Thirteen Senses - Contact
Bij beluistering van Contact vroeg ik me af: "hebben we eigenlijk wel een zoveelste Coldplay-achtige band nodig?" "Nee!" riepen de stemmen in mijn hoofd. Sommigen sloegen er zelfs met de vuist bij op tafel. Toen klonk schuin aan de overkant van het bureaublok waaraan ik huis op kantoor de vrolijke stem van onze jongste stagiaire: "Wat een leuke muziek heb jij op staan. Wat is dat?" En, weet je, ze had op dat moment groot gelijk. Opener en titeltrack "Contact" begint heel Coldplay-getrouw met piano, maar dat gaat snel over in meerstemmige gitaren vergezeld van violen die mensen die daar gevoelig voor zijn meteen meesleuren. Het volgende meer uptempo- nummer "All The Love In Your Hands" kan mij als liefhebber van een band als Slut heel erg bekoren. Maar zo rond track 3 wordt het wel een beetje voorspelbaar allemaal. De opbouw van de nummers kan je bij wijze van zo uittekenen: geschreven om de aanstekers de lucht in te krijgen (alhoewel dat met naderende rookverboden wel vaker mobieltjes zullen worden). Bij track 6 ("A Lot Of Silence Here") kakt de plaat helemaal in. Ik hoop dat Thirteen Senses - die op een eerdere plaat lieten horen wel degelijk impact te kunnen hebben - bij hun derde cd uit een origineler vaatje gaat tappen. Want of ze hier nog een keer mee wegkomen? Ik raak dus al snel mijn interesse kwijt, want Contact is helaas niet briljant of origineel, maar gewoon gedegen en meeslepend. Soms is dat genoeg. Voor mij nu eens een keer niet. De stagiaire luistert naar Contact op haar MP3-speler. De stemmen in mijn hoofd zwijgen verbolgen. Ach, die weten ook niet alles....


File: Thirteen Senses - Contact
File Under: Coldplay hoeft nog niet achterom te kijken...
File Audio: Op MySpace
Marc Almond - Stardom Road
Als gevolg van een ernstig motorongeluk in 2004 heeft Marc Almond in de afgelopen drie jaar geen nieuwe platen uitgebracht. Maar nu is hij terug met Stardom Road. Al in de jaren tachtig met electro-duo Soft Cell liet hij zien dat zijn voorkeur lag bij getergde liefdesliederen. Voor wie dat altijd al de interessantste kant van Almond was is het interessant om verder te lezen. De rest kan hier beter afhaken, want Stardom Road is een verzameling covers met hoog zwelg-gehalte. Marc heeft geprobeerd om in twaalf liedjes die iets voor hem betekenen en één nieuwe compositie (Redeem Me) geprobeerd zijn levensverhaal te vertellen. Of hem dat is gelukt ben ik niet zeker van. Wel ben ik er zeker van dat het een collectie songs is zoals alleen Almond ze kan maken. Hij heeft al eerder bewezen Dusty Springfield nummers goed aan te kunnen en "I close My Eyes And Count To Ten" is daar geen uitzondering op. Ook deed hij eerder covers van Gene Pitney wiens "Backstage I'm lonely" precies de juiste sixties-toon treft. Maar ook Bowie's "London Boys" past prima bij zijn galmende uithalen. En Barry Ryan's glamrock klassieker "Kitsch" is zo heerlijk bombastisch over-the-top dat ik het nu al mijn favoriete track van de cd durf te noemen. Helaas vertilt Almond zich een beetje aan Sinatra's "Strangers In The Night", waarvoor zijn stem toch echt een beetje te hoog en te licht is. Ook kan zijn jazzy duet met Anthony Hegarty (Anthony and the Johnsons) mij minder bekoren, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik niet zo'n jazz-liefhebber ben. Eigen compositie "Redeem Me (Beauty Will Redeem The World)" treft daarentegen zo'n lichtvoetige snaar dat het nummer me temidden van alle loodzwaar met violen bepakte nummers doet snakken naar gewoon weer eens een lekker electronisch Marc Almond album. Laten we hopen dat hij daar nu 'de kracht weer voor heeft'.


File: Marc Almond - Stardom Road
File Under: Heerlijk loodwaar zwelgen
File Audio: Almond's MijnPlek
Noblesse - Sound The Alarm
De eerste keer dat ik Noblesse hoorde viel meteen op dat de stem van zanger Orson Sven enorm lijkt op die van Brian Molko. Ook in sommige tracks op deze cd ("Emotion Vacation", "Soft Drum" en ballad "Heart Waxing Playboy") valt de vergelijking met zijn band Placebo - door de opbouw van de songs en het gitaargeluid - helemaal niet te ontwijken. Maar waar Placebo de laatste jaren steeds saaier en gelijkvormiger gaat klinken laat Noblesse op hun eerste volledige cd horen dat ze een veel bredere scope hebben. Openings- en titeltrack Sound The Alarm is een onvervalst vet bluesrock nummer. Andere tracks zoals "Oh My God" hebben een gedegen Nederrock-feel als de Earring in hun jonge dagen. Weer andere zijn typische indie-rocksongs die het vooral live heel goed zullen doen. Ondanks dit alles valt de cd me na ep Four Song Demo een beetje tegen. Ik denk dat het komt omdat de cd de verrassende energie van een live optreden mist. De productie van Henk (Hallo Venray) Koorn - die ook de ep produceerde - klinkt wat zompig en mist de sprankeling waardoor ik niet al vanaf de eerste beluistering de cd ingesleurd wordt. Bij een demo van vier nummers is daar overheen te komen, bij een volledige cd van elf tracks gaat het me irriteren. Dat neemt echter niet weg dat 'Sound The Alarm' een heel behoorlijke debuut-cd vol strakke nummers is. Nu alleen nog met mezelf afspreken dat ik het in een volgend stukkie over Noblesse NIET meer over Placebo zal hebben, want dat schrikt potentiële luisteraars alleen maar af. Iets wat een band die recht-zo-die-gaat hun eigen weg volgt niet verdient. Alleen al daarom hoop ik voor ze dat deze cd brede distributie en aandacht gaat krijgen.

File: Noblesse - Sound The Alarm
File Under: Maar ja, die stem hè?
File Audio: [Noblesse-Space]
Kaiser Chiefs - Yours Truly, Angry Mob
De cd is al een tijdje uit, maar onze hoofdredacteur vond dat ik 'm best nog wel kon bespreken. 'Makkie', dacht ik. Maar wat voeg je nog toe aan de veelal ronkende besprekingen die de cd al heeft gehad? Ik zou natuurlijk die van mij er gewoon aan toe kunnen voegen. Of een uitgebreide vergelijking maken met de eerste cd Employment. Te voor de hand liggend allemaal. De zelfde impact als die cd had heeft deze niet, want het is nu niet meer nieuw en fris. Zeggen dat de band zich verder heeft ontwikkeld dan? Te muso-jounalistiekerrig. Ach, ik vertel gewoon wat ik ervan vind. Ik vind Yours Truly Angry Mob een leuke, lekkere aanstekelijke cd. Omdat ik moet altijd glimlachen om hoe zanger Ricky z'n woorden lettergreep voor lettergreep op de tonen van de muziek uitspreekt. Omdat ze ondanks de air van guitigheid ook maatschappijkritisch zijn. Omdat de tamboerijn het perfecte ritme-instrument is. Omdat er ook op deze plaat weer onmiskenbare feestnummers staan. Omdat Kaiser Chiefs zo ontzettend Brits is (en dat vind ik nou eenmaal lekker). Omdat ze ondanks hun poppy-appeal ook flink los kunnen scheuren. En... oh ja, ik moet natuurlijk ook nog een beetje kritisch zijn... De plaat had van mij wel een track of twee korter mogen zijn. En ballads vind ik niet de sterkste kant van de Chiefs. Maar daarvan staan er gelukkig maar weinig op deze plaat. Daardoor vind ik Yours Truly, Angry Mob een betere plaat dan Employment maar ik ben er minder door verrast. En dit is dus een recensie waar jij, beste lezer, helemaal niets aan hebt. Had je een hekel aan de Chiefs, dan heb je die nu nog. Vond je ze net als ik geweldig, dan vind je deze plaat ook te gek. Mocht je 'm nog niet hebben, dan weet je nu misschien wat te doen. Dan heeft dit stukkie misschien toch nog zin gehad.


File: Kaiser Chiefs - Yours Truly, Angry Mob
File Under: Meer van het zelfde maar beter uitgewerkt.
File Audio: [Hier]
Scissors For Lefty - Underhanded Romance
Waarom speelde Scissors For Lefty eigenlijk niet op London Calling? Dat ze uit San Francisco komen mag geen argument zijn. Er hebben wel vreemdere eenden in die bijt gezwommen. Want, Scissors for Lefty klinkt eerder alsof ze ergens van de natte Britse Eilanden komen dan uit het zonnige Californië. Underhanded Romance klinkt daarentegen niet nat of gedeprimeerd. Integendeel, dit is een plaatje waar liefhebbers van dansbare indie-pop erg vrolijk van kunnen worden. De vergelijking met met de onontkoombare band FF (die ik maar met hun initialen aanduid) is te makkelijk, maar Scissors For Lefty tapt wel deels uit hetzelfde vaatje. Ook Killers en The Cars hoor ik erin terug. Niet toevallig ook twee Amerikaanse bands met licht Britse neigingen. In het nummer "X's Are Forever " waart de zelfs geest van Robert Smith rond. Niet in de laatste plaats door het wat geknepen stemgeluid van zanger Bryan Garza. De cd heeft een lekker rammelige indie-sound gecombineerd met een gladde Amerikaanse productie die perfect aansluit bij de makkelijk in het gehoor liggende liedjes. Hierdoor doet hun muziek me bij vlagen ook wat denken aan The Automatic. Iets té gladjes naar mijn smaak. Maar, als Scissors For Lefty net als die band op het podium wel een scherp randje blijkt te hebben, ga ik zeker graag een keertje luisteren!


File: Scissors For Lefty - Underhanded Romance
File Under: Iets te gladde indie-pop
File Audio: [(teasers)]
Little Man Tate - About What You Know
Grof gezegd kan je Britse bandjes op uiterlijk in twee categorieën indelen. Jonge nonchalante slungels die melodieuze liedjes zingen of uitgemergelde rattenkoppies die de ruige wereld om hen heen beschrijven. Little Man Tate is geen van beide. Daarvoor zien ze er te veel uit of ze elke zondag bij hun mum in Sheffield een stevige lunch krijgen voorgeschoteld. Ook de Argyle spencers van zanger Jon Windle geven niet meteen de indruk dat we hier met een ruige band te maken hebben. Maar laat je daardoor niet op het verkeerde been zetten. About What You Know zet met openingsnummer "I Hate Your Band" meteen venijnig lekker in. Ook de rest van de plaat staat grotendeels vol met uptempo songs die ik nog het liefst zou omschrijven als 'beatmuziek'in de beste traditie waarbij soms The Jam om de hoek komt kijken. De liedjes zijn kleine verhaaltjes over het dagelijks leven, liefde, meisjes, uitgaan, maar ook scherpe observaties en humoristische typeringen. "Court Report" bijvoorbeeld, verhaalt over een travestiete hooligan die eerst in jarretelles z'n woonkamer stofzuigt en daarna een auto in mekaar stampt. Het opzwepende "Down on Marie" is met een bisexueel triootje als onderwerp en opzwepende rock 'n roll ritmes de waardige afsluiter van een album waar je in een krap half uurtje doorheen raast. Jammer genoeg staan er ook wat mindere tracks op de plaats als het wat stroperige "This Must Be Love", wat dan wel weer de single is. Hoewel Little Man Tate niet zo hip of spannend is als stadgenoten Arctic Monkeys, met geweldige lalalaa-meezingrefreinen als in het nummer "House party at Boothy's" en een vrolijke podiumuitstraling zijn ze ook live heel goed te genieten.


File: Little Man Tate - About What You Know
File Under: Vrolijk opgefokte beatmuziek
File Audio: MySpace
Hugh Cornwell - Dirty Dozen (live)
In de jubileum-editie van Oor las ik een artikel uit 1977 over The Stranglers. Daarin liet Hugh Cornwell zich - volledig uitgelokt door verslaggever Peter van Bruggen - van zijn vrouwonvriendelijkste kant zien. Ik mag hopen dat 'ie ondertussen een beetje is bijgedraaid en dat mevrouw Cornwell (als die er is) een slimme op haar toekomst voorbereide meid was. Want als je nog steeds je brood moet verdienen met liedjes van een band waar je zeventien jaar geleden bent uitgestapt, zie ik het donker in. Echter, of Dirty Dozen een realistisch beeld geeft van waar Cornwell momenteel mee bezig is, weet ik niet, want de cd is een samenvatting van een 3-cd boxset die alleen via mail-order te koop was. Het zou dus kunnen dat daar meer eigen en recenter materiaal op staat dan op deze plaat. Voor dit moment moet ik het hier mee doen en bekruipt mij het ongemakkelijke gevoel beland te zijn in een retro-trip van in leren jacks gehesen vijftigers. Maar goed, de Stranglers waren in de punktijd natuurlijk eigenlijk al een beetje uit de toon vallende ouwe lullen. Bovendien ben ik zelf ook niet meer piep en moet toegeven dat ik de muziek in retrospect toch eigenlijk best lekker vind. De composities staan nog steeds hun mannetje en ook de warme stem van Cornwell lijkt niet aan de tand des tijds prooi te zijn gevallen. Ik kan me dus goed voorstellen dat de jonkies van Kaiser Chiefs, in dezelfde Oor, The Stranglers als inspiratiebron noemen. Maar of ze daar deze cd voor nodig hebben gehad betwijfel ik. Een typisch gevalletje van leuk voor de 'fifty quid blokes' (and ladies, natuurlijk) onder ons zal ik maar zeggen.


File: Hugh Cornwell - Dirty Dozen (live)
File Under: Ultra-retrotrip
File Audio: Hier Hugh
Markowski / Mucho Maestro
In al het publicitaire geweld rondom het Rotterdam Electronic Music Festival (REMF) van begin november zou je bijna vergeten dat er naast de elektronische (dans)muziek in Rotterdam ook nog een heel gezonde en diverse bandjescultuur bestaat.Markowski won eerder dit jaar de singer-songwriter finale van de Grote Prijs van Zuid Holland en mocht als onderdeel van de beloningen een cd opnemen. Porcupine's Sister is hiervan het resultaat. De oorspronkelijk uit Berlijn afkomstige Sonja, maakt laidback roots-liedjes die of je wilt of niet onder je huid kruipen. De instrumentatie is singer-songwriter traditie indachtig sober en akoestisch. Hierdoor krijgt de stem van Sonja - die in de intonatie bij vlagen doet denken aan Cheryl Crow - extra warmte en diepte. Zij durft de stilte toe te laten in haar liedjes wat de begeleiders ruimte biedt om subtiel een tapijt te weven waarop je je zonder zorgen kunt laten wegdrijven. Zeker bij afsluitende track 'Träume Süs' een teder slaapliedje wat elke luisterbeurt verder groeit. Markowski's muziek is geen pure singer-songwriter, geen pure country, en zeker geen rock. Maar met elementen uit al die genres creëert zij een eigen sound die in je dromen blijft rondspoken.
Mucho Maestro is het andere uiterste van het spectrum. Deze drie jonge honden nemen stijl serieus. In podium presentatie - compleet met bakjes snoepjes verspreid door de zaal - eyeliner en matching pakken, maar ook in sound. Zelf omschrijven ze hun muziek als "Tom Waits meets Primus in een rokerige whiskeybar, maar dan anders". Hun omschrijving dekt de lading maar ten dele, want wat Mucho Maestro produceert is niet zo een-twee-drie in een hokje te plaatsen. Intens, soms chaotisch, af en toe vrolijk, springerig dansbaar, inhoudelijk scherp en intelligent. Geen hapklare brokken dus, maar het wel waard om om je voor open te stellen. Aanradertje voor popliefhebbers die met stijl anders durven te zijn.

Files: Markowski - Porcupine's Sister, Mucho Maestro - Baby I Am Everywhere
File Under: Sommige dingen kan je niet in een hokje plaatsen
File Audio: Markowski Mucho Maestro
The Jack Stafford Foundation - Long Live Love
In mijn recensie van het vorige album van Jack Stafford bekende ik deemoedig mijn hoed op te eten omdat er nu wél leuke Britpop uit Nederland kwam. Die inmiddels verteerde hoed kan ik nu gaan vervangen door een geinige cojbojhoed want de Britpop is ver te zoeken op Long Live Love. Natuurlijk is Jack nog steeds op en top een Brit, compleet met tongue-in-cheek teksten, maar aan de muziek is het niet meer te horen. Die neigt nu veel meer richting de andere kant van de oceaan. En dat is niet de enige verandering. Waar Exes bol stond van venijn verpakt in catchy melodieën en wrange humor is Long Live Love - de titel zegt het al - een ode aan de liefde. Jack is namelijk verliefd. Verliefd op Jasmine, die hij ontmoette op de releaseparty van Exes. Nu vormen zij niet alleen een liefdespaar, maar ook het hart van de Foundation. En dat zullen we weten ook. Jasmine en Jack bezingen het wel en wee van hun relatie van begin ("Hollywood Goodbyes") tot nog lang niet het einde, 'warts 'n all'. De humor is bedekt met een dikke laag suiker, maar zeker nog te vinden. In "Together" beschrijft het stel de negatieve kanten van elkaar: 'You leave fistfulls of hair in the sink, My mother thinks I'm dating a chimp'. Ondanks dat ik Jasmine en Jack alle geluk van de wereld gun en hoop dat ze inderdaad samen oud zullen worden zoals op de foto van het hoesje, is het naar mijn smaak toch allemaal een beetje té zoetjes. Gelukkig hebben ze dat zelf ook wel in de gaten. Het ironische 'Not Another Lovesong' had dan ook beter de uitsmijter van het album kunnen zijn als opmaat naar de tijd dat de roze wolk is overgewaaid: 'This is a sappy song, what have you done to me' en 'All the best songs are bitter, being angry sounds better'. Maar ja, op dit moment kunnen ze gewoon niet anders. Het zij ze gegund...


File: The Jack Stafford Foundation - Long Live Love
File Under: Zoetsappige liefdesliedjes
File Audio: Hier
The Fratellis - Costello Music
Maar even, een paar maanden, waren we gezegend met MTV2 op de digitale kabel, totdat de heren van de kabelmaatschappij besloten dat een zender met Nederlandstalige meuk beter voor ons was. Maar goed, we hebben toch even kunnen genieten van een zender waar een liefhebber van Britse indie flink aan z'n trekken kon komen. Toch had deze zender ook zo z'n stokpaardjes. The Fratellis zijn daar een voorbeeld van. Ik kan niet narekenen hoe vaak ik het aanstekelijke singletje 'Chelsea Dagger' voorbij heb zien komen. Het maakte in ieder geval nieuwsgierig naar meer. Nu ligt er dan de debuut cd Costello Music van het Glaswegian trio. En ja, ook dit is een vrolijk stemmend plaatje. De jonge honden razen in een 44 minuten door 12 nummers. Denk Arctic Monkeys die in de ketel glamrock toverdrank van Marc Bolan zijn gevallen met af en toe een snufje rockabilly ("Creepin up the backstairs") als smaakmaker. Maar onder al deze voettappende, vuist in de lucht meezingers zit een tweede laag: de teksten. En waar gaan die dan over? Vrouwen natuurlijk! En niet altijd op de meest positieve manier. Waar de Arctic Monkeys subtiel intelligent commentaar leveren op de wereld om hen heen lijkt het The Fratellis meer te gaan om de sex, drugs en rock 'n' roll, met de nadruk op sex. Als dat je niets kan schelen heb je aan Costello Music een prima plaatje dat naadloos past in de trend van brutale Britse indie bandjes die op dit moment floreren. Of The Fratellis genoeg beklijven om de 'heavy rotation' voornoemd tv-station te rechtvaardigen, daar ben ik nog niet uit. Maar ja, daar kan ik toch niet meer naar kijken...


File: The Fratellis - Costello Music
File Under: Arctic Monkeys in glamrock toverdrank.
File Audio: [Got ma nuts from a hippy, Creeping up the backstairs]
VA - Colours Are Brighter
Colours Are Brighter (songs for children and grown ups too) is een verzamelaar waarvan de opbrengsten naar het goede doel Save The Children gaan. Zoals vaker bij dit soort compilaties (denk maar aan Red Hot & Blue bijvoorbeeld) hebben de songs een thema om de wel heel diverse artiesten - van Four Tet tot The Kooks of Kathryn Williams - bij elkaar te houden. In dit geval is het thema logischerwijs 'liedjes voor kinderen'. Dat wil niet zeggen dat het ook kinderliedjes zijn, maar de meeste composities (op 3 na zijn alle songs speciaal geschreven voor dit album) hebben wél iets kinderlijks. En gek genoeg werkt het grotendeels. Niet alle tracks zijn even sterk, maar er zit genoeg te genieten tussen. "Jackie Jackson", de bijdrage van Franz Ferdinand, heeft een Roald Dahl-achtig thema over een gulzig ventje dat zichzelf letterlijk doodeet aan cakejes. Snow Patrol maakte een heel lieve cover van Marty Wilde's "I Am An Astronaut". The Divine Comedy vergast ons op een freaky medley van Winny the Pooh-liedjes en Belle and Sebastian verrassen met het grappige "The Monkeys Are Breaking Out The Zoo". Anderzijds blijven The Kooks in "The King & I" en Jonathan Richman met "Our Dog Is Getting Older Now" vooral zichzelf. Het is net Kinderen voor Kinderen, maar dan zonder de Gooise 'Erw' en zeker zo leuk, zo niet leuker, voor volwassenen dan voor kinderen om te luisteren . De website www.coloursarebrighter.com ademt dezelfde sfeer als het album. Leuk om de spelletjes (onder 'Free stuff') - bijvoorbeeld met je jonge neefje - te spelen. Sympathiek initiatief.

File: VA - Colours Are Brighter (songs for children and grown ups too)
File Under: Verrassende kinderliedjes voor en door volwassenen
File Audio: ["Jackie Jackson", "I am an astronaut", "The monkeys are breaking out the zoo", "Go Go Ninja Dinosaur" op MySpace]
Gracer - Voices Travel
Over het algemeen heb ik meer met Europese dan met Amerikaanse muziek. Dat is iets gevoelsmatigs, maar ik heb er ook een theorie bij. Of het klopt weet ik niet, maar bij Amerikaanse bands heb ik vaak het gevoel dat elk hoekje en gaatje wordt volgeplamuurd in de postproductie. Zo ook bij Gracer. Het is een trio, maar de hele plaat klinkt alsof ze met minstens drie gitaren tegelijk spelen. En dan is er ook nog de echo op meerlagige zang. Er zit geen seconde 'stilte' in deze muziek. Het laat je als luisteraar geen enkele ademruimte. Je laat je of meeslepen door deze vloedgolf van geluid, of er gaat een knop om in je hoofd waardoor het volledig langs je heenglijdt. Luister maar eens naar het nummer "Waiting For Departure", misschien begrijp je dan wat ik bedoel. Een positief effect van dit soort muziek is wel dat het een prettig soort ruis is, je dobbert lekker op de woelige emo-baren, in slaap gewiegd en niet meer in staat tot nadenken of voelen. Of dat is wat de band beoogt is natuurlijk maar de vraag... Positieve uitzondering wat mij betreft is de Coldplay-achtige piano-ballad "Nowhere". Pff, even met het hoofd boven water. Coldplay, Sunny Day Real Estate en zelfs U2 (de gitaarpartijen in openingstrack "Hold On" lijken wegegelopen uit "Where the streets have no name") zijn sowieso de namen die het eerst opkomen bij het luisteren naar Voices Travel . Maar waar die bands allemaal een uniek trekje hebben waardoor je ze - like 'em or not - in ieder geval altijd herkent, mist Gracer ondanks onmiskenbaar compositorisch talent wat mij betreft net die interessante invalshoek. Nee, dan luister ik hoewel ze me inmiddels ook flink de strot uitkomen, toch liever naar Coldplay. Zo erg ja.

File: Gracer - Voices Travel
File Under: Volgeplamuurde emo
File Audio: Emily Taylor, Waiting for departure, Esperanza, Nowhere
The Bullfight - One Was A Snake
Stierenvechten is een wreed schouwspel dat wat mij betreft liever vandaag dan morgen verboden mag worden. Spanjaarden en Portugezen denken daar echter heel anders over. Voor hen is het een bijna magisch ritueel. Een levensgevoel, spiritualiteit, romatiek, "duende". Het traditionele gevecht op leven en dood als ware het een dans. Het grommen en snuiven van het opgejaagde dier. Het geklap en geklater van het publiek. De opzwepende muziek. De elegantie en moed van de toreador. Zou het Rotterdamse The Bullfight deze beelden in het hoofd hebben gehad toen ze hun bandnaam verzonnen? Wanneer je naar de cd One Was A Snake zou je het bijna denken. De plaat is doortrokken van donkere romantiek, verpakt in meeslepende melodieën. Violen en gitaren als wapperende rode lap. Pianoritmes en roffelende drums het stampen van de hoeven en in zwarte lakleer gestoken voeten. Een metalige snaredrum het geluid van de zwaarden. Alles opbouwend naar de onvermijdelijke climax. Hier is geen plaats voor lichtzinnige lach. In de arena van The Bullfight strijden The Cure in hun donkerste periode, Tindersticks, Gavin - Each man kills the thing he loves - Friday en Jaques om de eer tot er géén winnaar is. Sluit de gordijnen, steek een kaars aan, sla de eerste twee nummers van de cd over en laat je meeslepen door de meerstemmige gothiek van "No Thorns, No Roses". Ervaar het gevoel wat The Bullfight is. Zonder bloedvergieten, maar wel met gevoel in de donder. Het is een warme herfst in Rotterdam.

File: The Bullfight - One Was A Snake
File Under: Donkere romantiek zonder bloedvergieten
File My Space: [The Bullfight]
Bluetones - Bluetones
Officieel is het dan wel herfst, het weer werkt gelukkig nog niet erg mee. Ondanks dat de kastanjebomen langs de weg naar het werk al bruine bladeren druipen, schijnt de zon zo uitbundig dat mijn humeur maar niet stuk wil. Helemaal geen weer voor trieste plaatjes dus. De vijfde cd van The Bluetones genaamd The Bluetones komt als geroepen. Eerlijk gezegd was ik de band na hun debuut-cd Expecting To Fly uit 1995 en opvolger Return To The Last Chance Saloon uit het oog verloren. Want eerlijk is eerlijk, The Bluetones waren nooit de meest spannende of vernieuwende Britpop-groep. Maar laat ik daar op deze mooie herfstdag nou helemaal geen behoefte aan hebben. Degelijk, mooi en intelligent is meer dan genoeg. Wat gelukkig gebleven is zijn de kundig in elkaar gezette liedjes, met meerstemmige refreinen en vloeiende lijnen. De teksten zijn als altijd scherp en 'to the point' ('Mankind provides so much courts for dismay, hellbent and highly amusing') getoonzet op Byrdsie melodieën. In sommige songs doet de sfeer me daardoor een beetje denken aan de betere nummers van Crowded House ("Baby, back up"), ook door de af en toe een beetje nasale maar nooit onprettige stem van Mark Morris. Gelukkig gaat de band af en toe ook een tandje hoger, bijvoorbeeld in "My Neighbours House" of in het prachtige "Hope and Jump" wat een Oasis-ballad zou kunnen zijn, ware het niet dat het geenszins op de Beatles lijkt en het nummer gedragen wordt door duistere celloklanken. Deze warmte en diepte gevende klanken komen ook terug in het Americana-achtige Fade in/Fade out wat Mark schreef voor zijn oude makker David - Little Britain - Walliams, toen hij het kanaal overzwom. Al met al een fijne hernieuwde kennismaking met een nog meer volwassen Bluetones. Nu maar hopen dat het weer de komende dagen ook vrolijk blijft stemmen.

File: The Bluetones - The Bluetones
File Under: Prettige hernieuwde kennismaking met een volwassen Britpop-band
File Audio: Op MySpace
Stabilisers - Wanna Do The Wild Plastic Brane Love Thing?
Toeval bestaat niet zegt men wel eens. Het zou kunnen... Daags voordat ik dit stukje tik zag ik op Holland Doc de documentaire Death On Arrival, over de nadagen van de Sex Pistols. Naast veel live fragmenten uit hun laatste - Amerikaanse - tournee waren ook stukjes van andere bands te zien. X-Ray Specs (beugelbekkie!), Rich Kids (Midge Ure met haar!), Sham 69 (rock 'n roll!), Generation X (een knappe Billy Idol!) en ook wat vage als hippies uitziende Amerikanen. Ondanks dat ik niet erg vrolijk werd van de beelden van een compleet gedrogeerde Sid & Nancy en de triestheid van het arme, grauwe Engeland in de jaren zeventig deed deze docu me toch terugverlangen naar de ouwe punk. Want juist die ouwe punk had iets wat ik bij veel moderne punk mis. De pure, ongepolijste drang tot creëeren als ontsnapping aan het dagelijkse bestaan. Maar vooral ook: schijt aan alles en lang leve de lol. Hoe puberaal en quasi-opstandig ook. Met Wanna Do The Wild Plastic Brane Love Thing? word ik op mijn wenken bediend. The Stabilisers weten met hun muziek perfect de sfeer van gloriejaren van de punk op te roepen. Ze klinken alsof ergens op de M25 de tourbusjes van The Ramones, The Buzzcocks, The Stooges en XTC op elkaar geknald zijn en zij de resten bij elkaar geveegd hebben. De onderwerpen varieren van mislukte liefde, tot - natuurlijk - dronkenschap, fatale vrouwen en pure meligheid. 17(!) niet-langer-dan-3-minuten-popsongs met aanstekelijke refreinen denderen uit de speakers. Live optredens van deze band moeten wel tot een zweterige pogo-parade leiden, want zelfs op mijn bureaustoel kan ik maar nauwelijks stil blijven zitten. Vooral bij mijn persoonlijke favoriet: "Mental illness is good for you". Na de intro van dit stukje is er natuurlijk wel de gewetensvraag of The Stabilisers nog iets weten toe te voegen aan de punk voor de jaren nul. Het antwoord luidt: Neu, niet echt, maar het is wel verrotte lekker!

File: The Stabilisers - Wanna do the wild plastic brane love thing?
File Under: Never Mind The Sex Pistols...
File Audio: [Love is easy in the summertime], [my latest obsession], [do the brane]
Spearmint - Paris In A Bottle
Wie had ooit gedacht dat Spearmint nog eens een concept-album uit zou brengen? De meesters van de korte verhaaltjes over een dagje naar het strand hebben met Paris In A Bottle zowaar een novelle geschreven. De cd opent met de track "First Time Music" waarin wordt verteld over twee jongens die naar Parijs gaan om straatmuzikant te worden en daar de nacht doorbrengen met twee Franse meisjes. Ze wisselen speelkaarten met daarop hun dromen geschreven uit (Graham wil trouwen met een huurmoordenares en Shirley wil een musical schrijven). Ze zien elkaar nooit meer terug. De cd eindigt met dezelfde track, maar nu is het zeven jaar later en vertelt een Franse vrouw haar kant van het verhaal. Helaas is mijn Frans niet zo goed, maar wat ik eruit op kan maken is dat ze de kaart heeft teruggevonden en besluit haar droom van toen alsnog te gaan volgen. De rest van de cd bevat de gebruikelijke collectie van sprankelende popliedjes, als uitwerking van het verhaal, die we gewend zijn van Spearmint, zoals het grappige "My girlfriend is a killer". Hun sound heeft nog steeds het aanstekelijk hoge pa-pa-pahoe meezinggehalte, ondanks dat ze duidelijk meer de electronica-kant op zijn gegaan (track 1 opent met vocoder zang!). Sommige nummers - zoals "Leave me alone" - hebben een jaren 70 discofeel door gebruik van strijkers en funky ritmes. Het geweldige "The Competition" zou, zoals de synthesizers in dit nummer je meeslepen, wel eens Spearmint's "The Race Is The Prize"-finale bij optredens kunnen worden. Ondanks dat denk ik dat het bijna religieus onafhankelijke Spearmint ook met deze cd weer niet gaat doorbreken bij het grote publiek. Bij de eerste luisterbeurten viel de cd mij toch een beetje tegen en ik denk dat ik erachter ben hoe dat komt. Shirley Lee (voor wie het nog niet weet: een man) is een songschrijver van het kaliber Jarvis Cocker, maar zijn wat vlakke fluisterstem kan na een paar nummers behoorlijk gaan vervelen. Disco-kraker "What's wrong with breaking up anyway?" klinkt daarentegen met zangeres Katy Morrison opvallend fris. Misschien moet ook Shirley zijn droom van toen gaan waarmaken en een musical schrijven of op z'n minst meer songs door anderen laten uitvoeren.

File: Spearmint - Paris In A Bottle
File Under: Lo-fi Flaming Lips go disco
File Audio: [My girlfriend is a killer, The Competition]
Lansing-Dreiden - The Dividing Island
Een tijdje geleden zat ik te zeuren dat ik nou wel eens een bandje wilde horen dat de minder serieuze kanten van jaren 80-muziek aanpakte. Lansing-Dreiden doet met sommige nummers van The Dividing Island een hele goede poging. Maar zo simpel en recht-door-zee is het helaas niet. In hun persinformatie zegt de band: "Lansing-Dreiden is a company that sees no distinction between art and commerce or anything else." En dat blijkt. Niets aan deze plaat is wat het lijkt. Het is geen jaren 80-muziek, het is geen symfonische muziek, het is geen shoegazer, het is geen psychedelische rock. Het is zelfs geen gemakkelijke verteerbare mengelmoes daarvan. Titelsong "Dividing island" begint met door tromgeroffel begeleide scheepstoeters die je als op een vlot een zwaar dramatisch aangezette melodie in laten glijden. Maar halverwege breekt een psychedelische storm vol vloeistofdia's los op je netvlies en in je gehoorgangen. En zo gaan ze in track 2 nog even verder. Door deze prachtsongs op het verkeerde been gezet komt "A line you can cross" - wat zo in de disco voor Pet Shop Boys-singletje door zou kunnen gaan - als een koud, nat washandje in het gezicht. Het middelste deel van de cd is gevuld met synthpop op haar meest pathetisch, waarbij ik meteen visioenen krijg van de vroege Human League (nog zonder de dansmariekes), Heaven 17 en de serieuzere platen van Simple Minds. Ook een vleugje New Order komt zo af en toe voorbijwaaien. En zo kabbelt de cd hinkstapspringend door het tijdperk van schoudervullingen en groot haar via nog wat psychedelica naar het voorlaatste instrumentale nummer "Symbol of symmetry" wat met tokkelende gitaren en melancholieke violen ineens weer zo'n intens andere sfeer heeft dat het een brug vormt die hard nodig is om de bijna-symfometal van de met de vreselijke titel "Dethroning The Optimyth" getooide song te kunnen overleven. Nee, ik heb mijn ideale 'I heart the eighties' band nog steeds niet gevonden. Ook niet in Lansing Dreiden. Daarvoor is The Dividing Island te wisselvallig en te pretentieus.


File: Lansing-Dreiden - The Dividing Island
File Under: Wisselvallig en pretentieus met mooie momenten.
File Video: [Op de site]
The Veils - Nux Vomica
Het is alweer dik twee jaar geleden dat ik mijn debuut maakte als schrijver op File Under met een stukje over de vorige cd van The Veils, The Runaway Found. Finn Andrews mag zich inmiddels schamen voor zijn adolescente emoties op dat album, voor mij is het nog steeds een prachtplaat die nauwelijks kon verhullen dat hier een groot songschrijverstalent aan het werk was. Met Nux Vomica laat hij dat nogmaals zien. Misschien nog wel duidelijker. De muziek is - ondanks dat in nummers als "One night on earth" en "Not Yet" nog duidelijk de songstructuren van The Veils 1.0 the horen zijn - veel minder volgeplamuurd britpoppy. Het is goed te horen dat niet Bernard Butler (Suede, The Tears, Sparks, Edwyn Collins) maar Nick Launay (P.I.L., The Jam, Lou Reed, Nick Cave ) met z'n tengels aan de knoppen heeft gezeten. The Veils klinken op Nux Vomica rauwer, puurder, bluesier en Nick Cavier dan voorheen. Hiermee benadert de plaat de intensiteit van wat The Veils live kunnen zijn. Het is de perfecte omgeving voor het unieke getergde stemgeluid van Andrews die alle ruimte krijgt in nummers als "Jesus for the jugular" en "Pan" helemaal los te scheuren in een wervelstorm van pijn en vergeving. Maar niet alle tracks zijn zo intens. "Advice for young mothers to be" en "Under the folding branches" zijn bijna lieflijk te noemen. Nux Vomica is hierdoor in tegenstelling tot The Runaway Found geen plaat met een instant pop-appeal, maar het is meer nog dan het debuut een plaat die je meteen bij je lurven naar binnen sleurt en vervolgens op je kladden weer naar buiten schopt. Dat soort platen zijn zeldzaam, zeker wanneer de artiest nog maar een jonge twintiger is. Finn Andrews hoeft zich - ook met deze plaat - nergens voor te schamen.


File: The Veils - Nux Vomica
File Under: Aan je lurven en kladden door een wervelstorm van emoties
Hefner - The Best Of Hefner (1996 - 2002)
Grote kans dat je nog nooit van deze band gehoord hebt, maar ik was een fan. Door velen werd ik daarom voor gek versleten. De zanger jengelde, de muziek - met name in de begindagen - was uitgesproken plinky-plonky lo-fi en echt om aan te zien was de band ook al niet (balpen in de borstzak!). Maar dat geeft niet, want Hefner had altijd iets vertederends. Als je je cd wilde laten signeren, moest je in ruil daarvoor in hun boekje tekenen. Pas veel later kwam ik erachter dat dat boekje hun gastenlijst voor het volgende concert was (en misschien een stiekeme manier om meisjes te ontmoeten?). En ook dat vergeef ik ze van harte, want als er iets is wat Hefner ons op deze compilatie laat horen, is het dat je door jezelf te zijn en gewoon je ding te doen een heel eind kan komen. De muziek van Hefner is zalf voor de gekwetste ziel. Zanger/componist Darren Hayman observeert en doet verslag via empathische, droogkomische teksten en kinderlijk aanstekelijke wijsjes. Of het nu gaat om pijnlijke onderwerpen als masturbatie ("Hello Kitten"), sex in het algemeen maar met ex-vriendinnetjes in het bijzonder ("Hymn for the cigarettes", "Hymn for the alcohol") of - met mate - politieke satire ("The Day That Thatcher Dies"). Het is zijn humor en relativeringsvermogen die je er doorheen sleuren. Later in hun carriere werd de muziek wat voller en electronisch spacy, waardoor op het album "Dead Media" - waarvan maar twee songs op deze compilatie staan - een volwassener Hefner te horen was. Helaas zullen we nooit weten hoe ze hierna verder zouden zijn gaan. Met de bijna cynische laatste track van deze cd "Home" neemt Hefner letterlijk afscheid van de muziek-industrie. 'The best of' is naast de eerder uitgebracht compilatie 'Boxing Hefner' een mooie representatieve verzameling van hun oeuvre en zeker geen miskoop voor iedereen die weet wat het is lief te hebben, lust te hebben en afgewezen te worden.

File: Hefner - The best of Hefner
File Under: Revenge of the nerds, the final battle
VA - Dolemite, The Original Motion Picture Soundtrack
Dolemite (with his all girl army of Kung Fu Killers!) is een blaxploitation film uit 1975 gebaseerd op een typetje van muzikant/comedian Rudy Ray Moore. Wie zegt u? Rudy Ray Moore. Mij was de man ook niet bekend, maar zijn in keiharde straattaal op het publiek afgevuurde stand up wordt vaak als voorbeeld genoemd van mannen als Eddy Murphy en Chris Rock die wel beroemd zijn geworden. En rappers als Ice-T en Snoop Dogg roemen zijn 'rhymes' als basisingrediënt van de zwarte rap-cultuur. Naast comedy maakt Moore ook low-budget films. Dolemite was daarvan de eerste. Er moet wel een enorme fan van het genre werken bij metal-label Relapse, want deze soundtrack valt een beetje uit de toon in hun catalogus. Maar we mogen hem/haar dankbaar zijn, want deze nog nooit eerder uitgebrachte plaat staat vol met muziek (o.a. van Ben Taylor en Mary Love) uit de tijd dat soul nog soul was, de funk nog funk en arrenbie nog R&B. Heerlijk om op mee te boppen deze plakkerig warme dagen. Het is wel jammer dat de ervaring zich beperkt tot de muziek, want laten we eerlijk zijn, Isaac Hayes' 'Theme from Shaft' mag op zich een geweldig nummer zijn, de gestalte van Richard Roundtree in lange leren jas maakt het plaatje pas helemaal af. Tijd voor een tripje naar de cult-videotheek.

File: VA - Dolemite, The Original Motion Picture Soundtrack
File Under: Baadasssss!
File audio: Klik
Slut - Songs aus Die Dreigroschenoper (EP)
Toen ik (langer geleden dan ik wil toegeven)nog op de middelbare school zat bestond het vak CKV nog niet. Dat betekent niet dat we nooit naar het theater gingen. Ik heb van alles gezien; van klassiek toneel tot Frans absurdisme. Het meeste liet weinig indrukken na op ons verveelde tieners. Maar toen onze leraar Duits, mijnheer van Wingerden (die graag LP's van Reinhard Mey in de klas draaide), ons meenam naar een uitvoering van Der Dreigroschenoper, was ik oprecht onder de indruk. Toch heb ik nooit een integrale uitvoering aangeschaft want veel moderne uitvoeringen van Brecht/Weill songs klinken opvallend gedateerd. De zoveelste Lotte Lenya imitatie zit ik persoonlijk niet op te wachten. En op bloedserieus 'kijk mij eens artistiek verantwoord bezig zijn' van bijvoorbeeld een David Bowie ook niet. Gelukkig voor mij hebben de heren van Slut de Dreigroschenoper eens aangepakt en er hun eigen draai aangegeven. In "Die Moritat von Mackie Messer" vormen piano en (bas)gitaar vormen de ritme-basis waarbij de melodielijnen worden ingevuld met synthesizer. Hierdoor klinkt het materiaal opvallend fris. Het tempo is ook flink opgevoerd. Vooral "Seeräuberjenny" heeft daarvan in de overgang van couplet naar refreinen een hoog kippenvelgehalte gekregen. "Kanonen Song" klinkt vertrouwd Slutty. Sowiso doet de sound van deze ep nog het meest denken aan die van het album Lookbook. Finalenummer "Zweites Dreigroschenfinale" is in al zijn epische dramatiek een monumentale theatervoorstelling waard. Ondanks dat alles is de zang in tegenstelling tot veel andere uitvoeringen die neigen naar overdreven theatraal, opvallend 'droog'. Helaas kreeg Slut van de erven Weill maar toestemming voor het opnemen en uitvoeren van 5 nummers. Gelukkig zijn ze wel voornemens om in 2020, wanneer de rechten vervallen, het karwei af te maken. Ik hoop oprecht dat ze dat gaat lukken. Al was het alleen maar omdat uitvoeringen van dit niveau wat mij betreft verplichte kost moeten zijn op de middelbare school. Zou mijnheer van Wingerden nog leven?

File: Slut - Songs aus Die Dreigroschenoper (EP)
File Under: Zou verplichte CKV-kost moeten zijn.
File audio: [SlutSpace]
Orson - Bright Idea
De heren van Orson zien er met hanekam, gleufhoedjes en tattoos uit als een Amerikaanse ska-punkband. Maar dat zijn ze niet. Bright Idea staat vol met deuntjes die van alles wat, maar niks helemaal zijn. Orson klinkt als een mix van Maroon 5 zonder de cheesieness, Hall & Oates zonder de soul, The Knack zonder de punk en The Police zonder Sting, Copeland en tja, ook zonder Summers... In "Already Over" probeert zanger Jason Pebworth in de langzamere stukken diepzinnig te klinken als ware hij Jeff Buckley, om vervolgens zinnen als "You are the psycho bitch from hell" uit te kramen. Ik durf bijna te beweren dat ik Jeff zich hoor omdraaien in zijn graf! De volgende track, "Downtown" klinkt dan weer net zo slap AOR als - herinnert u zich deze nognognog? - Clout's "Save me". I kid you not. En als klap op de vuurpijl wordt in "So Ahead Of Me" Unintended van Muse ook nog door een ska-gehaktmachine gehaald. Singles "Bright Idea" en "No Tomorrow" hebben daarentegen een prettig vrolijke niks aan de hand radiovriendelijkheid waar niemand zich een buil aan kan vallen. Ik durf dan ook te voorspellen dat hele volksstammen deze zomer de radio harder zullen zetten als er een plaatje van Orson langskomt. In de UK hadden ze namelijk al een grote hit. U begrijpt na dit stukje waarschijnlijk wel dat ik dan hard zal rennen om de uitknop in te drukken...


File: Orson - Bright Idea
File Under: Radiovriendelijke niksigheid
File Audio: Hier is de hele CD is te beluisteren
David & The Citizens - Are You In My Blood? (EP)
Sommige plaatjes hoef je niet veel woorden aan vuil te maken. Die zijn gewoon zoals ze zijn. Niet wereldschokkend fantastisch, niet bedroevend slecht. Gewoon lekkere rechtdoorzee indiepop. Are You In My Blood? van het Zweedse David & The Citizens is er zo een. De EP bevat vier vrolijk stemmende up-tempo gitaarpopliedjes en een ballad, waarvan de titeltrack en single er meteen uitspringt. De sound hangt een beetje tussen Amerikaanse nerd-punk van bands als Nada Surf en meerstemmige classic Britpopzang, waarmee maar weer eens bewezen wordt dat de Scandinaviers daar erg goed in zijn (al verraadt dat scherpe eind-esje in hun verder onberispelijke Engels het toch altijd weer). Soms aangelengd met saxofoon en een orgel completeert David & The Citizens hun eigen geluid. In hun thuisland is dit kwartet heel populair. Of het ze met deze ep ook in de rest van Europa lukt durf ik me af te vragen. Als voorproefje van een later dit jaar verschijnende complete cd maken ze met dit plaatje in ieder geval een voorzichtige start. Als er op die cd meer groeibriljantjes als ballad "Sometimes Forever", met een scherp scheurend gitaar die de melancholie van de song perfect ondersteunt, staan heb ik er al een stuk meer vertrouwen in.

File: David & The Citizens - Are You In My Blood? (EP)
File Under: Gewoon lekker indie-plaatje
File Audio: [Hiero]
Quallofill - The Man Who Likes Trouble
Het uit Limburg afkomstige Rotterdamse duo Quallofill won in 2004 de derde prijs van de Grote Prijs van Zuid Holland Singer-songwriter. Toch kun je hun muziek lastig als singer-songwriter omschrijven. De liedjes zijn niet zozeer verhaaltjes als wel collages van geluidjes met sferische zang. Dat zegt eigenlijk nog weinig, maar wanneer je weet dat Quallofill een synthetisch vulmiddel voor o.a. slaapzakken en luchtbedden is en je ziet het sixties geinspireerde hoesje van The Man Who Likes Trouble, is het gelijk een stuk minder lastig de muziek van Quallofill te duiden. Ze klinken als een futuristische film waarin iedereen zilveren bodysuits draagt en zich neervleit in witte fiberglas 'bubble-chairs'. Barbarella, maar dan zonder harde actie. Toch is het te gemakkelijk om Quallofill in een retro-hoekje te drukken. Ze zijn veel moderner en experimenteler en bevinden zich eerder in de dezelfde sferen als een band als Hooverphonic. Dit maakt dat de liedjes van Quallofill niet altijd zo toegankelijk zijn als de bedrieglijk eenvoudig klinkende riedeltjes op eerste gehoor doen geloven. Ambachtelijk in elkaar gezette geluidslagen dwingen je min of meer dieper te luisteren. Daarbij is de stem van Léonne van Dongen - hoe mooi ook - soms een storende factor. Persoonlijk had ik liever gehad dat de geluidsexperimenten een drijvender, pittiger kracht geweest waren. Maar dat is muggeziften. The Man Who Likes Trouble is gewoon een heel groovy plaatje voor lange zwoele zomeravonden.

File: Quallofill - The Man Who Likes Trouble
File Under: Groovy
File Audio: [ MySpace]
The Sheer - Feel The Need
Bevrijdingsfestival 2006. Backstage, in de schaduw van de Erasmusbrug, lopen een paar relaxte mannen in stoere luchtmacht-overalls. Dat moet betekenen dat helicopteract The Sheer is gearriveerd. Ondertussen is het op het podium een hectische boel. De band zet snel hun spullen neer, het programma loopt al uit. De - veelal jonge - meiden voor de hekken maken alvast wat foto's van hun idolen. Mijn gezelschap schampert: 'The Sheer, die hebben we nu wel gezien. Tienerbandje. Van die niks-aan-de-hand-britpop.' Ze besluiten iets anders te gaan bekijken. Ik besluit te blijven en dein - net als het Pino-haar van Jasper Geluk achter de toetsen - gezellig mee op de, ondanks dat dit al het zoveelste optreden van de dag is, enthousiast gespeelde muziek. Feel the Need, de tweede cd van The Sheer heeft precies hetzelfde effect. De band grasduint vrijelijk door de optimistisch getinte, Britse popcatalogus. Opener "City Lights" heeft een Coldplay-achtige opbouw, "Temporary loss of temper" is Stereophonics zonder rauwe zang en "Don't let em get you", compleet met meeyellende schoolklas, zou zo door Supergrass in hun begindagen gemaakt kunnen zijn. Heerlijke nummers dus, die je na een paar luisterbeurten luidkeels kunt meebrullen. Dat is en blijft de kracht van The Sheer. Veel heeft het - ook tekstueel - niet om het lijf, maar het wordt zo aanstekelijk en strak gebracht, dat ik ondanks dat het een warme, lome dag is toch weer zin krijg om rond te huppelen. De urgentie van titel "Feel The Need" voel ik echter niet. Daarvoor mist The Sheer, in tegenstelling tot eerder genoemde bands, net het scherpe of melancholieke randje. Maar daar weegt de enorme grijns die ik op m'n gezicht krijg van single "The girl that lost her mind" die me enorm aan Supernaturals doet denken, ruimschoots tegenop. En wat wil je dan verder nog meer?


File: The Sheer - Feel The Need
File Under: Sunny afternoon
File Video: [The Girl That Lost Her Mind]
Eagle*Seagull - Eagle*Seagull
Zachtjes knettert het geluid van vuurwerk onder muziek van een enkele piano begeleid door getergde zang. De mensen die het afsteken hebben duidelijk plezier; er wordt gelachen en geapplaudisseerd. Het nummer is een liefdeslied met tragische strofen. De ik-figuur zwelgt in de schoonheid van zijn geliefde. Tegelijkertijd barst na de kreet "Rock 'n roll" het vuurwerk los als ware het mitrailleurgeschut. Het kippenvel kruipt mij van de achterkant van mijn armen naar de nek. Samen met de zang en de piano vormt het vuurwerk de apotheose van de cd van Eagle*Seagull waar je ook als luisteraar in kunt zwelgen. Eagle*Seagull is zeker geen perfect album maar een nummer als dit, de afsluiter "Ballet or Art", maakt alles goed. Alles? Dat natuurlijk niet. De stem van de zanger is vrijwel de hele tijd getergd en dat kan gaan vervelen. De plaat is heel sferisch (Het begin van het eerste nummer, "Lock and Key", doet bijvoorbeeld een beetje aan Portishead denken) en kan hier en daar wel wat opkikkertjes gebruiken. Maar daar tegenover staan pareltjes van nummers en geluidsfragmenten. "It was a lovely parade" leunt zwaar op Erik Satie, maar vormt hier als het ware de intro van het volgende nummer waardoor het pianospel niet op zichzelf staat. "Your Beauty Is A Knife I Turn On My Throat" is gelaagd opgebouwde ragtime-progpop en opener "Photograph" heeft een heerlijke lichte popheid die samen met de zang wat doet denken aan The Associates. De plaat staat vol met glamoureuze melodieën als een warm bad maar soms neemt Eagle*Seagull net genoeg gas terug om niet onder te gaan in een zee van drama. Ik denk terug aan een paar jaar geleden, toen ik vanaf het drooggevallen wad de wegstervende muziek en vuurwerk van het Oerol-festival op afstand gadesloeg met een zeker gevoel van melancholie. Het markeerde het einde, we gingen weer naar huis. Gelukkig kan ik deze cd keer op keer opzetten.

File: Eagle*Seagull - Eagle*Seagull
File Under: Melodramatische pop
File Audio: [Your Beauty Is A Knife I Turn On My Throat, Photograph, Death Could Be At the Door]
The Charlatans - Simpatico
Gisteravond ben ik met collega's bij wijze van bedrijfsuitje naar een voorstelling van 'De Wereldband' geweest. Een gezelschap van zes virtuoze muzikanten, die een voorstelling hebben gemaakt die voornamelijk bestaat uit de draak steken met muziek uit alle windstreken, zoals Chinese Opera, Griekse Bouzouki of Spaanse Flamenco. Deze voorstelling is duidelijk een parodie en bedoeld om om te lachen. Simpatico van The Charlatans is - vooral als je naar soms nogal duistere teksten luistert - niet bedoeld om bij te schuddebuiken. Ik vraag me echter af of The Charlatans zich realiseren dat deze plaat toch af en toe overkomt als een niet serieus te nemen parodie. Openingstrack en single "Blackened Blue Eyes" klinkt klassiek Charlatans. Een lekker vet Madchester-nummer met een dansbaar druggy ritme. "NYC (There's No Need To Stop)" is een prima te pruimen track met funky basis. "Muddy ground" klinkt dan weer als Richard Ashcroft en bevind zich nog stevig in het Noorden van de UK, maar zo rond de 6e track komt er een kentering in het album en krijgen de nummers meer een ska en zelfs een reggae-smaak. "City of the dead" klinkt alsof de Lunatics alsnog uit het asylum van The Specials zijn ontsnapt, en daarmee wordt pijnlijk duidelijk dat de stem van Tim Burgess niet echt geschikt is voor dit type muziek. "When the Lights go out in London" had zo maar een niet al te brutaal nummertje van Hard-Fi kunnen zijn, In "Glory Glory" komt de geest van Damon Albarn om de hoek kijken en "The Architect" klinkt met z'n ska-ritmes downright silly. Geen idee wat The Charlatans met deze plaat wilden bereiken. Ze hebben duidelijk eens iets anders willen proberen, maar klinken daarin niet consistent en niet overtuigend. Alsof ze moeite hadden om keuzes te maken, want de sfeer van de tracks is nogal wisselend en een logische opbouw lijkt te ontbreken. En te lachen valt er ook niets.


File: The Charlatans - Simpatico
File Under: Geen 'curried goat', geen 'kippers'
File Audio: [ MySpace]
The Horror The Horror / The Tyde
Als lezer kun je je soms behoorlijk ergeren aan recensenten. Ze lijken betweterig en blasé en soms niet echt geïnteresseerd in hun onderwerp. Dingen die ik als schrijver bij File Under probeer te vermijden. Maar nu ik alweer een tijdje met groot plezier zelf stukjes schrijf over muziek kan ik me er wel wat bij voorstellen. Wanneer je je elke dag door enorme bergen muziek moet heenwerken kan je er behoorlijk knirfterig van worden als het niveau tegenvalt. Deze week bijvoorbeeld had ik vijf cd's om te luisteren. Drie ervan heb ik terzijde gelegd voor nadere beluistering en een meer afgewogen oordeel. Twee cd's sprongen er meteen uit. Of eigenlijk sprongen ze er helemaal niet uit. En dat terwijl ik me bij het zien van namen als Joel Lindström en Mattias Axelsson meteen enorm verheugde op The Horror The Horror, want ik heb nu eenmaal iets met Scandinavische bandjes. Als het dan tegenvalt, valt het ook meteen goed tegen. Want The Horror is een kleurloos, gemiddeld indie-pop album, waar je je als liefhebber zeker geen buil aan valt, maar er was bij mij geen enkel greintje van opwinding of verrassing waarneembaar. Er is weinig Scandinavisch te horen aan The Horror The Horror. Ze hebben een vrij inwisselbare, kleurloze sound en hadden net zo makkelijk uit Amerika kunnen komen.
The Tyde komt daar écht vandaan. Hun cd bevat indiepop met mellow surf-invloeden, waarvoor je vandaag de dag echt niet meer uit de US afkomstig hoeft te zijn. Ook Three's Co., The Tyde's cd, die ik al langer heb liggen en meerdere malen heb beluisterd kon me zodanig weinig boeien dat ik er steeds meer tegenaan ging hikken om er een stukje over te schrijven. Als je niks positiefs of eigenlijk ook niks écht negatiefs te zeggen hebt, kan je maar beter je mond houden, toch? Anders word je zo'n verzuurde recensent waar iedereen een hekel aan heeft. Ik laat het oordeel dus maar gewoon een keer aan de lezers. Misschien kunnen jullie er meer soep van koken. Ik ga een cd luisteren waar ik me wel over kan opwinden.

File: The Horror The Horror - The Horror The Horror
File Under: geen horror, geen feest
File Audio: [Fragmenten]
File: The Tyde - The Tyde
File Under: Alle dagen feest is ook zoiets.
File Video: [Brock Landers]
Venus - The Red Room
That's it, ik ga emigreren! Naar Belgie. Nee hoor, geintje, ik hou toch teveel van m'n eigen landje. Maar na Koninginnedag vorige week en Bevrijdingspop eergister waar een prachtband als Coparck genegeerd werd door het publiek, dat alleen opveerde bij een nummer dat nota bene bekenheid geniet door een kaasreclame, ga je het wel degelijk overwegen. Zeker als je alweer een likkebaardend lekker plaatje uit Brussel mag bespreken. The Red Room, het derde album van Venus, is zo'n plaat die je volledig in beslag neemt. Openingstrack "Here and Now" is een dreigende blues waarop Madrugada patent leek te hebben. Je kruipt bijna onder je bureau om de donkere wolken te ontwijken. Maar als de donkere wolken wegtrekken openbaart zich een blauwe wolkenhemel waarin majestueuze vogels naar grote hoogte stijgen om weer gracieus naar beneden te glijden. Venus werkt regelmatig naar een snijdende climax toe op een manier die we kennen van bijvoorbeeld Muse. Maar dan scheurend en minder pompeus. Daarvoor is Venus te intiem. Bij vlagen doet de stem van Marc Huygens me denken aan Chris Chameleon. De band kan zo klein en bijna teder zijn dat het je de dreiging bijna doet vergeten en je in slaap laat wiegen totdat de grommende bas, krabbende viool en pulserende drum je weer doet wakker schrikken. "Add stars to the skies" - een nummer wat de sfeer van PJ Harvey ademt - is er zo een. The Red room is dus zeker geen makkelijk plaatje. Toch word je er vanaf het begin door meegesleept. Het is te hopen dat mocht Venus ooit op een Nederlands festival spelen het publiek het geduld kan opbrengen om eens goed naar hen te luisteren. Zo niet, dan moet ik misschien toch echt eens de daad bij het woord voegen en emigreren.

File: Venus - The Red Room
File Under: Achter de wolken schijnt de zon
Malibu Stacy - G
Stom, tja, naief, zeker. Maar ja, de supermarkt was ook gewoon open. Ook al was Koninginnedagdan een dag verplaatst i.v.m. de zondagsrust, het was toch ook gewoon een zaterdag? Dus de stad in op zoek naar een koptelefoontje. Helaas. Alle winkels gesloten, maar verder wel een hoop synthetische zooi te koop tijdens een grote parade van Hollandse platvloersheid, oranje uitdossingen en walmende frietkramen. Zo'n dag waarop je je afvraagt of Het Goede Doel het 24 jaar geleden niet bij het rechte eind had om naar België te willen vertrekken. Goede bandjes hebben ze daar in ieder geval genoeg! Malibu Stacy is er een van. G is van voor tot achter een sprankelende feestplaatje. Een vleugje Pulp ("Sh Sh", "I naked"), een snufje electro, een beetje Ash in hun begindagen ("Killing all the young gods"). Lekker ongedwongen indiepopmuziek met een grote POP. Echt een bandje dat niet zou misstaan op London Calling als je niet wist dat het zes jonge Walen waren. Single "Los AnGeles" bijvoorbeeld heeft zo'n lekkere zomerse drive - inclusief Woo-hoo-hoo-koortjes en reutelend orgeltje - dat je onmiddelijk zin krijgt om rond te huppelen. De nummers hebben gelukkig een stevige gitaarbasis (bijvoorbeeld "VHF-UHF"), zodat het allemaal niet te zoet wordt en ook nog een beetje punkrockt. "Runaways" heeft zelfs een beetje een Arctic Monkeys-feel. Zo blijft G perfect in evenwicht. Als het weer nu ook nog een beetje meewerkt is dit plaatje vandaag in ieder geval mijn perfecte zondagsrustverstoring!

File: Malibu Stacy - G
File Under: Lekker zonnige zondagrustverstoring
File Audio: [ MySpace]
Noblesse - Four song demo
Misschien denken jullie dat het een makkie is. Plaatjes luisteren, stukje schrijven. Maar soms valt het echt niet mee. Ten eerste moet de dappere verslaggever lange avonden in donkere holen doorstaan waar oordoppen gezien het geluidsniveau geen overbodige luxe zijn. En dan is de oogst na zo'n avond - met overigens uitstekende bands - slechts 1 demo-cd! Maar wat een lekker ceedeetje is het. Het trio Noblesse uit Den Haag won vorige week het zilver bij de Grote Prijs van Zuid-Holland. Dat was natuurlijk op basis van hun podiumprestatie, maar als je de cd beluistert realiseer je je dat ze dat ook op basis van hun composities hadden kunnen doen. In slechts vier nummers onversneden powerpop krijg je een stoot energie toegediend waar je weer een paar uur mee toe kunt. Meer energie in vier nummers dan de hele laatste plaat van Placebo, de band waar de muziek van Noblesse nog het meest aan doet denken. Maar daarnaast hoor je ook breaks die zo maar op een Kaiser Chiefs plaat hadden kunnen staan (in "Spitting at Clouds") of Foo Fighters melodieën ("Wined and Dined"). Hierdoor ontstaat een bandgeluid wat nog niet uitontwikkeld is, maar zeker een belofte voor de toekomst inhoudt. Met name het afwisselende gebruik van het toch beperkte instrumentarium (gitaar, bas, drums) maakt dat de sound van Noblesse gelaagder is dan het op het eerste gehoor lijkt. Live stond de band als een huis. Daar gingen de oordoppen dus even voor uit. Niet goed voor de trommelvliezen, maar erg goed voor het humeur en de beste aanleiding om een cd'tje te bietsen en hier te bespreken.

File: Noblesse - Four song demo
File Under: Het Placebo-effect
File audio: De hele demo is te beluisteren op de site
The Streets - The hardest way to make an easy living
Het is erg maar waar. Al zo'n jaar of 20 kijk ik naar de Engelse soap Eastenders. Op het moment figureert daarin het karakter Darren. Een brutaal rotjoch met een klein hartje. Altijd aan het wheelen en dealen om z'n zin te krijgen en wat geld te verdienen. Ik kon me helemaal voorstellen dat Mike Skinner vroeger ook zo'n joch was. Daarom moest ik aan dat typetje denken toen ik laatst weer 's naar The Streets' vorige cd luisterde: de eeuwige sympathieke loser. Geld en vriendin pleite, tv kapot, boete van de videotheek, enzovoort. Maar toch voortploegen met de broodnodige humor, drank en wiet. Op The hardest way to make an easy living is Skinner nog steeds de loser-hoofdpersoon in de soap opera die The Streets heet. Het enige verschil is dat hij nu een beroemdheid is. Zijn problemen hebben dus niet meer zoveel met het alledaagse te maken maar met het zware leven van een popster. Of het nu gaat om het krijgen van een vriendin, papparazzi of zeurende managers of dure videoclips. Met typisch Engelse zelfspot en nog altijd met Michael Caine intonatie (de melodie van "Hotel expressionism" lijkt gejat van het liedje uit The Italian Job) bezingt hij zijn leven van vandaag. Het is met name de spot en humor die The Streets voor mij zo aantrekkelijk maakt. Op het gebied van beats is het namelijk niet de meest vernieuwende act. Opvallend is dat het vooral nummers zijn die over meiden gaan die het meest aanstekelijk dansbaar zijn, zoals single "When you wasn't famous" en "War of the sexes". Jammer genoeg staan er ook een paar slappere tracks op de cd. "Never went to church", een eerbetoon aan Skinners overleden vader, is - oe oprecht misschien ook - mij te Eminem op een klef moment. Ook de ironie van de zoete soulzang op "All goes out the window" is niet aan mij besteed. Daar staan echter fonkelende nep-Rolexen als "Memento Mori" '(If love is blind then why do we all buy lingerie?') of "War of the sexes" ('Cos people who get hammered don't get to nail') tegenover. Uitsmijter "Fake Streets Hats" waarin Skinner beschrijft hoe hij volledig bezopen flipte over hoedjes in het publiek waarvan hij dacht dat ze nep waren, is zo hilarisch en zo pijnlijk eerlijk dat het onmogelijk is voor mij om niet een zwak te houden voor deze podiumhooligan met een klein hartje. We zullen zien hoe het verder gaat met Darren. Met Mike gaat het toch ook best goed op het ogenblik, of niet soms?


File: The Streets - The hardest way to make an easy living
File Under: Well 'ard!
File Audio: [Aan de luisterpoal]
Branko - My World Electric
Een plaat die My world electric heet en waarop een fraai gecoiffeerde koningspoedel de cover siert kan je behoorlijk op het verkeerde been zetten. Dit zou zomaar een cd van een danceformatie kunnen zijn of het zoveelste indie-bandje met jaren tachtig invloeden. De vlag dekt in ieder geval niet de lading, want Branko is niet zo makkelijk in een categorie in te delen. De cd begint met uptempo poprock rummers ("Wonder Woman", "Letitgo") die je na één luisterbeurt al mee kunt zingen. Het gitaargeluid van Wonder Woman doet een beetje denken aan The Cure. Wat verder meteen opvalt is het ruimhartig gebruik van synthesizer en samples in verder gitaargeörienteerde muziek ("Circles"), waardoor het ook wat doet denken aan hippe Scandinavische bandjes als The Rasmus (tja, sorry). Toch jaren tachtig dus? Nee, allengs wordt de plaat ruiger en het geluid logger. Single "Loose" is lekker overstuurd als, zingt u even mee? 'Danger, danger! High Voltage!' Na een, naar mijn mening, wat misplaatst Bon Jovi balladachtig nummer met achtergrondzangeres ("Love = a fading star"), gaat de versterker meer richting de 11. Wat volgt is onvervalste stonerrock die door het gebruik van elektronica zwaar doet denken aan Soundgarden. "Hide" daarentegen heeft meer een QOTSA-achtige drive. Het is dan ook vanaf dit moment dat de samples af en toe wat misplaatst lijken. In het nummer "White" weet ik in ieder geval niet of de bliepjes een originele toevoeging of een irritatiefactor vormen. Eén ding is zeker, verwarring als deze is óf een indicatie voor een prettig eigenwijze band of het betekent dat Branko nog niet hun ideale vorm hebben gevonden. Dat gezegd hebbende; dit zou wel eens een heel lekkere, vette liveband kunnen zijn.
Branco speelt vanavond in de Taverne in Bergen


File: Branko - My World Electric
File Under: Vette, met elektronica opgeleukte stonerrock
File Audio: [Let It Go] [Loose] [White]
Stereophonics - Live from Dakota
Ik zal echt de enige popquizzer niet zijn die er is ingetrapt. Zit je bij de eerste tonen al Rod Stewart in te vullen als uitvoerder van "Handbags & Gladrags", blijkt het toch weer de cover van Stereophonics te zijn. Het rasperige stemgeluid van Kelly Jones is dan ook perfect voor dat nummer en de track is zeker niet misplaatst in hun oeuvre 'van dik hout zaagt men planken' rock 'n roll. Niet echt mijn favoriete band om thuis een heel album van te beluisteren, beken ik maar meteen. Maar live dat is een ander verhaal. Meeslepend gebrachte recht voor z'n raap rock 'n roll komt juist dan het best tot zijn recht. Het is in dat licht misschien raar dat de Stereophonics pas nu een live (dubbel)album uitbrengen. Ze hadden gemakkelijk in de valkuil kunnen stappen om er een 'greatest hits' van te maken, maar gelukkig hebben ze dat niet gedaan. Dat is misschien jammer voor iemand als ik die de Sterophonics het liefst in kleine (single)porties tot zich neemt, toch is dit als live-registratie een goed voorbeeld van hoe het wel moet. Geen obligaat 'voor elk wat wils-optreden'. Live from Dakota is gewoon een rechttoe-rechtaan registratie van een concert. Natuurlijk spelen ze wel tracks die single zijn geweest, waarbij de nadruk ligt op nummers uit het begin van hun carriere (o.a "Local Boy in the Photograph"), wat maakt dat deze plaat met name voor fans en liefhebbers van dit genre muziek een mooie herinnering aan bezochte concerten is. Niet mooi als in gladjes of opgepoetst, maar een goed voorbeeld van wat voor een geoliede live-machine Stereophonics kan zijn. Een kippenvelmoment is de uitgeklede versie van "Maybe Tomorrow", waarop je duidelijk het luidkeels meezingen van de zaal kunt horen. Dan voel je je als het ware in zo'n zaal staan en voel je zittend op je eigen bank ook een beetje de opwinding die een goede liveband kan veroorzaken. Dat soort momenten, daar doe je het als muziekliefhebber toch voor? Het wachten is nu op de dvd versie...


File: Stereophonics - Live from Dakota
File Under: Rechttoe-rechtaan registratie van een geolied concert
VA - Innercity sound
Innercity sound is de naam van een boek uit 1982 dat de punk/post-punk scene uit Australie beschreef. Nu, meer dan 20 jaar later wordt het boek heruitgegeven en verschijnt de gelijknamige 'soundtrack' op cd. De 47 tracks (!) tellende dubbel-cd is een behoorlijk uitgebreid overzicht. Eerlijk gezegd komen de meeste namen mij niet al te bekend voor, behalve natuurlijk Birthday Party, Triffids en Gobetweens. De muziek daarentegen is een feest van herkenning. Ook al ken je de meeste bands niet, de muziek klink heel bekend en is daarmee het bewijs dat de muzikanten uit de late jaren 70 en begin jaren 80 niet alleen in Groot-Brittannië en Europa de neuzen in dezelfde richting hadden staan. Zo zijn bijvoorbeeld de Poles of The Scientists niet de enigen die klinken als een kruising tussen Joy Division en The Cure. Een vraag die de cd bij mij oproept is wat bands uit die tijd toch hadden met een valse scheurende saxofoon? (Laughing Clowns) En waarom horen we dat instrument in de huidige punk zo weinig terug? Deze cd is zo uitgebreid dat het voor 'elck wat wilsch' biedt. Van Kraftwerk doordesemde electronica (Equal Local, Severed heads), tot melodieuze wave (Gobetweens), tot rommelige alsof in een kartonnen doos opgenomen punk (Seems Twice, Saints, Manikins). Dat is meteen ook het grootste nadeel van deze verzameling. Soms smaakt het meteen naar meer en soms kan je niet snel genoeg doorzappen naar de volgende track. Birthday Party zijn naar mijn mening terecht niet alleen vanwege Nick Cave een niet vergeten band, want hun rommelige met stevige rockabilly basis punkrock ("Release the bats") steekt met kop en schouders boven het grootste deel van de nummers uit. Ondanks dat, zullen liefhebbers van het genre zeker blij zijn met zo'n uitgebreid overzicht van veel ten onrechte vergeten helden uit een recent verleden. De cd biedt als bonus bovendien een uitgebreide 'rock family tree' waarin heel duidelijk te zien is hoe veel bands met elkaar verweven waren. Dat is zeker voor de popquiz-nerds onder ons een leuk extraatje.

File: VA - Innercity sound - Australian punk & post-punk
File Under: Overcompleet archief voor de liefhebber
Controller.Controller - X-amounts
Toen ik laatst in het plaatselijke muziekcafé tijdens het lichtelijk aangeschoten hoekig met m'n armen om mij heen zwaaiend dansen mijn vriendje bijna in het gelaat raakte, kon hij het natuurlijk niet nalaten op te merken dat hij vroeger al ontzettend een hekel had aan die new-wavers. Nou, dat is dan even pech hebben voor hem, want X- amounts staat helemaal vol met strak dansbare wavepop. Gelukkig voor hem is het wel allemaal een beetje veel van hetzelfde, dus de plaat zal op doordeweekse dagen niet vaak uit de kast komen om zomaar naar te luisteren. Maar, als ik op een feestje eens zin heb in nostalgisch dansen, dan is Controller.controller zeker een optie. Om je een idee te geven: de band zit een beetje in dezelfde hoek als The Rapture en Yeah Yeah Yeahs, en heeft in het voorprogramma van Franz Ferdinand gespeeld. Zangeres Nirmala Basnayake zingt lekker 'to the point' en heeft een intonatie die af en toe doet denken aan Siouxy Sioux.Geen meisjesachtig gefriemel dus. De muziek is lekker punkfunky, opgezweept door een retestrakke drumbeat. Met name voormalig single "Poison/safe" en openingstrack "Tigers not daughters" maken erg nieuwsgierig naar de live performance van deze groep. Maar, zoals gezegd, de plaat biedt wel veel van hetzelfde, waardoor het enthousiasme bij mij op driekwart van de cd wel een beetje inzakt. Al met al geen gek debuut voor liefhebbers van het 'armzwaaidansen' zoals ondergetekende.


File: CONTROLLER.CONTROLLER - X-Amounts
File Under: Dansbare new wave
File Audio: [PF] [Poison/Safe] [The Raw No]
My Architects - Grand Designs
Hoeveel recensies staan er eigenlijk wekelijks op deze site? Een stuk of 40? Het is in ieder geval een klein topje van een heel klein ijsbergje, want er wordt zo veel muziek gemaakt en uitgebracht. Het is dus ook niet raar dat veel bandjes die wij hier bespreken nog volslagen onbekend zijn. Zij die uiteindelijk wel heel bekend worden hebben vaak "iets", het ongrijpbare. Goede composities, een uniek geluid, een bijzondere zanger of gitarist, of gewoon goede marketing... Helaas voor My Architects springen zij er te weinig uit om een enthousiast stukje te rechtvaardigen. Niet dat deze cd complete bagger is, integendeel. Grand Designs staat vol met gedegen, voortkabbelende indiepop die bij vlagen doet denken aan Turin Brakes of Travis op hun saaiste momenten. "She Knew" klinkt als een minder Coldplay-nummer en "Please" is in de verte zelfs een beetje schatplichtig aan The Smiths. En mensen die van shoegazer-muziek houden zullen aan deze cd ook zeker geen miskoop hebben. Maar waar voornoemde bands beschikken over dat "iets" kan ik het bij My Architects maar niet ontdekken. Single "Airborne" krijgt na meerdere draaibeurten nog wel een herkenningsfactor, maar vaker nog zakken nummers na een intrigerend begin, in als een hete soufflé buiten de oven (bijvoorbeeld "Picture"). Wat de grootse plannen zijn die deze band afficheert in de titel blijft ook onduidelijk. En waarom is de foto in het cd-booklet er een van een Amsterdams metrostation met een UWV-kantoor op de achtergrond? Toch ook geen wonder van architectuur. Nee, het is het allemaal nét niet.


File: My Architects - Grand Designs
File Under: Niet bijzonder en bij vlagen slaapverwekkend
File Audio: [ MySpace]
Delays - You See Colours
Over de vorige cd van Delays was ik niet al te aardig. De stem van de zanger maakte me helemaal kriegelig, wat de rest van de plaat ook voor me verpestte. Die cd heb ik dan ook zo snel mogelijk weggegeven aan een vriend die het wel mooi vond. Het is niet omdat ik nu een goede bui heb dat You See Colours beter valt. Zanger Greg Gilbert heeft nu eenmaal een hoge stem, maar klinkt godzijdank niet meer als Elizabeth Fraser. Nu doen zijn uithalen me meer denken aan de zanger van Geneva. Vocale kunsten zijn natuurlijk leuk, maar zijn de liedjes er ook op vooruit gegaan? Ja en nee. Faded Seaside Glamour overtuigde niet als album omdat het als geheel net iets te saai, net iets te etherisch was naar mijn smaak. De Delays hebben het roer omgegooid en zijn de onvervalste (synth)popkant opgegaan. Single "Valentine" lijkt wel een Donna Summer-achtige discohit. "This Towns Religion" leent het gitaargeluid van U2, een band waarvan ik vermoed dat ze ook her en der ritmes hebben geleend. Toch weet Delays er een eigen draai aan te geven door meestemmige Byrds-achtige jaren-60-koortjes en ook nog steeds flarden Cocteau Twins. De zang klinkt ondanks de hoge noten wat rauwer en mannelijker en de cd heeft in het geheel een vrolijke uptempo jubelstemming. Toch kan ik me voorstellen dat veel mensen gillend weglopen bij het horen van deze plaat. Teveel jubel heeft een beetje het 'Within Temptation effect' waarbij je geneigd bent heel dramatisch de armen in de lucht te gooien en ballet te gaan dansen (of ben ik de enige die daar last van heeft?) en zo'n kenmerkend stemgeluid moet je ook kunnen verdragen. Daarnaast mist deze plaat, op het lichtelijk dramatische slotnummer "Waste Of Space" na, wat broodnodige rustpunten. Toch zal die vriend dit keer zelf naar de platenzaak moeten wandelen, want You See Colours bevat in ieder geval een paar liedjes die het erg lekker zullen doen op feestjes en partijen.

File: Delays - You See Colours
File Under: Jubelpop
File Audio: Check de site
Heaven 17 - Before After
Ook wel eens het gevoel dat je in een kringetje ronddraait? Dat je iets al eerder hebt gezien of gehoord? Ik bedoel geen déjà-vu, maar het gevoel dat je verdwaald bent in een bos en steeds op hetzelfde punt uitkomt. Op dat punt kwam ik dit keer drie strak in het pak gestoken keurige Britse heren tegen. Ze kwamen me bekend voor, zij het dat ze bij onze eerste ontmoeting in een meer stedelijke omgeving verkeerden (Penthouse & Pavement, 1981).
Destijds was wat zij deden misschien niet revolutionair (nee, daar waren ze te keurig voor), maar toch op z'n minst opmerkelijk. Ze maakten deel uit van een beweging die van mening was dat echte muziekinstrumenten helemaal niet nodig waren en dat computers en synthesizers een prima vervanging vormden. Deze underground beweging is vandaag de dag geheel in het establishment opgenomen. Je zou kunnen beweren dat de heren met hun werk latere generaties dans muzikanten beïnvloed moet hebben, terwijl ik zelf eerder denk dat zij niets meer waren dan de onechte zonen van die vier keurige robots uit Duitsland. Iets waar ze in hun huidige werk nog steeds op teren. Een karakterloze cover van "Don't fear the reaper"(een goed nummer blijft een goed nummer ookal wordt het bloedeloos gecovered) helpt daar geen lieve moer aan. Dat ze ondanks hun kreukloze imago toch af en toe in opspraak geraakten was meer te danken aan hun onderwerpkeuze (We don't need this fascist groove thang, Come live with me) die niet strookte met het hedonistische imago van de muziek dan aan werkelijke controverse.
Maar waarom waren deze klaarblijkelijk intelligente heren er toch niet in geslaagd uit het bos te ontsnappen? Waarom doet hun voorkomen nu zo hopeloos ouderwets aan? Ik besloot een andere weg in te slaan. Op mijn weg het bos uit kwam ik hoesontwerper Malcolm Garrett tegen. Wat bezielde de man die mede-inspirator was voor mijn latere beroepskeuze, ook dat bos in te gaan? Als dat was om hun site te ontwerpen is er in ieder geval een persoon die de juiste keuze heeft gemaakt.


File: Heaven 17 - Before After
File Under: Hopeloos gedateerde electro disco pop, maar wel een mooie website
File Audio: Hier
Field Music - Field Music
We leven een druk leven. Werken, relaties ondehouden, sporten, concerten aflopen, recensies schrijven. Soms tuimelt het allemaal over elkaar heen en wordt het ons een beetje te veel. Wij hier op File Under hebben er gelukkig een medicijn tegen: muziek. Er zijn van die platen die je er weer in doen geloven. Platen die je rust brengen, kracht geven, opwinden, ontroeren. Noem maar op. Maar er zijn ook platen die alleen maar bijdragen aan de chaos in je kop. Field Music is er zo een. Heen en weer geslingerd tussen 'dit is briljant' en 'whats the blerry point?' zit ik vertwijfeld achter mijn toetsenbord. Field Music bestaat uit (ex) leden van Futureheads en Maximo Park wat geenszins wil zeggen dat deze plaat ook meteen goed gevonden zal worden door mensen die van deze bands houden. Daarvoor is de muziek te afwijkend van de norm. Doch niet afwijkend genoeg om echt sprake te laten zijn van avant garde of doorwrochte sympho. Een nummer als "It's not the only way to feel happy" of "Got to get the nerve" zijn redelijk gewone popdeuntjes, maar een nummer als 'Shorter shorter' waarin tempowisselingen en tegendraadse instrumentaties over elkaar heen buitelen zit toch echt meer in de experimentele hoek. Dat maakt deze plaat zo ambivalent en zo moeilijk te duiden. Ik hou het er maar op dat Roxy Music zo geklonken zou hebben hadden ze vandaag de dag begonnen, of een poppier versie van Motorpsycho. Geen makkelijk plaatje dus, maar het zeker waard om eens goed naar te luisteren. Wanneer ik meer rust in m'n kop heb.


File: Field Music - Field Music
File Under: Bewaren voor tijden met meer rust in de kop
File Audio: [Shorter Shorter]
Clearlake - Amber
Op het filmfestival in Rotterdam zagen wij een documentaire over heavy metal. In deze docu werden verschillende genres en subgenres behandeld en waren regelmatig 'rock family trees' te zien. Na afloop werd de regisseur kritisch benaderd door het publiek dat het niet altijd met zijn (sub)genre indeling eens was of het een te veel en het ander te weinig behandeld vond. Dat gezeur over labeltjes ook altijd! Het deed helemaal geen recht aan de intentie waarmee de film gemaakt was. Onder andere daarom strooi ik zelf niet graag met etiketten. 'Emo' bijvoorbeeld. Nooit heb ik goed geweten wat ik daarmee aan moest. Maar nu ik naar Amber van Clearlake heb geluisterd heb ik sterk de neiging daar toch dat etiket op te plakken. Amber is namelijk een plaat die sterk werkt op mijn gevoel. Warm, integer, gelaagd en gedreven zijn zo maar wat termen die me te binnen schieten. Het album opent met een in canon gezongen mantra met de tekst "You rely on someone else, to make you feel allright. As far as I'm concerned, that's no kind of life". Dit nummer (No kind of life) trekt je meteen de plaat in die vervolgt met een heerlijk gruizige door bassdrum en mondharmonica gedreven track (Neon). Daarna beland je in een soort retro druggy trip met sterke sixties en seventies referenties (Good clean fun, Far away) of wordt je terug geworpen op bijna klassieke punky britpop (Finally free, Hate to get what I wanted). Afsluiter 'It's getting light outside' heeft daarentegen een schattig Cure 'Killing an arab' bekkengeluidje wat gek contrasteert met melodieuze violen en springerige popritmes. Maar de 'ballads' zijn minstens even sterk. Titelnummer 'Amber' is een prachtig door cello gedragen rustpunt en 'Dreamt that you died' is tekstueel te lief voor woorden. Bijna emotioneel wordt je ervan. Wat een prachtplaat.


File: Clearlake - Amber
File Under: Alweer zo'n heerlijk eigenwijs Munich/Domino bandje
File audio: [Aan de luisterpaal]
Richard Ashcroft - Keys to the world
Op het filmfestival in Rotterdam kom je zo maar allerlei oude vrienden en bekenden tegen en in mijn geval kwam er zelfs een ex-vriendje uit het buitenland een dagje over. Gezellig en vertrouwd. Na een paar uur rondwandelen constateerden we enigszins lacherig dat we dan misschien al bijna drie jaar verder waren, maar geen spat veranderd. Richard Ashcroft, voormalig zanger van The Verve, lijdt een beetje onder hetzelfde syndroom. vier jaar na het verschijnen van zijn vorige solo CD Human Conditions, de eindeloos vervelende liefdesverklaring aan echtgenote Kate, is hij nog steeds geliefd en verguisd in thuisland Engeland. Waar Coldplay hem als een held op het podium onthaalt bij Live 8, wordt hij door hetzelfde publiek waarbij die band zo vreselijk populair is, volledig over het hoofd gezien. Ik vrees dat dit met deze cd niet gaat veranderen. Richard klinkt nog steeds hetzelfde; een beetje nasaal en dreinerig met af en toe een snik. Ook uiterlijk is er niets veranderd; het is nog steeds dezelfde lange slungel met iets afgezakte jeans en afgetrapte mocassins. Dezelfde trieste blik en dezelfde triestige liedjes met momenten van hoop. Wanneer Ashcroft op z'n best is, en dat is hij een paar spaarzame momenten op deze cd, evenaart hij bijna het niveau van The Verve. "Break the night with colours" of "Keys to the world" bijvoorbeeld bezitten de dromerige 'uplifting' soulvolle flow die we nog kennen van "Sonnet" of "Catching the butterfly". Maar het grootste deel van de liedjes op deze cd haalt het daar niet bij. Want buiten het sterke, uptempo openingsnummer "Why Not Nothing?" of het poppy, Dylanesque "World Keeps Turning", is de plaat een beetje veel van hetzelfde. Ashcroft lijkt een stadionpubliek met aanstekers in de lucht als hoogste doel te hebben, want de meeste liedjes zijn van het soort 'ballade met epische kwaliteiten', terwijl hij juist in die liedjes waarin hij het 'klein' houdt ("Simple song", "Music is Power") bewijst dat hij het wel degelijk kan. Oude bekenden treffen is fijn. Het voelt vertrouwd. 'Wat was het eigenlijk een schatje'. 'Z'n haar lijkt eigenlijk wel een beetje op dat van Richard Ashcroft'. Hmm. Maar ik ben wél veranderd. Oude liefde roest en is niet langer relevant.


File: Richard Ashcroft - Keys to the world
File Under: Vertrouwd, leuk, maar niet (meer) relevant
File Audio: Music stream van het album hier
Muse - Absolution tour (DVD)
De laatste keer dat ik Muse live heb zien spelen was een week voor het concert dat het hoofdprogramma vormt van deze dvd. Nou ja, gezien... Eigenlijk stonden we te ver weg, in de dampen van mileuonvriendelijke vreugdevuurtjes, de gebruikelijke vrijende stelletjes en veel, heel veel afval. Te ver weg om ons helemaal te laten overdonderen door de geoliede rockmachine die Muse kan zijn. Te ver weg om ons onder te dompelen in het - laten we eerlijk zijn - megalomane, pompeuze gitaargeweld met donderende, aan klassieke muziek refererende pianostukken. We vertrokken nog voor het einde. Zo ver van het podium leverde het niet dezelfde beleving op als vooraan in het midden. Bovendien was ik doodmoe, omdat ik de hele dag met een ingetapete enkel over het Landgraafse knollenveld gehobbeld had. Tegen de tijd dat we de auto gevonden hadden, hoorden we de laatste klanken van de toegift wegsterven. Met deze registratie van Muse op het Glastonbury festival kan ik het gemis een beetje goedmaken. Het is een keurige BBC-registratie van een wederom vlekkeloos verlopend concert. Het geluid is fantastisch, met op strategische momenten net genoeg meezingend publiek hoorbaar. Maar de registratie is daardoor ook een beetje braaf. Veel close-ups en mediumshots, wat maakt dat je de band prima kan volgen, maar waardoor je juist het unieke van zo'n groot festival, net zoals de videoshow en het lichtorgel op de piano van de band, mist. Normaal zie je dat ook niet goed door de lange jongens voor je, of die ene idioot met spandoek, maar da's toch anders. Pas tegen het einde zie je wat meer beelden van het massaal op en neer springende publiek. Als ik eerlijk ben vind ik de Pinkpop registraties van onze eigen omroepen vaak een stuk spannender. Het is ook nooit goed hè? Nu kon ik met allang herstelde enkel in eigen huiskamer volledig uit m'n dak gaan, mis ik toch weer de typerende festivallucht van zweet, wiet en blubber. Toch bevat de dvd voor een fan genoeg onvermijdelijke kippenvelmomenten. Met name "Apocalypse please", "Sunburn" en "Time is running out" bezorgen mij recht overeind staande nekhaartjes. Gelukkig heeft de dvd mét een (onbedoeld?) 'Spinal Tap-moment' ook nog wat venijn in de staart. Twee in de UK en twee in de VS opgenomen tracks laten een andere, ongepolijstere, kant van Muse zien. Eerst een fragment waarbij de band achterom, via een stikdonker gangetje het piepkleine podium van de club bereikt en vervolgens zie je twee nummers waar Muse - deels in zwart wit, en snel met elkaar versneden beelden - de club platrockt. Zo veel puurder dan de toch wel erg gladde BBC opnames. Zoals zanger Matthew Bellamy het aan het eind van het fragment zelf verwoordt, voordat hij z'n gitaar backstage in een dumpster flikkert: "That were proper rock 'n roll".

File: Muse - Absolution tour (DVD)
File Under: Puik concert voor de fan, maar wel een doorzichtig opvullertje tot het nieuwe album
Danny Vera - Hold on a while
Tijdens de kerstvakantie was voor het eerst sinds jaren de film 'Wild at heart' van David Lynch weer eens op TV. Een jonge Nicholas Cage - gekleed in een slangenleder jasje - die samen met Laura Dern in een cabrio de Amerikaanse woestenij doorkruist, "Wicked Game" van Chris Isaak zachtjes op de achtergrond. Het is niet zo raar dat bij mij beelden van deze film opdoemen bij het beluisteren van Hold on a while. De muziek van Danny Vera is stevig geworteld in de Amerikaanse rock 'n roll en country met zo af en toe een vleugje Gypsy Kings ("Innocence"). Bovendien speelt de gitarist van voornoemde Isaak, Hershel Yatovitz, op het titelnummer mee. Je moet het maar durven, als Hollandse jongen uit de Zeeuwse polder zo ongegeneerd zingen met een snik in de stem als Roy Orbison. Je moet het maar durven; alles groots aanpakken zowel in productie als in stijl, compleet met slangenleren boots en een met je eigen naam in parelmoer ingelegde gitaar. Danny durft dat dus. En dan is er natuurlijk nog die stem. Bij 'Live in your livingroom' blies hij daarmee de andere artiesten finaal het raam uit. Als ik heel eerlijk ben vind ik de liedjes van Vera akoestisch op hun best. De cd is naar mijn smaak iets teveel gelardeerd met strijkers en andere frutsels terwijl de songs en zijn stem dat niet echt nodig hebben. Ook heb ik de indruk dat hij met simpele begeleiding wat losser en meer ontspannen speelt, wat de nummers ten goede komt. Maar dat is natuurlijk een smaakkwestie. Nu we het toch over smaak hebben: deze cd is al bijna een jaar uit en toch had ik nog nooit van Danny Vera gehoord. Ik vermoed dat dat voor velen van u op File Under geldt. Dat is niet zo raar in deze Popmuziek Correcte gemeente, want Danny treedt naar eigen zeggen graag op bij de Grootste familie van Nederland en had zelfs al een nummer 1 hit in nota bene Turkije. Maar ik zou zeggen: doe 's gek en durf het ook aan! Want met schaamteloos lekkere meezingers ("Speechless", "lay you down", "I'll get by") en tranentrekkers ("Leaving gently", "Veins", "Before I fall", "For a friend"), zou het zonde zijn als deze artiest onder 'File Under: over het hoofd gezien' geschaard blijft.


File: Danny Vera - Hold on a while
File Under: Je moet het misschien lekker durven te vinden.
File Audio/Video: fragmenten op de website van Danny Vera
Kaiser Chiefs - Enjoyment (dvd)
Als jezelf respecterend bandje hoor je er tegenwoordig natuurlijk niet meer bij als je niet ook een dvd uitbrengt. Zeker als je dat vlak voor de kerst doet om zo nog wat sokken te vullen. Of het altijd een verstandig idee is, is maar de vraag. De dvd begint met een waarschuwing; er komen naakte vrouwen in voor, en een Radio 1 DJ die 'the f-word' zegt. Melig grapje, zoals meligheid het hele volgende programma domineert - op de doos wordt al gewaarschuwd: er is geen menu. Een quasidocumentaire over de verschillende plaatsen die de Kaiser Chiefs het afgelopen jaar aandeden. Archiefbeelden van Birmingham, Manchester, Glasgow, etc. voorzien van een nergens op slaande voice-over van Bill Nighy, de acteur die zelf zo goed is in het spelen van een verlopen popster (Still Crazy, Love Actually). Als tussendoortje een parodie op de serie 'Seven Up!' over de bandleden in 1987 en in 2030, concertfragmenten, roadmovie en stukjes van de clips. Als je nog niet onder alle meligheid bezweken bent aan het einde van de film, blijkt er toch een menu te zijn en kan je op je gemak verschillende concerten en de complete clips bekijken. Zo blijkt de dvd toch nog aardig gevuld te zijn. Maar is het genoeg? De concerten van Kaiser Chiefs zijn heel leuk om te zien, het zijn sympathieke, grappige gasten, maar een band die pas één cd heeft gemaakt beschikt - hoe vermakelijk en origineel gebracht ook - gewoon niet over voldoende materiaal om op een dvd lang waar voor je geld te bieden. Ach, je kunt je altijd nog urenlang vermaken door het open/close-knopje van je dvd-speler in te blijven drukken zoals op het hoesje wordt aanbevolen...

File: Kaiser Chiefs - Enjoyment
File Under: Vermakelijk, origineel, maar gewoon niet genoeg
Outsmarted / Stefan Oosthof / Silence Is Sexy / Voltage
Wat een leuke manier om 2005 af te sluiten en 2006 te beginnen! Vier EP'tjes van Nederlandse acts waar we zeker meer van gaan horen:
Outsmarted - Outsmarted (4 tracks)
Outsmarted categoriseert hun muziek zelf als Britpop. Vreselijk Brits klinkt het niet in mijn oren, ik zou het eerder makkelijk in het gehoor liggende gitaarpopliedjes noemen. Britpop is voor mij een combinatie van in het oog springende muzikanten, op oudere Britse muziek gestoelde nummers en last but not least, een zekere mate van ironie. Dat hoor ik niet terug bij Outsmarted. Het probleem met makkelijk in het gehoor liggende gitaarpopliedjes is verder dat ze snel veel op elkaar gaan lijken. "Please", het laatste van deze vier nummers durende EP is voor mij de uitblinker. Het gitaargeluid 'pingelt' en wordt af en toe doorspekt met een strategisch geplaatst synthesizerbiepje, het nummer heeft een aangename melodie en ondanks dat de tekst ook hier de ironie ontbeert, nodigt het nummer wel uit tot meeneuriën. Wanneer Outsmarted in staat blijkt meer van dit soort nummers te schrijven en een duidelijker eigen gezicht ontwikkelt, ga ik deze jonge Zeeuwen zeker in de gaten houden.
Stefan Oosthof - Mpty insides (3 tracks)
Al te zien op The Music In My Head en onlangs zeer overtuigend bij Live In Your Living Room in Rotterdam, is Stefan Oosthof nu ook te horen op een EP'tje van eigen hand. Deze singer-songwriter, afkomstig uit de band Broshim maakt melodieuze liedjes met akoestische gitaar. Zijn stem is aan de hoge kant met een trillertje dat soms overslaat, wat hem heel herkenbaar maakt. Met name in track 3, "Partir c'est mourir un peu" - een mooi typisch singer-songwriternummer met een bite - is Stefan goed op dreef. Het is dan ook met name dit laatste nummer dat de belofte voor de toekomst doet.
Silence is sexy - Live at Bigmouth (3 tracks)
Winnaar van de Grote Prijs 2005 in de categorie Pop/Rock Silence is sexy timmert aardig aan de weg met deze EP. Live opgenomen in studio Bigmouth laat dit plaatje nog beter dan op Silence is sexy horen wat ze in hun mars hebben. Hun aan Editors en Placebo refererende donker gekleurde muziek is melodieus, maar heeft een snijdende gitaarondergrond die dwars door je ziel kerft. Het wordt tijd voor een volwaardig studioalbum!
Silence is sexy speelt 10 januari in Café Flitz, Utrecht
(accoustisch) en 2 februari in Waterfront, Rotterdam.
Voltage - Hitting the ground
Soms heb je van die platen die je achterlaten met een gevoel alsof je een stomp in je maag hebt gehad. Maar dan op een fijne manier. Deze EP - met 6 tracks de lijvigste van het viertal - van ex-Supersubbassist Marc Driessen dondert vanaf de eerste toon je hoofd en je hart in. De stevige, maar dansbare combinatie van elektronica en gitaren die samen een vol, vet, vuig glitterglamgrungegeluid voortbrengen, is zelfs met Cillit Bang niet te verwijderen van je koptelefoon. Het gromt en grijnst, de hoek van de bovenlip opgetrokken met een intensiteit die we nog kenden van bijvoorbeeld The Jesus & Mary Chain of oude Iggy Pop. Deze belachelijk lekkere EP (fantastische productie ook) haalde op de valreep nog mijn jaarlijst van 2005 en voorspelt veel goeds voor 2006, waarin opnieuw een EP zal verschijnen. MEEERRRRR!

File: 4 EP's van Nederlandse acts
File Under: Dat belooft wat voor 2006!
File Audio: [De hele EP van Outsmarted] [de hele EP van Stefan Oosthof] [Voltage]
Kill The Young - Kill The Young
Mijn hemel, als ik er over 30 jaar net zo uitzie als de venijnig lachende bejaarde op de hoes van deze plaat, dan richt ik persoonlijk een band genaamd 'Kill the old' op! Kill The Young is natuurlijk geen oproep tot zinloos geweld, maar een bandje van 3 broertjes uit de buurt van Manchester. En deze piepjonge knapen lijken het aardig voor elkaar te hebben. Productie door Dimitri Tikovoi (Placebo, John Cale, Marc Almond) en Mixage door Flood (New Order, U2, Smashing Pumpkins). Toch niet de minsten! Waarschijnlijk tilt de medewerking van deze ervaren heren de plaat net boven het gemiddelde, want ondanks dat de lekker opzwepende muziek erin glijdt als een glaasje advocaat in het oudje op hun hoesje razen de knapen in hun jeugdig enthousiasme naar mijn mening iets te veel door. De CD opent met twee sterke catchy energieke nummers: "Follow, Follow" en single "Origin of illness", maar wordt daarna snel ambivalent. Het lijkt erop dat ze een stevige punkpop band a la Placebo willen zijn, maar soms waaiert hun sound meer naar ouderwetse New Wave (U2-gitaartjes in "All the world", Smiths in "Fragile", Sisters Of Mercy ritmetje in "No Heroes") of schaamteloze bombastrock zoals een band als Zornik die ook kan maken ("Do you notice", "No Heroes"). De zanger heeft een beetje een bibberig stemmetje wat ook niet echt bijdraagt aan de kracht van de nummers. Ik wil deze jongelingen zeker niet killen, maar ze zouden er verstandig aan doen eerst wat volwassener te worden voordat ze een volgend plaatje maken.


File: Kill The Young - Kill The Young
File Under: Ouder en wijzer was wellicht beter geweest.
File Audio: [Fragile en Origin of illness]
Constantines - Tournament of hearts
Wanneer ik mannen in geblokte houthakkershemden zie denk ik meestal aan een van drie dingen: The lumberjack song van Monty Python, doedelzakgitaren van Big Country of aan Pearl Jam. Laten de Constantines nou nét niet als deze drie klinken. De plaat bevat geen humor, er is geen doedelzak te bekennen, en grunge-rock is het ook niet. Waar klinkt het dan wel naar? zult u vragen. Van-dik-hout-zaagt-men-planken-rock zou ik het niet willen noemen, maar het is wel duidelijk dat de subtielere lagen van Tournament of Hearts zich pas na enkele luisterbeurten openbaren. Voordat je daar ben aangeland zal je ofwel zijn overdonderd of omver gelopen door de epische 'wall of sound' die de Constantines produceren. Een muur van geluid, niet voor wat betreft volume, maar de diepte, rijkheid en volheid van de instrumentatie (blazers!), draagt een Peter Gabriel-achtige stem, die gewone verhalen van gewone mensen vertelt. De busconducteur, de nachtverpleegster, working class heroes worden bezongen. De Constantines klinken als serieuze jongens. Op dit toernooi van harten(pijn) is geen ruimte voor een goedkope lach. Een van mijn collega's gaat emigreren naar Canada. Ik mag hopen dat ze daar in een vrolijke Arcade Fire neighbourhood' belandt en niet in de donkere wouden van de Constantines. Alhoewel, voor een intens romantische ziel is het daar waarschijnlijk goed toeven.


File: Constantines - Tournament of hearts
File Under: Serieuze houthakkersrock
File Audio: Love In Fear
Ezio - The making of Mr Spoons
Een van de leuke dingen van recenseren voor File Under is dat je in aanraking komt met heel veel muziek die je nog niet op de grote grijze iPod in je hoofd hebt opgeslagen. Om in het favorietenlijstje terecht te komen moet een plaat echter wel iets bijzonders hebben. Volgens de website van de band is Ezio 'the best kept secret of the music business'. Ik vrees dat ze op mijn harde schijf ook in een geheim hoekje verdwijnen.The making of Mr Spoonsis de re-release van een cd uit 2003. Een re-release betekent meestal 'groot succes', en dat zou kunnen, want volgens mij zijn er heel veel mensen die wél van melodieuze semi- akoestische poprock houden. De muziek doet me een beetje aan Counting Crows met Spaanse tokkelgitaren denken - en die zijn tenslotte heel populair! Alleen niet bij mij. De akoestische gitaren zijn gelijk ook het meest in het gehoor springende element van Ezio, want verder is het allemaal wel erg gemiddeld. Op de hele cd staat geen enkele compositie die meteen opvalt als 'bijzonder', 'anders' of 'uniek'. Dat hoeft ook niet per se, maar als je bij de meeste nummers na een minuut of drie het gevoel hebt dat het allang afgelopen had moeten zijn zit je je gewoon te vervelen! De stem van de zanger is een beetje bibberig en soms wat hees a la Van Morrison. Alweer zo'n artiest waar velen van houden, maar ik niet. De teksten daarentegen zijn helemaal niet zo beroerd. Het zijn intieme menselijke observaties die perfect aansluiten bij de muziek, met af en toe zelfs een leuke vondst: 'and shadow boxers face the wall, not to be alone'. Ik kijk naar de muur en zie niks. Misschien ben ik wel echt de enige die niet van dit soort muziek houdt...


File: Ezio - The making of Mr Spoons
File Under: Waarschijnlijk bij iedereen maar niet in Merie's afspeellijst
Silence Is Sexy - Silence Is Sexy (EP)
Een van mijn hobbies is bandjes kijken. Of het nou bekendere bandjes zijn of nieuwe bandjes. Nergens komt popmuziek naar mijn mening beter tot z'n recht dan in een donker rokerig hol, waar je als het ware de zweetdruppels op het podium kunt voelen. Dus toog ik een paar weken geleden maar weer eens naar Den Haag voor een halve finale van De Grote Prijs van Nederland. Altijd gezellig en soms ontdek je er nog eens een leuk groepje. Zoals bijvoorbeeld een paar jaar geleden Stuurbaard Bakkebaard die het - hoe schandelijk van de jury - aflegden tegen een Afrikaans trio waarvan we daarna nooit meer iets hebben vernomen. Maar goed, de halve finale van dit jaar in het Paard dus. Na een band of drie deed de meligheid zijn intrede. Pfff, waren we hier helemaal voor naar Den Haag gekomen op de warmste oktoberavond van de eeuw? Wat een teleurstelling. Onder andere flauwe, op Amerikaanse leest geschoeide nu-metal, een uitsloverig meiden punk-pop groepje, en een dertien in het dozijn poprock band met rockbitch zangeres in stoeipakje passeerden de revue. Bijna waren we afgetaaid om een terrasje te pakken. Maar gelukkig maakte de laatste band, en terechte winnaars van de avond Silence Is Sexy het wachten meer dan goed. We zagen warme, intense, ongegeneerd gloedvolle gitaarmuziek die met stijl gebracht wordt. En dat lukt ze ook op deze titelloze vier tracks tellende EP. Hoorbare invloeden van The Cure ("Reptiles") en My Bloody Valentine, maar ook van atmosferische Scandinavische bands. Tot mijn grote vreugde hoor ik zelfs ook verwantschap met Radiohead voordat ze vervelend neuzelig werden. Dit EP-tje smaakt dus naar meer. Toegegeven, het is niet de meest originele muziek, maar de kwaliteit van het concert en composities op deze EP beloven in ieder geval veel goeds voor de toekomst. Of ze die prijs nu gaan winnen of niet.

File: Silence is sexy - Silence is sexy (EP)
File Under: Hier kan iets moois uit groeien
File Audio: [Luister view Legaldownload.nl]