Girls In Hawaii – From Here To There

Als ik zeg Girls in Hawaii, waar denkt u dan aan? Nederlandse meisjes (of uit willekeurig welk ander land) die op vakantie zijn in Hawaii? Of aan meisjes die al hun hele leven al in Hawaii verblijven en je al hoela-hoela dansend te gemoed komen om je te verwelkomen op hun paradijsje in de Indische Oceaan met bloemenkransen om hun nek? In ieder geval aan alles behalve aan zes jonge Belgische knapen die in die popliedjes maken in de geest van Grandaddy, Soulwax en dEUS! Dat gaat dan waarschijnlijk snel veranderen. Want hun debuutplaat From Here To There geeft daar alle reden toe. Het is wat dat betreft snel gegaan met deze jongens sinds Antoine en Lionel in 2001 hun eerste demo opnamen op hun ‘Dream Machine’ (8-sporen recorder). Maar wat goed is komt natuurlijk ook snel (om maar eens een cliché te gebruiken) en ziedaar, hun demo werd vorig jaar tot Demo Van Het Jaar gekozen bij Studio Brussel en na een zeer goed verkopende eerste EP ligt nu hun eerste volledige CD debuut dus al in de schappen. Deze doet je van tijd tot tijd misschien nog een beetje teveel denken aan bands die als invloeden genoemd worden (naast genoemde Grandaddy en Deus ook Coldplay bijvoorbeeld), maar zolang dat gebeurt met mooie liedjes als “Flavor” en “Time To Forgive The Winter” zal het me worst zijn. Misschien dan wel niet geschikt om de Hoela-hoela op de dansen met die Hawaiiaanse meisjes, maar wel mooi genoeg om van te genieten.

File: Girls In Hawaii – From Here To There
File Under: Belgenpop, wat anders?

El Columpio Asesino – El Columpio Asesino

Astro / Sonic

Een veiligheidsspeld is veilig zolang hij netjes dicht zit. Op de hoes van El Columpio Asesino’s debuutalbum oogt het ding (niet dicht!) o zo onschuldig, maar prik je er maar eens aan en je zult het weten ook. Hetzelfde geldt voor de naam van deze Spanjaarden. Zo melodieus als deze klinkt zo gemeen (en tegenstrijdig) is de vertaling ervan: De moorddadige wipwap. Wat is er nou onschuldiger dan een wipwap? Wat dat betreft pas de naam eigenlijk perfect bij de muziek van El Columpio Asesino, die is namelijk nog het best te omschrijven als Air (lief) meets Pixies (stekelig en fucking brilliant, brulde DM me in mijn digitale oortje en ik kan niet anders dan dat beamen!). Het beste komt dit tot uiting in de knappe Pixies cover van “Vamos” waarin de trompettist van Columpio in de laatste minuut zich de longen uit zijn lijf blaast waarop dan het dramatische en bijna melancholische “La Muerte de un trompetista” volgt! Waar hoor je nou nog een fatsoenlijke trompet in de hedendaagse popmuziek? Nou hier dus! Het heen en weer schipperen tussen Air en Pixies met de trompetten als verrassende factor maakt dat Columpio blijft boeien en groeien. Bijkomend voordeel is dat deze Cd voor het absurde bedrag van iets minder dan 10 euro in de winkel ligt. El Columpio Asesino is de eerste van de zogenaamde pocketedities die Astrodiscos gaat uitbrengen om nieuwe Cd’s te kopen in plaats van de kopiëren. Met El Columpio Asesino hebben ze daarmee een meer dan behoorlijke eerste zet gedaan.

File: El Columpio Asesino – El Columpio Asesino
File Under: Air jamt met Pixies en trompettist

Dream Theater – Train of Thought

Six Degrees of Inner Turbulence, de vorige Dream Theater vond ik echt onluisterbaar. Ik had dat kreng blind aangeschaft, dat doet deze gek met elke DT CD die uit komt, maar bij elke draaibeurt beukte de koppijn weer keihard op mijn slapen. Na een week verdween de CD in de kast en daar is dat kelereding ook niet meer uit gekomen sindsdien. Ik was dan ook een beetje huiverig om te horen dat er met Train of Thoughts nu al weer een nieuwe Dream Theater in de maak was. Na een kleine week Train of Thoughts, ookal is deze over de gehele plaat gemeten harder, is de hoofdpijn echter nog niet teruggekomen, dat kan dus slechter. Toch vervalt Dream Theater ook nu af en toe weer in nodeloos technisch gepruts. Vooral gitarist Petrucci lijkt af en toe een wedstrijdje zoveel mogelijk noten op de vierkante centimeter af te werken en dat is wat mij betreft helemaal nergens goed voor. Daardoor wordt bassist John Myung ook nog wel eens teveel naar achter gedrukt in de productie. Mike Portnoy geselt ouderwets de vellen van zijn drumkit, maar lijkt toch wel iets geleerd te hebben van zijn werk met Transatlantic en Neal Morse want het klinkt wel iets beheerster wat hij aflevert. Toch blijf ik erbij dat Dream Theater op zijn best klinkt als ze wat meer gas terugnemen. Ze zijn gewoon niet geschikt als (pure) metalband. Daar zijn het teveel freaks voor en dan verzandt het in notendiarree. Zo opent “As I Am” op een manier die je doet denken aan Metallica en daarom is “This Dying Soul” ook het beste nummer van het album. Nadat in de eerste minuut de heren stoom afgeblazen hebben ontspint zich een deel nummer dat bij tijd en wijle doet denken aan Tool, met uiteindelijk toch weer een deel gepriegel en dat is zonde, maar zal de echte progmetalmens als muziek in de oren klinken.

File: Dream Theater – Train of Thought
File Under: Progmetal

Lowgold – Welcome To Winners

“Oh Well, wherever, wherever you are, Iron Maiden’s gonna get you, no matter how far. See the blood flow watching it shed up above my head. Iron Maiden wants you for dead”, zong Paul Di’anno op de debuutplaat van Iron Maiden in 1980. Je verwacht toch niet dat zij er een kleine 25 jaar later, misschien een beetje indirect dat wel, er voor zorgt dat de perfecte kruising tussen Coldplay en Del Amitri gered wordt van de ondergang? Het gebeurde Lowgold dus wel. Toen Nude Records op zijn gat ging, zaten er nogal wat bandjes in één keer zonder platencontract. Voor een band als Suede was het niet zo lastig om ergens anders weer een platencontract te scoren. Lowgold leek lange tijd het kind van de rekening te worden en gedoemd om voorgoed van de aardkloot te verdwijnen door alle tegenspoed. De redding kwam dus uit onverwachte hoek: Iron Maiden. Of, beter eigenlijk, Sanctuary Records dat Lowgold onder haar hoede nam. Onbegrijpelijk dat ze niet sneller opgepikt werden, want je zou verwachten dat er na het, vooral in de UK overigens, succesvolle debuutalbum toch wel wat interesse voor hen zou zijn? Maar goed dat probleem van die platenmaatschappij is dus opgelost en dat is maar goed ook. Voor hetzelfde geld hadden we Welcome To Winners nooit gehoord en dat zou doodzonde zijn. Welcome To Winners is gevarieerder (vooral in tempo) en bevat domweg gewoon veel sterker songmateriaal dan debuut Backward Of Square. Dromerig met prachtig weemoedig gitaarwerk met altijd de ietwat rauwe maar behaaglijk warme stem van Darren Ford als rustpunt, met als hoogtepunt “Keep Your Gun Dry” met haar subtiele electronica. Met dank aan Iron Maiden.

File: Lowgold – Welcome To Winners
File Under: Tussen Coldplay en Del Amitri

rumplestitchkin – small-time hero

Ga het alsjeblieft niet proberen: rumplestitchkin De naam van deze Belgen uit te spreken. En zeker niet meerdere malen achter elkaar en snel rumplestitchkinrumplestitchkinrumplestitchkinrumplestitchkin. Voor je het weet heb je een knoop in je tong. Dat zal toch niet de reden zijn dat het sinds ze in de finale van Humo’s Rock Rally stonden vijf jaar geduurd heeft voordat er nu eindelijk een debuutplaat op de plank ligt? Dan wordt het namelijk tijd dat iemand de zak krijgt! Want hier is ons dan groot onrecht aan gedaan! Want op small-time hero is het een komen en gaan van mooie liedjes, die soms subtiel en rustig poppy zijn, maar vaak ook licht ontvlambare gitaarrock. Scherp vastgelegd door Frans Hagenaars (o.a. Metal Molly). Door al deze afwisseling en verrassende wendingen in de songs zelf is small-time hero een mooie verzameling geluidsminiatuurtjes geworden, die in opener “voodoo smile” door de hand van Daan Stuyven je nog een beetje op het verkeerde been zet richting Zita Swoon, maar in de rest van de CD een Antwerpen (dEUS!) op 78 touren afwerkt vermengd met Eels (voor de miniatuurtjes) op 45 touren. Fris, pakkend, met een fijn ruw kartelrandje. Prijs de man die ervoor gezorgd heeft dat deze plaat er alsnog gekomen is. En alle lof voor rumplestitchkin dat ze ondanks alle ellende toch doorgezet hebben met het moois op small-time hero als resultaat.

File: rumplestitchkin – small-time hero
File Under: Indiepop op Antwerpse leest geschoeid

Gloricz Jim – Gloricz Jim

Hoeveel blikken gitaarbandjes staan er nog op de plank her en der in het land? Af en toe lijkt het wel of ze uit alle hoeken en gaten van Nederland komen met allemaal hetzelfde doel: zoeken naar de perfecte gitaarpopsong. Zoeken is natuurlijk nog geen garantie dat je vindt. Sommige bandjes lijken wel blind en blijven mijlenver verwijderd van hun doel. Anderen komen er verdomd dicht bij in de buurt. Die komen dan ook niet uit blik, maar worden vers geserveerd direct na de oogst. Niks geen conserveringsmiddelen, even lekker wokken en kakelvers consumeren. Wat dat betreft zou je wensen dat er meer bands van de akker van Gloricz Jim geoogst worden en op je bordje belanden. Op hun debuut-CD herinneren deze Utrechters je aan Daryll-Ann, Benjamin B. en Johan. Allemaal liedjes met duidelijk kop en staart, vol mooie samenzang van de gitaristen Jeroen Pelgrom en Roel Jorna. Puntje van zorg is nog wel dat een deel van de songs (drie om precies te zijn) ook al stonden op de demo van 2001 en enkelen dateren zelfs uit 2000. Hopelijk vlot het schrijven van nieuw materiaal voor een tweede CD wat sneller. Laat deze naar hun zelf vernoemde een mooie afsluiting zijn van hun demotijdperk en een opstap zijn naar een grotere platenmaatschappij (riep iemand daar Excelsior?) Dit is in ieder geval een perfect visitekaartje.

File: Gloricz Jim – Gloricz Jim
File Under: gitaarpop met de hoofdletter G

Brant Bjork – Keep Your Cool

Ik geef het je te doen. Koel blijven in de streek waar Brant Bjork vandaan komt. Een ieder die wel eens in de buurt van Palm Desert geweest is, weet dat dat echt niet een eenvoudige opgave is. Niet zo verrassend dat het geluid dat Kyuss liet horen op haar eerste platen zo gortdroog en schroeiend heet klonk. Wel verrassend was dat ze er zo veel succes mee hadden. Oké, niet zoveel als Queens of the Stone Age nu, maar dat ze zo maar tekenden bij Elektra en nog steeds coole platen uitbrachten was toch op zijn minst opmerkelijk. In dat licht bezien is het misschien niet echt opmerkelijk dat drummer Brant Bjork koos voor een baantje als Pizzaboer en voetballer na de opnames van Sky Valley. Om vervolgens net zo vrolijk weer snel terug te keren naar Palm Desert met Fu Manchu een stapel Cd’s op te nemen, de halve wereld rond te touren terwijl hij Queens of the Stoneage liet lopen omdat hij minder wilde touren. Bovendien pakte hij ook weer op waar hij goed in was en nog steeds blijkt te zijn: gortdroge stonerrock maken. En coole gortdroge stonerrock bovendien. Want zijn derde soloplaat Keep Your Cool (een echte soloplaat, Bjork speelde alles zelf in), ademt hitte en doet je stofhappen maar klinkt ondanks dat toch cool en relaxed, met een vette groove.

File: Brant Bjork – Keep Your Cool
File Under: Stoner Alone

Rachel's – Systems / Layers

Soms gebeuren er grote wonderen – ik noem maar een geboorte – maar er zijn ook genoeg kleine wondertjes. Dan krijg je precies op het juiste moment de juiste Cd’s voorhanden. Die stop je in je Cd-speler en geven je exact wat je nodig hebt op dat moment. Dat gebeurt nu dus met Rachel’sSystems / Layers. Met haar ambient neo-klassieke post-rock weet het kleine kamerorkestje (bestaat eigenlijk uit twee man en één vrouw, pianiste Rachel Grimes) precies te bieden aan deze jonge vader wat hij net als zijn pasgeborene nodig heeft, de drie Rs: Rust Reinheid en Regelmaat. En dan niet van die platgestampte muzak zoals Sky Radio je kan leveren, maar wonderschone sobere melodieën (denk aan Philip Glass, Chopin, maar ook aan een up-tempo Canto Ostinato in “Arterial”) die Rachel’s in samenwerking met de Siti Company uit New York opnam. Raar genoeg beschrijven de 19 tracks het leven van verschillende New Yorkers. Ik dacht dat dat zo´n hectische stad was, maar dat komt eigenlijk nergens tot uiting. Hooguit in het vervreemdende percussie experiment “Reflective Surfaces” komt onrust tot uiting. Voor de rest is het bijna overal een oase van hypnotiserende rust.

File: Rachel’s – Systems / Layers
File Under: Chillen voor jonge vaders

Pink – Try This

Toen de platenbazen bij Arista hoorden dat Pink na haar miljoenenverkoop van Can’t Take Me Home niet voor een klakkeloze gemakkelijke copy paste Cd koos, maar te kennen gaf met ex-4 Non Blondes zangeres Linda Perry haar volgende Cd op te gaan nemen zullen ze wel even hebben moeten slikken daar op kantoor. Zo Pink het al verteld had, want het zou me niets verbazen als ze überhaupt niets verteld had. Zo eigenwijs is ze ook wel weer. Slikken moesten ze in ieder geval wel toen ze Missundaztood hoorden, want er was dus niet zoveel meer over van de R&B diva. Pink rockte en goed ook. Pink had lekker haar eigen weg gekozen en de keuze van Perry bleek een gouden en uiteindelijke goed voor nog meer schijfjes over de toonbank. Misschien dat de heren bij Arista het daarom wel goed vonden, zo ze al iets te willen hadden, dat Pink op Try This samen ging werken met Tim Armstrong van Rancid. Helaas. Try This haalt het niet bij zijn voorganger. Single “Trouble” maakte het al duidelijk, het is voor het grootste deel net teveel automatische piloot werk en dat is nou eigenlijk net niet wat je wilt van Pink. Je verwacht juist dat ze je wederom verrast te worden door wat sprankelends nieuws, voor mijn part dat Billy d’r een echte punkplaat van gemaakt had met Pink. Niets van dat al dus. Perry is overigens niet helemaal uit beeld verdwenen op Try This en dat is maar goed ook, want, dat zal je niet verbazen, het zijn de drie nummers die zij mede geschreven heeft met Pink die boven de rest uit steken, het Prince-achtige “Catch Me While I’m Sleeping”, het up-tempo “Try Too Hard” en “Waiting For Love”. Dat moet Pink toch ook aan het denken zetten voor een volgende CD? Hopelijk gaat ze niet verder op de voet van afsluiter “Waiting For Love”, want op R&B griebelballads als deze zit echt niemand te wachten. Gelukkig komt er dan nog een punkie hidden track om de vieze smaak weg te spoelen.

File: Pink – Try This
File Under: Probeer Missundaztood liever

The National Anthems – Before the Storm

Het wordt keer op keer weer bewezen, de mooiste britpop komt al lang niet meer van dat eiland dat links van ons ligt. De mooiste britpop komt uit Scandinavië. Nu zijn het weer Zweden, The National Anthems, die je hart veroveren met zoetgevooisde melodieuze britpop a lá Coldplay die ze opruwen met een rasp van Amerikaanse indie uit de school van Jimmy Eat World, waardoor de lieve liedjes allemaal net wat meer venijn krijgen. De band rond zanger/gitarist Robert Stålbro is sinds 2000 actief en komt uit Karlstad. Nadat ze door Deep Elm in 2002 uitgenodigd werden een nummer bij te dragen aan Emo Diaries No.9, Sad songs remind me dat afgelopen juni verscheen en waar At The Close Of Every Day overigens ook een track aan bijdroeg, ging het allemaal erg snel met deze Zweden. Before The Storm klinkt echter alles behalve als een plaat die gehaast in een achternamiddag is opgenomen. Zeker voor de mensen die de Denen van Saybia te zoet en te lief vinden en wel wat meer ballen (of bombast zo je wilt) willen horen komen op Before the Storm een stuk beter aan hun trekken. Luister maar naar The Long Road dat je kunt downloaden van hun site.

File: The National Anthems – Before the Storm
File Under: Britpop