Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission

In interviews geeft Steve Wynn aan nogal van verschillende muziekstijlen te houden en snel beinvloedbaar te zijn door anderen. Daar is geen woord van gelogen, want Static Transmission is een diverse verzameling geworden. Het zou bijna een leuke quiz worden om bij elke track van de plaat de invloeden te herleiden. Zo loopt “What Comes After” over van John Lennon, “Candy Machine” van de Beatles en “Keep it Clean” had op een TheThe plaat kunnen staan. Snelheidsduivel “Amphetamine” Velvet Underground met een hoog Rolling Stones gehalte in het slotakkoord. Op “Maybe Tomorrow” zou Waterboys kopman Mike Scott jaloers zijn. En Dylan kan “A Fond farewell” zo opnemen voor een volgende plaat. Bijna nonchalant zet Wynn de invloeden naar zijn hand en smeet er zijn vaak mooie liedjes van. Het zou de kwaliteit echter wel ten goede komen als hij wat meer schifting aan zou brengen in zijn liedjes en zou wachten tot hij (nog) meer goede liedjes heeft voor een plaat. Niet dat Static Transmission een slechte plaat is overigens, maar niet alle tracks het hoge niveau dat hij wel in zijn mars heeft. Zou het jachtige New York met zijn vele indrukken er de oorzaak van zijn dat hij wel een liedjesmachine lijkt die moet blijven draaien? Misschien is verhuizen naar een kleinere stad een idee om echt een meesterwerk af te leveren?

File: Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission
File Under: Rock (zo staat het immers achter op de CD)

Circle – Vaudeville

Het is lastig aan te geven waar de scheidslijn ligt van wat ik nog wel ‘trek’ aan scream en wat niet. Een plaat lang alleen maar screams is meestal voor mij niet weggelegd. Circle staat van mij af gezien in ieder geval aan de goede kant van de streep. In zijn uppie doseert, zanger en brulboei, Dries Olemans zorgvuldig zijn screams, maar kan ook terugvallen op een behoorlijke zangstem en doet dat dan ook regelmatig wat Vaudeville aangenaam beluisterbaar houdt. Met de zang/scream zit het dus wel snor. Qua muziek is er op deze twee plaat van de belgen ook geen reden tot klagen. Verpakt in een strakke ritmetandem vliegen de messscherpe en puntige af en toe bijna AC/DC-riffs je om de oren. Live doen ze niet voor niets een cover van “Whole Lotta Rosie”, overigens wel aardig gewaagd want dat is zo’n nummer waar je alleen maar van kunt verliezen. Ongelijk AC/DC schuwt Circle het niet om ook te avonturieren op plaat. Bijvoorbeeld in het bijna Henry Rollins achtige spoken word in “Dance to Forget”. Verder superbe, catchy maar harde, meebrullers en zingers alom dat zeker liefhebbers van labelgenoot Face Tomorrow. Eigenlijk vat de domeinnaam van de band het één en ander nog het beste samen: Circle Rocks!

File: Circle – Vaudeville
File Under: Belgenrock!

The Shavers – Marabella

Johannes de Boom van The Shavers zal nerveus worden van mijn voortuin. Niets ranzigs aan, maar netjes gekapte buxushaagjes met grind en niet de door hem in “Ranzig” gewenste drollen op het gras. Gelukkig is er dan nog de achtertuin om het te compenseren. Chaos alom. Poep gaat me nog wat te ver, maar de boel een beetje de boel laten kan ook mooi zijn. Ranzig is de nieuwe plaat van the Shavers, Marabella, zelf overigens ook niet. Wel tof. Het Alkmaarse trio trakteert op elf uit het leven gegrepen songs die een mix zijn van echte rok en roll, rockabilly en surf, drie instrumentaaltjes (waaronder het door de Pixies bekend geworden Surftones nummer “Cecilia Ann”). Drie keer rust voor de stembanden dus. Wat ook wel handig is, want voor je er erg in hebt brul je de kale, van elke opsmuk ontdane, Nederlandstalige levensliederen van de Alkmaarse poeet de Boom over drank, onbehagen, sex in goedkope hotels en rok en roll, mee. Enige vraag die rest: waarom een plaat vernoemen naar een gehucht in Trinidad and Tabago en niet naar een ranzig Nederlands gehucht?

File: The Shavers – Marabella
File Under: De echte Nederlandse Rok en Roll

Gary Numan – Hybrid

Gary Numan stond vorig jaar zomaar weer midden in de hit-picture. De Sugababes sampelden “Are Friends Electric” voor hun megahit “Freak Like Me” en op de nieuwe plaat van Junkie XL neem hij ook een prominente rol in. Door dit alles komt er in één keer ook weer meer aandacht voor de man zelf. Mensen die hierdoor zijn laatste studioplaat Pure aangeschaft hebben kwamen van een koude kermis thuis. Numan is namelijk niet meer de synth-pop Numan uit de jaren 70 en 80. Pure kon zich meten met wat bands (allemaal noemen ze Numan overigens ook als één van hun grootste invloeden) als, Marilyn Manson, Nine Inch Nails en Fear Factory de laatste jaren uitbrachten. Gelukkig voor hen die daar van schrokken is er ook de verzamelaar Exposure een bloemlezing uit de periode 1997-2002. Veel interessanter is echter het remix project Hybrid waarop, naast drie nieuwe songs, de klassiekers van Numan van een 2003-jasje voorzien worden door oa Andy Gray, Flood en Alan Moulder. Ook in die nieuwe hippe jas blijven de tracks met gemak overeind. Hier wordt door Numan geen half werk om snel te oogsten nu hij nog hot is, maar een frisse kijk die zijn geld waard is.

File: Gary Numan – Hybrid
File Under: Beter dan een Best of…

Soundsurfer – Allow Me

Ze zijn er misschien wel erg onhip mee, het deels vanuit de Tilburgse Rockacademie gerekruteerde Soundsurfer, maar het is wel verfrissend. Geen Britpop, geen retrogarage. Als je Soundsurfer met iets zou willen vergelijken dan is het met wijlen Alice In Chains waar, eveneens wijlen, Morphine af en toe een track (“Got it All”, “Is There a Reason”) als gast mee lijkt te spelen. En dan de Alice In Chains ergens tussen de akoestische EPs en rock-albums in, dus niet superrauwe grunge. De heren hebben goed opgelet in banken van de Rockacademie en weten op hun debuut Allow Me. Op knappe en eigen wijze weet Soundsurfer dezelfde aangename gelaagdheid in zang en gitaargeluid aan te brengen in haar nummers (Luister maar eens naar “Haywire” en “Uptight”). Muzikaal geven ze er nog wel een eigen draai aan die niet gespeend is van Belgische invloeden (en dan vooral (wijlen?) Metal Molly). En in België hebben ze ook beroemde aanhang. Sarah Bettens trad wel eens op in een Soundsurfer-shirt, Koen Lieckens (ex-drummer K’s Choice) zorgde er voor dat Idol-Media ze contracteerde. Dat gaat wel goed komen, wat denk je brom!

File: Soundsurfer – Allow Me
File Under: Frisse Grunge met enkele toeters

De Stijl – Yeahvolution

Live schijnt De Stijl, inderdaad vernoemd naar de kunststroming, energiek en alleraardigst te zijn. Ze speelden volgens ooggetuigen in ieder geval Fireside van het podium met hun minimalistische benadering van de gitaarpunk die maar al te hip is op dit moment. De vraag is natuurlijk of zoiets op plaat ook leuk blijft. Energiek en interessant op het podium is natuurlijk geen garantie voor een plaat die vol energie en interessant is. Met een gitaargeluid dat leentjebuur speelt bij de uit de dood opgestane Buzzcocks en een zanger die wel wat lijkt op Jon Spencer, maar dan saaier, voegt Yeahvolution! dan ook te weinig toe aan wat we al kenden aan hedendaagse retro en ouderwetse punk. 13 songs worden er afgeraffeld in een dikke 25 minuten en toch ga je je vervelen na een klein kwartier doordat de plaat af en toe gewoon on(der)geproduceerd klinkt en de songs gewoon dom simpel drie akkoorden zijn. Live is het dan misschien energiek en alleraardigst. Op plaat vind ik er weinig Yeahvolutionairs aan. Maar de liefhebbers van Hives, Strokes en aanverwanten zullen er wel weer mee weg lopen.

File: De Stijl – Yeahvolution
File Under: Geen Yeahvolutionaire plaat

Stretcher – Stretcher

Zeker als je een CD van een jou onbekend bandje krijgt ga je zoeken naar referenties voor wat er in de CD-speler ligt. Bij Stretcher moest ik in eerste instantie en eigenlijk nog steeds wel denken aan Bettie Serveert. Na een paar keer luisteren moest ik het toch wel iets bijstellen. Het lijkt vooral ook op wat anders, maar ik was de bandnaam vergeten. Beetje speurwerk leverde al snel de naam Capablanca? Pak ik het mooie hoesje erbij van Stretcher, blijkt zangeres Pien van Capablanca? nu dus in Stretcher te zingen. Eigenlijk moet je je dan moeten schamen, want de A-CD van Capablanca? staat bij de C in de platenkast thuis. Openingstrack “Eleven” van deze 5-track had me door de ronkende gitaaropening (Neil Young?) op het verkeerde been gezet. Van de vijf tracks zijn er vier in de roos. Alleen het Gigantjes-achtige “1:25” is een beetje een (lelijke) eend in de bijt. Daar staan echter pareltjes tegenover als het gedeeltelijk tweestemmige “Stevie” en “Case of Affair”. Pien wint je snel voor zich met haar zijdezachte loepzuivere stem en de band die haar begeleidt is een stuk beter dan vroeger bij Capablanca? Het enige vervelende is dat de CD maar een kleine 16 minuten duurt, maar daar is de prijs dan ook wel weer naar.

File: Stretcher – Stretcher
File Under: Aangename gitaarpop

Fog – Ether Teeth

Je moet er tegen kunnen wat Andrew Broder, de man die in zijn uppie Fog vormt je voorschotelt op zijn tweede plaat Ether Teeth. Op zijn zachtst gezegd is het een indrukwekkend schizofreen geschift zooitje wat hij je oren voert. Als je deze plaat in één keer behappen kunt ben je zelf rijp voor opname. Want de in de huiskamer in elkaar geprutste geluidsbrij, niet in de zin van hard, wel in de zin van rommelig, laat zich gewoon niet eenvoudig doorgronden. Schuif je Ether Teeth gelijk terzijde na de eerste draaibeurt, dan kan ik je eigenlijk niet eens ongelijk geven. Dit is namelijk een plaat waar je mensen mee je huis uit kunt jagen als ze te lang blijven zitten. Geef je Ether Teeth echter de kans op meer draaibeurten, het liefst met de koptelefoon op, dan ontvouwen de geheimen van de geluidsescapades van Broder zich echter en blijken er zowaar liedjes achter schuil te gaan die de moeite waard zijn als je kunt tegen de niet alledaagse soep van akoestische gitaren, doffe drum and bass, scratches, samples, loops, blaasinstrumenten en piano die wordt opgediend in een lo-fi soepkom. Werd je al nerveus van de laatste twee Radiohead (de stem van Broder lijkt wel wat op die van Yorke) platen, dan kun je Fog het beste rechts laten liggen, wil je nog een stap verder de vaste structuren uit, sla hier dan linksaf.

File: Fog – Ether Teeth
File Under: Weirde Trip, Headphone Music

Kashmir – Zitilites

Tot mijn verbazing was het al weer vier jaar geleden dat Kashmir met The Good Life een mijlpaal in de Deense pophistorie. Als er één schaap over de dam is volgen er meer en na het schaap The Good Life is er een aardige stortvloed Deense bands over ons heen gekomen die vissen uit de vijver die britpop heet. Zitilites, geen idee wat dat betekent overigens, wel dat dit de derde deense plaat binnen een maand die hier langskomt en ik begin me serieus af te vragen of we ondertussen niet gewoon van deenpop moeten gaan spreken in plaat van britpop, wat wel lekkerder bekt overigens, maar dat is een kwestie van gewenning. Dit vierde album is onstaan zonder dat er echt concrete ideeën waren over tracks. Wat hebben die jongens in de afgelopen vier jaar gedaan vraag je je af. Hoe dan ook, Kashmir klinkt veelal droger (bestaat dat droge muziek?), ingetogener en is misschien zelfs wel beter dan zijn voorganger, al duurt de plaat misschien net iets te lang. De britpopinvloeden liggen er natuurlijk dik bovenop, maar eigenlijk kun je dat een band die al sinds 1994(!) bestaat toch niet verwijten? Ik vrees wel dat alleen fijnproever zullen horen dat Kashmir toch wel een eigen gezicht heeft, maar goed het is dan ook geen eenvoudige opgave om onderscheidend te zijn in het deenpop-gebeuren.

File: Kashmir – Zitilites
File Under: Deenpop

No-Man – Together We're Stranger

Als je alles wat Steven Wilson aan vinyl of CD (en soms zelfs tape!) toevertrouwt als muzikant (of als producer) zou willen verzamelen, dan mag je alleen daarvoor wel een extra baan nemen. De man brengt zo allemachtig veel en ook nog eens vaak in heel gelimiteerde versies uit dat het gewoon niet leuk meer is. Daar moet je dus echt nier aan beginnen. Alhoewel er eigenlijk geen reden voor is, want wat er op die limited editions staat is ook meer dan de moeite waard. Twee bands van Steven Wilson (Porcupine Tree en No-man) zijn ongeveer tegelijkertijd ontstaan en blinken ook uit in het uitbrengen van limited editions. Porcupine Tree is voor de meer symfonische britrock, No-Man is voor ehhh tja, stop het maar eens in een vakje. No-Man is zacht, ambient, verstild en vooral meesterlijk. De verschillen met voorganger Returning Jesus zijn op Together We’re Stranger niet groot. De ietwat ijle stem van Tim Bowness staat is wat prominter aanwezig, wat blijft is hetmuzikale vernuft en dito productie van Wilson. Elke track is raak, hypnotiseert, verstilt en sleept je weg van waar je bent. Geen muziek voor miljoenen, maar muziek voor de stille genieter die houdt van de soloalbums van Mark Hollis of David Sylvian.

File: No-Man – Together We’re Stranger
File Under: Voer voor jaarlijst