Rachel Unthank & the Winterset - The Bairns
Een promo-cd in de bus, louter gehuld in een doorzichtig plasticje. Buiten naam en albumtitel geeft de disc geen informatie prijs. Tabula rasa beluister ik de minimale folkmuziek: twee stemmen, piano, een strijkje en hier en daar wat percussieaccenten. Klassiek geschoold, die Rachel Unthank, dat hoor je wel. Ook fan van musicals. Stem is niet denderend, beetje vals zelfs. En na het zoveelste epos waarin een "me laddy" het weer eens verprutst door te sterven, te verdwijnen of Rachel dronken in elkaar te slaan heb ik het wel gehoord in elfenland. The Bairns duurt sowieso veel te lang. Toch nummer 6 blijft beklijven, "Blackbird", onvervalste country. Stem(men) hier wel prachtig, van velours. Strategische tips voor de eventuele promopraatjesmaker: roem niet Unthanks Epische Kwaliteit en maak geen gewag van Filosofische Diepgang, halveer het album en prijs haar eenvoud.
File Under: De te lange winterset met Rachel
File Audio: [ MySpace]
Fidget - Ashes & Dust
Meteen valt op aan Fidget: zanger/gitarist Tom Jeske heeft een enorme strot. Zangeres Darline Fae Rubi trouwens ook, beetje schel, alsof er steevast luchtbelletjes in haar keel zit. Tom en Darline wisselen de zangpartijen in de nummers af, voeren soms gesprekjes. Deze veelzijdige interactie tilt de band uit het overvolle segment van de melodische emopunkpoprock. Daarbij komen dan nog de jaren '70 riffs en wahwah solo's van gitarist Felix Ohmes, de metalbreaks van drummer Micha Czernicki, instrumenten als theremin, klokkenspel en percussie en samples van wegstervende kozakkenkoortjes. Volgepropt met deze ingrediënten is Ashes & Dust een explosief brouwsel dat dankzij de heren Schiwek en (drummer) Czernicki uit de boxen knalt. 'Fidget' betekent rusteloos bewegen. In dit geval een speaking name. "All seems meaningless" galmt het op een stampende discobeat die bruist van het leven. "Take or leave" is een grote melodie, gezongen door grote stemmen. In Duitsland en Oost-Europa speelde Fidget het afgelopen decennium al 400 concerten. De West-Europese podia laten blijkbaar nog op zich wachten, maar met de deal met van Redfield Records onder de arm zal dat niet lang meer duren.
File Under: Geile Muke!
File Audio: [ MySpace]
Beef - The Original
Terwijl regen en natte sneeuw het oude huis geselen en gure nawinterse winden er door alle gaten en kieren gieren, ontwaakt Beef - Neerlands hoop in donkere dagen - over mijn stereo uit een jaarlange winterslaap. En zoals een regendans nooit de oorzaak zal zijn van een eventueel losbarstende plensbui, zo zullen ook de zonnige klanken van Beef dat niet zijn voor de komende zomer, maar als markering van de seizoensovergang komt The Original precies op tijd. In de permanente wederkeer van het zomerseizoen ligt een grote geruststelling besloten. Een dergelijke geruststelling speelt ook bij het beluisteren van het vierde studioalbum. Zo zal zanger Pieter Both, die steevast een zuigje van de heliumballon heeft genomen, op de zomerfestivals ongetwijfeld weer stralend middelpunt zijn van massa's deinende feestgangers en zal de opnieuw gebeefte Krezip-tearjerker "I Would Stay" vast nog weer een keer een hit worden. Origineel is The Original niet, maar goed, goed is het wel: Both's boerenwijsheden in one-liners als 'A lie is a try to deny the truth', de muzikanten uit de strakke band die hier en daar fijne stempeltjes drukken - de drumfills in opener "The Original", Zappa's beroemde gitaarsolo "Black Napkins" in "Intrudah", de blaaspartijen van The Special Request Horns op "Rich Man". "Goddank ben ik geen recensent, want dan zou ik niet weten waar ik mijn azijn moet uitgieten", heeft Peter Slager van Bløf volgens de bio gezegd. Hoewel deze uitspraak vooral Slager's indruk van recensenten tot uitdrukking brengt, zou ik inderdaad ook niet weten waar enig kritisch venijn te moeten spuien. Muziek waarin de zon schijnt onttrekt zich vandaag de dag aan iedere neerslachtigheid.
File Under: Geruststellend zomers
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Je mag best zeggen dat je het kut vindt]
Sean O'Brien - Seed Of Mayhem
Sean O'Brien is een veteraan in indieland. De afgelopen 25 jaar maakte hij deel uit van een hele trits Californische bandjes zoals het 'power pop quartet' Meantime, het psychedelische True West, Denim TV en tot slot het 'powerful punkpop quartet' The Mariettas. Nu is O'Brien al enkele jaren op de solotour (met begeleidingsband The Dirty Hands) en heeft hij een tweede soloplaat uitgebracht, Seed of Mayhem. Verschillende nummers erop stammen nog uit het Marietta-tijdperk, maar meer nog is het album qua stijl en thematiek een weerslag van zijn veelzijdige carrière en nog veel bredere smaak - O'Brien laat zich inspireren door zo'n beetje het hele poprockspectrum. "This Could Hurt" is door Iggy Pop geïnspireerde glamrock, surfgitaar op "Stumblebum", psychedelica in "Possum Ate The Catfood" (een poging om de spirit van "Tomorrow Never Knows" te pakken te krijgen), noiserock uit de garage ("Tranny Ignored"), een middle of the road steelgitaartje op "Damned either way", ska met trompetten en accordeon in "Dough See Dough", Television-hommage "Torn Sweater" - het gaat maar door. Niet iedere stijloefening is succesvol. Dat ligt vooral aan de grillige vocale capaciteiten van O'Brien, die hier en daar wel erg vals schuren. Niettemin is zijn timbre aangenaam en in het echt sterke "Eyewear" klopt het dan weer wel helemaal. In zijn teksten vecht O'Brien tegen de bierkaai van kapitalisme en neo-cons. "7.5" gaat over het tijdschrijfformulier dat hij elke week moet invullen om zijn salaris te ontvangen - leven van de muziek is er na 25 jaar (nog?) niet (meer?) bij. "Cleaner That Way" is een deuntje vanuit het perspectief van Bush, Cheney en Rumsfeld, maar dan zonder redactie van de spindoctors. Maar wel zijn toddlerdochtertje een lijntje laten meezingen in de cynische zwartgalligheid - maar dat is dan natuurlijk geen brainwashing, want het spreekt vanzelf dat O'Brien zelf aan de goede kant staat.
File Under: Grillige stijloefeningen
File Audio: [ MySpace]
Shamrain - Goodbye To All That
De eerste vier maten denk ik nog met een verloren gegaan Radiohead-album te maken te hebben (In Shamrainbows of zo), zelfs het artwork wekt sterk de suggestie. Gelukkig blijkt dat schijn, want het zou schrijnend zijn gesteld met Yorke en consorten. Zanger Mika Tauriainen van het Finse Shamrain zeikt namelijk. Over vriendinnen die hem zeggen dat de hemel zwart is, over dat we de aarde niet meer kunnen dragen, over dat de dood hem op kousenvoeten komt halen, over regendruppels die hij met gebogen hoofd tegen de ruiten hoort kletteren. "Sham"rain? Niks sham, het gaat gewoon de hele tijd over regen. Ook op metaniveau: vrijwel identieke composities volgen elkaar op, als druilerige dagen in een Hollandse winter. In "Silent Lullaby" zeikt het: 'you're not the only one in pain, a life under pouring rain.' Ik zit me nog te identificeren ook met dit tenenkrommende gezeik, omdat ik het moet aanhoren. "Nobody remembers your name" is de druppel. Wat een gezeik. Ontsnappen naar een plek waar de vogels nog wel fluiten en waar iemand misschien zelfs je naam onthoudt. Shamrain is het treurige bewijs van de effecten van de poolnacht op de psyche van de noordelijke volken. Dat de zomer toch gauw komen moge! Dan kruipt Shamrain maar weer lekker in hun depressieve onderaardse hol en gaan we weer lekker luisteren naar Sam the Sham and the Pharaohs.
File Under: Het zeikt van de Shamrain
File Audio: [ MySpace ]
Pinback
'Verdomme man, al die mensen! Ik moest snel naar buiten!' Jetlagged en rillend van de kou staat Rob Crow op de zeiknat geregende stoep voor het Rotterdamse Rotown. Een gure wind snijdt door de troosteloze tochtgoot die de Nieuwe Binnenweg is. 'Al die mensen komen wel voor jou.' 'Jaja, dat zien we straks wel weer. Nu wil ik alleen maar slapen.' In de lounge van het vlakbij gelegen hotel ploft Crow met gezonde tegenzin neer in een leren fauteuil en kijkt verlangend de gang in die naar een klaarliggend bed leidt. Het was niet mogelijk in de kleedkamers van Rotown te interviewen, want daar lag iedereen al te slapen. Ook Zach Smith, bassist en medecomponist van Pinback, zal nu onderhand de ogen gesloten hebben. Tijdens onze dwaalgang door het labyrint van Rotown passeerde hij ons nog zonder een woord te zeggen, zijn gezicht asgrauw, als een slaapwandelende zombie. Kortom: Rob Crow is weer eens de lul. Terwijl de anderen lekker hazenslaapjes doen moet hij weer uitleggen hoe Pinback aan zo'n aparte sound komt, waarom de Rolling Stones moeten worden geëlimineerd en dat Penelope de wreed veronachtzaamde goudvis van Zach is.
Lees verder..Hollywood Porn Stars - Satellites
Wat is het toch mooi als twee distorted gitaren door elkaar heen scheuren terwijl elk zijn eigen klankkleur behoudt. Het getuigt van een bewonderenswaardig inzicht in de equalization van het geluidsspectrum. Nog meer bewondering voor de Hollywood Porn Stars' -sound krijg ik als ik erachter kom dat alles live (door Christine Verschorren) in de Brusselse Caraïbes Studio is opgenomen. Verschil tussen studio en podium is er niet als we de geluidsbeelden moeten geloven die in het filmpje Satellites the Making naadloos overgaan van de liveopnames in een Luikse club naar de liveopnames in de studio. Ik geloof ze. "Het zijn meer de nummers dan het muzikale genre dat de doorslag geeft", zegt bassist Eric Swennen even daarvoor. Toch bewegen de Hollywood Porn Stars zich op Satellites voornamelijk in het bomvolle segment van catchy poprock met een vleugje emo. Het enigszins gothic -intro van "Young Girls" valt nog het meest uit de toon. De stem van zanger Anthony Sinatra doet sterk denken aan Feargal Sharkey van The Undertones. Hier en daar klinkt Sinatra ietwat uitgeblust, maar ondersteunende gitaarlijnen en vocale versterking van medegitarist Redboy geven de nodige boost in de harde nummers. In de sterke afsluiter "There is a God" getuigen de Hollywood Porn Stars hun voluntaristische overtuigingen aangaande de Almachtige: 'he loves us, he hates us, he's trying to save you, he kills us, he fools us, he feeds us, he eats us, he leads us... (etc.)' De Heere is alomtegenwoordig bij de Porn Stars. En Hij zag dat het goed was. Niet omdat Hij goed is, maar omdat Hij het wil. Zeker en vast.
File Under: Jaune Orange
Music: [ MySpace]
Video: [The Making of]
Jean-Paul Heck - Fuck You Very Much
"Ik heb geen agenda, ik wil verdomme gewoon een leuk verhaal maken." Met deze insteek - die niet gespeend is van een fikse relativering aangaande het enigszins dubieuze métier van popjournalist - benadert Jean-Paul Heck zijn
gespreksonderwerpen: supersterren van vandaag de dag. En dat blijken - op Amy Winehouse en Michael Bublé na - voornamelijk oude rotten te zijn. In potentie hebben supersterren natuurlijk genoeg 'leuke' verhalen te vertellen, maar vanzelfsprekend zijn ze niet. De vraag is dus of het Heck lukt ze hun te ontfutselen. Dat lukt. Zo vindt Liam Gallagher System of a Down kozakkenmuziek en Thom Yorke een fookin' kabouter, eet Tom Waits heimelijk snoepjes in de auto en liegt daarover tegen zijn kinderen op de achterbank en vernemen we van James Brown dat Robin Hood ongetwijfeld tot het negroïde ras behoorde. Soms levert het sujet in kwestie met karakteristiek gedrag gedurende het interview zelf al genoeg stof op voor een 'leuk' verhaal, en weet Heck het ook 'leuk' te vertellen - wat natuurlijk doorslaggevend is. Zo verbreekt Shane McGowan tijdens het interview letterlijk met vallen en opstaan zijn al 'maanden' volgehouden clean state als een Duitse fan - McGowan: "Heb je ook een nazi-zusje?" - hem een lijntje coke komt aanbieden. In vergelijking met collega Serge Simonart, die in zijn Off The Record zijn gesprekken 'met de grootste rocksterren van vandaag' vrijwel integraal overneemt - dus ook al zijn uiterst gedetailleerde vragen er volledig in opneemt - cijfert Heck zich meer weg, de ogenschijnlijke monologen soms wel erg stevig larderend met alinea's vol biografische informatie (twee interviews met Amy Winehouse leverden slechts een handjevol citaten op en amper vijf pagina's tekst). Met Heck op de achtergrond is het rustig lezen. Simonarts constante opwerpen van diep uitgeplozen balletjes zorgt ontegenzeglijk voor gesprekswendingen die de gebaande paden doen verlaten, maar heeft tegelijkertijd ook iets drammerigs, een kunstmatig prikkelen van het onderwerp van gesprek omwille van het onderwerp van gesprek. Prikkelen doet Heck liever met venijnige vraagjes:
James Brown voor de voeten werpen dat hij zo loyaal is ten aanzien van zijn vertrouwelingen door ze op te voeren als medesongwriters, waarop aanwezige manager Mr. Bobbit terstond ongemakkelijk op zijn stoel begint te schuiven.
En als B.B. King zichzelf vergelijkt met een grote dikke eikenboom dan merkt Heck droogjes op dat hij al 16 eikeltjes heeft laten vallen. 'Zoveel zijn er althans geregistreerd ja', retourneert de ouwe, playful as ever.
File Under: Gewoon leuke verhalen
Picastro - Whore Luck
Het heeft even geduurd voordat ik het in de muzikale wereld van Picastro kon uithouden. Het is alsof je het universum van de Canadese geesteszieke sonische jeugd binnenstapt. Het buitenaardse piepstemmetje (van een vrouw, Liz Hysen, zo bleek), de jankende viooltjes, pomporgeltjes, het minimalistisch getokkel op brakke snaarinstrumenten; tegen een achtergrond van zachte, distorted noise schept dat alles een lugubere, fluweel ondergrondse sfeer. Dit is geen ondergangsmuziek, maar muziek van ver na de Apocalyps. Alles klinkt gebroken, vals. Maar vol stemming. "Friend of Mine", het derde nummer van de plaat, is juist mede door het tingeltangelende pianootje prachtig en heeft zelfs een zweem van toegankelijkheid voor een breder publiek. Maar vanaf dan luidt de diagnose onverbiddelijk "ernstig gestoord" en volgt het ene abnormale toonkunstgewrocht de ander op. Als het autistische "If You Have Ghosts" - cover van paranoïde schizofreen Roky Erickson - al niet in een inrichting is opgenomen, dan het claustrofobische getokkel van "Stair Keeper" toch zeker op de gesloten afdeling daarvan. En helemaal aan het einde van de lange witte gang, in de isoleercel, weet Hysen met het schuren van strijkstokken langs verroeste snaren treffend het zwoegend bestaan van een "Towtruck" te evoceren. Zelfs een dergelijke machine zal haar nog niet uit het moeras van krankzinnigheid kunnen takelen. Maar dat hoeft ook niet. Laat haar maar juist verder aftakelen; het komt die muziek alleen maar ten goede.
File Under: Knetter(te)gekke gewrochten
File Audio: [ MySpace]
Devastations - Yes, U
Vroeger keken we voor de grap wel eens naar Miami Vice op ZDF. Hilariteit als Sonny een nagesynchroniseerd "He du, Crockett! Laß dein Kanon fallen!" om zijn oren kreeg. De schoudergevulde bad-guy [ziehier voor een geniaal exemplaar daarvan] verloor aldus het laatste greintje geloofwaardigheid, om er een onmetelijke cultstatus voor terug te krijgen. De in Berlijn residerende Devastations brengen terug naar die tijden. Met hun gladgekamde matjes en zweetsnorretjes blikken ze je vanaf de hoes in al hun serieusheid aan. In de zwoelduistere, door synthesizers en drumsamples opgetrokken atmosfeer van "Black Ice" waarmee Yes, U - hun derde album - opent, blijft de geloofwaardigheid echter alleszins behouden. Dit is muziek die juist uit de speakers klinkt als je in de stijlvolle classic cabrio die je nooit zult bezitten onder een van wolkbreuk zwangere hemel over Santa Monica Boulevard scheurt, op weg naar dat exclusieve feestje op Mulholland Drive waar je nooit voor zal worden uitgenodigd, alle zich naar huis reppende surfdudes en skategirls met stomheid geslagen achter je latend. Een ironische houding ten aanzien van op papier potsierlijke tearjerkerteksten als Oh me oh me oh my, marry me' is niet per se nodig; bassist Conrad Standish draagt ze met verve. Met zo'n verpletterend emotioneel soundspectrum in huis kun je met een epische ballade als "Rosa" al tot een zinderend hoogtepunt komen (dat teasend lang wordt uitgesteld, maar na een hartverscheurende break goddank losbarst in Tom Carlyons orgie van gitaarnoise) - en dan zijn we pas bij nummer 3. Nu al een aanrader.
File Under: Briljant atmosferische noise noir
File Audio: [ MySpace]
File Video: Video
VA - Pet Series Volume 6 - The Mouse
Voor mij ligt Volume 6 van de Pet Series, met het thema The Mouse. Wederom krijgen twaalf naar cont(r)act zoekende indiebandjes een kans van zich te laten horen. Ik zet de plaat op en vertrouw mijn eerste indrukken meteen toe aan dit stukje. Raphelson's "Starling Birds" is een prachtig rêverietje, voorbij voor ik het door heb. De galmende kopstem van Marcus Forsgren van The Lionheart Brothers herken ik direct van de Ten-DVD en "The Nut" is weer zo'n fantastisch sferisch spacenummer. LPG priegelt een atmosfeertje in elkaar waarin alles gezellig kraakt en klingelt totdat een monotoon ge-aahh het enigszins smoort, maar het dan gelukkig nog omslaat in een hemels koortje. Marten de Paepe en Chantal van der Leest horten en stoten klanken uit die naar woorden neigen - "Mole In The Ground" kabbelt geruisloos voorbij. Sylvain Chauveau beperkt zich in "The Phonecall" tot het strijken van wat viool-en cellosnaren. Fauve trekt zich in het sterke "Retreat" terug in een sprookjesachtige soundscape vol oosterse getokkel, getjirp en gefluit. Stafraenn Hákon evoceert in "Sullaveiki" een veel monotoner muzikaal landschap, de reis er doorheen is langdradig. Ndromeda brengt in "Lurelei" niet de sirene waar ik nu toch wel naar begin te verlangen. Met het vrolijke "Lisa's House" doorbreekt Hero Horns de melancholische Weltschmerz waarmee Volume 6 tot nog toe is gevuld. De lange jam van The Retail Sectors is even interessant als de branche waarnaar de band zich heeft vernoemd. Mama's Homemade Dress brengt in "I stand corrected" met een stem van velours de langverwachte vocale verlossing. Summer Darling's "Hip Charade" sluit Pet Sounds 6 pittig af met de puntige drumritmes van Todd Spitzers remix.
Mocht je interesse hebben Pet Sounds gratis en voor niks aan je muziekcollectie toe te voegen, doe dan mee aan de prijsvraag. Ik heb geen idee hoe die in z'n werk gaat, maar klik op de volgende link en dan zal alles tot in de puntjes worden uitgelegd.
File: VA - Pet Series Volume 6 - "The Mouse"File Under: Een schot hagel, drie keer raak
Pinback - Autumn Of The Seraphs
Een jaar geleden kwam mij Blue Screen Live (2001) van Pinback ter ore - een gelukkig moment. Vrijwel meteen was duidelijk dat Armistead Burwell Smith IV (nu gewoonweg Zach Smith) en Robertdale Rulon Crow Jr. (voorheen gewoonweg Rob Crow) vanuit hun homestudio een kleine, doch markante niche in het immense soundspectrum van de alternatieve muziek hadden weten te stichten. Op zich niet verwonderlijk dat ze zich nu al jaren op hun unieke muzikale backyard vastpinnen en hoewel de door een of andere Babbitt (lees gerust Hobbit) bij elkaar gerookte crisishoes anders doet vermoeden, brengt ook Autumn Of The Seraphs geen muzikaal overstag. "Devil You Know" is zo'n typisch Pinback-nummer. Drum-, gitaar- en basloopjes haken ineen tot een ingenieus breiwerk van ritmische melodie c.q. melodische ritmiek dat, doordat het wordt opgehangen aan de contrasterend etherische zanglijnen van Smith en Crow, steevast op de voorgrond wordt geblazen. De teksten zijn daarom vrijwel onverstaanbaar en om het nog ingewikkelder te maken: niet alleen de zanglijnen maar ook de teksten van beide heren lopen nogal eens door elkaar - bovendien zijn ze enigermate enigmatisch. Ondanks dit alles houdt het geheel een lichtheid, het is niet te geloven. Toch is er een miniem doch markant verschil ingetreden ten opzichte van Blue Screen Life: de gelikte productie. De ruwe randjes zijn eraf gepolijst en dat gemis is pijnlijk merkbaar - het raakt minder. Hoopt Pinback met deze graduele koersverlegging op sluwe wijze hun achtertuintje uit te breiden zonder de fans van het eerste uur te bewegen naar alternatieven te zoeken? Zo ja, dan slaagt het duo met verve hoor, massa's nieuwkomers moeiteloos verwelkomend met een "Good To Sea (You)", terwijl de fijnbesnaarden zich kunnen buigen over de alternatieve spelling.
File Under: Geslepen ruwe diamant
File Audio: [From Nothing To Nowhere]
Therapy? - Music Through A Cheap Transistor - The BBC Sessions
Therapy? zag en hoorde ik enkele malen in levenden lijve live, en dat was toch altijd wel indrukwekkend. Vooral staat me nog een concert in Paradiso bij, ergens halverwege de jaren '90, waar de combinatie van drugs en rookgordijnen mij in de pogopit allerlei oriėntatieproblemen opleverde. Als ik op televisie de Therapy?'s festivaloptredens terugzag waarbij ik aanwezig was geweest, vielen die echter altijd tegen: zanger Andy Cairns kwam op het grote podium gewoonweg niet echt lekker uit de verf. De "je had erbij moeten zijn-factor" is op Therapy? sterk van toepassing. The BBC Sessions, waaronder die van het pre-Troublegum tijdperk natuurlijk door wijlen John Peel, overtreffen de enigszins laaggespannen verwachtingen: de opnames moeten tussen '91 en '98 uit de cheap transistors geknald hebben. Cairns is in de Britse studio's uitstekend bij stem - ongetwijfeld dankzij een eindelijk wel eens goed afgestelde monitorbox - en tilt nummers als "Nausea", "Disgracelands" en Joy Divisioncover "Isolation" boven de albumopnames uit. De vraag rijst een beetje voor wie de box een interessante aankoop is; het is geen Best-of ("Totally random man" staat er bijvoorbeeld drie keer vrijwel identiek op - let wel: de laatste versie klokt 5 seconden eerder af), het is niet echt live (met desoriėnterende rookgordijnen enzo) en er staat nog geen handjevol niet eerder gebrachte nummers op (lekker melig is Hank Williams' "Lost Highway" dat ook al eens gecovered werd door The Daltons, een aftreksel van de band waarmee Therapy? ooit nog wel eens is vergeleken, maar daar zelf in de verste verte geen aftreksel van is gebleken... Hint: schaarse gemeenschappelijke grond van beide bands is hun geboortegrond). Fijne plaat voor de echte fan dus.
File Under: Lekkere semi-liveplaat voor de echte fan
Kula Shaker
"Even voor de duidelijkheid: Kula Shaker is niet heropgericht maar gereïncarneerd." Ik monster de bleke Crispian Mills die tegenover mij een appel zit te schillen. Hij heeft een hypo en moet snel energie bijtanken. "Er is een groot verschil tussen heroprichting en reïncarnatie", vervolgt hij. "Om te reïncarneren moet je eerst sterven. En wij waren gestorven. Kula Shaker was morsdood. Onze ziel had ons lichaam verlaten en trad in verschillende toestanden van existentie, maar uiteindelijk reïncarneerden wij omdat het ons karma was dat te doen." Bassist Alonza Bevan kijkt me glimlachend aan. Monstert hij mij? Een oude vraag omtrent Kula Shaker speelt meteen weer op. Hoe serieus is de Indiase spiritualiteit die in hun muziek een belangrijk thema vormt? Is het niet toch eerder een gimmick, zoals menig criticaster eind jaren negentig meende?
Lees verder..Kula Shaker - Strangefolk
Meteen vanaf de eerste maten van opener "Out of the Highway" is het duidelijk: Kula Shaker is terug en niet echt weggeweest. Een kleine decennium geleden viel de band uiteen in het beginstadium van wat Strangefolk zou moeten worden, hun derde album. Nu, al enige tijd gereïncarneerd en al enkele korte tourneetjes achter de rug is dit album uiteindelijk gematerialiseerd. De uit duizend-en-één te herkennen Kula Shaker-sound blijkt bijkans volledig behouden. Het milde stem- en gitaargeluid van Crispian Mills, de pompende bas en achtergrondvocalen van Alonza Bevan klinken als vanouds tegen de achtergrond van Paul Winter-Harts opzwepende drumpartijen. Mooi zijn het mystieke "Ol' Jack Tar" en het zoete "Fool that I am"; "Super CB operator" rockt als tevoren. Toch is er een aantal voelbare accentverschuivingen. Nieuwkomer Harry B. Broadbent (Jay Darlington verkoos de voortzetting van zijn sessiemuzikantenbestaan als toetsenist van Oasis) laat zijn Hammondorgel hier en daar wel erg hard de seventies in gieren. Zijn introductie in de videoclip van de eerste single "Second Sight" getuigt dan wel weer van enige moed: met ontbloot bovenlijf trekt hij ten strijde tegen een figuur in konijnenpak. De ironische insteek heeft ietwat de overhand op Strangefolk - culminerend in de protestsong "I'm a dic, I'm a dic, dictator of the free world". Dit soort flauwiteit gaat helaas ten koste van de oosterse invloeden die zich beperken tot het sterke "Song of love/Narayana" (het laatste deel van dit nummer verscheen in '97 al op het Prodigy-album The fat of the land), een spraakgebrekkig verteld sprookje ("Strangefolk") en een verdwaald sitartje op "Hurricane season". Een reïncarnatie naar een verhoogde staat van klankvoordracht is Strangefolk niet, maar Kula Shaker keert zeker niet terug als wormvormig aanhangsel van haar korte doch imposante eerste manifestatie.
File Under: Kula Shaker reincarneert in Kula Shaker
Pearl Jam - Live at the Gorge 05/06
De superlatieven waarmee Pearl Jam over het algemeen wordt overgoten als het om hun live-registraties gaat, gaan wat mij betreft voor Live At The Gorge maar gedeeltelijk op. Versta me niet mis: Eddie Vedder zit in een prachtige band en is anno 2006 nog altijd fantastisch bij stem. Maar voor mij begint dat uitdijende live release program van Pearl Jam zo langzamerhand steeds meer te rieken naar pure ijdeltuiterij. En dit schuurt met het imago van bescheiden jongens dat ze al sinds jaar en dag uitdragen. De totale boxset bevat met drie volledige concerten bijna acht uur livemuziek. De selectie die mij daarvan ter recensie is toegezonden heeft er nochtans niet toe geleid dat ik aanschaf van het hele spektakel overweeg. Ook de wijze waarop de setlists zijn samengesteld verraadt mijns inziens een bepaald soort eigenliefde. Alles staat door elkaar heen: hits van het eerste uur, nummers van het laatste album Pearl Jam, b-kantjes, covers, rarities. Alsof alles het evenveel waard is gehoord te worden. En dat is niet zo. Veel b-kantjes en rarities stellen gewoonweg niet zoveel voor. Daarbij laat de uitvoering van 'One Of Rock's Truly Great Live Acts At Their Very Best' (om met het promopraatje te spreken) nogal eens te wensen overlaat. "Low Light" en "Big Wave" worden bijvoorbeeld wreed verkracht door de tenenkrommend valse tweede stem van drummer Matt Cameron. Maar ja, perfectionisten zijn de jongens van Pearl Jam nooit geweest, want ze zijn immers gewoon gebleven en dus schamen ze zich niet voor een foutje hier en daar. Live at the Gorge is vooral bedoeld voor de grote vaste fanschare die al vijftien jaar hondstrouw de arena's vult en die er ook dit keer 'weer bij waren'. Soms echter blijft de herinnering aan een concert mooier dan de herhaling ervan.
File Under: Live overkill
Ten! - Ten Years Of Sally Forth Records
Sally Forth Records viert haar tweede lustrum door middel van een dvd met tien videoclips van bands die zij de afgelopen jaren in haar stal heeft verzameld. In deze regionen een videoclip opnemen betekent onherroepelijk te maken krijgen met de uitdaging: hoe met weinig geld zoveel mogelijk te doen. De resultaten van dit creatieve proces zijn op Ten! wat eenvormig. Vrijwel iedere band is in een decor beland dat bestaat uit één, meer of minder aangeklede ruimte waarin, opgesteld in liveformatie, de nummers worden geplaybackt. Binnen deze eendere setting zijn verder ruwweg twee insteken te onderscheiden: bands als The Lionheart Brothers (met het mooie "Time River Floaty"), Blackstrap ("In Colored Ways") en This Beautiful Mess ("Don't Go There") komen tot arty farty clips vol close-ups van serieuze gezichten in onderaardse gewelven en kunstenaarsstudios. In "Clean" komt This Beautiful Mess zelfs tot een rudimentaire verhaallijn. Bands als Campsite ("In Case You Want To Talk It Out") en The Hot Stewards (Wham-cover "Edge Of Heaven") gooien het daarentegen op de camp-toer met foute zonnebrillen, discolichten en gekke bekken trekken. De computeranimatie van Magnusson Arrived From Fjörnebö ("Mary Go Round") is de enige uitzondering op de regel. In de extra's is nog een aantal live-registraties opgenomen. Eendimensionaliteit is hierbij nog sterker de gemene deler, maar de geluidskwaliteit is over het algemeen goed (vooral Blackstrap). De liveregistraties van de hard- en emocorebands van Sally beginnen professioneel met The Spirit That Guides Us, maar zakken langzaam tot het niveau van door meereizende vrienden handgeschoten opnames in krakershonken (Soapbox). Ten! zal al met al nog wel eens in mijn dvd-speler belanden, maar de televisie hoeft daarbij niet perse aan.
File Under: Meer voor het oor dan voor het oog
Black Francis - Bluefinger
Na de in artistiek opzicht mislukte reünie van Pixies - waarom het nieuwe album er nooit is gekomen wordt pijnlijk zichtbaar in de documentaire LoudQuietLoud - raakte Frank Black, die zelfs zijn naam in Black Francis had teruggedraaid, in een creatieve impasse. En dat mag natuurlijk niet gebeuren als je al sinds mensenheugenis ieder jaar minstens een dozijn (of twee) nummers uitbrengt. Dus ging Black Francis digging for fire, op het internet, stuitte op Herman Brood, was terstond obsessed en componeerde de "rockopera" Bluefinger. "Mach eck Engels sprekken?", prevelt Black Francis aan het begin van "Angels come to comfort you". Het klinkt verontschuldigend, alsof hij zich een beetje geneert voor zijn lijkenpikkerij. In elf nummers komen alle aspecten van Broods leven aan bod: zijn schilderijen ("Test pilot blues"), het junkieleven, de rock & roll (de cover "You can't break a heart and have it"), de zelfmoord (waarmee Brood volgens Black het Hilton heeft terug geclaimd van Lennon). "He was no saint but he was Dutch", vat Francis samen. Hoewel de versterkers hier en daar weer eens op 10 zijn gezet is van een radicale koerswijziging in Blacks solotour geen sprake. Toch gilt Black Francis zich met "Threshold apprehension" weer als hysterisch speenvarken terug op niveau. Voor wat hij ten tijde van Pixies jaarlijks vijftien keer op één album wist uit te brengen heeft hij in zijn eentje weliswaar vijftien albums (en vijftien jaar) nodig, maar tijdloze nummers als bovengenoemde blijven het wachten waard, altijd.
File Under: De ene zijn dood, de ander zijn brood
Bright Eyes
Als ik mijn ouderwetse analoge cassettetaperecorder installeer kijkt Conor Oberst geïnteresseerd toe. "Analog tape is the best", merkt hij droogjes op. Hij kan het weten. Al op zijn dertiende maakte hij in de kelder van zijn ouders opnames van zijn eigen nummers op een viersporenrecorder. Op het nieuwste album, Cassadaga, lijkt het analoge stramien van voorheen vaarwel te zijn gezegd. In vergelijking met de doorgaans sobere opnames van eerdere albums vallen nu de immense sound en de weelderige orkestratie op.
Oberst: Bij Wide Awake en Digital Ash [de twee albums die in 2005 gelijktijdig uitkwamen] hadden we heel sterk de insteek twee homogene, los van elkaar staande platen te maken waarin de verschillende aspecten van onze muziek scherp tot uiting konden komen. Met Cassadaga deden we eigenlijk het tegenovergestelde. We gingen de studio in en namen zo’n dertig nummers op, om op een gegeven moment eens terug te kijken welke daarvan bij elkaar op een album zouden kunnen horen. En wat betreft de orkestratie: we hadden altijd al wel wat strijkers in onze nummers, maar we probeerden meer een orkest te imiteren door middel van multitracking. Voor Cassadaga heeft [pianist, trompettist] Nate Walcott alle arrangementen thuis geschreven en mij daar telkens demootjes van gestuurd. Aan die opnames zijn we flink gaan sleutelen en huurden we uiteindelijk een ensemble in om alles echt op te nemen. De benadering van dit album was al met al minder doordacht en we hebben in vergelijking met vorige opnames meer tijd voor het hele proces genomen.
Lees verder..Crowded House
In een zonovergoten suite van het majestueuze The Grand aan de Oudezijds Voorburgwal ontmoet ik een opgewekte Neil Finn. Een schril contrast met de er enigszins verwilderd uitziende Nick Seymour die - pas zojuist in Amsterdam gearriveerd - beneden in de lobby nog een kop koffie zit te drinken - om wat tot rust te komen; ze hadden hem in Londen gewoon in de incheckrij laten staan en het vliegtuig zonder hem laten vertrekken.
Finn: Ah, Nick is gearriveerd? Mooi. Alhoewel, jammer dat hij het Amsterdam van gisteren heeft moeten missen. Ik heb heerlijk door het Vondelpark gewandeld. Verbazingwekkend veel mensen daar, is dat elke zondag zo? Alleen als het mooi weer is natuurlijk. Maar er gebeurde van alles: mensen spelen spelletjes en er was een openluchtconcert, heel leuk allemaal.
FU: Ja, nu is het prachtig weer, maar in feite is het heel wisselvallig. Volgens velen wordt ook hier de klimaatsverandering merkbaar. Een vriend van me zou het niet verbazen dat er binnen afzienbare tijd pelikanen en kraanvogels zullen neerstrijken in de vijvers van het Vondelpark. Parkieten gedijen er overigens al jaren.
The Icarus Line - Black Lives At The Golden Coast
Iggy Pop is nog lang niet dood, maar zijn gedoodverfde reïncarnatie staart me al indringend aan: Joe Cardamone, roerganger van The Icarus Line. Op de achterzijde van de hoes grijnst hij zijn gele tanden bloot ter uitnodiging voor het cruiseprogramma van 2007: Black Lives At The Golden Coast. We vertrekken met "Black presents" uit Port Primus. Na deze onstuimige afvaart brengt de monotone basriff in "Fshn fvr" ons diep in de machinekamers waar de mantra's 'anyone who's anyone, someone is anyone, no one is anyone, no one is no one' The Icarus voortstuwen door de experimentele geluidsgolven die gitaristen Jason Descourse en James Striff opwerpen. Op Black Lives zal terra incognita meerdere malen worden aangedaan. Maar met het titelnummer en het uitstekende "Get Paid" koerst The Icarus Line ongegeneerd in het zog van The Stooges. Sinds 1969 heeft de tijd echter niet stilgestaan en onderweg wordt dankbaar proviand ingenomen op historische pleisterplaatsen als Sonic Youth en The Jesus And Mary Chain. De stampende zeeën van garagerock komen tot relatieve rust in een nummers als "Victory Gardens" en "Amber Alert", doldrum van psychedelische schoonheid; hier begint de trip pas echt. The Icarus Line zijn stilistische hoogvliegers, maar nergens branden ze zich aan de lichtende voorbeelden. Zelfs niet als ze in het afsluitende "Kingdom" met trompetten en violen in een Led Zeppelin stappen en met de bijbehorende bombast het sonische luchtruim verlaten. Fantastical voyage.
File Under: Fantastische trip
File Audio: Hier
Gossip - Standing In The Way Of Control
Als band is het altijd handig een zogeheten unique selling point te hebben. Beth Ditto van de Amerikaanse band Gossip gooit haar voluptueus geproportioneerde lijf in de strijd. Tezamen met een luttele drummer en gitarist benadert ze rock & roll niettemin vanuit een less-is-more benadering, zo lees ik in de biografie. Grappige paradox. Helaas resulteert deze insteek op Standing In The Way Of Control in een ietwat teleurstellend iele sound. De te overheersend op de voorgrond gemixte drumpartijen drukken de eenvoudige riffs van gitarist Brace op de achtergrond, en helaas verdwijnt ook de bij tijd en wijle lekker rauw schurende stem van Ditto in het toch wat rechttoe en rechtaan gestamp. In de teksten lijkt gossip als thema niet perse uitgewerkt. In opener "Fire with fire" steekt Ditto obese lotgenoten eerder een hart onder de riem met zinsneden als "Big and small, it makes no difference". Niet echt smeuïge tekst, maar eerder humanistische moraalridderij. In interviews windt Ditto er minder doekjes om en noemt ze zichzelf een "fat, ugly bitch", en nog lesbisch ook. Maar ja, als je er zó openlijk voor uit komt, wat valt er dan nog te roddelen? Goed, tot zover het conceptuele geëmmer: Beth Ditto schijnt op het podium een hele persoonlijkheid te zijn en flink laag te gaan. 27 juni staat Gossip in de Melkweg. Ik ben benieuwd of de gig nog wat achterklap in de reacties oplevert.
File Under: Op plaat weinig body
File Audio: Hier
File Audio: Hier
The Films - (performing) Don't dance the rattlesnake
Het omslag oogt alvast veelbelovend. Een vuige vamp met ratelslang om haar nek loert je slinks met één oog aan van onder haar ten gallon hat. Net een poster van een of andere western-klassieker. Op de achterzijde een gruizige foto met The Films, in een soort fusie gezeten aan een tafel vol lege bierblikken, asbakken, etensresten en een ezelsmasker. Vier very verveelde motherfuckers uit de afgoot van de US of A. Junkies. "It's been a circus of a weekend, and I can barely make my knees bend. And I feel like a rat or something dirtier than that and hanging out with my diseased friends. Now I'm dying for a pain kill, and I'm a sucker for a cheap thrill. So I go cash my check and throw out my self respect and find the doctor with the sweet deal..." Aangenaam, dit is het eerste nummer van ons debuutalbum.
De muzikale vertolking van dit smeuïg nihilisme geschiedt gelukkig in levendige, volledig op The Strokes geënte garagerock. Daarvoor is ook in 2007 vast nog ruimte genoeg in westerse portemonnees en concertzalen. Catchy composities als "Belt Loops" en "Black Shoes" kunnen zo maar hitjes worden. Hopen voor de fans dat The Films de tour uitzingen en het circus niet - zoals het album - eindigt in een "Bodybag": "I dreamed we woke up side by side in a bed. Our bodies were both lifeless, the sheets spattered red. There were holes in our chests, looked like bombs had gone off. Our hearts had escaped but our bodies were lost. We can't rely on an alibi, cause our hearts came back in a bodybag."
File Under: Explosief nihilisme
1990s
FU: Ik ben m'n aantekeningen vergeten, dus jullie moeten me een beetje helpen, ok?
Zanger John McKeown, bassist Jamie McMorrow en drummer Michael McGaughrin, netjes naast elkaar gezeten op een rode bank, beginnen meteen te melig te doen. "Hij is zijn aantekeningen vergeten! Wat nu? Moeten we hem helpen? Of zullen we hem misleiden?" Al drie dagen hangen ze maar een beetje rond in deze kleedkamergewelven van Paradiso. Twee avonden verzorgden 1990s het voorprogramma van de Kaiser Chiefs, vanavond sluiten ze de Schotse Londen Calling editie af. Refererend aan het nummer "Weed" vraag ik maar of ze niettemin met volle teugen hebben genoten van hun verblijf in de drugshoofdstad van Europa.
John: Jazeker, maar blowen doen we altijd na de show, nooit ervoor.
FU: Oh, dus jullie zijn wél erg serieuze muzikanten?
John: Nee, juist niet! Als je stoned bent ga je juist denken over dingen. Op een podium is dat niet zo handig. Ik schrijf de nummers wel on weed.
Gone Bald - DVD presentatie Nieuwe Anita 26 mei
"Who am I? I'm thirty-two years old now and I'm still dreaming about the same thing. So that makes me stupid? funny? or ridiculous? or very very heroic... Am I a stupid asshole who lost thirteen years of his fucking life?"
Met deze retorische vragen opent de korte documentaire van de DVD 100 ways to become cool, die tegelijk met het gelijknamige boekje en CD is uitgekomen ter gelegenheid van het twaalfeneenhalfjarig bestaan van de noiserockband Gone Bald. Aan het woord is Ivica Kosavic a.k.a. Razorblade Jr., oprichter en legendarisch frontman van de oorspronkelijk Kroatische band. Doorgaans is een retorische vraag stellen hem beantwoorden; uit de context is gemakkelijk op te maken of het gestelde hetzij bevestigend hetzij ontkennend is bedoeld. Razorblade's woorden klinken echter vertwijfeld en de onzekerheid die daardoor wordt geopend, zal in de rest van de documentaire(s) niet meer worden weggenomen.
Lees verder..




