Sven Hammond Soul - The Apple Field
Ik houd van het geluid van Hammond-orgels. Helemaal als ze gebruikt worden om overheen te jakkeren, vind ik ze misschien zelfs nog wel gaver dan de gitaar. Daarom heb ik een zwak voor Green Hornet. Maar ook als je er braaf muziek op maakt, word ik er al snel blij van. Sven Hammond Soul valt dan ook bij mij prima in het pulletje. Op zijn derde cd The Apple Field laat bandleider Sven Figee zijn Hammond-orgel dan ook veelvuldig klinken. In het intro “Get It On” heb ik even de idee dat hij er zelfs voor gekozen heeft zijn orgels wat meer op minder orthodoxe manieren in te gaan zetten. Dit intro belooft dat namelijk op een bepaalde wijze wel met zijn vervreemdende klankenspel. Helaas voor mij (en gelukkig voor alle brave muziekluisteraars) gaat het nummer over in het een stuk bravere “Oh Woman” dat Ivan Peroti zingt. Niets mis mee, maar voor mijn gevoel is het netjes cruisen in de vijf met een snelheid van 110 km/uur op de middelste baan en op het juiste moment afremmen als een voorganger te dichtbij komt. Terwijl ik af en toe wat rare fratsen blief om het voor mij interessanter te maken. De basis is namelijk dik in orde op The Apple Field. Het is dan ook niet zo raar dat ik opveer bij de curieuze cover van Prodigy’s “Smack My Bitch Up”. Waarin het koperwerk lekker fel schalt en de orgels en gitaren je met gemak die rare snoeshaan van een Liam Howlett doen vergeten. Dat zijn de momenten dat ik op nog betere wijze geprikkeld wordt door Sven Figee en zijn mannen. Helemaal als vervolgens nadat de kruitdampen opgetrokken zijn in het afsluitende titelnummer de band ook nog laat horen op een mellow, bijna symfo-achtige, wijze me te kunnen overtuigen.
File Under: Push! Push!
File Audio: [MySpace]
Le Guess Who 2011: Zondag napret
De zondag besteed ik in dB's, waar de laatste festivaldag in het teken staat van punk, rock, bier, garage en noise.
Om te beginnen met de noise: het Britse Part Chimp opent de middag en doet dat zo verschroeiend hard dat het bloed uit de oren spat. Drie kwartier gierende noiserock van de bovenste plank waarbij de geluidsman een hele eenvoudige klus heeft: alle knoppen op tien. Dat daardoor de drums en de zang vrijwel wegvallen in het gitaargeweld doet niets af aan het feit dat Part Chimp een prima, afwisselende set speelt met uitstekende, stuwende songs als "Trad" van hun laatste album Thriller. Waarbij ook de verwarmingsbuizen aan het plafond het moeten ontgelden.
Lees verder..Le Guess Who 2011: Zaterdag napret
'We are Swearing At Motorists and you need us in your lives', bluft zanger/gitarist Dave Doughman in Tivoli De Helling. Het is nog vroeg op de avond en de halfvolle zaal grinnikt schuchter. Waarna hij weer een onnavolgbare hilarische anekdote begint te vertellen over Scandinaviërs en Twitter.
Lees verder..Le Guess Who 2011: Donderdag napret
Na vijf jaar is Le Guess Who? niet meer weg te denken uit het jaarlijkse aanbod van festivals (hoewel bedreigingen bestaan). Sterker nog, het menu dat ons elk jaar wordt voorgeschoteld lijkt steeds veelzijdiger en rijker te worden. Perfect voor de muzikale veelvraat. Stevige, voedzame maaltijden worden afgewisseld met lichte hapjes uit exotische keukens. Een uitgebreid buffet van oude en nieuwe muziek waar je van kunt snoepen zonder overvoerd te raken. Het is onmogelijk om alles te proeven op de acht locaties in de Utrechtse binnenstad en ook al kun je met de fiets vrij snel heen en weer, het dwingt de bezoeker tot het maken van onmogelijke keuzes en hier en daar een wilde gok.
Lees verder..The Bongolian - Bongos For Beatniks
Eigenlijk ligt het voor de hand: de opzwepende dreun van de big beat zonder enige sample, met een band en echte instrumenten uitvoeren. In plaats van die samples en gierende synthesizers gewoon een ouwe Hammond of ander retro-orgel gebruiken. Dan klinken die dansvloerkillers uit de eerste helft van de jaren negentig plotseling heel anders: de ene keer als een opgevoerde versie van exotica, muzak voor space age bachelor pads en de andere keer als uit de bocht gevlogen rhythm & blues of seventiesfunk. Hier en daar horen we nog een ravefluitje, een hartritmestoornissen veroorzakende break of andere vintage big beats realia. Al die van stal gehaalde anachronismen zorgen zowaar voor een bijzonder aardig album. Bongs For Beatniks van The Bongolian klinkt soms als de bastaardzonen van Booker-T & The MG’s, soms als een Chemical Brothers Orkestra-in-kleine-bezetting, en soms als een vernieuwde en instrumentale versie van Money Mark. Op één punt moeten ze een voorlopig nog niet te overtreffen achterstand goedmaken. Ze missen namelijk de briljante licks en liedjes van de eerste, de overdonderende aanwezigheid van de tweede act en het nonchalant virtuose van de derde. De dertien tracks zijn er wellicht drie teveel, maar dan houden we ook iets veelbelovends over.
File Under: Big Beats Bongo Fury
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [The Riviera Affair]
The Sisters Of Mercy - Ticketactie
Is toch ook best wel uniek, een tournee omdat je band dertig jaar bestaat, en in die dertig jaar zijn er slecht drie platen uitgebracht, waarvan de laatste, Vision Thing, in 1990 verscheen! Jazeker. The Sisters of Mercy bestaan alweer dertig jaar. Al zijn er van de oorspronkelijke Sisters nog maar twee kernleden over: Andrew Eldritch en Dr. Avalanche, de drumcomputer. In die dertig jaar zijn The Sisters of Mercy van wezenlijke invloed geweest op een heel scala aan bands en kenners noemen de single "Temple of Love" als het begin van de gothic rock. "Temple of Love", dat later nog opnieuw opgenomen is, maar dan met ondersteuning van Ofra Haza, zal ongetwijfeld gespeeld worden bij de concerten van The Sisters of Mercy in Tivoli (2 december) en de Oosterpoort (3 december), net zoals die andere grote hit "This Corrosion". En wellicht zelfs nog nieuwe nummers, want de laatste plaat mag dan van 1990 zijn, er wordt toch nog wel eens wat geschreven. Desalniettemin staat The Sisters of Mercy live nog steeds als een huis en mag File Under enkele setjes tickets weggeven voor het concert in Tivoli. En die kun je hier winnen.
Screw Houston, Start Screaming! - When Trumpets Fade
Het viel me gelijk op toen ik de cd van Screw Houston, Start Screaming! uit het fraaie digipack haalde: de band wordt maar liefst door zes verschillende labels op de locale markt aan de man gebracht. Da's best verwonderlijk en zie je niet vaak. Maar dat het met een hardcore band, zoals bij Screw Houston, Start Screaming! het geval is, gebeurt verbaast me minder. Dat is toch wel een ons-kent-ons-scene met in elk land wel een label dat de boel opjut. Het schept bij mij echter ook behoorlijke verwachtingen van wat ik zo te horen krijgen op When Trumpets Fade. Stiekem hoopte ik dat ik een band te horen kreeg met een frisse eigen smoel. Dat is Screw Houston, Start Screaming! helaas niet gelukt op deze debuut-cd. Maar dat is misschien wel meer mijn fout dan de hunne. An sich is er namelijk weinig mis met de negen tracks die langs komen in 24 minuten. De passie spat je speakers uit, daar heeft Walter Poppelaars goed voor gezorgd. Het zijn bovendien tracks die je na een of twee keer luisteren zo mee staat te blèren tot je schor bent en dat is ook zeker een pre. Erg prettig vind ik ook het gitaarwerk dat af en toe bijna classic rock is. En dat is best een compliment in een riff-je-rot-genre, want het geeft de band een goede basis aan melodieën om op los te gaan.
File Under: Scream for me Long Beach ehhh Houston
File Audio: [MySpace]
Melomanics - Melomanism
LCD Soundsystem ging vorig jaar uit elkaar en het Nederlandse Krach is nu al bijna een jaar bezig om dat stokje over te nemen. Maar daar hebben ze niet het patent op. De Melomanics waren namelijk al jaren eerder bezig, de stem van zanger Guido Schuurman heeft een prettige jaren '80-klank en ook de veel op Daft Punk (hiephoi) lijkende synthesizers van de Melomanics klinken net wat authentieker puntig en punkfunky. Op het eerste album uit 2007, The Grey Album, spatte de energie er ondanks aardige liedjes niet zo vanaf (check daarvoor de remixplaat Remixed), maar met deze ingrediënten en alléén maar dansbare basslijnen moet een band toch een Goose- of Yuksek-achtig reclamehitje kunnen scoren, zou je zeggen (is dat Krach eigenlijk überhaupt gelukt?). Maar dat doen de eigenwijze Melomanics dus juist niet. "Paranoid", dat pas vorige week een clip gekregen heeft, komt nog het meest in de buurt. De rest van het album bevat een Nederlandse en dus net wat gezochtere versie van The Rapture. Onder de deinende discofunk (zelf noemen ze het rock'n'tronics) schuilt ergens de weemoed van de experimentele muzikant, zoals de bandnaam, de tekst van "Lights Go Down" en wat keyboardlijntjes al suggereren. Op Discovery zette Daft Punk in 2001 een melancholisch tussennummer van een minuut, "Nightvision", dat The Twelves twee jaar terug alsnog verbouwden tot een onwaarschijnlijke discohit. Even dubbelzinnig voelt Melomanism op sommige nummers aan: in tegenstelling tot het fijne vorige album funkt alles dit keer lekker rechtdoor, maar nu ontbreken weer de echt goede liedjes. Wil de band nou wel of niet toegankelijk zijn? Met de huidige wisselingen in de bandbezetting moeten de Melomanics misschien maar de Hurts/Pet Shop Boys-weg op, en nog meer instrumenten weglaten om de overige melodie juist wat te kunnen overdrijven. Hmm... Misschien ook niet. Gelukkig valt er tot die tijd nog heel hard te dansen.
File Under: Bergen koebellen tegen de kantoorwaanzin
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Paranoid]
Lazuli - 4603 Battements
Dit is mijn duizendste stukje op File Under. Een aantal dat ik bij aanvang van mijn schrijfsels hier niet voor mogelijk had gehouden. Om het te vieren een recensie van een bijzondere plaat: Lazuli's 4603 Battements. Franse prog. Oui, du progue. Lazuli was overigens bijna opgedoekt, nadat in 2009 drie van de zes bandleden vertrokken. Uiteindelijk besloten de drie oerleden door te gaan met twee nieuwelingen. Opvallend detail: ze hebben geen bassist, maar nu wel een toetsenist/hoornist! Een bijzonder gezelschap, deels uit noodzaak. In 1986 raakte gitarist Claude Léonetti door een motorongeluk verlamd aan zijn linkerhand. De muziek opgeven was geen optie, dus ontwierp hij de LéOde, een instrument dat op een Chapmanstick lijkt en gekoppeld is aan een sampler en een MIDI-systeem. Het resulterende geluid houdt het midden tussen een elektrische gitaar en een synthesizer. De vele mogelijkheden meer worden enthousiast benut. Lazuli heeft daardoor in zijn geluid de nodige Arabische klanken zitten en besteedt daarnaast (nog) meer aandacht aan ritme dan andere progbands. Vandaar 4603 Battements, dat staat voor 4603 slagen, precies het aantal slagen van een metronoom die met dit album mee zou lopen. Het album begint en sluit dan ook met een metronoom. Opener "Je te laisse ce monde" (en ja, Frans is een uitstekende taal voor progrock) start met een bijna industrial vormgegeven ritme, maar is uiteindelijk opgebouwd als alle songs. Het begint steeds met een eenvoudige, maar uiterst effectieve melodieuze en ritmische basis en veelal ingehouden zang, waarna er allerlei smaakvolle details aan worden gehangen, met de bijzondere klank van de LéOde als rode draad. Lazuli verdient het om door alle progrockers gehoord te worden en niet alleen die in Frankrijk. Ik raakte in elk geval steeds meer verslingerd aan deze plaat en heb zo op de valreep een nieuwe nummer een voor mijn jaarlijstje.
File Under: 1000 Stucqis
File Audio: [Flashplayer]
My Brightest Diamond
Dan Haywood's New Hawks
Evangelista - In Animal Tongue
Carla Buzolich was de eerste niet-Canadese artiest die getekend werd door het Constellation-label van Godspeed!-frontman Efrim Menuck. Qua raarheid en eigenzinnigheid is de van oorsprong uit New York afkomstige zangeres daar prima op d’r plek. De eerste cd Evangelista verscheen nog onder haar eigen naam, voor de volgende adopteerde ze die albumnaam als projectnaam. Het lijkt er wel op alsof ze per album al maar eigengereider aan het worden is. Haar nieuwste cd In Animal Tongue laat horen dat ze haar geluid verder uitkleedt, waardoor de negen songs nog meer dan voorheen een spookachtig karakter krijgen. Luister maar eens naar "Enter The Prince", waar Buzolich over een vreemde bluesy gitaarpartij oreert alsof ze boven een heksenketel een gevaarlijk goedje staat te brouwen terwijl op de achtergrond, elders in het gebouw, koperpartijen als geesten ronddolen door de andere kamers. Het bezorgt mij in ieder geval een prettig ongemakkelijk gevoel. Dat het nog enger kan blijkt wel uit navolgende (en afsluitende nummer) "Hatching" waarin de instrumenten als een onstuimige groep hongerige hyena’s ongecontroleerd aan je oren beginnen te knagen totdat ze aan het einde bezwerend worden toegesproken door Buzolich die ze het zwijgen op legt. Het maakt In Animal Tongue geen cd die makkelijk te verteren zal zijn voor iedereen, maar wie het avontuur niet schuwt en wel liefhebber is van muziek die aanschuurt tegen het moeilijk doen om het moeilijk doen heeft aan In Animal Tongue een smakelijke hap.
File Under: Carla Buzovich doet niet aan hapklare brokken
File Audio: [Artificial Lamb]
My Brightest Diamond
Dan Haywood's New Hawks
Ed Laurie - Cathedral
Het was misschien niet helemaal eerlijk om bij het schrijven van dit stukje ter informatie en vergelijking Astral Weeks van Van Morrison nog eens op te zetten. De Britse singer-songwriter Ed Laurie verklaarde dat dit veel geroemde werk van Van The Man het uitgangspunt was van zijn cd Cathedral. Hij nam de plaat wegens budgettaire redenen op in een klein Italiaans dorpje in een lokaal theater met plaatselijke jazzmuzikanten die goed konden improviseren zodat de plaat snel klaar kon zijn. Dezelfde werkwijze als bij Astral Weeks dus. En dat is terug te horen op Cathedral. De songs zijn licht jazzy en klinken alsof ze in één take ingespeeld zijn. Rode draad op het album is het verhaal van Al. Ed Laurie zag op een muur van een kathedraal met graffiti geschreven staan: Still no sign of Al. Laurie vroeg zich af wie deze Al was, waarheen hij was gegaan en hoe hij daar was gekomen en hoe het hem vergaan was en verwerkte dit gegeven in de songs op Cathedral. Laurie's stem lijkt in de verte op die van David Byrne. Waar Van Morrisons stem op Astral Weeks door merg en been gaat doet die van Laurie dat op Cathedral van tijd tot tijd ook, alleen dan in de negatieve zin van het woord. Zijn stem raakt me nergens op de goede manier. In 'Side Of A Candle' zit hij zelfs tegen vals aan. En dat irriteert. Nu ben ik als liefhebber van melodieuze muziek niet echt weg van deze langgerekte, geïmproviseerde muziek. En daarbij kabbelen de songs wel erg voort en hoor ik nergens een echte uitschieter. Cathedral is het product geworden van een goed idee met een prima inspiratiebron met uiteindelijk een flets resultaat.
File Under: Voor het zingen de kerk uit
File Audio: [High Above Heartache en Spirit Of The Stairway]
File Video: [East Wind]
Week 47, 2011
Storm
Evangelista - In Animal Tongue
Ewie
Jonathan Wilson - Gentle Spirit
Ludo
Spinvis - Tot Ziens, Justine Keller
Gr.R.
Office of Future Plans - Office of Future Plans
Dennis
Sigur Rós - INNI
Ramon
SUUNS @ Le Guess Who, 26 november 2011
André
Lorrainville - You may never know what happiness is
Jasper
Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
Prikkie
The Aristocrats - The Aristocrats
Janineka
Deer Tick - Divine Providence
Stonehead
Fred Falke - Part IV
DubbelMono
Wooden Wand & The Briarwood Virgins - Briarwood
Campking
Odonis Odonis - Hollandaze
The Besnard Lakes
Swearing At Motorists
Rocketnumbernine
Swearing at Motorists
Wooden Wand & The Briarwood Virgins - Briarwood
James Jackson Toth is een bijzonder muzikant. Alsof er niet zoiets bestaat als marketing, verstandig omgaan met wat je opneemt en hoe je dat dan uitbrengt, lijkt het alsof hij maar wat doet. Handvol liedjes klaar? Opnemen en uitbrengen. Hoe? Ouderwetse cassette, cdr, vinyl, volwaardige cd, een compilatie hier, een verzamelaar daar. En als het even kan onder steeds een andere naam. Grosso modo is zijn favoriete terrein dat van de folk. Meestal is het de leipe variant die door geestverwanten als Devandra Barnhart en Akron/Family geëxploreerd wordt, maar voor Briarwood sloeg James Jackson Toth een andere weg in. Onder de naam Wooden Wand - eerder door hem gebruikt - nam hij negen southern rock-achtige tracks op, allemaal beheerst door slide gitaar, slepende solo’s en in een lofi-achtig idioom. Zodat de liedjes niet altijd even af klinken, het geluid hier en daar rammelt, maar elk idee toch mooi tot zijn recht komt. Niet alles beklijft, maar bijvoorbeeld opener "Winter in Kentucky" en "Big Mouth USA" moeten wel hoogtepunten zijn in ’s mans oeuvre. En als dat niet zo is, dan valt er nog een boel te ontdekken in de die enorme berg releases die James Jackson Toth de afgelopen jaren uitbracht.
File Under: Schatgraven
File Audio: [MySpace]
File Video: [Big Mout USA]
The Aristocrats - The Aristocrats
Enige tijd geleden kreeg ik via Spotify een tip toegestuurd van een oud-collega: "Sweaty Knockers" van The Aristocrats. Nou kende ik The Aristocrats wel als grap en als documentaire daarover, maar nog niet als band. Wat bleek? De band bestaat uit drie topmuzikanten die elkaar nog maar amper kenden. Bij een NAMM-show, dé muziekvakbeurs van Noord-Amerika, waren drummer Marco Minnemann (Paul Gilbert en eerder te bewonderen in een auditie voor Dream Theater) en bassist Bryan Beller (Mike Kenneally, Steve Vai) geboekt om samen met Greg Howe een clinic te geven. Howe bleek kort tevoren verhinderd en op aanraden van een fan vroeg Beller Guthrie Govan (Asia, GPS) als gitarist. Er werden songs uitgewisseld, mp3's heen en weer gestuurd en na slechts één repetitie was daar het optreden op de NAMM-show in januari van dit jaar. Dat beviel dermate goed dat tussen alle werkzaamheden door songs werden geschreven, die eind april in vijf dagen werden opgenomen. Het resultaat is een instrumentaal progressief metal-fusion-powertrio. Met de nadruk op fusion, dat wel. "Sweaty Knockers" mag dan vooral een goed in het gehoor liggende hogeschoolrocker zijn, het is eerlijk gezegd niet erg representatief voor het album. Dat wil niet zeggen dat er niet ongelooflijk veel te genieten valt op dit album. Van hard naar zacht, van snel naar langzaam, hoppend van stijl naar stijl - binnen hetzelfde nummer - kun je als liefhebber van instrumentale rock alleen maar een hele diepe buiging maken voor wat deze heren laten horen. Het resultaat is niet een album dat voor iedereen makkelijk wegluistert, maar het deel van het publiek waar dit album voor bedoeld is, zal likkebaardend naast de cd-speler zitten.
File Under: Rockadel, inderdaad
File Audio: [download "Sweaty Knockers" in ruil voor je e-mailadres]
Sand Snowman - The World's Not Worth It
Toen ik Sand Snowman live aan het werk zag tijdens de TF100 avond in Paradox viel me dat een beetje tegen. De fijne muziek die Gavan Kearney op zijn cd’s liet horen, kwam niet tot zijn recht met alleen maar gitaar en zang. Het bijzondere gevoel waarbij de details en mysterieuze lagen in zijn muziek die zich op Two Way Mirror langzaam prijs gaven ontbrak. Misschien dat dat in een bandsetting wel gelukt was, maar het zou zo maar kunnen zijn dat Sand Snowman typisch zo’n project is van een studiokluizenaar. Op zijn nieuwe cd The World’s Not Worth It verdrijft Kearney die wat mindere herinnering aan het liveoptreden namelijk binnen een vloek en een zucht uit mijn grijze massa. Gelijk bij “Samhain Rain - Arise” is er weer dat prettige gevoel dat er iets spannends gaat gebeuren de komende drie kwartier. De mix van psychedelische folk met snufjes progressieve rock en soundscapes zoals die op Two Way Mirror al waren te horen, worden heeft Kearney nog verder verfijnd. Daardoor drijf je in “Ice and Rainbows” zo een Tolkien-achtige adventure wereld in. Een wereld die zich geleidelijk in je hoofd moet vormen en waarbij de strijd tussen de piano (ijs?) en akoestische gitaar (regenbogen?) als basis dient voor een boeiend steekspel met steeds weer andere secondanten voor de hoofdrolspelers. Zo is elke song op The World’s Not Worth It een apart hoofdstuk met af en toe verrassende wendingen en semi-verrassende gasten. Zo zingt Steven Wilson mee in het fraaie “A Life Rehearsal”. Dat is overigens niet het hoogtepunt van de plaat. Dat vind ik het beklemmende mysterieuze “A Rebel’s Rulebuck” dat The World's Not Worth It afsluit. Het doet me verlangen naar méér verhalen uit de pen van Kearney.
File Under: Gekluisterd luisteren
File Audio: [MySpace][Ice And Rainbows]
The Beach Boys - Smile
Voor veel muziekliefhebbers is dit langverwachte album (uitgekomen zo’n 44 jaar na aankondiging!) van The Beach Boys een soort heilige graal. Het album dat het meesterwerk Pet Sounds zou doen verbleken is nu eindelijk af. Terwijl de creatieve spil Brian Wilson begon aan het componeren en opnemen van dit album waren zijn bandmaatjes vrolijk rond aan het toeren met de grote surfhits. Bij terugkomst in L.A. mochten de heren hun zangpartijtjes toevoegen maar dat leidde tot enige consternatie. De cryptische teksten van Van Dyke Parks, die door Brian was ingehuurd, bleken voor de anderen veel te ver te gaan. Bekend is dat na het lezen van tekstfragmenten als Columnated Ruins Domino Brian’s neef en leadzanger Mike Love hem toebeet “Don’t fuck with the formula Brian!”. Hoe dan ook, Brian raakte meer en meer geestelijk de weg kwijt, de sessies verliepen moeizamer en chaotischer en werden uiteindelijk nooit afgemaakt. Brian werd voor de buitenwereld een soort mythisch genie dat zijn meesterwerk nooit heeft kunnen voltooien.
Niet alles bleef in de kluizen liggen, singles als "Heroes and Villains" en de grootste Beach Boys hit ever "Good Vibrations" zijn natuurlijk bekend. Ook op latere albums kwamen fragmenten en halve songs uit deze Smile sessies voor. Zo werd sleutelnummer "Surf’s Up" in 1971 alsnog afgemaakt voor het gelijknamige album. In 2004 speelde Brian het hele originele album met zijn begeleidingsband tijdens een succesvolle tournee en nam het allemaal nog eens opnieuw op. Heerlijk voor de liefhebbers maar nog niet ‘the real thing’. En nu is die er dan eindelijk toch! Voor het eerst in lange tijd werkte Brian hiervoor samen met o.a. de nog levende Beach Boys. Brians broers Dennis (de drummer/ pianist die in de jaren zeventig tot briljante dingen kwam) en Carl (die van de engelachtige leadzang) zijn al weer jaren niet meer onder ons, maar neef Mike Love (nota bene de man die in ’67 de felste kritiek op het Smile materiaal had) en Al Jardine en Bruce Johnston hebben nog wat steentjes bijgedragen.
En? Is het het lange wachten waard geweest? Is het echt dat onbeschrijfelijk mooie meesterwerk dat definitief Wilson’s naam naast Gershwin, Bach en Mozart kan plaatsen? Voorop gesteld: het klinkt allemaal ronduit fantastisch. Alle instrumenten en vooral de goudkeeltjes van de boys vullen hier de kamer vol pracht en praal. Van de indrukwekkende opening met "Our Prayer" tot de superhit "Good Vibrations", langs alle experimenten vol orkestrale hoogstandjes, knipogen naar wereldmuziek en ragtime: het is een prachtige muzikale trip waarin de luisteraar wordt meegezogen. Maar toch begrijp ik ergens wel wat Mike Love indertijd bedoelde; het is geen makkelijke plaat vol lekkere popdeunen waar je moeiteloos de top 10 mee in schiet. Met andere woorden, geen hapklare brok hits. Fragmenten en melodieën komen steeds weer onverwacht terug en veel tracks zijn mooie sfeermelodieën zonder te beklijven. Juist dit maakt het een lastig album voor the Beach Boys. Het bejubelde Pet Sounds was geen commercieel succes en er moet gewoon geld verdiend worden, ook door the Beach Boys, dus dat er gemor ontstond door het ontbreken van pakkende hits is eigenlijk logisch. De hype rond deze release is natuurlijk ook wel ernstig overtrokken door pers en platenmaatschappij. De helft van het materiaal op dit album (en dan heb ik het niet over de vijf cd’s vol repetities en outtakes) is al jaren bekend en is dan ook gelijk het beste materiaal. Al met al zijn deze SMiLE sessions een heerlijke luistertrip door het hoofd van een muzikaal wonderkind als Brian Wilson, maar voor de beginners zou ik lekker Pet Sounds en een greatest hits album aanraden.
File: The Beach Boys - SmileFile Under: Eindelijk af!
File Video: An introduction to the SMiLE sessions
Fishbone - Crazy Glue
Tot mijn verbazing dateerde het laatste studio-album van Fishbone alweer uit 2006. Na vijf jaar zou je dan toch wat meer verwachten dan een EP. Het is echter bij zeven songs gebleven, verschenen ter gelegenheid van de recent uitgebrachten documentaire Everyday Sunshine - The Story Of Fishbone. Als je de EP hebt beluisterd, snap je waarom het bij zeven nummers is gebleven. Niet dat ze nou heel slecht zijn, maar ze lijden ernstig aan het "been there, done that"-syndroom. De meeste songs zijn uit de categorie hoempa en andere feestdeuntjes, al wordt in "Weed, Beer, Cigarettes" ouderwets tegen tabaksfabrikanten tekeergegaan. Prima songs voor optredens, maar van de zeven is er maar eentje waarvan ik denk dat die op lange termijn ook de setlist nog zal sieren, namelijk "DUI Friday". Fishbone op zijn best staat voor de combinatie van hoempa, ska, funk en metal, van feest en maatschappijkritiek, van vrolijkheid en rauwheid. Crazy Glue helt teveel over naar één kant en is daarom niet meer dan een aardig tussendoortje.
File Under: Aardig tussendoortje, maar ook niet meer dan dat
File Audio: [Flashplayer]
File Video: ["Crazy Glue"]
Megadeth - TH1RT3EN
TH1RT3EN is - niet bepaald verbazingwekkend - de titel van het dertiende Megadeth album, en de eerste sinds de reformatie van de band in 2005 met mede-oprichter Dave Ellefson weer op bas. Uiteindelijk blijft de grote man achter Megadeth natuurlijk Dave Mustaine: hij is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de muziek en teksten. Ook op TH1RT3EN wordt de heavy/trash-metal lijn doorgezet met een grote bak aan lekkere riffs en gierende solo’s. Tekstuele thema’s zijn onder andere facetten van criminaliteit, kritiek op het politieke regime en schoppen tegen de gevestigde orde maar Mustaine is her en der ook persoonlijker dan eerst. Verwacht geen poëtische hoogstandjes qua rijm(schema’s), dat zit er meestal niet in. Het venijn en de agressie is echter nog steeds aanwezig, zelfs nu de band al 28 jaar meedraait. Het vuur is duidelijk nog niet gedoofd, getuige tracks als ‘Sudden Death’, de tweede helft van het tegendraadse ‘New World Order’ of ‘Never Dead’ met verschillende fijne tempowisselingen. Laatstgenoemde track was al uitgebracht in een game met dezelfde titel; enkele andere tracks zijn al eerder uitgebracht als bonustrack, ‘Sudden Death’ is opgenomen voor Guitar Hero: Warriors of Rock. Hoewel het album dus niet volledig uit nieuw materiaal bestaat, voelt het niet alsof het materiaal lukraak bij elkaar geraapt is. Er zit een goede flow in en de meeste nummers groeien met enkele luisterbeurten. Geen heel grote verrassingen en niet de allerbeste plaat uit Megadeth’s oeuvre, wél een wereld van verschil met de laatste plaat van Mustaine’s oud-collega’s van Metallica.
File Under: Dave Mustaine en de zijnen kunnen het nog steeds
File Audio: [Myspace]
File Video: [Public Enemey No. 1]
File Twitter: [Megadeth]
Ólöf Arnalds - Ólöf Sings
Ik houd wel van artiesten die terwijl ze werken aan een nieuw album hun fans trakteren op een tussendoortje in de vorm van een EP. Dan is me het om het even of dat een idee geeft aan de richting waarop het nieuwe werk gaat of dat het bijvoorbeeld covers zijn zoals in het geval van deze EP van Ólöf Arnalds, Ólöf Sings. Als ze maar mijn honger als fan vullen. En fan ben ik zeker van Ólöf sinds ik haar ooit verwarde met familielid Olafur Arnalds en ze niet kwam naar Into The Great Wide Open in 2009. Dat maakte ze overigens helemaal goed met haar optreden op Eurosonic aan het begin van dit jaar. Muisstil was het in de bovenzaal van het Grand Theatre aan de Grote Markt. Ook de songs op deze EP zijn om in alle rust te luisteren. Ze covert in vijf songs vijf mannen en doet dat op wonderbaarlijk schone en ogenschijnlijk gemakkelijke wijze. Want je branden aan songs van Arthur Russell, Bruce Springsteen, Neil Diamond, Bob Dylan en Caetano Veloso ligt eerder voor de hand dan dat je met vlag en wimpel slaagt voor je proefwerk. Voor Arnalds lijkt het allemaal geen probleem. Al zal haar kenmerkende, scherpe stem misschien niet iedereen per se welgevallen. Ze behandelt de songs wel liefdevol en geeft er een eigen draai aan en stript ze tot kale luisterliedjes die het wachten op een opvolger van Innundir skinni vergemakkelijken.
File Under: Ólöf covert op fraaie wijze
File Audio: [MySpace]
Niels Guns - Memories Can't Wait: 40 Jaar Effenaar
Ik heb eigenlijk geen idee hoe vaak het voorkomt dat concertzalen, met name die buiten de Randstad, 40 jaar bestaan. De Effenaar, vlakbij het station van Eindhoven, is in elk geval zo'n zaal die het wel gered heeft. Inmiddels niet meer in het oorspronkelijke gebouw, dat in 2005 plat ging voor een prachtig nieuw gebouw. Voorheen had het gebouw ook een grote maatschappelijke functie, maar in de loop der tijd werden er steeds vaker concerten georganiseerd. En dan hebben we het niet over de minste namen. In de loop van de afgelopen 40 jaar speelden er o.a. Joy Division, Red Hot Chili Peppers, Pearl Jam, R.E.M., Elbow, Ramones en Pixies.
Niet zo gek dus dat het idee is ontstaan om een boek uit te geven over de 40-jarige geschiedenis van de Effenaar. Samengesteld door oud-Effenaarmedewerker Niels Guns en werkelijk prachtig ontworpen door Fabrique, bevat het boek interessante en bij vlagen hilarische terugblikken op de bijzondere artiesten die Eindhoven aan deden tijdens hun toer. Dat levert niet alleen een fraai tijdsbeeld op, maar ook geregeld een glimlach. Zoals bij de entry van R.E.M, die gaat over hun optreden in 1984 en waarvan de recensent bij de krant schrijft: 'REM is zeker een acceptabele middenmoter, die van tijd tot tijd weet te boeien, maar de lofzang van de Amerikaanse muziekpers is sterk overdreven.' Of wat te denken van de bijgevoegde krantenrecensie over het optreden van Pearl Jam in maart 1992, drie maanden voor hun legendarische Pinkpopconcert: 'De liedjes mogen misschien dan wel goed zijn, aan de manier waarop ze worden gebracht schort nog het een en ander. Daar zal verandering in moeten komen voor 8 juni van dit jaar, wil Pearl Jam op Pinkpop tenminste iets meer laten hangen in de hoofden van de luisteraars dan een monotone en lange piep.' Memories Can't Wait is niet alleen een prachtig boek voor mensen die een band hebben met Eindhoven of de Effenaar, maar voor elke muziekliefhebber die graag leest over zijn grote hobby. De buitenkant van deze bijzondere uitgave is door de speciale kleur op snee druktechniek geheel zwart. De titel op het omslag van dit collectors item is gedrukt met glow-in-the-dark inkt. Het boek is o.a. te koop via Lecturis Books.
File Under: Hilarische en heel bijzondere historie
Big Troubles - Romantic Comedy
Doodeng lijkt me dat. Je bent een beginnend bandje, speelt wat rammelende gitaarpop en plotseling zit je in de studio met de man die als producer zijn naam voor eeuwig heeft verbonden aan albums als R.E.M.'s Murmur en Pavement's Brighten the Corners. Het gebeurde met de band Big Troubles uit New Jersey. Zij mochten hun tweede plaat opnemen met producer Mitch Easter. Durf je zo'n man tegen te spreken? Zou hij nog leuke anekdotes over Michael Stipe willen vertellen? Probeert hij de zang niet teveel richting Malkmus te duwen? Bij beluistering van Romantic Comedy valt er eigenlijk niets Mitchiaans te ontdekken. Big Troubles maakt heerlijk in het gehoor liggende melodieuze gitaarpop die vooral doet denken aan Teenage Fanclub en het rustigere werk van Smashing Pumpkins. Het album heeft een onmiskenbare jaren-negentig-sound en klinkt zo typisch Brits dat het eigenlijk alleen maar door Amerikanen gemaakt kan zijn. Op Twitter noemt de band zichzelf 'New Jersey's Naughtiest Boys' maar eigenlijk is Romantic Comedy vooral een keurige indieplaat met een bijzonder herkenbare sound en daardoor te weinig spanning. Misschien volgende keer toch maar een producer kiezen die wat meer in deze eeuw leeft?
File Under: Weinig-aan-de-hand-muziek
File Audio: [MySpace]
File Video: [She Smiles for Pictures]
File Twitter: [Twitter]
A Winged Victory For The Sullen - A Winged Victory For The Sullen
Stars Of The Lid mag dan al een tijdje niets van zich hebben laten horen, de leden van deze grootmeesters zijn gelukkig individueel nog wel in de weer. Zo dook Adam Wiltzie eerder dit jaar op bij de derde cd van Chantal Acdas Sleepingdog en vormt hij nu samen met melancholiekoning Dustin O’Halloran A Winged Victory For The Sullen. Dat vormt hun gezamenlijke troostborst. Voor het stuklopen van hun beider relaties en het verwerken van de rouw om de zelfmoord van Mark Linkous met wie beiden goed bevriend waren. Dat maakt ook gelijk duidelijk hoe de zeven tracks klinken die in de drie kwartier die het album duurt langskomen: de weemoed straalt er aan alle kanten af. Met een songtitel als “A Symphonie Pathetique” zou je kunnen verwachten dat de twee zelfs over het randje zouden gaan. Niets is minder waar. Wat wel waar is dat de beste momenten op deze debuutplaat zijn waarin er plek is voor zowel het pianospel van O’Halloran als voor de serene klanken waar Adam Wiltzie me het brein achter lijkt. Wanneer er balans is tussen die twee, dan is A Winged Victory For The Sullen fenomenaal. Nu suggereer ik bijna dat de andere momenten wat gewoontjes zijn, maar dat is niet zo. Dat komt denk ik doordat de Ogenschijnlijk zijn eenvoudig. Maar pianospelen op een verfijnd minimalistische manier zoals O’Halloran doet is geen sinecure, laat staan dat combineren met orkestrale arrangementen die sober en doeltreffend zijn. Neem alleen al de openingsminuut van “We Played Some Open Chords And Rejoiced, For The Earth Had Circled The Sun Yet Another Year” waarin de twee me met een paar noten in de goede gemoedstoestand brengen. Om me vervolgens drie kwartier lang te leiden langs prachtig schoon. Een reis om eindeloos het te beleven.
File Under: Sobere schoonheid
File Audio: Steep Hills Of Vidocin Tears[MySpace]
Danko Jones
De rockmachine Danko Jones stond de laatste drie jaar maar liefst vijftien maal in Nederland geprogrammeerd. De energieke frontman beweerde in 2011 een kleine tourpauze ingelast te hebben, waarbij eigenlijk helemaal geen tourplannen gemaakt moesten worden, maar de band belandde alsnog op Paaspop in Schijndel. En dat Danko Jones nog niet door Nederland is uitgekauwd, bewijst het feit dat de band het Masters of Rock-podium mocht headlinen en hiermee het paasfestival afsloot. De komende weken is hij wederom drie keer in Nederland te vinden voor optredens. Hoezo toersabbatical?
Lees verder..Kate Bush - 50 Words for Snow
Ik heb het helemaal gehad met de wereld om me heen. Somber en verlaten zit ik in een lege kamer. Voor me ligt een klein boekje dat mijn aandacht trekt. 'Open mij, dan laat ik je de wereld anders zien', lijkt het te zeggen. Als ik dat na enig aarzelen doe - ik ben tenslotte eerder teleurgesteld door dergelijke beloftes - zie ik prachtige zwart-wit foto's van sober belichte sneeuwsculpturen. In het boekje steekt ook een zilverkleurig schijfje. Als ik dat schijfje laat ronddraaien blijkt het een poort naar een wereld waarin sneeuw de verbindende factor is. Een wereld waar niets is wat het op eerste gezicht lijkt. Een sneeuwvlok valt zijn einde tegemoet en blijkt daarmee een symbool van vergankelijkheid. Een dode vrouw rijst op uit een ijskoud meer om op zoek te gaan naar haar verloren hond. Een tweede vrouw verhaalt van haar erotische avonturen met een sneeuwman, smeltend in haar bed na een nacht van intense kou en passie. Een yeti wordt beschermd door bergbeklimmers, twee geliefden raken elkaar constant kwijt in de eeuwigheid, er wordt meedogenloos tot 50 geteld temidden van een gure sneeuwstorm, en in het achtergebleven sneeuwlandschap blijken engelen dichterbij dan we willen beseffen. De prachtige, hypnotiserende vrouwenstem die me deze alternatieve werkelijkheden toefluistert doet verdriet én hoop in me opwellen. Het is een wereld waar ik geen afscheid meer van wil nemen. Maar niets duurt eeuwig; het schijfje stopt met draaien, ik verlaat haar wereld en stap met hernieuwde kracht terug mijn woonkamer in. Het boekje is inmiddels op de grond gevallen en ligt in een kleine plas; tranen van gesmolten sneeuw.
File Under: Weergaloze verstilling
File Audio: [Lake Tahoe (gedeelte)]
The Devil's Blood - The Thousandfold Epicentre
11.11.11 is niet alleen de dag van Sint Maarten en de start van het carnavalsseizoen, maar ook de datum dat de tweede plaat van het Eindhovense The Devil’s Blood uitkomt. Anders dan de naam wellicht doet vermoeden, maakt deze band eigenlijk heel toegankelijke hardrock met een occult tintje en een snufje jaren ’70. Tijdens hun optredens - correctie: rituelen - wordt de sfeer mede bepaald door kaarsen, wierook en met dierenbloed besmeurde muzikanten en zangeres, elementen die tijdens het schrijven van dit stukje ontbraken. Puur aan de hand van de muziek weet The Devil’s Blood op The Thousandfold Epicentre echter ook goed een broeierige sfeer neer te zetten, met name op de titeltrack en “On The Wings Of Gloria”. Deze nummers, met een duur van negen respectievelijk zeven minuten toch niet de kortste, voeren je mee en houden de spanning er in. Helaas weet de groep dat niet het hele album te bewerkstelligen. Met ongeveer 75 minuten op de teller is het ook wel een pittige kluif, maar toch is het jammer dat er sprake is van golfbewegingen in het grijpen van de aandacht. Zeker om dan nog eens te eindigen met een slotnummer van 15 minuten is iets te veel gevraagd. Live leidt dit wellicht tot een trance, maar tien (!) minuten de tijd nemen om te komen tot het geluidsniveau van de track ervoor en dán pas echt de spanning opbouwen is een beetje too much. Voor het overige een prima partij gitaarrock die je ook met bezoek kunt aanzetten.
File Under: Met bloed besmeurde toegankelijke occultrock
File Audio: [Myspace]
File Video: [The Thousandfold Epicentre art teaser]
Magnum - Evolution
Hun laatste album The Visitation is nog niet zo lang uit, maar laat het maar aan een platenmaatschappij over om een aanleiding te vinden voor een verzamelaar. Die was dan ook snel gevonden: Magnum werd tien jaar geleden opnieuw opgericht en is die tien jaar ook verbonden geweest aan SPV. Nou ja, best. Per slot van rekening hebben ze in die tijd vijf prima albums uitgebracht. De titel Evolution suggereert echter meer dan het is. Behalve dat Magnums ontwikkeling vooral een kwestie van details is, zowel qua stijl als qua productie, hebben ze de songs ook nog eens bewerkt voor deze verzamelaar. Niet de gebruikelijke remastering, niet een lichte remix, er zijn verschillende partijen opnieuw opgenomen. Niet de hele songs, zoals Uriah Heep dat deed bij Celebration, maar de baspartijen en/of de drumpartijen en/of de gitaarpartijen en/of een deel van de zang. Een wat vreemde, halfslachtige benadering als je het mij vraagt. Dat laat onverlet dat de tien bewerkte songs (nog steeds) klinken als een klok. Daarnaast zijn er twee nieuwe songs te vinden: "The Fall" en "Do You Know Who You Are?", allebei prima mid-tempo rockers volgens Magnumrecept, maar zoals te verwachten niet de beste nummers van het album. Feit blijft dat een verzamelaar van de afgelopen tien jaar Magnum eigenlijk geen slecht album op zou kunnen leveren. Dat doet het dan ook niet.
File Under: Per definitie onvolledige, maar mooie semi-verzamelaar
Stereo MC's - Emperor Nightingale
Ik ben al een tijdje fan van de manga Bakuman. Als u even onthoudt dat 'manga' gewoon het Japanse woord voor stripverhaal is, is het een manga over het maken van manga. Twee 18-jarige jongens besluiten hun studie te verruilen voor een baan in de Japanse stripverhalen-industrie, en dat blijkt veel minder romantisch te zijn dan het leek toen ze beiden verslingerd waren aan andermans werk. Bakuman is zo goed omdat de tekenaar en de scenarist samen al een gigantisch ander succes op hun naam hebben staan, Death Note. Ze weten dus hoe het werkt in het wereldje, en dat wordt in 'opvolger' Bakuman niet verbloemd. Een van de toestanden waar de jongens in verzeild raken, is dat ze een manager krijgen die koste wat kost wil dat er grappige verhalen geschreven worden, niet zozeer spannende of inhoudelijke. Net zoiets moet er met de achtste plaat van de Stereo MC´s gebeurd zijn. Weg zijn funk en rap, de groep is het elektronische pop-pad op gegaan. Er zitten wat pompende singles tussen, zoals "Tales", dat zijn pianolijn regelrecht van de Utah Saints gejat heeft, maar echt goede liedjes zijn het niet. De liedjes voelen niet zozeer geforceerd aan, slecht is het niet, maar veel bijzonders is het net zo min. Wat waarschijnlijk had moeten klinken als een nieuwe Gorillaz-plaat, is hier op zijn best het minste Basement Jaxx-werk. Bovendien nodigt dit resultaat ook niet uit om eerdere Stereo MC's-platen weer eens uit de kast te trekken. Misschien is dat het probleem wel. Het genre dat de Stereo MC's het liefst en het best maakten, is gewoon uit de tijd. Ga daar maar eens aanstaan als manager.
File Under: Formulematig
File Video: [Tales][Boy (met Jamie Cullum)]
Crossing Border: Napret
Crossing Border kwam dit jaar weer met een eclectisch muziekaanbod. De vrijdag stond in het teken van grote namen als dEUS, Gavin Friday en St. Vincent, terwijl zaterdag meer een ontdekkingstocht ging worden. Ik prefereer het tweede: minder druk en daardoor geen angst regelmatig aan te sluiten bij een lange rij. Vorig jaar - terwijl The National optrad in de Buchanan - stond er een jongen achter me die overwoog ter plekke in zijn lege bierbekertje te urineren. Ik keek om en schudde mijn hoofd: daar komt niets van in, jongeman. Gelukkig is het qua programmering ditmaal wat eerlijker verdeeld: de kans dat een band van het niveau The Walkmen voor slechts tien man speelt acht ik klein. Maar de dilemma’s worden nu des te groter. dEUS, St. Vincent, Josh T. Pearson of Gavin Friday? De pijnlijke keuze tussen deze vier heldenbands viel uiteindelijk op St. Vincent.
Lees verder..Susanne Sundfør
Zonder A-Ha had ik waarschijnlijk nooit op het bankje achter Paradiso gezeten met de Noorse zangeres Susanne Sundfør. Nadat ze in 2008 al de Noorse popprijs (Spellemannprisen) had gewonnen, ontving ze in 2010 uit handen van Morten Harket een cheque ter waarde van 1 miljoen Noorse kroon (zo'n 130.000 euro). Ons gesprek begint dan ook al snel met een vraagje over deze bekende landgenoten.
Vond je A-Ha al goed voordat je die cheque van ze kreeg?
[Met gespeelde verontwaardiging] Wat bedoel je? Dat ik net doe alsof ik hun muziek goed vind omdat ik geld van ze heb gekregen? Om eerlijk te zijn heb ik mijn eerste platen van A-Ha pas vorig jaar gekocht. Mijn vader maakte vroeger wel verzameltapes voor me met daarop Cat Stevens, The Beatles en ook A-Ha, dus ik kende ze wel al een beetje. Ze zijn in Noorwegen grote sterren en worden door de meeste mensen gerespecteerd voor wat ze hebben bereikt. En wat A-Ha voor nieuwe artiesten doet is heel belangrijk, zeker nu er zo weinig geld beschikbaar is voor beginnende muzikanten om ook buiten de grenzen iets te doen.
Coeur de Pirate - Blonde
‘Iedere artiest heeft een break-up plaat in zich. Dit is de mijne’, aldus de 22-jarige Béatrice Martin, alias Coeur de Pirate. Haar tweede album Blonde hoort samen met Adele’s 21, Nicole Atkins’ Mondo Amore en Amy LaVere’s Stranger Me tot de mooiste hartebreekplaten van het jaar. Wat Béatrice gemeen heeft met de andere dames is dat ze daarbij muzikaal een flink eind terugkeek. Ze vissen soms in dezelfde vijver: de meiden houden van aanzwellende strijkers in hun liedjes, dramatische piano-akkoorden, country en een flinke lik sixtiespop. Op haar debuut uit 2008 werd tienerleed op hartstochtelijke wijze in muziek gevat, aangedreven door piano en ook toen al met de nodige Americana-invloeden. Gelijk werd duidelijk dat de blonde Martin, met haar engelachtige uitstraling en haar imposante tatoeages, een enorm talent was. Zeshonderdduizend keer ging haar debuut over de toonbank, in Frankrijk en thuisland Canada won ze er terecht belangrijke muziekprijzen voor. Er zijn oudere artiesten die bezwijken onder minder druk als er dan een opvolger moet worden gemaakt, maar niet Martin. Van Armistice, een Engelstalig uitstapje met Bedouin Soundclash-zanger (en ex-vriendje) Jay Malinowski en leden van Mariachi El Bronx, is de sfeervolle, filmische country-rock als invloed gebleven. Alle teksten zijn in het Frans, zoals op haar debuut. Haar liedjes gaan, als gezegd, over ex-vriendjes en stukgelopen relaties in bredere zin. Waarbij Martin in haar rol als zangeres, maar wie weet ook in het echt, zowel bedrogen wordt maar ook de bedrieger is. Blonde, de titel van de plaat, slaat zowel op haar haarkleur als misvattingen over blondines. In het Frans betekent ‘blonde’ ook ‘vriendin’. Wie geen Frans verstaat, en veel van haar fans doen dat niet of nauwelijks, begrijpt trouwens ook zo wel dat eerste single Adieu een afscheidsliedje is, dat in het schitterend gearrangeerde hoogtepunt "Place de la Republique" een monumentje wordt opgericht over eenzaamheid en dat "Ava", waarin Martin hulp krijgt van koperblazer Colin Stetson, een heerlijke sixtiespop-pastiche is. De liedjes duren kort, meestal tweeënhalve minuut, de ideale popsingle-lengte. Ze zitten vernuftig in elkaar, ze verraden ambachtelijk talent en zijn volkomen geloofwaardig. Zoveel flair, zulke geweldige muziek, een stem zo zacht dat je erop zou kunnen slapen: Beatrice is een blonde blijver.
File Under: Plaat van het jaar
File Audio: [Blonde]
File Video: [Adieu]
Week 46, 2011
Storm
A Winged Victory For The Sullen - A Winged Victory For The Sullen
Ewie
Gavin Friday @ Crossing Border / Dan Mangan - Oh Fortune
Ludo
Nick Lowe - The Old Magic
Gr.R.
Wye Oak @ Crossing Border
André
Amy LaVere @ Crossing Border / The Saturdays - On Your Radar
Jasper
Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
Prikkie
The Answer - Revival SE
Janineka
Feist - Metals
Campking
Odonis Odonis - Hollandaze
Dennis
Sigur Rós - INNI
Fastway - Eat Dog Eat
Lang, lang geleden zat "Fast Eddie" Clarke in Motörhead. Maar hij was wel de gitarist van dienst op Ace Of Spades en is alleen al om die reden een legendarische gitarist. Na zijn vertrek uit Motörhead begon hij de band Fastway, samen met ex-UFO-bassist Pete Way - die overigens vrijwel direct weer afscheid nam. Het eerste album verscheen in 1983. Nu, bijna dertig jaar later, is het tijd voor album nummer vijf. Dit is het eerste materiaal met zanger Toby Jepson (Dio's Disciples, ex-Little Angels, inmiddels toch al bijna vijf jaar in de band), terwijl het trio wordt volgemaakt door drummer Matt Eldridge. Verwacht geen Motörhead-kopie, want dat is Fastway nog nooit geweest en dat heeft Clarke heel verstandig ook nooit geprobeerd. Wat Fastway wel is, is een bluesgeörienteerde classic rockband. Zou ik er een naam aan moeten hangen, dan komt het waarschijnlijk toch nog steeds het dichtst in de buurt van UFO. Luister maar eens naar "Deliver Me" en je begrijpt wel waarom. Dat Pete Way feitelijk geen invloed heeft gehad, heeft voor de richting van de band weinig uitgemaakt. Clarke's spel uit de Motörheadjaren is regelmatig herkenbaar, maar de nadruk ligt op de veelal mid-tempo riffs die logischerwijs het geluid meer moeten opvullen dan bij Motörhead het geval was. En daar is niets mis mee. Integendeel, Clarke en Jepson hebben een tiental heerlijke rocksongs geschreven waarin ongegeneerd ongecompliceerde rock van de jaren zeventig en tachtig te horen is. Maar o wat is het lekker. Een nieuw anthem zit er niet tussen, maar het niveau is constant hoog. Ouderwets? Och, vooral ouderwets lékker.
File Under: Ouderwets lekker
Trevor Moss & Hannah-Lou
Monument Valley
Laura Marling
Feist - Metals
Toen James Blake eerder dit jaar een hit had met zijn uitvoering van "The Limit To Your Love" ben ik gaan zoeken van wie hij dit mooie liedje gecoverd had. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese Leslie Feist, haar album The Reminder heb ik vervolgens veel gedraaid. Het bevat mooie en nèt even wat andere popliedjes en het zorgde voor haar doorbraak bij een groter publiek. Over opvolger Metals heeft ze vier jaar gedaan en daarop gooit ze het over een hele andere boeg. Weg zijn de vrolijkheid en toegankelijkheid van The Reminder, de songs op Metals zijn sober en donker. Het tempo is laag en de sfeer kaal en somber met veel ruimte voor de prachtige stem van Feist, verfraaid met gospelachtige koortjes en blazers en strijkers. Het heeft mij drie luisterbeurten gekost voordat ik hoorde wat een mooie cd Metals is. De teksten gaan over verlies en vertwijfeling maar daar zet Feist berusting tegenover, waardoor het geen depressief geheel geworden is, maar een verslag van een persoonlijke zoektocht die door dalen ging maar een positief resultaat heeft. In "Caught A Long Wind" zingt ze 'I caught a long wind, a long life wind'. Het is te prijzen dat Feist na het commerciële succes van The Reminder niet op dezelfde voet is doorgegaan maar trouw is gebleven aan zichzelf. Dat heeft een gepassioneerd album opgeleverd dat haar schoonheid langzaam aan je openbaart. Neem er de tijd voor!
File Under: Eigenzinnige melancholie
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [The Bad In Each Other]
Frank Turner & The Sleeping Souls
Paley & Francis - Paley & Francis
Paleys volledige naam is Reid Paley. Hij is Amerikaan en was in de jaren tachtig voorman van post-punk-bluesband The Five. Dat zal weinigen doen opveren. Dat is waarschijnlijk anders bij die andere naam, Francis. Francis´ volledige naam is Charles Michael Kittridge Thompson IV, maar hij is beter bekend als Black Francis of Frank Black. Inderdaad, die van de Pixies. Terwijl wat mij betreft eigenlijk de vraag is of deze geweldige band ooit nog weer met een album met nieuwe nummers komt aanzetten, maakt Francis zich kennelijk druk om andere zaken. Zo was er dit jaar al een solo-album uit en nu dus de samenwerking met Paley. Het is typisch zo´n album dat ze pas met het verstrijken van de jaren durven te maken. Een beetje country, beetje folk en een vreemd randje waar ze in hun jonge jaren patent op hadden, maar vooral net wat teveel belegen. Qua uitvoering is het niet anders: het is alsof ze inmiddels overgestapt zijn van een stoere motor naar een elektrische fiets. Een enkel liedje is nog wel te pruimen, maar een heel album is teveel van het goede. Snel vergeten dit album en weer teruggrijpen naar vroeger. Vroeger was het écht beter.
File Under: Jong geleerd, maar liever nooit gedaan
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Praise][Ugly Life]
File Twitter: [Paley&Francis Tweets]
Dry The River - Weights & Measures EP
Hoe zou dat gaan bij zo’n band? Dat alle leden credits krijgen voor de compositie snap ik nog wel, maar ook de teksten worden volgens het hoesje geschreven door zowel Peter Liddle, als door Scott Miller, Matthew Taylor, John Warren en William Harvey. Een fijn kringgesprek waarin ieder een regel voor zijn rekening neemt? Het zou zowaar nog passen ook bij de poppy folk-met-grote-gebaren waar Dry The River zo goed in is. Net als Mumford & Sons, inderdaad. Met dit verschil dat Dry The River zich nog moet bewijzen. De overigens fijne single 'No Rest' verwijst wel heel erg opzichtig naar de band van Marcus Mumford, maar hun EP Weights & Measures laat gelukkig ook een andere kant horen. De vier nummers zijn al begin dit jaar uitgekomen en met optredens op onder meer London Calling en Lowlands achter de rug zouden ze hier ook zomaar door kunnen breken.. Hoogtepunt van de vier tracks is 'Bible Belt (Field Recording'), waar Dry The River laat horen haar klassiekers te kennen. De meer recente. (had ik Fleet Foxes al genoemd?), maar ook die uit voorbije decennia.
File Under: Er verschijnen mooie dingen aan de randen van de bombast
File Audio: [MySpace]
File Video: [Bible Belt]
Trillium - Alloy
Wie het middelpunt van Trillium is, is wel duidelijk als je de website bezoekt. Dat is namelijk gewoon de site van Amanda Somerville. Niettemin zijn haar belangrijkste compadres niet de minsten, namelijk Sascha Paeth (Avantasia) en Sander Gommans (HDK, ex-After Forever). Gedrieën schreven ze de songs en namen ze het leeuwendeel van de instrumenten voor hun rekening. Daarbij zijn de songs in de eerste plaats geschreven om de stem van Somerville goed te laten uitkomen. Terecht, want de dame heeft een krachtige stem met een klassieke inslag. Geen sprookjesmetalstem, maar een heldere rockstem. Overigens tekent die wel dit album, want het draait in de eerste plaats om de zangpartijen. Dat neemt niet weg dat dit verder ook een knap gemaakt album is. Paeth en Gommans hebben er bepaald niet voor spek en bonen bijgezeten. Er valt ook instrumentaal genoeg te genieten. De composities en instrumentatie hebben klasse, met de nodige spannende momenten als daar de ruimte voor is. Bovendien is Alloy bepaald geen poprockalbum. De productie is heavy en zit vol dynamiek en bombast, zodat dit album Somerville meer dan ooit in de metalhoek brengt. Dát ze goed kon zingen wist ik al, maar eerlijk is eerlijk, ik ben verrast door haar veelzijdigheid op dit album. Halverwege zorgt "Scream It", een duet met Jorn Lande met een prachtig orkestraal intro, voor een mooie onderbreking. Somerville laat zien en horen zich thuis te voelen op dit nieuwe pad.
File Under: De afslag naar Metal City
File Video: ["Coward"]
Jane's Addiction - The Great Escape Artist
Soms valt bij mij het kwartje laat. Dat kan diverse redenen hebben. Ik heb het niet zo op hypes, dus wil een gehypte plaat nog wel eens een tijdje negeren. Maar soms hoor ik in eerste instantie iets niet in de muziek, wat ik later wel hoor. Kan een kwestie van acquired taste zijn, maar soms staat je hoofd niet naar een bepaalde plaat. In het geval van Jane’s Addictions Ritual de lo Habitual was het een combinatie van alle drie. Mijn huisgenoten gingen plat voor die plaat en band, ze gingen zelfs naar een Neil Young-concert waar Jane’s Addiction in het voorprogramma speelde om na het derde nummer van Young te verdwijnen en mijn kop stond er toen even niet naar. Maar omdat ik die plaat zo vaak door het huis hoorde schallen, is er wel wat blijven hangen. Vooral "Been Caught Stealing" was een nummer dat in mijn kop bleef hangen, mede door de absurde clip. Het bericht dat er een nieuwe Jane’s Addiction aankwam deed me nu dus wel opveren, want nu stond mijn hoofd er wel naar. En gelukkig maar, want wat een plaat. De band keert terug naar het geluid van Nothing Shocked en Ritual de lo Habitual, maar klinkt toch opvallend fris. Wellicht is dat de bijdrage van TV on the Radio’s David Sitek en door het opvallende gitaarwerk van Dave Navarro. Maar het klinkt vooral alsof Perry Farrell weer eens een echt Jane’s Addiction wilde maken. Geen pogingen om de klappers naar de kroon te steken, maar gewoon tien nummers zonder echte uitschieters naar boven en naar beneden. En soms heb je dat gewoon even nodig, zo’n degelijk potje gitaarherrie. Puike plaat!
File Under: Dat heeft een mens gewoon even nodig…
File Audio: [MySpace]
Siskiyou - Keep Away The Dead
Van die rare dingen die je je ontdekt als je je fantasie zijn gang laat gaan, maar toch nog wat fact checking doet of in ieder geval je duimzuigerij zou kunnen: Neil Young heeft achter zijn huis een grote hal gebouwd die in gebruik is om alleen maar in te spelen met modeltreinen. Huh? Inderdaad, huh. Hoe ik er kwam? Ik zocht even op of het mogelijk zou zijn dat Neil Young’s kinderen al kinderen konden hebben en nu samen in een Canadees bandje zouden kunnen opdekken. Het zou kunnen, in theorie, maar niet van de zonen van Young, die beide behoorlijk gehandicapt zijn. Het stemde me treurig en dan is deze tweede cd van Siskiyou eigenlijk een prima plaat om te draaien. Keep Away The Dead verdrijft de doden namelijk niet door vrolijke deuntjes te componeren, maar door een duistere mix van folk en country over je uit te gieten in de het kleine half uurtje dat het album doet. Waaronder "Revolution Blues", een cover Neil Young die dus mijn fantasie triggerde. Was Siskiyou bij het debuut nog een duo, bij deze tweede schuiven er twee nieuwe leden aan bij de band van Colin Huebert (ooit drummer bij Great Lake Swimmers) en Erik Arnesen (nog steeds een Great Lake Swimmer).De sfeer blijft nog even donker als op het debuut. Met dus veelvuldig die herinnering aan Neil Young oproepend. Al kun je - logischerwijs - Bonnie "Prince" Billy of een Woven Hand ook best van stal halen. De schmertz voert dus duidelijk de boventoon in de tien liedjes. Zelfs als ze blazers er bij betrekken, zoals in "Twigs en Stones", zorgen deze, ondanks dat het tempo op dat moment wat omhoog en de song uiteindelijk bijna laten ontsporen, gaat in mineur. Maar wel pure pracht. Net zoals het lap steel werk in "Dear Old Friend", dat de song een nog sterker weemoedig karakter geeft dan de song kaal al in zich heeft.
File Under: Prachtige weemoed opwekkers.
File Audio: [Dead Right Now]
File Video: [Never Ever Ever Ever Again]
Customs - Harlequins of Love
Je ziet het er al aan hoe ze huizen bouwen: Belgen hebben stijl. Ook al is dat dan de stijl van het niet hebben van een stijl. Was de eerste Customs-plaat Enter the Characters nog een samenhangend stel Interpol/Editors/Moke-achtige snelle gitaarnummers, dit keer maakt het viertal uit de streek rond Leuven er een zooitje van. Er worden allerlei andere jaren '80-bands geïmiteerd, eventueel met orgeltjes en al. Het gloedvolle titelnummer "Harlequins of Love" is het duidelijkst een The Cure-doorslagje, het mooie "Toupee" kan zo op VH1 maar er zit ook gewoon een Elvis Costello-achtig nummer tussen ("Minuet for a Gentleman"). In "Samstag, In Lido" zet Customs zelfs een soort cover van zichzelf neer (of ligt dat gewoon aan mij, dat ik verwacht dat Kristof Uittebroek elk moment weer in het oude 'How is Denmark?'-refrein uitbarst?) Hoezeer de band dit alles ook met flair, humor en vakmanschap doet - in de teksten zitten ook dit keer sterke one-liners - telkens als ik in track 8 ook nog een teksthommage aan "Let It Be" moet aanhoren - met zo'n walgelijk slijmerig Richard Clayderman-pianootje er onder gepropt - heb ik het écht gehad met de kopieerdrift. De genoemde vier nummers zijn serieus goed, de rest had zelfs in 1986 als vuller gegolden.
File Under: Iedereen kan musiceren. Van Ravensburger.
Dntel - Life Is Full Of Possibilities
Wat moet het een raar gevoel zijn voor een artiest als je met een zijproject uiteindelijk veel meer bekendheid krijgt dan met je hoofdproduct. Gelukkig kreeg Jimmy Tamborello voor zijn Dntel-album Life Is Full Of Possibilities al flink wat lof toegezwaaid voordat’ie samen met Benjamin Gibbard van Death Cab For Cutie het geweldige Postal Service-album Give Up opleverde. Het is ook wel terecht dat die debuut-cd tien jaar na release nog eens extra in het zonnetje gezet wordt door middel van een fijne heruitgave waar als prettige snuisterijen nog een cd met remixen aan toegevoegd is. De tand des tijds heeft deze cd namelijk prima doorstaan. De tien liedjes zijn een staalkaart van hoe glitchy muziek toch kan ontroeren en warm en bijna poëtisch kan klinken. Hoogtepunt blijft inderdaad wel “(This Is) The Dream Of Evan and Chan”, de samenwerking met Benjamin Gibbard en op het stickertje op deze jubileumeditie aangekondigd als 'the genesis of the Postal Service'. Ik moet ook zeggen dat de oorspronkelijke versie van de plaat óók beter is dan de vier remixen van onder meer Lali Puna en Barbara Morgenstern. Dat liedje is gewoon 200% raak, terwijl de rest ook richting de 100% gaat. Want daarin zijn de andere helpende handjes in de vorm van bijvoorbeeld Mia Doi Todd en Slints' Brian McMahan ook allerminst misselijk. En in zijn uppie staat Tamborello ook perfecte geluidsschetsen neer.
File Under: Puike platen in feestelijke heruitgave.
File Audio: [MySpace]
File Video: [(This Is) the Dream of Evan and Chan]
Crossing Border - Voorpret
Keuzes, keuzes, keuzes. Het grote probleem bij festivals. Ok, een luxeprobleem, maar toch, een probleem. Helemaal bij Crossing Border, het leukste festival van Den Haag waar muziek en literatuur elkaar ontmoeten. Nog meer om uit te kiezen dus. We leiden u even door het muzikale programma.
Lees verder..The Cubical - It Ain´t Human
Mijn stukje over The Cubicals-debuut Come Sing These Crippled Tunes werkte zo aanstekelijk dat ik zelf maar eens besloot ze live te gaan bekijken. Volgens ´deskundigen´ had ik qua concertkeuze behoorlijk misgegrepen: het was rommelig, duurde te lang en was ongeïnspireerd. Zo´n concert waar het voorprogramma (The Gospel) interessanter is dan het Liverpoolse hoofdprogramma. Shit happens, maar einde The Cubical voor mij. Als ik dan toch de opvolger It Ain´t Human mag bespreken, start ik dan ook met de nodige achterdocht. De saaiheid van het optreden is echter snel vergeten. Het bluesy geluid spettert vanaf de opener "Dirty Shame" uit de speakers. Het bandgeluid is compact gehouden waardoor de stem van Dan Wilson kan schitteren. Als hij deze niet aan ons zou laten horen, dan verdiende hij gevangenisstraf. Af en toe gaat de energie wat omlaag, maar als afwisseling is dit prima. Bij "Are We Just Lovers" kunnen de zakdoeken terecht erbij gepakt worden. Snif! Waarna het aansluitend weer tot de bodem gaat in "Walking Around Like Jesus", waar menig EO-jongere ongetwijfeld even op zijn hoofd zal krabben. Elf liedjes in 47 minuten is echter net wat teveel van het goede. Door mindere songs als "Worry" en "An Ode To Franz Biberkopf" weg te laten, was het album halverwege niet wat ingezakt. Maar ja, als er hierna nummers als het overstuurde "Three Drop Jameson Mechanism" of "The Myth Of Willie McCrath" - inclusief vette blazerssectie - volgen, dan ben ik dit alweer vergeten.
File Under: Revenge
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Dirty Shame]
File Twitter: [The Cubical Tweets]
Vanderbuyst - In Dutch
Ome Storm was ronduit lyrisch over het debuut van Vanderbuyst. 'Pure liefde voor hardrock met de hoofdletter H' noemde hij het. Opvolger In Dutch gaat vrolijk door op de ingeslagen weg. Geen hip gedoe, gewoon klassieke hardrock. Maar dan wel met de pret in elke song, in elke riff en in elke solo. Hardrock uit de tijd van Alfred Lagarde's Betonuur of Stampij met Hanneke Kappen. Het begint nog wat voorzichtigjes, maar vanaf de Michael Schenkerachtige riff in "Anarchistic Storm" is het bal en hebben ze de sfeer voor de rest van het album te pakken. Het klinkt alsof het allemaal vaker is gedaan, zeker. Maar zonder genant jatwerk en veel beter dan de meeste bands in het genre. Vanderbuyst laat horen dat je geen lagen gitaren of bakken synths nodig hebt om een mooi geluid te realiseren. Vanderbuyst is en blijft een powertrio en heeft zorgvuldig een geluid neergezet dat ballen heeft en tegelijkertijd alle ruimte biedt om te genieten van de afzonderlijke instrumenten, en natuurlijk vooral van de gitaar van Willem Verbuyst. De zang van Jochem Jonkman verraadt wel zijn Nederlandse roots, maar dat stoort nergens. Alleen de lage zang op 'Where's That Devil' is net wat te laag voor hem. Vanderbuyst heeft alles van de klassieke eighties hardrock - van vóór de make-updozen. Alle lovende reacties worden ook op dit album zondermeer waargemaakt, en dat is iets waar Vanderbuyst trots op mag zijn. En wij mogen trots zijn op Vanderbuyst.
File Under: In 2011 genieten van eighties-nostalgie
File Audio: [Flashplayer op de site][Op de Luisterpaal]
File Video: [VanderbuystTube]
Philco Fiction - Take It Personal
Ik mag als de timing en mijn fysieke staat het toestaat in de donderdagnacht altijd graag luisteren naar Beneath The Surface, de online radioshow van Bella Union-labelbaas Simon Raymonde. Fijne smaak heeft de beste man. Hij neemt tijdens de uitzending zelf altijd actief deel aan de bijbehorende, oergezellige oldskool chatbox (gemiddeld aantal bezoekers: slechts vijftien man). Simon weet menigeen telkens weer te verrassen met zijn uiteenlopende keuzes en kersverse ontdekkingen. Voorlopig is het mooiste onbekende pareltje waar hij dit jaar mee op de proppen kwam het wonderschone "Finally" van het Noorse trio Philco Fiction. Ik was meteen verkocht. Hoe te omschrijven? 'Throw Lykke Li, The Knife, The XX and Regina Spektor in a blender', las ik ergens. Vond ik een beetje te algemeen, maar het zit wel in die richting. Vooral de prachtige diepe-fjorden-met-mistflarden-melancholie in de stem van zangeres Turid Solberg mag niet onvermeld blijven. "Help" was de tweede single die ik hoorde en die ging wat meer richting The Knife, maar deed vooral naar nog meer smaken. Album Take It Personal toont aan dat die twee nummers goede voorbodes waren. Mocht u een voor de hand liggende naam in dit stukje gemist hebben dan is dat uiteraard Björk. En als ik naar Philco Fiction luister dan weet ik wat ik tegenwoordig bij haar mis: de ongeforceerde en ongebreidelde componeer-zucht de ze had ten tijde van Homogenic en Vespertine. Ook hier wordt vrolijk genre-gehopt, van dansbare pop tot gritty jazz en filmsoundtracks, zonder dat het in een onsamenhangend ratjetoe verzandt. Mijn dank gaat uit naar meneer Raymonde. Misschien moest hij ze maar eens proberen te strikken voor zijn eigen label? Ze zouden er zeer zeker niet op misstaan.
File Under: Verscholen parels
File Audio: [Albumstream op de jajaja blog]
File Video: [Finally]
Lori Lieberman - Bend Like Steel
Iedereen kent wel de wereldhit "Killing Me Softly", een grote hit voor Roberta Flack in 1973 en in 1996 wederom mateloos populair in de versie van The Fugees . Minder bekend is dat het origineel van dit liedje al in 1971 is gezongen door de zangeres Lori Lieberman. Ze schreef een gedicht na het bijwonen van een concert van Don McClean , waarna Charles Fox en Norman Gimbel er een liedje van maakten. Een wereldhit was geboren, al gingen Roberta Flack en The Fugees met die eer strijken en is Liebermans versie nagenoeg onbekend gebleven. Fox en Gimbel verdienden als auteurs van de song ook nog eens bakken met geld door de hits van Flack en The Fugees. Lieberman keerde in 1978 mede door deze teleurstelling de muziek de rug toe en legde zich toe op het stichten van een gezin. In 1996 keerde ze weer terug en sindsdien brengt ze met enige regelmaat albums uit. Bend Like Steel is het zesde album sinds haar herstart. Het album bevat elf prima singer-songwritersongs waarin piano en akoestische gitaar domineren. Liebermans stem is na al die jaren nog steeds mooi en zuiver. Maar dat is eigenlijk het enige wat ik er over te zeggen heb. De songs lopen naadloos in elkaar over, een echte uitschieter zit er niet tussen, waardoor de cd prima als achtergrondmuziek dienst doet. Dat zal nooit de bedoeling van Lieberman zijn geweest. Twee lichtpuntjes zijn "Netherlands" waarin ze haar liefde beschrijft voor ons land, waar ze een trouwe schare fans heeft en geregeld toert, en Simon & Garfunkels "Cecilia" klinkt in Liebermans uitvoering alsof het haar liedje is. Na al die jaren zou ik Lori Lieberman het succes gunnen wat ze met "Killing Me Softly" nooit heeft gehad maar dat zit er met Bend Like Steel niet in. De songs zijn prima in orde maar echt 'killing' zijn ze niet en lijkt het er dus op dat Lori Lieberman nog steeds genoegen zal moeten nemen met een carrière in de luwte.
File Under: Degelijk maar niet uitzonderlijk
File Audio: [Beluister fragmenten op Lori Liebermans site]
File Video: [Bend Like Steel]
Week 45, 2011
Storm
Dntel - Life Is Full Of Possibilities
Ewie
Spinvis / Hanco Kolk - Tot ziens, Justine Keller (cd+boek)
Ludo
Full-Source - Farewell These Unknown Songs
Gr.R.
Matthew Good - Lights of Endangered Species
Dennis
Gillian Welch @ Paradiso
Ramon
Wild Flag - Wild Flag
André
Philco Fiction - Take It Personal
Jasper
Phantogram - Nightlife
Prikkie
Lazuli - 4603 Battements
Blizzard
Iced Earth @ Melkweg
Janineka
Gillian Welch @ Paradiso. Concert van het jaar
Stonehead
Radiohead - TKOL RMX 1234567
DubbelMono
Spinvis - Tot ziens, Justine Keller
Campking
Spinvis - Tot ziens, Justine Keller
Bush - The Sea Of Memories
Ik vraag het me af. Als ik multimiljonair was geworden in de muziek en een luizenleventje zou leiden met mijn vrouw, kids en me zelfs tig nannys kon veroorloven, zou ik dan nog weer de moeite een album te maken om vervolgens weer op tournee te gaan? Helemaal in het huidige muziekklimaat waarin ze zelfs dreigen te stoppen met het uitbrengen van cd’s zou ik me wel drie keer bedenken. Beetje jammen in mijn privéstudio met mijn bandmaten, dat zou ik nog wel doen, maar die hele hazzle weer ondergaan? Echt niet. Mooie jongen Gavin Rossdale dacht daar blijkbaar heel anders over en komt na jaren van stilte (en pijnlijk mislukken van nieuw opgestarte projecten als Institute) toch weer op de proppen met een nieuwe Bush-plaat. En weet je wat? The Sea Of Memories valt niet eens tegen. Althans, als je deze vergelijkt met de albums die Bush tot en met 2001 uitbracht. Velen vonden dat al helemaal niets, ik had wel een zwak voor ze en alle cd’s inclusief de remix-cd staan hier in de kast. De manier waarop Rossdale en zijn nieuwe band op The Sea Of Memories klinken verschilt weinig van voorheen. Dat komt vooral ook doordat de sleet nog lang niet op de stem van Rossdale lijkt te zitten Gelijk in openingsnummer “The Mirror Of The Signs” is het een feest van herkenning. Bijna alsof het gewoon weer 1996 is. Ook songs als de single “The Sound Of Winter”, “She’s A Stallion” en “Red Light” zijn van die typisch Bush-songs, waarbij “She’s A Stallion” er echt uitspringt. Wat minder vind ik de ballads, terwijl Bush daar in de vorige incarnatie toch ook wel wat behoorlijke exemplaren van afgeleverd heeft.
File Under: De onverwachts soepele comeback van Bush
File Video: [The Sound Of Winter]
The Magnificent - The Magnificent
Mijn eerste stop om achtergrondinformatie te zoeken over The Magnificent is het internet. Dat levert twee conclusies op: ze hebben veel naamgenoten en ze hebben geen site. Wat ook zonder die informatie al opvalt, is het dat het haast wel Scandinaviërs moeten zijn. De associaties met TNT en Europe vechten om voorrang bij de eerste songs. En jawel, de mannen achter The Magnificent zijn de Noorse Circus Maximus-zanger Michael Eriksen en Leverage-gitarist Torsti Spoof, een Fin. Gaandeweg blijken die associaties met TNT en Europe vooral van Eriksens stem afkomstig, want de songs worden steeds meer arenarock en groter-dan-grote AOR in hardrockverpakking. Een aantal van de songs zitten zelfs op momenten tegen het niveau van de eredivisie aan en - tot mijn vreugde - vooral in de hoek van Slamer. Slamer hield dat hoge niveau intro na intro en song na song vol, The Magnificent moet het van de momenten hebben en acteert verder een treetje lager. Dat is wat mij betreft echter nog steeds uitstekend. De songs halen allemaal een voldoende - met een paar uitschieters in bijvoorbeeld "Harvest Moon" en "Satin & Lace" -, maar vooral het meer dan smakelijke gitaarwerk van Spoof en de uitstekende zang van Eriksen, gekoppeld aan een fijne, gitaargeörienteerde productie, maken van The Magnificent een debuut dat meer dan genoeg in huis heeft om boven het maaiveld van releases uit te steken.
File Under: Scandinavische AOR - met échte gitaren
Twin Sister - Vampires With Dreaming Kids/Color Your Life
In september van dit jaar kwam het debuut album In Heaven uit. Een album dat met veel lofzangen werd ontvangen. Het kwintet uit Long Island zou honing en melk hebben geproduceerd, zo positief werd de zoetigheid van deze droompoppers bezongen. Deze lof kwam echter niet uit de lucht vallen. In Heaven werd namelijk voorafgegaan door twee ep's die in de blogosfeer de hemel in werden geprezen, mede omdat begin 2010 de band besloot deze gratis aan te bieden. Dat vinden de muziekminnende hipsters in de blogosfeer leuk, gratis. Dat de eerste ep Vampires with dreaming kids al sinds 2008 beschikbaar was, zij het tegen vergoeding, is dan niet zo belangrijk. Maar goed, de twee ep's verschenen eind 2010 ook als dubbel-cd, en die versie ligt hier nu al bijna een jaar stof te vangen, en niet zonder reden. Ik voel het namelijk helemaal niet. Ik hoor Stereolab, ik hoor The Sugarcubes en soms hoor ik zelfs Cocteau Twins. Het positivisme zou dus van mij af moeten springen, want dat zijn stuk voor stuk prachtige bands. Maar deze twee ep's doen mij niets. Van de in totaal tien nummers zijn er twee die ik vaker dan eens wil horen, "The Other Side Of Your Face" en "All Around And Away We Go". De rest valt bij mij onder het kopje overbodige zoetsppigheid met een net iets te vals zingende zangeres. Ergens hoor ik wel potentie in de ideeën, maar niets heeft mij uitgedaagd om In Heaven dan maar eens te luisteren, ondanks alle positieve recensies die dit album kreeg. Dat kregen deze ep's ook, en dat begrijp ik slechts bij vlagen.
File Under: Mosterd na de maaltijd
awkward i - Everything On Wheels
Wat een geweldig debuut was I Really Should Whisper van Djurre de Haan aka awkward i toch. Maar ja, om je in de kijker te blijven spelen, dien je twee jaar na dato toch wel weer met nieuw werk aan te komen. Dit is Everything On Wheels met elf liedjes in ruim 33 minuten geworden. Ik vroeg me af welke weg awkward i op zou gaan: zou de lijn doorgetrokken worden of zou er van de ingeslagen weg afgeweken worden? Na het beluisteren kan ik zeggen dat voor beide gekozen is. Er zijn liedjes die passen bij het lo-fi-debuutalbum. Die zijn vooral in het begin te vinden, bijvoorbeeld in "Everything On Wheels" en "My Filthy Entourage". Tekstueel blijft het grappig, zoals in het muzikaal zo opgewekte "Let´s Get Ready To Die". Er is echter een andere awkward i-kant. Zo had "Sat Pretty, Lips Pursed" op het White Album van The Beatles kunnen staan en "Your Oxygen Mask 1" op de laatste van dEUS. Het mooiste vind ik echter het folky "Hannah Hung Heavy" waar ik zo het vliegtuig naar ´Michigan in the snow´ wil pakken. Everything On Wheels is een boeiend album dat langzaam haar geheimen prijsgeeft. Het is te horen dat er een diversiteit aan muzikanten speelt, waardoor ik het meer een verzameling van nummers vind dan een totaalconcept dat aan de man gebracht wordt. Ik zal echter geen lelijke dingen zeggen. Ik heb een zwak voor awkward i en ook voor deze tweede volledige plaat. Al ben ik nu al benieuwd hoe dit muzikale avontuur verder gaat.
File Under: De tweede
File Audio: [MySpace][Soundcloud]
File Video: [Hannah Hung Heavy][Everything On Wheels]
File Twitter: [awkward i Tweets]
Blueneck - Repetitions
Het was al zo bij de vorige plaat van Blueneck. Ik maakte mijn jaarlijstje op en daarna kwam ik pas toe aan hun cd The Fallen Host. Foute volgorde. Dit jaar gebeurt me weer hetzelfde. Ik had Repetitions al wel meerdere malen gedraaid, maar nog niet de rust gehad om de plaat echt goed te laten zakken. En vanmiddag moest ik al mijn jaarlijstje versturen. Die hebben ze dus weer niet gehaald. Mijn schuld. Niet die van Blueneck. De cd kwam namelijk al een paar maanden geleden uit. Repetitions is ook geen plaat die je moet beoordelen na één of twee keer luisteren. Daar is het een veel te eigenzinnig album voor. Neem alleen al de zang van Duncan Attwood. Die is spaarzaam, maar is lijzig op een manier zoals IQ ook wel eens wat mensen tegen de haren in heeft willen strijken. Groot verschil is wel dat het zo’n met mate ingezet stemgeluid beter past bij de post-rock zoals Blueneck die je voorschotelt dan de symfo die IQ maakt. Én Attwood is zelfs qua stem veel beter. Het fijne aan de post-rock van Blueneck is dat ‘ie broos is. Het hard-zacht-stramien waar menig post-rock band zich tot in den treure van bedient gaan ze uit de weg. Wat dat betreft zou een tournee met de bibliotheekrockers van iLiKETRAiNS best een puike combinatie kunnen zijn. Die maken ook van die heerlijke sombermans postrock. Ze maken ook een beetje dezelfde ontwikkeling door. Op deze derde cd ligt namelijk ook meer de nadruk op het inzetten van strijkers en piano om niet alleen broze stem van Attwood te ondersteunen, maar ook om heerlijk verder mee te dwepen. Probeer maar eens “Sleeping Through A Storm”. Zonder de postrock clichés en met de strijkers blijft Blueneck prima overheid en wint het juist aan spanning.
File Under: Indrukwekkend(er)
File Audio: [Soundcloud]
Lunatic Soul - Impressions
Het is erg donker buiten. Het vormt een flink contrast met het licht in de verlaten treincoupé. De trein komt rustig op gang en zoeft stilletjes langs donkere en verlaten stations. "Impression I", het eerste nummer van Impressions van Lunatic Soul klinkt uit mijn oordopjes als een ideale soundtrack bij de beelden die ik voor me zie. Duistere en onheilspellende klanken en ritmes voeren de trein verder langs de pikdonkere weilanden. "Impression II" geeft vervolgens wat meer lucht en ontvouwt zich als een geruststellende kalmte met de geur van de lente, maar eindigt wel met een flatliner. En zo zak ik stilletjes weg in een aangename wolk met ambient klanken, onderweg naar mijn reisdoel. Lunatic Soul is een soloproject van Mariusz Duda, zanger/basgitarist van de Poolse progrockband Riverside. Op Impressions staan instrumentale tracks die geschreven zijn tijdens de sessies voor de soloalbums Lunatic Soul I en II, met respectievelijk een zwarte en witte hoes. Impressions completeert daarmee het thema van deze albums en heeft derhalve een grijze hoes. Echte 'left-overs' zijn het niet, Mariusz Duda ging de studio in om deze nummers op te nemen en je kunt horen aan de mooie ruimtelijke productie dat er aandacht aan is besteed. De nummers ontvouwen zich subtiel tot een palet van diverse kleuren, maar het blijft coherent. Jammer is dan dat er twee remixen op het einde van het album staan die op zichzelf niet slecht zijn, maar het past wat minder in de sfeer van de 'Impression'-tracks. Desondanks is het een hele prettige reisgenoot. Als de laatste klanken van het album klinken, hoor ik de conducteur ergens in de verte omroepen dat we op de plek van bestemming zijn. Bedankt Mariusz, het was een fijne reis langs diverse indrukken en ze deden mijn fantasie prikkelen, maar nu weer over tot de orde van de dag.
File Under: Fijn wegdromen
File Audio: [YouTube teaser] [ Soundcloud album montage]
Treekillaz - Season of the lonesome
Nog geen minuut zijn we onderweg als het refrein 'Oh-oh, I need disco/ I need YMCA and Waterloo' langskomt. Say what!? Nou is het nummer zelf bepaald geen disco. Op dit vijfde album van Treekillaz" - om onnaspeurbare redenen met een dubbel aanhalingsteken aan het eind - is het poprock met een randje grunge wat de klok slaat. Of om er wat namen aan te hangen: Nickelback meets Stone Temple Pilots. Zou het dan nog op de bétere Stone Temple Pilots-albums lijken, dan had het nog iets kunnen zijn. Helaas, deze Zwitsers houden zich wel erg netjes aan wat in het genre scoort. Veel up-tempo tracks met beeldvullende maar weinig inventieve riffs, een paar ballads, een zanger die nummer na nummer nasaal dezelfde zanglijnen hanteert en een heldere, cleane productie. De onvoorwaardelijke fans van het genre zullen er nog wel iets van hun gading in vinden, maar iedereen die zijn neus ook nog wel eens in andere stijlen steekt zal al snel afhaken. Het verrast namelijk geen moment en dan is ook een vakkundig gemaakte plaat nog geen góede plaat. Voor mij is het een album waar ik al snel mijn aandacht niet meer bij kan houden. Daar helpt geen dubbel aanhalingsteken aan.
File Under: Season Of The Predictable
File Audio: [Op de site] [KillazSpace]
Peter Broderick - Music For Confluence
Als er een artiest is geweest die afgelopen jaren bizar veel muziek uitgevoerd heeft zonder ook maar een fractie te verzwakken, dan is het wel Peter Broderick. Kijk maar eens alleen al wat hij dit afgelopen jaar gedaan heeft in Nederland aan optredens in steeds weer wisselende samenstelling. En altijd weer even mooi. Vind ik dan. Naast die optredens is er ook een voortdurende stroom aan releases die al net zo mooi zijn. Sinds 2009 brengt is hij (naast reguliere albums) bezig met een indrukwekkende ‘Music For..’ reeks. Na Music For A Sleeping Sculpture, Music For Contemporary Dance en Music For Conregation komt hij nu op de proppen met Music For Confluence, een soundtrack voor een film van Jennifer Anderson en Vernon Lot die het verhaal vertelt over nooit opgeloste vermissingen en moorden op jonge meisjes in de jaren tachtig in Idaho. Ook dat kun je met een gerust hart aan Broderick overlaten kun je concluderen na beluistering. Vanaf de muziek die Peter ‘normaal’ gesproken maakt naar het scheppen van een sfeer van suspense en intriges is het blijkbaar maar een klein stapje. Alleen in het afsluitende “Old Time” kiest hij ervoor om zang te gebruiken, de rest van de songs is geheel instrumentaal en bovendien nog behoorlijk minimalistisch qua opzet. De songtitels lijken het verhaal al te vertellen en dat is in combinatie met de bij tijd en wijle rillingen opwekkende muziek van Broderick genoeg. “The Last Chistmas” met zijn vage arpeggio´s op de piano en als een geest dolende melodielijn op hetzelfde instrument. Grappig is dat ondanks dat sommige stukken best kort zijn, de liedjes toch altijd afgeronde scenes lijken te beschrijven en niet maar pardoes eindigen. Doseren kun je dus uitstekend aan Broderick overlaten.
File Under: Cluedo op muziek
File Audio: [MySpace][It Wasnt A Deer Skull]
OvO - Cor Cordium
De zondagmiddag is een hol van leegte, verveling. Een gat dat gevuld moet worden, op de verplichte vrije dag in een seculariserende wereld waarin niemand meer naar de kerk gaat. Dat kan met een boswandeling, een bezoek aan het lokale sportcomplex, door een gat in de dag te slapen of - zoals het Italiaanse duo OvO heeft verkozen - door in de kelder van je huis herrie te gaan maken. Drums, gitaar en - euhhhhh - zang die te geforceerd is om voor een gruntende dame door te gaan. Black Punk zou de term kunnen zijn die we hier als ons veel te serieus nemende muziekcritici op kunnen plakken. Maar niet alles hoeft te worden ondergebracht in zulke duidelijke hokjes, net zoals niet alles hoeft te worden opgenomen. Noise, echo en een goed avantgardistisch verhaal kunnen niet verhullen dat Cor Cordium voor het grootste gedeelte gewoon het beste in de kelderkamer had kunnen blijven. De drumpartijen rammelen, de grunt is geforceerd, de gitaarversterker staat op volume gescheurde conus en de opname-apparatuur heeft gedurende de gehele opname de wijzers ver naar rechts gehad. Vast leuk op zondagmiddag, wanneer je echt niets nuttigs te doen hebt. Maar persoonlijk zou ik (ja, zelfs ik) dan nog liever naar een voetbalwedstrijd gaan.
File Under: Had in de kelder moeten blijven
Shelby Lynne - Revelation Road
De muziek van Shelby Lynne heeft mij nooit echt kunnen raken, uitgezonderd haar plaat waarop ze nummers van Dusty Springfield prachtig naar haar eigen hand zette. Ik had altijd het idee dat ze nooit helemaal voluit ging en het resultaat zodoende een beetje mat bleef. Op Revelation Road rekent ze daar radicaal mee af. Het is een zeer persoonlijke cd geworden waarop ze voor het eerst over de dramatische gebeurtenis zingt die haar leven ingrijpend heeft veranderd. Toen Lynne zeventien was schoot haar aan alcohol verslaafde vader haar moeder voor de ogen van Lynne en haar jongere zus Allison Moorer dood en sloeg daarna de hand aan zichzelf. De zussen werden opgevangen door familieleden, maar het moge duidelijk zijn dat dit een levenslang trauma heeft opgeleverd. In "I'll Hold Your Head" zingt ze over de ruzies tussen haar ouders en hoe zij als oudste zus haar zusje Allison opvangt en troost. In "Heaven's Only Days Down The Road" zingt Lynne op schrijnende wijze over de moord op haar moeder en zelfmoord van haar vader. 'Can't blame the whiskey or my mammy's ways, two little girls are better of this way, oh yeah'. Het nummer eindigt met twee knallen, de twee schoten die een einde maakten aan het leven van haar ouders. Huiveringwekkend, maar intens en prachtig, en dat geldt voor alle nummers. Tezamen vormen ze een afrekening met demonen uit het verleden. Shelby Lynne bewandelde haar Revelation Road helemaal alleen, ze schreef alle nummers zelf, speelde alle instrumenten op de cd en produceerde de plaat voor haar eigen label Everso Records. Het resultaat is een emotionele en ontroerende cd die louterend werkt op mij als luisteraar en dat effect hopelijk ook heeft op Lynne zelf.
File Under: Emotionele reis door traumatisch verleden
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Woebegone]
Sunday Bell Ringers - Sunday Bell Ringers
Joeri Cnapelincks. Zijn achternaam lijkt rechtstreeks overgenomen uit een verloren gewaande Asterix en Obelix-strip en de namen van zijn vorige bandjes (Kawada, De Anale Fase) waren op zijn zachtst gezegd curieus. Zijn talent is echter groot. Dat bewijst hij wederom op de debuut-cd van Sunday Bell Ringers. Eigenlijk zou deze cd de tweede cd worden van Kawada (drie leden spelen nu mee), maar de sound van de nieuwe liedjes vond Joeri dusdanig verschillend van Kawada’s debuut dat-ie er maar een nieuw stickertje opgeplakt heeft. Hoe dat dan klinkt? Dat wisselt nogal eens. Soms klinken de Ringers extravert weird op Flaming Lips-achtige wijze, soms euforisch orkestraal zoals Arcade Fire het doet, maar net zo gemakkelijk gooien Cnapelincks en consorten het over een Radiohead-achtige boeg als ze de elektronica wat meer de vrije hand geven. En als het moet husselen ze deze drie in een potje door elkaar en zien wel wat er als resultaat uitkomt. Dat valt nooit tegen en klinkt prettig eigenwijs. Het zou me niet verbazen dat wie het ietwat simpele rockgeluid van de laatste dEUS maar niets vindt, hier een uitstekend alternatief voor handen heeft. Een fijn hoogtepunt op de cd wordt bereikt wanneer Amatorski aanschuift voor de op een synthesizerbedje genestelde fluisterballade “Like Home”. Luister maar eens naar het duister bombastische “Angry Rabbits”, dat ze knap laagje voor laagje opbouwen en dat echt niet onderdoet voor menig Radiohead-song. Dat ze zichzelf neerzetten als ‘a noisy bunch of kids’ in de titelsong is dan ook een kleine leugen. Daar is de band veel te divers en getalenteerd voor.
File Under: Op Zeal, dus goed.
File Audio: [Soundcloud]
File Social Media: [Facebook][Twitter]
The Mighty Mocambos / Eddie Roberts & The Fire Eaters
Hammond- en fluitfunk die klinkt alsof het in de jaren zestig en zeventig is opgenomen in een stoffige studio ergens diep in het Amerikaanse zuiden. Nou ja, de titel van het album van de Duitse Mighty Mocambos geeft aan dat de blik wel iets verder reikt dan de navel van de rare groove. Zo halen de Mocambos er hiphopheld Afrika Bambaataa bij, voor twee gastoptredens, en coveren ze Grandmaster Flash’s The Message. De meeste tracks zijn instrumentaal en kennen, bijvoorbeeld in de overdonderende opener "Calling The Shots", een onweerstaanbare dansgroove. De hi-hat flink naar voren gemixed, more cowbell en hard stotend koper, lekker hoor. Toch slaat de verveling naarmate het album vordert wel toe: Bambaataa wordt bijgestaan door een paar heule matige rappers, de tracks waarop hij meedoet komen maar niet los en ook de legendarische Duitse Funk-Mutti Su Kramer tilt het zaakje niet boven de middelmaat uit. Het wordt pas echt spannend als de Franse zangeres Carolyn Lacaze zich meldt. Het verbeten gezongen "Physique" laat geen kuit onberoerd, het stinkt zoals funk moet stinken. Omdat er in het Frans wordt gezongen (en nee, Lacaze is zeker geen zuchtmeisje) zit je meteen recht, dat geile blazerslijntje helpt ook enorm.
Op Burn! van Eddie Roberts (ook lid van New Mastersounds, een Britse band die in hetzelfde retro-vijvertje vist) en zijn vuurvreters wil het, eh, vuur ook maar zelden echt oplaaien. Wel in "Lope Song", waarin fluitist Chip Wickham zijn instrument zowat lijkt op te vreten. En in de twee door diezelfde Wickham opgepompte dansvloerversies van Eazy Rider en The Skunk. Probleem is vooral dat de eigen nummers en de vele covers (van onder meer Hank Mobley, Sam Dees en Big John Patton) mij wat te gezapig klinken. Niet opwindend genoeg. Een zangeres à la Lacaze had voor broodnodige peper kunnen zorgen.
File: Eddie Roberts & the Fire Eaters - Burn!
File Under: Huiskamerfunk
The Answer - Revival
Revival is studio-album nummer drie van deze Ieren sinds het debuut in 2006 en het valt wederom op hoezeer zij hun livesound weten te behouden als ze de studio induiken. Of misschien moet ik het anders zeggen: ze hebben in de studio al een enorme livefeel en doen daar live nog een schepje bovenop, zoals te horen is op het eerder dit jaar verschenen magnifieke live-album 412 Days Of Rock 'N' Roll. Dat ligt in de eerste plaats aan frontman Cormac Neeson, die een stem heeft die tegelijkertijd rauw en melodieus is. De band draagt bij door het tempo hoog te houden en te kiezen voor een in-your-face geluid, waarbij energie en puurheid het steeds weer winnen van verfijning. Het resultaat is een album dat het midden houdt tussen The Free, Foo Fighters en Rose Tattoo: de bluesrock van The Free, de hooks en riffs van Foo Fighters en de rauwe energie van Rose Tattoo. In het genre is er volgens mij niet een band die dat zo overtuigend voor elkaar krijgt als The Answer. Het klinkt modern en ouderwets lekker tegelijk, in songs die steeds weer akelig aanstekelijk zijn, zoals opener "Waste Your Tears" en "One More Revival". "Nowhere Freeway" is zowaar een duet met een zangeres. Daarvoor hebben ze echter Saint Jude's Lynne Jackaman gevraagd, een dame met een krachtige stem die naadloos past bij de bluesrock van The Answer. Het album is ook verkrijgbaar als limited edition, met een extra cd vol live akoestische tracks, nieuwe studiotracks en demo's. In mijn jaarlijstje is het al dringen geblazen, maar Revival is desondanks een kandidaat.
File Under: Rauw en hyperaanstekelijk
File Audio: [flashplayer en gratis download bonustrack "Piece by Piece"]
Knobsticker - Music For The Discotheque Vol. 1
Dat moet beloond worden, als een band zowaar de tips uit mijn vorige recensie ter harte neemt. (Zeer waarschijnlijk dicht ik mezelf dan teveel eer toe, maar toch.) Inderdaad heeft het Utrechtse electrofunk-duo Knobsticker zich na hun verbluffend leuke debuutplaat uit 2010 nu eens puur gestort op het maken van funky freakliedjes, in plaats van op popliedjes met gastmuzikanten. Op de eerste vinyl-EP Music For The Discotheque horen we ze vijf lekkere nummers lang met Bas Bron-achtige synthesizers, zoemende bassen en talkboxstemmen creatieve liedjes maken zoals ze bijna op Daft Punk's Discovery hadden kunnen staan. Er zit nog geen "One More Time" of een Chromeo-achtige hit tussen, maar dat zou op Vol. 2 zomaar eens kunnen.
File Under: Synthfunkmania!
File Audio: [Alles op Soundcloud]
Anna Ternheim - The Night Visitor
Een nieuwe Anna Ternheim. Het heeft even geduurd, maar zoals ze zelf in duet met Dave Furgeson zingt: 'The longer the waiting, the sweeter the kiss.' Het is alweer drie jaar geleden dat Leaving On A Mayday met uiteenlopende reacties werd ontvangen. De een vond het een moedige stap voorwaarts naar een nieuw, uitbundiger geluid, de ander had liever gezien dat Björn Yttling zijn trommeltjes en andere productionele tierlantijntjes achterwege had gelaten. Over het algemeen was eenieder het er wel over eens dat met de liedjes zelf niks mis was. Goed nieuws voor degenen die altijd al de bij de eerste twee albums verschenen bonusdisks met Naked Versions prefereerden boven het origineel. Voor degenen die hoopten dat Anna ooit een album in die stijl zou opnemen: The Night Visitor is dat album. Samen met de muzikaal veelzijdige Matt Sweeney (van Zwan tot Bonnie "Prince" Billy) toog ze naar Nashville om daar met een paar doorgewinterde muzikanten - waaronder Will Oldham himself - aan dit album te werken. De angst dat Anna daardoor in een soort Zweedse Ilse DeLange zou veranderen, blijkt gelukkig ongegrond. Folk- en country-invloeden zijn duidelijk aanwezig, maar mede dankzij haar unieke stem en door haar Scandinavische roots niet te verloochenen is de muziek onmiskenbaar Anna Ternheim gebleven. Advies is wel om The Night Visitor een aantal - liefst nachtelijke - draaibeurten te gunnen. Bij de eerste kennismaking kwamen ook hier alle nummers in mid-tempo vrij onopmerkzaam voorbij. Daarna komen al snel parels als "Walking Aimlessly", "Bow Your Head" en "All Shadows" bovendrijven.
File Under: Naked Versions, The Album
File Video: [The Longer The Waiting, The Sweeter The Kiss][Walking Aimlessly (live)][What Remains (live)][Black Light Shines (live)]
Ryan Adams - Ashes & Fire
Naar het schijnt is I Speak Because I Can van Laura Marling de inspiratiebron geweest voor Ashes & Fire, het veertiende album in elf jaar van Ryan Adams . Het lijkt een keerpunt in Adams' carrière. Drugs en drank zijn afgezworen, het rusteloze van voorgaande albums is weg, en na het beëindigen van zijn slepende contract met label Lost Highway Records heeft hij artistieke vrijheid op zijn eigen label PAX AM. De ziekte van Menière, een ooraandoening met klachten als oorsuizen en duizeligheid, dwong hem om rustiger aan te doen en inmiddels is hij getrouwd met actrice/zangeres Mandy Moore. Adams lijkt zijn wilde haren kwijt te zijn en die rust is terug te horen op Ashes & Fire. En dat is een verademing na al die jaren van platen met verschillende stijlen en onrust. Nu heb ik nog nooit een slechte plaat van Ryan Adams gehoord maar in de elf liedjes op Ashes & Fire gaat hij weer terug naar de basis van zijn debuutHeartbreaker. Melancholisch en melodieus zijn de kernwoorden, goed gedoseerd door producer en oude rot Glyn Johns, en versterkt door Norah Jones en echtgenote Mandy Moore wier stemmen prachtig mengen met die van Adams. In deze kleine, breekbare liedjes blijkt eens te meer wat een enorm talent Ryan Adams is en wat mij betreft hoort hij bij de beste zangers van dit moment. Het heeft even geduurd maar Ryan Adams heeft zichzelf hervonden met Ashes & Fire, zonder meer een van zijn beste platen én een van de beste albums van 2011.
File Under: Ryan Adams in topvorm
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Invisible Riverside (met Janis Ian en Neil Finn)]
Week 44, 2011
Storm
Nils Frahm / Hauschka @ Oosterpoort, Groningen
Ewie
The Cubical - It Ain´t Human
Ludo
Mickey Newbury - An American Trilogy
Gr.R.
Jane's Addiction - The Great Escape Artist / Houses @ Ekko
Dennis
Feist - Metals
Ramon
Sigur Rós - Inni
André
Jellyfish - Bellybutton
Jasper
Givers - In Light
Prikkie
Tom Waits - Bad As Me
Blizzard
Iced Earth @ Melkweg
Janineka
Low - C'mon
Stonehead
Radiohead - TKOL RMX 1234567
DubbelMono
The Smiths - Complete
Mecca - Undeniable
Lang aan een project werken leidt vaak tot overgeproduceerde gedrochten. Zo niet bij Mecca. In 2002 debuteerde deze band van zanger Joe Vana, met een plaat waaraan onder andere Fergie Frederiksen, Bobby Kimball en (als songschrijver) Jim Peterik meewerkten. In 2006 begon Vana aan de opvolger die nu pas in 2011 uitkomt. Voor de songs heeft Vana samengewerkt met de Scandinavische songwriters Christian Wolff en Tommy Denander, die ook op het album meespelen. De leden van de liveband, die allen ook op het album meespelen, zijn voor mij volstrekt onbekende namen, met Joe Vana's zoon Joey als gitarist. Des te opmerkelijker is het dat de uitvoering werkelijk vlekkeloos is. Vana's songs zitten vooral in de hoek van Pride Of Lions, Toto en en Mr. Mister, dat wil zeggen mid-tempo galmers, afgewisseld met de onvermijdelijke ballads. Dat Vana de stem heeft voor dergelijk materiaal wisten we al, maar uitvoering en productie zijn ook uitmuntend. Het is niet allemaal dichtgestopt met toetsen en echo, nee, er zit ademruimte in de songs die ervoor zorgt dat het materiaal hedendaags klinkt. In de uitvoering dan hè, want de songs zijn jaren tachtig tot in het diepst van hun vezels. In het genre is het echter een van de betere platen van het jaar. Niet alleen omdat de songs stuk voor stuk van hoge kwaliteit zijn, maar ook omdat niet krampachtig wordt geprobeerd alles in een mal voor AOR-songs te proppen. Is een uitgerekt tussenstuk beter? Dan komt dat er. Is een langere solo gewenst? Dan is de solo langer. Daarmee is er ook ruimte voor Westcoast-achtige rock, popelementen en fraaie details die je niet elke dag op een AOR-plaat tegenkomt. Vana mag dan lang over z'n platen doen, ze zijn wel het wachten waard.
File Under: Ontegenzeglijk prachtig
Veronica Falls - Veronica Falls
Diegenen die indiemuziek in de jaren negentig bewust hebben meegemaakt kunnen zich vast nog wel Lush herinneren. De Britse band van Miki Berenyi en Emma Anderson bracht vier albums uit en viel in 1998 uit elkaar na de zelfmoord van drummer Chris Acland. Ik was dol op Lush, en echt niet alleen om de looks van Miki, al speelde dat wel mee natuurlijk. Op Facebook wordt in de groep Miki Berenyi Fans al jaren gehoopt op een terugkeer van de zangeres en er is zelfs een online campagne Bring Miki Back gestart, waarbij Miki zelf overigens al snel de hoop op een comeback de grond inboorde met: 'I guess it’s flattering that anybody gives a shit. Not sure how enthusiastic the support would be if they realized that bringing back Miki Berenyi would deliver a 40-year-old office employee with greying hair who's still struggling to shift the weight from her last pregnancy.' Toch, als ik het debuut van Veronica Falls opzet, is het eerste dat door mijn hoofd schiet: Miki is Back! Vooral de stem maar ook het gitaarspel van Roxanne Clifford roept ouderwetse Miki-sensaties op. Het album is typisch Brits, met rammelgitaren en vooral heerlijk catchy melodieën. Bij de meeste nummers blijft het refrein na tweede beluistering al flink tussen de oren zitten en dat is in dit geval absoluut niet onplezierig. Met de komst van Veronica Falls kan Lush officieel ten grave worden gedragen. Sorry Miki, we hebben je niet meer nodig.
File Under: Afscheid van Miki
File Audio: [MySpace]
File Video: [Found Love in a Graveyard]
File Twitter: [Twitter]
Azari & III - Azari & III
Schichtig komt-ie de coupé binnen. Dumpt twee sporttassen op de bank. Hij valt op door z'n kleding. Vaalgekleurde housebroek, behoorlijk nauwe hoog dichtgeritste fietssweater om z'n bovenlijf, rare muts op het kale hoofd. Waterige blik. Beetje gay. Grijze sneakers. Waar zou hij vandaan komen? Het lijkt duidelijk op duursport. Ik kijk nog eens naar z'n tassen. Die grote is te lomp. Kun je niks mee onderweg. Maar die kleine is wel hip. Beetje plasticy, zandlopervorm. Kan ongetwijfeld even strak op z'n rug als die sweater. Sexy ergens. Muts af. Hij stopt twee dopjes in z'n oren. Boem, boem, boem. Nineties. Gladde synthjes. Anonieme house. "Undecided". Schudt onmerkbaar zijn hoofd. Snellere beats dan er palen langs het raam komen. Mijn ogen dwalen weg, komen weer terug bij die gekleurde broek, vallen dicht. Volgende station. Bijna onhoorbaar springt de sportjongen op. Vief. Sjort zich de kleine tas om - ja, leuk ding - grist de grote nog mee, bokst de zwaaideur open en weg is-ie. Geen groet, geen tijd. Dat was het dan. Alsof zijn tijd er nooit geweest is.
File Under: Snel vergeten
File Audio: [Reckless With Your Love]
File Video: [Hungry for the Power]
King Mob - Force 9
Soms vraag ik me weleens af waarom er zo nodig een album uitgebracht moet worden. Neem bijvoorbeeld het recente Jagger-Stewart-Marley-Stone-Rahman-project Superheavy. De enige reden die ik kan bedenken is geld. Of het moet artistieke zelfmoord zijn. King Mob is ook een zogeheten supergroep, als is de super net iets minder super dan bij Superheavy. King Mob herbergt gitarist Chris Spedding (o.a. Roxy Music), drummer Martin Chambers (Pretenders), bassist Glen Matlock (o.a. Faces) en zanger Steven W. Parsons (o.a. Sharks). De enige reden die ik bij King Mob kan bedenken is er een van spelplezier: het gevoel hebben dat je dit moet delen. Force 9 bevat elf tracks die als basis de blues hebben, zoals Led Zeppelin dit ook had in hun werk. Muzikaal ligt het niet direct in de lijn van de bands waar de heren bekend van werden. Er is echter heerlijk gitaarspel, prima zang en liedjes waarin ze duidelijk laten horen meer in hun mars te hebben. De productie is helder en biedt ruimte biedt voor details. King Mobs Force 9 is een aanrader voor de oudere jongere of zij die iets hebben met de klassieke popplaten. Bovendien volgt er nog een heuse toer.
File Under: Muziek geschikt voor 9 tot 99 jaar
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Hun videokanaal]
File Twitter: [King Mob Tweets]
Steven Wilson - Grace For Drowning
Ik ben benieuwd wat de volgende stap zal worden die Steven Wilson met Porcupine Tree gaat zetten. Gaat-ie proberen de band de stap te laten maken naar nóg grotere zalen? Ik gok van wel, want hij heeft in zijn andere projecten (Blackfield, No-Man en Bass Communion) genoeg plek om zijn ei kwijt te kunnen. Anders brengt Wilson gewoon nog een cd onder eigen naam uit. Zoals hij nu doet met Grace For Drowning. Deze nieuwe cd is nog het beste te beschrijven als een potpourri van alles wat Wilson tot nu toe uitbracht. Zonder dat dat overigens een kliekjesgevoel geeft. Dat zou ook totaal niet bij controlfreak Wilson passen. Het voordeel van deze dubbele solo-cd is wel dat doordat alle moods van Wilson de revue passeren je als luisteraar wel scherp blijft. Neem alleen al het duizelingwekkende “Raider II” dat met zijn drieëntwintig minuten de helft van de tweede cd vult. Het is een adembenemende luistertrip waarin Wilson laveert van momenten van bijna stilte naar freaky jazz en bijna lompe bombastische rockriffs. Het zou ook goed kunnen zijn dat ik daarom zijn laatste twee solo-cd’s zelfs beter vind dan de cd’s die Wilson uitbrengt onder andere namen. De twee schijven van Grace For Drowning zijn ook minder toegankelijk dan de laatste platen van Porcupine Tree, maar daar heb ik ook niet zoveel moeite mee. Ik vind het wel prettig dat Wilson mij als luisteraar keer op keer uitdaagt.
File Under: Baas
Florence + the Machine - Ceremonials
Ik ben hier al vaker enthousiast over festivals geweest. De programmering is nooit 100 procent jouw smaak, dus in die uren dat er, volgens je eigen planning, niets interessants staat, kun je zwerven om eens wat nieuws te luisteren. En zo werd ik op Werchter volledig overrompeld door Florence + the Machine. Jubelend kwam zij tot mij, want jubelen dat kan ze, die lieftallige harpiste Florence Welch. Ze stond nog maar op het bijpodium, maar een korte wijle later nam die ouwe snoepert van een Bono haar, en de Machine, al mee op tournee met U2. Daar moeten haar de ogen zijn open gegaan en als ze al een droom had om een wereldberoemd rockartieste te worden, dan zag Welch, toch al een liefhebber van "Big American Pop" daar de weg. En die weg is dus naar groot, groter, grootst. Daar waar debuut Lungs, toch niet bepaald geen ondergeproduceerde plaat, nog zijn ingetogenere momenten had, zijn die op opvolger Ceremonials verdwenen. Het echoechoecho-apparaat staat vol open, alle studiotrukjes zijn uitgeprobeerd en de hele plaat ademt grote zalen! En dat pakt toch nog redelijk goed uit. Want zoals gezegd, Florence kan jubelen en zet daar een goed geoliede, op toetsen gedreven, band achter en uw festivalweide gaat plat! Ceremonials is over het geheel een minder coherente plaat dan Lungs, mede door de wat eenzijdige opbouw van de nummers, rustig refrein, bruggetje en vervolgens vol uit de kast met veelvuldige gedubde refreinen, maar de uitschieters, "Shake it Out" en "Water The Water Gave Me", vergoeden heel veel. De harp is helaas opgeborgen, maar dat ding is toch nauwelijks hoorbaar achter op de festivalweide. Florence Welch denkt groot en ik hoor geen enkele reden om haar ongelijk te geven!
File Under: Groter…
File Audio: Florence Space
Ten Page Pilot - Into The Eyes Of The Armed
Er wordt in een van de woningen bij mij in de flat al zes dagen geboord en gebroken. De he-le dag, van acht uur 's ochtends tot zes uur 's avonds. En dan niet snerp-gaatje-boren-klaar, maar takke-takke-takke-gnrrr-takke-gnrrr.'Dat ben je met jouw smaak toch wel gewend, Prikkie?' Nou, ook mijn herrie komt er niet overheen zonder mijn buren nóg een bron van ergernis te bezorgen. Kortom, muziek opzetten kán wel, maar de boor komt er zo hard door dat je zelfs met een basis van stoner, zoals bij Ten Page Pilot, niet genoeg hoort voor een behoorlijke beoordeling. 's Avonds is er eindelijk genoeg rust voor een partij fijne herrie. In eerste instantie lijkt Ten Page Pilot een soort stonerversie van The Offspring. Wacht, die moet ik even uitleggen. De groove is stoner, geen twijfel mogelijk, maar de songs hebben een punky attitude, zijn kort en catchy als de neten, terwijl ook de zang wel wat aan The Offsping's Dexter Holland doet denken. Hoewel ik heel wat associaties heb met The Offspring, maar ook Foo Fighters en The Presidents Of The United States Of America, weten ze te voorkomen dat de songs qua stijl regelrechte kopieen worden. De grootste verrasssing is misschien wel de semi-akoestische gitaarballad "We Call Ourselves Diplomats". De vocale harmonieën in dat nummer doen me denken aan... The Everly Brothers, echt waar! Sowieso durven ze in de ballads écht gas terug te nemen. "Loss Is Bitter" doet daardoor wel wat denken aan unplugged Nirvana. Grunge, punkpop, stoner, classic rock, zelfs progressieve rock is er verder op dit album te vinden. Wellicht ken je "In The City" al, daarmee wisten ze in het 3voor12-kamp al de nodige aandacht te trekken. Het is jammer dat de productie er niet in slaagt het nog een niveautje hoger te tillen. Dat is misschien ook wat veel gevraagd voor een eigen beheer-cd. Wellicht dat een platenmaatschappij net dat beetje extra financiën kan verschaffen. Volgens mij halen ze dat er geheid uit. Aan de kwaliteiten van Ten Page Pilot zal het niet liggen. Zelfs na een dag geboor aan m'n kop is het nóg prettig om aan te horen...
File Under: Je hebt herrie en herrie
File Audio: [PilotSpace]
File Video: [PilotTube]
The Lovely Savalas - Pornocracy
Pornocracy van het Italiaanse The Lovely Savalas kenmerkt zich vooral door invloeden van rockbands uit de jaren negentig. Dan kun je een hele rits bands opnoemen zoals The Red Hot Chili Peppers, Incubus, Foo Fighters, Nirvana, Alice in Chains, Queens Of The Stone Age en Jane's Addiction, maar je kunt ook zeggen dat de band zijn inspiratie haalt uit genres als heavy rock, grunge, desert rock, progrock, emo-punk en gewone pop. Dan is het eigenlijk knap dat het album als geheel niet echt rommelig aanvoelt maar redelijk samenhangend. Waar het dan wel een rommeltje wordt is in mijn hoofd. Soms klinkt het namelijk aanstekelijk, funky, subtiel, opwindend en verrassend, maar op andere momenten klinkt het veel te gladjes. De gitaren zitten doorgaans behendig rondom het prima drumwerk gevlochten, maar de zang klinkt vaak ondermaats. Die twijfel heb ik ook binnen bepaalde nummers. "Shine on me tonight" heeft bijvoorbeeld een zeurderig refreintje, maar dat bombastische outtro met die saxofoon is dan wel weer heel erg lekker. "The Others" jengelt ook maar een eind weg, maar heeft in het midden wel weer een geinig funky tussenstukje. "Fashion Girl" is een typische megahit die je eigenlijk niet leuk mag vinden, maar die dat stiekem wel is, en "Dive" is dan weer net iets te zoet. "Pornocracy" vind ik dan weer een lekker funky instrumentaal nummer dat op het album vlak voor het prima "Armadillo" zit, een tweeluik met Nick Oliveri (Queens of the Stone Age, Kyuss, ruziemaker) op zang en bas. Het aardige "Never Break" zou een cover kunnen zijn van een rustig Nirvana-nummer. Eigenlijk heb je op dit album continu het gevoel alsof je het al eens eerder hebt gehoord, maar is het dan goed gedaan of is het gewoon goed gejat? Verwarrend allemaal. Maakt niet uit, ik zet het gewoon onder de categorie 'aardig rockbandje met plus- en minpunten'.
File Under: Aardig rockbandje met plus- en minpunten
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [YouTube: trailer]
Gotye - Somebody that I used to know
Ben van Gelder - Frame of Reference
Wie een eerste sprong in de enorme jazz-oceaan wil wagen, wordt doorgaans een album als Kind of Blue van Miles Davis aangeraden. De ideale instapplaat, inderdaad. Somethin’ Else van Cannonball Adderley is er ook zo een. Oude, maar bepaald niet versleten jazz-klassiekers. Maar koudwatervrees voor jazz wordt net zo makkelijk een warm bad met Frame of Reference van de 22-jarige, in Groningen geboren saxofonist Ben van Gelder. Opgenomen in New York met een wereldband, laat Van Gelder horen dat hij de jazz-geschiedenis heeft opgezogen als een spons. Met name saxofonist Lee Konitz is met zijn ronde, tikkie melancholische toon van invloed geweest. Maar Ben heeft dankzij zijn vader (jazzplatenverkoper te Groningen) van meerdere blokjes jazzkaas gegeten. Hij covert, heroverweegt eigenlijk, nummers van Thelonius Monk en John Coltrane, en doet dat op eigen wijze. Hij schreef zelf nummers, en speelt tracks van pianist Aaron Parks, die ook meespeelt. "Wise Old Man", geschreven door Parks, tovert als vanzelf een sepiakleur over je blikveld. Van Gelder (jongere broer van de hier vorig jaar bejubelde pianist Gideon) maakt het de luisteraar niet moeilijk, verwacht geen wringende noten of hinkstapsprongen. Hier en daar wordt eerder wat gehuppeld (zoals in "Countdown"), Van Gelder heeft volgens mij vooral een hele mooie plaat willen maken. En is daarin met vlag en wimpel geslaagd. Jazz is muziek die bol staat van de traditie, waar je vele kanten mee op kunt. Behagen zonder in gemakkelijk gestreel te vervallen, Ben en band weten vele prettige plekjes te beroeren.
File Under: Ben fan.
File Audio: [Listen]
Hauschka / Hildur Guðnadóttir / Nils Frahm
Sonic Pieces is een label dat maar schaars albums uit brengt. Dat komt doordat ze de voorkeur hebben aan fraaie handgemaakte cd-verpakkingen. En dat gaat nou eenmaal minder snel dan even een cd-tje branden en een hoesje printen. Maar dat geeft niets, want wat ze uitbrengen is eigenlijk zonder uitzondering het wachten meer dan waard. Met regelmaat slagen ze er in om bijzondere samenwerkingen tussen artiesten op touw te zetten. De meest recente samenwerking die ze nu uitbrengen is die tussen de IJslandse celliste Hildur Guðnadóttir en de Duitse pianist Volker Bertelmann die natuurlijk veel beter bekend is onder de naam Hauschka. Als ‘Hilschka’ wordt Pan Tone gepresenteerd. Het is een opname van een eenmalig optreden dat de twee gaven in Kings Place in Londen tijdens het Arctic Circle - Bubbly Blue and Green festival. De songs hebben voor een deel nummers (maar ook benamingen) van het zogenaamde Pantone Matching System waarmee kleuren zijn gedefinieerd. In dit geval beschrijven ze de verschillende tinten blauw van de zee. Wat ik deed was het plaatje van het PMS dat de kleur beschreef heel groot maken en daar vervolgens naar staren terwijl Hildur d’r cello bestreek en Hauschka uit zijn prepared piano allerlei wonderlijke klanken toverde. Het is telkens weer verrassend als je in in de egaal vlakken gaat zien gedurende de veranderingen in de muziek en allerlei patronen komen en gaan. Staar maar eens naar nummer 320, terwijl je naar het nummer luistert. Wonderschoon, telkens weer. Het is jammer dat het optreden van de twee eenmalig was, ik zou het dolgraag een keer live zien, maar de opname en de mastering van Nils Frahm zorgen ervoor dat het bijna lijkt alsof ze keer op keer in je buurt spelen.
Frahm zelf zit overigens ook niet (of is het beter om nooit te zeggen) stil als het gaat om muziek maken. Eerder dit jaar was hij een van de smaakmakers op Into The Great Wide Open waar hij met onder meer Peter Broderick en leden van Piiptsjilling het weldadige Seeljocht maakte. Maar minstens zo'n fijne luisterervaring is Frahms nieuwste soloalbum Felt, de cd die ik de laatste weken ontelbare keren gedraaid heb. Het klinkt misschien een beetje raar, maar de ruis die als een sluier over het gros van de opnames heen ligt geeft de songs een bijzondere ervaring. Alsof je naar een grijsgedraaide lp zit te luisteren. Of dat de nummers gespeeld worden terwijl het buiten behoorlijk miezert. Af en toe heb je het gevoel dat je zo ongeveer in de pianoklankkast zit. Vooral in "Familiar" en "Unter" waar je de piano echt hoort leven met de hamers die de snaren strelen en je de pedalen hoort werken is dit een bijzondere ervaring. Helemaal omdat je Frahm ondertussen ook nog hoort ademhalen. Het gros van de songs nam Frahm 's nachts op zijn Berlijnse studio, op de momenten dat er geen haast of druk meer was. Momenten waarop zelfreflectie en creativiteit de handen ineensloegen en resulteerden in negen betoverend mooie liedjes waarin Frahm zich niet beperkt tot alleen pianospel, maar ook proeft aan andere (slag)instrumenten.
File Under: Who’s afraid of blue, blue and blue?
File: Nils Frahm - Felt
File Under: Prachtvol
The Smiths - Complete
Laten we beginnen met het mierenneuken: de titels achterop Strangeways Here We Come zijn voor de oude fans - want veertigers - niet meer te lezen. En er wordt gejokt met de titel. Want er missen wat liedjes. Weliswaar gaat het om b-kantjes - "Wonderful Woman" bijvoorbeeld -, maar Complete is niet compleet als het gaat om de gehele output van The Smiths. Wel compleet zijn ze, als het gaat om de liedjes an sich. Als er in die verdoemde jaren tachtig een bandje was dat het lukte om dicht (en soms zelfs heel erg dicht) in de buurt van de perfecte popsong te komen, dan waren dat wel Morrissey / Marr en co. Nu de acht CD’s hier voor me liggen, keurig uitgevoerd als verkleinde versies van de originele vinylschijven, inclusief het postertje bij Rank, valt weer op hoeveel klassiekers er in die krappe vijf jaar dat de band bestond, bij elkaar geschreven zijn. Even een kleine opsomming? "Reel Around The Fountain", "This Charming Man", "Hand In Glove", "The Headmaster Ritual", "The Queen is Dead", "The Boy With The Thorn In His Side", "There Is A Light That Never Goes Out", "Girlfriend In A Coma", "Heaven Knows I’m Miserable Now". Eigenlijk hoeft een recensie van deze box uit niet meer te bestaan dan een opsomming van liedjes. Is er een goede reden om deze box te kopen als je toch al alle albums in huis hebt? Ja, want Rhino maakte een simpele box van vinyl of CD’s en een $500- deluxe versie met 7”’s, een DVD en alle acht platen op vinyl en CD, een poster enzoverder. Maar belangrijker: de albums werden opnieuw geremastered onder supervisie van Johnny Marr. En dat betekent dat het iele geluid plots verdwenen is. Vooral het titelloze debuut klinkt nu plotseling vele malen beter dan we de plaat kenden. What difference does it make? - ja, pun intended - het zal aan je jeugdherinneringen niet veel veranderen, maar het geeft wel een hele goede reden om deze acht cd’s te draaien.
File Under: You’ve Got Everything Now (bijna)
File Video: [YouTube]
Spinvis - Tot Ziens, Justine Keller
Ongelooflijk dat het alweer bijna tien jaar geleden is dat het debuut Spinvis van Erik de Jong uitkwam. Het album knalde er behoorlijk in bij mij destijds en nummers als "Bagagedrager" en "Voor ik vergeet" behoren wat mij betreft nog steeds tot de beste Nederlandstalige nummers ooit gemaakt. Toch ben ik Spinvis na zijn debuut een beetje uit het oog verloren. Het werd allemaal net iets te weird en kleinkunsterig en zijn laatste EP Ritmebox uit 2008 kon ik vanwege mijn ernstige Vinkenoog-allergie echt niet aanhoren. En nu is er dan een nieuw album van De Jong met de geheimzinnige titel Tot Ziens, Justine Keller. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Het mooiste van het debuut vond ik de onweerstaanbare melancholie die uit veel nummers sprak. De sfeer van de vergeelde foto's uit een familie-album over die heerlijke vakantie in Zuid-Duitsland in 1976. Het goede nieuws is dat die sfeer terugkeert in sommige nummers op dit nieuwe album. De Jong wil duidelijk weer liedjes maken in plaats van experimenten met geluid en dat maakt Tot Ziens, Justine Keller een stuk toegankelijker dan eerder werk. Toch bevat het album nog behoorlijk extreme stemmingswisselingen, van het uitbundig vrolijke "We Vieren Het Toch" tot het mooi ingetogen "Jij Wint" en beschouwende "Overvecht". Er is maar één persoon in de wereld die weet wat er allemaal in het hoofd van Spinvis omgaat en dat is Erik de Jong zelf. De teksten zijn zoals op het debuut deels verrassend herkenbaar, deels volstrekt vervreemdend. Zo blijft het ook giswerk wie of wat Justine Keller is. Dat maakt Spinvis tot een absoluut uniek talent en dit album tot een waardige opvolger van zijn droomdebuut.
File Under: Zelfs Ronnie komt terug
File Video: [Overvecht]
File Stripboek: [Hanco Kolk maakte een stripboek bij de limited edition]
File Twitter: [Twitter]
The Rapture - In The Grace of Your Love
Ohja, die bestaan ook nog. Of nou ja, weer is een beter woord. De biografie van The Rapture rept breeduit over de grote successen van deze ultieme punkfunkband anno 2003 en 2006, maar omzichtig over de problemen daarna: het tijdelijke vertrek van frontman Luke Jenner na diens moeders zelfmoord en het definitieve vertrek van hun bassist, waardoor The Rapture tegenwoordig als trio optreedt. Uiteindelijk veranderde de band ondanks alle perikelen opzettelijk weinig aan zijn oorspronkelijke vrolijke geluid en ligt er nu een derde album met een handvol snelle disconummers volgens het boekje ("How Deep Is Your Love", "Never Die Again", "Children"). Voor de rest is In The Grace Of Your Love eigenlijk niet zo'n heel goeie plaat. Meer van hetzelfde maar dan minder catchy, doordrukjes van Hot Chip ("Can You Find A Way?") en een vrolijk nummer als "Miss You" met mistroostige herfstteksten die helemaal niet bij de handklapjes passen (heeft The Bravery ook al enige tijd last van). Meest origineel op muzikaal gebied is de belachelijke accordeonmix in "Come Back To Me", waar je in gedachten eerder een Duits tv-publiek in lederhosen de polonaise op ziet lopen, maar dat fenomeen kennen ze in Amerika toch niet. In de tweede helft van het nummer verdwijnt die accordeon opeens en komt er minimale percussie voor terug. Dat is dan weer leuk gedaan. De weg terug uit het dal is ingezet. Blij dat ze er weer zijn.
File Under: Toch weer drie hits voor de verzamelaar
File Audio: [How Deep Is Your Love?]
Ricky Koole - Wind om het huis
‘Ik ga muziek maken/zoals Doctor John. Uit mijn mouw schudden/longen uit mijn lijf. Ziel en zaligheid/Want mij zit alles mee, mij zit alles mee.’ En ze voegt de daad bij het woord, zangeres Ricky Koole en haar heerlijke bandje in het nummer "Dr. John". Geïnspireerd door een concert van de goede dokter, en met hulp van de blazers van Kyteman gaan zangeres en band lekker los op zo’n hinkelend Mardi Gras-ritme. ‘Ik ben een zondagskind’, zingt Koole ook in dat nummer, en daar is geen woord van gelogen. Naast een gewaardeerd actrice (Sonny Boy, series als Verborgen gebreken) maakt Koole ook muziek met haar lief Leo Blokhuis, voor zeer onderhoudende theatershows. Ze stelt met Blokhuis compilatie-cd’s samen, moedert over hun vrolijke peuterzoon en blijkt nu ook nog ‘s uitstekende liedteksten te kunnen schrijven. In het Nederlands, na een aantal albums waarin ze Engelstalige covers zong. Geen voordehand liggende keuze, zeker als je weet dat Ricky het liefst ergens tussen country en soul heen laveert. De Dijk is eigenlijk de enige Nederlandse band die overtuigend Nedersoul brengt. Ik heb me altijd afgevraagd waarom niemand hen navolgde, Koole laat in "De Nacht" (waarvoor ze de muziek leende van Aretha’s zus Carolyn Franklin) horen dat Huub van der Lubbe wel degelijk school heeft gemaakt. Twee liedjes leende ze van Maarten van Roozendaal, waaronder het prachtige "De olielamp", wat bezoekers van Blokhuis’ en Koole’s theatershow Laagland al eerder kippenvel bezorgde. De Kyteman-blazers stuwen "Regen", het bewerkte gedicht van J.C. van Schagen, op naar hemelse hoogten, zodat een al te kleinkunsterige valkuil handig wordt omzeild. Het zondagskind is het meest overtuigend in hartebreekliedjes als het al genoemde "De nacht" en het met mooie Hammond-vegen versierde "Net zo lief alleen". Ook als het Koole niet mee zit, zit het blijkbaar toch mee.
File Under: Zielsgelukkig
File Audio: [MySpace]
Transatlantic - More Never Is Enough / Neal Morse - Testimony 2 Live
Ik liep al een paar weken te schelden op Post NL (voorheen TNT). Pakketjes die van ver moeten komen doen er nogal eens een stuk langer over dan pakketjes die via een concurrent komen. En ik zat met smart te wachten op twee pre-ordered boxsets. Nog een mazzeltje dat ik alvast bestanden ter recensie binnenkreeg.
Van Transatlantic bijvoorbeeld. Na een gelijksoortig pakket Whirld Tour 2010 is er nu More Never Is Enough. Uit dezelfde toer, dus dezelfde tracklisting, maar omdat Morse, Portnoy en kornuiten erg verguld waren met het optreden in Manchester, het laatste optreden uit de Whirld Tour 2010, werd besloten het alsnog uit te brengen. Feitelijk is er muzikaal weinig verschil met Whirld Tour 2010: vijf mannen die zich op technisch hoog niveau progger-dan-prog staan uit te leven en daarmee evenveel bewondering bij de een als afschuw bij de ander opwekken. Er was wel een probleempje: uitgerekend dit optreden was niet opgenomen. Laat dat nou net heel fijn uitpakken voor Nederlandse fans! De 2 dvd's bevatten nu namelijk het waanzinnige concert dat ze gaven in 013 in Tilburg, inclusief de baspedaalsolo op 11 van Portnoy. Het laatste maakt onderdeel uit van de Stranger Jams, het gedeelte waar de band onder aanvoering van Mike Portnoy onverwachte geintjes uithaalt. Als je met een blik op Whirld Tour 2010 roept 'ja, maar deze heb ik al' kan ik je geen ongelijk geven. Maar als je net als ik in Tilburg was, zul je dat vast niet roepen.
Tegelijkertijd komt er nog zo'n 3cd/2dvd-pakket uit van Neal Morse's Testimony 2-tour. Het betreft een optreden in Los Angeles, dat wil zeggen met Portnoy op drums en Randy George op bas. Geen grotendeels Nederlandse band onder leiding van Collin Leijenaar dus, hoewel die band op So Many Roads ook excelleerde. Met Portnoy en George heb je hier echter wel de mannen die het studio-album ook mee opnamen. Als normale artiesten een compleet album spelen is het concert daarmee zo'n beetje voorbij, bij Morse en Portnoy ben je dan nog niet halverwege. Of beter gezegd, ben je al ruim halfweg, want het complete Testimony 2-album is de afsluiting van deze cd. Voor die tijd komen er onder andere songs voorbij als "Lifeline", "The Separated Man", "Sola Scriptura" en "Seeds Of Gold", stuk voor stuk al songs waarbij na tien minuten het einde nog lang niet in zicht is. Zoals gebruikelijk worden de songs vrij getrouw aan het studio-equivalent uitgevoerd, waarbij Morse de laatste jaren zijn stem steeds beter onder controle lijkt te hebben. De meerwaarde ligt in de chemie op het podium, die zonneklaar is. Bij de extra's op de dvd zitten een documentaire én beelden van het optreden van Spock's Beard op High Voltage - zonder Nick D'Virgilio, die andere verplichtingen had, maar mét Neal Morse.
Nu zit ik dus met nóg meer smart te wachten op mijn boxsets. Met mijn excuses aan Post NL, want uit een mailtje van Radiant Records blijkt plots dat ze niet op 29 september, maar pas vorige week verzonden zijn. Het eerste mailtje was een foutje...
File: Transatlantic - More Never is EnoughFile Under: Pracht op herhaling, met mazzeltje voor Nederlandse fans
File Video: [teaser 1] [teaser 2]
File: Neal Morse - Testimony 2 Live In Los Angeles
File Under: Geen minuut te lang
File Video: [teaser 1] [teaser 2]





















































































































