Grails - Deep Politics
Grails is een gezelschap uit Portland dat geregeld in de postrockhoek geduwd wordt en dat is zeker niet geheel onterecht. Maar het viertal kan en is absoluut meer dan het zoveelste slappe aftreksel van Mogwai. Dat heeft dit album mij wel duidelijk gemaakt. Acht nummers in krap 47 minuten telt Deep Politics: een snelle rekensom leert ons dat lang uitgesponnen nummers dus niet de boventoon voeren (krap negen minuten is het maximum). En toch zijn ze stuk voor stuk af. "Future Primitive" is een toegankelijke binnenkomer met een paar verdwaalde Arabische klanken en het bereidt u voor op een cinematografische luistertrip. "All The Colors Of The Dark" lardeert beelden in mijn hoofd van een reis in een afgeragde pick-up truck door desolate landschappen bij het krieken van de ochtend. Dat doet u natuurlijk onmiddellijk denken aan een zekere Ennio Morricone. En voorwaar, zijn ziel en zaligheid is alomrtegenwoordig op deze plaat. Maar er is meer: het titelnummer doet herinneringen aan Rachel’s opleven en laat een langzaam evoluerende sc&eagrave;ne van innnerlijk verdriet zien, met de onvermijdelijke, tragische uitbarsting. "Almost Grew My Hair" (de titel is niet toevallig gekozen) neemt u weer mee de weg op, maar nu lijkt de reis een stuk avontuurlijker, als een dollemansrit, door een schijnbaar slapende stad pardoes de woestijn in. Afsluiter "Deep Snow" is met z’n Oosters aandoende riff het laatste hoogtepunt. Als geheel is dit een filmische plaat die weinig hoorbare erupties kent, maar juist het emotionele geweld alsmede de aanslag op mijn visualisatievermogen maken dit nu al tot een kandidaat voor m’n 2011 jaarlijst.
File Under: Cinematografische luistertrip
File Audio: [MySpace]
Nazareth - Big Dogz
Net als de meesten leerde ik Nazareth kennen door de van de Everly Brothers gecoverde ballad "Love Hurts". Ik wist wel dat de Schotten eigenlijk een rockband waren vanwege een van mijn eerste albums, een verzamelaar met vijf bands (in de bijzondere combinatie Nazareth, Status Quo, Gabriel-era Genesis, Kraftwerk en Bachman Turner Overdrive), maar dat nummer was toch bepalend voor mijn beeld. Dat veranderde flink toen ik No Mean City aanschafte. Crisis, wat een rauwe stem! En vergeet niet dat dat was in de tijd dat AC/DC Brian Johnson nog niet als boegbeeld had en Lemmy gold als het summum van rauw. Het is niet te geloven dat Dan McCafferty zijn stem niet al volkomen aan flarden gezongen heeft, maar anno 2011 (44 jaar na oprichting!) is Nazareth nog steeds actief. En nog steeds is gedegen bluesrock de basis voor de schurende stem van McCafferty. Big Dogz is studio-album nummer 22 en begint lekker met "Big Dog's Gonna Howl". Helaas is dan het hoogtepunt van dit album al voorbij, want over de rest van het album ligt een deken van vermoeidheid. Een enkele keer flakkert er weer iets van inspiratie op, bijvoorbeeld in de ballad "When Jesus Comes To Save You Again", maar te vaak is het een standaardbluespatroon, waar nogal makkelijke, lome riffs overheen gelegd worden waarna het geheel langzaam naar een afsluiting sukkelt. Hier en daar lijkt geprobeerd te worden een hitje te fabriceren ("Radio") uit al duizend keer gebruikte elementen. Jammer, want qua geluid is er niets mis. Het is rauw en zonder opsmuk, waardoor de blues beter dan ooit tot zijn recht komt. Het is jammer dat de compositorische hoogtepunten zo schaars zijn op dit album.
File Under: Een goed begin... is niet meer dan dat
File Audio: ["Big Dog's Gonna Howl"] ["When Jesus Comes To Save You Again"]
Warpaint
De meningen waren vrijwel unaniem positief: Warpaint was het absolute hoogtepunt op de laatste editie van London Calling in Paradiso in 2010. Dat de vier dames uit Los Angeles er goed uitzien helpt natuurlijk, maar ook muzikaal was het allemaal dik in orde. Waarschijnlijk de reden dat ze dit jaar op de grotere Europese festivals te zien zijn, waaronder Lowlands.
Lees verder..Lady Gaga - Born This Way
Oké, wie durft er nog in een T-shirt van Lady Gaga rond te lopen? Hetero's zijn gelijk verdacht, homo's betwisten juist Stefani Germanotta's extravagantie omdat ze tot een maand terug gewoon een vriend had, en daarnaast is ze (met haar team) al sinds de Alejandro-clip over haar top heen qua originaliteit in designkeuzes. Lelijk heet gewaagd tegenwoordig. Ik kan hele weblogs noemen met mooier design in Gaga's eigen stijl. Want consistent is ze. Als er iemand niet is herboren tijdens de Grammy's, is het Lady Gaga wel. Onpersoonlijkheid is het thema van Born This Way. Het niet authentiek zijn. Popfabriek. Héb je als enige op aarde tien miljoen volgers op Twitter, zit er gewoon een slim reclameteam achter. En daar schaamt Lady Gaga zich niet voor, integendeel. Terwijl concurrerende platenmaatschappijen klonen kweekten die het popfenomeen bestreden met haar eigen wapens (neem een Lady Antebellum), graaft Gaga zich nóg dieper in formatwerk. Wéér een stotterend refreintje ("Judas"). Een "We Will Rock You"-ripoff in "You & I". Het "Barbra Streisand"-viooltje in "Americano". Nóg debielere teksten (eeuwig leuk), wederom letter voor letter uitgespeld in het cd-boekje. En mijn eigen favoriet: dat synthje in "Bloody Mary". Je moet maar durven. Het klinkt rockistisch, maar de stunt om Born This Way voor $1 op Amazon.com te verkopen is het juiste bedrag. Artistiek heeft dit dezelfde waarde als tweedehands Kylie Minogue-cd's op de vrijmarkt. Nu hip, iedereen downloadt het, volgend jaar al gedateerd - maar dan is er vast een extra EP met een hitje extra. Ach. Het is toch prima vermaak? Wat onder de streep telt is de handvol nummer-één hits die er gaat komen - ik garandeer het als Anouk niet in de weg blijft zitten - dankzij de lompe productie die (zorgvuldig getest) bij elke zatte boer in de smaak valt. De stijl van Benny Benassi en David Guetta, maar dan met bonusvagina. Gaga redt elk feest, van cybergothicnacht en skihut tot huisvrouwenavond. Stefani Germanotta is marketinggenie én koningin van de eenvoud. Citaat uit haar interessante Google-interview: "All good music can be played at a piano and still be a hit." Dus lenen haar liedjes zich even simpel om te ruïneren als om te remixen (maar laat die CD2 maar liggen, net als The Remix 1 niet sterk). Iedereen is Lady Gaga. Alleen voor Stefani Germanotta is stijlloos haar stijl.
File Under: Leuker kunnen we het niet maken. Wel makkelijker.
File Video: [Born This Way][Judas]
Anima Morte - The Nightmare Becomes Reality
Dreigende aanzwengelende muziek, een huilende vrouw wat overgaat in een schreeuw, de muziek die abrupt stopt en vervolgens overgaat in het volgende intro. Een uitgesponnen duister stuk met kamerbrede toetsen en snerpende gitaren. Het is zo’n typische progrock opening wat je gelijk thuis laat voelen op dit album The Nightmare Becomes Reality van Anime Morte. Het intro duurt zo een paar minuten totdat het duidelijk overgaat in het eerste couplet en de zanglijn.. Ehm.. Oh nee het intro duurt nog even voort, grappig hoe men het moment van de zang weet uit te stellen. Zou het een bijpassende dreigende stem met enkele grunts, of toch een heldere cleane stem worden met rustige coupletten en mooie samenzang in de refreinen? Ah daar is het moment dat de zanger. Niet dus. Ah ik snap het al, het volledige eerste nummer van lengte is natuurlijk instrumentaal om je muzikaal goed in te kunnen leven. De overgangen kloppen allemaal volgens de geldende progregeltjes, met de typische spannende ingehouden stukken en opnieuw die toetsenpartijen met gitaaruithalen. Referenties aan bands als IQ als Frost* sluimeren door mijn hoofd als na het volgende intro dan eindelijk de eerste zang. Hmm nog steeds niet, ze willen de spanning zo wel heel erg lang opbouwen. Muzikaal gezien klopt het allemaal en valt er genoeg te beleven maar als na elf nummers en 47 minuten duidelijk wordt dat die zang nergens meer komt, bekruipt me toch een beetje een onvoldaan gevoel.
File Under: Sfeervolle instrumentale progrock, maar dan zonder zang
File Audio: [Anima Space]
File Video: [YouTube]
File Gast: [Skid]
Finn Silver - Crossing The Rubicon
Misschien ben ik er extra gevoelig voor, maar als Fridolijn van Pol het heeft het over ‘la route du solaaij’, krommen mijn tenen. Het steenkolenfranglish is wel de enige keer dat mijn teenspieren zich spannen tijdens het luisteren naar dit debuut van Finn Silver. De jazzy muziek is dromerig, de aardbeien-met-slagroom-stem van Fridolijn kriebelt op alle fijne plekjes. Op foto’s is Finn Silver een duo (Fridolijn en Mark Berman), live en in de studio een band van frisse nieuwkomers en ervaren helden. In de laatste categorie zitten bijvoorbeeld jazzbassist Ernst Glerum en Zuco 103-toetsenist Stefan Schmid, saxofonist Ben van Gelder, pianist Daan Herweg en bassist Glenn Gaddum zijn al even bezig om zichzelf in de kijker te spelen. En dan hebben ze ook nog opgenomen in de Berlijnse studio van Jazzanova. Met zoveel kwaliteit en klasse achter je is het lastig om een slechte plaat te maken. Toch heb ik het gevoel dat Crossing the Rubicon klinkt als een lentezon die door de openslaande deuren naar binnenvalt omdat Fridolijn en Mark wilden dat hun debuut zo klonk. Ze hebben de ervaring van de rest van de band naar hun hand gezet. Voor een standard-achtige ballad als "Fertile Soil" (geweldig pianospel van Herwig) en voor een ingehouden breakbeat-jazztrack als"Kidnapped by Butterflies", waarin van alles knispert, zoemt en ruist. Crossing the Rubicon is loom, maar niet lui. Zoet, maar niet van suiker. Er blijft altijd iets haken.
File Under: Aardbeienjazz
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [YouTube]
Alexander - Alexander
Af en toe heb ik de singer-songwriterstemming en draai ik de nodige droefsnoetplaten, waardoor ik de vraag uitlok of ik depressief ben. Dat valt reuze mee, maar ik heb nou eenmaal een zwak voor deze muziekstroming. Als ik het dan over singer-songwriters heb dan zou ik het over Alexander kunnen hebben. Niet zo'n handige naam trouwens voor een artiest, want vind jezelf nog maar eens terug op het grote internet. Alexander heeft echter een achternaam, namelijk Ebert, en is beter bekend als leadzanger van Edward Sharpe And The Magnetic Zeros. Logisch toch? Ahum. Maar goed, ik moet het hier hebben over zijn solo-album met de - verrassende - titel Alexander. Alexander klinkt in de eerste instantie als een soort rattenvanger van Hamelen die met zijn gefluit en vrolijk klinkende liedjes je mee wil lokken. Ik gooi het er hier maar even uit: een soort van solo-Simon & Garfunkel. Een hoge sixtiesvibe, het vrolijk mee kunnen zingen, het is om blij van te worden. Er is echter meer onder de Alexander-zon: de warme soulrand aan zijn stem, de gospelachtige sfeer die we ook kennen van The Hidden Camera's of een liedje als "Old Friend" dat inclusief mondharmonica niet had misstaan op een plaat als Oh Mercy van Bob Dylan. Alexander is overigens vooral mooi weer-muziek, door een singer-songwriter. Het lokt bij mij vrolijke danspasjes uit die ik door de huiskamer maak. Ja, buurman, het gaat prima met me.
File Under: De rattenvanger van Hamelen heeft een naam
File Audio: [MySpace]
File Video: [Truth]
Emmylou Harris - Hard Bargain
Na ruim 25 jaar een carrière te hebben gehad als absolute countryqueen gooide Emmylou Harris het in 1995 ineens over een heel andere boeg. Met behulp van Daniel Lanois maakte ze Wrecking Ball, waarop haar muziek transformeerde van country naar americana. Die lijn heeft ze vervolgens doorgezet, ze maakte nog drie sterke albums en een tussendoortje met Mark Knopfler. Anno 2011 is Emmylou Harris 64 jaar en oma van haar eerste kleinkind en maakt ze met Hard Bargain een meesterwerk in haar toch al zo imposante oeuvre. Alle composities zijn van haar hand, uitgezonderd Ron Sexsmiths "Hard Bargain" en Jay Joyce schreef "Cross Yourself". Als je al zo lang meedraait als Harris heb je wel wat te vertellen. Zo denkt ze in "The Road" terug aan Gram Parsons, eert ze haar overleden hartsvriendin Kate McGarrigle in "Darlin' Kate" en beschrijft ze in "My Name Is Emmett Till" de racistische moord op een veertienjarige zwarte jongen in 1955. Terugblikken en het leven overzien is het centrale thema op Hard Bargain. "Lonely Girl" en "Nobody" gaan over liefde, verlies en ouderdom en in "Goodnight Old World" ziet ze de wereld door de ogen van pasgeboren kleindochter Prudence. Jammer is het niemendalletje "Big Black Dog", een flauw deuntje met dito tekst, wat geheel misstaat op deze sterke plaat. Harris nam Hard Bargain op met gitarist Jay Joyce en drummer Giles Reaves. Een sobere aanpak die de songs van Harris geheel tot hun recht laat komen met Emmylou's nog altijd prachtige stem als hoogtepunt.
File Under: Levende legende
File Audio: [Beluister fragmenten op de site van Nonesuch]
File Video: [Darlin' Kate]
Week 22, 2011
Storm
Birds Of Passage - Without The World
Ewie
The Vaccines - What Did You Expect From The Vaccines?
Ludo
Sandy Denny - The Best Of The BBC Recordings
Gr.R.
Fokofpolisiekar @ Bitterzoet
Dennis
T3ETH - See Spaces
Ramon
My Morning Jacket - Circuital
André
Archive - Live in Athens (DVD)
Prikkie
Status Quo - Quid Pro Quo
Blizzard
Epica en MaYaN @ Paradiso
Janineka
Emmylou Harris - Hard Bargain
Stonehead
Patrick Wolf - Lupercalia
DubbelMono
Exene Cervenka - The Excitement of Maybe
Campking
I Am Oak - Oasem
Three Seasons - Life's Road
Bij opener "Too Many Choices" lijkt Life's Road een gewone bluesrockplaat te worden. Dat bevreemdt me, want ik ken weliswaar Three Seasons niet, maar wel label Transubstans en distributeur Clearspot, en die doen niet aan gewone bluesrock, hooguit aan retrobluesrock. En dan komt de zang erbij. Verdomd, die stem ken ik! En jawel, het is Sartez Faraj, ex-Siena Root. Met een lekkere retromix van de stem knalt qua stijl zo vijftien jaar terug in de tijd en zit het geheel weer in het gebruikelijke bereik van label en distributeur. Nu is Faraj een belangrijk deel van het Three Seasons-geluid, maar daarmee is het bepaald geen Siena Root-kloon. Integendeel, Three Seasons zit niet in de hoek van de sitars en andere Oosterse attributen, het is bluesrock zoals die in de jaren zeventig werd gemaakt, met een randje folk. Je zou dat ook een nadeel kunnen noemen. Waar Siena Root niets nieuws doet maar wel een tegenwoordig weinig voorkomend geluid creëert, is Three Seasons aan het vissen in een vijver die al bijna leeggevist is. Zanger/gitarist Faraj, bassist Olle Risberg en drummer Christian Eriksson maken het zichzelf daarmee wel lastig. Zowel in de kortere nummers als in de lange jams is het echter prima aan te horen, zeker als er een lekker orgeltje tussendoor komt soleren zoals in "Each To Their Own". Voor mij als Siena Root-liefhebber is het bovendien prettig het zwaar overstuurde zanggeluid van Faraj weer te horen. En net als je denkt dat het allemaal net wat te generiek dreigt te worden, komt er een nummer voorbij met heerlijk gitaarwerk ("Feel Alive"). Ze laten bovendien wel wat meer ruimte in de composities dan andere veelal compromisloos doorstomende retrorockers. Misschien is het net genoeg om een eigen niche met bijbehorend publiek op te bouwen. Ik sta daartussen in elk geval.
File Under: Vierseizoenenplaatje
File Audio: [SeasonsSpace]
Starfucker - Reptilians
Soms verwacht je op basis van alleen al een bandnaam gewoon een lekkere bak spierballenherrie. Als ik enigszins huiverig dit Reptilians van Starfucker opzet, blijk ik er helemaal naast te zitten. Het album opent met gezellige gitaarklanken over een snerpende beat. De sound van Starfucker doet aan de psychedelica van bands als Flaming Lips en Passion Pit denken. Reptilians is het tweede album van de band die zelf ook nogal met de lastige bandnaam worstelt. Eerst was het Starfucker, toen werd het Pyramidd, later toch maar weer Starfucker. En regelmatig wordt de iets veiligere afkorting STRFKR gebruikt. Dat gedoe met de bandnaam is eigenlijk al net zo knullig als de muziek die wordt geproduceerd door deze Amerikanen. Knulligheid van de vervelendste soort. Er is nog met alle mogelijke studiotrucs geprobeerd om de zang nog enigszins zuiver te maken, maar de collectieve samenzang gaat na enkele nummers enorm op de zenuwen werken. Als niemand in de band kan zingen, neem dan gewoon een instrumentaal album op! Ook de mix is slecht en het geluid van de toetsen vaak te schel. De meeste composities zijn simpel, of domweg saai en zielloos zoals "Mona Vegas". Starfucker dingt met dit Reptilians mee naar de award voor het meest overbodige album van het jaar.
File Under: Starfuckers fuck up
File Audio: [MySpace]
File Video: [Julius]
Crystal Stilts - In Love With Oblivion
Het kwartet Crystal Stilts uit Brooklyn - weer dat hippe Brooklyn - is een van die schijnbaar anachronistische bands die zomaar eens een hype kunnen worden. In het geval van In Love With Oblivion is het de op papier bizarre combinatie van stofzuigergitaren en een popsensibiliteit die rechtstreeks aan de jaren zestig ontleend is, die het belangrijkste unique selling point vormt. Opener "Sycamore Tree" is wat dat betreft een uitzondering, met een rockabillyriff die het nummer moet dragen. Eigenlijk is dit de enige zwakke track op het album, ook al wordt 'ie nog net gered door het swingende orgeltje dat zoemend de boel in het gareel houdt. De andere tien tracks worden allemaal gedragen door het door The Jesus & Mary Chain van een copyright voorziene gruizige gitaarlawaai. De ene keer wordt dit geluid gecombineerd met een uiterst poppy melodie - "Invisible City" bijvoorbeeld, maar ook "Shake The Shackles" -, soms wordt het nummer uitgebouwd tot een psychedelisch epos, zoals we bij "Alien Rivers" horen. De atmosfeer is lo-fi, het geluid ondergedompeld in bakken distortion en echo en de stem van zanger Brad Hargett niet altijd verstaanbaar. En laat dan overal meteen die band van de broertjes Reid genoemd worden, In Love With Oblivion heeft genoeg kwaliteit van zichzelf. In elk geval geldt dat voor tien van de elf nummers.
File Under: Brooklyn
File Audio: [MySpace]
File Video: [Through The Floor]
Barbara Panther - Barbara Panther
Het leven van Barbara Panther leest als een boek. Als driejarige ontvlucht ze met haar familie de genocide in Rwanda en wordt geadopteerd door een gezin in België. Na van diverse scholen te zijn afgetrapt, belandt ze uiteindelijk op een streng katholieke school bij de nonnen. Zowel de nonnen als het adoptiegezin worden echter snel verlaten en Panther schrijft zich in bij een toneelschool. Na twee jaar vertrekt Panther wederom en vestigt ze zich in Berlijn, na het horen van Duitse elektromuziek. Na een bewogen jaar op een dansschool in Venetië begint ze te werken met diverse DJ's en producers in de Duitse hoofdstad. De Britse producer Matthew Herbert begeleidt haar vervolgens bij het opnemen van haar debuutalbum, dat volgens haar eigen zeggen volstaat met 'moderne elektronische barokmuziek'. Het album opent met een stevig protestlied waarin de luisteraar wordt opgeroepen tot een 'cosmic revolution'. Het wordt niet geheel duidelijk wat ze precies wil bereiken met deze revolutie, maar het klinkt overtuigend genoeg. Haar zang hangt ergens tussen Martina Topley-Bird en Cerys Matthews in, maar heeft soms ook de kinderlijke intonatie van Björk. De thematiek op het album is overwegend politiek, met vele verwijzingen naar haar afkomst en turbulente leven. Op Voodoo zingt ze 'Every night I pray like a bitch, that one day the poor will eat the rich, and I don't care if that makes me a wa-wa-wa-wa-witch!' De productie is dik in orde, Panthers stem is ijzersterk en een nummer als "Unchained" heeft behoorlijke hitpotentie. Deze dame zou nog wel eens heel snel heel erg hip kunnen gaan worden.
File Under: Rwanda Rap
File Audio: [MySpace]
File Video: [Moonlightpeople]
VA - Psychedelic Moods - Part Two
Goed nieuws voor bandjes die maar geen label weten te vinden voor hun muziek. Leg het album op een veilige plek en wacht. Het kan 10-20-30-40 jaar of in het geval van Inner Sanctum 44 jaar en Sunset Love 'slechts' 42 jaar duren, maar dan komt ie wel uit. Ze moeten alleen wel een geluidsdrager, in dit geval de cd Psychedelic Moods - Part Two (Jounrey Thru Inner Space) delen. Sunset Love was samengesteld uit bandleden uit New Mexico en Texas, maar vergat (waarschijnlijk) om te verhuizen naar de plek waar de hippieplaten gekoesterd werden, San Francisco. Het is namelijk van die typische westcoastmuziek te vergelijken met The Mamas And The Papas en Jefferson Airplane. Al klinkt het allemaal net wat braver, ondanks dat er naast dertien eigen nummers ook twee covers zijn toegevoegd waaronder "World Of Pain" van het bluesrock trio Cream. De stereo geluidskwaliteit is overigens verrassend goed. Inner Sanctum kwam uit Greenwich Village en begon voortvarend met het uitbrengen van een album. Hierna werd er onder leiding van de voorman Mark Barkan nog een zevental liedjes opgenomen, maar ondanks leuren werd er geen label gevonden. De andere leden hadden kennelijk wel meer te doen, en de band hield op te bestaan. Inner Sanctum haalde de nodige inspiratie uit de Engelse beatmuziek die een voorname plaats had verworven in Amerika. De liedjes verdienden inderdaad meer dan de plank waarop ze lagen. Ze zijn best aardig, al is de geluidskwaliteit wat minder dan die van Sunset Love. Met "Little Tin Soldier" hadden ze een heuse anti Vietnam-song in hun bezit, maar deze richtte dus geen schade aan.
File Under: Alsnog
Delicate Steve - Wondervisions
We hadden al Seasick Steve, een excentriekeling die op een gammele driesnarige gitaar speelt, maar daar zou Steve Marion echt geen genoeg aan hebben. Hij is met wat fantasie een heuse shredder. Begint hij daar nou aan het Amerikaanse volkslied? Een vrolijke pielemans in elk geval, wat dat betreft had hij zichzelf beter Cheerful Steve kunnen noemen. Op het door David Byrne's Luaka Bop-label uitgegeven Wondervisions jakkert de jonge Amerikaan in een noodtempo (precies een half uur) door een hele zwik genres. Elke track kan elke seconde een totaal andere weg inslaan, en meestal werkt het nog ook. Men neme bijvoorbeeld "The Ballad Of Speck And Bebble", dat klinkt als een kruising van Scandinavische psychedelica, Vampire Weekend-achtige highlife én een vleugje Cornelius in de melige vocalen. Delicate Steve wordt big in Japan, dat kan niet anders. De rest van de plaat houdt hij het op wat 'nananaatjes' na instrumentaal en laat hij zijn gitaar iel zingen in de hogere registers. Soms zet hij een synthesizer in voor wat Bootsy-funk (in de titeltrack) of een ambient-rustmomentje. (Zoals Buckethead dat ook wel doet.) De afgelopen maanden toerde Steve met Akron/Family door de States, en dat is geen vreemde match als je op de ritmes in bijvorbeeld "Sugar Splash" let. En het mooiste is, dit spetterende feestje wordt almaar leuker. In de laatste paar tracks brengt deze virtuoos wonderlijke gitaarvisioenen van toeterend marcherende olifanten en een hysterisch fladderende vlinder (denk idm + pseudo-sitar!) om uiteindelijk ergens hoog in de gitaarhemel te eindigen; in Santana-stijl wegzwevend op een tapijtje.
File Under: Super Steve
File Audio: [Delicate-Space]
Oh Susanna - Soon The Birds
Suzie Ungeleider is niet echt een productieve tante. Tussen haar vorige twee cd's zat al vier jaar en nu heeft ze er weer vier jaar over gedaan om op de proppen te komen met de opvolger van Little Stories. Gelukkig was het wel weer het wachten waard. Oh Susanna staat wel gelijk aan kwaliteit. Grappig is dat de lijst van muzikanten die meewerkten aan Soon The Birds behoorlijk lang is, maar de arrangementen van de elf songs heel sober zijn. Als je gezegd had dat het met een simpele band line-up gedaan was, dan had ik het ook geloofd. De rootsgeoriënteerde liedjes hebben ook niet meer nodig. Alleen de stem van Ungeleider geeft de songs al zoveel lading, dat ze het met alleen een akoestische gitaar en wat slidewerk ook wel gered had. Ilse deLange zou eens moeten proberen een plaat als Soon The Birds te maken. Ik ben wel benieuwd of het haar zou lukken om dezelfde kwaliteit te leveren. Want dat doet Ungeleider wel met haar prettige mix van country en folk. Af en toe krijgt ze wat bijval van koortjes of tweede stem en dan wordt het geheel nog mooier. Check het titelnummer maar eens, of "Millions of Rivers". In die laatste pruttelt ook nog een lekker orgeltje. Oh Susanna levert met Soon The Birds een prettige cd af die maakt dat je met een gerust hard weer vier jaar kunt wachten op een opvolger. Dat die goed zal zijn, dat weet je nu al wel.
File Under: See what promises can bring
File Audio: [MySpace]
The Naked And Famous
Het Nieuw-Zeelandse The Naked And Famous (TNAF) is voor het eerst in Nederland. Momenteel wordt de single "Young Blood" veelvuldig gedraaid op zowel de alternatieve als de commerciële radiozenders. Dat het succes van de band rondom zangeres/toetsenist Alisa Xayalith en zanger/gitarist Thom Powers zich momenteel in een stroomversnelling bevindt, was gisteravond al evident. Eerst zou het debuutoptreden van TNAF in Nederland plaatsvinden in Tivoli De Helling. Dit concert moest door de uit de hand lopende animo uiteindelijk worden verhuisd naar het ruimere Tivoli Oude Gracht.
Vandaag treedt TNAF op tijdens het 40-jarige jubileumfeest van OOR in Paradiso. File Under is echter ook van de partij, in het bijzonder om bassist David Beadle en electrowizard Aaron Short te spreken. In de kelder, dat vanavond het domein wordt van DJ Tom Barman, wordt er slap geouwehoerd over eighties metal, videogames en natuurlijk het debuutalbum Passive Me, Aggressive You.
Lees verder..Steve Earle - I'll Never Get Out Of This World Alive
Meteen vanaf de eerste tonen van openingsnummer "Waitin' On The Sky" hoor ik het: hier is producer T-Bone Burnett aan het werk geweest. Zijn productionele warme deken ligt over alle nummers op dit veertiende album van Steve Earle wat er voor zorgt dat alles prachtig en volmaakt klinkt. Even denk ik dat ik Raising Sand van Alison Krauss & Robert Plant, wat ook door Burnett geproduceerd is, op heb staan, het lijkt er muzikaal soms heel erg op. Burnetts productie haalt de scherpe randjes van Steve Earle af en dat is erg wennen. Nummers als "Waitin' On The Sky", "God Is God" en "The Gulf Of Mexico" kabbelen rustig voort. In het bluesachtige "Meet Me In The Alleyway" en de alt.country van "Little Emperor" doet hij zijn bijnaam hardcore troubadour gelukkig nog eer aan. Ook het akoestische "This City", het themanummer van de serie Treme waarin hij zelf ook speelt, is prachtig. Maar in duet Heaven or Hell met echtgenote Allison Moorer is het leeftijdsverschil tussen de echtelieden opeens hoorbaar en houdt mevrouw Earle het nummer overeind. Ter vergelijking heb ik mijn favoriete Earle cd's El Corazon en I Feel Alright nog eens gedraaid en daarop hoor ik de zeggingskracht, scherpte, rauwheid en vooral de heldere productie die bij Earle hoort en die op deze plaat voor een groot deel weggepoetst zijn. Wat jammer is want de songs en teksten zijn op zich prima in orde maar verliezen hun waarde voor een deel door de perfectie van T-Bone Burnett. Het thema van I'll Never Get Out Of This World Alive is sterfelijkheid. Ik hoop niet dat deze met ingang van deze cd is ingezet en dat Earle zijn volgende album weer met Ray Kennedy als producersduo Twangtrust produceert en we kunnen horen dat de hardcore troubadour in Steve Earle nog altijd springlevend is.
File Under: Soft-core troubadour?
File Audio: [MySpace]
File Video: [I'll Never Get Out of This World Alive]
Neal Morse - Testimony 2
Neal Morse's reis via Spock's Beard naar een bestaan als solo-artiest werd al voor een flink deel beschreven op zijn Testimony-album. Zojuist heeft hij er ook een boek over geschreven onder dezelfde titel, en dit album is het vervolg van het verhaal. Wederom in een enkele versie en een Special Edition - en natuurlijk is ook de Special Edition weer de moeite waard. Op de eerste cd valt ook genoeg te genieten trouwens. Bekende namen als Mike Portnoy, Randy George en Paul Bielatowicz en... de drie oud-collega's uit Spock's Beard. Gevieren worden er fraaie harmonieën geconstrueerd in "Time Changer". Eerlijk is eerlijk, afgezien daarvan valt er weinig verrassends te ontdekken. Het is de van Morse én het oude Spock's Beard bekende progressieve rock. Opvallend blijft dat Neal Morse meer als het oude Spock's Beard klinkt dan Spock's Beard zelf. Luister maar eens naar "Chance Of A Lifetime". Groots en Meeslepend is het motto. De nummers zijn niet zo heel lang - slechts de afsluiter komt boven de tien minuten uit - maar de dertien songs zijn, doortellend vanaf Testimony, in de Parts 6 t/m 8 verdeeld, met veel progse sfeer- en stijlwisselingen en vocale uithalen van Morse. Gelukkig is ook de kwaliteit voorspelbaar hoog. Morse-adepten kunnen dit album dan ook blind aanschaffen. In de Special Edition uiteraard, met nog drie nummers van Morse zelf, waarvan zesentwintig minuten (!) "Seeds Of Gold", met gitaarwerk van Deep Purple's Steve Morse. Wellicht een opmaat voor het later dit jaar verschijnende album van MMPLM (Steve Morse, Neal Morse, Mike Portnoy, Dave LaRue, Casey McPherson). Morse maakt zijn verhaal af zoals hij het begonnen is. Da's weliswaar niet erg vernieuwend, maar prachtig blijft het.
File Under: Prachtige stilstand
File Audio: [MorseSpace, nog zonder Testimony 2-songs]
Ulver - Wars Of The Roses
Ik weet niet 100% zeker of er een verband is tussen het succes van Porcupine Tree en de gerichte expansiedrift van het Kscope-label, maar volgens mij moet die er zijn. Op dit label dat zichzelf bestempelt als een dat 'post progressive sounds' uitbrengt heeft Steven Wilson ondertussen een boel van mijn favorieten om zich heen verzameld. Het volgende loot aan de Kscope-boom is Ulver. Deze band bracht met Shadows Of The Sun een van mijn favoriete platen van 2007 uit en het moet raar lopen als Wars Of The Roses uiteindelijk niet ook mijn jaarlijst van 2011 gaat halen. De Noren hebben namelijk wederom een uitzonderlijke plaat afgeleverd, die wel logisch aansluit op het ingetogen Shadows Of The Sun, maar wel rijker is qua sound. Zo opent de plaat verrassend met het dynamische "February MMX". Maar alle zeven songs hebben een continue, zinderende onderhuidse spanning waarbij de stem van Garm je hypnotiserend prevelend ingetogen toezingt. Dat is maar goed ook, want als hij in een song als "Norwegian Gothic" zingt gebeurt er op de achtergrond in de muziek zoveel dat je daar al je aandacht voor nodig hebt. Ze vormen samen een duistere, ondoordringbare mist. Hierin gebeuren dingen, waarvan je betwijfelt of ze echt zijn of dat jij je als luisteraar het je inbeeldt omdat je ze bij het opnieuw beluisteren niet hoort. Het staat op zich een behoorlijk eind verwijderd van de eigengereide black metal band die Ulver eerst was, maar dat eigengereide is ondertussen misschien wel alleen nog maar sterker geworden. Gewaagd is ook het afsluitende "Stone Angels" dat met zijn gedicht van een kwartier met alleen wat achtergrondgeluiden niet bepaald een gemakkelijke afsluiter is. Toch imponeert Ulver ook in die song. Het aanwijzen van een favoriete track op Wars Of The Roses is lastig, maar ik denk dat ik dan toch zou gaan voor "Providence" dat opent met een simpele pianomelodie die langzaam bijval krijgt van een vrouwenstem en uiteindelijk na een zinderend kolkend middenstuk weer terugkeert als een oase van rust met de vrouwenzang, strijkers en piano. Maar die rust zijn wel mooi de poorten van de hel.
File Under: Intrigerende spooklandschappen.
File Audio: [MySpace]
Dauwpop 2011 - Voorpret
Dauwtrappen, ken je het begrip nog? Ik heb de indruk dat dit echt iets was uit de vorige eeuw. Tegenwoordig zijn er alternatieven, betere alternatieven. Zo zou je op donderdag 2 juni naar het Overijsselse Hellendoorn af kunnen reizen voor Dauwpop, om daar een prima sortering van binnenlandse en ook de nodige buitenlandse artiesten te gaan bekijken. Het festival wordt nog opgeleukt met theater, en als je de kids even kwijt wilt, dan kan dit ook nog.
Lees verder..The Raveonettes - Raven In The Grave
Soms is het prettig dat het leven een paar zekerheden kent. Zo worden we al een paar jaar op gezette tijden verrast met een nieuw album van dit Deense duo. De hype rond The Raveonettes aan het begin van deze eeuw ligt ver achter ons maar de trouwe fans krijgen geen genoeg van hun noisy pop. En, anders dan ik verwachtte, hebben Sune Rose en Sharin toch een paar stapjes voorwaarts gezet op Raven in the Grave. Natuurlijk, de negen songs op dit ruim een half uur durend album hebben nog altijd een sterke hang naar de sixties, maar toch horen we nu ook andere geluiden. Het lijkt alsof ze nu ook de jaren tachtig hebben ontdekt! Openingstrack "Recharge & Revolt" doet denken aan New Order ten tijde van hun Low Life album en de hele sound van het album met z’n ijle synthesizers is toch anders dan het gruizige gitaarmuurtje dat we kenden. Schrik niet fans, het blijven gewoon The Raveonettes waar we van houden en waar we geen genoeg van kunnen krijgen.
File Under: Een kleine stap voorwaarts
File Audio: [MySpace]
File Video: [Recharge & Revolt]
Beastie Boys - Hot Sauce Committee Part Two
De tijd dat albums van de Beastie Boys de wereld even deden stilstaan is allang vervlogen maar je kunt moeilijk zeggen dat ze geen invloed hebben gehad op het poplandschap van de laatste dertig jaar. Revolutionair is misschien te vergezocht maar je kunt je geen jaren '80 feestje voorstellen zonder het meeblèren van "Fight for your Right" of een jaren '90 feestje zonder "Sabotage", als we het toch over feestjes hebben. De mannen zijn ouder geworden en regelmatig een album uitbrengen heeft geen prioriteit meer. Het moet wel leuk blijven. Dat is ook wat Hot Sauce Committee Pt. 2 vooral uitstraalt, dit zijn oude knarren die veel plezier hebben in het maken van muziek en zichzelf ook realiseren dat ze te oud zijn om dagenlang in de ballenbak van Ikea rond te hangen ('Oh, my God / just look at me / Grandpa been rapping since '83'). Een dikke knaller &aagrave; la "Sabotage" is op dit album helaas niet te vinden. Single "Make Some Noise" is vintage Beastie Boys maar niet meer dan dat. Snerpende gitaren en een beukbeat op het beestig rockende "Lee Majors Comes Again" beloven meer. De rockroots en punkspirit van de Beasties zaten altijd al in de lo-fi beats maar zo rauw als hier zijn ze nog niet vaak geweest. De gastbijdrages zijn kleine hoogtepuntjes op dit album, Santogold komt langs voor de dubby dancehallkraker "Don't Play No Games That I Can't Win" en Nas leent zijn raps voor inmiddels al twee jaar oude "Too Many Rappers". De Boys klinken ineens wel pijnlijk oud naast deze 'jonkies', of beter gezegd; verouderd, gedateerd. Alleen Ad Rock kan met zijn hese grom af en toe nog echt indruk maken al beginnen de puberale woordgrapjes ook een beetje op de zenuwen te werken. 'Can't do me nothing / can't tell me nada / don't quote me now because I'm doing the lambada' is wel de meest droevige van het stel. Het is misschien een shtick en eentje die ze door de jaren heen veel successen heeft gebracht, de formule is aan het einde van zijn latijn. Het lijkt me sterk dat er op dit album nog jarenlang gefeest wordt.
File Under: Vergane branie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Make Some Noise]
New York Dolls - Dancing Backwards In High Heels
Aan de ene kant ging New York Dolls de geschiedenis in als de band waarmee Malcolm McLaren mislukte voordat hij bij de Sex Pistols zijn ideeën spuide en daarmee geld en roem wist te oogsten. Aan de andere kant waren de Dolls, met hun bestaan van 1971 tot 1976, toch wel mooi een van de grondleggers van de latere punk, glamrock en new wave. De reïncarnatie van de band rond Johnny 'Sex Pistol' Rotten was een aantal jaren geleden niet om aan te zien en horen, maar de New York Dolls namen hier wraak. Het was uiteindelijk niemand minder dan Morrissey die ze in 2004 weer bij elkaar kreeg. Al waren er van de vijf poppen nog maar drie over door drank- en drugsperikelen. De drie werden er al snel twee door het plotselinge heengaan van Killer Kane. Zanger David Johanson en gitarist Sylvain Sylvain hadden echter de smaak te pakken en zijn nu toe aan het derde album sinds hun wederopstanding, dat overigens al productiever is is dan hun twee albums tijdens hun échte leven. Dat ze aan muzikale kwaliteit gewonnen hebben dat is duidelijk. De composities roepen dan niet meer zo om aandacht, maar ze zijn erg smakelijk. New York Dolls is een band die er gewoon nog zijn mag, terwijl bij veel andere acts de reünie beter achterwege hadden kunnen blijven. De liedjes op Dancing Backwards In High Heels zijn aanstekelijk (opener "Streetcake"), swingend ("Funky But Chic"), relaxt ("End Of The Summer") of rock 'n' roll ("Round And Round She Goes"). Het instrumentarium is geslaagd, mede door de opvallende toevoeging van saxofoon en orgel. Je hoort mij dus niet zeuren, ook al is de propunk inmiddels ver weg.
File Under: Jezelf herhalen kan altijd nog
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fool For You Baby][Trailer van de bonus-dvd]
The Avery Set - Returning To Steam
Een tijdlang gold Nashville als het bedorven centrum van de country. De plaats waar het onder invloed van commercie en gladde producers een beetje was gaan stinken. Helemaal toen country omgevormd werd van iets dat vooral intiem klonk naar muziek die geschikt was voor grote stadions. Anno nu trekken weer een heleboel jonge bandjes en muzikanten richting Tennessee. Of ze trekken zich niets meer aan van de stank, of de vieze geur is verdwenen. Hoe dan ook, de vier frisse, jonge jongens die zich The Avery Set noemen, hebben zich ook in Nashville gevestigd. En of de duivel er mee speelt: hoe intiem ze ook musiceren, ergens klinkt er iets in door van een geluid dat je stadionrock zou kunnen noemen. Dat valt nog niet op bij opener "Wandering Shoes" (check de lullige introductie van de video), maar de twee volgende nummers, "Gotta Move" en "Salt Mines", klinken groter dan we gewend zijn van alt.country. Niet dat de songs op Returing To Steam pompeus of opgeblazen klinken, daarvoor staan er teveel mooie countryliedjes op ("Stranger", "Bible Belt"). Maar ook "Blown Away" en "Two States Ago" dragen bij aan de gedachte dat deze alt.country-band met staande bas stiekem meer zou willen dan in kleine kroegjes en zalen musiceren.
File Under: Dat Nashville zou nog weleens groot kunnen worden
File Audio: [MySpace]
File Video: [Wandering Shoes]
Shane Alexander - Mono Solo
Volgens mij vindt Shane Alexander het best moeilijk om de balans te bewaren in zijn muziek. Zijn ene helft mikt op d´ grote doorbraak en dan mag je best een beetje concessies doen op artistiek gebied, zijn andere helft doet dat niet en wil mooie kleine liedjes schrijven die dichter bij hemzelf liggen en maakt het niet uit of er tien of tienduizend mensen luisteren. Op zijn vorige cd The Sky Below gaf Shane Alexander wat mij betreft teveel toe aan de 'slechte' kant. Het grote succes bleef echter uit. Het zou misschien kunnen verklaren waarom zijn nieuwe cd Mono Solo weer een stap die andere kant op is en daardoor beter in balans dan The Sky Below. De mix van folk en pop is nog steeds keurig afgepast, maar het gros voelt voor mij tenminste niet weer aan als op maat gemaakt voor succes. Daarom is er nu weer plek voor liedjes als "Never Knew The Sunshine", die klein blijven in plaats van naar het 'grote gebaar' toe werken. Hier zit Shane veel beter in zijn vel. Daardoor kan ik de wat gemakkelijker liedjes als "You Are The Light" dat daar op volgt ook beter verteren. Wonderlijk intermezzo is het met korte, met fraaie slide gespeelde instrumentale titelnummer dat halverwege de plaat opduikt. Dat zijn momenten dat Alexander me weet te verrassen en zo zie ik het graag. Helemaal als daarop met "Corey's Song" volgt dat een brok in mijn keel achterlaat. Dat liedje gaat namelijk over een vriend van Shane die om het leven kwam terwijl hij bezig wat met de opnamen van Mono Solo. Door het verwerken van dit soort nare gebeurtenissen (en gelukkig ook positieve elders) voelt Alexander altijd echt en oprecht.
File Under: Het draait allemaal om balans.
File Audio: [MySpace]
Cloud Control - Bliss Release
Kent u die ‘toch-maar-even-proberen’ plaatjes? Die na beluisteren tegen alle vooringenomen verwachtingen verdraaid leuk blijken te zijn? Dit was er zo eentje voor mij. De titel vond ik nogal belabberd, maar op de hoes sprak het lettertype van de bandnaam mij wel aan: lekker jaren '70. En ergens klopt het ook wel, want de sfeer doet onbetwist eer aan de muziek uit dit gulden decennium. Cloud Control is een kwartet en komt uit Australië. Ze slaan hun woordenboek vaak open op de bladzijde waar de betekenis van ‘melody’ wordt gegeven. Met andere woorden: de nummers op deze debuut langspeler klinken als een klok en ik word er bijkans irritant blij van. Pak uw blender en meng daarin: Animal Collective, Modest Mouse, Neil Young, Wolf Parade en een vleugje Neutral Milk Hotel. Het resultaat laat zich raden natuurlijk. Even kort recapituleren: qua sfeer gaat dit album dus terug naar de jaren 70. Maar muzikaal beschouwd blijven de jaren 60 zeker niet onbedeeld. Vleugjes Love (met name in "Ghost Story") en Free Design bestijgen uw gehoorkanaal. En om alle ambiguïteit uit de weg te nemen: dat is een pluspunt. Halverwege gaat het tempo ineens omhoog, alsmede de mate van blijheid: "This Is What I Said". Wat mij betreft negeert u dit nummer, want het valt nogal uit de toon bij de overige negen deuntjes. Neem daarentegen het voorlaatste liedje "Hollow Drums": een gevoelige maar allerminst kitscherige ballade waarmee op gepaste manier de kroon op het werk wordt gezet. Totdat ik dit nummer hoorde, voelde ik vaag een heerlijk verfrissend briesje over mijn ruggengraat strelen, maar nu worden mijn lendenwervels betast door de meest gevoelige edoch dwingende vingers die mijn wezen an sich ooit hebben beroerd.
File Under: Lendenwervelstrelend debuut
File Audio: [MySpace]
File Gast: [Donkeremaan]
Stranded Horse
Yann Tambour is (vooral) in Frankrijk gekend voor zijn andere groep Encre, die hij vijf jaar geleden in de ijskast stopte. In 2007 ging hij verder als Thee, Stranded Horse, inmiddels is dat ingekort tot Stranded Horse. Omdat hij het allemaal wat simpeler en recht door zee wenste, zo laat hij in dit telefonisch interview weten. Dat is eigenlijk ook al één van de redenen geweest waarom hij begonnen is met Thee, Stranded Horse. ‘Ik verhuisde van Parijs terug naar mijn geboortestreek Normandië, waar ik een huis dichtbij de zee huurde en dat betekende ook dat ik de mensen waarmee ik werkte achterliet (Encre was een solo-project maar live een full band). Een paar jaar daarvoor had ik bovendien de kora ontdekt en wilde ik meer met dat instrument gaan werken. Al heb ik met Encre wel nog Encre a Kora opgenomen, wat meer samples en gelaagde kora stukken waren dan echte songs.’
Lees verder..TV On The Radio - Nine Types Of Light
TV On The Radio is een bijzondere band voor me, in meerdere opzichten. Zo was hun debuutalbum mijn eerste recensie op File Under, ruim negenhonderd stukjes geleden, en bovendien mijn nummer 1 in mijn jaarlijstje van dat jaar. Opvolger Return To Cookie Mountain wordt tot op de dag van vandaag bejubeld maar deed mij niet veel, terwijl ik nummer drie, Dear Science, juist hun beste vind. Houdt u dat vooral in het achterhoofd bij het lezen van deze recensie. Het debuut en Dear Science grepen me direct bij de kladden om daarna alleen maar beter te worden, maar op Nine Types Of Light kreeg ik in de afgelopen maanden alsmaar geen vat. Het geluid is nog steeds onmiskenbaar TV On The Radio: dwars, met heel veel stijlen die elkaar voortdurend kruisen. Barstensvol details, zonder een chaos te worden. Veel elektronica, zonder één moment koel of steriel te klinken. Eigenwijze zanglijnen van Tunde Adebimpe. En vooral: liedjes, hele knappe liedjes. Alle ingrediënten zijn aanwezig om me te overtuigen en toch gebeurt het niet. Ik krijg hoe langer hoe meer het gevoel dat het aan het tempo ligt. De eerste drie songs ("Second Song", "Keep Your Heart"en "You") hebben alledrie eenzelfde laag tempo. Pas bij "No Future Shock" gaat het tempo (iets) omhoog, maar dan ben ik al in een moeras van traagheid gezakt, waar ik niet meer uitkom. Echt, de individuele nummers zijn prima, zij het dat je er soms moeite voor moet doen, maar de eerste helft van het album mist het tempo, de vrolijkheid, kortom de balans, en herstelt daar niet meer van. TV On The Radio is een van de écht experimentele bands van deze tijd. Na twee maanden houd ik het er maar op dat niet elk experiment me hoeft te bekoren.
File Under: Goede songs in onbalans
File Audio: [TVSpace]
File Video: ["Nine Types Of Light"-film, 59 minuten]
Bastian - There's No Such Place
Ik geloof niet dat Bas Bron met zijn band Bastian ooit op North Sea Jazz gestaan heeft. Maar mochten ze daar nog een vervanger nodig hebben als Prince onverhoopt uitvalt, nou, dan mogen ze hem van mij direct bellen. Want hatsekidee, wat een verrukkelijke funkplaat heeft die man gebakken! De geilheid spat van de songs af en hoewel Bastian natuurlijk al jaren een vloot geweldige keyboards bespeelt, kun je nu voor de jaren 80's-gitaarriffs in "Powermove" vermoedelijk ook onze gerontorockrecensent Prikkie 's nachts uit zijn bed komen sleuren. Mijn absolute favoriet is single "Mixed Messages". Nooit eerder combineerde Bastian zijn lekker melodielijntjes zo compact. Het is bijna raar om na het orgastische slotstuk stilte te horen op de cd, in plaats van een daverend applaus. Om het contrast nog groter te maken: direct daarachteraan volgt dan het mooi trage "Touch And Go", waarbij ik gevoelsmatig een link leg met Daft Punks "Voyager" (maar dat ligt vast aan mij). Het latere, nog slependere "This Love (is naked)" (met talkbox) zou dan weer een kruising kunnen zijn van Chromeo en De Staat. Minpuntje is hooguit de songtekst van "Impress You" (the hell out of you): alsof je Bas' muzikale erectie onder z'n broek ziet zitten, een egominnend nadeeltje dat Prince ook al heeft. Ach - Bastian is er in elk geval goudeerlijk over. Laat ik het dan ook zijn: met deze leuke plaat heeft Bastian me volkomen verbluft. Wow!
File Under: Prince
File Audio: [Het hele album in 10 minuten]
File Video: [Mixed Messages (live vóór DWDD; in de uitzending zelf is de minuut nog te kort om het refrein te doen...)]
The Pattern Theory - The Pattern Theory
De vibrafoon en xylofoon zijn instrumenten die je helaas maar zelden hoort in pop- of rockmuziek. Dat is best jammer, want het geluid van die twee is wat mij betreft prachtig. Ik maakte een klein vreugdesprongetje toen ik las dat alle drie de bandleden van The Pattern Theory naast gitaar, drums en synthesizer ook de vibrafoon en xylofoon bespelen in een deel van de songs op hun debuut-cd. De Britse band heeft zijn heil gezocht in Berlijn, waar tegenwoordig steeds meer band naar toe lijken te trekken om daar in alle rust (en synergie) te werken aan hun muziek. De post-rock die The Pattern Theory laat horen misstaat daar zeker niet. Hun hypnotiserende, rustgevende instrumentale variant op dit genre is er een die niet te versmaden valt, helemaal door de serene klank van de vibrafoon en xylofoon. Luister maar eens hoe deze veelvuldig bijna onopvallend met de gitaarpartijen meewandelt en daardoor de sound van The Pattern Theory veel meer diepte en warmte geeft. Maar net zo gemakkelijk dansen die miskende instrumenten als volwaardige partners mee met de gitaar, toetsen en drums. Check "Names For Places" of "Adaptive Expectations" maar eens. Nummers die bij mij beelden oproepen van diepe oceanen met onvoorziene prachtige uitzichten in warme kleuren om elke klif. Deze drie Britten laten horen meesters te zijn in het neerzetten van dit soort weidse taferelen, maar waarbij je door de ferme drumpartijen toch altijd op je hoede blijft en niet in zult dommelen.
File Under: Superieure lessen in zelfbeheersing.
File Audio: [MySpace]
Little Majorette - Rifle Heart
Nietsvermoedend nipte ik aan mijn allereerste prosecco van dit jaar. Gezeten op het lang gewenste zonovergoten terras had ik in de verte het geluid van de aankomende fanfarestoet reeds opgemerkt. Het had echter nog geen reactie in mij losgemaakt. Hooguit een lichte vorm van irritatie. Ik geef er niet veel om, fanfares. Opgeklopte joligheid met schel en veelal vals kopergeschal. Hoe kon ik weten dat alles zou veranderen op het moment dat ik háár zag, de kleine majorette die parmantig de stoet vooruit gelopen was? Een windvlaag blies een bloesemregen over het plein. De zon leek nog wat extra stralen op het schouwspel te focussen. Het koper schitterde als nooit tevoren. Vrolijke klanken weerkaatsten op de kleurrijke, pasgeverfde gevels. Zwierige ritmes daagden de volgestroomde terrassen uit om een vreugdevolle dans te maken. Ouders sloegen verrukt de handen ineen bij de aanblik van hun kinderen die rondom de kleine majorette dansten en haar met blozende rode konen toezongen. Bedwelmd door een roes van lentekriebels keek ik toe hoe ze haar baton richting hemel wierp. Draaiend hoog boven de menigte. Tot boven de boomtoppen. Boven de roodgepande daken. Steeds hoger en hoger. Alsof ze de zon wilde raken. Ik was op slag verliefd.
File Under: flieft
File Audio: [Little Space]
File Video: [Never Be The Same][Bite The Bullet][Overflow]
Israel Nash Gripka - Barn Doors And Concrete Floors
Ouwelullenmuziek. Zo wordt mijn muzieksmaak vaak omschreven door anderen. Ik kan er niet wakker van liggen, ik heb nu eenmaal een zwak voor (de betere) americana, singer-songwriter en countrymuziek. En ik word daarin dit jaar ruimschoots op mijn wenken bediend. Zo brachten Lucinda Williams en Emmylou Harris dit jaar allebei een album uit die hoog in mijn voorlopige jaarlijst staan. In deze lijst is Barn Doors And Concrete Floors van de 29-jarige Amerikaan Israel Nash Gripka nieuw binnengekomen. Opgenomen in een oude schuur in de Catskill Mountains met Sonic Youth drummer Steve Shelley als producer is dit de opvolger van zijn debuut New York Town uit 2009. Vanaf de mondharmonicatoon in opener "Fool's Gold" ben ik geboeid. Invloeden van The Band, Neil Young & Crazy Horse en in "Louisiana" van The Rolling Stones zijn duidelijk hoorbaar. Gripka's stem heeft wat weg van die van Ryan Adams maar lijkt nog meer op die van John Fogerty. Wat de elf songs gemeen hebben is dat ze melodieus en heel, heel erg aanstekelijk zijn. Na een paar keer horen zitten ze in je hoofd en zing je ze mee. "Goodbye Ghost" en "Sunset, Regret" zijn intens en meeslepend, mede door achtergrondzang van The Fieros die hem afgelopen maand ook begeleidden tijdens optredens in Nederland. In "Bellwether Ballad" horen we Gripka alleen op akoestische gitaar en het ontroert. Velen zullen Barn Doors And Concrete Floors betitelen als een ouwelullenplaat maar wie beter luistert hoort een weergaloze cd die verslavend is. Het lijkt mij sterk dat er dit jaar een betere americanaplaat gemaakt gaat worden.
File Under: Pas op, verslavende americana!
File Audio: [MySpace]
File Video: [Israel Nash Gripka presents Barn Doors And Concrete Floors]
The Rural Alberta Advantage - Departing
Van diverse kanten werd ik, terwijl ik me eigenlijk niet bewust ben waarom, geattendeerd op de optredens van The Jayhawks in augustus in ons land. Ik had echter al gezien dat ze weer bij elkaar waren. Ik richt me liever op de nieuwe interessante bands aan het front, hoe goed The Jayhawks waarschijnlijk ook zullen zijn. Bij het draaien van Departing van het Canadese The Rural Alberta Advantage (The RAA) moest ik aan The Jayhawks denken. Dit is eigenlijk vreemd, want de harmonieën blijven bij The RAA achterwege en ook de versnelling staat net een stand hoger. De vergelijkingen met The Jayhawks had ik echter bij het debuut niet gemaakt. Dit kan met mijn onderbewustzijn te maken hebben, maar ook door het feit dat het geluid allemaal wat gewoner is geworden dan op hun debuut Hometown. Daarop zochten ze het in de wat rauwe hoek van folk, alt.country en indierock, en waren er verrassende accenten. Liefhebbers die bij Departing een revolutionaire stap voorwaarts verwachten zullen worden teleurgesteld, maar de ingezette lijn wordt wat mij betreft prima vastgehouden. Zanger Nils Edenloff met zijn Billy Corgan-achtige stem eist een erg voorname plaats op, zodat ik soms meer het gevoel heb naar een solo-album (met begeleiding) te luisteren dan naar een bandplaat. Prachtige liedjes staan er wederom op, zoals "Under The Knife" dat naast de aparte stem van Edenloff ook heerlijk tromgeroffel kent. Of "Muscle Relaxtants" dat me zelfs geschikt lijkt om menig alternatieve dansavond op te vrolijken. Ook al is er door het albumthema 'afscheid' weinig reden tot vrolijkheid. Dit trio is 26 mei in Paradiso te bewonderen. Kun je hierna altijd nog naar The Jayhawks gaan.
File Under: Fijne tweede plaat
File Audio: [MySpace]
File Video: [Stamp]
Week 21, 2011
Storm
The Pattern Theory - The Pattern Theory
Ewie
NS Dansorkest - Extrabreit
Ludo
Alamo Race Track - Unicorn Loves Deer
Gr.R.
Heather Nova - Twee Meter Sessie @ Ziggo Studio's.
Ramon
The Antlers - Burst Apart
André
Bell X1 @ Tivoli De Helling, Utrecht / Lamb - 5
Prikkie
Neal Morse - Testimony 2
Blizzard
Epica en MaYaN @ Paradiso
Janineka
k.d. lang and the Siss Boom Bang - Sing It Loud
Stonehead
Bastian - There's no such place
DubbelMono
Crystal Stilts - In Love With Oblivion
Campking
I Am Oak - Oasem
Black 'n' Blue - Hell Yeah!
Black 'n' Blue was een van de bands die in de hausse aan hairmetalbands van de jaren tachtig ook een graantje meepikte, maar hun voornaamste claim to fame is dat hun gitarist, Tommy Thayer, tegenwoordig gitarist is in Kiss. Over Hell Yeah!, het nieuwe Black 'n' Blue-album, hebben ze maar liefst acht jaar gedaan. Zanger Jaime St. James vertrok namelijk tussentijds naar collega's Warrant, als (uiteindelijk tijdelijke) vervanger van Jani Lane. Muzikaal zit Black 'n' Blue niet zozeer in de Kisshoek, als wel in die van de oude Mötley Crüe: popsongs in een rockjasje. De composities zijn op het eerste oog prima, maar hangen te vaak aan elkaar van de clichés ("Hail Hail"), om niet te zeggen dat er wel heel nadrukkelijk leentjebuur wordt gespeeld - de riff van de titelsong kennen we al van AC/DC's "Whole Lotta Rosie". Qua productie en uitvoering is er weinig op aan te merken. De gitaren staan lekker naar voren gemixt en ze hebben genoeg ervaring om het ruig en toch radiovriendelijk te laten klinken. Jammer genoeg wordt de vaart uit het album gehaald door het flauwe geintje "Jamie's Got The Beer", dat in de studio vast leuk was, maar op het album bijna een minuut verprutst en de sfeer eruit haalt. Afsluiter "Tribute To Stephen Hawking" is ook al zo'n pijnlijk mislukt geintje, waar gebruikt wordt gemaakt van een mechanische stem. Humor om te lachen, blijkbaar. En zo belandt Hell Yeah! alsnog aan de verkeerde kant van de streep.
File Under: Nog steeds middenmoot
File Audio: [BlueSpace]
Polock - Getting Down From The Trees
Eigenlijk zijn Spanjaarden de leukste Europeanen. Ze doen gewoon altijd lekker hun ding, laten zich vooral niet gek maken en komen het liefst hun land helemaal niet uit. Ze hebben toch al alles onder hun zon. Haast bestaat er ook niet. Als ze een mooie kerk willen bouwen in hartje Barcelona dan doen ze daar gewoon net zo gemakkelijk anderhalve eeuw over. Als ze geen Engels hoeven te leren, dan doen ze dat gewoon lekker niet. En als ze met voetbal zowel Europees als Wereldkampioen willen worden, dan lukt ze dat gewoon. Heerlijk als je als volk zo collectief tevreden kunt zijn, daar kunnen wij Nederlanders nog heel wat van leren. Van de vijf heren van Polock uit Valencia trouwens ook. Op het eerste gehoor is Polock een soort Excelsior-bandje, met vlotte indiesongs en rammelende gitaren, maar de springerige levensvreugde en het blije optimisme op Getting Down From The Trees is on-Nederlands en bijzonder aanstekelijk. Het taalgebruik, vreemde accent en de megaknullige woordenboekteksten van de zanger doet er nog een aandoenlijk schepje bovenop. Dit is Spanje op zijn best. Dit is de zomer in je kop. Dit is een album dat je niet kunt beluisteren zonder grote glimlach.
File Under: Blije Spaanse indie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fireworks]
File Twitter: [Twitter]
D.B. Rielly - Love Potions and Snake Oil
Tussen alle digitale promo’s (een downloadlink), anonieme kartonnetjes, hoesjes-met-gaatjes en - in het gunstigste geval - digipacks, valt het debuutalbum van D.B. Rielly wel heel erg op. Een sigarendoosje van blik, een stevig en stijlvol inlegvel en natuurlijk de CD zelf. Waarop we tien nummers vinden, allemaal zelfgeschreven en voor een groot deel ook zelf ingespeeld door D.B. Rielly, de naam waar Daniel Alvaro zich achter verschuilt. Behalve de vocalen neemt hij ook verschillende soorten gitaren , accordeon, mondharmonica, banjo en mandoline en piano voor zijn rekening. Daarnaast wordt achter zijn naam regelmatig het mysterieuze programming vermeld, al hoor ik geen elektronica terug op Love Potions and Snake Oil. Wel een mix van cajun, zydeco - opener en single "One of These Days (You’re Gonna Realize)" - , country ("Loving You Again"), singer/songwriterliedjes ("One Day at a Time") en blues ("Changed My Mind"). Voor iedereen wat, zoals de elixirs van de zwervende handelsreiziger in wonderzalfjes en wonderolie die met deze verpakking aan ons worden voorgesteld. Het aardigste van de songschrijfkwaliteiten van Daniel Alvaro / D.B. Rielly is wellicht dat hij zich nergens strak aan de grenzen van de genres houdt. Het minst aardige dat we van Love Potions and Snake Oil kunnen zeggen is dat alle liedjes wel erg netjes blijven - zo ook de stem van Alvaro - en daardoor minder beklijven dan de verpakking.
File Under: Handelsreiziger in rootsliedjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [One of These Days (You’re Gonna Realize)]
Curren$y - Covert Coup
Een rapper krijgt zelden een tweede kans, en als je opgroeit als eeuwige belofte in de No Limit stal van Master P en daarna Cash Money en het dan niet helemaal maakt, dan kun je nog zo hard watertrappelen, je komt niet meer bovendrijven. Curren$y is de uitzondering op die regel, blijkt, en na een succesvol 2010 kun je zeggen dat hij zijn comeback succesvol heeft aangepakt. Het verschil zit in de, niet zo subtiele, details. Voorheen een grote gouden ketting slingerende No Limit-soldaat, nu de chillende wietroker zonder zorgen aan zijn hoofd, behalve dan dat zijn volgende joint beter gerold moet zijn dan de laatste. Alsof het allemaal komt aanwaaien, Dat is natuurlijk niet zo, Covert Coup is de laatste in een streng van ijzersterke albums, mixtapes en ep's. Ditmaal is niet Ski Beatz (van o.a. Camp Lo-faam) maar Alchemist de man achter de beats en waar Ski Beatz Curren$y omringde met een volle wolk van organische live gespeelde beats geeft Alc meer om de klassieke, soulbeat en ook dat is weer een droomcombinatie. Het is sowieso een goede move van de man om voor zijn album steeds gebruik te maken van één sterke producer, zo creëert hij een constante sfeer waarin hij zijn makkelijk te verteren teksten steeds opnieuw uit kan vinden. Teksten die soms ook verrassend beeldend zijn, zoals in 'The Type': "Let the little homie kick it in the auto shop with us / Long as he can make store runs and keep his mouth shut / Same way I came up / All my triple o's was hood famous / Nice guy surrounded by wolves, wild dangerous that's where I gained this cool". Het is overigens Mobb Deeps Prodigy die na drie jaar brommen hier een van zijn eerste guestverses aflevert, en die zijn per definitie beeldender dan die van Curren$y, de man kan gewoon niet anders. "Everything is not strategic, sometime we risk our life / Sometime we risk our love, our money and our freedom / Fuck that bullshit we feed it, to see if you gone eat it/In new york we manipulate naive dummies / We beat you on the head it's just game we be running". Wat Alchemist ons met "Scottie Pippens" voorschotelt is een soort spaceage loungesoul waarover je een chimpansee kan laten boeren; het klinkt nog steeds goed. Curren$y weet die kwaliteit op waarde te schatten en flowt lekker staccato op de beat terwijl rechtdoorzee gangsterrapper Freddie Gibbs zijn gastvers tot een van de hoogtepunten van het album maakt. Wie had dat gedacht, weer een onwaarschijnlijke combo die ineens meer dan de som van zijn delen is. Klein minpuntje aan deze e.p.; de nummers zijn te kort, bijna allen onder de drie minuten en al heeft Curren$y vaak niet meer nodig om zijn punt te maken, je snakt naar meer.
File Under: Wietbeats en opscheprap
File Audio: [MySpace]
Dredg - Chuckles And Mr. Squeezy
Ik kan me ergens wel voorstellen dat een band zichzelf verder wil ontwikkelen, de grenzen opzoekt van zijn kunnen, het experiment aangaat, afwijkt van platgetreden paden en hongerig op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen. Dat kan ook de brandstof zijn om plezier in het spel te houden. Dat je de fans van het eerste uur dan niet op hun wenken bedient, vind ik alleen maar grootmoedig. De vijfde plaat van Dredg, Chuckles And Mr. Squeezy, lijkt ook niet meer op de Dredg die ik me kan herinneren. De progressieve rock is definitief bij het oud vuil gezet en de band heeft zich in een midlifecrisis gestort. Producer Dan the Automator (Gorillaz, Kasabian, Peeping Tom) heeft een flinke vinger in de pap gehad bij de wijze waarop het album tot stand is gekomen. De tracks werden via email rondgestuurd en langzaam opgebouwd en aangevuld. De opnames zelf waren kort en krachtig, om de spontaniteit en de essentie van hun muziek te behouden. Het resultaat is een album met elf - nogal futloze - popsongs. Natuurlijk kennen we die lichtelijk penetrante zang van Gavin Hayes, die op den duur nogal op je zenuwen kan gaan werken, maar op dit album erger ik me vooral aan de zanglijntjes, die vaak wringen met de (soms aardige) onderliggende muziek. Ondanks een paar aanstekelijke refreintjes ("The Ornament", "The Thought Of Losing You", "Sun Goes Down") gaat het soms hopeloos de mist in, zoals in "Where I'll End Up". Een vreselijke meezinger eerste klas. Categorie Vader Abraham of een slechte smartlap. Brrrrrr. Nee, eerdere albums waren toch spannender en doeltreffender. Alsof je een partje sinaasappel denkt te eten en het blijkt grapefruit te zijn. Nogal een bittere ervaring.
File Under: For bitter, for worse
File Video: [The Thought Of Losing You]
Mazes - A Thousand Heys
Vinyl is hip. Vinyl is analoog en klinkt échter, het leeft en kraakt, de hoes heeft de ruimte en de schijf moet je goed vastpakken. Als ik buiten de muzieknerdwereld dit vertel, dan kijken ze me aan of ik gek geworden ben. Wordt er nog muziek verkocht dan? Oké, ik geef het toe: ik ben niet hip. Ik koop cd's. Als is dat je iets koopt al hip genoeg wat mij betreft in dit downloadtijdperk. Maar goed, nieuws voor hen die hip zijn: A Thousand Heys van het Britse Mazes is er ook op vinyl. En op cd, zodat ook ik kan luisteren naar het kwartet dat eigenlijk in de jaren tachtig hun ding had moeten doen. Ze passen prima tussen bands als Pavement, Sebadoh, Sonic Youth en de begin-R.E.M. Zeg maar, de muzikanten die niet voor perfectie gaan, maar wel voor dat briljante idee in dat mooie liedje. Op A Thousand Heys zijn dertien tracks verzameld die in een klein halfuur afgeragd worden alsof ze ter plekke bedacht zijn en dat is dus wél meer dan twee minuten per nummer! Dit is dus het soort plaatjes dat ik koester, die me energie geeft en waar ik blij van word. Echt een lo-fi-gitaarplaat voor muzieknerds. Nee, dat ben ik dus niet: ik ben al het vinylstadium voorbij. Ahum.
File Under: Lo-fi en gitaren, jammie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun eigen videokanaal]
Adam Haworth Stephens - We Live On Cliffs
Adam Haworth Stevens, dat was toch degene die bij Two Gallants de man was met de rasperige stem en het gerag op de distorted gitaren? Pas als ik een heel eind gevorderd bent met zijn solo-debuut staak ik het wachten op een écht lekker rauw liedje zoals Two Gallants die opnamen. Het openingsnummer "Praises In Your Name" lijkt op een bepaald moment toch te exploderen, de echte knal blijft uit. We Live On Cliffs blijkt na beluistering veel ingetoner dan de drie albums die Stephens maakte met zijn maatje op drums Tyson Vogel. Rijker qua geluid ook. Waar bij Two Gallants de twee het vooral samen uitvochten haalde Stephens een heel peloton hulpkrachten de studio in. Ik snap dan uiteindelijk ook wel dat Adam de songs van We Live On Cliffs niet als Two Gallants uit wilde brengen. Ze verschillen op hoofdlijnen te zeer. Toch ga ik dat gerasp op een bepaald moment missen. Aan de andere kant zijn vooral de momenten waarin Stevens bijval krijgt van de stem van een vrouw wel sterk. Het afsluitende "Everyday I Fall" is echt een heel mooi liedje en "Second Mind" wordt door zijn warme orgeltonen en meezingrefrein een prettig gekleurde mix tussen folk en soul. Alleen in "Elderwoods" blijkt Stephens uiteindelijk zijn tanden een beetje te laten zien. Toch is de ongedwongen sfeer van We Live On Cliffs wel prettig. Het voelt als een gemoedelijk samenzijn van vrienden die samen de liedjes spelen die Stephens niet geschikt achtte voor Two Gallants. Dat voelt best goed, maar ik kan stiekem niet wachten tot'ie weer zijn biezen pakt en met Vogel de podia onveilig gaat maken. Dat optreden van Crossing Border 2005 staat namelijk nog scherp op mijn netvlies en mag wel eens geüpdate worden.
File Under: One Gallant (met vrienden)
Pendragon - Passion
Mijn voorliefde voor progressieve rock is al heel wat jaren geleden begonnen - en in mijn File Under-jaren alleen maar gegroeid. Bij Pendragon is het kwartje nooit echt gevallen. Met het nieuwe album Passion kreeg ik een herkansing. Pendragon hoort bij de sliert van Engelse progrockbands die in het kielzog van Marillion probeerden door te breken. Maar wat je ook vindt van Pendragon, Arena, IQ, Pallas en al die bands die zich al tientallen jaren het apezuur werken, van een grote doorbraak is het niet gekomen. Voor mijn gevoel is dat omdat ze de genrenaam onvoldoende waarmaakten. Te nadrukkelijk bleven bands vasthouden aan Yes en Genesis, waar progressief juist het tegendeel suggereert: beweging, grenzen opzoeken. Pendragon beweegt zich op dit album echter ook braaf binnen de progrocklijntjes. Neem bijvoorbeeld de twee songs die langer dan tien minuten duren, "Empathy" en "This Green And Pleasant Land" (waarin de familiegeschiedenis van zanger Nick Barrett uit de doeken wordt gedaan): pianogetingel, bombast, tempowisselingen bij de vleet. Goed, de familiegeschiedenis wordt afgesloten met gejodel en in "Empathy" zit een stukje hiphopachtig praatzingen (!), maar dat blijkt niet Barretts sterkste punt. Binnen de regeltjes van de progrock zijn het echter wel uitstekende songs. Grootste verrassing is voor mij de nieuwe drummer, Scott Higham (ex-Angel Witch, ex-Samson, ook actief in een van Clive Nolans andere bands Caamora). Met buitengewoon smakelijk Portnoy-achtig drumwerk fleurt hij het geheel flink op, en lijken de heren zelfs hier en daar écht iets nieuws te proberen. Luister maar eens naar "Skara Brae", waarin op momenten lekker tegendraads wordt gemusiceerd. Ook "Feeding Frenzy" is een prachtige showcase voor Higham. Het is het drumwerk dat mij uiteindelijk over de streep trekt. Passion is een een prima album geworden, maar of het nieuwe fans zal opleveren?
Ik betwijfel het.
File Under: Geen verrassing, wel goed. En die drummer!
File Audio: [PendragonSpace]
O'Death - Outside
Ik keek er toch even van op. Ik had uitgekeken naar de nieuwe O’death en had mijn dansschoenen al aan. Want het New Yorkse O’death stond voor hotseknotsbegoniafolk, vol traditie, maar ook vol gekte. Opener Bugs klinkt echter bedachtzaam en het tempo gaat soms omhoog, maar ligt toch nog een stuk lager dan op Broken Hymns, Limbs and Skins. En weet u, eerlijk gezegd bevalt het me wel. De band heeft langer dan tevoren over de plaat gedaan, doordat de band even stil lag omdat bij drummer David Rogers-Berry kanker werd geconstateerd. Hij is gelukkig genezen verklaard en doet ook mee op Outside. Outside klinkt als een volgende stap in de carrière van O’death en vooral een stap naar volwassenheid. Alles klinkt doordacht, het spaarzame instrumentarium, ukelele, banjo en fiddle en de hoge stem van zanger Greg Jamie, een van de sterke punten van de band, komt beter naar voren als ooit te voren, daar waar nodig wordt er dus gas gegeven. Bedachtzamer dus, maar nergens wordt het zwaar en aan het eind schijnt de zon weer. O’death is hiermee linksaf gegaan, van de platgetreden folk/americanapaden en op weg naar nieuwe einden. Heerlijke plaat!
File Under: De gekte voorbij...
File Audio: [MyO'death Space]
Monsieur Dubois - Slow Bombastik
Er steekt een ijzige wind op in het outro van "Chouffe Chouffe", het laatste nummer op de derde cd Slow Bombastik van het Rotterdamse Monsieur Dubois. Hoognodige verkoeling na een dik half uur aan warme, dansbare jazz, met een hoofdrol voor de Fender Rhodes en schetterkoper. Full disclosure: ik heb meebetaald aan deze cd, mijn naam staat tussen de donateurs. De opnamekosten zijn deels door crowdfunding betaald. Maar op het moment dat ons dat werd gevraagd, hadden we natuurlijk nog niks gehoord. Wel hadden we vertrouwen in de groep, die op eerdere albums had laten horen dat ze uit de voeten konden met jazz voor de knieën en heupen. Er duiken eighties-invloeden op in "Blacklight" en het Prince-geïnfecteerde "Dance". "Tentacles" neigt naar fusion met een Kytecrash-achtige break op het einde - maar dan wèl spannend. Het titelnummer is een sfeervol rustpunt, uitschieter "Furious Tales of the Hideous Knight" wordt voortgestuwd door een soepele breakbeat en een heule dikke bas-synthesizer. De band heeft dat gegeven wat de fans wilden horen. Maar als donateur moet me toch iets van het hart: had dat covermodel de plaat niet persoonlijk bij alle geldschieters komen afleveren? Nou?
File Under: Jazzdance je billen eraf
File Audio: [Dubois-Space]
Billy Joel - Turnstiles
Qua cijfers schijnt Turnstiles een van de minst verkopende albums van Billy Joel te zijn uit het begin van zijn carrière. Ook al was deze nog altijd goed voor dik een miljoen verkochte lp's, ik verbaasde me hier toch wel ietwat over. Ik dacht dat'ie veel succesvoller geweest was. Ik vroeg me af waar deze gedachte vandaan kwam, misschien ligt de oorzaak wel in het feit dat ik de lp's van Joel een tijd lang eindeloos veel gedraaid heb en ze daardoor ergens in mijn grijze massa een eigen hokje hebben. Dat was de periode dat ik zelf nog piano speelde en ervan droomde ooit in een band te spelen. Dan was Joel het uitstekende voorbeeld. Ik was echt dol op de afwisseling tussen pianoballades en uptempo songs van Joel en zag mezelf in gedachten live al helemaal los gaan in een soortgelijke show als Joel in het begin van "Prelude / Angry Young Man". De piano centraal in een killer uptempo rocksong, dat vond ik geniaal. Zonder dat daarbij overigens de andere instrumenten veel aan plek hoefden in te leveren. In die song stoeiden juist synths, gitaar, bas en drums zo lekker met elkaar. Voordeel was bovendien dat Joel op zijn eerste lp's nog wat minder opgepoetst klonk en dat stond mij wel aan, want mijn andere ik wilde in mijn tienerjaren eigenlijk nog liever in een metalband. Maar dat combineerde zo rot met mijn pianospel. Daarvoor zou je toetsen moeten spelen, maar Joel liet horen dat dat (bijvoorbeeld dus in "Angry Young Man") prima samen ging. Na het luisteren van deze heruitgave van Turnstiles (wederom geweldig gedaan door Mibile Fidelity Sound Lab) vroeg ik me wel af of Billy Joel nog iets zou doen met "Miami 2017 (I've Seen The Lights Go Out On Broadway)" als de tijd daar is. Wat blijft dat toch een prachtig liedje. Zal ik dat intro nog steeds kunnen spelen? Ik vrees van niet eerlijk gezegd…
File Under: Mijmeringen oproepend
File Audio: [MySpace]
Timber Timbre - Keep On Creepin' On
Van elk concert dat ik bezoek, maak ik een of twee kiekjes met mijn mobiel. Dat doe ik al jaren en ondertussen heb ik een verzameling met honderden foto's, met de bedoeling er ooit nog eens 'iets mee te doen'. Wat, dat weet ik nog niet, maar dat is een ander verhaal. Als ik terugkijk naar de foto's van vorig jaar zie ik er een paar die ogenschijnlijk mislukt zijn. Het zijn de foto's van Timber Timbre in De Bolder op het Great Wide Open festival van 2010. Plaatjes met een vaag gekleurde donkere gloed, maar er is geen optredend artiest op te bekennen. En dat terwijl ik pal vooraan stond, op aanraakafstand van zanger/gitarist Taylor Kirk. Tenminste, dat vermoed ik, want in het schaarse licht met de rookmachine op tien waren van de drie Canadezen enkel hun silhouetten te zien. De muziek was al net zo ongrijpbaar. Mysterieus, griezelig, met stiltes waarin je soms niet meer hoorde dan onaangeraakte, resonerende snaren van gitaar, lapsteel en viool en de met veel reverb omgeven stem van Kirk. Uitgeklede, hypnotiserende spookhuisblues in een donker, stampend vol maar muisstil campingrecreatiezaaltje op Vlieland. Een dierbaar hoogtepunt, voor mij en voor vele andere gelukkige aanwezigen. Dit geluid, dat na twee wat meer conventionele folkbluesalbums gevonden is op het gelijknamige album van Timber Timbre uit 2009 (heruitgebracht in 2010), wordt op het nieuwste album Keep On Creepin' On voortgezet. Deze plaat is wel iets soulvoller dan zijn voorganger, waarbij de staccato piano een grotere rol krijgt toebedeeld ten koste van de swampgitaar en er meer versieringen zijn aangebracht met weelderige vioolarrangementen of krakende saxofoon. Maar niets is wat het lijkt, want de kwade moerasgeesten liggen steeds op de loer en nemen bezit van de band wanneer het al te aangenaam wordt. Briljant, mysterieus en ongrijpbaar, maar gelukkig hebben we de foto's nog. Alhoewel…
File Under: Ongrijpbaar
File Video: [Woman] [Demon Host]
Low
Fans van Low kunnen weer glimlachen. De band rondom het echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker brengt op 12 April ,C'mon uit via Sub Pop. Het negende album van Low, een band die door muziekpers wordt beschreven als een van de pioniers van de 'slowcore'. Het is een term die Alan de afgelopen jaren heeft verworpen. Een kleine week na een integrale albumpresentatie op SXSW zit hij op het zonnige terras van Café De Pont een serie interviews te geven.
Het praatje vooraf wordt meerdere keren onderbroken. 'Niet bewegen', zegt Alan. Hij plukt een mug weg die op mijn hoofd is geland. De La Chouffe die per misverstand aan hem wordt bediend weigert hij vriendelijk. Als aanhanger van 'De kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen' (oftewel de Mormonen) is Sparhawk niet het prototype rockster: hij drinkt niet, rookt niet en hij sport regelmatig. Ook zijn meest heldere herinneringen aan Amsterdam zijn bescheiden te noemen. Alan: 'Ik ben hier vaak geweest. Ik heb vooral veel hardgelopen hier...meestal in de regen.'
Lees verder..Mindpark - We Will Adapt
Mindpark bestaat twee jaar en tijdens deze periode heeft deze band haar geluid live en in de studio zorgvuldig en stapsgewijs verfijnd. Het resultaat mag er zijn: het debuut We Will Adapt telt twaalf tracks vol eigenwijze, gelaagde gitaarpop. Opener "Beautiful Morning" legt een tapijt vol gereverbde gitaren en keyboards die meteen de haren overeind doen staan. Zelfs gegoochel met verschillende maatsoorten door elkaar heen ontneemt het nummer de toegankelijkheid en wow-factor niet, mede dankzij de breekbare stem van zanger/multi-instrumentalist/producer Ralph Timmermans. Over breekbaar gesproken, "Delicate" klinkt als Radiohead op hun vorige plaat In Rainbows. "Box Is Better" weet met de meerstemmige zang en lekker wringende eindclimax een ongelooflijke feel good-ontlading teweeg te brengen. Naast het schrijven van goede popsongs zoekt Mindpark compromisloos de uitersten op. Van de desolate, post-apocalyptische verdoemenis in "Destroyer" en "Dear Traveler" tot de neurotische, sinistere manie in "Must Be Chemical" en "Dead People". Met zoveel muzikale afwisseling doet We Will Adapt zijn naam eer aan: alles is aangepast tot een perfecte balans. Het inventieve, jazzy drumspel is bovendien een belangrijke factor die zorgt dat alles tot een geheel maakt. Mindpark zoekt met We Will Adapt het muzikale avontuur, raakt de gevoelige snaar en ontspoort in complete waanzin met zeldzame klasse.
File Under: Zoekt compromisloos de uitersten
File Audio: [Mindpark Bandcamp]
Pure Inc. - IV
Soms is een tijdsbeeld compleet weggevaagd. Grosso modo weet haast niemand meer wie Eleven Pictures waren, of White Lion. Het Zwitserse Pure Inc. richt zich op het oude Soundgarden. Een goed verstaander hoort inderdaad veel elementen terug uit de rock en pre-grunge. Zanger Gianni heeft veel weg van Chris Cornell. Maar meer nog van een kruising tussen Mike Tramp en John Bush. En daarmee haalt Pure Inc. gedachtes naar boven die beter aansluiten op metal- en hardrockbands dan op de grunge uit Seattle. Denk Armored Saint en denk aan de nadagen van de Amerikaanse glammetal met Poison, Skid Row en Pantera van voor Cowboys From Hell. Vermakelijke, goed uitgevoerde hardrock noemen we dat dan met aandacht voor aanstekelijke composities. Zoals Alter Bridge. Dat de band zelf maar al te graag vergeleken wil worden met Led Zeppelin, Alice In Chains en Black Label Society, zie ik niet zo. Tja, de wil daartoe wel, maar dan moet er nog heel wat gebeuren bij deze Zwitsers. Dat is niet erg. Heel wat bands zouden willen dat ze een zanger als Chris Cornell, Mike Tramp of John Bush in hun gelederen hadden.
File Under: Blanke hardrock uit de bergen
File Audio: [MySpace]
Dan Sartain
'Rockabilly-fans zijn een stelletje snobs'
Dan Sartain ziet eruit als de James Dean van de punk rock. Of het gemene broertje van Johnny Depp uit de film Cry Baby van John Waters. In werkelijkheid is hij echter een stuk toegankelijker. Ik spreek de rocker uit Alabama, Verenigde Staten, voorafgaand aan zijn concert in de Exit in Rotterdam begin mei, over onder andere zijn nieuwe plaat Legacy of Hospitality, rockabilly en het afwassen van borden in pizza-restaurants.
Je nieuwe album Legacy of Hospitality is een verzameling liedjes van 1999 tot 2009. Waarom breng je dit nu uit?
'Fans hebben me erom gevraagd, dus ik dacht, waarom niet? Sommige nummers zijn maar in heel beperkte uitgave uitgebracht, bijvoorbeeld maar honderd exemplaren. En andere nummers zijn zelfs nog nooit uitgebracht.'
Hoe zou je je eigen muziek omschrijven?
'Het verandert eigenlijk constant. Mijn nieuwste muziek kun je denk ik het beste vergelijken met de Ramones. Welke ontwikkeling er in mijn muziek zit? Mijn muziek is eigenlijk steeds eenvoudiger geworden. Vroeger maakte ik nummers met complexe structuren, die klonken alsof ik eenzaam en depressief was. Nu zit er nog wel agressie in mijn nummers, maar is het ook meer 'upbeat'. Ik ben ook maar gewoon een normale jongen, die van punk rock houdt en iets vrolijkers wilde doen.'
Gavin Friday - catholic
Als de Ier Gavin Friday voor het eerst sinds zestien jaar weer een album uitbrengt en hij zichzelf als dode afbeeldt, met de Ierse vlag en een kruis met Jezus, dan moet het verhaal dat verteld moet worden urgent zijn. De redenen kan ik wel bedenken: de belabberde financiële stand van het land en ook de in opspraak geraakte katholieke kerk lijken mij als redenen inkoppers. Dit blijkt niet te kloppen. Nou was Friday ooit voorman van de shockband Virgin Prunes en een oude vos verleert zijn streken niet. Een beetje shockeren kan immers nooit kwaad. Het verhaal dat Friday vertelt is echter veel subtieler, want ook al gaat de song "Lord I'm Comin'" over een gevallen soldaat, de rest van de liedjes lijken een persoonlijkere insteek te kennen. Het verlies of dreigende verlies als thema op catholic (dat als titel bewust geen hoofdletter heeft gekregen) leent zich prima om eens goed over na te denken. Muzikaal zoekt Friday zijn weg zonder échte beroemdheden. Nee, zelfs vriend Bono draagt aan geen nummer bij. Ook een oude makker als Maurice Seezer schittert in afwezigheid. Al halen beiden het nog wel tot het danklijstje in het boekje. De grootste strijder in deze is Herbie Macken, die vooral op keyboards, piano en gitaar zijn stempel drukt op dit album. Qua productie moet ik erg aan het werk van Brian Eno (met U2 en Bowie tijdens zijn Berlijn-periode) denken, maar Ken Thomas (o.a. Sigur Ros, Cocteau Twins) is hier het mannetje. Hij maakt er een melancholische en zweverige plaat van die langzaam haar geheimen prijsgeeft. Friday mag dan wat jaartjes ouder zijn geworden, ik blijf de man bewonderen.
File Under: Ierse melancholie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Zijn eigen videokanaal]
The Matadors - Get Down From The Tree
Er bestaat de misvatting dat rock ‘n’ roll door de communistische heilstaten uitgebannen was. Maar midden jaren zestig - niet toevallig de tijd van de Praagse lente - kon er relatief veel in Tsjechoslowakije en was men wel degelijk op de hoogte van wat er muzikaal in het westen aan de hand was. In elk geval gold dat voor de zes muzikanten die zich The Matadors noemden. Munster Records heeft een groot deel van hun output verzameld op het voortreffelijke Get Down From The Tree. Hierop horen we niet alleen furieuze covers van uiteenlopende helden uit die tijd (Junior Walker, Bob Dylan, maar ook Smokey Robinson), maar ook een aantal eigen nummers dat nauwelijks onderdoet voor hun rhythm & blues-voorbeelden. Mooiste voorbeeld hiervan is 'Sing a Song of Sixpence' dat zomaar elke westerse hitlijst had kunnen beklimmen. Ze mochten in eigen land een paar singles en een volwaardig album maken voor het staatslabel Supraphon.Toen de Praagse lente in augustus 1968 wreed werd afgebroken, vluchtten de bandleden naar Duitsland waar ze de begeleidende band van de musical Hair (Haare) werden. Op het moment dat het in hun thuisland weer kon en mocht kwamen The Matadors opnieuw bij elkaar en traden weer op tot ze er in 2008 definitief het bijltje bij neer gooiden. Bassist en bandleider Otto Bezloja was al in 2001 overleden.
File Under: Dubcek rocks!
File Audio: [Youtube Mix]
File Video: [I Think It’s Gonna Work Out Fine]
Alex Carole & The Crush - Vol. 1
Opener "High School Shuffle" is nog maar net onderweg of de gitaar en handclaps schreeuwen me toe: wij zijn glam! Het mag dan ook geen verrassing heten dat Alex Carole en zijn bandleden Zweden zijn. Die hebben het patent op glam immers al jaren geleden overgenomen van de Engelsen. Op hun debuut Vol. 1 laten Alex Carole & The Crush horen dat patent ook ingezien te hebben. In een lekker rauwe mix - op het randje van garagerock - wordt een lading vrolijke powerpopsongs over je uitgestrooid. In het intro van Hell On Earth is te horen dat Alex Carole (in het dagelijks leven Anders Pietsch geheten) niet overdreven toonvast is, maar het zijn alleen de ingetogen momenten waar je daar iets van merkt, en die zijn dun gezaaid op dit album. Het is vrolijke rammelpop wat de klok slaat, waar vooral Marc Bolan & T-Rex, The Rolling Stones en Supergrass in te horen zijn. Niet elk nummer is even sterk, maar de energie van de losjes gespeelde maar goed geproduceerde tracks maakt veel goed. Het is waar, Vol. 1 kun je bepaald niet wereldschokkend noemen. Niettemin leveren Alex Carole & The Crush een verdienstelijk debuut af en ben ik er zeker van dat het live nog veel leuker is. Volume 2 wil ik ook wel horen, in elk geval.
File Under: Vermakelijke rammelpop
File Audio: [CrushSpace] [CrushCloud]
Okkervil River
Het is een van de eerste mooie dagen in de lente en de zon begint Amsterdam op te warmen. Het voorstel om interview buiten te doen, in de binnentuin van het hotel neemt Will Sheff dan ook met beide handen aan. Hij neemt wel een kop thee, met honing. Dit is vooral om zijn keel te smeren en zijn stem te sparen. Een dikke week van interviews, door Europa, aangevuld met wat persoptredens, lijkt zijn tol te gaan eisen. Zozeer zelfs dat Will vraagt of bandlid Pat Pestorius een van de interviews over kan nemen. Al grappend, 'Als hij mijn bril opzet zien ze toch het verschil niet,. En met de volle baard, die beide bandleden hebben, is het verschil ook niet zo groot. Will: 'Ik zing nogal geforceerd, dus ik moet gewoon uitkijken met mijn stem. En dan is zelfs een uurtje of zes praten ten behoeve van de interviews inspannend, vooral als je ’s avonds nog moet optreden (Okkervil River speelt een korte set op het feestje van 40 jaar Oor (Gr.R.)).
Lees verder..Tides From Nebula - Earthshine
Het instrumentale post-rock genre vind ik ideale filmmuziek. En dan de wat minder opgefokte variant, met dat dreigende, het dromerige, de verlossing, de verlichting, het vervreemdende en - toch ook - het woeste. Met een beetje fantasie zie je allerlei sferische beelden voor je en wordt je gevoel geprikkeld. Denk aan bands als Explosions in the Sky, Caspian en Mogwai. Het Poolse Tides From Nebula zit in dezelfde hoek en trok de aandacht van de bekende Poolse filmcomponist Zbigniew Preisner. Hij hoorde de band op de radio, bood spontaan zijn diensten aan en produceerde daarom het tweede album van de band. Daarnaast vertoefde de band tijdens de opnames in de Poolse bergen om inspiratie op te doen. Het leverde een tamelijk standaard maar aardig post-rock album op. De nummers deinen zachtjes heen en weer tussen kalmte en een woeste branding. Het korte en rustige "Waiting For The World Turn Back" vind ik prachtig door zijn eenvoud. Een mooi gitaartje met een lichte snik (ik kan het ook gewoon een goed geplaatst mineur-akkoordje noemen, maar dat klinkt wat minder spannend) gevolgd door licht pianospel. Kenmerkend is een lang nummer als "Caravans" met de langzame afwisseling tussen hard en zacht, dat bij vlagen boeit maar soms ook teert op wat te veel herhaling. "White Gardens" komt bijvoorbeeld pas na een minuut of vier echt lekker los, maar "Siberia" weet wel de volle tien minuten te boeien, mede door de treffende drums. Over het geheel genomen voelt Earthshine niet echt vernieuwend aan, maar het is vakbekwaam in elkaar gezet, zoals je dat van Poolse arbeiders mag verwachten. Het is daarom een prima alternatief voor je dagelijkse shot post-rock, binnenkort in Nederland te zien in het voorprogramma van mijn progrock-helden van Riverside. Ook uit Polen.
File Under: Vakbekwame Poolse arbeiders
File Audio: [MySpace]
File Video: [Earthshine EPK]
Munk - The Bird And The Beat
Een paar weken terug schreef ik een stukje over The Electric, een zomers rapgebeuren dat ik in Parijs ontdekt had. Een andere, minstens zo zomerse cd die groots in de FNAC te vinden was, is de nieuwe van Munk. 'Hee, bestaan die ook nog', dacht ik. Ik had namelijk ergens in 2004 bij de Bullit in Eindhoven (van die winkel bestaat tegenwoordig alleen nog maar een webshop) Aperitivo gekocht, Munks debuut-cd die destijds vooral instant hip was dankzij de medewerking van James Murphy (LCD Soundsystem) aan Kick Out The Chairs. Sindsdien is van het duo Munk alleen nog Mathias Modica over, en van de punkfunk slechts nog funk. Leuke electronische funk, dat wel. Beck, Groove Armada, Basement Jaxx, dat werk, maar dan kleinschaliger. Even terug in de geschiedenis: in 2008 bracht Modica als tweede Munk-album Cloudbuster uit, waarvan "Live Fast Die Old", de Bastian-achtige Shazam-remix van Down In L.A., The Rat Race (en de Siriusmo-remix) en "Bohemian Mud Strut" best leuk zijn. Als je tenminste wist dat het bestond, want ik heb die plaat in Nederland destijds nergens zien liggen. Ook deze derde plaat The Bird and the Beat nog niet, hoewel die (zelfs qua hoes) lijnrecht op dat spoor doorgaat. Allerlei talen en exotische invloeden passeren de revue, zoals in de volgende single "Mis Labios". In "A Bored Heart" zit weer een leuk keyboardloopje en in het wel héél simplistische "Tipsy?" doet Munk zowaar een poging om de hitgevoeligheid van het allerbekendste lalala-zomervakantienummer ooit te benaderen. Maar het blijft gemoedelijk. Iets té. De vloek die Jamiroquai de laatste jaren treft. Zo door de jaren heen lijkt het om die reden Munks voornaamste prestatie om door allerlei voorname artiesten succesvol geremixt te worden. Zo werd "Back Down", dat alleen op een losse EP is uitgebracht, onlangs door Cut Copy geremixt. Met dit nieuwe materiaal kunnen we er in elk geval weer een zomer tegenaan.
File Under: Tropisch remixmateriaal!
File Video: [Rue de Rome]
I Am Oak - Oasem
Ik heb weinig meegekregen van de songfestivalrariteiten van afgelopen week. Het is al jarenlang een aanfluiting en niet alleen muzikaal gezien. Ik vind het op zich niet stom dat Nederland hier elk jaar weer aan deelneemt, maar stuur dan tenminste iets dat echt afwijkt. Hij zal het zelf niet willen, maar van mij mag Nederland bijvoorbeeld zo Thijs Kuijken uitzenden. Vorig jaar debuteerde hij als I Am Oak met het prachtige On Claws en nu keert hij sneller dan ik verwacht had terug met Oasem. En daarop staan wat mij betreft zo 4, 5 liedjes waarmee Kuijken een heel mal uitgedoste zaal vol Eurovisie songfestivalliefhebbers onherroepelijk het zwijgen mee op kan leggen. Zijn liedjes zijn voor het gros al korter dan drie minuten, dus daarin zal het probleem niet liggen. Dat zal eerder zitten in het tonen van lef van Nederland om eens gewaagd te selecteren. Met een rijker geluid dan op zijn debuut klinkt I Am Oak op Oasem warmer en gemoedelijker, zonder daarbij de bijna sacrale sfeer geweld aan te doen. Hij speelt ontspannen wat met elektronische percussie en toetsen. Soms doet hij dat wat nadrukkelijker. Zoals in het prachtige "Giant", waarin de achter elkaar aan golvende zanglijnen me bijna in slaap wiegen, maar de rijkheid aan details me in sluimerstand toch wakker houden. Af en toe (bijvoorbeeld "I") vind ik dat er net iets teveel strijkers de songs in gefietst worden, maar dat is misschien een kwestie van smaak. Ik hoor liever een song als "Horizon", dat me ook uitermate geschikt lijkt om te draaien terwijl je overzee je gedachten de vrije loop laat. Sowieso is de manier waarop Kuijken zijn stem in meerdere lagen inzet subliem en bijna bedwelmend. Al zal het net zo gemakkelijk zijn iemand te vinden die totaal niet tegen zijn soms bijna naar falset neigende stem kan die ook prettig lijzig uit de hoek kan komen. Het zal mij allemaal worst wezen. Als ik Oasem draai, valt alle last even van me af. En dat kan ik op het moment wel even goed gebruiken.
File Under: Schoonheid tot in de details
File Audio: [Listen]
Norther - Circle Regenerated
Zanger Petri Lindroos vertrok definitief naar Ensiferum. Norther versterkte zich met zanger Aleksi Sihvonen van Imperanon en gitarist Daniel Freyberg. Was dat een slimme versterking of een totaal mislukte aanzet tot koerswijziging? Ik zeg: een slimme zet om eens wat nieuws te proberen. Norther is gelukkig geen pathetisch blackmetal-gezelschap meer met ongelukkige symfo-arrangementen. Deze Finse band maakt melo-deathmetal met slechts op enkele punten nog wat geflierefluit en gefiedel. Norther heeft gekozen voor een gestructureerde recht-door-zee-aanpak waarbij de gitaarsoli je welkom om de oren vliegen en waarbij de afwisseling gezocht wordt in zowel de gruizige, de cleane vocalen als in de samenzang. Bij elkaar levert dat een plaat op waar de instrumentalisten van een Within Temptation zich zo in kunnen vinden. Maar, deathmetalfans van het eerste uur zullen Norther 2.0 links laten liggen. Zie Circle Regenerated als een zoektocht naar genres. Aan de techniek en inzet mankeert niets. Aan de songstructuren ook niet. Ik kan me echter voorstellen dat oude Norther-fans de melodieuze en dus langzamere stukken slecht trekken en dat men liever een strikte deathmetal-aanpak gehanteerd ziet zonder al te veel zijwegen.
File Under: Melo-deathmetal
File Audio: [MySpace]
The Crookes
Voor de Vera in Groningen zitten vier nette jongens in pantalons en blouses op de stoep te wachten. Beleefd als ze zijn, durven ze niet op de bel te drukken om aan te geven dat ze aanwezig zijn. Gelukkig zijn File Under-journalisten niet zo bang aangelegd en de deuren gaan open. Binnen komt de historie tot leven als backstage de posters uit het verleden geen stukje muur vrij laten. De jonge Britten kijken amper naar de posters van wereldsterren, maar ploffen meteen op de comfortabele banken.
The Crookes hebben al sinds de zomerfestivals van 2010 menig hart van bezoekers in Nederland gestolen. De rock-'n-roll songs van de jonge, beleefde Britten zijn geliefd bij jong en oud. Afgelopen januari tijdens Eurosonic scoorden ze met succesvolle optredens. Ze kennen Groningen dus al een beetje. Alleen niet met deze heerlijke warmte. De ijzige kou van januari is ze altijd bijgebleven en ze verbazen zich over de hete zon. Nu zitten ze liever voor het open raam. 'Willen jullie nog wat thee?', vraagt de vrouwelijke manager, een overbodige vraag aan deze Engelse heren.
Lees verder..Tim Knol - Days
Voor Tim Knol zal het niet makkelijk geweest zijn om met een opvolger voor zijn droomdebuut van vorig jaar te komen. Daar is echter niets van te merken op zijn tweede cd Days . Sterker nog, hij is er in geslaagd om zichzelf te verdiepen en verrijken op Days. Klonk het eerste album nog vooral als een singer-songwriterplaat met een hang naar de rootsmuziek à la Wilco en Ryan Adams, nu overheersen de sixties en seventies in al hun melodieuze glorie. Beatlesesque (Brit)pop hoor ik in "Shallow Water", "1966" en "Lies". In "Don't Expect Me Too Soon" en "Do You Leave The Light On" laat Tim Knol zich in bloedmooie ballads van zijn kwetsbare kant zien. "A First" heeft een spannende opbouw en climax. Single "Gonna Get There" is weer een lekker rocknummer met hammondorgel en blazers. Het is goed te horen dat Knol en zijn band het afgelopen jaar veel gespeeld hebben, de band klinkt als een solide eenheid. Terecht zijn ze daar woensdag voor beloond met een duiveltje, een prijs van muzikanten voor muzikanten in het live-popcircuit. Complimenten ook voor de prachtige strijkers- en blaasarrangementen. Menig muzikant zou naast zijn schoenen gaan lopen na het maken van twee sublieme platen. Zo niet Tim Knol, zoals hij bescheiden in "Simple Man" zijn verwondering over hetgeen wat hem allemaal overkomt bezingt in "Simple Man":'I am just a simple man, I am trying to understand, I'm doing the best I can to stay true'. Het is er nog niet van gekomen om Tim Knol live te zien maar dat moet ik snel maar eens gaan doen want met deze prachtplaat van internationale klasse zouden we hem binnenkort zomaar eens een tijdje kwijt kunnen zijn aan het buitenland.
File Under: Voor de tweede keer op alle fronten raak
File Audio:[3voor12 luisterpaal]
File Video: [Lies]
Walk The Line 2011 - Zaterdag Napret
Zaterdagmiddag in Den Haag. De temperatuur is niet onaangenaam, maar echt terrasweer is het niet. De terrassen van De Grote Markt zitten dan ook niet helemaal vol als we aankomen. Of zal dat komen door Zeus, die een openlucht-optreden geeft? Als dat het geval is dan wordt Den Haag door meer muziekbarbaren bewoond dan gedacht, want Zeus speelt een gloedvolle set southern rock met folkrandjes. Instrumenten gaan van hand tot hand en daar meerstemmige zang is fantastisch. We zijn meteen wakker met deze puike opener van Walk The Line Dag 2.
Lees verder..Week 20, 2011
Storm
I Am Oak - Oasem
Ewie
Alexander - Alexander / Alamo Race Track @ Hedon Zwolle
Ludo
Gorki - Research & Development
Gr.R.
Dutch Uncles @ Walk the Line festival
Ramon
Wild Beasts - Smother
André
The Deer Tracks @ Walk The Line, Den Haag
Prikkie
White Cowbell Oklahoma - Viva Live Locos Alive at the Burg Herzberg Festival
Blizzard
Peter Pan Speedrock @ P3 Purmerend
Janineka
Tim Knol - Days
Stonehead
Metronomy - The English Riviera
DubbelMono
The Matadors - Get Down From The Tree
Campking
I Am Oak - Oasem
Erland And The Carnival
The Mountains And The Trees
Sleepwater - z/t
Een vleug van medelijden schiet door me heen: een in eigen beheer uitgegeven CD in een oplage van 500 exemplaren. Meer zijn er blijkbaar niet weg te zetten voor een band die alles in eigen hand houdt: geen label, geen distributie, zelf de studio huren, perserij inschakelen en dan ook nog - 'Beste DubbelMono' - zelf recensies zien te regelen. Als alle 500 exemplaren in een week verkocht worden, staat Sleepwater waarschijnlijk hoog in de Album Top 100. Wat ze verdiend zouden hebben. Want voorman Ad Opstals (ook de man achter het vriendelijke begeleidende briefje dat ik kreeg) heeft een goede band om zich heen verzameld. Zeuren over het nederengels zal ik niet doen, maar vooral complimenten uitdelen over de brede smaak die de band er op na houdt: van klassieke alt.country, via psychedelica tot scheurende Neil Young-nummers. En alle liedjes laten horen dat ze het in de vingers hebben. Het instrumentarium is ontzettend breed gehouden (de hippe dwarsfluit!), de koortjes zitten op de juiste plek en de grondtoon is melancholiek. Mooi, ietwat herfstig plaatje, maar ook met de huidige temperaturen te draaien ("Feel Like Summer"). Voor een tientje te bestellen op hun site, dus help Sleepwater van die 500 exemplaren af.
File Under: Sympathieke Nederamericana
File Audio: [MySpace]
Fight Like Apes - The Body Of Christ And The Legs Of Tina Turner
Een plaat met zo'n titel moet bijna wel briljant zijn. Lastig te visualiseren, al heeft de band op de hoes zelf een poging gewaagd middels een bijzonder knullig Photoshop-klusje. De Ierse band heeft trouwens een reputatie hoog te houden wat betreft lange, komische albumtitels. Het begon al bij het debuut uit 2007: How Am I Supposed to Kill You If You Have All the Guns? Ook de songtitels mogen er wezen. Wat te denken van "I'm Beginning to Think You Prefer Beverley Hills 90210 To Me" van hun vorige album? De gekte uit de titels komt ook terug in de muziek van het drietal dat onder leiding staat van het charmante buurmeisje MayKay en de norse toetsenist Pockets. Dit is een band die zichzelf geen beperkingen of regels lijkt op te leggen in de studio. Alles moet kunnen en het resultaat is een aanstekelijke mix van springpop à la Los Campesinos! en experimentele noise. Toch schuwen ze een lekker meezingrefrein ook niet, zoals blijkt uit de geweldige single "Jenny Kelly". Dat ze na alle mogelijke nominaties in Ierland nog steeds niet echt zijn doorgebroken, heeft waarschijnlijk vooral te maken met de teksten. De 'cunts' en 'fucks' uit MayKays mond zijn niet te tellen en doen het nog steeds niet erg goed op de radio in het thuisland. Gelukkig op straat wel en de band die door NME als 'the rowdiest live band in the world' wordt betiteld zal het dan ook voornamelijk moeten hebben van de spectaculaire optredens.
File Under: Lekkere Ierse vuilbekkerij
File Audio: [MySpace]
File Video: [Jenny Kelly]
File Twitter: [Twitter]
Warrant - Rockaholic
Warrant? Bestaan die nog!? Ja hoor. In de hoogtijdagen van de hairmetal waren ze een van de best verkopende bands in de Verenigde Staten. Met de opkomst van de grunge was het acuut afgelopen en werden hairmetalbands door de majors blind vervangen door elke grungeband die ze maar konden vinden. Toch zijn ze al die jaren stug doorgegaan, niet zonder interne strubbelingen en tal van bezettingswisselingen overigens. De laatste wisseling was in september 2008, toen tijdens de schrijfsessies voor dit album zanger en blikvanger Jani Lane vertrok om zich als songschrijver te profileren. Hij werd vervangen door ex-Lynch Mob-zanger Robert Mason, die de voor dit genre perfecte stem heeft: krachtig met een klein rafeltje. Aan de kwaliteit van de composities kan het vertrek van Lane niet gelegen hebben, want Warrant is muzikaal in alles nog een hairmetalband. De songs zijn heavy uitgevoerd poprocksongs van drie tot vijf minuten, met goede hooks en refreinen die direct blijven hangen. Tekstueel zijn ze wat volwassener geworden, getuige titels als "Sex Ain't Love" en "Cocaine Freight Train", maar verder is het makkelijke hap-slik-weg-muziek. Het is dan ook typisch Amerikaanse hairmetal. Dat neemt niet weg de composities en uitvoering een meer dan dikke voldoende krijgen. De liefhebber wordt met Rockaholic uitstekend bediend, de rest kan het album met een gerust hart negeren. Meestal is een album niet zo helder in te delen.
File Under: Amerikaanse hairmetal volgens het boekje
File Audio: [WarrantSpace]
Walk The Line 2011 - Vrijdag Napret
De tweede editie van Walk The Line begint met een aantal showcases in de tent midden op De Grote Markt. Als ik aankom staat Marcus Foster het terrasjesvolk te entertainen met degelijke kop en staartliedjes. Met nadruk op degelijk, want in azijnpissers termen betekent dat meestal ‘goede liedjes, dito uitvoering maar niets wat ik niet eerder heb gehoord.’ Zijn stem is te vergelijken met bijvoorbeeld David Gray, een artiest die ietwat conventionele popliedjes met ijzingwekkende bezieling kan vertolken. Bij Foster blijft het kippenvelmoment uit, maar de zoete pap die hij de luisteraar voert smaakt best lekker.
Little Trouble Kids mag het festival officieel openen in De Zwarte Ruiter. Dit tweetal hanteert bij hun eigenzinnige garagepunk een soort lo-fi-insteek, met slechts een kleine percussieset en gitaar. Gitarist Thomas Werbrouck gaat weliswaar uit zijn plaat, in zijn spel ontbreekt echter de dynamiek en het nodige vuur. Goede punksongs mogen overigens best een beetje rammelen, maar Eline Adam laat in ritmisch opzicht wel erg veel steekjes vallen. Dit optreden voelt iets te veel als een gimmick om langer dan tien minuten te boeien.
Lees verder..The Pigeon Detectives
The Kills - Blood Pressures
Eigenlijk had ik verwacht dat The Kills een stille dood zou sterven. De Amerikaanse Alison 'VV' Moshart ging een succesvolle muzikale relatie aan met Jack White onder de naam The Dead Weather. De Britse gitarist Jamie 'Hotel' Hince verloor zich in de kijkers van Kate Moss. Ik vreesde de carrière van The Kills op basis van drie albums en een optreden dat ik van ze zag te moeten samenvatten als: op het podium een sensatie, maar op de albums kwam het er - mede door een te lo-fi productie - nèt niet uit. Dan is er echter een vierde album getiteld Blood Pressures, gevolgd door een toer. Moshart en Hince konden - gelukkig - muzikaal niet zonder elkaar. De tijdelijke scheiding heeft het duo goed gedaan. Het geluid is minder lo-fi en minder smeriger geworden, maar de productie is daarentegen veel vetter. Meer voor in de huiskamer of in de auto, zeg maar. Opener "Future Starts Slow" is al een erg lekkere binnenkomer: wat een energie en wat swingt dit! Hierna gaat het meer in een dubachtige slowmotion op "Satellite", om aansluitend de zweep er weer over te leggen in "Heart Is A Beating Drum". Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik wil nog even de échte afwijkingen noemen. Volgens mij is de John Lennon-pianosound weer hip, want in het 1 minuut en 14 seconden durende "Wild Charms" mag Hince, zonder de stem van Moshart, zijn kracht laten horen verdoofd door de echoënde pianoklanken. Gelukkig is zij daarna weer terug met typische energieke The Kills-liedjes. Al mag zij op "The Last Goodbye" nog even een heuse tranentrekker laten klinken. Hopelijk valt The Kills dit jaar weer op Lowlands te genieten, al vrees ik dat ik dat door het ontbreken van een kaartje achter het net zal moeten vissen.
File Under: Niet zonder elkaar kunnen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Satellite]
Intergalactic Lovers
The Pigeon Detectives
Young The Giant - Young The Giant
Soms heb je dat: dan kom je een band tegen waarbij je sterk het gevoel hebt dat die wel eens heel groot zou kunnen worden. Omdat ze precies die goede mix hebben van prima songmateriaal, een goede zanger, en het geluk van het juiste moment. Muse was ooit zo'n band. Na hun eerste concert in Nederland was het duidelijk: dit wordt een grote band. En aldus geschiedde. Met de Amerikanen van Young The Giant (die zich voorheen The Jakes noemden en in die hoedanigheid al eens support waren van Kings of Leon) zou iets soortgelijks kunnen gebeuren. Twee kick-ass singles ("Apartment" en "My Body") openen hun debuutalbum en nestelen zich direct in je hoofd voor de rest van de dag. Dat op zich is al een prestatie. Okee, "My Body" is een beetje van-dik-hout-zaagt-men-planken, met overigens wel een mooi Battles-achtig drumroffeltje en een zeer aanstekelijk refrein, "Apartment" daarentegen staat symbool voor wat de rest van de cd biedt: zorgvuldig opgebouwde melodieuze en redelijk avontuurlijke muziek met een fenomenale zanger. Spannend en bijzonder nu nog. Of deze band net als Muse op het pad der grote bombast terecht gaat komen, tja, dat is een mogelijkheid, maar dit prachtige eerste album pakt niemand ze meer af.
File Under: Gouden keeltje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun video's]
File Video: [My Body]
The Boxer Rebellion
Bodi Bill - What?
De Duitsers van Bodi Bill weten verdraaid goed What? ze doen. Schoot hun langspeelplaatdebuut Two In One nog wild alle kanten op, dit nieuwe album is gevuld met hippe indiedancepop. Als dat al een genre is. Verraderlijk catchy liedjes, uiterst koeltjes maar funky gespeeld, zoals Erlend Øye dat ook zo goed kan in zijn Whitest Boy Alive-project. De vocalen zijn bij Bodi Bill echter lang niet zo lijzig meer als voorheen, ze zijn echt vooruit gegaan en af en toe zelfs emotioneel. In opener "Paper" neigt het wat naar drama queen Patrick Wolf. Of Hurts, dankzij de eighties-synths. Maar het overkoepelende gevoel bij Bodi Bill is (en blijft) toch afgepaste controle. Deze gasten zijn ook goede programmeurs, ze zitten niet voor niets op een elektronisch georiënteerd label uit Berlijn. Luister maar naar het knorrende einde van "Pyramiding", of de break in "Paper", twee sterke tracks die klinken alsof ook topproducer Diskjokke hier een duit in het zakje heeft gedaan. Dat is hét verschil met het vorige album; daar buitelden dance en pop en ál hun subgenres in een tombola over elkaar heen, hier gaan ze in de beste liedjes (het openingskwartet!) een echte, uiterst geslaagde symbiose aan. Sterker nog, als de plaat richting het einde in "Seafoam" toch nog even een (soort van) standaard bandjesgeluid aanneemt, voelt dat totaal passé aan. Alsof we het half uur daarvoor de muziek van de toekomst hebben gehoord. En misschien is dat ook wel zo.
File Under: Pop 2.0 uit Überlin
File Audio: [Brand New Carpet][Hotel][Bodi-Space]
Little Trouble Kids
Tommy Emmanuel - Little by little
Tommy Emmanuel is een adembenemend goede akoestische finger-picking gitarist. Om te zien dan... als je hem alleen hoort, blijft er helaas weinig van over. Neem nou zijn laatste dubbel-cd Little by little: gedurende anderhalf uur laat hij horen dat hij puur technisch gezien heel wat in zijn mars heeft, maar het heeft op te veel plaatsen behoorlijk last van bloedarmoede. Mij lukt het in ieder geval niet om de aandacht er goed bij te houden. En dan zijn twee cd's lang. Erg lang. De muziek is te middle of the road, te zoetjes, te voorspelbaar, en vooral veel te veel "kijk eens wat ik allemaal kan". Tommy zet de trukendoos namelijk wijd open, laat geweldige gastmuzikanten figureren (zoals Doyle Dykes en Victor Wooten), speelt zowel eigen werk als covers van grote namen als Chet Atkins en Carole King, maar het wil nergens echt vlammen of verrassen. Als je de beste man ziet, kun je nog ademloos proberen zijn vingers te volgen, of genieten van zijn guitig-brutale podium-act. Dat ontbreekt op cd uiteraard allemaal. Wat overblijft is - ik val in herhaling maar dat zal wel komen omdat ik deze muziek net iets te vaak heb mogen horen de afgelopen weken - een weinig verrassende lauwe kroket die ook zonder slikken vanzelf naar binnen glijdt. Bah!
File Under: Hoor hem eens moeilijk doen
File Audio: [Snippets van alle tracks op de officiële website]
Dark Dark Dark
Als je als band absoluut niet gevonden wil worden op het internet, dan kies je een bandnaam als Dark Dark Dark. En wie nu verwacht dat het kwintet duistere tonen op je loslaat moeten we ook teleurstellen. De groep uit Minneapolis stort namelijk een allegaartje uit decennia muziek over je heen door middel van onder andere een accordeon, klarinet, cello, banjo, trompet, piano en we zagen zelfs allerlei belletjes bespeeld worden door de drummer.
Nadat er nog snel wat Franse kaas en stokbrood naar binnen gewerkt wordt door Nona Marie Invie en Marshall LaCount, met als excuus dat ze er een zes uren durende rit vanuit Nantes erop hebben zitten, kan het interview beginnen.
Lees verder..Wild Beasts - Smother
In de geheimzinnige promofilmpjes voor dit derde album van Wild Beasts dwarrelen veertjes naar beneden. Treffende beelden bij dit album, dat in het teken lijkt te staan van subtiliteit en verstilde schoonheid. Waar Wild Beasts op hun debuut en zelfs ook op hun vorige album Two Dancers nog wel eens hun wilde haren lieten zien, is op Smother alles compleet gladgestreken. Iedere toon en elke zanglijn lijkt door de band bewust op de juiste plek te zijn gezet. Het gaat niet meer om alleen hedonisme, het gaat om de bezinning van de morning after. Op Smother focussen Hayden Thorpe en Ben Little op het grote waarom, de 'mess of adulthood' zoals de heren het zelf omschreven in een interview met File Under. Hierin zien ze zich gesteund door klassiekers uit de literatuur. De single "Albatross" werd bijvoorbeeld geïnspireerd door Mary Shellys boek Frankenstein uit 1818. De stemmen van Hayden en Little smelten op Smother mooier samen dan ooit tevoren en de invloed van Talk Talk is wederom overduidelijk. Als je ingetogen klanken en onderhuidse spanning van Spirit of Eden kunt waarderen, sla dan Smother zeker niet over. De potentie die al jaren in deze eigenzinnige band aanwezig is, komt er op dit album volledig uit. Schitterend.
File Under: Klassieke schoonheid
File Audio: [MySpace]
File Video: [Albatross]
File Twitter: [Twitter]
Alexander Tucker - Dorwytch
Na vier cd's op ATP Records debuteert Alexander Tucker onder eigen naam op het Thrill Jockey-label. Voor datzelfde label maakte hij namelijk vorig jaar al samen met Nieuw Zeelander Daniel Beban een cd als het duo Imbogobom. Tegenwoordig zit Tucker in de bezwerende folk, maar op de een of andere manier hoor je toch dat 'ie een tik meegekregen heeft van de hardcore bands waarin hij in Engeland lange tijd meespeelde. Vooral zijn bezwerende manier van zingen komt, vermoed ik, uit die tijd. Waar Tucker zijn vorige vier soloalbums in relatief kort tijdsbestek uitbracht, heeft hij aan Dorwytch bijna drie jaar gesleuteld. Dat hoor je er aan af, want Dorwytch is een plaat die echt af is. Wat al snel opvalt is de meerlagige zang. Ik moest daar zelf in eerste instantie een beetje aan wennen, want af en toe lopen die lagen namelijk niet helemaal synchroon. Toch geeft dat een song als "Gods Creature" uiteindelijk wel het onderscheidende vermogen waar je altijd op hoopt. Het geeft de tracks een zuigende werking. Helemaal als Tucker dan ook nog bijna psychedelisch los dronet op de toetsen in het erop volgende "Half Vast". Dat is wel ongeveer het punt overigens waar mensen af zouden kunnen gaan haken. Ik kan me voorstellen dat dat soort drones niet bij alle oren even goed zullen vallen. Helemaal omdat hij daarna ook nog wat bezwerende oosterse invloeden erbij pakt in "Pearl Relics". Een heel andere sound dan de relatief gemakkelijk te verhapstukken songs aan het begin van de plaat zoals de fingerpicking in "Red String". Alhoewel de met een cellorif doorspekte openingstrack " His Arm Has Grown Long" je door zijn opgebouwde loop ook al snel in hogere sferen brengt. Dat is namelijk een andere bijzonderheid aan Tucker, hij bouwt zowel in de studio als live zijn songs al samplend, op zoals anderen zandkastelen maken op het strand. Laagje voor laagje met steeds meer detail. Het lijkt namelijk echt wel of er gewoon een band hem vergezeld, maar daar heeft hij dus geen 'last' van.
File Under: Drone Alone
File Audio: [His Arm Has Grown Long]
White Cowbell Oklahoma - Viva Live Locos
Eigenlijk is het wel wat raar, een stel Canadezen die de naam van een redneckstaat in hun bandnaam hebben. Tegelijkertijd is het heel logisch, omdat het terecht suggereert dat het hier een southern-rockband betreft. Negen bandleden waaronder vier gitaristen, voorzien van baarden en cowboyhoeden, en - als er nog ruimte op het podium is - vuur, kettingzagen en dansende vrouwen, de optredens van dit gezelschap zijn op zijn zachtst gezegd spectaculair. Dat spektakel zie je niet op het live-album Viva Live Locos Alive at the Burg Herzberg Festival, maar dat het een feestje was bij dit optreden hoor je zeker. Een optreden uit 2006 alweer, alsnog uitgebracht vanwege de sfeer en de kwaliteit van de (Rockpalast-)opnamen. Zonder overdubs, iets wat gewoner zou mogen zijn van mij. Wat maakt het uit als er een foutje gemaakt wordt, of dat er ergens -pieeeep- ongewenste feedback te horen is, dat hoort erbij. Niet dat dat continu gebeurt, want White Cowbell Oklahoma heeft niet voor niets een ijzersterke livereputatie. Met zo'n grote band moet je natuurlijk ook stiekem heel strak spelen, zelfs als het moet boogiën en swingen. En dat doet het, met uptempo rockers als "Cheerleader", de midtempo boogie als in "Put The South In Your Mouth" en twee covers, Frank Zappa's "Magic Fingers" and Willie Dixons "I Just Want To Make Love To You". White Cowbell Oklahoma heeft de southern rock niet opnieuw uitgevonden, maar laat op dit album horen dat het de grote namen het vuur na aan de schenen legt. Yiiiihaw!
File Under: Cowboyhoed op en feesten maar!
File Audio: [CowbellSpace] ["Do Me So Wrong"]
File Video: ["Monster Railroad" in Paradiso 2006]
Wild Beasts
Hayden Thorpe heet de man met het hoge stemgeluid dat grotendeels het geluid van Wild Beasts bepaalt. Ik spreek Thorpe en met medevocalist en gitarist Ben Little tussen de boeken in het bibliotheekje van het Amsterdamse Lloyd Hotel. Een passende omgeving, zeker als blijkt dat de nieuwe single gebaseerd is op een eeuwenoud boek.
Lees verder..Melanie Laurent - En T'attendant
U weet, in Frankrijk wordt er niet moeilijk gedaan over actrices die ook een zang carrière nastreven. Dat streven leidt niet automatisch tot geweldige platen, maar vaak wel. Melanie Laurent speelde in de laatste Quentin Tarantino-film en was eerder al zingend te horen op een soundtrack en als duetpartner van de Franse zanger Jerome Attal. Ze is ook de teergeliefde van Damien Rice, die een paar keer opduikt op deze debuutplaat En T'attendant. Engelstalig zingend in twee heerlijk geëxalteerde nummers, als muzikant en als achtergrondzanger. Melanie zelf speelt vibrafoon, klokkenspel en piano en schreef mee aan alle liedjes. Naast Rice is Joel Shearer de andere belangrijke co-auteur. Hij is zanger/gitarist van de band Pedestrian, de andere bandleden spelen ook mee. Pedestrian toerde al eens met Rice, de leden waren eerder hired guns voor onder meer Alanis Morissette en Dido. Dan weet u gelijk uit welke hoek de wind waait: zoete liedjes met veel akoestische instrumenten en spreekzang, veelal midtempo. Alleen "Kiss", dat ondanks de Engelstalige titel toch in het Frans wordt gezongen, is wat steviger. En in single "En t'attendent" gaat op het einde even de keel open. Hier worden geen bakens verzet, nieuwe wegen ingeslagen of opmerkelijke keuzes gemaakt. Gelukkig maar: dit is zuchtmeisjespop par excellence.
File Under: Kun je nog zuchten, zucht dan mee
File Audio: [MySpace]
Kurt Vile & The Violators - Smoke Ring For My Halo
Op de diverse Nederlandse podia en festivals zie ik verdacht veel de naam Kurt Vile opduiken. Dat verbaast me, niet zozeer omdat ik er kwalitatieve bedenkingen bij heb, maar meer omdat ik de indruk had dat Vile toch slechts een beperkte schare liefhebbers kende. Als er optredens zijn dan is er vaak ook een nieuw album, en dat is in het geval Vile geen enkel probleem. De Amerikaan levert sinds zijn vertrek uit War On Drugs in 2008 nu het vierde album af met Smoke Ring For My Halo. Vile doet ook hier waar hij het sterkst in is, namelijk liedjes maken die klinken alsof je ze achterover liggend op een grasveld moet genieten met een biertje erbij en een bloem tussen je tanden. Vile's werk heeft wel wat van dat van Elliott Smith, maar dan net wat minder droevig. De liedjes zijn door het gitaarwerk en de wat vlakke stem van Vile dromerig. Smoke Ring For My Halo is het tweede album op een zogeheten 'major'. Gelukkig is het gebruikte instrumentarium beperkt gehouden en is er de productie sober. De nummers werden met wisselende begeleiders in diverse sessies op diverse plekken opgenomen, maar is een prima eenheid. Dat Vile zijn begeleiders verkoopt als zijn Violators lijkt me dan ook terecht. Smoke Ring For My Halo is een heerlijke plaat met als mijn favoriet "Society Is My Friend".
File Under: Weer een tree hoger
File Audio: [MySpace]
File Video: [Jesus Fever]
The Subs - Decontrol
Wie The Subs wel eens live aan het werk gezien heeft weet dat het er op het podium enorm driest aan toe gaat. De Belgen brengen hun dans met een punk attitude die zalen doet kolken. Bij ons thuis noemen we dat dan al snel liefkozend Dennis-muziek. Het lastige voor het gezelschap rond frontman Jeroen de Pessemier is die vuistslag van het podium in de studio een passende aansluiting te geven. Op hun vorige cd Subculture lukte dat maar gedeeltelijk. Die cd hing een beetje als los zand aan elkaar. Op hun nieuwe cd Decontrol hebben ze zich, ondanks dat je dat niet zou verwachten met zo'n titel, veel beter onder controle en smeden ze van de tien songs veel meer een geheel. Alleen de ghost track "The Fuck Song" (vanzelfsprekend met prachtige Engelse volzinnen) hangt er een beetje bij. Ondanks dat ik het gevoel heb dat de plaat veel minder opgebouwd is uit wat tracks verzameld rond een paar dijken van singles, staan er wel volop krakers op Decontrol en die vallen dan ook gelijk op. "The Face Of The Planet" waarmee de cd opent kun je daarvan in ieder geval niet missen. Die song kan makkelijk neus-aan-neus staan met een hittrack als "Kiss My Trance" uit 2007. Gelukkig is Decontrol in tegenstelling tot veel andere dance niet warm en afgerond, maar nog steeds vrij scherp. Ondanks dat subtiliteit niet echt hun core business is zitten de tracks wel vol fascinerende wendingen. Vanaf een afstandje beschouwd zou je kunnen zeggen dat The Subs met songs als "Don't Stop" iets meer kiest voor een mainstream publiek, maar ik 'vrees' dat ze ook met die songs live gewoon weer helemaal los zullen gaan.
File Under: Don't Stop
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Face of the Planet]
Dutch Uncles - Cadenza
Had ik het er dit jaar al met u al over gehad? Over het feit dat moeilijke muziek in het algemeen en progrock de wereld gaat overnemen? Vorig jaar deed ik dat nog wel eens, maar ik heb het ten arremoede maar opgegeven. U heeft geen smaak, u snapt het grote geheel der dingen niet. Dus eigenlijk kan ik nu wel weer een heel uitgebreid verhaal gaan schrijven over Dutch Uncles. Over hoe hun nieuwe plaat, Cadenza, zoveel volwassener klinkt dan hun vorige. Over hoe ze betere en nog meer catchy liedjes weten te schrijven. Ergens op het kruisvlak van King Crimson, XTC en Talking Heads, met de catchy hooks van Arctic Monkeys en Kaiser Chiefs. Maar dat zal wel weer nergens landen. Want u schijnt dat weer te ingewikkeld te vinden. Ik ga wel weer in mijn eentje voor dat podium staan te dansen en u zoekt het maar lekker zelf uit. Paarlen voor de zwijnen werpen is het hier, paarlen voor de zwijnen werpen!
File Under: Pareltje voor uw jaarlijst!
File Audio: Uncles Space
File Audio: [MySpace]
Rebekka Karijord - The Noble Art Of Letting Go
Ga nooit op een eerste indruk van iemands uiterlijk af. Een wijze raad die zeker bij artiesten in acht genomen dient te worden. Zo vond ik Antony Hegarty er bijvoorbeeld beslist als een vreemde vogel uitzien maar blies hij mij vanaf de eerste noot omver met zijn prachtige muziek. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de aanblik van een bont geschminkte Rebekka Karijord op haar website me deed vermoeden dat haar cd The Noble Art Of Letting Go vast net zo gekunsteld en kunstzinnig zou zijn als haar uiterlijk. Niets bleek minder waar. Deze derde cd van de van oorsprong Noorse maar nu in Stockholm wonende zangeres staat vol met intieme liedjes over angst, hoop, liefde, verlies en levenslust. Piano en harp zijn de voornaamste instrumenten die ze op dit album gebruikt heeft en dat levert pure, verstilde nummers op. Karijords heldere stem, die me soms aan Natalie Merchant doet denken, verhaalt in "Wear It Like A Crown" over angst, in "This Anarchistisc Heart Of Mine"over gevoelens die met haar op de loop gaan en in "Dead On My Feet" weet ze bijna niet meer hoe ze rechtop moet staan. Heavy stuff maar melodramatisch wordt het niet want in "Life Isn't Short At All" heeft ze tijd te kort voor de mooie dingen die het leven haar biedt en in het titelnummer bezingt ze de zegeningen van ervaringen en het loslaten van ballast uit het verleden. Goede vriendin Ane Brun schreef "Morning Light Forgives The Night" en zingt hierop ook zelf mee. Dit duet is het prijsnummer van een persoonlijk en goed album wat het verdient om gehoord te worden. Mijn eerste indruk over Rebekka Karijord bleek dus een vooroordeel te zijn.
File Under: Ga rustig zitten en luister
File Audio: [MySpace]
File Video: [Wear It Like A Crown]
The Deer Tracks - The Archer Trilogy Pt. 1 (EP)
Er zijn dingen in het leven die gemaakt zijn om van te houden. De geur na een verfrissende regenbui tijdens een snikhete, woestijndroge zomer. Het gepiep en de aanblik van een nest jonge katjes. 'Door u te ontvangen' lezen op een jaarafrekening. En zo zal een ieder wel deze lijst met zijn of haar preferenties kunnen aanvullen. Ik wil een lans breken voor The Deer Tracks. De Zweedse band bestaande uit het duo Elin Lindfors en David Lehnberg is er namelijk een om van te houden. Dat vind ik heel erg enorm veel. Meer dan een 'like' op Facebook ooit zou kunnen duiden. Zij (Elin) is een en al feeërieke schattigheid met een licht hese heliumstem. Hij (David) is een uitbundige dandy met meer enthousiasme dan een kennel vol puppies. Samen hebben ze een zwak voor acts met leestekens zoals Mùm, Björk en Sigur Rós, wat - zoals collega Ludo terecht constateerde - op hun debuut resulteerde in een gebrek aan eigen smoelwerk. De vorig jaar verschenen EP Eggegrund - geheel idyllisch opgenomen in een vuurtoren op het gelijknamige mini-eilandje - gaf al aan dat het duo op zoek was naar dat eigen geluid. Op de nieuwe EP The Archer Trilogy Pt. 1 komt die identiteit steeds duidelijker naar voren in heerlijk dik aangezette climaxen waarin deze hertenspoortjes zelfs niet terugdeinzen voor een vettige elektro-beat. Zoals de naam aangeeft, kunnen we dit jaar nog twee EP's verwachten om de trilogie te completeren. Dat is een fijne gedachte want deeltje één smaakt absoluut naar meer.
File Under: 'like' 'like' 'like' 'like' 'like' enz.
File Audio: [The Deer Space]
File Video: [Ram Ram]
Ha Ha Tonka - Death of a Decade
Hoeveel bandjes zouden er zijn die alsmaar door blijven gaan, album na album maken, touren tot ze er bij neervallen, door iedereen sympathiek worden gevonden en dus ook telkens weer hun opwachting mogen maken in de media, maar die het nooit lukt om door te breken? Is het elke keer weer een kwestie van de verkeerde band op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats? Ik gooi maar wat vragen op om te verklaren waarom een band als Ha Ha Tonka zo in de middenmoot blijft hangen. Vier albums zijn ze nu onderweg en het meest negatieve wat je over Death of a Decade kunt zeggen is dat het kwartet goed naar The Band, de vroege jaren van REM en - recenter - naar de eerste twee platen van Kings of Leon geluisterd heeft. En da's meteen ook het meest positieve dat ik over Death of a Decade zeggen kan. De liedjes zijn niet slecht, soms doordesemd van een fijne popfeel, maar ook niet hemelbestormend. Wel zijn ze duidelijk uit een lange traditie van Americana voortgesproten. Zanger Brian Roberts heeft een wat onopvallende stem, maar de arrangementen - dobro, banjo en mandoline horen als vanzelfsprekend tot het instrumentarium - zijn prima in orde. Eigenlijk is er weinig negatiefs te vertellen over deze band. Ongetwijfeld sympathieke jongens die helaas net te degelijk klinken om boven de middelmaat uit te stijgen.
File Under: Degelijkheid uit Missouri
File Audio: [MySpace]
File Video: [Made Example Of (live)]
Royal Bangs - Flux Outside
Ze zijn ondertussen met Flux Outside aan hun derde album toe, maar het is nog steeds geen sinecure om the omschrijven hoe Royal Bangs nu precies klinkt. De band rond frontman Ryan Schaefer lijkt een verzameling ADHD-ers die hun uitlaatklep gevonden heeft in het door elkaar husselen van muziekstijlen. Dat resulteert in een kleur bruin waar vast niet iedereen even dol op zal zijn, maar wel in de smaak zal vallen bij wie van een clash aan smerige, energieke rock houdt die buiten de vaste kaders denkt. Op hol slaande drums, gitaren die dan weer distorted en log, dan weer vlijmscherp zijn, toetsen die het ene moment lieflijk klinken en een moment later transformeren in moddervette gruis. Het kan alle kanten op met Royal Bangs en als het moet drie keer in een song. Daardoor wordt zelfs een meer ingetogen song als "Bad News, Strange Luck" een toverbal die om de paar seconden van kleur verschiet. De zang van Schaefer zou je nog als meest constante factor kunnen zien, maar die gaat net zo goed met regelmaat uit zijn plaat. Het maakt Flux Outside wel boeiend voor de volhardende luisteraar. Die zal op een bepaald moment dan echt wel gaan horen dat er onder al die strapatsen verdomd leuke liedjes verborgen zitten. Neem bijvoorbeeld "Faint Obelisk Two", waarin drummer Chris Rusk op bizarre wijze los gaat op zijn drumstel. Je moet er tegen kunnen, maar stiekem vind ik dit een heel lekker liedje waar het lastig bij stilzitten is. Aan energie geen gebrek bij deze mannen. Dat er dan uiteindelijk aan het einde van Flux Outside met "Slow Cathedral Melt" nog een lome, maar gruizige bluesy track langskomt, dat is dan allerminst verbazingwekkend. Even een beetje op adem komen na de dolle drie kwartier ervoor is wel zo prettig. En niet alleen voor de luisteraar, ook voor de band zelf.
File Under: Ongeleide projectielen.
File Audio: [MySpace]
Cliffsight - Soulful Man / The Might Could - The Might Could
Soulful Man bevat slechts zes songs, maar wel eentje van tien minuten (opener "Quatorze") en eentje van maar liefst twintig minuten ("Blue Grandma Sun"). Met "Quatorze" is al zonneklaar wat je van de jonge Duitsers in Cliffsight mag verwachten: psychedelische hardrock met een randje stoner, waarbij de bluesjams niet geschuwd worden. Met name door het laatste, in combinatie met de zang van Tim Cammerzell, heeft het nogal eens iets weg van The Doors. Zoals er wel meer associaties te vinden zijn, trouwens, want heel origineel of verrassend is het allemaal niet. Daar staat tegenover dat het allemaal wel erg goed wordt uitgevoerd. Met name de langste tracks zijn geslaagd, simpelweg omdat daar het meest in gebeurt qua stijl- en ritmewisselingen. Dit is het debuut van drie jonge muzikanten, dus er is alle reden om optimistisch te zijn dat de originaliteit ook nog gaat komen.
The Might Could is de nieuwe band van ex-Alabama Thunderpussy-gitarist Erik Larson. Hun geluid is flink wat steviger dan dat van Cliffsight, want ze brengen een soort brulstoner ten gehore, die op de beste momenten wel iets van Switch Opens wegheeft. Op andere momenten is het nogal voorspelbaar, waarbij de heren het grootste deel van de tijd maar twee versnellingen in huis lijken te hebben. Qua composities laat dit album dus nog wel wat te wensen over. Daar staat tegenover dat ballad "When The Spirits Take Control" een lekker mopje vuige southern rock laat horen. Helaas blijken de vocale kwaliteiten juist daar onvoldoende om er zonder valse noten doorheen te komen. Op de valse noten na is de uitvoering op dit album daarentegen goed, want lekker smerig en rauw, waardoor het uiteindelijk toch nog wel op een voldoende uitkomt. Desondanks blijf ik het gevoel houden dat ze veel beter kunnen.
File: Jong en veelbelovend
File Audio: [CliffSpace]
File Video: ["Blue Grandma Sun"]
File: The Might Could - The Might Could
File Under: Oude bekenden die beter kunnen
File Audio: [MightSpace]
Walk the Line - Voorpret
Ergernis, bakken vol met ergernis! Iedere keer als je naar de site van het Walk the Line festival wilt, begint het ermee dat je wel de goede URL moet intikken want anders kom je op een kattensite uit), dan moet je door een zuchtend en puffend intro heen en vervolgens duurt het nog uren voor je alle informatie hebt. Alles beweegt, tintelt en kraakt, maar functioneel is het niet en bloedirritant wel. Ik vind dat zo’n enorm minpunt voor een festival dat verder tot een van de leukere van Nederland behoort! Zelfs het blokkenschema is door toedoen van veel en veel te ver doorgeslagen artwork bijzonder slecht leesbaar. Ik kom voor voor de bandjes en de sfeer, niet voor een absurde egotrip van van een webbouwer! Overigens kunt u deze tekst ook één op één kopiëren voor een festival als Lowlands. Het zou zowaar een zinnige bezuiniging op het cultuurbudget zijn. Leest u mee, Halbe Zijlstra?
Anyway, dat is er uit en we gaan ons nu focussen op datgene wat wel goed is. En er is me een hoop goed aan Walk the Line. Het is een betrekkelijk nieuw festival, vorig jaar voor het eerst georganiseerd, maar het was meteen een schot in de roos. In de binnenstad van Den Haag - alles is gesitueerd rondom de Grote Markt - werden op meerdere locaties op kruipafstand van elkaar leuke bandjes geprogrammeerd. Vóór het festival had u er nog nooit van gehoord, aan het eind van het festivalseizoen waren ze de hype van het jaar. We noemen een Warpaint, een The Crookes, een Sleigh Bells, als ik zo eens naar de line-up van vorig jaar kijk. Lopen dat soort ontdekkingen er dit jaar ook weer bij? We gaan eens kijken...
Lees verder..Explosions In The Sky - Take Care, Take Care, Take Care
In mijn gedachte was Explosions In The Sky altijd al een verwijzing naar siervuurwerk. Dit bleek te kloppen toen ik het maar eens opzocht. De bandnaam is bedacht toen de Texanen een keer de studio uitliepen en drummer Chris Hrasky een opmerking maakte over het vuurwerk dat hij zag of hoorde. Het omschrijft de muziek van deze band ook wel. Tamelijk rustig en sprankelend met mooie kleurcombinaties, soms aangevuld met gitaren als lichtjes gillende keukenmeiden, en hier en daar stevig knallend. En dat doet de band al jaren op de geijkte post-rock-manier. Vier jaar na het vorige All Of A Sudden I Miss Everyone verscheen recent Take Care, Take Care, Take, Care. En het voelt weer vertrouwd aan. De songs zijn sfeervol en filmisch. Het fonkelt, het knettert, en het knispert als het haardvuur in de herfst, of het kietelt als een licht briesje in de stralende lentezon. De lichtvoetigheid van de muziek wiegt je in slaap als je niet oplet, maar als je beter luistert hoor je de details in de verschillende lagen, die langzaam heen en weer schuiven tot een sierlijk geheel. De hardere passages komen voorbij als een sluipmoordenaar, zonder de nodige dynamiek te verliezen. De overgangen lijken daardoor minder abrupt dan op eerdere albums, maar het voelt daardoor ook samenhangender. De heldere productie maakt het vervolgens tot een aangename beleving. Het mag dan niet heel vernieuwend of uitdagend overkomen, het kalmeert en prikkelt toch weer zoals ik dat van ze gewend ben. Alsof je op vakantie gaat naar een plek waar je al eens eerder bent geweest. Als het je daar bevalt, ja waarom niet?
File Under: Het bekende siervuurwerk
File Audio: [Soundcloud]
Okkervil River - I Am Very Far
Ik heb een nieuwe baan. Of althans, ik heb een andere baan. Ik ga ongeveer hetzelfde doen, maar dan in een andere organisatie. Meer uitdaging, een nieuwe frisse omgeving. En dus een andere route op weg naar mijn werk, want ik moet nu naar Amsterdam. Ik heb er geen problemen mee. Voordeel is dat ik mijn krantje kan lezen in de trein en dat ik nu iets langer onderweg ben, zodat ik hele platen kan horen onderweg en niet halverwege de plaat op mijn werk kom. Vandaag was ik er om alles rond te maken en inderdaad, vlak voor ik naar binnen ging, was I Am Very Far van Okkervil River afgelopen. Niet voor de eerste keer overigens. Ik heb’m best vaak gedraaid de laatste weken, vooral ook om grip op de plaat te krijgen. I Am Very Far is geen conceptalbum zoals de vorige platen van Okkervil River. De plaat is ook in meerdere sessies in verschillende studio's opgenomen en dat is duidelijk te horen. Daardoor is de plaat in eerste instantie ook wat minder coherent dan de vorige en kostte het mij wat meer tijd om erin te geraken. Dat is wel gelukt overigens, want daarvoor is het niveau van de nummers wel weer hoog genoeg. Maar daar waar verhalenverteller Will Sheff aan een verhaal genoeg had, switcht hij nu tussen meerdere verhaaltjes. Het blijft nog steeds zeer goede indiepop, want dat is niet veranderd, al klinkt het weer iets grootser dan de vorige platen, maar dat is de richting waar Will Sheff met Okkervil River naar toe wil. Het maakt wel dat deze plaat een beetje een pas op de plaats is. Okkervil River pur sang, maar net iets minder verrassend. Maar desalniettemin toch weer ruim boven de middelmaat...
File Under: Puike indiepop
File Audio: MySpace
Sleepingdog - With Our Heads In The Clouds And Our Hearts In The Fields
Vorig najaar leverde Chantal Acda samen met gitarist Craig Ward het prachtige True Bypass af. Een plaat met een geluid dat in het verlengde lag van wat ze daarvoor in haar eentje afleverde als Sleepingdog, maar net wat verrijkter klonk. Sneller dan ik het verwacht had is er nu nog een nieuwe cd van Acda, maar nu wel weer onder haar soloprojectnaam. Alleen is ze niet solo op With Our Heads in the Clouds and Our Hearts in the Fields. Deze keer krijgt ze hulp van Stars Of The Lids Adam Bryanbaum Wiltzie. Dat verrijkt haar geluid ook, maar op een andere manier. Het ogenschijnlijk simpele, dronerige toetsenwerk van Wiltzie geeft het verstilde karakter van de songs van Acda meer stabiliteit, zonder het dromerige gevoel van gehele onthaasting aan de kant te drukken. Een meesterlijke zet, zo blijkt al snel. Het lange openingsnummer "The Untitled Ballad Of You And Me" zuigt je weg uit je dagelijkse beslommeringen en dwingt je met fluwelen handhandschoen even tijd te nemen voor jezelf. Het sierlijke simpele pianolijntje dat in eerste instantie solo en vlak daarna samen met de prachtige stem van Acda opwandelt. Om vervolgens gezelschap te krijgen van stralen zon van de synthesizers (of is het een echt orgel?) van Wiltzie en zo steeds meer body krijgt. Hierdoor ontwikkelt het album zich eigenlijk gelijk tot een van ontroerende pracht. Het maakt mij als luisteraar stil en geeft me kracht en rust. Het intieme karakter van de acht songs is zo bijna meditatief. With Our Heads in the Clouds and Our Hearts in the Fields is zo'n plaat die je stiekem voor jezelf zou willen houden, omdat je bang bent dat het fragiele karakter van de songs wel eens lelijke butsen op zou kunnen lopen als er ruw mee omgesprongen wordt. Dat zou doodzonde zijn.
File Under: Ongekende weelde
File Audio: [Soundcloud]
Colourmusic - My ______ Is Pink
Als je dan toch een brij van noise moet maken, doe het dan goed. Colourmusic koppelt alle reverb-, echo- en flangerapparatuur aan een paar laaggestemde gitaren en speelt al piepend en knarsend, zonder enige vorm van structuur The Jesus And Mary Chain na. De band uit Oklahoma met een Engelse student in de gelederen richtten zich in eerste instantie op het sex appeal van de songs van Serge Gainsbourg, The Beatles en Brain Eno. Tja, en daar ging het bijna mis. Want, als een artiest in zijn eentje weinig sex appeal uitstraalde, dan was het Brian Eno wel. Niet voor niets had hij Bryan Ferry daarvoor nodig. Maakt niet uit, al doende leert men. Colourmusic bleef zich focussen op 'sex driven' rock en kwam met al zijn hoogtepunten uit op een allegaartje van experimenten die zowel Radiohead als British Sea Power kunnen bekoren. Naarmate My ____ Is Pink vordert ontstaan songstructuren die doen denken aan een kruising tussen T-Rex en Flaming Lips. Noise krijgt dan geen voorrang meer. De liedjes zelf blijken te tellen. En, dat zet in met het geweldige "You For Leaving". De heren Hendrix en Turner zetten vervolgens op deze CD hun eerste stappen in de dance. Denk dan vooral aan de laatste LCD Soundsystem. En, verrek zeg, laat die plaat nou net Brain Eno als inspiratie hebben gehad. Tjonge, dus noise, altrock en dance-invloeden kunnen indirect best sexy uitpakken! Colourmusic blijft me verbazen. Maar goed, als volgend jaar alle moeilijkdoenerij achterwege is gelaten, gaat Colourmusic nog eens hoge ogen gooien op de grote muziekfestivals.
File Under: Sexy altrockende piepknars-pareltjes
File Audio: [Colourmusic-Space]
Hills - Master Sleeps
Als ik eerder de bandbio had gelezen had ik ze nooit meer serieus genomen. Als één van de voornaamste invloeden noemen ze namelijk de vroege experimenten van John Coltrane. Moet je bij mij niet mee aankomen, want Coltrane is God, en daarbij: de band klinkt nog geen seconde als Coltrane. Maar ik had de muziek ten tijde van het lezen van de bio al gehoord, en die was veel te goed om naast me neer te leggen. Dus hup, de bio in de prullenbak, en gewoon luisteren en spacen. En dat laatste is waar Hills het van moet hebben: spacen. Liefst rechtvooruit, regelrecht de kosmos in. Niet uitzinnig als Acid Mothers Temple of technisch en freaky als Ozric Tentacles, maar ontspannen doch doelbewust en dwingend doorgroovend à la Velvet Underground, vroege Monster Magnet en Wooden Shjips/Moon Duo. Heerlijk dooooorgaan op een enkel akkoord, beetje oosterse toonladders eroverheen, en dan de drone verder het werk laten doen. Vernieuwend? Totaal niet. En dat maakt geen ene moer uit, want space is the place.
File Under: De ruimte is mooi
File Audio: [MySpace]
The Fuzztones - Preaching To The Perverted / The Lords Of Altamont - Midnight To 666
Glenn Dalpis is kennelijk zo gehecht aan zijn artiestennaam Rudi Protrudi dat hij maar gewoon doorgaat met muziek maken onder deze naam. En dat bij voorkeur in zijn eigen band Fuzztones. Deze band is al vanaf 1980 actief, maar Protrudi is nog het enige originele bandlid. Ook in de Fuzztones-samenstelling op Preaching To The Perverted is er weer eens wat veranderd met de toetreding van toetsenmevrouw Lana Loveland. Zij is een echte aanwinst en mag zowaar al meteen de muziek voor drie liedjes schrijven die allen in het begin van het album gepositioneerd zijn. Er is uiteraard weer een grote hang naar de zestiger jaren, luister bijvoorbeeld maar eens naar de Cream-achtige koortjes en de geleende "(I Can't Get No) Satisfaction"-gitaarriffs op "Launching Sanity's Dice", zonder het er overigens te dik op te leggen. Daarnaast heeft Loveland met haar orgel een zeer prominente plek opgeëist. Terecht.
Als ik dan toch in Amerika garagerockland ben dan kan ik meteen wel verder gaat met Midnight To 666 van The Lords Of Altamont. Dit kwartet heren speelde eerder in bands als The Bomboras, The Cramps en - jawel - Fuzztones. Toeval bestaat niet. Ex-Fuzztoneslid Jake "The Preacher" Cavaliere - speelt bovendien de toetsen. Deze is op Midnight To 666, misschien wel een wat kinderachtige titel voor rockers op leeftijd, geen opvallende plek gekregen. Deze zijn er wel voor de stem van Cavaliere. Hij gaat tekeer als een beest, als een echte Iggy Pop. Verder heeft de wahwah-gitaar John "Big Drag" Saletra een prominente rol. The Lords Of Altamont is zo'n band waar je op grond van hun muziek je dochter niet bij in de buurt wilt laten komen. Denk aan The Stooges, denk aan de Ramones. Een plaat die je oppakt en een eind verderop weer neerzet. Zo hoort dat.
File: The Lords Of Altamont - Midnight To 666
File Under: Nuttig doorgaan
File Audio: [FuzztonesMySpace] [LordsOfAltamontMySpace]
File Video: [Fuzztones: Don't Speak Ill Of The Dead][Lords Of Altamont: Save Me (From Myself) & Soul For Sale]
Week 19, 2011
Storm
Sleepingdog - With Our Heads In The Clouds And Our Hearts In The Fields
Ewie
The Kills - Blood Pressures
Ludo
Mickey Newbury - Looks Like Rain
Gr.R.
Okkervil River - I Am Very Far
Ramon
Beastie Boys - Hot Sauce Committee Part Two
André
Little Majorette - Rifle Heart / Gram @ Mezz Café, Breda
Prikkie
The Poodles - Performocracy
DubbelMono
Howe Gelb & A Band of Gypsies - Alegrias
Campking
Atlantis - Mistress Of Ghosts
Curry & Coco - We Are Beauty
Soms kun je een hoes maar beter gewoon niet zien. Op We Are Beauty staat het Franse duo Curry & Coco zelf afgebeeld met ontbloot bovenlijf. Tenzij je een donzig borsthaar-fetisjist bent, is een blik op de hoes van het album af te raden. Sowieso een fijn stel, dit Curry & Coco. Al jaren struinen ze de Europese showcasefestivals af, op zoek naar de grote doorbraak. Als ze dat nou zo'n vijfentwintig jaar eerder hadden bedacht dan hadden ze nog wel een kans gehad, maar de springerige synth-punk van het duo doet anno 2011 eigenlijk alleen maar vreselijk gedateerd aan. Live is het nog best te pruimen, met een stevige beat uit het doosje en opzwepende synthesizers, maar op de plaat wordt het na enkele nummers al stomvervelend. "Sex is Fashion" heet het derde nummer en de titel vat het Franse cultuurgoed dat hier door Curry & Coco wordt uitgedragen wel aardig samen. Ik zie ze nog wel staan als achtergrondband bij een superhippe modeshow in hartje Parijs, want de muziek van Curry & Coco is er camp genoeg voor. Maar verder ben ik bang dat We Are Beauty heel snel in de grote uitverkoopbak der Franse popmuziek zal belanden.
File Under: Franse camp
File Audio: [MySpace]
File Video: [Top of the Pop]
Danny Schmidt - Man of Many Moons
Ze zullen eeuwig blijven bestaan: liedjesschrijvers waarbij je niet ontkomt aan de vergelijking met Bob Dylan. Ook Danny Schmidt is zo iemand. Een voortreffelijk liedjesschrijver die ook nog eens begiftigd is met een fijne en warme stem en tegelijkertijd een begenadigd gitarist is. (De laatste twee eigenschappen ontbeert Bob Dylan -zonder dat het hem uiteraard ooit in de weg heeft gestaan.) En nee, die associattie is niet iets dat recensenten valt aan te wrijven. Welke zichzelf respecterende singer/songwriter is er niet schatplichtig aan Dylan? In het geval van Danny Schmidt kun je haast niet anders: hij heeft op Man of Many Moons een prachtige versie opgenomen van "Buckets of Rain". Maar ook de andere tien liedjes op dit inmiddels zevende album van de tegenwoordig in Austin, Texas wonende Danny Schmidt staan in de traditie die Dylan ingezet heeft. Naast een gedeelde joodse achtergrond delen ze een fascinatie voor bijbelse verwijzingen en niet altijd even duidelijke metaforen. Tegelijk is hij schatplichtig aan die andere grote liedjesschrijver, Townes Van Zandt, hoorbaar in het hoogtepunt van deze plaat: "Guilty By Association Blues". Een liedje dat Danny Schmidt de woede van de National Rifle Association bezorgde dankzij regels als: 'people don't kill people, but they give the assholes guns'.
File Under: Standing on the shoulders of giants
File Audio: [MySpace]
File Video: [Guilty By Association Blues]
China - Light Up The Dark / M.ill.ion - Sane & Insanity
Eerlijk gezegd moest ik even opzoeken of ik ooit eerder iets van China had gerecenseerd. Er kwam in de afgelopen zeven jaar zoveel uit de B-divisie voorbij dat ik het bij een weinig onderscheidende naam als China echt even niet meer wist. Maar nee, eerste keer. Goed, geschiedenis opzoeken dan maar. Zwitsers, vijf albums ver en nu voor het eerst een album bij Metal Heaven uitgebracht. En - verrassing - Zwitsers, maar geen AC/DC-kloon. Wel classic rock overigens. Goed in het gehoor liggende nummers, met hier en daar een randje pop, maar beschaafd-stevig uitgevoerd en uitstekend geproduceerd. Een soort Europese variant van de rock tussen Bon Jovi (ballad "Gates Of Heaven"!) en Mötley Crüe, zeg maar. Rock die niet de pretentie heeft meer te zijn dan vermaak. Vandaar ook titels als "Hey Yo", "She's So Hot" en "Deadly Sweet". De hele geschiedenis van de hairmetal komt erin terug, maar het blijft een album lang vermakelijk. B-divisie dus, en daarin een goede middenmoter.
Van M.ill.ion herinnerde ik me de eerdere recensies wel. Die naam - hoe beroerd gekozen ook - blijft wel in je geheugen hangen. Mijn eerdere oordelen ook, en da's dan weer wat minder gunstig voor ze. Des te groter was de verrassing toen ik het album gewoon heel aangenaam bleek te vinden. Zanger Ulrich Carlsson is een stuk vooruitgegaan en de productie maakt eindelijk de link met Deep Purple waar. Nee, M.ill.ion is niet van de kwaliteit van Deep Purple en zal het van zijn levensdagen ook niet worden, maar de gitaar-toetsenduels, de koortjes, de warme sound, ze zijn goed afgekeken bij Deep Purple ("Test Of Time") en Uriah Heep. Carlsson op zijn beurt klinkt nog steeds als een soort Joey Tempest, maar nu wel met meer pit in zijn zang. Na jaren ploeteren in de kelder van de B-divisie lijkt M.ill.ion de weg naar boven gevonden hebben, en dat is meer dan ik verwacht had.
File Under: Middenmoter
File Audio: [ChinaSpace]
File: M.ill.ion - Sane & Insanity
File Under: Uit de degradatiezone
File Audio: [M.ill.ionSpace]
Fertile Reality - Wax And Wane
Wat was het eerste waaraan ik moest denken bij het Nederlandse Fertile Reality? Niet aan de indiepopachtige The Cure-liedjes van de band. Niet aan het Swans- en Hawkwindverleden waarover de band rept. En niet aan het openingsoptreden op het Summer Darkness-festival in 2005. Nee, ik dacht aan het vorige bandje van Peter Pan Speedrocks Piet van Elderen. Dat bandje heette namelijk Life On Grey en heeft nog ooit de derde plek gehaald bij de Grote Prijs van Nederland. Alleen wel in een tijd dat wij in Europa van geen meter wisten wat emo of gothic was. Het was een tijd van wave, no-wave en gitaarrock. Je kon kiezen tussen The Sisters Of Mercy en Joy Division. Meer was er niet. Laat dat nou het perfecte midden zijn voor Life On Grey en voor Fertile Reality. Als je maar volhoudt, dan worden de indie, wave en gitaarpop vanzelf weer hip. Kijk maar naar Interpol en White Lies. Ergens heeft Fertile Reality prachtige songstructuren onder de knie. Waar het nog af en toe aan schort zijn bombast, spanningsbogen, echo's op de vocalen en en een wat directere productie. Nu lijkt Wax And Wane nog op een Trisomie 21-productie. Daar heb ik altijd van gevonden of de zanger bij de buren op het toilet zat te zingen. En, dat wordt op den duur heel vervelend om naar te luisteren.
File Under: Wave voor de donkere zielen
File Audio: [Fertile Reality-Space]
Ben Ottewell - Shapes & Shadows
Ben Ottewell, die naam zei me niks. Maar dat duurde niet lang, zodra Ottewell zijn mond opendoet gaan de gedachten terug naar zomervakanties van lang geleden, waar we in de auto meeblèrden met een tape van het album Liquid Skin. Een van de leukste platen van Britse bodem, wat mij betreft. De band Gomez heeft daarna in Europa eigenlijk nooit meer op groot enthousiasme kunnen rekenen, maar men zegt dat ze in Amerika nog altijd gewaardeerd worden; als hardwerkende live-band. Gomez heeft altijd een weidse landschappensfeer gehad, en dat gevoel heeft Ottewell op zijn eerste solo-album behouden. Ottewell is van de drie Gomez-vocalisten degene met de opvallendste stem. Soulvol knauwend, met een vleugje grunge van Eddie Vedder. Een vertrouwd geluid met vertrouwde begeleiding. Op de achtergrond van de titeltrack bubbelt nog wel een synthesizer, maar voor de rest is het gewoon rootsrock zoals we van hem kennen, al zijn er iets meer gevoelige ballades, check "Take This Beach". De onnadrukkelijke, onopvallende kwaliteit van het gebodene maakt dit slechts negen liedjes tellende album in eerste instantie wat teleurstellend. Je kunt er iets te makkelijk je schouders bij ophalen. Maar die korte speelduur heeft ook een vreemd voordeel. Binnen no time heb ik iedere luisterbeurt de liedjes twee keer gehoord. En een paar dagen later daar weer een veelvoud van. En dan zitten ze meezingbaar in de kop geramd. Geen hoogtepunten, geen dieptepunten. En allemaal met dat overkoepelende gevoel van brede, oneindige Amerikaanse wegen, karrend door hete woestijnen en koele bossen met overal shapes en shadows van vervlogen lief en leed... 'Where you run to I don't care/Just take a piece of what we share.'
File Under: Ottewell treedt uit de schaduw
File Audio: [Een liedje in ruil voor je e-mail]
Ilse DeLange
Moke en het Metropole Orkest
Roy Santiago - The Great Pretender
De exotische achtergrond van de Nederlander met de naam Roy Santiago blijkt in Breda te liggen. Zijn echte naam is Roy Schoonman. Santiago brengt nu zijn nieuwe album uit getiteld The Great Pretender en opener "Stella" is een verhaal over een meisje dat hij vroeger begeerde. Tegenwoordig woont hij in Nijmegen getuige de Waalbrug op de foto van de hoes. Wie Santiago wel eens heeft zien optreden, weet dat de lange zanger enigszins een flamboyant voorkomen heeft, maar volgens mij alles behalve een ladykiller is. Qua stem doet hij me erg aan Jarvis Cocker (Pulp) denken, maar ook aan Ray Davies (The Kinks). Of aan John Lennon, ook al door het gebruik van de piano in "The Trick". The Great Pretender staat vol met liedjes die allemaal wel wat te vertellen hebben en hun eigen sfeer kennen. Zo is "My Car Isn't Running Fast" een lekker uptempo nummer, maar trapt het nergens in de val een gewoon rocknummer te worden. Daarnaast heeft een song als "The Lady Wears A Suit" alles om een ballade te worden waar het glazuur van je tanden springt, maar ook door de keuze voor Lea (Kliphuis) als tegenspeler draagt het meer tragiek uit dan klefheid. Voor de productie tekende Pascal Deweze (Broken Glass Heroes, Sukilove, Metal Molly) en is daarmee in prima handen. Santiago is zo iemand die je langzaam maar zeker met zijn liedjes omhelst en je dan niet meer loslaat. Inderdaad, goed gekozen titel The Great Pretender.
File Under: Muziek om voor te vallen
File Audio: [[Bandcamp]MySpace]
File Video: [Zijn eigen videokanaal]
Cavalera Conspiracy - Blunt Force Trauma
Max en Igor, het blijft een Braziliaans Kaïn en Abel-verhaal. De Cavalera-broertjes maken ruzie, al dan niet door toedoen van Max' vrouw Gloria, leggen eens wat ruzies bij en stoten elkaar vervolgens weer af. De verstokte metalhead wil maar één ding: zo snel mogelijk de koppen bij elkaar om 'n Arise deel 2, deel 3 en deel 4 te maken. Liefst als Sepultura in de ouderwetse bezetting. Als Soulfly haalde Max zijn gram, Met Derrick Green sloeg Sepultura uiteindelijk terug. En, Igor? Die stond erbij en keek ernaar. Toen in 2008 Cavalera Conspiracy het levenslicht zag, kregen de broers lovende recensies toebedeeld waarbij de feitelijke boodschap meer een aanmoediging was om door te pakken met 't oude Sepultura. Om wat voor reden dan ook deden de broers Cavalera dat niet. Nee, na Inflikted, dat meer op Sepultura's Chaos A.D. leek, poepten ze er gewoon een nieuw album uit, genaamd Blunt Force Trauma. Hebben de heren flinke slagen gemaakt? Nee. Deze CD klinkt alsof de leftovers van Inflikted zijn aangevuld met te snel in elkaar gedraaide repetitie-ideetjes. Da's een doodzonde, nu ook Soulfly's Marc Rizzo deel uitmaakt van Cavalera Conspiracy. Als de broers Cavalera samenkomen mag je ongegeneerde thrashmetal verwachten. Max kan het echter niet laten om zijn voorliefde voor industrial (Nailbomb), hard- en hatecore te ventileren. Roger Miret van Agnostic Front mag dan even meebrullen in "Lynch Mob", maar het wil maar niet beklijven. Cavalera Conspiracy opent hoopvol met vet riff- en drumgeweld op "Warlord" en "Torture". Hoewel de laatstgenoemde song net zoveel verfrissende Slayer-elementen als cliché-Kreator en -Vader structuurtjes bevat. "Target" en "Thrasher" kunnen er nog net mee door. En dan wordt het worstelen door een hoop onzin heen naar het laatste nummer dat tevens de titel van deze plaat is. In weinig woorden gezegd; de broers Cavalera kunnen mij geen auditieve aanslag meer leveren. Ik zie de tomeloze woede niet meer terug, laat staan de hypernerveuze drumsalvo's en gierende gitaarpartijen. Wat ik wel hoor is een mediator-gesprek waarbij telkens weer oude koeien uit de sloot gehaald worden, maar ondertussen de hoogte van de hypotheek de allerbelangrijkste gesprekstof is. Metal is blijkbaar voor de heren een ingeblikt vormpje geworden, geen noodzakelijke uitlaatklep voor hun bestaan. Waar zijn Andreas Kisser en Paulo Jr. als je ze nodig hebt?
File Under: Kane + Abel = Cavalera Conspiracy
File Audio: [MySpace]
The Opposites
The Fudge
Mr Polka
Kensington
The Poodles - Performocracy
De band met de minst overtuigende rocknaam van het moment is in het thuisland Zweden met dit album op de eerste plaats in de albumcharts binnengekomen. Logisch ook, want The Poodles weet iedere keer het juiste geluid neer te zetten: commerciële rocksongs met de nodige bombast, niet te braaf geproduceerd en met een zanger (Jakob Samuel) die een Axl Rose-achtig stemgeluid heeft dat je onmiddellijk herkent. Zo ook op Performocracy dus. Opener "I Want It All" is op en top Poodles en je zit er meteen in. In dit genre ligt de eenvormigheid altijd op de loer, maar The Poodles blijken die klip moeiteloos te omzeilen. Door steeds andere details aan te dragen hebben de songs iedere keer weer een eigen gezicht. Een vervormde gitaar, een rustig piano-intro, een stukje uit een speech van Martin Luther King. Ik weet het, het klinkt als een wel heel bekende trukendoos. Sterker nog, het ís een heel bekende trukendoos. Wie niet van happy-go-lucky-hairmetal houdt, hoeft ook echt niet aan dit album te beginnen. Maar gecombineerd met de goede composities en de heerlijke uitvoeringen levert het voor liefhebbers van het genre een heerlijke plaat op. Diepgang nul, da's waar. Maar wie maalt daar nog om als je zo lekker naar het einde van een cd wordt gebracht?
File Under: Vakmanschap met hoge pretfactor
File Audio: [PoodlesSpace]
File Video: ["I Want It All"]
Go Back To The Zoo
Jacqueline Govaert
Ernst Bobby en de Rest
Aloe Blacc
Last Days Of April - Gooey
Begin mei is het inmiddels. Koninginnedag zit er net op en op het moment dat ik dit schrijf maakt het land zich op voor de Bevrijdingsfestivals. Overal in het land zijn ze en je kunt je afweging maken van wat je wilt zien. Ik ben lui, ik ga gewoon naar dat in Utrecht, wat het programma ook is. Paaspop is geweest, dus het zomerfestivalseizoen is afgetrapt. Maar goed, begin mei dus. Ik had dit stukje beter eind april kunnen schrijven. Dan had ik kunnen refereren aan de naam van de band. Of wellicht zelfs half november 2010, toen deze plaat uitkwam. Maar ik heb het niet gedaan. En ik heb er zelfs nu, begin mei, moeite mee. Niet omdat Gooey zo'n slechte plaat is. Integendeel zelfs, slechte platen recenseren zichzelf. En Gooey is eigenlijk ook best wel een goede plaat. Maar Gooey is vooral een Last Days of April-plaat. Deze band, afkomstig uit Zweden, verbaasde in het begin van hun carrière met een aantal platen die op het kruispunt van britpop en emo zaten. De emo werd allengs minder, de (brit)pop bleef. Op Gooey zijn de nummers nog steeds goed en ik zette de plaat nooit met tegenzin op. Maar ik weet zeker dat ik Gooey niet meer draai, na deze recensie. Last Days of April is inmiddels een doorsneebandje en dan is het moeilijk nog wat zinnigs over de plaat te schrijven. Gelukkig is het begin mei, de festivals komen. Daar schrijf ik makkelijker over...
File Under: Dertien in een dozijn
File Audio: Last Days of My Space
File Audio: [MySpace]
The Pigeon Detectives - Up, Guards And At 'Em!
The Pigeon Detectives konden met hun tweede cd Emergency de verwachtingen die hun debuut Wait For Me schepte niet inlossen. Ik had stiekem de hoop dat de band dit met hun derde cd Up, Guards And At 'Em! misschien wel zou lukken. Ik zat er helaas naast. Dat terwijl de plaat toch nog wel een beetje hoopvol begint met "She Wants Me", een liedje waarin het gitaarbandje van voorheen de electroroute lijkt te gaan kiezen. Toch gaat ook die song me na een tijdje vervelen. Een beetje hol en clichématig. Dan hoop je dat die afbuiging dan verderop misschien nog een plezant vervolg krijgt, maar de band grijpt al snel terug naar hun vertrouwde eerdere geluid, zonder daar al te veel aan toe te voegen, al rollen er nog wel wat toetsen en elektronica je speakers uit. En dan wordt The Pigeon Detectives al snel een mindere versie van Kaiser Chiefs, die net wat betere catchy koortjes schrijven en tekstueel ook wat meer van stal weten te halen dan The Pigeon Detectives' Matt Bowman. Als ze door willen stomen, dan zullen ze toch met meer op de proppen moeten komen. Dat zit er wel in, want in een paar songs echoot wel degelijk het talent door dat ze hebben. "What Can I Say? Is wat dat betreft nog wel hoopgevend, maar als daarop dan vervolgens een janknummer als "Need To Know This" en daarna de slechte single "Done In Secret" ga je er bijna weer aan twijfelen. Het kan nog wel goed komen met deze doffers, maar dan moeten de mouwen wel goed opgestroopt worden en er rigoureus geschrapt worden in de liedjes.
File Under: Helaas minder prettig gekoer
FOUND - Factorycraft
Na mijn gesprek met Glasvegas was ik even vergeten dat er ook Schotten zijn die normaal Engels kunnen praten en zingen. De band FOUND uit Edinburgh zingt slechts met een licht accent, maar is dan ook duidelijk een stuk minder 'van de straat' dan Glasvegas. De drie heren zijn eigenlijk -ahum- kunstenaars die toevallig ook nog in een bandje zitten. Hoewel Factorycraft al hun derde album is, zijn ze vooral bekend geworden door hun project Cybraphon, een mechanische band-in-a-box: 'Consisting of a series of robotic instruments housed in a glass display case, Cybraphon will behave like a real band.' Ik zie Cybraphon nog niet snel op Pinkpop staan. Als FOUND zijn ze echter een vrij traditioneel bandje met sterke songs die boordevol zitten met rare wendingen en probeersels. Zo begint "Machine Age Dancing" met een klassieke sixties-sound om nog geen minuut later over te gaan in lichtvoetige elektronica. De productie was in handen van mede-Schot Paul Savage, ooit drummer in The Delgados. Toch zijn er weinig echte drums te horen op het album, de meeste beats komen rechtstreeks uit een doosje. Afgezien van het fraai uitgesponnen "Shallow" en de afsluiter "Blendbetter" doet het merendeel van de tracks te uitgedacht aan. Als je graag songstructuren ontleedt, is Factorycraft best interessant, maar voor de gemiddelde luisteraar is het album waarschijnlijk nogal vermoeiend.
File Under: Schots kunstbandje
File Audio: [MySpace]
File Video: [You're No Vincent Gallo]
File Twitter: [Twitter]
Eva De Roovere - Mijn Huis
Thé Lau zingt: 'Als ik een hond ben en jij mijn vlo / kan ik me nooit meer krabben.' De Vlaamse zangeres Eva de Roovere won in 1999 weliswaar de juryprijs op het Leids Cabaret Festival, toch is hier geen sprake van humor. Lau zingt de regel in een teder duet met De Roovere. Verderop knarst Lau ook nog mooi knoestig: 'Als ik een vijand ben en jij een vriend, kan ik je niet vervloeken'. Rechttoe en frontaal heet het liedje, je zou het lijfspreuk van Eva kunnen noemen. Liedjes gaan waar ze over gaan. Mijn Huis is een verzuchting over België, Antwerpen (een duet met Piet 'Ozark Henry' Goddaer, die vocaal een beetje in de schaduw blijft) gaat over Antwerpen en het zomerse "Chocolat" is een Franstalige ode aan chocolade. Voort en voort gaat over jachtig leven, het eerste nummer waarop de invloed van Spinvis duidelijk hoorbaar is. Erik de Jong speelde mee, arrangeerde en schreef de prachtige weemoedtekst van "Elegie". Pas bij herhaald luisteren valt op hoe knap de verschillende sferen en stijlen aan elkaar worden geknoopt, en hoe fraai de arrangementen, zoals dat van het gedicht "Au coeur au corps". Middelpunt van de plaat is de ietwat hese, charmante stem van De Roovere. Met die stem kan ze verleiden, kan ze spotten en toont ze zich oprecht kwetsbaar. In Mijn Huis wordt niet heel diep gegraven, wel heel aangenaam gestreeld.
File Under: Vlaamse verleiding
File Audio: [MySpace]
Jurojin - The Living Measure Of Time
Als je alle metal als een boerencultuur wilt afdoen, dan zeg je dat Jurojin een 1-op-1-kopie is van Tool. Als je iets meer interesse toont in de combi van rock en metal en het akelige briljante samenspel van een zanger, een metalgitarist, een jazzbassist, een klassiek geschoolde tablaspeler en een drummend beest, dan kom je uit bij een bestuiving tussen Sevendust, Devin Townsend, A Perfect Circle en System Of A Down. The Living Measure Of Time kent slechts zeven songs met elk een haast progrockachtige aanpak. Noem het episch, uitgewerkt, post-rockachtig of hyperactief op de vierkante centimeter, dat maakt niet uit. Wat ertoe doet is dat Jurojin uit Engeland erin is geslaagd om tal van culturen, genres en stromingen bij elkaar te gooien en het geduld heeft gehad om er iets unieks van te maken. The Living Measure Of Time draait om riffs en loopjes die bij elkaar geharkt worden door kletterende drums en meeslepende zanglijnen. Live wordt Jurojin dit jaar bijgestaan door een violist van het Trans-Siberisch Orkest. Het vijftal bewijst met deze cd dat Arabische toonladders makkelijk te integreren zijn in West-Europese tradities. Zelfs Amerikanen snappen dat, getuige de lovende reacties van over de grote plas. De band begon in 2008 als experiment van vijf muzikanten met verschillende achtergronden. In alles kan ik alleen maar uitroepen dat dit experiment geslaagd is! Jurojin is bezwerend, opzwepend, technisch indrukwekkend en volkomen mysterieus. Hoe kan het dat ik de band niet eerder heb opgemerkt?
File Under: Culturenclash in precisie en perfectie
File Audio: [Jurojin-Space]
Pestilence - Doctrine
Je kunt over Patrick Mameli zeggen wat je wilt, hij is wel een muzikant die er niet voor terugdeinst om buiten de vastomlijnde kaders te denken met Pestilence. Natuurlijk is het best jammer dat hij en Martin van Drunen niet meer door een deur kunnen en samen Pestilence nog meer leven inblazen dan Mameli met de comeback-cd Resurrection Macabre deed, maar ik kan best leven met het geblaf en gekerm van Mameli. Zijn stem past qua eigengereidheid best goed bij de eigenwijze death metal die Pestilence maakt. Op Doctrine is er weer een boel veranderd ten opzichte van zijn voorganger, buitenlanders Tony Choy en Peter Wildoer zijn vervangen door basbeest Jeroen Paul Thesseling (die eerder op het magistrale Spheres baste en ook bij Obscura zijn fretloze(!) bas geselt) en de mij onbekende drummer Yuma van Eekelen die als een beest te keer gaat. Nieuwigheidje op Doctrine is dat Mameli overgestapt is op achtsnarige gitaren. En die klinken echt heel vet vies. Ze komen af en toe als een cirkelzaag op lage toeren op je afgejaagd om langs je heen te scheren. Het geeft Pestilence een wat ander, dieper geluid. Nog droger dan ik al van Pestilence gewend was. Daar moet je natuurlijk wel tegen kunnen, maar gelukkig kan ik dat. Het droge geluid maakt dat de weirde solo's en tempowisselingen die je als een woeste draaikolk op willen slurpen je nog harder om de oren slaan. Maar je staat toch wel snel op scherp. Want na een in het latijn orerende priester krijg je er gelijk flink van langs in "Amgod", waarin vooral Van Eekelen gelijk enkele bonnen voor snelheidsovertredingen riskeert. De achtbaan waarin je vervolgens in belandt is er een van de buitencategorie. Qua snelheid en bruutheid is Pestilence natuurlijk al lang overtroffen, maar qua buiten de vastomlijnde kaders denken kent Mameli nog steeds zijn gelijke niet.
File Under: Hollandse Metal Meesters
File Audio: [MySpace]
Josh T. Pearson
Schaduwen lijken uit het niets de gedaante aan te nemen van een lange tengere man met imposante baardgroei. Josh T. Pearson stapt vanuit de backstageruimte de theaterzaal van de Gouvernestraat binnen. Hij lijkt er zich nimmer van bewust dat hij vanavond op Motel Mozaïque 2011 speelt. Met zachte binnensmondse intonatie (zonder microfoon waarschijnlijk compleet onverstaanbaar) spreekt hij. 'Is dit een muziekfestival of zo? Hebben jullie het naar je zin hier?' Her en der in de zaal hoor je schuchter yes-geroep. Josh: 'Na dit optreden niet meer hoor', waarna gegrinnik hoorbaar is vanuit het publiek. Pearson richt zijn aandacht op de fotograaf, die aarzelend aan de zijkant staat. 'Kom maar dichterbij hoor. Ik bijt niet.' Als een soort zelfpersiflage poseert hij enkele malen voor de camera. Eentje lijkt wel een knipoog naar Johnny Cash: voorover leunend met de gitaar diagonaal omhoog. Bij de laatste pose bedekt hij zijn behaarde tronie met zijn hand, alsof hij in huilen uitbarst:
'This one's pretty good...'
Nog meer lachsalvo's. Pearson poetst zijn vervaarlijke imago eventjes weg. Horrorverhalen dat hij toeschouwers zou bedreigen met messen lijken slechts geruchten, die wellicht door de man zelf de wereld in zijn geholpen. Plotseling zuigt het wonderschone reverb-geluid van Pearsons gitaar de ruimte in een vacuüm van stilte. Toch kan de 37-jarige Texaan het niet laten om nog een grap te maken. 'Willen jullie sad...', terwijl hij de capodastro-klem op zijn gitaar iets naar links schuift '...of SUPERsad?'
Lees verder..Mazgani - Song Of Distance
Op het geweldige Songs For Drella bezongen Lou Reed en John Cale het leven van Andy Warhol. Een van Warhols uitspraken was: 'When you're growing up in a small town, You say no one famous ever came from here.' Hiermee is - naar ik vrees - de toon gezet voor de carrière van de Portugees-Iraniër Shahryar Mazgani. Jammer, want als hij een Amerikaan of Engelsman was geweest, dan had hij volgens mij zo het stokje van de oude helden Leonard Cohen, Bob Dylan en Tom Waits over kunnen nemen. Zijn getergde ziel kan hij helemaal laten gaan met behulp van zijn wat rauwe en krachtige stem. De meeste liedjes op zijn tweede album Song Of Distance zijn kaal gehouden (wat gitaar, wat bas, wat percussie), maar over elke toon lijkt nagedacht te zijn: deze moet daadwerkelijk wat toevoegen aan het totaal. Song Of Distance bevat negen liedjes in de Americanahoek waaraan nog eens vijf bonustracks van de ep Tell The People zijn toegevoegd. Waar ik normaliter nog wel eens wil brommen dat het qua hoeveelheid wat minder mag, laat ik dit nu achterwege. Mazgani raakt me. Ik vrees echter dat hij in een land is geboren waar geen internationale popsterren vandaan komen. Dat is misschien spijtig voor hem, maar stel je voor dat zijn werk geregeld op de radio te horen was. Het zou wat zijn.
File Under: Intens
File Audio: [MySpace]
Maggie Björklund - Coming Home
Het grote probleem met virtuoze muzikanten is vaak dat ze hun virtuositeit zo graag etaleren. Of dit de reden is dat Maggie Björklund haar debuutalbum vult met vijf instrumentale nummers waarin ze laat horen hoe goed ze haar weg weet op de pedal steel? Geen idee, maar feit is dat ze hierdoor een potentieel 5-sterrenalbum degradeert tot een plaat waar ik - zouden we op File Under sterren uitdelen - maximaal drie sterren voor weg zou geven. Want dat ze wat kan, bewijst ze vooral op de zes tracks waarop gezongen wordt. Ze krijgt de hulp van een fikse groep mensen waar deze Deense in de Verenigde Staten eerder mee gewerkt heeft. Dat varieert van de relatief onbekende zangeres Rachel Flotard (op "Summer Romance" en "The Anchor Song") tot Jon Auer van The Posies ("Vildspor" en "Playground Stars") en Mark Lanegan. De laatste zorgt ervoor dat "Intertwined" en titelnummer "Coming Home" klinken alsof ze evengoed op een van zijn duettenalbums met Isobel Campbell hadden kunnen staan. En dat is wat mij betreft een groot compliment. Naast een rits onbekendere muzikanten uit de Seattle-scene horen we twee namen die van grote invloed op Coming Home waren: John Convertino en Joey Burns zorgen ervoor dat Maggie Björklunds debuut doortrokken is van een stijlvolle mariachi-sfeer.
File Under: Mooie EP, matige LP
File Audio: [MySpace]
File Video: [Coming Home]
Panic At The Disco - Vices & Virtues
Toen gitarist Ryan Rosse en bassist Jon Walker Panic! At The Disco verlieten dacht ik dat het einde oefening zou zijn voor de band. Rosse was immers dé liedjesschrijver van de band. Zonder hem zou het kaartenhuis vast instorten. Op bewonderenswaardige wijze beten zanger Brendon Urie en drummer Spencer Smith zich echter vast in het schrijven van nieuwe songs. Daarbij kregen ze hulp van onder meer Goldfingers John Feldman, die ook de productie voor zijn rekening nam. En het moet gezegd worden: het valt niet eens tegen waarmee Urie en Smith op de proppen komen op Vices & Virtues. Op de een of andere manier is het ze toch gelukt de (door velen verfoeide) catchyness van de eerste twee cd's te adapteren en daar hun eigen ding mee te gaan doen. Natuurlijk zijn de songs nog steeds voorzien van vederlichte melodielijntjes die zo als een zeepbel uit elkaar spatten als je niet oppast. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de band meer talent heeft dan menigeen denkt. Een liedje als "Sarah Smile", dat richting het einde van de cd staat, is een mooi popliedje waarin ik echo's van een band als Jellyfish in terug hoor. Fijne koortjes, de juiste accenten gezet met behulp van een trompet, een liedje dat af is. Uitpakken doet Panic daarna nog even flink met "Nearly Witches (Ever Since We Met)" waarin kinderkoortjes, een heel orkest (nep), een draaiorgel (nep) en een lading bombast hand in hand gaan. Ik moet daar wel om grijnzen. Met dit meer op de jaren tachtig geënte geluid kan de band zo aanhaken bij al die andere bands die niet schromen hun waardering voor synthipopbands uit die tijd onder stoelen of banken te steken. Het was duidelijk te vroeg om Panic! At The Disco al af te schrijven. Wie had dat gedacht.
File Under: Suikerspinnen blijven ook altijd lekker
File Video: [The Ballad Of Mona Lisa][Ready To Go]
Mike Tramp & The Rock'n'Roll Circuz - Stand Your Ground
De muziek van Mike Tramp is van een niet al te hoog soortelijk gewicht. In White Lion (al dan niet met de oorspronkelijke collega's), solo en nu met Rock 'n' Roll Circuz, Tramp is op z'n best als hij niets-aan-de-hand-poprock ten gehore brengt. Een goede productie is dan wel een voorwaarde, want Tramp is niet de beste rockzanger. Als zijn stem goed is ingebed in de muziek heb je daar geen last van, omdat hij wel genoeg stijl en charisma heeft om dan de balans positief te laten uitslaan. Inmiddels is Tramp terugverhuisd naar z'n geboorteland Denemarken en heeft hij een volledig Deense band om zich heen verzameld. Stand Your Ground is het tweede album van het gezelschap. Het begint goed met "Don't Let Them Put It On You": je hoort een sirene, waarna een lekker voorin het geluidsbeeld gemixte gitaar invalt en er een degelijke mid-tempo rocker volgt. Tramp en gitarist Søren Andersen hebben de productie een album lang helemaal perfect gekregen. Je kunt er niet omheen dat Tramp op dit album in goeden doen is. Goed, een song als "Distance" is vooral in het refrein wel heel erg makkelijk en lijkt op duizend andere refreintjes, in het navolgende "Gotta Get Away" heeft de riff weer nogal veel weg van Y&T's "Hungry For Rock". En toch stoort het me niet. Tramp doet waar 'ie het best in is: stevige, goed geproduceerde poprock maken. En zelfs dat heeft hij heel wat keren slechter gedaan dan op Stand Your Ground. Mjammie!
File Under: Poprocker in blakende vorm
File Audio: [TrampSpace]
Burial - Etched Headplate
Stricken City - Losing Colour
Of ik naar Losing Colour, het afscheidsalbum van Stricken City (want het Engelse viertal is zeer recent mee opgehouden) wilde luisteren en wellicht er een stukje over wilde schrijven? Dat wilde ik wel, zo'n stukje. En zo zit ik een week naar een blanco...euh...scherm te staren. Inspiratieloos? Nee, ik ik ben juist verrassend druk geweest. Waarom komt er dan niets? Dan nu eerst een flinke dosis twijfel...
Ben ik nu echt niet meer positief te krijgen? Nee, dat is het niet. Toch? Ik ben wel degelijk positief! Ik ben alleen niet positief genoeg om platen gewoon goed te vinden. Daarvoor heb ik te veel OCD, luister ik te hard en verveel ik me te snel. Oké dan, geen goeds, dan maar iets slechts: wat scheelt er aan Losing Colour?
Het is te netjes, te keurig, te geproduceerd. Er is voor mij te weinig scherpte om het gehele album lang te boeien. Ik heb echt meer nodig dan dit. Hoe kan ik dit toch vergelijken? Muziek om op te zetten als je niet afgeleid wilt worden? Thee uit een eerder gebruikt zakje? Tequila maar dan zonder zout en citroen? Nee, niet eens, dat geeft al te veel.
Pers ik toch echt, krijg ik wel plusjes: gelaagdheid en opbouw in een track als "Corridors" vind ik dan wel om te smullen, ook "PTHD" vind ik geweldig (mogelijk vanwege de remixerigheid er van), maar... maar... maar dan houdt het ook snel op. Vergelijkbaar materiaal? I Blame Coco gaf me een gevoel als deze, tevens She & Him. Vond ik ook niets, en ik ben nog wel erge fan van Zooey Deschanel. Zij is trouwens getrouwd met Ben Gibbard van Death Cab For Cutie. Dat vind ik dan wel weer wat.
File Under: Voor als je nog koffie te kort komt
File Audio: [MySpace]
Broken Note - Terminal Static
Ergens in mijn onderbewuste zweeft al zo'n anderhalve maand een recensie. Ergens diep in de aarde, waar de tectonische aardschotsen tegen elkaar bonken. Komende bevrijdingsdag speelt het duo Broken Note op het Kabaal Digitaal-podium in Wageningen en dat wordt HEFTIG. Nou is Kabaal Digitaal sowieso al een podium waar volkomen wappie dreadheads zo ongeveer middenín de geluidsboxen op loeiharde bass staan te spacen, maar Broken Note is er óók de band naar om dubstep naar een nieuw niveau te .. uh.. heien. Zelden heb ik zo'n extreem laag én agressief geluid gehoord als in de dubstep-loods op het illegale Exit Tnôh-krakersfestival in Zeist zo'n anderhalve maand terug. Duidelijk een gevalletje 'even de dj vragen wat het is'. Broken Note dus. Zowaar een naam die de laatste tijd op meerdere dubstepfeesten huishoudt hier te lande, ook al hebben ze niet echt een recent album en verschijnt er vooral vinyl van dit Britse duo. Ik weet nog steeds niet helemaal wat ik met hun muziek moet, want het is te extreem en langdradig om in de huiskamer naar te luisteren en evengoed saai om een hele liveset lang naar te luisteren. Het werkt eerder net als breakcore: af en toe één nummer tussendoor horen is modder- en moddervet, als er daarna alsjeblieft maar iets lichters achteraankomt. Maar in deze tijd dat Kissy Sells Out met een soort happy-hardcore-parodie-op-dubstep aankomt, moeten we de hemel prijzen voor elke act die extreme dansmuziek terugbrengt tot wat het moet zijn: een orgie van bassgeluid zoals je het nog nooit gehoord hebt. Voor wie er goede geluidsboxen voor heeft tenminste, en daarmee doet waar ze voor bedoeld zijn. En zulke boxen staan opmerkelijk vaak in punky krakersholen.
File Under: Extreem geluid en ongelooflijk dichtbij
Robbie Robertson - How To Become Clairvoyant
Echt productief is Robbie Robertson al jaren niet meer. Misschien is wel beter te zeggen dat hij dat als solomuzikant nooit geweest is, want met How To Become Clairvoyant is hij pas toe aan zijn vijfde solo-album sinds het verschijnen van zijn titelloze debuut in 1987. Ik weet nog goed hoe enorm ik onder de indruk was van de singles van die cd, "Fallen Angel" en "Somewhere Down The Crazy River". Ik had er toen als broekie totaal geen weet van wat voor rol Robertson met The Band gespeeld had in de tumult rond de omturning van folk naar rock van Bob Dylan. Dat kwam pas later. Eigenlijk was dat best prettig, zonder een ballast aan geschiedenis naar cd's luisteren. Dat lukt me nu (bijna) niet meer. Best jammer soms. Robertson ben ik na dat door Daniel Lanois geproduceerde debuut altijd vol interesse blijven volgen. Nadat hij zich in de afgelopen albums vooral bezig was met zijn Indiaanse achtergrond, verhaalt Robertson op How To Become Clairvoyant veel over de bands waarin hij begon, The Band en daarvoor. Voor deze cd kreeg hij hulp van een imposant rijtje muzikanten. Eric Clapton, Steve Winwood, Tom Morello en Trent Reznor droegen hun steentje bij. Door de bijdrage van die laatste twee zou je verwachten dat het er af en toe ook woest aan toe zou gaan. Dat valt heel erg mee. Ik moest echt mijn best doen en ze opzoeken in de credits om ze op te speuren. Reznors bijdrage blijkt dan slechts beperkt te blijven tot een paar soundscapes in "Madame X" en wat Morello inbrengt tot bijna niet tot hem te herleiden gitaarwerk in "Axman". Claptons gitaargeluid is wat dat betreft een stuk gemakkelijker te traceren. Dat is natuurlijk ook niet het spel waar het om draait, het gaat om de songs van Robertson. En die zijn smaakvol, maar lang niet zo spannend als ik gehoopt had. De cd begint nog verrassend funky met "Straight Down The Line", maar dat is gelijk de laatste verrassing. Het voelt allemaal een beetje gemakkelijk en nergens krijg ik zo'n 'wow'-gevoel als bij de twee singels die mijn kennismaking met Robertson betekenden. Dat betekent overigens niet dat How To Become Clairvoyant een gezapige, matige plaat is. Daarvoor is Robertson en zijn entourage veel te begiftigd. Toch had hier meer in gezeten.
File Under: Hooggespannen verwachtingen niet waarmaken.
File Audio: [MySpace]
Tapes 'n Tapes - Outside
Dit is hun derde plaat, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik de eerste twee nooit heb geluisterd. Niet dat het uitmaakt, je bent zo goed als je laatste plaat toch? Met Outside zitten de Tapes 'n Tapes midden in de indie-wereld. Dat bedoel ik letterlijk, ze lijken overal wel wat van mee te pakken. Ik hoor voornamelijk The National, The Walkmen en Modes Mouse terug (en dan mis ik er vast nog een paar), maar ook oudjes als Pixies en Pavement. Dat zijn natuurlijk wel de grote namen en het zou mooi zijn als je in één adem wordt genoemd naast deze namen. Maar ze zullen niet aan het lijstje worden toegevoegd, ze worden toegevoegd aan het lijstje van copy-cats. Al is dat misschien te wreed om te zeggen, het zal zeker niet hun opzet zijn geweest, dat heet inspiratie. Het levert ook zeker wel een aantal hoogtepunten op, luister maar eens naar "The Saddest Of All Keys", een nummer dat alle kanten opvliegt, of het schimmige "Nightfall", dat juist recht door zee gaat. Tapes 'n Tapes zit midden in de grote zoektocht naar een eigen geluid, die is er nog niet, maar je voelt dat de sound ergens opgesloten zit in het hoofd van de bandleden, laten we hopen dat ze na drie albums eindelijk de code weten te kraken.
File Under: Goed geluisterd naar de huidige indie trends
File Audio: [MySpace]
File Video: [Freak Out]
Alison Krauss & Union Station - Paper Airplane
Sinds Alison Krauss in 1987 haar eerste album Too Late To Cry uitbracht, verkocht ze twaalf miljoen albums en won zesentwintig Grammy Awards. Tussendoor maakte Alison Krauss in 2007 een uitstapje met Robert Plant wat resulteerde in het succesvolle Raising Sand. Op deze cd week ze af van het oude, vertrouwde bluegrasspad wat ze al sinds 1989 bewandelt met haar band Union Station. Hun laatste cd, Lonely Runs Both Ways, stamt alweer uit 2004. Op Paper Airplane gaan ze verder waar ze gebleven waren. Traditionele bluegrass en country maar dan wel op eredivisie-niveau. Union Station speelt bijna akelig perfect maar desondanks nooit kil of saai. En dan Alison Krauss zelf. Ze heeft altijd al prachtig gezongen maar op deze plaat zingt ze adembenemend en engelachtig mooi. In melancholische en gevoelige nummers als "Paper Airplane" en "Lie Awake" maar ook als er wat meer gas gegeven wordt, zoals in "My Love Follows You Wherever You Go" en "Miles Away". Verrassend is hoe ze in de covers "Dimming Of The Day" van Richard Thompson de originele vertolking van Linda Thompson bijna doet vergeten en in My Opening Farewell van Jackson Browne laat horen dat Browne echt een goede songsmid is. Enig minpuntje is dat drie nummers gezongen worden door multi-instrumentalist Dan Tyminski. Helemaal niet onverdienstelijk maar zijn stem laat het al gauw als 'gewone' country klinken en mist het unieke en magische van Krauss' stem. Paper Airplane kleurt niet echt buiten de lijntjes en is daardoor misschien niet heel spannend maar biedt wel ontroering, melancholie en muzikale perfectie.
File Under: Eredvisie bluegrass/country op hemels niveau
File Audio: [Alison Krauss-Space]
tUnE-yArDs - w h o k i l l
Ik had een waar wow!-moment zoals ik dat maar een of twee keer per jaar heb als ik iets nieuws hoor. Het was bij eerste beluistering van het tweede album van tUnE-yArDs, w h o k i l l. tUnE-yArDs' eerste, het met cassetterecordertjes in elkaar gesleutelde lo-fi album Bird-Brains, was in 2009 compleet langs me heengegaan. Of toch niet; want als ik goed had opgelet, had ik al kennis kunnen maken met de prachtsong "Fiya" van dat album, dat gebruikt werd in een Blackberry Torch-commercial. tUnE-yArDs is een mevrouw met de naam Merrill Garbus. Behalve dat ze gezegend is met een unieke stem met een groot bereik (ik dacht eerst een man te horen), heeft ze een dosis creatieve hersencellen met knetterend kortsluitende dwarsverbanden waar je helemaal lijp van wordt. De gesamplede stemmen, geluiden en breaks buitelen over elkaar heen en alsof dat niet genoeg is laat ze je met een geflipte mengelmoes van folk, freejazz maar vooral Afrikaanse pop- en straatmuziek alle hoeken van de kamer zien. Alsof Staff Benda Bilili een dagje in een zomers park doorbrengt met The Avalanches, CocoRosie, Dirty Projectors en Vampire Weekend om maar wat te noemen. Maar in tegenstelling tot het introverte, wat al te eclectische Bird-Brains, is dit tweede album veel coherenter: stuk voor stuk sterke songs met kop en staart waarin hyperactieve passages afgewisseld worden met eerlijke, breekbare, bijna verstild wiegende songs (zoals "Wolly Wolly Gong"), waarin steeds weer die onnavolgbare stem van Merril Garbus centraal staat. Hier kun je de zomer wel mee door en er is voldoende kans om haar aan het werk te zien. tUnE-yArDs speelt, naar verluidt met hulp van een bassist en een blazerssectie, op diverse Europese festivals en komt meerdere malen naar Nederland waaronder het Into The Great Wide Open-festival. Het moet gek lopen wil dat geen hoogtepunt worden.
File Under: w o w
File Audio: [Full album stream
File Audio: [Bizness] [Real Life Flesh] [Fiya (live)]
Moi, Le Voisin - Dis
Het bespreken van eigen beheer-cd'tjes is best een lastige bezigheid. Je wilt aan de ene kant een band met goede bedoelingen niet gelijk met de grond gelijk maken, aan de andere kant: als het ruk is, dan is het dat. Van veel bandjes krijg je één EP onder je neus en hoor je er vervolgens niets meer van. Het is vast niet toevallig dat bands van wie je wel een tweede of derde cd onder je neus krijgt de betere bands zijn. Van Moi, Le Voisin is Dis de derde die ik te beluisteren krijg en de Utrechtse band rond Benjamin van Vliet laat nog steeds groei horen. Het is overigens niet zo dat de muziek van de band steeds toegankelijker wordt. Daarvoor is de stem van Van Vliet veel te excentriek. Het is de versmelting van folk uit alle windstreken krijgt de band gewoon steeds beter onder knie. Heerlijk is wat dat betreft het intro bij "Told Them Nothing". Met zijn kakelende kippen is het bijna alsof het opgenomen is op een boerderij. Ongedwongen, maar niet gemakkelijk. Ondanks de bekende klanken in het gros van de songs verraste de band me wel met het piano-intro in "Randsteder" en zijn bezwerende herhalingen in vele lagen vocalen die langzaam naar een climax toewerken. Het gaat te ver om Dis op één lijn te zetten met een momenteel goed scorende band als Mumford & Sons, maar wie net wat meer uitdaging wil dan die bands is bij Moi, Le Voisin precies aan het juiste adres.
File Under: Fijne folk
File Audio: [Bandcamp]
Jacqueline Govaert / Alain Clark
Low - C'Mon
Echt vreselijk lijkt me dat, als je als band 'degelijk' gevonden wordt. Dat moet je niet willen. Toch is het een woord dat ik vaak tegenkom in stukjes over de band Low. Wat de band zelf betreft zal het wel kloppen overigens. Het hart van Low wordt gevormd door het keurige Mormoonse echtpaar Sparhawk. De muziek van Low is op zich ook wel degelijk en de vreselijke Christmas EP uit 1999 zelfs een toppunt van degelijkheid. Alleen op The Great Destroyer uit 2005 leek de band enigszins uit de band te springen met een wat commerciëler geluid. Op het negende album C'Mon is de toon vooral weer ingetogen en bij tijd en wijle dreigend. Het album werd opgenomen in een voormalige Katholieke kerk met een producer die opvallend genoeg eerder met Avril Lavigne werkte en het resultaat is wisselend, van absolute hoogtepunten (opener "Try to Sleep") tot fillers ("Done"). Het blijven vooral de door Alan Sparhawk gezongen nummers die indruk maken. De zangstem van Mimi Parker is net iets te psalmerig en is eigenlijk het meest geschikt als tweede stem, zoals op het opvallend getitelde "$20" met refrein 'My love is for free, my love'. Het tempo ligt onverminderd laag totdat op "Nothing But Heart" een scheurende gitaar alle kerkgangers eventjes wakkerschudt. Afsluiter "Something's Turning Over" is een voor Lows doen behoorlijk vrolijk deuntje dat op luchtige wijze een zwaar en persoonlijk album beëindigt. Het blijft mooi wat Low doet, maar de eentonigheid ligt wel altijd op de loer.
File Under: Zware kost met luchtig staartje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Try to Sleep]
Gingerpig - The Ways Of The Gingerpig
'Voor de drummer dacht ik aan de oude stijl Zappa, zo'n echte roffelaar. The Who voor bas en op toetsen iemand als Jon Lord of Keith Emerson.' Aldus Boudewijn Bonebakker over de zoektocht naar muzikanten voor Gingerpig. Bonebakker is vooral bekend als gitarist van deathmetallers Gorefest. Zoals al uit het citaat blijkt is Gingerpig allesbehalve deathmetal. Integendeel, het is bluesrock met funk- en souluitstapjes die ferm geworteld is in de zeventiger jaren. Het album is live opgenomen - met uitzondering van de zang - op analoge apparatuur. Chemie en sfeer moest er zijn. Nou, Bonebakker en consorten kunnen tevreden zijn - het komt met bakken over je heen met dit album. Het Hammondorgel van Jarno van Es speelt een hoofdrol op dit album. Dat wil niet zeggen dat het gitaarwerk ondergeschikt is, alleen dat de toetsen essentieel zijn voor dit album. Bonebakker blijkt bovendien een prima bluesrockstem te hebben. En ja, het gevoel van de seventies zit er helemaal in. Het zwiert lekker heen en weer tussen recht-zo-die-gaat-rockers en bluesjams ("Dimlighted Heart"), met stukken soul (met achtergrondzangeressen!), funk ("Joe Cool", met bongo's en dwarsfluit!), symfo en wat we nu stoner noemen. Natuurlijk hoor je het een en ander van seventiesbands terug, maar nooit wordt het een imitatie. Vakmanschap, een brede smaak en dito visie zijn de middelen voor The Ways Of The Gingerpig, een heerlijke, sfeervolle rockplaat is het resultaat. Nederland is een puike rockband rijker.
File Under: Beestachtig lekker
File Audio: [Pigs In Space]
Benny Zen and The Syphilis Madmen - Run Back To The Safety of the Town
De complete naam op het hoesje is nog langer dan hierboven: The Recording Artist Benny Zen and The Syphilis Madmen play Run Back To The Safety of the Town. Op de stupide naam van de begeleidingsband (en vooruit, wellicht ook op een pseudoniem als Benny Zen) valt een boel af te dingen. De namen van een aantal liedjes getuigen ook van een gevoel voor humor waar je voor in de stemming moet zijn: "Got a lot of Horseshit left", "Become a Freethinker today", "Maybe the Day has come to speak louder" of "An Aeroplane might knock you out". Over het hoofdlettergebruik zal ik verder niet zeuren. En soms zijn ze ook wel grappig: "We don't want your Disco Show around" bijvoorbeeld. Maar op de veertien liedjes die Benny Zen hier verzameld heeft, valt niets aan te merken. Integendeel: Peter Houben (ooit bekend van onder meer Mitsoobishy Jackson - wie kent ze nog?) heeft nog immer een fijn gevoel voor goede popliedjes die hij charmant rommelig en toch fijnzinnig gearrangeerd op dit tweede album onder de naam Benny Zen brengt. Pavement, zijn eerdere bandje Mitsoobishy Jackson, maar ook de oude band van producer Pascal Deweze, Metal Molly, zijn mooie referenties voor een plaat die melancholiek maakt en verlangen doet naar de hoogtijdagen van de Belgische pop, toen het leek of er elke week een plaat als deze verscheen.
File Under: Komen de Belgen terug?
File Audio: [MySpace]
File Video: [Isabel]
Week 18, 2011
Storm
Moi, Le Voisin - Dis / Vinsky Project - Acquire The Taste
Ewie
Roy Santiago - The Great Pretender
Ludo
Big Star - #1 Record
Gr.R.
Gorki @ De Effenaar
Ramon
Kurt Vile - Smoke Ring For My Halo
André
John Grant @ Effenaar / Lykke Li @ Paradiso
Prikkie
Gingerpig - The Ways Of The Gingerpig
Stonehead
Foo Fighters - Wasting Light
DubbelMono
Daniel Lohues @ Muziekkwartier, Enschede
Campking
Brotherhood Foundation - 013, 21-04-2011








































































































































































