Stiv Cantarelli - Innerstate
It takes one to know one: blijkbaar heeft Willy Vlautin, voorman van Richmond Fontaine, in de Italiaan Stiv Cantarelli iemand gevonden die even stijlvolle en droefgeestige liedjes speelt als hijzelf. Als een ware mecenas heeft hij hem niet alleen meegenomen op tournee en een stevige helpende hand geboden bij het opnemen van zijn album Innerstate, maar de plaat ook nog eens uitgebracht op zijn eigen label, El Cortez Records. To top it all off: het absolute hoogtepunt op Innerstate blijkt "A Farewell Letter" te zijn. Een duet met, jawel, Willy Vlautin. Andere muzikanten die meedoen op Cantarelli’s album komen ook bekend voor: drummer Sean Oldham en bassist Dave Harding zijn andere leden van Richmond Fontaine. Overigens heeft de plaat ook een Nederlands tintje, want de opnames vonden deels plaats in de Verenigde Staten, deels in Italië en deels in Nederland. De songs zijn niet alleen verwant aan het werk van Richmond Fontaine, maar evenzeer schatplichtig aan andere groten uit het genre: Steve Earle, Ryan Adams en godfather Townes Van Zandt, en zijn voor het grootste deel akoestisch. Lef kan Stiv Cantarelli overigens niet ontzegd worden: Innerstate opent met een instrumentaal nummer dat meteen het titelnummer is. Ook opvallend: zonder de bio had ik in Cantarelli’s stem geen Italiaan vermoed.
File Under: Met de complimenten van Willy Vlautin
File Audio: [MySpace]
File Video: [Feeder (live)]
Sondre Lerche - Sondre Lerche
Als Sondre Lerche een Nederlander was geweest, dan had het niet anders gekund dan dat dit album op het Excelsiorlabel was verschenen. De gitaarpop dat ergens te plaatsen is tussen het werk van The Beatles en Prefab Sprout, doet mij namelijk erg aan een van de Excelsiorbands bij uitstek denken: Daryll-Ann. Lerche komt echter uit Noorwegen en vindt onderdak bij Mona Records. Hij woont tegenwoordig in Amerika waar de 29-jarige zijn zevende album Sondre Lerche opnam. Het bevat tien liedjes met een lengte van ruim veertig minuten die voortglijden als een schaatser op perfect ijs. Na een paar keer draaien is het alsof je het album al jaren kent. Het straalt rust uit en door de heerlijk in het gehoor liggende liedjes word ik meegezogen in de ´schwung´. Luister eens naar "Private Caller", "Red Flags" of het afsluitende "When The River", en je weet wat ik bedoel. Uit de bocht vliegen doet het nergens, dat is dan meteen het manco van deze plaat. Misschien is het net wat té mooi. Je moet het echter maar kunnen om zo´n plaat te maken.
File Under: De schoonheid van gitaarpop
File Audio: [MySpace][Soundcloud]
File Video: [Zijn videokanaal]
File Twitter: [Tweets]
Backwoods Payback - Momantha
Ik krijg de laatste tijd wel vaker plaatjes in mijn schoot geworpen van het Small Stone-label. Doorgaans zijn het bands met vuig gestemde gitaren en niet al te frisse zang. Zo moest ik bijvoorbeeld gelijk denken aan het een tijdje terug besproken Roadsaw toen ik Momantha van Backwoods Payback eens een draai gaf. Met name zanger Mike Cummings zingt soms vergelijkbaar wat buiten de lijntjes, maar je kunt het ook vergelijken met de mooie intensiteit van iemand als Glenn Danzig. Als ik mijn ogen dicht doe zie ik soms zelfs Ozzy Osbourne op mijn netvlies, zoals aan het begin van "Knockwood". Maar eigenlijk bevalt de zanger me nog het beste op een wat feller nummer als "Timegrinder", waar een wat dieper geschreeuw klinkt uit de krochten van zijn keel dat bovendien verraadt dat hij een hardcore verleden heeft. Maar met deze band maakt Cummings diepe, donkere en smerige stonerrock/metal met laag gestemde gitaren. Stoner met een saus van doom en sludge dus. Echt opwindend of verrassend wordt het eigenlijk niet echt, zoals label- of genregenoten als Clutch, Lo-Pan en Danzig dat nog wel in zich kunnen hebben. Nee, daarvoor kruipt het nog een beetje teveel onder dezelfde steen. Echter, de dik zoemende gitaren met die lichtjes voortstuwende riffs hebben soms nog wel wat, zoals op "Parting Words" - het beste nummer van de plaat - en "Lord Chesterfield" waar ook een spaarzaam gitaarsolootje zit op het einde. Typisch is een nummer als "Velcro", dat typerend maar wat stuurloos doordreint en daarom op het einde gewoon maar wordt weggedraaid. Qua intentie en gitaargeluid een aardig album, maar als geheel vind ik het net iets te dikke erwtensoep zonder rookworst.
File Under: Dikke soep
File Social Media: [Facebook] [Twitter]
Aafke Romeijn - Stella Must Die!
'Mijn zangeres is het niet', moppert mijn collega nadat ik hem in zijn auto twee flarden van de debuutplaat van Aafke Romeijn laat horen. Misschien maar beter ook. Hij is van het type sympho-, (prog)rock en Loreena McKennitt - daarbij vergeleken zingt Aafke veel persoonlijker en emotioneler, en ramt ze regelmatig op haar piano alsof het een elektrische gitaar is. Stella Must Die! is een plaat die bloedt. Elke pianoliefhebber die hoopte dat Tori Amos ooit nog iets agressiefs zou opnemen moet 'm horen. Stella Must Die! is er voor de Mercury Rev-fans die hoopten dat Arcade Fire meer orgelnummers zou opnemen, voor alle The Voice of Holland-haters die wel houden van een vrouw die achter een instrument gaat zitten en zich laat gáán, en voor iedereen die niet van songtitels houdt. Prijsnummer is dan wel weer het enige nummer mét een titel, "I Stretch the Dark", precies in het midden van het album. Ook het vierde nummer "IX" doet mij veel meer dan zo'n Lana del Rey. Ik kan hier verder nog de hele bio van de Utrechtse Romeijn ('I love the smell of Bordewijk in the morning') gaan doorlichten, maar dat hebben ze bij de buren van KindaMuzik toch al veel beter gedaan. Uitroepteken.
File Under: Groots en meeslepend
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Stella XVII]
File Twitter: [☢]
The Kordz - Beauty & The East
The Kordz is heel bijzonder maar weet dat soms heel knap te verstoppen. Dat moet ik even uitleggen. The Kordz komt uit Beiroet, Libanon. De drie kernleden van de band werden bij dit album bijgestaan door drummer Jeff Burrows (The Tea Party) en producer Ulrich Wild (Deftones). De Libanese roots hoor je in het intro, maar verder zou je dat aanvankelijk zomaar kunnen missen. Het doet vooral denken aan een wat vrolijker versie van Alice In Chains of aan jambands als Widespread Panic en Perpetual Groove. Als je héél goed luistert hoor je al wat Arabische themaatjes voorbijkomen en dat wordt geleidelijk aan steeds meer. Waar de rock eerst overheerst, komen langzaam de Arabische klanken meer naar de voorgrond, zoals bij "Insomnia Kid". Pas het titelnummer is - in elk geval voor mijn westerse oren - puur Arabisch, met snaarinstrumenten, fluiten en zang uit het Midden-Oosten. Zoals die verandering wordt opgebouwd wordt 'ie ook weer afgebouwd, naar songs die Radiohead en wat meer uptempo indierock echoën. Het knappe is dat de opbouw zo geleidelijk verloopt dat de songs elkaar heel natuurlijk opvolgen en je geen enkele moeite hebt om te geloven dat dit dezelfde band is - wat met een andere volgorde nog maar de vraag zou zijn. Goed beschouwd is het bijna waanzinnig wat ze hier doen: indierock, Alice In Chainsachtige rock, prog, pop én dan ook nog eens Arabische thema's er tussendoor, dat is vragen om ongelukken. Dat The Kordz er een spannende rockplaat mee weet te maken, zegt heel veel over de band.
File Under: Rockplaat met spannend verloop
File Video: ["Purgatory"]
Xiu Xiu - Always
Als puber opgegroeid in de jaren tachtig zou ik eigenlijk de elektronica uit die tijd moeten omarmen. Soms is dit ook wel zo, maar een echte electroboy ben ik nooit geweest. Jamie Stewart, de man achter Xiu Xiu (San Jose, Californië) is in 1978 geboren en heeft ongetwijfeld een oudere broer gehad die hem besmet heeft met het jaren-tachtig-virus. Dit duo dat verder uit Angela Seo bestaat, heeft namelijk electro als basis. Het fijne aan de muziek van Xiu Xiu is dat het alle kanten opgaat, zoals bijvoorbeeld David Bowie op Outside deed. De zangpartijen gaan van ik-doe-mijn-best-om-mooi-te zingen tot ik-ben-niet-meer-te-stoppen-theatraal. De muziek gaat van dansbaar en intiem tot experimenteel. In de 38 minuten die Always klokt worden er tien songs ten gehore gebracht. Liedjes die nergens voorspelbaar worden en geregeld van de rechte lijn afwijken. Kijk, dit is nou elektronische muziek zoals ik die graag lust. Xiu Xiu ging tot op heden totaal langs me heen, maar ze is alleen qua albums al aan nummer tien toe. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat ze na het maart-optreden als afsluiter op FabrIQ 2012 mij als fan mogen inschrijven.
File Under: Het betere elektrowerk
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Bandcamp]
File Video: [Het officiële videokanaal]
File Twitter: [Tweets]
Yori Swart - Yori Swart
2012 is krap twee maanden oud maar het zou weleens het jaar kunnen worden van het talent van eigen bodem. Eerder verschenen al prachtige platen van Blaudzun en Case Mayfield en nu is daar het debuutalbum van Yori Swart. Deze uit Bergen afkomstige 22-jarige singer-songwriter won in 2010 met haar band de Amsterdamse Popprijs en vorig jaar zette ze de Sena Performers POPnl Award en de de Grote Prijs van Nederland, afdeling singer-songwriter op haar naam. Tel daar de voorprogramma's die ze verzorgde van artiesten van Agnes Obel, Tim Knol en Wende Snijders bij op en torenhoge verwachtingen van dit debuutalbum zijn gewekt. En bij beluistering word ik absoluut niet teleurgesteld. De cd bevat tien folkrock/popliedjes die Yori Swart zelf schreef en allemaal een eigenzinnige twist hebben. Ze doen me qua melodie en zang denken aan een kruising tussen Joni Mitchell en Feist en een vleugje Ilse DeLange. Maar ze zijn vooral heel erg Yori Swart. Nummers als "Rest Your Eyes", "I Say Nothing" en "Give You All" beginnen rustig en sfeervol, en werken toe naar een mooie climax. "Oh Lord" is een stampende bluesrocksong waarin Yori even losgaat en afsluiter "Come On Over" is een prachtig duet met Okke Punt. Yori Swart beschikt over het talent om je tien nummers lang te boeien met haar goede en spannende songs die nét even te alternatief zijn om een groot publiek te bereiken. Voor de liefhebbers dus. Wat mij betreft is dat een groot pluspunt en geeft het aan dat Yori Swart met haar debuutalbum een plaat heeft gemaakt die ver boven de middelmaat uitstijgt.
File Under: Veelbelovend
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Give You All]
File Twitter: [Tweets van Yori Swart]
Week 9, 2012
Jasper
Lambchop - Mr. M
Janineka
Cass McCombs - Humor Risk
Storm
Damien Jurado - Maraqopa
Ludo
Yevgueni - Welkenraedt
Ramon
Heartless Bastards - Arrow
DubbelMono
Woven Hand - Black of the Ink
Ewie
Xiu Xiu - Always
André
The Ting Tings - Sounds From Nowheresville
Devil's Train - Devil's Train
Ik heb altijd muziek opstaan. Altijd. Het kan alleen zijn dat ik op bepaalde momenten andersoortige muziek draai, maar er staat altijd muziek op. Het betere gefieper van King Crimson trek ik bijvoorbeeld weer niet altijd, net zomin als Tori Amos of Spinvis. Eën soort muziek trek ik altijd: degelijke hardrock met een heavy basis. Motörhead bijvoorbeeld, of een paar van de Queensrÿche-albums. Goed uitgevoerd, maar vooral degelijk en hard. Met het debuut van Devil's Train heb ik een album dat in diezelfde categorie past. De Griekse Mystic Prophecy-zanger en producer R.D. Liapakis heeft met een landgenoot, gitarist Laki Ragazas, en een paar mannen die bekend zijn van bands als Stratovarius en Evergrey - drummer Jorg Michael en bassist Jari Kainulainen - een album gemaakt dat danig afwijkt van wat je van die bands gewend bent. Devil's Train is niet van het moeilijk doen, maar van grote riffs in een heavy productie die wel wat aan Black Label Society doet denken. Logge, beukende hardrock met een hint van southern rock. Met een fantastisch gitaargeluid worden hier twaalf beukers van formaat neergezet. Goed opgebouwde songs zonder tierlantijnen, maar steeds weer met heerlijke riffs en solo's die volgens mij de meest nuchtere rocker nog aan de luchtgitaar krijgen. Tot en met de afsluitende cover, The Guess Who's "American Woman", is het dikke pret, met hardrock die bedrieglijk eenvoudig is, maar bij elke luisterbeurt lekkerder wordt. Goede hardrock is van alle tijden, dat bewijst Devil's Train met dit album.
File Under: Altijd lekker
File Video: ["American Woman"]
Woven Hand - Black of the Ink (boek + cd)
Christelijke boekhandels zullen dit boek en de bijbehorende cd wel niet op voorraad gaan nemen, ondanks dat de teksten van David Eugene Edwards zijn doordesemd van religie. Maar bij deze domineeszoon gaat het om een vorm van christendom die hier ongetwijfeld niet aanspreekt. Is het niet vanwege de diepdonkere teksten over de wraakzuchtige God die hel en verdoemenis over ons uitstort, dan is het wel vanwege de muziek die, zo stel ik me voor, voor de gemiddelde bezoeker van een evangelische boekhandel te moeilijk klinkt. Terwijl de fans van 16 Horsepower of Woven Hand niets hebben met het christelijke gehalte van de teksten, maar de prachtige, dwingende nummers onweerstaanbaar vinden. In Black of the Ink heeft David Eugene Edwards zijn teksten verzameld en ze geïllustreerd met pentekeningen. Prettig leesvoer is dat niet per sé, maar het boek is uitgebracht met een cd waarop we zes Woven Hand-tracks terugvinden. Elk van de zes komt van een ander Woven Hand-album en is opnieuw gearrangeerd en opnieuw ingespeeld. De nummers zijn gestript tot er niet meer over bleef dan een gitaar (en een piano in 'Last Fist') en de nog steeds ijzingwekkende stem van David Eugene Edwards. Zo spaarzaam gebracht komt de stem van deze prediker prachtig tot zijn recht, als is het, eerlijk is eerlijk, vooral wachten op een compleet nieuw album.
File Under: Tussendoortje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Whistling Girl (live)]
Las Kellies - Kellies
Volgens mij heb ik nog nooit een cd van een Argentijnse band mogen recenseren. Sterker nog, ik ken zo geen enkele band uit dat land. Kennelijk slaat de mondialisering steeds verder toe en mag ik nu kennismaken met Las Kellies. Van drie meiden in een band zal menig jongenshart sneller gaan slaan, maar enige waarschuwing is wel op zijn plek. Dit trio zoekt het namelijk in de post-punk. Ik noem The Slits of een commerciëlere variant in The Ting Tings. Muzikaal is het allemaal basaal. De drumster houdt op niet al te virtuoze wijze het ritme aan, de andere twee dames zorgen voor aanvulling op bas en gitaar. Hier overheen wordt nog wat gekird. Toch straalt het energie uit en dat is het sterke punt. Op de dansvloer zou ik er een dansje op wagen, zoals in de ESG-cover "Erase You". Het kan wel zijn dat als de dames dit zien, ze er mij weer vanaf slaan: Just for ladies. Kortom, geen dames die je zonder handschoenen moet aanpakken, maar een beetje opstand in popmuziekland kan op zijn tijd geen kwaad.
File Under: Zou Maxima hun cd al hebben?
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Keep the Horse]
Milagres - Glowing Mouth
In iedere recensent zit iets van een prediker én een snob. Zo wil ik eigenlijk dat mijn favoriete band Wild Beasts heel populair wordt; maar tegelijk vind ik het jammer dat Milagres zoveel op ze lijkt. Het maakt de Beasts plots wat minder bijzonder. De bezwaren kunnen echter snel aan de kant want Glowing Mouth is een fijne plaat vol potentie. Leadzanger Kyle Wilson heeft de falset, de power, en het plechtstatige van zijn Wild Beasts-collega's, maar muzikaal tapt Milagres toch uit een minder wuft vaatje. Deze jongens komen uit Brooklyn, ze delen hotseknotsend hoeken uit. Dat zorgt voor een veel rauwer randje, al blijft de sfeer voor een Amerikaanse band opmerkelijk Engels. Door het wiebelende toetsenwerk lijkt Radioheads' laatste bijvoorbeeld een invloed. Mijn favoriete liedjes zijn wat ronder, zoals de Guillemots-achtige titeltrack, met een soulvolle huilpartij richting einde. “Lost In The Dark” is een piekfijn gearrangeerd duister pop-pareltje, met echo's van ambachtelijke meesters als Ed Harcourt en Doves. (Waar zijn die gebleven trouwens!?) Gedurende de tweede helft van Glowing Mouth neemt het niveau wat af, de liedjes zijn sfeervol, maar blijven ook wat in het slome en schetsmatige hangen. Tekenend is het intro voor “Gone”, dat met zwierende baslijn richting de sterren danst, om al snel weer hard richting aarde te worden teruggeroepen. Milagres moet dus nog een beetje loskomen, maar het vuurtje gloeit al wel.
File Under: Het beest ontwaakt in Brooklyn
File Audio: [Milagres-Camp]
Sharon Jones & The Dap-Kings
Mr. Big - Live From the Living Room
Mr. Big heeft meer live-cd's dan studio-cd's uitgebracht, dus dat na What If... een live-album zou verschijnen is geen verrassing. Wel dat het een semi-akoestisch album is geworden. Maar liefst zeven van de tien tracks van What If... komen terug op dit album, met helaas niet "American Beauty", een van mijn favorieten, maar wel "Undertow", "Stranger In My Life" en "Still Ain't Enough For Me". De drie songs die niet van het laatste album afkomstig zijn, zijn "Take Cover" van Hey Man en "Voodoo Kiss" en (uiteraard) "To Be With You" van Lean Into It. Omdat de basis van de songs van Mr. Big vaak heel poppy is, zijn ze ook uitstekend naar akoestische versies te vertalen. Het grappige is dat desondanks juist hier de rockfeel behouden blijft: Billy Sheehans basspel is ingewikkeld als altijd en Paul Gilbert soleert als een bezetene op de akoestische gitaar. Vanaf halverwege het album komen er ook smaakvolle strijkers bij. Alleen aan het slot, bij "Nobody Left To Blame", komt de elektrische gitaar nog even tevoorschijn. Op de songkeuze is wat mij betreft nog wel wat aan te merken. Zo had ik graag versies gehoord van "Green-Tinted Sixties Mind" en "Wild World" en hoe goed What If... ook is, ze hebben meer songs die in een semi-akoestische bewerking heel spannend zouden kunnen zijn. Maar ach, ze zullen blij geweest zijn met het nieuwe materiaal. Ons levert het een heerlijk live-album op, dat anders dan anders is - zonder dat je de decibellen gaat missen.
File Under: Flink huiskamertje wel, met die strijkers
Case Mayfield - The Many Colored Beast
Er was geen ontkomen aan. Case Mayfield (Kees Veerman) was overal de afgelopen jaren. Zoals piloten vlieguren maken, maakte Case speeluren. Geregeld zag ik hem op festivals aankomen, gitaar op de rug en een ietwat verdwaasde blik. Die afwezigheid maakte op het podium overigens altijd meteen plaats voor een opvallende scherpte en bezieling. Iedere gezichtsspier werd ingezet om zijn gitaarspel te voorzien van hoogst persoonlijke teksten. De ervaring klinkt duidelijk door in dit debuut van de zanger. Zelden een eerste album gehoord dat meteen al zo volwassen klinkt. Het leeuwendeel van The Many Colored Beast bestaat uit ingetogen nummers rondom de akoestische gitaar en licht-hese stem van Case, zoals het fraaie "Alright Louise". Ook zijn er nummers die duidelijk door en voor een volledige band zijn geschreven, zoals het gejaagde "Twitch". Het hart en absoluut hoogtepunt van het album is "Tomorrow Is My Slavename", een gedurfd nummer dat onheilspellend begint en langzaam toewerkt naar een heerlijk bombastisch en filmisch slot. Als dit geen live-favoriet wordt dan weet ik het ook niet meer. Op afsluiter "Crooked Waits" wordt overigens hetzelfde principe toegepast. Er zijn maar weinig singer-songwriters die loudQUIETloud zo goed beheersen als Case Mayfield. The Many Colored Beast verveelt werkelijk geen seconde.
File Under: Palingsound 2.0
File Audio: [Website]
File Video: [The Title]
File Twitter: [Twitter]
Dead Neanderthals - Jazzhammer / Stormannsgalskap
Mijn eerste echte aanraking met stevige metal was ooit een (veel gedraaid) cassettebandje met een verzameling van nummers van bands als Metallica, Obituary, Helloween en King Diamond. Maar er ook de heftige grindcore van Napalm Death stond er op, volgens mij ook typisch iets voor mannen om daar opgewonden van te raken en er stiekem ook hartelijk om te kunnen lachen. Dead Neanderthals (uit eigen land) deed me weer eens terugdenken aan dat cassettebandje toen ik vorig jaar als voorbereiding op festival de-Affaire deze briljante videoclip bekeek. En ja, ook live brachten de twee heren je primitieve gevoelens naar boven. Met ongeveer tien nummers in een kwartiertje maakten ze hun punt: grindcore jazz met strakke blastbeats en een maniakaal brullende saxofoon met heftig piepende feedback. Het deed me wel wat denken aan de jazzmetal van het Noorse Shining. Jazzhammer / Stormannsgalskap is het nieuwste album van de heren waarop we dit keer twee lange nummers horen van tegen de tien minuten (volgens de band een 'langspeler'). Op "Jazzhammer" hakt de drummer op je in als een pneumatische boorhamer, totdat je helemaal murw gebeukt bent. Verder in het nummer slaat de saxofonist zich met de hamer een paar keer op de vingers - zo lijkt het - en op het einde wordt alles maar kort en klein geslagen terwijl alles onder stroom staat. Zoiets. "Stormannsgalskap" is Noors voor grootheidswaanzin en net zo meedogenloos voor je oren. Het heeft als basis een op hol geslagen stoomboot waarbij de sax af en toe boven komt drijven als een onbedwingbare brandweerspuit en het eindigt ook weer in de volle chaos, alsof een Formule 1 wagen een flink remspoor aan het maken is. Indrukwekkend? Ja. Bovendien zijn de geluidseffecten en de sax op deze plaat vaak nog wat verfijnder verwerkt dan op eerdere albums en word je als luisteraar iets meer gedoseerd gesloopt, al zal deze verwoesting ook niet door iedereen worden gewaardeerd. Of zoals Mikael Åkerfeldt het ooit eens zei: 'For some of you this sounds like noise, for others this is oral sex.'
File Under: Pneumatische grindhamer
File Video: [Album Teaser]
File Social Media: [Twitter][Facebook]
Jeffrey Lewis - A Turn In The Dream-Songs
De Amerikaan Jeffrey Lewis is een beetje een ondergeschoven kind op File Under. Tot op heden bereikten slechts drie concertfoto´s en een stukje over het in 2007 verschenen 12 Crass Songs dit weblog. In dit stukje opperde Jnnk dat hij beter kon en daarmee moesten we het dan maar doen. Gelukkig is zijn laatste schijf A Turn In The Dream-Songs hier wel binnengekomen en ondanks dat deze op een grote stapel te recenseren lag wil ik deze toch even wat speciale aandacht geven: want wat een geinige cd is dit. Je hoort als het ware dat Lewis ook een begenadigd striptekenaar is. De liedjes zijn op creatieve wijze in elkaar gezet. Ze lijken zo achteloos uit de mouw geschud, maar geen noot staat er zomaar. Lewis wordt tot de anti-folkstroming gerekend, mocht je hier iets mee kunnen. Ik zie in hem meer een Lou Reed die besloot samen met Sufjan Stevens een album op te nemen en daarbij Will Oldham om advies vroeg. Tekstuele thema´s zijn soms serieus, op andere momenten juist humorvol. Lewis lijkt me niet iemand die hele volksstammen aan zich zal binden, maar toch is dit een album waar veel andere artiesten slechts van kunnen dromen.
File Under: Doe het maar eens
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Cult Boyfriend]
File Twitter: [Tweets]
Virtual Boy - Virtual Boy
In de categorie mooie elektronische zoekplaatjes, deze week Virtual Boy, ofwel Preston Walker en Henry Allen uit Los Angeles. Iedereen die de afgelopen week schreef dat Air zichzelf op Le Voyage Dans La Lune vernieuwd heeft, had eigenlijk debuutplaat Virtual Boy van deze heren moeten horen. Daar hoor je hoe je een soort-van-fagotsample halverwege een melodielijn kunt afkappen en gewoon opnieuw kunt starten (het fenomenale "The Tower" (waarvan hier 1 minuut), eigenlijk een mooi voorbeeld van Everything Is A Remix). Hoe je vocoderliedjes opeens combineert met een diepe cello of een traag knisperende bas. Of een trage hartslag onder dromerig gitaargefiedel. Door de eenvoud lijkt het misschien makkelijk, maar dat is het juist niet. Melancholie onder handbereik - maar dan gecombineerd met wat moderne sounds. Niet even minimaal als Nicolas Jaar, wel meer een geheimzinnige reissoundtrack, al had Virtual Boy net wat meer een seksplaat moeten zijn om een Bonobo-achtig commercieel succes te kunnen worden. Maar he, virtuele oorden móeten ook een beetje geheim blijven.
File Under: Air
File Audio: [Memory of a Ghost]
File Video: [Let Go]
Neal Casal - Sweeten the Distance
Eigenlijk knap lullig voor Neal Casal: hij is bekender om zijn werk in The Cardinals, de begeleidingsband van Ryan Adams, dan als de singer/songwriter die hij ook - en misschien wel: vooral - is. Wellicht was hij het rustpunt, het anker dat Ryan Adams nodig had om zijn balans te vinden. Want waar de wispelturige Ryan Adams graag alle kanten opschiet, doet Neal Casal al zijn hele carrière hetzelfde: rustige, ingetogen rootsy liedjes schrijven, in de traditie van de singer/songwriters van de Amerikaanse Westcoast. Hij is een noeste werker: sinds 1995 maakte hij al veertien soloplaten (inclusief live- en restjesalbums), vier met The Cardinals, drie met Hazey Malaze en dan heb ik de lijst met albums waar hij op meespeelt (zie zijn discografie) maar niet nageteld. Hierop vinden we overigens een indrukwekende lijst namen: van Todd Thibaud, via Tift Meritt, Willy Nelson en Mark Olson, tot Vetiver. Zijn eigen werk laat zien wat voor vakman hij is. Elk liedje is uitgewerkt, wordt losjes, maar vakkundig gespeeld en is knap gearrangeerd. Die kalmte is meteen de makke van Sweeten The Distance. Neal Casal zou weleens wat vaker uit de bocht hebben mogen vliegen om er een echt spannend album van te maken.
File Under: Balans
File Audio: [MySpace]
File Video: [Sweeten the Distance (live)]
Unisonic - Ignition
Unisonic mag je gerust een supergroep in de Duitse metalscene noemen. Het begon met Michael Kiske (ex-Helloween), Mandy Meyer (ex-Krokus) en Dennis Ward en Kosta Zafiriou (beiden o.a. Pink Cream 69) in de line-up. Het feest was compleet toen Kai Hansen (Gamma Ray en uiteraard ook ex-Helloween) er ook nog eens bijkwam. Wat dan weer een beetje overdreven is, is dat Ignition een EP genoemd wordt. Er staan namelijk maar twee echt afgewerkte nieuwe songs op, met daarnaast een demotrack ("Souls Alive") en een live-Helloweencover ("I Want Out"). Naast dat kritische puntje valt er overigens weinig te klagen. "Ignition" is een wat Priest-achtige vlotte rocker en ook "My Sanctuary" is een uptempo rocker, met flink wat gitaarsolo's. Beiden zijn voorzien van een - hoe kan het ook met Dennis Ward erbij - heldere en heavy productie. Ik twijfel overigens over het etiket "metal" bij beide songs, heavy rock dekt de lading beter. Bij de demotrack "Souls Alive" past het metaletiketje beter. Het zal met deze line-up niet verbazen dat de songs allemaal een uiterst meezingbaar refrein hebben. Helaas, na nog geen twintig minuten is het alweer afgelopen en da's veel te vlug. Gelukkig volgt in maart een compleet album. Laat maar komen!
File Under: Opwarmertje
File Audio: [UnisonicSpace]
File Video:["Unisonic"]
Damien Jurado
Singer-songwriter Damien Jurado werd in de jaren negentig ontdekt door Sunny Day Real Estate-zanger Jeremy Enigk en heeft sindsdien een heuse cultstatus verworven. Bij zijn tiende studioalbum zou daar heel goed verandering in kunnen komen. Maraqopa is een kleurrijke, exotische plaat geworden waarin Damien Jurado zijn muzikale invloeden voor het eerst in volle glorie laat doorschijnen. Maraqopa symboliseert voor Jurado een definitieve nieuwe richting in zijn carrière. Tijdens het interview met File Under legt Jurado de betekenis achter Maraqopa uit en wat hem heeft geïnspireerd.
Wie ‘Maraqopa’ googlet komt snel achter dat het Damien zelf is die deze naam heeft geclaimd. 'Het is een fictieve plek, afkomstig van een droom die ik had. Toen ik wakker werd, herinnerde ik me de naam nog. Het is een conceptalbum geworden, omdat de hele plaat zich van begint tot eind afspeelt in Maraqopa. Het draait allemaal om een hoofdpersonage, vanuit zijn perspectief. Het is een soort ideale plek, waar dit personage ware liefde ervaart en een soort openbaring ondergaat', vertelt Jurado.
Lees verder..Lindi Ortega - Little Red Boots
'Don't mess with Dolly!' zeg ik altijd wanneer iemand weer eens een flauwe opmerking over Dolly Parton maakt. Ondanks al haar uiterlijke schijn vind ik haar een goede songschrijfster en een prima countryzangeres. Zeg maar gerust een levende (country)legende. Tegenwoordig wordt er in country-capital Nashville gladde en inwisselbare countrymuziek gemaakt. Zoals zo vaak komt de echte goede muziek anno 2012 uit Canada. Toen ik Little Red Boots van de Canadese Lindi Ortega hoorde moest ik meteen aan Dolly Parton denken. In nummers als "When All The Stars Align", "Bluebird" en "I'm Dying Of Another Broken Heart" klinkt ze als Dolly in haar beste dagen. Ortega richt zich echter niet alleen op country maar mixt dit op haar derde cd met folk, rock en een vleugje rockabilly, zoals te horen is in "I'm No Elvis Presley". Centraal staat de onweerstaanbare stem van de Canadese met Mexicaanse en Ierse roots. Hoog en helder, smachtend en met de welbekende snik op precies de juiste momenten. Voor de gladde countrywereld is Lindi Ortega gelukkig te eigenzinnig en daar zijn haar liedjes veel te goed voor. 'You're gonna know me by my little red boots' zingt ze in het titelnummer, waarmee ze maar wil zeggen dat ze zich niet wil binden en haar eigenzinnigheid onderstreept. Lindi Ortega is een talent dat op positieve wijze uit de muzikale brij springt met haar Little Red Boots. Ik kan er in ieder geval geen genoeg van krijgen.
File Under: Don't mess with Lindi!
File Audio: [Myspace]
File Video: [Dying Of Another Broken Heart]
File Twitter: [Tweets van Lindi Ortega]
Mark Lanegan Band - Blues Funeral
Tjee, is het al acht jaar geleden dat Bubblegum uit kwam? Dat dit briljante album van Mark Lanegan uit 2004 zijn status als moderne klassieker heeft bewezen, staat als een paal boven water. Nog altijd heeft deze plaat niets van zijn donkere pracht verloren. Sterker nog; van tijd tot tijd ontdekte ik hem weer opnieuw en elke keer was hij nog beter dan ik al dacht. Acht jaar al dus, maar Lanegan zat in die periode niet stil. Na uitstapjes met onder meer Isobel Campbell en The Gutter Twins is hij terug op het solo-pad met een nieuw album: Blues Funeral. Net als op Bubblegum zijn ook op de bloemetjeshoes van Blues Funeral bekende gastspelers terug te vinden die op een of meerdere songs deel uitmaken van de band. Zo zijn Chriss Goss, Greg Dulli en Josh Homme ook op dit album weer op dienstbare wijze van de partij en is Queens Of The Stone Age-gitarist Alain Johannes op elke track alom aanwezig. Blues Funeral opent niet anders dan magistraal met een viertal intens slepende, modderige songs die een perfecte balans kennen tussen licht en donker, hemel en hel, leven en dood, met De Stem als verbinding. Meesterlijk, met name op het sobere en bloedstollend mooie "St. Louis Elegy". 'If tears were liquor, I would have drunk myself sick' is een prachtzin die je bij blijft. Als die opgebouwde spanning niet werd doorbroken door een aantal meer aardse en minder sterke rocksongs, zou Mark Lanegan hier zijn absolute meesterwerk geleverd hebben. Het spaarzame gebruik van synths, opgegraven ergens uit de donkere jaren tachtig, roept in samenhang met de sobere songs en diepe bassen een mooie en warme spanning op. Maar ook zijn er tracks waar de elektronica de overhand krijgt, zoals in de afsluiter "Tiny Grain Of Truth". Hier slaat zowaar de verveling toe en is de zwarte magie verbroken. Nee, helemaal evenwichtig is Blues Funeral niet en het album weet de kracht van Bubblegum als geheel niet te overtreffen. Maar die vergelijking legt de lat wel heel erg hoog: veel beter dan de hoogtepunten die dit album kent zullen we het niet krijgen dit jaar.
File Under: Zwarte magie
File Video: [The Gravedigger's Song]
Week 8, 2012
Ewie
Jeffrey Lewis - A Turn In The Dream-Songs
Ludo
Wooden Saints - I Know Why Your House Is On Fire
André
Nevada Drive @ Helemaal Melkweg, Melkweg Amsterdam
Prikkie
Spock's Beard - The X Tour Live
Ramon
Lambchop - Mr. M
Gr.R.
Sigur Ros - Hoppipolla
DubbelMono
Calexico - Selections from Road Atlas
Janineka
Yori Swart - Yori Swart
Storm
The Black Atlantic - Darkling, I Listen
Calexico - Selections from Road Atlas 1998 - 2011
Ze zijn er maar wat trots op, Joey Burns en John Convertino: hun Road Atlas. Acht tour only-platen die - naast de zes reguliere albums - een overzicht geven van waar hun carrière hen bracht. Zo ronkt het op Casa de Calexico: ‘Hand Numbered Vinyl Box Set, Limited Edition 1,100 Worldwide, 12 Vinyl LPs (Four Single LP Albums, Four Double LP Albums) + Bonus MP3s, 40 Page Book […] Screen Printed Linen Wrapped Slip Case.’ Bij vrijwel elke tour kwam er een CD uit. Steeds gelimiteerd. In november vorig jaar allemaal op vinyl geperst, in een doos verpakt en wederom zeer gelimiteerd uitgebracht. En dus inmiddels uitverkocht. Voor ons armlastigen is er nu een compilatie van deze luxe set: Selections from Road Atlas. De zestien tracks die Calexico hier verzameld heeft, zijn niet zomaar bij elkaar gezet. De volgorde is niet-chronologisch, wat aangeeft dat er in elk geval geprobeerd is een min of meer volwaardig album te produceren, dat ook voor de niet-fanatici de moeite waard is. Zodat ook wij prachtige tracks als de live-versie van "Man Made Lake" en een briljante "All The Pretty Horses" kunnen beluisteren. Grootste voordeel van deze sampler lijkt overigens te zijn dat we niet teveel lastig worden gevallen met flauwe schetsjes als "Entrenando a los Tigres" en saaie jams als "Detroit Steam". Zei hij niet al te oprecht.
File Under: Tequila zonder zout of citroen
File Video: [Promo]
Soen - Cognitive
Het project Soen zag in 2005 het licht toen drummer Martin Lopez (ex-Opeth, ex-Amon Amarth) en gitarist Kim Platbarzdis muzikale paden gingen verkennen. Het werd echt serieus toen zanger Joel Ekelof en bassist Steve DiGiordio (ex-Testament, ex-Death) zich bij de band voegden. Inmiddels is er dan ook een debuutalbum Cognitive met tien songs, geproduceerd door Dave Bottrill, die ook al eens bij Tool aan de knoppen draaide. Het zou een makkie zijn om deze recensie helemaal aan Tool en Opeth op te hangen, maar laat ik dat nou eens niet doen. Soen wordt meestal omschreven als progmetal, maar eerlijk gezegd is het metalgehalte - zeker op de eerste helft - verrassend laag. Veel van de songs zijn ook allesbehalve snel. Dat is helemaal niet erg, want Lopez en DiGiorgio zorgen vrijwel elke keer voor een ritmisch interessante basis, waar vervolgens Platbarzdis melodieus overheen pingelt. Zo nu en dan doet het zelfs wat denken aan King Crimson in de manier waarop de structuur soms bijna toevallig lijkt te ontstaan. Ook "Oscillation", dat stevig uit de startblokken schiet, kent aanzienlijk rustiger stukken. Dat heeft ook te maken met de zang van Ekelof, die nergens op kracht zingt. Zijn wat lamenterende zang is wel een acquired taste, waarbij ik eerlijk moet zeggen dat ik er zelf nog niet helemaal aan kan wennen. Vooral in combinatie met het gitaarspel roept Ekelof wel een mooi, licht creepy sfeertje op. De vocale harmonieën aan het einde van "Fracciones" laten horen dat Ekelof ook echt wel wel wat in zijn mars heeft. Ben je op zoek naar een album met een echt metalstempel, dan kun je dit album gerust aan je voorbij laten gaan. Dat wil niet zeggen dat je niets mist, want Soen is bezig met een duistere, avontuurlijke reis die nog maar lijkt te beginnen.
File Under: Uit duistere krochten
File Audio: [SoenSpace]
File Video: ["Savia"]
Cave - Neverendless
´Dag mijnheer, waarheen zal deze reis vanuit Chicago gaan?´ ´Ik dacht aan een retourtje heelal´. ´Dat kan mijnheer, maakt u de gordel goed vast, dan gaan we van start en zijn we over ruim veertig minuten weer op aarde terug.´ ´Prima, gaat u maar van start.´ ´Wel eerst afrekenen mijnheer, want wij doen niet aan betalingen achteraf. Je weet het maar nooit.´ ´Oh, heeft u wel eens klachten dan?´ ´Nee hoor, klanten weten wat ze van ons verwachten kunnen. Wij gaan een specie kruidige tocht maken en geven u tussendoor maar een paar tellen rust. Maar u kunt nu nog terug hoor. Het is geen verplichting.´ ´Nee, nee, laten we gaan. Ik heb er wel zin in. Hier heeft u uw dollars. Ik voel me nu al draaierig worden. ´ ´Dat is ook de bedoeling mijnheer, geeft u zich helemaal over aan wat komen gaat. Figuurlijk dan hè.´ ´Haha, u bent me een grapjas. Oef, hier had ik echt even behoefte aan. Niet elke dag, niet elke week, maar zo af en toe.´ ´Wij begrijpen u, al vanaf 2006. En we brengen geregeld weer een nieuwe tocht om mensen als u in hun behoefte te voorzien.´ ´Hiermee doorgaan hoor.´ ´Ja, mijnheer, uiteraard. Wat laten mensen als u niet in de steek.´
File Under: 10-9-8-7-6-5-4-3-2-1
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Adam Roberts]
Johnny Foreigner / Hungry Kids Of Hungary
OOR-journalist "Timbo" Veerwater heeft er ook op deze site jarenlang voor moeten bikkelen, maar de screamo hardcore van Fucked Up brak vorig jaar eindelijk door, zoals geïllustreerd in File Unders eigen eindlijst. De massa is er klaar voor. Wie weet kan ook het Engelse trio Johnny Foreigner daarvan profiteren, hun emopunk is bovendien een heel stuk toegankelijker. Geen blaffende vocalist die klinkt als een griepgolfslachtoffer, maar zoete, zelfs sentimentele samenzang van een jongen en meisje. Denk aan Stars, maar dan op lichtsnelheid, want natuurlijk zijn er ook op dit indie-album wél genoeg hysterische versnellingen en sloganesk driftige refreintjes. Men gaat hier Vs Everything, nietwaar. Dit soort punk denkt altijd groot, al wist ik hier ondanks de aanwezige spoken word-stukken geen overkoepelend verhaaltje te ontdekken. Maar zowel in speeltijd als in genre-variatie pakt de band uit als een snelkoerier. Dat leidt soms tot doelloos gedrein - het korte felle gaat ze aanmerkelijk beter af - maar de op zichzelf niet al verrassende dubbele tong-ballade "Doesn't Believe in Angels" is wel raak, niet in het minst dankzij het catchy zoemende orgeltje.
Ver van gangbare showbizcentra als Londen of Los Angeles heeft het Australische vijftal met de flauwe naam alle tijd gehad om het gehele transatlantische popspectrum als keelsnoepjes op te zuigen. Dat heeft op Escapades geresulteerd in een schizofrene, maar onwaarschijnlijk catchy plaat. Wie een staalkaart wil van wat op dit moment hip is, zit gebakken. De band opent Brits, met wat brallerige meezing-anthems, zoals Arctic Monkeys-navolgers ze vaak opdienen. Leuker wordt het zodra Amerika wordt aangedaan. “Scattered Diamonds” doet Vampire Weekend beter dan de New Yorkers zelf. Dat deze Australiërs uitstekend scoren op samenzang bewijzen ze constant, maar nergens zo duidelijk als in de Fleet Foxes-combo “No Returns” en het twangy “Eat Your Heart”. Toch zijn de genoemde liedjes niet de hoogtepunten. Een kopie van iets recents, dat is toch wat flets. Uiteindelijk wordt de overduidelijk aanwezige ambachtelijk kwaliteit wél in iets eigens omgezet. En daarvoor moeten we toch terug naar de Britse hoek. Hoogtepunt “Set It Right” is een nieuwe gouwe ouwe, in Nick Lowe's pubrock-stijl. Zóveel huidige Britse bands doen dat niet (jammer!) al mogen de Golden Silvers hier niet onvermeld blijven. En nog is de honger van deze veelvraten niet gesteld, In het psychedelische “China Will Wait” neemt men via de onderschatte Field Mice een XTC-pilletje. Zo vreten de kids hier dus een hele zak (name)dropjes leeg, maar ze doen dermate gretig dat meesnoepen onweerstaanbaar blijkt.
File Under: Kids kunnen niet stilzitten
File Audio: [Johnny-Space]
File: Hungry Kids Of Hungary - Escapades
File Under: Kids serveren ratatouille
File Audio: [Hungary-Space]
Spock's Beard - The X Tour Live
Toen twee jaar geleden Spock's Beard het X-album uitbracht leken alle puzzelstukjes op zijn plaats te vallen. Ook de fans die de periode met Neal Morse beter vonden, moesten toegeven dat het album klonk als een klok. Niemand kon bevroeden dat prompt het puzzelstukje Nick D'Virgilio er weer tussenuit zou vallen, als gevolg van de economische realiteit van het muzikantenbestaan. Spock's Beard gaat door, maar dit live-album, het laatste met Nick D'Virgilio, laat horen dat er weer een charismatisch en veelzijdig frontman de band verlaten heeft. De eerste cd is het complete X-album, zij het in een andere volgorde. De tweede cd is voor het oudere werk, maar dat wordt voorafgegaan door het traditionele drumduel tussen D'Virgilio en tourdrummer Jimmy Keegan. "On A Perfect Day" is nog van het post-Neal Morse tijdperk, maar "June", "Thoughts" en "The Doorway" zijn drie van de pareltjes uit de begindagen. Het is goed te horen hoezeer D'Virgilio is gegroeid als frontman. Wie Spock's Beard de laatste jaren live heeft gezien, weet bovendien hoeveel plezier de heren op het podium hebben. Vooral de knotsgekke Japanse toetsenist Ryo Okumoto, maar ook D'Virgilio manifesteerde zich steeds meer als podiumdier. Het magnifieke geluid van X is in een livesetting niet te realiseren, maar het wordt ruimschoots goedgemaakt door de levendigheid van het optreden. The X Tour Live is daarmee een passend afscheid voor een frontman van formaat.
File Under: Afscheid met een gouden randje
File Audio: [Spotify]
File Video: [dvd-trailer]
Lesoir - Lesoir
Vorig jaar stond Lesoir nog in de finale van de Limburgse competitie Nu of Nooit. Je weet wel, als je die competitie wint mag je op Pinkpop optreden. Dat haalden ze dus net niet, maar ze stonden wel op een aantal kleinere festivals en deden een korte tour door Engeland. Vorig jaar kwam ook het titelloze debuutalbum van de band uit en dat staat vol met melodische rock met een scherp randje, waarbij zangeres Maartje Meessen een dwingende hoofdrol opeist. Een vrouwenstem op stevige rock, ik hou ervan. Het geeft een frisheid aan het geheel, zoals citroen in vet sorbetijs. Hierbij klinkt de zangeres soms onvermijdelijk als Anneke van Giersbergen zoals in het begin van het mooie "As Beauty Dissapears" en "Tomorrow", maar regelmatig haalt ze ook wat harder uit naar de luisteraar zoals in het intensere en uptempo "Scream", een nummer dat de intensiteit heeft van Skunk Anansie of Guano Apes in goede tijden. De melodieėn op dit album zijn prima maar soms ook wat keurig en dan glijdt het wat langs me heen, maar ik vind ik het vooral interessant hoe de band soms wat buiten de lijntjes kleurt. Het heerlijk ontsporende gitaargedeelte op het tweede gedeelte van "Dominion" bijvoorbeeld, het eigenwijze begin van "Silence", het tussenstukje in "To Me" vanaf 2:07, de spannende opbouw van "True Story", of het mysterieuze "Interlude" dat er lekker eigenwijs is tussen gezet. Dat zijn voor mij de chocoladesnippers in het stracciatella ijs. De productie had nog wel wat warmer gekund en het spel had hier en daar nog een tikkeltje strakker gemogen, maar deze band heeft duidelijk potentie. Ik had ze die plek op Pinkpop daarom ook wel gegund, want Lesoir heeft het in zich om een stukje eigenwijzer uit de hoek te komen dan menig bandje dat de laatste jaren op het festival stond.
File Under: Chocoladesnippers in stracciatella ijs
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube kanaal]
File Social Media: [Facebook] [Twitter]
Milk Maid - Yucca
Als je een kleine schuur hebt dan is het behelpen. Er moet van alles in: fietsen, (tuin)gereedschap, kussens, verf en ga zo maar door. Als het er vers in staat dan is het overzichtelijk, maar door gebruik en vooral het geen zin hebben om er van alles uit te moeten halen voordat je er bij kunt, wordt het langzaam steeds rommeliger. Toch blijft het jouw schuur. Zoiets is ook bij het uit Manchester, Engeland afkomstige Milk Maid het geval. Dit drietal met in hun geledingen Martin Cohen (Nine Black Alps) brengt een lo-fi mix aan stijlen: het waaiert psychedelisch uit, het piept en knarst grungerig en het vraagt erom naar je schoenen starend er in op te gaan. Yucca klinkt alsof het thuis opgenomen is zonder teveel poespas, en dat is ook zo. De mix is wat vreemd. Er is een grommende gitaar te horen, maar de zang wordt er door weggedrukt. Alsof deze niet gehoord mag worden. Juist in een song als "Girl", dat begeleid wordt door een akoestische gitaar en de zangpartij niet wegdrukt, komt het liedje tot zijn recht. De nieuwste Britse sensatie is Milk Maid niet, maar net zoals bij stalgenoot Mazes ga ik hier niet over klagen, want zo prettig is Milk Maid nou ook wel weer.
File Under: Rommelig heeft zo zijn charme
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [Not Me][Dead Wrong]
Ironweed - Your World Of Tomorrow
Ik dacht eerst te maken te hebben met een soort Pink Floyd-achtige band toen ik de hoes zag van Your World Of Tomorrow van Ironweed maar de band uit Albany (New York) maakt 'gewoon' heavy rock / metal met stoner- en sludge-invloeden. Het oog op de hoes verwijst naar een soort 'big brother is watching you' -thema waarin de mensheid in de greep is van de multinationals, met behulp van technologie en media. CNN, Facebook, iTunes en Twitter zijn instrumenten die ons in slaap sussen en deze plaat zou ons wakker moeten schudden en je redden van de wereld van morgen, aldus de band. Vandaar de titel van de plaat. 'Dat belooft wat' hoor ik je denken, maar het heeft niet over de hele linie die beloofde impact, daarvoor zitten er te veel zwakke plekken in het album en zijn met name de gekozen melodielijnen mij doorgaans te simpel. "Awaken" is bijvoorbeeld echt niet meer van deze tijd (Guns N' Roses meets Aerosmith, zoiets), tenzij je daarvan houdt natuurlijk. Zo moet je ook wel houden van die klassieke rockstem van Jeff Andrews die op zijn best bijna klinkt als Mike Patton (Faith No More) zoals aan het begin van "And The New Slaves", maar veel te vaak zet hij een overdreven strot op ("Messenger" bijvoorbeeld). Ik krijg er in elk geval behoorlijk jeuk van. Daar staat tegenover dat het drumwerk prima is, er hier en daar wat fijne riffs voorbij vliegen en er andere opwindende momenten zijn te beleven zoals in de tweede helft van "And The New Slaves" wanneer het nummer onverwachts ontspoort, de vinnige gitaarsolo op het einde van "Red Circles", het gruizige baswerk aan het begin van "A Graceful Death" en het heerlijk opgefokte begin van "The Lucky Ones". Op dat soort momenten neemt de band je bij de kladden, maar "Your World Of Tomorrow" is niet helemaal het beloofde paradijs.
File Under: Van dik hout slaat men de plank soms mis
File Audio: [MySpace]
File Video: [Enduring Snakes] [The Lucky Ones]
Beyond The Bridge - The Old Man & The Spirit
Een debuut waar je al sinds 2008 aan hebt gewerkt, elf vrijwel allemaal lange songs, niet minder dan zeven bandleden, een zanger én een zangeres en muziek die schakelt van progmetal naar ingetogen naar AOR naar bombast - er is minder nodig om ervoor te zorgen dat bij dergelijke ambitieuze reuzenstappen de eigen benen in de knoop raken en een band een tekenfilmachtige smak op de muil maakt. Alleen gebeurt dat niet bij het Duitse Beyond The Bridge. In eerste instantie lijkt het allemaal wat veel van het goede, maar naarmate je er meer mee vertrouwd raakt valt op hoe mooi het allemaal in elkaar zit. De werkzaamheden bij Beyond The Bridge zijn niet de hoofdbezigheid van de bandleden, maar die hoofdbezigheden, vooral als engineer of musicus in rock, jazz en klassiek, maken dat ze een achtergrond hebben waar je u tegen zegt. Het resultaat is bijvoorbeeld dat je soms koorpartijen krijgt die je eerder bij de Carmina Burana verwacht dan bij een progalbum. Het feit dat de band zowel een zanger als een zangeres heeft is opmerkelijk, maar het leidt niet tot een vermoeiende serie duetten. Zangeres Dilenya Mar, die bijvoorbeeld de poppy ballad "World Of Wonders" voor haar rekening neemt, is niet van de opera-achtige zang. Je hoort haar bij wijze van spreken ook zo jazz, pop en soul zingen, maar op deze plaat is haar heldere stem een mooie combinatie met de meer traditionele rockstem van Herbie Langhans. Er komt de nodige technische hogesnelheidsprogmetal langs, maar de organische manier waarop die verweven is met meer ingetogen stukken maakt dat deze plaat een flinke klodder dramatiek meekrijgt en toch steeds aan de goede kant van de streep blijft. Je moet er bij The Old Man & The Spirit even moeite voor doen, maar dan word je ook rijkelijk beloond.
File Under: Investeringsplaatje
File Audio: [Flashplayer op de site][Stream van het hele album][Spotify]
Feed Me - Escape from Electric Mountain
Achterop de laatste editie van het tijdschrift Gonzo Circus staat een speciaal interview met de elektronische kunstenaar Mark Fell, in het kader van Sonic Acts. Fell zegt: "Ik vind esthetische oordelen [over wat schoonheid is] eigenlijk maar tribaal gedrag. Altijd als we proberen antwoord te geven op de vraag waarom we wel van het ene houden en niet van het andere, komen we terecht in het eindeloos opnieuw beschrijven van hetzelfde. Als je wilt uitvinden waarom iets mooi is, dan moet je juist niet praten over schoonheid, maar over de context waarin die schoonheid tot stand komt en wordt geconstrueerd." Laat ik diezelfde manier eens toepassen op de nieuwste EP van Jon Gooch, ook bekend als Spor maar hier dus onder de naam Feed Me, die alleen maar gemaakt lijkt om tot Skrillex de Tweede gekroond te worden (mooie titel toch met carnaval). In zekere zin bestáát dit soort Britse poptrancedubstep namelijk enkel bij wijze van associatie. In de eerste track "Trapdoor" zingt en speelt Hadouken kenmerkend mee. Track twee had juist weer van Röyksopp kunnen zijn, tot het moment dat je in de laatste halve minuut het themaatje van Skrillex' monsterhit "Scary Monsters and Nice Stripes" op de noot precies ontwaart. In track drie zit zowel de 'Boom Headshot'-internetmeme (had ik destijds totaal gemist) als de 'Headshot' sample uit de FPS-game Unreal. Track vier is het sinds Camo&Krooked en Chase&Status verplichte nummer met een gastzangeres. In track vijf doet Feed Me Mr. Oizo na. In track zes, "Whiskers", horen we geen kopie maar dan toch wel andermaal een moddervette Skrillex-stijlripoff. Kortom, het is muziek die schoonheid uitstraalt omwille van zijn associaties. Maar alleen al in de beschrijving ervan ontkom ik niet aan alle originelen op basis waarvan dit doorslagje bedacht is. Ja, met die titel ja. Uitstekende EP, daar niet van. Maar wel triest als je bedenkt hoe origineel Spor destijds was.
File Under: Pinterest
File Audio: [Embers (ft. Lindsay) en de overige tracks][Soundcloud]
Amelia White - Beautiful and Wild
Ik kan niet goed tegen zeuren. Mijn dochter weet dat heel goed, wat haar er overigens niet van weerhoudt om het bij tijd en wijle toch te doen. En om eerlijk te zijn, natuurlijk doe ik het zelf ook wel eens, me vaak niet realiserend dat het voor degene tegen wie je aanzeurt weleens heel vervelend kan zijn. Op dit moment zeurt Amelia White via haar cd Beautiful And White tegen mij aan. De vijfde cd van de uit Virginia afkomstige maar in Nashville wonende zangeres pakt me niet echt. Het ligt niet aan haar liedjes, dat zijn elf prima alt.country-songs waarin ze het heeft over verlies en foute relaties, zoals in "Sidewalks" en "Beautiful And Wild", dat gaat over Whites goede vriend en muzikale voorbeeld Duane Jarvis, die in 2009 stierf. Twee nummers springen er echt uit, dat zijn "Saxophone Trains" en "Mercy", een prachtig duet met A.J. Croce en gloedvolle achtergrondzang van de McCrary Sisters. White wordt ook nog eens door niet de minste muzikanten bijgestaan zoals gitarist Doug Lancio, bassist Frank Swart en producer Marco Giovino. Dat Beautiful And White mij dan toch niet volledig kan boeien komt door Amelia White's stem. Die klinkt als een dreinend en zeurend kind. En, zoals ik al zei, ik kan niet goed tegen zeuren.
File Under: Houd eens op met dat gezeur!
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Beautiful And Wild]
Week 7, 2012
Janineka
Lindi Ortega - Little Red Boots
Storm
Birds Of Passage - Winter Lady
Ludo
Houses @ Mezz en Lonnie Donegan - Ham 'n' Eggs
Ramon
Mark Lanegan Band - Blues Funeral
Blizzard
A Pale Horse Named Death - And Hell Will Follow Me
DubbelMono
Mark Lanegan Band - Blues Funeral
Jasper
Cloud Nothings - Attack On Memory
Prikkie
Stonehead
Aafke Romeijn - Stella Must Die
André
Anna Ternheim @ Kulturkirche, Keulen
Ewie
Blaudzun - Heavy Flowers
Leonor Jonker - No Future Nu. Punk in Nederland 1977-2012 (boek)
Toen in 1977 het Enschedese 1000 Idioten-label Van Agt Casanova van Paul Tornado uitbracht, gold dat als de eerste Nederlandstalige punkplaat. Maar er school meer achter, meer zelfs dan een lokale kunstscene (De Enschedese School). Popmuziek was gezapig geworden en de heersende instituties lieten weinig ruimte. Dus gingen jonge mensen zelf aan de slag. Punk heet een muziekvorm te zijn, maar Leonor Jonker laat in
File Under: Punk = nog lang niet dood!
File Read: [Hoofdstuk 1]
File Video: [Paul Tornado Van Agt Casanova]
Badmouth - Heavy Metal Parking Lot
Een watte? Een heavy metal-parkeerplaats? Uit de cartooneske hoes en de tekst van het titelnummer blijkt dat ze daar zoiets mee bedoelen als de feestelijke sfeer voor een concert, net buiten de concerthal op een industrieterrein. De website van deze Zweden maakt duidelijk dat Badmouth bepaald niet voor het archetypische stoere-mannen-met-boze-blikken-imago gaat. Integendeel, de pret van het rocken staat voorop en er mag gelachen worden. Sinds de start in 2007 hebben ze geopend voor bands als L.A. Guns, Pretty Boy Floyd, Zodiac Mindwarp en The Poodles. Ook dit album schreeuwt "voorprogramma". Niet lullig bedoeld overigens, want ik ben ervan overtuigd dat deze jongens vrijwel altijd een uitstekende openingsact zullen zijn. Wel is het materiaal te weinig onderscheidend om ooit een serieuze headliner te worden. Maar als je daar niet om maalt heb je aan Heavy Metal Parking Lot gewoon een heel vermakelijk plaatje. De songs zitten goed in elkaar, de uitvoering is niet te braafjes en verraadt vakmanschap. Enorme uitschieters naar boven zijn er niet, of het zou afsluiter "Facing My Demons" moeten zijn, uitschieters naar beneden zijn er zeker niet. Ballad "Jake Brakes" doet wat Scorpionsachtig aan, de rest is prethardrock met een randje sleaze, typisch Zweeds dus eigenlijk. Geen sensatie, maar ook helemaal niets mis mee.
File Under: Voorprogramma-prethardrock
File Video: ["Tired"]
The Monsters - Pop Up Yours!
Bandnamen slaan soms nergens op, maar in het geval van The Monsters is deze prima gekozen. Bij een monster heb ik het gevoel dat er iets gevaarlijks naar je moet staan te brullen, en dat is hier zeker het geval. Brullen doen ze trouwens al vanaf 1986, onze Zwitserse monsters. Al is er nog maar een origineel monster over. Hij, Beat-Man, doet het grommende woord en klinkt alsof je speakers even niet goed worden. Een beetje zoals een slecht opgenomen beatmannetje in zestiger jaren. De rest van de opname verraadt echter dat het met de opnametechniek wel los loopt. Pop Up Yours! komt uit op het fameuze Voodoo Rhythm en dat is het oh wat een toeval label van Beat-Man. Het is berucht om de releases van vooral vette garagerock ´n´ roll. Dat is hier niet anders. Opener "I Want You" zet alles meteen op scherp en het album rockt dan ook van voor naar achteren. Er is ruig en spetterend gitaarwerk van onze Beat-Man en de ritmesectie weet de accenten te leggen. Misschien niet de meest vooruitstrevende plaat, maar wel een die in veertien tracks in een halfuur de essentie van rock weer terug brengt. En dat heb ik af en toe gewoon nodig.
File Under: 1 maal een daags een halfuurtje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Blow Um Mau Mau]
Mike Patton / Chris Watson
Mijn linkeroor zit dicht. De ideale situatie om de soundtrack van De Eenzaamheid van de Priemgetallen te bespreken, dunkt me. Wat zat die Italiaanse film vol fysieke en mentale malheur zeg. De flashbacks naar creepy gebeurtenissen uit de jeugd van de twee eenzame hoofdpersonages hadden nog wat, maar de ellende in het heden, ik vond het maar verdovend werken... Voor de soundtrack werd de muzikale duizendpoot Mike Patton ingevlogen, die een naargeestig sfeertje neer weet te zetten, met omineus roffelden piano's, en weeïge 'lalala' zingende dameskoortjes. (Denk daar meteen aan Ennio Morricone.) Meer dan gebruiksmuziek wordt het echter niet, en ik moet toegeven dat het toch wat afgesleten liedje “Bette Davis Eyes” me uit de film het meest is bijgebleven. Wel scoort de fysieke uitgave van de soundrack hoog op gimmick-niveau. De tracklist begeeft zich van priemgetal naar priemgetal, de laatste track heeft nummertje 53. Nog leuker is de hoes, in de vorm van een gevouwen plantenblad, inclusief functioneel steeltje. Voor de Tolkien-nerds: het lijkt wel lembas! Zonder de magisch helende krachten, helaas.
Chris Watson brengt ons via Touch eveneens een piekfijn verzorgde release. Zeer fraaie stokoude zwart-wit foto's én een handgetekend geografisch kaartje sieren de digipack. Watson maakt dan ook muziek die context kan gebruiken. Watson was in een ver verleden een van de oprichters van Cabaret Voltaire, maar begeeft zich inmiddels op het terrein van de field recordings. Zo verwerkte hij eerder al geluiden van woestijnnachten en bijen in zijn soundscapes. Voor El Tren Fantasma gebruikt hij opnames van een Mexicaanse treinreis. Vooral tijdens de eerste rit zorgt dat voor een overdonderend mooie ervaring. Ik luisterde niet eens met koptelefoon, maar in Watsons sublieme mix beweegt de trein zich toch al als een fysiek kolos door de huiskamer. Watson vindt ook nog plek voor dierengeluiden, waaronder de bij hem zo geliefde insecten. Vergeleken met het spaarzame voorgaande werk dat ik van Watson hoorde is de sfeer nu iets melodieuzer, en bovenal ritmischer. “El Divisadero” spettert zelfs op Autechriaanse wijze, terwijl gedurende de hele reis ijl zingende remblokken voor markeringspunten zorgen. Wel moet worden opgemerkt dat de concentratie die voor zo'n heel uur abstractie nodig is veel van de luisteraar vraagt. Vaak wordt het toch een soort Rail Away zonder beeld. Ook niet verkeerd.
File Under: Priemende bladmuziek
File: Chris Watson - El Tren Fantasma
File Under: Próxima Estación: Imaginación
File Audio: [Veracruz]
Van Halen - A Different Kind Of Truth
A Different Kind Of Truth is de heeft-iedereen-een-mening-over-plaat van het jaar. Ja, de heren hebben flink gegrasduind in hun demo's van nog vóór het debuut. Ja, de manier waarop met oud-bandleden - en vooral oerbandlid Michael Anthony - is omgegaan is ver beneden de maat. Ja, Sammy Hagar laat drie keer per dag horen dat ze te oud zijn - zij blijkbaar wel. Het is ook de eerste studioplaat in veertien jaar en de eerste met David Lee Roth in tweemaal die periode. Maar uiteindelijk komt het neer op de vraag: is dit een goede plaat, en dan ook nog een goede Van Halenplaat? Single "Tattoo", ook de opener van het album, lijkt alle scepsis te bevestigen. Het geluid is classic Van Halen, met nog wat extra ballen door de moderne, strakke productie, maar het is een wat traag begin van het album. Bij "She's The Woman" is gelukkig al wel de ouderwetse Van Halenswing te horen. Het navolgende "China Town" is wat mij betreft het beste nummer van het album. Een snelle rocker, waarbij te horen is dat Wolfgang weliswaar een ándere bassist is, maar een die zijn plaats waarmaakt. Andere hoogtepunten zijn de gierende rocker "Bullethead" en "Outta Space". De Roth-speelsheid komt naar voren in het countryrockintro van "Stay Frosty". De drie oude helden stellen bepaald niet teleur. David Lee Roth haalt minder vocale stunts uit - zoals iedere zanger op leeftijd -, maar buiten dat is er niets aan te merken op zijn prestatie. Zijn frasering en ad libbing zorgt nog steeds voor een prettig lichte laag bovenop de heavy instrumentale onderlaag, die soms doet denken aan For Unlawful Carnal Knowledge. Edward van Halen is nog steeds een fantastische en volstrekt herkenbare gitarist - die ronkende gitaarpartijen in "Honeybabysweetiedoll"!- en ook Alex' drums klinken als altijd en zijn weer de motor voor de band. Wordt Michael Anthony nog gemist? Mwah, een klein beetje in de koortjes, maar da's echt maar een detail. Ik had het niet verwacht, maar A Different Kind Of Truth is een fantastische rockplaat, een van de hardste in de Van Halen-geschiedenis en in het nogal wisselvallige oeuvre met David Lee Roth zelfs een van de betere. Misschien moeten we gewoon blij zijn dat we door al het gedoe én Van Halen- én Chickenfootalbums hebben. Ze vissen in dezelfde vijver, maar die is groot genoeg voor allebei. Ik hap wel.
File Under: Ze zijn écht terug!
File Video: ["Tattoo"]
Chris Connelly - Artificial Madness
Eigenlijk hoop je als muziekrecensent bij iedere nieuwe plaat die je opzet, dat je dat pareltje ontdekt. Dat je al je collega’s en concullega’s voor bent en kunt roepen: dit gaat’m helemaal worden, dit jaar! En keer op keer word je toch teleurgesteld. Zoveel pareltjes worden er per jaar niet uitgebracht, zie de overeenkomsten in de jaarlijstjes, en menig collega is je voor. Terwijl er toch amper reden is om echt teleurgesteld te zijn, want hoewel er weinig echte pareltjes uitkomen, komen er wel veel gewoon goede platen uit. Zoals Artificial Madness van Chris Connelly. Connelly, van Schotse komaf, maar al jaren residerend in Chicago, heeft meegeholpen om de industrial metal op de kaart te zetten, in ieder geval door mee te doen in minimaal de helft van alle bands in het genre, met als uitschieters Ministry en Revolting Cocks. Hij brengt met de regelmaat van de klok ook onder eigen naam werk uit dat goed beschouwd wat ondergewaardeerd is. Het is niet helemaal industrial metal meer, maar Connelly dendert op hoog tempo binnen, met de titelsong en weet de aandacht elf nummers lang vast te houden. Staccato gitaren, doorgalopperende drums en Bowieaanse zang, afgewisseld met praatzingen op zijn Lou Reeds. Nergens vernieuwend edoch zeer onderhoudend. Daarmee is het stiekem toch ook wel een pareltje…
File Under: Gewoon goed!
File Audio:
Nada Surf - The Stars Are Indifferent To Astronomy
Voor een one-hit-wonder heeft Nada Surf een wel hele lange adem. 1996 was het dat “Popular” een hit was en sindsdien is Nada Surf ondanks het uitblijven van nieuwe hits in de schaduw een constante factor gebleven in het clubcircuit. Dat is op zich niet zo heel raar, want sinds het album High/Low waar die puike hit op stond heeft de band aan cd’s constant kwaliteit geleverd. En dat geldt ook weer voor nieuweling The Stars Are Indifferent To Astronomy (geniale titel overigens). Al luisterend verbaast het me overigens weer dat deze band niet wat meer hits gehad heeft. Als een zaadband als Train met een walgelijk kutnummer als “Drive By” het tot 3FM megahit schopt, dan zou een van de puike oorwurmen die op The Stars Are Indifferent To Astronomy te vinden zijn het toch ook minimaal verdienen. Liedjes als “Waiting For Something”, “The Moon Is Calling” of “Clear Eye Clouded Mind” zijn stuk voor stuk heerlijke, bijna nonchalante indiepopsongs waarvan ik maar niet kan begrijpen dat ze niet schitteren in de top-40 of in ieder geval op de radio gedraaid worden. Want Nada Surf is gewoon nog steeds een van de betere gitaarbands van over de plas. Om te laten horen hoe goed hun liedjes eigenlijk wel zijn, kun je ook een 2CD-versie kopen met daarop vijf liedjes nogmaals akoestisch vertolkt. Dat die vertolkingen geslaagd klinken lijkt me logisch.
File Under: Eigenlijk niet popular genoeg
File Twitter: [Twitter Surf]
Anneke van Giersbergen
Wie er eventueel vijf jaar geleden gedacht heeft dat zangeres Anneke van Giersbergen na haar vertrek uit The Gathering in een zwart gat zou vallen heeft aardig ongelijk gehad. In 2012 is Anneke drukker dan ooit. En ze is daarbij ook nog eens zeer succesvol. Hoewel menigeen al jaren weet dat zij tot de absolute top van de Nederlandse zangeressen hoort lijkt het alsof haar opmars nu pas echt begint met (onder andere) haar eerste album onder eigen naam; Everything is Changing.
De titel van dit album slaat op de veranderingen die Anneke de laatste jaren doorgemaakt heeft. En die veranderingen gaan nog wel even door gezien de veelheid aan projecten waar Anneke zich mee bezig houdt. We praten even bij vlak voor Anneke richting Rusland afreist voor een paar optredens met Danny Cavanagh.
Supreme Dicks / Odonis Odonis
'Selected Tracks From Breathing And Not Breathing', daar moet uw popscribent het mee doen. Een beetje zuinig van het doorgaans zo sympathieke Jagjaguwar-label. Maar minder vreemd als je bedenkt dat de volledige boxset vier cd's beslaat. Daarop is (vermoed ik) al het materiaal dat de Supreme Dicks ooit opnamen verzameld. En afgaande op de negen hier vertegenwoordigde liedjes wordt dat genieten. Als je tenminste van valszingende slackers houdt, die in hun garage zitten te pielen. Zwabbermuziek in optima forma. Je kunt de band een onbekend neefje van Pavement noemen, maar ik associeer deze stijl meer met andere lo-fi helden als Guided By Voices of de verzamelalbums van ons eigen Livingroom Records. De muziek straalt een soort soort kinderlijke magie uit - en dito humor, zie bandnaam - waarvoor je elke gene of pretentie opzij moet zetten. Als muzikant én als luisteraar. Je spreekt de twaalfjarige in jezelf aan, die op één regenachtig middagje een cassettebandje maakt. Dat gevoel. Dat de band in werkelijkheid wél behoorlijk ingenieuze gitaarpartijen neerlegt, verandert daar eigenlijk niks aan. Je zingt zoekend tot je geen melodie weet, en als er dan nog drie minuten 'liedje' over blijkt, babbel je die maar improviserend vol.
Eveneens garage, maar dan op de lawaaiige manier, is Odonis Odonis. Van dit eenmansproject geen re-release maar een vanzelfsprekend kort full-length debuut, waar de Canadees Dean Tzenos al gitaarsurfend een stuwdam te lijf gaat. Harde klappen, krassende gitaar, en op z'n Mark E. Smiths gezongen. Attitude is hier alles. En die zit meer dan goed. Hij opent zoals Tarantino zijn meesterwerkjes placht te beginnen. Je dick vooruit en de ballen ingedaald. En waag het eens om genade te smeken. Dan krijg je met “White Flag Riot” op je donder. 'Bang-Ba-Bang' is de enige tekst die ik daarin weet te verstaan. Meer hoeft ook niet. De beestachtige drums geven de noise net genoeg structuur. Na het overdonderende begin neemt Tzenos wat gas terug. En als teken van geboden kwaliteit gaat ook dat 'm heel aardig af. Bovendien hoor je dan nog eens een basloopje. Sowieso is de tweede helft van het album wat meer leftfield. (Passend bij label FatCat.) “We Are The Leftovers” gaat zelfs nogal sloffend van start, om zichzelf uiteindelijk al woehoend alsnog aan te zwengelen, in The War On Drugs-stijl. In de slottracks keren de snerpende lickjes gelukkig nog een keer terug. “Ledged Up” is cooler dan cool.
File Under: Alle ballen verzameld
File Audio: [Supreme-Space]
File: Odonis Odonis - Hollandaze
File Under: Dick Dale op viagra
File Audio: [Odonis-Space]
Rocket From The Tombs - Barfly
Tja, een mens kan niet alles in zijn platenkast hebben staan. Zo staat er hier tot op heden welgeteld één Pere Ubu-album te schitteren. Verder is het (nog) niet gekomen. Maar als de berg niet naar Mozes komt, dan komt Mozes naar de berg, en dus ligt er hier een toegezonden cd ter recenseren van …. Rocket From The Tombs (RFTT). Dat is inderdaad niet dezelfde band, maar zanger David Thomas behoorde wel tot beide. Waar Pere Ubu de avant-garde rock opzocht, maakt Rocket From The Tombs meer Detroit-achtige garagerock. Nou vond ik de volgorde van avant-garde naar rock wat vreemd, maar bij bestudering van de feiten blijkt hoe het zat. Halverwege de jaren zeventig was er namelijk eerst RFTT en later was er pas Pere Ubu (alsmede de andere afsplitsing The Dead Boys). Drie van de vijf leden zaten in de originele bezetting en met Pere Ubu-drummer Steve Mehlman en ex-Television gitarist Richard Lloyd maakten ze dit derde RFTT-album Barfly. Misschien was RFTT halverwege de jaren zeventig nog opzienbarend in het live circuit, tot een album kwam het overigens nooit, anno 2012 is dit op deze release niet meer het geval. De productie van Thomas is helaas wat vlak, het had meer mogen spetteren. De liedjes zijn aanstekelijk en blijven goed hangen. Het zou zomaar kunnen zijn dat dit vijftal inclusief de imposante Thomas vooral in het livecircuit een heuse aanrader is. Agenda alert: in mei zijn ze in ons land.
File Under: Beter laat dan nooit
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hier staat het een en ander]
Roken Is Dodelijk - The Terrible Things
Wie komende week naar Eefje de Visser gaat kijken, heeft hierbij nog een reden om te gaan. Hun voorprogramma! De band uit Lille heet Roken is Dodelijk - je spreekt het zo uit - heeft nog maar twee EP's uit en is momenteel aan een album bezig. Als ik het stuwende "King of the Town" op hun laatste EP The Terrible Things uit 2010 hoor, trek ik vergelijkingen met Fanfarlo en het onlangs nog bejubelde Philco Fiction, en op YouTube roept ook al iemand dat Roken Is Dodelijk eigenlijk op het Bella Union-label thuis zou horen. Ook het oudere "Good Enough" is fantastisch. Maar kende u die referentie Philco Fiction eigenlijk al? Dat dat prachtig is moet ook gewoon maar eens van de daken geschreeuwd worden. Als ik op slide 25 van deze recente presentatie getiteld "DIY In The Music Industry: Long Tail or Long Fail?" lees dat slechts 1500 albums 88,5% van de totale verkoop vormen en de rest genadeloos flopt, verdienen er behoorlijk wat meer jonge nieuwe bands aandacht. Gaat dat zien! Bij Eefje!
File Under: Rechtgeaard mooie indie
File Audio: [Bandcamp][King of this town (live)]
File Twitter: [Rokelijk]
Primal Fear - Unbreakable
Primal Fear mag dan een van de vaandeldragers van de Duitse powermetal zijn, volledig Duits is de band al een tijdje niet meer. Drummer Randy Black (Annihilator) zit al sinds 2003 in de band en in 2008 kwam gitaarwizard Magnus Karlsson (Starbreaker, Allen/Lande) erbij. Met de productionele kwaliteiten van bassist Mat Sinner en de stem van Ralf Scheepers kun je dan gerust spreken van een powerhouse, vooral als je bedenkt dat Karlsson, Scheepers en Sinner de metal anthems zo uit hun mouw lijken te schudden. Unbreakable, het negende album van Primal Fear, is dan ook precies wat je kunt verwachten. Perfect uitgevoerde metalkrakers die binnen een paar maten op stoom zijn en met een hoog meebrulgehalte in de refreinen. Is er dan niets op aan te merken? Jawel hoor, hier en daar is het net iets te braaf en te voorspelbaar, zoals in "Metal Nation". En, zoals hierboven tussen de regels door al te lezen is, de verrassing is wel heel ver te zoeken op dit album. Primal Fear doet hetzelfde als altijd. Dat doen ze wel heel goed, maar ze moeten wel oppassen dat ze niet steeds dezelfde plaat gaan uitbrengen. In het acht minuten durende "Where Angels Die" laten ze horen dat ze meer sfeer en diepte kunnen oproepen dan ze op een deel van het album doen. Dan zijn er nog altijd heerlijke rechttoe-rechtaan rockers als "Conviction", maar er zijn mij net iets teveel songs waarbij het van begin tot eind formulematig hakken en zagen is. Maar eerlijk is eerlijk, de fans zullen daar niet om malen, die worden op hun wenken bediend.
File Under: Hakken en zagen op hoog niveau
File Video: ["Bad Guys Wear Black"]
Hospital Bombers - At Budokan
In de categorie ´eindelijk weer een nieuw album´: Hospital Bombers. Hun nieuwe schijf heeft de titel At Budokan meegekregen, genoemd naar het beroemde Japanse podium waar bijvoorbeeld Cheap Trick en Bob Dylan albums opnamen. Het Nederlandse Hospital Bombers speelde hier nooit, maar het is typische HB-bandhumor. At Budokan is de opvolger van het in 2008 verschenen Footnotes, en schijnt al in 2010 opgenomen te zijn. De grootste creatieve spil is drummer Marc van der Holst. Meestal vind ik dat drummers het bij lekker meetrommelen (en vooral geen solo) moeten laten, maar in het dit geval is het toch anders. Van der Holst zou je ook kunnen kennen van de strip Spekkie Big, een creatieveling dus. Uiteraard is ook zanger/gitarist Jan Schenk weer van de partij, maar hij zingt nu een toontje lager. Er is namelijk een grotere rol voor violiste/zangeres Susanne Linssen weggelegd, zoals in hun duet in "Heidi Says" of in de sixtiespopsong "I Love You Baby". Ze hebben nu hun eigen Maureen Tucker (The Velvet Underground). Belangrijker is echter dat hun tweede album een prima plaat is geworden, waar hun kenmerkende lo-fi-rammelpop langzaam geperfectioneerd wordt. De plaat is overigens een protest tegen liefdesverdriet. Weet je wat je op 14 februari (of al eerder) moet gaan aanschaffen. Of op die dag moet gaan bekijken in de Trouw te Amsterdam.
File Under: Elke dag is Valentijnsdag
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [Traditional Maori Fight Song #9 ]
File Twitter: [Tweets]
First Aid Kit - The Lion's Roar
Het was notabene mijn van metal houdende neefje die mij attendeerde op First Aid Kit. Vond hij wel wat voor mij. Ik bekeek het clipje van The Lion's Roar waarin ik twee meisjes, als waren ze bosnimfen, door een bos zag zwieren. Heel vaag maar ik werd meteen gegrepen door de messcherpe samenzang en het goede liedje. De meisjes van First Aid Kit blijken de jonge zusjes Johanna en Klara Söderberg uit Zweden te zijn. In 2008 werden ze in één klap bekend met hun YouTube video van de Fleet Foxes song "Tiger Mountain Peasant Song". Johanna was toen 18 en Klara 15 jaar. Daarna volgden de ep Drunken Trees en debuutalbum The Big Black & The Blue. Inmiddels had Jack White het duo in de smiezen gekregen en zo konden Johanna en Klara The Lion's Roar laten produceren door multi-instumentalist Mike Mogis, onder andere bekend van Bright Eyes. Het resultaat mag er zijn. First Aid Kit is er in geslaagd mysterieuze folk en roots te vermengen met melancholieke sixties-achtige songs. Een nummer als "Blue" had bijvoorbeeld gemakkelijk aan het eind van de jaren '60 gemaakt kunnen zijn. Hoogtepunten zijn het prachtig melodieuze "The Lion's Roar", "Emmylou", wat een ode is aan, jawel, inspiratiebronnen Emmylou Harris, Gram Parsons, June Carter en Johnny Cash. "To A Poet" is een nummer over dichter Frank O'Hara en in het door mariachitrompetten opgevrolijkte "King Of The World" zingt Conor Oberst himself een moppie mee. Wat de songs van First Aid Kit echter allemaal onweerstaanbaar maakt is de bloedzuivere zang, zowel één- als meerstemmig, van de zusjes. Inmiddels zijn Johanna en Klara nog maar 21 en 18 en hebben ze met The Lion's Roar nu al een gedenkwaardig album gemaakt. Dat belooft wat voor de toekomst!
File Under: Eerste hulp bij de winterblues
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Emmylou]
File Twitter: [Tweets van First Aid Kit]
Week 6, 2012
Ludo
The Maccabees - Given To The Wild
Ewie
The Bunny Bonanzas - Mix-o-Matosis de Exotica
Prikkie
Mollo/Martin - The Third Cage
Storm
Mark Hollis - Mark Hollis
Gr.R.
A Place To Bury Strangers - Onwards to the wall EP
André
Kimbra - Vows
Bart Constant - Tell Yourself Whatever You Have To
'That's just it', constateert Bart Constant (voorheen About) zelf ook een beetje verbaasd, in opener “No North, No South”. De producer, die eerder met o.a. Gram en Voicst werkte, heeft zijn eigen geluid te pakken. Waar op voorganger Bongo (onder de oude artiestennaam) elektronica en vocalen als nagels op krijtbord botsten, brengt Rutger Hoedemakers ons nu een geslaagde synthese van studio-trucs en akoestische instrumenten, met de piano in een hoofdrol. Zijn geluid is sterk verwant aan de barokke indiepop van Sufjan Stevens en (vooral) Owen Pallett. Een symfonische potpourri van laagjes, die in dit geval zowel luchtig als dansbaar blijft. Bart Constant zingt er zijn even quirky teksten bij met een aandoenlijk cartooneske handpop-stem. Zijn taalkronkels zijn zeer de moeite waard en gaan van 'two cents worth of nonsense' tot 'not every fact is true'. Maar uiteindelijk is het de Loney Dear-jubelende muziek die 't 'm doet. De hele blokkendoosinhoud wordt hier op elkaar gestapeld. En soms valt de toren om. Zoals in de wending rond de vierde minuut van “Seven Minute Revolution”, waar Bart Constant opnieuw begint, terwijl het crescendo onderhuids had mogen ontploffen in een toetspartij. Veel van dat soort kanttekeningen zijn echter niet te maken. “Bygones Be You” is van begin tot eind raak, “Gravity” lanceert zich per kanon richting Beirut, en “Jorelamon Street” knipoogt naar cheesy RPG-soundtracks. Als single verwacht ik het samplepop-rondedansje “Point”. Vrolijk en inderdaad, to the point. Het vaderlandse popjaar is goed begonnen.
File Under: He got it right
File Audio: [Constant-Space]
Consortium Project I - Criminals & Kings
Een tijdje geleden kwam het nieuwste, vijfde deel van Ian Parry's Consortium Project uit, met de belofte dat er rereleases zouden komen van de vier voorgaande delen. Deel een, Criminals & Kings, is de start van het verhaal van een duistere groep die een nieuwe wereldorde wil starten. Wat vooral opvalt is dat het geluid nog steeds strak en modern is en je nergens het idee krijgt naar een album van twaalf jaar oud zit te luisteren. Voor het instrumentale deel wist Parry al bij het eerste album een indrukwekkende line-up te formeren: onder andere Stephan Lill (Vanden Plas), Arjen Lucassen (Ayreon), Patrick Rondat (Elegy), Thomas Youngblood (Kamelot) en Jan Vayne (die van de zwiepende haardos, ja!) waren van de partij. In vergelijking met het slot van de serie van enkele maanden geleden valt me op dat er veel meer lucht in de productie zit, waardoor de individuele instrumenten mooier uitkomen. Een nummer als "A Miracle We Need" komt volledig tot bloei door de ruimte voor piano en akoestische gitaar. Het merendeel is uiteraard powermetal met wat randjes prog, maar het is de balans die dit album erg geslaagd maakt. Met ook nog Ian Parry in topvorm blijft er dan weinig te wensen over en is een rerelease volledig gerechtvaardigd. De twee bonustracks, een akoestische versie van "A Miracle Is All We Need" en de demoversie van "Evilworld" zijn dan ook precies dat, een bonus.
File Under: Indrukwekkende start van een epos
Luke Temple - Don´t Act Like You Don´t Care
Zoals Edward Sharpe & The Magnetic Zeros met "Home" onverwachts een hit hebben dankzij de Ikea-reclame, zo zou Luke Temple een reclamehit moeten hebben met "How Could I Lie". De opgewektheid, de folky sound, het moet kunnen. Alléén zou die dan gericht moeten zijn op de gefrustreerde klant die de winkel in kwestie graag weer terug willen: ´I got so much more to show you´. Te laat, dus. De Amerikaan Luke Temple levert met Don´t Act Like You Don´t Care zijn derde solo-album af waar het eerder genoemde liedje deel van uitmaakt. Misschien dat je Temple kent van zijn band Here We Go Magic, maar dat is qua stijl anders dan zijn solowerk. Temple maakt folkpop met een indierandje dat soms lekker vrolijk klinkt, maar andere momenten ingetogen en somber. Een beetje als Paul Simon zonder geld voor een fatsoenlijke studio. Luister eens het prachtige "Ballad For Dick". Helaas zijn de negen liedjes in bijna 39 minuten, niet allemaal parels en is het meer een verzameling van liedjes, dan dat het een albumgeheel uitstraalt. Blijft echter dat Don´t Act Like You Don´t Care hoogtepunten bevat die ik toch niet had willen missen. Ik meen het.
File Under: lo-fi folkpop
File Audio: [[Grooveshark]
File Video: [More Than Muscle][So Long So Long]
Gardens & Villa / Hundreds
Ongrijpbare bands, de vloek der recensenten. Gardens & Villa is er zo een. Zelfs de merkwaardige groepsnaam lijkt al een hint. Het kostte me een week om hun titelloze debuutalbum een plekje te geven, in zowel hart, oren als pen. De oplossing? Gardens & Villa is echt een groep voor Asthmatic Kitty. Eenzelfde soort hoekige Jookabox-indierock, een beetje funky (“Orange Blossom”), een beetje prog, nog wat meer folk, en vooral héél erg the Yeasayer-sound of now. Het ene moment synths, het volgende dwarsfluiten. En alles met een flinke portie zelfverzekerdheid gebracht. (De motiefjes in “Thorn Castles” doen pesterig 'nanana'.) Waar het Gardens & Villa nog aan ontbreekt is een liedje dat je onthoudt nádat het album is afgelopen. Tekenend is de slottrack, die in mijn oren óveral had kunnen staan. Op de shuffle-stand zou het album niet veranderen.
Hundreds leek aanvankelijk ook niet voor één gat te vangen, maar dat lag enkel aan ondergetekende. Ik dacht: nou nou, hoeveel subgenres van indie-elektronica kun je bestrijken? Blijkt het een remix-album! Valsspelers. Toch bewijst mijn faux-pas dat dit een geslaagde release is. Een goed remix-album kent wat mij betreft géén doublures, blijft op behapbare albumlengte én kent een consequente sfeer. Ondanks de variaties geloofde ik ten slotte na bijna tien luisterbeurten nóg dat dit een regulier album van één band was. De groep bestaat uit broer en zus Milner uit Hamburg, die slowcore met elektronica vermengen. Het variatierooster gooit daar niet onverwacht stevigere beats, méér vocalen, en gitaren overheen. En dat werkt. Of men nou postpopt of dubstept. De laatste twee contributies zijn het mooist. Get Well Soon opent na al die wavy onderkoeling het pathos-raam, voor een bezwerend vergezicht waarin krekeltjes de duisternis inluiden. Touchy Mob sluit de plaat dansend af, met kekke hitparade-synths. En zelfs na elkaar, kloppen die twee uitersten hier gewoon.
File Under: Dwalen door luxueuze tuinen
File Audio: [Gardens-Camp]
File: Hundreds - Variations
File Under: Onafhankelijke variabelen op de XX-as
File Audio: [Hundreds-Space]
Mollo / Martin - The Third Cage
Tony Martin nam niet minder dan vijf albums op met Black Sabbath, en toch is zijn carriere na Sabbath verre van imposant. Op enig moment overwoog hij zelfs te stoppen, omdat van de muziek gewoon niet meer rond te komen was. Op dat laatste is hij gelukkig teruggekomen, vandaar Mollo Martin. Martin en gitarist Dario Mollo leerden elkaar kennen tijdens Martins werk aan het Guintini Project, dat plaatsvond in Mollo's studio. The Third Cage is daadwerkelijk het derde album waarop de heren samenwerken. Dat Mollo de nodige ervaring als engineer en producer heeft is te horen, want het album klinkt als een klok. Mollo weet ook dat Tony Martin op z'n best is in de tragere bluesy tracks, dus die zitten er flink wat tussen. "Cirque Du Freak" bijvoorbeeld, of "Oh My Soul", dat zo van de hand van Tony Iommi had kunnen zijn. Maar dan ook echt, want het gitaarwerk doet tot in de solo sterk aan Iommi denken, en da's toch knap. Sowieso is het niveau op het hele album hoog. De songs kloppen en belangrijker nog, Mollo heeft de juiste balans gevonden tussen hooks en solo's. Hij heeft techniek om het album shreddend door te komen, maar hij houdt zich in ten behoeve van de songs. De gierende solo's die dan wel langskomen, maken zo des te meer indruk. Elke liefhebber van Sabbath, Whitesnake en het steviger werk van Rainbow zal zich prima vermaken met The Third Cage. Zo worden ze heden ten dage niet vaak meer gemaakt!
File Under: Ouderwets lekker
File Video: ["Wicked World"]
Crazy Arm - Union City Breath
Duiding. Dat is wat wij hier doen. Eenieder op zijn eigen manier, want we schrijven gelukkig niet allemaal het hetzelfde, maar we proberen te duiden. En hokjesdenken natuurlijk, want een recensie zonder hokjes is geen recensie, dan kunt u er geen touw aan vast knopen. Met een combinatie van recensent, een stukje duiding en de broodnodige hokjes, kunt u een beeld vormen van het onderhavige plaatje. Maar dan ga ik het U niet gemakkelijker op maken. Want deze recensie, van Union City Breath van de Engelse punkrockformatie Crazy Arm had ook door mijn waarde collega Prikkie geschreven kunnen. Huh? Prikkie, punkrock? Ja, want Crazy Arm besloot de platgetreden punkrockwegen te verlaten, lijfde een toetsenist in en goot een hele dosis classic rock in de mix. En dat pakt verrassend goed uit. De punkroots zijn er, maatschappijkritisch blijven ze, maar muzikaal klinken ze zo af en toe als Thin Lizzy op zijn traditioneelst. Vooral als beide gitaristen loosgaan . Crazy Arm brengt met Union City Breath een zeer afwisselend album, dat niet overal even sterk is, maar je toch met een goed gevoel achterlaat. De passie is oprecht, er wordt goed gemusiceerd en men schuwt de tempowisselingen niet, zodat je zodat je ook nog even na moet denken bij het pogoën. Goed, de classic rock is ook niet meer bijster origineel, net zoals de punkrock, maar op het kruispunt daarvan, daar bloeit nog wel iets leuks. Ben benieuwd of Prikkie dat ook vindt...
File Under: Twee platgereden 1’s maken samen een 3...
File Audio: Crazy Arm Space
Werner Kitzmüller - Evasion
Ik heb mijn singer-songwriters het liefst een beetje apart. Dat ze net wat verder zoeken dan gitaar, strijkorkestje en getormenteerde stem. Daarom ben ik ook - nog steeds - zo verkikkerd op de cd van DM Stith en de solo-cd van Mark Hollis. Hetzelfde geldt voor Evasion van Werner Kitzmüller. Nog nooit van gehoord? Dat kan heel goed kloppen. Tien jaar heeft deze Oostenrijker geschaafd aan zijn debuut-cd. En het resultaat is er naar! Evasion duurt dan misschien maar zesendertig minuten, ik zit ze keer op keer ademloos uit. De secure manier waarop hij de tien songs heeft samengesteld is bloedmooi. Evasion is zo’n album waar geen noot teveel op staat, geen belletje teveel schalt, geen een keer teveel op de kleerhanger wordt getikt, geen strijk teveel gedaan wordt op de cello, geen... ach nog zoveel meer, maar toch voel het geen seconde aan alsof het allemaal tot in de milliseconde doorberekend is en geforceerd is. Kitzmüller zingt afwisselend in het Engels en in het Duits, maar zelfs dat voelt aan als een natuurlijk iets. Qua klank neigt zijn stem het ene moment naar David Sylvian, maar (vast door de gitaar) een liedje als “One Step” doet me ook wel ietwat aan DM Stith denken. Erg mooi is ook als hij samen met Meaghan Burke (die ook cello speelt) “Stalker” vertolkt. Dat heeft de magie in zich van een goede Damien Rice / Lisa Hannigan-samenwerking. Maar dan een net iets apartere schakering. Nog aparter is het erop volgende volledig a-capella, korte “Grenade” dat vloeiend (aan de hand van streetsounds) overloopt in het sobere “Purple”. Een van de andere hoogtepunten van deze bloedmooie plaat.
File Under: Nu al een van de mooiste cd’s van 2012
File Audio: [Bandcamp]
Hijos de Mayo - In Sound Underground
In 2006 besloot Gifkip verder te gaan als het instrumentale Hijos de Mayo in het genre stonernoisepostrock. De EP uit 2007 bevat een aantal fijne instrumentale tracks met lekker zompige stoner-riffs en flarden psychedelische rock. In 2008 kwam zangeres Baukje (Moral Anxiety, GodsChosenDealer) bij de groep en voegde daadwerkelijk een andere dimensie toe aan het geluid van de band, zoals te horen is op "Part 1" van The 4-track Tape Adventure en het dit jaar verschenen In Sound Underground. Een beetje wennen is dat wel - alsof je hagelslag strooit over je sneetje brood met pindakaas - maar voor liefhebbers desondanks niet te versmaden. De zang klinkt wat ijzig, maar de kracht zit 'm vooral in de passie, de hartstocht en de emotie. Baukje krijst, krioelt, kruipt, gilt, rolt, schreeuwt en zingt vaak met een kenmerkend vibrato. Het leidt wel een beetje de aandacht af van de rest van de band, die nu meer in dienst lijkt te staan van de zangeres. Voor mijn gevoel had het gitaarwerk op de instrumentale EP dan ook net iets meer 'punch' en was het wat afwisselender, maar aan de andere kant is de sound op dit album ook dreigender en donkerder geworden, zoals op het lange en bijna tergende "In Sound Under Ground". Het met Black Sabbath riffs doorspekte "Faced Down" ontspoort in een voor het album kenmerkende waanzin en vertwijfeling. "Silence Unsaid" is dan wat makkelijker van structuur en is in mijn gedachte - wellicht daarom - het lijflied van de band. Hoogtepunt van de plaat vind ik "Dull as Ditchwater", waarin het tempo wordt versneld naar een subtiel en passievol Franstalig gezongen gedeelte. Erotisch gewoon. Misschien dat de hoes ook wel verwijst naar dit soort dierlijke lusten en andere primitieve emoties die dit album uitademt. Geen makkelijke kost. Wel een prettige zelfkastijding.
File Under: SM
File Audio: [download gratis via de website] [of luister het direct via Bandcamp]
File Social Media: [Facebook]
Blaudzun
Johannes Sigmond, beter bekend onder zijn artiestennaam Blaudzun, had zich voorgenomen een intieme singer-songwriter-plaat op te nemen met kleine liedjes. Het liep anders: Heavy Flowers werd zijn meest uitbundige cd tot nu toe. 'Ik wilde heel graag heel klein beginnen en eindigen, maar dat kwam er gewoon niet van. Dat heeft er denk ik voor een deel mee te maken dat ik in de periode dat ik nieuwe dingen ging schrijven ook veel optrad. Uit die omstandigheden kwamen niet de beoogde kleine, intieme liedjes voort. Eerst dacht ik dat de nummers die ik in plaats daarvan schreef er gewoon uit moesten. Dat als ze eenmaal uit m’n systeem waren, ik wel zou toekomen aan wat ik echt wilde maken. Maar op een gegeven moment dacht ik, waarom zou ik dit niet omarmen en hiermee verder gaan?'
De reacties op Heavy Flowers zijn laaiend positief. Niet alleen de recensies zijn lovend, ook de zalen raken stuk voor stuk uitverkocht. Des te opvallender dat het lange tijd duurde voordat Sigmond zelf besefte dat hij aan iets goeds werkte. Hij nam de plaat op in de Mailmen-studio met Martijn Groeneveld, met wie hij al vaker samenwerkte. Toch vond hij het opnameproces zwaarder dan ooit. "Je wilt graag het idee hebben dat je iets heel goeds aan het maken bent. Soms heb je dat snel omdat er een soort vibe is. En die was er eigenlijk heel lang niet. Het was best hard werken."
Lees verder..The Misfits - The Devil's Rain
Begin jaren tachtig waren The Misfits met hun punk met een metalrand hun tijd ver voorruit. Zonder The Misfits mogelijk geen Metallica, om maar eens een bandnaampje te noemen. De vraag is of The Misfits sinds het vertrek in 1984 van hun voorman Glenn Danzig nog wel de échte zijn. Bandleden kwamen en gingen en sinds begin deze eeuw is Jerry Only de voorman. Hij was er - met een beetje geschiedvervalsing - vanaf het begin bij. Daarnaast zijn er Dez Cadena, ex-Black Flag, en de nieuwkomer drummer Eric "Chupacabra" Arce om het feest compleet te maken. Het trio brengt het eerst Misfitsalbum sinds 2003, met als titel The Devil´s Rain. Stiekem hoopte ik dat het bijna 48 minuten(!) durend album prima te verteren was. Maar het is teveel van het goede, Only is niet zo goed als Danzig en de rauwe metalpunk weet niet te overtuigen in de zestien liedjes. Als er niet het stempel The Misfits op stond, dan was ik misschien nog wel harder geweest in mijn oordeel. De vraag hoeveel Misfits dit echter nog is, die mag gesteld worden. Ik denk dat ik wel genoeg gezegd heb.
File Under: De geschiedenis geen recht doen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live: Vivid Red & Land Of The Dead ]




































































