VA – Acuarela Songs Volume II

Een compilatie van bands die je op je label hebt uitbrengen is altijd een goed idee om de onbekendere bands op je label onder de aandacht te brengen. Zeker als er exclusief werk op staat van de ‘grote’ bands die je op uitbrengt. Acuarela doet dit op een aardig originele manier. In 2001 bracht dit Spaanse label dat op dit moment wel een heleboel interessante bands onder haar hoede heeft de dubbel CD Acuarela Songs uit waarop alle bands een track leverden waarin het woord ‘Acuarela’ (gekleurd water) of de locale variant erop gebruikten in titel of tekst. Blijkbaar was ze dat goed bevallen, want nu twee jaar later brengt Acuarela Acuarela Songs Volume II uit. Ter ere van hun negenjarig bestaan verschijnt deze 3(!)-CD en hebben ze hetzelfde thema gehandhaafd. Dus 39 tracks van Acuarela artiesten over gekleurd water opgedragen aan dit label dat zich knap staande weet te houden als independent. En het zijn niet de minste namen die een bijdrage leveren. Langs komen onder andere: Lee Ranaldo (Sonic Youth), Thalia Zedek, L´Altra (twee keer zelfs), The Zephyrs, Timesbold, Migala, Manta Ray, Transmissionary six, Windsor for the derby en Ursula dat als laatste track een mix maakt van zo ongeveer de hele Acuarela catalogus, wat een meer dan passende afsluiting is van deze compilatie. Het zou natuurlijk te mooi zijn als alle 39 tracks ook fabeltastisch goed zouden zijn, maar dat zou een beetje teveel zijn van het goede, maar met deze compilatie levert Acuarele een staalkaart van indie, post-rock, singersongwriter, pop, folk (en nog veel meer) op waarmee ze zich vol trots kan presenteren aan de wereld en geeft een aantal goede tips van artiesten waarmee je je CD-verzameling kunt aanvullen. En dat ook nog eens voor een schappelijke prijs.

File: Acuarela Songs Volume II
File Under: Staalkaart van indepent label

Julee Cruise – The Art Of Being A Girl

Het is de schuld van An Automotive. Zij waren het die op hun vorig jaar verschenen debuutplaat het nummer “The Ballad of Julee Cruise” opnamen. Ik zat toen te denken Julee Cruise, was dat niet ergens eind jaren tachtig zo’n one-hit-wonder met “Falling” uit de soundtrack van David Lynch’ Twin Peaks? Ja natuurlijk was zij dat. En aangezien ik dat wel een mooi spooky plaatje vond, ben ik maar eens op speurtocht gegaan. Met als vraag: doet deze dame nog wat in de muziek? Het antwoord is dus ja. Sterker nog, ze bracht niet zo lang geleden zelfs nog een nieuwe plaat uit, The Art Of Being a Girl, haar eerste in iets minder dan 10 jaar. Ik had dus min of meer verwacht dat het wel een soort van Falling een hele plaat lang zou zijn, maar dat is dus niet het geval. Ze heeft namelijk deze plaat opgenomen zonder de hulp van David Lynch en Angelo Badalamenti. “You’re Staring At Me” is wel een lekkere bossanova opener en “The Orbiting Beatnik” gaat er ook nog wel in, maar bij track numero drie “Falling in Love” met steeds maar repeterende zinnetjes en melodietjes (net als in “Everybody Knows” en “Cha Cha In The Dark” overigens) slaat bij mij de verveling al toe en dan moet je nog een aardig eindje voordat het dikke uur van de plaat erop zit. De flarden electronica vallen bij mij in veel tracks ook niet echt lekker op hun plaats en klinken wat geforceerd in de oren. De songs met de een wat meer bossanova inslag zijn nog redelijk te pruimen, maar houden ook niet echt over. De op zicht imponerende stem van Cruise, die dan weer doet denken aan Marianne Faithfull, dan aan een engel en in bijvoorbeeld “Three Jack Swing” wat doet denken aan de dames van B-52s, komt me een beetje te weinig uit de verf. En als dan zo’n plaat afgesloten wordt met hidden track in de vorm van een remake van “Falling in Love” die het niet haalt bij het orgineel laat The Art Of Being a Girl je dus met een behoorlijk onbevredigd gevoel achter. Goed, ik verwachte dus een mooi spooky plaatje, maar kreeg dat niet op “Beachcomber Voodoo” na . Pindakaas helaas. An Automotive bedankt!

File: Julee Cruise – The Art Of Being A Girl
File Under: Triphop

A Day's Work – Above And Within

A Day’s Work maakt het me niet gemakkelijk met hun op de op twee na laatste dag van 2002 in eigen beheer uitgebrachte plaat: Above and Within. Meestal lukt het me wel aardig om een nieuwe bandje in een ‘hokje’ te plaatsen of een referentie te geven aan een band die de lading dekt. Dat is bij A Day’s Work niet gemakkelijk. Deze jonge band uit Alkmaar noemt zelf Filter, Incubus, Tool, The Cure en Soulwax, maar ik zou er zelf zo nog een stuk of wat bij kunnen noemen die hele andere kanten op gaan. Dat is dan ook gelijk zo’n beetje mijn grootste punt van kritiek op A Day’s Work. Het fladdert me nog te veel heen en weer, maar misschien is dat een beetje mijn gebrek en niet het hunne. Als luisteraar krijg je in 8 tracks een beetje teveel voor je kiezen en dat is jammer, want op zich zijn de songs namelijk allerminst slecht. De 5 mans formatie heeft namelijk wel talent voor liedjes en beheersen hun instrumenten ruim voldoende om het uitbrengen van deze plaat te rechtvaardigen. Hun muziek mag best gehoord worden. Voorbeeldje? Above and Within trapt af met een pittig zware gitaar vol distortion, maar dan gaat in het eerste couplet de knop om en wordt het gitaargeluid gewoon te dun. Dat past gewoon niet lekker in mijn oren, maar als dan in het refrein de (bijna te) kraakheldere zang ondersteunt wordt door een lekkere emo-achtergrondzang haalt dat het hele nummer weer op. Je hoort gewoon dat er in “Roses Mean Remember” meer zou kunnen zitten. In andere tracks komt dat iele gitaargeluid ook terug en daar ben ik persoonlijk niet zo gecharmeerd van. Nee, dan hapt een uptempo nummer als “Free on a Melody”, het toch een stuk lekkerder weg of een ballad voor twee als “You in White” slechts begeleid door akoestische gitaar en cello of “End Below”, dat me zelfs wel wat aan Helmet doet denken qua gehak (en dat is dus een compliment ;-)) Had ik “Realm of the Moon” al genoemd? Nee, toch nog maar ff doen, want dat begint zowaar met een mooi post-rock introtje, maar daarna me niet echt boeit op dat aan gitaartje na. Het nummer met de meeste potentie is misschien nog wel “Charly”, als A Day’s Work daar uitgehaald wat er inzit dan was dat namelijk de beste track van de plaat geweest, nu lost het die belofte niet in en steekt “You in White” boven de andere tracks uit. Jammer is wel dat in het netjes verzorgde bijgeleverde boekje niet staat wanneer de verschillende tracks exact opgenomen zijn, dan had je namelijk al een inschatting kunnen maken of A Day’s Work nog in de groei zit en alleen maar beter kan worden of dat dit het is. Ik zou persoonlijk mijn geld zetten op het eerste, want de heren gaan er met hun volle ziel en zaligheid voor en van hard werken is nog niet vaak iemand slechter geworden. Mijn advies aan de band: destilleer uit de vele invloeden die je hebt een iets strakkere eigen stijl en maak een toffe tweede plaat.

File: A Day’s Work – Above and Within
File Under: Nog te divers talent ps: Ik weet niet wat die gozer van ‘het Popinstituut’ bezielde bij het recenseren van Above and Within, volgens mij was hij ongesteld, in ieder geval doet hij A Day’s Work tekort.

The Donnas – Spend The Night

Richie Valens zong het al: I had girl, Donna was her name, Since she left me, I’ve never been the same Tja, dat kan natuurlijk heel goed gebeuren. Kleine meisjes worden groot en dan willen ze nog wel eens wijde wereld intrekken he. In 2001 werden the Donnas 21 en vierden dat met hun ongecompliceerde vierde(!) plaat Turn 21 op passende wijze. Na die plaat werden ze opgepikt door ‘major’ Warner die nu hun platen uitbrengt, om te beginnen Spend The Night. Of dat wat verandert? Wat dacht jezelf. Natuurlijk niet! The Donnas zullen altijd the Donnas blijven vrees ik. Of beter gezegd hoop ik, want wie weet wat er gebeurt als ze in één keer miljoenen platen gaan verkopen door een toevallig hitje. Dat was met Turn 21 nog niet gebeurd, dus inderdaad Spend The Night gaat op dezelfde voet verder. Dus gewoon weer 13 nummers over vriendjes die komen en gaan, liefde bedrijven in auto’s, de hele nacht op blijven, enfin lees het zelf maar na hier. Toch is er muzikaal gezien wel een klein verschil met de vorige platen. Vooral het gitaarwerk van Donna R is er een stuk op vooruitgegaan, maar ook Donna C en Donna F worden een steeds strakkere combo dat zorgt voor een stevig fundament voor de songs, al zal je dat waarschijnlijk niets interesseren. Maar verder geen zeurderige ballads, gewoon een kleine 40 minuten gaan met die banaan, fijn he? Ik zou dan ook duizend keer liever zien dat posters van the Donnas op tienerkamers hangen dan die van Britney Spears of Christina Aguilera.

File: The Donnas – Spend The Night
File Under: Nog steeds ongecompliceerd leuk

Kepler – Missionless Days

Ken je dat gevoel? Dat je op een zondagmorgen in bed ligt en voor het eerst in weken niet gewekt wordt door een wekker of omdat je moet pissen vanwege de hoeveelheid bier die je de avond ervoor geconsumeerd hebt. Nee, gewoon wakker worden en weten dat je er nog niet uit hoeft te komen de eerste uren. In je eigen warmte een beetje liggen op je rug terwijl het buiten nog stil is en druilerig weer.. Beetje droge mond, wel zin in koffie, maar geen zin om op te staan en vooral sloom. Dan kom je dicht in de buurt van hoe Kepler is. Verstild, desolaat en loom, maar op een rare manier toch wel aangenaam warm, begint Missionless Days met “I’m a Parade”. Je blijft rustig stil liggen en staart naar het plafond, waarom energie verspillen met bewegen. Dat doet Kepler ook niet. Met groot gemak hou je dat de eerste 2 tracks vol. Bij “Our Little Museum” gaat het toch een beetje kriebelen, het tempo van Kepler gaat heel iets omhoog. Eénmaal bij “Dogs and Madmen” moet je je bed uit, de zin in cafeïne is te groot geworden. Lukt net in de 5 minuten die je daarvoor hebt. Het enige dat balen is, is dat de vloer koud is. Zo koffie, de krant laat ik nog maar even voor wat het is. Je gaat weer in je bed liggen, dat nog warm is, en voor je het weet lig je weer naar het plafond te staren, terwijl “An Elegant Game”, “Salvation” en “Let Us Rest As Mutes” aan je voorbij trekken me hier en daar een betoverende steelgitaar. Pas bij “The Steel And The Stone” realiseer je je dat de koffie naast je bed staat, maar na even proeven vind je die toch te koud geworden en je hebt geen puf om op te staan om verse te pakken. Hmm,’Missionless Daysis al afgelopen. Jammer want het beviel je best zo. Gelukkig heb je een cd-wisselaar en deze gevuld met cds van Codeine, Low en Red House Painters en een afstandbediening, dus je komt deze zondag wel door. Opstaan kan altijd nog.

File: Kepler – Missionless Days
File Under: Slowcore

Archive – You All Look The Same To Me

Bizar zeg. Er moest een naar Nederland geemigreerde Engelsman aan te pas komen om mij te wijzen op het meer dan briljante You All Look The Same To Me van het britse Archive. Ik geloofde eigenlijk gewoon niet na het horen van deze plaat dat ik er nog nooit iets over gelezen had in een Nederlands blad. Ik nam eigenlijk al aan dat het aan mij lag, alhoewel ik lees toch aardig secuur de recensies in onder andere OOR, en dacht dat ik er over heen gelezen had, maar de index leerde mij dat er geen woord over deze plaat is geschreven. Dan maar eens kijken of iemand ander er al wat over geschreven had in Nederland met Google, maar dat geeft alleen twee hits van Belgische sites. Het lag dus niet aan mij. Deze plaat is gewoon stelselmatig genegeerd door Nederlandse journalisten, dat kan gewoon niet anders of East-West heeft van de promotje een zooitje gemaakt. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat een Nederlandse journalist anders naar zo’n plaat luistert dan een buitenlandse journalist en elke recensie die ik gevonden heb, of het nu in het Grieks, Portugees, Spaans, Frans, Engels of Duits is, op het internet is positief tot lyrisch over deze plaat. Maar laat ik me er verder maar niet te veel meer over opwinden en het over de opwindende plaat hebben! Het schijnt zo te zijn dat Archive al een tijd bezig is en van huis uit een triphop maakt(e) op haar eerste twee albums (Londinium (1996) en Take my Head (1999)). Daar is op You All Look The Same To Me dan niet zo heel veel meer van over. Met het inwisselen van een zangeres voor een zanger lijken ze hun triphop verleden grotendeels van zich afgeschud, alhoewel het nog wel smaakvol hier en daar verwerkt wordt in de nummers zoals bijvoorbeeld in Fool. You All… trapt af met een ballad van dik 16(!) minuten waarin gelijk de toon gezet voor het hele album. Als je het een beetje kort door de bocht wilt brengen zou je kunnen stellen dat ze in die 16 minuten Dark Side of The Moon samenvatten in een hedendaags jasje. En dit doen ze met behulp van gediplomeerd ouwe lul Alan Glen (vroeger Yardbirds) die de show steelt op mondharmonica. De stem van Craig Walker heeft wel wat weg van Thom Yorke, wat in Numb en Goodbye misschien nog wel het duidelijkst blijkt, want je zou een medeluisteraar best wijs kunnen maken dit onbekende tracks zijn van Radiohead. Niet alleen qua geluid, maar ook qua kwaliteit. Het mag dan misschien niet allemaal altijd even orgineel zijn wat de drie heren van Archive produceren, maar ze geven wel een nieuwertijdse draai aan oude (bekende) geluiden waardoor dit album genoeg afwisseling bezit om mij ruim 60 minuten te boeien en dat is de laatste tijd niet veel bands gegeven. Ik kan het de heren journalisten dan ook moeilijk vergeven dat ze mij deze plaat onthouden hebben die met een beetje goede wel het nog wel tot mijn eindejaarslijst gebracht zou hebben van 2002 als ik er van geweten had.

File: Archive – You All Look The Same To Me
File Under: Ideale mix van Kid A, Darkside of the Moon met een toef beat

Jesse Sykes – Reckless Burning

Iemand zich wel eens afgevraagd wat er geworden is van de andere leden van Whiskeytown? Ryan Adams doekte die band wel op, maar hij was natuurlijk niet het enige bandlid. Caitlin Cary speelde (tweede) viool en was met Adams de enige overlevende van vijf jaar Whiskeytown. Zij neemt op dit moment haar tweede solo album op. Voormalig gitarist Phil Wandscher duikt nu op op de eerste plaat van Jesse Sykes, Reckless Burning waarvoor hij het leeuwendeel van de songs schreef. De plaat is al een tijdje uit in Amerika, en is nu ook in Europa beschikbaar waar door een maandlange tour hoopt Jesse samen met haar band The Sweet Hereafter hier meer voet aan de grond te krijgen. Reckless Burning trapt af met de wel heel troosteloze titeltrack. Werd ik van de platen van de afgelopen twee dagen op slag vrolijk, de gitaar van Wandscher en de stem van Sykes slaan me zo ongeveer gelijk terug de winterdepressie in. Bij deze plaat denk je aan korte winterdagen met weinig zonlicht, rokerige kroegen, stinkend naar het ‘gezellige’ Apres-Skihut feest van de avond ervoor en nu een zangeres en gitarist met zijn tweeën op een podium in een bijna lege kroeg die liedjes spelen die het feest de avond ervoor op slag stil gemaakt zouden hebben, zo ze daar een kans voor zouden hebben gekregen. Zo klinkt Reckless Burning. Traag trekken de negen tracks aan je voorbij, die langzaam je goede humeur aan stukken scheuren. Als een maak lam laat je het je gebeuren, want je vindt het maar al te fijn dat Jesse je langzaam fileert met haar zwoele sopraanstem en je verdrinkt in liedjes waarin ze haar gevoelens niet voor je verborgen houdt. Als je gevoelig bent voor neerslachtigheid is dit een album waar je je gemeen aan kunt snijden.

File: Jesse Sykes – Reckless Burning
File Under: Country Noir

Koufax – Social Life

Younger Body, Older Soul is track 8 van Koufax nieuwste plaat Social Life en die track vat deze plaat eigenlijk samen. Je krijgt op Social LIfe een aardige bak muziekgeschiedenis over je heen. De Beatles en de Kinks komen voorbij, maar ook uit de jaren 80 XTC, The Cure, Joe Jackson en een snuf Elvis Costello, uit de eerste helft jaren 90 komen Pavement, Guided by Voices en Ben Folds Five langs en ook de eind jaren 90 met Strokes, Hives komen nog aan de beurt om de boel af te maken. En weet je wat zo vervelend is? Het is nog lekker ook. Het blijft raar hoe je bij sommige bands compleet geirriteerd kunt raken door het wel heel goed luisteren naar hun grote voorbeelden en het gebruik maken van deze invloeden in het maken van hun eigen muziek terwijl het je bij anderen niets kan schelen. Bij Koufax interesseert het me geen reet en dat komt dan toch ook vooral doordat ze zulke lekkere liedjes maken, Misschien komt het ook wel doordat ze er niet zoals zoveel bands tegenwoordig doen 74 minuten op een CD proberen te proppen ipv alleen de goede liedjes. Op deze plaats: Niets daarvan. Deze plaat duurt gewoon lekker 36 minuten en heeft maar 12 tracks. Nou dat gaat dus echt niet snel vervelen, want voor je het weet is de CD afgelopen, behalve als je deze op de repeattoets zet natuurlijk, zoals ik vandaag. Het zal me overigens benieuwen of ze nog aangeklaagd zullen worden door de Rolling Stones, waar wel heel duidelijk “Wohoo Wohoo” uit Sympathy for the Devil.

File: Koufax – Social Life
File Under: Moderne Retro

The 45s – The 45s

Soms begrijp je geen ene fluit van het contracteerbeleid van platenmaatschappijen. Weet je nog dat ik het op 7 november had over Aqualung? U weet wel die band die min of meer het gevolg was van de VW Beetle reclame? Nu, de zanger van Aqualung heet Matt Hales, en die vormde oorspronkelijk samen met zijn broertje Ben nog twee anderen het door toeval bij elkaar gekomen the 45s. Het verhaal wil dat de als klassiek pianist getrainde Matt in een dronken bui op SXSW op het podium springt bij de door ruzie zonder zanger zittende band van zijn broer die compleet staat te schutteren op dat moment. Hales grijpt de microfoon zingt de sterren van de hemel zingt. Is dat Rock en Roll of wat? Anyways. Thuis veranderen de heren de naam van de band in ‘The 45s’ en voor ze het goed en wel door hebben hebben ze een contract voor enkele singels bij Mercury Records getekend. Blijkbaar doen deze singels geld-technisch te weinig voor Mercury, die niet met de heren verder wil, terwijl er wel een album op de plank ligt! Matt Hales schrijft vervolgens de al genoemde track voor VW Beetle, krijgt wel een contract en the 45s lijken dus behoorlijk dood. Totdat ik tot mijn verbazing er achterkwam dat de opnames van de “The 45s” die op de plank lagen nu toch op CD zijn verschenen. En tering zeg, dit is zoveel leuker dan wat Hales doet op dit moment met Aqualung! De Powerpop spat gewoon uit je speakers! Iedereen die ooit genoot van wat Jellyfish deed met Jason Falkner in de gelederen leuk vond en het bij tijd en wijle eigenlijk ook wel een tikje ruiger wil is hier helemaal aan het goede adres. Dus ik begrijp echt geen ene fluit van het contracteerbeleid van platenmaatschappijen. Nu moet ik deze CD voor veel geld halen uit de UK, ik had veel liever gezien dat deze voor een ieder beschikbaar zou zijn, want dat verdient deze plaat.

File: The 45s – The 45s
File Under: Powerpop

Slovo – Nommo

De naam Slovo is misschien een beetje een rare naam. Ook de naam van de oprichter van deze band Dave Randall zal bij niet veel mensen een belletje doen ringelen. Als je zegt dat het de gitarist van Faithless was, dan gaan er wel wat lichtjes branden. Hier en daar trekt men nog in twijfel of hij echt uit Faithless is, maar in de news-section van de Faithless site staat toch echt: Ex Faithless guitarist Dave Randall’s Slovo has a new album out featuring contributions from band members Sudha Kheterpal and Aubrey Nunn. Geen idee hoe het vertrek gegaan is, maar het is natuurlijk toch wel een behoorlijk gewaagde stap om een succesformatie als Faithless achter je te laten en voor jezelf te beginnen. Het was wat mij betreft wel het goede moment, want de laatste Faithless vond ik persoonlijk een stuk minder geslaagd dan haar voorgangers. Landall kan het geluid van Faithless toch niet helemaal van zich af schudden, want mijn vriendinnetje vroeg me of dit de nieuwe Faithless was. Niet dus. Daar doe je Landall ook te kort mee. Op Nommo (nog een rare naam) komt namelijk meer voorbij dan alleen ‘Faithless’ nummers. Randall is, net als 1 Giant Leap deed op haar plaat en waar hij aan meewerkte, de wereld rond getrokken en overal en nergens heeft hij geluiden van de straat opgenomen die hij vermengt in zijn songs. Hij gebruikte echter niet zoals 1 Giant Leap deed grote namen op zijn tracks, maar zocht lokale helden. Daarnaast vond hij zijn eigen Dido en in de persoon van de onbekende zangeres Kirsty Haskshaw en de ietwat bekendere Emiliana Torrini die zingen op vier tracks, die dan ook wel doen denken aan Dido (raar he?). Op de andere tracks gebruikt hij samples (uit onder andere Charlie Chaplins film the Great Dictator) en wereldse straatsamples om zijn statement te maken tegen oorlog in de wereld en voor democratie, gelardeerd met zijn eigen akoestische gitaargeluid, wat hij meer dan overtuigend doet. Zoek je een niet allerdaagse plaat vol dance, pop en wereldmuziek, ben je hier op de juiste plek.

File: Slovo – Nommo
File Under: Avontuurlijke Faithless