Danko Jones – We Sweat Blood

Geen gelul, maar spelen. Danko Jones gaat recht op zijn doel af. Zijn tours door Europa zijn ware strooptochten. Elke bezoeker van zijn concerten windt hij om zijn vingers ongeacht geslacht, waar Danko er zelf geen twijfel over laat bestaan welk geslacht zijn voorkeur heeft. In slechts 34 minuten doet Jones met zijn strijdmakkers waar anderen een uur of meer voor uit zouden moeten trekken. Vol gas scheurt We Sweat Blood langs Monster Magnet (“Dance” is opzwepend en groovy als Dave Wyndorf in zijn beste dagen), toont zich een volwaardige opvolger van wijlen Phil Lynnot (let ook eens op hoeveel het logo op de hoes lijkt op dat van Thin Lizzy) in onder andere “I love living in the city” en “Strut”, opvallend hoeveel zijn stem dezelfde soul heeft als deze rockdode. En dan citeert hij ook nog eens onbeschaamd uit Aerosmiths’ “Walk This Way” (‘I was a high school loser, never made it with a lady’ in “Heartbreak’s a blessing”) en doet hij je mijmerend terugdenken aan de goede tijd van Anthrax in “Wait a minute”) . Misschien is het maar goed dat dit allemaal gebeurt met de intensiteit van Henry Rollins waardoor hij ook jou je voordat je er erg in hebt om zijn vinger gewonden heeft. Zo krijg je nooit de kans om je te storen aan al die bronnen van energie die hij aanboort en heb je geen moment om je af te vragen of Danko Jones ook nog iets aan diepgang te bieden zou kunnen hebben. Gelikt en overdonderend gaan prima hand in hand, dat blijkt maar weer drommels goed op We Sweat Blood.

File: Danko Jones – We Sweat Blood
File Under: Bloed Zweet & Rock and Roll

The Fire Theft – The Fire Theft

Even denk ik dat het de tocht is die me de rillingen op mijn rug veroorzaakt, maar bij controle van de deuren en ramen blijken die toch echt allemaal potdicht te zitten. Het is dus echt de muziek die dit veroorzaakt en tot me tot aan mijn kruin verpakt in kippenvel. De voortekenen in november vorig jaar logen er natuurlijk al niet om, The Fire Theft kon wel eens met iets groots op de proppen komen. En dat blijkt nu, bijna een jaar later, helemaal waar. Eerst grijpt het intro van “Uncle Mountain” me aan en vervolgens snijdt de stem van Jeremy Enigk me de adem af. Voor ik het weet worden mijn ogen nat bij “Oceans Apart” en daarna wordt het maar alleen maar erger. Ik weet niet of je het nog emo kunt noemen, daar is het misschien wel teveel voor verpopt/rockt maar mij maakt het in ieder geval wel emotioneel. Dat had ik bij de laatste fabuleuze Sunny Day Real Estate, The Rising Tide, en dat heb ik nu weer bij The Fire Theft. Nog melodieuzer (meer toetsenwerk vooral) dan de laatste twee Sunny Day Real Estate albums, maar weet toch steeds op dezelfde manier te zorgen de continue onderhuidse spanning die SDRE ook zo kenmerkte. Zoveel schoonheid op één plaat als op deze had ik nog niet gehoord dit jaar en ik schat zo in dat The Fire Theft ook niet meer overtroffen gaat worden van nu tot januari.

File: The Fire Theft – The Fire Theft
File Under: Plaat van het jaar

Audiotransparent – Audiotransparent

LVR / Konkurrent

Audiotransparent heeft de wind vol mee in de zeilen. Het lijkt bijna een sprookje! Ga maar na: welke (nog wel) kleine band gebeurt het nu dat ze zonder ook maar één plaat uitgebracht te hebben in het voor programma kan staan van een grote band als the Tindersticks? En dan zo veel indruk op deze maken dat ze voor een tweede optreden opgetrommeld worden en daar ook nog eens de show stelen en een bizar aantal CDs verkopen voor een charmant klein label als LVR. Dat kunnen niet zo heel veel bands deze Groningers navertellen. Daar komt nog bij dat nu de debuutplaat van Audiotransparent ook voor de rest van Nederland in de schappen ligt dit sprookje gewoon doorgaat. Want ze hebben met hun Audiotransparent een mooie, stemmige plaat afgeleverd die klinkt als een warm meergranen brood gebakken uit de oogst van de akkers van Radiohead, Low en een hele trits post-rockbands. In “Lowhigh” galmt “No Surprises”, maar dat komt vooral door de xylofoon en “Memory Lane” zou zo op repertoire kunnen van Coldplay qua sfeer. Geen misselijk werk dus wat hier geleverd wordt. Op enkele nummers wordt het Audiotransparent Orchestra ondersteund door Chantal Acda op zang en dat geeft die nummers een meerwaarde. De mensen die dit jaar At The Close of Every Day’s Zalig zijn de armen van geest aanschaften, kunnen dat met deze plaat ook blind doen, qua sfeer is Audiotransparent vergelijkbaar en qua kwaliteit al helemaal.

File: Audiotransparent – Audiotransparent
File Under: Melancholische Post-Rock

Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns – In the Fishtank 10

Het blijft een interessant gegeven die Fishtank experimenten van Konkurrent. Stop twee bands in een studio geef ze een paar dagen om wat op te nemen en breng het uit op CD. Het is dan altijd een groot voordeel dat bands in hun normale leven het experiment niet schuwen. Nou wat dat betreft zit je wel goed bij Motorpsycho en Jaga Jazzist. De twee kennen elkaar al goed en hadden al vaker samen het podium gedeeld. Maar werkt zoiets dan ook samen in de studio? Dat is dan natuurlijk de vraag. Gelijk maar het antwoord: Ja het werkt! De combinatie Motorpsycho en Jaga Jazzist klinkt als een geoliede machine op deze 10e editie van In The Fishtank. De kopersectie van Jaga Jazzist blaast weer leven in Motorpsycho, waardoor deze opleeft van hun tegenvallende laatste plaat It’s A Love Cult. Vooral het subtiele “Pills, Powders and Passion Plays” en de funky “Theme de YoYo”-cover van het in pop/rock-kringen vrijwel onbekende The Art Ensemble of Chicago laten zeer geslaagd samenspel horen. De twee partijen leggen elkaar vooral in “Theme de YoYo” het vuur na aan de schenen. Motorpsycho staat live natuurlijk ook nogal bekend om de lang uitgesponnen versies van hun nummers wat niet door iedereen altijd gewaardeerd wordt (ik ben er al eens bij weggelopen), maar op het afsluitende en dik twintig minuten klokkende “Tristano” lukt het ze meer dan behoorlijk om de aandacht vast te houden, accumulerend van een bijna stil repeterend geluid tot een steeds grotere kakofonie. Hopelijk heeft het Fishtank-gebeuren ook een positief effect op de volgende plaat van Motorpsycho.

File: Motorpsycho + Jaga Jazzist Horns – In the Fishtank 10
File Under: Jazz rock!

Schtimm – Plays Mrakoslav Vragosh

Het lijkt af en toe wel dat met het korter worden van de tijd tussen het opkomen van de zon en de ondergang van de koperen ploert het aantal stemmige plaatjes als een gek toeneemt. Dat is misschien ook wel de meest geschikte tijd van het jaar voor dat soort plaatjes natuurlijk. Melancholisch, loom, beheerst, sober, minimalistisch in de tinten van de herfst met af en toe een straaltje zon. Schtimm past eng precies hierbij zul je concluderen als je Plays Mrakoslav Vragosh beluistert. De zonnestraal die in de nummers van tijd tot tijd door de wolken heen breekt is B. Het lijkt wel of al die Noorse zangeressen gezegend zijn met van die elfenachtige stemmen. B is misschien een rare naam, maar niet als je weet dat de rest van de band zich Æ, P en K noemt. Schtimm klinkt als Portishead zonder trip (alhoewel die in “The Hardcore Waving of Happyflags” en “Into” wel degelijk aanwezig is) en minder klagend maar levendiger dan Beth Gibbons solo. Als Æ zingt en begeleidt wordt door enkel cello en viool in “Flowers” doet hij wat denken aan Perry Blake op zijn eerste twee platen. We hebben hier in Europa zelfs het geluk dat de plaat nu pas hier uit komt, want dat levert ons mooi drie bonustracks op. Vorig jaar leverde White Birch een stemmige plaat af vanuit Noorwegen voor de herfst; dit jaar is Schtimm aan zet.

File: Schtimm – Plays Mrakoslav Vragosh
File Under: Stemmige indiepop voor de herfst

Dido – Life for Rent

Duizenden (miljoenen?) mensen hebben een schilderijtje van het kitscherige zigeurjongen met traan aan de muur hangen. Miljoenen mensen hebben ook, velen natuurlijk naar aanleiding van het gebruik van “Stan” van Eminem, Dido’s No Angel in de kast staan. En bij velen staat daar binnen korte tijd ook Life For Rent naast. Helaas, want wat een ongelofelijke VIVA-pop, die nieuwe Dido. Ik heb helemaal niets tegen damespop. Integendeel zelfs. Zoiets als dat van de drie elfjes uit Noorwegen, Ephemera, gaat er bij mij als gesneden koek in, omdat het nog wat spanning in zich heeft en het bovendien gewoon goddelijke liedjes zijn. De eerste Dido was al behoorlijk aan de veilige kant, op Life For Rent gaat ze er nog een stapje verder in. Elke momentje van spanning is er met de grootst mogelijke vakkundigheid eruit gesneden, waardoor het allemaal wel enorme liftmuzak wordt. Van openingstrack “White Flag” tot afsluiter “Do You Have A Little Time” is het één vlakke gladgestreken laken (met wasverzachter!) van cliché-teksten die perfect op maat gesneden zijn voor haar doelgroep, de sex-in-the-city-dames van rond de 30. Als ze niet miljoenen CDs zou verkopen zou je bijna medelijden krijgen met dit zigeunermeisje met traan.

File: Dido – Life for Rent
File Under: Zigeunermeisjesmuzak

Los Straitjackets – Supersonic Guitars in 3-D

Je hoort het er niet aan af, maar de Straitjackets komen uit het hart van countryminnend Amerika, Nashville. Je verwacht meer dat zo’n surfbandje met gemaskerde buitenaards wezen uit de oceaan de westkust opgesurft komen om daar met hun supersonische gitaarsurf de boel op stelten te zetten. Dertien kort, maar puike en (bijna) instrumentaaltjes, waarop ze zelfs hulp krijgen van Jon Spencer op theremin in het lekker vieze “Tarantula”, dat je luidsprekers lekker test. Het irritante van zo’n nazomers plaatje als Supersonic Guitars in 3-D is dat ik de hele tijd luchtgitaar ga staan spelen. De mensen die mij afgelopen week hebben zien lopen, met koptelefoon op, in een wat rare houding, dat was dus mijn poging tot luchtgitaarfietserij. Ze mogen nog blij zijn dat ik het tres coole meegeleverde 3d brilletje er niet bij opgezet heb. Natuurlijk (her)kennen we veel melodietjes uit de jaren zestig, maar het heeft allemaal toch wel iets eigens en klinkt gewoon heerlijk, mede ook door de messcherpe productie. Toch zou het van mij net wel iets sleazier mogen allemaal. Dat zou het een stuk opwindender maken. Nu leent Supersonic Guitars in 3-D zich perfect om te genieten in de herfstzon, jammer dat dit CDtje er al niet was aan het begin van de afgelopen zomer. Geheide hit én garantie voor veel luchtgitaarspelende mannetjes, op de één of andere manier schijnt dat iets te zijn waar vooral mannen zich mee bezig houden, met koptelefoons op.

File: Los Straitjackets – Supersonic Guitars in 3-D. File Under: Ride Those Waves Dudes!

The Tangent – The Music That Died Alone

Hoe krijg ik het in godesnaam voor elkaar om mensen op het pad van te The Tangent zetten en ze te dwingen tot de aanschaf van dit meesterwerk zonder hele epistels, waar recensies van symfoalbums nogal eens naar neigen, te moeten schrijven? Hier breek ik nu al dagen mijn hoofd over. Ik vind namelijk dat the Tangent een breder publiek verdient dan alleen het ons-kent-ons symfopubliek. Is dit onmogelijk? De lezer hier rent, vrees ik, niet naar de winkel als ik zeg dat punkprogger Andy Tillison (Po90) het beste in hippyprogger Roine Stolt (Flowerkings) weet boven te brengen en dat zijn gitaarwerk zelden beter klonk dan op The Music That Died Alone? Toch is het zo! Hier kunnen al die gitaarbandjes nog een lesje van leren (en Stolt ook voor zijn volgende Flowerkings-CD) En dan het blaaswerk van David Jackson van van der Graaf Generator, dat echt geweldig past in het geheel? Ik vrees dat het u als lezer, allemaal geen ruk uitmaakt. Dat ‘Up-hill from Here’ een fantastisch gëengageerd staaltje voet op het gaspedaal is, interesseert u geen reet. Of dat “Cantermemorabilia” laat horen dat jazz ook hip kan swingen, zonder freaky en oubollig te klinken of bedoelt is als achtergrondmuzak? Het zal u, lieve lezer, allemaal worst wezen. En daar baal ik van, want u weet namelijk niet wat u nu mist.

File: The Tangent – The Music That Died Alone
File Under: Eén van de albums van het jaar, doe eens raar en waag de gok

Janika – Believer

CDs uitbrengen is voor Janika meer een last dan een lust volgens mij. Hun pittige mix van blues/funk/soul leent zich namelijk bij uitstek om de pannen van het dak te spelen. Je weet wel, zoals bands als Mother’s Finest, onze eigen Gigantjes en Melissa Etheridge, of voor de ouwe lullen onder ons, Stone the Crows met de weergaloze Maggie Bell, die een strot had om te zoenen. De klein van stuk zijnde Janneke Bosveld van Janika is daar, net als stadsgenote Anouk ook mee gezegend. Net als haar heeft Janika de Haagse podia al lang veroverd. Dat de band goed op elkaar is ingespeeld hoor je op de EP Believer. Deze klinkt misschien iets teveel alsof hij in één take is opgenomen op een podium zonder publiek, maar de gedrevenheid druipt van de stevige rocksongs af. Dan mogen songs best wel een beetje cliché klinken, maar ik kan je op een briefje geven dat je songs als “Forsake Me” zo meelalt in de kroeg waar Janika optreedt. Op CD klinkt het al als een geheide meezinger, dat kan onder het genot van bier alleen maar beter worden.

File: Janika – Believer File Under: Pubrock met flinke strot

Muse – Absolution

Je kunt er niet om heen. Muse heeft een nieuwe CD uit. Absolution. Goed nieuws zou je zeggen, zeker gezien het aantal draaibeurten dat hun debuutplaat Showbiz maakte in de speler. Toch is er een beetje een gevoel van walging, want voordat je maar een seconde van die nieuwe plaat gehoord hebt, ben je door de hele Nederlandse muziekpers al overspoeld met allerlei superlatieven, en als een platenmaatschappij er dan ook nog eens een schepje bovenop doet door je te mailen: “Hallo Musefan, Hier weer wat nieuws over de beste band van het heelal!”. We zijn toch geen kleuters? Van dit soort mailtjes zakt bij mij in ieder geval de broek af en doet me er bijna toe neigen om die plaat gewoon maar te negeren: dit kan alleen maar een slechte plaat zijn! Toch doe ik dan Bellamy en zijn vriendjes tekort, vrees ik, want in hoeverre vragen ze om die hele hype? Maar goed, Absolution zet dus de bombastische lijn door die met Origin of Symmetry al in gezet was, een beetje tot mijn teleurstelling. Ik had gehoopt dat Muse wat meer zou kiezen voor de gulden middenweg tussen Showbiz en Origin of Symmetry. Dan was er een briljantere plaat uitgerold dan Absolution. In single “Stockholm Syndrome” en “Hysteria” barst Muse echt bijna uit zijn voegen van pompeuziteit. Het is wel knap hoe ze in balans blijven op het randje van de afgrond waar ze in dreigen te storten. Je bent echt blij dat er af en toe ook wat rustpuntjes zijn zoals het wel prachtige “Sing For Absolution”. Het is jammer dat het enorme talent dat Bellamy zonder twijfel is, niet wat anders aangewend wordt. Toch denk ik nog mijmerend terug aan de tijd dat bijna niemand Muse nog kende en alleen de happy-few Showbiz had en koesterde. Man, dat waren nog eens tijden. Hopelijk is hij nu na het verschijnen van Absolution bevrijd van alle bombast en wordt de volgende plaat weer écht goed, wel weer met Richard Costey achter de mengtafel, want productietechnisch zit het wel snor.

File: Muse – Absolution
File Under: Bomba(r)st Overkill