Neal Black – Before Daylight

Neal Black & The Healers - Before DaylightDe bio omschrijft hem als een “Turbo-Charged Chris Rea” en daar kan ik me wel in vinden. Wie Rea voornamelijk van de ballads kent zal dat vreemd vinden, wie Rea’s bluesbox Blue Guitars kent niet. Neal Black heeft een vergelijkbare hese stem, zij het nog een graadje gruiziger, en houdt zich op Before Daylight bezig met eenzelfde authentieke blues. De Texaan Black, een deel van het jaar woonachtig in Zuid-Frankrijk, kan op zijn tijd flink soleren, zoals in “The Same Color” bijvoorbeeld, waar zijn spel wel iets van collega-Texaan Stevie Ray Vaughan heeft. Je wordt ook regelmatig verblijd met solo’s door zijn band The Healers, bijvoorbeeld op piano en harmonica. Op andere momenten laat Black zijn solo’s echter net zo makkelijk achterwege om dobro en accordeon de sfeer te laten bepalen. Tekstueel trekt ‘ie zo nu en dan behoorlijk van leer, zoals op het vileine “American Dream”. Of humoristisch, zoals ‘a holy spirit that’s 96 proof’ in “Jesus & Johnny Walker”. De twee covers, Willie Dixons “Mama’s Baby” en de traditional “Goin’ Down The Road”, passen naadloos in Blacks eigen materiaal. Before Daylight is zo’n plaat die een redelijk doorsnee bluesplaat lijkt tot je er wat beter naar luistert. Geen nootje klinkt overbodig, geen solo geforceerd. Heerlijk!

Lees verder Neal Black – Before Daylight

Ty Segall – Manipulator

Ty Segall - ManipulatorMuzikale helden, ik heb er niet erg veel. En als ik ze al heb, dan zijn ze of al hemelen (soms al voordat ik geboren was) of zakken ze kwalitatief in hun nadagen weg naar een vaak heldonwaardig niveau. Langzaam kom ik echter op een leeftijd dat ik mee zou moeten groeien met nieuwe helden. Ze verschijnen inmiddels maar zeer sporadisch aan de horizon. En als ze er al zijn, dan moet ik ze wel opmerken om ze vervolgens de verdiende aandacht te geven. In dit laatste geval heb ik het over Ty Segall. Vanaf 2008 brengt hij al materiaal onder diverse bandnamen en eigen naam uit, maar ondanks dat ik er wel eens oppervlakkig naar geluisterd heb, heb ik nooit de moeite genomen om écht eens naar zijn kwantitatief indrukwekkende releaselijst te luisteren. Alleen al onder eigen naam bracht hij tot dit album zes albums uit. Ik schaam me diep. Van een van zijn muzikale medestrijders, Mikal Cronin, had ik wel gehoord, sterker nog, zijn geslaagde en vorig jaar verschenen album stond in menig jaarlijstje, al viel deze bij mij er net buiten. Ik zag echter ergens positieve berichten over Manipulator, de nieuwe Ty Segall – de zevende soloplaat dus – voorbij komen en besloot toch maar eens te luisteren. En je raadt het al: het album is in één woord geweldig. Het begint al met het dreinende orgeltje bij de eerste klanken in de titelnummer en opener “Manipulator”. Hierna zet het refrein zich vast in je hoofd en doen de gitaren hun nietsontziende werk, als een Stoogessong in Iggy Pops hoogtijdagen. Wat zich gedurende het album ontrolt is een gevaarte dat een mix is van garagerock, glamrock – Bowie uit de begin jaren zeventig is nooit ver weg – en powerpop. Rauw met ruimte voor gitaar, bas, drums en zang, maar altijd wordt de aanvaller weer teruggehaald. Daarnaast is er spaarzaam maar effectief voorzien in mooie opsmuk met cello en viool; met iemand als Mikal Cronin in huis heb je goud in handen om deze partijen te schrijven. Ik wil ook nog even noemen dat het album bijna een uur duurt, en mij de zeventien liedjes (!) desondanks geen moment vervelen. Het is afwisselend, de sfeer blijft op het hele album behouden en het is een grote ontdekkingstocht. Segall zingt zelf nog in “It’s Over” dat het voorbij is, maar ik heb deze plaat al eindeloos herhaald en mocht ik er klaar mee zijn, dan is er nog altijd dat indrukwekkende oeuvre waar ik nog geen kennis van heb genomen.

Lees verder Ty Segall – Manipulator

Broeder Dieleman – Gloria

Broeder Dieleman - Gloria’t Is nie erreg a je verloren loopt,
met een juuste blik op waar j’ op hoopt,
en iedereen doe weleens wat verkeerd,
maar zurg da je’t huppelen nie verleerd


‘Coen Schilderman heeft geluisterd naar Broeder Dieleman’, zag ik op Spotify.
Broeder Dieleman, wie is dat nou weer?
Dus ik Broeder Dieleman opzoeken en nu huil ik de hele dag omdat het zo mooi is.
Dank, dank, O grote muziekgoeroe! Duizend maal dank.

Lees verder Broeder Dieleman – Gloria

Moonland (Feat. Lenna Kuurmaa) – Moonland

Moonland feat. Lenna Kuurmaa - Moonland feat. Lenna KuurmaaHé, Estland had ik nog niet in m’n collectie zitten! Lenna Kuurmaa is daaruit afkomstig, is er actrice en tv-presentatrice en deed in 2005 met redelijk succes mee aan het Eurovisie Songfestival met haar toenmalige popbandje Vanilla Ninja. Frontiers heeft samen met producer/songwriter Alessandro Del Vecchio (Hardline, L.R.S., Issa) een band met voornamelijk Italianen rond deze dame geformeerd. Ze heeft een prima stem, die met enige regelmaat doen denken aan Ann Wilson (Heart), dus dat is nog niet zo slecht. YouTubefilmpjes van het optreden op het Frontiers Festival laten zien dat ze niet het volume en zeker niet de podiumpresentatie van Wilson heeft, maar ze heeft in elk geval een stem die je graag een album lang hoort. De songs zijn ook voor die stem geschreven, dus het zijn stuk voor stuk vier-minuten-coupletje-refreintje-galmers. Over het geheel zijn die nummers best okee, al staan er naar het einde een paar vullers op. De gitaar- en toetsenpartijen zijn adequaat maar verre van inventief – wat heet, ze zijn bijna van begin tot eind te voorspellen. Hoe goed een plaat als deze is, is vaak sterk afhankelijk van de productie. Del Vecchio heeft het in een poppy productie gegoten – denk aan Roxette en aanverwanten – maar heeft het wel open en fris gehouden. De onderscheidende factor is Kuurmaa en die steekt inderdaad boven de middelmaat uit. Luister maar eens naar het intro van “Live And Let Go”: de dame kan écht zingen. Hopelijk boekt ze op de wat mindere punten nog wat vooruitgang en krijgt ze een goede vaste band achter zich. Ze maakt in elk geval dat Moonland zich aan de grauwe middelmaat ontworstelt.

Lees verder Moonland (Feat. Lenna Kuurmaa) – Moonland

Neon Twin – Neon Twin

Neon Twin - Neon TwinKen je Choir Of Young Believers uit Denemarken? Nee? Ken je de soundtrack van de serie The Bridge? Ja? Nou, dat is het nummer “Hollow Talk” van The Choir Of Young Believers, een band die zich na wat EP’s en twee prachtalbums helaas te weinig van zich laat horen. Ken je Suimasen nog? Een Eindhovens bandje dat zich ook helaas veel te vroeg echte roem heeft ontzegd. Dat gold wel voor meer bands uit de stad van Philips. Een opzienbarende vernieuwingsdrang wordt in het Zuiden al snel in de kiem gesmoord door randzaken als ego-tripperij of simpelweg het gemis aan het echte consolideren en doorpakken. Alleen, soms deugen muzikanten als mens. En het toeval wil dat juist die mensen elkaar vinden en blijven opzoeken. Met verschillende bagages kan er dan iets leuks ontstaan. Dat is bij Neon Twin het geval. In 2012 was er opeens de EP From Here To Zen van Neon Twin, een kwartet bestaande uit Jacco van Rooij (Alabama Kids, 35007, Motorpsycho, 7Zuma7 en Suimasen), Nick Sanders (7Zuma7, Suimasen), Murphy van Oijen (Candybar Planet, 35007) en Jacques de Haard (Celestial Season). Ik heb niet alle bands en projecten genoemd, omdat die er niet toe doen. Dat zeg ik maar alvast, voordat een der muzikanten ageert dat ik de Nymphoid Barbarians From Dinosaur Hell of de plaat Set Your Teeth Into Mars niet heb vermeld waardoor deze recensie niet zou kloppen. Ver voor al het stonerrockgeweld voerde Sonic Youth ooit een experimenteel gruizig gitaargeluid op dat door The Wipers werd uitgebouwd tot een soort lijzige doempunk en door Blonde Redhead tot alternatieve droomrock vol sfeervolle elementen. Daartussen begaven zich honderden bands met hun eigen varianten. De een met nadruk op het hechte kleine melodietje zoals Pavement, de ander rekte de grenzen van de feedback verder op zoals My Bloody Valentine en Black Rebel Motorcycle Club. Rob van de Brand en Nick Sanders grossierden even met Suimasen in kleine liedjes met grootse spanningsbogen. Neon Twin doet met iets meer kracht hetzelfde, vooral op kant B. Was 2012 nog een goede en stevige vingeroefening, deze titelloze 12-inch op 33 toeren heeft de balans gevonden tussen fragiele popliedjes en dreinend gitaaronheil. Maar altijd in het teken van de mooie refreintjes en breekbare zangpartijen. Na de Suimasen-plaat Flow hebben Sanders, Van Oijen, Van Rooij en De Haard ervoor gezorgd dat je wel degelijk een sfeervolle plaat kunt maken met amper tinten en een paar grove schetslijnen. De liedjes staan voorop. Neon Twin is daarmee hofleverancier geworden van de alternatieve popparels zonder opschmuck en overtollige toeters en bellen. Slechts de intentie geldt en die is in een klap raak en juist. Het is te hopen voor Neon Twin dat het niet op zoek gaat naar de overtreffende trap in extra registers en instrumentarium. Doet de band dat wel, dan zou het Eindhovense kwartet net zo’n vaag leven beschoren zijn als The Choir Of Young Believers. Dat zou zonde zijn.

Lees verder Neon Twin – Neon Twin

Neal Morse – Songs From November

Neal Morse - Songs From NovemberSoloplaten, Transatlantic, Morse Portnoy George, alles wat Neal Morse de afgelopen jaren deed was veel te horen in huize Prikkie. Zijn worshipconcerten en -cd’s zijn wat minder aan mij als Pastafarian besteed, maar dat is een detail. Songs From November, zijn singer-songwriterplaat, zou ook wel veel gedraaid worden, toch? Nou, niet meteen. Opener “Whatever Days” zit nog erg in de sfeer van de seventiespop die hij met Morse Portnoy George uitbracht, maar verder was het behoorlijk wennen. Natuurlijk, Morse is een prima songwriter met zijn wortels stevig in de Lennon-McCartney-school. Dat hij in een maand zoveel inspiratie had dat hij daarmee een album kon vullen (vandaar de titel) is ook mooi. Maar je krijgt een album vol songs zoals er normaal gesproken ééntje op een Neal Morse- of Transatlantic-album staat. Daarnaast is het toch even wennen aan songs als “Flowers In A Vase”, een Westcoastsong met Venice-achtige koortjes en een lapsteelgitaar. Dat het zijn eerste plaat in jaren is waarop Mike Portnoy niet drumt, scheelt ook een stuk in sfeer. Dit is dus vooral een popalbum, al blijkt Morse in popsongs nog steeds dol op uitbundige climaxen, zoals in “Song For The Free”. Niet alle songs zijn even sterk: in “Love Shot An Arrow” en “When Things Slow Down” gebeurt eigenlijk maar weinig. Wie al wat jeuk krijgt van Morse’s positivoteksten op progplaten, kan hier met teksten als die van “Daddy’s Daughter” op forse uitslag rekenen. Hij zal met deze plaat dan ook echt een ander publiek aanspreken. Dat neemt niet weg dat de capaciteiten van Morse als songwriter eens te meer blijken.

Lees verder Neal Morse – Songs From November

Vessel – Punish, Honey

Vessel - Punish, Honey“Vandaag ga ik alles eens helemaal anders doen”, mompelt Willem-Alexander. Hij trekt twee kleuren sokken aan, hinkelt langzaam naar de keuken en sleept een stoel over de grond met zich mee. Gaat op de stoel zitten, staat weer op, gaat toch maar weer zitten en begint zijn ontbijt samen te stellen aan de reeds gedekte tafel. Aan standaard ingrediënten doen we vandaag niet, besluit hij. Hij roert eerst wat boter en geitenkaas tot een prutje op zijn bord, legt er vervolgens een kale boterham bovenop, overgiet die met de thee, pakt een lepel en begint te eten. Het wordt een smeerboel, maar ach. Willem-Alexander wordt er melig van. “Leden van de Staten-Generaal!” roept hij verrukt uit het raam, terwijl hij zijn boxershort met een deftig, net te overdreven gebaar naar buiten gooit. Zijn bord en een salade gooit hij er achteraan. Terwijl voorzichtig een helikopter Huis Ten Bosch nadert, gaat het halve servies aan diggelen en komt Maxima in de deuropening staan. “Kom nou, Alex. Ik weet dat je Prinsjesdag saai vindt, maar dit is nergens voor nodig.” “Vooruit dan maar weer”, zegt Willem-Alexander stralend, terwijl hij het raam sluit. “Dit was gewoon even nodig.”

Lees verder Vessel – Punish, Honey

The Acid – Liminal

The Acid - LiminalDaft Punk maakt geen punk, Jungle maakt geen jungle en The Acid maakt geen acid. Het is een beetje de vloek van deze tijd dat je met moderne digitale instrumenten alles kunt. Genres bestaan niet meer. Elektronische muziek is zo flexibel en vloeibaar dat je het schijnbaar moeiteloos kunt produceren en uitbrengen. Je zou het de devaluatie van muziek kunnen noemen, maar dat is hooguit een luxetitel. Er komen meer albums uit dan ooit, lijkt het wel, maar er zitten nog steeds heel veel parels tussen. The Acid is net als pakweg Minus Tide zo’n act die een digitaal drumstel – in mijn hoofd zie ik zo’n Guitar Hero-setje voor me – enorm knap combineert met James Blake-achtige mijmerzang, hooguit wat minder R&B-achtig. Die James Blake-associatie wordt natuurlijk al opgeroepen door de hoes van debuutplaat Liminal. Maar eerste track “Animal” is bijna stilte: je hoort alleen kwetsbare hoge mannenzang, een diepe subbass-melodielijn en heel spaarzaam wat percussie. Minder is meer. “Basic Instinct” en “Creeper” waren zelfs al te horen op 3FM, wat knap is, want je moet de tijd nemen voor The Acid. De zoemende bas neemt regelmatig ambient-achtige vormen aan. Een nummer als “Ghost” daarentegen is eigenlijk juist weer pure pop – ik kan me er zo een The Magician-remix van voorstellen. Schitterend! Het enige wat hier devalueert is mijn tijd om deze recensie te tikken, want op dit moment van schrijven staat deze geweldige band vanavond in Bitterzoet. Gaat dat zien.

Lees verder The Acid – Liminal

Ryan Adams – Ryan Adams

Ryan Adams - Ryan AdamsNa zijn droomdebuut Heartbreaker uit 2000 bracht Ryan Adams in de acht jaar daarna aan de lopende band platen uit. Zeer wisselend van stijl, van country tot stevige rock en zelfs een punkalbum. Niet allemaal even goed maar echt slecht was het nooit. Daarvoor is hij een te groot talent. Rond 2008 stokte die enorme productiviteit. Op zijn voorlaatste album Ashes & Fire uit 2011 was al te horen dat Adams zijn wildste haren kwijt was, hij leek de onrust eindelijk van zich af geschud te hebben. Drie jaar later, en dat is voor Ryan Adamsbegrippen héél lang, is er weer een nieuw album, simpelweg Ryan Adams geheten. De spuuglelijke hoes doet vermoeden dat de wilde haren weer zijn aangegroeid. Dat is gelukkig alleen op zijn hoofd zo, muzikaal rockt het wel maar echt ruig wordt het nergens. Het muzikale accent lag de laatste jaren op de alt.country, op Ryan Adams is het Amerikaanse jaren tachtig (classic) rock in de stijl van Tom Petty wat de klok slaat. Galmende productie, dof klinkende drums en elektrische gitaren. Nergens klinkt het echter gedateerd. Single “Gimme Something Good” is érg goed en catchy, “I Just Might” heeft een spannende opbouw en “Shadows” is een van de mooiste songs die Adams in jaren schreef. Het wat rustigere “My Wrecking Ball” is de enige tegenvaller, een saai nummer tussen tien goede songs met knappe arrangementen. En overal weer die stem, wat mij betreft een van de mooiste mannenstemmen in de popmuziek. Ryan Adams wordt later dit jaar veertig jaar. Na al die jaren sinds zijn debuut en al die albums lijkt dit een keerpunt te zijn en is nu pas de tijd rijp om een album zijn eigen naam te geven. Ik snap dat het zo lang geduurd heeft want Ryan Adams is zijn meest consistente plaat sinds jaren en kan zich meten met zijn beste werk uit zijn beginperiode.

Lees verder Ryan Adams – Ryan Adams

IQ – The Road Of Bones

IQ - The Road Of BonesIQ heeft altijd net iets onder de top van de Britse progrock gebivakkeerd. Er moest dus altijd hard geknokt worden voor het voortbestaan. Dat is verrassend weinig aanleiding geweest voor bezettingswisselingen door de jaren heen. Tot na het vorige album Frequency. Er zijn sindsdien maar liefst drie van de vijf bandleden vertrokken. Grappig genoeg is daarmee de band van het debuut (uit 1983 alweer!) bijna compleet, nu drummer Paul Cook en bassist Tim Esau weer zijn teruggekeerd op het oude nest. Alleen Martin Orford ontbreekt nadat hij in 2007 de muziekwereld min of meer vaarwel zei. Het is aan de nieuwe toetsenist Neil Durant om de bombast van IQ vorm te geven. Muzikaal zit IQ in dezelfde hoek als Arena: proggy bombast met een prettige verhouding tussen Het Liedje en muzikale hoogstandjes. In het geval van The Road Of Bones gaat dat vaak zelfs hand in hand, en dat is gewoon knap. The Road Of Bones bevat vijf tracks van een klein uurtje. Of, wanneer je de special edition aanschaft, twee cd’s met maar liefst elf verschillende tracks. Die tweede cd bevat dus niet wat andere mixen of demo’s, maar zes nieuwe tracks, evenzeer tot in de puntjes afgewerkt als de vijf op cd 1, waarbij kwaliteit alvast niet het criterium voor de keuze geweest kan zijn. Durants toetsen – waaronder ook Mellotronklanken – zijn behoorlijk dominant in de sound, maar er blijft ruimte over voor de overige instrumenten en de zang van Peter Nicholls, die afkomstig is uit de Jon Andersonschool van hoge, nasale vocalen. Gitarist en producer Mike Holmes heeft het aantal solo’s beperkt gehouden, maar zorgt voor het evenwicht met een combinatie van stevige riffs en helder getokkel, het soort spel dat we ook wel kennen van Marillions Steve Rothery. Prijsnummer is het bijna twintig minuten durende “Without These Walls”, maar op het hele album én de bonus-cd hoor je een zelfverzekerde band. En dat is altijd goed nieuws.

Lees verder IQ – The Road Of Bones