Peter Pan Speedrock – Lucky Bastards

“En het gerucht gaat dat ze allemaal nog leven”, zei Henk Westbroek bij de afkondiging van Kiss’ Detroit Rock City in Vara’s Vuurwerk Vijftig nadat de autos slipten en knalden in het einde van die song. Wordt het niet eens tijd voor een Eindhovense variant op dit Kiss-nummer bedenk ik me tijdens het luisteren van de vette vijfde langspeler (Lucky Bastards) van Peter Pan Speedrock. Er komt immers nogal wat Rawk uit Eindhoven en een tweede Chartbusters-album komt er vast ook wel binnen nu en niet al te lange tijd. Van Eindhoven Rockcity is Peter Pan het robuuste vlaggenschip dat door ons land trekt, maar ook buurlanden en zelfs Amerika onveilig maakt met hun strooptochten. Vrijwel elke zeeslag met publiek levert hun als winnaar op. Ook nu weer op plaat dus. Op Lucky Bastards een dik half uur retestrak rammen op potten, pannen en snaren die voorbij zijn voor je er erg in hebt. Wat minder metal en meer punk dan op Premium Quality, maar altijd keihard recht op je smoel. Het zal me benieuwen of single “Go Satan Go!” nog wat airplay krijgt op de radio. In een betere wereld zou deze meezinger een vette hit worden, dat is een ding wat zeker is. Misschien dat de heren eens de 3FM-boot moeten enteren.

File: Peter Pan Speedrock – Lucky Bastards
File Under: Speedrock

The Thorns – The Thorns

Supergroepen? Dat is toch van de vorige eeuw? En dan van een heel eind terug in de vorige eeuw? Zo eind jaren zestig, begin jaren zeventig toen bovengemiddelde songwriters de koppen bij elkaar staken in bijvoorbeeld the Eagles en Crosby, Stills, Nash (& Young)? Kan dat in deze tijd nog wel? Af en toe verschijnt er door toeval nog wel eens één ten tonele. Zoals bijvoorbeeld the Thorns. Matthew Sweet, Pete Droge en Shawn Mullins waren zelf misschien nog wel het meest verbaasd dat ze met elkaar in de studio belandden en wat zaten te schrijven aan “I Can’t Remember”. Voor ze er erg in hadden was er een plaat, een tour en vormen ze nu een supergroep. Hun debuut laat zich niet echt vergelijken met de hokjes waar je Sweet, Droge en Mullins in zou kunnen stoppen. De driestemmige samenzang lijkt sluit naadloos aan op jaren 60 en 70 sound van CSNY en de vroege Eagles. Eigenlijk net iets te naadloos. Harmonieën als een stralende zon met stekelige teksten. Maar zo in weken waarin de zon hoog aan de hemel staat, je wat langer buiten op het terras zit en meer witbier met citroen drinkt dan goed voor je is dan is deze plaat prima op zijn plek. Of The Thorns de herfst, of erger de winter, haalt moet blijken straks in oktober als de zon verdwenen is en het weer vies druilerig weer wordt.

File: The Thorns – The Thorns
File Under: Plaat voor zomers weer

Green Hornet – Soulscum

My First Sonny Weismuller / Konkurrent

Green Hornets’ Soulscum is het slechtste dat ik afgelopen jaar hoorde op een plaat van Nederlandse orgine. Het slechtst voor mijn banksaldo welteverstaan. Met mijn domme hoofd zette ik namelijk Soulscum op in de auto en voor ik er erg in had zat ik een flink eind boven de toegestane snelheid op de weg waar ik op reed waarlangs ipv bomen flitspalen staan. De opgefokte, smerig opwindende mix van blues en rock rechtstreeks uit de kelder van de Vera maakt het schier onmogelijk om niet het stuur net iets steviger vast te pakken en het gaspedaal tot aan de bodemplaat te drukken. En dan schijnt het live nog vetter en opwindender te zijn. Goodie! Meester Trasher André Williams nam de drie Groningers natuurlijk niet voor niets mee op zijn Europese tournee. Geen seconde mis je de bas bij het orgel, gitaar drumcombo, dat pompend en groovend het gemis voorkomt.Gelukkig her en der ook nog ergens een klein plekkie van rust om kramp in de kuiten te voorkomen. Ik ga nog even de ringweg rond Zwolle weer onveilig maken en zwaaien naar de flitspalen; fuck het banksaldo, het vakantiegeld is toch net binnen.

File: Green Hornet – Soulscum
File Under: Gaan! Gaan! Gaan! (naar de winkel en een concert)

Steve Hackett – To Watch The Storms

Als ik mijn geld had moeten zetten op het feit of Steve Hackett nog weer een studioplaat zou maken die ik wel te pruimen zou vinden, dan had ik op basis van zijn laatste Cd’s ervoor gekozen het geld op “NIET” te zetten op basis van de laatste jaren, wat ook niet zo moeilijk is aangezien zijn laatste studioalbum al weer 4 jaar oud is. Dan was ik nu To Watch The Storms in de winkels ligt wel mijn geld mooi kwijt geweest. Want Hackett komt namelijk zo maar ineens op de proppen met een plaat die ik uit kan zitten. To Watch The Storms is een zeer gevarieerde plaat geworden, waarop Hackett met zijn karakteristieke stem en dito gitaargeluid nogal wat voorschotelt aan de luisteraar. Tracks varierend van rustige, deels akoestische, nummers als openingstrack “Strutton Ground” en “Wind, Sand and Stars” tot pittige rocksongs (het avontuurlijke “Mechanical Bride”) maar ook folky songs (“Come Away“) en wereldmuziek en een alleraardigste Thomas Dolby-cover (“The Devil Is An Englishman”). Je zou het bijna progressieve rock gaan noemen, om maar eens een paar vieze woorden te gebruiken.

File: Steve Hackett – To Watch The Storms
File Under: Avontuurlijke rock plaat van een ouwe rot

Caitlin Cary – I'm Staying Out

Haar vorige plaat While You Weren’t Looking is nog maar net, verlaat, in Nederland uitgebracht en nu is opvolger I’m Staying Out al uit. Caitlin Cary zit niet stil en bewijst dat ze zich prima in haar eentje kan redden nu ze uit de schaduw gestapt is van Ryan Adams en in haar ééntje in de spotlight staat. Met Adams maakte ze vanaf het begin deel uit van Whiskeytown. Haar debuut werd met erg positieve recensies onthaald door de pers en ik geef je op een briefje dat dit met I´m Staying Out ook gaat gebeuren. Op alle fronten doet Cary het beter op deze plaat . Betere liedjes, betere zang, betere begeleiding. Mary Chapin Carpenter vond de vorige plaat zo goed dat ze er 20 van kocht voor haar vrienden en doet nu mee op twee tracks. Wat zo leuk is aan deze plaat dat Cary zich niet sec concentreert op (alt.)country maar kiest voor een aangename mix van folk, country, rock, maar ook pop. In die meer poppy tracks, zoals bijvoorbeeld “Sleepin’ in on Sunday”, doet ze bijna niet meer onder voor iemand als Aimee Mann. Cary is net als haar ook gezegend met zo’n warme stem. Eigenlijk doet ze niet onder voor ex-bandmaatje Adams, al klinkt ze wel een stuk gladder dan hem. Ik gok dat Chapin Carpenter wel wat meer platen zal kopen dan de 20 van het debuut simpelweg omdat deze plaat beter is.

File: Caitlin Cary – I’m Staying Out
File Under: (Alt.) Country fans trek uw knip maar

Bed – Spacebox

Vraag mij wat mijn favoriete plaat allertijden is en zonder blikken of blozen antwoord ik dat dat de eerste, en helaas enige, solo-plaat van Mark Hollis is. Ik verslikte me ook behoorlijk in mijn vers gezette koffie toen ik Bed’s tweede plaat Spacebox voor het eerst opzette. Wat is dit nu weer dacht ik bij mezelf. Heeft Hollis zich laten verleiden om eindelijk weer eens wat op plaat te zetten? Het laatste waar hij aan meewerkte was het zwaar onderschatte Smiling & Waving album van Anja Garbarek. Ergens tussen de verstilde plaat van Garbarek, de soloplaat van Mark Hollis ligt Spacebox. Het bleek niet zo te zijn. Bed = Benoît Burello. Zo ongeveer dan. Voor zijn tweede plaat heeft Burello gebruik gemaakt van de band die hem ook begeleidde tijdens de optredens na zijn eerste en mij nog onbekende plaat The Newton Plum. Acht kale tegen jazz aanschurende bloedmooie verstilde tracks. Zoals Hollis het zo treffend zei: “Before you play two notes learn how to play one note – and don’t play one note unless you’ve got a reason to play it” en Benoît Burello heeft dat verdomd goed in zijn oren geknoopt en een prachtplaat afgeleverd.

File: Bed – Spacebox
File Under: Voer voor jaarlijst

Black Box Recorder – Passionoia

Heerlijk is dat hoe scherp en sarcastisch de observaties zijn van Black Box Recorder. Op Passionoia gaan ze daar tintelfris mee verder. Vanaf openingstrack “School Song” is het gelijk raak. Nadat een honderdtal pubers schreeuwen om BBR en dat ondersteunen door handgeklap transformeert zangeres Sarah Nixey met haar ijle (of moet ik zeggen geile?) stem in een dominante lerares die de kinderen buiten laat zwemmen (“Yes I know it’s February, you lot need a bit of toughening up. You’re weak and spoilt – look at you!”). Catchy en sexy, maar ook wel ietwat gestoord. Zo zien we het graag. Als ze dan ook nog eens bekent George Michael altijd verschrikkelijk gevonden te hebben en meer ging voor de a-muzikale helft van Wham! Andrew Ridgeley kan ze helemaal niet meer kapot. Abba is nooit erg ver weg op deze plaat, net als de Pet Shop Boys overigens. Princess Di-adepten zullen fronsen bij het horen van de wens van Nixey om de nieuwe Diana te worden in “New Diana”, alsof ze alleen maar “lying on a yacht reading photo magazines” op het program had staan. Misschien niet beter dan voorganger Facts of Life, maar toch wel zo goed. Lovely, just lovely.

File: Black Box Recorder – Passionoia
File Under: Alternatieve Dans-Pop met ABBA-tic

Radioactive – Yeah

Tommy Denander (Radioactive) was helemaal verguld toen eindelijk zijn Ceremony of Innocence-plaat uit kwam in 2001 waar zo ongeveer heel Toto (inclusief de dode Jeff Porcaro) op meespeelde. Dat was zijn droom. Een plaat opnemen met mannen als de drie Porcaro’s. Voor de rest speelde hij al wel ongeveer met elke zelfverklaarde rockgod mee op een plaat (kijk voor de lol eens in zijn discografie) Die droom werd bijna een nachtmerrie, want voordat de plaat uitkwam was hij 8 jaar verder. Er waren zelfs mensen die twijfelden of die plaat eigenlijk wel bestond. Zijn doorzettingsvermogen heeft er toe geleid dat cd toch bestaat nu. Gelukkig was het wel een goede AOR-plaat, dat Ceremony of Innocence, die zich kon meten met het betere werk van Toto en Journey. Denander wilde niet weer zo lang wachten op een volgende plaat en kijk aan er is nu slechts twee jaar later al Yeah. Een tikkie harder dan Ceremony en met ietwat minder klinkende namen misschien (alhoewel (ex-)leden van Whitesnake, ToTo en FM is nog steeds niet beroerd). Het geluid kruipt wat meer richting Kansas (“Over You”) en Whitesnake, maar wel een plaat vol ijzersterke melodiën, helemaal als je houdt van het genre. Ikzelf kan AOR maar met mate verdragen, van de laatste ToTo-platen (vooral die laatste coverplaat) ga ik zo ongeveer schuimbekken. De ToTo-leden mogen zich gelukkig prijzen dat ze met Denander op een plaat gespeeld hebben, want hun laatste werken mogen nog niet in de schaduw staan van deze hippe AOR-plaat met zelfs house-achtige beats.

File: Radioactive – Yeah
File Under: Beter dan alles wat ToTo de laatste 10 jaar uitbracht

PJDS – Suits You

Zo brengt Pieter-Jan De Smet drie platen uit in tien jaar, zo brengt PJDS twee platen uit in twee jaar. En daar ben ik helemaal niet rauwig om, integendeel zelfs. Zijn vorige plaat Light Sleeper beviel me namelijk best wel. Door toeval, nou ja eigenlijk door David Baerwald kruiste PJDS mijn pad. Daarvoor had ik nooit van hem gehoord. En dat is best raar eigenlijk, want het soort muziek dat de Belg op zijn nieuwe plaat Suits You maakt zou er best als gesneden koek in kunnen gaan hier in de lage landen. Zeker nu zijn stem nog dieper (Andrew Eldritch meets David Bowie) klinkt dan op de zijn vorige plaat, de songs meer liedjes zijn dan op Light Sleeper en de band, deels gerecruteerd uit de gelederen van Arno en deels al weer uitgeleend aan Admiral Freebee, strakker klinkt dan voorheen. Eigenzinnige songs die je af en toe aan de goede Bowie (luister maar eens naar “Killer Cosiness” of “Arsonist”) en Lou Reed doen denken. Suits You trekt song na song je aandacht door een aangename rusteloze prikkel die rond de nummers hangt. Blijkbaar past de vrijheid van een eigen label en daardoor de mogelijkheid tot zelf bepalen wat je doet beter bij PJDS en inspireert het hem tot het schrijven van boeiende songs. Ik kan me bijna niet voorstellen dat parels als “Clock” en “Mood Like Old Paint” niet bij jou passen.

File: PJDS – Suits You
File Under: Past bij jou? Ja ook bij jou!

Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission

In interviews geeft Steve Wynn aan nogal van verschillende muziekstijlen te houden en snel beinvloedbaar te zijn door anderen. Daar is geen woord van gelogen, want Static Transmission is een diverse verzameling geworden. Het zou bijna een leuke quiz worden om bij elke track van de plaat de invloeden te herleiden. Zo loopt “What Comes After” over van John Lennon, “Candy Machine” van de Beatles en “Keep it Clean” had op een TheThe plaat kunnen staan. Snelheidsduivel “Amphetamine” Velvet Underground met een hoog Rolling Stones gehalte in het slotakkoord. Op “Maybe Tomorrow” zou Waterboys kopman Mike Scott jaloers zijn. En Dylan kan “A Fond farewell” zo opnemen voor een volgende plaat. Bijna nonchalant zet Wynn de invloeden naar zijn hand en smeet er zijn vaak mooie liedjes van. Het zou de kwaliteit echter wel ten goede komen als hij wat meer schifting aan zou brengen in zijn liedjes en zou wachten tot hij (nog) meer goede liedjes heeft voor een plaat. Niet dat Static Transmission een slechte plaat is overigens, maar niet alle tracks het hoge niveau dat hij wel in zijn mars heeft. Zou het jachtige New York met zijn vele indrukken er de oorzaak van zijn dat hij wel een liedjesmachine lijkt die moet blijven draaien? Misschien is verhuizen naar een kleinere stad een idee om echt een meesterwerk af te leveren?

File: Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission
File Under: Rock (zo staat het immers achter op de CD)