken. Want zelfs alleen al wanneer je naar Carlton Melton luistert, word je zo stoned als een aap. Lome psychedelische rock met lange drones die als de wind rond je hoofd blazen, beheersen voor een goede 70 minuten je kamer. Uit het niets poppen concentrische cirkel is paarse vlakken op die hypnotisch op je in beginnen te draaien. Tegen het eind van de plaat komen zelfs de spreekwoordelijke roze olifantjes de kamer in gewandeld, gevolgd door een parade aan gniffelende kaboutertjes met fluorescerende puntmutsjes en snoeischaren in plaats van pikhouwelen. Zo onder invloed moeten de leden van Carlton Melton zijn geweest tijdens de jamsessie waaruit deze plaat is ontstaan. En zoals wel vaker met gedrogeerde opnames is het vooral erg leuk als je het gedrogeerd opneemt. De acht nummers op Pass It On golven en kabbelen lekker op een bad van THC of andere geestverruimende middelen, maar de drones en psychedelica gaat nergens heen en komt dus ook nergens. Dat is erg leuk voor een nummer, wel leuk voor twee nummers en, in het geval van briljante bands, acceptabel voor drie nummers. Maar acht nummers zonder kop, middenstuk of staart is deze man net iets teveel van het goede. Of zeg maar gewoon veel te veel van het goede.
File Under: Psychedelische stoneder rock
File Audio: [Carlton Shop]
File Video: [YouTrip]
Hauschka - Foreign Landscapes
Het optreden van Hauschka in de kerk tijdens de afgelopen editie van Into The Great Wide Open was voor mij het hoogtepunt van het festival. Hij boeide iedereen die zo gelukkig was een plekje te bemachtigen (de kerk was afgeladen) ruim een uur lang niet alleen met muzikaal vermaak, maar ook visueel, doordat hij steeds weer nieuwe rariteiten uit zijn prepared grand piano toverde (kroonkurken, tape, zilverfolie). Met als hoogtepunt de zak pingpongballen die hij liet dansen op de snaren in de klankkast van zijn vleugel. Ook op zijn nieuwe cd Foreign Landscapes gebruikt Volker Bertelmann, Hauschka's echte naam, veelvuldig de prepared piano als uitgangspunt. Een groot verschil is echter dat de muziek veel rijker is georkestreerd. Ik kan me voorstellen dat wie naar aanleiding van de lyrische woorden over zijn concert op Into The Great Wide Open Foreign Landscapes koopt, er zelfs ietwat van schrikt. Het pianospel van Hauschka is namelijk soms bijna niet hoorbaar. Toch kun je in de vaak romantische songs duidelijk zijn signatuur terughoren. Het sierlijke karakter van de strijkers en blazers, die soms ook dartelend en staccato langswaaien of een ander humeur aan kunnen nemen. De droeve ondertoon van de blazers in "Kamogawa" bijvoorbeeld is zo prachtig. Het werken met een heel orkest geeft Bertelmann gewoon veel meer mogelijkheden. Toch kan ik niet ontkennen dat "Early In The Park", "Mount Hood" en "Kouseiji", de songs waarin de piano duidelijk de overhand heeft, op mij de meeste indruk maken. Of zou dat veranderen als ik Hauschka live in actie gezien heb met een heel orkest ter ondersteuning?
File Under: Duitse romanticus
File Audio: [MySpace][Kamogawa]
The Tins - The Tins (ep)
Een bandje al kennen vanaf de eerste release, een beetje muzieknerd wil dat maar wat graag. Ik stak mijn vinger dus snel op bij de eerste release van The Tins, zodat bij meester Storm, mij deze toebedeelde. De reden dat ik hier bij een snelle beluistering voor viel waren waarschijnlijk de catchy tunes. Vanaf het moment dat echter de mp3's mij toegezonden werden, schoof ik mijn stukje wat voor mij uit. Nu dit de laatste release is van de 'stapel', is er echter geen ontkomen meer aan: hier is mijn stukje. Het gekke na het diverse keren draaien van de vijf tracks tellende ep The Tins is dat ik mezelf betrap op het neuriën van “I'm A Monster” van The Klaxons. Mijn onderbewustzijn legt kennelijk een link tussen deze Londenaren en dit trio uit Buffalo, New York. Als ik echter wat bewuster naar de release luister, dan is dit wel wat kort door de bocht. Als ik liedjes als “June Avenue” en “The Green Room” hoor, dan heeft de muziek wat van Band Of Horses en The Shins, waar niets mis mee is. Ondanks dat NME erg enthousiast is, heb ik mijn twijfels of deze band nou de muziekwereld op zijn kop zal zetten. Geinig is het bandje wel, ook al omdat de jongetjes gezien de teksten kennelijk moeite hebben om met het 'probleem' meisjes om te gaan en de liedjes mij een prima humeur bezorgen.
File Under: De eerste stappen
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Green Room]
Issa / Kiske-Somerville
De laatste tijd kreeg ik ineens heel wat damesrock op m'n bordje. Issa, bijvoorbeeld. Een Noorse dame, Issabell Øversveen, die geheel in Frontierstraditie wat gladde commerciële rock maakt. Ze heeft een uitstekende stem, dat moet gezegd worden. Een enkele keer - bijvoorbeeld in "Closer" - doet ze me wat denken aan Wendy Melvoin (van Wendy & Lisa- en Princefaam), wanneer ze in haar zanglijnen de gebaande paden verlaat. Meestal blijft ze helaas hardnekkig binnen die gebaande paden en zit Issa stevig in de Robin Beck-hoek: uitstekende stem, maar compositorisch en instrumentaal bar weinig avontuur. En bar weinig eigen gezicht.
Een andere dame is Amanda Somerville. Zij is vooral bekend geworden door haar bijdragen aan Kamelot's Ghost Opera en haar tournee met Avantasia. Op het laatste moment werd zij als vervanger voor onze eigen Simone Simons (Epica) toegevoegd aan Michael Kiske (ex-Helloween) voor dit duettenalbum. De composities zijn voornamelijk van de hand van Magnus Karlsson (Starbreaker, Primal Fear) en Mat Sinner (Sinner, Primal Fear). Karlsson is een typische broodschrijver die er volgens mij vijf songs per dag uitpoept. Dat leidt echter regelmatig tot weinig opvallende songs en dat is ook op dit album hier en daar het geval. Daar staat tegenover dat er met de nodige bombast en lang aangehouden akkoorden veel ruimte overblijft voor de uitstekend bij elkaar passende stemmen om de show te stelen. Dit is dan ook echt een album voor zangliefhebbers. Zeker, de muzikale bombast ligt er dik bovenop ("End Of The Road"), maar het draait om de stemmen. Compostorisch is het zoals gezegd niet altijd even bijzonder, instrumentaal is er een vakkundige basis gelegd voor de stemmen van Kiske en Somerville. Ik had het niet verwacht, maar het bevalt me nog ook.
File Under: Zelden sprankelend
File Audio: [IssaSpace]
File: Kiske-Somerville - Kiske-Somerville
File Under: Twee stemmen, vakkundig ondersteund met bombast
File Video: ["Silence"]
Vandaveer - Divide & Conquer
Er is iets vreemds aan de hand met het album Divide & Conquer. In april 2009 uitgebracht in Frankrijk, in augustus 2009 in thuisland de Verenigde Staten op de markt gekomen en pas nu, in de tweede helft van 2010, vindt de rest van Europa dit tweede album van Vandaveer in de platenbakken. Wat wellicht iets zegt over de onzekere manier waarop labels omgaan met nieuwe acts, of over het feit dat de Franse muziekscene in de rest van Europa over het hoofd gezien wordt. Hoe dan ook, Mark Charles Heidinger is de grote man achter Vandaveer en met een troep gelijkgestemden heeft hij deze verzameling spaarzaam gearrangeerde (stem, piano, gitaar) alt-folkliedjes opgenomen. Meest opvallende muzikant naast Heidinger is Rose Guerin met wie hij het grootste deel van de nummers zingt. Het geluid verwijst naar de vroege jaren zeventig, maar wat opvalt is dat, ondanks de gevoeligheid die uit zijn liedjes spreekt, de liedjes niets aarzelends hebben, maar zelfverzekerd en gefocust klinken. Niet voor niets heeft hij een enorme hoeveelheid optredens achter zijn naam staan. En als hij in de toekomst meer liedjes weet te schrijven als 'A Mighty Leviathan of Old' en 'Fistfull Of Swoon', dan zal zijn volgende plaat een wereldwijde release krijgen.
File Under: Conquered
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Mighty Leviathan of Old]
Zornik - Satisfaction Kills Desire
Wie deejay speelt en daarbij regelmatig wat nieuwe muziek uitprobeert, kan aan allerlei dingen zien of het experiment aanslaat. Of er mensen dansen is altijd leidend. Maar er mag ook best een lauwer zwijmelliedje tussendoor zijn, want dat stuwt de drankomzet en zo kun je mooi maskeren dat niet ieder nummer beter kan zijn dan het vorige. En als er tijdens zo'n rustmoment iemand komt vragen wat je voor iets aan het draaien bent, ben je óók goed bezig. Het is me al regelmatig gelukt om met b-kantjes van Muse ("Easily") of ouwe singles van The Veils en Zornik mensen naar de dj-booth te krijgen. De tijd dat Zornik de absolute Belgische Muse was is helaas wel een beetje over; dat komt omdat Koen Buyse zijn bombast op deze vijfde plaat netjes verdeelt in Oasis-achtige galmbakken, 30 Seconds to Mars-achtige refreintjes ("Babylon", "The Enemy"), pakkend-dreinerige dramadingen (het U2-achtige "More than This", "Final Curtain", "Underground") en wat oh-oh-oh-liedjes die net iets te dik zijn aangezet om van Go Back to the Zoo te kunnen zijn ("Something in the Way", "Pin Me Down"). Al met al speelt Zornik in diverse hoeken slim leentjebuur en klinkt het degelijk en bekend, maar niet echt spannend. Toch zou een notering op de 3FM Alternative-playlist (voor zolang als dat internetstation nog blijft bestaan) best terecht zijn. Al was het maar om mensen te fucken, omdat vast niemand raadt wie het is.
File Under: Niet uniek, wel aardig
File Video: [The Enemy][Walk]
Sharon Jones & The Dap-Kings
Monster Magnet - Mastermind
Dave Wyndorf, het uitgetripte mohair-konijn met ringbaardje kon weer eens niet van de drugs afblijven. Na een paar jaar doorsudderen kan dat twee kanten op. Of Monster Magnet is op sterven na dood, of Dave pept zichzelf op en gaat op zoek naar nog diepere bliepjes, gitaarpartijen en uitgekristalliseerde woede-aanvallen. Wyndorf deed voor de zoveelste keer het laatste. Nee, een nieuwe Spine Of God of Dopes To Infinity zit er niet meer in. Maar Mastermind is het eerste wapenfeit van het opperwezen dat de zwartgalligheid van Killing Joke, de grootstedelijke bluf van MC5 en de meeslependheid van Goatsnake aan elkaar koppelt. En daarmee komen Wyndorf en Mundell voor het eerst sinds jaren zeer dichtbij hun allereerste acidrock-aspiraties. Wyndorf geeft het spelletje Mastermind met de uiterst herkenbare verpakking het fucked-up karakter van huidige politieke steekspelletjes mee. En zo kennen we Monster Magnet weer. Wantrouwend tot op het bot en boos zijn de oerrockers met alle wijdse en groteske gebaren die daarbij horen, waardoor James Hetfield verbleekt tot een iel mietje uit de keurige blanke voorsteden. Wie van pathos houdt, laat deze cd maar over zich heen komen.
File Under: Men neme wat acid en pruttelende stonerrock
File Audio: [MySpace]
File Video: [Gods and Punks]
Only Seven Left - It Was All A Dream / MakeBelieve - City Lights EP1
Vorig jaar bestond Amersfoort 750 jaar. Dat werd goed gevierd. Een deel van de Parade kwam zelfs even buurten. Dat gebeurde inclusief bandjes. Ik stond met mijn buurman een biertje te drinken terwijl onze kinderen zich uitleefden in de zweefmolen. Samen keken we naar Only Seven Left dat voor een gillende menigte meisjes stond te spelen. Daar ging ons gesprek niet over. Dat ging over hoe goed die gastjes stonden te spelen en hoe ze de ene catchy tune na de andere vanaf het podium de zaal in bliezen. Na een paar EP's en een tournee samen met onder meer Destine volgde er dit jaar een tour als headliner en nu ook een gehele cd. Die heet veelzeggend It Was All A Dream. Alsof ze zelf ook niet helemaal geloven dat ze door stug hard doorwerken succes scoren. Natuurlijk zien ze er goed uit (volgens de meisjes), dan nog is scoren (en blijven) zonder dat je echt fatsoenlijke liedjes kunt maken, dat is dan nog steeds lastig. Only Seven Left laat op hun 'echte' debuut-cd wederom horen dat ze hun songs uit het goede hout snijden. De cd is voor een deel een verzameling van eerder op EP's uitgebrachte songs, er is ook genoeg nieuw leuks. Zo staat er een zoet duet op tussen Miss Montreal en Only Seven Left-zanger Bart van Dalen. Stiekem is het mooi een dijk van een rockballad, inclusief een bak strijkers. Goed geplaatst ook, zo midden op de relatief korte (32 minuten slechts) cd. Dat daarna feestbeest "Saturday' volgt, dat kan best. Het is op zich heel gemakkelijk om te mopperen dat de songs net iets meer rafelrandjes hadden mogen hebben, Only Seven Left maakt volgens mij juist bewust die keuze niet. Dit is hun manier om hun droom te verwezenlijken. En gezien het feit dat het gros van hun headlineshows uitverkocht is, hebben ze wat mij betreft het gelijk aan hun kant.
Een van de bands die in het voorprogramma van Only Seven Left mocht optreden, was het Groningense MakeBelieve. En samen speelden ze ook met Destine. Waar Only Seven Left voor pianopop als basis en live de gitaren wat harder bijschakelt is de gitaar bij MakeBelieve altijd de basis. Dat zorgt ervoor dat de band wat meer in de richting van Destine en Panic! At The Disco schuift. Dat maakt gelijk duidelijk dat je op hun City Lights EP ook geen u¨bergecompliceerde muziek hoeft te verwachten. De vier liedjes hebben stuk voor stuk een hoog catchy karakter. Opvallend sterk is de zang, maar vooral ook de uithalen van zanger Joey Dussel, die daar zomaar klinkt als het nog niet erkende buitenechtelijke kind van Journey's Steve Perry. Hier scoort MakeBelieve echt bonuspunten mee. Slim zijn ze ook nog, want ze brengen hun cd in drie delen uit, waarbij het eerste deel als kekke digipack in de schappen ligt. De kans dat deze jongens dezelfde succesvolle weg gaan belopen als Only Seven Left lijkt me dan ook niet meer dan logisch.
File Under: Niet alle dromen zijn bedrog
File Audio: [MySpace]
File: MakeBelieve - City Lights EP1
File Under: Slimme catchy start van ongetwijfeld succesvol drieluik
File Audio: [MySpace]
Teenage Fanclub - Shadows
Ondanks de bandnaam Teenage Fanclub zullen er weinig teenagers in de zaal staan bij hun huidige optredens. De tieners ten tijde van de eerste release van deze band, A Catholic Education in 1990, zullen nog net nog geen veertig zijn. Mochten ze al in de zaal staan, dan zullen ze muzikaal ook meegegroeid moeten zijn met deze band. De band had aanvankelijk nog een rauw gitaargeluid en de keyboard had nog niet zijn rentree gedaan. Op Shadows, hun tiende release, is het allemaal wat meer mainstream geworden. Aanvankelijk werd de vergelijking gemaakt met Big Star en Neil Young. Ik zou nu meer inzetten op stadsgenoten Belle And Sebastian, maar dan met wat folky invloeden van het typische The Byrds of The La's, misschien wel de beste band uit de jaren negentig. Shadows is een album dat lekker voortgaat, maar de saaiheid ligt erg op de loer. Was er in het verleden nog wel eens een krakende gitaar, nu is al weerbarstige keurig weggepoetst. Fans van weleer die meegegroeid zijn, zullen echter blij zijn, want de laatste release Man-Made stamt uit 2005. Bovendien zijn ze met een eenmalig optreden op 23 november in het Utrechtse Tivoli te bewonderen.
File Under: De titel van het album is een te grote inkopper
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live: Baby Lee]
Gold Panda - Lucky Shiner
Lucky Shiner is de eerste grote plaat van Gold Panda, maar deze hippe Londenaar heeft al van zich laten horen met een paar fijne ep's waardoor hij al snel een veelgevraagde naam werd in het remix-circuit. Bloc Party, Simian Mobile Disco, HEALTH, The Field: het zijn niet de minste vrienden voor een jonge knoppendraaier. Met zo'n vliegende start moet Gold Panda wel beschikken over een paar gouden vingers. Lucky Shiner is het bewijs. Een album vol prettig knisperende electronica, met royale eclectische bewegingen uitwaaierend van minimal house tot ambient techno, hier en daar experimenteel met dromerige jazzy breaks, maar altijd lichtvoetig. Liefhebbers van pak 'm beet Caribou, Flying Lotus, Four Tet en The Field kunnen hiermee prima uit de voeten. Maar dat is niet nog alles. De muziek voelt weldadig warm aan en dat is te danken aan het gebruik van exotica, opgepikt toen Gold Panda een jaar in Japan woonde en andere verre reizen maakte. Analoge geluiden van marimba's, xylofoons, Congolese vingerpiano's en oosterse stemmen worden spaarzaam maar effectief toegevoegd waardoor het allemaal een werelds tintje krijgt en een warm, kloppend hart van goud. Ik reserveer alvast een bescheiden plekje op mijn jaarlijst.
File Under: Hart van goud
File Video: [Snow And Taxis] [Back Home]
File Audio: [Lucky Shiner]






































































































































































