Zoeken


Web www.fileunder.nl

Pete Molinari - A Train Bound For Glory

(Clarksville / Proper / Rough Trade)

Pete-Molinari_Train-Bound-For-Glory.jpgHet verbaasde me niks dat Pete Molinari een uitnodiging kreeg om op te treden in Later With… Jools Holland. Molinari heeft exact de juiste uitstraling en muziek. Hij ziet er uit als een typisch Engelse, maar zeer beschaafde popster van voor de rock ‘n’ roll-revolutie, inclusief de juiste tv-genieke looks. Hij beschikt over een paar goede one-liners en bovenal die prettige, rootsy, lekker in het gehoor liggende liedjes waar Jools Holland zonder moeite zijn pianoriedels bij kan laten horen. Waarmee ik overigens niets negatiefs wil zeggen, niet over Jools Holland en niet over Pete Molinari. Behalve dan dat ook A Train Bound For Glory wellicht net iets te braaf is. Van voor de r&b-boom dus. Maar elk liedje is raak, zijn gitaarspel is accuraat, de muzikanten met wie hij zich omringt vakkundig en zowel de hoes van zijn tweede cd, als de titels van zijn liedjes ("Willow Weep For Me", "Little Less Loneliness", "Heartbreak Avenue" en niet te vergeten de titeltrack) perfect passend in het tijdsgewricht waar hij zo graag had willen schitteren. Ware het niet dat Pete Molinari nog niet geboren was in de jaren vijftig. De koortjes (luister naar single en openingstrack "Streetcar Named Desire") vallen in het bijzonder op: je ziet ze zo schitteren in de Ed Sullivan Show. Of misschien zijn ze nog beter op hun plek in een ouderwetse rock ‘n’ roll revue samen met land- en genregenoten als Imelda May en het trio Kitty, Daisy, and Lewis.

File: Pete Molinari - A Train Bound For Glory
File Under: Good Ol’ Times
File Audio: [MySpace]
File Video: [A Streetcar Named Desire]

Arab Strap - The Week Never Starts Round Here / Philophobia (Deluxe Double Disc Sets)

(Chemikal Underground / Konkurrent)

Arab-Strap_The-Week.jpgHet schijnt dat op de burelen van het roemruchte Schotse platenlabel Chemikal Underground jarenlang het originele schilderij dat Aidan Moffat maakte voor de hoes van Arab Strap 'sPhilophobia aan de muur hing. Naar mijn smaak vormt dit zelfportret (en de vrouwelijke tegenhanger op de achterkant) een van de lelijkste platenhoezen ooit. Maar tegelijk is het de verpakking voor een van de beste albums van de jaren negentig. De jeugdvrienden Malcolm Middleton (instrumenten) en Aidan Moffat (zang) lieten met hun band Arab Strap horen hoe Trainspotting werkelijk klonk: geen ranzige, maar romantische junkie chic op opwindende beat, nee, ranzige, doorgekaterde alcoholistenhel op rafelige drums en doorgezopen zang. Hun eerste twee platen zijn nu opnieuw uitgebracht. In beide gevallen als dubbel-CD met als bonus live-opnames. Bij The Week Never Starts Round Here vinden we de eerste Peel Session van de band en opnames van een optreden in King Tut’s in Glasgow. Op de bonus-CD bij Philophobia staat een tweede Peel Sessie en opnames van T in The Park.

Arab-Strap_Philophobia.jpgAl deze live-opnames waren al eerder te vinden, onder andere op de eigen site van de band. De originele cd-opnames klonken soms wat iel, maar de concertregistraties laten horen hoe intens en donker Arab Strap live kon linken. Het meestal gemompelde, maar even vaak best goed verstaanbare Sprechgesang van Aidon Moffat en de begeleiding van onder meer Malcolm Middleton laten een van de beste en meest interessante bands uit de tweede helft van de jaren negentig horen. Dat wisten we al van de live-CD Mad For Sadness, maar wordt hier nog eens officieel aangetoond. Mooie en waardige releases en niet alleen omdat er nu een kartonnetje om die lelijke hoes zit.

File: Arab Strap - The Week Never Starts Round Here / Philophobia (Deluxe Double Disc Sets)
File Under: Klassieke albums
File Audio: [MySpace]
File Video: [The First Big Weekend]

The Reverend Peyton's Big Damn Band - The Wages

(Side One Dummy / Suburban)

Rev-Peytons-Big-Damn-Band_The-Wages.jpgDominee Peyton heeft zijn vijfde album afgeleverd en Gode Zij Dank, er is wederom niet al te veel veranderd in zijn kerkdiensten en preken. De Reverend vloekt, tiert en gaat tekeer met een vrolijkheid zoals we die niet van elke kansel af horen komen. Het enige verschil met het vorige album is een personeelswisseling: The Wages is de eerste plaat met nieuwe drummer Aaron "Cuz" Persinger. Maar ook deze nieuwe misdienaar doet zijn werk op dezelfde wijze als zijn voorganger: ter meerdere eer en glorie van Zijn Werkgever en diens plaatsvervanger-voor-de-duur-van-dit-album, Reverend Josh Peyton himself. De opgefokte bluegrass en country blijkt intussen een heleboel punkaanhangers gekregen te hebben, waardoor we bijvoorbeeld "Clap Your Hands" al aantroffen op de compilatie-cd voor de Vans Warped Tour 2010 (waar Reverend Peyton’s Big Damn Band figureert als sympathiek buitenbeentje naast illustere punkgrootheden als GBH, Alkaline Trio en Blink 182). En eigenlijk is dat helemaal niet zo gek: zagen we ook niet Hank Williams III steeds meer inspiratie uit punk en hardcore opdoen? Toch een punt van kritiek: de eenvormigheid steekt soms wel de kop op. Ondanks drie relatieve rustpunten ("Redbuds", "Lick Creek Road" en afsluiter "Miss Sarah") dendert het wel erg vaak in het zelfde boem-tsjakke-boem-tempo door. Maar een kniesoor die daar tijdens de feestelijke hoogmis op let.

File: The Reverend Peyton’s Big Damn Band - The Wages
File Under: De Dominee Preekt Weer
File Audio: [MySpace]
File Video: [Clap Your Hands]

Bill Kirchen - Word To The Wise

(Proper / Rough Trade)

Bill-Kirchen_Word-to-the-Wise.jpgFolk, rock ‘n’ roll, rockabilly, blues en country: meestergitarist Bill Kirchen beweegt zich al ruim veertig jaar in deze genres. Zijn Telecaster is zijn handelsmerk en hij is dan ook niet voor niets gekroond tot Titan of the Telecaster. Nu betekent zo’n titel natuurlijk helemaal niets als de eigenaar zich vooral verliest in spierballenvertoon op zijn gitaar, maar ik geloof dat Bill Kirchen daar een veel te bescheiden man voor is met bovendien een te fijnzinnig gevoel voor mooie, klassiek aandoende liedjes. Zijn nieuwste album, Word to the Wise, bevat elf stijlvaste nummers die weliswaar een soepel vakmanschap verraden, maar toch ook ietwat bedaagd klinken. Net als zijn vorige album, Hammer of the Honky Tonk Gods, kan de kritiek hier hetzelfde zijn: het is allemaal wel erg netjes en braaf. Overigens is er een mooie uitzondering op de keurigheid van dit album, namelijk wanneer Elvis Costello meedoet op "Man In The Bottom Of The Well", een prachtig slepende rocker. Ook voor de cover van Merle Haggard 's klassieker "Shelly’s Winter Love" neem ik mijn hoed af. Net als Nick Lowe en Paul Carrack die hier op meespelen. En dat zijn maar een paar van het blik beroemde collega’s die Bill Kirchen helpen. Anderen zijn ondermeer Maria Muldaur, Dan Hicks en Kirchen’s oude maatje Commander Cody.

File: Bill Kirchen - Word To The Wise
File Under: Titanen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Valley Of The Moon]

Dylan LeBlanc - Paupers Field

(Rough Trade / Konkurrent)

Dylan-Leblanc_Paupers-Field.jpgWij in Nederland mogen Tim Knol hebben, een youngster die zich op verbluffende manier met de muziek van veel oudere voorgangers bezighoudt, in de Verenigde Staten hebben ze Dylan LeBlanc. Twintig jaar, gezegend met een diepkoperen stemgeluid en de geesten van Townes Van Zandt en Hank Williams die goedkeurend over zijn schouder kijken. Eerlijk gezegd schiet ik met die laatste vergelijkingen een beetje ver door, want liedjes zoals Townes en Hank die maakten zijn op Paupers Field niet te vinden. Zijn zelfverzekerdheid is er niet minder om: alle twaalf liedjes op zijn debuutplaat zijn van zijn eigen hand. De onderwerpen die hij bespreekt in de verhalende nummers zijn wel dezelfde als die van zijn grote voorbeelden. Verloren liefde ("If Time Was For Wasting"), verlies ("Ain’t Too Good At Losing") en zelfs dronkenschap ("5th Avenue Bar") - Nota bene: in de meeste staten van de VS krijgt hij in geen bar een biertje voorgezet!. De slidegitaar heeft een hoofdrol en opvallend: Emmylou Harris biedt de helpende hand door haar stem te lenen voor "If The Creek Don’t Rise". Er zijn eigenlijk maar twee minpunten te verzinnen: de liedjes worden te vaak in hetzelfde tempo gespeeld en niet elk nummer is even memorabel. Maar dat we meer van Dylan LeBlanc gaan horen, lijkt me een inkopper.

File: Dylan LeBlanc - Paupers Field
File Under: Misschien wel een wonderkind
File Audio: [MySpace]
File Video: [If Time Was For Wasting]

Kapitan Korsakov - Well Hunger

(Kinky Star / Bang!)

Kapitan-Korsakov_Well-Hunger.jpgDe eerste tonen van opener "When We Were Hookers" wierp me in ene ruim twintig jaar terug. De jaren dat Soundgarden nog niet in de eredivisie van de grunge stond, maar logge en vettige gitaarherrie maakte. De jaren dat Nirvana Bleach net uitbracht en The Jesus Lizard furore maakte. Na die eerste maten laat Kapitan Korsakov horen dat voor hen die tijd niet is stil blijven staan. Uitstapjes richting industrial ("Sylvie") en noise ("*** Me") geven het karakter aan, overstuurde herrie de atmosfeer. Het heeft even geduurd voor Kapitan Korsakov deze plaat opnam, want de band bestaat al een paar jaar. Blijkbaar moest er eerst een geoliede podiumpresentatie neergezet worden om een album te maken dat qua intensiteit een live-ervaring kon evenaren. Voor het grootste deel is ze dat gelukt ook. Toch is het geen album dat ik nog vaak in zijn geheel zal draaien. Want de eerste negen nummers klokken samen zo’n dertig minuten, maar de tiende en afsluitende track "Sheep Dip" zorgt dat Well Hunger ruim over de vijfenzeventig minuten uitkomt. Op het podium zal zo’n bijna jam-achtige afsluiting prima overkomen (hoewel: een half uurtje compacte liedjes spelen en dan nog eens een half uur jammen?), maar het maakt de plaat nodeloos lang.

File: Kapitan Korsakov - Well Hunger
File Under: Lekkere herrie is van alle tijden
File Audio: [MySpace]
File Video: [When We Were Hookers]

The Pedro Delgados - Sing High, Sing Low

(Munich)

The-Pedro-Delgados_Sing-High-Sing-Low.jpgSing High, Sing Low, het tweede album van The Pedro Delgados, is al een paar maanden uit - ergens in april belandde de cd op mijn bureau -, maar het duurde tot deze week voor ik er serieus aandacht aan ging besteden. Zo had ik de punky bluegrass van Reverend Peyton’s Big Damn Band nodig om mij eraan te herinneren dat er in Nederland ook een band rondliep die op dezelfde energieke manier hun lekker ouderwetse liedjes spelen. Het grote verschil zit 'm bij een oppervlakkige blik in het schijnbare soortelijk gewicht: The Pedro Delgados begon als een soort zijproject van leden van verschillende Amsterdamse bands en dus is het lastig om meer dan een lollig, maar tijdelijk bandje te zien. Toch zijn ze dat wel waard. De energie waarmee ze hun bluegrass-songs het publiek in slingeren en de podiumervaring die de leden zo langzamerhand hebben opgebouwd maakt dat we de humor en lol wel degelijk serieus moeten nemen. En getuige de veertien liedjes (drie originele en een cover: Jimmy Rodgers' "Mulskinner Blues") doen ze dat zelf ook. Live is het een groot feest. Op plaat lukt dat weliswaar nog niet, maar ze zijn een eind op weg. De klassieke val - elke track in hetzelfde tempo - wordt vakkundig vermeden, de overdaad aan snaarinstrumenten kundig in toom gehouden en aan de nummers is duidelijk veel vakmanschap gewijd.

File: The Pedro Delgados - Sing High, Sing Low
File Under: Bluegrass Feest!
File Audio: [MySpace]
File Video: [I Shot My Baby]

Beach House - Teen Dream

(SubPop / Konkurrent)

Beach-House_Teen-Dream.jpgDe klacht dat de karige instrumentatie en het steeds terugkerende lome tempo (tja, je heet Beach House of je heet het niet) op de eerste twee platen van Beach House soms tot verveling leidde, begrijp ik wel. En ik heb zo’n idee dat het Amerikaans-Franse duo Alex Scally en Victoria LeGrand dat zelf ook wel begrijpen. Want hun eerste CD voor SubPop klinkt als een nieuwe stap in hun ontwikkeling. Weliswaar is de grondtoon - dromerige, lofi-achtige popliedjes met toetsen en slidegitaar als hoofdinstrumenten - gebleven, toch hebben ze geprobeerd nieuwe wegen in te slaan. De donkere stem van Victoria LeGrand die onvermijdelijk aan Nico Päffgen doet denken (maar dan uiteraard met een Franse in plaats van Duitse achtergrond) bepaalt voor een groot deel het geluid en kan je nog steeds tegenstaan, maar de kwaliteit van de liedjes is zoveel verbeterd. Er wordt volop gebruik gemaakt van dynamiek en de muziek lijkt wel opgebouwd uit laagjes die aangebracht worden op een schilderij: een streek toetsen, voorzichtige gitaarlicks, een spaarzame drumbeat en de melancholieke zang van Mme. LeGrand. Het trage tempo wordt zowaar afgewisseld met wat snellere nummers en in "Norway" wordt de handrem er zelfs helemaal van afgehaald. Zo wordt Teen Dream onverwacht een van de leukere plaatjes van deze zomer. Overigens is er een special editie gemaakt van Teen Dream waarbij verschillende regisseurs clips gemaakt hebben bij de liedjes van deze plaat.


File: Beach House - Teen Dream
File Under: Het wordt steeds leuker aan het strand
File Audio: [MySpace]
File Video: [Norway]

Isobel Campbell & Mark Lanegan - Hawk

(Vanguard / V2)

Isobel-Campbell-Mark-Lanegan_Hawk.jpgEerlijk is eerlijk: de grootste verrassing op Hawk is het feit dat Isobel Campbell en Mark Lanegan een derde in hun sublieme samenwerking hebben opgenomen. Willy Mason is de gelukkige, een singer/songwriter uit de club rond Conor Oberst. Zijn achtergrondvocalen zijn prima in orde, maar vormen niet de hoofdmoot van Hawk. Want na de prachtige albums Ballad of the Broken Seas en Sunday At Devil Dirt hebben Campbell en Lanegan in grosso modo dezelfde stijl een nieuwe plaat afgeleverd. Eentje die zeker zo goed gelukt is als hun vorige collaboraties. Hun combinatie van georkestreerde pop, country, folk en lichte jazz is niet uniek, maar wel bijzonder. Uiteraard met dank aan hun beider stemmen: het pastorale van de voormalige Belle & Sebastian-zangeres en de grote-stadsgrom van de voorman van The Screaming Trees. En ja, dan doe je zo je best en mislukt het toch: ik moet Nancy & Lee noemen, want het beste nummer van Hawk is "Come Undone", dat zomaar uitgevoerd hadden kunnen worden door Nancy Sinatra en de betreurde Lee Hazlewood. (Het orgeltje dat hier even opklinkt is werkelijk tranentrekkend.) En dan heb ik nog niet eens de Townes van Zandt-cover "Snake Song" en het Dylaneske "Get Behind Me" genoemd. (Zelfs Captain Beefheart komt nog even om de hoek kijken in de titeltrack.) Maar ook zonder deze niet te vermijden associaties vormen Isobel Campbell en Mark Lanegan op eigen kracht en kunst een groots duo dat een briljante en tijdloze vorm gevonden heeft voor liedjes vol bitterheid, melancholie en droefenis. Prachtig.

File: Isobel Campbell & Mark Lanegan - Hawk
File Under: Klassieke duetten
File Video: [Lately][Sunrise]

Emil Friis - The Road to Nashville

( Southern Imperial / Import)

Emil-Friis_The-Road-To-Nashville.jpgSinger/songwriter Emil Friis mag dan wel Denemarken als geboorteland in zijn paspoort hebben staan, muzikaal gezien stond zijn wieg aan de overkant van de oceaan. Dat laat hij horen op zijn inmiddels derde album, dat hij dan ook The Road to Nashville gedoopt heeft. Een bijzonder divers palet aan roots-georiënteerde genres brengt hij op deze plaat. En mits je tegen zijn nasale, niet altijd even zuivere en soms zelfs ietwat zeurderige stem kunt, heb je ook een overtuigende staalkaart aan rootsmuziek in handen. De titel had misschien beter 'Many roads to Nashville' kunnen zijn. Titeltrack "The Road to Nasvhille" benadert de hoofdstad van de country vanuit de Mexicaanse grensstreek, inclusief mariachi-geluiden, maar opener "I Tried To Tell You Why" klinkt alsof de weg begon vanuit Bob Dylans Minnesota: eenzaam, klagerig en wel heel erg leunend op het stemgeluid van de grote bard. (Overigens is dit nummer wel meteen de ultieme test: als je hier tegen kunt, kun je Friis’ stem op deze hele plaat aan.) Liedjes als "Paper Moon" en "Time Changes Everything" laten tenslotte zien hoe je vanuit de moerassen van Louisiana Nashville kunt bereiken. Emil Friis heeft duidelijk talent, maar behalve zijn stem is er - in elk geval voor mij - nog een drempel te nemen. Hij klinkt wel heel erg erg serieus. Nu kan dat komen doordat Engels niet zijn moedertaal is (hij zou het ongetwijfeld graag willen), maar het gevoel dat hij alles wel heel erg meent, kan ik niet van me afzetten.

File: Emil Friis- The Road to Nashville
File Under: Vele wegen leiden naar Nashville
File Audio: [MySpace]
File Video: [Studio-scenes]

Peter Wolf Crier - Inter-Be

(Jagjaguwar / Konkurrent)

Peter-Wolf-Crier_Inter-Be.jpgOp grond van de meeste omschrijvingen zou je het Amerikaanse Peter Wolf Crier het best kunnen vergelijken met The Folk Implosion, het legendarische samenwerkingsproject tussen Lou Barlow en John Davis. Niet alleen is ook Peter Wolf Crier een tweemansproject - bestaande uit Peter Pisano en Brian Moen - , ook muzikaal zoeken ze het in dezelfde omgeving. Lo-fi, folky, poppy en met een stevige, bij tijd en wijle bijna dansbare en even zo vaak elektronische beat als begeleiding. Het verschil zit ‘m in het derde woord: poppy. Waar The Folk Implosion altijd stevig op een onvolprezen popfeel kon leunen, doet Peter Wolf Crier dat niet. Goed, hun liedjes ruiken evenzeer naar folk, de zang is even melancholiek en de begeleiding gebruikt de ene keer uiterst simpele en dan weer behoorlijk inventieve, maar in elk geval uiterst doeltreffende ritmes. Peter Wolf Crier kiest vaak een wat moeilijker pad. Geen lekker meezingbare popmelodieën, maar een bijna experimentele vorm van liedjes maken. Het zorgt ervoor dat Inter-Be niet altijd even makkelijk weg luistert, maar vooral dankzij het mooie drumwerk wel indruk maakt. Muziek voor wanneer de brandende zon je dwingt in de schaduw te blijven en de hitte je afhoudt van al te veel beweging.

File: Peter Wolf Crier - Inter-Be
File Under: Slimme folk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Live @ SXSW]

The Rolling Stones - Exile On Main St. (Limited Deluxe Edition)

(Universal)

Rolling-Stones_Exile.jpgZou dit de toekomst van de rock ‘n’ roll zijn? Het zal niemand ontgaan zijn dat er een luxe heruitgave van Exile On Main St. verschenen is. Of beter: een voor de zoveelste keer geremasterde CD, een nieuwe vinylversie, een Limited Deluxe Edition en een Limited Super Deluxe Box Set Edition. Bij de laatste en uiteraard meest prijzige variant krijg je de CD, een DVD (de gelikte documentaire die al door de BBC en NPS is uitgezonden), een boekwerk, de LP’s en een CD met niet eerder uitgebrachte bonustracks. Oh ja, en ook nog vier ansichtkaarten. (En op internet staat al zoveel moois! (via)) Maar de gewone Limited Deluxe Edition, daar gaat het natuurlijk om. Want die klinkt - prijs / kwaliteit-verhouding! - als het meest interessant: de CD én de bonus-CD met tien niet eerder - officieel - uitgebrachte tracks. En waren die het waard? Het antwoord is nee. Want op bootlegs waren ze natuurlijk allang te vinden. En het opnieuw oppoetsen is niet helemaal gelukt: het geluid klinkt soms wel erg jaren 2000. Bovendien maakt de kwaliteit van de liedjes duidelijk dat het niet voor niets outtakes waren. Een uitzondering wil ik nog maken voor het psychedelisch getinte "So Divine (Aladdin Story)". En verder zal het ongetwijfeld de nieuwe standaard zijn om nog geld te verdienen aan CD’s: maak er een mooie luxe editie van en het publiek stroomt toe. Jammer dat deze truc alleen de allergrootste albums in zo’n vorm beschikbaar zal maken.

File: The Rolling Stones - Exile On Main St. (Limited Deluxe Edition)
File Under: Monument voor een monument
File Video: [Exile On Main St. Blues][Stones In Exile Trailer]

The Black Keys - Brothers

(Coop / V2)

The-Black-Keyes_Brothers.jpgOoit schreef ik ergens dat The Black Keys er weer een prachtig album hadden uitgerammeld. Maar al sinds een plaat of twee is deze omschrijving alleen nog maar op ons, bescheiden stukjesschrijvers van toepassing. Want Dan Auerbach en Patrick Carney waren per album minder rauw aan het rocken en meer zorgvuldig hun hoogst eigen interpretatie van de blues vorm aan het geven. Het meest pregnant was wat dat betreft wel de samenwerking in 2008 met Danger Mouse, Attack & Release. Maar met hun inmiddels zesde plaat, Brothers lijken ze weer teruggekeerd naar waar ze vandaan kwamen: ranzige blues, gebracht met het heilige vuur zoals dat ooit in hun losgebrand was. En nee, daarmee doe ik aan Attack & Release en Magic Potion niets af. Soms is het gewoon lekker om terug te keren naar waar je vandaan kwam. Gelukkig blijven ze niet hangen in het idioom van de vierkwartsmaat - The Black Keys zijn heruitvinders - maar verschuiven ze hun aandacht naar psychedelica, proto-hardrock en de primaire rock ‘n’ roll uit de Sun Studios. De - analoge ! - keyboards spelen dan wel een belangrijke rol, het grondgevoel is dat van de uitvinders. De eersten die het heilige vuur van de rock ‘n’ roll en blues voelden ontbranden. Al lijkt het soms alsof Auerbach en Carney een stapje terugdoen, The Black Keys dragen wederom de fakkel verder.

File: The Black Keys - Brothers
File Under: Fakkeldragers
File Audio: [MySpace]
File Video: [Brothers]

Univox - Univox

(Reach Out International / Bertus)

Univox_Univox.jpgPlatenlabel Excelsior begon ooit onder de naam Electrolux, tot de gelijknamige stofzuigerfirma daar een stokje voor stak ('Nothing sucks like Electrolux'). Ik ben benieuwd of hetzelfde gaat gebeuren met de Amerikaanse band die zichzelf Univox genoemd heeft. Want ergens in de jaren zestig ging het merk Univox (versterkers, en later gitaren, keyboards en effectapparatuur) de markt op. Of zou het juist een slimme, vooropgezette actie zijn om extra publiciteit te genereren? Ook dat zou me niets verbazen, want de muziek op de gelijknamige debuutplaat van dit kwartet klinkt al even slim, maar tegelijk ook even bedacht. Het album opent en sluit met bijna klassieke sixties garagerock (je vraagt je af wat het merk van de fuzzbox is), maar de tien tracks die we daar tussendoor horen gaan alle kanten op. Als er al een overeenkomst is aan te wijzen, moeten we het maar Amerikaanse indie noemen, met de nadruk op de jaren tachtig en vroege jaren negentig. Er zijn een boel - al dan niet bewuste - invloeden te noemen: van The Stooges tot Violent Femmes en van Buzzcocks tot Green on Red. Hoogtepunten zijn opener "Pi", een furieuze garagerocker en de alt-country ballad "You Don’t Know", waar een mooie knipoog naar The Lemonheads in te horen is. Fijn en verrassend plaatje.

File: Univox - Univox
File Under: Meerstemmig
File Audio: [MySpace]
File Video: [Pi]

Texas Tornados - Esta Bueno

( Proper / Rough Trade)

Texas-Tornados_Esta-Bueno.jpgDa’s een verrassing: de comeback van Texas Tornados. Met de dood van Doug Sahm in 1999 en van Freddy Fender in 2006 leek een definitief einde te zijn gekomen aan deze superband. Maar Shawn Sahm - inderdaad, de zoon van - heeft doodleuk met de overgebleven leden Augie Meyers en Flaco Jiménez een nieuw album opgenomen. Op vijf van de veertien nummers horen we zowaar Freddy Fender zingen en dat zijn niet eens de minste liedjes. Zijn broeierige ballad "If I Could Only" is misschien wel de beste track van Esta Bueno. Het meest beladen is in elk geval "Who’s To Blame Senorita", want geschreven door vader en zoon Sahm. Helaas is de terugkeer van deze legendarische band geen onverdeeld succes. Nu moet ik toegeven dat ik ook altijd al reserves had bij de gecombineerde krachten van grootheden Doug Sahm en Augie Meyers met legendes Freddy Fender en Flaco Jiménez, maar Esta Bueno klinkt in mijn oren als een plaat waar het vuur niet al te hard brandt. Afgaande op de twee live-albums die Texas Tornados uit heeft gebracht stond de band in elk geval live garant voor een feestje, maar dat hoor je aan Esta Bueno niet af. Op de slechtste momenten ("In Heaven There’s No Beer" is te plat voor woorden) is het een feest waar geen hond voor in de benen wil komen. Sommige legendes moet je een legende laten.

File: Texas Tornados - Esta Bueno
File Under: Een comeback teveel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Promovideo]

VA - Be Yourself. A Tribute to Graham Nash' s Songs for Beginners

(Grass Roots Records)

VA_Be-Yourself.jpgHet was waarschijnlijk onvermijdelijk, een eerbetoon als dit. De golf bands die dol is op meerstemmige zangpartijen in hun vaak fluisterzachte folk, moest zich eens gaan inlaten met een eerbetoon voor minimaal één van de leden van Crosby, Stills, Nash & Young. Graham Nash is hier de uitverkorene en nog wel dankzij zijn dochter Nile. Dus mogen Port O’Brien, Fleet Foxes (in de persoon van Robin Pecknold), Bonnie 'Prince' Billy, Brendan Benson en nog een stevige hand vol anderen een nummer van Graham Nash coveren. Maar ze kregen niet zomaar de vrije keuze. Nile Nash had bedacht dat ze haar vaders debuutalbum, Songs for Beginners wilde eren door elke track na te laten spelen. En dat leverde op z’n best een halfslachtig geval op. Dochterlief maakte draken van "Wounded Bird" en "We Can Change The World" (dat als reprise geldt) en Bonnie Prince Billy speelde "Simple Man" uiterst vrij na door er een soort langzame Calexico-song van te maken en de tekst in het Spaans te vertalen. Brendan Benson deed juist zijn best om een zo natuurgetrouw mogelijke kopie van "Better Days" te vertolken. Waarmee we zowel de slechtste als de beste resultaten genoemd hebben. Voor de rest zou ik mijn portemonnee niet trekken, ook al gaat de opbrengst van dit album naar een goed doel. En dat terwijl zowel de keuze voor het originele album als die van de deelnemers zoveel beloofde.

File: VA - Be Yourself. A Tribute to Graham Nash’s Songs for Beginners
File Under: Veel sterren maken nog geen goed team
File Video: [Promovideo]

Thee Wylde Oscars - Right, Yeah

( Off The Hip / Clearspot)

Thee-Wylde-Oscars_Right-Yeah.jpgJe vraagt je toch onbewust af hoe dandy Oscar Wilde aan zou hebben gekeken tegen deze Australische herriemakers. Eén ding is zeker, de teksten van Thee Wylde Oscars hadden vast zijn goedkeuring niet kunnen wegdragen: 'It’s right, right, right, right, right, yeah / I’m rockin’ and a rollin’ in the moonlight, yeah' ("Right, Yeah"). Dan kun je nog zulke primitieve rock ‘n’ roll maken, met dit soort teksten kun je echt niet meer ongestraft wegkomen. Laten we de tekst van "Big Bad Wolf" - 'I’m huffin’ and a puffin’/ I’m gonna blow your house down' - dan ook maar een citaat in de puurste postmoderne traditie noemen. Deze track is een cover van Johnny 'Guitar' Watson. Een van de drie covers op Right, Yeah. De meest opvallende daarvan is een fijne, primitieve (lees: zo mogelijk nog primitievere) versie van "White Light, White Heat". Over de muziek van het kwartet heb ik dan ook veel minder te klagen. Allevier tooien ze zich in een fijne traditie met dezelfde achternaam - Wylde - en doen hun best te klinken als hun achternaam. De muzikale bezetting is dan ook zo klassiek als sixties gitaarrock zijn kan: behalve zang, gitaar, drum en bas klinkt er regelmatig een fijn orgeltje en gierende mondharmonica. Een onbekommerd, vrolijk plaatje waar we er meer van zouden mogen horen. Ook al worden ze er dan geen wereldkampioen mee.

File: Thee Wylde Oscars - Right, Yeah
File Under: Niet moeilijk doen levert het leukste voetbal op
File Audio: [Thee Wylde Space]
File Video: [Why Do We Have To Meet In The Dark]

Jeremy Jay - Splash

(Differ-Ant / Rough Trade)

Jeremy-Jay_Splash.jpgVan Californië verhuizen naar Parijs, dat doe je niet voor niets. Dan zoek je iets: het imago van intellectualisme, van de existentialisten, de Nouvelle Vague wellicht. Maar op zoek naar een deel van de popgeschiedenis waar je je thuis voelt? Dan weet ik andere steden te bedenken. Toch deed singer-songwriter Jeremy Jay het. Zijn voetsporen liggen in de post-wave en synthipop, maar op zijn nieuwe album Splash verlegt hij zijn aandacht. Opener "As You Look Over The City" laat het meteen al horen: zijn begeleidingsband probeert als Suede te klinken en voorman Jeremy Jay als Morrissey. Dat is even schrikken - vooral omdat zijn band, bestaande uit de muzikanten die hem normaliter live begeleiden - niet de allure van Suede heeft en hij zelf vooral klinkt als iemand die Morrissey nadoet. Gelukkig blijft het bij deze wel heel opzichtig uit de bocht gevlogen opener. De tweede track, "Just Dial My Number", wordt beheerst door een fraai en uiterst simpel melodietje en een stompzinnig refreintje ('Ring ring ring on my telephone'), maar blijft geheid een dag in je hoofd rondzingen. Helaas is de koek dan ook meteen op: werkelijk geen enkele van de navolgende liedjes weet iets van de eerste twee tracks op te roepen. Niet de vrolijkheid van 'Just Dial My Number' en zelfs niet de ergernis van de openingstrack. Bijzonder matig is eigenlijk de enige kwalificatie die deze plaat recht doet.

File: Jeremy Jay - Splash
File Under: Lijken op Messi is niet hetzelfde als voetballen als Messi
File Audio: [MySpace]
File Video: [Just Dial My Number]

Jackson Browne & David Lindley - Love Is Strange

(Inside / Rough Trade)

Jackson-Browne-David-Lindly_Love-Is-Strange.jpgDe hoogtijdagen van Jackson Browne liggen inmiddels zo’n veertig jaar achter ons en toch is zijn populariteit nog groot genoeg om de Heineken Music Hall te vullen. Deze pleisterplaats in de Europese tournee die hij afwerkt met kompaan David Lindley is er eentje in een lange, lange rij. Zijn publiek is ongetwijfeld met hem meegegroeid (en mee ouder geworden), want ik kan me nauwelijks voorstellen dat er veel jonge aanwas zal zijn. Ook deze dubbelaar - die kan gelden als opwarmer voor deze tour - zal daar weinig verandering in brengen. Weliswaar is begeleider en multi-instrumentalist (ik geloof dat hij werkelijk alles waar snaren op zit kan bespelen) David Lindley gepromoveerd tot mede-frontman en zijn de optredens een voornamelijk akoestische aangelegenheid, maar verder lijkt er weinig veranderd. Op Love Is Strange is een aardige dwarsdoorsnede van voornamelijk Jackson Browne's rijke oeuvre te horen, aangevuld met een paar nummers van de hand van David Lindley. Opvallend is het ontbreken van zijn grootste hit, "The Load Out / Stay", maar ook het spelen van de door Browne geschreven Eagles-hit "Take It Easy". Love Is Strange is opgenomen in 2006 in Spanje en dus (?) zijn de introducties (Daa-vied Lindley) in het Spaans. Sympathiek gedaan en gezien de wereldwijde release van dit album zullen ook de niet-Spaanse fans trouw genoeg zijn om deze plaat te kopen.

File: Jackson Browne & David Lindley - Love Is Strange
File Under: Voormalig kampioenen
File Video: [Lives In The Balance]

Elizabeth Cook - Welder

( Proper / Rough Trade)

Elizabeth-Cook_Welder.jpgDacht je met Mary Gauthiers weergaloze The Foundling de plaat van het jaar te pakken te hebben als het gaat om vrouwelijke rootsmuzikanten? Luister dan eens naar Welder van Elizabeth Cook. Het is het vijfde album van de uit Florida afkomstige, maar - in elk geval muzikaal - in Nashville, Tennessee woonachtige singer-songwriter. Ik geef meteen toe, waar Mary Gauthier zich beter thuis zal voelen als je haar muziek americana noemt, daar is de country van Elizabeth Cook vele malen klassieker. En toch: een nummer als "Heroin Addict Sister", zo vol met zwartgalligheid, droefenis en grimlachjes ('every one of them men was crazy about her / so she married a couple of ‘em twice') had vrijwel naadloos in het oeuvre van Mary Gauthier gepast. Overigens betekent de keuze voor klassieke country geen gladde stadioncountry. De productie van Don Was zorgt ervoor dat het geluid niet zo slick is als de gemiddelde plaat in de countrycharts en ook de arrangementen ("All the Time"!) zorgen voor de juiste diepgang. Daarnaast weet Elizabeth Cook van wanten als het gaat om teksten schrijven: '...your car is CREEPY man / not in a gangster kind of way / but in a PERV kind of way' ("El Camino") en 'Sometimes we’re Sid and Nancy or Courtney and Kurt / We get higher than heaven we get lower than dirt' ("Rock N Roll Man"). Haar uiterlijke verschijning mag die van een blonde bimbo zijn (die foto’s in het hoesje!), haar muzikale kwaliteiten steken daar ver boven uit.

File: Elizabeth Cook - Welder
File Under: Doelpunt van de week
File Audio: [MySpace]
File Video: [Promo-video]

The Elders - Looking For The Answer

(Gear Fab / Clearspot)

The-Elders_Looking-For-The-Answer.jpgHet is bijna een mantra in de kleine biografietjes die reissuelabel Gear Fab Records maakt: 'Despite our best efforts, we were unable to locate any of the band members'. In dit geval ook nog gevolgd door 'from either group'. Want The Elders, waarvan Looking For The Answer het enige wapenfeit is, is voortgekomen uit Jerry & The Others. Een band uit Dayton, Ohio die met enige moeite nog wel op het internet te vinden is. Zelfs op Last.fm is het geen onbekende, al is het dan met hun enige tastbare voortbrengsel, "Don’t Cry To Me". 659 luisteraars hebben deze licht psychedelische garagerocktrack beluisterd. Ongetwijfeld dankzij het feit dat "Don’t Cry To Me" op een van de deeltjes Back From The Grave staat. The Elders is andere koek: een kwartet dat jaren zeventig rock maakt, met af en toe een stevige funk-tik. Gitarist Robert Budeliney (ook verantwoordelijk voor "Don’t Cry To Me") is duidelijk de spil. Zijn wahwah-riffs en lange solo’s bepalen het geluid van The Elders, samen met Pat Smiths toetsenwerk. Opener en titeltrack "Looking For The Answer" klinkt als een funky jam, maar allengs wordt de songs compacter en krijgen een lichtjes op psychedelica en al iets zwaarder op een soort proto-hardrock leunend popgeluid. Curieus dat zo’n album en zulke muzikanten zomaar in het niets op zouden lossen als er geen bedrijfjes als Gear Fab bestonden.

File: The Elders - Looking For The Answer
File Under: Obscure middenvelders

Zea - The Beginner

(Makkum / Clearspot)

Zea_The-Beginner.bmpArnold de Boer, ooit voorman van Zea, tegenwoordig als eenmansband Zea zelf, zet gewoon drie tracks van zijn album als mp3 op zijn site. Gratis te downloaden. Hoewel het ietwat 2007 overkomt om mp3’s weg te geven in plaats van je muziek streaming aan te bieden via MySpace of - hoe hip - Spotify -, past het wel bij de opgejaagde ADHD-tracks van Zea. Want de flirts met gabber, het gebruik van knetterende gitaarriffs en allerhande samples en elektronica klinken net zo 2007 als 2010. Of voor mijn part 2000, het jaar dat Zea nog een band van een man of vier was en hun debuut Kowtow to an Idiot uitkwam. Waarmee maar blijkt dat Arnold de Boer een van die zeldzame muzikanten is die vanaf het begin van zijn carrière een eigen geluid gevonden heeft. Eerlijk gezegd had ik altijd het vermoeden dat sample-wizard en toetsenist Remko Muermans voor een zeer groot deel verantwoordelijk was voor de sound van Zea. Maar of Arnold de Boer was altijd al verantwoordelijk voor het geluid, of hij heeft de afgelopen twee jaar, sinds het vertrek van Remko, het gat naadloos weten te dichten. Hoe dan ook, de reizen door Afrika en het frontmanschap van The Ex laten weliswaar hun sporen na in de muziek van Zea, maar The Beginner laat horen dat Zea ook nu nog dezelfde band is die het altijd was: intelligent, energiek, passievol en soms met veel plezier gierend uit de bocht vliegend.

File: Zea - The Beginner
File Under: Flitsende linksbuiten
File Audio: [Song for Electricity][We’ve Got A Crisis][Agrarian Daydreams]
File Video: [Song for Electricity]

Phosphorescent - Here’s To Taking It Easy

(Dead Oceans / Konkurent)

Phosphorescent_Heres-To-Taking-It-Easy.jpgDe inmiddels al zes platen - grofweg eentje per jaar, een ouderwets ritme dat meer muzikanten aan zouden mogen houden - die van Matthew Houcke verschenen zijn, laten een mooie ontwikkeling zien. Van intens treurige, kaal opgenomen lo-fi naar een stijlvol en netjes opgepoetst geluid dat echter nooit het label gelikt opgeplakt zal krijgen. Een eigenwijze volhouder, die Houcke. Zijn projecten, alleen opgenomen of, zoals in dit geval met zijn live-band, blijven Phosphorescent heten. Na zijn doorbraakplaat (hoe relatief dat ook is in het drukbevolkte, maar weinig volle zalen trekkende genre waarin hij werkt) Pride kwam de prachtige, respectvolle knik naar Willie Nelson, To Willie. Met de groep muzikanten die deze cd opnamen ging Phosphorescent op tour en met dezelfde club werd ook Here’s To Taking It Easy opgenomen. Het sobere geluid van Pride is vervangen door de sound van een krachtige, bijna als southern rock-act klinkende band. Opener "It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama)" doet denken aan The Byrds ten tijde van Notorious Byrd Brothers (die blazers!), maar vervolgens wordt het gas ietwat teruggenomen. Absoluut hoogtepunt is "The Mermaid Parade", een nummer over twijfel, spijt en verloren liefdes. Niet elk liedje heeft de kracht en kwaliteit van deze twee, maar het lijkt er op dat Phosphorescent nog maar een klein stukje verwijderd is van het niveau van die andere voormalige lo-fi-helden die een soortgelijke ontwikkeling lieten horen.

File: Phosphorescent - Here’s To Taking It Easy
File Under: Voetballanden in opkomst
File Audio: [It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama)][The Mermaid Parade]

Daniel Johnston & Beam - BEAM Me Up!

(Hazelwood)

Daniel-Johnston_Beam-Me-Up.jpgOp papier leek het een gevaarlijke combinatie outsider artist Daniel Johnston koppelen aan uit de jazzscene gerekruteerde muzikanten. Het zou iets ontzettend lelijks en kitscherigs op kunnen leveren. Of concerten waar je twijfelt tussen bewondering voor het wankelmoedige genie en plaatsvervangende schaamte - zie de concerten van Brian Wilson. Maar het idee van het Muzieklab Brabant om het combo Beam te laten optreden met Daniel Johnston pakte live wonderwel goed uit. Of dat op plaat dan ook werkt, was even afwachten, maar jawel, ook op cd is het resultaat zeer de moeite waard. Alsof de band van Tom Waits vrijaf heeft genomen om met een andere voorman te werken. Het sterkste punt - en ongetwijfeld de reden waarom het zo goed uitpakt - is de ruimte die de groep onder leiding van Bart van Dongen aan Daniel Johnston geeft. De begeleiding van Johnstons wankele en vaak op het randje van vals (of zelfs er overheen) bivakkerende stem is wat het zou moeten zijn: begeleiding. De arrangementen zijn dan wel jazzy, maar op de manier zoals de laatste platen van Tom Waits jazzy genoemd kunnen worden. Voor Beam Me Up! is een doorsnede gekozen uit het oeuvre van Daniel Johnston, waarbij opvalt hoe geweldig zijn liedjes soms zijn. "True Love Will Find You In The End", "Wicked World" en "Devil Town" horen in het Great American Songbook thuis. Mede dankzij Beam.

File: Daniel Johnston& Beam - BEAM Me Up!
File Under: Combinatievoetbal
File Video: [BEAM Me Up Daniel]

Willie Nelson - Willie & The Wheel

(Proper / Rough Trade)

Willie-and-the-Wheel.jpgDe hoogtijdagen van Willie Nelson liggen eigenlijk al jarenlang ver achter hem. Misschien is hij sinds die draak van een hit die hij met Julio Iglesias opnam ("To All The Girls I’ve Loved Before") al moeilijk serieus te nemen. Tragisch dieptepunt was wat mij betreft de reggaeplaat die hij een paar jaar geleden afleverde (Countryman). Daarbij vergeleken vielen zijn samenwerkingen met Snoop Dogg en Jessica Simpson nog mee. Een eclectisch artiest met brede smaak of iemand die volkomen de weg kwijt was? Ik wist het wel. Het wachten was op een Rick Rubin die Willie Nelson aan zijn paardenstaarten mee zou sleuren en hem weer aan het werk zou zetten als de outlaw countryheld die hij ooit was. Maar Willie Nelson had nog een kaart in zijn mouw zitten en die zet hij nu in: een samenwerking met Asleep at the Wheel: Willie& The Wheel. En zo vinden we Willie terug in een Western Swing-setting. Een setting die hem nog past ook. De vaak vrolijke, uptempo songs van Asleep at the Wheel en de ietwat onvaste, schurende stem van Willie Nelson maken dit een verrassende en feestelijke collectie van voornamelijk traditionals ("Hesitation Blues", "Bring It On Down To My House", "I’m Sitting On Top Of The World"). Naast Asleep at the Wheel vinden we nog twee bekende hulpkrachten: Vince Gill en Paul 'David Letterman' Shaffer.

File: Willie Nelson & Asleep at the Wheel - Willie & The Wheel
File Under: Willie swingt weer
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hesitation Blues]