Echos Minor – Constant Exposure

Grond is samen met Zabel-muziek en Transformed Dreams één van de leukste (kleine) ‘underground’-labels in Nederland. Tot nu toe bracht Grond twee full albums uit: Lawn – Lawn-dro-mat en AU – Non-Existing Input. Daar kan nu Echos Minor – Constant Exposure aan toe gevoegd worden. Het zestal van Echos Minor dat elkaar nog kent van de middelbare school uit Drachten is nu een jaar of twee bezig. Hun eerste demo “Read Me Rona” trok de aandacht van de VPRO en haalde ook één van de demontage-CDs van de Fret. Deze track is nu de prettig in het gehoor liggende opener van hun eerste CD. Je fluit het liedje zo mee en dat geldt eigenlijk wel voor de hele CD. Allemaal hele melodieuze liedjes. Alleen alleen door akoestische gitaar begeleide “Hersickness” is een beetje een vreemde eend in de bijt. Attention Treated Precious klinkt als Beautiful South met een bite (precies wat BS ontbeert) en in andere de andere songs schieten referenties aan bands als Beatles, Daryll-Ann, Johan en Guided By Voices door je hoofd. Dat zou slechter kunnen, niet? Toch geven vooral de met mate gebruikte blazers de muziek best wel een eigen geluid. Het niveau van de genoemde bands halen ze nog (net) niet, maar het zou me niets verbazen als hun tweede plaat, zo die er komt, een waar briljantje zal zijn.

File: Echos Minor – Constant Exposure
File Under: Tussen Beatles en Guided By Voices

Young People – Young People

Soms hoor je wel eens plaatjes waarvan je denkt: “Ik moet zelf eens wat gaan opnemen en uitbrengen op CD”. Young People – Young People is er weer zo één waarbij je denkt: “Dat kan ik beter!”. Iemand tipte mij en zei dat ik dit echt eens moest luisteren, want op deze plaat zou de geest van de Velvet Underground rondhangen. Deze persoon nam ik altijd heel serieus, inderdaad NAM, want wat ik hoor maakt me bijna aan het huilen zo slecht. Lou Reed zou zich, ware hij dood, omdraaien in zijn graf bij het horen van deze vergelijking. De zangeres Katie Eastburn klinkt als een zangeres die eigenlijk in een country band had willen zingen, maar werd afgewezen bij alle audities en nu wil laten horen dat ze het toch echt wel kan. Gitarist Jarrett Silberman denkt in de meeste nummers dat als hij maar een beetje over de snaren ragt en vooral geen noten of akkoorden aanslaat het misschien wel onder het kopje ‘experimenteel’ zal vallen. Het derde wiel aan de wagen is Jeff Rosenberg, die in het verleden toch alleraardigste platen maakte met Tarentel maar daar lijkt dit wat hij doet met de Young People echt in de verste verte niet op. Maar niets is minder waar! De lo-fi post-folk die de band brengt gaat echt door merg en been en in dit geval dus niet omdat het zo mooi is. Vanaf openingstrack ‘Ron Jeremy’ (ik snap niet waarom dit nummer na een pornoster vernoemd is ik hoor het er niet in) is het echt een klein half uur hard werken om de plaat uit te zitten. Er komt echt bijna niet één leuk melodietje langs dat platenmaatschappij 5RC een reden geeft deze plaat die eerst alleen als CDr beschikbaar was uit te brengen. Hopelijk zegt het niets over de kwaliteit van de rest van hun releasen. Van de 13 tracks die langskomen weet slechts Death Don’t Have Mercy lijkt in iets op een liedje dat weet te boeien de rest is gewoon te droevig voor woorden. Volgens mij is dit echt zo’n plaatje dat helemaal doodgeknuffeld zou kunnen worden onder de ‘serieuze’ popjournalisten, maar ik ben echt blij dat ik van deze CD alleen maar mp3s heb, of beter gezegd: had 😉

File: Young People – Young People
File Under: Hemeltergend, Del *.*

Whipster – Strange

Het postuum uitbrengen van een plaat ligt vaak gevoelig. Zou (de dode) artiest wel gewild hebben dat op deze manier zijn naam te grabbel gegooid zou worden? Van Jeff Buckley verscheen één plaat voor zijn vreemde verdrinkingsdood in de Mississippi. Na zijn dood staat de teller al op 4 en je kunt je afvragen of hij er erg gelukkig mee zou zijn. De door Tom Verlaine geproduceerde opnames voor For My Sweetheart the Drunk keurde hij zelf af, maar ze werden als Sketches (For My Sweetheart the Drunk) toch uitgebracht. Velen vroegen zich na het horen van die plaat af waarom hij de opnames afkeurde, want ‘men’ vond dat ‘ze’ best goed klonken. Buckley dacht daar anders over blijkbaar en je kunt je afvragen of zijn moeder er goed aan deed de plaat uit te brengen. Voor de nu uitgebrachte plaat van Whipster geldt dit niet. Alhoewel geen lid van de band Jan Heddema drukte als producer toch een flinke stempel op de plaat. De opnames van Strange werden afgerond twee weken voor de dood van Heddema. Gezegd moet worden dat Whipster met de hulp van Heddema een puike plaat hebben afgeleverd die on-Nederlands goed klinkt. In een instrumentale track als ‘You Are Not Here Anymore and I Miss You’ waan je je in bijna Canada op een Neil Young plaat in één van zijn gitaarperiodes. In andere tracks doolt de geest rond van The Joy Division en lijk je in Engeland te vertoeven, maar het meest voel je je thuis in de ondergrondse Amerikaanse rock van ondermeer de Wipers en the Dream Syndicate, zonder ook maar een moment het idee te hebben dat je naar een klakkeloze kopie van deze bands zit te luisteren. Daar zou je Whipster te kort mee doen. Spaarzaam doch smaakvol ondersteunt door accordeon, orgel en cello heeft Whipster een prachtige gitaarplaat gemaakt, waar Heddema postuum trots op kan zijn!

Lees verder Whipster – Strange

Steve von Till – If I Should Fall to the Field

Zangers van luidrichtige bands willen nog wel eens solo ingetogen plaatjes maken. Keith Caputo deed dat met Died Laughing best goed nadat hij Life of Agony verliet, maar werd hierin met groot gemak overtroffen door de donkerbruine stem van Mark Lanegan van de Screaming Trees (deze band is overigens al sinds 2000 uit elkaar(!)), die ondertussen al 5 solo-platen heeft gemaakt. Steve von Till van Neurosis is ook zo’n zanger met do’n donkerbruine, bijna inktzwarte, stem die solo-platen uitbrengt. De sfeer op zijn nieuwe solo-plaat is wel even andere koek dan die van zijn band. Intro ‘The Harpy’ is een opname van de grootvader van Von Till uit 1961 waar hij muziek onder heeft gezet. Daarna volgt alleen nog de stem van Von Till sober begeleid door o.a. akoestische gitaar, banjo en hammondorgel. De sfeer van de plaat sluit naadloos aan op de eerste twee solo-platen van Mark Lanegan. Misschien af en toe zelfs wel een beetje teveel waardoor je naar een kopie lijkt te luisteren, terwijl het toch echt andere liedjes zijn. Maar toch, ik hoor liever bij de open haard met een goed glas whiskey of dubbelpalm in de hand deze plaat, dan een knuffelrock pt 20.

File: Steve von Till – If I Should Fall to the Field
File Under: Voor de lange winteravonden

Dredg – El Cielo

Laeteralus van Tool vond ik veel te klinisch. En live was dat in Groningen in de Oosterpoort eigenlijk alleen nog maar erger. Allemaal een beetje te berekend en niet de emotie die ik met name op Undertow wel hoorde. Gelukkig was er dankzij nl.muzieker Riny een meer dan smakelijk alternatief voorhanden. Hij postte in de usenetgroup nl.muziek over een bandje genaamd Dredg dat voor hem dé ontdekking van het jaar 2001 was. Zijn referenties logen er niet om: Rush, Radiohead, Pink Floyd, Tool. Genoeg reden om eens te gaan zoeken naar Leitmotiv. Blijkt die jongen toch zo maar gelijk te hebben 🙂 Aardig wat nl.muziekers hebben die plaat aangeschaft die verder helemaal niets losmaakte in Nederland volgens mij. Goede band om dat wat ik miste bij Tool op de laatste plaat te compenseren. Doordat die eerste plaat verder niets ‘deed’ in de lage landen verbaast het me ook niets dat de opvolger van Leitmotiv, El Cielo, totaal geen aandacht krijgt. En wat een onrecht wordt ze daarmee aangedaan! El Cielo moest ik even op me laten inwerken, de sleutel tot de schoonheid van deze plaat komt pas na enkele draaibeurten (met koptelefoon of iig op flink volume!) tot mijn beschikking. Zo divers en spannend hoor je het zelden nog in de hedendaagse rock (om maar eens een cliché te gebruiken). Niet zulke ‘extreme’ tracks als bijvoorbeeld “Penguins in the Dessert” van Leitmotiv, maar genoeg bites nog over. Stilstand is achteruitgang en deze plaat is een geen stilstand, nog achteruitgang, maar een enorme stap vooruit vanaf het toch al niet kinderachtige Leitmotiv! Tracks als “Sanzen” waarin zanger Gavin Hayes doet denken aan Keith Caputo en het warme bad waarin je je waant in “Triangle” (met GYBE achtige gitaarpartijen) maken me stil. Om met afsluiter “The Canyon Beyond Her” te spreken: ‘Does anybody feel this way? Does anybody feel like I do?’ Ik hoop echt van harte dat deze plaat alsnog de aandacht krijgt die het verdient!

Damien Rice – O

Twee jaar heeft Damien Rice aan zijn debuut lopen schaven. Op een bepaald moment werd het zelf als grap gebracht bij optredens dat de plaat ‘o’ zo klaar zou zijn. Niet dus. En toen die plaat er eindelijk was (01.02.02) duurde het nog tot bijna een jaar voordat ik er mijn handen op wist te leggen. Nu ja handen, eigenlijk kwam ik er bij toeval op doordat ik ergens een klein stukje over hem las en de korte cd-titel me intrigeerde. De titel komt uit het door David Arnold (maker van vele soundtracks) rijk georkestreerde nummer ‘Amie‘ en men zegt dat dat weer komt uit de franse novelle “The Story of O“, geen idee of het waar is. Wat wel waar is is dat Damien Rice een schoonheid van een plaat afgeleverd heeft. Met een stem die ergens ligt tussen Jasper Steverlinck van Arid en Jeff Buckley bezorgt hij je echt dikke lagen kippenvel. Muzikaal ligt het echter dichter bij Nick Drake en andere engelse folk singer-songwriters. Sober, maar smaakvol, begeleid op de meeste tracks houdt Rice het hoge niveau waarop de plaat met ‘Delicate’ inzet een uurlang vast tot tot de melancholische afsluiter ‘Eskimo’ . In Ierland is de plaat ondertussen platina (15.000 platen). Dat zal in Nederland wel niet zo snel gebeuren, maar ik denk dat er heel wat mensen zullen zijn die als een blok zullen vallen voor deze plaat als ze hem één keer gehoord hebben. Zanger en band zijn al bezig met de opvolger van deze plaat die hopelijk niet nog eens 2 jaar op zich zal laten wachten, want dat zou doodzonde.

File: Damien Rice – O
File Under: Nick Drake ontmoet Jeff Buckley in Ierland

Jason Menard – Elsewhere

Muziek uit Australië en Nieuw Zeeland gaat vaak aan ons voorbij. Terwijl er toch heel interessante muziek gemaakt wordt. Soms lijkt het wel of alleen de (soms prettige) pulp deze kant van de wereld berijkt en af en toe een paar bands die wel interessant zijn (bijvoorbeeld de Nirvana-clonen van the Vines) Dat er Down Under ook flink wat rare snuiters komen weten we ook wel. Het was tenslotte niet voor niets de gevangenis van Engeland lange tijd ;-). Jason Menard is zo’n rare snuiter. Alhoewel hij van oorsprong niet uit Nieuw Zeeland komt, maar uit Chicago, Illinois past hij er prima tussen zo te horen aan zijn muziek. In 2000 is hij naar Nieuw Zeeland om daar muziekles te volgen aan Nelson School Of Music Contemporary music Performance Course (CMPC) dat zich helemaal richt op rock-pop muziek. Na een jaar cursus werd hij gelijk maar aangenomen als leraar. Daarnaast maakt hij ook plaatjes, rare plaatjes! Op zijn nieuwe plaat hoor je hemzelf geen enkele keer hemzelf zingen. Elke track heeft een andere zanger of zangeres. Qua stijl verschillen de tracks ook nog al behoorlijk van elkaar. Van licht naar Swing neigende Elsewere tot lo-fi in Princess en I Hate Rock And Roll, sixties (soulvolle) “Better Than Sweat” tot het Low-achtig in Curtains. Het grappige is dat het wisselen van stemgeluid en stijl eigenlijk geen moment irriteert en de songs wel één geheel vormen. Intrigerend plaatje dat nog wel aardig wat draaibeurten tegemoet kan zien.

File: Jason Menard – Elsewhere
File Under: Rare jongen From Down Under die fascinerende plaatjes maakt

Audioslave – Audioslave

Toen Zach de la Rocha in oktober 2000 uit Rage Against The Machine stapte was eigenlijk al wel gelijk duidelijk dat dit het einde zou betekenen voor RATM, net zo goed als het vertrek van Chris Cornell uit Soundgarden het einde betekende van die band. Cornell maakte na die split in 1999 wel een aardige solo-plaat in de vorm van Euphoria Morning die beter, maar anders was dan Soundgarden. Na de daaropvolgende (ietwat tegenvallende tour) bleef het lange tijd verdacht stil rond hem. RATM kondigde aan wel verder te willen gaan als band, maar gezien het aantal releases na 2000 (nul) lukte dat toch niet echt lekker. Ergens in 2001 dook het gerucht op dat Chris Cornell in de oefenruimte zat met de drie overgebleven leden van RATM en dat er misschien zelfs wel een plaat zou verschijnen nav die sessies. Tom Morello ontkende . Toch bleek het waar te zijn. Opnames van die sessies lekten uit via internet. Door problemen met managements van beide bands die het niet eens konden worden over de contracten ging het hele feesie nog bijna niet door. Dit terwijl de heren het best eens waren met elkaar! Blijkbaar liep alles toch met een sisser af, want nu is er toch Audioslave. En inderdaad: Cornell is dus niet de nieuwe leadzanger van RATM, maar wel van Audioslave 😉 Heeft Morello toch niet gelogen blijkbaar… Tja en wat kun je verwachten van zo’n plaat? Allemaal goede muzikanten, geweldige zanger, beiden uit bands met een eigen identiteit en een platenverkoop die andere bands doet watertanden. Wat je krijgt is dus precies datgene wat ik verwachtte: een mix van Soundgarden, Chris Cornell solo en Rage Against The Machine. Openingstrack en single Cochise heeft de hooks van RATM en de uit duizenden herkenbare Cornell vocalen zoals hij ze vooral in Soundgarden liet horen. En eigenlijk gaat het het hele album zo door. De ene track een snufje meer RATM, de andere wat meer Soundgarden en een derde wat meer Cornell-solo. “What You Are” en “I am the Highway” hadden zo op de solo-plaat van Cornell gekunt. Eigenlijk is dat wat mij betreft ook het manco van Audioslave. Het klinkt nog niet eigen, heeft geen eigen gezicht. Je hoort gewoon te duidelijk waar de heren de – best smakelijke – mosterd vandaan gehaald hebben. Pas bij een, zo die er komt, volgende plaat kun je denk ik een goed oordeel geven over de levensvatbaarheid en relevantie van Audioslave. Wat misschien nog wel het meest opvallende is aan deze plaat is dat ik eigenlijk geen moment de inbreng van Zach De La Rocha mis… benieuwd wat zijn tegenzet wordt.

The Fire Theft – It's Over

How It Feels to Be Something On en The Rising Tide zijn zwaar onderschatte briljantjes. Ik was niet de enige die blij was toen ik hoorde dat Sunny Day Real Estate voor een tour naar Nederland zou komen en vervolgens flink baalde toen bleek dat de tour op het laatste moment gecancelled werd. Dat grote gebaal werd alleen nog maar groter toen in juni vorig jaar bleek Sunny Day Real Estate er na troubles met het label en management helemaal de brui aan gaf. Dan Hoerner schreeft een roman en de rest ging ook zijn gangetje. Totdat er plots in februari van dit jaar weer nieuws kwam! De heren Mendel (die sinds de eerste split van SDRE een bijbaantje als bassist in de Foo Fighters , William Goldsmith (drumde ook bij de Foo Fighters tot de eerste SDRE-reunie) en Enigk konden blijkbaar niet zonder elkaar en zijn een nieuwe band begonnen: The Fire Theft. Zonder Dan Hoerner dus. Die doet zijn ding tegenwoordig in Dashboard Confessional. Mendel zit nog steeds in dat andere bandje en die brachten ook net een nieuwe plaat uit (One By One) die het niet onaardig doet in de hitlijsten en de andere heren hebben ook nogal wat side-projects waardoor het allemaal niet zo snel gaat helaas :-(. Na negen maanden opnemen en wachten is op de site nu eindelijk het eerste resultaat van deze ‘nieuwe’ band te horen in de vorm van It’s Over. Het nummer klinkt wel heel erg als SDRE, maar dat is natuurlijk ook niet zo raar met allemaal leden uit die band en zo’n vervelende band vond ik dat ook niet 🙂 Bovendien smaakt deze snippet naar meer! Toch zal het vrees ik nog wel even duren voor dat de plaat er komt. Zoals gewoonlijk bij bands tegenwoordig is de release al meerdere malen uitgesteld, hopelijk komt er dit jaar nog een album uit!

File: The Fire Theft – It’s Over
File Under: Plaat om naar uit te kijken

Hrvåtski – Swarm and Dither

Een beetje electronica op zijn tijd is helemaal niets mis mee. Het lijkt wel of electronica bands steeds meer in song-structuren gaan denken en de traditionele rockbands steeds meer electronica invloeden adopteren. Hrvåtski is zo’n naam uit de electronica. Achter deze naam gaat producer Keith Fullerton Whitman schuil. Swarm and Dither is een verzameling van werk van hem van 1999 tot dit jaar. En het toont maar weer eens aan hoe moelijk het blijkbaar is voor producers om zelf platen op te nemen. Opener Vatsep Dsp doet de eerste kleine minuut echt gewoon zeer aan je oren en loopt dan nog een minuutje of 5 door als irritant deuntje met irritante oren tergende piepjes bliepjes en breaks. In 2nd zero fidelity mandible investigation gaat het een seconde of dertig een beetje lijken op een liedje, maar daarna krijg ik weer zo’n brei aan dingen over me heen die echt niet goed voor me is. Ik word niet snel zenuwachtig van een plaat, maar hier valt gewoon ECHT niet naar te luisteren! Gelukkig zitten er ook rustpuntjes op deze plaat. Echoes is een repeterend deuntje dat nergens over gaat, maar iig ervoor zorgt dat je hartslag wat zakt naar minder gevaarlijke hoogtes. Helaas gat het drum’n’bass beest daarna gewoon weer verder waar hij voor dit rustpuntje mee bezig was. Irriteren tot op het bot. Bedenk me nu dat er op deze plaat ook absoluut niet te dansen valt. Althans, ik kan me niet voorstellen dat iemand zich in zulke bochten kan wringen op de dansvloer. Anaesthetise Thineself en slottrack Tegenborg zijn eigenlijk de enige tracks die iets op een liedje in traditionelere zin lijk. Sterker nog, het zijn tracks waar een aangenaam sloom gitaartje (of is het toch synths?) meehuppelt en de beats in bedwang blijven. Het zal allemaal best avontuurlijk, spannend en humorvol zijn wat deze man uit zijn computer weet te halen, maar ik word er echt te nerveus van om deze plaat vaker te gaan draaien. Ik kijk wel naar het mooie hoesje en zet wel wat anders op.

File: Hrvåtski – Swarm and Dither
File Under: Overbodige Hap