Burma Shave – Smile City

Het zou zomaar een vraag kunnen zijn in de serie popquizzzzzen die de NPS vanaf 7 november gaat uitzenden: Hoe heet het Haagse bandje dat begin jaren 90 een klein hitje had met “Hippies”. Ik zou het antwoord wel weten als hij gesteld wordt dan. Mijn quizmaatje ook wel denk ik. Nu maar hopen dat Matthijs van Nieuwkerk ons ook daadwerkelijk deze vraag gaat stellen. Oh ja, het antwoord ben ik je nog schuldig, dat is natuurlijk: Burma Shave. Het is heel lang, te lang eigenlijk, stil geweest rondom deze band nadat ze in 1997 door Sony gedropt werden. Sterker nog, ik dacht eigenlijk dat Burma Shave, dat al sinds 1984(!) aan de weg timmert, helemaal niet meer bestond. Niets blijkt minder waar. Er is nu zelfs een nieuwe CD, Smile City. En die borduurt verder op waar Burma Shave zich in bekwaamd had in de loop der jaren, een zompig moeras van blues en rock uit een (heel) ver verleden, met een behoorlijk arsenaal aan samples. Die zijn het die de plaat interessant maakt voor mensen van rond de dertig die net als ik af en toe met weemoed terugdenken aan die goede jaren zo halverwege de jaren 90. Niet gek ook dat soms de geest van wijlen Urban Dance Squad rond lijkt te dolen op Smile City, aan gezien Michel Schoots weer achter de knoppen plaatsnam tijdens de opname, net als op de eerste CD uit 1992. In dik tien jaar slechts vier platen uitbrengen is eigenlijk een beetje te weinig voor een band van het kaliber Burma Shave, hopelijk moeten we niet weer zo lang wachten op een opvolger.

File: Burma Shave – Smile City
File Under: Rock vol nostalgie

Circle – Alotus

Sinds 1991 vecht het Finse Circle, niet te verwarren natuurlijk met het Belgische Emo gezelschap, tegen haar demonen. Door zo onvoorspelbaar mogelijke muziek te maken en elke keer weer verrassend uit de hoek te komen probeert bandleider Jussi Lethisalo zijn duivels te verdrijven. De ene keer lukt hem dat wat beter dan de andere keer. Op het briljante Prospekt uit 2000 zat de duivel hem aardig op de hielen. En dat was te horen ook. Een kolkende massa van jaren zeventig Krautrock vermengd met bijna gekmakende nummers die veelal opgebouwd werden rond één gitaarriff deden je vermoeden dat de duivel het kwintet bijna voor zich gewonnen had. Op het nieuwe album Alotus is bijna alles anders. De adrenaline kick is grotendeels verdwenen, de duivel lijkt getemd. Wat gebleven is, is de onderhuidse spanning en hypnotiserende één riff gitaarpartijen die nu echter grotendeels tammer klinken, bijna alsof ze de demonen onder controle hebben en op hun lauweren rusten. Slechts af en toe weten de hoorntjes zich nog door de dikke hoofdhuid heen te persen en dat levert de momenten van gekte die Prospekt zo bijzonder maakten en Alotus redden.

File: Circle – Alotus
File Under: Iets meer gekte zou niet gek zijn

Sr. Chinarro – El ventrílocuo de sí mismo

Het klink een beetje nonchalant en bijna een beetje ongeinspireerd wat Sr. Chinarro je voorschotelt op El ventrílocuo de sí mismo. Maar als je wat beter luistert, dan blijkt dat schijn, zoals wel vaker, bedriegt. Dat dit zo lijkt komt namelijk vooral door de monotone donkere stem van Antonio Luque, die wel een beetje doet denken aan de zingende Italiaanse advocaat Paolo Conte. Maar dan wel de Spaanse indie-variant. En een productieve bovendien, want Sr. Chinarro levert met El ventrílocuo de sí mismo zijn 8e album in 9 jaar af en produceerde daarnaast ook nog eens een stuk of 6 EPs. Niet echt iemand die ongeinspireerd is dus. En dat monotone lijkt alleen in eerste instantie maar, want luister je er wat langer naar, dan ontrafelt zich namelijk vanzelf het geheim van de mooie gitaarlijntjes. Antonio Luques stem wordt namelijk wel aangenaam ondersteund door mooie dynamische melodieën, die liggen ergens tussen de eerste Smiths en Arab Strap, waarbij vooral de combinatie van het elektrieke en akoestische gitaarwerk in het oog springt. Het verbaast me dan ook niets dat bands als Migala en Manta Ray Sr. Chinarro bewonderen, ook hij maakt, net als zij intelligente, misschien ietwat obscure maar voor al mooie liedjes die het Spaanse leven ademen.

File: Sr. Chinarro – El ventrílocuo de sí mismo.
File Under: Charmante Spanjaarden

Supergroover – Supergroover

Soms lijkt het wel of platenmaatschappijen en masse liggen te slapen. Ik snap echt niet dat geen van hen Supergroover nog opgepikt heeft en groot gemaakt heeft. Ik kan me niet voorstellen dat ze niet opvielen bij de finale van de Grote Prijs van Nederland waar ze een beetje een vreemde eend in de bijt waren tussen alle ‘standaard’ pop-rock bands. Daar is hun muziek die ergens tussen Lamb en Kosheen, maar af en toe ook vlakbij Zuco 103 moet er voor hun drum & bass veel te opzwepend voor. Het is echt verfrissend om te horen hoe deze Duits-Nederlandse formatie met een klassieke band set-up (bas, drum, gitaar en toetsen) een vet organisch geluid neer zet. Door die band line-up kan Supergroover ook meer variëren in haar geluid waardoor uitstapjes richting jazzy en af en toe een toef wereld en rock gemakkelijker te maken zijn, wat voor mij nogal een pré is. De basis van de tracks blijft echter liggen bij dance. Bij het beluisteren van Supergroover is het ook gelijk weer helder waarom je ‘echte’ drums bijna altijd zult prefereren boven die geprogrammeerde krengen. Wat drummer Patrick heeft laten vastleggen voor het nageslacht klinkt zoveel lekkerder en natuurlijker dan zo’n doos ooit zal kunnen doen, maar nog steeds ongelofelijk strak. De show wordt toch wel gestolen door zangeres Brenda, die met haar weergaloze stem die niet onderdoet voor Kosheens’ Sian Evans, Zuco 103’s Lilian Vieira en af toe zelfs doet denken aan Björk. Nee, Supergroover komt er wel. Dit moet het haast wel gaan maken bij een groter publiek, dat kan bijna niet anders. Als er maar een platenmaatschappij wakker wordt. Of je de CD bestelt via hun site waar ook samples te horen zijn.

File: Supergroover – Supergroover
File Under: Drum’n Band

Ocean – Fogdiver

Je oren hebben precies twee seconden om te wennen aan Fogdiver EP van The Ocean daarna knallen de gitaren furieus uit je oren op een allerminst misselijke manier. De hoes toont je alleen een opgedroogde oceaan en zo start de EP ook met het titelnummer. Het brandt gewoon je speakers uit en zorgt dat je na een kleine vier minuten even naar adem moet happen en ff een glaasje water te tappen om het vochtniveau weer een beetje op peil te brengen. Gelukkig kun je daarna even afkoelen en ontspannen in “Endusers”, met mooie uitgesponnen gitaarlijnen. Op Fogdiver, hun eerste CD voor een ‘echte’ platenmaatschappij, verwoordt het Berlijnse collectief hun standpunten zonder woorden en dat doen ze met muziek die ligt ergens tussen Godspeed! You Black Emperor en Neurosis. Raar genoeg is op het podium de samenstelling van de band anders dan op de CD. Dan laten ze de violen en cello’s weg. Het zal me benieuwen wat er dan van overblijft, want in het cineastische “The Melancholy Epidemic” is er nogal een nogal prominente rol voor deze strijkers weggelegd. Dit geeft een nogal schril contrast met de hamerende drums en gitaarpartijen dat wel verrassend is. Het heeft misschien nog niet overal een geheel eigen smoel, maar het is wel knap hoe ze geheel instrumentaal weten te boeien en als ze voortborduren op wat op “The Melancholy Epidemic” ingezet is komt er vast nog wel wat mooiers dan deze toch al niet kinderachtige EP.

File: Ocean – Fogdiver
File Under: Ambient Soundtrack Doomrock (zeggen ze zelf)

The Robocop Kraus – Living With Other People

L' Age D'Or / Fount

Als er één band is die veel te vroeg opgedoekt is de laatste jaren, dan is het wel Dismemberment Plan. Met Emergency & I en Change leverden zij twee pareltjes van tegendraadse indie. Bij vlagen hoor je op Living With Other People van The Robocop Kraus dezelfde opzwepende eigenwijze combinatie van drums, staccato gitaren, toetsen én zang voorbijkomen. En, nog belangrijker natuurlijk, van bijna een zelfde niveau als Dismemberment Plan. Dat is niet het enige waar Robocop Kraus leentjebuur speelt hoor. Met een zanger die klinkt als de schreeuwversie (in de goede zin van het woord) van Robert Smith (waar hebben ze die kwekerij staan waar ze die zangers tot volle wasdom brengen die lijken op deze treurwilg?) dondert Robocop Kraus ook vooral nog een boel Clash en trendy, maar lekkere (the Faint) wave-electronica op de plaat. Ik denk zelfs dat als the Clash nog had bestaan, ze geklonken zouden hebben als the Robocop Kraus. Opruiend, schreeuwerig, nihilistisch, hoekig maar oh zo pakkend. Een potpourri van klanken die je terug doen denken aan vervlogen tijden, maar o zo 200x zijn door manier waarop dit klankboeket geschikt is. En dat allemaal strak in het pak en met een bizar gevoel voor humor en van duitse orgine. Hoe is het mogelijk en wat wil je nog meer?

File: The Robocop Kraus – Living With Other People
File Under: Zo zou the Clash geklonken hebben in 2003

Blackstrap – Ghost Children

Het verbaast me helemaal niets dat Fireside’s Pelle Gunnerfeldt zo enthousiast was over de demo’s die Blackstrap hem toezond. Qua sfeer zijn er namelijk zeer zeker overeenkomsten met de laatste twee platen van Fireside. Op Ghost Children broeit het namelijk ook. Niet het broeien van de zon, daar is het te koud voor op dit moment in Scandinavië. Het is meer het broeien van een oververhitte Zweedse sauna. Zompig walst de wall of sound je speakers uit. De lagen muziek liggen dichter op elkaar gestapeld dan de vette mist op een kille herfstmorgen gewoon. Dan doen de zonnestralen van “Sunrise” je goed en de laagjes emo uit de eerste single “In Colored Ways” en “Jointly and Seperately” voelen ook fijn. Zelfs over suffe computerboxen of goedkope koptelefoontjes klinkt het overweldigend, in de woonkamer is het zelfs kamervullend, of het gas nu vol open staat of subtiel als in “Midnight Stars”. Het is duidelijk dat het lange tijd experimenteren met het geluid zijn vruchten afwerpt en geperfectioneerd wordt door de eindmix van Gunnerfeldt. Het klinkt misschien een beetje lullig voor Pelle, maar Ghost Children ligt een stuk beter in het oor dan de laatste Fireside en dat kon voor een deel wel eens zijn eigen schuld zijn.

File: Blackstrap – Ghost Children
File Under: Broeiplaat

Larry Cook – Greetings from Promiseville

Wie is Larry Cook? Dat vraag ik me nu al af sinds ik Greetings From Promiseville in de CD-speler heb zitten. Zijn naam en CD-titel zijn nog net geen Google Whack. Jaja ik weet dat dat eigenlijk twee woorden moeten zijn, maar toch…. Het begeleidend schrijven probeert ons zand in de ogen te strooien dat deze multi-instrumentalist (handig, want hij bespeelt alle instrumenten zelf omdat hij geen vrienden heeft) echt uit Promiseville komt, maar volgens de Terraserver bestaat Promiseville helemaal niet en als Microsoft zegt dat iets niet bestaat dan is dat natuurlijk ook echt zo. Bestaat deze folkrocker die muziek maakt die ergens ligt in het straatje ligt dat loopt van Waterboys City naar Dylan Village wel echt? En van wie heeft hij nu ook al weer “I Walked With The Devil’s Best Friend” gejat? Gaat er achter de naam Larry Cook niet stiekum iemand schuil die we onder een andere naam kennen? Zijn stem klinkt in ieder geval niet onbekend, maar zeker ook niet onprettig en zijn gitaarspel is in ieder geval erg goed verzorgd op Greetings From Promiseville. Voorlopig moeten we het dus maar doen met een niet gevulde website, een tikkeltje brave, maar wel lekkere CD en een zak vol vraagtekens.

File: Larry Cook – Greetings from Promiseville
File Under: Folk Rock uit ehhhhh ja uit wat eigenlijk?

Da Skoda's – Psychadelicious

Vroeger, eigenlijk nog niet zo heel lang geleden, stonden Skoda’s gelijk aan inferieure koekblikken uit Tsjechië. Sinds Skoda echter in handen is van de Deutsche Gründlichkeit van het Volkswagen concern zijn ze aardig bezig hun imago op te poetsen. Je kunt je afvragen waar Da Skoda’s zich naar vernoemd hebben. Deutsche Gründlichkeit stralen ze in ieder geval niet uit op hun tweede CD Psychadelicious. Je gaat niet echt zitten in een eng netjes sturende Skoda Fabia, maar eerder in een koekblik van voor de val van de muur. Wel goed geproduceerd hoor, opvallend goed zelfs voor een eigen beheer plaat, maar niet van die Duitse degelijkheid aan liedjes. Eerder liedjes die je doen denken aan Arno (“Miss Lumberjack”), Tom Waits (“Daniëls Song”), zelfs de Beach Boys (“Swimming”) en garagerock met overheerlijke orgeltjes (“Oh-Yeah”). Misschien wel een iets te grote diversiteit voor een EP-tje. Toch is het niet verbazend dat de heren vorig jaar de “Oogst van Overijssel” gewonnen hebben, want daar ligt de muziek lekker genoeg voor in het gehoor en zoals gezegd er is voor elk wat wils en dat doet het altijd goed.

File: Da Skoda’s – Psychadelicious
File Under: Leuk nieuw modelletje op oude leest

Sharko – Sharko III

Luisterend naar Sharko III, de nieuwe CD van Sharko, kom je bijna in de verleiding om ze klakkeloos onder het kopje “Antwerpen” te plaatsen. Het geluid van wat ooit als éénmansband begon, maar ondertussen is uitgegroeid tot een heus trio rond David Bartholomé, sluit vrijwel naadloos aan op de Antwerpse Scene (dEUS, Zita Swoon, Moondog Jr. etc.). Toch maar beetje voorzichtig zijn hiermee, want Bartholomé is tenslotte wel een Waal. Snel maar vertellen dat ook Beck nog om het hoekje komt kijken in “Luv Mix”. Hoe dan ook, Sharko is dan wel net een tikkeltje minder eigenwijs (braver zou ze te kort doen) dan we gewend zijn uit de Antwerpse scene. Maar aangezien dEUS een tijdje stil ligt en Zita Swoon, maar niet een briljante opvolger op het geniale Moondog Jr. Everyday… moet de hongerige Belgie-watcher toch op zoek naar alternatieven om die honger te stillen. En dan draagt Sharko voldoende aan om de rommelende maag te stillen en gaan liedjes als “Rip Off (a phone call)”, “King Fu” en “Y.M.C.O (Goodbye Bono Fox)” er in als Gods woord in een ouderling.

File: Sharko – Sharko III
File Under: Brussel is minder eigenwijs dan Antwerpen