Zoeken


Web www.fileunder.nl
Deel:  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  14  |  15  |  16  |  17  |  18  |  19 

The Fenmen - Sunstroke

(Ugly Things / Clearspot)

The-Fenmen_Sunstroke.jpgWat moet je met een cd van een al lang vergeten bandje, dat ook nog eens gepresenteerd wordt 'featuring Wally Waller and Jon Povey of the Pretty Things'. Hoewel ze deel uitmaakten van de formatie die het meesterwerk S.F. Sorrow uitbracht, waren ze geen bandleden van het eerste uur. Dat kon ook niet, want toen The Pretty Things hun eerste succes boekten ("Road Runner"!) staken gitarist Jon Povey en bassist Wally Waller hun energie nog in een andere band, namelijk The Fenmen. Hoewel The Fenmen maar twee singles uitbrachten, kenden ze wel een bijzondere - en herkenbare - geschiedenis. The Fenmen speelden in clubs in Hamburg, tekenden een contract bij Decca en speelden, jawel, merseybeat. Maar dat deden ze net iets te lang, waardoor ze midden jaren zestig hun leadzanger Bern Elliott verloren en het kleine beetje populariteit dat ze hadden. Hun muzikale blikveld verlegden ze vervolgens van Liverpool naar Californië en met die op meerstemmige zang gebaseerde sound leek het succes zowaar terug te keren. In 1965 maakten ze bijzonder aardige demo-opnames en een jaar later namen ze een sessie op voor de BBC. Al deze opnames, aangevuld met liedjes uit hun beginjaren en songs uit de tijd dat Wally Waller en Jon Povey bij The Pretty Things speelden, vind je hier verzameld: zeventien tracks, variërend van niet onverdienstelijk tot lekker, die laten horen dat de afstand Liverpool - San Francisco kleiner is dan je denkt.

File: The Fenmen - Sunstroke
File Under: Van de oevers van de Mersey naar de stranden van Californië
File Video: Wally Waller en Jon Povey over Sunstroke

Anneke Konings - Feelings & Fairytales

(Excalibur / Clearspot)

Anneke-Konings_Feelings-and-Fairytales.jpgDutch Rare Folk heette de cd waarop ik voor het eerst van Anneke Konings hoorde. Tussen andere, meer en minder terecht vergeten Nederlandse muzikanten die in de jaren zeventig en tachtig folk speelden. Het merendeel van die bands en acts waren ongetwijfeld in de folkscene bekend, maar bleven daarbuiten volkomen onbekend. Met Anneke Konings was iets anders aan de hand. Optredens bij Willem Duys’ veelbekeken tv-programma Voor de Vuist Weg, talentenjachten en - na de Nederlandstalige debuutsingle "De Heilige Koe" - een contract voor een Engelstalig album, Feelings. Nog weer een paar jaar later verschijnt de lp Tussen zon en maan. Maar doorgebroken is ze desondanks nooit. We hebben het hier over de jaren zeventig. Folk betekende langharige hippies, met brave stemmen, brave akoestische instrumenten en suffe liedjes. Althans, tot voor kort. Nu freakfolk de weg geplaveid heeft voor een nieuwe waardering van dit soort muziek, wordt een compilatie van haar twee platen van opnieuw uitgebracht. En dat is niet voor niets. Want haar liedjes zijn inventief, haar voorzichtige, soms wat tastende stem past perfect bij haar muziek die soms losjes is als bij Melanie, soms serieus als bij Judy Collins. Als ze in het Nederlands zingt, komt het soms wat suf over (rijmdwang!), maar in het Engels klinkt het prima. Niet dat Excalibur een verborgen grootmeester ontdekt heeft, maar wel een vergeten talent dat wellicht de tijdgeest weer mee heeft.

File: Anneke Konings - Feelings & Fairytales
File Under: Dutch rare folk
File Video: De Heilige Auto

Solex vs. Cristina Martinez & Jon Spencer - Amsterdam Showdown, King Street Throwdown

(Brozerat / Munich)

Solex_Jon_Spencer.jpgEind jaren negentig was ik enorm onder de indruk van de eerste plaat van Solex, Solex vs. The Hitmeister. Liesbeth Esselink maakte slimme knip- en plakmuziek, samplepop zo je wilt. Een paar jaar eerder was het doorbraakalbum van The Jon Spencer Blues Explosion verschenen, het even prachtige Orange. Rond dezelfde tijd speelde Jon Spencer niet alleen opgefokte blues, maar ook een soort glamrock met zijn ega, Cristina Martinez. Tien jaar later komen we ze alle drie weer tegen, nu in een gezamenlijk project. Op de hoes van Amsterdam Showdown, King Street Throwdown zien we een driewieler, een kinderfietsje. En da’s vast niet voor niets: de door Jon Spencer en Cristina Martinez (en rapper Mike Ladd en nog een aantal muzikanten) ingespeelde muzikale schetsen werden door Solex uitgewerkt en bij elkaar geplakt. De manier waarop is vooral losjes, speels en onverwacht. Geen bluesshouts (nu ja, soms kan Spencer zich niet inhouden) en ranzige gitaren op bluesschema’s, geil gekreun en punky geschreeuw. Maar op no-wave gebaseerde funk en beats die doen alsof de zomer weer begonnen is. Solex vs. Cristina Martinez & Jon Spencer is geen gedroomde samenwerking, en ook geen spannend duel op leven en dood. Eerder een onverwacht vrolijk album, waar Solex op punten wint.

File: Solex vs. Cristina Martinez & Jon Spencer - Amsterdam Showdown, King Street Throwdown
File Under: Solex vs. The Bluesmeisters
File Audio: MySpace
File Video: Amsterdam Showdown, King Street Throwdown

Jimi Hendrix - Valleys of Neptune

(Sony)

Jimi Hendrix - Valleys of NeptuneIn de periode tussen de release van Electric Ladyland in 1968 en zijn fameuze optreden op Woodstock het jaar daarop nam Jimi Hendrix een aantal nieuwe nummers op. De beroemdste van al die tracks zal nooit officieel uitgebracht worden. Niet tot 2010 in elk geval, wanneer het omgedoopt wordt tot titeltrack van een van de meest interessante postume Hendrix-platen. Het media-offensief is ongekend en zelfs De Wereld Draait Door en het Radio 1-journaal besteden aandacht aan de release van Valleys of Neptune. Als we alle voor de hand liggende (zeer gezonde) scepsis opzij schuiven, blijkt het een verdomd fijne plaat te zijn: "Stone Free" klinkt tegelijk rockender en funkier dan ooit. De instrumentale versie van Creams "Sunshine of Your Love" probeert het origineel alle hoeken van de studio te laten zien (wat overigens alleen lijkt te lukken doordat we het origineel zo goed kennen). Bekende nummers als "Fire" en "Red House" krijgen we hier in niet eerder officieel uitgebrachte, maar spetterende versies te horen. En het titelnummer? Heeft u onder een steen gelegen de afgelopen week? "Mr. Bad Luck" is de vreemdste eend in de bijt: in de jaren tachtig zijn hier drums en bas aan toegevoegd. Maar hoewel dit eigenlijk een gotspe is, stoort het vreemd genoeg niet. De kennis van John McDermott (onder veel meer auteur van Jimi Hendrix Sessions. The Complete Studio Recording Sessions 1963-70) en de kwaliteiten van producer Eddie Kramer (toen en nu) laten hier zien dat niet elke postume release een kwestie van geldklopperij is.

File: Jimi Hendrix - Valleys of Neptune
File Under: Fire
File Video: [Valleys of Neptune]

dEUS - Worst Case Scenario (Deluxe Edition)

(Island / Universal)

dEUS_WCS-deluxe-edition.jpgEr zijn maar een paar cd’s die ik meerdere malen gekocht heb. Meestal ging het dan om vervanging van kapotte cd’s. Uitgebreidere versies, met bonustracks en dergelijke, zijn vaak onzin: niet voor niets zijn die extra liedjes weggelaten van de originele plaat. Alleen de Grote Klassiekers uit mijn platenverzameling, de platen die ik eigenlijk nooit meer hoef te draaien, omdat ik alleen door het kijken naar de hoes elke noot al hoor, die cd’s zijn soms de moeite waard om in een nieuwe, geremasterde, of anderszins uitgebreide editie aan te schaffen. En jawel, Worst Case Scenario is er zo een. Voor de nieuwe mastering hoef je het niet te doen (al is er wel enig verschil te horen) en als je midden jaren negentig een fanatiek verzamelaar was van alles wat de Antwerpse maffia voortbracht, heb je de tracks op de tweede cd ook vast wel in huis. Hoogtepunt hiervan is uiteraard de EP Zea, het debuut van dEUS. De derde schijf in het doosje is een DVD: naast video’s en live-opnames (van bijvoorbeeld Pinkpop 1995) kun je kijken naar de documentaire Time Is The State of My Jeans (The Making of Worst Case Scenario). Hierin vertellen niet alleen de toenmalige hoofdrolspelers Tom Barman en Stef Kamil Carlens over Worst Case Scenario, maar bijvoorbeeld ook Guy Garvey van Elbow en Brian Molko van Placebo. De bijdrage van de laatste laat vooral zien wat voor aalgladde engerd hij geworden is. Maar, ik geef toe, onderhoudend is deze DVD wel. Als ik Worst Case Scenario een dag later nog eens draai in de auto en werkelijk elke schots en scheve noot meezing, dringt zich een beangstigende conclusie op: Brian Molko heeft misschien wel gelijk. Het zou zo maar kunnen zijn dat The Stooges en The Velvet Underground niet de enige bands waren die een Echt Grote Plaat gemaakt hebben.

File: dEUS - Worst Case Scenario (Deluxe Edition)
File Under: Grote Platen
File Video: Suds & Soda (live Astoria, London)

Grong Grong - To Hell N Back

( Memorandum / Clearspot)

Grong-Grong_To-Hell-N-Back.jpgVlak voor hun erkenning als één van de meest originele geluiden van de Australische punk neemt de voorman van Grong Grong een overdosis. Het is kerstavond 1984 en twee dagen daarvoor deden ze het voorprogramma voor PiL. Michael Parkas zal in een diepe coma raken waar hij - een medisch wonder! - maanden later uit ontwaakt. De overgebleven leden van Grong Grong maken intussen hun debuutplaat af door live-opnames als kant B te gebruiken (er waren alleen nog maar demosessies gedaan). Het moet een monumentje worden voor Parkas. Eind 2009 besluit platenlabel Memorandum om het inmiddels legendarische monument To Hell N Back op te tuigen met een DVD met livebeelden en die plaat uitgebreider en gedigitaliseerd uit te brengen. Deze cd en DVD laten zien waar Grong Grong voor stond: muzikale gekte, afkomstig van dezelfde vuilnisbelt waar ook The Cramps, The Birthday Party en The Stooges het zoeken. Zanger Michael Parkas is getooid met een bivakmuts, drummer George Klestims beukt onverstoorbaar zijn basale ritmes, bassist Dave Taskas speelt de archetypische snotty punk en gitarist Charles Tolnay ziet er uit als Frank Black in zijn jongere jaren. Samen verbouwen ze klassieke punksongs (waaronder Pere Ubu’s "Life Stinks" en "Loose" van The Stooges) en spelen ze hun eigen bizarre bulldozerpunk. Overdonderende, legendarische pokkeherrie. En zowaar sinds eind vorig jaar weer op tournee. Met Michael Parkas.

File: Grong Grong - To Hell N Back
File Under: Legendarisch lawaai
File Audio: [MySpace]
File Video: [Grong Grong / Angels & Demons]

Johnny Cash - American Recordings VI: Ain't No Grave

(American Recordings / Lost Highway )

Johnny Cash - American Recordings VI.jpgThere ain’t no grave
that can hold my body down
when I hear the trumpet sound
I’m gonna rise right out of the ground.

Natuurlijk, dit zijn de woorden van een getormenteerde ziel die, ondanks dat zijn dood nabij is en zijn lichaam zo breekbaar als maar zijn kan, trots en standvastig zijn laatste dagen doorbrengt. Maar zou het ook een knipoog kunnen zijn, een grapje van producer Rick Rubin of misschien wel van Johnny Cash zelf? Want ruim zes jaar na zijn dood in 2003 verschijnt nu toch nog het zesde deel van de American Recordings. Eigenlijk had ik het idee dat na de boxset Unearthed de koek wel zo’n beetje op was. Dit nieuwe deel, wederom vooral gevuld met covers, traditionals en slechts één originele track ("I Corinthians 15.55") is dan ook een relatief klein koekje, want de tien nummers klokken ongeveer een half uur. En wederom horen we een man aan het eind van zijn krachten. Maar ondanks dat zijn lichaam kapot is, zo zelfbewust en sterk als we hoorden op voorganger A Hundred Highways klinkt het ook hier weer. Het grootste deel van deze tracks stamt dan ook uit dezelfde sessies. Enige uitzondering is "Satisfied Mind" dat we kenden van de soundtrack van Kill Bill 2. Brak het gebrek aan tempo op deel vijf je een beetje op, dan ga je over hetzelfde klagen bij Ain’t No Grave. Was het de gebroken, maar trotse stem van Johnny Cash aan het eind van zijn krachten die je diep in je ziel raakte, dan staat deze plaat in je jaarlijstje.

File: Johnny Cash - American Recordings VI: Ain’t No Grave
File Under: Monumentale Platen
File Audio: Ain’t No Grave

Gigi - Maintenant

(TOMLAB)

Gigi_Maintenant.jpgPhil Spector is niet dood, hij zit alleen maar gevangen. Maar Gigi loopt vrij rond. Nick Krgovich (No Kids) en producer Colin Stewart maakten gebruik van de antieke studio-apparatuur die de laatste op de kop wist te tikken om een album te maken in vintage wall of sound-stijl. Ze namen daar ruim de tijd voor: drie jaar en verschillende sessies met een heleboel verschillende muzikanten om het geluid van de vroege jaren zestig zo goed mogelijk te benaderen. Of beter: om klassiek klinkende liedjes op een klassieke manier op te nemen. Opener "No, My Heart Will Go On" is uiteraard vintage Ronettes en "Dreams of Romance" is een poging om de brille van Dusty Springfield weer op plaat te zetten. Tegelijkertijd horen we een crooner in "Everyone Can Tell" en nee, zo heeft Gene Pitney onder Phil Spectors begeleiding nooit gezongen. Het is dan ook te kort door de bocht om alleen de legendarische producer te noemen. Daarvoor horen we - weliswaar steeds in stijl - teveel nieuws: "I’m Not Coming Out Tonight" klinkt ondanks z’n jaren zestig sound uiterst modern en het mannenkoor in "Some Second Best" (alleen op de cdversie van Maintenant) heb ik nooit zo in een Spector-productie gehoord. Colin Stewart munt de muziek van Gigi met enig recht als showtunes. Waarmee maar gezegd wil zijn waar de andere pijler onder Maintenant vandaan komt: filmscores uit de jaren zestig. Niet bij Spector alleen dus, hoe onvermijdelijk zijn naam hier ook opduikt.

File: Gigi - Maintenant
File Under: Back to Mono, the sequel
File Audio: MySpace

Basia Bulat - Heart Of My Own

( Rough Trade / Konkurrent)

Basia Bulat - Heart Of My OwnDe Canadese Basia Bulat heeft een boel bijgeleerd van het vele optreden. Klonk haar debuutplaat Oh, My Darling soms wel heel erg netjes en voorzichtig, deze drie jaar later uitgebrachte opvolger laat een heel wat zelfverzekerder zangeres horen. Haar stem is volwassener en hoewel nog steeds een beetje hees, durft ze zich nu vol overgave te laten gaan. In "Walk You Down" en "Gold Rush" - niet voor niets steviger dan ze zich eerder heeft laten horen - merken we wat ze met een voller geluid kan. Andere liedjes, inclusief de verstilde hoogtepunten "If It Rains" en "Sugar And Spice", laten horen wat een intiemer arrangement doet met haar stem. En dan blijkt dat het vooral Basia Bulats zang is die Heart Of My Own draagt. Want de productie van Howard Bilerman (The Arcade Fire) maakt het geheel net iets te afstandelijk en voorzichtig. Blijkbaar heeft hij vooral geprobeerd om Basia Bulats stemgeluid nadruk te geven en dat is geen slecht idee. Helaas blijven haar composities aan de veilige kant van het spectrum. Een producer met meer lef en liedjes die wat meer buiten de lijntjes durven te gaan en Basia Bulat heeft een topalbum te pakken. Aan haar ligt het in elk geval niet.

File: Basia Bulat - Heart Of My Own
File Under: Een stap verder
File Audio: MySpace
File Video: Gold Rush

The Len Price 3 - Pictures

(Wicked Cool / Import)

The-Len-Price-3_Pictures.jpgHet zou verrassend zijn om te horen dat er werkelijk iemand in dit bandje Len Price heette, niet waar? Maar op die leugen na doet The Len Price 3 er alles aan om zo echt mogelijk te zijn. En in hun geval betekent echt: lijken op The Kinks (met als meest navrante voorbeelden "Mr. Grey" en "Under the Thumb") en The Who (waar titelnummer en opener "Pictures" wel heel brutaal naar verwijst). Niet alleen hun liedjes hebben dezelfde ingrediënten (aangevuld met koortjes en fijne orgeltjes), ook hun kleding is in true mod style. Hun derde album Pictures (die ik hier anachronistisch genoeg als cd opgestuurd heb gekregen) is in stijl opgenomen. Dat wil zeggen dat ze vol trots op het hoesje melden dat alle dertien liedjes analoog en dus nog op band zijn gezet. En jawel, het geheel klokt ietsje meer dan dertig minuten: een albumlengte die in het tijdperk van de lp doodgewoon was, maar dankzij de cd te vaak opgerekt wordt tot een vervelende zestig of zeventig minuten. (Overbodig te melden dat ook de camera op het hoesje een analoge is en geen hypermoderne digitale spiegelreflex.) The Len Price 3 heeft dertien zo echt mogelijke liedjes uitgebracht en dat moet dus ook niet langer dan een half uur duren: daarna wordt het vervelend anachronistisch gedoe en dat weten ze net te voorkomen. Het punky "You Tell Lies", "Man Who Used To Be" en "Mr. Grey" klinken echter dan echt en dan wil ik ze graag een mislukking als "Nothing Like You" vergeven.


File: The Len Price 3 - Pictures
File Under: Namaken tot het echt wordt
File Audio: [MySpace]

Setting Sun - Fantasurreal

(Young Love)

Setting-Sun_Fantasurreal.jpgZouden John Davis en Lou Barlow hun Folk Implosion nog weer eens van stal halen? Nu Setting Sun's vierde plaat Fantasurreal (is dat geen neologisme?) z’n rondjes in mijn cd-speler draait, vraag ik me vooral af of er nog eens een vervolg op het prachtige Dare To Be Surprised gaat verschijnen. Want hoe aardig Fantasurreal ook is, de inventieve frisheid en de vrolijke charme van The Folk Implosion’s doorbraakplaat hoor ik niet. (Eerlijk is eerlijk: ook de twee platen na Dare To Be Surprised kwamen daar niet in de buurt.) Maar genoeg gekat: Fantasurreal klinkt even lichtvoetig en staat evenzeer met één been in de elektronica (lees: goedkope synthesizers) en met het andere in de fijne Amerikaanse indietraditie van mooie liedjes met een rafelrandje als ooit het muzikaal zeer verwante The Folk Implosion. Voorman en voornaamste liedjesschrijver van Setting Sun Gary Levitt heeft zich hier omringd met violen en trompetten en dat zorgt voor een bij tijd en wijle pastoraal geluid, dat mooi afsteekt tegen het soms net iets te koude jaren tachtig gevoel dat sommige liedjes uitstralen ("Make You Feel", met als enige tekst: 'No One’s Gonna Make You Feel As Good As You Do'. En dat dan een keer of vijftig herhaald). Een aardig album op een terrein dat John Davis en Lou Barlow al een tijdje braak hebben laten liggen. Van de hand van een sympathiek bandje: op de website van hun platenmaatschappij kun je gratis de EP Children of the remix downloaden.

File: Setting Sun - Fantasurreal
File Under: Te goed om surrogaat te heten
File Audio: MySpace
File Video: Driving

VA - Back to Peru Vol. II

(Vampisoul / Sonic)

VA_Back-to-Peru-Vol-II.jpgVoor beluistering lijkt deel 2 van Back to Peru een bak met restjes die overgebleven zijn na het uitbrengen van volume 1 van deze collectie Peruviaanse garagerock. Het grootste verschil is dat we nu de b-kantjes krijgen van de singles die op de eerste set verzameld zijn. Maar de lol die te beleven valt aan dit doosje met 34 tracks, verdeeld over twee cd’s, is niet minder dan bij deel 1. Van simpele beat tot de meest woeste psychedelica en via zo authentiek mogelijk gecopieerde Amerikaanse hits tot Latijns-Amerikaanse ritmes, de periode 1964 tot 1974 was muzikaal gezien een spannende in Peru. De ontwikkelingen zijn niet veel anders verlopen dan in de Anglosaxische muziekscene waar de bandjes op deze verzamelaar zich aan spiegelden. Vanaf midden jaren zestig begon de British Invasion z’n sporen na te laten (Los Jaguars en de woeste Los Saicos), waarna het stokje overgenomen werd door psychedelische invloeden (Los Juniors). Eind jaren zestig, begin jaren zeventig kwam, met het opkomende zelfbewustzijn in Zuid- en Midden-Amerika, de nadruk op Latijns-Amerikaanse invloeden te liggen. Santana was de grote held, (Los Zheros’ "Quarto Obscuro" doet hem niet onverdienstelijk na) maar de opeenvolgende rechtse dictaturen deden popmuziek in de ban, waardoor 1974 een logisch eindpunt van deze cd’s is: er was nog maar weinig invloed van buitenaf en bijna geen mogelijkheden voor distributie of het maken van opnames. De tien jaar die op Back to Peru behandeld worden zijn vrolijk en bij tijd en wijle woest bij elkaar gejat: Tercera Phedra En El Sol van Los Juniors is uiteraard Jimi Hendrix’ "Third Stone from the Sun" en "Filled With Fear" van Iron Butterfly werd door Beautiful Day niet helemaal goed verstaan en dus omgebouwd tot "Full With Fear".

File: VA - Back to Peru Vol. II
File Under: Garagerock in de Andes
File Audio: Los Shain’s - Shain’s A Go Go

Kentin Jivek - Eight New Prophecies

(Kentin Jivek / Clearspot)

Kentin-Jivek_Eight-New-Prophecies.jpgDe kortst mogelijke omschrijving is een makkelijke. File Under: Nouveau Folk. Of voor mijn part: Folk de freak. Want de muziek van Fransman Kentin Jivek bewandelt grosso modo dezelfde paden als erkende grootheden uit het genre als Devendra Banhart en Sufjan Stevens. Al is Jivek minder woest en wild als de eerste en minder productief en spaarzamer in zijn arrangementen dan de tweede. Hij leunt zo nu en dan ("Wig Ma Wag! Henchman of the Death") zwaar op de psychedelische grappen uit de jaren zestig en zeventig, maar dan op akoestische instrumenten. Zijn teksten zijn ongrijpbaar - onbegrijpelijk mag je ook zeggen - en zowel in het Engels als het Frans (soms gecombineerd, zoals in "Pandora’s Box"). Van openingsnummer "Szeged Succuba" zou ik niet eens kunnen zeggen in welke taal die gezongen is. De twee Franse liedjes "Quelle Importance" en "Parce Que C’est Toi" laten Jivek horen als een klassieke chansonnier: alleen met piano en emotioneel-geladen stem. Ze worden op het album gevolgd door "Lake Like", waarin zowel Tindersticks als Leonard Cohen doorklinken. Eight New Prophecies - jawel, de plaat bevat acht liedjes - is Jiveks vierde album tot nu, maar voor mij de eerste kennismaking met een intrigerend muzikant die we eigenlijk te kort doen door simpelweg naar anderen te wijzen die evenzeer folk een nieuwe richting op proberen te sturen.

File: Kentin Jivek - Eight New Prophecies
File Under: Nouveau Folk
File Audio: MySpace
File Video: Little Black Scorpions

Little Red - Listen To Little Red

( Lucky Numbers / Rough Trade)

Little-Red_Listen-To.jpgIn thuisland Australië hadden ze twee jaar geleden al van Listen To Little Red gehoord. Sterker nog: dit debuutalbum kwam op 29 binnen in de Australische albumcharts. En dat voor een plaat die in eigen beheer - dat wil zeggen via hun eigen label Hooch Hound Records - uitgebracht werd. Afgaand op openingsnummer "Coca Cola" had dat zomaar kunnen gebeuren dankzij een reclamecampagne voor Coca Cola. Het liedje doet weliswaar erg sterk denken aan een afgekeurd b-kantje van The Strokes, maar leunt op een onweerstaanbaar stukje a capella. Little Red zal haar muziek niet voor niets zelfs karakteriseren als doo wop punk. Nu valt het met dat laatste wel mee, of je moet de eerste platen van Elvis Costello en Joe Jackson - die andere dankbare associaties waar Listen To Little Red toe oproept - punk vinden. Het eerste deel van hun eigen definitie, doo wop, horen we ook niet zo direct terug. Wel zijn de koortjes erg leuk en regelrecht gepikt uit een jaren vijftig- of zestig-idioom, maar voor doo wop zouden ze een stukje zuiverder moeten klinken. Maar dat zou dan weer afbreuk doen aan de vrolijke rammelrock die Little Red maakt. Onweerstaanbaar als The Strokes? Mwah. Niet aan te ontkomen als aan Elvis Costello en Joe Jackson in hun beginjaren? Bij lange na niet. Maar de dertien liedjes - uiteraard na dertig minuten afgeklokt - zijn leuk genoeg.

File: Little Red - Listen To
File Under: Rammelende vrolijkheid
File Audio: MySpace
File Video: Coca Cola

Hennessy Keane - Nowhere Fast

(Eigen beheer / Import)

Hennessy-Keane_Nowhere-Fast.jpgMet zo’n titel vraag je er ook om: Hennessy Keane zal ongetwijfeld nergens erg snel komen. In de eerste plaats vanwege het genre dat ze beoefenen - klassieke country - en in de tweede plaats omdat ze dat niet vanuit Texas doen, maar vanuit Engeland. De twee mannen die hun naam aan deze band gaven, Shaun Hennessy en Ian Keane, respectievelijk als zanger/gitarist en als drummer, zien er dan wel uit als genuine rednecks, maar komen toch echt uit Basingstoke, Hampshire. En dat is het relatief welvarende zuid-oosten van Groot-Brittannië en niet het arme zuiden van de Verenigde Staten. Behalve hun tongval - en dan ook nog alleen maar als je er op let - is er desondanks niets dat hun afkomst verraadt. Elk nummer op Nowhere Fast is keurig volgens de regels van het genre geschreven. Van het aan Jackson Browne refererende "Too Late Tonight", het verhalende "Uncle Johnny" en een tearjerker als "First Time" tot een typische Westcoast-track als "Stand Tall". Voor dit soort prettige, maar nergens opvallende en helaas ook nauwelijks beklijvende albums is de typering 'prettig wegluisteren' bedacht. Of: keurige automuziek voor als je geen haast hebt. En dat geldt voor de M3 richting Londen net zo goed als voor Highway 65 richting Nashville.

File: Hennessy Keane - Nowhere Fast
File Under: Authentieke country uit de UK
File Audio: MySpace

The Brunettes - Paper Dolls

(Lil' Chief / Konkurrent)

The-Brunettes_Paper-Dolls.jpgEen overdosis twee pop is zo opgelopen. Blijkbaar weet het Nieuw-Zeelandse duo The Brunettes dat maar al te goed en dus hebben ze twee maatregelen genomen om hun vierde album Paper Dolls boeiend te houden. In de eerste plaats hebben ze de lengte beperkt gehouden: na een stief half uurtje is het afgelopen. Ten tweede hebben ze de jengelende gitaren grotendeels ingewisseld voor synthesizers, drumcomputers en een electro-sound. Met die synthesizers plamuren ze hun geluid soms net iets te vaak dicht, zodat hun sound opzichtig naar de jaren tachtig teruggrijpt. Een derde unique selling point van The Brunettes zijn Jonathan Bree en Heather Mansfield. De twee nemen het meeste werk voor hun rekening, aangevuld met muzikanten die uit de scene van Auckland gerekruteerd zijn. Vraag-en-antwoordspelletjes zijn hun favoriete zangvorm, en dat is een vorm die in elk geval de vaart er in houdt, want apart zijn hun stemmen te vlak om lang te boeien. Eigenlijk geldt hetzelfde voor hun liedjes, waar het net iets te vaak studio-trickery is die de spanning er in moet houden. De single "Red Rollerskates" (let op de tekst!) en "Bedroom Disco" (Bang om naar de disco te gaan? Hou je feestjes thuis!) zijn de hoogtepunten op Paper Dolls. En da’s een magere score voor een plaat die net dertig minuten klokt.

File: The Brunettes - Paper Dolls
File Under: Twee pop electro
File Audio: MySpace
File Video: Red Rollerskates

Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend

( Acony / Ada / Rough Trade)

Dave-Rawlings-Machine_A-Friend-of-a-Friend.jpgWe moesten er een fikse tijd op wachten - zes jaar om precies te zijn - maar eindelijk is er dan het nieuwe album van Gillian Welch. Of is dat te flauw om een bespreking van het solodebuut van Dave Rawlings mee te openen? Ten slotte is Rawlings de partner - muzikaal en anderszins - van Gilian Welch, figureert ze meermalen op de hoesfotootjes en horen we haar als zangeres, gitarist en mede-componist terug op A Friend of a Friend. Wat dat laatste betreft: daarin heeft ze niet het alleenrecht. De medley van Neil Young's "Cortez the Killer" en "Method Acting" van Conor Oberst is een van de hoogtepunten, overigens net als die andere cover: Jesse Fullers’s "Monkey and the Engineer" (die harmonica!). Met Ryan Adams schreef en zong Dave Rawlings het rauwe "To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High)". Voor de andere tracks gaan de credits naar het echtpaar Welch-Rawlings. En ook van hun hand zijn daar weer een handvol prachtige liedjes bij. Openingsnummer "Ruby" balanceert nog gevaarlijk langs kitsch, met jaren zeventig westcoast-zanglijntjes, maar "How’s About You" klinkt bijna als een dustbowl ballad en de melancholie van "Bells of Harlem" is onovertroffen. We moesten er lang op wachten en de fijne stem van Gillian Welch horen we te weinig, maar A Friend of a Friend is een prachtige plaat die we gewoon toevoegen aan de gecombineerde discografie van mrs. Welch en mr. Rawlings.

File: Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend
File Under: Solo echtpaar
File Audio: MySpace
File Video: Bells of Harlem (live)

Nicolai Dunger - Play

(Fargo / Munich)

Nicolai-Dunger_Play.jpgEen stuk of vijftien platen heeft Nicolai Dunger op zijn naam staan, wat een score oplevert van ongeveer een album per jaar sinds 1996. Dunger is een allesvreter en daarom niet altijd makkelijk te volgen en te genieten. Van experimentele knip-en-plakmuziek, via jazzy uitstapjes en akoestische kampvuurliedjes tot de netjes gearrangeerde liedjes waar Play vol mee staat. Als we al die albums op een rijtje leggen en de experimentele uitstapjes opzij leggen, dan is Play weer een relatief gewoon album, net als doorbraakplaat uit 2004, Tranquil Isolation, maar dan grootser en ambitieuzer opgezet (de arrangementen, de productie, de hulp van Nina Persson). Waarmee het bijna een vervolg lijkt op Soul Rush uit 2001. Met de liedjes is het uiteraard weer in orde. Iemand als Nicolai Dunger heeft goud in zijn vingers en goud in zijn stem. Het lijkt alsof het maken van fijne popliedjes met goeie hooks hem net zo makkelijk afgaan als het trappen van een balletje (hij was ooit een niet onverdienstelijk voetballer). De hoogtepunten op Play volgen elkaar in hoog tempo op: van opener Heart and Soul via "Tears in a Child’s Eye" (een duet met Nina Persson) tot het trio "Entitled to Play", "The Girl with the Woolen Eyes" en "Many Years Have Passed".

File: Nicolai Dunger - Play
File Under: Gouden stem en gouden liedjes
File Audio: MySpace

The Morning Dew - At Last 1968-1970

(World in Sound / Clearspot)

Morning-Dew_At-Last.jpgMet de release van At Last is het verzameld werk van de legendarische band The Morning Dew compleet. Eerder verscheen al No More, waarop hun vroege singles en niet eerder uitgebracht materiaal te horen was. Maar die cd was niet meer dan de opmaat naar het hoogtepunt uit de carrière van The Morning Dew, de elpee At Last uit 1970. De hoes is voor ons Nederlanders niet zo schokkend (denk maar aan de PSP-verkiezingsposter uit 1971), maar wel kenmerkend voor die tijd: naakte hippies in de vrije natuur. Opener "Crusader’s Smile" zet wat dat betreft ook mooi de toon: 'I play my guitar to make people happy'. Toch is het geen flauwe bloemetjesmuziek die The Morning Dew maakte. Met hun ene been stonden ze nog in de rauwe garagerock van de jaren zestig, met hun andere been in een soort proto-hardrock. Deze twee stijlen werden gecombineerd met een geweldig gevoel voor mooie liedjes en dat leverde een bijkans legendarisch album op. Hoogtepunten zijn de eerdergenoemde opener "Crusader’s Smile", furieuze rocker "Young Man", de psychedelische countryrock van "Then Came the Light" en het door vlijmscherpe gitaren gedomineerde "Gypsy". Als bonus krijgen we vijf nummers van de sessie die de opmaat voor hun nooit verschenen tweede plaat moest worden. De release van At Last bleek uiteindelijk de zwanenzang voor een band die - zo blijkt uit de bonustracks - op het punt stond hun aandacht richting onversneden jaren zeventig hardrock te verplaatsen.

File: The Morning Dew - At Last 1968-1970
File Under: Schatgraven
File Audio: Morning Dew
File Video: No More

VA - Psychedelic States: Mississippi in the 60s

(Gear Fab / Clearspot)

VA_Psychedelic-States-Mississippi.jpgDe achttiende verzamelaar die reissuelabel Gear Fab wijdt aan één van de vijftig staten van de VS behandelt Mississippi. Alsof de Magnolia-state nog geen muzikale geschiedenis genoeg heeft, krijgen op Psychedelic States: Mississippi in the 60s een heleboel voetnoten en voetnootjes de aandacht. Want vergis je niet, Mississippi is niet alleen de plek waar grootheden als Robert Johnson, BB King, Jimmie Rodgers en Elvis Presley (en vooruit, ook Britney Spears) hun wortels hebben liggen. Zoals overal in de Verenigde Staten werden ook in deze zuidstaat de garages leeg geruimd zodat zoon- (en soms dochter-)lief zich kon uitleven in bandjes. Bandjes die slechts zelden meer dan één single uitbrachten en dan weer snel uiteen vielen. Een aantal kreeg succes, al was het soms niet meer dan regionaal (The Lancers met "Somebody Help Me"). Een paar artiesten wisten iets meer van de grond te krijgen. Bob Morrison werd een succesvolle liedjesschrijver voor anderen en kon zelfs een Grammy op zijn cv plaatsen. Paul Davis, hier anoniem in Rick’s Continentals, wist een niet onaardige solocarrière op te zetten. Van de onbekenden moeten we hier in elk geval de Byrds-navolgers Soule Survivors noemen ("Good-Bye") en vooral The Riviares ("Bad Girl"), een gitaar en drums-duo dat bewijst dat zulke ragduo's al ver voor The White Stripes bestonden.

File: VA - Psychedelic States: Mississippi in the 60s
File Under: Garages in Mississippi
File Audio: Rick’s Continentals - Live It Up

Bart de Win - The Simple Life

(Double Click / Rough Trade)

Bart-de-Win_The-Simple-Life.jpgHet voordeel van het jaren lang als sidekick fungeren, is dat je ook een mooie lijst aan gastmuzikanten kunt presenteren als je zelf een album gaat maken. Bart de Win speelt niet alleen al jaren in jazzcombo’s, als toetsenist voor anderen (Stevie Ann, Gert Vlok Nel, Gé Titulaer), maar ook bijvoorbeeld in de band van Gerard van Maasakkers, De Vaste Mannen. Het zijn deze Vaste Mannen die ook de band vormen waar nu Bart de Win de leider van is. Toch is het niet die lijst van al dan niet beroemde muzikanten die opvallen bij het beluisteren van Bart de Wins debuutplaat The Simple Life. Natuurlijk, Bart-Jan Baartmans speelt prachtig gitaar en Izaline Callister zingt fabelachtig mee in het duet "The Promised Land". Maar de hoofdrol wordt toch echt gespeeld door de piano en stem van Bart de Win zelf. Zijn liedjes zijn vakkundig in elkaar gestoken en het bewijs van jarenlang vakmanschap. Hij beweegt zicht op het snijvlak van jazz, country en folk, de wereld waar ook iemand als Randy Newman zich in thuisvoelt. De Amerikaanse Westcoast aan het begin van de jaren zeventig ("Time (is running out)"), gaan naadloos over in jazzy uitstapjes ("They Told Me") die weer opgevolgd worden door een mooie nachtclubwals ("Johnny").

File: Bart de Win - The Simple Life
File Under: Alleskunner
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Promised Land]

Royal Bangs - Let It Bleep

(Audio Eagle / City Slang / V2)

Royal-Bangs_Let-It-Beep.jpgNonchalant als Pavement, dansbaar als Radio 4 en weerbarstig als The Rapture, zie daar de kortst mogelijke omschrijving van Royal Bangs. En oh ja, wat ze vooral gemeen hebben met Pavement is het vermogen om uiterst prettige liedjes te schrijven zonder dat het ze moeite lijkt te kosten. Het door File Under schandalig genegeerde debuut We Breed Champions zette de toon, maar opvolger Let It Beep zou weleens de aanstichter kunnen zijn van een kleine hype rond deze band uit Knoxville, Tennessee. Hun geluid is hipper dan hip: een slimme mix van indie, scheve postpunkgitaren en dito koebellen ("My Car Is Haunted"), overgoten met elektronica (de Beep uit de titel, inderdaad) en aangevuld met toefjes synthpop ("Brainbow") en overstuurde garagerock ("Shit Xmas"). Van bandjes die zich met punkfunk bezighielden konden we een paar jaar geleden geen genoeg krijgen, maar een gebrek aan memorabele liedjes deed veel acts in dat genre snel de das om. Het zal vooral de kwaliteit van hun nummers zijn en hun vermogen om zoveel verschillende invloeden in zich op te nemen die de houdbaarheidsdatum van Royal Bangs gaan bepalen. Hoorde ik daar overigens The Flaming Lips in "Tiny Prince of Keytar" en in de bizarre intermezzi "Conquest II" en "Gorilla King"?

File: Royal Bangs - Let it Bleep
File Under: Punkfunk 2010
File Audio: [MySpace]
File Video: [Poison Control]

Mark Stuart and The Bastard Sons - Bend in the Road

(Dualtone / Bertus)

Mark-Stuart-and-the-Bastard-Sons_Bend-in-the-Road.jpgEerlijk gezegd dacht ik dat The Bastard Sons of Johnny Cash al een tijdje geleden het bijltje er bij neer hadden gegooid. Maar wat blijkt nu: voorman Mark Stuart heeft zijn band omgedoopt tot The Bastard Sons en er zijn eigen naam voor geplakt. Onder deze naam brengt hij ons een nieuwe plaat, die we toch maar geen debuutplaat zullen noemen. Niet alleen klinkt het album daarvoor teveel naar zijn vorige band, maar iemand die al zo lang meegaat en al zo lang zo veel optredens doet mag je niet zomaar als nieuweling begroeten. Toch lijkt het even alsof Bend in the Road wel degelijk een nieuwe start is. De openingstrack, een cover van Billy Joe Shaver's "I’m Just An Old Chunk of Coal" is wel heel traditionele, uptempo, naar bluegrass ruikende country. Dat geldt ook voor "Restless, Ramblin’ Man", de track die daar meteen op volgt. Als ze moeten gelden als visitekaartje voor de nieuwe nom de plume van Mark Stuart’s band, sturen ze de luisteraar de vekeerde kant op. De rest van Bend in the Road ligt behoorlijk in het verlengde van het werk dat hij als bastaardzoon van Johnny Cash bracht: beschaafde alt-country. Of beter: traditionele country met een rockrandje zoals die op de FM-radio in de VS zo lekker klinkt, maar dan iets uit het midden. In Europa meer geschikt als livemuziek in de kroeg dan in de file op de A2.

File: Mark Stuart and The Bastard Sons - Bend in the Road
File Under: Beschaafder dan de Man in Black
File Audio: [Myspace]
File Video: [Power of a Woman (live)]

Brian Harnetty & Bonnie Prince Billy - Silent City

(Atavistic)

Brian-Harnetty_Silent-City.jpgLaat je niet voor de gek houden: Silent City is een nieuwe plaat van Brian Harnetty. Will Oldham - Bonnie 'Prince' Billy - verzorgt de vocalen op een aantal tracks, maar het is onduidelijk in hoeverre de muziek van hen samen is. Of beter: in hoeverre de samples die Harnetty verzameld heeft door hen beiden bewerkt zijn. Brian Harnetty kreeg bekendheid met zijn vorige cd, American Winter waarop hij opnames uit een archief haalde van liederen uit de Appalachen. Deze opnames bewerkte hij weer tot nieuwe nummers. Maar het meest bijzondere was: hij gebruikte fouten, mislukte inzetten, gespreksfragmenten en dergelijke om zijn tracks een bijzondere richting te geven. De keuze voor voormalig lo-fi-held Will Oldham is wat dat betreft een mooie. Beiden zijn geïnteresseerd in de folkmuziek van de armoedige mijnwerkersdorpjes uit het berggebied in het Oosten van de VS, waar bluegrass, eeuwenoude melodietjes en min of meer bekende Ierse en Schotse liedjes samensmolten. Op Silent City horen we pianoklanken, radiostemmen, harmonica’s, kale percussie, electronica, een banjo, teruggevonden liedjes, found footage en, inderdaad, in drie liedjes Will Oldham: "Sleeping in the City", "And Under the Winesap Tree" en "Some Glad Day". De sfeer van Silent City past prima bij de zangstem van Oldham, maar de fieldrecordings dragen toch echt de signatuur van Brian Harnetty.

File: Brian Harnetty & Bonnie 'Prince' Billy - Silent City
File Under: Gevonden muziek
File Audio: [Brian Harnetty’s Myspace]
File Video: [Some Glad Day][Sleeping in the Driveway]

Jeffrey Frederick and The Clamtones - The Resurrection Of Spiders in the Moonlight

(Rounder / Universal)

Jeffrey-Frederick_The-Resurrection-of-the-Spiders-in-the-Moonlight.jpgHet verhaal van Jeffrey Frederick is er eentje van de onbegrepen grapjas met pech: verschillende bands die het net niet maakten, een vaste aanstelling in een club die prompt moest sluiten na een valse beschuldiging van drugsgebruik, tournees die onderbroken werden door arrestaties (Jeffrey trad op in dameskleding in Texas) en boze inwoners van Alabama (hij zong de gospel "Let Me Down": 'Take these nails right out of my hands/And I swear you will get to the promised land/All your sins are forgiven/now let me down'). Misschien zit ‘m daar de makke van zijn onbekendheid: hij draagt teveel het imago van de onverbeterlijke lolbroek met zich mee. Zijn muziek, lichtvoetige barband rock ‘n’ roll, vermengd met country, lijkt te weinig soortelijk gewicht te hebben. Daarbij overleed Jeffrey Frederick ook nog eens veel te jong: hij was pas 47 toen hij 1997 stierf met eigenlijk slechts één volwaardig solo-album op zijn naam: The Resurrection Of Spiders in the Moonlight . Deze plaat was jaren niet te krijgen, maar is nu opnieuw uitgebracht. We horen vrolijke country ("Toilet") en rock ‘n’ roll met een Buddy Holly-hik ("Rotten Lettuce") naast ballades ("Stolen Guitar") en nonsensliedjes met een Caraïbische inslag ("Beer Shit"). Jeffrey Frederick was een adequaat liedjesschrijver die vele stijlen machtig was (en die ook in één en hetzelfde liedje inzette, bijvoorbeeld in "Window"), maar soms teveel vertrouwde op zijn grappen en grollen.

File: Jeffrey Frederick and The Clamtones - The Resurrection Of Spiders in the Moonlight
File Under: Does humor belong in music?
File Video: [Rotten Lettuce live]

Pagina  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  14  |  15  |  16  |  17  |  18  |  19