Freek de Jonge - Van A Naar Z
Freek de Jonge is voor mij zo langzamerhand in humor en zelfrelativering een soort kruising van Harry Mulisch en Rita Verdonk geworden. Als zanger heb ik hem nog steeds hoog zitten. Nou ja, als muzikale performer. Een goede zanger is hij niet en zal hij nooit worden, maar de muzikale projecten (met de Nits in Frits, met Robert-Jan Stips in onder andere Gemeen Goed en met het Metropole Orkest in Parlando) zijn steevast van goede kwaliteit. Zeker, de mensen waarmee hij zich omringt hebben daar een fors aandeel in, maar je met goede mensen omringen is ook een kwaliteit. Bovendien is De Jonge's heldere en verhalende dictie de constante factor in de projecten. Eerst zou De Jonge dit album gaan maken met Daniël Lohues, maar die had het uiteindelijk te druk. Vervolgens schreef hij nummers met Neil Innes (Bonzo Dog Doo-Dah Band en muzikale sidekick van Monty Python, wiens "How Sweet to be an Idiot" al eerder door Freek gecoverd werd) en werd er materiaal aangeleverd door J.W. Roy, Boudewijn de Groot, (natuurlijk) Robert Jan Stips en Cok van Vuuren. Ocobar, de band van Cok van Vuuren, heeft het materiaal uiteindelijk uitgevoerd. Ocobar, ken ik die zegt u? Jazeker, dat is de band die wekelijks het programma Holland Sport begeleidt. Dat er nogal wat country- en surfelementen in zitten is dan ook niet zo gek. Dat past uitstekend bij de melancholische verhalen van De Jonge. Luister maar eens naar de gestaag meelopende banjo in "De Stille Jongen". Het zit vaak tegen de countryrock aan, met uitstapjes richting De Dijk en André Manuel en de Ketterse Fanfare. Sfeervol en authentiek is het geworden, zowel in de muziek als in de zang. Waar ik De Jonge bij zijn gesproken radio- en televisieoptredens tegenwoordig acuut wegzap, is dit een cd die ik, net als die van Frits, tot in lengte van jaren zal blijven draaien. Misschien moet 'ie dit maar gewoon blijven doen. O ja, en als u me kunt vertellen hoe het origineel van "Verscholen (achter zijn gitaar)" heet, ben ik u zeer dankbaar. Ik kan er maar niet op komen...
File Under: Sfeervolle muzikale vertellingen
File Video: [Van A naar Z]
Orphaned Land - The Never Ending Way Of OrWarriOR
Hee die Prikkie,
Is het een aardig idee om een soort dubbelrecensie van dat album van Orphaned Land, The Never Ending Way Of OrWarriOR, te doen? De promo daarvan schijnt al twee maanden bij jou te liggen, waarschijnlijk heb je 'm over het hoofd gezien. Een kennis van me, bij de studentenvereniging Karpe Noktem waar ik (nog altijd) bij rondloop, kwam ermee aanzetten en ik vind het geweldig! Dat begon met de single "Sapari", een apart soort kruising van folkmetal ŕ la Turisas en vrouwenmetal ŕ la Nightwish. Normaal gesproken ben ik geen metalhead, maar ik vind dit hele album eigenlijk erg lekker. Komt ook omdat het niet écht metal is. De uitbarstingen zijn gedoseerd, er weegt veel prog, folk en Oosters op tegen de metal, en er wordt veel meer in gezongen dan gegrunt. En voor die kennis van me (een fan van Porcupine Tree) telt natuurlijk zwaar mee dat de plaat is geproduceerd door Steven Wilson. Nu ben ik eigenlijk wel benieuwd wat jij ervan vindt. Roep eens? O ja, en ze staan op Wacken waar ik dit jaar voor het eerst naar toe ga...
Ha Stonehead,
Goed plan, hoor. Maar wel verrassend dat we dan bij dit album uitkomen. Het ligt inderdaad al te lang bij me, maar van over het hoofd zien was geen sprake, want al bij de aankondiging dat ik het album zou krijgen verheugde ik me erop. Ik kende Orphaned Land alleen nog van naam, maar die kwam ik steeds tegen bij recensies van Amaseffers wereldalbum "Slaves For Life", mijn nummer drie in mijn jaarlijstje van 2008. Logisch ook, want net als Amaseffer betreft het hier Israëli die heel wat van de klanken uit het Midden-Oosten in de muziek verwerken. Ik vind het overigens wel echt metal, zij het progmetal met volop Arabische klanken, of zoals ze het zelf noemen "Jewish Muslim Metal" (!) of "Middle Eastern Progressive Metal". Maar het kan moeiteloos naast de Amaseffers, Ayreons en andere avontuurlijke progmetal. Amaseffer had meer een soundtrackbenadering, met veel sfeervolle geluidseffecten en gesproken teksten, Orphaned Land is meer rechttoe-rechtaan - voorzover je daar bij progmetal van kunt spreken. Gelukkig zijn er hier ook volop zeer smaakvolle intermezzo´s te vinden, zoals bijvoorbeeld Bereft In The Abyss. Dit is avontuurlijke muziek zoals je die zelden tegenkomt. Dit album is in elk geval voor mij aanleiding om ook de backcatalogue eens in te duiken.
File Under: Smaakoverstijgend sfeervol
File Audio: [OrphanedSpace]
File Video: [Sapari]
Savatage - Still The Orchestra Plays
Jottem, een nieuwe Savatage! Nou, vergeet het maar. Poets And Madmen uit 2001 is en blijft het laatste album. De leden zijn uitgewaaierd in tal van bands. We hebben Jon Oliva´s Pain, tal van solo-albums, Ze werken geregeld samen in Trans-Siberian Orchestra, Zak Stevens en Jeff Plate doken onlangs gezamenlijk op in Machines Of Grace, alle leden lijken een nieuw Savatage-album te willen maken en toch gaat het waarschijnlijk niet meer gebeuren. De reden is simpel: Paul O'Neill, producer/componist van Savatage is eigenaar van de naam, maar heeft met Trans-Siberian Orchestra een heel wat profijtelijker circus op poten gezet. Blijkbaar hebben de leden onvoldoende vertrouwen dat het zonder O'Neill dezelfde impact zal krijgen, anders zouden ze wel gewoon een andere naam kiezen. Waardeloos voor de fans, die worden afgescheept met geremasterde opnamen en een drietal akoestische versies, "Anymore", "Not What You See" en "Out On The Streets". Maar waar bij andere bands akoestische versies vaak een klassieke setting krijgen, is die bij Savatage juist in de metalversies altijd al aanwezig - en op zijn best. Rest een verzamelaar, met inderdaad de meeste klappers, al is hun magnum opus Dead Winter Dead met maar één originele song vertegenwoordigd. Ze zijn geremastered, maar dat had SPV ook al een keer gedaan. Kortom: een perfecte plaat om kennis te maken, maar verder een rijkelijk overbodige release van een band waarvan nieuw materiaal node gemist wordt.
File Under: Opgewarmde prak is niet hetzelfde als een feestmaal
Rick Springfield - Venus In Overdrive/From The Vault
In 1981 nam Rick Springfield een rol aan in de soap General Hospital, in de veronderstelling dat zijn vijfde album net zoveel zou doen als de voorgaande: weinig tot niets. Maar de single "Jessie's Girl" werd een nummer 1-hit in de Verenigde Staten en Springfield was plotseling een rockster. Sindsdien was hij rockster én acteur, beide met wisselend succes. Muzikaal was het wel enorm jaren tachtig poprock, met alle lelijke productionele kenmerken van dien. In 2008 was Venus In Overdrive ineens weer een succesvol album en Frontiers besloot het album, met extra livesongs, ook in Europa uit te brengen. Het is typisch Amerikaanse poprock, maar ik snap best waarom dit album wel weer een succes was. Het mag dan niets-aan-de-handmuziek zijn, de songs deugen gewoon en qua productie is het misschien geen 2010, maar toch ruim deze eeuw. Alleen de rockreggae "Celebrate Youth" is nog erg vorige week dinsdag. Als er dan ook nog een paar uitschieters opstaan in de vorm van het titelnummer, "Victoria's Secret" en "Mr. PC", nummers die je de eerste keer al mee loopt te zingen, dan kun je alleen maar concluderen dat Springfield het nog steeds niet verleerd is. "God Blinked (Swing It Sister)" is bovendien niet zozeer een poprocksong, als wel een akelig swingende rhythm and blues. Catchy songs in niet te brave uitvoeringen maken dit een heerlijke plaat voor zonnige lentedagen. Nu nog lente, graag.
Een heel ander verhaal is From The Vault, een album met zijn maatje Jeff Silverman. Het komt uit de kluizen zoals de titel zegt - of vanonder het stof, zoals ik zelf vermoed -, en het lijkt erop dat het voornamelijk inhoud uit de jaren tachtig is. Met de vreselijke productie van die tijd, dus noisegates op de drums en bakken met echo op alles. Je moet wel een enorme fan van dat tijdperk zijn wil je dat nog trekken. De pure fan is een verzamelaar en zal zich niets van deze recensie aantrekken, maar anderen kunnen hun geld beter uitgeven aan Venus In Overdrive.
File Under: Lenteplaatje
File Audio: [SpringfieldSpace]
File: Rick Springfield / Jeff Silverman - From The Vault
File Under: Uit de kluis of vanonder het stof?
Hazy Malaze - Connections
Ik heb een probleem. Een luxeprobleem, maar toch. Door een nieuwe baan heb ik overdag weliswaar nog steeds tijd om muziek te luisteren, maar het is dan toch vooral achtergrond. ´s Avonds ben ik vaak simpelweg op, omdat ik heel veel meer reis dan voorheen. Daardoor kan ik recensie-cd´s niet altijd de aandacht geven die ik zou willen. Plaatjes die je dan toch nog opvallen, die hebben dan alvast een streepje voor. Zoals Connections van Hazy Malaze. Joh, een hartstikke hip en nieuw plaatje dus? Nou nee, laat ik het houden op hartstikke aangenaam. Want hip is Hazy Malaze voor geen meter. Het is het hobbybandje van Neil Casal, normaal gesproken lid van Ryan Adams´ Cardinals. In Hazy Malaze brengt hij retrorock ten gehore, in de breedste zin van het woord. Dat betekent dat het soms richting southern rock gaat, soms bluesy is, soms iets van Oasis heeft, en in de meer soulvolle momenten zelfs aan Terence Trent d´Arby doet denken. Maar dat steevast met een laidback gevoel en in een productie zoals je die helemaal aan het begin van de jaren zeventig hoorde. Het is heel makkelijk om Hazy Malaze af te doen met een ´heb ik al honderd keer gehoord´, maar net zo makkelijk kun je zeggen dat het hier wel verrekte lekker en ontspannen wordt gedaan. Ik kies voor het laatste. Geen sensatie, wel hartstikke lekker.
File Under: Laidback retrorock
File Audio: [HazySpace]
File Video: [Can´t Just Give It Away]
Giant - Promise Land
Al bij het debuut in 1989, Last Of The Runaways, was ik verslingerd aan Giant. AOR van de bovenste plank, met een partij bombast waar je u tegen zegt. En niet te vergeten fantastisch gitaarwerk van Dann Huff, de grote man achter de band. Op dat moment was Huff al een Grote Naam in sessieland (voor Chaka Khan, Joe Cocker, Michael Jackson, George Benson, Madonna en nog vele anderen, getuige deze lijst van acht pagina´s) en Giant was een hobbybandje. Opvolger Time To Burn werd een stuk minder ontvangen en na het vertrek van toetsenist Alan Pasqua gebeurde wat dan logisch is bij hobbybandjes: Giant ging op de plank. In 2001 wist Frontiers Huff te verleiden tot een comebackplaat en in 2010 proberen ze het nog eens. Maar tot mijn verbijstering zonder zanger/gitarist Dann Huff. Een verloren zaak, dacht ik eerst. Tot ik zag wie er in zijn plaats aangetrokken zijn. Gitarist is Winger's John Roth, de zanger is niemand minder dan Terry Brock, de man die Slamer's Nowhere Land tot grote hoogten stuwde. En ja, het nieuwe Giant heeft veel weg van Slamer. Omdat Brock zo'n kenmerkend geluid heeft, en omdat Roth een uitstekende gitarist is, maar een minder kenmerkend geluid heeft dan Dann Huff. De songs zijn geschreven door Brock c.s. én Dann Huff, die ook de gitaar hanteert op "Believer (Redux)" en "Save Me", maar ook door bijvoorbeeld Erik Martensson and Robert Sall (W.E.T.). De titelsong en een nummer als "Never Surrender" zijn representatief voor wat hier gepresenteerd wordt: stadionrock pur sang. Niet alle nummers zijn even sterk en er is maar een paar keer een monumentaal intro te noteren zoals dat bij Slamer vaste prik was, maar zolang Slamer niet met een opvolger komt, heb ik met Giant waardig tijdverdrijf in huis. Ook al is Giant zonder Dann Huff eigenlijk geen Giant meer, dit is hoe dan ook een geslaagd album.
File Under: Gigant terug van de plastisch chirurg
File Audio: [GiantSpace]
File Video: [Promise Land]
First Band From Outer Space - The Guitar Is Mightier Than The Gun
De naam van deze band laat weinig te raden over het genre: spacerock. First Band From Outer Space bestaat uit vier Zweden, die er op hun derde album The Guitar Is Mightier Than The Gun flink op los jammen. Een uur lang, in slechts vier songs, waarvan de 'kortste' net geen tien minuten duurt. Het mag duidelijk zijn, wie compacte songs prefereert hoeft niet eens te beginnen aan deze plaat. Progrockers die ook seventies rock en space rock kunnen waarderen daarentegen zullen blij worden van dit album. De opbouw van de songs is zeer proggy, met tempowisselingen, lange instrumentale stukken en songs die je langzaam naar binnen trekken. Maar het is een Clearspot-release, en dat betekent vrijwel zonder uitzondering dat de jaren zestig en zeventig nooit ver weg zijn, en dat geldt ook voor dit album. Met enige regelmaat verschijnen er riffy semi-jams ten tonele zoals die in de jaren zeventig volstrekt normaal waren bij een rockconcert van pakweg The Grateful Dead. Veel ijle electronica (toetsen, mellotron, theremin) zorgen dan nog voor een sfeertje dat associaties met Hawkwind oproept. Zoals gezegd: prog in een seventies spacerockjasje. Opgenomen in een eigen studio, zodat er volop tijd was om aan het album te werken. Dat hoor je eraan af. Je krijgt niet het idee dat er steeds driehonderd overdubs per seconde overheen zitten, maar er zijn hele stukken waar je gewoon merkt dat ze eerst uren hebben zitten jammen om in de sfeer te komen, om vervolgens pas de opname te starten. Over de muzikale kwaliteiten heb ik nog niets gezegd, maar u kunt gerust zijn. Deze mannen hadden volgens mij zo in voornoemde bands meegekund, want het gevoel is er helemaal. Vier songs, een uur genieten.
File Under: Progrock in een seventies spacerockjasje
File Audio: [OuterSpace]
Steye & The Ottowanians - Hum & Ears
Het verhaal achter Steye & The Ottowanians' Hum & Ears is op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen. Steye had al een solo-album op zijn naam staan toen hij werd gevraagd voor In A Cabin With, een serie waarbij Nederlandse en buitenlandse muzikanten bijeen worden gebracht op een bijzondere locatie. Eerder leverde dat bijzondere resultaten op, zoals bij Neonbelle. Stije Hallema (Steye) en Alvin Lewis (ex-Zuco 103) hebben tien dagen in Canada kunnen opnemen, met een stel Canadezen als begeleiders. Het resultaat - dat eerder in een NPS-documentaire te bekijken was - is nu helemaal grateloos te downloaden op de site of voor een bescheiden prijsje op cd(-kwaliteit) te krijgen. Steye noemt het 'a mix of techno-blues, country-funk, and goa-jazz'. Zelf zou ik het eerder omschreven als lome funk, blues en soul. Soms met fraaie resultaten (de semi-jam "Bob Is Dead"), soms met foute Christopher Cross-Candlelight-Met Het Oog Op Morgen-middle of the road tot gevolg ("Wonderful", compleet met 'shap-doowap-shap'-koortje). Overigens moet gezegd worden dat het prima klinkt voor tien dagen opnamen. De productie is helder en draagt bij aan het lome en ontspannen sfeertje op dit album. De instrumentatie is klein gehouden, met allerlei fijne accentjes om het aan te kleden, wat uitstekend bij de songs past. Goed beschouwd zijn Steye en kornuiten het grootste deel van de tijd aan het vissen in de vijver die al jaren de Fun Lovin' Criminals aan de top van de voedselpyramide heeft. In dat genre is het best een lekker plaatje, afgezien van een paar al te gezapige momenten, maar heel bijzonder of opvallend is het eigenlijk nergens. En dat had ik toch wel verwacht bij een project met zo'n bijzondere ontstaansgeschiedenis.
File Under: Resultaat blijft achter bij de oorsprong
File Audio: [Download bij In A Cabin With]
File Docu: [De NPS-docu]
Eisenhower - Eisenhower (EP)
Eisenhower is een Groningse formatie die het Rooie Oortjes Festival won vanwege ´de combinatie van rauwe rootsrock met vierstemmige vocale harmonieën´, zoals de jury het verwoordde. De prijs bestond uit twee dagen studiotijd, wat deze EP met drie songs opleverde. Opener "Time The Time" laat al horen dat deze band inderdaad iets bijzonders in handen heeft. Muzikaal hangt dit nummer zo nu en dan dicht tegen Queens Of The Stone Age aan, maar de harmonieën maken er iets speciaals van. Zelf noemen ze invloeden als Led Zeppelin, Uriah Heep, Deep Purple, Wolfmother, The Parlor Mob en Tool. De wortels liggen dus in de seventies hardrock en dat is te horen. Toch is er een factor die voorgaande bands minder hebben die bij Eisenhower van groot belang is. Want de gitaren mogen dan wel lekker stevig in de mix zitten, met name de laatste twee songs, "The New Guy" en "Eclipse" hebben een onweerstaanbaar poppy randje. Elk van de songs heeft er iets inzitten dat het stramien even doorbreekt, zoals een lekker naar voren huppelend basloopje of een koortje. Voor de mix en mastering is veel tijd genomen en dat hoor je eraan af. Deze Groningers leveren daarmee een EP af die naar meer doet verlangen. Voor maar drie euro is ´ie de jouwe.
File Under: Lekker eigenwijze rockers met stijl
File Audio: [EisenhowerSpace] [Flashplayer op de site]
Jupiter Society - Terraform
De geestelijke vader (of de Chairman, zoals hij zich noemt) van Jupiter Society is Carl Westholm, songschrijver, producer en toetsenist op Terraform. Hij is ook actief in de bands Carptree en Krux, maar Jupiter Society is zijn kindje. Voor dit progmetalproject, qua concept een vervolg op het debuut First Contact/Last Warning, heeft hij echter ruim gebruikgemaakt van de Zweedse scene en zijn andere bands in het bijzonder, wat resulteerde in de medewerking van bijvoorbeeld zanger Mats Levén (Yngwie Malmsteen, Krux en het meesterlijke Amaseffer) en Leif Edling (Candlemass en ook al Krux). Hoewel hij niet alles op dit album zingt, maakt Levén met zijn kenmerkende stem dat de associatie met Amaseffer nooit ver weg is, zij het dat Jupiter Society niet die soundtrack-achtige feel heeft en uiteraard niet de invloeden iuit het Midden-Oosten. De songs hebben echter de verhalende kwaliteit die je bij Amaseffer, Ayreon en ook Pain Of Salvation tegenkomt. Jupiter Society staat voor heftige stukken met metalgitaren, afgewisseld met tragere stukken met ijle toetsenpartijen, symfonisch, soms met een flink koor erachter, gedragen, in slechts zeven songs. Ach, dit is sowieso een album dat je in zijn geheel moet draaien om de kracht te voelen. Het is allemaal net niet onderscheidend genoeg om een enorme klapper te worden, maar liefhebbers van verhalende progmetal zullen er nog steeds veel plezier aan beleven.
File Under: Ambient progkindje van de Voorzitter
File Audio: [SocietySpace]
AtmOsfear - Zenith
Een productief gezelschap is het niet, dat AtmOsfear. Na het debuut AtmOsfear uit 1997 en het vervolg Inside The Atmosphere uit 2003 is Zenith pas hun derde album. Even dacht ik ook te maken te hebben met een EP´tje, toen ik slechts zes songs hoefde te rippen. Maar nee, na het sfeervolle intro volgen er twee songs van dik zeven minuten, twee van dik twaalf minuten en eentje van bijna een half uur. U begrijpt: het betreft progrockers. Duitse progrockers, om precies te zijn. Niet geheel accentloos, maar nergens zo dat het stoort. Bovendien is het muzikale gedeelte veel te fijn om dat te laten bederven door een accentje. Wat heet, het is zo sfeervol en gevarieerd dat de lengte van de songs amper opvalt. Mij doet het vooral denken aan Arena en Dream Theater, maar vooral aan een trage Pain Of Salvation. Traag ja, want de riffs zijn vaak een zompig beukende ondergrond voor de zang van Oliver Wulff - in een voor prog eigenlijk vrij basic productie. Wulff lijkt van oorsprong een hardrockzanger, want dramatische uithalen gaat hij niet uit de weg. Al gaat dat in "Scum Of Society" een paar keer niet echt fraai meer. Een enkele keer zit er zelfs een randje grunten tussen. Dat is wat mij betreft ook het meest opvallende aan dit AtmOsfear: het klinkt alsof er hier een band aan het werk is die jarenlang in de metalhoek heeft vertoefd en zich nu in de progrock en progmetal heeft begeven. Met de huidige stijl zal het de hardrock- en metalliefhebbers overigens wat minder bekoren, daarvoor zijn de tempo- en stijlwisselingen net iets te nadrukkelijk aanwezig. Ergens is het allemaal redelijk voorspelbaar, maar toch weet het me te raken. Misschien moet je daar, zoals ik, een tot prog bekeerde hardrocker voor zijn. De heavy momenten worden geaccentueerd met tinkelende pianoklanken, de rustige momenten krijgen een rafeltje rock mee en zo is AtmOsfear buitengewoon gevarieerd zonder dat de verschillen te groot worden. Als dan ook nog de lange afsluiter "Spiral Of Pain" het prijsnummer is, heb ik hiermee alvast een hele fijne progplaat binnen voor dit jaar.
File Under: Sfearvol
File Audio: [Flashplayer op de site] [AtmOsfearSpace]
JSS - One Night In Madrid
Jeff Scott Soto kwam voor het eerst in mijn blikveld met Yngwie Malmsteens debuutalbum Rising Force, waarop hij erin slaagde op te vallen tussen het alom aanwezige gitaristische stuntwerk van de naamgever. Sindsdien ontspon zich een carriëere die weinig beperkingen kende. Van soul tot AOR, van funk tot metal, Soto bleek alles aan te kunnen. Of het nu onder zijn eigen naam was, met Malmsteen, Talisman, Soul SirkUS of Journey, of in een project als W.E.T., de zang was altijd van hoog niveau. Die veelzijdigheid is te horen op de live-dubbelaar "One Night In Madrid". Al die stijlen blijken bovendien uitstekend bij elkaar te passen, ook al is de funk nooit ver weg. De namen van de muzikanten Jorge Salan en BJ (beiden gitaar), Fernando Mainer (bas) and Edu (drums) zeiden me eerlijk gezegd niet zoveel, maar op deze plaat - waarop JSS vertelt dat ze op dat moment drie weken samenspelen - komen de songs volledig tot hun recht en blijken de heren even veelzijdig als het heerschap dat ze begeleiden. Soms is er wel erg lelijk geknipt tussen de songs (zoals voor "Eyes of Love"), maar zodra de muziek begint is dat meteen vergeten. Er is niet geprobeerd een greatest hits-set samen te stellen, ook al komen er wel dingen voorbij als Seal's "Crazy" (in deze versie eindelijk verlost van de al te kleffe soul in het origineel), solospots voor Salan en Edu, een pianomedley en geintjes als een 'Iron Maiden-ending' bij "Testify". Het slot is een twaalf minuten durende "Funky Jam" met - houd u vast - "We Will Rock You", "I Love Rock & Roll", "Play That Funky Music", "Jungle Boogie", "The Roof Is On Fire", "Brick House", "Shake Your Booty", "Kung Fu Fighting", "Yo Baby Yo", "Macho Man", "The Right Stuff", "Ice Ice Baby", "Stayin’ Alive", "Another One Bites The Dust" en "Walk This Way". JSS en zijn band speelden waar ze zin in hadden, en dat is te merken. Ik ken heel wat prima albums van de man, maar deze staat voorlopig bovenaan. Na bijna 2,5 uur JSS zou ik dit album zo nog een keer kunnen beluisteren...
File Under: Fijn avondje van en voor een alleskunner
File Audio/Video: [Op de promosite]
Wig Wam - Non Stop Rock And Roll
Wig Wam met Non Stop Rock And Roll. Originaliteit is duidelijk niet het sterkste punt van deze Noren. Opener "Do You Wanna Taste It" versterkt dat gevoel nog eens, met een stamper ergens tussen Mötley Crüe en Scorpions. Maar ik denk dat deze Noren zich ook niet zo bekommerd hebben om originaliteit en zich hebben geconcentreerd op de uitvoering. En daarin zijn ze verdomd goed geslaagd. Deze voormalige deelnemers aan het Eurovisie Songfestival (2005) hebben gezorgd voor negen akelig catchy deuntjes, die aan alle vereisten van de glamrock voldoen, maar een breder publiek kunnen trekken omdat de gitaren lekker vol zijn ingemixt. De songs zijn daardoor, met koortjes en al, heerlijk stevige rockers geworden. Dit is weer zo'n Scandinavische band die misschien niet de meest originele is, maar waar dat er werkelijk geen fluit toe doet omdat de composities en uitvoering simpelweg grote klasse zijn. Met "Man In The Moon" en "From Here" zijn er twee prima ballads, de andere zeven songs zijn recht-zo-die-gaat-stampers. Ze zijn zo verstandig geweest na negen nummers op te houden, waardoor je ook na die negen nummers eigenlijk nog meer zou willen horen. Na TNT, House Of Shakira en The Poodles hebben we hier weer een Scandinavisch pretpakket in de melodieuze rock: Wig Wam.
File Under: Pretplaatje
File Audio: [WigWamSpace]
Borislav Mitic - The Absolute
The Absolute opent met een intro dat veel wegheeft van Michael Schenkers "Courvoisier Concerto". Als dat voorbij is, wordt echter meteen duidelijk dat Borislav Mitic geen classic rocker is, maar een instrumentale, neoklassieke shredder. De rest van de song is namelijk éeén lang shredfest á la Yngwie Malmsteen. Mja, wat zeg je er dan nog meer over? Toonladders op en neer? Spreekt vanzelf. Snel? Ja duh! Een in de techniek ingevoerde metalneus zul je nog blij kunnen maken met allerlei technische termen, maar alle kunstjes die Mitic hier laat horen hebben we al honderd keer eerder gehoord vanaf de allereerste dagen van het shredden. Mitic hoorde overigens bij de allereerste lichting, die door platenbaas Mike Varney zo ongeveer eigenhandig de metalmarkt ingeduwd werd. Maar ja, shredders, technisch goed zijn ze allemaal wel. Hooguit zit er nog verschil in uitwerking en stijl. Om met het eerste te beginnen: de inmiddels in Canada woonachtige Serviër Borislavic Mitic heeft alles zelf opgenomen in zijn thuisstudio en blijkt het allemaal best in de vingers te hebben. Het geluid is helder geproduceerd, met uitzondering van de wat vlakke drums-uit-een-sampledoosje. De ritmepartijen hakken er staccato op los en laten veel ruimte voor de vaak gedubbelde sologitaar, die vervolgens het hele nummer de volledige aandacht opeist. Van liedjes is dus amper sprake. Het is niettemin een conceptalbum, wat dat ook moge zijn op een instrumentaal album. Wel heeft Mitic voldoende in huis om niet tien keer hetzelfde te spelen en dat steeds een andere titel te geven. De (spaarzame) keren dat hij gas terugneemt is het ook nog steeds het aanhoren waard, en dat is niet altijd het geval bij shredders. Het is teveel gezegd dat Mitic een eigen, herkenbare sound heeft. Met enige regelmaat hoor je stijlen van anderen terug, dat wel. Maar toch. Na het eerste nummer verzuchtte ik al "ik weet nu al wat ik over deze cd moet schrijven" en toch was er ook na tien nummers geen sprake van opluchting. Integendeel, ik had me eigenlijk verrassend goed vermaakt. En dat is knap in dit overbevolkte genre van technisch vrijwel zonder uitzondering buitengewoon begaafde gitaristen.
File Under: Onbekende pionier
File Audio: [MiticSpace]
Keel - The Right To Rock/Streets Of Rock & Roll
Voor Keel leek halverwege de jaren tachtig een grote toekomst in het verschiet te liggen. De band rond ex-Steelerzanger Ron Keel had met het anthem "The Right To Rock" een stevige hit gescoord, ze hadden de aandacht getrokken van Gene Simmons - die ook hun derde album produceerde -, maar na album vier ging het mis. De band viel stil door bezettingswisselingen en Ron Keel begon een muzikale reis die hem zelfs een countrycarrière opleverde als Ron Lee Keel (!). In 1989 was er een kortstondige reünie vanwege een restjesalbum, maar verder bleef het stil. In 2009 zijn er plots twee cd's: een 25th Anniversary Edition van hun commerciële succes The Right To Rock en een nieuw album, Streets Of Rock & Roll.
Om met de eerste te beginnen: dat Gene Simmons' oog op Keel viel, is geen verrassing. De songs zijn anthems, of beschaafde rockers-voor-het-hele-gezin. Ron Keel is eh... niet de meest technische zanger, hij spuugt de teksten min of meer uit en dat lijkt dan weer veel op het gezang van de heer Simmons, zij het dan Keel een hoge gil in huis heeft ("Speed Demon"). De opnamen zijn wat opgepoetst, er is een 2009-versie van "The Right To Rock" opgenomen, kortom: een voorbeeldige jubileumrelease. In zijn tijd was het een plaat die het heel behoorlijk deed, maar de wat oppervlakkige glam- en hairmetal was wel typisch Amerikaans stadionmateriaal á la Kiss en Twisted Sister. Daar is niets aan veranderd. De songs zijn best okee met een paar uitschieters, maar het blijft ook na de opfrisbeurt erg naar de jaren tachtig klinken, vooral door de enorme bak echo op de zang. Nieuwe fans zitten er dus niet in, maar uit nostalgisch oogpunt is dit een verantwoorde release.
Op het nieuwe album zijn alle bandleden uit de The Right To Rock-tijd weer present, behalve bassist Kenny Chaisson. Juist door de albums na elkaar te beluisteren hoor je heel goed dat de sound flink geupdate is. Niet die bakken echo op de zang, de gitaren klinken veel cleaner maar nog steeds ruig genoeg. Muzikaal is er weinig veranderd, maar het klinkt wel als een plaat van 2009. De heren zijn betere muzikanten geworden, inclusief zanger Ron Keel zelf, de techniek is beter geworden en samen zorgt dat ervoor dat Streets Of Rock & Roll geen originaliteitsprijzen zal winnen, maar wel gewoon een lekker rockend album is geworden dat beter is dan het gros van wat er in het genre verschijnt. "Does Anybody Believe" is bijvoorbeeld een ballad uit het boekje. Een reünie rond een jubileumrelease vind ik altijd wat verdacht, maar Keel's reünie is met Streets Of Rock & Roll dik gerechtvaardigd.
File Under: Semi-klassieker revisited
File Audio: [KeelSpace]
File: Keel - Streets Of Rock & Roll
File Under: Vers materiaal met nieuwe energie
File Audio: [KeelSpace]
Spin Gallery / Rock The Bones Vol. 7
Spin Gallery is een project van de Zweed Kristoffer Lagerstrom en alleskunner/workaholic Tommy Denander. Lagerstrom neemt de zang voor zijn rekening, Denander doet zo ongeveer de rest, met als resultaat het tweede Spin Gallery-album Embrace. Muzikaal is Toto nooit ver weg op dit album: het is poprock, soms door stevige gitaren wat meer richting pomprock neigend, dan weer heel erg poppy met de nodige elektronica op de achtergrond, maar altijd binnen de veilige bandbreedte voor een breed publiek. De twee gastvocalisten bevestigen dat nog meer eens: op "You Do The Things You Do" zingt mijn oude favoriet Dan Reed mee en Robin Beck duetteert op "Just A Momentary Why". Qua gitaarwerk doet het ook nog wel eens denken aan zo'n andere oude favoriet, Mr. Mister ("Brilliance Of The Drugs"). Een enkele keer wordt afgeweken van het stramien, zoals in "Blood in my veins", waar ineens een strijkje opduikt, maar verder is het toch vooral heel veilig. Da's jammer, want Lagerstrom heeft een fraaie stem, ergens tussen Terry Brock en Steve Perry in, en van Denander is al langer bekend dat hij heel wat meer met een gitaar kan dan 'm vasthouden. Het is ook allesbehalve een ondermaats album, maar tegelijkertijd heb je het gevoel dat deze twee er heel veel meer van hadden kunnen maken. In het leven moet je fouten durven maken, anders wordt het veilig en risicoloos en vooral bij lange na niet wat het had kunnen zijn. Precies dat is wat er aan dit album ontbreekt: risico.
Rock The Bones Vol.7 is weer een verzamelaar annex lekkermakertje van Frontiers, met songs van recent of minder recent verschenen albums. Spin Gallery staat er niet tussen, al had dat prima gekund. Een flink deel is hier al besproken (Winger, Mr. Big, W.E.T., Mastedon, Jaded Heart, The Murder Of My Sweet, Blanc Faces, Cinderella). Daarnaast staan er onder andere songs op van House Of Lords (het titelnummer van het nogal tegenvallende Cartesian Dreams), Lou Gramm Band, Jorn en een paar songs van albums die nog moeten verschijnen, zoals van Giant (met Slamer's Terry Brock!) en Outloud (met leden van Firewind).. Voor een mooi prijsje heb je een cd vol top-AOR, om rustig thuis te bedenken wat je gaat aanschaffen.
File Under: Rock met de handrem aangetrokken
File Audio: [fragmenten]
File: VA - Rock The Bones Vol. 7
File Under: Mooie menukaart
File Audio: [fragmenten bij Frontiers]
Foreigner - Can't Slow Down
Halverwege vorig jaar was Foreigner headliner op Bospop. Met een greatest hits-show, waarin alleen songs uit de Lou Gramm-tijd werden gespeeld. Logisch, zou je zeggen, er was ook nog geen studio-materiaal met zanger Kelly Hansen en hij had bovendien geen enkele moeite om het materiaal loepzuiver ten gehore te brengen. Maar nog geen half jaar later is er wel studio-materiaal met Hansen op dit Can't Slow Down, dus een of twee songs had best gekund op Bospop. Vooral als je hoort dat de songs de vergelijking met het eerdere materiaal prima kan doorstaan. Natuurlijk, er zitten een paar wat mindere broeders tussen, maar Foreigner had ook met Lou Gramm niet alleen krakers op de albums staan. Dat lijkt alleen maar zo omdat iedereen dezelfde verzamelaars in huis heeft. Maar luister eens naar "Living In A Dream" of "Ready". Het is net alsof Gramm nooit is weggeweest. Hansen heeft een stem die al heel veel op die van Gramm lijkt en zijn zanglijnen zouden twintig jaar Foreignergeschiedenis geleden niet anders geweest zijn. Het is beschaafde poprock, maar wel met die typische Foreigneringrediënten: tot in de puntjes afgewerkte Liedjes, mooie koortjes en coupletten die je meteen mee begint te zingen. Al met al kun je zeggen dat dit gewoon een zeer geslaagd Foreigneralbum is, zonder het gevoel van oude mannen die hun oude kunstje nog een keer opvoeren. Dat gevoel komt alleen even naar boven bij de vreselijke afsluiter. "Fool For You Anyway" is hele foute witte-mannen-zonder-ritme-gladjakkersoul zoals je die normaal gesproken hoort bij types als De Man Wiens Naam Niet Genoemd Mag Worden Op File Under. Nou ja, het is de afsluiter, dus na het op een na laatste nummer naar de cd-speler hollen en je hebt nergens last van...
File Under: Eén nummer te lang, maar verder heerlijk
File Audio: [ForeignerSpace]
Halford - III-Wintersongs
Uit de eerste envelop met recensie-cd's van het nieuwe jaar kwam een cd'tje schuiven dat eigenlijk nog van voor de kerstdagen was. Abusievelijk was Halford's Winter Songs iets te lang op het distributiecentrum van File Under blijven liggen. . Een Rob Halford-kerstplaat!? Jup, een hele echte. Maar dan toch met eigen songs binnen het thema? Think again, de helft eigen nummers, de andere helft klassieke kerstsongs als "We Three Kings", "Oh Come O Come Emanuel" en "Come All Ye Faithful". Nooit gedacht Rob Halford nog ooit 'Rejoice Oh Rejoice!' te horen zingen. Zeker, ook de klassieke kerstsongs gaan soms op dubbele snelheid, zoals met Halford, Roy Z., Metal Mike Chlasciak en Bobby Jarzombek te verwachten was. Maar ook op hoge snelheid komen er bellen en klokken voorbij. In Amerika is het helemaal niet vreemd voor een artiest om een kerstplaat uit te brengen, in Europa kijken we toch wat anders tegen de cheesy 'ho-ho-ho'-kerstsfeer aan. Wanneer ik probeer de kerstsfeer te negeren, blijft er een aardig album over. Aardig, niet briljant. Te vaak worden de eigen songs ontsierd door wel heel botte houthakkerij. Juist de covers, die toch echt een metalen bewerking hebben gekregen, weten zich daaraan te ontworstelen. mede omdat ze niet in de valkuil van de lollige versies zijn getrapt. Dat laatste gebeurt nou net wel weer bij de eigen song 'Christmas For Everyone', een Slade-achtige metalhoempasong. Het paradoxale is dat dit album juist daardoor niet echt een kandidaat is om midden in de zomer nog eens op te zetten. Dit album is helemaal niet slecht, maar wel heel erg voor de Amerikaanse markt bedoeld.
File Under: The Three Kings And One Metal God
File Video: [Get Into The Spirit]
Saviours - Accelerated Living
Volgens de bio is Accelerated Living een Motörhead-meets-Exodus-meets-Born-Again-Sabbath crossover. Hmm, de term "crossover" vereist stijlen die wat verder uit elkaar liggen, volgens mij. Maar dan nog is het een vergelijking waar wel het een en ander op aan te merken is. Tuurlijk, muzikaal zijn best roots bij Sabbath en Motörhead te ontdekken, maar bij de meeste rauwe metalbands met de New Wave Of British Heavy Metal als startpunt zijn die aan te wijzen. "Rauw" is hier het sleutelwoord. De omschrijving op hun MySpace "heavy apocalyptic jams" geeft een beter beeld: mitrailleurdrums zonder te vervallen in een double-bass-fest zonder einde, stevig overstuurde hakkende gitaren waarbij fijnzinnigheid geen optie was voor de productie en een zanger... nou ja, iemand die de teksten op hoog volume uitspuugt. Veel verschil in toonhoogte is er niet in de zanglijnen, dus "zanger" is echt wat te veel gezegd. De link met Motörhead zou in zoverre te verklaren zijn dat Saviours de rauwheid uit Motörhead's beginjaren kent, toen Fast Eddie Clarke en Philty Animal Taylor daar nog Lemmy's kompanen waren. De songs blinken niet uit in originaliteit: de drums beuken, de gitaren ook, de zanger speenvarkent er flink op los en van tijd tot tijd komen er gierende solo's overheen, of er nu gezongen wordt of niet. Maar ach, een plaat als deze zet je op voor de energie. En die heeft 'ie van begin tot eind. Tegelijkertijd vraag ik me af hoeveel deze plaat zal verschillen van de voorgaande, hun debuut. Hier is het al acht nummers lang hetzelfde kunstje. Energiek, dat wel.
File Under: Acht nummers energiek en niet veel meer
File Audio: [SavioursSpace]
Spit Like This - We Won't Hurt You (But We Won't Go Away)
Zo spannend als Oud en Nieuw lang geleden voor de kleine Prikkie was, zo weinig bijzonder is het heden ten dage. Een nieuw jaar? Best. Een keer champagne en oliebollen, da's leuk, maar verder is het een dag als alle andere. Ik heb er al heel wat meegemaakt, dus de nieuwigheid is er wel vanaf. Na bijna 750 recensies gebeurt dat ook wel eens met een cd. Sterker nog, je kunt aan de hand van de hoes en de titels al voorspellen wat je te horen krijgt. Op de hoes van We Won't Hurt You (But We Won't Go Away) is de band Spit Like This te zien, afzichtelijk getekend en met voor elk bandlid een uiterlijk dat nadrukkelijk door een marketingafdeling bedacht lijkt. Evenals de namen van de bandleden: Lord Zion (zang), Vikki Spit (bas), Cyndi Rott (gitaar) en Vile Gilez (drums). De songtitels bevatten pareltjes als "Sex Drugs And Heavy Metal", "Pussywhipped" en "Sleaze Sells But Who's Buying". En dan komen ze ook nog vergezeld van kwalificaties als 'best known for their theatrical live performances featuring severed mannequin heads, strobe lights, smoke, whips, simulated oral sex, fake blood, one-off guitar solos, and audience sing-alongs'. En ja, ze zijn net zo erg als het voorgaande suggereert. Of nog een tikkie erger. Glam en surf op K3-niveau, meer is het niet. Matige songs, beroerde productie, zang die die kwalificatie maar met moeite haalt. Was het je gezondheid dan zou je huisarts het omschrijven als 'algehele malaise'.
File Under: Dokter, als ik hier druk doet het daar pijn...
File Audio: [SpitSpace]
Lita Ford - Wicked Wonderland
Het is dat ik niet zo op geblondeerd en leer val, maar anders hadden in mijn tienerjaren mijn hormonen overuren gedraaid van Lita Ford. Ze was weliswaar al bekend van The Runaways, maar ze dook pas daarna echt de hardrockhoek in, met als commercieel hoogtepunt het album Lita uit 1988, dat zelfs hits opleverde in de vorm van "Kiss Me Deadly" en "Close My Eyes Forever", een duet met Ozzy Osbourne. In de jaren daarna hoorde je vaker over Lita Ford als vriendin-van-een-rockster dan over Lita Ford als muzikante. Niet geheel ten onrechte, want Ford mag dan een uitstekende gitariste zijn, een groot zangeres of songschrijver is ze nooit geweest. Albums waren vaak, op details na, kopieën van eerder werk. Na een pauze van bijna tien jaar is er dan nieuw werk en je zou verwachten dat ze in die tijd aan materiaal en stijl zou hebben geschaafd. Nee dus. De sound is geüpdate, dat zeker. Maar het klinkt als de jaren-tachtig-Lita met een sausje van electronica, in plaats van een 21e-eeuwse Lita. Qua sound is een vergelijking met Marilyn Manson onvermijdelijk. Zwaar (over)geproduceerd, bakken echo op de zang en de heftigste gitaarrifs zijn te vaak platgewalst om nog indruk te maken. Het songmateriaal is helaas nog steeds tweederangs sjabloonrock. Het maakt dat de hernieuwde kennismaking me eigenlijk na twee nummers al de keel uithangt en ik de rest van het album met frisse tegenzin beluister, ondanks het doorgaans prima gitaarwerk. Het blijft hangen in weinig subtiele hitparaderock, duidelijk alleen gemaakt voor de Amerikaanse markt.
File Under: Opgewarmde prak van lang geleden
File Audio: [FordSpace]
Blackwood Creek - Blackwood Creek
Blackwood Creek is een debuterend highschoolbandje. Nou ja, ex-highschoolbandje, want de heren zijn veertigplussers. Ooit kwamen ze bij elkaar op de highschool en in 1980 scheidden hun wegen weer, maar omdat een van hen met een ander bandje beroemd werd was er de mogelijkheid alsnog een plaat uit te brengen. Die beroemderik is Kip Winger, de andere twee zijn drummer Nate Winger (familie, uiteraard) en gitarist Peter Fletcher - beiden niet geheel onbekend, maar roemsgewijs toch een treetje lager verblijvend. Blackwood Creek is iets minder Groots en Meeslepend dan Winger, met als gevolg ook een wat minder pompeuze productie. De songs zijn echter wel van de kwaliteit die we van Winger gewend zijn, met een goede afwisseling tussen mid-tempo en up-tempo songs en een enkele ballad (het fraaie "After Your Heart"). Natuurlijk komen er typische Wingerelementen naar voren (de koortjes in "Dead Stung" bijvoorbeeld), en het stemgeluid is herkenbaar als altijd, maar het is geen "Winger, de restantjes". Integendeel, ik vind dit album eerlijk gezegd iets beter dan het laatste Wingeralbum Karma. Dat heeft te maken met het feit dat de songs wat meer experiment bevatten, net zoals dat het geval was op Winger IV. Dat zijn natuurlijk geen The Mars Volta-achtige experimenten, maar subtiele experimenten in details. Daarnaast zit er een stel lekkere rechttoe rechtaan beukers tussen, zoals "Rack Of Greed". Bij Winger zou een dergelijke song met meer bombast opgetuigd worden. De reutelende boer aan het begin van "Love Inspector" zou trouwens ook niet kunnen op een Wingeralbum...
File Under: Overtuigend highschoolbandje
File Audio: [CreekSpace]
Blanc Faces/101 South
Een paar jaar geleden was het debuut van Blanc Faces een behoorlijke verrassing. Ze deden weliswaar niets nieuws en het was puur jaren tachtig wat de klok sloeg, maar o wat was het lekker. Op opvolger "Falling From The Moon" gaan de broertjes La Blanc door op de ingeslagen weg. Uitstekende composities, fantastische zang en een prima productie van Dennis Ward (Pink Cream 69). Het debuut verloor ik overigens gaandeweg een beetje uit het oog omdat er heel veel langs kwam in dezelfde categorie. Waar ik bijvoorbeeld Pride Of Lions wel blijf draaien, was Blanc Faces op de lange termijn blijkbaar toch net iets te weinig onderscheidend. Hier zitten mooie details in die het net een beetje extra geven (het orgeltje in het titelnummer!), dus het zal mij benieuwen of ik deze wel zal blijven draaien. Op het album is overigens Kyle Woodring (Dennis DeYoung, Survivor) op drums te horen, die enkele weken na voltooiing van het album, op 42-jarige leeftijd, een einde aan zijn leven maakte.
101 South is een project van toetsenist Roger Scott Craig en zanger Gregory Lynn Hall. Moet u die heren kennen? Mwah, Craig zat in Harlan Cage en is verder vooral met soundtracks en jingles in de weer geweest en Hall heeft als drummer, gitarist en bassist de L.A. scene onveilig gemaakt. Opener "When You're In Love" begint met het pingelsynthgeluid van Foreigner's "I've Been Waiting For A Girl Like You" en dat geeft aardig aan wat je kunt verwachten. De songs kloppen maar zijn nergens geniaal, de uitvoering is degelijk - want door ervaren sessiemuzikanten -, kortom het is allemaal volgens het boekje. En toch heb ik bij dit album het idee dat ik het hierna eigenlijk niet meer uit de kast zal trekken. Daarvoor is het allemaal net wat te veilig en net te vaak even goed of beter gedaan. Na de overdosis netjes-binnen-de-lijntjes-AOR van de afgelopen maand ben ik eerlijk gezegd blij dat ik deze aan de kant kan leggen...
File Under: Fraai, maar met twijfelachtige houdbaarheidsdatum
File Audio: [Come Alive]
File Video: [Falling From The Moon]
File: 101 South - No U-Turn
File Under: Okee, maar in de winkel al over de houdbaarheidsdatum heen
File Audio: [Flashplayer op de site]
File Video: [Blue Skies met gastvocalist Chris Thompson]
Jaarlijst 2009: Prikkie
1. Umphrey's McGee - Mantis
2. Muffx - Small Obsessions
3. Transatlantic - The Whirlwind
4. Chickenfoot - Chickenfoot
5. Drive Like Maria - Elmwood
6. Queensr˙che - American Soldier
7. Les Claypool - Of Fungi And Foe
8. Kingtonic - Cruisin' For A Thrill
9. Joe Bonamassa - The Ballad Of John Henry
10. Alquin - Sailors And Sinners
Soul Doctor - Way Back To The Bone
Een voordeel van it'er zijn is dat je vaak maar een laptop en internetverbinding nodig hebt om je werk te kunnen doen. In plaats van door de sneeuw te ploegen zit ik daarom lekker thuis te werken met een fijn mopje muziek op de achtergrond. Van een van m'n oude favorieten onder de Duitse hardrockers, Soul Doctor. Ze weten hoe ze een pakkende melodie moeten schrijven, Tommy Heart is een uitstekende en herkenbare zanger en Chris Lyne is een uitstekende gitarist die een goede balans weet te houden tussen het ritmewerk en de solo's. Ook op het nieuwe album "Way Back To The Bone" is dat allemaal dik voor elkaar. Hoewel... Ik ben natuurlijk aan het werk, dus mijn aandacht is er niet helemaal bij. Maar als ik de cd nog eens opzet blijkt het ook de tweede keer enigszins aan me voorbij te gaan. En dan valt me op dat de intro's meestal heel ingenieus en spannend zijn, maar dat de songs - hoewel catchy - wel erg weinig afwijken van het stramien dat op alle voorgaande albums te horen was. Het gevolg is dat een song als "Can't Stand Losing" - erg poppy voor Soul Doctorbegrippen - niet een hypermelodieuze Totobehandeling krijgt, maar toch weer in het standaard-Soul Doctorjasje wordt geperst. De prestaties van Heart en Lyne zijn nog steeds uitstekend, maar ofwel is de compositie te beroerd (de lamlendige ballad "Times Of Yesterday") ofwel is juist de uitvoering te voor de hand liggend, zoals bij "Can't Stand Losing". Aangezien de intro's wel iedere keer prima zijn, stel ik voor dat ze voortaan daarmee beginnen en echt eens doorzetten in een andere richting. Dit is slechts heel degelijke middelmaat en Soul Doctor kan meer.
File Under: Tot op het bot fileren en eens iets anders boetseren
File Audio: [DoctorSpace]