Linked – Mask Behaving

Geen gras erover laten groeien, gemier met intro’s of ander geneuzel, maar gelijk in het eerste nummer er vol tegen aan en duidelijk maken waar je voor staat. Daar houd ik wel van bij dance-platen. Linked trapt wat dat betreft nog een beetje te voorzichtig af met “Detox” op Mask Behaving, dat ze in eigen beheer uitbrengen, maar dankzij Sonic toch in elke winkel te verkrijgen is. Verderop in “Detox” komt het gelukkig allemaal nog goed en is de voorzichtigheid verdwenen. In het zuigende agressieve vervolg met apocalyptisch einde waarin zanger Geert van Hoesel opgezweept door knetterende breakbeats en een langzaam opholslaand orkest compleet uit zijn dak gaat is ronduit overdonderend. Dat doet Linked goed! Twijfelend tussen The Prodigy en Underworld , maar meestal kiezend voor een smakelijke variant op de eerstgenoemde, met af en toe het getergde van RATM’s Zach de La Rocha doet Linked het eigenlijk uberhaupt een plaat lang erg goed. De strakke rauwe beats (deels uit een drumstel, deels uit een doosje), sound-effects uit de synths en met vervormde zang van dit Tilburgse trio zijn af en toe zelf bijna briljant. Ik krijg visioenen van een stomende volksmassa, want gespeeld vanaf een podium is Linked vast en zeker goed voor een kolkende zaal of festivalweide.

File: Linked – Mask Behaving
File Under: Aggressive Beats voor kolkende zalen
File Audio: [ Detox ] [ Wonderland ] [ Part of me [feat. Kypski]

Novastar – Another Lonely Soul

Een productief man is Novastar’s Joost Zweegers niet. In 1996 won hij de Rockrally, de Grote Prijs van België zeg maar, in 2000 kwam zijn debuut pas en in 2004 komt hij met de op opvolger. Maar die tussenliggende jaren gebruikte hij wel om prachtige liedjes te beeldhouwen. En met succes. Het titelloze debuut verkocht zeer goed en dat zal ook wel weer het lot van Another Lonely Soul zijn. Want op dit album staan ook weer een tiental prachtig gestileerde pareltjes. Muzikale dagboeken noemt Joost Zweegers ze. Dagboekjes die uiteindelijk door de voorzienigheid tot stand kwamen. Een schrijfsessie in de Verenigde Staten liep op niets uit entoevallig kwam Zweegers in contact met Ozark Henry’s Piet Goddaer, van wie hij ooit het nummer “Sweet Instigator” speelde in een akoestische show. Beide heren werden het snel eens en met Goddaer als producer kwam de inspiratie wel. En beide heren stuwden elkaar naar grote hoogten, zoals op de single “Never Back Down”. Zweegers noemt zelf Lennon, Waterboys en Roxy Music als muzikale inspiratiebronnen, maar persoonlijk moet ik regelmatig denken aan The Police/Sting (in de Synchronicity/Blue Turtle periode). Vooral het uitmuntende “Ask for the moon” is een voorbeeld van hoe je je voorbeelden naar de kroon kunt steken. Bijna drie kwartier (ideale lengte!) pure pop die het wachten meer dan waard was.

Lees verder Novastar – Another Lonely Soul

Mennen – Freakazoid

Is hardrock weer springlevend met The Darkness in de hitparades? Of is het eigenlijk nooit dood geweest, maar sprong het alleen wat minder hoog de laatste jaren? Ik heb het dan over echte hardrock he en niet over een band als Metallica. Metallica, dat is geen hardrock. Dat was ook ooit (speed-)metal, maar nu popmuziek voor boeren en alcoholisten. The Darkness zorgde er vorig jaar wel voor dat hardrock weer doorbrak bij het grote publiek, al gaat het hier eigenlijk maar om één band die doorbreekt met een gimmick. Wat ik me afvraag is of het kleine publiek dat altijd van hardrock is blijven houden hier nou zo blij mee is? Ik vrees van niet eigenlijk. Die horen denk ik liever het vijfde studio-album van Mennen, Freakazoid. Echte degelijke, bijna ouderwetse, hardrock. Dat is ook niet zo raar met aan het roer en achter de microfoon Joss Mennen die zijn sporen heeft nagelaten overal ter wereld met Zinatra en achter de knoppen Erwin Musper die dat ook deed bij bandjes als van Halen, Scorpions en Def Leppard. Dat degelijk en ouderwets is overigens in het geheel niet negatief bedoeld. Hoe hip (alhoewel the Darkness daar vast anders over denkt) de heren van Mennen er op dit moment ook uit zien, het blijft frisse op een klassieke leest geschoolde hardrock met slechts hier en daar wat modernere invloeden. En dat is maar goed ook. Schoenmaker blijf bij je leest ende zo! De songs zijn stuk voor stuk vakkundig gebikt uit de Limburgse mergelgroeves, plenty catchy koortjes en krachtige ballads voor de echte hardrockliefhebber.

File: Mennen – Freakazoid
File Under: Hardrock
File Audio: [ Freakazoid Player ]

George Michael – Patience

Je kunt zeggen over Georgios Kyriacos Panayiotou wat je wilt, gehaaid is George Michael wel. Vlak voor het uitkomen van je nieuwe Cd (Patience) doodleuk aankondigen dat dit je laatste reguliere Cd is en dat in het vervolg je muziek alleen via internet te verkrijgen is, zorgt geheid voor aandacht in de media. Tja, als het na Patience weer 8(!) jaar gaat duren voordat er een album van je verschijnt, Older verscheen in 1996 en Songs from the Last Century uit 1999 bevatte alleen maar covers, dan zit het er dik in dat het dan allemaal anders gaat. Zeker gezien de manier waarop de Cd-verkoop steeds maar verder lijkt in te storten. Dankzij de downloaders en branders natuurlijk. Bovendien is het wel zo gehaaid van George om niet zo vaak een album uit te brengen. Kwam er om het jaar een nieuwe George Michael Cd uit dan had Patience me vast en zeker nu al de strot uit gehangen. Dat gebeurt nu niet. George Michael maakt natuurlijk gewoon hyper-commerciele pop, maar juist doordat je niet met Michael overspoeld wordt irriteert Patience niet. Bovendien kiest hij voor een zorgvuldige balans tussen beladen ballades en gemakkelijk in het gehoor liggende up-tempo tracks. Daarbij gaat hij geen ‘moeilijke’ onderwerpen uit de weg. Net zo gemakkelijk zingt hij over een aan AIDS gestorven vriend (“Please Send Me Someone (Anselmo’s Song)”) als de zelfmoord van een familielid (“My Mother Had A Brother”) en mijmert hij over zijn Wham!-tijd in “Round Here”. Al die wannabe-popsterren waar we wel mee overspoeld worden hebben weer een dik uur lang studiemateriaal voorhanden over hoe het wel moet.

File: George Michael – Patience
File Under: Niet met vreemde mannen meegaan, dit is beter
File Video: [ Amazing ]

Magwheels & Stone Glass Steel – Pane

Ik vind het knap als je als muzikant in staat bent om muziek te maken die opgaat in de plek waar de luisteraar zich bevindt. Vaak is dat soort muziek dan ook slechts genietbaar op die plek. Ik herinner me een adembenemende tocht in de Franse Alpen uit waarbij Amarok van Mike Oldfield in de diskman zat en naadloos aansloot op het golvende landschap. Thuis luisteren val daarbij in het niet. Adembenemend was het luisteren naar Pane, de split van Magwheels en Stone Glass Steel niet. Fascinerend wel. In de trein en vooral ook ronddolend op het station met een koptelefoon op, ontstaat er een vreemdsoortig schouwspel van de over de rails denderende treinen met hun vierkante wielen, het geroezemoes en de kletterende hakken van de gehaaste reizigers met de dreinende post-rock gitaren, noises en samplers van Magwheels’ David Sullivan. Niet de gitaren van Stone Glas Steel, want dat zijn ook de gitaren van Sullivan. Pane is namelijke wel een beetje een rare split. Het deel dat Stone Glass Steel voor haar rekening neemt, is opgebouwd uit alleen maar Magwheels tracks, die Phil Easter verknipt heeft tot twee tracks van 20 minuten. De één, meer dromerig en ambient, symboliseert het langzaam wegzakken van de zon aan de horizon De ander wat meer grimmiger en noisy, het invallen van de nacht. Hoe het ook zij, echt gemakkelijk voel je je er in ieder geval geen moment bij, maar met andere mensen om je heen op het station is het veilig te beluisteren en dwalen je gedachten zo af.

File: Magwheels & Stone Glass Steel – Pane
File Under: Drones
File Audio: [ Phantovm] [ Paint fire on the window ]

Flemming – We Love The Industry

Niet gek voor een Nederlands bandje. Da’s meestal het vernietigends wat je kan zeggen, maar in het geval van We Love The Industry is het zeker niet rot bedoeld. Het geluid en de stuctuur van de liedjes van Flemming leunt zwaar op Britse voorbeelden (ruik ik daar een vleugje Spearmint?), maar het komt het nooit geforceerd over. Het zijn duidelijk liefhebbers! Die liefhebberij valt uiteindelijk ook een beetje in het nadeel van Flemming uit. De liedjes treffen de juiste toon, maar vallen te weinig uit de toon. Ze missen nét dat ene ongrijpbare, misschien wel het Hollandse, wat ze uniek zou kunnen maken. Daarnaast is de zang nogal op de voorgrond gemixt. Dat is op zich fijn voor liedjes waar niet alleen de muziek maar ook de tekst belangrijk is, maar helaas heeft Rutger Van Mourik een beetje een vlakke stem die na een paar nummers wel wat gaat vervelen. Daar help een duet als de Nederlandse Robbie en Kylie met Birgit geen lieve moer aan. Toch is We love the industry best een lekker plaatje. Het luistert lekker weg, het voetje tapt lustig mee op de maat… Volgende keer wat meer pit en het komt helemaal goed!

File: Flemming – We Love The Industry
File Under: Luchtig tussendoortje dat de eetlust niet bederft
File Video: [ Old Boys ]

Ghinzu – Blow

Ik zat er al een tijdje op te wachten. Op de plaat die Muse zou laten horen dat bombast best kan, maar dat je het niet moet overdrijven en die de Antwerpse muziekmaffia bewijst dat eigenwijsheid en snoepen uit de honingpot van dEUS en consorten niet slecht is, maar een meer eigen smoel ook wel zo verfrissend kan zijn. Het bandje dat speelt op de veerboot van Oostende en Dover. Enter: Ghinzu! De meest dronken en geschifte barband van de crew van Stena Hill. Wegens gekte van de boot geknikkerd, maar intussen wel alle invloeden van beide landen tot zich genomen en deze versmolten tot een kekke tweede plaat. Enter: Blow. Het blijft overigen niet alleen bij Muse-bombast en Antwerpse eigenwijsheid. Vanuit Albion namen ze ook de catchy post-punk mee zoals the Coral dat zo fijn kan, “Do You Read Me” klinkt ook zo aangenaam fris en rommelig. Ook Ikara Colt kwam mee als verstekeling. Vanuit de Belgische kade gaan de opgedoekte Evil Superstars (de Mauro Pawlovski-gekte) mee als keurig betalende passagier (is dat verdacht of wat?). “Jet Sex” lijkt op het eerste oor van Coldplay-achtige onschuld, maar zorgt mooi wel voor rode koontjes bij de aandachtige luisteraar. Ja, het was allemaal een beetje te gezellig wat Ghinzu veroorzaakte op die veerpont. Ga nou weg mensen, dat loopt nog verkeerd af (Heen en weer, heen en weer) Wees nou verstandig mensen!.

Lees verder Ghinzu – Blow

Blues Brother Castro – Flirt

“Weet jij nog een leuke band om het voorprogramma te doen van Green Hornet en niet echt uit de toon zal vallen bij hun intense en gedreven act?”, vroeg de programmeur van Kultuurhuis Bosch. “Poeh, dat wordt vast lastig vrees”, zei ik hem. Ik kende Green Hornet alleen van plaat en hun live-reputatie van “The Soul!! The Trash!! The Fury!!” slechts horen zeggen, maar als alleen de helft ervan waar zou zijn, dan nog zou het lastig worden voor een bandje om daar niet flets bij af te steken. “Maar, probeer Blues Brother Castro eens”, zei ik hem toen. “Hun bijdrage (“Flirt”) aan die eerste Silent Minority Sampler sprong er wel uit met hun aanstekelijke puntige gitaarrock.” Dat bleek, bij controle ter plekke, dus nog te zijn ook. Sterker nog, misschien vond ik hun optreden in Bosch nog wel leuker dan dat van Green Hornet! Het was allemaal beter gedoseerd. Op de EP Flirt komt het allemaal misschien net iets minder ruig over dan op podium, maar het smaakt wel naar meer. Het is dan ook goed om te horen dat BBC op dit moment werkt aan een volledige Cd die vast ook vol komt te staan met energieke gitaarsongs als “Flirt” en “Peso Cubano”. Beetje in de geest van the Pixies, met het klagerige van Dinosaur Jr. denderen de vijf eigengereide tracks uit je speaker. In de geest van the Pixies hebben ze ook maar een bassiste die ook nog eens kan zingen. Tja, mijn zegen heb je dan.

Lees verder Blues Brother Castro – Flirt

Daughters – Canada Songs

Alles lijkt goed aan de Daughters! – Canada Songs als je de Cd uit het folie haalt. Een uitnodigend hoesje met in sierlijke letters de bandnaam er op gedrapeerd. Mooi boekje op van dat fijne dikke papier gedrukt met flarden teksten. Wist je niet beter, dan zou je zo inschatten dat je hier te maken hebt met een bandje uit het straatje Radiohead / Tool. Oops, pakt dat even anders uit! Want wat je in een stief kwartiertje vervolgens over je heen krijgt gestort is ehhh… tja wat is het eigenlijk wat de Daughters maken? Extreem is het in ieder geval! Weirde af en toe bijna a-ritmische drumpartijen met absurde opgevoerde blastbeats. Gitaren die janken als honden die al een week zonder voer en baasje zijn, een zanger die schreeuwt alsof zijn leven ervan af hangt. Enige ‘rustpuntje’ zijn de baspartijen die vergeleken bij de rest af en toe bijna suf lijken, maar de boel zo wel nog een beetje in toom houden. Nihilistische grindcore (ik zie gelijk al vieze gezichten aan de andere kant van het scherm). Toch heeft het wel wat! Het ligt ook aan het moment dat je zo’n plaat opzet. Je gaat bij Canada Songs niet even gezellig de krant zitten lezen. Voor mij is het daar gewoon teveel een om aandacht schreeuwende aanval op je trommelvliezen voor. En dat bedoel ik dan niet eens negatief. Niet echt iets voor je dochter, meer iets voor fijnproevers.

Lees verder Daughters – Canada Songs

An American Starlet – The Duchess of Hazard

Ze lijken soms te doen alsof ze Emmylou Harris en Gram Parsons in duet zijn, schreef iemand op alt.country-website No Depression. Nou, als je halverwege komt in je pogingen heb je een fantastische plaat gemaakt, denk ik dan. En dat is misschien iets teveel eer voor The Duchess of Hazard. In de basis maakt An American Starlet ook op hun tweede plaat redelijk traditionele alt.country, maar het gevaar van al te gelikt of braaf songsmateriaal wordt op afstand gehouden door te leunen op een indie-traditie die het doet met vuig gitaarwerk en rare hooks. Anders is ook hun geluid, iets dat ook opvalt bij verwante acts als Lullaby for the Working Class: hoeveel instrumenten er ook gebruikt worden, het bandgeluid blijft open en bijna eenvoudig klinken, zelfs met twee zangers in de band. Tweestemmige alt.country is er meer, maar waar Victoria Williams en Mark Olson me vaak het idee geven dat ze een gelegenheidsduo zijn, klinken Liz Green en Ian Parks werkelijk als een twee-eenheid. Ongeveer zoals Emmylou Harris en Gram Parsons dat konden, inderdaad, als een echtpaar dat vergroeid was met elkaar. In dat geval hebben Liz Green en Ian Parks elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet, maar al wel verlovingsringen gekocht.

File: An American Starlet – The Duchess of Hazard
File Under: Americana deluxe
File Audio: [ Half a Heart ] [ Starstruck Brother ]