Jason Menard – Elsewhere

Muziek uit Australië en Nieuw Zeeland gaat vaak aan ons voorbij. Terwijl er toch heel interessante muziek gemaakt wordt. Soms lijkt het wel of alleen de (soms prettige) pulp deze kant van de wereld berijkt en af en toe een paar bands die wel interessant zijn (bijvoorbeeld de Nirvana-clonen van the Vines) Dat er Down Under ook flink wat rare snuiters komen weten we ook wel. Het was tenslotte niet voor niets de gevangenis van Engeland lange tijd ;-). Jason Menard is zo’n rare snuiter. Alhoewel hij van oorsprong niet uit Nieuw Zeeland komt, maar uit Chicago, Illinois past hij er prima tussen zo te horen aan zijn muziek. In 2000 is hij naar Nieuw Zeeland om daar muziekles te volgen aan Nelson School Of Music Contemporary music Performance Course (CMPC) dat zich helemaal richt op rock-pop muziek. Na een jaar cursus werd hij gelijk maar aangenomen als leraar. Daarnaast maakt hij ook plaatjes, rare plaatjes! Op zijn nieuwe plaat hoor je hemzelf geen enkele keer hemzelf zingen. Elke track heeft een andere zanger of zangeres. Qua stijl verschillen de tracks ook nog al behoorlijk van elkaar. Van licht naar Swing neigende Elsewere tot lo-fi in Princess en I Hate Rock And Roll, sixties (soulvolle) “Better Than Sweat” tot het Low-achtig in Curtains. Het grappige is dat het wisselen van stemgeluid en stijl eigenlijk geen moment irriteert en de songs wel één geheel vormen. Intrigerend plaatje dat nog wel aardig wat draaibeurten tegemoet kan zien.

File: Jason Menard – Elsewhere
File Under: Rare jongen From Down Under die fascinerende plaatjes maakt

Audioslave – Audioslave

Toen Zach de la Rocha in oktober 2000 uit Rage Against The Machine stapte was eigenlijk al wel gelijk duidelijk dat dit het einde zou betekenen voor RATM, net zo goed als het vertrek van Chris Cornell uit Soundgarden het einde betekende van die band. Cornell maakte na die split in 1999 wel een aardige solo-plaat in de vorm van Euphoria Morning die beter, maar anders was dan Soundgarden. Na de daaropvolgende (ietwat tegenvallende tour) bleef het lange tijd verdacht stil rond hem. RATM kondigde aan wel verder te willen gaan als band, maar gezien het aantal releases na 2000 (nul) lukte dat toch niet echt lekker. Ergens in 2001 dook het gerucht op dat Chris Cornell in de oefenruimte zat met de drie overgebleven leden van RATM en dat er misschien zelfs wel een plaat zou verschijnen nav die sessies. Tom Morello ontkende . Toch bleek het waar te zijn. Opnames van die sessies lekten uit via internet. Door problemen met managements van beide bands die het niet eens konden worden over de contracten ging het hele feesie nog bijna niet door. Dit terwijl de heren het best eens waren met elkaar! Blijkbaar liep alles toch met een sisser af, want nu is er toch Audioslave. En inderdaad: Cornell is dus niet de nieuwe leadzanger van RATM, maar wel van Audioslave 😉 Heeft Morello toch niet gelogen blijkbaar… Tja en wat kun je verwachten van zo’n plaat? Allemaal goede muzikanten, geweldige zanger, beiden uit bands met een eigen identiteit en een platenverkoop die andere bands doet watertanden. Wat je krijgt is dus precies datgene wat ik verwachtte: een mix van Soundgarden, Chris Cornell solo en Rage Against The Machine. Openingstrack en single Cochise heeft de hooks van RATM en de uit duizenden herkenbare Cornell vocalen zoals hij ze vooral in Soundgarden liet horen. En eigenlijk gaat het het hele album zo door. De ene track een snufje meer RATM, de andere wat meer Soundgarden en een derde wat meer Cornell-solo. “What You Are” en “I am the Highway” hadden zo op de solo-plaat van Cornell gekunt. Eigenlijk is dat wat mij betreft ook het manco van Audioslave. Het klinkt nog niet eigen, heeft geen eigen gezicht. Je hoort gewoon te duidelijk waar de heren de – best smakelijke – mosterd vandaan gehaald hebben. Pas bij een, zo die er komt, volgende plaat kun je denk ik een goed oordeel geven over de levensvatbaarheid en relevantie van Audioslave. Wat misschien nog wel het meest opvallende is aan deze plaat is dat ik eigenlijk geen moment de inbreng van Zach De La Rocha mis… benieuwd wat zijn tegenzet wordt.

File: Audioslave – Audioslave
File Under: sRounAdgaTrdeMn

The Fire Theft – It's Over

How It Feels to Be Something On en The Rising Tide zijn zwaar onderschatte briljantjes. Ik was niet de enige die blij was toen ik hoorde dat Sunny Day Real Estate voor een tour naar Nederland zou komen en vervolgens flink baalde toen bleek dat de tour op het laatste moment gecancelled werd. Dat grote gebaal werd alleen nog maar groter toen in juni vorig jaar bleek Sunny Day Real Estate er na troubles met het label en management helemaal de brui aan gaf. Dan Hoerner schreeft een roman en de rest ging ook zijn gangetje. Totdat er plots in februari van dit jaar weer nieuws kwam! De heren Mendel (die sinds de eerste split van SDRE een bijbaantje als bassist in de Foo Fighters , William Goldsmith (drumde ook bij de Foo Fighters tot de eerste SDRE-reunie) en Enigk konden blijkbaar niet zonder elkaar en zijn een nieuwe band begonnen: The Fire Theft. Zonder Dan Hoerner dus. Die doet zijn ding tegenwoordig in Dashboard Confessional. Mendel zit nog steeds in dat andere bandje en die brachten ook net een nieuwe plaat uit (One By One) die het niet onaardig doet in de hitlijsten en de andere heren hebben ook nogal wat side-projects waardoor het allemaal niet zo snel gaat helaas :-(. Na negen maanden opnemen en wachten is op de site nu eindelijk het eerste resultaat van deze ‘nieuwe’ band te horen in de vorm van It’s Over. Het nummer klinkt wel heel erg als SDRE, maar dat is natuurlijk ook niet zo raar met allemaal leden uit die band en zo’n vervelende band vond ik dat ook niet 🙂 Bovendien smaakt deze snippet naar meer! Toch zal het vrees ik nog wel even duren voor dat de plaat er komt. Zoals gewoonlijk bij bands tegenwoordig is de release al meerdere malen uitgesteld, hopelijk komt er dit jaar nog een album uit!

File: The Fire Theft – It’s Over
File Under: Plaat om naar uit te kijken

Hrvåtski – Swarm and Dither

Een beetje electronica op zijn tijd is helemaal niets mis mee. Het lijkt wel of electronica bands steeds meer in song-structuren gaan denken en de traditionele rockbands steeds meer electronica invloeden adopteren. Hrvåtski is zo’n naam uit de electronica. Achter deze naam gaat producer Keith Fullerton Whitman schuil. Swarm and Dither is een verzameling van werk van hem van 1999 tot dit jaar. En het toont maar weer eens aan hoe moelijk het blijkbaar is voor producers om zelf platen op te nemen. Opener Vatsep Dsp doet de eerste kleine minuut echt gewoon zeer aan je oren en loopt dan nog een minuutje of 5 door als irritant deuntje met irritante oren tergende piepjes bliepjes en breaks. In 2nd zero fidelity mandible investigation gaat het een seconde of dertig een beetje lijken op een liedje, maar daarna krijg ik weer zo’n brei aan dingen over me heen die echt niet goed voor me is. Ik word niet snel zenuwachtig van een plaat, maar hier valt gewoon ECHT niet naar te luisteren! Gelukkig zitten er ook rustpuntjes op deze plaat. Echoes is een repeterend deuntje dat nergens over gaat, maar iig ervoor zorgt dat je hartslag wat zakt naar minder gevaarlijke hoogtes. Helaas gat het drum’n’bass beest daarna gewoon weer verder waar hij voor dit rustpuntje mee bezig was. Irriteren tot op het bot. Bedenk me nu dat er op deze plaat ook absoluut niet te dansen valt. Althans, ik kan me niet voorstellen dat iemand zich in zulke bochten kan wringen op de dansvloer. Anaesthetise Thineself en slottrack Tegenborg zijn eigenlijk de enige tracks die iets op een liedje in traditionelere zin lijk. Sterker nog, het zijn tracks waar een aangenaam sloom gitaartje (of is het toch synths?) meehuppelt en de beats in bedwang blijven. Het zal allemaal best avontuurlijk, spannend en humorvol zijn wat deze man uit zijn computer weet te halen, maar ik word er echt te nerveus van om deze plaat vaker te gaan draaien. Ik kijk wel naar het mooie hoesje en zet wel wat anders op.

File: Hrvåtski – Swarm and Dither
File Under: Overbodige Hap

Fastball – Painting The Corners

De laatste drie maanden van het jaar worden we zoals gewoonlijk weer overspoeld met hele tritsen verzamelwerk. Dit jaar is het de beurt aan de Manic Street Preachers (2 nieuwe tracks, 3 niet op CD (wel op single) verschenen tracks + CD met remixes als je er snel bij bent), U2 (2 nieuwe tracks, 4 songs een beetje bijgeschaaft + CD met remixes) en de Rolling Stones (volgens mij de honderdste verzamelaar ook twee nieuwe songs en de rest opgeleukt). Allemaal hele gezellige geldklopperij voor de bands :-/. En de fans maar stapels Euros uitgeven voor die paar missende tracks. Gelukkig zijn het niet alleen de grote bands die verzamelaars uitbrengen. Zo brengt Fastball na slechts drie cds uitgebracht te hebben nu al een Best Of uit. Niet dat ze uberhaupt al een hit gehad hebben hier in Nederland. Daarom is zo’n Best Of… in dit geval dus WEL nuttig. Je kunt het zien als een sampler voor de mensen die nog nooit van Fastball gehoord hebben (schande naturlijk) die ze gelijk een goede dwarsdoorsnede geeft van de mooie popliedjes van de band. Wat voor muziek ze maken? De stem van Tony Scalzo lijkt wel wat op die van Elvis Costello. Bassist en zanger Zuniga heeft meer iets weg van Neil Finn en Crowded House. Muzikaal gezien ligt het daar ook ergens tussen met een snufje Rembrandts (u weet wel die van die tune van Friends), maar wel met een lekkere bite. Verantwoord glad zeg maar. Ik heb deze verzamelaar dus laten liggen want ik kan al een poosje genieten van tracks als het puntige bijna punky “Make Your Mama Proud”, het soulvolle “The Way” en het melancholische “Funny How It Fades Away”. Als je nu deze verzamelaar koopt ipv die van de bovengenoemde grote drie je in één keer bij en dan gewoon hun volgende platen niet meer missen he!

File: Fastball – Painting The Corners File Under: Interessant voor Elvis Costello / Crowded House liefhebbers

Aqualung – Aqualung

Enkele jaren terug (1999 als ik me niet vergis) had City to City een megahit met The Road Ahead. Dit kwam doordat mensen massaal belden naar Mitsubishi omdat iedereen wilde weten wie deze bijna kopie van R.E.M.’s Everybody Hurts gemaakt had. Een hit volgde, daarna een nog aardig verkopende plaat, maar de tweede plaat raakten ze aan de straatstenen niet kwijt en begin dit jaar schreef Sandro City op de site een afscheidsbrief. Einde verhaal. In 2002 komt Volkswagen met een nieuwe reclamecampagne bij de Volkswagen Beetle in the UK. Het reclamefilmpje wordt vergezeld van een nummer dat geheel in de sfeer is van wat Radiohead enkele jaren als kenmerkend geluid had. Het klinkt een beetje als Exit Music (For A Film). Blijkbaar was er ook veel vraag naar dit nummer. De band blijkt Aqualung te heten en het nummer Strange and Beautiful (i’ll put a spell on you). Track wordt al redelijk snel na de reclames op single uit gebracht en Matt Hales haalt met zijn band zelfs Top of the Pops met deze prettig in het gehoor liggende track. Nu is er de hele plaat die ook Strange and Beautiful heet en dan blijkt in één keer dat een leuke single maken één is, maar een leuk album is hele andere koek is! Alle 11 de tracks kabbelen een beetje voort in het zelfde rustige vaarwater als de single. Dat is een track of 3 leuk, maar daarna gaat het helaas toch een beetje vervelen. Elke keer maar een track draaien dus van deze plaat en dan weer snel een andere cd er in want alle tracks zijn wel fraai, maar het wordt wat saai en eentonig een plaat lang. Hopelijk leert Aqualung snel bij en wordt hun volgende CD wat spannender en dynamischer en blijft het niet bij dat ene leuke liedje uit de reclame. Dan komen ze misschien wel in het rijtje Radiohead, Coldplay, nu verdienen ze dat nog niet.

File: Aqualung – Aqualung
File Under: Radiohead Jr.

Paradise Lost – Symbol of Life

Ooit had ik wilde (en meer) haren. Begin jaren 90 kon het me eigenlijk niet bruut genoeg zijn qua muziek. Ik wil me de meeste namen eigenlijk niet eens meer kunnen herinneren van de bands die de oordoppies van mijn walkman opbliezen in die tijd. De meest van die bands ben ik al lang uit het oog verloren. Zij bleven meestal hun brute muziek maken of werden opgedoekt.Sommigen gingen zelfs door. Ik ging verder met mijn eigen ding en verbrede wel mijn horizons. Vier bands uit die tijd ben ik echter wel blijven volgen omdat ze zich bleven ontwikkelen. The Gathering husselde wat met zanger(es)s(en) en vond evenwicht na het binnenhalen van Anneke van Giersbergen. Anathema en My Dying Bride ontwikkelden zich ook tot bands met een duidelijk eigen progressieve sound. En dan is er nog één over: Paradise Lost. Deze band heeft misschien wel het meest tegen de haren van hun oorspronkelijke fans ingestreken. De eerste CD Lost Paradise bepaalde zo ongeveer in haar eentje de contouren van de jaren-90 Doom/Death-metal. Geen enkele plaat die ze na dit debuut uitbrachten was in hetzelfde hokje te drukken als een voorganger. Vanaf Icon ging zanger Nick Holmes zelf zingen! Zijn zangstem bleek ergens in het straatje van James Hetfield te liggen waarbij aangetekend dat Holmes het een stuk beter doet dan Hetfield. Icon was ook het hoogtepunt in de jaren 90 van Paradise Lost. Na opvolger Draconium Times Leek het op One Second en (vooral) Host wel of Paradise Lost meer op Depeche Mode wilde lijken dan op een metalband. Vooral de fans van het eerste uur haakten en masse af. Nu is er Symbol of Life en WOW they’re back! Voor het eerst grijpt de band terug naar het verleden en keert terug naar de tijd tussen Draconium Times en One Second. Zonder een kopie van zichzelf de worden zet Paradise Lost zich terug op de ***-kaart [voor *** mag je zelf weten wat je invult: metal, rock whatever]. Op Symbol of Life rockt de band als in haar beste tijd. Gebruikt smaakvol samples, Greg Mackintosh gitaren klinken vol en goed strak en Nick Holmes maakt nog eens pijnlijk duidelijk wat er mis is met de vocalen van de populaire nu-metal jongensbandjes zoals Linking Park. De man zingt zich de ballen uit zijn broek! Grote kans dat de de single Erased met de mij onbekende Joanna Stevens op back-vocals nog een hitje wordt ook. Is het niet hier dan is het wel bij onze oosterburen. Op de ltd-Edition staat ook nog eens een twee smaakvolle covers: Smalltown Boy van Bronski Beat(!) en Xavier van Dead Can Dance. Wat wil een mens nog meer?

File: Paradise Lost – Symbol of Life
File Under: Studie-materiaal voor Nu-metal-bands

Coem – Bandwi(d)thconsiderations

Ha! Een band die maar één pootje meer in zijn naam heeft dan ik, dat zou wat moeten zijn dat Coem zou je zeggen. In ieder geval wel een reden om eens te luisteren. En naar ik me meen te herinneren was OOR ooit over hun eerste zilveren schijfje wel aardig positief. Dat Coem uit België komt zou bijna garant kunnen staan voor kwaliteit, want af en toe lijkt het wel of ze daar teveel leuke bandjes hebben. Maar gelijk bij de eerste track (“How I remember”) irriteert het stemgeluid van zanger me. Bovendien is het Kyuss-gitaargeluid uit de Hasseltse zandgronden getrokken in plaats van uit de schroeiende Desert Valley waardoor het dof en mat klinkt in plaats van heet. De rest van de plaat komt het niet meer goed tussen Coem en Coen. Te veel rifjes rafjes en tierlantijntjes aan de nummers die het spannend zouden moeten houden, maar in mijn oren blijkbaar niet de juiste plaats weten te vinden. Nederland levert in dit post-rock-genre een stuk interessanterer bands af in bijvoorbeeld de vorm van Lawn en de Mercy Giants. In dit geval gaat “Het komt uit belgie en dus is het goed” wat mij betreft dus niet op. Nog positieve puntjes dan? Ja hoor: de site en hoes zijn wel fraai.

File: Coem – Bandwi(d)thconsiderations
File Under: Betere nederlandse alternatieven voor handen

Porcupine Tree – In Absentia

Toen Porcupine Tree tekende bij Lava/Atlantic dacht ik toch wel even “Hmmm, zal dat wel goed gaan!” Vaak zie je toch dat als bands die al jaren op independent labels releasen tekenen bij een grote platenmaatschappij het één en al compromis wordt en zeker op de eerste plaat van dat nieuwe contract op dat nieuwe label. Ik vreesde dan ook het ergste voor In Absentia. Die vrees werd alleen maar erger toen op hun website het nieuws verscheen dat de live-plaat die in de pen zat voorlopig in de pen blijft zitten. Er stond:“Please note that due to Porcupine Tree signing worldwide to Atlantic Records, the live album from Spring 2001 that the band planned to issue as the first release on their own label has been shelved until further notice.” Nogmaals fronsen dus en het ergste vrezen… Nu zit dat schijfje in de CD-speler en ik ben gerustgesteld. Ik hoor geen enkel compromis. Sterker nog, misschien klinkt Porcupine Tree nog wel eigenwijzer dan ze ooit geklonken hebben! En eigenlijk misschien nog wel beter ook! Het labeltje van Pink Floyd Jr. dat er door velen vanaf het begin opgeplakt was er wat mij betreft al met Signify af, maar anderen bleven volharden in het in het in dezelfde zinnetje noemen van Pink Floyd en Porcupine Tree. Shit nu doe ik het zelf ook weer. Laatste keer dan maar ;-). Porcupine Tree klinkt namelijk als Porcupine Tree. Spacey gitaren, solide drumspel, sfeervolle warme synths, compacte songs van behapbare lengte. Waar andere ‘neo-prog’-bands nog wel eens willen uitblinken in (lees verzuipen in) interessantdoenerij op hun instrumenten, weet Porcupine Tree dat in elke track te voorkomen. Ondanks een vol geluid zoals bij voorbeeld op een opgefokte track als “The Creator Has The Mastertape” (what’s in name?) dat je na vijf minuut éénentwintig ademloos achterlaat in je stoel. Gelukkig kun je in de daarop volgende track Heartattack in a Layby even bijkomen en ff kijken naar het prachtige hoes ontwerp. Is er dan niets aan te merken op deze plaat? Jawel twee dingen:
1) Ik moet hem zelf invoeren uit Amerika omdat één of andere zool verzonnen heeft dat wij wel tot januari 2003 kunnen wachten op deze plaat.
2) Er wordt gepretendeerd dat de CD in een heel speciale ltd-edition wordt uitgebracht, maar wat ik binnenkreeg vond ik maar tamelijk gewoontjes en weinig speciaals, dan is de ltd-edition van de nieuwe Spock’s Beards’ Snow toch een stuk bijzonderder, maar die is muzikaal dan weer minder interessant dan deze.

Deze plaat zal niet alleen symfomanen aanspreken, maar ook zeker zij die van Radiohead en Coldplay houden en toe zijn aan een nieuwe stap!

File: Porcupine Tree – In Absentia
File Under: Voer voor jaarlijst

David Gray – A New Day at Midnight

Op mijn computer draait meestal een jukebox gevuld met een allegaar aan mp3s. Metal, pop, dance, lo-fi, avant-garde, diarree, hiphop. Het kiezen van een CD uit de kasten naast de computer vind ik meestal te lastig. Wat moet ik in godesnaam opzetten? Het leuke van zo’n bak bytes is dat je nog eens wat leuks ontdekt waar je niet eens van wist dat je het hebt. Die harde schijven zijn tegenwoordig zo groot dat in een hoek ergens op je H: of I:-schijf wel iets zit waarvan je niet wist dat je het hebt. Dat gebeurt me dus vandaag. Ik denk tijdens het aanmaken van een teller voor deze blogspot: “Ik ken dit nummer (Dead in the Water) van David Baerwald helemaal niet!” Hoe kan dat nou? Snel naar mijn IRC log waar de jukebox draait en verrek, het is een andere David: David Gray. Het is blijkbaar een track van zijn nieuwe plaat A New Midnight. Jukebox uit en de rest van de tracks maar eens beluisteren. En inderdaad David Gray klinkt wel verdomd veel als David Baerwald. A new Midnight is meer een logisch vervolg op het enorm onderschatte Triage dan de dit jaar verschenen “Here Comes the New Folk Underground” van Baerwald zelf! Tot nu toe had ik David Gray rechts laten liggen, maar ik geloof dat ik hem toch eens een kans ga geven want ik heb gewoon twee David platen die meer dan te pruimen zijn!

File: David Gray – A New Day at Midnight
File Under: David & David