Sebastian Bach - Kicking & Screaming
De Canadees van geboorte Sebastian Bach is inmiddels een typisch Amerikaanse macho. Hij heeft de ene ruzie na de andere - bij voorkeur met zijn oude bandje Skid Row. Jammer, want Bach heeft die flauwekul helemaal niet nodig. Hij heeft een uitstekende rockstem, weet goede mensen aan te trekken voor zijn band, kortom meer focus op zijn eigen kwaliteiten zou hem waarschijnlijk verder brengen. Kicking & Screaming is zijn eerste album in vier jaar en gaat door waar het uitstekende Angel Down ophield. Naast producer Bob Marlette (Alice Cooper, Iommi, Black Stone Cherry) en gastgitarist John 5 (op "Tunnelvision") waren er maar drie mensen actief op dit album: Bach zelf en drummer Bobby Jarzombek (Halford, Riot), en op alle andere instrumenten de pas 21-jarige Nick Sterling. Op zijn tiende(!) nam hij al zijn eerste zelf volgespeelde en geproduceerde album op. En echt, nergens heb je het idee dat hier een jonkie aan het werk is. Of het zou moeten zijn dat hij nog niet zo'n eigen stijl heeft. Wat heet: John 5 doet mee op "Tunnelvision" en op "Dance On Your Grave" doet Sterling meteen een John 5-je. De rest, de strakke riffs, de venijnige solo's, het baswerk, Sterling klinkt als een veteraan. Jammer genoeg is het enige dat wat te wensen overlaat het songmateriaal, dat meestal nogal gewoontjes is. Het is steeds een goed vehikel voor de kwaliteiten van de heren, maar dat beetje extra dat maakt dat een song echt blijft hangen ontbreekt. Qua productie en uitvoering is dit album helemaal top, maar compositorisch kan Kicking & Screaming Angel Down dus niet doen vergeten. Al ben ik blij dat Nick Sterling hiermee bij me in beeld is gekomen.
File Under: Vermakelijk, maar jammer genoeg ook niet meer dan dat
File Video: ["Kicking And Screaming"]
File Spotify: [Kicking & Screaming]
St. Vincent - Strange Mercy
Annie Clark heeft in het verleden bij Sufjan Stevens en Polyphonic Spree haar sporen ruimschoots verdiend. Inmiddels maakt ze als St. Vincent furore met een breed opgesierd, fragmentarisch popgeluid. De ene keer lijkt Clark een onschuldig en maagdelijk met haast symfonische arrangementen, totdat ze de boel bewust lijkt te verminken met verstikkende gitaarnoise en ontstemde keyboards. Op het derde album Strange Mercy is die kloof tussen schoonheid en vervorming wijder dan ooit. De vreemde wending ligt bij elk nummer op de loer. De single “Cruel” lijkt in het begin rechtstreeks uit een jaren '40 musical te komen, totdat de drums plots invallen. Door Clarks verbeten zang, staccato-saxofoons en venijnige gitaarsolo krijgt “Cruel” een uiterst grimmige draai. Opvallend hoe de muze haar gitaar gebruikt voor textuur en ambiance boven melodie. Bij “Surgeon” gaat het daadwerkelijk alle kanten op: haar virtuoze spel verraadt een voorliefde voor Oosterse toonladders en progressieve rock. Soms is Clark door het avontuurlijke instrumentarium en dito productie moeilijk te peilen. De emotionele kern sneeuwt hierdoor een beetje onder. Bij “Cheerleader” en sterke afsluiter “Year of the Tiger” weet ze die kern gelukkig intact te houden. In het verleden liet Clark haar muzikale waanzin en knappe songsmederij elkaar versterken: dit maakte Actor en Marry Me tot ontzettend verslavende albums. Bij Strange Mercy onderdrukken die twee facetten elkaar wat meer. Daardoor is het St. Vincents meest veeleisende album tot nu toe geworden. De genadige luisteraar raakt na elke luisterbeurt eerder verwonderd dan vervreemd.
File Under: Virtuoze pop met gespleten persoonlijkheid
The Tangent - COMM
Supergroep. Leuk fenomeen. Je ziet ze regelmatig in de progwereld, maar ook elders krijgen ze voet aan de grond. Het idee erachter is leuk: zet een aantal talenten/creatievelingen uit verschillende bands bij elkaar en kijk wat er gebeurt. Soms pakt het goed uit en soms blijkt de som niet eens het geheel der delen. En dan gaat de band weer uit elkaar. Want dat is de grote gemene deler der supergroepen. Echt lang blijven ze niet bestaan. En een normale band worden, dat zit er al helemaal niet in. En toch is dat wat er gebeurd is met The Tangent. Begonnen als samenwerking tussen Parallel or 90 Degrees en The Flower Kings, aangevuld met de saxofonist van Van der Graaf Generator, is The Tangent uitgemond in een nieuw vehikel van Andy Tillison, overigens de oprichter van The Tangent. De band kende vele bezettingswisselingen: Flower Kings eruit en Beardfish erin, Jackson eruit en Travis erin, Beard Fish eruit en diverse sessiemuzikanten erin, maar is redelijk stabiel met Tillison, Travis en Burgess en brengt een gestage stroom platen uit. COMM is al nummer zeven sinds 2003! Tillison weet van doorwerken en dat pakt niet altijd even goed uit. Op COMM verdwijnen de canterburyinvloeden, de reden om The Tangent op te richten, weer iets naar achter. Wat overblijft is een toetsengedomineerde progplaat met veel saxofoonwerk. Niet gek met een blazer en toetsenist als kernleden. Maar helaas sprankelt de plaat niet. Het zit degelijk in elkaar, de nummers vervelen nergens, maar je hoopt regelmatig dat ze het gas even net iets dieper intrappen. Daarbij helpt het ook niet dat Tillison geen slechte zanger is, maar ook geen bijzondere. Het geheel komt daardoor dit keer niet van de grond. Al met al dus geen slechte plaat, maar wel eentje die alweer vooruit doet kijken. Als Tillison daar nu eens meer tijd voor neemt en een echt goede zanger zoekt, dan tuigen we de term supergroep weer op. Maar dan in een andere betekenis…
File Under: Van super naar normaal…
File Audio: The Tangent Website(even klikken op audio)
Richmond Fontaine - The High Country
Zo mistig en desolaat als de foto op de hoes is het verhaal wat verteld wordt op The High Country, het achtste album van de alt.country band Richmond Fontaine uit Portland, Oregon. Zanger Willy Vlautin is naast muzikant ook een verdienstelijk schrijver en deze twee kunstvormen heeft hij op The High Country verenigd. De cd kun je eigenlijk niet beluisteren zonder de teksten erbij te lezen. In zeventien nummers wordt het treurige verhaal verteld van een vrouw die jong en ongelukkig getrouwd is. Ze werkt in een winkel in auto-onderdelen en wordt verliefd op een monteur. De liefde is wederzijds en ze willen ze hun ellendige leven achter zich laten en samen opnieuw beginnen. Dit alles speelt zich af in het troosteloze achterland van Oregon, een wereld vol haat en nijd, jaloezie en drugs. Dat het verhaal een weinig rooskleurig einde heeft laat zich raden. De cd luistert als een boek en komt daardoor het beste tot zijn recht wanneer hij in zijn geheel beluisterd wordt. Variërend van stevige countryrock tot ingetogen, akoestische ballads, met intermezzo's van filmachtige hoorspelen word je meegezogen in dit schrijnende verhaal. Het is een goede keuze geweest om Deborah Kelly van The Damnations TX de verhaallijnen van de vrouw te laten zingen en vertellen. Haar heldere stem vormt een mooi contrast met Vlautins rauwe keel. Echt pakkende, afzonderlijke songs bevat deze cd niet, maar als geheel vormt het een spannend en tragisch liefdesverhaal. En met The High Country heeft Richmond Fontaine tevens de eerste alt.country musical gemaakt.
File Under: Luisterboek
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Lost In The Trees]
The Feeling - Together We Were Made
Het gevoel wordt wel op de proef gesteld. Join With Us heb ik in 2008 al zowat als enige in Nederland gerecenseerd (het titelnummer was nog wel zó goed!), maar de opvolger Together We Were Made is dit keer al in thuisland Engeland de grond ingeschreven. Zit iets in. The Feelings guilty pleasure-popliedjes schurken nu echt tegen kinderwijsjes aan (denk de papapa-koortjes en de fijne piano er maar bij) en zanger Dan Gillespie Sells overschrijdt al in het openingsnummer en eerste single "Set The World On Fire" de grens van het slijmerige. Direct vergeten dat nummer. Het enige nieuwe wat de band doet is een duet, in dit geval met Sophie Ellis-Baxtor. "Leave Me Out Of It" is dan ook meteen het tijdloze hoogtepunt van dit album. 'You don't know what love is till you've had mine / A crack in your heart that can't be undone'; het appelleert ongelofelijk aan het gevoel dat ik heb nu ik steeds regelmatiger naast m'n vriendin wakker word, ik vrees dat het een Sky Radio- of reclamehit kan worden en tja, wil ik dat als oprechte muziekliefhebber eigenlijk wel? Enfin, het zij gezegd: The Feeling flikt het weer, ook Together We Were Made heeft een prijsnummer. Wie fan was van de vorige twee platen, vindt verder ook nog wel wat soeps: het pompende "Searched Every Corner", pianoliedje "A Hundred Sinners", het kalme "Another Soldier" en het afsluitende titelnummer "Undeniable" mogen er zijn. Temidden van de overige zooi is het een schrale oogst, maar ik ben allang blij dat een ooit-favoriete band niet helemáál teleurstelt.
File Under: The Failing
File Audio: [Leave Me Out Of It]
Kina Grannis - Stairwells
Ik moest even met mijn ogen knipperen, maar het stond er echt. Kina Grannis had beleefd geweigerd een contract te ondertekenen bij het toch niet misselijke Interscope. Ze prefereerde haar debuutplaat in eigen beheer uit te brengen. Op die platendeal had ze recht omdat ze in 2008 de Crash The Superbowl competitie van Doritos gewonnen had, maar Grannis had het idee dat ze het als independent beter tot haar recht zou komen. Dat zal vast een van de redenen zijn dat haar cd Stairwells er wat langer over deed om de oceaan over te zwemmen naar het Nederlandse. Grannis schijnt zelf een potpourri te zijn van Japanse en West-Europese afkomst, ze klinkt poepieglad-Amerikaans. Ik vraag me af of ze het daarmee ver gaat schoppen in Nederland. Door de bank genomen komen dit soort singer/songwriters niet veel verder dan een showcaseje in Amsterdam. Daarna hoor je er weinig meer van. Toch zou het (eigengereide) doorzettingsvermogen van Grannis er best eens voor kunnen zorgen dat ze het wel redt. Met de liedjes op Stairwells is in ieder geval - ook al is het gros wel extreem braaf - niets mis. Ze zit qua sound in de buurt van Jewel en die heeft in Nederland uiteindelijk ook voet aan de grond gekregen. Bovendien heeft Grannis behalve een prachtig koppie ook een erg prettige stem. Die is net niet aalglad, waardoor het toch een tikkie geloofwaardiger wordt. Een liedje als “In Your Arms” is vederlicht, maar het subtiele raspje en de slim gekozen harmonieën maken het toch tot een prettige luisterervaring. Daarnaast is Grannis duidelijk niet een one-trick-pony. In de twaalf liedjes stopt ze voldoende variatie om je niet het idee te geven dat je twaalf keer naar Anna Doorsnee zit te luisteren.
File Under: Eigen willetje
File Video: [The One You Say Goodnight To][Valentine]
Mastodon - The Hunter
September is een goede maand voor metalreleases dit jaar. Ook Mastodon doet een duit in het zakje met The Hunter, hun vijfde. Het viertal uit Atlanta heeft er na enkele conceptalbums voor gekozen om dat nu even te laten en op een andere manier liedjes te schrijven. Het resultaat is een plaat waar wat minder lijn in zit dan eerst, maar die toch een dynamisch, kloppend geheel vormt. Hoewel het onmiskenbaar Mastodon is, toont dit album een flinke stap verder in hun ontwikkeling. Zo is er meer adempauze en klinken er minder growls, maar dat betekent niet direct dat de nummers softer worden. In dat opzicht is het ook wel een aardige keuze om te openen met de twee ‘singles’ "Black Tongue" en "Curl from the Burl" die de verandering goed aantonen en waarbij met name de tweede zowaar een voor Mastodon-begrippen catchy refrein heeft. Echte hitmuziek is het natuurlijk niet, maar als je onbekend bent met de band is dit een goede kennismaking waarbij je uiteindelijk in 53 minuten een trip door hun muziekland maakt. Van Pink Floyd-esque stukken of zware Led Zeppelin-grooves tot furieus drumwerk en bijbehorend bijna non-stop riffing (zoals in de geweldige track "Spectrelight", waarbij voor het vierde achtereenvolgende album Scott Kelly van Neurosis zijn opwachting maakt). Het sludge-gehalte is dit album wat afgenomen maar alle elementen die Mastodon maken tot wat het is, zijn knap verweven in dit nieuwe hoofdstuk dat ongetwijfeld hoge ogen gaat gooien in de jaarlijstjes van metalfans uit de progscene.
File Under: Daadwerkelijk progressieve metal
File Audio: [MySpace]
File Video: [Black Tongue]
File Twitter: [Mastodon]
The Hype - Have You Heard The Hype?
Have You Heard The Hype? Ja, dus. Opener "Do You Know" is veel gedraaid op 3FM (de band was er Serious Talent) en aangezien deze zender als muzikaal behang op mijn werk fungeert, ken ik dit liedje. Al wist ik niet dat dit nummer van The Hype was. Het is typisch zo´n nummer dat past in onze traditie van de Racoons, Moke´s en de Go Back To The Zoo´s. De wereld buiten ons land zit er (waarschijnlijk) niet op te wachten, maar hier slaat het ongetwijfeld aan. The Hype komt uit Haarlem en de vier gasten - laat ik dit woord ook eens gebruiken - weten waar Abraham de mosterd vandaan haalt. Zo is er inspiratie gevonden in The Beatles ("Swan Song (Bye Bye)"), Oasis ("What Do You Say", hun nieuwe single) en David Bowie ("Bowie", opmerkelijk voor hun leeftijd). Het album lijkt mij bol te staan van de singlekandidaten en als ze het goed aanpakken dan moet The Hype over een jaar toch op de grote Nederlandse podia kunnen staan. Misschien wel handig om ergens een reclametune te scoren, maar ook dat lijkt me geen probleem met zoveel uptempo en vrolijk makende liedjes. Eventueel via de - overbodige - cover van Manfred Manns (en Bob Dylans) "Mighty Quinn". Next Big Dutch Thing, wat ik je brom.
File Under: Radiovriendelijk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Do You Know][What Do You Say?]
File Twitter: [Al hun tweets]
Jester At Work - Lo-Fi Back To Tape
Achter de ietwat stupide naam Jester At Work gaat Antonio Vitale schuil, een Italiaan die zijn liedjes zo simpel mogelijk probeert te houden. Akoestische gitaar, stem, een mondharmonica, wat uit de losse pols ingespeelde percussie en dat is het dan. Oh ja, zoals de titel van dit album al laat zien, niet in een mooie studio opgenomen, maar thuis of in zijn oefenhok, zo basaal mogelijk. Afgaande op de foto’s in het het hoesje is Lo-Fi, Back To Tape opgenomen op een oude viersporenrecorder, een Fostex. Vitale houdt er een donkere stem op na, een bariton die zo te horen ietwat is aangetast door het leven. Maar het vak van liedjesschrijver beheerst hij en hoewel het niet allemaal even origineel is, weet Antonio een mooie mix van folk, country en andere tijdloze genres bij elkaar te brengen. Dit is het soort album dat op het eerste gehoor niet veel teweeg brengt - al is het maar omdat elk nummer in ongeveer hetzelfde tempo gespeeld wordt - , maar een paar verslavende momenten kent (met "Sphinx", "I’m On Fire" en "Not Far From Here" als hoogtepunten). In 2008 al uitgebracht in Italië en sindsdien lijkt deze plaat langzaam maar zeker overal op te duiken.
File Under: Lo-fi uit Italië
File Audio: [Sphinx]
Kasabian - Velociraptor!
Misschien ligt het aan mij, maar als ik de hoes van Velociraptor! zie, dan verwacht ik dat Kasabian mij bij de eerste noten van deze vierde plaat bij de strot zal pakken en daarna pas aan het einde van de cd weer los zal laten. Dat idee werd nog verder versterkt door de single “Switchblade Smiles” dat na een bezwerend intro flink los gaat. Het tegendeel is helaas waar. Kasabian slaagt er weer niet om de - wie immer - hooggespannen verwachtingen in te lossen. Openingsnummer “Let’s Roll Just Like We Used To” is een slap kopje thee uit een automaat en daarna weten de Britten me maar moeilijk om song tot song verder te luisteren. Dat kan nooit de bedoeling zijn natuurlijk en daar had ik met Empire nooit last van. Het combo geleid door de groot, groter, grootst denkende zanger Tom Meighan en gitarist Serge Pizzorno weet me maar matig te behoren met hun typisch Engelse clash van Oasis en Primal Scream. Op deze manier zullen ze nooit uit de schaduw van deze grootheden treden. Zo is “Man Of Simple Pleasures” toch vooral een slap Oasis-aftreksel. Ik zou bijna denken dat ze de Gallaghertjes voor lul willen zetten en dat Engelsen daar niet in deze opzichtige nog rokende drol zouden trappen. Aan de andere kant, Oasis bestaat niet meer, Primal Scream is al tijden met pensioen, dus dat er flink wat Engelsen gillend enthousiast zijn over Kasabian is in dat perspectief misschien ook niet zo raar. Daarnaast is Kasabian als ze producer Dan The Automator wat meer speelruimte geven soms ook nog wel te pruimen. Het met 80s synths doordrenkte “I Hear Voices” is best aardig en “Re-Wired” heeft ook zijn momenten, maar het bah-gevoel overheerst toch grotendeels.
File Under: Ondermaats
File Video: [Switchblade Smiles]
Pain Of Salvation - Road Salt Two
Eigenlijk zou ik deze recensie pas over een paar maanden moeten schrijven. Zolang duurde het namelijk voor het kwartje viel bij Pain Of Salvations Road Salt One, de voorganger van dit album. Road Salt One was de eerste keer al prachtig, maar pas heel wat draaibeurten later zat het zo in m'n systeem dat m'n hart inmiddels een klein sprongetje maakt als ik het album opzet. Nounou, Prikkie, is dat niet wat overdreven? Nee. Road Salt One is zo'n album waarvan ik na verloop van tijd wist dat het me over twintig jaar nog steeds zal raken en hoeveel albums ik ook beluister, die komen ook bij mij hooguit een of twee keer per jaar langs. Road Salt Two heeft dezelfde rauwe seventiesfeel als Road Salt One, met vooral een buitengewoon gruizig gitaargeluid. Belangrijker nog: het heeft dezelfde bijna beklemmende intensiteit als het eerste album, dezelfde emotionele en muzikale dynamiek. Zware, onrustige rockers, een ballad die begint met alleen piano en fluit, Gildenlöws zang van ingetogen intens naar longen-uit-het-lijf-emoties. Overigens nog een speciale vermelding voor drummer Léo Margarit. Road Salt One was zijn debuut en daarop liet hij al horen een buitengewone drummer te zijn. Hij kan als een stoomtrein alles voortjagen, maar neemt even zo vaak flink gas terug voor subtieler werk en is met zijn spel een belangrijke factor voor de spanning in de tracks. Eén nummer, "Mortar Grind", was al bekend van de Linoleum EP. Ook al is het album sterk vergelijkbaar met Road Salt One, het zou Pain Of Salvation niet zijn als er niet tóch verrassingen te noteren zouden zijn. De grootste verrassing is "End Credits", inderdaad het slotnummer, dat voornamelijk drijft op strijkers en dwarsfluit, en daarmee een sfeervol slotakkoord is. Raakt Road Salt Two me op dezelfde manier als Road Salt One? Dat kan ik waarschijnlijk pas over een paar maanden beoordelen. Wat ik wel weet is dat ook dit album van uitzonderlijke klasse is. Road Salt is nu compleet en Gildenlöw heeft zijn magnum opus voltooid. Ik ben iets te nuchter voor muzikale helden, maar Gildenlöw komt wel verdomd dichtbij.
File Under: Magnum Opus, Suite No. 2
Dark Dark Dark - Wild Go / Bright Bright Bright
Kamerfolk. Ik liet het woord even op mijn tong smelten en besloot dat een genrenaam zelden zo treffend gekozen was voor de muziek van Dark Dark Dark. Als ik de plaat nog niet gehoord had, dan had ik het muzikaal zo in kunnen vullen. Niet dat het de muziek van Dark Dark Dark voorspelbaar maakt. Integendeel zelfs. Maar de combinatie is zo treffend. En toont aan hoe slecht de keuze was van de organisatie van het Festival aan de Werf om deze band te programmeren. Ze pasten er gewoon niet en zo werd een goed optreden om zeep geholpen door een pratend festivalpubliek. Dark Dark Dark hoort in een kerk op te treden, of een oude schouwburg. Daar komt hun ingetogen folk het best tot zijn recht. Een rustige drummer, strijkers, een gitaar die soms een randje distortion heeft en meerstemmige zang met de hoofdrol voor Nona Marie Invie. Bij tijd en wijle klinkt het, ondanks de ingetogenheid, erg vrolijk en als de gedempte blazers inkomen, iets wat ze meer mogen doen, dan hoor je een zweem van Calexico. Voor de rest kunnen fans van Lightning Dust deze plaat blind aanschaffen en diegenen die de vibrato van Amber Webb niet trekken al helemaal. Deze versie bevat, naast het album Wild Go, ook de EP Bright Bright Bright, die wat rauwer opgenomen is, en daarom iets interessanter klinkt dan Wild Go. Puike plaat, in ieder geval!
File Under: Kamerfolk, voor al uw intieme concerten…
File Audio: Dark Dark Dark Space>
Nicola Roberts - Cinderella's Eyes
Meisjes van rond de zestien met een aardige zangstem die van plan zijn zich aan te melden voor een van de vele talentshows die ons land rijk is, doen er goed aan eens naar "Sticks & Stones" van Nicola Roberts te luisteren. Hierin omschrijft de roodharige zangeres dat haar start in de muziekbiz als vijfde lid van Girls Aloud niet alleen glitter en glamour was. 'Too young to buy my own bottle of vodka / So I'd beg the driver please I need another / How funny that I was too young for so many things / Yet you thought I'd cope with being told I'm ugly'. De openhartige ballad sluit haar verrassend sterke debuutalbum Cinderella's Eyes af. Hoewel je jezelf kunt afvragen in hoeverre het verrassend is als je weet dat Nicola voor dit album de samenwerking zocht met illustere namen als Diplo, Dragonette, Dimitri Tikovoi (o.a. Placebo, The Horrors) en Metronomy's Joe Mount. Laatstgenoemde levert met "I" en "Fish Out Of Water" nummers af die niet hadden misstaan op The English Riviera. Maar het is vooral Nicola zelf die verrast. Door de directe (en vaak gevatte) teksten, de sterke vocale hooks (oké, niet iedereen zal haar typerende, bijna Kate Bush-achtige stemgeluid kunnen waarderen) en het hoorbare plezier waarmee ze aan het album gewerkt heeft. Eentje die vele malen beter is dan de commerciële lauwe pap van collega-girls Cheryl Cole en Nadine Coyle (hoe minder over haar album gezegd, hoe beter). Eentje die zo in het cd-kastje naast Robyn, Little Boots, Lily Allen en Marina & The Diamonds kan worden gezet.
File under: Mooi rood is niet lelijk
File Video: [Sticks & Stones][Lucky Day][Beat Of My Drum][I (live)]
Lefties Soul Connection
Erland & The Carnival
Een groot festival als Lowlands voelt soms net als een bezoek aan de kermis. Niet iedereen houdt van dezelfde attracties. De botsautootjes zijn leuk zolang je het sadistische schoffie van de buurt een keertje hard van achteren mag belagen. De breakdance is dolle pret zolang je je niet irriteert aan die nar achter de microfoon met zijn verbale uitspattingen. Het spookhuis is meestal de attractie die iedereen het bangst maakt, maar om de verkeerde redenen. Zombies zijn van papier-maché, rubberen vleermuizen hangen zichtbaar aan een touwtje en die dracula-pop doet Count Chocula enger lijken dan Count Orlok. Het spreekt niet bepaald tot de verbeelding.
Dat doet de spookachtige freakfolk van Erland and The Carnival gelukkig wel. Deze vijfkoppige band kenmerkt zich door de frequente jazzy uitspattingen en de haast Ennio Morricone-achtige, filmische inslag. De samenstelling van de band is op zijn zachtst gezegd uniek: een creatieve synergie tussen veteranen Simon Tong (ex-The Verve, Gorillaz), David Nock (The Orb, The Cult) en de tamelijk onbekende Schotse zanger/gitarist Gawain Erland Cooper. Door veel pers wordt de band beschreven als een supergroep, maar dat is volgens Simon onzin. ‘Ik vind ons geen supergroep, nee. Dat suggereert een beetje dat wij progrock maken ofzo...’
Lees verder..Djerv - Djerv
Wakker worden gek! Met het Noorse Djerv, dat zoveel betekent als 'vet(gedrukt)', kun je vanaf de eerste klanken van albumopener "Madman" ook niet anders. Muzikaal gezien zorgen drummer Erlend Gjerde (Stonegard, Wardruna) en gitarist Stian Kårstad (Trelldom) voor een geluidsmuur op de grens tussen zware hardrock en metal met hier en daar wat ijzige verwijzingen naar de typisch Noorse black metal. Maar de schijnwerpers gaan automatisch naar frontvrouw Agnete Kjølsrud. Voorheen de leadzangeres van Animal Alpha en recentelijk in het nieuws vanwege een indrukwekkend gastoptreden bij Dimmu Borgir, maakt ze hier echt het verschil met haar dynamische vocalen. In de onschuldiger zanglijnen is zowaar een vleugje Gwen Stefani te ontwaren, maar in het overgrote deel van de nummers klinkt ze manisch, giftig en bovenal krachtig. Dit combineert goed met de stevige grooves van Gjerde en distorted riffs van Kårstad. Hoewel de nummers soms tegen het hysterische aanzitten, vliegt het nergens uit de bocht. De intensiteit en attitude van deze nieuwe band komen goed over. Djerv brengt op hun debuut een origineel geluid ten gehore en met ‘slechts’ negen nummers houden ze bovendien de aandacht goed vast. Van de teksten ben ik niet altijd even overtuigd (hangt wellicht samen met Engels als tweede taal hebben), maar de muziek zit vol prima hooks, heeft een lekker tempo en kent zowaar catchy refreintjes. Tel daarbij op dat het qua productie en mix tot in de puntjes is verzorgd en je hebt een album dat veel liefhebbers van wat hardere gitaarmuziek zal aanspreken.
File Under: Female-fronted rock-metal hybride met ballen
File Audio: [Myspace]
File Video: [Madman]
File Twitter: [Djerv]
Wilco - The Whole Love
In een interview met De Volkskrant verklaart Jeff Tweedy de titel van de achtste cd van Wilco. The Whole Love is een term van detectives. Op het moment dat ze aanvoelen dat een moordenaar op het punt staat te bekennen zeggen ze, nu komt the whole love waarmee ze bedoelen dat de verdachte zich overgeeft en alles (er) uitkomt. Meteen bij openingsnummer "Art Of Almost" lijkt Wilco dit principe toe te passen. In ruim zeven minuten waaiert het nummer alle kanten op, van elektronica naar rock naar psychedelica met als klap op de vuurpijl een sublieme gitaarsolo van Nels Cline. Kan het daarna niet alleen nog maar slechter worden, denk je dan als luisteraar. Maar slecht is een woord dat nog nooit van toepassing is geweest op Wilco. Na het overrompelende begin volgen tien sublieme, melodieuze liedjes. De kracht van Wilco is dat hun songs lekker in het gehoor liggen en makkelijk wegluisteren maar ondertussen gebeurt er muzikaal heel veel, iets wat je vaak pas na meerdere luisterbeurten merkt. Neem "Born Alone", een rocksong die spannend van begin tot eind is. Of "Rising Red Lung", dat een simpel folkliedje lijkt maar zo gelaagd in elkaar zit dat je bij elke wending bijna moet juichen om de genialiteit er van. Maar eigenlijk geldt dat voor elk nummer van The Whole Love. Het laatste nummer "One Sunday Morning (Song For Jane Smiley's Boyfriend)" is een akoestisch liedje van maar liefst twaalf minuten rond een aanstekelijk melodietje op gitaar. Voor je het weet is het nummer voorbij en heb je geen moment het gevoel gehad dat je 'al' twaalf minuten naar hetzelfde liedje hebt geluisterd omdat er in die tijd weer van alles gebeurd is. Wanneer je als band in staat bent om een cd lang spannend, melodieus, vernieuwend en aanstekelijk te zijn kan ik er maar één oordeel over vellen: Briljant.
File Under: Op eenzame hoogte
File Audio: [Grooveshark]
File Video: [Born Alone]
File Twitter: [Twitter]
Week 39, 2011
Storm
Wilco - The Whole Love
Ewie
Polymorf + zZz - Bagage @ Lux Nijmegen
Ludo
Stephen Malkmus & The Jicks - Mirror Traffic
Gr.R.
Dark Dark Dark - Wild Go / Bright Bright Bright
Ramon
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
André
Tanita Tikaram @ Amstelkerk / Nicola Roberts - Cinderella's Eyes
Jasper
R.E.M. - Automatic For The People
Prikkie
Tori Amos - Night Of Hunters
Janineka
Dawes - Nothing Is Wrong
DubbelMono
Nirvana @ Paradiso 1991 (Ned 3)
Black Water Rising - Black Water Rising
Het eerste bericht dat ik tegenkom op de site van Black Water Rising is dat de band in de studio zit voor de tweede cd. Dit debuut verscheen namelijk al een jaar geleden in het thuisland, de VS. De bio heeft het over The Brought Low, maar dan radiovriendelijker of Black Label Society, maar dan met een Southern-rock-feel. Voor allebei is iets te zeggen, maar één vergelijking ligt er een stuk dikker bovenop: die met Soundgarden. Black Water Rising (met voormalig Stereomudgitarist Johnny Fattoruso) grossiert namelijk in radiovriendelijke songs die in de productie echt moddervet neergezet zijn, met riffs die vaak tegen de stoner aan leunen. Het soort nummers dat jaren geleden in overvloed gemaakt werd, dus. Is Black Water Rising in staat daar nog iets aan toe te voegen? Niet echt, eerlijk gezegd. De nummers zitten prima in elkaar, zanger Rob Traynor heeft een lekkere rockstem en ook qua uitvoering is er weinig op aan te merken. Het ontbreekt echter aan echt memorabele nummers, van die nummers die je meteen nóg een keer wilt horen. Met een stevig gecomprimeerde, Amerikaanse sound had dit daardoor een buitengewoon vervelende plaat kunnen zijn. Gelukkig blijkt Traynor behalve een uitstekende zanger ook een prima producer te zijn en is Black Water Rising toch een verrassend lekker album geworden. De originaliteitsprijs gaan ze niet winnen, maar dat wordt ruim goedgemaakt in de uitvoering. Want een goed uitgevoerd kunstje is nog altijd interessanter dan een slecht uitgevoerd origineel idee.
File Under: Niet teveel bij nadenken, gewoon erin duiken
File Audio: [WaterSpace] [WaterNation]
File Video: ["Brother Go On"]
dEUS - Keep You Close
Laat ik maar beginnen met toe te geven dat ik zo’n fan ben die The Ideal Crash het laatste echt goede album van dEUS vond. De gekte, de ongebreidelde experimenteerlust die zelden of nooit in onbeluisterbaarheid ontaardde, de energie - voor mijn gevoel allemaal verdwenen. Blijkbaar moet ik gewoon aanvaarden dat de dEUS uit de jaren negentig van de vorige eeuw een andere is dan die van na de eeuwwisseling. Want ook Keep You Close laat vooral een geoliede rockband horen. Opener en titeltrack Keep "You Close" wordt gestuurd door een lekkere synthesizerriff en blijft net aan de goede kant van bombast, het daarop volgende intrigerende "The Final Blast" (gaat die tekst nou over de Tweede Wereldoorlog?) neemt mooi gas terug. "The End of Romance" is een melancholiek, door Barmans Sprachgesang bepaald hoogtepunt van dit album, terwijl "Ghosts" een curieus en intrigerend buitenbeentje is (dat ritme!), eindigend in een soort eruptie van geluid. "Constant Now" is een dwingend en strak nummer waar violen en stuiterende toetsen in en uit het geluidsbeeld vliegen. Het afsluitende "Easy" is de langste track van het album, kent mooie, typische dEUS-spanningsboogjes en zou live weleens een hoogtepunt kunnen worden. dEUS Mark II mag dan een andere band zijn dan die van de eerste drie albums, maar Keep You Close bevestigt het gevoel dat Barman en co. nog niet overbodig zijn.
File Under: dEUS is dood, lang leve dEUS
File Audio: [Streaming]
File Video: [Constant Now]
VNV Nation - Automatic
Het was bijna een comedyshow, het optreden van VNV Nation op een vrijdagavond begin september in het Tilburgse 013. Alleen dan met dansbare zwaarmoedige synthpop tussendoor en publiek dat - helaas slechts half - op zijn cybergotisch gekleed was. Het gothicpubliek in Nederland is nu eenmaal klein, saai en laf. Ik heb ook zo'n vermoeden waarom het van oorsprong Engelse VNV Nation al jaren in Duitsland zetelt. Maar een optreden van zowat de grootste EBM/cybergothic-act, van de band die de term futurepop heeft uitgevonden, is toch juist het perfecte excuus om gek te doen en een korset, mannenrok of whatever voor zwarts aan te trekken? Het is niet alsof zanger Ronan Harris zichzelf zo serieus neemt - die deed een Youp-van-'t-Hekje en nam enkele wel heel kleurig geklede fans vooraan op de hak. Harris had het ondanks stemproblemen trouwens bijzonder naar z'n zin. De zaal ook, want er was ruimte om te dansen - onvergelijkbaar met het stampvolle optreden een maand tevoren op Summer Darkness. Belangrijker: de nummers van de nieuwe, achtste plaat Automatic waren uitstekend. Vergeet het mindere werk op Matter + Form en Of Faith, Power & Glory, deze nieuwste plaat bevalt me stukken beter. De melodieën zijn gevarieerder, de synthesizers galmen wat meer, er lijken zelfs Goose- en Simian Mobile Disco-invloeden in te zitten. VNV Nation is een van de weinige bands die succesvol de spagaat tussen bijna melancholische Pet Shop Boys-achtige electropop en archetypische, duistere cybergothicstampers weet te maken. Live hangt het maar net van de avond af welke van die twee kanten de groep kiest; in 013 werden een paar oude successen als "Electronaut" niet gespeeld en sloegen de vaste afsluiters "Beloved" en meezinger "Perpetual" een beetje dood, waardoor de balans bij de pop bleef hangen. Maar bij de nieuwe klassiekers in de dop "Space & Time", "Control" en "Streamline" werd terecht al flink gedanst. Het zou zo maar eens kunnen dat "Space & Time" dankzij zijn MGMT-achtige keyboardlijntje nu wél het platte-dance-publiek weet te vinden. En dat weet toch wel raad met verkleedpartijen?
File Under: Ouwe band, nieuwe toekomst
File Audio: [Space & Time
The Unthanks - Last
In een gezin met alleen jongens is het niet altijd koek en ei, maar een gezin met alleen meisjes lijkt me nog veel ingewikkelder. Ik vraag me af of daardoor er uiteindelijk meer succesvolle broerbands zijn dan zussenbands. Uitzondering hierop is in ieder geval The Unthanks, dat de zussen Rachel en Becky Unthank herbergt. Onder de naam The Unthanks is Last hun tweede album, maar de zussen werkten al eerder samen. De dames schrijven hun nummers niet zelf, maar ze kiezen voor traditionals, nummers van anderen en een paar covers (o.a. King Crimsons "Starless" en Tom Waits´ "No One Knows I´m Gone"). Alles zit echter in een typisch Engels folksoundjasje, wat ongetwijfeld komt doordat de vijf leden van The Unthanks de nummers zelf gearrangeerd hebben. Door de vet geaccentueerde arrangementen klinkt Last nog braver dan haar voorganger. De dansers op de hoes geven het prima aan: het leven is één grote wals. Ik kan me bijna niet voorstellen dat de gezusters elkaar ooit in de haren zijn gevlogen. Last is verplichte kost voor de folkliefhebber die het kampvuur is ontstegen en inmiddels in goede kringen verkeert. Luister eens naar het door hun pianist Adrian McNally geschreven "Last". Het tempo gaat omlaag en mijn kippenvelgraad gaat omhoog.
File Under: Aristocratenwalsen
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [@Jools]
File Twitter: [The Unthanks Twitter]
Maiden United - Mind The Acoustic Pieces
Coverbands zijn van alle tijden. Je hebt van die bandjes voor braderieën en partijen, die allemaal hetzelfde riedeltje lijken te spelen, maar je hebt ze ook die een hommage brengen aan hun helden, tribute bands Er zijn zeker twee, drie Pink Floyd-clonen die qua spel niets onderdoen voor wat David Gilmour en de zijnen deden. Zo zijn ze er ook genoeg voor andere bands. Alleen als ze dan zelf aan de arrangementen gaan sleutelen of - vaak nog erger - liedjes gaan schrijven in de geest van hun helden, dan keldert het niveau enorm. RPWL is hierop de positieve uitzondering. Daar kan Maiden United met een gerust hart bijgevoegd worden. Dit is dan ook niet zo maar een bandje. Hierin spelen leden van Within Temptation (drummer Mike Coolen en gitarist Ruud Jolie), Cloud Machine (toetsenist Marco Kuypers) en Joey Bruers (van de puike Maiden-tribute band Up The Irons). Bovendien zingt Damien Wilson (Threshold) het gros en Anneke van Giersbergen springt her en der bij. Geen misselijke line-up, wat ik je brom! Toen zij zich gezamenlijk gingen wagen aan akoestische versies van Iron Maiden-nummers wist je van te voren al wel dat dit bijzonder en geslaagd zou worden. Dat ze zich waagden aan een geheel akoestische uitvoering van classic Piece of Mind en met vlag en wimpel zouden slagen, lag wat minder voor de hand. Maar Mind The Acoustic Pieces is een ronduit geniale uitvoering, met puike nieuwe arrangementen van deze LP uit 1983. Slechts twee minpuntjes kan ik noemen. De ene is voor de mierenneukers: de tracks zijn qua volgorde niet gelijk aan het origineel. Het andere is dat Anneke best wat meer songs had mogen zingen. Verder niets dan lof voor deze frisse kijk op Piece of Mind. Want dat ik pas na meerdere draaibeurten me er over verbaas dat ik de karakteristieke bas aan het begin van “The Trooper” mis, dat zegt al heel wat. Ben benieuwd wat het volgende album wordt dat Maiden United gaat aanpakken.
File Under: Still Life
File Audio: [To Tame A Land]
House Of Lords - Big Money
Vanaf het debuutalbum in 1988 was ik verzot op de muziek van House Of Lords: fantastische rocksongs, retecommercieel, maar tegelijkertijd lekker stevig geproduceerd en voorzien van een partij bombast waar je u tegen zegt. Maar nadat James Christian in 2006 de touwtjes in handen nam, ging het wat mij betreft bergafwaarts. World Upside Down was nog wel okee, Come To My Kingdom stelde teleur en Cartesian Dreams deed me weinig tot niets. Het nieuwe album Big Money zou het eerste zijn dat ik niet ging aanschaffen. Maar u raadt het al: de heren hebben het heilige vuur weer te pakken en Big Money is weer hairmetal van de bovenste plank. Behalve de bandleden en vaste schrijfpartner Mark Baker schreef ook de Zweedse workaholic Tommy Denander mee en hoewel de songs weinig afwijken van de gebruikelijke formule zijn ze van ouderwets niveau. Maar het is vooral de uitvoering die heel wat geïnspireerder klinkt dan op de laatste albums het geval was. Machtige riffs en een lekker vol klinkende productie maken dat Big Money weer lekkere over the top hairmetal laat horen. Het debuut en The Power And The Myth zullen ze wel niet meer overtreffen, maar dit is met afstand de beste release van deze bezetting. Songs als het titelnummer, "One Man Down" en "Run For Your Life" hebben we de afgelopen jaren node gemist. Ik had het niet meer verwacht, maar House of Lords is terug! Woehoe!
File Under: Big Sounds
File Video: ["Someday When"]
Witness - You are all my own invention
Textures - Dualism
Het metalzestal Textures evolueert. Zowel per plaat, als qua bandbezetting: na eerdere wisselingen op zang en bas heeft de band nu wederom een nieuwe zanger (Daniël de Jongh, Smogus/CiLiCe) en toetsenist (Uri Dijk, Ethereal). Met name van De Jongh is het dan de vraag of hij de schoenen van zijn voorganger Eric Kalsbeek kan vullen. Kort gezegd: ja. De heren liggen wat betreft stemgeluid niet ver uiteen en zijn op alle Texturesmarkten thuis, met als grootst merkbare verschil een paar soulvollere zanglijnen op dit vierde album. Dat neemt niet weg dat het nog steeds progressieve metal in de ‘djent’ hoek blijft: zware gitaarriffs en mathematisch drumwerk in afwijkende maatsoorten. Dit komt in de eerste paar songs prima naar voren. Halverwege wordt wat gas teruggenomen, in de eerste helft van "Consonant Hemisperes" en het (instrumentale) gelaagde "Burning the Midnight Oil", maar daarna gaat weer vol de beuk er in. Er wordt geëindigd met het tweeluik "Foreclosure/Sketches From A Motionless Stature", waarbij eerstgenoemde als een lang intro gezien kan worden voor nog een laatste krachtinspanning. De band neemt op het wederom zelf geproduceerde Dualism in iets meer dan een uur de tijd voor spanningsbogen en gelaagde, soms atmosferische melodieën maar had her en der wat stukjes achterwege kunnen laten om de songs meer effect te laten hebben. Al met al is deze opvolger van Silhouettes (uit 2008) wat minder hard, maar wel een gevarieerd en sterk album dat aantoont dat Textures de touwtjes van het genre nog stevig in handen heeft.
File Under: Toegankelijke mathmetal van hoge kwaliteit
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Reaching Home]
File Twitter: [Textures bandtweets]
Peggy Sue - Acrobats
Peggy Sue. Dat klinkt meer als een voluptueuze countryzangeres uit het zuiden van de Verenigde Staten, dan als een indiebandje uit het zuiden van Engeland. Beiden bestaan. Net als het overbekende liedje van Buddy Holly. Van de Engelse band is Acrobats de tweede cd. En je ontkomt er niet aan om bij het luisteren naar dit album te denken aan die Engelse indierock Queen PJ Harvey. En dat komt echt niet alleen doordat de band John Parish aangetrokken heeft voor de productie van Acrobats. Al zal dat zeker een steentje bijgedragen hebben bij het opruwen van het geluid ten opzichte van hun debuut. Het grilliger jasje, dat staat het drietal goed. Sterke troeven in het geheel is de samenzang tussen de vriendinnen Rosa Slade en Katy Beth Young. Dat geeft een opgefokte (bijna redneck-achtige) song als “D.U.M.B.O.” gelijk meerwaarde. Met één zangeres achter de microfoon lukt het overigens ook prima. Zo begint het album zinderend van spanning met “Cut My Teeth”, met duistere riffs en zompige lage partijen en een vreemd tempo. Pas in de refreinen ‘doen’ de dames het weer samen. Deze ijzersterke openingstrack zuigt je zo het album in. Een slimme zet. Daarna laat het drietal (drummer Olly Joyce is het derde wiel aan de wagen) horen van vele markten thuis te zijn. Met gemak huppen ze van lichtvoetig naar venijnig en grauw. Als het moet in een song. Zo geven ze je de kans om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken in de songs. Zo goed als PJ Harvey zijn ze nog niet, maar met Acrobats zet Peggy Sue zich wel definitief op de kaart.
File Under: Niks geen Buddy Holly-liedje
Boots Electric
We zitten voor het Americain langs het water en Eagles of Death Metal-frontman Jesse Hughes probeert een joint te draaien. Er staat een stevig briesje en z’n wiet waait het water in. Erg rouwig is Hughes er niet om. "Als ik in Nederland ben koop ik meteen alle wiet die ik tegenkom. Maar ik heb nu zo’n enorme voorraad, die rook ik nooit van m’n leven op in een middag. Maar ik geef niet op dude, desnoods eet ik het op voor ik straks weer het vliegtuig in moet."
Jesse 'Boots Electric' Hughes is een dag in Nederland voor de promotie van zijn solodebuut. Al vanaf de eerste Eagles of Death Metal-cd had hij de wens om een eigen album uit te brengen en deze maand is het dan eindelijk zover. Onder zijn bijnaam Boots Electric verschijnt Honkey Kong. "Ik ben mijn plek in het team aan het verdienen", zegt Hughes over dit soloproject. “Ik heb het Eagles of Death Metal-nest verlaten om solo te vliegen, om zo het recht te verdienen om misschien ooit de leidende piloot van de armada te worden." Met de armada doelt hij op de desert rock-clan waar hij en zijn mede-Eagle Josh Homme deel van uitmaken. "We zijn allemaal familie en het doel van de familie is om elkaar sterker te maken." Voor de volgende Eagles of Death Metal plaat hoeft Joshua zich niet meer zo te beperken. "Ik zit nu op een niveau dat meer recht doet aan al mijn ervaring en inbreng."
Opeth - Heritage
Mikael Åkerfeldt was al begonnen met het tiende album van de Zweedse band Opeth toen hij erachter kwam dat hij eigenlijk geen zin had om weer een metalalbum te maken. Met een druk op de knop gooide hij een (nieuw) nummer op zijn computer weg en ging hij aan de slag met het maken van een album geïnspireerd op progrockbands uit de jaren zeventig. Een gedurfde keuze. Geen grunts, geen (of weinig) distortion op de gitaar, en al helemaal geen death metal. Ik geef hem groot gelijk, muziek maak je niet alleen voor je fans. Om het beste uit jezelf te halen moet je intrinsiek gemotiveerd blijven. Heritage bestaat grotendeels uit rustige en soms jazzy progrock, maar het is nog duidelijk Opeth. De uitstekende zang van Åkerfeldt is op dit album soms voorzien van effecten, het gitaarwerk is doorgaans subtiel, het basspel van Martin Mendez krijgt meer ruimte en het drumwerk van Martin Axenrot is subliem. De juiste sfeer wordt verder bereikt met aardig pianospel op "Heritage", de percussie van Alex Acuña op "Famine", de sfeervolle synths, en het gebruik van de mellotron, de hammond en de fluit. De composities kunnen grotendeels boeien en/of hebben verrassende elementen, zoals het heerlijke funky tussenstukje in "Nepenthe", het laatste stuk van "Folklore", de opbouw van "The Lines In My Hand", de verschillende gezichten van "Famine" en het lekkere "The Devil's Orchard". "Slither" is een fijn Rainbow-achtig tussendoortje als eerbetoon aan Ronnie James Dio. Het is alleen jammer dat sommige nummers wat laat op gang komen en dat het subtiele gitaarspel niet overal blijft boeien, zoals op "Häxprocess" of "Marrow Of The Earth". Toch is het geluid rijk, warm en gedetailleerd, zoals je mooi kunt horen in de 5.1 mix op de bonus-DVD van de speciale editie. Na wat meer aandachtige luisterbeurten is Heritage dan ook gerijpt als goede wijn tot een heerlijk album met een aantal prachtige hoogtepunten,maar het is net geen meesterwerk geworden.
File Under: Knappe koerswijziging
File Video: [The Devil's Orchard ]
File Twitter: [Twitter]
Dan Sartain - Legacy Of Hospitality
Het grootste probleem met rockabilly is dat alles exact zo moet als In de jaren vijftig. Dat betekent dat je twee kanten op kunt: je wordt een anachronisme omdat je kleding, kuif en gitaren getrouwe kopieën zijn (en je geen tijd hebt om goede nummers te schrijven). Of je kneedt het genre tot iets anders en speelt bijvoorbeeld psychobilly. Slechts een hoogst enkele keer ben je van jezelf zo echt en authentiek dat je boven alle navolgers uit steekt . Dan zou je dus Dan Sartain kunnen heten. Deze Amerikaan brengt al jaren in eigen beheer en op kleine labels muziek uit, maar nu hij sinds een jaar of wat bij One Little Indian zit, was het blijkbaar tijd voor een grote schoonmaak. Op Legacy Of Hospitality worden opnames uit de jaren 1999 tot 2009 bij elkaar geveegd. Dat betekent dat behoorlijk morsige opnames afgewisseld worden met hoogtepunten als de twee openingsnummers "Atheist Funeral" en "Voo-Doo". Naast een niet geheel originele, maar wel fijne klassieker als "Besame Mucho" horen we ook de onverwachte cover van "Telegram Sam" van Marc Bolan en een scherp duet als "Much Too Late". Niet alles klinkt even spetterend, maar met wat slim programmeren houd je meer over dan slechts een restjesplaat. En meer dan klassieke rockabilly.
File Under: Voorbij de jaren vijftig
File Audio: [MySpace]
File Video: [Walk Among The Cobras]
High The Moon - Into Outside
Over de debuutplaat van Lola Kite was ik zo enthousiast, dat ik niet alleen mijn enthousiasme met jullie deelde, maar ook een exemplaar voor een vriend kocht. Goede muziek moet gehoord worden. Later zag ik Lola Kite live en dat was toch wel wat saai om te zien. Tja. High The Moon heeft ook een debuutplaat uit, hierachter zit Keez Groenteman. Hem ken je weer als voorman van - jawel - Lola Kite of als bassist bij Moss. Into Outside heet het ding en muzikaal is het voornamelijk elektronica die de klok slaat plus de zang van Groenteman. Ik krijg van het resultaat een jaren-tachtig-flashback naar muziek van bands als China Crisis. Zij maakten ook van die lekker voortkabbelende muziek waar alle rauwe randjes vanaf zijn gehaald. Live gaat het geen teleurstelling worden, simpelweg omdat dit bij een studioproject blijft. Al met al is Into Outside een aardige plaat, maar niet een waar ik nou iemand blij mee ga maken. Daarvoor vind ik het toch net wat te eenvormig en ehhhh…. saai voor.
File Under: Het kan niet altijd feest zijn
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [KeezTwitter]
Incubate 2011: Napret
Het Incubate-festival creëert elk jaar een culturele melting pot van muziek, film en beeldende kunst. Obscure performance-artiesten en hippe indiebandjes gaan hand in hand met specifiekere underground-genres als metal en hardcore. Incubate is de festivalvariant van een tapas-restaurant: een cultiverende ontdekkingstocht waar zelfs de kenners gegarandeerd een keer bevreemd raken. Ook dit jaar wordt er een aantal spraakmakende projecten georganiseerd.
Zoals Play Me, I’m Yours, bijvoorbeeld, waar een honderdtal piano’s verspreid stonden binnen de gemeente Tilburg. In Cul de Sac liep ik Peter Meeuwsen (artistiek leider van Incubate) tegen het lijf. Hij vertelde enthousiast hoe Play Me, I’m Yours voorbijgangers stimuleert zelf evenementen rondom de piano’s heen te bedenken: in een bijzonder geval kwam er zelfs een hele fanfare langs om mee te spelen. Doordat iedereen in het openbaar kan musiceren, clusteren er vanzelf verschillende initiatiefjes in en rondom de binnenstad. Naast Play Me I’m Yours is er het Glocal-project: dit jaar mocht Peter Broderick 10 dagen meedraaien op Boerderij ‘t Schop. Zijn belevingen en bevindingen kun je uitgebreid nalezen in het interview dat hij destijds met File Under had. De DIY-conference is tevens dit jaar een belangrijke steunpilaar voor Incubate, met high profile-gasten als punkheld Steve Ignorant, popjournalist Michael Azerrad en producer Bill Drummond.
Lees verder..Pearl Jam - PJ20 (Documentaire)
Als er één band trouw aan zijn fans geweest is, dan is het wel Pearl Jam. Als er dus een reden is voor een feestje, de band wordt twintig, dan vier je dat ook met je fans. De band nam, samen met Cameron Crowe een documentaire op over 20 jaar Pearl Jam en deze werd in de hele wereld, zo’n beetje rond hetzelfde tijdstip uitgezonden. En gezien de vrijwel volle zaal in de bioscoop in Ede zaten fans van over de hele wereld erop te wachten. Nou kun je als een beetje Pearl Jam fan deze film ook niet missen, want alles wat ook maar een beetje naar social media riekt werd ter promotie uit de kast getrokken. En dat voor een documentaire. Een alleraardigste documentaire, dat wel. In twee uur komt meer dan twintig jaar Pearl Jam aan bod, beginnend met Mother Love Bone, de dood van Andy Wood en de komst van Eddie Vedder. Vervolgens wordt in grote stappen de rest van de carrière van de band belicht met als focuspunten de doorgeslagen roem (volgens de band), het Ticketmaster-proces en de ramp op het Roskilde-festival. Leuke punten zijn het "nee-moment", nee leren zeggen, want de band speelt een show teveel en verkloot die helemaal en het "wat-moment", na Roskilde; wat zijn we in godsnaam aan het doen? Tussendoor zijn er veel oude interview- en livebeelden, de capriolen van een klauterende Eddie Vedder zijn angstaanjagend en is er ruime aandacht aan het Pinkpopoptreden. Minpuntjes zijn dat de band de regie strak in handen houdt, waardoor de documentaire weinig kritisch is. De overname van de band door Vedder, terwijl Gossard en Ament de leiders waren in het begin, wordt schouderophalend behandeld en de crisis die ontstaat als de band inmiddels als rockartiesten rond tourt, maar terwijl Vedder wanhopig probeert de do-It-yourself-mentaliteit vast te houden door met een busje achter het vliegtuig aan te rijden, komt slechts in één zin aan bod. De film is een puike combinatie van oud en nieuw, relevante beelden van Dylan en The Who, en is ondanks de kritiekloze houding erg vermakelijk. Vooral voor de fans, want daar doen ze het allemaal voor. Kortom, over twintig jaar zitten we weer in de bioscoop, voor PJ40, en pakken we rest van de carrière mee. Hopelijk is dan wel het geluid iets beter dan in Ede…
Naast de documentaire die gisteren in premiere ging verschenen er gisteren ook een cd en een boek met dezelfde titel. Waarover later wellicht meer.
File: Pearl Jam - PJ20File Under: Degelijke documentaire
File Audio: [Olé]
File Video: [Filmtrailer]
Frank Turner - England Keep My Bones
Frank Turner snapte zelf verdomd goed dat hij niet eeuwig als een soort rattenvanger van Hamelen stad en land af kon reizen om met zijn songs publiek mee te lokken als zijn gevolg. Of hij zou zichzelf gaan vervelen of hij zou zijn publiek gaan vervelen. Zijn (solo)performances waren natuurlijk energiek gepassioneerd en pasten meer dan prima bij zijn initiële insteek van rock 'n' roll folkie, maar als je je niet ontwikkelt zijn mensen snel verveeld. Op zijn albums is Turner al meer richting een bandgeluid gekropen - op het podium deed hij dat altijd al -, op England Keep My Bones zet hij nog een stap verder in die richting. Het is natuurlijk nog geen echte band zoals hij ooit met Million Dead had, het draagt immers alleen zijn naam, maar de plaat voelt wel echt aan als een bandalbum. Dat wordt verder versterkt door een ferm rockende song als “One Foot Before The Other”. Mooi aan England Keep My Bones is om te horen hoe gepassioneerd Turner over zijn geboorteland en -streek kan verhalen. Natuurlijk haalt Turner ook zijn andere stokpaardje - dat je keihard moet werken en je stinkende best doen om ergens te komen - ook veelvuldig van stal. Soms overdrijft hij daar een beetje in, maar dat is ook wel weer charmant. Want zoals hij in “Eulogy” zingt ‘On the day I die/I'll say: 'At least I fucking tried’.
Het duurt nog even, maar Frank Turner speelt met nog een hele trits gave artiesten op Crossing Border half november. Samen met de organisatie hebben we een puik cd-pakket samengesteld waarmee je je lekker in kunt luisteren. Daarin zit ook deze cd van Frank Turner. Wil jij deze cd's winnen? Vul dan dit formuliertje in.
File: Frank Turner - England Keep My BonesFile Under: Glory Hallelujah!
File Audio: [MySpace]
Earthling Society - Stations Of The Ghost
Steeds vaker krijgen we alleen nog mp3's ter recensie. Dat dat niet altijd handig is, bleek wel bij Earthling Society. Na beluistering vanaf mijn pc - 320 kbps en een heel behoorlijke speakerset - was ik dood- en doodmoe. Gelukkig worden er door Clearspot altijd cd's geleverd en kon ik het beluisteren zoals het hoort - op mijn echte stereo-installatie. En jawel, toen was het wèl aan te horen. Conclusie: Earthling Society is volstrekt ongeschikt voor beluistering via mp3. Qua stijl is het dan ook een beetje folkprog, wat psychedelische blues, seventies jams, art rock en zo nog wat van die in de zeventiger jaren gewortelde klanken. Wat krijg je dan? Spacerock. Tenminste, wel zoals Earthling Society het doet. Want de productie op deze cd is zwaar overheersend: de synths knallen door alle andere instrumentatie heen en de zang heeft meer echo meegekregen dan een lege fabriekshal. Het geluid wordt wordt daardoor erg zwaar en de dynamiek verzuipt in de toetsenklanken. Da's jammer, want er zitten wel degelijk stukken in die bijvoorbeeld voor de doorbijters prima te verteren zijn. Het veertien minuten durende "Child Of The Harvest" zou een fijn nummer kunnen zijn met meer dynamiek en een betere productie. Al zal ook de progger zich achter de oren krabben bij het ook bijna veertien minuten lange "Night Of The Scarecrow". Het begint met klanken van een Hare Krishna-achtig gezang en lijkt vanaf dat intro één lange jam. Voor de gelegenheid is de zanger deze keer zelfs buiten de fabriekshal gezet. Echo é ver naar achteren gemixt, dus. De gitaar en synths daarentegen leven zich uit in repetitieve patronen die niet echt ergens naartoe gaan. En zo is Stations Of The Ghost zelfs op cd nog behoorlijk vermoeiend...
File Under: Jammen in een fabriekshal
File Audio: [Op de site]
File Video: ["Dark Horizons"]
Metronomy - The English Riviera
Het liefste nummer van deze zomer heette "Everything Goes My Way", gezongen door Veronica Falls' Roxanne Clifford, en het stond op The English Riviera, het officieel derde album van het Londense gezelschap Metronomy (maar het tweede in deze bandformatie). Waarschijnlijk is het de jaarljst-nummer 1 van @overmuziek, die al een half jaar zowat elke week wel over de band tweet. Het was onlangs nog een van de genomineerde albums voor de Mercury Prize (die uiteindelijk naar PJ Harvey ging). The English Riviera kruipt duidelijk meer onder de huid dan de vooral puntige voorganger Nights Out. Gebleven zijn overigens de heerlijk rare akkoorden. Er gebeurt vanalles met de weinige maar warme instrumenten, van zoemende bijtjes en blokfluiten tot klingelende glaasjes water. Tenminste, zo klinken ze, want volgens het boekje zijn het gewoon Moogs, Wurlitzers en Yamaha's. Veel intro's werken net wat anders naar het liedje toe dan je zou verwachten, in liedjes als "Corinne" zingt Joseph Mount de hoge staccato melodielijntjes die eigenlijk voor een keyboard bedoeld lijken, in "She Wants" speelt een toetsenist op het einde een paar keer opzettelijk náást de melodie, het lijzige "Some Written" krijgt na verloop van tijd iets sexy's. Ik liet The English Riviera horen aan een collega in de auto en die verbaasde zich er vooral over dat het een plaat uit 2011 is. Hij vond de synthesizers erg jaren-'80 klinken, alleen dan fris, anders, bijna melig vrolijk. (Nog meer was-ie onder de indruk van de nieuwe Beirut, maar dat is iets voor een ander stukje.) The English Riviera doet niet zozeer z'n best om te behagen, maar wil meer een soort vreemde trip zijn die je meesleurt. Een zeer welkome acquired taste. (Zie ook deze rare Lady Gaga-remix van Metronomy.) In dat kader is de albumtitel The English Riviera (die eigenlijk slaat op het Engelse stadje Torbay, waar de plaat is opgenomen) volledig terecht.
File Under: Langzame lievelingsplaat
File Video: [The Look][She Wants][The Bay (met toch nog een pompende beat)]
Boots Electric - Honkey Kong
R.I.P. The Eagles Of Death Metal? Lang leve Boots Electric? ´She was younger I am older, but nothing is wrong when it´s feel right´, was getekend Jesse Hughes in "Dreams Tonight". Zijn handtekening is gezet op dit soloproject. Qua bandgeluid is er wel degelijk iets veranderd, de rock ´n´ roll is meer op afstand en er is meer aandacht voor sixties en glam. Honkey Kong begint in ieder geval erg catchy. De liedjes die het hem moeten doen staan braaf aan het begin. Als je kunt blijven stilzitten op opener "Complexity", dan ben je wel een heel stijve hark. Lijkt me een geweldige plaat voor de dansvloer. "Love You All The Time" is heerlijk glam met een knipoog naar Bowie. Of het daaropvolgende heerlijk dirty "Boots Electric Theme" dat klinkt als een over the top The Ting Tings. Het album zakt echter in. Wat moet ik met een liedje als "No Ffun", de kracht van Hughes zit hem niet in het mooizingen. Of met het afsluitende countrynummer "Swallowed By The Night" waar hij de weg echt kwijt lijkt te zijn.
File Under: Tweeslachtig
File Audio: [MySpace][Soundcloud]
File Video: [Boots Electrics videokanaal]
File Twitter: [Jesse Hughes´ Tweets]
Gerhardt - All Is There
Gerhardt Heusinkveld kennen we vooral als die maraca-zwaaiende troubadour uit het funky jamcollectief Beans & Fatback. Voor zijn solodebuut All Is There kreeg Heusinkveld hulp van Ruben Block, Paul van Bruystegem en Mario Goossens, de drie Vlamingen die als Triggerfinger de laatste jaren de reputatie hebben opgebouwd als een van de beste live-acts in de Benelux. Bekwamere sessiemuzikanten kan de charismatische singer-songwriter niet wensen. All Is There telt slechts vijf tracks, waarbij elk liedje een andere kant van Heusinkveld lijkt te vertegenwoordigen. Opener “Fire Walk” is verreweg het spannendste en beste wat dit mini-album te bieden heeft. Zoals de titel al verraadt (Twin Peaks-referenties zijn altijd een plus) mondt het nummer uit in David Lynch-achtige suspense. Het mierzoete “A Brand New Heart” en “Lady, Drive Home” klinken in contrast bijna als persiflages en slaan de plank wat mij betreft mis. Bij “I Want To Be You” laat Gerhardt weer die infectieuze speelsheid zien die hij bij Beans & Fatback altijd toepast. Hij bewijst zich hier bovendien als bijzonder eclectisch zangtalent. Er is zelfs een ‘tequila’-versie van dit nummer gemaakt, met bijbehorende videoclip. Bij de live-opname “Nature Never Makes No Mistake” wordt het schip wederom gerecht. Ik denk meteen aan “Nature Is The Law” van Richard Ashcroft, van diens solo-album Human Conditions. Deze fraaie pianosong had zo van zijn pen afkomstig kunnen zijn. All Is There doet haar naam in ieder geval eer aan: in slechts 22 minuten laat Gerhardt je snuffelen aan een rijke potpourri van invloeden. Helaas gaat die veelzijdigheid ten koste van de nodige continuïteit: deze verzamelde liedjes gaan simpelweg niet samen door één deur.
File Under: Veelzijdigheid geen troef bij aanstormend talent
File Audio: [Gerhardt Bandcamp]
Wooden Shjips ft. Wineke Gartz
Fionn Regan - 100 Acres Of Sycamore
Ierland en druilerig weer zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het zou me niks verbazen als de gergelde regenval en het prachtige landschap van het land Ierse muzikanten inspireert tot het maken van melancholische muziek. Hiervan word je vanzelf een beetje weemoedig, lijkt me. 100 Acres Of Sycamore is het derde album van de Ierse singer-songwriter Fionn Regan en ademt een en al melancholie. Op zijn mooie debuut The End Of History stonden prachtige akoestische liedjes, op de opvolger The Shadow Of An Empire gooide hij het compleet over een andere boeg door de akoestische gitaar te vervangen door de elektrische en een cd vol stevige rocksongs te maken. Die storm is op 100 Acres Of Sycamore weer gaan liggen. De songs zijn sober, de akoestische gitaar is terug en de piano is toegevoegd aan het instrumentarium. Regans stem is warm en heeft af en toe het mooie timbre wat Ryan Adams ook heeft. De mooi gearrangeerde strijkers maken van 100 Acres Of Sycamore geen standaard singer-songrwriterplaat maar geven het een extra gevoelige sfeer mee die uitstekend bij Regans stem past. Het leek alsof het weer zich vandaag aanpaste aan de muziek van Regan want hoewel het augustus is, was de zon in geen velden of wegen te bekennen wat een uitstekend decor bleek voor het beluisteren van deze plaat. Ooit was Damien Rice Ierlands grote belofte maar sinds het verschijnen van zijn tweede album 9 uit 2006 is (helaas) vrij weinig meer van hem vernomen. Fionn Regan kan met 100 Acres Of Sycamore die rol van hem overnemen en heeft er, en passant nog voor het seizoen begonnen, is de eerste herfstplaat van 2011 mee gemaakt.
File Under: Muziek om bij te schuilen
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [100 Acres Of Sycamore]
This Routine Is Hell
Week 38, 2011
Storm
Wilco - The Whole Love
Ewie
Gotye - Making Mirrors
Ludo
Death Cab For Cutie - Codes and Keys
Gr.R.
Shaun Ryder - Twisting My Melon
Ramon
Girls - Father, Son, Holy Ghost
André
Face Tomorrow @ Breda Barst / Lanterns On The Lake - Gracious Tide, Take Me Home
Jasper
St. Vincent - Strange Mercy
Prikkie
Umphrey's McGee - Death By Stereo
Janineka
The Horrible Crowes - Elsie
The Quill - Full Circle
Kijk, da's nou handig: bandjes die meteen duidelijk maken wat je kunt verwachten. Opener "Sleeping With The Enemy" van The Quill's Full Circle is een classic-rocktrack met een flinke klodder stoner erin, een goede drive en dito hook. Net zoals Gr.R. bij het vorige album - alweer vijf jaar geleden - concludeerde, lijkt de zang flink op die van Soundgardens Chris Cornell. Alleen is het wel een andere zanger dan destijds! Na het vorige album en een toer stopte zanger Magnus Ekwall ermee en The Quill ook. De anderen deden ervaring op bij andere bands en pas in 2010 kwam de heren weer bijeen, nu met zanger Magz Arnar. En jawel, waar Gr.R. niet warm of koud kon worden van de vorige plaat heb ik me uitstekend vermaakt met Full Circle. Origineel zijn de heren niet, voor geen meter, het heeft nog steeds veel weg van Soundgarden, maar de songs zijn lekker en nestelen zich meteen in je kop, Magz Arnar lijkt soms als twee druppels water op Cornell maar overtuigt wel en de productie is lekker zwaar aangezet. Afgezet tegen de recensie van In Triumph kan ik dus concluderen dat ze ook na hun pauze doorgaan met wat ze deden. Maar gelukkig wel op alle fronten beter, zodat Full Circle gewoon een heel geslaagd album is.
File Under: Meer van hetzelfde, maar wel veel beter
File Audio: [QuillSpace]
File Video: ["Black Star"]
The Black Swans - Don't Blame The Stars
Dit is een band van liefhebbers, van fans. En zoals dat gaat met fans, houden ze ervan om te vertellen over hun obsessies. Dus gaat aan een aantal liedjes op Don’t Blame The Stars een gesproken uitleg vooraf. Waarin bijvoorbeeld wordt uitgelegd waarom van al die oude soul- en rhythm & blueszangers Joe Tex misschien wel de grootste was ("Joe Tex'"). Maar ook worden jeugdherinneringen opgehaald die de inspiratie vormden voor een nummer ("Sunshine Street"), wordt openhartig verteld over een verslaving aan pijnstillers ("Mean Medicine" - 'I quit these pills because I found out there ain’t no cure for living') en wordt een persoonlijke ontboezeming gedaan ("Little Things"). Zanger Jerry DeCicca is niet ’s werelds meest opgewekte mens, maar het lijkt er op dat hij vrede met zichzelf en de wereld heeft gevonden. Zijn krakerige, rootsy stem klinkt zo nu en dan als die van Stuart Staples van Tindersticks. Waar de liedjes van Tindersticks vaak filmisch klinken, zoeken The Black Swans het in verhalende nummers met een kop en een staart die je wellicht het best zou kunnen omschrijven als gothic country. Inclusief de snik die bij country hoort, maar bij The Black Swans steevast gepaard gaat met een gepijnigde grijns en zelfspot.
File Under: Country met soul
File Audio: [MySpace]
File Video: [Joe Tex (live)]
Esben and the Witch
Wolf Gang - Suego Faults
Je zelf de artiestennaam Wolf Gang aanmeten, je moet het maar durven. Ik heb bij die naam in ieder geval ogenblikkelijk associaties met Wolfgang Amadeus Mozart en dat was nou niet bepaald de minst invloedrijke componist (en muzikant) die er geweest is. Van pretenties is Max McElligott (de jongeman die schuilgaat achter de naam) niet vies. In zijn eentje speelde hij debuutplaat Suego Faults in en deed en passant ook nog even de productie. Al kreeg hij daarbij nog wel een beetje hulp van Dave Fridmann die eerder puike productieklussen deed voor Mercury Rev, Flaming Lips en MGMT. Op een bepaalde manier heeft Wolf Gang ook wel wat weg van deze drie, maar de jonge Brit lust duidelijk ook wel een hapje Killers en David Bowie. Maar bovenal heeft McElligott een meesterlijk gevoel voor popliedjes. Elk liedje op Suego Faults is zo ongeveer een oorwurm. Bijna op het irritante af ga ik de liedjes zitten neuriën, ook als de plaat niet op staat. Gelukkig houd ik het bij neuriën, want de soms falsetachtige stem van McElligott - die zal vast niet door iedereen gewaardeerd worden - kan ik echt niet nadoen. Bonus is dat de tien songs ontegenzeglijk retro maar toch fris klinken en dat hij het met bijna veertig minuten lekker compact houdt. Zoals het hoort bij prettige popsongs. En daar heeft McElligott een uitstekend talent voor. Als denk ik niet dat ‘ie een tweede Amadeus zal worden.
File Under: Rock me Amadeus
File Audio: [MySpace]
File Video: [Lions in Cages][The King and All of His Men][Dancing with the Devil]
Marten De Paepe - Boskoop
Mocht je last hebben van Nederlandse-singer-songwritersallergie, dan moet je in een wijde boog om Marten de Paepe heengaan. Ik heb hier gelukkig geen last van, maar ondanks dat hij in de tijd dat hij rond Arnhem/Nijmegen vertoefde op bijna elke speelplek zijn kunnen liet zien, wist ik het toch voor elkaar te krijgen om hem nooit solo te zien. Shame on me. Gelukkig is er nu een nieuwe album dat hem ongetwijfeld optredens bezorgt. Boskoop is zo´n plaat die toch echt het recht heeft om zijn weg te gaat vinden. De Paepe (prachtige naam trouwens) is niet van de droefsnoetenliedjes, maar meer van de in-een-hangmat-op-de-veranda-songs, geschikt voor liefhebbers van J.J. Cale en John Hiatt. Al ontbreekt bij mij (ook) het bijpassende beeld bij een Nederlandse vinexwijk. Boskoop is kaal gehouden, alsof het een sessie betreft die direct opgenomen is. Wat mij vooral erg raakt is het heerlijk relaxte gitaarwerk, maar ook de tweede stem van Chantal van de Leest mag er zijn. De songs hadden net wat verrassender ingekleurd mogen worden, maar de valkuil van de dichtsmeerkeyboard is met verve vermeden. Mijn oog is inmiddels al op een optreden gevallen, we gaan elkaar zien.
File Under: Onthaasten
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Boskoop]
File Twitter: [Twitter]
Umphrey's McGee - Death By Stereo
De verschijning van Death By Stereo zag ik met ongeduld maar ook enigszins bevreesd tegemoet. Voorganger Mantis was een meesterwerk, waar ik tot op de dag van vandaag elke keer weer met be- en verwondering naar zit te luisteren. Het was ook het meest proggy album tot nu toe, inclusief een van het eerste tot het laatste nummer doorlopende sfeer. Bij dit album heeft Umphrey's McGee gelukkig besloten geen opvolger van Mantis te maken, maar gewoon een lekker Umphrey's McGee-album. Sterker nog, het heeft meer met seventies pop en funk te maken dan met prog. In een modern jasje, dat wel, want de productie van het zevende bandlid, 'Soundcaresser' Kevin Browning, is weer adembenemend goed. Het verschil met Mantis valt vooral op door de prominente rol van bassist Ryan Stasik op dit album, in songs die variëren van pop ("Miami Virtue", "Wellwishers"), venijnige rockers ("Domino Theory"), prog ("The Floor") en een akoestische instrumental ("Dim Sun") tot moddervette funk ("Booth Love"). Bovendien hebben ze een studioversie opgenomen van wat tot nu toe uitsluitend een live-publieksfavoriet was, "Hajimemashite". Wat wel overeenkomt met Mantis, is dat de nummers bij elke luisterbeurt weer wat meer van hun schoonheid prijsgeven en dat ze stuk voor stuk volstrekt herkenbaar zijn als Umphrey's McGee-songs. Mantis zal mijn favoriete album blijven, maar dat heeft uitsluitend met mijn persoonlijke voorkeuren te maken. Death By Stereo is niets meer of minder dan een bevestiging van de uitzonderlijke klasse van Umphrey's McGee.
File Under: Maar wie is er nu dood?
File Video: [Livestreamsessie met chat en nieuwe songs]
Maybeshewill - I was here for a moment then I was gone
Muziek is net voedsel. Smaken zullen altijd wel verschillen, maar volgens de topkoks van de diverse kookprogramma's op tv heeft een goed gerecht altijd die juiste combinatie van smaken en moet het aantrekkelijk worden gepresenteerd. Daarnaast is een goede afwisseling in structuur belangrijk. Carnavalsmuziek is wat dat betreft net een bordje slappe pap. Dan is een band als Maybeshewill een stuk spannender met die smaakvolle mix van harde en zachte structuren. Het derde album I Was Here For A Moment, Then I Was Gone smaakt vooral naar een redelijk bekend recept uit de keuken van de post-rock, maar het wordt wel erg fraai geserveerd op een bedje van stemmige piano en vioolpartijen, overgoten door een stevige saus van gitaren en strakke drums. Wat vooral opvalt in vergelijking met eerdere albums is dat de insteek bombastischer en dramatischer is geworden, alsof de band een soort Muse van de post-rock wil worden. Daar moet je dus van houden, maar ik vind dat de zoete en pittige smaken wel heerlijk worden gecombineerd, zoals op nummers als "Farewell to Sarajevo" en "To The Skies From A Hillside". Het is over het geheel genomen ook een stuk rustiger dan eerdere albums, zoals het veel pittigere debuutalbum Not For Want Of Trying dat meer richting de metal ging, denk aan een band als And So I Watch You From Afar. Dat ruigere gitaarwerk mis ik dan een beetje op dit nieuwe album, net zoals de geluidsfragmenten en de leuke songtitels (op eerdere albums stonden "The Paris Hilton Sex Tapes", "We Called For An Ambulance But A Fire Engine Came" en "How To Have Sex With A Ghost"). Dan zou je kunnen zeggen dat dit album wat tegenvalt, maar de gerechten zijn wel gewoon van een hoog niveau, vergelijkbaar met wat topkoks als God is an Astronaut en Long Distance Calling serveren. Wat dat betreft mag Maybeshewill dan ook op geen enkel post-rock menu ontbreken.
File Under: Post-rock topkoks
File Audio: [Grooveshark]
File Twitter: [Twitter]
EMA
In de zomer van 2010 schreef Erika M. Anderson (oftewel EMA) een artikel voor Vice Magazine getiteld KEEPING IT BLEAK - Modern Touring In America. Hierin beschrijft ze gruwelverhalen van bands uit haar vriendenkring tijdens een tournee door de VS: openbare dronkenschap, kapotte tourbussen, niet worden betaald voor shows, slecht voedsel. Ze beschrijft deze opeenhoping van tegenslagen als een hilarische low budget roadmovie. Ik vraag haar of de huidige tour door Europa meevalt in vergelijking daarmee. Erika lacht. ‘Ja, behalve in de UK. Daar lijkt het op Amerika. In Europa begrijpen ze tenminste dat je moet eten en slapen.’ Warempel: op het moment dat ze haar zin wil afmaken, krijgt ze een rijk belegde sandwich voorgeschoteld. Erika: ‘Dit is allemaal nieuw voor mij, zo’n persdag. Waarschijnlijk hoort dit nu bij mijn beroep. Ik mag gewoon deze fantastische sandwich eten.’ Goed voedsel: check.
Lees verder..Let's Wrestle - Nursing Home
Dat een band met songtitels als "My Arms Don't Bend That Way, Damn It!" en "I Wish I Was in Hüsker Dü" zichzelf niet al te serieus neemt, mag duidelijk zijn. Deze nummers stonden op het debuut In the Court of the Wrestling Let's van Let's Wrestle. Een album dat overigens 29 nummers bevatte van tussen de twee en drie minuten. Het debuut werd opgenomen in een keldertje en was blijkbaar voldoende om de interesse te wekken van topproducer Steve Albini. Of de titel van een van de hoogtepunten van het debuut ("We Are The Men You'll Grow To Love Soon") klopt moet nu blijken uit deze opvolger. In elk geval is er flink geschrapt in de hoeveelheid materiaal op het album en lijkt alles ook allemaal iets serieuzer aangepakt. Ondanks de ongetwijfeld strenge blik van Albini is er nog genoeg spontaniteit overgebleven bij Let's Wrestle om van Nursing Home een heerlijke plaat te maken. Waar de band eerder vooral vergeleken werd met andere typisch Britse bands als Art Brut of Gallows, lijkt de band zeker qua gitaargeluid en teksten steeds meer richting The Wedding Present te trekken. Op "I Am Useful" wordt zelfs een Gedgiaanse poging tot lovesong gedaan: 'I am useful, I am useful, so why did she leave me?' Nursing Home bevat heerlijk atonale rammelpunk met een glimlach van (volgens Twitter) 'just three guys who want to rock your world'.
File Under: Rammelpunk
File Audio: [MySpace]
File Video: [I'm So Lazy]
File Twitter: [Twitter]
Tika - In A Cabin With
Als artiesten die normaliter niet met elkaar werken besluiten dit wel te gaan doen, dan kan dit goed mis gaan. Er zijn heel wat zogeheten supergroepen de mist ingegaan. Het kan ook zijn dat er nieuwe wegen gevonden worden door de combi van genres, maar als de personen in kwestie muzikaal in elkaars verlengde liggen dan kan het ook synergie opleveren. Voor het project Tika werden - in het kader van In A Cabin With - David Pino (El Pino & The Volunteers) en Marien Dorleijn (Moss) benaderd. Hun muziek ligt wel in elkaars verlengde, maar Tika brengt het beste in ze naar boven. De titel werd gevonden in de naam van een zwarte labrador die bij de opnamesessies in een Canadese blokhut aanwezig was. Hierbij waren ook bassist Julian Browns (o.a. Feist) en Blake Howard (o.a. Rock Plaza Central). Muzikaal klinkt het ook blokhutterig met folk en americana hier en daar voorzien van een klein rockend laagje. De plaat bevat tien liedjes die ondanks de afwisseling een geheel vormen. Wat ik vooral waardeer is dat het een spannende plaat is die toch net even wat anders is dan wat ze normaliter uitbrengen. Bovendien is de combi van beide stemmen bijna tranentrekkend zo mooi. Er zijn voorlopig een beperkt aantal optredens. Ondanks dat ik El Pino en Moss hoog heb zitten, zou ik bijna hopen dat ze hier maar mee stoppen. Voorlopig heb ik nog geen genoeg van deze prachtplaat.
File Under: Avontuur
File Audio: [Soundcloud In A Cabin With]
File Video: [For Better Or For Worse]
Ane Brun - It All Starts With One
Jaren geleden zijn een vriendin en ik voortijdig vertrokken bij een concert van Ane Brun. We waren er op de bonnefooi heengegaan, afgaande op wat we over haar gelezen hadden, zonder haar muziek te kennen. We vonden het vrij saai en het optreden van voorprogramma Teitur beviel ons eigenlijk veel beter. Bruns debuutplaat Spending Time With Morgan was net uit en de Noorse singer-songwriter was in ons land nog vrij onbekend. Inmiddels is het zeven jaar later en brengt Ane Brun met It All Starts With One haar vierde album uit. Destijds was het Ane's stem die me irriteerde die door te veel vibrato een beetje bibberig was maar op It All Starts With One haalt ze minder van die fratsen uit en zingt ze gewoon erg mooi. De songs zijn sober maar zeker niet simpel. Dat komt door de zware thema's van de teksten en de mooie arrangementen. De liedjes zijn wat melodieuzer dan op voorgaande cd's omdat drumritmes een prominentere rol hebben gekregen. Persoonlijk vind ik Ane Brun beter tot haar recht komen in de wat langzamere nummers. Do You Remember is het meest uptempo nummer op de cd waarop Brun op een Afrikaans-achtig ritme weer een beetje begint te jengelen met haar stem. Ik vind het het minste nummer van de cd. Gelukkig is dit de enige wanklank die ik gehoord heb. Uitschieters zijn "These Days" en "Worship", waarin ze bijgestaan wordt door José González, en het mooi opgebouwde "Undertow". Maar prijsnummer is "The Light Of One", een melancholisch hoogstandje met nu eens niet gitaar maar piano als belangrijkste instrument. Ane Brun heeft met It All Starts With One revanche genomen en me zeven jaar na haar teleurstellende concert alsnog voor haar gewonnen.
File Under: Mooi
File Twitter: [Twitter]
File Video: [Stukje van Lifeline in De Wereld Draait Door]
Mini Mansions - Mini Mansions
Hobbybandjes zijn vaak niet meer dan dat: een hobby om de tijd te vullen buiten het reguliere werk. Maar een enkele keer wordt zo’n project groter dan waar normaliter de tijd en energie aan besteed wordt. Denk bijvoorbeeld aan de ritmesectie van Calexico, die Giant Sand in no-time overvleugelde. Of hetzelfde gaat gebeuren met de band van bassist Michael Shuman - die zijn geld verdient in Queens of the Stone Age - waag ik te betwijfelen. Om te beginnen is daar het verschil in muzikale genres: de voortdenderende rocktrein van Josh Homme is hier vervangen door melodieën en instrumentaties die rechtstreeks stammen van The Beatles anno Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Daarnaast is er geen sprake van een groovende, festivalweides platwalsende sound, maar van een relatief intiem, prettig ouderwets geluid. Hoezeer psychedelica ook en vogue is op dit moment (Tame Impala, Wooden Shjips), meer dan een club krijg je er niet mee vol. Helemaal niet wanneer het liedjesmateriaal hier en daar tekort schiet en vooral aan E.L.O. doet denken. Maar in het beste geval - Monk bijvoorbeeld - smaakt zo’n zwaar op Lennon/McCartney leunend nummer naar meer. En dat is een gevoel dat ik bij Queens of the Stone Age al tijden niet meer heb gehad.
File Under: QotSA is dood, leve Mini Mansions
File Audio: [MySpace]
File Video: [Monk]
You Love Her Coz She's Dead - You Love Her Coz She's Dead
Even vingers opsteken. Wie vond die laatste Crystal Castles stiekem toch een beetje tegenvallen? Juist ja. U ook al. Niet wild genoeg, nee. Op Lowlands 2011 waren ze duidelijk wat over datum. Dan is hier de band die u WEL wil horen (oke, Kap Bambino is een goede tweede). You Love Her Coz She's Dead is op de muziekblogs al ruim twee jaar de meest gewilde bliepjesband, met Elle Meurte als onverstaanbare ADHD-frontvrouw en Jay Dead als producent van het grofste electrogeluid sinds Mr. Lee's Mysterious Washing Machine. En hoewel de demo's van diverse nummers een stuk lomper (dus beter) aanvoelen dan dat ze op dit album uiteindelijk klinken, is deze gepolijstere versie wel een stuk beter te harden op lange termijn, zo blijkt na een paar keer luisteren (alleen de eerdere, kortere versie van "Nowhere To Run" is echt beter). Al die 8-bit geluidjes door elkaar zorgen namelijk wel voor een overweldigende live-ervaring, maar als je het irritantste keyboardje weglaat - wat nu bij de oudere nummers consequent gebeurd is - klinken de nummers er niet eens zoveel minder agressief door. Je kunt er zelfs dubstep en witchhouse mee bakken, zo blijkt op deze langspeler, waarmee het one-trick-pony-effect ook is voorbijgestreefd en de band daadwerkelijk iets nieuws neerzet. Beat that, Alice Glass! You Love Her Coz She's Dead is wreedzinnig fenomenaal, volvers toetertjezustastisch en gaat belachelijk hoog in mijn jaarlijst eindigen. Pwèèp!
File Under: Pakt u die drumroffel ook maar even in, ja
File Audio: [YouTube-kanaal][Soundcloud]
Apparat
Sascha Ring is al jaren bekend onder de naam Apparat. De Duitser is vooral bekend door zijn dansbare techno, zijn rustige ambient acts en de samenwerking met Modeselektor (als Moderat). Met 5 albums en diverse EP’s op zijn naam is hij geen nieuweling meer. Maar Apparat zou zichzelf niet zijn als hij niet weer een nieuwe uitdaging zocht. Zijn passie voor het ontwikkelen van geluiden heeft geleid tot een nieuw project in de vorm van Apparat Band. Juist, Apparat als band.
Apparat heeft bij Mute Records getekend om hier op 26 september het album The Devil’s Walk uit te brengen. Samen met Patrick ‘Nackt’ Christensen van de electropunkband Warren Suicide, staat Ring als Apparat Band deze zomer op festivals om de komst van dit album aan te kondigen. Zo stond hij onlangs op Lowlands. Voor Apparat alweer de derde keer dat hij op dit grootste festival mocht spelen. 'Lowlands is een mooi festival. Een van de weinigen dat niet te koop loopt met alle sponsoren.' Nackt vult hem aan: 'Het is zo groot, zoveel podia, maar voelt als een dorp, als een grote familie. Het heeft een goede vibe.'
Lees verder..Ulysses And The Squares
Mandrake Project - Transitions
Glassville Records is het nieuwe label van Rob Palmen, de Nederlandse tourmanager van onder andere Riverside en The Pineapple Thief. Het label bracht onlangs cd's van Riverside, Sun Domingo en Paatos uit, en nu is het de beurt aan het Amerikaanse Mandrake Project met Transitions. Dit is hun derde album, maar het eerste waarop de zang een prominente plek heeft. Het zal daarmee prompt geschikt zijn voor een veel groter publiek. En hoewel er de nodige stijlelementen uit de prog te horen zijn, zal ook dat geen beletsel zijn voor dat grotere publiek. Van de dertien songs halen er bijvoorbeeld maar twee de vijf minuten, en ook dat maar net. Ik noem het proggy, een ander noemt het misschien wel dreampop, waarmee je in de hoek van bands als Sigur Rós zit. De muziek van Mandrake Project is veelal gedragen en wordt minutieus opgebouwd, als filmmuziek, zonder dat iemand de neiging krijgt eens een lekker powerakkoord aan te slaan op de gitaar. Integendeel, vaker worden er smaakvol violen ingezet. Sterker nog, je hoort eigenlijk amper dat er hier een band van maar liefst acht personen aan het werk is. Op zijn tijd is er wel een lichte versnelling en in het vrolijke, kermisachtige "Diabolique" gaan ze even lekker loos, maar die momenten zijn schaars, hoewel precies genoeg aanwezig. Qua opbouw hoor ik veel overeenkomsten met Phideaux ("The Old Is New") en je zou het soms zelfs (mede door de stem van John Schisler) kunnen omschrijven als een proggy versie van Crowded House. "We Are You" dan is juist weer een onweerstaanbaar, vrolijk huppelend popliedje, waarmee ze zomaar een hit zouden kunnen scoren. Mandrake Project laat zich niet zo makkelijk in een hokje plaatsen, en kan daarmee zowel popliefhebbers als ruimdenkende proggers aan zich binden.
File Under: Eigenwijze, filmische dreampopprog
File Audio: [Flashplayer op de site]
Trivium - In Waves
Trivium heb ik om de een of andere reden altijd links laten liggen dus hun nieuwe plaat ‘In Waves’ kon ik met frisse oren aanslingeren. Het is hun vijfde full-length album, drie jaar na Shogun en het eerste zonder drummer Travis Smith. De band uit Orlando heeft een opvolger gevonden in Nick Augusto, voorheen de drumtech van Smith. Vanuit hun metalcore- en trashmetal-achtergrond is dit album zoals bij de genres te verwachten valt redelijk heavy, maar het lijkt of ze toch ook een beetje willen flirten met wat meer radiovriendelijkheid. Wat je dan krijgt zijn vrij cleane maar vooral overwegend niet spannende tracks als "Watch The World Burn" en "Built To Fall". En dat is jammer, want als je het onnodige en betekenisloze intro (en outro) wegdenkt, start In Waves sterk met de titeltrack en "Inception of the End" (waarin Augusto de blastbeat introduceert in het werk van de groep). Zanger Matt Heafy laat horen dat hij van alle markten thuis is - grunts, screams, de occasional squeal, clean, het zit er allemaal in - en zware riffs worden gecombineerd met goede melodieën. Verderop wordt dit nog eens getoond in "Forsake Not The Dream" en beuktrack "Chaos Reigns". De plaat is helder gemixed maar wellicht wat overgeproduceerd: sommige nummers hebben teveel verschillende dingen in zich waardoor het als liedje minder sterk wordt. Trivium houdt op die manier niet het hele album de aandacht vast. Maar uiteindelijk is het een degelijke plaat, met een paar positieve uitschieters.
File Under: Wisselvallige metal(core)
File Audio: [Website]
File Video: [In Waves]
The Tallest Man On Earth
Pokey Lafarge And The South City Three
Appelpop 2011: Achteraf
Eigenlijk is het een gouden vondst om Appelpop op de Waalkade in Tiel te houden waar ook het voetveer aanlegt. Want aan de overkant kun je de auto/fiets/brommer parkeren en voor een paar euro sta je zo op het festivalterrein. Werd ik vorig jaar al getipt over deze mogelijkheid, dit jaar besloot ik dus om er gebruik van te maken. Op vrijdagavond was ik zo al ruim op tijd aanwezig om Handsome Poets het festival te zien openen. Ze zien eruit als brave jongemannen en zo is ook hun podiumpresentatie. Niet al te spannend en die paar 3FM-hitjes doen het ook niet voor me. De mix tussen jaren tachtig-synths en gitaarpop is niet aan mij besteed, ook niet als "Dance The War Is Over" ingezet wordt. Niet echt speciaal voor wie de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt.
Wie ook niet heel veel indruk maakt, is Tim Knol met zijn band. De muziek is echt prachtig en die overtuigt wel degelijk, maar qua podiumpresentatie heeft een zak aardappelen meer uitstraling dan Tim. Mag hij nog zo 'vet' zijn; als je later ook nog hoort dat ze later op de avond met wat bandleden van Go Back To The Zoo het festivalterrein zijn afgezet wegens het slopen van de kleedkamer, dan vraag je je af waar de rock en roll op het podium dan is. Het mag spannender.
Lees verder..Loop The Balloon
Het Geluid van Graan
Jackie Leven And Michael Cosgrave - Wayside Shrines and the Code of the Travelling Man
De 61-jarige Schot Jackie Leven kan met recht een volhouder genoemd worden. Tussen 1979 en 1982 brengt hij met de groep Doll By Doll vier albums uit die een mix van punk, folk en blues bevatten. Na het stoppen van de band worden zijn eerste stappen op het solopad vertraagd wanneer hij in 1984 ternauwernood een overval overleeft waarbij hij bijna gewurgd wordt. Deze gebeurtenis is zo traumatisch dat Leven twee jaar niet kan praten en verslaafd raakt aan heroïne. Het lukt hem om op eigen kracht af te kicken en in 1994 gaat zijn solo-carrière alsnog van start en brengt hij met regelmaat albums in de singer-songwriter/folkstijl uit. Op Wayside Shrines and the Code of the Travelling Man wordt Jackie Leven bijgestaan door beste vriend en toetsenist Michael Cosgrave. De songs zijn allemaal geschreven in Duitse hotelkamers tijdens hun gezamenlijke optredens aldaar en hebben verdriet als centraal thema, iets waar we in het Westen volgens Leven niet zo goed mee om kunnen gaan. Om dit probleem aan te pakken heeft Leven, naar eigen zeggen, met Wayside Shrines and the Code of the Travelling Man de eerste homeopathische plaat ter wereld gemaakt. Leven en Cosgrave hebben een geluid wat verdriet moet verklanken zo verdund in de songs dat het nauwelijks meer waarneembaar is, maar er toch is. Hoe meer je naar deze cd luistert, des te beter kun je met je verdriet omgaan, aldus Leven. Ik ben daar niet zo zeker van. Leven is een goede storyteller en de songs zijn goed en de keyboards van Cosgrave vullen Levens stem en akoestische gitaar goed aan. Maar wat meer variëteit had geen kwaad gekund. Om in homeopathische termen te blijven, de liedjes klinken soms wel erg dun, de drumritmes blikkerig en de Cosgrave tovert soms wel erg gedateerde geluiden uit zijn keyboard. Een heel album lang is dat op den duur eenvormig en soms zelfs saai. Wanneer je te veel verdunt houd je weinig meer over.
File Under: Een andere methode was wellicht effectiever geweest
File Twitter: [Twitter]
Week 37, 2011
Storm
Het Geluid van Graan
Ewie
Tika - In A Cabin With
Ludo
GF Handel - Chandos Anthems
Gr.R.
Revocation - Chaos of Form
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Wilco - The Whole Love
André
Other Lives - Tamer Animals
Jasper
Cults - Cults
Prikkie
Phideaux - Snowtorch
Janineka
Hazeldine - How bees fly
Stonehead
Nero - Welcome Reality
DubbelMono
The Black Swans - Don’t Blame The Stars
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
James Byrd's Atlantis Rising - Beyond The Pillars / Lechery - In Fire
Hoewel James Byrd zich tegenwoordig vooral met zijn gitaarfirma bezighoudt, heeft hij in Fifth Angel en daarna onder eigen naam eind jaren tachtig heel wat gitaarliefhebbers laten watertanden. Ondanks zijn combinatie van vingervlugheid, klassieke invloeden en het vermogen om songs met kop en staart te schrijven stond hij voornamelijk in lijstjes van 'de beste gitaristen die niemand kent'... Direct na zijn vertrek uit Fifth Angel in 1987 begon hij met zanger Freddy Krumins aan materiaal te werken. Diezelfde Krumins vond vorig jaar plots de banden terug en besloten werd de opnamen uit te brengen. Terecht, want het mag dan in alles jaren-tachtig-metal ademen, het materiaal is gewoon erg goed. De helft kwam ook op het titelloze debuut van James Byrd's Atlantis Rising, maar deze veertien songs zijn allemaal in een zaaltje opgenomen, met behulp van een mobiele studio. Het echoot dan ook als de ziekte, maar het materiaal maakt dat ruimschoots goed. Byrd is een verbeterde versie van Yngwie Malmsteen, Krumins - tegenwoordig gek genoeg alleen als drummer actief - heeft een dijk van een rockstem en de drummer is Ken Mary, die later opdook in House Of Lords. Het geluid houdt zoals gezegd niet over, maar dat je desondanks nog hoort hoe goed het materiaal is zegt veel.
Met Lechery, het bandje van zanger/gitarist Martin Begtsson (ex-Arch Enemy), ligt het net ietsje anders. Met enige verbazing zag ik ná beluistering dat de heren uit Zweden komen. Ik had ze namelijk al in Zwitserland geplaatst. Zwitserland, Prikkie? Ja, omdat het enorm Duitse hardrock is in typische heavy-metaluitvoering van dik twintig jaar geleden en zo origineel is als spandexbroeken in die tijd. Nog iets preciezer: ik heb het hele album het idee gehad dat in zat te luisteren naar The Scorpions, zoals die geklonken zouden hebben als onderdeel van de New Wave Of British Heavy Metal. Met de bijbehorende platte en rauwe productie. Die van de tachtiger jaren dan, hè? Jazeker, het is goed voor een trip down memory lane, maar als de kwaliteit van songs en het geluid niet beter zijn dan bij de originelen uit de tachtiger jaren, dan kun je volgens mij net zo goed een van die originelen opzetten. Het is vast een leuke band voor metalfestivals, maar deze cd is wat mij betreft volkomen overbodig. Besteed je geld liever aan de cd van James Byrd.
File Under: Nostalgie die nog steeds overkomt
File Audio: [Spotify]
File: Lechery - In Fire
File Under: Verkeerde nostalgie
Meindert Talma - De Zee Roept
De Zee Roept is een project waar Meindert Talma samen met Tryntsje Nauta aan gewerkt heeft. Het resultaat is dan ook meer dan alleen een cd. Het gaat om een boek met - prachtige - foto’s, portretten van studenten aan de zeevaartschool op Terschelling, aangevuld met een schijfje met liedjes van Meindert Talma. De nummers worden afgewisseld met herinneringen van varenden, begeleid door bijvoorbeeld accordeon. Daarnaast was er een tentoonstelling in het Fries Museum in Leeuwarden (helaas al op 4 september afgesloten) en een aantal optredens. De muziek, vooral gestuurd door toetsen (accordeon, piano, synthesizer) , bezingt niet alleen stoere verhalen die in een ver en onbestemd verleden spelen, maar ook de angsten en twijfels van hedendaagse matrozen en andere zeelui. Zo wordt in "Een zeeman is geen zeeman meer" de teloorgang van de romantiek van het varen bezongen. En het zou me niet verbazen als Meindert Talma een wereldprimeur heeft met zijn "Somalische Piraten" ('Ga niet naar de Golf van Aden / want daar wachten de Somalische piraten'): het eerste lied over hedendaagse kapers. Hij beschrijft niet alleen de angst op zee, maar ook de lotsbestemming van de piraten zelf. Dankzij de foto’s een project met meerwaarde en de cd is zeker het beluisteren waard, maar het wachten is nu op een echt nieuw rockalbum van Meindert Talma en zijn Negroes.
File Under: De zee roept mooi
File Audio: [Vier nummers]
File Video: [De Zee Roept]
The War On Drugs - Slave Ambient
De échte ´War On Drugs´ is een grote republikeinse mislukking geworden. De band The War On Drugs schreeuwde niet van de daken dat ze een succes zou worden, maar liet de muziek voor zich spreken. Dat ging allemaal niet vanzelf, want bijvoorbeeld mede-oprichter Kurt Vile besloot de band te verlaten en liet het over aan multi-instrumentalist Adam Granduciel. Dat betekende echter geen radicale muzikale verandering, net zoals de muziek die Vile nu solo uitbrengt dicht bij die van The War On Drugs ligt. Amerikaanse invloeden van Tom Petty tot Bruce Springsteen zijn te horen, maar het gaat meer om de drone-achtige sfeer dan het unieke liedje. The War On Drugs is dan ook een echte albumband. Voor Slave Ambient moet je even gaan zitten en ze de kans geven je mee te nemen op de trip op dit tweede volledige album. Het viertal is bijgestaan door een hele keur aan muzikanten waaronder - jawel - gitarist Kurt Vile. Ik ben dan ook benieuwd wat er op het podium van overblijft als ze het zelf moeten doen. Ik kan me echter niet voorstellen dat dit een teleurstelling wordt.
File Under: Muzikale drugs
File Audio: [MySpace]
File Video: [Baby Missiles]
Fountains Of Wayne - Sky Full Of Holes
Tot dit vijfde album had ik nooit meer dan één gedachte aan Fountains of Wayne geschonken. Was dat ten slotte niet gewoon een hitparade-punkpop eendagsvlieg? Zo bezien zal "Stacy's Mom" de band eerder slecht dan goed hebben gedaan. Best vergelijkbaar met de situatie waarin Nada Surf ooit verkeerde. Ook een populair, op een tienerfantasie georiënteerd hitje, met ongetwijfeld platenmaatschappijen die meer van zulks bliefden. En de Fountains of Wayne? Die blijken hier op albumlengte verdraaid veel van Nada Surf weg te hebben, de moderne versie. Een gelijkenis die bijvoorbeeld te horen is in het refrein van "Hate To See You Like This". Sky Full Of Holes staat vol met positief jengelende power pop-songs. Gepast nonchalant gezongen en op klassieke leest geschoeid. De bekende bands met de grote B's, en met name Big Star, zijn nooit ver weg. Luister bijvoorbeeld naar de barokke akkoordenwending in het geinige "Richie and Rubin". Ook op de vierkante millimeter zijn de teksten vaak geslaagd. Let op de intonatie in "The Summer Place", waar een meisje na een bad trip in het ziekenhuis wordt opgenomen. 'So the doctors could observe her'. Met de nadruk op het laatste woord. Ze was vermoedelijk net zo knap als eerdergenoemde moeder. Richting het einde blijkt de plaat een nummertje of drie teveel te bevatten, maar afsluiter "Cemetery Guns" bevat nog een mooie verrassing. Bandleider Chris Collingwood heeft een Gallagher-sneer in huis.
File Under: Meezingers op niveau
File Audio: [Fountains-Space]
Wooden Shjips - West
Als je hoofd voelt zoals de muziek van Wooden Shjips klinkt, weet ik niet of dat wel zo’n goed teken is. Ik heb er in ieder geval last van en laat me maar onderdompelen in de deze derde cd van deze band uit San Francisco (lijkt me logisch met deze hoes). Hun gestaag cruisende stoner met een Jim-Morrisson-in-de-Tom-Tom-stem zou je monotoon kunnen noemen. Of een herhaling van zetten. Met het grootste gemak zelfs. Helemaal omdat de motor hier geen stille elektronische variant is, maar een oudbakken jengelend Hammondorgel met als V-snaar een stel oneindig doordreinende gitaren. Als je hoofd al niet gonsde, dan doet het dat na een stuk of drie draaibeurten van West wel. Een pessimist zou dan ook best kunnen zeggen dat ’ie aan één Wooden Shjips-cd genoeg heeft. Een optimist zal gelukkig horen dat het de band goed gedaan heeft om de studio in te gaan met een producer en daar te schaven aan hun geluid. Want in de handen van Spacemen 3’s Sonic Boom (what’s in a name) is het geluid van Wooden Shjips wel degelijk gefinetuned. Gelukkig wel zonder dat daarbij het stroperige, karakter van het geluid van onder de banden smeltend asfalt verloren is gegaan. Om oneindig lang in rond te dolen en te verdwalen.
File Under: Rising
File Audio: [MySpace]
File Video: [Black Smoke Rise]
Phideaux - Snowtorch
Een hecht clubje met een volstrekt eigen stijl en een constante hoge kwaliteit, dat is Phideaux. Het nieuwe album Snowtorch is verschenen in een fraaie uitklaphoes met - gedurfd of buitengewoon onhandig? - geen bandnaam of titel voorop. Xavier Phideaux mag dan de naamgever zijn, het is voor alles een collectief met bijvoorbeeld een belangrijke rol voor gitarist Gabriel Moffat als producer, en voor zangeressen Ariel Farber en Valerie Gracious. Ook muzikaal is het een apart gezelschap. De sound is ongewoon warm en misschien wel een tikkie ontwapenend ouderwets, mede door het gebruik van (veel) piano, fluiten en violen, waardoor het voor velen nogal lastig was om Phideaux in een hokje te plaatsen. Is het pop, is het artrock, is het prog? Met het meesterwerk Doomsday Afternoon kwam in elk geval in progkringen de doorbraak. Snowtorch bevat precies drie songs, Snowtorch Part One & Part Two, beiden zo'n twintig minuten lang, en daar tussenin Helix van bijna zes minuten. En ja, Snowtorch is in allerlei stukken opgedeeld, met steeds weer een eigen sfeer en dynamiek. Zelfs hardcore proggers moeten daar nieuwsgierig van worden. Maar voor alles is het op en top Phideaux: de lijzige zang van Xavier Phideaux tegenover de heldere stemmen van de dames is op zich al uit duizenden herkenbaar, maar inmiddels mag je dat van de muziek ook wel zeggen. Het kost ook deze keer geen enkele moeite om me mee te laten slepen. Integendeel, Snowtorch is een van de betere albums in een oeuvre dat toch al bol staat van de kwaliteit.
File Under: Top in een categorie op zichzelf
File Audio: [PhideauxCamp]
Efrim Manuel Menuck - High Gospel
Hoe vaak hebben we postrock al dood verklaard? In ieder geval bij de laatste twee platen van Explosions in the Sky. En hoewel Godspeed You! Black Emperor tijdens hun laatste tournee glorieus musiceerde, kan dat niet verhullen dat hun laatste werkje ook al uit 2002 stamt. Vele bands proberen het nog, met meer of minder succes, de laatste Codes in the Cloud is alleraardigst, maar veel vooruitgang zit er niet meer in, in de instrumentale gitaarerupties. En dat had Efrim Menuck ook al vroeg in de gaten, dus hij richte A Silver Mt. Sion (al dan niet met de Tralala Band) op en begon, god betere het, te zingen over zijn gitaarlijnen! Ongehoord! Vooral ook omdat de meningen over Menuck’s stem variëren van zo vals als een kraai, tot aan nogal apart. Ik behoor tot de laatste groep, ik vond het wel wat hebben en drukte Menuck aan mijn borst. Met A Silver Mt. Sion verkende hij andere paden in de postrock, speelde zelfs met bonafide helden als Vic Chesnutt en nu ligt er een eerste soloplaat: Plays “High Gospel”. Een, naar eigen zeggen, zeer persoonlijke plaat die een ode is aan zijn stad Montreal en aan overleden vrienden zoals de eerder gememoreerde Vic Chesnutt. En het is inderdaad een hele persoonlijke plaat, die weer een stap verwijderd is van de postrock. Het eerste wat direct opvalt, is dat Menuck nu echt heeft leren zingen en dat er meer dan ooit gebruik wordt gemaakt van toetsen en samples. De distortion wordt niet meer vol ingetrapt, maar dat weerhoudt Menuck er niet van om bij tijd en wijle nog lyrischer te klinken dan op zijn eerdere werk (afsluiter "I’m No Longer A Motherless Child"). Wellicht omdat het nu echt fatsoenlijk uit zijn strot komt. Postrock is, weer eens, dood, maar gelukkig hebben we Efrim Menuck, die onderweg links is afgeslagen en zich nu een subtiel pad over de woeste rockvlakten aan het banen is. Wereldplaat!
File Under: Postpostrock...
File Audio: [luisteren!][our lady of parc extension and her munificent sorrows][A.T.M. 4AM][A Carpenter's Orphan]
Dream Theater - A Dramatic Turn of Events
Twee jaar geleden had ik het even helemaal gehad met Dream Theater; om redenen die ik nog steeds niet goed onder woorden kan brengen, irriteerde Black Clouds & Silver Linings me mateloos. Bovenop deze teleurstelling kwam ook nog eens het nieuws van een vertrekkende drummer; dat moest wel het begin van het einde zijn! Maar nee, de band koos een nieuwe trommelaar en dook direct de studio in voor een volgend album, ondertussen in menig interview ventilerend dat ze zo blij zijn met de nieuwe situatie. Aanvankelijk dacht ik dat Dream Theater zonder Portnoy hetzelfde zou zijn als Queen zonder Mercury, maar dat blijkt gelukkig niet het geval. Sterker nog, de band klinkt op A Dramatic Turn of Events bijna alsof ze van een zware last zijn bevrijd… Ze spelen soepeler en veelzijdiger dan ze in de afgelopen jaren ooit hebben gedaan, en durven weer ruimte en lucht toe te laten in hun composities. Toetsenist Jordan Rudess kan me gelukkig ook weer bekoren. Hij zorgt ditmaal voor een warmer en sfeervoller klankbeeld dat meer naar symfo dan naar metal neigt, iets wat de band naar mijn idee hard nodig had. Waar ik wat moeite mee blijf houden zijn de werkelijk mierzoete ballads en de soms iets te veel stadionrockachtige refreinen, maar goed, het is ze vergeven. Dream Theater durft weer vrijuit te spelen en dat mag gehoord worden!
File Under: Wat een verademing!
File Audio: [On The Backs of Angels (met prachtige opbouw in de intro)]
dEUS
‘Gezellig, een dagje zo over mezelf praten in Amsterdam’, merkt zanger/gitarist Mauro Antonio Pawlowski droogjes op. Toen de voormalig frontman van Evil Superstars zich eind 2004 voegde bij de iconische Antwerpse band dEUS, kwam het zelfs op het Vlaamse avondjournaal. Pawlowski en Tom Barman - twee muzikanten die de grote opmars van alternatieve rock in België begin jaren negentig katalyseerden - versmolten in een dezelfde band was groot nieuws. Pawlowski: ‘Ik was me daar zelf eerlijk gezegd niet zo van bewust.’
Mauro vertelt dat hij steeds assertiever is geworden met zijn creatieve inbreng in dEUS. Bij het vorige album Vantage Point profileerde de flamboyante Zuid-Limburger zich door de leadzang van het aanstekelijke “The Architect’” voor zijn rekening te nemen. Het zesde studioalbum Keep You Close is meer een luisterplaat geworden, waar je goed voor moet zitten om alle nuances en subtiliteiten tot je te nemen. ‘Deze plaat hebben we echt samen gedaan. Elke muzikant heeft zijn deel bijgedragen.’, aldus Mauro. ‘Daarom hebben we een jaar extra genomen om Keep You Close te schrijven. Dat is niet ongebruikelijk als je echt een album wilt maken. Veel albums die ik enorm goed vind hebben twee á drie jaar in beslag genomen.’
Mauro noemt een plaat uit zijn jeugd als voorbeeld: Rumours van Fleetwood Mac. ‘Ik houd van seventies muziek, hé? Muziek uit mijn kindertijd blijft altijd hangen op een of andere manier.’ Pawlowski groeide op in een muzikale familie. Door zijn Pools-Italiaanse roots kwam hij van jongs af in aanraking met verschillende culturele tradities. Het komt daarom als geen verrassing dat Mauro vroegtijdig gefascineerd raakte door veel verschillende muziekstijlen. ‘Toen ik als tiener veel naar freejazz, noise, industrial en hedendaags klassieke muziek luisterde, deed ik dat in mijn kamertje. Niet in de woonkamer... dat wilde ik mijn brave ouders niet aandoen (lacht). Ik was geen rebelse tiener.’
DYS - More Than Fashion: Live From the Gallery East Reunion 2010
Eén van de belangrijkste steden in de VS voor de hardcore-punkscene van de vroege jaren tachtig is Boston geweest. Met de verzamelaar This is Boston, Not L.A. en de spijkerharde sound van o.a. Gang Green, SSD, Jerry’s Kids en DYS was Boston koploper en trendsettend. Ook toen de hardcorejongens al gauw hun stijl aanpasten naar een wat meer rechttoe rechtaan hardrock sound. De punkscene verketterde met name SSD voor die move, maar stiekem was het wel hele lekkere hardrock die er werd gespeeld. Helaas gingen de meeste bandjes uit die tijd, enkele illusies armer, uit elkaar. DYS was een van de voortrekkers; na de doorbraak met hun straight-edge meesterwerk Brotherhood werd een titelloze rockplaat als opvolger gepresenteerd. Helaas: geen succes en einde DYS. Frontman Dave Smalley wist van geen ophouden en ging vrolijk verder met bands als Dag Nasty, ALL en boekte het meeste succes met Down By Law de loop der jaren. Dat we in 2011 opeens dit live-album mogen verwelkomen is te danken aan de makers van de documentaire All Ages Boston Hardcore die bij Smalley en bassist Jon Anastas het heilige vuur na vijfentwintig jaar weer aanwakkerden. En, is dat heilige vuur muzikaal nog interessant na al die tijd of is het een leuke, luide nostalgietrip? Tsja, eerlijk gezegd een mix van beiden. De heren spelen de beste nummers van hun twee klassieke albums (o.a. Wolfpack, Stand Proud en de ode aan tattoos Graffitti) krachtig en schijnbaar moeiteloos en (mede door techniek dan toen) klinkt het beter dan ooit. Voegt het echt iets toe aan wat DYS in die vroege jaren tachtig neerzette? Nee dat niet, en ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat de kids van 2011 hier nou heel erg enthousiast van kunnen worden. Voor de liefhebbers van de betere classic hardcore is deze plaat (voor vinyl-liefhebbers op geel en wit vinyl verkrijgbaar!) toch een fijne aanvulling op de collectie.
File Under: Punks Not Dead
File Video: [More Than Fashion]
Appelpop 2011: Vooraf
“Ik had nog zo gezegd: geen bommetje!”. Je kent vast de reclame van Peer Mascini wel en dat was precies hoe ik me voelde toen ik halverwege de zomer het programma zag van Appelpop editie 2011. Want ondanks mijn smeekbede van vorig jaar, staat toch wéér Kane geprogrammeerd. Het was natuurlijk ook de goden verzoeken. Gelukkig zijn er nog genoeg andere leuke bandjes te zien op de Waalkade.
Lees verder..The Computers - This Is The Computers
Het is lang geleden dat ik aan Refused gedacht heb, de band die één legendarisch album maakte, The Shape of Punk To Come, om vervolgens te verdwijnen. Een pretentieuze plaat die hardcore en punk verbond met jazzgeschiedenis en bol stond van de politieke uitingen. Van die laatste twee zaken is niets te merken op This Is The Computers, maar de uitdossing van de bandleden - en sowieso de aandacht voor vormgeving - en vooral de zang is griezelig identiek aan die van Dennis Lyxzén en consorten. Muzikaal klinkt The Computers als een mix van gestileerde garagerock (The Hives, maar dan afwisselender en vuiger), opgepunkte, maar uiterst klassieke rock ‘n’ roll en de hardcorepunk van Refused. Over de elf liedjes op hun debuutplaat doet dit kwartet uit Exeter nog geen vijfentwintig minuten, precies lang genoeg om niet te vervelen. En daar schuilt meteen het probleem voor deze band: hoeveel platen is zo’n formule leuk? Maar ik geef toe: schreeuwzang op deze manier afwisselen met drie akkoorden-rock-n-roll, slimme koortjes en een gevoel voor puntige liedjes zorgt ervoor dat This Is The Computers zo’n plaat is die ongemerkt vaak op repeat gaat.
File Under: Bits die bijten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Music Is Dead]
Into The Great Wide Open: Napret
Op de boot naar Vlieland zag ik de bandleden van Bantuu Continua Uhuru Consciousness (BCUC) al verlangend op tafels en stoelen op het bovendek trommelen. Luidkeels scandeert de zanger ´Ja! Ja! Ja! Ja!´, terwijl hij met zijn Zuid-Afrikaanse compagnons het podium van Het Sportveld betreedt. Deze band jamt lekker pretentieloos en weet zelfs met beperkte instrumentatie groots uit te pakken. Het constant blazen op een monotoom neusfluitje is echter niet bepaald een genot voor het gehoorsysteem. Dan houd ik in mijn achterhoofd dat BCUC gelukkig de vuvuzelas heeft thuisgelaten.
Lees verder..Jorn - Live In Black
Ruim een jaar geleden is het inmiddels dat Ronnie James Dio overleed. Daarvoor was al duidelijk dat Jorn - die zijn bewondering voor Dio niet onder stoelen of banken stak - een van de weinige zangers was die in de buurt kon komen van de kleine man met de gigantische stem. En toch lijkt de doorbraak maar niet te lukken. Mist hij het charisma? Mist hij bepalende songschrijver-gitaristen waarnaast hij kan schitteren? Is 'ie misschien lastig om mee te werken? Het probleem zit 'm uiteindelijk volgens mij toch vooral in de eigen composities. Een paar uitschieters zijn er wel en slechte songs zitten er al helemaal niet tussen, maar veel van de songs lijken zo van een Dio-album te komen. Da's best knap, maar met een stem als deze moet er met een songschrijver die net dat beetje extra kan brengen meer uit te halen zijn. Dat neemt niet weg dat Jorn met de dubbelaar Live In Black gewoon wéér een prima liveplaat aflevert. Met een uitstekende band van mij volstrekt onbekende Scandinaviërs leverde hij op het Sweden Rock Festival 2010 een foutloos en tegelijkertijd genadeloos rockend optreden af. Veertien tracks, aangevuld met twee gitaarsolo's en een drumsolo. Een mooie selectie uit eigen werk, met daaronder mijn persoonlijke favoriet "Tungur Knivur", en een cover in de vorm van Thin Lizzy's "Are You Ready". Beter dan huidig Thin Lizzy-zanger Ricky Warwick het brengt en bovendien niet slaafs alle wendingen van het origineel volgend. Zijn eigen versie dus, en je kunt alleen maar concluderen dat hij er moeiteloos mee wegkomt. Hij gooit er bovendien her en der stukjes Ronnie James Dio tussendoor, die bepaald geen afbreuk doen aan de nagedachtenis van de meester zelve. Nu die eigen doorbraak nog.
File Under: Noorse geweldenaar
File Video: [Trailer]
Nero - Welcome Reality
Handig is dat, als de hype je vooruitsnelt. Heb jij Nero op Lowlands gehoord? Ik wel. Minstens vier keer. Ook al stonden de Londenaren Daniel Stephens en Joe Ray op dat moment helemaal niet in de polder. Hun nieuwe single "Promises" - nummer 1 in Engeland - kwam echter zowel in de sets van Feed Me als Tek-One prominent langs, de vorige single "Innocence" en de Jets-cover "Crush On You" deed Feed Me er ook nog bij en Skrillex had een eigen Nero-remix liggen. Waarmee meteen mijn drie feesthoogtepunten van Lowlands 2011 op electro/dubstepgebied genoemd zijn (er waren er nog een paar, maar ik was niet overal even lang bij). Want dat had u toch wel door he? Deze popi-jopie-kruising van dubstep en drum'n'bass is sinds Pendulum op onze festivals wat metal in het buitenland is, zeg maar. Het tempo van de muziek en de overweldigende sound lenen zich perfect voor moshing, cirkelpits en zelfs wall of deaths. En dat is leuker dan het klinkt. Véél leuker! Over de gebruikelijke straaljagermotorzuiggeluiden, subbass en wobwobwobgeluiden hoef ik het verder niet te hebben; die jat iedereen in het genre schijnbaar standaard van elkaar. Ik heb zelfs al meerdere studentes horen roepen dat de muziek ze eigenlijk geen fuck uitmaakt zolang er maar een goeie bass-sound onder zit. 'Mooi', moet Nero gedacht hebben, 'dan zetten wij ons debuutalbum na zeven jaar ploeteren vol met herkenbare popthemaatjes, Kosheen-achtige vrouwenvocals, een cover van Justice's "Stress" ("Angst") en een zeventien minuten durende "Symphony 2808" met het BBC Philharmonic Orchestra. Lekker hitgevoelig, zolang het maar scoort!' En toch, tóch zet ik Welcome Reality minder vaak op dan ik gehoopt had. Misschien is het een beetje het Chase & Status-effect: "Me & You" heb ik intussen echt te vaak gehoord en ook al is dit best een creatief debuutalbum, de sound ervan is me wat te plat. Van Nero wil ik eigenlijk geen album horen, maar een dampende liveset. Ik ben gewend aan dubstepverzamelaars als This Is Dubstep deel 1, 2 en 3 waar Nero steevast een van de partyhoogtepunten op vormt (tja, het is geen klassieke dubstep à la Burial of SBTRKT); Welcome Reality voelt aan als This Is Dubstep deel 4, maar dan eenvormiger. Ook heel knap. Maar dan is de Lowlands-herinnering beter.
File Under: Die andere afwezige Lowlands 2011-headliner
File Audio: [Myspace]
File Video: [Promises][Guilt][De eerdere 3FM- en Voice of Holland-hit Me & You]
Palio Superspeed Donkey
CSS - La Liberacion
Het is toch verdomde jammer dat het de Fransen waren die Libië koloniseerden en niet de Spanjaarden. Dan had het in het Spaans gezongen "La Liberación" van het Braziliaanse CSS meteen mooi de soundtrack kunnen worden van de rebellen die Kadhafi voorgoed zijn tenten uitjoegen. Er staat zelfs een nummer met de titel "Rhythm to the Rebels" op het album! De hype rond Cansei de Ser Sexy die in 2005 bij het debuut begon en in 2008 bij de opvolger al enigszins bedaarde, is inmiddels wel vergeten, dus de grote vraag is of de band het anno 2011 op muzikale kwaliteiten alleen gaat redden. De eerste twee nummers van het album doen het ergste vrezen. CSS had altijd al behoorlijk poppy kanten, maar zeker "Hits Me Like a Rock" begeeft zich gevaarlijk dicht op K3-terrein. Gelukkig staan er ook wat minder lichte tracks op La Liberación, zoals het lekker hese "Partners in Crime" met heerlijk pianoriedeltje en het eerder genoemde, stoere "Rhythm to the Rebels". Het album wordt afgesloten met "Fuck Everything", een zeurnummer dat eigenlijk de oefenruimte niet uit had mogen komen. Afgezien van enkele lichtpuntjes lijkt de lol en de magie van CSS behoorlijk uitgewerkt op dit album. In de laatste seconden vindt zangeres Lovefoxx het nog nodig om zichzelf af te kondigen met "Hi my name is Lovefoxx and I'm 12 years old." Dus toch iets met K3?
File Under: Rebelse bubblegumpop
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [Twitter]
Arenna - Beats Of Olarizu
Dat water bevriest bij nul graden Celsius weten de meeste mensen nog wel. Maar wist je dat water ongeveer 9% gaat uitzetten tot een dichtheid van 0.9168 g/cm³ als je het bevriest? En wist je dat water een van de weinige substanties is waarvan de dichtheid lager is in vaste vorm dan in vloeibare vorm? Misschien is dat wel de reden dat een van de nummers van Beats of Olarizu van de Spaanse band Arenna "Metamorphosis in Ic (0,9168 g/cm³)" is genoemd. Deze metamorfose van water kun je dan ook wel vergelijken met de geestverruimende werking van dit debuutalbum. Want dit album is een fijne en lange psychedelische trip rondom een stevige basis van stonerrock/metal. De eerste drie nummers vallen nog het minste op, maar het is prima stoner waarbij de gitaren op een prettig reutelende en dik zoemende distortion-stand staan met uiterst weldadige bastonen. Door de heldere volvette productie verzuipen ze ook niet in het totaalbeeld. Alleen de zang klinkt wat licht, als een rubberbootje op een woeste oceaan. Wat vooral knap is hoe de band de ogenschijnlijk simpele basisstructuur soms tot in het oneindige weet te herhalen en het toch spannend weet te houden. Denk bijvoorbeeld aan zo'n tempoversnelling op 5:08 op "Receiving the Liquid Writings". Echt interessant wordt het met het 11:45 lange "Eclipse" dat begint in een aangenaam kalme omgeving van vogels en krekels, met een gitaarloopje dat me ergens wel doet denken aan "The Unforgiven" van Metallica. Verderop zitten dan de woestere golven van gitaar, afgewisseld met warme rustpunten. Uitsmijter van het album is het genoemde "Metamorphosis in Ic (0,9168 g/cm³)", dat begint met een kwartier psychedelische stoner met een aanstekelijk en licht swingend basloopje, omgeven door bloedstollende gitaareffecten. Goed geplaatste pauze op 11:11 trouwens. Na een dik kwartier eindigt het met een paar minuten geluidseffecten, dan een paar minuten stilte (waarom doen bands dat toch), waarna je een kwartier rustig door kan trippen in een warm bad van hypnotiserende geluiden en stereo-effecten. Sterk debuut.
File Under: Weldadige stoner trip
File Audio: [MySpace]
Jiggy By Night
Marques Toliver
Gâtechien - 4
In het algemeen neem ik afgewogen beslissingen, maar heel af en toe dan is daar simpelweg niet de gelegenheid toe. Op dat moment voel ik mijn hart kloppen, komen er stemmen van links en rechts die hard en zacht tegen me praten, neem ik snel de omgeving op en beslis. Het zweet breekt me dan uit, alle zintuigen staan op scherp en er is geen weg terug. Zo is het ook bij 4, de - inderdaad - vierde release van het Franse duo Gâtechien. Het kloppende hart zijn de stevig aangezette Flea-achtige baspartijen van Laurent Paradot en er zijn stuwende drums van Florian Becaud. De stem van Paradot komt dan weer schreeuwend recht uit zijn ziel, dan weer nadenkend uit zijn hoofd. Al is zijn stem niet altijd even zuiver. Stickers plakken is moeilijk bij Gâtechien, maar ik doe een poging met een cocktail van math rock, post-rock, grunge en noise. De productie was in handen van Ted Niceley, bekend van zijn werk met Fugazi,een band waar Gâtechien mee vergeleken wordt. Verder is het heavy chaotische shit, waarbij je het zweet uit je speakers hoort komen.
File Under: Chaos zoekt een weg
File Audio: [MySpace]
File Video: [Faux Départ]
File Audio: [MySpace]
Eefje de Visser
Anneke van Giersbergen
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
Aan het eind van de sixties en in het begin van de zeventiger jaren was Laurel Canyon in Los Angeles de uitvalsbasis voor artiesten als Crosby, Stills & Nash, The Eagles en Joni Mitchell. De 37-jarige Jonathan Wilson bestudeerde deze Laurel Canyon scene voor een bijdrage aan het boek Canyon Of Dreams van Harvey Kubernik. Deze Westcoast invloeden zijn duidelijk terug te horen op Wilsons Gentle Spirit, eigenlijk zijn tweede solo-album. In 2007 kwam Jonathan Wilson met solodebuut Frankie Ray maar deze plaat is nooit officieel uitgebracht. Als producer is Wilson intussen actief geweest voor Dawes en Mai Doi Todd en als muzikant heeft hij bijdragen geleverd aan werk van vele artiesten waaronder Elvis Costello en Erykah Badu. Artiesten als Chris Robinson van The Black Crowes en Gary Louris van The Jayhawks zijn te horen op Gentle Spirit maar dat is niet echt duidelijk merkbaar. Het is een ingetogen en sfeervolle plaat die de sfeer van de Westcoast en de eerder genoemde Laurel Canyon scene in herinnering roept. De nummers hebben een gemiddelde lengte van zes minuten en in totaal duurt de cd maar liefst 78 minuten en 19 seconden. De dertien nummers zijn weidse luistertripjes met het melodieuze van de Westcoastmuziek en het psychedelische van Pink Floyd, gezongen door de breekbare fluisterstem van Wilson. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een aantal malen heb moeten luisteren voordat ik me kon laten meenemen op de luisterervaring die Jonathan Wilson biedt. Het is een cd waar je de tijd voor moet nemen maar wanneer je dat doet ontdek je een bijzonder mooie en voor deze tijd unieke plaat.
File Under:Sfeervolle luistertrip
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Natural Rhapsody]
Week 36, 2011
Storm
My Brightest Diamond - All Things Will Unwind
Ewie
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil
Ludo
Waylon Jennings - This Time
Gr.R.
Revocation - Chaos of Form
Dennis
tUnE-YarDs - W H O KILL
Ramon
Fink - Perfect Darkness
André
Other Lives - Tamer Animals
Jasper
Cults - Cults
Prikkie
Leprous - Bilateral
Janineka
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
Stonehead
Nero - Welcome Reality
DubbelMono
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil
Campking
Shabazz Palaces - Black Up
Sun Caged - The Lotus Effect
The Lotus Effect begint met wat hoorspelachtige geluiden. Maar zodra de eerste maten van "Seam Ripper (& The Blanket Statement)" in sneltreinvaart je luidsprekers uit knallen kan er geen misverstand meer zijn: hier wordt technisch hoogstaande progmetal uitgevoerd. Met supergitarist Marcel Coenen in de gelederen kan dat ook bijna niet anders natuurlijk. The Lotus Effect is de opvolger van het alweer uit 2007 stammende Artemisia, dus het werd ook wel tijd voor nieuw werk. Er is ook zo'n beetje vier jaar aan gewerkt, tussen allerlei andere werkzaamheden door, zoals homestudio's bouwen, een nieuwe bassist zoeken en vader worden. Eigenlijk is het nog een klein wondertje dat er songs uitgerold zijn, in plaats van ellenlange instrumentale kijk-mamma-zonder-handen-passages. Voor Sun Caged-begrippen dan, hè? Want natuurlijk barst het van de complexe ritmes en vingerkootjesverstuikend snelle solo's. Na een paar luisterbeurten merk je dat die wel degelijk zijn ingebed in echte songs, met een spanningsboog en dynamiek. Er wordt zelfs een paar keer flink gas teruggenomen, zoals in "Reductio Ad Absurdum". Nee, als je van rustig opgebouwde prog met dromerige passages houdt is dit nog steeds geen plaat voor je, maar de afwisseling tussen hard en zacht, snel en langzaam en bijvoorbeeld de manier waarop razendsnel en ritmisch complex geweld vaak wordt gecounterd door gedragener zang en keyboardpartijen zorgen er voor dat je aan het einde van de plaat niet volkomen uitgeput bent van al het proggeweld. De laatste acht nummers vormen één muzikaal geheel waarmee een toch al indrukwekkend album magistraal wordt afgesloten. Je moet er even moeite voor doen, maar gaandeweg ontpopt zich een album van grote schoonheid.
File Under: (Semi-)Hollandse meesters
File Audio: [SunSpace]
Crystal Fighters
Kings Of Convenience
De Jeugd Van Tegenwoordig
The Drums - Portamento
Het heeft altijd iets onmetelijk treurigs als Amerikanen heel wanhopig Brits proberen te zijn. Het ontging me dan ook volledig waarom The Drums vorig jaar met open armen ontvangen werden in Europa. Bij het optreden op Lowlands werd er door het handjevol publiek bij The Drums vooral smalend gelachen om de Morrissey-dansjes en het geringe vocale bereik van de zanger. Toch deden de New Yorkers het juist in het Verenigd Koninkrijk verrassend goed en is er nu ondanks het plotselinge vertrek van de gitarist vorig jaar al een tweede album uit. Misschien hadden ze beter eerst even de opengevallen vacature kunnen opvullen want wat vooral opvalt aan dit Portamento is het chronische gebrek aan gitaren. Het drumgeluid is te dun, de bassen te iel en de zang blijft ook magertjes. Een goede gitarist had de leegte goed op kunnen vullen, tenzij het natuurlijk de bedoeling van de band is om gejaagd, springerig en vooral een beetje mieterig te klinken. Het album heeft een monotoon en gehaast tempo dat nauwelijks bij en vol te houden is. Een van de nummers op Portamento heet "Hard to Love" en dat is nou precies het probleem van deze The Drums: 'I will never hate you, but you're hard to love.'
File Under: Gezocht: gitarist
File Audio: [MySpace]
File Video: [Money]
File Twitter: [Twitter]
Marike Jager
The Black Atlantic
Guido Belcanto
Katie Armiger - Confessions of a Nice Girl
Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar toch is het echt zo: dat meisje in die suikerspinrok op die veel en veel te zoete foto is geboren in Sugar Land, Texas. Tsja, dan kun je je eigenlijk niet anders laten fotograferen. En springt bij de argeloze luisteraar die het hoesje bekijkt spontaan het glazuur van de tanden. Katie Armiger heet ze en op haar twintigste heeft ze al drie platen op haar naam, alle drie gevuld met een vorm van country die tien jaar geleden waanzinnig populair was in de Verenigde Staten. Gretchen Wilson (maar dan zonder zelfspot), Taylor Swift, Faith Hill, dat werk. Country gemaakt voor de beschaafde middenklasse die eens in de zoveel tijd geld wil neerleggen om in een stadion naar een optreden van een countryster te gaan kijken. Maar dat moet dan geen outlaw country zijn, maar de Volendam-variant, zullen we maar zeggen. Ook geschikt voor de gristelijke medemens (en dat is eigenlijk iedereen in de Amerikaanse mid-west), gezien de teksten van Katie Armiger. Want dat moet ik haar nageven, als je - weliswaar met hulp van anderen - op je twintigste zulke volwassen liedjes kunt maken, kun je wel wat. Jammer dat ze geen risico’s durft te nemen en daarom wel heel erg de troefkaart van nice girl blijft spelen.
File Under: Bij de Jamin
File Audio: [MySpace]
File Video: [Voorproefjes]
Miracle Fortress - Was I The Wave?
De Canadese singer/songwriter Graham Van Pelt debuteerde vier jaar geleden verdienstelijk met Five Roses. Een indierock-album dat hem, net als geestverwant Chad Vangaalen datzelfde jaar, een nominatie opleverde voor de Polar Music Prize. Met name "Next Train" is het beluisteren waard, al ergerde ik me daar wel aan een expres toegevoegde glitch, die het geluidsbeeld vergruist. Van zulke geintjes is bepaald geen sprake meer. Merkwaardig toch hoe bepaalde stijlen klaarblijkelijk in de lucht hangen, want Miracle Fortress houdt hier netjes het midden tussen het nieuwe werk van Bon Iver en Destroyer. Gladjes dus, met overduidelijke eighties- en Yacht Rock-invloeden. IJle stemmen en synthetisch drumwerk zijn in ruime mate voorradig. Net als Bon Iver's nieuwste kent Was I The Wave? een klare lijn, met interludes, en een dromerig instrumentaaltje als slotstuk. Zeker in het begin hint Van Pelt naar de dansvloer, zonder dat zijn crescendo's in rechttoe rechtaan-beats resulteren. De autotune beperkt zich tot een likje "Raw Spectacle", een van de meer melodramatische uitspattingen. Een stuk cooler is "Everything Works", dat groovet als Pinback. (Let op die bas.) Een andere favoriet is Breakfast Club-anthem "Spectre". In de vocalen doet het me aan onze eigen (zwaar onderschatte!) Travoltas denken, die op Club Nouveau eveneens in de eighties grasduinden. "Miscalculations" tekent de tweede helft van de plaat, en is stiekem een gevalletje jammer. Het in potentie beste nummer bouwt zelfverzekerd op naar een kippenvel-refrein, maar verzuipt na de tweede minuut in een zoektocht naar een goede brug, die nooit gevonden wordt. Daardoor ontstaat plots een 'net niet'-gevoel, al wordt de band daar zeker niet minder sympathiek van.
File Under: Surfend op de juiste golf
File Audio: [Miracle-Space]
Laura Marling
Lightning Dust
Kurt Vile And The Violators
Pete And The Pirates
Red Hot Chili Peppers - I´m With You
Het eerst wat me opvalt bij het draaien van de nieuwe Peppers is dat Chad Smith gigantisch zijn best aan het doen is op zijn drumstel. Je ziet hem als het ware zitten met de hoofdtelefoon op. Producer Rick Rubin heeft er duidelijk voor gekozen Smith en bassist Flea een prominentere plek dan voorheen te geven. Bezettingstechnisch is de grootste wijziging die van de komst van gitarist Josh Klingenhoffer als opvolger van John Frusciante. De wisseling betekent geen revolutie, maar de nieuwkomer weet wat een gitaar is. Zanger Anthony Kiedis kan met zijn stem vrij bewegen door de liedjesstructuur heen en door de tweede stem van Klingenhoffer doet de zang - niet het sterkste Pepperspunt - prettig aan. I´m With You laat horen dat het kwartet nog steeds wat te vertellen heeft. Het mooiste nummer vind ik "Even You Brutus" als de heren nieuwe wegen zoeken, door het gebruik van de spanning opbouwende piano, die heerlijk door de gitaar uitgebuit wordt. Daarnaast laat een liedje als "Did I Let You Know" horen dat ze echt meer moeten doen met het gebruik van de trompet. Of het rauwe semi-akoestische "Brendan´s Death Song" waar de nieuwbakken gitarist even mag laten horen wat ie kan. Red Hot Chili Peppers levert met I´m With You een plaat af met pieken. De wat meer commerciëlere kant, zoals de eerste single "The Adventures of Raindance Maggie" is echter prima te doen. Al duurt het, om er maar eens een cliché tegenaan te gooien, wat draaiuren om erin te komen.
File Under: Smakelijk, maar niet meer zo scherp
Toby Hitchcock - Mercury's Down/XorigiN - State Of The Art
Wat mij betreft is Toby Hitchcock een van de beste zangers in de AOR van dit moment. Als debutant was hij vanaf het begin in Pride Of Lions even belangrijk als multi-instrumentalist/songschrijver Jim Peterik. Het bijna achteloze gemak waarmee Hitchcock krachtig en gevarieerd zingt, ook live, moet een bron van frustratie zijn voor zangers die het uit hun tenen moeten halen en periodiek daarbij hun stem aan gort zingen. Maar Pride Of Lions hield er even mee op na The Roaring Of Dreams uit 2007 - in 2012 verschijnt er eindelijk weer een album - dus ook van Toby Hitchcock verscheen geen materiaal. Tot hij door zijn platenbaas Serafino Perugino werd gekoppeld aan Erik Martensson, o.a. gitarist en songschrijver bij W.E.T. Martensson kweet zich voorbeeldig van zijn taak en schreef twaalf songs met precies het juiste niveau bombast en grandeur. Jawel, Mercury's Down zou bijna een Pride Of Lions-plaat kunnen zijn. Bijna, dat wel, want Jim Peterik weet volstrekt originele melodieën uit zijn pen te toveren, waar Martensson voor prima hooks zorgt, maar net iets minder origineel is. De lekker stevig ingemixte gitaren en prima productie zorgen er echter voor dat het nergens te makkelijk of te voorspelbaar wordt. Daarmee is de basis gelegd voor waar het om gaat: de stem van Toby Hitchcock. Nog steeds verbazingwekkend makkelijk galmt hij dat het een lieve lust is. Hitchcock is geen zanger uit de eredivisie, hij is er een uit de Champions League.
Ik heb grote bewondering voor Frontiersbaas Perugino, die steeds weer grote namen aan zich weet te binden. Maar het lijkt wel alsof hij soms als een Jekyll en Hyde verandert in een soort Henkjan Smits. Niet wezenlijk geinteresseerd in muziek, slechts in een koude rekensom met inwisselbare muzikanten. Dan krijg je dus zo'n plaat als XorigiNs State Of The Art. Waarschijnlijk met het oog vooral op de Scandinavische markt mochten Scandinaviërs Johannes Stole (zang) en Daniel Palmqvist (ex-The Murder Of My Sweet, gitaar) een album maken. Ze hebben best de vaardigheden - beide zijn gewilde sessiemuzikanten - maar er wordt akelig binnen de lijntjes gekleurd. Producer Daniel Flores (Mind's Eye, The Murder Of My Sweet) deed daarin vrolijk mee en zorgde voor een geluid dat in balans is, maar nergens sprankelt. Op zich past het goed bij de nummers, want die lijken voornamelijk geënt op eighties-AOR á la Foreigner, Survivor en aanverwanten - zij het niet hun beste dagen - en elk nummer klinkt op de een of andere akelig bekend. Het is niet allemaal zo dramatisch als het misschien lijkt, want de heren kunnen er zoals gezegd echt wel wat van. Maar juist de volstrekte inwisselbaarheid van alles op dit album maakt dat het voor mij vooral tijdvulling was. Of tijdverspilling, zo u wilt.
File Under: Tussendoortje van hoog niveau
File Audio: [Spotify]
File Video: [This Is The Moment]
File: XorigiN - State Of The Art
File Under: Musiceren zoals Bob Ross schilderde
File Audio: [Spotify] [XorigiNSpace]
Kaiser Chiefs
Kaiser Chiefs, wie kent ze inmiddels niet? De band rondom Nick Hodgson en Ricky Wilson is al zeven jaar lang publiekstrekker op de grote Europese zomerfestivals, een status die gecementeerd is dankzij krakers als "Ruby", "Oh My God" en "I Predict A Riot". Het nieuwste album The Future is Medieval’ presenteerde de band met een radicaal concept. Fans kregen de mogelijkheid om via de website hun eigen digitale Kaiser Chiefs-album samen te stellen uit een totaal van 20 tracks, en er een zelfgemaakte cover aan toe te voegen. Na het kopen van een aldus samengesteld album biedt de band je de mogelijkheid geld terug te verdienen als je jouw versie weer doorverkoopt aan derden. Voor elk Kaiser Chiefs-album dat verkocht wordt krijg je 1 pond terug van de band. Vernieuwend, al merk je daar niets van als je de reguliere 13-track versie in de winkel koopt.
File Under treft bassist Simon Rix turend uit het raam aan. Hij observeert de chagrijnige fietsers die in de stromende regen langs de plek van afspraak rijden, een hotel. Zijn sadistische grijns verraadt enig leedvermaak. Dat is wellicht niet zo verwonderlijk: Kaiser Chiefs staat er immers om bekend een zwartgallig gevoel voor ironie uit te drukken door middel van aanstekelijke meezingers. 'Dat klopt inderdaad wel', licht Rix toe. 'We zijn altijd van het donkere gevoel voor humor geweest, bijna op een tongue-in-cheek achtige manier. "Everyday I Love You Less and Less", "Never Miss A Beat", "I Predict A Riot"...dat soort liedjes brengen de duistere aspecten van onze samenleving in perspectief. Als wij ons daarop focussen schrijven we ook onze beste nummers, denk ik.'
Lees verder..David Sylvian - Died In The Wool: Manafon Variations
De man en zijn omfloerste stemgeluid. David Sylvian - veel eigenzinniger heb je ze niet in de hedendaagse muziekwereld - is een zachtaardige geweldenaar met een prachtig warme melancholische stem die me elke weer keihard in de ziel raakt. Zelfs Blemish, zijn avantgardistische meesterwerk uit 2003, is een emotioneel hoogstandje op zijn eigen keiharde, confronterende manier. De weg van vroege New Romantic naar avantgardist was trouwens een lange, fascinerende zoektocht; eentje die uiteindelijk leidde naar Manafon (2009), een bijzonder moeilijke plaat met minimalistische, vaak dissonante soundscapes. Met daar overheen nogal pontificaal voor in de mix het zo typerende stemgeluid van Sylvian. Kil, cerebraal, ontoegankelijk, en de eerste keer dat ik geen echte connectie met de beste man voelde.
Nu is er Died in the Wool: Manafon Variations; bewerkte stukken van het abstracte bronmateriaal. Zanglijnen bleven min of meer intact, maar mensen als Dai Fujikura en Evan Parker mochten in complete vrijheid hun gang gaan met de muziek (en voegden enkele nieuwe nummers toe). Met als verrassend resultaat dat dit nieuwe album toegankelijker en melodieuzer klinkt dat het moederschip. Let wel, dit is nog steeds geen Secrets of the Beehive maar het is hier een stuk comfortabeler vertoeven dan op Manafon. Vooral de afwisselend dissonante en ontroerende strijkers van Fujikura maken van Died in the Wool een prachtige luisterplaat op de grens van ambient en neo-klassiek. Het is echter Arve Henriksen (Supersilent) die op “A Certain Slant of Light (for m.k.)” vloeibare warme tranen uit zijn trompet laat rollen en er met de hoofdprijs vandoor gaat.
File: David Sylvian - Died In The Wool: Manafon VariationsFile Under: Deze man verdient een standbeeld
Intergalactic Lovers - Greetings & Salutations
Ik had eigenlijk wel verwacht dat er in Nederland al wel een grotere buzz zou zijn rond onze zuiderburen van de Intergalactic Lovers. Het optreden dat ik van hen zag op Motel Mozaique in de 3VOOR12-kerk vond ik uiterst prettig en ook op de editie van Walk The Line lieten ze een goede indruk achter. Blijkbaar is dat dan toch niet voldoende, want daarna heb ik ze niet meer terug gehoord op de Nederlandse radio. Dat kan ook aan mij liggen overigens; ik hoorde vorige week namelijk ook pas voor het eerst hun debuut-cd Greetings & Salutations. Maar het verbaasde me na die tijd wel dat de singletjes niet opgepikt zijn door bijvoorbeeld 3FM. Daar hoorde je immers ook Pien Feith veelvuldig langskomen het afgelopen jaar. En daar lijkt frontfrouw Lara Cherdaoui qua stem af en toe best een beetje op. Muzikaal is de plaat bovendien een stuk luchtiger. Al komt single "Delay" best in de buurt van de huidige Pien Feith-sound. Erg fijn liedje ook met zijn rare gitaar geluid. Elk liedje heeft bijna wel wat aparts in zich. Dat houdt je als luisteraar fijn bij de les. Hun plaat hebben ze overigens geheel in eigen beheer betaald en daarna pas bij platenmaatschappijen aangeklopt. Dat gaf ze alle vrijheid en bleek in dit geval dus een goede zet. De liedjes zijn ondanks de experimententjes (het is fijn verrast te worden door de slide in "Bruises") wel catchy en, ondanks dat ze niet vies zijn van het stapelen van lagen, soms zelfs een beetje luchtig. Daar helpt de prima productie ook zeker bij. Maar bovenal is er de stem van de struise tante Cherdraoui die met haar fijne stem beslist de spil is in deze leuke nieuwe Belgische band. Het zou mooi zijn als hun optreden op Into The Great Wide Open ze dit weekend een zetje in de goede richting geeft.
File Under: Pretty Babys
File Video: [Fade Away]
Shonen Knife
Het was een hele vreemde gewaarwording. Midden in het Amerikaans punkgeweld van de verzamelelpee Flipside Vinyl Fanzine vol. 3 van het roemruchte Flipside-fanzine klonk opeens een poeslief liedje over fietstochtjes compleet met fietsbelgerinkel. Met “Cycling is Fun” maakte het Japanse trio Shonen Knife mij gelijk fan voor het leven. Juist in die bloedserieuze punkscene van de jaren tachtig was het een verademing dat er zo’n gezellig bandje bestond.
Dat de Amerikaanse DJ Rodney Bingenheimer van KROQ en vele musici (met voorop ene Kurt Cobain), net als ondergetekende, de band volledig omarmden mag ook niet meer dan logisch zijn. De puntige punky pop van Shonen Knife met teksten over lekkere snoepjes en ander voedsel, lieve dieren en felle kleuren was wel even een verademing.
Karmakanic - In a Perfect World
In 2008 werd ik aangenaam verrast door Karmakanic's vorige CD Who's the Boss in the Factory. Leest u hier nog even waarom ik dat zo'n prachtige muziek vond. Dus toen Storm me onlangs vroeg de opvolger In a Perfect World te bespreken, lag ik al likkebaardend bij de brievenbus op de cd te wachten. Nou ja, bij de computer wachtend op de digitale download dan, want dat is waar we het als schrijvertjes mee moeten doen tegenwoordig. Dank u, platenmaatschappij! Affijn, we zijn inmiddels een flinke week vrijwel onafgebroken draaien verder, en ik moet zeggen dat ik erg geniet van deze nieuwe muziek. De cd is wederom zwaar symfonisch zonder al te pielerig te worden; liedjes krijgen altijd voorrang op solo's. Meer nog dan zijn voorganger klinkt deze cd alsof-ie zo uit de jaren zeventig stamt. Een beetje zoals Yes klonk rond Going for the One, ook al zo'n favoriet in huize ForestSounds. Grootste verschil met de voorganger is wel dat de nadruk nu meer ligt op rock (behoorlijk stevig ook) en er nauwelijks nog soepele jazz-invloeden te horen zijn. En ergens vind ik dat toch wel jammer, want het was precies dat element van ontspannenheid die hun muziek zo uniek maakte. Slechte plaat dan maar? Welnee! Maar toen ik ze beiden op mijn Digitale Dingetje had gezet, merkte ik dat ik toch steeds meer nummers van de vorige cd wilde horen in plaats van dit nieuwe materiaal. Dat is een vreemd gevoel: je luistert naar muziek die je mooi vindt, maar voelt toch een soort onrust om naar iets anders te willen luisteren… Nou ja, als dat dan al gebeurt, kan dat nog maar het beste werk van dezelfde artiest zijn. Gelukkig is dat hier het geval.
File Under: Erg mooi, maar in een perfecte wereld was-ie net zo mooi als de voorganger geweest.
File Audio: [preview van de nieuwe cd]















































































































































