Guided By Voices - Let’s Go Eat The Factory
Afgelopen maand mocht Guided By Voices opdraven bij de show van David Letterman, al een tijdje over de datum maar blijkbaar een nog immer goed bekeken talkshow. Ze speelden daar een van de prijsnummers van hun nieuwe album, Let’s Go Eat The Factory. Ouder en ietwat stijfjes, maar ze deden een poging om nonchalant als altijd te rocken. Dat ging ongeveer een halve minuut goed, tot het moment dat bassist Greg Demos op z’n kont terecht kwam. Het lijkt symbolisch: voor aap staan in een niet bepaald hippe tv-show. Maar Robert Pollard en consorten - de klassieke line-up zelfs - zijn er niet de band naar om zich van dit soort dingen iets aan te trekken. Na een reeks soloplaten en albums die keurig netjes voor FM-radio geproduceerd waren, wagen ze zich weer aan dat waar ze naam mee maakten: lo-fi. Puntig, maar met prachtige melodieën, rommelig, maar verrassend vaak raak. De meeste van de 21 nummers halen de twee minuten niet (het hele album klokt af op 42 minuten) en, eerlijk is eerlijk, we hebben hier niet met een nieuwe Bee Thousand of Alien Lanes te maken. Maar ouder, grijzer en ietwat stuntelig of niet: het voelt soms zowaar of er iets van de oude brille teruggekeerd is in "The Unsinkable Fats Domino" en opener "Laundry and Lasers".

File: Guided By Voices - Let’s Go Eat The Factory
File Under: Reunies zijn belachelijk
File Video: [The Unsinkable Fats Domino (live @ David Letterman)]
Laura Veirs - Tumble Bee
De ondertitel luidt Sings folk songs for children. Kinderliedjes in plaats van nummers voor volwassenen. De tracklist doet dan ook het ergste vermoeden: "Little Lap Dog Lullaby", "King Kong Kitchie Kitchie Ki-Me-O", "Jump Down Spin Around". Aan alles merk je dat Tumble Bee een tussendoortje is, een eenvoudig album, snel opgenomen, al dan niet bedoeld om te vieren dat Laura Veirs moeder is geworden. Maar dat is te simpel gesteld. Een calypso van Harry Belafonte ("Jamaica Farewell"), "Why Oh Why" van Woody Guthrie en zelfs twee instrumentals, Laura Veirs weet er haar eigen draai aan te geven. Uiteraard gaat ze een beetje door de knieën, maar we hebben wel degelijk met een volwassen plaat te maken. Jim James (van My Morning Jacket-faam) heeft ze wederom (net als op July Flame) weten te strikken en ook Basia Bulat doet mee. Toch is er iets dat opvalt en dat maakt dat Tumble Bee niet als een gewone kinderliedjesplaat klinkt: het voelt allemaal erg serieus. Alsof een nazaat van Harry Smith de kelders van het Smithsonian heeft doorgeploegd om een vooral degelijke studie van Amerikaanse kinderliedjes te maken. En het is Laura Veirs net niet gelukt om er voldoende jeugdig elan en leven in te blazen.


File: Laura Veirs - Tumble Bee
File Under: Kinderliedjes voor volwassenen
File Video: [The Making Of…]
Roll The Dice - In Dust
De bandnaam mag dan klinken als de naam van een vereniging ter bevordering van het bordspel, Peder Mannerfelt en Malcolm Pardon houden zich met een hele ander tak van sport bezig. Hun reguliere bezigheden vinden plaats bij de optredens van Fever Ray (Mannerfelt) en in de studio (Pardon werkte zelfs samen met Joey Tempest). In hun hoedanigheid als Roll The Dice nemen ze hun gevoel voor sfeer mee, samen met een ontzagwekkende hoeveelheid oude, analoge synthesizers. Mannerfelt en Pardon leunen op krautrock en aanverwanten, waarbij zowel geluiden uit de jaren tachtig, als die uit het decennium daarvoor uit de kast worden gehaald.In Dust is hun tweede album - een paar EP’s niet meegerekend - vol dreigend klinkende elektronica. Filmische spanningsopbouw betekent in dit geval: dreigende klokken ("Calling All Workers"), uit minimal music overgenomen subtiele verschuivingen in patronen ("Maelstrom", "Cause In Effect"), donderend lawaai ("Iron Bridge"), versnellingen alsof je in een achtbaan zit, afgewisseld met momenten waar je meent rustig te kunnen wegdromen ("Dark Thirty"). In het ruim elf minuten klokkende "Way Out" komt alles samen, zodat je vervolgens met een definitieve diagnose van paranoia ("See You Monday") de cd uit de lade kunt halen. Heftige, bij tijd en wijle verwarrende plaat.

File: Roll The Dice - In Dust
File Under: Angstaanjagend analoog
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Calling All Workers]
Kaat van Vlaanderen - Snowdog
Haar naam is een pseudoniem, ze heet eigenlijk Kaat Waterschoot en ook haar oorspronkelijke vak is niet dat van muzikant. Beeldend kunstenaar - schilderen - is haar eigenlijke professie. Maar Snowdog klinkt alsof Kaat van Vlaanderen al jaren haar geld verdient op de podia van deze wereld. Haar debuutalbum telt dertien nummers die allemaal laten horen waar ze vandaan komt en wie haar helden zijn: klassieke singer/songwriters en zangers uit het theater. Ze noemt er een fiks aantal: van Janis Ian tot Mary Gauthier (al mist ze de doorleefdheid), en van Bob Dylan, Johnny Cash en Neil Young tot Ramses Shaffy en Maarten van Roozendaal. Daarnaast had ik verwacht dat ze in haar bio een of twee jazz-zangeressen zou noemen als invloed. Haar frasering lijkt zo uit de vocale jazz te zijn overgenomen en ook veel arrangementen hoor je niet dagelijks op een poppodium. Haar grootste kwaliteit is dat ze een eigen stemgeluid heeft. Haar liedjes zijn degelijk, niet allemaal even geweldig, maar haar stem maakt veel goed. Net als de muzikanten die haar geholpen hebben op Snowdog: onder andere BJ Baartmans, Alex Akela en producer Gabriël Peeters. Als ik haar was zou ik die kwasten maar even laten liggen en me een tijdje op muziek gaan concentreren.


File: Kaat van Vlaanderen - Snowdog
File Under: Multitalent
File Audio: [Het hele album streaming]
File Video: [YouTube Channel]
Fair Ohs - Everything Is Dancing
'I saw the rocks / I saw the sea / I swam with you / You swam with me at Eden Rock.' Zo simpel en zomers kan het zijn, een liedje - "Eden Rock" - over een verblijf in een - Google leerde het me - Caraibisch vakantieparadijs. Het aardige aan het Londense Fair Ohs is dat het betreffende nummer weinig Caraibisch heeft. De niet-westerse invloeden zijn er, maar komen van de andere kant van de Atlantische Oceaan, uit Afrika. Want ook Fair Ohs doet mee aan het golfje bands dat teruggrijpt naar waar Talking Heads het lieten liggen: Westafrikaanse highlife mengen met Westerse pop. Maar de Vampire Weekends van deze wereld zoeken het in de verbinding met pop, terwijl Fair Ohs een andere achtergrond heeft. Volgens de bio ligt die bij de punk en DIY. Dat is vooral terug te horen in de rauwe energie. Als The Undertones ergens eind jaren zeventig een trip naar Ghana gemaakt hadden, waren ze wellicht hier op uit gekomen. Maar er is een groot verschil: waar The Undertones cum suis een briljante popfeel aan hun punky sound wisten te koppelen, lukt dat Fair Ohs niet. Hoe vrolijk en zomers ze ook proberen te klinken.


File: Fair Ohs - Everything Is Dancing
File Under: Piramides in aanbouw
File Audio: [Everything Is Dancing (mp3)]
File Video: [Everything Is Dancing]
The Bottle Rockets - Not So Loud. An Acoustic Evening With The Bottle Rockets
Hoewel het niet zo charmant is om een album een half jaar na verschijnen te bespreken, voel ik me in dit geval niet zo schuldig. Not So Loud. An Acoustic Evening With The Bottle Rockets bevat namelijk opnames uit 2007. Zoals de titel al aangeeft was het een unplugged show, of beter: het waren twee akoestische concerten in St. Louis, waar de beste takes samengevoegd zijn tot deze plaat. Dertien tracks zijn het uiteindelijk geworden en hoewel ze niet alle dertien even goed zijn, geven ze een aardig beeld van vooral de beginjaren van de band rond Brian Henneman, maar dan ontdaan van alle herrie. Kleine klassiekers als "1000 Dollar Car", "Kerosene" en tranentrekker "Mom & Dad" (de afsluiters) vormen de hoofdmoot. Hoogtepunt is de eerste track, een ode aan nachtbrakers, "Early in the Morning". Akoestisch komen de songs prima uit de verf - Henneman is een liedjesschrijver die weet hoe het moet - maar passie en heftigheid zijn ingeruild voor de lolligheid van een feestje in kleine kring. Dat werkt prima, al zijn de wel erg lange intermezzo’s voor "Perfect Far Away" (over een Dolly Parton-concert) en Doug Sahms "I Don’t Want To Go Home" vooral leuk als je er bij was.


File: The Bottle Rockets - Not So Loud. An Acoustic Evening With The Bottle Rockets
File Under: Op visite bij…
File Video: [1000 Dollar Car]
Forest Fire - Staring At The X
Het debuut van Forest Fire was een fijne, maar niet bijzonder opvallende plaat. Lo-fi, americana en psychedelica vochten om een plekje in de rammelende Velvet Underground-achtige songs van deze band uit Brooklyn. Met de opvolger van Survival, Staring At The X, worden daar elementen uit de jaren tachtig - doomwave vooral - en triphop-achtige dance aan toegevoegd. Waarmee de kwalificatie fijne plaat niet meer voldoet: prachtplaat is een betere omschrijving. Want het mengsel levert acht van de betere nummers van het afgelopen jaar op. De americana is het verst naar de achtergrond gedreven, ten faveure van een dansbaarder sound. Naast mooi gelaagde nummers als opener "Born Into" en het donkere "Mnts Are Mnts", zijn de absolute hoogtepunten "The News", een track die doet denken aan David Bowie in zijn Berlijn-jaren, maar vooral het pas op 6.26 afklokkende "They Pray Execution Style". Tricky in zijn beste tijd had het nauwelijks kunnen verbeteren: een zuigende, maar dansbare beat die de volle zeseneenhalve minuut spannend blijft, doorsneden door de koele stem van Natalie Storman. Pas bij de titeltrack kunnen we weer rustig ademhalen, om vervolgens door "Blank Appeal" weer op het puntje van onze stoel gezet te worden. En daar blijven we tot het einde zitten. Prachtalbum.


File: Forest Fire - Staring At The X
File Under: Jaarlijstjesvoer
File Audio: [MySpace]
File Video: [The News (live)]
Sallie Ford & The Sound Outside - Dirty Radio
Kitty, Daisy & Lewis zei u? Sallie Ford & The Sound Outside zeg ik! Want met Dirty Radio laat deze band van in strak vintage geklede heren plus dame horen hoe je dat ook weer doet, ouwe rock ‘n’ roll spelen. Frontvrouw Sallie Ford vreet het Engelse trio op, afgaande op de manier waarop ze haar teksten beurtelings uitkrijst, schreeuwt en spuugt. De basis is ouderwetse rock ‘n’ roll, rockabilly, blues en rhythm & blues, met hier en daar een scheut rammelende jazz. Niet de muziek die je dagelijks op de radio hoort, constateert ze zelf ook al: 'When I turn on the radio / it all sounds the same / What have these people done to music / they just don’t care anymore […] What is this robot sounding bullshit?' (in "I Swear"). Voor Sallie Ford & The Sound Outside is de enige plek dirty radio. En dus klinkt ze alsof ze het in een zweterige jukejoint op moet nemen tegen zangeressen als Laverne Baker en Wanda Jackson. Wat betekent dat je wel tegen de stem van Sallie Ford moet kunnen, maar ook dat je haar gelooft als ze zingt 'Well I hate to tell you / but y’all are going to hell' (in "Cage"). Daar is de ontvangst van Dirty Radio tenslotte het best.


File: Sallie Ford & The Sound Outside - Dirty Radio
File Under: Dirty radio
File Audio: [MySpace]
File Video: [I Swear]
Big Harp - White Hat
Het lijkt een variant op het verhaal van die verhuizer. Op z’n vijftigste debuteren met een fantastisch album vol huisvlijt, geschreven in het kantoortje van zijn bedrijf. Rauw, basaal en vol met fantastische verhalen over de zelfkant. Bij Big Harp gaat het om een echtpaar, Chris Senseney en Stefanie Drootin-Senseney. Pas na een aantal jaren getrouwd te zijn en intussen ook kinderen te hebben gekregen, besluiten ze hun zelf geschreven liedjes op te nemen. Even basaal en even vol met mooie verhalen vol ongeluk en droefenis. Waar Johnny Dowd - over hem had ik het uiteraard - het echter zoekt in blues en kale rock, speelt Big Harp folk. Soms met een buiging naar country, soms knipogend naar puntige rock ‘n’ roll. Chris Senseney heeft een braampje op zijn stem, waar Johnny Dowd een vervaarlijke kraak heeft, maar een geweldige gitarist is ook Senseney niet. Wel weet hij wat hij doet: de soms al te brave liedjes uit hun keurslijf scheuren door een ruige lick of weerbarstige solo te spelen. Met White Hat heeft de familie Senseney geen wereldschokkende plaat afgeleverd, wel een fijner album dan menige act in een dure studio voor elkaar krijgt.


File: Big Harp - White Hat
File Under: Het betere huisvlijt
File Audio: [ Goodbye Crazy City (mp3 in ruil voor je mailadres]
File Video: [Everybody Pays]
Jaarlijst 2011: DubbelMono
1. Wilco - The Whole Love
2. The Black Keys - El Camino
3. Spinvis - Tot Ziens, Justine Keller
4. Loch Lomond - Little Me Will Start A Storm
5. Bonnie Prince Billy - Wolfroy Goes To Town
6. Bill Wells & Aidan Moffat - Everything's Getting Older
7. Gillian Welch - The Harrow & The Harvest
8. Tim Knol - Days
9. Forest Fire - Staring at the X
10. PJ Harvey - Let England Shake

Peter Wolf Crier - Garden Of Arms
Het zijn sociale jongens, Peter Pisano en Brian Moen. De T-shirts en cd’s van hun band Peter Wolf Crier zijn in prijs verlaagd. 'We know times are tough out there', melden ze op hun website. Dat zal niet alleen out here zijn, want ik kan me niet voorstellen dat de stemming bij Peter Wolf Crier juichend is. Hun debuut, Inter-Be werd overal - ook hier - welwillend besproken, maar of dat met opvolger Garden Of Arms hetzelfde zal zijn, waag ik te betwijfelen. Het voorzichtig op elkaar laten botsen van genres als folk en elektronica kan mooie muziek opleveren, maar evengoed ontaarden in flauwe experimenten. Peter Wolf Crier probeert het eerste, maar laat soms iets te vaak het tweede horen. Garden of Arms kent een paar mooie momenten (het tergende "Haunt You"), al wordt er soms op het randje van kitsch gebalanceerd (het afsluitende "Wheel"). Wellicht is het grootste probleem van deze band de zang: tegen de stem van Peter Pisano moet je kunnen. Knoppendraaier en studiowizard Brian Moen haalt mooie effecten uit zijn apparatuur, maar lukt het te weinig om de afgeknepen stem van Pisano goed te laten klinken. Prijsverlaging of geen prijsverlaging, de zang devalueert Garden Of Arms het meest.


File: Peter Wolf Crier - Garden Of Arms
File Under: Goedkope folktronica
File Audio: [MySpace]
File Video: [Right Away]
Jens Lekman - An Argument With Myself EP
Dit is een heuse restjesplaat. Liedjes die niet passen op het nieuwe, nog te verschijnen album van Jens Lekman en die hij daarom maar op een EP heeft gezet. Als dat klopt, dan wordt de volgende cd van Lekman een heel erg andere dan de voorgaande, Night Falls Over Kortedala. Want de vijf liedjes op An Argument With Myself klinken als deze plaat uit 2007. Even poppy, even slim gearrangeerd en met dezelfde soort schijnbaar-niets-aan-de-hand-teksten: anekdotes, even grappige als schrijnende verhalen uit het leven van Jens Lekman. In het titelnummer vertelt hij hoe hij dronken door Melbourne zwalkt en ruzie met zichzelf krijgt. In "Waiting for Kirsten" gaat het om een obsessie voor actrice Kirsten Dunst. "A Promise" draait om een belofte aan een zieke vriend en is het enige niet-grappige nummer van de vijf. Het trompetje in "New Directions" klinkt ontzettend cheesy, maar de tekst klinkt onverstaanbaar. De humor zit in die irritante en toch grappige blazers. Afsluiter "So This Guy At My Office" kent een rare backbeat - reggae zonder reggae-zang - en gaat over die vreemde collega die iedereen wel kent: 'he smells like Earl Grey'. En die je toch mist als hij er een dag niet is. Het zou over Lekman zelf kunnen gaan.

File: Jens Lekman - An Argument With Myself EP
File Under: Rare liedjessmid
File Audio: [MySpace]
File Video: [An Argument With Myself (live)]
The Beets - Let The Poison Out
'Does humor belong in music?' vroeg Frank Zappa zich al af. Tsja, waarom niet. Dan moet het wel om te lachen zijn en - wat mij betreft - de muziek niet in de weg zitten. A Collection Of 13 Songs About Letting The Poison Out of Your System By: The Beets heet het als een soort ondertitel op de voorkant van de cd. De New Yorkse (Queens is hun borough) folky garagerockers van The Beets hebben nogal eens last van humor, soms raak, regelmatig ook mis. De vermelding Los Beets op het cd-schijfje is aardig, een zinnetje op het kinderlijk getekende hoesje als 'Oh, so, that’s what’s so funny about peace, love, and undertanding' al minder. Leuker is een regel als 'You’re never gonna get her back with poetry like that' (uit "As The World"). Ook de titel van hun vorige album mocht er zijn: Spit In The Face Of People Who Don’t Want To Be Cool. De muziek is basaal: op folk gebaseerde rammelrock, uit dezelfde hoek waar ook The Moldy Peaches ooit opereerden (in "Whipe It Off" lijkt het zowaar of Kimya Dawson meezingt), de teksten zijn kinderlijk, maar tegelijk ietwat banaal ("Eat No Dick 3"). Aardige band, als je het niet erg vindt dat grappen en grollen de muziek nogal eens overschaduwen.


File: The Beets - Let The Poison Out
File Under: Does humor belong in music?
File Audio: [Friends of Friends]
File Video: [Studio sessie]
The Black Keys - El Camino
Ik snap het wel. Na jaren sappelen in de marge wil de gemiddelde rauwe, ruige rockband ook wel eens een paar centen verdienen. En nemen ze het maar op de koop toe dat ze daarmee subiet overbodig zijn geworden. Zie The Kings of Leon. Een enkele keer is de band slim genoeg om, op dat punt aangekomen, te stoppen. Zie The White Stripes. Zeldzamer zijn acts die de overgang wel aan kunnen en ook met een min of meer slick studiogeluid relevant blijven. Zie, jawel, The Black Keys. Want Dan Auerbach en Patrick Carney zullen weliswaar nooit gaan klinken als de gemiddelde Voice of Holland-deelnemer, de rafelranden en roestplekken die op hun eerste platen te horen waren, komen nooit meer terug. Gebleven zijn de inventiviteit, invloeden uit psychedelica en proto-hardrock en uiteraard de basis: vuige blues. Maar de koortjes klinken beter dan ooit, de handclaps en analoge synthesizers bijna alsof ze van glamrockers zijn overgenomen, het gitaargeluid alsof Blue Cheer terug is en de liedjes alsof ze er altijd geweest zijn. Van opener "Lonely Boy" tot afsluiter "Mind Eraser", Auerbach en Carney hebben op de valreep elf van de mooiste nummers van het jaar afgeleverd. De bonus: El Camino zorgt ervoor dat blues na jaren weer de overstap naar het grote publiek kan maken en toch opwindend blijft.

File: The Black Keys - El Camino
File Under: Jaarlijstjesvoer
File Audio: [MySpace]
File Video: [Lonely Boy]
Loch Lomond - Little Me Will Start A Storm
Ze komen uit Portland, Oregan, maar als Loch Lomond uit Portland, Maine zou komen, had ik het ook geloofd. Sterker, dat zou zelfs geloofwaardiger zijn. Want de studentikoze en ietwat rurale streek aan de oostkust waar alles ruikt naar links-liberale studenten (veel boekhandels en koffiebars, fijne vegetarische restaurants, bovendien dicht bij Canada) past perfect bij wat deze band uitstraalt. Little Me Will Start A Storm is een plaat die laat horen dat voorman Ritchie Young en zijn band een heleboel ideeën hebben en mooie arrangementen kunnen schrijven. Bovendien kennen ze het hard-zacht-trucje. Als hemelbestormers klinken ze, ondanks de titel van hun vierde plaat, echter niet. Daarvoor is de muziek te bescheiden. De elf nummers refereren aan klassieke americana, Angelsaksische folk en hier en daar zelfs vaudeville. Alles wordt lichtjes overgoten met het gevoel voor theater van noorderburen Arcade Fire. Het instrumentarium is uitgebreid: de klassiekers gitaar, bas en drum worden aangevuld met blaasinstrumenten, viool, mandoline en zelfs een zingende zaag. Tegen de stem van Ritchie Young moet je kunnen, maar dan heb je ook een van de verrassendste platen van het jaar in handen. Hoogtepunten zijn opener "Blue Lead Fence" (die samenzang!) en het bijtende "Water Bells".


File: Loch Lomond - Little Me Will Start A Storm
File Under: Jaarlijstjeskandidaat
File Audio: [MySpace]
File Video: [Elephants & Little Girls]
200 Years - 200 Years
De experimenten van Six Organs of Admittance en de rockende avant-garde van Magik Markers samen, dat moest wel een opvallend album worden. En dat is het ook geworden, maar anders dan ik verwacht had. Van de slepende, grotendeels akoestische folk en drones van de eerste band is wellicht nog het meest te herkennen, want van de scheve rock van de tweede horen we niets terug. Blijkbaar besloten Ben Chasny en Elisa Ambrogio dat de muziek die ze samen aan de keukentafel of op de veranda maken, een eigen project verdient. De kortste omschrijving voor de muziek van dit 200 Years gedoopte project is waarschijnlijk fragiel. De akoestische, subtiele gitaarlagen van Ben Chasny worden een enkele keer gepeperd met wat vegen elektronica of een enkel effectpedaal en vormen de ondergrond waar Elisa Ambrogio voorzichtig, bijna tastend haar zang over aanbrengt. De songs op hun gelijknamige album klinken als schetsen voor schilderijen, uitgebreide voorstudies voor later werk. En zoals wel vaker: het schijnbaar onaffe is wat de nummers reliëf geeft. Iets meer energie had gemogen, maar de herfstige sfeer maakt 200 Years een mooi eindejaars-album.

File: 200 Years - 200 Years
File Under: Schilderend echtpaar
File Audio: [Wild White]
File Video: [Solar System]
The Bongolian - Bongos For Beatniks
Eigenlijk ligt het voor de hand: de opzwepende dreun van de big beat zonder enige sample, met een band en echte instrumenten uitvoeren. In plaats van die samples en gierende synthesizers gewoon een ouwe Hammond of ander retro-orgel gebruiken. Dan klinken die dansvloerkillers uit de eerste helft van de jaren negentig plotseling heel anders: de ene keer als een opgevoerde versie van exotica, muzak voor space age bachelor pads en de andere keer als uit de bocht gevlogen rhythm & blues of seventiesfunk. Hier en daar horen we nog een ravefluitje, een hartritmestoornissen veroorzakende break of andere vintage big beats realia. Al die van stal gehaalde anachronismen zorgen zowaar voor een bijzonder aardig album. Bongs For Beatniks van The Bongolian klinkt soms als de bastaardzonen van Booker-T & The MG’s, soms als een Chemical Brothers Orkestra-in-kleine-bezetting, en soms als een vernieuwde en instrumentale versie van Money Mark. Op één punt moeten ze een voorlopig nog niet te overtreffen achterstand goedmaken. Ze missen namelijk de briljante licks en liedjes van de eerste, de overdonderende aanwezigheid van de tweede act en het nonchalant virtuose van de derde. De dertien tracks zijn er wellicht drie teveel, maar dan houden we ook iets veelbelovends over.

File: The Bongolian - Bongos For Beatniks
File Under: Big Beats Bongo Fury
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [The Riviera Affair]
Wooden Wand & The Briarwood Virgins - Briarwood
James Jackson Toth is een bijzonder muzikant. Alsof er niet zoiets bestaat als marketing, verstandig omgaan met wat je opneemt en hoe je dat dan uitbrengt, lijkt het alsof hij maar wat doet. Handvol liedjes klaar? Opnemen en uitbrengen. Hoe? Ouderwetse cassette, cdr, vinyl, volwaardige cd, een compilatie hier, een verzamelaar daar. En als het even kan onder steeds een andere naam. Grosso modo is zijn favoriete terrein dat van de folk. Meestal is het de leipe variant die door geestverwanten als Devandra Barnhart en Akron/Family geëxploreerd wordt, maar voor Briarwood sloeg James Jackson Toth een andere weg in. Onder de naam Wooden Wand - eerder door hem gebruikt - nam hij negen southern rock-achtige tracks op, allemaal beheerst door slide gitaar, slepende solo’s en in een lofi-achtig idioom. Zodat de liedjes niet altijd even af klinken, het geluid hier en daar rammelt, maar elk idee toch mooi tot zijn recht komt. Niet alles beklijft, maar bijvoorbeeld opener "Winter in Kentucky" en "Big Mouth USA" moeten wel hoogtepunten zijn in ’s mans oeuvre. En als dat niet zo is, dan valt er nog een boel te ontdekken in de die enorme berg releases die James Jackson Toth de afgelopen jaren uitbracht.

File: Wooden Wand & The Briarwood Virgins - Briarwood
File Under: Schatgraven
File Audio: [MySpace]
File Video: [Big Mout USA]
Dry The River - Weights & Measures EP
Hoe zou dat gaan bij zo’n band? Dat alle leden credits krijgen voor de compositie snap ik nog wel, maar ook de teksten worden volgens het hoesje geschreven door zowel Peter Liddle, als door Scott Miller, Matthew Taylor, John Warren en William Harvey. Een fijn kringgesprek waarin ieder een regel voor zijn rekening neemt? Het zou zowaar nog passen ook bij de poppy folk-met-grote-gebaren waar Dry The River zo goed in is. Net als Mumford & Sons, inderdaad. Met dit verschil dat Dry The River zich nog moet bewijzen. De overigens fijne single 'No Rest' verwijst wel heel erg opzichtig naar de band van Marcus Mumford, maar hun EP Weights & Measures laat gelukkig ook een andere kant horen. De vier nummers zijn al begin dit jaar uitgekomen en met optredens op onder meer London Calling en Lowlands achter de rug zouden ze hier ook zomaar door kunnen breken.. Hoogtepunt van de vier tracks is 'Bible Belt (Field Recording'), waar Dry The River laat horen haar klassiekers te kennen. De meer recente. (had ik Fleet Foxes al genoemd?), maar ook die uit voorbije decennia.

File: Dry The River - Weights & Measures EP
File Under: Er verschijnen mooie dingen aan de randen van de bombast
File Audio: [MySpace]
File Video: [Bible Belt]
The Smiths - Complete
Laten we beginnen met het mierenneuken: de titels achterop Strangeways Here We Come zijn voor de oude fans - want veertigers - niet meer te lezen. En er wordt gejokt met de titel. Want er missen wat liedjes. Weliswaar gaat het om b-kantjes - "Wonderful Woman" bijvoorbeeld -, maar Complete is niet compleet als het gaat om de gehele output van The Smiths. Wel compleet zijn ze, als het gaat om de liedjes an sich. Als er in die verdoemde jaren tachtig een bandje was dat het lukte om dicht (en soms zelfs heel erg dicht) in de buurt van de perfecte popsong te komen, dan waren dat wel Morrissey / Marr en co. Nu de acht CD’s hier voor me liggen, keurig uitgevoerd als verkleinde versies van de originele vinylschijven, inclusief het postertje bij Rank, valt weer op hoeveel klassiekers er in die krappe vijf jaar dat de band bestond, bij elkaar geschreven zijn. Even een kleine opsomming? "Reel Around The Fountain", "This Charming Man", "Hand In Glove", "The Headmaster Ritual", "The Queen is Dead", "The Boy With The Thorn In His Side", "There Is A Light That Never Goes Out", "Girlfriend In A Coma", "Heaven Knows I’m Miserable Now". Eigenlijk hoeft een recensie van deze box uit niet meer te bestaan dan een opsomming van liedjes. Is er een goede reden om deze box te kopen als je toch al alle albums in huis hebt? Ja, want Rhino maakte een simpele box van vinyl of CD’s en een $500- deluxe versie met 7”’s, een DVD en alle acht platen op vinyl en CD, een poster enzoverder. Maar belangrijker: de albums werden opnieuw geremastered onder supervisie van Johnny Marr. En dat betekent dat het iele geluid plots verdwenen is. Vooral het titelloze debuut klinkt nu plotseling vele malen beter dan we de plaat kenden. What difference does it make? - ja, pun intended - het zal aan je jeugdherinneringen niet veel veranderen, maar het geeft wel een hele goede reden om deze acht cd’s te draaien.


File: The Smiths - Complete
File Under: You’ve Got Everything Now (bijna)
File Video: [YouTube]
Leendert van der Valk - Duivelsmuziek. Op de fiets van Memphis naar New Orleans (boek)
De beste blues klinkt donker, vies, onheilspellend, rauw en primitief. Het is dus een prima idee van Leendert van der Valk om zijn reisverslag Duivelsmuziek. Op de fiets van Memphis naar New Orleans te beginnen met een hoofdstuk waarin Leendert en zijn reisgenote, fotograaf Winnifred Wijnker, ergens in Memphis, Tennessee zijn. Op de fiets. In het pikkedonker, tijdens een broeierige nacht, fietsend op de vluchtstrook die bezaaid ligt met glas. Het getto waar ze zich bevinden nodigt niet uit om te overnachten. Het is een reis met ontberingen, maar als je over de blues wilt praten, moet je wat meegemaakt hebben, nietwaar? Van der Valk en Wijnker bezoeken de plekken waar de roots van de popmuziek liggen. De bakermat van rock ‘n’ roll, blues, jazz, zydeco en cajun, jazz en funk, allemaal langs de lijn Memphis - New Orleans. Van de Valk is een goed schrijver en hoewel het lastig is om twee verhalen te vertellen, dat van de blues en dat van de fietstocht, is hij daar aardig in geslaagd. Hoogtepunt - of dieptepunt - is het bezoek aan de Angola-gevangenis, maar ook de zoektochten naar andere overgebleven plaatsen zijn de moeite waard. Van der Valk heeft soms iets teveel last van the white man’s burden, maar het is de muziekliefhebber in hem die de boventoon voert.

File: Leendert van der Valk - Duivelsmuziek. Op de fiets van Memphis naar New Orleans
File Under: Helse tocht
File Audio: [Spotify Playlist]
File Video: [Boektrailer]
Black Cassette - Black Cassette
Voordat Soulwax vooral een dj-outfit werd, richtten de broertjes Stephen en David Dewaele zich op schurende, maar in retrospectief redelijk brave rock. Hun debuut Leave The Story Untold had weinig te maken met doorbraakalbum Much Against Everyone’s Advice, laat staan met het dance-georienteerde werk van 2ManyDJ’s. Luisterend naar Black Cassette, de eerste plaat van de gelijknamige band, bekruipt me hetzelfde gevoel als bij Soulwax: hier gaat meer gebeuren. Want deze band rond semi-Belg Sjoerd Bruil (een in Nederland geboren Antwerpenaar) maakt liedjes gebaseerd op groovende riffs, bijna stoner-achtige zang en vol onderhuidse spanning. Zijn bandgenoten hebben net als Bruil drukke werkzaamheden: Sukilove, Tim Vanhamel, Broken Glass Heroes, Metal Molly en Pawlowksi zijn de namen waar Bruil en bandgenoten Pascal Deweze en Jeroen Stevens zich mee bezig hielden. Wat meteen verklaart waarom het vijf jaar duurde voor Black Cassette met een album kwam. In deze klassieke trio-bezetting zoeken de drie het op het eerste gezicht in klassieke, heftige bluesrock, maar met een boel vreemde kantjes. Soms klinken ze als op die eerste plaat van Soulwax ("Let Me In"), soms als The Stooges ("Funny") en soms als een outtake van Masters of Reality (het vreemde "Ask A Question"). Hier gaat wat gebeuren. Nu niet de DJ gaan uithangen, Sjoerd.


File: Black Cassette - Black Cassette
File Under: Belgengekte anno 2011
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [7 Measures]
DJ Shadow - The Less You Know The Better
Instrumentale hiphop, abstracte hiphop, triphop: Josh Davies aka DJ Shadow heeft zich wat rare termen aan moeten laten leunen. De hogepriester van de sample - er wordt her en der beweerd dat Endtroducing… het eerste volledig gesamplede album uit de popgeschiedenis is - probeerde niet voor niets geen tweede plaat als zijn debuut te maken. Opvolger The Private Press had mooie momenten, maar klonk te fragmentarisch en grosso modo werd dat met de opeenvolgende releases steeds meer het geval. Maar met de jaren (het duurde ook steeds wel erg lang voor er een nieuwe full-length in de bakken lag) bleef er weinig meer over dan Die Ene Grote Plaat. Dus zo gek is het niet dat er gefluisterd werd dat The Less You Know, The Better een return to form zou zijn. Hier en daar is dat ook zo ("Enemy Lines" bijvoorbeeld). De hoofdmoot bestaat echter uit popliedjes, niet meer en niet minder. Soms mooie ("Stay The Course"), soms uiterst vervelende ("Warning Call"). De brille en noodzaak zijn weg, moet de sombere conclusie zijn en Josh Davies zal wel eeuwig in de schaduw - pun intended - van zijn debuut moeten werken. Ware het niet dat "Run For Your Life" en de idioterie van "I Gotta Rokk" iets laten horen van wat DJ Shadow vermag. De popmuziek op z’n kop zetten lukt hem niet meer, een merendeels amusante plaat afleveren nog wel.


File: DJ Shadow - The Less You Know, The Better
File Under: Shadow
File Video: [Border Crossing]
The Rott Childs - Riches Will Come Thy Way - A Musical
Ik zou er niet zomaar opgekomen zijn, maar met de naam The Rott Childs verwijst deze band naar de beroemde bankiersfamilie Rothschild. En zo is er meer vreemds. Een hoesje als een album van Queen. En wat te denken van de naam van hun debuutalbum, Riches Will Come Thy Way, dat de toevoeging A Musical heeft mee gekregen? Maar zelfs de Ramones hebben een musical gekregen, dus we hoeven nergens meer van op te kijken. Ook de titels doen mee in de idioterie: "Animals Vs. Megiddo", "Rich People Family By The Fire", "Tuppence R - Tuppence", "HAARP" en een afsluiter die weer "People Vs. Meggido" heet. Tel daar bij op dat The Rott Childs uit België komen, waar het lijkt alsof de gekte altijd net iets meer ruimte krijgt dan in Nederland. Hoe hun muziek te beschrijven? Waanzin, jazzcore, over-the-top rock ‘n’roll? Van alles een klein beetje. Het dichtst komen we waarschijnlijk in de buurt door ze ergens tussen The Jesus Lizard, Girls Against Boys en Mauro Pawlowski’s Evil Superstars te situeren. Na een stief half uur is de plaat voorbij en een goede kans dat je daarna geen idee hebt waar je naar geluisterd hebt. Intrigirende idioterie, dat in elk geval.

File: The Rott Childs - Riches Will Come Thy Way: A Musical
File Under: Belgengekte
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album Teaser]
Bonnie 'Prince' Billy - Wolfroy Goes To Town
Gek eigenlijk, voor iemand die in zo’n tempo platen uitbrengt: Wolfroy Goes To Town is de eerste full-length onder zijn belangrijkste pseudoniem sinds 2009. Nu is een tempo van een album per twee jaar voor veel bands en muzikanten volstrekt onhaalbaar, maar als je Will Oldham heet, gelden er andere regels. Als ik de bijdragen aan platen van anderen buiten beschouwing laat, heeft hij in de afgelopen twee jaar twintig keer een 7”, 10” , CD-single, CD of digitale single op de wereld losgelaten. Met dat in het achterhoofd is het teleurstellend dat Wolfroy Goes To Town slechts tien nummers bevat. Nu hij niet met een andere band samenwerkt worden de songs spaarzaam gearrangeerd, vrijwel allemaal in hetzelfde tempo gespeeld en is er een belangrijke bijrol voor een vrouw: zangeres Angel Olsen die met haar ijle countrystem een mooi tegenwicht biedt aan het immer sombere geluid van Bonnie ‘Prince’ Billy. Olsens bijdrage aan "Quail & Dumplings" ('Fuck birds in the bushes / let’s take ‘em in hand', schreeuwt ze) stuwt het prijsnummer van dit album naar grote hoogte, al moeten hier credits gaan naar het gitaarwerk van vaste begeleider Emmett Kelly. Hoe goed samenwerkingen hem ook afgaan, het is mooi om Will Oldham weer eens zelf de regie volledig in handen te horen nemen. Ook al is het slechts tien liedjes lang.

File: Bonnie ‘Prince’ Billy - Wolfroy Goes To Town
File Under: Bonnie Prince Billy is de baas
File Video: [Quail & Dumplings]
Stuart Moxham - Six Winter Mornings
In de categorie Wat Zou Er Toch Gebeurd Zijn Met… gooien de leden van Young Marble Giants ongetwijfeld hoge ogen. Want uit het blote hoofd zou ik werkelijk geen idee hebben waar de broers Stuart en Phil Moxham en Alison Statton zich sinds het verscheiden van hun band mee bezig hebben gehouden. En eerlijk is eerlijk, als Six Winter Mornings niet op de deurmat was beland, zou ik er ook niet over nagedacht hebben. Een snelle zoektocht op het net leverde de persoonlijke website van Stuart Moxham op, ongetwijfeld vormgegeven ergens in 1998 en opgezet rond hABIT-records, het platenlabel dedicated to the post-Young Marble Giants music of Stuart Moxham. Een output die bestaat uit een sampler, Personal Best, volledig aan mij voorbij gegaan, en , de EP waar het hier om gaat. Zes nummers na dertig jaar stilte is niet veel en een klassieker als Colossal Youth hadden we uiteraard niet verwacht. De zes folky liedjes hebben als enige gemeen met de liedjes van Young Marble Giants dat ze even kalm en minimaal klinken. De melancholie heeft tegenwoordig de overhand en akoestische instrumenten beheersen het geluidsspectrum. Mooie arrangementen en een onverwachte bariton (in "Autumn Song", blijkbaar gezongen door vader Andrew Moxham) en meisjesstem (dochter Melody Moxham) geven extra cachet. Geen comeback, wel een aangename verrassing. Overigens: broer Terrence doet mee, vader Andrew en dochter Melody, maar van die andere YMG-broer, Phil, geen spoor.


File: Stuart Moxham - Six Winter Mornings
File Under: Herfst
File Audio: [MySpace]
The Pussywarmers - The Chronicles of The Pussywarmers
De titel van het nieuwe album van The Pussywarmers - nog steeds een van de meest bizarre bandnamen die ik ken - klinkt een stuk beschaafder dan hun vorige, My Pussy Belongs To Daddy. Maar geloof me, hun muziek is nog steeds geen toonbeeld van verfijning, chique omgangsvormen en keurigheid. Wat die kronieken uit de titel betreft, die lijken te slaan op de avonturen waar dit Italiaans sprekende vuilnisbakkenorkest uit Zwitserland zich aan bezondigd heeft. Of ze het zelf meegemaakt hebben valt uiteraard te betwijfelen, maar de overgave waarmee dit combo ze ten gehore brengt, zorgt ervoor dat je het graag wilt geloven. Liefdesverdriet van de ranzige soort, avonturen in donkere kroegen, gedrenkt in alcohol en Weltschmerz, dat zijn de ingrediënten waar de avonturen van The Pussywarmers van gemaakt zijn. Feestmuziek voor feesten waar je je ouders niet mee naar toe wilt nemen, ook al worden er polka’s en andere deuntjes uit vervlogen tijden gespeeld en klinkt er geen enkele overstuurde gitaar (wel fijne blazers). Het hoesje verwijst er al naar: de decadente jaren twintig en dertig, maar dan ver uit de buurt van alles wat naar de glamour uit die dagen verwijst.


File: The Pussywarmers - The Chronicles of The Pussywarmers
File Under: Doorgezopen feesten van toen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Chanson d’Amour (Ce N’est Pas Pour Moi)]
Jester At Work - Lo-Fi Back To Tape
Achter de ietwat stupide naam Jester At Work gaat Antonio Vitale schuil, een Italiaan die zijn liedjes zo simpel mogelijk probeert te houden. Akoestische gitaar, stem, een mondharmonica, wat uit de losse pols ingespeelde percussie en dat is het dan. Oh ja, zoals de titel van dit album al laat zien, niet in een mooie studio opgenomen, maar thuis of in zijn oefenhok, zo basaal mogelijk. Afgaande op de foto’s in het het hoesje is Lo-Fi, Back To Tape opgenomen op een oude viersporenrecorder, een Fostex. Vitale houdt er een donkere stem op na, een bariton die zo te horen ietwat is aangetast door het leven. Maar het vak van liedjesschrijver beheerst hij en hoewel het niet allemaal even origineel is, weet Antonio een mooie mix van folk, country en andere tijdloze genres bij elkaar te brengen. Dit is het soort album dat op het eerste gehoor niet veel teweeg brengt - al is het maar omdat elk nummer in ongeveer hetzelfde tempo gespeeld wordt - , maar een paar verslavende momenten kent (met "Sphinx", "I’m On Fire" en "Not Far From Here" als hoogtepunten). In 2008 al uitgebracht in Italië en sindsdien lijkt deze plaat langzaam maar zeker overal op te duiken.

File: Jester At Work - Lo-Fi, Back To Tape
File Under: Lo-fi uit Italië
File Audio: [Sphinx]
dEUS - Keep You Close
Laat ik maar beginnen met toe te geven dat ik zo’n fan ben die The Ideal Crash het laatste echt goede album van dEUS vond. De gekte, de ongebreidelde experimenteerlust die zelden of nooit in onbeluisterbaarheid ontaardde, de energie - voor mijn gevoel allemaal verdwenen. Blijkbaar moet ik gewoon aanvaarden dat de dEUS uit de jaren negentig van de vorige eeuw een andere is dan die van na de eeuwwisseling. Want ook Keep You Close laat vooral een geoliede rockband horen. Opener en titeltrack Keep "You Close" wordt gestuurd door een lekkere synthesizerriff en blijft net aan de goede kant van bombast, het daarop volgende intrigerende "The Final Blast" (gaat die tekst nou over de Tweede Wereldoorlog?) neemt mooi gas terug. "The End of Romance" is een melancholiek, door Barmans Sprachgesang bepaald hoogtepunt van dit album, terwijl "Ghosts" een curieus en intrigerend buitenbeentje is (dat ritme!), eindigend in een soort eruptie van geluid. "Constant Now" is een dwingend en strak nummer waar violen en stuiterende toetsen in en uit het geluidsbeeld vliegen. Het afsluitende "Easy" is de langste track van het album, kent mooie, typische dEUS-spanningsboogjes en zou live weleens een hoogtepunt kunnen worden. dEUS Mark II mag dan een andere band zijn dan die van de eerste drie albums, maar Keep You Close bevestigt het gevoel dat Barman en co. nog niet overbodig zijn.


File: dEUS - Keep You Close
File Under: dEUS is dood, lang leve dEUS
File Audio: [Streaming]
File Video: [Constant Now]
Dan Sartain - Legacy Of Hospitality
Het grootste probleem met rockabilly is dat alles exact zo moet als In de jaren vijftig. Dat betekent dat je twee kanten op kunt: je wordt een anachronisme omdat je kleding, kuif en gitaren getrouwe kopieën zijn (en je geen tijd hebt om goede nummers te schrijven). Of je kneedt het genre tot iets anders en speelt bijvoorbeeld psychobilly. Slechts een hoogst enkele keer ben je van jezelf zo echt en authentiek dat je boven alle navolgers uit steekt . Dan zou je dus Dan Sartain kunnen heten. Deze Amerikaan brengt al jaren in eigen beheer en op kleine labels muziek uit, maar nu hij sinds een jaar of wat bij One Little Indian zit, was het blijkbaar tijd voor een grote schoonmaak. Op Legacy Of Hospitality worden opnames uit de jaren 1999 tot 2009 bij elkaar geveegd. Dat betekent dat behoorlijk morsige opnames afgewisseld worden met hoogtepunten als de twee openingsnummers "Atheist Funeral" en "Voo-Doo". Naast een niet geheel originele, maar wel fijne klassieker als "Besame Mucho" horen we ook de onverwachte cover van "Telegram Sam" van Marc Bolan en een scherp duet als "Much Too Late". Niet alles klinkt even spetterend, maar met wat slim programmeren houd je meer over dan slechts een restjesplaat. En meer dan klassieke rockabilly.


File: Dan Sartain - Legacy Of Hospitality
File Under: Voorbij de jaren vijftig
File Audio: [MySpace]
File Video: [Walk Among The Cobras]
The Black Swans - Don't Blame The Stars
Dit is een band van liefhebbers, van fans. En zoals dat gaat met fans, houden ze ervan om te vertellen over hun obsessies. Dus gaat aan een aantal liedjes op Don’t Blame The Stars een gesproken uitleg vooraf. Waarin bijvoorbeeld wordt uitgelegd waarom van al die oude soul- en rhythm & blueszangers Joe Tex misschien wel de grootste was ("Joe Tex'"). Maar ook worden jeugdherinneringen opgehaald die de inspiratie vormden voor een nummer ("Sunshine Street"), wordt openhartig verteld over een verslaving aan pijnstillers ("Mean Medicine" - 'I quit these pills because I found out there ain’t no cure for living') en wordt een persoonlijke ontboezeming gedaan ("Little Things"). Zanger Jerry DeCicca is niet ’s werelds meest opgewekte mens, maar het lijkt er op dat hij vrede met zichzelf en de wereld heeft gevonden. Zijn krakerige, rootsy stem klinkt zo nu en dan als die van Stuart Staples van Tindersticks. Waar de liedjes van Tindersticks vaak filmisch klinken, zoeken The Black Swans het in verhalende nummers met een kop en een staart die je wellicht het best zou kunnen omschrijven als gothic country. Inclusief de snik die bij country hoort, maar bij The Black Swans steevast gepaard gaat met een gepijnigde grijns en zelfspot.

File: The Black Swans - Don't Blame The Stars
File Under: Country met soul
File Audio: [MySpace]
File Video: [Joe Tex (live)]
Mini Mansions - Mini Mansions
Hobbybandjes zijn vaak niet meer dan dat: een hobby om de tijd te vullen buiten het reguliere werk. Maar een enkele keer wordt zo’n project groter dan waar normaliter de tijd en energie aan besteed wordt. Denk bijvoorbeeld aan de ritmesectie van Calexico, die Giant Sand in no-time overvleugelde. Of hetzelfde gaat gebeuren met de band van bassist Michael Shuman - die zijn geld verdient in Queens of the Stone Age - waag ik te betwijfelen. Om te beginnen is daar het verschil in muzikale genres: de voortdenderende rocktrein van Josh Homme is hier vervangen door melodieën en instrumentaties die rechtstreeks stammen van The Beatles anno Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Daarnaast is er geen sprake van een groovende, festivalweides platwalsende sound, maar van een relatief intiem, prettig ouderwets geluid. Hoezeer psychedelica ook en vogue is op dit moment (Tame Impala, Wooden Shjips), meer dan een club krijg je er niet mee vol. Helemaal niet wanneer het liedjesmateriaal hier en daar tekort schiet en vooral aan E.L.O. doet denken. Maar in het beste geval - Monk bijvoorbeeld - smaakt zo’n zwaar op Lennon/McCartney leunend nummer naar meer. En dat is een gevoel dat ik bij Queens of the Stone Age al tijden niet meer heb gehad.


File: Mini Mansions - Mini Mansions
File Under: QotSA is dood, leve Mini Mansions
File Audio: [MySpace]
File Video: [Monk]
Meindert Talma - De Zee Roept
De Zee Roept is een project waar Meindert Talma samen met Tryntsje Nauta aan gewerkt heeft. Het resultaat is dan ook meer dan alleen een cd. Het gaat om een boek met - prachtige - foto’s, portretten van studenten aan de zeevaartschool op Terschelling, aangevuld met een schijfje met liedjes van Meindert Talma. De nummers worden afgewisseld met herinneringen van varenden, begeleid door bijvoorbeeld accordeon. Daarnaast was er een tentoonstelling in het Fries Museum in Leeuwarden (helaas al op 4 september afgesloten) en een aantal optredens. De muziek, vooral gestuurd door toetsen (accordeon, piano, synthesizer) , bezingt niet alleen stoere verhalen die in een ver en onbestemd verleden spelen, maar ook de angsten en twijfels van hedendaagse matrozen en andere zeelui. Zo wordt in "Een zeeman is geen zeeman meer" de teloorgang van de romantiek van het varen bezongen. En het zou me niet verbazen als Meindert Talma een wereldprimeur heeft met zijn "Somalische Piraten" ('Ga niet naar de Golf van Aden / want daar wachten de Somalische piraten'): het eerste lied over hedendaagse kapers. Hij beschrijft niet alleen de angst op zee, maar ook de lotsbestemming van de piraten zelf. Dankzij de foto’s een project met meerwaarde en de cd is zeker het beluisteren waard, maar het wachten is nu op een echt nieuw rockalbum van Meindert Talma en zijn Negroes.

File: Meindert Talma - De Zee Roept
File Under: De zee roept mooi
File Audio: [Vier nummers]
File Video: [De Zee Roept]
The Computers - This Is The Computers
Het is lang geleden dat ik aan Refused gedacht heb, de band die één legendarisch album maakte, The Shape of Punk To Come, om vervolgens te verdwijnen. Een pretentieuze plaat die hardcore en punk verbond met jazzgeschiedenis en bol stond van de politieke uitingen. Van die laatste twee zaken is niets te merken op This Is The Computers, maar de uitdossing van de bandleden - en sowieso de aandacht voor vormgeving - en vooral de zang is griezelig identiek aan die van Dennis Lyxzén en consorten. Muzikaal klinkt The Computers als een mix van gestileerde garagerock (The Hives, maar dan afwisselender en vuiger), opgepunkte, maar uiterst klassieke rock ‘n’ roll en de hardcorepunk van Refused. Over de elf liedjes op hun debuutplaat doet dit kwartet uit Exeter nog geen vijfentwintig minuten, precies lang genoeg om niet te vervelen. En daar schuilt meteen het probleem voor deze band: hoeveel platen is zo’n formule leuk? Maar ik geef toe: schreeuwzang op deze manier afwisselen met drie akkoorden-rock-n-roll, slimme koortjes en een gevoel voor puntige liedjes zorgt ervoor dat This Is The Computers zo’n plaat is die ongemerkt vaak op repeat gaat.


File: The Computers - This Is The Computers
File Under: Bits die bijten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Music Is Dead]
Katie Armiger - Confessions of a Nice Girl
Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar toch is het echt zo: dat meisje in die suikerspinrok op die veel en veel te zoete foto is geboren in Sugar Land, Texas. Tsja, dan kun je je eigenlijk niet anders laten fotograferen. En springt bij de argeloze luisteraar die het hoesje bekijkt spontaan het glazuur van de tanden. Katie Armiger heet ze en op haar twintigste heeft ze al drie platen op haar naam, alle drie gevuld met een vorm van country die tien jaar geleden waanzinnig populair was in de Verenigde Staten. Gretchen Wilson (maar dan zonder zelfspot), Taylor Swift, Faith Hill, dat werk. Country gemaakt voor de beschaafde middenklasse die eens in de zoveel tijd geld wil neerleggen om in een stadion naar een optreden van een countryster te gaan kijken. Maar dat moet dan geen outlaw country zijn, maar de Volendam-variant, zullen we maar zeggen. Ook geschikt voor de gristelijke medemens (en dat is eigenlijk iedereen in de Amerikaanse mid-west), gezien de teksten van Katie Armiger. Want dat moet ik haar nageven, als je - weliswaar met hulp van anderen - op je twintigste zulke volwassen liedjes kunt maken, kun je wel wat. Jammer dat ze geen risico’s durft te nemen en daarom wel heel erg de troefkaart van nice girl blijft spelen.


File: Katie Armiger - Confessions of a Nice Girl
File Under: Bij de Jamin
File Audio: [MySpace]
File Video: [Voorproefjes]
Ted Russell Kamp - Get Back To The Land
Het is een stijlvol hoesje waarin Ted Russel Kamp zijn vijfde soloplaat verpakt heeft. Zo’n hoesje waarvan je meteen denkt: eigenlijk hoort dit om vinyl te zitten (de dertien liedjes zijn dan ook keurig verdeeld over een kant 1 en kant 2). Ook muzikaal komt Get Back To The Land uit een tijd waarin nog geen digitale opnametechnieken bestonden. Begin jaren zeventig, de hoogtijdagen van de Westcoastrock, grofweg de periode nadat Gram Parsons het tijdige voor het eeuwige verwisselde, The Eagles groot werden en ene Tom Petty plannen maakte om een band op te richten met de naam The Heartbreakers. Waarmee we meteen de drie grote voorbeelden van Ted Russell Kamp genoemd hebben. Keurig in het stramien dat deze acts uitgestippelden, maakt Ted Russell Kamp zijn muziek. Hij werd groot als producer en studiomuzikant en ook dat is af te horen aan Get Back To The Land. Het vakmanschap druipt er vanaf, maar helaas zit dat het luisterplezier nogal ‘ns in de weg. Opener "California Wildflower" - vintage Tom Petty - kent een mooie hook, maar wordt net iets te zakelijk gezongen, "If I Had A Dollar" klinkt eerder feestelijk dan dramatisch en in "Lonelytown" lijkt Russell Kamp vooral bezig goed te zingen in plaats van die bittere eenzaamheid over te brengen. Mooie liedjes, keurig uitgevoerd, maar geen heilig vuur te ontdekken.


File: Ted Russell Kamp - Get Back To The Land
File Under: Vakmanschap is niet altijd meesterschap.
File Audio: [MySpace]
File Video: [Get Back To The Land (live)]
Rocket To Memphis - Jungle Juice
Psychobilly, Tiki - die rare hype uit de jaren vijftig die naar Hawaii en de Stille Zuidzee verwees - , een vrouwelijke bassiste, de Elvis-grijns , mooie kuiven, kleding en een prachtige Gretsch-gitaar; de openingstrack heet 'I’m Bad', even verder komen we 'I’m on Fire', 'Black Cat Fever', 'Hoodoo Jive' en 'Zombie Rumble' tegen. De Australische rockers van Rocket To Memphis (die naam is het nog het leukst, inclusief de knipoog naar die derde van de Ramones en het betreurde Rocket From The Crypt) hebben alle codes begrepen en uitgevoerd. Ook de pseudoniemen kloppen: 'Betty Bombshell', 'Razor Jack Memphis', 'Voodoo Viv' en 'Shotgun Pete'. Alleen is er iets grondig misgegaan: ze hebben teveel hun best willen doen. Elk detail is zo netjes en keurig in de verf gezet dat alle leven er uit is verdwenen. En dat hun liedjes niet zo goed zijn, dat de zang vooral erg vlak klinkt - geen seconde geloof ik Betty Bombshell in 'I’m Bad' - dat valt ook hun producer te verwijten. Want dat is Matt Verta-Ray (onder meer Heavy Trash), iemand die zo’n ervaring en postuur heeft dat hij Rocket To Memphis voor deze mislukte lancering had moeten behoeden.

File: Rocket To Memphis - Jungle Juice
File Under: Ruimtevaartprogramma Australië mislukt
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album launch]
Hell's Kitchen - Dress To Dig
Binnen een paar seconden na het opzetten van Dress To Dig greep ik weer naar het achteloos opzij gelegde hoesje: is dit een project van Nick Cave? Opener 'A Good End' klinkt alsof Cave in zijn woonkamer een bluesje uitprobeert, zozeer lijken de openingsvocalen. Maar het is Bernard Monney, voorman van Hell’s Kitchen. Een rammelbluesband uit Zwitserland, al brengen ze hun platen ze niet uit op het erkende tehuis voor dit soort muziek uit hun thuisland, Voodoo Rhythm. Dat is minder vreemd dan het lijkt. Want de naam Hell’s Kitchen suggereert dat ze bij satan zelf de mosterd bereiden, maar ze klinken eerder theatraal dan vies, vuig en ranzig. Of teveel beïnvloed door Tom Waits of iemand als Johnny Dowd, zou je kunnen zeggen. Helaas missen ze de absolute kwaliteit van deze twee, maar een stevige hand vol goede nummers kent Dress To Dig zeker: opener 'A Good End', 'Teachers', 'Wait' en 'Never Being Able' zijn toppers in het genre. Hun grootste kwaliteit is wellicht dat ze hun nummers puur en authentiek laten klinken, zonder Howlin’ Wolf of andere grootheden precies te kopiëren. De eerder genoemde namen - inclusief Nick Cave - zijn goede referenties, maar denk ook aan de vorige band van Andre Manuel, Krang.

File: Hell's Kitchen - Dress To Dig
File Under: Vuilnisbakkenblues
File Audio: [MySpace]
File Video: [Teachers]
The Innocence Mission - My Room In The Trees
Dertig jaar schijnen ze al platen te maken, Karen en Don Peris. Man en vrouw en ook muzikaal partners. In die dertig jaar hebben ze als The Innocence Misson tien CD’s, een paar EP’s en een compilatie-album uitgebracht, zonder noemenswaardig succes. Het zou me niets verbazen als My Room In The Trees wel voor dat succes gaat zorgen. Want waar dit duo - met hun wisselende bandgenoten - vooral in uitblinkt, is oprechtheid. Hun liedjes (songs of nummers zijn bijna te grote woorden) klinken eerlijk en, maar dat hoort misschien wel bij folk, op een bepaalde manier zelfs naïef. Karen Peris heeft een warme, ietwat hese stem die in de verte doet denken aan Chan Marshall. Haar teksten - de meeste zijn van haar hand, een aantal van hun samen en eentje van Don - klinken openhartig: ze heeft het over geloof ("God is love / and love will never fail me" in 'God is Love'), onzekerheid ("No one can be so embarrassed as me / I say to these trees" in 'North American Field Song') en geluk (in 'The Leaves Lift High' klinkt het: "All of the days I travel with you / dearest to me, child / You are dearest to me, child"). Zoetsappig en soft? Ja, maar soms kun je er niet genoeg van krijgen.


File: The Innocence Mission - My Room In The Trees
File Under: De schoonheid van onschuld
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Happy Mondays]
Ciara Sidine - Shadow Road Rising
De economische problemen in Ierland zullen ongetwijfeld hun weerslag hebben op de locale muziekindustrie en de mogelijkheden voor het uitbrengen van nieuwe muziek beperken. Want waarom anders zou iemand met het talent van Ciara Sidine en haar netwerk anders geen platenlabel kunnen vinden? Ze verdient haar geld als redacteur bij een uitgeverij - ook al zo’n branche waar geen Hosanna klinkt - en bij het opnemen van Shadow Road Rising kreeg ze hulp van onder meer Steve Wickham (ooit Waterboys, maar ook ervaring bij R.E.M. en Bob Dylan), Dave Hingerty (Swell Season en The Frames) en twee muzikanten uit de band van Van Morrison (Paul Moore en Justin Carroll). Daar komt bij, en dat is uiteraard het belangrijkste, dat het in eigen beheer uitgebrachte Shadow Road Rising een bijzonder aardige plaat is. Opener Riding Home mag dan een traditional zijn, de andere elf nummers laten zien dat Ciara Sidine een prima songsmid is. Haar stem is een beetje vlak, maar vrijwel accentloos - al kun je dat voor een Ierse ook als nadeel zien. De concurrentie op het gebied van vrouwelijke singer/songwriters is groot, maar er is geen enkele reden waarom Ciara Sidine het niet zou redden. Een goede toer met als het even kan de muzikanten die ook meespelen op dit album en er zal ongetwijfeld een platenmaatschappij toehappen. Het is alleen te hopen dat die haar niet de verkeerde (lees: poppy) kant opduwen. 'The Arms of Summer' en 'Take Me Down' balanceren gevaarlijk op dat randje.

File: Ciara Sidine - Shadow Road Rising
File Under: Ierse Americana
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hollow The Breeze]
RaaskalBOMfukkerZ - Zeekoe Valuta
"Mede mogelijk gemaakt door de kraakbeweging" staat er in het inlegvelletje bij het prachtig vormgegeven cdhoesje. Gestenciled, zoals in de hoogtijdagen van de kraakwereld de gewoonste zaak van de wereld was. Zeekoe Valuta riep als eerste associatie de legendarische verzamelplaat Gramschap op. Ook vol met Nederlandstalige teksten die de gevestigde orde op wilden schudden, heel erg D.Y.I. en in het oprechte amateurisme des te waardevoller. Maar ook chaotisch, wild en vol met rijp en groen. De RaaskalBOMfukkerZ hebben dat ook: hun rijms klinken soms als De Jeugd van Tegenwoordig ('Heiligstennis'), soms als een podiumdichter uit de punktijd ('Getekende Betekenis (of: Dikkertje Dap)'), maar evengoed zijn ze niet van de straat. Hun historisch besef blijkt niet alleen uit politieke statements, maar ook uit teksten over literatuurgeschiedenis ('Primitief Statement'): "die meuk is beukend, staar maar raar / poetrie met vleugels brugt duizend jaar / verbale raaskal margemonnik vaal." (Welke Neerlandicus snapt waar dit over gaat en legt alle slimme verwijzingen uit?). De beats en samples zijn chaotisch, schijnbaar slordig over elkaar geplakt en komen werkelijk overal vandaan (in Stoomgraver is zelfs een draaiorgel te horen). Literatuur uit het kraakpand, ten gehore gebracht door rappende kunstenaars met een punk-attitude: "plunder alle talen en dialecten, pluk ze kaal / brand het groene boekje, leve de wetteloze taal!"

File: RaaskalBOMfukkerZ - Zeekoe Valuta
File Under: De Kift voor De Jeugd van Tegenwoordig
File Audio: [MySpace]
File Video: [Domela NIeuwenhuis Video]
Jack Bakkers & De Grensgevallen - Welkom In De Wildernis
De Brabantse liedjesschrijver en muzikant Jack Bakkers heeft drie vrienden die hem een stapje verder weten te helpen op muzikaal vlak. Allereerst is er Patrick Delabie die niet alleen een meer dan verdienstelijk singer/songwriter is, maar er ook een studio op na houdt waar Welkom in de wildernis is opgenomen. Daarnaast is er George Kooymans, inderdaad die van Golden Earring, die bij tijd en wijle het podium opspringt om een mopje mee te spelen. De derde van wie Jack Bakkers een opkontje hoopt te krijgen is Corry Konings van wie hij de klassieker Huilen is voor jou te laat opnam. De Nederlandstalige rock van Jack Bakkers en zijn Grensgevallen is vooral erg basic, rock met een vleug country ('Onze Taal'), soms jazzy ('Welkom in de wildernis'), soms met een scheut rockabilly ('Jesus had de blues'). Gemaakt door mannen op leeftijd en naar ik vrees ook voor mannen en vrouwen op leeftijd. Ooit was er een stroming die dit soort muziek maakte en er ook buiten dranklokalen succes mee had, maar de hoogtijdagen van de pubrock liggen ver achter ons. En de kroeg lijkt me de natuurlijke habitat voor de muziek van Jack Bakkers: het meest te genieten met een stevige pint, geleund tegen de bar.

File: Jack Bakkers & De Grensgevallen - Welkom In De Wildernis
File Under: Kroegrock
File Audio: [Jukebox]
File Video: [Zonder de dames (live)]
Kids On A Crime Spree - We Love You So Bad EP
De gitaarmuren van The Jesus & Mary Chain (afsluiter 'Jean Paul Sartre 2' leent zelfs opzichtig bij Sonic Youth), lijzige zang, koortjes uit de jaren zestig en een huppelende bas: op hun debuut is luid en duidelijk te horen waar Kids On A Crime Spree thuis naar luistert. Nu is dat op zich niet erg, want de mengeling van catchy Phil Spector-koortjes, heel veel echo en reverb op de gitaren en een bak lawaai is erg 2011 (riep iemand daar Wavves?). Ook klaag ik niet over de beperkte lengte van We Love You So Bad, met z’n 20 minuten. Het is tenslotte een EP. En ook niet dat elk nummer begint met een tel feedback en stopt, net voordat ‘ie lijkt te beginnen. Maar wat ik vooral mis is inventiviteit, nummers die aan de bovenkant van mijn hersenpan blijven haken. Het Beach Boys-meets-Joy-Division-nummer 'Trumpets of Death' komt nog het dichtst in de buurt, op korte afstand gevolgd door 'To Mess With Dynamite' met de aardige opening van koortjes en feedback. Verder klinkt Kids On A Crime Spee als een bandje dat druk aan het zoeken is, maar alleen nog maar antwoorden in de eigen platenkast heeft gevonden .

File: Kids On A Crime Spree - We Love You So Bad EP
File Under: Wavves in opleiding
File Audio: [MySpace]
File Video: [Sweet Tooth]
Les Playboys - Anthologie / The Norvins - Yoga With Mona
De benaming Anthologie voor een verzameling van zestien liedjes is, als het gaat om klassieke garagerock, niet zo gek. Het gemiddelde Amerikaanse bandje dat medio jaren zestig papa’s garage indook om liedjes op te nemen haalde dat aantal niet eens. Maar we hebben het hier over Les Playboys. Een Franse band die in hetzelfde idioom werkzaam is en dat al doet sinds eind jaren zeventig. Hun carrière beslaat intussen zeven LP’s en een handvol singles waarop ze vrijwel alle genres uit de jaren zestig eren. Van surfinstro’s ('L ‘Homme de Tanger', 'L’Homme de Marrakech') en opzichtig naar The Animals verwijzende R&B ('1 Heure Que J'Attends') tot rock ‘n’ roll zoals The Stones die in hun begintijd maakten ('Avec Toi').
Als Les Playboys kinderen van de jaren zestig zijn, dan zijn The Norvins hun kleinkinderen. Ook The Norvins houden niet van haastwerk: ze zijn bezig sinds 2004, maar pas aan hun tweede album toe. De flauwe en zweverige titel Yoga with Mona ten spijt, spelen ze geen psychedelica maar puntige en stijlvaste garagerock (Hun debuut heette dan ook toepasselijk Time Machine. Bovendien zingen ze, in tegenstelling tot hun vaders, Engelstalig. Alle songs draaien om het vunzige orgeltje dat, afgewisseld met harmonica of scherpe gitaarlicks, er voor zorgt dat ze een eigen geluid hebben. En niet eens in hun moers taal.

File: Les Playboys - Anthologie
File Under: Rock ‘n’ roll francophone File Audio: [MySpace]
File Video: [1 hr Que J’Attends]
File: The Norvins - Yoga With Mona
File Under: Rock ‘n’ roll francais File Audio: [MySpace]
File Video: [You Know What]
Bill Wells & Aidan Moffat - Everything’s Getting Older
Het is juli en herfst. Er liggen afgewaaide takken en bladeren op straat en de regen slaat tegen de ruiten. De buitentemperatuur heeft niets zomers meer. Door de boxen klinkt de melancholieke, krakerige en immer drankzuchtige stem van Aidan Moffat: The sadness in your life will slowly fade. Nou, volgens het KNMI gaat ook de droefenis van het weer ons voorlopig niet verlaten. De beloftevolle lente ligt al weer maanden achter ons, de zon hebben we te lang niet gezien en we maken ons op voor de kou van de winter. Niet vergeten om whisky in huis te halen. Na zeven albums met Malcolm Middleton onder de naam Arab Strap, een plaat met voorgedragen poëzie en een album met zijn band The Best-Ofs klinkt Aidan Moffat nog altijd niet als het zonnetje in huis. Maar toch klinkt hij op deze samenwerking met pianist Bill Wells een tandje minder somber en bitter dan op eerdere platen. Belangrijkste reden daarvoor is wellicht de vorm die hij voor zijn teksten - die zich overigens nog altijd wentelen in drank, mislukte liefdes en andere vormen van treurnis - kiest: de genres wisselen van jazz, primitieve elektronica tot singer/songwriter-achtige vormen. Waarmee Everyting’s Getting Older vooral een bijzonder afwisselende plaat is geworden en een hoogtepunt in het oeuvre van onze favoriete Schotse zanger.

File: Bill Wells & Aidan Moffat - Everything’s Getting Older
File Under: De schoonheid van de herfst in juli
File Video: [(If You) Keep Me In Your Heart]
Levon Helm - Ramble At The Ryman (CD / DVD)
De meeste tribute-shows zijn het aankijken niet waard. De ster die het centrum van de belangstelling vormt is vaak ver over de houdbaarheidsdatum en als voor de beroemde muzikanten die op komen draven niet ook hetzelfde geldt, dan is het wel hun ego dat er voor zorgt dat ze zo nodig het podium moeten beklimmen. Uiteraard zonder iets relevants bij te dragen. Van die shows waarbij er in de finale acht gitaristen en twaalf zangers te bewonderen zijn (die goddank niet allemaal tegelijk te horen zijn). De lezer begrijpt, ik had niet zoveel zin in deze DVD. Maar het startpunt van het optreden dat op CD en DVD is vastgelegd is anders: Levon Helm - moet ik nog vertellen dat hij de legendarische drummer en zanger van The Band is? - organiseerde al een aantal jaren jamsessies voordat hij in 2008 deze show in The Ryman ging doen. Wat betekende dat niet alleen de tracklisting verzorgd is (naast een uitgekiende collectie nummers van The Band, originele covers en wat songs van zijn laatste albums), maar dat er ook is nagedacht over de gastmuzikanten. En dus zien en horen we onder meer Buddy Miller, Billy Bob Thornton, Sheryl Crow en John Hiatt. Die er geen van allen staan om hun eigen carrière een duwtje te geven, maar om lol te maken en met de grootmeester himself mee te spelen. Mooi document.

File: Levon Helm - Ramble At The Ryman (CD / DVD)
File Under: Legendes
File Video: [Ophelia]
The Donkeys - Born With Stripes
Blijkbaar is het leven zo relaxed in Californië dat we drie jaar moesten wachten op een nieuw album van The Donkeys. Hun vorige, Living On The Other Side, vergeleek ik vooral met muziek uit de jaren zeventig, maar op Born With Stripes is hun muzikale horizon verbreed. Zo’n twintig jaar, om precies te zijn, waarbij dit kwartet uit San Diego de jaren tachtig gemakshalve over heeft geslagen. Het lijkt er op of ze de afgelopen drie jaar vooral naar muziek uit het midden van de jaren negentig hebben geluisterd. De eerste albums van Beck en Pavement - slackerrock doopte een recensent Born With Stripes al - maar ook Grandaddy en, als ze het tempo iets omhoog gooien, Soul Coughing. De studiotrickery van de laatste twee bands worden door The Donkeys achterwege gelaten, maar helaas ook de finesses van muzikaal vakmanschap die deze bands wel lieten horen. Niet dat we hier een vervelend album in de cd-speler hebben liggen, daarvoor luistert het allemaal iets te lekker weg. Maar laat dat nu ook net de makke zijn: de twaalf liedjes klinken zo kalm en ontspannen dat enige mate van urgentie ook meteen maar is weggelaten. Typisch zo’n album voor na een lange dag hard werken, wanneer je vooral niet te veel moet willen: wat te drinken, een luie stoel en een kalm getoonzette plaat.


File: The Donkeys - Born With Stripes
File Under: California dreamin’
File Audio: [MySpace]
File Video: [Born With Stripes (live)]
Reatards - Teenage Hate (Reissue)
James Lee Lindsey Jr. zei u? Nee, ik zou het ook niet geweten hebben. Want bij de burgerlijke stand kende men hem misschien zo, in de republiek van rock ‘n’ roll noemde hij zich Jay Reatard. Waarmee hij in de voetsporen van de familes Ramone en Oblivian trad. De laatsten waren misschien ook wel zijn echte familie. In elk geval gold dat voor Eric Oblivian, die Jay Reatard en zijn bandleden onder zijn hoede nam en op zijn label Goner Records liet debuteren met Teenage Hate. Jay was toen krap 18 - we spreken over 1998 - en slechts twaalf jaar later, in 2010, zou hij overlijden. In die twaalf jaar bracht hij 22 albums uit, solo, met Lost Sounds en in de band waar hij zijn naam aan ontleende, Reatards. Met Elvis Wong Reatard ('the skins hollering and pickin') en Steve Albundy Reatard ('guitar & occasional yells') nam Jay Reatard ('guitar, screaming & pounding') eind jaren negentig niet alleen dit album op, maar ook twee tapes, The Reatards cassette en de roemruchte Fuck Elvis Here’s the Reatards cassette. Deze twee zijn als bonus terechtgekomen op deze reissue. In 39 liedjes schreeuwt, krijst en brult Jay Reatard zich de rockwereld binnen. Het gaat van druistige garagerock, opgefokte ’77-punk tot iets dat klinkt als hardcore, maar opvallend genoeg zonder de donkere kanten die hij later zo vaak liet horen. Agressief, overdonderend en hondsbrutaal, maar vooral met een waanzinnige energie die in zijn veel te korte leven nog een monumentale hoeveelheid liedjes op zou opleveren.

File: Reatards - Teenage Hate (Reissue)
File Under: Oh here we go baby, we came to rock ‘n’ roll
File Audio: [MySpace]
File Video: [Outta my head, into my bed]
Geva Alon - Get Closer
Days of Hunger, het Engelstalige debuut van Israëlier Geva Alon, schijnt in zijn geboorteland een soort sleutelplaat geweest te zijn. Toen dat album in 2006 verscheen was het een van de eerste Engelstalige albums van een Israëlische muzikant die potten kon breken en prompt - hoog in de hitlijsten - de deur openzette voor landgenoten om ook in het Engels te zingen. De taal van muziek is universeel, maar om universeel verstaanbaar te zijn zul je je toch Angelsaksisch uit moeten drukken. En dat doet Geva Alon, ook als het gaat om zijn muzikale palet. Want zijn invloeden variëren van oude helden als Neil Young tot hedendaagse voortrekkers als Jason Molina, My Morning Jacket, Fleet Foxes en consorten. Tekort komt hij nog in de kracht van zijn liedjes. Want hoewel Get Closer een paar prachtliedjes kent (The Wind Whispers, opener Here Comes The Tune - dat een veel oudere zanger doet vermoeden dan de 32 jarige die hij is), staan er, vooral naar het einde, een paar vullers op. Come Race Me opent bijvoorbeeld sterk, maar zakt dan in en kent een vervelende gitaarsolo en Fade Away With You is gewoonweg saai. In 2009 al in Israël verschenen, nu voor de rest van de wereld. Geen wereldplaat, wel een prima Americana-album.

File: Geva Alon - Get Closer
File Under: Americana uit het Midden-Oosten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Get Closer Now (live)]
Peter Stampfel & The Worm All-Stars - A Sure Sign of Something
De oorsprong van A Sure Sign of Something, zo legt Peter Stampfel uit in het uitgebreide tekstboekje, ligt in Nederland. Al in 2007, toen hij in Rotterdam optrad in Worm (vandaar de naam van zijn begeleidingsband, The Worm All-Stars, afkomstig uit dit Instituut voor Avantgardistische Recreatie), werden de eerste plannen gemaakt voor dit album. Het heeft vier jaar geduurd, maar dan hebben we ook het misschien wel mooist gemaakte cd-hoesje van dit jaar in handen. De legendarische folkie (psych-folkie is een betere naam) Peter Stampfel nam vijftien nummers op met Nina Hitz, Alan Purves (onder meer op neusfluit!) en Lukas Simonis. Deze liedjes zijn zowel van eigen hand of bekend van zijn band The Holy Modal Rounders ("Fucking Sailors in Chinatown"), maar ook door naamlozen geschreven traditionals. Sommigen, zoals het banjo-gestuurde "Come Around" zijn relatief recent (2005 of 2006), anderen juist stokoud en hoogstens bekend van Harry Smiths’ Anthology of American Folk Music. Allemaal hebben ze iets gemeen: als ze niet Stampfels psychfolk-behandeling zouden hebben gekregen, zouden ze waarschijnlijk als suffe sandalen-rond-kampvuur-liedjes klinken. Maar hij werkte nu eenmaal samen met roemruchte types als The Fugs, maar ook met bijvoorbeeld Gary Lucas ("How Mountain Girls Can Love").

File: Peter Stampfel & The Worm All-Stars - A Sure Sign of Something
File Under: Psychfolk voor bij ontspoorde kampvuren
File Audio: [Fucking Sailors in Chinatown]