And One - S.T.O.P.
Lijstjesmania; het Duitse 'schwarze Szene'-tijdschrift Sonic Seducer heeft er deze zomer een hele special aan besteed. Dat levert ruim honderd leuke lijstjes op van mijlpalen, scheidingsplaten, covers, vleermuishoezen, favoriete albumopeners, androgyne frontmannen, net-niet gebruikte bandnamen, 26 Lacrimosa-liedjes met het woord "licht" in hun songtekst, enzovoort. Het feest begint echter met een top 8 van "frontmannen die hadden gewild dat ze Dave Gahan waren", en op nummer 1 van de Depeche Mode-wannabe's prijkt dan Steve Naghavi, de zanger van And One. Omschrijving: "Geen geheim. Zijn vroegere kleding en recente uitlatingen in interviews laten geen twijfel. Een derde van de songs klinkt als Depeche Mode anno 1984, Naghavi heeft al een covertoer gedaan en is groot fan." En die schatting van een derde is mijns inziens niet overdreven. Toch is het iets te makkelijk om And One neer te zetten als een Duitse Depeche Mode-kloon die begon in 1989. Daar zijn de songs te goed voor. Ja, de band maakt al jaren lekker duistere synthpop met wat NIN-geluidjes her en der, maar Naghavi's zang neigt meer richting Covenant en Crüxshadows, en And One gebruikt soms zóveel synthesizers dat de Pet Shop Boys ook niet ver weg zijn. Waar de vorige plaat Tanzomat uit 2011 met al die ingrediënten niet echt indruk maakte, word ik van het onlangs uitgekomen S.T.O.P. wel blij. Dit nieuwe album markeert de tweede grote wissel in de bandbezetting, waarbij Joke Jay en Rick Schah voor het eerst sinds 2001 weer aantreden - de vertrekkende Gio van Oli en Chris Ruiz startten intussen de wat hardere band PAKT - en precies nu komt And One met hooks aanzetten die alle voornoemde grote popbands niet zouden misstaan ("Killing The Mercy", "Back Home", "S.T.O.P. The Sun"). Innovatief, zoals Depeche Mode zelf, is deze muziek zeker niet te noemen, maar dat lijkt ook niet de bedoeling. Het is eerder dat Steve Naghavi zelf zo in de jaren tachtig hangt, letters scandeert, zichzelf op de hak neemt en teveel aan zijn format hangt (inclusief die lelijke, kunstmatige, tweederangs albumcovers), anders konden sommige songs zo de radio op. And One is typisch zo'n band die festivals als Amphi en Summer Darkness eigenlijk ontgroeid zou moeten zijn, maar door zijn anti-hipheid en het gebrek aan een absolute hit juist nieuwe fans tot de scene aantrekt - in tegenstelling tot Depeche Mode zelf. Daarvoor past respect. En ook muzikaal gezien verdient S.T.O.P. een +1.
File Under: Depeche Mode-glorie herleeft
File Audio: [Back Home (club edit)]
File Video: [Shouts of Joy]
Lita Ford - Living Like A Runaway
Het jaar 2010 begon voor mij bar slecht met het recenseren van het vorige album van mevrouw Ford. Wicked Wonderland was dan ook een uitermate zwak album. Sindsdien heeft mevrouw Ford haar hubby aan de kant gezet. Meer iets voor de roddelpagina's dan voor File Under, zou je zeggen, maar haar hubby was ook haar producer, Jim Gillette. Living Like A Runaway, een *kuch* subtiele verwijzing naar haar succesdagen, is geproduceerd door Gary Hoey. Het materiaal is niet heel veel beter geworden, het is cliché-pop-op-volume van een dame die een beperkte stem en dito zangstijl heeft, maar Hoey heeft in elk geval de sound aardig voor elkaar. De gitaren staan lekker naar voren, de sound is helder en hier en daar ("The Mask") duiken zowaar wat industrial-invloeden op. Het blijft echter typisch Amerikaanse rock. Precies wat ook acts als Kiss, Alice Cooper en Marilyn Manson doen: popliedjes spelen met een hoop stampij (letterlijk en figuurlijk), waardoor het eerder hard lijkt dan hard is. Waar voornoemde acts echter nog enige originaliteit aan de dag leggen, komt Lita Ford niet verder dan dertien-in-een-dozijncomposities. Soms, zoals bij "Relentless", levert dat nog iets leuks op, op andere momenten zit je alleen maar te denken waar je dat gitaarlijntje ook alweer van kent. De gitaarsolo's zijn - verrassend - doorgaans wel mooi opgebouwd en melodieus, het is het stuk eromheen dat niet overhoudt. Lita Ford zal tot in lengte van jaren dezelfde plaat blijven maken, maar deze is dankzij Hoey tenminste met goed fatsoen tot het einde uit te zitten. En dat is meer dan je van Wicked Wonderland kunt zeggen.
File Under: Living tussen de lijntjes
Talking To Turtles - Oh, The Good Life
Van een gewenst huiskamerconcert, zoals ik die noemde in mijn eerdere stukje van het debuut Monologue, van Talking To Turtles is het nog niet gekomen. Van het bezoek aan een optreden van het Duitse duo trouwens ook niet. Gelukkig was daar het afgelopen jaar het debuut zelf, die ervoor zorgde dat ik ze bleef waarderen. Maar niets menselijks is mij vreemd, en ook ik wil wel eens wat nieuws. Gelukkig leidt de bandnaam niet tot schildpadsnelheden en ligt er nu een nieuwe schijf voor me getiteld Oh, The Good Life. Ik zal er wel eerlijk bij zeggen dat ik nu zelf de schildpad ben, het album was al begin dit jaar uit. Op deze schijf worden er niet zozeer nieuwe wegen ingeslagen, er wordt echter ook niet aan kwaliteit ingeboet. Er worden dit keer tien lo-fi-indiefolkliedjes gepresenteerd. Of er nu begeleid wordt op een gitaar, accordeon of xylofoon, het duo weet elk lied zijn eigen kracht mee te geven. Mijn favorieten zijn "Wonky Cradle" en "Grizzly Hugging", vooral omdat daar net wat meer power in zit. Vooral als het semi-akoestisch wordt en liedjes kaal qua begeleiding, zoals in het afsluitende "REM", dan kan ik me voorstellen dat mensen afhaken. Dat geldt niet voor mij, maar als ik tenslotte nog even vermeld dat de plaat is opgenomen in Seattle, dan moet je geen valse grunge-verwachtingen krijgen.
File Under: Knuffelschildpadden
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Grizzly Hugging] [Short Stories Long]
File Social:[Facebook]
DJ DNS ft. Engel & Diggy Dex
Gather Roses - As The Sun Will Guide Me Home
Roos Galjaard is een singer-songwriter uit Gouda die het vak op straat als straatmuzikant geleerd heeft. Vanuit Gouda, via Zuid-Afrika, is ze inmiddels neergestreken in Groningen waar ze haar band Gather Roses heeft opgericht. As The Sun Will Guide Me Home is de derde cd van de band. De eerste cd, Beautiful World, stamt uit 1998 en de tweede, Together, uit 2001. Tien jaar later is daar pas de derde cd. De cd is al in december 2011 uitgebracht maar gezien de zomerse sfeer die hij uitstraalt is nu eigenlijk het perfecte moment om er een recensie aan te wijden. Gather Roses betekent 'pluk de dag' en dat is de sfeer die de liedjes uitademen. Muzikaal is het een mix van folk, jazz en pop. Tekstueel gaan ze over het leven van alledag met thema's als moederschap, vriendschap en liefde, maar ook wat grotere thema's als oorlog en ziekte komen aan bod. De liedjes hebben allemaal gemeen dat ze een positieve ondertoon hebben. Helaas hebben ze ook allemaal gemeen dat ze in mijn oren klinken alsof ze nog niet helemaal af zijn. Galjaard neemt de tijd om haar liedjes te schrijven en op te nemen, de jaartallen van de twaalf liedjes op de cd liggen ver achter ons, "Do Care" is zelfs al in 1992 geschreven. Het zou de cd ten goede zijn gekomen als er ook meer tijd in de arrangementen en de opname gestoken zou zijn. Een wat vollere productie had vast goed gedaan, nu klinken de twaalf liedjes van As The Sun Will Guide Me Home alsof ze rechtstreeks vanuit het oefenhok op cd zijn gezet.
File Under: Nog niet in volle bloei
File Audio: [Mp3's op eigen site]
File Video: [Butterfly]
File Twitter: [Tweets van Roos Galjaard]
Week 31, 2012
DubbelMono
Andre Williams & The Sadies - Night & Day
Ludo
Quakers - Quakers
Storm
Rush - Clockwork Angels
Stonehead
Floex - Zorya
Prikkie
Y&T - Live At The Mystic
Gr.R.
Baroness - Yellow and Green
Dennis
Fenster - Bones
André
Emma Louise - Boy (single)
The Inspector Cluzo - The 2 Mousquetaires
Ik heb in de afgelopen jaren heel wat bijzondere verpakkingen van cd's voorbij zien komen, met complete boekwerken erbij. Maar een stripboek als verpakking is voor mij de eerste keer. Het zijn dan ook de volkomen knotse Fransen van The Inspector Cluzo. Het funkrockduo, bestaande uit drummer Mathieu 'Phil' Jourdain en zanger/gitarist Laurent 'Malcolm' Lacrouts, zag ik een paar jaar geleden in het Patronaat in het voorprogramma van The Infectious Grooves. Het drumstel werd naar het einde van het optreden hoe langer hoe meer enthousiast omgetrapt, er werd te pas en te onpas 'Fuck ze bassplayeur' geroepen, maar funken deden ze. Het stripboek bevat illustraties bij de tracks, in het Frans, het Engels en in het Gascon, de taal van hun streek van herkomst, de Gascogne, ofwel Frans Baskenland. Het album is uitgebracht op, jawel, Fuckthebassplayer Records en bevat titels als "Why a vulgar French band cannot play shitty English pop music?", "I want to mmm the wife of the French president". Het mag duidelijk zijn dat de heren een ehm... bijzonder gevoel voor humor hebben. Maar spelen kunnen ze. Het is rauw en hyperfunky tegelijkertijd. Brulzang naast hoge gilletjes in de refreinen, stevig doordenderende drums naast lekker schetterende koperblazers, de funk en de rock zijn worden soms beurtelings, soms tegelijk ingezet, waarbij op dit album de funk prominenter is dan op de vorige twee albums. De Fishbone-achtige punkattitude heeft veelal plaatsgemaakt voor een soort George Clinton-feestfunk. Ook op die momenten is het gelukkig allesbehalve halfzachte nepfunk, zoals ook blijkt in de heerlijke cover van Curtis Mayfields "Move On Up". Nog steeds is het een aanstekelijke mix van rock en funk van muzikanten die hun instrumenten heel wat beter beheersen dan hun strapatsen doen vermoeden. Ze zijn zo gek als een deur, maar ook The 2 Mousquetaires is weer een heerlijke plaat. Met stripboek.
File Under: Rare jongens, die Basken
File Video: ["Telefoot"]
Menic - Railroad Blues Anthology / Scott H. Biram - Bad Ingredients
Het is een mooi idee dat er nog steeds muzikanten zijn die blues willen spelen alsof ze het zelf hebben uitgevonden. En het is nog mooier dat een op het oog zo eenvoudig muzikaal genre op zoveel verschillende manieren geëxploreerd kan worden. Het is als met het eten van, laten we zeggen, een karbonade. De een gebruikt mes en vork, snijdt keurig langs de randen van het bot en kauwt netjes de kleine blokjes vlees fijn voor hij ze doorslikt. Met de vork in z’n linker hand en het mes in z’n rechter. (Opvallend is wel dat het restaurant waarin hij zich bevindt de sfeer heeft van een ranzige kelder, waar flessen bier schuimend op tafel gezet worden en de etensresten van eerdere gasten nog op de tafel liggen.) Menic lijkt me een aardige man. Ondanks de licht waanzinnige uitdrukking op zijn gezicht op sommige promo-foto’s, speelt hij keurig nette folkblues op Railroad Blues Anthology. Verrassend genoeg uitgebracht op Voodoo Rhythm, gespecialiseerd in de viezere varianten van rootsmuziek.
Scott H. Biram, The Dirty Old One Man Band, eet zijn karbonade op een andere manier. Met zijn handen scheurt hij het vlees van het bot en terwijl hij eet, druipt het vet van zijn kin. Onderwijl probeert hij je uit te leggen hoe het leven er uit ziet, zwaaiend met het bot voor je gezicht. Als je niet uitkijkt spuugt hij flintertjes vlees en vet je richting uit. Op Bad Ingredients klinkt de blues goor, rauw en ranzig. Een redneck die de fles onder handbereik heeft en Nashville Pussy en Hank Williams III tot zijn fans mag rekenen. Niet elk liedje ontkomt aan een al te vast bluestramien, zijn stem klinkt soms geforceerd rauw, maar zijn gitaarspel mag er zijn. Gevaarlijke man met slechte tafelmanieren, maar boeiend gezelschap.
File: Scott H. Biram - Bad Ingredients
File Under: Eet smakelijk
File Audio: [Shake My Bones (mp3)]
File Audio: [Scott H Biram - I Want My Mojo Back]
File Video: [Menic - My Everyday Is A Noday Now (live)]
File Video: [Scott H Biram - Just Another River (live)]
Mount Washington - Mount Washington
Er is leven na de dood, en als de berg niet tot Mohammed wil komen, dan moet Mohammed naar de berg komen, oftewel het Noorse Washington gaat verder als Mount Washinton. Op het eerste oor klinkt hun ´debuut´ fris als een indrukwekkende waterval in het Noorse landschap. Er is moderne elektronica, er is een sterke zanger, er is melodrama en het is soms dansbaar. Als ik de tien liedjes echter met wat meer aandacht beluisteren, moet ik teveel aan andere bandjes denken en dat leidt af. Zo hoor ik Lola Kite in de elektronica, Emmett Tinley (The Prayer Boat) in de zang en, als het wat orkestraler wordt hoor ik de echo van Jasper Steverlinck (Arid) en bij het gitaarwerk moet ik aan New Order denken. Bovendien vind ik het allemaal net wat te geforceerd klinken. Dat kan echter ook geheel aan mij liggen: ik zit een beetje in een muzikale dip. Ik hoor teveel middelmaat en te weinig écht uitgesproken albums. Misschien een kwestie van verkeerde keuzes, misschien een kwestie van aan-vakantie-toe-zijn, maar het kan ook zo maar zijn dat ik het hier wel bij het rechte eind heb.
File Under: Bergbeklimmen op je wandelschoenen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Porter Ricks / Don Turbolento
André Kuijpers vertelde na afloop van zijn ruimtereis dat hij 'altijd wel zou willen zweven'. Komt dat mooi uit, Porter Ricks heeft de oplossing in huis. Als er zoiets als spacetechno bestaat, is Biokenetics het ultieme voorbeeld. Het enige probleempje zijn de tracktitels. “Port Nuba” en “Nautical Zone” duiden erop dat Mellwig en Köner hun inspiratie diep in de zee hebben gezocht. Vanaf de nog betrekkelijk melodieuze opener “Port Gentil” zet Das Boot met veel geratel de afdaling in. Al snel is de rave die op het dok gaande is nauwelijks meer te horen. Ik vraag me af hoe het met het gehoor van vissen is gesteld. Onderwater zie je niet veel - daarom hebben ze natuurlijk ook allemaal discolampjes bij zich - maar hoe zit het met geluiden? Mochten vissen toch oren hebben dan zal vooral “Port of Call” een favoriet worden, ik verwachtte zelf elk moment Underworld (!)-achtige synth-stabs. Die komen nooit, want Biokinetics is een heruitgave van een al in 1996 verschenen minimal-klassieker uit de Basic Channel-school. Een ware lage frequentie-overdosis. Qua ritmiek is “Nautical Nuba” favoriet. Acht minuten lang duikelen met stroop ingesmeerde stuiterballen van de glijbaan. Sticky als de pootjes van een inktvis.
Van ware pioniers gaan we naar zelfverklaarde navolgers. De Italianen van Don Turbolento roepen het meteen al: 'Can't write no brand new thing, cause everything's been done before'. Een van de vele geslaagde tongue in cheek-geintjes in opener “What I CAN”, en die hoofdletters zijn niet van mij. Tangerine Dream krijgt later eveneens een namedrop, en dan lees ik bij mijn collega van Caleidoscoop ook nog dat de groep naar een liedje van Yello is vernoemd. Don Turbolento lijkt het qua vergelijkingen de recensent dus makkelijk te maken, maar eerlijk gezegd hoor ik genoemde acts nauwelijks. Attack! is, de titel indachtig, veel agressiever en sneller. Dit is pompende electrorock in lijn van Rones, zónder naar de massa te lonken. Het geluid van de vampierendisco, meisjes met piekharen en een hele hoop oorbellen die uit hun plaat gaan, ondertussen de met dik accent gedeclameerde slogans meebrullend. 'Take a deep breath, then attack!' En - bam - daar voegen de ronkende oude synthesizers als een soort blazerssectie de daad bij het woord. Het zorgt voor een bijzonder gezellige no nonsense-plaat, waarbij wel moet worden aangetekend dat de tweede helft identiek is aan de eerste. Aan de andere kant, wie zeurt er als je een liedje “SMS In A Bottle” noemt.
File Under: Blub blub dub
File Audio: [Het hele album op Soundcloud]
File: Don Turbolento - Attack!
File Under: Ten aanval tegen een slecht humeur
File Audio: [Het hele album ietwat chaotisch op Soundcloud]
Matt Skiba and The Sekrets - Babylon
'Cleverly-crafted and instantly memorable', zegt de bio die een omgevallen bak met superlatieven lijkt. Hmm, eerst maar eens zoeken wie die Matt Skiba is. Zanger van The Alkaline Trio en TheHELL. Ah, The Alkaline Trio is punkrock, dat zou wel eens iets voor mij kunnen zijn. Maar ja, Matt Skiba And The Secrets is een soloproject - bassist Hunter Burgan (AFI) en drummer Jarrod Alexander (My Chemical Romance) waren nadrukkelijk ingehuurde krachten -, dus dat hoeft geen punkrock te zijn. En inderdaad, de eerste klanken zijn die van alternatieve rock van Amerikaanse snit. Niet overdreven verrassend ook, je zou het bijna formulerock noemen. Gaandeweg komen er invloeden van Skiba bovendrijven: vooral The Cure en aanverwante Britse droefsnoetenpop, maar bij "Falling Like Rain" lijken de New Romantics ineens de boventoon te voeren. Overigens zijn de invloeden van vleermuisjes- en New Romanticspop dan wel overduidelijk, die invloeden zijn hier ernstig verGreenDayd. Minus de energie, dat wel. Zo'n "Olivia", het is best een leuk deuntje hoor, maar het hangt aan elkaar van de clichés in een genre dat toch al niet uitblinkt in variatie. Babylon is Green Day op een hele, héle slechte dag, zoiets. Afsluiter "Angel Of Deaf" krijgt door de akoestische gitaar iets van Mike Doughty. Jammer genoeg is het vooral een eindeloos herhaald refrein, zoals meer van de songs alleen op weg zijn naar een refrein. De zeven minuten die "Angel Of Deaf" duurt bestaan overigens voor drie minuten uit de klaarblijkelijk lollig bedoelde zoem van een naklinkende gitaar. Mij bezorgt het een extra ergernis op een album dat me geen moment heeft kunnen boeien.
File Under: Lekker geheim houden...
File Video: ["Voices"]
Of Montreal - Paralytic Stalks
Paralytic Stalks is het elfde album van Of Montreal. Maar Of Montreal is Kevin Barnes en Kevin Barnes is Of Montreal. Elk album van de band, waarvan Barnes niet alleen voorman maar ook het enige vaste bandlid is, geeft opnieuw een doorkijkje in de hersenpan van de goede man, waar het nooit rustig wordt, maar wel elke keer op een ándere manier onrustig is. En hoewel "Spiteful Intervention", de tweede track op het album, op een liedje lijkt - het album stond zaterdagochtend op bij het opruimen van het huis en zonder goed te luisteren is het net als veel andere albums van Of Montreal gewoon een ‘lekker gek’ album met vrolijke liedjes - blijkt bij nadere beluistering dat er achter die constatering een heel andere werkelijkheid schuilgaat. Paralytic Stalks is wederom een plaat die het verdient regelmatig herluisterd te worden: ruwe bekentenissen en wilde gedachten in de teksten, gelaagde composities met uiteenlopende muzikale ideeën en invloeden en bijzonder geïnstrumenteerd zijn, overgangen tussen liedjes die het geheel nog meer dan anders een symfonie, een verhaal willen laten zijn en natuurlijk Barnes’ oude Prince-, Bowie-, ELO-, kortom seventies-fascinatie, gecombineerd met nieuwe invloeden zoals sixties-pop en country. Ga er maar aan staan. En doe dat echt, want achter het grote glamrockverkleedfeest, zit meer dan ooit een erg knappe plaat.
File Under geeft ism Sonic enkele exemplaren weg van deze bijzondere toverbal. Doe snel mee met onze prijsvraag
File Under: Gelaagde glam met ruwe randjes
File Audio: [Bandcamp]
Distortion Tamers - Junglehead Stories
Niet heel Griekenland is lamgeslagen door de crisis. Er zijn nog wat mensen die de moeite nemen om samen in repetitiehok in Athene te zweten en te zwoegen op een portie punk & roll met wat country die doet denken aan Lazy Cowgirls, Social Distortion en Vandals. Een van de leden van Distortion Tamers komt uit Purple Overdose. Daarmee is gelijk het stonergehalte in Distortion Tamers verklaard en de psychedelica die om de drie songs om de hoek komt kijken. En dat is dan wat Junglehead Stories is, een knappe gitaarrockplaat met een punky garagekarakter en hier en daar wat licht bezwerende gitaartonen. Prima uptempo songs met her en der een ballad. Slecht is het allerminst. Echt goed ook niet omdat de songs in kwaliteit te veel van elkaar verschillen. Sommige songs beklijven niet echt. Het gitaarwerk is prima, soms op het briljante af, maar het wil maar niet in je kop blijven hangen. Distortion Tamers is een beetje zoals de namen van de bandleden: Kostis Anagnostopoulos, Christophoros Triantaphillopoulos en Stelios Voumvakis. Je leest het, probeert het in je op te nemen, maar je kunt er uiteindelijk weinig van onthouden. Ging de crisis in Griekenland maar net zo snel aan de Grieken voorbij.
File Under: Crisis! What crisis?
Aidan / Orlando Ef
Het is tegenwoordig in om je af te zetten tegen Europa. Gelukkig zijn er nog Europese muzikanten die de geestelijke afstand proberen te beslechten, want er is mijn inziens genoeg moois in Europa.
De eerst artiest die ik voorbij laat komen is Aidan. Hij komt uit het ´armlastige´ Ierland, mijn favoriete Europese land. Als begeleidingsband is er het Italiaanse Weather Landies. Aidan richt zich op de folkpop en nam elf liedjes op in Ierland, België, Spanje en Duitsland. Dat is even scoren in de Europawinkel. Le Grand Discours heet het schijfje, maar bevat ondanks de Franse titel op één song na Engelstalige songs. Het is allemaal best aardig, maar het probleem van deze schijf zit hem wat mij betreft in de eenheid. Alsof je naar een verzameling singles zit te luisteren. Opener "Into The Future" lijkt een knipoog naar onze eigen Daryll-Ann, terwijl "For The Love Of The Lord" meer heeft van een Europese blues en "Someones Elses Problem" het meer zoekt bij Radiohead. Ik vrees dat deze cd de liefde voor Europa niet echt zal aanwakkeren, al geeft het de tegenstanders ook geen voer.
Orlando Ef komt uit een ander Europees ´probleemland´. De eerst tonen is mijn interesse gewekt en dat door het gebruik van elektronica. Als hij echter een poging gaat doen tot zingen, dan gaat de focus naar een zoetgevooisde liedje dat via een wals mijn aandacht kwijtraakt. Kan gebeuren uiteraard en om iemand dan meteen af te schrijven zou dan erg flauw zijn. Yor11 gaat echter verder met kwijlen en op de een of andere manier wordt er een verkeerde snaar geraakt. Een ongewone singer-songwriter en producer vertelt de bijsluiter. Wij zijn het eens, al zal dit anders bedoeld zijn. Deze mijnheer gaat het ook niet goedmaken voor Europa, wakkert bij mij zelfs het verkeerde onderbuik gevoel aan.
File Under: Ierland, net voldoende
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File: Orlando Ef - Yor11
File Under: Italië, een onvoldoende
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Blog][Facebook]
Broken Water - Tempest
Sonic Youth en dan jonger en stiekem ook wat frisser. Maar helaas zonder het songmateriaal en de coolness. Blonde Redhead, maar dan niet uit New York en ook zonder die charmante Japanse en het druggy grotestadsgevoel. Het is eigenlijk niet helemaal eerlijk, een jonge band, in dit geval afkomstig uit Olympia, Washington (met zo’n vijftigduizend zielen bij lange na niet New York), vergelijken met zulke illustere voorgangers. Al is het in het geval van Broken Water maar omdat ze wel degelijk een eigen geluid lijken na te streven. Tempest klinkt een stuk springeriger, maar ook meer lo-fi. En laat dan de gitaar van Jon Hanna regelmatig in noise uitbarsten, drumster Kanako Pooknyw soms wel heel erg hetzelfde tempo aanhouden (deed Yo La Tengo dat ook niet, weer in navolging van The Velvet Underground?), de bas van Abigail Ingram soms coole loopjes spelen en soms een brei van geluid produceren en de zang lijzig klinken. Het feit dat een jong bandje met een overduidelijk enthousiaste attitude bij oude helden de kunst afkijkt, is soms uit kopieerzucht, soms uit bewondering. En in het laatste geval kan dat zomaar een aardige plaat opleveren.
File Under: Standing on the shoulders of giants
File Audio: [Drown]
Firewind - Few Against Many
Tot drie keer toe heb ik Firewind hier besproken en tot drie keer toe werd ik er niet warm of koud van. Ja, de sound werd wel iedere keer iets beter neergezet en zanger Apollo Papathanasio is beslist een aanwinst, maar het bleef toch vooral opwarmen van overbekende eighties metal. Wie schetst mijn verbazing, Few Against Many heb ik zowaar met plezier zitten beluisteren. Echt waar! Gitarist Gus G. is overigens ook nu hij de gitarist van Ome Ozzy is niet ineens de ultieme gitaarheld voor mij. Ja, zijn techniek is meer dan uitstekend, maar je hoort tal van andere gitaristen erin terug, vooral Michael Schenker en op dit album ook Y & T's Dave Meniketti. Het verschil zit 'm in de composities. Deze ronde zijn ze erin geslaagd de ergste clichés meestal te vermijden en hoeft het niet continu hakken en zagen te zijn. Dat geeft een balans aan dit album die er voor zorgt dat Few Against Many meteen twee klassen beter is dan het vorige werk. Single "Wall Of Sound" is nog ouderwets hakken en zagen en ook verderop moet er minstens één keer per song een potje gitaarhalsracen ten beste gegeven worden. Maar in het titelnummer wordt halverwege langer dan drie maten gas teruggenomen en volgt zelfs een melodieuze solo voordat het gas er weer op gaat. Het zijn die momenten die maken dat Few Against Many veel volwassener klinkt. Hoewel de eighties metal nooit ver weg is, is het beuken en shredden nu harmonieus ingebed in songs met een kop en een staart. Prijsnummer is de ballad "Edge Of A Dream", waarin een Savatage-achtige piano en de strijkers van Apocalyptica het geheel van een fraaie extra dimensie voorzien - en daar ook de ruimte voor krijgen. Ik had het niet meer verwacht, maar met Few Against Many is Firewind écht volwassen geworden.
File Under: Eindelijk balans
File Audio: [FirewindSpace]
File Video: ["Wall Of Sound"]
Hatcham Social - About Girls
Ze slaat de ogen vertwijfeld ten hemel alsof ze zich afvraagt waarom ze in godsnaam met deze man aan het zoenen is. De getekende vrouw op de hoes van het tweede album About Girls van Hatcham Social uit Londen lijkt niet zeer zeker van haar zaak. Dat leken de labels ook niet bij Hatcham Social. De bij het debuut door Tim Burgess van The Charlatans gesteunde band heeft voor dit tweede album via Pledge de benodigde Britse ponden bij elkaar moeten sprokkelen en gelukkig is er zowaar een pareltje uit voortgekomen. Zwaar leunend op een sound die we vooral uit de late jaren tachtig kennen bevat About Girls dertien nummers die vooral heel lekker wegluisteren. Nergens wordt het echt moeilijk en de positieve, verliefde sfeer op het album werkt behoorlijk aanstekelijk. Songtitels als "I Look Like a God When You Dance With Me" helpen hier natuurlijk ook wel bij. Hatcham Social is een soort Los Campesinos Lite, met dezelfde speelsheid maar een stuk minder gekte. Heerlijk album van een leuke band, met een hoofdrol voor de lekker pathetische zang van voorman Toby Kidd, die vooral op "Escape From London" sterk aan Marc Almond doet denken.
File Under: Lovesongs uit Londen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Look Like a God When You Dance With Me]
Francois And The Atlas Mountains
de-Affaire 2012 - Napret (dinsdag t/m vrijdag)
Het is opvallend druk op dinsdagavond, alsof de bezoekers van de Vierdaagsefeesten gewacht hebben tot het droog werd en massaal de stad induiken (een avond daarvoor was het ook wel erg nat) . Naast festival de-Affaire op het Valkhof is aan de overkant van de Waal het zusterfestival Habana gaande . Naast kunst en theater staan daar ook een aantal aansprekende bands geprogrammeerd.
Dinsdag
Zo opent Dancing Dollekamp de dinsdagavond aan het Waalstrand, met Andre Manuel als drijvende kracht. Je zou hem nog kunnen kennen van Fratsen, Krang of De Ketterse Fanfare. De groep is speciaal bijeengebracht om nummers van het Dollekamp-album live te gehore te brengen, en dat doen ze met veel plezier, getuige het vreugdevolle spel en de grappen over en weer tussen de bandleden. Met "Zusammen" begint de groep slim met een nummer om de saamhorigheid tussen band en publiek te bevorderen. 'Er mag godverdomme wel gedanst worden', zegt Manuel nog droogkomisch. Dat hij ook cabaretier is blijkt dus wel uit zijn humor. Zo maakt hij nog een verwijzing naar Jon Lord (toetsenist en mede-opricher van Deep Purple) die op maandag overleed: 'Daar was ik vroeger verliefd op... Een man met een snor'. En "Zigarette Rauchen" wordt ingeleid met 'Het volgende nummer is onze inzending voor het Eurovisiesongfestival. Namens Duitsland dan. Winnen we ook nog eens wat.' Of: 'Dan nu een hippienummer. Er kan hier voor het podium geneukt worden. Liefst massaal.' Een simpele refreintje als 'Marie, wat bin ik blie dat ik oe zie' (als ik het goed uitspreek) werkt ook op de lachspieren. De Tukkers houden van een gezellig feestje, maar de teksten hebben soms een dubbele bodem. Meestal is het met een humoristische "Roazen Bril" dus, maar soms ook met een serieuze boodschap ("Zunde" bijvoorbeeld), en veelal in Twents of Duits gezongen. Wat dat betreft blijven de teksten van Manuel nog net zo gevat en sterk als in de tijd van Fratsen. De band doet het dan ook goed om het allemaal live ten gehore te brengen, al zitten de bandleden op enkele momenten niet helemaal in het juiste ritme en zijn twee drummers sowieso wat overdreven hier. Bovendien had ik er vanavond nog graag DJ DNA (Urban Dance Squad, Stuurbaard Bakkebaard) bij willen zien, maar we worden toch wel goed vermaakt. Een leuk bezoek aan het Habana-festival aan het Waalstrand.
The Greater Good - The Greater Good
Het is onvermijdelijk om bij de eerste noten van de gelegenheidsformatie The Greater Good meteen aan Crosby, Stills & Nash te denken. Drie mannen met akoestische gitaren zingen meerstemmige, melodieuze singer-songwriterliedjes in de geest van de westcoastmuziek uit de jaren '70. Het zou echter flauw zijn om de muziek van The Greater Good enkel aan de hand van vergelijkingen te beschrijven. Daar is het namelijk veel te goed voor. Even voorstellen, The Greater Good bestaat uit Dennnis Kolen, een Rotterdamse singer-songwriter die het een aantal jaren geleden leek te gaan maken met zijn band Wyatt. Het succes bleef uit en inmiddels heeft hij zes prima soloalbums gemaakt. Eugene Ruffolo komt uit New York en heeft zijn sporen verdiend als studiomuzikant en is te horen op vele albums van vele artiesten. Shane Alexander woont in Los Angeles en heeft een indrukwekkende staat van dienst als leverancier van muziek voor films en tv-series maar ook als solo-muzikant. Kolen verzorgde in 2005 het voorprogramma van Shane Alexander in Den Haag en daar is de basis gelegd voor deze samenwerking. Met zijn drieën klinken ze als een ijzersterk trio dat het beste in elkaar naar boven haalt. Ze leverden alledrie drie songs aan en coverden Neil Youngs "Tell Me Why". Alexander, Ruffulo en Kolen doen niet voor elkaar onder, alle nummers zijn van een consistent hoog niveau. Het zou jammer zijn als The Greater Good een gelegenheidstrio zou blijven en het bij deze ene plaat zou laten.
File Under: Great! And good!
File Audio: [Samples op de site van Stockfisch Records]
File Video: [All The Lonely Times]
Week 30, 2012
DubbelMono
Corey Branan - Mutt
Ludo
Colleen - Les Ondes Silencieuses
Blizzard
Ghost Brigade - Until Fear No Longer Defines Us
Janineka
Paul Simon @ Ziggodome, Amsterdam
Storm
Charlotte Hatherley - Summer
Prikkie
The Flower Kings - Banks Of Eden
tbeest
de-Affaire @ Valkhofpark, Nijmegen
Dennis
Sharon Van Etten @ de-Affaire, Nijmegen
André
Nevada Drive @ Mezz Terras, Breda
The Flower Kings - Banks Of Eden
The Flower Kings is zo'n progband die progliefhebbers én proghaters bevestigt in hun (voor)oordelen over progrock. Ook na de hiatus is dat het geval. Opener "Numbers" van het nieuwe album Banks Of Eden duurt maar liefst vijfentwintig minuten, kent diverse delen, waaronder lange instrumentale delen met ruimte voor alle afzonderlijke instrumenten om uit te blinken. Proghaters gaan het einde van dit nummer echt niet halen, geloof me. De liefhebbers horen echter een sterke opening van het album, en dat zal niet ieder verwacht hebben. Blijkbaar heeft het werk in andere projecten Stolt en consorten goed gedaan, want het klinkt fris en geïspireerd, zonder uiteraard de typische Flower Kingsstijl los te laten. Met "Numbers" is het album wat mij betreft al geslaagd, maar ook verderop valt genoeg te genieten. "For The Love Of Gold" is een speels nummer met een akoestische feel dat wel aan Yes doet denken. Het gebruik van stemvervorming op een paar momenten in "Pandemonium" kan me eigenlijk maar matig bekoren, vooral omdat ze zeggen veel analoge apparatuur te hebben gebruikt om de warme sound van de jaren zeventig te krijgen. Waarom dan vervorming gebruiken die in die jaren volgens mij vooral bij Kraftwerk en disco te vinden was? "For Those About To Drown" is een track die mede door de Beatlesque invloeden een Transatlanticsausje heeft. "Rising The Imperial" is jammer genoeg een te trage afsluiter van de eerste cd. Dan is er gelukkig nog een Deluxe Edition: daar zit nóg een cd met vier prima songs bij, zodat je nog even verder kunt. De vrolijke song "Going Up" is wat mij betreft de leukste van de vier, maar het zijn geen van vieren vullertjes. "Illuminati" is bijvoorbeeld een fraaie instrumentale bluessong waarbij ik associaties krijg met Focus. The Flower Kings gaat vrolijk door waar ze even ophielden en zal geen nieuwe doelgroep aanboren. Maar de bestaande fanschare zal zich prima vermaken met Banks Of Eden.
File Under: Geslaagde terugkeer
File Audio: [FlowerSpace]
Thee American Revolution - Buddha Electrostorm
Verwacht op deze plaat vooral niet dezelfde licht psychedelische, stevig in de jaren zestig gewortelde popdeuntjes die Robert Schneider met zijn andere bandje maakt. Want als je The Apples In Stereo vergelijkt met The Monkees, dan is Thee American Revolution het clubje Amerikaanse GI’s dat zich The Monks noemde. We horen op Buddha Electrostrom stevig door fuzz en echo gehaalde garagerock. De ene keer slepend en psychedelisch ("She’s Coming Down"), de andere keer slordig en rauw alsof Guided by Voices een agressieve bui heeft ("Grit Magazine"). The Stooges, MC5, maar ook The Beatles horen we voorbij komen ("Electric Flame") net als The Kinks ("Blow My Mind"). Het klinkt alsof Robert Schneider en consorten erg veel lol hebben gehad bij het opnemen van deze tien nummers vol vakkundig gejatte riffs (overigens horen we het ze opnemen: studiogeluiden, fouten en slordigheden zijn meegebakken). Het schijnt dat Thee American Revolution al een jaar of acht te bestaan, maar pas één sessie op cd te hebben gezet. Een particuliere bevlieging die bij vlagen het predikaat goed verdient, maar over de hele linie te weinig beklijft. Al een paar jaar uit in de VS, nu in Europa, maar geen idee waarom.
File Under: Hobby
File Audio: [Blow My Mind]
File Video: [Grit Magazine (live)]
Big Deal / Royal Baths
´Wat een zeik-cd. Vooral die lijzige stem´. Het thuisfront maait het gras voor mijn voeten weg. Nou ja mijn voeten, ik vind het eigenlijk wel meevallen met het Amerikaans-Engelse duo Big Deal. Twee gitaristen, akoestisch-elektrisch, mannetje-vrouwtje en daar dan bij zingen. Hij, Kacey Underwood, zij, Alice Costelloe, waar haar stem de boventoon mag voeren. Nee, drums of bas zijn totaal not-done op Lights Out. Hoogstens wat synthesizers in de allerlaatste song "Pi". Wat grungy noise, zoals je met een titel als "Cool Like Kurt" kunt verwachten, maar vooral veel geshoegaze om als luisteraar ondergedompeld te worden in de gitaarsaus met een extra laag Alice. Twaalf liedjes in ruim veertig minuten is misschien wat teveel van het goede, vooral omdat het uiteindelijk wat eentonig wordt, maar een zeik-cd wil ik het niet noemen. Ik kan dan nog wel heel veel andere namen bedenken.
Nee, de link naar het Amerikaanse Royal Baths is niet dat zij een zeik-cd hebben afgeleverd met Better Luck Next Life. Het is meer dat ook hier het mannetje-vrouwtje-rockgeluid wordt ingezet. Zij, Jigmae Baer, hij, Jeremy Cox, maar hier mag de hij het woord hebben. Beide ook met een gitaar, maar het grote verschil is wel dat er toch wel ruimte is voor bas en drums, inclusief twee bandleden die ze bespelen. Ook hier is er grungy noisy, maar dan ondergedompeld in de Bo Didleyblues met referenties aan The Velvet Underground en The Gun Club. Negen liedjes worden er in ruim 45 minuten uitgeperst. Hetgeen misschien beter net als op een elpee in twee delen genoten kan worden. Niet voor niets staat op de achterkant van het cd-doosje dat er een a- en b-side is. Better Luck Next Life is niet de grootste sensatie aller tijden, maar eerder een album van muzikanten die niet over zich heen laten zeiken dan muzikanten die ook maar op enige wijze in verband kunnen worden gebracht met een zeik-cd.
File Under: Steeds dezelfde schoenen
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social:[Facebook]
File: Royal Baths - Better Luck Next Life
File Under: Blote voeten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Faster Harder]
File Social: [Twitter][Facebook]
Weerthof / Yoshimi
De public relations-klas van hogeschool Avans denkt diep na. Dan doorbreekt een vertwijfelde leerling de stilte. 'Naakt, is dat niet eerder gedaan?' Wederom heerst er stilte. 'Gemankeerd naakt dan?' En zo geschiedde. Op de hoes (en in het fantastische boekje) van de met menigtemunten gefinancierde cd Hoi staat een meisje met één stompje, en genoeg andere kwaliteiten. Michiel Weerthof staat even nakend naast haar, precies zo gekaderd dat zijn éigen... Neen. Een beetje melig wordt je wel van deze nederpop. Alsof in je moerstaal zingen altijd maar tot cabaretteksten moet leiden. Weerthof laat de 'r' rollen en articuleert Drs. P-achtig nadrukkelijk. 'Waar ik geen zin in heb dat doe ik niet, tenzij het moet, dan vaak wel'. Dat soort humor. Het is de eerste paar liedjes echt doorbijten. Muzikaal gebeurt er gelukkig van alles. Echt fijn wordt het vooral als Weerthof zich laat beïnvloeden door De Kift. Die zijn ook wel eens grappig, maar daarnaast serieus, romantisch, theatraal, eigenzinnig, en ga zo maar door. “Golem” is dat allemaal, en klinkt muzikaal ook fris. De Kift op autotune! In hetzelfde stramien, maar nog een tikje mysterieuzer is "Troebel", waar aan de black metal-dissonanten enkel een dubbele basdrum ontbreekt. Zo zonde dat daarna een strontnummer volgt.
Een jaar of drie terug toonde ik me nieuwsgierig naar de komende artistieke zoektocht van Yoshimi. Een ware eclecticus, zo was toen al te merken, en in de tussentijd heeft hij opnieuw een interessante switch gemaakt. Naar Nederlandstalig! Gewaagd (zie boven) maar afgaande op dit cassette-tussendoortje zeker vruchtbaar. Ik en Jij Allebei begint met twee van de leukste Yoshimi-tracks tot nu toe. Kennelijk lenen Yoshimi's kronkels zich goed voor elektronische bewerkingen. Transfolmer 'transfolmt' de indiepop van Yoshimi naar een soort belletjes-ambient. Met flink wat vocoder is van de tekst niets meer over, maar van de melancholie des te meer. Het liedje doet niet onder voor een experimentele interlude bij Spinvis. “Zoete Flarden” is nog een klasse beter. Ik had nog nooit van Analogue Dear gehoord, maar Sjaak Douma moet én snel een cd naar File Under sturen én een hele plaat met Yoshimi maken. Opnieuw worden de vocalen flink gefilterd (ditmaal met Sparklehorse-ruis) terwijl de akoestische gitaren een M. Ward-achtige lo-fi-behandeling krijgen. Met magische resultaten. We want Morr! Het handjevol tracks dat nog volgt is lawaaiiger (er wordt zelfs gegabberd) en studentikozer. Een glimlach van deze brompot kan er echter wel vanaf. De kunstenaar onder de loep: 'Soms snap ik niet wat hij doet, maar hij doet dat stiekem best goed'. En zo is het.
File Under: Simon Carmiggelt in een zuurstokroze cel
File Audio: [Het hele album op Bandcamp]
File: Yoshimi en Zijn Vrienden - Ik en Jij, Allebei
File Under: Met je neus in de lucht
File Audio: [De hele ep op Soundcloud]
Marillion - Best Live
Net voordat Marillion met "Power" de eerste song van het binnenkort te verschijnen album Sounds That Can't Be Made prijsgaf, verscheen er een dubbellive-cd in de winkels. Best Live suggereert al dat het niet een opname is van één avond en dat klopt. Het album bevat twintig tracks, opgenomen tussen 2003 en 2011. Ik vermoed dat de opnamen afkomstig zijn van de enorme stroom live-cd's die Marillion uitbrengt via zijn eigen label Racket Records. De chronologie begint bij Clutching At Straws, het laatste album met Fish. Dat is niet zo gek, omdat dat album al een nieuwe muzikale richting inluidde en het materiaal ook prima bij Steve Hogarth ('the new singer since 1989') past. De songkeuze is er een voor de fans, want er is gekozen voor relatief onbekend materiaal, zoals ook te zien is aan de albums die er verder nog aan bod komen. Dat zijn namelijk Brave (één track), Afraid of Sunlight (drie), This Strange Engine (twee), Radiation (een), Marbles (vier), Somewhere Else (een), Happiness Is The Road (vier) en een non-albumtrack uit de Seasons End-sessies, "The Release". Maar afgezien van die songkeuze is dit album qua uitvoeringen typisch Marillion: degelijke uitvoeringen, maar soms zo netjes dat je zit te hopen dat ze eens flink uit de bocht vliegen. Vooral de tweede cd lijdt daar wat onder. Niettemin zijn geluid en uitvoeringen weer dik in orde, zoals we van Marillion gewend zijn. Maar of Best Live nu een album is dat onmisbaar is in je platenkast? Mwah. Als fan kun je 'm rustig aanschaffen. Maar wil je gewoon één recent live-album in je kast hebben staan dan zou ik gaan voor het wat sfeervollere Live At Cadogan Hall.
File Under: Voor de fans
Benjamin Herman - Deal
De soundtrack is er, nu de film nog. Het is te hopen dat regisseur Eddy Terstall de kwaliteit van de muziek die Benjamin Herman voor zijn nieuwe film maakte, kan evenaren. De lat ligt hoog - Herman heeft zich met hoorbaar plezier het idioom van de pluizige jaren-zeventig soundtracks eigen gemaakt. Dat de saxofonist een verklaard fan is van filmmuziek die ook op zichzelf kan staan, is geen verrassing voor wie zijn hotseknotsende programma op Radio6 volgt. Luister hier bijvoorbeeld een van zijn beruchte soundtrack-specials terug. Het is niet de eerste keer dat Herman muziek componeert bij beeld, een documentaire over Remco Campert inspireerde hem tot een plaat die gerust tot de vaderlandse jazzklassiekers mag worden gerekend. Ook op Deal zijn Benjamin en zijn bandje (drummer Joost Kroon, bassist Manuel Hugas, toetsenist Carlo de Wijs en gitarist Jesse van Ruller) op dreef. Terwijl de bas plopt en het orgel tapijten legt waar je tot je enkels in wegzakt, mag Benjamin (die alt, tenor en bariton speelt) royaal uithalen. Lekkerste voorbeeld is Room 1618, waarvan je schaamhaar spontaan naar seventies-lengte groeit. De surf-riffjes van Van Ruller, in de bewerkte versie van het eerder uitgebrachte Tempest Storm bijvoorbeeld, geven er nog een extra sleazy randje aan. Deze muziek schreeuwt om naaktscènes, functioneel of niet. Over functioneel gesproken, de beslissing van Benjamin om een Praags filharmonisch orkest toe te voegen (en de kosten daarvan uit eigen zak te betalen) pakt bijzonder goed uit. Het zorgt voor de ware soundtrack-sfeer, alsof de opnamestudio verandert in een soundstage, met lichten, camera’s, make-up meisjes en setdressers. Deal, de film moet na de zomer uitkomen. Tot dat moment is het prettig scènes verzinnen bij de soundtrack.
File Under: Action!
Scissor Sisters - Magic Hour
Je staat voor de platenkast. "Trek er maar eens wat gezellige muziek uit." "Ja, poe.. Wat is nou gezellig..." "Gaye muziek dan?" Nou, daar is in elk geval weinig onduidelijk aan: de ronduit gayste muziek in het hele huis staat op naam van de Scissor Sisters. Zeg maar, het equivalent van de Gay Pride. Waar Rufus Wainwright te ambitieus is, de Pet Shop Boys te netjes en Kele Okereke te "normaal", daar is dan nog altijd het schreeuwerige gezelschap Scissor Sisters om met een roze stoomwals schaamteloos de laatste verzetsmiddelen der schaamte omver te rossen. Het flemerige falsetto van Jake Shears is over de jaren geen millimeter geloofwaardiger geworden, ook al rapt hij nu iets over Barack Obama, en zelfs de bonusremixes bij Magic Hour zijn schokkend ordinair. Maar het moet gezegd: "Only the Horses" met zijn geniaal simpele knisperbaslijn, het funky "Shady Love" en "Keep Your Shoes" zijn stiekem toch wel weer erg leuk. Het zal voor eenieder die net als ik intense guilty pleasures heeft overgehouden aan "Laura" en "I Can't Decide" eerder positief klinken als ik zeg dat Magic Hour alleen maar slechter geworden is dan de ook al verschrikkelijke vorige plaat. Slechte smaak regeerde toch al in dit oeuvre. Ik kijk nergens meer van op. Niet van het volslagen onmogelijke acidlijntje halverwege de ballad "Year Of Living Dangerously", niet van de ninetieshouse in "Self Control", van de van serieuze instrumentale momenten in "The Secret Life Of Letters" of de nichterige voicemails tussendoor. Op zijn piekmomenten maakt Scissor Sisters nog steeds de ultieme popdisco en verdient daarom wederom een plek in mijn platenkast. Gezellig.
File Under: Zonder extravert geen introvert
File Video: [Kleurige paarden in Only the Horses]
The Magnetic North - Orkney Symphony of The Magnetic North
Een klein stukje verder en je valt van de wereld af, zo moet het voelen als je op de Orkney Eilanden woont. Het is dat je ergens in het zuiden het vaste land van Schotland weet en ergens ten noordoosten zich de Faroër Eilanden moeten bevinden, maar als er ergens op deze aarde plaatsen liggen waar de eenzaamheid bij de strot grijpt, dan zal het hier zijn. Gawain Erland Cooper komt er vandaan en hij heeft samen met Simon Tong en Hannah Peel als The Magnetic North de Orkney Symphony gemaakt. Hoewel Erland Cooper de sleutelfiguur lijkt, heb ik zo’n vermoeden dat Hannah Peel de belangrijkste rol heeft gespeeld bij het project. Zij is namelijk niet alleen zangeres en liedjesschrijver, maar ook arrangeur. En de arrangementen, daar draait het om. Sfeervolle, de eenzaamheid en het majestueuze van de ruige zee, de zwarte rotsen en de voorbij jagende wolken benadrukkende soundscapes zijn het. De ingrediënten bestaan niet alleen uit klassieke orkestonderdelen (violen, blazers in allerlei soorten, percussie), maar ook uit scheepsbellen, sirenenzang en allerhande geluiden uit doosjes. De laatste zijn nogal eens nadrukkelijk aanwezig. Samen met het zo nu en dan wel erg bombastische geluid, zorgen ze ervoor dat deze symfonie niet altijd even makkelijk wegluistert. De verpakking is overigens wel erg mooi en de foto’s het bekijken meer dan waard.
File Under: Eilandgevoel
File Video: [Bay of Skaill]
de-Affaire 2012 - Napret (zaterdag/zondag)
Het is de week van de vierdaagse, een wandeltocht waar vele duizenden deelnemers blaren aan de voeten krijgen en Nijmegen wordt overspoeld door wandelaars of bezoekers aan de wandeltocht de vierdaagsefeesten. Als inwoner van Nijmegen maak ik me al jaren niet zo druk meer over die wandeltocht, maar stort ik me met mijn muzikale hart en ziel liever in het festival waar de ware muziekliefhebbers hun vingers bij aflikken: de-Affaire. In de loop der jaren is het festival in het Valkhofpark uitgegroeid tot een bijzonder fijne plek om al het platte feestgedruis elders te ontlopen, en je in het mooie park te laten verwennen met een interessante verzameling van talent en andere acts voor fijnproevers.
Net zoals vorig jaar is de zaterdag helaas een natte bedoening. Het regent soms flink door, maar dat weerhoudt er veel mensen toch niet van om de eerste avond van de-Affaire te bezoeken. Het is opvallend druk zelfs, maar de zaterdagavond is dan ook wel een fijne uitgaansavond en het programma is bijzonder goed gevuld. Dat wordt keuzes maken, al ben ik natuurlijk weer veel te eigenwijs en hop vanavond eigenlijk te veel langs verschillende podia om maar niets te missen. Het is ook de avond van FortaRock langs de Voerweg, en dan weet je dat goede acts krijgt voorgeschoteld op metalgebied. Wat dat betreft stelt de organisatie van FortaRock zelden teleur. Het podium is daar ruimer opgezet dan andere jaren, maar het veld blijkt vanavond toch wat klein om alle metalliefhebbers een goed plekje te bieden.
The Road Home - Old Hearts
The Road Home wordt onze nieuwe Nederlandse trots. Want, hoe goed kun je Bad Religion laten opgaan in The Gaslight Anthem? Het lijkt zo simpel. Je neemt wat ouderwetse rock & roll, wat R&B, wat country en een dosis punkrock en de klus is geklaard. Simpel, zou je zeggen. Totdat je er achter komt dat het snel gekunsteld klinkt. Of je moet The Living End heten, of Alkaline Trio of Jimmy Eat World. Welnu, deze gasten uit Enschede hebben de perfecte combi van punkrock en rock in hun genen zitten en schotelen met Old Hearts vijf krachtige kortstondige parels voor. Op den duur mag het allemaal ietsje rauwer. Op sommige momenten wil je net even wat extra intentie, meer boosheid en oprechte frustratie. Aan de andere kant, hoe lang heeft Mike Ness er wel niet over gedaan om met zijn Social Distortion de perfecte balans te vinden tussen punk en pure, onversneden rock & roll? Dat bedoel ik! Er ligt een glansrijke carrière voor deze Tukkers in het verschiet. De aftrap is er. Qua productie heeft The Road Home ook al alles in het snotje. Nu is het slechts een kwestie van veel, heel veel nieuwe songs schrijven en bands als Volbeat alle hoeken van de kamer te laten zien. Ik zie The Road Home zomaar in staat tot glansrijke tournees over de grote plas. Het kan alleen maar leuker en interessanter worden.
File Under: Oprechte tukkerspunkpop
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Social: [Twitter][Facebook]
Nick Pride & The Pimptones
Jamal Thomas Band ft. Fred Wesley
Sweet Billy Pilgrim - Crown and Treaty
Pffff, daar zit ik dan achter de pc om een stukje te tikken over de nieuwe van Sweet Billy Pilgrim. ´Wie?´, denkt u mogelijk. Nou, ik zal u verder helpen. Het kwartet heeft als basis Engeland en in hun midden zit zowaar een Nederlander: Tim Elsenburg. Hun vorige album Twice Born Men (2009) werd zeker in Engeland goed ontvangen en won daar zelfs de Mercury Prize. Crown And Treaty is de opvolger en zij staan te boek als makers van art rock / prog rock. Het is in ieder geval muziek waar over nagedacht is en het zeker niet van een genre moet hebben. Met referenties naar bandnamen zou ik hier kunnen strooien, maar die kun je zelf wel bij elkaar googlen. Niet dat ik er te beroerd voor ben, maar het dekt de lading nooit, daar is Crown And Treaty te eigenzinnig voor. Het album bevat negen tracks met een totale tijdsduur van net geen vijftig minuten. Het is geen hap-slik-volgend-plaatje-muziek. Je moet moeite doen om bij de kern te komen. Daar ben ik echter na een week nog steeds niet. Misschien is het in mijn muzikale beleving net wat te gekunsteld of te theatraal, maar ik leg het schijfje even aan de kant om het over een paar weken weer te draaien. Wie weet wat er zich nog ontwikkelt tussen Sweet Billy Pilgrim en ondergetekende.
File Under: Muziek is kunst
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter][Facebook]
Mara Sophie / Daisy Cools
De 29-jarige Mara Sophie Peelen schopte het in de eerste editie van The Voice of Holland tot de battles, waarin ze uitgeschakeld werd door Kim de Boer, die uiteindelijk de derde plaats behaalde. Ik stel me even voor dat ik jurylid ben en deze Mara Sophie moet beoordelen aan de hand van haar tweede cd Great Day. Ik hoor een dertien-in-een-dozijn zangeres niet onaardige maar zeker ook geen hoogstaande jazz-popliedjes zingen. Dat klinkt onaardiger dan dat ik het bedoel. Mara Sophie heeft echt een goede stem met een lekker hees ruisje. Dat klinkt lekker als ze een beetje op de jazzy toer gaat, zoals in "Slip Away" en "Let You Out". Ook Aerosmiths "Pink" geeft ze een aardige bewerking. Dat ze met een 9,5 afstudeerde aan het conservatorium, richting jazz, is te horen. Ze zingt technisch prima. Dat ze een tijdje bij Angela Groothuizen heeft gezongen is ook te horen, haar stem lijkt soms wel wat op die van Groothuizen. En dat is mijn grootste probleem met Mara Sophie. Het heeft te weinig een eigen smoel en het is te steriel, het raakt me niet. Vakjury's zouden ongetwijfeld veel punten geven aan haar stemtechniek en haar vlekkeloze uitvoering van Sarah McLachlans "Angel". Ik hoor liever een stem die technisch iets minder perfect is maar me wél bij mijn lurven grijpt.
Enthousiaster word ik van de Ep The Palermo File van Daisy Cools. Het is de tweede EP in de reeks van zes van The Europe Files waarvoor Cools voor een periode naar een Europese stad verhuist en daar liedjes schrijft en opneemt. De eerste EP, The Paris File, is gemaakt in, jawel, Parijs, voor The Palermo File verbleef Daisy Cools vier maanden in de Sicilliaanse hoofdstad. De Zuideuropese warmte en het zwoele van het klimaat is terug te horen in de vijf melodieuze popsongs op de EP. Cools leerde zelfs Italiaans en nam één Italiaans nummer op, "Lascia La Chiave". Single "Reset" zou het uitstekend doen als zomerhit op de radio. Cools' stem doet af en toe denken aan die van Andrea Corr van The Corrs. The Palermo File is een prima passage in het Europese reisdagboek van Daisy Cools. Ben benieuwd naar de volgende delen die naar verluidt over respectievelijk Lissabon en Dublin zullen gaan.
File Under: Ik draai er mijn stoel niet voor om
File Audio: [Player op haar website]
File Video: [Pink]
File Twitter: [Tweets van Mara Sophie]
File: Daisy Cools - The Palermo File
File Under: Tweede deel van muzikale rondreis door Europa
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Reset]
File Twitter: [Tweets van Daisy Cools]
Week 29, 2012
DubbelMono
Mary & Me - We Go Round
Storm
Esben And The witch - Violent Cries
Ramon
fIREHOSE - lowFLOWs: The Columbia Anthology ('91-'93)
Jasper
Bobby Womack - The Bravest Man In The Universe
Ludo
Frank Zappa - 200 Motels
Ewie
Hooded Fang - Tosta Mista
Prikkie
Million$ Reload - A Sinner's Saint
tbeest
de-Affaire @ Valkhofpark, Nijmegen
Janineka
Alison Krauss & Union Station @ Carré, Amsterdam
Gr.R.
Ken Caillat - Making Rumours: The Inside Story of the Classic Fleetwood Mac Album
Kiss the Anus of a Black Cat
de-Affaire 2012 - Voorpret (maandag t/m vrijdag)
De vierdaagse wandeltocht begint pas op dinsdag in Nijmegen, maar festival de-Affaire gaat maandag al vrolijk zijn derde dag in. Hieronder een overzicht van een aantal bands die de rest van de week op het festival in het Valkhofpark staan.
Maandag
Op maandag heb ik niet echt een act aangekruist die ik per se moet zien, dus ik laat me graag verrassen. De kans om iets uit Afrika tegen te komen is groot, want dat continent is een rode draad in het schema vanavond. Zo is Omara Moctar van Bombino een gitaarheld uit de woestijn, die met zijn Jimi Hendrix-achtige gitaarspel de Toearegblues speelt op een bedje van hitsige Afrikaanse ritmes. Ja, daar krijg je het wel warm van. Awesome Tapes From Africa is precies wat het zegt. Brian Shimkovitz is antropoloog en verzamelt al jaren obscure cassettebandjes uit Afrika en publiceert deze op zijn blog.
Denvis & The Real Deal - Corazón
Grote bek, klein hartje, is de kortst mogelijke recensie van Corazón, de derde plaat die Dennis Grotenhuis aka Denvis met The Real Deal maakte. Na twee rechttoe rechtaan rockplaten met The Spades zoekt Denvis het al een tijdje in verbreding van zijn horizon. In de bio wordt trots melding gemaakt van de vele en verre reizen die hij gemaakt heeft en ook muzikaal blijft het niet bij een landsstreek. We horen Mexicaanse klanken in opener en titelnummer "Corazón", met piano, zangeressen en veel schetterende blazers, maar ook een driftig solerende gitaar. In dezelfde hoek zit het grappige, naar Mink DeVille knipogende "Hot Harlem Nights". De tweede track is een ballade met een aardige knipoog naar Johnny Cash: het lichtelijk melodramatische "A Boy Named Lou" (to my son). "Flush" is een afscheid-van-de-drugs-liedje , wederom met piano en driftige gitaarsolo, dat net als "A Boy Named Lou" de oudere en wijzere rocker laat horen. Het zijn niet voor niets allemaal rootsnummers. Er is geen verzameling genres te vinden dat zoveel ruimte biedt aan kleine hartjes met grote bekken. En Denvis voelt zich er wonderwel in thuis. Nu alleen dat nederengels nog even wegwerken en Denvis spreekt de wereldtaal van rock ‘n’ roll als geen ander.
File Under: Eerst Brabant, dan de wereld
File Video: [ Corazón live]
Randy Brecker ft Mike Del Forro
Vadoinmessico / Sleepy Sun
Behalve de bandnaam en de kriebelig opgeschreven tracktitels is er niets ingewikkelds aan Vadoinmessico. De Londense globetrotters maken een bijzonder smakelijke cocktail van wereldmuziek en indiepop, met precies genoeg psychedelische prik. Alsof de jongens van The Coral een tropische koraalvakantie achter de rug hebben, en nu met buikdanseressen en wuivende palmbomen in de kop wat liedjes hebben gepend. Die hebben dan ook titels als “The Adventure of a Diver” en “Pepita, Queen of the Animals”. In de leukste nummers(“Teeo”!) schurkt de zanger lekker vals tegen de noten aan, als ware hij Rod Stewart. Ritmisch doet men nergens zo ingewikkeld als Born Ruffians of The Dodos. Je moet er wel losjes op kunnen bewegen tenslotte. Ik hoop dat ze live net zo'n leuke vocaliste annex bezopen danseres meenemen als de wat pun(k)tiger rockende Kabeedies. Voor de platenspeler thuis is Archaeology of the Future een betere keuze. Het album staat meteen, en is zonder ergens écht te excelleren ook niet kapot te draaien. Een mooie staalkaart van volkomen vertrouwd aanvoelende indie-melodieën, en dan heb ik de scherpste vergelijking achterwege gelaten.
De Frisco-rockers van Sleepy Sun zijn ook psychedelisch, maar dan wel van het type veertig jaar dolen in de woestijn. Ik verwacht dat ze de liedjes van Spine Hits, die ze hier meestal netjes binnen de vier minuten houden, op het podium oprekken naar het driedubbele. Dat kan prima, want het boeiende aan Sleepy Sun is dat ze de classic rock houthakkers-riffs bínnen de nummers vrij abrupt afwisselen met meer stemmige, melancholische passages. Je kunt dat 'zoekende' noemen, maar ik vind dat soort rock op de tast eigenlijk wel fascinerend. En het werkt best aardig, want zanger Bret Constantino bezit zowel de sardonische sneer als het gevoelvolle braampje. Laten we “Yellow End” als voorbeeld nemen. Het liedje start zacht, met kringelende gitaren, en Constantino die vraagt om 'your thoughts aside' te zetten. Drums en bas vallen in, en langzaam begint het hart van het nummer te pompen. Je denkt dat ze een sprintje gaan trekken richting Black Mountain, maar binnen een couplet keren de kansen en krijgt het liedje door de gedubbelde bibberende vocalen plots wat van dEUS' “Instant Street”. En dan zijn we nog niet eens halverwege, want “Yellow End” is een van de weinige nummers met een prominente gitaarsolo. Als tweede uitschieter stip ik ook nog even “Still Breathing” aan, een weinig verrassend maar lekker akoestisch rustpuntje met Bruce Springsteen-harmonica.
File Under: Met een metaaldetector op het strand
File Audio: [Messico-Space]
File: Sleepy Sun - Spine Hits
File Under: Verdwaald maar niet verloren
File Audio: [Sun-Space]
Ben Howard
Ben Howard is een egoïst op het podium. Althans, dat is zijn eigen mening. De jonge Engelsman leeft, ademt en eet muziek. Tijdens concerten beseft hij vaak pas na een paar nummers dat hij voor mensen staat te spelen. Hij is gefocust op zijn spel en wil zo perfect mogelijk presteren. Voor zichzelf, want hij wordt steeds populairder en ontvangt prachtige recensies. Ook zonder deze positieve reacties zou hij muziek blijven maken. Want dat zit in zijn bloed.
Lees verder..Spain - The Soul of Spain
'Baby I’m your miracle man / Tonight I’m gonna make you feel so good […] Baby I’m your angel of love / Tonight I’m coming down from above.' Ik kan me zo een rijtje hairmetal-bands uit de jaren tachtig voor de geest halen die met trots en strakke spandex een tekst als deze zouden zingen. Maar Josh Haden, voorman van Spain en ooit een van de interessantere figuren uit de slowcore, die over een Lou Reed-riff deze tekst zingt? Het was sowieso al een verrassing dat er een nieuwe plaat van Spain verschenen is. Hij hield er inmiddels een eigen website op na voor zijn whereabouts en elf jaar na I Believe (zeventien jaar na debuut The Blue Moods of Spain) had ik eerder op een soloproject ingezet. Maar The Soul of Spain klinkt alsof het vorige album pas twee jaar geleden verscheen. Nog steeds dezelfde stijlvolle, trage liedjes vol herhaling, zoals ook Codeine of, ietsje later, Bill Callahan die maakten. Het enige verschil is dat de band hier en daar wat heftiger uit de hoek komt en de gitaren dan volop van distortion gebruik mogen maken. Ook de lichte jazz-invloeden (vader en jazz-bassist Charlie Haden kijkt goedkeurend toe) zijn gebleven, net als de donkerbruine stem van Josh Haden zelf die zijn spaarzame tekstregels graag eenvoudig houdt.
File Under: Langzame tango
File Video: [Spain presents The Soul of Spain]
de-Affaire 2012 - Voorpret (zaterdag/zondag)
Zaterdag aanstaande begint weer het intieme festival de-Affaire in het pittoreske Valkhofpark in Nijmegen. Voor mij een goede reden om de hele week vrij te nemen om optimaal te kunnen genieten van zo'n mooi festival op maar tien minuten fietsen van huis. Zeven dagen lang wordt het bezocht door liefhebbers van alternatieve muziek in diverse uiteenlopende genres. Het park is dan ook een heerlijk toevluchtsoord en een oase van genot als je het vergelijkt met de coverbands en andere TROS-hoempapa elders in de stad, want het is de week van de Vierdaagse wandeltocht en de Vierdaagsefeesten. Al weer meer dan tien jaar zorgt programmeur Robert Meijerink naast zijn werk voor Doornroosje en Eurosonic/Noorderslag voor een uniek affiche voor de-Affaire, met een mooie verzameling van aanstormend talent en andere aansprekende bands die nog niet door het grote publiek zijn ontdekt. Zo blijkt het al jaren een goed showcasefestival waar al eerder acts stonden als Godspeed You! Black Emperor, Jamie Lidell, Zita Swoon, John Grant, Triggerfinger, Selah Sue, Blood Red Shoes, HEALTH, Cold War Kids, New Cool Collective, Blaudzun, De Staat, Roosbeef en Battles. Ook dit jaar belooft weer een sterke editie te worden met optredens van Twin Shadow, Rats on Rafts, Red Fang, Ufomammut, Kurt Vile and the Violators, Sharon van Etten, Lou Barlow, Getatchew Mekuria & The Ex, Zola Jesus, Elektro Guzzi, Breton, Bart Constant, Molly Nilsson en Ewert and the Two Dragons.
Lees verder..Shabazz Palaces - Black Up
MC Palaceer Lazaro is de relaxte rapper achter Shabazz Palaces. Waar kennen we de man nog meer van? Van Digable Planets als rapper Ishmael Butler. Nu met dit debuut op het legendarische gitaarrock-label Sub Pop mixt Butler hiphop met drum ‘n bass, dubstep en Prince-achtige electrofunk. Black Up is een luisterplaat geworden, haast een concept-album dat zich kan meten met Massive Attacks Mezzanine. Hij laat soundscapes overlopen in jazzy loops en maakt van bombastische filmmuziek behapbare funky breaks. Lazaro is er de persoon niet naar om zich een flink auditief op de borst te kloppen. Hij houdt zich afzijdig van de egotripperij die leidraad is geworden in de Amerikaanse hiphop. Liever zondert de man zich af in zijn studio en plakt en knipt dat het een lieve lust is. Toch is hij niet wereldvreemd. Lazaro weet dondersgoed wat werkt en wat niet. Wat hip is en wat snel is uitgewerkt. Je merkt aan alles dat hij als een Lil Wayne op 16 toeren te werk gaat. Het hoeft allemaal niet zo overhaast. Verder verdiept hij zich in het communicatieve aspect van hiphop. Hij vraagt zich hardop af in hoeverre hiphop nog een constructieve boodschap heeft voor de zwarte bevolking in Amerika. Moet je je als rapper nog hard maken voor de samenleving of ga je slechts een plaatje in elkaar knallen waarop wat gedanst en gefeest wordt? Zo hark je als artiest snel geld bij elkaar en kun je de mensen van MTV Cribs snel je megaluxe lifestyle laten zien. Ishmael Butler gaat gelukkig nog uit van een opvoedkundige waarde. Zijn samplekeuze gaat terug tot het drumwerk van Gene Krupa. Vocaal predikt hij bewustwording, geschiedenis en saamhorigheid. Want, ondanks dat Amerika een zwarte president heeft, is in het machtigste land ter wereld de verdeeldheid groter dan ooit tevoren. Butler drukt op Black Up duidelijke punten.
File Under: Saamhorigheidsdingetje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Short Film] [Are You... Can You... Were You...?][Full Album Stream]
File Social: [Facebook]
Le Super Borgou de Parakou - The Bariba Sound
Het is een spannend verhaal: hoe soul , funk en psychedelica ergens eind jaren zestig, begin jaren zeventig West-Afrika binnen kwam. Het Duitse (zaten die niet vooral in Oost-Afrika?) label Analog Africa is gespecialiseerd in reissues en verzamelalbums van muziek uit die periode en van dat continent. De site van dit platenmaatschappijtje is nog steeds onder constructie, dus het is zoeken hoe hun discografie er exact uitziet, maar oprichter Samy Ben Rdjeb lijkt een verzamelaar en platenbaas te zijn die zich kan meten met Roger Maglio van Gear Fab. Zo kan het gebeuren dat een orkest als Le Super Borgou de Parakou al op een compilatie met de briljante titel African Scream Contest: Raw & Psychedelic Afro Sounds from Benin & Togo terecht kwam en we nu meer dan zestig minuten van deze act uit Benin voorgeschoteld krijgen. Dat betekent dat we in het prachtige hoesje - Rdjeb weet niet alleen bijzondere bands, maar ook goede vormgevers te vinden - een cd vol vurige highlife en gemuteerde funk vinden. Een Fundgrube voor bizarre breakbeats, mooi en razendsnel gitaarwerk en gitaareffecten (de wah-wah is erg populair) en kekke orgeltjes. De titels en teksten zijn niet te onthouden , laat staan te verstaan, wat maakt dat het soms lastig is net dat ene geweldige nummer ("Wegne Nda M’Banza" bijvoorbeeld) terug te vinden. Maar het is zeker geen straf om wat langer bij dit soort uitgaven stil te moeten staan.
File Under: Highlife heet niet voor niets zo
File Audio: [Sembe Sembe Boudou]
Million $ Reload - A Sinner's Saint
Opener "Fight The System" laat geen misverstanden bestaan over het grote voorbeeld voor Million $ Reload. Snelle, vuige classic rock, Guns N'Roses is het voorland van deze Noord-Ieren. Nee, zanger Phil Conalane is geen Axl Rose, gitarist Andy Mack is geen Slash, maar laten we wel zijn, die twee kun je ook beter niet in één band hebben. Guns 'n Roses wist songs steevast te voorzien van een killerriff of een refrein waardoor het ineens heel veel beter werd dat al die andere rockbandjes. Ook dit Million $ Reload slaagt daar steeds weer in. Daar schijnen nogal eens Guns N' Roses, AC/DC en Cinderella doorheen, maar ach, je kunt slechtere voorbeelden hebben. De productie is helder en toch ruig, met de gitaren voorin het geluidsbeeld. Ook daarin lijken ze erg goed naar AC/DC te hebben geluisterd. Als ze dan ook nog eens een degelijke powerballad in huis blijken te hebben ("Broken") kun je alleen maar concluderen dat dit een degelijk en verrassend vermakelijk bandje is. Million $ Reload heeft al in het voorprogramma van bands als Thunder en The Darkness gestaan. Voor de eredivisie zijn ze niet origineel genoeg, maar als ze dit live kunnen waarmaken zou het me niet verbazen als ze binnenkort in het voorprogramma van nog veel grotere bands opsieren.
File Under: Verrassend lekker
File Spotify: [A Sinner's Saint]
File Video: ["Bullets In The Sky"]
The Skeptics - The Complete Early Years 1965-1969
De titel doet vermoeden dat we hier te maken hebben met opnames uit de tijd dat deze band nog niet bekend was, nog bezig was zich te ontwikkelen. Niets is minder waar, hun eerste jaren waren hun hoogtijdagen, in elk geval kwalitatief. (We hebben het overigens over de Amerikaanse band The Skeptics, niet over hun Nieuw-Zeelandse naamgenoten die begin jaren tachtig actief waren.) Op deze cd heeft Gear Fab alle nummers verzameld uit de eerste vier jaar van deze garageband uit Oklahoma. The Skeptics hadden een ding voor op hun concurrenten: ze hadden een zanger die ook liedjes schreef. Jerry Waugh was zijn naam en hij hoewel hij een zwakke zanger was, waren zijn songs in orde. Toch lukte het niet om meer dan regionaal succes te boeken en voor hun derde single lukte het The Skeptics om Wayne Carson Thompson in te schakelen. Hij was de man die grote hits - ook nu nog klassiekers - op zijn naam had staan: "Always On My Mind" en "The Letter". Hij schreef "Bit O Honey" (met een fantastisch ontsporend orgeltje) en "East Side Tenement House" voor ze, beide verzameld op hun derde single. Maar ook dat bracht geen doorbraak en Jerry Waugh verliet de band. The Skeptics ontwikkelde zich vervolgens tot een, getuige het laatste nummer op deze cd, oninteressante funkrock-outifit.
File Under: Schatgraven
File Video: [Turn It On]
Squarepusher - Ufabulum / Enstrobia
Wow, Tom Jenkinson is terug. En hoe! Hij heeft in zijn vele werk al heel wat stijlen uitgeprobeerd en door elkaar gesmeten, van breakbeat, acid en jazz tot loungeballads. (Voorbeeld van dat laatste: "Tommib" staat dankzij de Lost In Translation-soundtrack nog altijd in zijn 'meest beluisterd' top 10 op last.fm). Maar nog nooit werd het oeuvre van Squarepusher zo goed samengevat als op Ufabulum. Het is zoals ik me Jenkinson live op zijn best herinner, en dit is het album dat de komende jaren uit de kast gaat komen als ik mensen wil laten horen wat er nu zo briljant aan vind. De eerste 40 seconden van openingstrack "4001" geven het al weg: dit wordt een episch album op twee snelheden, met messcherpe flipperkasttechno en slome melancholische sciencefictionfilm-synthesizers dwars door elkaar. "Unreal Square" mengt twee andere uitersten: hoge bliepjes met een lome dubsfeer. Jenkinson zelf mengt vooral hoofd en hart; het vergt een talent apart om tegelijkertijd zulke knappe geluiden uit je machinerie te krijgen en daarmee dan toch een melodie te componeren die als groter geheel óók blijft hangen. Niet dat het overal lukt, "Red in blue" klinkt als een keyboardtestje dat je ook in een kerk zou kunnen horen en "The Metallurgist" is juist enkel Venetian Snares-gekte. Verder ben ik er (zeker na de vorige recensie) blij mee dat de gebruikelijke extra EP nu bij het album is gebundeld, maar zo bijzonder is die dit keer niet. Verder moeten de schitterende vormgeving en het boekje bij Ufabulum genoemd worden. Heul veul kleine LED-lichtjes vormen het thema, denk Beach House maar dan extremer. Dat belooft niet alleen bijzondere optredens, zoals komende week op Dour, maar dankzij Ufabulum ook een muzikaal volledige wedergeboorte. Rivaal Aphex Twin mag wel eens met iets heel goeds komen om revanche te nemen op deze superplaat.
File Under: De freak is terug
File Video: [Dark Steering]
The Risque - For The Kids
Eindhoven heeft weer een ouderwets garagerockbandje. Dit keer is dat The Risque, dat het exacte midden is tussen The Hives en De Staat. Zelf geeft de band referenties op naar The Wipers en Hot Snakes. Nou moet je van heel goede huize komen wil je bij mij op gelijke voet komen met mijnheer Greg Sage. Maar, ik begrijp de identiteit wel. De rol voor de scherpe gitaarpartijen en de punky houding van deze band hebben een aardig ‘Over The Edge’-gehalte. Het snelle gehak, de simpele maar doeltreffende riffs maken van The Risque een variant op The Buzzcocks. Het is al heel wat dat een jong bandje anno nu geen pretenties heeft, maar juist met een no-nonsense houding een rechttoe-rechtaan punkplaatje maakt. Zijn er dan nog minpunten? Jawel, de zang en samenzang mogen wel wat rauwer. Ze zijn te verzorgd en steken raar af tegen het snotty gitaargeluid. Aan de andere kant, we hebben er ruim dertig jaar over gedaan om anti-vocalen van een Pete Shelley en een Johnny Rotten te kunnen waarderen. Gaan we nu opeens dan moeilijk doen over vocalen die wel verzorgd zijn en zuiver? Ik dacht van niet. Ik ben benieuwd hoe lang het zal duren eer The Risque met zijn drie minuten-songs tot de A-rotatie van 3FM gaat behoren. The Risque lijkt me in de wieg gelegd voor de Eric Cortons van deze wereld.
File Under: Young, loud and snotty
File Audio: [Op hun eigen website]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Facebook]
John K. Samson - Provincial
Soms hoor je iemand zingen en dan weet je zeker dat je hem of haar eerder gehoord hebt, je kunt er alleen niet opkomen wie het is. Toen ik Provincial van John K. Samson opzette wist ik meteen dat ik zijn stem eerder gehoord had. Zijn naam deed alleen geen enkel licht bij mij opgaan. Google is your friend in deze, want binnen luttele seconden wist ik dat deze meneer Samson de zanger is van de leuke folkrockband The Weakerthans. De cd Left & Leaving uit 2000 was mijn kennismaking met deze Canadese band en deze staat vol fijne folkrock met rake en goede teksten. Na drie EP's brengt Weakerthans-voorman John K. Samson nu zijn eerste volwaardige solo-cd uit. Eigenlijk doet hij daarop hetzelfde als wat hij met zijn bandje doet. Twaalf goed in het gehoor liggende liedjes met de nadruk op goede teksten staan er op Provincial. De plaat gaat over het leven van alledag in de provincie Manitoba in Canada. Samson woont in Winnipeg, de hoofdstad van Manitoba. Hij weet de songs echter zo universeel te maken dat ze niet enkel aansprekend zijn voor inwoners van Manitoba maar dat een ieder zich er in kan herkennen. "When I Write My Master's Thesis" gaat bijvoorbeeld over afstuderen en "The Last And" over het einde van een verhouding van een leraar met een collega. Op "Taps Reversed" zingt singer-songwriter Christine Fellows, Samsons echtgenote, mee. Hoewel de titel van de plaat Provincial is, krijg je na beluistering niet zozeer een beeld van het alledaagse leven in Manitoba maar een kijkje in het leven van mensen waar dan ook ter wereld, met alle ups en downs die daarbij horen.
File Under: Het alledaagse leven met een Manitobian twist
File Audio: [Grooveshark]
File Video: [When I Write My Master's Thesis]
Week 28, 2012
Storm
Eins, zwei orchestra
Ludo
Alt-J - An Awesome Wave
DubbelMono
Wildwood - Plastic People
Stonehead
Netsky - 2
Prikkie
Uli Jon Roth - Metamorphosis
Jasper
Cold Specks - I Predict A Graceful Expulsion
Gr.R.
Die Antwoord - I Fink U Freeky
Janineka
Caleb Groh - Botomless Coffee
Ewie
Sparklehorse - Wonderful Life (track in film La Délicatesse)
tbeest
Rock Werchter
André
Blonde Redhead @ Cactus Festival, Brugge
Precious Jules - Precious Jules
Je heet Kim Salmon, bent net bijgezet in de Australische Hall of Fame en je komt met een ordinaire punkrockplaat uit vol agitpunk en ronkende gitaren? Een gemiddelde puber denkt dan: “Kim wie? Ik koop lekker de nieuwe van Alabama Shakes omdat dat zo lijkt op de oude White Stripes. Wat moet ik met een ouwe Australische punkzeurkous?” Tja, dan gaat de leeftijd toch tellen. Dan maakt het blijkbaar niet uit dat je met alles en iedereen het podium hebt gedeeld. Dan maakt het niet uit dat je als The Scientists en als Beasts Of Bourbon het muzikale landschap van Australië voorgoed hebt veranderd en dat je de aanstichter bent van de grunge-beweging in Seattle. Dan zegt het je waarschijnlijk niets hoe waardevol Salmons samenwerking was met Died Pretty-zanger Ron Pero en dan zal dit plaatje ook niets voor je kunnen en willen betekenen.Wie zich een klein beetje openstelt voor Salmon hoort een prachtplaat die de echte blauwdruk is voor Exile On Main Street van The Rolling Stones. Salmon werkt in elf songs oude R&B, punk, rock en sleazy garagerock in hoog tempo af. En dat slechts met twee man in Precious Jules. Wie houdt van Penthouse, Chrome Cranks, Jesus Lizard, Died Pretty en Beasts Of Bourbon, die kan genieten en achterover leunen bij dit stiekem verdomd goede tussendoortje van een ouwe, maar een voor bewezen diensten onderscheiden, rocker.
File Under: Australische rockdinosaurus veert op
File Audio: [MySpace] [Soundcloud]
File Video: [Shine Some Darkness] [The Precious Jules Theme]
Wigelius - Reinventions
De schrik slaat me om het hart als ik de voorpagina van de site van Wigelius lees. Hoe het gezelschap verkocht moet worden blijkt daar al uit een paar zinnetjes: 'This is a hit, hungry, horny and amazingly talented new band, plus they look amazingly good' en 'Anders is in his early 20's, which is an advantage when creating new ways of marketing modern AOR.' Dat record execs zo met elkaar praten over een nieuwe act moeten ze zelf weten. Maar moet ik als muziekliefhebber blij worden van het feit dat Wigelius een marketingconcept is in plaats van een artiest? De muzikale aanpak zou me overigens al snel tot dezelfde conclusie hebben gebracht. Bemoeienis van grote namen als Daniel Flores (Mind's Eye) en Harry Hess (Harem Scarem), poprocksongs met niet al te harde gitaren, dichtgesmeerd met toetsen, het is formule-AOR van de eerste tot de laatste minuut. Het intro van "Piece Of The Action" belooft iets meer blues, maar ook daar is de pret snel voorbij. "Love Can Be That Much" is een stuk minder glad, omdat de begeleiding grotendeels uit akoestische gitaar bestaat. Juist bij die spaarzame begeleiding is te horen dat Wigelius inderdaad een prima stem heeft. En een accent dat nog wat werk behoeft, dat wel. Maar voor de rest is het louter formulewerk. Wigelius is ontdekt via de televisieshow True Talent, met zijn versie van Journey's "Don't Stop Believin'", waarmee meteen de stijl van titel - R3INV3NT1ONS - en afbeelding verklaard zijn. Reinventions past helemaal in het beeld van de X-Factor artiest: goede stem, inwisselbare plaat en na een paar jaar weet niemand meer wie Anders Wigelius ook alweer was.
File Under: Gut, was dat niet die... eh....?
File Video: ["Angeline"]
Pinkunoizu - Free Time!
Om met de door mij licht verbasterde woorden van de fameuze Bolke de Beer te spreken: ´je hebt mensen in alle maten´. Je hebt mensen die nooit maar zelfs één poging tot creativiteit zullen doen, je hebt ook mensen die hier helemaal van overstromen. De kunst is dan wel dat je deze creativiteit weet te vangen op een manier dat een ander er ook nog wat mee kan. Of het althans zo presenteert dat er mensen aan kunnen haken. Het Deense viertal Pinkunoizu, nu woonachtig in Berlijn, weet er in ieder geval een bont spektakel van te maken op hun debuutalbum Free Time! Opener "Time Is Like A Melody" linkt naar moderne en - gezien de titel niet verrassende - melodieuze folkpop. Hierna is het net of er een hippe uit Brooklyn afkomstige band à la MGMT het overneemt in het licht psychedelische "Myriad Piramid". Vervolgens wordt het vliegende tapijt ingezet en brengt de wind in "Cyborg Manifesto" de waterpijp dichtbij, maar is er ook nog van enige twang sprake. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Free Time! is een interessant project dat ruim 45 minuten bestrijkt. Het enige jammer is dat het uiteindelijk wat inzakt. Dit kan door de lengte komen die wat ingekort had kunnen worden, maar als de gitaar - die in het begin nog wel en grote rol heeft - een prominentere plek had gekregen in het afsluitende, acht minuut durende "Somber Ground", dan was het mogelijk de perfecte avontuurlijke trip geweest. Bij de release krijg je inlogcodes waarmee je naast de mp3´s van dit album ook nog drie extra tracks kunt downloaden. Dat ga ik nu doen, nu ik het album langzaam heb laten bezinken.
File Under: Ideeënbombardement
File Audio: [MySpace]
File Video: [Time Is Like A Melody]
File Social: [Twitter][Facebook]
Guillemots - Hello Land!
Donderdag voerden Peter Bruyn en Atze de Vrieze een mooie discussie op Twitter. Consumenten willen iets snel en willen het nu, beargumenteerde Atze, dus moet die muziek van het Ultra-label gewoon op Spotify. Maar, zo riposteerde Peter, datgene waar je moeite voor moet doen, houdt wel de liefde veel beter vast van degene die het vindt. Voor allebei is iets te zeggen. Voor de nieuwe, vierde plaat van de Guillemots geldt het op drie manieren. Allereerst moet je 'm maar net tegenkomen, want hij is alleen op internet te krijgen. Sterker nog, er gaan dit jaar in totaal vier albums uitkomen via hun website The Emporium of Fine Things. De Guillemots doen een Robyntje. Acht nummers staan er op hun eerste album van 2012, Hello Land. De band heeft in Noorwegen een studio geregeld en keert daar dit jaar een aantal keren terug, met het voornemen om alle rust en tijd uit te trekken voor muziek, en allerlei gekke video's op hun YouTube te gooien. En dat hoor je. "I give in. I play by all the rules of outside - but my love, I think it's gonna rain", zo zingt Fyfe Dangerfield, waarna een schitterend, spookachtig stuk neurie-outro volgt dat absoluut niet op de radio past. Dat kwetsbare, zoals de band het ook had op hun eerste EP's in 2005, dat is wat de Guillemots zo ongelooflijk goed maakt. Je moet er als luisteraar de moeite voor willen doen, en dan betaalt het zich uit. Maar de track erna is vooral irritant zweverig. Zo lelijk als de galm in "Byebyeland" is, zo mooi is-ie in het shoegazerige "Lie Down", dat een Oasis-nummer had kunnen zijn. Guillemots scheert langs de rafelranden van de pop. Het gaat dit jaar nog mooie en mysterieuze liedjes opleveren. Maar net als de vorige plaat is Hello Land! als geheel een rommeltje, en mag de band zelf óók wel eens moeite ervoor doen om een hoog niveau te behouden. Als dat met het uitbrengen van vier zooitjes op een rij moet, allez dan maar.
File Download: [Een los trackje]
File Audio: [Soundcloud]
Black Dice / THEESatisfaction
Toevallig luisterde ik van de week ook naar de nieuwe Squarepusher. Waar de Britse electronica-tovenaar met de meest geavanceerde software het bloed onder je nagels vandaan haalt, doen de noiserockers van Black Dice dat met de gereedschapskist van een stratenmaker. Neubauten! Mr. Impossible klinkt - naast onmogelijk - alsof ze IDM op materiaal uitvoeren dat ze in een recyclewinkel hebben gevonden. U voelt de dooddoener al aankomen; dit is vooral 'interessante' muziek. Een goedwillende recensie zit er echter geen moment in, daarvoor vind ik hun obsessie met rafelige, krassende en schurende ritmiek te overheersend, en simpelweg saai. Ik weet ook wel dat je hier geen meefluitbare melodie hoeft te verwachten, maar Squarepusher heeft dan in elk geval nog wat akkoorden in voorraad. Wat dat betreft gaat hier gewoon af en toe een koelkast aan. Vocalen hadden wellicht nog voor wat structuur (en bovenal lol à la Psychedelic Horseshit) kunnen zorgen. Maar als er al eens een stemmetje opduikt is dat al even heftig vervormd (en daarmee geïnstrumentaliseerd) als alle andere elementen. Als dit album vijf minuten later was afgelopen had ik mijn kop kaalgeschoren en was ik met een plastic hamer aux raus gerend om willekeurige voorbijgangers neer te hakkûh.
Voor het onmogelijk getitelde awE naturalE blijven we lekker binnen, want het debuut van THEESatisfaction is een seXXy privé-feestje. Met de spellingswijze van een en ander hebben we al het irritants aan dit tripje van een half uurtje meteen gehad. De twee meesteressen van dienst lukt in dit korte tijdbestek iets waar Erykah Badu een tijd terug nog twee volledige New Amerykah-albums voor nodig had. Ze brengen volledig onafhankelijk van de hitparade bedachte r&b, ze spacen cooler dan cool. Tegelijkertijd broeit het hier als de zweterigste dansvloer in de Bijlmer waarop ze Nicki Minaj rocken. Bracht Badu al een eerbetoon aan J Dilla, hier is de héle plaat gevuld met chillwavende beatschetsjes. Geloopte piano's zijn overal en de baslijnen wobbelen. De eerste acht liedjes zitten dermate vol spanning dat er wijselijk maar geen pauze wordt genomen. Cat zingt fraai, Stas rapt nog beter. Mysterieus, politiek en associatief. De hogepriesteres beveelt: 'leave your face at the door, turn off your swag'. Ergens heel ver weg barst de rave los. Lucy Pearls 'don't mess with my man' wordt hier 'don't funk with my groove'. Dat doen ze zelf al namelijk. Onverbiddelijk. Zo spannend, en almaar 'deeper'. Alleen al hoe die track 'erin valt' maakt het album fantastisch. 'When you look at the surface the world is flat, flatter than your ass'.
File Under: Met zulke betonblokken is het moeilijk nummers gooien
File Audio: [Black-Space]
File: THEESatisfaction - awE naturalE
File Under: DIESgoed
File Audio: [THEE-Space]
Newton's Cradle - Newton's Cradle EP
De informatie die ik kon vinden over Newton's Cradle was beperkt. Logisch, want ze deze Eindhovenaren hebben geen website, slechts een wat knullige Facebookpagina. Goedkoop is duurkoop, wanneer je je zo als band wilt profileren. Nou is dat misschien ook niet het eerste punt van aandacht. Newton's Cradle heeft eerst een cd opgenomen en pas daarna hun eerste optreden gehad, op 23 maart jongstleden. Volgens mij is dat de verkeerde volgorde geweest. Hun eigen beheer-EP met zes songs laat een band horen die aan het begin van zijn ontwikkeling staat. Elke song bestaat uit zorgvuldig gespeelde, maar erg basic riffs, die verraden dat ze simpelweg nog niet in staat zijn speelse muzikaliteit ten gehore ten brengen. Zo is "Slowly" een instrumentaal nummer van zeven minuten dat net genoeg inventiviteit heeft om twee minuten mee te vullen. Ook zangeres Forra heeft een ongeschoolde en daardoor wat vlakke stem, die het niveau ook niet kan verhogen. "Bad Fuse" is nog de beste song van het setje, maar zelfs die is met vijf minuten aan de lange kant. Een cd is veel en veel te vroeg voor deze band. Ik wens ze nog veel optredens toe en dan nog een keer een cd'tje proberen. Dit is 'm niet.
File Under: Later nog een keer proberen
File Audio: [CradleCloud]
Pedrito Diablo & Los Cadaveras - El Cuerno Del Chivo
Wat ik altijd vrij wonderlijk heb gevonden is dat Spaghetti-westerns van bijvoorbeeld Sergio Leone met veelal muziek van Ennio Morricone praktisch allemaal zijn opgenomen in de Spaanse Tabernaswoestijn. Louter productioneel waren de films in Italiaanse handen. Maar, het oog wil ook wat. Ik heb westerns nooit kunnen associëren met het Italiaanse platteland. Wel met Spanje en zijn karakteristieke landschap. Vandaar dat ik nog steeds moeite heb met de term spaghetti-western. Tot nu dan toch, want Pedrito Diablo eigent zich in elk geval de term western toe met een aanstekelijke instrumentale mix van surf, texmex en oude Bob Wayne-westerns. De beste westerns waren per slot van rekening gewoon Spaans. Dat Pedrito met zijn band dan maar gelijk Link Wray, Ventures, Friends of Dean Martinez en Phantom Surfers meepakt, is mooi meegenomen. Kan iemand mij trouwens uitleggen waarom surfmuziek zo vaak verward wordt met westerndeuntjes. Zijn de Kilima Hawaians eigenlijk een voorloper van Ennio Morricone? Zou hillbilly-muziek niet veel beter passen bij westerns, of bluegrass, of country? En waarom ontbreekt de banjo in veel na-oorlogse westernmuziek? En wie bepaalt het westerngehalte aan trompetten en mariachi’s? Kortom, Pedrito Diablo & Los Cadaveras heeft onderhuids een superlekker plaatje gesmeed met bongo’s, surfriedeltjes en trompetten dat vertrouwd aanvoelt. Maar echt begrijpen doe ik het niet. Net zo min als dat de Incredible Bongo Band nog steeds het fundament heeft gelegd voor de hiphop-identiteit van de neger in The Bronx.
File Under: Goede westernmuziek doet geen spaanse vlieg kwaad
Public Image Ltd. - This is PiL
'Ever feel like you've been cheated?' Met die woorden keerde de toenmalige Johnny Rotten de Engelse punkbeweging definitief de rug toe, om vervolgens Public Image Limited (oftewel PiL) op te richten. John Lydon staat nog steeds bekend als hét boegbeeld van de oude punk-habitus: tekenend, voor de gigantische culturele en maatschappelijke impact die The Sex Pistols in slechts drie jaar pophistorie heeft bewerkstelligd. Dat terwijl Lydon voor het grootste gedeelte van zijn carrière met PiL een van de meest invloedrijke post-punkbands ter wereld is. Sterker nog, het is te beargumenteren dat PiL de status quo mag claimen als de eerste, originele post-punkgroep.
Dankzij dit hilarische reclamespotje kreeg Lydon de financiële flexibiliteit om PiL terug te halen uit een sabbatical van bijna twintig jaar. Het uit eigen beheer uitgebrachte This Is PiL is het resultaat, een album dat meer lijkt de dienen als herintroductie dan als artistiek statement in de trant van Metal Box of Flowers Of Romance. Inmiddels zijn we dus een geheel nieuwe generatie verder en daar lijkt Lydon zich ook van bewust: 'Hi I'm John, and I'm from England!!', exclameert hij met zijn onmiskenbare, schrille, plat-Engelse sneer bij de single "One Drop". Het opvallende aan This Is PiL is dat de verstreken periode eigenlijk nergens evident is, ondanks de absentie van Lydons vertrouwde rechterhand Jah Wobble. Het is bijna alsof PiL de draad direct weer oppikt waar het na That What Is Not uit 1992 gebleven was. Na al die jaren absentie lijkt de PiL-sound van begin jaren negentig in een vrieskast te zijn bewaard voor later gebruik: de foute midi-drums, de sponzige, platte drakenproductie en natuurlijk Lydon en zijn grillige, opgefokte tirades. Geen vooruitgang is in dit geval stilstand.
Alhoewel: zelfs knorrige punkers worden op hun oude dag rustiger en milder, en dat blijkt bij Lydon duidelijk het geval. Hoewel hij nog steeds graag op de zeepkist staat, lijkt John nu meer bezig te zijn te reflecteren dan te provoceren, zoals bij "Deeper Water" ("back when football was not a yawn"), "I Must Be Dreaming" en het filosofische, doch licht seniele spoken word-nummer "The Room I Am In". Helaas is dit de conclusie: This Is PiL is niet bepaald een consistente, sterke plaat. De angel in Lydons teksten is er uit en nergens komt er een liedje dicht bij de tribale spanning en venijn van bijvoorbeeld "Flowers Of Romance" of de heerlijk foute Alan Parsons-kitsch van "Rise". 'You are now entering the PiL zone!' schreeuwt Lydon tijdens de titelsong: het is duidelijk dat meegaan met de tijd daar geen onderdeel van uitmaakt. We mogen bij deze comeback in ieder geval koesteren dat het enigma John Lydon nog steeds onverschrokken schijt blijft hebben aan alles en iedereen. This Is PiL smaakt echter niet naar meer.
File Under: Uit de vrieskast met de neus in de boter vallen
File Audio: [Public Image Ltd. - One Drop]
Diablo Swing Orchestra - Pandora's Piñata
Nog steeds ben ik behoorlijk verbolgen over die slechte recensie van het optreden van Diablo Swing Orchestra op Lowlands 2010. Nog nooit was ik het zo hartgrondig oneens met de conclusies van een artikel. Ik vermoed dat deze persoon liever bij de doorbraak van Mumfords & Sons had willen staan, een stuk verderop in de Alpha-tent, maar natuurlijk kan ik het helemaal mis hebben. Smaken verschillen, maar die bijkans onmogelijke en zelden vertoonde mix van stijlen die deze band tentoonspreidt vind ik ronduit geniaal. Denk aan een opzwepend swing-orkest gevoed door rake drums, een funky bas en ongehoord aanstekelijke metal-riffs. En alsof dat niet genoeg is wordt de boel aan elkaar gezongen door een... operazangeres. Zowel indrukwekkend als hilarisch. Pandora's Piñata is het derde album van deze Zweden en borduurt voort op de herkenbare sound of structuur van de eerdere albums. In eerste instantie lijkt het een slimme formule die hier op herhaling gaat, maar gaandeweg het album ontkom je niet aan het feit dat de band weer op een buitengewoon muzikale en behendige wijze allerlei invloeden door de blender weet te gooien. Eigenwijs als de band is zet het dan ook gewoon een prachtig klassiek operastukje "Aurora" op de plaat, om daarna indruk te maken met het oosters getinte "Mass Rapture", het majestueuze "Of Kali Ma Calibre" en het onverwachts scherp uit de bocht vliegende "Justice For Saint Mary" tegen het einde van het album. Die extra afwisselende tweede helft van deze plaat tilt dit album dan ook met gemak naar de 'hors catégorie' van dit jaar. Je mag het dan misschien het niks vinden, maar ik heb zelden zo'n briljante cross-over-band gehoord. Dus als je het niet erg vindt ga ik nu even heel hard door met vrolijk dansen en heftig headbangen.
File Under: Geniale swingmetal
File Video: [Voodoo Mon Amour]
File Social: [Twitter][Facebook]
The Tallest Man On Earth - There’s No Leaving Now
Welkom in het universum van The Tallest Man On Earth: 'I always want to bring you something / but sometimes it’s just roses dying too young'. Voor Kristian Matsson het equivalent van het al bijna verlepte en naar diesel ruikende bosje bloemen bij de benzinepomp. Deze regels komen uit "Revelation Blues", het prijsnummer van zijn derde volwaardige album. Evenals op zijn twee vorige platen zijn de eenzame gitaar of de al even eenzame toetsen en de snerpende stem - reden waarom je van hem houdt of hem een schreeuwlelijk vindt - de belangrijkste usp’s. Uiteraard naast de voortreffelijke liedjes die hij zomaar uit zijn mouw lijkt te schudden. Het grootste verschil met debuut Shallow Grave en opvolger The Wild Hunt zit ‘m in de arrangementen en het feit dat Matsson zich inhoudt als het gaat om het etaleren van zijn gitaartechniek. De liedjes zijn versierd met slidegitaar en banjo en hier en daar horen we synthesizerlicks. Maar wat hem het meest onweerstaanbaar maakt, horen we ook op There’s No Leaving Now terug: de combinatie van vrolijk huppelende ritmes en gepijnigde teksten. Niet elk nummer is hier even memorabel, maar het eerder aangehaalde "Revelation Blues", "1904" en opener "To Just Grow Away" zijn voldoende om Matssons talent te bevestigen.
File Under: Een man, een gitaar en wederom een fijne plaat
File Audio: [1904]
File Video: [There’s No Leaving Now live in Dubln]
Islands - A Sleep & A Forgetting
Je bent pianopopliefhebber of je bent het niet. Ik ben opgegroeid met The Waterboys' "Whole of the Moon" en The The's "Uncertain Smile", Muse, Supergrass en Ben Folds Five, en zelfs een eendagsvlieg als Air Traffic zal ik eeuwig blijven draaien vanwege de pianosolo in "Just Abuse Me". Dan kan een band als Islands het natuurlijk nooit verkeerd doen met een supervrolijk pianonummer als "Hallways" op hun nieuwe plaat A Sleep And A Forgetting. En een blij orgeltje, zoals in de track erna, is ook meer dan welkom. Zelfs al gaat het over verloren liefde en komt de titel van de plaat uit dit gedicht van William Wordsworth (analyse). Kent u Islands eigenlijk nog? U weet wel, Canadees. Uit de hoek Arcade Fire, Fanfarlo, Zeus en zo, dat werk. (Niet te verwarren met het ook mooie Belgische Isbells trouwens.) Keurige, fijne indiepop binnen de lijnen en eerlijk gezegd sluipt het album na een tijdje enigszins naar de achtergrond. De dramatiek die je normaliter op breakupplaten kunt verwachten (zanger Nick Thorburn scheidde van zijn vrouw) is weliswaar in de teksten te horen, maar muzikaal eigenlijk niet zo. Ergens jammer, want ik houd wel van zwelgende lijdensnummers. Thorburn heeft overigens een fantumblr, is bang voor robotstofzuigers en biedt dating-tips, kortom, het gaat verder best goed met hem. En dat is ook wat waard.
File Under: Merkwaardig opbeurende scheidingsplaat
File Video: [Hallways]
Metropolis 2012 - Napret
Mede dankzij de rare fratsen van ene Tim Harrington werd Metropolis 2011 een legendarische editie. Een jaar later staat het gratis festival opnieuw in het teken van een breed scala aan acts. Je hebt de populaire publiekstrekkers (Kraantje Pappie, Jungle By Night, de vintage rock-'n-roll (Vanderbuyst, Cerebral Ballzy) en de obscure niche-muziek (Connan Mockasin, Thee Oh Sees). Natuurlijk kunnen lokale helden Rats On Rafts en The Kik niet ontbreken. Metropolis lijkt qua programmering bijna een soort Madurodam-versie van Lowlands: voor ieder wat wils hier op het Zuiderpark.
Lees verder..Asia - XXX
Asia is zo langzamerhand het vehikel geworden voor Geoff Downes' eigen variant op middle of the road. Hij doet alsof hij nieuwe nummers heeft geschreven, zet de zang en moddervette toetsenpartijen nóg iets verder naar voren dan de vorige keer en daarna komt de rest nog eens aan de beurt. Maar die songs zijn slappe aftreksels van de bombast waar Asia ooit groot mee werd. Inventief drumwerk? Nou nee, niets dat niet geprogrammeerd had kunnen worden. Gitaarsolo's? Meestal mag Steve Howe de lijn van de toetsenpartij naspelen, als de solo tenminste niet aan de toetsen voorbehouden is. Laat u niet voor de gek houden door de video hieronder. "Face On The Bridge" is een van de weinige tracks die nog een voldoende haalt. Geoff Downes is Asia, de rest is vulling. Net als deze cd. En tenzij Asia nog iets heel bijzonders gaat doen, is dit de laatste keer dat ik woorden vuil maak aan Geoff Downes' speeltje.
File Under: Wat u zegt, drie kruisen erdoor
File Video: ["Face On The Bridge"]
Ren Harvieu - Through the Night / Rumer - Boys Don’t Cry
Ren en Rumer, twee Britse zangeressen met een onbeschaamd retro-geluid, en waaraan het nodige drama kleeft. Harvieu (21) legde de laatste hand aan haar debuut toen een vriend van haar per ongeluk bovenop haar sprong. Gevolg: een gebroken rug. Stanmore Spinal Injury Unit in Londen wordt in het cd-boekje van harte bedankt voor de zorg; Ren was uiteindelijk toch niet veroordeeld tot een rolstoel. De liedjes op haar debuut, waarbij ze hulp kreeg van onder meer leden van The Zutons en The Stands, klinken als covers van The Walker Brothers, Cilla Black en thema’s van films in technicolor. Met titels als "Walking in the Rain" en "Dancing on her own" weet je op voorhand waar je aan toe bent. Goed gezongen, goed geproduceerd, maar ook gezichtsloos. Plus, je hebt regelmatig het gevoel van: ‘Waar heb ik dit eerder gehoord?’
Dat laatste heb je ook bij Boys Don’t Cry van Rumer (33) - er staan louter covers op. Soms bekende nummers, zoals "Sara Smiles" van Hall & Oates en "A Man Needs A Maid" van Neil Young. Vaker zijn het nummers obscuurdere names als Clifford T. Ward en Terry Reid, of onbekende liedjes van bekende singer-songwriters als Paul Simon en Todd Rundgren.
De zangeres, die klinkt als Karen Carpenter, brak vorig jaar door met de Radio2-plaat Seasons of My Soul. Schitterend gezongen en gearrangeerd, uitermate geschikt als uitbuikplaat. Zonder dat het suf of slaapverwekkend wordt, trouwens. Het succes van Seasons... overweldigde Rumer nogal. In het een interview met Jazzism vertelde ze pas rond de release van haar debuut kon rouwen om de dood van haar (psychisch verwarde) moeder. Dat ze haar Pakistaanse vader (Rumer is het gevolg van een slippertje) nooit heeft gekend en dood bleek te zijn toen ze eindelijk had uitgevonden wie hij was, hielp ook niet. In recente interviews ter promotie van Boys Don’t Cry bleek Rumer behoorlijk labiel.
Genoeg materiaal voor eigen nummers, zou je zeggen. Dat komt waarschijnlijk nog wel. Tot dat moment moeten we het doen met liedjes van mannen over vrouwen, doorgaans geen fuifnummers. Naast de zorgvuldige begeleiding en de kraakheldere productie is het vooral de schitterende stem van Rumer die dit album zijn meerwaarde geeft. Je hoort geen covers, je hoort een zangeres die de liedjes zorgvuldig heeft doorgelicht en haar eigen gevoel eraan heeft gehangen. Ren Harvieu doet iets na, Rumer is eigen en echt.
File Under: Kopieerapparaat
File Video: File Video: [Ren Harvieu - Through The Night]
File: Rumer - Boys Don’t Cry
File Under: Kunstenaar
File Video: File Video: File Video: [Rumor - P.F. Sloan]
Nick Waterhouse
Cerebral Ballzy
Connan Mockasin
Jungle By Night
We Are Augustines
The Cornshed Sisters - Tell Tales
Er waren eens vier vrouwen uit Tyne And Wear in Engeland die op een mooie dag besloten samen te gaan zingen. Jennie, Cath, Liz & Mary vonden ze niet zo'n leuke bandnaam en dus deden ze net alsof ze zusjes waren en Cornshed van hun achternaam heetten. Zeg nu zelf, The Cornshed Sisters, dat klinkt toch hartstikke leuk? De muziekzusjes houden allemaal erg van folkmuziek en rustige popmuziek met harmonieuze samenzang. Dat kunnen ze zelf namelijk ook erg goed. Staand naast de piano zingen ze gezellig samen het ene na het andere deuntje. Een zusje zet in en de andere zusjes begeleiden haar meerstemmig. Heel af en toe wordt het geluid iets opgeschroefd met ukelele, gitaar en contrabas maar het moet niet te druk worden, meestal is de piano het enige instrument wat te horen is. In "Tommy" en "The Fair" hebben de zusjes de instrumenten aan de kant geschoven en zijn het enkel de stemmen van de dames die de nummers dragen. Toegegeven, dat klinkt als een klok want zingen kunnen ze als de beste. Maar de zusjes zijn zó netjes. Het ene liedje kabbelt over in het andere en ze klinken allemaal zo keurig en braaf dat je zin krijgt om de boel eens even goed te verstoren bij die piano. Wat betere muzikale arrangementen en een wat rijkere instrumentatie zouden wonderen hebben kunnen doen. Helaas verliezen de gezusters hun beheersing nergens waardoor het geheel op den duur erg saai wordt en zelfs musical-achtig aandoet. De verstokte folkliefhebber wordt ongetwijfeld erg blij van The Cornshed Sisters, ik krijg er een beetje de kriebels van.
File Under: De braafste meisjes van het dorp
File Audio: [Soundcloud]
File Twitter: [Tweets van The Cornshed Sisters]
Week 27, 2012
DubbelMono
Lower Dens - Nootropics
Ewie
Talking To Turtles - Oh
Storm
Kaat Hellings - Hit Of The Century
Prikkie
Europe - Bag Of Bones
Ludo
The Beach Boys - That's Why God Made The Radio
Janineka
John K. Samson - Provincial
Blizzard
Moonspell / The Gathering '92 / Trail Of Tears @ Dokk'em Open Air 2012
Gr.R.
Simple Minds - I Travel (live @ Rock Werchter 2012)
Dennis
Active Child @ Metropolis Festival
Nate Hall - A Great River
Vorig jaar kwam The Valley Path van stonerrockers US Christmas (of USX) uit, een harde, gelaagde plaat vol psychedelische spacerock. Als je, zoals voorman Nate Hall (nee, dat is niet deze en ook niet deze), jezelf een tijdje ondergedompeld hebt in deze zware klanken, is het begrijpelijk dat je het hierna even intiem wilt houden. Wellicht is dat de reden dat hij nu met een soloplaat op de proppen komt waar de akoestische gitaar een belangrijke rol speelt. Het is dit, of de reden prozaïscher reden dat hij in USX deze songs niet kwijt kon. Maar feit is dat op A Great River echo’s - soms letterlijk - van zijn band terug te horen zijn. Niet alleen dankzij het sfeervolle, soms psychedelische gitaarwerk (bijvoorbeeld op "Dark Star"), maar ook doordat zijn stem in veel echo gedrenkt wordt. En dat terwijl het hier in feite om tien kleine singer/songwriter-nummers gaat. Het zijn naar eigen zeggen zijn muzikale roots. Townes Van Zandt wordt geëerd met een mooie, kaal gehouden cover van "Kathleen", de traditional "When The Stars Begin To Fall" wordt omgewerkt naar Hall’s stijl en de andere acht nummers zijn van zijn eigen hand. In het hoesje wordt expliciet Neil Young bedankt: 'for writing Le Noise (and everytingh else)'. Ook zo iemand die gemakkelijk overstapt van gitaarstorm naar intiem akoestisch getokkel.
File Under: Leerling groet meester
File Video: [A Great River]
Laura Vane & the Vipertones
Europe - Bag Of Bones
Een band die je als hardrocker bijna niet goed mág vinden is Europe.'Ieeeeuw, gladde poprock, dat vreselijke The Final Countdown!' Nog even afgezien van het feit dat "The Final Countdown" een nog zo jonge band een klassiek anthem opleverde, heeft Europe sindsdien een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Dat bleek al op het fantastische live-album Almost Unplugged, dat werd voortgezet op Last Look At Eden en dit Bag Of Bones is simpelweg hun beste studio-album tot nu toe. Elf songs langs laat Europe fantastische hardrock horen, met de bluesinvloeden beter hoorbaar dan ooit tevoren. De productie op Last Look At Eden deed wat geforceerd-heavy aan, op dit album heeft Kevin Shirley (Iron Maiden, Joe Bonamassa) gezorgd voor een heavy sound zonder poespas. De gitaarriffs zitten voorin het geluidsbeeld, de solo's van John Norum zijn kleine kunstwerkjes, het toetsenwerk is zo nu en dan van Deep Purple-achtige schoonheid en ook Joey Tempest zingt met een rauw randje dat alle lievigheid als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. "Drink And A Smile" doet erg aan Led Zeppelin denken, single "Not Supposed To Sing The Blues" is een lekkere mid-tempo beuker, het titelnummer, "Demonhead" en "Doghouse" zijn catchy zonder ook maar een moment de geringste herinnering aan ballads als "Carrie" op te roepen. Echt, dit Europe zou bij elke hardrocker in de kast moeten staan. En er vaak uitkomen. Wereldplaat!
File Under: Verplichte kost
File Video: ["Not Supposed To Sing The Blues"] [EuropeTube]
We Are Augustines
We Are Augustines is een typisch geval van - wat ze in Amerika noemen - een feel good story. Het drietal uit Brooklyn moest een obstakelkoers aan tegenslagen en tragediën belopen, om uiteindelijk ongeëvenaard succes te bereiken met het album Rise Ye Sunken Ships. Een mantra die de catharsis van zanger/gitarist Billy McCarthy, bassist Eric Sanderson en drummer Rob Allen goed samenvat. Eerder beschreef File Under-collega Rene het album als 'de grootste brok oprechte emotie die ik sinds tijden gehoord heb.' Een verzameling basale, alternatieve rockanthems die diepgang krijgen door McCarthy's Springsteen-achtige retoriek. In een uitgebreid interview met Tamar Tieleman op KX Radio spreekt de band openhartig over de drama's die zich voordeden: de breuk van hun oude band Pela, het overlijden van McCarthy's broer in de gevangenis en de voortdurende bonje met platenmaatschappijen. Uiteindelijk hield de band zich bewonderenswaardig aan hun woord: met volhardende DIY-aanpak gebruikt We Are Augustines persoonlijke ervaringen om een positieve boodschap te verspreiden aan iedereen die bereid is te luisteren.

Op een lome ochtend in het Blue Square Hotel te Amsterdam is het de beurt aan File Under. McCarthy komt als eerste naar beneden om een praatje te maken. Hij oogt in het begin een beetje knorrig en verdwaasd: zijn haar is nog nat van het douchen en hij snakt naar een sigaret. Wel heeft hij voor het eerst in tijden fatsoenlijk geslapen. Een paar minuten later schuiven de overige twee bandleden aan tafel. Het contrast tussen de drie verschillende persoonlijkheden is meteen te merken. McCarthy is een sympathieke, grillige knuffelbeer die spreekt met het hart op de tong. Sanderson houdt de rust zelve en formuleert met zakelijke toon, maar is qua mening net zo uitgesproken. Allen blijft gedurende het gesprek stilletjes meeluisteren, met af en toe een droge opmerking tussendoor. De Brit - die inmiddels tien jaar in Amerika woont - mengt zich verder weinig in het gesprek. 'Thank you so much, bro!', roept Billy als de tourmanager een dienblad met koffie op tafel zet. Naarmate de consumptie van cafeïne toeneemt, raakt de discussie steeds geanimeerder…
Lees verder..
























































































