Spillsbury – Raus!

L'Age D'Or / Sonic

Dat gaat dus niet lukken vandaag. Dit had een leuke, positieve en enthousiaste recensie moeten worden over het Duitse Spillsbury dat met Raus een heerlijk springerig plaatje heeft afgeleverd dat teruggrijpt naar de Neue Deutsche Welle en met kracht en vol passie punkrock samen voegt met electro, en zo hard je speakers uitdreunt dat je een knappe jongen – of meisje, nog beter – bent als je stil kunt blijven zitten. En passant had ik dan én Nena nog een sneer willen geven omdat Raus overduidelijk maakt dat wat uit de hitfabriek van Nena de top-40 inrolt hieraan niet kan tippen én de dames en heren van “Serious” Radio 3 omdat ze tot nu toe er vakkundig in geslaagd zijn deze übercoole plaat te negeren. Echter, dit gaat allemaal niet gebeuren vandaag. Opa (nou ja papa eigenlijk, maar het voelt als opa) is namelijk brak, heeft een beetje te diep in het glaasje gekeken en daardoor doet Spillsbury me nu vooral pijn aan mijn kop. Bij de vorige draaibeurten van Raus! raakte ik in vuur en vlam. Nu brandt er ook wel wat, maar vooral pijn. In mijn kop van de bijna agressieve, stem waarmee Zoe Meissner me toezingt. En knallen mijn hersens van de pompende bas van Tobias Asche over de venijnige beat. Weg is de lust om van mijn stoel op te veren en te gaan springen (dansen kan ik niet). Of om het volume eens lekker op te schroeven. Ik kruip mijn bed in en denk aan Fischer-Z, tijd voor een “Pretty Paracetamol”.

File: Spillsbury – Raus!
File Under: Electropunkpowerpop (zegt het label en ik leg me daarbij neer)

Track Top Tien (2003)

Mijn Kop Thee heeft het idee opgevat ‘beste muziek van 2003, ondemocratisch gekozen door webloggend Nederland’-compilatie CD op touw zetten. Het kost je weer een uur van je leven om zo’n lijstje samen te stellen en het is natuurlijk iets verschrikkelijk arbitrairs, want er zijn toch zeker een track of 30 die ik echt geweldig vond dit jaar. Een groot deel daarvan zal wel te voorschijn komen in andere lijstjes, daarom maar uit die 30 10 minder voor de hand liggende tracks gekozen uit de platenkast:

Explosions In The Sky – First Breath After A Coma Venus Flytrap – My Friends The Insects + Danger Carpark North – Transparent and Glasslike Bad Plus – Smells like teen spirit Laura Veirs – Cannon fodder Manta Ray – Take a Look Fire Theft – Chain Cave In – Inspire Pinback – B Lawn – Fix

File: Track Top Tien (2003)
File Under: Waan van de dag

Transmissionary Six – Spooked

Grappig is dat, qua klank past de titel Spooked perfect bij de nieuwe Cd van Transmissionary Six, qua betekenis van het woord, opgeschrikt / opgejaagd, kun je bijna geen titel verzinnen die meer in tegenspraak is met de inhoud van het album dan deze. Als deze tweede CD van het samenwerkingsverband tussen Terri Moeller (The Walkabouts) en Paul Austin (Willard Grant Conspiracy) iets niet doet is het namelijk je opjagen. Maar als je opgejaagd bent, dan kan deze Cd uitstekend als tranquilizer dienen. Haar dertien liedjes stralen bijna stuk voor stuk een sfeervolle rust uit namelijk. Een beetje schuchter zelfs. Zo’n plaatje dat bijna verlegen uit je speakers rolt als iemand het opzet, maar na een paar nummers toch de aandacht trekt van alle aanwezigen en een soort van serene mist doet neerdalen op de kamer. De stem van Terri Moeller is hier grotendeels debet aan. Ze zingt je zacht en zwoel toe als ware ze de alt.country-variant op Texas’ Sharleen Spiteri. Tussen de grotendeels verstilde tracks in de geest van Low en de Red House Painters is ook plaats voor een desolate opener als “Wrong” met zijn monotone bassriff en het vervremende “Clown Homocide” (rare loops en bizarre tekst) en “Applegate Part Two”. Ingehouden en daardoor spannend, mooi en onderkoeld, knap hoe ze dit een Cd lang vol weten te houden.

File: Transmissionary Six – Spooked
File Under: Mooi en onderkoeld

Cheech Wizard – Forth

Is het een slimme zet om een nieuwe Cd met je toegankelijkste nummer te openen? Ik vraag het me af, maar om mensen voor je winnen kan het best handig zijn als de rest van je Cd wat ‘lastiger’ is. Cheech Wizard doet het dus wel op Forth, inderdaad hun vierde Cd, met “Bystander”. Als je met een half oor luistert dan zou je er een track in kunnen herkennen met Radiohead-achtige trekjes. Bij het tweede nummer “It” wordt het bakje met daarop gestickerd tegendraadsheid al een eindje opengetrokken en gedurende de 10 nummers die dan nog volgen lijkt Cheech Wizard af en toe wel als een kind in een snoepwinkel die alles wil proeven en je in al haar enthousiasme ook nog wil vertellen hoe lekker het allemaal wel niet is. En dat met zijn mondvol. Hier een stukje staccato postpunk, daar een flard jazz. Zonder uit de bocht te vliegen overigens. Af en toe asynchroon lopende melodielijnen (in “Billy Bob” is het net een wedstrijd tussen gitaar, bas, drums en zang met steeds weer een andere koploper). Dan blijkt Forth dus toch niet de gemakkelijke kost te zijn die zo’n openingstrack je zou kunnen doen vermoeden, maar heeft Cheech Wizard al wel je sympathie gewonnen. Bij mijzelf spookt de naam Isis, of beter I$I$, door mijn hoofd terwijl ik deze schijf luister. En dan niet de Amerikaanse variant, maar de helaas al lang terziele gegane Leidse variant rond ex-Spasmodique gitarist Hans Brussee. Ook zo aangenaam tegendraads en een tikkie maf, maar wel met een iets betere zanger. Daar kan Cheech Wizard nog wel wat winst halen op een volgende plaat.

File: Cheech Wizard – Forth File Under: Kind-in-de-snoepwinkel-Rock

Mintzkov Luna – M for Means and L for Love

Wat is toch het geheim van al die leuk Belgische bandjes? Volgens mij ben ik er achter! Het geheim zit’em volgens mij in hetzelfde als waarin de kneep van het traditioneel geuze- en lambiekbier zit. Naar het schijnt zijn er op bepaalde plekken in België bepaalde bacteriën in de lucht die nodig zijn om deze eigenwijze biertjes te brouwen. Zal het dan zo zijn dat al die eigenwijze Belgische bandjes (vul de namen zelf maar in) ook die bacteriën nodig hebben? Het zou me niets verbazen! Daarom is het ook niet raar dat al die bandjes een beetje hengelen in dezelfde vijver en daar hun eigen smaakje aan toevoegen. Mintzkov Luna is weer zo’n leuk bandje. Na het winnen van Humo Rock Ralley in 2000 hebben ze zo ongeveer elk hok in België om hun vinger gewonden. En nu is er, op hun eigen label uitgebracht, M for Means and L for Love, dat bol staat van de eigenwijze, maar toch ronduit catchy liedjes. Een zanger die van tijd tot tijd angstig veel lijkt op Tom Barman van dEUS, maar wel een band met een andere smaak die hem ondersteunt. Meer rock, minder koppig dan dEUS. Subtiele loopjes gecombineerd aan de juiste hoeveelheid venijn. Bovendien een bassiste in de gelederen en dat is altijd goed voor een wit voetje, want bassistes zijn sexy en cool, helemaal als ze ook nog eens lekker grooven.

File: Mintzkov Luna – M for Means and L for Love
File Under: Belgenpop/rock

Clear Horizon – Clear Horizon

Een kind verwekken, dat kost wat moeite. Vaak gaan er heel wat pogingen aan vooraf voordat het ook daadwerkelijk raak is. Ben je aanstaand koning van dit land, dan wordt eigenlijk wel van je verwacht dat je eerst getrouwd bent natuurlijk voordat je je waagt aan dit soort experimenten, anders staat het hele land in rep en roer. En dan trouw je met een katholieke vrouw. Het is bijna als vloeken in de kerk, dat kan niet vinden de puriteinen. Het volk daarentegen vindt het prachtig! Kijk ze eens verliefd zijn! Trouwen! Feest! Kinderen! Of het volk ook zo enthousiast zal reageren op het muzikale huwelijk tussen Jessica Bailiff en David Pearce (ex Flying Sauce Attack) weet ik niet. Laat staan of de puriteinen zullen vallen over de manier waarop ze in een tweejarig RAT (Recording Apart Together)-relatie een baby leveren die een versmelting van folk met electronika is. Hij in Engeland, zij in Amerika. De twee stijlen staan in oorsprong dan misschien erg ver van elkaar, ze brengen het met Clear Horizon als een wolk van een liefdesbaby die ietwat kil huilt als the Cranes die de soundtrack van Twin Peaks opnieuw inspelen met behulp van Nick Drake. Toch zou ik ze adviseren bij elkaar in te trekken en op één plek te werken aan een volgende CD, want volgens mij heeft deze samenwerking meer potentieel.

File: Clear Horizon – Clear Horizon
File Under: Folk meets Electro in the Atlantic

Guster – Keep It Together

Er zijn soms grote verschillen tussen de Amerikaanse en de Europese muziekmarkt. Een man als Dave Matthews verkoopt miljoenen, maar krijgt in Europa geen poot aan de grond. En dat terwijl Europa toch ook wel houdt van mooie liedjes in een rockverpakking (zie het succes van Counting Crows). Een ander voorbeeld is Guster. Guster, groeiend in de VS, maar onbekend in Nederland, is doorgegaan waar Crowded House gestopt is. Alleen dan wat meer akoestisch. Althans, de eerste drie platen. Maar aangezien er met een bezetting van 2 gitaren en een bongo op den duur nogal wat eenvormigheid kan optreden, hebben de heren besloten om voor Keep it Together te investeren in een drumstel en een bas. En een banjo. En ze maken niet eens kuntry! Maar hierdoor krijgt de van oorsprong meerstemmige akoestische pop van Guster toch een oppepper. Een ietwat rauwer randje die ook beter recht doet aan de niet altijd even luchtige teksten. Amsterdam swingt de pan uit, “Jesus on the Radio” neigt naar Americana, “Come Downstairs and Say Hello”, is een mini operaatje en “Diane” en “Homecoming” zijn de “normale” aanstekelijke popliedjes zoals Guster ze dagelijks uit de mouw lijkt te schudden. Guster heeft zichzelf opnieuw uitgevonden voor Keep it Together en staat aan het begin van nieuwe richting, die misschien wel richting Europa voert…

File: Guster – Keep it together
File Under: Pure Pop Pleasure (met een banjo)

Explosions in the Sky – This Earth Is Not A Cold Dead Place

Tijd stil laten staan. Dat kan natuurlijk niet, al zouden sommigen het wel graag willen. Tijd irrelevant en een dimensieloos maken bij live-concerten is ook weinigen gegeven. Duurde dat concert nu een uur? Was het twee uur? Of maar dertig minuten? Explosions in the Sky bevroor de tijd tijdens hun concert in Ekko vorig jaar. Het enige wat ik wist was dat het later was na afloop, maar hoeveel? Geen idee. Het zat’em ook wel in de opbouw van de avond, die goed opende met We vs. Death, beter werd door Lawn en tijdloos werd door het intense optreden van EitS. Die intensiteit op plaat vastleggen kan gewoonweg bijna niet. Toch weet EitS je wel degelijk te raken op hun derde (als je het eigen beheer uitgebrachte How Strange, Innocence ook meerekent) Cd, This Earth Is Not A Cold Dead Place. De manier waarop de muziek in je hoofd om gezet wordt in beelden terwijl je deze beluistert is bijna eng. Bij “First Breath After Coma” zie je ook daadwerkelijk iemand voor je liggen die ontwaakt uit een coma (inclusief die naar gitaar vertaalde beklemmende piepjes van de hartmonitoren) en bij “Six Days At The Bottom Of The Ocean” voel je de angst van de bemanningsleden van de verdonken Koersk groeien als de hoeveelheid zuurstof in hun onderzeeër afneemt. Razend knap. De overgangen van gedempt naar bruut zijn op This Earth… zijn misschien wat minder pardoes dan op voorganger Those Who Tell The Truth…, maar daardoor krijgen de door elkaar lopende uitgesponnen gitaarlijnen wel meer rust om te groeien en je te raken. Ken je één moment van zwakte tijdens het ontroerende afsluiter “Your Hand In Mine” dan zal zelfs de ruwste bolster breken en zijn blanke pit tonen. This Earth Is Not A Cold Dead Place because you are listening.

File: Explosions in the Sky – This Earth Is Not A Cold Dead Place
File Under: Voer voor jaarlijsten

Eberg – Plastic Lions

Je eigen instrumenten maken is geen garantie voor succes, maar in het merendeel van de gevallen geeft het vaak wel aan dat een band net dat sprankje extra creativiteit heeft dat er voor zorgt dat ze een eigen geluid krijgen dat ze onderscheid van andere bands. In Nederland is de Kuttepiel (hoe briljant kan de naam van een instrument zijn) van Pigmeat daarvan een sprekend voorbeeld. IJsland heeft ook zo’n thuisknutselaar: Eberg. Hij heeft de Eharp in elkaar gefröbeld en gebruikt deze volop op zijn debuut-CD Plastic Lions. Rond het geluid van deze elektrisch versterkte en besnaarde kleerhanger bouwt Eberg zijn kleine kunstwerkjes van electropop op. Soms, zeker als Eberg bijgestaan wordt door gezoete vrouwenzang (“I Cannot Ask You To Live In A Flat” , doet hij je denken aan een bevroren Air of een minder atmosferische Goldfrapp, maar net zo gemakkelijk zijn tovert hij Notwist (“Smoker In A Film”) uit je speakers of een Beck on electro (“Stupid Happy Song”). En met een beetje goede wil kun je er ook nog Radiohead in horen. Plactic Lions is dan vooral ook een gevarieerde plaat. Waar andere bands in een stijl blijven hangen weet deze grillige plaat zo af te wisselen dat ie me blijft boeien, dan weer met gitaar, dan weer zonder vocalen, maar altijd de eharp.

File: Eberg – Plastic Lions
File Under: electrofröbelpop

De Kift – Vier voor Vier

Bij de Grammy-awards kan zo ongeveer iedereen die maar muziek maakt een prijs winnen. Over 28(!) categorieën verdeeld zijn er 105 beelden te vergeven. Een bizar aantal natuurlijk, maar goed er moet ook een prijs te verdienen zijn voor polka liefhebbers (Best Polka Album). In Nederland maken we het vast niet zo bont dacht ik, maar één blik op de site van de Edisons leert me dat er hier ook eigenlijk veels te veel te verdelen is. Eén categorie, die bij de Grammys er wel is, mist helaas: Best Recording Package. Daarvoor zou maar één band dit jaar in aanmerking komen: De Kift. Al vanaf 1989 slaagt dit Noord-Hollandse gezelschap erin om elke keer weer te verrassen met de manier waarop ze hun Cd’s opbergen. Vier voor Vier is hier op geen uitzondering. Het boekwerk is wederom uiterst bijzonder. Vier voor Vier is geënt op het toneelstuk Elisabeth Bam (uit 1928) van de Russische schrijver Daniil Charms. Op vermakelijke wijze weet de Kift een combinatie te maken tussen hun avant-gardistische, met toeters gelardeerde, rock en opera. Het contrast tussen de loepzuivere stemmen van Elisabeth en Ene (vertolkt door respectievelijk Mariecke van der Linden en Jeroen Manders) en de rauwe ongepolijste stemmen van de heren van de Kift zelf is even wennen, maar daardoor krijgt het geheel wel wat bijzonders, wat eigenlijk heel normaal is voor de Kift, maar dat terzijde en word je wel meegezogen in het verhaal van deze rockopera. Zelfs als je de muziek geen reet aan zou vinden moet je dit kunstwerk in je bezit hebben, al is het alleen maar voor op de schouw voor de pronk. En volgend jaar een categorie erbij bij de Edisons aub.

File: De Kift – Vier voor Vier
File Under: Lust voor het oog (en eigenlijk ook voor het oor)