Frameshift – Unweaving the Rainbow

Je kunt van de leden van Dream Theater alles zeggen, maar niet dat ze lui zijn. Zijn ze niet in studio of op een podium te vinden met deze band, dan lenen ze hun stem of instrument wel voor een project uit en als het maar even kan dan staan ze er ook nog eens mee op het podium. James Labrie heeft aan het einde van dit jaar nummers ingezongen voor de nieuwe Ayreon die volgend jaar gaat verschijnen. Naar het schijnt zal hij daarop ook meer zingen op een andere manier dan hij vaak bij Dream Theater doet. Meer rustig en met een normale zangstem en veel minder vanuit zijn tenen. En dat is maar goed ook want daar kan ik niet zo goed tegen. Op Frameshift’s Unweaving The Rainbow laat LaBrie ook horen dat hij echt nog wel aangenaam kan klinken. Het komt vooral ook door de muziek die Henning Pauly (het brein achter Frameshift) geschreven heeft. Deze laat veel meer ruimte voor Labrie om te doseren. En dan klinkt hij gewoon op zijn best, met dank aan Pauly. We mogen Pauly overigens uberhaupt wel dankbaar zijn, want met Unweaving The Rainbow levert hij op de rand van 2004 toch mooi nog even één van de betere symfo-platen van 2003 af. Het ‘zware’ thema van Richard Dawkins boek met dezelfde titel heeft hij vertaald in 15 uitdagende, maar toch redelijk toegankelijke nummers varierend van meer Dream Theater-achtige venijn tot bijna popachtige nummers die refereren aan Yes, Spock’s Beard en Flowerkings, maar ook aan Queen. Dawkins mag in zijn boek dan de droom van de pot goud onder aan de regenboog in diggelen doen uitspatten, Frameshift’s Unweaving the Rainbow is 18 karaats goud, met LaBrie als de glimmende ingelegde groeibriljant.

File: Frameshift – Unweaving the Rainbow
File Under: Symfo

The Twilight Singers – Blackberry Belle

Muzikale helden wijzen je vaak de goede weg. Vaak wel een kostbare weg overigens. Zeker als je last hebt van hamsteren. Sommige muzikanten lenen zich overal voor en als je dan alles wilt hebben kost dat klauwen met geld. Je zult maar alles verzamelen waar een een Porcaro een scheet op laat! Ik ben dus helemaal weg van de stem van Shawn Smith, sinds ik hem hoorde zingen op Brad´s debuutalbum Shame. Aangezien hij maar heel weinig platen uitbracht onder eigen naam en ik er geen genoeg van kreeg hem te horen zingen ben ik maar Cd’s gaan sparen waar hij op meezingt om aan mijn trekken te komen. Op die manier landde de eerste The Twilight Singers hier in de kast en kwam ik via The Twilight Singers op het spoor van de Afghan Whigs, aangezien wat Greg Dulli me liet horen op Twilight as Played By the Twilight Singers me beviel. Sommigen kijken me verbaast aan als ik zeg dat ik daarvoor (voor ergens eind 2000 dus) nog nooit een plaat van Afghan Whigs gehoord had. Op Blackberry Belle geen Shawn Smith meer, maar wel Mark Lanegan als gastzanger! Nog een muzikale held! Blackberry Belle sluit, dat weet ik nu dus, meer aan op de latere Afghan Whigs-albums dan op Twilight dat nogal mellow was. En dat aansluiten geldt ook voor de kwaliteit van de songs. Nu maar hopen dat Dulli-fans Shawn Smith en Mark Lanegan via de omgekeerde weg ontdekken en dat het ze maar klauwen met geld mag kosten.

File: The Twilight Singers – Blackberry Belle
File Under: Meer Afghan Whigs dan Twilight Singers

Yellow Matter Custard – One Night In New York

Hoe goed waren de Beatles op het podium? Ik heb het in ieder geval niet zelf kunnen zien, wat ik weet is van horen en lezen. Op de (bootleg)opnames, de Beatles brachten officieel nooit een live-plaat uit, die er zijn uit de tijd dat ze nog wel optraden is de band grotendeels onhoorbaar door de algehele hysterie van het publiek. De heren Portnoy (Dream Theater), Morse (ex-Spock’s Beard), Gilbert (ex-Mr.Big) en Bissonette (Matt, niet zijn drumsspelende broertje Gregg) zijn er stuk voor stuk ook te jong voor om het aan den lijve te hebben ondervonden. Stuk voor stuk zijn het echter wel mega-Beatles fans, waarbij Mike Portnoy misschien nog wel de gene is die het het meest overdrijft. Voor hem was het al jarenlang een droom om te spelen in een Beatles tribute band. Nou, dan kun je in slechter gezelschap verkeren dan de heren waarmee hij op het podium stond in BB King’s Blues Club in New York. Het gevaar van zoveel instrumentaal vernuft is natuurlijk wel dat zo’n éénmalig optreden verzuipt in een showcase van skills, leer mij Portnoy kennen. Maar niets van dat al! Het is verbazingwekkend hoe de heren zich in weten te houden en in dienst van het blijven liedje spelen – en zo hoort het ook natuurlijk. De 34 tracks, een zorgvuldige mix van overbekende hits en obscuurdere nummers, stralen stuk voor stuk van het plezier dat de heren gehad hebben die avond, waarbij Neal Morse regelmatig eng dicht in de buurt van de stem Lennon komt. In “A Day in the Life” lijkt het bijna echt Lennon die staat te zingen op het podium. Het is misschien een beetje appels met peren vergelijken, maar als ik zou moeten kiezen tussen Let It Be Naked kopen bij ome Hans of deze dubbel-CD bij Neal Morse bestellen dan wist ik het wel.

File: Yellow Matter Custard – One Night In New York File Under: Beatles en de Progs, dat gaat best samen

Sioen – See You Naked

Gent, één van de mooiste stadjes in België, zal vast nog wel meer leuke bandjes herbergen dan alleen Soulwax. Alleen had ik ze tot nu toe nog niet gehoord. Hoe dan ook, Sioen brengt daar nu in ieder geval verandering in met haar debuut See You Naked. De groep die opgebouwd is rond singer-songwriter Frederik Sioen trakteert ons op een meer dan aardig debuut. Raar genoeg zijn de pareltjes van het album het nummer “Summertime” waarop slechts Frederik en zijn piano te horen zijn en “Too Good To Be True” waarop hij ook nog bijgestaan wordt door een viool. Ook de nummers waar Sioen slechts begeleid wordt door een ensemble van strijkinstrumenten zijn erg mooi, vooral ook door uitgekiende en verzorgde arrangementen. Komen er echter ook andere instrumenten bij dan is het niet altijd even geslaagd wat je voorgeschoteld krijgt. In titeltrack “See You Naked” met zijn zware vervormde bas komt Sioen er nog mee weg, in “Wild Wild West” al wat minder, maar in de flirt tussen drum & bass en jazz, “Boom!” begaat Sioen een fikse misstap! Gelukkig wordt dat nummer dan opgevolgd door het briljantje “Summertime” waardoor de vieze smaak die zou kunnen ontstaan weggespoeld wordt. Sioen zet met alleen zijn op Gavin Friday gelijkende stem en minimale middelen dus de mooiste liedjes neer in de geest van dEUS en Zita Swoon (tja het blijven Belgen), maar juist in de nummers waar hij meer instrumentale middelen inzet, wordt het misschien een beetje teveel. Minder is meer gaat hier dus echt op.

File: Sioen – See You Naked
File Under: Minder is meer

Matthew Good – Avalanche

Universal

Het druist tegen onze calvinistische landsaard in, maar muzikaal lusten we er wel pap van. Van het Grote Gebaar. Nergens anders dan hier in Nederland brak de bombast van de eerste new wave door. En nergens anders dan hier is een band als Live, erkend leverancier van het Grote Gebaar populairder dan waar ook. Dat zou voldoende reden moeten zijn om voor een man als Matthew Good hier een voorspoedige carrière te hebben. De Canadees is namelijk ook niet vies van het Grote Gebaar. Dat bleek al uit zijn vorige cd The Audio of Being, nog uitgebracht onder de naam Matthew Good Band. Dat album opende met een superknaller als Man in Action, Een nummer dat Live in de schaduw zet. Op zijn laatste werkje, Avalanche, begint Matthew Good met “Pledge of Allegiance”. En dat is een subtiel rockertje voor zijn doen. Tenminste als je kerkklokken al subtiel kunt noemen. Ook verder op is Matthew minder zwaar op de lever. Maar juist door wat gas terug te nemen komt de boodschap wel duidelijker aan. Good blijft staan voor breed uitgemeten arrangementen, het Grote Gebaar, “Weapon”, de nodige aanklachten tegen het een en ander (“21st Century Living”), prachtig gitaarspel en op zijn tijd, lekkere felle uithalen. En her en der kunstig verweven samples van het dagelijkse leven. Maar allemaal net iets minder gemakkelijk dan Live. Meer in het straatje van de laatste Cooper Temple Clause, inclusief het rauwe van laatstgenoemde. En die zijn stijgende in Nederland. Laat Matthew Good hen volgen…

File: Matthew Good – Avalanche
File Under: Subtiele bombast met een rauw randje

Spillsbury – Raus!

L'Age D'Or / Sonic

Dat gaat dus niet lukken vandaag. Dit had een leuke, positieve en enthousiaste recensie moeten worden over het Duitse Spillsbury dat met Raus een heerlijk springerig plaatje heeft afgeleverd dat teruggrijpt naar de Neue Deutsche Welle en met kracht en vol passie punkrock samen voegt met electro, en zo hard je speakers uitdreunt dat je een knappe jongen – of meisje, nog beter – bent als je stil kunt blijven zitten. En passant had ik dan én Nena nog een sneer willen geven omdat Raus overduidelijk maakt dat wat uit de hitfabriek van Nena de top-40 inrolt hieraan niet kan tippen én de dames en heren van “Serious” Radio 3 omdat ze tot nu toe er vakkundig in geslaagd zijn deze übercoole plaat te negeren. Echter, dit gaat allemaal niet gebeuren vandaag. Opa (nou ja papa eigenlijk, maar het voelt als opa) is namelijk brak, heeft een beetje te diep in het glaasje gekeken en daardoor doet Spillsbury me nu vooral pijn aan mijn kop. Bij de vorige draaibeurten van Raus! raakte ik in vuur en vlam. Nu brandt er ook wel wat, maar vooral pijn. In mijn kop van de bijna agressieve, stem waarmee Zoe Meissner me toezingt. En knallen mijn hersens van de pompende bas van Tobias Asche over de venijnige beat. Weg is de lust om van mijn stoel op te veren en te gaan springen (dansen kan ik niet). Of om het volume eens lekker op te schroeven. Ik kruip mijn bed in en denk aan Fischer-Z, tijd voor een “Pretty Paracetamol”.

File: Spillsbury – Raus!
File Under: Electropunkpowerpop (zegt het label en ik leg me daarbij neer)

Track Top Tien (2003)

Mijn Kop Thee heeft het idee opgevat ‘beste muziek van 2003, ondemocratisch gekozen door webloggend Nederland’-compilatie CD op touw zetten. Het kost je weer een uur van je leven om zo’n lijstje samen te stellen en het is natuurlijk iets verschrikkelijk arbitrairs, want er zijn toch zeker een track of 30 die ik echt geweldig vond dit jaar. Een groot deel daarvan zal wel te voorschijn komen in andere lijstjes, daarom maar uit die 30 10 minder voor de hand liggende tracks gekozen uit de platenkast:

Explosions In The Sky – First Breath After A Coma Venus Flytrap – My Friends The Insects + Danger Carpark North – Transparent and Glasslike Bad Plus – Smells like teen spirit Laura Veirs – Cannon fodder Manta Ray – Take a Look Fire Theft – Chain Cave In – Inspire Pinback – B Lawn – Fix

File: Track Top Tien (2003)
File Under: Waan van de dag

Transmissionary Six – Spooked

Grappig is dat, qua klank past de titel Spooked perfect bij de nieuwe Cd van Transmissionary Six, qua betekenis van het woord, opgeschrikt / opgejaagd, kun je bijna geen titel verzinnen die meer in tegenspraak is met de inhoud van het album dan deze. Als deze tweede CD van het samenwerkingsverband tussen Terri Moeller (The Walkabouts) en Paul Austin (Willard Grant Conspiracy) iets niet doet is het namelijk je opjagen. Maar als je opgejaagd bent, dan kan deze Cd uitstekend als tranquilizer dienen. Haar dertien liedjes stralen bijna stuk voor stuk een sfeervolle rust uit namelijk. Een beetje schuchter zelfs. Zo’n plaatje dat bijna verlegen uit je speakers rolt als iemand het opzet, maar na een paar nummers toch de aandacht trekt van alle aanwezigen en een soort van serene mist doet neerdalen op de kamer. De stem van Terri Moeller is hier grotendeels debet aan. Ze zingt je zacht en zwoel toe als ware ze de alt.country-variant op Texas’ Sharleen Spiteri. Tussen de grotendeels verstilde tracks in de geest van Low en de Red House Painters is ook plaats voor een desolate opener als “Wrong” met zijn monotone bassriff en het vervremende “Clown Homocide” (rare loops en bizarre tekst) en “Applegate Part Two”. Ingehouden en daardoor spannend, mooi en onderkoeld, knap hoe ze dit een Cd lang vol weten te houden.

File: Transmissionary Six – Spooked
File Under: Mooi en onderkoeld

Cheech Wizard – Forth

Is het een slimme zet om een nieuwe Cd met je toegankelijkste nummer te openen? Ik vraag het me af, maar om mensen voor je winnen kan het best handig zijn als de rest van je Cd wat ‘lastiger’ is. Cheech Wizard doet het dus wel op Forth, inderdaad hun vierde Cd, met “Bystander”. Als je met een half oor luistert dan zou je er een track in kunnen herkennen met Radiohead-achtige trekjes. Bij het tweede nummer “It” wordt het bakje met daarop gestickerd tegendraadsheid al een eindje opengetrokken en gedurende de 10 nummers die dan nog volgen lijkt Cheech Wizard af en toe wel als een kind in een snoepwinkel die alles wil proeven en je in al haar enthousiasme ook nog wil vertellen hoe lekker het allemaal wel niet is. En dat met zijn mondvol. Hier een stukje staccato postpunk, daar een flard jazz. Zonder uit de bocht te vliegen overigens. Af en toe asynchroon lopende melodielijnen (in “Billy Bob” is het net een wedstrijd tussen gitaar, bas, drums en zang met steeds weer een andere koploper). Dan blijkt Forth dus toch niet de gemakkelijke kost te zijn die zo’n openingstrack je zou kunnen doen vermoeden, maar heeft Cheech Wizard al wel je sympathie gewonnen. Bij mijzelf spookt de naam Isis, of beter I$I$, door mijn hoofd terwijl ik deze schijf luister. En dan niet de Amerikaanse variant, maar de helaas al lang terziele gegane Leidse variant rond ex-Spasmodique gitarist Hans Brussee. Ook zo aangenaam tegendraads en een tikkie maf, maar wel met een iets betere zanger. Daar kan Cheech Wizard nog wel wat winst halen op een volgende plaat.

File: Cheech Wizard – Forth File Under: Kind-in-de-snoepwinkel-Rock

Mintzkov Luna – M for Means and L for Love

Wat is toch het geheim van al die leuk Belgische bandjes? Volgens mij ben ik er achter! Het geheim zit’em volgens mij in hetzelfde als waarin de kneep van het traditioneel geuze- en lambiekbier zit. Naar het schijnt zijn er op bepaalde plekken in België bepaalde bacteriën in de lucht die nodig zijn om deze eigenwijze biertjes te brouwen. Zal het dan zo zijn dat al die eigenwijze Belgische bandjes (vul de namen zelf maar in) ook die bacteriën nodig hebben? Het zou me niets verbazen! Daarom is het ook niet raar dat al die bandjes een beetje hengelen in dezelfde vijver en daar hun eigen smaakje aan toevoegen. Mintzkov Luna is weer zo’n leuk bandje. Na het winnen van Humo Rock Ralley in 2000 hebben ze zo ongeveer elk hok in België om hun vinger gewonden. En nu is er, op hun eigen label uitgebracht, M for Means and L for Love, dat bol staat van de eigenwijze, maar toch ronduit catchy liedjes. Een zanger die van tijd tot tijd angstig veel lijkt op Tom Barman van dEUS, maar wel een band met een andere smaak die hem ondersteunt. Meer rock, minder koppig dan dEUS. Subtiele loopjes gecombineerd aan de juiste hoeveelheid venijn. Bovendien een bassiste in de gelederen en dat is altijd goed voor een wit voetje, want bassistes zijn sexy en cool, helemaal als ze ook nog eens lekker grooven.

File: Mintzkov Luna – M for Means and L for Love
File Under: Belgenpop/rock