Jaarlijst 2011: Guuzbourg
Omdat tradities er zijn om in ere te houden, lijn ik voor FU de beste reissues en compilaties op die ik het afgelopen jaar hoorde. Toegelicht, natuurlijk, want enkel tien titels op een rijtje zetten kan mijn zoon van vijf ook.
1. Serge Gainsbourg - L'Histoire de Melody Nelson (Universal)
Inkoppertje, zou je denken, maar eerder dit jaar lieten Universal en de erven Gainsbourg zich van een minder mooie kant zien met de Intégrale box. Die er mooi uitzag, maar de extra tracks, waar je 't als fan toch van moet hebben, waren weinig bijzonder. Toch gekocht, natuurlijk, want zo gek ben ik wel. Het enige merkwaardige aan de 'Melody Nelson'-box is dat op de bijgesloten dvd niet de tv-special staat die indertijd (1971) van alle nummers is gemaakt. Nu staat die wel compleet op YouTube en op eerder verschenen dvd's, maar toch. Verder niets dan lof. Uitstekende toelichting (onder meer door Andy Votel van het Finders Keepers-label, die uitvogelde wie de muzikanten zijn die meespelen op de plaat), fraaie documentaire en een cd met outtakes om van te watertanden. Eigenlijk geen outtakes, maar de oorspronkelijke, langere opnames van de nummers die ingekort op het album terecht gekomen zijn. Dat moest toen he, vinyl en zo. Eens te meer blijkt wat een meesterwerk Gainsbourg en zijn arrangerende compaan Jean-Claude Vannier met minimale middelen hebben gemaakt. Driewerf hurrah!
2. Candi Staton - Evidence: The Complete Fame Records Masters (Ace/Kent)
Mijn droombaan is archivaris bij het Britse conaisseurs-label Ace/Kent. Week in, week uit naar goud graven in archieven van legendarische labels, de schatten zo glimmend mogelijk oppoetsen en perfect geannoteerd de wereld in sturen. Vrijwel alles wat Ace/Kent uitbrengt is om door een ringetje te halen, maar deze verpletterend mooie, complete reissue verdient een voetstuk. Zoals Candi over stukgelopen relaties, slechte mannen en verdovende middelen zong, zo zongen er maar heel weinig. Ellende, uitgesmeerd over twee cd's, die louterend werkt.
3. Diverse Artiesten - Leo Blokhuis presenteert The Sound of the South (Universal)
Over ellende gesproken, mijn theorie is dat Leo Blokhuis (ook vanwege zijn protestantse achtergrond) het meest geniet als er veel drama in liedteksten zit. En de muziek doordacht, afgewogen en met gevoel is ingespeeld. Cases in point: de Sound of the Westcoast-box, die vorig jaar uitkwam, en deze dik belegde soulboterhammen. Vier cd's met genoeg gebroken harten en dikke tranen om wel dertig soaps van input te voorzien, met liefde en eigen indrukken toegelicht. Blokhuis zwelgt niet in ellende, maar begrijpt dat wit nog mooier is als er zwart naast hangt.
4. Jimmy Donley - In the Key of Heartbreak, the Complete Tear Drop singles and more (Ace/Kent)
Nou vooruit, nog een Ace/Kent compilatie dan. 'A poor excuse for a human being' wordt Jimmy Donley in het boekje genoemd, een Amerikaanse songschrijver en zanger die zijn echtgenotes geregeld in elkaar timmerde, of bezoekers van zijn concerten na afloop beroofde. En daar geregeld een fles of twee teveel bij dronk. Maar godallemachtig wat een prachtige liedjes. Een nummer staat ook op de Blokhuis-box, hier zijn twee cd's met nog meer fraais. Zelfs als Donley er een beetje met de pet naar gooide, hoor je hoe talentvol hij was.
5. Diverse Artiesten - Bambara Mystic Soul (Analog Africa)
Ook van Analog Africa koop ik vrijwel alles. Dit is afrofunk uit Burkina Faso, opgenomen in het midden van de jaren 70. Het klinkt soms wat brak, maar wat een power, wat is dit dansbaar, wat moeten dat geweldige feesten zijn geweest en wat is het terecht dat deze muziek van onder het stof is gered. Minstens zo goed trouwens is de prachtige Life Stories compilatie van Ebo Taylor, op Strut. Ongeveer uit dezelfde tijd, maar dan uit Ghana.
6. Diverse artiesten - Our Lives Are Shaped By What We Love; Motown's MoWest Story 1971-1973 (Light in the Attic)
Het had zo mooi kunnen worden, maar het mocht maar twee jaar zo zijn, de vooruitgeschoven Californische post van Motown Records. MoWest bracht een handvol platen uit die zongebruind en goed ingesmeerd klinken. LitA verzamelde de beste nummers van de albums van Odyssey (hoogtepunten), Frankie Valli & the Four Seasons, The Sisters Love en Syreeta. Soul met krullen, linten en strikken.
7. Kashmere Stage Band - Texas Thunder Soul 1968-1974 (Now&Again)
Dondersoul, da's inderdaad goed omschreven. Deze Texaanse schoolband ging tekeer alsof de muren van Jericho neergehaald moesten worden. Over twee cd's, en een mooie dvd, laten deze jongens geen kuit onberoerd. Geen wonder dat James Brown een beetje bang was voor de Kashmere Stage Band.
8. Diverse artiesten - Bospurus Bridges 2 (Black Pearl Records)
Enkel op vinyl, net als de eerste aflevering. Turkse pysch-funk uit de sixties en seventies is al vaker gecompileerd (door Finders Keepers, onder andere), maar de samenstellers van deze serie weten toch net de ekte, ekte funky shit tevoorschijn te toveren.
9. Diverse artiesten - Chicas! Spanish Female Singers 1962-1974 (Vampisoul)
Ja hoor, het hoeft echt niet enkel in het Frans voor mij, mijn hart is groot genoeg voor een contigent Spaanse chicas. Die veel coverden, daar nog behoorlijk funky bij uit de hoek kwamen maar ook oh zo caliente konden kirren.
10. Diverse artiesten - Early Rappers (Trikont)
Al vaker gedaan, maar nog niet eerder zo compleet: de wortels van hiphop blootgelegd. Via Dave Bartholomew langs Cab Calloway naar U-Roy en de Last Poets. Goed uitgelegd weer, mooi opgepoetst en geen slecht liedje te bekennen.

Lefties Soul Connection - One Punch Pete
Wie rauwe, veelal instrumentale funk speelt heeft geen last van taalbarrières (duh), kan makkelijk aansluiting vinden in de scene en zo op internationale podia spelen. Dat deed het Amsterdamse Lefties Soul Connection (LSC) dan ook, in Spanje, Frankrijk en Duitsland onder meer. Wil je je horizon verbreden, met andere zalen en diverser publiek, dan zit er maar één ding op: een vocalist erbij. Liefst een zangeres, want het oog wil ook wat. LSC lijfde na twee albums dus Michelle David in, een zwarte Amerikaanse van drie appels hoog maar met een longinhoud van een walvis. Op openingstrack "Shake It Up, Burn it Loose" gaan alle registers gelijk open. Alsof ze het vuur dat ze zelf oppookt, ook gelijk wil uitblazen. Wat een entree! Zo ver in het rood gaan de meters niet meer, al komen de vier musicerende Lefties in het jagende "Rimfire" en vooral in het afrofunkende "Buckaloos" (zo rauw dat er nog bloed uit druipt) behoorlijk ruig uit de hoek. Bas, drum, gitaar, orgel, en af en toe een sirene, dat zijn de ingrediënten van dit album. Het gaat van ruig naar romantisch, en van overstuurd naar zoet. Naast David zingt ook de Britse Corinna Greyson, haar bijdragen steken echter wat bleekjes af bij tornado Michelle. De Duitser Flo Mega is te horen in een stevig aangezette Sonics-cover ("Have Love Will Travel"). Lang niet alle gezongen liedjes zijn even sterk - U Got Me heeft een lekkere groove, die zonder kop of staart doorkachelt. En in "She’s Not Answering" lijkt David elk moment te struikelen over woorden die net niet lekker in de zin passen. Daar staat de prachtig gezongen soulslijper "Baby Come Back" dan weer tegenover, een ballad die zo op het repertoire van Chaka Khan past en hier toch niet uit de toon valt. LSC houdt het ouderwets vettig, met balansmomenten.


File: Lefties Soul Connection - One Punch Pete
File Under: Pats boem raak
File Audio: [MySpace]
File Video: [Rimfire][Shake it up, burnit loose]
The Sound of the South / Delta Swamp Rock / The Fame Studios Story
Het schijnt een saai plaatsje te zijn, Muscle Shoals. Een handvol inwoners, wat bedrijventerreintjes. Geen bijzondere natuur, geen geweldige restaurants. Het dorpje in Alabama is tevens naamgever van de gemeente Muscle Shoals, waaronder ook Florence, Sheffield en Tuscambia vallen. Ergens tussen Nashville en Memphis, tussen de hoofdsteden van de country en de soul. In de jaren zestig en zeventig werd hier muziek gemaakt die, in de woorden van Leo Blokhuis, ‘de allermooiste muziek is die ik ken’. Of dat zo is mag iedereen voor zichzelf uitmaken, maar dat er in de Fame Studios (eerst in Florence, later in Muscle Shoals) en de Muscle Shoals Sound (Sheffield) prachtige, invloedrijke en onverwoestbare liedjes zijn opgenomen, lijkt mij eerder een feit dan een mening.
Deze drie compilaties bieden overtuigend bewijsmateriaal. De focus is net even anders gelegd, zodat ze elkaar eerder complementeren dan overlappen. De drie-cd-box The Fame Studios Story geeft een overzicht van liedjes die daar in de periode 1961-1973 zijn opgenomen. Veel soul, Otis Redding, Wilson Pickett, Arthur Conley. Maar ook The Osmonds, in 1970. De liedjes zijn chronologisch verdeeld, het eerste nummer van cd 1 is uit 1961, het laatste op cd 3 uit 1973. Het sterkste jaar was 1967, toen nummers als "I Never Loved A Man (The Way I Love You)" van Aretha Franklin en Sweet Soul Music van Arthur Conley werden opgenomen. Tevens het jaar waarin Otis Redding in december bij een vliegtuigongeluk overleed. En het laatste jaar waarin blanke en zwarte muzikanten, zodra ze de studiodeuren waren gepasseerd, elkaars kleur niet meer zagen. In 1968 veranderde dat met de moord op Martin Luther King, en volgens de toelichtende boekjes bij deze compilaties werd daarna alles anders. Zwart zelfbewustzijn, hoe nodig ook, zorgde ook voor onrust en achterdocht. En toen moest disco nog geboren worden, dat de carrières van veel soulartiesten de nek omdraaide.
Laat The Fame Studios Story vooral de zwarte artiesten weer schitteren, op Delta Swamp Rock is nauwelijks een zwarte muzikant te vinden. Op deze compilatie, die een paar maanden geleden uitkwam, staan artiesten als Johnny Cash, Tony Joe White en Bobbie Gentry. Maar ook Big Star en Waylon Jennings. Door eerder op lokatie dan op genre te focussen, willen de samenstellers van Delta Swamp Rock vooral laten horen hoe rijk en (tamelijk) divers muziek uit het zuidoosten van Amerika was in de periode 1967-1971.
Leo Blokhuis heeft zich als samensteller van The Sound of the South het meest beperkt: muziek die tussen 1961-1976 in Muscle Shoals, New Orleans of Memphis is opgenomen door artiesten die balanceerden tussen country en soul. Zijn box is ondanks de beperking toch de rijkste, en telt ook de meeste cd’s (vier). Blank, zwart, vrouw, man, Blokhuis maakt geen onderscheid, zolang hij de genoemde twee elementen maar terughoort in de nummers. Solomon Burke trapt af, met een ingehouden, maar toch soulvolle cover van het countrynummer "Just Out of Reach". Het was niet Burke’s eigen keuze om dat nummer te coveren, maar het sloeg wel aan. Het laatste nummer van cd 4 is van Bobby Womack, een zwarte soulheld die gretig zijn liefde voor country uitte met een geweldig album, B.W. goes C.W., waarbij de laatste afkorting natuurlijk voor ‘country and western’ staat. Daartussen horen we heldinnen als Bobbie Gentry en Candi Staton, kanonnen als Elvis, Bob Dyla en Little Richard en obscure parels als Sami Jo, Tony Borders en Mac Davis, wat de originele uitvoerder blijkt te zijn van de Elvis-hit "A Little Less Conversation".
Blokhuis is de enige die zich enigszins ongemakkelijk lijkt te voelen bij zijn voorkeur, zoals bijvoorbeeld Leendert van der Valk dat ook beschreef in zijn boek Duivelsmuziek. In de jaren zestig was gesanctioneerd racisme in het Amerikaanse zuiden heel gebruikelijk, de levensstandaard van veel, met name zwarte muzikanten, lag niet heel hoog. Blokhuis schrijft: ‘De artiesten hier zingen over - of vanuit - het grote verlangen, de drang naar vrijheid. Dat is logisch. Als ze om zich heen kijken, zien ze een maatschappij die knelt en schuurt. Tegelijkertijd zien ze amper hoe bijzonder de vrijheid is die ze op datzelfde moment in de studio ervaren.’ Even verderop concludeert hij dat countrysoul een belangrijke functie van kunst raakt, ‘met andere ogen naar de werkelijkheid kijken. Ik vind dat inspirerend. En troostrijk.’
Hoewel er heel wat tekstuele ellende voorbij komt in de nummers in zijn box, zinkt de moed je nergens in de schoenen. Geldt trouwens ook voor de andere twee compilaties. Het is schitterende, rijke en eerlijke muziek. Die eigenlijk een steviger behuizing verdient dan in de nogal kwetsbaar vormgegeven boxjes. Met zorg behandelen dus.

File: Diverse artiesten - The Sound of the South
File: Diverse artiesten - Delta Swamp Rock
File: Diverse artiesten - The Fame Studios Story
File Under: The South Will Rise Again
Coeur de Pirate - Blonde
‘Iedere artiest heeft een break-up plaat in zich. Dit is de mijne’, aldus de 22-jarige Béatrice Martin, alias Coeur de Pirate. Haar tweede album Blonde hoort samen met Adele’s 21, Nicole Atkins’ Mondo Amore en Amy LaVere’s Stranger Me tot de mooiste hartebreekplaten van het jaar. Wat Béatrice gemeen heeft met de andere dames is dat ze daarbij muzikaal een flink eind terugkeek. Ze vissen soms in dezelfde vijver: de meiden houden van aanzwellende strijkers in hun liedjes, dramatische piano-akkoorden, country en een flinke lik sixtiespop. Op haar debuut uit 2008 werd tienerleed op hartstochtelijke wijze in muziek gevat, aangedreven door piano en ook toen al met de nodige Americana-invloeden. Gelijk werd duidelijk dat de blonde Martin, met haar engelachtige uitstraling en haar imposante tatoeages, een enorm talent was. Zeshonderdduizend keer ging haar debuut over de toonbank, in Frankrijk en thuisland Canada won ze er terecht belangrijke muziekprijzen voor. Er zijn oudere artiesten die bezwijken onder minder druk als er dan een opvolger moet worden gemaakt, maar niet Martin. Van Armistice, een Engelstalig uitstapje met Bedouin Soundclash-zanger (en ex-vriendje) Jay Malinowski en leden van Mariachi El Bronx, is de sfeervolle, filmische country-rock als invloed gebleven. Alle teksten zijn in het Frans, zoals op haar debuut. Haar liedjes gaan, als gezegd, over ex-vriendjes en stukgelopen relaties in bredere zin. Waarbij Martin in haar rol als zangeres, maar wie weet ook in het echt, zowel bedrogen wordt maar ook de bedrieger is. Blonde, de titel van de plaat, slaat zowel op haar haarkleur als misvattingen over blondines. In het Frans betekent ‘blonde’ ook ‘vriendin’. Wie geen Frans verstaat, en veel van haar fans doen dat niet of nauwelijks, begrijpt trouwens ook zo wel dat eerste single Adieu een afscheidsliedje is, dat in het schitterend gearrangeerde hoogtepunt "Place de la Republique" een monumentje wordt opgericht over eenzaamheid en dat "Ava", waarin Martin hulp krijgt van koperblazer Colin Stetson, een heerlijke sixtiespop-pastiche is. De liedjes duren kort, meestal tweeënhalve minuut, de ideale popsingle-lengte. Ze zitten vernuftig in elkaar, ze verraden ambachtelijk talent en zijn volkomen geloofwaardig. Zoveel flair, zulke geweldige muziek, een stem zo zacht dat je erop zou kunnen slapen: Beatrice is een blonde blijver.

File: Coeur de Pirate - Blonde
File Under: Plaat van het jaar
File Audio: [Blonde]
File Video: [Adieu]
The Mighty Mocambos / Eddie Roberts & The Fire Eaters
Hammond- en fluitfunk die klinkt alsof het in de jaren zestig en zeventig is opgenomen in een stoffige studio ergens diep in het Amerikaanse zuiden. Nou ja, de titel van het album van de Duitse Mighty Mocambos geeft aan dat de blik wel iets verder reikt dan de navel van de rare groove. Zo halen de Mocambos er hiphopheld Afrika Bambaataa bij, voor twee gastoptredens, en coveren ze Grandmaster Flash’s The Message. De meeste tracks zijn instrumentaal en kennen, bijvoorbeeld in de overdonderende opener "Calling The Shots", een onweerstaanbare dansgroove. De hi-hat flink naar voren gemixed, more cowbell en hard stotend koper, lekker hoor. Toch slaat de verveling naarmate het album vordert wel toe: Bambaataa wordt bijgestaan door een paar heule matige rappers, de tracks waarop hij meedoet komen maar niet los en ook de legendarische Duitse Funk-Mutti Su Kramer tilt het zaakje niet boven de middelmaat uit. Het wordt pas echt spannend als de Franse zangeres Carolyn Lacaze zich meldt. Het verbeten gezongen "Physique" laat geen kuit onberoerd, het stinkt zoals funk moet stinken. Omdat er in het Frans wordt gezongen (en nee, Lacaze is zeker geen zuchtmeisje) zit je meteen recht, dat geile blazerslijntje helpt ook enorm.
Op Burn! van Eddie Roberts (ook lid van New Mastersounds, een Britse band die in hetzelfde retro-vijvertje vist) en zijn vuurvreters wil het, eh, vuur ook maar zelden echt oplaaien. Wel in "Lope Song", waarin fluitist Chip Wickham zijn instrument zowat lijkt op te vreten. En in de twee door diezelfde Wickham opgepompte dansvloerversies van Eazy Rider en The Skunk. Probleem is vooral dat de eigen nummers en de vele covers (van onder meer Hank Mobley, Sam Dees en Big John Patton) mij wat te gezapig klinken. Niet opwindend genoeg. Een zangeres à la Lacaze had voor broodnodige peper kunnen zorgen.

File: The Mighty Mocambos - The Future is Here
File: Eddie Roberts & the Fire Eaters - Burn!
File Under: Huiskamerfunk
Ben van Gelder - Frame of Reference
Wie een eerste sprong in de enorme jazz-oceaan wil wagen, wordt doorgaans een album als Kind of Blue van Miles Davis aangeraden. De ideale instapplaat, inderdaad. Somethin’ Else van Cannonball Adderley is er ook zo een. Oude, maar bepaald niet versleten jazz-klassiekers. Maar koudwatervrees voor jazz wordt net zo makkelijk een warm bad met Frame of Reference van de 22-jarige, in Groningen geboren saxofonist Ben van Gelder. Opgenomen in New York met een wereldband, laat Van Gelder horen dat hij de jazz-geschiedenis heeft opgezogen als een spons. Met name saxofonist Lee Konitz is met zijn ronde, tikkie melancholische toon van invloed geweest. Maar Ben heeft dankzij zijn vader (jazzplatenverkoper te Groningen) van meerdere blokjes jazzkaas gegeten. Hij covert, heroverweegt eigenlijk, nummers van Thelonius Monk en John Coltrane, en doet dat op eigen wijze. Hij schreef zelf nummers, en speelt tracks van pianist Aaron Parks, die ook meespeelt. "Wise Old Man", geschreven door Parks, tovert als vanzelf een sepiakleur over je blikveld. Van Gelder (jongere broer van de hier vorig jaar bejubelde pianist Gideon) maakt het de luisteraar niet moeilijk, verwacht geen wringende noten of hinkstapsprongen. Hier en daar wordt eerder wat gehuppeld (zoals in "Countdown"), Van Gelder heeft volgens mij vooral een hele mooie plaat willen maken. En is daarin met vlag en wimpel geslaagd. Jazz is muziek die bol staat van de traditie, waar je vele kanten mee op kunt. Behagen zonder in gemakkelijk gestreel te vervallen, Ben en band weten vele prettige plekjes te beroeren.

File: Ben van Gelder - Frame of Reference
File Under: Ben fan.
File Audio: [Listen]
Ricky Koole - Wind om het huis
‘Ik ga muziek maken/zoals Doctor John. Uit mijn mouw schudden/longen uit mijn lijf. Ziel en zaligheid/Want mij zit alles mee, mij zit alles mee.’ En ze voegt de daad bij het woord, zangeres Ricky Koole en haar heerlijke bandje in het nummer "Dr. John". Geïnspireerd door een concert van de goede dokter, en met hulp van de blazers van Kyteman gaan zangeres en band lekker los op zo’n hinkelend Mardi Gras-ritme. ‘Ik ben een zondagskind’, zingt Koole ook in dat nummer, en daar is geen woord van gelogen. Naast een gewaardeerd actrice (Sonny Boy, series als Verborgen gebreken) maakt Koole ook muziek met haar lief Leo Blokhuis, voor zeer onderhoudende theatershows. Ze stelt met Blokhuis compilatie-cd’s samen, moedert over hun vrolijke peuterzoon en blijkt nu ook nog ‘s uitstekende liedteksten te kunnen schrijven. In het Nederlands, na een aantal albums waarin ze Engelstalige covers zong. Geen voordehand liggende keuze, zeker als je weet dat Ricky het liefst ergens tussen country en soul heen laveert. De Dijk is eigenlijk de enige Nederlandse band die overtuigend Nedersoul brengt. Ik heb me altijd afgevraagd waarom niemand hen navolgde, Koole laat in "De Nacht" (waarvoor ze de muziek leende van Aretha’s zus Carolyn Franklin) horen dat Huub van der Lubbe wel degelijk school heeft gemaakt. Twee liedjes leende ze van Maarten van Roozendaal, waaronder het prachtige "De olielamp", wat bezoekers van Blokhuis’ en Koole’s theatershow Laagland al eerder kippenvel bezorgde. De Kyteman-blazers stuwen "Regen", het bewerkte gedicht van J.C. van Schagen, op naar hemelse hoogten, zodat een al te kleinkunsterige valkuil handig wordt omzeild. Het zondagskind is het meest overtuigend in hartebreekliedjes als het al genoemde "De nacht" en het met mooie Hammond-vegen versierde "Net zo lief alleen". Ook als het Koole niet mee zit, zit het blijkbaar toch mee.


File: Ricky Koole - Wind om het huis
File Under: Zielsgelukkig
File Audio: [MySpace]
Geike Arnaert
Geike Arnaert was tien jaar het boegbeeld van Hooverphonic, tot ze de succesvolle Belgische band ineens vaarwel zei. Moe van de aandacht, moe van het touren, moe van de beperkte invloed op de muziek. Een soloplaat lag voor de hand, en die is er nu: For the Beauty of Confusion.
Als journalist probeer je doorgaans wat professionele afstand te bewaren tot je gesprekspartner. Bij Geike Arnaert (30) is dat wat moeilijk. Dat heeft minder met haar betoverende uiterlijk te maken (nou vooruit, dat ook), maar vooral met het volume waarop ze spreekt. Ik moet zowat bij haar op schoot kruipen om haar te kunnen verstaan in de lobby van een Amsterdams hotel. Geen straf, inderdaad, maar goed, die professionele afstand en zo, hè. Wat volgt is wat is zo ongeveer heb kunnen opvangen, en wat ik me kon herinneren omdat mijn recorder het halverwege begaf. Had ik weer.
Lees verder..Fatoumata Diawara - Fatou
Mooie zangeres met soulful stemgeluid die zichzelf op gitaar begeleidt, en hulp krijgt van een aantal giganten uit de muziekwereld - het gebeurt niet alleen in de Westerse wereld. De in Mali opgegroeide Diawara heeft Led Zeppelin-bassist John Paul Jones en drummer Tony Allen te gast op haar album. Verder ontkomt ze met haar hese stem niet aan een vergelijking met de Malinese superster Oumou Sangaré, al vind ik de laidback sfeer in de liedjes van Diawara net wat prettiger. Ze zingt over vrouwenzaken (anti-besnijdenis, tegen uithuwelijken), maar ook over de liefde. Tenminste, dat staat in de biografie, want ik versta het Malinese dialect waarin ze zingt natuurlijk niet. Geeft verder niks, het superlieve "Kanou", het afrofunkende "Mousso" (waarop Tony Allen drumt) en de fraaie afsluiter "Clandestin" zijn ook zonder dat je de teksten verstaat, wonderschone liedjes.


File: Fatoumata Diawara - Fatou
File Under: Fatoustisch
File Audio: [MySpace]
Still Corners - Creatures Of An Hour / Memoryhouse - The Years
Still Corners uit London mocht voor The Fader een mixtape maken (hier), een ruim twee uur durende trip langs Italiaanse horror-soundtracks, Franse psycho-weirdos, 60s meisjespop en wat modernere indie. Hoewel, modern, Twin Sister, Beach House en Broadcast zou ik niet direct als ‘modern’ willen bestempelen. Still Corners presenteert zich in clips en op bandfoto’s als een kwintet, maar bestaat in feite uit zuchtmeisje Tessa Murray en producer/songschrijver Greg Hughes, die voor de muziek hulp inroept van vrienden. Dat met name filmsoundtracks van invloed zijn, is niet zo gek: met die zweverige orgels, waaierende gitaren en het zoete gezucht van Murray kan Still Corners zo onder een willekeurige Twin Peaks-aflevering.
Geldt ook voor Memoryhouse, een duo uit Canada dat zich noemde naar een album van de minimal-music componist Max Richter. Als ik dit interview goed begrijp, wil het Canadese duo met hun muziek vooral op het gemoed van de luisteraar werken, hem aanzetten om er de soundtrack van zijn eigen herinneringen van te maken. Klinkt merkwaardig? In datzelfde interview staat dat Evan Abeele and Denise Nouvion hun combo begonnen zijn om de fotos van de laatste te vertalen naar muziek. Hier kun je een aantal van haar foto’s zien. Gezellig is het niet, eerder zwaarmoedig. De muziek van Memoryhouse deed mij nog het meest aan Cocteau Twins denken: meanderende gitaren met melancholische zang - met dit verschil dat Denise geen zelfverzonnen woorden gebruikt, zoals Liz Fraser dat wel deed bij Cocteau Twins. Ik vond zowel Memoryhouse als Still Corners uitstekende muziek voor tijdens de warme avonden van september. Broeierige, sexy liedjes met af en toe een koude windvlaag.

File: Still Corners - Creatures Of An Hour
File: Memoryhouse - The Years
File Under: Lynchiaans lekker
File Audio: [Into The Trees][Cuckoo][Still Corners-Space][Still Corners-Bandcamp][MemorySpace][Memoryhouse - Quiet America]
The Stepkids - The Stepkids
The Stepkids komt uit Connecticut, de drie leden speelden in jazzbands, in een reggaegroep en als lid van de touring bands van onder meer Alicia Keys en Lauryn Hill. Ze houden van Sun Ra, John Coltrane, The Temptations, Sly & The Family Stone, The Band of Gypsies en van meerstemmige samenzang à la Fleet Foxes. Als je de lavalamp en je spijkerbroek met wijde pijpen nog niet aan had, dan is dit het moment dus. Met name die meerstemmige, zonnige samenzang geeft de psychedelische soul van The Stepkids een eigen gezicht.Hoewel dit album natuurlijk hartstikke retro is. Het is heerlijk meedobberen op de spacey effecten in "Shadows on Behalf", net als op z’n Minnie Ripertons mee-lalalaën in "La La" en je ondertussen afvragen wat een Brain Ninja nu precies is (een opmerking die je na een week of wat ineens overvalt, las ik in een interview). Waar de liedjes over gaan? Vraag het me nog eens als ik met wat chemische hulp heb geluisterd. Live staan The Stepkids hun mannetje, naar het schijnt. Ik steek vast een blokje wierook aan in de hoop dat het hun komst naar Holland versnelt.


File: The Stepkids - The Stepkids
File Under: Space is the place
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Wonder Fox]
The Spinshots - Never So Right / Delmontis - Straightforward Fascination
Twee Nederlandse bands, waarvan de leden geregeld weer in andere bands opduiken. Met name Frank Montis is een druk baasje, hij zit ook achter de witte en zwarte toetsen bij Licks & Brains, Laura Vane & the Vipertones en Jazzinvaders. In die laatste band speelt Rolf Delfos, de ‘Del’ uit de samentrekking DelMontis. Dat Laura Vane opduikt voor een uitstekend duet, zal ook niet verbazen. DelMontis maakt blue-eyed popsoul, met referenties naar onder meer Ace (de band van Paul Carrack), Doobie Brothers en de vroege versie van Chicago. Frank heeft een prettige stem die bij momenten iets wegheeft van Michael Bublé, maar naarmate het album vordert toch net wat te vlak is om te blijven boeien. Op Hammond, Rhodes en Wurlitzer kan hij een stuk lekkerder uit de voeten. Bijvoorbeeld in de solo van "Sunny" dat, hoewel het nergens op de hoes staat, wel degelijk een cover is van Bobby Hebb.
Serge Gainsbourg wordt dan weer wel gecredit op de schitterende hoes van Never So Right, het debuut van de Amsterdamse Spinshots. Een groep die naar eigen zeggen ‘neo-exotica’ speelt, een etiket dat elementen als northern soul, Bollywood-filmmuziek en Franse ye-ye pop bij elkaar houdt. Zangeres Flora Dolores kan heerlijk uithalen, de blazers eisen een minstens zo belangrijke rol op, samen of solo. Bijvoorbeeld in dat prachtige, haast Ethiopische arrangement van "Desirs Mutuels". Tekstueel is het soms wel erg Sinterklaasrijmerig. Toch, The Spinshots verbinden muzikaliteit en fantasie op vernuftige wijze. De blik in de ogen van Flora Dolores op de hoesfoto prikkelde mijn fantasie in ieder geval al enorm.

File: The Spinshots - Never So Right
File Under: Elke dag een eetlepel exotica
File Audio: [Bandcamp]
File: Delmontis - Straightforward Fascination
File Under: Open-dakmuziek
File Audio: [MySpace]
Rob Mostert - Englewood Cliff Sessions
Na enig aandringen zegt een van je grote helden ‘ja’ op je vraag of hij je debuutplaat wil produceren. Dat niet alleen, hij laat ook nog ‘s een jazz-kanon langskomen voor een saxpartij. Tot slot neem je, als eerbetoon, ook nog een nummer op van een van je grote voorbeelden. Wat een recensent daarvan vindt, zal je dan een rotzorg wezen lijkt me. Rob Mostert mocht in de Englewood Cliff-studio van Rudy van Gelder in New Jersey zijn plaat opnemen. Van Gelder, die Nederlandse voorouders heeft, produceerde een treinlading aan legendarische jazzplaten. Ook voor Houston Person, die te gast is op tenorsax. Er staan een aantal covers op de plaat, maar die van Jimmy Smith’s "Back at the Chicken Shack" is wel heel erg op zijn plaats, aangezien Mostert de, eh, muzikale mosterd duidelijk haalde bij Smith. En Van Gelder produceerde het origineel natuurlijk. Mostert is zuinig met de inzet van de zwiepende Leslie-versterker. Waardoor hij wat meer binnen de lijntjes kleurt dan, zeg, Sven Hammond Soul of Lefties Soul Connection. Maar vergis je niet, Mostert kan prachtig soleren, zoals in het gedragen "Song for my Daddy". Echt jammer zijn de nummers die worden gezongen door Charlotte Coppola. Haar versies van "Summertime" en "Black Coffee" verbleken bij vele eerdere versies, het zelfgeschreven "You Sexy Thang" is allesbehalve sexy. Dan liever die bronstige opener van de plaat "The Dutch Organ Gospel" zoals gepredikt door voorganger Mostert.

File: Rob Mostert - Englewood Cliff Sessions
File Under: Hammond-a-gogo
John Paul Keith - The Man That Time Forgot
Nee, ik had ook niet eerder van John Paul Keith gehoord - een naam die klinkt als een pseudoniem, maar voor zover ik weet heet hij echt zo - totdat ik deze recensie tegenkwam op het geweldige blog Big Rock Candy Mountain. Het enthousiasme van die bespreking, het gescherm met namen als Replacements en Buddy Holly zetten aan tot eigen onderzoek. En nu ik JPK’s tweede album al een paar weken op hoge rotatie heb staan moet ik het BRCM nazeggen: The Man That Time Forgot is “another entry into ‘perfect record” status’. Vooruit, hij maakt handig gebruik van zijn invloeden (naast genoemde artiesten zullen dat ook Nick Lowe en Johnny Cash zijn geweest), maar schrijft wel ijzersterke liedjes, die maar zelden de drie-minutengrens aantikken. Hij is ook niet bang voor een h-e-l-e l-a-n-g-e gitaarsolo (in "I Work at Night", met heerlijk jengelorgel). Beste nummer is wat mij betreft het soulvolle "Somebody Ought To Write a Song About You". Prachtig orgel- en pianowerk, lekkere groove en verleidelijk gezongen. Een lief liedje dat positief opvalt tussen de stoere, haast snoeverige rockers.

File: John Paul Keith - The Man That Time Forgot
File Under: Muziek om de tijd bij te vergeten
File Audio: [MySpace]
File Video: [Afraid To Look]
File Twitter: [Twitter]
Tinez Roots Club - Almost Nasty
Het valt pas op als je de bezetting van dit Nederlandse kwartet bekijkt: baritonsax, tenorsax, drums, Hammond B3. Dus geen bas. Die hoor je wel, want Wolfgang Roggenkamp bespeelt met zijn voeten de baspedalen van zijn orgel. Iets wat de grote jongens van Hammond (McGriff, Smith, Holmes, etc) ook deden, funk- of souljazz-bands met een Hammondspeler hebben tegenwoordig vaak een bassist. Tinez Roots Club maakt jumpjazz en rauwe rhythm and blues, en verwerkt daar ook gospelinvloeden in. Muziek die zo ouderwets klinkt, dat het wel een statement lijkt. Bewust afzetten tegen nieuwlichterij, tegen progressie. Geen idee of dat zo is, maar in dit geval mag het. De saxen klinken als bronstige misthoorns, het orgel bruist als een geiser en de drummer slaat biefstukken plat. Vooral het nerveuze "Frenzy" en het al even enthousiaste "Full Tilt Boogie" zullen het in zweterige kroegen en op knusse dorpsfestivals goed doen. Alle stukken zijn geschreven door tenorsaxofonist Martijn ‘Tinez’ van Toor, die misschien toch ‘s moet kijken of hij voor de twee Engelstalige nummers een betere zanger kan vinden dan organist Roggenkamp. Die klinkt als George Baker, met een nog vetter Hollands accent. Vettig is bij de muziek van Tinez Roots Club wel een aanbeveling, maar die zang kan toch echt beter.


File: Tinez Roots Club - Almost Nasty
File Under: Zuurkool met vette jazz
File Audio: [Check de grappige platenspeler op hun website]
File Video: [Frenzy]
Racoon - Liverpool Rain / Van Dik Hout - Leef!
Racoon en Van Dik Hout. Twee Nederlandse bands waarvan ik vermoed dat de gemiddelde File Under-bezoeker er niet heul warm voor loopt. Ik kan me vergissen natuurlijk. Maar wie van goed geschreven liedjes houdt, die met overtuiging worden gezongen en die soms verrassende muzikale accenten kennen, die moet zijn of haar scepsis toch maar ‘s opzij zetten. Racoon heeft producer Wouter van Belle in de arm genomen voor het vijfde album Liverpool Rain. De man achter onder meer Novastar nam de strijkers, blazers (!) en percussie die in de liedjes zijn verwerkt, op in de befaamde Abbey Road studio. Die toevoegingen zijn de krullen, strikken en linten die de eenvoudige gitaarliedjes van Racoon zeer ten goede komen. Onderwerptechnisch is er niets veranderd, Bart van der Weide zingt over wat hem ergert (consumptiegedrag, in "No Mercy"), wat hem raakt (de dood van het zoontje van een vriend, in "Don’t Give Up the Fight") en over doorzettingsvermogen. Het titelnummer verhaalt over een Engels toertje van Racoon, waarin de onderlinge spanningen hoog opliepen en het voortbestaan van de band aan een zijden draad hing. Succesvolle shows in de Cavern Club in Liverpool brachten gelukkig redding. Als je deze plaat nog in je had, zou een einde zonde zijn geweest.
Van Dik Hout-zanger Martin Buitenhuis (die net als Racoons Bart een stem heeft waar lang niet iedereen voor valt) brak hardhandig met de routine van plaatje-toertje. Door, na de dood van zijn vader en de vriendin van bassist Ben Kribben, gewoon op inspiratie te gaan zitten wachten. Het duurde even, maar die kwam. Geen zwaarmoedigheid, de toon is licht en opgewekt. In "We Gaan Door" hoor je gelijk: hier heeft iemand de geest gekregen. Geldt voor de hele band trouwens. Wat het geluid betreft; Van Dik Hout-producer Tony Cornelissen heeft overduidelijk goed naar de laatste Kings of Leon-platen geluisterd, gezien de ohohoho-koortjes. Van Dik Hout heeft zich in de afgelopen 17 jaar altijd aangepast naar de heersende rockmode, zonder dat het eigen gezicht uit beeld verdween. De Nederlandse versie van Adele’s, pardon, Bob Dylans "To Make You Feel My Love" klinkt hier heel erg als Van Dik Hout. Gemeend, vitaal, doorleefd maar niet versleten.

File: Racoon - Liverpool Rain
File: Van Dik Hout - Leef!
File Audio: [RacoonSpace][VDHSpace]
File Video: [Racoon: No Mercy][VDH: Leefkanaal]
File Under: Hollands glorie
Diverse Artiesten - Our Lives Are Shaped By What We Love, Motown’s MoWest Story 1971-1973
De raciale spanningen en de rassenrellen van 1967 in Detroit droegen bij aan de drang van Motown-baas Berry Gordy om zijn zaken te verplaatsen naar Los Angeles. Ook Hollywood lonkte. Er zat sinds 1963 al een klein Motown-bruggenhoofd in LA, begin jaren zeventig werden de zaken serieus aangepakt. MoWest werd opgericht, een heus label met een eigen studio, een huisproducer (Bob Glaudio) en artiesten die meer naar zon, zee en strand geurden dan naar de assembly line van General Motors. Franki Valli & the Four Seasons, Odyssey, The Sisters Love, The Commodores en Syreeta Wright, voormalig echtgenote van Stevie Wonder, maakten prachtige platen voor MoWest. Maar zoals de jaartallen in de titel van deze compilatie al verraden, was het maar van korte duur. De hits bleven uit, geld om er een flinke promotiecampagne tegenaan te gooien was er niet en het hoofdkantoor had ook wel wat anders te doen dan zich bemoeien met het zusterlabel. De stekker ging eruit, de platen verdwenen naar de uitverkoopbakken en artiesten met potentie werden naar andere labels verplaatst (zoals Commodores en Thelma Houston). In de jaren negentig werden MoWest-albums van onder meer Odyssey en The Sisters Love herontdekt door dj’s als Danny Krivit. Deze pas verschenen compilatie herbergt parels als "Our Lives Are Shaped By What We Love" van de blanke, licht-psychedelische soulband Odyssey, de briljante Curtis Mayfield-cover "Give Me Your Love" van The Sisters Love en het voor mij compleet nieuwe, schitterend gezongen "You’re A Song" van Franki Valli. Motown zou later, net als MoWest, de muzikale blik verbreden. Dit voorproefje smaakt ook veertig jaar na dato nog prima.

File: Diverse artiesten - Our Lives Are Shaped By What We Love, Motown’s MoWest Story 1971-1973
File Under: Go Mowest, young man
Booker T. Jones / Dennis Coffey
Twee heren van respectabele leeftijd (70 en 66 jaar) met een muzikaal verleden waar wikipedia-pagina's vol over zijn geschreven, hebben een nieuwe plaat gemaakt waarbij ze hulp inriepen van jongere fans. In het geval van organist Booker T. Jones is dat wat minder bijzonder dan bij gitarist Dennis Coffey. De eerste werd in 2009 al uit zijn relatieve stilte gehaald door de Drive-By Truckers voor het rampzalige album Potato Head. Wat een naar niks smakende mislukking was dat zeg, ook Neil Young kon daar met een gastrol weinig aan veranderen. Dan past The Roots als begeleidingsband een stuk beter, hoor ze eens met z'n allen lekker los gaan in de Lauryn Hill-cover "Everything is Everything". Opvallend is het duet tussen souldiva Sharon Jones en National-zanger Matt Berninger: de donkere stem van de laatste past prima bij die van Jones, in een prachtige ingetogen ode aan Memphis. Booker T. zingt zelf ook, en dat valt niet tegen. Jim James (hier Yim Yames geheten) van My Morning Jacket past eveneens prima, maar Lou Reeds bijdrage slaat hartstikke dood. Jammer dat veel instrumentals suffig tot zelfs kazig zijn: die bewerking van Gnarls Barkleys "Crazy" had beter achterwege kunnen blijven.
Dan liever Coffey, waarvan ik eerlijk gezegd niet eens wist dat hij nog leefde. Hij doet ook mee op de Booker T. plaat, voor zijn eigen comeback-album heeft hij een aantal nieuwe instrumentals opgenomen en gasten gebeld voor de gezongen tracks. Die liedjes zijn covers van onder meer Parliament, 100 Proof (Aged in Soul) en Rodriguez. Op de originele versies was Coffey ook al te horen. Onder de gastvocalisten zijn Mayer Hawthorne, Paolo Nutini en Lisa Kekaula (van The Bellrays) en die hadden hoorbaar zin om er wat bijzonders van te maken. Met name Funkadelics "I Bet You" (met Mick Collins en Rachel Nagy) en het door Hawthorne gezongen "All Your Goodies are Gone" (van Parliament) zijn op een goede manier smerig. De instrumentals hoor je zo als thema in een glanzende blaxploitation-film - Coffey tekende eerder al voor soundtracks van dat soort films. De gitarist laat nog maar 's overtuigend horen hoe funky een blanke rockgitarist met een fuzz-pedaal kan zijn. Noem dit gerust een herhalingsoefening. Maar dan wel eentje die zonder stramme ledematen wordt uitgevoerd.

File: Booker T. Jones - The Road To Memphis
File Under: Soul met de handrem erop
File Audio: [Booker-Space]
File: Dennis Coffey - Dennis Coffey
File Under: Funk met de knop op tien
File Audio: [Coffey-Space]
Finn Silver - Crossing The Rubicon
Misschien ben ik er extra gevoelig voor, maar als Fridolijn van Pol het heeft het over ‘la route du solaaij’, krommen mijn tenen. Het steenkolenfranglish is wel de enige keer dat mijn teenspieren zich spannen tijdens het luisteren naar dit debuut van Finn Silver. De jazzy muziek is dromerig, de aardbeien-met-slagroom-stem van Fridolijn kriebelt op alle fijne plekjes. Op foto’s is Finn Silver een duo (Fridolijn en Mark Berman), live en in de studio een band van frisse nieuwkomers en ervaren helden. In de laatste categorie zitten bijvoorbeeld jazzbassist Ernst Glerum en Zuco 103-toetsenist Stefan Schmid, saxofonist Ben van Gelder, pianist Daan Herweg en bassist Glenn Gaddum zijn al even bezig om zichzelf in de kijker te spelen. En dan hebben ze ook nog opgenomen in de Berlijnse studio van Jazzanova. Met zoveel kwaliteit en klasse achter je is het lastig om een slechte plaat te maken. Toch heb ik het gevoel dat Crossing the Rubicon klinkt als een lentezon die door de openslaande deuren naar binnenvalt omdat Fridolijn en Mark wilden dat hun debuut zo klonk. Ze hebben de ervaring van de rest van de band naar hun hand gezet. Voor een standard-achtige ballad als "Fertile Soil" (geweldig pianospel van Herwig) en voor een ingehouden breakbeat-jazztrack als"Kidnapped by Butterflies", waarin van alles knispert, zoemt en ruist. Crossing the Rubicon is loom, maar niet lui. Zoet, maar niet van suiker. Er blijft altijd iets haken.


File: Finn Silver - Crossing The Rubicon
File Under: Aardbeienjazz
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [YouTube]
Monsieur Dubois - Slow Bombastik
Er steekt een ijzige wind op in het outro van "Chouffe Chouffe", het laatste nummer op de derde cd Slow Bombastik van het Rotterdamse Monsieur Dubois. Hoognodige verkoeling na een dik half uur aan warme, dansbare jazz, met een hoofdrol voor de Fender Rhodes en schetterkoper. Full disclosure: ik heb meebetaald aan deze cd, mijn naam staat tussen de donateurs. De opnamekosten zijn deels door crowdfunding betaald. Maar op het moment dat ons dat werd gevraagd, hadden we natuurlijk nog niks gehoord. Wel hadden we vertrouwen in de groep, die op eerdere albums had laten horen dat ze uit de voeten konden met jazz voor de knieën en heupen. Er duiken eighties-invloeden op in "Blacklight" en het Prince-geïnfecteerde "Dance". "Tentacles" neigt naar fusion met een Kytecrash-achtige break op het einde - maar dan wèl spannend. Het titelnummer is een sfeervol rustpunt, uitschieter "Furious Tales of the Hideous Knight" wordt voortgestuwd door een soepele breakbeat en een heule dikke bas-synthesizer. De band heeft dat gegeven wat de fans wilden horen. Maar als donateur moet me toch iets van het hart: had dat covermodel de plaat niet persoonlijk bij alle geldschieters komen afleveren? Nou?


File: Monsieur Dubois - Slow Bombsatik
File Under: Jazzdance je billen eraf
File Audio: [Dubois-Space]
Melanie Laurent - En T'attendant
U weet, in Frankrijk wordt er niet moeilijk gedaan over actrices die ook een zang carrière nastreven. Dat streven leidt niet automatisch tot geweldige platen, maar vaak wel. Melanie Laurent speelde in de laatste Quentin Tarantino-film en was eerder al zingend te horen op een soundtrack en als duetpartner van de Franse zanger Jerome Attal. Ze is ook de teergeliefde van Damien Rice, die een paar keer opduikt op deze debuutplaat En T'attendant. Engelstalig zingend in twee heerlijk geëxalteerde nummers, als muzikant en als achtergrondzanger. Melanie zelf speelt vibrafoon, klokkenspel en piano en schreef mee aan alle liedjes. Naast Rice is Joel Shearer de andere belangrijke co-auteur. Hij is zanger/gitarist van de band Pedestrian, de andere bandleden spelen ook mee. Pedestrian toerde al eens met Rice, de leden waren eerder hired guns voor onder meer Alanis Morissette en Dido. Dan weet u gelijk uit welke hoek de wind waait: zoete liedjes met veel akoestische instrumenten en spreekzang, veelal midtempo. Alleen "Kiss", dat ondanks de Engelstalige titel toch in het Frans wordt gezongen, is wat steviger. En in single "En t'attendent" gaat op het einde even de keel open. Hier worden geen bakens verzet, nieuwe wegen ingeslagen of opmerkelijke keuzes gemaakt. Gelukkig maar: dit is zuchtmeisjespop par excellence.

File: Melanie Laurent - En T'attendant
File Under: Kun je nog zuchten, zucht dan mee
File Audio: [MySpace]
Eva De Roovere - Mijn Huis
Thé Lau zingt: 'Als ik een hond ben en jij mijn vlo / kan ik me nooit meer krabben.' De Vlaamse zangeres Eva de Roovere won in 1999 weliswaar de juryprijs op het Leids Cabaret Festival, toch is hier geen sprake van humor. Lau zingt de regel in een teder duet met De Roovere. Verderop knarst Lau ook nog mooi knoestig: 'Als ik een vijand ben en jij een vriend, kan ik je niet vervloeken'. Rechttoe en frontaal heet het liedje, je zou het lijfspreuk van Eva kunnen noemen. Liedjes gaan waar ze over gaan. Mijn Huis is een verzuchting over België, Antwerpen (een duet met Piet 'Ozark Henry' Goddaer, die vocaal een beetje in de schaduw blijft) gaat over Antwerpen en het zomerse "Chocolat" is een Franstalige ode aan chocolade. Voort en voort gaat over jachtig leven, het eerste nummer waarop de invloed van Spinvis duidelijk hoorbaar is. Erik de Jong speelde mee, arrangeerde en schreef de prachtige weemoedtekst van "Elegie". Pas bij herhaald luisteren valt op hoe knap de verschillende sferen en stijlen aan elkaar worden geknoopt, en hoe fraai de arrangementen, zoals dat van het gedicht "Au coeur au corps". Middelpunt van de plaat is de ietwat hese, charmante stem van De Roovere. Met die stem kan ze verleiden, kan ze spotten en toont ze zich oprecht kwetsbaar. In Mijn Huis wordt niet heel diep gegraven, wel heel aangenaam gestreeld.


File: Eva De Roovere - Mijn Huis
File Under: Vlaamse verleiding
File Audio: [MySpace]
The Souldiers / Laura Vane & The Vipertones / The Jig
The Souldiers kent u uit De Wereld Draait Door, waar ze eventjes de huisband waren. Blikvangers zijn de zusjes Cato en Sofie van Dijck, die de luisteraar vanaf de hoes broeierig aankijken. De muziek is dat maar bij vlagen, het wordt nergens zo sexy als in "Crazy", een nummer van de debuut-EP. Op die EP lieten The Souldiers, die dit album opnamen in de Ardent Studios in Memphis, al horen dat ze hun soul graag mengen met rock en pop. Dat gebeurt opnieuw op These Times. De mengsmering werkt het best in het prachtig gezongen, door elektrische piano aangedreven titelnummer. Dat is een van de mooiste blue-eyed soultracks die ik dat jaar hoorde. Het tekstueel nogal onbenullige Sarah (sowieso zijn de teksten van The Souldiers op Sinterklaasgedichtniveau) en evenknie "One Night Betty" vallen in negatieve zin op. Die worden gezongen door drummer Joost van Dijck en dat had producer J-B Meijers nooit mogen toestaan: veel te weinig profiel op zijn stembanden. Dat Van Velzen enthousiast twitterde over single "Down on me" zegt iets over de positie van de band. Er is teveel pop versneden door hun soul, wat overigens geen verwijt is. Zolang we maar niet volhouden dat dit wél soul is. Of funk. Mamas Gun of, uit het verleden, Swing Out Sister zijn muzikale geestverwanten en die maken en maakten best catchy liedjes. Toch: onverbiddelijke hits hoor ik hier niet.
Hits staan ook niet op Sugar Fix, het tweede album van Laura Vane & the Vipertones. Een samenwerkingsverband van doorgewinterde muzikanten die alle kneepjes van de soul en funk door en door kennen. Dat zorgt ervoor dat er geen uitgesproken slecht nummer op Sugar Fix staat, met het titelnummer, ballad "Just Keep Smoking" en het met rockabilly geïnjecteerde "Capsize" als meest geslaagde tracks. Tot grote hoogten stijgen Vane en Vipertones echter nergens. Neo-soul is een drukbevolkt genre, wil je daarin opvallen heb je betere nummers of een opvallender geluid nodig.
The Jig heeft dat geluid wel. Het grotendeels instrumentale Brooklyn Blowout werd opgenomen in New York, door zeven muzikanten die hun sporen verdienden bij onder meer Caro Emerald. James Browns begeleidingsband The JB's is de grootste invloed, maar er komen ook likjes afrobeat, boogaloo en New Orleans-funk voorbij. Het wat flauwig getitelde (Sweat in the)Butt Crack is toch een onweerstaanbare meebruller, in de beste James Brown-traditie. Standoff is een winnende combinatie van loeiende Hammond, pedal-steel en stotende funk. The Jig hoeft geen hit, The Jig wil geen droge draad aan het lijf van het publiek en van zichzelf. Die pretentie maken ze waar.

File: The Souldiers - These Times
File Under: Popsoul zonder prik
File Audio: [Souldier-Space]
File: Laura Vane & The Vipertones
File Under: Soulpop zonder bite
File Audio: [Laura Vane-Space]
File: The Jig - Brooklyn Blowout
File Under: Prikt in je oren, bijt in je kuiten
File Audio: [Jig-Space]
Jungle By Night - Jungle By Night
Geloof mij: in januari 2012 krijgt Jungle By Night de Popprijs. Kan niet anders. Het rumoer rond de negenmansband uit Amsterdam zwelt maar aan, ze gaan zich deze zomer drie slagen in de rondte spelen op de festivals (van klein tot groot) en hun album krijgt louter enthousiaste, positieve recensies. Zo ook hier. De jongens (waarvan er een paar nog 20 moeten worden) hebben hun EP-op-albumlengte in twee dagen opgenomen in een oude pindafabriek in Noord-Holland. Na gedegen repeteren zijn alle nummers die je hoort one-takes. Is dat al indrukwekkend, dat ze zich de erfenis van helden als Mulatu Astatke (Ethio-jazzhalfgod) en Fela Kuti (afrobeat-god) eigen hebben gemaakt is ronduit spectaculair. In plaats van kopieëren, wat veel neo-afrobeatbands doen, stoppen de jongens er ook dikke funk, jazz, Arabische invloeden en latin in. Jungle By Night is een optelsom van diverse invloeden, zoals platenverzamelingen van ouders, bandjesverledens, live-ervaringen (een nummer is vernoemd naar het Into the Great Wide Open-festival) en puur muzikaal vakmanschap. Als je de Hammond hoort opkomen in de killer openingstrack Hot Mama Hot, weet je al: dit kan niet meer fout. Alles instrumentaal, altijd spannend, inventief, niet te makkelijk maar vooral heerlijk l-a-n-g uitgesponnen. Jungle By Night mag eindeloos blijven duren.


File: Jungle By Night - Jungle By Net
File Under: Afrikandellenvet!
File Audio: [Jungle-Space]
Marike Jager - Here Comes The Night
In de clip van Marike Jagers "Honey, Honey", een liedje van haar album Celia Trigger, werpt ze een paar keer een steelse blik naar haar tegenspeler. Op 1 minuut 12, als Marike een drakendoder speelt die een prins beschermt tegen een monster, is die blik onverholen geil. Dat wordt neuken, denk je als kijker. De scène schoot me te binnen tijdens het luisteren naar Here Comes The Night, het derde album van Jager. Op de eerste twee klonk ze lief, opgeruimd of aangedaan. Maar niet opgewonden. Het lijkt alsof Marike voor de opnames van Here Comes The Night een paar zwarte kousen en jarretelles heeft aangetrokken onder een strak jurkje, nadat de styliste niet zuinig was geweest met nepwimpers, kohlpotlood en lipstick. Jager zingt met een stem van rood velours, terwijl ze zwoel met haar heupen wiegt. Knappe jongen die weerstand kan bieden aan Marike wanneer ze "Keep Me Warm" zingt. Maar na de verleiding komt de afrekening. In "Rusty" zingt ze: 'Nobody knows what happened to you', en lijkt er vilein bij te lachen. Het sensuele "Covered" is opnieuw een nummer waarin ze de vermoorde onschuld speelt. Maar ondertussen lakt ze haar nagels vuurrood. "Don't Erase Me", gilt ze verderop, als PJ Harvey in haar wildste dagen. Ik zou niet durven.


File: Marike Jager - Here Comes The Night
File Under: Nachtelijk vertier
File Audio: [Marike-Space]
File Video: [Nog geen clips... Onschuldig reclamefilmpje over "Here Comes The Night"][1 minuut bij DWDD]
Yelle - Safari Disco Club
Een van de beroemdste quotes van Dolly Parton is: Het kost heel wat om er zo goedkoop uit te zien. In geval van het Franse trio Yelle zou ik dat willen parafraseren tot Het kost heel wat moeite om zo klapkauwgommerig te klinken. Zangeres Julie Budet heeft precies zon Lolita-stemmetje als waarmee de Portugees-Belgische Lio in de jaren '80 hits als "Amoureux Solitaires" en "Banana Split" zong. Achter Lio zaten geniale producers en songschrijvers als Jacques Duvall, Jay Alanski en Jacno, Julie wordt in de rug gesteund door niet minder geniale producers: Tepr, GrandMarnier en, op dit nieuwe album, Siriusmo. Er wordt zowel naar vroege Chicago-house als Italo-disco en de al genoemde suikerspinnenpop van Lio verwezen. Budet zingt vooral over meisjesmuizenissen, maar neemt ook thuisland Frankrijk op de hak in het muzikale hoogtepunt "Mon Pays". Een nummer dat vanwege de ijskoude synths opgetrokken is uit Berlijnse-muurbeton en het zwartste oogpotlodenkohl. Hoewel Franstalige dansmuziek, op een uitzondering als Stromae na, hier nooit echt is aangeslagen, kunnen singles als "Safari Disco Club" en "La Musique" (waarvan ook fijne remixen zijn) een clubavond behoorlijk opfleuren. Is alle moeite niet voor niks.


File: Yelle - Safari Disco Club
File Under: Allez pop
File Audio: [Yelle-Space]
File Video: [La Musique][Que veux-tu (zelfs de clip is klapkauwgom)]
Euro Cinema - Ten-4
Dit kwartet heeft zich genoemd naar een oude bioscoop in Den Haag, waar de mannen elkaar vonden in een voorliefde voor oude politiefilms (veel achtervolgingen) en oude jazzfunk. De gitaar en het Hammond-orgel hebben dan ook een prominente plek in de instrumentale muziek van Euro Cinema. Waar hun voorbeelden Grant Green en Rusty Bryant graag uitpakten met nummers die acht, negen minuten duurden, daar houdt Euro Cinema het puntig. Geen ballads, maar breakbeats en gejaagde ritmes. Waar Nederlandse collegae als Sven Hammond Soul en Lefties Soul Connection niet bang zijn voor vuil op de voorruit of krasjes op de lak, daar neemt Euro Cinema gas terug in de bochten en geven ze keurig richting aan. Dat maakt de stukken (liedjes zou ik het niet willen noemen) wat clean. Maar zeker niet suf. Juist die puntigheid zorgt ervoor dat je als luisteraar erbij blijft. In het afsluitende nummer "Jazz Dog" lijken de naden van de maatpakken van de heren toch wat te knellen. De Leslie-versterker trapt het Hammond-orgel eens lekker op de staart, de drummer gooit er achteloos zijn vetste break uit en ook de gitarist lijkt gruis tussen de snaren te hebben. De jazzhond blikkert met zijn tanden.


File: Euro Cinema - Ten-4
File Under: Filmfunk
File Video: [De Cinema]
Bossa Nova / Brazil Bossa Beat
De blik van mevrouw Guuzbourg die ik het meest vrees, is de blik die een mengeling is van afkeuring, meewarigheid en gelatenheid. Ik lees het van haar gezicht als s avonds de deurbel gaat, en de postbode een pakketje afgeeft. Met platen, doorgaans. Voor mij. Plakken vinyl van soulartiesten en jazzhelden. Of met Franse pophits van weleer. Ik noem het inmiddels onomwonden een verslaving. Blogs, tijdschriften en vooral boeken met platenhoezen voeden die verslaving. Want daarin zie ik albums die ik wil hebben. Moet hebben. Bij het bladeren door het door Stuart Baker en Gilles Peterson (de een is eigenaar van het Soul Jazz Records label, de ander is dj) samengestelde boek Bossa Nova and the Rise of Brazilian Music in the 1960s, brak het klamme zweet me uit. Zoveel schitterende hoezen. Zoveel geweldige muziek. Die ik niet had. Nou ja, een paar had ik er al wel. Maar het meeste nog niet. De ontnuchtering volgde al snel: de meeste van deze platen zijn onvindbaar. Of er worden prijzen voor gevraagd die mijn budget ver te boven gaat. Dus ben ik aangewezen op de bijbehorende compilaties. Met muziek die in de vroege jaren zestig in Rio de Janeiro ontstond in kleine clubjes, heel snel werd opgepikt door populaire Amerikaanse jazzartiesten en -labels en zich ondertussen bleef ontwikkelen.

Bossa nova is, kort gezegd. een luie, jazzy variant van de samba. Aanvankelijk gespeeld op enkel gitaar en ingetogen, fluisterend haast gezongen. Joao Gilberto, Vinicius de Moraes en Antonio Carlos Jobim zijn De Grote Drie van het genre. Juist zij zijn matig vertegenwoordigd op de twee compilaties (een dubbel, een enkel) die tegelijk met het boek zijn uitgekomen. Het door Jobim en De Moraes geschreven "Garota de Ipanema" ("Het meisje uit Ipanema") ontbreekt zelfs, toch het nummer dat wereldwijd de doorbraak van bossa nova betekende. De samenstellers trekken liever wat minder bekende, maar zeker niet mindere zangers en liedjes uit de enorme stapel platen die in de sixties in Brazilie verscheen. De geengageerde zanger/liedjesschrijver Edu Lobo, het hemels zingende Quarteto Em Cy en de dwarsige zangeres Nara Leao, bijvoorbeeld. In het boek en in de cds wordt naast de muziek ook de politieke geschiedenis van Brazilie niet vergeten - toen Garota de Ipanema een hit was in 1964, rolden er tanks door Rio en pleegden militairen een staatsgreep. De junta zou tot midden jaren tachtig aan de macht blijven. De prachtige, minimale hoezen (zwart-wit met een beetje rood) van de door kaballah en Piet Mondriaan genspireerde Cesar G. Villela zijn haast op ware grootte in het boek afgedrukt. Ik had ze, tijdens het luisteren naar de ongelooflijk rijke, onterecht als muzak weggezette bossa novas graag door mijn handen laten gaan. Gelukkig heeft Soul Jazz de compilaties ook op vinyl uitgebracht. Ik kan niet wachten tot de bel gaat.

File: VA - Bossa Nova and the Rise of Brazilian Music in the 1960s
File: VA - Bossa Nova and the Story of Elenco Records, Brazil
File Under: Zon, zee, strand en drama
File Audio: Bossa en Nova
Kytecrash - Kytecrash
Wie ben ik om iemand anders zijn pleziertje te ontzeggen? Als je als muzikanten de aandrang voelt om eens diep in elkaars naveltje te loeren, alle knopjes in te drukken van de effectenapparaten en een doorgeblowde rapper eens lekker te laten schuddebuiken in de microfoon: doen! Die rapper mag van mij gerust quasi-diepzinnigheden fluisteren als 'Where is that god that you promised us'. Weet je wat: trek er een heel koor bij en doe alsof je over de aftiteling van een heroïsche zeeheldenfilm speelt - ik houd je echt niet tegen. Maar als je je sessie gaat omschrijven als 'gesprekken' en uit pure gekkigheid het resultaat omschrijft als 'We tuimelen over elkaar heen, we roetsen van de glijbaan en springen in de lucht', mag ik daar dan wel hardop om lachen? En krijg ik dan ook een zalfje voor de uitslag die bij mij opkomt tijdens het gewriemel met die effecten? Mag ik die fusionsynthesizers ook enorm lelijk vinden? Sterker, mag ik je plaatje hoofdschuddend terzijde schuiven? Echt, ik kan een hoop hebben, ik ben niet eenkennig. Maar fusion, ik hou d'r niet van. Agharta van Miles Davis (of een van zijn andere platen na In a Silent Way), het esoterische gekeutel van Nils Petter Molvaer, de kruidenbuiltjesjazz van Jon Hassell, alle Gatecrash-platen van Vloeimans: Niet. Te. Doen. Kytecrash, de samenwerking tussen trompettist Eric Vloeimans en Colin "Kyteman" Benders, bevestigt mij in mijn afkeer van quasi-diepzinnige 'in-gesprek'-muziek. Wie wat dat betreft een beter en spannender voorbeeld wil horen, zoekt naar de cd die Vloeimans een paar jaar geleden maakte met gitarist Erik Voermans. Die is ook plezierig voor anderen.

File: Colin Benders & Eric Vloeimans - Kytecrash
File Under: Zelfs in de keuken is fusion niet cool
File Video: [Tribute To The Mighty 6]
Nicole Atkins - Mondo Amore
Raar maar waar: het nieuwe album van Nicole Atkins is al uit in Amerika, maar voor Europa is nog geen distributeur gevonden. Dat wordt dus importeren, want Mondo Amore, het tweede album van de in New Jersey geboren zangeres, is een juweel van een gebroken-hart-plaat. Nicole laat zich nog het best vergelijken met een ouderwetse torch-singer; zingen terwijl je emotioneel in puin ligt over volle arrangementen. Ook op Mondo Amore is niet beknibbeld op strijkers, dramatische piano's, gitaren, gastzangers (Jim James van My Morning Jacket) en percussie. En daar mag Atkins dan lekker overheen galmen. Ze schuwt zowel het grote gebaar als de grote woorden niet, neem War is Hell, wat eenvoudig in een La Cage aux Folles-achtige musical zou passen. De gitaren loeien dan weer stevig in "You Come to Me", in "This is For Love" wordt geknipoogd naar Lee Hazlewood. "Cry Cry Cry" is overtuigende witte soul, en single "Vultures" een hinkstapspringende wals die aan PJ Harvey ten tijde van To Bring You My Love doet denken. Adele bracht eerder een album uit met dezelfde onderwerpkeus. Ook mooi, maar mede vanwege haar leeftijd heb je bij de Britse eerder het gevoel dat die lul van een vriendje haar een paar keer flink aan het janken heeft gekregen. Mondo Amore is volwassenen-verdriet. Nagels tot aan de kootjes afgekloven. Getwijfeld over een lang touw en een stevige boom. Liters goedkope alcohol om de pijn te verdoven. Zulk verdriet. Als je geen tranen uit je hart voelt druipen nadat Nicole voor het laatst 'Wish I could've told you goodbye' heeft gezucht in de emotionele uitwringer "The Tower", dan gaat het al veel te lang veel te goed met je.


File: Nicole Atkins - Mondo Amore
File Under: Volwassenen-verdriet
File Audio: [Atkins-Space]
File Video: [Vultures]
Guido Belcanto - Ik Zou Mijn Hart Willen Weggeven
Ik schrijf dit stukje op de maandag na The Voice of Holland, de dag dat de tv-recensent Jean-Pierre Geelen van De Volkskrant daar een stukje over schrijft en onder meer refereert aan een NTR-documentaire over flamenco. Die de titel draagt Goede zang doet pijn. Het is Geelen opgevallen dat de kandidaten in The Voice of Holland, of eigenlijk elke tv-talentenjacht, binnen dertig seconden in de hoge registers zitten. En dat diepe fronsen een gepijnigde ziel moeten suggereren. Nep, oordeelde Geelen. Even verderop citeert hij Thomas Acda, uit een andere documentaire (Zingen, van de VPRO). Die zegt: 'Als je zingt over iets verdrietigs, is het niet de bedoeling dat je dat op het podium gaat herbeleven. Dan zit je bij couplet drie om je eigen nummer te huilen, zoals Ramses vroeger. Als je net voor die grens weet te blijven, dan gaat het publiek er overheen.' Guido Belcanto heeft geen pijnlijke grimassen nodig. Hij zal ook nooit om zijn eigen liedjes huilen. Voor tv-talentenjachten is hij te oud. Ik zou mijn hart willen weggeven is uit de put der vergetelheid getrokken door Kees de Koning van TopNotch. Het album werd in 2008 uitgebracht, maar in Nederland wilde niemand er over schrijven, laat staan er naar luisteren. Nu hebben Vlamingen die hun zielige liedjes met veel ironie aankleden, neem Gorki's Luc de Vos, het sowieso lastig in Holland. Het is geen cabaret waar Belcanto aan doet, het zijn geen smartlappen, liedjes als Op de pechstrook van het leven of Mijn vrouw is ervandoor hangen er net tussenin. Dat is al jaren het geval bij Belcanto - zijn eerste album kwam uit in 1989. Een van zijn mooiste liedjes vind ik nog altijd "Verjaardag", van zijn tweede cd Plastic rozen verwelken niet uit 1990. Een opgewekt hobbelend countrystampertje over een man die op zijn verjaardag allerlei leuke dingen doet: smoking aan, bos bloemen kopen, uit eten, naar de pornobioscoop. Maar allemaal wel in zijn eentje. Lachen om niet te hoeven huilen, dat kenmerkt Belcanto. De luisteraar zal er soms bij fronsen. Maar aan de oprechtheid en de klasse van Guido hoeft niemand te twijfelen. Dit mag veel en vaak worden herbeleefd.


File: Guido Belcanto - Ik Zou Mijn Hart Willen Weggeven
File Under: Tranen gelachen
Zapp 4 - Radiohunter
Zapp4 heette eerste Zapp String Quartet, en onder die naam hoorde ik voor het eerst van dit Nederlandse viertal op de Shouting Boots Live!-compilatie. Het kwartet viel daarop prettig uit de toon tussen de rockers, de honkers en de droefsnoeten. Sterk beeldende muziek waarop ik zo gauw geen etiket kon plakken. Modern klassiek? Jazz? Folk? Ook op Radiohunter, het eerste album onder de naam Zapp4 (als Zapp String Quartet maakten ze vier platen) is het lastig een genre-aanduiding te vinden. Nu hoeft dat niet per se, maar op een site die de naam File Under draagt verwacht je toch ets, nietwaar? Gestreken, maar niet zonder kreukels heb ik dus woordspelerig bedacht. Met twee violen, een viola (instrument dat twijfelt tussen een cello en en viool) en een cello kun je zeer beeldende muziek maken. "BMW", het nummer dat zich nog het makkelijkst laat vergelijken met werk van metal-cellisten Apocalyptica, is wat mij betreft een soundtrack van een startende, wegspuitende en daarna lekker cruisende dikke Duitse patserbak. Die in zwaar weer terechtkomt, ternauwernood langs obstakels slipt om daarna op hoge snelheid een politie-wagen voorbij te razen - die natuurlijk gelijk de achtervolging in zet. Het titelnummer, waar de strijkstokken worden gebruikt voor een heuse beat, doet denken aan Tin Hat (voorheen Tin Hat Trio). Filmische country-noir, waarbij de violen gitaren lijken te imiteren. Nu ik er zo over nadenk, valt Zapp4 helemaal niet uit de toon op een compilatie met ronkende sax-helden, ingetogen singer-songwriters en uitgelaten balkan-beats (zoals Shouting Boots Live!, dus). Zapp4 kan alles wat zij ook kunnen. Maar dan met vier strijkinstrumenten. Je hoeft niet eens zo avontuurlijk te zijn ingesteld om het toch heel mooi te vinden.


File: Zapp 4 - Radiohunter
File Under: Gestreken, maar niet zonder kreukels
File Audio: [Radio rechtsboven op hun site]
Ensemble - Excerpts
Je kunt niet alles horen, natuurlijk. Dus de eerste twee platen die Olivier Alary maakte als Ensemble, zijn me ontgaan. Sterker, ook de platen die hij daarvoor maakte, ken ik niet. God weet dat ik Medulla van Bjrk wel heb gehoord, maar ik zou u er geen liedje van kunnen voorfluiten - Alary schreef mee aan tracks, en remixte ze later. Hoe dan ook, Excerpts heb ik wel gehoord, vele malen zelfs. Om er achter te komen welk label je op Alarys muziek plakt (postrock? Modern chanson?), maar ook omdat de gelaagde liedjes, met veel strijkers en blazers, zo mooi zijn. Omdat Alary een fraaie bromstem heeft. Omdat vaste gastzangeres Darcy Conroy uit Montreal (waar Alary ook woont, hij werd geboren in Toulouse) zoet kan zuchten. Toen ik hoorde dat de komende single van Ensemble een track heeft die wordt gezongen door Dominique A, viel mijn franc. Zijn eerste plaat uit 1992 was het startschot voor de moderne Franse, niet enkel op eigen muzikale navel gerichte chanson. De beste platen van Dominique An, zoals hij volledig heet, hebben datzelfde orkestrale, maar toch lichtvoetige geluid. Ook in zijn platen is ruimte voor elektronica, voor Britrock, voor new wave, voor wat niet eigenlijk. Olivier Alary heeft zich door de tweetaligheid van Montreal laten inspireren, maar ook door het voorwerk van An. Nouvelle chanson canadienne zullen we t maar noemen dan. Over de singles van Excerpts gesproken, trouwens: check ook de UB40-cover die als extra track op single "Envies davalanches" staat. "Food for thought", een protest-song tegen Thatcher, heeft nog altijd die sax, maar nu eerder magisch dan scheurend. Ook mooi.


File: Ensemble - Excerpts
File Under: Moderne Canadese chansons
Ben LOncle Soul
Soul in het Frans, kan dat? Benjamin Duterde, alias Ben LOncle Soul, bewijst het. Hij staat volgende week op Eurosonic, later nog in Paradiso en Doornroosje.
Benjamin Duterde (1984) heeft een tatoeage op zijn pols: het logo van Motown. Zes maanden nadat ik mijn contract had getekend bij Motown Frankrijk, heb ik m laten zetten. Op mijn andere arm wil ik het logo van Stax hebben. Dat is nog eens toewijding. Mijn moeder draaide tijdens de tijd dat ik in haar buik zat, alleen maar soulmuziek. Vooral Otis Blue, van Otis Redding. En Stevie Wonder, Marvin Gaye, Billie Holiday, Bob Marley, alle helden eigenlijk. Zingen deed de in Tours geboren Benjamin veel en graag, maar aan een carrire als zanger dacht hij nooit. Hij rommelde wat met (gospel-)bandjes, maakte een MySpace-pagina en zette daar twee liedjes op. Die, zo wil het verhaal, bij de juiste mensen van Motown France terecht kwamen. Zij zagen wel wat in de kunstacademie-docent. Als u moet denken aan de manier waarop Waylon in Nederland aan zijn Motown-contract kwam, het zal vast geen toeval zijn dat deze zangers ongeveer op hetzelfde moment door lokale afdelingen van het beroemde label zijn getekend - Blue Note en Verve hadden al eerder laten zien dat er zo heel wat aandacht en cd-verkoop te regelen is. Enfin.
Lees verder..Marcos Valle / A Bossa Electrica / Sensul
Wie in deze weken van extreem weer ook verlangt naar de Copacabana, maar er het geld niet voor heeft, kan wegdromen met deze drie platen.
Marcos Valle (1943) is een levende bossa nova-legende, hij schreef veelgecoverde hits als "Crickets Sing for Ana Maria" en "Summer Samba". Esttica bevat drie instrumentale stukken, 1995, 1985 en 1975 die aangeven dat Valle al een tijd meedraait, maar ook diverse stijlen beheerst, Van slap-bass funk tot zoet pianogezwijmel. Het veelvuldig op Radio6 gedraaide "Baiao Maracat" laat de temperatuur snel oplopen, het titelnummer is een stevige pot Weather Report-achtige fusion. Tegen het einde mis je wat koolzuur, toch is dit een zeer geslaagde plaat.
Stockholm is de thuisbasis van A Bossa Electrica, dat toe is aan haar tweede album. Hier worden geen grenzen opgerekt of, zoals bijvoorbeeld bij Zuco 103, gespeeld met elektronica. Je snapt gelijk waarom ABE met haar knusse seventies-geluid zo geliefd is bij samenstellers van lounge-compilaties. Het klinkt lekker, maar afgezien van de Roy Ayers-cover blijft weinig hangen.
Dan liever het Utrechtse Sensul. Zangeres Eva Kieboom is dertig jaar geworden, het album heet naar haar leeftijd. Ook hier vormen de jazzy jaren zeventig een inspiratiebron, maar muzikaal zijn Eva en haar mannen een stuk interessanter dan ABE. Er wordt gestoeid met afrobeat in het titelnummer, arrangeur Sebastiaan Koolhoven schreef prachtige strijkersarrangementen voor de zwoele, voetjes-in-de-branding-ballades en het koper funkt geweldig in hoogtepunt "Nao Vai Dar". Alle tracks zijn met zorg ingekleurd, luister bijvoorbeeld naar de tegenmelodietjes in "Samba Na Cama". Prachtig gezongen ook, trouwens.

File: Marcos Valle - Esttica
File: A Bossa Electrica - Do Norte
File: Sensul - Trinta
File Under: Heet (A Bossa Electrica), Heter (Sensual), Heetst (Marcos Valle)
File Audio: [Valle-Space]
File Audio: [Bossa-Space]
File Audio: [Sensual-Space]
Jaarlijst 2010: Guuzbourg
Wie wil weten wat ik de beste Franse platen vind, kijkt op Filles Sourires. Wie mijn Algemene Jaarlijst wil zien, kijkt hier. Net als vorig jaar lijn ik voor File Under mijn meest favoriete reissues en compilaties op. Omdat die altijd een beetje ondersneeuwen in het jaarlijstengeweld, en omdat ik maar geen genoeg krijg van compi's en heruitgaves. Vooral als ze zo mooi zijn als deze tien:
1. Tammi Terrell - Come On And See Me - The Complete Solo Collection Thomasina Winnifred Montgomery werd wereldberoemd toen ze als Tammi Terrell met Marvin Gaye duetten zong als Ain't No Mountain High Enough. Ze stierf als gevolg van een hersentumor in het harnas, op het podium met Gaye in Virginia. Voor haar succesvolle duettentijd had ze al heel wat prachtige soulnummers op de plaat gezet, waar toen veel te weinig aandacht voor was. Haar cover (nou ja, Stevie Wonder zou't zelf pas veel later opnemen) van All I Do is magnifiek. Laat het maar aan Hip-O-Select over om de muzikale nalatenschap van Tammi glimmend op te poetsen en voorbeeldig toe te lichten.
2. Diverse artiesten - The Sound of the Westcoast 1965-1979 Vier cd's, een dik boekje en heldere, soms mooi persoonlijke teksten van samensteller Leo Blokhuis. Zo maak je iets bijzonders van een box met muziek die mij, afgezien van een paar hits, tamelijk onbekend was. Maar wat een muzikale pracht! En wat een tekstuele ellende!
3. Pastor T.L. Barrett & the Youth for Christ Choir - Like a Ship (Without a sail) Ik ben van mijn geloof gevallen, maar een stevige pot gospel gaat er nog wel in. Pastor Barrett en zijn koor maakten in 1971 een meeslepend en soulful album, dat prachtig is opgepoetst door LitA (ook voor al uw mooie, 180-grams Serge Gainsbourg-reissues). Wonderful had een nummer van Donny Hathaway kunnen zijn. Om diep voor door de knieën te gaan.
4. Diverse artiesten - Shouting Boots Live! Daar dromen we toch allemaal van, een eigen radioprogramma waarin je favoriete, zeer diverse artiesten live komen spelen. Koen en Jaap hebben zo'n programma, en selecteerden uit vele sessies de mooiste, opvallendste nummers. Zapp String Quartet, Sven Hammond Soul, Big Jay McNeely, allemaal geweldig.
5. Diverse artiesten - Tradi-Mods vs Rockers De mannen van het label dat de platen van 'Congotronics'-bands als Konono No.1 uitbrengt (zeg maar het Congolese antwoord op Einstrzende Neubauten) vroegen een flink pak vrienden en bekenden als Shackleton, Animal Collective en Jolie Holland en om de loeiende duimpiano's en tegenritmes te remixen, te coveren, te herverpakken. Dat leverde soms muziek op waar je tenen van krullen, maar met name Shackleton (ma-gi-stra-le remix), Lonely Drifter Karen, Holland en Deerhoof maakten er echt iets bijzonders van.
6. Diverse artiesten - Psych Funk Sa-re-ga! Indiase psych-funk uit de seventies. Nee, daar had ik ook nog nooit van gehoord. Dus ja, gelijk kopen. Het ene moment volkomen van de pot gerukt, het andere moment kleurrijk, zoet en ja, funky.
7. Hans Dulfer - The Formative Years '68-'98 Koen (van Jaap en Koen, zie 4.) Schouten begeleidde deze box met zeven albums van de Hollandse jazz-enfant terrible. Die wel zijn haren, maar nooit zijn streken verloor. Van dwarsig tot dansbaar, van plat tot gelaagd, Hans kon het allemaal. En hij kan 't vast nog.
8. Diverse artiesten - C'est chic - French girl singers of the 1960s Het zegt wat als een zuchtmeisjespromotor als ik onder de indruk is van een Franse compilatie, maar dit is dan ook echt wat bijzonders. Een paar hits, verder vooral afgestofte parels van one-hit wonders of opgediept goud van bekende namen. Keurig toegelicht. En ja, dat mijn blog in het boekje als 'referentie' is genoemd, helpt ook bij een plekje in deze lijst ;-)
9. Diverse artiesten - The Sound of Siam - Leftfield Luk Thung, Jazz & Molam in Thailand 1964-1975 Popmuziek uit Thailand, gemaakt in de sixties en seventies. Nooit van gehoord, dus hebben. Ik hoopte op een paar funky parels, dat valt wat tegen. De meditatieve momenten zijn wel erg fraai. En zo toch een verrijking voor mijn oren.
10. Diverse artiesten - Angola Soundtrack - The unique sound of Luanda 1968-1976 De belevenissen van samensteller Samy Ben Redjeb zijn eerlijk gezegd nog mooier dan de muziek: rudimentaire afro-rumba's uit Angola, opgenomen tijdens burgeroorlogen en dictactuur. Muziek die hoe dan ook terecht weer is opgediept.

Kerstmis met File Under
Afgeven op kerstmuziek is in deze weken net zo makkelijk als schelden op het weer, de Top 2000 of je medeweggebruikers. Ik hoor niet tot het kamp dat "Last Christmas" van Wham! of "All I Want for Christmas" van Mariah Carey afdoet als bloedirritant. Ten eerste zijn het zeer geslaagde kerstliedjes (ze hebben de belletjes en de bijbehorende sfeer, ze gaan daadwerkelijk over kerstmis en ze zijn supercatchy), ten tweede zijn ze door coveraars in vele jasjes gestoken en dan blijven het nog steeds goede liedjes. Of ze geven aanleiding tot nieuwe kerstnummers, zoals George and Andrew op de kerstplaat van het Britse duo The Boy Least Likely To. Een zoet liedje met grappige verwijzingen naar de carrire van de Wham!-leden en een niet-ironische boodschap over vriendschap. Er worden grappen gemaakt op Christmas Special, maar lacherig wordt de (kerst-)sfeer nergens. Gelukkig maar.
Dezelfde vlieger gaat op voor Christmas with the Puppini Sisters, drie Engelse meiden die net zo mooi kunnen zingen als de Andrew Sisters en een pak zeer geslaagde, zeer swingende covers van oude krakers ("White Christmas", "Winter Wonderland") en iets minder oude ("Last Christmas", "All I Want For Christmas") hebben opgenomen.
Countrysoulster Shelby Lynne covert ook kerstclassics, maar schreef zelf "Aint Nothing Like Christmas" en het triestige "Xmas". Merry Christmas klinkt als een tussendoortje, en das een beetje jammer. Mooi gezongen, eenvoudig gearrangeerd. Hier had meer ingezeten.
Christmas Cover Up is een project van kerstplatenverzamelaar Oscar Smit. Hij vroeg bevriende artiesten als Mist, Cloudmachine en Roald van Oosten om door hem geselecteerde kerstliedjes te coveren. Omdat de originelen er bijna allemaal ook op staan, ligt vergelijken voor de hand. Jaap Boots "Kerstmis in de tropen" is minstens zo leuk als Big John Greers "Santa do the mambo", waarop het is genspireerd. Johnny Cash verbeteren lukt ME niet in "Away in a Manger" en ook Eddy de Clercq kan niet op tegen Mahalia Jackson (maar wie wel?). Kaat Hellings sensuele "Petit Papa Noel" is eigenlijk leuker dan Tino Rossis ruisende origineel, Cloudmachines bewerking van de stokoude "Old Waits Carol" (heeft niks te maken met Tom) is prachtig. Niemand gaat echt de mist in, al heeft de house-versie van "Gloria in Excelsis Deo" door Rob Boskamp & Sonya niet mijn voorkeur.
De allermooiste heruitgave is The Complete James Brown Christmas. De titel klopt niet helemaal; de eighties-kerstplaten van James zijn (gelukkig) weggelaten. Mooi geannoteerd (funky drummer Clyde Stubblefield debuteerde op een kerstplaat, Brown moest halsoverkop per ongeluk gewiste vocalen van een nummer opnieuw inzingen), fijne exclusieve extra's en nummers als "Santa Claus Go Straight to the Ghetto", "Soulful Christmas" en "Go Power at Christmas" zetten zelfs de volst gevreten buik nog aan het dansen.

Ntjam Rosie - Elle
Sinds Erykah Badu en Jill Scott een jaar of tien geleden de standaard zetten voor nu-soul(dames vocaal) zijn er tientallen, zo niet honderden zangeressen opgestaan die zich enorm genspireerd voelden. Het is slechts een handjevol meiden gelukt om een eigen stempel te snijden, om liedjes te (laten) schrijven die opvielen. Op haar debuut onderzocht de in Kameroen geboren, maar in Rotterdam groot geworden Ntjam Rosie nog haar Afrikaanse wortels. Ze zong een paar liedjes in het dialect van haar familie, wat weer s wat anders was. Ook zong ze wat in het Frans, wat maar weer eens bewees dat die taal in elk genre iets bijzonders oplevert. Waar het aan ontbrak was liedjes die bleven hangen, met teksten die verder gingen dan een wandtegeltekst. Op Elle is haar dat opnieuw niet gelukt, ondanks muzikale ondersteuning van gelouterde krachten. Ntjam Rosie heeft een stem waar je jezelf op warme dagen het liefst mee zou willen insmeren, om op de baslijnen in haar nummers te kunnen meedobberen. Maar je verschiet nooit van kleur. De Afrikaanse nummers blijven achterwege, het Franstalige "LAmour" (met gastrap van Esperanzah) is een prettige meeknikker. En luisteren hoe fluitist Ronald Snijders tekeergaat (in " Elle Part II" ) is nooit een straf. Dat is veel te weinig om het album een voldoende te kunnen geven.


File: Ntjam Rosie - Elle
File Under: Insmeersoul
File Audio: [MySpace]
Duffy - Endlessly / Rumer - Seasons Of My Soul
Aanvankelijk was het dat gem---kker van Duffy wat me danig op de zenuwen werkte. Maar bij het doorbijten, pardon, doorluisteren bleek het euvel van haar tweede album heel ergens anders te liggen. Het is Amerikaanse klapkauwgum. Endlessly is geproduceerd door Albert Hammond sr. Ja, die van "I Dont Wanna Die In An Air Disaster" en de vader van Albert Strokes Hammond jr. Maar ook de man achter dat hilarisch slechte duet tussen Julio Iglesias en Willie Nelson. The Roots doen mee op single "Well, Well, Well", een liedje dat helemaal kapot wordt gemekkerd. In "Lovestruck" rapt ze als Britney Spears. En dan heeft u popzuurstok "Girl" nog niet eens gehoord. Hou dat zo, zou ik zeggen. Nergens voelt het echt, voelt het gemeend, voelt het vanuit het hart. Losgezongen van fish, chips en bonen is Endlessly een allegaartje dat uiteindelijk naar niks smaakt.
Nee, dan Rumer, het pseudoniem van de in Pakistan geboren Sarah Joyce. Haar stem lijkt ongelooflijk veel op die van Karen Carpenter, maar dan met een posh accent. Haar liedjes zijn door Steve Brown (wellicht bekend uit de komische serie Knowing Me, Knowing You met Steve Alan Partridge Coogan) ijzingwekkend keurig geproduceerd. Toch zit in elk liedje in een diepere laag. Je voelt dat hier niet zomaar over gebroken harten en slechte moeders gezongen, omdat dat nu eenmaal hoort. Nee, dit is echt. En in "Come to Me High" likt Rumer nog nt niet haar vingers af van pure lust. Seasons Of My Soul maakt je week in je knieën, kriebelt op dat lekkere plekje tussen je schouderbladen totdat je niks anders kan dan meeglijden in dit warme bad. Een betere soundtrack voor zondagochtendseks gaat voorlopig niet gemaakt worden.

File: Duffy - Endlessly
File Under: Meeeeh!
File Audio: [Duffy-Space]
File: Rumer - Seasons Of My Soul
File Under: Ooooooh!
File Audio: [Rumer-Space]
Gilles Peterson presents: Worldwide - A celebration of his syndicated radio show
Wie niet weet wie Gilles Peterson is, houdt waarschijnlijk vooral van metal, rock of heul moelukke elektronica. De dj, platenbaas (ooit van Talkin Loud, nu van Brownswood) en radiomaker (BBC) is voor liefhebbers van jazz-genfecteerde muziek een baken van goede smaak. In zijn Worldwide-show op de BBC draait hij nieuwe muziek die wij, eenvoudige krabbelaars, pas maanden later kunnen krijgen. Of oude platen die wij enkel als 96kbps-mp3 kunnen vinden, of voor vele honderden euros op Discogs. Mede daarom waren (en zijn) de door hem samengestelde compilaties wel handig. Gesteld dat je zijn platen ook echt wilt hebben, en niet tevreden bent met Spotify of soortgelijke service. Worldwide - A Celebration of his syndicated radio show is een compilatie van drie eerder verschenen compilaties. De reden van deze release is mij niet duidelijk, de drie WW-compis zijn nog tamelijk eenvoudig te vinden. Peterson loopt altijd voorop, waarom geeft hij zijn zegen aan een bundeling van muziek die aan het begin van dit decennium uitkwam? Wellicht omdat die nummers nauwelijks verouderd zijn, en als altijd blijk geven van Hele Goede Smaak. De zich langzaam openvouwende breedbeeldjazz van Cinematic Orchestra, de dikke afro van Seun Kuti, de futuristische hiphop van Sa-Ra en de hit(je)s van Amerie, Amy Winehouse en M.I.A., Gilles had ze vroeg in de smiezen. Gotan Projects "Triptico" en Dizzy Rascals "I Luv U" doen inmiddels wel wat nostalgisch aan. Echt behoorlijk vervelend is het ellenlange "Im Going Downstairs" van techno-producer Theo Parrish. Daar staat dan wel het tien minuten durende meesterwerkje "Green Eyes" van soulzangeres extraordinaire Erykah Badu tegenover.

File: Gilles Peterson presents: Worldwide - A celebration of his syndicated radio show
File Under: Goede smaak smaakt goed
VA - The Sound Of The Westcoast
Ik zou willen dat m'n smaak wat stoerder was. Ik was geen vleermuis in de vroege jaren tachtig. Ik vond de new wave veel te donker en had niets met de muzikale depressies en regenachtige klaagzang uit het bewolkte Engeland. Uit de rest van de column van Leo Blokhuis wordt niet duidelijk waarom hij graag een stoerdere smaak wil hebben. Hij is namelijk erg gelukkig met zijn voorliefde voor fijne koortjes en mooie melodieën van bands die tussen 1965 en 1979 platen maakten in en rond Los Angeles. Blokhuis zeurt al zolang als ik mannen ken die aan de touwtjes trekken bij grote platenmaatschappijen om een box te mogen samenstellen met zijn favoriete muziek. En wie zeurt, krijgt zijn beurt. Hij mocht zijn gang gaan, vroeg advies, ploos boeken en artikelen na en stelde vier cds inclusief boekje samen. Aan sommige touwtjes konden die mannen echter niet trekken, want volgens Blokhuis ontbreken er een paar namen: Joni Mitchell, America en opnamen van de The Eagles uit die tijd (vandaar dat er een live-versie van "Desperado" uit 1994 op staat). Leo is een Pietje Precies, dus dat zal bij hem best steken. Bij mij niet. Afgezien van hits als "Good Vibrations" (Beach Boys), "A Song for You" (Leon Russell) en "Guitar Man" (Bread) is veel van wat op deze box staat compleet nieuw voor me. Muziek uit Californië mag de naam hebben zonnig te klinken, ook als de leaves brown en de skies grey zijn is het fijn om naar de (inderdaad) prachtige samenzang en rinkelende melodieën te luisteren. Al snel valt op dat veel liedjes helemaal niet zulke zonnige teksten hebben. Harten worden bewierookt, bezongen en gebroken, schrijft Blokhuis. Met name dat laatste, want of het nu "I Aint Always Been Faithful" van Linda Ronstadt is, "Theres Nothing More to Say" van The Millennium of "Desperados Under the Eaves" van Warren Zevon, je ogen gaan er vanzelf van tranen. Wat een ellende. Maar wel zo mooi mogelijk gezongen en gespeeld. Beste voorbeeld daarvan is mijn meest favoriete liedje van deze box: "My Man On Love" van Judee Sill. Overleden in 1979 aan een overdosis, in de bak gezeten vanwege gewapende overvallen en ze heeft zelfs even de hoer gespeeld. Haar albums vielen destijds tussen wal en schip en ze krijgt ook nog eens een zwaar auto-ongeluk. Maar godallemachtig wat is dit een parel van een liedje zeg. Hemelse samenzang, ingehouden begeleiding met net de juiste details en een tekst om kippenvel van te krijgen. En zo telt deze box er nog wel meer. Ik was wel een vleermuis in de eighties. Het kon me toen niet donker genoeg zijn. Zon liedje van Judee Sill doet nu voor mij niet onder voor het meest depressieve van Joy Division. Das een compliment.

File: VA - The Sound of the Westcoast
File Under: I love L.A.
Shelby Lynne - Tears, Lies, And Alibis
Ze had geen zin meer om aan het handje van de platenmaatschappij te lopen. Dan begin je dus een eigen label. Zodat je, wanneer je zin hebt om een liedje te schrijven over rijdende zeppelins (die grote Amerikaanse caravans), dat gewoon op je plaat kunt zetten zonder dat iemand zegt: zou je dat nou wel doen? Je kunt ook maar tien nummers op je 37 minuten durende album zetten, als je dat voldoende vindt. Dat Shelby Lynne daar na negen albums achter komt, is rijkelijk laat. Maar soit. De oudere zus van Allison Moorer meanderde op die backcatalogue tussen soul, country en soft-rock (met als uitschieters het doorbraakalbum I Am Shelby Lynne en de Dusty Springfield-tribute Just a Little Lovin) en doet dat vanzelfsprekend op Tears, Lies, and Alibis ook. Ze heeft een bijzonder mooie, een tikje hese stem die liedjes over de donkere kanten van de liefde precies de juiste melancholie meegeeft. Maar ook een ultrakort, zonnig klinkend soulliedje als "Why Didnt You Call Me" krijgt er een frisgewassen bloesemgeur van. Ondanks de bloedend-harttekst. Freedoms just another word for nothing left to lose, zong Janis Joplin ooit. Shelby Lynne heeft zichzelf bevrijd, hoeft zich niet meer te bewijzen maar kan gewoon die mooie liedjes schrijven die ze zelf wil. Vooral doorgaan.


File: Shelby Lynne - Tears, Lies And Alibis
File Under: Go your own way
File Audio: [MySpace]
Tom Jones - Praise & Blame
Onlangs zong Tom Jones alle liedjes van zijn meest recente album Praise & Blame in een klein kerkje in Londen. Volgens deze recensie liet hij tijdens "Run On" de dakpannen klepperen. Ik geloof het onmiddellijk, als dit album iets duidelijk maakt is dat de 70-jarige veteraan nog steeds een stem heeft waarmee je in dichte mist elke tegenligger van kilometers afstand kunt waarschuwen. Wat de thematiek van Praise & Blame betreft was Paradiso (of nog beter, De Duif) een betere locatie geweest voor een concert. Maar het is de Melkweg, op 5 november. Jones zingt gospels en godvrezende blues, geschreven door legendarische namen als John Lee Hooker en Blind Willie Johnson. Wie de zanger uit Wales vooral kent van meedeiners als "Its Not Unusual" of "Sex Bomb" zal verrast zijn. Maar het repertoire van Jones schuurde wel vaker langs de blues, neem alleen al "Green Green Grass of Home", een liedje dat gaat over een ter dood veroordeelde die van zijn geboortedorp droomt. Jones heeft de ervaring om nummers als "What Good Am I" (origineel van Dylan) of Sister Rosetta Tharpes "Strange Things" naar een overtuigend einde te bulderen. Jones zelf noemt dit zijn Johnny Cash-album, een verwijzing naar de American Recordings-serie van Cash. Bij Johnny klopte Magere Hein steeds harder aan de deur, Jones ziet en klinkt nog heel vitaal. Nu ben ik de laatste om iemand als Jones een slechte gezondheid toe te wensen, maar Praise & Blame klinkt mij eerder als een heel knap gezongen kunstje in de oren, dan een hartenkreet die eruit moest.

File: Tom Jones - Praise & Blame
File Under: Onderbroek gewoon aanhouden
File Audio: [MySpace]
Blackie & The Oohoos - Blackie & The Oohoos
Twee zusjes, Loesje en Martha Maieu, met zoete stemmetjes en lang, zwart haar. Recht afgeknipte pony, diadeem, fifties-jurkje. Plus zingende zaag, accordeon, slide-gitaar en ukelele. De liedjes gaan over mannen in Reno die graag Little Nemo genoemd willen worden, over duivelskinderen en tortelduifjes. Maar eigenlijk gaan ze over uitgestelde seks: Youre the finger on the trigger and youll never let me go, zingen de zusjes. En Baby boy, pretty boy, smarty you are all I need/Go down, go down with me and feel the heat. Of is het mijn dirty mind die zich hier verraadt? De vijfmansband komt uit België, waar wel meer groepen kunstig balanceren tussen feeëriek en duister - neem Soy Un Caballo, neem The Ideal Husband, neem Eva de Roovere. De laatste coverde namelijk Shivaree, en dat is weer een goede buitenlandse referentie. Muziek voor bij een flakkerende kaars, voorafgaand aan een bizarre droom.

File: Blackie & The Oohoos - Blackie & The Oohoos
File Under: David Lynch kan elk moment bellen
File Audio: [Blackie-Space]
Schradinova - India Lima Oscar Victor Echo You
En toen trok Janne Schra de stekker uit Room Eleven. Na twee goed scorende popjazz-albums, tournees door binnen- en buitenland, een optreden in Carr en de nodige awards. Koek op, uitgekeken op elkaar, olifantje lange snuit. Niet dat de ex-leden elkaar nu met de nek aankijken, sterker, drie ex-Room Eleven-leden spelen vrolijk mee op India Lima Oscar Victor Echo You. Ze kreeg daarnaast nog hulp van Torre Florim (die meebromt in "Take Off"), Tjeerd Dazzled Kid Bomhoff en Leine. Johan Lindstrm, die eerder met Nina Kinert en Ane Brun werkte, produceerde. Helpende handen a-plenty, toch is dit onmiskenbaar een Janne-album. Dat blijkt uit de teksten, waarin Janne zich geamuseerd verbaast over de wereld om haar heen en waarbij ze haar verbeelding lekker de vrije loop laat. Liedjes over potloden, uitgebluste vrachtwagenchauffeurs, een verzonnen Italiaanse familie (wonderschoon nummer trouwens), het weeralarm en woedende geliefden, zoals alleen Janne ze kan schrijven. De sfeervolle muziek, met Balkan-invloeden, Arabische toonladders, zoete elektronica en Calexico-country is minstens zo bijzonder. Maar de zwierigste handtekening zet Janne met haar stem. Daarmee kan ze je ziel aaien, je schrik aanjagen, je laten grijnzen en je verliefd laten voelen. Zonder dat het haar hoorbaar moeite kost. Sterker, Janne weet precies hoe ze haar stem moet inzetten om het liedje op te tillen.


File: Schradinova - India Lima Oscar Victor Echo You
File Under: Schradinova, als het een land was ging ik er wonen
File Audio: [MySpace]
Ricky-Tick Big Band / Sinas
Wat deze twee jazzplaten met elkaar bindt is dat ze gemaakt is door een groot aantal muzikanten, veertien in geval van de Ricky-Tick Big Band. Deze herbergt alle kanonnen van het altijd bijzonder stijlvol vormgegeven Finse platenlabel, van Timo Lassy tot Jukka Eskola dus. De muziek is geschreven door Valtteri Pyhnen, drijvende kracht van achtervolgingsjazzcombo Dalindo. Deze plaat heeft daar weinig mee van doen, de stukken zijn geschreven als afstudeerproject voor de prestigieuze Sibelius academie en laten vooral de glorietijden van de big bands van Duke Ellington en Count Basie herleven. Muziek waar je opa nog pijp op gerookt heeft, maar je moet wel van verdraaid stramme huize komen om met zoveel toeters je vingergeknip te onderdrukken. Het ronkende Easily Flammable en het gelatinificeerde Babel zijn de beste nummers van deze jazz-voor-alle-leeftijdenplaat.
Aan het tweede album van het Nederlandse Sinas, dat global dancefloor music maakt, hebben tien heren meegewerkt. Daaronder blazers en percussionisten die al eerder lof kregen voor hun werk met onder meer New Cool Collective, Zuco 103 en met hun eigen bandje (Rob van de Wouw). Saxofonist Wouter Schueler is het aandrijfwiel van Sinas, die dit keer wat meer elektronica heeft toegelaten. Wat Sweet Home Planet Earth laat aanvoelen als een ruimtewandeling van de eerste Afrikaanse astronaut. Verderop komen nog wat balkan-invloeden, soul, funk, dub en wat al niet meer voorbij zeilen. Hard schudden hoeft niet, dit bruist ook zo wel je oorschelpen in.

File: Ricky-Tick Big Band - Ricky-Tick Big Band
File Under: Absolut!
File: Sinas - Intergalactic Freedom
File Under: Jus dOrange en nog veel meer kleuren
Philipp Poisel / Wir Sind Helden
Het is met Duitstalige pop als met Franstalige muziek: er verschijnen schitterende platen net over de grens, maar niemand in Nederland weet dat. Omdat onze blik teveel op Amerika en Engeland is gericht, omdat de beslissers van de Hollandse radio- en tv-zenders het Duits en het Frans (of het Italiaans, of het Spaans, of het Portugees, want daarvoor geldt natuurlijk hetzelfde) te exotisch vinden klinken. Maar gelooft u mij, ten oosten en ten zuiden van Nederland wordt muziek gemaakt die kwalitatief niet onder doet voor het allerbeste uit de VS, de UK of de twaalf provinciën. Philipp Poisel brengt zijn platen uit op het label van Herbert Gr�nemeyer (van "Halt Mich", weet nu nog? Philipp coverde het op zijn debuut), wat gelijk ook een prima referentie is. Maar Coldplay is ook helemaal niet ver weg. Geen namen waarmee je punten scoort bij de meeste lezers van deze site, waarschijnlijk. Zet u er overheen. Poisel schrijft bijzonder intieme liedjes die eenvoudig worden aangekleed met piano, gitaar en drums. Het knappe is vooral dat zijn vlakke stem, waarmee hij eerder praatzingt dan echt uithaalt, nooit gaat vervelen. In der Beschr�nkung zeigt sich der Meister, in dit geval dus Philipp Poisel.
Wir Sind Helden kreeg enige bekendheid in Nederland toen "Wenn es Passiert" dagelijks werd gedraaid in de Studio Sport-uitzendingen over het WK Voetbal van 2006. Er volgde nog een Pinkpop-optreden, daarna zakte de belangstelling weer weg. De band rond zangers Judith Holofernes is toen het vierde album, waarop niet gekeken wordt op een stijlbreuk meer of minder. Zo is daar bijvoorbeeld de prachtige pianoballade �Meine Freundin War Im Koma Und Alles, Was Sie Mir Mitgebracht Hat, War Dieses Lausige T -Shirt�, de scherpgerande rocker �Kreise�, het licht-gebalkande �Was Uns Beiden Geh�rt� en het vrolijke verhoempa�de �23.55 - Alles Auf Anfang�. Het zuchtmeisjesstemmetje van Judith houdt de boel keurig bij elkaar, wat ook helpt is dat de verhalen van de liedjes erg sterk zijn. Helden waren het, helden blijven het.

File: Philipp Poisel - Bis Nach Toulouse
File: Wir Sind Helden - Bring Mich Nach Hause
File Under: Tolle boel
Elodie Frg / Babet
Een concept-album over de bijslaap, het meisje voor de namiddag, de buitenvrouw. Elodie Frg maakte het niet alleen, ze neemt ook de rol van dat karakter voor haar rekening. Nu schijnt het zo zijn, ik lees dat soort bladen namelijk ook niet altijd, dat Elodie hier haar affaire met Benjamin Biolay bezingt. De laatste is de plaatsvervanger van Serge Gainsbourg op aarde, een Franse zanger, liedjesschrijver, producer en acteur die naast een indrukwekkend eigen oeuvre ook heel wat kerfjes in zijn bedrand heeft staan. Het fijne weet ik er ook niet van, feit is wel dat Biolay het vorige (tweede) album van Frg produceerde en nu in naam ontbreekt, maar zijn stempel is voelbaar. In de sensuele arrangementen vol dramatische pianoaanslagen, dikke baslijnen en zwaarmoedige strijkers, in de intieme manier van zuchtzingen, in de teksten. Elodie won ooit een Franse tv-talentenjacht, maakte een beetje flauwe debuutplaat maar werd onder leiding van Biolay omgetoverd tot een smachtende sirene. Haar hart lijkt gebroken, maar god, wat kan ze er mooi over zingen.
Elizabeth Maistre, kortweg Babet, is de uitgelaten anti-these van Elodie. De zangeres, violiste en pianiste verdient haar baguettes in de fenomenale rockgroep Dionysos maar mag nu voor de tweede keer haar zonnige solozijde laten zien. Nou ja, solo, ze krijgt vocale hulp van de gruizige held Arthur Higelin, van haar Dionysos-vrienden en van haar broer. De liedjes gaan over ruimtehondje Laika, over de liefde, over gekke dromen en over winkelen in London. Noem haar gerust een blije, niet-godsdienstige Tori Amos. De liedjes zijn ingekleurd met strijkers en piano natuurlijk en die heerlijke meisjesstem van Babet. Die Engelstalige uitstapjes hadden van mij niet gehoeven, dan wordt de verbeeldingskracht gelijk afgeplat.

File: Elodie Frg - La fille daprs-midi
File Under: Verboden liefde
File: Babet - Piano Monstre
File Under: Blije Tori
Electric Wire Hustle - Electric Wire Hustle / Fat Freddy's Drop - Live At Roundhouse
Dansmuziek uit Nieuw Zeeland. Verder dan Recloose (maar Matt Chicoine is eigenlijk een Amerikaan) en Fat Freddys Drop kwam ik ook niet. Het trio Electric Wire Hustle heeft elementen van eerder genoemde acts: de drummer van Reclooses liveband is EWH-lid, en zanger MaraTK is minstens zo zoetgevooisd als FFDs Joe Dukie. Zeker als de ritmes richting Kingston lonken, is de vergelijking met Dikke Freddy makkelijk gemaakt. EWH is echte meer hiphop dan reggae, de basdrum hamert werkelijk tegen je oorschelpen. Dat geweld, de verleidelijk zang en een felle anti-atoom-aanklacht als Burn bewijzen dat EWH wel een sfeertje kan bouwen, maar er is meer nodig voor goeie liedjes.
Die hebben de landgenoten van Fat Freddys Drop wel, ze nemen er zelfs behoorlijk de tijd voor. Geen enkel nummer op hun tweede live-plaat klokt onder de tien minuten, dus daar mag je als luisteraar best even bij gaan liggen. In vergelijking met de studioversies duren de live-uitvoeringen twee keer zo lang. Helaas zijn ze niet dubbel zo goed. Zestien minuten meegrooven op het doordenderende Shiverman (het meest house-y nummer hier) is geen straf, als je erbij was in het Londense Roundhouse tenminste. Thuis op de bank weet je het halverwege wel. Of had ik die joint toch helemaal moeten oproken?

File: Electric Wire Hustle - Electric Wire Hustle
File: Fat Freddy's Drop - Live At Roundhouse
File Under: Sounds nice, mate
File Audio: [MySpace EWH][MySpace FFD]
Lea - Can I Come By?
We hebben in Nederland een country(kuch)ster die denkt dat je plaat pas echt internationaal klinkt als je die in Amerika opneemt met een pak dure hired guns. Dat je je liedjes het beste samen met een voormalige poedelrocker kunt schrijven. En dat je voor de fotografie en je clips door de visagie-mangel moet worden gehaald zodat je eruit ziet als een Oost-Europese pornoster. Daar heeft Ilse DeLange inderdaad gelijk in, zult u zeggen, kijk maar naar het succes van haar recente plaat Next To Me. We hebben in Nederland ook een countryster (niks kuch) die het niet van uiterlijk vertoon moet hebben, die wel naar Amerika is geweest om te spelen en inspiratie op te doen maar haar eigen geschreven liedjes gewoon in Weesp opnam met een stel gezonde Hollandse jongens. En die daarmee eerlijker, puurder, geloofwaardiger en ontroerender is dan de ex-schoenenverkoopster uit Twente. Lea is hoorbaar onder de indruk geweest van Loretta Lynn, Lucinda Williams en Bruce Springsteen, ze maakt dus ook verhalende liedjes over heimwee naar huis, over relaties die niet helemaal lekker lopen, over ziekte en dood. Of over Eric Clapton. Can I Come By is vooral zo geslaagd omdat je voelt dat alle liedjes persoonlijk zijn, dat Lea niet eerst aan het effect dacht maar of het verhaal wel goed genoeg was. De schitterend-wanhopige afsluiter "My Side of the Wall" is ook nog eens (samen met Charlie Des "Leaving Me") het mooiste huilliedje van het jaar.


File: Lea - Can I Come By
File Under: Mag altijd langskomen
File Video: [YouTube-bootlegs][Promovideo]

