Old Crow Medicine Show
Phosphorescent
Isobel Campbell & Mark Lanegan
Frank Fairfield
Iron & Wine
TakeRoot 2010 - Napret
Eigenlijk kom ik er maar eens per jaar, in het verre Groningen. Alleen maar voor Eurosonic / Noorderslag. Maar er is natuurlijk meer te doen aldaar. Zoals TakeRoot, het jaarlijkse festival voor rootsmuziek en americana. Maar ik weet de weg naar Groningen en een ijzersterke line-up lokte me naar het noorden. Wat meteen opvalt is dat de gemiddelde TakeRoot-ganger wat ouder is dan uw standaard festivalbezoeker. Ik haal de gemiddelde leeftijd aardig omlaag, en het publiek heeft zich ingelezen / ingeluisterd. Er is dan ook geen programmaboekje te vinden en ik moet het doen met slechts een A5-je met een blokkenschema. Dat is een gemis voor eenieder die, zoals ik, wat minder thuis is in de americana. Dat houdt in dat ik vooral in het begin even mijn weg moet zoeken in de Oosterpoort.
Lees verder..Chatham County Line
Black Mountain
Damien Jurado
Dave Rawlings Machine
Black Mountain - Wilderness Heart
Ik keek er even van op: Black Mountain staat op Incubate én op Take Root. Twee festivals die toch een totaal verschillend publiek trekken. Overigens keek ik nòg meer op van het feit dat Black Mountain op Take Root staat. De hippieversie van Black Sabbath leek een vreemde eend in de bijt. Leek, want Stephen McBean en zijn mannen en vrouwen zijn niet van de automatische piloot en dientengevolge is Wilderness Heart een volgende stap in de ontwikkeling van Black Mountain. Een meer bluesy stap. Gebleven zijn de killerriffs en de samenzang van McBean en Amber Webber, maar ondertussen is toetsenist Jeremy Schmidt wat meer naar voren geschoven en wordt een degelijk potje slide en bottleneck niet geschuwd. En er wordt wat gas terug genomen. Black Mountain besloot het deze keer ook compact te houden. Het langste nummer duurt vijf minuten en vijftien seconden en een degelijk kwartierdurend epos ontbreekt. Is dat een gemis? Nee, integendeel, het opent geheel nieuwe perspectieven en ondanks dat de Black Mountain nog steeds ouderwets tekeer kan gaan hap je niet naar adem na het beluisteren van de plaat. Dat houdt in dat je hem vaker luistert en dat we live, toch de natuurlijke habitat van Black Mountain, niet na vijf nummers al klaar zijn. Met Wilderness Heart past Black Mountain daarmee perfect op Take Root en met het vorige werk en het ruigere werk van Wilderness Heart passen ze perfect op Incubate. Hopelijk spelen ze op beide festivals een puike dwarsdoorsnede van alles.


File Black Mountain - Wildered Hearts
File Under: Van alle markten thuis
File Audio: Black Mountain Space
Deer Tick - The Black Dirt Sessions
Wat maakt een Americana-singersongwriter tot een briljant muzikant? Niet de muzikale ‘hooks’, niet de duimendik-opgelegde invloed van Neil Young en niet het vermogen om luisterparels in de lijn van Wilco te kunnen vertolken. Of je nu over loepzuivere vocalen beschikt of een geraspte Roky Erickson-stem hebt, het doet er niet toe. Waar het om gaat is geloofwaardigheid. Meent een zanger wat hij voor het voetlicht brengt? Kun je geloofwaardigheid horen? Ja, ik voel de kwelling van Kurt Cobain door zijn stem heen. Ik hoor Neil Young’s frustraties en onzekerheden tussen de tonen door. En ja, ik merk hoe Nick Cave worstelt met zijn eigen status van grootheid. John McCauley, songwriter van Deer Tick uit Rhode Island weet dat zijn stem dragend is voor wat hij wil overbrengen. In tegenstelling tot de Deer Tick-cd Born On Flag Day versterkt hij zijn boodschap door het instrumentarium in te perken tot akoestisch gitaar en piano. John McCauley had al een rotsvast vertrouwen in retoriek. Hoe hij zijn kernboodschappen verpakt en aansterkt met spitsvondigheden, retorische vragen en opmerkelijke eerlijkheid ten aanzien van zichzelf, maakt hem een verteller pur sang. McCauley is singer-songwriter, maar bovenal een mens die niet bang is om zelf op zijn bek te gaan. Dat hoor je, dat zie je en dat druipt ervan af op deze cd. Deer Tick laat zich op The Black Dirt Sessions gelden als een pure en ingetogen Steve Earle met "Mange" als verrassend hoogtepunt.


File: Deer Tick - The Black Dirt Sessions
File Under: Innerlijk geluk
File Audio: [Tick-Space]
Caitlin Rose
Caitlin Rose - Own Side Now
Ik schrok zelf een beetje van het gegeven. De editie van Into The Great Wide Open die komend weekend plaats gaat vinden is het eerste festival in pak 'em beet vijf jaar waar ik zonder (morele) File Under-verplichting naartoe ga. Geen voorbeschouwing, geen nabeschouwing, geen foto's, niks. Ik vind het bijna eng. Gelukkig ga ik met mijn gezin en een stel goede vrienden. Zij zullen mij met plezier (en bier) ondersteunen dit weekend. Ik heb dan ook nog bijna geen flauw benul wat ik allemaal ga bekijken. Het kon wel eens de weg van de minste weerstand worden. Gewoon een beetje rond hobbelen en zien wat er op ons pad komt. Misschien dat ik nog wel een beetje lichte dwang uit ga oefenen. Zo lijkt de zaterdagmiddag me uitstekend om naar Caitlin Rose te luisteren. De drieëntwintigjarige zangeres uit Nashville heeft na een paar ep’tjes net haar debuutalbum Own Side Now uitgebracht en haar muziek lijkt me nu precies iets dat de hele karavaan waarmee we op tour gaan kan bekoren. Beetje singer/songwriter, dikke dot country, goede stem, niet al te lastige liedjes. Het verbaast me niet dat ze Linda Ronstadt als grootste invloed noemt, want daar schuurt ze met grote regelmaat langs. Sterke troef is haar stem. Van mij zou het wel net iets avontuurlijker mogen, of met minder twang. Niet voor niets spreekt een ingetogen track als "Things Change" me het meest aan. Rose kiest hierin net niet voor de voorspelbare afslagen en bovendien excelleert haar stem. Dat zou ze meer moeten doen. Het contrast met het vlijtig huppelende "That's Allright" (een cover van een matig Fleetwood Mac-liedje) dat daarna volgt is behoorlijk groot. Beter is dan "New York City", dat opvalt door zijn mooie meerlagige zanglijnen. Het zijn deze songs die mij doen vermoeden dat er meer in deze jongedame zit dan er nu uitkomt op Own Side Now. Je mag namelijk niet zomaar optreden op GWO, Take Root en samen met Phosphorescent en Deer Tick…


File: Caitlin Rose - Own Side Now
File Under: Vage vermoedens
File Audio: [MySpace]
Damien Jurado - Saint Bartlett
Het lijkt me dat de Amerikaan Damien Jurado, via de releases die hij vanaf 1997 heeft uitgebracht, heeft bewezen op een hoog niveau te kunnen opereren. Jurado is een prima singer-songwriter met een droevige inslag. Als je het kunstje eenmaal beheerst dan zou het niet meer mis mogen gaan, toch? Dus is Saint Bartlett wederom een fijne release geworden. Het album is een bewijs dat een andere producer ook wonderen kan doen. Hier werd Richard Swift ingeschakeld die er een orkestrale achtergrond aan toevoegde, een soort van Phil Spector-light. Dat doet veel met de liedjes. Luister maar eens naar de de eerste twee nummers "Cloudy Shoes" en Arkanas. Ik heb het gevoel dat ik ga zweven. Toch wordt het nergens overdreven en geforceerd. Jurado krijgt geregeld de kans om terug te keren naar zijn lo-fi-basis. Ook de noise mag nog best getuige het Neil Young-achtige "Wallingford". Saint Bartlett is daarmee een vertrouwde, maar ook verrassende plaat geworden. In september is Jurado op diverse podia in ons land te bewonderen. Met Saint Bartellt in zijn hand kunnen dit niet anders dan prachtige optredens worden.


File: Damien Jurado - Saint Bartlett
File Under: Het vak beheersen
File Audio: [MySpace][Spotify]
File Video: [Arkansas]
File News: [Twitter]
Deer Tick - Born on Flag Day
Hoe kan een jonkie als John McCauley, een suburban-kid uit Rhode Island, op de proppen komen met doorleefde folk, country en singer-songwriterrock? Zelfreflectie mijnheer, zelfreflectie. Iets waarover veel muzikanten niet beschikken. Dear Tick blijft trouw aan een megagrote traditie van Amerikaanse folk, maar schuwt knipogen naar populaire uitlopers zoals Wilco, Folk Implosion, Social Distortion en Giant Sand/Calexico niet. In tegenstelling tot The Black Dirt Sessions mag het op Born On Flag Day er qua decibellen op los gaan. Deer Tick experimenteert met genres, met instrumenten en met arrangementen. Voor het eerst laat de band met deze cd horen dat Americana, Westcoast-folk en Newyorkse singer-songwriters meer met elkaar gemeen hebben dan altijd werd gedacht. Je moet er even voor zitten, maar de songs op deze cd bewijzen met de minuut mooier en mooier te worden. Als klap op de vuurpijl krijg je er nog de melige bluegrassklassieker "Goodnight Irene’’ vertolkt door Gussie Lord Davis, Leadbelly, The Weavers, Frank Sinatra, The Tanner Sisters, Ernest Tubb, Raffi, The Kingston Trio, John Sebastian, James Booker, Dr. John, Meat Puppets, Kelly Joe Phelps, Tom Waits en The Blues Preachers bij. Geen slecht rijtje voor Deer Tick.


File: Deer Tick - Born On Flag Day
File Under: Oude zielen in een jonge band
File Audio: [MySpace]
Isobel Campbell & Mark Lanegan - Hawk
Eerlijk is eerlijk: de grootste verrassing op Hawk is het feit dat Isobel Campbell en Mark Lanegan een derde in hun sublieme samenwerking hebben opgenomen. Willy Mason is de gelukkige, een singer/songwriter uit de club rond Conor Oberst. Zijn achtergrondvocalen zijn prima in orde, maar vormen niet de hoofdmoot van Hawk. Want na de prachtige albums Ballad of the Broken Seas en Sunday At Devil Dirt hebben Campbell en Lanegan in grosso modo dezelfde stijl een nieuwe plaat afgeleverd. Eentje die zeker zo goed gelukt is als hun vorige collaboraties. Hun combinatie van georkestreerde pop, country, folk en lichte jazz is niet uniek, maar wel bijzonder. Uiteraard met dank aan hun beider stemmen: het pastorale van de voormalige Belle & Sebastian-zangeres en de grote-stadsgrom van de voorman van The Screaming Trees. En ja, dan doe je zo je best en mislukt het toch: ik moet Nancy & Lee noemen, want het beste nummer van Hawk is "Come Undone", dat zomaar uitgevoerd hadden kunnen worden door Nancy Sinatra en de betreurde Lee Hazlewood. (Het orgeltje dat hier even opklinkt is werkelijk tranentrekkend.) En dan heb ik nog niet eens de Townes van Zandt-cover "Snake Song" en het Dylaneske "Get Behind Me" genoemd. (Zelfs Captain Beefheart komt nog even om de hoek kijken in de titeltrack.) Maar ook zonder deze niet te vermijden associaties vormen Isobel Campbell en Mark Lanegan op eigen kracht en kunst een groots duo dat een briljante en tijdloze vorm gevonden heeft voor liedjes vol bitterheid, melancholie en droefenis. Prachtig.


File: Isobel Campbell & Mark Lanegan - Hawk
File Under: Klassieke duetten
File Video: [Lately][Sunrise]
Phosphorescent - Here’s To Taking It Easy
De inmiddels al zes platen - grofweg eentje per jaar, een ouderwets ritme dat meer muzikanten aan zouden mogen houden - die van Matthew Houcke verschenen zijn, laten een mooie ontwikkeling zien. Van intens treurige, kaal opgenomen lo-fi naar een stijlvol en netjes opgepoetst geluid dat echter nooit het label gelikt opgeplakt zal krijgen. Een eigenwijze volhouder, die Houcke. Zijn projecten, alleen opgenomen of, zoals in dit geval met zijn live-band, blijven Phosphorescent heten. Na zijn doorbraakplaat (hoe relatief dat ook is in het drukbevolkte, maar weinig volle zalen trekkende genre waarin hij werkt) Pride kwam de prachtige, respectvolle knik naar Willie Nelson, To Willie. Met de groep muzikanten die deze cd opnamen ging Phosphorescent op tour en met dezelfde club werd ook Here’s To Taking It Easy opgenomen. Het sobere geluid van Pride is vervangen door de sound van een krachtige, bijna als southern rock-act klinkende band. Opener "It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama)" doet denken aan The Byrds ten tijde van Notorious Byrd Brothers (die blazers!), maar vervolgens wordt het gas ietwat teruggenomen. Absoluut hoogtepunt is "The Mermaid Parade", een nummer over twijfel, spijt en verloren liefdes. Niet elk liedje heeft de kracht en kwaliteit van deze twee, maar het lijkt er op dat Phosphorescent nog maar een klein stukje verwijderd is van het niveau van die andere voormalige lo-fi-helden die een soortgelijke ontwikkeling lieten horen.

File: Phosphorescent - Here’s To Taking It Easy
File Under: Voetballanden in opkomst
File Audio: [It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama)][The Mermaid Parade]
Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend
We moesten er een fikse tijd op wachten - zes jaar om precies te zijn - maar eindelijk is er dan het nieuwe album van Gillian Welch. Of is dat te flauw om een bespreking van het solodebuut van Dave Rawlings mee te openen? Ten slotte is Rawlings de partner - muzikaal en anderszins - van Gilian Welch, figureert ze meermalen op de hoesfotootjes en horen we haar als zangeres, gitarist en mede-componist terug op A Friend of a Friend. Wat dat laatste betreft: daarin heeft ze niet het alleenrecht. De medley van Neil Young's "Cortez the Killer" en "Method Acting" van Conor Oberst is een van de hoogtepunten, overigens net als die andere cover: Jesse Fullers's "Monkey and the Engineer" (die harmonica!). Met Ryan Adams schreef en zong Dave Rawlings het rauwe "To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High)". Voor de andere tracks gaan de credits naar het echtpaar Welch-Rawlings. En ook van hun hand zijn daar weer een handvol prachtige liedjes bij. Openingsnummer "Ruby" balanceert nog gevaarlijk langs kitsch, met jaren zeventig westcoast-zanglijntjes, maar "How's About You" klinkt bijna als een dustbowl ballad en de melancholie van "Bells of Harlem" is onovertroffen. We moesten er lang op wachten en de fijne stem van Gillian Welch horen we te weinig, maar A Friend of a Friend is een prachtige plaat die we gewoon toevoegen aan de gecombineerde discografie van mrs. Welch en mr. Rawlings.


File: Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend
File Under: Solo echtpaar
File Audio: MySpace
File Video: Bells of Harlem (live)
Emily Jane White - Victorian America
Af en toe word ik gek van hoe snel de tijd me links en rechts inhaalt. Het voelt nog maar als gisteren dat ik innerlijk juichend Emily Jane White toevoegde als voorprogramma aan het concert van William Fitzsimmons in Doornroosje. Ik had me dan ook heilig voorgenomen die twee samen te bekijken. Maar voordat ik met de ogen kon knipperen was het al 1 december en mijn agenda voor gisteren en de weken ervoor zo volgeplempt dat ik het idee had dat ik mezelf inhaalde. Het resulteerde erin dat ik, kien op het op juiste momenten (lees: rond concerten) plaatsen van recensies, de lezers hier vergat te tippen om niet alleen voor Fitzsimmons af te reizen naar Nijmegen maar om op tijd te zijn om ook het voorprogramma mee te pikken. White's nieuwe album Victorian America overtroeft namelijk in bijna alles haar vorige album Dark Undercoat uit 2007 dat in 2008 hier verscheen. Vooral het inzetten van een minder sober instrumentarium doet haar meer deugd dat ik had kunnen vermoeden op basis van het bijna alleen met gitaar en cello al prachtige Dark Undercoat. De arrangementen zijn nog steeds niet lyrisch en uitbundig, maar ze vullen de lichthese stem van White aan. Ze trekt wat meer de kant van Laura Veirs op, maar doet me qua stem in bijvoorbeeld "Frozen Heart" en "Red Dress" zelfs wat aan Sinead O'Connor denken. Wat wel bijzonder is aan White is dat ze in tegenstelling tot veel andere singer-songwriters het ook lukt om liedjes van zes, zeven minuten zoals "Stairs", "The Ravens" en het tikkie bluesy, en vooral tegendraadse "Red Dress" te boeien. Echt dondersjammer dat het voor mij onmogelijk was erbij te zijn om de liedjes live vertolkt te horen worden. Maar deze cd is een mooi doekje voor het bloeden.

File: Emily Jane White - Victorian America
File Under: De betere singer/songwriteressen.
File Audio: [Victorian America][MySpace]
Isobel Campbell & Mark Lanegan - Ballad of the Broken Seas
Devon Sproule - Don't Hurry For Heaven
Vandaag wil ik het allereerst eens over chocoladerepen hebben. Je hebt diverse soorten: puur, melk, witte, combinaties van melk, nootjes of amandelen en je hebt de diverse nep chocoladerepen oftewel de candybars. Veel candybars vind ik niet te pruimen, vooral omdat ze veel te zoet en gemaakt zijn. Ik ben wel fan van de pure chocoladerepen, maar die zou je af kunnen doen met 'snel wat saai'. Melkchocola vind ik te zoet en witte chocolade af en toe wel eens lekker. Het meest bijzonder en ongewoon zijn de melkchocoladerepen waaraan nootjes of iets dergelijks zijn toegevoegd. Als je de liedjes op Devon Sproule's vierde album Don't Hurry For Heaven af zou moeten zetten tegen die diverse repen dan liggen deze het dichtst bij die laatste. De basis (puur) is alt.country, maar er zijn zoveel andere wegen waarvan gesnoept wordt: singer-songwriter (ligt wat voor de hand), jazz, lo-fi, folk en reggae (ligt minder voor de hand). De 27-jarige Amerikaanse draait er haar hand niet voor om. Haar stem is melodieus en volgt een eigen lijn bovenop de muziek van haar begeleiders waaronder singer-songwriter Paul Curreri die behalve als muzikant (gitaar, piano en vocalen) ook nog eens voor de prima basale productie tekende. En om het feest voor hem compleet te maken is het hem ook nog gelukt om met haar in het huwelijksbootje te stappen. De liedjes van Sproule vinden hun kracht in details die gedurende het draaien worden vrijgegeven: alsof de nootjes in de reep steeds van smaak veranderen.


File: Devon Sproule - Don't Hurry For Heaven
File Under: Schizofrene snoepjes met alt.country als basis
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Don't Hurry For Heaven (akoestisch)]
Wilco - Wilco (The Album)
This is an aural arms open wide
A sonic shoulder for you to cry
Wilco
Wilco will love you baby
Het gebeurt me niet heel vaak dat ik geen zin heb in het schrijven van een stukje over een cd. Dat hoeft niet eens per se te zijn omdat ik een plaat slecht vind. Het kan ook best zijn dat ik gewoon lekker wil luisteren zonder erbij na te hoeven denken wat ik van een album vind. Dan blijven de 'geeltjes' die ik altijd op de hoesjes plak angstvallig lang leeg. Wilco is zo'n band. En Wilco (The Album) is zo'n album. Intrigerende titel overigens. Jeff Tweedy en zijn mannen hebben een album afgeleverd waarvan ik na vele luisterbeurten nog steeds geen duidelijke mening gevormd heb. Gewoon omdat ik, verwonderd kijkend naar de kameel op de voorkant, lekker heb zitten te luisteren naar Wilco's zevende cd. Naar hoe de band in "Bull Black Nova" je onderhuids kriebelt met een broeierige track die in krap zes minuten almaar een stukje venijniger wordt en bijna ontspoort. Of hoe Tweedy liefdevol Feist omarmt in het fijne duet "You and I". Of moet grinniken om een song als "Wilco (The Song)" dat in combinatie met de cd-titel een bijna narcistische combinatie lijkt, maar ondertussen een heel lief steun-in-de-rug-liedje is voor al zijn fans. Of is het een steuntje in de rug voor hem zelf? Dat ik het bijna niet droog houd bij "Deeper Down" is dat raar? Geniet van iets dat sober klinkt maar juist door zijn ragfijne details charmeert? Ik weet het niet. Het enige wat ik weet is dat Wilco de enige reden is dat ik baal dat ik geen kaartje heb voor Lowlands. Misschien ben ik dus wel gewoon teveel fan voor een mening over Wilco (The Album)? Of is aangeven dat ik er erg van geniet, genoeg voor u?


File: Wilco - Wilco (The Album)
File Under: Wilco (De Eindeloze Luisterbeurten)
File Audio: [ MySpace]
Iron And Wine - Around The Well
Vroeger, toen ik nog veelvuldig tapes opnam, had ik de rare tic om de A- of B-kant zo op te vullen dat ik een link kon leggen met een A- of B-kant van een ander, eerder opgenomen, bandje. Vervolgens maakte ik er dan een mooi hoesje bij en zette ik die twee - glimmend van trots - naast elkaar. Zo had ik lange tijd een rij van meer dan een meter zij aan zij staan. Sinds ik meer geld heb en cd's en lp's koop kan dat (helaas) niet meer. Maar snuffelen naar links tussen artiesten die ik goed vind, die tik ben ik nooit meer kwijt geraakt. Ik krijg dan ook een bijzonder prettig gevoel als ik op het hoesje van Around The Well lees dat Iron and Wine op deze verzamelaar zijn versie van "Waiting For Superman" van The Flaming Lips aan mij als luisteraar. Ik zie dan gelijk verbindingslijntjes voor mijn ogen tussen deze twee artiesten die ik zeer waardeer. Bovendien zijn er ook eens "Such Great Heights" (Postal Service), "Love Vigilantes" (New Order) en "Peng! 33" van Stereolab. Nog meer lijntjes! Ik zou in het cassettebandjestijdperk een sprongetje van vreugde gemaakt hebben. Nu maak ik dit alsnog, maar dan om de uitvoeringen. Vooral zijn gestripte "Waiting For Superman"-versie is zo ontroerend fijn. Maar goed, daar heeft baardmans Sam Beam natuurlijk altijd al last van gehad. Lelijke liedjes lijken maar niet voort te willen komen uit de mond van deze man. Around The Well, waarop demo's, covers en rarities zijn verzameld, laat dat maar weer eens overduidelijk horen. Het verbaast mij niets dat zijn demo's ook altijd een schot in de roos zijn en allerminst misstaan naast de meer gepolijste studio-opnamen van de tweede cd. Maar dat dat zo was wisten we natuurlijk al van zijn eerste twee cd's. Zijn zachtaardige fluisterstem en ingetogen gitaarspel lenen zich daar natuurlijk ook prima voor. Het maakt deze dubbel-cd uitermate geschikt als zoethoudertje tot een volgende studioplaat verschijnt.


File: Iron & Wine - Around The Well
File Under: Zelfs Sam Beam's zoethoudertjes zijn wonderschoon
File Audio: [Belated Promise Ring][ MySpace]
Iron and Wine - Love And Some Verses
Black Mountain - In The Future
Toch is dat het mooie van festivals. Zonder enige kennis van enkele van de bands toog ik naar Tivoli, om thuis te komen met een album én een bandshirt. Want Black Mountain had mij nogal overrompeld. U moet overigens weten dat ik, sinds ik mijn onvoorwaardelijke liefde aan The Tragically Hip verklaard heb, een zwak heb voor bandjes uit Canada. Dat resulteerde al in een Matthew Good-tik en een Watchmen-tik. En het zal resulteren in een Black Mountain-tik. Want Stephen McBean en zijn mannen/vrouwen hebben een flinke stap voorwaarts gezet met In The Future en ze weten hun toch al indrukwekkende debuut te overtreffen. Een debuut dat overigens totaal niet lijkt op de muziek van bovengenoemde voorbeelden. De band grijpt terug naar vroegere tijden en brouwt een sonisch mengsel met de grondstoffen Velvet Underground, Black Sabbath en Jefferson Airplane. Oftewel, zware, tegen de blues aan leunende (hard)rock met psychedelische elementen en arty randjes. En dat doen ze met verve! Er wordt meer gerifft dan voorheen, de band is nog psychedelischer, maar laat ook zo af en toe het gas los voor de broodnodige rust, afwisseling en dynamiek. En net zoals bij de concerten wordt het experiment niet geschuwd en hebben ze ook meer dan de normale vier minuten nodig om tot volle wasdom te komen, met als pièce de résistance het zestien minuten durende "Bright Lights". Dat riekt naar sympho!, zegt u? Welnee! Dat valt best mee. Black Mountain schuwt alleen het experiment niet en is niet meer sympho dan, pak 'm beet, hun landgenoten Arcade Fire. Kortom, het is dus gewoon heel erg goed, weet je wel, weet je niet!


File: Black Mountain - In The Future
File Under: Te gek hey!
File Space: MySpace[Tyrants (puik nummer!)]
Willy Mason - If The Ocean Gets Rough
Ik was van plan om vanavond naar enkele, voor mij onbekende bands in het clubcircuit te gaan kijken. Het waren echter drukke weken. Naast het vroege opstaan i.v.m. werkverplichtingen werd het 's avonds ook laat. Er was weinig vervelends bij, maar soms ben ik bang dat ik iets leuks mis en is het maken van een keuze noodzakelijk: ik ben tenslotte geen twintig meer. Na een paar weken doorrennen zit ik vrijdags in het begin van de avond alleen thuis, mijn vriendin is de deur uit. Mijn lichaam heeft het even gehad met de drukte, het wil rust. Met mijn wat bedrukkende stemming besluit ik om If The Ocean Gets Rough van Willy Mason op te zetten. Ik las dat de man eerdaags met zijn band in ons land is. Een goede reden om zijn laatste cd eens bovenop de stapel te leggen Het tweede album van deze Amerikaan blijkt wonderschone melancholische americana te bevatten die gebracht wordt door tien muzikanten. Mason maakt echter nergens de fout om te verzanden in bombast, de muzikanten worden spaarzaam en effectief ingezet. Het lijkt allemaal zelfverzekerd, maar uit de teksten blijkt dit niet. Mason is drieëntwintig jaar en nog zoekende in het leven, het valt allemaal niet mee. Mijn lichaam ontspant zich echter en ik val in een diepe slaap, om na ruim een uur weer wakker te worden. Het is duidelijk, van uitgaan zal er vanavond niets meer komen. Mason is uitgezongen, maar de playknop is weer snel gevonden. Soms is het fijn en noodzakelijk om even niets te moeten en vooral te willen. Hé, daar zul je mijn girlie hebben.


File: Willy Mason - If The Ocean Gets Rough
File Under: Niet draaien voor het uitgaan
File Audio: [My Space]
File Video: [We Can Be Strong][Save Myself]
























