Revocation - Chaos Of Forms
Annihilator, Death, Pestilence, Testament. Ik speel Chaos Of Forms en ik zit die namen almaar in mezelf op te dreunen. Met een steeds groter wordende grijns op mijn gezicht. Heel veel metal luisteren doe ik niet meer, maar als het op de manier gebeurt waarop Revocation dit doet op hun nieuwste plaat, dan kan ik weer helemaal in een metalmood komen en al die klassiekers weer van stal halen. Op deze derde cd raast David Davidson als een bezetene over de snaren, maar stelt dat wel - zoals dat zo mooi heet - in dienst van het liedje. Dat dat een razende metaldraaikolk is, da’s dan alleen maar mooi meegenomen. De manier waarop deze jonge hond duizelingwekkende techniek koppelt aan gevoel voor melodie heb ik de laatste jaren niet zo goed gehoord. Alleen al met het titelnummer kun je een hele achtbaanrit simuleren. Na een door twaalf paarden aangetrokken intro, komen er twaalf tanks in een poging je bruut te overrijden. Ze laten je ontsnappen, maar drijven je een doolhof in waar de gangen alleen maar nauwer lijken te worden. Totdat je dan halverwege een serene maagdelijke schoonheid aantreft die je naar buiten leidt. Dat moet je wel mogelijk doen, want met elke stap die deze blondine zet wordt ze een jaar ouder. Al snel blijkt dat het toch nog meer dan honderd passen naar de uitgang zijn. Ze blijft je echter vergezellen en terwijl jou duidelijk wordt waar je er uit kunt sterft ze, je dodelijk vermoeid achterlatend. Gelukkig geeft het volgende “The Watchers” je geen tijd om erbij stil te staan en jakkert deze band uit Boston verder. Met een aandrijfmotor van het merk Dubois kun je ook niet anders. Naast Davidson is drummer Phil Dubois namelijk de andere technische halfgod in de band. Strakker dan strak legt hij een basis waar je u tegen zegt. Maar dat zeg je sowieso al wel tegen deze verbluffende plaat.
File Under: Nieuwe metal masters
File Audio: [MySpace]
The Subways - Money & Celebrity
Soms heb je van die dagen dat je beter in bed kunt blijven liggen. Eerst trapte ik in uitgespuugde kattenbrokken en daarna kon ik mijn wijk niet uit wegens werkzaamheden. Vervolgens moest ik een noodstop maken net over de heilige verkeerslichtenstreep wat mij een flits opleverde. Aangekomen op mijn werk bleek ik al meteen een vergadering in te moeten die twee uur eerder was dan dat dit in mijn gedachten stond. Gelukkig was daar nog de cd die mij onderweg vergezelde. The Subways was op basis van mijn playlist zelfs geadviseerd door Last.fm. Money & Celebrity is hun derde langspeler. Ik kende de band echter niet en al snel bleek waarom. Het trio klinkt als een stel oproerkraaiers die overdag in een pak lopen en hun middelvinger opsteken als niemand het ziet. Stoere rock met punkrand die waarschijnlijk de zaal in een springende extase brengt. Het probleem is alleen dat de clichés je zo om de oren vliegen, dat ik het gevoel heb dat dit gemaakt is om te verkopen. Nee, ik geloof het niet. De eerste single "We don´t need money to have a good time" zou zomaar een hit kunnen worden. Mij kan Money & Celebrity echter niet bekoren. En ik had toch al een slecht humeur.
File Under: Mopper
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Hun videokanaal]
File Twitter: [Tweets]
Lanterns On The Lake - Gracious Tide, Take Me Home
Stel je het letterlijk voor: Lanterns On The Lake. Tien tegen een dat je een warm en sfeervol beeld op je netvlies krijgt. Goed gekozen naam van deze band uit Newcastle dus, want sfeer en melancholie zijn de hoofdbestanddelen van hun debuut Gracious Tide, Take Me Home. Dromerige indiefolk, ondersteund door subtiele loops en synths en mooie strijkersarrangementen die doen denken aan de sfeer van Sigur Rós en de indiefolk van The Sundays en Mazzy Star Mazzy Star. Hazel Wilde zingt met breekbare stem bijna alle nummers, met uitzondering van "If I've Been Unkind", wat gezongen wordt door gitarist Adam Sykes. Ze hadden hem van mij wel iets vaker mogen laten zingen, dat was de afwisseling ten goede gekomen. Een heel album vol met de dromerige stem van Hazel Wilde wordt op den duur een beetje eenvormig. Het is echter het enige en een klein puntje van kritiek wat ik heb. "A Kingdom" kent een mooie climax, "Ships In The Rain" is dan weer een klein, breekbaar liedje en "Lungs Quicken" heeft een spannende opbouw. De teksten zijn niet erg opbeurend, maar desondanks is Gracious Tide, Take Me Home geen sombere plaat geworden maar een melancholisch pareltje. In "Blanket Of Leaves" benadert Wilde zelfs de glans van Beth Gibbons van Portishead . Met Gracious Tide, Take Me Home haal je een prachtig debuut van Lanterns On The Lake in huis.
File Under: Droomdebuut
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [A Kingdom]
Week 43, 2011
Storm
Nils Frahm - Felt
Ewie
awkward i - Everything On Wheels
Ludo
The War On Drugs - Slave Ambient
Gr.R.
Loutallica - Lulu
Dennis
Gillian Welch - The Harrow & The Harvest
Ramon
Screaming Trees - Last Words: The Final Recordings
André
Anna Ternheim - The Night Visitor
Jasper
Wilco - The Whole Love
Prikkie
Tom Waits - Bad As Me
Janineka
Richmond Fontaine - The High Country
Stonehead
Radiohead - TKOL RMX 1234567
DubbelMono
The Smiths - Complete
Issa - The Storm
Een paar dagen geleden werd ik op Twitter herinnerd aan een stuk over popjournalistieke stoplappen. Leuk om te lezen en het heeft zeker een kern van waarheid. Ik heb bijvoorbeeld een teringhekel aan niet betwistbare quasi-goedkeuringsstempels als 'relevant' en 'urgent'. Er zijn ten aanzien van clichés ook andere gezichtspunten denkbaar. Clichés kunnen effectief zijn omdat iedereen weet wat ermee bedoeld wordt. Daarnaast gebruiken we in het dagelijks leven ook allerlei clichés, dus is het misschien niet reëel om te verwachten dat je ze in honderden stukjes altijd kunt vermijden. Met de cd van Issa had ik nog een probleem extra: de band rond zangeres Isabell Øversveen is zelf één groot cliché. Retecommerciële poprock met braaf afgevlakte gitaren, volgestopt met toetsenpartijen als stopverf, op zijn tijd voorzien van een tinkelend pianootje. De dame heeft best een goede stem, maar ook zij komt geen moment verder dan uiterst voorspelbare zangpartijen. Een soort reserve-Robin Beck, zeg maar. Met het eerste album had ik al weinig te zeggen en in deze ronde is het enkele spoortje van verrassing van de vorige keer er ook nog eens vakkundig uitgewerkt. Ook al is er op de technische uitwerking niet zoveel aan te merken, het is en blijft gerecyclede bagger die eigenlijk al zonde is van de bits en bytes op je pc. Er kunnen wat mij betreft niet genoeg clichés gebruikt worden om dát duidelijk te maken.
File Under: Issa grossiert in clichés
File Video: ["Looking For Love"]
Anomie Belle - The Crush
Nu niet meteen hard wegrennen als ik het over triphop heb. De muziek van Anomie Belle refereert namelijk meer aan de spannende, onder-de-huid-kruipende, sexy variant van vóór de tijd dat triphop ineens muzikaal behang voor reclameblokken en Net5-series werd. Dit is geen singer-songwriter opgeleukt met een "hip" beatje. Integendeel. Dit is het bewijs dat er in dit ooit uit de gratie gevallen genre nog steeds gewoon hele goede muziek wordt gemaakt. Vergeleken met debuut Sleeping Patterns is de muziek een stuk stijlvaster en heeft Toby Campbell (zoals haar ouders haar noemen) haar stem wat prominenter in de mix gezet. Dat pakt goed uit. Misschien niet voor iedereen want ze heeft een "voice-like-marmite" á la Karin Dreijer Anderson (Fever Ray/The Knife) of Lou Rhodes (Lamb) op haar kittigst. Ook haar achtergrond als klassiek geschoolde violiste werpt haar vruchten af in de vaak zeer smaakvolle strijkarrangementen. Samenwerkingen met hiphoppert Mr.Lif, sirene Anna-Lynne Williams (Trespassers William, Lotte Kestner) en Jon Auer (The Posies) leveren stuk voor stuk hele fijne nummers op. Met name de combinatie met de zoetgevooisde stem van laatstgenoemde in het wonderschone "Picture Perfect" is precies wat de titel belooft - zij het dat inhoudelijk juist het omgekeerde wordt bedoeld. De schone schijn van de American Dream, waar 'your picture perfect hard-working hands come up empty every time'. De vaak sociaal geëngageerde teksten - waarbij het belerende opgeheven vingertje gelukkig achterwege blijft - dragen bij aan het eigen smoelwerk van dit zeer geslaagde album. Om verliefd op te worden.
File Under: Om verliefd op te worden
File Audio: [Soundcloud][Belle Space]
File Video: [Inky Drips][Machine (feat. Mr.Lif)]
Tom Waits - Bad As Me
De tijd dat Tom Waits in het nachtclubcircuit bivakkeerde, ligt toch wel even achter ons. Toch weet hij dat met de donkere sfeer in zijn nummers wel degelijk op te roepen. Gelukkig maar, want sinds Swordfishtrombones ben ik verslaafd aan zijn unieke geluid. Het laatste échte album Real Gone verscheen in 2004 en dus wil ik niet zonder deze nieuwe schijf. Ik schaf Bad As Me dan ook aan en koop dan maar meteen de ltd. edition, wegens de drie extra nummers en het boekwerk. Niet om mijn koop goed te praten, maar vooral omdat het een waanzinnig sterke plaat is, loop ik dolgelukkig rond. Het begint al bij de swingende opener "Chicago", die start als een locomotief die langzaam op gang komt, om in een kakofonie aan geluiden op vol vermogen te komen. Dit dankzij het stemgeluid, het gitaarwerk, de ritmesectie en de bluesy mondharmonica. Of "Talking At The Same Time", waar ik Waits in mijn gedachten gezakt op de grond zie zitten om zijn verhaal te doen en het minimale pianogepingel voor de perfecte details zorgt. Of neem de rock ´n´ roll in "Get Lost" waar hij qua zang helemaal los gaat. Waits houdt het kort maar krachtig en elk nummer, dat hij samen met zijn vrouw Kathleen Brennan schreef, heeft iets eigens. Daarbij helpt de keur aan stermuzikanten uiteraard. Ik noem gitaristen als Marc Ribot, David Hidalgo en Keith Richards maar even als voorbeeld. De drie bonustracks zijn overigens ook zeer de moeite waard, maar hadden eigenlijk best op het album kunnen staan. Bij Waits kan het wat mij betreft niet lang genoeg duren en zeker niet op Bad As Me. De tijd moet het uiteindelijk uitwijzen, maar ik denk dat dit toch wel een van de hoogtepunten in zijn toch al niet misselijke oeuvre is.
File Under: Waits in topvorm
File Audio: [MySpace][Soundcloud]
File Video: [Bad As Me][Back In The Crowd]
File Twitter: [Waits Tweets]
Lou Reed & Metallica - Lulu
Ik snap dat wel dat een man als Lars Ullrich iedere schnabbel aanneemt. Napster heeft natuurlijk de hele muziekwereld kapot gemaakt, waardoor er geen droog brood meer te verdienen is en Ullrich moet drummen op een drumstel van kartonnen dozen! En dat kan toch eigenlijk niet als je de drummer van de grootste metalband op aarde bent. Dat gezegd hebbende: de gehele muziekwereld keek wel even raar op toen het bericht kwam dat Lou Reed samen met Metallica in de studio zat. Say what? Lou Reed en Metallica? Niet een combinatie die ik meteen bij elkaar gezocht had en menigeen fronste dan ook zijn wenkbrauwen. Zou Reed een Metal Machine Music Part II gaan maken? Nou nee dus. Integendeel zelfs. Voor alle Metallicafans die nu nog meelezen: Lulu is een Lou Reed-plaat geworden. Geen Metallica-plaat en zo dient de plaat ook beoordeeld te worden. Een Lou Reed-plaat met Metallica als begeleidingsband. Een adequate begeleidingsband overigens. Eerst even met de minpuntjes beginnen: het al eerder gememoreerde kartonnen drumgeluid van Ullrich en Reed, toch al geen begenadigd zanger, heeft de sleet aardig op de stemband. Dat hoor je vooral als Metallica op het gas trapt en Reed over de band heen moet komen. Reed compenseert dat met veel praatzingen en trucjes als het inbrengen van vertragingen. En daar waar zang daadwerkelijk nodig is, staat James Hetfield, overigens al geen begenadigd zanger, hem aardig bij. De combinatie Reed en Metallica heeft een wat onwaarschijnlijk karakter en eigenlijk past het niet helemaal. Het schuurt en dàt maakt deze plaat tot een goede plaat. De heren maken het zich nergens gemakkelijk, al jaagt Reed Metallica ook nergens echt op. Veel deuntjes horen tot het standaardrepertoire (op een bepaald moment heb ik zelfs de neiging om 'Eeeeexit Light, Eeeenter Night' mee te zingen), maar het past wonderwel bij de stem en de teksten van Reed. Het is vooral zo dat Lou Reed van Metallica een schop onder z'n kont gekregen heeft, waardoor hij met een van zijn beste platen sinds jaren komt. Zo hier en daar hoor je zelfs een echo van Reed's meesterwerk New York. En dat is meer dan ik verwacht had. Veel meer.
File Under: Puike plaat!
File Audio: [Stream]
Bai Bang - Livin' My Dream / Outloud - Love Catastrophe
Ook al staan de heren van Bai Bang op de hoes afgebeeld tegen een achtergrond van een indrukwekkende, Amerikaans aandoende skyline, alles aan de hoes schrééuwt 'Zweedse sleaze'. Volop tatoeages, kettingen en andere genre-accessoires, maar net iets te zorgvuldig samengesteld. Waar ik me bij voorganger Are You Ready nog gewillig liet meevoeren door de ongedwongen pretrock, slaat bij dit album de vermoeidheid sneller toe. Bij de opener al, eerlijk gezegd. Het klinkt deze ronde namelijk ook muzikaal net iets te gladjes. En dan blijft er bar weinig over bij deze Zweden, want van originaliteit moeten ze het niet hebben. Wat rest is een stroom aan uiterst matte deuntjes, met uiterst voorspelbare titels als "Rock On", "Rock It" en "Die For You", met teveel echo, zoals Def Leppard in zijn commercieelst succesvolste dagen, en te weinig pit om het uit het zompige moeras van jaren-tachtig-productie te trekken. Dit is geen sleaze meer, dit is glam van de bleekste soort.
Nee, dan heeft het Griekse Outloud het beter begrepen. Ook hun songs zijn geen wonderen van originaliteit, maar er klinkt tenminste wat inspiratie in door. Bob Katsionis en Mark Cross kennen elkaar van Firewind en tijdens een toer met die band leerde Katsionis ook zanger Chandler Mogel kennen. Toen Katsionis met zijn gitaarstudent Tony Kash wat demo's maakte bleek er melodieuze rock uit te rollen en kwam Mogel in beeld. Een goede keuze, want hij heeft een fraaie stem - wel enigszins vergelijkbaar met Foreigner's Lou Gramm - die goed past bij de poprockcomposities. Zelf noemen ze het overigens melodieuze metal. Van mij mogen ze, maar ik vind het vooral poprock met zo nu en dan wat steviger aangezette gitaren. In de vergelijking met TNT in de bio kan ik me dan ook best vinden. Het luisterplezier is er wel degelijk, omdat het de productie van Katsionis en de mix van good old Tommy Hansen het rockgehalte aardig ophalen. Alleen bij "Isolation Game" gaat het even gruwelijk fout. Wat in de bio 'modern sounding' wordt genoemd, is namelijk een AutoTune-apparaat. Aargh! Juist bij deze prima zanger heb je dat helemaal niet nodig. Puntenaftrek voor die ene misser dus, op wat verder een prima rockalbum is.
File Under: Hier kunnen ze nooit van gedroomd hebben
File Audio: [BangSpace]
File Spotify: [Livin' My Dream]
File: Outloud - Love Catastrophe
File Under: Met skipbutton een fijne plaat
File Audio: [OutloudSpace]
File Spotify: [Love Catastrophe]
My Brightest Diamond - All Things Will Unwind
Het is natuurlijk enorm dom om vlak voor je een weekje vertrekt voor een broodnodige vakantie nog even al je mobiele muzieksystemen te upgraden. Het gevolg was dat er dus nul seconden aan muziek op mijn iPhone stond. Dat had een pijnlijk ‘cold turkey’-weekje kunnen worden. Geluk bij een ongeluk is dat StormJunior en De Jongedame eigenlijk al van jongs af aan al te betrappen zijn op een behoorlijke muzieksmaak. Ze vragen mij regelmatig om cd’s die ik draai te droppen op hun iPod’s. De Jongedame had vlak voor vertrek My Brightest Diamond’s All Things Will Unwind als verzoekje ingediend. Toen ik haar vroeg waarom ze dat wilde zei ze dat die mevrouw zo mooi zong. Een waarheid als een koe. Want nu Shara Worden het musiceren op haar derde album grotendeels in handen gegeven heeft van het kamermuziekensemble yMusic (haar gitaar is bijna niet in beeld) heeft ze nog meer ruimte om haar prachtige, superlenige stem te laten schitteren. Het resultaat is ronduit ontroerend. Die ontroering komt voor een deel ook door de meesterlijke arrangementen waar Worden yMusic van voorzien heeft. Je zou bijna missen dat de teksten van Shara vaak behoorlijk vinnig zijn. Ze legt de vinger meermaals op subtiele wijze op de zere plek. Zo zingt ze bijna luchtig ‘When you’re privileged / you don’t even know you’re privileged / when you’re not, you know’ in “High Low Middle”. De sneren naar grootgraaiers en politieke ratten zijn er veelvuldig. Die ontgaan De Jongedame overigens volkomen. Grappig is wel dat ze heel goed snapte dat het liefdevolle wiegeliedje “I Have Loved Someone” dat All Things Will Unwind afsluit ging over Wordens zoontje waar ze nog niet zo lang geleden van beviel. Prachtvol en samen met het moment waarop Shara de handen ineens slaat met DM Stith in het meesterlijke “Everything Is In Line” en het intrigerende, bijna spooky “Be Brave” de hoogtepunten van een album dat met speels gemak de jaarlijsten gaat halen.
File Under: Prachtvol
File Audio: [Pop Out Player]
File Video: [We Added Up]
Geike Arnaert
Geike Arnaert was tien jaar het boegbeeld van Hooverphonic, tot ze de succesvolle Belgische band ineens vaarwel zei. Moe van de aandacht, moe van het touren, moe van de beperkte invloed op de muziek. Een soloplaat lag voor de hand, en die is er nu: For the Beauty of Confusion.
Als journalist probeer je doorgaans wat professionele afstand te bewaren tot je gesprekspartner. Bij Geike Arnaert (30) is dat wat moeilijk. Dat heeft minder met haar betoverende uiterlijk te maken (nou vooruit, dat ook), maar vooral met het volume waarop ze spreekt. Ik moet zowat bij haar op schoot kruipen om haar te kunnen verstaan in de lobby van een Amsterdams hotel. Geen straf, inderdaad, maar goed, die professionele afstand en zo, hè. Wat volgt is wat is zo ongeveer heb kunnen opvangen, en wat ik me kon herinneren omdat mijn recorder het halverwege begaf. Had ik weer.
Lees verder..Alain Johannes - Spark
Alain Johannes is een muzikale duizendpoot die je niet veel op de voorgrond ziet treden, maar vele artiesten hebben al dankbaar gebruik gemaakt van zijn diensten. Hij verzorgde in het verleden de productie en het mixwerk van diverse albums, maar is vooral ook bekend voor zijn uitstekende spel op gitaar, bas, toetsen en saxofoon. In 2005 en 2006 tourde hij met Queens of the Stone Age en vanaf 2009 ondersteunde hij Them Crooked Vultures bij live-optredens. Zijn eigen band Eleven werd in 1990 gevormd met zijn vrouw Natasha Shneider. Spark is het eerste soloalbum van Alain Johannes dat pas dit jaar in ons land uitkwam. Het is een eerbetoon aan zijn echtgenote die in 2008 aan kanker overleed. Queens of the Stone Age organiseerde later in dat jaar een benefietshow om het leven van Natasha Shneider te vieren, een thema dat terugkomt op het album en ervoor zorgt dat er ook ruimte is voor opgewektere nummers. "Endless Eyes" is de meest directe ode die Alain Johannes schreef aan zijn vrouw, speciaal voor dat optreden, met de hartverscheurende tekst 'It's killing me that I must go on living'. In het jaar erna schreef hij de rest van de nummers voor dit album. De treffende tekst 'There's always a light at the end of the tunnel' in de biografie bij het album doet denken aan de hoop die je kunt hebben in moeilijke tijden, maar ook aan de spirituele gedachte van een weerzien, zoals op het redelijk vrolijke "Return To You". Muzikaal gezien hoor ik de klanken van de sigaardoos-gitaar liever aangevuld met bas en drums, maar de songs op dit korte album zijn grotendeels sterk, de zang van Alain Johannes is kenmerkend, krachtig en geloofwaardig, en de geluidsmix is warm en helder. Ondanks de trieste ondertoon van het album vermoed ik daarom ook dat Natasha Shneider een sprankelende vrouw is geweest.
File Under: Het licht aan het einde van de tunnel
File Audio: [Song samples]
File Video: [YouTube: Endless Eyes @ Lowlands 2010]
File Twitter: [Twitter]
Atari Teenage Riot - Is This Hyperreal?
Afgelopen weekend was ik in Berlijn. Duitsland heeft nog een scene in de muziek, en wat voor een! In de tijdschriftenwinkels concurreren de muziekbladen Orkus, Sonic Seducer en Zillo met elkaar op gothic- en dark-rock-gebied waar Nederland niet één zo'n blad meer heeft. In de hoeveelheid dance- en metalbladen kom je er al helemaal om. En als je in de filosofisch/politieke boekhandeltjes gaat rondloeren, waar er ook genoeg van zijn, kom je hardcore-fanzines en linksradicale muziekbladen als de Wahrschauer tegen. Het was dan ook helemaal mijn ding toen onze hoofdredacteur Storm me nog even snel het laatste album van Atari Teenage Riot ter recensie toestopte voordat de band eerstdaags in Nederland optreedt. Ja, het is een comeback-plaat, Alec Empire had sinds 1999 alleen nog maar solowerk opgenomen, hoe het precies zat leest u hier maar. Is This Hyperreal? is net zo'n knotsgekke digital hardcore-plaat als het oude werk ("Deutschland has gotta die!!", weet u nog?). Muzikaal valt er ook in 2011 ouderwets te stuiteren. Dat is maar goed ook, want een nieuwe generatie moet tot actie worden opgeroepen. Er zitten ondanks Barack Obama's presidentschap in de Verenigde Staten momenteel meer negers in de cel dan in 1850 (citaat uit "Re-Arrange Your Synapses"). Verder wordt het internet overgenomen door kapitalistische bedrijven, aldus schreeuwt Atari Teenage Riot niet altijd even verstaanbaar, en betogen ze op hun Tumblr ruimhartig steun aan de actuele Occupy-protesten, aan bedreigde journalisten en aan de Anonymous-hackbeweging. Veel politiek zinnige alternatieven worden er verder niet gegeven, maar dat zullen we deze activistische muzikanten maar net zo min kwalijk nemen als tien jaar geleden. Rocken kunnen ze. Nog steeds.
File Under: RE-ARRANGE YOUR SYNAPSES!!
File Audio: [Black Flags (Taku Takahashi dubstep remix) en andere remixen via hun fucking FACEBOOK, hoe inconsequent...]
File Video: [Het ziedende Black Flags]
And So I Watch You From Afar
Adam Cohen - Like A Man
In de afdeling vader-zoon en muzikant neem ik u vandaag mee naar Leonard Cohen (geboren 1934) en dan in het speciaal naar zijn zoon Adam (geboren 1972). Eigenlijk wilde ik het niet over de vader hebben, maar als ik als laatste nieuwsfeit lees dat Adam meedoet op zijn nieuwe (!) studio-album, dan lijkt mij er geen ontkomen aan. Daarbij komt ook dat het goed te horen is waar zoon Abraham de mosterd vandaan heeft gehaald. Adam wijkt qua stijl niet echt af van zijn vader, al heeft Adam net iets minder een warme-deken-om-je-schouder-stem. Qua begeleiding houdt hij het op Like A Man sobertjes met wat gitaar, piano, drumwerk en achtergrondzang, die nergens op de voorgrond komt. De lat ligt met zo´n vader wel hoog, maar als je er even voor gaat zitten, dan kan ik me niet voorstellen dat dit album slecht valt. Misschien zijn er nog net wat te weinig uitschieters, maar liedjes als opener "Out Of Bed", "Sweet Dominique" en "What Other Guy" stralen klasse uit. Het is een beetje als de verhouding Jordi en Johan Cruijff. De een is een goede speler en haalt de subtop, maar de stap naar de wereldtop is er een te ver. Maar eerlijk is eerlijk: wereldsterren, daar zijn er héél weinig van en muzikanten die het kunstje beheersen daar kunnen we er niet genoeg van hebben.
File Under: Iets met appel, boom en lekker smaken
File Audio: [MySpace][Soundcloud]]
File Video: [Adam Cohen TV]
File Twitter: [Adam Cohen Tweets]
Leendert van der Valk - Duivelsmuziek. Op de fiets van Memphis naar New Orleans (boek)
De beste blues klinkt donker, vies, onheilspellend, rauw en primitief. Het is dus een prima idee van Leendert van der Valk om zijn reisverslag Duivelsmuziek. Op de fiets van Memphis naar New Orleans te beginnen met een hoofdstuk waarin Leendert en zijn reisgenote, fotograaf Winnifred Wijnker, ergens in Memphis, Tennessee zijn. Op de fiets. In het pikkedonker, tijdens een broeierige nacht, fietsend op de vluchtstrook die bezaaid ligt met glas. Het getto waar ze zich bevinden nodigt niet uit om te overnachten. Het is een reis met ontberingen, maar als je over de blues wilt praten, moet je wat meegemaakt hebben, nietwaar? Van der Valk en Wijnker bezoeken de plekken waar de roots van de popmuziek liggen. De bakermat van rock ‘n’ roll, blues, jazz, zydeco en cajun, jazz en funk, allemaal langs de lijn Memphis - New Orleans. Van de Valk is een goed schrijver en hoewel het lastig is om twee verhalen te vertellen, dat van de blues en dat van de fietstocht, is hij daar aardig in geslaagd. Hoogtepunt - of dieptepunt - is het bezoek aan de Angola-gevangenis, maar ook de zoektochten naar andere overgebleven plaatsen zijn de moeite waard. Van der Valk heeft soms iets teveel last van the white man’s burden, maar het is de muziekliefhebber in hem die de boventoon voert.
File Under: Helse tocht
File Audio: [Spotify Playlist]
File Video: [Boektrailer]
Sungrazer - Mirador
Leuk hoor, die mp3's, maar niet als je ruzie hebt met je apparatuur. Vrolijk roept mijn pc dat hij de bij de reset van een netwerkschijf verplaatste mp3's best naar een andere map wil zetten. "Resterende tijd: ongeveer een dag"... Gelukkig krijgen we ook nog echte, in een cd-speler af te spelen schijfjes. Van Sungrazer bijvoorbeeld. De cd-hoes van Mirador en de website van dit Limburgse trio schrééuwt in elk geval psychedelica. Hoewel, bands in dit genre willen qua uitwerking en afwerking nog wel eens ergens in de vorige eeuw blijven steken, en dat is bij Sungrazer zeker niet het geval. Ze stonden al op Pinkpop en in het voorprogramma van Karma To Burn en Fu Manchu, evenals - verrassend - ook in De Wereld Draait Door. Verrassend, omdat ze vooral ingetogen slow blues/psychedelica laten horen. Dat wordt overigens voldoende afgewisseld met wat snellere recht-zo-die-gaat-tracks, maar het zijn juist de ingetogener songs waardoor ze opvallen. Geen krachtpatserij, geen gierende en beukende gitaren, maar eerder rustig opgebouwde songs. Puur psychedelisch is het niet, net zo min als het pure stoner of pure bluesrock is. Sommige koortjes doen poppy aan, elders doet de tweestemmige zang aan Alice In Chains denken. Op andere momenten zou je de gitaarpartijen zelfs jazzy kunnen noemen. Het mag duidelijk zijn dat Sungrazer zich niet blindstaart op vermeende genregrenzen. Of er een groot publiek voor is betwijfel ik, maar dat gedeelte wordt in elk geval doordacht en sfeervol vermaakt, met meer variatie dan in het genre gebruikelijk is.
File Under: Opvallend ingetogen psychedelische stonerrock
File Audio: [SungrazerSpace] [Flashplayer op de site]
Chimaira - The Age Of Hell
2011, het jaar van revoluties, rellen, en OccupyWallstreetEverything. De halve wereld is voornamelijk boos, en voilà: Chimaira levert met hun zesde groovemetalcore album The Age of Hell de soundtrack aan. Een plaat die apart tot stand is gekomen qua bezetting: vaste leden Mark Hunter en Rob Arnold hebben samen met producer Ben Schigel op drums praktisch alles verzorgd. Live heeft het zestal sinds dit jaar dan ook voor de helft een nieuwe bezetting, deels afkomstig van de band DÅÅTH. Bijdragen zijn afkomstig van Emil Werstler van deze groep (gitaar op “Samsara”) en van Whitechapel’s zanger Phil Bozeman op “Born in Blood”. Maar goed, Chimaira. De groep uit Ohio laat er op ‘The Age Of Hell’ amper gras over groeien qua felheid en snelheid, maar bouwt gelukkig wel af en toe een rustpuntje in. Soms om het effect te versterken dat alle instrumenten weer naar voren komen in de mix (zoals in “Clockwork”), soms gewoon voor een lekkere mosh-breakdown (“Year of the Snake”). Er wordt af en toe leentjebuur gespeeld bij bands als Lamb of God, Godsmack, Fear Factory, Parkway Drive en Slayer maar laten we wel wezen: het kan stukken erger dan de namen uit dit lijstje. Al met al een puik album dat de spanningsboog bijna nergens laat verslappen door de combinatie van interessante tempowisselingen en vette riffs. Tel daarbij nog eens op de sterke sound van zowel band als mix en de conclusie is dat Chimaira nog lang niet aan het eind van de tunnel is beland.
File Under: Groovemetalcore
File Audio: [Myspace]
File Video: [Chimaira]
Gregory Page - My True Love
Geen idee of het doelbewust is of niet, maar deze plaat van Gregory Page komt precies op tijd. De zomer ligt weer achter ons en heeft onherroepelijk plaatsgemaakt voor de herfst. Buiten regent het, 's avonds wordt het steeds vroeger donker en de verwarming gaat weer aan. My True Love past prima bij de donkere herfst- en koude winteravonden. De van oorsprong Britse, maar al jaren in Amerika wonende Page, croont er lustig op los. Zijn muziek is jazzy en melancholisch en brengt je in de sfeer van een rokerige nachtclub in de jaren dertig van de vorige eeuw. Page groeide op in een Armeens-Iers gezin in Noord-Londen, zijn ouders ontmoetten elkaar in het Midden-Oosten waar zij afzonderlijk van elkaar met hun band op tournee waren. In Londen studeerde hij klassiek gitaar en compositie- en muziekleer aan het Trinity College of Music. Inmiddels woont hij al weer jaren in de Verenigde Staten waar hij een goede naam heeft opgebouwd en en veel samenwerkt met vrienden als Jason Mraz en AJ Croce. Page's teksten zijn verrassend en tillen zijn liedjes over de liefde naar een hoger niveau en zo worden ze nergens gewoon of afgezaagd. Het is knap dat Gregory Page met My True Love een cd heeft gemaakt die de sfeer oproept van Chet Baker en Billie Holiday maar toch niet oubollig klinkt. Gezien het succes van collega-crooner Michael Bublé en de wat modernere jazz van Jamie Cullum denk ik dat Gregory Page geliefd kan worden bij een heel groot publiek. Tip voor de kerstman!
File Under: Zo komen we de donkere dagen wel door
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [That's You]
Emmett Tinley - Emmett Tinley
Ik kende Emmett Tinley al voordat ik wist dat er Emmett Tinley was. Hij zong toen bij The Prayer Boat en hun album Polichinelle was mijn muzikale ontdekking van mijn Ierlandvakantie 2000. Ik kreeg nog wel mee dat hij solo was gegaan, maar ik heb eigenlijk nooit de moeite genomen om zijn eerste album Attic Faith (2005) op te snorren. Mijn belangstelling werd echter weer gewekt toen bleek dat hij optreedt in het plaatselijke poppodium ter ere van zijn nieuwe album Emmett Tinley. Helaas voor mij ben ik dan op Crossing Border, waar ik die andere Ierse held van me, Gavin Friday, wil zien. Zucht, hoe krijgen ze het voor elkaar? Het tweede solo-album maakt dit nog vervelender, want, het album dat semi-akoestisch is gehouden, doet niet onder voor Polichinelle. Zijn prachtige Jeff Buckley-achtige stem, het sober gehouden instrumentarium met dromerig piano- en gitaarspel en die liedjes die een gevoelige snaar bij me raken. Wat wil ik nog meer van hem? Dit album is zo´n album waar je voor moet gaan zitten en dan niet gestoord moet worden. Praten is dan ten strengste verboden. Tinley heeft het woord. Prijsnummer is "Sooner or Later" dat voor het maximale gaat, mede door het heerlijke trompetgeschal. Het wordt een geweldig concertreeks komende novembermaand, maar ik wil het niet weten. Dat je het even weet.
File Under: Melancholische schoonheid
File Audio: [MySpace][3voor12 Luisterpaal]
File Video: [Take A Long Time To Heal]
Week 42, 2011
Storm
Nils Frahm - Felt
Ewie
Tom Waits - Bad As Me
Ramon
Tom Waits - Bad As Me
Gr.R.
Mammut - Karkari
Janineka
Lanterns On The Lake - Gracious Tide, Take Me Home
Prikkie
The Aristocrats - The Aristocrats
Ludo
Neko Case - Live From Austin, TX (Austin City Limits)
Jasper
The Strange Boys - Live Music
André
Geike - For The Beauty Of Confusion
DubbelMono
Black Cassette - Black Cassette
Dennis
Sóley - We Sink
Black Cassette - Black Cassette
Voordat Soulwax vooral een dj-outfit werd, richtten de broertjes Stephen en David Dewaele zich op schurende, maar in retrospectief redelijk brave rock. Hun debuut Leave The Story Untold had weinig te maken met doorbraakalbum Much Against Everyone’s Advice, laat staan met het dance-georienteerde werk van 2ManyDJ’s. Luisterend naar Black Cassette, de eerste plaat van de gelijknamige band, bekruipt me hetzelfde gevoel als bij Soulwax: hier gaat meer gebeuren. Want deze band rond semi-Belg Sjoerd Bruil (een in Nederland geboren Antwerpenaar) maakt liedjes gebaseerd op groovende riffs, bijna stoner-achtige zang en vol onderhuidse spanning. Zijn bandgenoten hebben net als Bruil drukke werkzaamheden: Sukilove, Tim Vanhamel, Broken Glass Heroes, Metal Molly en Pawlowksi zijn de namen waar Bruil en bandgenoten Pascal Deweze en Jeroen Stevens zich mee bezig hielden. Wat meteen verklaart waarom het vijf jaar duurde voor Black Cassette met een album kwam. In deze klassieke trio-bezetting zoeken de drie het op het eerste gezicht in klassieke, heftige bluesrock, maar met een boel vreemde kantjes. Soms klinken ze als op die eerste plaat van Soulwax ("Let Me In"), soms als The Stooges ("Funny") en soms als een outtake van Masters of Reality (het vreemde "Ask A Question"). Hier gaat wat gebeuren. Nu niet de DJ gaan uithangen, Sjoerd.
File Under: Belgengekte anno 2011
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [7 Measures]
Kimball Jamison - Kimball Jamison/ Fergie Frederiksen - Happiness Is The Road
Het moet bij Frontiers een klein paradijsje zijn voor AOR-zangers. Niet alleen staan er tal van goede bands onder contract, er is ook een waslijst aan componisten, muzikanten en producers beschikbaar om voor materiaal te zorgen. En zo kan het gebeuren dat drie zangers van naam tegelijkertijd twee prima albums vol AOR-galmers opleveren.
Bobby Kimball (Toto, Yoso) en Jimi Jamison (Survivor) kregen songs van erkende songsmeden als Jim Peterik (Pride Of Lions, Survivor), Richard Page (Mr. Mister), Randy Goodrum (Toto), John Waite, Erik Martensson (W.E.T.) en Robert Sall (Work of Art). Voor de muziek werd Mat Sinner ingeschakeld als bassist en producer, die op zijn beurt onder andere gitarist Alex Beyrodt (Sinner en Primal Fear) meenam. Het klinkt als een project waar weinig aan het toeval overgelaten is, en dat is ook zo. Dan nog kan zoiets vreselijk inzakken als niet ieder zijn normale niveau haalt, maar dat is geenszins het geval. Voorspelbaar is het, natuurlijk, maar dat neemt niet weg dat de combi Kimball/Jamison op zich al iets bijzonders is. Qua stijl is het vooral vergelijkbaar met Pride Of Lions, maar dan uiteraard met twee prachtige stemmen. Met songs als "Worth Fighting For" en "Kicking And Screaming" zijn er uitschieters, terwijl de rest van de songs ook zeker niet teleurstelt. Veilig en voorspelbaar, zeker, maar tegelijkertijd wordt moeiteloos een uitstekend niveau gehaald, door alle betrokkenen. Het resultaat is hoe dan ook heerlijk.
Fergie Frederiksen (Toto, LeRoux, Radioactive) is van dezelfde categorie als Kimball en Jamison. Een jaar geleden zag het er echter naar uit dat hij ook in de categorie 'ons voortijdig ontvallen' terecht zou komen. Er werd leverkanker ontdekt en een operatie had geen kans van slagen. Tijdens de behandelingen die wel mogelijk waren is dit album opgenomen. Het beste nieuws is dat Frederiksen genezen schijnt te zijn, maar bijna net zo goed is het nieuws dat je ook zonder weet van die omstandigheden met plezier naar dit album kunt luisteren. Het titelnummer werd met (alweer) Jim Peterik geschreven, producer was Dennis Ward (Primal Fear), die uiteraard ook in de band zat, net als trouwens de Nederlandse drummer Dirk Bruinenberg (Elegy, Wicked Sensation). Ondanks zijn geschiedenis in Toto zit dit solo-album meer richting Journey en Pride Of Lions, zij het dat de focus logischerwijs voornamelijk op de zang gericht is. Zo nu en dan worden er koortjes ingezet die het een lichte Westcoastfeel meegeven. Als Jamison hier één ding laat horen, dan is het wel dat hij nog lang niet uitgezongen is.
File Under: Twee galmen, een betalen
File Video: ["Worth Fighting For"]
File Spotify: [Kimball Jamison]
File: Fergie Frederiksen - Happiness Is The Road
File Under: Genezingsproces op muziek
File Spotify: [Happiness Is The Road]
James Blake - Enough Thunder EP
Half oktober. Dat betekent dat veel muziekjournalisten hun jaarlijstjes al zitten op te stellen, want de dodeboom-muziekbladen die in december in de winkel moeten liggen, moeten immers al in november aan de drukker worden aangeleverd. Benieuwd hoe hoog James Blake gaat eindigen, die precies een jaar geleden nog huizenhoog werd opgehemeld. Op basis van zijn EP's CMYK, Klavierwerke en de Hit was dat terecht en "The Wilhelm Scream" mocht er op die debuutplaat ook zeker zijn, maar echt blijven hangen deed James bij mij niet. Op de Enough Thunder EP, die momenteel het excuus is om die debuutplaat gebundeld weer voor €18 te laten verkopen terwijl hij los al in de midprice is, wordt zes trage nummers lang experimenteel gesoulkikkerd met een piano, een kaarsje en veel, véél stilte. Een nachtplaat met dito vage hoes, waarop dubstep had gepast maar totaal ontbreekt. "A Case of You" is een veel te uitgeklede Joni Mitchell-cover, "Fall Creek Boys Choir" kan ondanks de inbreng van Bon Iver evenmin op zichzelf staan. Originaliteitspuntje dat James op die track z'n hond door de autotune haalt. Verder luidt het oordeel hetzelfde als bij de onbekendere en nieuwe nummers tijdens zijn Lowlands-optreden: heel knap en prachtige stem enzo, maar zonder goede liedjes én zonder innovatief geluid blijft het kapelmuziek voor alleen de échte fan.
File Under: Toch niet voor het jaarlijstje
Miriam Moczko - White Lies
Gelukkig hebben we de foto nog. Onze fotograaf Dennis was namelijk wel bij de ep-presentatie van de in Arnhem woonachtige, Duitse Miriam Moczko. Ik niet, ik had een geldige smoes, maar fijn voelde dat niet. Gelukkig ligt de cd inmiddels wel hier en alleen het hoesje is al een feest: een kartonnen drieluik met geinige tekeningen, die volgens ter illustratie bij de liedjes horen. De info, die je bij de cd nodig hebt, wordt weergegeven in sierlijke letters. Hier word ik alleen al blij van. White Lies is de tweede ep van Moczko en is vreemd genoeg uitgebracht ter afsluiting van een periode waarin ze samen met Maxim Argilagos (beatbox) en Beate Wolff (cello) rondtrok. Op White Lies staan vier liedjes waarvan de opener "We Were In Love" toch wel het meest bij me blijft hangen. Die piano, die stem, ik vind het geweldig. De beatbox vind ik echter wat storend, maar ja. De andere eigen liedjes "Common Grond" en "More Than We Take" zijn ook niet te versmaden. En er is nog Nine Ince Nails´ "Hurt", voor mij groot geworden dankzij de uitvoering van wijlen Johnny Cash. De productie door Norbert Krause en Moczko is prima gedaa: Ik durf wel te stellen dat Moczko minstens zo bekend moeten zijn als Agnes Obel. Ik vernam overigens dat Moczko een wat andere kant opgaat dan deze semi-akoestische setting. Ik ben benieuwd en kan wederom niet wachten op nieuw werk. Platenmaatschappijen pas op dat jullie dit talent niet laten schieten.
File Under: Talent verdient gehoord te worden
File Audio: [MySpace]
File Video: [Common Ground][Hurt][Haar eigen videokanaal]
File Twitter: [Moczko Tweets]
Howling Bells - The Loudest Engine
Zou ik dan toch milder worden, zo op mijn ouwe dag? Vroegah, toen ik nog jong en wild was, toen bliefde ik geen vrouwenstemmen. Althans, de meeste vrouwenstemmen deden mij niets. Maar sinds begin dit jaar heb ik al staan te genieten van Ritzy Bryan (The Joy Formidable), Kata Mogensen (Mammut), Judith Holfernes (Wir Sind Helden) en heb ik Bettie Serveert met Carol van Dijk weer herontdekt. En nu Juanita Stein, zangeres van Howling Bells. Grote gemene deler bij al deze dames: heldere stem en ze spelen ook gitaar, in plaats van de obligate bas. En vaak niet onverdienstelijk. En dat is nu het sterke punt van The Loudest Engine, de nieuwe plaat van Howling Bells. Het is weer een gitaarplaat. Weg zijn de toetsenfratsen die van Radio Wars weliswaar een fijne popplaat maakten, maar die op den duur toch klonken als een niet ingeloste belofte. Die belofte wordt nu wel ingelost. Howling Bells tourden met The Killers en met de al eerder genoemde The Joy Formidable en beseften daar waarschijnlijk dat het beste wat ze konden, het schrijven van puntige gitaarliedjes was. En die staan op The Loudest Engine, twaalf stuks in een kleine 42 minuten, de perfecte lengte dus ook. Met afwisselend een ballad en een King Crimsonachtig miniatuurtje. Inderdaad, dit is wat ze goed kunnen. Puike plaat!
File Under: Puntige gitaarliedjes…
File Audio: Bells Space
Justice - Audio, Video, Disco
Nou, bedankt. Kennelijk waren er in 2008 en 2009 zoveel acts die het geluid van dance-act Justice probeerden na te doen, dat het duo zelf maar iets heel anders is gaan doen. In het kort: Audio, Video, Disco is een heel lange versie van de track "Valentine" van de debuutplaat, en het soort bangers waar The Bloody Beetroots tegenwoordig hele festivalweides mee veroveren ontbreekt volledig. In plaats daarvan horen we veel gitaren en effecten, zang, en in prachtige liedjes als "Ohio" dezelfde Queen-achtige sound als de Midnight Juggernauts tegenwoordig hebben. Het Prince-achtige "Helix" heeft wat meer ballen en het afsluitende titelnummer is de kers op de taart: een paar akkoorden worden het hele nummer lang herhaald met het hele arsenaal aan fantastische Justice-synthesizergeluidjes. Je kunt het formulematig noemen, maar ook gedurfd en als fan word ik er heel blij van. Maar ja. Ik weet niet zo goed of ik deze plaat nu aan vrienden durf aan te raden. Het is in elk geval geen materiaal voor dj's. Er staan wat hairmetal-pastiches op ("Newlands") evenals bloedarmoede-kopieën (het Led Zeppelin-achtige "On'n'on" en "Canon", leg Gorillaz' "Stylo" er maar naast), maar goed, de paar missers op † heb ik Justice ook vergeven. Het is het type muziek waarvan je een losse track hoort en je je onder de indruk vraagt wat dit nu weer voor aparts is, maar een heel album lang is echt teveel. The Crystal Axis is (helaas) ook niet voor niks geflopt. Ik ben heel benieuwd hoe Justice dit live gaat doen... Wie overigens nog iets van de oude Justice-sound wil horen, moet absoluut de 18 minuten durende non-album-track "Planisphere" uit 2008 checken, die tot iTunes-bonustrack bij dit album is gepromoveerd. Dat is de monumentale Metallica-goes-electro-sound waar de meeste festivalgangers op hadden zitten te wachten bij deze plaat, maar tegen hen steekt Justice dus moedwillig twee gekruiste middelvingers op.
File Under: Franse eigenzinnigheid
File Audio: [Medley op Soundcloud (een medley! WAAROM!?)]
File Video: [Audio, Video, Disco]
File Disco: Wacht maar op de remixes
The Strange Boys - Live Music
The Strange Boys doen hun naam eer aan: de band uit Austin, Texas zit vast in een soort tijdcapsule en past daardoor nèt niet binnen de nieuwe indiestromingen. Zes jonge muzikanten met oude zielen, die zijn opgegroeid met oude American Bandstand-opnames in plaats van hippe undergroundmuziek. De psychedelische Velvet Underground-, The Stooges- en Buddy Holly-invloeden van de voorgaande twee platen ebben bij Live Music (“live” in werkwoordsvorm) langzaam weg. Daarvoor in de plaats komt een toegankelijker, liedjes-georiënteerd geluid in de trant van The Kinks en Bob Dylan ten tijde van Highway 61 Revisited. Openingsnummer “Me And You” klinkt al meteen infectieus, met dat speelse lichtvoetige piano-riffje dat continu als een dronken vlinder door mijn schedelholte heendwarrelt. 'There are many ways to say goodbye/ that was one you can’t do twice' zingt Strange Boy Ryan Sambol met zijn ijle klaagzang. Sambol is een echte rebel gegoten in de James Dean-vorm: eigenwijs, hyperactief en ondeugend. Desalniettemin is het een rebel met klein hartje, die bij de ingetogenere stukken dat kleine hartje weet te versnipperen. Flauwe, infantiele hersenspinsels als “Should Have Shot Paul” zijn zo goed als verleden tijd: Sambol profileert zich op Live Music als serieus, vakkundig en volwassen songsmid met ontroerende songteksten als 'You can go make a child/ but you can’t choose the way it dies' op het prachtige “Over The River And Through The Woulds”, een nummer waarvan Ray Davies zou willen had hij het geschreven had. Ook op muzikaal vlak slaan de The Strange Boys geheel nieuwe wegen in: bijvoorbeeld het waanzinnige “Saddest”, dat met een spannend, experimenteel intermezzo met duistere keyboards een onverwachte wending krijgt. Live Music is zonder twijfel de meest coherente plaat van The Strange Boys tot nu toe.
File Under: Hartversnipperend mooi
File Video: ["Me And You"]
Chickenfoot - III
Bij het eerste album van Chickenfoot had ik ten tijde van de recensie het idee dat het een lekker album met wellicht beperkte houdbaarheid zou zijn. Uiteindelijk belandde het echter zelfs in m'n jaarlijstje. Nu is er het tweede album, dat aanvankelijk IV zou heten en nu dus III heet. Sammy Hagar vond het een goeie grap, 'cause that's the way Chickenfoot is'. Oef, dat klinkt als een dame van middelbare leeftijd die op een feestje roept 'ik ben toch zo'n gek mens, hè?!' Nou ja, sommigen hebben een lage humordrempel, zullen we maar zeggen. In eerste instantie viel het album me wat tegen. Vooral omdat het op sommige momenten lijkt alsof Hagar c.s. Van Halens For Unlawful Carnal Knowledge nog eens dunnetjes over willen doen. Ja, de helft van die bezetting zit ook hier in de band en ja, F.U.C.K. was een prima album, maar van deze vier mag je toch meer verwachten. Gaandeweg komen gelukkig de songs bovendrijven die maken dat Chickenfoot meer is dan een band met vooral een verleden. "Alright Alright" is zo'n lekker onbezorgde Sammy Hagar fun-in-the-sun-rocker, terwijl "Three And A Half Letters" een song is over de economische crisis. Tekstueel verre van vrolijk, maar muzikaal is het een heerlijke rocker, met in het instrumentale deel een hoofdrol voor Joe Satriani en Chad Smith. De laatste is op dit album trouwens stukken swingender bezig dan op de laatste plaat van z'n vaste bandje. Ook "Dubai Blues" en de van een lik country voorziene ballad "Something Going Wrong" zijn om van te smullen. Chickenfoot is er wederom in geslaagd een bandalbum te maken, in plaats van met vier ego's te musiceren. Als ze een beetje wegblijven van het Van Halengeluid moeten er nog heel wat prima platen kunnen volgen. Maar is III nu beter dan het debuut? Geen idee, vraag me dat over een half jaar nog maar eens. Dat het in in de buurt komt, is wat mij betreft al reden tot vreugde.
File Under: Band met verleden én toekomst
File Video: [Big Foot] [Three And A Half Letters]
Dum Dum Girls
Het valt nog niet mee om een van de Dum Dum Girls te pakken te krijgen voor het afgesproken gesprek. Er moet gesoundcheckt worden, dan gegeten, dan opnieuw gesoundcheckt, dan gedronken, dan even gerookt, dan even gebeld, dan geplast, etc. etc. Maar als ik dan toch eindelijk tegenover zangeres Kristin Gundred zit, blijkt er absoluut geen sprake van enige attitude. Gundred is de vriendelijkheid zelve en zet zelfs een kopje koffie voor me.
Lees verder..Dawes - Nothing Is Wrong
Het lijkt wel alsof de klok is teruggezet, wanneer ik naar Nothing Is Wrong van Dawes uit Los Angeles luister. Een vleugje Eagles, een beetje van The Band, een snufje Crosby, Stills & Nash en een boel Jackson Browne heeft de band verwerkt in haar folk/countryrock die zo in de jaren zeventig gemaakt had kunnen zijn. De stem van zanger Taylor Goldsmith lijkt erg op die van Jackson Browne, die zelf ook op "Fire Away" mee schijnt te zingen, maar door de stemgelijkenis is het nauwelijks waarneembaar. Desondanks aapt Dawes bovengenoemde invloeden niet klakkeloos na maar blijken ze zelf prima in staat om pakkende songs te schrijven met mooie teksten. De elf liedjes bevatten prachtige melodieën die, al dan niet meerstemmig, loepzuiver gezongen worden. En dan wordt er ook nog eens vlekkeloos gemusiceerd. In 2009 debuteerde Dawes met North Hills, geproduceerd door Jonathan Wilson, die zich stevig verdiept had in de Westcoastmuziek van de zeventiger jaren. Ook bij Nothing Is Wrong zat Wilson weer achter de knoppen, wat er waarschijnlijk mede voor gezorgd heeft dat Dawes klinkt als een topband uit de seventies. Vernieuwend is het allemaal niet maar wie maalt daar om? Nothing Is Wrong is een lust voor het oor.
File Under: Vakmanschap is meesterschap
File Audio: [Myspace]
File Video: [My Way Back Home]
File Twitter: [Twitter]
Valhall - Red Planet
In 2009 zag dit album voor het eerst het daglicht, op Housecore Records, het label van Phil Anselmo (Pantera, Down). Nu gaat Red Planet in de herkansing. De reden hiervan ontgaat mij volledig, want de opnames stammen uit 2000. Valhall begeeft zich op behoorlijk geijkte stonerpaden. Het rockt allemaal aanzienlijk en de nodige traditionele doominvloeden à la Saint Vitus zijn ook aanwezig. Kortom: het is allemaal al eerder gedaan. Dat hoeft uiteraard geen probleem te zijn, maar het is allemaal ook al béter gedaan. Dit album klinkt als een sessie die Nebula of Fu Manchu zou hebben opgenomen op een verdwaalde, druilerige zondagmiddag. Dit betekent overigens niet dat het een saaie plaat is; of dat een aanbeveling is laat ik aan de lezer/luisteraar over. Er vallen jazzinvloeden te ontwaren in het nutteloze vulmateriaal “Rohypnol”. Een krampachtig jaren 70 orgeltje verstoort “Dead End” en in het daaropvolgende “Made In Iron” gaan de Noren ineens op de klassieke-heavy-metaltoer. Kwalitatief is het geen slecht album, maar er is geen touw aan vast te knopen en dat maakt het luisteren naar Red Planet een vermoeiende ervaring. Zelfs de aanwezigheid van Fenriz (Darkthrone) is geen pleister op de wonde.
File Under: Verveelde en vervelende stoner
File Audio: [MySpace]
File Video: [Annie Christ vertelt waarom dit wèl een goede CD is]
File Gast: [Donkeremaan]
DJ Shadow - The Less You Know The Better
Instrumentale hiphop, abstracte hiphop, triphop: Josh Davies aka DJ Shadow heeft zich wat rare termen aan moeten laten leunen. De hogepriester van de sample - er wordt her en der beweerd dat Endtroducing… het eerste volledig gesamplede album uit de popgeschiedenis is - probeerde niet voor niets geen tweede plaat als zijn debuut te maken. Opvolger The Private Press had mooie momenten, maar klonk te fragmentarisch en grosso modo werd dat met de opeenvolgende releases steeds meer het geval. Maar met de jaren (het duurde ook steeds wel erg lang voor er een nieuwe full-length in de bakken lag) bleef er weinig meer over dan Die Ene Grote Plaat. Dus zo gek is het niet dat er gefluisterd werd dat The Less You Know, The Better een return to form zou zijn. Hier en daar is dat ook zo ("Enemy Lines" bijvoorbeeld). De hoofdmoot bestaat echter uit popliedjes, niet meer en niet minder. Soms mooie ("Stay The Course"), soms uiterst vervelende ("Warning Call"). De brille en noodzaak zijn weg, moet de sombere conclusie zijn en Josh Davies zal wel eeuwig in de schaduw - pun intended - van zijn debuut moeten werken. Ware het niet dat "Run For Your Life" en de idioterie van "I Gotta Rokk" iets laten horen van wat DJ Shadow vermag. De popmuziek op z’n kop zetten lukt hem niet meer, een merendeels amusante plaat afleveren nog wel.
File Under: Shadow
File Video: [Border Crossing]
Coldplay - Mylo Xyloto
Ik zie voor me hoe het gegaan is. Ik heb in mijn jeugd ook piano gespeeld. Chris Martin raakte verslingerd aan Peter Allen's wereldhit "I Go To Rio" uit 1976. Net als ik. Want in het origineel zit zo'n heerlijke Scott Joplin-kroegpiano in die nét niet vals is. En die akkoorden hoor je nauwkeurig gekopieerd terug in de eerste, prettige single "Every Teardrop Is A Waterfall". Maar er ontbreekt wel iets aan, ondanks de aparte doedelzak-achtige gitaarpartij. Dus ik luisterde "I Go To Rio" eens terug. En wat blijkt: eigenlijk draait dat nummer om Charles Larkey's basgitaar! Nou kan Coldplay best gedenkwaardig basgitaar spelen, denk pakweg aan "Violet Hill" en "World Turned Upside Down", maar ook op de rest van Mylo Xyloto staat helaas weinig funkys. Mylo Xyloto is een voorspelbare plaat geworden, ondanks zijn pretenties en hoopvolle teksten, maar ook een logisch, synthesizer-gericht vervolg op Viva La Vida en diens zusterplaat Prospekt's March. Wederom zo'n Brian Eno-productie, beter dan X&Y, maar iets minder groots dan Viva La Vida. Ik tel drie korte instrumentale introotjes gespreid over het album, drie gedragen langzame nummers met een zeehond-achtig zanguithaaltje op zijn tijd, zes snelle vrolijke liedjes (mijn favoriet is "Don't Let It Break Your Heart"), één akoestisch-intiem probeerseltje ("U.F.O.") en tot slot één mengsel van die laatste twee soorten liedjes: "Up with the Birds" dat deels door Leonard Cohen geschreven is - ik hoor het er niet aan. Coldplay is uitgegroeid tot een wereldberoemde superband, maar blijft voor mij vooral die best aardige rockband die zelfs mijn tantes mooi vinden. Ook al beklijven hun liedjes bij mij dit keer helemaal niet meer (ook het veelgeroemde "Charlie Brown" niet) en zijn op www.coldplayfans.nl tegenwoordig de lievelingsbands van forumposters al jaren interessanter dan Coldplay zelf, de b-kanten van Coldplay kunnen intiemer zijn dan menig indie-project op deze muziekweblog. Ik vraag me af of zoiets nog kan met Coldplay. Met Mylo Xyloto zijn meer belangen gemoeid dan met zowat elke andere cd dit jaar. Geloof de kop boven dit Volkskrant-artikel vooral niet: contractueel zit de wereld nog wel met een paar Coldplay-albums opgescheept. Maar zo rampzalig is dat ook weer niet met deze kwaliteit. Tenzij de band meer nummers à la "Princess of China" met Rihanna gaat opnemen, want die zijn voor zowel mijn tantes als hun dochters oervervelend.
File Under: De titel is het moeilijkst
File Audio: [Para-, para-, paradise (met een olifantenpak)]
The Breakers - The Breakers/ Suzi Quatro - In The Spotlight
Wicked Cool Records is eigendom van "Little Steven" Van Zandt, voor muziekliefhebbers ook bekend als lid van Bruce Springsteens E-Street Band, voor televisiekijkers vooral bekend als Silvio Dante uit The Sopranos. Als Van Zandt bij een muzikaal project betrokken is, betekent dat meestal dat het gaat om ofwel soul en rhythm and blues, ofwel garagerock. In het geval van The Breakers gaat het om de eerste categorie. De songs - waaraan ook door Little Steven is bijgedragen - doen wel wat denken aan de J. Geils Band en het rustiger werk van The Black Crowes. Blikvanger is Toke Nisted, zanger van deze Denen. Hij heeft een stem met een rauwe, hese kwaliteit als The Black Crowes' Chris Robinson. Als de songs deugen en de stem deugt, dan kan er al niet zo heel veel mee fout gaan. En dat gebeurt ook niet. Dat wil niet zeggen dat er niets op aan te merken is, want de echte uitschieters ontbreken nog een beetje en hier en daar had het allemaal wat smeriger uitgevoerd mogen worden. Het is vooral aan Nisted te danken dat het toch van begin tot eind een fijn album blijft.
Waar de rhythm and blues uit de seventies eigenlijk nooit is weggeweest, is de poppy glamrock na de hoogtijdagen in de jaren zeventig eigenlijk uitsluitend het domein van Britten en Zweden. Suzi Quatro (een Amerikaanse en géén Engelse, zo zag ik tot mijn verbazing) was destijds met The Sweet hét uithangbord voor het songwritersduo Chinn & Chapman. Heel erg Britse glamrock met enorme hitpotentie, maar tegelijkertijd veel braver dan de glam die in de jaren tachtig opkwam in de Verenigde Staten. Quatro bleef vasthouden aan dezelfde stijl, waardoor successen opdroogden en de gaten tussen opeenvolgende platen steeds groter werden. In The Spotlight is haar vierde album in twee decennia, met Mike Chapman als componist en producer. Op dit album zijn ook verdienstelijke covers te vinden van Goldfrapp ("Strict Machine") en Rihanna ("Breaking Dishes") en een door Quatro geschreven ode aan Elvis Presley met diens Jordanaires als achtergrondzangers ("Singing With Angels"). Als u na de voorgaande zin denkt 'ah, op veilig spelen zonder keuzes te maken', dan hebt u gelijk. Hier en daar wordt geprobeerd modern te doen met wat synths - zij het soms spuuglelijk, zoals in het titelnummer -, maar veel te vaak zijn de songs één groot compromis. Als de productie dan ook nog eens onevenwichtig is, rest een vlak en oubollig album, waarop slechts weinig songs ("Whatever Love Is", het verglamde "Strict Machine") zich nog echt aan de malaise kunnen onttrekken.
File Under: The Black Vikings
File Audio: [BreakersSpace] ["Riot Act" op Spotify]
File: Suzi Quatro - In The Spotlight
File Under: Compromisplaat komt niet eens van de grond
Iceland Airwaves 2011 - Zondag en Napret
Zondag, rustdag en tevens laatste Airwaves-dag is aangebroken. Ik zit in boekhandel Eymundsson te genieten van de werkelijk verbluffende cappuccino en een overheerlijke kokoskoek. Plannen worden bedacht, overwogen, en afgekeurd. Zondag is de twijfeldag van dit o zo fijne festival: ga ik door, ga ik niet door, ga ik überhaupt slapen? Vorige keer viel de keuze op doorgaan. Resultaat: slechts een uurtje de ogen dicht, een lange wandeling in de vrieskou en opperste gaarheid. Dit keer beloof ik mezelf het anders te doen, maar dat betekent bandjes missen. Pijnlijke keuzes!
Uiteindelijk wordt het kiezen voor me beslecht in de vorm van een uitermate dodelijk (maar extreem lekker) stukje cheesecake na het afsluitende gezamenlijke avondmaal, om te vieren dat de festivalgangers die met mij hier zijn (en ikzelf natuurlijk) het weer overleefd hebben, en het ook nog eens erg gezellig hebben gehad. Hierna is het koffie doen in een klein maar supergezellig koffiehuisje genaamd Babalú op de weg naar de Hallgrímskirkja.
Lees verder..Fatoumata Diawara - Fatou
Mooie zangeres met soulful stemgeluid die zichzelf op gitaar begeleidt, en hulp krijgt van een aantal giganten uit de muziekwereld - het gebeurt niet alleen in de Westerse wereld. De in Mali opgegroeide Diawara heeft Led Zeppelin-bassist John Paul Jones en drummer Tony Allen te gast op haar album. Verder ontkomt ze met haar hese stem niet aan een vergelijking met de Malinese superster Oumou Sangaré, al vind ik de laidback sfeer in de liedjes van Diawara net wat prettiger. Ze zingt over vrouwenzaken (anti-besnijdenis, tegen uithuwelijken), maar ook over de liefde. Tenminste, dat staat in de biografie, want ik versta het Malinese dialect waarin ze zingt natuurlijk niet. Geeft verder niks, het superlieve "Kanou", het afrofunkende "Mousso" (waarop Tony Allen drumt) en de fraaie afsluiter "Clandestin" zijn ook zonder dat je de teksten verstaat, wonderschone liedjes.
File Under: Fatoustisch
File Audio: [MySpace]
Wolfendale - Foghorn
Het is er de tijd weer voor: mist. ´s Ochtends is de nevel boven de IJssel, als ik hier langsrijd, een prachtig gezicht. Het landschap ziet er dan dromerig uit, alsof je in een andere wereld zit met feeën en kabouters. Bij dat mistige uitzicht past de release van het debuutalbum Foghorn van het Eindhovense Wolfendale prima als soundtrack. De band was ik eerder dit jaar al tegengekomen ergens als voorprogramma en dat stond in mijn hersenen nog genoteerd met een oké-stempel. Als je bij een dergelijke bandnaam veel herrie verwacht à la die andere Wolfband Wolfmother kom je bedrogen uit. Dit vijftal gooit het meer op de psychedelica met harmonische alt.countryvocalen uit de begin jaren zeventig. Zeg maar Pink Floyd meets Crosby, Stills, Nash & Young of als je het in de tijd dichterbij wil zoeken Radiohead meets Fleet Foxes. Wolfendale is zo´n typische albumband waar je helemaal mee moet gaan in de opgeroepen sfeer, waarbij de heerlijk groovende en je meezuigende ritmesectie opvalt. De zang deint op de muziek mee, om af en toe even aandacht te vragen, maar de magie wordt nergens gebroken. Wat jammer is het dan dat het album bij het een na laatste nummer "Common" wat inkakt met jazzy geneuzel, maar gewoon even verder skippen en dan volgt er met "Fixer" een prima slot.
File Under: Je niet uit trance laten halen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album Teaser]
File Twitter: [Wolfendale Tweets]
My Brightest Diamond
Na tijdenlang My Brightest Diamond te hebben mogen luisteren vanaf mijn comfortabele en veilige bank, was het in de spiegeltent van Haldern Pop 2011 eindelijk zover dat ik haar ook mocht zien...tijdens een van de zo mogelijk minst comfortabele concerten van mijn leven. Niet al te lang hierna mocht ik me dagenlang opvreten van de zenuwen, want de bevlogen FileUnder-hoofdredacteur Storm had bij de vrienden van muziekdistributeur Konkurrent geregeld dat iemand een paar fotootjes kon gaan maken van het singer-songwriterproject van Shara Worden. En of iemand haar wat woorden kon ontfutselen. Of ik dat wilde. Hmm.
Zo kwam het dat ik op een wisselvallig bewolkte middag bij Aldo 'Konkurrent' Perotti in de achtertuin confetti sta op te vegen. Zo komt het ook dat ik even later diep weggedoken in een kop koffie mijn opname-gadget aanzet, Shara over de tafel heenleunt en de tekst 'one-two....oneeee-two' tegen het kleine apparaat uitspreekt terwijl ze doodserieus diep in mijn ogen kijkt (vlak hiervoor was ze lachend handen vol glitterspul naar fotograaf Dennis aan het gooien). Het ding doet het. De meters slaan uit. Niet zo ver als mijn hart.
Lees verder..Tommy Ebben And The Small Town Villains - A Whisper To Arms
Begin dit jaar zag ik Tommy Ebben And The Small Town Villains een indrukwekkende minuut spelen in De Wereld Draait Door. Toen de File Under-baas onlangs vroeg of iemand hun nieuwste cd A Whisper To Arms wilde recenseren, stak ik dan ook gelijk mijn vinger op. Inmiddels had ik debuut Dreamless Slumbers beluisterd waarop Tommy en kornuiten een aangename mix van folk, country en blues laten horen. Afwisselende en aanstekelijke songs die een heel album blijven boeien. Helaas kan ik dat van A Whisper To Arms niet zeggen. De afwisseling van het eerste album is bijna compleet verdwenen. Rechttoe-rechtaan rock domineert, wat er voor zorgt dat de nummers weinig onderscheidend van elkaar zijn. Zoals File Under-collega Ewie al constateerde komt Tommy Ebbens rauwe stem het beste tot zijn recht in de wat rustigere en akoestische liedjes, maar deze zijn op A Whisper To Arms geheel achterwege gelaten. Ik kan me voorstellen dat de nummers live lekker klinken maar op cd slaat de verveling snel toe. Halverwege de plaat is mijn aandacht danig verslapt en hoop ik eigenlijk dat de cd snel afgelopen is. Doodzonde, want talentvol zijn ze zeker en hoop ik dat ze na dit album weer terugkeren naar de afwisseling en frisheid van het eerste album. Eenheidsworst is er al genoeg.
File Under: Gemiste kans
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [A Whisper To Arms teaser]
Week 41, 2011
Prikkieo
Y&T - Earthshaker
Ewie
Miriam Moczko - White Lies
Gr.R.
Mamuth @ Iceland Airwaves
Blizzard
Epysode - Obsessions
Ramon
Real Estate - Days
Ludo
Balam Acab - Wander, Wonder
André
Anomie Belle - The Crush
Dennis
tUnE-yArDs @ NASA, Reykjavik
Stonehead
Justice - Audio, Video, Disco
DubbelMono
DJ Shadow - The Less You Know, The Better
Consortium Project V - Species
De benaming Consortium Project V lijkt de bandnaam, maar goed beschouwd is Species het vijfde album van het Consortium Project, een project rond Ian Parry, bekend van onder andere Vengeance, Ayreon en Elegy. Het eerste deel dateert al uit 1999 en van de eerste vier delen komen dit jaar geremasterde versies uit. Consortium Project zou je Ian Parry's Ayreon kunnen noemen, met natuurlijk het verschil dat er één centrale vocalist is: Parry. Met namen als Stephan Lill (Vanden Plas), Niels Vejlyt (Infinity Overture, waar Parry ook aan meewerkte), Casey Grillo (Kamelot) en Kristoffer Gildenlöw (Dial, ex-Pain Of Salvation) heeft hij een behoorlijk indrukwekkende line-up weten te krijgen. Het zal met die namen ook niet verrassen dat Species powermetal met wat uitstapjes naar progmetal en gothic metal laat horen. Het songmateriaal leent zich voor klassiek heavymetalgalmen, wat Parry dan ook veelvuldig doet. Zijn nasale stemgeluid zal wellicht niet iedereen bekoren, maar Parry zet een uitstekende vocale prestatie neer, zo nu en dan begeleid door zangeressen Lene Petersen (Infinity Overture) en Ani Lozanova. Dat laatste is mede ingegeven door het sci-fi concept dat erachter zit. Muzikaal is het veel (semi-)shredden over staccato hakkende riffs. In de productie zit het allemaal net wat te vol naar mijn smaak, hoewel dat in dit genre niet ongebruikelijk is. Hoewel de songs een kop en een staart hebben en geen van alle ondermaats zijn, is het jammer dat de enige echte uitschieter pas op het eind te vinden is, in de vorm van "Oracle". Hoe dan ook, met Species sluit Parry zijn Consortium Project op waardige wijze af.
File Under: Slotstuk van een levenswerk
File Video: ["Enemy Within"]
We Were Promised Jetpacks
Iceland Airwaves 2011 - Zaterdag
Allrighty then. Dankzij de rustdag (in de ruimste zin van het woord) gisteren ben ik na vijf uur slaap wakker om de rest van het vrijdag stukje er uit te wringen. Dat lijkt te gaan. Vervolgens op naar het fantastische Happ om iets met vitamines en belangrijke bouwstoffen naar binnen te drukken. Voornamelijk de juice-mixers van Happ houden me in leven hier. Dat, koffie, bier, en Airwaves natuurlijk!
Ondertussen is dit gewoonte, en gewoonte zegt: na Happ, koffie doen in de Te og Kaffi in boekhandel Eymundsson (ik rate deze cappuccino 8.5/10). Waarmee gelijk een off-venue euh...venue gedekt is. Hier Lay Low en vervolgens het verbluffende Mógil. Laatstgenoemde is, op zijn zachtst gezegd, klassieke audioterreur. Basklarinet, viola, geweldig gitaarspel en enorme stem, samengesmolten in een duister doch helder mengsel. De band verontschuldigt zich nog: wij zijn een beetje verwaaid, want we hebben buiten opgetreden vlak hiervoor in Þingvellir [Nationaal Park en UNESCO werelderfgoedlocatie -red.] maar de luisteraar merkt niets van dat al. Toch, gaarheid dicteert dat ik het hier wel even heb gezien. Die rustdag he. Even terug naar het appartement voor een meditatiemoment.
Lees verder..My Brother Is Pale
John Martyn - Johnny Boy Would Love This…
Aarrgghh!! Neee!! De stem van Phil Collins uit mijn speakers! Het is even flink schrikken als de stem van de man die verantwoordelijk is voor "Sussudio" tussen mijn zorgvuldig opgebouwde collectie digitale muziek opduikt. De verantwoordelijke bron blijkt een tribuutalbum voor de in 2009 overleden Britse singer-songwriter John Martyn te zijn. Collins was goed bevriend met Martyn en verdiende daarom een plekje op het album, dat verder bijdragen bevat van artiesten als Beck, David Gray, Lisa Hannigan, Paolo Nutini, Vetiver en Robert Smith. Het is lastig om een mening te vormen over een dergelijk album, er staan ten eerste veel nummers op (30 in totaal) en daarnaast is de kwaliteit van de bijdragen zeer divers. Het aanbod varieert van minder geslaagde ("The Easy Blues" door Joe Bonamassa, "One World" door Paolo Nutini en "Tearing and Breaking" door die zingende drummer) tot prachtige uitvoeringen van de originelen (het slepende "Small Hours" door Robert Smith, een mooi ingetogen "Stormbringer" door Beck, het smoothe "Certain Surprise" door Sabrina Dinan). Natuurlijk blijft het lastig om te bepalen of het slagen of mislukken van een cover veroorzaakt wordt door degene die de cover uitvoert of het nummer zelf, maar de indruk die achterblijft is dat Martyn ondanks zijn relatieve onbekendheid toch behoorlijk wat pareltjes heeft geschreven. Johnny Boy Would Love This is een treffend, afwisselend en toch vooral ook indrukwekkend eerbetoon.
File Under: Bijna alle dertig goed
Iceland Airwaves 2011 - Vrijdag
Vandaag is een rustdag. Maar begrijp me niet verkeerd: hoewel ik bewust weinig bandjes beschreven heb, betekent dat allerminst een gebrek aan geprikkeldheid! Tijdens Iceland Airwaves zijn er vele, vele, vele optredens. De indrukken die je opdoet terwijl je alleen al hier róndloopt zijn even talrijk, zo niet nog tallozer dan het eerdere aantal. Wat je hier moet doen als journalist is omzichtig te werk gaan. Wat je moet doen als bezoeker is compleet uit je dak gaan! Vandaag dus een rustdag: onthou het, want ik kom er zo op terug.
Na mezelf uit bed gewrongen te hebben om tien over twaalf (uren slaap: 7, wel netjes) maak ik een planning. Vervolgens plegen we kort beraad. Daarna verdwijnt de planning. Wat willen we vandaag absoluut niet missen? Uiteindelijk is tUnE-yArDs de enige die overblijft. Dus. Chillen tot half twaalf. Nice! Op naar een vitaminerijk ontbijt (lamshamburger met sla, sinaasappel-gembersap) en ongeveer veertien koffietjes. Nu zijn de beste koffietjes die ik deze Airwaves heb kunnen bemachtigen te halen in boekhandel Eymundsson. Dat is net iets verderop en tevens off-venue locatie! Nice! Hier, terwijl we hard bezig zijn aan de rustdag, vinden we Útidúr (uitspraak: ooh! - detour). Ze zijn met velen, zowel versterkt als niet, blazers, gitaren, een elektrische viool en z'n onversterkte zus. Het is nokjevol op de bovenste etage van de venue (voornamelijk door de volgende artiest) maar het plezier en het leuke stijlenmengsel waarmee Útidúr jongleert is geweldig, en zelfs een peuter danst mee veilig bij mama op schoot tussen de opeengepakte lachende mensen.
Lees verder..Cheek Mountain Thief
Rwake - Rest
De bij dit album meegeleverde bandfoto met daarop onder meer sandalen en witte sokken (niet dezelfde persoon) deed me even een wenkbrauw optrekken, maar als je de slepende doom/sludge-metal van dit zestal uit Arkansas hoort, is dat snel vergeten. Intronummer en interlude niet meegerekend, kent Rest vier echte tracks met een gemiddelde duur van zo’n twaalf minuten. De band neemt zodoende op dit vijfde album nog meer dan eerst de tijd zijn muzikale punt te maken. Dit hoeft getuige “An Invisible Thread” niet per se te betekenen dat het tempo laag ligt, maar diverse riffs zijn zo kolossaal ingestoken dat er automatisch het logge van doommetal in zit, bijvoorbeeld op “It Was Beautiful But Now It’s Sour”. Het zal smaakafhankelijk zijn of je dat kunt waarderen of dat het voelt of het nummer maar niet ophoudt. Dat geldt ook voor de vocalen: veel wordt geschreeuwd zoals je dat zou verwachten in sludge maar geregeld schuurt het wel heel dicht tegen een soort black metal gekrijs aan. Het werkt echter wel, in de zin dat het een beleving wordt waarin je muzikaal aan de hand wordt genomen naar Rwake’s duistere wereld. Met name “The Culling” (met 16:36 op de teller het langst) is een track waar je als luisteraar wordt meegevoerd langs een uitgesponnen cleane intro dat langzaamaan omgeven wordt door geluidseffecten en waar pas na ongeveer zes minuten drums hun intrede doen, rustig opbouwend naar een intense tweede helft. Vervreemdende muziek, maar de moeite om eens een keer te proberen.
File Under: Atmosferische doom/sludge
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Rest album preview]
File Twitter: [Rwake]
Devin Townsend Project - Ghost / Deconstruction
“Het komt als poepen”, aldus Devin Townsend. Dat kun je ook wel stellen als je in een zeer korte tijd een dikke zestig nummers schrijft, die bij nader inzien in te delen zijn in een viertal verschillende categorieën. De basis was een project om nieuw werk te schrijven terwijl hij nu eens niet onder de invloed was van drank en drugs. Het werkte dus en onder het moniker The Devin Townsend Project zijn de nummers op een viertal platen terecht gekomen. Ki en Addicted verschenen al in 2009, Deconstruction en Ghost komen nu uit. En zoals Ki en Addicted al enorm verschilden, kunnen we stellen dat dat voor Deconstruction en Ghost nog veel meer geldt. Townsend heeft zelf zijn manische metal vehikel Strapping Young Lad op een laag pitje gezet, maar fans van Strapping Young Lad kunnen Deconstruction blind aanschaffen. Wat een ongelofelijke bak teringherrie. Met "Praise the Lowered" wordt het album nog kalmpjes ingezet, maar daarna is het volle kracht vooruit en 70 minuten doorstampen op een album met poep- en piesgrappen. Deconstruction is wellicht het meest manische album dat Townsend ooit gemaakt heeft.
Ghost staat daar haaks op. Want de eerste naam die mij te binnen schoot bij het beluisteren was Enya! Ghost is een ambientachtig album, met een prominente rol voor de (dwars)fluit en de onvermijdelijke Anneke van Giersbergen. Ghost is het meest rustigste nummer dat Townsend ooit uitbracht al staat het nog steeds bol van de effecten, zoals al zijn werk. En dat wreekt zich op Ghost, want Devin blijkt toch een aardig popnummertje in huis te hebben en kan natuurlijk goed zingen, en dat hoor je op Ghost soms te weinig door die effecten. Al met al is Ghost en Deconstruction wel een puike combinatie. Tegen die tijd dat de maniakale herrie van Deconstruction je teveel wordt, is het lekker uitbollen met Ghost. Maar ook teveel fluit, ook Ghost duurt een dikke zeventig minuten, gaat tegenstaan. Dan hebben we gelukkig Deconstruction weer om met de voeten op aarde te komen en de roze droom weg te schreeuwen. Heerlijke platen!
File: Devin Townsend Project - Deconstruction
File Under: Volslagen gekte
File: Devin Townsend Project - Ghost
File Under: Devin’s roze droom…
Daníel Bjarnason and The Iceland Symphony Orchestra
Iceland Airwaves 2011 - Donderdag
Wederom begint de dag in KEX, hostel extraordinaire. Mammút gaat spelen. Deze piepjonge dames en heren (allemaal nog geen 20 jaar) hebben een allerminst jonge sound. Volwassen goed klinkende pop. Denk Björk, maar dan zonder gekte, gemixt met een vleugje post-rock. De tracks van Mammút zijn strakke, goed doordachte objecten, geserveerd op een compromisloos ritmebedje. Relaxte band, leuke mensen. Ik weet precies hoe ze eruit zien.
Hoewel ik ze niet zie, want ik zit in de KEX-eetzaal aan een tafel met een glas darjeeling-thee cool te zijn (ik faal) en te kletsen met een meisje uit Seattle en een jongen uit Utrecht. Daarbij kijk ik half geboeid en half misselijk naar een andere jongen en diens vriendin die samen een tweeliterpul bier leeg drinken. Gevoelsmatig is het pas half elf 's ochtends, de werkelijke tijd is drie uur in de middag. De twee dames van Raketa Project komen voorbijlopen, minzaam kijkend. De Airwaves-dag is in volle hevigheid losgebarsten.
Lees verder..Serpentine - Living And Dying In High Definition
Het Engelse gezelschap Serpentine levert met Living And Dying In High Definition zijn tweede album af. Opvallendste naam in de line-up is zanger Tony Mills, ook actief bij TNT. En met die naam heb je meteen een associatie te pakken voor dit album. Serpentine levert namelijk tien songs af die stevige gitaren combineren met een grote rol voor de toetsen, heerlijke koortjes en die bol staan van catchy refreintjes en goede hooks. Het is allemaal zo commercieel als de neten, maar het wordt nergens gladjes dankzij een sublieme productie van Sheena Sear, die eerder o.a. Magnum produceerde. Muzikaal is het vlekkeloos, ook al slagen ze er niet echt in een eigen gezicht neer te zetten. Ja, Mills is herkenbaar als altijd - en goed als altijd. Maar verder? In een genre als AOR valt het ook niet mee, moet ik daar meteen bijzeggen. Liefhebbers van TNT, Journey en aanverwanten zullen zich niettemin uitstekend vermaken met dit album, want ook al komt er ongelooflijk veel vergelijkbaar spul uit, bijna altijd is er wel wat op aan te merken: niet alle songs zijn van voldoende niveau, de productie laat te wensen over of het is allemaal nèt te gladjes. Niets van dat al bij Serpentine. Tien songs lang krijg je AOR van hoog niveau voorgeschoteld. Jammer genoeg heeft Serpentine inmiddels afscheid moeten nemen van Mills, die zijn rol niet kon combineren met zijn verplichtingen bij TNT. Zijn opvolger Matt Black zal er een hele kluif aan hebben om dit materiaal goed neer te zetten.
File Under: Galmen en rocken op hoog niveau
File Audio: [SerpentineSpace]
Still Corners - Creatures Of An Hour / Memoryhouse - The Years
Still Corners uit London mocht voor The Fader een mixtape maken (hier), een ruim twee uur durende trip langs Italiaanse horror-soundtracks, Franse psycho-weirdos, 60s meisjespop en wat modernere indie. Hoewel, modern, Twin Sister, Beach House en Broadcast zou ik niet direct als ‘modern’ willen bestempelen. Still Corners presenteert zich in clips en op bandfoto’s als een kwintet, maar bestaat in feite uit zuchtmeisje Tessa Murray en producer/songschrijver Greg Hughes, die voor de muziek hulp inroept van vrienden. Dat met name filmsoundtracks van invloed zijn, is niet zo gek: met die zweverige orgels, waaierende gitaren en het zoete gezucht van Murray kan Still Corners zo onder een willekeurige Twin Peaks-aflevering.
Geldt ook voor Memoryhouse, een duo uit Canada dat zich noemde naar een album van de minimal-music componist Max Richter. Als ik dit interview goed begrijp, wil het Canadese duo met hun muziek vooral op het gemoed van de luisteraar werken, hem aanzetten om er de soundtrack van zijn eigen herinneringen van te maken. Klinkt merkwaardig? In datzelfde interview staat dat Evan Abeele and Denise Nouvion hun combo begonnen zijn om de fotos van de laatste te vertalen naar muziek. Hier kun je een aantal van haar foto’s zien. Gezellig is het niet, eerder zwaarmoedig. De muziek van Memoryhouse deed mij nog het meest aan Cocteau Twins denken: meanderende gitaren met melancholische zang - met dit verschil dat Denise geen zelfverzonnen woorden gebruikt, zoals Liz Fraser dat wel deed bij Cocteau Twins. Ik vond zowel Memoryhouse als Still Corners uitstekende muziek voor tijdens de warme avonden van september. Broeierige, sexy liedjes met af en toe een koude windvlaag.
File: Memoryhouse - The Years
File Under: Lynchiaans lekker
File Audio: [Into The Trees][Cuckoo][Still Corners-Space][Still Corners-Bandcamp][MemorySpace][Memoryhouse - Quiet America]
Gudrid Hansdóttir
Iceland Airwaves 2011 - Woensdag
Het is kwart voor drie 's middags. Het is bewolkt, koud, en het regent. Ik ben gehaast en loop naar een optreden. Ik ben in Reykjavik, en mijn begin van Iceland Airwaves 2011 trapt zo af. Ik loop op dit moment naar KEX, een 'sociaal experiment' annex jeugdherberg (kex, het IJslands woord voor koekje - het gebouw is een oude koekfabriek - ziehier IJsland in een notendop). Airwaves, het festival met coolheidsfactor 11 in een van-1-tot-5-schaal. Jammer dat je niet hier bent dude, echt.
Lees verder..Beirut - The Rip Tide
Jaren geleden maakte ik samen met een paar andere muziekliefhebbers elke week een radioprogramma op het lokale station van Groningen. We lieten veel nieuwe muziek horen en dan wilde het nog wel eens voorkomen dat op de valreep de playlist nog een gaatje bevatte. Snel pakte je dan een nieuwe plaat, maar ja: welk nummer? Een collega leerde mij dat het eerste of tweede liedje vaak geschikt is als radiomateriaal; artiesten denken daar blijkbaar over na. Sindsdien ben ik er op blijven letten en het klopt wonderwel. Zeker bij The Rip Tide van Beirut. Opener “A Candle’s Fire” is erg fijn, maar blijft heel erg kort in je hoofd hangen, want direct daarna volgt namelijk het prijsnummer van deze plaat: “Santa Fe” (de woonplaats van Zach Condon, de spil van Beirut). Afwijkend van de norm is trouwens het feit dat het afsluitende “Port Of Call” ook euforiehormonen losweekt. Overigens is dit mijn eerste kennismaking met het werk van Beirut. Dat maakt mij bijkans tot een aberratie, maar het geeft me ook de gelegenheid om volledig onbevooroordeeld deze schijf te recenseren. Het veelvuldige gebruik van blazers maakt deze slechts 33 minuten durende plaat tot een vrolijk muzikaal reisje. Condon haalt veel invloeden uit de Balkan en daarmee zijn er zeker raakvlakken met A Hawk And A Hacksaw. “Goshen” tapt dan weer uit een Jiddisch vaatje en in het enige solonummer “The Peacock” zijn er Phil Ochs invloeden te ontwaren. Beirut wordt vaak in een adem genoemd met Bon Iver. Begrijpelijk, maar wat mij betreft wint meneer Condon het glansrijk van meneer Vernon.
File Under: Zomerse Balkanfolk
File Audio: [Website]
File Video: [Santa Fe]
File Gast: [Donkeremaan]
The Stepkids - The Stepkids
The Stepkids komt uit Connecticut, de drie leden speelden in jazzbands, in een reggaegroep en als lid van de touring bands van onder meer Alicia Keys en Lauryn Hill. Ze houden van Sun Ra, John Coltrane, The Temptations, Sly & The Family Stone, The Band of Gypsies en van meerstemmige samenzang à la Fleet Foxes. Als je de lavalamp en je spijkerbroek met wijde pijpen nog niet aan had, dan is dit het moment dus. Met name die meerstemmige, zonnige samenzang geeft de psychedelische soul van The Stepkids een eigen gezicht.Hoewel dit album natuurlijk hartstikke retro is. Het is heerlijk meedobberen op de spacey effecten in "Shadows on Behalf", net als op z’n Minnie Ripertons mee-lalalaën in "La La" en je ondertussen afvragen wat een Brain Ninja nu precies is (een opmerking die je na een week of wat ineens overvalt, las ik in een interview). Waar de liedjes over gaan? Vraag het me nog eens als ik met wat chemische hulp heb geluisterd. Live staan The Stepkids hun mannetje, naar het schijnt. Ik steek vast een blokje wierook aan in de hoop dat het hun komst naar Holland versnelt.
File Under: Space is the place
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Wonder Fox]
For A Minor Reflection
Opeth
Opeth is niet vies van een beetje retro
Het festivalpubliek zal de afgelopen zomer zijn teleurgesteld in Opeth. Er lag een nieuw album klaar voor release dat inmiddels uit is, maar de band weigerde om nieuw werk te laten horen. ‘Ik zal een noot voor jullie spelen’, zei Mikael Åkerfeldt tegen het publiek in Kopenhagen (17 juni). Hij slaat een snaar aan en laat het daarbij.
‘Stel dat we slecht spelen, dat het geluid niet goed is of gewoon dat iemand het opneemt met een belabberde telefoon’, zegt hij later. ‘Mensen hebben dan drie maanden voor de release alweer een mening.’ Misschien ziet de geestesvader van Opeth de bui al hangen. Want het nieuwe album van zijn band zal hoe dan ook de tongen losmaken.
The Rott Childs - Riches Will Come Thy Way - A Musical
Ik zou er niet zomaar opgekomen zijn, maar met de naam The Rott Childs verwijst deze band naar de beroemde bankiersfamilie Rothschild. En zo is er meer vreemds. Een hoesje als een album van Queen. En wat te denken van de naam van hun debuutalbum, Riches Will Come Thy Way, dat de toevoeging A Musical heeft mee gekregen? Maar zelfs de Ramones hebben een musical gekregen, dus we hoeven nergens meer van op te kijken. Ook de titels doen mee in de idioterie: "Animals Vs. Megiddo", "Rich People Family By The Fire", "Tuppence R - Tuppence", "HAARP" en een afsluiter die weer "People Vs. Meggido" heet. Tel daar bij op dat The Rott Childs uit België komen, waar het lijkt alsof de gekte altijd net iets meer ruimte krijgt dan in Nederland. Hoe hun muziek te beschrijven? Waanzin, jazzcore, over-the-top rock ‘n’roll? Van alles een klein beetje. Het dichtst komen we waarschijnlijk in de buurt door ze ergens tussen The Jesus Lizard, Girls Against Boys en Mauro Pawlowski’s Evil Superstars te situeren. Na een stief half uur is de plaat voorbij en een goede kans dat je daarna geen idee hebt waar je naar geluisterd hebt. Intrigirende idioterie, dat in elk geval.
File Under: Belgengekte
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album Teaser]
The Black Box Revelation - My Perception
De storm van de uit twee personen bestaande rockbandjes lijkt een beetje te zijn gaan liggen. Het is dus tijd om de schade in kaart te brengen en te kijken wie er nog overeind staat. De bekendste tweepitter, The White Stripes, heeft in ieder geval het loodje gelegd. Anderen hebben het moeilijk. Onze zuiderburen van The Black Box Revelation kozen ervoor om na een hectisch half decennium eens aan de andere kant van de grote plas te kijken of er wat te halen viel voor ze in Amerika. En dat bleek het geval. Het leverde ze uiteindelijk hun derde plaat My Perception op. Met deze keer niet Mario Goossens achter de knoppen, maar Alain Johannes die eerder werkte met Queens of The Stone Age en Them Crooked Vultures. De plaat wordt bovendien uitgebracht op het label waar TV-personality David Letterman eigenaar van is. Allemaal leuk en aardig, maar wat levert dat muzikaal gezien dan op? Genoeg. Al zullen er altijd zuurpruimen zijn die mopperen dat het ‘vroeger’ altijd beter was, je kunt moeilijk niet onder de indruk zijn van de vuige Stones-achtige aftrap “Madhouse” en het daarop volgende (en heerlijk jengelende) “My Perception”. De productie van Johannes legt de band geen windeieren. De sound is lekker indringend, ook wanneer in het tweede deel van de plaat het tempo bij tijd en wijle naar beneden geschroefd wordt. “White Unicorns” is zo’n lekkere meesleper, waarin de blues net wat vetter doorklinkt dan op eerdere cd’s. In het navolgende “Shadowman” laat The Black Box Revelation horen ook cool and collected zijn mannetje te staan en met “Skin” zou je zelfs een poging kunnen doen om een trendy dansvloer in beweging te kunnen krijgen. Ja, met My Perception laat The Black Box Revelation horen door een fikse sprong de oceaan over nog lang niet uitgespeeld te zijn.
File Under: 2 Young -rocking- Boys
File Audio: [MySpace]
File Video: [My Perception][Rattle My Heart]
Camo & Krooked - Cross the Line
Het heeft diverse voordelen dat drum'n'bass-artiesten al een paar jaar gewoon albums uitbrengen in plaats van de zowat anonieme EP's en singles in de undergroundtijd. Ten eerste passen ze dan in het format van File Under (we beperken ons hier nu eenmaal grotendeels tot albumrecensies). Ten tweede zijn ze voor luisteraars beter behapbaar; een album bereikt eerder een groot publiek dan losse nummers op Soundcloud of op vinyl die je maar net moet ontdekken. Ander voordeel: de meeste artiesten laten op een album muzikaal gevarieerdere kanten van zichzelf horen. Noisia deed op hun debuutplaat bijvoorbeeld iets compleet anders dan wat ze de tien jaar ervoor op vinyl deden. Dat het Oostenrijkse duo Camo & Krooked excellente d'n'b maakt wist ik al een paar jaar ("Get Funky", "Fat Man", noem de vele losse nummers met een vette bass-sound én originele breaks maar op, inclusief hun debuutplaat Above & Beyond), maar op hun tweede album Cross The Line komen ze opeens aanzetten met een leuke track met een rapper als gastvocalist ("The Lesson", met ene Skittles). Een nummer als "Breezeblock" - vernoemd naar het legendarische BBC-radioprogramma? - klinkt het meest als oude stijl Camo & Krooked, maar met nummers als "Get Dirty", "Make the Call", "Watch & Burn" en "Run Riot" met allerlei gastvocalisten gaan ze duidelijk in de commerciële straat van Nero, Chase & Status en Netsky zitten (en een beetje Pendulum, al blijft die band toch de grootmeester). Het zal dus ongetwijfeld wel een vergelijkbaar groot en verdiend succes worden en op de dansvloer werkt het uitstekend, maar ondertussen moet me wel van het hart dat dit hele muziekgenre voorspelbaar begint te worden. En dat komt niet alleen omdat intussen zelfs Nokia als nieuwe telefoontune voor dubstep kiest tegenwoordig. Net zoals Linkin Park niet meer cool was toen de metalsound plaatsmaakte voor deuntjes die meelalbaar moesten zijn, zo moet Camo & Krooked op hun tweede album enorm uitkijken dat ze hun edgy kant behouden, in plaats van dat hun normaal zo eigenzinnige straaljagerbassen net zo beginnen te klinken als al die andere acts. Maar goed. Het levert in elk geval een recensie op.
File Under: Inderdaad op het randje
File Audio: [Interactieve preview][De 4 iTunes-only bonustracks staan ook op YouTube]
Kentucky Dare Devils - Yes But No / Bandito - II
Bij de titel Yes But No dacht ik als eerste aan Little Britains Vicky Pollard. Misschien was dat zelfs de bedoeling van de Kentucky Dare Devils, want deze Belgen nemen zichzelf, getuige hun bio, ook niet al te serieus. Ze beschrijven dit album als 'zes adrenalinebommen die rocken als een zombie in een wijwatervat'. Daarbij moet je overigens niet denken aan metal of aanverwanten, maar aan retrorock á la Wolfmother en The Datsuns, met hier en daar een snufje Belgenrock. Doordat de gitaren niet vol naar voren gemixt zijn, blijft er een ruimte in het geluid die het geheel licht verteerbaar, ja bijna poppy houdt. Verwar die omschrijving niet niet met lichtgewicht, overigens. Het blijft zes tracks lang vlot en degelijk, met een aangename vibe die doet vermoeden dat dit wel eens een fantastische live-act zou kunnen zijn.
Het Nijmeegse Bandito is een slag heavier dan de Kentucky Dare Devils. Hun hardrock is voorzien van een flinke lik stoner en leverde hen met het nummer "Just Business", dat ook op deze EP staat, een plekje op bij een 3voor12 Hollandse Nieuwe-compilatie. Zelf noemen ze Kyuss, Down en Atomic Bitchwax als invloeden en dat is inderdaad goed te horen. Na de opnamen zijn twee van de vijf bandleden vertrokken, maar er zijn inmiddels vervangers aangetrokken, dus Bandito gaat door. II bevat vier tracks, die laten horen dat de heren niet alleen prima kunnen spelen, maar de energie ook nog eens in de studio hebben kunnen vangen. Zanger Jord maakt wat mij betreft het verschil. Zijn stem is krachtig en heeft een rauwheid die perfect bij de sound aansluit. Ze hebben al in het voorprogramma van Karma To Burn gestaan. Nu is het tijd voor een contract en een full-length cd.
File Under: Rocken als een zombie
File Audio: [Flashplayer op de site]
File: Bandito - II
File Under: Rauwe energie
File Audio: [BanditoSpace] [als cd te krijgen of als gratis download]
Katzenjammer - A Kiss Before You Go
Na afloop van een optreden mensen bekijken, ik blijf het grappig vinden. Als je van een positieve vibe houdt dan moet je eens gaan kijken na afloop van een Katzenjammerconcert: het is een stoet met vrolijke snoeten, uitzonderingen uiteraard daargelaten. Het kwartet dames heeft behoorlijk gewerkt aan haar reputatie en de status is qua zaalgrootte aan het groeien. Het werd wel tijd dat er eens een nieuw album kwam. Het debuut verscheen oorspronkelijk in 2008, maar nu is er eindelijk een vervolg. A Kiss Before You Go heet het album en het komt uit bij een zogeheten majorlabel. Het bevat twaalf liedjes met een totale lengte van ruim veertig minuten. Diegene die ze de afgelopen tijd zag spelen zal de meeste nummers wel herkennen, er stonden wat mij betreft dan ook weinig verrassingen op. Ik was wel benieuwd naar de schrijvers/componisten van de nummers. Zouden ze eindelijk het hef geheel in eigen handen hebben genomen? Voor de helft dus, want Mats Rybo schreef (mede aan) een vijftal nummers en één track is een cover. Ik hoopte overigens dat die cover, Genesis´ "Land Of Confusion" alleen voor de concerten bewaard zou blijven, maar het heeft zelfs de vierde stek op deze cd gehaald. Oef. De andere helft komt dus wel van de dames zelf. Het mooiste nummers vind ik het gevoelige door Solveig Heilo geschreven "Lady Marlene", het meest dansbare en folky nummer "Rock-Paper-Scissors" en het prachtig meerstemmig gezongen "God´s Great Dust Storm". A Kiss Before You Go is wat mij betreft niet zo´n verrassing als Le Pop, maar ik ben blij dat ie er eindelijk is: dat moeilijke tweede album.
File Under: Leven met een glimlach
File Audio: [[Grooveshark]
File Video: [I Will Dance When I Walk Away][When The Laughter´s Gone]
File Twitter: [Katzenjammer Tweets]
Djerv
Als Djerv het podium betreedt, trekt zangeres Agnete Kjølsrud meteen de aandacht met haar stoere verschijning: kort blond haar, zwartgeverfde ogen en een imponerende pose. Bij de frontvrouw verbleken de vier - toch stoere - mannen die bij haar op het podium staan. Een brul schalt door de Stage01, de kleinste zaal van 013 die tot voor kort nog de Batcave heette. Het is duidelijk dat deze band vanavond snoeihard gaat spelen.
Enkele uren voor de show spreek ik Kjølsrud en gitarist Stian Kårstad. De brulstem die Kjølsrud tijdens het optreden opzet, zit nog diep verborgen. Beiden vertellen ze ontspannen en met een duidelijk Noors accent over touren, nummers schrijven en een douchebag op straat.
Lees verder..Indigo Girls - Beauty Queen Sister
In 1989 was ik 18 jaar. Op vakantie in Limburg luisterde ik voor het eerst naar Studio Brussel en daar draaiden ze Closer To Fine van Indigo Girls.Het was liefde op het eerste gehoor, ik viel als een blok voor de sublieme samenhang van Amy Ray's donkere rockstem en Emily Saliers heldere en hoge folkstem. Nu, ruim 22 jaar later, volg ik de uit Decatur, Georgia afkomstige vrouwen nog altijd op de voet. Beauty Queen Sister is hun veertiende album. Opvallend is dat Amy en Emily deze keer minder de focus op hun eigen (akoestische) gitaarspel hebben gelegd en de gastmuzikanten meer de ruimte hebben gegeven. Brady Blade drumt en Viktor Krauss en Frank Swart bassen en de viool van bluegrassmuzikant Luke Bulla is de basis van afsluiter "Yoke", een mooie ballad van Amy Ray. Op "War Rugs", een nummer over de revolutie op het Tahrirplein in Egypte, zingt Lucy Wainwright-Roche een prachtige derde stem. Prijsnummer is "Damo" waarin twee Ieren, singer-songwriter Damien Dempsey en fluitist Eamonn de Barra, de song een Celtic tintje geven en Indigo Girls boven zichzelf laten uitstijgen. Als grote bewonderaar zie je de wanklanken doorgaans iets sneller over het hoofd maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat er ook mindere momenten te bespeuren zijn. Zo is "Feed And Water The Horses" nogal saai en had "Beauty Queen Sister" wel wat feller gekund. En zo is Beauty Queen Sister niet het beste album van Indigo Girls geworden, maar wel een waarop ze hun muzikale focus verlegd hebben. Zoals altijd zijn ze vocaal en tekstueel zeer sterk. Ze kunnen op mijn bewondering blijven rekenen.
File Under: Muzikale heldinnen
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Share The Moon]
File Twitter: [Twitter]
We Were Promised Jetpacks - In The Pit Of The Stomach
Schotten zijn altijd al harde werkers geweest. Je ziet het aan de manier waarop ze voetballen en rugbyen, en de manier waarop ze kunnen zuipen als geen ander volk. Nou, behalve de Ieren dan misschien. De arbeidsethos is ook wat het uit Glasgow afkomstige We Were Promised Jetpacks meteen al onderscheidde van de vele hippe slackerbandjes uit de Britse hoofdstad. Na debuut These Four Walls werd twee jaar lang onafgebroken getoerd en intussen ook keihard gewerkt aan deze opvolger. Zo op het eerste gehoor lijkt er weinig veranderd te zijn in het kamp van de band. De woeste drums zijn gebleven, de muur van gitaren is gebleven en ook zanger Adam Thompson heeft nog niets van zijn zware Schotse tongval verloren. Wel zoekt de band iets meer de melodie op, vergeleken met het debuut. Single "Medicine" kan zelfs voor een groot deel redelijk goed meegezongen worden. En op "Act on Impulse" bewijst Thompson nogmaals dat hij afgezien van een flinke strot ook gewoon een mooie zangstem heeft. Toch ontbreekt er op In the Pit of the Stomach een echt spannende progressie. De band hoeft echt niet meteen folkpop te gaan spelen, maar lijkt toch wel een beetje vast te zitten in het eigen geluid. Het gebrek aan muzikale ambitie (of is het bescheidenheid?) blijkt ook wel uit een recent interview: 'Our hopes for this album are the same as the last one though, for it to do well enough for us to make another one.' In ieder geval, voor wie van het debuut niet genoeg kon krijgen: er is nu meer!
File Under: Op naar de derde
File Audio: [MySpace]
File Video: [Medicine]
File Twitter: [Twitter]
Bonnie 'Prince' Billy - Wolfroy Goes To Town
Gek eigenlijk, voor iemand die in zo’n tempo platen uitbrengt: Wolfroy Goes To Town is de eerste full-length onder zijn belangrijkste pseudoniem sinds 2009. Nu is een tempo van een album per twee jaar voor veel bands en muzikanten volstrekt onhaalbaar, maar als je Will Oldham heet, gelden er andere regels. Als ik de bijdragen aan platen van anderen buiten beschouwing laat, heeft hij in de afgelopen twee jaar twintig keer een 7”, 10” , CD-single, CD of digitale single op de wereld losgelaten. Met dat in het achterhoofd is het teleurstellend dat Wolfroy Goes To Town slechts tien nummers bevat. Nu hij niet met een andere band samenwerkt worden de songs spaarzaam gearrangeerd, vrijwel allemaal in hetzelfde tempo gespeeld en is er een belangrijke bijrol voor een vrouw: zangeres Angel Olsen die met haar ijle countrystem een mooi tegenwicht biedt aan het immer sombere geluid van Bonnie ‘Prince’ Billy. Olsens bijdrage aan "Quail & Dumplings" ('Fuck birds in the bushes / let’s take ‘em in hand', schreeuwt ze) stuwt het prijsnummer van dit album naar grote hoogte, al moeten hier credits gaan naar het gitaarwerk van vaste begeleider Emmett Kelly. Hoe goed samenwerkingen hem ook afgaan, het is mooi om Will Oldham weer eens zelf de regie volledig in handen te horen nemen. Ook al is het slechts tien liedjes lang.
File Under: Bonnie Prince Billy is de baas
File Video: [Quail & Dumplings]
Uriah Heep - Live In Armenia
Na jarenlange relatieve stilte is de Uriah Heeptrein in 2008 weer op gang gekomen met Wake The Sleeper. Sindsdien volgden Celebration - een album met heropnamen van klassiekers - en maar liefst zes(!) live-albums. Vier ervan als 'Live Bootleg', maar kwalitatief was daar niets mis mee. Live In Armenia valt buiten die cyclus, maar mag je nog best meetellen in dezelfde serie. Er staat namelijk geen materiaal op van het recentere Into The Wild, omdat deze opnamen uit oktober 2009 stammen. Van de vijftien tracks zijn er zeven afkomstig van van Wake The Sleeper en zeven van Celebration. Een veilige set, dat zeker, maar ook eentje waar weinig mee mis is. De band heeft er als altijd lol in en het Armeense publiek is na een voorzichtig begin ook om. Okee, een zesde live-album is misschien wat veel van het goede, maar de setlist variëert genoeg. Bovendien is bij dit album, in tegenstelling tot bij de 'Live Bootlegs', een dvd inbegrepen. De incidentele koper kan dus de setlist en drager van zijn voorkeur aanschaffen, terwijl de fan zich na jaren van droogte kan baden in een zee van releases. De tweede serie van zes live-albums, in het kielzog van Into The Wild, mag van mij beginnen.
File Under: Veilig, maar lekker als altijd
Blitzen Trapper - American Goldwing
Met vier albums in de laatste vijf jaar houden de mannen van Blitzen Trapper er een ouderwets werktempo op na; herinnerend aan de gouden tijden van de seventies (roots)rock, die ze zelf ook maken. Hoewel de inzet prijzenswaardig en sympathiek is, moet ik toegeven dat hun platen me tot op heden nauwelijks konden bekoren. Intelligent in elkaar gezet, zeker. Maar ze hadden tegelijkertijd iets maniëristisch over zich, alsof de band in haar eigen hermetisch afgesloten wereldje verkeerde. Een zekere ironie heeft het wel dat nu Blitzen Trapper op American Goldwing aanmerkelijk eenvoudiger en herkenbaarder uit de hoek komt, ik wél enthousiast wordt. Zo conservatief. De ijkpunten zijn glashelder; de vertrouwde folkhelden waar iedereen, dus ook Ryan Adams en The Felice Brothers (check “My Hometown”) zich door laten inspireren. Denk ook aan alle keren dat Excelsior-acts de countryside opzoeken. Neil Young, The Band en Bob Dylan, circa Planet Waves, kom er maar in. Blitzen Trapper voegt daar een goede catchy sneer aan toe; opener “Might Find It Cheap” neigt zelfs naar The White Stripes. “Love The Way You Walk Away” is nog wat hitgevoeliger, iets in de akkoordenreeks doet me 'oh oh oh trouble in America' zingen. Blitzen Trapper als een soort Razorlight, wie had dat ooit gedacht. Lekker raggen in houthakkershemd en dan meedeinen rond het kampvuur met mondharmonica en accordeon. 'My love is like a galaxy, it seems slow but it sure does shine.'
File Under: Nu met charisma
File Audio: [Blitzen-Space]
The Spinshots - Never So Right / Delmontis - Straightforward Fascination
Twee Nederlandse bands, waarvan de leden geregeld weer in andere bands opduiken. Met name Frank Montis is een druk baasje, hij zit ook achter de witte en zwarte toetsen bij Licks & Brains, Laura Vane & the Vipertones en Jazzinvaders. In die laatste band speelt Rolf Delfos, de ‘Del’ uit de samentrekking DelMontis. Dat Laura Vane opduikt voor een uitstekend duet, zal ook niet verbazen. DelMontis maakt blue-eyed popsoul, met referenties naar onder meer Ace (de band van Paul Carrack), Doobie Brothers en de vroege versie van Chicago. Frank heeft een prettige stem die bij momenten iets wegheeft van Michael Bublé, maar naarmate het album vordert toch net wat te vlak is om te blijven boeien. Op Hammond, Rhodes en Wurlitzer kan hij een stuk lekkerder uit de voeten. Bijvoorbeeld in de solo van "Sunny" dat, hoewel het nergens op de hoes staat, wel degelijk een cover is van Bobby Hebb.
Serge Gainsbourg wordt dan weer wel gecredit op de schitterende hoes van Never So Right, het debuut van de Amsterdamse Spinshots. Een groep die naar eigen zeggen ‘neo-exotica’ speelt, een etiket dat elementen als northern soul, Bollywood-filmmuziek en Franse ye-ye pop bij elkaar houdt. Zangeres Flora Dolores kan heerlijk uithalen, de blazers eisen een minstens zo belangrijke rol op, samen of solo. Bijvoorbeeld in dat prachtige, haast Ethiopische arrangement van "Desirs Mutuels". Tekstueel is het soms wel erg Sinterklaasrijmerig. Toch, The Spinshots verbinden muzikaliteit en fantasie op vernuftige wijze. De blik in de ogen van Flora Dolores op de hoesfoto prikkelde mijn fantasie in ieder geval al enorm.
File Under: Elke dag een eetlepel exotica
File Audio: [Bandcamp]
File: Delmontis - Straightforward Fascination
File Under: Open-dakmuziek
File Audio: [MySpace]
Jonathan Jeremiah - A Solitary Man
Uitverkocht: Nijmegen, Amsterdam, Utrecht en Den Haag. Tja, ik was gewoon te sloom met het kopen van een kaartje voor Jonathan Jeremiah. Ik had even niet in de gaten dat hij zo populair is. Oké, ik had het hypergevoelige liedje "Happiness" al tijden terug voorbij zien komen op MTV Brand New. Ook het samen met Bernard Butler geschreven "Heart Of Stone" maakt daar regelmatig z'n opwachting. Tja, dan moet ik maar lelijke dingen gaan zeggen over deze Londenaar. Voorwaarde is dan wel dat er lelijke dingen te zeggen zijn over het album A Solitary Man en die kan ik me wel bedenken. Jeremiah zit af en toe qua orkestrale bombast en tekst op het randje, zoals in "Never Gonna": ´you´re never gonna give me up ´cos I´m never gonna let you down´ - nee, het is geen Rick Astley-cover. Toch overheerst vooral het positieve, want wat een geweldige stem heeft deze man. En wat een prachtige liedjes heeft hij opgenomen die mij aan wijlen Tim Hardin doen denken. Maar ook aan Leonard Cohen, Cat Stevens, Tom Jones en Neil Diamond, mede door het orkestrale geweld dat af en toe tevoorschijn komt. Daar staat echter zoveel moois tegenover dat ik het hem graag vergeef. Neem "Lost". Als iemand dit zo voor je zingt dan durf je toch echt niet meer weg te gaan. Ik wil niet horen dat de optredens geweldig waren. Ik kan het me zo wel bedenken. Uitverkocht, tsssssssssssssss…………….
File Under: Gelukkig is er de cd voor wat troost
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Zijn eigen videokanaal]
File Twitter: [Jonathan Jeremiah Tweets]
Beth Hart & Joe Bonamassa - Don't Explain
Toen ik hoorde dat Joe Bonamassa en Beth Hart de handen ineengeslagen hadden, was ik er meteen van overtuigd dat het een prima album zou worden. Het laatste album van Beth Hart viel mij dan wel tegen, de aanwezigheid van Joe Bonamassa en producer Kevin Shirley zou er vast garant voor staan dat er geen overmaat aan ingetogen nummers op zou staan. Het album bevat uitsluitend covers uit de hoek van de klassieke soul, blues en gospel, zoals “Don’t Explain” van Billie Holiday, “Chocolate Jesus” van Tom Waits, “Something's Got A Hold On Me” van Etta James en “For My Friend” van Bill Withers. Ze proberen niet de originelen na te spelen, maar geven er hun eigen interpretatie aan zonder het karakter van de songs te veranderen. Dat betekent dat het bovendien voor beiden genoeg afwijkt van hun eigen materiaal om een eigen plekje op te eisen. Het is meer soul en (wat) meer ingehouden gitaarwerk dan bij Bonamassa gebruikelijk, terwijl de piano veel minder prominent is dan bij Hart normaal gesproken het geval is. De muzikanten zijn grotendeels uit Bonamassa's entourage afkomstig. Zoals Hart al deed bij 37 Days is het materiaal in de studio zoveel mogelijk live opgenomen. Daardoor is ook de chemie van muzikanten die hun favoriete blues- en soulklassiekers spelen bewaard gebleven. Beiden hebben in het verleden al laten zien dat ze naast - of beter gezegd vervlochten met - hun eigen werk fantastische interpretaties van klassieke songs kunnen neerzetten. Hart en Bonamassa hebben hier hun eigen stijl ingebracht, bestaande songs gebruikt en toch iets gemaakt dat een eigen kwaliteit heeft. The best of both worlds, in alle opzichten.
File Under: Fraaie eigen en toch getrouwe interpretaties
File Audio: [download ""Well Well" in ruil voor voor e-mailadres]
File Spotify: [Don't Explain]
Brutal Truth - End Time
Aan het eind van een lange, gespannen werkdag toe aan wat rustige muziek? Dan moet je End Time maar even bewaren voor een ander ogenblik, want orde en rust is hier niet van toepassing. Grindcore-formatie Brutal Truth is sinds 1990 het muzikale kind van Dan Lilker, mede-oprichter van Nuclear Assault, Anthrax en Stormtroopers of Death. Na een split tussen 1998 en 2006 is End Time de tweede full-length die de band uitbrengt sinds de reünie. En het gaat er binnen no-time ongenadig hard aan toe. Hoewel openingstrack Malice nog relatief ingetogen is, gaat de band met vervolgtrack Simple Math direct vol gas. Zware distorted baslijnen, veel gefreak op gitaar en de blastbeats vliegen je om de oren. Nummers als Celebratory Gunfire en Small Talk zijn ondanks een drummer die op z’n hielen gezeten wordt nog relatief behapbaar, maar er staat veel materiaal op dit album dat je oren in een waas achterlaat. Alle elementen van de muziek zijn echter wel goed te onderscheiden, iets dat binnen dit genre ook wel eens anders is. Hoewel het absoluut knap is dat er technisch heel strak werk wordt afgeleverd, leidt het vele muzikale geweld snel tot verzadiging - ongeveer de helft van de 23 tracks duren tussen de één en twee minuten, maar het lijkt veel langer te zijn. Uitschieters zijn er echter ook: Trash duurt welbeschouwd drie seconden en het album eindigt met Control Room, een nummer van bijna zestien minuten vol feedback, spastische drums en algehele chaos. Duidelijk niet voor iedereen dus.
File Under: Death/Grindcore voor de liefhebber
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [End Time album preview]
Mindless Self Indulgence - Tighter
Tighter is het meest onuitstaanbare album dat ik lange tijd op m'n mp3-speler gehad heb. Het bevat zowel geniaal verslavende als verschrikkelijke nummers en tot mijn schande ontdekte ik pas na beluistering dat het een uitgebreide re-issue is van het nauwelijks vindbare debuutalbum Tight uit 1999. Je hoort het er nauwelijks aan. M.S.I. moet destijds een enorme pionier in de electropunk zijn geweest. Niet dat de band in Nederland overigens echt indie-credible was. Ze hadden ooit Aux Raus als voorprogramma (tja, het is wel dezelfde categorie muziek), de hoge gilzang lijkt op die van KoЯn (dat tegenwoordig overigens popie-jopie-dubstep maakt) en M.S.I. was sowieso het populairst bij nu-metal-liefhebbers, getuige latere succesnummers als "Shut Me Up", "Never Wanted To Dance", "Faggot" en "Straight To Video". Op dit debuutalbum blijken geweldige nummers als "Diabolical" en "Tornado" te staan, die ook 12 jaar na dato nog behoorlijk vurig klinken en die ik destijds gemist had. Ik kan er niet zo'n mooi jeugdsentiment-verhaal over vertellen als Ramon vanmorgen op deze weblog, maar Tighter moet het hebben van jeugdsentiment afgewisseld met totale rotzooi zoals opzettelijk lelijk en vals gezongen akoestische nummers. Toch ben ik onder de indruk van het geheel. Voor punk zijn de teksten en de kruisingen met allerlei andere genres (vooral hiphop) daadwerkelijk vernieuwend. Hoeveel bands mengen zoveel stijlen en nog overtuigend ook? Anderzijds: de geluidskwaliteit is ondanks de remastering nog altijd ruk. Tighter is nu eens een re-issue waarbij ik wél graag een beter geluid gehoord had, liefst op een vergelijkbare manier als onlangs nog bij de re-issue van Nine Inch Nails' Pretty Hate Machine gebeurd is. Ook bij de extra tracks van Tighter heb ik een paar favorieten, zoals de nieuwe 'new-wave' versie van "Bring The Pain" (destijds al een cover van Method Man), al is ook daar het niveau sterk wisselend. Wel zo passend vergeleken bij het origineel.
File Under: Onvindbare electropunkklassieker
Nirvana - Nevermind (20th Anniversary Deluxe Edition)
Een doordeweekse dag in september 1991. De avond ervoor had ik in het VPRO-programma Onrust! een geweldig nummer gehoord, dat onder een reportage gemonteerd was. Geen idee wat het was, maar het had een riff dat in mijn hoofd bleef hangen. Ik liep langs platenzaak Kroese in Nijmegen, zag mijn favoriete verkoper staan en vroeg hem of hij het programma ook gezien had. Nee, dat had hij niet, maar hoe klonk het dan? 'Tja, het begint een gitaarriff en dan knalt de rest er in', stamelde ik. Ga maar eens een liedje uitleggen dat je slechts eenmaal gehoord hebt. 'Ik denk dat ik het wel weet', zei hij en hij pakte een blauw cd-singletje uit de kast. "Nirvana" stond er op, Smells Like Teen Spirit. 'Ik weet niet zeker of dit het is want we hebben hem net vandaag binnengekregen, maar hier ga je kippenvel van krijgen. Ik wel, in ieder geval!'. Ik keek een beetje tegen hem op, mijn favoriete verkoper. Als iemand het kon weten was hij het wel.
Ik kocht de single, onbeluisterd. Ik stopte hem in de speler, draaide de volumeknop omhoog en drukte op play. Meteen hoorde ik dat dit in de verste verte niet eens leek op het nummer dat ik zocht, maar dit was zoveel beter. Een perfecte popsong, hard, zacht, gevaarlijk en melodieus. De raspende stem van de zanger, die precies bij mijn stembereik paste. 'Hello, hello, hello, how low...'. En dan de klappen op de snare die zo ontzettend luid waren. Dit was zo bijzonder, en mijn favoriete platenverkoper en ik waren de eersten die dit bandje ontdekten. Dacht ik. Totdat ik de nieuwe OOR opensloeg en de verhalen las over het nieuwe album van dit groepje, Nevermind dat kort na de single uitgebracht werd. Ik ging terug naar de verkoper en bedankte hem voor de tip. 'Dat dacht ik wel', zei hij en deed de Nevermind-cd in het zakje. 'Dit gaat echt een grote band worden hoor! Dat singletje was in no time uitverkocht'.
Hoe vaak ik Nevermind heb gedraaid weet ik niet, maar het moet een van de meest gedraaide cd's in mijn verzameling zijn. Het is zo'n album met een ritme, een opeenvolging van nummers die logisch is en waar na verloop van tijd steeds weer een ander favoriete track boven komt drijven. Het is zo'n tijdloos standaardwerk geworden dat nog steeds past bij een bepaalde gemoedstoestand. Even heel hard Nevermind draaien en dan gaat het wel weer. De meningen verschillen, ook ten burele van Fileunder, maar de opvolger In Utero stelde mij teleur. Een lelijk, jennerig album heb ik het altijd gevonden. Het miste de frisheid en de linkse directe van Nevermind, dat altijd favoriet is gebleven. Twintig jaar lang. En die frisheid is er op deze geremasterde deluxe-uitgave nog steeds. Van alle overbodige heruitgaves, deluxe-edities en verjaardagsreleases die ons dit najaar overspoelen is deze de enige relevante. Dat wist ik toen ik onlangs in de auto zat en mijn zevenjarige dochter achterin zat te neurieën: 'Hello, hello, hello, how low… Dat is een mooi liedje, pap!'. Dit is historisch materiaal dat voor het nageslacht behouden moet blijven. Dit moet gratis uitgedeeld worden op alle scholen, het moet in alle winkelstraten en in elke lift gedraaid worden en in een capsule naar de ruimte worden geschoten om het hele universum en alles daarbuiten hetzelfde opwindende gevoel te geven dat ik en mijn Kroese-verkoper hadden in september 1991. Iets waar Red Hot Chili Peppers' Give It Away, het bewuste nummer van de Onrust!-reportage, nevernooit aan heeft kunnen tippen.
File Under: Tijdloze opwinding
File Video: [De meest gedraaide video ever op MTV Europe][Zelfde clip, allereerste versie inclusief ouwelijke leraren]
Stuart Moxham - Six Winter Mornings
In de categorie Wat Zou Er Toch Gebeurd Zijn Met… gooien de leden van Young Marble Giants ongetwijfeld hoge ogen. Want uit het blote hoofd zou ik werkelijk geen idee hebben waar de broers Stuart en Phil Moxham en Alison Statton zich sinds het verscheiden van hun band mee bezig hebben gehouden. En eerlijk is eerlijk, als Six Winter Mornings niet op de deurmat was beland, zou ik er ook niet over nagedacht hebben. Een snelle zoektocht op het net leverde de persoonlijke website van Stuart Moxham op, ongetwijfeld vormgegeven ergens in 1998 en opgezet rond hABIT-records, het platenlabel dedicated to the post-Young Marble Giants music of Stuart Moxham. Een output die bestaat uit een sampler, Personal Best, volledig aan mij voorbij gegaan, en , de EP waar het hier om gaat. Zes nummers na dertig jaar stilte is niet veel en een klassieker als Colossal Youth hadden we uiteraard niet verwacht. De zes folky liedjes hebben als enige gemeen met de liedjes van Young Marble Giants dat ze even kalm en minimaal klinken. De melancholie heeft tegenwoordig de overhand en akoestische instrumenten beheersen het geluidsspectrum. Mooie arrangementen en een onverwachte bariton (in "Autumn Song", blijkbaar gezongen door vader Andrew Moxham) en meisjesstem (dochter Melody Moxham) geven extra cachet. Geen comeback, wel een aangename verrassing. Overigens: broer Terrence doet mee, vader Andrew en dochter Melody, maar van die andere YMG-broer, Phil, geen spoor.
File Under: Herfst
File Audio: [MySpace]
Rob Mostert - Englewood Cliff Sessions
Na enig aandringen zegt een van je grote helden ‘ja’ op je vraag of hij je debuutplaat wil produceren. Dat niet alleen, hij laat ook nog ‘s een jazz-kanon langskomen voor een saxpartij. Tot slot neem je, als eerbetoon, ook nog een nummer op van een van je grote voorbeelden. Wat een recensent daarvan vindt, zal je dan een rotzorg wezen lijkt me. Rob Mostert mocht in de Englewood Cliff-studio van Rudy van Gelder in New Jersey zijn plaat opnemen. Van Gelder, die Nederlandse voorouders heeft, produceerde een treinlading aan legendarische jazzplaten. Ook voor Houston Person, die te gast is op tenorsax. Er staan een aantal covers op de plaat, maar die van Jimmy Smith’s "Back at the Chicken Shack" is wel heel erg op zijn plaats, aangezien Mostert de, eh, muzikale mosterd duidelijk haalde bij Smith. En Van Gelder produceerde het origineel natuurlijk. Mostert is zuinig met de inzet van de zwiepende Leslie-versterker. Waardoor hij wat meer binnen de lijntjes kleurt dan, zeg, Sven Hammond Soul of Lefties Soul Connection. Maar vergis je niet, Mostert kan prachtig soleren, zoals in het gedragen "Song for my Daddy". Echt jammer zijn de nummers die worden gezongen door Charlotte Coppola. Haar versies van "Summertime" en "Black Coffee" verbleken bij vele eerdere versies, het zelfgeschreven "You Sexy Thang" is allesbehalve sexy. Dan liever die bronstige opener van de plaat "The Dutch Organ Gospel" zoals gepredikt door voorganger Mostert.
File Under: Hammond-a-gogo
Clap Your Hands Say Yeah - Hysterical
Je hebt wel eens van die weken die veel van je vragen. Op zich niet erg, maar van stukjes schrijven komt dan weinig. Toeval bestaat niet, aldus het gezegde, maar Hysterical van Clap Your Hands Say Yeah is deze week de bijpassende soundtrack. Ik vind het prima, want het is een lekkere plaat om bij weg te dromen en alles even te laten wat het is. Als er dan toch weer een stukje moet komen, dan zit mijn pc te klieren. Wel internet, geen internet, wel internet, geen internet, ik word er bijna chagrijnig van en naar de oorzaak blijft het raden. Gelukkig kalmeert de Amerikaanse band mij enigszins. Rustig blijven jongen, maar berusten hoeft ook niet, lijken de muzikanten mij te willen zeggen. De muziek klinkt op het eerste gehoor namelijk gewoontjes, maar de gelaagdheid is heerlijk en de plaat is er echt een die veel gedraaid moet worden om haar geheimen vrij te geven. Op Wikipedia staan ze te boek als post-punk indieband, maar ik zou er toch ook wel een laagje folk bij genoemd willen hebben. De plaat die David Gray nooit gemaakt heeft na White Ladder of die door zijn eigenwijsheid bij die van de Villagers past. Nu ik langzaam grip krijg op dit album, zou ik toch ook grip moeten krijgen op mijn pc. Maar ik vrees dat ik eerdaags in een hysterische bui beland en de pc met een boog uit het raam vliegt.
File Under: Alles komt goed, hoop ik
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Hun videokanaal]
House Of Wolves - Fold In The Wind
Ik krijg nogal eens de vraag waarom we bij File Under niet doen aan concertaankondigingen en nieuwtjes. Dat zou namelijk flink wat meer bezoekers kunnen trekken naar deze knuffelsite. Tja. Het zal, maar als we zoiets doen, dan vind ik dat je dat all the way moet doen en niet halfbakken. Dat zou dus inhouden dat je een flinke nieuwsredactie naast al die penners er op na zou moeten houden die echt op zoek gaat naar nieuws en niet de copycat uithangt. Persberichten herschrijven en opleuken, dat mag een ander best doen, ik heb daar geen tijd voor, laat staan zin in. Maar als er iets bijzonders langskomt, wat je nog bijna nergens gelezen hebt, dan passen we daar natuurlijk wel een mouw aan. Zo zijn we ook wel weer. Helemaal als zo’n artiest wat bijzonders laat horen. Zoals bijvoorbeeld Rey Villalobos. Hij trekt de komende maand onder het motto ‘7 countries, 1 month, 1 guitar’ als House Of Wolves West-Europa door en doet daarbij gelukkig ook Nederland aan. Iets minder leuk is dat ik op dat moment onder een palmboom zit en dus niet naar zijn fluisterliedjes kan komen luisteren in Haarlem of Groningen. Maar als ik u was zou ik zeker gaan kijken. Wat Villalobos laat horen op Fold In The Wind is namelijk bijzonder fijn. De cd begint een beetje vreemd nostalgisch met “50’s”, maar het zet wel de juiste (melancholische) toon met zijn weemoedige koperpartijen. Even dacht ik zelfs dat er een vrouw zong. De rest van de cd is een stuk minimalistischer qua setting, maar de melancholie verdwijnt niet meer. Soms doet Villalobos me denken aan Elliott Smith, vooral als’ie de piano erbij pakt zoals in “Acres Of Fire”. Als hij iets klageriger gezongen had dan zou ik ‘em in “Ageless” definitief kunnen voorzien van het Sophia-stempel. De elf liedjes van House of Wolves zijn relatief simpel, maar door de subtiele arrangementen pakken ze me toch keer op keer. Bovendien iemand die zijn state of mind beschrijft als ‘Lately I’ve been feeling like a motorcycle toy’, die verdient sowieso mijn volle aandacht. Nu nog volle zalen huiskamers.
File Under: Niet alleen op dierendag luisteren
File Audio: [Bandcamp]
Kamchatka - Bury Your Roots
Kamchatka is een Zweeds trio dat invloeden noemt als King Crimson, Kyuss en Chet Baker, maar dat zijn invloeden hoorbaar vooral bij de powertrio's van weleer heeft gehaald. De verpakking lijkt op hun vierde album Bury Your Roots in eerste instantie meer in de stonerhoek te liggen, maar al snel merk je dat de grootste invloeden echt uit de bluesrock moeten komen. De ritmesectie (drummer Tobias Strandvik en bassist Roger Öjersson) houdt er flink de snelheid in en gitarist Thomas Andersson zwiept daar heerlijke riffs en lekker ouderwetse solo's overheen. Andersson is ook de zanger van dienst, maar het is echte blueszang, van iemand die nu eenmaal het zingen erbij doet. Dat wil niet zeggen dat hij een slechte zanger is, helemaal niet, maar hij is vooral een functionele zanger, zoals mannen als Pat Travers, Frank Marino en tot enkele jaren geleden Walter Trout. Het aardige aan Kamchatka is dat ze hun songs lekker luchtig houden. Niet vooral loodzware, trage bluesrock, maar veelal up-tempo en eigenlijk gewoon vrolijk. Opener "Perfect" is een vlotte bluesrocker die je meteen in de goede stemming brengt voor de rest van het album. Door een lekker open productie van Strandvik is het een voor bluesrockbegrippen bijna luchtig album. "I've Got To Learn" is compositorisch zelfs bijna een popsong. Die luchtigheid slaat echter niet door, zodat Bury Your Roots uiteindelijk simpelweg een hele lekkere heavy bluesrockplaat is.
File Under: Luchtige heavy bluesrock met retrovibe
File Audio: [KamchatkaSpace]
File Video: ["Perfect"]
Blink-182 - Neighborhoods
22 februari 2005. Een treurige dag voor fans van poppunkband Blink-182, dat een ‘indefinite hiatus’ aankondigde. Strubbelingen over gitarist Tom DeLonge’s uitstapje Boxcar Racer en later Angels & Airwaves leidden uiteindelijk tot een split tussen hem en mede-vocalist/bassist Mark Hoppus die met drummer Travis Barker vervolgens +44 begon. Al deze zijprojecten hebben er toe bijgedragen dat Blink-182 in alle opzichten veel volwassener klinkt. De band toont zeker de eerste helft van het album nog steeds de gave te hebben om catchy hooks te schrijven, hoewel er ook kunstmatig gerekt wordt: na een fade-out gaat single “Up All Night” toch nog een halve minuut door en “Snake Charmer” had vanaf 03.36 prima zonder outro en interlude kunnen overgaan in “Heart’s All Gone”. Wat verder opvalt, is dat de teksten stukken donkerder zijn geworden. In hun MTV-hoogtijdagen zou je “Blackjack and architect / Let's drink ourselves to death / The crimes of everyone / Passed down from father to son” niet gehoord hebben. Het tweede deel van de plaat beklijft helaas minder. Er zijn nog wel toffe momenten, maar soms wordt het ook dreinerig (synthesizer in “This Is Home”) of voelt het alsof er een beter lied uit te halen was geweest, met name bij “MH 4.18.2011”, toevalligerwijs (?) de demotitel niet ontstegen. Dat de (pop)punkroots steeds minder aanwezig zijn, is begrijpelijk; het experimentele “Fighting The Gravity” als voorlaatste track plaatsen echter een rare stijlbreuk. De band heeft zich duidelijk goed ontwikkeld, maar op Neighborhoods staan niet alle liedjes als een huis.
File Under: Langverwachte terugkeer van zich ontwikkelende poppunkers
File Audio: [Myspace]
File Video: [Up All Night]
File Twitter: [Blink-182]
Patrick Duff - The Mad Straight Road
Afgelopen zaterdag reisden ik en m'n vriendin af naar Amsterdam, om daar bij een concert voor een minipubliek Patrick Duff te gaan bewonderen. Tien, vijftien jaar terug was ik een groot fan van de britpopband Strangelove (denk Suede meets Headswim meets Placebo), en hoewel van die band niks meer van over is, is frontman Patrick Duff muziek blijven maken. Dat doet-ie op de gekste plekken: hij heeft dit jaar Nederland al twee keer aangedaan in een soort huiskamertournee. Tegenwoordig is-ie van de drank af, zingt hij (helaas) ook wat hoger dan hoe ik hem gewend was en speelt-ie al helemaal niks meer van Strangelove, maar zijn nieuwe liedjes zijn gelukkig even quirky gebleven. Er zit altijd wel een dubbele bodem of een typisch Engels grapje in. Zo ook afgelopen weekend. Het was lang, lang geleden dat ik bij een akoestisch optreden zo dicht op een artiest gekluisterd zat en nieuwe liedjes zo intens beleefde. Duff stond in z'n eentje in het duister de sterren van de hemel op zijn gitaar te spelen - hoe fijn is het toch als een virtuoze muzikant aparte akkoorden moeiteloos beheerst - en het publiek, kennelijk grotendeels die-hard fans, zongen de woehoehoehoe-koortjes in liedjes als "Wake Up Richard" direct feilloos mee. Af en toe deed een zanglijntje aan Radiohead-oude-stijl denken, andere nummers waren weer wat meer in folkstijl en nu ik dagen later thuis zijn zelf opgenomen cd zit te beluisteren (de opnames dateren van 2010), ontdek ik wéér nieuwe kanten van Duff. Zo zijn diverse liedjes nu met blazers opgeluisterd en zingt in het countryduet (!) "Dora Brown" de zangeres Emily Breeze mee. Prachtig, prachtig! Mocht je nog een nieuwe gelegenheid krijgen om Duff zelf te gaan zien bij een vergelijkbaar huiskamerconcert (volg @wm_nl op Twitter!), grijp dan vooral de gelegenheid.
File Under: Grote klasse op karakter
Tori Amos - Night of Hunters
Het zijn zware tijden voor platenmaatschappijen, dat is bekend. Dat dit zich niet beperkt tot populaire muziek blijkt uit het feit dat ook klassieke labels hard op zoek zijn naar nieuwe markten. Zo kan het gebeuren dat de laatste van Herman van Veen op Harmonia Mundi verschijnt, of dat Tori Amos zomaar opeens een nieuw album op Deutsche Grammophon uitbrengt. Maar wacht, zo vreemd is dat laatste niet: Amos nam een veertiental klassieke thema's en gebruikte die als basis voor haar eigen composities. Bovendien liet ze de muziek arrangeren voor strijkkwartet en houtblazers. Piano en zang nam ze voor eigen rekening. Op papier zou dat kunnen werken, maar helaas zijn er redenen genoeg waarom dit project jammerlijk is mislukt. De belangrijkste is wellicht dat Amos te letterlijk de melodieën citeert die nooit bedoeld zijn om tekst te bevatten. Dat geeft de nodige kromme, schurende zinnen waarbij de klemtoon nét even verkeerd ligt; muzikale accenten zijn nou eenmaal niet hetzelfde als taalkundige accenten. Hierdoor doen bijvoorbeeld "Your Ghost" of "Battle of Trees" bijna amateuristisch aan. Daar waar ze zich op een vrijere manier laat inspireren door de klassieken werkt het beter, zoals in het op een thema van Debussy gebaseerde "Carry". Dat soort nummers staat echter te weinig op de cd: het is er maar één. Een ander groot nadeel van de behoorlijk lange cd is dat elk nummer dezelfde bezetting kent en op eenzelfde manier is gearrangeerd. Dan ligt saaiheid al snel op de loer. Ik heb Amos hoog zitten als pianiste, maar hier blijkt pijnlijk dat haar kwaliteiten zich niet laten vertalen naar het klassieke genre: één beluistering van een Bach-thema dat nu opeens "Seven Sisters" heet, is genoeg. Als het geheel dan ook nog eens is verpakt in een uiterst pretentieus concept waarin een vrouw in de loop van een etmaal zichzelf als vrouw leert kennen na het verdwijnen van haar man (en geloof me, ik weet alleen dat het hier over gaat omdat Amos dat zelf in interviews herhaaldelijk heeft uitgelegd), is mijn aandacht voorgoed afgeleid.
File Under: Werd het maar weer ochtend
File Audio: [Carry]
The Duke Spirit - Bruiser
Als ik van het andere geslacht was, de looks had en een stem had die bij een rockzangeres past, dan wist ik het wel: ik werd PJ Harvey. Maar daar is er maar een van, dus moet je dan naar een alternatief plan: ik werd zangeres bij een stevige indieband. Die rol en die van pianist neemt Liela Moss op zich in de Britse band The Duke Spirit. Al doe ik daarmee gitarist Luke Ford en bassist Toby Butler tekort als hoofdsongschrijvers. En er zijn bovendien nog twee leden. Maar ja, zij nemen de zangpartijen niet op zich. Bruiser is het derde album, de vorige verschenen in 2005 en 2008, en brengt nog steeds dat stoere geluid dat ondergedompeld is in een jaren tachtig/negentig-gitaarsound. Het fijnste vind ik The Duke Spirit als de rock ruimte laat voor wat zwoelheid, zoals in "Villain" en "Don´t Wait". Bij deze laatste song smacht Moss om actie van de andere partij. Ik kan me niet voorstellen dat een man dat kan weerstaan. Of neem "Surrender", waar ik me op de dansvloer waarschijnlijk helemaal in zou verliezen. The Duke Spirit zou zich misschien nog wat meer mogen onderscheiden. Aan de andere kant durf ik wel te stellen dat Bruiser een album is, dat goed genoeg is om ze weer drie jaar te geven voor het volgende album.
File Under: Weer drie jaar onvoorwaardelijk
File Audio: [Speler op hun website][MySpace][VPRO´s Luisterpaal]
File Video: [Hun videokanaal]
The Horrible Crowes - Elsie
Een typisch geval van ruwe bolster blanke pit, dat is Brian Fallon, bekend als zanger van The Gaslight Anthem. Met zijn zwaar getatoeëerde lichaam en soulvolle en ruige stemgeluid oogt en klinkt hij als de verpersoonlijking van de rock and roll hero. Dat is hij ook als frontman van The Gaslight Anthem, maar Fallon heeft ook een introverte kant. Samen met goede vriend en Gaslight Anthems gitaartechnicus Ian Perkins vormt hij The Horrible Crowes met wie hij Elsie heeft gemaakt, een melodieuze soulplaat over de donkere kant van de liefde. De naam The Horrible Crowes komt van het zeventiende-eeuwse gedicht Twa Corbies. In het gedicht gaat een ridder dood waarop zijn vrouw wegrent en twee kraaien kijken toe en overleggen hoe ze het lichaam van de ridder op zullen eten. Het staat volgens Fallon voor de strijd die iedereen in zijn leven voor zijn kiezen krijgt. Uiteindelijk worden we allemaal verlaten en eindigen onder de grond. De sound is minder rechttoe-rechtaan rock dan The Gaslight Anthem door rijkere arrangementen en meer aandacht voor het liedje zelf. "Beyond The Hurricane" en "Mary Ann" komen nog het dichtst bij de rock die we van Fallon gewend zijn. Het tempo ligt bij het gros van de nummers een tandje lager en Brian Fallon zingt dan mooi en soulvol zonder ruig randje. In "Sugar", "Cherry Blossoms" en "Black Betty And The Moon is dat vooral heel fraai gelukt. Liefde, verlies, dood, wanhoop, het zijn zware thema's die op Elsie bezongen worden. The Horrible Crowes geeft daar vertrouwen, hoop en kracht als antwoord op zodat Elsie geen zwartgallige plaat is geworden maar een collectie persoonlijke en emotionele songs.
File Under: Soul-searching
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Cherry Blossoms (acoustic)]
Week 40, 2011
Storm
House Of Wolves - Fold In The Wind
Ewie
dEUS - Keep You Close
Ludo
Blitzen Trapper - American Goldwing
Gr.R.
Matthew Good - Lights of Endangered Species.
Dennis
Gillian Welch - The Harrow & The Harvest
Ramon
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
André
Nicola Roberts - Cinderella's Eyes
Jasper
Signe Tollefsen - Hayes
Prikkie
Pain Of Salvation - Road Salt Two
Janineka
Richmond Fontaine - The High Country
Stonehead
Radiohead - TKOL RMX 1234567
DubbelMono
Wilco - The Whole Love
The Gloria Story - Shades Of White/CellOut - Superstar Prototype
The Gloria Story's opener "Valentino" lijkt op een mix van verschillende Thin Lizzy-songs, zowel in melodie als in zanglijnen en tekst. Daardoor ga je elk volgend nummer onwillekeurig ook met Thin Lizzy vergelijken. Dan blijf je de nodige overeenkomsten horen, maar deze Zweden zijn een graadje rauwer en losser. Je hoort dan regelmatig toefjes Hanoi Rocks langskomen en ritmepartijen die aan The Rolling Stones doen denken. Misschien zou je ze wel de Zweedse versie van The Darkness kunnen noemen, want ze weten van al die invloeden wel een uiterst smakelijk rockplaatje te brouwen. Voor wie The Darkness leuk vond maar de stem van Justin Hawkins niet trok, is Shades Of White een mooi alternatief. The Gloria Story is een stuk minder over the top, maar nog steeds erg leuk. Het is niet bijster origineel, maar wel degelijk heavy poprock zoals die gemaakt hoort te worden.
CellOut-frontman Percy Mejhagen laat weten dat hij met zijn bandje 'de standaard wil zetten voor alle metal- en rockplaten'. Nee hè, zo eentje. Dat wordt des te pijnlijker wanneer je moet constateren dat CellOut vanaf de eerste noten de formule voor Amerikaanse popmetal volgt. Strakke riffs, liedjes die vooral op weg zijn naar het volgende meezingbare refrein en een productie die goed is, maar waar wel alle lucht uitgeperst is. CellOut klinkt daarmee als honderden, zo niet duizenden, andere bandjes - en dan nog vooral bandjes die op het Noord-Amerikaanse continent successen boeken. Het Zweedse viertal heeft hoorbaar ervaring, dus qua uitvoering is er weinig op aan te merken. In hun genre blijven de songs best overeind - hoewel ze strak volgens een formule geschreven zijn. Er is al een standaard voor materiaal als dit, en hoewel CellOut zich best kan meten met het gros van de genregenoten, voor een standaard zetten is meer nodig. Veel meer.
File Under: Baby, Let The Good Times Roll
File Audio: [StorySpace]
File Video: [StoryTube]
File Spotify: [Shades Of White]
File: CellOut - Superstar Prototype
File Under: Standaard of doorsnee?
File Audio: [CellOutSpace]
Dum Dum Girls - Only In Dreams
Toen eerder dit jaar de EP He Gets Me High verscheen, was het al duidelijk: het komt helemaal goed met Dum Dum Girls. Eigenlijk had het best voor de hand gelegen als de Californische meidenband na het verrassende debuut I Will Be en het eindeloze toeren als een nachtkaars was uitgegaan, maar het tegenovergestelde is het geval. Vooral de zang van oprichtster en bandbrein Dee Dee klinkt strijdlustig en helder. Mooi om te horen hoe haar stem zich stapje voor stapje ontwikkelt. Vooral op een nummer als "Heartbeat" zingt ze de regels 'I don't know, where to go, to get away from this sorrow' op een manier waar Chrissy Hynde jaloers op zou zijn. De andere drie dames hebben dit keer iets meer te zeggen gehad bij de opnames en mochten zelfs een beetje meezingen, maar Dee Dee blijft degene die de nummers schrijft en grotendeels het geluid van de band bepaalt. De luchtige sixties-meidenpop blijft de hoofdmoot, zoals op de heerlijk aanstekelijke single "Bedroom Eyes", dat volgens Dee Dee overigens gaat over 'Love within the context of insomnia and separation, kinda my thing.' Toch verkennen de Dum Dum Girls ook duidelijk nieuwe terreinen. Opvallend is bijvoorbeeld het nummer "Coming Down" dat ruim zes minuten duurt en waarschijnlijk het traagste nummer is dat de Dum Dum Girls ooit opnamen. Opnieuw is de zang echt schitterend en laat Dee Dee zien dat ze nog tot veel meer in staat is dan wat we tot nu toe van de band gehoord hebben. Het mooiste wordt echter bewaard tot het einde, in de vorm van een fraai eerbetoon aan haar overleden moeder: "Hold Your Hand". De band laat met dit album op overtuigende wijze zien veel meer in huis te hebben dan alleen felle lippenstift en spannende panty's.
File Under: Groeiende girls
File Audio: [MySpace]
File Video: [Bedroom Eyes]
File Twitter: [Twitter]
The Pussywarmers - The Chronicles of The Pussywarmers
De titel van het nieuwe album van The Pussywarmers - nog steeds een van de meest bizarre bandnamen die ik ken - klinkt een stuk beschaafder dan hun vorige, My Pussy Belongs To Daddy. Maar geloof me, hun muziek is nog steeds geen toonbeeld van verfijning, chique omgangsvormen en keurigheid. Wat die kronieken uit de titel betreft, die lijken te slaan op de avonturen waar dit Italiaans sprekende vuilnisbakkenorkest uit Zwitserland zich aan bezondigd heeft. Of ze het zelf meegemaakt hebben valt uiteraard te betwijfelen, maar de overgave waarmee dit combo ze ten gehore brengt, zorgt ervoor dat je het graag wilt geloven. Liefdesverdriet van de ranzige soort, avonturen in donkere kroegen, gedrenkt in alcohol en Weltschmerz, dat zijn de ingrediënten waar de avonturen van The Pussywarmers van gemaakt zijn. Feestmuziek voor feesten waar je je ouders niet mee naar toe wilt nemen, ook al worden er polka’s en andere deuntjes uit vervlogen tijden gespeeld en klinkt er geen enkele overstuurde gitaar (wel fijne blazers). Het hoesje verwijst er al naar: de decadente jaren twintig en dertig, maar dan ver uit de buurt van alles wat naar de glamour uit die dagen verwijst.
File Under: Doorgezopen feesten van toen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Chanson d’Amour (Ce N’est Pas Pour Moi)]
Girls - Father, Son, Holy Ghost
Zo klinkt Girls dus als ze wél budget hebben voor het opnemen van een plaat. Het debuut van het tweetal, simpelweg Album genaamd, bevatte een verzameling liedjes waar je u tegen zegt. Om de volle schoonheid ervan te ontdekken moest de luisteraar zich een weg banen door een groezelige stofsluier van een tekortschietende cheapy productie en de (bewust) overdreven druilerig-verkouden stem van zanger/gitarist Christopher Owens. Maar met de briljante tussendoor-ep Broken Dreams Club was ik er al van overtuigd dat het goed zit met dit tweetal. Owens toont zich een ware, ambachtelijke songsmid en zijn bassende maatje Chet "JR" White heeft zich de kunst van het produceren eigen gemaakt. Het resultaat, Father, Son, Holy Ghost mag er zijn. Owens blijft een matige zanger, maar is over zijn verkoudheid heen en de evenwichtige productie is warm en glanzend, zonder het rafelige indiegeluid van Girls geweld aan te doen. Het album is een trip. Owens, die in zijn teksten zijn opmerkelijke verleden een plek geeft, steekt zijn liefde voor seventies glam-, westcoast- en folkrock niet onder stoelen of banken en opent met een trits gouden Arrow-rocksongs die zo de Top 2000 in kunnen. Met de opener "Honey Bunny" worden de glamrock-cliché's opnieuw gedefinieerd, "Alex" is het perfecte popnummer waar Teenage Fanclub al jarenlang tevergeefs naar op zoek is en in het machtige, op een diep paarse hardrockriff rollende "Die" stijgt Girls in het outro op in een meeslepend bombastische climax. Waar Album het tranentrekkende hoogtepunt kende in de song "Hellhole Ratrace", hebben we hier de track "Vomit" dat klein begint maar zich ontvouwt tot een goddelijk aan de hemelpoorten rammelend epos, inclusief gospelkoor en huilend orgel. Tjezus, wat een hoop moois, en dan zijn we nog maar op de helft! Maar het tweede, rustiger deel van het album, dat bij de dubbel-lp is geperst op maagdelijk wit vinyl, kent wat mindere momenten. De soul-pastiche "Love Like A River" kan amper gedragen worden door Owens magere stem en moet gered worden door een gospeldame. "Forgiveness" sleept zich stroperig en moeizaam voort. Het afsluitende miniatuurtje "Jamie Marie" is wonderschoon, maar vormt niet de grootse albumafsluiter die je op basis van het voorgaande misschien had mogen verwachten. Nee, het meesterwerk dat Girls in zich heeft, blijft bewaard tot een volgend album. Maar wat komen ze er al dichtbij. Father, Son, Holy Ghost is een bijna briljant muziekalbum met een tong in de wang; retro, maar met een ziel en zonder de kazige luchtjes. Ik reserveer alvast een plekje in mijn eindejaarslijst. Bovenin.
File Under: A Great Gig In The Sky
File Audio: [Vomit en Honey Bunny]
File Video: [Vomit]
File Twitter: [Christopher Owens]
Gotye - Making Mirrors
Bij het horen van de single "Somebody That I Used To Know" die door de mij onbekende Gotye uitgebracht werd, dacht ik dat er een gastrol was voor Sting. Bij het zien van de bijbehorende clip stelde ik dit bij naar dit is de zoon van Sting. Slimme jongen ben ik, en dat zonder maar iets van Gotye te weten. Ik zat er echter totaal naast, want achter Gotye zit Wouter de Backer, geboren in België en nu woonachtig in Australië. Gotye weet deskundig te meanderen tussen experiment en commercie. Dit doet de multi-instrumentalist o.a. door de inzet van elektronica. Waar ik hier vaak kriebels van krijg, zet hij dit echter nuttig in. De single is overigens niet maatgevend voor het hele album, Gotye tapt uit veel vaatjes. De eerste nummers van het album liggen nog wel in de lijn van de single, maar verderop volgt er meer experiment met invloeden uit de dub en soul. Evenknieën kun je zoeken van Peter Gabriel tot Beck. Twaalf tracks telt dit derde album van Gotye, en het gaat ongetwijfeld zijn doorbraak worden in Europa. Making Mirrors heeft mij ook te pakken, ik krijg er een goed humeur van en de liedjes gaan niet meer uit mijn hoofd. Got ye, inderdaad.
File Under: Tussen commercie en experiment
File Video: [Somebody That I Used To Know]



















































































