Laura Marling - A Creature I Don't Know
Eenentwintig is ze pas, maar Laura Marling heeft al een cv opgebouwd waar menig artiest jaloers naar zal kijken. Haar eerste twee albums waren - terecht - behoorlijk succesvol en werden in Engeland zelfs genomineerd voor een Mercury Music Price. Laura Marling wordt daar blijkbaar niet koud of warm van. Krap anderhalf jaar na de release van I Speak Because I Can komt ze op de proppen met A Creature I Don't Know. Een album dat nogmaals aantoont dat Laura een bijzondere tante is. Ik vind het ook wel prettig dat ze zich niet vastpint op één 'soort' van singer/songwriter. Wat dat betreft is het allerminst een straf om na de afsluitende, uitbundige afsluiter "All My Rage" gelijk terug te schakelen naar het bijna jazzy openingsnummer "The Muse". Laura Marling verveelt namelijk nooit. Ik hoor haar zelf overigens het liefst zoals in "Don't Ask Me Why". Een prachtige folkballade waarin ze solo start met alleen een akoestische gitaar en na je aan je speakers gekluisterd te hebben bijval krijgt van meer alsmaar meer instrumenten. Tekstueel ook geen luchtig liedje overigens. 'Those of us who are lost and low, I know how you feel, I know it’s not right but it’s real', zingt ze. Het zou een beetje pathetisch kunnen klinken uit de mond van een 21-jarige, maar niet hier. Daar helpt haar stem ook bij. Als ze je toezingt in het sobere "Night After Night" (een andere absolute favoriet op deze cd) klinkt ze rijp en doorleefd, bijna troostend. Een prachtig voorbeeld van dat Laura Maring een bijzondere tante is. Haar nu nog een talent noemen is dan ook volkomen misplaatst. Marling is op haar 21e al een grote mevrouw.
File Under: Derde prachtplaat
File Audio: [MySpace]
File Video: [Sophia]
Junip - Fields (Deluxe Version) / In Every Direction EP
Laten we het niet gaan hebben over de Sony Bravia reclame met die balletjes, die de Zweeds-Argentijnse singer-songwriter José González op de wereldkaart zette. Zijn bloedmooie cover van The Knifes "Heartbeats" die werd gebruikt in die reclame heeft hem veel gebracht, maar mogelijk ook afgeleid van zijn verdere plannen. Zijn band Junip bijvoorbeeld, die vijf jaar lang in de wachtstand moest omdat zijn solocarrière wegens groot succes voor moest gaan. Niet dat Junip veel verschilt van het solowerk, maar het hebben van een band biedt González veel meer mogelijkheden om te experimenteren met ritmes, dynamiek en instrumenten. De meer experimentele nummers van Junip zijn veelal opgebouwd rondom een repeterende riff, die de band kan laten uitgroeien tot een hypnotiserende folkdrone. Onder bijna elke track zit een zinderende spanning van langzaam gas geven, afremmen en doorgaan. Het knappe is dat de band zich hier niet in verliest en uiterst beheerst omgaat met die potentie. Dat resulteert op het eerste volwaardige album van Junip, Fields, meestal in relatief korte nummers, die voor hetzelfde geld door de introverte Zweden ook uitgebouwd hadden kunnen worden naar ellenlange jams. Nooit saai dus, of het moet de ijle, beperkte stem van José González zijn die me na een paar nummers niet altijd meer kan bekoren. De 3cd Deluxe-uitgave van Fields wordt dan misschien ook wat veel van het goede om in één keer op te souperen; op de bonuscd's staan de eerder in 2010 uitgebrachte, sublieme Rope & Summit EP en de eerste, wat fletsere, Junip-boreling Black Refuge EP uit 2006.
De in februari van dit jaar uitgebrachte In Every Direction EP bevat diverse remixes van de gelijknamige, van Fields getrokken single en een drietal nog niet eerder uitgebrachte nummers. José González maakt hiermee met Junip in één klap een grote inhaalslag, de Sony-balletjes definitief achter zich latend.
File Under: Ingehouden hypnose zonder balletjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [In Every Direction] [Always]
Ted Russell Kamp - Get Back To The Land
Het is een stijlvol hoesje waarin Ted Russel Kamp zijn vijfde soloplaat verpakt heeft. Zo’n hoesje waarvan je meteen denkt: eigenlijk hoort dit om vinyl te zitten (de dertien liedjes zijn dan ook keurig verdeeld over een kant 1 en kant 2). Ook muzikaal komt Get Back To The Land uit een tijd waarin nog geen digitale opnametechnieken bestonden. Begin jaren zeventig, de hoogtijdagen van de Westcoastrock, grofweg de periode nadat Gram Parsons het tijdige voor het eeuwige verwisselde, The Eagles groot werden en ene Tom Petty plannen maakte om een band op te richten met de naam The Heartbreakers. Waarmee we meteen de drie grote voorbeelden van Ted Russell Kamp genoemd hebben. Keurig in het stramien dat deze acts uitgestippelden, maakt Ted Russell Kamp zijn muziek. Hij werd groot als producer en studiomuzikant en ook dat is af te horen aan Get Back To The Land. Het vakmanschap druipt er vanaf, maar helaas zit dat het luisterplezier nogal ‘ns in de weg. Opener "California Wildflower" - vintage Tom Petty - kent een mooie hook, maar wordt net iets te zakelijk gezongen, "If I Had A Dollar" klinkt eerder feestelijk dan dramatisch en in "Lonelytown" lijkt Russell Kamp vooral bezig goed te zingen in plaats van die bittere eenzaamheid over te brengen. Mooie liedjes, keurig uitgevoerd, maar geen heilig vuur te ontdekken.
File Under: Vakmanschap is niet altijd meesterschap.
File Audio: [MySpace]
File Video: [Get Back To The Land (live)]
Michael Kiwanuka - Tell Me A Tale (ep)
Drie liedjes slechts, met een totale lengte van nog geen veertien minuten. Meer staan er niet op de eerste ep die de Brit Michael Kiwanuka uit heeft gebracht. Tell Me A Tale, The Isle Of Wight Sessions, heet het ding. Maar waar anderen soms de volle lengte van een cd nodig hebben, en dan eigenlijk nog niet overtuigen, is het bij Kiwanuka meteen raak. Het soulmanneke weet hoe het spel gespeeld moet worden. Zijn fijne stem en muziek roept namelijk herinneringen op aan de gouden soultijd waar er nog artiesten waren als Otis Redding. Niet dat Kiwanuka de nieuwe Redding is, daarvoor is het uitbrengen van één ep uiteraard wel wat weinig, maar zijn er ook invloeden van anderen, zoals Van Morrison. De opener en titelnummer had namelijk zo op diens Moondance kunnen staan, alleen al door het gebruik van die fluit. Heerlijk. De andere twee liedjes zijn dan zonder fluit, maar niet minder vakkundig en liefdevol. Van Kiwanuka gaan we ongetwijfeld veel meer horen, een tweede ep is in aantocht. Maar eerst is hij te bewonderen op Into The Great Wide Open, goed gescout organisatie!
File Under: Nieuwe soultijden
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [Tell Me A Tale]
File Twitter: [Twitter]
Make Waves - Louder Than Sound / The Jacobites - So Long
Met enige regelmaat krijgen we bij File Under eigen beheer-cd's toegestuurd. Daarbij willen muziekliefhebbers van mijn leeftijd nog wel eens denken aan de demotapes van weleer, met matig geluid en nul productie, kortom goedbedoelde huisvlijt. De waarheid is anders: heden ten dage doen eigen beheer-cd's vaak niet meer onder voor grotere releases. Die van Make Waves en The Jacobites, bijvoorbeeld.
Bij de eerste stap heeft Make Waves al gescoord. Het doorzichtige cd-doosje met opdruk valt onmiddellijk op. Zelf noemen deze Zutphenaren invloeden als Incubus, Hoobastank, Foo Fighters en Queens of the Stone Age. Da's zoiets als zeggen dat je van kleuren houdt, vooral groen, paars en rood. Maar twintig minuten en vier songs verder is in elk geval duidelijk dat Make Waves compacte poprocksongs ten gehore brengt, mét hitpotentie en zónder dat dat ten koste van de muziek is gegaan. Die is namelijk retestrak uitgevoerd, met randjes (nu) metal, funk en grunge. Dat laatste is vooral aan de zanglijnen van Terry Goard te danken. De drie muzikanten achter Goard, gitarist Carsten Altena, bassist Bob Kruithof en drummer Jaap van de Ligt zorgen voor een moderne en strakke sound zonder te vervallen in de lelijke gecomprimeerde en nep klinkende sound van veel Amerikaanse bandjes. En ze blijken óók nog eens catchy songs te schrijven. De vraag is dan ook niet ó, maar wanneer de full-length cd komt. Klasse!
Het Nijmeegse The Jacobites tapt uit een heel ander vaatje. Een vaatje met vooral een combinatie van psychedelica en Britpop, maar niet alleen dat. De zang doet mij bij opener "So Long" sterk denken aan Phideaux, compleet met de productie en de koortjes. Ook de akoestische feel van de instrumentatie past daar wel bij. Elders heb ik associaties met bijvoorbeeld Johan en Zita Swoon. De gemene deler is ambachtelijke liedjes. Het is prima geproduceerd en ze hebben een warme sound weten neer te zetten, mede door het toetsenwerk. Om het af te maken worden er mooi uitgewerkte details meegegeven, of het nu koortjes, eenvoudig gehouden gitaarloopjes of een huppelend orgeltje is. Tegelijkertijd zijn ze ook niet bang om "I Need You Now" af te sluiten met een fraaie gitaarsolo, of er een fijn uptempo zestigerjarenrockertje ("I Can Help You Out") tussen te zetten. The Jacobites is vooral bezig met het mooi uitlichten van de goed opgebouwde liedjes en slaagt daar verdomd goed in.
File Under: Ongecompliceerd rocken
File Audio: [Spotify] [MySpace]
File Video: [WavesTube]
File: The Jacobites - So Long
File Under: Ambachtelijke pop
File Audio: [JacobitesSpace]
Into The Great Wide Open 2011 Voorpret
Dit wordt mijn eerste editie van Into The Great Wide Open en ik ren rondjes door alle logistieke verplichtingen die gepaard gaan met een bezoek aan de Vlielandse weiden. Ik beschouw mezelf totaal niet als een prototype outdoors-persoon, dus op zijn zachtst gezegd wordt komend weekend een enerverende ervaring. De plethora aan vervoersmogelijkheden is al moeilijk te overzien: veerboten, bussen, taxi's en fietsen. Wel of niet overnachten op een van de slaapschepen was mijn eerste dilemma. Toch maar niet. Een beetje duur uiteindelijk. Camping Stortemelk is helaas al volgeboekt, dus biedt de Lange Paal gelegen aan de zuidkant van Vlieland het meest logische alternatief. Ik moet dan eerst weer een natuurkampeerpasje aanvragen. Misschien toch maar een extra tas aanschaffen voor alle vervoersbewijzen en vouchers? Stress en nog meer stress.
Lees verder..La Pegatina - Xapomelön
Zo vlak voor een festival, maken we bij File Under een speciale lijst aan. Daarop verzamelen we, per festival, al onze artikelen van de bandjes die er optreden. Dat zijn makkelijke overzichten, om met het blokkenschema ernaast, je route over het festivalterrein te bepalen. Al verzamelend kwamen erachter dat we de nieuwe plaat van La Pegatina nog niet besproken hadden. Wellicht ook niet zo gek, want hij was ook niet binnengekomen. Ik was toch nieuwsgierig naar de plaat, want ik zag de band dit jaar in het Julianapark op het Wereldfestival en vond het alleraardigst. Maar de plaat was nergens te vinden, behalve op de laatste plek waar we keken: de website van La Pegatina zelf. Want de plaat is namelijk gratis te downloaden op hun site. Net zoals al het andere werk dat ze uitbrengen. Ook opvallend: hun merchandise heeft acceptabele prijzen (een T-shirt voor een tientje!) en ze hebben een app, om je op de hoogte te houden. Dat is natuurlijk de manier van doen voor een band die het vooral van de livereputatie moet hebben. La Pegatina ramt er op Xapomelön in nog geen 50 minuten 21 nummers door en mengt zo’n beetje alle latijnse stijlen die je kunt bedenken. Inclusief bedenkelijke disco. Niet alles is even goed, maar de nummers zijn net niet lang genoeg om je eraan te ergeren. Zoals alle bands in het genre is ook bij deze Catalanen Mano Negra nooit ver weg, maar ach, als het om een feestje gaat, zien we veel door de vingers. Het gaat om het feestje, straks op Vlieland…
File Under: Waar is het feestje? Hier is het feestje!
File Audio: [MySpace]
Yuksek - Living On The Edge Of Time
Het is altijd spannend als een album op de 3VOOR12 Luisterpaal verschijnt. Dat het beluisterd gaat worden is zeker, maar de onvermijdelijke volgende vraag is: blijft het hangen? Willen mensen het langer horen? Gaat het verkopen? Ik heb er al heel wat persoonlijke favoriete albums hun première horen maken die ik vervolgens nooit meer in een cd-winkel gezien heb. Neem nou Away From The Sea, de behoorlijk coole debuutplaat van Yuksek die ik in 2008 uiteindelijk wegens tijdgebrek niet meer recenseerde. Had ik toch moeten doen, alleen al omdat de officiële cd de Nederlandse winkels niet eens bereikt heeft - mijn kartonnen uitschuifexemplaar moest ik deze lente op vakantie in Parijs kopen. Dat album is alleen al de moeite voor de gave singles, waaronder "Tonight", waar je het lange outtro, dus niet de korte radio edit van wil horen (leve Spotify!). Live heeft-ie er menige zaal mee afgebroken, maar op Wikipedia blijft het qua hitlijst-noteringen angstig leeg. Nu dan maar poging 2. Yukseks tweede album, Living On The Edge Of Time stond eind juli op de luisterpaal en is een logisch vervolg op Away From The Sea, met minder gastoptredens en meer eigen gefreak, maar dan toegankelijker dan de evolutie waar het losse nummer "The Wax" in 2010 op wees (in de tussentijd maakte hij overigens nog ettelijke remixen voor grote artiesten). Ook nu staan er weer drie erg fijne nummers op. Opener "Always on the run" is voor pianofielen als ik een fantastisch schot in open doel: de combinatie van een schijnbaar 'analoge' piano met digitale synthsounds blijft onverslaanbaar verslavende oorwormen opleveren. Ook titelnummer "The Edge" is er zo een (aan de complexiteit van de songtekst zal het eventuele uitblijven van hitnoteringen niet gelegen hebben) en "On A Train" mag er ook zijn. De rest van de plaat bevat wat minder catchy, maar toch best aardige elektronische popnummers à la dATA. Dat David Guetta de eer van de Franse house de komende weken hoog gaat houden geloof ik wel ("Lunar" is het enige instrumentale Daft Punk-achtige nummer op 's mans nieuwste hypercommerciële album), maar laat een 'poppy' artiest als Yuksek alsjeblieft niet tussen wal en schip vallen.
File Under: De even gevaarlijke als heerlijke rand van de hitlijst
File Audio: [Always On The Run][The Edge]
File Video: [On A Train]
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil
Er zijn artiesten die je haat of waar je van houdt, Roosbeef is zo´n iemand. Haar hoge stemgeluid, haar maniertjes, haar wat naïeve teksten: je moet er tegen kunnen. Ik kan dat en haar debuut Ze Willen Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heeft hier overuren gedraaid, maar het werd nu wel eens tijd voor nieuw materiaal. Haar tweede album Omdat Ik Dat Wil is minder kleinkunst en steviger. Was op het debuut Tjeerd Bomhof ingehuurd om het geheel in goede banen te leiden, hier is het Tom Pintens (ex-Zita Swoon). Gezegd moet worden dat hij een prima klus heeft afgeleverd met prachtige lagen. Tekstueel zijn er ook weer prachtige zinnen, zoals in "Niet Uitmaken": ´Ik zit vol verlangen, net als een bonbon, soms barst ik open en smelt op je tong´. Bovendien is het een lekker stevig en swingend liedje. Of het dromerige "Pulpo": ´We zijn graag op onszelf, maar liever niet alleen.` Naast lof heb ik toch een kritiekpunt en dat is de ultieme Roosbeeftest "Denk Aan Jou", hoger kan ze niet en eerlijk is eerlijk, van mij had dit achterwege mogen blijven. Hetgeen best gekund had bij de lengte van ruim vijftig minuten. Maar ja, Roosbeef is duidelijk iemand met een eigen wil, en dat is maar goed ook: het hoeft niet allemaal in hapklare brokken.
File Under: Controversieel zal ze altijd blijven
File Audio: [MySpace]
File Video: [Trailer Omdat Ik Dat Wil]
File Twitter: [Roosbeef spreekt]
Krallice - Diotima
Het derde album in vier jaar, dat presteren maar weinig bands tegenwoordig. En dan is het ook nog eens razend complexe proggy blackmetal, van het type minstens 15 keer luisteren voordat er een recensie geschreven kan worden. Heb ik ook gedaan natuurlijk. Nee, echt! Vond ik niet zo’n probleem aangezien het titelloze debuut mijn favoriete album van 2008 was, en ook de opvolger - hoewel nog complexer en ontoegankelijker - stond in de jaarlijst van 2009. Big shoes to fill, zeggen ze dan, maar Krallice lukt het met gemak. Op Diotima kiezen ze weer voor iets meer melodie en minder voor techniek, en die keuze is de juiste. De band heeft werkelijk een superieur melodiegevoel waarbij de gitaristen op volle snelheid tegen elkaar inspelen. Hypermelodieus over een blastspeed, de ene prachtige riff na de andere. En dan die wanhopige blackmetalkrijs om het af te maken. Net als op de vorige twee albums, kun je dan zeggen in een kritische bui. En dan heb je bijna gelijk. De voornaamste verandering zit hem in de toevoeging van de brute grunt van de bassist, en het blijft ook na 15 keer luisteren onduidelijk of dat wel een verbetering is. Krallice had altijd iets ongrijpbaars over zich heen; meer wanhoop dan agressie. Met de grunt erbij wordt het totaal geluid iets richting aardse deathmetal geduwd. Maar beter of slechter, feit blijft dat er een ideeënrijkdom op je afkomt waar je eng van wordt. Een massieve muur van geluid, een bombardement aan prikkels waardoor ook dit Krallice album een veeleisende aangelegenheid is geworden. Maar daar is nog nooit een album slechter van geworden. En let op die geniale dodelijke versnelling op 10'40" in "Telluric Rings"!
File Under: Verplichte blackmetal kost
File Audio: [Telluric Rings]
The Secret Sisters - The Secret Sisters
Vanaf de hoes staren Laura en Lydia Rogers me zelfverzekerd aan. Ze dragen beiden een keurige hooggesloten jurk met een beetje een tuttig motiefje. Op het eerste gehoor is de muziek van deze Secret Sisters net zo braaf als hun jurken. Deze debuutcd van de zusjes uit Muscle Shoals, Alabama, brengt je terug naar de eerste helft van de vorige eeuw en is opgenomen met louter analoge apparatuur en met productionele hulp van 'oude muziek expert' T-Bone Burnett. De plaat doet echter nergens bedacht of geforceerd aan en dat is met name te danken aan de schitterende stemmen en harmonieën van The Secret Sisters die je elk woord doen geloven wat ze zingen. De cd bestaat uit twee traditionals en covers van onder anderen Buck Owens, Bill Monroe en Hank Williams. De zusjes schreven zelf twee nummers waarvan opener "Tennessee Me" niet onderdoet voor de nummers van eerder genoemde countrylegenden. In Frank Sinatra's "Somethin' Stupid" en Buck Owens "My Heart Skips A Beat" schuren ze wel even dicht tegen het oubollige en kitscherige aan maar dat zijn de enige twee smetjes op deze verder ouderwets mooie cd. Je moet wel een hart van steen hebben, wil je niet voor de bijl gaan bij "The One I Love Is Gone", en de gospel van Hank Williams "House Of Gold" is overtuigend zonder opdringerig te zijn. Hoewel The Secret Sisters op hun debuut muziek uit een ver verleden laten horen zijn ze zelf nog twee jonge, talentvolle twintigers en is het jammer dat ze maar twee eigen songs bijgedragen hebben. Hopelijk schuiven ze de oude meesters op een tweede cd wat meer aan de kant om hun eigen talenten verder uit te bouwen.
File Under: Authentiek
File Audio: [MySpace]
File Video: [House Of Gold]
Week 35, 2011
Storm
Leprous - Bilateral
Ewie
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil
Ludo
Gillian Welch - The Harrow & The Harvest
Gr.R.
Revocation - Chaos of Form
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Fink - Perfect Darkness
André
Phaeleh - The Cold In You
Prikkie
Foo Fighters - Back And Forth (dvd)
Janineka
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
Stonehead
Nero - Welcome Reality
DubbelMono
Meindert Talma - De Zee Roept
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
Work Of Art - In Progress
Het debuut van Work Of Art was in 2008 een aangename verrassing. Artwork bood poppy AOR die aan Toto, Survivor en Pride Of Lions deed denken, met zanger Lars Söfsund als blikvanger in prima opgebouwde songs. Dat recept is ook op In Progress terug te vinden. In een genre als AOR heb je dan altijd het risico dat de songs nogal volgens een vaste formule geschreven worden. Zo niet bij Work Of Art. Gitarist/toetsenist/songschrijver Robert Sall - die zich eerder onderscheidde met het W.E.T.-project met Jeff Scott Soto - weet namelijk steeds hooks en riffs tevoorschijn te toveren die je acuut de song in trekken. Bovendien zijn die onderscheidend genoeg om je niet te vaak aan songs van andere bands te doen denken. Toch is er wel iets veranderd ten opzichte van het debuut. Zo nu en dan wordt er namelijk een tandje bijgeschakeld en wordt de toch al redelijk heavy productie benut om het geheel nog wat extra bombast mee te geven. Het resultaat gaat een stapje verder dan poppy AOR en doet dan eerder aan werk van Terry Brock denken, vooral dat met Slamer. "Until You Believe" is bijvoorbeeld een powerballad van formaat met wellustig gierend gitaarwerk van Sall en ook "The Great Fall" en "Castaway" zijn groter dan groot. Het maakt de gereedschapskist van Work Of Art alleen maar uitgebreider, want ook in de categorie compacte poppy rocksongs blijven ze erg goed. Work Of Art is het kunstje ver voorbij en klopt aan bij de eredivisie van de AOR. Dat ze het zelf omschrijven als In Progress belooft veel voor de toekomst.
File Under: Het kunstje ver voorbij
File Audio: [ArtSpace]
File Video: ["The Great Fall"]
Rocket To Memphis - Jungle Juice
Psychobilly, Tiki - die rare hype uit de jaren vijftig die naar Hawaii en de Stille Zuidzee verwees - , een vrouwelijke bassiste, de Elvis-grijns , mooie kuiven, kleding en een prachtige Gretsch-gitaar; de openingstrack heet 'I’m Bad', even verder komen we 'I’m on Fire', 'Black Cat Fever', 'Hoodoo Jive' en 'Zombie Rumble' tegen. De Australische rockers van Rocket To Memphis (die naam is het nog het leukst, inclusief de knipoog naar die derde van de Ramones en het betreurde Rocket From The Crypt) hebben alle codes begrepen en uitgevoerd. Ook de pseudoniemen kloppen: 'Betty Bombshell', 'Razor Jack Memphis', 'Voodoo Viv' en 'Shotgun Pete'. Alleen is er iets grondig misgegaan: ze hebben teveel hun best willen doen. Elk detail is zo netjes en keurig in de verf gezet dat alle leven er uit is verdwenen. En dat hun liedjes niet zo goed zijn, dat de zang vooral erg vlak klinkt - geen seconde geloof ik Betty Bombshell in 'I’m Bad' - dat valt ook hun producer te verwijten. Want dat is Matt Verta-Ray (onder meer Heavy Trash), iemand die zo’n ervaring en postuur heeft dat hij Rocket To Memphis voor deze mislukte lancering had moeten behoeden.
File Under: Ruimtevaartprogramma Australië mislukt
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album launch]
GEM - Hunters Go Hungry
Het valt niet mee om Rocker In Holland te zijn. Je begint aan een bandavontuur, maar gaandeweg vallen je bandleden weg. Daar sta je dan, in dit geval Maurits Westerik van het Utrechtse GEM. Ik denk dat menigeen de handdoek zelf ook in de ring had gegooid. Westerik is echter uit ander hout gesneden en brengt album nummer vier uit, getiteld Hunters Go Hungry. De rock uit de beginjaren was langzaam al wat afgezwakt naar een poppier sound, maar het bleef herkenbaar als GEM. Op Hunters Go Hungry wordt de lijn van lekker in het gehoor liggende popliedjes doorgetrokken naar invloeden uit de Amerikaanse Westcoast , zoals we die ook horen bij die andere Excelsiorartiest, Tim Knol. Het thema van dit album is het zoeken naar het doel. Terwijl zoektochten van onrustig zijn, is het muzikaal minder onrustig. Het klinkt alsof Westerik rust gevonden heeft, niet meer de rocker uit wil hangen. Dat klinkt misschien wat negatief, maar dat is zeker niet de bedoeling. Op Hunters Go Hungry staan weer prachtige liedjes, zoals de eerste single "Call Me Down To Ohio", "Easy To Review" (met Matthijs van Duivenbode op toetsen) en "I Believe It´s Better To Move On" (zei daar iemand dat Daryll-Ann weer bij elkaar is?). Op Into The Great Wide Open zal de eerste officiële presentatie zijn van een nieuwe episode in het GEM-avontuur.
File Under: Rocker In Holland Deel 4
File Audio: [MySpace]
File Video: [Call Me Down To Ohio]
File Twitter: [Twitter]
Cage The Elephant
Het stond behoorlijk vol rondom de India-tent op Lowlands dit weekend, toen Cage the Elephant optrad. Zanger Matt Shultz duikelde over het podium en maakte net zo'n onberekenbaar ruige rockband-indruk als dat hij op plaat klinkt, ook al klinkt zijn uithaal in het refrein van "Aberdeen" live wel wat ieler.
Ik ben al langer fan van de band. Misschien omdat ik net te jong ben om Nirvana actief beleefd te hebben; de manie rondom de Pixies destijds - de band waar Cage the Elephant voortdurend mee vergeleken wordt - is dus al helemaal aan me voorbijgegaan. Op Twitter gaan al langere tijd geruchten dat Pitchfork zou weigeren Cage the Elephant te recenseren omdat het teveel lijkt op muziek van destijds, alsof het een coverband of een aftreksel zou zijn. Daar trek ik me bij voorbaat overigens niks van aan, want ik ben het zeer regelmatig met die site oneens.
Lees verder..Wild Nothing - Gemini
Als Pitchfork het jaar in lijstjes samenvat blijken er keer op keer nog pakweg 47 indie-bands te bestaan waar ik nog nooit van heb gehoord. Van de schade inhalen komt meestal weinig terecht. Bovendien heb ik altijd het gevoel dat de grote klapper meestal toch komt bij synchroon uitgebrachte releases, zie Deerhunter. Een beetje geduld volstaat ook, want Gemini van de Wild Nothing verschijnt met ruim een jaar vertraging alsnog in Europa. In elk geval in levende lijve, want de band speelt op Into The Great Wide Open. Niet zo vreemd, want poppy shoegaze doet het al een tijdje goed. Gemini begint met een uitgebreide fade-in, een passende genre-truc om de luisteraar het volume flink op te laten schroeven. Niettemin blijven noisy gitaar-partijen uit, meefluitbare synthesizers spelen hier een grotere rol. Het zou me niet verbazen als we de band, net als Wavves, snel in een auto-reclame aantreffen. Eenmansproject Wild Nothing bestaat pas twee jaar, en excelleert in bezwerende herhaling. Veel liedjes zijn opgebouwd rond een repeterend keyboardpatroon, waaromheen een slackerend liedje wordt opgetrokken. Ook de vocalen zijn lijzig, soms op het ongeïnteresseerde af, alsof ze met reden achterin de mix verstopt zitten. Gelukkig staan daartegenover een paar lekkere knallers. "Summer Holiday" doet denken aan de jongste plaat van Chad Vangaalen, en heeft een fijne New Order-hook. Die laatste invloed duikt tot mijn tevredenheid vaker op, met name in hoogtepunt "Bored Games", een liedje voor de terugreis na een eighties-rave, met een leuk meisje op je netvlies. Bliepjes en drummachines echoën nog na. Pitchfork hield het in hun 2010 singles-lijst op "Chinatown", een uitgeslapen en concreter nummer; daar krijgen we er op de volgende grootschalige release vast meer van.
File Under: Retro-hip
File Audio: [Wild-Space]
Hanggai - He Who Travels Far
Moderne tijden, ik ben er maar wat blij mee. Vooral met dat internet, dat gaat nog eens heel groot worden! Mede door het internet stroomt bij wijze van spreken, met een druk op de knop de meest exotische muziek je woonkamer binnen. Of waar je computer dan ook staat. En ik vind het prachtig. De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met Mongoolse keelklanken was in de vorige eeuw. Een vriend was in Tibet geweest en had een cd meegenomen met door monniken gezongen rituele liederen. Ik was gelijk gegrepen. Maar er was nauwelijks aan te komen hier. Wat later druppelden gelukkig bands als Yat-kha en dus nu Hanggai binnen. En nog steeds blijf ik gegrepen door de zang. Maar ik houd wel van drones. Hanggai is zelf ook van de moderne tijden, want zij combineren de keelzang met moderne muzikale invloeden. En klinkt daarmee iets minder exotisch, maar niet minder goed. Muzikaal heeft het wel wat weg van de americana van Woven Hand, maar de zang geeft het net dat extra sausje. En de Chinese referenties, die zo her en der opduiken. De band stond al op Lowlands en staat binnenkort op Vlieland, in het bos. Een aanrader voor eenieder wiens Americana wel wat exotischer mag
File Under: Moderne keelzang…
File Audio:
Scott Matthew
Soul in the solar plexus
Inleiding
Hij staat buiten te roken. Er is wel wat belangstelling in Nederland voor de in Australië geboren en in New York wonende Scott Matthew, maar deze is niet overweldigend. Ik ben groot fan en heb mijn interviewpak weer eens uit de kast getrokken. Matthews fanschare is waarschijnlijk het grootst in Duitsland, waar ook zijn platenlabel Glitterhouse huist. Hij kreeg er naar aanleiding van zijn vijf briljante liedjes voor de film Shortbus (US, 2006, John Cameron Mitchell) een contract voor drie albums. Op 13 juni verschijnt Gallantry's Favorite Son, waarmee Scott Matthew deze reeks van drie afsluit. Als ik me heb voorgesteld, dooft Matthew zijn net opgestoken sigaret. Ik zeg hem dat dat niet hoeft, dat ik wel even zal wachten. 'I am smoking to much anyway,' geeft hij toe. Ik zie enige schaamte, die ik vooralsnog negeer.
Foo Fighters - Back And Forth (dvd)
Enigszins verbaasd zag ik de dvd Back And Forth over Foo Fighters uit de envelop komen rollen. Ik had deze documentaire namelijk al drie keer voorbij zien komen, tweemaal op BBC4 en eenmaal op Nederland 3. En jawel, afgelopen zondag ook al op de Belg. Maar zal ik u eens iets vertellen? Ik heb de documentaire ook vier keer zitten bekijken en geheid dat ik in de toekomst deze dvd ook nog eens de speler in zal schuiven. Na zestien jaar en zeven studio-albums was er genoeg materiaal voor een documentaire. Over de start als eenmansproject, de groeistuipen van de band, inclusief knallende ruzies en wat eigenlijk in 2002 het laatste optreden van de band had moeten zijn op Coachella tot het eerder dit jaar verschenen Wasting Light. En het is geen kritiekloos commercieel vehikel bovendien. Drummer William Goldsmith komt aan het woord over zijn weinig cermoniële vertrek uit de band - Grohl was zijn drumpartijen voor The Colour And The Shape aan het overdoen terwijl Goldsmith van niets wist -, Franz Stahl zag zijn verblijf al snel be&eindigd worden, Pat Smear die wel/niet/wel in de band zat, alle personele onrust komt aan de orde. Gaandeweg krijg je ook inzicht in de keuzes die ten grondslag lagen aan de werkwijze bij de verschillende albums. Dat alles begeleid door de ene na de andere knaller van een rocksong - zodat je, ook als je de albums niet altijd even goed vond, wel moet constateren dat Foo Fighters in de loop der jaren toch wel erg waanzinnige rockers heeft opgeleverd. Leuk detail: "Enough Space" van The Colour And The Shape was geschreven op het ritmisch springen van het publiek bij Europese concerten. Tot slot komt het maken van Wasting Light uitgebreid in beeld. In de garage van Dave Grohl, terwijl ook de bandleden hun gezinnen hebben meegenomen. Een hoog schattigheidsgehalte heeft de scene waarin een van Grohls dochters haar een ritmepartij inspelende vader met een beleefd maar niet aflatend vingertje op zijn schouder tikt om hem te herinneren aan de afspraak om met haar te gaan zwemmen. Grohl grijnst en zegt dat hij nog even moet werken maar dat hij dan mee komt zwemmen. Dochterlief neemt daar genoegen mee en wandelt weer weg, een ruimte vol schaterende grote muzikanten achterlatend. Back And Forth is een prachtdocumentaire over zestien jaar Foo Fighters, waarin je veel te weten komt over de totstandkoming van de band en de albums - zonder technische details - en de achtergronden en drijfveren van de muzikanten enigszins leert kennen, zonder dat het een veel te glad marketingverhaal wordt. Prachtig!
File Under: De eerste zestien jaar in beeld en geluid
Leprous - Bilateral
Het had weinig gescheeld of ik had de vorige cd van Leprous in mijn opruimwoede compleet gemist. Stel dat dat gebeurt was, dan was ik bij het beluisteren van hun nieuwe, derde cd Bilateral compleet overdonderd geweest. En dan vooral door het feit dat een band zo geweldig als deze al aan zijn derde cd toe is en dat ik er nog nooit van gehoord had. Want Bilateral kent qua progmetal-cd zijn gelijke niet tot nu toe dit jaar. Geniaal? Waarom niet! Bilateral is niets minder dan dat. Tenminste als je bij het beluisteren van je progmetal graag verrast wordt door een band die buiten de lijntjes kleurt. En bijvoorbeeld niet terugdeinst om in het dwarse "Thorn" in plaats van een gitaar nukkig koperwerk in te zetten voor een solo. Dat kan met gemak behoorlijk idioot klinken, maar in dit geval past het dus precies. Sowieso klopt eigenlijk alles op Bilateral. De songs (tien tracks vol verrassende insteken zonder freaky moeilijkdoenerij), de totale lengte (uurtje), de invloeden (Opeth, Pain Of Salvation, Tool, maar wel een eigen smoel), maar ook de hoes (van Mars Volta-huistekenaar Jeff Jordan) is puik. Een extra pluim moet uitgedeeld worden aan de gedreadlockte zanger Einar Solberg die nog meer dan op Tall Poppy laat horen een ongekend bereik te hebben en variatie uitstrooit over zijn luisteraars. Hij doet niets onder voor Pain Of Salvations Daniel Gildenlow. Dat is ook wel nodig om de dynamiek en bombast die Leprous je toestopt nog beter vorm te geven.
File Under: Met een kus van de juffrouw
File Audio: [MySpace]
Peter Broderick
Op de rijpe leeftijd van 24 heeft sessiemuzikant en singer-songwriter Peter Broderick een discografie waar de meeste artiesten van blozen. De muzikale duizendpoot startte zijn loopbaan in Portland met bands als Horse Feathers en Norfolk and Western. Sinds 2007, toen de Deense band Efterklang hem via MySpace vroeg om zich bij de band te voegen, leidt Peter een nomadisch bestaan in West-Europa. Sinds anderhalf jaar leeft de Amerikaan in Berlijn. Peter: ‘Het is een perfecte basis voor iemand als ik, die voortdurend heen en weer aan het reizen is.’ Het woord ‘project’ komt vaak voor in het vocabulaire van de charismatische Broderick. De zoektocht naar nieuwe artistieke uitdagingen lijkt voor hem haast onafgebroken: met een oeuvre dat uiteenloopt van neo-klassieke pianomuziek tot akoestische kop en staart-liedjes.
Lees verder..Pete and the Pirates - One Thousand Pictures
Het heeft behoorlijk wat jaren geduurd voordat het Engelse Pete and the Pirates blijkbaar de inspiratie vond om een vervolgplaat uit te brengen. Drie jaar maar liefst lieten de springerige Britten hun fans wachten. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: het was het wachten waard. One Thousand Pictures borduurt niet slechts voort op de succesvolle aanpak van debuut Little Death, maar gaat verder waar die ophield. Zo voegden ze aan hun aanvankelijk behoorlijk standaard Britpop hier en daar wat synthesizers toe, meestal toch wel met succes, ze bedachten meer rustige en melodieuze liedjes ter afwisseling van de uptempo nummers, en hun teksten werden wat persoonlijker en verhalender. "Half Moon Street", het beste en spannendste nummer van de cd, over een drinkend echtpaar, is daar een fraai voorbeeld van. Pete and the Pirates klinken eigenlijk steeds meer zoals The Kinks dat ooit deden, bedenk ik me nu. Een tikje brutaal, een tikje gek, een tikje geniaal, maar boven alles ontzettend Brits. Uitschieters die zouden kunnen dienen als single, nee, die vind je hier niet op, maar voor liefhebbers van goede Britpop is dit alleszins een album om een of zelfs meer kansen te geven.
File Under: Britpop on the move
Bass Drum Of Death - GB City
Er wordt wel eens gefluisterd dat rock ´n´ roll zijn einde nadert en dat in de rockmuziek alles wel zo´n beetje gedaan is. Ik heb echter het gevoel dat het allemaal nog wel los zal lopen. Er staan immers steeds weer nieuwe bandjes op die klinken alsof ze het wiel aan het uitvinden zijn. Bass Drum Of Death (BDD) komt uit Mississippi en is niet bang voor een beetje herrie. Gitarist/zanger/songschrijver John Barrett heeft inmiddels in drummer Colin Sneed een medestrijder gevonden. BDD heeft wel wat van de Wavves, door de garagerock maar ook door de surfsound. Luister maar eens naar "Spare Room". Verder zijn er nog wel links te leggen met The White Stripes, Jay Reatard en de Ramones. Vuig, energiek en dat in elf tracks die een totaallengte kennen van ruim een half uur. Dat mag best met een knorrende en piepende gitaar en een zanger die ondergedompeld is in de sound om bijna schreeuwend zijn plaats op te eisen. De grote massa zal dit nooit begrijpen, maar het album GB City bewijst dat rock ´n´ roll toekomst heeft.
File Under: Jonge jochies hebben de toekomst
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Get Found]
File Twitter: [Twitter]
Hell's Kitchen - Dress To Dig
Binnen een paar seconden na het opzetten van Dress To Dig greep ik weer naar het achteloos opzij gelegde hoesje: is dit een project van Nick Cave? Opener 'A Good End' klinkt alsof Cave in zijn woonkamer een bluesje uitprobeert, zozeer lijken de openingsvocalen. Maar het is Bernard Monney, voorman van Hell’s Kitchen. Een rammelbluesband uit Zwitserland, al brengen ze hun platen ze niet uit op het erkende tehuis voor dit soort muziek uit hun thuisland, Voodoo Rhythm. Dat is minder vreemd dan het lijkt. Want de naam Hell’s Kitchen suggereert dat ze bij satan zelf de mosterd bereiden, maar ze klinken eerder theatraal dan vies, vuig en ranzig. Of teveel beïnvloed door Tom Waits of iemand als Johnny Dowd, zou je kunnen zeggen. Helaas missen ze de absolute kwaliteit van deze twee, maar een stevige hand vol goede nummers kent Dress To Dig zeker: opener 'A Good End', 'Teachers', 'Wait' en 'Never Being Able' zijn toppers in het genre. Hun grootste kwaliteit is wellicht dat ze hun nummers puur en authentiek laten klinken, zonder Howlin’ Wolf of andere grootheden precies te kopiëren. De eerder genoemde namen - inclusief Nick Cave - zijn goede referenties, maar denk ook aan de vorige band van Andre Manuel, Krang.
File Under: Vuilnisbakkenblues
File Audio: [MySpace]
File Video: [Teachers]
Male Bonding - Endless Now
Heel veel heeft Male Bonding niet gesleuteld aan haar geluid. Finetunen, dat is wat voornamelijk ze gedaan hebben bij het opnemen van hun tweede cd Endless Now. Met hier en daar een klein sprongetje naar links of naar rechts. Zo heeft "Bones" de eerste single een lekker hoekige punkrock drum en met uitgesmeerde lagen shoegazy vocalen met eigenlijk altijd een kwak vervorming. Een beetje wicked en in de basis misschien heel simpel, maar wel een liedje dat rond blijft zoemen in je hoofd als het er eenmaal in zit. Daar hebben ze sowieso patent op, want na een hobbelig bassriffje als intro is openingstrack "Tame The Sun" ook zo'n oorwurm. Simpel maar doeltreffend. Precies zoals ze op hun debuut-cd lieten horen, maar net wat geraffineerder. Sommigen zullen daar over vallen (vroeger was immers altijd beter), maar je kunt Endless Now onmogelijk scharen in de categorie 'moeilijke tweede cd'. Daarvoor klinkt de plaat van deze Londenaren veel te soepel. Al is dat misschien ook best eenvoudig bij hun gemakkelijk in het gehoor liggende mix van shoegaze en rammelende garagegitaarsound. Toch moet je dan nog steeds wel het talent hebben om die liedjes te schrijven. Dat ze dat hebben laten ze op bijna nonchalante wijze 37 minuten lang horen. Al gok ik wel dat de songs vanaf het podium met meer felheid gebracht zullen worden. Dan kan de akoestische ballade "The Saddle" mooi gebruikt worden om even op adem te komen.
File Under: Op dezelfde voet doorgaan.
File Audio: [Tame The Sun][Bones][MySpace]
Various Artists - Embrace The Sun
Muziek ten bate van het goede doel, ik vind het meestal een bijsmaakje hebben. Sir Bob Geldof was zonder Live Aid geen Sir geweest en niet meer dan een matige zanger van een aardig bandje. Voor zijn eigen glorie schijnt hij mede-initiatiefnemer Midge Ure (Ultravox, Thin Lizzy) weinig subtiel aan de kant geschoven te hebben. Anderzijds kun je ook redeneren dat muzikanten er in elk geval iets voor doen en aandacht genereren, waar ze ook achterover zouden kunnen leunen en niets doen. Lars Eric Mattsson van Lion Music heeft ten behoeve van Japan (na de aardbeving en tsunami) flink uitgepakt met een dubbel-cd met meestal nieuw werk van artiesten uit eigen stal. En hoe! Maar liefst 28 acts, met onder andere Milan Polak, Locomotive Breath, Marco Sfogli, Jennifer Batten, MindSplit, Venturia, Section A, Iron Mask en en een gelegenheidsband, The Lions. De titeltrack door die gelegenheidsband bevat solo's van Milan Polak, Francesco Fareri, Daniel Palmqvist (Murder Of My Sweet), Simone Fiorletta (No Gravity), Dave Martone, Borislav Mitic, Franck Ribiere (Double Heart Project) en Lars Eric Mattsson - hoor ik daar iemand Hear'n Aid roepen? Milan Polak werkt voor zijn eigen track "End Of Time" samen met Ron 'Bumblefoot' Thal (Guns n'Roses), Kip Winger en Harem Scarems Harry Hess en Peter Lesperance. Een slimme zet van Mattsson is geweest dat hij de uiteindelijke productie voor zijn rekening genomen heeft, zodat die niet heel erg uiteenloopt van track tot track - al blijkt er een paar keer niets meer te redden aan een belabberd drumgeluid. Ik ben zelf niet zo'n liefhebber van verzamelaars omdat de stijlen zo uiteenlopen, maar ik kan niet anders zeggen dat ik deze met plezier beluisterd heb. Het is een mooie staalkaart van de progrock en metal die Lion Music biedt en het toont bovendien aan dat veel van de artiesten met het label meegegroeid zijn. Hoogtepunten zijn voor mij de bijdragen van Milan Polak, Ashent, MindSplit, Jennifer Batten en Astra. Wat je ook van het verschijnsel goededoelen-cd's vindt, het heeft een geslaagd album opgeleverd.
File Under: Rocken voor het goede doel
Lowlands 2011: Zondag Napret
Na een flinke hoosbui op de ochtend van de derde dag Lowlands ruikt het terrein zo mogelijk nog frisser. Gelukkig blijft verder noodweer en zelfs verdere regen uit en wordt het zondagmiddag vooral lekker benauwd warm. Perfect festivalweer dus. We trappen met stramme botten af in de India bij Erland and the Carnival. Voor een lome ochtend is de muziek net iets te gejaagd, maar de band zet een professionele set neer met ook een prachtige lichtshow.
Lees verder..William Elliott Whitmore - Field Songs
Wanneer je roots liggen in een klein stadje aan de Mississippi in Iowa en je als tiener al beide ouders verliest, heb je alle reden om de blues te zingen. De 33-jarige William Elliott Whitmore klinkt met zijn donkere, rauwe en doorleefde stem als een oude ziel in een jong lichaam. Zijn eerste drie albums zijn een soort trilogie die handelt over verlies en verwerking en op Animals In The Dark uit 2009 trekt hij fel van leer tegen het politieke tijdperk van Bush in Amerika. Op zijn vijfde cd Field Songs gaat hij terug naar zijn roots in Iowa. Whitmore is grootgebracht op een boerderij waar hij nu nog steeds woont. Het leven op de boerderij en het zware lichamelijke werk wat daarbij hoort loopt als een soort van therapie voor persoonlijke sores door de acht songs op Field Songs. Waar tegenwoordig iedereen zijn hart uitstort via social media, verwerkt William Elliott Whitmore zijn shit in de natuur rondom zijn boerderij. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Spaarzaam begeleid door banjo, overwegend akoestische gitaar en soms basdrum en ondersteund met omgevingsgeluiden van rondom zijn boerderij, lijkt het alsof Whitmore de blues/folksongs van Field Songs letterlijk in het veld opgenomen heeft. Was de sfeer op de eerste vier platen overwegend somber, op Field Songs is de toon optimistischer van aard en wordt de blik op de toekomst gericht in plaats van op het verleden. Geen pijn, ("Not Feeling Any Pain"), niet terugkijken ("Bury Your Burdens in The Ground") maar geloven in je eigen kunnen ("Let's Do Something Impossible") en in een hoopvolle toekomst ("We'll Carry On").
File Under: A working class hero is something to be
File Audio: [MySpace]
File Video: [William Elliott Whitmore over Field Songs]
Week 34, 2011
Storm
Male Bonding - Endless Now
Ewie
Edward Sharpe and the Magnetic Zeros / Seasick Steve @ Lowlands.
Ludo
My Morning Jacket - Circuital
Gr.R.
Revocation - Excistence Is Futile
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Dananananaykroyd - There Is a Way
André
Phaeleh - The Cold In You
Prikkie
Hokie Joint - The Music Starts To Play
Janineka
Fionn Regan - 100 Acres Of Sycamore
Stonehead
Nero - Welcome Reality
DubbelMono
Sing Sing Radio @ Bretagne
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
Bombay Bicycle Club
Lowlands 2011: Zaterdag Napret
Zaterdagmiddag wordt de middag dat ik en een deel van Lowlands smelt. We smelten voor Eefje de Visser, die voor een volle Lima het begrip ontwapenend naar een hoger niveau tilt. Eefje begint met een ingetogen nieuw nummer, "Rome", en speelt vervolgens een uitgebalanceerde mix van rustige en dansbare tracks van haar debuut De Koek. Het is ontroerend om te zien hoe Eefje minstens net zoveel van het enthousiaste publiek geniet als het publiek van haar. Een van de leukste en charmantste optredens die ik ooit op Lowlands zag.
Lees verder..Hokie Joint - The Music Starts To Play
'Taking The Blues To The Masses' is de slogan die Hokie Joint op z'n site heeft staan. Dat dat wellicht een wat te beperkende kreet is hebben ze zelf ook door. In de eerste twee alinea's op de site wordt dan ook gesproken van roots, blues/rock, Oosteuropese folk, Britse rhythm & blues en rock 'n' roll. Terecht, want de blues mag dan wel de basis zijn van wat deze Engelsen ten gehore brengen - regelmatig benadrukt door lekkere mondharmonicapartijen of slidegitaar -, maar het is veel meer dan dat. Van bijna poppy huppelende wijsjes tot Deltablues en alles daar tussenin, Hokie Joint heeft het in huis. Gemene deler is dat het nergens bedacht of gemaakt klinkt. Integendeel, de liedjes deugen en de uitvoeringen zijn stiekem heel knap en vlekkeloos en toch sfeervol. Bij mij komen er associaties langs als Tom Waits en de Rolling Stones, maar ook Dexy's Midnight Runners en Camper Van Beethoven. Het is het ultieme amalgaam van Britse rock, Americana en Europese pop. Eerder dit jaar openden ze het Moulin Bluesfestival, maar met het grootste gemak hadden ze ook op Pukkelpop of Lowlands kunnen staan. Eerlijk gezegd verbaast het me dat de band niet al veel breder is opgepikt, want ook het indiepubliek moet zich uitstekend kunnen vermaken met The Music Starts To Play. Hokie Joint is namelijk vooral een rockband in de ruimste zin van het woord. Voor veel oren geschikt, zonder concessies te doen aan de muziek.
File Under: Stijlvolle allemansmuziek
File Audio: [o.a. sample van de titelsong][hele cd op de Luisterpaal]
La Chiva Gantiva - Pelao
Bruxelles ligt in Frankrijk, althans dat staat op de MySpace-pagina van La Chiva Gantiva te lezen. Weten we dat ook weer. Eigenlijk had ik gedacht dat dit zevental in Frankrijk woonde, het land van Mano Negra en Les Négresses Vertes. La Chiva Gantiva is echter niet geheel Belgisch. Er zit ook Chileens, Frans en Colombiaans bloed in. Hoe kan het ook anders met zo´n werelds geluid die de band zelf beschrijft als een samensmelting van Afro-Colombiaanse ritmes met latin-, afrobeat-, funk- en rockinvloeden. Pelao bruist van de energie en lijkt alleen maar als doel te hebben de zaal op de kop te zetten. De elf tracks worden er behoorlijk up-tempo feestend doorgeragd en pas als de bijna veertig minuten om zijn kan ik weer adem halen. Onlangs stonden ze succesvol op de Nijmeegse Affaire en ik voorspel je dat dit een vette clubcircuithit kan gaan worden. Een beetje een tweede Babylon Circus. Ondanks dat ik dit wel typische muziek vind die je live mee moet maken, is het zo kaal zonder beeld ook prima te verteren. De productie is helder en je hebt het gevoel dat het live ingespeeld wordt. Beter kan het denk ik niet. Gezien de titel Pelao, dat failliet betekent, zou dit wel eens de soundtrack kunnen worden van de ondergang van onze Westerse economie.
File Under: Gewoon door blijven feesten
File Audio: [MySpace][Soundcloud]
File Video: [Hun videokanaal]
File Twitter: [Twitter]
Joan As Police Woman
Lowlands 2011: Vrijdag Napret
Hoe je het ook wendt of keert, de eerste uren van mijn Lowlands 2011 staan toch behoorlijk in het teken van het drama op Pukkelpop. De gebruikelijke euforie wordt overschaduwd door de vreselijke berichten en beelden uit België. Maar de mens zit vreemd in elkaar en met behulp van de doorgebroken zon begint vrijdagmiddag toch gewoon weer een gezellig Lowlands. Vooral het oudere dj-echtpaar dat pal achter de poorten staat opgesteld en met serieuze blik hitjes uit de jaren tachtig draait, brengt meteen bij binnenkomst goed de sfeer er in.
Lees verder..Acid House Kings - Music Sounds Better With You
Kent u het dansje dat Molly Ringwald in The Breakfast Club doet? Misschien wel de beroemdste scène in de eighties-klassieker van John Hughes. Deze houten klaas heeft het niet getest, maar volgens mij kun je die move op Music Sounds Better With You een plaat lang doen. De Zweedse Acid House Kings doen geen covers van dance-classics, maar superopgewekte drie minuten-popliedjes. Situeer ze in de hoek van Allo Darlin', Camera Obscura en The Essex Green, en u kunt raden welke Schotse band hier grote invloed had. En zoals het goede Zweden betaamt zijn de nummers ambachtelijk gebakken; consequent is het refrein bijvoorbeeld raak, en, zo ga je vermoeden, bewust beter dan het couplet. Een jongen en meisje wisselen elkaar af op vocalen, waarbij het bekakte zangeresje (The Carpenters!) voor mij op punten wint. "Would You Say Stop?" bijvoorbeeld, dat begint met een fluitsolo en dan doordendert (met klepperende castagnetten!) naar een uitgelaten refrein. Ja, een beetje Roze Zaterdag is het wel hoor. Al heeft het voorzichtig rockende "Under Water" nog wat weg van The Raveonettes. Ministars-shoegaze! Eigenlijk zeggen titel en refrein van "(I'm In) A Chorusline" alles. Jippie, ik mag het refreintje zingen vanavond! (Is mijn vrije vertaling.) Moet ik nog zeggen dat er een liedje opstaat dat "I Just Called To Say Jag Älskar Dig" heet. Van alle fout-perfecte popliedjes is afsluiter "Heaven Knows I Miss Him Now" misschien wel het beste. Een schaamteloos gejatte intro-riedel, recht uit het oeuvre van ABBA, een refrein vol uitgelaten belletjes, en een briljant middle eight waar die referentie naar Stardust toch nog even voorbijkomt. Zo oppervlakkig als wat, maar ja, je wordt er stiekem toch gelukkig van.
File Under: Meer Twee dan Tweety
File Audio: [Acid-Space]
Jookabox - The Eyes Of The Fly
Nog geen vier jaar oud en we moeten al afscheid nemen van de band Jookabox. David "Moose" Adamson is de man achter deze knotsgekke formatie, die met The Eyes of the Fly dus hun laatste ei hebben gelegd. Adamson heeft niet stilgezeten en heeft inmiddels al als 'DMA' een solo-album uitgebracht: Drem Beb. Naast de opvallende titels is ook de muziek van Jookabox behoorlijk bizar. Opener "Man-Tra" bestaat voornamelijk uit een beukende beat met hysterische, vervormde zang. Enige vorm van melodie is ver te zoeken en het tempo is continu gejaagd. Na vier nummers heb ik vooral de neiging om Adamson een paar kalmerende middelen in de strot te duwen. Er gebeurt simpelweg te veel op The Eyes of the Fly en de ongecontroleerde en geforceerde hectiek gaat al snel behoorlijk op de zenuwen werken. Live zal het misschien nog wel een aardige ervaring of schouwspel kunnen opleveren, maar zo vanuit de stereo is het een dodelijk vermoeiende plaat die ik hopelijk niet nog eens hoef te horen. Hopelijk vindt Adamson solo de rust die zijn muziek in ieder geval heel hard nodig heeft. Zijn tweet van eind juli is opvallend: 'Fans of Jookabox, now like Moose's new solo project, DMA. It involves scrimp, screets, and mom-dancing.' Vreemde vogel die DMA.
File Under: Druktemakert
File Audio: [MySpace]
File Video: [Drops]
File Twitter: [Twitter]
Pukkelpop 2011: the aftermath 1
Terwijl de persconferentie van de afgelasting van Pukkelpop op de Belgische tv langskwam, komen bezorgde berichten langs op de FileUnder-mailinglist (is alles met TheLeonKing oké? - ja) en ben ik mijn tas met gemengde gevoelens aan het inpakken voor Lowlands. Op de plaats waar zoveel slachtoffers gevallen zijn (op het moment van schrijven vijf en drie vechten er nog voor hun leven), kan geen sprake meer zijn van feesten. De totale communicatiechaos rond negen uur gisteravond op Twitter, of het festival nu nog doorging of niet, bleek deels opzet om geen massale uittocht maar een rustige evacuatie te bereiken. Maar daar zullen de concertgangers vast niet zo over denken. Zonder gsm-bereik ontstaat tegenwoordig al snel paniek.
Aangeslagen zat de organisator van Pukkelpop achter de microfoons zojuist. 'Het is de zwartste dag voor een festival ooit in België', zei hij, en de beslissing te stoppen was vooral een emotionele. Over financiële consequenties hadden ze het nog met niemand gehad - te vroeg.
Wie de mobiele Lowlands-app erbijpakt en het Twitter-'nieuws' van de artiesten bekijkt, ziet alleen maar rouw. Rise Against, Within Temptation, Flogging Molly, Fleet Foxes, James Blake, Chromeo, The Naked & Famous, The Wombats: iedereen leeft mee. Het is een raar idee dat deze mensen vandaag alweer op Lowlands aan het werk gaan. Het heeft impact. Natuurlijk. Maar ja, the show must go on.
Lees verder..HeadCat - Walk The Walk….. Talk The Talk
Terwijl het fysieke exemplaar nog onderweg was, besloot ik vast even te zoeken naar de namen van de componisten. Hè, wat, geen normale webpagina? Een verwijzing naar Facebook. Lekker is dat, dus voor informatie moet ik mijn gegevens afgeven aan een commerciële club die van mening is mijn gegevens te mogen verspreiden, zelfs als die in de smartphone van anderen staan. Steeds vaker zie je dat informatie alleen nog via Facebookpagina's te vinden is, terwijl het toch niet zo heel veel moeite is om wat informatie op een webpagina te zetten. Ik moest dus wachten om te weten te komen dat "Let It Rock" van The Head Cat (deze ronde ineens geschreven als HeadCat) inderdaad van Chuck Berry was en bovendien handelde over diens terugkerende personage Johnny B. Goode. Me dunkt dat dergelijke informatie bij het rockabillybandje van Motörheads Lemmy, drummer 'Slim Jim' Phantom van The Stray Cats en gitarist/pianist Danny B. Harvey van The Rockats belangrijk is. Niet minder dan tien van de twaalf songs zijn covers, van Chuck Berry, maar bijvoorbeeld ook van Robert Johnson ("Crossroads") en The Beatles ("You Can't Do That"). Walk The Walk...Talk The Talk is het eerste studio-materiaal sinds 2000. Toen namen de heren namelijk hun debuutplaat op - onder de naam Lemmy, Slim Jim & Danny B -, die in 2006 nogmaals werd uitgebracht onder de naam The Head Cat en de titel Fool's Paradise. Het klinkt van begin tot eind alsof de heren spontaan de studio ingesprongen zijn en alles in een paar takes op de band gekwakt hebben, zonder veel om productie te geven. Het is dan ook geen metal maar rockabilly. Een gelikte productie is dan wel het laatste wat je wilt. Motörhead-producer Cameron Webb zal er in elk geval weinig werk aan gehad hebben. De twaalf songs variëren bovendien in lengte van nog geen twee minuten tot amper drie minuten. De songs zijn overbekend, de uitvoeringen precies zoals je ze verwacht bij rockabilly, het enige dat je nog kan tegenstaan is de stem van Lemmy. Is dat niet zo, dan heb je aan Walk The Walk... Talk The Talk een fijn tussendoortje van de Motörhead-frontman. Niet meer, maar ook zeker niet minder.
File Under: Lemmy rockt een billy, kort, rauw en vermakelijk
Cage The Elephant - Thank You, Happy Birthday
Na meerdere draaibeurten valt het me op: Cage The Elephants Thank You, Happy Birthday valt in de categorie 'platen waarvan je naar verloop van tijd het eerste nummer gaat skippen'. Da's jammer, want zo'n eerste nummer da's toch een beetje het visitekaartje van je cd. "Always Something" is een raar mengelmoesje van fuzz en elektronica en wil bij mij maar niet lekker vallen. Nee, doe mij dan maar het tweede nummer. "Aberdeen", dat op Pixiaanse wijze uitpakt. Heerlijk! De gekte van Matt Shultz is net zo beklemmend als enthousiasmerend. Grillig stort hij zijn brainwaves over je uit in de dan nog volgende veertig minuten. Het zijn juist de momenten dat Shultz zich laat gaan die ik het gaafst vind. Dat hoeft niet per sé hard te zijn overigens. Al is de lawaaikant van Cage The Elephant wel hun sterkste, als ze iets gas terugnemen, komt het in een song als "Shake Me Down" ook nog lekker in your face over. Al laat "Rubber Ball" me wel degelijk bijna indommelen. Dat had van mij niet gehoeven. Met deze cd maakt Cage The Elephant meer dan met zijn voorganger een stap richting wat ze live laten horen. Al gaat Shultz daar nog net even een stapje verder. Letterlijk ook, want het hij staat vaker wel dan niet in het publiek. Maar een song als "Around My Head" nodigt ook uit om samen te zingen met je fanatieke aanhang.
File Under: Pixies Jr.
Antillectual - Start From Scratch!
Ik trok laatst maar de conclusie dat ik gewoon een haat-liefdeverhouding heb met punkrock. Waar ik niet van hou zit meestal in de hoek van de emocore, poppunk of skatepunk. Denk aan bands die een paar simpele akkoorden op de gitaar kunnen spelen, weinig afwisseling laten horen, en een overdreven en/of arrogante zanger hebben met felgekleurd haar die wat puberale teksten staat te brallen. Doorgaans hou ik toch meer van de energiekere en snellere hardcore variant. Het Nijmeegse Antillectual overtuigt me dat het eigenlijk niet zo zwart-wit is. De band, die wel wordt vergeleken met Propagandhi, Strike Anywhere en Rise Against, maakt namelijk een aangename mix van poppunk, emo en hardcore. Op Start from Scratch! lijkt de band wat bewuster op zoek te zijn gegaan naar de melodie met een vleug emo. Op nummers als "America's Worst Role Model" en "The New Jew" kan mij dat niet zo bekoren, maar er is verder eigenlijk weinig te klagen. Natuurlijk bevallen de snellere stukken me dan goed, maar de nummers zitten ook vol met oprechte en geloofwaardige sociaal en politiek betrokken teksten, zoals op "Kraken Gaat Door" dat gewoon in het Engels wordt gezongen ('Squatting continues'). Daarnaast vind ik de refreintjes best wel aanstekelijk. Zo zit het refrein van "Every Crisis Is a Moral Crisis" al een tijdje lekker in mijn hoofd te zoemen: 'Bring it on. Let's start from scratch!' Bovendien treedt de band veel op in Europa en de USA (regelmatig ook met bekende genregenoten) en dat kun je horen aan het strakke, routineuze en gevarieerde spel. Verder is de energie van de live optredens goed vastgelegd op dit album. Wat je dan van punkrock vindt is natuurlijk persoonlijk, maar Antillectual laat hier uitstekend zien dat er een verschil is tussen goedkoop entertainment en oprechte muziek van gedreven muzikanten.
File Under: Oprechte en gedreven punkrock
File Gezocht: [Bassist]
File Audio: [Stream het album of download het gratis of voor een vrijwillige bijdrage]
File Twitter: [Twitter]
Note To Amy - Mignight Arsons / Morning Ghosts
Nee, Note to Amy is niet een brief aan een vlieger voor een pas overleden soulzangeres. Note to Amy is een punkrockmetalband die alle aandacht verdient met het debuut Midnight Arsons / Morning Ghosts. Omdat ik vind dat er elke dag wat te vieren valt, heb ik gewacht tot de beste band om de hoek komt kijken om de ruimte op te eisen voor mijn honderdste recensie voor File Under.
Het Bossche Note to Amy is alweer een sinds 2005 bezig. Een tijdje terug al met de EP The Lady’s First Song. Tijdens een Slayer-concert in de Brabanthallen werd me gevraagd wat ik van de band en de EP vond. Ik antwoordde dat een combi van punk, rock en metal altijd mijn voorkeur heeft, maar dat ik zeer kritisch ben op goede melodieën, scherpe riffs, een logische spanningsopbouw per song, een overdonderende productie en bovenal vocalen die eigen zijn en behoorlijk flexibel. Het ontbreekt de gemiddelde Nederlandse band namelijk aan goede vocalen die emoties direct overbrengen en melodieën kunnen dragen.
Of ik Remco Tun, destijds de nieuwbakken vocalist wat vond? Ja, maar hij kan nog veel meer. Hij moest leren zijn timbre ten volle te benutten. Daarbij geruggensteund door goed op elkaar ingespeelde muzikanten die gezamenlijk muren kunnen optrekken en tegelijkertijd fragiel durven te zijn. Anno nu komt Note to Amy na jaren klussen, schaven en poetsen dan toch eindelijk met dit debuut. Met verve. Want, deze cd is krachtig en bevat alle elementen waarom een stel muzikanten hun emoties zou moeten kunnen omzetten in muziek. De heren hebben de tijd genomen om genres grondig te analyseren en deze voor hen te laten werken. Neem dus de intense kracht van de metal, de melodie, de emotie en de melancholiek van de rock en het compacte venijn van de punk en je komt uit bij het totaalgeluid van Note to Amy.
Tun heeft zijn zuiverheid en volume behouden. Hij mist net de donkerste laag waardoor Note to Amy als een Nederlandse Volbeat zou klinken. Remco Tun is een tandje lichter van toonaard. Maar, en dat maakt het verrassend en leuk, in een song als "Tidal Waves vs. Phantom Pain" heb je maar heel weinig fantasie nodig om in Note to Amy een tweede Ozzy Osbourne ft. Randy Rhoads te zien.Note to Amy voegt verder naadloos Ignite, AFI (zonder orkestrale bombast), Bad Religion, Danzig , oude Soundgarden, Thrice en Senses Fail toe aan zijn rijke punkmetal-oeuvre. Het venijn zit ‘m in de staart. Pas bij "Brandy Of The Damned” komt de synergie tussen de genres echt goed los. De instant-festivalhits “Your Name Here” en "A Wreck A Wreck A Wreck” nodigen uit tot meezingen omdat alles klopt. Tempo, instrumentarium en goed op elkaar afgestemde zangpartijen plus gastvocalen.
Deze honderdste recensie verdient een plek voor een uitzonderlijk goed album. Nu de populariteitspolls nog en de landelijke bekendheid.
File Under: Echte punkrockmetal van en voor liefhebbers
File Audio: [MySpace]
Fitz And The Tantrums - Pickin' Up The Pieces
Ik ging toch maar even de tracklist uitpluizen van Pickin' Up The Pieces. Op een bepaald moment begon ik namelijk aan mezelf te twijfelen. Had Fitz met zijn Tantrums nu wel of niet een hele zooi (mij dan wel weer onbekende) klassiekers opgenomen of had 'ie alleen maar het geluid van die classics ongevraagd geleend? Het laatste bleek na wat speurwerk het geval. Maar dat ik dacht aan het eerste, dat zou er in ieder geval op kunnen duiden dat Fitz stinkend goed zijn best gedaan heeft én daar bovendien prima in geslaagd is. Met zijn gitaarloze band (maar wel kek gierende orgels en diep denderende saxofoons!) bouwt Michael Fitzpatrick namelijk een puik feestje op Pickin' Up The Pieces. Zo'n feestje dat gebracht vanaf een podium zal resulteren in een zaal (of zoals Lowlands een tent) zweterige lijven en schorre kelen. Want op de een of andere manier zing je, zeker de stampers die de cd telt, zo mee. Daardoor zie je ook wat gemakkelijker door de vingers dat niet alle liedjes van het niveau zijn van de hitsingle "MoneyGrabber". Ik zou er bijvoorbeeld ook voor gekozen hebben de achtergrondkoortjes nog wat dikker aan te zetten, Fitzpatrick is namelijk niet de koning onder de blanke soulzangers. Voor mijn gevoel steken de achtergrondzangeressen hem namelijk regelmatig de loef af. Vooral zangeres Noelle Scaggs heeft een stem waarmee je je haar kunt föhnen. Net als de saxofoon van James King overigens. Die blaast zich in bijna alle tracks ook de longen uit het lijf. Het is een van de vele elementen die Pickin' Up The Pieces tot een meer dan smakelijke plaat maakt.
File Under: Voor alle feesten en partijen
File Video: [MoneyGrabber]
Miles Kane
Na zijn succesvolle loopbaan als zanger van The Rascals en de helft van The Last Shadow Puppets timmert Miles Kane nu flink aan de weg als solo artiest. Hij noemt het zelf de ‘old-school way’: geen grote hype maar vooral hard werken, kleine concerten doen zoals in Bitterzoet, fans voor je winnen, en zo opklimmen tot grotere zalen. Het album Colour of the Trap is inmiddels uit maar dit ging echter wel gepaard met grote onzekerheid. Miles vertelt dat zijn zelfvertrouwen laag was na het grote succes van The Last Shadow Puppets en het uit elkaar gaan van The Rascals. Het was vooral producer Gruff Rhys van de Super Furry Animals die in hem geloofde en hem het vertouwen gaf dat hij het kon. ‘Ik had hem een paar jaar geleden ontmoet op de Mercury Awards toen ik heel dronken was’, vertelt Miles. ‘Ik zei toen tegen hem, ooit wil ik eens met je samenwerken. Een jaar later stuurde ik hem mijn demo’s en hij gaf me al vroeg goede feedback. Ik heb heel veel aan die man te danken’. Nu het album uitgebracht is zit Miles stukken beter in z’n vel. ‘Opluchting is een te groot woord, maar ik ben enorm blij dat het zo goed ontvangen wordt. Het duurde zo lang om het goed te krijgen. Ik wilde geen slechte nummers erop dus daardoor nam het veel tijd in beslag. Interviews, foto’s en vooral optredens zijn mijn favoriete dingen om te doen dus het sloopte me wel om daar anderhalf jaar afstand van te moeten doen. Maar als ik terugkijk ben ik toch blij dat er een goed album uit is gekomen.’
Lees verder..Deleyaman - Fourth, Part Two
Waar een Part Two is daar is een Part One. Waar een Fourth is daar is ook een deel 1, 2 en 3. Uiteraard. Bij boeken, film of een tv-serie prefereer ik het om deze in de juiste volgorde tot me te nemen. In het geval Deleyaman zou ik de eerdere afleveringen tot mij kunnen nemen door ze aan te schaffen, maar dan moet het wel de moeite zijn. Helaas geeft Spotify niet thuis. Dan maar direct naar Fourth Part Two, waar ik al snel de indruk heb dat dit ook prima zonder eerdere kennis te doen is. Deleyaman heeft als thuisbasis Frankrijk met leden uit meerdere landen (Armenië, Amerika, Zweden en Frankrijk). Misschien dat dit verklaart waarom er uit allerlei voederbakken gegraasd wordt. Muzikaal word ik namelijk nog wel eens op het verkeerde been gezet. Zo denk ik aanvankelijk dat opener "Change Times" een ingetogen Kula Shaker zal laten horen, maar snel gaat het richting post-rock om dan niet in een climax te eindigen, maar met een donker Leonard Cohenachtige gedeelte. Als je deze ingrediënten als een vast gegeven neemt dan is het uit met het op het verkeerde been zetten, maar echt wennen doe ik er niet aan. En eigenlijk heb ik deze mix al eens beter gehoord, bijvoorbeeld door Templo Diez. Ronduit irritant is trouwens de Franse zangeres Beatrice Valantin die laat horen dat ze beter niet in het Engels kan zingen. Om maar eens een cliché te gebruiken: het kwartje wil hier maar niet vallen.
File Under: Stijlen aantrekkelijk mixen is ook een kunst
File Audio: [MySpace]
Seasick Steve - You Can't Teach An Old Dog New Tricks
Ik probeerde het me voor te stellen, maar het lukte me niet. Mijn vader die na zijn pensioengerechtigde leeftijd debuteert met een album en op zijn een zeventigste op Lowlands staat. Maar mijn vader was dan ook bijna een halve eeuw gewoon een leraar Aardrijkskunde en Steven Wold van de categorie twaalf ambachten dertien, ongelukken. Onder de naam Seasick Steve debuteerde hij in 2006 met Dog House Music en sindsdien heeft hij flink wat volk voor zich gewonnen met zijn rauwe, immer in tuinbroeken gebrachte, swampblues. Zijn nota bene bij Warner verschenen album I Started Out With Nothin’ And Still Got Most Of It Left werd goed ontvangen, maar verkocht volgens mij niet heel veel. Met You Can't Teach An Old Dog New Tricks gaat het volgens mij - terecht - wat beter. Het is, in tegenstelling tot wat de titel beweert wel degelijk een plaat die ietwat andere gezichten laat zien van Seasick Steve. Zonder overigens de essentie verlaten: BLUES in hoofdletters. De plaat start prachtig met een keer diep ademhalen en vervolgens de op straat geverfde stemgeluid van Steven (bijna net zo diep als die van Johnny Cash) in een verhalende song over zijn leven op straat. Het blijft echter niet rustig. Soepel wissel hij rockers en ballades met elkaar af, waarbij de energie echt uit je speakers spat als het gas vol open gaat. Hij krijgt hierbij onder meer hulp van John Paul Jones (op bas) die ook met hem mee op tournee gaat en dus voor het tweede achtereenvolgende jaar Lowlands aandoet. Het klinkt misschien raar, maar het tofste aan deze nieuwe cd vind ik niet eens de muziek. Het gaafste vind ik het afsluitende verhaal waarin Steve met zijn donkere stem vertelt zonder dat er (in eerste instantie) ook maar een noot gespeeld wordt. Ik houd van ouderen die hun verhaal vertellen zonder daarbij steeds te vertellen dat vroeger alles beter was. Dat klopt ook niet, want toen bracht Seasick Steve zijn muziek nog niet uit op cd.
File Under: Treasures.
File Video: [Met Triggervingert]
Pukkelpop 2011: Voorpret deel 1
Hoewel ik me tot muziek- en festivalliefhebber categoriseer, laat ik al enige jaren Neerlands befaamste happening Lowlands links liggen. Niet omdat ik het daar vervelend vind of dat ik er niet aan mijn trekken kom. Integendeel. Het Vlaamse Pukkelpop is voor mij gewoon een fijner alternatief. Meer muziek, minder gedoe eromheen. En de Belgische ambiance, hè. Vind dat maar eens in de Hollandse polder. Et voilá: zie hier de voorpret voor Pukkelpop 2011!
Lees verder..FM Belfast - Don't Want To Sleep
"Narcotic" van Liquido. "Girl" van Anouk. "AM180" van Grandaddy. "Par Avion" van FM Belfast. Irritant vrolijke muziek met een simpel melodietje dat véél te lang in je hoofd blijft zitten. Een jaar geleden zette de groep uit IJsland er de-Affaire nog volledig mee op stelten, en veel meer dan één notebook en een paar microfoons hadden ze er niet voor nodig. Op dit tweede album kunnen we vaststellen dat FM Belfast zich definitief als doel gesteld heeft zo irritant mogelijke oorwormen te schrijven. Zowat de enige tekst in het titelnummer is "I Don't Wanna Go To Sleep Either" en reken maar dat u dat live gaat meezingen. Die schril hoge zang in "American", het zeikerige "Mondays", dat lullige pianootje en al net zo puur-voor-de-sier-trompetje in diverse nummers... Het is dat "We Fall", "Noise" en "In Line" nog doordrenkt zijn in electro, anders had ik het album uit pure ergernis afgezet. Wat een kinderplaat zeg. En dan hebben Aqua en ABBA nog arrangementen, maar dit is puur effectbejag. Maar goed. Het zal live wel weer een feest worden.
File Under: Lalalalalalala
File Video: [Underwear]
VanVelzen
Derek And The Dominos - Layla And Other Assorted Love Songs
Soms verbaas ik me er wel eens over dat ik niet veel meer muziek via mijn vader ontdekt heb. Zelfs algemeenheden als The Beatles en The Rolling Stones heb ik niet via hem leren kennen. Ik neem het hem niet kwalijk hoor, ik kan met terugwerkende kracht zijn aanbod aan klassieke muziek (meer zijn ding) ook wel waarderen. Ik doe dat bij mijn zoontje heel anders. Die laat ik vrijwel continu voor hem nieuwe muziek horen. Muziek van nu en muziek van 'toen'. En hij weet dat ook prima te duiden. Zo noemde hij de Derek And The Dominos muziek voor opa toen ik hem Layla And Other Assorted Love Songs liet horen. Ik snap dat wel. Ook op deze deluxe-versie van deze monumentale plaat van Eric Clapton cs is de sound van de opnames gedateerd. Dat horen die vrijwel continu aan high quality opnames blootgestelde oortjes gelijk. Maar het mooie was dat, toen eerst "Bell Bottom Blues" en later "Layla" langskwamen, hij toch even bij mij kwam staan luisteren. Die jonge oren weten dus blijkbaar prima klassiekers te detecteren. Anders kun je Layla And Other Assorted Love Songs ook moeilijk noemen. Ik ken ze vanzelfsprekend niet allemaal, maar van de 'witte blues'-lp's is dit toch ongeveer de beste die ik ken. Hoe Clapton en Duane Allman samenspelen, maar ook elkaar de vliegen afvangen, is veertig jaar na dato nog steeds opwindend. Of het nu om de covers gaat of de eigen gepende songs, het is allemaal raak. Wat dat betreft is het razend jammer dat Allman vlak na de split-up een fataal ongeluk kreeg. Het maakte bij voorbaat een vervolg onmogelijk. Maar dit album kan nog flink wat generaties mee.
File Under: Veertig jaar jong
Lowlands 2011: Voorpret
Er was weer een hoop gemopper op de Twitters over de line-up van Lowlands 2011 en zelfs de organisatie gaf toe dat de oogst mager is dit jaar. Veel terugkerende artiesten, weinig verrassingen en vooral geen echt grote knallers. Terwijl de grootste fantasten nog steeds hopen op een verrassingsoptreden van Radiohead, wezen de grootste zuurpruimen met een jaloerse 'waarom hullie wel' blik naar de betere programma's van Pukkelpop en Haldern.
Ilse DeLange
Caro Emerald
Portugal. The Man - In The Mountain In The Cloud
Falsetstemmen en ik zijn niet de allerbeste vrienden. Zo gruwel ik van Mika en kan ik The Scissor Sisters ook niet te lang aanhoren. Met mate zijn die hoge stemmetjes nog wel te verdragen maar een heel album lang is me dat iets te veel van het goede en gaat het me irriteren. Jammer dat John Gourley van Portugal. The Man op het zesde album In The Mountain In The Cloud bijna alle nummers in deze hoogste stemversnelling zingt. Dat is jammer want In The Mountain In The Cloud staat vol met aanstekelijke en melodieuze popsongs en is misschien wel het meest toegankelijke album van Portugal. The Man tot nu toe. Zes albums in vijf jaar tijd heeft de oorspronkelijk uit Alaska afkomstige maar nu vanuit Portland, Oregon opererende band tot nu toe uitgebracht, wat getuigt van een enorme productiviteit. In The Mountain In The Cloud is het eerste album op het grote Atlantic-label en heeft ook genoeg potentie om een groot publiek aan te spreken. De indiesongs hebben plaatsgemaakt voor een popgeluid met psychedelische glamrocktrekjes. Opener "So American" is een mooi melodieus nummer waarin Gourley een paar octaven lager zingt en wat meteen al een stuk aangenamer is om naar te luisteren. In "Floating" en "Got It All" zingt hij af en toe ook een toontje lager, maar daarna zingt hij bijna alles met zijn falsetstem, wat de nummers een bepaalde flauwheid geeft en op elkaar doet lijken. Op dat moment verslapt mijn aandacht. Met "Sleep Forever", een song die naar een mooie climax toewerkt, sluit Portugal. The Man het album dan wel weer meeslepend af. In The Mountain In The Cloud is een album vol goede en meezingbare popliedjes maar was beter en minder eenvormig geweest wanneer John Gourley niet bijna alles met zijn falsetstem gezongen had.
File Under: Aanstekelijke popsongs mogen wel een toontje lager
File Audio: [MySpace]
File Video: [Sleep Forever en Got It All]
Week 33, 2011
Storm
Cage The Elephant - Thank You, Happy Birthday
Ewie
Suuns / James Vincent McMorrow @ Haldern Popfestival
Ludo
The Innocence Mission - My Room Is In The Trees
Gr.R.
Wir Sind Helden @ Haldern
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Dananananaykroyd - There Is a Way
André
John Grant @ Merleyn / Emma Louise - Full Hearts & Empty Rooms (EP)
Prikkie
Status Quo - Quid Pro Quo
Blizzard
Mastodon @ Patronaat
Janineka
William Elliott Whitmore - Field Songs
Stonehead
Nero - Welcome Reality
DubbelMono
RaaskalBOMfukkerZ - Zeekoe Valuta
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
OhGr - Undeveloped
´Muziek die je leuk vindt, hangt vaak ook samen met de emotie die je leuk vindt´, aldus een achtergrondstuk in het jonge Belgische muziek/kunst-internetblad Ruis. En de emoties van Ogre, de zelfdestructieve frontman van Skinny Puppy, lijken niet zoveel te veranderen over de tijd. Zijn pauzeproject OhGr klinkt even naar, duister en klagerig als Skinny Puppy zelf, maar bepaald niet dansbaar. Door de vele noisy industrialstukken (o.a. "Typer") en samples van telefoongesprekken (o.a. de 911-call bij de dood van Michael Jackson) is het geen eenvoudig te behappen plaat. Aantrekkelijke muziek had ik er ook sowieso niet op verwacht, maar interessanter werk toch wel, hij is tenslotte een pionier geweest. Door teksten in het openingsnummer als 'Who do I have to fuck? I don't know' zet je de standaard al vanaf het begin laag. Gelukkig dat het meedeinerige "Nitwitz" verderop nog volgt, maar daar blijft het dan bij. Ik stond er dus nogal van te kijken dat deze cd in het Duitse tijdschrift Sonic Seducer gemiddeld het hoogste cijfer van de maand kreeg (een 7,95; ver boven In Flames en Autokratz). De redacteuren daar waarderen de melodie ten opzichte van OhGr's vorige werk, de kleinere afstand tegenover grote broer Skinny Puppy en de 'agressie' in de zang. Ik hoor het niet, en ik houd het liever bij Skinny Puppy zelf. Maar ja, ik ben dan ook misschien wat ontwikkelder.
File Under: Naar
Shirley Lee - Winter Autumn Summer Spring
Shirley & Lee was een Amerikaans popduo uit de jaren vijftig dat in 1956 met "Let the Good Times Roll" een behoorlijke hit scoorde. Het zit er dik in dat de Britse familie Lee groot fan was van het duo en besloot hun zoon daarom maar Shirley te noemen. Fijn, zulke ouders. Met zo'n naam is een carrière in de muziek nagenoeg onontkoombaar en Shirley Lee zit dan ook al sinds begin jaren negentig in de Londense indieband Spearmint, een naam die waarschijnlijk alleen bij de fanatiekste NME-lezers bekend zal voorkomen. De hele band doet mee op deze tweede solo-release van Lee. Blijft vreemd, zo'n zanger die een solo-album wil maken maar wel zijn hele band vraagt mee te spelen. Hoe solo ben je dan nog? Waar Spearmint vaak vergeleken wordt met het sprankelende van bands als The Lightning Seeds, is Winter Autumn Summer Spring een album dat verhalend, ingetogen en vooral erg persoonlijk is. Het is een indrukwekkend stuk werk, dat bestaat uit dertig nummers die in vier seizoenen zijn ingedeeld. Het winterdeel waarmee het album wordt geopend, begint meteen opbeurend: 'I think about death, because that's what men think about.' Toch lijkt Lee een gelukkig mens getuige het grote aantal fraaie lovesongs. De hommage aan John Peel "An Old Cricketer" is integer en uit het hart gegrepen: 'You taught me decency: a code to live by, open-mindedness, equality'. Een mooi eerbetoon aan de held van een sympathieke man die met dit album bewijst dat je zelfs gewoon gezellig samen met je band solo kunt gaan.
File Under: Seizoensplaatje
File Audio: [MySpace]
My Brightest Diamond
Haldern 2011: zaterdag napret
Ruim op tijd zitten we op het hoofdveld te wachten op Destroyer. Doppio espresso in de hand aanschouw ik het terrein: mensen zitten hier en daar relaxed op de grond, het regent niet, de sfeer is ontspannen, gemütlich, en sluit geweldig aan met de wel heel bijzondere artiest die zo begint. Terwijl er wat meisjes nog voorbijlopen met beschilderde gezichten - "voorbereid op Warpaint" grapt Dennis - wordt het podium ingenomen. Destroyer's liedjes zijn social commentaries en stalen zelfreflectie van de hoogste orde. Kaputt, de laatste plaat, oogst terecht hoge lof, hoewel Dan Bejar op het podium staat alsof hij angst koestert voor zijn publiek en het zeker een aantal nummers duurt voordat hij een zeer bedeesd Thank You uit weet te brengen. Niet erg: Destroyer is fijn, deze dag is fijn, en het gaat alleen maar fijner worden!
Lees verder..Tony MacAlpine - Tony MacAlpine
Ik was een jaar of twintig toen Tony MacAlpines debuut Edge of Insanity uitkwam. Het was de tijd dat Mike Varney met Shrapnel Records de ene na de andere shredder ontdekte en die ofwel op een van zijn verzamelaars een plek gaf ofwel meteen een compleet album met ze uitbracht. Jason Becker, Marty Friedman, Joey Tafolla, de lijst was haast eindeloos. MacAlpine was een opvallende eend in de bijt, want niet alleen was hij destijds een van de weinige zwarte rockgitaristen, hij was vooral ook een klassiek getraind pianist, die dat op zijn album ten overvloede liet horen met een pianostuk van Chopin. Geen gitaar, alleen piano. Terwijl de rest van het album snel-sneller-snelst technische metal was. Opvallend genoeg werkte het wel. Onlangs werd het album nog verkozen tot het op drie na beste shred-album ooit in een poll van Guitar World. Gaandeweg kwam er echter sleet op. Een na drie maten herkenbare stijl had MacAlpine niet, afgezien van die pianostukken, en LP's en cd's werden steeds meer van hetzelfde. Ik heb hem ook nog ooit live gezien, maar eerlijk gezegd is me daar weinig van bijgebleven, precies om die reden. Als tweede gitarist bij onder andere Steve Vai en met projecten als Planet X, CAB en Devil's Slingshot heeft hij zich waarschijnlijk weinig zorgen hoeven maken over zijn hypotheek, maar met de solo-albums wil het nog steeds niet zo lukken. Met studio-album nummer elf zal het dezelfde kant op gaan, vrees ik. Fabelachtig gitaarwerk, een prima ritmesectie met bassist Philip Bynoe (Vai, Slavior) en drummers Virgil Donati en Marco Minnemann, inmiddels geintegreerd toetsenwerk ("Ten Seconds To Mercury" en en de jazzy gitaar-/pianoballad "Flowers For Monday") en van klassiek aandoende tracks naar fusion naar pure metal, en toch... Bij het debuut was het niveau al enorm hoog, en dat is het nog steeds. Niettemin krijg ik het gevoel dat er muzikaal heel weinig ontwikkeling in zit, dat het een heel hoog "kijk mamma, zonder handen"-gehalte blijft houden. Waar gitaristen als Steve Vai en John 5 weten te variëren en instrumentale songs schrijven, blijft het bij MacAlpine hangen in akelig knap gitaarwerk op topsnelheid. Meer dan de echte shredfan zal hij er niet mee bereiken. Al zal die dik tevreden zijn.
File Under: Kijk mamma...
Piano Club - Andromedia
De kwalificatie 'onnederlands goed', is bekend. Maar kun je ook 'onbelgisch apart' zijn? Rekening houdend met het feit dat Belgische bandjes vaak al eigenzinnig zijn? Piano Club (piano's zijn nauwelijks te bespeuren) stelt me al een week voor raadsels. En dat terwijl de Waalse groep makkelijk meezingbare pop extravaganza maakt. Maar ze zijn zo hip, zo professioneel, haast Amerikaans. Ze zingen zelfs ergens (met smurfenstemmetjes!) een variatie op de melodie van 'We're all living in America.' De belangrijkste songschrijver noemt zich Anthony Sinatra, zou de man werkelijk zo heten? Piano Club vist op Andromedia in de vijver waar ook acts als MGMT, Phoenix en Scissor Sisters inspiratie zoeken. Zogenaamd foute, gelikte pop uit de seventies en eighties, de ABBA's van de wereld. Maar daarna gooit de band er een maximum overdrive overheen. Het album is druk, drukker, drukst. Elk nummer is volgestouwd met ritmes, geluidjes, hooks. Ze zeggen het zelf al, ze zijn een "Elephant In A Room". (Misschien wel de grootste hit hier.) Toch krijgt het al snel wat vermoeiends. Wat dat betreft hoor ik liever het meer indieliedjes-georiënteerde Das Pop, die op hun jongste album een nog veel nostalgischere ode brachten aan gouwe ouwen. Want ik moet ervoor waken om Piano Club als traditionalisten af te schilderen, een liedje heet niet voor niets "New Voices, New Visions". En "Take" is dan weer haast ijle progrock in Mew-stijl. En voor wie na dit confetti-bombardement van vijftig minuten nog meer wil, is er een sympathiek ep'tje bijgesloten, dat een tandje terugschakelt, en meer geschikt is voor de droogkloten van deze wereld.
File Under: Uitbundige prisma-pop
File Audio: [Piano-Space]
Gisbert zu Knyphausen
Haldern 2011: vrijdag napret
Ik duik de warme omhelzing van de Haldern Spiegeltent in, zodat ik helemaal achterin toch nog iets meepik van het optreden van Bodi Bill. Hier in Duitsland zijn ze zeker niet te verlegen om het inheemse talent te supporten: de bloedhete tent is afgeladen vol. Zanger Fabian zit met bewonderenswaardige energie heen en weer te hipsen in een soort zwart-witte verentooi, en zijn muziek heeft gevoelsmatig een iets hogere electro-sound dan ik me van Bodi Bill's studiowerk herinner. Mogelijk dat de dit jaar verschenen cd What? die sound heeft geïntroduceerd, en ik zal verder luisteren nadat ik wat consumptiebonnen heb gehaald.
Verrassend word ik door een suppoost aangesproken bij de terugweg naar de tent: bezoekers met persbandjes mogen meer niet zonder meer de tent betreden. Of ik vriendelijk doch gedwongen in de rij van het publiek wil aansluiten. Maar gisteren dan, roep ik, en net? Dat was gisteren, dat was net, dit is nu. Korte discussie...uitkomst: ik mag nú de tent nog in, maar daarna aansluiten in de rij. Hmm, we shall see. Voor het geval dat zet ik toch wat voorzorgsmaatregelen in gang, maar Bodi Bill is helaas reeds voorbij.
Orchestre Poly-Rythmo - De Cotonou-Dahomay / Rob - Funky Rob Way
Terwijl half funky Nederland nog aan het klaarkomen is op de bezoeken van His Royal Badness oftewel Prince, zou ik er toch even bij stilstaan dat zijn hoogtijdagen toch wel voorbij zijn en je eigen horizon verbreden. Er is namelijk zoveel meer lekkers, ook al is het in dit geval ouder en zeer moeilijk te krijgen materiaal
Over de uit Benin afkomstige Orchestre Poly-Rythmo heb ik het hier al veel meer gehad. Ook deden ze ons land al diverse keren aan. Goed initiatief, maar hun kracht lag toch vooral in de zeventiger jaren. Hun eerste album, het in 1973 oorspronkelijk verschenen De Cotonou-Dahomay, wordt nu opnieuw uitgebracht in de zogeheten Analog Africa-limited Dance Edition. Het bevat alles wat ik wil horen: vette funk, een stomend orgeltje, een scheurende sax, opzwepende zang en een dansbare sound. De vier liedjes die met een lengte variëren tussen de zes en twintig minuten, komen als een brok energie naar je toe. Verplichte funkkost.
In het kader van de Analog Africa-limited Dance Edition is er ook nog een tweede album uit en wel van Rob, getiteld Funky Rob Way. Deze release van de in Ghana geboren Rob ´Roy´ Raindorf verscheen oorspronkelijk in 1977 en is ook een vet feest. Rob haalt zijn inspiratie uit de Amerikaanse soul, denk hierbij aan Wilson Picket en Otis Redding. Hij weet er echter nog een aparte Afrikaanse ritmedraai aan te geven waar de funk vanaf spat en dan die trompetten…. pffff…om van te smullen. Rob doet het in zes tracks en als alle nummers, die allen de drie minuten (vaak ruim) passeren, blijven boeien, dan is het goed toeven. Inderdaad, daar ga ik weer: verplichte funk- en soulkost.
File: Rob - Funky Rob Way
File Under: Vet
File Audio: [OPRSpace]
Little Barrie - King Of The Waves
De Little Barrie uit de bandnaam is zanger/gitarist Barrie Cadogan. Een veelgevraagd man, want hij heeft de afgelopen jaren gewerkt met onder andere Primal Scream, Edwyn Collins en Paul Weller. Toch is Little Barrie wel degelijk een band en geen soloproject. Bassist Lewis Wharton zit er vanaf het begin in en sinds een paar jaar zijn de drumstokjes in handen van Virgil Howe - zoon van, ja. Net als het debuut is dit derde album, King Of The Waves, geproduceerd door Edwyn Collins. Dat het geluid vrijwel identiek is mag dan ook geen verrassing heten. Terecht, want dat geluid paste perfect bij de rock 'n'roll/roots-/blues-/garagerock van het gezelschap. Met een lekker overstuurde gitaarriff wordt het album geopend en het tempo zit er gelijk goed in. Little Barrie heeft wat in het Engels zo mooi 'swagger' heet. Het zal aan de Nederlandse hoempatraditie liggen dat we daar in onze taal geen echt synoniem voor hebben. Het rammelt en kraakt, maar juist dat geeft de songs sfeer en ritme. Toch grijpt het album me niet zoals het debuut. Ergens vermoed ik dat er toch iets aan de swagger ontbreekt. En eigenlijk is dat ook wel zo: het tempo ligt vaak wat lager. De sfeer van de muziek is vaak ook erg donker, wat niet zo bij swagger past. Het titelnummer is daar een goed voorbeeld van. Voor mij betekent het dat ik niet echt in de sfeer van het album kan komen. Daarmee is niet gezegd dat het een slecht album zou zijn. Integendeel, Little Barrie doet zijn eigen ding en is daar erg goed in. Maar met het zomerse regenweer van dit moment is het me net even iets te somber. Ik wacht op een zonnetje om King Of The Waves een nieuwe kans te geven.
File Under: Sfeervol voor betere dagen
File Audio: [BarrieSpace]
Haldern 2011: donderdag napret
Nadat we traditioneel te laat zijn aangekomen op het donkerbewolkte Haldern-festivalterrein, en een korte discussie achter de rug hebben of we wel of niet richting kerk gaan (dit moet ter plekke, van tevoren is uit den boze), struinen we over het gebied dat de biertuin is als Retro Stefson het podium van de Spiegeltent opent en de eerste act op het festival vormt. Deze jonge maar bevlogen IJslanders laten het publiek in de meteen al bloedhete tent rennen voor hun plezier. De bandleden bespelen allerlei instrumenten en bieden hier en daar een scherp rock- en zelfs hiphop-randje. De uitgelaten festivalgangers van Haldern lusten de mix van funk, disco en rock maar al te graag en dansen vrolijk zwetend om het hardst. Terwijl ik vast een biertje pak en de band nog wat danstips uitwisselt met het publiek feliciteer ik mezelf dat ik wederom aanwezig mag zijn op dit festival.
Lees verder..The Avett Brothers
North Mississippi Allstars - Keys To The Kingdom
“Keys To The Kingdom is a celebratory declaration of life in the face of death”. Zelden werden in één zin de intenties van een plaat zo duidelijk weergegeven. Want Keys to the Kingdom is een viering van leven en dood. Het is ook de nieuwe plaat van North Mississippi Allstars. Bezige jongens overigens. Met de regelmaat van de klok komen er studio- of livereleases uit. Ze leveren hand- en spandiensten bij andere artiesten (John Hiatt) of spelen zelfs ondertussen bij andere bands (Luke Dickinson bij The Black Crowes). Tussendoor wist Luke ook nog een kind te verwekken (het 'life' in de openingszin). Luke en zijn broer Cody zijn zoons van Jim Dickinson, veelgeroemd muzikant en producer uit de Memphis-scene en de Jim is onlangs overleden. Om dit gegeven, en de geboorte van Luke’s zoon, hebben de North Mississippi Allstars een plaat gemaakt, samen met een aantal goede vrienden als gastmuzikanten (Mavis Staples, Ry Cooder, Spooner Oldham) en die klinkt voor een plaat waar ook op getreurd wordt behoorlijk monter. Zoals we gewend zijn van de heren is de plaat gedrenkt in de muziek van het zuiden van de VS (southern rock, blues, gospel) en het toont dat de heren daarin nog steeds de meesters zijn, maar mede door de lading klinkt het allemaal net iets gedrevener. De beste wijze om het leven te vieren, ook al zit het soms even tegen. Puike plaat!
File Under: Ieder einde is een nieuw begin…
Simon Says No! - Simon Says No!
Ik heb nog nooit zoveel gelezen over Noorwegen als in de weken na de vreselijke aanslagen door nutcase Anders Breivik. Afgezien van de ongekende eensgezindheid en saamhorigheid van de Noorse bevolking na deze nationale tragedie blijken Noren doorgaans nogal stugge, in zichzelf gekeerde mensen te zijn. Niet verrassend dus dat er behoorlijk goede shoegaze-bands uit Noorwegen komen, zoals dit Simon Says No! In 2009 verscheen de debuut-EP en eind 2010 dit debuutalbum, dat werd opgenomen met behulp van de ervaren producer Michael Patterson en nu aan de rest van Europa wordt voorgesteld. De gebruikelijke shoegaze-ingrediënten zijn natuurlijk aanwezig op het album, al piept er zo nu en dan wat onvervalste stadionrock door de nummers heen. Het gitaarloopje van "Exit" waarmee het album opent kan bijvoorbeeld zo door The Edge gebruikt worden om vijftigduizend U2-fans meteen helemaal gek te krijgen. Zoals we gewend zijn van shoegaze draait het ook bij Simon Says No! vooral om vervormde gitaren, stuwende drums en zwevende zang. Toch verliest de inhoud het niet van de vorm en blijft er ook voldoende ruimte voor echte liedjes, zoals het fraaie "See Me Through". Zo blijkt Simon Says No! behoorlijk representatief voor Noorwegen te zijn: een kille buitenkant maar een heel warm hart.
File Under: Shoegaze for the masses
File Audio: [MySpace]
File Video: [Cut-Off Orange!]
File Twitter: [Twitter]
Zubrowska - Zubrowska Are Dead
Dit derde album van het Franse Zubrowska is wat Neurosis, Converge en Gojira bedoelen met het einde der tijden. Let niet op de teksten, want die zijn onbegrijpelijk en behoorlijk verknipt, maar let vooral op de genadeklappen die Zubrowska voor ons luisteraars met de gevoelige oortjes in petto heeft. Dit noemt de band deathcore met een knipoog naar de zieke geesten van Modern Life Is War of een Steve Austin van Today’s The Day. Alsof Saint Vitus het oeuvre van Dillinger Escape Plan verkent. Zubrowska is genadeloos hard, snel, bruut, lomp en kent de klappen van de zweep als het om vertrouwde deathmetal gaat. De toonaard is op zijn allerlaagst, de drums zijn van een bombast waarbij een olifant vergeleken nog een sierlijk dier lijkt. Zubrowska Are Dead heeft alles in zich om dit verknipte zooitje Fransozen op de kaart te zetten. Nu nog een wat meer heldere productie en iets meer aandacht voor echte songs in plaats van semi-uitgekristalliseerde tussendoortjes en we hebben met een brilante plaat van doen. Een band als Unsane zou ter inspiratie eens hiernaar moeten luisteren. Zubrowska stelt ons in staat om een directe lijn te trekken tussen de beste deathmetal van de jaren negentig en de mathcore tot en met 2005. Alles wat daarna komt is slechts een afgeleide van en doet qua intentie niet ter zake.
File Under: Verknipte wereldplaat
John Paul Keith - The Man That Time Forgot
Nee, ik had ook niet eerder van John Paul Keith gehoord - een naam die klinkt als een pseudoniem, maar voor zover ik weet heet hij echt zo - totdat ik deze recensie tegenkwam op het geweldige blog Big Rock Candy Mountain. Het enthousiasme van die bespreking, het gescherm met namen als Replacements en Buddy Holly zetten aan tot eigen onderzoek. En nu ik JPK’s tweede album al een paar weken op hoge rotatie heb staan moet ik het BRCM nazeggen: The Man That Time Forgot is “another entry into ‘perfect record” status’. Vooruit, hij maakt handig gebruik van zijn invloeden (naast genoemde artiesten zullen dat ook Nick Lowe en Johnny Cash zijn geweest), maar schrijft wel ijzersterke liedjes, die maar zelden de drie-minutengrens aantikken. Hij is ook niet bang voor een h-e-l-e l-a-n-g-e gitaarsolo (in "I Work at Night", met heerlijk jengelorgel). Beste nummer is wat mij betreft het soulvolle "Somebody Ought To Write a Song About You". Prachtig orgel- en pianowerk, lekkere groove en verleidelijk gezongen. Een lief liedje dat positief opvalt tussen de stoere, haast snoeverige rockers.
File Under: Muziek om de tijd bij te vergeten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Afraid To Look]
File Twitter: [Twitter]
Mark Olson and Ingunn Ringvold
Haldern 2011 - Voorpret
Zonder dat hij het weet, verschaft FileUnder-hoofdredacteur Storm mij een opening voor het Haldern Pop 2011 voorpretfestijn. Het begint namelijk al met problemen:
Probleem 1: ik wil alles zien. Wat een rukprogramma zeg. Snappen die gasten niet dat het onmogelijk is om overal te zijn?
Probleem 2: het is onvermijdelijk dat bij dit programma de muzieksnob a.k.a. fijn fotograferende Fileunderaar Dennis en ik slaags raken, waardoor ik hem waarschijnlijk in Duitsland achterlaat.
Probleem 3: zie probleem 1. ik denk niet dat ik mezelf gekloond krijg voor donderdag. Balen is dit.
Dit soort prettig afzien op muziekgebied komt jaarlijks voorbij. Voor wie het nog niet weet, Haldern Pop 2011 is aanstonds, en dit kleinschalig doch muzikaal uitermate prettige festival is wat mij betreft een uitgelezen plaats om verscheurd te worden door programmatwijfels.
Lees verder..Comet Gain - Howl Of The Lonely Crowd
Bij wijze van uitzondering begin ik maar eens bij de conclusie: wie zegt dat er geen leuke Britpopbandjes zijn? Deze conclusie heeft betrekking op Howl Of The Lonely Crowd van Comet Gain. Zonder ook maar een woord gelezen te hebben over de band, lijkt het me zo duidelijk als wat dat dit Brits is. Die invloeden van The Kinks en Pulp tot The Libertines, heerlijk. Als ik me er echter wat meer in verdiep, blijkt het helemaal geen jong en fris bandje te zijn, maar een band die, alhoewel inmiddels in een gewijzigde samenstelling, al sinds 1992 bestaat. Hun laatste wapenfeit stamt uit 2005 en dat is al even geleden. De band bestaat tegenwoordig uit zeven leden, maar waar het geluid nog wel eens verstikken door het aantal muzikanten is daar hier totaal geen sprake van. De eigenwijze gitaren, het stuurse orgeltje of de stem van David Feck die zijn eigen weg zoekt, het klinkt allemaal even fris. Eenheidsworst kun je het niet noemen, want er is afwisseling genoeg. Of het nu gaat om de gevoeligheid ("She Had Daydreams"), het punkrandje ("Working Circle Explosive!), de Velvet Underground-verering ("Yoona Baines") of de dansbaarheid ("Clang Of The Concrete Swans"), Comet Again heeft het in huis. En dan is dit nog maar een greep uit de dertien liedjes. Zoals onze Gr.R. het zou zeggen: puike plaat!
File Under: Niet jong, wel fris
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Live: Working Circle Explosive! & An Arcade From The Warm rain That Falls]
World's End Girlfriend - Seven Idiots
Er zijn natuurlijk zat platen die een clash van stijlen laten horen, maar zo doldriest als Japanner Katsuhiko Maeda het laat gebeuren op Seven Idiots heb ik het tot nu toe zelden gehoord. Waar hij onder de naam World's End Girlfriend eerder koos voor een rustieke insteek bij onder meer een samenwerking met zijn landgenoten van Mono, ontpopt deze cd zich als de soundtrack voor een tekenfilm waarvan de karakters nog uitgevonden moeten worden. Gelijk in de openingstrack vechten de genres elkaar de tent uit. Of vieren hun samenzijn op een chaotische wijze. Hoe je het ook wilt noemen. Klassiek en indie, oh nee post-rock oh nee industrial oh nee funk rock oh nee math rock oh nee ambient oh nee krautrock oh nee funk rock oh nee drum'n'bass oh nee toch ehh... het wordt bijna doldriest om het doldrieste. Daarin schuilt wel een beetje het gevaar van Seven Idiots, voor je het weet schuif je de cd ter zijde omdat het gewoon teveel van het goede is. En dat begrijp ik ook wel, want Maeda gaat, met behulp van een viertal landgenoten, echt helemaal los en slecht muur na muur. Als cirkelzaag jagende gitaren gaan vol in op nerveus drentelende strijkers die van achter dan weer sneaky aangevallen worden door een mitrailleur aan beats. Eigenlijk laat het zich met geen pen beschrijven wat 'ie hier voor streken uithaalt. Ooit liet Mike Oldfield achter op Amarok een gezondheidswaarschuwing opnemen waarvan de strekking was: 'Deze plaat kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid van hardhorende uilskuikens. Als u lijdt aan deze kwaal, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.' Dat mag hier wel vetgedrukt op de voorkant komen. Want na elke luisterbeurt van tachtig minuten heb je wel ff nodig om bij te komen. Maar dan ga ja net als die enge achtbaan gewoon nog een keer, want dat sensationele, vreemde gevoel wil je keer op keer beleven.
File Under: Gekkenhuis
File Audio: [MySpace]
Status Quo - Quid Pro Quo
In 2007 verraste Status Quo met hun beste album in twee decennia, In Search Of The Fourth Chord. Een stel ouderwets knallende beukers, een paar muzikale verrassingen, een productie om door een ringetje te halen en een album met alleen maar geslaagde songs. Bijna vijftig jaar (!) na de eerste incarnatie van wat Status Quo werd is Quid Pro Quo het 34ste studio-album van de band. De al voor verschijningsdatum te downloaden single "Rock 'n' Roll 'n' You" was in alles een voorspelbare Quo-single, en toch een van de aanstekelijkste ooit. Dat deed naar meer verlangen. Opener "Two Way Traffic" is inderdaad ook al zo'n vrolijke Quo-beuker. Maar hoe langer het album duurt, hoe meer het opvalt dat de hoogtepunten wat dun gezaaid zijn. Prima songs, maar niet de variatie van het vorige album. Ook zitten er wel een paar nogal magere songs tussen ("Let's Rock", "Better Than That") en is de zang van Rick Parfitt wel eens beter geweest. Als fan vermaak ik me er nog best mee en op de grafiek van dieptepunten (Don't Stop) naar hoogtepunten (In Search Of The Fourth Chord) van de laatste decennia komt dit album nog altijd ruim aan de goede kant te staan. Dat neemt niet weg dat Quid Pro Quo na een goed begin wat weinig hoogtepunten kent. De producer die In Search Of The Fourth Chord zo'n fabelachtig geluid meegaf, Pip Williams, is op dit album vervangen door Mike Paxman. Paxman en Williams wisselen elkaar al jaren af als producer, maar na het vorige album had ik gehoopt dat Williams nogmaals achter de knoppen zou zitten. Paxman heeft de gitaren wel lekker voor in het geluidsbeeld gehouden, maar het geluid is over het geheel wat vlakker dan dat van In Search Of The Fourth Chord. Al met al is Quid Pro Quo een prima plaat, maar niettemin een stap terug na het vorige album. Maar ja, dat kon ook bijna niet anders. Voor een paar euro extra krijg je er trouwens een in Amsterdam en Melbourne opgenomen live-cd bij.
File Under: De spreekwoordelijk lastige 34ste plaat
File Audio: [download "Rock 'n' Roll 'n' You"]
File Video: [QuoTube]
We Are The Ocean - Go Now And Live
Prettig in het gehoor liggende rock met meezingrefreintjes en vocalen die het midden houden tussen Hellacopters, Manic Street Preachers en Lostprophets. Zelf menen de Engelse heren zichzelf te moeten profileren als postcore- en hardcoreband. Dat valt dus wel even tegen. We Are The Ocean is zo’n typisch gevalletje romantische schoolband met zwarte sluike haartjes die de dames vooral moet behagen tijdens een sweet sixteen-party op MTV. Dan mag je wel het voorprogramma gedaan hebben van Hundred Reasons, Funeral For A Friend en o.a. Lostprophets en een prettig debuut hebben afgeleverd met Cutting Our Teeth, de band heeft zijn gevaarlijke scherpe kantjes verloren. We Are The Ocean richt zich als een soort 30 Seconds To Mars op het grote tienerpubliek en heeft compromissen gesloten die mij niet kunnen bekoren. Natuurlijk is Go Now And Live lekker compact. Natuurlijk staan er mooi afgeronde songs op die van alle kanten kloppen. Maar, en dat staat mij vanaf de eerste seconde tegen, het is te braaf, te gecontroleerd, te geregisseerd en te mainstream. Ik hoor geen frustraties, woede, agressie, ik hoor slechts poprock die het fantastisch doet op de EO Jongerendag en van geen meter een concurrentie mag aangaan met post- of hardcore in de strikte zin. We Are The Ocean heeft een keuze gemaakt en krijgt van mij alle gelukwensen. Ik bewaar mijn geld voor iets met meer impact dan deze MOR-core.
File Under: Als jullie de oceaan zijn, begin maar met dweilen dan
Black Veil Brides - Set the World On Fire
We hebben een winnaar! In de categorie "vetste make-up van het jaar" kan Lady Gaga fluiten naar de overwinning. Ooit al gehoord van de Black Veil Brides, ook wel afgekort als 'BVB'? De zoveelste metalcoreband uit Amerika, om precies te zijn uit Hollywood. Daar weten ze wel wat show is: frontman Andy Six (20) en zijn vier bandmaten zien eruit als een kruising van Kiss met Tokio Hotel. Ze noemen make-up hun warpaint en hun fans hun 'army'. Six kwam in mei overigens in het nieuws toen hij drie ribben verbrijzelde bij een onfortuinlijke sprong vanaf een zijstellage. Kortom, drukke baasjes en het had bijna een visual kei-band kunnen zijn, maar dan dus met opgeblazen Amerikaanse teksten: 'Together we will set the world on fire! This is the new religion! Amen!' Op deze tweede plaat zijn ze à la My Chemical Romance wat melodieuzer gaan schrijven ten koste van de agressie. Koortje hier, wat meer dubbele bassdrum daar, duurdere producer en in tegenstelling tot de eerste plaat (waar Six sinds zijn veertiende aan had zitten schrijven) is die geforceerde emo-zang en het gegrunt goeddeels weggelaten. Anderzijds: daar hadden de snelle 'prog' gitaarloopjes en -solo's tenminste echt nog functie in de liedjes. Muzikaal is Set the World on Fire ontzettende eenheidsworst in de metalcore, maar fans van dat genre moeten het zéker checken: na een paar keer gaat een single als "The Legacy" behoorlijk verslaven. Bovendien beheersen de heren hun instrumenten uitstekend. Maar ze willen veel te graag 'de grootste band op aarde' worden. Het ergste voorbeeld daarvan is "Ritual", dat met wat fantasie van Nickelback had kunnen zijn. Elders doemen eerder namen als Motley Crüe en All That Remains op. Het is bijna bizar dat uitgemolken muziekgenres kennelijk alleen nog aan de man te brengen zijn als de artiest zich extreem cool uitdost (zie ook: 8bitcore door Dahvie Vanity). Maar voor de toekomst tegelijk ook een veelbelovend teken.
File Under: Vijf keer Tokio Hotel. Tel uit je winst!
File Video: [Fallen Angels][The Legacy]
Le Corbeau - Moth On Headlight
Le Corbeau is een nevenproject van Serena Maneesh-gitarist Oystein Sandsdalen. Oorspronkelijk was het ooit de bedoeling dat hij hiervoor de degens zou kruisen met Oliver Ackermann van A Place To Bury Strangers, maar als ik het goed begrepen heb was deze bij de debuutplaat in 2006 te druk met zijn hoofdschotel om samen met de Noorse gitarist (die bij Serena Maneesh vooral in de schaduw vertoeft van broer en zus Nikolaisen) de studio in te duiken. Sandsdalen vond echter dat hij er wel mee door moest gaan en Moth On Headlight is intussen de derde plaat van Le Corbeau. Qua sound doet de band zijn naam (Le Corbeau is Frans voor "De Raaf") eer aan. Het geluid is met recht ravenzwart doomy te noemen. Af en toe doet het wel wat aan Sonic Youth denken, helemaal als er wat dameszang de songs ingebreid wordt. Maar Le Corbeau voorziet zijn songs meer van een grauwsluier. Al maken ze van een track als "Mizogumo (Head In The Trees)" wel weer een lange dromerige trip die bijna naadloos aansluit op het deel tussen haakjes. De toppen van de bomen lijken echter wel aangetast te zijn door jaren van zure regen. Verrassend element in enkele van de songs is de altsaxofoon die een paar keer komt buurten. Deze voegt zeker in "Black Belvedere" zeker wat extra's toe. Het maakt ook dat je Le Corbeau onmogelijk kunt beschouwen als een simpel projectje voor erbij voor Sandsdalen, het is een volwaardige band die alle aandacht verdient.
File Under: Sandsdalens andere band
File Audio: [MySpace]
Tia Carrera - Cosmic Priestess
Het zal 1 april 1986 geweest zijn, toen Tom Blomberg (alias "De Dikke Blomberg") een keer de presentatie overnam van het beroemde radioprogramma "De Avondspits" van Frits Spits. Ik kan me nog goed herinneren dat "Living in Another World" van Talk Talk werd gestart. Na een minuut of 10 / 15 kreeg je als luisteraar toch die rare sensatie van "hé wacht eens even, dit klopt niet". Het nummer blééf maar doorgaan. Op een gegeven moment heb je dan wel door dat het een grap is. En naar verluidt ging het zo'n veertig minuten door. Meesterlijk. Ik had een vergelijkbare ervaring met Cosmic Priestess van Tia Carrera uit Austin, Texas, niet te verwarren met Tia Carrere, de actrice. Ik zette dan ook gelijk "Saturn Missile Battery" aan, een nummer van bijna 34 minuten, want ik heb nu eenmaal een fetisj voor lange nummers. Ik hoorde lekker jammende instrumentele psychedelische stoner. Ah. Fijn. Na een kwartiertje hoorde ik nog steeds dat jammen van die jankende gitaar met die stuwende bas en die eindeloos voortmeppende drums. Nou moe, dat duurt wel lang. Na een half uur nog steeds hetzelfde. Dit kán toch niet. Nummer afgelopen. Tjee. En zo zit dat hele album vol met jamwerk. Ik wist niet dat dat soort bands bestonden, maar Earthless doet iets vergelijkbaars. Het is voor mij wat te veel van het goede, en dat komt met name omdat er wat weinig spanning in de opbouw zit. Het gáát maar door. Dan is "Saturn Missile Battery" nog wel het lekkerste nummer van het album want daar zit toch een aangename swing in. Verder is "Sand, Stone and Pearl" te traag om echt op te vallen, en "Slave Cylinder" is me wat te gruizig. Als het je überhaupt al lukt om tot het laatste nummer te komen kun je in "A Wolf in Wolf's Clothing" nog een paar aardige toonladders horen van gitarist Jason Morales. Knap gedaan allemaal, maar een uur improvisatie zonder al te veel structuur is echt te veel. Dan lukt het me zelfs beter om eindeloos naar dat nummer van Talk Talk te luisteren.
File Under: Gejammer
Birds That Change Colour - On Recording The Sun
Of je eerdaags nou op Lowlands, Pukkelpop, Haldern of Into The Great Wide Open komt, een band die je daar niet tegenkomt is het Belgische Birds That Change Colour (BTCC). Sterker nog, de agenda van de Belgen is maar matig gevuld en zelfs een zender als Studio Brussel geeft ze (nog) nauwelijks aandacht. Dat is vreemd, omdat hun debuutalbum een album is waar ik me qua gastmuzikanten helemaal uit zou kunnen leven met Belgische-popnamen-dropping. Niet dat ik dat ga doen, want dat leidt alleen maar af van band in kwestie. En van de inhoud: On Recordings The Sun. BTCC bestaat in haar basis uit drie muzikanten waarvan Koen Kohlbacher als songschrijver, gitarist en zanger de belangrijkste is. Je zou hem kunnen kennen als een van de zangers bij Creature With The Atom Brain. Daarnaast zijn er nog bassist/gitarist Christophe Albertijn (Zita Swoon) en op drums/percussie David Schroyen (o.a. Evil Superstars en - jawel - Creature With The Atom Brain) . Muzikaal is het echter een hele stap naar BTCC. Of beter gezegd een hele stap terug in de tijd, want de tien liedjes doen me erg denken aan Syd Barretts solowerk, de korte liedjes op Pink Floyds Atom Heart Mother, Kevin Ayers en The Beatles ("Blackbird"). Liedjes die bijna achteloos gespeeld worden, maar zo ongelooflijk goed in elkaar zitten. On Recording The Sun is een heerlijke relaxte warme plaat waarbij ik het gevoel heb dat ik heb bij een temperatuur van 25 graden achterover in het gras lig te dommelen. Ik zag dat de line-up op Into The Great Wide Open nog niet compleet is. Please, please, please…
File Under: De kleur van warmte
File Audio: [MySpace]
File Video: [Tales from The Moon]
The Middle East - I Want That You Are Always Happy
Een band die zich The Middle East noemt maar uit Australië komt. Een album dat I Want That You Are Always Happy heet maar een hoes heeft waar een poppetje met een peer als een getekend hoofd opstaat en het andere poppetje een doodshoofd heeft. Nog voordat ik maar één noot van de cd gehoord heb, levert zij al verwarring op. En dat wordt bij het luisteren niet minder. Opener "Black Death 1349" is een bloedmooi indie/folkliedje. Jordan Irelands stem heeft veel weg van die van Robin Pecknold van Fleet Foxes. Maar meteen daarna komt "My Grandmother Was Pearl Hall" waarin Rohin Jones op Tom Waitsiaanse manier met gruizige stem een pianoballad zingt. Toetseniste Bree Branter maakt van "Jesus Came To My Birthday Party" dan weer een luchtig en bijna meezingbaar deuntje. En "Mount Morgan" is een schitterend filmisch nummer. The Middle East laat je constant in verwarring achter. Denk je op het ene moment naar een rustige folkplaat te luisteren met mooie samenzang en hier en daar strijkersarrangementen, dan komt er weer een nummer wat je in een totaal andere sfeer brengt. Wat de songs dan weer wel gemeen hebben is dat ze overwegend in de mineurstemming zijn maar dan wel in de melancholische zin van het woord. De teksten zijn al even ongrijpbaar als de muzikale samenhang op het album. Hoogtepunt is het ruim tien minuten durende "Deep Water" waarin Ireland al zijn vertwijfeling van zich afzingt. I Want That You Are Always Happy is geen gemakkelijke plaat maar wel een album wat bij elke beluistering steeds weer wat prijsgeeft en aan schoonheid wint. Niet opgeven dus maar luisteren want het is één van de spannendste en intrigerendste albums van 2011.
File Under: Even doorbijten maar dan heb je ook wat!
File Audio: [MySpace]
File Video: [Mount Morgan / Hunger Song]
Week 32, 2011
Storm
Corbeau - Moth On The Headlight
Ewie
Comet Gain - Howl Of The Lonely Crowd
Ludo
Benny Sings - Art
Gr.R.
The Horrors - Skying
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Dananananaykroyd - There Is a Way
André
The Baseball Project live @ Trianon, Nijmegen
Prikkie
Yellow Matter Custard - One More Night In New York City
Blizzard
Mastodon @ Patronaat
Janineka
The Middle East - I Want That You Are Always Happy
Stonehead
Black Veil Brides - Set The World On Fire
DubbelMono
RaaskalBOMfukkerZ - Zeekoe Valuta
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
R.E.M. - Lifes Rich Pageant
Het moest er een keer van komen, het afscheid van mijn grote helden uit de jaren tachtig. New Order vecht tegenwoordig kinderachtige ruzies uit tijdens het promoten van de zoveelste nutteloze compilatie, Morrissey is een sneue extremistische vegetariër geworden, en Echo & the Bunnymen teert voornamelijk op de glorietijden van weleer. Met R.E.M. ben ik ook al een tijdje helemaal klaar. Het boeit me gewoon niet meer wat ze doen of zelfs ooit gedaan hebben. De stem van Stipe irriteert me zelfs al een beetje. Hoewel Stipe en consorten beweren dat ze zichzelf de afgelopen jaren opnieuw uitgevonden hebben, zijn de laatste drie albums nauwelijks memorabel te noemen. Dat geldt natuurlijk niet voor de klassieker Lifes Rich Pageant uit 1986, die dit jaar in superextradeluxe geremasterde editie verschijnt. Nou heb ik als fervent mp3-luisteraar nooit echt de toegevoegde waarde van het remasteren gezien (of gehoord), maar gelukkig heeft de reissue een extra disk met negentien demo's die mijn oude fanhart toch weer iets harder doen kloppen. Erg mooi is het bijvoorbeeld om in de demo te horen dat Stipe in de coupletten van het schitterende "Fall On Me" nog duidelijk zoekende was naar de juiste tekst en melodie. Hetzelfde geldt trouwens ook voor "Cuyahoga" en diverse andere tracks. In alle gevallen zijn de uiteindelijke versies stukken sterker, maar toch blijft het intrigerend om te horen wat voor moois er destijds allemaal tot stand kwam in die oefenruimte in Athens.
File Under: Oude glorie
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fall On Me]
File Twitter: [Twitter]
Yellow Matter Custard - One More Night In New York City
Sinds drummer Mike Portnoy Dream Theater verlaten heeft, werkt hij zich een slag in de rondte. Hij begon met de opnamen van Neal Morses Testimony 2, nam daarna een nog te verschijnen album op met Neal Morse, Steve Morse (Deep Purple, Dixie Dregs) en Dave LaRue (Dixie Dregs), startte Adrenaline Mob (met Symphony X' Russell Allen en Chris Ward van Stuck Mojo en Fozzy), en is een powertrio begonnen met John Sykes (Thin Lizzy) en een nog niet nader genoemde bassist. Net voor al die projecten en bands ging ook Yellow Matter Custard nog eens in de herhaling. In 2003 leefden Portnoy, Neal Morse, Paul Gilbert (Mr. Big) en Matt Bissonette (David Lee Roth, Joe Satriani) zich onder die naam uit met een paar avonden met Beatlescovers, die verschenen op de dubbel-cd One Night In New York City. In november 2010 ging het gezelschap, met deze keer Kasim Sulton (Utopia, Meat Loaf) als bassist, aan de slag met veertig (!) andere Beatlescovers, waarvan een avond op Portnoy's eigen site als cd en dvd te verkrijgen is onder de naam One More Night In New York City. Dat ze als Yellow Matter Custard minstens zozeer voor hun eigen plezier op het podium staan als voor de lol van familie en fans in de zaal is goed te merken aan de verhalen en herinneringen, niet-gescripte grappen, quasi-Engelse accenten en de impromptu Beatlesquiz die voorbij komen. Net als op de eerste cd varieert het van bekende Beatlesklassiekers tot obscure tracks. De heren zingen alle vier en voorzover er niet gesoleerd wordt houden ze zich grotendeels aan de oorspronkelijke arrangementen, zij het dat het allemaal een paar tandjes steviger is dan de originelen uit de zestiger jaren. De pret van de muziek van toen wordt gecombineerd met de pret op het podium tot wat zelfs op cd nog een buitengewoon feestelijke aangelegenheid is.
File Under: Privéfeestje met toeschouwers
File Video: [16 min. preview]
The Innocence Mission - My Room In The Trees
Dertig jaar schijnen ze al platen te maken, Karen en Don Peris. Man en vrouw en ook muzikaal partners. In die dertig jaar hebben ze als The Innocence Misson tien CD’s, een paar EP’s en een compilatie-album uitgebracht, zonder noemenswaardig succes. Het zou me niets verbazen als My Room In The Trees wel voor dat succes gaat zorgen. Want waar dit duo - met hun wisselende bandgenoten - vooral in uitblinkt, is oprechtheid. Hun liedjes (songs of nummers zijn bijna te grote woorden) klinken eerlijk en, maar dat hoort misschien wel bij folk, op een bepaalde manier zelfs naïef. Karen Peris heeft een warme, ietwat hese stem die in de verte doet denken aan Chan Marshall. Haar teksten - de meeste zijn van haar hand, een aantal van hun samen en eentje van Don - klinken openhartig: ze heeft het over geloof ("God is love / and love will never fail me" in 'God is Love'), onzekerheid ("No one can be so embarrassed as me / I say to these trees" in 'North American Field Song') en geluk (in 'The Leaves Lift High' klinkt het: "All of the days I travel with you / dearest to me, child / You are dearest to me, child"). Zoetsappig en soft? Ja, maar soms kun je er niet genoeg van krijgen.
File Under: De schoonheid van onschuld
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Happy Mondays]
Doxa Sinistra - Via Del Latte
Toevallig was ik net begonnen aan het boek Onder Stroom toen ik Via Del Latte opzette. Een passende combinatie, want in Onder Stroom schetst Jacqueline Oskamp de vaderlandse elektronische muziekgeschiedenis, gelukkig zonder dat ze nu heel technisch wordt. Een behoorlijke eye-opener. Dick Raaijmakers en het laboratorium van Philips zijn nog wel bekend, maar van bijvoorbeeld de kraakdoos van Michel Waisvisz en het tape-oeuvre van Jan Boerman had ik nog nooit gehoord. De liefhebber moet de geluidssculpturen van laatstgenoemde maar eens opzoeken, het bewijs dat je puur met de a-melodieuze schoonheid van blokken geluid nog indruk kunt maken. Het duo Doxa Sinistra werkte een kleine twintig jaar na Boerman, maar ook zij behoren nog altijd tot de prehistorie van de elektronica. Ze zingen dan wel ergens (door vocoders) over 'personal computers', begin jaren '80 zullen ze hun tweede album (dat oorspronkelijk op tape verscheen) nog echt met enorme bakken van synthesizers (en soldeerbouten!) in elkaar hebben geknutseld. Net als Boerman doen ze soms in space-wolken ("Coolidge Effect") maar je voelt hier ook al de naderende geboorte van techno, Kraftwerk was ten slotte ook alweer een tijdje bezig. De synthesizers scheuren en pulseren zelfs groovy, in een afwisselende verzameling van schetsjes, die allemaal kort genoeg duren om niet op de zenuwen te werken, (Het blijft ten slotte piep-knor elektronica, het geluid van op hol geslagen fax-apparaten en creepy keukenapparatuur.) Wat helpt zijn de af en toe opduikende (vaak met dik accent gedeclameerde) slogans; "Alien" is in die categorie het vermakelijkst. In alles proef je de plezier van de makers voor het onbekende, en dan liefst wel een beetje duister. En, toch even benadrukken, deze plaat klinkt bepaald niet oubollig.
File Under: Onorthodox (en inderdaad wat sinister)
File Audio: [Fragmenten]
School Of Seven Bells - Half Asleep
Husky Rescue - Ship Of Light
Zomervakantie 2011 is er een met een grijze lucht en een leven binnen. Daar zit ik dan: op de bank verdiept in een boek. Een thriller. Uiteraard staat er muziek op, in dit geval Ship Of Light van Husky Rescue. Deze Finse band bracht hun derde cd (ik tel een album met mixes maar even niet mee) al in 2010 uit, maar er is nu een speciale editie. Waarom? Misschien om ons nogmaals attent te maken op ze? Wat ik wel weet is dat de muziek totaal niet past bij het boek dat ik lees. De muziek laat mij zweven boven een uitgestrekte woest landschap met onder mij veel bos en meren. Ik word gedragen door keyboardklanken. De gitaren laten mij buitelingen maken, maar de zangeres trekt me weer omhoog. Husky Rescue klinkt anders dan zoveel andere bandjes, maar zonder een opvallende plaats op te eisen. De bonus-cd is een instrumentale versie van de officiële schijf plus een vijftal bonustracks. Qua instrumentale versies zou ik bijna denken dat iemand iets lelijks gezegd heeft over de stem van Reeta-Leena Korhola, hetgeen niet terecht is trouwens. Overbodige actie dus deze tracks. Wel de moeite waard zijn nog vijf andere nummers, die overigens qua tijdsduur beter aan de eerste cd toegevoegd hadden kunnen worden. Ach ja, laat mij ook even zeuren, maar dat neemt niet weg dat Ship Of Light een aangename trip was.
File Under: Voel de wind
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Sound Of Love]
File Twitter: [Twitter]
Obits - Moody, Standard And Poor
Potverredorie, ondanks dat ik nog wel enthousiast over de eerste cd van Obits, heb ik de tweede cd van Rick Froberg cs gewoon over het hoofd gezien. Da's heel dom van me. Want meer nog dan debuutplaat I Blame You is Moody, Standard And Poor zo'n cd die je, ondanks dat 'ie krap vijfendertig minuten duurt, met een gerust hard weken in de cd-speler van je auto kunt hebben zitten. Van die typische lekkere stevige gitaarrock waarop je lekker ferm kunt cruisen over de snelwegen. En dat kan nu eindelijk in de vakantie tijd. Froberg en zijn bandleden hebben overigens wel zoveel muzikale bagage dat ze niet in de val van de nonchalance zullen vallen. Elk van de beukers heeft toch nog wel een verrassende inkijk. En anders duikt er uiteindelijk nog wel een gaaf instrumentaaltje op zoals "I Blame Myself" dat de cd afsluit. De basis blijft in alle songs dynamische, maar puntige gitaarrock waarbij Froberg in zijn teksten precies de goede toon aanslaat. De vlijmscherpe surf- en waverandjes die ze subtiel verwerkt hebben in de songs geven het bovendien net dat beetje extra cachet dat maakt dat de songs ook na vele draaibeurten interessant blijft.
File Under: Puike gitaarrock
File Audio: [You Gotta Lose][Shift Operator][MySpace]
Black Country Communion - 2
Vorig jaar ging Joe Bonamassa er nog vanuit dat Black Country Communion een eenmalig project zou blijven. Enkele maanden later was de studio echter alweer geboekt. Terecht, want Black Country Communion voelt veel meer als een band dan als een project. Stevige classic rock, die door Glenn Hughes een randje funk meekrijgt en door Bonamassa een randje - of nog wat meer - blues. Dat zou kunnen klinken als een Deep Purple-kloon, maar daarmee zou je BCC zwaar tekort doen. Nog afgezien van het feit dat de riffs eerder richting Led Zeppelin gaan dan richting Deep Purple gaan (luister maar eens naar "Save Me"), brengen Glenn Hughes, Joe Bonamassa, Derek Sherinian en Jason Bonham meer dan voldoende bagage mee om het een eigen geluid te geven. Ook Bonamassa's vaste producer Kevin Shirley zal een flinke vinger in de pap hebben gehad, want het verschil met de productie van Bonamassa's solo-albums is te verwaarlozen. Nergens wordt geprobeerd hipper dan hip te zijn en dat had niet beter uit kunnen pakken. Het klinkt namelijk vanaf de eerste noten vertrouwd en toch anders dan het individuele werk. Hughes' zang is natuurlijk uit duizenden herkenbaar, maar de gitaar heeft een veel prominentere plaats dan in diens solowerk, Bonamassa's gitaarwerk moet nu (behalve in de door Bonamassa gezongen tracks "Hadrian's Wall" en "An Ordinary Son") de spotlights delen met de stem van Hughes en Derek Sherinian, op zijn Dream Theater-, solo- en Planet x-albums toch bepaald niet bescheiden, beperkt zich tot fraaie maar uiterst functionele begeleiding. Drummer Jason Bonham tot slot mag dan niet zo'n herkenbare stijl hebben als zijn vader, hij heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een creatieve rockdrummer en hij krijgt op dit album volop de ruimte om dat te laten horen. Het mag duidelijk zijn: Black Country Communion vindt het wiel niet opnieuw uit, maar weet wel een eigen en hedendaags geluid neer te zetten met ambachtelijk musiceren. 1+1+1+1 is hier in elk geval heel wat meer dan 4. Laat dat derde album maar komen. Maar voor die tijd verschijnt verschijnt alweer Bonamassa's derde album van het jaar, want na het uitstekende solo-album Dust Bowl en Black Country Communion 2, komt er een coversalbum dat hij samen met Beth Hart heeft opgenomen. Een van mijn favoriete workaholics, die Bonamassa.
File Under: Ambachtelijk musiceren
Less Than Jake - Hello Rockview
Fans. Je bent er als band toch afhankelijk van. Vooral als je het van de fans en de cd-verkoop moet hebben omdat de airplay niet overhoudt. Fans heb je in verschillende categorieën. De innovators en de early adopters, die je groot gemaakt hebben en de early en late majority die zorgen dat de concertzalen nu nog een beetje vol zitten. De eerste groep heeft het vroege werk en de moeilijk verkrijgbare platen in huis en mag daar graag de tweede groep de ogen mee uitsteken. Zo ook fans van het punk-met-trompetten-combo Less Than Jake. Want de doorbraakplaat Hello Rockview (uit 1998) schijnt alleen nog op vinyl verkrijgbaar te zijn. Waardevol daarom voor de innovators en de early adopters. Hoe zorg je nu dat de early en late majority toch het moeilijke werk legaal in handen kunnen krijgen, zonder de verzameling van vroege volgers waardeloos te maken? Nou, gewoon, door Hello Rockview in een andere versie uit te brengen. Auditief wel een beetje opgepoetst, maar zonder de artwork, het stripboekje, dat de originele release zo bijzonder en waardevol maakt. Je doet er nog een DVD-tje bij met liveversies van alle nummers, live is Less Than Jake op zijn best, en je maakt de release ook voor de vroege volgers weer interessant. Iedereen blij kortom, en de band helemaal, want zo verdient ze weer wat aan een oude plaat. Ideaal om deze nummers weer live te gaan spelen voor de fans van vroeger en de nu...
File Under: Een lesje marketing van Less Than Jake
Infinite Light LTD - Infinite Light LTD
Bij supergroepen hoef je wat mij betreft niet gelijk te denken aan gelegenheidsformaties met leden uit bands die een heel arsenaal aan top-40 hits op hun conto hebben. Infitite Light LTD zou ik er, ondanks nul hits, dan ook zeker onder willen scharen. De samenwerking tussen Nathan Amundson (Rivulets), Mathew Sweet (Boduf Songs) en Aidan Baker (Nadja) is er namelijk een die super is. Het bizarre (of moderne?) aan deze samenwerking is dat de drie elkaar (bijna) niet face to face gesproken hebben bij de opnames van de drie kwartier muziek die deze debuut-cd kent. Alles kwam tot stand door het uitwisselen van bestanden via de Internets. Dat zou kunnen leiden tot een onsamenhangend geheel, maar deze drie hebben juist op ijzersterke wijze hun vinger in de pap gekregen. Daardoor leunt het ene liedje wat meer op de basis van de minimalistische folk van Sweet, de andere op de singer/songwriter kant van Amundson of op de drones van Baker. Maar net zo gemakkelijk versmelten ze tot pure schoonheid waarin alle invloeden in balans zijn. Dat leidt echter niet tot ontspanning, maar juist tot spanning. Het krachtenveld dat het evenwicht oplevert is juist wat de veelal abstracte songs zo bijzonder maakt. Misschien een tikkie desolaat en donker voor de zomer, maar Inifinite Light LTD is met gemak houdbaar tot diep in de donkere jaargetijden.
File Under: Supergroep, superplaat.
File Audio: [Snuffeldeelopdesite]
Tinez Roots Club - Almost Nasty
Het valt pas op als je de bezetting van dit Nederlandse kwartet bekijkt: baritonsax, tenorsax, drums, Hammond B3. Dus geen bas. Die hoor je wel, want Wolfgang Roggenkamp bespeelt met zijn voeten de baspedalen van zijn orgel. Iets wat de grote jongens van Hammond (McGriff, Smith, Holmes, etc) ook deden, funk- of souljazz-bands met een Hammondspeler hebben tegenwoordig vaak een bassist. Tinez Roots Club maakt jumpjazz en rauwe rhythm and blues, en verwerkt daar ook gospelinvloeden in. Muziek die zo ouderwets klinkt, dat het wel een statement lijkt. Bewust afzetten tegen nieuwlichterij, tegen progressie. Geen idee of dat zo is, maar in dit geval mag het. De saxen klinken als bronstige misthoorns, het orgel bruist als een geiser en de drummer slaat biefstukken plat. Vooral het nerveuze "Frenzy" en het al even enthousiaste "Full Tilt Boogie" zullen het in zweterige kroegen en op knusse dorpsfestivals goed doen. Alle stukken zijn geschreven door tenorsaxofonist Martijn ‘Tinez’ van Toor, die misschien toch ‘s moet kijken of hij voor de twee Engelstalige nummers een betere zanger kan vinden dan organist Roggenkamp. Die klinkt als George Baker, met een nog vetter Hollands accent. Vettig is bij de muziek van Tinez Roots Club wel een aanbeveling, maar die zang kan toch echt beter.
File Under: Zuurkool met vette jazz
File Audio: [Check de grappige platenspeler op hun website]
File Video: [Frenzy]
Amy LaVere - Stranger Me
2011 mag wat mij betreft de boeken ingaan als het jaar van de betere breakup-platen. Mooi genre. Begin dit jaar tilde Adele haar carrière naar een hoger plan door haar slaapkamergrieven in soulvolle popliedjes te gieten. Vervolgens liet Nicole Atkins horen dat een relatiebreuk dwars door je ziel kan snijden (met name in "The Tower"; wat een nummer mensen!) Zijn we daar net van bekomen, staat Amy LaVere met haar uitgelopen mascara op de stoep omdat het tussen haar en haar drummer-vriendje passé is. En zo blijkt maar weer eens dat iedere vrouw zo haar eigen methode op na houdt om te dealen met dit soort shit. Amy bijt van zich af. "Damn Love Song" is meteen een klap met de vlakke hand in het gezicht van haar voormalige geliefde. Verderop in "Red Banks" fantaseert ze zelfs - ondersteund door een grommende bariton sax - over zijn al dan niet per ongeluk veroorzaakte verdrinkingsdood. 'No, I didn't push him in / Lord, he'd killed me if I did.' En dat alles gezongen met een bedrieglijk onschuldige kinderstem waar wel degelijk een volwassen vrouw van vlees en bloed achter schuilgaat. Ondersteund door jazzy ritmiek en het betere koperwerk zingt ze over "A Great Divide" en naarmate het album vordert wordt de sfeer broeieriger, het licht spaarzamer en de beelden koortsachtiger; Lynchiaanser zo u wilt. Nothing to lose, dus waagt ze zich aan een geslaagde cover van Beefhearts "Candle Mambo" en gaat ze onpeilbaar diep met "Cry My Eyes Out": inderdaad om te huilen zo mooi!
File Under: Breakup-plaat van het jaar
File Audio: [AmySpace]
File Video: [Red Banks (live)]
Genticorum - Nagez Rameurs
´Nous reconnaissons l´appui financier du gouvernement du Canada par l´entremise du ministère du Patrimoine canadien´. Kom daar maar eens mee in ons land waar subsidie steeds meer een vies woord aan het worden is. Het trio Genticorum komt dus uit Canada en om preciezer te zijn uit Québec. De stad waar de officiële taal Frans is, en waar er kennelijk een connectie is met de Celtic wereld. Waar de term folk nog wel eens misbruikt wordt in een popmuziekverbastering, speelt Genticorum de traditionele folk. Folk die ik meer in Ierland zou verwachten met fluit, viool, gitaar en vocale ondersteuning. In plaats van Gaellic is hier de voertaal Frans. Nagez Rameurs is hun derde schijf. Het bevat bewerkingen van zogeheten traditionals, en songs van violist/zanger Pascal Gemme die ook voor de productie tekende. Ze vloeien moeiteloos in elkaar over. Het fijne aan deze schijf is dat de opnames klinken alsof ze live ingespeeld zijn. Een beetje het gevoel alsof ik een Ierse pub binnenwandel en me laat verrassen door de cultuur. Genticorum komt echter niet uit Ierland, maar uit Canada waar ik nog nooit ben geweest. Canada en Quebec gaan in ieder geval op het ´to see´-lijstje en Genticorum als ze in de buurt zijn. Cheers!
File Under: Folk Culture
File Audio: [MySpace]
File Video: [Tout Le Long Du Voyage][Les Mentieres][Reel Circulaire]
File Twitter: [Twitter]
Diverse artiesten - Come Together: Black America Sings Lennon and McCartney
Het songbook van Lennon en McCartney is ongetwijfeld het meest gecoverde songbook ter wereld. Terecht natuurlijk, de heren Beatles wisten aardig wat fijne deunen te componeren in hun beste jaren. Dat de Amerikaanse soul en R&B scene in diezelfde jaren met plezier uit dat songbook putte mag geen verrassing zijn. Logisch, want The Beatles haalden de mosterd ook uit de U.S.A.. Veel Amerikaanse hits speelden zij met verve in de clubs van Liverpool en Hamburg. Niet voor niks werden diverse soulhits meer dan meesterlijk door de Britse bleekneusjes op de plaat gezet. Denk maar eens aan hun prachtige versies van hits als "Please Mr. Postman" (the Shirelles), "You've Really Got a Hold on Me" (Smokey Robinson &the Miracles)en Anna (Arthur Alexander).Het onvolprezen Ace label geeft met deze bloemlezing natuurlijk maar een promillage van de duizenden covers die er zijn een plekje in de spotlights, Het moet echter gezegd, dit zijn grotendeels wel onvergetelijke pareltjes. Twistkoning Chubby Checker stampt, geholpen door een heerlijk vet orgeltje, adequaat door "Back in the USSR" en met bijdragen van artiesten als Al Green, Aretha Franklin, Mary Wells en Otis Redding is de kwaliteit eigenlijk wel gewaarborgd. Het wordt natuurlijk pas echt leuk als er lekker wordt geëxperimenteerd met de arrangementen. Meer dan bijzonder is de swing die Gene Chandler meegeeft aan het toch wat statige "Eleanor Rigby". Ook niet onvermeld mogen Chairmen of the Board blijven die "Come Together" laat klinken alsof het voor een Shaft-soundtrack is geschreven. Mijn favoriet is met voorsprong overigens de versie van "Rocky Raccoon" die door The Moments is gemaakt. Zij bestaan het om Rock van de heuvels in Dakota te laten verhuizen naar the ghetto. Prachtig gedaan en net als de rest van het album Come Together: Black America Sings Lennon and McCartney een meer dan prettige voetnoot in het grootse Beatlesverhaal.
File Under: Directe lijnvlucht Liverpool - Detroit
File Video: [YouTube]
Ciara Sidine - Shadow Road Rising
De economische problemen in Ierland zullen ongetwijfeld hun weerslag hebben op de locale muziekindustrie en de mogelijkheden voor het uitbrengen van nieuwe muziek beperken. Want waarom anders zou iemand met het talent van Ciara Sidine en haar netwerk anders geen platenlabel kunnen vinden? Ze verdient haar geld als redacteur bij een uitgeverij - ook al zo’n branche waar geen Hosanna klinkt - en bij het opnemen van Shadow Road Rising kreeg ze hulp van onder meer Steve Wickham (ooit Waterboys, maar ook ervaring bij R.E.M. en Bob Dylan), Dave Hingerty (Swell Season en The Frames) en twee muzikanten uit de band van Van Morrison (Paul Moore en Justin Carroll). Daar komt bij, en dat is uiteraard het belangrijkste, dat het in eigen beheer uitgebrachte Shadow Road Rising een bijzonder aardige plaat is. Opener Riding Home mag dan een traditional zijn, de andere elf nummers laten zien dat Ciara Sidine een prima songsmid is. Haar stem is een beetje vlak, maar vrijwel accentloos - al kun je dat voor een Ierse ook als nadeel zien. De concurrentie op het gebied van vrouwelijke singer/songwriters is groot, maar er is geen enkele reden waarom Ciara Sidine het niet zou redden. Een goede toer met als het even kan de muzikanten die ook meespelen op dit album en er zal ongetwijfeld een platenmaatschappij toehappen. Het is alleen te hopen dat die haar niet de verkeerde (lees: poppy) kant opduwen. 'The Arms of Summer' en 'Take Me Down' balanceren gevaarlijk op dat randje.
File Under: Ierse Americana
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hollow The Breeze]
Austra - Feel It Break
Het is maar goed dat muziekherkenningssoftware als Shazam uitsluitend wiskundig werkt. Op basis van de consequente mineur-melodieën en de New Order-sythesizers van het Canadese drietal Austra zou een computer ze anders feilloos bij de new wave uit de jaren tachtig indelen. Of misschien zelfs keihard ontcijferen dat het wel daarop lijkt, maar dat de kraakheldere productie toch echt 2011 is en het tempo te hoog ligt. Dat zangeres Katie Stelmanis opera studeerde hoor je er soms ook aan af. Misschien zou ze zich daar nog iets verder in moeten laten gaan, zodat de Cranes- en Dead Can Dance-invloeden meer ruimte krijgen dan dat zweverig Kate Bush-achtige. Of ze moet juist meer de Ladytron-kant uit willen gaan. Sinds haar solowerk in 2008 en haar voorprogramma bij Cocorosie is ze in elk geval steeds puntigere liedjes gaan maken, en dat is een goed ding, getuige Fischerspooner-achtige singles als "Beat and the Pulse". Eerlijk gezegd grijpt de rest me alleen veel minder dan dat haar voorbeelden me pakken. Het verbaast me niks dat veel Austra-albumtracks vergeleken worden met The Knife, dat ik juist ver-schrik-ke-lijk vind vanwege die artsy-fartsy elektronische kriebelzang. Laat ik dus zeggen dat ik het beter vind dan The Knife. Aan u het oordeel.
Sparkle is de remix-cd bij Feel It Break die net uit is, waarmee Austra zich op Goldfrapp-achtige wijze verbreedt. Ik als electrojongen vind hem op het eerste gezicht interessanter dan Feel It Break zelf. Maar ja, "Lose It" staat er zes keer op (waaronder drie van Mark Pistel) en "Beat and the Pulse" drie keer. Het moet een van de eerste remixplaten zijn waarop het merendeel van de bijdragen het tempo dapper omlaagschroeft, alleen laat iedereen de kans schieten er dubstep van te maken, wat een fraai contrast zou zijn met de (overigens soms ook verlaagde) zang. Elders op deze remixplaat vinden vergelijkbare experimenten plaats. Kool Thing laat de rave-geluiden zoemen, maar op 94 beats per minute kun je daar als luisteraar niet veel mee. De remix van het Noorse 120 Days is met 69 bpm nog het interessantst, en stapelt zowel diepe geluiden, verknipte lage als normale hoge zang als een knapperige taartenlaag op elkaar.
File Under: Mij te fragiel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Beat and the Pulse][Lose It][The Choke live bij SXSW][Diverse remixes van Sparkle]
VsRome - The End Is Important In All Things
Dan ben je een Duitse band die zichzelf heeft blindgestaard op platenlabels als Touch & Go, Amphetamine Reptile en Matador. Dan weet je dus dat Jon Spencer, het betere Britse indiewerk en bands als Melvins en Helmet de grotere idealen moeten omvatten. Bij geen enkel label zie ik de punkrock en emo terug die vsRome produceert. Wel bij SupPop. Want heel in de verte ademt vsRome op The End Is Important In All Things iets van Seaweed. De band maakt gebruik van dezelfde spanningsopbouw als in Four van Seaweed. Dezelfde hakkelende drums, nagenoeg dezelfde gitaarpartijen, alleen over de vocalen valt nog wat te twisten. Zoals het er nu naar uitziet probeert vsRome zich op te trekken aan een cluster van bands waar niet meer mee te touren valt. Helaas, de jongens zijn op een verkeerde plek in een verkeerde tijd geboren. Wat de band dan nog te doen staat, is om een album te maken dat in elk opzicht mij van mijn sokkel blaast. Kom op dan, doe een beetje Pavement, wat Truly, echte Seaweed-intensiteit en heel veel Quicksand ten tijde van Slip en je hebt er als Duitse band een fan voor het leven bij. Maar ja, dat zal wel weer teveel gevraagd zijn en moet ik blij zijn met een poppy punkrockplaat op het legendarische Arctic Rodeo-label.
File Under: Ze willen wel, maar het zit er niet in
Queensrÿche - Dedicated To Chaos
Queensrÿche heeft het altijd lastig gehad met z'n fans. Niet alleen omdat de band na het vertrek van Chris DeGarmo een aantal belabberde albums heeft afgeleverd, maar ook omdat ze altijd meer experimenteerden dan veel fans prettig vonden. 'Het is geen metal' was dan meestal voldoende argumentatie. Als dan boegbeeld Geoff Tate de publiciteit slecht aanpakt, is er geen redden meer aan. Hij joeg fans op de kast door dance- en hiphopelementen aan te kondigen en verklaarde niet veel later: 'Rock is pretty much dead'. Don't shit where you eat, meneer Tate. Het is des te jammerder omdat de laatste drie albums Take Cover, American Soldier en Dedicated To Chaos, hoewel zeer verschillend, alledrie erg goed zijn. Echt Prikkie, met hiphopelementen? Nou, dat valt erg mee. "Wot We Do" gaat daarin het verst en is nog bepaald geen Snoop Dogg. Ja, er zijn drumpatronen te ontwaren die iets dance-achtigs hebben ("Bad For You", met een Oosters aandoend gitaarloopje), maar ook in het verleden was Scott Rockenfield daarmee aan het experimenteren. Dedicated To Chaos is absoluut geen metal, het is eerder te classificeren als mainstream rock, zoals Empire en Hear In The Now Frontier. Maar dat heeft de heren er niet van weerhouden een reeks heerlijke songs op cd te zetten. Single "Get Started" is wat dat betreft een goede graadmeter. Een strakke en compacte rocksong. Dat is inderdaad iets heel anders dan metalbombast, maar echt geen enorme koerswijziging voor Queensrÿche. Althans, geen voor Queensrÿche ongebruikelijke koerswijziging. Ben je alleen geïnteresseerd in hun metalwerk, dan kun je dit album gerust overslaan. Maar wanneer je zoals ik hun experimenteerdrift kunt waarderen, dan zou je dit zo maar eens een reuze spannend album kunnen vinden. Ga dan meteen voor de special edition, met vier extra songs en een andere trackvolgorde. Bij mij eindigt Dedicated To Chaos in het jaarlijstje, dat weet ik nu al.
File Under: Gedurfd en geslaagd. O, en geen metal.
File Video: [Get Started]
The Loves - … Love You
Vaak pleit ik voor het beperken van de lengte van een album, zodat het album het beste van de band bevat zonder muzikale overbodigheden. De uit Cardiff afkomstige The Loves houden zich hier wel heel erg aan door de lengte van ...Love You tot nog geen half uur te beperken. Deze release verscheen vorig jaar al in Groot-Brittannië, maar nu dus ook in ons land. Ik denk dat de platenmaatschappij andere plannen had dan de band zelf, want The Loves stopten er in februari mee. Dat is jammer, want …Love You is een geinige cd. Tekstueel zoals op ´I Lost My Doll To Rock & Roll´, maar zeker ook muzikaal. Deze is gebaseerd op de typische Beach Boys-achtige sixtiessound, maar dan met een kakofonie aan zijwegen zoals het Led Zeppelin-achtige "King Kong Blues" en het Grandaddy-achtige "It´s The End Of The World". Bijzonder hierin is ook het strikken van Doug Yule, de man die The Velvet Underground voortzette zonder John Cale en Lou Reed, voor een rol als Jezus die een antwoordapparaat inspreekt. Ontdek-je-plekje-waardig zijn ook de samples, waar ik in ieder geval New Order-drums en een Abba-piano herken, maar er ongetwijfeld meer verborgen zitten.
File Under: Kort, krachtig en inmiddels uit elkaar.
File Audio: [Grooveshark]
File Video: [Bubblegum][That Boy Is Mine]
Kaiser Chiefs - The Future Is Medieval
Een Kaiser Chiefs-liefhebber pur sang ben ik nooit geweest. Toch is het een band wiens modus operandi bewondering afdwingt: door zwartgallige, ironische one-liners te stoppen in een infectieus Britpopjasje is een heuse succesformule gecreëerd. Kaiser Chiefs maakt hierdoor alweer bijna een decennium lang hoofdpodia op alle grote Europese festivals onveilig. Na het geflopte Off With Their Heads kwam de band uit Leeds met het ambitieuze idee fans via hun website zelf een Kaiser Chiefs-plaat te laten samenstellen. Trendsettend wordt het niet (veronderstel ik), maar het is wel een aardige poging om een traditioneel albumconcept via een digitale interface mogelijk te maken. Op deze officiële release staan dertien van de in totaal twintig opgenomen nummers, waaronder de single “Little Shocks”. Waar Off With Their Heads de kakafonie tot nieuwe hoogtes bracht, grijpt The Future Is Medieval een serieuzere ondertoon. Met het maniakele “Dead Or Serious Trouble” en “Heard It Break” denk ik dat Kaiser Chiefs dat stigma als onstuimig festivalbandje een beetje van zich wil duwen. Voor de bandleden zelf ongetwijfeld een bewuste artistieke keuze. Helaas klinkt het album nogal versnipperd, mede dankzij de wetenschap dat er potentieel zeven andere liedjes binnen handbereik liggen die je wellicht liever op The Future Is Medieval had gehoord. Bovendien lijkt Kaiser Chiefs tot sint-juttemis haar brood te verdienen met de megahits waar elke dronken festivalganger om schreeuwt. Ironisch genoeg blijven goede artistieke intenties ditmaal niet overeind tijdens die perfecte storm dat commercieel succes heet. Ach, die Kaiser Chiefs zijn niet vies een beetje ironie, toch...?
File Under: De toekomst is ‘oude hits speleeuhh!’
File Audio: [MySpace]
The Hillbilly Moon Explosion - Buy Beg Or Steal
Retro is in. Zo scoort Caro Emerald bijvoorbeeld aardig in het buitenland met haar op de jaren '50 films geïnspireerde muziek en is de televisieserie Mad Men over de reclamewereld en wrange gezinssituaties aan het eind van jaren '50 ook mateloos populair. Zwitserland zal zich ook van succes verzekerd hebben gezien toen ze The Hillbilly Moon Explosion naar het Eurovisie Songfestival wilden sturen. De band bedankte voor de eer en dat siert ze. The Hillbilly Moon Explosion is geen hippe band maar maakt authentieke rockabilly. Thuisbasis is Zürich maar alleen drummer Luke Weyermann en de van oorsprong Italiaanse zangeres Emanuela Hutter hebben het Zwitserse paspoort. Bassist en zanger Oliver Baroni en gitarist Duncan James komen uit Groot-Brittannië. Emanuela Hutter zingt de meeste nummers met heldere en zoete stem die het goed doet in de uptemponummers en lekker loom en jazzy is in de wat rustigere nummers. Bassist Oliver Baroni's donkere stem past prima bij de galmende gitaren. Leuk is het duet "My Love For Evermore" wat Hutter zingt met Sparky van psychobillyband Demented Are Go. Het contrast tussen haar lieve stem en zijn krakerige keel levert een song op met een spookachtige sfeer. De rockabillyversie van Orchestral Manoevres In The Darks "Enola Gay" is leuk maar niet echt origineel, The Treble Spankers deden dat jaren geleden ook al. Desondanks is Buy Beg Or Steal een afwisselend album waarop The Hillbilly Moon Explosion trouw blijft aan hun rockabilly-idealen. Ze zou best wel eens een graantje mee kunnen pikken van de retrorage. Het is ze gegund.
File Under: Niet hip, wel cool
File Audio: [MySpace]
File Video: [My Love For Evermore]










































































































