Erland & The Carnival - Nightingale
Nightingale, de tweede van Erland & The Carnival, werd opgenomen op een oud marineschip, de HMS President, dat nu zijn dagen slijt aan de oevers van de Theems. In de begeleidende biografie wordt een beeld geschetst van zeerovers en piraten, rottende dekplanken en spookgeluiden. Maar de website van de schuit in ruste leert ons dat het schip wordt verhuurd als partyboat, dinerlocatie en conferentieruimte. Stukje beeldvorming. Nightingale is namelijk een nogal duistere plaat. Een gepensioneerd piratenschip past daar natuurlijk beter bij dan een partycentrum te water. Nightingale heeft deze nogal geforceerde pogingen tot sfeerscheppen totaal niet nodig. Zo duister is de plaat uiteindelijk niet, en net als zijn voorganger is het een plaat met prachtige folkliedjes, regelmatig gekieteld en uit de tent gelokt door psychedelisch-elektronische neigingen. De eerste drie nummers van de plaat hebben nog wel iets onheilspellends in zich. Opener "So Tired in the Morning" door het gebruik van stuwende, duistere synthesizers. Single "Map of an Englishman" mede door de 'Oh-oh-oh-ohs' op de achtergrond waar je, toegegeven, best koorzingende piraten in zou kunnen horen. En "Emmeline" is door de vele stiltes, zacht fluitende toetsen en fluisterzang eng en ongemakkelijk in al haar schoonheid. De rest van de plaat klinkt nog het meest alsof Blur in het Parklife-tijdperk Britse jaren 70-folk onder handen neemt.


File: Erland & The Carnival - Nightingale
File Under: Heus niet enge folk
File Audio: [Bandcamp
]
Let's Wrestle - In The Court Of Wrestling Let's
In 2008 stond Let's Wrestle al op London Calling in Paradiso. Kort daarna kwam dit debuut uit, maar de stilte die daarop volgde was oorverdovend. En nu probeert het Londens trio het nog maar een keer. Op het eerste gehoor zou je ze niet in Londen plaatsen; de Pavement-invloeden zijn overduidelijk en veelvuldig aanwezig in de rammelende maar melodieuze gitaarrock. Uitgesproken Brits is Let's Wrestle vooral in de gevatte teksten. De trauma's van de post-puberteit zitten er nog goed in bij zanger Patrick Wesley Gonzales, getuige de stortvloed aan teenage angst die de argeloze luisteraar ten deel valt. Toen ik de band in 2008 op London Calling zag, waren de liedjes bij vlagen nog niet goed genoeg en was de podiumpresentatie wat schuchter. Aan de kwaliteit van de liedjes is inmiddels veel verbeterd. In The Court Of Wrestling Let's is een samenhangende verzameling melodieuze lo-fi postpunk geworden. De rommelige structuur van de songs hoort er natuurlijk bij in dit genre, maar bij vlagen geeft Let's Wrestle blijk van knap vakwerk. De drie interludes die de plaat sieren zijn ondanks hun beperkte lengte (+/- 1 minuut) ronduit prachtig. Alsof de zon even doorbreekt tussen alle weltschmerz. En "We Are The Men You'll Grow To Love Soon" is een razend knap in elkaar getimmerd popliedje. Let's Wrestle laat zien sinds 2008 flinke stappen te hebben gemaakt.

File: Let's Wrestle - In The Court Of Wrestling Let's
File Under: Rammelende weltschmerz met perioden van zon
File Audio: [Wrestle-Space]
File Video: [YouTube]
Suuns - Zeroes QC
Zeroes QC van Suuns begint krakend, slijpend en behoorlijk onheilspellend. Een ronkend industriële synthesizer dreunt de plaat langzaam op gang. Even later kleurt een wat vrolijker klinkende synth de donkere tonen wat bij, en voor je het in de gaten hebt is albumopener "Armed For Peace" op gang. Van een Transformers-ballad naar garagerock met soul in 90 seconden. Daarna gaat het pas goed los; als de lijzige kopstem van Ben Shemie in de mix valt heb je het idee naar een knap gelukte liefdesbaby van Black Rebel Motorcycle Club en Queens Of The Stone Age te luisteren. Met die omschrijving heb je nog maar een deel van het geluid van Suuns te pakken. Want waar shoegaze en post-rock/punk de plaat hun rauwe scherpte geven, komt de warmte op Zeroes QC vooral uit de dikke laag elektronica. Natuurlijk zijn de jaren 80-invloeden overduidelijk aanwezig, maar Suuns weet hun muziek verrassend eigentijds te houden. Dat is deels de verdienste van producer Jace Lasek (The Besnard Lakes), die een belangrijk deel uitmaakt van de indiescene in Montreal waar de laatste jaren zoveel moois vandaan komt. Een van de hoogtepunten van de plaat is het epische "Sweet Nothing" (7 minuut 3!) dat net zo bezweert als Holy Fuck op een goeie dag. Daarna neemt Suuns gas terug om vervolgens niet meer op gang te komen. Da's jammer, want god wat waren we lekker aan het stampen, schreeuwen, rocken, duwen, scheuren en huffen en wat al niet meer. Maar met pareltjes als "Fear" en "Organ Blues" is het genoeglijk uitpuffen.


File: Suuns - Zeroes QC
File Under: Industriële garagerock met soulvol randje
File Audio: [MySpace]
File Video: [Vimeo]
Lia Ices - Grown Unknown
Grown Unknown is Lia Ices' tweede plaat, maar haar eerste op het eigenzinnige Jagjaguwar-label (Cave Singers, GAYNGS, Black Mountain, Wolf People). Eigenzinnig is haar muziek maar deels, want Grown Unknown is in de eerste plaats een album vol met grillige, maar mooie popliedjes van een vrouw met een dijk van een stem. Die stem gromt en stuwt soms venijnig, en is soms hemels mooi. Ices heeft haar belangrijkste instrument indrukwekkend onder controle. De manier waarop ze haar stem vaak om een ongrijpbare melodie heen laat kronkelen doet vaak denken aan Joni Mitchell. De meer meditatieve momenten van de plaat herinneren aan Sinead O'Connor en Kate Bush. Maar er is nog een ander sleutelelement in de muziek van Ices, en dat is haar experimenteerdrift. De plaat wordt geopend door een kwartet wonderschone maar schuchtere popliedjes die de schroom steeds meer van zich afgooien. Het daarop volgende titelnummer barst vervolgens van de mooie percussiewisselingen en vocale stemmingmakerij. Deze ontketening doet de plaat bijzonder goed, want nog vier wiegende pianoliedjes waren - hoe indrukwekkend ook - een flinke stap richting de eenheidsworst geweest. Nu laat Ices zien dat zij, soepel zwierend tussen experiment en pop, een aanwinst voor de Jagjaguwar-stal is.


File: Lia Ices - Grown Unknown
File Under: Grillige pianopop met welkome experimenteerdrift
File Audio: [Lia-Space]
Tu Fawning - Hearts On Hold
De openingstrack van Hearts On Hold is een dramatisch stuk muziek met een droevig blazende trompet en een onheilspellend huilende zangeres. De slome sfeer werkt een beetje op de zenuwen, maar beklemmend is het zeker. Het tweede nummer "The Felt Sense" wordt gevormd door heftig stampende trommels met daaroverheen een prachtige zanglijn van zangeres Corrina Repp. Repp is normaal solo, en vormt samen met Joe Haege (31Knots) Tu Fawning. De muziek van dit gelegenheidscollectief verschilt flink van de muziek die deze twee normaal gesproken maken. Tu Fawning is voor beiden een dekmantel om eens een hele andere kant op te gaan. Tu Fawning klinkt als een poppy zusje van The Knife; minder onheilspellend, kortere nummers en zo nu en dan (bijvoorbeeld in "Apples and Oranges") zelfs bijna als popmuziek. Hier en daar klinkt het geheel wat stuurloos, zoals in "Hand Grenade" dat onheilspellend wil zijn maar het nergens wordt. Dat is iets wat je de plaat in zijn geheel wel mag aanrekenen: het onheilspellende mag nog wel wat zwarter worden ingekleurd. Benieuwd hoe ze dat in maart live in Paradiso gaan doen.


File: Tu Fawning - Hearts On Hold
File Under: Poppy zusje van The Knife.
File Audio: [MySpace]
File Video: [I Know You Now]
Lars Ludvig Löfgren - Heterochromia
In een interview zei Lars Ludvig Löfgren eens: ‘ik zou zowel in de stad als in het bos kunnen wonen.’ In zekere zin is dat ook precies wat Löfgren op zijn plaat Heterochromia doet. Want daarop hoor je zowel de open ruimtes van het platteland als de gruizige, levensdronken gitaarpop van de stad. Löfgren (Zweed) heeft elf puntige popliedjes aan elkaar getimmerd waarin werkelijk een kaleidoscoop aan invloeden te noemen is. En dat zal ik dan ook maar even doen: The Shins, Lemonheads, Motown, Britpop, shoegaze; het komt allemaal voorbij. Albumopener “Canadian Maple Leafs” klinkt als een charmant beschonken A.A. Bondy die eenzaam door een weiland kachelt; “Round Your Heart” is gloedvolle Amerikaanse powerpop waarin de neonreclames weerschijnen. Het gros van de nummers kan weliswaaar ingedeeld worden in het hoekje van de Zweedse popstampertjes; maar dat gebeurt wel op behoorlijk ontspannen wijze. Heterochromia rockt, maar doet dat overtuigend nonchalant. Het eerdergenoemde “Round Your Heart” is een onweerstaanbare hit, maar het is lastig om een hoogtepunt aan te wijzen. Het niveau van de liedjes blijft tot aan de laatste tonen van afsluiter “My Kid Could Paint That” indrukwekkend hoog. Vanavond te zien in Groningen, op Eurosonic. Zo’n plaat verdient een volle zaal.

File: Lars Ludvig Löfgren - Heterochromia
File Under: Zweedse popstampertjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [Give The Dog A Bone]
Landfill - Landfill
Het Belgische Landfill heeft zich een bescheiden bandnaam (Landfill is Engels voor vuilstortplaats) aangemeten. Het Belgische bier Kwak, geen bijster smakelijke biernaam, volgde eenzelfde strategie. Maar we weten beter - die onderkoelde Belgen zijn zo mogelijk nog calvinistischer dan wij Hollanders. Kwak is heerlijk bier en we moeten er rekening mee houden dat er achter een bandnaam als Landfill ook wel eens prima muziek schuil kan gaan. Bij beluistering van het debuut van het Grimbergse vijftal wordt inderdaad al snel valse bescheidenheid verraden. In de biografie worden Muse en Radiohead als voorbeelden aangehaald, en in nummers als - het wonderschone - "Moses" klinkt het bombast van die eerste voorzichtig door. Landfill mikt groot(s). Grappen over de naam zijn een open deur, maar op dit debuut valt weinig aan te merken. Het is misschien wat te lang, met dertien nummers. Maar de stem van de zanger heeft een lekker rafelrandje, de synthesizers kleuren het geluid mooi in, en Landfill heeft een aantal goede nummers. Zoals single "Low", dat al vaker op 3FM en KINK werd gedraaid. Of het groovy "Hpy3". Daarna slaat het allemaal nogal dood; de laatste drie nummers had Landfill beter kunnen bewaren als b-kantje; doorgaans een mooie vuilstortplaats voor tekortschietende albumtracks.

File: Landfill - Landfill
File Under: Vals bescheiden en best goede Belgen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Low]
Colorama - Box
Als band heftig koketteren met de jaren zestig en zeventig is een riskante bedoening. Het maatschappelijke draagvlak voor de idealen die aan de basis van de muziek van toen lagen, is sowieso afgebrokkeld en je moet als band buitengewoon je best doen om niet als een veredelde coverband gezien te worden. Kijk naar Super Furry Animals voor hoe het wel moet, kijk naar Moke voor hoe het vooral niet moet. Het Welshe Colorama weet een verfrissende draai te geven aan alles wat de sixties en seventies zo leuk maakte. Frontman en creatieve spil Carwyn Ellis werkte eerder met onder andere Edwyn Collins, Shane McGowan, Noel Gallagher, Dan Sartain, UNKLE en North Mississippi Allstars. Onder de naam Colorama maakt hij soloplaten, en Box is de tweede. Op deze opvolger van Cookie Zoo (2008) echoot vooral de Britse folk uit de jaren zestig en zeventig. "Box", "Autumnal" en "Candy Street" zijn alle drie wonderlijk geslaagde vensters naar de feërieke folk uit het Engeland van krap een halve eeuw geleden. Ellis slaagt erin om de nummers fris en vooral modern te laten klinken; op "Candy Street" met een gitaarsolo die rechtstreeks uit de hoogtijdagen van de Britpop lijkt overgekomen. Buiten die drie nummers kabbelt het allemaal wat voort, maar zonder dat het saai wordt. Box is als een dromerige zondag in het park, kauwend op een grassprietje. Er gebeurt niet bijster veel, maar ontspannend is het wel.

File: Colorama - Box
File Under: Echo’s van Britse sixties-folk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Candy Street]
The Grand Opening - In The Midst Of Your Drama
Drie nummers op weg valt de loomheid die The Grand Opening kenmerkt goed op zijn plaats. Single "Be Steady" zet een tandje bij en daarmee ontstijgt het nummer de rest van de plaat. Die rest is, naast sterk geproduceerd en goed in het gehoor liggend, ook een beetje saai. John Roger Olssons stem is mooi, zijn nummers steken knap in elkaar en het is daarom jammer dat Olsson niet meer aandacht heeft besteed aan de afwisseling op de plaat. Die is er nu te weinig, en daarom blijft "Be Steady" een eenzame verademing. In The Midst Of Your Drama is Olssons derde als The Grand Opening. Daarvoor maakte hij veel ambient, waarvan er op de eerste twee Grand Opening-platen nog resten hoorbaar waren. Sloom, rustig, uitgesponnen, duister. In The Midst Of Your Drama is lichtvoetiger, alhoewel we uit de teksten kunnen opmaken dat het een liefdesverdrietplaat is. Dat ambient niet het meest lyrische muzikale genre is, wordt hier helaas pijnlijk duidelijk: Olsson bespreekt de breuk in zinnen die het niveau van een gemiddeld puberdagboek nergens ontstijgen. Naast het gebrek aan variatie is dit een tweede vrij ernstige onvolkomenheid, die ervoor zorgt dat zij die In The Midst Of Your Drama links laten liggen weinig zullen missen.


File: The Grand Opening - In The Midst Of Your Drama
File Under: Zweedse loomheid
File Audio: [MySpace]
File Video: [Be Steady]
The Great Bertholinis - Gradual Unfolding Of A Concious Mind
Een vrouw met een baard, een zingende aap en een lilliputter die een trapeze-act doet. In mijn handen heb ik de derde cd Gradual Unfolding Of A Concious Mind van het Duits-Hongaarse negental The Great Bertholinis en fantasieën over wat ik kan verwachten bij een concert van dit nonet schieten door mijn hoofd. En wat een prachtige dromenpletter is YouTube dan: niets van dat alles op de live-filmpjes van de band. Gewoon negen mannen uitgestrooid over een podium. Geen apen, geen baardige vrouwen, geen trapezes. De muziek biedt genoeg show. De Bertholinis maken slijpende poprock, opgetuigd met klezmer-blazers en zeemannenkoortjes. Je zou ze een Duitse zielsverwant van De Kift kunnen noemen. Dat is een effectieve combinatie en er zijn dan ook genoeg mooie dingen op de plaat te horen. Opener “Bright Days (Intro)” is een mooi ingetogen opener die door de straatjes van The Shins en Badly Drawn Boy wandelt. Maar het gaat ook wel eens mis. Op “I Am Can” wandelt ineens total misplaatst, als een dronken oom op een bruiloft, een synthesizer het nummer in. Terwijl de zanger voorstelt: 'Let’s make out like robots.' Een vreemde ommezwaai; van klezmer, naar folky koortjes, naar cyborg-porno. Het is duidelijk welke van de drie niet bepaald in het rijtje thuis hoort. Al met al een wisselvallige plaat dus, met gekke tekstuele uitglijders en een misplaatste synthesizer-solo. Muzikaal zit de plaat goed in elkaar; vooral de klezmer- en blazerselementen klinken stevig en meeslepend. De strijkerspartijen zijn bij vlagen net zo mooi zwierig als op Sigur Rós’ debuut Agaetis Byrjun. Maar bovengemiddeld werd het nergens.

File: The Great Bertholinis - Gradual Unfolding of a Conscious Mind
File Under: Klezmer, folky koortjes en cyborg-porno
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Gregory And The Hawk - Leche
Leche, het derde album van het New Yorkse eenvrouwsding Gregory and the Hawk, opent magistraal met “For The Best.” Een ingetogen zwoelzang in de geest van Isbells en Cat Power waarvan de tekst je achteloos terugteleporteert naar een middelbareschoolromance. 'I really want to find a bar/ And mix the fear up with a friend/ Plant a joke kiss on your arm/ And give you skull tattoos in pen/ I want to know, do I dance inside your head?' In een paar zinnen, en zingend met een stem die maar geen emoties wil tonen, weet Meredith Godreau je terug te zingen naar tijden waarin alles groen was. Steelse blikken tijdens wiskunde, stiekeme kroegjes en sigaretjes en die eeuwige onzekerheid over wat De Ander voelt, vindt en wil. Godreau is er in geslaagd die sfeer van veronderstelde, vermoedde maar nergens bevestigde gevoelens en verlangens tot een plaatlengte op te rekken. Haar bijna monotone stem en minimale instrumentatie zijn als een lege kleurplaat, die je in je hoofd gretig inkleurt. De liedjes worden helaas nergens meer zo bezwerend als de gefluisterde album-opener, maar Leche boeit van begin tot eind. Al is het alleen maar vanwege de hemels mooie stem van Godreau.

File: Gregory and the Hawk - Leche
File Under: Ingetogen zwoelzang
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Tokyo Sex Destruction - The Neighbourhood
Je krijgt bijna het idee in een soort punkrock-miniplaybackshow beland te zijn, bij het lichten van de doopceel van Tokyo Sex Destruction uit Barcelona. De bandleden hebben namelijk állemaal Sinclair als achternaam. Állemaal! Da´s geen toeval natuurlijk. Hier wordt John Sinclair aanbeden; tegenwoordig poëet en tussen 1966 en 1969 manager van punkrockpioniers MC5. Ik kan er slecht tegen, deze muzikale verkleedpartijtjes. Je zó nadrukkelijk met de identiteit van een ander vereenzelvigen móet wel tot gevolg hebben dat er van je eigen identiteit bar weinig overblijft. Courant gedrag als je zestien, pokdalig en onzeker bent, maar ronduit onaanvaardbaar als je jezelf eenmaal interessant genoeg acht om een podium te bestijgen. Ik had me hier lang niet zo over opgewonden als The Neighbourhood indruk had gemaakt. Met armen vol kippenvel blijven dit soort principes slecht overeind, toegegeven. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van de muziek. Maar Tokyo Sex Destruction weet op The Neighbourhood maar een matige deuk in mijn pakje boter te slaan. Hun soulvolle mix van garagerock en punkige uitwassen werd al veel vaker en bovendien veel beter gedaan. Door het Zweedse Mando Diao bijvoorbeeld, op hun debuut Bring ‘Em In uit 2002. En natuurlijk door de Grote Overschaduwers zelf, MC5 uit Lincoln Park, Michigan. Door de makers van protopunk-evergreen "Kick Out The Jams" zó nadrukkelijk aan te roepen richt je veel aandacht op jezelf. Om dan overeind te blijven moet je van goede huizen komen. Tokyo Sex Destruction komt niet verder dan een tochtige schuur.


File: Tokyo Sex Destruction - The Neighbourhood
File Under: Punkrock-miniplaybackshow
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Sounds From Your Soul]
Alina Orlova - Laukinis Suo Dingo
Muziek uit Litouwen: tot ik gisteren Alina Orlova’s debuutplaat (uit 2008!) opzette, had ik er eigenlijk nog nooit met aandacht naar geluisterd. Muziek uit Litouwen: in mijn leven beperkte het zich tot het Eurovisie Songfestival. De Litouwse inzendingen herinner ik me als bombastische balkanpop gezongen door iets te dik opgemaakte Oostblokprinsessen. Na de eerste paar nummers van Laukinis Suo Dingo is dat een generalisatie waar ik met diepgekleurd schaamrood op de kaken op terugkom. Met een wonderschone stem zingt ze in het Engels, Russisch en Litouws. Buiten de Engelse nummers versta je er dus helemaal niets van, maar dat maakt niets uit. Voor mijn part zingt ze de handleiding van een waterkoker. Alina grijpt je toch wel bij de kloten. In albumopener "Lovesong" (één van de drie Engelstalige nummers) strijdt ze om de aandacht van een onbereikbare liefden en houdt haar stem het midden tussen Regina Spektor en Kate Bush. In "Paskutinio Mamuto Daina" glijdt haar stem moeiteloos van zacht fluisterend tot galmen vanuit de tenen. Een bescheiden synthesizer en schoorvoetende xylofoon doen de rest. En zo staan er meer hemelbestormers op deze prachtplaat. Een plaat die twee jaar geleden al in Orlova’s thuisland werd uitgebracht, maar nu pas in de rest van Europa. Dat is vooral te danken aan het Parijse label Fargo Records, dat de plaat nu opnieuw uitbrengt. Hulde!


File: Alina Orlova - Laukinis Suo Dingo
File Under: Litouws zusje van Regina Spektor. Onverstaanbaar lekker.
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Peasant - Shady Retreat
Ik las ergens dat Peasant (echte naam Damien DeRose, ik zou ook voor een andere artiestennaam gaan) zijn nieuwste plaat opnam op de zolder van een tweehonderd jaar oude boerderij. Het lijkt een nieuwe variatie op het thema van de blokhutfolk waarmee Bon Iver een hele grote werd. Blokhutten, stoffige boerderijen en andere agriculturele bouwvallen blijken en masse de Abbey Roads van de postmoderne folkbeweging. Bon Iver nam op in een blokhut, Ray LaMontagne nam zijn laatste plaat op in zijn stokoude boerderij in de bossen van Massachussetts. En Peasant dus. Hij verbleef wekenlang op een oude boerderij om zijn nieuwe plaat op te nemen. Zijn vorige plaat On The Ground was naar eigen zeggen teveel een haastklus, en dat wilde hij nu goedmaken. Dat is maar deels gelukt. Albumopener "Thinking" klinkt veel te overgeproduceerd, helemaal met de Elliott Smith-iaanse lo-fi van On The Ground in het achterhoofd. Het eerste hoogtepunt komt pas op de tweede helft van de plaat; het met gezellige paardehoefjes opgeleukte "Prescriptions" is een prachtig glooiend gitaarpopliedje. Ook op het einde van de plaat weet Peasant te bekoren: "Hard Times" en "Slow Down" zijn fijne lo-fi-nummertjes. Die lo-fi jas past Peasant beter dan het iets te gladde sausje dat hij Shady Retreat heeft willen geven. Dan klinkt hij te algemeen, als wegwerpfolk op de rand van vergetelheid.


File: Peasant - Shady Retreat
File Under: Te vaak te overgeproduceerde folk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Prescription @ Amsterdam Acoustics]
Ray LaMontagne And The Pariah Dogs - God Willin' & The Creek Don't Rise
Ray LaMontagne is een wat zonderlinge man. Woont op een boerderij in de Amerikaanse staat Maine met vrouw en twee kinderen. Niemand weet heel veel van hem en weet bijvoorbeeld wie zijn vrouw is, en of het zijn kinderen zijn. Hij geeft vrijwel nooit interviews. Zijn debuutplaat Trouble (2004) deed een roerig verleden vermoeden. "Hannah" suggereert dat LaMontagne vroeger flink naar de fles greep, en in "Jolene" bezingt LaMontagne de ‘cocaine flame’ in zijn aderen. Op opvolger Til The Sun Turns Black leek hij die demonen al goed de baas, en plaat nummer drie Gossip In The Grain liep zelfs over van liefde voor de medemens en de natuur in het bijzonder. En dat was precies waar het bij LaMontagne’s fans enigszins begon te jeuken. Hij leek ietwat té gelukkig; zijn vroegere demonen hadden hem spannender muziek opgeleverd. Hem vragen doelbewust wat meer ellende op te zoeken zou wat ver gaan, maar verdomme wat zou het weer veel moois opleveren. Nu is er plaat nummer vier: God Willin’ and The Creek Don’t Rise. LaMontagne’s demonen zijn nog altijd niet terug, maar de liedjes zijn ouderwets goed. Voor het eerst is de band waarmee hij toert ook zijn studioband, en dat geeft de plaat een organisch karakter. De productie is luchtig en open, ook in de ruim zes minuten lange albumopener "Repo Man". Het is meteen het felste nummer van de plaat, dat je al stampend en scheurend bij de les houdt. LaMontagne’s hese stem doet het goed op zowel dit soort rockers als slepende ballades, getuige het wonderschone "New York City’s Killing Me". LaMontagne mag zijn demonen dan wel bedwongen hebben, zijn nieuwe plaat is zijn sterkste sinds zijn debuut.

File: Ray LaMontagne and the Pariah Dogs - God Willin' & The Creek Don't Rise
File Under: Folkrock van hoog niveau
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
The Green Pajamas - The Complete Book Of Hours
Book of Hours werd oorspronkelijk uitgebracht in 1987. Luisterend naar de plaat zou je eerder eind jaren zestig, begin jaren zeventig gokken. De nummers hebben duidelijke psychpop-elementen, maar ook een vrij conventionele songstructuur. In 1987 deed de plaat niet zoveel. En dat is eigenlijk de rode draad in de gehele carrière van The Green Pajamas. Die werden nooit opgepikt door een major label, scoorden nooit een hit. Het recent opnieuw begonnen label Green Monkey Records besloot een eind te maken aan al dit onrecht, en besloot de plaat opnieuw uit te brengen voor een groter publiek. De oorspronkelijke oplage bedroeg telde namelijk slechts 500 exemplaren. Deze nieuwe druk is met 17 nummers wat aan de lange kant. Dat komt omdat naast de nummers die op de originele plaat verschenen, nog meer nummers uit de Book of Hours-sessies zijn meegenomen. De spanningsboog blijft echter lang genoeg strak staan. Albumopener "Paula" klinkt nog opvallend fris, ondanks de duidelijke retro-psych-invloeden. Het klinkende popliedje "My Red Balloon" is een van de uitblinkers van de plaat, net als het brutaal swingende Big Surprise. Jammer genoeg heeft de platenmaatschappij de bonustracks direct achter de oorspronkelijke plaat geplakt. Een dubbelalbum was beter geweest; het niveau van de laatste nummers is duidelijk lager. Dat is jammer, maar dit is hoe dan ook een verdiende re-release.

File: The Green Pajamas - The Complete Book Of Hours
File Under: Psychpop uit de oude doos
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
Roman Candle - Oh Tall Tree In The Ear
"They say it’s over", zing Roman Candle-voorman Skip Matheny op They Say, het vierde nummer van hun tweede plaat ‘Oh Tall Tree In The Ear’. Dat het over is, werd Matheny vaak verteld de afgelopen jaren. Debuutalbum ‘Says Pop’ werd op het kleine label Outlook Music Company gereleased in 2002. Het grotere Hollywood tekende de band voor een re-release van het debuut, maar liet de plaat vervolgens twee jaar op de plank verstoffen. Pas in 2006 verloste V2 de band uit hun lijden door de masters van Hollywood te kopen en de plaat opnieuw uit te brengen. Ook het avontuur bij V2 bleek eindig: het label zette een streep door bijna al hun artiesten, inclusief Roman Candle. De moed werd er desalniettemin ingehouden, en nu is er dus Oh Tall Tree In The Ear. Van een geknakte moraal, al dan niet resulterend in een jankerige hartzeerplaat, is in ieder geval geen sprake. Skip Matheny zingt onbevangen vanuit zijn tenen, de productie is helder; geen laagje teveel. Gitaar, zang, drums en hier en daar wat kleurende toetsen. Roman Candle levert hier een een goudeerlijke plaat af, een soort postmoderne Great American Songbook-telg. Sonnet 46 is een op muziek gezet gedicht, prachtig begeleid door een gitaar die zijn plaats kent. In Why Modern Radio Is A-Ok schijnt Metheny zijn licht op de staat van de moderne Amerikaanse radio. ‘Oh Tall Tree’ wortelt zich met de aangesneden onderwerpen stevig in 2010, maar klinkt tegelijkertijd tijdloos. Een mooie balans.


File: Roman Candle - Oh Tall Tree In The Ear
File Under: Great American Songs
File Audio: [Candle-Space]
The Daredevil Christopher Wright - In Deference To A Broken Back
In Deference To A Broken Back, het debuut van The Daredevil Christopher Wright, werd grotendeels geproduceerd door Bon Ivers Justin Vernon. Net als Vernon is TDCW afkomstig uit Eau Claire, Wisconsin. TDCW bouwde de afgelopen jaren in Wisconsin een live-reputatie op met een gouden randje; waar zij kwamen regende het zweet van de plafonds in een collectieve viering van het leven en de folkmuziek in het bijzonder. Bijgestaan door Vernon, toch een beetje de pater familias van de hedendaagse Noord-Amerikaanse folk, mocht TDCW proberen hun kunnen te vangen in een album. Geen gemakkelijke opgave, maar ze slagen met verve. Een barok strijkorkestje heet de luisteraar welkom in het openingsnummer, slechts één minuut lang koorjongensvocalen en welgemikt getokkel waarin Andrew Bird nooit ver weg is. Mooie folkliedjes schrijven kunnen ze, maar dat kunnen er meer. TDCW onderscheidt zichzelf door de lichtvoetige lijn die door de plaat heenloopt. In het toch niet bepaald optimistisch getitelde: "A Conversation About Cancer" sluimert af en toe iets carnavalesks, en dat werkt wonderwel. Er komen de laatste jaren veel goede americana-platen voorbij, en meestal is door het openingsnummer te beluisteren vaak wel te voorspellen hoe de rest van de plaat zich zal ontvouwen. The Daredevil Christopher Wright ontwijkt die voorspellingen. De plaat gaat van barokke folk, bronstige folkrock, naar een toef psychedelica naar oerdegelijke akoestische pop. Heel goed gedaan.


File: The Daredevil Christopher Wright - In Deference To A Broken Back
File Under: Wijds uitwaaierende folkrock
File Audio: [Devil-Space]
File Video: [Acceptable Loss]
Race Horses - Goodbye Falkenburg
Euros Childs, zanger van de legendarische Welshe psychpop-band Gorky’s Zygotic Mynci, drukt tegenwoordig als producer zijn psychedelische spacepopstempel op platen van anderen. Hij produceerde het debuut van de Welshe band Race Horses; Goodbye Falkenburg. Childs’ invloeden zijn onmiskenbaar aanwezig: in Race Horses lijkt Gorky’s Zygotic Mynci, maar ook Super Furry Animals, gereïncarneerd. En daarin ligt meteen Race Horses’ zwakte; de band slaagt er niet in voldoende eigen smoel te laten zien om de plaat in de cd-speler te houden. De nummers waarin met glamrock geflirt wordt, zoals albumopener "Man in My Mind" en debuutsingle "Cake" springen eruit door hun frisse, open productie. Toch slaagt Race Horses er niet in het te klinken als meer dan een Gorky-Furries coverband. Maar de koortjes, de psychedelica, de goedgevonden en subtiel verstopte sampletjes; het klinkt allemaal overbekend en weinig nieuw.

File: Race Horses - Goodbye Falkenburg
File Under: Welshe psychpop met glamrock-randjes
File Audio: [MySpace]
File Video: [Cake][Man In My Mind]
The Mohawk Lodge - Wildfires
Op debuut Rare Birds grossierde The Mohawk Lodge nog in folky kampvuurliedjes. Op opvolger Wildfires klinkt het project van zanger/gitarist Ryder Havdale weidser, bombastischer. Houthakkersrock voor in de voetbalstadions, met knipogen naar Neil Youngs Crazy Horse. Zo nu dan gaapt er een iets te diepe kloof tussen Havdale’s simpele tekstuele wijsheden en het stampende bombast waarin ze verpakt zijn. Muzikaal klinkt The Mohawk Lodge niet zelden als een ietwat folkier maar niet minder grotesk broertje van Coldplay. Daardoor is het effect soms wat komisch, alsof Crazy Horse zich aan een hit van Coldplay of Snow Patrol waagt. Op de momenten waar het bombast en het kampvuurhart van The Mohawk Lodge in evenwicht zijn, overtuigen ze het meest. Bijvoorbeeld op opener "Hard Times", een prachtig melodisch liedje dat akoestisch begint en uitbloeit tot een gemoedelijk voortploegend rockliedje. Het bombast is dienstbaar en versterkt de impact die een albumopener mag hebben. Het minst geloofwaardig is de band op het dansbare "Heart of Lovers", waarin het lijkt alsof de band gevraagd is een kunstje te doen. Het nummer klinkt als je oom op een bruiloft met iets teveel drank achter de kiezen en een onfortuinlijk getimede jaren tachtig-hit. Kom maar door, beschamende dansbewegingen. Dansnummers en bombast zijn niet bepaald de beste kant van The Mohawk Lodge. Als de sodemieter terug naar dat kampvuur, hopelijk smeult het nog.

File: The Mohawk Lodge - Wildfires
File Under: Kampvuur dat een bosbrand wil zijn
File Audio: [MySpace]
File Video: [Wear 'Em Out]
Midas Fall - Eleven, Return and Revert
Midas Fall, uit Edinburgh, pronkt op hun MySpace met illustere invloeden. Radiohead, Sigur Rós, Nine Inch Nails en Portishead. Op het moment dat zangeres Elizabeth Heaton haar strot wijd open zet, komt er echter maar één invloed in me op: Within Temptation. Of misschien niet eens Within Temptation in het bijzonder, maar al die met Graaf Tel koketterende Eftelingmetal-bands bij elkaar. Op een hoop gegooid. Totáál inwisselbaar, deze plaat. Dat de bijgevoegde biografie spreekt van ‘epic, atmospheric music’ vatte ik eerst op als een grap. Maar het is precíes dat, en verder niks. Het geluid is inderdaad episch, maar die kwalificatie veronderstelt een verhaal en dat ontbreekt. Midas Fall heeft een recensiequote op de website geplaatst waarin zangeres Heaton ‘inimitable’ genoemd wordt, maar ze klinkt precies zoals al die andere koninginnen van het duister die je in bebloede bruidsjurken naar Transsylvanië proberen te zingen. Pure tijdsverspilling dit Eleven, Return and Revert.


File: Midas Fall - Eleven, Return and Revert
File Under: Mislukte Efteling-metal zonder verhaal
File Audio: [MySpace]
File Video: [Album Trailer]
Drew Andrews - Only Mirrors
Only Mirrors is het solodebuut van The Album Leaf-gitarist Drew Andrews. The Album Leaf brak de afgelopen jaren - met steuntjes in de rug van Sigur Rós - door met hun melancholieke, orkestrale post-rock. Post-rock, melancholie, en orkestratie zijn ook drie pijlers van Andrews' debuutplaat. Zijn belangrijkste streepje voor: liedjes. Met kop, staart en de hele bliksemse rambam. Andrews weet de sfeer die The Album Leaf altijd zo goed weet mee te brengen te ontdoen van het zwoerd, de zwaarmoedigheid. Wat overblijft is de warmte, de mooie orkestratie. De akoestische basis wordt links en rechts aangevuld met xylofoon, gloeiende samenzang en knerpende gitaren. De meeste liedjes halen de vier-minuten-grens niet en daarmee is Only Mirrors een opvallend puntig album van de man die de muziek van The Album Leaf niet zelden breed laat uitwaaieren. Andrews zelf klinkt opvallend op zijn gemak, en croont zijn liedjes zelfverzekerd richting hun einde. "I Could Write A Book" en "Trading Faces" zijn de uitschieters, allebei gezegend met een enigszins dromerige melodie, mooie instrumentatie en slimme hooks. The Album Leaf-liefhebbers zullen ook dit album prima kunnen verteren, al zullen sommigen Andrews misschien lichtvoetigheid aanrekenen. Zulke types moet je niet te serieus nemen. Het knappe van Andrews is dat hij de sfeer van The Album Leaf naar de hand van een prachtige akoestische plaat heeft weten te zetten. Zijn bij vlagen dartele gitaarliedjes geeft hij daarmee net de diepgang die ze nodig hebben.


File: Drew Andrews - Only Mirrors
File Under: Liedjes-post-rock zonder het zwoerd
File Audio: [Drew-Space]
Chris and Thomas - Land Of Sea
Eind jaren negentig van de vorige eeuw reden Chris Anderson en Thomas Hien in een busje door Groot-Brittannië met hun reizende kookshow ‘Cook Au Van'. Ze speelden muziek en kookten voor handenvol Britse beroemdheden en politici. Het busje bestond uit en was gevuld met allerlei gevonden voorwerpen, kunst en had een werkende bar. De muziek bleef echter trekken en Chris en Thomas stalden hun busje en keerden terug bij de muziek. Land of Sea is hun debuut. We horen een lekker Amerikaans klinkend duo, goed op elkaar ingespeeld en bij vlagen prachtig meerstemmig zingend. De banjo huilt zo nu en dan om de wegtrekkende winter en de bronstige bariton van Chris (of Thomas, geef toe, wat doet het ertoe) vult de steeds langer wordende voorjaarsavonden. Toch wringt hem ergens de schoen, namelijk bij de liedjes zelf. Die zijn niet goed. Het enige bekroonde liedje van de plaat, "Take These Thoughts", is een voortstruikelend schetsje waarin zoals gezegd samenzang en spel dik voor elkaar zijn maar de luisteraar nauwelijks geboeid wordt. De artistieke armoe wordt aan het eind van de plaat - met het opgewekte "Horse In The Sky" - nog een beetje gered, maar dan ligt de achilleshiel van Chris and Thomas al gevaarlijk bloot.

File: Chris and Thomas - Land Of Sea
File Under: Zomeravond-americana met sterk spel en magere liedjes
File Audio: [C&T-Space]
File Video: [YouTube]
Seabear - We Built A Fire
We Built A Fire is de tweede plaat van het IJslandse Seabear. Debuut The Ghost That Carried Us Away kwam in 2007 uit. En waar die debuutplaat nogal voortkabbelende IJslandse eenheidsworst was, komt Seabear op deze opvolger veel gelaagder, spannender en pittiger uit de hoek. IJsland levert al een paar jaar gestaag een behoorlijke hoeveelheid kwaliteitsmuziek. Sigur Rós, Emiliana Torrini, Olafur Arnalds en natuurlijk de peetmoeder van de IJslandse muziekscene: Björk. Wij buitenlanders beginnen ons de laatste jaren steeds vaker af te vragen of niet iedereen in IJsland ook in een band zit. Het antwoord op die vraag is ongetwijfeld nee. Seabear begon al in 2000, als een soloproject van Sindri Már Sigfússon. Gaandeweg bleven er steeds meer muzikanten aan de Seabear-karavaan plakken, met als resultaat een zevenkoppige band ten tijde van het opnemen van We Built A Fire. Dit album steekt het debuut met speels gemak naar de kroon. Dat debuut kabbelde voort, had met "I Sing I Swim" een sterke single, maar beklijfde nergens. Hoe anders is dat op deze tweede. De liedjes zijn sterk opgebouwd, waarbij vooral albumopener "Lion Face Boy" uitblinkt. Het nummer ziet het licht als een bescheiden tokkeldeuntje, maar ontpopt zich gaandeweg tot iets waar bijna op gedanst kan worden. Op We Built A Fire lijkt Seabear de borst iets meer vooruit te steken. En dat mag, want het is een plaat om trots op te zijn.


File: Seabear - We Built A Fire
File Under: Ontketende IJslanders
File Audio: [MySpace
File Video: [I'll Build You A Fire
Goldheart Assembly - Wolves And Thieves
Het debuut Wolves And Thieves van Goldheart Assembly, uit Londen, is een paar nummers onderweg en ik geloof het wel. Dit is zo'n plaat waarin teveel op het recept is gelet en te weinig op de ziel. Gloedvolle samenzang à la Fleet Foxes en Grizzly Bear? Check. Subtiel doorschijnende slide-guitar? Check. Goede liedjes? Check. Strakke band? Check. Goed geluid? Check. En toch voel ik het niet. De belletjes op "Anvil", de dansbare opener "King Of Rome" om de luisteraar vast te houden, ik kijk/luister er dwars doorheen. Goldheart Assembly doet veel goed, en dat is hem nu net het probleem. De ziel is weg, de zang klinkt te algemeen. Nergens hoor ik de band zichzelf definiëren, kristalliseren uit deze reeks liedjes die stuk voor stuk het resultaat zijn van minutieus bestudeerde helden. Ik waan me jurylid van De Nieuwe Grizzly Bear, of De Nieuwe Fleet Foxes, geprogrammeerd op de zaterdagavond bij één of andere familiezender. En ik mag het zeggen: ‘Goldheart Assembly, vanavond eindigt hier voor jullie ‘De Nieuwe Grizzly Bear.'' Dag.


File: Goldheart Assembly - Wolves and Thieves
File Under: Teveel recept, te weinig ziel
File Audio: [MySpace]
File Video: [Albumpromo]
The Netherlands - We Are Not
The Netherlands, uit Nijmegen, zijn vooral niet wat wij denken dat ze zijn. Maar ze zijn ook alles tegelijk. In de biografie valt te lezen: ‘We don't have a face. The Netherlands are not. We are art pop, dub reggae, psychedelica, electro. But then again, we are not.' Een dapper statement, vooral in een tijd waarin de muziekliefhebber zich verscheurd weet tussen een overweldigend aanbod en beperkte tijd. Maar, dat is slechts een luxeprobleem. Het neemt niet weg dat het prijzenswaardig is van The Netherlands om zich niet in een hokje te willen opsluiten. Op We Are Not valt voldoende moois te ontdekken. Daarvoor zul je echter wel bereid moeten zijn elk nummer met open vizier tegemoet te treden. Want hoe mooi de plaat bij vlagen ook is, er valt geen lijn in te ontdekken. Opener "On A Breeze" is een vakkundig potje bronstige indiepop. Voordat je daar goed en wel aan gewend bent, beweegt The Netherlands zich richting elektronische danspop ("The Charm"), en uitgeklede soundscapes ("Dia"). Dan volgen drie lieve indiepopliedjes waarin de electro soepel kabbelt op de achtergrond. Op de laatste nummers zet The Netherlands er weer een tandje bij. Ze wil zich niet laten vangen in een stijl of hokje. Daar kun je voor kiezen, maar het vergroot het luisterplezier van We Are Not niet. Waarom niet bij elke stijl een volledige plaat gemaakt? De bij vlagen prachtige liedjes maken mij daar benieuwd naar. Nu hoor ik slechts aanzetjes van iets dat, langer volgehouden, indrukwekkender was geweest.

File: The Netherlands - We Are Not
File Under: Wispelturige pop
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun YouTube-kanaal
Drummer - Feel Good Together
Vijf drummers beginnen samen een band en noemen die band Drummer. Dat klinkt als het begin van een mop over drummers, maar dat is het niet. De drummers van vijf bands uit Ohio (The Black Keys, Ghostman & Sandman, Six Parts Seven, Teeth Of The Hydra en Beaten Awake) kwamen begin 2009 bijeen met het doel een plaat te maken. Die plaat is er nu met Feel Good Together. En het resultaat is zowel qua songs als muzikaal van een verrassend hoog niveau. De band klinkt als een vergeten adept van shoegaze-helden Ride, met een dromerige, rauwe stem die diep verstopt ligt in gruizige gitaren. Nummers als "Serious Encounters", "Mature Fantasy" en "Good Golly" blinken uit in een perfecte mix van rauwe vocalen, een gouden melodie en retestrak speelplezier. Het is opvallend hoe goed de bandleden - ook al zijn ze in het dagelijks leven drummers - de andere instrumenten beheersen. De gitaren verdienen speciale vermelding: Jamie Stillman van Teeth Of The Hydra stuwt met zijn gitaarspel de muziek van Drummers voort met een verbeten urgentie die verraadt dat hij niet kon wachten de drumkruk te verlaten. Ook de zang is goed verzorgd. Jon Finley van Beaten Awake heeft een lichte vibrato in zijn stem wanneer hij uithaalt, iets dat doet denken aan James Mudriczki van Puressence. Doordat de drummers uit bands afkomstig zijn die muzikaal nogal van elkaar verschillen, valt er onder het shoegaze-oppervlak genoeg te beleven. Zo echoot "Shake The Diamond" flarden Pavement en huist er in afsluiter "Summer Control" een vleugje Beach Boys. Een geslaagd project, dit Drummers. Ik kijk uit naar het vervolg.


File: Drummer - Feel Good Together
File Under: Drumband
File Audio: [MySpace"]
File Video: [Feel Good Together]
Animal Collective - Fall Be Kind
Al vroeg in 2009 bracht Animal Collective hun achtste studioplaat Merriweather Post Pavillion uit. Het was volgens velen hun beste plaat tot dan toe, en ook hun meest toegankelijke. Op voorgaande platen deed de band zich tegoed aan vergaande elektronische experimenten, werd er gefreakt dat het een lieve lust was en waren 'klassieke' popsongstructuren ver te zoeken. Van dat alles waren op Merriweather Post Pavillion nog steeds zeer duidelijke elementen aanwezig, maar de bij vlagen Beach Boy-achtige samenzang én wonderschone melodieën maakte dat de plaat geliefd werd bij een groot publiek. Animal Collective sloot 2009 af met de release van de EP, Fall Be Kind. Met vijf nummers en krap een half uur lang lijkt het de 'missing link' tussen Merriweather Post Pavillion en het oudere werk van Animal Collective. De EP opent wonderschoon met het aarzelende "Graze", dat bij vlagen aan een musicalliedje doet denken. Daarna het hoogtepunt, "What Would I Want? Sky" met een hemelse sample en gouden melodieën. Daarna gaat de EP als het ware terug in de tijd, om te belanden bij de experimenteerdrift van weleer. Ook daarin toont Animal Collective zich heer en meester. Vervreemding wordt achteloos afgewisseld met melodieën en tempowisselingen die zich direct onomkeerbaar in mijn hoofd nestelen. Op Fall Be Kind is een band te horen die goed in zijn vel zit, en op de toppen van zijn kunnen is.


File: Animal Collective - Fall Be Kind (EP)
File Under: Speelse experimenten van een band op de toppen van zijn kunnen
File Audio: [MySpace]
File Video: [My Girl]
Benjy Ferree - Come Back To The Five And Dime Bobby Dee Bobby Dee
De tragische geschiedenis van kindsterretje Bobby Driscoll vormt de basis voor de tweede plaat van Benjy Ferree. Driscoll sprak in de jaren vijftig de stem in van de originele Peter Pan-tekenfilm, was kort de lieveling van de Disney-stal maar werd aan de kant gezet toen hij puistjes en de baard in de keel kreeg. Vervolgens spiraalde Driscoll snel omlaag in een leven vol drank, drugs en echtscheidingen dat uiteindelijk resulteerde in zijn eenzame dood in 1968. Er zijn kleurlozere figuren waar je een plaat aan kan wijden. Dat lijkt Ferree ook te vinden: de plaat telt veertien nummers. Ja, Driscoll's geschiedenis spreekt tot de verbeelding, maar toch weet de plaat niet van begin tot eind te boeien. Uitschieters als "Fear" en "I Get No Love" maken met respectievelijk gruizige doo-wop en onvervalste glamrock zeker indruk. Toch slaat Ferree evenzovaak de plank mis en klinkt hij als een minder goed gelukte versie van Eels of erger nog: een hysterische Marc Bolan. De nummers waarin hij zich daaraan schuldig maakt irriteren nogal eens; in andere nummers weet Ferree die irritatie maar ternauwernood te voorkomen. Jammer genoeg zijn de goeie nummers op de plaat in de minderheid en niet bij machte zich te verdedigen tegen het bij vlagen tenenkrommende bombast.


File: Benjy Ferree - Come Back To The Five And Dime Bobby Dee Bobby Dee
File Under: Bij vlagen irritante ode aan Disney-kindsterretje
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
[ingenting] - Tomhet, Idel Tomhet
Erica Terpstra die dronken plaatsneemt achter de interviewmicrofoon, Tiger Woods die er een batterij minnaressen op na blijkt te houden; we smullen ervan. Vooral omdat deze misstappen van ogenschijnlijk onkreukbare publieke figuren ons tonen dat er wel degelijk iets menselijks in ze huist. Ook in de muziek zijn dat soort verfrissende inzichten altijd welkom. Zweden slaagt er al enige decennia in om een niet aflatende stroom kwaliteitspop op het vasteland los te laten. Abba natuurlijk, en later Roxette, The Cardigans, Kent. Ook de afgelopen jaren maakt het land met The Tallest Man On Earth, Lykke Li, The Knife en Jens Lekman zijn status waar. Hoe verfrissend is het dan om een keer een kutplaat uit Zweden te mogen verwelkomen. Hoe blij zullen we dan straks weer zijn met prachtplaten van nieuwe en oude Zweedse artiesten? We kunnen dus weinig anders dan het Zweedse [ingenting] op onze blote knieën te danken. Hun plaat Tomhet, Idel Tomhet begint nog aardig met het vlotte "Holiday". Maar al bij het vierde nummer wordt de gedachte dat je er als luisteraar nog zes te gaan hebt welhaast ondraaglijk. Zeurende zang, liedjes zonder kop en staart en zelden voorzien van goede hooks of enig ander experiment. Dank dus, heren [ingenting]. We staan weer even met onze voetjes op de grond. We begonnen er al bijna aan te twijfelen, maar ook de Zweden blijkt muzikale misstappen niet vreemd.


File: [ingenting] - Tomhet, Idel Tomhet
File Under: Bewijs dat er in Zweden ook slechte muziek gemaakt wordt
File Audio: [Ingenting-Space]
Spoon - Transference
Fans van de op slimme wijze kaal gehouden rammelindie, waar Spoon furore mee maakte schrokken zich vast een hoedje van het dikke, swingende geluid van doorbreekplaat Ga Ga Ga Ga Ga. Ze sloegen de handen om de oren, knepen beide ogen dicht en hoopten dat het voorbij ging. Toegegeven, het geluid van de plaat was commerciëler dan al haar voorgangers. Toch waren de liedjes stuk voor stuk steengoed en was ook op Ga Ga Ga Ga het experiment nooit ver weg. Op zevende plaat Transference zet Spoon weer een stap richting het experiment. De soulvolle indiesex van Ga Ga Ga Ga wordt met een subtiele draai verwoven met het experiment van eerdere platen. Dat experiment zit hem deels in de songstructuren, maar nog het meest in de lol die Spoon tijdens de mixfase met hun platen lijkt te hebben. Het nummer "Mystery Love" eindigt middenin een zin, en verspreidt over de plaat vallen af en toe woorden weg. Dat is niet een simpel geval van draaien aan knoppen 'gewoon omdat het kan'. Spoon geeft Transference bewust een onaffe uitstraling, als extra munitie bij het bereiken van het gewenste effect. Het is alsof de plaat je tijdens het luisteren af en toe door de vingers glipt. En daardoor blijf je er maar achteraan lopen.


File: Spoon - Transference
File Under: Indiepop van zeer hoog niveau
File Audio: [MySpace]
File Video: [You Tube]
Local Natives - Gorilla Manor
Een beetje band gaat met zijn allen in één huis wonen en maakt van die plek het eigen creatieve broeinest. Zo'n huis wordt vervolgens geëerd door de debuutplaat ernaar te vernoemen. The Band deed het in 1968 met Music From The Big Pink, Local Natives doet het in 2009 met Gorilla Manor; het huis waar de band ooit gezamenlijk woonde in Orange County, Californië. De meest in het oog springende vergelijking, niet in de laatste plaats vanwege de opvallende vocale gelijkenis tussen beide zangers, is die met Fleet Foxes. Een nummer als "Sun Hands" had niet misstaan op hun zelfgetitelde debuutplaat. Local Natives heeft een onmiskenbaar oor voor liedjes en Gorilla Manor barst van de pakkende melodieën, stuwende indiepop en stuiterritmes waar bands als Vampire Weekend de laatste jaren patent op lijken te hebben. Bij het typeren van Local Natives is het vrijwel onmogelijk om de toonaangevende en succesvolle Amerikaanse indiebands van de laatste jaren niet te namedroppen. En dat is het enige wat je Local Natives kunt aanrekenen: dat ze in tegenstelling tot hun invloeden weinig eigen smoel of vernieuwing laten zien. Dat doet echter weinig af aan het vakmanschap dat op Gorilla Manor aanwezig is: de zang is uitstekend, er wordt strak gespeeld en de liedjes zitten slim in elkaar. Laten we er dus vanuit gaan dat die eigen smoel vanzelf komt, en Local Natives complimenteren met een ontzettend knappe en goed gemaakte debuutplaat.
In samenwerking met Tivoli gavenwe enkele setjes tickets weg voor het concert dat deze leuke band op 23 januari daar gaf. Daarvoor ben je nu te laat!


File: Local Natives - Gorilla Manor
File Under: Slimme indiepop op weg naar een eigen smoel
File Audio: [MySpace]
File Video: [YouTube]
Wave Machines - Wave If You're Really There
Na een jarenlang en bijzonder streng ballingschap gedurende vrijwel de gehele jaren negentig is de synthesizer anno nu allang geen instrumenta non grata meer. Sterker nog, één van de sleutels tot gespitste oren en volle zalen in de jaren '00 blijkt te liggen in de synthesizers en new wave van de jaren '80. Bands als Delays, Yeah Yeah Yeah's, Hot Chip, The Killers, Metric en MGMT bedienen zich allen in meer of mindere mate van de synthesizer en oogsten daarmee breed waardering. Die herontdekking van de synthesizer, van de synthpop en de new wave betekent dat je je inmiddels niet meer aan het instrument hoeft te wagen zonder een aardige invalshoek. De lijst van falenden in de ‘tweede synthgolf' is minstens zo lang als die van de successen. Want hoe salonfähig het allemaal ook mag zijn met onze betoetste electro-vriend, kromme tenen liggen al snel op de loer. Wave Machines is één van de nieuwste soldaten aan het synthpop-front. Er wordt op Wave If You're Really There dapper gevochten, en ze weten een aantal keer mooi raak te schieten, maar uiteindelijk wordt het potlood toch richting het vakje ‘ongeschikt' getrokken. Meest opvallend is dat Wave Machines zónder synthesizers nog het best te pruimen is. Op Punk Spirit hoor ik Eels met hitpotentie, en op Dead Houses echo's van José Gonzales en een gladdere versie van The Knife. Dus, Wave Machines. Als zo nu en dan pijnlijk duidelijk wordt dat je eigenlijk beter bent zonder datgene waar je je album omheen hebt gebouwd, wordt het tijd om je eens af te vragen waar je mee bezig bent.


File: Wave Machines - Wave If You're Really There
File Under: Synthpop die beter af is zonder synths
File Audio: [MySpace]
Brakes - Rock Is Dodelijk
De live-shows van het Britse Brakes zijn een ervaring. Zoals punkrock ooit bedoeld was, worden instrumenten tot het uiterste gedreven, klopt de slagader het volle optreden lang op de nek, wentelen de voorste drie rijen zich in het speeksel van de zanger en balanceert de zang op de grens van de schreeuw. Op het live-album Rock Is Dodelijk vallen een aantal van de fysieke ervaringen van die optredens weg. Dat gemis doet Brakes moeiteloos vergeten, want hier klinken ze urgenter dan ooit. De stem van zanger Eamon Hamilton is flink naar voren gedraaid, wat samen met de weinig subtiele maar o zo effectieve riffs van gitarist Marc Beatty voor een bij-de-keel-grijpende directheid zorgt. Eigenlijk doet Brakes hier gewoon waar ze goed in zijn. De studioplaten van Brakes waren tenslotte weinig memorabele episodes. Dat wil niet zeggen dat er geen goeie liedjes waren, maar het kwam zelden goed over. Deze liveplaat is echter ijzersterk. Slechts vijf van de twintig nummers overstijgen de drie minuten, er is nauwelijks tijd om adem te halen. Als luisteraar krijg je het gevoel met dodelijk tempo in een heel klein autootje door een drukke stad gechauffeurd te worden. Brakes heeft de perfecte vorm voor de eigen inhoud gevonden. Vaak zijn liveplaten dé manier om een megaconcertreeks nog iets verder uit te melken, een platencontract op de sloffen uit te dienen, of het gat tussen twee studioplaten te overbruggen. Zo niet bij Brakes, dit is een schot in de roos. Dus jongens, kappen met die studioplaten en neem voortaan nog enkel live-albums op.

File: Brakes - Rock Is Dodelijk
File Under: Perfecte punkrock
File Audio: [Brakes-Space]
File Video: [YouTube]
Piano Magic - Ovations
Piano Magic is nooit een band geweest waarbij je bang hoeft te zijn voor meer van hetzelfde. Het Britse kwartet blinkt uit in het ontlopen van verwachtingen en recalcitrante live-optredens. Van het kwartet is Glen Johnson de enige overgebleven oprichter van de band, en hij omschreef zijn doel met Piano Magic ooit als het ‘soundtracken van herinneringen.' Piano Magic grijpt nooit naar de kortste weg om die herinneringen te voorzien van een soundtrack. Debuut Popular Mechanic kenmerkte zich door doodsimpele bliepjes-ambient en een wrange tegenstelling tussen kille elektronica en warme klankkleuren. Alsof Sneeuwwitje met een Casio om haar nek door de wereld van Ridley Scott's Blade Runner dartelt. En nu is er Ovations, studioplaat nummer 10. Sinds, pak ‘m beet, Low Birth Weight uit 1999 zijn er steeds meer conventionele popstructuren op Piano Magic-platen te ontwaren. De experimenteerdrang bleef, maar soms maakte Piano Magic zowaar nummers met kop en staart. Dat is hier niet anders. De fascinatie voor donkere jaren '80 pop wordt verder uitgewerkt, vooral in de sterke opener. Het hele album luistert als een ode aan eighties-helden als The Cure, Joy Division, en consorten. Johnson krijgt het voor elkaar om die referenties dienend te laten werken, zodat duidelijk blijft dat we hier met Piano Magic van doen hebben en niet met een vergeten parel uit de eighties. Ovations is een sterke aanvulling op hun oeuvre. Een oeuvre waarin de enige constante de aandacht voor klankkleur en instrumentatie is, en de platen kriskras tegen elkaar in druisen. En dat is, ondanks het toch wat conventionele karakter van Ovations, hier niet anders.


File: Piano Magic - Ovations
File Under: Ietwat conventionele 80s-plaat van bliepjesnerds
File Audio: [Piano-Space]
File Video: [YouTube]
Zoey van Goey - The Cage Was Unlocked All Along
De naam Zoey van Goey is, volgens de band , afgeleid van een in een Amish-gemeenschap geboren (1969) meisje dat op haar zestiende richting New York vluchtte en onder de vleugels van Keith Haring een succesvol kunstenares werd. Maar, met zo'n mooie mythe en twee zwaargewicht-producenten alleen kom je er niet. Dat blijkt uit debuutplaat The Cage Was Unlocked All Along. Die dondert namelijk halverwege als een kaartenhuis in elkaar. De teksten zijn goed verzorgd: elk nummer vertelt een verhaaltje, waarin terugkerende thema's gevangenschap en bevrijding zijn. De eerste drie nummers zijn een mooi samengaan van tekst en muziek, en vooral opener "The Best Treasure Stays Buried" is een pracht. Iedereen die The XX inmiddels heeft afgeschreven wegens aanhoudende saaiheid kan hier poging twee wagen. Aangekomen bij "Foxtrot Vandals", de door Stuart Murdoch (Belle & Sebastian) geproduceerde debuutsingle, komt ook de eenheidsworst op tafel. Waar de eerste vier nummers ademden en ruim baan schiepen voor de mooie verhalen wordt hier te veel van stal gehaald. De instrumentatie doet de nummers dichtslibben. Doodzonde, want het openingsnummer beloofde écht heel veel. Met de plaat dondert ook de mythe in elkaar: een uitvoerige speurtocht naar Zoey van Goey via krantenarchieven en Google levert niets op. En dat terwijl ze naar verluidt toch een vrij prominente rol in Keith Harings New York, en later Wim Wenders' Berlijn speelde. Zoey van Goey zou er goed aan doen zich te ontdoen van mythes en grote producers en te vertrouwen op het eigen kunnen. Dan komt die goede plaat vanzelf.

File: Zoey van Goey - The Cage Was Unlocked All Along
File Under: Postal Service met humor en teveel overmoed
File Audio: [Zoey-Space]
File Video: [YouTube]
Athlete - Black Swan
Athlete is een van die bands die nog altijd gebukt gaat onder een onovertroffen debuutalbum. Vehicles & Animals, in 2003 genomineerd voor een Mercury Music Prize, was een speels en uitgelaten album met goede liedjes. Met zowel Tourist (2005) als Beyond The Neighbourhood (2007) lukte het ze niet dat album te overtreffen. Op die platen klonk Athlete als een stadionband, terwijl ze dat bij lange na nog niet waren. Nummers als "Wires" en "Hurricane" doen wellicht een succesvolle gooi naar die status, maar de rest van het oeuvre blijft te ver bij die nummers achter. En nu is er album #4; Black Swan. Het verhaal dat aan de plaat ten grondslag ligt is in ieder geval groots, zie het interview elders op deze site. Net als op de vorige albums is ook nu weer vroeg in het album een potentiële hit te horen ("Superhuman Touch"). En waar voorgaande albums na die hit voortkabbelden richting de vergetelheid, blijft Black Swan het luisteren waard. Wellicht is dat omdat de stadionaspiraties dit keer binnen de perken blijven. Een mens mag dromen, toegegeven, maar van hoogmoed houdt niemand. Dat lijkt Athlete ook in te zien, en dus is Black Swan een mooi uitgebalanceerde plaat, met een aantal gedragen meezingers die arm in arm gaan met uitgeklede luisterliedjes. Athlete is geen stadionband en zal dat ook nooit worden. Dat inzicht komt nogal laat, na twee albums waarop te hoog van de toren werd geblazen. Of het ook té laat is, moet de tijd uitwijzen. Black Swan is in ieder geval een bewonderenswaardige pas op de plaats.


File: Athlete - Black Swan
File Under: Zelfverklaarde stadionbands die eindelijk inzien dat ze dat NIET zijn
File Audio: [Athlete-Space]
Athlete
Athlete-zanger Joel Pott heeft zijn leven te danken aan een waargebeurd oorlogsverhaal. Een soort Nederlands-Britse versie van Saving Private Ryan, die zich afspeelde rondom Arnhem in 1944, in het hart van de Tweede Wereldoorlog.
Dat verhaal wordt verteld in het titelnummer van de nieuwe Athlete-plaat Black Swan, de "Black Swan Song". Joel's grootvader John Pott overleed vier jaar geleden. Hij was een majoor in het Britse leger in de Tweede Wereldoorlog. Zijn zwager John Frost probeerde de brug bij Arnhem te veroveren. Pott moest Frost helpen bij het behouden van de brug. Pott werd neergeschoten, geraakt in zijn been en handen. Hij werd in de bossen achtergelaten, waar hij meer dan twintig uur lag. Met zijn ongeschonden hand probeerde hij een brief aan zijn kersverse vrouw te schrijven. Één dag voor Pott naar het front vertrok, was hij namelijk getrouwd. Pott werd gevonden door Nederlanders, die een arts voor hem regelden en zo zijn leven redden. Bassist Carey Willetts: 'De reden dat Joel hier nu is, dat hij bestaat, is dankzij die Nederlanders.'
Lees verder..