Woorden en beelden op File Under over: Old Time Relijun
Old Time Relijun - 2012
'Hmm, funky,' denk ik als ik het plaatje opzet en verder let ik niet zo goed meer op. Daarvoor word ik gestraft als ik na een verkwikkende douche nietsvermoedend uit de badkamer kom: alle vermeende funkyness is verdwenen en ik hoor een geluid waar ik bang van word. "The Blood and the Milk", de laatste track van het album, is het meest onheilspellende, apocalyptische einde van een plaat dat ik ooit gehoord heb. Het is het geluid van het vergaan van de wereld: een baritonsax die met de laagste tonen uit het bereik experimenteel balanceert op de draadjes die het orgel uitzet. Ook kan het het geluid zijn dat de copulerende man en vrouw (een hoofd aan de haren in haar hand) met kikkervoeten die de voorkant van het album sieren maken. Het is geen gewoon album, denk ik als ik opnieuw op play druk. De wereld vergaat op 21 december 2012 en mocht iemand er een film van willen maken, dan ligt de soundtrack al klaar. De wereld op 2012 is een monster. Instrumenten op 2012 zijn subversief, geperverteerd en niets is wat het lijkt, of niets lijkt wat het is. Als je niet goed luistert, denk je dat er muziek in deze plaat zit. Er blijkt echter een concept in te zitten. Naast heel veel details - angstaanjagende mondharp, een strotzangerachtige keelstem en veel eigenaardige geluiden die niet meteen te plaatsen zijn - die je pas opvallen bij vaker luisteren. Als je dat durft tenminste. De wereld vergaat immers. En misschien niet pas in 2012, maar elke keer weer als deze plaat gedraaid wordt.
File Under: De wereld is een monster. En dat dan in muziek.
Old Time Relijun - Lost light
Volgens mij is Arrington De Dionyso, spil in een eeuwig van samenstelling wisselend gezelschap Old Time Relijun, een behoorlijk verknipt heerschap. Niet dat ik hem ooit live heb zien spelen, laat staan dat ik hem persoonlijk ken, maar de manier waarop hij op deze plaat zijn ziel blootlegt geeft hier wel aanleiding toe. Kermend, grommend en klagend over primitieve baslijnen en losse drums, lamenterend over onder meer ketels, "Cold Water" en andere vage veelal vochtige onderwerpen laat hij de luisteraar worstelen naar het eind van de plaat. Een behoorlijk incasseringsvermogen is dan ook een vereiste bij het beluisteren van deze plaat, of de luisteraar er wat mee kan is een tweede. Geen indiepop voor hippies of sappige hapklare liedjes , dit is smerige rioolblues-noise voor doorgewinterde diehards en Trumans Water-fans. Ontstemde gitaren, stotterende viernoten-basloontjes, dwarse net-niet-solo's en valse zang maken het plaatje compleet, en dus ook compleet van de pot gerukt. Zoals Beefheart ooit in gang zette,alleen dan wel vooral kaler en vooral slordiger. Ranzig tot en met, ik had dan ook grote moeite om deze plaat door te komen en ben nu nog in behandeling om van de opgelopen trauma's af te komen (Ik ben een liedjes-man). Deze plaat zet je ook niet even voor de lol op. Hiermee kun je testen hoe ver je kunt gaan en wat je aankunt. Een kwartier aan een stuk was mijn maximum.
File Under: Lawaaitherapie
File Audio: [Tigers in the temple]





