Jonatha Brooke – Steady Pull

Bad Dog

Nadat 10 Cent Wings compleet flopte (onbegrijpelijk eigenlijk want het is een pracht van een popplaat) had Jonatha Brooke het helemaal gehad met haar platenmaatschappij en de platenmaatschappij met haar. Ze besloot het in het vervolg haar zaakjes zelf maar te regelen en richtte haar eigen label op (Bad Dog Records). De eerste plaat die ze uitbracht op haar eigen label droeg de simpele titel “Live” en verkocht via postorder meer dan voorganger 10 Cent Wings. Blijkbaar was er toch wel een publiek voor haar muziek. Op Steady Pull gaat Brooke dan ook stug verder waar ze al ruim 10 jaar mee bezig is. Haar muziek heeft zich wel doorontwikkeld sinds de twee folky-platen die ze maakte als duo ‘The Story’ met Jennifer Kimball. De muziek zit nu meer aan de rock kant van het singer/songwritergenre. En dat gaat haar goed af! Onder productionele leiding van Bob Clairmountain en met hulp van Michael Franti (titeltrack “Steady Pull”) en Neil Finn (“New Dress”) laat Jonatha horen dat ze niet onderdoet voor de dames die gerekend worden tot de top van het singersongwriter-genre als Ani DiFranco en Beth Orton. Door de grotere variatie p[ deze plaat overtreft ze zelfs het werk van deze dames wat mij betreft. Luister maar eens naar het groovy “Steady Pull” met Marcus Miller op bas, het door protools gehaalde “How Deep is Your Love?” vol lagen of afsluiter “Lullaby” met slechts Brooke op akoestische gitaar en zang en je zult niet anders kunnen concluderen dan dat dit één van de betere, zo niet de beste, damespopplaat is die dit jaar afgeleverd is. Als bonus krijg je op de Benelux-editie ook nog eens drie bonustracks in het frans en twee remixen o.a. van Jim Kissling aka Kevin Saunderson. Hopelijk levert deze plaat haar eindelijk de waardering op die ze verdient. ps: Ik houd helemaal niet van kerstliedjes, maar de track (Emmanuel) die Brooke aanbiedt op haar site als kerstgroet is het mooiste wat ik in jaren gehoord heb op dat gebied.

File: Jonatha Brooke – Steady Pull
File Under: Voer voor jaarlijst

Hot Hot Heat – Make Up The Breakdown

Ik dans nooit. Of beter, ik dans nooit meer. Vroeger, zeg maar ergens halverwege jaren 80, danste ik nog wel eens wat, maar nu denk ik: aan mijn lijf geen polonaise. En toch kan ik bijna niet stilzitten nu ik “Make Up The Breakdown” van Hot Hot Heat op heb staan. Wat een plaat. Bij de eerste tonen springt de energie je al te gemoed en word ik overvallen door jaren 80 sentiment. Zanger Steve Bays klinkt af en toe klinkt als Robert Smith van the Cure, maar dat stoort me eigenlijk geen moment en dat doet Smith wel in de meeste Cure-nummers.. Hot Hot Heat brengt een catchy soep van new wave, punk en toch ook wel moderne geluiden. De electronische piano en orgel zijn lekker retro. Vanaf het intro van ‘Naked in the City’ tot het op één na laatste nummer ‘Save us S.O.S.’ staat deze CD vol grillige onweerstaanbare hooks waarbij je af en toe moet denken: “Shit dit ken ik”. Het antwoord waar ze het van ‘geleend’ hebben schuldig blijven, want dan moet ik mijn danspasjes al weer aanpassen aan het volgende nummer. Alleen afsluiter “In Cairo” vind ik een wat minder(e) (uptempo) nummer voor, de rest is het één groot alternatief dansfeest. Maar op ‘In Cairo’ kun je dan wel weer schuifelen met je lief. Of even rusten en een pilsje drinken. Gelukkig duurt “Make Up The Breakdown” maar iets meer dan 32 minuten. Langer houd ik het toch niet meer vol op mijn leeftijd, en als je betere conditie hebt druk je gewoon op de repeatknop en begint het feest zo opnieuw!

File: Hot Hot Heat – Make Up The Breakdown
File Under: Ik dans dus ik besta!

Alison Krauss & Union Station – Live

Rounder

Bluegrass, het is niet echt mijn pakkie aan. Voor Alison Krauss maak ik echter een uitzondering, op de een of andere manier vind ik dat wel te genieten. Het is, denk ik, de meer pop-achtige opzet van de liedjes is in combinatie met de zuivere (niet snikkende) stem van haar en een superieure band in de vorm van Union Station die het voor mij genietbaar maakt. Deels genietbaar is misschien beter, want met haar dubbele live-plaat heb ik wel een probleem. Ik heb zowieso al niet echt wat met live-platen, al moet ik toegeven dat de uitvoeringen van tracks als “Let Me Touch You For Awhile”, “Lucky One” op deze plaat wel meer leven en warmer aanvoelen dan op de studioplaat ‘New Favourite’, maar niet alles koek en ei op deze plaat. Op niet alle tracks zingt Alison namelijk. Op sommige tracks zingen namelijk ook de heren van Union Station of, erger, zingt niemand. Dat zijn de songs waarin ik afhaak.Vooral bij die instrumentale nummers, die vast wel heel goed in elkaar zullen zitten, doen me skippen naar de volgende tracks. Bij de herenzang zie ik dansende cowboys voor me, maar die kan ik bij tijd en wijle nog wel aanhoren. Handigste is echter om de CD-speler zo te programmeren dat je alleen Alison hoort zingen en geen last hebt van deze tracks. Dan heb je een mooi plaatje.

File: Alison Krauss & Union Station – Live
File Under: Drie delen, twee skippen-Country

Keith Caputo – Perfect Little Monsters

In 2000 bracht ex-Life Of Agony-zanger Keift Caputo ‘Died Laughin’ uit , wat ik zelf één van de leukste plaatjes vond van dat jaar. Na die tijd verscheen er van de in veel in Nederland verblijvende zanger nog ‘Died Laughin Pure’ met veelal akoestische uitvoeringen van de songs van ‘Died Laughin’. Daarna bleef het op platengebied akelig stil rond Keith. Privé ging het allemaal wat minder. Zijn vader overleed vorig jaar aan het overdosis en Caputo trok daarna terug naar Amerika om daar te doen wat hij het liefste doet: optreden.Tot verrassing van velen gaat hij zelfs weer met Life Of Agony in New York. Ik was een beetje bang dat daardoor er nooit meer een waardige opvolger zou komen van ‘Died Laughin’. Blijkt (gelukkig) niet zo te zijn, want nu is er ‘Perfect Little Monsters’. Geen full album, maar een EP met 8 songs, waarvan je de laatste nauwelijks een song kunt noemen want is beetje gepiel met toetsen en tv-geluiden. De EP is een stuk soberder geproduceerd dan de CD. Ik dacht zelfs eerst dat ik naar een andere band zat te luisteren dan Caputo. Heel minimaal en (beetje te dof) geproduceerd. Het past ook wel bij de ietwat lome songs die de EP bevat. De eerste twee tracks (‘Charade’ en ‘Solar Plexus’) zijn ronduit traag en het kost meerdere draaibeurten om te gaan waarderen dat de stem van Caputo verder naar achteren gemixed staat dan op ‘Died Laughing’. In ‘Solar Plexus’ klinkt Caputo op een bepaald moment als Gordon Downie van the Tragically Hip als hij aan het dichten slaat, met van die rare tekstflarden. Helaas raakt ‘Perfect Litte Monsters’ me eigenlijk nergens zoals ‘Died Laughing’ dat wel deed en dat is jammer. Waar ‘Died Laughing’ een dikke acht scoorde moet deze EP het doen met een klein zesje. Niet zo perfect als de titel suggereert dus.

File: Keith Caputo – Perfect Little Monsters
File Under: Not so Perfect Little Monsters

Luke – Less Than No Time

Tot mijn verbazing blijkt Luke al een jaar of vijf te bestaan en zelfs al meerdere, twee om precies te zijn, platen uitgebracht heeft. Niet omdat ze de nieuwe plaat In Less Than No Time als een debutantenbal klinkt, maar omdat deze band in Nederland nog geen voet aan de grond gekregen heeft, terwijl er hier toch best een (zij het kleine) markt is voor alternatieve muziek. Maar goed, hoeveel Nederlandse bands doen het nu eigenlijk goed in Duitsland? Dat zijn er ook niet veel, terwijl bands als Green Lizard en Kane toch erg populair zijn hier. Met Kane zou ik Luke niet willen vergelijken. Met Green Lizard komt het een stuk meer overeen. Op In Less Than No Time strooit Luke met songs die je doen terugdenken aan hoogtepunten uit de laatste 10 jaar alternatieve rock. Nirvana, Motorpsycho, Buffalo Tom, Monster Magnet, Queens of The Stone Age, Pearl Jam, Bush en van wat recenter datum Jimmy Eat World en Promise Ring. Allemaal komen ze langs op dit songfestival waarop de band de muziek verzorgd, maar de stem van zanger Heiko Schneider zorgt er zamen met zijn gitaargeluid wel voor dat het allemaal als Luke klinkt en niet als een coverband. Was het maar het songfestival overigens, kregen ze zo acht punten van me of gaven we er altijd tien aan onze oosterburen?

File: Luke – Less Than No Time
File Under: Germany, eight points: Alternative Rock

Budapest – Too Blind To Hear

Budapest vernoemde zich niet naar de hoofdstad van Hongarije, maar doet een beetje schimmig over wat nu wel de oorsprong van de bandnaam is. Niet schimmig, maar wel triest is de dood van gitarist Mark Walworth die tijdens de afrondende fase van Too Blind To Hear zelfmoord pleegde. Dit had dus niet meer zijn weerslag op deze plaat waarop de heren zich in de eerste track van hun debuut album zich afvragen: “Is This The Best It Gets”. Gevaarlijk, maar Budapest durft het zich af te vragen op Too Blind To Hear en ik durf het wel te ontkennen, want er komen nog betere tracks dan deze single op de plaat. Life Gets In The Way bijvoorbeeld dat in een kleine vijf minuten toewerkt naar een mooie noisy climax. Het is gemakkelijk om Budapest op één hoop te gooien met Travis, Coldplay en Radiohead (vooral die van The Bends), maar daar doe je ze toch wel ietwat tekort mee. Budapest laat namelijk op deze plaat een meer dan aangename versmelting van deze drie bands horen, zonder van plagiaat beticht te kunnen worden. De plaat heeft namelijk duidelijk iets eigens, maar iemand die geen liefhebber van de drie bovengenoemde bands zal het zeker niet met me eens zijn en deze plaat afdoen als yet another new Radiohead. Next Big Thing? Zou zo maar kunnen, Saybia kon het ook en deze plaat staat wat mij betreft op gelijke hoogte met The Second You Sleep alhoewel misschien een ‘echte’ hitsingle ontbreekt, maar goed daarvoor start je geen bandje lijkt me.

File: Budapest – Too Blind To Hear
File Under: Travis / Coldplay / Radiohead / Next Big Thing?

Below The Sea – Les Arbres Dépayseront Davantage

Het gevaar bestaat dat als je uit Canada komt en instrumentale Post-Rock maakt je gelijk in de schaduw van Godspeed You Black Emperor! komt te staan en daar ook blijft. Komt natuurlijk ook doordat Godspeed prachtige platen maakt en de neven-projecten van (ex-)leden van deze band ook nog eens veel media aandacht opeisen. In de schaduw van Godspeed zijn toch wel meer bands die de moeite waard zijn. Bijvoorbeeld Below The Sea. Inderdaad uit Canada. Inderdaad (gedeeltelijk) uit Montreal. Inderdaad instrumentale post-rock en inderdaad lijkt het bij tijd en wijle wel wat op Godspeed, maar is toch wel duidelijk anders. En al leek het er wel op. Is dat dan erg? Dat kun je je afvragen. Want Les Arbres Dépayseront Davantage het tweede album van Below The Sea vind ik namelijk beter dan de nieuwe plaat, Yanqui U.X.O., die Godspeed! gemaakt heeft. Die plaat is namelijk gewoon meer van hetzelfde en ten opzichte van de eerste CD van Below The Sea, The Loss Of Our Winter, is Les Arbres… een flinke stap vooruit. Op de eerste plaat was alles een stuk rommeliger en dat is aanzienlijk verbeterd op deze plaat, waardoor de band duidelijk meer als een eenheid klinkt en de nummers een stuk meer zeggingskracht krijgen Overigens heb ik bij openingstrack ‘Let It Happen’ heb ik het idee dat ze je expres op het verkeerde (Godspeed!) been willen zetten. Het zou me niet verbazen als hier opzet in het spel is omdat ze onder een vergelijking met dat gezelschap toch niet uit zullen kunnen komen (Canada, Post-Rock, Godspeed, dat rijtje zit er aardig ingeramd maar is in dit geval toch echt niet terecht). In de andere nummers maakt vooral het meer gebruik maken van toetsen en andere electronica en is de plaat veel atmosferischerer en afwisselender. Neem alleen al het Satie achtiger Accord Final waarop Micro: Mega’s (ook nog nooit wat over gelezen in Nederland) Sylvain Chauveau op meespeelt. Hopelijk komt deze plaat ook in Nederland snel uit en kan ik mijn mp3s inwisselen voor een zilveren schijf, want bij elke draaibeurt wordt deze plaat een stukje mooier.
File: Below The Sea – Les Arbres Dépayseront Davantage
File Under: Oh Canada!-Post-Rock

Rumah Sakit – Obscured By Clowns

Geen gemakkelijke kost. Dat is wat toch geldt voor de meeste math-rock bands. En veel van die kost verteert gewoon niet omdat het niet goed genoeg is. Aangezien er nogal wat cds uitgebracht worden op dit gebied en vaak ook nog eens op kleine labeltjes is het best lastig om de krenten uit de pap eruit te halen. Gelukkig zijn er ook labels die die krenten er voor je uit halen. Temporary Residence-releases kun je blind aanschaffen. Dit label bracht onder anderen de laatste twee briljantjesuit van Explosions in the Sky en Kilowatthours. Geen mathrock, maar wel superieure Post-Rock en Indie. En Temporary Residence brengt ons dus ook Rumah Sakit. Iemand enig idee hoe je dit uitspreekt? Ik niet echt. Maakt ook niet uit het gaat tenslotte om de muziek. En dat zit wel snor op deze plaat. Waar een band als Godspeed You Black Emperor! of Explosion In The Sky het allemaal netjes en strak houden gaan bij Rumah Sakit de remmen echt los. Hun plaat Obscured by Clowns met ietwat bizarre songtitels als Hello Friend, This Is My End…The Beginning, New Underwear Dance, No One Likes A Grumpy Cripple, Sausage Full Of Secrets en Hello Beginning, This Is My Friend…The End mag jr af en toe best met een knipoog nemen, want als je dit allemaal serieus neemt gaat het niet goed koemen. De CD vergt namelijk nogal wat van je: rust, chaos, jazz, melodie, prog, opzwepende drums, math, breaks, post, gekheid, de hele rimram komt langs op deze plaat. Wel apart is is dat van de 9 tracks er 2 live-opnames die naadloos aansluiten op de rest van de plaat. Blijkbaar weten de heren het live ook goed op de planken te zetten wat natuurlijk alleen maar een pré is en je doet verlangen dit ook eens live te ervaren. Ik moet wel bekennen dat ik er ff van bij moet komen, maar zoek je een niet alledaags plaatje dat niet voorspelbaar is, dan ben je bij deze plaat aan het goede adres.

File: Rumah Sakit – Obscured By Clowns
File Under: Math-rock

Puressence – Puressence

De stroom britpop-bands lijkt niet te stoppen. Elke keer wordt er weer wat uit het blik getrokken. Ook Puressence kun je met gemak onder dit kopje scharen. En dat is eigenlijk ook een beetje het probleem van hun nieuwe plaat Planet Helpless: het lijkt overal en nergens op. Houd je van britpop uit de koker Mansun, Haven, JJ72 of Geneva dan ben je bij deze band aan het goede adres. Of het een slechte plaat is? Neuh, dat helemaal niet, maar het onderschijdend vermogen op deze plaat van Puressence tov die andere bands is gewoon te klein. Orgineelste is misschien nog wel het gebruik van accordeon en blazers in ‘How Does it Feel’. Verder denk ik echt zo ongeveer bij elke track van deze “He verrek dit ken ik”. Dat kan natuurlijk net zo goed duiden op goede liedjes die gelijk blijven hangen, maar het ligt er overal gewoon te dik bovenop dat ze (onbewust?) naar andere bandjes geluisterd hebben. Dus mensen die op zoek zijn naar wat nieuws dat ze nog niet eerder gehoord hebben kunnen deze plaat met een gerust hart laten liggen, maar als je meer van hetzelfde wilt dan je al kent dan ben je helemaal aan het goede adres bij Puressence. En de liedjes zijn in sommige gevallen misschien nog wel beter ook.

File: Puressence – Puressence
File Under: Britpop verzamelplaat?

Galahad – Year Zero

Bestaat dat? Dat je met één plaat zo ongeveer het toch tamelijke brede genre als ‘progressive rock’ beschrijft? En ernaast ook nog eens een paar andere genres die hier links en rechts van liggen aantikt? Zonder dat het gaat vervelen of vier cds lang duurt of iig één die tot het randje gevuld is? En moet je een band geloven die dat beweert te kunnen doen in één plaat? Leek me eigenlijk niet mogelijk. Toch kan het blijkbaar wel als ik naar de nieuwe Galahad En dat was niet echt de band waar ik dat van dacht te kunnen verwachten. Galahad werd door mij lange tijd symbool geschaard onder de ietwat saaie voorspelbare neo-prog die Marillion-clonen/opvolgers maakten. Dat doen ze nu op ‘Year Zero’ niet echt meer. Slechts een klein gedeelte van de plaat zou ik nog neo-prog willen noemen (en slechts een beetje in Belt Up). Voor de rest zwabbert het heen en weer tussen: heavy Sabbath riffs, het relaxte van Pink Floyd, beetje krautrock (oa Faust), toef Yes er overheen. Smeer er nog wat jazz bij door en een dancebeat (huh? ja echt) en je hebt een allerprettigst symfo-plaatje dat zich met groot gemak de strijd aan kan met de beste symfo-releases van dit jaar. Enige puntje van kritiek zou je nog kunnen hebben door je af te vragen waarom ze John Wetton voor een gastrol erbij gehaald hebben op ‘Belt Up’, want echt wat toevoegen doet’ie niet.

File: Galahad – Year Zero
File Under: Progressive Rock