Nite Jewel / Husky
'I'm a broken record, you have heard this before'. De eigenzinnige Ramona Gonzalez die achter het pseudoniem Nite Jewel schuilgaat begint “This Story” ironisch cool, en houdt die atttitude tien liedjes lang achteloos vast. Hipster als een indie electropop-versie van Lana Del Rey, zeker. Maar ze heeft muzikaal meer in haar mars. Zelf zegt Gonzalez zwaar geïnspireerd te zijn door Autechre, maar dat lijkt me slechts een namedrop om wat nerdy bonuspuntjes scoren. Voor deze popnerd is (wellicht even onnavolgbaar) haar platenlabel Secretly Canadian een hint. De melodieën op One Second Of Love zijn vergelijkbare oorwormpjes als die van de Canadese supergroep The New Pornographers. Ik verwachtte elk moment dat Destroyer op zou duiken voor een écht eighties-duet. Gonzalez doet het echter allemaal zelf en klinkt op de beste momenten (de titeltrack!) net zo verleidelijk als Neko Case. Al is dat vermoedelijk projectie van mijn kant. Gonzalez is lastig omarmbaar. Het is al heel wat dat we in hoogtepunt “In The Dark” een seconde haar handje vast mogen houden. Een vastere producers-hand (of een Magician-remix!) zou nochtans best kunnen helpen, dit wat schetsmatige album ontbeert na een prima start wat orenspits-momenten. De fraaie ambient-slottrack komt daarvoor toch te laat.
Schijnbaar heet de voorman van Husky werkelijk Husky. De Australische band die onder zijn leiding staat brengt baardenfolk die helemaal van 'nu' is, maar met een kleine twist waardoor je kunt merken dat ze niet uit de States of Engeland komen. Zweden had ik meteen geloofd, want Husky deelt in de tofste tracks het zelfkwellende gevoel voor melodrama met Loney Dear, luister maar eens naar “Hunter” een liedje met eenzelfde koorknapen-snik. Aan de instrumentatie van Forever So is echter duidelijk maanden in een dure studio geschaafd. Wat mij betreft is het resultaat iets té bedacht voor het grote podium, in plaats van de intimiteit van een zolderkamertje. De tinkelende sprankeling is zo verdwenen, of was er nooit. Niet voor niets brengt een indie-major als Sub Pop ons deze heruitgave. Qua afstandelijke theatraliteit is Husky net The Decemberists. In een liedje als “The Woods” kun je de fanschare van Bright Eyes-proporties al bijna voor je zien. Nog een mespuntje meezing-massaliteit erbij en je bent bij Mumford. In kleine porties vind ik dat zeer goed te doen, maar zodra er een liedje of vijf voorbij zijn gegaan, is er al zoveel gecontroleerde bombast langsgekomen dat de plaat óf af zou moeten lopen, óf echt door het lint moet gaan. In het intieme “Don't Tell Your Mother” maakt Husky tekstueel alvast een goed begin. 'Tell those fuckers that I work for to go to hell'.
File Under: Liefde op de zandloper afgepast
File Audio: [Nite Jewel-Space]
File: Husky - Forever So
File Under: Aangelijnd
File Audio: [Husky-Space]
The Brian Jonestown Massacre
Dan Sartain - Too Tough To Live
´Hey Ho, Let´s Go´, daarmee kun je Too Tough To Live samenvatten. Dan Sartain komt alleen niet uit New York, maar uit Birmingham, Alabama. Hij is ook een tijdje na de heren van The Ramones geboren, namelijk in 1982. Maar verder houdt Sartain het ook kort en krachtig: de langste song duurt één minuut en eenenveertig seconden. En daar staan er dan dertien van op deze schijf. Dat is zelfs voor Ramonesbegrippen wel wat aan de korte kant, maar gezegd moet worden dat elke klap raak is. De gitaar gromt, de zang is rauw en de ritmesectie stuwt het tempo lekker op. Met titels als "Fuck Friday" en "In Death" weet je al dat het niet in het straatje van de brave burgerman ligt. Ik durf echter wel te stellen dat het wat minder open deuren intrappend had gemogen. De verrassing is ver te zoeken. Of je moet Sartain laten spelen op de plaatselijke braderie. Ik denk dat heel wat mensen dan zullen zeggen: ´Hey Ho, Let´s Go´.
File Under: It´s the fuckin´ rock ´n´ roll
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Grooveshark]
File Social: [Blog][Facebook]
Richard Marx - Inside My Head
Huisvrouwenpop was de benaming die ik voor deze plaat in gedachten had. Navraag leerde mij dat daarbij toch eerder aan de 3J's en Nick & Simon werd gedacht. In de VS zit Richard Marx in het vakje 'adult contemporary', ooit in Nederland populair geworden onder de vreselijke benaming knuffelrock. De poprock waarin ook Hij Die Hier Niet Genoemd Wordt zich bevindt. Maar in tegenstelling tot Hij Die Hier Niet Genoemd Wordt, die steeds gladder en kleffer werd op zijn platen, is Marx altijd goede songs blijven maken. In Nederland is Richard Marx bekend vanwege één hitje, "Right Here Waiting" uit 1989, van het album Repeat Offender. In zijn thuisland de VS haalden zijn eerste zeven singles echter alle de Billboard Top 5, waarmee hij records brak en zijn naam vestigde. Hoewel ook daar zijn successen als solo-artiest geleidelijk aan minder werden, was hij niet minder succesvol als componist en achtergrondzanger of muzikant. Zo won hij een Grammy met Luther Vandross voor "Dance With My Father" en werkte hij met artiesten als Keith Urban en Lionel Richie. Maar - en dat is in Nederland wat minder bekend, ook met Kenny Rogers (hij schreef diens "Crazy"), The Tubes' Fee Waybill en Ringo Starr's All-Starr Band. Ook op Inside My Head is te horen dat Marx echt wel wat in zijn mars heeft. Van mij had er meer up-tempo werk op gemogen, maar ook de ballads zitten goed in elkaar en worden met de nodige eh... passie gezongen. Er zijn uitzonderingen die ook mij te gladjes zijn, zoals het glazuurbedervende "Loved", maar ook als je geen huisvrouw bent is deze plaat meestal best te pruimen. Zolang je maar niet verwacht dat de gitaren gierend de bocht uit vliegen - al lijkt zelfs dat in "Come Running" bijna te gebeuren. Er zit nog een tweede cd bij, met nieuwe versies van zijn hits. Het is de Amerikaanse versie van huisvrouwenpop, maar wel de betere in zijn soort.
File Under: De Amerikaanse Nick (of Simon)
File Video: ["Wouldn't Let Me Love You"]
The Dukes - Victory
Grappig, Victory van The Dukes klinkt als een soort Weezer, Nada Surf en Fountains Of Wayne. In elk geval een opgefokt gitaargeluid dat gevat is in afgeronde poppareltjes. Mag ook wel als de helft van de band voortkomt uit No One Is Innocent. En gaandeweg wordt het album steviger en rockachtiger met hier en daar zelfs aanzetten tot metalriffs. Vroeger hadden recensenten het over groeiplaten of luisterplaten. Victory van The Dukes is zo’n groeiplaat die per luisterbeurt mooier wordt. Er valt telkens weer wat te ontdekken. De ene keer is dat de briljant getimede samenzang. De andere keer zijn het de glamrock-achtige ‘hooks’, de voortdenderende drums en de gierende feedback op de achtergrond. Hier hoor je dus een band terug die zonder het stonerrockidioom een stevig werkje neerzet maar exact weet hoe je luchtigheid in songs kunt scheppen met aanstekelijke melodietjes. Deze Franse band bestaat pas een anderhalf jaar en het lijkt er op dat het bewust een pad is ingeslagen zoals dat van The Dandy Warhols. Het wachten op de grote doorbraak met een knoeperd van een hit voor een Vodafone-reclame is begonnen. Tot nu toe zijn de eerste aanzetten prima geslaagd en zullen we pas over pak-em-beet twee cd’s weten hoe The Dukes flinke rock en krachtige gitaarriffs laten opgaan in liedjes met een heldere structuur.
File Under: Aanstekelijke poprock zonder die ene megahit
Blue Flamingo - A Search for CMS
‘Terwijl hij reed, haalde hij een oud doekje uit het handschoenenkastje en wurmde daarna zijn bovenlichaam uit het autoraam om stof van de voorruit te vegen. Ik had al eerder geleerd om, wanneer zoiets gebeurt, daar niets van te zeggen om pijnlijke misverstanden te voorkomen.’
De één krijgt een merkwaardig plaatje op een onbekend label in handen, draait het een paar keer, geniet ervan (of niet) en legt het dan weg. De ander begint een drie maanden durende zoektocht naar de verhalen achter het label en de muzikanten die er platen voor maakten. Ziya Ertekin, alias dj Blue Flamingo, hoort tot de laatste categorie. Hij krijgt via-via vinylplaten in handen van het label CMS uit Nairobi, Kenia. Afrikaanse gitaarmuziek uit de jaren vijftig, zestig en zeventig die klonk als de eerste versterkte gitaarmuziek uit Congo, maar dan net even anders. Op internet is weinig te vinden over het label, dus Ziya (Turkse vader, Nederlandse moeder) besluit om ‘s te gaan uitzoeken hoe ‘t zat en zit met dat label. Hij trekt er drie maanden voor uit (hij bezocht in die tijd meer landen dan alleen Kenia) en komt in situaties terecht zoals beschreven aan het begin van dit stukje.
Ziya schrijft zoals hij praat; keurig, bloemrijk en overenthousiast. Hij komt op zijn reis muzikanten tegen die opnamen voor het CMS label, waaronder de legendarische ‘king of Kikuyu pop’, Joseph Kamaru. Die honderdduizenden platen verkocht in Kenia en daarbuiten. Hij ontmoet een zoon van de Indiase eigenaar van het label, tevens instrumentenwinkel. Die moest het land verlaten toen, na de onafhankelijkheid, de wetten voor immigranten strenger werden. De gevolgen van die wetten waren rampzalig voor de economie. Het zijn dit soort terzijdes die je, naast de anekdotes, ook een beeld geven van een klein stukje van de Afrikaanse geschiedenis.
Over de muzikanten op dit album, waar hun liedjes over gaan en wanneer hun platen werden uitgebreid, daarover word je echter nauwelijks geïnformeerd. Keniaanse muzikanten werden vooral geïnspireerd door Congolese bands, Cubaanse muziek en vroege Amerikaanse country en versneden die invloeden met de muziek van hun stammen. Daarmee is alle muzikale achtergrond wel samengevat. Het is niet eens zeker of Kamaru, die uitgebreid wordt geciteerd, op deze compilatie staat.
Uit de tekst in het boekje wordt niet duidelijk of de meest basic informatie over de muzikanten niet meer te achterhalen is. Toch jammer. Mooiste liedje vind ik het klein gehouden "Mpenza Nipa Pete" van Ben Blastus, met z’n zonnige gitaarmelodie, bijna onmerkbare percussie en die buigbare, hoge stem. Maar wie Blastus was, waar hij vandaan kwam, je komt het niet te weten. Internet biedt ook weinig uitkomst.
Blijft over de muziek. Daar is weinig mis mee. Zwoel, dansbaar (Joseph Ochola van Ugambe Jazz kan in de set van een avontuurlijke dj een floorfiller worden), inventief en hoorbaar door van alles geïnfecteerd. Rijke muziek, waarvoor je op avontuur wil, waardoor je je laat meeslepen. Dat is wat Ziya is overkomen en geef 'm eens ongelijk.
File Under: Op reis vanuit de luie stoel
File Audio: [Blue Flamingo - A Search For CMS op Spotify]
The Temper Trap
'Die moeilijke tweede.' Het is een van de grootste clichés binnen de Nederlandse popjournalistiek. Waar de eerste plaat de doorbraak katalyseert, moet de tweede plaat minstens aan dezelfde verwachtingen voldoen. Vooral in het geval van een band als The Temper Trap is dat een lastige opgave. Zelfs in thuisland Australië duurde het even voordat het kwartje viel: na drie jaar aanmodderen kwam het debuut Conditions tot stand. In het buitenland moesten de Australiërs in het begin genoegen nemen met het verzorgen van voorprogramma's, zoals bijvoorbeeld bij Silversun Pickups in de Melkweg.
Pas na de hitsingle "Sweet Disposition" brak The Temper Trap definitief door over de hele wereld. Misschien is het te wijten aan sentimentaliteit: dat delayriffje - identiek aan U2's 'Where The Streets Have No Name' - roept meteen het vertrouwde gevoel van herkenning op. Radiozenders begonnen bij het liedje spontaan te schuimbekken en subiet werd The Temper Trap een graag geziene gast op de grote podia tijdens de zomerfestivals. Zo ook op Rockin' Park, dat dit jaar op 30 juni plaatsvindt in het Goffertpark in Nijmegen.
Dylan LeBlanc - Cast The Same Old Shadow
Toen My Morning Jacket in 1999 hun debuutalbum The Tennessee Fire uitbracht, wisten we: voorman Jim James was een jonge vent met een oude ziel. Zijn songs kwamen uit een ver verleden, toen de immigranten uit het oude Europa zich vestigden in de oostelijke bergketens van wat zich tot de Verenigde Staten van Amerika aan het ontwikkelen was. Appalachen-muziek. My Morning Jacket en Jim James gingen verder, net zoals hun muziek. Die oude ziel trad minder op de voorgrond toen southern-rock en zelfs funk een onderdeel van hun songs werden. Toen Dylan LeBlanc twee jaar geleden debuteerde met het schitterende Paupers Field wisten we: de geesten van Hank Williams en Townes Van Zandt leven voort in de stem van een jonge twintiger. Maar die jonge twintiger ging verder, net als zijn muziek. En nam met zijn tweede plaat een rare afslag. De rauwe countryfolk maakte plaats voor, ja voor wat eigenlijk? Voor gelikte, door synthesizers voortgestuwde popliedjes waar nauwelijks nog iets van die oude ziel in terug te horen is. Zo doorleefd als Dylan LeBlanc klonk op zijn eersteling, zo braaf en netjes klinkt hij nu. Van afgeragde Levi’s naar nette Dockers. Het is de oude schaduw die van outlaw country ons de gelikte Eagles-shows gaf, die LeBlanc hier gevangen heeft.
File Under: Hank en Townes draaien zich om
File Video: [Emma Hartley (toen hij het nog wel kon)]
Zico Chain - The Devil In Your Heart
Zico Chain klinkt ondanks de Britse roots erg Amerikaans. Niet in de zin dat het allemaal gladjes geproduceerd is. Integendeel, het gaat er op The Devil In Your Heart soms behoorlijk heftig aan toe, vooral bij de zang van Chris Glithero. Ze zijn in compositorische zin erg Amerikaans: de songs duren allemaal een minuutje of drie, vier, binnen enkele maten zit je compleet in een catchy en uiterst meezingbare song en de refreinen - met koortjes - smeken erom meegebruld te worden. Dat is een categorie songs waar ik eerlijk gezegd al snel verveeld van raak. Logisch, want emo, nu-metal en poppunk zijn meer gericht op puisterige pubers dan op grijzende heren van middelbare leeftijd. Dat neemt niet weg dat Zico Chain er in elk geval in is geslaagd een paar keer mijn aandacht te trekken. Bijvoorbeeld door strijkers te gebruiken in "Mercury Gift" en "More Than Life". Door ook op tijd eens terug te schakelen in snelheid of volume. Of door er, zoals bij "I Am The Silence", een paar keer heerlijk punky stukken doorheen te gooien. Met net even iets meer punkattitude erin op de rest van het album hadden ze zelfs mij over de streep kunnen trekken. Is dit dan een album dat ik lang blijf draaien? Ik betwijfel het. Maar ik hoor dan ook niet bij de doelgroep. Binnen die doelgroep zal Zico Chain best aardig scoren, vermoed ik zo.
File Under: Doelgroep met puisten
File Audio: [ZicoCloud]
Celldweller - Wish Upon A Blackstar
Je hebt zat muzikanten die uit een rockband komen en dan solo puur elektronisch gaan (neem Skrillex, neem Thom Yorke). De Amerikaanse multi-instrumentalist Klay Scott alias Klayton doet hetzelfde, maar is al wel even wat langer bezig: die had zijn eerste band al gevormd rond 1988 (oh wacht, Thom wint). Sinds 1999 is hij in zijn eentje de hele gitaarband Celldweller en sinds 2004 werkt hij al aan de plaat die deze maand eindelijk verscheen: Wish Upon A Blackstar. Het was een monsterproject (onwillekeurig moet je toch telkens aan Chinese Democracy denken), maar doordat hij bij de liedjes zelf begonnen is en elke paar jaar wat losse tracks uitbracht, is het zowaar toch een coherent album geworden. Nu Pendulum uiteen is en Linkin Park de elektronische kant op gaat, zullen liefhebbers van beide bands smullen van Celldweller; de drum'n'bass-beats en de meezingbaarheid doet namelijk direct aan die twee denken en Klayton gaat te extreme powernoise of industrial keurig uit de weg. Het gave eraan is dat het een ontzettende muzieknerdplaat is. Zo van 'ha, ik heb hier veel knopjes dus ik zal ze gebruiken ook!' Wish Upon A Blackstar barst van de productie-ideeën en vooral filters. Hypermodern moest het klinken en single "Unshakeable" is zo'n typisch voorbeeld van een The Glitch Mob-achtig nummer waarin dubstep en metal prima samengaan. Of neem die machtige gitaarlijn in "Louder Than Words"! Maar vocoderfilters in een rocknummer, kan dat eigenlijk ook? In "I Can't Wait" wel. En al die begeleidende vioolorkesten die iedereen en z'n grootje tegenwoordig maar uit de voorgeprogrammeerde sample-bibliotheek tovert, hoe klinkt het eigenlijk als je die door een flangerfilter trekt? Nou, van de sounds in "Birthright" sta je nog aardig versteld. Ballad "Against The Tide" wordt filmisch aangekleed, alsof Within Temptation ter plekke uit zijn jurk scheurt. Amerika heeft de afgelopen jaren de elektronicamuziek ontdekt, zoveel is duidelijk, en als je in je eentje al een uitstekende crossoverplaat als deze kunt maken, dan kan er nog wel eens JRock-achtige totaalgekte van over de Atlantische Oceaan gaan komen.
File Under: De ultieme alternatieve genrecrossover
File Audio: [Unshakable]
Enter Shikari - A Flash Flood Of Colour
Hoe lang kan Enter Shikari zijn publiek nog boeien? Enter Shikari heeft ooit handig ingespeeld op een impasse in de muziek. Het beste wat destijds voor de kids voorhanden was in kruisbestuivingen tussen dance, emo en hardcore was Linkin Park. Maar ja, op momenten dat die band overal het podium plat had moeten spelen, was die band in geen velden of wegen te bekennen. Toen kwam Enter Shikari dat zinspeelde op broeierige nieuwe dance van Hadouken! en Pendulum. De band wist emo naar een hoger plan te tillen richting mathcore en dj-knip-en-plakwerk in tegenstelling tot een 30 Seconds To Mars dat met de week pathetischer werd en de band gaf zich voor een volle 400% over aan elk publiek. In een periode waarin je als festivalganger niet meer mocht roken, niet mocht stagediven en eigenlijk alleen maar heel veel muntjes voor te veel euro’s mocht aankopen, gaf juist Enter Shikari de kids hun stem terug. Muzikaal zie ik weinig nieuws terug. Ook op A Flash Flood Of Colour mixt de band gedragen hardcore singalongs met hooligandance en plotsklapse metalriffs, grunts en schreeuwende uithalen. Niet bepaald iets om over naar huis te schrijven. Voor het eerst hoor ik ook geen herkenbaar festival-anthem terug. De meter slaat uit richting dubstep, drum ‘n bass en oldskool trance. Misschien dat “Arguing With Thermometers” in de buurt komt, maar ik ben bang van niet. Vergeet niet dat de kids van tegenwoordig sneller last van ADHD hebben dan dat de band kan spelen. Te weinig tempowisselingen, enkele ballads en zelfs een serieuze poging om de Palestijnse kwestie aan te roeren nodigen elke rechtgeaarde Enter Shikari-fan uit om stante pede af te haken en suiker tot zich te nemen. Bakken met suiker. Boeit Enter Shikari ons dus nog? Nee, ik geloof van niet.
File Under: We hebben het wel gezien
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Enno Bunger - Wir Sind Vorbei / Garda - A Heart Of A Pro
Als kind opgegroeid in de jaren van die Neue Deutsche Welle blijf ik ook na de nieuwe golf een zwak houden voor Duitstalige popbands. Onlangs was er een succesvol optreden van Herbert Grönemeyer op ons eigen Pinkpop. Ik wist niet dat die man hier zo populair was. Tocotronic (een latere golf Deutsche Welle) is echter langs ons Nederlanders heengegaan. Als je deze twee mixt dan zit je in de buurt van de muziek van de uit Ost-Friesland (grenzend aan onze provincie Groningen) afkomstige Enno Bunger. Melancholie, dansbaar, gevoelig, euforie: het zit er allemaal in. Duitsland is er langzaam voor aan het vallen en dat lijkt me het moment dat wij aan kunnen haken. Wij kunnen nu mee gaan huilen met de ldvd van Bunger en zijn companen. Wir Sind Vorbei, maar na gezamenlijk uithuilen komt er ongetwijfeld een fijne hug. Enno Bunger verdient het.
Het uit Dresden afkomstige zestal Garda heeft als voertaal voor het Engels gekozen. Om hun tweede album A Heart Of A Pro enigszins te plaatsen: indie, folk, alt.country, Bon Iver, Damian Rice en The National. Als je weet dat veelvuldig een cello gebruikt wordt, dan weet je al dat het een plaat is die het niet moet hebben van de vrolijkheid. Dat geeft niets, het leven is niet altijd vrolijk. En ook al is ook hier o.a. ldvd het onderwerp, er is veel te genieten. Het breekbare gitaarwerk of het pianospel, de variatie in en de opbouw van een song, of de liedjes die me meenemen in de Gardawereld. Dat is er eentje van een avontuurlijk koud landschap, waar we elkaar opzoeken bij de open haard of het kampvuur. In het najaar een aantal optredens in Nederland onder de vlag van de Nederlandse distributeur Beep! Beep! Back up the Truck leek me niet teveel gevraagd. Bij het invoeren van dit stukje invoer zie ik ze alvast staan op Incubate.
File Under: Ein Mann soll nicht weinen
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
File: Garda - A Heart Of A Pro
File Under: Weeping heart
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Facebook]
The Asteroids Galaxy Tour
Adam Arcuragi - Like A Fire That Consumes All Before It…
Gospel en death zijn nu niet echt twee termen die ik in eerste instantie met elkaar zou associëren. Gospel betekent letterlijk evangelie en dat gaat toch juist om de verkondiging van licht en leven, het tegenovergestelde van dood, denk ik dan. Adam Arcuragi ziet dat wat ruimer en noemt zijn muziek death gospel. Hij verklaart het als volgt: gospel staat voor het brengen van het goede nieuws en de dood staat voor het sterven wat we allemaal eens zullen doen en wat het leven door dat besef zo waardevol maakt. Mijn hemel, die Arcuragi heeft een omslachtige manier van duiden zeg! Enigszins fronsend begin ik met luisteren naar zijn derde cd Like A Fire That Consumes All Before It... Zo ingewikkeld als Arcuragi zijn muziek omschrijft klinkt het gelukkig niet. Met behulp van zijn vaste begeleidingsband The Lupine Chorale Society jubelt Adam Arcuragi in twaalf liedjes, die qua stijl een mix zijn van (traditionele) folk, country en gospel, het uit. De stem van Arcuragi is soulvol en heeft wat weg van die van Eddie Vedder. Dat klinkt mooi in rustige nummers als "Parliament Of The Birds" en "...riverrun" en uitbundig in "You'd Think This Was Easy" en het naar een climax toewerkende "The Well". Deze laatste twee nummers neigen nog het meest naar gospel in de oorspronkelijke betekenis van het woord. De Heer wordt aangeroepen en er wordt gesmeekt om verlossing. Adam Arcuragi laat op Like A Fire That Consumes All Before It... een zinderende americanamix horen, die doet denken aan een stampende kerk op het platteland in het Zuiden van de Verenigde Staten. Daar is niets doods aan, integendeel, het heeft de kracht om vele zielen voor zich te winnen.
File Under: Springlevend
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [President's Song]
File Twitter: [Tweets van Adam Arcuragi]
Week 26, 2012
DubbelMono
The Tallest Man On Earth - There’s No Leaving Now
Ewie
Pinkunoizu - Free Time!
Ludo
Golden Earring - Tits 'N Ass
Janineka
Phantom Limb - The Pines
Jasper
Julia Holter - Ekstasis
Prikkie
Hyper Evel - Hyper Evel
Gr.R.
Fleetwood Mac - Rumours
Storm
Simon White - Silver Silver
Stonehead
Etienne de Crecy - My Contribution to the Global Warming
Wovenhand - Live at Roepaen (CD +DVD)
Zou het tekenend zijn voor onze geseculariseerde tijd dat niemand viel over het feit dat Wovenhand in een katholieke kerk optrad? Dat iedereen vol bewondering sprak over de pracht van de rijen flakkerende kaarsen, het licht dat door de glas-in-loodramen naar binnen viel en de gewijde sfeer in Roepaen? Het theatrale van katholieke godshuizen, het theater dat David Eugene Edwards zelf toevoegde door zijn intense voordracht (en die rare berenmuts) en het publiek dat in een soort aanbidding naar de verrichtingen van Wovenhand als voorgangers keek. Ook ik val niet echt over het feit dat een kleinkind van een protestantse veldprediker, die zelf nota bene een vorm van protestantse orthodoxie aanhangt (David Eugene Edwards dan, niet ondergetekende), een optreden in een katholieke kerk doet. En dat komt uiteraard door de prachtige nummers van Edwards en de feilloze uitvoering van zijn band Wovenhand. Op die avond in december 2010 speelden ze een doorsnede van het werk van Wovenhand, aangevuld met een enkele 16 Horsepower-track. Wel vind ik dat de opnames op de bijgevoegde dvd soms te licht zijn, waarschijnlijk gevolg van het feit dat het optreden speciaal georganiseerd was voor het legendarische Rockpalast en dus geschikt moest zijn voor uitzending op de tv.
File Under: Hoogmis
File Video: [Speaking Hands]
Jorn - Bring Heavy Rock to the Land
Hij blijft het proberen, die Jorn, om erkenning te krijgen als de enige echte Ronnie James Dio-opvolger. Eerlijk is eerlijk, er is niet een zanger die Dio's geluid zo overtuigend weet neer te zetten. Uitvoering en productie van de 's mans solo-albums laten ook zelden te wensen over, ook nu weer niet. De nummers, daar schort het aan. Neem het titelnummer van Bring Heavy Rock To The Land. Ik heb zelden zo'n doorzichtige poging gehoord een hardrockanthem te schrijven. Live blijft het steeds bijzonder om te horen hoe makkelijk Jorn galmende zangpartijen neerzet, maar ook daar blijken na verloop van tijd de covers de beste tracks. Hij komt maar een enkele keer met een nummer als "Tungur Knivur", dat overeind blijft tussen die covers. Ook Bring Heavy Rock To The Land staat weer vol tracks die je bij andere bands tot vullers zou bestempelen. Compositorisch klopt het best, maar het wil maar niet knallen. En verdomd, het eerste nummer op dit album dat wat langer blijft hangen is de Christopher Cross/Saxon-cover "Ride Like The Wind". Daarnaast heeft Jorn zichzelf nog eens gecoverd met de Masterplan-song "Time To Be King". Is het allemaal huilen met de pet op met die andere eigen composities? Nee hoor, het snellere "Chains Around You" mag er zijn, powerballad "Black Morning" is best te pruimen, en zo zijn er nog wel een paar. Maar het neemt niet weg dat je op dit album weer iemand aan het werk hoort die veel beter materiaal verdient. Kunnen we Slash en Jorn niet bij elkaar zetten? Slash heeft een zanger nodig in plaats van die vreselijke Myles Kennedy, Jorn heeft iemand nodig die killercomposities met een eigen gezicht kan schrijven. Bring Heavy Rock To The Land is voor de zoveelste keer een capabel en daardoor tegelijkertijd teleurstellend album.
File Under: Meesterzanger zoekt componist
File Video: ["Bring Heavy Rock To The Land"]
Phenomenal Handclap Band - Form & Control
WTF? Disco is terug! En, dan hebben we het niet over de subliem ingespeelde baslijntjes en minimalistische gitaarjengels van Chic, maar dan doel ik op Form & Control van Phenomenal Handclap Band. Zeg maar, een soort Spargo met vocodervocalen zonder pieuwpieuw-bliebs. Ergens moet de band nog gedacht hebben dat het niet om het synthesizer geluid van Giorgio Moroder heen kon en dus flikkerde het gezelschap een bak effecten en neurotische riedels over een droge drumbeat heen. Maak het af met wat Human League-achtergrondvocalen en voila: de slechtste disco zoals je die soms in de Ardennen in een verwaarloosde jukebox tegenkomt, is geboren. Zelf proberen ze de boel nog te sussen met de mededeling dat ze wat weg hebben van Ladytron, ik trap daar niet in. Als je echt ballen hebt, dan zeg je gewoon dat je geilt op slappe disco en dat je hoopt dat je eigen muziek na bergladingen coke er wellicht iets beter van wordt. Beste mensen van Phenomenal Handclap Band, ga in de overwinningsroes zitten, laat je niets wijsmaken en blijf verstokt doorgaan met producties waar zelfs Toto tot in lengten van dagen inspiratie uit haalt. Ik hoop van harte dat speciaal voor dit soort bands de Roxy weer herrijst, Studio 54 weer wordt heropend en Andy Warhol en Keith Haring met hun gevolg hen elke week komen aanschouwen. Totdat ze daar zelf kotsmisselijk van worden.
File Under: Discoprut voor crack-verslaafde gays
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Bandcamp]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook][Blog]
The Kabeedies - Soap
Eigenlijk bedenk ik me bij het schrijven van dit stukje hoe weinig ik ooit de naam Paul Simon als referentie gebruikt hebt, maar nu zijn Graceland 25 jaar bestaat gaat het gebeuren. Niet in een stukje over die speciale versies die nu uit zijn, maar in een stukje over het tweede album van The Kabeedies. De muziek op Soap doet me met name door de Afrikaanse aandoende ritmes en de baspartijen in combinatie met popmuziek erg aan Graceland denken, zeker als het gaat over de meer up-tempo nummers van dit Britse kwartet. Het verschil is wel dat de stem van zanger Jones en zangers Katie Allard er een wat andere lading aan geven. De jeugd van nu - ouwe lul alert - kon trouwens wel eens meer aan Vampire Weekend of The Wombats denken. Gezegd moet worden dat Soap lekker fris klinkt en de ideale muziek is voor een warme zomer. Of die er dit jaar in ons land komt, zal moeten blijken. Vernieuwend zou ik Soap niet willen noemen, aanstekelijk is dit zeker. Al is het maar voor ruim een half uur goed humeur met liedjes als "Elizabeth", "The Boy With The Bad Mouth" en "Santiago".
File Under: Graceland 2012
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Bandcamp]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Breton / Diagrams
Hot Chip is een band die niet echt 'in mijn systeem' zit, en waar ik het dus zelden over heb. Om het goed te maken ditmaal twee groepen waarvoor dat zeker wél geldt. Breton klinkt als een gruizige versie van hun Londense stadgenoten. Ik dacht zelf echter eerst aan Tom Vek. De uit beeld geraakte multi-instrumentalist maakte in 2005 het alleraardigste We Have Sound. Een album met dezelfde soort nonchalante refreintjes (noem het een Beck-tic) die we bij Breton aantreffen. Breton is wel een stuk duisterder van toon. Wat dat betreft hebben ze zich duidelijk door hippe dubsteppers laten beïnvloeden. Eigenlijk wacht je constant op een wapperende baslijn, of een drum & bass-versnelling. Een liedje als “Interference” komt daar nog het dichtst bij in de buurt, met zijn scheurende synthesizers. Helaas verknalt de band het nummer met jolige 'wohohoo'-tjes. Zo wil het wat te voorzichtige Other People's Problems maar niet écht gaan spetteren, alsof de liedjes achter een laag smog schuilgaan. In het rustpuntje “2 Years” werkt dat kortstondig juist in het voordeel van de groep. Met een strijkje, weifelende 'whatever happened'-vocalen en bovenal een heerlijk gefilterde vocale diva-sample benadert Breton even een topper als Jamie xx.
Diagrams is ook bijzonder electro-indiepoppy, maar ziet de zaken een heel stuk zonniger in. Voor een groep met een voormalig lid van Tunng aan het roer staan er op Black Light opvallend weinig folky liedjes, of je moet de overduidelijke 'nod' naar Sufjan Stevens-cheerleaderkoortjes in “Antelope” eronder scharen. Diagrams blinkt niet uit in originaliteit, wél in variatie. “Tall Buildings” is een leip alternatief danshitje dat, ware het een paar jaar eerder uitgebracht, vast zijn weg had gevonden naar de succesvolle DJ-Kicks mix van oppernerd Erlend Øye. Blanke jongens op de dansvloer, shaking it like they don't care! Als de jongens Diagrams het tempo wat laten dalen en de synths inruilen voor meer standaard bandbegeleiding, krijgen hun liedjes een bijna loungy psychedelisch tintje. Ook door het nadrukkelijk (zo u wil, eigenzinnig) gearticuleerde Brits van Sam Genders doen ze niet zelden denken aan de vreemde regenboogwereld van de Welshe Super Furry Animals. Voorlopig mist Diagrams nog wel een paar echt gouden melodieën, maar ook zonder knallers van hits is het hier best goed toeven. 'Ooh, isn't this good, look at the beautiful faces that gather round'.
File Under: De grote stad in grofkorrel
File Audio: [Breton-Space]
File: Diagrams - Black Light
File Under: Instagram-pret
File Audio: [Diagrams-Space]
The Temper Trap - The Temper Trap
Bij het debuutalbum Conditions kreeg The Temper Trap de luxe om over een periode van drie en een half jaar hun repertoire zorgvuldig uit te werken. Uit dat proces kwam onder andere het U2-achtige gitaarpareltje "Sweet Disposition" voort, de megahit waarmee de Australiërs in korte tijd doorbraken bij het grote publiek. Het gelijknamige tweede album is geproduceerd onder minder gunstige omstandigheden. Niet alleen maakt de band een uiterst geforceerde transitie naar een meer synthesizer-georiënteerde sound, tijdens de opnames braken ook nog eens de rellen in Londen uit. Het antwoord van The Temper Trap komt in de vorm van het Duran Duran-achtige "London's Burning", volgens de band meer een reconstructie van de gebeurtenissen dan een protestsong. Toch valt het moeilijk serieus te nemen, met die hachelijk lompe koortjes in het refrein. Bovendien klinkt frontman Dougy Mandagi's unieke, elastische falset hier nogal tenenkrommend. Zijn specifieke love-it-or-hate-it stemgeluid komt beter tot zijn recht in harmonie met andere melodielagen, wat bij "Sweet Disposition" juist zo goed werkte. Zo ook bij het minimale, met elektronica doorspekte "Miracle" - bij uitstek het sterkste nummer op dit album. De band lijkt met synthesizers de intensiteit van het gitaargeluid van weleer te willen nabootsen ("Where Do We Go From Here?", "Need Your Love"), maar dat pakt desastreus uit. Het resultaat is een lukrake, arbitraire, opeenstapeling van drabbige gitaren en synths die de luisteraar in te grote brokken moet zien door te slikken. Kijk, dat een band zichzelf opnieuw wil uitvinden vind ik bij verstek positief. Maar dan moeten de liedjes substantieel genoeg zijn. En daar valt The Temper Trap bij dit album nog het meest door de mand. Liedjes als "I'm Gonna Wait", "Never Again" voelen als B-kantjes en tussenvoegsels, met soms jeuk inducerende, maar vooral luie refreintjes. The Temper Trap doet zijn best de clichés NIET te mijden en komt daarmee uit de verf als een pastiche van het songfestival kaliber. De Australiërs bevonden zich tijdens de grote doorbraak weliswaar in een sweet disposition, maar na het luisteren van dit album zeggen de volgende vier songtitels op rij meer dan genoeg: This isn't happiness. Never again. Where do we go from here? I'm gonna wait.
File Under: The Tantrum Trap
File Video: [The Temper Trap - Need Your Love]
Hyper Evel - Hyper Evel
Het Italiaanse trio Hyper Evel omschrijft zich als een mix van stoner, math rock en noise met bluesinvloeden. Echt? Mijn eerste associatie is met - hup, in de teletijdmachine - Burma Shave, de Haagse band die begin jaren negentig furore maakte met albums als Stash en Zeal. Die associatie komt in de eerste plaats door de lijzige stijl van zingen van zanger/gitarist Christian Barbieri. Maar ook de mix van pop, indierock, hardrock en blues roept vergelijkingen met Burma Shave op. En met Drive Like Maria, trouwens. De basis is blues en rock, maar ze zijn niet te beroerd om over de grenzen van de genres heen te kijken. Dat maakt ook dat het album heel ontspannen aanvoelt. Ze deden in de studio precies wat ze wilden doen, en voelden zich daar lekker bij. In songs als "Invisible" en "Desertica" is een grote rol weggelegd voor de mondharmonica. Heerlijk, om zo'n lekker ouderwets bluesinstrument weer zo belangrijk te horen. "Ethical" doet dan weer sterk aan Queens Of The Stone Age denken, terwijl "Al", hoewel een echte rocksong, vooral heel funky aanvoelt. De hoes is niet bijster spannend en bij de eerste, oppervlakkige beluistering deed het me muzikaal ook niet zoveel. Uiteindelijk waren het de ontspannen sfeer van het album en de prominente rol van de mondharmonica in een paar songs die me voor zich wonnen. Geest open, Hyper Evel erin!
File Under: Swingende stonerpopindiebluesrock
File Audio: [HyperSpace]
File Video: ["Open Every Cage"]
West Hell 5 - Undercover / The Kik - Springlevend
Mannen in strakgesneden pakken die doen alsof hun horloges rond het midden van de jaren zestig zijn opgehouden met tikken. Het verschil tussen West Hell 5 en The Kik is dat het eerste combo instrumentale spy-fi-jazz speelt, en The Kik Nederlandstalige beatmuziek. Beide groepen klinken een stuk krachtiger dan hun inspiratiebronnen vijftig jaar geleden klonken, maar wat vormgeving en intentie betreft is dit pure teletijdmachine-muziek. West Hell 5 gaat daarin het verst: hun eerste echte album bevat een bij de muziek passend ‘international men of mystery’-verhaal waarin alle clichés (gekke dokter op jacht naar wereldheerschappij, charmante dames, spionnen en handige gadgets) een plekje hebben gekregen. De muziek, met zwevend orgel, zingende zaag, scheurende sax en lekker dik ploppende bas is niet van vroeger te onderscheiden. En dat is precies de bedoeling. West Hell 5 speelt voornamelijk covers, van onder meer Jimmy McGriff, Jerry Goldsmith (thema van Men from U.N.C.L.E) en de Duitse alleskunner Peter Thomas. Wie ooit op een van de Amsterdam Beat Club-feesten van WH5 was, weet dat het prachtig aangeklede publiek maar wat graag de band volgt in hun teletijdmachine-trip. Dit is op dezelfde manier leuk als een James Bond-film met Sean Connery leuk is.
The Kik is net wat minder stijlvast. Zanger Dave von Raven antidateert de Armand-cover die ze met hulp van de schrijver spelen, door ‘gulden’ te veranderen in ‘euro’. Lucky Fonz III duikt ook op in "Want er is niemand", de singer-songwriter heeft Dave von Raven ertoe aangezet om in het Nederlands te gaan zingen nadat zijn Engelstalige band The Madd uiteenviel. The Kik speelt nog meer covers, "Cleopatra" is een nummer van de Nederbeatband Ernie Bender & the Robins, terwijl afsluiter "Zevenhuizer Zondag" een vertaling is van het door The Monkees tot een hit gezongen "Pleasant Valley Sunday". Opvallend: nergens worden auteurs van de liedjes vermeldt. Wellicht om The Kik wat meer ‘van nu’ te maken en minder ‘van toen’? Bij West Hell 5 is het zaak om mee te gaan in hun verhaal van vroeger. Bij The Kik hoeft dat niet. Springlevend is precies wat de titel belooft: een viriele, vrolijke plaat met zeer aanstekelijke liedjes over de mooie en minder mooie kanten van het leven en de liefde. Mijn zoon van 5 krijgt er geen genoeg van, en papa (die the sixties ook alleen maar kent uit boek en van plaat) vindt dat prachtig.
File: The Kik - Springlevend
File Under: Geweest, maar niet voorbij
File Spotify: [Springlevend]
Sun Kil Moon - Among The Leaves
'They're happy to see me/we sit and we play/These are some words I wrote down last night/I've beat 'em to death and I can't get 'em right/Songwriting's lonely, songwriting hurts/A relentless itching, a bed bug curse', aldus Mark Kozelek tijdens"Track Number 8", het elfde liedje op het nieuwste Sun Kil Moon-album Among The Leaves. De markante songschrijver uit San Francisco - tijdens de jaren negentig frontman van de befaamde slowcore-formatie Red House Painters - geeft op zijn vijfde langspeler een olijke blik op zijn avonturen als toerende muzikant en liedjesschrijver. Writers blocks ("Not Much Rhymes When Everything's Awesome At All Times"), eenzaamheid in hotelkamers na retro eighties bandjes("UK Blues"), voyeuristisch gefoefel met vrouwelijke compagnons ("The Moderately Talented Yet Attractive Young Woman vs. The Exceptionally Talented Yet Not So Attractive Middle Aged Man") en (last but not least) zwerfkatten en Martini's ("Track Number 8"). De komische songtitels suggereren dat Kozelek zichzelf als een vertekende persiflage de spiegel voorhoudt. Maar dit album komt recht uit het hart. Door middel van de wonderschone klanken uit zijn nylon string gitaar plus zijn breekbare, nasale tenor bezorgt Kozelek een lach en een traan - vaak binnen hetzelfde liedje.Among The Leaves is op muzikaal vlak lang niet zo enerverend als het debuut Ghosts Of The Great Highway, maar je hangt voortdurend aan Marks lippen. Elk nummer heeft de invalshoek van een persoonlijk dagboek, met gortdroge, werkelijkheidsgetrouwe observaties in plaats van impressionistische, abstracte denkbeelden. Bijvoorbeeld "Sunshine In Chicago" - vlak voor een optreden in Chicago geschreven- zingt Kozelek over zijn periode bij Red House Painters: 'Sunshine in Chicago really makes me sad/my band played there alot when we had lots of female fans, and fuck they were all cute/Now I just sign posters for guys in tennis shoes' Op andere liedjes is Kozelek weer bloedserieus, zoals het voorgenoemde "Track Number 8", waar hij refereert naar overleden collega-songwriters Elliott Smith en Mark Linkous. De zelfspottende humor en charme blijft echter altijd om de hoek turen: hij noemt later in het nummer vier zwerfkatten "the highlight of my songwriting days". Niet alle nummers raken even veel, maar bij "Song For Richard Collopy" (een ontroerende ode aan een overleden gitaarbouwer) en het pijnlijk naakte "Lonely Mountain" bewijst Kozelek zich als onbetwiste koning van de melancholie. Among The Leaves is een innemende, dappere plaat van een buitengewoon fascinerend artiest.
File Under: Koning van de melancholie
File Audio: [Sun Kil Moon - Track Number 8]
Shearwater
Shearwater werd in 2001 door Okkervil River-leden Jonathan Meiburg en Will Sheff opgericht als spin-off bandje voor het schrijven van introvertere liedjes met uitgebalanceerde cadens. Inmiddels is de band uit Austin, Texas al twaalf jaar lang op de planken te bewonderen. Meiburg nam gedurende het drieluik Palo Santo, Rook en The Golden Archipelago de teugels steeds strakker in handen. Het nieuwste Shearwater-album Animal Joy belichaamt voor Jonathan een schone lei. Nieuwe bandleden, een nieuw geluid en een nieuwe synopsis. De 36-jarige muzikant annex ornitholoog heeft Austin ingeruild voor New York, waar hij opnieuw de liefde heeft gevonden. Jonathan: 'Na het afronden van Animal Joy was ik er weer klaar voor. Ik dwaalde voor mijn gevoel voor een lange periode af, maar nu maak ik weer deel uit van de wereld. De plaat gaat hier ook een beetje over: jezelf verliezen, een ommekeer maken en opnieuw terugvinden.'
Lees verder..Le Peuple De L'Herbe - A Matter Of Time
Ik weet niet wat het is maar ik heb meestal een beetje moeite met Franstalige popmuziek. Op de een of andere manier is de taal te mooi en zacht voor harde muziek. Rappen in het Frans klinkt in mijn oren eerder lief dan stoer. Ondanks dat er maar drie nummers in het Frans worden gezongen en gerapt op A Matter Of Time, het zesde album van Le Peuple De L'Herbe uit Lyon, klinkt het gepeupel zelfs in de Engelse nummers Frans. Al ruim vijftien jaar laat de band een mix van hiphop, dance, funk, dub, jazz, reggae en pop horen. En daar zit wat mij betreft het probleem. De band buitelt van drum 'n' bass in pop en hiphop. Het klinkt allemaal strak en vet, maar door al die stijlen ook onrustig en druk. Op het podium werkt dat volgens mij prima en is het een garantie voor een spetterend concert, maar op cd beklijft het niet. De muziek pakt me nergens en begint me na verloop van tijd zelfs licht te irriteren. Iets meer subtiliteit en gas terug was de nummers ten goede gekomen. Nu zijn Le Peuple De L'Herbe meer Le Peuple De Speed.
File Under: Overdaad schaadt
File Audio: [Myspace]
File Video: [Parler Le Fracas]
File Twitter: [Tweets van Le Peuple De L'Herbe]
Brat Farrar - Brat Farrar
Brat Farrar was tot op heden bekend als hoofdpersoon in het boek Brat Farrar van Josephine Tey. Dit boek stamt echter uit 1949. De cd-release van Brat Farrar heeft dan ook niets met het boek te maken. Brat Farrar heet in werkelijkheid Sam Agostino, komt uit Australië en maakte tot op heden furore als gitarist in Digger & The Pussycats. Farrar geeft in opener "Punk Records" door de opsomming van al die gave punkrockbands weg waar je zijn muziek in kan delen. Dit album duurt nog geen 27 minuten en in twaalf nummers weet hij indruk te maken. Het is alsof de schilder een paar rake streken zet en dan weer naar zijn volgende doek gaat om dan net iets anders te doen, maar niet minder raak. Lo-fi punk/garagerock dat behalve gitaar en drums door een drummachine of orgel net even iets meer krijgt. Écht van die muziek om lekker door de kamer te stuiteren, omdat het zo catchy is als de neten en dan met het volume op elf - sorry huisgenoten en buren - komt die rauwe rand lekker hard aan. Ik mag die Farrar wel, behalve dan dat hij rond maart dit jaar in ons land was en ik niet van zijn bestaan wist.
File Under: Holy shit
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Bandcamp]
File Social:[Facebook]
Organisms - Rainbow Black + White
Wow, zo zie je maar weer. Je hoeft maar een briefje te schrijven aan Alex Newport en de man komt vervolgens van zijn productionele troon om de plaat van het Rotterdamse Organisms te mixen. Het kan verkeren! Organisms is niet helemaal groen. Het trio werkte samen met muzikanten en bracht zo werkervaring in de studio bij bands als Feverdream, Incense, Spider Rico, Face Tomorrow, The Deaf en Non-Issues. Hoe Organisms klinkt? Als Icarus Line met Mark E. Smith van The Fall op zang. En hier en daar een orgeltje of raar folky instrumentje. Is dat tof? Ja, wel als je van dichtgeplamuurde takkeherrie houdt, gekrijs, schreeuwend protest en een houding die wel erg dicht op de Engelse arbeiderspunk van Crass zit. Dat is dan noise anno 2012. Dit is wat wij oprechte speedpunk plegen te noemen. Organisms is opgejaagd, gefokt, energiek en het fikt aan alle kanten. Daar waar Howlin Pelle Almqvist van The Hives een voorliefde heeft voor garage-rock, daar heeft Lennard Kruithof van Organisms zijn oren goed de kost gegeven bij de door drugs omgeven bands als Jesus Lizard en Penthouse. Het beat-orgeltje schaaft op enkele momenten de scherpe randjes van de band af. Pas dan merk je dat de tomeloze inzet van de heren ook nog eens leidt tot enkele parels van festivalsongs die kunnen uitgroeien tot hardcore-anthems van het eerste uur. Het is Organisms van harte gegund. Ik begrijp die Alex Newport wel, dat hij als de sodemieter al het werk uit zijn handen heeft laten kletteren om de mix voor dit trio te verzorgen. Hij zal bij het beluisteren van Organisms de ene na de andere Aha-erlebnis hebben gehad.
File Under: hardcorenoise met enkele festivalanthems
Human Don't Be Angry - Human Don't Be Angry
Hoeveel albums Malcolm Middleton ook nog zal maken, altijd zal hij herinnerd worden aan Arab Strap. Sinds Aidan Moffat en Middleton elk hun eigen weg opgingen, hebben ze alle vrijheid genomen om andere wegen te exploreren. Voor Moffat bleven zijn verhalen de kern en dus bleef de nadruk liggen op Sprachgesang, waarbij hij verschillende vormen van begeleiding gebruikte. Malcolm Middleton zocht het in eerste instantie in folk, met voorzichtige experimenten met elektronica. Dat leverde platen op als A Brighter Beat, Into the Woods en Waxing Gibbous, te kwalificeren als aardig tot goed tot verrassend goed. Human Don’t Be Angry is een zijweg die een heel ander vergezicht laat zien. Grotendeels instrumentaal, gebaseerd op synthesizergeluiden. Je hoort veel goedkope Atari’s en geluidseffecten die even gedateerd klinken, doorschoten met gitaren. Maar op de een of andere manier werkt het wel, al klinken zelfs de gitaren alsof ze in de jaren tachtig door hardrockbands zijn achtergelaten. Middleton heeft altijd een goed gevoel voor sfeer gehad en vooral voor in whisky gedrenkte melancholie en dat horen we ook hier weer terug. Tussen alle vrolijke melodietjes en geluidsgrapjes ruikt zijn postrock naar Mogwai op z’n eenzaamst. Wij hebben nog steeds een kater van het verscheiden van Arab Strap, maar Moffat en Middleton worden steeds beter in het vergeten van dat duo.
File Under: Getting better (at feeling like shit)
File Audio: [H.D.B.A. Theme]
File Video: [1985]
Black Pyramid - II
Ik houd ervan om zelf nieuwe benamingen te bedenken voor muziek. Gerontorock komt daarvandaan, net als Teutoonse marsmetal. Bij Black Pyramid hebben ze dat al voor me gedaan. Zij betitelen hun muziek als 'galloping war metal', galopperende oorlogsmetal. Ik geloof niet dat ik iets beters kan bedenken. Luister maar eens naar opener "Mercy's Bane": een stuwende ritmesectie, een gruizige ritmegitaar, een solo die de melodie volgt en een zanger die de teksten min of meer in de microfoon blaft en toch melodieus blijft. Van de negen songs zijn er twee korte instrumentale stukken met een akoestische feel, "Tanelorn" en "Empty-Handed Insurrection", waarin wat gas wordt teruggenomen. Daar staat tegenover dat in "Dreams Of The Dead" en "Into The Dawn" twaalf respectievelijk vijftien minuten de tijd wordt genomen om een smakelijke beuker neer te zetten. En hoewel Black Pyramid weinig nieuws te berde brengt, klopt het allemaal als een bus. Omdat bovendien de productie - van de heren zelf - de goede mix van rauwheid en een open geluidsbeeld heeft is II een album geworden dat in het doomgenre misschien niet het meest originele is, maar door consistentie en geluid desondanks een topper is. In de meeste songs zit je binnen drie maten helemaal in de sfeer, en da's geen straf. Lekkurrrr!
File Under: Wat ze zeggen, galopperende oorlogsmetal
File Video: ["Mercy's Bane"]
Miike Snow - Happy To You
Beetje laat, deze recensie, nu Miike Snow (uitspraakhulp hier) al zo'n aardig optreden op Pinkpop gaf. Bootlegvideootje van dat optreden hier: "Paddling Out" is gewoon een dikke hit. Voeg daar nog de beste nummers van hun vorige plaat bij ("Animal" en het Scissor Sisters-achtige The Rabbit) en je kunt je opeens voorstellen dat dit trio (Christian Karlsson, Pontus Winnberg en Andrew Wyatt) onder een andere naam eigenlijk al jaren producer speelt voor andere popartiesten, onder wie Madonna en Britney Spears. Maar Happy To You is als album wel een flink stuk eigenzinniger dan die lekker dansbare singles doen lijken. "Devil's Work" heeft best een ingewikkelde melodie en combineert een stuwende piano met trompetten en strijkers en vreemde percussie en acidsynths tot... een verschrikkelijke onhandige melodiesoep, voornamelijk. Een meeneurieliedje als "Bavarian #1 (Say You Will)" doet hetzelfde gedoseerder, en dus beter. "Archipelago" begint dan weer als een Kelly Stoltz- of Zeus-achtig pianodingetje, maar halverwege gaat de Röyksoppdoos alweer open. Zo komt het nooit tot grootse euforie, natuurlijk. Maar nu komt de grote truc: de heren verkopen hun plaat in Nederland in de "Jackalope Edition", wat wil zeggen: met bonus-cd. En daar staan twee b-kantjes en vijf remixen op. Waaronder drie geweldige remixen. Alex Metric heeft alle crap uit "Devil's Work" gegooid en de heerlijk commerciële Wolfgang Gartner (ik ben fan wegens clubhit "Forever" en het nieuwe "Flexx") voegt een zompige housebeat toe aan "Paddling Out". En dan is er de uitsmijter: Jacques Lu Cont probeert dezelfde truc uit die Armin van Buuren bij The Killers "Human" flikte: zet een bataljon trancestrijkers achter de melodie en presto. Zijn nieuwe "Bonkers"-achtige refrein doet 't hem alleen niet voor mij, anders was het de remix van het jaar geweest.
File Under: Beperk uzelf
File Video: [Devil's Work][The Wave][Paddling Out (Jacques Lu Cont remix)]
SemistereO - SemistereO
Het Nederlandse SemistereO bewijst hoe klein verschillen of hoe minimaal scheidslijnen kunnen zijn. Tussen getekend worden bij een grote maatschappij of eigen beheer, tussen briljante emo en psychedelische post- en progrock, tussen krachtige vocalen met body en lijzige net-niet aanwezige zangpartijen die een blijvend stempel kunnen drukken. Toen ik voor het eerst SemistereO hoorde kreeg ik zin om Aart Stekelenburg van Face Tomorrow te mailen en hem deze plaat ter inspiratie voor te leggen. Muzikaal kan deze tweede plaat van de heren niet beter. De songs schreeuwen om heldere, maar vooral krachtige zangpartijen die aandacht en kwaliteit vergen. Ergens tussen Tool, Oceansize en Porcupine Tree zoekt SemistereO naar zijn eigen identiteit. Ik zou de band de tip willen meegeven dat het zanger Martijn eens stage laat lopen bij Face Tomorrow en leert van de uithalen, het volume en de ademhalingstechniek van hun zanger Jelle. Je kunt het als band ook hogerop zoeken en contact leggen met Maynard James Keenan en zijn Tool, maar ik ben bang dat zij niet antwoorden. Hoe spijtig dat ook voor de leercurve van SemistereO zou zijn. Nogmaals, kwaliteit is volop aanwezig. De muziek is enorm dragend, meeslepend en heeft een sterk eigen karakter met soepele wisselingen. De slagroom op de taart is nog nog nodig. Met vocalen die staan als een huis en die het instrumentarium meetrekken in extra volume en kracht. Pas dan zul je zien dat er ook een platenmaatschappij zijn interesse zal tonen in semistereO, zelfs in deze tijden waar een label als Roadrunner het onderspit heeft moeten delven.
File Under: Zanger doet zijn best, de band is beter
All Things Will Unwind - My Brightest Diamond & Ensemble
Ewert And The Two Dragons - Good Man Down
Europese eenheid is momenteel een hot item. Regeringsleiders bakkeleien er over of ze de handen meer ineen moeten slaan of dat ze toch liever vast willen houden aan hun eigen identiteit. Lastige vragen waarover men al een hele tijd elkaar in de haren vliegt en waarvan de oplossing ook nog niet echt in zicht is. Op Europees muziekgebied heeft die eenheid in de loop der jaren geruisloos steeds meer haar intrede gedaan. Zo wordt er bijvoorbeeld in Portugal niet alleen meer fado gespeeld en in Griekenland de sirtaki gedanst. Zo ook in de op muziekgebied relatief onbekende de Baltische staten. Ewert And The Two Dragons komen uit Estland en hebben met hun tweede cd Good Man Down een mooie indiefolkplaat gemaakt. In Estland hebben ze er al verschillende prijzen voor gewonnen en het zal mij niet verbazen als de rest van Europa ook gaat vallen voor de melancholieke en sfeervolle liedjes van Ewert And The Two Dragons. De muziek kenmerkt zich grotendeels door akoestische instrumenten, een sterk aanwezige ritmesectie en meerstemmige achtergrondzang. Zanger Ewert Sundja heeft een aangenaam rustige stem die gedragen kan zingen, zoals in het naar een climax toewerkende "Panda", het ritmische "Sailor Man" en de ballade "Burning Bush". Maar de band is ook goed in opbeurende songs zoals de zonnige opener "(In The End) There Is Only Love" en het erg goede "Road To The Hill". In thuisland Estland en Scandinavië zijn Ewert And The Two Dragons al mateloos populair. Good Man Down is goed genoeg om de rest van Europa ook voor de band te winnen.
File Under: Estlands best bewaarde exportproduct
File Audio: [Grooveshark]
File Video: [Good Man Down]
File Twitter: [Tweets van Ewert And The Two Dragons]
Week 25, 2012
Storm
Simon White - Silver Silver
Gr.R.
Faded - The Afghan Whigs @ Optimus Primavera Sound 2012
Prikkie
Arjen Anthony Lucassen - Lost In The New Real
DubbelMono
Daniel Lohues @ Willem Wilminktheater, Enschede
Ludo
Human Don't Be Angry - Human Don't Be Angry
Ramon
Voodoo Swing @ Kids 'n Billies Festival, 16 juni 2012
Jasper
Sun Kil Moon - Among The Leaves (RIP Tim Mooney)
Blizzard
Beeckestijnpop, 16 juni 2012
Stonehead
Grum - Heartbeats
Ewie
Brat Farrar - Brat Farrar
tBeest
Kaizers Orchestra - Violeta Violeta Volume 2
Circus Maximus - Nine
Aanvankelijk stond de release voor Nine, het derde album van het Noorse Circus Maximus, gepland voor eind 2010. Dat was al drie jaar na voorganger Isolate. Het is nog ruim anderhalf jaar later dat het album uiteindelijk verschijnt, maar dat is het wachten waard geweest. Ze zijn ooit begonnen als coverband met onder andere Dream Theater- en Symphony X-songs op de setlist. Dat is ook goed te horen, want zo nu en dan wordt er qua ritmes en gitaar- en keyboardsolo's het nodige geweld uit de kast getrokken. Toch is het bepaald geen kopie van die bands. Integendeel zelfs. Dat is vooral de verdienste van zanger Michael Eriksen. Vorig jaar was hij al te horen bij het AOR-project The Magnificent en zijn stijl van zingen heeft ook op dit album veel meer pop- en AOR-invloeden dan gebruikelijk is in de progressieve rock. Hij zingt veel minder op kracht dan op souplesse. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn zang wel eens iets weg heeft van Ten's Gary Hughes. Ook gitarist en voornaamste componist Mats Haugen durft het stunt- en vliegwerk soms te laten voor wat het is als dat het liedje ten goede komt. Na een intro vliegt de band er op deze cd meteen in met de klapper (en langste track met zo'n tien minuten) "Architect Of Fortune". Na een paar bladzijden uit Het Groot Dream Theater Boek gaat het in dit nummer al snel een paar tandjes rustiger en draait het even om de stem en de akoestische gitaar, voor er weer gas wordt gegeven. Hoewel de tracks tot de twee afsluiters allemaal ongeveer de helft korter zijn, is die afwisseling tussen gitaar- en toetsengeweld enerzijds en meer zanggeörienteerde, ja bijna radiovriendelijke stukken ook op de rest van het album te vinden. Na de fraaie afsluiters "Burn After Reading" en "Last Goodbye" kan ik alleen maar concluderen dat ik me uitstekend vermaakt heb. Als dan de productie ook nog eens om door een ringetje te halen is, blijft er weinig te wensen over. Liefhebbers van bands als Evergrey en Ten moeten zeker eens luisteren, maar eigenlijk zou élke progger dat minstens één keer moeten doen. Circus Maximus' prog zal niet voor iedereen zijn, maar je moet dan wel weten wat je mist...
File Under: Noorse verrassing
File Video: [fanvideo "Architect Of Fortune"]
We Are Augustines - Rise Ye Sunken Ships
Deze plaat is in Amerika al een tijdje uit. Europa is pas nu aan de beurt omdat de band even nog wat zaakjes te regelen had. Zo is Rise Ye Sunken Ships eigenlijk de startup geweest van de band Pela. Welnu, Pela viel door onenigheid met de platenlabel uit elkaar. Frontman Billy McCarthy en gitarist Eric Sanderson besloten verder te gaan onder de naam We Are Augustines en rondden de ingezette plaatopname van Pela af. Het is een goudeerlijke folky rockparel geworden. Een singer-songwriterplaat vol doordrenkte melancholie, heel veel vragen, boosheid en absoluut onbegrip. Muzikaal ligt de band in het verlengde van The Antlers en op sommige momenten zelfs van een gedragen Elbow. Wonderschoon is het in elk geval wel. Ik vraag me alleen af, als ik per song zanger Billy McCarthy hoor lijden, hoe hij het in godsnaam voor elkaar gaat krijgen om iedere avond weer straks deze songs voor te schotelen aan een publiek dat geen weet heeft van zijn eigen diepgewortelde familietragedies. Rise Ye Sunken Ships is wel de grootste brok oprechte emotie die ik sinds tijden gehoord heb. Deze band verdient een massaal jankend Paradiso als rouwverwerking.
File Under: Wil je weten of er iets na de dood is?
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Hunx - Hairdresser Blues
Dacht ik bij zijn vorige plaat nog dat het een marketinggeintje was om Seth 'Hunx' Bogart neer te zetten als de clichématige homoseksuele kapper, nu weet ik wel beter. Hunx is werkelijk kapper in Oakland, Californië. En hij houdt van roze. Maar dat wisten we al na het zien van het hoesje van Too Young To Be In Love. Tegelijkertijd liet hij op die plaat horen dat hij met zijn mengeling van rammelende garagerock en vrolijke melodieën fijne poppy punkliedjes kon schrijven. Bovendien bleek hij begiftigd te zijn met een meer dan uitstekend ontwikkelde popfeel en een ferme tik van de Phil Spector-molen had gehad. Zijn nieuwe plaat, Hairdresser Blues, klinkt een stuk anders. En daar is reden voor. Zijn eerste soloplaat draait om verlies. Verlies in de liefde ("Always Forever", "When You’re Gone"), maar ook de dood. "Say Goodbye Before You Leave (for Jay)" is opgedragen aan de twee jaar geleden overleden garagerocker Jay Reatard. Muzikaal is het allemaal net iets meer ingetogen (weg zijn de vrolijke dameskoortjes) en daardoor ook minder verrassend. Zijn onverbloemde teksten over ontmoetingen met hetzelfde geslacht zijn gebleven, net als de over the top verwijzingen naar zijn seksuele voorkeur. Maar de uitbundige lach is verdwenen.
File Under: Kapper met de blues
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hairdresser Blues Promofilm]
Evol - Evol / Big Boy Pete - Cold Turkey
Mocht je nog een album (of tape) van een band hebben liggen, die gegarandeerd in zeer kleine oplage is uitgebracht en je wilt deze verkopen op E-Bay? Dan kan het zo maar zijn dat Gear Fab deze koopt om deze vervolgens als geluidsdrager uit te brengen.
Zo ging het althans met Evol, een band die groot was in West-Virginia, maar onbeduidend in de rest van de wereld. Ze begonnen zoals veel bands in de sixties met covers en daarin waren ze volgens het verhaaltje bij de cd meesters. Maar ja, met covers kom je er niet. En dus werd er eigen materiaal uitgebracht. Nou ja eigen materiaal, hiervoor werd Jeff Hanichen als lid toegevoegd. Hij speelde niet onverdienstelijk 12 String gitaar mee op het enige album Evol dat in 1970 opgenomen werd. Evol bevat twaalf korte, lieve liedjes in de stijl die je ergens tussen The Byrds en The Mama´s and Papa´s moet plaatsen. Hanichen stapte in 1971 weer op (live deed hij helemaal nooit mee) en de band ging nog door tot 1977, zonder verder succes. Evol ontketende destijds terecht geen revolutie, maar is voor de sixties-seventies-fanaat een aanrader.
Mocht je de single "Cold Turkey" van Big Boy Pete op E-Bay zien, dan kun je die blind kopen als de koper niet weet wat hij verkoopt. Deze schijnt veel geld waard te zijn, alsmede meer singles van zijn hand trouwens. Het album Cold Turkey had er in 1968 ook moeten zijn, maar die kwam nooit uit. De opnames di werden gemaakt op een Bang & Olofsen Beocord 2000 tape-recorder kwamen echter zoveel jaar later wel bij Gear Fab terecht, die bracht deze alsnog op een geluidsdrager uit. Hier is te horen dat hij in een leven voor Big Boy Pete al in de muziekhistorie opdook als gitarist Pete ´Buzz´ Miller bij The Jaywalkers, een band die in het voorprogramma speelde van The Stones en The Beatles. Op grond van het resultaat dat nu hier ligt, durf ik te stellen dat het schandalig is dat deze release van de Brit (uit Norwich) ondanks dat de stroming beat en psychedelica in 1968 zijn opgang maakte, is gemist. Cold Turkey is een heerlijke plaat. En niet alléén voor de fanatici.
File Under: Evil met een smile
File: Big Boy Pete - Cold Turkey
File Under: Fout rechtgezet
File Audio: [Baby I Got News For You]
File Video: [Cold Turkey] [Baby I Got News For You]
Table Music - Sekten
Jay Brannan / O Emperor
Ik had zo gehoopt dat Jay Brannan de Nederlander Jan Brentjens in vermomming was. Hoe zou hij anders zo bizar veel als Racoon kunnen klinken? De singer/songwriter komt toch echt uit Houston, en maakt onwaarschijnlijk suffe gitaarpop, van het soort waarmee de Zeeuwen na jaren ploeteren eindelijk hun megahit scoorden. Zoetgevooisde stem, eenvoudige akoestische gitaarbegeleiding, en wat rommelige strijkers in een poging de boel te smeren. Teksten lopen uiteen van 'you and me have a spark' tot 'it's not that you're not beautiful, you're just not beautiful to me'. Om met Woody Allen te spreken: 'I won't take it personal, I'll just kill myself, that's all.' Rob Me Blind staat vol liedjes die ze in het middagprogramma van Pinkpop serveren. Je kunt er zo lekker cocktails bij drinken namelijk. Om ervan te kunnen genieten moet je vermoedelijk minstens één keer zwanger zijn geweest. Brannan neemt zowaar een keer het f-woord in de mond (stoer!) en, nog erger, doet ook nog een paar tekstregels in het Spaans. Wild erotisch! Op de hoes staat de knappe zanger afgebeeld zoals zijn fanschare hem waarschijnlijk het liefst ziet. Weerloos vastgebonden. Had zijn muziek maar wat meer weg van zijn kortstondige filmcarrière. Brannan speelde mee in de arty porno-exercitie Shortbus. Daarin ging alles uit. Nu enkel de cd-speler.
Als archetypische eilandbewoners hebben de Ieren een eigenzinnige muziekcultuur. Soms bejubelen ze artiesten lang voor de rest van Europa overstag gaat (David Gray!) en ook hun eigen bands (The Frames, Bell X1) zijn vaak al jaren populair voordat ze onze oren überhaupt maar bereiken. In die laatste categorie valt O Emperor, dat twee jaar terug de Ierse albumhitparade bestormde, en dat nu pas (en nota bene via een klein Duits label) hier verkrijgbaar is. Misschien ligt het aan de ongelukkige bandnaam, die in combinatie met het morbide hoesje eerder Transsylvanische trek wekt. Afgezien daarvan is de vertraging raadselachtig, want O Emperor heeft nu al de grandeur van een grote band. In klapstuk “Don Quixote” (tevens opener) combineert de groep achteloos de ingewikkelde ritmes van Radiohead met de sneer van Muse en het falset-pathos van Wild Beasts. Als een klein muzikaal grapje openen ze de track dan ook nog met spaghetti western-blazers. Rocken ze daar nog vrij stevig, snel daarna worden de riffs ingeruild voor verbluffend zelfverzekerd gespeelde kamerpop. En minstens zo goed gezongen als de Fleet Foxes. In een liedje als “Sedalia” is ons eigen Daryll-Ann niet ver weg; en daarmee natuurlijk al de Amerikanen van de 'great wide open'. Je hebt wat in huis als je een overduidelijke ode aan de Beach Boys met een vleugje Harry Nilsson tot een goed einde weet te bringen. En alhoewel het - met Elbow in gedachten - nog wel tien jaar kan duren voordat de band hier écht doorbreekt, genieten wij er nu alvast van. En fluiten mee. 'Don't mind me, I don't mind myself'.
File Under: Steal me deaf
File Audio: [Brannan-Space]
File: O Emperor - Hither Thither
File Under: Neem een voorschot op het grote succes
File Audio: [Emperor-Space]
The Curse - Suck It In Spit It Out / Nashville Pussy - From Hell To Texas
Na de VS is er geen land waar zoveel sleaze en garagerock wordt geproduceerd als Zweden. En met bands als Hellacopters en Backyard Babies slaan ze geen slecht figuur ook nog. The Curse komt uit dezelfde Zweedse traditie. Zoals de titel van hun debuut al doet vermoeden gaat het van dik hout zaagt men planken. Opener "Don't Fuck It Up" is een goede graadmeter voor de rest van het album: een simpel doch pakkend refrein, gezongen met een quasi-verveelde nasale stem, een niet al te ingewikkelde riff die meteen de hele song is, een korte, effectieve solo en na drie minuten is het weer klaar. Herhaal dat recept vijftien keer en je hebt een full length cd. Dat klinkt alsof het allemaal niet erg de moeite waard is, maar dat valt gelukkig erg mee. De heren weten het namelijk wel steeds weer goed gedoseerd te brengen. Niet te braafjes, met een zorgvuldig gekoesterde rauwe productie en met precies de juiste dosis energie. Om op het niveau van The Hellacopters en Backyard Babies te komen moeten ze nog even dooroefenen, maar het begin is er.
Als je maar lang genoeg recensies blijft schrijven, komen cd's blijkbaar vanzelf voor de tweede keer langs. Enige tijd geleden besprak ik een album van Baby Woodrose voor de tweede keer, en ook Nashville Pussy's prima studio-album From Hell To Texas heb ik al eens besproken. Destijds ging de cd vergezeld van een live-dvd, deze ronde zit er de live-cd Live And Loud In Europe bij. De helft van de songs van het studio-album komt ook op de live-cd voorbij en zeker bij een band als Nashville Pussy is dat geen straf. Hun muziek moet het hebben van de energie en hoewel ze die energie ook in de studio aardig weten vast te leggen, is het podium de plek waar het allemaal echt tot zijn recht komt. Sleaze, boogie en rock 'n' roll in de ruimste zin van het woord. Mocht je deze cd nog niet in je kast hebben staan, dan is de live-cd een mooi argument om daar alsnog verandering in te brengen.
File Under: Bijna net zo Zweeds als die gehaktballetjes
File Audio: [CurseSpace]
File: Nashville Pussy - From Hell To Texas (Tour Edition)
File Under: From Hell To Texas To The Stage
File Audio: [player op de site]
File Spotify: [From Hell To Texas / Live And Loud In Europe]
Eskimo Callboy - Bury Me In Vegas
Eskimo Callboy, een nogal aparte naam voor een band met een voor nieuwe luisteraars nog vreemder album. Naar eigen zeggen maakt deze Duitse groep ´danceable porn-metal, with a pinch of psychedelic glam rock´; dit vertaalt zich in de praktijk naar een mix van metalcore, electropop, dubstep, trance-invloeden en nog wat random ingrediënten. Random is hierin misschien wel het sleutelwoord: geen nummer is vast te pinnen op één duidelijke stijl. Zo start de plaat met een brute riff direct gevolgd door synthesizerloopjes, maffe stemmetjes, diepe grunts, een poprefrein met een Cher-effect over de zang. Cleane zang komt op het album niet heel veel voor, maar verder wordt het volledige arsenaal aan keelmogelijkheden benut: van grunts en krijsen tot aan de zogeheten pigsqueals aan toe. Geen nummer is rechtlijnig, en dat maakt wellicht dat niet iedereen met deze debuut-LP uit de voeten kan. Tegelijkertijd maakt dit het ook weer heel ‘eigen’. Met een bandnaam als Eskimo Callboy en songtitels als "Wonderbra Boulevard" en "5$ Bitchcore" heb je niet het idee dat ze het al te serieus nemen, maar dat maakt absoluut niet dat er met de pet naar gegooid is. De vreemde combinatie van stijlen zit stiekem best catchy in elkaar, de breakdowns werken naar behoren en het wordt zeker niet eentonig. Ook is er duidelijk zorg besteed aan het goed opnemen en mixen. Dus terwijl de puristen van elk individueel genre deze samensmelting van allerhande stijlen gezamenlijk afkeuren, wordt er ondertussen gewoon een feestje gebouwd: ´let’s go and rock this party!´
File Under: Een strak uitgevoerd allegaartje aan stijlen
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Is Anyone Up][Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
File Gast: [Jarvs]
Moveonout - Here
De voorloper van dit Italiaanse Moveonout heette RML. Voor zover bekend bevond RML zich op het snijvlak tussen psychedelische rock, sferische metal en progrock. Een beetje zoals de laatste plaat van The Gathering met Anneke van Giersbergen klonk. Sinds 2008 ontdekte de band pro-tools en elektronica en dat veranderde de koers. En uiteindelijk ook de bandnaam. Moveonout was geboren. Denk aan Tool-achtige songstructuren, gedragen vrouwelijke vocalen die we kennen van Amy Lee en wat knipogen naar enerzijds het latere Siouxie & The Banshees en anderzijds metalbewerkingen van oude Kate Bush-songs. Het is een complex maar uiterst spannend geheel aan breaks, melancholie en hoofse epiek. Met dit debuut heeft Moveonout alle touwtjes in handen. Of de band legt zich toe op cliché metal en probeert krampachtig new wave te herontdekken. Of de band strekt zich uit naar alle orkestrale mogelijkheden die in het verlengde van Opeth liggen en streeft ernaar om techniek en wonderschone akkoordenschema’s in elkaar te laten overvloeien. Als de band verstandig is, dan bewandelt het de tweede weg en laat het de elektronica volledig in dienst van Moveonout werken. Munitie heeft dit Italiaanse trio genoeg, verstand van zaken ook, nu de mogelijkheden van briljant songschrijversvakmanschap optimaal zien te benutten. Ik zie wel heil in Moveonout.
File Under: Gooi Tool en The Gathering op een hoopje
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Peter Hammill - Consequences
Ik zei het quasi luchtig tegen DubbelMono toen de nieuwe Peter Hammill te voorschijn kwam bij een enveloppenuitpakfeest: 'Oh, daar schud ik wel een stukje over uit mijn mouw, dan heb ik gelijk een mooie reden om wat over Henk te schrijven.' Henk stierf een week eerder en ik vond dat ik daar nog wel wat over moest schrijven. In mijn hoofd leek het op dat moment zo logisch als een plus een: Henk hield van Hammill, Henk leerde mij van Hammill houden. Dat moest wel wat zinnigs opleveren. Nou, vergeet het maar. Ratio verloor het genadeloos van de emotie en hoezeer ik me er ook toe probeerde te zetten, het lukte me echt niet er iets passends van te maken. Een voor mijn doen ongekend schrijfwak trof me op een uitermate vervelend moment. Terwijl mijn grijze massa toch echt overuren draaide om te proberen de twee op papier zo gemakkelijk te verbinden zaken de handen in elkaar te slaan in een woord of 250 op mijn scherm. Ondertussen luisterde ik Consequences. Veelvuldig. Misschien wel te. Zonder twijfel een van de donkerste en beklemmendste albums van Hammill in jaren. Een erg goeie bovendien. Ik wist dat Henk 'em al besteld had, het irriteerde me dat we het er niet meer over gehad hebben per mail of chat, zoals dat veelvuldig gebeurde de afgelopen vijftien jaar. Je probeert je er overheen te zetten, maar dat lukt me maar niet. Dat is misschien nog wel waar ik het meest mee worstel. Het voelt onaf met duizelingwekkend veel losse eindjes. Nooit meer 'hapslik' en 'loopt binnen'. Het is stom en oneerlijk.
File Under: Even niet.
The Human League - Dare / Fascination! (30th Anniversary Deluxe Edition)
1981. Donkere dagen waren dat. Het regende altijd, er waren nog maar twee tv-zenders, Griekenland werd lid van de Europese Gemeenschap en een diepdonkere economische recessie tekende de tijd. Je kon er boos om worden, het anarchisme aanhangen en je afzetten tegen de gevestigde orde. Of mistroostig naar je schoenen staren en jezelf ophangen aan een wasrekje. De toekomst was immers no future. Idealen? Koop je niets voor, moet The Human League gedacht hebben. Ze hadden al een paar jaar met z'n viertjes idealistisch experimenteel zitten prutsen aan een batterij eerste generatie doe-het-zelf syntheseizers, maar de groep viel in 1980 uit elkaar. De ene helft ging verder als Heaven 17, terwijl de andere helft, Phil Oakley en Adrian Wright, met The Human League een doorstart maakte. In de cocktailbar vonden ze twee sensuele zangeresjes en besloten ze pretentieloze synthpop te maken. Als het dan toch slechte tijden zijn, dan ontsnappen we eraan door er gewoon wat van te maken, was het credo. Wat hieruit voortkwam, het album Dare, is een van de eerste, en moeiteloos de beste, new romantic synthpopalbums dat die jaren uitkwam. Het opgewekte geluid draait om de ronkende bassyntheseizer, plastic melodieën en digitale gitaarsimulaties. De bombast kwam van de net te zwaar aangezette stem en eyeliner van Philip Oakley en de soulseks kwam van de meisjes. Een frisse balans en een perfecte classic megahit: 'Don't You Want Me'.
Nu, 30 jaar later, is de recessie mogelijk nog ernstiger dan destijds, Griekenland zit nog in de EU en het regent ook nog steeds. Dare klinkt vandaag zo retro als maar zijn kan, maar is daarmee hipperdepip actueel en nog net zo verademend als toen: een volle pot mosterd voor hedendaagse namen als Delphic, Hot Chip en Goldfrapp. Nog altijd staan de in je hoofd klevende melodieën als een huis, hoewel de grootste hit wel enige slijtage vertoont. Te vaak gehoord, maar dat kan aan mezelf liggen omdat ik de plaat de afgelopen 30 jaar nooit ben vergeten en nog altijd regelmatig draai. Vanwege zijn verjaardag is het album opnieuw opgepoetst en als dubbelaar uitgebracht met een lading extra's waaronder remixes en de uitbundige ep Fascination!, die het megasucces van de Dare-periode in 1983 nog wist te verlengen. Verder diverse dubmixen die in 1982 op de remixplaat Love And Dancing stonden, die aantonen dat de tracks ook zonder de zang van uiterst verzorgde, constant hoge kwaliteit zijn. The Human League zou nooit meer zo goed worden als in die donkere jaren. Klassiek.
File Under: De ontsnapping aan de recessie
File Video: [(Keep Feeling) Fascination] [Love Action] [Seconds]
Will Stratton - Post-Empire
Will Stratton mag dan wonen in Brooklyn - dichtbevolkt als het gaat om muzikanten en platenlabels - hij trekt zich weinig aan van one and done-hypes en de zoektocht naar authenticiteit. Met zijn bedaarde Iron & Wine-achtige zangstem en uitmuntende staccato-gitaarspel - sterk beïnvloedt door Britse folkpioniers als Bert Jansch en Nick Drake - is Stratton een intrigerende muzikant. Zijn geluid kenmerkt zich door het improviserende vingergetokkel op zijn steel string, met quasi-obsessieve voorliefde voor fléchettes. Strattons onbuigzame visie als het gaat om arrangementen is zijn andere kwaliteit. Zelfs toen grote voorbeeld Nico Muhly aanbood strijkerpartijen te schrijven voor zijn vierde album Post-Empire, wilde Stratton het liever zelf doen. Bij het zeven minuten lange openingsnummer "You Divers" pakt dit magistraal uit. Wat ontstond als ingetogen folksong, is opeens een omvangrijke epos vol strijkers, achtergrondvocalen en in elkaar gemixte, elektrische en akoestische gitaren. Hij speelt vaak subtiel met verschillende overgangen in productie, zoals bij afsluiter "Mercury Id Blues", dat overgaat van galmende, mistige dissonantie naar warm en intiem. Wat Post-Empire ten goede komt is Strattons nadruk op het vertellen van een verhaal boven het zoeken naar neo-klassieke hoogstandjes a la Sufjan Stevens en Owen Pallett. Stratton weet zelf donders goed dat zijn ietwat eentonige liedjes afhankelijk zijn van de overige melodieën en zangpartijen, maar nergens wordt het excessief. Hoewel Post-Empire zijn inkakmomentjes wel degelijk heeft, weet Stratton bij de absolute pieken (het titelnummer, maar vooral het verrassend non-cryptische "The Relatively Fair") sufficiënt te verwonderen en te ontroeren.
File Under: Ambitieuze folkplaat zonder één noot teveel
File Audio: [Will Stratton Bandcamp File Video: [Will Stratton @ tinyMusic]
Devon Sproule - I Love You, Go Easy
Op de interne File Under-mailinglist - ik klap even uit de school - is een discussie gaande over actualiteit van releases. Moet je de eerste zijn, moet je een album eerst de kans geven voor je er wat over zegt, zegt u het maar… Het album I Love You, Go Easy heeft in ieder geval alle actualiteit verloren. Het album verscheen in november 2011 en haar optreden in Nederland was in dezelfde maand. File Under komt een half jaar na release dan eindelijk op de proppen met een stukje over dit album. Ik zit er niet mee. Devon Sproule is geen type dat om muzikale aandacht schreeuwt en liefhebbers van haar waren ongetwijfeld op de hoogte. Maar goed, misschien bent u wel zo´n nieuw te winnen ziel. Sproule is zo´n mevrouw die gaat zitten achter haar piano of gitaar en dan haar ding doet, niet zomaar, maar doelgericht. De details kloppen. In eerste instantie lijkt I Love You, Go Easy wéér zo´n vervelende jazzpop-cd, maar als je een paar nummers gericht luistert dan weet je beter. Er zijn sporen van folk, alt.country en blues, maar dan op de intelligente Sufjan Stevens-manier. Mijn favorieten zijn "Monk/Monkey" - alleen al door die blazers en haar stem die daar overheen golft - en het intiem swingende "The Warning Bell". Naast acht eigen liedjes zijn er nog twee covers, namelijk "Runs In The Familiy" van The Roches en "Body´s In Trouble" van Mary Margaret O´Hara worden uit de vergetelheid worden gerukt. Met dit stukje over Devon Sproule´s laatste vestig ik echter vooral de aandacht op haarzelf voor het geval ze in vergetelheid is geraakt. Heeft een wat laat stukje toch nog zijn nut.
File Under: Details boeien
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Haar Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Arjen Anthony Lucassen - Lost In The New Real
Het is een slimmerd, die Arjen Lucassen. Bij Lost In The New Real besloot hij niet de bij Ayreon gebruikelijke rij wereldberoemde rockers te laten invliegen, maar als verteller op het album vroeg hij Rutger Hauer. Hoppa, daar was de publiciteit! Rutger Hauer speelt in het verhaal op de eerste cd de rol van een psycholoog die de hoofdpersoon Mr L begeleidt in zijn nieuwe leven. Mr L is door middel van cryonics in de 21e eeuw ingevroren en wordt een paar honderd jaar later weer tot leven gewekt - enter Rutger Hauer. Lucassen gebruikt het verhaal om ook thema's als censuur en euthanasie aan de orde te stellen. Ook in de titels weet Lucassen weer op te vallen: "Pink Beatles In A Purple Zeppelin", "When I'm A Hundred Sixty-Four" en "E-Police" zijn titels die je niet elke dag tegenkomt. Maar goed, zo'n verhaal is leuk, maar is het muzikaal ook de moeite waard? Natuurlijk! We hebben het hier wel over Arjen Lucassen hè, die heeft nog geen slechte plaat afgeleverd sinds hij (semi-)solo ging. Deze ronde heeft hij bijna alles zelf gedaan - afgezien van drums, strijkers en fluiten - en het bovendien zelf ingezongen. Dat laatste vond ik nogal verrassend, maar hij heeft zich een stijl van zingen aangemeten die vaak sterk lijkt op die van Phideaux en die ligt 'm goed. Muzikaal is het even gevarieerd als altijd, met dan weer folkmetal, dan weer powermetal of prog. Op de tweede cd staan vijf eigen songs en vijf covers, allemaal binnen het thema. Die covers zijn niet de minste songs: Pink Floyds "Welcome To The Machine", Blue Öyster Cults "Veteran Of The Psychic Wars", Led Zeppelins "Battle Of Evermore" als duet met Elvya Dulcimer - die ook de dulcimer bespeelt, waar in het origineel de mandoline is gebruikt - , Alan Parson Projects "Some Other Time"en Frank Zappa's "I'm The Slime". Het is leuk om alle grote namen op de Ayreon-cd's te horen, maar eerlijk gezegd heb ik ze geen moment gemist op Lost In The New Real. Lucassen weet van zichzelf dat hij niet 's werelds beste gitarist of zanger is, maar in het creëren van een sound is hij een meester. Ook nu weer. Petje af!
File Under: En wéér flikt 'ie het
File Audio: [LucassenSpace]
File Video: [Albumtrailer]
Vive La Fête - Produit de Belgique
Grand Prix, Jour de Chance, Disque d’Or: zou iemand - uitgezonderd misschien Karl Lagerfeld - de laatste drie platen van Vive La Fête tegenwoordig nog aandacht gegeven? In België haalden ze vrij eenvoudig de albumlijsten, maar ik vrees dat op het moment dat Danny Mommens en Els Pynoo hun band besluiten op te heffen, ze vooral herinnerd zullen worden vanwege de platen waarmee ze hun carrière startten. De ietwat rafelig klinkende ep ’s en de daaropvolgende full-lengths die Danny - toen nog Cool Rocket - Mommens in zijn huiskamerstudio opnam met eega Els Pynoo brachten iets opwindends. Kille wave, gemengd met electro, een duivelse bas en het gekir, gekreun en de vrolijke Franstalige kreetjes van een blonde zangeres, het was het toppunt van coolness. Dat was de eerste helft van het nieuwe millennium. Intussen zijn we een aantal platen verder en er is niet veel veranderd. De eerste twee singles, "Decadanse" en "Mi Amore", zijn vintage Vive La Fête. Tussen de tien andere tracks vinden we een klein handje vol even fijne tracks ("Ce Soir", "Bizarre"), de rest klinkt vooral als vulsel, met als dieptepunt de hidden track: een kwartier pianospel. Produit de Belgique is eigenlijk wegwerppop. Al te vaak gedaan en morgen weer vergeten. Maar soms onweerstaanbaar, net als de La Linea-filmpjes in de clip van "Mi Amore".
File Under: Het feest houdt nog lang niet op
File Video: [Decadanse]
File Video: [Mi Amore]
Fervid - How?
Fervid is een rocktrio dat volgens mij geen enkele moeite heeft om platen van Dream Theater en Porcupine Tree aan te horen. Ik kan er weinig mee. Waarom? In het algemeen drukt er een gedateerde stempel op deze plaat. Ik heb het allemaal tien keer spannender gehoord. Fervid trekt best flink van leer met een stevig instrumentarium. De band muzikaaltechnisch dan ook geen enkel mankement. Het gaat me om de geringe spanningopbouw per song. Ik hoor refreintjes en melodietjes die zijn geleend van Survivor, Judas Priest en Europe. Verder hoor ik Chesney Hawkes-producties die het slechts goed zouden doen op het Eurovisie Songfestival. Twaalf in één dozijn gitaarpop dus. Ook daarvoor zal beslist een groeimarkt zijn. Alleen niet in mijn omgeving. De keuze voor prog en gitaarrock met overbekende thematiek is voor mij niet bepaald verrassend. Over een paar jaar zal ik vast wel zijn bestookt met mail van ontevreden managers en familieleden van de band. Dan zal ik me voortdurend hebben moeten verdedigen tegen de stelling dat Fervid ongekend populair is in Maleisië en Thailand. Tegen al die mensen wil ik nu al zeggen dat ik Fervid niets misgun. Wat mij betreft zoekt Fervid zijn massale fanbase elders in de wereld op. Omdat de band het verdient. Ik wil alleen maar zeggen dat in Nederland de cd-prijzen best hoog zijn en wij vanuit onze portemonnee denken. Leg mij maar eens uit waarom ik voor dezelfde prijs niet beter een cd van pak-em-beet Jon Oliva had moeten kopen? Oftewel, waarom had ik per se de cd van Fervid niet moeten laten liggen op Record Store Day?
File Under: Er is geen remedie tegen verveling
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social:[Facebook]
Keane - Strangeland
Het zijn net muggen in de zomer, opeens zijn ze er weer. De Engelse band Keane beschikt over de gave om me te laten rillen van zowel geluk als pure walging. Dat heb ik de afgelopen zes jaar in eerdere recensies al enkele keren eerder geschreven. Het zal wel komen omdat ik ooit zelf piano speelde en omdat het perfecte bergtoprock-anthem "Somewhere Only We Know" in 2004 zo'n diepe indruk op me maakte dat ik vervolgens alle vervolgplaten ben blijven luisteren. Niet altijd een pretje, want iets beters kwam er nooit meer. Album twee werd loeizwaar pretentieus, album drie een licht verteerbaar leuk synthesizerdingetje zoals Universal er twintig per jaar uitbrengt en toen volgde er een EP met slechte raps. Het onlangs verschenen vierde album Strangeland is qua stijl een terugkeer naar de vroeg-Coldplay-achtige liedjes van Hopes & Fears en er verschenen talloze interviews op NU.nl waarin Keane klaagt over de "hersenloze wegwerppop van tegenwoordig" en de vele talentenjachten. Je zou als serieuze muziekliefhebber bijna gaan denken dat je iets gaat missen als je Strangeland overslaat. Laat ik dat bij deze ontkrachten: trucjes zoals ze in 2004 nog werden gekopieerd van Coldplay, hard-zacht refreintjes, dissonante noten of prominente bassriffs, zijn er nergens te vinden. In plaats daarvan krijgt u meerrrrrr kazige zeehondensound. Regelmatig ontwaar ik game-achtige midimuzak die met één hand op een synthesizer na te spelen is. Die keuze voor de instrumenten ook! Neem die vreselijke synth op 1:21 in "Silenced by the Night"... Laat ik er een interview bij halen. Drummer Richard Hughes: "Ik kan me herinneren dat ik ongeveer elf was en samen met Tim Pet Shop Boys-songs uitwerkte. Daar luisterden we toen naar, daar begon het mee. Later de Beatles, Simon & Garfunkel, Paul Simon solo. Zo gingen we voort." Tim Rice-Oxley: "Het Pet Shop Boys-gevoel is er nog steeds. We vinden ze nog altijd te gek." Tom Chaplin: "Fantastische popsongs schrijven, [dat willen we]. Popsongs die niet zomaar op een oppervlakkige manier werken, maar diepte en betekenis hebben. Dat zie je niet vaak meer tegenwoordig, dat bands met zo'n instelling een album maken." Tim: "Ik wil artiesten die trouw aan zichzelf zijn. Of ze elke week een ander kapsel hebben, interesseert me niet." Ja ja, een echte authentieke artiest, dat wil Keane zijn. Die grootse uitspraken doet, ook als je vorige plaat of je vorige interview er totaal niet mee strookt. Het bovenstaand interviewcitaat zou namelijk zo op NU.nl hebben kunnen staan, of in het al even hoogdravende GPD-interview. Maar nee, dit citaat heb ik opgevist uit de OOR van 17 april 2004. Toen de band na jaren gepiel zonder platencontract net had ontdekt dat minder meer was. Kortom, anno 2012 roepen en proberen ze - na wederom jaren gepiel - exact hetzelfde. Alleen dan zonder echt goeie hit, zonder een sikkepit te leren van het verleden en zonder de bescheidenheid die authentieke artiesten zou sieren om nog iets te durven zeggen over zogenaamde wegwerppop, terwijl er werkelijk niets strange is aan Strangeland. En in tegenstelling tot een band als Hurts, die hetzelfde overkwam, maakt Keane dan ook nog de saaiste plaat van het jaar.
File Under: Smakeloos én hypocriet. Zie die andere band met 1 letter minder.
File Video: [Sovereign Light Cafe]
The Backcorner Boogie Band / Jack Molton Distortion / LQR
Af en toe is het goed om eens de thermometer in rockend Nederland te steken om te kijken of er nog muzikale koorts heerst.
The Kotten Fields Sessions (Kotten ligt vlakbij Winterwijk) is de eerste release die hier voorbij komt. Achter deze release zit het uit de Achterhoek afkomstige The Backcorner Boogie Band. Zij grijpen terug op de Amerikaanse muziekgeschiedenis van The Black Crowes, Free en Booker T and The MG´s. De meest bekende naam in de band is Hendrik Jan Lovink, voorheen Jovink. Maar misschien had ik hem helemaal niet moeten noemen, want TBBB zoekt het in een heel andere muzikale hoek en klinkt vooral serieus. Het twaalftal buit de bezetting maximaal uit met sterke zang, vette toetspartijen, scheurend gitaarwerk, heerlijke blazers en achtergrondzangeressen die allemaal doen waar ze voor in deze band zitten. Ze stonden of zijn al geboekt op de nodige festivals, waaronder De Zwarte Cross. The Kotten Fields Sessions is een prima plaat, maar bevat nog geen ultieme single. Die moet dan maar van de opvolger komen en dan in 2013 door naar Pinkpop. Ik zie ze het doen.
Ik zal niet lang stil blijven staan bij de slechtste albumtitel die ik in tijden zag, Rockasutra. Verantwoordelijk hiervoor is het Noord-Hollandse Jack Molton Distortion. Grappig dat ik een cd toegestuurd krijg van een band die waarvan ik hun album 69 in 2002 voor een ander medium mocht beoordelen. Er is kennelijk niet veel veranderd. Oké, er is een andere drummer, maar verder zit het kwartet nog steeds in het eigen beheer-circuit en maken ze stevige rock die heen en weer gaat tussen hardrock en garagerock. Ik vind de Engelstalige zang soms wel nét wat te vernederlandst, de liedjes teveel de clichés opzoeken, maar ik denk dat geen enkele fan dit erg vindt. Jack Molton Distortion doet wat het al jaren doet. Ik vrees dat er zich weinig nieuwe wegen zullen openen, maar ach… Ik denk niet dat als je al iets van vijftien jaar bezig bent, je de energie niet meer uit succes van een platencontract haalt. Gewoon door blijven gaan dus en Noord-Holland plat blijven spelen.
Boxpok is een demo met vier songs gespeeld door het Brabantse LQR. De band is al bezig met Ierse folkrock vanaf 2007 en dit is hun tweede demo. Dat het een demo is dat is te horen: het geluid is wat dunnetjes. Het mag nog wel eens goed gemixt worden. Hier moet je echter doorheen luisteren om het eerlijk te beoordelen. Muzikaal vind ik met name de uptempo liedjes beter tot hun recht komen, want als het tempo omlaag gaat dan valt des te meer op dat ze geen zanger van wereldformaat hebben. Het Nederengels irriteert me soms, en de kracht en eigenheid in de stem ontbreekt. LQR is prima voor in de kroeg - waar op zich niets mis mee is -, maar het zou mij verbazen als het veel verder komt dan hier. I´m sorry. Ik krijg wel zin in een lekkere Ierse pint.
File Under: Oplopend tot 39 graden
File Audio: [Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [Hun Videokanaal] [@DWDD: [Better Days] [Make It Happen]
File Social: [Twitter][Facebook]
File: Jack Molton Distortion - Rockasutra
File Under: 37,5 graden constant
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Facebook]
File: LQR - Boxpok (demo)
File Under: 36 graden
File Audio: [MySpace]
File Video: [Facebook]
Optimus Primavera Sound - Zaterdag
Je ontkomt er niet aan, hier in Porto, Portugal, waarvan men zegt, dat men gelooft in de drie F’en: Fado, Fatima en Football; het EK staat op het punt te beginnen. De Portugezen zelf beschouwen zich als outsider, landen als Nederland, Duitsland en Spanje worden geacht voor de titel te gaan, maar stiekem geloven ze er wel in. Wij Nederlanders doen dat in ieder geval, dus hijsen wij ons, voor aanvang van het festival, in het Oranje en zoeken, samen met een stel Deens muziek- en voetballiefhebbers eerst een kroeg op. Over de wedstrijd zullen we het verder niet hebben, maar Denen waren zo genereus om het bier te betalen. OK, dan nemen wij de taxi voor onze rekening.
De taxichauffeur denkt zelf dat hij Ayrton Senna is, alleen rijdt hij een oude Mercedes en gevaarlijk slippend gaan we met een noodgang vaan het Parque Da Cidade, het festivalterrein. Dat komt goed uit, want Spiritualized is inmiddels al begonnen. De spacerockers staat in een keurig half cirkeltje, dat aan een A Silver Mt. Zion doet denken en verdomd, het valt ineens op dat Jason Pierce eigenlijk al een postrocker was, voordat het genre groot werd! Hippe vogel, die Pierce en als hij in “Ladies and gentlemen, we’re floating in space” de woorden “A Little Bit Of Love To Take The Pain Away” zingt, dan stijgen we inderdaad op en zijn we de wedstrijd alweer vergeten.
Lees verder..Johnny Contant - De Zwarte Ruiter
'Zjiwse kuntrie muzik' staat er op de prachtig vormgegeven hoes van De Zwarte Ruiter, de debuutcd van Johnny Contant. Johnny Contant? Is dat dan de Zeeuwse Johnny Cash? En de zwarte ruiter is dus 'the man in black'? Zo simpel is het inderdaad. Johnny Contant is het alias van de uit Breskens afkomstige Sven Cruson. Met de hiphopformatie Stormtroepers scoorde hij bescheiden succes maar nu heeft hij de baseballpet verruild voor de cowboyhoed. Voor zijn debuutcd bewerkte Johnny Contant de teksten van twaalf bekende countrysongs van groten als Johnny Cash, Kenny Rogers en Steve Earle in het West Zeeuws-Vlaamse dialect. Dat levert grappige teksten op zoals in "Raore Sjek" ("Pills I Took" van Hank Williams III) wat gaat over het roken van de eerste joint en "Folsom Prison Blues" van Johnny Cash wordt "Torentid" de naam van de gevangenis in Middelburg. Ondanks het dialect zijn de teksten goed te volgen wat mede te danken is aan een spoedcursus West Zeeuws-Vlaams op de hoes. Aan de merchandising heeft Johnny Contant ook gedacht. Via zijn website is echte Zwarte Ruiter whiskey te bestellen. Op de vormgeving is echt niets aan te merken, de uitvoering laat echter te wensen over. Contant zingt niet geweldig en weet daardoor de aandacht maar matig vast te houden. Bovendien heb ik, ondanks de leuke teksten, toch steeds het gevoel dat ik naar een mindere bewerking van het origineel aan het luisteren ben. Op een volgende cd zou ik graag de echte Johnny Contant met eigen composities horen. Nu bekruipt mij bij beluistering van De Zwarte Ruiter na verloop van tijd een TV Oranje -gevoel en dat is bepaald niet mijn favoriete muziekzender.
File Under: Wil de echte Johnny Contant opstaan?
File Audio: [Johnny Contant Jukebox]
File Video: [Raore Sjek]
File Twitter: [Tweets van Johnny Contant]
Week 24, 2012
Jasper
PiL - This is PiL
Janineka
Brandi Carlile - Bear Creek
Ludo
Gravenhurst - The Ghost In Daylight
DubbelMono
Wovenhand - Live at Roepaen
Storm
Peter Hammill - Consequences
Ewie
Enno Bunger - Wir Sind Vorbei
Ramon
King Tuff - King Tuff
Prikkie
Status Quo - Blue For You
André
Saint Etienne - Words and Music by Saint Etienne
tbeest
Diablo Swing Orchestra - Pandora's Piñata
Gr.R.
Shellac / Aghan Whigs @ Optimus Primaver Sound
Samsara Blues Experiment - Revelation & Mystery / Baby Woodrose - Third Eye Surgery
Samsara Blues Experiment gaat op Revelation & Mystery vrolijk door waar ze op Long Distance Trip eindigden: met psychedelica, stoner en een randje spacerock, gevat in lekker voorstuwende tracks. Geen vaag geneuzel, gewoon twee gitaren op 11 met een flinke partij gruizige effecten, bas en drums die bluesy patronen neerleggen voor de gitaren en een zanger die hier en daar probeert over het lawaai heen te komen. Vernieuwend is het nergens. Dat mag ook bijna niet in dit genre, maar dit Duitse viertal heeft daar ook geen behoefte aan. Ze denderen als een stoomtrein door zeven tracks die vooral een groove moeten hebben. En dat heeft het. Alleen de instrumental "Zwei Schatten Im Schatten" neemt een paar minuutjes gas terug, waarna de normale dienstregeling wordt hervat. Weten wat je wilt en daar stug aan vasthouden, dat hoor je. Revelation & Mystery is noch een openbaring, noch een mysterie. Wat het wel is: drie kwartier groovende, bluesy psychedelica die iedere keer weer net te snel voorbij lijkt.
Ook psychedelisch, maar een stuk poppier is Baby Woodrose. Love Comes Down heb ik hier zelfs twee keer besproken. Hun songs hebben steeds weer een goede compositorische basis en een lekkere hook, ook op dit album. Voorman Lorenzo Woodrose schijnt met dit album meer de spacerockkant opgewild te hebben. Third Eye Surgery beluisterend kan ik me daar wel iets bij voorstellen, maar moet ik helaas ook concluderen dat het geluid op dit album daarmee om zeep geholpen is. De gruizige ritmegitaarpartijen en de basgitaar zijn namelijk zo prominent in het geluidsbeeld gehangen dat je voortdurend omgeven wordt door een muur van geluid. Het gevolg is dat je al na een kwartiertje zo'n beetje murwgebeukt in de touwen hangt. Prima songs als "Waiting For The War" en "Bullshit Detector" worden daarmee onderdeel van een plaat die te weinig rustpunten biedt om daar ook echt van te genieten. Ik las over AC/DC ooit de opmerking dat je hen herkent aan de rustpunten tussen de akkoorden. Iets voor Lorenzo Woodrose om over na te denken.
File Under: Niets nieuws, maar wel lekker
File Audio: [SamsaraSpace]
File Spotify: [Revelation & Mystery]
File Video: ["Into The Black"]
File: Baby Woodrose - Third Eye Surgery
File Under: Onverwacht vermoeiend
File Spotify: [Third Eye Surgery]
File Video:["Dandelion"]
Rufus Wainwright
Optimus Primavera Sound - Vrijdag
Terwijl het in Nederland herfst schijnt te zijn, schijnt in Porto een aangenaam zonnetje. Dag twee van Optimus Primavera Sound gaat beginnen en het is de eerste dag van het hoofdfestival. Dat betekent dat alle podia nu open zijn, waaronder de ATP Stage. Hoewel de ATP Stage bedoeld is voor de wat kleinere bands, is het veld voor het podium, raar genoeg het grootste. Daardoor staat ook een aanzienlijke groep mensen er soms wat verloren bij. De luidste band van het hele festival, naar eigen zeggen, Tall Firs, kan er niet mee zitten. En in dat zitten, daar zit ook de luiheid in, want de band zegt zelf te lui te zijn om op te staan. Het hoort ook wel een beetje bij de muziek. Hun mooie gedragen elektrische folk, met kabbelende gitaren is een heerlijke aftrap, zo in het zonnetje.
Lees verder..The Flaming Lips
Klerkx and The Secret - Final Desire
Opvallend hoe Rob Klerkx en zijn band The Secret evolueren. Van americana naar een soort groot opgezette rock, een stilistische stap die niet helemaal voor de hand ligt. Maar als je de stap van britpop naar americana kunt maken, dus van Rob Klerkx’ belangrijkste werkgever, Moke, naar zijn eigen band Klerkx and The Secret, lijkt de overgang al een stuk kleiner. Helemaal als je je bedenkt dat hij drumt bij Moke en hier zingt en gitaar speelt. En - misschien niet geheel onverwacht - lopen er nog meer lijntjes van de muziek van Moke naar deze derde semi-soloplaat van Rob Klerkx. "Seven Days" had - mits wat sneller gespeeld - makkelijk in het oeuvre van Moke gepast. "DNA-Love" ruikt zowaar naar Duran Duran (maar zonder synthesizertapijt), ook al zo’n vehikel uit de jaren tachtig en ook een voorliefde van Moke. "Stone Angel" daarentegen flirt, net als "Black Wave" en "Pale Blue Hand" een beetje met grunge en titelnummer "Final Desire" is een theatraal ingezette ballade. Het vakmanschap is duidelijk, de inzet groot, maar niet alle nummers overtuigen en het gevoel dat dit liedjes zijn voor grotere podia dan de band aankan, overheerst.
File Under: Solo is het gras groener
File Video: [Black Wave live @ Paradiso]
Eric Chenaux / Yair Yona
Bijna vier jaar geleden irriteerde Eric Chenaux me mateloos met zijn zoekende album Sloppy Ground. Ik kom me er deze week niet toe zetten die plaat opnieuw te draaien. Op Guitar & Voice zoekt Chenaux nog steeds, maar ditmaal nadert hij mijn hart wel. Geen idee waarom, misschien lukt het nu beter te focussen op de reis, in plaats van het einddoel, om een flauw spiritueel tegeltje te parafraseren. Chenaux maakt hardcore 'kijk mij eens intellectueel doen'-muziek. Je verwacht er eigenlijk een bijsluiter van twintig pagina's bij, waarin uiteengezet wordt hoe Chenaux tot deze verzameling vervreemdende geluiden en atonale akkoorden is gekomen. De Canadees brengt ditmaal drie smaken mee. Als hij fragiel zingt (zoals in opener “Amazing Background”) klinkt zijn acid folk betrekkelijk toegankelijk. Maar vaker laat hij zijn gitaar scheuren en vooral schúren. Een acht minuten durend stuk als “Sliabh Aughty” giert en jammert als een pasgeborene, terwijl pa in de kamer ernaast onverstoorbaar verder gaat met stofzuigen. De meest bijzondere categorie stukken bestaan uit meer ambienteske exploraties. God mag weten wat voor effecten Chenaux daar op zijn gitaar heeft losgelaten, maar zijn instrument klinkt als een opgegraven Keltische draailier uit de middeleeuwen. Dronende boven- en ondertonen vullen de kamer. Chenaux noemt het zelf “Simple/Frontal”, maar ik houd het op Mysterieus/Fascinerend.
Volstond bij Chenaux een blik op de albumtitel, bij Yair Yona moet je even het boekje openslaan om te weten wat je krijgt. Daar buitelen 'codes' als DADF#AD je tegemoet. Een echte gitaarplaat dus. Dit type snarenmagiërs betuigt in sympathieke liner notes (en songtitels) altijd eer aan collega's (“This One's For You, Glenn”) en ze zijn 'r even open als hun gitaarstemmingen. Nu moet gezegd worden dat Israëliër Yair Yona (nog) niet zo'n verbluffende technicus is als zijn voorbeelden. Yona's baslijnen zijn meestal vrij repetitief (de écht groten spelen daar een uitgebreide tegenlijn) terwijl de hoofdmelodie hier vrijwel altijd in het hogere register zit. De composities zijn (daardoor) betrekkelijk doorzichtig. Je kunt ze eenvoudig meeneurien. Vergelijk het met het verschil tussen een compositie voor film en een stuk dat een wereld op zichzelf is. Yair Yona ondervangt het probleem echter door flink wat medemuzikanten in te schakelen. Zijn moeder speelt piano (ik zei toch dat die gitaarjongens lief zijn) en ook strijkers ontbreken niet. Het mooiste moment is echter de entree van de Franse Hoorn in het liedje voor Glenn. Het ontbreekt Yona niet aan vingervlugheid, en terwijl hij zijn 12-string geselt valt Idit Minzer hem deemoedig bij. Magie van Jaga Jazzist-allure. Een ideetje voor de volgende keer dan nog; op een album dat gezien de namenlijst honderd procent koosjer is, keek ik uit naar wat Joodse traditional-bewerkingen.
File Under: Minder is maffer en mooier
File Audio: [Chenaux-Space]
File: Yair Yona - World Behind Curtains
File Under: Gitaargoeierik
File Audio: [Yona-Camp]
Optimus Primavera Sound - Donderdag
Waarom zou je een goed idee voor jezelf houden? Dat moeten ze gedacht hebben, bij de organisatie van Primavera in Barcelona. Dus zochten ze een park in Porto, vroegen ze een hoop bands om nog een weekje in het zuiden te blijven en aldus ontstond Optimus Primavera Sound. In het Parque da Cidade. Ik ben eigenlijk wel een voorstander van een festival in de stad. Alles is dichtbij, des avonds keer je weer terug naar een echt bed en als het regent, dan kun je de volgende dag tenminste schone en droge kleren aantrekken. Niet dat het regent in Porto, althans niet zoveel. De weersvoorspellingen waren niet al te best, maar met een buitje van twee minuten valt te leven. Dat gezegd hebbende, was het idee om een festival in dit stadspark te organiseren een puik idee. In Porto is geen meter vlak en dat geldt ook voor het Parque Da Cidade. En de beide hoofdpodia liggen aan de voet van de heuvel en daardoor heb je altijd goed zicht op de podia. Primavera kent in totaal vier podia, maar de eerste dag is vooral een opwarmertje en twee podia worden pas later in gebruik genomen.
Lees verder..Popcorn - Zwerm & Mr. Probe
The Popes - New Church
Als je een stukje schrijft over The Popes dan kun je niet om oprichter Shane MacGowan heen. Hij liet echter The Popes achter zich, maar de band ging door. Om diverse redenen, o.a. doordat er eentje ging hemelen, is er nog maar een origineel lid over. Dat lid, Paul (Mad Dog) McGuinness (goede Ierse achternaam trouwens), heeft de teugels als leadvocalist in handen genomen. De stem van de gekke hond heeft weinig van die van MacGowan, maar als hij een feestje neer weet te zetten, dan lijkt me dit geen bezwaar. Dat feestje zou dan uiteraard een Iers folkfeestje moeten zijn, maar daar gaat het mis. McGuinness lijkt zoekende. In het ene liedje klinkt het stevig, dan weer poppy, dan weer als een Tom Waits in wording en andere keren duikt er toch nog iets van folk op. Ik kom bijna niet door de meer dan vijftig minuten durende cd heen. Ik kan me niet voorstellen dat de fans van The Popes van MacGowan hier ook maar iets mee kunnen. Ook voor anderen lijkt me er gezien de stuurloosheid van het album en de matige liedjes er weinig plezier aan te beleven. Eigenlijk zegt hij het zelf in "In A Broken Dream": ´everyday I spent my time, drinking wine´. Wijn, dat moet uiteraard bier en whisky zijn. En dan niet in zo´n vreselijk liedje, dat door inzet van een zangeres als de nieuwe Within Temptation klinkt. Het is inderdaad een New Church, maar niet de mijne.
File Under: Erfenis verkwanselen
File Audio: [MySpace]
File Social: [Facebook]
Hardline - Danger Zone
Een verleden heeft Hardline zeker. Een verleden met Johnny en Joey Gioeli (zang respectievelijk gitaar) en Neal Schon en Deen Castronovo (beiden Journey). Heeft Hardline ook een toekomst? Inmiddels is alleen Johnny Gioeli nog over (ook werkzaam als zanger bij Axel Rudi Pell) en heeft hij volgens beproefd - maar niet altijd even geslaagd - Frontiersrecept met producer/toetsenist Alessandro Del Vecchio (Eden's Curse) een compleet nieuwe Europese band samengesteld. Daarin naast deze heren gitarist Thorsten Koehne (Eden's Curse), bassiste Anna Portalupi en U.D.O.-drummer Francesco Jovino. Gioeli is een meer dan uitstekende zanger, maar waar Axel Rudi Pell blijft hangen in metalclichés zijn het bij Hardline de AOR-clichés die langs blijven komen. Track na track zijn het voorspelbare galmers, geen van alle slecht, maar ook geen van alle echt memorabel. Dat Del Vecchio alles dichtsmeert met zijn toetsenpartijtjes en het geheel een hier-kan-niemand-zich-een-buil-aan-vallen-productie met net wat teveel echo meegeeft helpt ook niet. Doodzonde, want Gioeli laat hier weer horen dat hij een prima zanger is. Ook na dit album blijf ik hopen dat hij een keer door een grotere band wordt opgepikt, want ook Danger Zone is een gevalletje net niet.
File Under: Oor in, oor uit
File Audio: [HardlineSpace]
File Video: [Fever Dreams]
Shonen Knife - Pop Tune
Ooit was er een kindertelevisieshow die “Geef Nooit Op” heette. Daar moest ik aan denken toen ik Pop Tune, het nieuwe album van Shonen Knife, in handen kreeg. Ik dacht daaraan omdat het Japanse trio rond zangeres/ gitariste Naoko Yamano zeker niet opgeeft. Hoewel de hoogtijdagen (grote labels, tours met Nirvana en The Breeders) alweer lang geleden zijn spelen ze, eenendertig jaar na de oprichting, nog over de hele wereld en iedere show wordt alles gegeven met een flair en enthousiasme alsof ze in de Hollywood Bowl of Budokan staan. Het recept is gelukkig onveranderd. Met als duidelijke inspiratiebronnen The Beatles en The Ramones worden er lekkere gitaardeunen neergezet, met de ontwapenende zang van (meestal) Naoko. Drumster Emi is er nog niet zo heel lang bij maar is misschien wel de beste drumster die de band ooit gehad heeft, zeker qua power. Ritsuko’s baslijnen zijn doeltreffend en slim. En terwijl de wat gladde productie uit de jaren negentig is vervangen door een iets ruwere garagesound blijft de kwaliteit van liedjes keurig op het peil dat we gewend zijn. In vergelijking met vorige albums is het dit maal iets meer sixties. Met name in songs als "Paper Clip" - dat me een beetje aan The Small Faces doet denken - en het charmante "Psychedelic Life" is dat sixtiesgevoel sterk aanwezig. Op opener "Welcome to the Rock Club" en "Osaka Rock City" is het gelukkig wat makkelijker pogoën. Voordat je het weet is het album voorbij, maar het kan je hele dag goedmaken. Feel good punkrock, laat de zomer maar komen!
File Under: Geef nooit op!
File Video: [Pop Tune]
File Social: [Shonen Knife Facebook]
Peter Katz
Dankzij een succesvolle uitwisseling van clubshows met Lucky Fonz III, heeft Peter Katz een hecht groepje fans geworven in Nederland. De liedjessmid uit Toronto, Canada is bezig aan de laatste shows van een slopende, zes weken lange toer door Europa. Deze week vertrekt hij huiswaarts. Het nieuwe album Still Mind Still verscheen hier al in februari. Net als bij zijn vorige platen grijpt Katz terug naar het vertrouwde singer-songwriter idioom: bescheiden, poppy kampvuurliedjes met sentimentele, verhalende songteksten.
Achter Peters ideale schoonzoon-imago huist echter een openhartige animus: regelmatig behandelt hij zwaar beladen thema's in zijn muziek. "The Fence" is bijvoorbeeld een waargebeurd verhaal over Matthew Shepard, een homoseksuele student die werd vastgebonden en mishandeld aan een hek. Uiteindelijk bezwijkt Shepard aan zijn verwondingen. 'Olivers Tune' is een ode aan een terminaal zieke violist die zijn allerlaatste concert speelt. Deze aangrijpende onderwerpen komen niet uit het niets boven drijven: als tiener werd er bij Katz leukemie geconstateerd. Naderhand bleek het om een verkeerde diagnose te gaan, maar desalniettemin heeft deze ervaring Katz' levensfilosofie voorgoed veranderd. Katz: 'Ik probeer er helemaal niet zo intens mee om te gaan, dat heb ik ook in andere interviews verteld. Als 19-jarige dacht ik dat ik dood ging. Vanaf dat moment ontbeerde bij mij het vermogen om het leven te zien als een lang proces. Ik zie het dagelijkse leven als ogenblikkelijk: geen allesomvattend concept of iets dat ver weg is. Met die gedachte in mijn achterhoofd loop ik continu door deze wereld. Het is geen mantra of iets idyllisch: het is een feit! Ik zou bij wijze van spreken nu naar buiten kunnen lopen en de pijp uit gaan. Ik ben daar ook niet bang voor, want ik heb die realiteit al lang geleden moeten accepteren.'
Lees verder..Bombay Show Pig - Vulture / Provider
Tot voor kort was Bombay Show Pig een driemanschap, maar vlak voor dit album bleek de kern uit nog maar twee leden te bestaan: drummer /zangeres Linda van Leeuwen en gitarist / zanger Mathias Janmaat die overigens ruimschoots hulp van anderen kregen. Linda van Leeuwen zal nooit The Voice of Holland winnen, maar ze pakt elk wannabe-zangeresje in met haar vermogen om de ene keer te klinken als PJ Harvey (dan weer fluisterend, dan weer krijsend) en het volgende moment mooie koortjes te produceren wanneer Mathias Janmaat de leadzang doet. Kudo’s daarvoor gaan ook naar producer Simon Akkermans (C-Mon & Kypski) die de garagerock van het duo bewerkt heeft met inventieve samples en ook de vocalen stijlvolle effecten heeft meegegeven. Dat zou niet werken als het liedjesmateriaal niet zou kloppen. Hulp bij het maken van de nummers kwam weer van Tjeerd Bomhoff, net zoals anderen weer muzikale ondersteuning verleenden. De twee onweerstaanbare openingsnummers "Sancho Panza" en "Shackles And Chains" stellen het vervolg wel een beetje in de schaduw, maar gelukkig krijgen we een eindsalvo met het groots opgezette "Sharp Like" en het scheurende "Ill Intention". Afsluiter "Making Friends" is moeilijk grijpbaar, maar zorgt er wel voor dat de cd snel op repeat gaat.
File Under: Making friends
File Audio: [Shackles and Chains]
File Video: [Sancho Panza]
Dan San - Domino / Bed Rugs - 8th Cloud
Als ik aan het Belgische Luik denk - oké, ik was er voor het laatst 25 jaar geleden -, dan denk ik aan een vieze industriestad waar vooral de rebellerende muziekstromingen opgang zouden moeten maken. Als ik dan lees dat het kwartet Dan San uit Luik komt, dan klopt er hier iets niet. De muziek op Domino heeft namelijk niets opstandigs in zich. Dit is muziek die gemaakt wordt om mooi te zijn. Dit past meer bij de Ardennen en daar lijkt de foto op de hoes van afkomstig. Dan San is een indie folkband die behalve met de onvermijdelijke gitaar scoort met piano, strijkers en blazers, en last-but-not-least de geweldige samenzang. Domino dient beluisterd te worden op een goede installatie, waar je dan de prachtige tonen tot je kunt nemen. De wereld wordt dan bijna een uur iets prettiger om te leven, maar nadien zal alles weer bij het oude zijn.
Bij Bed Rugs denk ik als eerste aan Liverpool en hun Beatles. Vanuit deze havenstad leg ik dan de link naar die andere havenstad Antwerpen. Dit is de ligplaats van het kwartet Bed Rugs, die inderdaad popmuziek maakt zoals die eind jaren zestig revolutie maakte. Op 8th Cloud gaat het verder waar de psychedelische rockkant ("Revolution") van die andere heren ophield. Nou ja verder, beter gezegd, ze verkennen de grenzen die er destijds gesteld zijn. Als je deze vergelijking echter loslaat dan hoor je dat deze heren onder leiding van Pascal Deweze (o.a. Metal Molly) een plaat afleveren die er mag zijn. Ze schopten het onder een de eerdere naam The Porn Bloopers tot de finale van de Rock Rally en Studio Brussel pikte al hun "What Does It Mean" op. Oasis kreeg er stadions vol mee, dus waarom de Bed Rugs niet de wat bescheidener zalen.
File Under: Mooi zijn
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Teaser]
File Social: [Twitter][Facebook]
File: Bed Rugs - 8th Cloud
File Under: De revolutie voorbij
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [What Does It Mean?]
File Social: [Twitter][Facebook]
Asphyx - Deathhammer
Asphyx laat er op het tweede album sinds hun reünie in 2007 geen gras over groeien. Niets introductie of aanloop, maar onmiddellijk de beuk erin. De band, opgericht in 1987, staat nog steeds ferm voor old school deathmetal en geeft dan ook aan dat Deathhammer bedoeld is om de ketters uit de huidige deathmetalscene een flinke corrigerende tik te geven. De scene hoeft volgens deze Twentse groep namelijk niet te verzanden in technisch gecompliceerde solo’s en over elkaar heen buitelende polyritmes. Nee, Asphyx houdt het overzichtelijk: gitaar, bas, drums en Martin van Drunen die zijn keel schor brult. Hoewel er hier en daar wat gas terug wordt genomen qua tempo (bijvoorbeeld in het vrij logge "Minefield" waar de doominvloeden van vroeger in doorklinken), boet de plaat nergens in aan intensiteit. De zware gitaarriffs vliegen kraakhelder om je oren, iets waar het masteren door Dan Swäno ongetwijfeld een aardig steentje aan heeft bijgedragen. Er wordt net zo makkelijk weer een paar tandjes bijgeschakeld om uiteindelijk in iets minder dan vijftig minuten tien stevige tracks door de speakers te rossen. Een speciale vermelding is gereserveerd voor "We Doom You To Death" dat uitstekend tentoonspreidt hoe de vier mannen van Asphyx zowel doom als death tot in de puntjes beheersen. Deathhammer is daarmee een prima visitekaartje van een band die aan de wieg van de scene stond in Nederland en met een militaire precisie laat horen hoe het ook alweer hoorde, met die old school deathmetal. Bow down to the Deathhammer!
File Under: Death metal zoals vroeger
File Audio: [Myspace]
File Video: [Deathhammer]
File Gast: [Jarvs]
Cosmic Michael - Cosmic Michael / After A While
Een paar jaar geleden in San Francisco’s beroemde hippiewijk Haight Ashbury vond ik het wel vermakelijk, al die oude hippies die daar rondhingen. Na een week vond ik ze vooral vervelend. Geen busrit zonder bedelende zotten en geflipte langharigen die warrige verhalen ophingen. Nu ik het verhaal van Cosmic Michael ken, denk ik nog wel eens aan ze. Want op het hoogtepunt van flower power, in 1969, maakte een geheimzinnige, onbekende hippie uit New York een titelloze plaat met psychedelische nummers. Cosmic Michael noemde hij zichzelf en hij schreef klassieke psychedelische nummers over geestverruiming, moeder Aarde en andere vrolijke, tijdsgebonden onderwerpen. De nummers zijn gebaseerd op blues ("Mother Earth") en boogie ("The Heavy Boogie") en vooral door toetsen gedomineerd; deels instrumentaal ("Salty Jam"), deels uitbundig gezongen ("Theme"). Een jaar later dook deze Cosmic Michael op in Californië met een nieuwe plaat, After A While. Piano en andere toetsen zijn de enige instrumenten. De muziek klinkt alsof Michael een stevige gebruiker is geworden. De nummers zijn warrig, kaal en lo-fi. Op z’n best gebruikt hij vaudeville-melodiën, maar soms ontspoort het iets dat op free jazz lijkt ("Let Me Be"). Sinds dit album lijkt hij van de aardbodem verdwenen. Weg op zijn eigen trip, met achterlating van één mooie en één stompzinnige lp.
File Under: De weg kwijt
File Audio: [Theme]
Vengeance - Crystal Eye
Bij "Five Knuckle Shuffle" zat ik ineens rechtop. Die zanglijn, die ken ik toch? Free? Guns 'N Roses? Nope, het bleek een zanglijn die identiek is aan die van "That's A Fact", een redelijk obscure track van het Blue For You-album van Status Quo. Misschien geeft dat wel het probleem van de songschrijver aan: hoe origineel kun je heden ten dage nog zijn? Alles is al een keer gedaan, zelfs dingen die écht niet kunnen. (Jimmy Page tegen The Edge in de documentaire It Might Get Loud: 'En dan naar C? Dat kán niet!' Priceless!) Gelukkig weerhoudt dat Vengeance er niet van lekkere hardrocktracks te blijven schrijven. Nee, ze zullen er geen Led Zeppelin mee worden, maar de pret spat er vanaf. Dat is helemaal opmerkelijk als je bedenkt dat begin 2011 oudgediende Jan Somers onverwacht overlijdt. Genoeg reden om een sombere plaat te maken, zou je zeggen, maar nee. Crystal Eye, dat zowaar verschijnt bij SPV, is weer goed voor een fijne portie hardrock met plezier hoog in het vaandel. Overigens is het deze ronde vooral Leon Goewie met ingehuurde krachten. Jan en Timo Somers hadden de band al verlaten, maar Timo speelt als gast mee op twee songs en de laatste solo van Jan Somers sluit het album af ("Jan's End Piece"). De andere muzikanten komen uit de kringen rond Chris Slade (ex-AC/DC). Goewie zingt namelijk ook in Chris Slade Steel Circle (geschreven als CS/SC), diens AC/DC-coverband. De muzikanten zijn op dit album daarom niemand minder dan gitarist Keri Kelli (ex-Slash's Snakepit) en bassist Chris Glen (ex-MSG). Vengeance bevatte door de jaren heel wat goede muzikanten, maar dit is veruit de meest ervaren line-up. Dat is ook te horen aan vlekkeloze productie en uitvoering. Dat maakt echter ook dat je merkt dat de kwaliteit van de songs wat wisselend is. Gelukkig zijn er dan nog songs als "Five Knuckle Shuffle" en "Desperate Women", die heerlijk knallen. Die songs en de vlekkeloze uitvoeringen zorgen ervoor dat Crystal Eye weer vijftig minuten feest is. Op en top Vengeance dus.
File Under: Vijftig minuten feest
Harold Schellinx - Ultra / Vinyl - Collectorbox / VA - Dokument + Ten Highlights
Uitgeverij Lebowski is bezig met het opnieuw onder de aandacht brengen van de vroege jaren tachtig, zich concentrerend op de toenmalige underground. Geen wonder, want uitgever Oscar van Gelderen speelde zelf een rol in die underground als lid van het allang vergeten Nietzsche Embracing A Horse. Harold Schellinx, insider, want ooit lid van The Young Lions, schreef voor Lebowski het uitputtende Ultra. Opkomst en ondergang van de Ultramodernen, een unieke Nederlandse muziekstroming (1978-1983). Uitputtend en soms ook ietwat vermoeiend, want de geschiedenis van DIY-beweging Ultra wordt beschreven aan de hand van zijn eigen observaties, herinneringen, privé-beslommeringen, interviews met andere muzikanten en een poging om een en ander in historisch perspectief te zetten. Waarbij je je afvraagt of iemand die een boek over Ultra koopt, zit te wachten op nog eens een uiteenzetting over hoe Malcolm McLaren en zijn winkeltje punk op de kaart zette. Daar komt bij dat Schellinx’ stijl nogal droog is en hij dialogen gebruikt die ongetwijfeld uit zijn herinneringen komen, maar het verhaal vooral vertragen in plaats van levendig maken. Als uitvoerig document van wat Ultra was en waar bands als Minny Pops, Mekanik Kommando en Nasma(a)k voor stonden, is dit boek onovertroffen. Met ook nog eens een nuttig en uitgebreid register en een Ultra discografie.
Belangrijk onderwerp in het boek is Vinyl , een hoogst eigenwijs - ook qua vormgeving - , als glossy opgezet tijdschrift dat niet zozeer een concurrent voor Muziekkrant Oor was, als wel een pendant, gericht op lezers die het stof van Oor van zich af wilden schudden en vooral wilden lezen over de meest eigenzinnige kanten van de popmuziek. In 1988 stopt het blad na een soms succesvolle, maar soms ook moeizame uitgeefgeschiedenis. In mijn herinnering was het dieptepunt de editie met Adam Curry op de cover. In de Vinyl Collectorbox, een stijlvolle zwarte doos op LP-formaat, zit een spiksplinternieuwe, eenmalige, nieuwe editie van Vinyl (jaargang 32, nummer 1), een foto van Wally van Middendorp van The Minny Pops, gemaakt door Maarten Corbijn, en een poster van de expositie God Save The Queen. Kunst Kraak Punk: 1977-1984 die op dit moment nog net te zien is in het Centraal Museum in Utrecht. Daarnaast vind je de fantastische en door Fileunder schandalig genoeg nooit besproken Rats on Rafts LP The Moon Is Big, maar ook een cd met opnamen van de beroemde Ultra-avonden in Oktopus in Amsterdam. Primitief en vaak krakerig opgenomen, maar bij tijd en wijle (Mekanik Kommando, Tox Modell) nog steeds opwindend.
Misschien wel het belangrijkste dat Vinyl heeft nagelaten zijn de flexidiscs, singletjes die tot 1983 gratis meegeleverd werden. De plaatjes bevatten de experimentele postpunk afkomstig uit de Ultra-beweging en aanverwante kraamkamers van vernieuwing. Op de reissue-cd Dokument + Ten Highlights in the History of Popular Music 1981>1982 zijn niet alleen de singeltjes verzameld, maar is het aantal nummers van de originele Dokument-lp verdubbeld tot twintig. Tussen alle bekende, vaag bekende en ronduit obscure namen, vallen er een paar op. Uiteraard Mekanik Kommando - van wie de muziek ook nu nog urgent klinkt -, Minny Pops, Nasmak en Tox Modell, maar ook Vice, Das Wesen en Plus Instruments zijn meer dan de moeite waard. Is het boek Ultra het naslagwerk, deze cd is het waar het om ging: muziek waar de opwinding van het nieuwe nog steeds uit op klinkt.
File: Vinyl - Collectorbox, jaargang 32, nummer 1, mart 2012
File: VA - Dokument + Ten Highlights in the History of Popular Music 1981>1982
File Under: Viva Ultra
File Video: [The Young Lions live at Ultra’s, Amsterdam, 1980]
Simone White
Dochter van een folkzangeres en beeldhouwer, kleindochter van een burleske-performer en poëet: Simone White (42) groeide op in een gezin vol kunstzinnige entrepreneurs. Logischerwijs is kunst haast een symbiotische component in al haar doen en laten. Schrijven, zingen, fotograferen, acteren: White heeft het allemaal schijnbaar in de poriën opgenomen. Door de tengere liedjesschrijver uit Los Angeles bruist een overvloed aan interesses en nieuwsgierigheid. Aan vertrekpunten en bestemmingen is er evenmin tekort: haar geboorteplaats Oahu, Hawaii, New York, Seattle, Londen, etcetera. Tegenwoordig leeft White een bescheiden bestaan in Echo Park, waar ze haar belevenissen in haar moestuin dichterlijk vastlegt op Twitter.
Voor het grote publiek is White vooral bekend van het fluisterfolkhitje 'The Beep Beep Song', dat werd gebruikt voor een reclamespotje van het automerk Audi. Met haar thirty something was dit een definitieve doch relatief late doorbraak. Ondanks het succes klampt White sterk vast aan haar principes: haar muziek mag bijvoorbeeld niet gebruikt worden voor eetproducten die niet voldoen aan het biologische keurmerk. Op het album met de ironische titel I Am The Man (uitgebracht op Damon Albarns Honest Jon-label) heerst een doordrenkte, onderhuidse diepgang. Haar ongedwongen, onderkoelde en lichtvoetige zangstem vormt een schril contrast met haar scherpe dialogen, zonder dat haar liedjes hautain aanvoelen.
Lees verder..Lindstrøm - Six Cups of Rebel
Lindstrøm, dat was toch die Noorse chillhouse-producer die toevallig nog een hit had met "I Feel Space" in 2005? Ja, toen ja. Net als bij artiesten als Diskjokke, Supermen Lovers en Munk funkt het soms bijzonder aardig en had Hans-Peter Lindstrøm lokaal wel wat succes, maar hij heeft in Nederland nooit Basement Jaxx- of Groove Armada-achtig succes bereikt. Met zijn nieuwste plaat maakt hij het zichzelf ook niet makkelijker, want dat is genretechnisch alwéér iets compleet anders geworden. Muzak-achtig, zoals bij eerdere samenwerkingen met Prins Thomas, is het in elk geval niet meer; wel ging het toen al af en toe de psychedelische kant uit en dat is gebleven. Six Cups of Rebel is een soort acidprog geworden, alsof de plaat ook op een psychedelisch goafeestje gedraaid zou moeten kunnen worden. En nou zijn er best wat platen à la Infected Mushroom en Shpongle die ik te pruimen vind, maar als geheel is dit me te zenuwachtig en vooral volkomen stuurloos. "Call Me Anytime" is een cover van UK's monumentaal schitterende "Rendez-vous 602", maar dat staat nergens aangegeven. Ik heb daarom een tijdje zitten puzzelen of er misschien nog andere verborgen motiefjes op de plaat staan, bijvoorbeeld in de tien minuten lange afsluiter "Hina" waar af en toe wat ambient doorheenschemert, maar waarschijnlijk heeft Lindstrom er meer van genoten om het te maken dan dat u dat als luisteraar zult doen.
File Under: Acidpsychojam
File Audio: [De Javu]
Splendid - Connect Back To The Stars
Weet je wat het is met Splendid? De band bulkt van de concurrentie en geen van allen heeft een uniek eigen geluid. En dus vinden nogal wat mensen "Again" een fantastisch nummer van Chef’sSpecial. Wat is er trouwens gebeurd met die neger van Chef’s Special? Die deed toch altijd de raps en vocalen? Nee, dat was Relax. Wie van het bovenstaande is de eerst gedupeerde? Juist, het Haagse Splendid. Connect Back To The Stars is een festivalplaat vol (dub-)reggae, hiphop, soul, rocksteady en rock doet het buiten in het zonnetje altijd goed. Dan moet je als band de mensen ook niet lastig vallen met politieke boodschappen, geagiteerde kritieken op de maatschappij en guerilla-oproepen. Laat dat maar aan Zack de la Rocha over. Wel kan ik me voorstellen dat je als Splendid je steeds meer gaat verdiepen in hoe je met een ongedwongen geluid toch tot actie kunt oproepen. Splendid heeft alles in zich om een Nederlandse Spearhead te worden. Dat moeten de Hagenaars alleen wel willen. Al is het alleen maar om zich te onderscheiden van een Chef’s Special of een Relax. En al is het maar om Den Haag ook eens op een andere manier als popstad op de kaart te zetten. De Hofstad draait niet enkel om Di-Rect en Kane.
File Under: Nederlandse crossover-eenheidsworst
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal] [Again]
File Social: [Twitter][Facebook]
Fortarock 2012 - Napret
Na alle slechte vooruitzichten werden we volkomen onverwacht verblijd met wellicht wel het beste festivalweer ooit: zonnetje, 18 graden, weinig wind. Goed, daar hoeven we niet meer over te zeuren. Fortarock, voor het eerst uitverkocht met zo'n 15.000 mensen, vaart er wel bij; de bieromzet lijkt gedurende de dag richting Dynamo Open Air-proporties te gaan (en toegegeven, zijn er betere omstandigheden dan in een zon met prettig gezelschap en metal op de achtergrond bier te drinken? Nee toch?).
Lees verder..Knupperpouf - Go Yeah! / Fusée Dorée - ST
Goed nieuws voor onze File Under-Vonx. Hij wilde meer Knupperpouf, hij krijgt meer Knupperpouf. Dit project van drumster Nicolette Lie is toe aan de derde ep getiteld Go Yeah! De instrumenten worden grotendeels bespeeld door Lie waarbij de lo-fi mix van elektronica en gitaar een aparte is. Voor de Nederlandstalige (!) zangpartijen is Marlous Vermeulen (Julia P.) verantwoordelijk. Het leuke aan de combi is dat het allemaal zo simpel lijkt, maar dat de zes liedjes knap in elkaar zitten. Qua stijl wordt er ook van de nodige walletjes gesnoept, bijvoorbeeld opener "Dag Grote Beer" is een lief liedje, maar van de Engelstalige titelsong spat de noise af. Dit is trouwens de enige Engelstalige song. Waarom ze niet in haar moerstaal blijft zingen? Geen idee. Mijn favoriet is trouwens het zomerse danspopliedje "De Veerboot". Ook ik wil meer. Ik ga voor een volwaardig album en meer optredens.
Als we dan toch in Nederland zijn, dan kunnen we daar beter meteen even blijven. Alhoewel op Nederland wel wat af te dingen is, woont de Française Emmanuelle Ornon al tien jaar in ons land. Zij is ook een multi-instrumentaliste die met gitaar, MicroKORG en beats haar liedjes inkleurt. En dan is er ook nog haar aangename stem. Dit is allemaal te horen op de eerste (en gelijknamige) ep van Fusée Dorée die ze met nog wat andere muzikanten opnam. Ze zingt dan weer in het Engels dan weer in het Frans. Niet alle liedjes van deze ep vind ik even goed. Zo lijkt me dat je geen potten gaat breken met een liedje als de opener op deze ep "On Your Throne". Fusée Dorée maakt het echter interessant als ze in een triphoppende drive terecht komt op het aansluitende "Twinkle" dat overgaat in het dansbare "Zinc White". Hierna zakt het weer wat in met "La Carte" om het in "Un Autre Film" weer terug te pakken. Met wat kritische coaching zou hier veel moois boven water kunnen komen. Ja, laat ik ook eens gooien met de term veelbelovend.
File Under: Gaan ja!
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Het videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
File: Fusée Dorée - Fusée Dorée
File Under: Zoekende naar de juiste trip
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Bandcamp]
File Video: [What´s Coming]
File Social: [Facebook]
Week 23, 2012
Jasper
Liars - WIXIW
Ludo
M. Ward - A Wasteland Companion
Ramon
dEUS - Following Sea
DubbelMono
dEUS - Following Sea
Prikkie
Europe - Bag Of Bones
Ewie
The Backcorner Boogie Band - The Kotten Fields Sessions
tBeest
FortaRock @ Nijmegen
Great White - Elation / Wig Wam - Wall Street
Raar maar waar, tegenwoordig moet je je bij de aankondiging van een Great White-album afvragen wèlk Great White. Het Great White zónder, of het Great White mét zanger Jack Russell. De eerste heet gewoon Great White en bestaat onder anderen uit oudgedienden Audie Desbrow, Michael Lardie en Mark Kendall, de tweede heet Jack Russell's Great White en kent als oudgediende alleen Jack Russell. U begrijpt, de rechtszaken zijn nog gaande. Niettemin heeft de eerste een nieuw album, Elation. Nu met zanger Terry Ilous, die al eerder als vervanger voor Russell optrad. Niet dat dat veel veranderd heeft, want het is nog steeds op en top Amerikaanse pretrock. In de productie zijn de gitaren aardig naar voren gezet - niet zo gek als je bedenkt dat de twee gitaristen ook de producers waren - en dat geeft het geluid in elk geval wat body. Qua composities laat het hier en daar wel wat te wensen over, vooral op het eerste deel van het album. Een song als "Heart Of A Man" bijvoorbeeld is best te pruimen, maar goed beschouwd gebeurt er niets bijzonders. En zo zijn er een paar songs meer waar de inspiratie wat tekortgeschoten lijkt te hebben. Terry Ilous is wel een aanwinst. Ook hij heeft een stem met een rauw randje, maar hij roept wat meer associaties op met Chris Robinson (The Black Crowes) of Jeff Keith (Tesla). Het krijgt daardoor soms ook een iets rootsier karakter, zeker op het tweede deel van het album ("Resolution, "Shotgun Willie's"). Wat mij betreft is dat iets om op voort te borduren. Pretrock is het nog steeds, maar met net iets meer inhoud. Al blijft het lollig om af te sluiten met een simpele stamper met de titel "Complicated"...
Het Noorse Wig Wam was bij de vorige gelegenheid al zo origineel als Oranje-prullaria in een supermarkt in de komende weken en ze hebben ook op Wall Street geen behoefte gevoeld om origineler te zijn. Het lijken weer van die zwaar door de Scorpions beïnvloede deuntjes waar je je stiekem een héél klein beetje voor schaamt dat je ze meteen zit mee te brullen. Helaas zitten er wel wat gekromde-tenenmomentjes tussen. Dat is vooral het gevolg van de productie, die enorm over the top is. Een nummer als "Victory Is Sweet", van zichzelf al geen hoogvlieger, krijgt zo een wel heel hoog 'Norvège: nil points'-gehalte. Ook de ballad "Tides Will Turn" zou in vertaling zo op Sterren24 kunnen. Dat Wig Wam er tevreden mee is dat ze redelijk generieke rockstampers voortbrengen is tot daar aan toe - we kunnen niet allemaal Steve Vai zijn. Maar ze balanceren op dit album een paar keer op het randje van de kitsch, om niet te zeggen dat ze er overheen kukelen. En zo weten ze het resultaat van de vorige keer niet te herhalen.
File Under: Nieuwe toekomst
File Spotify: [Elation]
File Video: [(I've Got) Something For You]
File: Wig Wam - Wall Street
File Under: Dalende koersen
File Audio: (WigWamSpace]
File Spotify: [Wall Street]
Beach House - Bloom
Zelden is de recenserende goegemeente het zo eens over een band. Werden de eerste twee platen van Beach House ontvangen als sympathieke, melancholische zomeralbums die wel wat minder lo-fi en minder in hetzelfde tempo gespeeld mochten zijn, hun derde, Teen Dream, werd door vrijwel iedereen enthousiast ontvangen. De nummers waren sterker, het soms al te brakke geluid had plaatst gemaakt voor een wat strakkere sound en er werden zowaar verschillende tempi gebruikt. Nu twee jaar later de vierde plaat is uitgekomen, zijn de meningen weer gelijk. Bloom is een aardige plaat en niemand durft boos te worden op een zangeres met een lief Frans accent. Maar ook de kritische noten worden door iedereen gedeeld: er wordt geen vooruitgang geboekt en de verschillende accenten zijn op dezelfde plekken gelegd als op Teen Dream. Hoe graag ik nu een ander geluid zou laten horen dan collega-recensenten, ik doe het niet. Want ze hebben allemaal gelijk. Bloom is the son of the return of Teen Dream part II. Maakt het Bloom tot een vervelende plaat? Nee, maar ook niet tot een memorabele plaat. Zal ik Bloom nog vaak, op lome, melancholische zomeravonden draaien? Ongetwijfeld, als die avond lang genoeg duurt. Teen Dream was een van de leukste platen van 2010. Helaas, Bloom is dat ook.
File Under: Deel 2
File Audio: [MySpace]
File Video: [Myth]
Jack White - Blunderbuss
Nadat Jack en Meg White (en eigenlijk al voordat het officieel werd) een stripe hadden gezet onder hun (muzikale) relatie, leek Jack een scharrelaar te worden. Bandje hier, bandje daar, samenwerking zus en samenwerking zo, succesvol maar kennelijk altijd op zoek. Het onvermijdelijke is nu echter gebeurd: er verscheen een solo-album. Zijn eerste. Toen ik hem onlangs bij Jools zag spelen viel het kwartje. Als je dan solo moet, dan neem je - uiteraard - een vrouwelijke begeleidingsband (The Peacocks). Leuk voor hem - de snoeperd - , maar dit moet niet ten koste gaan van de muzikale kwaliteiten. Dat doet het zeker niet, want het zijn stuk voor stuk musici die zich elders al bewezen hebben. Blunderbuss (Nederlandse naam donderbus) is de titel van het album dat White - ik moet trouwens nog even kwijt dat ik altijd aan Johnny Depp moet denk als ik hem zie - met The Peacocks en nog wat anderen opnam, en bevat muziek die verder gaat dan we tot op heden van hem kennen. Opener "Missing Pieces" swingt als de neten met een White die door het praatzingen lijkt op een witte hiphopper, maar het heeft ook een bluesy honkytonkfeel. Garagerock is er aansluitend in de eerste single die van dit album getrokken is, "Sixteen Saltines". De energie spat uit je boxen. Toch lijkt het voor White meer een therapiesessie: ´Who´s jealous of who? If I get busy then I couldn´t care less what you do, but when I´m by myself, I think of nothing else´. Het onderwerp laat hem in de dertien liedjes niet meer los. Dat hoeft niet per se schreeuwend en energiek, het kan net zo goed dat het even een energietoontje lager gaan. Zo lijkt hij in "Love Interruption" bijna in huilen uit te barsten. In de titelsong lijkt hij even op het bankje bij Gram Parsons te gaan zitten. Verdriet, energie, sterke muzikanten, spannende liedjes, afwisseling, Blunderbuss heeft het allemaal. Dertien liedjes, inclusief de cover "I´m Shakin´" van Little Willie John. Met een totaallengte van ruim veertig minuten is de eerste officiële kennismaking met het solowerk. Benieuwd of hij hier voorlopig weer muzikale rust vindt en deze weg voortzet. Van mij mag hij.
File Under: Verdriet maakt niet blind
File Audio: [Grooveshark]
File Video: [Zijn videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
dEUS - Following Sea
Ongetwijfeld ben ik niet de enige die dEUS eigenlijk een beetje aan het afschrijven was. De eerste drie albums gelden als klassiek, alles erna is aardig, soms goed, soms koud, kil en vervelend. Blijkbaar was het de spanning en het botsen van karakters (al dan niet dankzij de vele personeelswisselingen) gedurende de eerste drie jaar die de noodzakelijke, vruchtbare bodem vormden. Na de trits Worst Case Scenario, In A Bar, Under The Sea en The Ideal Crash werd er langer tijd genomen in de studio en kon men blijkbaar te goed aan elkaar wennen. Uiteraard is dat psychologie van de koude grond, maar het zou wel eens de verklaring kunnen zijn waarom dEUS zo plotseling met een nieuwe plaat komt. Een nieuwe werkwijze, nieuwe uitgangspunten. In opener "Quatre Mains" doet Tom Barman Serge Gainsbourg: Franstalig Sprachgesang, spannender dan in tijden gehoord, in "Sirens" klnkt Barman vooral verkouden. Maar overall is de indruk dat er meer lol in het spelen was en dat de kilte van vooral de twee laatste platen verdwenen is. (En ook de viool van Klaas Janzoons mis ik.) Is Following Sea de gedroomde nieuwe dEUS-plaat? Niet helemaal. Het klinkt soms als een discoparty-plaat ("Girls Keep Drinking") en een nieuwe klassieker heb ik nog niet gehoord (misschien dat "Nothings" gaat groeien). "The Soft Fall" lijkt een teruggrijpen naar The Ideal Crash en Barman doet veel - en effectief - aan praatzingen. Niet alleen in de opener, maar ook in "The Give Up Gene" en het stijlvolle "Fire Up The Google Beat Algorithm".
File Under: Heus, het is dEUS!
File Audio: [Stream]
File Video: [Quatre Mains]
Sharon Jones & The Dap-Kings
3 Inches of Blood - Long Live Heavy Metal
Het Canadese 3 Inches Of Blood laat weinig te raden ten aanzien van de intenties. Bandnaam en hoes schrééuwen al "Metaaaaaaaaaal!". Mocht u nog twijfelen dan is daar de titel, Long Live Heavy Metal. U begrijpt, de originaliteitsprijs gaan de heren niet winnen. Maar dat is geheid ook niet de bedoeling geweest. De heren houden van de New Wave Of British Heavy Metal en zijn niet van plan zelf iets anders te gaan spelen. Bandleden van het eerste uur (in 1999) zitten er niet meer in, maar het zou me verbazen als de sound in die jaren veel veranderd is. Wat je hoort is een ritmesectie die er flink de sokken inzet, een tweetal gitaren dat regelmatig in duel gaat en een zanger die me aan Udo Dirkschneider (Accept, U.D.O.) en King Diamond doet denken. En de titels? Nou, bijvoorbeeld "Metal Woman", "My Sword Will Not Sleep", "Leather Lord" en "Men Of Fortune". De instrumentals "Chief And The Blade" en "One For The Ditch" zijn folkmetalachtige stukken die verbazingwekkend goed passen en ook in "Men Of Fortune" nemen ze wat gas terug, maar verder vliegen de metalclichés je bij voortduring om de oren. Toch snap ik wel waarom ze in het voorprogramma hebben gestaan bij bands als The Darkness, Ozzy Osbourne, Motörhead en Type O Negative. Het klinkt o zo lekker vertrouwd en bij elke song heb je maar een paar maten nodig om erin te komen. 3 Inches of Blood en een forse dosis NWOBHM zorgen voor een klein uurtje dikke pret zonder kapsones. Mij is het een raadsel waar collega Blacksmith zo nerveus van werd.
File Under: Metaaaaaaaaal!
File Video: ["Metal Woman"]

















































































