Larry Cook – Greetings from Promiseville

Wie is Larry Cook? Dat vraag ik me nu al af sinds ik Greetings From Promiseville in de CD-speler heb zitten. Zijn naam en CD-titel zijn nog net geen Google Whack. Jaja ik weet dat dat eigenlijk twee woorden moeten zijn, maar toch…. Het begeleidend schrijven probeert ons zand in de ogen te strooien dat deze multi-instrumentalist (handig, want hij bespeelt alle instrumenten zelf omdat hij geen vrienden heeft) echt uit Promiseville komt, maar volgens de Terraserver bestaat Promiseville helemaal niet en als Microsoft zegt dat iets niet bestaat dan is dat natuurlijk ook echt zo. Bestaat deze folkrocker die muziek maakt die ergens ligt in het straatje ligt dat loopt van Waterboys City naar Dylan Village wel echt? En van wie heeft hij nu ook al weer “I Walked With The Devil’s Best Friend” gejat? Gaat er achter de naam Larry Cook niet stiekum iemand schuil die we onder een andere naam kennen? Zijn stem klinkt in ieder geval niet onbekend, maar zeker ook niet onprettig en zijn gitaarspel is in ieder geval erg goed verzorgd op Greetings From Promiseville. Voorlopig moeten we het dus maar doen met een niet gevulde website, een tikkeltje brave, maar wel lekkere CD en een zak vol vraagtekens.

File: Larry Cook – Greetings from Promiseville
File Under: Folk Rock uit ehhhhh ja uit wat eigenlijk?

Da Skoda's – Psychadelicious

Vroeger, eigenlijk nog niet zo heel lang geleden, stonden Skoda’s gelijk aan inferieure koekblikken uit Tsjechië. Sinds Skoda echter in handen is van de Deutsche Gründlichkeit van het Volkswagen concern zijn ze aardig bezig hun imago op te poetsen. Je kunt je afvragen waar Da Skoda’s zich naar vernoemd hebben. Deutsche Gründlichkeit stralen ze in ieder geval niet uit op hun tweede CD Psychadelicious. Je gaat niet echt zitten in een eng netjes sturende Skoda Fabia, maar eerder in een koekblik van voor de val van de muur. Wel goed geproduceerd hoor, opvallend goed zelfs voor een eigen beheer plaat, maar niet van die Duitse degelijkheid aan liedjes. Eerder liedjes die je doen denken aan Arno (“Miss Lumberjack”), Tom Waits (“Daniëls Song”), zelfs de Beach Boys (“Swimming”) en garagerock met overheerlijke orgeltjes (“Oh-Yeah”). Misschien wel een iets te grote diversiteit voor een EP-tje. Toch is het niet verbazend dat de heren vorig jaar de “Oogst van Overijssel” gewonnen hebben, want daar ligt de muziek lekker genoeg voor in het gehoor en zoals gezegd er is voor elk wat wils en dat doet het altijd goed.

File: Da Skoda’s – Psychadelicious
File Under: Leuk nieuw modelletje op oude leest

Sharko – Sharko III

Luisterend naar Sharko III, de nieuwe CD van Sharko, kom je bijna in de verleiding om ze klakkeloos onder het kopje “Antwerpen” te plaatsen. Het geluid van wat ooit als éénmansband begon, maar ondertussen is uitgegroeid tot een heus trio rond David Bartholomé, sluit vrijwel naadloos aan op de Antwerpse Scene (dEUS, Zita Swoon, Moondog Jr. etc.). Toch maar beetje voorzichtig zijn hiermee, want Bartholomé is tenslotte wel een Waal. Snel maar vertellen dat ook Beck nog om het hoekje komt kijken in “Luv Mix”. Hoe dan ook, Sharko is dan wel net een tikkeltje minder eigenwijs (braver zou ze te kort doen) dan we gewend zijn uit de Antwerpse scene. Maar aangezien dEUS een tijdje stil ligt en Zita Swoon, maar niet een briljante opvolger op het geniale Moondog Jr. Everyday… moet de hongerige Belgie-watcher toch op zoek naar alternatieven om die honger te stillen. En dan draagt Sharko voldoende aan om de rommelende maag te stillen en gaan liedjes als “Rip Off (a phone call)”, “King Fu” en “Y.M.C.O (Goodbye Bono Fox)” er in als Gods woord in een ouderling.

File: Sharko – Sharko III
File Under: Brussel is minder eigenwijs dan Antwerpen

Neal Morse – Testimony

Jehova’s proberen je te bekeren door hun voet tussen je deur te zeggen en je in een goed gesprek de juiste weg te laten vinden. Ik zal niet suggereren dat Neal Morse het probeert met zijn eerste solo-plaat sinds zijn vertrek uit Spock’s Beard, Testimony, maar alleen al kijkend naar de songtitels heeft hij wel een beetje de schijn tegen en door de twee uur die de plaat duurt zit zijn voet ehhh CD toch wel lang je speler vast. Het verrast me eigenlijk meer dat Morse komt met een symfo-album, ik had verwacht dat Testimony meer in de lijn zou liggen van zijn vorige solo-albums. Niets van dat al dus. Testimony sluit naadloos aan op Snow van vorig jaar voordat Morse geroepen werd door De Man om Spock’s Beard te verlaten. Zelden zal een muzikant zo open en bloot over zijn bekering gezongen hebben en daar heb ik, ondanks mijn bedenkingen, wel respect voor. Het is aangenaam te horen hoe Morse zijn hele repertoire recyclet zonder te vervelen, maar je af en toe wel doet fronsen en denken: “Waar hoorde ik dit eerder”. Catchy koortjes, majestueuze melodieën, natuurlijk gefreak, Testimony has it all en gelukkig, ik heb nergens het gevoel dat Morse mij naar zijn kant van de streep probeert te trekken. Maar toch, maar toch. Ik mis ze echt wel op deze plaat: Nick, Alan, Ryo and Dave. Nu wordt pas echt duidelijk dat Neal Morse dan misschien wel de aardappels aanleverde en een groot gedeelte van de jus, maar de finishing touch zat’em toch in de tweede stem en vloeiende, soulvolle, drumwerk van Nick D’Virgilio, de licks van Alan, het maniakale van Ryo en het ronkende van Dave. Nee, ik ben niet teleurgesteld in Testimony het is op-en-top Neal, maar als God weer eens wat weet zorg dan alsjeblieft ooit nog eens voor een reunie.

File: Neal Morse – Testimony
File Under: En God zag dat het goed was (2)!

Danko Jones – We Sweat Blood

Geen gelul, maar spelen. Danko Jones gaat recht op zijn doel af. Zijn tours door Europa zijn ware strooptochten. Elke bezoeker van zijn concerten windt hij om zijn vingers ongeacht geslacht, waar Danko er zelf geen twijfel over laat bestaan welk geslacht zijn voorkeur heeft. In slechts 34 minuten doet Jones met zijn strijdmakkers waar anderen een uur of meer voor uit zouden moeten trekken. Vol gas scheurt We Sweat Blood langs Monster Magnet (“Dance” is opzwepend en groovy als Dave Wyndorf in zijn beste dagen), toont zich een volwaardige opvolger van wijlen Phil Lynnot (let ook eens op hoeveel het logo op de hoes lijkt op dat van Thin Lizzy) in onder andere “I love living in the city” en “Strut”, opvallend hoeveel zijn stem dezelfde soul heeft als deze rockdode. En dan citeert hij ook nog eens onbeschaamd uit Aerosmiths’ “Walk This Way” (‘I was a high school loser, never made it with a lady’ in “Heartbreak’s a blessing”) en doet hij je mijmerend terugdenken aan de goede tijd van Anthrax in “Wait a minute”) . Misschien is het maar goed dat dit allemaal gebeurt met de intensiteit van Henry Rollins waardoor hij ook jou je voordat je er erg in hebt om zijn vinger gewonden heeft. Zo krijg je nooit de kans om je te storen aan al die bronnen van energie die hij aanboort en heb je geen moment om je af te vragen of Danko Jones ook nog iets aan diepgang te bieden zou kunnen hebben. Gelikt en overdonderend gaan prima hand in hand, dat blijkt maar weer drommels goed op We Sweat Blood.

File: Danko Jones – We Sweat Blood
File Under: Bloed Zweet & Rock and Roll

The Fire Theft – The Fire Theft

Even denk ik dat het de tocht is die me de rillingen op mijn rug veroorzaakt, maar bij controle van de deuren en ramen blijken die toch echt allemaal potdicht te zitten. Het is dus echt de muziek die dit veroorzaakt en tot me tot aan mijn kruin verpakt in kippenvel. De voortekenen in november vorig jaar logen er natuurlijk al niet om, The Fire Theft kon wel eens met iets groots op de proppen komen. En dat blijkt nu, bijna een jaar later, helemaal waar. Eerst grijpt het intro van “Uncle Mountain” me aan en vervolgens snijdt de stem van Jeremy Enigk me de adem af. Voor ik het weet worden mijn ogen nat bij “Oceans Apart” en daarna wordt het maar alleen maar erger. Ik weet niet of je het nog emo kunt noemen, daar is het misschien wel teveel voor verpopt/rockt maar mij maakt het in ieder geval wel emotioneel. Dat had ik bij de laatste fabuleuze Sunny Day Real Estate, The Rising Tide, en dat heb ik nu weer bij The Fire Theft. Nog melodieuzer (meer toetsenwerk vooral) dan de laatste twee Sunny Day Real Estate albums, maar weet toch steeds op dezelfde manier te zorgen de continue onderhuidse spanning die SDRE ook zo kenmerkte. Zoveel schoonheid op één plaat als op deze had ik nog niet gehoord dit jaar en ik schat zo in dat The Fire Theft ook niet meer overtroffen gaat worden van nu tot januari.

File: The Fire Theft – The Fire Theft
File Under: Plaat van het jaar

Audiotransparent – Audiotransparent

LVR / Konkurrent

Audiotransparent heeft de wind vol mee in de zeilen. Het lijkt bijna een sprookje! Ga maar na: welke (nog wel) kleine band gebeurt het nu dat ze zonder ook maar één plaat uitgebracht te hebben in het voor programma kan staan van een grote band als the Tindersticks? En dan zo veel indruk op deze maken dat ze voor een tweede optreden opgetrommeld worden en daar ook nog eens de show stelen en een bizar aantal CDs verkopen voor een charmant klein label als LVR. Dat kunnen niet zo heel veel bands deze Groningers navertellen. Daar komt nog bij dat nu de debuutplaat van Audiotransparent ook voor de rest van Nederland in de schappen ligt dit sprookje gewoon doorgaat. Want ze hebben met hun Audiotransparent een mooie, stemmige plaat afgeleverd die klinkt als een warm meergranen brood gebakken uit de oogst van de akkers van Radiohead, Low en een hele trits post-rockbands. In “Lowhigh” galmt “No Surprises”, maar dat komt vooral door de xylofoon en “Memory Lane” zou zo op repertoire kunnen van Coldplay qua sfeer. Geen misselijk werk dus wat hier geleverd wordt. Op enkele nummers wordt het Audiotransparent Orchestra ondersteund door Chantal Acda op zang en dat geeft die nummers een meerwaarde. De mensen die dit jaar At The Close of Every Day’s Zalig zijn de armen van geest aanschaften, kunnen dat met deze plaat ook blind doen, qua sfeer is Audiotransparent vergelijkbaar en qua kwaliteit al helemaal.

File: Audiotransparent – Audiotransparent
File Under: Melancholische Post-Rock

Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns – In the Fishtank 10

Het blijft een interessant gegeven die Fishtank experimenten van Konkurrent. Stop twee bands in een studio geef ze een paar dagen om wat op te nemen en breng het uit op CD. Het is dan altijd een groot voordeel dat bands in hun normale leven het experiment niet schuwen. Nou wat dat betreft zit je wel goed bij Motorpsycho en Jaga Jazzist. De twee kennen elkaar al goed en hadden al vaker samen het podium gedeeld. Maar werkt zoiets dan ook samen in de studio? Dat is dan natuurlijk de vraag. Gelijk maar het antwoord: Ja het werkt! De combinatie Motorpsycho en Jaga Jazzist klinkt als een geoliede machine op deze 10e editie van In The Fishtank. De kopersectie van Jaga Jazzist blaast weer leven in Motorpsycho, waardoor deze opleeft van hun tegenvallende laatste plaat It’s A Love Cult. Vooral het subtiele “Pills, Powders and Passion Plays” en de funky “Theme de YoYo”-cover van het in pop/rock-kringen vrijwel onbekende The Art Ensemble of Chicago laten zeer geslaagd samenspel horen. De twee partijen leggen elkaar vooral in “Theme de YoYo” het vuur na aan de schenen. Motorpsycho staat live natuurlijk ook nogal bekend om de lang uitgesponnen versies van hun nummers wat niet door iedereen altijd gewaardeerd wordt (ik ben er al eens bij weggelopen), maar op het afsluitende en dik twintig minuten klokkende “Tristano” lukt het ze meer dan behoorlijk om de aandacht vast te houden, accumulerend van een bijna stil repeterend geluid tot een steeds grotere kakofonie. Hopelijk heeft het Fishtank-gebeuren ook een positief effect op de volgende plaat van Motorpsycho.

File: Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns – In the Fishtank 10
File Under: Jazz rock!

Schtimm – Plays Mrakoslav Vragosh

Het lijkt af en toe wel dat met het korter worden van de tijd tussen het opkomen van de zon en de ondergang van de koperen ploert het aantal stemmige plaatjes als een gek toeneemt. Dat is misschien ook wel de meest geschikte tijd van het jaar voor dat soort plaatjes natuurlijk. Melancholisch, loom, beheerst, sober, minimalistisch in de tinten van de herfst met af en toe een straaltje zon. Schtimm past eng precies hierbij zul je concluderen als je Plays Mrakoslav Vragosh beluistert. De zonnestraal die in de nummers van tijd tot tijd door de wolken heen breekt is B. Het lijkt wel of al die Noorse zangeressen gezegend zijn met van die elfenachtige stemmen. B is misschien een rare naam, maar niet als je weet dat de rest van de band zich Æ, P en K noemt. Schtimm klinkt als Portishead zonder trip (alhoewel die in “The Hardcore Waving of Happyflags” en “Into” wel degelijk aanwezig is) en minder klagend maar levendiger dan Beth Gibbons solo. Als Æ zingt en begeleidt wordt door enkel cello en viool in “Flowers” doet hij wat denken aan Perry Blake op zijn eerste twee platen. We hebben hier in Europa zelfs het geluk dat de plaat nu pas hier uit komt, want dat levert ons mooi drie bonustracks op. Vorig jaar leverde White Birch een stemmige plaat af vanuit Noorwegen voor de herfst; dit jaar is Schtimm aan zet.

File: Schtimm – Plays Mrakoslav Vragosh
File Under: Stemmige indiepop voor de herfst

Dido – Life for Rent

Duizenden (miljoenen?) mensen hebben een schilderijtje van het kitscherige zigeurjongen met traan aan de muur hangen. Miljoenen mensen hebben ook, velen natuurlijk naar aanleiding van het gebruik van “Stan” van Eminem, Dido’s No Angel in de kast staan. En bij velen staat daar binnen korte tijd ook Life For Rent naast. Helaas, want wat een ongelofelijke VIVA-pop, die nieuwe Dido. Ik heb helemaal niets tegen damespop. Integendeel zelfs. Zoiets als dat van de drie elfjes uit Noorwegen, Ephemera, gaat er bij mij als gesneden koek in, omdat het nog wat spanning in zich heeft en het bovendien gewoon goddelijke liedjes zijn. De eerste Dido was al behoorlijk aan de veilige kant, op Life For Rent gaat ze er nog een stapje verder in. Elke momentje van spanning is er met de grootst mogelijke vakkundigheid eruit gesneden, waardoor het allemaal wel enorme liftmuzak wordt. Van openingstrack “White Flag” tot afsluiter “Do You Have A Little Time” is het één vlakke gladgestreken laken (met wasverzachter!) van cliché-teksten die perfect op maat gesneden zijn voor haar doelgroep, de sex-in-the-city-dames van rond de 30. Als ze niet miljoenen CDs zou verkopen zou je bijna medelijden krijgen met dit zigeunermeisje met traan.

File: Dido – Life for Rent
File Under: Zigeunermeisjesmuzak